Skip to main content

broedmonitoring_Elingen_t6_incl_kaarten.pdf

Page 1

RUILVERKAVELINGSPROJECT ELINGEN UITVOERING MONITORINGSPROGRAMMA AVIFAUNA - JAAR +6 (2014)

In opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij


Colofon Titel

:

Ruilverkavelingsproject Elingen – Monitoringsprogramma avifauna jaar +6 (2014)

Opdrachtgever

:

Vlaamse Landmaatschappij Regio West Vlaams Administratief Centrum (VAC) Virginie Lovelinggebouw Koningin Maria Hendrikaplein 70 postbus 73 9000 Gent Projectverantwoordelijken: Tom Velghe & Ria De Dyn

Datum

:

12 februari 2015

Auteur

:

Bart Opstaele

Inventarisatie

:

Bart Opstaele

Projectverantwoordelijke : Dirk Criel : Dir k: Driekwart Groen Opdrachthouders Zottegemstraat 2 9688 Maarkedal T. 055/45 66 10 info@driekwartgroen.be www.driekwartgroen.be

greenspot vof Burg. Van Gansberghelaan 50 B-9820 Merelbeke T. 0474/85.37.07 Info@greenspot.be www.greenspot.be Voorkeur wijze van citeren: Opstaele B., 2015. Ruilverkavelingsproject Elingen. Uitvoering monitoringprogramma avifauna jaar +6 (2014) i.o.v. Vlaamse Landmaatschappij. Driekwart Groen, Maarkedal / Greenspot, Gent.


Inhoudsopgave

1

Inleiding.........................................................................................................................................5

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Methodiek .....................................................................................................................................6 Inventarisatiegebied .....................................................................................................................6 GeĂŻnventariseerde soorten ...........................................................................................................7 Monitoring met de uitgebreide territoriumkartering...................................................................8 Uitvoering inventarisatie en verwerking gegevens ....................................................................10

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9 3.2.10 3.2.11 3.2.12 3.2.13

Resultaten ...................................................................................................................................13 Weersomstandigheden ...............................................................................................................13 Soortbespreking ..........................................................................................................................13 Patrijs (Perdix perdix) ..................................................................................................................15 Kwartel (Coturnix coturnix) .........................................................................................................16 Scholekster (Haematopus ostralegus) ........................................................................................17 Kievit (Vanellus vanellus) ............................................................................................................18 Wulp (Numenius arquata) ..........................................................................................................19 Veldleeuwerik (Alauda arvensis).................................................................................................20 Geelgors (Emberiza citrinella) .....................................................................................................22 Grauwe gors (Miliaria calandra) .................................................................................................25 Graspieper (Anthus pratensis) ....................................................................................................26 Gele kwikstaart (Motacilla flava) ................................................................................................27 Grasmus (Sylvia communis) ........................................................................................................29 Haas (Lepus europaeus) ..............................................................................................................30 Overzicht geldige waarnemingen ...............................................................................................30

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Beheerevaluatie ..........................................................................................................................32 Telgebieden 1A en 1B .................................................................................................................32 Telgebieden 2A, 2B en 2C ...........................................................................................................34 Telgebieden 3A en 3B .................................................................................................................36 Conclusies ...................................................................................................................................38

5

Literatuur ....................................................................................................................................40

6

Bijlagen ........................................................................................................................................43

Pagina 3 van 58


Inleiding

Pagina 4 van 58


1

Inleiding

Voor de ruilverkaveling Elingen (gelegen op het grondgebied van de gemeenten Gooik, Halle, Lennik, Pepingen en Sint-Pieters-Leeuw) werd in 2002 een monitoringsprogramma opgestart. Dit programma (goedgekeurd op 22 februari 2002) bestaat uit het gestandaardiseerd opvolgen van ecologische broedvogelgroepen (naar Sierdsema 1995) gebonden aan open cultuurlandschappen. Het monitoringsprogramma heeft als doel de effectiviteit na te gaan van de maatregelen die in de ruilverkaveling werden uitgevoerd met betrekking tot het behoud van de natuurwaarden in het gebied. De natuurdoelstellingen in dit project zijn vooral gericht op het behoud van de aanwezige akkerfauna. Als milderende maatregelen voor de ruilverkaveling werden bufferzones aangelegd. Deze stroken bestonden onder meer uit verbrede bermen langsheen de wegen in het ruilverkavelingsgebied, ook wildstroken werden ingericht. In het ruilverkavelingsgebied werden heel wat maatregelen voorzien om de erosie in het gebied te verminderen. Bij de aanleg en beheer van stroken om erosie tegen te gaan, werd rekening gehouden om ze ook geschikt te maken voor akkerfauna. Het monitoringsprogramma bestaat uit een uitgebreide territoriumkartering van een tiental broedvogels van open cultuurlandschappen. Een eerste inventarisatie van de geselecteerde broedvogels werd in 2002 uitgevoerd (Econnection, 2002), dus voor de werken in het ruilverkavelingsgebied werden aangevat (T-1). Een tweede inventarisatie gebeurde in 2010 (Verbelen D., 2010). Dit was twee jaar na beĂŤindiging van alle werken in de ruilverkaveling Elingen (T+2). De derde (en laatste) inventarisatie die in dit rapport wordt behandeld, was eveneens een uitgebreide territoriumkartering van dezelfde lijst met broedvogels (en ook Haas) zes jaar na het beĂŤindigen van de werken in de ruilverkaveling (T+6). De inventarisatie werd uitgevoerd in een gebied van in totaal 788 ha, wat iets minder is dan de helft van het volledige ruilverkavelingsgebied (totaal 1.868 ha).

Pagina 5 van 58


Methodiek

2 Methodiek

2.1

Inventarisatiegebied Het inventarisatiegebied ligt in de provincie Vlaams-Brabant en dit ten westen van Brussel. Het gebied bestaat uit grootschalige akkergebieden die zich tussen valleigebieden van de Zuunbeek en zijbeken (Vosbeek, Bosbeek, Molenbeek, …) bevinden. De akkergebieden worden doorsneden door verschillende holle wegen met veelal houtkanten op de taluds en wegen die meestal enkel toegankelijk zijn voor landbouwvoertuigen. De totale oppervlakte van het inventarisatiegebied bedraagt 788 ha en is verdeeld in 7 deel- of telgebieden (van west naar oost) (kaart 1):       

telgebied 1A: 190 ha telgebied 1B: 97 ha telgebied 2A: 53 ha telgebied 2B: 69 ha telgebied 2C: 99 ha telgebied 3A: 101 ha telgebied 3B: 179 ha

Grootschalig landbouwgebied onderbroken door graslanden met bomenrijen waar Geelgors tot broedden komt (telgebied 2A) Pagina 6 van 58


Methodiek

2.2

Geïnventariseerde soorten In totaal werden er 11 vogelsoorten geselecteerd die worden gemonitord. Bij de vorige inventarisatie in 2010 werden er hiervan 7 soorten broedend in het onderzoeksgebied vastgesteld. De lijst met te inventariseren vogelsoorten is gebaseerd op de ecologische broedvogelgroepen zoals deze zijn beschreven in het rapport ‘Broedvogels en beheer’ (Sierdsema, 1995). Door de gemeenschappelijke biotoopeisen van broedvogels na te gaan, konden vervolgens worden geclusterd in die ecologische vogelgroepen. In kader van het monitoringsprogramma voor de ruilverkaveling Elingen werd gekozen voor twee ecologische broedvogelgroepen, namelijk de Veldleeuwerik-groep die nat tot droog grasland als voorkeurbiotoop heeft en de Kievit-groep die akkergebieden als voorkeurbiotoop heeft. Beide groepen hebben de meeste soorten gemeen en Gele kwikstaart werd in dit monitoringsprogramma nog toegevoegd aan de Veldleeuwerik-groep zodat de enige soort die het verschil maakt tussen beide groepen Graspieper is die bij de Veldleeuwerik-groep zit. Bij de verschillende soorten werd per groep ook de veeleisendheid naar biotoop weergegeven. ‘1’ betekent dat een soort weinig kritisch is en stellen weinig eisen aan hun leefgebied. Het zijn soorten die in heel wat verschillende vegetatietypes voorkomen en een breed voedselspectrum hebben. Soorten met een veeleisendheid van klasse ‘2’ zijn vrij kritische soorten die hogere eisen stellen aan hun leefomgeving maar die nog in verschillende vegetatietypes voorkomen en een vrij breed voedselspectrum hebben. De soorten in klasse ‘3’ zijn kritische soorten met hoge eisen aan hun leefomgeving. Het zijn soorten die veelal gebonden zijn aan enkele specifieke vegetatietypes en hoge voedseleisen hebben. De veeleisendheid voor hun leefomgeving verschilt voor sommige soorten van het landschapstype. Zo stelt bijvoorbeeld Gele kwikstaart erg hoge eisen om te broeden in graslanden maar is de soort weinig kritisch om in akkergebieden te broeden. Gezien in het onderzoeksgebied nagenoeg enkel akkergebieden aanwezig zijn, is de Kievit-groep de meest relevante. Het best wordt de veeleisendheid gebruikt die voor deze groep is vermeld. Tabel 1: soorten van de Veldleeuwerik-groep (naar Sierdsema, 1995) Veldleeuwerik-groep

veeleisendheid

Patrijs

3

Kwartel

2

Scholekster 2 Kievit 2 Wulp 2 Veldleeuwerik 1 Graspieper 1 Grauwe gors 3 Gele kwikstaart* * toegevoegd aan Veldleeuwerik-groep

voorkeurbiotoop pioniersvegetaties (akkers), grasland, kruidenrijk pioniersvegetaties (akkers), grasland, kruidenrijk, open open gebied, lage grazige en pioniersvegetaties open gebied, lage grazige en pioniersvegetaties open gebied, ruigten, open pioniersvegetaties lage vegetaties met open plekken, open gebieden lage vegetaties met open plekken, open gebied kruidenrijke pioniersvegetaties -

Pagina 7 van 58


Methodiek

Tabel 2: soorten van de Kievit-groep (naar Sierdsema, 1995) Kievit-groep

veeleisendheid

Patrijs

2

Kwartel

2

Scholekster Kievit Wulp Veldleeuwerik Gele kwikstaart Grauwe gors

1 1 2 1 1 3

voorkeurbiotoop pioniersvegetaties (akkers), grasland, kruidenrijk pioniersvegetaties (akkers), grasland, kruidenrijk, open open gebied, lage grazige en pioniersvegetaties open gebied, lage grazige en pioniersvegetaties open gebied, ruigten, open pioniersvegetaties lage vegetaties met open plekken, open gebieden lage vegetaties met open plekken, vochtig-nat kruidenrijke pioniersvegetaties

Extra soorten Omdat in het ruilverkavelingsgebied Elingen verschillende interessante holle wegen aanwezig zijn, er aanplantingen en onderhoud van houtkanten in het ruilverkavelingsproject werden voorzien en er nog een broedpopulatie van Geelgors voorkwam, werd in 2002 besloten om deze Rode lijstsoort (categorie bedreigd) ook mee te nemen in de monitoring. Het Pajottenland is samen met de West-Vlaamse heuvels het laatste resterend kerngebied voor deze soort in het westelijk deel van Vlaanderen (ten westen van Brussel). De Geelgors is een standvogel en zijn geschikte overwinteringsgebieden belangrijk om de broedpopulaties op peil te houden. Zo blijken gerichte maatregelen voor overwinterende akkervogels in Galmaarden-Waarbeke een gunstig effect te hebben op het behoud van de broedpopulatie Geelgorzen (zie Cinerea-rapporten vanaf 2010). Omdat de Grasmus net als Geelgors ook sterk gebonden is aan houtkanten en struwelen in het agrarisch gebied werd besloten om deze soort ook bij de monitoring in 2010 en 2014 mee te nemen. Zo kan worden opgevolgd in welke mate de soort reageert op de aanplant van houtkanten in het ruilverkavelingsgebied. De Grasmus is een zomervogel die ten zuiden van de Sahara gaat overwinteren. Dus de toestand van de broedpopulatie is ook afhankelijk van de condities tijdens de trek en in de overwinteringsgebieden. Bijkomend werd tijdens het terreinwerk ook alle waarnemingen van Haas genoteerd.

2.3

Monitoring met de uitgebreide territoriumkartering De inventarisatie werd net zoals in 2002 en 2010 uitgevoerd door middel van een uitgebreide territoriumkartering volgens Hustings et al., 1989. Deze arbeidsintensieve inventarisatiemethode is geschikt voor territoriale soorten en kunnen op basis van geldige waarnemingen het aantal territoria voor een bepaalde soort vrij nauwkeurig worden bepaald. Om een zo correct mogelijke vergelijking met de twee voorgaande inventarisaties te kunnen maken, werd dezelfde methodiek gebruikt. Het volledige onderzoeksgebied werd dan ook acht keer bezocht tussen begin maart en eind juni 2014. Dit aantal bezoeken geeft voldoende geldige bezoeken en een goede nauwkeurigheid van de inventarisatie. Geldige waarneming Geldige waarnemingen zijn alle waarnemingen waarbij een vogel territoriumindicerend of nestindicerend gedrag vertoont. Dit betekent bijvoorbeeld dat zingende mannetjes, alarmerende vogels, vogels op nest, vogels met jongen, en zo verder als geldige waarnemingen werden ingegeven. Waarnemingen van bvb. een overtrekkende vogel of een rustende vogel zijn geen geldige waarnemingen. Pagina 8 van 58


Methodiek

Geldig bezoek Het aantal waarnemingen dat wordt vereist voor een territorium, is afhankelijk van het aantal geldige bezoeken. Een geldig bezoek is een bezoek in de periode waarin de soort in het gebied aanwezig is. Indien een gebied van 1 maart tot 30 juni acht keer wordt bezocht, zijn er voor standvogels (= vogels die het hele jaar door in Vlaanderen verblijven) acht geldige bezoeken (zoals bij de uitgevoerde monitoring). Bij zomervogels (= vogels die enkel in het broedseizoen in Vlaanderen verblijven en in het najaar wegtrekken naar zuidelijke overwinteringsgebieden) ligt dat anders. Concreet: indien het gebied acht keer wordt bezocht en bijvoorbeeld de Grasmus (een zomervogel die gemiddeld rond 20 april in Vlaanderen aankomt) wordt voor het eerst waargenomen tijdens de vierde ronde, dan zullen er voor die soort vijf geldige bezoeken zijn. Een geldig bezoek is dus (voor zomervogels) elk bezoek vanaf het moment waarop de soort voor het eerst in het gebied werd waargenomen (in dit geval zijn dit dus de bezoeken tijdens ronde 4, 5, 6, 7 en 8). Of die soort daadwerkelijk tijdens elk van die rondes werd waargenomen, doet er niet toe. Het aantal geldige bezoeken is van tel om te bepalen hoeveel geldige waarnemingen nodig zijn om tot een territorium te kunnen besluiten. Gebruik van geactualiseerde criteria De methodiek van uitgebreide territoriumkartering volgens Hustings et al. is in de jaren ’80 ontwikkeld door Nederlandse broedvogelspecialisten van SOVON. Sindsdien is deze methodiek twee keer geactualiseerd (Van Dijk, 2004; Van Dijk & Boele, 2011). Bij de actualisatie door Van Dijk & Boele blijft het om een uitgebreide territoriumkartering gaan maar de interpretatiecriteria (o.a. geldige waarnemingen, datumgrenzen) zijn geactualiseerd en aangepast. Dit is nodig gezien heel wat vogels vroeger beginnen te broeden dan bvb. 30 jaar geleden en zo de datumgrenzen voor het bepalen van een territorium op basis van geldige waarnemingen zijn gewijzigd. Om de noodzaak aan actualisatie van de criteria ten gevolge van de veranderende klimaatomstandigheden te illustreren, wordt het voorbeeld van de Grasmus genomen (naar Verbelen D., 2014). Hoe verschillen de criteria van Hustings et al. (1989) en Van Dijk & Boele (2011) hierin van elkaar? Criteria volgens Hustings et al. (1989) voor Grasmus:  

geldige waarnemingen: (1) zingende mannetjes; (2) alarmerende vogels bij vier tot zes geldige bezoeken volstaat één geldige waarneming om tot een territorium te kunnen besluiten. Eenmalige waarnemingen mogen pas worden meegeteld na 15 mei (om eventuele late doortrekkers te kunnen uitsluiten).

Criteria volgens Van Dijk & Boele (2011) voor Grasmus:  

geldige waarnemingen: (1) territoriumindicerend gedrag; (2) nestindicerend gedrag bij vier tot zes geldige bezoeken volstaat één geldige waarneming om tot een territorium te kunnen besluiten. Eenmalige waarnemingen mogen pas worden meegeteld wanneer die plaats vonden tussen 25 april en 10 juli.

Uit het bovenstaande blijkt dat Van Dijk & Boele meer verfijning in de datumgrenzen aanbrengen. Waar bij Hustings et al. (bij vier tot zes geldige bezoeken) een éénmalige geldige waarneming leidt tot een territorium indien die waarneming plaatsvond na 15 mei, stellen Van Dijk & Boele dat éénmalige geldige waarnemingen (eveneens bij vier tot zes geldige bezoeken) leiden tot een territorium indien die waarneming plaatsvond tussen 25 april en 10 juli. Tussen beide methodes zit dus een verschil op de datumgrenzen

Pagina 9 van 58


Methodiek

van 21 dagen en zal bij een vergelijking van dezelfde gegevens normaliter het aantal territoria bij Van Dijk & Boele hoger liggen. De nood aan geactualiseerde datumgrenzen geldt ook voor heel wat andere soorten die de voorbije decennia almaar vroeger terugkeren uit hun overwinteringsgebieden en hier dus ook almaar vroeger territoriumindicerend gedrag vertonen. Om een correcte vergelijking met de monitoringsprogramma’s van 2002 en 2010 mogelijk te maken, worden de criteria van Hustings et al. (1989) wel strikt aangehouden. Voor de trek- of zomervogels die als broedvogel zijn vastgesteld, wordt bij de soortbespreking (zie 3.2) bijkomend het aantal territoria vermeld indien de criteria van Van Dijk & Boele worden toegepast.

Grootschalig akkerlandschap in deelgebied 3A

2.4

Uitvoering inventarisatie en verwerking gegevens Data en routes Om een voldoende nauwkeurigheid te hebben, werd net zoals bij de twee voorgaande inventarisaties het onderzoeksgebied acht maal bezocht. Er werd begin maart gestart en werd er tot juni per maand 2 rondes uitgevoerd. Eén inventarisatieronde in het onderzoeksgebied werd opgedeeld in drie telgebieden, welke elk tijdens één morgen werd doorlopen. Bij gunstige weersomstandigheden werd één inventarisatieronde afgewerkt in drie opeenvolgende dagen. Met uitzondering van ronde 8 is bij alle rondes het regime van drie opeenvolgende inventarisatiedagen aangehouden.

Pagina 10 van 58


Methodiek

Bij de inventarisatie van de verschillende telgebieden werd per ronde alternerend gestart vanuit een andere richting. Als er bijvoorbeeld tijdens een ronde werd gestart van oost naar west, werd de volgende ronde gestart van west naar oost. Hierdoor werd een locatie in een telgebied een keer op een vroeg tijdstip en een volgende keer op een later tijdstip bezocht waardoor de trefkans van territoriumindicerend gedrag van de geselecteerde soorten maximaal werd gespreid. Per inventarisatieronde werd geen echte vaste route gevolgd maar werden de meeste percelen doorlopen en werden alle holle wegen, erosiestroken en zones met beheerovereenkomsten afgelopen zodat toch telkens een min of meer zelfde traject werd gevolgd (wel alternerend van richting). Per morgen werd tussen de 220 ha (telgebieden 2A tot 2C) en 288 ha (telgebieden 1A en 1B) vlakdekkend geïnventariseerd. Deze oppervlaktes liggen aan de bovengrens van hetgeen door Van Dijk & Boele (2011) wordt meegeven voor het Broedvogel Monitoring Project voor weide- en akkervogels (BMP-W), namelijk 30 tot 250 ha. Er werd gestart ongeveer 1 uur voor zonsopgang tot maximaal 5 uur na zonsopgang. Bij de meeste soorten was er het sterkst territoriaal gedrag in de periode voor en na zonsopgang. Zeker tijdens het voorjaar van 2014 werd door het uitzonderlijk warme weer de territoriale activiteit van zangvogels al vrij vroeg op de morgen heel wat minder. Om de schemeractieve soort Kwartel optimaal te kunnen inventariseren werden in juni in het volledige onderzoeksgebied twee nachtelijke inventarisaties (vanaf zonsondergang tot 4 uur na zonsondergang) gedaan. Op regelmatige tijdstippen werd het geluid van Kwartel gedurende ca. 30 seconden afgespeeld en werd er daarna een korte periode naar eventuele reactie geluisterd. Tabel 3: data wanneer de 8 rondes in 2014 werden uitgevoerd Inventarisatieronde 1ste ronde 2de ronde de 3 ronde de 4 ronde de 5 ronde de 6 ronde de 7 ronde ste 8 ronde nachtelijke ronde 1 (Kwartel) nachtelijke ronde 2 (Kwartel)

data 5, 6 en 7 maart 2014 18,19 en 20 maart 2014 9, 10 en 11 april 2014 21, 22 en 23 april 2014 9, 10 en 11 mei 2014 23, 24 en 25 mei 2014 9, 10 en 11 juni 2014 19, 21 en 22 juni 2014 6 juni 2014 23 juni 2014

ObsMapp Voor de invoer van gegevens werd de smartphone-applicatie ObsMapp gebruikt. Hierbij werden alle waarnemingen onmiddellijk digitaal in het veld ingevoerd en is er koppeling met tijd en GPS-locatie (nauwkeurigheid tot op 3 à 5 m). Door een druk op een eenvoudige klik op een aanraakscherm met de recente luchtfoto’s (Google Maps) als achtergrond kan een waarneming met alle bijhorende gegevens worden ingevoerd. Alle waarnemingen worden na de inventarisatiedag opgeladen naar de gekoppeld portaal www.waarnemingen.be. De gegevens kunnen vanuit de databank van waarnemingen.be als een csv-bestand worden geëxporteerd. Dit kan dan in ArcGIS kan worden geïmporteerd en ook als excellbestand worden opgeslagen. Pagina 11 van 58


Methodiek

De gegevens staan onder embargo. Dit betekent dat deze gegevens niet kunnen worden opgevraagd door derden en dat de waarnemingen niet openbaar te zien zijn. Sowieso dient er voor gebruik van de waarnemingen door derden vooraf toestemming worden gevraagd. Het gebruik van deze applicatie is bijzonder nuttig in uitgestrekte gebieden met weinig duidelijke referentiepunten. Men weet altijd nauwkeurig waar men zich bevindt en kunnen territoriumindicerende waarnemingen van de geselecteerde soorten met een hoge precisie worden ingevoerd. Tevens dient er niets meer te worden gedigitaliseerd: er moeten geen analoge veldkaarten meer worden ingevoerd en alle data is onmiddellijk online beschikbaar. Hierdoor kon er efficiĂŤnt en betrouwbaar worden gewerkt. Verwerking en analyse gegevens Op basis van de criteria volgens Hustings et al. (1989) wordt voor de verschillende geselecteerde soorten op basis van de geldige waarnemingen de territoria afgebakend. Alle geldige waarnemingen en de afgebakende territoria worden per soort met behulp van ArcGIS 10.1 op een overzichtelijke kaart (richtschaal 1/5.000) weergegeven. Door gebruik van meerdere kleuren kunnen de verschillende inventarisatiedagen worden onderscheiden. De territoria van de soorten van de twee ecologische vogelgroepen worden ook per ecologische groep samen op ĂŠĂŠn kaart gezet.

Een bloemenrijke talud met o.a. Mariadistel is ecologisch interessant (deelgebied 1A)

Pagina 12 van 58


Resultaten

3 Resultaten

3.1

Weersomstandigheden De weersomstandigheden voor en tijdens de inventarisatieperiode in 2014 waren eerder uitzonderlijk. Zo was de winter van 2013-2014 ÊÊn van de zachtste winters in meer dan 100 jaar. De temperatuur in de periode voor de eerste inventarisatieronde begin maart lag een stuk hoger dan gemiddeld en tijdens de inventarisatieperiode was het tot eind april veelal aangenaam lenteweer met maximumtemperaturen tot 20° C en weinig neerslag en wind. Vanaf eind april tot half mei was een periode met lage temperaturen, vrij veel wind en neerslag. In de tweede helft van mei tot half juni was het opnieuw warmer maar waren er door het onstabiel weer regelmatig hevige buien. Tijdens de tweede helft van juni was het veelal aangenaam weer met weinig neerslag.

Door de erg zachte winter was koolzaad op veel percelen blijven bloeien (maart 2014, deelgebied 1B)

3.2

Soortbespreking Hieronder worden de 11 vogelsoorten besproken die voor de monitoring werden weerhouden op basis van de ecologische vogelgroepen. Van enkele soorten werden er geen (geldige) waarnemingen of territoria in het onderzoeksgebied vastgesteld.

Pagina 13 van 58


Resultaten

Voor een uitgebreide bespreking van de ecologische eisen, evolutie, … van de verschillende vastgestelde broedvogelsoorten wordt verder verwezen naar het rapport van de monitoring in 2010 (zie bijlage 5.5 in rapport Verbelen D., 2010). In onderstaande tabel zijn het aantal vastgestelde broedterritoria alle geselecteerde soorten tijdens de inventarisatiejaren 2002, 2010 en 2014 en de trend over de jaren van weergegeven. Zie hiervoor ook de kaarten 2a tot en met 2g. Tabel 4: overzicht van aantal territoria over de 3 inventarisatiejaren 2002 Patrijs Kwartel Scholekster Kievit Wulp Veldleeuwerik Geelgors Grauwe gors Gele Kwikstaart Grasmus Graspieper

2010

2014

2010<˃2002

2014˂˃2010

2014˂˃2002

39

29

25

-26%

-14%

-36%

4 0 51 0 26 20 0 45 0 185

1 0 55 0 35 18 0 83 24 0 245

2 0 37 0 23 19 0 51 56 0 213

-75% 8% 35% -10% 84% 32%

100% -33% -34% 6% -39% 133% -13%

-50% -27% -12% -5% 13% 15%

Per soort worden de resultaten uit tabel 4 verder besproken en is er een weergave van de status, wanneer er sprake is van een geldige waarneming en wat de tendens is in West- en Oost-Europa, Vlaanderen en regionaal. De gegevens van de tendensen in West- en Oost-Europa zijn afkomstig van de European Bird Census Council (EBCC). Binnen het project ‘Pan-Europe Common Bird Monitoring Scheme’ (PECBMS) worden de trends van 163 algemene broedvogels opgevolgd en gepubliceerd. De meeste recente publicatie dateert van 2013 en geeft per soort een trend weer. De gegevens zijn afkomstig uit 27 landen en zijn uitgesplitst in de langere termijn (vanaf 1980) en kortere termijn (vanaf 1990).

Landen waarvan broedvogelgegevens voor de PECBMS afkomstig zijn

Pagina 14 van 58


Resultaten

De gegevens voor de recente tendens in Vlaanderen zijn met uitzondering van Kwartel gebaseerd op de gegevens verzameld in kader van de Algemene Broedvogels Vlaanderen (ABV-project). De resultaten van die monitoring tussen 2007 en 2012 zijn gepubliceerd in Natuur.Oriolus (Vermeersch, Lewylle & Onkelinx, 2014/1). Aanvullend worden gegevens van de inventarisatie uitgevoerd in 14 landbouwgebieden in Vlaanderen i.k.v. de impact van beheerovereenkomsten (Feys, Vermeersch & De Bruyn, 2013). Voor een algemene situering werd onder meer beroep gedaan op de beschrijving van de soorten in de Atlas van de Vlaamse broedvogels (Vermeersch et al., 2004). De gegevens voor de regionale tendensen (Denderstreek-Pajottenland) zijn vooral afkomstig van de Natuurpunt vogelwerkgroep Cinerea â&#x20AC;&#x201C; Denderstreek en mededelingen van Wouter Faveyts (2014).

3.2.1

Patrijs (Perdix perdix) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep en Kievit-groep kwetsbaar territoriumkartering (1) roepende mannetjes; (2) paren karteren. Alle overige waarnemingen kunnen enkel als aanvulling worden gebruikt. De beste inventarisatieperiode is tussen half februari en eind maart. Er werd dan ook tijdens de eerste twee rondes in maart 2014 intensief geĂŻnventariseerd voor Patrijs. Hierbij werd af en toe (in totaal < 20x) de roep van Patrijs afgespeeld. Mogelijks heeft dit een licht positief effect maar gezien de erg beperkte respons op het afspelen valt dit binnen de foutmarge van de inventarisatie.

- voorkomen Europa:

weinig van de 163 Europese soorten die in kader van de PECBMS door EBCC worden opgevolgd, hebben zulke sterke terugval gekend als de Patrijs. Met een afname op lange termijn (sinds 1980) van 94% en op korte termijn van 90% (sinds 1990) en een jaarlijkse afname van ca. 10% is de toekomst van de Patrijs in Europa weinig rooskleurig. Zoals uit de grafiek blijkt is er sinds 1995 een sterke afname, na weliswaar een opvallende piek in de jaren 1993-1994.

Populatie-index van Patrijs in 11 Europese landen (PECBMS 2013) Pagina 15 van 58


Resultaten

3.2.2

- voorkomen Vlaanderen:

de Kustpolders, de polders in het Meetjesland, het koutergebied tussen Boven-Schelde en Leie en de driehoek Geraardsbergen-Ninove-Halle zijn de kerngebieden voor Patrijs in Vlaanderen. Hier werden tijdens inventarisaties begin de jaren 2000 lokaal tot 50 territoria/100 ha geteld. Net zoals in de rest van Vlaanderen is het broedvogelbestand van Patrijs verder afgekalfd en worden momenteel dergelijke dichtheden niet meer gehaald. Tussen 2007 en 2012 is de trend nog negatief met een afname van 23,5% (ABVproject).

- voorkomen RVK Elingen:

tussen 2002 en 2010 waren de broedterritoria in de telgebieden 1B, 2A, 2B en 2C nagenoeg verdwenen en hield de soort vooral stand in 3A en 3B. In 2014 werden er in vergelijking met 2010 opnieuw meer territoria in de telgebieden 2A tot 2C aangetroffen (van 1 naar 5 territoria). In telgebied 1A was er een aanzienlijke afname (van 7 naar 3 territoria). In telgebieden 3A en 3B werden er ongeveer evenveel territoria geteld als in 2010 (van 18 naar 16 territoria). Tussen 2002 en 2014 is het aantal territoria in het onderzoeksgebied met 36% afgenomen. Met een dichtheid van ca. 3 territoria/100 ha is er zeker geen sprake meer van een kerngebied voor Patrijs.

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

39 29 (- 26%) 25 (-14%)

Kwartel (Coturnix coturnix) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep en Kievit-groep onvoldoende gekend territoriumkartering (1) roepende mannetjes; (2) alle overige waarnemingen. Er werden 2 afzonderlijke nachtrondes (6 en 23 juni 2014) gedaan om Kwartel te inventariseren. Hierbij werd op regelmatige tijdstippen het geluid van Kwartel afgespeeld.

- voorkomen Europa:

deze soort wordt niet gemonitord in kader van de PECBMS. Net zoals bij de andere soorten die gebonden zijn aan grootschalige landbouwgebieden wordt een achteruitgang vastgesteld, waarschijnlijk te wijten aan ongunstige omstandigheden in de overwinteringsgebieden (Middellands zeegebied en ten zuiden van Sahara) en tijdens de trek.

- voorkomen Vlaanderen:

het is een schaarse broedvogel in Vlaanderen. Tijdens de atlasperiode 2000-2002 werd de Vlaamse populatie geschat op 400 Ă 700 roepposten. Het is soort waarvan de broedpopulatie van jaar tot jaar sterk kan verschillen. Dit blijkt duidelijk uit de inventarisaties die in 3 landbouwgebieden (totaal 1.200 ha) in de West-Vlaamse polders tussen 2009 Pagina 16 van 58


Resultaten

en 2011 werden uitgevoerd (Dochy, 2012). In 2009 en 2010 werden respectievelijk 2 en 4 territoria vastgesteld, terwijl er in 2011 in totaal 24 territoria zijn vastgesteld. Ook 2012 was een goed kwarteljaar met een toename van 4 territoria in 2010 naar 17 territoria in 2012 in 14 landbouwgebieden verspreid in Vlaanderen (Feys et al., 2013). In het zuidelijk deel van het Pajottenland was de soort in de jaren â&#x20AC;&#x2122;90 alvast algemener (mond. med. Faveyts W.).

3.2.3

- voorkomen RVK Elingen:

er werden slechts 2 territoria vastgesteld (in 1B en 2C). De waarnemingen gebeurden niet tijdens de nachtelijke rondes maar â&#x20AC;&#x2122;s morgens tijdens ronde 6 en 7. Net zoals bij de voorgaande inventarisaties is er geen sprake van een echte broedpopulatie van Kwartel in het onderzoeksgebied maar zijn het eerder toevallige territoria.

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

4 1 (- 75%) 2 (+100%)

Scholekster (Haematopus ostralegus) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep en Kievit-groep momenteel niet bedreigd lokaliseren van paren (1) paren en solitaire broedvogels in geschikt broedbiotoop; (2) alarmerende vogels; (3) lokaliseren van broedende vogels.

- voorkomen Europa:

de Scholekster kent een matige afname in de 6 Europese landen waarvan de gegevens werden gebruikt. Op de lange termijn is er een afname van 5%, echter op de korte termijn is die afname 40% (jaarlijks -2,2%).

Populatie-index van Scholekster in 6 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

het broedareaal van de Scholekster ligt vooral in het noordelijk deel van Vlaanderen. Hier broedt de soort vooral op Pagina 17 van 58


Resultaten

akkers. Akkergebieden afgewisseld met graslandcomplexen zijn meer aantrekkelijk. In de periode 2007-2012 was er een toename van 7,6% van de populatie in Vlaanderen (ABVproject). - voorkomen RVK Elingen: - aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

3.2.4

tijdens de 3 verschillende inventarisatiejaren werd de soort niet waargenomen. 0 0 0

Kievit (Vanellus vanellus) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep en Kievit-groep momenteel niet bedreigd lokaliseren van paren, turfmethode (1) aanwezige paren; (2) baltsende of alarmerende vogels; (3) broedende vogels.

- voorkomen Europa:

kent een matige afname in de 18 Europese landen waarvan i.k.v. de PECBMS gegevens werden gebruikt. Op de lange termijn (vanaf 1980) is er een afname van 48% en op korte termijn (vanaf 1990) een afname van 31% (jaarlijks -1,9%). Tussen 1980 en 1995 is de afname vrij sterk, daarna is er een lichte afname van de populatie.

Populatie-index van Kievit in 18 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

grotere dichtheden zijn momenteel aanwezig in de Kust- en Scheldepolders. In de rest van Vlaanderen zijn de broedpopulaties meer versnipperd en zijn de broeddichtheden lager. In de periode 2007-2012 nam de soort beduidend af met ca. 20% (ABV-project). Bij de inventarisatie in 2013 van Kievit in 4 akkergebieden (totaal 388 ha) in de zuidelijke Denderstreek werd een dichtheid van 4,1 terr./100 ha vastgesteld.

Pagina 18 van 58


Resultaten

- voorkomen RVK Elingen:

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

3.2.5

Kievit komt nog verspreid voor in het onderzoeksgebied maar is de soort afhankelijk van akkerpercelen met minder intensief gebruikte zones erin of graslanden in de directe omgeving. Hier komen er veelal enkele broedkoppels samen voor. Door het warme en droge voorjaar was er al vroeg veel landbouwactiviteit op de akkerpercelen en zijn waarschijnlijk heel wat legsels verloren gegaan. Ook vervanglegsels zullen weinig succesvol zijn geweest, gezien er bijzonder weinig juvenielen werden waargenomen. De broeddichtheid bedroeg in 2014 4,7 terr./100 ha. In vergelijking met 2010 is er een vrij sterke afname met ca. 1/3de van de broedpopulatie. 51 55 (+8%) 37 (-33%)

Wulp (Numenius arquata) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep en Kievit-groep momenteel niet bedreigd lokaliseren van broedparen (1) zingende en baltsende wulpen; (2) aanwezige paren in april en mei baltsende of alarmerende vogels; (3) broedende vogels.

- voorkomen Europa:

de Wulp kent een matige afname in de 8 Europese landen waarvan i.k.v. PECBMS gegevens werden gebruikt. Op de lange termijn is er een afname van 45% en op de korte termijn is die afname 29% (jaarlijks -2,0%). Na een vrij sterke terugval begin de jaren â&#x20AC;&#x2122;80 bleef de populatie min of meer stabiel tot midden de jaren â&#x20AC;&#x2122;90 om daarna geleidelijk af te nemen.

Populatie-index van Wulp in 8 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

de Kempen zijn het kerngebied voor de broedpopulatie van Wulp in Vlaanderen waar ze vooral broedt in graslandcomPagina 19 van 58


Resultaten

plexen. Buiten de Kempen komt de soort bijna niet tot broeden. In de periode 2007-2012 nam de populatie met 8,6% af (ABV-project).

verspreiding van de Wulp in Vlaanderen in de periode 2008-2012 (Vermeersch , 2014)

- voorkomen RVK Elingen:

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

3.2.6

tijdens de 3 verschillende inventarisatiejaren werd de soort niet waargenomen. Door het ontbreken van geschikte broedbiotopen is het onwaarschijnlijk dat deze soort in het onderzoeksgebied tot broeden zou komen. 0 0 0

Veldleeuwerik (Alauda arvensis) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep en Kievit-groep kwetsbaar territoriumkartering zingende mannetjes. * Hustings et al. (1989): éénmalige waarnemingen enkel na 15 april. Bij 8 geldige bezoeken zijn er echter min. 2 geldige waarneming nodig. * Van Boele & Dijk (2011): éénmalige waarnemingen tussen 1 april en 15 juni (met min. 5 geldige bezoeken).

- voorkomen Europa:

deze typische akkervogel kent sinds midden vorige eeuw een sterke terugval. Sinds 1980 is de soort met 51% afgenomen in de 26 Europese landen die meewerken aan de monitoring van de ECBB.

Pagina 20 van 58


Resultaten

Populatie-index van Veldleeuwerik in 26 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

ook in Vlaanderen is de soort sterk afgenomen met een afname van 95% en meer sinds de jaren â&#x20AC;&#x2122;60. De soort is sinds de vorige atlasperiode (2000-2002) nog verder sterk afgenomen en is momenteel uit heel wat gebieden als broedvogel verdwenen. Kerngebieden zijn nog delen van de Kustpolders en delen van de Vlaams-Brabantse en Limburgse leemstreek. In de periode 2007-2012 nam de al gedecimeerde populatie verder af met 14,3% (ABV-project). Bij de inventarisatie in 2013 van Veldleeuwerik in 4 akkergebieden (totaal 388 ha) in de zuidelijke Denderstreek werd een dichtheid van 2,0 terr./100 ha vastgesteld (Faveyts, 2014).

- voorkomen RVK Elingen:

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

territoria van Veldleeuwerik werd in 2014 vooral in de deelgebieden 1A en 3A aangetroffen. Dit zijn de grootste open koutergebieden waar deze soort dan ook een voorkeur voor heeft. In vergelijking met de monitoring in 2010 -wat een uitzonderlijk goed jaar was gezien de vrij sterke toename t.o.v. 2002- is de soort verdwenen uit deelgebied 1B en zijn er in de deelgebieden 2B en 3A verschillende territoria verdwenen. De dichtheid bedroeg 2,9 terr./100 ha. 26 35 (+35%) 23 (-34%) (volgens criteria Van Dijk & Boele: + 6 extra territoria)

Pagina 21 van 58


Resultaten

Een akkerperceel in deelgebied 3A dat laattijdig werd ingezaaid was aantrekkelijk voor oa. Veldleeuwerik

3.2.7

Geelgors (Emberiza citrinella) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Geelgors-groep bedreigd territoriumkartering (1) zingende mannetjes; (2) alarmerende vogels; (3) vogels met voer. * Hustings et al. (1989): éénmalige waarnemingen enkel na 15 april. * Van Boele & Dijk (2011): éénmalige waarnemingen tussen 1 april en 20 juli. Bij 8 ‘normbezoeken’ (= geldige bezoek) is 1 geldige waarneming tussen de datumgrenzen voldoende.

- voorkomen Europa:

in 24 Europese landen die meewerken aan de monitoring van de ECBB een matige afname van Geelgors. Op lange termijn (sinds 1980) is er een afname van 44%. In de jaren ’80 is de afname sterk met ca. 40%. Sinds 1995 is de afname minder sterk.

Pagina 22 van 58


Resultaten

Populatie-index van Geelgors in 24 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

de Geelgors is nog een vrij algemene broedvogel in Vlaanderen maar heeft de laatste decennia net zoals de meeste andere akkervogels een sterk achteruitgang gekend. De soort heeft zich vooral in de oostelijke leemstreek weten te handhaven. Tijdens het ABV-project in de periode 20072012 werd een beduidende toename van 30% vastgesteld. Bij de inventarisatie van 14 landbouwgebieden in de jaren 2010, 2012 en 2013 was er een afname van 46 territoria naar 37 territoria (-20%) (Feys et al., 2013) In het Pajottenland zijn er verschillende kleinere kernpopulaties aanwezig. Tijdens de inventarisatie in 2010 werden in 3 kerngebieden in de zuidelijke Denderstreek in totaal 46 territoria (1,8 terr./100 ha) vastgesteld (Faveyts & Bert, 2012). Dit was een toename in vergelijking met voorgaande jaren, na 2010 blijken de aantallen wel opnieuw licht af te nemen.

Pagina 23 van 58


Resultaten

Voorkomen van Geelgors in 2010 in 37 UTM-hokken in Vl.-Brabant (Lewylle & Veraghert, 2010)

- voorkomen RVK Elingen:

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

de broedpopulatie in het onderzoeksgebied is de laatste 12 jaar min of meer stabiel gebleven. De territoria zijn aanwezig in de holle wegen en houtkanten. In het zuidelijk deel van 1A is er een concentratie van een zestal territoria, ook in het noordelijk deel van 3A liggen er een viertal territoria dicht bij elkaar. In de overige deelgebieden is er toch nogal wat verschuivingen van territoria over de 3 verschillende jaren. Zo waren er in 2A in 2002 drie territoria aanwezig, in 2010 geen en in 2014 ĂŠĂŠn. De aanwezigheid van holle wegen en (jonge) houtkanten zijn alvast essentieel voor het behoud van deze kernpopulatie. 20 18 (-10%) 19 (+6%) (volgens criteria Van Dijk & Boele: + 2 extra territoria)

Pagina 24 van 58


Resultaten

Interessante holle weg voor Geelgors in deelgebied 1A

3.2.8

Grauwe gors (Miliaria calandra) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Veldleeuwerik-groep bedreigd territoriumkartering (1) zingende mannetjes; (2) alarmerende vogels; (3) alle overige waarnemingen eveneens karteren. Bij eventuele vliegbewegingen over grotere afstand moet de vliegrichting ingetekend worden.

- voorkomen Europa:

de Grauwe gors kent sinds 1980 een vrij sterke afname in de 20 Europese landen waarvan gegevens i.k.v. PECBMS werden gebruikt. Op de lange termijn is er een afname van 61% en op de korte termijn is die afname 19%. Vooral tussen 1980 en 1985 is de afname sterk met meer dan 40%, daarna is er een lichte afname.

Pagina 25 van 58


Resultaten

Populatie-index van Grauwe gors in 20 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

Tussen 1990 en 2007 nam de populatie van deze Rode lijstsoort in Vlaanderen af met minstens 80%. De soort is uitgestorven in Oost- en West-Vlaanderen. In 2007 werd de populatie geschat op 275 broedparen (Vermeersch & Anselin, 2009).

- voorkomen RVK Elingen:

net zoals bij de voorgaande twee inventarisaties was er geen enkele waarneming van deze soort. 0 0 0

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

3.2.9

Graspieper (Anthus pratensis) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen: - voorkomen Europa:

Veldleeuwerik-groep bedreigd territoriumkartering (1) zingende mannetjes; (2) alarmerende vogels; (3) Voedseltransport. de Graspieper kent een matige afname in de 8 Europese landen waarvan gegevens i.k.v. PECBMS werden gebruikt. Op de lange termijn is er een afname van 45% en op de korte termijn is die afname 29% (jaarlijks -2,0%). Na een vrij sterke terugval begin de jaren â&#x20AC;&#x2122;80 bleef de populatie min of meer stabiel tot midden de jaren â&#x20AC;&#x2122;90 om daarna geleidelijk af te nemen.

Pagina 26 van 58


Resultaten

Populatie-index van Graspieper in 15 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

de soort is in Vlaanderen vooral nog als broedvogel aan te treffen in de Oostkustpolders. In de rest van Vlaanderen komt de soort maar fragmentarisch meer als broedvogel voor. Tussen 2007 en 2012 nam de populatie van deze Rode lijstsoort verder sterk af met 39,1% (ABV-project).

verspreiding van de Graspieper in Vlaanderen in de periode 2008-2012 (Vermeersch , 2014)

In 2010 werden in de volledige Denderstreek maar 7 territoria meer vastgesteld (Faveyts, 2010). De indicaties van de laatste jaren wijzen erop dat de soort als broedvogel volledig aan het verdwijnen is uit de Denderstreek. - voorkomen RVK Elingen:

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

3.2.10

net zoals bij de voorgaande twee inventarisaties werden er geen geldige waarnemingen (territoriumindicerend gedrag) genoteerd. Graspieper is al in de vorige eeuw als broedvogel uit het onderzoeksgebied verdwenen. 0 0 0

Gele kwikstaart (Motacilla flava) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie:

Kievit-groep achteruitgaand Pagina 27 van 58


Resultaten

- inventarisatie: - geldige waarnemingen:

territoriumkartering (1) zingende mannetjes, vooral van begin mei tot in juni; (2) voedseltransport en alarm, vanaf einde mei; (3) paren met jongen, vanaf begin juni; (4) overige waarnemingen (vliegrichting intekenen). * Hustings et al. (1989): éénmalige waarnemingen enkel na half mei. In 2014 zes geldige bezoeken waardoor 1 geldige waarneming voldoende is. * Van Boele & Dijk (2011): éénmalige waarnemingen tussen 15 april en 20 juli. Bij 6 ‘normbezoeken’ (= geldige bezoek) is 1 geldige waarneming tussen de datumgrenzen voldoende.

- voorkomen Europa:

sinds 1980 is in 21 Europese landen die voor deze soort gegevens hebben aangeleverd voor de PECBMS een vrij sterke terugval van 41% (jaarlijks -2,6%). Sinds 1990 fluctueren de populaties maar blijven ze min of meer stabiel.

Populatie-index van Gele kwikstaart in 21 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

is een algemene broedvogel in Vlaanderen met zwaartepunten in het westen en het zuiden. In de Kempen ontbreekt de soort in grote delen. Het is één van de weinige akkervogels waar in de periode 2007-2012 een toename werd vastgesteld, nl. + 12,2% (ABV-project). Bij de inventarisatie in 2013 van Veldleeuwerik in 4 akkergebieden (totaal 388 ha) in de zuidelijke Denderstreek werd een dichtheid van 2,0 terr./100 ha vastgesteld.

- voorkomen RVK Elingen:

vooral in de deelgebieden 1A en 3A werden vrij hoge dichtheden vastgesteld met respectievelijk 16 en 9 territoria. In deelgebied 1A is dit een verdubbeling t.o.v. 2002. Ten opzichte van het duidelijke piekjaar 2010 was er vooral een afname in de deelgebieden 1B (van 8 naar 3 terr.), 2A (van 7 naar 1 terr.) en in 3A (van 21 naar 10). Ten opzichte van 2002 is de broedpopulatie in het gebied licht toegenomen (+13%).

Pagina 28 van 58


Resultaten

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

45 83 (+84%) 51 (-39%) (volgens criteria Van Dijk & Boele: + 12 extra territoria)

3.2.11

Grasmus (Sylvia communis) - ecologische vogelgroep: - Rode lijst-categorie: - inventarisatie: - geldige waarnemingen:

Roodborsttapuit-groep momenteel niet bedreigd territoriumkartering (1) zingende mannetjes; (2) alarmerende vogels * Hustings et al. (1989): éénmalige waarnemingen enkel na half mei. In 2014 zes geldige bezoeken waardoor 1 geldige waarneming voldoende is. * Van Boele & Dijk (2011): éénmalige waarnemingen tussen 15 april en 10 juli. Bij 6 ‘normbezoeken’ (= geldige bezoek) is 1 geldige waarneming tussen de datumgrenzen voldoende.

- voorkomen Europa:

sinds 1980 is in de 25 Europese landen die meewerken aan de monitoring van de ECBB een matige toename van Grasmus. Op lange termijn (sinds 1980) is er een toename van 43% (jaarlijks 1,0%). Sinds 1990 fluctueren de populaties maar blijven min of meer stabiel.

Populatie-index van Grasmus in 25 Europese landen (PECBMS 2013)

- voorkomen Vlaanderen:

de Grasmus is algemeen verspreid over Vlaanderen maar de Kustduinen en riviervalleien zijn kerngebieden met vrij hoge dichtheden. Dat de soort het vrij goed doet, blijkt ook uit de ABV-monitoring in de periode 2007-2012 waarbij de populatie met 15,1% toenam. Bij de inventarisatie in 2013 van Grasmus in ca. 1.000 ha (nattere) ruigtegebieden in de zuidelijke Denderstreek werd een gemiddelde dichtheid van 7,2 terr./100 ha vastgesteld. Een uitschieter was het natuurgebied Kortelake te Geraardsbergen met een dichtheid van 13 terr./100 ha. 2014 blijkt een topjaar voor de Grasmus te zijn want in het reserPagina 29 van 58


Resultaten

vaat Moenebroek (Geraardsbergen) was er een toename van 16 territoria in 2013 naar 27 territoria in 2014 (gegevens Faveyts W.). - voorkomen RVK Elingen:

- aantal territoria 2002: - aantal territoria 2010: - aantal territoria 2014:

uitzonderlijk is sprake van een succesverhaal in het onderzoeksgebied. De populatie is ten opzichte van 2010 meer dan verdubbeld! Zeker in de valleigebieden met ruigtes en opslag zijn er hoge dichtheden aanwezig. De toename t.o.v. 2010 is algemeen maar in de deelgebieden 1B (van 1 naar 7 terr.), 3A (van 1 naar 7 terr.) en in 3B (van 7 naar 12) is illustratief. Over het volledige onderzoeksgebied is de gemiddelde dichtheid 7,1 terr./100 ha. niet geĂŻnventariseerd 24 56 (+133%) (volgens criteria Van Dijk & Boele: + 8 extra territoria)

3.2.12

3.2.13

Haas (Lepus europaeus) - geldige waarnemingen: - Rode lijst-categorie: - voorkomen RVK Elingen:

alle waarnemingen. momenteel niet bedreigd vrij hoge dichtheden in deelgebieden 1A en 1B. Ook in 2A, 2C en 3A is de soort vrij algemeen. In 2B en het grootste deel van 3B zijn er maar weinig waarnemingen. Dit komt in grote lijnen overeen met de voorgaande inventarisaties.

- max. aantal/ronde 2002: - max. aantal/ronde 2010: - max. aantal/ronde 2014:

40 (vijfde ronde) 41 (vijfde ronde) 37 (zesde ronde)

Overzicht geldige waarnemingen Tabel 5 geeft een overzicht van alle geldige waarnemingen per soort en per ronde in 2014. Hieruit blijkt dat de piek van het aantal waarnemingen voor sommige soorten als Kievit al vrij vroeg valt, terwijl dit voor onder andere Gele kwikstaart en Grasmus op het einde van het inventarisatieseizoen is. Tabel 5: overzicht van de geldige waarnemingen in 2014 inventarisatieronde

1

2

3

4

5

6

7

8

Totaal

Patrijs

10

15

11

7

8

5

6

3

65

Kwartel Kievit Veldleeuwerik Geelgors Gele Kwikstaart Grasmus Haas Totaal

0 12 17 6 0 0 23 68

0 28 20 8 0 0 30 101

0 23 17 12 5 1 27 96

0 22 19 12 32 22 25 139

0 15 16 10 28 45 17 139

1 23 12 13 26 44 37 161

2 10 13 12 41 46 22 152

0 9 9 9 30 37 30 127

3 142 123 82 162 195 211 983

Pagina 30 van 58


Resultaten

Als de geldige waarnemingen van 2014 met deze van 2010 worden vergeleken (voor 2002 zijn ze niet beschikbaar) dan loopt het aantal geldige waarnemingen mee met de toe- of afname van het aantal territoria zoals besproken bij de verschillende soorten. Zo is er voor Kievit een vrij sterke afname van het aantal geldige waarnemingen, ook voor Gele kwikstaart is de afname beduidend. Voor Grasmus daarentegen is er bijna een verviervoudiging van het aantal geldige waarnemingen. Veldleeuwerik en Geelgors blijven ongeveer op hetzelfde niveau. Voor Veldleeuwerik zijn er echter in 2014 beduidend minder territoria afgebakend, wel zijn meer geldige waarnemingen per afgebakend territorium. Tabel 6: overzicht van de geldige waarnemingen in 2010 (Verbelen, 2010)

Pagina 31 van 58


Beheerevaluatie

4 Beheerevaluatie

In kader van de ruilverkaveling Elingen werden heel wat inrichtingswerken uitgevoerd ten behoeve van erosiebestrijding en behoud van natuurwaarden. Dit hield maatregelen in zoals de aanleg van stroken om erosie tegen te gaan, stroken voor akkervogels, aanplant van houtkanten, afpalen van stroken en bermen, … Die aangelegde stroken zijn in 2008 meestal in eigendom gekomen van de gemeente waar de strook zich bevindt. De respectievelijke gemeente werd dan ook verantwoordelijk voor het beheer van de stroken. Tot voor kort (2012) werd een groot deel van het beheer in deze gemeentelijke stroken gecoördineerd door het Regionaal Landschap ‘Pajottenland en Zennevallei’. De laatste twee jaren is het gericht akkervogelbeheer in de gemeentelijke stroken stilgevallen en worden de stroken enkel nog gemaaid. Binnen het onderzoeksgebied zijn er momenteel door de VLM een twintigtal beheerovereenkomsten afgesloten met landbouwers en grondgebruikers. De beheerovereenkomsten betreffen vooral het beheer van stroken voor erosiebestrijding, naast enkele overeenkomsten voor akkervogelbeheer, beheer kleine landschapselementen en perceelsrandenbeheer. Tenslotte zijn enkele percelen net in of op de rand van het studiegebied in eigendom en/of beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos. Zie kaart 4a voor de situering van de verschillende stroken en percelen. Hieronder wordt per telgebied een bondig een algemene trend gegeven van de akkervogels (zie punt 3.2 voor details per soort), van de aanwezige natuurrijkere stroken en zones en de mogelijke impact op de populaties geïnventariseerde akkervogels.

4.1

Telgebieden 1A en 1B Trend akkervogels Telgebied 1A is het deelgebied met in 2014 de hoogste dichtheid aan Veldleeuwerik en Gele kwikstaart. Het hoogste aantal territoria van Geelgors zijn hier aanwezig en is de dichtheid aan Grasmussen langs het valleigebied van de Bosbeek op de westrand van het gebied bijzonder hoog. Telgebied 1B is in vergelijking met de inventarisaties in 2002 en 2010 heel wat minder aantrekkelijk geworden voor akkervogels. Soorten als Patrijs, Veldleeuwerik en Gele kwikstaart zijn er nagenoeg verdwenen; enkel Kievit houdt nog relatief stand. Beheerstroken en -zones In telgebied 1A liggen de beheerde stroken enkel in het zuidwestelijk deel. Er zijn 2 bredere grasbufferstroken (22 en 27) waarvoor een overeenkomst bestaat in kader van erosiebestrijding en die door een houtkant worden afgeboord. De houtkanten nabij erosiestroken 20 en 22 zijn interessant voor struweelsoorten als Grasmus en ook Spotvogel. Het perceel met akkervogelbeheer (19) is op het terrein moeilijk te onderscheiden en ligt waarschijnlijk te dicht bij bos om voldoende aantrekkelijk te zijn voor broedende akker-

Pagina 32 van 58


Beheerevaluatie

vogels (mogelijks wel voor overwinterende vogels), wel is er daar een territorium van Geelgors aanwezig.

Foto links: brede grasbufferstrook (erosiebestrijding) 22 in telgebied 1A (9 juni 2014) â&#x20AC;&#x201C; foto rechts: gemaaide grasbufferstrook 20 in telgebied 1A (19 juni 2014)

In de zuidrand ligt een perceel (1,65 ha) van het ANB deels in het onderzoeksgebied. In 2014 werd een klein deel van dit perceel als akkertje beheerd, de rest werd als extensief grasland beheerd. In de directe omgeving zijn verschillende territoria van Geelgors aanwezig. Een akkervogelbeheer van een groter deel van dit perceel is wenselijk.

Perceeltje met akkervogelbeheer in ANB- perceel

In telgebied 1B is er op de noordgrens een rietveld met houtkant aanwezig. Deze zone is aantrekkelijk voor Grasmus en Geelgors maar ook voor Rietgors. In de aangrenzende erosiestrook 8 werd er ĂŠĂŠn van de weinige territoria van Kwartel vastgesteld. De erosiestrook 7 en de erosiestroken die bijna volledig rond het zuidelijk deel van telgebied 1B lopen, blijken tijdens de inventarisatie in 2014 geen bijzonder gunstig effect te hebben op broedende akkervogels. De houtkant rond het waardevol vochtig grasland in beheer van ANB is interessant voor Grasmus en Geelgors.

Pagina 33 van 58


Beheerevaluatie

Foto links: gemaaide erosiestrook 8 in telgebied 1B (9 juni 2014) â&#x20AC;&#x201C; foto rechts: het vochtig grasland van ANB grenzend aan telgebied 1B is niet alleen floristisch waardevol maar komt in de houtkant Geelgors en Grasmus voor.

4.2

Telgebieden 2A, 2B en 2C Trend akkervogels Telgebied 2A heeft nog een aanzienlijk aandeel areaal graanteelt en is er een complex met minder intensief beheerde graslanden aanwezig. Het belang voor akkervogels is echter beperkt met telkens maar 1 Ă 2 territoria van de algemenere akkervogels. In vergelijking met 2002 is het aantal territoria van Patrijs duidelijk afgenomen en doet Gele kwikstaart het er in vergelijking met 2010 slecht. Grasmus heeft er zich wel sterk uitgebreid. Telgebied 2B is net als 2A een relatief klein koutergebied. In 2002 waren er 6 territoria van Patrijs aanwezig, in 2014 is tot 1 teruggevallen. Veldleeuwerik is er afgenomen tot 1 territorium en Geelgors is in de houtkanten op de rand niet meer aanwezig. Grasmus heeft zich vooral op de randen van dit telgebied gevestigd. Telgebied 2C is een grootschalig koutergebied dat in het noordoosten wordt begrensd door het Maenebroekkasteel. In vergelijking met de twee voorgaande inventarisaties zijn de territoria van de verschillende akkervogels stabiel gebleven of zelfs licht toegenomen. Beheerstroken en -zones In telgebied 2A zijn er twee zones met beheerovereenkomsten voor akkervogelbeheer (samen meer dan 1 ha). Deze zones zijn in de winter aantrekkelijk voor zangvogels en is er van de zuidelijke zone een uitbreiding gepland (mond. med. Frederik Hanssens).

Pagina 34 van 58


Beheerevaluatie

Foto links: maïsstoppels die tot in het voorjaar blijven staan, zijn maar van beperkt belang voor overwinterende akkervogels (telgebied 2A – 6 maart 2014) – foto rechts: op achtergrond graslandcomplex met houtkanten in 2A, broedgebied voor Geelgors (10 april 2014).

In telgebied 2B is er enkel centraal een beheerovereenkomst voor een erosiestrook die is afgeboord met een houtkant. In telgebied 2C zijn er 5 erosiestroken gelegen in eigendom van de gemeente Pepingen. Een deel van deze stroken zijn verbost of zijn verruigd. Zeker de noordelijke strook die door open landbouwgebied loopt en de centraal gelegen erosiebuffer (0,5 ha) zijn belangrijk voor akkervogels. In of rond deze stroken werden onder meer Patrijzen, Kwartel en Geelgors (in hoger aantal) waargenomen en is er waarschijnlijk een gunstig effect op het broedbestand van Veldleeuwerik. Bij de andere stroken komt enkel Grasmus voor.

Foto: de meeste noordelijke erosiestrook in 2C is interessant voor o.a. Patrijs en Haas, de afpaling zorgt ervoor dat de grenzen van de strook worden gerespecteerd (19 maart 2014)

Pagina 35 van 58


Beheerevaluatie

foto links: de smallere grasbufferstrook tegen bosrand in zuidrand 2C is minder aantrekkelijk voor echte akkervogels â&#x20AC;&#x201C; foto rechts: bermen (met afpaling!) langs de wegen vormen groene linten in het intensief landbouwgebied

4.3

Telgebieden 3A en 3B Trend akkervogels In telgebied 3A hebben de populaties van Patrijs, Gele kwikstaart en ook wel Geelgors vrij goed stand gehouden. Kievit is er sterk terug gelopen en in vergelijking met 2010 is het aantal territoria voor Veldleeuwerik gehalveerd. Grasmus is in de houtkanten sterk toegenomen. Telgebied 3B herbergt vooral in het noordelijk en centraal deel territoria van akkervogels. In het zuidelijk deel en de oostelijke uitloper werden er maar weinig territoria van de te inventariseren soorten aangetroffen. Het blijft het belangrijkste deelgebied voor Patrijs en de populaties van Kievit en Gele kwikstaart zijn zeker ten opzichte van 2010 aanzienlijk afgenomen. Voor Veldleeuwerik is de trend licht negatief, voor Geelgors licht positief en voor Grasmus matig positief. Beheerstroken en -zones In telgebied 3A zijn er twee erosiestroken aanwezig in beheer van de gemeente Lennik en in de zuidrand is er een strook met beheerovereenkomst voor perceelsrandenbeheer (natuur duorand). De oostelijke erosiestrook die midden de akkers ligt, is in het vroege voorjaar aantrekkelijk voor Patrijs. Aan het westelijke uiteinde van de noordelijke erosiestrook werd in het voorjaar van 2014 een akkerperceel maar erg laat ingezaaid (met mais). Hierdoor stond het perceel tijdelijk vol met akkeronkruiden en was het perceel aantrekkelijk voor akkervogels. Door de aanwezigheid van een omvangrijke houtkant en enkele minder intensief beheerde zones net buiten het deelgebied kwam er op deze locatie in 2014 een concentratie aan territoria van akkervogels (ĂŠn Grasmus) voor.

Pagina 36 van 58


Beheerevaluatie

foto links: de erosiestrook in oostelijk deel 3A is belangrijk voor o.a. Patrijs â&#x20AC;&#x201C; foto rechts: bloemenrijke berm langs landweg aan westrand deelgebied 3A

In het noordelijk deel van deelgebied 3B zijn er beheerovereenkomsten voor 2 houtkanten en is er een erosiestrook in beheer van de gemeente Pepingen. In de zuidelijke rand zijn er 2 beheerovereenkomsten voor erosiebestrijding en is er een erosiestrook in eigendom van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw. In de lange erosiestrook in beheer van Pepingen was er tot 2012 een triorandenbeheer specifiek gericht op akkervogels (zie foto hieronder). Momenteel wordt de volledige strook echter enkel gemaaid. Rond deze strook en enkele jonge houtkanten in de onmiddellijke omgeving werd er in 2014 een concentratie van territoria van Geelgors en Grasmus waargenomen. De zuidelijke erosiestrook van de Sint-Pieters-Leeuw wordt deels gemaaid en is deels aan het verbossen, wat de strook aantrekkelijk maakt voor Grasmus.

Foto links: tot 2012 was er in de noordelijke strook in 3B een triorandenbeheer â&#x20AC;&#x201C; foto rechts: de zuidelijke erosiestrook in 3B is deels aan het verbossen.

Pagina 37 van 58


Beheerevaluatie

4.4

Conclusies Op basis van de monitoring in 2014 en de vergelijking met voorgaande inventarisaties in 2002 en 2010 zijn er een aantal algemene conclusies te trekken: 

In het onderzoeksgebied zijn de populaties van de typische akkervogels Veldleeuwerik en Gele kwikstaart sinds 2002 vrij stabiel gebleven, wel met een terugval ten opzichte van de goed jaar 2010. Patrijs en Kievit kenden een vrij sterke afname en Grasmus een sterke toename.

Vooral de erosiestroken (net zoals de andere erosiestroken grazig en worden ze gemaaid) die midden in open en intensief beheerd landbouwgebied liggen, blijken in het vroege voorjaar (en waarschijnlijk ook tijdens de winter) belangrijk voor onder meer Patrijs en ook Haas.

Kievit heeft het moeilijk om succesvol te broeden in de intensief beheerde akkers. Overhoekjes en tijdelijk niet beheerde kleine zones (o.a. natte plekken in de akkers) in het voorjaar zijn belangrijk om succesvol jongen groot te kunnen brengen.

De beheerde (gras)stroken en zones in kader van erosiebestrijding zijn waarschijnlijk minder belangrijk voor echte akkervogels als Veldleeuwerik en Gele kwikstaart. Dergelijke stroken met gesloten grasvegetatie zijn zeker voor Veldleeuwerik minder geschikt als foerageergebied en de hoge grazige vegetatie is niet geschikt als broedgebied. Randzones en kleine plekken met open vegetatie in de akkerpercelen spelen waarschijnlijk een belangrijke rol in het behoud van een voldoende kwalitatief territorium voor die akkervogels.

Erosiestroken langs bosranden en houtkanten zijn minder aantrekkelijk voor akkervogels als Veldleeuwerik en Gele kwikstaart. Een geschikt broedgebied voor Veldleeuwerik is bij voorkeur zeer open zonder opgaand groen. Wel komen soorten als Grasmus en in mindere mate Geelgors in de aangrenzende houtkanten tot broeden. Een deel van de erosiestroken als graanakker beheren waarvan een deel niet wordt geoogst en geen dichte houtkanten maar meer transparante houtkanten zijn gunstige beheermaatregelen voor Geelgors.

Foto: grazige bufferstroken langs bos zijn minder aantrekkelijk voor akkervogels Pagina 38 van 58


Beheerevaluatie

ď&#x201A;ˇ

Om de kernpopulatie van de doelsoort Geelgors te kunnen behouden, is het heropstarten van akkervogelbeheer in de gemeentelijke stroken meer dan wenselijk. Om de populatie duurzaam te kunnen behouden, zullen ook akkervogelmaatregelen tijdens de winter nodig zijn (cfr. graanakkers in Waarbeke/Galmaarden).

ď&#x201A;ˇ

De lage houten palen die de stroken langs de akkers en de bermen langs de wegen aanduiden, zorgen ervoor dat de begrenzing van de stroken of bermen wordt gerespecteerd. Zo worden ze niet mee opgenomen in het beheer van de aanpalende percelen. Het is dan ook belangrijk dat de palen maximaal behouden blijven of herplaatst worden bij het verdwijnen ervan.

Pagina 39 van 58


Literatuur

5 Literatuur

Anselin A., Devos K. & Vermeersch G., 2003. Project Bijzondere Broedvogels Vlaanderen: handleiding. Verslag van het Instituut voor Natuurbehoud, Brussel Dochy M. & Hens M., 2005. Van de stakkers van de akkers naar de helden van de velden. Beschermingsmaatregelen voor akkervogels. Rapport van het Instituut voor Natuurbehoud IN.R.2005.01, Brussel i.s.m. het provinciebestuur van West-Vlaanderen, Brugge. Dochy O., 2012. Broedvogels en overwinterende akkervogels op gewone perceelsranden en experimentele trioranden in de West-Vlaamse polders. Studie in opdracht van het provinciebestuur van West-Vlaanderen in het kader van het Interreg IVa-project ‘SOLABIO’. Brugge, 145 p. Econnection, 2002. Ruilverkavelingsproject Elingen. Uitvoering monitoringprogramma Avifauna, jaar -1 (2002). Gent. Faveyts W. & Bert C., 2011. Bijzondere broedvogels in de Denderstreek in 2010. Natuurpunt vogelwerkgroep Cinerea, Geraardsbergen. Faveyts W. & Bert C., 2012. Bijzondere broedvogels in de Denderstreek in 2011. Natuurpunt vogelwerkgroep Cinerea, Geraardsbergen. Faveyts W. & Bert C., 2013. Bijzondere broedvogels in de Denderstreek in 2012. Natuurpunt vogelwerkgroep Cinerea, Geraardsbergen. Faveyts W., 2014. Akkervogelmaatregelen in Waarbeke/Galmaarden in de winter 2013-2014 – resultaten. Natuurpunt vogelwerkgroep Cinerea, Geraardsbergen. Feys S., Vermeersch G. & De Bruyn L., 2013. Inschatting van de impact van beheerovereenkomsten op de biodiversiteit in Vlaanderen. Eindrapport. Rapporten van het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek 2013 (INBO.R.2013.909755). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Hustings M.F.H., Kwak R.G.M., Opdam P.F.M & Reijnen M.J.S.M, 1989. Natuurbeheer in Nederland. Vogelinventarisatie: achtergronden, richtlijnen en verslaggeving. Pudoc Wageningen. Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, Zeist. Lewylle I. & Veraghtert W., 2010. De Geelgors in Vlaams-Brabant – Verspreiding en beheer. Rapport Natuur.Studie 2010/9, Natuurpunt Studie, Mechelen, België. Sierdsema H., 1995. Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. Staatsbosbeheerrapport 1995-1. SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. SBB/SOVON, Driebergen/Beek-Ubbergen.

Pagina 40 van 58


Literatuur

Smets A. & Geeraerts A.., 2009. Studieopdracht akkervogels regio Noordwest Vlaams-Brabant iov. Regionaal Landschap Groene corridor. Econet Vlaams-Brabant. Teunissen, W.A., Ottens, H.J. & Willems F. 2007. Veldleeuweriken in intensief en extensief gebruikt agrarisch gebied. Een tussenstand. Sovon-onderzoeksrapport 2007/02. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen Van Dijk A.J., 2004. Handleiding Broedvogel Monitoring Project (broedvogelinventarisatie in proefvlakken). SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. Van Dijk A.J. & Boele A., 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Verbelen D., 2010. Ruilverkavelingsproject Elingen. Uitvoering monitoringprogramma avifauna jaar +2 (2010). Rapport Natuur.studie, nr. 15/2010. Natuurpunt, Mechelen. Vermeersch G., 2014. Advies over de actuele verspreiding van roodborsttapuit, wulp, grutto, graspieper, paapje, tureluur en watersnip in Vlaanderen. INBO.A.3191 Vermeersch G., Devos K. & Anselin A., 2000. Soortenhandleiding Project Vlaamse Broedvogelatlas 2000-2003. Nota I.N. 2000.2. Instituut voor Natuurbehoud. Brussel. Vermeersch, G., Anselin, A., Devos, K., Herremans, M., Stevens, J., GabriĂŤls, J., Van Der Krieken, B., 2004. Atlas van de Vlaamse broedvogels 2000-2002. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 23, Brussel, 496p. Vermeersch, G. & Anselin, A. (2009). Broedvogels in Vlaanderen in 2006-2007. Recente status en trends van Bijzondere Broedvogels en soorten van de Vlaamse Rode Lijst en/of Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn. Mededeling van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek nr. 3, Brussel Vermeersch G., Lewylle I.. & Onkelinx T., 2014. Zeven jaar algemene broedvogels monitoren in Vlaanderen (project ABV). Natuur.Oriolus jaargang 80 nr.1. Mechelen. Vlaamse Landmaatschappij (2013). Leren beheren, Module 3 Akkers. Brussel. www.ebcc.info www.jaarvandepatrijs.nl

Pagina 41 van 58


Literatuur

Pagina 42 van 58


Bijlagen

6 Bijlagen

Bijlage 1: Tussentijdse verslagen per inventarisatieronde Bijlage 2: Kaartenset

Pagina 43 van 58


Bijlagen

Pagina 44 van 58


Bijlagen

Bijlage 1: Tussentijdse verslagen ronde 1 tot 8 Tussentijds rapport – 1ste inventarisatieronde (5, 6 en 7 maart 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden de winter van 2013-2014 was één van de zachtste winters in meer dan 100 jaar. Zo lag de temperatuur in de periode voor de eerste inventarisatieronde een stuk hoger dan gemiddeld. Dit door een hogedrukgebied dat zich uitstrekt van de Azoren tot Rusland waarbij er zuid- tot zuidoostelijke aanvoer van zachte en droge landlucht was. De maximale temperaturen tijdens de inventarisatiedagen liepen op tot 14°C waardoor er duidelijk het gevoel van mooie lentedagen was en al vroeg in de ochtend het vrij warm begon te worden. De nachten waren nog vrij koud met minima tot 3°C. Op de inventarisatiedagen was het helder tot licht bewolkt en was het windstil tot een lichte bries. Er is tijdens de inventarisatiedagen, net zoals de dagen vooraf, geen neerslag gevallen. Ronde Op 5 maart werd gestart in telgebieden 1A en 1B, op 6 maart in telgebieden 2A tot 2C en op 7 maart in telgebieden 3A tot 3C. Door de gunstige weersomstandigheden is er al vrij vroeg met inzaaien begonnen waardoor er in heel wat percelen vroeg op het jaar verstoring is gebeurd. Een aanzienlijk deel van de akkerpercelen waren begroeid met bloeiend koolzaad en waren nog verschillende ongeploegde maïsakkers aanwezig. Waarnemingen 

Patrijs De beste inventarisatieperiode voor Patrijs loopt van half februari tot eind maart. 10 geldige waarnemingen verspreid over de verschillende telgebieden uitgezonderd telgebieden 2B en 2C. In telgebied 3A waren er 4 geldige waarnemingen. De waarnemingen gebeurden vooral in de omgeving van ruigere akkerranden, boomgaarden, … In de grootschalige akkerpercelen werden er geen waarnemingen gedaan.

Kievit Door de zachte winter zijn er heel wat minder Kieviten blijven overwinteren dan andere jaren. Dit heeft mogelijks ook zijn impact op de broedpopulatie. In totaal zijn er 28 geldige waarnemingen van vooral baltsende vogels. In alle telgebieden waren er 1 à 2 locaties in de akkerpercelen waar verschillende Kieviten aanwezig waren. Door de predatiedruk (eieren, jongen) van de talrijke Kraaien in de omgeving en de te verwachten hogere landbouwactiviteit op de percelen is het niet duidelijk in welke mate de territoria bezet zullen blijven.

Veldleeuwerik 17 geldige waarnemingen van deze soort vooral in telgebieden 1A en 3B maar niet in telgebied 2A. Er werden nog verschillende trekkende exemplaren waargenomen.

Geelgors Er werden 7 zangposten van Geelgors vastgesteld waarvan één dan nog net buiten het onderzoeksgebied. In telgebieden 1B, 2B en 2C werden geen zangposten vastgesteld.

Graspieper Er werden verschillende doortrekkende Graspiepers waargenomen, vooral in de koolzaadvelden maar werden er geen geldige waarnemingen weerhouden.

Haas Alle Hazen werden genoteerd, in totaal werden er 22 dieren waargenomen, vooral in de telgebieden 2A en 2B.

Leuk was de waarneming van 5 pleisterende Fraters in een ruige zone in telgebied 2C.

Bart Opstaele, 14 maart 2014

Pagina 45 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 2de inventarisatieronde (18, 19 en 20 maart 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Het vrij zachte weer dat al een hele tijd aanwezig was, zette zich ook voort in de week van de tweede inventarisatieronde. Van de 16e tot de 20e stuurde een anticycloon met centrum ten westen van Frankrijk ons frisse maritieme luchtde stromingen. Dinsdag de 18 maart was het zwaar bewolkt maar bleef het in het inventarisatiegebied de hele voormiddag droog. De wind waaide matig uit zuidwestelijke richting en de maximumtemperatuur overdag was de 13°C. Woensdag de 19 maart was er ’s morgens nog wat lage bewolking maar vlug werd het een mooie lentedag met een maximumtemperatuur tot 17° maar wel met een goed voelbare zuidwestenwind. De minima ’s nachts schommelden rond de 5°. De donderdag 20 maart was een onbewolkte lentedag met hoge maximumtemperaturen die opliepen tot 20°. Vanaf de latere voormiddag was er wel een goed voelbare wind uit het zuidwesten. Er viel dus ste tijdens de inventarisatiedagen geen neerslag. De 21 maart daarentegen was een regendag met lagere temperaturen. Ronde Op 18 maart werd gestart in telgebieden 1A en 1B, op 19 maart in telgebieden 2A tot 2C en op 20 maart in telgebieden 3A en 3B. ste

Door de gunstige weersomstandigheden was er volop landbouwactiviteit op de akkers. In vergelijking met de 1 ronde waren -met uitzondering van één perceel in telgebied 2B- alle percelen met Koolzaad ofwel gemaaid ofwel al ste ingeploegd (en een akker zelf volledig dood gesproeid). Ook de meeste ongeploegde maïsakkers van de 1 ronde waren nu ingeploegd en geëgd. Waarnemingen 

Patrijs ste Duidelijk meer waarnemingen dan tijdens de 1 ronde, namelijk 15 geldige waarnemingen. Dit deels te wijten doordat af en toe de roep van Patrijs werd afgespeeld waardoor meer territoriale mannetjes konden worden gelokaliseerd. In telgebied 1A waren er 3 geldige waarnemingen, in telgebied 3A 4 roepende mannetjes en in 3B tot 6 territoria. In telgebieden 1B, 2B en 2C waren er opnieuw geen waarnemingen.

Kievit Opnieuw werden in totaal 28 geldige waarnemingen genoteerd van alarmerende en baltsende vogels. In vergelijking met de vorige ronde zijn er lichte verschuivingen door het ploegen van akkerpercelen.

Veldleeuwerik 20 geldige waarnemingen van deze soort, opnieuw vooral in telgebieden 1A en 3B. Op deze ronde geen waarnemingen in telgebied 1B. Van zodra de wind sterker kwam opzetten, bleven ze dichter bij de grond.

Geelgors 8 geldige waarnemingen van Geelgors. In telgebieden 1B, 2A, 2B en 2C werden geen waarnemingen gedaan. De Geelgorzen waren deze ronde opvallend stil, er werd niet echt doorgezongen of werd er maar kort geroepen. Waarschijnlijk zijn een deel van de territoria nog niet definitief bezet.

Graspieper Verschillende groepjes (tot 10 ex.) van kort pleisterende Graspiepers werden waargenomen maar geen enkele waarneming kon als een geldige waarneming worden genoteerd.

Haas in totaal werden er 30 dieren waargenomen, vooral in de telgebieden 1A en 1B. Door het maaien van de talrijke koolzaadvelden konden de Hazen in deze telgebieden beter worden waargenomen.

Bart Opstaele, 26 maart 2014

Pagina 46 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 3de inventarisatieronde (9, 10 en 11 april 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Hoewel het iets frisser was dan de voorgaande weken bleef het droog en zonnig weer aanhouden. Op de 8ste april stroomde er vanuit het westen stroomt gevoelig frissere en onstabiele zeelucht binnen. Een anticycloon boven de nabije Oceaan breidde zich uit in onze richting en stabiliseerde de atmosfeer. Vanaf de 9ste april bepaalde een anticycloon met kern boven het westen van Frankrijk rustig en droog weer boven onze streken. De vrijdag trok een verzwakt koufront over onze streken. Na de doortocht ervan kamen we terecht in iets frissere noordelijke zeelucht, opnieuw gunstig beïnvloed door een hogedrukgebied over de Oceaan en de Britse Eilanden De minima lagen tussen 3 en 6 graden en de maxima bedroegen in het binnenland de woensdag 9 april tot 16° en de vrijdag 11 april tot 15°. De wind waaide woensdag zwak tot matig uit het zuidwesten, de dagen daarop waaide de wind matig uit het noord tot noordwesten. ’s Morgens was het veelal windstil maar in de voormiddag (vanaf ca. 10u) kwam de wind meer opzetten. Tijdens de inventarisatieperiodes was het weinig tot niet bewolkt. Ronde Op 9 april werd gestart in telgebieden 1A en 1B, op 10 april in telgebieden 2A, 2B en 2C en op 11 april in telgebieden 3A en dan 3B. Door de gunstige weersomstandigheden werd in de dagen voor de inventarisatie volop gezaaid en aardappelen op de akkers geplant. Dat het groeiseizoen dit jaar erg vroeg is begonnen, blijkt uit het feit dat de percelen met wintergranen al meer dan kniehoog staan. Waarnemingen 

Patrijs De intensieve bewerking op de akkers door het inzaaien moet zijn invloed hebben gehad op de broedterritoria. Zo werden er rond de akkerstrook in telgebied 3A geen waarnemingen meer gedaan (in ronde 1 nog 3 geldige waarnemingen) en ook in telgebied 3B waar er 3 geldige waarnemingen dicht bij elkaar waren, werden geen Patrijzen meer opgemerkt. Goed nieuws is dat er in telgebied 2C voor het eerst geldige (2) waarnemingen waren.

Kievit Op ongeveer dezelfde locaties als voorgaande rondes waren er geldige waarnemingen met wel een afname van het aantal tot 23 geldige waarnemingen. In enkele recent ingezaaide akkers vertoonden Kieviten nog territoriaal gedrag maar is het onwaarschijnlijk of er succesvol is gebroed.

Veldleeuwerik Een lichte afname met 17 geldige waarnemingen, waarvan 5 telgebied 1A. Het inzaaien heeft hoogstwaarschijnlijk in onder meer telgebied 3A een negatieve impact gehad op de broedterritoria. Een niet geploegde akker met veel eenjarigen in telgebied 3A was ook voor Veldleeuweriken aantrekkelijk.

Geelgors Een duidelijke toename van het aantal geldige waarnemingen in vergelijking met vorige rondes. In totaal 12 zangposten waarvan in telgebied 1A alleen al 7. In de overige telgebieden telkens 1 geldige waarnemingen met uitzondering van telgebied 2B waar er geen waarnemingen waren.

Gele kwikstaart De eerste Gele kwikstaarten werden genoteerd met in totaal 5 geldige waarnemingen.

Grasmus In de houtkant in de noordrand van telgebied 1B was er een eerste zangpost van Grasmus.

Haas in totaal werden 27 Hazen waargenomen, in telgebied 3A was er een groep van 6 dieren samen.

Bart Opstaele, 16 april 2014 Pagina 47 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 4de inventarisatieronde (21, 22 en 23 april 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Ook tijdens deze inventarisatieronde was het bijzonder aangenaam lenteweer. Het weer bleef onder invloed van zachte lucht (vooral uit het oosten), maar de aanwezigheid van koude lucht in de hogere luchtlagen zorgt voor een onstabiele atmosfeer waarin buien en ook onweer vooral in de namiddag en ‘s avonds tot ontwikkeling kunnen komen. Maandag 21 april was het droog. In de morgen was er lichte nevel, daarna was er nagenoeg geen bewolking en bleef het tot de middag praktisch windstil. De temperatuur liep op tot 20°. Tijdens de nacht schommelde de minimumtemperatuur tussen 7° en 10°. Dinsdag 22 april bleef het afgezien van enkele druppels droog en was het tot de late voormiddag vrij sterk bewolkt. De wind kwam wat opzetten uit het zuidwesten. De maximumtemperatuur lag rond de 19°. Ook woensdag 23 april bleef het droog maar was het tot de late voormiddag nevelig (sterk in de morgen). De wind kwam zwak tot matig uit het zuidwesten en de temperatuur liep op tot maximaal 20°C. Ronde Op 21 april werd gestart in telgebied 1A en dan 1B, op 22 april werden de telgebieden 2B, 2A en 2C geïnventariseerd en op 23 april de telgebieden 3A en dan 3B. De eerste percelen met productiegras werden net voor de inventarisatieronde al gemaaid. Waarnemingen 

Patrijs In totaal 7 geldige waarnemingen. De piek van territoriaal gedrag is al een tijdje voorbij en de Patrijzen gedragen zich minder opvallend. Ook deze keer geen waarnemingen meer van Patrijs aan de akkerstrook in telgebied 3A.

Kievit 22 geldige waarnemingen van alarmerende vogels of een koppel in broedbiotoop. Voor de meeste Kieviten lijkt het broedseizoen al op zijn einde te lopen waar bij er minder sterk territoriaal gedrag is.

Veldleeuwerik Tijdens deze ronde 19 geldige waarnemingen, waarvan telgebied 1A het belangrijkste aandeel heeft met 6 waarnemingen. De niet geploegde akkers op de westrand van telgebied 3A is een aantrekkingspool voor Veldleeuweriken (en andere akkervogels).

Geelgors de Evenveel geldige waarnemingen als bij 3 ronde, namelijk 12. In telgebied 1A wel maar 4 waarnemingen i.p.v. 7 bij de vorige ronde. Wel 3 zangposten in telgebied 3B i.p.v. 1 vorige ronde.

Gele kwikstaart De Gele kwikstaarten waren volop hun territoria aan het bezetten. In totaal 32 geldige waarnemingen. Er was een duidelijke concentratie in de telgebieden 1A en 3A. In telgebied 3B waren er opvallend weinig waarnemingen. Grasmus De Grasmussen zijn volop toegekomen met in totaal 22 geldige waarnemingen met een concentratie in (en op de rand van) telgebied 1A met 8 waarnemingen. Enkel in telgebied 2A werd er (nog) geen waarneming verricht.

Haas in totaal werden 22 Hazen waargenomen. Door de nevel op 23 april was het zicht beperkt en werden er op die dag minder Hazen waargenomen dan verwacht.

Bart Opstaele, 30 april 2014

Pagina 48 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 5de inventarisatieronde (9, 10 en 11 mei 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Sinds eind april was er een periode van kouder en natter weer wat een einde maakte aan een bijzonder lange peride ode van warm en droog weer. Ook tijdens de 5 inventarisatieronde van 9 tot 11 mei 2014 was het weer wisselvallig en niet optimaal om te inventariseren. Onstabiele of gestoorde maritieme lucht stroomde vanuit het zuidwesten binnen, dit door een lagedrukzone, die zicht uitstrekt van IJsland, via de Britse Eilanden, tot het zuiden van Scandinavië Op vrijdag 9 mei bleef het tijdens de inventarisatieronde nagenoeg droog met enkel tussen 8u en 9u af en toe wat lichte regen. Wel was er een matige tot vrij krachtige wind en lag de temperatuur in de voormiddag rond de 12°. Zaterdag 10 mei bleef het in het gebied droog tot de late voormiddag maar is het dan beginnen regenen. De wind kwam matig uit het zuidwesten en was de maximumtemperatuur laag met ca. 9°. Het weer werd bepaald door een depressie met middelpunt over Ierland die zich verplaatste naar de Noordzee en daarna naar het zuiden van Scandinavië en zorgde voor een sterke zuidwestelijke luchtstroming naar het westen van Europa. Vanaf zaterdagnacht (met minimatemperatuur van 6°) kwamen we terecht in frisse en onstabiele zeelucht van polaire oorsprong waarin zich nieuwe buienlijnen ontwikkelen. Zondag 10 mei bleef het tijdens de inventarisatieronde nagenoeg droog, was de maximumtemperatuur 12° maar stond er een vrij krachtige westenwind. Ronde Op 9 mei werd gestart in telgebied 1A en dan 1B, op 10 mei werden achtereenvolgens de telgebieden 2A, 2B en 2C geïnventariseerd en op 11 mei de telgebieden 3A en dan 3B. Grote percelen met productiegras, zoals onder meer in telgebied 1B, waren recent gemaaid. Waarnemingen 

Patrijs 8 geldige waarnemingen van vooral opvliegende Patrijzenkoppels. Voor het eerst tijdens deze inventarisatie was er een waarneming van Patrijzen in telgebied 2B. In de omgeving van de akkerstrook in telgebied 3A waren er toch opnieuw waarnemingen (2 paar).

Kievit Een aantal broedterritoria werden al verlaten (waarschijnlijk mislukte broedsels) of werden er minder vogels waargenomen, dit was onder meer het geval in telgebieden 1B en 3B. In totaal maar 16 geldige waarnemingen. In de noordoosthoek van telgebied 3B waren drie grote juvenielen aanwezig.

Veldleeuwerik Ondanks de ongunstige weersomstandigheden (zeker de zondag met veel wind) toch 16 geldige waarnemingen, waarvan opnieuw telgebied 1A het belangrijkste aandeel heeft met 6 waarnemingen. De niet geploegde akkers op de westrand van telgebied 3A die een bijzondere aantrek had op akkervogels was geploegd en ingezaaid, hier werden geen Veldleeuweriken meer waargenomen.

Geelgors Het aantal zangposten blijft hangen op 12, net zoals bij de vorige twee rondes. De helft van de geldige waarnemingen was in (of op de rand van) telgebied 1A. Opnieuw 3 zangposten in de noordelijke helft van telgebied 3B. Wel geen waarnemingen deze keer in telgebied 2C.

Gele kwikstaart Door de weersomstandigheden waren de Gele kwikstaarten duidelijk minder actief. In totaal toch nog 28 geldige waarnemingen. Nu ook een concentratie in de telgebied 1A (8 waarnemingen) en ook wel in 3B (7 waarnemingen). Weinig waarnemingen in de telgebieden 2A, 2B en 2C met telkens maar één waarneming.

Grasmus de Meer dan een verdubbeling van het aantal geldige waarnemingen in vergelijking met 4 ronde, namelijk 46. Het hoogste aantal zangposten werd in (of op de rand van) telgebied 1A geteld, namelijk 13. Telgebied 2A blijft Pagina 49 van 58


Bijlagen

het enige telgebied waar geen Grasmussen werden genoteerd. ď&#x201A;ˇ

Haas Hier ook geen lagere cijfers door het weer. In totaal werden 35 dieren waargenomen met in telgebied 3B een maximum van 10 dieren.

Bart Opstaele, 16 mei 2014

Pagina 50 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 6de inventarisatieronde (23, 24 en 25 mei 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Het vrij onstabiel weer dat sinds begin mei aanhoudt, bepaalde ook tijdens deze inventarisatieronde de weersomstandigheden. 23 mei en 25 mei waren droge en gunstige inventarisatiedagen, maar 24 mei was door buien en lage temperaturen een mindere dag. In beperkte mate op vrijdag 23 mei maar zeker op zaterdag 24 mei was het weer erg wisselvallig. Dit was te wijten aan een lagedrukgebied over Bretagne en het zuidwesten van Engeland dat uit zuidelijke richtingen zachte maar onstabiele lucht over onze streken werd aangevoerd waarin plaatselijke buien tot ontwikkeling kwamen. Op 23 mei was het een groot deel van de voormiddag bewolkt maar bleef het droog en wat er weinig wind. De temperatuur in de voormiddag was ongeveer 12°. Op 24 mei was er rond 5u in het onderzoeksgebied net een buienlijn aan het passeren. Dan bleef het droog tussen 5u30 en 8u maar daarna begon het opnieuw te regenen. Telgebied 2A werd dan ook niet meer geïnventariseerd en werd op 25 mei meegenomen. Door een hogedrukgebied boven Duitsland stabiliseerde ons weer tijdelijk en zorgde voor een korte verbetering op zaterdagavond en zondag. Op 25 mei was het dan ook zonnig en was er matige wind. De temperatuur liep op tot 18°. Ronde Op 23 mei werd samen met de projectverantwoordelijke van de VLM Ria De Dyn gestart in telgebied 1B. Daarna werd telgebied 1A geïnventariseerd. Op 24 mei werden enkel de telgebieden 2B en 2C geïnventariseerd en op 25 mei de telgebieden 3A en 3B en 2A. Waarnemingen 

Patrijs Slechts 6 geldige waarnemingen van vooral opvliegende Patrijzenkoppels. De waarnemingen in telgebieden 2C en 3B waren bij locaties waar reeds vroeger Patrijzen werden gezien. In de noordrand van telgebied 1B werden nog maar weinig Patrijzen opgemerkt. Langs de Donkerstraat op de noordgrens van telgebied 3A was er een prachtige waarneming op ca. 20 m afstand van een koppel foeragerende Patrijzen in een bloemenweide.

Kwartel Een eerste waarneming van een roepend mannetje centraal in telgebied 2C.

Kievit In totaal 23 geldige waarnemingen van vooral paartjes aanwezig in broedbiotoop. Per telgebied ligt het aantal waarnemingen in de lijn van vorige rondes, wel zijn er verschuivingen in de zones waar de vogels zijn waargenomen. Zo werden in telgebied 3A 4 koppels waargenomen net ten noorden van het centraal gelegen populierenbos, terwijl dit aantal koppels vroeger vooral een stuk ten zuiden van het bos werd waargenomen.

Veldleeuwerik In sommige telgebieden was het bijzonder stil wat betreft Veldleeuweriken en waren er maar 12 geldige waarnemingen over het volledige onderzoeksgebied! Waarschijnlijk is dit wel een onderschatting gezien het broedseizoen voor de soort wat op zijn einde loopt. Hierdoor is er minder territoriaal gedrag en vallen ze dus minder op. Dit bleek ook uit de verschillende waarnemingen van vogels die laag bij de grond bleven. Het is natuurlijk wel verontrustend dat er enkel waarnemingen waren in de telgebieden 1A, 2C en 3B.

Geelgors 13 geldige waarnemingen met een nieuwe zangpost aan het ANB-grasland in telgebied 1B. Telgebied 1A blijft het belangrijkste telgebied met 6 zangposten. In telgebied 3B blijven er 3 zangposten maar is er wat verschuiving van locaties (zo nu een zangpost op de oostgrens). Nu ook geen zangpost meer in telgebied 2C waardoor een broedterritoria aan de akkerstrook daar twijfelachtig wordt.

Pagina 51 van 58


Bijlagen

Gele kwikstaart Voor deze soort een vergelijkbaar aantal waarnemingen als bij vorige ronde, namelijk 26 geldige waarnemingen (vorige ronde 28). Telgebied 1A blijft belangrijk met 8 waarnemingen en ook het kleiner telgebied 3A met 6 waarnemingen. Opnieuw weinig waarnemingen in de telgebieden 2A, 2B en 2C met in totaal 5 waarnemingen.

Grasmus Het aantal geldige waarnemingen van Grasmus blijft nagenoeg even hoog als de vorige ronde, namelijk 44. Het hoogste aantal zangposten was er in telgebied 1A, namelijk 11. In alle telgebieden waren er waarnemingen, zo ook in telgebied 2A met 3 zangposten in het telgebied en 1 op de oostrand.

Haas Ook hier is het aantal waargenomen Hazen vergelijkbaar met deze van de vorige ronde namelijk 37 dieren (vorige ronde 35). Per telgebied zijn er 6 à 9 dieren waargenomen, uitgezonderd telgebied 1B waar er 3 Hazen werden geteld en 2B waar er geen werden gezien. Deze keer ook sporen van Ree in telgebied 1A.

Verder werden er tijdens deze ronde 6 zangposten van Spotvogel binnen het onderzoeksgebied waargenomen.

Bart Opstaele, 28 mei 2014

Pagina 52 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 7de inventarisatieronde (9, 10 en 11 juni 2014) en 1ste ronde voor Kwartel (6 juni 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Tijdens de voorafgaande dagen (weekend van 7-8 juni) zijn er lokaal bijzonder hevige onweders geweest. Tijdens de 3 inventarisatiedagen was er zeker nog de maandagnamiddag en dinsdagvoormiddag nog onweersdreiging. Dit door een golvende storing die zich uit strekte van het Iberische Schiereiland via de Noordzee naar Zuid-Scandinavië. Aan de oostzijde van de storing was de lucht warm en onstabiel waarin zich onweersbuien vormen. Op maandag 9 juni was er een warme nacht geweest en was het voor zonsopgang al 18° en licht bewolkt. De temperatuur liep in de voormiddag op tot 25° en was het helder weer met lichte wind. Op dinsdag 10 juni was het ’s morgens vroeg vrij warm (15°) en was het tot ca. 5 u licht aan het regenen, vanaf zonsopgang was het droog tot door onweerswolken het rond 8u30 opnieuw begon te regenen en de inventarisatie werd stopgezet (telgebieden 2C en 2B waren geïnventariseerd). Woensdag 11 juni was de onweersdreiging grotendeels verdwenen. De nacht was wat frisser geweest (12°) en was het de hele voormiddag nagenoeg helder en zonnig weer met een lichte bries en met een temperatuur tot 20°. Tijdens de nachtelijke inventarisatie op 6 juni was het vrij warm (ca. 20°), licht bewolkt en was er een lichte bries. Ronde Op 9 juni werd gestart in telgebied 1A en daarna werd telgebied 1B geïnventariseerd. Op 10 juni werden enkel de telgebieden 2B en 2C geïnventariseerd en op 11 juni de telgebieden 3A en 3B en 2A. Tijdens de nachtelijke inventarisatie van 6 juni werd gestart in telgebied 1B en dan 1A, vervolgens telgebieden 2A, 2B en 2C en tenslotte 3B en 3A. Waarnemingen 

Patrijs 6 geldige waarnemingen waarvan 4 van opvliegende Patrijzenkoppels. Centraal in telgebied 1B werd een Patrijs waargenomen, in deze zone van het telgebied 1B waren er nog geen waarnemingen. Verder een tweede waarneming (over het volledige seizoen) in telgebied 2B. De overige waarnemingen gebeurden op locaties waar er vroeger al Patrijzen zijn waargenomen.

Kwartel Op dezelfde locatie als tijdens de vorige ronde werd centraal in telgebied 2C een roepend mannetje gehoord. Ook in de noordrand van telgebied 1B werd kortstondig een roepend dier gehoord. Tijdens de nachtelijke inventarisatie op 6 juni werd geen enkele roepende Kwartel gehoord. Alle met de fiets berijdbare wegen en paden in de verschillende telgebieden werden afgereden en werd op regelmatige tijdstippen de roep van Kwartel afgespeeld, maar dit zonder resultaat.

Kievit Op heel wat plaatsen hadden de Kieviten hun broedplaats (met mislukte nesten?) reeds verlaten. Zo waren de broedkoppels in de telgebieden 1A en 3B reeds grotendeels vertrokken. In totaal waren er maar 10 geldige waarnemingen van vogels die wel nog territoriumgedrag vertoonden.

Veldleeuwerik Tijdens deze ronde opnieuw maar weinig waarnemingen van Veldleeuwerik, in totaal 13 geldige waarnemingen. Bijna de helft van de waarnemingen (6) werden in telgebied 1A gedaan. In de telgebieden 2A en 3A waren er geen waarnemingen.

Geelgors 12 geldige waarnemingen binnen de telgebieden en 1 net er buiten. In telgebied 1B was er nu geen waarneming aan het ANB-grasland. Telgebied 1A blijft het belangrijkste telgebied met 5 zangposten. In telgebied 3B

Pagina 53 van 58


Bijlagen

blijft continu op 3 zangposten met toch wat verschuiving in vergelijking met vorige ronde. In telgebied 2C worden nu al verschillende rondes geen waarnemingen meer aan de akkerstrook gedaan. 

Gele kwikstaart Een beduidende toename in vergelijking met de vorige ronde namelijk van 26 naar 41 geldige waarnemingen. Vooral telgebied 1A is belangrijk met daar alleen al 16 waarnemingen, in telgebied 3A waren er 10 waarnemingen en in telgebied 2C 6 waarnemingen. Merkwaardig genoeg blijven er in telgebied 2A geen Gele kwikstaarten waargenomen worden.

Grasmus Het blijft de talrijkst geïnventariseerde vogel met 46 geldige waarnemingen. Het hoogste aantal zangposten was er ook deze keer in telgebied 1A, namelijk 11. Ook in telgebied 3A waren er 11 geldige waarnemingen met wel enkele zangposten net op de rand van het gebied.

Haas Gezien nu ook de maïs hoger begint te worden, wordt het nog moeilijker om Hazen waar te nemen. In totaal werden 22 dieren waargenomen met lage aantallen in o.a. telgebied 3A (3 Hazen).

Tijdens de nachtelijke inventarisatie werden 3 soorten uilen waargenomen of gehoord. In telgebied 1B riep Steenuil vanuit een gekende locatie, in de oostrand van hetzelfde telgebied waren er bij een hoeve 2 jonge Ransuilen aan het roepen en in telgebied 2C werd in de omgeving van het bos van het Maenebroekkasteel een Bosuil waargenomen.

Bart Opstaele, 18 juni 2014

Pagina 54 van 58


Bijlagen

Tussentijds rapport – 8ste inventarisatieronde (19, 21 en 22 juni 2014) en 2de ronde voor Kwartel (23 juni 2014) Monitoring Ruilverkaveling Elingen Weersomstandigheden Het weer tijdens de inventarisatiedagen werd bepaald door een hogedrukkern ten westen van Ierland en een depressie boven het zuiden van Scandinavië die vrij koele en tijdelijk licht gestoorde noordelijke lucht naar onze streken aanvoerde. Het waren gunstige inventarisatiedagen met vrij zonnig weer en weinig wind. Op donderdag 19 juni was het in de vroege morgen ca. 9°, bewolkt en windstil. In de loop van de voormiddag liep de temperatuur op tot ca. 17° en werd het licht bewolkt. Zaterdag 21 juni was het een wat frissere nacht met ca. 6° in de vroege morgen. Het was nagenoeg windstil en licht bewolkt. In de voormiddag liep de temperatuur op tot 18° en was er een zwakke noordenwind. Op zondag 22 juni was het ongeveer hetzelfde weer met 8° in de vroege morgen en 18° tegen de middag. Eerst was het nog licht bewolkt maar werd het in de loop van de voormiddag erg zonnig en was er opnieuw weinig wind. Tijdens de nachtelijke inventarisatie op 23 juni was er weinig wind en was het vrij warm (ca. 14°). Ronde Op 19 juni werd gestart in telgebied 1B en daarna werd telgebied 1A geïnventariseerd. Op 21 juni werden de telgebieden 2A, 2B en 2C geïnventariseerd en op 22 juni de telgebieden 3B en 3A. Tijdens de nachtelijke inventarisatie van 23 juni werd gestart in telgebied 1B en dan 1A, vervolgens telgebieden 2C, 2B en 2A en tenslotte 3B en 3A. Waarnemingen 

Patrijs Slechts 3 geldige waarnemingen met een roepend exemplaar in telgebied 1B en een opvliegend paar in 3A en 3B.

Kwartel Ondanks het intensief zoeken werd tijdens de nachtelijke inventarisatie op 23 juni geen enkele roepende Kwartel gehoord. Alle met de fiets berijdbare wegen en paden in de verschillende telgebieden werden afgereden en werd op regelmatige tijdstippen de roep van Kwartel afgespeeld, maar dit dus zonder resultaat. Ook op de locaties waar er tijdens de vorige ronde nog Kwartel werd gehoord, was er geen reactie.

Kievit Nog op 5 locaties in het inventarisatiegebied waren er nog geldige waarnemingen. De interessantste waarneming was in een grasland in het noorden van telgebied 2C. Hier werd naast 3 koppels Kievit nog een klein jong (pullus) en een groter jong (juveniel) waargenomen. Dit zijn jongen afkomstig van een tweede legsel nadat het eerste legsel waarschijnlijk is mislukt.

Veldleeuwerik In totaal 9 geldige waarnemingen waarvan telkens 3 in telgebieden 1A en 3B. Geen waarnemingen in de telgebieden 1B, 2A en 3A.

Geelgors 9 geldige waarnemingen. In telgebied 1B was er nu geen waarneming aan het ANB-grasland. In telgebied 1A waarnemingen aan 4 ‘klassieke’ locaties, evenals in telgebied 3B waar 3 zangposten aanwezig zijn. Verder nog telkens één waarneming aan de gekende locaties in telgebied 2A en 3A.

Gele kwikstaart de Een afname van het aantal geldige waarnemingen in vergelijking met de 7 ronde, namelijk van 41 naar 30 geldige waarnemingen. In telgebied 1A een halvering van het aantal waarnemingen in vergelijking met de vorige ronde (van 16 naar 8). In telgebied 3A waren er 6 waarnemingen en in telgebied 2C ook 6 waarnemingen. Nu ook geen waarnemingen in telgebied 2A.

Pagina 55 van 58


Bijlagen

ď&#x201A;ˇ

Grasmus Het blijft de meest genoteerde vogel met 37 geldige waarnemingen. Het zwaartepunt ligt in telgebieden 1A en 3B met telkens 11 waarnemingen.

ď&#x201A;ˇ

Haas Ondanks de opschietende maĂŻs toch een aanzienlijk aantal van 30 waargenomen dieren waarvan 6 Hazen in telgebied 1A en 7 in telgebied 3B.

Vermeldenswaardig is de waarneming van een Bunzing langs een weggetje in telgebied 1A. Tijdens de nachtelijke inventarisatie werden naast de gekende locatie met jonge Ransuilen in telgebied 2C nu ook jongen gehoord centraal in telgebied 3B. In telgebied 2A is er in de noordrand een territorium van Steenuil aanwezig.

Bart Opstaele, 25 juni 2014

Pagina 56 van 58


Bijlagen

Bijlage 2: Kaartenset - Kaart 1:

Situering

- Kaart 2a:

Patrijs

- Kaart 2b:

Kwartel

- Kaart 2c:

Kievit

- Kaart 2d:

Veldleeuwerik

- Kaart 2e:

Geelgors

- Kaart 2f:

Gele kwikstaart

- Kaart 2g:

Grasmus

- Kaart 2h:

Haas

- Kaart 3a:

Veldleeuwerikgroep

- Kaart 3b:

Kievitgroep

- Kaart 4a:

Beheerovereenkomsten

Pagina 57 van 58


Bijlagen

Pagina 58 van 58


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 1 Situering Legende:

3A

grens ruilverkaveling Elingen telgebieden

1A 3B

1B

2A

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

2C Schaal: 1:25.000 NGI, topografische kaarten 2001

0

125 250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.a

3A

PATRIJS Legende:

territoria 2014 Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014)

1A

Ronde 3 (9-11 april 2014)

3B

1B

Ronde 4 (21-23 april 2014) Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014)

2A

Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014) telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.b

3A

KWARTEL Legende:

territoria 2014 Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014)

1A

telgebied

3B

1B

2A

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.c

3A

KIEVIT Legende:

territoria 2014 Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014)

1A

Ronde 3 (9-11 april 2014)

3B

1B

Ronde 4 (21-23 april 2014) Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014)

kievit Ronde 7 (9-11 juni 2014)

2A

Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014) telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.d

3A

VELDLEEUWERIK Legende:

territoria 2014 Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014)

1A

Ronde 3 (9-11 april 2014)

3B

1B

Ronde 4 (21-23 april 2014) Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014)

2A

Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014) telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.e

3A

GEELGORS Legende:

territoria 2014 Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014)

1A

Ronde 3 (9-11 april 2014)

3B

1B

Ronde 4 (21-23 april 2014) Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014)

2A

Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014) telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.f

3A

GELE KWIKSTAART Legende:

territoria 2014 Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014) Ronde 3 (9-11 april 2014)

1A

Ronde 4 (21-23 april 2014)

3B

1B

Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014) Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014)

2A

telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.g

3A

GRASMUS Legende:

territoria 2014 Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014) Ronde 3 (9-11 april 2014)

1A

Ronde 4 (21-23 april 2014)

3B

1B

Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014) Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014)

2A

telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 2.h

3A

HAAS Legende:

Ronde 1 (5-7 maart 2014) Ronde 2 (18-20 maart 2014) Ronde 3 (9-11 april 2014)

1A

Ronde 4 (21-23 april 2014)

3B

1B

Ronde 5 (9-11 mei 2014) Ronde 6 (23-25 mei 2014) Ronde 7 (9-11 juni 2014) Ronde 8 (19, 21-22 juni 2014)

2A

telgebied

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 3.a

3A

Veldleeuwerik-groep Legende:

territoria 2014 Patrijs Kwartel Gele kwikstaart Kievit Veldleeuwerik

1A

telgebied

3B

1B

2A

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 3.b

3A

Kievit-groep Legende:

territoria 2014 Patrijs Kwartel Gele kwikstaart Kievit Veldleeuwerik

1A

telgebied

3B

1B

2A

2B

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


RVK Elingen Monitoring avifauna jaar T+6 (2014) Kaart 4.a

3A

Beheerzones

33

Legende: 31 37

38

32 30

1A

8

25 3

39

9

9 9

22

1B

7

36

9 26

3B

27

20

18

9

Strook in eigendom van: gemeente Gooik gemeente Lennik gemeente Pepingen gemeente Sint-Pieters-Leeuw Beheerovereenkomsten (met nr.) akkervogelbeheer beheer KLE's perceelsrandenbeheer erosiebestrijding Openbaar domein In eigendom/beheer van ANB

21

19

domeinbos

1

2 2

24

16

23

15

openbaar bos

telgebied

2A

17

natuurdomein

14

10

5 11

6 34

28 35

2B

4

12

29

In opdracht van Vlaamse Landmaatschappij Regio West

Schaal: 1:20.000 NGI, topografische kaarten 2001

2C

0

125

250

500

750

1.000

1.250 Meter

in samenwerking met: Driekwart Groen


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
broedmonitoring_Elingen_t6_incl_kaarten.pdf by Vlaanderen-be - Issuu