Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/448
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht en brief van 19 oktober 2021 dienden xxx een verzoek in bij het Departement Omgeving, afdeling Handhaving, Omgevingsinspectie Antwerpen (verder ‘Omgevingsinspectie’), om een afschrift te verlenen van alle bestuursdocumenten uit het administratief dossier van de beslissing met betrekking tot de bestuurlijke maatregel die aan 3M Belgium werd opgelegd op 13 oktober 2021, in elk geval met inbegrip van (maar niet beperkt tot) alle communicatie, zij het per brief, per e-mail of op andere wijze, die door de administratie in het kader van het voorbereiden en opleggen van deze bestuurlijke maatregel werd gevoerd met andere personen, administraties, bestuursorganen of kabinetten, in elk geval met inbegrip van (maar niet beperkt tot) communicatie met: - het Departement Omgeving, met inbegrip van de leidend ambtenaar, de Directie Omgevingsprojecten, Team Omgeving en Gezondheid, de beleidsadviseur REACH; - VITO; - xxx; - de projectcoördinator PFOS; - het kabinet van de minister van Omgeving; - OVAM; - VMM; - Agentschap Zorg en Gezondheid.
www.vlaanderen.be
Op 10 november 2021 weigerde de Omgevingsinspectie gedeeltelijk een afschrift van de gevraagde documenten. Bij mailbericht d.d. 10 december 2021 dienden xxx (verder ‘beroeper’) beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 13 december 2021. Op 11 januari 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 19 oktober 2021. De bestreden beslissing dateert van 10 november 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 10 december 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
De Omgevingsinspectie stelde (gedeeltelijk) in te gaan op het openbaarheidsverzoek. elektronische kopie overgemaakt van een reeks gevraagde documenten.
Er werd een
Voor de overige interne en externe correspondentie die de beroeper opvroeg, wees de Omgevingsinspectie het verzoek tot het verkrijgen van interne en externe correspondentie af op grond van artikel II.36, §1, 8° van het Bestuursdecreet. Bepaalde bestuursdocumenten waarvan de verzoeker afschrift van wenst, maken mee het voorwerp uit van een burgerlijk of administratief rechtsgeding, waarvan de rechtspleging en het recht op een eerlijk proces niet in het gedrang mag komen. Momenteel loopt er een kortgeding bij de rechtbank van eerste aanleg tussen 3M en het Vlaamse Gewest tegen de bestuurlijke maatregel. De toegang tot bestuursdocumenten kan er niet toe leiden dat de inhoud van de interne en externe correspondentie die als dermate gevoelig beschouwd wordt in de lopende procedure(s) kan aangewend worden door hier een bepaalde interpretatie aan te geven, aldus de Omgevingsinspectie. Om het recht op een eerlijk proces te vrijwaren, weigert de Omgevingsinspectie de openbaarmaking van de interne en externe communicatie.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 2 van 8
Men wijst het verzoek af wat betreft de documenten die de afdeling Handhaving voerde met de raadsman die het Vlaamse Gewest vertegenwoordigt in het kader van de behandeling van bestuurlijke (en gerechtelijke) procedures. De correspondentie van de afdeling met externe advocaten wordt beschermd door het beroepsgeheim van de advocaten. Artikel II.39, tweede lid Bestuursdecreet bepaalt dat de in het Bestuursdecreet bepaalde uitzonderingen gelden onverminderd of met behoud van de toepassing van andere uitzonderingen die bij de wet, het decreet of de ordonnantie zijn bepaald en die verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid of andere gemeenschappen of gewesten. In zoverre de adviezen geen milieu‐informatie bevatten, bepaalt artikel 6, §2, 2° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur dat een federale of niet‐federale administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument, die met toepassing van deze wet is gedaan, afwijst wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting. De geheimhoudingsplicht is erop gericht om het iedereen mogelijk te maken op de best mogelijke manier bijstand te krijgen van een advocaat, door de waarborg dat alles wordt besproken, vertrouwelijk blijft en niet ter kennis komt van derden. Vervolgens wijst de Omgevingsinspectie het verzoek tot het verkrijgen van interne en externe correspondentie af op grond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet. Bepaalde bestuursdocumenten waarvan de verzoeker een afschrift wenst, hebben betrekking op interne communicatie intern binnen de afdeling Handhaving, tussen de afdeling en andere administraties onderling, alsook tussen de afdeling en kabinetten waarin van gedachten wordt gewisseld met het oog op een effectieve besluitvorming. Deze documenten bevatten een vrije gedachtewisseling over het dossier of bevatten persoonlijke inzichten van ambtenaren en/of kabinetsleden in het kader van de voorbereiding. De openbaarmaking zou deze interne uitwisseling ondermijnen. Tenslotte wordt het verzoek tot het verkrijgen van de interne en externe correspondentie afgewezen op grond van artikel II.36, §1, 9° van het Bestuursdecreet. Bepaalde bestuursdocumenten waar de verzoeker afschrift van wenst, vallen onder de vertrouwelijkheid van het handelen van een overheidsinstantie. De geheimhouding hiervan is noodzakelijk voor de uitoefening van de administratieve handhaving, zijnde intern en extern overleg dat nuttig/noodzakelijk was/is voor een verder effectief en efficiënt overheidsoptreden.
2. Inhoud van het beroepschrift De afwijzing van het openbaarheidsverzoek gebeurde op de volgende gronden die de beroeper in vraag stelt: - Art. II.36, 8° Bestuursdecreet, met verwijzing naar een lopende kortgedingprocedure tegen de bestuurlijke maatregel bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg: volgens de beroeper bevat deze ingeroepen uitzonderingsgrond niet de nodige afwegingen van belangen van de openbaarheid t.o.v. het ingeroepen belang. De debatten zouden intussen ook gesloten zijn in deze procedure. Er werd in de bestreden beslissing ook gewezen op een risico op verkeerde interpretaties van bepaalde bestuursdocumenten, maar volgens de beroeper zonder concrete duiding. Het recht op een eerlijk proces komt volgens de beroeper niet in gedrang. - Vertrouwelijkheid van de correspondentie met advocaten, i.e. een bij wet ingestelde geheimhoudingsplicht (de uitzondering vervat in artikel 6, §2, 2° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur) : deze uitzonderingsgrond kan volgens de beroeper enkel betrekking hebben op andere dan milieuinformatie terwijl het verzoek van 3M (ook) betrekking heeft op milieu-info.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 3 van 8
- art. II.33, 3° (interne correspondentie): hierbij ontbreekt volgens de beroeper ook de concrete belangenafweging. De Omgevingsinspectie zou geen rekening houden met de concrete feitelijke of juridische omstandigheden die ten grondslag van het verzoek liggen. Volgens de beroeper zou de Omgevingsinspectie wel hier en daar een interne e-mail hebben overgemaakt aan 3M maar is men selectief geweest in het openbaar maken van bepaalde communicatie. Beroeper stelt op zoek te zijn naar een verantwoording voor het opleggen van de bestuurlijke maatregel (onder meer welke milieuhygiënische redenen hebben meegespeeld om een dergelijke maatregel op te leggen), alsook een verantwoording voor het opleggen van de termijn voor de uitvoering van de bestuurlijke maatregel, met name 1 februari 2022 (termijn waaraan hoge dwangsommen gekoppeld zijn) maar zij slaagt daar niet in op basis van de selectief overgemaakte mails. - art. II.36, 9° : ook hier klaagt de beroeper het gebrek aan een belangenafweging tussen het algemeen belang dat met de openbaarmaking van de bestuursdocumenten is gediend en het specifiek belang van het vertrouwelijk karakter van overheidshandelingen aan. Er zou niet worden aangetoond in welke mate het voor een effectief en efficiënt overheidsoptreden noodzakelijk is dat de openbaarmaking van de bestuursdocumenten geweigerd wordt
3. Toelichting door de Omgevingsinspectie Op 14 december 2021 contacteerde de beroepsinstantie de Omgevingsinspectie voor toelichting bij de bestreden beslissing. Op 22 december 2021 deelde de Omgevingsinspectie mee dat de uitzonderingsgronden reeds uitvoerig werden gemotiveerd in de weigeringsbeslissing: - Artikel II.36, 8° Bestuursdecreet beschermt de rechtspleging en het eerlijk proces. De afdeling Handhaving oordeelt dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is immers het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. Op dit moment loopt een kortgeding bij de rechtbank van eerste aanleg tussen 3M en het Vlaamse Gewest tegen de bestuurlijke maatregel. Het recht op openbaarheid kan er niet toe leiden dat men deze documenten die hiermee verband houden kan opvragen met de duidelijke intentie om dit tegen het Vlaams Gewest te kunnen gebruiken (bv. mails met bijkomende vragen rond juridische interpretaties). Om de rechtspleging, het recht op een eerlijk proces in al deze rechtsgedingen te kunnen vrijwaren, is het niet mogelijk om deze bestuursdocumenten openbaar te maken. Dit is ingegeven door het deontologisch probleem waarmee de overheid wordt geconfronteerd wanneer zij gegevens ter beschikking moet stellen die in een rechtsgeding tegen haar kunnen gebruikt worden. Gelet op het feit dat de afdeling in deze burgerlijke en administratieve procedures een rechtstreekse partij is, is het nodig om deze informatie confidentieel te bewaren. - Vertrouwelijkheid van de correspondentie met advocaten: dit handelt vooral rond vragen rond het juridisch correct opvolgen van procedures (bv. al dan niet uitstellen hoorzitting). - Interne communicatie: het grootste deel van de documenten waar openbaarmaking geweigerd is, heeft betrekking op interne mails rond het maken van afspraken, het geven van correcte interpretaties, het doorgeven van resultaten en daaraan gekoppelde acties. Deze betreffen veelal een persoonlijk inzicht van een ambtenaar in het kader van de voorbereiding van de bestuurlijke maatregel. In die zin klopt het dat selectief is omgegaan met het doorgeven van interne communicatie. Enkel interne communicatie waarin
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 4 van 8
bovenstaande niet is opgenomen, werd openbaar gemaakt. De verantwoording voor het opleggen van de maatregel, het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het bepalen van de uitvoeringstermijn is veruitwendigd in de bestuurlijke maatregel zelf (cfr. formele en materiële motiveringsplicht). Het is niet via het bekomen van interne mails dat men de motivatie van een maatregel hoeft na te gaan, aldus de Omgevingsinspectie. - Het vertrouwelijk handelen van een overheidsinstantie: dit is in deze samenhangend met bovenstaande. Er lopen diverse procedures (administratief en gerechtelijk) tussen 3M en het Vlaamse Gewest. Een deel van de bestuursdocumenten betreft de bespreking van de mogelijkheid van administratieve handhaving en op welke wijze dit kan gebeuren. De voorbereiding, besluitvorming die voorafgaat aan het uitoefenen van de administratieve handhaving (via intern en extern overleg) dient dan ook beschermd te worden. Het openbaar maken zou de (verdere) uitoefening van administratieve handhaving bemoeilijken, zo besluit de Omgevingsinspectie
4. Standpunt van de beroepsinstantie De afdeling Handhaving gaf aan de beroepsinstantie toegang tot een sharepoint-pagina met een reeks documenten ter consultatie met het oog op de behandeling van het voorliggend beroep. Na een vraag tot verduidelijking wegens het ontbreken van een map met de relevante documenten, werd op 13 januari 2022 de sharepoint nog aangevuld met de nodige stukken. Daarnaast maakte de afdeling Handhaving 20 bestanden over (via een zip-file) die in het kader van het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek aan de beroeper bezorgd werden. Ook het overzicht van de stukken die in het kader van de vermelde kortgedingprocedure zijn ingebracht, alsook de stukken zelf werden aan de beroepsinstantie bezorgd. Op de sharepoint waartoe de beroepsinstantie toegang kreeg staan 53 documenten als ‘niet openbaar’ aangeduid. De overige documenten staan gecategoriseerd als ‘openbaar’ (dit betreft de stukken die de beroeper middels een zip-file met een 20-tal bestanden ontvangen heeft) of ‘niet van toepassing’ (dit betreft o.a. de correspondentie die met de beroeper zelf of met 3M werd gevoerd en valt dus buiten de scope van het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek). De 53 (deels overlappende) als ‘niet openbaar’ bestempelde documenten betreffen mailverkeer, daterend van rond de periode augustus-september 2021, hoofdzakelijk tussen ambtenaren van de afdeling Handhaving of tussen de afdeling Handhaving en OVAM. Er is tevens sprake van mailcorrespondentie met het kabinet van minister Demir en met de afdeling Beleidsontwikkeling en Juridische Ondersteuning van het departement Omgeving (hetzelfde departement als hetgeen waarvan de afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie deel uitmaakt). De correspondentie heeft grosso modo betrekking op interne besprekingen van een ontwerp van antwoord aan 3M in verband met ter plaatse uitgevoerde staalnames, het bemonsteren van de afvalhopen, de interne bespreking (binnen de afdeling Handhaving) van een ontwerp van mededeling van de intentie tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel, het inwinnen van informatie bij OVAM over de betreffende grondhopen, de bespreking van het organiseren van een hoorzitting, het bekijken van eventuele bewarende maatregelen, de bespreking met OVAM en de interne bespreking binnen de afdeling Handhaving over de analyses van de grondhopen door OVAM (bv. aangaande de overeenstemming met Vlarebo), de bespreking welke het statuut is van deze hopen (al dan niet afval), de terugkoppeling hierover met het kabinet, de interne bespreking over een haalbare termijn om deze hopen als afval af te voeren en te laten verwerken
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 5 van 8
en de kostprijs hiervan. Ook werd intern advies over het afvalstatuut van de grondhopen op de site van 3M ingewonnen. De visie binnen de afdeling Handhaving dat er een bestuurlijke maatregel tot afvoeren van de grondhopen diende opgesteld worden, werd afgetoetst en de noodzaak tot opmaak van een proces-verbaal werd intern bekeken. De afdeling Handhaving verwees vooreerst naar de uitzonderingsgrond vervat in art. II.36, 8° van het Bestuursdecreet als motief om de openbaarmaking van deze bestuursdocumenten te weigeren. Aangezien echter op 13 januari 2022 door de afdeling Handhaving aan de beroepsinstantie werd meegedeeld dat er ondertussen een beschikking is van 15 december 2021 waarbij de rechter het verzoek tot schorsing van de bestuurlijke maatregel onontvankelijk heeft verklaard en omdat de beroepsinstantie geen kennis heeft van andere hangende rechtsgedingen, ingesteld door 3M tegen de bestuurlijke maatregel d.d. 13 oktober 2021, heeft deze uitzonderingsgrond volgens de beroepsinstantie momenteel geen verdere relevantie. Ook de verwijzing naar art. II.36, §1 tweede lid, 9° Bestuursdecreet als weigeringsmotief (i.e. het vertrouwelijke karakter van de handelingen van een overheidsinstantie als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving, een audit die in uitvoering is of de politieke besluitvorming) wordt door de beroepsinstantie in de huidige stand van zaken als irrelevant geacht. De betreffende bestuurlijke maatregel werd reeds op 13 oktober 2021 opgelegd aan 3M. Nu net omdat de opgevraagde correspondentie kadert in het opleggen van de bestuurlijke maatregel die reeds dateert van 13 oktober 2021, kan het motief van een effectief en efficiënt overheidsoptreden in het kader van administratieve handhaving in casu niet langer een rol spelen. Op grond van de haar bezorgde informatie is de beroepsinstantie daarentegen van oordeel dat de betreffende correspondentie wel voldoet aan de omschrijving van het begrip ‘interne communicatie’ zoals bedoeld in artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet. Op basis van deze uitzondering op het openbaarheidsprincipe kunnen overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking van bestuursdocumenten afwijzen wanneer deze betrekking heeft op interne communicatie, tenzij het belang van de openbaarheid zou primeren: “Tenzij het belang van de openbaarheid primeert, mogen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag afwijzen: (…) 3° als de aanvraag betrekking heeft op interne communicatie. De Memorie van Toelichting bij art. II.33, 3° van het Bestuursdecreet (Parl.St., Vl.Parl. 2020-2021, nr. 780/1, 90-93) verduidelijkt dat deze uitzondering betrekking heeft op de interne uitwisseling van berichten, communicatie en mailwisseling tussen kabinetten en administratie, en administratie en kabinetten onderling. Daarbij zijn er geen beperkingen wat de inhoud van “communicatie” betreft: het kan zowel gaan om persoonlijke beleidsopvattingen als feitelijke informatie of loutere data, zolang die informatie kadert in de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem. Het begrip “intern” houdt in dat het gaat om informatie die niet buiten de muren van de overheidsinstantie terechtkomt, in het bijzonder wanneer zij niet is bekendgemaakt aan een derde of niet beschikbaar is gesteld aan het publiek. De correspondentie waarvan in casu de openbaarmaking wordt gevraagd betreft intern mailverkeer tussen de afdeling Handhaving en o.m. met OVAM en het kabinet van minister Demir. Deze kan als intern beschouwd worden “mits zij vóór de ontvangst ervan door deze instantie niet beschikbaar was of had moeten worden gesteld aan het publiek en zij niet buiten de muren van die instantie
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 6 van 8
terechtkomt nadat zij deze informatie heeft ontvangen.” (arrest HvJ EU, 20 januari 2021, randnummer 43 – C-619/19). De beroepsinstantie is van oordeel dat de betrokken correspondentie te beschouwen is als dergelijke ‘interne communicatie’ in de zin van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet. De interne communicatie die het voorwerp van deze uitzonderingsgrond vormt betreft de vrije gedachtewisseling binnen de overheid over een dossier, beleidsproces, advies of (ontwerp)regelgeving. Ook de persoonlijke inzichten van ambtenaren of kabinetsleden in het kader van de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem vormen het voorwerp van de vermelde uitzonderinggrond, nu de openbaarmaking daarvan tot gevolg zou kunnen hebben dat ze zeer terughoudend worden in hun interne schriftelijke communicatie of notulering, waardoor een vlotte besluitvorming gehinderd wordt. De betrokken correspondentie kan ontegensprekelijk beschouwd worden als de interne afstemming binnen de administratie en met het kabinet van minister Demir over de aanpak van de grondhopen op de site van 3M. De correspondentie handelt over het onderzoek van deze grondhopen, de maatregelen die zich opdringen en de bespreking van de aanpak. De betreffende documenten kaderen allemaal binnen een intern overleg binnen de afdeling Handhaving of met andere afdelingen van het departement Omgeving, het kabinet of met OVAM, met het oog op het nemen van een bestuurlijke maatregel. Een dergelijke (informele) uitwisseling van standpunten tussen instanties, in casu tussen entiteiten van de Vlaamse administratie ofwel binnen deze entiteiten zelf ofwel tussen deze entiteiten en het kabinet, wordt onder de vermelde uitzonderingsgrond gevat. De doelstelling van de ingeroepen uitzondering is om de overheidsinstanties het recht te bieden hun interne raadplegingen en beraadslagingen te beschermen als dat noodzakelijk is om hun taken uit te voeren, met andere woorden als de openbaarmaking van het document het besluitvormingsproces ernstig zou ondermijnen, tenzij een hoger openbaar belang de openbaarmaking gebiedt. De beroepsinstantie acht in casu momenteel geen hoger openbaar belang van toepassing die de openbaarmaking van de gevraagde correspondentie zou rechtvaardigen, gelet op de vele nog lopende discussies tussen de afdeling Handhaving en 3M over de PFOS-vervuiling in het kader van de Oosterweelwerken (zie bvb. de beslissing van de beroepsinstantie in dossier 2021/379 d.d. 19 november 2021). Het (individuele) belang dat 3M meent te hebben bij de openbaarmaking van de betreffende correspondentie aangaande de bestuurlijke maatregel van 13 oktober 2021 dient hierbij onderscheiden te worden van het openbaar belang dat bij de openbaarmaking van de correspondentie gebaat zou zijn. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten. De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval dient de bescherming van de vrije uitwisseling van standpunten geacht te worden te primeren. Hoewel de bestuurlijke maatregel intussen werd opgelegd, acht de beroepsinstantie de openbaarmaking van deze interne correspondentie omwille van de hierboven vermelde overwegingen momenteel niet aangewezen. De afweging van de beroepsinstantie leidt dan ook tot de conclusie dat het belang dat beschermd wordt door de uitzonderingsgrond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet primeert op het belang van de openbaarheid.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 7 van 8
Om deze redenen wordt het beroep als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 10 december 2021 van xxx tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de afdeling Handhaving- Omgevingsinspectie Antwerpen om een afschrift te verlenen van alle bestuursdocumenten uit het administratief dossier van de beslissing met betrekking tot de bestuurlijke maatregel die aan 3M Belgium werd opgelegd op 13 oktober 2021 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 19 januari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/448
pagina 8 van 8