Rapport Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers? Onderzoek naar determinanten van werkbaar werk voor zelfstandige ondernemers op basis van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor 2007-2019
Brussel, april 2020
Ria Bourdeaud'hui, Frank Janssens, Stephan Vanderhaeghe
2020_StIA_Rapport_Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers? 2007-2019 Stichting Innovatie & Arbeid Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be/stichting
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Een onderzoek met financiĂŤle ondersteuning van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk De Vlaamse Werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle publicaties en werkbaarheidscijfers vind je op www.werkbaarwerk.be Bij gebruik van gegevens en informatie uit dit rapport wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld.
2
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 3 Samenvatting....................................................................................................................... 4 Inleiding ............................................................................................................................... 5 1
Methodologie ......................................................................................................... 6
1.1
Stap 1: verschillen tussen deelgroepen ................................................................... 7
1.2
Stap 2: kenmerken van de arbeidssituatie ............................................................... 9
1.3
Stap 3: risicoprofiel van de zelfstandige ondernemer ............................................... 11
2
Psychische vermoeidheid ..................................................................................... 13
2.1
Verschillen tussen deelgroepen ............................................................................... 14
2.2
Kenmerken van de arbeidssituatie ........................................................................... 17
2.3
Risicoprofiel ‘psychische vermoeidheid’ ................................................................... 18
3
Welbevinden in het werk ....................................................................................... 21
3.1
Verschillen tussen deelgroepen ............................................................................... 22
3.2
Kenmerken van de arbeidssituatie ........................................................................... 25
4
Leermogelijkheden ................................................................................................ 27
4.1
Verschillen tussen deelgroepen ............................................................................... 28
4.2
Kenmerken van de arbeidssituatie ........................................................................... 31
5
Werk-privébalans ................................................................................................... 33
5.1
Verschillen tussen deelgroepen ............................................................................... 34
5.2
Kenmerken van de arbeidssituatie ........................................................................... 37
5.3
Risicoprofiel ‘werk-privébalans’ ................................................................................ 39
Referentielijst ...................................................................................................................... 40 Lijst met figuren en tabellen ............................................................................................... 41
3
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Samenvatting Dit onderzoek werd vóór de coronacrisis (voorjaar 2020) uitgevoerd. De resultaten houden dan ook geen rekening met de gevolgen van deze crisis. In dit rapport wordt onderzocht in welke mate de werkbaarheidsknelpunten samenhangen met de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers. Er zijn in de Vlaamse werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers vier werkbaarheidsknelpunten gedefinieerd: psychische vermoeidheid, problemen met welbevinden in het werk, problematische leermogelijkheden en onevenwicht in de werk-privécombinatie. Vijf kenmerken van de arbeidssituatie werden als werkbaarheidsrisico onderzocht: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie, fysieke arbeidsomstandigheden en aantal gewerkte uren. De analyse gebeurt onder controle van de relevante achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, gezinssituatie, sector, opleidingsniveau, ondernemingsomvang, anciënniteit, toekomstig niveau activiteit) en met behulp van de techniek van logistische regressie. Deze werkwijze laat toe het zuivere risico-effect van een specifiek kenmerk van de arbeidssituatie in te schatten. 37% van de zelfstandige ondernemers worden in 2019 geconfronteerd met psychische vermoeidheidsproblemen. Uit de analyse blijkt dat de vijf onderzochte werkbaarheidsrisico’s de kans op problematische psychische vermoeidheid verhogen, maar dat werkdruk het meest ernstige risico vormt. Bij zelfstandige ondernemers die onder hoge werkdruk presteren is de kansverhouding ‘problematisch/niet-problematisch’ voor psychische vermoeidheid meer dan drie keer deze van de zelfstandige ondernemers die niet onder hoge werkdruk presteren. Ook emotionele belasting vormt een belangrijk risico voor psychische vermoeidheid. De kansverhouding van zelfstandige ondernemers die emotioneel belastend werk hebben is ongeveer twee keer deze van de zelfstandige ondernemers die geen emotioneel belastend werk hebben. 10,2% van de zelfstandige ondernemers behoort op het vlak van welbevinden in het werk tot de problematische categorie. Onvoldoende taakvariatie vormt hiervoor het belangrijkste werkbaarheidsrisico. Bij zelfstandige ondernemers die onvoldoende gevarieerde taken hebben is de kansverhouding ‘problematisch/niet-problematisch’ voor het welbevinden bijna vijf keer deze van zelfstandige ondernemers die voldoende gevarieerde taken hebben. Ook hoge werkdruk verhoogt het risico op welbevinden in het werk. De kansverhouding van zelfstandige ondernemers met een hoge werkdruk is meer dan twee keer deze van de zelfstandige ondernemers voor wie de werkdruk acceptabel is. Dit is ook zo voor emotioneel belastend werk. 3,5% van de zelfstandige ondernemers heeft werk dat op het vlak van de leermogelijkheden problematisch is. Van de vijf onderzochte werkbaarheidsrisico’s vormt enkel onvoldoende taakvariatie een risico voor problemen met leermogelijkheden. Bij zelfstandige ondernemers in arbeidssituaties met onvoldoende taakvariatie is de kansverhouding ‘problematisch/nietproblematisch’ voor leermogelijkheden meer dan 10 keer deze van collega’s in arbeidssituaties met voldoende taakvariatie. 30,4% van de zelfstandige ondernemers ondervindt een onevenwicht in de werkprivécombinatie. Hoge werkdruk vormt het belangrijkste risico voor dit onevenwicht (kansverhouding van meer dan drie) maar ook lange werkweken en emotionele belasting dragen hiertoe sterk bij (kansverhouding ligt ongeveer twee en een halve keer hoger).
4
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Inleiding In dit rapport wordt voor de zelfstandige ondernemers onderzocht in welke mate hun werkbaarheidsknelpunten samenhangen met risico’s in hun arbeidssituatie. De analyse maakt gebruikt van de gegevens van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor. De onderzoekspopulatie voor deze monitor voor zelfstandige ondernemers wordt als volgt afgebakend: zelfstandigen in hoofdberoep in de leeftijdsgroep 18-65 jaar met woonplaats in het Vlaamse Gewest, die in de vier weken voorafgaand aan de bevraging effectief arbeidsprestaties als zelfstandige ondernemer hebben geleverd. De gegevensverzameling voor de WBM-ZO gebeurt op basis van een schriftelijke bevraging van een representatief staal van zelfstandige ondernemers. De gegevensverzameling gebeurt driejaarlijks sinds 2007. Er zijn reeds vijf metingen uitgevoerd. In de WBM-ZO zijn vier werkbaarheidsknelpunten gedefinieerd. We berekenen daarbij het aandeel zelfstandige ondernemers dat op het vlak van psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en/of werk-privébalans tot de problematische groep behoort. In 2019 bedraagt dit aandeel: 37,0% voor psychische vermoeidheid 10,2% voor welbevinden in het werk 3,5% voor leermogelijkheden 30,4% voor werk-privébalans Het aandeel zelfstandige ondernemers dat psychisch vermoeid is, is ten aanzien van 2007 nagenoeg gelijk gebleven. Voor welbevinden in het werk is er sprake van een toename van het aandeel dat zich in een problematische situatie bevindt, voor leermogelijkheden en werk-privébalans is zien we het omgekeerde. Het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie bevindt op het vlak van leermogelijkheden en werk-privé-balans is afgenomen. Voorliggend rapport gaat verder dan de beschrijvende (bivariate) analyse die gepubliceerd is in het rapport ‘Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019- zelfstandige ondernemers’ (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Er wordt aan de hand van multivariate techniek gezocht naar de samenhang tussen de vier werkbaarheidsknelpunten en de kenmerken van de arbeidssituatie. Er zijn vijf kenmerken van de arbeidssituatie opgenomen in de analyse: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie, fysieke arbeidsomstandigheden en aantal gewerkte uren. Het onderzoek bij zelfstandige ondernemers geeft een antwoord op de vraag: ‘in welke mate vormen de kenmerken van de arbeidssituatie een risico voor een bepaald werkbaarheidsknelpunt’. Hierbij is rekening gehouden met een aantal achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, sector,…) teneinde het ‘zuivere’ risico-effect van de kenmerken van de arbeidssituatie op de werkbaarheidsknelpunten te kunnen vatten. Het rapport bestaat uit vijf delen. Het eerste deel beschrijft de methodologie. Delen twee tot vijf zijn thematisch gerubriceerd naar de vier werkbaarheidsknelpunten. De methodologie en een beschrijvende data-analyse van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers zijn neergeschreven in verschillende publicaties, beschikbaar op de website www.werkbaarwerk.be.
5
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
1
Methodologie
Werkbaarheid wordt in de Vlaamse werkbaarheidsmonitor geoperationaliseerd aan de hand van vier centrale indicatoren: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privébalans. Tabel 1:
Overzicht werkbaarheidsindicatoren
werkbaarheidsindicatoren psychische vermoeidheid
omschrijving de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren werkbaarheidsknelpunt: problematische psychische vermoeidheid
welbevinden in het werk
de mate waarin zelfstandige ondernemers door de aard van de job(inhoud) werkbetrokken zijn/blijven dan wel gedemotiveerd raken werkbaarheidsknelpunt: problemen met welbevinden in het werk
leermogelijkheden
de mate waarin zelfstandige ondernemers door formele opleidingskansen en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek hun competenties al dan niet op peil kunnen houden en verder ontwikkelen i.f.v. hun inzetbaarheid op langere termijn werkbaarheidsknelpunt: leermogelijkheden problematisch
werk-privébalans
de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan niet belemmerende effecten hebben op de handelingsmogelijkheden in de ‘thuis’situatie werkbaarheidsknelpunt: onevenwicht in de werk-privécombinatie
Bij het rapporteren van de onderzoeksgegevens is zowel voor de werkbaarheidsindicatoren als voor de kenmerken van de arbeidssituatie (risico-indicatoren) gebruik gemaakt van kengetallen. Kengetallen geven de omvang van de probleemgroep weer (hoeveel procent van de zelfstandige ondernemers bevindt zich in een problematische situatie) en zijn gebaseerd op vooraf gespecificeerde grenswaarden (cut-offs). De techniek voor het vastleggen van deze grenswaarden is specifiek voor elk van de indicatoren en wordt uitgebreid beschreven in de nota methodologie (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019) Bij een problematische situatie spreken we in het geval van een werkbaarheidsindicator over een werkbaarheidsknelpunt en in het geval van een kenmerk van de arbeidssituatie over een werkbaarheidsrisico. Voor elk van de vier werkbaarheidsknelpunten wordt met behulp van de techniek van de logistische regressie onderzocht welke kenmerken van de arbeidssituatie (werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie, fysieke arbeidsomstandigheden, aantal gewerkte uren) een rol spelen. Hierbij is rekening gehouden met een aantal achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, sector,…) teneinde het ‘zuivere’ effect van de kenmerken van de arbeidssituatie op de werkbaarheidsknelpunten te kunnen vatten. Doordat de afhankelijke variabele dichotoom is (aandeel ‘niet-problematisch’ versus aandeel ‘problematisch’) kunnen we voor de analyses gebruik maken van de techniek van logistische regressie. Het interessante bij deze analyse is dat zij odds ratio’s weergeeft die ons toelaten het belang van onafhankelijke variabelen op een eenvoudige manier te interpreteren.
6
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Een odds is een kansverhouding ‘problematisch/niet-problematisch’ van een bepaalde deelpopulatie. Een odds ratio is een verhouding van twee odds die elk de kansverhouding ‘problematisch/ niet-problematisch’ weergeven. Deze techniek laat bijvoorbeeld toe om, onder controle van alle andere variabelen, de kansverhouding van vrouwen met die van mannen (referentie) te vergelijken. Is de odds ratio significant groter dan 1, dan is er een grotere kansverhouding (meer risico) voor vrouwen dan voor mannen. Is de odds ratio significant kleiner dan 1, dan is er een kleinere kansverhouding (minder risico) voor vrouwen dan voor mannen. Verschilt de odds ratio niet significant van 1, dan kunnen we niet besluiten dat de kansverhouding van mannen en van vrouwen van elkaar verschilt. Voor de analyse voor elk van de vier werkbaarheidsknelpunten werd gebruik gemaakt van de volledige databank 2004-2007-2010-2013-2016-2019. De analyse is opgebouwd uit drie stappen die hieronder worden beschreven.
1.1
Stap 1: verschillen tussen deelgroepen
Per werkbaarheidsknelpunt wordt gekeken naar de achtergrondvariabelen (deelgroepen). De bivariate analyse ((Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019) laat zien dat de vier werkbaarheidsknelpunten voor de diverse deelgroepen uiteen kunnen lopen. Zo blijkt er geen verschil te zijn tussen mannen en vrouwen voor werk-privébalans of blijkt de situatie op het vlak van leermogelijkheden het minst problematisch bij de vrije beroepen. Deze kennis wordt in voorliggend rapport uitgebreid met een multivariate analyse. Deze analyse gaat na of voorgaande bevindingen al dan niet geldig blijven wanneer de informatie over de deelgroepen wordt gecombineerd. Bijvoorbeeld: zijn er verhoudingsgewijs meer mannen dan vrouwen psychisch vermoeid als ook rekening gehouden wordt met de leeftijd, de sector en de gezinssituatie van de zelfstandige ondernemers? Figuur 1:
Overzicht deelgroepen deelgroepen
werkbaarheidsindicatoren
(achtergrondvariabelen) geslacht leeftijd gezinssituatie
psychische vermoeidheid
sector
welbevinden in het werk
opleidingsniveau
leermogelijkheden
organisatieomvang
werk-privébalans
anciënniteit toekomstig niveau van activiteit
De achtergrondvariabelen zijn als onafhankelijke categorische variabelen opgenomen in het regressiemodel:1 1
Voor zeven van de acht kenmerken fungeert één deelpopulatie als referentiegroep. De keuze van de referentiecategorie heeft bij logistische regressie geen invloed op de vaststelling of een achtergrondvariabele
7
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Tabel 2:
Overzicht van de deelgroepen (categorieën) deelgroepen
categorieën
geslacht
man (referentie) vrouw
leeftijd
minder dan 30 jaar (referentie) 30-39 jaar 40-49 jaar 50-54 jaar 55 en ouder
gezinssituatie
alleenstaand zonder kinderen (referentie) met partner zonder job, zonder kinderen met partner met job, zonder kinderen alleenstaand met kinderen met partner zonder job, met kinderen tweeverdieners met kinderen
sector
land- en tuinbouw handel bouw horeca vrije beroepen transport, productie intellectuele diensten andere sectoren
opleidingsniveau
maximaal lager secundair (referentie) hoger secundair onderwijs hoger onderwijs
ondernemingsomvang
geen personeel (referentie) wel personeel
anciënniteit
geen starters (referentie) starters
toekomstige niveau activiteit
geen sterke groeiers (referentie) sterke groeiers
Legende: • anciënniteit: starters (zelfstandige ondernemer die minder dan 3 jaar actief zijn als zelfstandige ondernemer) versus geen starters • toekomstige niveau activiteit: sterke groeiers (ondernemers die in de nabije toekomst (3 à 5 jaar) een sterke groei of uitbreiding van de activiteit verwachten) versus geen sterke groeiers
Voor elk van de vier werkbaarheidsknelpunten is een dubbele regressieanalyse uitgevoerd. Via een logistische techniek (Method= Backward Stepwise (Likelihood Ratio)) wordt eerst nagegaan welke van de acht achtergrondvariabelen (+ meting) significant zijn. De volgende stap is een logistische regressie (Method=Enter) met de significante achtergrondvariabelen. Het gepresenteerde model is het tweede model.
al dan niet significant is. Voor de achtergrondvariabele sector is gekozen voor de techniek van een vergelijking van de sector met het gewogen sectorgemiddelde. Op die manier wordt gecorrigeerd voor afwijkende scores voor omvangrijke sectoren (grote sectoren wegen niet meer dan kleine sectoren).
8
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
De resultaten van de multivariate logistische regressieanalyse worden zowel in tabelvorm als grafisch voorgesteld. Naast de odds ratio’s zijn ook de 95% betrouwbaarheidsintervallen weergegeven. Figuur 2:
Leeswijzer figuur logistische regressie
Odds ratio = 0,85 of kansverhouding problematisch versus niet problematisch is voor starters 0,85 keer deze van de andere zelfstandige ondernemers (geen starters). Starters lopen minder risico dan de andere zelfstandige ondernemers.
Odds ratio = 1,20 of kansverhouding problematisch versus niet problematisch is voor bouw 1,20 keer deze van het sectorgemiddelde. De zelfstandige ondernemers uit de bouw lopen meer risico dan het sectorgemiddelde.
ANCIENNITEIT 1,00 geen starters 0,85 starters
SECTOR 0,80
landbouw
0,97 handel 1,20 bouw 1,28 horeca 1,15 vrije beroepen transport/productie 0,86
0,94
intellectuele diensten 0,90 andere 0
1
2
Odds Ratio
Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond de odds ratio voor sterke groeiers omvat 1 niet, wat betekent dat de kansverhouding van starters en de andere zelfstandige ondernemers significant verschilt. Starters lopen significant minder risico dan de anderen.
1.2
Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond de odds ratio voor de transport/productie omvat 1, wat betekent dat we op basis van onze analyse niet kunnen stellen dat deze sector significant verschilt van het sectorgemiddelde. Zelfstandige ondernemers uit de transport/productie lopen minder risico, maar dit verschil is statistisch niet significant.
Stap 2: kenmerken van de arbeidssituatie
In een tweede stap wordt nagegaan of de werkbaarheidsknelpunten verklaard kunnen worden door de kenmerken van de arbeidssituatie. Voor de analyse werden vijf kenmerken van de arbeidssituatie weerhouden. We stellen ons de vraag in welke mate werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie, fysieke arbeidsomstandigheden en aantal gewerkte uren een rol spelen
9
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
bij het ontstaan van werkbaarheidsknelpunten. Bij deze analyse is rekening gehouden met de verschillen tussen deelgroepen Figuur 3:
overzicht risico-indicatoren kenmerken van de arbeidssituatie
werkbaarheidsindicatoren
(risico-indicatoren) werkdruk emotionele belasting
psychische vermoeidheid
taakvariatie
welbevinden in het werk
fysieke arbeidsomstandigheden
leermogelijkheden
aantal gewerkte uren
werk-privébalans
(onder controle van de relevante achtergrondvariabelen)
De risico-indicatoren zijn als onafhankelijke categorische variabelen opgenomen in het regressiemodel: Tabel 3:
Overzicht van de risico-indicatoren (omschrijving)
risico-indicatoren werkdruk
omschrijving mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo en deadlines werkbaarheidsrisico: hoge werkdruk
emotionele belasting
mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen zoals bij omgang met klanten (patiënten, leerlingen) of coördinatie-opdrachten werkbaarheidsrisico: emotionele belastend werk
taakvariatie
mate waarin de functie-inhoud een afwisselend takenpakket omvat en beroep doet op vaardigheden van werknemers werkbaarheidsrisico: onvoldoende taakvariatie
fysieke arbeidsomstandigheden
mate waarin zelfstandige ondernemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting werkbaarheidsrisico: fysiek belastende arbeidsomstandigheden
gewerkte uren
gemiddeld aantal gewerkte uren per week werkbaarheidsrisico: meer dan 50 uur per week
Voor elk van de vier werkbaarheidsknelpunten is parallel met stap 1 een dubbele regressieanalyse uitgevoerd. Via een logistische techniek (Method= Backward Stepwise (Likelihood Ratio)) wordt eerst nagegaan welke van de vijf kenmerken van de arbeidssituatie significant zijn. Bij deze toetsing worden ook de acht achtergrondvariabelen (+ de variabele meting) opgenomen. De volgende stap is een logistische regressie (Method=Enter) met de significante variabelen. Het gepresenteerde model is het tweede model. De resultaten van de multivariate logistische regressieanalyse worden zowel in tabelvorm als grafisch voorgesteld. Naast de odds ratio’s zijn ook de 95% betrouwbaarheidsintervallen weergegeven.
10
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
1.3
Stap 3: risicoprofiel van de zelfstandige ondernemer
Om de werkbaarheidsproblematiek in beeld te brengen wordt voor psychische vermoeidheid en werk-privébalans2 een profiel uitgetekend dat het differentieel belang aanduidt van de onderscheiden werkbaarheidsrisico’s. Dit gebeurt door per werkbaarheidsknelpunt de voorspellende kracht van het werkbaarheidsrisico (odds ratio uit het regressiemodel van stap 2) te combineren met de frequentie van het werkbaarheidsrisico. Het belang van een werkbaarheidsrisico voor een werkbaarheidsknelpunt hangt immers samen met de omvang van het werkbaarheidsrisico (aandeel problematisch) enerzijds en met de impact (sterkte van het effect of mate van bijdrage tot de problematiek) anderzijds. Een voorbeeld: hoge werkdruk is een ernstig probleem voor psychische vermoeidheid omdat hoge werkdruk bij een groot deel van de zelfstandige ondernemers voorkomt en bovendien het risico op psychische vermoeidheid aanzienlijk doet toenemen. De resultaten van deze analyse zijn grafisch voorgesteld in een spreidingsdiagram met vier kwadranten: kwadrant 1: voor <= dan 20% van de zelfstandige ondernemers is het kenmerk van de arbeidssituatie problematisch (lage frequentie) en de odds ratio bedraagt meer dan 2 (hoge odds ratio) kwadrant 2: voor > dan 20% van de zelfstandige ondernemers is het kenmerk van de arbeidssituatie problematisch (hoge frequentie) en de odds ratio bedraagt meer dan 2 (hoge odds ratio) kwadrant 3: voor <= dan 20% van de zelfstandige ondernemers is het kenmerk van de arbeidssituatie problematisch (lage frequentie) en de odds ratio bedraagt minder dan 2 (lage odds ratio) kwadrant 4: voor > dan 20% van de zelfstandige ondernemers is het kenmerk van de arbeidssituatie problematisch (hoge frequentie) en de odds ratio bedraagt minder dan 2 (lage odds ratio). Het is duidelijk dat de werkbaarheidsrisico’s die voorkomen in het kwadrant 2 het meest ernstig zijn en deze uit het kwadrant 3 het minst. Voor kwadrant 1 en 4 is het moeilijk om een rangorde aan te geven. Het gaat telkens over werkbaarheidsrisico’s die ofwel door hun hoge odds ratio ofwel door hun hoge frequentie als ernstig kunnen beschouwd worden.
2
Omdat het aandeel zelfstandige ondernemers dat kampt met problematisch welbevinden in het werk of problematisch leermogelijkheden zeer beperkt is, wordt voor deze werkbaarheidsindicatoren het risicoprofiel niet visueel voorgesteld.
11
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 4:
Leeswijzer figuur risicoprofiel psychische vermoeidheid
kwadrant 1: voor geen van de vijf werkbaarheidsrisico’s is de odds ratio meer dan twee en het aantal zelfstandige ondernemers dat ermee te maken krijgt minder dan 20%.
kwadrant 2: voor meer dan 20% van de zelfstandige ondernemers is de situatie op het vlak van werkdruk en emotionele belasting problematisch en voor deze twee werkbaarheidsrisico’s bedraagt de odds ratio bedraagt meer dan 2.
odds ratio (psychische vermoeidheid problematisch/ niet problematisch)
10 9
1
2
8 7
6 5 werkdruk
4 emotionele belasting
3 2 1
3
taakvariatie
0 0%
10%
fysieke arbeidsomstandig heden
20%
gewerkte uren
4
30%
40%
50%
60%
aandeel 'problematisch'
kwadrant 3: voor minder dan 20% van de zelfstandige ondernemers is er sprake van fysiek belastende arbeidsomstandigheden en onvoldoende taakvariatie; de odds ratio voor deze werkbaarheidsrisico’s ligt tussen 1 en 2.
kwadrant 4: meer dan 20% van de zelfstandige ondernemers werkt meer dan 50 uur per week, de odds ratio voor dit werkbaarheidsrisico ligt tussen 1 en 2.
12
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
2
Psychische vermoeidheid
Van de zelfstandige ondernemers is in 2019 37% problematisch psychisch vermoeid. Deze zelfstandige ondernemers moeten abnormaal lang recupereren van hun arbeidsprestaties en lopen daardoor een verhoogd risico op gezondheidsproblemen. Ten opzichte van 2007 is het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat psychisch vermoeid is ongewijzigd gebleven (bivariaat). Dat aandeel lag met 33,4% het laagst in 2013. In onderstaande analyses wordt ingezoomd op verschillen tussen deelgroepen en wordt vervolgens nagegaan of psychische vermoeidheid verklaard kan worden door risico’s in de arbeidssituatie. Tot slot wordt een risicoprofiel voor psychische vermoeidheid geschetst.
13
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
2.1 Tabel 4:
Verschillen tussen deelgroepen Deelgroepen en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch deelgroepen
odds ratio
95% betrouwbaarheidsinterval
leeftijd - 30 j. 30 - 39 j. 40 - 49 j. 50 - 54 j. 55 + j.
R 0,96 0,89 0,81* 0,62***
0,82 - 1,11 0,76 - 1,03 0,68 -0,96 0,52 - 0,74
opleidingsniveau lager secundair hoger secundair hoger onderwijs
R 0,93 0,86*
0,83 - 1,05 0,76 - 0,97
organisatieomvang geen personeel wel personeel
R 1,32***
1,22 - 1,43
anciënniteit geen starter starters
R 0,82**
0,72 - 0,94
sector landbouw handel bouw horeca vrije beroepen transport/productie intellectuele diensten andere
0,81** 0,98 1,20*** 1,22** 1,20*** 0,92 0,86** 0,90*
0,71 - 0,93 0,90 - 1,08 1,09- 1,32 1,07 - 1,40 1,10 - 1,31 0,80 - 1,05 0,77 - 0,96 0,82 - 0,99
R = referentiegroep; * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit: chi-square=208.488, df=19, sig=0,000, N=12.627 Leeswijzer: De kansverhouding ‘psychische vermoeidheid problematisch/niet-problematisch’ voor de zelfstandige ondernemers met personeel is 1,32 keer deze kansverhouding van de zelfstandige ondernemers zonder personeel. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 1,22-1,43
Van de acht getoetste kenmerken zijn er vijf significant: leeftijd, opleidingsniveau, ondernemingsomvang, anciënniteit, sector. Geslacht, gezinssituatie en toekomstig niveau van activiteit spelen geen rol. Ten opzichte van de min 30 jarigen is enkel voor de 50+-ers de kans op psychische vermoeidheid significant lager, voor de andere leeftijdscategorieën is er geen significant verschil. De odds voor ondernemingsomvang is positief. Dit betekent dat zelfstandige ondernemers met personeel een hogere kans hebben op psychische vermoeidheid dan zelfstandige ondernemers zonder personeel. Ook sector en de anciënniteit van de onderneming spelen een rol. Zelfstandige ondernemers uit de bouw, de horeca en de vrije beroepen hebben in vergelijking met het gewogen sectorgemiddelde meer kans op psychische vermoeidheidsproblemen, de landbouw en de intellectuele diensten minder. Startende
14
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
zelfstandige ondernemers hebben minder kans op psychische vermoeidheidsproblemen dan zij die reeds langer dan 3 jaar actief zijn. De variabele meting is in dit model enkel significant voor 2013 (referentie 2007, odds 0,89 (0,790,99)). Dit betekent dat we enkel voor de meting 2013 kunnen besluiten dat er ten aanzien van 2007 sprake is van een daling van het aandeel zelfstandige ondernemers met psychische vermoeidheidsproblemen, en dit onder controle van eventuele evoluties in de achtergrondvariabelen. De resultaten zijn in onderstaande figuur grafisch weergegeven.
15
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 5:
Deelgroepen en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019
LEEFTIJD 1,00
min 30 jaar
0,96
30 - 39 jaar
0,89
40- 49 jaar 0,81 50 - 54 jaar 0,62
55 +
OPLEIDING 1,00 lager secundair 0,93
hoger secundair 0,86 hoger onderwijs
ORGANISATIEOMVANG 1,00
geen personeel 1,32 wel personeel
ANCIENNITEIT 1,00
geen starters 0,82 starters
SECTOR 0,81
landbouw 0,98 handel 1,20
bouw 1,22 horeca
1,20 vrije beroepen 0,92 transport/productie 0,86
intellectuele diensten 0,90 andere 0
1
2
16
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
2.2
Kenmerken van de arbeidssituatie
In het tweede deel van de analyse worden de kenmerken van de arbeidssituatie gerelateerd aan psychische vermoeidheid. In de analyse worden de verschillen tussen deelgroepen onder controle gehouden3. Uit de analyse blijkt dat alle vijf getoetste kenmerken significant blijken in het multivariate model, en dus elk kenmerk een werkbaarheidsrisico vormt.
Tabel 5:
Werkbaarheidsrisico’s en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch kenmerken van de arbeidssituatie odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval werkdruk geen hoge werkdruk R hoge werkdruk 3,67*** 3,37-4,00 emotionele belasting geen emotioneel belastend werk emotioneel belastend werk
R 2,15***
1,95-2,36
taakvariatie voldoende taakvariatie onvoldoende taakvariatie
R 1,38***
1,18-1,61
fysiek arbeidsomstandigheden geen belastende arbeidsomstandigheden belastende arbeidsomstandigheden
R 1,65***
1,47-1,85
gewerkte uren maximaal 50 uur meer dan 50 uur
R 1,29***
1,17-1,41
R = referentiegroep; * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit: chi-square: 1.886,40 df=20, sig=0,000, N=11.668 Leeswijzer: De kansverhouding ‘psychische vermoeidheid’ problematisch/niet-problematisch voor zelfstandige ondernemers in een arbeidssituatie met hoge werkdruk is 3,67 keer deze kansverhouding van de zelfstandige ondernemers in een arbeidssituatie met een acceptabele werkdruk. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 3,37 - 4,00.
De analyse laat de hoogste odds ratio zien voor werkdruk. Bij zelfstandige ondernemers die presteren onder hoge werkdruk is de kansverhouding meer dan drie keer deze van collega’s in arbeidssituaties met een acceptabel werkdrukpeil. Het gaat hier om het zogenoemde ‘zuivere effect’ omdat de andere predictoren in het model (verschillen tussen deelgroepen en de overige vier werkbaarheidsrisico’s) onder controle gehouden worden. De odds ratio voor emotionele belasting komt in rangorde op de tweede plaats. De kansverhouding van zelfstandige ondernemers met emotioneel belastend werk is ongeveer twee keer deze van zelfstandige
3
In dit model voor psychische vermoeidheid zijn de achtergrondvariabelen geslacht, leeftijd, sector, opleidingsniveau, ondernemingsomvang en niveau van toekomstig activiteit significant. De andere (niet significante) achtergrondvariabelen werden niet opgenomen in het model. Ook de variabele meting is niet significant en werd niet opgenomen in het model.
17
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
ondernemers die geen emotioneel belastend werk hebben. Lagere odds ratio’s gelden voor taakvariatie, fysieke arbeidsomstandigheden en aantal gewerkte uren. In onderstaande figuur worden de resultaten grafisch weergegeven. Figuur 6:
Werkbaarheidsrisico’s en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019
WERKDRUK 1,00
geen hoge werkdruk 3,67 hoge werkdruk
EMOTIONELE BELASTING 1,00 geen emotioneel belastend werk
2,15
emotioneel belastend werk
TAAKVARIATIE
1,00 voldoende taakvariatie 1,38 onvoldoende taakvariatie
FYSIEKE ARBEIDSOMST
1,00
geen belastende arbeidsomstandigheden
1,65 belastende arbeidsomstandigheden
GEWERKTE UREN
1,00 maximaal 50 uren
1,29
meer dan 50 uren 0
2.3
1
2
3
4
5
Risicoprofiel ‘psychische vermoeidheid’
Door de informatie (odds ratio’s voor werkbaarheidsrisico’s) uit de multivariate analyse samen te brengen met frequentiegegevens (% van zelfstandige ondernemers dat geconfronteerd wordt met een bepaald werkbaarheidsrisico) wordt voor de zelfstandige ondernemer een profiel uitgetekend
18
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
dat schematisch de ernst van de werkbaarheidsrisico’s ten aanzien van psychische vermoeidheid in beeld brengt. In het profiel worden vier groepen (kwadranten in de figuur) onderscheiden: hoge odds ratio (> 2) en lage frequentie (<= 20%): kwadrant 1 hoge odds ratio (> 2) en hoge frequentie (> 20%): kwadrant 2 lage odds ratio (< 2) en lage frequentie (<= 20%): kwadrant 3 lage odds ratio (< 2) en hoge frequentie (> 20%): kwadrant 4
Figuur 7:
Werkbaarheidsrisico’s voor problematische psychische vermoeidheid, odds ratio’s en %, 2019
odds ratio (werk- privéproblematisch/ niet problematisch)
10 9 8
1
2
7 6 5
werkdruk
4 emotionele belasting
3
gewerkte uren 2 1
fysieke arbeidsomstandig heden
3
4
0 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
aandeel 'problematisch'
Kwadrant 1 bevat geen werkbaarheidsrisico’s. Emotionele belasting en werkdruk zijn de twee belangrijkste werkbaarheidsrisico’s (kwadrant 2). Beiden komen én vaak voor én verhogen aanzienlijk de kans op problematische psychische vermoeidheid. Van alle zelfstandige ondernemers werkt bijna de helft onder hoge werkdruk en heeft meer dan één op vier emotioneel belastend werk. Voor beide werkbaarheidsrisico’s is de odds ratio hoger dan 2. In het kwadrant 3 situeert zich het werkbaarheidsrisico taakvariatie. Van de zelfstandige ondernemers heeft een kleine minderheid, namelijk 7,9%, onvoldoende taakvariatie. Voor deze zelfstandige ondernemers is de kansverhouding voor problemen met psychische vermoeidheid 1,4 keer deze van zelfstandige ondernemers met voldoende taakvariatie. Meer dan 50 uur werken per week en belastende arbeidsomstandigheden bevinden zich in kwadrant 4. Meer dan 50 uur per week werken is een werkbaarheidsrisico dat bij bijna de helft
19
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
van de zelfstandige ondernemers voorkomt en de kans op problematische psychische vermoeidheid verhoogt, zonder dat er evenwel sprake is van een verdubbeling van de kansverhouding (odds voor aantal gewerkte uren is 1,3). Van de zelfstandige ondernemers werkt 20,9% in fysiek belastende arbeidsomstandigheden. Voor deze zelfstandige ondernemers is de kansverhouding voor problemen met psychische vermoeidheid 1,6 keer deze van zelfstandige ondernemers die niet onder fysiek belastende arbeidsomstandigheden moeten werken.
20
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
3
Welbevinden in het werk
Voor 10,2% van de zelfstandige ondernemers is in 2019 de situatie op het vlak van het welbevinden in het werk problematisch. Zij ervaren hun werk niet (langer) als boeiend en zijn nauwelijks intrinsiek gemotiveerd bij de normale taakuitvoering. Dit aandeel ligt significant hoger dan in 2007. Toen was voor 8,2% van de zelfstandige ondernemers de situatie op het vlak van welbevinden in het werk problematisch. In de onderstaande analyses wordt ingezoomd op verschillen tussen deelgroepen en wordt vervolgens nagegaan of problemen op het vlak van welbevinden verklaard kunnen worden door risico’s in de arbeidssituatie.
21
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
3.1 Tabel 6:
Verschillen tussen deelgroepen Deelgroepen en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019
deelgroepen geslacht man vrouw
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval R 0,79**
0,68 -1,92
leeftijd - 30 j. 30 - 39 j. 40 - 49 j. 50 - 54 j. 55 + j.
R 1,12 1,31 1,16 0,88
0,83 - 1,50 0,98 - 1,74 0,86 - 1,57 0,65 - 1,20
opleidingsniveau lager secundair hoger secundair hoger onderwijs
R 0,73** 0,81*
0,02 - 0,89 0,66 - 0,99
organisatieomvang geen personeel wel personeel
R 1,18*
1,04 - 1,36
toekomstig niveau van activiteit geen sterke groei sterke groei
R 0,40***
0,30 - 0,53
gezinssituatie alleenstaande, geen kinderen met partner geen job, geen kinderen met partner met job, geen kinderen alleenstaande met kinderen met partner geen job, met kinderen tweeverdieners met kinderen
R 1,04 0,80 1,06 0,96 0,72**
0,74 - 1,47 0,63 - 1,00 0,75 - 1,48 0,69 - 1,32 0,62 - 0,93
sector landbouw handel bouw horeca vrije beroepen transport/productie intellectuele diensten andere
0,86 1,19* 0,83* 1,71*** 0,82* 1,10 0,76** 1,00
0,68 - 1,09 1,03 - 1,38 0,70- 0,99 1,40 - 2,09 0,69 - 0,97 0,88 - 1,37 0,62 - 0,93 0,85 - 1,18
R = referentiegroep; * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit : chi-square: 173,425, df=25, sig=0,000, N=11.655 Leeswijzer: De kansverhouding ‘problematisch/niet-problematisch’ is voor sterke groeiers 0,40 keer deze van de andere zelfstandige ondernemers. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 0,30-0,53.
22
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
In de multivariate analyses zijn er zeven (van de acht getoetste) achtergrondkenmerken significant: nl. geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, ondernemingsomvang, niveau van de toekomstige activiteit, gezinssituatie en sector. AnciĂŤnniteit speelt geen rol. Vrouwen hebben ten aanzien van mannen minder kans op problemen met welbevinden in het werk. Dit geldt ook voor zelfstandige ondernemers met een diploma hoger (secundair) onderwijs ten aanzien van degenen met maximaal een diploma lager secundair onderwijs en voor zelfstandige ondernemers die een sterke groei verwachten in vergelijking met de andere zelfstandige ondernemers. 55+ hebben minder kans op problemen wanneer we vergelijken met de drie leeftijdsgroepen tussen de 30-54-jarigen. Dit is ook zo voor tweeverdieners met kinderen vergeleken met de alleenstaanden zonder kinderen. Zelfstandige ondernemers met personeel hebben meer kans op problemen met welbevinden in het werk wanneer we vergelijken met de zelfstandige ondernemers zonder personeel. Bij de sectoren zien we afwijkende scores voor de bouw, de vrije beroepen en de intellectuele diensten (minder kans op problemen met welbevinden in het werk) en voor de horeca en handel (meer kans op problemen met welbevinden in het werk). De variabele meting is in dit model is significant voor 2019 (referentie 2007: odds 1,46 (1,171,80)). Dit betekent dat we enkel voor de meting 2019 kunnen besluiten dat er ten aanzien van 2007 sprake is van een stijging van het aandeel zelfstandige ondernemers met problemen op het vlak van welbevinden in het werk, en dit onder controle van eventuele evoluties in de achtergrondvariabelen. De resultaten zijn in onderstaande figuur grafisch weergegeven.
23
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 8:
Deelgroepen en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019
GESLACHT
1,00
man
0,79
vrouw
LEEFTIJD
1,00
min 30 jaar
1,12
30 - 39 jaar 1,31
40- 49 jaar 1,16
50 - 54 jaar
0,88
55 + 1,00
OPLEIDING 0,73
lager secundair hoger secundair hoger onderwijs
0,81
ORGANISATIEOMVANG
1,00
geen personeel
1,18
wel personeel
GEZINSSITUATIE
1,00
alleenstaande, geen kinderen
1,04
met partner geen job, geen kinderen
0,80
met partner met job, geen kinderen
1,06
alleenstaande met kinderen
0,96
met partner geen job, met kinderen
0,72
tweeverdieners met kinderen
NIVEAU TOEK. ACTIVIT.
1,00
geen sterke groei
0,40
sterke groei
SECTOR
0,86
landbouw
1,19
handel
0,83
bouw
1,71
horeca
0,82
vrije beroepen
1,10
transport/productie
0,76
intellectuele diensten
1,00
andere 0
1
2
3
24
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
3.2
Kenmerken van de arbeidssituatie
In een tweede stap worden de kenmerken van de arbeidssituatie gerelateerd aan welbevinden in het werk. In de analyse worden de verschillen tussen deelgroepen onder controle gehouden4. Uit de analyse blijkt dat alle vijf getoetste kenmerken significant blijken in het multivariate model, en dus elk op zich een werkbaarheidsrisico vormen. Tabel 7:
Werkbaarheidsrisico’s en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch kenmerken van de arbeidssituatie odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval Werkdruk geen hoge werkdruk R hoge werkdruk 2,43*** 2,09- 2,82 Emotionele belasting geen emotioneel belastend werk emotioneel belastend werk
R 2,15***
1,86 - 2,50
Taakvariatie voldoende taakvariatie onvoldoende taakvariatie
R 5,03***
4,20 - 6,03
fysiek arbeidsomstandigheden geen belastende arbeidsomstandigheden belastende arbeidsomstandigheden
R 1,42***
1,20 - 1,68
gewerkte uren maximaal 50 uur meer dan 50 uur
R 0,67***
0,58 - 0,78
R = referentiegroep; * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit: chi-square: 717.790, df=27, sig=0,000, N=11.455 Leeswijzer: De kansverhouding (problematisch/niet-problematisch) voor zelfstandige ondernemers met een hoge werkdruk is meer dan 2,43 keer deze van de zelfstandige ondernemers in een arbeidssituatie met acceptabele werkdruk. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 2,09 – 2,82
Uit de analyse blijkt dat de factor ‘meting’ een verklarende factor is voor welbevinden in het werk voor de metingen 2016 en 2019. Voor deze twee meetmomenten is het risico op een problematische situatie op het vlak van welbevinden in het werk hoger dan in 20075. M.a.w. bij een gelijkblijvende verhouding man/vrouw, dezelfde leeftijdsverdeling, dezelfde werkdruk enz. is het aandeel met problemen op het vlak van welbevinden in het werk zowel in 2016 als in 2019 iets hoger dan in 2007. Bij zelfstandige ondernemers met onvoldoende taakvariatie is de odds vijf keer deze van collega’s met voldoende taakvariatie. Het gaat hier om het zogenoemde ‘zuivere effect’ omdat de andere predictoren in het model (verschillen tussen deelgroepen en de overige werkbaarheidsrisico’s) 4
In dit model voor welbevinden in het werk zijn de achtergrondvariabelen geslacht, leeftijd, toekomstverwachtingen, , opleidingsniveau en sector significant. De andere (niet significante) achtergrondvariabelen werden niet opgenomen in het model
5
Referentie 2007 odds ratio 2010=1,01 (0,78-1,30); 2013=1,09 (0,87-1,36), 2013=1,31 (1,04-1,65), 2019=1,43 (1,14-1,79)
25
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
onder controle gehouden worden in de analyse. De odds ratio voor werkdruk komt in rangorde op de tweede plaats. De kansverhouding van zelfstandige ondernemers die presteren onder hoge werkdruk is meer dan twee keer deze van de zelfstandige ondernemers die niet onder hoge werkdruk presteren. Lange werkdagen vormen geen risicofactor voor problemen op het vlak van welbevinden. De kansverhouding van zelfstandige ondernemers die meer dan 50 uur per week werken is lager dan deze van de zelfstandige ondernemers die maximaal 50 uur per week werken. In onderstaande figuur worden de resultaten grafisch weergegeven. Figuur 9:
Werkbaarheidsrisico’s en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019
WERKDRUK 1,00 geen hoge werkdruk 2,43 hoge werkdruk
EMOTIONELE BELASTING 1,00
geen emotioneel belastend werk 2,15 emotioneel belastend werk
TAAKVARIATIE 1,00 voldoende taakvariatie
5,03 onvoldoende taakvariatie
FYSIEK ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN 1,00
geen belastende arbeidsomstandigheden
1,42
belastende arbeidsomstandigheden
GEWERKTE UREN
1,00
maximaal 50 uren
0,67
meer dan 50 uren 0
1
2
3
4
5
6
7
26
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
4
Leermogelijkheden
Voor 3,5% van de zelfstandige ondernemers is in 2019 de situatie op het vlak van leermogelijkheden problematisch. Deze zelfstandige ondernemers hebben te weinig mogelijkheden tot competentie-ontwikkeling en hierdoor wordt hun inzetbaarheid op langere termijn gehypothekeerd. Het aandeel zelfstandige ondernemers dat tot de problematische categorie behoort op het vlak van leermogelijkheden is sinds 2007 gedaald (bivariaat). In de onderstaande analyses wordt ingezoomd op verschillen tussen deelgroepen en vervolgens nagegaan hoe problemen met leermogelijkheden verklaard kunnen worden door risico’s in de arbeidssituatie.
27
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
4.1 Tabel 8:
Verschillen tussen deelgroepen Deelgroepen en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019
deelgroepen geslacht man vrouw
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval R 1,55***
1,27 -1,90
leeftijd - 30 j. 30 - 39 j. 40 - 49 j. 50 - 54 j. 55 + j.
R 1,74* 2,34** 1,86* 1,97*
1,02 - 2,96 1,40 - 3,90 1,09 - 3,17 1,17 - 1,90
opleidingsniveau lager secundair hoger secundair hoger onderwijs
R 0,58*** 0,41***
0,46 - 0,72 0,31 - 0,53
organisatieomvang geen personeel personeel
R 0,67***
0,55 - 0,81
toekomstig niveau van activiteit geen sterke groei sterke groei
R 0,14***
0,07 - 0,30
gezinssituatie alleenstaande, geen kinderen met partner geen job, geen kinderen met partner met job, geen kinderen alleenstaande met kinderen met partner geen job, met kinderen tweeverdieners met kinderen
R 1,07 0,70* 0,49* 0,57* 0,68*
0,69 - 1,67 0,51 - 0,95 0,29 - 0,85 0,34 - 0,95 0,52 - 0,90
sector landbouw handel bouw horeca vrije beroepen transport/productie intellectuele diensten andere
0,98 1,65*** 0,55*** 3,26*** 0,41*** 1,78*** 0,44*** 1,05
0,72 - 1,34 1,36 - 2,00 0,41 - 0,74 2,60 - 4,10 0,30 - 0,57 1,35 - 2,35 0;30 - 0,66 0,84 - 1,31
R = referentiegroep; * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit: chi-square: 458,322, df=21, sig=0,000, N=11.685 Leeswijzer: De kansverhouding (problematisch/niet-problematisch) voor vrouwen is 1,55 keer deze van mannen. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 1,27-1,90.
28
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
In de multivariate analyses zijn er zeven (van de acht getoetste) kenmerken significant: nl. geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, ondernemingsomvang, niveau van de toekomstige activiteit, gezinssituatie en sector. Anciënniteit speelt geen rol. Vrouwelijke zelfstandige ondernemers hebben meer kans op problemen met leermogelijkheden dan hun mannelijke collega’s. Bij de vrouwen is de kansverhouding ‘problematisch/ nietproblematisch’ 1,55 keer deze van de mannen. Voor alle leeftijdsgroepen zien we een hogere kansverhouding voor problemen op het vlak van leermogelijkheden en dit in vergelijking met de min 30-jarigen. De kansverhouding is het hoogst voor de veertigers. Het aandeel zelfstandige ondernemers met een problematische situatie op het vlak van leermogelijkheden neemt af met het genoten opleidingsniveau. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe kleiner de odds ratio voor problemen met leermogelijkheden. Sterke groeiers hebben een kleiner kans op problemen met leermogelijkheden dan zelfstandige ondernemers met minder sterke of geen groeiverwachtingen. De kansverhouding ‘problematisch/niet-problematisch’ voor de sterke groeiers is 0,14 keer deze van de andere zelfstandige ondernemers6. Zelfstandige ondernemers met personeel hebben minder kans op problemen met leermogelijkheden dan hun collega’s zonder personeel. Tegenover de alleenstaande zelfstandige ondernemers hebben de zelfstandige ondernemers met partner met job (geen kinderen) en de zelfstandige ondernemers met kinderen minder kans op problemen met leermogelijkheden. De kans op problemen met leermogelijkheden verschilt tussen de sectoren. In de bouwsector, de vrije beroepen en de intellectuele diensten ligt deze kans lager dan het sectorgemiddelde, voor de handel, de horeca en de sector van transport/productie ligt de kans hoger. In de horeca loopt de odds op tot 3,26. De variabele meting is in dit model niet significant. Dit betekent dat als we rekening houden met de achtergrondvariabelen we niet kunnen stellen dat het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie bevindt op het vlak van werk-privébalans tussen de verschillende metingen verschilt. De resultaten zijn in onderstaande figuur grafisch weergegeven.
6
Omgekeerd geformuleerd betekent dit dat ondernemers met een minder sterke groeiverwachting tegenover de ondernemers met sterke groeiverwachting een odds hebben van 6,99 (betrouwbaarheidsinterval 3,29-14,86)
29
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 10: Deelgroepen en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019
1,00
GESLACHT man
1,55
vrouw
LEEFTIJD
1,00
min 30 jaar
1,74
30 - 39 jaar
2,34
40- 49 jaar 50 - 54 jaar
1,86
55 + 1,97 OPLEIDINGSNIVEAU
1,00
lager secundair
0,58
hoger secundair
0,41
hoger onderwijs
ORGANISATIEOMVANG
1,00
geen personeel
0,67
personeel
NIVEAU TOEK. ACTIVIT.
geen sterke groei
1,00 0,14
sterke groei
GEZINSSITUATIE
1,00
alleenstaande, geen kinderen
1,07
met partner geen job, geen kinderen
0,70
met partner met job, geen kinderen
0,49
alleenstaande met kinderen
0,57
met partner geen job, met kinderen
0,68
tweeverdieners met kinderen
SECTOR
0,98
landbouw
1,65
handel
0,55
bouw
3,26
horeca
0,41
vrije beroepen
1,78
transport/productie
0,44
intellectuele diensten
1,05
andere 0
1
2
3
4
5
30
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
4.2
Kenmerken van de arbeidssituatie
In een tweede stap worden de kenmerken van de arbeidssituatie gerelateerd aan leermogelijkheden. In de analyse worden de verschillen tussen deelgroepen onder controle gehouden7. Uit de analyse blijkt dat enkel onvoldoende taakvariatie significant blijkt in het multivariate model. Tabel 9:
Werkbaarheidsrisico’s en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch kenmerken van de arbeidssituatie odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval Taakvariatie voldoende taakvariatie R onvoldoende taakvariatie 10,20*** 8,33 - 12,50 * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit: chi-square: 896,926, df=22, sig=0,000, N=11.669 Leeswijzer: De kansverhouding (problematisch/ niet-problematisch) voor zelfstandige ondernemers met onvoldoende taakvariatie is 10,20 keer deze van zelfstandige ondernemers met voldoende taakvariatie. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 8,33-12,50.
Bij zelfstandige ondernemers met onvoldoende taakvariatie is de odds voor problemen met leermogelijkheden meer dan tien keer deze van collega’s met voldoende taakvariatie. Het gaat hier om het zogenoemde ‘zuivere effect’ omdat de andere predictoren in het model (verschillen tussen deelgroepen en de overige werkbaarheidsrisico’s) onder controle gehouden worden in de analyse. In onderstaande figuur worden de resultaten grafisch weergegeven.
7
In dit model voor leermogelijkheden zijn , met uitzondering van anciënniteit, alle achtergrondvariabelen significant. Anciënniteit werd als achtergrondvariabele niet in het model opgenomen. De variabele meting is niet significant en werd niet opgenomen.
31
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 11: Werkbaarheidsrisico’s en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019
TAAKVARIATIE
1,00 voldoende taakvariatie
10,20 onvoldoende taakvariatie
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
Odds Ratio
32
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
5
Werk-privébalans
Bij 30,4% van de zelfstandige ondernemers ondervindt in 2019 een onevenwicht in de werkprivécombinatie. Bij deze zelfstandige ondernemers stellen de job-eisen systematisch combinatiemoeilijkheden ten aanzien van het gezin en/of het sociaal leven. Ten opzichte van 2007 is dit aandeel significant afgenomen. Toen bedroeg het aandeel 34,5%. In de onderstaande analyses wordt ingezoomd op verschillen tussen deelgroepen en wordt nagegaan hoe een onevenwicht in de werk-privécombinatie verklaard kan worden door risico’s in de arbeidssituatie. Tot slot wordt een risicoprofiel voor werk-privébalans geschetst.
33
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
5.1 Tabel 10:
Verschillen tussen deelgroepen Deelgroepen en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019
deelgroepen leeftijd - 30 j. 30 - 39 j. 40 - 49 j. 50 - 54 j. 55 + j.
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval R 1,12 0,85 0,72*** 0,58***
0,95 - 1,33 0,72 - 1,01 0,60 - 0,87 0,48 - 0,59
toekomstig niveau van activiteit geen sterke groei sterke groei
R 1,14*
1,01 - 1,29
organisatieomvang geen personeel personeel
R 1,42***
1,31 - 1,53
anciënniteit geen starter starters
R 0,72***
0,63 - 0,84
gezinssituatie alleenstaande, geen kinderen met partner geen job, geen kinderen met partner met job, geen kinderen alleenstaande met kinderen met partner geen job, met kinderen tweeverdieners met kinderen
R 1,02 0,99 1,19 1,28* 1,20*
0,81 - 1,28 0,86 - 1,15 0,95 - 1,48 1,04 - 1,58 1,05 - 1,37
sector landbouw handel bouw horeca vrije beroepen transport/productie intellectuele diensten andere
1,23** 0,98 1,07 1,52*** 0,93 0,94 0,74*** 0,78***
1,08,- 1,40 0,89 - 1,07 0,97 - 1,18 1,32 - 173 0,86 - 1,01 0,81 - 1,08 0,66 - 1,08 0,71 - 0,86
R = referentiegroep; * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit : chi-square: 384,515, df=19, sig=0,000, N=12.372 Leeswijzer: De kansverhouding ‘problematisch/ niet- problematisch’ voor zelfstandige ondernemers met personeel is 1,42 keer deze van de zelfstandige ondernemers zonder personeel. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 1,31 – 1,53.
In de multivariate analyse met de acht achtergrondkenmerken zijn zes achtergrondvariabelen significant: leeftijd, niveau toekomstige activiteit, , anciënniteit, gezinssituatie en sector. Geslacht en opleidingsniveau spelen geen rol.
34
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
De verschillen naar niveau van toekomstige activiteit zijn beperkt. Zelfstandige ondernemers die een sterke groei van hun activiteit verwachten lopen een iets hoger risico op problemen in de werk-privé-balans. Het aandeel zelfstandige ondernemers met een onevenwicht in de werk-privécombinatie neemt vanaf 40 jaar af met de leeftijd. Hoe hoger de leeftijd, hoe lager de odds ratio voor onevenwicht in de werk-privécombinatie. Zelfstandige ondernemers met personeel hebben een hogere kans op een onevenwicht in de werk-privécombinatie dan zelfstandige ondernemers zonder personeel, starters lopen dan weer minder risico dan de andere zelfstandige ondernemers. Zelfstandige ondernemers die reeds langer actief zijn hebben een grotere kans op een onevenwicht in de werk-privécombinatie dan zij die recenter actief zijn. De kansverhouding ‘problematisch/niet-problematisch’ voor starters is 0,72 keer deze van zelfstandige ondernemers die reeds langer actief zijn. Tegenover de alleenstaande zelfstandige ondernemers zonder kinderen hebben de zelfstandige ondernemers met partner en kinderen een grotere kans op een onevenwicht in de werkprivécombinatie. De verschillen naar gezinssituatie zijn beperkt. De kans op een onevenwicht in de werk-privécombinatie verschilt tussen de sectoren. In de horeca en de landbouw is de kans op een onevenwicht in de werk-privécombinatie groter dan het sectorgemiddelde, terwijl deze kans bij de intellectuele diensten en de ‘andere’ sectoren lager ligt. De variabele meting is in dit model niet significant. Dit betekent dat als we rekening houden met de achtergrondvariabelen we niet kunnen stellen dat het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie bevindt op het vlak van werk-privébalans tussen de verschillende metingen verschilt. De resultaten zijn in onderstaande figuur grafisch weergegeven.
35
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 12: Deelgroepen en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019
LEEFTIJD
1,00 1,12
- 30 j. 30 - 39 j.
0,85
40 - 49 j.
0,72
50 - 54 j.
0,58
55 + j.
NIVEAU TOEK. ACTIVIT.
1,00
geen sterke groei
1,14
sterke groei
ORGANISATIEOMVANG
1,00
geen personeel
1,42
personeel
ANCIENNITEIT
1,00
0,72
geen starter starter
1,00
GEZINSSITUATIE alleenstaande, geen kinderen
1,02
met partner geen job, geen kinderen
0,99
met partner met job, geen kinderen
1,19
alleenstaande met kinderen
1,28
met partner geen job, met kinderen
1,20
tweeverdieners met kinderen
SECTOR
1,23
landbouw
0,98
handel 1,07
bouw
1,52
horeca 0,93 0,94
vrije beroepen transport/productie
0,74
intellectuele diensten 0,78
andere 0
1
2
3
36
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
5.2
Kenmerken van de arbeidssituatie
In een tweede stap worden de kenmerken van de arbeidssituatie gerelateerd aan werkprivébalans. In de analyse worden de verschillen tussen deelgroepen onder controle gehouden8. Uit de analyse blijkt dat vier van de vijf getoetste kenmerken significant zijn in het multivariate model: werkdruk, emotionele belasting, fysieke arbeidsomstandigheden en aantal gewerkte uren. Tabel 11:
Werkbaarheidsrisico’s en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019
logistische regressie problematisch versus niet-problematisch kenmerken van de arbeidssituatie odds ratio 95% betrouwbaarheidsinterval werkdruk geen hoge werkdruk R hoge werkdruk 3,99*** 3,63 - 4,37 emotionele belasting geen emotioneel belastend werk emotioneel belastend werk
R 2,40***
2,17 -2,65
fysiek arbeidsomstandigheden geen belastende arbeidsomstandigheden belastende arbeidsomstandigheden
R 1,52***
1,35 - 1,72
gewerkte uren maximaal 50 uur meer dan 50 uur
R 2,40***
2,17 - 2,64
R = referentiegroep, * p < 0.05, ** p < 0.01, *** p < 0.001 Modelfit: chi-square: 2531,819, df=23, sig=0,000, N= 11.468 Leeswijzer: De kansverhouding problematisch/niet- problematisch is voor zelfstandige ondernemers die werken onder een hoge werkdruk 3,99 keer deze van de zelfstandige ondernemers die niet met een hoge werkdruk worden geconfronteerd. Het 95% betrouwbaarheidsinterval rond deze odds ratio is 3,63-4,37.
De analyse voor problematisch versus niet-problematisch laat de hoogste odds zien voor werkdruk. Bij zelfstandige ondernemers die onder een hoge werkdruk presteren is de kansverhouding problematisch/niet-problematisch vier keer deze van de collega’s die niet met een hoge werkdruk geconfronteerd worden. De kansverhouding voor lange werkweken en deze voor emotionele belasting ligt op ongeveer 2,5 keer deze van zelfstandige ondernemers met een kortere gemiddelde werkweek en/of geen emotioneel belastend werk. De risicofactor fysiek belastende arbeidsomstandigheden heeft de laagste odds ratio. In onderstaande figuur worden de resultaten grafisch weergegeven.
8
In het model voor werk-privébalans zijn volgende achtergrondvariabelen significant leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, gezinssituatie, sector. De significante achtergrondvariabelen werden in het model opgenomen. De variabele meting is niet significant en werd niet opgenomen.
37
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Figuur 13: Werkbaarheidsrisico’s en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019
WERKDRUK
1,00
geen hoge werkdruk
3,99 hoge werkdruk
EMOTIONELE BELASTING
1,00 geen emotioneel belastend werk
2,40 emotioneel belastend werk
FYSIEKE ARBEIDSOMST
1,00
geen belastende arbeidsomstandigheden
1,52
belastende arbeidsomstandigheden
GEWERKTE UREN 1,00 maximaal 50 uren
2,40 meer dan 50 uren 0
1
2
3
4
5
6
38
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Risicoprofiel ‘werk-privébalans’
5.3
Door de informatie (odds ratio’s voor werkbaarheidsrisico) uit de multivariate analyse samen te brengen met frequentiegegevens (% van zelfstandige ondernemers dat kampt met een bepaald werkbaarheidsrisico) wordt voor de zelfstandige ondernemer een profiel uitgetekend dat schematisch de ernst van de werkbaarheidsrisico’s ten aanzien van de werk-privébalans in beeld brengt. In het profiel worden vier groepen (kwadranten in de figuur) onderscheiden: hoge odds ratio (> 2) en lage frequentie (<= 20%): kwadrant 1 hoge odds ratio (> 2) en hoge frequentie (> 20%): kwadrant 2 lage odds ratio (< 2) en lage frequentie (<= 20%): kwadrant 3 lage odds ratio (< 2) en hoge frequentie (> 20%): kwadrant 4
odds ratio (werk- privéproblematisch/ niet problematisch)
Figuur 14: Werkbaarheidsrisico’s voor onevenwicht in de werk-privécombinatie, odds ratio’s en %, 2019
10 9
1
2
8 7 6 5
werkdruk
4
emotionele belasting
3
gewerkte uren 2 1
fysieke arbeidsomstandig heden
3
4
0 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
aandeel 'problematisch'
Bij de zelfstandige ondernemer vormen hoge werkdruk, aantal gewerkte uren en emotionele belasting de belangrijkste werkbaarheidsrisico’s (kwadrant 2). Deze factoren komen niet alleen vaak voor, ze verhogen ook aanzienlijk de kans op een onevenwicht in de werk-privécombinatie. In kwadrant 4 situeert zich het werkbaarheidsrisico fysieke arbeidsomstandigheden. Dit risico komt voor bij ongeveer 20% van de zelfstandige ondernemers. Zelfstandige ondernemers met fysiek belastende arbeidsomstandigheden hebben een kansverhouding die 1,52 keer hoger ligt dan deze van zelfstandige ondernemers die niet moeten werken onder belastende arbeidsomstandigheden. Er bevinden zich geen werkbaarheidsrisico’s in kwadrant 1 en in kwadrant 3.
39
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Referentielijst Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019a). Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13437 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019b). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 – zelfstandige ondernemers. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13553
40
Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers?
Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1:
Overzicht deelgroepen .......................................................................................... 7
Figuur 2:
Leeswijzer figuur logistische regressie .................................................................. 9
Figuur 3:
overzicht risico-indicatoren .................................................................................. 10
Figuur 4:
Leeswijzer figuur risicoprofiel psychische vermoeidheid ...................................... 12
Figuur 5:
Deelgroepen en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019 ................... 16
Figuur 6:
Werkbaarheidsrisico’s en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019 ..... 18
Figuur 7: Werkbaarheidsrisico’s voor problematische psychische vermoeidheid, odds ratio’s en %, 2019 ............................................................................................................................ 19 Figuur 8:
Deelgroepen en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019 ..................... 24
Figuur 9:
Werkbaarheidsrisico’s en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019 ....... 26
Figuur 10:
Deelgroepen en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019 .............................. 30
Figuur 11:
Werkbaarheidsrisico’s en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019 ................ 32
Figuur 12:
Deelgroepen en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019 ................................ 36
Figuur 13:
Werkbaarheidsrisico’s en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019 .................. 38
Figuur 14: Werkbaarheidsrisico’s voor onevenwicht in de werk-privécombinatie, odds ratio’s en %, 2019 ............................................................................................................................ 39
Tabellen Tabel 1:
Overzicht werkbaarheidsindicatoren...................................................................... 6
Tabel 2:
Overzicht van de deelgroepen (categorieën) ......................................................... 8
Tabel 3:
Overzicht van de risico-indicatoren (omschrijving) ............................................... 10
Tabel 4:
Deelgroepen en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019 ................... 14
Tabel 5:
Werkbaarheidsrisico’s en psychische vermoeidheid, odds ratio’s, 2007-2019 ..... 17
Tabel 6:
Deelgroepen en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019 ..................... 22
Tabel 7:
Werkbaarheidsrisico’s en welbevinden in het werk, odds ratio’s, 2007-2019 ....... 25
Tabel 8:
Deelgroepen en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019 .............................. 28
Tabel 9:
Werkbaarheidsrisico’s en leermogelijkheden, odds ratio’s, 2007-2019 ................ 31
Tabel 10:
Deelgroepen en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019 ................................ 34
Tabel 11:
Werkbaarheidsrisico’s en werk-privébalans, odds ratio’s, 2007-2019 .................. 37
41