ZELFSTANDIG ONDERNEMEN IN DE KINDEROPVANG
Rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen/Stichting Innovatie & Arbeid, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel - W www.serv.be/stichting – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Bij gebruik van gegevens en informatie uit dit rapport wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld. Publicatiedatum
December 2021
Contactpersoon
Lien Van Rampelberg
lvrampelberg@serv.be
Inhoud Samenvatting
4
Over dit onderzoek
7
Context
7
Doelstelling
10
Onderzoeksmethode
11
Profiel bevraagden
13
Onderzoeksresultaten Waarom zelfstandig ondernemen in de kinderopvang?
16 16
Plezier van werken met kinderen en ouders
17
Ruimte om eigen aanpak te bepalen
18
Een werkplek dichtbij huis
19
Maatschappelijk relevant werk
20
Waar knelt het schoentje?
20
Een stevig vangnet verzekeren
23
Het hoofd boven water houden
24
Het uitpluizen van regelgeving en administratie
28
Werken tijdens de “vrije tijd”
34
Versterking vinden
36
Een helder toekomstplan
38
Positief blijven
40
Aandachtspunten
43
Referentielijst
44
Lijst met figuren en tabellen
45
Samenvatting De Vlaamse sociale partners benadrukken het belang van kinderopvang voor de ontwikkeling van het kind, de mogelijkheden voor ouders en de maatschappij in zijn geheel. De Vlaamse sociale partners alsook de Vlaamse Regering erkennen het belang van voldoende en betaalbare kinderopvang. Zelfstandige ondernemers in de kinderopvang zijn een belangrijke schakel om dit te bereiken. Zelfstandige ondernemers en andere opvanginitiatieven vullen elkaar aan om de bestaande vraag aan kinderopvang te kunnen beantwoorden. In 2020 stonden zelfstandige ondernemers in voor 36% of 31.331 van de 88.219 kinderopvangplaatsen in het Vlaams Gewest. Hier staat tegenover dat bijna een kwart van de zelfstandige ondernemers in de kinderopvang in de nabije toekomst de activiteiten denkt af te bouwen of stop te zetten. Wij zochten uit waar het schoentje knelt en welke ondersteuning oplossingen kan bieden. Dit deden we via een online bevraging bij 469 respondenten en 14 diepte-interviews waarbij we zowel (potentiële) starters, gevestigde ondernemers, als ondernemers die gestopt zijn in de kinderopvang, bevroegen. Ondernemers in de kinderopvang kiezen vooral voor deze job omdat ze een passie hebben voor werken met kinderen, om kinderen te helpen ontwikkelen. Om die taak optimaal te kunnen uitvoeren en vol te houden, is er nood aan voldoende autonomie, concrete informatie en begeleiding en financiële ondersteuning voor zelfstandige ondernemers in de kinderopvang. Werken met kinderen is de belangrijkste motivatie De belangrijkste reden die zelfstandigen in de kinderopvang opgeven om aan de slag te gaan en te blijven, is het werken met de kinderen zelf. De bevraagden vinden het enorm fijn om kinderen te zien oproeien met alles wat daarbij hoort zoals de eerste stapjes zetten, de eerste woordjes, een eigen karakter ontwikkelen, enz. Elk van de zelfstandige ondernemers legt daarbij een beetje zijn of haar eigen accenten. Flexibiliteit en autonomie zijn dan ook de volgende grote pluspunten van een zelfstandige activiteit in de kinderopvang. Andere belangrijke pluspunten zijn het hebben van een werkplek dichtbij huis en het kunnen bieden van een antwoord op de nood aan kinderopvang. Die nood aan kinderopvang stelt zich in Vlaanderen immers scherp. 4
Inkomen en sociale zekerheid zijn belangrijkste knelpunten Om de zelfstandige kinderopvang optimaal te laten draaien dienen er een aantal knelpunten aangepakt te worden. De sociale zekerheid baart de ondernemers zorgen. Vooral de onzekerheid over een goed pensioen wordt genoemd net als het risico niet voldoende ingedekt te zijn wanneer men uitvalt door bijvoorbeeld gezondheidsproblemen. Een aantal gevestigde ondernemers geven aan dat er wel vaak manieren zijn om de nodige sociale bescherming te voorzien maar deze zijn bij heel wat ondernemers onvoldoende gekend, zeker bij starters. Een ander aandachtspunt is de financiële leefbaarheid van een zelfstandige kinderopvang. Potentiële starters worden tegengehouden door de hoge opstartkosten en de onzekerheid van inkomsten. Voor gevestigde ondernemers vormt de subsidieregeling onderwerp van discussie en van kopzorgen. Vraag naar minder administratieve lasten, duidelijke regelgeving en praktische ondersteuning Het zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang wordt gekenmerkt door een grote mate van regelgeving en administratieve taken. Ondernemers hebben het vooral moeilijk met de invulling van die regelgeving en een gebrek aan ondersteuning om de regelgeving correct toe te passen. Uit de gesprekken blijkt een grote nood aan praktische ondersteuning en concrete voorbeelden om de regelgeving in de praktijk om te zetten. Wie dit soort ondersteuning reeds kreeg, blijkt daar zeer veel aan te hebben. Een andere moeilijkheid zijn de werktijden en het aantal werkuren. Een zelfstandige kinderopvang houdt een hele hoop taken in, naast het opvangen van de kinderen. Vooral de grote administratieve lasten worden door de ondernemers als zeer belastend ervaren. Deze taken worden dan ook vaak buiten de opvanguren opgenomen. Personeel aanwerven is niet evident Een deel van de werklast zou kunnen overgenomen worden door personeelsleden. Ondernemers geven aan dat ze moeilijk geschikt personeel vinden. Daarnaast geven veel ondernemers aan dat ze het momenteel financieel niet aankunnen om extra personeel in dienst te nemen. Starters maken zich zorgen Een knelpunt dat vooral bij potentiële starters naar voor komt is onzekerheid over de toekomst. Potentiële starters hebben nood aan een duidelijk plan van 5
aanpak waarin de verschillende stappen en mogelijkheden overzichtelijk worden weergegeven en liefst nog door iemand mee worden opgevolgd. Graag oog voor de emotionele belasting in het werk Een laatste knelpunt is emotionele belasting. Zelfstandige ondernemers in de kinderopvang komen wel eens in contact met ontevreden ouders of moeilijke thuissituaties van een kind. Dat weegt emotioneel zwaar. Een luisterend oor kan dan veel betekenen. Er is ook vraag naar ondersteuning om bijvoorbeeld nieuwe maatregelen die niet populair zijn bij ouders goed te kunnen overbrengen. Daarnaast doen ondernemers erg hun best om de kinderen een zo goed mogelijke opvang te bieden. Tijdens controlemomenten hebben ze het gevoel dat die inspanningen niet altijd erkend worden en er weinig aandacht gaat naar wat ze wél goed doen.
6
Over dit onderzoek In deze sectie bespreken we de context, doelstelling en methodologie van het onderzoek. Deze sectie bevat eveneens een overzicht van de gebruikte gegevensbestanden en het profiel van de respondenten.
Context De Vlaamse sociale partners benadrukken in hun Advies Kinderopvang het belang van kinderopvang voor de ontwikkeling van het kind, de mogelijkheden voor ouders en de maatschappij als geheel (SERV, 2021). Ook in eerdere adviezen erkennen de sociale partners het belang van kinderopvang zowel in de periode voorafgaand aan de COVID-19 crisis (SERV, 2019) als in het kader van de heropstart (SERV, 2020). De sociale partners benadrukken eveneens het belang van werkbaar, veilig en gezond werk voor de begeleiders in de kinderopvang. In het regeerakkoord 20192024 engageert de Vlaamse Regering zich om te zorgen voor voldoende, toegankelijke en betaalbare kinderopvang met een goed evenwicht tussen de verschillende types kinderopvang en een mix van groepsopvang en gezinsopvang, zodat ouders zelf het opvangtype kunnen kiezen. En geven ze aan aandacht te hebben voor de financiële leefbaarheid van de sector (Vlaamse Regering, 2019). Vlaanderen heeft een tekort aan plaatsen in de kinderopvang. Ouders moeten hun kinderen vele maanden op voorhand aanmelden om zich een plaats te verzekeren. Uitgebreid onderzoek in het Vlaams gewest in 2018 (Steunpunt WVG, 2019) toont dat op het moment van onderzoek 76,6% van de niet schoolgaande kinderen tussen 3 maand en 3 jaar werden opgevangen in de formele opvang (al dan niet in combinatie met informele opvang). De onvervulde behoefte aan formele kinderopvang wordt geschat op 8,6% wat overeenkomt met ongeveer 13.473 niet-schoolgaande kinderen die gemiddeld 2,6 dagen in de week nood hebben aan formele opvang. Dit zorgt voor een totaal aantal nodige opvangdagen van ongeveer 35.559. Hoewel de behoefte aan opvang groot is, zien we een groot aantal stopzettingen in de sector. Er zijn de laatste jaren meer locaties voor kinderopvang die worden stopgezet dan dat er nieuwe opvanglocaties starten. Dit resulteert in een dalend aantal locaties voor kinderopvang in het Vlaams Gewest tussen 2014 en 2020. Het aandeel locaties met plaatsen waar betaald kan worden volgens inkomenstarief, is vrij stabiel gebleven. In acht op de tien locaties in het Vlaams gewest betalen ouders volgens hun inkomen.
7
Tabel 1: Locaties vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 – Totaal
Jaar
Aantal nieuwe locaties
Aantal gestopte locaties
Aantal locaties
Aantal locaties met IKTsubsidie
Aandeel locaties met IKTsubsidie
2014
269
603
7.837
6.312
81%
2015
486
782
7.684
6.210
81%
2016
486
757
7.422
5.992
81%
2017
434
755
7.139
5.797
81%
2018
440
746
6.920
5.635
81%
2019
417
713
6.669
5.442
82%
2020
347
611
6.424
5.211
81%
Bron: Bewerking gegevens Agentschap Opgroeien, verkregen op 29/11/2021
Het totaal aantal plaatsen in de kinderopvang stijgt wel tussen 2014 en 2020. Dit is zeer waarschijnlijk te wijten aan schaalvergroting. Het aandeel inkomensgerelateerde plaatsen (IKT) is stabiel over de jaren en bedraagt ongeveer driekwart van het totaal aantal plaatsen in het Vlaams Gewest. Tabel 2: Plaatsen vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 - Totaal
Jaar
Aantal plaatsen
Aantal plaatsen met IKT-subsidie
Aandeel plaatsen met IKT-subsidie
2014
84.715
63.360
75%
2015
85.408
63.849
75%
2016
86.163
64.517
75%
2017
86.436
65.239
75%
8
2018
86.325
65.311
76%
2019
88.065
67.261
76%
2020
88.219
67.267
76%
Bron: Bewerking gegevens Agentschap Opgroeien, verkregen op 29/11/2021
Bij zelfstandige ondernemers (organisatoren met rechtsvorm natuurlijk persoon, vennootschap, vennootschap onder firma of feitelijke vereniging) in de kinderopvang zien we eenzelfde trend van starters en stoppers als in de sector in het algemeen. Van 2014 tot 2020 is het aantal locaties die worden stopgezet hoger dan het aantal nieuwe locaties. Daardoor daalt het aantal locaties elk jaar. Met 1.616 locaties in 2020 zijn 25% van het totaal aantal locaties georganiseerd door zelfstandige ondernemers. Het aandeel locaties met inkomensgerelateerde plaatsen stijgt lichtjes van 26% in 2014 naar 31% in 2020. Het percentage met inkomensgerelateerde plaatsen ligt hiermee een stuk lager bij zelfstandige ondernemers dan in het algemeen. Tabel 3: Locaties vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 – Zelfstandige ondernemers
Jaar
Aantal nieuwe locaties
Aantal gestopte locaties
Aantal locaties
Aantal locaties met IKTsubsidie
Aandeel locaties met IKTsubsidie
2014
67
119
1.917
491
26%
2015
98
130
1.912
487
25%
2016
97
98
1.862
489
26%
2017
62
121
1.766
489
28%
2018
59
109
1.713
493
29%
2019
71
114
1.661
498
30%
2020
49
85
1.616
502
31%
Bron: Bewerking gegevens Agentschap Opgroeien, verkregen op 29/11/2021
9
Het aantal plaatsen in de zelfstandige kinderopvang kent niet dezelfde jaarlijkse stijging als de sector in het algemeen. Tussen 2014 en 2016 stijgt het aantal plaatsen om in 2017 terug te dalen. Met 31.331 plaatsen in 2020 wordt 36% van de plaatsen in de kinderopvang aangeboden door zelfstandige ondernemers. Het aandeel inkomensgerelateerde plaatsen ligt lager bij zelfstandige ondernemers dan in het algemeen. Het aandeel stijgt wel lichtjes over de jaren van 35% in 2014 naar 39% in 2020. Tabel 4: Plaatsen vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 – Zelfstandige ondernemers
Jaar
Aantal plaatsen
Aantal plaatsen met IKT-subsidie
Aandeel plaatsen met IKT-subsidie
2014
31.214
10.921
35%
2015
31.354
10.948
35%
2016
31.467
11.130
35%
2017
31.100
11.405
37%
2018
31.047
11.699
38%
2019
31.363
12.113
39%
2020
31.331
12.370
39%
Bron: Bewerking gegevens Agentschap Opgroeien, verkregen op 29/11/2021
Doelstelling Dit onderzoek heeft als doel handvaten te bieden om het zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang te ondersteunen. We brengen daarvoor de drempels en hefbomen voor zelfstandig ondernemerschap in de sector in kaart. Het onderzoek focust op drie onderdelen. •
Ten eerste gaan we na waarom men kiest voor het zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang en wat men als belangrijkste voordelen ervaart.
10
•
Ten tweede bekijken we welke drempels starters ondervinden, wat de moeilijkheden zijn voor de gevestigde ondernemers en wat de voornaamste redenen zijn om de activiteiten stop te zetten.
•
Ten derde gaan we dieper in op de bestaande ondersteuning en zoeken we uit welke hulpmiddelen of initiatieven succesvol zijn in het wegwerken van de drempels en moeilijkheden.
We richten ons in dit onderzoek op voorschoolse kinderopvang door zelfstandige ondernemers. Met voorschoolse opvang bedoelen we de opvang voor niet schoolgaande kinderen (baby’s en peuters) van 0 tot 3 jaar. Opvang van schoolgaande kinderen wordt niet in dit onderzoek opgenomen. Organisatoren van kinderopvang die onder de rechtsvorm natuurlijk persoon, vennootschap, vennootschap onder firma of feitelijke vereniging werken, worden als zelfstandige ondernemers gezien in dit onderzoek.
Onderzoeksmethode We kozen voor een gemengde onderzoeksmethode met een kwantitatief en een kwalitatief gedeelte. In de maand mei en begin juni 2021 werd een online enquête uitgestuurd. Deze werd verzonden naar potentiële starters, gevestigde ondernemers (die momenteel actief zijn als zelfstandig ondernemer in de kinderopvang) en ondernemers in de kinderopvang die de activiteit hebben stopgezet. De gegevens van gevestigde en gestopte ondernemers in Vlaanderen en Brussel werden verzameld via het Agentschap Opgroeien1 . Mogelijke starters werden gecontacteerd op basis van inschrijving voor starterscursus of infomomenten in Vlaanderen of Brussel. De gegevens van deze groep werden verzameld via UNIZO. In totaal werden 2.184 enquêtes verzonden. 506 daarvan (23%) werden volledig ingevuld. Na data cleaning behouden we 469 volledig bruikbare enquêtes.
1
Kind en Gezin, Jongerenwelzijn en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) vormen sinds 1 september 2019 samen het Agentschap Opgroeien.
11
Aan het einde van de vragenlijst konden mensen aangeven of ze bereid waren om hun antwoorden verder toe te lichten in een gesprek. Tussen eind juni en begin juli 2021 werden 14 diepteinterviews afgenomen. Tijdens de interviews kwamen de drie groepen, (potentiële) starters, gevestigde zelfstandigen en gestopte zelfstandigen aan het woord. De resultaten uit de enquête en de interviews werden gecombineerd verwerkt. Op deze manier willen we een zo volledig mogelijk verhaal brengen. Aanvullende gegevens De resultaten uit de enquêtes werden aangevuld met administratieve data van het Agentschap Opgroeien. Op deze manier konden we voor de gevestigde ondernemers en ondernemers die gestopt zijn extra informatie toevoegen over de rechtsvorm van de organisator, subsidies, aantal opvangplaatsen, locatie en vergunningstype. De administratieve data geven een overzicht van de situatie op 22 maart 2021. In de daarop volgende periode kunnen zich veranderingen voordoen. Tevens maken we gebruik van twee datasets om de analyses te verrijken. Ten eerste maken we gebruik van administratieve data van het Agentschap Opgroeien in verband met ondernemers die de afgelopen vijf jaar gestopt zijn. Daarmee krijgen we zicht op de stopredenen die door de administratie zijn ingegeven. De dataset bevat informatie over organisatoren met verschillende rechtsvormen zodat we de vergelijking kunnen maken tussen zelfstandigen en niet-zelfstandigen. De dataset geeft een overzicht van de situatie op 22 maart 2021. In de daarop volgende periode kunnen zich veranderingen voordoen. Ten tweede maken we gebruik van de resultaten van de werkbaarheidsmonitor 2019 bij zelfstandige ondernemers. Een aantal vragen uit de monitor zijn letterlijk overgenomen in de enquête die we zelf uitvoerden en stellen ons in staat de antwoorden van zelfstandige ondernemers in de kinderopvang te vergelijken met die van zelfstandige ondernemers in het algemeen. Enige voorzichtigheid is hierbij aangewezen. De werkbaarheidsmonitor wordt via een schriftelijke vragenlijst afgenomen en werd voor de coronapandemie afgenomen in 2019. Significantietoets Statistische significantie betekent dat het gevonden resultaat (waarschijnlijk) niet op toeval berust. De nauwkeurigheid van een statistisch significant resultaat wordt weergegeven door een pwaarde. We gebruiken p=0,05 als grenswaarde. Indien p≤0,05, dan is de kans dat het gevonden resultaat aan het toeval te wijten is kleiner of gelijk aan 5%. Veilige en anonieme dataverwerking De stichting hecht belang aan een veilige, professionele verwerking van informatie. We namen de nodige maatregelen om een veilige en anonieme verwerking te garanderen, zowel voor de zelf vergaarde informatie via de enquête en interviews als voor de aanvullende datasets. 12
Corona De enquête en gesprekken werden afgenomen tijdens de coronacrisis. We kunnen niet volledig uitsluiten dat de specifieke context die de pandemie met zich meebrengt een invloed heeft op de resultaten. Op basis van de resultaten uit de enquête en de gesprekken blijkt dat de impact van de coronacrisis eerder beperkt is. Zo geeft slechts 4% van de bevraagden die hun onderneming stop hebben gezet corona aan als (mede)oorzaak van hun stopzetting. De impact van corona bij het opstarten of verderzetten van de zaak blijkt ook eerder beperkt. Wanneer we hier verder op doorvragen in de gesprekken blijkt dat de coronacrisis voor sommigen (dankzij de maatregelen van de overheid) zelfs een positief effect heeft gehad.
Profiel bevraagden Hieronder geven we het profiel weer van de respondenten voor de enquête en de diepteinterviews. Respondenten online enquête Van de bevraagden via de enquête werkt 81% momenteel als zelfstandige in de kinderopvang, 12% werkte in het verleden als zelfstandige in de kinderopvang en 7% heeft plannen om een zelfstandige kinderopvang te starten. Het grootste deel van de ingevulde enquêtes is afkomstig van gevestigde ondernemers in de sector. Potentiële starters en ondernemers die de activiteit reeds hebben stopgezet, reageerden zoals verwacht minder vaak. Het is goed mogelijk dat een deel van de aangeschreven potentiële starters hun plannen reeds hebben opgeborgen en daarom de bevraging niet invulden. Wie reeds gestopt is ziet mogelijk minder de voordelen van het invullen van de bevraging in, of maakt geen gebruik meer van het e-mailadres dat verbonden is aan de gesloten kinderopvang. Bij diegenen die momenteel als zelfstandige werken (verder gevestigde ondernemers genoemd) werden de resultaten uit de enquête aangevuld met administratieve data. Voor zeven gevestigde ondernemers (2%) zijn geen administratieve data beschikbaar. Onder de gevestigde ondernemers heeft de meerderheid (60%) de rechtsvorm van natuurlijk persoon, 23% van een feitelijke vereniging, 12% van een vennootschap en de overige 3% van een vennootschap onder firma (VOF). Eén op drie gevestigde ondernemers (32%) is vergund als gezinsopvang en 67% als groepsopvang. 38% ontvangt geen subsidies, 38% ontvangt een basissubsidie en 23% een basissubsidie en een subsidie inkomenstarief. Meer dan de helft van de respondenten (54%) is middengeschoold en heeft als hoogst behaalde diploma een diploma hoger secundair onderwijs. 30% is hooggeschoold en heeft als hoogst behaalde diploma een diploma hoger onderwijs of een universitair diploma. De overige 16% be13
haalde of geen diploma, of een diploma lager onderwijs of een diploma lager secundair onderwijs. De meerderheid (53%) heeft een attest bedrijfsbeheer en 36% heeft een attest organisatorisch beheer in de kinderopvang. Tabel 5: Profiel respondenten enquête
Huidige positie
Rechtsvorm (*)
Potentiële starter
7%
Natuurlijk persoon
60%
Gevestigde ondernemer
81%
Feitelijke vereniging
23%
Gestopte ondernemer
12%
Vennootschap
12%
Vennootschap onder firma
3%
Niet gekend
2%
Vergunningstype (*)
Subsidies (*)
Gezinsopvang
32%
Geen
38%
Groepsopvang
67%
Basissubsidie
38%
Niet gekend
2%
Basissubsidie + inkomenstarief
23%
niet gekend
2%
Opleidingsniveau
Attest bedrijfsbeheer
Kort
16%
Midden
54%
Hoog
30%
Ja
53%
Attest organisatorisch beheer ko Ja
36%
(*) Informatie heeft enkel betrekking op gevestigde ondernemers
Respondenten diepte-interviews Er werden veertien diepte-interviews afgenomen. Om de privacy van de respondenten te garanderen maken we gebruik van fictieve namen en worden geen onnodige details over de persoon en zijn of haar werkomgeving weergegeven. 14
We interviewden vier potentiële starters: Katrien werkt momenteel als opvoedster bij kinderen met een beperking. Een aantal jaren geleden overwoog ze om samen met een collega een kinderopvang te starten. Toen ze zwanger werd vond ze de onzekerheid van een zelfstandige activiteit te groot en werden de plannen opgeborgen. Frank is opvoeder bij volwassenen met een beperking. Hij speelt met het idee om als zelfstandige in de kinderopvang te beginnen. De onzekerheid schrikt hem momenteel af maar eens een duidelijk bedrijfsplan in handen wil hij de stap zetten. Fatima werkte bijna haar hele leven als zelfstandige in verschillende sectoren. Ze wil haar passie voor kinderen, personeel en ondernemerschap combineren door een kinderopvang te starten en volgt hiervoor momenteel een opleiding. Claudia werkt momenteel als verzorgende in het bijzonder onderwijs. Ze plant om samen met een aantal gelijkgestemden een kinderopvang te beginnen waar onder meer ecologie en natuur centraal staan. Momenteel liggen de plannen stil omdat er geen locatie beschikbaar is. We hadden zeven gesprekken met gevestigde ondernemers in de kinderopvang: Stefanie nam kortgeleden samen met haar nicht de opvang van haar werkgever over. Stephan stapte mee in de zaak van zijn moeder om de administratieve kant op zich te nemen. Tegelijkertijd werkt hij als zelfstandige in een andere sector. Ria begon een zelfstandige kinderopvang nadat ze zelf kinderen kreeg. Ze volgde samen met een collega een opleiding en ze gingen samen van start. Leen werkte jaren als medewerker in de kinderopvang en besloot nadien haar eigen opvang op te starten. Helga begon 11 jaar geleden samen met haar schoonzus een kinderopvang in het huis van haar moeder. Katrijn begon na haar carrière als verpleegkundige een eigen kinderopvang. Intussen doet ze dit al 18 jaar. Hendrik nam samen met zijn vrouw de kinderopvang van hun werkgever over. Hij werkt er nu deeltijds als zelfstandige en werkt deeltijds als verantwoordelijke voor de keuken in de zorgsector. Tot slot spraken we drie stoppers, die in het verleden als zelfstandige in de kinderopvang aan de slag waren: 15
Anne werkte in het verleden als zelfstandige in de kinderopvang. Ze regelde de stopzetting van de opvang zo dat de meeste van de kinderen de leeftijd hadden om naar school te gaan en is nu op vervroegd pensioen. Marjan had samen met haar man een zelfstandige zaak. Momenteel geniet ze van haar pensioen. Brigitte nam de zaak van haar moeder over. Na 15 jaar besloot ze de zaak stop te zetten en als bediende in de kinderopvang aan de slag te gaan.
Onderzoeksresultaten In de komende hoofdstukken brengen we de inzichten uit de enquête, de interviews en de aanvullende gegevensbronnen (werkbaarheidsmonitor en administratieve data van het Agentschap Opgroeien) samen. We bespreken eerst de aantrekkelijke aspecten van zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang. Daarna bespreken we de knelpunten. Per knelpunt bespreken we de bevindingen op gebied van ondersteuning en mogelijke hefbomen.
Waarom zelfstandig ondernemen in de kinderopvang? We vroegen welke aspecten de respondenten als grootste voordelen voor zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang zien. Respondenten konden hierbij tot vijf aspecten selecteren. De vijf belangrijkste voordelen zijn het werken met kinderen (83%), de flexibiliteit (45%), de autonomie (44%), een werkplek dichtbij huis (43%) en een antwoord kunnen bieden op de nood aan kinderopvang (42%).
16
Figuur 1: Grootste pluspunten aan zelfstandig ondernemen in de kinderopvang
Werken met kinderen
83%
Flexibiliteit
45%
Autonomie
44%
Een werkplek dichtbij huis
43%
Antwoord bieden op nood aan kinderopvang
42%
Werken met ouders
35%
Eigen kinderen kunnen opvangen
28%
Inkomen
23%
Balans werk en privé
18%
Oplossing ontevreden als werknemer
6%
Oplossing gebrek kansen als werknemer
5%
Andere
8%
N=469
Plezier van werken met kinderen en ouders Als zelfstandig ondernemer in de kinderopvang kom je dagelijks in contact met kinderen en ouders. Je krijgt zoveel terug van kinderen Werken met kinderen is dé reden bij uitstek om aan een kinderopvang te beginnen en blijft ook voor gevestigde ondernemers het grootste pluspunt aan de job. Ook wie gestopt is in de kinderopvang houdt meestal veel positieve herinneringen over aan het werken met kinderen. Wanneer we vragen naar de tevredenheid met verschillende aspecten van het werk scoort werken met kinderen dan ook het beste van alle aspecten. 92% van de gevestigde zelfstandigen in de kinderopvang is tevreden met de contacten met de kinderen. Werken met kinderen is voor sommigen altijd al een droom geweest, bij anderen kwam de interesse later. Verschillende geïnterviewden geven aan dat hun interesse in werken met kinderen 17
vooral aangewakkerd werd toen ze zelf kinderen kregen. Tijdens de opvoeding van hun eigen kinderen merkten ze dat ze het graag doen en er goed in zijn. Een rol spelen in de opvoeding van jonge kinderen en hen zien evolueren, dat geeft voldoening, daar zijn alle geïnterviewden het over eens. Tijdens de gesprekken komt het enthousiasme en het plezier waarmee men dat doet duidelijk over. “Ik doe het echt voor de kin-
“Met die jonge kinderen wer-
“Werken met jonge kinderen
deren en de liefde en waar-
ken vind ik heel leuk. Daar
is heel leuk omdat je hen nog
dering die je van hen krijgt.
doe ik het voor. Kindjes hun
zo veel kan bijbrengen. Je ziet
Die kinderen herkennen je
eerste stapjes leren zet-
ze evolueren van 6 maanden
nog altijd jaren later als ze al
ten bijvoorbeeld. Dat zijn
oud tot ze naar school gaan.
in de kleuterschool zitten. Je
speciale momenten en dat is
Dat is altijd heel leuk om mee
krijgt zoveel terug van die
heel fijn.”
te maken. Ook omdat elk
kinderen. Daar doe ik het voor.”
kind anders is en zijn eigen Brigitte
specifieke karakter heeft.”
Ria
Leen
Het vertrouwen van ouders krijgen is belangrijk Ook contacten met ouders zijn uiteraard zeer belangrijk voor een positieve ervaring. De meeste ondernemers zijn ook daar erg tevreden over. Zo blijkt wanneer we vragen naar de tevredenheid met verschillende aspecten van het werk, dat 90% van de gevestigde zelfstandigen in de kinderopvang tevreden is met de contacten met ouders. De geïnterviewde zelfstandigen steken ook veel energie in die contacten met ouders. Ze hebben een facebookgroep waar ze foto’s en info op delen, organiseren paastochten, picknicks of andere activiteiten buiten de kinderopvang. Katrijn heeft het over contacten met ouders die soms uitgroeien tot vriendschappen en de voldoening die het vertrouwen van de ouders brengt: “De contacten en vriendschappen met ouders zijn super. We organiseren minstens eens per jaar een samenkomst met de ouders en kindjes buiten de opvang. De meeste ouders komen ook terug wanneer ze hun tweede of derde kindje krijgen. Dat is leuk want dat geeft aan dat ze je vertrouwen en dat je het werk goed doet.”
Ruimte om eigen aanpak te bepalen Autonomie en flexibiliteit worden door zelfstandigen in het algemeen vaak als groot pluspunt aangegeven. Dat is in de kinderopvangsector niet anders. Autonomie en flexibiliteit, het kunnen doen op de eigen manier en de accenten leggen waar men wil. Dat is het tweede grootste voor18
deel aan het zelfstandig ondernemen in de kinderopvang. Het is de reden bij uitstek waarom de bevraagden ervoor kiezen om onder een zelfstandig statuut te werken. Die eigen accenten leggen gebeurt op allerlei gebieden van de zelfstandige kinderopvang. Sommigen kiezen er bijvoorbeeld bewust voor om kleinschalig te blijven waardoor ze kunnen verzekeren dat de kinderen alle begeleiders kennen en andersom. Stefanie nam de kinderopvang van haar werkgever over en is blij dat ze nu haar eigen accenten kan leggen: “Om een voorbeeldje te geven, wij vinden knutselen en creativiteit heel belangrijk en investeren ook vaak in nieuwe materialen om te knutselen enz. Mijn bazin maakte daar andere keuzes in.” Claudia zou graag een eigen opvang opstarten om haar visie op gebied van opvoeding te kunnen implementeren: “De reden waarom ik het als ondernemer wil doen en niet als werknemer is dat ik mijn eigen visie wil verwezenlijken. Ik wil mijn creativiteit en passie daarin kunnen leggen. Mijn oudste gaat nu naar een Steinerschool waar hij het heel goed doet en helemaal opbloeit. Het is die visie die ik ook in de kinderopvang zou willen steken.” Nog anderen, zoals Hendrik, stellen het sociale aspect van de opvang voorop: “Wij zijn een sociale onderneming. We willen sociale ongelijkheid mee verhelpen en stellen een sociale aanpak en een persoonlijke werking voorop.”
Een werkplek dichtbij huis De mogelijkheid om een werkplek dichtbij huis te hebben wordt door 43% van de respondenten als een van de belangrijkste voordelen van zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang gezien. Wanneer je zelf je zaak opzet kan je kiezen voor een locatie dichtbij huis. Hoewel die zoektocht naar de juiste, dichtbij zijnde locatie niet altijd vlot verloopt. Een kinderopvang start je niet zomaar op om het even welke locatie, de locatie moet aan heel wat voorwaarden voldoen. Daarbij komt dat het huren of aanschaffen van een locatie een grote kost is. Verschillende geïnterviewden kozen ervoor om hun opvang thuis te organiseren. Ria huurde eerst een pand, wat een grote kost was. “Ik heb drie jaar gehuurd maar nu doe ik het thuis. We hebben verbouwingen gedaan en de kinderopvang thuis gemaakt.” Ook Helga startte dichtbij huis in de woning van haar moeder: “11 jaar geleden ben ik met mijn schoonzus gestart. We hadden allebei ervaring in de kinderopvang en zijn dan samen een opvang begonnen in het huis van mijn moeder.” Frank, die nadenkt over de opstart van een zelfstandige activiteit in de kinderopvang, erkent de voordelen van werk dichtbij huis maar ziet een opvang in de eigen woning niet zitten: “Je wil natuurlijk dat het pand dichtbij is. Je klopt sowieso lange dagen in de kinderopvang. Dan is het niet 19
doenbaar als je lang moet pendelen voor- en nadien. Een oplossing zou dan zijn om het thuis te doen maar dat lijkt mij geen goed idee voor de werk-privé balans.”
Maatschappelijk relevant werk Voor 42% van de bevraagden is het voorzien in noodzakelijke kinderopvang een van de voornaamste voordelen aan zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang. Om aan de opvangbehoefte te kunnen voldoen is er meestal nood aan een combinatie van publieke en private initiatieven en dus aan zelfstandige ondernemers die een deel van de opvang op zich nemen. Voor Frank is de opvangnood één van de redenen om een carrière in de kinderopvang te overwegen: “Zorg voor kinderen geeft mij voldoening en er is een grote nood aan dus tegelijk kan je een oplossing bieden voor het tekort aan opvang.” Leen ervaarde zelf hoe moeilijk het was om opvang te vinden voor haar kinderen: “Wij konden zelf niet rekenen op opvang van familie dus moesten we kinderopvang voorzien. Dat was moeilijk te vinden. Toen mijn dochter drie was heb ik beslist om hiermee te beginnen.” Hendrik vertelt dat een van hun opvanglocaties niet winstgevend is maar ze die toch open houden voor de kinderen: “We zijn een sociale onderneming. Het is ook daarvoor dat we het doen. Mochten we het uit financiële overweging doen zouden we één locatie gewoon moeten sluiten. Uit sociale overweging doen we dat niet. We hebben daar kindjes en we hebben daar twee personeelsleden.” Verschillende geïnterviewden namen eerst contact op met de gemeente of stad om als werknemer in de opvang te werken maar kregen daar te horen dat ze op dat moment niemand zochten of werden aangeraden om als zelfstandige aan de slag te gaan.
Waar knelt het schoentje? Hoewel het zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang duidelijk een aantal voordelen heeft en een aantrekkelijke keuze is voor sommigen, zijn er ook een aantal knelpunten. We vroegen de gevestigde zelfstandige ondernemers hoe tevreden ze zijn met de keuze voor het zelfstandig ondernemerschap. 65% geeft aan eerder tevreden (38%) of zeer tevreden (27%) te zijn. Dat resultaat ligt significant lager dan de 75% tevredenheid bij zelfstandig ondernemers in het algemeen die we zien in de meting van de werkbaarheidsmonitor in 2019. Tevens geeft bijna één op de vier (23%) bevraagde ondernemers die momenteel actief zijn in de kinderopvang aan de activiteiten in de nabije toekomst te zullen verminderen of stop te zetten. Ook deze score verschilt significant van zelfstandig ondernemers in het algemeen (werkbaarheidsmonitor 2019) waarbij 17% aangeeft in de nabije toekomst de activiteiten te verminderen of stop te zetten. 20
Deze resultaten maken duidelijk dat zelfstandig ondernemen in de kinderopvang niet vanzelfsprekend is. We gaan hieronder verder in op de drempels die ervaren worden door starters, de moeilijkheden die gevestigde ondernemers ondervinden en de redenen om de activiteiten stop te zetten. Daarna bespreken we het gebruik van en de wens naar verschillende vormen van ondersteuning. Na dit overzicht gaan we dieper in op de belangrijkste knelpunten en bespreken we per knelpunt tevens de bevindingen op gebied van ondersteuning en mogelijke hefbomen. De voornaamste knelpunten We vroegen welke aspecten de respondenten als grootste moeilijkheden voor zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang zien. Respondenten konden hierbij tot vijf aspecten selecteren. De vijf voornaamste moeilijkheden voor starters en gevestigde ondernemers zijn de beperkte sociale rechten (77%), administratieve taken (67%), financiële haalbaarheid (65%), regelgeving en voorwaarden (48%) en werktijden (40%).
Figuur 2: Grootste moeilijkheden voor zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang
Beperkte sociale rechten
77%
Administratieve taken
67%
Financiële haalbaarheid
65%
Regelgeving en voorwaarden
48%
Werktijden
40%
Vinden van geschikt personeel
36%
Onzekerheid over de toekomst
26%
Fysiek zwaar werk
21%
Gebrek aan info en ondersteuning
18%
Hoeveelheid werk
17%
Balans tussen werk en privé
17%
Vinden van een geschikte locatie
8%
Emotioneel zwaar
7%
Andere
6%
N=469
Wie reeds gestopt is geeft als voornaamste oorzaak voor het stopzetten de financiële onleefbaarheid (43%), administratieve redenen (25%), balans tussen werk en privé (25%), gezondheidsredenen (20%) en familiale redenen (18%). Slechts 4% geeft gevolgen van de coronacrisis aan als 21
oorzaak om de activiteiten stop te zetten. Deze cijfers moeten met enige voorzichtigheid bekeken worden. Het aantal antwoorden van ondernemers die gestopt zijn is beperkt. Uit administratieve data van het Agentschap Opgroeien komen gelijklopende conclusies. Wanneer een kinderopvang wordt stopgezet, houdt het Agentschap Opgroeien een reden van stopzetting bij. We bekeken de redenen voor stopzetting van kinderopvang tussen 2015 en 2020. De voornaamste reden is ouderdom of pensionering. Dit zowel bij zelfstandige ondernemers als bij organisatoren die onder een andere rechtsvorm functioneren. Op de tweede plaats komt bij zelfstandig ondernemers in de kinderopvang de financiële onleefbaarheid als stopreden. Voor 12% van de zelfstandige ondernemers is dit de reden om te stoppen. Bij andere rechtsvormen komt deze oorzaak veel minder voor met slechts 2%. Een gelijkaardig patroon zien we bij de administratieve redenen waarbij 10% van de zelfstandigen dit als reden geeft in vergelijking met 2% bij andere rechtsvormen. Ontvangen vormen van ondersteuning Er zijn nog heel wat drempels te overwinnen om potentiële starters op weg te helpen en gevestigde ondernemers in de kinderopvang in optimale omstandigheden te laten werken. De juiste ondersteuning kan daarbij helpen. We vroegen de respondenten welke vorm van ondersteuning ze kregen of krijgen bij het opstarten of uitbaten van hun zelfstandige kinderopvang. Vandaag zegt 42% van de respondenten geen ondersteuning te krijgen of gekregen te hebben in het verleden. Wanneer men wel ondersteuning kreeg of krijgt is die vooral van financiële (27%) of morele (26%) aard.
Figuur 3: Ontvangen vormen van ondersteuning
Ik kreeg of krijg geen ondersteuning
42%
Financiële ondersteuning
27%
Morele ondersteuning
26%
Praktische ondersteuning
19%
Hulp bij het opmaken van een bedrijfsplan
12%
Hulp bij het nemen van zakelijke beslissingen
6%
Andere
5%
N=469 22
Gewenste vormen van ondersteuning Een kwart (24%) van de respondenten geeft aan voldoende te hebben aan de ondersteuning die men reeds kreeg of krijgt. Diegene die geen extra ondersteuning wensen zijn vooral ondernemers die momenteel aan het werk zijn en reeds verschillende vormen van ondersteuning krijgen of kregen. Bij driekwart van de respondenten is wel vraag naar bijkomende ondersteuning en dan vooral naar praktische (44%) en financiële ondersteuning (31%).
Figuur 4: Gewenste vormen van ondersteuning
Praktische ondersteuning
44%
Financiële ondersteuning
31%
Ik wens geen extra ondersteuning
24%
Morele ondersteuning
21%
Hulp bij het nemen van zakelijke beslissingen
20%
Hulp bij het opmaken van een bedrijfsplan
17%
N=469
Een stevig vangnet verzekeren Als zelfstandige val je onder een ander statuut voor sociale zekerheid dan als werknemer. De sociale zekerheid wordt door veel zelfstandigen als een moeilijkheid ervaren (UNIZO, 2017). Die ontevredenheid zien we ook terug bij de zelfstandigen in de kinderopvang. Bij hen komt die ontevredenheid zelfs nog iets sterker naar voor dan bij zelfstandigen in het algemeen. Slechts 9% van de zelfstandigen in de kinderopvang geeft in onze bevraging aan tevreden te zijn met de sociale bescherming. Bij de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen in het algemeen is dit 18% (werkbaarheidsmonitor 2019). Wat als het misloopt? KNELPUNT Voor mogelijke starters zorgt de sociale zekerheid voor kopzorgen. Bij zowel Frank als Katrien zetten de beperkte sociale rechten een rem op de start van een zelfstandige opvang. Frank blijft voorlopig als werknemer aan de slag: “Mijn job nu geeft zekerheid van inkomen en van pensioen
23
etc. Mocht ik meer zekerheid hebben over zelfstandig ondernemen in de kinderopvang zou ik de stap graag zetten.” Katrien werd tijdens het overwegen van de opstart zwanger: “Nadien zijn de plannen zowat opgeborgen. Wanneer je een kind hebt wil je een stabiele en zekere situatie.” Ook Stefanie, die momenteel zelfstandige is en een kindje verwacht, uit haar bezorgdheid: “Ik ga binnen een aantal maanden bevallen. Momenteel loopt alles goed met mijn zwangerschap maar ik maak mij wel zorgen indien er problemen zouden optreden. Wat als het misloopt? Wat als je ineens vroeger uitvalt? Dan krijg ik maar 40 euro per dag en daar komen wij als gezin gewoon niet mee rond. Terwijl mijn man ook een goeie vaste job heeft. Waar ik wel blij mee ben is de 15 weken bevallingsverlof. Maar ouderschapsverlof en borstvoedingsverlof dat kan zeker nog beter.“ Brigitte stapte over van het zelfstandige statuut naar het werknemerschap in de kinderopvang: “Ik ben vooral als werknemer gestart om een pensioen en sociale rechten op te bouwen. Ik word een dag ouder en dan ben je gevoeliger en word je al eens sneller ziek. Als zelfstandige heb je dan minder een opvangnet.” Het is belangrijk te weten hoe je de nodige bescherming kan voorzien HEFBOOM Helga en Ria geven aan dat er nog heel wat onduidelijkheid bestaat over de sociale bescherming en hoe je jezelf het beste indekt. “Er is veel onduidelijkheid over de sociale kas. Wij hebben de eerste jaren blijkbaar te weinig bijdrage betaald waardoor we ineens bij moesten betalen. Iemand zou dat soort dingen moeten meegeven, dat je beter te veel betaalt om nadien terug te krijgen. Zodat je daar nadien niet staat met een onverwachte rekening van 3000 euro. Zeker wanneer je net opstart is dat serieus verschieten.” zegt Helga. Ook Ria kwam uit de lucht gevallen tijdens een gesprek met de boekhouder: “Het is vooral belangrijk dat ze vertellen hoe je de nodige bescherming kan voorzien en welke verzekering je moet nemen enz. Nu kwam mijn boekhouder daarmee aan en ik viel uit de lucht.”
Het hoofd boven water houden Een van de engagementen van de Vlaamse regering is om de sector financieel leefbaar te maken. De financiële leefbaarheid is een zeer terecht aandachtspunt. Zowel voor starters als gevestigde ondernemers in de kinderopvang is het financiële aspect een moeilijkheid. Het is tevens een van de voornaamste redenen om de zelfstandige activiteit in de kinderopvang stop te zetten. De tevredenheid met de financiële aspecten van het ondernemerschap in de kinderopvang ligt niet bijzonder hoog. 38% van de bevraagde ondernemers in de kinderopvang geeft aan tevreden te zijn met zijn of haar inkomen. Dit tegenover 48% bij zelfstandige ondernemers in het algemeen (werkbaarheidsmonitor 2019). 37% is tevreden met de financieel-economische toestand van de zelfstandige activiteit. Dit tegenover 50% van de zelfstandige ondernemers in het algemeen. Slechts 20% is tevreden over de mogelijkheid om financiering of een lening te bekomen. Dit tegenover 55% van de zelfstandige ondernemers in het algemeen. 24
Je startbudget moet groot zijn terwijl je inkomsten onzeker zijn KNELPUNT Potentiële starters maken zich zorgen over de financiële haalbaarheid. Ten eerste maakt men zich zorgen over het startbudget. Fatima vat de zorgen van vele potentiële starters hieromtrent goed samen: “Je startbudget moet redelijk groot zijn want je moet de locatie inrichten, pampers inslaan, eten inslaan, enz. Daarbij is er twijfel over de inkomsten omdat je niet zeker weet of kinderen gaan opdagen. Daar maakt de bank ook een probleem van want die willen zekerheid van inkomsten.” Wanneer je andere kinderdagverblijven over kop ziet gaan omwille van financiële redenen worden die bedenkingen alleen groter, geven zowel Katrien als Frank aan. Gevestigde ondernemers in de kinderopvang beamen in hun gesprekken dat de eerste jaren financieel uitdagend zijn. Je moet een pand huren, kosten doen om het pand in orde te maken, te laten voldoen aan de normen, in het begin heb je vaak geen volledige bezetting omdat je naam nog niet bekend is, je kan geen beroep doen op extra subsidies wanneer die bezetting nog niet in orde is etc. Leen is al jaren aan de slag als zelfstandige in de kinderopvang en vertelt over het verschil tussen die beginjaren en haar huidige situatie: “Ik doe dit al zo lang dat ik ook niet zo veel kosten meer heb. Mijn infrastructuur is in orde enz. dus echt grote investeringen hoef je niet meer te doen. In het begin is dat moeilijker want op dat moment krijg je financieel niets terwijl je veel kosten hebt. Zeker met alle bijkomende regelgeving.” Ook wanneer je start met een overname, en daarmee verwacht dat het grootste deel in orde is, kan je financieel voor verrassingen komen te staan. Zo vertelt Anne, die uiteindelijk gestopt is met haar zelfstandige kinderopvang: “Die overname was moeilijker dan gedacht. Je betaalt een prijs voor de overname maar hebt nadien nog veel extra kosten. Het zijn die extra kosten die mij de das een beetje hebben om gedaan. Ik ben uiteindelijk gestopt omdat het financieel niet meer haalbaar was en dat zette druk op mijn gezin.” Het is moeilijk om subsidies te bekomen KNELPUNT De subsidieregeling is eveneens een veel besproken aspect van het financiële plaatje. Wanneer we het hebben over de financiële kant van de kinderopvang is het zinvol de subsidieregeling mee in acht te nemen. De basissubsidie, de subsidie voor inkomenstarief en de plussubsidie werken zoals een trap. Wie de subsidies van een hogere trede krijgt, krijgt ook de subsidies van de lagere trede(s) en moet ook aan de voorwaarden voor die lagere trede(s) voldoen. In trap 0 zitten alle initiatieven die geen enkele subsidie van Opgroeien ontvangen. Wie in trap 1 zit, krijgt een basissubsidie. In trap 2 komt daar nog de subsidie voor inkomenstarief bij en in trap 3 de plussubsidie. De aanvraag om toe te treden tot trap 1, 2 of 3 van het subsidiesysteem is enkel mogelijk wanneer de Vlaamse Regering daarvoor een oproep lanceert. De beschikbare middelen
25
worden verdeeld tussen de aanvragers aan de hand van programmatiecriteria. Er wordt een afweging gemaakt tussen de vraag in de gemeente of de regio en het reeds beschikbare aanbod 2. De tevredenheid over de mogelijkheid om financiering of een lening te krijgen, hangt voor een deel samen met de subsidies waar men reeds beroep op kan doen. Hoe hoger de subsidietrap, hoe groter de tevredenheid. Vooral ondernemers met een subsidie voor inkomenstarief tekenen een grotere tevredenheid op met 37% tevredenheid tegenover 15% tevredenheid bij ondernemers zonder subsidie voor inkomenstarief. Tijdens de gesprekken komen de impact van subsidies en de mogelijkheid die te ontvangen vaak naar voor. Men geeft aan dat het niet steeds duidelijk is wanneer men beroep kan doen op subsidies. Veel ondernemers zouden er graag beroep op doen maar krijgen ze niet. Stefanie vertelt dat ze bij de overname rekenden op subsidies maar die niet kregen: “De vorige eigenaar kreeg die wel maar wij na de overname niet om een of andere reden. We hadden die wel voorzien en hadden dus redelijk grote investeringen gemaakt met dat in het achterhoofd. Daardoor zitten we nu met wat schulden.” In bijna alle gesprekken geven ondernemers aan dat ze subsidies aanvragen maar ze niet krijgen. Stephan: “Ze geven subsidies voor inkomensgerelateerde opvang maar als wij op zo’n vraag inchrijven worden we altijd afgewezen.” Verschillende geïnterviewden geven aan dat ze de huidige subsidieregeling ervaren als oneerlijke concurrentie. Ria: “Onze prijzen liggen hoger omdat we niet kunnen inschrijven voor IKT. De concurrentie heeft wel IKT en dus lagere prijzen. We moeten daarom constant reclame maken om onze volledige bezetting te halen. “ Hendrik: “Door onze locatie komen we niet in aanmerking voor subsidies. Die gaan in de eerste plaats naar de centrumsteden of de grotere spelers3. Van die grote spelers, die meestal wel met IKT kunnen werken, hebben wij in mijn ogen oneerlijke concurrentie. Dat zorgt voor een ontwricht systeem.“ Daarbij hangt de mogelijkheid om subsidies te krijgen niet altijd af van wat je aanbiedt maar evenzeer van de vraag. Zo legt Helga uit: “Wij krijgen subsidies voor onze flexibiliteit 4. We bieden
2
Meer info over subsidies voor kinderopvang: https://www.kindengezin.be/img/subsidies-baby-en-peuters.pdf
3
De plaatsen voor subsidies worden verdeeld op basis van programmatieregels die bij die oproep bekend gemaakt worden. Als er onvoldoende budget is om iedereen een subsidie te geven, worden de nieuwe middelen ingezet in regio’s waar de nood het hoogst is. Ze worden volgens een spreidingssleutel en vooraf bepaalde criteria verdeeld.
4
Naast de subsidies opgenomen in het trappensysteem zijn nog andere subsidies mogelijk. De subsidie flexibele gezinsopvang is daar één van. Deze subsidie is bedoeld voor kinderopvang op atypische openingsmomenten in een gezinsopvang. Ze geldt ook voor samenwerkende aangesloten onthaalouders. De organisator heeft een subsidie inkomenstarief.
26
die flexibele uren aan omdat er vraag naar is. Als er morgen geen ouders meer zijn die vragen naar opvang op afwijkende uren, bieden we in principe geen flexibele opvang meer en zijn we die subsidies kwijt. We moeten ook voorrangsgroepen hebben maar in de regio zijn er heel weinig. Wij doen ons best om kansengroepen aan te trekken en welkom te heten. Maar als ze er niet zijn kan je ze ook moeilijk voorrang geven.“ Grote vraag naar financiële ondersteuning HEFBOOM Gezien de zorgen over de financiële haalbaarheid van een zelfstandige activiteit in de kinderopvang, valt een vraag naar financiële ondersteuning te verwachten. 27% van de respondenten krijgt of kreeg financiële ondersteuning. Financiële ondersteuning komt voornamelijk van een organisatie die kinderopvang ondersteunt (46%) en van de bank door middel van een lening (30%). 25% geeft aan financiële ondersteuning via familieleden of vrienden te (hebben) ontvangen.
Figuur 5: Ontvangst en wens financiële ondersteuning
27%
31%
krijgt
42%
wenst
wenst niet
N=469
31% krijgt geen financiële ondersteuning maar wenst ze wel. Vooral organisatoren van kinderopvang die momenteel geen extra subsidies krijgen (Trap 0) , zijn vragende partij voor extra financiele ondersteuning. De vraag naar financiële ondersteuning is groter bij potentiële starters en bij mensen die reeds gestopt zijn dan bij gevestigde ondernemers. We vroegen de reeds gestopte ondernemers of extra ondersteuning de stopzetting had kunnen voorkomen. Zeven op de tien geeft aan van wel. Wanneer we vragen welke ondersteuning dat had moeten zijn geeft de helft van de groep financiële ondersteuning als antwoord. Toekennen van subsidies HEFBOOM Die financiële ondersteuning kan verschillende vormen aannemen. De verschillende trappen van subsidiering komen tijdens de gesprekken vaak aan bod. Veel zelfstandigen zijn vragende partij om inkomen gerelateerd te werken maar er worden veel aanvragen, om een verscheidenheid aan redenen, afgewezen. 27
Informeren over financiering HEFBOOM Evengoed gaat het bij financiële ondersteuning over het wegwijs maken in zaken die met financiering samenhangen. Zo vernam Claudia bijvoorbeeld op een infosessie van Kind en Gezin dat het Vlaams investeringsfonds tot 60% financiering kan geven. Later bleken ze toch niet aan de voorwaarden te voldoen. In al het mailverkeer dat we hierover hadden zei niemand ons dat we niet aan de voorwaarden voldeden. Dat is wel frustrerend.” Locatie voorzien HEFBOOM Voor starters kan het ook gaan om het voorzien van een locatie. Zo loopt bij Claudia de opstart van haar kinderopvang voorlopig vast omdat ze geen locatie vindt: “We zochten naar een locatie en uiteindelijk zouden we onder erfpacht een locatie gevonden hebben. Uiteindelijk hebben die mensen afgehaakt. Nu hebben we dus geen locatie meer en daar lopen we vast.”
Het uitpluizen van regelgeving en administratie Administratieve taken en regelgeving en voorwaarden komen op de tweede en vierde plaats wanneer het gaat over de belangrijkste minpunten en moeilijkheden van het zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang. Ook stoppers geven administratieve redenen als stopreden aan in 25% van de gevallen. Uit een vergelijking van cijfers van het Agentschap Opgroeien van de stopredenen van kinderopvang tussen 2015 en 2021 blijken deze administratieve taken een belangrijkere stopreden te zijn onder zelfstandigen dan bij organisatoren met een andere rechtsvorm. De invulling van regelgeving KNELPUNT Tijdens de gesprekken werd vaak gesproken over de regelgeving en de administratieve lasten. Alle geïnterviewden zijn het erover eens dat er regelgeving moet zijn om het welzijn en een volwaardige, veilige opvang voor de jonge kinderen te garanderen. Over de invulling van de regelgeving en de controle hierop worden bezorgdheden geuit. Een eerste probleem waar sommige ondernemers tegenaan lopen is om de regelgeving volledig te begrijpen. Stefanie geeft aan dat ze, wanneer nieuwe regelgeving doorgegeven wordt, altijd veel werk moet besteden aan het doorploegen van de informatie. “We krijgen een nieuwsbrief met heel veel info over veel verschillende onderwerpen. Je moet dat beginnen doorploegen en uitpluizen. ”Ook na grondig lezen is het niet steeds duidelijk wat er moet gebeuren. Helga geeft aan: “Ik heb een boekhouder maar die lijkt het ook niet altijd goed te weten omdat de regelgeving voor kinderopvang zo specifiek is. Ik moet soms zelf meer meegeven hoe en wat er nu moet op vlak van boekhouding gewoon omdat de situatie zo complex en specifiek is.” Maar ook wanneer de regelgeving wel duidelijk is geven veel ondernemers aan dat de invulling niet volledig goed zit.
28
Tijdens de gesprekken wordt verschillende keren aangehaald dat de regelgeving niet altijd lijkt te stroken met de realiteit. Anne en Hendrik vertellen dat de realiteit er vaak anders uitziet dan op papier. Anne: ”Ze spreken daar over halve kinderen en halve personeelsleden. Van achter een bureau klopt dat misschien allemaal maar voor ons, wij kunnen daar niet veel mee.” Hendrik: “Aan die 20% kansengroepen5 komen is moeilijk. Dat is organisatorisch echt niet simpel Op papier is dat allemaal goed maar de praktijk is anders. Je moet dan bij de aanwerving van een kind al meteen gaan vragen of de mensen een laag inkomen hebben en hopen van wel. Of op zoek gaan naar mensen die net gescheiden zijn ofzo om aan je 20% te komen. Zelfs wanneer je, zoals wij, echt de doelstelling hebt om als een sociale onderneming te werken is het alles behalve vanzelfsprekend in de praktijk.” Stefanie en Leen merken op dat inspecteurs en begeleiders weinig ervaring lijken te hebben met het werk in de kinderopvang en pleiten ervoor om inspecteurs en begeleiders te laten meedraaien of stage te laten lopen om de voeling met het werkveld te vergroten. De administratieve taken die de regelgeving met zich meebrengt en de manier waarop men controles voert, legt volgens veel ondernemers de focus op het papierwerk in plaats van bij het kind. “De nadruk ligt zeer sterk op
“Er komt zo veel administra-
“Toen wij zijn opgestart was
het papierwerk en minder op
tie bij. Je zit zo veel achter je
het papierwerk aanzienlijk
kwalitatieve opvang.”
bureau dat je minder toe-
minder. Die papierwinkel is
komt aan het werk dat je
stilaan wel een fulltime job
graag doet en waar het ei-
aan het worden terwijl de
genlijk om draait, de opvang
zorg voor de kindjes eigenlijk
van kinderen.”
de hoofdactiviteit is.”
Anne
Helga
Stefanie
Ria geeft een aantal concrete voorbeelden van punten uit haar laatste evaluatie: “Ik zal een paar fouten toelichten uit mijn laatste verslag om aan te tonen waar de focus op ligt. Ik had het adres van de locatie boven mijn naam in plaats van onder mijn naam gezet. Dat geldt als een fout. Je schrijft dat je bij ziekte de ouders verwittigt maar schrijft er niet bij hoe je dat precies doet. Dat geldt als een fout. Bij brand moet je schrijven dat je met de kindjes in een treintje naar buiten
5
Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor inkomenstarief (trap 2) dienen (onder meer) kinderen van bepaalde gezinnen voorrang te krijgen en, samen met kwetsbare gezinnen, minstens 20% van de opgevangen kinderen uit te maken.
29
gaat. Ik heb dan de neiging om gewoon eerlijk te zijn. Als er brand is maak ik dat die kinderen buiten zijn. Of dat dan nog in een treintje zal gebeuren betwijfel ik. Het gaat vaak over zo een dingen terwijl ze heel weinig kijken naar welke activiteiten je doet met de kinderen bijvoorbeeld.” Regelgeving perkt autonomie in KNELPUNT Een ander nadeel aan de uitgebreide regelgeving is dat ze in zekere mate de vrijheid van de ondernemers inperkt. Hoewel autonomie ook door zelfstandige ondernemers in de kinderopvang als een van de grootste voordelen wordt ervaren, kent deze autonomie zijn beperkingen. Op de vraag hoe tevreden men is over de mate waarin men in het werk afhankelijk is van anderen geeft 46% aan tevreden te zijn. Bij zelfstandig ondernemers in het algemeen (werkbaarheidsmonitor 2019) is dat 70%. Anne: “Kind en Gezin legt heel veel regels op. Je denkt dat je zelfstandige bent maar eigenlijk ben je dat niet. Want aan elke beslissing die je zelf denkt te kunnen nemen hangen gigantisch veel maatregelen vast. Wanneer je bijvoorbeeld beslist om een extra opvangplaats te voorzien moet je zoveel vierkante meter extra ruimte hebben, moet je soms ineens een extra personeelslid hebben. Wanneer je meer dan 25 kinderen wil opvangen moet je aan andere voorschriften voldoen voor de brandveiligheid en bijvoorbeeld een brandtrap hebben. Daardoor ben ik uiteindelijk bij 25 kinderen gebleven want ik mocht die brandtrap niet plaatsen bij het huurpand.” Onbereikbare dienstverlening KNELPUNT Wanneer er onduidelijkheden zijn over de regelgeving en het correct uitvoeren van het papierwerk, hebben veel ondernemers de indruk dat ze nergens terecht kunnen met hun vragen. Elke kinderopvang krijgt een dossierbeheerder toegewezen. Verschillende ondernemers vertellen dat het contact daarmee moeilijk verloopt. Stefanie en Helga weten momenteel niet wie hun dossierbeheerder is en waar ze dus met vragen heen moeten. Stefanie: “Onze dossierbeheerder heeft ons laten weten dat ze wegging. Ze zei dat we een nieuwe zouden krijgen en dat die contact met ons ging opnemen. We zijn nu maanden later en hebben nog geen weet van een nieuwe dossierbeheerder. Ze laten je dus maanden zitten zonder vervanging.” Helga: “De dossierbeheerder van Kind en Gezin is moeilijk te bereiken. Ze hebben niet graag dat je belt, dan vragen ze om het op mail te zetten. Vaak verwijzen ze door. Er zit ook veel verloop in. Ze veranderen die dan en dan weet je dat niet. Het is mij niet duidelijk wie nu mijn dossierbeheerder is bijvoorbeeld maar dat zien we dan wel weer.” Wanneer de ondernemers wel weten bij wie ze moeten aankloppen, of een algemeen aanspreekpunt contacteren, komen ze vaak in dezelfde situatie terecht. De geïnterviewden vertellen dat ze steevast doorverwezen worden naar de website, waar ze niet vinden wat ze nodig hebben. Fatima's ervaring hiermee zien we in veel andere interviews terugkeren: “Kind en Gezin is wat mij betreft niet toegankelijk en niet hulpvaardig. Wanneer je belt krijg je een lange wachtmuziek en 30
wanneer je ze uiteindelijk aan de lijn hebt of een antwoord krijgt op je mail is dat steeds hetzelfde: Alles staat op de website. Kijk daar maar op. Op die website vind ik echt mijn weg niet. Veel informatie die ik nodig heb is er gewoonweg niet terug te vinden en de informatie die erop staat is zeer mooi en langdradig geschreven maar is nooit concreet. Je vindt er heel veel regelgeving maar zelfs ik, en ik ben daar echt niet zo slecht mee, kan er niet aan uit.” Vraag naar begeleiding in plaats van controle HEFBOOM Om te garanderen dat de kinderopvang correct verloopt, krijgen aanbieders geregeld controle. De zorginspectie6 voert inspecties uit op eigen initiatief, op vraag van kind en gezin en op vraag van de organisator. Na inspectie volgt een verslag met per geïnspecteerd aspect van de werking de regelgeving, de concrete vaststelling en de afweging van de inspecteur uitgedrukt in tekorten en aandachtspunten. De geïnterviewde ondernemers erkennen het belang van een duidelijk kader en een zekere mate van controle maar zijn vragende partij om de inspectie en controle een wat aangepaste invulling te geven en meer ruimte te voorzien voor begeleiding. Marjan en Leen vertellen hoe fouten pas tijdens de controle naar voor komen. Begeleiding voor en na de controles zou veel fouten kunnen voorkomen. Leen: “Ik heb een aantal problemen die steeds terugkeren. Ik krijg elk jaar commentaar op de veiligheidsprocedure. Blijkbaar doe ik daar iets niet goed. Ik schrijf dat uit en vraag of ik goed bezig ben. Ze zeggen ja maar bij de controle blijkt het weer niet goed. Ik zou heel graag gewoon een voorbeeld krijgen van hoe het wel moet. Voor een aantal andere contracten ben ik een aantal jaar geleden ten rade gegaan bij een advocaat. Omdat het gewoon te moeilijk is om dat zelf te doen. Nu blijkt dat het toch niet goed is. Ik viel echt uit de lucht toen ik dat hoorde. Nu kan ik weer opnieuw beginnen. Bij Kind en Gezin bekijken ze dat elk jaar maar ze zeiden dat ze het bekijken maar geen commentaar geven. Dus ze zeggen ook niet wat er fout is. Tot er controle komt en dan moet je ineens horen dat je document eigenlijk gesplitst moet worden in twee documenten. Dat kunnen ze toch laten weten elk jaar dat ze dat bekijken?” Marjan: “Ik heb eigenlijk weinig ondersteuning gekregen. Er worden veel controles gedaan en rapporten en verslagen geschreven maar echt ondersteuning krijg je niet. Wat je eigenlijk nodig hebt als onthaalmoeder is duidelijke en toepasbare feedback. Een A4 waar op staat: dit, dit en dit moet je aanpassen en je moet het op deze manier doen.” Omdat starters vaak nog meer moeite hebben met alles uit te zoeken, pleit Fatima voor een inloopjaar. “Tijdens dat eerste jaar zou je dan maandelijks begeleiding krijgen in plaats van controle. Iemand die langs komt en samen met jou de uitdagingen bespreekt en oplossingen zoekt. Nu begint de controle al voor er iemand langs geweest is om info te geven.”
6
Meer informatie over de zorginspectie: https://departementwvg.be/zorginspectie/groepsopvang
31
Concrete voorbeelden en praktische hulp zijn waardevol HEFBOOM De vraag naar praktische ondersteuning, ondersteuning waarbij de zaken concreet worden gemaakt, is groot. Naast de 19% die reeds praktische ondersteuning ontvangt, is 43% vragende partij om deze ondersteuning alsnog te ontvangen.
Figuur 6: Ontvangst en wens praktische ondersteuning
19%
43%
krijgt
38%
wenst
wenst niet
N=469
Wie praktische ondersteuning geniet, krijgt die vooral van een organisatie die kinderopvang ondersteunt (73%). 38% krijgt praktische ondersteuning van vrienden of familie en 25% van een boekhouder. Een op vijf (21%) krijgt praktische ondersteuning van het Lokaal Loket Kinderopvang. Zelfstandig ondernemers in de kinderopvang lijken vooral veel te hebben aan concrete voorbeelden en toepassingen. Tijdens de gesprekken kwamen veel voorbeelden van zeer concrete praktische ondersteuning. In een aantal gevallen komt de praktische ondersteuning van collega ondernemers. Stefanie: “We hebben een whatsapp groep met een aantal crèches uit de omgeving. Daar delen we ook dingen. Tijdens corona bijvoorbeeld spraken we daar over de maatregelen. Buiten corona over nieuwe regelgeving maar bijvoorbeeld ook gewoon over onze frustraties. Dat is er ook vaak bij als het over nieuwe regelgeving gaat natuurlijk.(lacht)” Fatima: “Het voordeel aan mijn opleiding bij Syntra is dat ik daar andere ondernemers heb leren kennen. De meeste mensen die die opleiding volgden hadden al jaren lang een kinderopvang. Die hebben een goed zicht op welke kosten je hebt etc.” Verschillende ondernemers spreken vol lof over een aantal organisaties die zeer gerichte praktische hulp bieden. 32
“Een organisatie waar ik veel aan heb gehad
“De ondersteuning die we van i-mens krijgen
was UNIEKO en ook vooral VSPW in Gent. Die
is heel goed. Dat is gratis.
voorzagen bijeenkomsten om nieuwe maatre-
Via Arteveldehogeschool. We zijn daar su-
gelen te bespreken. Daar zat bijvoorbeeld
per tevreden over. Die ondersteunen
iemand bij, dat was de partner van een ande-
ons wanneer er bijvoorbeeld een situatie is
re zelfstandige, die de wetteksten las en ons
met ouders waarvan we niet weten hoe we
dan uitlegde wat dat eigenlijk wou zeggen.
daarmee om moeten of om nieuwe regelge-
Daar zaten mensen bij die daar concrete, toe-
ving te implementeren, plannen op te ma-
pasbare oplossingen voor bedachten en dat
ken etc.”
kwamen voorstellen in de kinderopvang zelf. Dat was doelgericht en praktisch. En dat helpt
Hendrik
heel erg.” Anne
“We zijn aangesloten
“De enigen die erg hun best
“Felies heeft goed geholpen
bij Mentes. Daar hebben we
hebben gedaan om de regel-
met papieren in orde te ma-
niets dan positieve dingen
geving uit te zoeken is het
ken, ook om mij te helpen
over te vertellen. Ik ben daar
sociaal huis. Die hebben ge-
doorzetten toen het moei-
echt heel tevreden over. Bij
holpen met alles op te zoe-
lijk ging. Ze geven ook oplei-
de opstart hebben zij hulp
ken enz. maar ze vinden zelf
dingen. Ik volg die regelma-
geboden bij het papierwerk,
de antwoorden niet. Maar zij
tig. Felies geeft heel goeie
ze hebben ook echt interes-
nemen mijn vraag wel seri-
ondersteuning én gratis.”
se. Ze sturen soms gewoon
eus en doen hun best en
een bericht om te vragen hoe
houden mij op de hoogte van
het gaat. We hebben ook op
wat ze zelf te weten zijn ge-
regelmatige basis gesprek-
komen.”
Ria
ken met begeleiders.” Fatima Stefanie
Corona-aanpak als goed voorbeeld HEFBOOM De meeste ondernemers zijn erg te spreken over de aanpak van Kind en Gezin tijdens de corona crisis en zien graag meer van deze aanpak terugkomen in de dagelijkse werking. Stefanie: “Beter is de aanpak van corona nieuws. Daar zat een apart Word document bij. Dat document kan je dan downloaden en opslaan om later te bekijken. Zo doen wij dat met de corona maatregelen en dat zou heel handig zijn mochten we dat ook met de regelgeving kunnen doen. 33
Want die nieuwsbrieven komen meestal in het midden van de dag wanneer je geen tijd hebt om erdoor te gaan en dan worden ze uit het zicht verloren.” Stephan: “Tijdens corona heeft Kind en Gezin dat heel goed aangepakt. Daar zijn we super tevreden over. En de Vlaamse overheid. In maart kwamen ouders hun kinderen plots weghalen. Ze waren bang van corona. We hadden twee dagen later plots nog maar twee kindjes over. Dan ben je wel in paniek. We hebben toen gevraagd aan Kind en Gezin of we personeel op tijdelijke werkloosheid kon zetten maar dat kon niet. Maar door de compensatie die er voorzien is konden we die periode toch goed doorkomen. We kregen 27 euro per dag per kind dat afwezig bleef. Daar hebben we veel aan gehad want dat ligt zelfs hoger dan onze dagprijs. Ook de communicatie hierover van Kind en Gezin was duidelijk en snel.”
Werken tijdens de “vrije tijd” Als zelfstandig ondernemer in de kinderopvang verzet je veel werk. Naast de uren waarop je kinderen opvangt komt de voorbereiding zoals eten inkopen, de locatie schoonmaken (wat in corona tijden extra aandacht vraagt) en de administratieve taken. Dat zorgt voor een matige tevredenheid over de werktijden. Ongeveer de helft (52%) van de ondernemers in de kinderopvang is tevreden over de werktijden volgens onze bevraging. Daarmee verschillen ze niet significant van de tevredenheid van de ondernemers in het algemeen op dit gebied (werkbaarheidsmonitor 2019). Stephan vertelt wat er allemaal bij komt kijken: “Er wordt verwacht dat we 55 uur per week kinderen opvangen en dan moet je nog eens poetsen, inkopen doen voor de volgenden dagen etc. Daarbovenop verwachten ze dat je nog eens tijd steekt in het uitzoeken van al die regelgeving. Dat is bijna niet te doen.” Administratie is een fulltime job KNELPUNT Veel ondernemers geven aan dat vooral de grote administratieve lasten de werkuren opdrijven. Verschillende ondernemers zien zich genoodzaakt om de administratieve taken tijdens de privétijd op te nemen. Dit heeft op zijn beurt een negatieve impact op de balans tussen werk en privé. Hendrik: “Alle regelgeving en administratie doen wij eigenlijk tijdens onze vrije tijd. Soms is dat ten koste van de tijd met de eigen kinderen. We hebben vier kinderen. Die zijn dat intussen wel gewend maar het is soms wel lastig dat je die tijd daarvoor moet inleveren.” Helga: “Die papierwinkel is stilaan wel een fulltime job aan het worden. Ik heb ook nog een gezin.” Leen heeft daarom beslist om één dag per week in te lassen om achter haar bureau te kruipen en papierwerk te doen: “Ik doe dat echt niet graag maar ik heb geen andere keuze want de administratieve last is te hoog geworden. Je moet het anders nog na je uren doen en je klopt al zo een lange uren. Ik ben op een leeftijd gekomen waar ik mijn vrije tijd ook echt nog wel aan privé leven 34
wil kunnen besteden ook. Maar dat is dus heel moeilijk met de eisen die vandaag gesteld worden.” Werklast verminderen door lokaal loket kinderopvang HEFBOOM Een deel van de werklast kan mogelijk opgevangen worden door een lokaal loket kinderopvang. Zo een loket kan vraag en aanbod van kinderopvang op lokaal niveau monitoren en de toeleiding faciliteren. De concrete vorm van en rol van het lokaal loket kinderopvang worden bepaald in lokaal overleg tussen het gemeentebestuur, de organisatoren van kinderopvang en het Huis van het Kind . Tijdens de gesprekken kwam het lokaal loket kinderopvang aan bod. In sommige steden en gemeenten bestaat al een lokaal loket kinderopvang waardoor een aantal respondenten reeds ervaring had met de werking. Stefanie, die net is opgestart, ziet zo een loket wel zitten. “We zijn dan ook grote voorstander van een centraal punt waar de vraag en het aanbod samenkomen. Als je nieuw bent dan ben je nog niet zo zichtbaar. Je mag dan nog goed werk leveren maar als de ouders nog nooit van je gehoord hebben geraken ze niet tot bij jou. Want ik weet van onze collega’s van andere crèches dat zij kinderen moeten weigeren bijvoorbeeld. Ouders die tot bij ons geraken zeggen dat ze super content zijn maar ons niet zomaar vonden.” Ook Ria is vragende partij “Wij hebben ook geen lokaal loket. Het zou veel beter zijn mochten we dat wel hebben. Dan zouden ze ook zien hoeveel vraag naar kinderopvang er bestaat in de gemeente en komt de gemeente misschien meer in aanmerking voor oproepen.” Anderen hebben een meer sceptische houding tegenoven een lokaal loket kinderopvang. Helga: “Zo een lokaal loket hebben we hier al 4 jaar. Dat is de opvangzoeker. Ik ben daar niet per se voorstander van omdat het weer extra administratie is en weer iets dat je in het oog moet houden. Die communicatie is ook niet altijd top. Het is eigenlijk simpeler en duidelijker wanneer ouders rechtstreeks naar jou komen.” Hendrik: “Een centraal punt voor kinderopvang zoals in Gent daar sta ik wat wantrouwig tegenover. We hebben hier de kinderopvangwijzer en doordat die gegevens niet door iedereen overal correct ingegeven worden komen sommige dingen niet in de cijfers. Dat werkt nog niet zo goed. Dat is lastig. En van mijn collega’s die een centraal punt hebben hoor ik dat het ook daar scheef loopt omdat sommigen toch voorrang krijgen op anderen etc. Dus ik zeg niet dat het niet kan werken maar ben er voorzichtig in.” Personeel inschakelen HEFBOOM Een mogelijke hefboom voor de werklast is het inschakelen van personeel. Zij kunnen een deel van de werklast overnemen. Een aantal zelfstandigen overwegen deze optie maar lopen tegen een aantal problemen aan. In de volgende sectie gaan we hier verder op in. 35
Versterking vinden Als zelfstandige in de kinderopvang kan je ervoor kiezen om te werken met werknemers of als samenwerkende zelfstandige samen te werken met andere zelfstandigen. Beide opties hebben voor- en nadelen. Leen haalt tijdens het gesprek aan dat ze steeds met zelfstandigen werkt omdat mensen aanwerven in loondienst financieel niet haalbaar is. Katrijn en Hendrik werken dan weer enkel met personeel in loondienst. Bij een samenwerking met andere zelfstandigen staat iedereen in principe op gelijke hoogte, anders is er sprake van schijnzelfstandigheid. Katrijn vindt dat een nadeel: “Ik vind het belangrijk om te kunnen werken met mijn regels en zelf te beslissen over de manier van werken.” Hendrik koos zeer bewust voor aanwerving van personeel in plaats van een samenwerking met zelfstandigen: “We hebben zes werknemers in dienst. Twee daarvan zijn mensen die eerder zelfstandig waren waarvan we de opvang overnamen. Die werken nu in loondienst voor ons. Dat is een zeer bewuste keuze. We willen ons personeel goede voorwaarden bieden en zetten sterk in op kwaliteit van de opvang.” We vroegen de gevestigde ondernemers hoe tevreden ze alles bij elkaar genomen zijn met hun personeel. 44% gaf aan dat deze vraag niet voor hen van toepassing is. Wie met personeel werkt is daar over het algemeen genomen tevreden over. 80% van de ondernemers met personeel zegt daarover tevreden te zijn. Daarmee scoren ondernemers in de kinderopvang iets lager dan ondernemers in het algemeen waarvan 85% aangeeft tevreden te zijn over hun personeel (werkbaarheidsmonitor 2019). We peilden tevens naar de tevredenheid over de samenwerking met een vennoot of meewerkende partner. Hier gaf 51% aan dat deze vraag niet voor hen van toepassing is. Van diegene die wel een vennoot of meewerkende partner hebben, zegt 83% tevreden te zijn met de samenwerking. Deze score ligt in lijn met zelfstandige ondernemers in het algemeen waarbij 79% tevreden is over de samenwerking (werkbaarheidsmonitor 2019). Werken met personeel (of samen met andere zelfstandigen) stelt ondernemers in staat de werkdruk te verlagen. Katrijn geeft aan dat ze zich dankzij haar personeel meer kan richten op wat ze graag doet. Het zorgt ook voor stabiliteit in de opvang. Hendrik vertelt: “De kindjes kennen ook de verschillende begeleiders dus als er eens iemand invalt omdat iemand anders ziek is dan komen ze niet bij een vreemde terecht. Dat werken met voldoende personeel zorgt er ook voor dat wij permanentie kunnen voorzien.” Mensen vinden die willen werken in opvang KNELPUNT Voor wie met personeel wil werken, is het moeilijk om geschikt personeel te vinden. Katrijn stelt momenteel 16 personeelsleden te werk maar bijkomende vacatures blijven open staan: “Er staan een aantal vacatures open maar we krijgen geen reactie. Mensen met de juiste diploma’s zijn zeker te vinden maar de werkdruk is hoog. Bij ons hebben medewerkers een 38 uren week dus eigenlijk zou dat moeten meevallen want dat is beter dan in de meeste opvangplaatsen. Toch 36
vinden we geen mensen.” Leen en Helga geven aan dat de werkuren niet aantrekkelijk zijn voor potentiële werknemers. Helga: “De vraag bestaat naar meer flexibiliteit in de kinderopvang maar de nieuwe generatie gaat dat niet meer willen denk ik.” Geschikte mensen die van aanpakken weten KNELPUNT Wie wel interesse heeft om als medewerker aan de slag te gaan in de kinderopvang blijkt niet altijd de juiste kennis en vaardigheden te bezitten. Ria: “Het is moeilijk om goede mensen te vinden die echt goeie activiteiten met de kinderen doen. Ik weet niet of ze creativiteit missen of ze het te vermoeiend vinden. Soms is het misschien moeilijk om activiteiten te bedenken die je met 18 kindjes kan doen terwijl je iedereen evenveel aandacht geeft. Begeleiders die daar oog voor hebben zijn moeilijk te vinden.” Helga: “Iets dat we ook vaak merken bij personeel is dat ze niet goed met ouders om kunnen. Ze zijn soms nogal grof. Terwijl een goede en beleefde aanpak met ouders heel belangrijk is.“ Tijdens de stages is er vaak te weinig tijd om noodzakelijke dingen aan te leren vertelt Leen: “Fruitpap maken zou toch iets moeten zijn dat je niet meer moet uitleggen, of hoe je een stuk fruit schilt bijvoorbeeld. Dat is heel raar maar jongeren kunnen dat niet meer en ze krijgen dat ook niet mee in de opleiding. De stage duurt ook altijd kort (tot 2 weken) dus in die tijd kan je ook niet veel leren.” Financieel moeilijk KNELPUNT De mogelijkheid om personeel in te schakelen hangt samen met de financiële component. Stefanie zou graag een extra werkkracht aanwerven om de werkuren te verminderen: “Dat is op dit moment financieel niet haalbaar. Hopelijk lukt dat in de toekomst wel. De personeelskosten zijn nu hoger dan de inkomsten die daar tegenover staan dus dat lukt nog niet.” Katrijn heeft verschillende opvanglocaties en legt uit hoe de subsidies een verschil maken bij het tewerkstellen van personeel: “In de ene opvang werken wij inkomensgerelateerd, in de andere kunnen we dat niet. Dat is spijtig want dat heeft ook impact op het personeel. In de IKT opvang krijgen ze een hoger loon en betere voorwaarden. Ik kan dat in de andere opvang niet aanbieden voor mijn personeel.” Ondersteuning van sociaal secretariaat HEFBOOM Ondersteuning in verband met personeelszaken is beperkt. Diegene die tijdens de gesprekken getuigen van goede ondersteuning op dit gebied, hebben het vooral over het sociaal secretariaat. Helga en Katrijn doen beroep op een sociaal secretariaat. Katrijn is zeer tevreden over de ondersteuning die ze daar krijgt: “Die weten veel en geven gratis ondersteuning.” Helga geeft aan dat de specifieke context van de kinderopvang ook voor het sociaal secretariaat moeilijkheden geeft: 37
“We gaan naar een sociaal secretariaat om de contracten voor ons personeel in orde te brengen maar kinderopvang is zodanig specifiek dat ze het daar ook niet goed weten.” Stefanie was onzeker over hoe ze de sollicitaties moest aanpakken en werd daarvoor geholpen door Mentes: “We hebben ook op regelmatige basis gesprekken met begeleiders. Toen we aan sollicitaties moesten beginnen en daar wat onzeker over waren hebben ze ons daar ook bij geholpen.”
Een helder toekomstplan 26% van de respondenten geeft aan dat onzekerheid over de toekomst één van de belangrijkste moeilijkheden is aan zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang. Stephan: “In de kinderopvang kan je geen toekomstplan opbouwen. Je kan geen businessplan opstellen waarmee je naar de bank kan en op basis waarvan ze je een lening geven. Daarvoor is alles te onzeker. Het is echt kijken van dag tot dag.” Het is moeilijk om een duidelijk overzicht te krijgen KNELPUNT Het is, zeker voor starters, zeer moeilijk om uit te zoeken welke opties er bestaan, wat de vooren nadelen zijn en wat precies nodig is om op te starten. Starters hebben onder meer moeilijkheden om uit te zoeken hoeveel kindjes ze kunnen opvangen, welk startbudget ze nodig hebben en aan welke voorwaarden de inrichting moet voldoen. Fatima: “Een eerste probleem is bepalen hoeveel kinderen je mag opvangen. Dat blijft bij mij dus onduidelijk maar dat heeft een grote impact op je financieel plan en bijvoorbeeld ook op de keuze van je gebouw. Een gebouw voor 18 of 28 kinderen moet er anders uitzien.” Frank: “Wat ik zou willen weten voor ik start is welke investering ik nodig heb. Dat is mij totaal niet duidelijk. Mocht ik weten hoeveel ik nodig heb om goed te kunnen starten zou ik het wel zien zitten om daarvoor te sparen en dan met een redelijk gerust gevoel te kunnen starten.” Helga: “Bij ons was het ook zo dat we bij de opstart echt nog alles moesten uitzoeken en niet alles meteen duidelijk was maar ik denk dat dat nu nog erger is. In de eerste plaats was het bij ons kijken wat we moesten doen om het huis aan te passen volgens de regels. We hebben toen suggesties gekregen van het planbureau. We dachten dat het oké was maar toen we bezoek kregen van FAVV bleek dat er toch zaken in strijd waren met wat Kind en Gezin had gezegd. Dat waren geen heel grote dingen dus we hebben dat aangepast en dan was alles in orde om te starten.” Een duidelijk bedrijfsplan en ondersteuning bij zakelijke beslissingen HEFBOOM Een duidelijk bedrijfsplan en het nemen van de juiste zakelijke beslissingen, vanaf het begin, kunnen een deel van de oplossing bieden.
38
Momenteel krijgt of kreeg 12% van de bevraagden hulp bij het opmaken van een bedrijfsplan en 6% bij het nemen van zakelijke beslissingen. De groep die hulp kreeg of krijgt bij het opmaken van een bedrijfsplan of het nemen van zakelijke beslissingen is eerder klein. Voor wie deze ondersteuning wel kreeg of krijgt, is die voornamelijk afkomstig van een boekhouder: 65% van wie hulp kreeg of krijgt bij het maken van een bedrijfsplan krijgt of kreeg die van een boekhouder. 59% van wie hulp kreeg of krijgt bij zakelijke beslissingen kreeg of krijgt die van een boekhouder. Verder komen deze vormen van ondersteuning regelmatig van familie of vrienden.
Figuur 7: Ontvangst en wens ondersteuning bij opmaken bedrijfsplan
12%
17%
72%
krijgt
wenst
wenst niet
N=469
Figuur 8: Ontvangst en wens ondersteuning bij zakelijke beslissingen
6%
20%
74%
krijgt
wenst
wenst niet
N=469
Van diegene die deze ondersteuning niet kregen wenst 20% hulp bij het opmaken van een bedrijfsplan en 17% bij het nemen van zakelijke beslissingen. Deze vraag is duidelijk groter bij starters waarbij 40% vraagt naar hulp bij het opmaken van een bedrijfsplan en 43% bij het nemen van zakelijke beslissingen.
39
Zeer gerichte opleiding en begeleiding HEFBOOM In het ideale geval zouden starters begeleiding krijgen van iemand die tot in de puntjes weet wat er moet gebeuren en samen met hen een duidelijk plan kan opmaken. Fatima: “Wat echt zou nodig zijn is een gesprek met iemand die weet hoe het zit, een stappenplan kan aanreiken en daar door gaat. Een duidelijk stappen plan met wat heb ik nodig om te starten, waar moet ik alles aanvragen, waar kan ik geld vinden, waar kan ik personeel vinden, ….” De opleiding organisatorisch beheer in de kinderopvang kan een piste zijn om specifieke begeleiding te krijgen. 36% van de bevraagden heeft een attest organisatorisch beheer in de kinderopvang. Deze groep geeft, vaker dan anderen, aan zich voldoende opgeleid te voelen voor zowel de technische aspecten als het beheer en management van de zelfstandige kinderopvang. Ook hier blijft het belangrijk dat de informatie voldoende specifiek is en aangepast aan de sector van de kinderopvang. Fatima: “We hebben tijdens de opleiding (organisatorisch beheer in de kinderopvang) een financieel plan gemaakt. We moesten nog veel zelf uitzoeken. De opleider had precies vooral kaas gegeten van boekhouding maar eigenlijk niet van kinderopvang.”
Positief blijven 7% geeft emotionele belasting aan als één van de vijf belangrijkste moeilijkheden van zelfstandig ondernemen in de kinderopvang. Door ondernemers die reeds gestopt zijn wordt dit aspect vaak aangekaart als ondersteuningstekort dat een stopzetting had kunnen helpen voorkomen. Tijdens de gesprekken komt deze emotionele belasting ook zeer regelmatig aan bod, voornamelijk in relatie tot andere aspecten van het werk zoals tijdens de evaluatie van de opvang. Ondernemers snakken naar positiviteit KNELPUNT Een vaak terugkerend onderwerp tijdens de gesprekken is een gebrek aan positieve feedback bij de evaluatie van de kinderopvang. Veel ondernemers delen de mening dat de nadruk ligt op wat niet goed gaat. “Je doet je best om leuke ac-
“Van de inspectie krijg je een
“Je doet zo hard je best om
tiviteiten te voorzien en je
verslag met wat er moet ver-
alles in orde te krijgen en
werk goed te doen maar
anderen. Ze zeggen eigenlijk
telkens is het toch niet goed.
krijgt heel veel commentaar
nooit wat er wel goed gaat. Je
Ik begin mij af te vragen of ik
en hebt op de duur het ge-
krijgt nooit een compliment
nog iets goed kan doen. Dat
voel dat je niets meer goed
over wat je wel goed doet en
is niet motiverend en dat
kan doen.”
zeker moet behouden.”
wordt erger met de jaren.”
Marjan
Stefanie
Leen
40
Bij sommige ondernemers is het contact met hun dossierbeheerder of de inspectie van die aard dat ze aangeven dat ze bedreigend overkomen. Verschillende ondernemers geven ook aan een gebrek aan appreciatie te ondervinden bij ouders. Hendrik: “We merken een gebrek aan respect in de sector. Dat is met corona erger geworden. Wanneer een kind ziek is en je meet de koorts stellen ouders in vraag of je thermometer wel werkt. Wanneer je zegt dat het kindje heeft overgegeven vragen ze of je wel goeie voeding hebt gegeven etc. Men luistert niet meer naar de begeleider en neemt hen niet serieus.” De financiële impact van de corona crisis was eerder beperkt. Een aantal ondernemers spreken eerder over de emotionele belasting die de situatie met zich meebracht. Anne: “Die corona periode was ook niet leuk. Mensen zijn angstig en geven je het gevoel alsof je zelf een ziekte bent. Ze durven hun kinderen bijna niet meer afzetten. Dat was echt niet fijn. De aangename contacten met ouders zijn dan ook veel minder.” Eén op vijf wenst morele ondersteuning KNELPUNT Eén op vijf (20%) van de bevraagden geeft aan geen morele ondersteuning te krijgen of gekregen te hebben maar daar wel behoefte aan te hebben. Tijdens de gesprekken kwamen een aantal concrete voorbeelden naar voor. Marjan werd geconfronteerd met kinderen met een problematische thuissituatie. “Ik had twee probleemkindjes, kindjes die uit erge thuissituaties kwamen. Je zit daarmee in en doet je best om dat goed op te vangen maar van de ondersteunende diensten krijg je daarin geen opvolging of ondersteuning.” Wanneer algemeen geldende afspraken of regelgeving toegepast moet worden, zijn ouders het daar niet altijd mee eens. Ondernemers in de kinderopvang zijn vragende partij om duidelijk te communiceren vanuit Kind en Gezin om probleemsituaties met ouders te voorkomen. Katrijn: “Bijvoorbeeld ook bij corona. De maatregelen veranderen. Ineens moeten ouders wel terug een ziektebriefje binnenbrengen etc. Als ik dat doorgeef zijn sommige ouders kwaad. Het zou fijn zijn als Kind en Gezin dat algemeen communiceert dat het voor alle opvangen zo is. Dan krijg ik niet op mijn hoofd alsof ik dat zelf even zomaar beslist heb.”
41
Figuur 9: Ontvangst en wens morele ondersteuning
26%
20%
krijgt
54%
wenst
wenst niet
N=469
Een goeie babbel en een positief woord HEFBOOM Ongeveer een kwart van de bevraagden (26%) krijgt morele ondersteuning. Morele ondersteuning komt in de eerste plaats van familie en vrienden (63%). Ook organisaties die kinderopvang ondersteunen bieden vaak morele ondersteuning (53%). 26% van wie morele ondersteuning krijgt, geeft aan deze te krijgen van het Lokaal Loket Kinderopvang en 21% van een boekhouder. Organisaties en collega’s die praktische ondersteuning geven, staan ook regelmatig in voor morele ondersteuning. Dat kwam eerder reeds naar voor in de voorbeelden van Ria, Hendrik en Stefanie. Ook Helga spreekt over vergaderingen met andere ondernemers in de kinderopvang waar praktische zaken besproken worden maar vooral andere aspecten aan bod komen: “We hebben vergaderingen lokaal en die zijn wel zinvol. We delen daar meer over aanpak met ouders en kinderen dan over papieren en regelgeving.” Naast verschillende organisaties of collega’s zijn er natuurlijk ook de kinderen en ouders. Zoals eerder in het rapport beschreven zorgt het contact met kinderen en ouders in de meeste gevallen voor heel veel voldoening en motivatie. Stefanie geeft aan dat ze bij hen wel de positiviteit vindt waar ze nood aan heeft. Stefanie: “Van ouders krijg je die positiviteit wel. We hebben een heel fijn ouderteam. Van hen krijg je wel te horen van amai goed bezig! En de kinderen natuurlijk ook. Die zijn altijd positief. Als je eens zot doet vinden die dat altijd fijn.”
42
Aandachtspunten Doorheen de bevindingen zijn drie grote aandachtpunten verweven: Investeren in ondernemerschap met maatschappelijke relevantie Zelfstandige ondernemers zijn een noodzakelijke schakel om voldoende aanbod aan kinderopvang te voorzien. Een toegankelijke kinderopvang met een voldoende groot aanbod, is tevens in het belang van het kind, de ouders en de maatschappij als geheel. Zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang heeft daarmee een grote maatschappelijk relevantie. Veel ondernemers in de kinderopvang hechten veel belang aan de sociale component. Ondernemers in de kinderopvang kiezen vooral voor deze job omdat ze een passie hebben voor werken met kinderen. Een kinderopvang starten ze doorgaans niet om er rijk van te worden. Daarvoor zijn de investeringen te groot, zowel bij de opstart als voor de dagelijkse werking. Om ondernemerschap in de kinderopvang te stimuleren en een kwalitatieve opvang voor elk kind te kunnen voorzien (ongeacht de rechtsvorm van die opvang), dient ondernemen in de kinderopvang financieel haalbaar te zijn. Dat is vandaag de dag nog niet steeds het geval. Gericht en opbouwend begeleiden Zelfstandige ondernemers in de kinderopvang hebben nood aan gerichte begeleiding. Voor starters houdt dat voornamelijk in dat alle stappen van de opstart duidelijk uiteengezet worden en ze begeleiding krijgen van een ervaren begeleider om een realistisch en volledig businessplan op te stellen. Voor gevestigde ondernemers houdt dit voornamelijk in dat nieuwe regelgeving vertaald wordt naar concrete situaties en praktische voorbeelden en dat de nieuwe regelgeving optimaal afgetoetst wordt aan en aansluit bij de realiteit. Tevens wil dit zeggen dat de kennis van begeleiders en inspectie optimaal gebruikt wordt om, samen met de zelfstandige ondernemer, een zo goed mogelijke kinderopvang te voorzien. Dit door vragen of onduidelijkheden samen te bekijken en op te lossen. Tevens dient er bij de begeleiding ruimte te zijn voor positieve feedback naar elkaar toe. Voldoende bewegingsruimte bieden Autonomie en flexibiliteit worden als grote pluspunten gezien aan het zelfstandig ondernemen in de kinderopvang. Toch geven ondernemers in de kinderopvang vaker dan andere ondernemers aan niet tevreden te zijn met de mate waarin ze afhankelijk zijn van anderen. De kinderopvangsector wordt gekenmerkt door een grote mate van regulering en vaak veranderende regelgeving. De hoge mate van regulering en het papierwerk dat daarbij komt kijken perkt de autonomie van ondernemers in de kinderopvang in. Het geeft hen minder vrijheid invulling te geven en aandacht te besteden aan wat ze zelf aangeven het allerbelangrijkste te vinden, een kwalitatieve zorg voor het kind.
43
Referentielijst SERV. (2021). Advies Kinderopvang: Olie in het radarwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving. Brussel: SERV. https://www.serv.be/node/14353 SERV. (2020). Advies Iedereen terug aan boord. Brussel: SERV. https://www.serv.be/node/13699 SERV. (2019) Iedereen aan boord. Brussel: SERV. https://www.serv.be/node/13259 Teppers, E., Schepers, W., & Van Regenmortel, T. (2019). Het gebruik van en de behoefte aan kinderopvang voor baby’s en peuters jonger dan 3 jaar In het Vlaamse Gewest. Leuven: Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. https://www.steunpuntwvg.be/publicaties?&jaartal=&thema=&search=kinderopvang UNIZO. (2017). Naar een gelijkwaardige sociale bescherming voor zelfstandigen. Brussel: UNIZO https://www.unizo.be/sites/default/files/kmocijfer_gelijkwaardigsociaalstatuut_1.pdf Vlaamse Regering. (2019). Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 20192024. https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/31742
44
Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1: Grootste pluspunten aan zelfstandig ondernemen in de kinderopvang ........................... 17 Figuur 2: Grootste moeilijkheden voor zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang ........... 21 Figuur 3: Ontvangen vormen van ondersteuning .................................................................................. 22 Figuur 4: Gewenste vormen van ondersteuning .................................................................................... 23 Figuur 5: Ontvangst en wens financiële ondersteuning ........................................................................ 27 Figuur 6: Ontvangst en wens praktische ondersteuning ...................................................................... 32 Figuur 7: Ontvangst en wens ondersteuning bij opmaken bedrijfsplan ............................................. 39 Figuur 8: Ontvangst en wens ondersteuning bij zakelijke beslissingen .............................................. 39 Figuur 9: Ontvangst en wens morele ondersteuning ............................................................................ 42
Tabellen Tabel 1: Locaties vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 – Totaal ...... 8 Tabel 2: Plaatsen vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 - Totaal ...... 8 Tabel 3: Locaties vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 – Zelfstandige ondernemers .......................................................................................................................... 9 Tabel 4: Plaatsen vergunde opvang van baby’s en peuters Vlaams Gewest 2014-2020 – Zelfstandige ondernemers ........................................................................................................................ 10 Tabel 5: Profiel respondenten enquête ................................................................................................... 14
45