Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/419
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/419
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 oktober 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Boechout om een afschrift te bekomen van de volgende documenten: • de brief van de gemeente aan IGEAN waarin gevraagd wordt om de bestuurlijke procedure tegen xxx op te starten • Het PV opgesteld door de politie over de containers die zonder vergunning werden geplaatst • De vraag van de gemeente Boechout om advies bij de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering (hierna: HRH) alvorens de herstelvordering bij de burgerlijke rechtbank in te leiden De gemeente Boechout weigerde op 4 november 2021 om een afschrift te verlenen van de gevraagde documenten. Op 17 november 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van de gemeente Boechout. Dit beroep werd geregistreerd op 18 november 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 26 oktober 2021.
www.vlaanderen.be
De beslissing van de gemeente Boechout dateert van 4 november 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 17 november 2021 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De bestreden beslissing
De gemeente Boechout weigert de gevraagde stukken op grond van artikel II.34, 4° van het Bestuursdecreet en stelt dat de documenten werden opgesteld uitsluitend ten behoeve van de strafvordering.
2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper acht de weigering van de gemeente Boechout niet afdoende gemotiveerd aangezien niet wordt aangetoond dat de documenten uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Het belang van openbaarmaking is, volgens beroeper, hier ook groter dan het belang dat zou zijn gediend met de door de gemeente ingeroepen uitzonderingsgrond. Het betreft in casu een bouwmisdrijf waarbij puppy’s worden gehouden in illegaal opgetrokken gebouwen/containers. Dit belang raakt de gezondheid en gaat dan ook verder dan het individueel persoonlijk belang van verzoeker die een naaste buur is. De behandeling van de honden door xxx noemt beroeper een “groot maatschappelijk issue”. xxx is op 3,5 jaar tijd twee keer veroordeeld door de correctionele rechtbank Antwerpen en nu blijkt dat zij ook nog honden houden in illegale containers zodat verzoeker als buur wenst te weten wat de gemeente (niet) onderneemt tegen deze illegale bouwwerken die meer dan 10 honden huisvesten. Dit gaat niet om een louter privaat belang maar ook om een maatschappelijk belang namelijk de bestrijding/opsporing van broodfok. In elk geval stelt beroeper dat niet kan worden ingezien waarom zelfs de briefwisseling met IGEAN niet kan worden overgemaakt, daar IGEAN een intercommunale is en volledig los staat van het parket (en dus van de strafvordering). Beroeper stelt tenslotte dat over het gevraagde advies bij de Hoge Raad in de beslissing van 4 november 2021 gewoonweg niet is ingegaan.
3. Toelichting door de gemeente Boechout
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/419
pagina 2 van 6
Na kennisname van het ingestelde beroep bezorgt de gemeente Boechout de nodige info en de gevraagde documenten aan de beroepsinstantie. Momenteel is nog geen adviesvraag aan de HRH gesteld. Afhankelijk van de beslissing van de procureur zal al dan niet een adviesvraag aan de Hoge Raad worden gericht. Wanneer de zaak wordt vervolgd, zal IGEAN namens de gemeente Boechout via de strafrechtelijke procedure een herstelvordering indienen nadat zij vooraf daartoe het advies van de HRH heeft gevraagd. Mocht de procureur de zaak seponeren, dan zal IGEAN namens de gemeente de piste hanteren van een bestuurlijke maatregel met het oog op het herstel van het bouwmisdrijf. In dat geval is geen advies van de HRH nodig. Vandaar dat er momenteel nog geen adviesvraag bestaat. Vorig jaar besliste de gemeente Boechout om de handhaving ruimtelijke ordening intergemeentelijk te laten uitvoeren door IGEAN. IGEAN biedt daarom de nodige ondersteuning aan de gemeente bij de handhaving van de regelgeving en kan optreden als intergemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur en als intergemeentelijk verbalisant. De door verzoeker gevraagde brief van de gemeente aan de dienst handhaving van IGEAN in de zaak xxx is een mailbericht dat, naast het PV en 2 brieven van de gemeente aan xxx, de uitdrukkelijke opdracht tot het opstarten van de procedure omvat. Dit is dan ook een document dat uitsluitend ten behoeve van een strafvordering of vordering van een administratieve sanctie is opgesteld. De gemeente handhaaft dan ook haar standpunt zoals uiteengezet in de beslissing van 4 november 2021.
4. Standpunt van de beroepsinstantie a) betreffende het proces-verbaal over de illegaal geplaatste containers In haar beslissing van 4 november 2021 weigert de gemeente Boechout de openbaarmaking van de gevraagde brief aan IGEAN en het proces-verbaal in kwestie omdat beide documenten uitsluitend werden opgesteld met het oog op de strafrechtelijke vervolging. Hoewel beroeper claimt dat de gemeente dit niet aantoont, is dit voor de gemeente Boechout een evidentie zelve en eigen aan het instrument van het procesverbaal en ook duidelijk het voorwerp van het mailbericht aan IGEAN, dat uitsluitend is verstuurd met oog op de strafvordering of administratieve sanctie, al naargelang de beslissing van de procureur. Een proces-verbaal wordt immers opgesteld door daartoe bevoegde ambtenaren die bepaalde (strafbare) feiten vaststellen en wordt steeds overgemaakt aan het parket voor vervolging. Het PV in kwestie werd overgemaakt aan het Parket van de Procureur des Konings te Antwerpen die zal beslissen of zij overgaat tot strafrechtelijke vervolging. Uit navraag bij het parket van Antwerpen is gebleken dat het dossier momenteel nog in strafrechtelijk vooronderzoek is zodat er nog geen beslissing is genomen om al dan niet te dagvaarden voor de correctionele rechtbank dan wel om de zaak te seponeren. Het overmaken van het PV aan het parket vormt dan ook afdoende bewijs van het feit dat het PV uitsluitend werd opgesteld ten behoeve van de strafvordering. De beroepsinstantie stelt vast dat beroeper vooral het feit viseert dat de honden werden ondergebracht in zonder vergunning geplaatste containers, en vooral naast het privaat belang van zijn cliënt als naaste buur verwijst naar het maatschappelijk belang van het bestrijden van broodfok. In haar toelichting benadrukt de gemeente daarentegen dat zij door middel van het opstellen van het proces-verbaal het vastgestelde bouwmisdrijf, met name het zonder vergunning plaatsen van 2 containers, wenst te handhaven. De gemeente is dan ook van oordeel dat het proces-verbaal of de opdracht aan IGEAN geen betrekking heeft
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/419
pagina 3 van 6
op milieu-informatie, doch enkel op de vastgestelde overtreding van de regelgeving inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw. Het Bestuursdecreet maakt, wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieu-informatie dan wel op andere informatie. Artikel 34, 4° van het Bestuursdecreet luidt : tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie, wijst de overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking af als het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld, zolang de mogelijkheid blijft bestaan om een strafsanctie of een administratieve sanctie op te leggen. Dit is een absolute uitzonderingsgrond zodat een belangenafweging in casu niet aan de orde is. Op grond van artikel II.36,§1, tweede lid, 3° van het Bestuursdecreet dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden voor zover die betrekking heeft op milieu-informatie, indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld, zolang de mogelijkheid blijft bestaan om een strafsanctie of een administratieve sanctie op te leggen. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Verwijzend naar de rechtspraak van de Raad van State die in arrest nr. 240.839 dd. 28/02/2018 moeten we vaststellen dat inbreuken op de regelgeving betreffende de ruimtelijke ordening in beginsel moeten geacht worden het milieu aan te gaan aangezien onder milieu-informatie onder andere moet begrepen worden “e) maatregelen en activiteiten die tot doel hebben het milieu (…) in stand te houden, te herstellen, te ontwikkelen, of druk op het milieu te voorkomen, te beperken of compenseren (…) De beroepsinstantie stelt vast dat het strafrechtelijk onderzoek momenteel nog lopende is. Wanneer een proces-verbaal wordt verzonden naar het parket, maakt dit deel uit van het strafonderzoek. Het geheim van het strafonderzoek komt dan ook in gedrang wanneer de informatie vervat in het proces-verbaal tijdens het strafonderzoek reeds openbaar wordt gemaakt. Zolang er sprake is van een lopend strafonderzoek kan de openbaarmaking het verdere verloop van dit onderzoek schaden. De neutraliteit en objectiviteit van het onderzoek moet gevrijwaard worden, zonder daarbij enige rechten van verdediging in gevaar te brengen of een lopend strafonderzoek te beïnvloeden. Zolang het strafonderzoek nog lopende is, zou het vroegtijdig onthullen van de inhoud van het opgestelde proces-verbaal kunnen verhinderen dat nuttige onderzoekdaden in een geruststellende en serene sfeer kunnen plaatsvinden. In casu is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat een openbaarmaking van de informatie in het proces-verbaal van die aard is dat ze afbreuk zou doen aan de vervolging van sanctioneerbare feiten en dat het door beroeper aangegeven belang niet opweegt tegen het belang van het strafonderzoek dat momenteel nog lopende is. Het beroepschrift dient bijgevolg wat dit onderdeel betreft als ongegrond te worden beschouwd.
b) Betreffende de brief aan IGEAN
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/419
pagina 4 van 6
De beroepsinstantie stelt vast dat het mailbericht dd. 14/10/2021 van de gemeente aan IGEAN de uitdrukkelijke opdracht omvat om de procedure tot handhaving van het vastgestelde bouwmisdrijf op te starten. Er kan dan ook geen twijfel over bestaan dat dit mailbericht enkel en alleen ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie is opgesteld. Weerom verwijzend naar voormelde rechtspraak van de Raad van State, moeten we in casu vaststellen dat het mailbericht aan IGEAN betrekking heeft op milieu-informatie. De beroepsinstantie is hierbij van oordeel dat het openbaar maken van weliswaar louter het mailbericht op zich, zonder de bijlagen, het strafrechtelijk onderzoek niet kan schaden. De beroepsinstantie stelt evenwel vast dat het betrokken mailbericht van de gemeente aan IGEAN verschillende namen en mailadressen, telefoonnummers bevatten van de medewerkers die het dossier behandelen. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt met andere woorden dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar niettemin is hier, hoewel het om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, tevens een relatief aspect aanwezig. De decreetgever was van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De vermelde namen, mailadressen en telefoongegevens van de betrokkenen behoren ontegensprekelijk tot hun persoonlijke levenssfeer, zodat deze in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet niet openbaar kunnen worden gemaakt. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziet verder wel nog de mogelijkheid dat de persoonsgegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Bovendien voorziet het Bestuursdecreet eveneens dat de beroepsinstantie de betrokkenen hiervoor contacteert, indien de bestuursinstantie het niet zelf heeft gedaan, wat in casu het geval blijkt te zijn. De toestemming werd gevraagd maar tot op heden niet bekomen. Artikel II.45, § 2 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie; wat in casu het geval is. Het beroepschrift dient bijgevolg wat dit onderdeel betreft als gedeeltelijk gegrond te worden beschouwd.
c) betreffende de adviesvraag aan de HRH De gemeente Boechout meldt in haar toelichting aan de beroepsinstantie dat ze deze adviesvraag niet kan bezorgen omdat de adviesvraag nog niet werd gesteld. De beroepsinstantie kan dan ook niet anders dan vaststellen dat het gevraagde een onbestaand document betreft. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien het in casu een onbestaand document betreft, kan daarvan dan ook geen afschrift worden verleend. Bijgevolg dient het beroep met betrekking tot dit onderdeel ongegrond te worden verklaard.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/419
pagina 5 van 6
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 17 november 2021 tegen de beslissing van de gemeente Boechout dd. 4 november 2021 wordt als ontvankelijk doch deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg moet de gemeente Boechout een geanonimiseerd afschrift van het mailbericht dd. 14/10/2021, gericht aan IGEAN, aan beroeper bezorgen met weglating van de bijlagen, de erin vermelde namen, mailadressen en telefoonnummers.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 17 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/419
pagina 6 van 6