Gezamenlijk advies
Gezamenlijk advies Geïntegreerd verslag soortenschade
Gezamenlijk advies inzake het geïntegreerd verslag soortenschade Datum van goedkeuring Volgnummer
18/11/2021 2021| 027
Datum goedkeuring SALV Volgnummer
26/11/2021 2021| 020
Coördinator + e-mailadres
Kathleen Quick, kathleen.quick@minaraad.be
Co-auteur + e-mailadres
Wouter Vanacker, wvanacker@serv.be Jan Verheeke, jan.verheeke@minaraad.be
Inhoudstafel Inhoudstafel........................................................................................................................................................................................2 Krachtlijnen ........................................................................................................................................................................................3 Procesbeschrijving .........................................................................................................................................................................4 Gezamenlijk advies over het geïntegreerd verslag soortenschade..................................................................5 1 Situering en vaststellingen..................................................................................................................................5 2 Advies ...............................................................................................................................................................................8 2.1 Algemeen ................................................................................................................................................8 2.2 Concrete opmerkingen bij het verslag .................................................................................8 2.3 Problematiek gaat breder en perspectief ruimer......................................................... 11 Bibliografie ........................................................................................................................................................................................ 15
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
2
Krachtlijnen De Raden vinden het positief dat er met dit Geïntegreerd verslag uitvoering wordt gegeven aan artikel 16 van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009 (hierna: het Besluit) dat bepaalt dat het Agentschap, het INBO en het ILVO om de drie jaar een geïntegreerd verslag moeten opmaken over de uitvoering van het Besluit en dat dit verslag voor advies dient te worden voorgelegd aan de Minaraad en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij. Gelet op het grote belang van de preventieve maatregelen vragen de Raden om in 2022 ook een grondige evaluatie door te voeren op grond van artikel 15, van het Ministerieel Besluit inzake de Code Goede Praktijk. Met betrekking tot het Soortenschadebesluit vragen de Raden naar aanleiding van het voorleggen van dit Geïntegreerd verslag om (1) het systeem van het eigen risico te herevalueren; (2) te onderzoeken of een procedurele verankering voor cumulatieve schade van meerdere soorten op eenzelfde perceel mogelijk is; (3) de procedure voor de raming van landbouwschade te evalueren; (4) na te gaan of met forfaitaire bedragen kan worden gewerkt en (5) te werken aan administratieve vereenvoudiging. Verder vragen ze ook om voor eventuele structurele problemen een structurele oplossing te voorzien, evenwel buiten de scope van het Soortenschadebesluit. Met betrekking tot het ruimere perspectief menen de Raden dat er aandacht moet zijn voor de diverse aspecten van het debat, met name voor het socio-economische aspect zowel als het biodiversiteitsaspect. Ze vragen hierbij om een gedegen inschatting van het socioeconomisch aspect omdat dit niet voorhanden is, maar eveneens nodig is om een gedegen evaluatie te kunnen doorvoeren. Hiertoe is het eveneens nodig om alle aspecten van soortenschade zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Inzake het biodiversiteitsaspect menen de Raden dat dit onderdeel uitmaakt van een bredere discussie in het kader van het Soortenbeleid. Om het nodige draagvlak te creëren vragen de Raden om blijvend in te zetten op responsabilisering van alle betrokkenen. Afsluitend wijzen de Raden er op dat voor bepaalde beschermde soorten (internationale) soortenbeschermingsprogramma’s bestaan, waaraan overlegplatformen zijn verbonden. De Raden zijn van mening dat specifieke vragen met betrekking tot deze soorten bij voorkeur in deze overlegplatformen worden besproken en dit met het oog op het bekomen van een integrale aanpak. Met betrekking tot alle jachtwildsoorten verwijzen de Raden naar het eigen initiatief van de Minaraad uit 2017, n.a.v. de toen doorgevoerde wijziging van het Jachtopeningsbesluit, met name het project inzake de opmaak van beheerdoelen voor jachtwildsoorten als middel om met diverse doelgroepen tot overeenstemming hierover te komen met betrekking tot het openen of sluiten van de jacht. Naar aanleiding van dit advies werd een overlegproces opgestart door het Agentschap voor Natuur en Bos met het oog op het bekomen van doelstellingen per jachtwildsoort. De Raden vragen naar een stand van zaken van dit traject.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
3
Procesbeschrijving Datum adviesvraag
28 september 2021
Naam adviesvrager + functie
Mevrouw Zuhal Demir, Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Rechtsgrond van de adviesvraag
Soortenschadebesluit, artikel 16
Adviestermijn
Niet bepaald in de adviesvraag
Samenwerking
SALV
Overlegcommissie
Werkcommissie Biodiversiteit en Ecosystemen + PWC Natuurbeleid + PWC Jachtbeleid
Vergaderingen: soort + datum
• • • • •
Gezamenlijke hoorzitting met SALV op 20 oktober 2021, PWC Jachtbeleid op 26 oktober 2021, Gezamenlijke werkzitting op 10 november 2021, Raadszitting Minaraad op 18 november 2021 Raadszitting SALV op 26 november 2021.
Minaraad en SALV ontvingen deze adviesvraag over het geïntegreerd verslag soortenschade zowel van Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme als van het Agentschap voor natuur en bos. Een timing voor deze adviesvraag werd niet meegegeven. Minaraad en SALV organiseerden een gezamenlijke hoorzitting op 20 oktober 2021 waarop medewerkers van het ANB antwoordden op vragen.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
4
Gezamenlijk advies over het geïntegreerd verslag soortenschade 1 [1]
Situering en vaststellingen Rechtsgrond voor deze adviesvraag. Art. 16, van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009 (hierna: het Besluit) bepaalt dat het Agentschap, het INBO en het ILVO om de drie jaar een geïntegreerd verslag moeten opmaken over de uitvoering van het Besluit en dat dit verslag voor advies dient te worden voorgelegd aan de Minaraad en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij. Op basis van deze verslaggeving en de advisering hierover hoort de minister dan een mededeling op te maken ten behoeve van de Vlaamse Regering, “waarin een
evaluatie van de werking van dit besluit vervat zit en waarbij er beleidsvoorstellen worden gedaan”. [2]
Dubbele rechtsgrond van het besluit. Het Besluit heeft een dubbele rechtsgrond, enerzijds artikel 25, van het Jachtdecreet, inzake de jachtwildsoorten, en anderzijds artikel 52, van het Natuurdecreet, wat de beschermde soorten betreft. Voor jachtwildsoorten wordt in het Jachtdecreet bepaald dat het moet gaan om “belangrijke wildschade” waarvoor een schadevergoeding uit het fonds enkel mogelijk is “in die mate dat de schade redelijkerwijze niet kon worden voorkomen” en “indien de schade veroorzaakt is door wild waarop de jacht het gehele voorbije
jaar niet geopend was en waarvan ook de bestrijding niet werd toegelaten, telkens op de percelen waar de schade geleden is” of “indien de schade veroorzaakt is door wild afkomstig uit een bos- of natuurreservaat of een door de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging om natuurbehoudsredenen beheerd gebied, waarin de jacht op dat wild het gehele voorbije jaar niet geopend was en ook de bestrijding van dat wild niet werd toegelaten.”1 De omschrijving in het Natuurdecreet is enigszins anders geformuleerd, zonder fundamenteel af te wijken. Het moet gaan om “de schade aan gewassen, vee, bossen of visserij die wordt veroorzaakt door diersoorten die beschermd zijn”, waarbij het moet gaan om “belangrijke en aantoonbare schade”, “die redelijkerwijze niet kon worden voorkomen”, en waarbij er geen “afwijking is verleend krachtens artikel 56, 4°, om schade te voorkomen”2. [3]
Uitvoering van de dubbele rechtsgrond. In beide rechtsgronden wordt bepaald dat de Vlaamse Regering nadere regels dient uit te vaardigen. Deze regels werden gezamenlijk in het Besluit opgenomen. Bovendien werd er in 2014 een ministerieel besluit vastgesteld inzake “de redelijkerwijs te verwachten maatregelen”, zoals aangeduid in de decreetartikelen en vermeld in artikel 4 van het Besluit. Op grond van artikel 15 van dat besluit dient er
1 2
Jachtdecreet, art. 25, §1. Natuurdecreet, art. 52, §1, eerste lid.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
5
ook een driejaarlijkse evaluatie plaats te grijpen van de in dat besluit opgenomen maatregelen. [4]
Het verslag zelf. Wat voorligt is in feite een bundeling van twee verslagen, i.e. een verslag inzake de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 én de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019. Beide verslagen bevatten in hoofdzaak beschrijvingen van de per soortengroep uitbetaalde schadevergoedingen en een aantal vaststellingen hieromtrent. Het is niet duidelijk of er voor de werkjaren 2010 tot en met 2013 verslaggeving bestaat. In het verslag (p. 23) wordt het volgende gesteld: “De procedurele aspecten
van dossieropvolging werden niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande werkingsjaren. Hiervoor kan dan ook worden verwezen naar de geïntegreerde verslagen van voorgaande jaren.”. Daaruit valt op te maken dat er verslaggeving zou bestaan m.b.t. de periode 2010-2013. [5]
[6]
Redenen van niet-ontvankelijkheid. In het verslag (zie p. 3) worden volgende redenen voor niet-ontvankelijkheid vermeld: (1) de soort schade komt niet in aanmerking, (2) indiening gebeurde na de wettelijk vastgelegde termijn, (3) het niet hebben genomen van preventieve maatregelen, (4) de schadedrempel wordt niet overschreden of (5) het betrof jachtwild waarop de jacht het voorbije jaar geopend was en waarvan de bestrijding niet werd toegelaten en dat niet afkomstig was uit een gebied in natuurbeheer bij de Vlaamse Overheid of een erkende terreinbeherende vereniging waarin de jacht het voorbije jaar niet geopend was en bestrijding niet werd toegelaten. Om een en ander te kunnen evalueren werden de gegevens per soortengroep opgevraagd. Hieronder worden de belangrijkste redenen van nietontvankelijkheid per soortengroep opgesomd. −
Watervogels: 45,5% van de gevallen is niet-ontvankelijk omdat het gaat om jachtwild; 27% betreft dieren afkomstig uit natuurgebieden;
−
Steenmarter: 91% is niet-ontvankelijk wegens het niet of niet voldoende nemen van preventieve maatregelen; in 2,5% van de gevallen gebeurde de indiening te laat;
−
Bever: 50% is niet-ontvankelijk wegens het niet of niet voldoende nemen van preventieve maatregelen; in 17% van de gevallen betrof het niet vergoedbare schade aan goederen, 17% betrof niet vergoedbare schade bij particulieren;
−
Das: Er zijn maar twee niet-ontvankelijke dossiers, waarvan één niet de nodige bewijslast leverde en in het andere geval geen schade zichtbaar was;
−
Everzwijn: in 51% van de gevallen werden geen of niet voldoende preventieve maatregelen genomen, in 38% van de gevallen was jachtwild de reden;
−
Wolf: in 60% van de gevallen was er geen sanitel-nummer, in 40% van de gevallen betrof het een hond.
Bereik van de soortenschaderegeling naar soorten. In de in de verslaggeving behandelde periode werden er in totaal 693 schadedossiers ingediend; hiervan
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
6
bleken er 364 ontvankelijk te zijn (53%)3. Driekwart van de van de ontvankelijke dossiers betroffen watervogels en steenmarters (zie tabel 1). Tabel1: overzicht aantal ontvankelijke dossiers per soortengroep 2014-2019 (uit Geïntegreerd Verslag, p. 7 en p. 9) 2014 2015 2016 2017 2018 2019 totaal watervogels 29 25 32 32 36 41 195 53,57% steenmarter 11 18 11 20 11 21 92 25,27% das 3 3 3 5 4 5 23 6,32% bever 3 6 3 2 2 5 21 5,77% wolf 5 13 18 4,95% zangvogels 1 3 1 1 2 1 9 2,47% andere 1 2 3 0,82% kraaiachtigen 1 1 2 0,55% spreeuw 1 1 0,27% totaal 47 55 51 61 62 88 364 100,00%
Over de zes jaar die door het Geïntegreerd Verslag worden bestreken, is er voor ong. 1.550.000 euro (nominaal) uitbetaald (zie tabel 2). Tabel2: overzicht betalingen ontvankelijke dossiers per soortengroep 2014-2019 (uit Geïntegreerd Verslag, p. 8 en p. 10) 2014 2015 2016 2017 2018 2019 totaal watervogels 84.380,36 112.901,39 91.722,38 108.270,67 158.786,35 93.798,25 649.859,40 42,05% steenmarter 125.028,97 161.543,84 91.477,74 82.217,83 21.730,65 53.039,60 535.038,63 34,62% bever 14.022,15 50.984,29 55.619,43 33.147,40 33.135,05 95.577,65 282.485,97 18,28% zangvogels 3.118,75 19.095,38 4.021,25 4.219,85 915,50 4.725,22 36.095,95 2,34% das 481,09 1.895,00 3.671,00 2.895,07 2.435,50 6.856,17 18.233,83 1,18% wolf 2.990,00 10.287,48 13.277,48 0,86% andere 608,00 3.136,74 3.744,74 0,24% spreeuw 3.404,62 3.404,62 0,22% kraaiachtigen 1.362,62 1.791,41 3.154,03 0,20% totaal 227.031,32 346.419,90 249.916,42 232.113,44 222.392,46 267.421,11 1.545.294,65 100,00%
Beleidsmatig kunnen de in het verslag opgenomen soorten in drie categorieën worden ondergebracht4 −
Jachtwildsoorten waarop de (al of niet bijzondere) jacht is geopend: drie waterwildsoorten (grauwe gans, Canadese gans en smient) en wild zwijn;
−
Jachtwildsoorten waarop de jacht niet is geopend: vier waterwildsoorten (kolgans, kleine rietgans, meerkoet en waterhoen) en steenmarter;
−
Beschermde soorten: drie waterwildsoorten (brandgans, knobbelzwaan en toendrarietgans), spreeuw, niet-geïdentificeerde zangvogelsoort5, bever, das en wolf.
Uit het Geïntegreerd Verslag valt evenwel niet direct op te maken hoe de opgegeven getallen (aantal schadedossiers, de uitgekeerde sommen) aan deze beleidscategorieën moeten worden toegewezen. [7]
Bereik van de soortenschaderegeling naar doelgroepen. In het Geïntegreerd Verslag wordt gewerkt met het onderscheid landbouwdossiers versus nietlandbouwdossiers, maar ook aan deze categorieën worden er in het verslag geen concrete getallen gekoppeld (hoeveel landbouwdossiers versus niet-
3
Geïntegreerd Verslag, tabel p. 3 en p. 4 samengenomen. De vernoemde soorten zijn samengesteld uit Geïntegreerd Verslag, p. 13, 14, 16, 18, 20 en 21. 5 Uit de hoorzitting viel op te maken dat het om mezen zou gaan die schade toebrengen aan de fruitteelt. 4
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
7
landbouwdossiers en welke resp. bedragen?). Uit de hoorzitting blijkt dat het vooral landbouwers zijn die schadevergoedingen ontvangen, wat congruent is met het gegeven dat een groot deel van de dossiers en de bedragen met watervogels te maken hebben.
2 2.1 [8]
Advies Algemeen Positieve appreciatie voor het voorleggen van deze verslagen. De Raden vinden het positief dat er met dit Geïntegreerd verslag nu uitvoering wordt gegeven aan artikel 16, van het Besluit. Ze zijn evenwel van mening dat meer informatie nodig is om te kunnen komen tot een integrale en beleidsrelevante beoordeling van alle aspecten met betrekking tot soortenschade. Zie hiertoe de voorgaande paragrafen, evenals de meer algemene bespreking onder deel 2.3. De Raden vragen met name om in een volgend verslag, naast de vermelding van de getallen in tabelvorm per soort(engroep), ook getalsmatige informatie te voorzien (met een duiding) betreffende de hiervoor vermelde beleidscategorieën en betreffende de bereikte doelgroepen. Vormelijk kan er ook een meerwaarde gevonden worden in een weergave via grafieken.
2.2 [9]
Concrete opmerkingen bij het verslag Waarborg de transparantie inzake niet-ontvankelijkheid bij schademeldingen. In het Geïntegreerd Verslag (p. 3, 14 en 15) wordt ingegaan op het al dan niet ontvankelijk zijn van de aanvragen (zie ook artikel 3, §3, van het Besluit). Verder in het Verslag wordt er op gewezen (p. 5) dat schadelijders geen dossier indienen omdat ze de schadedrempel niet overschrijden of omdat ze geen dossier wensen in te dienen omwille van de administratieve last. Ook het gegeven dat schade door everzwijnen niet in aanmerking komt voor schadevergoeding zorgt ervoor dat schadelijders geen schadedossiers meer indienen. De Raden zijn van mening dat het in beeld brengen van schade die (op dit moment nog) niet in aanmerking komt voor een vergoeding, van belang is om te kunnen komen tot een integrale evaluatie van de problematiek van soortenschade. Het is daarom van belang om schadelijders aan te sporen om elke schade minstens te melden en anderzijds om schadedossiers in te dienen. De Raden vernamen tijdens de hoorzitting dat het meldingssysteem in die zin werd aangepast en ondersteunen dit. Verder wijzen de Raden op het belang van goede en haalbare preventieve maatregelen, zie hieronder.
[10]
Evalueer de te nemen preventieve maatregelen. In het Geïntegreerd Verslag (zie p. 3, 14 en 16) wordt het niet hebben genomen van de nodige preventieve maatregelen aangemerkt als een van de redenen voor niet-ontvankelijkheid van aanvragen. De Raden vernemen evenwel dat sommige preventieve maatregelen op terrein moeilijk
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
8
uitvoerbaar zouden zijn, dat bepaalde preventieve maatregelen niet effectief zijn en aangetoonde effectieve preventieve maatregelen niet voldoende schaal bereiken, of niet voldoende gestimuleerd worden. Artikel 11, van het Besluit handelt over de vraag of alle redelijkerwijze te verwachten handelingen zijn gesteld met het oog op het voorkomen van de schade. Het tweede lid van dit artikel verwijst naar het Ministerieel Besluit inzake de Code Goede Praktijk. De Raden stellen vast dat er in 2019 een wijziging van het Ministerieel besluit werd doorgevoerd. Op grond van artikel 15, van het besluit dient dus een nieuwe evaluatie van deze regeling plaats te vinden in 2022. De Raden vragen om het proces om te komen tot deze evaluatie zo snel mogelijk op te starten en indien nodig het Ministerieel besluit aan te passen. [11]
Bekijk of differentiatie van schadedrempel i.f.v. soort mogelijk is. In het Geïntegreerd Verslag (p. 5) wordt kort aandacht besteed aan de franchise- en aan de schadedrempels vooraleer een geval in aanmerking komt voor vergoeding. Artikel 13, van het Besluit bepaalt de hoogte van het eigen risico. Dit wordt vastgesteld op 5% van het bedrag van de vastgestelde schade met een minimum van 250 euro per schadelijder per jaar. Het eigen risico geldt niet voor schade veroorzaakt door wolf of lynx. De Raden merken enerzijds op dat dit minimum van 250 euro voor bepaalde soorten een drempel kan betekenen (wat nefast kan zijn voor het creëren van draagvlak omdat bijvoorbeeld schade niet wordt aangegeven, noch vergoed wordt waardoor de schadelijder enkel de kosten ondervindt), anderzijds werd het minimumbedrag tot op heden niet geïndexeerd. De Raden vragen daarom om het systeem van het eigen risico te herevalueren en te onderzoeken of daarnaast, dat eens de franchisdrempel/het eigen risico is overschreden, het volledige schadebedrag kan worden uitbetaald. Hiervoor is evenwel zicht nodig op de schade die momenteel niet wordt aangegeven omdat ze niet in aanmerking komt voor vergoeding onder de huidige regels [zie §9]. De Raden hebben daarbij nog volgende aanvullende vraag, met name op welke manier verschillende schadegevallen in hetzelfde jaar bij dezelfde schadelijder dienen te worden aangegeven indien elk van deze gevallen afzonderlijk de drempel niet haalt maar de som van alle schade dit wel doet en in principe dus in aanmerking komt voor een schadevergoeding.
[12]
Voorzie een procedure voor cumulatieve schade. In het Geïntegreerd Verslag (p. 11) wordt, bij de watervogels, vastgesteld dat het in vele gevallen gaat om gemengde groepen (meerdere soorten ganzen), en dat er niet steeds eenduidig kan worden afgeleid welke nu de veroorzakende soort is. Er wordt meegegeven: “Bij een schadedossier kunnen dan ook meerdere soorten worden vermeld”. De Raden stellen vast dat artikel 8 van het Besluit wel voorziet in een procedure indien er zich binnen hetzelfde teeltseizoen verschillende schadelijders aandienen voor hetzelfde typewildschade of schade door een beschermde soort, maar niet expliciet voorziet een procedure inzake de mogelijke cumulatieve schade
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
9
veroorzaakt door meerdere soorten op eenzelfde perceel. De Raden vragen om de procedurele verankering van dergelijke mogelijkheid te onderzoeken, i.e. ook voor andere soorten dan waterwild. [13]
[14]
[15]
[16]
Meer structurele schadegevallen en de soortenschaderegeling. In het verslag (p. 16) wordt er op gewezen dat voor schade door bever de gemiddeld uitgekeerde bedragen het hoogste zijn, vergeleken met andere soorten. Tijdens de toelichting werd vernomen dat het in een aantal gevallen zou gaan om jaarlijks terugkerende schade op dezelfde percelen met dezelfde teelten. Als dat daadwerkelijk het geval is, zijn de Raden van mening dat het gaat over structurele problemen die in principe vragen om structurele oplossingen, buiten de scope van de regeling van het Besluit. Evalueer de procedure voor raming van landbouwschade. In het Geïntegreerd Verslag (p. 24) wordt meegegeven dat, in het geval van landbouw-gerelateerde schade, de duur van de verwerkingstijd van de dossiers in hoofdzaak gelegen is aan de ramingsprocedure. . Voor schade aan teelten of oogsten, is het (*) meestal niet mogelijk om de omvang van de schade onmiddellijk te ramen, moeten er dus (*) mogelijk referentieplekken worden vastgesteld (Besluit, art. 4, §3, tweede lid) en is er (*) sprake van mogelijk een tweede plaatsbezoek kort voor de oogst om de vergelijking te kunnen maken tussen de beschadigde plekken en de referentieplekken (Besluit, art. 7, §1, tweede lid); hierbij dient niet alleen (*) het advies van Landbouw en Visserij te worden ingewacht, maar ook (*) moet een opgave van een referentieopbrengst worden ingewacht, “die wordt berekend op het einde van het kalenderjaar”. De Raden vragen om deze manier van werken te evalueren en om na te gaan of een en ander niet op een snellere manier kan worden afgehandeld. Overweeg te werken met forfaitaire bedragen. Artikel 12, van het Besluit bepaalt de elementen waarop de raming van de schade moet worden gebaseerd. Uit de hoorzitting bleek dat dit een (grote) impact kan hebben op de bedragen (bijvoorbeeld wanneer een extern bureau moet worden ingeschakeld of verschillen in evaluatie van landbouwschade tussen de diverse regionale diensten van het Departement Landbouw en Visserij) en dat dit kan leiden tot grote verschillen in de uitgekeerde schadevergoedingen. De Raden menen dat een meer gestandaardiseerde inschatting van de schade wenselijk is, maar ook dat een dergelijke inschatting mogelijk moet zijn op basis van een evaluatie en vergelijking van de tot nu toe uitbetaalde schadevergoedingen voor vergelijkbare schademeldingen bijv. per teelt, per soort, …). De Raden stellen voor om na te gaan of er eventueel gewerkt zou kunnen worden met een forfait-bedrag dat zonder meer wordt uitbetaald, gekoppeld aan een procedure indien de schadelijder niet akkoord gaat. Werk aan administratieve vereenvoudiging, onder meer via digitalisering. Op dezelfde plaats in het Geïntegreerd Verslag (p. 24) wordt meegegeven dat de enige bindende termijn van het besluit – de schadelijder moet binnen de 12 dagen na vaststelling van het schadegeval een aanvraag indienen – kan leiden tot laattijdige indiening en zo tot niet-ontvankelijkheid. Artikel 3, §1, van het Besluit bepaalt hoe de schade dient te worden aangegeven, met name aan de hand van een modelformulier
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
10
en via een aangetekende brief of met een digitale aanvraag via een elektronisch loket. Beide manieren vereisen dat de schadelijder een actie onderneemt die niet ter plaatse kan worden uitgevoerd. De Raden vernemen dat in dit verband wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een applicatie die zou toelaten om de schade te melden op het moment van de vaststelling ervan op het terrein. De Raden vinden dit een goede evolutie en vragen om de ontwikkeling van een dergelijke applicatie te bespoedigen. 2.3 [17]
Problematiek gaat breder en perspectief ruimer Een debat met meerdere aspecten. De Raden merken op dat het debat over soortenschade een gelaagd debat is, met daarin een socio-economisch en een biodiversiteitsaspect. Hoewel het Besluit in eerste orde is opgemaakt voor de regeling van het sociaaleconomische aspect van de problematiek van soortenschade, is het belangrijk om bij deze problematiek ook rekening te houden met het biodiversiteitsaspect. In het hierna volgende geven de Raden enkele algemene aanbevelingen mee.
[18]
[19]
Verduidelijk het sociaaleconomische perspectief op soortenschade. Inzake het socioeconomische aspect kan het gaan om (*) schade aan afzonderlijke eigendommen of gebruiksgoederen, (*) schade aan de bedrijfsvoering van afzonderlijke bedrijven evenals om (*) collectieve schadefenomenen, zoals overstromingen of wilde dierenziekten. Wat dit aspect betreft stellen de Raden vast dat hiervan geen gedegen inschatting van grootheden voorhanden is. Nochtans is dit van belang om een gedegen evaluatie te kunnen doorvoeren. Breng de schade zo volledig mogelijk in kaart en plaats deze in het juiste perspectief. Het voorgelegde verslag beantwoordt weliswaar aan de vereisten van art. 16, van het Soortenschadebesluit gelet op de volledige titel, met name het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de vergoeding van wildschade of schade door beschermde soorten enz., maar er is meer feitenmateriaal nodig om daadwerkelijk tot een evaluatie van het soortenschadebeleid te kunnen overgaan. Zoals in vorige paragraaf aangegeven, zijn er meerdere aspecten aan soortenschade of daarmee gerelateerd beleid, waarvan de kosten momenteel niet volledig duidelijk zijn, maar die wel belangrijk zijn om een integraal beeld te krijgen. Zo is er op dit moment niet veel geweten over −
schade die niet wordt aangegeven omdat ze niet in aanmerking komt voor schadevergoeding, bv. schade door everzwijnen;
−
schade die veroorzaakt wordt door andere, vergelijkbare, factoren zoals invasieve uitheemse soorten, loslopende honden of zwerfvuil;
−
de totale kost van onder meer de genomen preventieve maatregelen (bijv. de maatregelen die particulieren en landbouwers nemen en de (eventuele) subsidiëring van dergelijke maatregelen) met aandacht voor een perspectief over de tijd en het verschil in (eenmalige en latere kosten vermijdende) investeringen en lopende kosten.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
11
Dergelijke inschattingen gaan echter ruimer dan de scope van een geïntegreerd verslag, zoals bepaald in artikel 16, van het Besluit. De Raden vragen evenwel om dergelijke informatie, indien beschikbaar, te verzamelen in een bijkomend verslag en dit verslag ook ter advisering aan de Raden over te maken. De Raden vragen eveneens om de nodige inspanningen te doen om cruciale maar nog niet beschikbare informatie te verzamelen. [20]
Schade voorbij de scope van het Besluit. Voor mogelijke schade die de scope van dit besluit (ver) voorbijgaat (bv. mogelijk door bever veroorzaakte dijkdoorbraken die kunnen zorgen voor onder water zetten van volledige staddelen, …), wijzen de Raden op de in het Soortenbesluit voorziene mogelijkheden onder artikel 19-23 (afwijkingen) en onder artikel 28-31 (beheerregelingen). Zowel voor specifieke afwijkingen als voor afwijkingen die vervat zijn in beheerregelingen, geldt dat daartoe maar kan worden beslist indien voldaan is aan de voorwaarden die opgesomd zijn in artikel 20 van het Soortenbesluit. Zo kunnen deze afwijkingen, op grond van artikel 20, § 4, enkel worden toegestaan indien “1° er
mag geen andere bevredigende oplossing bestaan; 2° de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau”. De Raden benadrukken hierbij dat dit steeds een uitzondering moet blijven en niet de regel mag worden. [21]
[22]
6
Breng ook het bredere biodiversiteitsaspect in beeld. Het biodiversiteitsaspect heeft op zijn beurt diverse componenten, zoals (*) het al of niet bedreigd karakter van afzonderlijke soorten (rode lijst), (*) het al of niet beschermd statuut van afzonderlijke soorten (vanwege Europeesrechtelijke verplichtingen, vanwege Vlaams ingestelde bescherming, vanwege beschermde gebieden) evenals (*) de populatiedynamica van de soort en (*) de rol van een soort in een ecosysteem en t.a.v. andere in het wild voorkomende soorten en de daaraan verbonden en nog steeds onderschatte ecosysteemdiensten. In dit verband kan verwezen worden naar het gezamenlijk advies van Minaraad en SALV over de wijzigingen aan het Soortenbesluit van 18 februari 2016 waarin de Raden stelden dat het voor vier “kritische” jachtwildsoorten, met name bunzing, boommarter, hermelijn en wezel, gewenst is om ook categorie 1 van bijlage 1 van het Soortenbesluit aan te kruisen zodat op deze soorten de basisbeschermingsmaatregelen van toepassing zijn6. De minister volgde deze aanbeveling op. De Raden zijn echter van mening dat het in beeld brengen van al deze aspecten het onderwerp is van een bredere discussie in het kader van het totale soortenbeleid. Een goede werking is nodig voor het creëren van draagvlak. De Raden wijzen op de gewijzigde situatie die in Vlaanderen is ontstaan ten gevolge van de terugkeer van enkele soorten na jarenlange afwezigheid. De Raden zijn enerzijds van mening dat dit vereist dat schade op een deugdelijke manier wordt vergoed, maar anderzijds ook dat degelijke preventieve maatregelen moeten worden genomen en dit alles in
MINARAAD (2016), p. 8.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
12
functie van het streven naar minder conflicten in het samenleven met die bewuste soorten. De Raden menen dat hiertoe een blijvende responsabilisering nodig is bij alle betrokkenen en dat deze op verschillende vlakken moet gebeuren. Een en ander dient volgens de Raden gepaard te gaan met het nodige overleg met alle actoren. De Raden verwijzen hierbij onder ander naar het overleg in de faunabeheerzones voor het everzwijn, de besprekingen in het wolvenplatform, de bilaterale overlegmomenten van het ANB en de diverse middenveldorganisaties, evenals de samenwerkingsrelaties die er bestaan tussen beheerders van afzonderlijke natuurterreinen en aansluitende jachtrechthouders. [23]
Differentiatie in aanpak van soorten die schade kunnen veroorzaken. Afsluitend hernemen de Raden de hierboven in [§6] beleidsmatige opdeling in drie categorieën. De Raden zijn van mening dat deze categorisering van belang is bij de discussie van schade, i.e. zowel het socio-economische, biodiversiteits- als symbolische aspect hiervan. −
Beschermde soorten. Voor (Europees) beschermde soorten hangt een beoordeling samen met het al dan niet behalen van een gunstige staat van instandhouding. De Raden verwijzen hierbij naar de nieuwe mededeling van de Europese Commissie over strikte soortenbescherming.7 Voor enkele van de in het verslag besproken soorten bestaan er (internationale) soortenbeschermingsprogramma’s, waaraan overlegplatformen zijn verbonden8. De Raden zijn van mening dat specifieke vragen met betrekking tot deze soorten bij voorkeur in deze overlegplatformen worden besproken en dit met het oog op het bekomen van een integrale aanpak.
7 8
−
Jachtwildsoorten waarop de jacht is geopend. Vastgesteld moet worden dat aangemelde schade door everzwijnen tot op heden niet werd uitbetaald en dit omdat het een jachtwildsoort betreft waarop de jacht is geopend. Eveneens moet evenwel worden vastgesteld dat jacht vooralsnog niet tot het gewenste resultaat leidt en dat landbouwers wel schade ondervinden aan landbouwteelten, maar hiervoor niet worden vergoed – wat evenzeer het geval is voor andere schadelijders zoals particulieren die een bosaanplant verwezenlijken, natuurverenigingen die graslanden beheren, …. De Raden stellen vast dat deze aspecten ook aan bod komen in het “everzwijnenplan” van minister Demir. De Raden drukken hierbij hun positieve appreciatie uit voor dit plan en daaronder opgenomen acties zoals het bekijken van een verzekering en het aanstellen van een everzwijncoördinator. De Raden vragen om het uitwerken van een verzekering te versnellen.
−
Jachtwildsoorten waarop de jacht niet is geopend. Ook moet worden vastgesteld dat bepaalde jachtwildsoorten waarop de jacht niet is geopend
EUROPESE COMMISSIE (2021). Voor kleine rietgans: http://pinkfootedgoose.aewa.info/; voor bever is een tweede soortenbeschermingsprogramma in opmaak.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
13
eveneens schade veroorzaken (vb. bepaalde soorten waterwild en steenmarter, zie geïntegreerd verslag, p. 11 tot en met 17). Voor alle mogelijke beslissingen inzake jachtwildsoorten verwijzen de Raden naar het eigen initiatief van de Minaraad uit 2017, n.a.v. de toen doorgevoerde wijziging van het Jachtopeningsbesluit, met name het project inzake de opmaak van beheerdoelen voor jachtwildsoorten als middel om met diverse doelgroepen tot overeenstemming hierover te komen met betrekking tot het openen of sluiten van de jacht. Dit project had als resultaat een door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek opgemaakt rapport en een bijhorend advies van de Minaraad9. De Raden zijn van mening dat de in dit rapport en advies opgenomen aanbevelingen op maat gemaakt zijn voor het maken van afwegingen met betrekking tot jachtwildsoorten, en dat het voorkomen van schade daarbij een van de aspecten kan/moet zijn. De Raden zijn evenwel van mening dat het voeren van dit overlegproces het onderwerp is van een bredere discussie in het kader van het totale jacht- en soortenbeleid. Naar aanleiding van dit advies werd een overlegproces opgestart door het Agentschap voor Natuur en Bos met het oog op het bekomen van doelstellingen per jachtwildsoort. De Raden vragen naar een stand van zaken van dit traject.
9
CASAER ET AL (2017) en MINARAAD (2017).
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
14
Bibliografie CASAER ET AL. (2017), Beheer- en beleidsdoelen voor wildsoorten in Vlaanderen, rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. EUROPESE COMMISSIE (2021), Richtsnoeren inzake de strikte bescherming van diersoorten van communautair belang uit hoofde van de habitatrichtlijn, C(2021) 7301 final, Brussel, 12 oktober 2021. MINARAAD EN SALV (2016), Gezamenlijk advies 2016|005 van 18 februari 2016 inzake het voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. MINARAAD (2017), Advies 2017|019 van 21 september 2017 inzake beheerdoelen voor jachtwildsoorten. VAN HERZELE, AARTS EN CASAER (2015), Wildlife comeback in Flanders: tracing the fault lines and dynamics of public debate, in European Journal of Wildlife Research.
Minaraad en SALV, Advies Geïntegreerd verslag soortenschade, 18/11/2021 resp. 26/11/21
15