BIJLAGEN
Bijlage 1. Gebruikte bronnen en definities Statbel (Statistiekbureau voor België) publiceert gegevens over de wettelijke bevolking. Deze gegevens zijn afkomstig uit het Rijkregister van de natuurlijke personen en geven de stand van de bevolking weer op 1 januari van het kalenderjaar. Deze gegevens bevatten informatie uit het bevolkingsregister (van Belgen en buitenlanders die gemachtigd zijn tot vestiging in België) en uit het vreemdelingenregister (van buitenlanders die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan 3 maanden in België voor bepaalde of onbepaalde duur). Bepaalde categorieën buitenlanders (bijvoorbeeld diplomatiek en consulair personeel) zijn vrijgesteld van inschrijving in de bevolkingsregisters. In sommige gevallen kunnen zij op eigen vraag wel ingeschreven worden. Enkel in dat geval worden zij meegerekend in de bevolkingscijfers. De wettelijke bevolking verschilt van de feitelijke bevolking. Hiertoe behoren ook personen ingeschreven in het wachtregister en personen die niet bij de gemeenten zijn aangegeven. Statbel kent op basis van gegevens uit het Rijksregister aan elke inwoner van de wettelijke bevolking van België een welbepaald huishoudtype en een welbepaalde positie in dat huishoudtype (FOD Binnenlandse Zaken, 2019). De gegevens, plus informatie inzake geslacht, leeftijd, nationaliteit en woonplaats van de persoon, zoals waargenomen op 1 januari van elk jaar, worden jaarlijks ter beschikking gesteld. De afbakening van een huishouden is gebaseerd op het ingeschreven zijn op eenzelfde hoofdverblijfplaats. Huishoudens worden opgedeeld in private en collectieve huishoudens. Een privaat huishouden bestaat uit hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft, hetzij uit 2 of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven. Samenleven wordt afgebakend aan de hand van feitelijke elementen zoals: de inrichting van de plaatsen (gemeenschappelijk gebruik van keuken, badkamer, …) en de afrekeningen voor telefoon, internet en energieverbruik (één afrekening voor dezelfde woning). Collectieve huishoudens zijn gemeenschappen: religieuze gemeenschappen, instellingen voor personen, rusthuizen of woonzorgcentra, weeshuizen, gevangenissen. Om beschouwd te worden als een gemeenschap moeten 3 minimale voorwaarden vervuld zijn: verblijven in een instelling (medehuurders vormen geen gemeenschap); onderworpen zijn aan een directie (niet zelfstandig zijn); in gemeenschap leven (het delen van gemeenschappelijke lokalen, gemeenschappelijke diensten, gemeenschappelijke activiteiten…). Om het beeld van de veranderingen van leefvormen (huishoudposities) overzichtelijk te houden, worden in dit rapport 12 huishoudposities uit de LIPRO-typologie gebruikt (Lodewijckx & Deboosere, 2016). De positie van een persoon binnen het huishouden wordt in het Rijksregister bepaald aan de hand van zijn/haar verwantschap met de referentiepersoon van het huishouden. De referentiepersoon van het huishouden wordt omschreven als de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid. De verwantschap van de leden van het huishouden wordt afgebakend aan de hand van de volgende categorieën: echtgenoot/echtgenote schoonzoon / -dochter andere verwant zoon of dochter schoonvader / -moeder niet-verwant stiefzoon / -dochter schoonbroer / -zus grootvader / -moeder partner vader of moeder oom of tante wettelijk samenwonende broer of zus neef of nicht (3e graad) meemoederschap e kleinzoon / -dochter neef of nicht (4 graad) achterkleinzoon / -dochter gemeenschappen, tehuizen
2
Deze positie is afhankelijk van zowel het type van het huishouden waarin de persoon leeft, als van de plaats die hij/zij inneemt binnen dat huishouden. Binnen eenzelfde huishoudtype nemen de leden van het huishouden een andere huishoudpositie in. Een voorbeeld: in een huishouden bestaande uit een gehuwd paar met 3 kinderen en de moeder van de echtgenoot nemen beide echtgenoten de huishoudpositie ‘gehuwd samenwonend met partner met inwonende kinderen’ in; de 3 inwonende kinderen zijn (ongeacht hun leeftijd) ‘kind bij een gehuwd paar’ en de inwonende moeder van de echtgenoot krijgt de huishoudpositie ‘inwonende andere persoon’. Posities in het huishouden, zoals waargenomen op 1 januari van elk jaar zijn tijdelijke posities. Op jaarbasis verandert ongeveer 12% van de volwassen bevolking van huishoudpositie (Corijn & Pickery, 2020a, 2020b). Voor de afbakening van de huishoudposities op basis van de verwantschapscodes zoals genoteerd in het Rijksregister werd voor de jaren 1990-1995 gewerkt met een indeling die werd uitgewerkt door de voormalige Studiedienst Vlaamse Regering. Voor de afbakening vanaf 1996 wordt gewerkt met een indeling uitgewerkt door Statbel. De verschillen tussen beide indelingen zijn gering. Rijksregistergegevens inzake de huishoudpositie betreffen de wettelijke situatie. Deze kan afwijken van de feitelijke situatie. Zo wonen sommige jongeren bijvoorbeeld alleen of ongehuwd samen, maar blijven ze officieel bij de ouders gedomicilieerd.
Tabel 1.A. Relatie tussen huishoudtypes en huishoudposities Types van huishoudens Alleenwonende of 1-persoonshuishouden Gehuwd paar zonder inwonende kinderen
Huishoudposities van personen Alleenwonende - Gehuwd samenwonende partner zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Gehuwd paar met inwonend(e) kind(eren) - Gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een gehuwd paar - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar zonder - Niet-gehuwd samenwonend met partner inwonende kinderen zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar met - Niet-gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een ongehuwd* samenwonend paar - Inwonende andere persoon Eenoudergezin - Alleenstaande ouder - Kind bij een alleenstaande ouder - Inwonende andere persoon Overig huishoudtype - Lid van overig huishoudtype Collectief huishouden - Bewoner van collectief huishouden *Strikt genomen niet-gehuwd (de burgerlijke staat van de partners kan ongehuwd, gescheiden of verweduwd of niet-gekend zijn). Kinderen (ongeacht hun leeftijd) wonen bij een gehuwd of ongehuwd paar of bij een alleenstaande ouder. De gehanteerde typologie laat niet toe na te gaan of elke persoon van dit paar de biologische ouder is. Een nieuwe typologie is in ontwikkeling om op basis van afstammingsgegevens na te gaan wie van het ouderpaar eventueel niet de biologische ouder is.
3
Ongehuwd samenwonend paar / Niet-gehuwd samenwonen met partner: sinds 2009 heeft een groeiend aantal inwoners heeft een ‘onbepaalde’ burgerlijke staat omdat de nodige documenten om de burgerlijke staat te staven nog niet zijn voorgelegd (Zie Richtlijn FOD Binnenlandse Zaken: in een aantal gevallen is, door het (tijdelijk) ontbreken van de nodige akten, het niet mogelijk om het informatiegegeven van de burgerlijke staat bij te werken. In geen geval mag de burgerlijke staat dan worden bijgewerkt louter op verklaring van betrokkene. In voorkomend geval kan voor de eigenlijke burgerlijke staat de code 90 met vermelding “onbepaald” worden gebruikt.) Dit betreft vooral personen met een niet-Belgische nationaliteit. Als zij samenwonen met een partner worden zij ondergebracht in de categorie van ‘ongehuwd samenwonenden’. Dit leidt tot een overschatting van de ongehuwd samenwonenden. De gegevens laten niet toe de wettelijk samenwonenden te onderscheiden binnen de ‘ongehuwd samenwonenden’. Personen in een overige leefvorm zijn personen die inwonen bij een ander gezin (ouder(s) met kind(eren)) of behoren tot een overig huishoudtype (ze wonen bij anderen dan hun ouder of partner). De kwaliteit van de basisgegevens over de positie in een huishouden en de geschiktheid van de gehanteerde typologie om huishoudens in te delen kan over de jaren heen veranderen. Zo is de groep gegroeid van een referentiepersoon met 1 of meerdere niet-verwante personen van hetzelfde geslacht die samenwonen. Deze kunnen niet eenduidig als samenwonende partners van hetzelfde geslacht worden beschouwd. Ook voor personen met een migratie-achtergrond is de positie binnen een complexer huishouden niet steeds eenduidig te achterhalen.
4
Bijlage 2. Bevolking naar leeftijd, geboorten en overlijdens en migratiesaldo Tabel 2.A. Geboortejaren van de leeftijdsgroepen in 1990, 2000, 2010, 2020 Leeftijdsgroep In 1990 In 2000 In 2010 Geboortejaren 0-17 jaar 1973-90 1983-99 1993-2009 18-29 jaar 1961-72 1971-82 1981-92 30-39 jaar 1951-60 1961-70 1971-80 40-49 jaar 1941-50 1951-60 1961-70 50-59 jaar 1931-40 1941-50 1951-60 60-69 jaar 1921-30 1931-40 1941-50 70-79 jaar 1911-20 1921-30 1931-40 80-89 jaar 1901-10 1911-20 1921-30 90 jaar en ouder <1901 <1911 <1921 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
In 2020 2003-2020 1991-2002 1981-90 1971-80 1961-70 1951-60 1941-50 1931-40 <1931
Tabel 2.B. Inwoners per leeftijdsgroep Vlaams Gewest, 1990, 2000, 2010, 2020, aantallen en verandering tussen 1990 en 2020, in aantal en veranderingsindex (1990=100) Veranderingsindex 1990 2000 2010 2020 2020-1990 (1990=100) 1.250.120 1.221.662 1.225.426 1.285.337 103 0-17 jaar 35.217 1.072.386 898.708 901.533 920.777 -151.609 86 18-29 jaar 873.382 925.521 805.969 831.366 95 30-39 jaar -42.016 723.296 872.838 951.905 852.837 118 40-49 jaar 129.541 689.158 704.755 859.932 946.469 137 50-59 jaar 257.311 601.743 636.854 661.513 807.875 134 60-69 jaar 206.132 339.894 478.029 534.443 569.371 168 70-79 jaar 229.477 170.316 169.921 277.450 344.079 202 80-89 jaar 173.763 19.441 31.963 33.812 71.032 365 90 jaar en ouder 51.591 Totaal 115 5.739.736 5.940.251 6.251.983 6.629.143 889.407 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen Tabel 2.C. Inwoners per leeftijdsgroep Vlaams Gewest, 1990, 2000, 2010, 2020, in % 1990 2000 0-17 jaar 21,8 20,8 18-29 jaar 18,7 15,3 30-39 jaar 15,2 15,8 40-49 jaar 12,6 14,5 50-59 jaar 12,0 11,7 60-69 jaar 10,5 10,7 70-79 jaar 5,9 7,8 80-89 jaar 3,0 2,8 90 jaar en ouder 0,3 0,5 Totaal 100 100 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
2010 19,7 14,4 13,0 15,4 13,6 10,5 8,6 4,3 0,5 100
2020 19,4 14,0 12,6 13,0 14,4 12,0 8,5 5,2 1,0 100
Zie voor meer gedetailleerde gegevens ook: Statistiek Vlaanderen: Structuur van de bevolking 5
6
Zie voor meer gedetailleerde gegevens ook: Statistiek Vlaanderen: Loop van de bevolking
7
Bijlage 3. Bevolking naar burgerlijke staat, leeftijdsgroep en geslacht M=Mannen en V=Vrouwen
8
9
10
11
12
Bijlage 4. Gezinnen
13
Zie voor meer gedetailleerde gegevens ook: Statistiek Vlaanderen: Private huishoudens 14