Skip to main content

Jaarrapport_natuurenbos_2008_2.pdf

Page 1

Beleid

2008, het jaar EĂŠn

19


SOS knoflookpad Aan het verhaal van de knoflookpad hangt letterlijk en figuurlijk een ‘geurtje’. Deze paddensoort dankt zijn naam aan de naar knoflook ruikende afscheiding die hij bij gevaar produceert om vijanden af te schrikken. De knoflookpad staat echter ook op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Vlaanderen en stelt het dus allesbehalve wel. Tijdens het voorjaar van 2008 legde men de laatste hand aan het soortbeschermingplan voor de knoflookpad. Om een soort te beschermen moet je in de eerste plaats weten, waar die leeft. Het Agentschap voor Natuur en Bos vroeg daarom aan de vzw Limburgs Landschap een grondige inventarisatie van de gekende en de mogelijke leefgebieden van de knoflookpad.

Pad in nood Het resultaat schetste meteen de benarde situatie van het diertje in Vlaanderen: men telde nog slechts 3 leefgebieden en een 20tal padden. Niet enkel het lage aantal dieren baart zorgen, ook de kwaliteit van de leefgebieden laat te wensen over. De grootste

20

knelpunten zijn de afwezigheid van een geschikt landbiotoop en de vele exotische vissoorten, zoals Amerikaanse zonnebaars, in de voortplantingswateren.

Herstelplan

zich bezig met het genetisch onderzoek naar de soort. De resultaten van dit onderzoek worden weldra bekend gemaakt. Meer info: veronique.verbist@ lne.vlaanderen.be

In eerste instantie moet dus gewerkt worden aan habitatherstel. Dit gebeurde gedeeltelijk al in 2008 door sommige poelen visvrij te maken. Om in de toekomst het habitatherstel te garanderen, zal druk worden samengewerkt tussen de gemeente Peer (die de knoflookpad adopteerde in het kader van het GALS-project of ‘Gemeenten Adopteren Limburgse Soorten’), natuurverenigingen, lokale landbouwers en het ANB. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen houdt

2008, het jaar Eén


België boetseert eigen palingbeheerplan Het palingbestand in Europa kent een dramatische achteruitgang. Om dit tegen te gaan, vaardigde de Europese Raad in het najaar van 2007 een Palingverordening uit. Deze verordening verplichtte alle lidstaten om tegen eind 2008 een palingbeheerplan op te maken. Op Belgisch niveau werd in samenwerking met de drie gewesten één palingbeheerplan opgemaakt en ingediend bij de Europese Commissie. Het Agentschap voor Natuur en Bos coördineerde de opmaak van het Vlaamse luik en de onderdelen die gezamenlijk zijn voor de drie Gewesten.

Deskundig advies

van de fuikvisserij op de BenedenZeeschelde. In de loop van 2009 zal de Europese Commissie het plan beoordelen. Na definitieve goedkeuring zal het beheerplan gecommuniceerd worden en kan het in uitvoering gaan. Meer info: kristof.vlietinck@lne.vlaanderen.be

Binnen de structuren van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid gebeurde de opmaak van het Vlaamse luik van het palingbeheerplan in overleg met de diverse waterbeheerders. Er is ook advies gevraagd aan de Provinciale Visserijcommissies. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) leverde de wetenschappelijke ondersteuning voor de opmaak van het palingbeheerplan. Zowel voor het Scheldebekken als het Maasbekken maakte men een inschatting hoeveel volwassen paling er momenteel naar zee kan wegtrekken om te gaan paaien. Geen van beide stroomgebieden halen momenteel de doelstellingen die de Palingverordening oplegt.

Concrete maatregelen De belangrijkste maatregelen die in het palingbeheerplan zijn opgenomen zijn het oplossen van migratieknelpunten, het verminderen van sterftegevallen door pompgemalen, het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater en de afschaffing

2008, het jaar Eén

21


LIFE project BatAction halfweg: een evaluatie Met het LIFE project BatAction gaf men begin 2007 het startsein voor de uitvoering van het ‘soortbeschermingsplan vleermuizen’. Ondertussen zijn we halverwege de projectperiode en kan het LIFE team, met steun uit de Provinciale Diensten, heel wat mooie resultaten voorleggen in de verschillende projectgebieden.

Ontelbaar mooi fort Rondom het fort van Steendorp is het educatieve wandelpad ‘Ontelbaar mooi’ geopend. Op het wandelpad zijn educatieve panelen geplaatst die passen in de historische context van het fort . Deze gaan zowel in op de natuurwaarden als op de cultuurhistorische en militaire aspecten. De officiële inhuldiging vond plaats op 30 augustus 2008, gekoppeld aan de Europese Nacht van de Vleermuis en trok bijna 1000 bezoekers. In het voorjaar startte men met de opmaak van het stabiliteitsplan in het fort van Steendorp. Het stabiliteitsplan voorziet eerst in verstevigende werken aan het reduit, waar de ingekorven vleermuis en meervleermuis overwinteren. Een reduit is een zelfstandig verdedigbaar werk binnen een fort, dat diende om de verdediging na de val van de hoofdwal te kunnen voortzetten.

Visionair fort

22

Voor het fort van Kessel is een visie opgemaakt op basis van enerzijds het voorkomen en de instandhouding van de overwinterende vleermuizen, en anderzijds de historische en architecturale waarde van het monument. Deze visie zette men om in een samenwerkingsprotocol dat door de verschillende partners in 2009 ondertekend is. Naast de traditionele aandacht voor het cultuurhistorische aspect van het fort, zullen de gidsbeurten zich voortaan ook richten op het belang

van het fort voor vleermuizen. In de hoofdgang wordt een educatief lokaal ingericht om de gidsbeurten kwalitatief te ondersteunen, met informatie over het belang van het fort van Kessel voor de vleermuizen en het Natura 2000-netwerk in Vlaanderen.

Hekkenwerk, geen gekkenwerk In Riemst verving men de poorten van de hoofdingang van groeve Roosburg door een ijzeren, vleermuisvriendelijk hekwerk. Dit hekwerk verzekert de toegang tot de dieper gelegen delen van de mergelgrotten voor vleermuizen die in winterslaap willen gaan.

Logis(ch)tiek toch? De folder ‘Een (t)huis voor vleermuizen’ werd gedrukt op 15.000 exemplaren en verspreid op de Nacht van de vleermuis 2008. Het schildje dat vleermuisvriendelijke gebouwen aanduidt en op die manier het draagvlak voor vleermuisbescherming moet helpen verhogen, is gedrukt op 1500 exemplaren. Ondertussen zijn 46 schildjes verdeeld. Het allereerste schildje hing men, onder massale persbelangstelling, op aan de mergelgroeve Lacroixberg te Riemst. Dit ging gepaard met de ondertekening van een samenwerkingsprotocol tussen de gebruikers van de groeves in Riemst. Meer info: www.bataction.be

2008, het jaar Eén


DANAH mag extra kaarsje uitblazen LIFE project DANAH (Defensie+Anb=NAtuurHerstel) doet er nog een jaartje bij. Normaal gezien liep het contract tussen de Europese Commissie, ANB en Defensie van 2003 tot en met 2008. Maar om de hoge ambities van de projectpartners waar te maken, is in 2008 een projectverlenging aangevraagd. De Europese Commissie stemde toe met een verlenging tot eind 2009. Dit extra jaar stemt beter overeen met de realiteit op het terrein en laat toe de resterende acties ten gronde uit te werken en af te ronden. Het DANAH project is immers een unieke kans om de toekomst van twaalf militaire heidegebieden in Vlaanderen veilig te stellen. Ondanks de projectverlenging, zijn de werken begin 2008 aangevat alsof het werkelijk het laatste projectjaar is. En dat is eind 2008 ook duidelijk te zien op het terrein. Sommige militaire domeinen ondergingen een ware metamorfose. Toch blijft een projectverlenging voor enkele acties noodzakelijk. Weersomstandigheden bemoeilijkten soms de plagwerkzaamheden. Lange administratieve procedures vertraagden dan weer de uitvoering van de heideherstelwerkzaamheden voor sommige militaire domeinen. De ontbossingen op militair domein gebeuren immers volledig conform het bosdecreet en dat vergt de nodige toelatingen.

Zedelgem en Houthulst Op de munitiedepots van Zedelgem en Houthulst zijn n de beoogde DANAH herstelacties acties eind 2008 volledig afgerond. d. Over een oppervlakte van 22 hectare is de heide hersteld. De plagwerken gwerken die achteraf gebeurden, eurden, moeten de heidee opnieuw alle kansen sen geven. Dankzij deze eze werkzaamheden zal de zeldzame rodee dopheide opnieuw uw de taluds rondom m de munitiedepotss kleuren. In Houthulst lag de focus op het herstellen van

2008, het jaar EĂŠn

voormalige blusputten. Dit project kon men realiseren dankzij een goede samenwerking van Defensie en ANB. Zo zijn kikvorsmannen van DOVO - de ontmijningsdienst van Defensie - ingezet om de blusputten munitievrij te maken.

Ursel

Op het vliegveld van Ursel zijn de voor Oost-Vlaanderen uitzonderlijke heidepercelen in de middenberm hersteld. Over 12 hectare rooide men de naaldbomen in de strook tussen de landings- en taxibaan. De oude beukendreven en loofbomen bleven hierbij gespaard. Opvallend was ook de succesvolle communicatiecampagne die de werken vergezelde. GeĂŻnteresseerden konden zo bijvoorbeeld onder begeleiding van de boswachter de werf bezoeken.

Ook de omliggende gemeenten en pers gingen gretig op dit aanbod in.

Brasschaat Op de uitgestrekte militaire heidegebieden van het Groot en Klein Schietveld van Kamp Brasschaat vonden uiteenlopende

23


leeggepompt en het organische slib van de bodem verwijderd. Hierdoor zullen de vennen zich kunnen herstellen en zal de aanwezige fauna en flora, zoals libellen, amfibieĂŤn en tal van vogelsoorten, uitbreiden.

HouthalenHelchteren en Beverlo en grootschalige werkzaamheden plaats. Een nauwe samenwerking met DOVO kon ook hier zorgen voor een veilige uitvoering van de plagwerkzaamheden in het Groot Schietveld. Defensie nam voor deze gebieden de heideherstelwerkzaamheden voor haar rekening. Zo zijn in het laatste kwartaal van 2008 nog twee grote werven gestart om de bosstanden te dunnen en om de struiken en jonge bomen, die de heide stilaan overwoekeren, te verwijderen.

Malle en Weelde De bosranden rondom de vliegvelden van Malle en Weelde zijn teruggezet opdat de heidepercelen in de rand kunnen uitbreiden en landduinen opnieuw een open karakter krijgen. Uitgezonderd enkele kleinere opvolgmaatregelen zijn de DANAH acties voor deze domeinen volledig afgerond in 2008.

Grobbendonk en Tielenkamp Op het militaire domein van Grobbendonk evenals op Tielenkamp en Tielenheide zijn grootschalige venherstelwerkzaamheden uitgevoerd. De vennen in deze gebieden dreigden stilaan volledig uit te drogen. Door verbossing geraakten deze vennen ingesloten en werd ook alle licht ontnomen. Herstelwerkzaamheden in verschillende fases moeten opnieuw leven scheppen in deze vennen. De oevers zijn boom- en struikvrij gemaakt, de vennen gedeeltelijk

24

De militaire domeinen Kamp Beverlo en het NAVO-schietveld van Houthalen-Helchteren blinken niet enkel uit qua omvang van de diverse heideherstelwerkzaamheden, maar ook omwille van hun unieke en zeer specifieke karakter. Wat betreft Kamp Beverlo spreken we over maar liefst 300 hectare heideherstel. Daartegenover lijkt de oppervlakte van 5 hectare voor het herstellen van turfkuilen en de 25 hectare gemaaid trilveen misschien een peulschil, maar de omstandigheden waarin deze werken moeten worden uitgevoerd en de zeldzaamheid van deze biotopen op Europees niveau spreken wel degelijk tot de verbeelding! Het voormalige munitiedepot van Molenheide is sinds 2007 een ANB-gebied. Hier gebeurde vooral opvolgingswerk na de heideherstelwerkzaamheden, zoals plaggen en het uitfrezen van de stronken.

Duurzame toekomstplannen

voortzetting van deze samenwerking na de projecttermijn. In 2008 zijn er diverse studiebureaus aangesteld om samen met lokale experts van het ANB en Defensie duurzame beheerplannen uit te werken voor nagenoeg 9400 hectare DANAH-domein in Vlaanderen. Voor het eerst in de geschiedenis maakte men naast een ecologische inventarisatie ook een oplijsting van het militaire gebruik van de terreinen. Dit is essentieel om een afweging te maken ten opzichte van ecologische aspecten. Daarnaast legden Defensie en ANB ook het fundament voor de toekomstige samenwerking door het militaire terreingebruik en de ecologische doelstellingen beter op elkaar af te stemmen. De militaire waarde primeert nog steeds maar via onderhandelingen zoekt men naar duurzame oplossingen waarbij zowel de natuur als het militaire winst boeken. Om af te sluiten geven we toch nog even mee dat sinds april 2008 er op de eerste verdieping van het Vlaamse bezoekerscentrum De Watersnip een permanente tentoonstelling prijkt die de uitzonderlijke natuur van Kamp Beverlo, het bijhorende natuurbeheer en de samenwerking met Defensie op een interactieve en verrassende wijze onder de aandacht brengt. Meer info: johan.vanswijgenhoven@ lne.vlaanderen.be

Er zijn ook heel wat opmerkelijke resultaten geboekt naast het terrein. De projectpartners streven immers naar een duurzaam behoud van de resultaten en een constructieve

2008, het jaar EĂŠn


De instandhoudingsdoelstellingen (IHD) Het ANB zet de schouders onder het Europese Natura 2000-netwerk en zorgt ervoor dat dit netwerk van Europees beschermde gebieden ook in Vlaanderen gerealiseerd wordt. Een belangrijk element in de uitbouw van deze beschermde gebieden (i.e. speciale beschermingszones) is de opmaak van de instandhoudingsdoelstellingen. Dit zijn de doelen die we formuleren om de Europees beschermde habitats en soorten ‘in goede staat van instandhouding’ te behouden of te herstellen.

Natura 2008 Het Natura 2008-jaar stond in het teken van de gewestelijke of Vlaamse instandhoudingsdoelstellingen, afgekort tot G-IHD. Deze gewestelijke doelstellingen vertellen welke en hoeveel natuur we moeten beschermen in Vlaanderen ter uitvoering van het Europese natuurbeleid. De wetenschappelijke onderbouwing van de G-IHD gebeurde grotendeels door de medewerkers van het INBO (Instituut voor Natuuren Bosonderzoek). Het ANB zorgde voor de beleidsmatige toets en werkte aan de opbouw van een draagvlak voor de instandhoudingsdoelstellingen.

doelgroepen door de opvolging van de Vlaamse Overleggroep. Dit is een maandelijks overleg, onder leiding van het kabinet van Vlaams minister voor Openbare Werken, Leefmilieu, Natuur en Energie Hilde Crevits. De vertegenwoordigde middenveldorganisaties zijn: Algemeen BoerenSyndicaat, Boerenbond, Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO), Vlaams Netwerk van Ondernemingen (VOKA), Natuurpunt, Hubertus Vereniging Vlaanderen, Landelijk Vlaanderen en de Vlaamse Hoge Bosraad.

Een belangrijk agendapunt in 2008 was de bespreking van de methodiek van de G-IHD. Vandaar dat het ANB dit overleg voorbereidt in nauwe samenwerking met het INBO. Dankzij deze werkwijze werd de taakverdeling tussen het INBO en het ANB snel duidelijk. Samen werken we complementair met het oog op het halen van de Europese doelstellingen.

Draagvlak voor de instandhoudingsdoelstellingen Voor het ANB is het werken aan een draagvlak voor het natuurbeleid één van haar kernopdrachten. Vandaar dat het ANB de ‘geest’ van de Europese richtlijnen aangrijpt om volop in te zetten op de ontwikkeling van een maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor het Natura 2000-netwerk. Deze richtlijnen stellen immers dat men bij de uitvoering van de instandhoudingsdoelstellingen rekening moet houden met socio- economische factoren. In 2008 zette het ANB belangrijke stappen vooruit in de samenwerking met de betrokken maatschappelijke 2008, het jaar Eén

25


Tijdens dit overleg is ook de basis gelegd voor de intentieverklaring, waarin de verschillende vertegenwoordigers aangeven dat ze zich willen engageren voor het opstellen van de instandhoudingsdoelstellingen, mits het respecteren van duidelijke afspraken. De ondertekening hiervan heeft plaatsgehad in 2009.

De beleidsmatige toets van de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen Het ANB telt in haar rangen heel wat kenners op het vlak van habitats en soorten. Om ook deze mensen te betrekken bij het opstellen van de G-IHD, organiseerde het ANB

een lectorenronde. De door het INBO opgestelde G-IHD werden op correctheid en op beleidsmatige relevantie beoordeeld. Inhoudelijke lectorenopmerkingen werden opgevolgd door het INBO, beleidsmatige door ANB. Na deze oefening kwantificeerde het ANB de G-IHD, zodat de door het INBO algemeen geformuleerde noden en uitdagingen concreet werden. De G-IHD vormen het kader voor het opstellen van de instandhoudings-doelstellingen per speciale beschermingszone. Het initiatief van het ANB om een wetenschappelijke toetsingscommissie samen te roepen, kadert in de zorg voor een maatschappelijk en bestuurlijk aanvaard document. Deze commissie, samengesteld uit onafhankelijke

wetenschappers van de Vlaamse universiteiten, schreef een globaal positief rapport over de G-IHD. Geformuleerde minpunten: gebrek aan transparantie in de gebruikte methode en het feit dat de gestelde doelen ‘conservatief‘ zijn. Het ANB en INBO hebben de laatste maanden hard gewerkt om de gebruikte methode transparanter te maken. De methode voor het opstellen van de G-IHD kwam ook aan bod in de Vlaamse Overleggroep. Deze kwam ook tot de vaststelling dat de gebruikte methodiek te weinig transparant was. Als antwoord hierop werd de methodiek uitvoeriger uitgeschreven in het rapport, zodat deze nu een robuuste basis vormt voor het verdere proces. Conclusie: door de intense samenwerking tussen het INBO en het ANB, de interne lectorenronde, de inbreng van de wetenschappelijke toetsingscommissie én de maatschappelijke actoren, is het document ‘gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen voor Vlaanderen’ een uitstekende basis voor het uitwerken van de instandhoudingsdoelstellingen per speciale beschermingszone. Meer daarover in het volgende jaarverslag… Meer info: kurt.sannen@lne. vlaanderen.be, jeroen.panis@lne. vlaanderen.be of krien.hansen@lne. vlaanderen.be

26

2008, het jaar Eén


Harmonisch Park- en Groenbeheer met ‘couleur locale’ Het ANB heeft een specifieke visie op het beheer van groen. Die visie heet HPG ofwel Harmonisch Park- en Groenbeheer. Ronkende termen voor een vernieuwende visie die zowel mens-, natuur- en milieugerichte aspecten van het groenbeheer op een evenwichtige manier benadert. Bedoeling is om zo tot een verscheiden, dynamisch maar duurzaam beheer en beleid te komen. Ook op lokaal vlak krijgt deze duurzame visie gehoor.

Leidraad voor openbare besturen Het ANB ondersteunt openbare besturen inhoudelijk en financieel om het groen in de verstedelijkte omgeving op een harmonische wijze te beheren. Het vademecum Beheerplanning helpt de beheerder bij het opstellen van een HPG-beheerplan. Het vademecum Integrale Toegankelijkheid reikt praktische voorbeelden aan. De overige vademecums van het ANB helpen de lokale besturen bij het beheer van graslanden, water en bomen. Ondertussen wordt er gewerkt aan een vademecum Vaste Planten en Infrastructuur. Groenprojecten van de lokale besturen kunnen daarnaast ook financiële steun ontvangen. Zo is er o.a. de Samenwerkingsovereenkomst die het mogelijk maakt om gronden aan te kopen en beheerplannen op te stellen.

Vernieuwende voorbeelden Jaarlijks wordt er minstens 750 000,- euro gereserveerd om HPG-projecten te financieren. De middelen gaan naar projecten die passen binnen de visie van Harmonisch Park- en Groenbeheer en die andere steden en gemeenten kunnen inspireren. De lokale groenbeheerder moet tijdens en

2008, het jaar Eén

na de realisatie van het project actief communiceren over het voorbeeldstellende en vernieuwende karakter van het project. De jaarlijkse projectoproep ‘Harmonisch Park- en Groenbeheer’ richt zich naar alle Vlaamse steden en gemeenten. We zoeken projecten die de aanleg en/of inrichting van groene ruimten willen realiseren. De projectoproep wordt elk voorjaar gelanceerd. Gemeenten kunnen tot september projectvoorstellen indienen. De jurering, administratieve afhandeling en bekendmaking volgen in het najaar.

Subsidies Het subsidiebedrag per project bedraagt maximum 150.000 euro. De werkelijke uitgaven voor werken ‘groenaanleg’ worden voor 80% gesubsidieerd. Werken die niet rechtstreeks gerelateerd zijn aan groen worden voor 25% gesubsidieerd. De kosten van eigen personeel worden niet gesubsidieerd. De eerste projectoproep is gelanceerd in 2001. Tot en met 2007 werden 41 projecten geselecteerd die subsidies ontvingen voor een totaalbedrag van 4.575.164 euro. In 2008 werden er 18 laureaten gekozen. Meer info: veerle.heyens@lne. vlaanderen.be

27


Technisch Vademecum Bomen met succes onthaald In de loop van 2008 lanceerde ANB een gloednieuw technisch vademecum: het Technisch Vademecum Bomen. Dit vademecum bevat richtlijnen voor het beheer van bomen in een meer stedelijke omgeving. Zeg maar een soort code van goede praktijk voor bomenbeheer. De zorg voor bomen in de stedelijke omgeving is een heel belangrijke maar geen eenvoudige opdracht. Daarom werkte het ANB een nieuw technisch vademecum uit waarin alle technische beheerrichtlijnen die nodig zijn om tot een kwalitatief bomenbestand te komen (van aanplant tot velling) aan bod komen. Het Technisch Vademecum Bomen bevat richtlijnen voor een duurzaam beheer van bomen langs wegen, op pleinen en in parken. Het is gericht naar steden en gemeenten en andere beheerders van bomen. Het vademecum kwam tot stand in samenwerking met tal van bomenbeheerders zoals de steden en gemeenten, de Afdeling Wegen en Verkeer van het Vlaamse Gewest, en andere partners. Inverde vzw hield de pen vast.

Een lancering op drie studiedagen Het Technisch Vademecum Bomen werd voor het eerst voorgesteld

Ook gemeentes krijgen een opleiding

op drie studiedagen (Beernem 15/4, Hasselt 12/6 en Mechelen 13/6) aan een 500-tal aanwezigen. Uit de evaluatie van deze voorstellingsronde bleek dat het Technisch Vademecum Bomen heel positief onthaald werd.

De vraag naar opleidingen over dit thema is zo groot, dat ook voor de gemeentes een opleiding op maat werd uitgewerkt op basis van het Technisch Vademecum Bomen.

Vijf opleidingen op maat van de Vlaamse wegbeheerder

Tijdens de cursus krijgt de gemeentelijke boombeheerder alle noodzakelijke informatie om te komen tot een duurzaam en gezond bomenbestand. Er is ook een praktijkwandeling voorzien waar volop ruimte is voor vragen en discussie. Deze opleiding wordt regionaal of op locatie georganiseerd en past in het opleidingsprogramma Harmonisch Park- en Groenbeheer. Inverde vzw staat in voor de organisatie ervan. Het ANB subsidieert.

In opdracht van de Afdeling Wegen en Verkeer werkten Inverde vzw en ANB een opleidingsnamiddag uit. Op deze studienamiddag werden specifieke thema’s toegelicht die nuttig zijn voor de wegbeheerder. Bedoeling was om op deze manier de wegbeheerder een betere voeling te laten krijgen met bomenbeheer en op een deskundige manier te leren omgaan met bomen. Deze studienamiddag ging door in alle provincies voor zo’n 200-tal ambtenaren.

Een groot succes De lancering van het Technisch Vademecum Bomen was een groot succes. In november 2008 waren de 1000 exemplaren van het vademecum uitverkocht. Eind 2008 startte men met een herdruk van nog eens 500 exemplaren. Het vademecum is ook digitaal beschikbaar op www.natuurenbos. be. De papieren versie kost 60 euro en kan je bestelllen bij Veerle De Cock (veerle.decock@lne. vlaanderen.be). Meer info: mieke.schauvlieghe@ lne.vlaanderen.be

Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

)BSNPOJTDI 1BSL FO (SPFOCFIFFS

28

Âł Âł

5FDIOJTDI 7BEFNFDVN #PNFO

5FDIOJTDI 7BEFNFDVN #PNFO )BSNPOJTDI 1BSL FO (SPFOCFIFFS Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

Âł Âł

2008, het jaar EĂŠn


Recreatief medegebruik in bossen en natuurreservaten Bossen, parken en natuurgebieden zijn in het dicht bevolkte en verkavelde Vlaanderen schaars. Dit bemoeilijkt de regelgeving rond de toegankelijkheid van deze groene zones. We vertoeven allemaal graag in een natuurrijk en/of bosrijk gebied om te sporten, te ontspannen of gewoon even een frisse neus op te halen. Maar de vraag is of de natuur sterk genoeg is om dit allemaal aan te kunnen. Het nieuwe toegankelijkheidsbesluit probeert deze twee uitgangspunten met elkaar te verzoenen. Wie als recreant in Vlaanderen een bos of natuurreservaat betreedt, moet een aantal basisregels naleven. Het Bosdecreet legt algemene bepalingen vast voor het recreatieve medegebruik van bossen. Het Natuurdecreet doet hetzelfde voor natuurreservaten en het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN). Aangezien beide decreten in grote lijnen dezelfde uitgangsprincipes hebben, was de tijd rijp om een gezamenlijk uitvoeringsbesluit op te stellen. Op 5 december 2008 keurde de Vlaamse Regering het ontwerpbesluit goed voor een nieuwe regelgeving rond toegankelijkheid van bossen én natuurreservaten. Het VEN valt, voorlopig althans, niet onder het toepassingsgebied van dit besluit.

Toegankelijkheid op maat Nieuw is dat de toegankelijkheid nu op een eenduidige wijze gebeurt via een gebiedsspecifieke toegankelijkheidsregeling. Deze regeling geeft aan wat het gebied in kwestie aan de bezoekers te bieden heeft. De eigenaar/beheerder bepaalt zelf, op basis van de krijtlijnen uit het besluit, welke recreatievormen, waar en onder welke voorwaarden mogelijk zijn in het gebied. Toch spelen diverse factoren mee bij de besluitvorming.

Ecologische draagkracht Een belangrijke factor vormt de ecologische draagkracht van het gebied. Deze draagkracht vormt in feite de uitgangspositie van de eigenaar/beheerder. Via een 2008, het jaar Eén

toetsingskader dat momenteel in opmaak is, zal de eigenaar/ beheerder kunnen nagaan of voor het betreffende gebied de gewenste recreatievormen verenigbaar zijn met de draagkracht van het gebied.

Maatschappelijke nood aan toegankelijk groen Een tweede belangrijke factor is de maatschappelijke vraag naar meer en beter toegankelijke natuur in Vlaanderen. Het ANB draagt deze doelstelling hoog in het vaandel maar kan dit niet alleen waarmaken gezien haar relatief beperkte oppervlakte in eigendom. Het agentschap rekent hierbij op het gastheerschap van andere beheerders/eigenaars zoals andere openbare besturen en private eigenaars. Het ANB wil het openstellen van die bossen en natuurreservaten zo aantrekkelijk mogelijk maken. Zo geven we subsidies aan private beheerders die hun bos toegankelijk maken. Het agentschap heeft bovendien voor de boseigenaars (en bij uitbreiding ook natuurreservaateigenaars) een polis Burgerlijke Aansprakelijkheid afgesloten. Het besluit bepaalt dat alle bossen en natuurreservaten binnen afzienbare tijd beschikken over een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor de bossen waarvoor geen verplichting tot opmaak van een beheerplan bestaat en voor de privé-eigenaars die hun bossen ontoegankelijk willen houden.

Occasionele activiteiten Naast de toegankelijkheidsregeling heeft de eigenaar/beheerder ook de mogelijkheid om op occasionele basis activiteiten toe te staan. Indien deze activiteiten een risico inhouden voor derden of voor de aanwezige fauna en flora, dan moet de organisator bovendien een machtiging aanvragen bij het ANB. Dit alles heeft tot doel om de natuur zo optimaal mogelijk te behouden en te beschermen, ook voor de komende generaties. Natuur is immers niet alleen levensnoodzakelijk voor in het wild voorkomende dieren en planten maar is ook onontbeerlijk voor een gezonde menselijke psyche. Meer info: gudrun.vanlangenhove@ lne.vlaanderen.be

29


Natuurinrichting Natuurinrichting is het projectmatig herstellen, ontwikkelen of behouden van waardevolle natuur door inrichtingswerken uit te voeren. Kwetsbare natuurgebieden krijgen via natuurinrichting een duwtje in de rug. Het ANB werkt hiervoor samen met de Vlaamse Landmaatschappij. In totaal lopen er elf projecten. Een vijftal kregen in 2008 vleugels.

Natuurinrichtingsproject Dijlevallei In maart 2008 gingen de eerste inrichtingswerken van het natuurinrichtingsproject Dijlevallei van start. Het project is opgedeeld in twee fasen. In de eerste fase is gewerkt op gronden van het ANB, de natuurvereniging en enkele andere partners. De Vlaamse Landmaatschappij stond in voor de uitvoering. Het natuurinrichtingsproject wil het natuurlijk alluviaal vallei-ecosysteem in de Dijlevallei stroomopwaarts vanaf Leuven herstellen, ontwikkelen en vrijwaren. De uitgevoerde maatregelen passen in het herstel van beschermde habitats en het creëren van geschikte biotopen voor zeldzame vogelsoorten.

•

•

•

•

Voor recreanten zijn de wandelwegen die in slechte staat verkeerden verbeterd. Er zijn twee vogelkijkwanden geplaatst en een vogelkijkhut die toegankelijk is voor rolstoelgebruikers. Op de toegangsweg naar de hut is het echter nog even wachten. Die wordt eind 2009 aangelegd door Aquafin aansluitend bij collecteringswerken. Er zijn zeven vijvers heringericht. In vijvers en rietlanden die bijna droog stonden, is strooisel en slib geruimd. Er zijn watertoevoer en – afvoerconstructies vernieuwd en dijken in slechte staat hersteld. Verspreid over de vallei zijn populieren en fijnsparren gekapt. Een deel van deze percelen zullen spontaan weer verbossen tot een natuurlijk bos. Een ander deel zal als grasland of rietland beheerd worden. Ter voorbereiding van het toekomstige beheer is opslag verwijderd of ontstronkt. Er zijn begrazingsrasters geplaatst, twee veekralen gebouwd en stevige toegangspoorten voor vee en tractor voorzien.

De voorbereidingen voor de tweede fase van het project zijn ondertussen aan de gang. In deze fase zal onder andere de waterhuishouding gewijzigd worden. Vooraleer men daaraan kan beginnen, moet er een compensatieregeling uitgewerkt zijn voor eigenaars en gebruikers van gronden die beïnvloed worden door de grondwaterstijging. De lokale grondenbank kan hiervoor gebruikt worden. Die heeft als doel ruilgronden buiten het projectgebied te verwerven. De werken van de tweede fase zullen pas over enkele jaren uitgevoerd worden.

30

Natuurinrichtingsproject Averbode Bos en Heide Averbode Bos en Heide, een deelgebied van het domein de Merode, onderging in 2008 ingrijpende veranderingen. Het meest in het oog springende waren de grote delen bos die zijn opengemaakt als eerste stap van de inrichting van het gebied. Door zware ingrepen uit het verleden heeft Averbode Bos en Heide veel van haar biodiversiteit verloren. Van deze vroegere soortenrijkdom zijn in het gebied nog veel

2008, het jaar Eén


sporen aanwezig. Het natuurinrichtingsproject Averbode Bos en Heide wil de nodige maatregelen treffen om deze waardevolle habitats en soorten opnieuw tot ontwikkeling te laten komen. Concreet willen we het historische complex van vennen, de gordel van drogere habitats rond de vennen en het waardevol inheems bos herstellen. Begin 2008 gingen de kapwerken van start in de delen van het bos die omgevormd worden tot heide en vennen. Op een oppervlakte van 700 hectare worden in totaal ca. 115 hectare gekapt. Driekwart of 523 hectare van het gebied blijft bos. In augustus 2008 startten ook de exotenbestrijdingswerken. Amerikaanse vogelkers, robinia, rododendron, Amerikaans krentenboompje en Amerikaanse eik zijn verwijderd om streekeigen planten en bomen meer ruimte te geven.

De IJzer- en Handzamevallei De IJzer- en Handzamevallei vormen een quasi aaneengesloten waterrijk gebied van ongeveer 4000 hectare overstroombare graslanden. Het gebied is internationaal erkend als Ramsar-gebied - een waterrijk gebied van wereldbelang - en als Europees vogelrichtlijngebied. In de winterperiode lokken de ondiep overstroomde hooilanden tienduizenden watervogels en ook zeldzame moeras- en graslandvogels komen er broeden. In de laagstgelegen zone van het gebied, de broeken rond het erkende natuurreservaat De Blankaart, werd in 2008 volop verder gewerkt aan het ingestelde natuurinrichtingsproject ‘De Blankaart’. Met deze natuurinrichting zal op termijn in een gebied van ruim 900 hectare het waterpeil optimaal ingesteld worden op de wensen van de broedende moerasvogels en de doortrekkende en overwinterende watervogels. Op deze manier wordt tegemoet gekomen aan de instandhoudingsdoelstellingen voor de vogelsoorten waarvoor het vogelrichtlijngebied ‘De IJzervallei’ werd aangeduid.

In 2009 gaan de plagwerken op de open gekapte stukken van start. Daarbij worden stronken verwijderd en de strooisellaag afgeschraapt om de heide opnieuw te laten kiemen. Nadien volgen de waterhuishoudingswerken waardoor de vennen weer van water worden voorzien. Dit natuurinrichtingsproject maakt deel uit van een Europees LIFE project. Het LIFE project kwam tot stand door een samenwerkingsverband tussen Natuurpunt, de Vlaamse Landmaatschappij en het Agentschap voor Natuur en Bos. De Europese Commissie kende een cofinanciering van ongeveer twee miljoen euro toe voor de inrichting van het natuurgebied Averbode Bos en Heide.

2008, het jaar Eén

31


>

De biodiversiteit verandert voortdurend: ze is het resultaat van evolutieprocessen die al 3,8 miljard jaar aan de gang zijn. De laatste jaren kent de biodiversiteit 2008, het jaar EĂŠn echter enkel een dalende trend.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook