Skip to main content

Handhavingsrapport_ruimtelijke_ordening_2018.pdf

Page 1

Vlaanderen is ruimte & milieu

HANDHAVINGSRAPPORT RUIMTELIJKE ORDENING 2018


VOORWOORD De VHRM heeft zich ook dit jaar gekweten van haar decretale opdracht om voor de materie Ruimtelijke Ordening een handhavingsrapport op te stellen, en dit reeds voor de vierde keer. Omdat op 1 maart 2018 het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, kortweg het Handhavingsdecreet1, volledig in werking is getreden, is het voor de eerste keer dat wij u ook de (eerste) cijfers inzake de bestuurlijke handhaving kunnen presenteren. Dit betekent concreet dat u in dit rapport voor het eerst data zal terugvinden over de inzet van de bestuursdwang, de last onder dwangsom, en de bestuurlijke sanctionering. Het stakingsbevel is ook een instrument van bestuurlijke handhaving, maar bestond reeds onder de voorheen bestaande wetgeving. Gelet op de inwerkingtreding van het handhavingsdecreet, heeft de VHRM zich in 2018 sterk ingezet om de handhavers van de ruimtelijke ordening met concrete maatregelen te ondersteunen, door middel van verschillende tools, leidraden en workshops, om de handhaving op het terrein te ondersteunen. In 2018 heeft de VHRM ook een studie laten uitvoeren over een geĂŻntegreerd handhavingsrapport Omgeving met de bedoeling om het milieuhandhavingsbeleid en het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening verder op elkaar af te stemmen. De inhoud en de procedures van de huidige handhavingsrapporten Ruimtelijke Ordening en Milieu werden in deze studie onder de loep genomen om te onderzoeken op welke wijze de kwaliteit en de relevantie van de rapporten kan worden verbeterd. De VHRM onderzoekt momenteel op welke wijze de aanbevelingen uit deze studie zouden kunnen worden geĂŻmplementeerd. Het is dan ook wellicht de laatste keer dat u het rapport in zijn huidige vorm zal kunnen lezen. Over de activiteiten van de VHRM aangaande ruimtelijke ordening in 2018 wordt in het hoofdstuk 6 uitgebreid gerapporteerd. Zoals elk jaar hou ik er aan om de verschillende actoren te bedanken voor het aanleveren van de nodige informatie en het bijdragen tot de inhoudelijke analyse van de data en de algemene aanbevelingen. Het in kaart brengen van het handhavingslandschap inzake ruimtelijke ordening is noodzakelijk voor het ontdekken van aandachtspunten en het aanzetten tot noodzakelijke beleidswijzigingen. Dit handhavingsrapport vervult opnieuw die rol. Ik wens u dan ook veel leesplezier. Prof. Dr. Michael G. Faure LL.M. Voorzitter Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu

1

Zoals ingevoerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, Titel VI, Handhaving


INHOUD 1. Inleiding 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.3

Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning Methodologie en relevantie handhavingsrapport ruimtelijke ordening 2018 Werkwijze Structuur Kanttekeningen Handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening

7 7 8 8 8 9 10

2. Evaluatie van het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening

11

2.1 Evaluatie van het gewestelijke handhavingsbeleid ruimtelijke ordening 2.1.1 Gewestelijke Omgevingsinspectie (Inspectie Ruimtelijke Ordening)– afdeling Handhaving, departement Omgeving: verbalisanten ruimtelijke ordening en gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs 2.1.1.1 Verbalisanten ruimtelijke ordening 2.1.1.2 De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur 2.1.1.3 De personeelsbezetting 2.1.2 Inspanningen met betrekking tot handhavingstaken Ruimtelijke Ordening 2.1.3 De Gewestelijke Entiteit 2.2 Evaluatie van het gevoerde handhavingsbeleid ruimtelijke ordening door de politie 2.2.1 Algemeen 2.2.2 Evaluatie van het gevoerde handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening door de Lokale politie 2.2.2.1 Respons van de Lokale politie op de bevraging 2.2.2.2 Ruimtelijke ordening als prioriteit bij de Lokale politie 2.2.2.3 Tijdsbesteding van de Lokale politie aan handhavingsactiviteiten ruimtelijke ordening 2.2.2.4 Plaatsbezoeken RO uitgevoerd door de Lokale politie 2.3 Evaluatie van het gevoerde lokale handhavingsbeleid ruimtelijke ordening 2.3.1 Respons 2.3.2 Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit bij de gemeenten 2.3.3 Verbalisanten en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs voor lokale handhaving ruimtelijke ordening 2.3.4 Tijdsbesteding door het eigen gemeentelijke personeel aan handhavingsactiviteiten 2.3.5 Plaatsbezoeken uitgevoerd in het kader van de handhaving ruimtelijke ordening 2.4 Evaluatie van het gevoerde handhavingsbeleid ruimtelijke ordening door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Evaluatie van de werking van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering 2.5 2.5.1 Soorten adviezen en verzoeken 2.5.2 Aantal dossiers gekwalificeerd naar de bevoegdheden van de HRH in 2018 2.5.3 Adviezen over de herstelvorderingen gekwalificeerd naar aanvrager in 2018 2.5.4 Evaluatie van de adviezen betreffende de herstelvorderingen in 2018 2.5.4.1 Evaluatie van de adviezen op basis van de aanvrager 2.5.4.2 Evaluatie van de adviezen betreffende de opeisbare dwangsomschulden

11

25 26 26 27 27 28 29 29

3. Evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten ruimtelijke ordening

30

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

31 32 33 34 35 36 37

Plaatsbezoeken waar (g)een schending werd vastgesteld Evaluatie van het instrument ‘raadgeving’ Plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld, zonder verdere actie Plaatsbezoeken waarvan het vervolgtraject onbekend is Evaluatie van het instrument ‘aanmaning’ Evaluatie van het instrument ‘proces-verbaal’ Evaluatie van het instrument ‘verslag van vaststelling’

11 11 11 12 12 13 14 14 14 15 15 15 16 18 18 18 19 21 22


3.8 Evaluatie van het instrument ‘bevel tot staking’ 3.9 Evaluatie van het instrument ‘bestuurlijke maatregelen: last onder dwangsom en bestuursdwang’ 3.10 Evaluatie van het instrument ‘minnelijke schikking’ 3.11 Evaluatie van het instrument ‘herstelvordering’ 3.12 Evaluatie van de uitvoering van de herstelmaatregel 3.13 Evaluatie van de beslissingen inzake inningen en opschorting van dwangsommen 3.13.1 Evaluatie van de beslissingen inzake de invordering van dwangsommen door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs en de burgemeester of de gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs 3.13.2 Evaluatie van de beslissingen inzake inningen en opschorting door het Vlaams Gewest of het college van burgemeester en schepenen 3.14 Cases

38 39 40 41 42 43

4. Evaluatie van het Vlaamse sanctioneringsbeleid ruimtelijke ordening

53

4.1 Evaluatie van het strafrechtelijk sanctioneringsbeleid ruimtelijke ordening 4.1.1 Parketmagistraten Ruimtelijke Ordening 4.1.2 Context cijfergegevens 4.1.3 Instroom 4.1.4 Vooruitgangsstaat 4.1.5 Motieven tot seponeren 4.2 Evaluatie van het bestuurlijk sanctioneringsbeleid ruimtelijke ordening 4.2.1 Administratieve geldboeten in het kader van de stakingsbevelen – evaluatie van het gevoerde sanctioneringsbeleid door de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteur 4.2.2 Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest in 2018 4.2.2.1 Behandeling stedenbouwkundige misdrijven 4.2.2.2 Behandeling stedenbouwkundige inbreuken 4.3 Handhavingscollege

53 53 53 55 57 61 64

64 65 67 68

5. Conclusies en aanbevelingen

69

5.1 Conclusies / management samenvatting 5.1.1 Handhavingsbeleid 5.1.2 Evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten ruimtelijke ordening 5.1.3 Sanctionering 5.2 Aanbevelingen 5.2.1 Informatiedeling 5.2.2 Bestuurlijke handhaving 5.2.3 Samenwerking tussen handhavingsactoren

69 69 70 71 73 73 73 74

6. Activiteiten van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu in 2018

75

7. Bijlagen

79

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

79 79 80 81 82

Lijst met afkortingen Lijst van tabellen Lijst van grafieken Lijst van responderende gemeenten Lijst van responderende politiezones

43 43 45

64

Colofon 83


Afbeelding van Free-Photos via Pixabay


1 INLEIDING 1.1 DECREET VAN 25 APRIL 2014 BETREFFENDE DE HANDHAVING VAN DE OMGEVINGSVERGUNNING2 Met het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning (handhavingsdecreet) werd de verplichting tot opmaak van een globale evaluatie van het handhavingsbeleid inzake Ruimtelijke Ordening voor het eerst opgelegd. Dit decreet werd ingevoerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening onder titel VI. Naar analogie met het beleidsdomein milieu werd meer bepaald in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) een artikel 6.1.3.§2 ingeschreven dat aan de VHRM de opdracht geeft om jaarlijks een handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening op te stellen. Volgens deze decretale bepaling dient het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening minstens volgende onderdelen te omvatten: 1° een algemene evaluatie van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde gewestelijke handhavingsbeleid;

2

2° een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten; 3° een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen; 4° een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld stedenbouwkundig misdrijf; 5° een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten gevoerde handhavingsbeleid; 6° een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend ter verbetering van de regelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering; 7° aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid.

Publicatie Belgisch Staatsblad 27 augustus 2014

7


1.2 METHODOLOGIE EN RELEVANTIE HANDHAVINGSRAPPORT RUIMTELIJKE ORDENING 2018 1.2.1 Werkwijze Het opzet van het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening is om aan de hand van cijfermatige gegevens een concreet beeld te bieden van het handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening dat in het Vlaamse Gewest werd uitgevoerd van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Om aan dit doel – en de decretaal bepaalde vereisten – te voldoen, hanteert de VHRM bevragingsfiches met het oog op de bevraging van de handhavingsactoren Ruimtelijke Ordening, naar analogie van de werkwijze die wordt gehanteerd voor de opmaak van de milieuhandhavingsrapporten. De volgende actoren werden bevraagd over hun activiteiten inzake de handhaving van ruimtelijke ordening tussen 1 januari 2018 en 31 december 20183: de afdeling Handhaving van het departement Omgeving (Inspectie en Handhaving Ruimtelijke Ordening); de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering (HRH)4; de Lokale politie; de Federale politie; de steden en gemeenten; de intergemeentelijke verenigingen; het Openbaar Ministerie. De resultaten van deze bevragingsfiches werden verwerkt zodat een schematische voorstelling in tabellen en grafieken mogelijk werd. Vervolgens hebben de leden van de VHRM-werkgroep Milieu & Ruimtelijke Ordening en de leden, vertegenwoordigers en plaatsvervangers de VHRM deze cijfergegevens geduid.

1.2.2 Structuur Decretaal wordt bepaald over welke onderwerpen er minimaal moet worden gerapporteerd. Voor de opmaak van dit Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening werd, zoals aangegeven, ook gewerkt met di-

gitale bevragingsfiches voor de handhavingsactoren, naar analogie met de bevraging in het kader van de jaarlijkse milieuhandhavingsrapporten. Net zoals in het milieuhandhavingsrapport, is er gekozen om een andere volgorde te hanteren dan de opsomming in het handhavingsdecreet. De focus van hoofdstuk 2 ligt voornamelijk op de inspanningen van de handhavingsactoren. Er wordt een evaluatie geboden van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde handhavingsbeleid door de gewestelijke inspectiedienst, de politie, de steden en gemeenten en de intergemeentelijke verenigingen. Cijfermatig wordt onder meer het aantal VTE’s dat per actor wordt ingezet voor handhavingstaken en het aantal controles uitgevoerd in 2018, weergegeven. Dit maakt het mogelijk om een beeld te krijgen van het gemiddeld aantal controles dat per bevoegde persoon werd uitgeoefend. De aanleiding voor het voeren van een controle wordt ook in beeld gebracht: een klacht of op eigen initiatief, of op vraag van een andere overheidsdienst. De evaluatie van de werking van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering wordt in een apart onderdeel in dit hoofdstuk besproken. De adviezen met betrekking tot de herstelvorderingen komen aan bod. In dat kader wordt het globale kader van de herstelvorderingen in Vlaanderen in beeld gebracht. In hoofdstuk 3 ligt de nadruk op het gebruik van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten inzake de ruimtelijke ordening. Volgende instrumenten komen aan bod: raadgeving, aanmaning, proces-verbaal, verslag van vaststelling, stakingsbevel, bestuurlijke maatregelen last onder dwangsom en bestuursdwang, de minnelijke schikking, de herstelvordering, en de uitvoering van de gerechtelijke herstelmaatregel. Daarnaast wordt ook gekeken naar de inning en de opschorting van de dwangsommen. Hoofdstuk 4 ‘Evaluatie van het Vlaams sanctioneringsbeleid’ geeft vervolgens een overzicht van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde vervolgingsbeleid door het Openbaar Ministerie en voor het eerst van het sinds 1 maart 2018 gevoerde bestuurlijk sanctioneringsbeleid. De gemeentelijke administratieve sancties maken geen deel uit van het handhavingsdecreet en zullen bijgevolg niet verder in dit hoofdstuk worden besproken.

3 Het Agentschap voor Natuur en Bos werd, ondanks het feit dat dit agentschap ook vaststellingsbevoegdheden hebben inzake ruimtelijke ordening, niet bevraagd voor de opmaak van dit handhavingsrapport. 4 De Hoge raad voor het Handhavingsbeleid wordt ‘Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering’ vanaf de inwerkingtreding van het handhavingsdecreet, art.61.

8


In hoofdstuk 5 wordt getracht om een inventaris op te stellen van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan. Die kunnen worden aangewend ter verbetering van de regelgeving inzake de ruimtelijke ordening, de beleidsvisies en de beleidsuitvoering. Daarnaast worden aanbevelingen geformuleerd voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid inzake de ruimtelijke ordening. Die aanbevelingen zijn gebaseerd op conclusies uit de cijfers van 2018. In hoofdstuk 6 wordt een overzicht gegeven van de eigen werkzaamheden van de VHRM in 2018 inzake ruimtelijke ordening. Zowel tijdens de plenaire vergaderingen als in de werkgroepen werden activiteiten verricht die de handhaving ten goede zouden kunnen komen. Deze activiteiten kunnen worden gekaderd in het strategische en operationele plan van de VHRM, maar kunnen tevens worden gerelateerd aan bepaalde aanbevelingen die de VHRM formuleerde in voorgaande rapporten.

1.2.3 Kanttekeningen Daar de bevraging cijfermatig was en geen contextgegevens werden opgevraagd, kan dit ruimte laten voor interpretatie. Dit probleem wordt echter ondervangen door de inhoudelijke analyse van de cijfers door de leden, vertegenwoordigers en plaatsvervangers van de VHRM. In tweede instantie dient te worden gewezen op het feit dat dit handhavingsrapport is gebaseerd op bevragingsfiches gericht aan de handhavingsactoren. Hoewel de verschillende relevante actoren officieel werden aangeschreven en een medewerkingsverplichting bestaat voor de actoren die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest, is er geen sprake van een 100% responsgraad. Voor federale en politionele overheden bestaat deze medewerkingsverplichting niet. Dit handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening kent onvermijdelijk zijn grenzen. Het geeft wel de grote lijnen weer van een globale evaluatie van het handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening in het Vlaamse Gewest en wil op deze wijze een meerwaarde bieden voor beleidsmakers en voor de betrokken handhavingsactoren.

9


1.3 HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING Het Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 201420195, dat van toepassing was in het werkjaar 2018, bevat de ambitie voor een efficiëntieverhoging bij de handhaving, evenals het verhogen van de samenwerking en afstemming tussen alle diensten die als taak hebben om Vlaamse regelgeving te handhaven en overtredingen te beteugelen. Verder worden in het kader van de modernisering van het instrumentarium en de creatie van een nog efficiëntere overheid de beleidslijnen en –prioriteiten van de handhaving van de omgevingsvergunning verder uitgewerkt in het handhavingsprogramma. Daarin wordt ook aangegeven hoe de instrumenten van bestuurlijke handhaving optimaal kunnen worden ingezet. Tevens wordt er gestreefd naar een oplossingsgerichte en klantvriendelijke omgevingsadministratie waarbij de administraties oplossingen aanreiken en faciliteren om een project vooruit te helpen en fungeren als kenniscellen die meewerken aan het vormen van draagvlak, steeds met het oog op het algemeen belang. Ook op het vlak van handhaving dient de redelijkheid te primeren en staan op-

5

http://ebl.vlaanderen.be/publications/documents/60797

6 http://ebl.vlaanderen.be/publications/documents/65581 7

10

Beleidsnota 2014-2019 Omgeving, p.26-28

lossingsgerichtheid en klantvriendelijkheid centraal. Het decretaal kader waarbinnen wordt gewerkt, dient deze oplossingsgerichte manier van werken te ondersteunen. De beleidsnota Omgeving 2014-2019 van Vlaams minister bevoegd voor Omgeving6 legt de strategische en operationele doelstellingen inzake handhaving ruimtelijke ordening vast. Specifiek voor handhaving is de strategische doelstelling 3 “Eenvoudige en doeltreffende instrumenten” zoals verder geconcretiseerd in operationele doelstelling 14. “Verdere uitbouw gericht handhavingsbeleid” van belang.7 Naast de hierboven vermelde principes uit het Regeerakkoord, is de nadruk gelegd op gerichte en rechtvaardige handhaving. Het voorkomen van bouwmisdrijven en het zo vroeg mogelijk optreden tegen bouwmisdrijven zijn belangrijke beleidsdoelstellingen evenals het streven naar een zo spoedig mogelijk herstel mocht het bouwmisdrijf toch gepleegd zijn. De basis voor samenwerking tussen de gewestelijke en de lokale overheid wordt gevormd door het subsidiariteitsprincipe.


2 EVALUATIE VAN HET HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING In dit hoofdstuk wordt een evaluatie geboden van het Vlaamse handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Het betreft een rapportering inzake de handhavingsactiviteiten van de verschillende actoren in 2018.

2.1 EVALUATIE VAN HET GEWESTELIJKE HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING 2.1.1 Gewestelijke Omgevingsinspectie (Inspectie Ruimtelijke Ordening)– afdeling Handhaving, departement Omgeving: verbalisanten ruimtelijke ordening en gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs 2.1.1.1 Verbalisanten ruimtelijke ordening Volgens artikel 6.2.3 van de VCRO kunnen verbalisanten ruimtelijke ordening raadgevingen geven wanneer ze vaststellen dat een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf dreigt te gebeuren. Wanneer zij een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, kunnen zij op grond van hetzelfde artikel de vermoedelijke overtreder en andere betrokkenen aanmanen om de inbreuk of het misdrijf te beÍindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen. De VCRO bepaalt in artikel 6.2.4 dat de verbalisanten ruimtelijke ordening verder ook bevoegd zijn om de in titel VI van de VCRO omschreven misdrijven op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal. Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben ze toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. Op grond van artikel 6.2.5 VCRO kunnen deze verbalisanten ruimtelijke ordening bij vaststelling van een stedenbouwkundige inbreuk zonder samenloop met een stedenbouwkundige misdrijf, een verslag van vaststelling opstellen. Artikel 6.4.4 VCRO stelt dat verbalisanten ruimtelijke ordening tot slot nog een stakingsbevel kunnen op-

leggen als preventieve en voorlopige maatregel. Dit stakingsbevel dient nadien te worden bekrachtigd door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur. De verbalisanten ruimtelijke ordening van het departement Omgeving werden nominatief aangewezen bij besluit van 4 december 2018 van de secretaris-generaal van het departement Omgeving. In het kader van twee protocolakkoorden werden ook bepaalde personeelsleden van de wooninspectie en van het Agentschap Natuur en Bos bij besluit van de Secretaris-Generaal van het departement Omgeving aangewezen tot verbalisant ruimtelijke ordening, zij het met een beperkte vaststellingsbevoegdheid. Deze beide inspectiediensten werden in het kader van deze rapportering niet bevraagd.

2.1.1.2 De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs staan in voor het bereiken van het herstel van de goede ruimtelijke ordening. Zij beschikken hiervoor over volgende handhavingsinstrumenten8: het stakingsbevel9, de herstelvordering10, de bestuurlijke maatregelen11, de minnelijke schikking12 en het betekenen en afdwingen van de uitvoering van een gerechtelijke uitspraak13. Aan hen is ook de bevoegdheid verleend tot opmaak van een proces-verbaal van vaststelling van vrijwillige uitvoering van een herstelmaatregel opgelegd in een rechterlijke uitspraak, na controle ter plaatse.14

8

Volledigheidshalve is ook de dading over een uitvoeringstermijn (art. 6.3.5) te vermelden. Dit instrument werd niet bevraagd.

9

Artikel 6.4.4 t.e.m. 6.4.6 VCRO

10 Artikels 6.3.1 en 6.3.3 VCRO. 11

Artikel 6.4.1 VCRO e.v., 6.4.7 VCRO e.v. en artikel 6.4.14 VCRO e.v.

12 Artikel 6.4.19 VCRO e.v. 13 Artikel 6.3.4 VCRO. 14

Titel 6, Afdeling 6. Uitvoering van de rechterlijke uitspraak. Art.6.1.45. VCRO

11


2.1.1.3 De personeelsbezetting De gewestelijke Omgevingsnspectie– afdeling Handhaving, departement Omgeving werd in de bevragingsfiche verzocht om voor 2018 het aantal inspecteurs, het aantal verbalisanten en het aantal voltijdse equivalenten (VTE) besteed aan handhavingstaken mee te delen. De hoeveelheid VTE geeft een vollediger beeld van de effectieve inzet met betrekking tot de handhavingstaken dan het aantal alleen. Onderstaande tabel geeft een beeld van het aantal personeelsleden, hun effectieve inzet en de taken die ze uitvoeren.

Aantal

Totaal VTE

Inspecteurs

12

10,05

Verbalisanten (niet inspecteur)

9

8,34

AANTAL PERSONEELSLEDEN

Administratieve ondersteuning15 Totaal

6 21

24,39

Tabel 1 Personeelsinzet handhaving RO in de Gewestelijke Omgevingsinspectie – 2018

In de hier bovenstaande tabel zijn alle personen opgenomen die binnen afdeling Handhaving van het departement Omgeving waren aangeduid als gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en als verbalisant ruimtelijke ordening. Er wordt opgemerkt dat op één na alle gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs tevens zijn aangesteld als verbalisant ruimtelijke ordening. De beschreven inzet van personeelsleden en VTE’s beslaat het volledige handhavingstraject (incl. het de uitvoering van een gerechtelijke uitspraak) en niet alleen de opsporing en vaststelling van initiële inbreuken. In vergelijking met 2017 is er bij de Gewestelijke Omgevingsinspectie voor wat betreft inspecteurs en verbalisanten een daling van het aantal VTE, van 22,6

VTE in 2017 naar 18,39 in 2018. In 2016 bedroeg het aantal VTE nog 23,04 en in 2015 nog 27,3 Het aantal personeelsleden is gedaald van 32 in 2015, naar 21 in 2018. Verder is er tevens een sterke daling in de VTE voor administratieve ondersteuning RO bij de afdeling Handhaving. Tot en met 2017 bedroeg de VTE hiervoor steeds ongeveer de helft van de VTE die aan handhavingstaken wordt besteed, zijnde verbalisanten en inspecteurs. In 2018 is deze verhouding gedaald naar iets minder dan een op drie. De administratieve ondersteuning is gedaald van 14,51 VTE in 2015 naar 6 VTE in 2018.

2.1.2 Inspanningen met betrekking tot handhavingstaken Ruimtelijke Ordening Zoals uit de VCRO blijkt, beschikt de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur over een uitgebreid pakket bevoegdheden waardoor hij/zij meerdere handhavingsinstrumenten Ruimtelijke Ordening kan inzetten gedurende het hele handhavingstraject. Om de inspanningen op het vlak van de handhaving RO van de afdeling Handhaving, departement Omgeving beter te kunnen kaderen, werd gevraagd hoeveel plaatsbezoeken er tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 werden uitgevoerd in het kader van de VCRO. Het omvat zowel de plaatsbezoeken naar aanleiding van klachten als op basis van eigen initiatief. De plaatsbezoeken in het kader van adviesverlening en/of het afleveren van stedenbouwkundige vergunningen zijn daarin niet begrepen. De afdeling Handhaving, departement Omgeving nam zowel de initiële als de navolgende controles op in zijn telling. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geregistreerde plaatsbezoeken door de stedenbouwkundige inspecteurs en verbalisanten van de afdeling Handhaving, departement Omgeving. Tevens wordt een onderscheid gemaakt in de aanleiding van het plaatsbezoek.

2018

2017

2016

2015

2.089

2.606

1.111

1.138

Aantal plaatsbezoeken na klacht

269

364

267

Aantal plaatsbezoeken op eigen initiatief

29

67

/

1.594

1.940

642

197

235

202

Totaal aantal plaatsbezoeken

Aantal navolgende plaatsbezoeken (om extra inlichtingen in te winnen vb. opstellen herstelvordering,...) Aantal plaatsbezoeken n.a.v. een melding van herstel van een vonnis/arrest Tabel 2. Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door de Gewestelijke Omgevingsinspectie in 2018, 2017, 2016 en 2015

15 Het aantal medewerkers voor administratieve ondersteuning werd niet meegedeeld voor 2018.

12


Het totaal aantal geregistreerde plaatsbezoeken door in 2018 bedraagt 2.089. In vergelijking met 2017 toen het aantal geregistreerde controles 2.606 bedroeg, is er een daling. De plaatsbezoeken daalden in elke categorie, ongeacht de aanleiding. Het aantal plaatsbezoeken in 2018 ligt nog steeds beduidend hoger dan in 2016 en 2015, toen het aantal controles respectievelijk 1.111 en 1.138 bedroeg. De verklaring hiervoor is te vinden in een betere registratie van het aantal plaatsbezoeken.

In de volgende tabel wordt niet enkel het aantal inspecteurs en verbalisanten en het totaal ingezette VTE besteed aan handhaving en het aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door de inspecteurs en verbalisanten weergegeven, maar wordt tevens een afweging gemaakt door het aantal uitgevoerde plaatsbezoeken te delen door het aantal inspecteurs en verbalisanten om zo het gemiddeld aantal plaatsbezoeken per inspecteur/verbalisant voor te stellen.

Totaal aantal plaatsbezoeken

Totaal aantal inspecteurs / verbalisanten

Totaal aantal VTE handhaving RO

Gemiddeld aantal plaatsbezoeken per inspecteur/verbalisant

Gemiddeld aantal plaatsbezoeken per VTE

2.089

21

18,39

99,5

114

Tabel 3 Inspanningen met betrekking tot handhavingstaken ruimtelijke ordening - 2018

Bovenstaande tabel geeft aan dat in 2018 gemiddeld 99 plaatsbezoeken per inspecteur/verbalisant werden uitgevoerd en 114 plaatsbezoeken per VTE.

2.1.3 De Gewestelijke Entiteit In het Handhavingsrapport wordt dit jaar niet alleen gefocust op het opsporen en vaststellen en het verkrijgen van het herstel van inbreuken en misdrijven ruimtelijke ordening, maar wordt ook verduidelijking gegeven over de administratieve beboeting. De Gewestelijke Entiteit staat sedert 1 maart 2018 in voor het opleggen van bestuurlijke geldboetes voor schendingen van de VCRO. Waar de verbalisanten ruimtelijke ordening en de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs instaan voor het herstel zal de Gewestelijke Entiteit een bestuurlijke geldboete opleggen aan de overtreders indien het parket niet kan optreden (stedenbouwkundige inbreuken) of de dossiers binnen de daartoe voorziene termijn doorstuurt aan de gewestelijke entiteit (stedenbouwkundige misdrijven). Voorwaarde voor het opleggen van een bestuurlijke geldboete is echter wel dat de feiten binnen de gewestelijke, gezamenlijke of lokale prioriteiten vallen en de feiten toerekenbaar zijn aan de vermoedelijke overtreder. In titel 4 van dit rapport gaan we hier verder op in.

13


2.2 EVALUATIE VAN HET GEVOERDE HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING DOOR DE POLITIE vaststelling (op basis van een aangifte, klacht of een op heterdaad ontdekt misdrijf) tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018.

De VHRM heeft voor de opmaak van dit handhavingsrapport de Federale en de Lokale politie bevraagd in het kader van hun activiteiten betreffende handhaving Ruimtelijke Ordening. Er werd zowel naar personeelsinzet als naar controles voor handhavingsactiviteiten Ruimtelijke Ordening gepeild.

De cijfergegevens zijn afkomstig uit de Algemene Nationale Gegevensdatabank. De Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) is het geheel van informatiesystemen van de geïntegreerde politie dat bestemd is om de opdrachten van gerechtelijke of bestuurlijke politie te ondersteunen, zodat er een maximaal gestructureerd en beveiligd informatiebeheer wordt gewaarborgd.

2.2.1 Algemeen Onderstaande tabel geeft een overzicht van het totaal aantal processen-verbaal dat werd opgesteld door respectievelijk de Federale en de Lokale politie. Er werd gevraagd hoeveel processen-verbaal met betrekking tot ruimtelijke ordening in het Vlaamse Gewest werden opgesteld door de Federale politie en door de Lokale politie naar aanleiding van een

2018

Ter vergelijking worden de gegevens uit de voorgaande jaren eveneens opgenomen in onderstaande tabel.

2017

2016

2015

POLITIE

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Federaal

1

0,10

13

0,85

5

0,35

12

0,84

Lokaal

1.034

99,90

1.517

99,15

1.410

99,65

1.421

99,16

Totaal

1.035

100

1.530

100

1.415

100

1.433

100

Tabel 4 Aantal processen-verbaal inzake RO opgesteld door politiediensten in het Vlaamse Gewest in 2018, 2017, 2016 en 2015

In totaal werden door de politiediensten 1.035 processen-verbaal opgesteld in het Vlaamse gewest in 2018. Bijna al deze processen-verbaal – op één na – werden door de Lokale politie opgesteld. Deze verhouding tussen Lokale en Federale politie is een constante in de gegevens van de afgelopen vier jaren. Uit bovenstaande tabel blijkt verder dat het aantal processen-verbaal dat werd opgesteld door de Lokale politie in 2018 meer dan 30% daalde ten opzichte van 2017. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de lagere responsgraad van de verschillende politiezones waardoor geen volledige vergelijking mogelijk is.

14

2.2.2 Evaluatie van het gevoerde handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening door de Lokale politie In het bovenstaande algemene deel (2.2.1) inzake de politiediensten werden de processen-verbaal gevat die door de Lokale politie en de Federale politie in 2018 aangaande ruimtelijke ordening werden opgesteld. De activiteiten van de Lokale politie worden besproken in dit afzonderlijk hoofdstuk. In de bevraging van de politiezones werd gepeild naar het aantal inwoners in de politiezone, naar het feit of Ruimtelijke Ordening al dan niet een prioriteit is binnen hun politiezone, de tijdsbesteding aan handhavingsactiviteiten Ruimtelijke Ordening en het aantal uitgevoerde controles. De resultaten van deze controles zullen worden besproken in hoofdstuk 3.


2018

2017

2016

Aantal responderende politiezones per klasse

Aantal Politiezones in de desbetreffende klasse

Aantal responderende politiezones per klasse

Aantal Politiezones in de desbetreffende klasse

Aantal responderende politiezones per klasse

Aantal Politiezones in de desbetreffende klasse

Aantal responderende politiezones per klasse

INWONERSAANTAL

Aantal Politiezones in de desbetreffende klasse

2.2.2.1 Respons van de Lokale politie op de bevraging

2015

0-24999

7

4

7

5

7

3

12

4

25000-49999

62

39

62

44

63

47

124

43

50000-74999

22

18

22

15

23

13

52

13

75000-99999

9

5

9

8

10

5

21

6

>=100000

9

8

9

5

8

6

17

4

109

74

109

77

111

74

226

70

Totaal

Tabel 5 Responsgraad van de Lokale politie in 2018, 2017, 2016 en 2015

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de respons van de Lokale politie. Analoog met de vorige handhavingsrapporten, werd gekozen voor een indeling op basis van het inwonersaantal in de politiezone. Dit betekent dat 5 klassen van politiezones worden gehanteerd. De VHRM ontving een ingevulde bevragingsfiche van 74 van de 109 politiezones in het Vlaamse Gewest. Dit komt neer op een responsgraad van 68%. Dit betekent een daling van de responsgraad ten opzichte van 2017. In 2017 bedroeg de responsgraad 71%, in 2016 was de responsgraad 67%, en in 2015 61%. Er is wel een stijging merkbaar in de grootste klasse van politiezones in 2018 ten opzichte van 2017.

2.2.2.2 Ruimtelijke ordening als prioriteit bij de Lokale politie In de bevragingsfiche werd expliciet gevraagd of handhaving van de Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) deel uitmaakt van hun Zonaal Veiligheidsplan. Het feit dat die materie daarin is opgenomen, geeft een indicatie dat de handhaving van deze bijzondere wetgeving aandacht krijgt binnen de desbetreffende politiezone. Daarnaast werd aan de politiezones ook de ruimere vraag gesteld ‘of de politiefunctionarissen de opdracht hebben om specifiek RO te handhaven’ maar ook of de politiezone beschikte over een gespecialiseerde cel die zich bezig houdt met ruimtelijke ordening. Onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht.

Ja

Nee

Lokaal Veiligheidsplan

6

68

Gespecialiseerde cel die zich bezighoudt met RO

25

49

Politiefunctionarissen hebben de opdracht om specifiek RO te handhaven

13

12

Tabel 6 Handhaving VCRO in Zonaal Veiligheidsplan en in de praktijk door Lokale politie in 2018

Uit bovenstaande tabel blijkt dat 6 politiezones van de 74 responderende politiezones de handhaving van de VCRO in hun Zonaal Veiligheidsplan hebben opgenomen. Dit is slechts 8% van de responderende politiezones. Ten opzichte van 2017 is dit een daling. Toen had 13% van de responderende politiezones de handhaving van de VCRO in hun Zonaal Veiligheidsplan opgenomen. Hierbij dient tekening te worden gehouden met de responsgraad. Op de vraag of er in de politiezone een gespecialiseerde cel bestaat voor de handhaving RO, antwoordden 25 zones positief. Dit is 34% van de responderende zones, waardoor het percentage iets meer dan de 32% van 2017 bedraagt. Hierbij dient tekening te worden gehouden met de responsgraad in de verschillende klassen van politiezones. De vraag of de politiefunctionarissen de opdracht hebben om specifiek RO te handhaven werd door 13 zones positief beantwoord en door 12 zones negatief.

2.2.2.3 Tijdsbesteding van de Lokale politie aan handhavingsactiviteiten ruimtelijke ordening De Lokale politie werd in de bevragingsfiche verzocht om voor 2018 het aantal agenten, het aantal VTE besteed aan handhavingstaken door deze agenten en het aantal VTE besteed aan administratieve ondersteuning van deze handhavingstaken door niet-agenten, mee te delen. De hoeveelheid voltijdse equivalenten (VTE) geeft een vollediger beeld van de effectieve inzet met betrekking tot de handhavingstaken dan het aantal agenten alleen. Onderstaande tabel geeft een beeld van het aantal personeelsleden en hun effectieve inzet met betrekking tot handhavingstaken in VTE weer:

Agenten - handhavingstaken

Aantal

VTE

236

29,75

Niet-agenten administratieve ondersteuning Totaal

9,2 236

38,95

Tabel 7 Personeelsleden Lokale politie die specifiek handhaving van de VCRO in hun takenpakket hadden in 2018

Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de 74 responderende politiezones, 236 agenten actief zijn voor de 15


handhaving van de VCRO16. Deze agenten spendeerden voor de handhaving van de VCRO samen 29,75 VTE in 2018. Dit betekent dat ruimtelijke ordening slechts een beperkt onderdeel van hun algemeen takenpakket vormt. Concreet besteedt een agent met handhavingstaken gemiddeld 0,13 VTE aan handhavingstaken ruimtelijke ordening. Daarnaast werd 9,2 VTE besteed aan administratieve ondersteuning door niet-agenten.

Tabel 8. Totaal aantal plaatsbezoeken RO uitgevoerd door de Lokale politie in 2018, 2017, 2016 en 2015

In 2017 waren er 84 agenten met handhavingstaken actief voor de handhaving van de VCRO in de 77 responderende politiezones. Deze agenten besteedden in 2017 in totaal 28,58 VTE aan handhavingstaken ruimtelijke ordening, hetgeen neerkomt op een gemiddelde van 0,34 VTE per agent. In 2017 werd er echter slechts 5,07 VTE besteed aan administratieve ondersteuning door niet-agenten.

Het totaal aantal gerapporteerde controles uitgevoerd door de lokale politie in 2018 bedroeg 1.407. Sinds de eerste meting in 2015 steeg het aantal steeds, tot in 2018. Ten opzicht van 2017 kan er immers een daling van 28% worden vastgesteld van het totaal aantal plaatsbezoeken, terwijl de responsgraad afnam met slechts 4%.

In vergelijking met 2017 kan dus een forse stijging van het aantal agenten die zich specifiek met ruimtelijke ordening bezighielden, worden vastgesteld.. Mogelijks kan de stijging van responsgraad in de grootste klasse een verklaring zijn of de interpretatie van de bevraging. Het aantal VTE dat door deze agenten werd besteed aan handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening steeg in verhouding maar heel beperk, met 1 VTE. Dit betekent dat een daling kan worden vastgesteld van het gemiddelde aantal VTE dat door deze agenten werd besteed aan handhavingstaken ruimtelijke ordening.

2.2.2.4 Plaatsbezoeken RO uitgevoerd door de Lokale politie Om een inzicht te krijgen in de activiteiten van de Lokale politie werd de vraag gesteld naar het aantal handhavingscontroles uitgevoerd in het kader van de handhaving Ruimtelijke Ordening door de agenten van de politiezone tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018. In de onderstaande tabel wordt het totaal aantal uitgevoerde handhavingscontroles van de politiezones weergegeven en het gemiddelde aantal controles per VTE. Terzelfdertijd wordt opgenomen wat de aanleiding was om een controle uit te voeren. Drie criteria zijn doorslaggevend: werd de controle uitgevoerd op eigen initiatief (bijvoorbeeld in het kader van een geplande handhavingscampagne), naar aanleiding van een melding door een gemeente of een andere overheidsinstantie of gebeurde dat naar aanleiding van een klacht. Onderstaande tabel geeft dit weer.

16 Exclusief de politiefunctionarissen van de gespecialiseerde cellen

16

2018

2017

2016

2015

Eigen initiatief

36

117

145

89

Melding door gemeente of andere overheid

849

1.146

842

/

N.a.v. klachten

522

682

721

981

Totaal aantal plaatsbezoeken

1.407

1.945

1.708

1.070

Als de aanleiding om op te treden wordt bekeken, valt het op dat de Lokale politie in 60% van de gevallen vaststellingen doet naar aanleiding van een melding door de gemeente of een andere overheid, in 37% naar aanleiding van een klacht en slechts in 3% op eigen initiatief. Deze verhoudingen liggen in dezelfde lijn als deze van 2017. In de volgende tabel wordt niet enkel het aantal personeelsleden actief rond handhaving Ruimtelijke Ordening binnen de Lokale politie, het totaal ingezette VTE besteed aan handhaving en het aantal controles uitgevoerd door de Lokale politie weergegeven, maar wordt tevens een afweging gemaakt door het aantal uitgevoerde controles te delen door het aantal personeelsleden actief rond handhaving Ruimtelijke Ordening om zo het gemiddeld aantal controles per verbalisant van de Lokale politie voor te stellen. Omdat een controle vaak meer omvat dan enkel het effectief uitvoeren van de controle en het ter plaatse gaan, zal – om een meer evenwichtig beeld te verkrijgen – het aantal controles uitgevoerd door de verbalisanten van de Lokale politie worden gedeeld door het totaal ingezette VTE besteed aan handhaving om zo voor 2018 een gemiddeld aantal controles per VTE voor te stellen. Op die manier wordt ook rekening gehouden met de voorbereidingen van elke controle en met de administratieve afhandeling.


Response

0-24999

2500049999

5000074999

7500099999

>=100000

Totaal

4

39

18

5

8

74

Aantal agenten die zich specifiek bezig houden met handhaving RO

0

27

16

11

24

78

Aantal uitgevoerde plaatsbezoeken RO

35

615

355

211

191

1.407

Gemiddeld aantal plaatsbezoeken RO per agent die zich specifiek bezighoudt met handhaving RO

0

23

22

19

8

18

Gemiddeld aantal plaatsbezoeken RO per VTE

70

65

22

48

23

36

Tabel 9 Inspanningen met betrekking tot plaatsbezoeken uitgevoerd door de Lokale politie in 2018

Bovenstaande tabel geeft aan dat in 2018 gemiddeld 18 controles werden uitgevoerd per agent die zich specifiek bezighoudt met handhaving Ruimtelijke Ordening. Dit is een daling ten opzichte van 2017, toen gemiddeld 23 controles werden uitgevoerd per agent. Er kan niet meteen een verklaring worden gevonden voor deze daling. Het gemiddeld aantal controles per VTE is het totaal aantal uitgevoerde controles afgewogen ten aanzien van het totale ingezette VTE dat werd besteed aan handhavingstaken. Dit gegeven vormt een correcter beeld van de inspanningen van de handhavingsactoren in 2018. Gemiddeld voerden de agenten 36 handhavingscontroles uit per VTE. Ook dit is een daling ten opzicht van 2017, toen gemiddeld 58 handhavingscontroles werden uitgevoerd per VTE.

17


2.3 EVALUATIE VAN HET GEVOERDE LOKALE HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING De VHRM heeft voor de opmaak van dit handhavingsrapport de 308 Vlaamse steden en gemeenten bevraagd in het kader van hun activiteiten betreffende handhaving Ruimtelijke Ordening. Er werd gepeild naar het aantal verbalisanten in de gemeenten, de tijdsbesteding aan handhavingsactiviteiten Ruimtelijke Ordening, het feit of de gemeente al dan niet eigen prioriteiten heeft, het aantal uitgevoerde controles – naar aanleiding van klachten en op eigen initiatief. Het resultaat van deze controles zal worden besproken in hoofdstuk 3.

Sinds 1 maart 2018 zijn de bevoegdheden van de lokale handhavingsactoren gewijzigd. Het college van burgemeester en schepenen is nu bevoegd om verbalisanten ruimtelijke ordening en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs aan te stellen. Deze verbalisanten ruimtelijke ordening en inspecteurs hebben in hun gemeente dezelfde bevoegdheden als de verbalisanten en stedenbouwkundige inspecteurs van het departement Omgeving (zie supra 2.1.1. voor deze bevoegdheden). Ook op intergemeentelijk niveau kunnen verbalisanten ruimtelijke ordening en stedenbouwkundige inspecteurs worden aangesteld. Hiervoor dient de aanstelling van deze personen te worden goedgekeurd door alle betreffende colleges van burgemeester en schepenen.

2.3.1 Respons Onderstaande tabel geeft een overzicht van de respons van de gemeenten. Analoog met de vorige handhavingsrapporten, werd er gekozen voor een indeling op basis van het inwonersaantal in de gemeente. Dit betekent dat 5 klassen van gemeentes worden gehanteerd.

Tot slot heeft de burgemeester sedert 1 maart 2018 in zijn/haar gemeente/stad steeds dezelfde bevoegdheden als een stedenbouwkundige inspecteur.

2016

2015

Aantal gemeenten

Aantal responderende gemeenten

2018 Aantal gemeenten

Aantal responderende gemeenten

Aantal responderende gemeenten

Aantal responderende gemeenten

≤ 4.999

12

5

12

7

6

7

5.000 - 9.999

66

53

65

55

37

57

INWONERSAANTAL

2017

10.000 - 14.999

84

63

85

74

53

65

15.000 - 19.999

49

39

51

45

26

42

20.000 - 24.999

33

29

32

30

24

26

25.000 - 29.999

16

11

15

13

12

11

30.000 - 74.999

39

31

39

35

28

30

≥ 75.000

9

8

9

9

8

6

308

239

308

268

194

244

Totaal

Tabel 10 Responsgraad van de gemeenten in 2018, 2017, 2016 en 2015

De VHRM heeft een ingevulde bevragingsfiche mogen ontvangen van 239 van de 308 gemeenten in het Vlaamse Gewest. Dit vertegenwoordigt een responsgraad van 76%. In 2017 bedroeg deze responsgraad 87%, in 2016 63% en in 2015 79%.

2.3.2 Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit bij de gemeenten Het vastleggen en expliciteren van prioriteiten zowel op gewestelijk als op lokaal niveau, maakt de samenwerking tussen beide bestuursniveaus gemakkelijker en is ook aangewezen in het kader van de bestuur-

18

lijke beboeting.. Zo worden overlappingen vermeden en terzelfdertijd kan worden gestreefd naar een slagkrachtig handhavingsbeleid. Ook voor de andere handhavingspartners die tussenkomen in het handhavingstraject zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering en de gewestelijke entiteit, geeft het bepalen van prioriteiten een houvast bij het te voeren handhavingsbeleid. Ook het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening, dat bindend is voor de gewestelijke inspectie en richtinggevend voor de lokale handhavers, benadrukt


dit niet het geval. Ook in 2017 had ongeveer 1 op de 5 responderende gemeenten vastgelegde prioriteiten inzake ruimtelijke ordening.

het belang van het werken met prioriteiten. In het Handhavingsprogramma worden bovendien criteria aangeleverd die kunnen helpen bij het vastleggen van handhavingsprioriteiten. In de bevragingsfiche werd daarom expliciet gevraagd of de gemeenten prioriteiten hebben vastgelegd inzake de handhaving van de Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Onderstaande tabel geeft een overzicht van het antwoord op deze vraag.

Aantal responderende gemeenten

2.3.3 Verbalisanten en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs voor lokale handhaving ruimtelijke ordening De lokale besturen werden in de bevragingsfiche verzocht om te vermelden of ze een beroep konden doen op een verbalisant of gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur (gemeentelijk of intergemeentelijk) specifiek aangewezen door de gouverneur of het College van Burgemeester en Schepenen vanaf 01/03/2018 (niet politie), of deze verbalisant deel uitmaakte van de gemeente en het aantal verbalisanten waarop ze beroep konden doen tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018.

239

Aantal gemeenten met vastgelegde prioriteiten RO

52

Aantal gemeenten zonder vastgelegde prioriteiten RO

187

Tabel 11 Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit van de gemeenten in 2018

Uit bovenstaande tabel blijkt dat 52 of 22% van de responderende gemeenten prioriteiten inzake de handhaving van ruimtelijke ordening heeft vastgelegd. Bij 78% van de responderende gemeenten was

Verbalisant Ruimtelijke Ordening (binnen gemeente of intergemeentelijke vereniging) INWONERSAANTAL

Ja

Eigen gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur (binnen gemeente of intergemeentelijke vereniging)

Neen

Ja

Neen

≤ 4.999

0

5

0

5

5.000 - 9.999

16

37

6

47

10.000 - 14.999

22

41

6

57

15.000 - 19.999

8

31

2

37

20.000 - 24.999

9

20

2

27

25.000 - 29.000

3

8

0

11

30.000 - 74.999

17

14

7

24

≼ 75.000

8

0

1

7

Totaal

83

156

24

215

Tabel 12 Gemeenten met verbalisanten en stedenbouwkundige inspecteurs (gemeentelijk of intergemeentelijk) Ruimtelijke Ordening in 2018

De bovenstaande aantallen geven aan dat in 83 van de 239 van de responderende gemeenten - zijnde 35% - een beroep kon worden gedaan op een gemeentelijke of intergemeentelijke gespecialiseerde verbalisant die niet tot de politie behoorde. Deze verhouding is meer dan deze van 2017, toen 27% ofwel 73 van de 268 responderende gemeenten beroep kon doen op een gespecialiseerde verbalisant die niet tot de politie behoorde.

In de volgende tabel wordt een overzicht geboden van het aantal gemeenten met eigen gemeentelijke verbalisanten en het aantal gemeentelijke verbalisanten.

Daarnaast kan worden vastgesteld dat 10% van de responderende gemeenten in 2018 beroep kon doen op een eigen gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur (binnen de gemeente of een intergemeentelijke vereniging).

19


INWONERSAANTAL

Aantal gemeenten met eigen gemeentelijke verbalisanten

Aantal verbalisanten in de gemeente

Aantal gemeenten dat beroep kan doen op een verbalisant van een intergemeentelijke vereniging

≤ 4.999

0

0

0

5.000 - 9.999

9

14

7

10.000 - 14.999

15

19

10

15.000 - 19.999

8

12

0

20.000 - 24.999

6

13

3

25.000 - 29.000

3

9

1

30.000 - 74.999

17

35

1

≥ 75.000

8

38

0

Totaal

66

140

22

Tabel 13 Aantal gemeentelijke en intergemeentelijke verbalisanten actief voor lokale handhaving Ruimtelijke Ordening in 2018

In bovenstaande tabel kan worden gelezen dat in 2018 140 gemeentelijke verbalisanten actief waren, verspreid over 66 gemeenten. In 2017 zaten 129 eigen gemeentelijke verbalisanten verspreid over 68 responderende gemeenten met een eigen verbalisant. 22 gemeenten geven aan in 2018 beroep te kunnen hebben gedaan op een verbalisant van een interge-

INWONERSAANTAL

meentelijke vereniging. Deze verbalisanten en hun handhavingsactiviteiten worden besproken in 2.4. In onderstaande tabel wordt een overzicht geboden van het aantal gemeenten met eigen stedenbouwkundige inspecteurs en het aantal stedenbouwkundige inspecteurs.

Aantal gemeenten met eigen gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs

Aantal gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs in de gemeente

Aantal gemeenten dat beroep kan doen op een gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs van een intergemeentelijke vereniging

≤ 4.999

0

0

0

5.000 - 9.999

5

6

3

10.000 - 14.999

5

7

3

15.000 - 19.999

2

2

0

20.000 - 24.999

1

1

1

25.000 - 29.000

0

0

0

30.000 - 74.999

7

10

1

≥ 75.000

1

1

0

Totaal

21

27

8

Tabel 14 Aantal gemeentelijke en intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs actief voor lokale handhaving Ruimtelijke Ordening in 2018

In 2018 konden 21 van de responderende gemeenten beroep doen op een totaal van 27 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs. Daarnaast konden 8 gemeenten beroep doen op een gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur aangesteld binnen een intergemeentelijke vereniging. Hun activiteiten worden besproken in 2.4.

20

Tabel 15 geeft de spreiding van de eigen gemeentelijke verbalisanten en de eigen gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs weer volgens de grootte van de gemeenten naar inwonersaantal.


INWONERSAANTAL

2018

2018 2017 2016 2015

Aantal gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs

Aantal gemeentelijke verbalisanten

≤ 4.999

0

0

0

0

2

5.000 - 9.999

6

14

10

4

10

10.000 - 14.999

7

19

19

12

22

15.000 - 19.999

2

12

14

8

19

20.000 - 24.999

1

13

19

19

18

25.000 - 29.999

0

9

4

0

4

30.000 - 74.999

10

35

24

25

30

≥ 75.000

1

38

39

42

41

Totaal

27

140

129

110

146

Tabel 15 Gemeentelijke verbalisanten per klasse van gemeenten naar inwonersaantal in 2018, 2017, 2016 en 2015 en gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs in 2018

Ter interpretatie van bovenstaande cijfers dient te worden vermeld dat binnen de gemeente de aangestelde verbalisant dezelfde persoon zou kunnen zijn als de aangestelde gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur. Dit maakt dat de gegevens mogelijks dubbeltellingen bevatten. Sinds 2016 is er terug een stijging merkbaar van het aantal verbalisanten. In 2018 werden er reeds 27 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs aangesteld. Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeenten uit de kleinste aantal inwoners – klasse ≤4.999 – geen beroep konden doen op een eigen verbalisanten noch gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs in 2018. Rekening houdend met de responsgraad binnen de verschillende klassen (zie tabel 10), kan worden vastgesteld dat het gemiddelde aantal aangestelde

gemeentelijke verbalisanten per gemeente toeneemt naarmate het inwonersaantal stijgt. Daar waar er gemiddeld 0,26 gemeentelijke verbalisanten waren aangesteld per gemeente in de klasse van 5.000 – 9.999 inwoners, stijgt dit aantal tot 4,75 gemeentelijke verbalisanten per gemeente in de grootste klasse. Er kan dus worden geconcludeerd dat hoe meer inwoners in een gemeente, hoe meer gemeentelijke verbalisanten er zijn aangesteld. Deze redenering gaat echter niet op voor het aantal aangestelde gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs.

2.3.4 Tijdsbesteding door het eigen gemeentelijke personeel aan handhavingsactiviteiten De steden en gemeenten werden in de bevragingsfiche verzocht om voor 2018 het aantal VTE dat door de eigen gemeentelijke verbalisanten en de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs aan handhavingstaken Ruimtelijke Ordening in het kader van de VCRO werd besteed en het aantal VTE dat door niet-verbalisanten en niet-gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs aan administratieve ondersteuning van handhavingstaken Ruimtelijke Ordening werd besteed, mee te delen. De hoeveelheid VTE geeft een vollediger beeld van de effectieve gemeentelijke inzet met betrekking tot de handhavingstaken Ruimtelijke Ordening dan de personeelsaantallen alleen. In onderstaande tabel worden deze gegeven weergegeven.

21


VTE administratieve ondersteuning door niet-verbalisanten

Totaal VTE

VTE handhavingstaken door verbalisanten

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0

VTE handhavingstaken door verbalisanten

VTE handhavingstaken door verbalisanten

0,00

Totaal VTE

Totaal aantal VTE verbalisanten en gemeentelijk stedenbouwkundig + ondersteuning inspecteurs

0,00

2015

VTE administratieve ondersteuning door niet-verbalisanten

Totaal VTE verbalisanten + ondersteuning

0,00

2016

VTE administratieve ondersteuning door niet-verbalisanten

0,00

2017

VTE handhavingstaken door verbalisanten

0,00

Totaal VTE GSI + ondersteuning

0-4999

VTE administratieve ondersteuning door niet-gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs

INWONERSAANTAL

VTE handhavingstaken door gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs (GSI)

2018

0

0

0,15

5000-9999

0,26

0,01

0,27

0,67

0,10

0,77

1,04

0,88

0,00

0,88

0,11

0

0,11

4,36

10000-14999

0,05

0,00

0,05

1,47

0,36

1,83

1,88

3,03

1,10

4,13

1,57

0,425

1,995

6,44

15000-19999

0,60

0,60

1,20

1,42

1,00

2,42

3,62

1,92

0,27

2,19

0,81

0,1

0,91

11,53

20000-24999

0,00

0,00

0,00

1,40

0,80

2,20

2,20

1,82

0,92

2,74

1,31

0,4

1,71

1,78

25000-29999

0,00

0,00

0,00

0,65

0,60

1,25

1,25

0,60

0,10

0,70

0

0

0

1,61

30000-74999

1,62

0,20

1,82

11,29

2,05

13,34

15,16

9,04

2,47

11,51

5,27

4,52

9,79

15,10

75000-‌

0,50

0,00

0,50

27,30

19,20

46,50

47,00

27,50

19,30

46,80

31,8

15,9

47,5

49,90

Totaal

3,03

0,81

3,84

44,20

24,11

68,31

72,15

44,79

24,16

68,95

40,87

21,345

62,015

87,87

Tabel 16 Aantal VTE besteed aan handhavingstaken Ruimtelijke Ordening door gemeentelijk personeel in 2018, 2017, 2016 en 2015 per klasse van gemeenten naar inwonersaantal

Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeenten in 2018 in totaal 72 VTE hebben besteed aan handhavingstaken. Dit is een stijging ten opzichte van de 69 VTE in 2017 en de 62 VTE in 2016, maar nog steeds een daling ten opzicht van de 88 VTE die de gemeenten hebben besteed aan handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening in 2015. Daarnaast kan uit deze tabel worden afgeleid dat, rekening houdend met het feit dat in 2018 27 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs en 140 gemeentelijke verbalisanten actief waren, er een gemiddelde tijdsbesteding van 0,49 VTE per gemeentelijke verbalisant was en een gemiddelde tijdsbesteding van 0,14 VTE per gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur. Dit betekent dat de gemiddelde gemeentelijke verbalisant ongeveer, net zoals voorgaande jaren, in

22

2018 halftijds actief was inzake de handhaving van de ruimtelijke ordening.

2.3.5 Plaatsbezoeken uitgevoerd in het kader van de handhaving ruimtelijke ordening Om een inzicht te krijgen in de activiteiten van de lokale overheden werd de vraag gesteld naar het aantal plaatsbezoeken uitgevoerd in het kader van de handhaving Ruimtelijke Ordening tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018. In de onderstaande tabel wordt het totaal aantal uitgevoerde plaatsbezoeken weergegeven. Eveneens geeft volgende tabel de aanleiding van de plaatsbezoeken weer.


Aantal plaatsbezoeken n.a.v. klachten

Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief

Aantal plaatsbezoeken op vraag van andere overheid

Aantal plaatsbezoeken op vraag van politie

0-4999

0

0

0

0

5000-9999

50

3

5

10000-14999

69

56

10

INWONERSAANTAL

Totaal

Gemengde plaatsbezoeken (VCRO en DABM)

Plaatsbezoeken i.h.k.v. DABM in hoedanigheid van verbalisant RO

0

0

0

2

60

3

0

2

137

1

3

15000-19999

176

193

3

3

375

3

3

20000-24999

104

12

0

8

124

1

0

25000-29999

148

47

0

0

195

3

0

641

594

12

44

1.291

37

5

75000-…

30000-74999

2.710

4.545

728

281

8.264

27

0

Totaal

3.898

5.450

758

340

10.446

75

11

Tabel 17 Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd in 2018 per klasse van gemeenten naar inwonersaantal

In 2018 werden in totaal 10.446 plaatsbezoeken uitgevoerd. Meer dan de helft, namelijk 52% van deze plaatsbezoeken werd uitgevoerd op eigen initiatief en 37% werd uitgevoerd naar aanleiding van een klacht. Daarnaast kan worden vastgesteld dat 0,71% van het totaal aantal plaatsbezoeken, gemengde (VCRO en DABM) plaatsbezoeken waren. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van het totaal aantal gerapporteerde plaatsbezoeken in 2018, 2017, 2016 en 2015. 13.750 12.340 11.296

10.446

2018

2017

2016

2015

Grafiek 1 Totaal aantal plaatsbezoeken uitgevoerd in 2018, 2017, 2016 en 2015.

Het totaal aantal gerapporteerde plaatsbezoeken ligt in 2018 lager dan het aantal gerapporteerde plaatsbezoeken in 2017. Er kan een daling van 15% worden vastgesteld. Niet enkel ten opzichte van 2017 kan een daling worden opgemerkt. Het aantal plaatsbezoeken in 2018 is het laagste aantal sinds de start van de rapportering in 2015. hierbij dient te worden gewezen op de responsgraad die in 2015 79% bedroeg, in 2016 63%, in 2017 87% en in 2018 76%. Daarnaast kan de invulling van deze responsgraad elk jaar verschillen afhankelijk van de gemeenten die responderen.

In de volgende tabel wordt niet enkel het aantal verbalisanten Ruimtelijke Ordening en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs binnen de gemeenten, het totaal ingezette VTE besteed aan handhaving binnen de gemeenten en het aantal plaatsbezoeken uitgevoerd binnen deze gemeenten weergegeven, maar wordt tevens een afweging gemaakt door het aantal uitgevoerde plaatsbezoeken te delen door het aantal verbalisanten en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs om zo het gemiddeld aantal plaatsbezoeken per verbalisant/gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur voor te stellen. Omdat een plaatsbezoek vaak meer omvat dan enkel het effectief uitvoeren van het plaatsbezoek en het ter plaatse gaan, zal – om een meer evenwichtig beeld te verkrijgen – het aantal plaatsbezoeken worden gedeeld door het totaal ingezette VTE besteed aan handhaving om zo voor 2018 een gemiddeld aantal plaatsbezoeken per VTE voor te stellen. Op die manier wordt ook rekening gehouden met de voorbereidingen van elk plaatsbezoek en de administratieve afhandeling. Zoals reeds hoger vermeld, dient rekening te worden gehouden met het feit dat het mogelijk is dat verbalisanten ook zijn aangesteld als gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs en er ter zake dubbeltellingen mogelijk zijn.

23


Gemiddeld aantal plaatsbezoeken per gemeentelijke verbalisant/ gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur

Gemiddeld aantal plaatsbezoeken per VTE besteed aan handhavingstaken

0

Aantal uitgevoerde plaatsbezoeken RO

5

Totale tijdsbesteding aan handhavingstaken RO in VTE

Aantal aangestelde verbalisanten / gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur per gemeente

0-4999

Respons

INWONERSAANtal

0,00

0

0

0

5000-9999

53

20

1,04

60

3

58

10000-14999

63

26

1,88

137

5

73

15000-19999

39

14

3,62

375

27

104

20000-24999

29

14

2,20

124

9

56

25000-29999

11

9

1,25

195

22

156

30000-74999

31

45

15,16

1.291

37

97

75000-‌

8

39

47

8.264

212

176

239

167

72,15

10.446

63

145

Totaal

Tabel 18 Gemiddeld aantal plaatsbezoeken en gemiddeld aantal plaatsbezoeken per VTE besteed aan handhaving binnen de gemeenten in 2018

Bovenstaande tabel geeft aan dat in 2018 gemiddeld 63 plaatsbezoeken per gemeentelijke verbalisant / gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs werd uitgevoerd. In 2017 werden er gemiddeld 96 plaatsbezoeken uitgevoerd per gemeentelijke verbalisant. Het gemiddeld aantal plaatsbezoeken per VTE is het totaal aantal uitgevoerde plaatsbezoeken afgewogen ten aanzien van het totale ingezette VTE dat werd besteed aan handhavingstaken. Dit gegeven vormt een correcter beeld van de inspanningen. Gemiddeld werden er 145 plaatsbezoeken uitgevoerd per VTE. In 2017 werden er nog gemiddeld 179 plaatsbezoeken uit per VTE. Dit is een opvallende daling zonder dat hiervoor een concrete reden kan worden aangevoerd.

24


2.4 EVALUATIE VAN HET GEVOERDE HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING DOOR INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN Voor dit Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening werden ook de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bevraagd inzake het gevoerde handhavingsbeleid in 2018. Er werd geantwoord door 9 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Van deze 9 responderende intergemeentelijke samenwerkingsverbanden deelden 5 mee dat handhaving ruimtelijke ordening werd aangeboden aan de gemeenten. Twee van deze 5 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gaven aan vastgelegde prioriteiten inzake ruimtelijke ordening te hebben. De andere drie hadden dit niet. In onderstaande tabel wordt dit weergegeven. Aantal responderende intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

9

Handhaving ruimtelijke ordening werd aangeboden aan de gemeenten

5

Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met vastgelegde prioriteiten RO

2

Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zonder vastgelegde prioriteiten RO

3

Tabel 19 Aanbod handhaving ruimtelijke ordening en aantal vastgelegde prioriteiten ruimtelijke ordening

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die meedeelden handhaving inzake ruimtelijke ordening aan te bieden aan de gemeenten, werden gevraagd of er een verbalisant en intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs was aangesteld binnen het samenwerkingsverband in 2018.

Eigen verbalisant Ruimtelijke Ordening (binnen het intergemeentelijke samenwerkingsverband)

Eigen intergemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur (binnen het intergemeentelijke samenwerkingsverband)

Ja

Neen

Ja

Neen

4

1

3

2

Tabel 20 Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die een eigen verbalisanten en een eigen intergemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs hadden binnen het intergemeentelijke samenwerkingsverband in 2018.

Vier van vijf intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gaven aan eigen verbalisanten ruimtelijke ordening te hebben en drie van deze vier gaven aan ook een eigen intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur te hebben aangesteld. ÉÊn intergemeentelijk samenwerkingsverband dat handhaving ruimtelijke ordening aan bod aan de gemeenten kon geen beroep doen op een eigen verbalisant noch op een eigen intergemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden rapporteerden voor 2018 een totaal van 5 intergemeentelijke verbalisanten en een totaal van 3 intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs. In 2017 deelden de responderende intergemeentelijke verenigingen mee dat er nog geen verbalisanten waren aangesteld. Dit is een duidelijke start van de handhaving door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Er werden door deze intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in 2018 in totaal 203 plaatsbezoeken uitgevoerd. Meer dan 65%, oftewel 133 plaatsbezoeken, gebeurden naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de gemeenten, 52 plaatsbezoeken werden uitgevoerd op eigen initiatief, 15 plaatsbezoeken werden uitgevoerd op vraag van een andere overheid en 3 op vraag van de politie. In 2018 werden er 39 gemengde (VCRO en DABM) plaatsbezoeken uitgevoerd en 15 plaatsbezoeken werden enkel uitgevoerd in het kader van het DABM (vaststellingen gedaan in hoedanigheid van de intergemeentelijke verbalisant ruimtelijke ordening).

25


2.5 EVALUATIE VAN DE WERKING VAN DE HOGE RAAD VOOR DE HANDHAVINGSUITVOERING Sinds de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet op 1 maart 2018 heeft de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid (HRH) ook een vernieuwde rol gekregen in het handhavingstraject, en een nieuwe naam: Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering. De VHRM heeft voor de opmaak van dit handhavingsrapport de HRH bevraagd naar het aantal dossiers dat hij heeft behandeld.

2.5.1 Soorten adviezen en verzoeken In toepassing van artikel 6.3.10 VCRO verleent de HRH een voorafgaandelijk advies betreffende de herstelvordering geformuleerd door de stedenbouwkundig inspecteur of de burgemeester (sinds 1 maart 2018; voorheen college van burgemeester en schepenen). Het advies is bindend: zonder een voorafgaand, positief advies is de herstelvordering in principe niet ontvankelijk. Een dergelijke vordering kan via het Openbaar Ministerie voor de strafrechter worden ingeleid of bij de burgerlijke rechter. Een andere bevoegdheid van de HRH is het verlenen van een bindend advies betreffende de ambtshalve uitvoering van een herstelmaatregel (art. 6.3.10 VCRO). In het vonnis waarbij een herstelmaatregel wordt opgelegd, beveelt de rechter dat de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien indien de veroordeelde in gebreke blijft. Het opstarten van die ambtshalve uitvoering kan slechts na het voorafgaand verkrijgen van een positief advies van de HRH.17 Voor de betekening van het vonnis of arrest waarvan de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel tien jaar of meer is verstreken door de stedenbouwkundig inspecteur of de burgemeester, moet de Hoge Raad ook voorafgaandelijk een positief advies verlenen (artikel 6.3.10 ยง 3). Dat advies is niet nodig indien het bouwmisdrijf gelegen is in ruimtelijk kwetsbaar gebied, indien er bij het plegen van het misdrijf een stakingsbevel werd geschonden of bestemmingsvoorschriften werden geschonden of indien aan de overtreder een nieuwe strafrechtelijke of bestuurlijke sanctie of verplichting tot schadevergoeding werd opgelegd ten gevolge van een stedenbouwkundig misdrijf (art.6.3.10 ยง3. VCRO) Indien het advies betreffende de herstelvordering of de ambtshalve uitvoering negatief is, kan het betrokken bestuur of een derde-belanghebbende bij de HRH een gemotiveerd verzoek tot heroverweging instellen (art.6.3.11 ยง 3 VCRO). 17 Artikel 6.1.46., 1ste en 2de lid VCRO

26

Daarnaast heeft de Hoge Raad sinds de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet op 1 maart 2018 een bevoegdheid inzake de advisering bij opeisbare dwangsomschulden. De Vlaamse Regering of het college van burgemeester en schepenen moet een schriftelijk advies inwinnen bij de Hoge Raad over het verzoek om tijdelijk of definitief af te zien van verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld. De Hoge Raad behandelt die adviesaanvragen bij voorrang (artikel 6.3.12 VCRO). Vroeger had de Hoge Raad de bevoegdheid om op gemotiveerd verzoek te beslissen over de invordering van de opeisbaar geworden dwangsommen, m.n. dat die dwangsommen slechts gedeeltelijk konden worden ingevorderd of dat deze invordering tijdelijk werd opgeschort. Het Grondwettelijk Hof had in het arrest nr. 113/2015 van 17 september 2015 de vroegere regeling van artikel 6.1.21 VCRO ongrondwettig verklaard, in essentie omdat de beoordeling van de invordering van een opeisbaar geworden dwangsom enkel toekomt aan de partij die de dwangsomveroordeling heeft verkregen. Sinds bovenvermeld arrest heeft de HRH bijgevolg geen dergelijk verzoek meer inhoudelijk beoordeeld. Daarnaast heeft de Hoge Raad sinds de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet de bevoegdheid om adviezen te verlenen in de beroepsprocedure tegen bestuurlijke besluiten inzake bestuurlijke maatregelen. De Vlaamse Regering wint dan schriftelijk advies in bij de Hoge Raad over de herstelmaatregelen als het dossier ontvankelijk wordt bevonden. De Hoge Raad dient deze adviesaanvragen bij voorrang te behandelen. Tot slot schijft de VCRO voor dat de HRH belast is met vrijwillige of gerechtelijke bemiddelingsopdrachten in het kader van een minnelijke schikking (art.6.3.12/2VCRO) of een dading (6.3.12/3 VCRO). Elke belanghebbende kan van bij aanvang van een bestuurlijke procedure tot minnelijke schikking of een procedure tot het sluiten van een dading aan de Hoge Raad vragen om een vrijwillige bemiddeling op te starten. Dit geldt ook in geval van weigering van een minnelijke schikking of een dading door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester (ar. 6.3.12/3 VCRO). Ook een rechter voor wie een herstelvordering is ingeleid, kan in elke stand van het geding en zolang de zaak niet in beraad is genomen, op verzoek van de overheid die de herstelmaatregel vordert of op eigen initiatief een gerechtelijke bemiddeling door de Hoge Raad bevelen (art.6.3.12/4 VCRO).


De HRH kan, buiten de bepalingen in de VCRO, ook worden gevat door een willig beroep.

2.5.2 Aantal dossiers gekwalificeerd naar de bevoegdheden van de HRH in 2018

Verzoeken tot heroverweging van een negatief advies: 0 Advies betreffende sommige betekeningen van vonnissen en arresten: 0 Advies betreffende opeisbare dwangsommen: 7

Met betrekking tot de uitstroom van het aantal dossiers heeft de HRH volgende cijfers voor 2018 bezorgd:

Bemiddelingsopdrachten: 2

Advies betreffende de herstelvordering: 246

Deze cijfers tonen aan dat de HRH in 2018 in totaal 278 adviezen of beslissingen heeft uitgebracht.

Advies betreffende opeenvolgende herstelvorderingen: 4 Advies betreffende de ambtshalve uitvoering: 0

SOORT DOSSIER Advies betreffende de herstelvordering

Willige beroepen: 2

Onderstaande tabel geeft de verhouding van het aantal dossiers waarin de HRH een advies heeft geformuleerd of een beslissing genomen in 2018, weer.

2018

2017

2016

Aantal dossiers

Aantal dossiers

Aantal dossiers

264

335

450

Advies betreffende opeenvolgende herstelvorderingen

4

1

1

Advies betreffende de ambtshalve uitvoering

0

0

1

0

0

5

n.v.t.

6

2

Advies over sommige betekeningen van vonnissen/arresten

0

0

0

Adviezen inzake inning of opschorting dwangsommen

7

1

2

Bemiddelingsopdrachten

2

4

4

Willige beroepen

1

2

2

278

349

467

Verzoeken tot heroverweging van een negatief advies Advies over herstelvorderingen op verzoek van de rechter

Totaal aantal uitgestroomde adviezen of beslissingen Tabel 21 Uitstroom van het aantal dossiers van de HRH in 2018, 2017 en 2016

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de geformuleerde bindende adviezen door de HRH in 2018 quasi volledig betrekking hebben op herstelvorderingen die de stedenbouwkundig inspecteurs of de burgemeesters (sinds 1 maart 2018; voorheen college van burgemeester en schepenen) willen inleiden. Die dossiers nemen 94% van de totale omvang in.

2.5.3 Adviezen over de herstelvorderingen gekwalificeerd naar aanvrager in 2018

Een ander instrument dat zich in dezelfde fase van het handhavingstraject situeert, is de minnelijke schikking. Het aantal dossiers dat voor bemiddeling aan de HRH werd voorgelegd, is minimaal.

De meeste dossiers die door de HRH werden behandeld in 2018 betroffen adviesvragen van stedenbouwkundig inspecteurs en burgemeesters (sinds 1 maart 2018; voorheen Colleges van burgemeester en schepenen) aangaande de herstelvordering. Die dossiers worden in dit onderdeel verder geanalyseerd naar aanvrager. De analyse van de resultaten is opgenomen in het hoofdstuk ‘Evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten’.

De advisering inzake inning of opschorting van dwangsommen stijgt duidelijk, wellicht door de invoering van de nieuwe regels.

Onderstaande tabel geeft het aantal geformuleerde bindende adviezen van de HRH in 2018 weer, gekwalificeerd naar aanvrager.

27


2018 Aanvrager

2017

2016

#

%

#

%

#

%

Stedenbouwkundig inspecteur (SI)

104

39

131

39

216

50

College van burgemeester en schepenen (CBS) / burgemeester

134

51

95

28

47

11

SI met CBS /burgemeester

0

0

0

0

6

1

CBS/burgemeester met SI

26

10

109

33

167

38

Totaal aantal geformuleerde adviezen

264

100

335

100

436

100

Tabel 22 Aantal geformuleerde bindende adviezen betreffende herstelvorderingen door de HRH in 2018, 2017 en 2016

Om bovenstaande gegevens te interpreteren, dienen volgende verduidelijkingen in acht te worden genomen: SI zijn de adviesaanvragen betreffende herstelmaatregelen in dossiers die door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur worden behandeld en alleen door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur zullen worden gevorderd; CBS/burgemeester of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur (GSI) (sinds 1 maart 2018, ) zijn de adviesaanvragen betreffende herstelmaatregelen in dossiers die door het College van burgemeester en schepenen/burgemeester of GSI worden behandeld en alleen door het College van burgemeester en schepenen/burgemeester of GSI zullen worden gevorderd; SI met CBS/burgemeester of GSI zijn adviesaanvragen in dossiers die door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur worden behandeld en waarin de stedenbouwkundig inspecteur de herstelmaatregelen heeft opgemaakt. Het bevoegde College van burgemeester en schepenen/burgemeester of GSI heeft zich bij deze maatregel aangesloten zodat het inleiden van de vordering door de inspecteur en het College/ burgemeester of GSI gezamenlijk kan gebeuren na een positief advies van de HRH. Door het gezamenlijk inleiden van de vordering wordt aan beide entiteiten het recht gegeven om de opgelegde dwangsom op te eisen en zo de uitvoering van de herstelmaatregel, opgelegd in een definitieve rechterlijke uitspraak, af te dwingen. CBS/burgemeester of GSI met gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur zijn adviesaanvragen in dossiers die door het College van burgemeester en schepenen/burgemeester of GSI worden behandeld en waarin deze de herstelmaatregelen heeft opgemaakt. De gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur heeft zich bij deze maatregel aangesloten zodat het inleiden van de vordering door het College/burgemeester of GSI en de gewestelijke stedenbouwkundi-

28

ge inspecteur gezamenlijk kan gebeuren na een positief advies van de HRH. Door het gezamenlijk inleiden van de vordering wordt aan beide entiteiten het recht gegeven om de opgelegde dwangsom op te eisen en zo de uitvoering van de herstelmaatregel, opgelegd in een definitieve rechterlijke uitspraak, af te dwingen. De herstelvorderingen van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs (alleen en gezamenlijk) vormen 39% van het totaal aantal herstelvorderingen waarin door de HRH in 2018 advies werd verleend. Dit is hetzelfde aandeel als in 2017. Op de tweede plaats komen de herstelvorderingen, uitgaande van de lokale overheid (51%). Dit toont een ander beeld dan in 2017, waar er nog op de tweede plaats dossiers van het CBS samen met de SI werden ingediend.

2.5.4 Evaluatie van de adviezen betreffende de herstelvorderingen in 2018 Artikel 6.3.7 VCRO bepaalt dat de adviezen van de Hoge Raad voor de handhavingsuitvoering ten allen tijde gesteund zijn op motieven die ontleend worden aan 1° het recht, met inbegrip van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals deze specifiek binnen de ruimtelijke ordening gelden; 2° de weerslag van inbreuken op de rechten van derden en op de plaatselijke ordening, zijnde het niveau van de goede ruimtelijke ordening van naburige percelen dat zou worden gehaald indien zich geen schade ingevolge een bouwmisdrijf zou hebben voorgedaan. In de bevragingsfiche werd gepeild naar het aantal uitgebrachte adviezen en naar de adviesvrager. Daarnaast werd ook verzocht om mee te delen welk advies er werd uitgebracht. Er zijn 3 mogelijkheden: ofwel wordt er een positief advies uitgebracht en kan de herstelvordering worden overgemaakt aan het parket of ingeleid bij de burgerlijke rechtbank. Ofwel wordt er een negatief advies uitgebracht Op dat moment kan het traject om de voorgelegde herstelmaatregel via een vordering voor de rechtbank te verkrijgen, niet worden verder gezet. Een derde mogelijkheid is een combinatie van beide. Dan is het advies deels positief deels negatief. In totaal werden 264 adviezen betreffende herstelvorderingen uitgebracht. De onderstaande tabel geeft deze verhouding weer. In 2018 was 81% van de adviezen positief. Dit loopt grosso modo gelijk met de voorbije twee jaar.


Â

2018 #

SOORT ADVIES

2017

2016

%

#

%

#

%

Positief

214

81

274

82

356

82

Negatief

26

10

48

14

53

12

13

4

27

6

335

100

436

100

Gecombineerd

11

4

Zonder voorwerp wegens vrijwillig herstel

12

5

Onontvankelijk

1

0

264

100

Totaal aantal adviezen

tionalisering van de nieuwe regeling en gelet op de decretale adviesplicht, is de Hoge Raad als verplicht te consulteren adviesinstantie (terug) betrokken als handhavingspartner in het dwangsomtraject. Dit verklaart de cijfers in 2018 wat de verlening van dwangsomadviezen betreft.

Tabel 23 Soorten adviezen betreffende de herstelvordering geformuleerd door de HRH in 2018, 2017 en 2016

2.5.4.1 Evaluatie van de adviezen op basis van de aanvrager Aanvrager ADVIES

SI18

CBS

SI met CBS

CBS met SI

Totaal

Positief

91

104

0

19

214

Negatief

8

16

0

2

26

Gecombineerd

3

7

0

1

11

Zonder voorwerp wegens vrijwillig herstel

2

6

0

4

12

0

1

0

0

1

104

134

0

26

264

Onontvankelijk Totaal

Tabel 24 Soorten adviezen geformuleerd door de HRH gekoppeld aan de aanvrager in 2018

Uit deze tabel blijkt er in 2018 beduidend meer positieve adviezen dan negatieve adviezen worden verleend, ongeacht wie de aanvrager is.

2.5.4.2 Evaluatie van de adviezen betreffende de opeisbare dwangsomschulden De adviezen inzake de inning of opschorting van opeisbare dwangsomschulden zitten duidelijk in een stijgende lijn. Sinds 1 maart 2018 trad een nieuwe decretale regeling in werking die toelaat definitief of tijdelijk af te zien van de inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld. Die regeling vervangt de vroegere regeling, waarbij de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid zelf kon beslissen over de inning van een dwangsomschuld. Sinds 1 maart 2018 kunnen de Vlaamse Regering respectievelijk het college van burgemeester en schepenen op gemotiveerd verzoek beslissen tijdelijk of definitief af te zien van een dwangsomschuld. Voorafgaand aan de beslissing over een gemotiveerd verzoek, moet het schriftelijk advies van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering worden ingewonnen. Na de opera18 Gewestelijke SI

29


3 EVALUATIE VAN DE INZET VAN DE AFZONDERLIJKE HANDHAVINGSINSTRUMENTEN RUIMTELIJKE ORDENING Waar in het voorgaande hoofdstuk werd uitgegaan van de individuele handhavingsactoren en hun inspanningen in het kader van handhaving Ruimtelijke Ordening, staat in dit hoofdstuk het handhavingsinstrumentarium Ruimtelijke Ordening centraal. De instrumenten zijn deze die in 2018 konden worden toegepast door de bevoegde instanties. Sinds 1 maart 2018, de inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, is het handhavingsinstrumentarium vernieuwd. De verschillende instrumenten worden hieronder besproken en afgewogen ten aanzien van de in 2018 uitgevoerde plaatsbezoeken. Een belangrijke nuance is echter dat tijdens één plaatsbezoek uiteraard verschillende instrumenten kunnen worden gehanteerd. Gelijklopend met hoofdstuk 2 wordt voor de evaluatie van de handhavingsinstrumenten uitgegaan van de informatie verkregen van de individuele handhavingsactoren. Het gebruik van deze cijfers impliceert dat alle eerder geformuleerde kanttekeningen en opmerkingen ook hier van toepassing zijn. In het vorige hoofdstuk werden de inspanningen van de Lokale politie en van de steden en gemeenten opgedeeld in verschillende klassen op basis van het inwonersaantal. In dit hoofdstuk wordt de totale inspanning per actor, met name ‘de Gewestelijke verbalisant, ‘de gemeentelijke verbalisanten’, ‘de verbalisanten van de Lokale politie’ en de ‘de verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden’ bekeken.

30


3.1 PLAATSBEZOEKEN WAAR (G)EEN SCHENDING WERD VASTGESTELD In de volgende tabel wordt het totaal aantal uitgevoerde plaatsbezoeken in 2018, per actor, opgesplitst in het aantal ‘plaatsbezoeken waar geen schending werd vastgesteld’ en het aantal ‘plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld’. Een plaatsbezoek wordt volgens het glossarium dat in de schoot van de VHRM werd opgesteld, gedefinieerd als “Elke keer, initieel en navolgend, dat een verbalisant in een dossier op locatie afstapt bij een rechtspersoon en/ of een natuurlijke persoon, om in het kader van de

handhaving op grond van de VCRO na te gaan of er een inbreuk of misdrijf is gepleegd en of die rechtspersoon of natuurlijke persoon de nodige stappen zet om tot herstel over te gaan.” Aangezien een instrument enkel kan worden gebruikt bij het vaststellen van een schending zal in de volgende onderdelen het aantal keren dat het werd toegepast, worden afgewogen ten aanzien van het aantal ‘plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld’.

Totaal aantal plaatsbezoeken

Aantal plaatsbezoeken waar geen schending werd vastgesteld

% aandeel in 2018

Aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld

% aandeel in 2018

Gewestelijke verbalisant

2.08919

312

14,94%

1.777

85,06%

HANDHAVINGSACTOR Gemeentelijke verbalisanten

10.446

4.733

45,31%

5.713

54,69%

Verbalisanten Lokale Politie

1.407

197

14,00%

1.210

86,00%

Verbalisanten Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

203

37

18,23%

166

81,77%

14.145

5 279

37,32%

8.866

62,68%

Totaal

Tabel 25 Plaatsbezoeken uitgevoerd in 2018, per actor

Bovenstaande tabel geeft aan dat in 2018 door de gewestelijke verbalisanten, door de gemeentelijke verbalisanten, de verbalisanten van de Lokale politie en de verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in 2018 in totaal 14.145 plaatsbezoeken werden uitgevoerd. Bij gemiddeld meer dan 60% van deze plaatsbezoeken werd effectief een overtreding vastgesteld. Bij de gewestelijke verbalisanten, de verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de verbalisanten van de Lokale politie ligt dit percentage nog hoger, namelijk bij meer dan 4/5 van de uitgevoerde plaatsbezoeken werd een overtreding vastgesteld.

Dit hoge percentage zou kunnen wijzen op een lage nalevingsgraad en/of een sterke risicogerichte benadering en doelgericht toezicht van de handhavingsactoren. Het hoge percentage waarbij geen schending werd vastgesteld bij controles door de gemeentelijke verbalisanten kan ook te verklaren zijn door het hoge percentage controles op eigen initiatief door de lokale overheid, waarin ze ook een sterk afwijkend patroon heeft ten opzichte van de andere handhavingsactoren. Optreden op eigen initiatief is meestal gebaseerd op een beleid op basis van prioriteiten. Dat betekent dat prioriteiten en optreden op eigen initiatief de nalevingsgraad sterk doen stijgen.

19 Dit cijfer bevat ook het aantal plaatsbezoeken naar aanleiding van een melding van herstel van een vonnis/arrest. De andere actoren doen dergelijke plaatsbezoeken niet.

31


3.2 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘RAADGEVING’ De VCRO bepaalt in artikel 6.2.3 §1 dat als verbalisanten ruimtelijke ordening vaststellen dat een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf dreigt te worden gepleegd, ze alle raadgevingen kunnen geven die ze nuttig achten om dat te voorkomen. De handhavingsactoren werden dan ook gevraagd aan te geven bij hoeveel plaatsbezoeken een raadgeving werd geformuleerd (tot 1/3/2018 een waarschuwing /gewezen op de wettelijke verplichtingen).

HANDHAVINGSACTOR Gewestelijke verbalisant

Aantal plaatsbezoeken waar geen schending werd vastgesteld

Het aantal keer dat het instrument werd gehanteerd wordt in onderstaande tabel afgewogen ten aanzien van het totaal aantal controles waar geen schendig werd vastgesteld, aangezien het instrument kan worden ingezet wanneer een inbreuk of misdrijf dreigt op te treden.

Aantal plaatsbezoeken waar een waarschuwing werd gegeven/ werd gewezen op de wettelijke verplichtingen (tot 01/03/2018)

% aandeel in 2018

Aantal plaatsbezoeken waar een raadgeving werd gegeven (vanaf 01/03/2018)

% aandeel in 2018

312

0

0,00%

12

0,45%

Gemeentelijke verbalisanten

4.733

797

13,95%

1.600

28,01%

Verbalisanten Lokale Politie

197

301

24,88%

Verbalisant Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

37

1

0,60%

7

4,22%

5.279

1.099

12,40%

1.615

18,22%

Totaal

0,00%

Tabel 26 Evaluatie van het instrument waarschuwing / “wijzen op wettelijke verplichtingen” en raadgeving

Uit bovenstaande tabel kan worden afgeleid dat voornamelijk de verbalisanten van de Lokale politie wezen op de wettelijke verplichtingen wanneer een schending werd vastgesteld, namelijk bij dan 1/4 van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld. De gemeentelijke verbalisanten daarentegen

32

gebruikten dit nieuwe instrument bij meer dan 1/4 van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld. Het instrument ‘waarschuwing’ werd in 2018 niet gebruikt door de gewestelijke verbalisanten. Ook het instrument van de raadgeving werd sinds 1/3/2018 amper gebruikt door deze actor.


3.3 PLAATSBEZOEKEN WAAR EEN SCHENDING WERD VASTGESTELD, ZONDER VERDERE ACTIE In de bevraging van de handhavingsactoren werd gevraagd naar het aantal uitgevoerde plaatsbezoeken waarbij een schending ten aanzien van de VCRO werd vastgesteld in 2018, maar waarbij echter geen actie werd ondernomen tegen de vastgestelde schending. De volgende tabel geeft het aantal ‘plaatsbe-

HANDHAVINGSACTOR

zoeken waarbij een schending werd vastgesteld, maar waar geen actie werd ondernomen tegen de schending’ weer in verhouding tot het aantal ‘controles waar een schending werd vastgesteld’ door de handhavingsactor in 2018.

Aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld

Aantal plaatsbezoeken waar geen actie werd ondernomen

% aandeel in 2018

Gewestelijke verbalisant

1.777

146

8,22%

Gemeentelijke verbalisanten

5.713

1.034

18,10%

Verbalisanten Lokale Politie

1.210

39

3,22%

Verbalisant Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Totaal

166

10

6,02%

8.866

1.229

13,86%

Tabel 27 Plaatsbezoeken zonder verder actie

Bovenstaande tabel toont aan dat in het algemeen bij iets meer dan 1/10 van de handhavingscontroles waarbij een schending werd vastgesteld in 2018 geen actie werd ondernomen ten aanzien van de vastgestelde schending. Indien naar de verschillende handhavingsactoren afzonderlijk wordt gekeken, kan echter een gediversifieerder beeld worden waargenomen. Daar waar bij de verbalisanten van intergemeentelijke samenwer-

kingsverbanden en de verbalisanten van de Lokale politie niet of bij slechts bij een zeer beperkt aantal plaatsbezoeken geen actie werd ondernomen ten aanzien van de vastgestelde schendingen, kan bij de gemeentelijke verbalisanten worden vastgesteld dat bij bijna 1/5 van de plaatsbezoeken waarbij een schending werd vastgesteld geen actie werd ondernomen ten aanzien van de vastgestelde schending. Dit betekent dat aan bijna 20% van de vastgestelde schendingen geen verder gevolg werd gegeven.

33


3.4 PLAATSBEZOEKEN WAARVAN HET VERVOLGTRAJECT ONBEKEND IS Aan de hand van de bevraging van de handhavingsactoren werd onderzocht bij hoeveel plaatsbezoeken het resultaat onbekend was in 2018. Dit werd gedaan door het verschil te berekenen tussen enerzijds het totaal aantal uitgevoerde plaatsbezoeken en anderzijds het aantal plaatsbezoeken waarbij geen schending werd vastgesteld, het aantal plaatsbezoeken waarbij geen actie werd ondernomen ten aanzien van de vastgestelde schending en het aantal inge-

zette instrumenten.20 Het betreft hier dus steeds een minimumaantal, aangezien meerdere instrumenten kunnen worden gebruikt tijdens één plaatsbezoek. In de volgende tabel wordt het aantal ‘plaatsbezoeken waarvan het resultaat onbekend is’ geplaatst in verhouding tot het totaal aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door de handhavingsactoren in 2018.

Totaal aantal plaatsbezoeken

Aantal plaatsbezoeken waarvan het vervolgtraject onbekend is

Gewestelijke Omgevingsinspectie

2.089

201

9,62%

Gemeentelijke verbalisanten

10.446

0

0,00%

Verbalisanten Lokale Politie

1.407

0

0,00%

Verbalisant Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

203

26

12,81%

14.145

227

1,60%

HANDHAVINGSACTOR

Totaal

% aandeel in 2018

Tabel 28 Plaatsbezoeken waarvan het vervolgtraject onbekend is

Bovenstaande tabel toont aan dat in het algemeen van 1,6% van het totaal aantal plaatsbezoeken in 2018 het vervolgtraject onbekend is. Dit gegeven komt echter enkel voor bij de verbalisanten van in-

tergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de gewestelijke verbalisanten, waar zelfs bij plusminus 1 op de 10 plaatsbezoeken het vervolgtraject onbekend is.

20 Van het totaal aantal plaatsbezoeken worden de plaatsbezoeken zonder schending en zonder verdere actie ten opzichte van de vastgestelde schending, en het aantal ingezette instrumenten afgetrokken.

34


3.5 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘AANMANING’ De VCRO bepaalt in artikel 6.2.3 §2 dat als de verbalisanten ruimtelijke ordening bij de uitoefening van hun opdrachten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, ze de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen ertoe kunnen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te

HANDHAVINGSACTOR

voorkomen. De handhavingsactoren werden dan ook gevraagd aan te geven bij hoeveel plaatsbezoeken een aanmaning werd geformuleerd. Het aantal keer dat het instrument werd gehanteerd wordt in onderstaande tabel afgewogen ten aanzien van het totaal aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld.

Aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld

Aantal aanmaningen door verbalisanten

Gewestelijke verbalisant

1.777

200

Gemeentelijke verbalisanten

5.713

1.382

Verbalisanten Lokale Politie

Verbalisant Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Totaal

166

90

7.656

1.633

Tabel 29 Evaluatie van het instrument aanmaning

Gemiddeld werd bij 1/5 van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld een aanmaning geformuleerd met het oog op het ongedaan maken van de schending. Bovenstaande cijfers tonen aan dat de gemeentelijke verbalisanten bij 1/4 van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld een aanmaning formuleerden. De gewestelijke verbalisanten gebruikten het instrument aanmaning in mindere mate afzonderlijk, namelijk bij 11% van

het aantal uitgevoerde plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld. De verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden daartegen formuleerden bij meer dan de helft van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld, een aanmaning.

35


3.6 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘PROCES-VERBAAL’ De VCRO bepaalt in artikel 6.2.4 dat de verbalisanten ruimtelijke ordening bevoegd zijn om misdrijven op te sporen en vast te stellen door een proces-verbaal dat ze onmiddellijk bezorgen aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar het misdrijf is gepleegd. De handhavingsacto-

ren werd dan ook gevraagd aan te geven hoeveel aanvankelijke processen-verbaal werden opgesteld voor een vastgesteld misdrijf inzake ruimtelijke ordening. Het aantal processen-verbaal wordt in onderstaande tabel afgewogen ten opzichte van het aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld.

Aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld

Aantal processen-verbaal

% aandeel in 2018

Gewestelijke verbalisant

1.777

890

50,08%

Gemeentelijke verbalisanten

5.713

974

17,05%

Verbalisanten Lokale Politie

1.210

763

63,06%

Verbalisant Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

166

29

17,47%

8.866

2.656

29,96%

HANDHAVINGSACTOR

Totaal

Tabel 30 Evaluatie van het instrument proces-verbaal

Bovenstaande gegevens tonen aan dat gemiddeld in 2018 bij 30% van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld een proces-verbaal werd opgesteld. Het beeld bij de afzonderlijke handhavingsactoren is echter divers. De verbalisanten van de Lokale politie gebruikten het instrument bij meer dan 80% van de controles waar een overtreding werd vastge-

36

steld, terwijl de gemeentelijke verbalisanten dit instrument bij amper 15% van de controles waar een overtreding werd vastgesteld hanteerden. De Gewestelijke Omgevingsinspectie gebruikte het instrument proces-verbaal bij ongeveer de helft van het aantal controles waar een overtreding werd vastgesteld.


3.7 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘VERSLAG VAN VASTSTELLING’ De VCRO bepaalt in artikel 6.2.5 dat de verbalisanten ruimtelijke ordening bij de vaststelling van een stedenbouwkundige inbreuk zonder samenloop met een stedenbouwkundig misdrijf, een verslag van vaststelling kunnen opstellen dat ze onmiddellijk bezorgen aan de gewestelijke entiteit. De handhavingsactoren werd dan ook gevraagd aan te geven

HANDHAVINGSACTOR

hoeveel verslagen van vaststelling werden opgesteld voor een vastgestelde inbreuk inzake ruimtelijke ordening. Het aantal verslagen van vaststelling wordt in onderstaande tabel afgewogen ten opzichte van het aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld.

Aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld

Aantal verslag van vaststelling door verbalisanten/inspecteurs

% aandeel in 2018

Gewestelijke verbalisant

1.777

0

0,00%

Gemeentelijke verbalisanten

5.713

170

2,98%

Verbalisanten Lokale Politie

1.210

87

7,19%

Verbalisant Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

166

0

0,00%

8.866

257

2,90%

Totaal

Tabel 31 Evaluatie van het instrument verslag van vaststelling

Aangezien slechts een beperkt aantal schendingen als inbreuk wordt beschouwd, kan maar in een beperkt aantal situaties een verslag van vaststelling worden opgemaakt. Dit vertaalt zich in de cijfers Bovenstaande gegevens tonen aan dat gemiddeld in 2018 bij 3% van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld een verslag van vaststelling werd opgesteld. Het zijn echter enkel de verbalisanten van de Lokale politie en de gemeentelijke verbalisanten die het instrument hebben gebruikt in 2018.

Deze schendingen vallen immers veelal buiten het prioriteitenkader van de gewestelijke inspectie. Wanneer inbreuken samen met een misdrijf worden vastgesteld, worden deze inbreuken mee opgenomen in het proces-verbaal. Er wordt dan geen apart verslag van vaststelling opgemaakt.

37


3.8 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘BEVEL TOT STAKING’ De VCRO bepaalt in artikel 6.4.4 dat de verbalisanten ruimtelijke ordening mondeling ter plaatse de onmiddellijke staking van handelingen kunnen bevelen als ze vaststellen dat de handeling voldoet aan de materiële omschrijving van een misdrijf of inbreuk als vermeld in artikel 6.2.1 of 6.2.2 van de VCRO. Het stakingsbevel is een preventieve en voorlopige maatregel en is gericht op het voorkomen van schendingen die betrekking hebben op het uitvoeren of voortzetten van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1 of 4.2.15 van de VCRO, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning, hetzij zonder omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden, en die wat het gebruik en de instandhouding betreft bijkomend:

hetzij een verzwaring van de schade aan de goede ruimtelijke ordening toebrengen; hetzij door hun impact de ruimtelijke bestemming van het gebied in het gedrang brengen. De handhavingsactoren werd gevraagd aan te geven bij hoeveel van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld, werd overgegaan tot het opleggen van stakingsbevel. Dit betekent niet dat alle stakingsbevelen die werden opgelegd later ook werden bekrachtigd. Onderstaande tabel geeft deze gegevens weer.

HANDHAVINGSACTOR

Aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld

Aantal bevelen tot staking door verbalisanten

% aandeel in 2018

Gewestelijk verbalisant

1.777

35

1,97%

Gemeentelijke verbalisanten

5.713

307

5,37%

Verbalisanten Lokale Politie

1.210

165

13,64%

Verbalisant intergemeentelijke samenwerkingsverband

166

3

1,81%

8.866

510

5,75%

Totaal

Tabel 32 Evaluatie van het instrument bevel tot staking

Bij ongeveer 6% van het totaal van 8.866 plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld, werd een bevel tot staking opgelegd. De verbalisanten van de Lokale politie hanteerden het instrument procentueel het meeste, namelijk bij meer dan 13% van het aantal plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld. De stakingsbevelen van gewestelijke verbalisanten werden allemaal bekrachtigd door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur. Van de stakingsbevelen die werden opgelegd door de lokale verbalisanten werden er 265 bekrachtigd door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur. Een stakingsbevel kan worden opgelegd met of zonder bijkomende maatregelen zoals de verzegeling of de inbeslagname. Artikel 6.4.5 van de VCRO bepaalt immers dat de verbalisanten ruimtelijke ordening gerechtigd zijn tot het nemen van alle maatregelen, met inbegrip van verzegeling, inbeslagname van ma-

38

teriaal en materieel, om het bevel tot staking onmiddellijk te kunnen toepassen. Enkel aan de verbalisanten van de Lokale politie werd gevraagd deze bijkomende maatregelen aan te geven. Van de 165 door de verbalisanten van de Lokale politie opgelegde stakingsbevelen waren er 2 met verzegeling. Bij de andere 163 stakingsbevelen opgelegd door de Lokale politie werden geen bijkomende maatregelen opgelegd. De bijkomende vrijstellingen, de beperkingen inzake de handhaving van het strijdig/gewoonlijk gebruik brengen met zich mee dat het aantal stakingsbevelen aanzienlijk verminderd is ten opzichte van de voorgaande jaren. Voor de gewestelijke verbalisanten komt daar nog bij dat zij vooral inzetten op kwetsbare gebieden waar het minder evident is om werken aan te treffen die nog bezig zijn.


3.9 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘BESTUURLIJKE MAATREGELEN: LAST ONDER DWANGSOM EN BESTUURSDWANG’ Artikel 6.4.7 van de VCRO bepaalt dat de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester kan beslissen om bestuursdwang toe te passen. Bestuursdwang houdt in dat bestuurlijke maatregelen aan overtreders worden opgelegd door middel van een bestuurlijke beslissing die onmiddellijk uitvoerbaar is en steeds het recht op ambtshalve uitvoering insluit. Op grond van artikel 6.4.14 van de VCRO kan de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester aan de overtreder een last onder dwangsom op leggen. Last onder dwangsom houdt in dat bestuurlijke maatregelen aan overtreders worden opgelegd door middel van een bestuurlijke beslissing, die onmiddellijk uitvoerbaar is en steeds de verbeurte van een dwangsom als sanctie bij negatie insluit. Op grond van artikel 6.4.8 VCRO en artikel 6.4.15 VCRO kan de vermoedelijke overtreder beroep instellen bij de Vlaamse Regering of haar gemachtigde tegen de beslissing tot toepassing van bestuursdwang respectievelijk de beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom. Binnen een termijn van negentig dagen - die geschorst wordt vanaf de adviesaanvraag bij en tot wanneer het advies verleend wordt door de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering - na betekening van het beroepsschrift wordt over het beroep uitspraak gedaan.

De VCRO legt geen beperkingen op ten aanzien van het gebruik van dit instrument. Het Handhavingsprogramma RO, dat bindend is voor de gewestelijke inspectie en richtinggevend voor de lokale handhavers, bepaalt echter dat dit met de nodige omzichtigheid moet worden ingezet. Zo dient in een eerste fase de toepassing ervan beperkt te worden tot eerder geringe overtredingen. Bovendien komen alleen schendingen die aangevat zijn nà 28 februari 2018 in aanmerking. Het Handhavingsprogramma bepaalt eveneens dat eerst de beslissing van het parket dient afgewacht te worden. Enkel na het doorsturen van het dossier door het parket aan de gewestelijke beboetingsentiteit (beslissing tot niet-strafrechtelijke afhandeling) kan een bestuurlijke maatregel worden opgelegd. In 2018 werd het instrument ‘bestuursdwang’ en het instrument ‘last onder dwangsom’ niet gehanteerd. De beroepsmogelijkheid werd derhalve evenmin benut zodat de Vlaamse Regering of haar gemachtigde zich evenmin uitgesproken heeft over enig beroep ter zake.

39


3.10 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘MINNELIJKE SCHIKKING’ De VCRO bepaalt in artikel 6.4.19 dat de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, respectievelijk in naam van het Vlaamse Gewest of de gemeente, met de overtreder, overtreders of andere belanghebbenden een minnelijke schikking kan aangaan. De overtreder er zich toe verbinden om de stedenbouwkundige schending ongedaan te maken en dit overeenkomstig de prioriteitenorde zoals die van toepassing is bij een herstelvordering (artikel 6.3.1 VCRO). Niettegenstaande een minnelijke schikking op vrijwillige basis gebeurt, vormt de miskenning van de daarin opgenomen verplichtingen wel de grondslag voor het opleggen van een bestuurlijke maatregel. De handhavingsactoren werd gevraagd aan te geven hoeveel minnelijke schikkingen werden aangevraagd, hoeveel minnelijke schikkingen werden

40

afgesloten en hoeveel er werden uitgevoerd in 2018. Op gewestelijk niveau werd meegedeeld dat in 2018 5 minnelijke schikkingen werden aangevraagd, 6 minnelijke schikkingen werden afgesloten en 2 minnelijke schikkingen werden uitgevoerd. Op gemeentelijk niveau werd meegedeeld dat in totaal in 2018 9 minnelijke schikkingen werden aangevraagd, 6 minnelijke schikkingen werden afgesloten en 3 minnelijke schikkingen werden uitgevoerd. Op het niveau van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werd meegedeeld dat in 2018 4 minnelijke schikkingen werden aangevraagd, er geen minnelijke schikkingen werden afgesloten en geen minnelijke schikkingen werden uitgevoerd.


3.11 EVALUATIE VAN HET INSTRUMENT ‘HERSTELVORDERING’ Wanneer het herstel niet kan worden bereikt via een regularisatievergunning of minnelijke schikking en de overtreder geen aanstalten maakt om spontaan tot herstel over te gaan, kan de burgemeester of de stedenbouwkundige inspecteur een herstelvordering inleiden bij of het parket of het herstel vorderen bij de burgerlijke rechter. Voor het inleiden van een herstelvordering dient de burgemeester of de stedenbouwkundige inspecteur eerst een positief advies te krijgen van de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering. De VCRO legt een rangorde op voor het type herstelmaatregel dat kan worden gevorderd en opgelegd: 1° als het gevolg van het misdrijf kennelijk verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, het betalen van een meerwaarde;

2° als dit kennelijk volstaat om de plaatselijke ordening te herstellen, de uitvoering van bouw- of aanpassingswerken; 3° in de andere gevallen, de uitvoering van het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand of de staking van het strijdige gebruik. Voor de opmaak van dit Handhavingsrapport 2018 werd aan de handhavingsactoren gevraagd hoeveel dossiers inzake herstelvordering er werden overgemaakt het aan parket voor verder gevolg, hoeveel herstelvorderingen werden ingeleid voor de burgerlijke rechter nadat de overtreder in gebreke bleef om zich te regulariseren.

Totaal

Aantal herstelvorderingen overgemaakt aan het parket

Aantal herstelvorderingen ingeleid voor de burgerlijke rechter

Aantal vonnissen/ arresten betekend

Uitvoering in proces-verbaal

Gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur

47

39

8

Geen gegevens

131

Gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur/burgemeester

17

11

6

6

14

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur - intergemeentelijke samenwerkingsverband

7

6

1

0

0

Totaal

71

56

15

6

145

Verbalisanten Lokale Politie

Tabel 33 Evaluatie van het instrument herstelvordering

In totaal werden in 2018 56 herstelvorderingen overgemaakt aan het parket en 15 herstelvorderingen ingeleid voor de burgerlijke rechter.

41


3.12 EVALUATIE VAN DE UITVOERING VAN DE HERSTELMAATREGEL De rechterlijke uitspraak houdende de herstelmaatregel dient in de meeste gevallen door de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester betekend te worden aan de veroordeelde voordat zij deze maatregel kunnen afdwingen. Daarom werd gevraagd in hoeveel dossiers een door de rechtbank opgelegde herstelmaatregel betekend werd. Deze betekende uitspraken kunnen betrekking hebben op een herstelvordering van voorgaande jaren. Ook is het mogelijk dat de veroordeelde in beroep gaat, waardoor er in hetzelfde dossier meerdere uitspraken betekend worden.

Aantal vonnissen/ arresten betekend Gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur

Geen gegevens

Gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur/burgemeester Verbalisanten lokale politie

6 n.v.t.

Intergemeentelijk samenwerkingsverband

0

Totaal

6

Tabel 34 Aantal vonnissen / arresten betekend in 2018

Er werden in 2018 door de lokale handhavers 6 uitspraken betekend. De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur houdt geen cijfers bij van de betekende uitspraken. Dit gebeurt in de regel voor elke uitspraak met een herstelmaatregel.

De stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester kunnen ter waarborging van een opgelegde meerwaarde – dit is een mogelijke herstelmaatregel – en ter waarborging van eventuele kosten in het kader van de ambtshalve uitvoering een hypotheek leggen op alle zakelijke rechten die toebehoren aan de veroordeelde. Daarom werd gevraagd in hoeveel dossiers er hypotheken gelegd werden. Omdat een rechterlijke herstelmaatregel meestal wordt opgelegd onder verbeurte van een dwangsom , werd gevraagd in hoeveel dossiers de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester dwangsommen hebben geïnd. De rechter kent gewoonlijk de stedenbouwkundige inspecteur/burgemeester ook het recht toe om de herstelmaatregel ambtshalve uit te voeren indien de veroordeelde dit niet vrijwillig. Daarom werd gevraagd in hoeveel dossiers er werd overgegaan tot een ambtshalve uitvoering. Wanneer een opgelegde herstelmaatregel wordt uitgevoerd, dient dit te worden vastgesteld in een proces verbaal van uitvoering. Er werd daarom ook gevraagd in hoeveel dossiers een proces-verbaal van uitvoering werd opgemaakt. Onderstaande cijfers kunnen betrekking hebben op herstelmaatregelen die in de voorbije jaren zijn opgelegd.

Hypotheken gelegd

Ambtshalve uitvoering

Dwangsommen geïnd

Uitvoering vastgesteld in proces-verbaal

Gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur

0

0

Geen gegevens

131

Gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur/burgemeester

0

2

1

14

Verbalisanten Lokale Politie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Gemeentelijke stedenbouwkundige nspecteur - intergemeentelijke samenwerkingsverband

0

0

0

0

Totaal

0

2

1

145

Tabel 35 Gebruik van het instrument herstelvordering

In 2018 werden geen hypotheken gelegd. Dit hangt samen met de vaststelling dat er niet ambtshalve werd uitgevoerd. De hypotheek dient immers o.a. tot zekerheid van de kosten die worden gemaakt bij de ambtshalve uitvoering. Door de gewestelijke Omgevingsinspectie van de afdeling Handhaving van het departement Omgeving

42

werd verder medegedeeld dat in 2018 een totaal van €660.763 aan dwangsommen werden geïnd. Er zijn evenwel geen gegevens over het aantal dossiers waarin dwangsommen werden geïnd. In 145 dossiers werd in 2018 de uitvoering vastgesteld in een proces-verbaal.


3.13 EVALUATIE VAN DE BESLISSINGEN INZAKE INNINGEN EN OPSCHORTING VAN DWANGSOMMEN 3.13.1 Evaluatie van de beslissingen inzake de invordering van dwangsommen door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs en de burgemeester of de gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs Sinds 1 maart 2018 kunnen de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs en de burgemeester of

gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs beslissen om een opeisbare dwangsom niet of slechts gedeeltelijk in te vorderen. De handhavingsactoren werd gevraagd aan te geven hoe vaak werd beslist om een dwangsom niet of slechts gedeeltelijk in te vorderen in 2018. Zij gaven tevens aan in hoeveel dossiers deze beslissing ambtshalve werd genomen en in hoeveel dossiers dit gebeurde na een eenvoudig verzoek. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel.

Aantal dossiers kwijtgescholden

Ambtshalve beslissing

Beslissing na eenvoudig verzoek

Gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur

/

7

11

Gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur/ burgemeester

0

0

0

Stedenbouwkundige inspecteur intergemeentelijke samenwerkingsverband

0

0

0

Totaal

0

7

11

Tabel 36 Evaluatie van de beslissingen inzake inningen en opschorting van dwangsommen

Door de gewestelijke Omgevingsinspectie van de afdeling Handhaving van het departement Omgeving werd meegedeeld dat in 2018 in 7 dossiers ambtshalve werd beslist om niet tot volledige inning over te gaan en dat dit in 11 dossiers gebeurde op eenvoudig verzoek. .

3.13.2 Evaluatie van de beslissingen inzake inningen en opschorting door het Vlaams Gewest of het college van burgemeester en schepenen Sinds 1 maart 2018 kan het Vlaamse Gewest of de gemeente, respectievelijk vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering of het college van burgemeester en schepenen, op gemotiveerd verzoek tijdelijk of definitief afzien van verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld. Dat kan voor het geheel of voor een gedeelte van de opeisbare schuldvordering zonder dat het betrekking kan hebben op de gerechts- en uitvoeringskosten die zijn gemaakt.

43


Totaal aantal verzoeken

14

Totaal aantal ontvankelijke verzoeken

8

Uitspraak minister binnen decretaal voorziene termijn

3

Aantal dossiers waarin de minister nog geen uitspraak heeft gedaan omdat termijn nog liep ten tijde van de rapportering

3

Aantal beslissingen tot het volledig afzien van inning

0

Aantal beslissingen tot het gedeeltelijk afzien van inning

2

Aantal beslissingen tot het niet afzien van inning

2

Aantal beslissingen tot tijdelijke opschorting van de invordering

0

Tabel 37 Evaluatie van de beslissingen inzake gemotiveerde dwangsomverzoeken

De gewestelijke entiteit van de afdeling Handhaving van het departement Omgeving deelde mee dat in 2018 14 gemotiveerde dwangsomverzoeken werden ingediend bij de Minister. Slechts 8 van de 14 dossiers bleken ontvankelijk te zijn. Van deze 8 dossiers liep in 3 dossiers de termijn voor de Minister nog om uitspraak te doen. Van de afgehandelde dossiers besliste de Minister in twee dossiers tot het gedeeltelijk afzien van de inning en in twee dossiers tot het niet afzien van de inning. Daarnaast werd ĂŠĂŠn verzoek gedurende de procedure ingetrokken (dit staat niet vermeld in de tabel). Op het ogenblik van de rappor-

44

tering had de Minister in geen enkel dossier tot het volledig afzien van de inning. Benadrukt dient wel te worden dat de mogelijkheid tot het indienen van bovenstaand verzoek ook open staat voor personen veroordeeld tot het betalen van dwangsommen wiens eerder verzoek tot bij de gewestelijke Omgevingsinspectie tot het afzien van de inning niet of niet volledig werd ingewilligd. De verzoekers in beide procedures kunnen derhalve deels uit dezelfde personen bestaan.


3.14 CASES Voorgaande onderdelen boden een cijfermatig beeld van de wijze waarop de handhavingsinstrumenten werden ingezet. Om een voorstelling te bieden van de wijze waarop in de praktijk en op het veld plaatsbezoeken worden uitgevoerd en hoe de verschillende instrumenten worden gehanteerd, werden de leden, vertegenwoordigers en plaatsvervangers van de VHRM gevraagd om voor dit Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening cases aan te leveren die de handhavingspraktijk concreter maken voor de lezer. Hieronder worden een aantal praktijkvoorbeelden gepresenteerd.

Case: Gebiedsgerichte aanpak ‘Kloosterbos’ op initiatief van de gemeente In het najaar van 2016 heeft de toenmalige afdeling bouwinspectie van de Vlaamse Overheid, in samenwerking en op initiatief van de gemeente, een actie opgestart tot behandeling van de stedenbouwkundige schendingen in het Kloosterbos. Dit initiatief was een gevolg van de planologische oefening van de provincie Oost-Vlaanderen omtrent de problematiek van illegale weekendverblijven in het bosgebied. Deze oefening resulteerde in de goedkeuring van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) op 18 november 2015. Het PRUP legt vast in welke zone verblijven bestendigd kunnen worden en in welke zone het natuurherstel de voorkeur krijgt. In de zones die niet in aanmerking kwamen voor een planologische oplossing werd geopteerd om het einde van de illegale toestand te benaarstigen door een einde te maken aan de wildgroei van constructies en hierdoor de rechtszekerheid van de betrokken eigenaars te verhogen. Cruciaal hierbij was dat het om een globale aanpak ging en dat elk dossier op dezelfde wijze werd afgehandeld. In het kader hiervan werd op 13 september 2016 en op 24 maart 2017 het bosgebied gescreend. De eigenaars van de wederrechtelijke constructies werden schriftelijk ingelicht van de juridische toestand en gevraagd de administratie kennis te geven over de genomen stappen om zich in regel te stellen. Van de 69 geĂŻnventariseerde percelen in de betreffende zone met onvergunde constructies zijn er ondertussen ongeveer twee derde in hun oorspronkelijke staat hersteld, vallen een paar percelen onder het vermoeden van vergunning, of wordt het vrijwillig herstel nog verder opgevolgd. Bij blijvend stilzitten zal voor de resterende percelen een herstelvordering worden ingeleid (september 2019), waarbij het College van Burgemeester en Schepenen zich zal aansluiten.

VOOR

NA

45


VOOR

NA

Case: Opslag van materiaal, materieel en afval in agrarisch gebied en voor 20% in biologisch waardevol gebied Op 11 juni 2018 ontving de dienst handhaving een klacht van een buurtbewoner over het gewoonlijk gebruik van een perceel voor het opslaan van materiaal, materieel en afval. Het perceel is gelegen in agrarisch gebied en voor 20% in biologisch waardevol gebied. Na een controlebezoek op 14 en 29 juni wordt op 29 juni 2018 een aanmaning verstuurd naar de overtreder. Er werd vastgesteld dat het betrokken perceel gewoonlijk gebruikt wordt voor de opslag van allerhande materiaal, materieel en afval zoals grond, kasseien, stenen, grind, containers, ‌ Langsheen de volledige linker perceelsgrens was reeds een enorme talud grond gestort met een hoogte van 3 tot 4 meter.

46


Op 1 augustus 2018 laat de overtreder weten dat ze het terrein in oorspronkelijke staat zullen herstellen. Op 17 december 2018 werd door de dienst Handhaving vastgesteld dat het perceel volledig vrij werd gemaakt van alle materiaal, materieel en afval. Ook de talud grond die langsheen de linker perceelsgrens lag, werd weggenomen.

Case: Opslag van materiaal, materieel en afval in agrarisch gebied en voor 50% biologisch waardevol gebied Op 19 april 2018 ontving de dienst Handhaving een melding van het departement Landbouw & Visserij over het gewoonlijk gebruik van percelen voor het opslaan van containers, hopen grond, ‌ Na een controle bezoek op 3 en 15 mei wordt op 15 mei 2018 een aanmaning verstuurd naar de overtreders. Er werd vastgesteld dat beide percelen gewoonlijk gebruikt worden voor het opslaan van tal van materiaal, materieel en

47


afval zoals stenen, bouwpuin, grind, mest, grond, containers, graafmachines, een vrachtwagenoplegger, ‌ De percelen worden gebruikt door een aannemer in bouw- en wegenwerken.

Op 4 juli 2018 laat de gemeente weten dat de betrokken overtreder gemeld heeft dat de terreinen in oorspronkelijke staat werden hersteld. Op 19 juli 2018 werd door de dienst Handhaving vastgesteld dat beide percelen nagenoeg volledig vrij werden gemaakt van alle materiaal, materieel en afval. Enkel ter hoogte van de achterste perceelsgrens lagen nog enkele hopen grond die nog gebruikt gingen worden om het maaiveld van de betrokken percelen te laten aansluiten op dat van de omliggende percelen.

48


Case: Stallen van vrachtwagens en ander materieel in natuurgebied, biologisch zeer waardevol gebied en in mogelijk overstromingsgebied. Op 14 september 2017 ontving de dienst handhaving een melding van een stad over het gewoonlijk gebruik van een perceel voor het stallen van vrachtwagens, wagens, ‌ Het perceel is gelegen in natuurgebied, biologisch zeer waardevol gebied en het achterste deel van het perceel grenst aan de Zenne waardoor het deels gelegen is in mogelijk overstromingsgebied. Na een controle te hebben uitgevoerd op 27 september en op 14 december 2017 werd door de dienst Handhaving een aanmaning verstuurd op 20 december 2017. Er werd vastgesteld dat het perceel wordt gebruikt voor het plaatsen van tal van materiaal, materieel, afval en voertuigen zoals een tiental vrachtwagens, bestelwagens, personenwagens, aanhangwagens, en caravan, een tractor, een vorkheftruck, auto-onderdelen, plastieken watertanks, betontegens, hout, autobanden, golfplaten, metalen/oud ijzer, een werfcontainer, ‌

49


Het terrein werd op meerdere plaatsen ook verhard door middel van het aanbrengen van steenpuin, afbraakmaterialen, stenen, ‌

50


Omdat er geen reactie kwam op de aanmaning werd er na een bijkomend plaatsbezoek op 5 februari 2018 een aanvankelijk proces-verbaal opgesteld d.d. 07/02/2018. De toestand was onveranderd gebleven sinds de vorige controle op 14 december 2017. Aangezien verdere actie van de overtreder uitbleef, werd een herstelvordering opgesteld. De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering gaf op 23 mei 2018 positief advies voor het door de dienst handhaving gevraagde herstel in oorspronkelijke staat door het staken van het strijdig gebruik door de verwijdering van alle materiaal, materieel, afval en voertuigen en door het verwijderen van alle aangebrachte verhardingen. De herstelvordering werd op 17 september 2018 ingelegd bij het parket van de Procureur des Konings. In een mail van 8 oktober 2018 liet de advocaat van de overtreders weten dat het gevraagde herstel werd uitgevoerd. In een navolgend proces-verbaal van vaststelling van 30 november 2018 werd vastgesteld dat het perceel nagenoeg volledig werd vrijgemaakt van alle materiaal, materieel, afval en voertuigen. Daarnaast werden ook alle verhardingen die aangebracht werden met steenpuin en afbraakmaterialen verwijderd van het terrein. De bakstenen constructie die op het perceel werd opgericht, heeft een eigen kadastraal nummer. Deze constructie is gekend als bergplaats, waarvan de einddatum van oprichting 1985 is. Gelet op de ouderdom van deze constructie werd deze daarom niet opgenomen in het proces-verbaal.

Case: stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van een bestaande woning en tuinhuis in bosgebied met ecologisch belang Naar aanleiding van een klacht heeft de afdeling Handhaving, samen met het Agentschap Natuur en bos, een controle uitgevoerd. Het perceel is gelegen in bosgebied met ecologisch belang. Volgens het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Zonevreemde woningen� artikel 6 is verbouwen binnen het bestaand volume mogelijk, herbouwen is niet mogelijk. Tijdens het plaatsbezoek op 30 oktober 2017 werd vastgesteld dat het hoofgebouw volledig was gesloopt en een nieuwe woning werd opgetrokken. Er werden ook hoogstammige bomen en een struiklaag verwijderd. Een stakingsbevel werd aanbevolen en bekrachtigd. Vanuit Natuurinspectie werd een bestuurlijke maatregel tot heraanplanting opgelegd. Het heraanplanten van bomen en struiklaag werd uitgevoerd voor 31/3/2018. Door de gemeente werd op 2 mei 2018 een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van het nog overeind staand bijgebouw met een beperkte uitbreiding.

51


Het herbouwde hoofdgebouw werd ondertussen afgebroken en de vergunning van 2 mei 2018 is in uitvoering. Daarbij stelt zich nog de zaak van de omheining en de ligging van de toegangsweg tot het gebouw. Het respecteren van het stakingsbevel werd door de afdeling Handhaving in de loop van 2018 op geregelde tijdstippen gecontroleerd. Dit aanklampend beleid heeft in dit concrete dossier gewerkt maar zal nog worden opgevolgd inzake de omheining en de toegangsweg. SCHENDING

52

RESULTAAT


4 EVALUATIE VAN HET VLAAMSE SANCTIONERINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING Het handhavingsdecreet Omgeving en het bijbehorende uitvoeringsbesluit traden op 1 maart 2018 in werking. Hierdoor werd een kader gecreĂŤerd waardoor, naast een strafrechtelijke sanctionering, ook bestuurlijk sanctionerend kan worden opgetreden aan de hand van alternatieve en exclusieve bestuurlijke geldboeten. Dit betreft een systeem dat gelijkaardig is aan dat voor de milieuhandhaving. In dit onderdeel vindt een evaluatie plaats van het Vlaamse sanctioneringsbeleid in 2018. Er wordt hoofdzakelijk gerapporteerd over enerzijds het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde vervolgings- en strafrechtelijk sanctioneringsbeleid door het Openbaar Ministerie en anderzijds het sedert 1 maart 2018 in werking zijnde bestuurlijk sanctioneringsbeleid van de gewestelijke beboetingsentiteit. Tot 1 maart 2018 kon de rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds voor doorbrekingen van een stakingsbevel die voor deze datum werden vastgesteld een administratieve geldboete opleggen. Bij de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur kon een verzoek tot het afzien van de inning of vermindering worden ingediend. Ook deze dossiers worden nog kort besproken.

4.1 EVALUATIE VAN HET STRAFRECHTELIJK SANCTIONERINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING Artikel 6.2.4 van de VCRO, in samenhang met de overgangsbepaling in artikel 7.7.9 VCRO, bepaalt sinds 1 maart 2018 dat, onverminderd de bevoegdheden van de agenten en de officieren van gerechtelijke politie, de verbalisanten ruimtelijke ordening bevoegd zijn om de misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen door een proces-verbaal. De processen-verbaal waarin de in deze titel omschreven misdrijven worden vastgesteld gelden tot bewijs van het tegendeel. Het is daarom van belang om in dit handhavingsrapport een evaluatie te maken van het strafrechtelijk sanctioneringsbeleid in 2018. De VHRM heeft zich dan ook gericht tot het College van procureurs-generaal met onder meer de vraag hoeveel dossiers er werden aangeleverd aan de parketten van het Vlaamse Gewest en op welke wijze deze dossiers werden behandeld.

4.1.1 Parketmagistraten Ruimtelijke Ordening Net als bij de andere handhavingsactoren werd ook aan de parketten gevraagd hoeveel VTE in 2018 werden ingezet voor zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening. Tabel 38 geeft het aantal VTE voor parketmagistraten ruimtelijke ordening weer.

GERECHTELIJK ARRONDISSEMENT

VTE parketmagistraten RO

Antwerpen

1,00

Limburg

0,45

Halle-Vilvoorde

0,20

Leuven

0,50

Oost-Vlaanderen

0,80

West-Vlaanderen

0,85

Totaal

3,80

Tabel 38 VTE parketmagistraten RO

Elke parketmagistraat, verantwoordelijk voor de behandeling van strafzaken ruimtelijke ordening, is tevens belast met meerdere andere taken in het kader van de dienstregeling. Dit ruime(re) takenpakket, samen met de afwezigheid van een specifiek daartoe ontwikkelde werklastmeting, verklaart waarom het niet mogelijk is om het aantal VTE’s ruimtelijk ordening volledig accuraat te berekenen. Bovenstaande gegevens vormen daarom ook een schatting.

4.1.2 Context cijfergegevens Voordat we de verdere cijfergegevens kunnen bespreken, dienen we ook in dit handhavingsrapport eerst enkele kanttekeningen betreffende de data te formuleren. De cijfers zijn afkomstig uit een centrale databank van het College van Procureurs-generaal. Deze databank is enkel gebaseerd op de registraties door de correctionele afdelingen van de parketten bij de rechtban-

53


ken van eerste aanleg en bevat geen gegevens over het aantal door de parketten-generaal behandelde zaken en de door de politieparketten behandelde zaken, gerelateerd aan ruimtelijke ordening. De VHRM heeft cijfergegevens opgevraagd met betrekking tot het handhavingsniveau ruimtelijke ordening in Vlaanderen. De ontvangen cijfergegevens handelen dus enkel over de dossiers behandeld door de Vlaamse parketten. Bovendien baseren de aangeleverde cijfergegevens zich op de laatste gegevensextractie van 6 januari 2019. Alle gegevens die betrekking hebben op de vooruitgangsstaat van een dossier zijn dus beperkt tot de toestand op die extractiedatum. Het is in feite nog te vroeg is om op basis van de gegevensextractie d.d. 6 januari 2019 al conclusies te trekken over de mate waarin de afhandelingspraktijk verschilt voor de zaken geregistreerd in 2018. De cijfergegevens zijn slechts indicatief, aangezien de vooruitgangsstaat van deze zaken nog geëvolueerd kan zijn na de extractiedatum. Toch zal de VHRM trachten om reeds enkele tendensen te onderscheiden. Aan de zaken die op het parket toekomen, kent het Openbaar Ministerie een voornaamste tenlasteleggingscode en eventueel één of meerdere bijkomende tenlasteleggingscodes (preventiecodes) toe. Het Openbaar Ministerie moet in elk geval aan de zaak een voornaamste tenlasteleggingscode toekennen op het ogenblik dat deze in het geïnformatiseerd systeem van de parketten wordt ingevoerd. De registratie van bijkomende tenlasteleggingscodes gebeurt niet overal. Sommige parketten registreren deze niet.

Bij het bekijken van de gegevens inzake de vooruitgangstaat dient men rekening te houden met de volgende samenwerkingsverbanden. In West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen bestaat een samenwerkingsverband tussen de verschillende voormalige parketten (momenteel afdelingen) waardoor één parket/afdeling alle zaken met betrekking tot gespecialiseerde materies binnen dat rechtsgebied behandelt. Voor West-Vlaanderen is de afdeling Kortrijk bevoegd voor milieu- en ruimtelijke ordeningsdossiers en voor Oost-Vlaanderen is het de afdeling Gent. Binnen het rechtsgebied Antwerpen is er sinds 2016 het zaakverdelingsreglement van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen hetgeen betekent dat de afdeling Antwerpen exclusief bevoegd is voor alle strafzaken van het arrondissement inzake milieu en stedenbouw. Tevens centraliseert men sinds 2017 dossiers inzake milieu en stedenbouw van het arrondissement Limburg in de afdeling Hasselt.

Wanneer meer dan één van de geselecteerde codes voorkomt in eenzelfde zaak, wordt deze zaak in de gegevens gepresenteerd op basis van de voornaamste van die geselecteerde tenlasteleggingen.

De teleenheid bij de tabellen is telkens gelijk aan één zaak. Elke zaak komt overeen met één uniek notitienummer. Een zaak kan uiteraard betrekking hebben op meerdere verdachten en/of meerdere misdrijven. Een relatief groot aantal zaken wordt vanwege territoriale redenen ter beschikking gesteld aan een ander parket. Dit betekent dat een dossier in principe wordt behandeld door het parket dat territoriaal bevoegd is voor de plaats waar het misdrijf heeft plaatsgevonden. Indien een proces-verbaal betrekking heeft op een plaats die gelegen is buiten het eigen arrondissement, dan zal men dit dossier ter beschikking stellen aan het parket dat bevoegd is voor deze plaats. Dit parket neemt de behandeling over en het dossier krijgt een nieuw nummer. Aangezien een indicatie van de instroom bij de parketten wordt gegeven en een ter beschikking gestelde zaak in een groot aantal gevallen binnen de referentieperiode zowel instroomde op het parket van herkomst als op het parket van bestemming, worden zowel het originele notitienummer als het notitienummer van de terbeschikkingstelling opgenomen in de cijfergegevens. De gepresenteerde parketstatistieken betreffen geen criminaliteits- of feitenstatistieken en mogen dus ook niet aldus worden geïnterpreteerd.

Zaken die op het moment van de gegevensextractie nog niet in hun totaliteit bij het parket beland zijn, worden niet mee gerekend. Concreet handelt het hier over de ‘vereenvoudigde processen-verbaal op listing’, de ‘nog lopende autonome politionele opsporingsonderzoeken’, de ‘vereenvoudigde autonome politionele opsporingsonderzoeken’ en de ‘autono-

In eerste instantie zullen we een beeld geven van de instroom van dossiers bij de parketten in 2018. Dit zal gebeuren op basis van de geselecteerde tenlasteleggingscodes, en indien mogelijk op basis van de verbaliserende overheid. Vervolgens zullen we kijken naar de laatste vooruitgangsstaat (d.d. 6 januari 2019) van de dossiers ontvangen door de parketten

De volgende statistieken zijn gebaseerd op alle zaken waarin minstens één van de volgende tenlasteleggingscodes, zoals gebruikt door de parketten, werd geregistreerd: 66B: ruimtelijke ordening en stedenbouw 66C: reclameborden 66F: bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (Vlaams decreet 3 maart 1976) 66G: vellen hoogstammige bomen

54

me politionele opsporingsonderzoeken onbekende dader’. De meeste parketten registreren de door de politiediensten opgestelde vereenvoudigde processen-verbaal immers niet in het systeem. Er werd dan ook geen rekening mee gehouden in de volgende cijfers. Indien het parket het proces-verbaal echter alsnog opvroeg, werd hiermee wel rekening gehouden.


de administratieve diensten met beperkte verbaliserende bevoegdheid.

in 2018, waarna we dieper zullen ingaan op de motieven tot seponering van de dossiers aangaande ruimtelijke ordening.

klachten en burgerlijke partijstellingen: het gaat hier om klachten van particulieren, evenals klachten van gerechtsdeurwaarders of van particuliere organisaties en burgerlijke partijstellingen.

4.1.3 Instroom Onderstaande tabel geeft het aantal zaken ‘handhaving ruimtelijke ordening’ weer die de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaamse Gewest in 2018 registreerden. Ter vergelijking geven we ook de cijfers van 2017, 2016 en 2015 weer. We verdelen de zaken onder in vier verschillende klassen volgens de initiërende instantie, namelijk:

andere zendingen: zendingen van andere parketten (ter beschikking stellingen) en rechtbanken, ook van andere secties van hetzelfde parket, van buitenlandse parketten/rechtbanken en van de rechtbanken van hetzelfde gerechtelijk arrondissement geven aanleiding tot de creatie van een nieuwe zaak. Deze rubriek is tevens restcategorie voor alle zaken die niet in één van de andere drie rubrieken konden worden ondergebracht.

de algemene politie: de rubriek algemene politie omvat de lokale en federale politiediensten. de inspectiediensten: de inspectiediensten zijn

2018

2017

#

%

#

Algemene politie

1.224

59,65

Inspectiediensten

763

37,18

Klachten & BP-stellingen

58

2,83

Andere zendingen

7

0,34

2.052

100

Totaal

2016

2015

%

#

%

#

%

1.329

57,86

1.239

50,47

1.426

54

881

38,35

1.127

45,91

1.142

43

62

2,7

63

2,53

52

2

25

1,09

27

1,1

19

1

2.297

100

2.456

100

2.639

100

Tabel 39 Aantal zaken ‘handhaving Ruimtelijke Ordening’ geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2018, 2017, 2016 en 2015, per initiërende instantie

In totaal hebben de parketten in 2018 2.052 zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening ontvangen. waarvan 59,65% - ofwel 1..224 zaken – afkomstig van de algemene politie en 37,18% - ofwel 763 zaken – afkomstig van de inspectiediensten. Een klein gedeelte van het totaal aantal ontvangen zaken, namelijk 2,83% – ofwel 58 zaken – heeft betrekking op klachten en burgerlijke partijstellingen. Daarnaast betrof 0,34% - ofwel 7 zaken - ‘andere zendingen’. In vergelijking met 2017, 2016 en 2015 merken we een verdere daling van het totaal aantal dossiers op. In 2015 registreerde men nog 2.639 dossiers. In 2016 daalde dit reeds tot 2.456 dossiers en in 2017 tot 2.297 dossiers Dit betekent dat er sprake is van een procentuele daling voor 2018 van 11% ten opzichte van 2017, van 16% ten opzichte van 2016 en van 22% ten opzichte van 2015. Ten opzichte van 2016 stelden we voor 2017 een kleine verschuiving vast tussen de initiërende instanties. Het aandeel van de dossiers dat werd overgemaakt

aan de parketten door de algemene politiediensten bedroeg in 2016 reeds de helft van het totaal aantal dossiers. In 2017 steeg dit aandeel tot bijna 58% en in 2018 vervolgens tot bijna 60% van het totaal aantal door de parketten ontvangen dossiers. Het aantal dossiers dat de inspectiediensten overmaakte aan de parketten daalde echter in 2017 ten opzichte van 2016 met 22% en daalde vervolgens in 2018 ten opzichte van 2017 nog met bijna 14%. Minstens een gedeeltelijke verklaring hiervoor is de daling van de personeelsinzet bij de Gewestelijke Inspectiedienst. In 2016 waren er nog 12 verbalisanten aangesteld, in 2017 10 verbalisanten en in 2018 vervolgens 9 verbalisanten bevoegd voor het opstellen van processen-verbaal. Sinds 1 januari 2005 gebruikt men specifieke codes binnen de notitienummers die de Vlaamse diensten inzake Ruimtelijke Ordening en de lokale gemeentelijke diensten aan de parketten overmaken. Dit maakt het mogelijk om in onderstaande tabel de gegevens inzake de instroom af te bakenen tot die zaken die afkomstig zijn van de Vlaamse diensten inzake ruim-

55


telijke ordening en de lokale gemeentelijke diensten. Sinds 201721 hanteert men de volgende codes22: RW: administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen (in 2017 opgesplitst in EG; RZ; TZ en WI) EG: inspectie Onroerend Erfgoed23 RZ: inspectie Ruimtelijke Ordening TZ: toezicht op sociale huisvestingsmaatschappijen24 WI: Vlaamse Wooninspectie25 H2/H3 – ANB: Agentschap voor Natuur en Bos Daarnaast vormt de verzamelnaam ‘Lokale gemeentelijke dienst’ in onderstaande grafiek die zaken waarin kon worden verduidelijkt of het om een lokale gemeentelijke dienst ging (meestal op basis van het voorkomen van het label ‘gemeente’, ‘stad’ of specifieke gemeentenamen in het daarvoor voorziene veld). 1

39 63

213 40

68

2

AMI (H1) Agentschap voor Natuur en Bos (H2/H3)

In totaal registreerden de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaamse Gewest in 2018 213 zaken afkomstig van de Vlaamse en gemeentelijke diensten. Het merendeel van deze dossiers, namelijk 32%, was afkomstig van de Vlaamse Wooninspectie. Bijna 1/3, met name 30%, was afkomstig van de gemeentelijke diensten. Slechts 9% was afkomstig van de Gewestelijke Omgevingsinspectie. In 2017 daarentegen waren de meeste dossiers, namelijk 47% afkomstig van gemeentelijke diensten. De Vlaamse Wooninspectie leverde toen nog slechts 9% van de dossiers aan. De Gewestelijke Omgevingsinspectie leverde toen wel nog 27% van de dossiers aan. Bovenstaande grafiek geeft bovendien aan dat het ANB in 2018 1 dossier of 0,5% van het totaal inzake ruimtelijke ordening overmaakte aan het parket. Op basis van een protocol afgesloten in 2012 met het toenmalige agentschap Inspectie RWO (IRWO) is het ANB bevoegd om ontbossingen krachtens de VCRO vast te stellen. Het ANB is niet bevoegd om andere overtredingen op de VCRO vast te stellen, hetgeen het geringe aantal dossiers afkomstig van het ANB minstens ten dele verklaart. In 2017 maakte het ANB nog 33 dossiers of 4% van het totaal over aan de parketten. Hierboven werd reeds een overzicht geboden van de verschillende tenlasteleggingscodes die bij de registratie van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ worden gehanteerd. Dit maakt het mogelijk om voor 2018 in onderstaande tabel een overzicht te geven van het aandeel van elke tenlasteleggingscode 66B, 66F, 66G en 66C) in het totaal aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ dat werd geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaamse Gewest in 2018. Ter vergelijking worden tevens de gegevens van 2017, 2016 en 2015 opgenomen in de tabel.

Inspectie Onroerend Erfgoed (EG)

Administratieve Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen (RW) Inspectie Ruimtelijke Ordening (RZ) Vlaamse Wooninspectie (WI)

Grafiek 2 Aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ afkomstig van inspectiediensten geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2018.

21 Voorheen werden enkel de code “RW – administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen” gebruikt voor inspectie Onroerend Erfgoed, Inspectie Ruimtelijke Ordening, Toezicht op sociale huisvestingsmaatschappijen, en Vlaamse Wooninspectie. 22 Strikt genomen hebben dossiers met codes WI, EG en TZ geen betrekking op ruimtelijke ordening of werden deze dossiers geherkwalificeerd. 23 De code EG heeft doorgaans geen betrekking op de VCRO; bij samenloop van stedenbouwmisdrijven en erfgoedmisdrijven, worden doorgaans 2 afzonderlijke pv’s opgesteld. 24 Deze heeft geen betrekking op ruimtelijke ordening en komt niet voor in de grafiek. 25 De code WI kan betrekking hebben op de VCRO indien de Wooninspectie tijdens haar controle tevens een wederrechtelijke opsplitsing van het pand vaststelt.

56


2018 TENLASTELEGGINGSCODE

2017

2016

2015

#

%

#

%

#

%

#

%

1.984

96,69

2.201

95,82

2.330

94,91

2.549

96,59

66C - Reclameborden

9

0,44

29

1,26

41

1,67

29

1,10

66F - Bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (Vlaams decreet 3 maart 1976)

35

1,71

29

1,26

36

1,47

27

1,02

66G - Vellen hoogstammige bomen

24

1,17

38

1,65

48

1,95

34

1,29

2.052

100

2.297

100

2.456

100

2.639

100

66B - Ruimtelijke ordening en stedenbouw

Totaal

Tabel 40 Instroom aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ naar tenlasteleggingscode geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2018, 2017, 2016 en 2015

Net zoals voorgaande jaren, had in 2018 het merendeel - bijna 97% - van het totaal aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ geregistreerd door de correctionele afdelingen van de parketten van het Vlaamse gewest als voornaamste tenlasteleggingscode ‘RO en stedenbouw’. De overige tenlasteleggingscodes ‘bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten’, ‘reclameborden’ en ‘vellen hoogstammige bomen’ vertegenwoordigen in 2018 samen nog 3% van het totaal aantal dossiers. Ook dit is in lijn met de voorgaande jaren.

4.1.4 Vooruitgangsstaat Naast de instroom van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ was het voor dit handhavingsrapport ook mogelijk cijfergegevens te krijgen over de vooruitgangsstaat van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ voor de bestudeerde periode. We wijzen er echter wederom op dat de gegevensextractie dateert van 6 januari 2019. De gebruikte cohorte (2018) kent een leeftijd van minimaal 8 dagen en maximaal 373 dagen. Dit betekent dat we eigenlijk nog geen definitieve conclusies kunnen maken inzake de afhandelingspraktijk van de dossiers. Daarnaast wijzen we op het feit dat men in de meeste gevallen de volledige termijn van 360 dagen benut om te streven naar algemene regularisatie. Gevolg hiervan is dat er heel weinig zaken binnen het jaar worden gedagvaard en de volgende cijfergegevens dus enigszins een vertekend beeld opleveren. We trachten echter wel een aantal tendensen te beschrijven. De classificatie gebeurde op basis van volgende vooruitgangsstaten: VOORONDERZOEK De zaken die nog in vooronderzoek waren op 6 januari 2019. SEINING VAN DE DADER Deze rubriek omvat de zaken waarin op 6 januari 2019 een verdachte het voorwerp uitmaakt van een seining. Zolang de verdachte niet wordt aangetroffen, zal deze vooruitgangsstaat van toepassing blijven.

ZONDER GEVOLG/ SEPONERING Met een zondergevolgstelling of seponering wordt voorlopig afgezien van verdere vervolging en wordt het vooronderzoek beëindigd. De beslissing om zonder gevolg te stellen is in principe altijd voorlopig. Zolang de strafvordering niet vervalt, kan de zaak worden heropend. TER BESCHIKKING Deze rubriek omvat de zaken die op 6 januari 2019 ter beschikking waren gesteld aan een ander parket of andere (gerechtelijke) instanties. Voor zover ze niet terugkeren naar het parket van oorsprong, blijven ter beschikking gestelde zaken hier in deze vooruitgangsstaat. Voor het parket van oorsprong kunnen zij dus als afgesloten worden beschouwd. Zij worden onder een ander notitienummer heropend bij het parket van bestemming. PRETORIAANSE PROBATIE Deze rubriek omvat de zaken die op 6 januari 2019 (nog) geen strafrechtelijk gevolg gekregen hebben op voorwaarde dat bepaalde door het parket opgelegde maatregelen werden nageleefd (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “pretoriaanse probatie” gerangschikt). NIET-GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIE Deze rubriek omvat de zaken die op 6 januari 2019 werden overgemaakt aan een overheidsdienst met het oog op een eventuele niet-gemeentelijke administratieve sanctie (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “administratieve geldboete” gerangschikt). Het gaat met name om de administratieve geldboetes voor alle in artikel 6.2.1 en artikel 6.2.2 VCRO omschreven stedenbouwmisdrijven en -inbreuken opgelegd door de gewestelijke entiteit (mogelijk voor feiten vanaf 1 maart 2018), de administratieve geldboetes voor de doorbreking van een bekrachtigd stakingsbevel (mogelijk voor feiten tot 28 februari 2018) door de rekenplichtige van het Grondfonds en de administratieve 57


geldboetes door de erfgoedinspecteur voor bepaalde erfgoedmisdrijven of -inbreuken. MINNELIJKE SCHIKKING In de rubriek minnelijke schikking bevinden zich de zaken waarin een minnelijke schikking werd voorgesteld en waarvoor nog een eindbeslissing dient te worden geregistreerd (met inbegrip van de gedeeltelijk betaalde minnelijke schikkingen), de zaken die werden afgesloten door de betaling van de minnelijke schikking en waar de strafvordering vervalt en tenslotte de zaken waarin de minnelijke schikking werd geweigerd maar die sindsdien nog niet zijn overgegaan naar een volgende vooruitgangsstaat. ONDERZOEK De rubriek onderzoek bevat de zaken die in gerechtelijk onderzoek werden gesteld en die nog niet werden vastgesteld voor de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging. RAADKAMER Deze rubriek bevat zaken vanaf de fase van regeling van de rechtspleging tot op het moment dat er een eventuele vaststelling voor de correctionele rechtbank is. Zaken waarin wordt afgezien van verdere vervolging, blijven in deze vooruitgangsstaat behouden.

58

DAGVAARDING & VERDER Deze rubriek omvat de zaken waarin een dagvaarding of een daaropvolgende beslissing werd genomen. Het gaat om zaken waarin een dagvaarding, een vaststelling voor de correctionele rechtbank, een vonnis, een verzet, een beroep, enz. voorkomt. ONBEKEND/ERROR Deze rubriek omvat de zaken waarvoor de vooruitgangsstaat niet kon worden achterhaald. Vaak gaat het om gevoegde zaken waarbij de registraties niet toelaten om te achterhalen wat de vooruitgangsstaat is van de zaak waaraan er gevoegd werd. In onderstaande tabel wordt een overzicht geboden van de verschillende vooruitgangsstaten van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’, d.d. de extractiedatum, per arrondissement. Ten gevolge van de inwerkingtreding van de omzendbrief COL 16/2014 worden beslissingen die vroeger als een zondergevolgstelling geteld werden nu als een aparte afsluitende beslissing in deze tabel weergegeven. Het gaat in dit geval om ‘seining van de dader’, ‘pretoriaanse probatie’ en ‘administratieve sanctie’. Zaken waarin het parket met succes actief tussenkomt met het oog op regularisatie, worden sinds 1 januari 2017 ingevolge de op 6 oktober 2016 gewijzigde COL 16/2014 afgesloten met een pretoriaanse probatie in plaats van met een seponering met als motief ‘toestand geregulariseerd’.


59

52,53

66,67

62,7

62,73

50

61,54

64,53

64,34

70,35

29,2

35,46

32,68

33,33

33,33

1

.

.

.

.

.

1

1

.

.

.

.

.

.

.

.

.

0,05

.

.

.

.

.

0,19

0,18

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

%

646

.

83

83

.

7

90

97

48

88

88

64

54

118

3

1

208

212

n

31,48

.

21,96

21,78

.

26,92

16,98

17,38

27,91

76,52

76,52

56,64

38,3

46,46

50

33,33

36,94

37,06

%

zonder gevolg

1

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

1

1

n

0,05

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

0,18

0,17

%

ter beschikking

155

.

38

38

.

2

70

72

.

.

.

.

1

1

1

.

43

44

n

7,55

.

10,05

9,97

.

7,69

13,21

12,9

.

.

.

.

0,71

0,39

16,67

.

7,64

7,69

%

pretoriaanse probatie n

137

.

15

15

.

1

22

23

2

1

1

16

32

48

.

.

48

48

%

6,68

.

3,97

3,94

.

3,85

4,15

4,12

1,16

0,87

0,87

14,16

22,7

18,9

.

.

8,53

8,39

8

.

2

2

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

6

6

n

0,39

.

0,53

0,52

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

1,07

1,05

%

minnelijke schikking

16

.

3

3

1

.

3

4

.

.

.

.

4

4

.

.

5

5

n

0,78

.

0,79

0,79

50

.

0,57

0,72

.

.

.

.

2,84

1,57

.

.

0,89

0,87

%

onderzoek

1

.

.

.

.

.

.

.

1

.

.

.

.

.

.

.

.

.

n

0,05

.

.

.

.

.

.

.

0,58

.

.

.

.

.

.

.

.

.

%

raadkamer

Tabel 41 Vooruitgangsstaat op 6 januari 2019 voor de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ ontvangen door de parketten tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 per parket (en afdeling)

1.078

2

Parket West-Vlaanderen – afdeling Ieper

Vlaanderen 2018

237

1

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Oudenaarde

Parket West-Vlaanderen – afdeling Kortrijk

16

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Dendermonde

239

342

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Gent

ARRONDISSEMENT WEST-VLAANDEREN

359

23

ARRONDISSEMENT BRUSSEL

ARRONDISSEMENT OOST-VLAANDEREN

20

33

Parket Limburg – afdeling Tongeren

23

50

Parket Limburg – afdeling Hasselt

121

83

ARRONDISSEMENT LIMBURG

Parket Halle-Vilvoorde

2

Parket Antwerpen – afdeling Turnhout

ARRONDISSEMENT LEUVEN

20

1

Parket Antwerpen – afdeling Mechelen

44,4

250

Parket Antwerpen – afdeling Antwerpen

44,23

.

n

n

253

%

seining van de dader

vooronderzoek

ARRONDISSEMENT ANTWERPEN

niet gemeentelijke administratieve sanctie

9

1

.

1

.

.

2

2

.

3

3

.

.

.

.

1

2

3

n

0,44

33,33

.

0,26

.

.

0,38

0,36

.

2,61

2,61

.

.

.

.

33,33

0,36

0,52

%

dagvaarding & verder

2.052

3

378

381

2

26

530

558

172

115

115

113

141

254

6

3

563

572

n

Totaal


Meer dan de helft van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening bevond zich op het moment van de extractiedatum nog in vooronderzoek. Bijna 1/3 werd reeds zonder gevolg gesteld. In 9 dossiers, overgemaakt aan de parketten in 2018, werd in 2018 ook gedagvaard.

treding van de omzendbrief COL 16/2014 die, zoals reeds hoger werd beschreven, als gevolg heeft dat dat beslissingen die vroeger als een zondergevolgstelling werden geteld nu als een aparte afsluitende beslissing (seining van de dader, pretoriaanse probatie en administratieve sanctie) wordt weergegeven (zie hoger).

Opvallend is de procentuele stijging van het aantal dossiers die men overmaakte aan een overheid voor niet-gemeentelijke administratieve sancties: daar waar dit in 2017 voor slechts 0,83 % van de zaken (of 19 zaken in totaal) gebeurde, gebeurde dit in 2018 voor 6,68 % van de zaken (of 137 zaken in totaal). Een logische verklaring hiervoor is dat de gewestelijke entiteit sedert 1 maart 2018 bevoegd is voor het opleggen van bestuurlijke geldboetes voor stedenbouwmisdrijven (en -inbreuken). Uit tabel 54 (zie verder) blijkt immers dat de gewestelijke entiteit 110 zaken in 2018 heeft ontvangen van de parketten.

Het enerzijds hoge percentage sepots en anderzijds lage percentage vooronderzoeken in het arrondissement Limburg konden we voor het jaar 2017 reeds verklaren door de specifieke werkwijze waarbij men eraan de voorkeur geeft om dossiers voorlopig te seponeren met het motief ‘voorrang aan de burgerlijke afhandeling’ in afwachting van een herstelvordering. Na ontvangst van de herstelvordering heft men het sepot op. Reden van deze werkwijze is een administratieve vereenvoudiging waarbij men niet constant dossiers ‘te wachten’ moet leggen en telkens opnieuw moet controleren of de herstelvordering al opgemaakt is. Sedert de bevoegdheid tot het opleggen van bestuurlijke geldboetes door de gewestelijke entiteit is het aantal sepots bij het arrondissement Limburg echter sterk gedaald (van 66,42% in 2017 naar 46,46% in 2018). Opvallend is dat in het arrondissement Brussel de sepots aanzienlijk zijn gestegen.

Het overgrote deel van de zaken is afkomstig van het arrondissement Limburg, waarbij deze 18,9% van hun zaken overmaken voor niet gemeentelijke administratieve sancties. De hoge percentages “pretoriaanse probatie” binnen de parketten Oost- en West-Vlaanderen kunnen, net zoals voor 2017, worden verklaard door de inwerking-

66B - Ruimtelijke ordening en stedenbouw

66C Reclameborden

66F - Bescherming van monumenten, stadsen dorpsgezichten (Vlaams decreet 3 maart 1976)

66G - Vellen hoogstammige bomen

Totaal

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

1.042

53

4

44

24

69

8

33

1.078

53

1

0

.

.

.

.

.

.

1

0

zonder gevolg

622

31

4

44

8

23

12

50

646

31

ter beschikking

1

0

.

.

.

.

.

.

1

0

pretoriaanse probatie

152

8

.

.

2

6

1

4

155

8

niet gemeentelijke administratieve sanctie

134

7

.

.

1

3

2

8

137

7

minnelijke schikking

7

0

1

11

.

.

.

.

8

0

onderzoek

15

1

.

.

.

.

1

4

16

1

raadkamer

1

0

.

.

.

.

.

.

1

0

vooronderzoek seining van de dader

dagvaarding & verder Totaal

9

0

.

.

.

.

.

.

9

0

1.984

100

9

100

35

100

24

100

2.052

100

Tabel 42 Laatste vooruitgangsstaat op 6 januari 2019 voor de zaken ‘handhaving ruimtelijke ordening’ binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018, al dan niet via voeging aan een moederzaak, per tenlasteleggingscode (n & kolom%)

In onderstaande tabel wordt een overzicht geboden van de verschillende vooruitgangsstaten van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’, d.d. de extractiedatum, per tenlasteleggingscode. 53% van de zaken met tenlasteleggingscode ‘66B

60

Ruimtelijke ordening en stedenbouw’ bevond zich d.d. de extractiedatum in vooronderzoek. Daarnaast werd reeds 31%, ofwel 646 zaken, zonder gevolg gesteld. De parketten maakten 137 dossiers over aan een overheidsdienst met het oog op het eventueel opleggen van een niet-gemeentelijke administratie-


ve sanctie. 8% van deze dossiers bevond zich op de extractiedatum in de vooruitgangsstaat ‘pretoriaanse probatie’. Dit betekent dat 155 zaken (nog) geen strafrechtelijk gevolg hadden gekregen op de extractiedatum op voorwaarde dat de overtreder bepaalde door het parket opgelegde maatregelen naleefdde. De 9 dossiers waarin reeds werd gedagvaard, hadden allemaal de tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’. 44% van de zaken (met name vier zaken) met tenlasteleggingscode ‘66C Reclameborden’ bevond zich d.d. de extractiedatum nog in vooronderzoek. Eveneens 44% werd reeds zonder gevolg geplaatst. In één zaak stelde men een minnelijke schikking voor.

Bij de zaken die zonder gevolg werden gesteld is het verder belangrijk om rekening te houden met het motief tot seponeren. Het Wetboek van strafvordering, artikel 28 quater al. 1, ingevoegd door de wet van 12 maart 1998, legt aan de procureur des Konings de verplichting op zijn beslissingen te motiveren. De parketten beschikken over een verfijnde lijst van motieven ‘zonder gevolgstelling’ die uniform is voor het hele land die en geformaliseerd is als gevolg van de Franchimonthervorming. Deze lijst – en de mogelijke rubrieken – werden opgenomen in omzendbrief COL16/2014 van het College van procureurs-generaal betreffende de toepassing van de wet van 12 maart 1998.

69% van de zaken, ofwel 24 zaken, met tenlasteleggingscode ‘66F - Bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten’ bevond zich op 6 januari 2019 nog in vooronderzoek. Het parket seponeerde acht zaken. Twee zaken bevonden zich in vooruitgangsstaat ‘pretoriaanse probatie’. De parketten maakten één zaak over met het oog op het opleggen van een niet-gemeentelijke administratieve sanctie. Aangaande de zaken met tenlasteleggingscode ‘66G - Vellen hoogstammige bomen’ stellen we vast dat slechts 33% zich nog in vooronderzoek bevond op de extractiedatum en dat de parketten 55% seponeerden. Eén dossier bevond zich in vooruitgangsstaat ‘pretoriaanse probatie’ en het parket maakte twee dossiers over aan een overheidsdienst met het oog op het opleggen van een niet-gemeentelijke administratieve sanctie.

We kunnen de motieven tot zondergevolgstelling groeperen in 2 categorieën: technische motieven en opportuniteitsmotieven.

De afname in beslissingen houdende sepot ten voordele van het meer benutten van de mogelijkheid om zaken over te maken voor niet gemeentelijke administratieve sancties blijkt zich voornamelijk voor te doen in de zaken met tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’. Bij de andere tenlastenleggingscodes zijn tendensen moeilijker waar te nemen wegens het beperkte aantal dossiers dat deze in 2018 telkens telden.

Motieven eigen aan de aard van de feiten

4.1.5 Motieven tot seponeren In bovenstaand onderdeel met betrekking tot de vooruitgangsstaat van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ stelden we vast dat d.d. 6 januari 2019 31% van de in 2018 door de parketten ontvangen zaken reeds zonder gevolg werd gesteld. Dat is een daling ten opzichte van 2017, toen de parketten 35,35% van het totaal aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ reeds zonder gevolg hadden gesteld op de extractiedatum. Er werden voor de opmaak van dit handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening wederom cijfers ter beschikking gesteld van de VHRM die een verder inzicht geven in de zaken die zonder gevolg werden gesteld.

De redenen tot technisch sepot zijn: Geen misdrijf Onvoldoende bewijzen Verval van de strafvordering Niet-toelaatbaarheid van de strafvordering Dader(s) onbekend De redenen tot sepot om opportuniteitsredenen zijn:

• • •

Beperkte maatschappelijke weerslag Toestand geregulariseerd Redelijke termijn overschreden

Motieven eigen aan de persoon van de dader of van slachtoffer • • • •

Afwezigheid van voorgaanden Toevallige feiten met oorzaak Wanverhouding strafvordering – maatschappelijke verstoring Houding van het slachtoffer

Beleid • • •

Te weinig recherche-capaciteit Andere prioriteiten Voorrang aan de burgerlijke afhandeling

61


In onderstaande tabel geven we een beeld van het soort zondergevolgstelling - technisch sepot of opportuniteitssepot- met betrekking tot de zaken

‘Ruimtelijke Ordening’ die de parketten in 2018 ontvingen, per arrondissement.

Sepot van technische aard

Sepot om opportuniteitsredenen

Totaal

n

%

n

%

n

%

ARRONDISSEMENT ANTWERPEN

53

25

159

75

212

100

Parket Antwerpen – afdeling Antwerpen

52

25

156

75

208

100

.

.

1

100

1

100

Parket Antwerpen – afdeling Turnhout

1

33,33

2

66,67

3

100

ARRONDISSEMENT LIMBURG

6

5,08

112

94,92

118

100

Parket Limburg – afdeling Hasselt

5

9,26

49

90,74

54

100

Parket Limburg – afdeling Tongeren

1

1,56

63

98,44

64

100

ARRONDISSEMENT BRUSSEL

11

12,5

77

87,5

88

100

Parket Halle-Vilvoorde

11

12,5

77

87,5

88

100

Parket Antwerpen – afdeling Mechelen

ARRONDISSEMENT LEUVEN

9

18,75

39

81,25

48

100

ARRONDISSEMENT OOST-VLAANDEREN

72

74,23

25

25,77

97

100

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Gent

67

74,44

23

25,56

90

100

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Dendermonde

5

71,43

2

28,57

7

100

ARRONDISSEMENT WEST-VLAANDEREN

46

55,42

37

44,58

83

100

Parket West-Vlaanderen – afdeling Kortrijk

46

55,42

37

44,58

83

100

Vlaanderen 2018

197

31

449

70

646

100

Tabel 43 Motieven tot seponering voor de op 6 januari 2019 zonder gevolg staande zaken ‘handhaving ruimtelijke ordening’ binnengekomen tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 al dan niet via voeging aan een moederzaak, per arrondissement (n & rij%)

Bovenstaande tabel geeft aan dat 31% van het totaal aantal geseponeerde dossiers wordt geseponeerd om technische redenen, 70% om opportuniteitsredenen. Indien we naar de parketten afzonderlijk kijken, stellen we vast dat zij binnen de arrondissementen Limburg, Brussel, Leuven en Antwerpen minstens 75%, seponeerden op grond van opportuniteitsredenen. Het lage percentage opportuniteitssepots in het arrondissement West-Vlaanderen (44,58%) en vooral in het arrondissement Oost-Vlaanderen (25,77%), is het gevolg van de vaststelling aangaande de vooruitgangsstaten dat deze parketten vaker de praktijk toepassen van de ‘pretoriaanse probatie’ inzake regularisatie. Van het totaal aantal van 2.052 zaken ‘Ruimtelijke

62

Ordening’ die de parketten het Vlaams gewest in 2018 ontvingen, seponeerden zij op de extractiedatum reeds 21,88% wegens opportuniteitsredenen. Ook in het Milieuhandhavingsrapport 2017 stelden we vast dat op de extractiedatum bijna reeds ¼ (met name 23,77%) van het totaal aantal zaken werd geseponeerd omwille van opportuniteitsredenen. In onderstaande tabel geven we in meer detail het soort zondergevolgstelling weer met betrekking tot de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ die de parketten in 2018 ontvingen, per tenlasteleggingscode.


66B

66C

66F

66G

Totaal

N

%

n

%

n

%

n

%

n

%

Sepot van technische aard

189

30,39

1

25

2

25

5

41,67

197

30,5

geen misdrijf

63

10

.

.

.

.

2

17

65

10

onvoldoende bewijzen

41

7

.

.

1

13

2

17

44

7

verval van strafvordering

84

14

1

25

1

13

1

8

87

13

verjaring

84

14

1

25

1

13

1

8

87

13

1

0

.

.

.

.

.

.

1

0

Sepot om opportuniteitsredenen

433

69,61

3

75

6

75

7

58,33

449

69,5

motieven eigen aan de aard van de feiten

128

21

3

75

2

25

1

8

134

21

beperkte maatschappelijke weerslag

32

5

.

.

.

.

.

.

32

5

toestand geregulariseerd

84

14

3

75

2

25

1

8

90

14

redelijke termijn overschreden

12

2

.

.

.

.

.

.

12

2

motieven eigen aan de persoon van de dader of van slachtoffer

43

7

.

.

.

.

1

8

44

7

afwezigheid van voorgaanden

3

0

.

.

.

.

.

.

3

0

toevallige feiten met oorzaak

4

1

.

.

.

.

.

.

4

1

wanverhouding strafvord.-maatsch. verstoring

34

5

.

.

.

.

1

8

35

5

houding van het slachtoffer

1

0

.

.

.

.

.

.

1

0

vergoeding van het slachtoffer

1

0

.

.

.

.

.

.

1

0

262

42

.

.

4

50

5

42

271

42

andere prioriteiten

141

23

.

.

1

13

5

42

147

23

voorrang aan de burgerlijke afhandeling

121

19

.

.

3

38

.

.

124

19

622

100

4

100

8

100

12

100

646

100

dader(s) onbekend

beleid

Totaal

Tabel 44 Motieven tot seponering voor de op 6 januari 2019 zonder gevolg staande zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ binnengekomen tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 al dan niet via voeging aan een moederzaak, per rubriek van tenlasteleggingscodes

Bovenstaande tabel geeft weer dat meer dan 69,61%, ofwel 433 zaken, van de geseponeerde zaken met tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’ werd geseponeerd omwille van opportuniteitsredenen. Bijna 1/4 van de geseponeerde zaken werd geseponeerd omdat er andere prioriteiten waren. Bij 19% werd voorrang gegeven aan de burgerlijke afhandeling en bij 14% werd geseponeerd omdat de overtreder de toestand had geregulariseerd.

geseponeerd wegens opportuniteitsredenen, meer bepaald door het feit dat de toestand reeds werd geregulariseerd.

Opvallend is dat 22% van alle in 2018 ontvangen zaken met de tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’ in datzelfde jaar reeds werden geseponeerd op basis van opportuniteitsredenen.

Vijf zaken met tenlasteleggingscode ‘66G Vellen hoogstammige bomen’ waren op de extractiedatum geseponeerd op basis van technische redenen en zeven zaken op grond van opportuniteitsredenen.

Van de acht geseponeerde zaken met tenlasteleggingscode ‘66F - Bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten’ werden 2 dossiers geseponeerd wegens technische redenen en werden 6 dossiers geseponeerd wegens opportuniteitsredenen.

Van de vier geseponeerde zaken met tenlasteleggingscode ‘66C Reclameborden’ werd 1 dossier geseponeerd wegens technische redenen, met name wegens verval van de strafvordering, en 3 dossiers

63


4.2 EVALUATIE VAN HET BESTUURLIJK SANCTIONERINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING 4.2.1 Administratieve geldboeten in het kader van de stakingsbevelen – evaluatie van het gevoerde sanctioneringsbeleid door de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteur Tot 1 maart 2018 gold artikel 6.1.49 van de VCRO dat een administratieve geldboete werd opgelegd van 5.000 euro aan de persoon die handelingen, werken of wijzigingen voortzet in strijd met een door de stedenbouwkundige inspecteur bekrachtigd bevel tot staking. De boete werd opgelegd door de rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds. De schending kon zowel een gemeentelijk als een gewestelijk stakingsbevel betreffen alsook een door de politie opgelegd stakingsbevel. Noodzakelijk is wel, zoals hierboven aangegeven, dat het stakingsbevel werd bekrachtigd door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur. Doorbrekingen van stakingsbevelen die worden vastgesteld na 1 maart 2018 (zoals omschreven in 6.2.1 3° VCRO) worden beboet conform de artikelen 6.2.6 en volgende VCRO. Onderstaande tabel geeft het aantal dossiers weer waarin een administratieve geldboete werd opgelegd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur n.a.v. een doorbreking van het stakingsbevel en tevens het aantal opgelegde administratieve geldboetes tot 1 maart 2018.

Aantal dossiers waarin een administratieve geldboete werd opgelegd n.a.v. een doorbreking van het stakingsbevel (tot 1 maart 2018)

20

Aantal administratieve geldboetes

56

Tabel 45 Administratieve geldboeten n.a.v. een doorbreking van het stakingsbevel, opgelegd door de Gewestelijke Inspectie RO in 2018

Uit onderdeel 3.8 blijkt dat de Gewestelijke Omgevingsinspectie in 2018 291 stakingsbevelen heeft bekrachtigd. Bovenstaande 20 dossiers hebben niet enkel betrekking op de in 2018 bekrachtigde stakingsbevelen, maar tevens op doorbrekingen van stakingsbevelen in voorgaande jaren. Per dossier kan sprake zijn van meerdere overtreders. Er werden in tot 1 maart 2018 in 20 dossiers administratieve geldboetes opgelegd. In totaal werden 56 administratieve geldboetes opgelegd. Indien een administratieve geldboete werd opgelegd door rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds,

64

had de vermoedelijke overtreder de mogelijkheid om een verzoekschrift in te dienen bij de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur op grond van artikel 6.1.49 VCRO. Tegen het besluit van de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur was er nog verhaal mogelijk bij de gewone rechter of de Raad van State. Bij een gebrekkige betaling volgde nog een bijkomende opvolging van de inning en invordering van de boetes. De rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds maakte hiervoor een dwangbevel op dat vervolgens werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur. Vervolgens werd dit dwangbevel door een gerechtsdeurwaarder betekend aan de overtreder.

4.2.2 Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest in 2018 Het Handhavingsdecreet, in werking getreden op 1 maart 2018, voorziet naast de bestaande strafrechtelijke sanctionering eveneens in een bestuurlijk sanctioneringsspoor. Daartoe wordt onder meer de mogelijkheid tot bestuurlijke beboeting en het onderscheid tussen (gedepenaliseerde) stedenbouwkundige inbreuken en stedenbouwkundige misdrijven, zoals die nu reeds bestaan in het DABM en het Onroerenderfgoeddecreet, opgenomen in de VCRO. Stedenbouwkundige inbreuken kunnen sedert deze datum worden gesanctioneerd met een exclusieve bestuurlijke geldboete. Stedenbouwkundige misdrijven waarvoor het parket (tijdig) aangeeft niet tot strafrechtelijke behandeling te willen overgaan, kunnen sedert deze datum worden gesanctioneerd met een alternatieve bestuurlijke geldboete. Tevens werd het instrument van de ‘bestuurlijke transactie’, zoals dit steeds in het DABM bestaat, ingevoerd. Hierbij doet de gewestelijke beboetingsentiteit voor bepaalde dossiers, alvorens een bestuurlijke geldboete op te leggen, aan de overtreder een voorstel tot betaling van de geldsom binnen een bepaalde termijn. De gewestelijke beboetingsentiteit beschikt tot slot over de mogelijkheid om te seponeren wegens technische dan wel opportuniteitsredenen. De mogelijkheid tot het opleggen van een voordeelontneming bestaat daarentegen enkel bij de beboeting van milieumisdrijven en milieu-inbreuken. Naar aanleiding van deze nieuwe bevoegdheid tot bestuurlijke beboeting van stedenbouwmisdrijven en -inbreuken heeft de gewestelijke beboetingsentiteit een beboetingskader uitgewerkt. Dit kader omvat verschillende beslissingsbomen, gerelateerd aan


de soort schending. De beboetingsentiteit vond hiervoor deels inspiratie bij het kader dat zij reeds sedert 2009 heeft uitgewerkt voor de beboeting van milieumisdrijven en -inbreuken.

4.2.2.1 Behandeling stedenbouwkundige misdrijven In het kader van de behandeling van stedenbouwkundige misdrijven door de gewestelijke beboetingsentiteit in 2018 werd gevraagd hoeveel processen-verbaal de gewestelijke beboetingsentiteit kreeg doorgestuurd tussen 1 maart 2018 (datum van inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet) en 31 december 2018 en van welk parket. Dit wordt weergegeven in tabel 52.

PROCESSEN-VERBAAL ONTVANGEN VAN DE PARKETTEN DOOR DE GEWESTELIJKE ENTITEIT VAN HET VLAAMSE GEWEST IN 2018 Dendermonde

0

Gent

11

Oudenaarde

0

Brugge

0

Ieper

0

Kortrijk

24

Veurne

0

Antwerpen

39

Mechelen

0

Turnhout

0

Hasselt

32

Tongeren

3

Leuven

0

Halle-Vilvoorde

1

Totaal

110

Tabel 46 Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest in 2018

De tabel geeft aan dat de gewestelijke beboetingsentiteit in 2018 in totaal 110 processen-verbaal heeft ontvangen van de correctionele afdelingen van de parketten van het Vlaamse Gewest met het oog op het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete. Er dient rekening mee te worden gehouden dat een deel van deze processen-verbaal werd opgesteld in 2017 en dat voor een deel die wel in 2018 werden opgesteld, de feiten dateren uit 2017 maar waarvan de Procureurs des Konings in 2018 beslisten deze dossiers toch door te sturen naar de gewestelijke beboetingsentiteit met het oog op het opleggen van een bestuurlijke geldboete. De gewestelijke beboetingsentiteit kan voor deze feiten echter geen bestuurlijke geldboete opleggen daar de feiten dienen te da-

teren vanaf 1 maart 2018 opdat zij bevoegd zou zijn voor het opleggen van een bestuurlijke geldboete. De parketten registreerden in 2018 137 dossiers die werden overgemaakt voor niet-gemeentelijke administratieve sanctie. De gewestelijke entiteit registreerde slechts 110 dossiers. Er is derhalve sprake van een discrepantie van 27 dossiers. Mogelijk betreffen deze resterende dossiers de processen-verbaal die conform artikel 11.2.6 van het Onroerend Erfgoeddecreet aan de inspecteur Onroerend Erfgoed kunnen worden overgemaakt voor het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete voor misdrijven inzake onroerend erfgoed. Een vergelijking met de voorgaande jaren kunnen we, wegens de inwerkingtreding op 1 maart 2018, niet

65


maken. De gewestelijke entiteit verwacht echter wel dat het aantal dossiers dat zij zal ontvangen doorheen de jaren zal toenemen, zoals dit ook het geval is voor processen-verbaal inzake milieumisdrijven waarvoor zij sedert mei 2009 bevoegd is. Volgende tabel geeft het aantal dossiers weer dat de gewestelijke beboetingsentiteit heeft ontvangen van de parketten, opgemaakt door de verschillende handhavingsactoren.

Federale politie

0

Lokale politie

50

Gemeente

10

Stad

38

Intergemeentelijk

0

Orde van Architecten

8

Afdeling Handhaving, Omgevingsinspectie

3

ANB

1

Totaal

110

Tabel 47 Procentueel aandeel van de dossiers ontvangen door de parketten van het Vlaamse gewest in 2018, per handhavingsactor

tie voor te stellen. Na betaling van de voorgestelde geldsom vervalt de boeteprocedure. Wanneer de overtreder echter niet wenst in te gaan op het voorstel van bestuurlijke transactie, hervat de gewestelijke beboetingsentiteit de procedure voor het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete. De VHRM heeft de gewestelijke beboetingsentiteit dan ook gevraagd aan te geven hoeveel van dergelijke bestuurlijke transacties werden voorgesteld in 2018 en hoeveel daarvan werden betaald.

PV’s ontvangen door de gewestelijke entiteit van de parketten

110

Behandeling/afhandeling dossiers in het kader van alternatieve bestuurlijke geldboete

88

Beslissing hield een SEPOT in

74

Beslissing hield een technisch sepot in

41

- wegens dader onbekend

0

- wegens dader overleden

0

- wegens geen misdrijf

6

- wegens temporele werking

28

- wegens onvoldoende vaststaand

7

Beslissing hield een opportuniteitssepot in

45,45% van de processen-verbaal (met name 50 van de 110 processen-verbaal) die de gewestelijke beboetingsentiteit in 2018 heeft ontvangen, werd opgesteld door de Lokale politie. De steden en gemeenten leverden vervolgens 43,63% (of 48 processen-verbaal) van de processen-verbaal aan. Geen enkel intergemeentelijk samenwerkingsverband leverde een proces-verbaal aan, wellicht omdat ze zich nog volop aan het organiseren zijn naar aanleiding van deze nieuwe bevoegdheden. Slechts 3 dossiers of 2,7% was afkomstig van de Omgevingsinspectie. 8 dossiers waren afkomstig van de orde van Architecten, die echter geen bevoegdheid als verbalisant heeft voor het opmaken van processen-verbaal inzake stedenbouwmisdrijven. Het betroffen telkens klachten inzake het uitvoeren van werken zonder architect waarvoor nochtans een architect dient te zijn aangesteld. Elk van deze dossiers werd derhalve geseponeerd. Wegens het feit dat er geen vaststellingen werden gedaan door een bevoegde verbalisant zoals opgenomen in artikel 6.2.5 VCRO, was er geen reden voorbeboeting. Voorts is het uitvoeren van werken zonder architect terwijl dit wel vereist is, geen misdrijf maar een inbreuk, zodat de parketten geen bevoegdheid hebben en de gewestelijke entiteit voor dergelijke feiten exclusief bevoegd is. De volgende tabel geeft een overzicht van het aantal en de soort beslissingen die de gewestelijke beboetingsentiteit in 2018 nam in het kader van de alternatieve bestuurlijke geldboete. Zoals hoger reeds aangehaald heeft de gewestelijke beboetingsentiteit eveneens de mogelijkheid om voor bepaalde stedenbouwkundige misdrijven een bestuurlijke transac66

33

- wegens geen handhavingsprioriteit

25

- wegens volledig geregulariseerd

8

Beslissing hield GEEN geldboete in

0

Beslissing hield een geldboete in

0

Beslissing hield een geldboete met (gedeeltelijk) uitstel in (conform artikel 6.2.7, § 2 VCRO - nieuwe modaliteit sinds 01/03/2018

0

Aantal bestuurlijke transactie die in 2018 werden voorgesteld

38

Aantal bestuurlijke transactie die in 2018 werden betaald

14

Tabel 48 Beslissingen genomen in het kader van de alternatieve bestuurlijke beboeting in 2018

Voor 2018 heeft de gewestelijke entiteit 110 processen-verbaal ontvangen. Zij heeft 88 beslissingen genomen. Elk proces-verbaal kan echter meerdere dossiers genereren aangezien er soms meerdere overtreders per proces-verbaal zijn. Er is derhalve geen één-op-één relatie tussen de ontvangen processen-verbaal en de genomen beslissingen. De gewestelijke entiteit beschikt pas over deze beboetingsbevoegdheid sedert 1 maart 2018 en ontving het eerste dossier pas in april 2018. De beboetingsentiteit verwacht derhalve voor het jaar 2019 een aanmerkelijke toename van de door de parketten doorgestuurde boetedossiers inzake ruimtelijke ordening. Het afhandelen van de dossiers betekent dat de gewestelijke entiteit ofwel een bestuurlijke geldboete heeft opgelegd (die al dan niet reeds werd betaald in 2018), ofwel een bestuurlijke transactie heeft voorgesteld die ook werd betaald, ofwel het dossier heeft geseponeerd. Van de 88 afgehandelde dossiers heeft de


gewestelijke entiteit 74 dossiers of 84% geseponeerd en heeft zij van de voorgestelde bestuurlijke transacties in 14 gevallen of in 16% de betaling ontvangen. De gewestelijke entiteit had nochtans 38 bestuurlijke transacties voorgesteld. Derhalve is sprake van een betalingsgraad van 37%. Daar de betalingstermijn voor een bestuurlijke transactie drie maanden bedraagt, kan voor een deel van de in 2018 voorgestelde bestuurlijke transacties de betaling ook nog in 2019 gebeuren. De betalingsgraad is om deze reden hoger. Inmiddels is de volledige betalingsgraad voor de in 2018 voorgestelde bestuurlijke transacties gekend: 66% werd effectief betaald (dit is 25 van de 38 voorgestelde bestuurlijke transacties). Voor elk van de volgende jaren zal de exacte betalingsgraad echter niet kunnen bepaald worden: er is geen één-op-één relatie tussen de voorstellen en de effectief betaalde bestuurlijke transacties. Voorts legde de gewestelijke entiteit in 2018 nog geen bestuurlijke geldboetes op. In de 13 gevallen waarin de overtreder niet op de voorgestelde bestuurlijke transactie inging, zal de gewestelijke entiteit echter in 2019 een boetebeslissing nemen met al dan niet beslissing tot oplegging van een bestuurlijke geldboete. Inzake de technische sepots valt op dat de gewestelijke beboetingsentiteit in 28 gevallen, of in 32% van

de afgehandelde dossiers, het dossier geseponeerd heeft wegens temporele werking. Dit betroffen met name gevallen waarbij uit de stukken van het dossier niet bleek dat de schending gepleegd was vanaf 1 maart 2018. De gewestelijke beboetingsentiteit verwacht dat het aandeel van technisch geseponeerde dossiers binnen de afgehandelde dossiers zal afnemen naarmate de tijd verloopt. Dit probleem lost zichzelf dus op. Inzake de opportuniteitssepots werd in 25 gevallen of in 28% van de afgehandelde dossiers besloten tot een sepot wegens geen handhavingsprioriteit. Dit betekent dat de schending geen gewestelijke of gezamenlijke prioriteit en evenmin een lokale prioriteit inhield. Deze hoge seponeringsgraad wijst op het belang van het opstellen van lokale prioriteiten.

4.2.2.2 Behandeling stedenbouwkundige inbreuken We vroegen aan de gewestelijke beboetingsentiteit in het kader van de behandeling van stedenbouwinbreuken aan te geven hoeveel verslagen van vaststelling zij in 2018 ontving, door wie deze werden opgesteld en welke beslissing zij hierin nam.

Beslissingen genomen in het kader van exclusieve bestuurlijke geldboeten door de gewestelijke entiteit in 2018 Verslag van vaststelling ontvangen door de gewestelijke entiteit

2

Beslissing genomen in het kader van exclusieve bestuurlijke geldboete

4

Beslissing hield een SEPOT in

4

Beslissing hield een technisch sepot in

0

- wegens dader onbekend

0

- wegens dader overleden

0

- wegens geen misdrijf

0

- wegens temporele werking

0

- wegens onvoldoende vaststaand

4

Beslissing hield een opportuniteitssepot in

0

- wegens geen handhavingsprioriteit

0

- wegens volledig geregulariseerd

0

Beslissing hield geen geldboete in

0

Beslissing hield een geldboete in

0

Beslissing hield een geldboete met (gedeeltelijk) uitstel in (conform artikel 6.2.7, § 2 VCRO - nieuwe modaliteit sinds 01/03/2018

0

Aantal bestuurlijke transacties die in 2018 werden voorgesteld

0

Aantal bestuurlijke transacties die in 2018 werden betaald

0

Tabel 49 Beslissingen genomen in het kader van exclusieve bestuurlijke geldboeten door de gewestelijke entiteit

67


De gewestelijke beboetingsentiteit ontving in 2018 in totaal 2 verslagen van vaststelling. Deze werden beide opgesteld door gemeentelijke verbalisanten. Er werden voor deze twee verslagen van vaststelling vier beslissingen genomen, hetgeen impliceert dat er meerdere vermoedelijke overtreders waren. De ge-

westelijke beboetingsentiteit besliste ten aanzien van vier personen om te seponeren wegens het onvoldoende vaststaand zijn van de feiten.

4.3 HANDHAVINGSCOLLEGE Het Handhavingscollege (HHC) is een onafhankelijk administratief rechtscollege dat werd opgericht naar aanleiding van artikel 16.4.19 van het DABM. Met de inwerkingtreding van de regelgeving omtrent de handhaving van de Omgevingsvergunning, werd het voormalige ‘Milieuhandhavingscollege’ sinds 1 maart 2018 hernoemd naar het ‘Handhavingscollege’. Het HHC doet uitspraak over de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke beboetingsentiteit houdende de oplegging van een alternatieve of exclusieve bestuurlijke geldboete die werden genomen na de vaststelling van een stedenbouwinbreuk of -misdrijf.

68

Het HHC werd bevraagd door de VHRM naar zijn activiteiten in 2018. Er werd gevraagd naar het aantal ontvangen beroepen tegen boetebeslissingen van de gewestelijke beboetingsentiteit in het kader van zowel stedenbouwmisdrijven als -inbreuken. Tevens werd gevraagd hoe deze beroepen werden behandeld. Het HHC ontving echter nog geen enkel beroep ter zake. Daar de gewestelijke beboetingsentiteit pas sedert 1 maart 2018 bevoegd is voor het beboeten van dergelijke misdrijven, wordt verwacht dat in 2019 de eerste beroepsdossiers zullen worden ingediend bij het HHC.


5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De conclusies bouwen voort op de analyses en de bevindingen in dit handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening. Deze zijn gebaseerd op cijfermatige gegevens, aangereikt door de handhavingsactoren naar aanleiding van de bevraging, die een inzicht geven in de activiteiten die zij hebben uitgevoerd tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018. De conclusies worden gegroepeerd rond de inspanningen van de handhavingsactoren, de instrumenten en de sanctionering. Daarmee volgen zij ook de structuur van dit handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening. Het laatste deel van het rapport bevat de aanbevelingen, voortkomend uit de analyses en bevindingen uit dit handhavingsrapport, voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid.

5.1 CONCLUSIES / MANAGEMENT SAMENVATTING 5.1.1 Handhavingsbeleid Op het vlak van de opsporing en de vaststelling van schendingen inzake Ruimtelijke Ordening beschikken drie entiteiten, de Gewestelijke Omgevingsinspectie, de Lokale politie en de steden en gemeenten, alsook de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden over dezelfde opsporings- en vaststellingsbevoegdheden. De Gewestelijke Omgevingsinspectie heeft 18.39 VTE verbalisanten RO en gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs. De Lokale politie rapporteerde 29.75 VTE die zich bezighouden met handhavingstaken en de gemeenten met eigen verbalisanten RO en met eigen gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs rapporteerden 44,77 VTE. Deze cijfers zijn exclusief de administratieve ondersteuning voor handhavingstaken. Bij een vergelijking van de cijfers moet rekening worden gehouden met het verschil in responsgraad van de verschillende actoren. Voor de Gewestelijke Omgevingsinspectie bedraagt die 100%, voor de Lokale politie 71% en voor de gemeenten 87%. In vergelijking met 2017 is er bij de Gewestelijke Omgevingsinspectie een daling van het aantal VTE, van 22,6 VTE 2017 naar 18,34 in 2018. Opvallend is de sterke daling in de VTE voor administratieve ondersteuning RO bij de afdeling Handhaving. Tot en met 2017 bedroeg de VTE hiervoor steeds ongeveer de helft van de VTE die aan handhavingstaken wordt besteed, zijnde verbalisanten en inspecteurs. In 2018 is deze verhouding gedaald naar iets minder dan een op drie. De administratieve ondersteuning is gedaald van 14,51 VTE in 2015 naar 6 VTE in 2018. Bij de Lokale politie wordt opnieuw een stijging van het aantal agenten dat instaat voor handhavingstaken RO gerapporteerd: van 160 agenten in 2016, 84 in 2017, naar 236 agenten in 2018. Dit kan mogelijks

worden verklaard door de respons. Het aantal VTE steeg in 2018 licht van 28,6 in 2017 naar 29,75 in 2018. Bij de steden en gemeenten is er een stijging van het aantal gerapporteerde verbalisanten van 129 in 2017 naar 140 in 2018. De responderende gemeenten deelden daarnaast mee dat in 2018 27 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs waren aangesteld. Het aantal VTE bij de gemeentelijke verbalisanten bedroeg 44,79 VTE in 2017 en 44,20 in 2018. De gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs besteedden in 2018 in totaal 3.03 VTE aan handhavingstaken. De Gewestelijke Omgevingsinspectie voerde in 2018 2.089 plaatsbezoeken uit, de Lokale politie 1.407 en de gemeentelijke verbalisanten 10.446. Bij de Gewestelijke Omgevingsinspectie zijn dit ook plaatsbezoeken in het kader van de uitvoering van een vonnis/ arrest. In vergelijking met 2017 is dit voor de Gewestelijke Omgevingsinspectie een daling van het aantal gerapporteerde plaatsbezoeken met 20%. Bij de Lokale politie kan een daling van het aantal gerapporteerde plaatsbezoeken worden vastgesteld van 28% en bij de gemeenten een daling van 15% van het aantal gerapporteerde plaatsbezoeken. Een plaatsbezoek wordt ofwel naar aanleiding van een klacht ofwel op eigen initiatief, zoals bijvoorbeeld in het kader van een geplande handhavingscampagne, uitgevoerd. Bij de Lokale politie werd 60% van de plaatsbezoeken uitgevoerd naar aanleiding van een melding door de gemeente of een andere overheid, 37% naar aanleiding van een klacht en 3% op eigen initiatief. Dat stemt overeen met het feit dat slechts 8% van de responderende politiezones de handhaving van de VCRO in hun Lokaal Veiligheidsplan hebben opgenomen. De gemeentelijke verbalisanten treden hoofdzakelijk op eigen initiatief op (52%). Klachten geven in 37%

69


van het totaal aantal gerapporteerde plaatsbezoeken aanleiding tot een controle en het percentage van plaatsbezoeken op de vraag van andere overheden of de politiezone is eerder klein (7%). Het optreden op eigen initiatief kan wijzen op een gericht handhavingsbeleid door de lokale overheid. Nochtans geeft maar een beperkte groep van de responderende gemeenten aan dat ze eigen prioriteiten inzake handhaving van de VCRO hebben vastgelegd (22%). Uit hoofdstuk 2.4 van dit handhavingsrapport blijkt dat van de 9 responderende intergemeentelijke verenigingen die actief zijn op het vlak van milieuhandhaving, er 5 ook handhaving Ruimtelijke Ordening in hun takenpakket hebben. Van deze twee intergemeentelijke verenigingen hadden er twee prioriteiten bepaald inzake de handhaving van de ruimtelijke ordening. Vier van de vijf intergemeentelijke verenigingen gaven aan samen 5 eigen verbalisanten ruimtelijke ordening te hebben en vier gaven aan samen 3 eigen intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur te hebben aangesteld. In hoofdstuk 2.5 wordt weergegeven dat de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering in 2018 278 adviezen of beslissingen heeft uitgebracht. In 2017 waren dit 349 adviezen of beslissingen. Dit valt vooral te verklaren door een daling aan adviesaanvragen over herstelvorderingen ingediend door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur (zie tabel 20): in 2016 legde de gewestelijke SI 216 herstelvorderingen voor advies voor aan de HRH, in 2017 waren dat er 131 en in 2018 ging het over 104. Er is dus sinds 2016 een blijvende daling van adviesaanvragen van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur over herstelvorderingen. Nadat op 1 maart 2018 de nieuwe regeling in werking trad met de mogelijkheid om bij de Vlaamse Regering of het college van burgemeester en schepenen een gemotiveerd verzoek in te dienen om tijdelijk of definitief af te zien van de verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld, waarbij voorafgaand aan de beslissing verplicht een schriftelijk advies dient ingewonnen bij de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering, kan worden vastgesteld dat de Hoge Raad vanuit zijn decretale opdracht als handhavingspartner 7 adviezen inzake de inning van dwangsommen heeft uitgebracht.

5.1.2 Evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten ruimtelijke ordening Het derde hoofdstuk van dit handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening 2018 handelt over de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten Ruimtelijke Ordening in 2018.De instrumenten zijn deze die 70

in 2018 konden worden toegepast door de bevoegde instanties. Sinds 1 maart 2018, de inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, is het handhavingsinstrumentarium vernieuwd. Het betreft een kwantitatieve analyse van de inzet van de handhavingsinstrumenten op basis van cijfers die door de verschillende handhavingsactoren werden aangeleverd naar aanleiding van de bevraging. De totale inspanning per actor, met name ‘de afdeling Handhaving, ‘de gemeentelijke verbalisanten’, en ‘de verbalisanten van de Lokale politie’ werd bekeken per instrument. In het rapport wordt gekeken naar hoe elk instrument zich verhoudt tot het totaal aantal plaatsbezoeken waar een schending wordt vastgesteld. Een belangrijke nuance bij deze analyse is dat tijdens één plaatsbezoek uiteraard verschillende instrumenten kunnen worden gehanteerd. Plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld In totaal werden door de Gewestelijke Omgevingsinspectie, door de gemeentelijke verbalisanten en de verbalisanten van de Lokale politie in 2018 14.145 plaatsbezoeken uitgevoerd. Bij de Gewestelijke Omgevingsinspectie zijn dit ook plaatsbezoeken in het kader van de uitvoering van een vonnis/arrest. Gemiddeld werd bij meer dan 60%, ofwel 8.866 van deze plaatsbezoeken, effectief een schending vastgesteld. Dit zou kunnen wijzen op een lage nalevingsgraad en/of op een sterke risicogerichte benadering en doelgericht toezicht van de handhavingsactoren. Instrument raadgeving De raadgeving werd ingezet bij 18% van de plaatsbezoeken waar geen schending werd vastgesteld. Het zijn voornamelijk de gemeentelijke verbalisanten die dit instrument hanteerden.. Plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld zonder verdere actie Bij de Gewestelijke Omgevingsinspectie waren er in 2018 145 plaatsbezoeken waar er niet werd opgetreden tegen een vastgestelde schending. De verbalisanten van de Lokale politie traden bij 39 plaatsbezoeken niet op tegen een vastgestelde schending, hetgeen neerkomt op 3,22% van het totaal aantal plaatsbezoeken waarbij een schending werd vastgesteld. Bij de gemeentelijke verbalisanten lag dit percentage hoger. Bij niet minder dan 18% van de plaatsbezoeken waarbij een schending werd vastgesteld, werd niet opgetreden tegen de schending. Plaatsbezoeken waarvan het vervolgtraject onbekend is Algemeen kan worden vastgesteld dat 1,66%, ofwel 227 plaatsbezoeken , van het totaal aantal uit-


gevoerde plaatsbezoeken in 2018 een onbekend vervolgtraject heeft. Het zijn de Gewestelijke Omgevingsinspectie en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die dit aantal volledig voor hun rekening nemen. Instrument aanmaning De aanmaning werd in totaal ingezet bij iets meer dan 11% van de plaatsbezoeken uitgevoerd door de gewestelijke verbalisanten RO. Elke keer dat een nieuwe schending wordt vastgesteld dient de gewestelijke verbalisant RO op grond van het Handhavingsprogramma eerst een aanmaning te geven. De vraag rijst of er effectief maar 11% nieuwe schendingen werden vastgesteld. In ongeveer 25% en 50% van alle plaatsbezoeken uitgevoerd door de gemeentelijke en respectievelijk intergemeentelijke verbalisanten RO werd gebruik gemaakt van de aanmaning. Instrument proces-verbaal Het proces-verbaal is het instrument dat door de handhavingsactoren gezamenlijk het meest werd ingezet in 2018, namelijk bij bijna 1/3 van de plaatsbezoeken waarbij een schending werd vastgesteld. De Lokale politie gebruikte dit instrument bij meer dan 60% van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld, de Gewestelijke Omgevingsinspectie bij -de helft van de uitgevoerde plaatsbezoeken. Enkel de gemeentelijke verbalisanten en de verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gebruikten dit instrument in mindere mate. Slechts bij 17% van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld, werd het instrument ‘proces-verbaal’ gebruikt. Instrument bevel tot staking In 2018 werd bij ongeveer 6% van het aantal plaatsbezoeken waarbij een overtreding werd vastgesteld, een bevel tot staking opgelegd. Dit percentage is ongeveer hetzelfde als in 2017. Wanneer de verhouding tussen de verschillende handhavingsactoren wordt bekeken, dan legt de Lokale politie de meeste stakingsbevelen op. Bij 13.64% van de plaatsbezoeken waarbij een schending werd vastgesteld werd een stakingsbevel opgelegd door de verbalisanten van de Lokale politie. Bij de gemeentelijke verbalisanten werd bij 5% van de plaatsbezoeken waar een schending werd vastgesteld een stakingsbevel opgelegd en bij de gewestelijke verbalisanten was dit bij iets minder dan 2%. Instrument minnelijke schikking De stedenbouwkundige inspecteur sloot in 2018 6 minnelijke schikkingen af met een overtreder en er werden 2 minnelijke schikkingen uitgevoerd.

Instrument herstelvordering In totaal werden in 2018 56 herstelvorderingen overgemaakt aan het parket en 15 herstelvorderingen voorgeleid ingeleid voor de burgerlijke rechter., De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering geeft aan in 2018 214 positieve adviezen inzake herstelvorderingen te hebben verleend. Dit is een opvallend verschil. Dit kan worden verklaard met de respons. De uitvoering van de herstelmaatregel Door de gemeenten werden in 2018 6 vonnissen/arresten betekend. De Gewestelijke Inspecteurs kunnen hierover geen gegevens over meedelen. Er werd in 2018 geen enkele hypotheek gelegd. De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur heeft in 2018 in 19 dossiers een beslissing genomen met betrekking tot opschorting of de niet of gedeeltelijke invordering van de opeisbare dwangsomschuld. Bestuurlijke maatregelen, last onder dwangsom en bestuursdwang Deze instrumenten werden nog niet ingezet gelet op hun recente karakter en de voorzichtigheid die vereist wordt in het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening voor wat betreft de Gewestelijke Omgevingsinspectie. Ook de lokale handhavingsinstanties hebben deze instrumenten nog niet gebruikt.

5.1.3 Sanctionering In het vierde hoofdstuk lag de focus zowel op de strafrechtelijke sanctionering als op de bestuurlijke sanctionering, waarvoor de gewestelijke entiteit sedert 1 maart 2018 bevoegd is. Strafrechtelijke sanctionering De parketten in het Vlaamse Gewest ontvingen in 2018 2.052 zaken met betrekking tot Ruimtelijke Ordening, waarvan 59,65% (1.1.224 zaken) afkomstig van de politie en 37,18% (763 zaken) afkomstig van de inspectiediensten. Het totaal aantal zaken is daarmee verder gedaald in 2018. In2017 werden in totaal nog 2.297 zaken geregistreerd, in 2016 nog 2.455 zaken en in 2015 nog 2.639 zaken. Het percentage per initiërende instantie in verhouding tot het totaal bleef de afgelopen jaren ongeveer gelijk, met weliswaar een lichte stijging van de initiaties vanuit de algemene politie en een lichte daling van de initiaties vanuit de gewestelijke inspectiediensten. Net zoals voorgaande jaren, had in 2018 het merendeel – bijna 97% - van het totaal aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ geregistreerd door de correc-

71


tionele afdelingen van de parketten van het Vlaamse gewest als voornaamste tenlasteleggingscode ‘RO en stedenbouw’. De overige tenlasteleggingscodes ‘bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten’, ‘reclameborden’ en ‘vellen hoogstammige bomen’ vertegenwoordigen in 2017 elk minder dan 2% en samen nog 3% van het totaal aantal dossiers. Ook dit is in lijn met de voorgaande jaren. Meer dan de helft van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’, met name 53%, bevond zich op de extractiedatum nog in vooronderzoek, bijna 1/3 werd reeds zonder gevolg gesteld, 7,55% bevond zich in de vooruitgangsstaat ‘pretoriaanse probatie’ en 19 van de in totaal 2.052 zaken werden in hetzelfde jaar als het opstellen van het proces-verbaal ook gedagvaard. Van het totaal aantal zaken dat in 2018 werd geregistreerd bij de parketten in het Vlaams gewest werd op de extractiedatum reeds 21,88,8% geseponeerd wegens opportuniteitsredenen. In 2017 was dat 23,8%, in 2016 was dat 23,5% en in 2015 25%. Ondanks het feit dat de gewestelijke entiteit bevoegd sedert 1 maart 2018 bevoegd is voor het opleggen van administratieve geldboeten is slechts sprake van een lichte daling van het percentage zaken geseponeerd om opportuniteitsredenen. Dit heeft deels te maken met de vaststelling dat regularisatie in stedenbouwzaken wat meer tijd in beslag neemt, waardoor de beslissingstermijn van het Openbaar Ministerie ov. art. 6.2.13 VCRO dikwijls al verstreken is. Er wordt door het Openbaar Ministerie ook rekening gehouden met de strikte prioriteitsstelling inzake stedenbouw door de afdeling Handhaving, waardoor niet-prioritaire dossiers regelmatig niet worden doorgestuurd. Van de 646 geseponeerde zaken werd 70% geseponeerd om opportuniteitsredenen en 30% om technische redenen. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2017, 2016 en 2015. Bestuurlijke sanctionering Administratieve geldboeten in het kader van stakingsbevelen Waar er in 2017 nog in 48 dossiers 120 administratieve geldboetes voor dergelijke feiten werden opgelegd, werden er in 2018 slechts in 20 dossiers 56 administratieve geldboetes opgelegd. Sinds 1 maart 2018 gebeurt de doorzending van de doorbrekingen van stakingsbevelen via het O.M. Dit verklaart allicht de tijdelijke stagnatie. Administratieve geldboetes voor stedenbouwmisdrijven en -inbreuken Sedert 1 maart 2018 is de gewestelijke beboetingsentiteit bevoegd voor het opleggen van alternatieve en exclusieve geldboetes voor stedenbouwmisdrijven en -inbreuken. Via het instrument van de bestuurlijke transactie kan de gewestelijke entiteit een voorstel tot betaling van de geldsom doen in bepaalde dossiers. Tevens beschikt de gewestelijke entiteit over de 72

mogelijkheid om dossiers voor technische dan wel opportuniteitsredenen te seponeren. De gewestelijke entiteit registreerde 110 processen-verbaal afkomstig van de parketten. Dit komt niet overeen met de 137 dossiers die de parketten registreerden als overgemaakt voor niet-gemeentelijk administratieve sanctie. Het verschil (27 processen-verbaal) werd mogelijks voor beboeting toegewezen aan de inspectie Onroerend Erfgoed. 98 dossiers of 89% van de dossiers waren afkomstig van lokale politie, de steden en de gemeenten. Slechts 3 dossiers of 2,7% van de dossiers waren afkomstig van de Omgevingsinspectie. 8 dossiers waren afkomstig van de orde van Architecten. Deze werden allen geseponeerd aangezien dit geen bevoegde verbalisant betreft en het bovendien feiten betrof die inbreuken uitmaakten en waarvoor het parket niet bevoegd was. Elk proces-verbaal kan meerdere dossiers genereren aangezien het mogelijk is dat er meerdere overtreders zijn. Er is derhalve geen één-op-één relatie tussen instroom en uitstroom. De gewestelijke entiteit heeft in 88 dossiers of in 80% van de processen-verbaal een beslissing genomen. De gewestelijke entiteit heeft 74 dossiers of 84% van de dossiers geseponeerd. 32% van de afgehandelde dossiers werden geseponeerd wegens temporele werking, dit betroffen met name gevallen waarbij niet uit de stukken bleek dat de schending gepleegd was na 28 februari 2018. Verwacht wordt dat het procentueel aandeel van seponering wegens temporele werking voor het jaar 2019 dan ook lager zal liggen. 28% van de afgehandelde dossiers werd geseponeerd wegens geen handhavingsprioriteit. Deze hoge seponeringsgraad wijst op het belang van het opstellen van lokale prioriteiten. In 14 dossiers heeft de gewestelijke entiteit een bestuurlijke transactie voorgesteld. In totaal heeft zij 38 bestuurlijke transacties voorgesteld, waarvan uiteindelijk 66% werd betaald. De gewestelijke entiteit legde nog geen bestuurlijke geldboetes op. Voor de 13 niet betaalde bestuurlijke transacties zal de gewestelijke entiteit een boetebeslissing opmaken in 2019. De gewestelijke entiteit ontving slechts twee verslagen van vaststelling en seponeerde deze beide wegens onvoldoende vaststaand zijn van de feiten. Aangezien de gewestelijke entiteit nog geen alternatieve of exclusieve bestuurlijke geldboete heeft opgelegd, zijn er ook nog geen beroepen hangende bij het Handhavingscollege en zijn er evenmin arresten van het Handhavingscollege. Verwacht wordt dat hier in 2019 verandering in zal komen.


5.2 AANBEVELINGEN Onderstaande aanbevelingen worden geformuleerd op basis van de vaststellingen gedaan in dit handhavingsrapport en ter optimalisatie van het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening. De aanbevelingen worden gegroepeerd rond een aantal kernthema’s, namelijk informatiedeling, bestuurlijke handhaving, en samenwerking tussen de handhavingsactoren.

5.2.1 Informatiedeling Handhavingsrapport Omgeving De VHRM zet in op de verdere afstemming tussen milieu en ruimtelijke ordening in het kader van het omgevingshandhavingsbeleid. In dit kader wenst de VHRM de handhavingsrapporten milieu en ruimtelijke ordening te integreren in een handhavingsrapport Omgeving. In deze oefening dient rekening te worden gehouden met een optimalisering van de huidige bevraging en de huidige inhoud zodat de rapportering en de nieuwe aanpak nog meer meerwaarde kunnen genereren. Monitoring Het staat buiten kijf dat een goede rapportering start met een goede monitoring door de handhavingsactoren. De VHRM zal onderzoeken waar bepaalde termen en bepaalde vragen onduidelijk en misschien niet accuraat zijn en zal zijn registratietabellen aanpassen. Met het oog op een uniforme monitoring wordt aanbevolen dat de handhavingsactoren deze registratietabellen gebruiken voor het registreren van de eigen handhavingstaken Controle viewer De VHRM ontwikkelt een voor de toezichthouders, verbalisanten en stedenbouwkundige inspecteurs exclusief platform waar kan worden nagegaan waar een andere handhavingsinstantie een controle of plaatsbezoek heeft uitgevoerd. Het wordt aanbevolen dat de verschillende handhavingsinstanties mee werken aan dit platform een input leveren. Kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving – bestuurlijk sanctieregister Het Kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving werd goedgekeurd op 22 maart 2019 en werd op 13 mei 2019 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dit decreet beoogt de stroomlijning van de handhavingsprocedures binnen de Vlaamse Overheid en zal via implementatiedecreten binnen de verschillende beleidsdomeinen worden geïmplementeerd. Het decreet voorziet ook in een bestuurlijk sanctieregister.

In dit register zal bijgehouden welke persoon of rechtspersoon voorwerp heeft uitgemaakt van een bestuurlijke sanctie of een bestuurlijke vervolgings-, seponerings- of opsporingsbeslissing en zal binnen welbepaalde voorwaarden toegankelijk zijn voorinspectiediensten.

5.2.2 Bestuurlijke handhaving Prioriteiten Binnen de gewestelijke beboetingsentiteit, die instaat voor de bestuurlijke beboeting, worden dossiers in principe om opportuniteitsredenen geseponeerd indien de schending geen gewestelijke, gezamenlijke of lokale prioriteit vormt. Het is daarom cruciaal dat de steden, gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden prioriteiten bepalen voor de handhaving indien zij niet enkel herstel maar ook een sanctie beogen van de op hun grondgebied gepleegde stedenbouwkundige misdrijven en inbreuken. De VHRM heeft een stappenplan opgemaakt om handhavingsinstanties te ondersteunen bij het bepalen van prioriteiten. Uiteraard dienen prioriteiten niet enkel te worden bepaald in functie van het al of niet kunnen opleggen van een bestuurlijke geldboete. Ook in het kader van beperkte middelen is het van essentieel belang om deze middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten zodat deze zo veel mogelijk resultaat kunnen boeken. Gebruik bestuurlijke maatregelen In 2018 werd nog geen gebruik gemaakt van de nieuwe instrumenten last onder dwangsom en bestuursdwang. De lokale en gewestelijke handhavers dienen daarom werk te maken van de uitbouw van een bestuurlijk hersteltraject dat toelaat om deze instrumenten met de nodige omzichtigheid te gebruiken. Bij gebrek aan vrijwillige uitvoering van de bestuurlijke maatregel “last onder dwangsom” kunnen zij daarbij ook de dwangsommen die zij opleggen, innen. Aanbevelingen processen-verbaal en verslagen van vaststelling Opdat de gewestelijke entiteit overtredingen effectief en gepast kan sanctioneren, is het belangrijk dat het proces-verbaal elementen bevat die de gewestelijke entiteit toelaten om een juridisch sluitende en proportionele boetebeslissing op te stellen. Op deze wijze kan men zelfs nodeloze seponeringsbeslissingen

73


vermijden. De afdeling Handhaving van het departement Omgeving maakte een nota met aanbevelingen voor de verbalisant op.

5.2.3 Samenwerking tussen handhavingsactoren Intergemeentelijke samenwerking De handhavingsrapporten tonen dat de samenwerking inzake de handhaving van ruimtelijke ordening tussen de gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband zich meer en meer ontwikkeld. Deze samenwerking dient te worden gestimuleerd. Er zijn immers een aantal voordelen bij de organisatie van de handhaving in het kader van een intergemeentelijk samenwerkingsverband. Zo kan het voor kleinere gemeenten interessant zijn om zich op een dergelijke wijze te organiseren. De aanduiding van een intergemeentelijke verbalisant en/of stedenbouwkundig inspecteur zou kunnen leiden tot een schaalvergroting op vlak van expertise en ruimtelijke inzetbaarheid van de verbalisant en/of stedenbouwkundig inspecteur. Bouw de samenwerking tussen de handhavingspartners verder uit Om tot een efficiĂŤnte en effectieve handhaving te komen is het nodig om blijvend aandacht te hebben voor samenwerking en het maken van afspraken tussen de verschillende handhavingspartners. De VHRM en zijn werkgroepen helpen die samenwerking verder uit te bouwen. .

 

74


6 ACTIVITEITEN VAN DE VLAAMSE HOGE HANDHAVINGSRAAD VOOR RUIMTE EN MILIEU IN 2018 De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu wenst in dit laatste hoofdstuk te rapporteren over de eigen werkzaamheden in 2018. Zowel in de plenaire vergaderingen als in de werkgroepen26 werden activiteiten verricht die kaderen binnen de decretaal bepaalde taken van de VHRM en die de handhaving in het Vlaamse Gewest ten goede komen. De activiteiten kunnen uiteraard worden gekaderd in het strategische en operationele plan van de VHRM, maar kunnen tevens worden gerelateerd aan bepaalde aanbevelingen die de VHRM formuleerde in voorgaande handhavingsrapporten. I. GIS – Gedeeld Geografisch Informatiesysteem – pilootproject Begin 2017 werd een studie naar ‘De mogelijkheden en de optimalisatie van informatie-uitwisseling in het kader van omgevingshandhaving’ onder de vorm van een overheidsopdracht uitbesteed. De resultaten van deze studie werden gepresenteerd tijdens het najaarscongres dat in 2017 aan ‘Informatie-uitwisseling’ werd gewijd. Het opzet van dit congres was om een interactieve studiedag te organiseren met de klemtoon op praktijkgerichte ondersteuning voor de toezichthouders en handhavers, aan de hand van verschillende workshops inzake Informatie-uitwisseling. In de workshop ‘Mogelijkheden nieuwe manieren van informatie-uitwisseling’ werd ingegaan op de volgende vragen: hoe kunnen, rekening houdende met de privacyregels, controles onderling worden afgestemd en waar nodig versterkt, zonder de eigen werking te verzwaren? Welke informatie is hiervoor nodig? De workshop startte met een korte algemene toelichting over de huidige technische GIS mogelijkheden in Vlaanderen (GEO loket), buitenlandse voorbeelden, interne praktijkvoorbeelden (VLM) en de persoonsgebonden beperkingen uit de studie. Het opzet bestond erin na te gaan in welke mate de informatie van uitgevoerde of ingeplande controles van collega handhavers de werking van de eigen dienst effectiever maakt. Het mag duidelijk zijn dat het resultaat van deze studie en het congres inzake informatie-uitwisseling voor de VHRM geen eindstadium was. Zij vormde integendeel de aanzet tot verder onderzoek in 2018

naar het uitbouwen van een GIS-toepassing. In 2018 is de VHRM immers gestart met een GIS-pilootproject waar in eerste instantie werd onderzocht op welke wijze verschillende types databanken van de verschillende handhavingsactoren kunnen worden ontsloten of aan de hand van manuele input een gedeelde GIS-toepassing kan worden gebruikt die aangeeft welke actor waar een controle heeft uitgevoerd. Het delen van handhavingsdata inzake terreincontroles is immers essentieel om een risicoanalyse te kunnen uitvoeren. Dit laat toe om te weten te komen waar overtreders zich bevinden en multidisciplinair op te kunnen treden waar noodzakelijk/nuttig. Het pilootproject werd in 2018 opgezet in samenwerking met de afdeling Data- en informatiebeheer & Digitale Maatschappij van het departement Omgeving, een aantal gewestelijke handhavingsactoren, een aantal gemeenten en een intergemeentelijke verenging. Indien het pilootproject als succesvol wordt ervaren, kan het project in een tweede fase worden verbreed tot alle toezichthoudende instanties op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau.

26 In 2018 heeft de VHRM zich ook gebogen over de organisatie van de eigen werkzaamheden. De structuur en inhoud van de werkgroepen werd herzien. Sinds 2018 zijn de volgende werkgroepen actief binnen de VHRM: 1. Handhavingspraxis Omgeving 2. Kennisopbouw en -deling 3. Milieuhandhaving 4. Handhaving Codex RO

75


II. Opmaak Milieuhandhavingsrapport 2017 en Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening 2017 De VHRM staat in nauw contact met de verschillende handhavingsactoren in het kader van de opmaak van de handhavingsrapporten. De VHRM heeft namelijk in 2018 voor de derde keer alle handhavingsactoren digitaal bevraagd in het kader van de opmaak van het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening en

voor de negende keer voor de opmaak voor het Milieuhandhavingsrapport. Beide bevragingen werden opnieuw geïntegreerd. In 2018 werd er ook een analyse uitgevoerd naar de opmaak van een geïntegreerd Handhavingsrapport Omgeving (zie volgend punt).

III. Studie Handhavingsrapport Omgeving

IV. Workshops

De VHRM heeft in 2018 een studie uitbesteed aangaande de inhoud en de opmaak van een Handhavingsrapport Omgeving. De inhoud en de procedures inzake de huidige handhavingsrapporten Ruimtelijke Ordening en Milieu werden in deze studie onder de loep genomen om te onderzoeken op welke wijze de kwaliteit en de relevantie van de rapporten kan worden verbeterd. Daarnaast werd een sjabloon ontwikkeld voor de opmaak van een Handhavingsrapport Omgeving met daaraan gekoppeld een Handhavingsprogramma Omgeving waarin de kernprioriteiten voor het te voeren handhavingsbeleid kunnen worden gemarkeerd.

De VHRM heeft in 2018 twee workshops “VHRM on tour: uitwisselen van praktijkervaringen en werkmethodes” georganiseerd, in Leuven en in Gent, waarbij handhavingsactoren milieu en ruimtelijke ordening op een interactieve manier praktijkervaringen konden uitwisselen aan de hand van het oplossen van concrete casussen. De workshops werden opgebouwd rond 2 praktijkcases waarbij zowel aspecten van afval, mest, ruimtelijke ordening als natuurbehoud en milieu ter sprake kwamen. Ook het onderzoek ter plaatse kwam aan bod. De cases werden behandeld in gemengde groepen (politie – gemeente – gewest) die territoriaal dicht bij elkaar aanleunden. Op deze manier werd ook de mogelijkheid geboden om netwerken verder uit te bouwen. De groepen kregen beperkte informatie zoals het in de praktijk ook gebeurt wanneer er een klacht wordt ingediend, of ze vertrokken vanuit het toezicht op een ter beschikking gestelde milieuvergunning. De uitwerking van de cases werd vervolgens in een plenaire sessie toegelicht waarbij informatie werd uitgewisseld en technieken werden meegedeeld, met ondersteuning van de moderatoren.

De VHRM onderzoekt momenteel op welke wijze de aanbevelingen uit dit eindrapport zouden kunnen worden geïmplementeerd met oog voor het verder op elkaar afstemmen van het milieuhandhavingsbeleid en het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening in het kader van het omgevingshandhavingsbeleid.

76


mogelijkheden en de optimalisatie van informatie-uitwisseling in het kader van omgevingshandhaving’ werd in 2018 geactualiseerd conform de algemene verordening gegevensbescherming.

V. Congres Eind 2018 organiseerde de VHRM te Brussel een studiedag aangaande de inzet van handhavingsinstrumenten. De VHRM koos, gelet op het succes van de workshops te Leuven en Gent, voor een casegerichte aanpak met betrekking tot enkele belangrijke handhavingsinstrumenten vanwege de relevantie ervan voor de handhavingspraktijk. De studiedag startte met een uiteenzetting van Prof. dr. J.G. van Erp (Universiteit Utrecht) over “Willen, moeten, kunnen weten: Motieven voor naleving en effectieve handhaving”, gevolgd door workshops over de volgende instrumenten:

Sjablonen Er werden in 2018 sjablonen en modellen ontwikkeld en geactualiseerd door de VHRM. Gelet op de inwerkingtreding van het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning op 1/3/2018, werden ook verschillende sjablonen uitgebreid naar ruimtelijke ordening en werden tal van sjablonen specifiek ontwikkeld ter ondersteuning van de handhavingsactoren ruimtelijke ordening.

Raadgeving / Aanmaning Bestuurlijke maatregelen / Veiligheidsmaatregelen / Dwangsom Uitvoering van sanctionering: dwangbevel, registreren, hypotheek leggen Proces-verbaal / Verslag van vaststelling

www.milieuhandhaving.be In 2018 werd verder gewerkt aan het finaliseren van het instrument voor de burgers ‘www.milieuhandhaving.be’. Het opzet is deze wegwijstool in 2019 te lanceren.

VI. Green deal - Huishoudelijke Houtverwarming

Glossaria milieu en ruimtelijke ordening

Eind 2018 werd de ‘Green deal – Huishoudelijk Houtverwarming’ afgesloten. De VHRM is betrokken partij in actie 1.3.5 “Verbeteren van de aanpak van hinderklachten van houtkachels” en zal zich de komende jaren mee inzetten voor de invulling van deze green deal.

Gelet op de inwerkingtreding van het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning op 1/3/2018 werd het glossarium ruimtelijke ordening in 2018 geactualiseerd. Met het oog op eenvormigheid werd ook het glossarium milieu onderworpen aan een update.

VII. Tools en leidraden voor de handhavers

Monitoring – registratietabel RO

De VHRM werkt aan leidraden en tools om de praktijk van het handhaven te ondersteunen. Het resultaat van deze werkzaamheden wordt, van zodra afgerond, ter beschikking gesteld aan de handhavers milieu en ruimtelijke ordening op het Kenniscentrum van de VHRM. In 2018 werd onder meer aandacht geschonken aan:

Om de monitoring en de rapportering van de gegevens in het kader van de handhavingsrapporten te vergemakkelijken, heeft de VHRM dynamische registratieformulieren opgemaakt die facultatief kunnen worden gebruikt voor het registreren van controles. De formulieren zijn gebaseerd op de bevraging van het huidige milieuhandhavingsrapport en het handhavingsrapport ruimtelijke ordening. De inwerkingtreding van het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning had ook een invloed op de registratietabel RO. Deze tabel werd in 2018 dan ook geactualiseerd.

Beslissingsboom De beslissingsboom inzake informatiedeling zoals deze werd opgesteld in het kader van de studie ‘De (Dynamische) Overzichtstabel plaatsbezoeken Handhaving Ruimtelijke Ordening Plaatsbezoek (Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd in het kader van de VCRO door verbalisanten. Plaatsbezoeken uitgevoerd in het kader van de adviesverlening en/of het afleveren van stedenbouwkundige vergunningen niet inbegrepen.)

Tijdsbesteding Identiteit bedrijf / persoon deze gegevens dienen NIET te worden gerapporteerd aan de VHRM

Tijdsbesteding niet-verbalisant RO

op eigen initiatief

voor de jaarlijkse bevraging van voor de jaarlijkse bevraging van voor de jaarlijkse bevraging van het het Handhavingsrapport RO vraagt het Handhavingsrapport RO vraagt Handhavingsrapport RO vraagt de de VHRM hoeveel VTE werd de VHRM hoeveel plaatsbezoeken VHRM hoeveel VTE er door de besteed aan administratieve ter plaatse werden uitgevoerd op verbalisant(en) samen werd besteed ondersteuning van eigen initiatief, bijvoorbeeld in het aan handhagingstaken RO in het handhavingstaken RO door nietkader van een geplande kader van de VCRO verbalisanten handhavingscampagne vb.

Bedrijf x, straat nummer

Herstelvordering door Burgemeester en Stedenbouwkundig Inspecteur (Gerechtelijke herstelmaatregelen)

Resultaat

Bestuurlijke maatregelen

Natraject zonder bijstand van het gewest (de uitvoering van titels)

Minnelijke schikking Tijdsbesteding verbalisant RO

3u75

0,5u

x

o.b.v. klachten en meldingen voor de jaarlijkse bevraging van het Handhavingsrapport RO vraagt de VHRM hoeveel plaatsbezoekenter plaatse werden uitgevoerd naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de gemeente

op vraag van andere overheidsinstantie

op vraag van de Politiezone

Schending

Actie ondernomen

Raadgeving

Aanmaning

Bevel tot staking

Verslag van Vaststelling

PV Het betreft hier het aantal aanvankelijke PV's, zonder de verkorte PV's

voor de jaarlijkse bevraging van voor de jaarlijkse bevraging van het Handhavingsrapport RO het Handhavingsrapport RO vraagt vraagt de VHRM hoeveel de VHRM hoeveel plaatsbezoeken plaatsbezoeken ter plaatse werden ter plaatse werden uitgevoerd op uitgevoerd op vraag van een vraag van de Politiezone andere overheidsinstantie Ja

Ja

x

x

Vrijwillig hersteld

Advies herstelvorderingen gevraagd

Ingestelde vorderingen

In het Handhavingsrapport RO wordt gevraagd naar het aantal In het Handhavingsrapport RO wordt gevraagd naar het aantal vorderingen de gemeente heeft dossiers inzake voorgeleid voor de burgerlijke herstelvorderingen die aan het rechter nadat de overtreder in parket werden overgemaakt gebreken blijft om zich in regel te voor verder gevolg stellen en het parket heeft geseponeerd 0

Bestuursdwang

Last onder dwangsom

Betekening Vonnissen/arresten

Inning dwangsommen

In het Handhavingsrapport RO wordt gevraagt hoeveel vonnissen/arresten door de gemeente werden betekend

In het Handhavingsrapport RO wordt gevraagd hoeveel dwangsommen (of in hoeveel dossiers) werden geïnd door de gemeente nadat de hersteltermijn verlopen was?

0

0

Kwijtschelding dwangsommen

Hypotheken

Proces-verbaal van uitvoering

In het Handhavingsrapport RO wordt gevraagd in hoeveel dossiers hypotheken werden gelegd door de gemeente om de schuldvordering voortspruitend uit het vonnis te waarborgen? 0

0

0

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41

77


VIII. Advisering Naar aanloop van de gemeenteraadverkiezingen stelde de VHRM een Memorandum – Omgevingshandhaving op. Handhaving vormt immers het sluitstuk van elke regelgeving. Zonder het inzetten op handhaving bestaat de kans dat het gekozen beleid dode letter blijft. Daarom acht de VHRM het belangrijk dat handhaving uitdrukkelijk mee wordt opgenomen in de beleidsvisie. Gemeenten vormen een belangrijke actor in de totstandkoming van een daadkrachtige omgevingshandhaving en bij het uittekenen van een handhavingsbeleid inzake milieu en ruimtelijke ordening. Daarom werden verschillende aandachtpunten/pijlers in de vorm van een memorandum in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen overgemaakt aan de Vlaamse steden en gemeenten. De VHRM formuleerde in 2018 een advies ten aanzien van de studie ‘Een beleid voor niet herstelde bouwmisdrijven. Instrumentele en juridische oplossingen voor de aanpak van het historisch passief.’, uitgevoerd in opdracht van het departement Omgeving. Op vraag van het kabinet van Vlaams minister van Omgeving, Landbouw en Natuur stelde de VHRM een advies op over de uitbreiding van de handhavingsbevoegdheden van de provincies. Ook boog de VHRM zich in 2018 over de toegang tot het Omgevingsloket voor handhavers en kaartte het feit dat de huidige onmogelijkheid om toegang te verkrijgen tot het omgevingsloket als nadelig wordt ervaren voor de handhaving aan bij Vlaams minister van Omgeving, Landbouw en Natuur. IX. Internationale contacten De VHRM volgde ook in 2018 de ontwikkelingen op in het buitenlandse handhavingslandschap. De VHRM was in 2018 lid van het Europese netwerk IMPEL (Eu-

78

ropean Union Netwerk for the Implementation and Enforcement of Environmental Law) en van het internationale netwerk INECE (International Network for Environmental Compliance and Enforcement). Daarnaast was de VHRM betrokken bij de evaluatie van België in het kader van GENVAL-EU (General matters including evaluation). X. Communicatie, intern en extern Via de eigen nieuwsbrief tracht de VHRM zoveel mogelijk toezichthouders, ambtenaren en medewerkers van overheden en handhavingsinstanties te bereiken die actief zijn in milieu en/of ruimtelijke ordening. In de nieuwsbrief worden actoren o.m. op de hoogte gehouden van regelgevende wijzigingen, tools die zijn ontwikkeld binnen de VHRM, initiatieven van de VHRM, documenten die ter beschikking worden gesteld aan de handhavingsactoren op de VHRM-website, de publicatie van de handhavingsrapporten, etc. De VHRM zorgt er zo voor dat op een efficiënte manier meer dan 1.400 actoren worden bereikt die op die wijze op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen in het handhavingslandschap. Het luik op de VHRM-website dat toegankelijk is voor de handhavers is in 2018 verder uitgegroeid tot een substantieel kenniscentrum. De handhaver vindt hier onder meer de in de schoot van de VHRM opgemaakte modellen en sjablonen, praktische handleidingen, checklists, procedures en de glossaria. Voorts fungeerde de VHRM ook in 2018 zowel in de plenaire vergaderingen als in de werkgroepvergaderingen als overlegforum waar aan gedachtewisseling, kennisdeling, kennisoverdracht en uitwisseling van informatie werd gedaan. Ook op deze manier beoogt de VHRM een groter draagvlak te creëren voor de handhaving en de effectiviteit en de slagkracht van de handhaving te verhogen.


7 BIJLAGEN 7.1 LIJST MET AFKORTINGEN Agentschap IRWO Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed BJO afdeling Beleidontwikkeling en Juridische Ondersteuning van het departement Omgeving CBS Colleges van burgemeester en schepenen Handhavingsdecreet decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, B.S. 27 augustus 2014 Handhavingsprogramma Handhavingsprogamma Ruimtelijke Ordening, vastgesteld door de Vlaamse regering op 17 juli 2015 en goedgekeurd door het Vlaams parlement op 18 november 2015 (art.6.1.3.handhavingsdecreet) HH afdeling Handhaving van departement Omgeving HRH Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering SI stedenbouwkundig inspecteur VCRO (gecoĂśrdineerde decreten) Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening VHRM Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu VVSG Vereniging Vlaamse Steden en Gemeenten vzw VTE voltijdse equivalenten # of n aantal

7.2 LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 Personeelsinzet handhaving RO in de Gewestelijke Omgevingsinspectie – 2018 Tabel 2 Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door de Gewestelijke Omgevingsinspectie in 2018, 2017, 2016 en 2015 Tabel 3 Inspanningen met betrekking tot handhavingstaken ruimtelijke ordening 2018 Tabel 4 Aantal processen-verbaal inzake RO opgesteld door politiediensten in het Vlaamse Gewest in 2018, 2017, 2016 en 2015 Tabel 5 Responsgraad van de Lokale politie in 2018, 2017, 2016 en 2015 Tabel 6 Handhaving VCRO in Zonaal Veiligheidsplan en in de praktijk door Lokale politie in 2018 Tabel 7 Personeelsleden Lokale politie die specifiek handhaving van de VCRO in hun takenpakket hadden in 2018 Tabel 8 Totaal aantal plaatsbezoeken RO uitgevoerd door de Lokale politie in 2018, 2017, 2016 en 2015 Tabel 9 Inspanningen met betrekking tot plaatsbezoeken uitgevoerd door de lokale politie in 2018 Tabel 10 Responsgraad van de gemeenten in 2018, 2017, 2016 en 2015 Tabel 11 Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit van de gemeenten in 2018 Tabel 12 Gemeenten met verbalisanten (gemeentelijk of intergemeentelijk) Ruimtelijke Ordening in 2018 Tabel 13 Aantal gemeentelijke en intergemeentelijke verbalisanten actief voor lokale handhaving Ruimtelijke Ordening in 2018 Tabel 14 Aantal gemeentelijke en intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs actief voor lokale handhaving Ruimtelijke Ordening in 2018 Tabel 15 Gemeentelijke verbalisanten per klasse van gemeenten naar inwonersaantal in 2018, 2017, 2016 en 2015 en gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteurs in 2018 Tabel 16 Aantal VTE besteed aan handhavingstaken Ruimtelijke Ordening door gemeentelijk personeel in 2018, 2017, 2016 en 2015 per klasse van gemeenten naar inwonersaantal Tabel 17 Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door gemeentelijke verbalisanten bevoegd voor handhavingstaken Ruimtelijke Ordening in 2018 per klasse van gemeenten naar inwonersaantal Tabel 18 Gemiddeld aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door gemeentelijke verbalisanten en gemiddeld aantal plaatsbezoeken per VTE besteed aan handhaving binnen de gemeenten in 2018 Tabel 19 Aanbod handhaving ruimtelijke ordening en aantal vastgelegde prioriteiten ruimtelijke ordening Tabel 20 Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die een eigen verbalisanten en een eigen intergemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs hadden binnen het intergemeentelijke 79


samenwerkingsverband in 2018. Tabel 21 Uitstroom van het aantal dossiers van de HRH in 2018, 2017 en 2016 Aantal geformuleerde bindende adviezen betreffende herstelvorderingen door de HRH in 2018, 2017 Tabel 22 en 2016 Tabel 23 Soorten adviezen betreffende de herstelvordering geformuleerd door de HRH in 2018, 2017 en 2016 Tabel 24 Soorten adviezen geformuleerd door de HRH gekoppeld aan de aanvrager in 2018 Tabel 25 Plaatsbezoeken uitgevoerd in 2018, per actor Evaluatie van het instrument waarschuwing / “wijzen op wettelijke verplichtingen” en raadgeving Tabel 26 Tabel 27 Plaatsbezoeken zonder verdere actie Tabel 28 Plaatsbezoeken waarvan het traject onbekend is Tabel 29 Evaluatie van het instrument aanmaning Evaluatie van het instrument proces-verbaal Tabel 30 Tabel 31 Evaluatie van het instrument verslag van vaststelling Evaluatie van het instrument bevel tot staking Tabel 32 Tabel 33 Evaluatie van het instrument herstelvordering Aantal vonissen / arresten betekend in 2018 Tabel 34 Gebruik van het instrument herstelvordering Tabel 35 Evaluatie van de beslissingen inzake inningen en opschorting van dwangsommen Tabel 36 Evaluatie van de beslissingen inzake gemotiveerde beslissingen Tabel 37 Tabel 38 VTE parketmagistraten RO Aantal zaken ‘handhaving Ruimtelijke Ordening’ geregistreerd door de correctionele afdelingen bij Tabel 39 de parketten in het Vlaams Gewest in 2018, 2017, 2016 en 2015, per initiërende instantie Tabel 40 Instroom aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ naar tenlasteleggingscode geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2015, 2016, 2017 en 2018 Tabel 41 Vooruitgangsstaat op 6 januari 2019 voor de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ ontvangen door de parketten tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 per parket (en afdeling) Laatste vooruitgangsstaat op 6januari 2019 voor de zaken ‘handhaving ruimtelijke ordening’ Tabel 42 binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018, al dan niet via voeging aan een moederzaak, per tenlasteleggingscode (n & kolom%) Tabel 43 Motieven tot seponering voor de op 6 januari 2019 zonder gevolg staande zaken ‘handhaving ruimtelijke ordening’ binnengekomen tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 al dan niet via voeging aan een moederzaak, per arrondissement (n & rij%) Tabel 44 Motieven tot seponering voor de op 6 januari 2019 zonder gevolg staande zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ binnengekomen tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 al dan niet via voeging aan een moederzaak, per rubriek van tenlasteleggingscodes Tabel 45 Administratieve geldboeten n.a.v. een doorbreking van het stakingsbevel, opgelegd door de Gewestelijke Inspectie RO in 2018 Tabel 46 Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest in 2018 Tabel 47 Procentueel aandeel van de dossiers ontvangen door de parketten van het Vlaamse gewest in 2018, per handhavingsactor Tabel 48 Beslissingen genomen in het kader van de alternatieve bestuurlijke beboeting in 2018 Tabel 49 Beslissingen genomen in het kader van exclusieve bestuurlijke geldboeten door de gewestelijke entiteit

7.3 LIJST VAN GRAFIEKEN Grafiek 1 Grafiek 2

80

Totaal aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door gemeentelijke verbalisanten in 2018, 2017, 2016 en 2015 Aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ afkomstig van inspectiediensten geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2018


7.4 LIJST VAN RESPONDERENDE GEMEENTEN Aalst Aalter Affligem Alken Antwerpen Anzegem Arendonk As Asse Avelgem Baarle-Hertog Balen Beernem Beerse Begijnendijk Bekkevoort Beringen Berlaar Berlare Bierbeek Bilzen Blankenberge Bonheiden Boom Boortmeerbeek Borgloon Bornem Borsbeek Boutersem Brakel Brasschaat Brecht Bredene Bree Brugge Damme De Pinte Deerlijk Deinze Denderleeuw Dendermonde Dentergem Dessel Destelbergen Diepenbeek Diest Diksmuide Dilsen-Stokkem Drogenbos Duffel Eeklo Erpe-Mere Essen Galmaarden Gavere Geel Geetbets Genk

Gent Geraardsbergen Gingelom Glabbeek Gooik Grobbendonk Haacht Halle Ham Hamme Hamont-Achel Harelbeke Hasselt Hechtel-Eksel Heers Heist-op-den-Berg Hemiksem Herentals Herenthout Herne Herstappe Herzele Heusden-Zolder Heuvelland Hoegaarden Hoeilaart Holsbeek Hooglede Hoogstraten Houthulst Hove Huldenberg Hulshout Ieper Ingelmunster Izegem Jabbeke Kapellen Kapelle-op-den-Bos Kasterlee Keerbergen Kinrooi Kluisbergen Knokke-Heist Koekelare Koksijde Kontich Kortemark Kortenberg Kortessem Kortrijk Kraainem Kruibeke Laakdal Lanaken Landen Langemark-Poelkapelle

Lebbeke Lede Ledegem Lendelede Lennik Leopoldsburg Lichtervelde Liedekerke Lier Lierde Lille Linkebeek Lint Linter Lochristi Lokeren Lommel Londerzeel Lovendegem Lubbeek Lummen Maarkedal Machelen Maldegem Malle Mechelen Meerhout Meeuwen-Gruitrode Menen Merchtem Merelbeke Merksplas Meulebeke Middelkerke Mol Moorslede Mortsel Nazareth Nevele Niel Nieuwerkerken Nieuwpoort Ninove Olen Oostende Oosterzele Oostkamp Oostrozebeke Opglabbeek Opwijk Oudenaarde Oudenburg Oud-Heverlee Peer Poperinge Puurs Ranst Ravels

Retie Rijkevorsel Roeselare Rumst Schelle Scherpenheuvel-Zichem Schoten Sint-Amands Sint-Genesius-Rode Sint-Gillis-Waas Sint-Katelijne-Waver Sint-Laureins Sint-Lievens-Houtem Sint-Martens-Latem Sint-Niklaas Sint-Pieters-Leeuw Sint-Truiden Stabroek Staden Steenokkerzeel Stekene Temse Tervuren Tessenderlo Tielt Torhout Turnhout Veurne Vilvoorde Vleteren Voeren Vorselaar Vosselaar Waasmunster Wachtebeke Waregem Wellen Wemmel Wervik Westerlo Wetteren Wevelgem Wielsbeke Wijnegem Willebroek Wingene Wommelgem Wortegem-Petegem Wuustwezel Zandhoven Zaventem Zele Zelzate Zemst Zingem Zoersel Zomergem Zonhoven 81


Zonnebeke Zottegem

Zoutleeuw Zulte

Zutendaal Zwalm

Zwevegem Zwijndrecht

7.5 LIJST VAN RESPONDERENDE POLITIEZONES Politiezone Aalst Politiezone Aarschot Politiezone AMOW Politiezone Antwerpen Politiezone Assenede/Evergem Politiezone Balen/Dessel/Mol Politiezone Beringen/Ham/Tessenderlo Politiezone Bierbeek/Boutersem/Holsbeek/Lubbeek Politiezone Bilzen/Hoeselt/Riemst Politiezone Blankenberge/Zuienkerke Politiezone Bodukap Politiezone Bredene/De Haan Politiezone BRT Politiezone Brugge Politiezone CARMA Politiezone Damme/Knokke-Heist Politiezone Deinze/Zulte Politiezone Dendermonde Politiezone Druivenstreek Politiezone Erpe-Mere/Lede Politiezone Gavers Politiezone Geel/Laakdal/Meerhout Politiezone Gent Politiezone Grens Politiezone Grensleie Politiezone Grimbergen Politiezone Hageland Politiezone HANO Politiezone Heist Politiezone HerKo Politiezone Het Houtsche Politiezone Heusden-Zolder Politiezone Kanton Borgloon Politiezone KASTZE Politiezone Kempen Noord-Oost Politiezone Kempenland Politiezone Klein Brabant

82

Politiezone Kouter Politiezone Lanaken/Maasmechelen Politiezone Leuven Politiezone Lier Politiezone Limburg Regio Hoofdstad Politiezone Maasland Politiezone Mechelen/Willebroek Politiezone Meetjesland-Centrum Politiezone Middelkerke Politiezone MINOS Politiezone MIRA Politiezone Neteland Politiezone Noord Politiezone Noorderkempen Politiezone Oostende Politiezone Pajottenland Politiezone Polder Politiezone Regio Rhode en Schelde Politiezone Regio Turnhout Politiezone Rode Politiezone Ronse Politiezone Schelde-Leie Politiezone Sint-Niklaas Politiezone Sint-Truiden/Gingelom/Nieuwerkerken Politiezone Spoorkin Politiezone TARL Politiezone Tienen/Hoegaarden Politiezone Tongeren/Herstappe Politiezone Voer en Dijle Politiezone Voeren Politiezone Voorkempen Politiezone Westkust Politiezone Wetteren/Laarne/Wichelen Politiezone ZARA Politiezone Zaventem Politiezone Zottegem/Herzele/Sint-Lievens-Houtem Politiezone Zuiderkempen


COLOFON Uitgave april 2020 Verantwoordelijke Uitgever Prof. Dr. Michael G. Faure LL.M. Voorzitter van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu Koning Albert II-laan 20 bus 15 1000 Brussel Redactie Karen Van Alsenoy, Joachim Gellynck, Julie Cornelis, An Stas en LaĂŻla Macharis Lay-out LaĂŻla Macharis Permanent secretariaat van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu Dit rapport is beschikbaar op de website van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu: www.vhrm.be Overname wordt verwelkomd, mits bronvermelding


VLAAMSE HOGE HANDHAVINGSRAAD VOOR RUIMTE EN MILIEU Koning Albert II-laan 20 bus 15 1000 BRUSSEL www.vhrm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Handhavingsrapport_ruimtelijke_ordening_2018.pdf by Vlaanderen-be - Issuu