entiteit e-government en ICT-Beheer
Jaarrapport 2010
e-IB
e-government
ICT-Beheer
1
1
Inhoud
Inhoud p1 Voorwoord p5 Beleidsnota 2009-2014: managementsamenvatting luik ICT p7 Strategische doelstellingen, programma’s en projecten p9 Beleidsdocumenten, beleidsdoelstellingen en ICT-programma’s
p11
Programma’s ter ondersteuning van de optimalisatie en verdere uitbouw van de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening p15 1. Afsluiten ICT-contract 2008 p17 2. Externe benchmarking gemeenschappelijke ICT-dienstverlening p18 3. Afsluiten telefoniecontracten 2011 p19 4. De entiteit e-government en ICT-Beheer als gemeenschappelijk ICT-dienstencentrum p20 Programma’s ter ondersteuning van de optimalisatie en verdere uitbouw van de gemeenschappelijke ICT-omgevingen p23
5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21.
Netwerk p25 Computerzalen p28 Datacenterstrategie p30 Mainframe p31 Opslag- en back-upomgeving p32 Mailomgeving p34 Thin Client p36 Dienstengeoriënteerd-architectuurplatform p37 Verhuisbewegingen en nieuwe VAC’s p41 Databanken en Business Intelligence gemeenschappelijke omgevingen Enterprise Content Management p44 Serveroptimalisatie p46 Toegangscontrole en e-signing p48 Uitbouw gemeenschappelijke Web 2.0-omgevingen p51 Vlaams overheidsnetwerk (VOnet) p52 Geïntegreerde communicatie p55 Verbeteren van het veiligheidsniveau p56
p42
Programma ter ondersteuning van groene ICT p59 22. Groene ICT p61 Programma’s ter ondersteuning van e-government p63
23. 24. 25. 26. 27.
Magda 2.0 p65 MAGDA persoonsdiensten - Vlaamse kruispuntbank personen (VKBP) p68 MAGDA ondernemingsdiensten - Verrijkte KruispuntBank voor Ondernemingen (VKBO) MAGDA geografische informatie p72 Geïntegreerd e-government - e-gov voor en door lokale besturen p79
p70
1
2
Programma’s ter ondersteuning van de interne werking p81
28. 29. 30. 31. 32.
Optimalisatie interne controle en organisatiebeheersing entiteit e-government en ICT-Beheer p83 Architectuur p84 Evaluatie van het ICT-veiligheidsniveau p85 Gemeenschappelijke ICT-dienstverlening Ondersteunende Systemen (GIOS) p86 Operationele fase telefoniecontracten p89
Communicatie
p91
Addenda bij de e-governmentprojecten
p95
Addendum 1: Het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer p96 Addendum 2: Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer p98 Addendum 3: Het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten
p100
Addendum 4: De aanstelling van de leden van de Vlaamse Toezichtcommissie en de administratieve ondersteuning van de Vlaamse toezichtcommissie p101 Verklarende lijst termen en afkortingen Bedankt! Contact
p103
p111 p113
3
4
Voorwoord
“Ook in 2010 werd iedereen geconfronteerd met budgetbeperkingen en herstructureringen. De roep om ‘meer te doen met minder’ klonk harder dan ooit: dit door efficiënter te werken en kosten te reduceren. Tegelijkertijd echter blijft een algemene verbetering van de ICT-dienstverlening het belangrijkste objectief. Daarom blijft de entiteit e-government en ICT-Beheer volop inzetten op het concept van herbruikbare ICT- en e-governmentbouwstenen. Dit alles binnen het raamwerk van een duidelijke referentiearchitectuur, zoals vooropgesteld in de beleidsnota 20092014. Zo delen we expertise, behalen we aanzienlijk schaalvoordelen en bevorderen we een eenvormige dienstverlening. Integratie, afstemming en beheer worden eenvoudiger. Elke organisatie binnen de Vlaamse overheid is een potentiële kandidaat om dergelijke bouwstenen aan te reiken: dit kan een wezenlijke bijdrage leveren aan het efficiënter aanwenden van de steeds beperktere ICT-kredieten voor nieuwe investeringen.
De entiteit e-government en ICT-Beheer wil hierbij een belangrijke rol spelen. Essentieel is een verder doorgedreven dialoog met u en uw organisatie: om optimaal prioriteiten te stellen en de verdere uitbouw van bouwstenen inhoudelijk goed af te stemmen. Werkte uw entiteit ook ICT-oplossingen uit die bruikbaar zijn door andere entiteiten? Vermijd dubbel werk en deel uw kennis. Zo creëren we samen een mechanisme waar iedereen baat bij heeft! Hebt u suggesties voor bouwstenen die nog ontbreken? Laat het ons weten. Ook met dit jaarrapport wenst e-IB een instrument aan te reiken voor afstemming met haar bestaande en toekomstige klanten. Het document biedt immers niet alleen een volledig overzicht van de realisaties van het voorbije jaar. Het geeft ook reeds een zicht op de planning voor 2011, onderwerp van continu overleg. Kortom: niets belangrijker dan een constructieve samenwerking. Ik hoop dan ook van harte dat we deze strategie met u verder kunnen uitbouwen.”
Luc Chauvin, ICT-manager Vlaamse overheid Manager entiteit e-government en ICT-Beheer
5
6
Beleidsnota 2009-2014: managementsamenvatting luik ICT
Met ICT en e-government naar geïntegreerde oplossingen “Ik wens met het ICT- en e-governmentbeleid de Vlaamse overheid en de lokale overheden de nodige ondersteuning te bieden om uit te groeien tot slagkrachtige organisaties. Ik wil voorzien in gemeenschappelijke ICT-diensten die garant staan voor efficiëntie, performantie, geïntegreerd werken, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Het uitbouwen van een ICT-referentiearchitectuur voor alle overheden in Vlaanderen en het inzetten op het gebruik van authentieke bronnen moet bijdragen tot substantiële lastenverlagingen. Hierdoor kunnen de andere beleidsdomeinen en de lokale overheden zich beter concentreren op hun kernopdrachten. ICT moet ook bijdragen tot een milieuvriendelijkere overheid onder het motto ‘groene ICT’. Dit betekent niet alleen milieuvriendelijke ICT-infrastructuur aankopen maar ook ICT gebruiken om energie uit te sparen.”
Uit de beleidsnota 2009-2014 van Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Bestuurzaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand
7
8
Strategische doelstellingen, programma’s en projecten
De minister bevoegd voor ICT en e-government (dit is de minister bevoegd voor Bestuurszaken), schrijft een beleidsnota uit met de strategische ICTbeleidsdoelstellingen voor de komende legislatuur.
ICT-minister, ICT-beleid
Beleidsnota Bestuurszaken (legislatuur)
Beleidsbrief Bestuurszaken (jaarlijks)
Strategische en operationele ICT-beleidsdoelstelingen
Uitvoering
Binnen deze beleidsnota kadert de jaarlijkse beleidsbrief die de operationele ICT-beleidsdoelstellingen afbakent binnen de termijn van een jaar. Uiteraard gebeurt hierbij, binnen de getrokken strategische krijtlijnen, een vertaling waarbij de specifieke businessbehoeften van de verschillende klantenorganisaties maximaal worden meegenomen. Op basis van de strategische en operationele ICT-beleidsdoelstellingen van de minister, worden de strategische en operationele organisatiedoelstellingen van de entiteit e-government en ICT-Beheer bepaald en / of bijgestuurd. De uitvoering van deze organisatiedoelstellingen gebeurt enerzijds via het uitvoeren van een aantal processen en anderzijds via de uitvoering van ICTmeerjarenprogramma’s. Elk programma bestaat uit een of meerdere onderliggende projecten.
Strategische en operationele organisatiedoelstellingen Technologische & maatschappelijke evoluties
ICT-meerjarenprogramma’s entiteit e-government en ICT-Beheer
Klanten, evolutie behoeften
ICT-projecten entiteit e-government en ICT-Beheer
Continuïteit (groei en optimalisatie)
9
10
Beleidsdocumenten, beleidsdoelstellingen en ICT-programma’s Beleidsdocumenten Volgende beleidsdocumenten vindt u volledig terug op het ICT-extranet: http://ict.vonet.be in de map ‘ICT binnen de Vlaamse overheid / ICT-Beleid / Beleidsnota’s en -brieven’. • Beleidsnota Bestuurszaken van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme 2009-2014 • Beleidsbrief 2010-2011 Bestuurszaken
11
Operationele beleidsdoelstellingen 2010: overzicht Volgende operationele beleidsdoelstellingen werden in 2010 nagestreefd: • optimalisatie en verdere uitbouw van gemeenschappelijke ICT-dienstverlening; • optimalisatie en verdere uitbouw van gemeenschappelijke ICT-omgevingen; • groene ICT; • e-government. ICT-programma’s 2010: overzicht per beleidsdoelstelling De verschillende hoger vermelde beleidsdoelstellingen werden vertaald naar projecten in een of meerdere specifieke meerjarenprogramma’s. Elk programma bestaat uit een of meerdere projecten: deze projecten komen overeen qua technische inhoud of zijn voor hun resultaten afhankelijk van elkaar. Hierbij vindt u een overzicht van de programma’s die in 2010 in uitvoering waren, volgens de strategische organisatiedoelstellingen waar ze bij aansluiten.
12
Beleidsdoelstelling
Programma
Optimalisatie en verdere uitbouw van de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening
• Afsluiten ICT contract 2008 • Externe benchmarking gemeenschappelijke ICT-dienstverlening • Afsluiten telefoniecontracten 2011 • e-IB als gemeenschappelijk dienstencentrum
Optimalisatie en verdere uitbouw van gemeenschappelijke ICT-omgevingen
• Netwerk • Computerzalen • Datacenterstrategie • Mainframe • Opslag- en back-upomgeving • Mailomgeving • Thin Client • Dienstengeoriënteerd-Architectuurplatform • Verhuisbewegingen en nieuwe VAC’s • Databanken en Business Intelligence (BI) gemeenschappelijke omgevingen • Enterprise content management (ECM) • Serveroptimalisatie • Toegangscontrole en e-signing • Uitbouw gemeenschappelijke web2.0omgevingen • VOnet • Geïntegreerde communicatie • Verbeteren veiligheidsniveau
Groene ICT
• Groene ICT
e-government
• Magda 2.0 • Magda persoonsdiensten • Magda ondernemingsdiensten • Magda geografische informatie • Geïntegreerd e-government (e-gov voor en door lokale besturen)
Programma’s ter ondersteuning van de doelstellingen m.b.t. de interne werking
• Optimalisatie interne controle en organisatiebeheersing • Architectuur • Evaluatie van het ICT-veiligheidsniveau • Gemeenschappelijke ICT-dienstverlening Ondersteunende Systemen (GIOS) • Operationele fase telefoniecontracten
13
14
Programma’s ter ondersteuning van de optimalisatie en verdere uitbouw van de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening 1. Afsluiten ICT contract 2008 2. Externe benchmarking gemeenschappelijke ICT-dienstverlening 3. Afsluiten telefoniecontracten 2011 4. e-IB als gemeenschappelijk dienstencentrum
15
16
AFSLUITEN ICT-CONTRACT 2008
Programma 1
Programmamanager: Benny Vanspringel
Realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
• Februari 2010: de migratie van de oude versie van DDCDMS naar het nieuwe documentum-platform werd afgerond.
Dit programma behelsde alle activiteiten die vereist waren voor het afsluiten van een nieuw ICT-dienstverleningscontract in 2008 en voor de transitie van het oude contract (ICT-contract 2003) naar het nieuwe ICT-contract 2008.
• Maart 2010: -- Versie 2.2 van de nieuwe CMDB-webtoepassingen werd succesvol in gebruik genomen. Dit is de finale versie in het kader van het initiële transitieproject. -- Versie 5.0 van VOPS werd gepubliceerd en ontsloten naar VOnet. • April 2010: de offerteprocessen werden volledig ingericht in lijn met de vereisten van het nieuwe contract (inclusief de processen voor marktbevraging voor offertecomponenten in resultaatsverbintenis).
Waarom dit programma Via dit programma werd gegarandeerd dat er ook na het aflopen van het ICT-contract 2003 (op 1/9/2008) een op de noden van de Vlaamse overheid afgestemd gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod (met vrije afname) beschikbaar bleef ten behoeve van de verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid.
• September 2010: er vond een kwaliteitsverbetering plaats van de CMDB2-data. De inrichting van het licentiebeheer en het beheer van de onderhoudscontracten werden afgerond. • 12 oktober 2010: na het afwerken van de laatste vereisten werd het transitieproject finaal opgeleverd. Hiermee is het laatste project van dit programma afgerond en is dus ook het programma volledig afgewerkt.
17
EXTERNE BENCHMARKING GEMEENSCHAPPELIJKE ICT-DIENSTVERLENING
Programma 2
Programmamanager: Jan Van den Bossche
Realisaties 2010
Waarom dit programma
In 2010 startte dit programma met een benchmark van de prijs die de Vlaamse overheid betaalt voor de exploitatie van de gemeenschappelijke netwerkomgeving.
In het kader van de doelstelling van de Vlaamse overheid om de beschikbare werkingsmiddelen zo efficiënt mogelijk aan te wenden, worden een gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod en gemeenschappelijke ICT-omgevingen aangeboden. Op die wijze kunnen schaalvoordelen maximaal uitgespeeld worden en kunnen er o.a. via goede integratie grote efficiëntiewinsten geboekt worden voor de verschillende overheidsprocessen.
Via een overheidsopdrachtenprocedure werd aan Gartner de opdracht gegeven om de prijs die betaald wordt voor de exploitatie van de gemeenschappelijke netwerkomgeving te benchmarken. De resultaten van deze benchmark tonen aan dat de jaarlijkse totaalprijs (gebaseerd op de situatie van april 2010) voor het beschikbaar houden van het netwerk 5,1% (ongeveer 162 k€) hoger lag dan het gemiddelde van de marktobservaties. In parallel met deze benchmark werd echter ook verder gewerkt aan efficiëntieverhogende initiatieven voor alle exploitatiekosten. In het kader hiervan kon ook de jaarlijkse exploitatiekost voor de netwerkomgeving verlaagd worden en dit voor dezelfde dienstverlening en inventaris. Hierdoor ligt de jaarlijkse totaalprijs nu reeds onder het gemiddelde van de marktobservaties.
Wat houdt dit programma in Dit programma omvat alle activiteiten om jaarlijks een externe benchmark te laten uitvoeren op een deel van het gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod.
18
Het gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod dient echter ook marktconform te blijven. Hiervoor zijn in het contract met de externe ICT-dienstverlener meerdere mechanismen voorzien. Een ervan heeft betrekking op de mogelijkheid om externe onafhankelijke benchmarks te laten uit voeren.
Toekomst Rekening houdend met de kostprijs en de doorlooptijd die vereist is voor het uitvoeren van externe benchmarks, wordt maximaal één externe benchmark per contractjaar (exclusief de periode van de initiële transitie en de exit) voorzien. Elke benchmark zal uitgevoerd worden op basis van een aparte overheidsopdracht. In 2011 wordt een benchmark gevoerd m.b.t. de exploitatie van de gegevensopslag- en backup-omgeving.
AFSLUITEN TELEFONIECONTRACTEN 2011
Programma 3
Programmamanager: André Van Vyve
Realisaties 2010
Toekomst
• Op 16 februari 2010 werd de vooraankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen. • Op 18 februari 2010 werd de vooraankondiging gepubliceerd in het Europees Publicatieblad. • De krachtlijnen en de aanbestedingswijze werden opgesteld en goedgekeurd met duurzaamheid als aandachtspunt. • De principiële gunningsbeslissing werd genomen. • e-IB stelde een nota op aan de Vlaamse Regering. -- e-IB ontving het akkoord van de Vlaamse Regering op 23 juli 2010. -- Als gunningsprocedure werd er gekozen voor een beperkte offerteaanvraag. -- De contractduur werd vastgesteld op 7 jaar. • Het begrotingsakkoord werd aangevraagd. -- Het begrotingsakkoord werd verkregen op 23 juli 2010
Dit programma startte op in 2010. Het zal doorlopen tot 2012.
Wat houdt dit programma in
• Ontvangen van de offertes • Evaluatie • Gunning (juli 2011)
Dit programma omvat alle nodige activiteiten voor: • het afsluiten van nieuwe telefoniedienstverleningscontracten in 2011; • de transitie van de oude naar de nieuwe telefoniecontracten.
Dit programma bestaat uit de volgende projecten: September 2010 tot mei 2011 Uitvoeren overheidsopdrachtenprocedure (tot gunning aan nieuwe telefoniedienstverleners): • Oproep tot deelneming: ok • Aankondiging: ok • Selectie deelnemers: ok • Opmaak van het bestek: bestek overhandigd aan Inspecteur van Financiën op 11 jan 2011. -- Positief advies ontvangen van IF op 3/2/2011 • Uitnodiging tot het indienen van een offerte verzonden naar de verschillende operatoren op 4/2/2011 -- Offertes worden verwacht op 11/4/2011
Juli 2011- januari 2012 Transitie naar nieuwe telefoniecontracten.
Waarom dit programma Dit programma garandeert dat er een gemeenschappelijk telefoniedienstverleningsaanbod beschikbaar blijft na het aflopen van de telefoniecontracten op 20/7/2011. Dit gemeenschappelijk telefoniedienstverleningsaanbod wordt afgestemd op de noden van de Vlaamse overheid ten behoeve van de verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid en de lokale overheden die vrij van het aanbod kunnen afnemen. De contractduur bedraagt zeven jaar.
19
DE ENTITEIT E-GOVERNMENT EN ICT-BEHEER ALS GEMEENSCHAPPELIJK ICT-DIENSTENCENTRUM
Programma 4
Programmamanager: Wim Martens
Realisaties 2010 • De connectiviteit voor “Beheer op afstand” werd uitgewerkt. • In de vorm van workshops werd een aanzet gegeven voor het bepalen van de e-IB-service-strategie.
Wat houdt dit programma in Dit programma schept het kader voor en het aanbod van de entiteit e-government en ICT-Beheer als gemeenschappelijk ICT-dienstencentrum: 1. processen, procedures, tools en organisatiestructuur voor het ontwikkelen, het promoten, het leveren en het factureren van diensten; 2. concrete diensten: zowel bestaande als nieuwe – zowel structureel als reactief • e-IB werkt infofiches uit voor haar bestaande diensten. Daarnaast werkt e-IB vanuit een expertvisie een aantal nieuwe diensten conceptueel uit. -- In een volgende fase zullen de bestaande en nieuw voorgestelde diensten toegelicht worden bij de verschillende (potentiële) klanten. -- De klanten wordt om feedback gevraagd: zijn dit de diensten die ze nodig hebben, zijn er andere diensten waarvoor interesse bestaat. -- Op basis van deze feedback kunnen de prioriteiten bepaald worden en kan er een planning opgemaakt worden voor het opleveren van de nieuwe diensten. Opmerking: de implementatie van de diensten maakt geen deel uit van dit programma, maar gebeurt in het kader van het programma waar de dienst inhoudelijk toe behoort. Naar aard van diensten gaat het over: i. diensten waarvoor e-IB vandaag klant is bij externe ICT-dienstverlening en waarvoor het voor de verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid niet duidelijk is wat dit voor hun betekent; ii. diensten die vandaag enkel geleverd kunnen worden binnen het netwerk onder beheer van de gemeen-
20
schappelijke dienstverlener, maar waar ook andere entiteiten met een eigen netwerk vragende partij zijn om deze diensten af te nemen; iii. diensten die voorheen niet formeel als dienst ingeregeld werden en die de klanten dus op projectbasis dienen aan te vragen. • Voorafgaand aan de structurele aanpak wordt ingespeeld op (gemeenschappelijke) klantenbehoeften die naar boven komen in het kader van projecten of vragen van klanten. Deze aanpak is eerder reactief: er wordt immers slechts gestart met het uitbouwen van de dienst op het moment dat er een concrete behoefte is.
Waarom dit programma Beter Bestuurlijk Beleid verbreedde de organisatorische scope naar de Vlaamse overheid (VO) en gaf de entiteiten meer autonomie. Deze effecten weerspiegelden zich maximaal in de krachtlijnen voor het nieuwe outsourcingscontract. Alle entiteiten van de Vlaamse overheid kunnen nu toetreden tot dit contract zonder verplichte afname, en dit op een modulaire manier. De klant wenst daarbij transparantie, zowel op vlak van diensten (inclusief akkoorden over de dienstverleningsniveaus / SLA’s) als op vlak van prijzen (responsabilisering). Contact met de entiteiten leert dat er een aantal (gemeenschappelijke) behoeften bestaan inzake modulaire afname waarvoor vandaag geen standaard aanbod bestaat. Daardoor moeten vele gelijkaardige vragen op maat uitgewerkt worden én betaald door de klant. e-IB wil deze nood invullen met een standaard aanbod dat inspeelt op de grootste gemene deler van de behoeften van de entiteiten en dat modulair afgenomen kan worden. Daarnaast is sinds het van start gaan van BBB een debat gestart inzake “shared services” of gedeelde diensten. Hierbij is er een onderscheid tussen: • Gemeenschappelijke diensten met verplichte afname. De budgetten voor deze diensten worden centraal voor-
zien. Dit zijn diensten waarvoor e-IB klant is bij de ICTdienstverlener (of alternatieve dienstverlener). • Gemeenschappelijke diensten met vrijwillige afname. De budgetten voor deze diensten worden bijgedragen door de participerende entiteiten. Deze diensten worden ofwel rechtstreeks aangeboden door de ICT-dienstverlener aan de entiteiten. Ofwel is e-IB leverancier van de diensten aan de entiteiten. • Verticale diensten waarvoor de entiteiten zelf oplossingen uitbouwen. De entiteit is rechtstreeks klant bij de ICT-dienstverlener (of een alternatieve ICT-dienstverlener) of bouwt de oplossing met interne middelen. Er is nood aan een geconsolideerde dienstencataloog die volgende diensten beschrijft vanuit het standpunt van de entiteiten: • De diensten die de gemeenschappelijke ICT-dienstverlener rechtstreeks aanbiedt aan de entiteiten. • De diensten die e-IB aanbiedt. • Diensten die enkel e-IB afneemt.
Toekomst • Het bepalen van de e-IB--service-strategie en de impact ervan op de e-IB-processet en het e-IB-organisatiemodel. • Het testen en operationeel maken van de ontwikkelde facturatietool. • Uitwerken nieuwe aanpak inzake netwerkdiensten (en meer bepaald inzake netwerkconnectiviteit). • Afwerken van de oplossing inzake beheer op afstand. • Het herbekijken van het facturatieproces (inclusief het aanbod, de opvolging, de betrokkenheid van de externe ICT-dienstverlener).
21
22
Programma’s ter ondersteuning van de optimalisatie en verdere uitbouw van de gemeenschappelijke ICT-omgevingen 5. Netwerk 6. Computerzalen 7. Datacenterstrategie 8. Mainframe 9. Opslag- en back-upomgeving 10. Mailomgeving 11. Thin Client 12. Dienstengeoriënteerd-Architectuurplatform 13. Verhuisbewegingen en nieuwe VAC’s 14. Databanken en Business Intelligence (BI) gemeenschappelijke omgevingen 15. Enterprise content management 16. Serveroptimalisatie 17. Toegangscontrole en e-signing 18. Uitbouw gemeenschappelijke web2.0-omgevingen 19. VOnet 20. Geïntegreerde communicatie 21. Verbeteren veiligheidsniveau
23
24
NETWERK
Programma 5
Programmamanager: Harro Verton
Realisaties 2010 Continuïteit en continue verbetering van de huidige ICTomgeving Uitbouw van een nieuwe backbone-infrastructuur De vorige netwerkbackbone-infrastructuur had onvoldoende capaciteit om de vraag naar extra bandbreedte te kunnen opvangen. In 2008 is daarom het aanleggen gestart van een nieuwe infrastructuur op basis van 10Gbps-technologie waarmee heel hoge netwerksnelheden mogelijk zijn (10Gbps = 10,7 miljard bits per seconde). In 2009 is deze infrastructuur verder uitgebouwd tot een nieuwe 10Gbps-backbone die heel Vlaanderen bestrijkt. Implementatie van een end-to-end Quality of Service framework binnen de netwerkbackbone Hierdoor is het mogelijk om een dienstverlening uit te werken die werkelijke end-to-end performantiegaranties over het netwerk kan leveren aan de entiteiten die dat wensen. In 2008 werd er een ontdubbeling gerealiseerd van de beide datacenters (Boudewijn en Nossegem) in gebruik door de gemeenschappelijke dienstverlening. Hierdoor was het voor de vraagzijde mogelijk om hun businesscontinuityplannen (BCP) in te vullen en te kiezen voor ontdubbeling van toepassingen. Hiervoor zijn per toepassing gescheiden verbindingen nodig. Er werd een architectuur uitgewerkt en geïmplementeerd voor het virtualiseren van deze gescheiden verbindingen (laag 2) op basis van VPLS-technologie, zodat de bestaande connectiviteit optimaal kan worden herbruikt. Aanpassing van de netwerkinfrastructuur aan de stijging van de hoeveelheid opslagruimte Het gebruik van opslagruimte stijgt jaarlijks exponentieel, samen met de capaciteitsbehoeften van de back-up- en archiveringsomgeving. De communicatiebehoeften om de data te transporteren van de datacenters naar de back-up omgeving zal evenredig stijgen. Binnen dit project zullen initiatieven worden ontplooid om deze stijging op te vangen. Verhuis meest noodzakelijke systemen Door het geschikt maken van de beide computerzalen voor het ontplooien van BCP-initiatieven door de vraagzijde is vanuit de operationele dienstverlening de noodzaak gerezen tot ontdubbeling van de beheerssystemen, die momenteel nog uitsluitend in Brussel zijn gelocaliseerd. Dit project voorziet in de verhuis
van de meest noodzakelijke systemen vanuit Brussel naar de computerzaal in Nossegem, om bij onbeschikbaarheid van de zaal in Brussel, de in Nossegem geplaatste systemen toch te kunnen beheren. In het kader van innovatie en dienstverlening werd er een project uitgevoerd voor virtualisatie van de eindgebruikersnetwerken Hierdoor kunnen alle gebruikers in een gebouw bediend worden door één enkele fysieke infrastructuur. Het project heeft een impact op de continuïteit en beschikbaarheid. Dit project dient om deze impact in kaart te brengen, de problemen op te lossen, eventuele anomalieën te regulariseren, en de bestaande operationele procedures aan te passen of uit te breiden. Uitfaseren van oude systemen voor telewerken Bij introductie van telewerken werd gebruik gemaakt van traditionele verbindingen zoals de telefoon, en later ISDN. Door de opkomst van breedband, mobiele communicatie en internet werd hiervan steeds minder gebruik gemaakt. Daarom werd er besloten een operationele besparing te realiseren door het uit dienst nemen van de ondersteunende infrastructuur voor telewerken via telefoon en ISDN. Vervanging van de systemen voor telewerken via SSL-VPN De vorige systemen waren door de leverancier als end-of-support geklasseerd en ondersteunden niet de faciliteiten die nodig waren om de groei in het aantal telewerkers op te vangen. Tegelijkertijd is het aantal beschikbare licenties aangevuld om de stijgende groei op te vangen, en zijn er licenties aangekocht die bij onverwacht piekgebruik kunnen worden ingezet (bv. massaal thuiswerken naar aanleiding van een algemene staking). Beheer op afstand Dit project maakt het mogelijk voor additionele dienstverleners om van op afstand beheerstaken uit te voeren, zonder (veiligheids)risico’s naar andere dienstverleners toe. In 2008 werd een architectuur- en implementatiestudie uitgevoerd naar het inrichten van een generieke en algemene beheersomgeving voor ICTcomponenten en -toepassingen. Deze studie was noodzakelijk in het kader van het ICT-contract 2008, dat de entiteiten de mogelijkheid gaf om zelf een dienstverlener te kiezen. Zonder een deftig ingerichte beheersomgeving met voldoende garanties voor alle dienstverleners konden zij hun afgesproken SLA’s niet garanderen. Dit project implementeert de resultaten van deze studie.
25
Diverse kleinere projecten die de beschikbaarheid verhogen, of extra capaciteit toevoegen aan bestaande componenten om deze te kunnen ontlasten en toekomstige groei op te vangen.
Wat houdt dit programma in e-IB optimaliseert het netwerk van de Vlaamse overheid. De activiteiten binnen het programma ‘netwerk’ vinden hun oorsprong in verschillende onderdelen van de strategische organisatiedoelstellingen e-IB. Meer bepaald wordt er binnen dit programma gewerkt aan: • continuïteit en continue verbetering van de huidige ICTomgeving • uitbouw nieuwe dienstverlening • groene IT
Waarom dit programma Het programma omvat de volgende doelstellingen: Continuïteit en continue verbetering van de huidige ICTomgeving Dit omvat onder meer vervangingen, verhuizingen, capaciteitsuitbreidingen en vervangingsinvesteringen, alsook ondersteuning op het gebied van netwerkplanning en -management. Uitbouw nieuwe dienstverlening Binnen dit thema wordt een dienstenaanbod ontwikkeld voor netwerken en wordt de noodzakelijke technische infrastructuur gerealiseerd om deze diensten ook daadwerkelijk te kunnen leveren: • netwerkdiensten afgestemd op de businessbehoeften van de klanten; • ondersteunende platformen voor monitoring, SLA-beheer en rapportage; • virtualisatie van de platformen voor thuis- en telewer-
26
ken, om ze te kunnen aanbieden aan gebruikers van alle entiteiten van de Vlaamse overheid; • virtualisatie van en externe toegang tot het VO-netwerk om veilig en gecontroleerd beheer van ICT-systemen door externe partijen / verschillende dienstenleveranciers mogelijk te maken. • innovatie op het gebied van netwerken en beveiliging, met de focus op mobiliteit van de gebruikers: -- Draadloze verbindingen, naast de traditionele bekabelde aansluiting. -- Identificatie van de aangesloten apparatuur: zo kan ‘het netwerk’ deze automatisch verbinden met de juiste netwerkomgeving. Dit creëert ook de mogelijkheid voor een gedifferentieerd aanbod van netwerkdiensten voor entiteiten die momenteel nog geen diensten afnemen of voor bezoekers. -- Initiatieven om toepassingen bruikbaar te houden: »» voor mobiele gebruikers die toegang hebben tot toepassingen via een relatief trage WAN-verbinding; »» voor gebruikers waarvan de toepassingen in kader van servercentralisatie en/of -optimalisatie werden gecentraliseerd. Groene IT De Vlaamse overheid heeft als doelstelling om tegen 2020 CO2-neutraal te zijn voor wat betreft de eigen werking. Nieuwe investeringen op vlak van netwerken houden rekening met deze doelstelling. Specifieke initiatieven in het kader van uitbouw van meer groene netwerken behoren ook tot dit programma.
Toekomst ContinuĂŻteit en continue verbetering van de huidige ICTomgeving Introductie van GPS-gebaseerde en zeer nauwkeurige klok Voor een correct ICT-beveiligingsbeheer is het noodzakelijk dat meldingen en alarmen van alle ICT-componenten automatisch met elkaar gecorreleerd kunnen worden. Door de grote hoeveelheid informatie is dat handmatig niet mogelijk. Correlatie is alleen mogelijk als alle ICT-componenten gebruik maken van een centraal systeem dat de juiste tijd bijhoudt. Dit project zorgt ook voor de aanpassing van alle ICTsystemen zodat zij deze klok gaandaadwerkelijk gebruiken. Opwaardering van het provisionerings- en beheerssysteem van verschillende beveiligingscomponenten - waaronder firewalls en systemen voor toegang op afstand Dit systeem is verouderd: de leverancier biedt geen ondersteuning meer aan en nieuwe functionaliteiten van de beveiligingscomponenten kunnen niet in gebruik genomen worden. Binnen dit project zal dit systeem worden opgewaardeerd naar de nieuwste versie.
Innovatie Virtualisatie van de netwerkinfrastructuur van eindgebruikers (zie ook realisaties 2010) In 2011 wordt de laatste fase van dit project gestart, waarbij deze technologie wordt ingevoerd op alle locaties van de Vlaamse overheid onder beheer van de gemeenschappelijke ICT-dienstverlener.
Uitbouw nieuwe dienstverlening Inrichten van netwerkdiensten Opdat de entiteit e-government en ICT-Beheer eigen netwerkdiensten kan leveren, dient er een dienstenportfolio uitgewerkt te worden, dienen de kosten in kaart gebracht te worden, kostenmodellen, SLA’s en leveringsvoorwaarden opgesteld en moet er Service Level Management ingericht worden. Dit project dient om al deze activiteiten uit te voeren en effectief de dienstverlening in te richten.
Vervanging netwerkcomponenten In 2009 werd al een gedeeltelijke vervanging uitgevoerd van verouderde, defecte en niet meer door de leverancier ondersteunde netwerkcomponenten. In 2011 dienen de resterende vervangingen plaats te vinden, waarbij de vervangingen in het Boudewijngebouw het meest prioritair zijn. Verder ontdubbelen van de systeemservices In de eerste fase van het ontdubbelen is er omwille van budgettaire beperkingen voor gekozen om een deel van de systeemservices niet te ontdubbelen. Dit heeft tot gevolg dat de recurrente kosten voor de communicatie tussen beide zalen omhoog zal gaan, en dat bij uitval van deze systemen rekening gehouden moet worden met een verminderde performantie. Beide zalen moeten dan immers opereren op een enkel systeem met onvoldoende capaciteit. Dit project voorziet in een lokale ontdubbeling van deze componenten, om voorgenoemde problemen op te lossen. Deze ontdubbeling maakt het ook mogelijk om toepassingen in een van de datacenters te plaatsen, volledig los van het andere datacenter. Dit is een voorwaarde voor het leveren van datacenterdiensten aan entiteiten die momenteel nog geen klant zijn van de gemeenschappelijke dienstverlening.
27
COMPUTERZALEN
Programma 6
Programmamanager: Dirk De Beule
Realisaties 2010 • Wegens de grote toename van de centrale back-upomgeving (76% groei in de voorbije 2 jaar) werden extra tapekasten geïnstalleerd voor het geordend bewaren van de tapes. • De computerzaalstrategie voor de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening werd herzien, rekening houdend met de verhuis van de BOU-computerzaal voor einde 2014. • Voor de Ferraris-computerzaal werden een 15-tal servers uitgefaseerd/gevirtualiseerd. • De uitbreiding in Colt van 120 naar 230 m² was einde 2010 grotendeels afgerond. Om budgettaire redenen zijn de realisaties voor het programma ‘Computerzalen’ in 2010 beperkt gebleven.
Wat houdt dit programma in Dit programma houdt de centrale computerzalen kwalitatief operationeel en voorziet in de nodige uitbreiding.
Waarom dit programma De vereisten die aan computerzalen worden gesteld, wijzigen elk jaar. Van computerzalen wordt een steeds grotere beschikbaarheid en capaciteit gevraagd. Momenteel zijn er binnen de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening van de Vlaamse overheid drie computerzalen: • een computerzaal in het Boudewijngebouw in Brussel (BOU), • een computerzaal van de firma Colt in Nossegem (NMC) • een computerzaal in het Consciencegebouw (CON) in Brussel. Dit programma omvat investeringen in de drie computerzalen. De jaarlijkse extra behoefte aan centrale computerzaalcapaciteit bedraagt momenteel 60m² per jaar. De inspanningen van de entiteit e-government en ICT-Beheer op gebied van serveroptimalisatie, volstaan niet om tegemoet te komen aan de behoeften van computerzalen. Het vereiste elektriciteits- en koelvermogen per vierkante me-
28
ter vormt de belangrijkste factor voor uitbreiding van de computerzaalcapaciteit. De computerzaalactiviteiten voor de komende jaren concentreren zich rond volgende behoeften: 1) Consolidatie computerzalen / centrale computerzaalcapaciteit: De serverinfrastructuur van de Vlaamse Administratieve Centra (VAC’s) wordt geconsolideerd naarmate nieuwe locaties in gebruik worden genomen. De verouderde computerzalen Ferraris en Conscience worden afgebouwd voor serverinfrastructuur. Voor kleine decentrale sites met voldoende bandbreedte naar de centrale computerzaalinfrastructuur wordt eveneens de eliminatie van de lokale servers voorzien. Op termijn wordt er gestreefd naar een centraal computerzaalaanbod van twee datacenters - wegens einde huurcontract van het Boudewijngebouw wordt dit datacenter gemigreerd naar een nieuwe locatie voor einde 2014. De voordelen van een centraal aanbod aan computerzalen: • Maximale schaalvoordelen: indien elke entiteit de eigen computerzaalfaciliteiten zou uitbouwen, betekent dit een meeruitgave voor de Vlaamse overheid. • Groene ICT (zie ook verder): het is efficiënter één ruimte van 500m² te koelen dan tien locaties van 50m². • Faciliteren van interne cloudcomputing: op termijn zou in combinatie met external cloudcomputing een private cloud voor de Vlaamse overheid gerealiseerd kunnen worden. 2) Invullen bijkomende behoeften: • De behoeften op gebied van informatisering nemen toe en steeds meer mensen doen aan telewerken. • Omwille van het toegenomen belang van ICT-infrastructuur dienen ook computerzaalfaciliteiten rekening te houden met business continuity en disaster recovery. • Steeds meer nieuwe functionaliteiten (zoals mobiele email, e-mailarchivering, DMS-systemen, …) worden toegepast en steeds meer data (foto’s, GIS-bestanden,…) worden bewaard.
3) Groene ICT: Bij uitbreiding vormt groene ICT een belangrijk aandachtspunt: de Vlaamse overheid streeft ernaar om tegen 2020 CO2-neutraal te zijn in de eigen werking: • Het gebruik van virtualisatietechnieken beperkt de nood aan extra datacentercapaciteit en draagt zo meteen ook bij aan de trend van ‘groene datacentra’. • In de computerzalen wordt gestreefd naar een minimum aan energieverbruik.
lend projectmanagement. Een meerjarenplanning dient opgesteld, afhankelijkheid van het e-IB-programma ‘Datacenterstrategie’. • Onderhoud en uitbreiding van de inrichting van computerzalen (racks, KVM-systemen,...)
Toekomst
• Milieuvriendelijke afvoer van servermateriaal De voorbije jaren werden tientallen servers en andere IT-componenten uit dienst genomen in het kader van serveroptimalisatieprojecten. Het verouderde en niet herbruikbare IT-materiaal dient milieuvriendelijk te worden afgevoerd.
In 2011 staan volgende projecten op de planning:
• Voldoende computerzaalcapaciteit tot juli 2012
• Finalisatie van de uitbreiding van de NMC (Colt - Nossegem) computerzaalcapaciteit van 120 naar 230 m2 Dit project omvat racks (met een warme en koude gang concept), gestructureerde netwerkbebakeling, netwerkswitchen (zowel ethernet LAN als fibre chanel SAN), stroomaansluitingen (met detailmeting per rack). De maximale capaciteit voor Colt Nossegem wordt dan bereikt (geen uitbreiding meer mogelijk). • De vereisten i.v.m. Green-IT worden opgevolgd. • Voorbereiding van project nieuw datacenter ter vervanging van Boudewijn Het nieuwe datacenter is noodzakelijk: -- de veroudering van de Boudewijncomputerzaalinfrastructuur met onmogelijkheid tot uitbreiding (Boudewijn computerzaal heeft zijn maximale capaciteit bereikt voor koeling) -- einddatum huurovereenkomst Boudewijn (2014) -- Green-IT-doelstellingen vergen bouwtechnische aanpassingen en kunnen niet gerealiseerd in/met de bestaande omgeving • Project nieuw datacenter (al dan niet in combinatie met Disaster Recovery-functionaliteiten) In 2011 wordt migratie van het het Boudewijn datacenter naar een nieuw datacenter gepland. Dit groot en complex project (zowel technisch als financieel) vereist zowel facilitaire als IT-technische studies met overkoepe-
29
DATACENTERSTRATEGIE
Programma 7
Programmamanager: Paul De Vroede
Realisaties 2010
Toekomst
De entiteit e-government en ICT-Beheer bracht de vraag naar datacenter- en computerzaaldiensten in kaart, o.a. aan de hand van een klantenbevraging. Men voerde een sterkte/zwakteanalyse uit van vier mogelijke scenario's voor het uitwerken van een aanbod.
In 2011 zal e-IB de analyses en implementatiescenario’s verfijnen en een finaal rapport opleveren met aanbevelingen.
Het analyseren en berekenen van de kost, tijdsplanning en risico's van de verschillende implementatiescenario's is uitgeschreven in een eerste versie van een datacenterstrategiedocument. Dit zal gebruikt worden voor verder overleg over de te volgen strategie en de implementatie (o.a. de verhuis van het datacenter in het Boudewijngebouw).
Wat houdt dit programma in Het programma 'datacenterstrategie' beoogt het opleveren van een document met aanbevelingen voor de te volgen strategie over een periode van vijf tot tien jaar m.b.t. de datacenters voor de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening. Passend binnen de vooropgestelde strategie geeft de entiteit e-government en ICT-Beheer aanbevelingen voor de implementatie van de datacenterstrategie (inclusief de migratie van het datacenter in het Boudewijngebouw).
Waarom dit programma De strategie van de entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB) is gericht op het verlenen van maximale toegevoegde waarde, op het leveren van een gedifferentieerd aanbod aan kwalitatieve datacenterdiensten waardoor een hefboomeffect ontstaat en op het efficiĂŤnt inzetten van de ICTmiddelen. Uitgaande van een analyse van de behoeften van de klantzijde, stelt e-IB een beeld op van een aanbod aan datacenterdiensten dat aan de vraag tegemoet komt. Daarna gaat e-IB in op het kernvraagstuk hoe men dit aanbod het best kan realiseren. Tevens beschrijft men een technologische visie op en een strategie van het datacenter: met name hoe e-IB de karakteristieken van het aanbod kan vertalen in technologische vereisten en oplossingen.
30
MAINFRAME
Programma 8
Programmamanager: Wouter Van Den Bosch
Belangrijkste realisaties 2010 Installeren van een CA-detector Met deze tool kan men de efficiëntie van de toegangen naar de database nagaan. Hierdoor kunnen programma's efficiënter ontwikkeld worden en zal ook de exploitatie worden geoptimaliseerd.
Actualiseren van een aantal systeemsoftwares en middleware op het mainframe (DB2, IDMS, Guardien) Dit zorgt voor extra functionaliteiten en garandeert dat onze mainframeomgeving in lijn blijft met de rest van het mainframecentrum te Ruesselsheim. Hierdoor worden extra exploitatiekosten vermeden.
Het verder in lijn brengen van de mainframeomgeving met de beveiligingsrichtlijnen van OSAC De RACF-tabel waarin de toegangsrechten bijgehouden worden, werd verder opgekuist.
Onderzoeken en verbeteren van de procedures voor het gebruik van het mainframeplatform Op die manier kon een capaciteitsuitbreiding uitgesteld worden. Op dit vlak zal in 2011 verder gewerkt moeten worden.
Starten van een onderzoek naar de exploitatiekost van het mainframeplatform Dit leidde reeds tot het uittekenen van een aantal verbeteringen. In 2011 wordt dit verder uitgewerkt.
Waarom dit programma Het doel is om een goed presterende, veilige en kostenefficiënte mainframeomgeving ter beschikking te stellen.
Wat houdt dit programma in Het mainframe is een gigantische server met een eigen besturingssysteem, die werkt aan grootschalige operaties in een uiterst gecontroleerde en beveiligde omgeving. Momenteel wordt het mainframe voornamelijk gebruikt door het beleidsdomein Onderwijs & Vorming, ondermeer
om de personeelsdossiers van het onderwijspersoneel te beheren en de lonen uit te betalen. Het mainframeplatform staat echter open voor alle beleidsdomeinen. Het mainframeplatform dat aangeboden wordt door de entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB), draait niet op een aparte fysische machine. Het vormt een onderdeel (een virtuele machine) van een veel grotere fysische mainframe van HP-Belgacom die zich bevindt te Ruesselsheim in Duitsland. Binnen het ICT-dienstverleningscontract wordt een deel van de capaciteit van dit mainframeplatform gehuurd voor de Vlaamse overheid. Tot midden 2009 draaide daarnaast ook nog een zeer beperkt aantal programma’s op de mainframe-omgeving van Ardatis-CEGEKA (de MVG03-ontwikkelingsomgeving). Deze omgeving was sterk verouderd en werd gemigreerd en gedeeltelijk afgebouwd (zie verder).
Toekomst Het stopzetten van de MVG03-omgeving Dit is een verouderde en zeer dure omgeving. De meeste toepassingen die in de omgeving draaien zijn uitdovend. Er zal overlegd worden met de betrokken eigenaars om zo veel mogelijk toepassingen te kunnen stopzetten. Indien stopzetten niet mogelijk is, worden alternatieven uitgewerkt. Doorlichting van de exploitatiekost van het mainframe Een kritische doorlichting is nodig om de beschikbare middelen beter te kunnen inzetten. Upgrades van systeemsoftware De upgrades zijn nodig, enerzijds met het oog op nieuwe functionaliteiten, anderzijds om in lijn te blijven met het mainframecentrum en om zo een verhoging van de exploitatiekost te kunnen vermijden. In eerste instantie wordt CAGen, een ontwikkelingstool voor mainframetoepassingen en CICS, geüpgraded. Herbekijken en optimaliseren van de procedures voor het gebruik van de mainframe Zo kan de beschikbare capaciteit beter benut worden.
31
OPSLAG- EN BACK-UPOMGEVING
Programma 9
Programmamanager: Dirk De Beule
Realisaties 2010 De nieuwe virtual tape library (VTL) heeft 225 TB capaciteit zodat de centrale back-upomgeving weer up-to-date is. • De oudste SAN-storagebox in de Boudewijn-computerzaal werd vervangen. Het project omvatte de installatie van een nieuwe storagebox en migratie van de data van het oude naar het nieuwe opslagmedium. • De computerzaal Colt kreeg een nieuwe SAN-storagebox. • De bruto SAN-diskcapaciteit bedraagt einde 2010 meer dan 500 TB of 0,5 PByte (PetaByte).
Wat houdt dit programma in Opslagbehoefte kent volgende deelaspecten: • Uitbreiding / actualisering opslag • Uitbreiding / actualisering back-up • Archivering
Waarom dit programma De opslagbehoeften van de Vlaamse overheid groeien jaarlijks met 50%. Om deze groei op te vangen, moet de opslagomgeving voortdurend geactualiseerd worden. Zo vermijdt de Vlaamse overheid een grote stijging van de totale opslagkosten (investering en exploitatie). Het is de bedoeling om voor de opslag- en back-upomgeving meerdere capaciteits- en prestatielagen (tiers) aan te bieden. Zo kan voor alle soorten data steeds het beste medium gehanteerd worden. Het gebruik van meerdere lagen kan ook zorgen voor een lagere energiefactuur, dit is interessant in het kader van groene ICT. • Opslag van fileservers De entiteit e-government en ICT-Beheer streeft naar een aanbod van 2GB per gebruiker voor alle entiteiten. Entiteiten met een grotere opslagbehoefte kunnen – mits betaling – bijkomend afnemen. Opmerking: decentrale opslag voor file- en printservices wordt voorzien in het programma serveroptimalisatie. De technische opvol-
32
ging (zoals back-up en rapportering) wordt dan ook in dat programma opgenomen. • Archivering & hiërarchical storage management (HSM) Het uitbouwen van een gemeenschappelijk platform voor het op lange termijn bewaren van data die niet meer wijzigen. • E-mailarchivering is reeds operationeel als een HSMoplossing. • Fileserverarchivering & HSM Omdat fileserverarchivering nog maar zeer weinig wordt toegepast zal eerst een businesscase uitgewerkt worden. • De entiteiten hebben ook nog bijkomende archiveringsbehoeften die toepassingsgebonden zijn: -- Archivering van logfiles -- Archivering van ingescande documenten -- Archivering van GIS-bestanden, video’s,… • Digitaal archiveren van dossiers Het ontwikkelen van een softwareplatform: -- dat deze vorm van opslag ondersteunt; -- dat toelaat om informatie eventueel over tien jaar of langer nog te kunnen lezen; -- met een intelligent systeem dat bijvoorbeeld automatisch bestanden vernietigd als die niet langer meer bewaard dienen te worden. De andere soort opslag dan die vandaag aangeboden wordt, dient nog uitgewerkt te worden. De te maken keuzes moeten gebeuren in samenspraak met het betreffende beleid. Opmerking: het geniet de voorkeur om fileserving af te bouwen en betere platformen te gebruiken zoals DMS en/ of collaboratieve systemen. Deze platformen bieden betere ontsluitingsmogelijkheden.
Toekomst Het opslag- en back-upbudget wordt de komende jaren gebruikt voor voortdurende actualisering van de infrastructuur met als doelstelling: • het verhogen van de capaciteit • het vergroten van de beschikbaarheid • het vergroten van de performantie • het vernieuwen van de infrastructuur voor kostenbesparing In 2011 worden volgende project gepland: • Uitbreiding en vernieuwing van de opslagcapaciteit Vernieuwen van SAN-storageboxen, uitbreiding SANswitchen, uitbreiden NAS-fileservingcapaciteit. Studie back-up data-deduplicatie. • Uitbreiding back-upcapaciteit in combinatie met vernieuwing Implementatie data-deduplicatie-oplossing. • In de mate van het mogelijke buiten gebruik nemen van tapearrays en tapedrives Dit door consolidatie op grotere en nieuwere platformen. Waar dit niet mogelijk is, de infrastructuur vernieuwen. • Studie nieuwe NAS-omgeving en implementatie • Benchmarking opslag en back-up Zie ook het programma ‘externe benchmarking’. • Eerste fase actualisering decentrale file en printservers Dit via (verschillende) optimale technische oplossingen (zie ook programma ‘Netwerk’).
33
MAILOMGEVING
Programma 10
Programmamanager: Wai-Kong Yu
Realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
Nieuwe mailservers op basis van MS Exchange 2007
Dit programma moet er op toezien dat de centrale gemeenschappelijke mailinfrastructuur afgestemd is op de noden en behoeften van de Vlaamse overheid. Het heeft als doelstelling de continuïteit van de bestaande gemeenschappelijke mailinfrastructuur te waarborgen en deze infrastructuur te verbeteren door o.a. nieuwe functionaliteiten ter beschikking te stellen aan de gebruikers.
De MS-Exchange-2003-back-end-servers en de webmail-(frontend)-servers werden vervangen door MS–Exchange-2007servers. Een tweede MS-Exchange-2007-cluster is besteld en zal begin 2011 operationeel zijn. De back-end-omgeving van de centrale gemeenschappelijke mailomgeving van de Vlaamse overheid was gebaseerd op MS-Exchange-2003-technologie. Zowel het aantal mailboxen als de grootte van de mailboxen namen met de jaren toe. Daarom vermeerderde ook het aantal Exchange-servers van 4 naar 6.
Waarom dit programma
De omgeving was aan vernieuwing toe om volgende redenen: 1. De ondersteuning van MS Exchange 2003 door Microsoft loopt bijna ten einde. 2. De servers waren niet geclusterd. Er moest manueel omgeschakeld worden naar een standby-server wanneer een MSExchange-server uitviel. Waardoor enkele duizenden mailgebruikers/mailboxen een aantal uur onbeschikbaar bleven. 3. Er is een beperkte hoeveelheid online maildata die verbonden kon worden aan een MS-Exchange-2003-server.
Mail wordt aanzien als één van de meest kritieke toepassingen binnen de Vlaamse overheid. De sterke groei, het belang en de populariteit van e-mail als werkinstrument in de dagelijkse activiteiten van elke ambtenaar vereist dat de mailinfrastructuur een flexibel, stabiel, veilig en goed presterend platform is, dat kan meegroeien met de veranderende gebruikersbehoeften.
e-IB-migratie naar MS Exchange 2007
Toekomst
Er was een verplaatsing nodig van de mailboxen op de oude omgeving (MS Exchange 2003) naar de nieuwe (MS Exchange 2007). e-IB fungeerde hierbij als pilootgroep. De ervaring en feedback dienden als basis voor het uitwerken van een strategie om de resterende mailboxen te verplaatsen naar de nieuwe mailserveromgeving.
Migratie overige mailboxen naar MS Exchange 2007 Na de pilootmigratie van e-IB startte de migratie van de overige MS-Exchange-2003-mailboxen naar de nieuwe mailclusters. Deze oefening loopt nog door tot in 2011. Hoe snel de volledige gebruikermigratie zal kunnen verlopen, hangt onder andere af van de maximale doorvoersnelheid van de data van MS Exchange 2003 naar MS Exchange 2007.
Een krachtigere database voor de BlackBerry-server De laatste jaren is er een sterke toename van het aantal gebruikers van mobiele mail die hun mail lezen via een handtoestel. De BlackBerry-omgeving gebruikte nog een standaard database die beperkt was in capaciteit. Door de omschakeling naar een enterprise-database kan de BlackBerry-omgeving het groeiende aantal gebruikers blijven ondersteunen.
34
• Invoering van een derde MS-Exchange-cluster Als de belasting op de twee MS-Exchange-2007-clusters te groot wordt, zal er in 2011 derde cluster ingevoerd worden. Deze cluster kan gebouwd worden op basis van MS Exchange 2007 of MS EXchange 2010. De keuze is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Exchange CAL's . Momenteel beschikken we enkel over MS EXchange 2007 CAL's. Indien voor MS EXchange 2010 gekozen wordt als derde cluster, zal er nog een technische architectuur uitgewerkt moeten worden. • De oude MS EXchange 2003 back-end servers worden verder afgebouwd De oude frontendservers (oa nodig voor webmail) op basis van Exchange 2003 werden reeds vervangen door nieuwe frontendservers op basis van Exchange 2007.
• Opnemen mobiele mail in het Disaster Recovery Plan voor mail (DRP e-mail) Het DRP e-mail heeft als doelstelling de centrale mailomgeving terug operationeel te krijgen wanneer zich een calamiteit voordoet in het Boudewijngebouw. Mobiele mail maakt van dit plan geen deel uit. -- Voor de BlackBerry-mobiele-mailomgeving is er wel een server stand-by in het computercentrum van de firma Colt te Nossegem. -- Voor de andere mobiele mailgebruikers (Activesync) is er geen oplossing. Hiervoor zal een oplossing uitgewerkt worden.
• Jaarlijkse disaster-recovery-mailtesten De uitgewerkte DRP’s en procedures, dienen jaarlijks getest te worden op hun correctheid en waar nodig bijgestuurd. Door verschillende operationele wijzigingen aan de mailinfrastructuur tijdens het jaar moeten de plannen immers aangepast worden. • Mogelijke uitbreiding (consolidatie) met mailomgevingen binnen de Vlaamse overheid
andere
• Uitwerken / aanpassen diensten om het mailverbruik te responsabliseren.
• Afbouw van de OneBridge mobiele mailomgeving • Mobiele mail beheersomgeving en veiligheidsaspecten Mobiele mailtoestellen (’elektronische zakagenda’s zoals iPhones, HTC’s etc.) die gebruik maken van Activesync voor mailsynchronisatie kunnen slechts beperkt beheerd worden via de standaard toolset van Microsoft. Een uitgebreidere toolset is nodig om de beheersbaarheid van op afstand te vergroten en zo o.a. de veiligheid te verbeteren. • Enterprise-vault-upgrade naar versie 9 De mailarchiveringservers moeten geupgrade worden om ondersteuning te kunnen blijven bieden voor de nieuwe clientversies. • Onderzoek invoering alternatieve mailplatformen (Zimbra) De entiteit e-government en ICT-Beheer krijgt vanuit verschillende hoeken de vraag of ze geen mailplatform kan aanbieden op basis van open source / open standaarden. CAL-licenties zijn hier overbodig en moeten dus niet aangekocht worden. Er dient bekeken te worden welke oplossingen vandaag op de markt in aanmerking komen voor implementatie binnen de Vlaamse overheid, als alternatief voor de huidige MS-Exchange-omgeving. • Software Assurance voor MS Exchange Een Software-Assurance-contract voor MS Exchange zorgt voor meer flexibiliteit wat betreft de upgrades naar de recentste versies.
35
THIN CLIENT
Programma 11
Programmamanager: Stefaan Becu
Belangrijkste realisaties 2010
Waarom dit programma
Citrix Portaal (Citrix Server Farm). De capaciteit van de Citrixportaalontsluiting werd verhoogd om te voldoen aan de capaciteitsvraag.
Server based computing wordt gebruikt om client-servertoepassingen op een veilige en beheersbare manier te ontsluiten naar gebruikers op andere netwerken of het internet. Deze gebruikers hoeven enkel te beschikken over een pc met een browser, en hoeven geen clientsoftware op hun pc te installeren.
Wat houdt dit programma in De entiteit e-government en ICT-Beheer ontwikkelt voor haar klanten een aanbod aan server based computing en thin-client systemen. Bij server based computing wordt alle software (operatingsysteem (OS), desktop, applicaties, …) gedraaid op een centrale server. • In de eerste vorm wordt een applicatie uitgevoerd op een gedeeld OS. Hiervoor is ‘Citrix XenApp’ één van de meest verspreide platformen. De gebruikerservaring is vergelijkbaar met het gebruik van een programma dat draait op de pc zelf. • In een tweede vorm wordt een gevirtualiseerd PC-OS uitgevoerd op een gedeelde server. Dergelijk systeem noemt men een ‘virtuele desktop-infrastructuur (VDI)’. Op dit virtuele OS draaien dan de PC-toepassingen. Ook in dit geval is de gebruikerservaring quasi hetzelfde als bij het gebruik van de pc-software (en OS) op een pc. De mogelijkheden zijn uitgebreider, omdat alle pc-software kan draaien binnen een VDI. Een thin-client-systeem bouwt verder op de principes van server based computing. Hierbij wordt de functie van de pc vervangen door een thinclienttoestel (bv. een vaste ‘domme’ terminal, of een mobiel toestel zoals een handheld-pc), die in verbinding staat met de centrale serveromgeving (VDI) waarop de pc-software draait.
36
Server based computing kan in een aantal gevallen ook de beheers- en onderhoudskosten drukken die verbonden zijn met pc–software. De software draait immers centraal, waardoor geen installatie en onderhoud meer nodig is op tientallen of honderden pc’s. Verder kan de clienttoepassing in een aantal gevallen ook op een betere manier beheerd en uitgebaat worden. Ook kan in sommige gevallen hiermee de vervanging van de pc uitgesteld worden. Verder vormt server based computing ook de basis van een thinclient-systeem. Het centrale aanbod van server based computing moet de instapkosten van dergelijke oplossingen drukken voor de klanten en de toepassing ervan versnellen. Dit programma vult de volgende doelstellingen van het beleidsdomein Bestuurszaken concreet in: • het verder investeren in ‘mobiel werken’ (maximale flexibiliteit qua tijd en ruimte); • het blijvend verzekeren van een kwalitatieve gemeenschappelijke ICT-omgeving (opvang van organische en functionele groei); • de introductie van nieuwe diensten zoals ‘capacity-ondemand’; • Green IT. Dit programma werd afgesloten.
D I E N S T E N G E O R I Ë N T E E R D-A R C H I T E C T U U R P L AT F O R M (DGA-PLATFORM) SERVICE ORIENTED ARCHITECTURE (SOA) Programma 12
Programmamanager: Stefaan Becu
Belangrijkste realisaties 2010 Het realiseren van een DGA-aanbod dat VO-entiteiten kunnen toepassen bij informatiseringsprojecten waarbij een procesgerichte benadering (BPM) en/of ‘enterprise application integration (EAI)’ centraal staan. In 2010 werd voornamelijk gewerkt aan de beheersomgeving die nodig is om DGA-gebaseerde applicaties in productie te ondersteunen. Dergelijke applicaties stellen namelijk een aantal nieuwe uitdagingen op het vlak van beheer: • Applicaties gebruiken diensten van andere applicaties. Het begrip ‘applicatie’ deint uit tot grotere sets van systemen. Er ontstaan samengestelde toepassingen en er is nood aan een overkoepelend end-to-end beheer. • Een applicatie die bestaat uit (diensten van) meerdere applicaties introduceert een problematiek van afhankelijkheid van andere toepassingen, en complexiteit door het aantal betrokken systemen, de diversiteit en het gedistribueerde karakter. • Diensten op zich dienen ook uitgebaat te worden met beschikbaarheids- en performantiegaranties. • Het bedrijfsproces vervangt de applicatie. Diensten worden aangestuurd vanuit een hoog niveau bedrijfsproces beheerd door medewerkers van de Vlaamse overheid, en niet door IT-medewerkers. Procesopvolging vereist de nodige instrumenten: dashboard, grafische voorstelling, evenementen. Merk op: deze vertaling in ‘evenementen’ kan tot misverstanden leiden. • Het hanteren van een (wijzigbaar) bedrijfsproces introduceert een grote mate van flexibiliteit in de definitie van de (samengestelde) applicatie. De beoogde beheersomgeving bestaat uit: • een technische oplossing; • een reeks procesaanpassingen (o.a. optimalisatie van de dienstverleningsprocessen); • aanpassingen aan de dienstverlening (o.a. het beschikbaar houden van bedrijfstoepassingen). De beheersomgeving die voor complexere DGA-applicaties een oplossing biedt, is eveneens toepasbaar in een bredere context van een verbeterd applicatiebeheer, dus ook voor nietDGA-gebaseerde applicaties. Dit verbeterde applicatiebeheer beoogt een hogere kwaliteit en een efficiëntieverbetering van de dienstverlening.
In 2010 werd de beheersomgeving functioneel gedefinieerd. De technische oplossing werd bepaald via een selectieproces en via de uitvoering van een proof-of-concept. De beheersomgeving bestaat uit: • de geselecteerde technische oplossing, • proces-aanpassingen, • aanpassingen aan diensten. Deze omgeving zal geïmplementeerd worden in 2011. Er werd ook een release-kalender opgesteld van de DGA-tools en middleware-softwares, als eerste stap in het opstarten van het release-management van het gedeelde DGA-platform.
Het verlenen van ondersteuning aan DGA-gebaseerde informatiseringsprojecten Een DGA-gebaseerde aanpak is een recente ontwikkeling. Daarom is de nodige ondersteuning bij dergelijke projecten essentieel om de productiviteit, doorlooptijd en slaagkansen ervan te verbeteren. De ondersteuning die binnen het DGA-platformprogramma uitgebouwd wordt, is projectoverkoepelend en zal expertise en best practices aanreiken bij het gebruik van het gedeelde DGA-platform, de generieke technische diensten, en de DGAreferentiearchitectuur. Er werd een DGA-referentiearchitectuur opgesteld die volgende zaken beschrijft: • het DGA-platform; • de generieke technische diensten; • de opbouw van een generieke DGA-gebaseerde applicatie. Deze referentiearchitectuur helpt de architecten en analisten in de projectteams bij het uitwerken van een kwalitatieve systeemarchitectuur. Bij een aantal projecten (WSE, CORVE) werden de architectuur en de ontwikkeling opgevolgd en werden er verbeteringsvoorstellen aangereikt.
37
Wat houdt dit programma in Wat is dienstengeoriënteerde architectuur?
Het DGA-platform van de Vlaamse overheid
Dienstengeoriënteerde architectuur, afgekort DGA (in het Engels: Service Oriented Architecture, afgekort SOA) is een set van ontwerpprincipes, toegepast bij de ontwikkeling en integratie van ICT-systemen. Centraal staat het concept van diensten die een losse koppeling toelaten tussen de verschillende systemen. Een systeem dat volgens een DGA opgebouwd is, voorziet een reeks diensten die raadpleegbaar zijn door meerdere systemen of toepassingen - zelfs uit meerdere bedrijfsdomeinen.
De entiteit e-government en ICT-Beheer ontwikkelt een gedeeld DGA-platform waarmee Vlaamse DGA-gebaseerde applicaties ontwikkeld en gerund worden. Al een vijftal belangrijke toepassingen of clusters van toepassingen binnen de Vlaamse overheid doen een beroep op dit DGAplatform.
Een dienstengeoriënteerde architectuur is dus belangrijk bij applicatie-integratie: applicaties communiceren onderling om functies aan te spreken of om gegevens uit te wisselen. Deze aanpak biedt belangrijke voordelen t.o.v. de vroegere werkwijze die steunde op data-integratie en technieken zoals ETL (extract, transform, load) tussen databanken. Een DGA laat toe om ‘samengestelde toepassingen’ te maken: toepassingen die steunen op diensten geleverd door (een combinatie van) (bestaande) toepassingen. Op de bestaande toepassingen wordt meestal een schil van applicatiediensten ontwikkeld. Deze applicatiediensten worden meestal via een proces geregeld. De proceslogica en procesafwikkeling bevinden zich buiten de bestaande toepassingen. Ze gebruiken een proces-engine die gevoed wordt vanuit een procesdefinitietool. Dit laat toe om de proceslogica apart te beheren en te optimaliseren, op een meer flexibele manier. Kortom: een DGA is een belangrijk concept om Business Process Management (BPM) mogelijk te maken. Bij een BPM-benadering wordt bij de informatisering van de organisatie uitgegaan van de bedrijfsfuncties en de bedrijfsprocessen die er invulling aan geven. De bedrijfsprocessen krijgen de vorm van een samenspel van grofkorrelige applicatiediensten en manuele verwerkingsstappen (workflow). Zo kan de applicatieportfolio van de organisatie beter afgestemd worden op de bedrijfsvoering. De organisatie kan sneller en beter inspelen op gewijzigde vereisten. Via Business Activity Monitoring (BAM) krijgt het management een zicht op de uitvoering van de bedrijfsprocessen, en kan er een actief beleid gevoerd worden om de bedrijfsprocessen bij te sturen.
38
Het DGA-platform van de Vlaamse overheid bestaat uit hard- en softwarecomponenten en runtimediensten om DGA-applicaties te ontwikkelen en draaien. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de DGA-toolsuite van Oracle: deze toolsuite omvat o.a. ontwerptools, runtime-systemen, systemen voor monitoring. Het gedeelde DGA-platform laat toe om een ‘enterpriseservicebus’ te maken binnen de Vlaamse overheid: de Vlaamse servicebus (VSB). Een enterprise-servicebus kan men omschrijven als een set van diensten die gepubliceerd wordt binnen of buiten de onderneming, om het hergebruik van de diensten (binnen meerdere toepassingen en businessdomeinen) mogelijk te maken. Hierbij wordt de dienstdefinitie onveranderlijk gehouden. Zo ondervinden de gebruikers van de dienst weinig of geen invloed wanneer de dienstimplementatie wijzigt. Een VSB is dus een hoeksteen om de samenwerking en het hergebruik van toepassingsdiensten binnen de Vlaamse overheid mogelijk te maken.
Waarom dit programma
Toekomst
Dit programma heeft als doelstelling om een gedeeld en generiek dienstengeoriënteerd-architectuurplatform te realiseren binnen de Vlaamse overheid.
Het aanbod van een gemeenschappelijk DGA-platform zal verder uitgewerkt worden.
Het DGA-platform neemt de concrete vorm aan van: • een aanbod van ‘virtuele private servers (VPS)’ volgens het ‘COD-serverdienstenmodel’, met de nodige licenties voor DGA-tools en middleware softwares die door klantzijde gebruikt kunnen worden om DGA-gebaseerde systemen te ontwikkelen en te runnen; • een aanbod van generieke diensten voor beveiliging, monitoring, logging, message-diensten, enzovoort; • een VO-brede service-repository met definities van herbruikbare diensten binnen de VO-applicaties (in opbouw); • een DGA-referentiearchitectuur die zowel de middleware als de opbouw van een generieke DGA-gebaseerde applicatie beschrijft (in opbouw). Dit programma verwezenlijkt volgende objectieven m.b.t. Business Process Management (BPM) zoals vermeld in de beleidsbrief van het beleidsdomein Bestuurszaken 2008: • Werk maken van een aanbod om de procesgerichte benadering bij informatisering te ondersteunen. • Methoden en technieken uitwerken die toegankelijk moeten zijn voor andere beleidsdomeinen. • Het procesbeheerinstrumentarium dat BZ aan de entiteiten aanbiedt verder uitbreiden. Dit maakt een flexibeler en meer bedrijfsgerichte aanpak van de bouw en het beheer van applicaties mogelijk. Dit wordt verder bestendigd in de doelstellingen vermeld in de beleidsbrief 2009: • In 2009 wordt verder gebouwd aan een duurzame en binnen de Vlaamse overheid gedragen ondersteuning van de procesgerichte bedrijfsvoering (…) door het instrumentarium voor business process management verder uit te breiden.
De continuïteit van het gemeenschappelijke DGA-platform wordt gegarandeerd. Het actuele platform is technologisch up-to-date, maar de overgang naar ‘Oracle DGA Suite release 11g (R11g)’ wordt voorbereid. Deze overgang zal voornamelijk impact hebben op een aantal toepassingen van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE). In overleg met WSE wordt een aanpak uitgewerkt om in de komende jaren de transitie te maken naar R11g. De capaciteit van het gemeenschappelijke DGA-platform wordt uitgebreid, voornamelijk door aankoop van extra licenties, in functie van hoe de afname evolueert. De bedrijfsapplicaties die in de loop van 2011 in productie komen, omvatten o.a. de nieuwe release van Magda. Het gemeenschappelijke DGA-platform wordt verder uitgebouwd: • Er wordt een beheersomgeving opgebouwd, die een betere ondersteuning zal geven aan de ontwikkeling, test en productie van DGA-applicaties. • De DGA-referentiearchitectuur wordt verder aangevuld met een beveiligingsarchitectuur. De implementatie van beveiligingscomponenten valt echter buiten het bereik van dit programma. • Er wordt een repository uitgebouwd, die de definities bevat van herbruikbare diensten binnen de VO-applicaties. Er wordt gestart met de opzet van het technische platform (in 1H2011). Op basis van de service repository tools die deel uitmaken van de beheersomgeving (fase 1), zullen de life-cycle-beheersprocessen en de beheersstructuur opgezet worden, nodig voor het uitvoeren van (web)servicemanagement. Op die manier zal deze repository de basis vormen van een VO-brede service repository die het hergebruik van technische en applicatieve diensten binnen de Vlaamse overheid faciliteert en stimuleert. • In een tweede fase worden de organisatie en de processen uitgewerkt voor het gebruik van de repository binnen de ontwikkelingsteams werkzaam in het kader van de gemeenschappelijke ICT dienstverlening (2H2011). • In een derde fase worden de organisatie en de processen uitgewerkt om te komen tot een VO-brede repository.
39
Implementatie van de beheersomgeving • In een eerste fase (2011) zullen de basiscomponenten van de technische oplossing geïmplementeerd worden voor een drietal relevante bedrijfsapplicaties (AWAP, GINA, Studietoelagen). 1. Een eerste onderdeel van de beheersomgeving is de verbeterde monitoringsomgeving. De basismonitoringsomgeving dient voor basismonitoring van de applicaties. Ze vormt het fundament voor de verdere opbouw van de volledige end-to-end-monitoringsomgeving. Voornaamste doelstellingen hiervan zijn: -- verhogen van de efficiëntie bij het oplossen van incidenten voor (DGA-gebaseerde) applicaties; -- verhogen van de efficiëntie bij de probleemdiagnose (probleembeheer). 2. De beheerstool (Systinet en DDM – Discovery - geïntegreerd met HP BAC) zal dienen om de processen van configuratiebeheer en wijzigingsbeheer te automatiseren en te optimaliseren. Voornaamste doelstellingen hiervan zijn: -- verhogen van de nauwkeurigheid en de efficiëntie bij het uitvoeren van impactanalyses en wijzigingsbeheer (optimalisatie van de werking van de Change Advisory Board); -- verbeteren van het configuratiebeheer door een actueler en fijner beeld op de volledige omgeving met inbegrip van applicatiecomponenten; -- beheren van de levenscyclus van (web)services en applicatiecomponenten (webservicebeheer). 3. De beheerstool (HP Diagnostics uitgebreid met componenten op maat) zal dienen om (BPEL)bedrijfsprocessen te kunnen monitoren. Voornaamste doelstelling hiervan is: -- het mogelijk maken dat bedrijfsprocessen end-to-end gemonitord kunnen worden; -- het aanbieden van de nodige middelen aan de bedrijfsverantwoordelijken om hun operationele bedrijfsprocessen op te volgen.
40
4. In de eerste fase zullen ook de proceswijzigingen doorgevoerd worden op het vlak van: -- incidentbeheer, -- probleembeheer, -- configuratiebeheer, -- wijzigingsbeheer. Ook zullen de diensten (beschrijvingen) aangepast en uitgebreid worden. • In een tweede fase zal de beheersomgeving vervolledigd worden, o.a. met: -- de opzet van de beheerstools voor integratie met de reeds bestaande systeemmonitoringomgeving. Dit zal toelaten om “end-to-end” monitoring uit te voeren: vanaf de pc tot de applicatie en tot de achterliggende databanken, met inbegrip van alle lagen van het systeem; -- de verdere afwerking en verfijning van de operationele procesaanpassingen. -- Ook wordt het bereik verruimd naar een grotere set van toepassingen. De tweede fase is voorzien in 2H2011, maar mogelijk wordt de implementatie van de tweede fase verschoven naar 2012 omwille van budgettaire beperkingen.
VERHUISBEWEGINGEN EN NIEUWE VAC’S
Programma 13
Programmamanager: Paul De Vroede
Belangrijkste realisaties
Wat houdt dit programma in
Opening van een Vlaams Administratief Centrum te Leuven (VAC Leuven)
Verhuisbewegingen beïnvloeden de ICT-infrastructuur van nieuwe en bestaande gebouwen. Daarom wordt een projectleider aangesteld die alle ICT-aspecten in goede banen leidt.
In 2010 werd het VAC Leuven ingericht met de nodige ICT-infrastructuur om de entiteiten te voorzien van de nodige netwerkverbindingen (LAN/WAN/WLAN). • De eerste verhuis – van de Afdeling Hoger Onderwijs - Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) en van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB) – vond plaats op 14/12/2010. • De meeste entiteiten verhuisden naar VAC Leuven in de loop van januari en februari 2011. • Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) verhuist als laatste entiteit in april 2011. In totaal zal VAC Leuven ongeveer 865 personen huisvesten. Het draadloze netwerk (VO-WLAN) zal operationeel zijn in het eerste kwartaal van 2011.
De nodige generieke ICT-infrastructuur wordt geïnstalleerd, verhuisd of geïntegreerd met andere ICT-systemen (consolidatie). De entiteit e-government en ICT-Beheer ondersteunt concreet volgende verhuisoperaties: • geplande verhuisbewegingen als gevolg van organisatorische wijzigingen; • openingen van Vlaamse Administratieve Centra; • kleinere maar belangrijke verhuisbewegingen naar bestaande of nieuwe gebouwen.
Waarom dit programma
Toekomst
De verregaande herstructurering van de Vlaamse overheid als gevolg van Beter Bestuurlijk Beleid zorgt voor organisatorische wijzigingen en nieuwe bedrijfsbehoeften. Deze gaan gepaard met een massale fysieke verhuis van personeel en met de opening van nieuwe Vlaamse Administratieve Centra (VAC’s).
Voor de periode 2010 - 2015 zijn volgende activiteiten gepland: • Het voorzien van de ICT-basisinfrastructuur in nieuwe gebouwen (VAC’s en andere gebouwen) -- 2011-2012: VAC Brugge (Jacob Van Maerlantgebouw). Verhuizingen voorzien vanaf eind 2011/begin 2012. -- 2013-2014: VAC Gent. Verhuizingen voorzien vanaf begin 2014. -- eind 2014: verhuis Boudewijngebouw naar een nog te bepalen locatie (datum kan nog wijzigen). • Het ondersteunen van verhuisoperaties tussen gebouwen die de Vlaamse overheid al gebruikt. Er zullen meerdere verhuisoperaties plaatsvinden tussen de gebouwen Boudewijn, Ferraris, Phoenix en Ellips. De timing is in functie van de timing van het Agentschap voor Facilitair Management (AFM) en de vereisten van de betrokken entiteiten. AFM en e-IB zullen hierover regelmatig afstemmen. • Het ondersteunen van kleinere buitensites. Vermits de behoeften actueel niet gekend zijn, zal ook hierover regelmatig afstemming plaatsvinden met AFM.
Nauwgezet overkoepelend programmabeheer is hierbij essentieel om de bedrijfsbehoeften exact te vatten en te ondersteunen met nieuwe ICT-oplossingen. De massale verhuisbewegingen in 2006 bewezen dat niet enkel een efficiënte en effectieve coördinatie van de ICTaspecten onontbeerlijk is. Ook het managen van afhankelijkheden – zoals logistiek, specifieke klantverwachtingen, planning van de verhuisbewegingen, … – vormt een kritieke succesfactor. Daarnaast moet de basis-ICT-infrastructuur (voornamelijk bestaande uit netwerken) worden: • geïmplementeerd (nieuwe gebouwen) of • aangepast (interne verhuisoperaties), om aan de noden van de entiteiten te kunnen voldoen.
41
DATABANKEN EN BUSINESS INTELLIGENCE GEMEENSCHAPPELIJKE OMGEVINGEN
Programma 14
Programmamanager: Baldwin Van Sande
Belangrijkste realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
Databankomgeving
Dit programma staat in voor de uitbouw en de verbetering van de gemeenschappelijke platformen, enerzijds voor de databankfaciliteiten en anderzijds voor de Business-Intelligence- en Datawarehouse-faciliteiten.
• Herinrichting van de Oracle APEX-omgeving en upgrade naar versie 3.2. Opstart van een Apex-community (https://open.vonet.be/bz/ICT/SharedPlatformen/apex). • Verdere consolidatie door migratie van de Oracle-replicadatabanken van een oude server naar de nieuwe omgeving. • Beheersverbetering door het implementeren van een Oracle-beheerstool: deze laat een effectief goed en vlot beheer van de Oracle-databanken en platformen toe (piloot). • Databanken van het type MySQL zijn voorzien op de gedeelde databankservers. • Een plan van aanpak voor databankcapaciteit (en licenties) in het datacenter bij de firma COLT.
Datawarehouse (DWH) en Business Intelligence (BI) • BI-verbeteringen: -- Testomgeving: een Cognos BI-testomgeving werd opgezet, nodig voor het testen van migraties of van belangrijke nieuwe toepassingen, in het bijzonder voor gebruikersacceptatietesten (staging) voor grotere BItoepassingen. -- Uitfasering van een aantal van de nog resterende platformen voor Cognos 7. -- Upgrade van de Cognos systeemdatabanken naar Oracle 11. • Verbeteringen Extract Transform Load (ETL): -- Upgrade van IBM-Information Server Datastage naar versie 8.1.2: opzet testlab, uitvoeren testen en planning voor de eigenlijke upgrade van de ontwikkel- en productieomgeving die wordt doorgevoerd begin 2011. • Governance-verbeteringen: -- Verbetering rapportering gebruikerstoegang. De rapportering van de gebruikerstoegang op basis van MetaManager, dient verder uitgebreid te worden om aan de verschillende vragen van de klanten te voldoen. De vereisten daarvoor werden gespecificeerd. -- Diverse opleidingssessies werden georganiseerd voor beheerders en gebruikers, in samenwerking met de afdeling vorming van het Agentschap voor Overheidspersoneel (AgO) en IBM, met betrekking tot de in VOBIP (Vlaamse overheid Bedrijfsinformatieplatform) gebruikte Cognos-producten.
42
Waarom dit programma Dit programma ondersteunt in het bijzonder: • moderne bedrijfsvoering via informatie- en procesbeheer; • realisatie van een managementinformatiesysteem. Dit programma betreft gemeenschappelijke platformen. Het draagt dus bij tot de kostenreductie van de operationele diensten, doordat het ondermeer de gemeenschappelijke gedeelde platformen continu promoot. • De gedeelde databankomgeving is belangrijk voor veel klanten als cruciale pijler voor legio bedrijfstoepassingen. Een degelijke gedeelde omgeving neemt de behoefte weg aan afzonderlijke databankservers. -- Enerzijds is het zo mogelijk een aanzienlijke kostenbesparing te realiseren op vlak van hard- en software. -- Anderzijds is het mogelijk om een meerwaarde te bieden via extra modaliteiten en mogelijkheden, bijvoorbeeld voor hoge beschikbaarheid. Een belangrijke meerwaarde van een gedeelde omgeving voor databanken, betreft de optimale inzet van licenties. • De gedeelde omgeving voor Business Intelligence, Datawarehouse en Extract Transform Load neemt stilaan een belangrijke plaats in ten behoeve van de beleidsvoering en de operationele rapportering. De nieuwe en continue te verbeteren gedeelde omgeving is gebaseerd op IBMCognos en IBM-Datastage-producten en omvat ook de nodige ontwikkelingsomgevingen. -- Verbeteringen aan deze omgevingen zijn noodzakelijk voor een prestatiegerichte en schaalbare omgeving die flexibel ontsluitbaar is naar verschillende doelgroepen – via VOnet en internet. -- Ze dienen ook voor het ter beschikking stellen van een gemeenschappelijke ontwikkelomgeving waarin o.a. klanten op een flexibele manier kunnen werken.
Toekomst Databankomgeving De databankomgevingen dienen onderhouden, geactualiseerd, uitgebouwd en verbeterd te worden, en waar nodig uitgebreid in functie van groei. In 2011 staan volgende projecten op de planning: • Actualisering en verbetering: -- Apex (Oracle Application Express)-omgeving: ontwerp en voorbereiding voor upgrade naar Apex 4. -- Verder onderhoud en verbetering van de bestaande gemeenschappelijke databankplatformen. -- Verdere optimalisering van de uitbating van de databankomgevingen, zoals de systematische uitrol van de Oracle beheerstool (Oracle Enterprise Manager) op de Oracle databanken. • Vernieuwing en groei: inrichten van een nieuwe databank-omgeving in Colt en migratie. De databanken op de gedeelde omgevingen worden naar nieuwe databankservers in het Colt datacenter overgebracht. Door de databanken op de nieuwe servers in Colt te draaien, zal meer capaciteit en betere performantie geboden worden voor de toepassingen. -- Een migratieaanpak wordt bepaald, de nieuwe servers worden ingericht en de databanken worden gemigreerd naar de nieuwe servers. -- Een aantal oudere databankservers kunnen vervolgens geëlimineerd worden, en de licenties gerecupereerd voor de nieuwe gemeenschappelijke omgeving. De recentste servers worden gerecupereerd voor gebruik in de test- en integratieomgeving waar capaciteitstekort heerst, o.a. op vlak van databanken.
• VOBIP - platformuitbreidingen: -- Uitbreiding van het Cognos BI-platform: bijkomende componenten. Diverse uitbreidingen worden samen met de gebruikers binnen de Vlaamse overheid beoordeeld en geprioriteerd. -- Bijkomende IBM Information Serverproducten (bv. Business Glossary, Metadata workbench). • VOBIP - actualisering en verbeteringen: -- Governance en operationele verbeteringen, zoals: »» Verdere verbeteringen aan het gebruikersbeheer (bijv. het VOBIP-gebruikersbeheer inregelen via webIDM) »» End-to-end monitoring, verbeterde rapportering inzake gebruik en security.
Datawarehouse (DWH) en Business Intelligence (BI) In 2011 staan volgende projecten op de planning: • Vernieuwen van het aflopende IBM-Cognos contract (februari 2011). Voorbereidingen zijn gestart in 2010 en onderhandeling wordt gevoerd begin 2011. • VOBIP - farm vernieuwing en upgrades: -- Upgrade van de ETL-serverfarm en software (IBM Information Server Datastage). In 2011 dient een upgrade te worden voorbereid naar versie 8.5, en een actualisering van de serverfarm (oudere T2000 server) dringt zich op. -- Evaluatie van Cognos10.
43
ENTERPRISE CONTENT MANAGEMENT
Programma 15
Programmamanager: Baldwin Van Sande
Belangrijkste realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
Documentum
‘Enterprise Content Management’ (ECM) omvat documentbeheer, samenwerking en digitalisering: platformen die belangrijke aspecten van de overheidswerking faciliteren. Daarom voorziet de entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB) daarvoor gemeenschappelijke omgevingen: • documentbeheer op basis van Documentum; • samenwerking en websites op basis van Sharepoint; • aangevuld met centrale scanverwerking.
• Documentum BPM: productie-implementatie en ingebruikname op basis van een piloot bij het departement Bestuurszaken (BZ) • Opstellen specifieke minimumvereisten voor Documentumgebaseerde ontwikkelingen
SharePoint • SharePoint VO-extranet (opengestelde websites op VOnet): laat toe om binnen de Vlaamse overheid ruimer en zonder gebruikerslicentie gebruik te maken van het SharePoint-platform (https://open.vonet.be). • E-mail enabling: een e-mailgebaseerde interfacemogelijkheid werd opgezet naar Sharepointlijsten en documentbibliotheken. • Ontsluiting van SharePoint naar niet-Belgen, gebruik makend van de generieke ACM-authenticatievoorzieningen op basis van het VO-token. • Een verbeterde back-up- en restore-faciliteit wordt opgezet. Dit laat item-level restores toe, bv. voor individuele documenten of deelsites (in uitvoering). • SharePoint-upgrade en migratie naar versie 2010 - voorbereidende fase: design, aanpakbepaling voor migratie/upgrade, opzet van de nodige testomgevingen (in uitvoering). • SharePoint-farmverbetering: om tot een meer state-ofthe-art serverfarm te komen voor het SharePoint-platform, worden verbeteringen doorgevoerd als gevirtualiseerde en loadbalanced web front-ends (in uitvoering). • Governance-verdieping en uitbreiding: verder uitwerken van het governance-handboek inzake beheer en gebruik van SharePoint (in uitvoering).
Digitalisering/scanverwerking • Upgrade naar Kofax 9 Enterprise, samen met de actualisatie en optimalisatie van de scanverwerkingsfarm [Q3 2010 - Q1 2011]
44
Dit programma voorziet in de verdere uitbouw van deze omgevingen, om kostenefficiënte en functioneel rijkere voorzieningen te bekomen ten behoeve van de Vlaamse overheid.
Waarom dit programma Functioneel rijke, coherente gemeenschappelijke platformen komen tegemoet aan de gemeenschappelijke noden binnen de Vlaamse overheid aan professioneel digitaal document- en archiefbeheer. Ze vergemakkelijken een efficiënte ondersteuning van de werkprocessen. Dit programma ondersteunt diverse doelstellingen, in het bijzonder: • ‘Moderne bedrijfsvoering’ (departementale doelstelling): -- beheren van informatie en processen; -- kwaliteitsvol document- en archiefbeheer. • ‘E-government optimaliseren’ (ICT-doelstelling); -- O.a. samenwerken met lokale besturen optimaliseren. • Continuïteit verzoenen met functionele verbetering en kostenbesparing (ICT): -- blijvend verzekeren van een kwaliteitsvolle gemeenschappelijke ICT- omgeving.
Toekomst Dit programma betreft in belangrijke mate onderhoud en uitbouw van de ECM-platformen in functie van continuïteit, groei en een met klanten afgestemde verbetering. Daartoe worden jaarlijks diverse onderhouds-, verbeterings- en vernieuwingsinitiatieven voorzien. In de komende jaren zullen belangrijke uitbreidingen, upgrades, migraties en vernieuwingen in dit programma aan bod komen. SharePoint • Upgrade en migratie naar SharePoint 2010 (tegen juni 2011). • Aankoop van nieuwe licenties SharePoint 2010 voor e-IB/ CORVE. • Verbeterde ontsluiting van SharePoint naar partners: een eerste proof of concept werd afgerond in 2009. Het vervolg is afhankelijk van opzet van de generieke infrastructuur (ACM3-project), in de tweede helft van 2011. Vervolgens kan SharePoint dan op verbeterde wijze worden ontsloten.
Uitbreidingen aan de ECM-portfolio en -diensten, zoals: • AgilePoint workflow voor SharePoint-applicaties • Drupal als gemeenschappelijk platform (o.a. ter vervanging van iPublish en Fatwire CMS) Onderzoek van de ECM-portfolio van de Vlaamse overheid Beoordeling van de huidige portfolio, strategische oriëntatie en opties voor de toekomst (uitvoering onder voorbehoud van beschikbaarheid van budget).
Documentum • Documentum zoekmachine vervangen (tegen eind 2011). • Documentum upgrade (voorbereiding, ontwerp, testen en planning van nieuwe productversies, voor uitrol in 2012-2013) en farm optimalisatie (i.f.v. performantie en groei) ECM-verbeteringen en optimaliseringen Continue verbeteringen en platformuitbouw, beheersverbeteringen, kleinere actualiseringen aan de ECM-platformen (SharePoint, Documentum, Kofax, MediaWiki), zoals: • Testen van een aantal prioritair geachte Documentumproducten/modules (bv. Centerstage) • Op punt stellen van renditiemogelijkheden • Back-up- en restore-verbeteringen • Verdere verbetering aan operationele monitoring en rapportering • Evalueren (en opzetten) van webIDM voor gebruikersbeheer voor Documentum en SharePoint • Uitrol service packs (Documentum, SharePoint, Kofax, MediaWiki)
45
SERVEROPTIMALISATIE
Programma 16
Programmamanager: Stefaan Becu
Belangrijkste realisaties 2010 • In 2009 werden serveroptimalisaties gedefinieerd op basis van de “server-assessment studie 2009”. Deze optimalisaties werden uitgevoerd in 2010 in het project SO10.
• De capaciteit van de Unix- en Windowsserver-omgeving werd verder uitgebreid, om tegemoet te komen aan de stijgende capaciteitsvereisten van de klant, met name in de testomgeving en op de gedeelde databankservers.
Resultaten: -- een reductie van 168 fysieke servers; -- een reductie van de operationele kosten met 600 K€ -- een reductie van circa 800 K€ per jaar in de volgende jaren, ten opzichte van de baseline van begin 2009.
• Er werd een ontwerp opgemaakt van de nieuwe virtualisatietechnologie die toegepast zal worden op X86-servers. Dit ontwerp zal geïmplementeerd worden in 2011.
• De entiteit e-government en ICT-Beheer wenste de entiteiten maximaal te betrekken bij deze optimalisatieprojecten door per entiteit: -- de situatie te bespreken van de servers en de applicaties gehost op verouderde en inefficiënte systemen; -- een aantal actiepunten op te stellen. • De entiteit neemt zelf een deel van deze acties op. De entiteit e-government en ICT-Beheer zal deze acties de volgende jaren verder opvolgen. • Er werd een aanbod aan datacenterdiensten uitgewerkt en ter beschikking gesteld vanaf eind 2010. Dit aanbod dient tegemoet te komen aan volgende vragen van de klant om: -- een lagere kostprijs; -- meer autonomie op het vlak van beheer en inrichting van de servers. Dit aanbod heet in de Dienstencataloog en de Prijslijst Directe Diensten: ’Beschikbaar houden van servercapaciteit’ – en wordt ook wel ’Light Hosting’ genoemd. • Het verder differentiëren van het aanbod aan COD-diensten moet tegemoet komen aan de vraag van de klant om de servers in te zetten voor ontwikkeling en test. Dit COD-aanbod heeft eveneens betrekking op datacenterdiensten, maar dan gebaseerd op de infrastructuur in het interne datacenter van de Vlaamse overheid. Er werd ook een prijsherziening uitgewerkt, die uitgevoerd zal worden begin 2011.
46
• Er werd een vergelijkende studie gemaakt van de vervanging van de decentrale file- en printservers. Er wordt voorzien om deze vervanging uit te voeren in 2011. • Er werd een studie uitgevoerd over de migratiekosten van de ICT-systemen (servers, applicaties, netwerken…) die in het Boudewijndatacenter gelokaliseerd zijn - in het kader van de studie ’datacenter strategie’ die een oplossing definieert voor de beëindiging van dit datacenter. • In het kader van de modernisering van de systeemmonitoring-oplossing voor desktops, werden de nodige licenties aangekocht voor de circa 13.000 pc’s die in beheer zijn.
Windows SOP • De blade-servercapaciteit voor virtuele servers werd uitgebreid voor zowel het Boudewijngebouw als het Coltdatacenter. • Twee decentrale file- en printservers werden geïmplementeerd. • De back-up van een tiental servers werd gecentraliseerd met een kostenbesparing als resultaat. • Een nieuw monitoringsysteem op basis van ‘HP Operations Manager’ is operationeel, ter vervanging van de verouderde CA-monitoring. • Het nieuwe softwaredistributiesysteem ‘HP CAE (Client Automation Enterprise’)’ is operationeel en heeft de verouderde CA softwaredistributieinfrastructuur vervangen.
Wat houdt dit programma in
Toekomst
Het serveroptimalisatieprogramma (SOP) heeft tot doel om het serverpark te optimaliseren en om de exploitatiekosten van het serverpark te verminderen. Het SOP focust zich zowel op de centrale systemen als op de systemen in de buitenkantoren.
• Uitbreiden van de capaciteit in functie van de evolutie van de afname. • Verhogen van de efficiëntie van de omgeving. • Plannen van de eliminatie van de lokale servers voor kleine decentrale sites met voldoende bandbreedte naar de centrale computerzaalinfrastructuur (cfr. beleidsbrief 2011). • Technologisch up-to-date houden van de omgeving (cfr. metrieken/rapporten m.b.t. het up-to-date zijn van de beheerde omgevingen). • Consolideren en/of uit beheer nemen van verouderde servers (SUN, FUJITSU SIEMENS). • Upgraden en/of uit beheer nemen van verouderde Windows- en SUN-besturingssystemen.
De optimalisatie gebeurt door middel van consolidatie, centralisatie, virtualisatie en het aanbieden van gedeelde servers. Bij al deze initiatieven worden, na definitie van de optimalisatiemogelijkheden, de klanten in kwestie betrokken bij de verdere aanpak van de implementatie.
Waarom dit programma Dit programma zorgt voor een kostenbesparing en een optimalisatie op vlak van beheer. Daarnaast realiseert het objectieven op vlak van ‘Green IT’. • Het neutraliseert de stijging van de exploitatiekosten, veroorzaakt door de natuurlijke groei van ICT-middelen. • Het actualiseert de server-infrastructuur zodat de prijsprestatieverhouding optimaal is, en zodat de infrastructuur ondersteund wordt door de leveranciers. Dit laatste is van belang voor het verlenen van operationele garanties en voor de beveiliging van de ITsystemen. Serveroptimalisatie heeft ook een positieve impact op de back-upsystemen (zie programma storageen back-up). • Het verhoogt de autonomie van de beleidsdomeinen en maakt responsabilisering mogelijk.
Windows SOP • Implementatie vSphere • Uitfasering NT4 • Uitfasering Windows 2000 • Uitfasering Windows 2003 eerste fase • Uitbreiding servercapaciteit (fysiek/virtueel) • Vernieuwing probe-pc's in het kader van monitoring • Toevoegen van twee extra HP-CAE-satellite-servers voor softwaredistributie • Toevoegen van een proxy-server voor het monitoren van servers zonder out-of-band-interface
Dit programma biedt concrete invulling van volgende doelstellingen 2009 – beleidsdomein bestuurszaken: • inspanningen kostenreductie operationele diensten verder zetten; • blijvend verzekeren van een kwalitatieve gemeenschappelijke ICT-omgeving (opvang van organische en functionele groei); • introductie nieuwe diensten, o.a. ‘capacity-on-demand’; • Green IT
47
TOEGANGSCONTROLE EN E-SIGNING
Programma 17
Programmamanager: Erik Van Zuuren
Belangrijkste realisaties 2010 1. Gebruikersbeheer (IDM)
3. Digitaal Tekenplatform
• Gebruikersbeheer voor de Vlaamse overheid (VO-IDM): lokale beheerders binnen de entiteiten kunnen nu toegangen beheren en superviseren. Gebruikers kunnen hierdoor hun eigen informatie en paswoorden beheren over de verschillende kernsystemen heen. • Verbetering koppeling met Vlimpers en realisatie koppeling met de nieuwe telefoongids Vlaanderen: De nodige gegevens van de Vlaamse overheid vanuit Vlimpers en andere mogelijke bronnen, kunnen nu beter actueel gehouden worden en van hieruit kan ook een totaalomvattende telefoongids voor de Vlaamse overheid ontstaan. • Realisatie van Gebruikersbeheer Economische Actoren en Gebruikersbeheer Zorginstellingen: twee nieuwe doelgroepen zijn opgenomen. Het gebruikersbeheer is nu beschikbaar voor Vlaamse ambtenaren, lokale besturen, onderwijsinstellingen, economische actoren & zorginstellingen. Dit maakt het beheer van toegangen naar een toepassing over de verschillende doelgroepen heen snel en eenvoudig. • Toename van het aantal toepassingen dat gebruik maakt van gebruikersbeheer.
• Lancering van het digitaal tekenplatform voor de Vlaamse overheid in september 2010: -- met een e-maildienst, gratis beschikbaar voor alle (in het Gebruikersbeheer Vlaamse overheid correct geregistreerde) medewerkers van de Vlaamse overheid, waarmee documenten tekenklaar gemaakt kunnen worden; -- met een webservice, waarmee de functionaliteit van het digitale ondertekenen geïntegreerd kan worden in een toepassing van een geïnteresseerde entiteit. • Koppeling/integratie van het digitaal tekenplatform met de webtoepassing van het agentschap ESF (Europees Sociaal Fonds): het afhandelen van subsidiedossiers kan vanaf nu gedematerialiseerd verlopen en betrokken partijen/bedrijven kunnen online rechtsgeldig handtekenen.
2. Toegangsbeheer (ACM) • Authenticatie voor niet-Belgen door de ontwikkeling van het VO-token: een extra authenticatiemiddel voor personen die niet kunnen beschikken over een elektronische identiteitskaart (eID) of federaal token (bijvoorbeeld Vlaamse vertegenwoordigers in het buitenland). • Ontwerp ACM3: een belangrijke upgrade van het ACMsysteem met enkele uitbreidingen: -- betere ondersteuning voor meerdere hoedanigheden; -- single-sign-on met Microsoft- en active-directory-geïntegreerde platformen; -- verbeteren van de algemene gebruikersvriendelijkheid en modulariteit van de systemen; -- voorbereiding van de Vlaamse overheid op federation met andere nationale en internationale systemen. • Toename van het aantal aangesloten toepassingen en toename van het gebruik van ACM tot ca 50.000 unieke gebruikers en tot 12 miljoen transacties per maand.
48
Wat houdt dit programma in Dit programma verzekert dat burgers, ondernemingen en overheden veilig en efficiënt toegang kunnen krijgen tot e-governmentdiensten, door de uitbouw en realisatie van drie gemeenschappelijke platformen: 1. Gebruikersbeheer: het identitymanagementplatform (IDM) voor het beheer van identiteiten, hoedanigheden, mandaten, rollen en rechten. Hierdoor wordt het mogelijk om: -- steeds meer gegevens op gecontroleerde wijze aan doelgroepen en de daarbinnen geautoriseerde personen te ontsluiten; -- steeds meer processen open te stellen voor betrokken actoren en daardoor verder te vereenvoudigen. 2. Toegangsbeheer: Access Control Managementplatform (ACM) maakt het mogelijk om toepassingen veilig, eenvoudig en snel toegankelijk maken voor verschillende doelgroepen en omgevingen (bv. webmail, vlimpers). Dankzij dit platform kunnen geautoriseerde personen toegang krijgen door middel van hun elektronische identiteitskaart of federaal token en kunnen geautoriseerde systemen op meer beveiligde wijze gegevens uitwisselen met de systemen van de Vlaamse overheid.
Het ACM-platform omvat: -- ACMweb voor webtoepassingen, -- ACMwss voor veilige gegevensuitwisseling tussen applicaties, -- SSL-VPN voor netwerktoegang voor mobiele gebruikers. 3. Digitale handtekening (e-signing): dit platform biedt de ondersteuning voor het digitaal ondertekenen van dossiers en formulieren. Zo kunnen heel wat processen binnen de Vlaamse overheid of tussen de Vlaamse overheid en burgers of ondernemingen vereenvoudigd worden.
Waarom dit programma Functionele verbetering Door de beschikbaarheid van een degelijk gebruikersbeheerplatform kan men gebruikersinformatie en -rechten eenvoudiger beheren. Kostenbesparing Momenteel wordt er binnen de Vlaamse overheid veel geld besteed aan het beheer van gebruikersinformatie. Het IDM-platform zal voor een efficiënter beheer zorgen en het aantal verzoeken terugdringen. Ook het ACM-platform is kostenbesparend: het beheer van beveiligde toegangen zal via een gemeenschappelijke infrastructuur gebeuren, dus hoeft niet voor elke toepassing apart. De invoering van de digitale handtekening kan processen sneller en efficiënter doen verlopen. Gemeenschappelijke diensten Meerdere doelgroepen kunnen het IDM-platform gebruiken, bv. ter ondersteuning van de interne werking van de Vlaamse overheid, van de interactie met onderwijsinstellingen of met lokale besturen. Het ACM-platform kan op eenzelfde wijze specifieke toepassingen ontsluiten naar meerdere doelgroepen. Een gedeeld platform voor digitale handtekening zorgt overal voor een zelfde werking en maakt de gegevens uitwisselbaar binnen de Vlaamse overheid.
aanpasbaar zijn aan verschillende contexten. Elke entiteit kan dus de eigen data beheren. De platformen maken het ook mogelijk om gegevens tussen de verschillende partijen van de Vlaamse overheid uit te wisselen. ICT-veiligheid Het veiligheidsniveau zal stijgen omdat gebruikersinformatie en -rechten eenduidig beheerd worden, toegangen beter beveiligd, en documenten digitaal ondertekend.
Toekomst 1. Gebruikersbeheer (IDM) • Real-time koppeling van het gebruikersbeheerplatform met het rijksregister en Vlimpers, op basis van een herbruikbare identity service bus die naar de toekomst zal toelaten meerdere bronnen in real-time te koppelen. • Voeden van SharePoint, Documentum, BOB-tool vanuit het gebruikersbeheerplatform (hergebruik investeringen en efficiënter intern beheer van toegangen) • Uitrol Gebruikersbeheer Vlaamse overheid naar de hele VO (verdergaand op lopend project), inc. het op punt stellen van de koppeling met de nieuwe VO-overstijgende Telefoongids Vlaanderen, zodat alle beleidsdomeinen sneller, efficiënter en zekerder hun toegangen kunnen beheren. • Voorbereiden van het gebruikersbeheer Economische Actoren v2, in samenspraak met geïnteresseerde entiteiten en de federale overheid met als doel om op termijn één Gebruikersbeheer te leveren vanuit de Vlaamse overheid naar economische actoren en het beheer en toewijzen van mandaten te ondersteunen. 2. Toegangsbeheer (ACM) • Het finaliseren van het design en de implementatie van het nieuwe ACM3-platform inclusief Disaster Recovery Plannnig (inclusief Aankoop IBM Tivoli Access Manager) en de voorbereidingen treffen op het ondersteunen van ‘federation’ met andere overheden in 2012. • Het realiseren van een koppeling met de nieuwe federale authenticatiedienst (FAS2) op basis van de federationstandaard SAML2.
Ondersteuning van Beter Bestuurlijk Beleid De verschillende platformen worden zo opgezet dat ze
49
3. Digitaal Tekenplatform • Faciliteren van een aanbod naar de lokale besturen in het kader van het digitale tekenplatform (o.a. Adobe-licenties) zodat rechtszekere uitwisseling van documenten ook voor lokale besturen mogelijk wordt en dit conform standaarden van de Vlaamse overheid. • Starten met de uitbreiding van het digitale tekenplatform met standaard integratiecomponenten voor webformulieren. Hierdoor wordt het mogelijk om een groot aantal aanvragen rechtstreeks elektronisch af te handelen.
50
UITBOUW GEMEENSCHAPPELIJKE WEB2.0-OMGEVINGEN
Programma 18
Programmamanager: Wai-Kong Yu
Belangrijkste realisaties 2010
Waarom dit programma
• Het gemeenschappelijk wiki-platform - op basis van Mediawiki - werd geüpgrade naar de laatste versie. • Speciale aandacht en zorg werd besteed aan de veiligheid van het wiki-platform.
Het programma streeft naar een voor de Vlaamse overheid nodig gemeenschappelijk Web-2.0-platform inclusief ICTdienstverlening.
Wat houdt dit programma in Dit programma heeft als doelstelling een gemeenschappelijke Web-2.0-omgeving uit te bouwen. Web 2.0 kan omschreven worden als het “next generation” web. Een nieuwe generatie van webtoepassingen die gebruik maken van de laatste nieuwe technologieën en platformen, waardoor interactie met de gebruiker (burger/ bedrijf/ambtenaar) gestimuleerd wordt en een nieuwe dimensie krijgt. Web 2.0 is meer dan louter en alleen technologie. Het is een verzamelnaam voor een veelheid aan ontwikkelingen, zowel technisch als sociaal en maatschappelijk. Het is de nieuwe manier waarop gebruikers en toepassingen op elkaar inspelen en op elkaar afgestemd worden. Het opent nieuwe perspectieven op vlak van communicatie, informatiedeling, samenwerking, het leggen van sociale netwerken enzovoort. Het vereist een actieve participatie van gebruikers (user generated content). Inhoud en data zijn immers de drijvende kracht achter elke web-2.0- toepassing: ze bepalen mee het succes. De gebruiker ondergaat niet meer de informatie die wordt aangeboden maar kan actief participeren en zelf een bijdrage leveren aan de gemeenschap. Web 2.0 technologie verwezenlijkt een betere, rijkere en aantrekkelijkere interactie van de gebruiker met zijn gemeenschap.
Dit ter ondersteuning van die doelstellingen waarvoor een verhoogde participatie en samenwerking (burger/bedrijf/ ambtenaar) vereist is op basis van Web-2.0-technologie. Participatie, inhoud en interactie zijn de drijvende kracht achter elke succesvolle Web-2.0-toepassing. De gebruiker ondergaat de aangeboden informatie niet enkel, maar kan zelf een bijdrage leveren ten voordele van de hele gemeenschap.
Toekomst In overleg met de vraagzijde zal een aanbod uitgewerkt worden dat de basis zal vormen van een gemeenschappelijke Web2.0-omgeving. Gezien de brede scope van Web2.0, zal de focus liggen op enkele huidige concrete behoeften binnen dit domein. • Het capteren van businessbehoeften en noden op vlak van Web 2.0 bij de klantzijde. • Het identificeren van businesscases. • Het zoeken naar synergie tussen deze behoeften/cases waarvoor een gemeenschappelijk aanbod uitgewerkt kan worden. • Het uitwerken van een aanbod / (evaluatie)platform.
In overleg met de vraagzijde wordt een aanbod uitgewerkt dat de basis zal vormen voor een gemeenschappelijke Web 2.0-omgeving. Web 2.0 heeft een brede scope. De focus zal daarom liggen op de concrete realisatie van enkele Web2.0gebaseerde toepassingen op een gemeenschappelijk platform.
51
VLAAMS OVERHEIDSNETWERK (VONET)
Programma 19
Programmamanager: Krista Herdewijn
Belangrijkste realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
In 2010 werd aansluiting op VOnet en gebruik ervan verder ingeburgerd in de werking van de Vlaamse overheid. • Het adhoc karakter van de ontsluiting nam af: nieuwe toepassingen werden en worden meer en meer ‘standaard’ ontsloten naar VOnet. • Bij nieuwe platformen zoals het ‘light-hosting’-aanbod werd van bij het begin rekening gehouden met VOnetontsluiting. Het light-hostingplatform is vanaf de eerste fase ontsloten naar VOnet. • Er werden nieuwe entiteiten toegevoegd, voorbeelden hiervan zijn de VLOR en de SERV. Ook bij gegroepeerde entiteiten zoals bij het VAC Leuven wordt ontsluiting naar VOnet standaard meegenomen. Nieuwe aanvragen zoals voor De Rand (DAR) werden geïnitieerd. • Via het Business ICT-Alignment forum (BIA) werd het kader voor VOnet-ontsluiting verder uitgewerkt.
Het Vlaamse overheidsnetwerk (VOnet) is gevormd door de koppeling van het netwerk van de Vlaamse overheid met de netwerken van de Externe en Interne Verzelfstandigde agentschappen (EVA’s en IVA’s). Hierdoor werd een Vlaamseoverheidbreed netwerk gecreëerd, kortweg VOnet. Via dit netwerk kunnen gemeenschappelijke informatie en data uitgewisseld worden binnen de ‘vertrouwde’ en beveiligde netwerkomgeving van de Vlaamse overheid. Zowel data, informatie als informaticatoepassingen kunnen zo efficiënter aangewend worden.
Aantal Toepassingen ontsloten sinds de start van VOnet (Cijfers maart 2010) • Niet structureel: 333 • Rechtreeks: 10 • Structureel via internet: 20 • Structureel via Vonet: 97
Voorbeelden van toepassingen
Aanpak 1. Een grondige screening van de mogelijke kandidaatapplicaties om te ontsluiten via VOnet. • Voor de applicaties binnen de departementen hebben de toepassingsmanagers van HP-Belgacom een selectie gemaakt. De ontsluiting van deze toepassingen werd besproken met de applicatiebeheerders. • De entiteit e-government en ICT-Beheer, de relatiebeheerders en de exploitatieverantwoordelijken, deelden de geselecteerde toepassingen in volgens opportuniteiten en gevolgde sporen. • De QuickWins werden uitgevoerd (de volledige lijst kan geraadpleegd worden op http://welkom.vonet.be).
• Ontsluiten mercatoromgeving naar RWO • MOW-MDK-VLOOT: een VPN-verbinding met het externe datacenter • De ICT-wiki van de entiteit e-government en ICT-Beheer • Integratie intern netwerk digitale drukkerij Ferraris • Overname easypay server VDAB
2. De gemeenschappelijke applicaties en platformen van de entiteit e-government en ICT-Beheer werden ontsloten. • Bij nieuwe platformen (bv. light hosting) wordt van bij aanvang ontsluiting naar VOnet vooropgesteld.
Platformen • Light hosting
3. Een informatiecampagne werd opgestart, inclusief de opzet van een centrale portaalsite: http://welkom.vonet.be.
Entiteiten
4. De andere sporen werden stelselmatig opgestart.
• Generieke ontsluiting SERV en VLOR • VRT (vernieuwing Vonet-aansluiting) • VAC Leuven
52
Sporen Om het toevoegen van andere diensten over het VOnet te ondersteunen, stimuleren en promoten worden volgende sporen gehanteerd:
Spoor quick wins • Deze werden uitgevoerd. Nieuwe quick wins worden door de programmabeheerders besproken en gerangschikt volgens prioriteit binnen het beschikbare budget. • I.s.m. DAR wordt nagegaan of nieuwe agentschappen aangesloten kunnen worden. Spoor structurele aanpak voor 13 beleidsdomeinen: • Via de geëigende kanalen van de Vlaamse overheid worden de 13 beleidsdomeinen bevraagd. Deze kanalen zijn het CAG, het SOBO, het communicatieoverlegforum en MOVI. Dit gebeurt i.s.m. het departement DAR. • Aan de hand van de resultaten wordt een planning gemaakt (eventueel meerjarenplan) voor implementatie. • De quick wins die snel gerealiseerd of opgestart worden, integreren in het quick-winspoor. De structurele implementatie opnemen in de begroting en planning 2011 (en eventueel verder). Spoor ontsluiten gemeenschappelijke applicaties van de entiteit e-government en ICT-Beheer (ict.vonet.be, CMDB2, Ariba, DDC-DWH, DDC-DMS, VOPS, Web-IDM) • De eerste prioriteit ligt op het toegang geven aan de huidige en de nieuwe klanten van het lopende ICT-contract (en buiten het GID-netwerk), om hen toe te laten contractuele teksten en catalogi te raadplegen, te kunnen bestellen via Ariba, enz. • De tweede prioriteit ligt op de nieuwe klanten van het nieuwe ICT-contract 2008 (en buiten het GID-netwerk), om hen toe te laten contractuele teksten en catalogi te raadplegen op ict.vonet.be, te kunnen bestellen via Ariba, enz. Spoor gemeenschappelijke ICT-platformen onder beheer van de entiteit e-government en ICT-Beheer Shared Documentum-omgeving, shared SharePoint-omgeving, shared DWH-omgeving – Cognos-8-omgeving met zowel de Business-Intelligence- als de planningsomgeving: elk van deze platformen kan een ruimer publiek dienen via VOnet dan actueel het geval is.
Spoor Ondersteuning • voorzien in informatie over de mogelijkheden en beperkingen (niet technisch) en de te volgen procedure. • cookbook (praktische informatie voor technici) om een aansluiting te realiseren. • een (beperkt) aantal impactanalyses voor ontsluitingen, zodat concrete vragen van klanten ook beantwoord worden en opgevolgd met offertes. • verdere evolutie van het trustprotocol en beheersafspraken hierover (bv. wie beheert de ondertekende trustprotocols) Spoor Communicatie en promotie Enkele risico’s moeten expliciet gedetecteerd, gecommuniceerd en bewaakt worden: • een point-to-point WAN-verbinding valt niet onder de dienstverlening van VOnet; • capaciteit en verbruik binnen de ‘VO-net-wolk’ van het netwerk.
Waarom dit programma VOnet heeft het potentieel om een sleutelrol te spelen in de samenwerking tussen de verschillende VO-entiteiten, in verschillende netwerken en met verschillende beheerseenheden. De toegevoegde waarde van dit programma ligt in: • lagere kosten door grotere volumes (bv. licentiekost); • een gestandaardiseerd gebruik van data, informatie en toepassingen doorheen de Vlaamse overheid; • het t ransport over een beveiligd netwerk (binnen een vertrouwde omgeving); • het v erminderen van dubbel gebruik (aansluitingen/ abonnementen/…); • de verhoging van hergebruik van data uit authentieke bronnen.
Spoor authentieke bronnen VKBO, VPR, verbindingen KSZ en Rijksregister, GIS,…
53
Toekomst In 2011 zal het VOnet-programma zich verder toespitsen op de standaardontsluiting van toepassingen en/of platformen naar VOnet. • Via Vonet ontsluiten van nieuwe platformen: -- een via VOnet ontsloten gedeeld Drupalplatform (content managementsysteem) kan bijvoorbeeld een accelerator voor VOnet-gebruik zijn. -- Ook de nieuwe koepel zal via VOnet ontsloten worden. • Wijzigende structuur Vlaamse overheid: een aantal extra vragen werd reeds ontvangen voor de aansluiting van (nieuwe) entiteiten/agentschappen: -- Muntpunt (agentschap binnen DAR) -- Aansluiting De Rand (agentschap binnen DAR) -- … • Het gebruik van VOnet door de aangesloten entiteiten kan verbeterd worden door via communicatie een duidelijker beeld te geven van welke toepassingen/platformen nu en in de toekomst bereikbaar zijn via VOnet. Een overzicht is in opmaak.
54
GEÏNTEGREERDE COMMUNICATIE
Programma 20
Programmamanager: André Van Vyve
Belangrijkste realisaties 2010 De indoor-coverage-contracten voor de verschillende gebouwen werden gefinaliseerd. Deze contracten werden aan de operatoren (Base, Mobistar, Proximus) en de gebouwverantwoordelijken bezorgd.
Wat houdt dit programma in • Overdracht van de telefoniebevoegdheden van het Agentschap voor Facilitair Management (AFM) naar de entiteit e-government en ICT-Beheer. • Verbeteren van de binnenhuisontvangst van mobiele operatoren in prioritaire gebouwen. • Het uitwerken van een visienota over geïntegreerde communicatie (unified communications) via het datacommunicatienetwerk. Bij geïntegreerde communicatie smelten verschillende communicatiemogelijkheden samen tot een geïntegreerd geheel dat zorgt voor een efficiëntere en vlottere samenwerking: -- Zo kan men bijvoorbeeld voicemails ontvangen via email; -- of telefonie over het computernetwerk laten lopen in plaats van over klassieke telefoonlijnen en -centrales; -- enzovoort. • Het uitvoeren van een proof-of-concept rond unified communications. IP-communicatie maakt het mogelijk om extra functionaliteiten aan te bieden. De haalbaarheid en bruikbaarheid van onder meer volgende zaken wordt onderzocht: • Spraak. • Samenwerking (collaboration). • Videotelefonie op de pc of zakagenda. • Beschikbaarheid (presence): gebruikers geven zelf de status van hun aanwezigheid aan en bepalen hoe en wanneer ze bereikbaar zijn – bv. door een cascade (vaste lijn, mobiele telefoon, mail, voicemail, …) in te stellen. • Samenwerking tussen vaste telefoon, gsm en telefoonsoftware op pc of elektronische zakagenda/pda (softphone).
• Audio- en videoconferenties met meerdere personen. • Instant Messaging (intern): -- een communicatiemiddel waarmee men via internet in reële tijd kan communiceren met contactpersonen die op dat moment online zijn; -- voor personen die niet telefonisch gecontacteerd kunnen of willen worden, maar die sneller willen communiceren dan via e-mail. Na evaluatie van de resultaten van deze proof-of-conceptprojecten, kunnen implementatieprojecten opgestart worden om de nodige dienstverlening uit te bouwen.
Waarom dit programma Binnen de Vlaamse overheid is er nood aan een geheel van gemeenschappelijke communicatietools die het mogelijk moeten maken om op een flexibele en efficiënte manier te communiceren. Deze technologieën zullen geïntroduceerd worden binnen dit programma. De actuele oplossingen zijn te gefragmenteerd of te omslachtig om op te zetten.
Toekomst Onderdeel overdracht telefonie van AFM naar e-IB • e-IB, AFM en het kabinet Bourgeois beslisten in overleg dat het naar de toekomst toe beter is om alle bevoegdheden op vlak van telefonie te bundelen bij één entiteit – in dit geval e-IB. • Deze overdracht zou gerealiseerd moeten zijn tegen eind 2011. Onderdeel geïntegreerde communicatie • Uitwerken van een visienota rond de introductie van geïntegreerde communicatie (unified communications) binnen de Vlaamse overheid. • Proof-of-concept unified communications tools. • Definitie van ICT-architectuur en ICT-security voor unified communications binnen de omgeving van de Gemeenschappelijke ICT-Dienstverlening (GID) en opname in dienstencatalogus van HP-Belgacom.
55
VERBETEREN VAN HET VEILIGHEIDSNIVEAU
Programma 21
Programmamanager: Paul De Vroede
Belangrijkste realisaties 2010 Er werd een ontwerp gemaakt voor de ontdubbeling (DRP) en de upgrade van de PKI-omgeving Een Public Key Infrastructure is een systeem om uitgiften en beheer van digitale certificaten te realiseren. De implementatie is gepland voor 2011. • De beschikbaarheidsgaranties voor deze kritische component zullen hierdoor aanzienlijk toenemen. • Verder zal het mogelijk worden om digitale certificaten uit te reiken via het SCEP-protocol (o.a. voor gebruik door mobiele Apple-toestellen zoals iPad en iPhone, zodat deze draadloos kunnen verbinden met het netwerk van de Vlaamse overheid (VO-WLAN)).
Ontwerp en ‘proof-of-concept’ van een nieuw platform voor beheer van het internetverkeer. Het internet en internettoepassingen zijn kritisch binnen de werking van de Vlaamse overheid. • De entiteit e-government en ICT-Beheer volgt de werking van het netwerk daarom nauwgezet op en ondernam reeds verschillende acties om de performantie van het netwerk te garanderen en te verbeteren. • Ook de gebruiker draagt verantwoordelijkheid. Een ’traag netwerk’ wordt soms veroorzaakt omdat personeelsleden te veel bandbreedte gebruiken, bv. voor het volgen van grote sportevenementen. Om die reden adviseerde het College van ambtenaren-generaal (CAG) in juni 2010 om de toegang tot bepaalde sportgerelateerde websites tijdelijk te blokkeren. • Het CAG adviseerde ook om te zoeken naar een structurele oplossing die voorziet in een verfijndere rapportering en filtering van het internetgebruik per entiteit. Tevens werd gezocht naar een doelgerichtere bescherming om het netwerk te vrijwaren van kwaadaardige software: antivirussoftware op de werkstations voldoet niet meer, een aanvullende ‘beveiligingslaag’ is aangewezen. Uit een succesvolle proof-of-concept blijkt een nieuwe technologie - een ‘nieuwe generatie firewall’ van Palo Alto – te voldoen aan de genoemde eisen. Er werd besloten deze technologie in 2011 in productie te zetten.
Er werd gestart met de vernieuwing van de antivirusomgeving voor de desktopomgeving (desktops, laptops) naar Officescan versie 10. Deze versie laat toe om gebruik te maken van smartscanning (op basis van een kleine lokale beperkte antiviruspattern en
56
online patternchecking). Dit naast conventionele virusscanning (op basis van een grote lokale antiviruspatternfile). De oefening loopt verder door in 2011.
Veiligheidbewustmakingscampagne naar gebruikers van mobiele e-mailtoestellen (BlackBerry, iPhone). In de pers verscheen een bericht over de onveiligheid van Blackberry-smartphones voor het versturen van vertrouwelijke informatie. Naar aanleiding van dit bericht werd beslist om een veiligheidsbewustmakingscampagne uit te voeren gericht op de gebruikers van mobiele-e-mailtoestellen. • Er werd een ‘veiligheidskaartje’ ontworpen in de vorm van een kredietkaart. Dit bevatte een opsomming van de belangrijkste veiligheidstips. De gebruikers ontvingen het kaartje persoonlijk per brief. • Het proces voor het melden van verlies of diefstal van een toestel werd verbeterd, zodat het toestel eerst op afstand gewist wordt vooraleer de SIM-kaart uit te schakelen.
Uitbreiding van het aanbod van sterke authenticatiemiddelen. Het VO-token is toegevoegd als sterk authenticatiemiddel voor veilige toegang tot toepassingen die ontsloten zijn via ACM. • Dit laat toe om niet-Belgen op een veilige manier toegang te geven tot toepassingen van de Vlaamse overheid die ontsloten zijn via ACM (bv. SharePoint en webmail). • Het VO-token wordt ook gebruikt voor de persoonsgebonden toegang tot het ‘netwerk voor beheer op afstand’: bv. voor een ICT-dienstverlener die beheeractiviteiten wenst uit te voeren op een server die gehost wordt bij de Gemeenschappelijke ICT-Dienstverlener HPBelgacom (HB).
Wat houdt dit programma in
Toekomst
Het programma 'verbeteren van het veiligheidsniveau' beoogt het uitwerken van passende beveiligingsmaatregelen: • om reële risico's voor de ICT-omgeving en de business te beperken; • om de continuïteit van de ICT-dienstverlening te verzekeren: -- inspanningen om de continuïteit van de ‘dagdagelijkse’ dienstverlening te verzekeren (bijvoorbeeld bij kleine incidenten) evenals bij de ICT-dienstverlening waarop akkoorden over het dienstverleningsniveau (Service Level Agreements, afgekort SLA’s) van toepassing zijn; -- het uitwerken van disaster-recovery-plannen (DRP) voor het hernemen van bepaalde ICT-functies in geval van calamiteiten. -- Een belangrijke input voor de investeringen op het vlak van ICT-veiligheid betreffen aanbevelingen uit de evaluatie van het ICT-veiligheidsniveau (risicoanalyse, conformiteitsmetingen,...) maar zeker ook nieuwe businessbehoeftes.
• Upgrade Active Directory Servers naar Windows 2008.
Waarom dit programma Dit programma beoogt de bedrijfscontinuïteit te verbeteren. Om de doelstellingen te halen wordt gewerkt op de drie pijlers van informatieveiligheid: • mensen (bv. veiligheidsbewustmakingscampagnes) • processen (bv. het optimaliseren van een gebruikersbeheerproces) • technologie (bv. het implementeren van een nieuwe firewalltechnologie)
• De verdere uitrol van Trendmicro Officescan 10 agents naar gebruikers en toevoeging van additionele Officescan en smartscan-servers. • Een nieuwe tool voor de monitoring van Active Directory wordt in gebruik genomen. Deze tool laat toe om Active Directory beter inhoudelijk te monitoren zodat tijdig ingegrepen kan worden bij problemen of bepaalde trends. Alhoewel niet meteen zichtbaar voor de gebruiker, is de goede werking en stabiliteit van Active Directory van primordiaal belang voor de hele ICT- dienstverlening. • Veiligheidsbewustmakingscampagnes en infosessies. Bewustwording van de nood aan gepaste beveiliging is een belangrijke stap in het succesvol uitbouwen van een ICT-veiligheidsbeleid. Zowel de leden van het GISECforum als de deelnemers aan de eerder uitgevoerde risicoanalyses bevestigen dat er nood is aan bewustwording en training op vlak van beveiliging binnen de Gemeenschappelijke ICT-dienstverlening. Analoog aan de gerichte veiligheidsbewustmakingscampagne voor e-mailgebruikers in 2010 wordt in 2011 een bredere bewustmakingscampagne gepland m.b.t. belangrijke en actuele veiligheidstips. • Het ontwerp van een bedrijfscontinuïteitsplan voor de interne (eigen) entiteitswerking van e-IB. • Een implementatieplatform voor het beheer van het internetverkeer (cfr. supra) • De implementatie van een nieuwe ontdubbelde PKIinfrastructuur (cfr. supra) • Het technologisch up-to-date brengen van de DHCPomgeving (INFOBLOX) (lopend project), firewall-omgevingen (NOKIA) en proxies (Blue Coat) • Het up-to-date brengen van de JUNIPER-software • Het up-to-date brengen van de SUN-JAVA-Directoryserver-software
57
58
Programma ter ondersteuning van groene ICT 22. Groene ICT
59
60
GROENE ICT
Programma 22
Programmamanager: Maries Van der Auwera
Belangrijkste realisaties 2010
Waarom dit programma
Na de uitvoer van de eerste fase in 2009, werd in 2010 fase 2 van het programma aangepakt.
Enerzijds wordt vanuit de bijdrage van de Vlaamse administratie tot het regeerakkoord 2009 – meerbepaald vanuit de beleidsdomeinspecifieke bijdrage van Bestuurszaken volgende krachtlijn vooropgesteld: “Door samenwerking en partnerschap naar een effectievere en efficiënte overheid voor Vlaanderen”. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat de Vlaamse overheid zich als milieu- en maatschappelijk verantwoorde ondernemer gedraagt.
Volgende projecten werden uitgevoerd: • ICT-aankoop Optimalisatie van de criteria die gehanteerd worden bij de aankoop van ICT-infrastructuur in het kader van “Groene ICT” (bv. Werken met Total Cost of Ownership , opnemen van criteria conform op europees vlak uitgewerkte normen, …). • Gebruikersomgeving Optimalisatie van stroomverbruik van de pc’s in het kader van “Groene ICT” . • Printers en printen Optimalisatie van de printersettings m.b.t. stroomverbruik van printers en de afdrukvolumes in het kader van “Groene ICT”. De focus ligt op alle instellingen die van op afstand of via de uitrol van nieuwe infrastructuur kunnen aangepast worden. • Interactie met belanghebbenden: -- Samenwerking met LNE - cel interne milieuzorg: insteek voor een bestek “Campagne rond groene ICT” dat vanuit deze entiteit wordt opgevolgd. -- Samenwerking met LNE - cel eco-educatie: input voor een eco-educatieproject rond “groene ICT” in de hogescholen en universiteiten.
Wat houdt dit programma in Om in te spelen op de globale uitdaging van de opwarming van het klimaat, moet ook de Vlaamse overheid voor zijn eigen werking een bijdrage leveren. Dit programma coördineert alle acties/initiatieven/projecten die vanuit e-IB, op het vlak van ICT en e-government, in dit kader worden uitgevoerd. Vanuit dit programma wordt ook de afstemming voorzien met de andere beleidsvelden binnen bestuurszaken, en met de andere beleidsdomeinen (vooral LNE).
Anderzijds wordt vanuit het “Vlaanderen in Actie”- plan (VIA, zei ook www.vlaandereninactie.be) onder de doorbraak “Groen stedengewest” volgende doelstelling vooropgesteld: • Het energievraagstuk is wereldwijd één van de grootste maatschappelijke en economische uitdagingen. Vlaanderen wil hierin een voortrekkersrol spelen. • De overheid neemt een voorbeeldrol en bouwt enkel nog ‘nul-energie gebouwen’. Ter ondersteuning en invulling van deze globale doelstellingen van de Vlaamse overheid wil dit programma op vlak van ICT de nodige maatregelen nemen om deze doelstellingen te realiseren. • Op het vlak van ICT bestaat de uitdaging er vooral in om te blijven voldoen aan de steeds groeiende vraag naar meer kwaliteitsvolle ICT en hierbij tegelijkertijd het totale energieverbruik te verminderen. • Op het vlak van het gebruik van “groene energie” is het vandaag reeds zo dat voor de gebouwen van de Vlaamse overheid contracten zijn afgesloten waarbij voor 100 % groene stroom wordt afgenomen. Ook voor de extern ingehuurde computerzaalfaciliteiten wordt met groene stroom gewerkt. Dit impliceert dat de directe CO2-uitstoot gerelateerd aan ICT vandaag reeds voldoet aan het CO2-neutraal criterium. Om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken moeten we investeren in het verminderen van het energieverbruik voor de eigen werking, het reduceren van ICT-afval, het milieubewust afvoeren van ICT-afval en het verminderen van de indirecte CO2-uitstoot gerelateerd aan ICT.
61
Toekomst Dit programma is opgestart in 2009 en loopt door tot 2014. Het programma zal gerealiseerd worden d.m.v. een aantal projecten. De projecten worden aangevuld met een aantal acties en initiatieven die mogelijk zijn binnen de gemeenschappelijke ICT-omgeving, maar die niet noodzakelijk een projectmatige aanpak vereisen. Voor de volgende jaren worden de volgende fasen voorzien binnen dit programma: • Fase 3 (2011-2012) -- Voorbereiden van een datacenterstrategie rekening houdend met ‘Groene ICT’ door middel van het programma ‘Datacenterstrategie’. -- Implementeren van de datacenterstrategie: Dit onderdeel wordt opgenomen in het programma ‘Computerzalen’. Binnen dit programma zal “Groene ICT’ meegenomen worden bij het bepalen van de vereisten (o.a. Europese Code of Conduct voor datacenters). • Fase 4 (2012-2013) -- Implementeren van een “Thin Client”-computingmodel in het kader van “Groene ICT”. Dit onderdeel maakt deel uit van het programma “Thin Client” waarin “Groene ICT” zal meegenomen worden bij het bepalen van de vereisten. Voor dit programma werd een herevaluatie van de uitrol van Thin Client binnen de Vlaamse overheid ingepland in 2012. Afhankelijk van het resultaat zal vanaf 2013 gestart worden met de implementatie. -- Printers en printen - onderdeel printerconsolidatie. In dit onderdeel wordt de focus gelegd op verdere verbeteringen die niet van op afstand of via de uitrol van nieuwe infrastructuur kunnen aangepast worden. Ter ondersteuning van een printerconsolidatie binnen de Vlaamse overheid wordt overkoepelend een faciliterend project opgestart en door e-IB gesponsord. De klanten kunnen van deze overkoepelende projectondersteuning gebruik maken om de eigen printerinfrastructuur projectmatig te consolideren.
62
Programma’s ter ondersteuning van e-government 23. Magda 2.0 24. Magda persoonsdiensten 25. Magda ondernemingsdiensten 26. Magda geografische informatie 27. Geïntegreerd e-government (e-gov voor en door lokale besturen)
63
64
MAGDA 2.0
Programma 23
Programmamanager: Hans Arents
Belangrijkste realisaties 2010
Waarom dit programma
Magda 2.0 - Voorbereiding:
Om bovenstaande doelstellingen te bereiken zal het Magda2.0-platform bestaan uit vier verschillende deelplatformen: • een gegevensplatform om (authentieke) gegevens op te slaan, te beheren en beschikbaar te stellen; • een businessplatform om (authentieke) gegevens te verwerken, combineren en verrijken; • een gateway-platform om (authentieke) gegevens uit te wisselen met de systemen van de afnemers. Hierbij wordt het vier-ogen-principe gerespecteerd. • een front-end platform om (authentieke) gegevens af te leveren aan menselijke eindgebruikers bij de afnemers, met behulp van webtoepassingen (VKBO-GO, VKBP-GUI, VKBO-GEO GUI, …)
• De bestaande Magda-diensten werden technisch verbeterd. • De intermediairspecifieke functionaliteiten uit de reeds bestaande Magda-webservices werden geanalyseerd. Op basis hiervan werden de nodige generieke gatewayapplicatieve componenten gebouwd om een Magda-2.0gateway-service op te zetten en te configureren.
Migratie VKBO • Stap 1: migratie provisionering: migreren van Informix naar Oracle van de provisionering van de VKBO met KBOgegevens • Stap 2: migratie dienstenlaag: migreren van de bestaande ondernemingsdienstenlaag (webservices, VKBO-GO) bovenop de VKBO. Deze volledig vernieuwde VKBO op Oracle zal in productie gaan begin 2011.
Magda 2.0 - Logging light Het definiëren en bouwen van een ‘logging-light’-oplossing die zo veel mogelijk vermijdt dat volledige gegevensberichten opgeslagen worden bij het verplichte loggen van de uitwisseling van persoonsgegevens. Dit lightvoorstel is ook ter goedkeuring voorgelegd aan de Privacycommissie.
Wat houdt dit programma in Dit programma wil het bestaande Magda-platform gradueel functioneel, technisch en organisatorisch verbeteren en uitbreiden, om de volgende doelstellingen te realiseren: • vlotter ontsluiten van gegevens uit authentieke federale en Vlaamse gegevensbronnen ter verbetering van backoffice-processen; • vlotter uitwisselen van gegevens tussen (authentieke) gegevensbronnen; • ondersteuning kunnen bieden bij het opzetten van Vlaamse authentieke gegevensbronnen; • uitbreiden naar een volwaardige rol als intermediair & dienstenintegrator m.b.t. organisatie, processen & technologie; • komen tot een meer betaalbare uitbreidbaarheid van het dienstenaanbod; • bekomen van een grotere organisatorische beheersbaarheid van het dienstenaanbod.
Het gateway-platform wordt opgezet als apart onderdeel van het Magda-platform. Zo kan CORVE zijn rol als intermediair (dit is als tussenpersoon die de naleving van de privacy-wetgeving bewaakt) en dienstenintegrator opnemen. Het gateway-platform zorgt er immers o.a. voor dat het vier-ogen-principe van de Privacycommissie wordt gerespecteerd bij de uitwisseling van persoonsgegevens. Dit wil zeggen dat de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden om de ongeoorloofde verstrekking van privacy-gevoelige gegevens te voorkomen. Daartoe worden de gepaste ‘gateway services’ ontwikkeld, die zorgen voor: • de nodige machtigings- en inschrijvingscontrole; • filtering; • anonimisering; • logging bij het ontsluiten naar derden van persoonsgegevensdiensten aangeboden door Vlaamse (authentieke) gegevensbronnen. Het businessplatform is dan weer bedoeld als middel voor CORVE om de gegevens zoals die aangeleverd worden door de leveranciers van Vlaamse (authentieke) gegevens: • om te zetten naar een canoniek formaat; • te verrijken of te vervolledigen; • te combineren tot een nieuw gegeven (bv. een beslissing over het al dan niet voldoen aan een bepaald toekenningscriterium, in het kader van automatische rechtentoekenning).
65
Toekomst In 2011 zullen volgende lopende projecten afgewerkt worden: Magda 2.0 - Publicatieframework fase 1 Bouw van een generiek publicatieframework dat toelaat om voorgedefinieerde bevragingen van gegevensbronnen te publiceren naar een of meerdere afnemers op vooraf geplande tijdstippen. Dit laat toe om het bestaande VKBOpublicatieframework te vervangen en dus het VKBO-team te ontlasten van de inspanningen die gepaard gaan met het manuele beheer van de VKBO-publicaties. Magda 2.0 - Gegevensstroomverwerking fase 1 Bouw van een gegevensstroomverwerker die toelaat om bestanden uit te wisselen tussen (Vlaamse) authentieke gegevensbronnen en afnemers, waarbij het Magda-platform enkel optreedt als intermediair. Een dergelijke gegevensstroomverwerker laat o.a. toe om mutaties van authentieke gegevens te verdelen naar geïnteresseerde afnemers. Beide projecten liepen een aanzienlijke vertraging op in 2010 door de keuze voor ‘Oracle SOA Suite’ als tool voor de bouw van deze sleutel-Magda-2.0-componenten. Hierdoor werd een eerder gemaakte toolkeuze herroepen. Een aantal belangrijke verwachtingen dienden herbekeken te worden op vlak van functionaliteit. Als gevolg wijzigden het ontwerp en de initieel voorziene technische architectuur in belangrijke mate. Magda 2.0 – COD-migratie • De bestaande Magda-productieomgeving verhuisde in 2010 naar de Capacity-On-Demand(COD)-infrastructuur van de entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB). • Ook de nieuwe development-, test- & integratie- en ontwikkelingsomgevingen zullen op deze COD-infrastructuur opgezet worden. • Er wordt tevens onderzocht of het mogelijk en zinvol is om een aparte validatieomgeving op te zetten, waarmee afnemers de Magda-diensten kunnen testen zonder een machtiging aan te vragen en de productieomgeving te belasten.
66
In 2011 zijn ook een aantal bijkomende projecten gepland: Magda 2.0 - Publicatieframework/gegevensstroomverwerking • bij beide onderdelen worden technische verbeteringen aangebracht; • er worden nieuwe mogelijkheden ontwikkeld, zoals het uitvoeren van publicaties op persoonsgegevens die afkomstig zijn van het Rijksregister. Magda 2.0 - Uitbreiding gateway-platform • de bouw van een aantal nieuwe gateway-diensten, • de configuratie van bestaande of nieuwe gateway-diensten voor nieuwe afnemers. Magda 2.0 - Update bestaande Magda-diensten De bestaande Magda-diensten moeten overschakelen naar de nieuwe architectuur en de nieuwe componenten van het Magda-2.0-platform – om de verdere ontwikkelen beheerskosten te verlagen. Daartoe is het nodig deze bestaande diensten aan te passen: • er dient een nieuwe gatewaydienst gebouwd te worden; • de achterliggende businessdienst heeft een aanpassing nodig. Bestaande diensten worden idealiter aangepast telkens ze vernieuwd worden. Er zijn echter ook vijf diensten die niet binnenkort vernieuwd zullen worden en die we dan ook al in 2011 zullen vernieuwen. Magda 2.0 - Gecombineerde repertoria + repertoriumdiensten Een functionele analyse wordt gericht op het afstemmen van de opzet en de werking van de Magda-repertoria (het VKBP-inschrijvingsrepertorium en de VKBO-klantenlijst). Deze afstemming moet gecombineerde inschrijvingen (combinaties van personen en ondernemingen) mogelijk maken. Later kunnen er op deze repertoria diensten gebaseerd worden, waardoor ze beter beheerd en bevraagd kunnen worden. Magda 2.0 - Runtime beheerdiensten De huidige Magda-diensten gebruiken een propertyfile binnen de dienst zelf, die bv. de broncodes omzet naar standaard Magda-codes en die beschrijvingen toevoegt. Wijzigt één van de gegevens in de propertyfile, dan is een herinstallatie van de dienst noodzakelijk. In dit project zal een propertybeheer opgezet worden dat
runtime aan te passen is. Deze nieuwe vorm van runtimebeheer zal dan worden gebruikt in het design van de nieuwe gateway-diensten. Magda 2.0 - Dummy data voor validatieomgeving fase 1 Een haalbaarheidsstudie naar de mogelijkheid om Magdadiensten op de toekomstige Magda-validatieomgeving te kunnen testen met dummy data (dummy repertoriumgegevens, dummy maar representatieve persoonsgegevens, enzovoort). Magda 2.0 - Automatische rechtentoekenning Een businessanalyse en een haalbaarheidsstudie moeten toelaten om te beslissen of een ‘business rules engine’ aangeschaft of gebouwd moet worden. Deze ‘business rules engine’ zal toelaten om regels met criteria te formuleren, te valideren en te beheren. Zo wordt het mogelijk om op vraag van (hiertoe gemachtigde) afnemers te bepalen of hun klanten aan bepaalde inkomenscriteria voldoen, zodat zij automatisch de rechten kunnen krijgen waar zij wettelijk recht op hebben.
67
MAGDA PERSOONSDIENSTEN VLAAMSE KRUISPUNTBANK PERSONEN (VKBP) Programma 24
Programmamanager: Bruno De Vrieze
Belangrijkste realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
In 2010 werden vooral de bestaande aansluitingen op het MAGDA-platform gevoelig uitgebreid, ondermeer in het kader van ORAFIN. Iedere nieuwe aansluiting op het MAGDAplatform is op zich een apart project, omwille van de uitgebreide toelatingsprocedure, die diverse modaliteiten voor toegang op het platform controleert. Daartoe levert het CORVE-personenteam een uitgebreide begeleiding bij het opstellen van de relevante machtigingen, de contacten met de authentieke bronnen, ... .
Het MAGDA-personenprogramma ontwikkelt een netwerkcentrische dienstverlening: men raadpleegt zoveel mogelijk rechtstreeks de authentieke gegevensbron (bijvoorbeeld via webservices). CORVE treedt op als dienstenintegrator.
Zo werden er aansluitingen gerealiseerd van de Kruispuntbank Inburgering, de Leer- en Ervaringsbewijzendatabank, uitbreidingen voor Wonen-Vlaanderen, ... . In 2010 werd het bestaande dienstenaanbod bijgevolg beperkt uitgebreid en zijn het vooral volgende realisaties, die in de eerste maanden van 2011 in productie zullen gaan: • De nieuwe dienst “GeefWerkRelaties” Deze nieuwe dienst, die in Q1/2011 in productie komt, geeft toegang tot het personeelsbestand van de werkgevers. Dit is een consolidatie van de DIMONA-aangifte, waardoor de werkgever-werknemer relatie kan bevraagd worden, of de werknemers van een bepaalde werkgever of de werkgevers van een bepaalde persoon. • De nieuwe dienst “GeefLeefloonPeriode” Deze nieuwe dienst, die eind/begin Q1/Q2 2011 in productie zou moeten komen, geeft de periodes weer waarin een bepaald persoon al of niet geniet van een leefloon uitgereikt door een OCMW. • De nieuwe dienst “GeefRVVOMNIOAttest” Deze nieuwe dienst, die eind/begin Q1/Q2 2011 in productie zou moeten komen, stelt de bevrager in de mogelijkheid om te weten te komen of iemand geniet van het recht op verhoogde tegemoetkoming. Ook werd de in 2009 opgerichte gebruikersgroep op de collaboratieve SharePoint-omgeving verder uitgebreid. Deze gebruikersgroep dient om de afnemers van persoonsdiensten beveiligd toegang te geven tot de beschikbare documentatie en gebruikershandleidingen, die ook dubbelt als forum, waarbij ideeën uitgewisseld worden; rondvragen gelanceerd voor mogelijk nieuwe diensten en de ontsluiting ervan; nieuwe diensten aangekondigd worden, ... .
68
Via het MAGDA-platform willen we zoveel mogelijk authentieke gegevens uitwisselen over personen. De correcte en beschikbare persoonsgegevens worden gekoppeld aan een uniek nummer: het rijksregisternummer van de natuurlijke personen ofwel het identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (INSZ). • Momenteel worden de persoonsgegevens voor basisidentificatie opgehaald via de Kruispuntbank van de sociale zekerheid (KSZ). • Binnenkort zullen ook de persoonsgegevens rechtstreeks afkomstig van het Rijksregister via een webservice aangesproken kunnen worden. CORVE - deel van de entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB) - moet op termijn uitgroeien tot hét aanspreekpunt in Vlaanderen voor de ontsluiting van zowel federale als Vlaamse persoonsgegevens. Persoonsgegevens houden veel meer in dan naam, adres, geboortedatum, woonplaats, … . Ze houden ook gegevens in over: • tewerkstelling: ‘loon’, DIMONA-aangiftes, DmfA-aangiftes, attesten loopbaanonderbreking, … ; • sociale zekerheid: handicap, recht op verhoogde tegemoetkoming, OMNIO-statuut, … ; • inkomen: netto belastbaar inkomen, kadastraal inkomen, vervangings- en aanvullende inkomens, pensioenen, werkloosheidsvergoedingen, … ; • eigendomsgegevens: welke persoon(/onderneming) heeft welke eigendommen, welk type van eigendom, … ; • onderwijsgegevens: diploma’s, leerplicht. Iemand die leert kan daaraan heel wat rechten koppelen, … ; • diverse: inburgering.
Waarom dit programma Om als overheid efficiënt taken te kunnen uitvoeren zijn accurate gegevens over personen een absolute noodzaak, zowel in termen van actuele als van historische gegevens. • De MAGDA-persoonsdiensten zijn van groot belang in sectoren zoals volksgezondheid en onderwijs. • Ze zijn ook belangrijk voor diensten rond werk, allerhande subsidies en toelagen, … . • Ook in het kader van de administratieve lastenverlaging zijn dataopslag en -uitwisseling van persoonsgegevens nodig. Dit programma kadert binnen diverse richtlijnen, zoals het e-governmentdecreet, en het ‘vraag-niet-wat-je-al-weet’principe.
• Nieuwe diensten voor de ontsluiting van de Leer- en Ervaringsbewijzendatabank (LED). • Nieuwe diensten voor de ontsluiting van de Kruispuntbank Inburgering. • Opstart project ontsluiting FOD Sociale Zekerheid – gegeven handicap. • De VKBP-GUI uitbreiden en aanpassen met de nieuwe dienst ‘GeefWerkrelaties’. • Omvorming van de kinderbijslagattestdiensten naar een batchverwerking. • Uitbreiding bevragingen van de DmfA-diensten.
Toekomst Momenteel lopen er diverse projecten voor de verdere uitbouw van de diensten rond persoonsgegevens: • Nieuwe dienst FOD Financiën: gegevens zoals beschikbaar in de belastingsbrief. • Afhankelijk van de geboekte vooruitgang bij de FOD Financiën wil CORVE aan haar klanten een webservice aanbieden, gebaseerd op de beschikbare informatie bij FOD Financiën. -- Deze uitwisseling zal in de eerste fase verlopen via de Kruispuntbank Sociale Zekerheid. -- In de toekomst is het de bedoeling deze rechtstreeks aan te bieden (planning: Q3-2011). • Uitbreiden bestaande diensten ‘GeefPersoon’ en ‘GeefGezinssamenstelling’ met rechtstreekse link naar het Rijksregister: uitbreiding van het aanbod van diensten rond personen naar beleidsdomeinen die geen persoonsgegevens kunnen afnemen van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (planning: Q4/2011). • Nieuwe versies persoonsdiensten: modernisering van de KSZ-registers en alignering op het rijksregister (planning: Q4/2011).
69
MAGDA ONDERNEMINGSDIENSTEN VERRIJKTE KRUISPUNTBANK VOOR ONDERNEMINGEN (VKBO) Programma 25
Programmamanager: Bart Misseeuw
Belangrijkste realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
Permanente aangroei van het aantal aansluitingen:
De VKBO is één van de pijlers van het MAGDA-programma (Maximale Gegevensdeling tussen Administraties/Applicaties), waarbij authentieke gegevensbronnen ontsloten worden naar de Vlaamse en lokale besturen. De andere pijlers zijn de persoonsgegevens en de geografische informatie.
• diverse administratieve processen gebruiken gegevens uit de VKBO; • een 30-tal Vlaamse applicaties gebruiken ondertussen de VKBO-diensten op structurele en geïntegreerde wijze.
Ongeveer 160 gemeenten zijn al afnemer van gegevens met betrekking tot de ondernemingen en vestigingen op hun grondgebied. • Er werd een specifiek gemeenterapport ontwikkeld. • Naast de ‘machinale’ bestanden die aangeleverd worden (voor invoer in de lokale database) levert CORVE nu ook een handig Excelrapport. Daarmee kan een gemeente de status van haar ondernemingen en vestigingen opvolgen op maandelijkse basis: nieuwe oprichtingen, stopzettingen, verhuizen, enz.
Finaliseren van het Informatieregister De bedoeling van het informatieregister is het verzamelen en ontsluiten van alle informatie die betrekking heeft op een bepaalde onderneming en die in het bezit is van een Vlaamse of lokale overheidsdienst. • Er wordt een centraal registratiepunt opgericht waar de melding wordt gemaakt van de aanwezigheid van dergelijke informatie. • In bepaalde gevallen kan de eigenlijke informatie ook centraal opgeslagen worden. Het is de bedoeling dat ambtenaren en bedrijven in één oogopslag het overzicht kunnen raadplegen van de beschikbare informatie van één bepaalde onderneming.
Innovatie van de MAGDA-infrastructuur en de VKBOprocessen op de achtergrond Het MAGDA-platform evolueert achter de schermen en de VKBO-databanken en -diensten evolueren mee. Er werd gestart met: • de migratie van de KBO-database (van huidige Informixomgeving naar nieuwe ORACLE-omgeving); • de migratie van de provisionering (vanuit de federale KBO naar MAGDA); • de aanpassing van de VKBO-dienstenlaag. Deze migratie is voor 90% afgerond. Ze dient enkel nog uitgerold te worden (in 2011).
70
De VKBO maakt authentieke gegevens over ondernemingen onderling uitwisselbaar. Dit gebeurt door het koppelen van de authentieke gegevens aan het unieke ondernemingsnummer. Zo kan alle beschikbare informatie over één onderneming elektronisch gekoppeld worden: • de basisgegevens uit de moederdatabank (de federale KBO); • gegevens uit tal van andere databanken waaronder de Rijksdienst Sociale Zekerheid, de jaarrekening, Vlaamse dossierbestanden, vergunningen. Gegevens hoeven niet langer opgevraagd te worden bij de onderneming zelf. De informatie wordt aangeboden via drie complementaire diensten: • specifieke datasets (=publicaties); • webservices (online bevraging over internet, A2A = van applicatie tot applicatie); • VKBO-GO, webapplicatie (=schermraadpleging, http:// vkbodemo.vlaanderen.be/vkbo/). Op de CORVE-website vindt u een gedetailleerd overzicht van diensten, informatie over de aansluitingsprocedure, enzovoort. Website: http://www.corve.be/producten/magda-diensten/ondernemingsgegevens/index.php).
Waarom dit programma • VKBO vereenvoudigt de toegang tot de gegevens uit de federale Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO), voor alle Vlaamse diensten en gemeenten (Vlaamse overheid, provincies en lokale besturen) . • VKBO verrijkt de KBO-gegevens met extra informatie over de ondernemingen: -- RSZ-gegevens, -- Jaarrekeninggegevens, -- Adresgegevens (o.a. x,y-coördinaten), -- Vlaamse dossiergegevens, -- Vlaamse verrijkingen, meldingen (=verbeteringen). De laatste twee items worden verzameld in het Informatieregister (cfr. infra). Een eenmalige opbouw van databases en/of ontwikkeling van diensten waarvan alle Vlaamse en lokale besturen kunnen genieten – m.a.w. de centralisatie van de inspanning – betekent een sterke reductie van de investeringskost aan Vlaamse kant. Dit betekent ook centrale kennisverwerving van alle ondernemingsinformatie (inhoudelijk). Deze kennis wordt vervolgens (technologisch) ter beschikking gesteld van alle Vlaamse en lokale besturen.
Toekomst Verdere exponentiële aangroei van het aantal aansluitingen en afnemers Dit is de basisroeping van VKBO, namelijk het afleveren van ondernemingsgegevens aan steeds meer Vlaamse en lokale applicaties die op die manier burger en bedrijf beter kunnen bedienen, via het principe: ’vraag niet wat je al weet’. Operationalisering van het informatieregister In 2011 zou het Informatieregister normaal gelanceerd moeten worden: • als centraal referentiepunt (=oplijsting), • of indien nodig als verzamelpunt (=opslag) van ondernemingsgegevens gegenereerd vanuit Vlaamse of lokale administratieve processen.
Dit is een ambitieuze wending nl. de opslag en ontsluiting van eigen-gegenereerde, Vlaamse of lokale authentiekebronnen met ondernemingsgegevens. Dit in tegenstelling tot de ‘risicoloze’ of ‘passieve’ ontsluiting van externe, voornamelijk federale bronnen. Deze wending kan een grote operationele impact hebben (nl. inhoudelijke opvolging/beheer/verantwoordelijkheid van de data), waardoor er intern nog enige aarzeling en discussie is over de lancering van dit Informatieregister als wezenlijk deel van het MAGDA-platform. VKBO- en privacyregels De VKBO zal haar interne werking afstemmen op dat ene privacy-issue dat in de KBO-data steekt. Het adres van de ‘onderneming-Natuurlijk Persoon’ (dat gelijk staat met de woonplaats van de betrokkene) wordt uit de publieke laag verwijderd, omwille van privacyredenen. Migratie voltrokken, gebruik van nieuw publicatieframework Door de vermelde technologische migraties van het MAGDAplatform en de VKBO-diensten zal VKBO heel wat testen mogen uitvoeren om de continuïteit van haar dienstverlening te garanderen en om bepaalde diensten te verbeteren (bv. via het nieuwe publicatieframework). Mandatendatabank Via de in de KBO geregistreerde ICT-functiehouders (=welke personen hebben welk officieel, gepubliceerd mandaat in een onderneming of organisatie) biedt VKBO de mogelijkheid om een autorisatielaag te implementeren, in samenwerking met de ACM/IDM-dienstverlening van e-IB. Dit houdt in dat een erkende en geregistreerde functie of mandaat van een persoon de mogelijkheid biedt: • elektronische toegang te krijgen tot gegevens/applicaties m.b.t. de betreffende onderneming, en/of • andere personen elektronisch aan te duiden als mogelijke elektronische beheerders/gebruikers van dezelfde ondernemingsinfo en -processen (bv. subsidieaanvragen). Verdere verrijkingen Bijvoorbeeld faillissementsdetails & de aandeelhouders van een bedrijf.
71
MAGDA GEOGRAFISCHE INFORMATIE
Programma 26
Programmamanager: Lieven Raes
Belangrijkste realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
Project 1 - Koppelen van authentieke geografische bronnen - De VKBO/CRAB-update-ketting
• Dit programma wil e-governmenttoepassingen realiseren waarin geografische informatie een belangrijke meerwaarde biedt. • Daarnaast wil het geografische authentieke gegevensbronnen en alfanumerieke authentieke gegevensbronnen aan elkaar koppelen met het oog op een vlotte integratie van gegevens.
Het MAGDA-platform ontsluit vandaag ondernemings- en persoonsgegevens via de unieke sleutels ‘ondernemingsnummer’ en ‘RR/INSZ-nummer’. Naast de authentieke gegevensbronnen voor personen en ondernemingen is er ook nood aan een set van unieke sleutels en de hieraan gekoppelde basisdata, voor andere gegevensbronnen. Eens er bijvoorbeeld een vertaling mogelijk is van een adres naar een perceel of een gebouw naar een persoon- of onderneming, is het mogelijk om quasi alle datasets die één van deze sleutels gebruiken aan elkaar te koppelen. Bovendien kan er voor puur geografische koppelingen ook gebruik worden gemaakt van de X,Y-coördinaat zelf. Het koppelen van authentieke sleutels met elkaar is dan ook één van de grote uitdagingen op het vlak van (geografische) informatiekoppeling en -ontsluiting. Het VKBO/CRAB-update-kettingproject is een eerste essentiële bouwsteen voor de realisatie van een koppeling tussen twee authentieke gegevensbronnen aan de hand van de authentieke sleutels, ondernemingsnummer en CRAB-adrescode. Het VKBO/CRAB-update-kettingproject levert een belangrijke meerwaarde voor de Vlaamse e-governmentdienstverlening. De complexiteit van het project bestaat erin dat twee levende databanken (CRAB en VKBO) op dagdagelijkse basis afgestemd worden. De VKBO/CRAB-update-ketting zorgt er in de praktijk voor dat nieuwe adressen van ondernemingen die CORVE binnenkrijgt vertaald worden en gegeocodeerd naar de CRAB-standaard. Het AGIV zorgt voor deze vertaling. Het AGIV geeft deze nieuwe CRAB-adressen dagelijks door aan CORVE die alleen dan de adressen integreert in de VKBO. Op die manier worden beide authentieke bronnen gevoed met nieuwe kwalitatieve gegevens. Door deze koppeling en door een intensieve gegevensuitwisseling tussen CORVE en AGIV vergroot de kwaliteit van beide bronnen (VKBO en CRAB) op een structurele manier.
72
Waarom dit programma Geografische gegevens vormen een steeds belangrijker onderdeel van de Vlaamse gegevenshuishouding. Logisch, aangezien de Vlaamse overheid een groot aantal grondgebonden bevoegdheidsdomeinen heeft (onder andere openbare werken, ruimtelijke ordening, milieu). De e-governmentprincipes “eenmalige gegevensbevraging en meervoudig hergebruik” zijn ook van toepassing in een geografische context. Vandaag worden meer en meer egovernmentprojecten opgestart die een geo-visualisatie component omvatten. E-governmentprojecten die geovisualisatie bevatten, worden vandaag binnen de Vlaamse overheid niet structureel ondersteund. Daardoor wordt een groot aantal projecten niet, of met grote meerkosten, gerealiseerd. In het kader van een actieve openbaarheid van bestuur, dient de overheid informatie actief ter beschikking te stellen van haar klanten. Het op kaart weergeven van gegevens is, zeker sinds het succes van toepassingen zoals google maps, een steeds belangrijkere communicatievorm. Een platform voor eenvoudige weergave en bewerking van geografische data is een kostenbesparende gedeelde dienst. Geo-informatie staat niet op zichzelf en krijgt pas een meerwaarde wanneer deze geïntegreerd wordt met data uit de verschillende beleidsdomeinen. Op die manier kunnen bv. scholen, locaties met kinderopvang, … op kaart weergegeven worden. Een studie naar ‘e-governmentprojecten die gebruik maken van geo-componenten’, van CORVE in 2009, geeft duidelijk aan dat op basis van een eenvoudig geo-platform een groot aantal projecten efficiënt gerealiseerd kan worden.
Toekomst ‘Eenmalige gegevensbevraging en meervoudig hergebruik’ betekent ook dat gegevens tussen authentieke gegevensbronnen optimaal uitgewisseld moeten kunnen worden. In die context wordt gesproken over zes basisregistraties. Vier van deze basisregistraties (adressen, gebouwen, percelen en kaart) die elk een unieke sleutel hebben, omvatten geografische informatie. • Personen (het RijksRegister aangevuld met het BIS-Register) • Ondernemingen (Verrijkte KruispuntBank voor Ondernemingen – VKBO) • Adressen (Centraal Referentie AdressenBestand - CRAB) • Gebouwen (Grootschalig ReferentieBestand - GRB) • Percelen (Kadaster) • Kaart (Grootschalig ReferentieBestand - GRB)
Project 1: Realisatie van de digitale stedenbouwkundige vergunning De bouwaanvraagprocedure is van belang voor verschillende partijen: • Voor de lokale, provinciale en Vlaamse overheid vormen het behandelen van bouwaanvragen en het volgen van beroepsprocedures kernprocessen. • Binnen de werking van architecten en projectontwikkelaars is de bouwaanvraagprocedure erg belangrijk. • Hoewel de frequentie voor de burger of voor de meeste ondernemingen relatief laag ligt, is de bouwaanvraag belangrijk omwille van de uitgebreide procedure. De administratieve lasten verbonden aan de hele procedure zijn groot: • Vandaag kenmerkt het proces zich door een vrij lage graad van digitalisering waarbij zeer veel overgeschakeld wordt tussen digitale verwerking en verwerking op papier.
Figuur 1: De robotambtenaar maakt de burger wegwijs in de regelgeving met een eenvoudige vragenlijst.
73
• Hierdoor worden gegevens niet efficiënt uitgewisseld en nemen fouten toe. De administratieve lasten verminderen door het optimaliseren van het aanvraagproces: Het project digitale bouwaanvraag wil het gehele aanvraagproces – van het indienen van de bouwaanvraag tot en met de realisatie van de werken – op een groot aantal punten vereenvoudigen door het stroomlijnen van de uitwisseling van gegevens tussen de betrokken partijen. De resultaten zijn: • een daling van de administratieve afhandelingskosten, • het verhogen van de proceskwaliteit, • een snellere afhandeling van de procedure.
Waarover gaat het? Het project digitale bouwaanvraag omvat drie grote onderdelen gaande van adviesverlening tot en met de opvolging van de werken. A. Het indienen van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning Bij een vereenvoudigde procedure kunnen de architect of de burger een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning indienen met hun eID. De aanvraag bestaat uit het aanvraagformulier, het statistische formulier en het bouwplan zelf. Het aanvragen kan op de gemeentelijke site - als de gemeente de toepassing heeft ingebouwd in haar eigen gemeentelijke website - of via een centrale webapplicatie van de Vlaamse overheid. Figuur 1: De robotambtenaar maakt de burger wegwijs in de regelgeving met een eenvoudige vragenlijst. B. Behandeling van de aanvraag (volledig proces van behandeling, adviesverlening, dossieropvolging en beroepen – WS voor de verwerking RAMONA) In een databank worden alle gegevens bijgehouden over de bouwaanvraag en de bouw zelf, incl. statusinfo van het bouwdossier. Zo kan het bouwdossier gedetailleerd opgevolgd worden. De toepassingen gebruikt door de verschillende betrokken besturen, kunnen – mits de
74
nodige aanpassingen – de informatie uit de databank gebruiken in hun processen. Hiertoe is een generiek datamodel uitgewerkt. De gegevensuitwisseling zelf zal gebeuren door middel van webservices. Voordelen: • Iedereen met de nodige rechten kan de status van het dossier opvolgen. • Wanneer het dossier doorgegeven wordt naar een ander bestuursniveau, gaat geen informatie verloren of moet informatie niet opnieuw ingegeven worden. C. Uitvoering werken registreren (bepalen van o.a. KI, energieprestatiecertificaat (EPC)). De bouwheer kan informatie over de start en het einde van de werken elektronisch registreren. Ook informatie over de hoogte van het KI alsook over het EPC-certificaat kan gekoppeld worden.
Wat zijn de concrete doelstellingen? Het doel van het project digitale bouwaanvraag is om tot een elektronische afhandeling van een bouwaanvraag te komen, waarbij de gegevens eenmaal ingevoerd moeten worden en maximaal hergebruikt worden. Subdoelstellingen zijn: • naadloos gegevens uitwisselen tussen alle bestuursniveaus (lokaal tot federaal); • verminderen tot schrappen van een aantal papieren procedures; • integreren met commerciële toepassingen; • opvolgen van de status van een bouwdossier op eender welk moment door de administratie, bouwheer of architect; • afschaffen van papieren bouwplannen.
Eén geïntegreerd systeem! De ‘toepassing digitale bouwaanvraag’ wordt zo ontwikkeld dat ze kan zorgen voor de gegevensopslag en gegevensuitwisseling tussen applicaties. De toepassingen die de lokale besturen en de provincies vandaag gebruiken, zullen op termijn de digitaal ingediende gegevens hanteren en opslaan in het beheersysteem voor bouwvergunningen.
Project/programma 2: Uitbouw van een MAGDA-GEO-platform Hierdoor kunnen ook andere organisaties deze gegevens met hun eigen applicaties gaan gebruiken. De enige voorwaarde is dat deze applicaties met de opgeslagen gegevens overweg kunnen. Met de huidige technologie van zgn. webservices is dit perfect realiseerbaar.
Ontstaan van het platform In 2005-2006 werd het project ‘Register Onbebouwde Percelen’ openbaar aanbesteed. Dit gebeurde bij de eerste projectoproep Vlaamse Integratieprojecten e-government (VIP) en in samenwerking met RWO.
De gebruikersinterface voor het indienen van de aanvraag kan eenvoudig aangepast worden, zodat deze naadloos ingebouwd kan worden in de gemeentelijke website. De gemeente beschikt meteen over de ingevoerde gegevens waardoor hun manier van werken weinig verandert. Er hoeven geen 308 interfaces ontwikkeld te worden en het hele indieningsproces gebeurt bij de gemeente zelf. De gemeente kan de bouwvergunningen die op haar grondgebied werden ingediend, behandelen met de ‘gemeentelijke applicatie bouwvergunningen’. Op voorwaarde dat deze gemeentelijke applicatie aangepast werd om samen te werken met het centrale systeem. De gemeentelijke ICTdienstenleveranciers dienen dan ook sterk betrokken te worden bij het project.
Er werd gekozen voor een opensource GIS-oplossing met de mogelijkheden om naar een generiek opensource GISplatform door te groeien. Ondertussen werd een “open source community” opgezet en wordt de toepassing verder ontwikkeld.
Samenwerking De realisatie van de digitale bouwaanvraag kan enkel slagen wanneer er maximaal wordt samengewerkt met andere overheden en met de architecten. Vooral de samenwerking met de lokale besturen, de ICT-dienstenleveranciers aan de lokale besturen, en de architecten maken of kraken het project. Begin 2011 werd een protocolakkoord ondertekend met Antwerpen en digipolis om in nauwe samenwerking de digitale bouwvergunning te realiseren. De ontwikkelde diensten zullen tevens worden aangeboden aan de andere lokale besturen. Daarnaast worden werkgroepen opgestart met de lokale besturen, de ICT-dienstenleveranciers, de orde van architecten en de federale overheid (AAPD).
• De internationaal gerichte kernapplicatie werd omgedoopt tot Geomajas. Deze applicatie werd in maart 2010 erkend als toonaangevend internationaal opensource Geo-project door de organisatie OSGEO (www.osgeo. org): GeoMajas werd officieel erkend als zogenaamd incubatieproject. Het kan op internationale steun van OSGEO rekenen. GeoMajas website: http://www.geomajas.org • De versie afgestemd op de Vlaamse markt is geGIS. geGIS is een afgeleide van Geomajas waaraan een aantal typisch Vlaamse diensten gekoppeld zijn. Voorbeelden van dergelijke diensten zijn specifieke datasets of ACM/ IDM-toegangscontrole via de eID-kaart. geGIS website: http://www.gegis.org/ Zowel geGIS als Geomajas worden aangeboden onder GPL2-licentie. Uitbouw van het generieke geoplatform CORVE wil de uitbouw van een open GIS-platform ondersteunen door de realisatie van concrete toepassingen, waarvan de generieke componenten herbruikbaar zijn – m.a.w. waarvan de use cases in meerdere toepassingen bruikbaar zijn. Voorbeelden van generieke componenten: • het hostingplatform waarop de geGIS-toepassing draait; • interactieve widgettechnologie waardoor een toepassing integreerbaar is in één of meerdere bestaande websites; • integratie van toegangscontrole en rechtenbeheer via ACM/IDM; • integratie van generieke webservices zoals CRAB en geowebservices;
75
• customisatie van de back-end (ten behoeve van eenvoudige beheerstaken); • front-end interfaces op maat van de doelgroep. Er zijn vandaag al een aantal mooie voorbeelden bij de Vlaamse overheid van projecten die gebruik maken van het ontwikkelde opensource GIS-systeem.
op de website van het departement onderwijs: Http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsaanbod Het zoeken gebeurt aan de hand van zoekcriteria zoals de studierichting of het type onderwijsinstelling (lager, secundair,…). Het is ook mogelijk om lijsten op te vragen met adressen van scholen in een bepaalde provincie. Voor elke school(campus) kan een liggingsplan opgevraagd worden.
Alle bedrijven op kaart Doelstelling • Het ‘geo-loket bedrijven en bedrijventerreinen online’ vormt voor burgers/ondernemers en ambtenaren een instrument voor het opvragen en grafisch tonen van de meest up-to-date informatie over bedrijven en bedrijventerreinen in Vlaanderen en over de bezetting van de bedrijventerreinen. • Alfanumerieke informatie van een onderneming, een gebruiksperceel en een bedrijventerrein, wordt ter beschikking gesteld – voor zover dit wettelijk mag. • Ook het verbeteren van de kwaliteit van de ‘gegevensbron bedrijventerreinen en gebruikspercelen’ vormt een belangrijke doelstelling voor het AO. Meerwaarde • De meest up-to-date informatie wordt weergegeven uit de centrale AO-databank(en) – o.a. Delphi, AO-GIS-datalagen – samen met de gesuggereerde wijzigingen van de gebruikers. • Weergave van de geografische ligging van ondernemingen gebruik makend van de meest gedetailleerde relevante GIS-datalagen van het AO waaronder de gebruikspercelen. • Integratie van diverse generieke referentiedatalagen en authentieke bronnen die relevante gegevens voor ondernemingen bevatten.
Alle scholen op kaart Doelstelling Doelstelling van de geolokettoepassing ‘aanbod en kwaliteit onderwijsvoorzieningen‘ is het eenvoudig, correct en snel informeren over het onderwijsaanbod in Vlaanderen via internet. Het huidige onderwijsaanbod kan teruggevonden worden
76
De functionele doelstellingen van de geolokettoepassing zijn: • bieden van een volledig geografisch overzicht van alle onderwijsinstellingen die voldoen aan uw criteria op één overzichtskaart; • bieden van een overzicht van het volledige scholenaanbod in Vlaanderen en Brussel; • realiseren van een eenvoudig thematisch zoeken binnen het volledige scholenaanbod; • realiseren van een combinatie van geografisch en thematisch zoeken in het volledige scholenaanbod; • koppelen van basisinformatie van elke school (website, inspectierapporten,...). Een tweede doelstelling is om schooldirecteurs geografische gegevens over hun school aan te bieden en om de mogelijkheid te bieden om gegevens over de school aan te passen en te updaten. Het agentschap onderwijs neemt het globale beheer waar. Meerwaarden Het online, via een geo-visualisatie tool, ter beschikking stellen van het aanbod aan onderwijsinstellingen en voorzieningen heeft volgende meerwaarden: • overzichtskaart met het scholenaanbod in de buurt; • overzichtskaart met de door u geselecteerde scholen (bv. selectie op aanbod van studierichtingen); • overzichtslijsten van scholen in een bepaalde straal rond uw woning (bestemming); • overzicht van openbaar vervoerlijnen en bus/tramhaltes; • overzicht van fietsroutes en fietsroutenetwerken; • inbouwbare widget (die bv. ook in de portaal Vlaanderen voorzien kan worden).
Alle gehandicaptenvoorzieningen op kaart Doelstelling De ‘geografische toepassing voor het domein Personen met een Handicap (PmH)’ beoogt het beter informeren over de beschikbaarheid van ondersteuning in Vlaanderen en Brussel, met kaarten raadpleegbaar via het internet. • Zo kan de persoon met een handicap (PmH) of zijn/haar begeleider: -- uitmaken of geschikte ondersteuning beschikbaar is in zijn/haar buurt; -- bekijken w aar men terecht kan voor gespecialiseerd advies door multidisciplinaire teams (MDT’s); -- checken waar er meer regulier aanbod van ondersteuning beschikbaar is. • Deze doelstelling wordt in eerste instantie gerealiseerd door informatie, bv.: -- geografische ligging, -- voorzieningen die erkend worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), -- MDT’s. • De informatie wordt interactief via een geografisch loket geboden aan alle potentiële gebruikers (bv. PmH, begeleider, professionele centra). • De toepassing kan later geïntegreerd worden met het in ontwikkeling zijnde elektronisch VAPH-dossier (zoals bepaald in het Vlaams regeerakkoord en de beleidsnota van WVG): -- om zo de werkingsprocessen van het VAPH te ondersteunen; -- om management- en beleidsinformatie te genereren. In het kader van de zorgplanning moet de noodzakelijke ontwikkeling beschreven worden over meerdere jaren: van het aanbod inzake opvang, behandeling en begeleiding om alle toekomstige zorgvragen te kunnen beantwoorden en budgettaire implicaties in te schatten. De zorgplanning dient als basis voor het vaststellen van de programmering betreffende voorzieningen. Dit vereist analyses van de opnamekansen van de verschillende zorgvormen. Dit laatste vergt inzichten met betrekking tot de geografische spreiding van het zorgaanbod en een gerelateerde geografische analyse van waar de klanten komen.
Meerwaarden Het online, met een geo-visualisatie-tool, ter beschikking stellen van het aanbod aan MDT’s en voorzieningen heeft volgende meerwaarden: • De steunzoekende (PmH of de persoon die de PmH bijstaat) kan snel bepalen waar hij/zij in Vlaanderen terecht kan voor concrete hulp, idealiter in de directe omgeving van de PmH. • Volledige informatie over het lokale netwerk van dienstverlening/begeleiding (in de buurt van een PmH) wordt ontsloten en geeft een meer geïntegreerd beeld van alle dienstverlening beschikbaar in de omgeving van een PmH. • Het imago van de actoren in het domein PmH verbetert. De gebruiker kan zien welk aanbod er is aan centra en organisaties die hulp kunnen geven. • Er kan verschillende informatie getoond worden, afhankelijk van de vraag en noodzaak: -- bv. waar kan ik een MDT vinden in de buurt; -- bv. waar kan ik terecht voor bepaalde hulpmiddelen; -- bv. waar bevinden zich de zorgvoorzieningen; -- bv. waar kan ik terecht voor crisishulp; -- bv. waar liggen bushaltes t.o.v. van gehandicaptenvoorzieningen; • Gegevens van andere organisaties in de brede welzijnssector kunnen geïntegreerd worden om zo tot een digitale sociale kaart te komen. -- Hoewel de toepassing in de eerste plaats op de gebruiker gericht is, kan ook belangrijke beleids- en managementinformatie worden geleverd.
Alle erfgoed op kaart Doelstelling Het doel is om de gebruiker een overzicht geven van het erfgoedaanbod in Vlaanderen. Dit overzicht omvat alle beschikbare types erkend erfgoed. Daarnaast wil men het erfgoedaanbod zo wijd mogelijk verspreiden in Vlaanderen. Meerwaarden • Eén eenvoudige interface. • Snel en eenvoudig informatie over een erfgoedlocatie opvragen als burger. • De interface is als widget inplugbaar in websites van derden, bv. een gemeentelijke website waardoor informatie m.b.t. erfgoed voor een breed publiek zichtbaar en toe-
77
gankelijk wordt. Het gebruik van de inventaris zal hierdoor sterk toenemen. • Overzicht van het volledige aanbod in Vlaanderen (maar ook in uw buurt); • Combinatie met alle relevante achtergrondlagen; • Overzicht met diverse thematische lagen; -- fietsroutes; -- netwerk/haltes openbaar vervoer; -- landschappen.
Project/programma 3: Realisatie van geografische diensten De ontwikkeling van geografische diensten is de bijdrage van CORVE aan de Geodata-infrastructuur Vlaanderen, die door het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV) wordt opgezet. CORVE ontwikkelt services die diensten tot bij de eindklant brengen, zo veel mogelijk volgens de AGIV-standaarden. De metadata wordt geregistreerd via de AGIV-meta-data-editor zodat de potentiële gebruikers één informatiekanaal hebben. Uitbouw van webservices ter ontsluiting van de aan de VKBO gekoppelde CRAB-gegevens CORVE realiseerde de CRAB-Update-ketting. Er is een grote vraag om de aan CRAB gekoppelde VKBO gegevens te integreren binnen bedrijfstoepassingen. Met een webservice kan de gebruiker voor een ondernemings- of vestigingsnummer de meest nauwkeurige X,Y-coördinaat krijgen. Daarnaast worden ook het CRAB en KBO-adres meegegeven. Uitbouw van webservices ter ontsluiting van digitale ruimtelijke uitvoeringsplannen (DigiRup) Het DigiRup-project werd samen met RWO gerealiseerd in het kader van een Vlaams Integratieproject. Met de dienst is het mogelijk om binnen een bepaald gebied na te gaan welke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) er in het gebied liggen. Daarnaast is het ook mogelijk om de geografische contour te downloaden. Voorlopig zullen enkel de gewestelijke RUP’s ter beschikking worden gesteld. Dit project wordt in samenspraak met RWO uitgerold.
78
GEÏNTEGREERD E-GOVERNMENT E-GOV VOOR EN DOOR LOKALE BESTUREN
Programma 27
Programmamanager: Geert Mareels
Belangrijkste realisaties 2010 iScan • Er werd onderzoek gevoerd bij lokale besturen m.b.t. de wisselwerking tussen organisatiekenmerken en het ICTbeleid. • CORVE gaf ondersteuning bij het vormgeven van een lokaal e-governmentbeleid binnen het lokaal bestuur. In 2010 werd het tweede programma opgestart, met volgende projecten: • Het centrumstedenspoor: aanpassen van de methodologie voor gebruik in grotere organisaties. Dit leverde rapporten op over Mechelen en Kortrijk . • Microspoor: effecten van het gebruiken van ondernemingsgegevens (al dan niet uit authentieke gegevensbronnen) op de werking van lokale besturen. De eerste onderzoeksrapporten werden goedgekeurd. • Uitbreiding naar OCMW’s: er werden verkennende rondetafelgesprekken georganiseerd, intussen is de uitbreiding naar OCMW’s in voorbereiding.
Gebruikersbeheer voor lokale besturen (in samenwerking met het project ACM/IDM van het programma ‘Toegangscontrole en e-signing’) • Januari 2010: 2/3 van de steden, gemeenten en provincies zijn geregistreerd in het gebruikersbeheer voor lokale besturen. Een honderdtal gemeenten is nog niet geregistreerd. • Januari 2010: het ambtenarentoken verdwijnt als inlogmogelijkheid voor Digiflow (voorlopig enkel bij steden en gemeenten). Alle rechten moeten voortaan toegekend worden via het gebruikersbeheer voor lokale besturen. • Digitaal (hand)tekenplatform kan gebruikt worden voor interactie tussen lokale besturen en de Vlaamse overheid.
Studie interbestuurlijk e-government Samen met de stad Antwerpen en de VVSG worden de belangrijkste interbestuurlijke processen geanalyseerd, gedigitaliseerd en/of vereenvoudigd. In 2010 was er een voortgang in volgende projecten: • interbestuurlijke producten- en dienstencatalogus (zie lager); • ontsluiten authentieke bronnen (RUP’s, bouwvergunningen, ...); • uitbreiden Magda-platform (met geo-platform); • identificatie, authenticatie, autorisatie (gebruikersbeheer voor lokale besturen, digitaal tekenplatform - zie lager).
Ontwikkelen van een interbestuurlijke producten- en dienstencatalogus (IPDC) Het concept en programma werden goedgekeurd door de stuurgroep geïntegreerd e-government en het kabinet Bestuurszaken. • Redactioneel/inhoudelijk spoor: de redactie van de voorlopige fiches is gestart, in functie van de informatieanalyse. De informatieanalyse en de redactie van de definitieve fiches is voorzien in de loop van 2011. • Technisch spoor: de vereisten werden bepaald en de kredieten voorzien. Uitvoering gepland voor 2011.
79
Wat houdt dit programma in
Waarom dit programma
• Dit programma is gericht op het ondersteunen van e-government door en voor lokale besturen, waarbij administratieve vereenvoudiging door gegevensdeling centraal staat. • Doel is dat ook lokale besturen niet langer vragen wat een overheid al weet.
Lokale besturen hebben doorgaans niet de middelen en bestuurskracht om alle processen te vereenvoudigen en te digitaliseren en om de dienstverlening te vereenvoudigen en te verbeteren.
Dit programma wordt aangestuurd door de stuurgroep geïntegreerd e-government die meerdere malen per jaar bijeenkomt op de bevoegde kabinetten en waarbij alle belanghebbenden betrokken zijn: • de bevoegde kabinetten, • de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), • de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP), • de Vlaamse ICT-organisatie (V-ICT-OR), • de Coördinatiecel Vlaams e-government (CORVE), • het Contactpunt Vlaamse Infolijn (CPVI), • het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB), • de academische wereld (m.b.t. lokale besturen en e-government). Deze stuurgroep heeft een informeel karakter. Dit programma wordt in grote mate vormgegeven door de aanbevelingen en strategische projecten uit de Studie Geïntegreerd e-government (uitgevoerd in 2007). Het programma vormt tegelijk ook een contactpunt m.b.t. geïntegreerd e-government voor de lokale en provinciale besturen (en onrechtstreeks voor de Vlaamse overheidsdiensten).
Dit wordt versterkt doordat de lokale besturen: • enerzijds in veel gevallen ketenpartners zijn in processen die vormgegeven worden door centrale overheidsdiensten, • anderzijds voor vereenvoudiging vaak afhankelijk zijn van authentieke gegevensbronnen die door centrale overheidsdiensten beheerd worden. Deze uitdagingen worden uitgebreid toegelicht in de studie geïntegreerd e-government die als leidraad geldt voor dit programma. De projectkeuze en -aanpak worden opgevolgd door de stuurgroep zodat de juiste projecten geselecteerd worden en op de juiste manier aangepakt worden. De keuze van de voornaamste projecten past binnen het bovengeschetste kader.
Toekomst • Verderzetting van het iScanproject • Interbestuurlijke producten- en dienstencatalogus 2011 wordt een doorbraakjaar voor de interbestuurlijke producten- en dienstencatalogus. Samen met de projectpartners wordt alles voorbereid en gebouwd waardoor in 2012 de piloten kunnen starten. • Uitrol resultaten uit andere programma’s naar lokale besturen: Onder meer VKBO-geoGUI, VKBO-rapporteringsomgeving en het digitaal tekenplatform worden uitgerold naar lokale besturen.
80
Programma’s ter ondersteuning van de doelstellingen met betrekking tot interne werking 28. Optimalisatie interne controle en organisatiebeheersing 29. Architectuur 30. Evaluatie van het ICT-veiligheidsniveau 31. Gemeenschappelijke ICT-dienstverlening Ondersteunende Systemen (GIOS) 32. Operationele fase telefoniecontracten
81
82
OPTIMALISATIE INTERNE CONTROLE & ORGANISATIEBEHEERSING ENTITEIT E-GOVERNMENT EN ICT-BEHEER Programma 28
Programmamanager: Benny Vanspringel
Realisaties 2010
Wat houdt dit programma in
In 2010 werd de derde fase opgestart. De volgende activiteiten werden uitgevoerd: • Het informeren van de betrokken medewerkers o.b.v. de nieuwe en/of bijgestuurde procesbeschrijvingen en de bijbehorende procesondersteunende documenten. • Het in een ‘pilootfase’ invoeren van deze processen. • Waar nodig bijsturen van de processen o.b.v. de ervaringen tijdens de pilootfase. • Invoeren van de bijgestuurde processen. • Opstarten van kwaliteitscontroles m.b.t. de naleving van de e-IB-processen. • Het uitvoeren van een nieuwe zelfevaluatie waaruit moet blijken dat de organisatiebeheersing binnen e-IB operationeel is. Op basis van deze zelfevaluatie werd vastgesteld dat e-IB het maturiteitsniveau 3 globaal genomen had bereikt, maar dat er nog verschillende aandachtspunten waren waar nog verder diende aan gewerkt te worden. • De resultaten van de zelfevaluatie werden aan IAVA bezorgd op 23 juni 2010. • Een ontwerp van beheersovereenkomst e-IB werd bezorgd aan het kabinet, ter bespreking. • Op 24 september werden de bijkomende vragen van IAVA beantwoord. • Tijdens de zelfevaluatie werden een aantal resterende aandachtspunten gevonden. Om deze zo veel mogelijk bij te werken voor het einde van 2010 werden de processen/procedures (en bijbehorende instrumenten) verder bijgestuurd. • Publicatie van een nieuwe versie van VOPS (met de bijgewerkte processen) op 20/12/2010. • De staf van e-IB keurde op 15/12/2010 het afsluiten van de derde fase goed. Tegelijkertijd keurde de staf ook een uitbreiding goed van het programma met de volgende projecten: -- Verdere optimalisatie organisatiebeheersing e-IB o.b.v. aanbevelingen IAVA (het audit-verslag wordt verwacht tegen maart 2011). -- Verdere optimalisatie van de organisatiebeheersing e-IB om tegen het einde van de legislatuur maturiteitsniveau 4 te bereiken.
Dit programma omvatte oorspronkelijk enkel de nodige acties om tegen eind 2010 over een gedocumenteerd en operationeel organisatiebeheerssysteem te beschikken voor de entiteit e-government en ICT-Beheer. Dit systeem dient te voldoen aan de vereisten zoals vermeld in het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid en in de beleidsnota Bestuurszaken 2009-2014. Eind 2010 werd beslist om het programma uit te breiden met als einddoelstelling om tegen 2014 maturiteitsniveau 4 te bereiken.
Waarom dit programma Een goede organisatiebeheersing zorgt ervoor dat een organisatie afgestemd is op het behalen van haar doelstellingen en biedt een redelijke zekerheid dat die doelstellingen ook werkelijk bereikt worden. In de beleidsnota Bestuurszaken (2009-2014) wordt in lijn met de afspraken van de vorige regering gesteld dat elke entiteit van de Vlaamse overheid tegen december 2010 diende te beschikken over een gedocumenteerd systeem van interne controle (maturiteitsniveau 3) en dat er na 2010 moet over gewaakt worden dat dit maturiteitsniveau verder vooropgesteld blijft als minimale maatstaf, met de mogelijkheid tot verdere invulling aan een verschillend ritme per entiteit. Als onderdeel van dit programma werden dan ook de nodige processen opgezet om de interne controle continu te blijven verbeteren.
Toekomst In 2011 wordt het project ‘Verdere optimalisatie organisatiebeheersing e-IB o.b.v. aanbevelingen IAVA’ uitgevoerd. Daarnaast zal ook de ‘beheersovereenkomst’ voor e-IB gefinaliseerd worden van zodra de minister hierover feedback bezorgt. Vanaf 2012 wordt gewerkt aan de verdere optimalisatie van de organisatiebeheersing van e-IB om tegen het einde van de legislatuur maturiteitsniveau 4 te bereiken.
83
ARCHITECTUUR
Programma 29
Programmamanager: Wim Martens
Realisaties 2010
Waarom dit programma
• De architectuurprincipes werden geactualiseerd (in samenwerking met het het overleg ‘Business en ICTAllignment’ (BIA). • De tools voor het uitwerken en documenteren van architectuurmodellen (BizzDesign Architect) werden geïmplementeerd. • De scope van een ‘proof of concept’ (POC) met betrekking tot de tool BizzDesign Architect werd bepaald. De deelnemende partijen zijn: -- Proces- en Informatiebeheer (PIB), -- de beleidsdomeinen Onderwijs & Vorming (O&V) en Werk en Sociale Economie (WSE), -- de entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB).
1. Een goed beheer van architectuurbeschrijvingen (proces, methodologie, tools,...) moet leiden tot: -- standaardoplossingen (referentiearchitecturen gebaseerd op gemeenschappelijke bouwstenen) bruikbaar voor een breed spectrum van klantenbehoeften; -- sneller aangeleverde en goedkopere projectoffertes; -- goedkopere en snellere implementatie van projecten; -- goedkopere exploitatie van systemen.
Wat houdt dit programma in
Toekomst
Dit programma heeft volgende doelstellingen op vlak van technische architectuur: • het uitwerken van een methodologie en proces (inclusief procedures en onderliggende tools) voor het beheren van de architectuurbeschrijvingen; • de architectuur van de bestaande ICT-omgeving in kaart brengen; • de nodige expertise op vlak van technische architectuur inhuren.
In 2011 zijn volgende activiteiten gepland: • het uitvoeren van de POC voor BizzDesign Architect: van businessarchitectuur tot en met technische architectuur; • het structureel inregelen van het gebruik van de tools voor het uittekenen van de architectuurmodellen; • het beschrijven van de referentiearchitecturen uitgaande van businesspatronen; • het uitwerken van een taxonomie en lexicon voor de technische architectuur; • het bijsturen van het proces voor het bepalen van de technologiepolicies (inclusief roadmaps); • het inhuren van externe architecturale expertise om het gebrek aan interne resources op te vangen.
Het programma dient te resulteren in: • een gedocumenteerde methodologie voor architectuurbeschrijvingen. Tevens dienen een lexicon en taxonomie (taal en structuur) vastgelegd te worden; • een gedocumenteerd architectuurproces; • een set van tools ter ondersteuning van het architectuurproces; • de architectuurprincipes die sturend zijn voor het bepalen van architectuur; • de technologiepolicy die aangeeft welke producten er gebruikt worden (inclusief de roadmaps); • de referentiearchitectuur die de link legt tussen de businessbehoeften en de ICT-oplossingen (welke set van producten inclusief hun samenhang, voor welk type van businessbehoefte). • de nodige architecturale expertise bij gebrek aan interne resources binnen de cel Architectuur.
84
2. Omdat het moeilijk is om de cel te bemannen in lijn met het personeelsplan van e-IB, worden kritische functies binnen de cel Architectuur opgevuld met externe resources.
EVALUATIE VAN HET ICT-VEILIGHEIDSNIVEAU
Programma 30
Programmamanager: Paul De Vroede
Belangrijkste realisaties 2010 Kwetsbaarheidsanalyse van publiek toegankelijke (internet) websites In 2009 werd gestart met het scannen van publieke websites. Rond augustus 2010 werden in totaal iets meer dan 100 van deze websites gescand. Bestaande kwetsbare websites werden geïdentificeerd. De deelnemende beleidsdomeinen ontvingen een rapport met informatie over de veiligheid van hun websites. De entiteit e-government en ICT-Beheer besliste gezien het succes van dit project: • om over te gaan tot de aankoop van de automatische tool gebruikt voor de kwetsbaarheidsanalyse; • om de kwetsbaarheidsanalyse in de toekomst aan te bieden als een dienst die besteld zal kunnen worden met een voorgedefinieerde werkaanvraag.
lijk zijn. Naast een preventieve aanpak wordt het belangrijk om voldoende detecterende controles in te bouwen. (zie programma ‘verbeteren van het ICT-veiligheidsniveau’, platform voor het beheer van internetverkeer)
Evaluatie van de ICT-risicoanalyse binnen de Vlaamse overheid en de Gemeenschappelijke ICT-Dienstverlening In 2010 werd de kwaliteit onderzocht van: • de methode van vroegere risicoanalyses, • de resultaten ervan de vroegere risicoanalyses. Hieruit bleek de nood aan het definiëren van de juiste metrieken, om een correcte risicoanalyse te kunnen uitvoeren en om vooruitgang in risicobeperking - volgend uit de verbeteringsprojecten - te kunnen meten.
De media maakten melding van onveilige websites en toepassingen van de overheid. Daarom was het aangewezen om deze beweringen te onderzoeken en om waar nodig in te grijpen: • Het uitvoeren van veiligheidstesten op de bestaande publieke websites van de Vlaamse overheid zorgt voor een objectief beeld van de realiteit: meten is immers weten. • De volgende stap is het wegwerken van de geïdentificeerde kwetsbaarheden volgens prioriteit.
Van 2005-2007 werd een jaarlijkse risicoanalyse op het macroniveau van de Vlaamse overheid uitgevoerd, ter rapportering aan de stuurgroep strategische ICT-veiligheid. Deze stuurgroep is ondertussen opgeheven. De analyse bracht de risico’s in kaart voor alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid. De resultaten dienden als input voor risicoreductie en bijsturing door verbeteringsprojecten en door afspraken over het adresseren van kritieke architecturale kwesties en ICT-veiligheidsrisico’s.
Verbeterd toezicht op de aanwezigheid van malware
HP-Belgacom stelde een aantal werkafspraken voor. Deze worden in 2011 verder geëvalueerd in het licht van haalbaarheid en effectiviteit.
In 2010 werd geanalyseerd op welke punten de detecterende controles op malware mogelijk konden verbeteren. Na een succesvolle ‘proof-of-concept’ werd beslist om begin 2011 een nieuwe generatie firewall van het merk Palo Alto te implementeren. Deze firewall zal het veiligheidsniveau van het internetgebruik aanzienlijk verbeteren, zowel preventief als detectief.
Statement of Applicability
Malware is een verzamelnaam voor alle kwaadaardige en/of schadelijke software: virussen, computerwormen, spyware, enz. Het woord is een samenvoeging van het Engelse malicious software (kwaadwillende software). In 2010 bleken zelfs (hoogbeveiligde) geïndustrialiseerde omgevingen (zoals elektriciteitscentrales) kwetsbaar te zijn voor malware-infecties – daarvan getuigt bv. de infectie van de malware met de naam ‘stuxnet’. Steeds meer gaan veiligheidsspecialisten er van uit dat malware-infecties op het netwerk onvermijde-
85
GEMEENSCHAPPELIJKE ICT-DIENSTVERLENING ONDERSTEUNENDE SYSTEMEN
Programma 31
Programmamanager: Dirk Vergauwen
Belangrijkste realisaties 2010 CMDB: CMDB 2.0 - ICT-inventaris De CMDB 2.0 werd in 2009 in gebruik genomen voor het gedeelte gebruikersinfrastructuur. In 2010 kwamen volgende delen erbij: licenties, breedbandverbindingen, servers en netwerkapparatuur. De datakwaliteit werd verhoogd en enkele kinderziektes werden weggewerkt.
Ariba: interfaces Er zijn in 2010 enkel kleine aanpassingen gebeurd.
DDC-DWH: aanpassing aan ICT-contract 2008 De rapportering is nu helemaal aangepast aan het nieuwe ICT-contract (o.a. op vlak van capacitymanagement).
e-IB-portaal Op het e-IB-portaal werd uitgebreid geïnformeerd over herbruikbare oplossingen en componenten. Deze informatie wordt nog verder aangevuld (http://ict.vonet.be).
Wat houdt dit programma in Gestructureerd en overlegd beheer ondersteunende ICTsystemen GID Het programma voor Gemeenschappelijke ICT-dienstverlening Ondersteunende ICT-Systemen (GIOS) moet zorgen voor een gestructureerd en overlegd beheer van de ondersteunende ICT-systemen binnen de Gemeenschappelijke ICT-Dienstverlening. Zoals de figuur aangeeft, staan de functionele blokken niet los van elkaar. Ze hangen onderling samen om maximaal de gegevens uit te wisselen en te hergebruiken, nadat ze slechts eenmaal zijn verzameld. Korte toelichting en actuele invulling van de functionele domeinen ASSETS De Configuration Management DataBank (CMDB 2.0), dit is de inventaris van hard- en software. VLAAMSE OVERHEID Actueel CMDB 2.0, gevoed door o.a. Vlimpers.
86
DIGITAAL DOCUMENTATIECENTRUM (DDC) Gestructureerd verzamelpunt voor documentatie over de dienstverlening en middel tot borging van de continuïteit. Er worden drie delen onderscheiden: • het Document Management Systeem (DMS) Documentmanagementsysteem voor het beheren van documentatie binnen de Gemeenschappelijke ICTDienstverlening. • Datawarehouse (DWH) Voor alle meet- en rapporteringdoeleinden binnen de GID, beheer van bugs, aandachtspunten, enzovoort. • JIRA Systeem voor het beheer van fouten, aandachtspunten, verbeterpunten en dergelijke in een applicatie. OPDRACHTEN Actueel WONDER, het systeem voor tijdsregistratie voor de ICT-prestaties van een of meerdere ICT-dienstverleners. BESTELLING Actueel de toepassing Ariba, het systeem om aanvragen, verzoeken en bestellingen in te dienen bij de GID. PORTFOLIO Actueel bestaat hier geen bestaand ondersteunend systeem voor. Projectportfoliomanagement (PPM) is een systeem voor de ondersteuning van het beheer en de opvolging van een projectportfolio (o.a. bestaande uit strategische doelen, meerjarenprogramma’s, jaarplannen en projecten). Deze projectportfolio vormt tevens de kapstok voor de begroting en boekhouding van alles behalve wat de exploitatie- en vaste kosten betreft. e-IB-PORTAAL Het portaal op extranet voor de Gemeenschappelijke ICTDienstverlening en de entiteit e-government en ICT-Beheer (http://ict.vonet.be). Dit portaal moet ook toegang geven tot (nog uit te bouwen) zelfbedieningsmogelijkheden zoals: • BOB: beheer van rechten op de netwerkschijven door een ICT-verantwoordelijke van een entiteit. • UAPM: voor bijvoorbeeld paswoordresets.
ICT-PORTAAL VLAAMSE OVERHEID
Organisatorisch FINANCIEEL
Locatie PORTFOLIO
Personen
ICT strategisch plan
Begroting
ICT Programma LEVERANCIER
BESTELLING Werkaanvraag
Contract Firma
ICT Jaarplan IT ICT Project
Catalogi
ASSETS
OPDRACHTEN Assets
Opdrachten
DIGITAAL DOCUMENTATIECENTRUM (DDC) Documentmanagementsysteem (DMS)
JIRA
Datawarehouse (DWH)
e-IB-PORTAAL Rechtenbeheer (bv. BOB)
Paswoordenbeheer, bv. UAPM
ALGEMENE INFORMATIEPAGINA’S
87
Toekomst • Kennisbeheer en zelfhulp: veel gestelde vragen, best practices, herbruikbare componenten enzovoort. FINANCIEEL Actueel gedeeltelijk ingevuld door Vlimfin, voor het beheer van de begroting en de boekhouding. LEVERANCIER Actueel gedeeltelijk ingevuld door Ariba, voor het beheer van metadata over contracten (bv. begindatum en einddatum) met leveranciers, welke producten via welk contract besteld kunnen worden en onder welke modaliteiten (prijs, levertijd, … enzovoort). Voor de klanten presenteert dit zich idealiter als één virtuele cataloog, die de catalogen van de verschillende leveranciers bundelt. De gemeenschappelijke ICT-toepassingen en -systemen die de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening ondersteunen, moeten: • aangepast worden aan contractuele evoluties; • beter afgestemd worden op de behoeften; • enkele technologische evoluties ondergaan.
Waarom dit programma Dit programma kadert in het strategische organisatiedoel om te investeren in gemeenschappelijke ICT-omgevingen op het niveau van de Vlaamse overheid met het oog op schaalvoordelen en integratie. Tevens zorgt het voor een efficiëntere werking en kadert het in het strategische ICT-voorstel rond een ‘optimale interne dienstverlening’ (dus efficiëntie binnen de Vlaamse overheid op vlak van processen, data, e-gov, regelgeving, ICT).
88
CMDB Er zijn geen grote wijzigingen gepland. De werkgroep GICMDB zal de behoeften, de prioriteiten en de geraamde kosten oplijsten. Ariba Onderzoeken van de gebruikersvriendelijkheid, het hergebruik van info uit de CMDB en andere systemen. Hiervoor zullen in 2011 de behoeften gedefinieerd worden, gevolgd door het opstellen en uitvoeren van een actieplan. e-IB-portaal • Evalueren van de impact van de evolutie van het gemeenschappelijke CMS-platform (bv. als er gekozen wordt voor een nieuw gemeenschappelijk CMS-platform, zoals Drupal) • Inrichten interactief forum (bv. voor Apple-gebruikers). • Integreren van de zelfservicemogelijkheden (paswoord reset, VO-gebruikersbeheer,...) voor zowel de gebruiker als de ICT-functieverantwoordelijken.
OPERATIONELE FASE TELEFONIECONTRACTEN
Programma 32
Programmamanager: AndrĂŠ Van Vyve
Belangrijkste realisaties 2010
Toekomst
De entiteit e-government en ICT-Beheer (e-IB) stond in voor de transitie naar de nieuwe telecomoperator (Mobistar), die de vaste en mobiele telefonie overnam.
Voor de resterende contractjaren wordt de dienstverlening continu gemeten op basis van afgesproken dienstverleningsniveaus. De marktconformiteit van de prijzen en de juistheid van de facturatie worden met vaste regelmaat geverifieerd. Begin 2010 startte e-IB met de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding. De gunning van de nieuwe contracten is voorzien voor juli 2011.
Talrijke Vlaamse externe verzelfstandigde agentschappen traden ook toe tot ĂŠĂŠn of twee telefoniecontracten. Voor de ondersteuning van de controle van het kwaliteitsniveau (SLA-metingen) en van de facturatie wordt beroep gedaan op externe adviseurs.
Wat houdt dit programma in Dit programma omvat alle activiteiten die vereist zijn voor het afsluiten van nieuwe telefoniecontracten in 2007 en voor de transitie van de oude naar de nieuwe dienstverleners. e-IB wil zo alle entiteiten van de Vlaamse overheid vrij kunnen laten afnemen van een kwalitatief hoogstaand dienstenaanbod op het vlak van mobiele telefonie (spraak en mobiele data) en vaste telefonie (spraak en marketingnummers) tijdens de operationele fase.
Waarom dit programma Dit programma zorgt ervoor dat er een gemeenschappelijk telefonieaanbod is voor de Vlaamse overheid (2007-2011), zodat onze klanten genieten van schaalvoordelen en kunnen rekenen op afgesproken dienstenniveaus. Dit vereist doelgerichte en effectieve controles op het vlak van prijzen, facturen en SLA-parameters.
89
90
Communicatie
91
COMMUNICATIE
Communicatieverantwoordelijken: Tina Mafrans, Lobke Kerkhofs, Sarah Buelens
Belangrijkste realisaties 2010 Jaarrapport
In Perspectief
In het voorjaar van 2010 verscheen het Jaarrapport 2009 van de entiteit e-government en ICT-Beheer. Dit document geeft een inzicht in de programma-aanpak van de entiteit e-government en ICT-Beheer en de realisaties in 2009.
2010 was de derde jaargang van de In Perspectief, de ICTnieuwsbrief voor en door leidende ambtenaren. Zij ontvangen deze nieuwsbrief op papier, maar een elektronische versie staat voor iedereen ter beschikking op het ICT-extranet. Volgende edities verschenen in 2010:
ICT-extranet De entiteit e-government en ICT-Beheer leverde in 2010 de nodige inspanningen voor het verbeteren van het ICTextranet. Het ICT-extranet geldt als eerste communicatiemiddel voor ICT-nieuws. Het verbeteren van de navigatiestructuur en de gebruiksvriendelijkheid is een continue opdracht. Het ICT-extranet informeert over nieuwigheden en aandachtspunten binnen de Gemeenschappelijk ICTdienstverlening en over algemene en strategische thema’s in verband met ICT. Ook urgente meldingen, infosessies, productinformatie enzovoort krijgen een plaats op het ICTextranet.
Website CORVE De website ‘http://www.corve.be’ van CORVE, de Coördinatiecel Vlaams e-government van e-IB, werd verder ontwikkeld.
Wekelijkse nieuwsbrief ‘Nieuw op het ICT-extranet’ Via de wekelijkse nieuwsbrief ‘Nieuw op het ICT-extranet’, houdt e-IB haar klanten op de hoogte van recent verschenen artikels op het ICT-extranet.
ICT-nieuwsbrief De ICT-nieuwsbrief wordt tweemaandelijks verstuurd aan alle geïnteresseerden binnen de ICT-dienstverlening en is een verzameling van eerder verschenen artikels over het ICT-extranet, aangevuld met cijfermateriaal over de ICT-dienstverlening en organisatorische wijzigingen. Een archief van de ICT-nieuwsbrieven is terug te vinden op het ICT-extranet.
92
• Nr V: -- Guy Janssens (Agentschap voor Onderwijsdiensten) over de elektronische salarisbrief -- Jean-Pierre Heirman (departement Leefmilieu, Natuur en Energie) over het integraal milieujaarverslag -- Oproep Indigo innovatieprijs • Nr VI: -- Peter De Wilde (Toerisme Vlaanderen) over VLIS -- Eric Vernaillen (Vlaams Subisidieagentschap voor Werk en Sociale Economie) over AWAP -- Winnaars Indigo Innovatieprijs • Nr VII: themanummer Digitaal Tekenplatform -- Bert Boone Sarah Coppens (ESF-agentschap) over het digitale tekenplatform -- Lanceringsevenement digitale tekenplatform -- Leidend ambtenaren aan het woord: wat kan het digitale tekenplatform betekenen voor andere entiteiten?
Brochures • De brochure ‘Elektronische zakagenda’s en smartphones” kreeg een update. • Een vernieuwde ICT-welkomstbrochure maakt nieuwe ambtenaren wegwijs in de organisatie van ICT binnen de Vlaamse overheid. • Er werd een Engelstalige brochure gemaakt over het project “AVIA” (koppeling onderwijs / kinderbijslag) in het kader van de EU-conferentie in Zweden.
Infosessies
Infofiches
Verscheidene infosessies werden ingericht in 2010: • 9/02/2010: Security Baseline • 26/02/2010: Nieuwe telefoniecontracten • 30/03/2010: CMDB2 • 28/04/2010: e-IB Jaarplan 2010 • 5/05/2010: APEX • 10/05/2010: CMDB2 (herhaling) • 23/06/2010: Open Source • 24/06/2010: Beheer op Afstand • 2/09/2010: Klantentevredenheidsonderzoek (KTO) • 14/09/2010: Service Oriented Architecture (SOA) • 12/10/2010: Beheer op Afstand (herhaling) • 22/10/2010: Infosessie Digitaal Tekenplatform
De entiteit e-government en ICT-Beheer biedt een modulair ICT-bouwpakket aan, met ‘herbruikbare’ ICT- en e-governmentbouwstenen. Om de klanten meer in detail kennis te laten maken met de generieke ICT-bouwstenen die e-IB aanreikt, creëert e-IB infofiches die elk een aparte bouwsteen belichten. Deze infofiches worden verspreid op infosessies, via de wekelijkse nieuwsbrief, en via de relatiebeheerders tijdens overlegmomenten. De infofiches staan ook ter beschikking op het ICTextranet.
Events • Lanceringsevenement digitaal tekenplatform De entiteit e-government en ICT-Beheer en het ESF-agentschap stelden op maandag 13 september 2010 het digitale tekenplatform van de Vlaamse overheid voor in het huis van de toekomst in Vilvoorde. Dit in aanwezigheid van een enthousiast publiek bestaande uit leidend ambtenaren van de Vlaamse overheid, partners van het ESF-Agentschap en de pers. Het digitale tekenplatform kreeg hierdoor heel wat aandacht in de geschreven pers en ook op de televisie, met een item in het VTM-journaal. • Flemish Conference on local eGovernment Op dinsdag 14 december 2010 hield de Coördinatiecel Vlaams e-government (CORVE), in het ICC te Gent een geslaagde internationale conferentie over hoe centrale overheden het lokaal e-government kunnen ondersteunen en stimuleren.
93
94
Addenda bij de MAGDAprogramma’s 1. Addendum 1: het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer 2. Addendum 2: het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer 3. Addendum 3: het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten 4. Addendum 4: de aanstelling van de leden van de Vlaamse toezichtcommissie en de administratieve ondersteuning van de Vlaamse toezichtcommissie
95
Addendum
1
De Vlaamse overheid mag bij burgers, ondernemingen, organisaties en instellingen geen gegevens meer opvragen die al in een erkende authentieke gegevensdatabank beschikbaar zijn. Dit principe van de eenmalige gegevensopvraging is een van de blikvangers van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. De volgende principes zijn decretaal verankerd: (a) het principe van de eenmalige gegevensopvraging; (b) het principe van de authentieke gegevensbronnen; (c) de organisatorische ondersteuning via het MAGDAsamenwerkingverband;
HET DECREET VAN 18 JULI 2008 BETREFFENDE HET ELEKTRONISCHE BESTUURLIJKE GEGEVENSVERKEER Het principe van de eenmalige gegevensopvraging Het principe van de eenmalige gegevensopvraging staat ingeschreven in artikel 3 van het decreet. Een Vlaamse overheidsdienst zal een gegeven steeds opvragen bij een authentieke gegevensbron. Slechts indien opvraging niet mogelijk is, mag de gebruiker (de natuurlijke persoon, de onderneming, de organisatie, de instelling) nog aangesproken worden. Het wordt een verplichting voor de entiteiten van de Vlaamse administratie (de Vlaamse ministeries en agentschappen) om gegevens op te vragen bij authentieke gegevensbronnen (en dus een verbod om bij de burger of het bedrijf nogmaals op te vragen). Het wordt (nog) geen verplichting voor de lokale besturen. Om dit principe hard te maken heeft de gebruiker het recht om een klacht te formuleren indien haar of hem toch nog wordt gevraagd om een bepaald gegeven te leveren zonder dat zij of hij recht heeft om te weigeren om de gevraagde gegevens te verschaffen.
Het principe van de authentieke gegevensbronnen
(d) de bescherming van de persoonlijke levenssfeer met de oprichting van een Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer;
Om de eenmalige gegevensopvraging te kunnen realiseren heeft men nood aan authentieke gegevensbronnen. De Vlaamse Regering stelt vast welke de authentieke gegevensbronnen zijn die voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer van belang zijn. Het is bij die bronnen en bij geen andere bronnen dat een instantie een gegeven zal opvragen wanneer zij dat nodig heeft. Het decreet bepaalt dat de Vlaamse Regering de Vlaamse authentieke gegevensbronnen aanwijst alsook de instantie die de gegevensbron beheert. De Vlaamse Regering stelt ook vast welke externe authentieke gegevensbronnen er zijn en sluit de nodige akkoorden.
(e) de kwalitatieve verbetering en digitalisering van formulieren.
Organisatorische ondersteuning via het MAGDAsamenwerkingverband Om tot authentieke gegevensbronnen te kunnen komen is een nauwe samenwerking tussen de betrokkenen over de beleids-domeinen heen nodig. Er komt daarom een strategisch overleg- en samenwerkingsverband dat bestaat uit
96
vertegenwoordigers van de entiteiten van de Vlaamse administratie en van de provinciale en lokale besturen.
Dit maakt het mogelijk om de aanpassingen op efficiënte en eenvormige wijze aan te brengen voor verscheidene regelingen tegelijk.
Bescherming van de privacy door een onafhankelijke Vlaamse toezichtcommissie
De Vlaamse Regering kan aldus decretale bepalingen aanpassen om te zorgen dat formulieren niet langer in de regelgeving zelf ingebakken zijn. Elektronische formulieren worden gelijk aan papieren formulieren.
Maximale gegevensdeling veronderstelt het uitwisselen van persoonsgegevens. Er zijn bijkomende garanties nodig om de persoonlijke levenssfeer van de burger te beschermen. De oprichting van een onafhankelijke Vlaamse toezichtcommissie is dan ook een wenselijke en belangrijke schakel in de verdere ontwikkeling van het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer in Vlaanderen.
De Vlaamse Regering heeft op 15 mei twee uitvoeringsbesluiten van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer definitief goedgekeurd.
Een onafhankelijke instelling staat in voor de controle en eventuele machtiging van de uitwisseling en / of interconnectie van persoonsgegevens door de instellingen van de Vlaamse overheid alsook voor uitgaande stromen van persoonsgegevens naar andere overheden. De toezichtcommissie is een belangrijke schakel aangezien ze waakt over de correcte toepassing van het decreet en een belangrijke adviesfunctie vervult. Het gaat om een instantie die vergeleken kan worden met de sectorale comités bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Vlaamse toezichtcommissie is een onafhankelijke instantie: ze is onafhankelijk t.a.v. de bestuursinstanties die de Vlaamse overheid ondersteunt bij de naleving van de privacywet en ze werkt conform de privacywet. Elke elektronische ‘mededeling’ van persoonsgegevens vereist een machtiging van die Vlaamse toezichtcommissie.
De kwalitatieve verbetering en digitalisering van formulieren Er is een juridische omkadering nodig van het beleid van de Vlaamse overheid om elektronische formulieren ter beschikking te stellen, om het gebruik ervan te promoten en te vergemakkelijken, en om formulieren zoveel mogelijk uit de bestaande regelgeving te verwijderen. Daarom wordt de Vlaamse Regering gemachtigd om binnen strikte grenzen decretale bepalingen aan te passen.
97
Addendum
HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 15 MEI 2009 HOUDENDE DE UITVOERING VAN HET DECREET VAN 18 JULI 2008 BETREFFENDE HET ELEKTRONISCHE BESTUURLIJKE GEGEVENSVERKEER
Het algemene uitvoeringsbesluit regelt volgende zaken:
De vaststelling van de authentieke gegevensbronnen, beheerd door een externe overheid, die door de Vlaamse administratie moeten worden geraadpleegd
(a) de vaststelling van de authentieke gegevensbronnen, beheerd door een externe overheid, die door de Vlaamse administratie moeten worden geraadpleegd;
De entiteiten van de Vlaamse administratie (de Vlaamse departementen, IVA’s en EVA’s) zijn verplicht de gegevens - opgenomen in het Rijksregister, in de KBO en in de gegevensbanken van de KSZ - te raadplegen i.p.v. die gegevens bij de burger / onderneming / organisatie op te vragen. Dit sinds de publicatie van het algemene uitvoeringsbesluit in het Belgisch Staatsblad op 14 juli 2009. Dit besluit geeft aldus uitvoering aan het principe "vraag niet wat je al weet".
2
(b) de aanwijzing van CORVE die tussenbeide komt bij de mededeling van gegevens uit authentieke gegevensbronnen en de aanwijzing van DAB ICT die het ondersteunend gebruikers- en toegangsbeheer verwezenlijkt; (c) het MAGDA-platform; (d) het MAGDAsamenwerkingsverband; (e) de vastlegging van de procedure tot aanwijzing van authentieke gegevensbronnen, beheerd door een instantie.
De aanwijzing van CORVE die tussenbeide komt bij de mededeling van gegevens uit authentieke gegevensbronnen en de aanwijzing van de DAB ICT die het ondersteunend gebruikers- en toegangsbeheer verwezenlijkt CORVE wordt aangeduid als entiteit om tussenbeide te komen bij de mededeling van gegevens uit authentieke gegevensbronnen en de DAB ICT wordt belast met de verwezenlijking van het ondersteunend gebruikers- en toegangsbeheer. De functies van CORVE worden in het algemene uitvoeringsbesluit beknopt opgesomd: • optreden als dienstenintegrator • het vervullen van de routerfunctie • het tijdelijk opslaan van gegevens om te kunnen selecteren • het opnemen van de functie van intermediaire organisatie • het bijhouden van repertoria van personen en ondernemingen • alsook het verzorgen van de samenwerking met de authentieke gegevensbronnen. Die verschillende functies dienen overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer nog verder decretaal te worden vastgelegd.
98
Het MAGDA-platform De uitwisseling van gegevens kan gebeuren via het MAGDAplatform, beheerd door CORVE. Het MAGDA-platform is het systeem via dewelke de beheerder ervan, CORVE, zijn taken vervult.
Het MAGDA-samenwerkingsverband bepaalt in welke mate de gegevensbron in kwestie aan de voornoemde garanties moet voldoen.
Het MAGDA-samenwerkingsverband Het MAGDA-samenwerkingsverband - samengesteld uit o.a. vertegenwoordigers van de dertien beleidsdomeinen, de provinciale en lokale besturen - ondersteunt door overleg en samenwerking de instanties bij de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008. Zo adviseert het MAGDA-samenwerkingsverband de Vlaamse Regering omtrent de erkenning van authentieke gegevensbronnen. Het departement Bestuurszaken van de Vlaamse overheid verzorgt het secretariaat van het samenwerkingsverband.
De vastlegging van de procedure tot aanwijziging van authentieke gegevensbronnen Na advies van het MAGDA-samenwerkingsverband en van de Vlaamse toezichtcommissie - voor zover de gegevensbron in kwestie persoonsgegevens bevat - erkent de Vlaamse Regering een gegevensbron als een authentieke gegevensbron als ze voldoende garanties biedt inzake: • de kwaliteit van de gegevens, in het bijzonder de volledigheid: de juistheid, de actualiteit, de garanties voor de kwaliteitsborging van de gegevens, de opspoorbaarheid van de wijzigingen aan de gegevens en de bewaring van de historiek van de toegang tot de gegevens. • de bruikbaarheid van de gegevensbron, in het bijzonder de ontsluitbaarheid en de mate van openbaarheid. • de operationaliteit van de gegevensbron, in het bijzonder de beschikbaarheid: er zijn verschillende modaliteiten van beschikbaarheid zoals 24u. op 24u., gedurende de werkuren, dagelijks of gedurende de werkdagen en hoe deze operationaliteit kan worden gegarandeerd; • de veiligheid van de gegevensbron op fysisch, technisch en organisatorisch niveau.
99
3
HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 15 MEI 2009 BETREFFENDE DE VEILIGHEIDSCONSULENTEN
Dit is het specifieke uitvoeringsbesluit dat de rol van de veiligheidsconsulenten regelt, namelijk het bepalen van de opdrachten en de manier van aanwijzing van die veiligheidsconsulenten.
De Memorie van Toelichting bij het voornoemde artikel 9 van het decreet verduidelijkte reeds dat bij de verdere omschrijving van de taken van de veiligheidsconsulenten de strengste voorwaarden die bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) gelden, ook voor de Vlaamse veiligheidsconsulenten zullen gelden.
Addendum
Dit besluit wordt vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
Vandaar dat in het specifieke uitvoeringsbesluit de bepaling van de opdrachten en de aanwijzingsvereisten zijn omschreven naar analogie met de KSZ-wet van 15 januari 1990 en het KB van 12 augustus 1993 houdende de organisatie van de informatieveiligheid bij de instellingen van sociale zekerheid. Het voornemen om op vlak van veiligheid te werken volgens diezelfde principes is niet verwonderlijk. Zij hebben in het kader van het netwerk van de sociale zekerheid hun deugdelijkheid bewezen. Wanneer netwerken werken met een verschillende perceptie inzake informatieveiligheid is het risico op veiligheidsincidenten groter omdat het bijvoorbeeld veel moeilijker zal zijn om de zwakke schakels in de veiligheidsketen te identificeren. De rol van de veiligheidsconsulenten is zeer belangrijk. De informatieveiligheid heeft als doel schade te voorkomen die enerzijds de goede werking van de informatiesystemen kan aantasten en anderzijds de privacy van de betrokkenen kan schenden.
100
DE AANSTELLING VAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE TOEZICHTCOMMISSIE EN DE ADMINISTRATIEVE ONDERSTEUNING VAN DE VLAAMSE TOEZICHTCOMMISSIE Op 17 december 2009 heeft het Vlaams Parlement een wijziging van het decreet van 18 juli 2008 goedgekeurd. Die wijziging strekt ertoe het Vlaams Parlement te ontlasten van de administratieve ondersteuning van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en tegelijkertijd de onafhankelijke positie van de toezichtcommissie, zowel ten aanzien van de Vlaamse Regering als ten aanzien van het Vlaams Parlement, te versterken. Zo werd de bepaling dat de toezichtcommissie wordt opgericht bij het Vlaams Parlement opgeheven. Die bepaling vond immers geen steun in de feiten. De leden van de toezichtcommissie worden weliswaar benoemd door het Vlaams Parlement en het Vlaams Parlement bekrachtigt het huishoudelijk reglement van de toezichtcommissie maar elke andere (organisatorische of financiĂŤle) band met het Vlaams Parlement ontbreekt.
4
Addendum
Het Vlaams Parlement heeft op 17 december 2009 de leden voor de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer aangesteld. De Vlaamse toezichtcommissie werd op 6 januari 2010 geĂŻnstalleerd door de Voorzitter van het Vlaams Parlement en vatte haar activiteiten aan.
Ook werd de onafhankelijkheid van de toezichtcommissie ten aanzien van de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement nog explicieter dan voorheen in het decreet verankerd. Het gewijzigd decreet bepaalt uitdrukkelijk dat de toezichtcommissie van geen enkele overheid instructies of bevelen kan ontvangen. Bovendien is de toezichtcommissie verplicht om bij het verlenen van adviezen en machtigingen neutraal op te treden. Ingevolge het gewijzigde decreet wordt het personeel van het secretariaat van de toezichtcommissie ter beschikking gesteld door de diensten van de Vlaamse overheid bevoegd inzake het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (in casu de entiteit e-government en ICT-Beheer binnen het beleidsdomein Bestuurszaken). De toezichtcommissie werkt onder de leiding en het gezag van de voorzitter van de toezichtcommissie. Deze bepaling garandeert de onafhankelijkheid van het secretariaatspersoneel ten aanzien van de diensten van de Vlaamse Regering.
101
102
Verklarende lijst termen en afkortingen
103
ACM – Access Control Management Toegangsbeheer tot applicaties.
BHV Beschikbaar houden van.
ACMweb – Acces Control Management Web Toegangsbeheer tot webapplicaties.
BI – Business Intelligence De term ‘business intelligence’ (BI) verwijst naar technologieën, toepassingen en werkwijzen om informatie te vergaren, te integreren, te analyseren en te visualiseren. Het doel van BI is om beleidsondersteunende informatie aan te leveren.
ACMwss - Acces Control Management Web-services Toegangsbeheer via Secured WebServices. AD – Active Directory Een directory is vergelijkbaar met een woordenboek, behalve dat de onderverdeling hiërarchisch is, terwijl een woordenboek een lijst is. De Active Directory slaat gegevens op in een centrale database en geeft gebruikers de mogelijkheid één gebruikersaccount te hebben voor het hele netwerk (domain of Active Directory gebruikersaccount). AD is een directoryservice die beschikbaar is op het Windows Serverplatform. Ariba Ariba is het systeem om aanvragen, verzoeken en bestellingen in te dienen bij de GID. Back-up LAN Een back-up LAN is een specifiek LAN-netwerk (TCP-IP gebaseerd) voor de overdacht van back-updata tussen server en back-upoplossing. Backbone Dit is een stelsel van zeer snelle computerverbindingen waarlangs het gegevensverkeer loopt van de netwerken die op de backbone zijn aangesloten. De backbone is eigenlijk de ruggengraat van het netwerk. Baggerwerken Applicatie voor het beheer/ de opvolging van baggerwerken. BBB - Beter bestuurlijk beleid Met dit bestuurlijk vernieuwingstraject werd het quasi volledige Vlaamse overheidsapparaat de voorbije legislaturen grondig hervormd. BBB was gericht op een meer efficiënte, klantvriendelijke en effectieve dienstverlening, democratisch gelegitimeerd en die kan inspelen op nieuwe maatschappelijke uitdagingen.
BlackBerry Enterprise Server (BES) BlackBerry Enterprise Server is de naam van de software die op de server wordt geïnstalleerd en onderdeel vormt van het BlackBerry draadloze platform van Research In Motion (RIM). BES maakt verbinding met mailomgevingen zoals Microsoft Exchange en zorgt dus voor de communicatie tussen het BlackBerry toestel en de mailserver. Bladeserver Zie serverblade. Blog Een blog is een weblog of een website die meestal door één persoon onderhouden wordt. Op de blog kunnen allerlei elementen gepubliceerd worden zoals persoonlijke ervaringen, opmerkingen, of een dagboek. Een weblog is meestal voor iedereen op internet bereikbaar. BOB BOB is een software-tool voor het beheren van rechten op file-servers en netwerkschijven. BOB wordt gebruikt door de ICT-verantwoordelijke van een entiteit. BPM – Business Process Management Het beheer van bedrijfsprocessen. Centralisatie Mits aanpassing van de bandbreedte tussen buitenkantoor en centrale computerzaal zijn bepaalde services centraliseerbaar. Op die manier kan men het aantal decentrale servers en computerzalen reduceren en de exploitatiekosten verminderen.
BCM – Business Continuity Management Business Continuity Management (BCM) zorgt ervoor dat bij een ramp bedrijfskritieke functies behouden blijven of snel terug op te starten zijn, zodat de discontinuïteit in de activiteiten van het bedrijf zo beperkt mogelijk blijft.
Certificaat Een certificaat is een computerbestand dat fungeert als een digitaal paspoort of toegangsbewijs voor de eigenaar van dat bestand.
BEA (Budget voor opleiding, advies, mentorschap en kennis) Subsidiemaatregel waarmee kleine en middelgrote ondernemingen met steun van de Vlaamse overheid de ondernemerschapbevorderende diensten opleiding, advies, kennis en mentorschap kunnen inkopen.
Citrix Het citrixportaal laat toe om client-servertoepassingen op één plaats te beheren en te ontsluiten naar andere gebruikers, naar andere VO-entiteiten (met een eigen ICT-netwerk) of naar externe doelgroepen (internet). Dit is een-
104
voudiger en goedkoper dan bij client-servertoepassingen waarvoor er een programma geïnstalleerd wordt op de pc van de eindgebruiker, dat samenwerkt met een programma op een server.
DDC-DWH Het Digitaal Documentatie Centrum – Datawarehouse voor alle meet- en rapporteringsdoeleinden binnen de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening.
Client- /servertoepassingen Hierbij wordt er een programma geïnstalleerd op de computer van de eindgebruiker, dat samenwerkt met een programma op een server.
DGOV De Duitstalige Gemeenschap.
CMDB – Configuration Management Database De ‘Configuration Management Database’ bevat de inventaris van alle hard- en softwarecomponenten en hun onderlinge relaties van de ministeries van de Vlaamse overheid. Consolidatie Hierbij worden verouderde servers uitgefaseerd. Dit houdt in dat de functies en applicaties die op de server aanwezig zijn, overgeplaatst worden naar andere modernere servers die capaciteit op overschot hebben en die een betere prijs / prestatie verhouding bezitten. CMS – Content Management Systeem Een platform dat of applicatie die gebruikt wordt om allerlei gegevens en documentatie omtrent producten of diensten in verschillende vormen te beheren, te importeren en te exporteren. De gegevens kunnen bestaan uit technische gegevens, types, afmetingen, technische fiches, handleidingen, teksten, beelden, animaties, video’s, enzovoort. CoD – Capacity on Demand CoD is geïntroduceerd in het ICT-contract 2008 als aanvulling op het klassieke aanbod, op basis van het bestek dat afgestemd werd met het consumentenpanel. De essentie van dit bijkomende aanbod is dat er aan de klanten geen voorafgaande eenmalige investeringskost wordt aangerekend, maar enkel een maandelijkse gebruikskost voor de periode dat effectief gebruik gemaakt wordt van de infrastructuur. Cognos Cognos, een Amerikaans bedrijf, nu eigendom van IBM, is wereldleider op het vlak van software voor Business Intelligence (BI). Cognos is ook de naam van het eigenlijke BIsoftwarepakket. DAF Digitaal aanvraagformulier DDC-DMS Het Digitaal Documentatie Centrum – Document Management Systeem voor het bijhouden van documentatie binnen de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening.
Dimona De onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, kortom Dimona (Déclaration immédiate/onmiddellijke aangifte),is een elektronisch bericht, waarin de werkgever iedere aanwerving en iedere uitdiensttreding van een werknemer onmiddellijk meldt aan de RSZ. Disaster Recovery Cfr. infra: DRP (Disaster Recovery Plan) DmfA Met de driemaandelijkse DmfA-aangifte (Déclaration multifonctionelle / multifunctionele Aangifte) kunnen werkgevers de loon- en arbeidstijdgegevens van hun werknemers elektronisch indienen bij de RSZ. DMS- Document Management System DMS zorgt voor gestructureerde opslag van alle bestanden die in bewerking zijn. DMS wordt op grote schaal toegepast in organisaties. Documentum Documentum is een Enterprise-Content-Management-programma (ECM). Domino Applicatie voor het raaplegen van het elektronische dossier in het kader van jeugdbijstand. DRP (Disaster Recovery Plan) Een ‘disaster recovery plan’ omschrijft wat moet worden voorzien en welke acties ondernomen moeten worden om een door een calamiteit (brand, overstroming) uitgevallen ICT-systeem terug beschikbaar te krijgen. DWH – Datawarehouse Een datawarehouse is de verzameling van alle elektronische data van een bedrijf of organisatie. Niet alleen opslag van data, maar ook het beheren van data en middelen om data op te vragen en te analyseren, zijn onderdelen van moderne datawarehousing. Datawarehousing verwijst naar de infrastructuur en de software die toelaat om informatie te kunnen verkrijgen uit grote hoeveelheden gerelateerde data. EAI – Enterprise Application Integration Enterprise Application Integration (EAI) is het gebruiken van software en computersystemen om de applicaties van
105
een onderneming te integreren. Met EAI tracht men om gegevens gemakkelijk uitwisselbaar te maken tussen applicaties, en om een groot deel van deze applicaties te verbinden en te automatiseren. ECM – Enterprise Content Management Enterprise Content Management (ECM) betreft het beheer van ongestructureerde informatie binnen een onderneming. Ongestructureerde informatie is alle informatie die niet direct als veld in een database benaderbaar is. Hierbij kan het gaan om allerlei soorten documenten (bijvoorbeeld Office documenten van het type Word (.doc), Excel (.xls), maar ook PDF, XML, e-mails, afbeeldingen, video’s en geluidsfragmenten). EDITGIS-toepassing De EDITGIS-toepassing is de verandermodule van de toepassing “Vlaamse Inventaris verkeersSIgnalisatiE” van de entiteit Mobiliteit en Openbare Werken. Zie http://www.vlaamsbrabant.be/binaries/studiedag-gisaankaarten-09-07-verkeersbordendatabank_tcm5-28040. pdf. EFRO - Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het gaat om projecten ter stimulering van innovatie en ondernemerschap, ter verbetering van de ruimtelijke en economische omgevingsfactoren en ter bevordering van de stedelijke ontwikkeling. Via de internettoepassing worden projecten aangemaakt, ingediend en eventueel goedgekeurd. Verder wordt de volledige afhandeling van projectopvolging en uitbetalingen geregeld via de toepassing. EPB - Energieprestatiebank Databank waarin de energieprestatiecertificaten worden bewaard. Beheerders van publieke gebouwen in het Vlaamse Gewest moeten vóór 01/09/2009 beschikken over een energieprestatiecertificaat. Dit drukt de energetische kwaliteit van het gebouw uit en vermeldt de energiebesparende adviezen. EP5 Applicatie voor ecologie- en investeringssteun aan bedrijven. Epcall - Ecologiepremie via Call Een systeem waardoor een bedrijf elektronisch een ecologiepremie kan aanvragen. ETL – Extract Transform Load Extract, Transform and Load is een proces uit datawarehousing waar de data drie stappen ondergaan: (1) extractie van data uit externe bronnen, (2) transformatie van data om bruikbaar te zijn voor de noden en (3) het inladen in een datawarehouse.
106
ESF - Europees sociaal fonds Applicatie voor het indienen van projectvoorstellen in het kader van het ESF-programma. Gedeelde servers Het aanbieden van gedeelde servers die generieke functies bevatten (bijvoorbeeld relationele database managementsystemen) en die toepasbaar zijn voor meerdere toepassingen van meerdere klanten. Dergelijke gedeelde servers zijn in regel een meer economische en kostenefficiënte oplossing voor het uitvoeren van toepassingen dan het toepassen van één server voor telkens één toepassing van één klant. GID – Gemeenschappelijke ICT-Dienstverlening Het geheel van de Diensten die in het kader van de Overeenkomst door de entiteit e-government en ICT-Beheer en de ICT-Dienstverlener geleverd worden aan alle entiteiten van de Vlaamse overheid. GIDO - Gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsoverlegforum Het gemeenschappelijke tactische overlegorgaan van alle beleidsdomeinen. GIS – Geografisch Informatiesyteem Een GIS is een computersysteem voor het aanmaken, beheren en analyseren van ruimtelijke data. Digitale kaarten of routeplanners zijn een goed voorbeeld van een GIS-toepassing. GISEC Stuurgroep operationele veiligheid. GOS – Gedetineerden Opvolgsysteem Het beheer van het elektronische dossier van gedetineerden met het oog op opvolging / begeleiding. Governance Het waarborgen van de onderlinge samenhang in de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden van een overheidsorganisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van beleidsdoelstellingen, alsook het daarover op een open manier communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbenden. Green IT De studie en de toepassing van efficiënt gebruik van ICTresources. Aandacht voor onder andere virtualisatie, energieverbruik, wettelijke bepalingen, investeringsefficiëntie (ROI – return on investment). Green IT hecht ook belang aan de effecten op het milieu van ICT-infrastructuur (productie en recyclage van materiaal, energieconsumptie / CO2-uitstoot)
HSM – Hierarchical Storage Management Een data-opslagsysteem dat automatisch data van veel kostende naar goedkopere media overzet, volgens parameters die de administrator kan ingeven. IDM – Identity Management Identity Management is het proces dat is gericht op het administreren van gebruikers van IT-systemen en informatiesystemen. IM - instant messaging Instant messaging is een vorm van communicatie tussen twee of meerdere computergebruikers verbonden met een netwerk (zoals internet). Normaal wordt er enkel tekst uitgewisseld, maar in sommige programma’s is er ondersteuning voor het uitwisselen van bestanden ingebouwd. Chatten is een bekende vorm van instant messaging. J2EE - Java 2 Enterprise Edition Een industriestandaard van Sun Microsystems voor het ontwikkelen van krachtige en bedrijfskritische Java 2-applets en -toepassingen. J2EE is de uitgebreide versie van J2SE (Java 2 Standard Edition). KSZ De kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. LAN Het computernetwerk binnen een gebouw of een bedrijf is in veel gevallen een local-area network (LAN). Toch kan een LAN meer dan alleen een kantoorgebouw beslaan. De LAN-techniek maakt netwerken met een reikwijdte van 10 km mogelijk. Via kabels verbonden computers kunnen gebruik maken van gemeenschappelijke bronnen zoals vaste schijven, printers, databases en verbindingen met andere netwerken en mainframes. LDAP LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een open standaard en wordt gebruikt als toegangsprotocol voor centrale directorydiensten. Een directory dienst is een verzameling van objecten met gelijkaardige eigenschappen (attributen) die op een logische en hiërarchische manier wordevoorgesteld. Bijvoorbeeld alle e-mailadressen van de Vlaamse overheid worden in de centrale LDAP-server opgeslagen en kunnen van om het even waar door een toepassing worden opgevraagd. LTO – Linear tape open Een open standaard voor tapesystemen, die zowel indelingen beschrijft voor een snelle benadering van data als voor een grote opslagcapaciteit.
Magda Het MAGDA-platform zorgt voor de ontsluiting van authentieke gegevensbronnen (federale en Vlaamse) en de uitwisseling van gegevens. Hierdoor wordt het principe van het “éénmalig inzamelen, meervoudig (her)gebruiken van gegevens” stap voor stap gerealiseerd. Gegevens worden slechts één keer ingezameld bij burger of onderneming, wat een grote tijdswinst oplevert. Alle toepassingen die vervolgens gebruikmaken van deze gegevens beschikken steeds over de meest recente informatie. Mandatenbeheer ABB Applicatie voor het beheer van mandaten bij lokale besturen. Middleware Middleware is software die instaat voor de verbinding tussen verschillende programma’s of applicaties. Middleware is een essentieel onderdeel van EAI-toepassingen (crf. supra). Monitoring Bewaken van processen. Hieronder wordt onder meer het uitvoeren van productiecontroles verstaan. MySQL MySQL is een merknaam, het is een open source databanksysteem, opgenomen door Sun en momenteel eigendom van Oracle. Staat naast bv. Oracle en Informix. NDMP – Network Data Management Protocol Een openbare standaard voor ondernemingsbrede back-up van heterogene, aan het netwerk verbonden opslag. Oracle DataBase-programma van Oracle Corporation. Oracle was de eerste database die de taal SQL voor het opvragen gebruikte. Vooral bedrijven maken gebruik van de Oracledatabase, die niet alleen geschikt is voor het opslaan van platte gegevens, maar die ook de mogelijkheden biedt tot een documentatieopslagsysteem en eveneens e-mailfunctionaliteiten heeft. OS – Operating Systeem Het besturingssysteem is nodig om de hardware (computer & randapparatuur) en de software (de programmatuur) met elkaar te verbinden. Het vormt als het ware een schil rond de hardware en is een intermediair (schakel, verbinding) tussen de hardware en de software. Het besturingssysteem zorgt ervoor dat de informatie-stromen in de computer op de goede manier worden geleid en geeft een foutmelding als er iets verkeerd gaat. OSAC - Operating System Audit Compliance Een beveiligingsstandaard.
107
PDA – personal digital assistant Een personal digital assistant (pda) is een kleine draagbare computer, die men in de hand kan houden en bedienen. Een klassieke pda bevat volgende functionaliteiten: adresboek, kladblok, agenda en telefoonboek. De meer moderne pda bevat nog veel meer functies, zoals internet, e-mail en GPS. PKI - Public Key Infrastructure Een Public Key Infrastructure is een systeem waarmee uitgiften en beheer van digitale certificaten kunnen worden gerealiseerd. PPM - Project Portfolio Management PPM is een systeem voor ondersteuning van het beheer en de opvolging van een projectenportfolio. Proof of concept- POC Een proof of concept is een meestal korte en onvolledige implementatie van een methode of idee om aan te tonen dat het volledig uitgewerkte project nuttig en bruikbaar zal zijn. QOS – Quality of Service Quality of Service (QOS) duidt op het beheers-mechanisme van de beschikbare bronnen in een netwerktoepassing. QOS zorgt ervoor dat voor het gebruik van deze bronnen bepaalde processen voorrang krijgen op andere. Zo krijgt bij een zware belasting van het netwerk een belangrijk proces altijd voorrang, zodat het snel uitgevoerd wordt, terwijl processen van een lagere prioriteit enige vertraging kunnen oplopen. RACF Resource Access Control Facility: dit is een tabel waarin vastgelegd wordt wie welke toegang heeft op het mainframeplatform. RDBMS - Relational Database Management System Relationele databank. Een complexe toepassing waarmee databases kunnen worden gemaakt, georganiseerd en bewerkt, waarmee gegevens in een door de gebruiker opgegeven selectie kunnen worden getoond en waarmee in sommige gevallen opgemaakte rapporten kunnen worden afgedrukt. Bekende voorbeelden zijn Oracle, Sybase en Informix. RTO – recovery time objective De recovery time objective is de tijd na een ramp waarbinnen de ICT-omgeving terug operationeel moet zijn. Bij een RTO van 24 uur moet de omgeving 24 uur na de ramp terug operationeel zijn. Runtime Diensten die geleverd worden door middleware-software (RDBMS, DMS, J2EE Application Server, BPM-engine,...) bij het uitvoeren (runnen) van een toepassing.
108
SaaS ‘Software as a Service’: het gebruik maken van bedrijfssoftware die niet lokaal maar bij de provider geïnstalleerd is. SAN Een Storage Area Network of SAN koppelt de opslag los van de server- of clientsystemen en concentreert deze op een aparte locatie. De opslagmedia worden via een netwerk met de servers verbonden. Deze constructie maakt een uniform beheer eenvoudiger. Het SAN is gebaseerd op het fiber channel protocol (een LAN-netwerk gebruikt het TCP-IP protocol) Serverblade Een serverblade is een complete serverbehuizing waarin meerdere dunne, modulaire printplaten zitten. Elke printplaat (server blade) is een server op zich, compleet met eigen processoren, geheugen, netwerkkaarten en bevat een of meer input/output (IO) poorten, zoals HBA (host bus adapter). De blade is vaak een dedicated applicatieserver (serveert slechts een applicatie). Service repository Database met systeemgegevens van een database. SharePoint SharePoint is een samenwerking- en documentenbeheeromgeving van Microsoft. De omgeving is te bereiken via elke webbrowser. Het is niet de bedoeling van Sharepoint om een fileserver te vervangen, maar om samenwerking en interactie tussen gebruikers te bevorderen. SLA Een service-level agreement (SLA) is een type contract, vooral veel gebruikt bij outsourcing van diensten. In een SLA wordt aangegeven welke diensten een leverancier aan de klant zal leveren, en tot op welk niveau de dienstverlening doorgevoerd wordt. Ook de rechten en plichten van beide partijen worden omschreven in een SLA. SOA – Service Oriented Architecture Een verzameling van diensten die onderling communiceren. De diensten zijn zelfstandig en zijn niet afhankelijk aan de context of status van de andere diensten. Ze werken binnen een gedistribueerde systeemarchitectuur. SQL - Structured Query Language Structured Query Language (SQL) is een taal ontworpen voor het beheer en de extractie van data in relationele databases, maar ook voor toegangsbeheer en het opstellen en wijzigen van databases.
SSL-VPN SSL-VPN of Secure Socket Layer – Virtual Private Network is een vorm van VPN die via een webbrowser gebruikt kan worden. VPN is een technologie om vanaf externe locaties toch een veilige verbinding te kunnen opzetten met het centrale netwerk van de Vlaamse overheid. Studentenportaal Portaal voor studenten waar deze hun studiepuntenkrediet kunnen opvolgen, hun resultaten raadplegen, ... Switch Een apparaat voor de netwerkcommunicatie dat gegevens rechtstreeks van de ene poort naar de andere poort kan sturen, waardoor de responstijd verbetert en de kans op botsingen afneemt. TB - terabyte Een terabyte is gelijk aan 1000 gigabyte of 1.000.000.000.000 bytes. In 1 byte kan 1 karakter worden opgeslagen, 1 terabyte kan dus een biljoen karakters (dit zijn tweehonderd miljoen A4’tjes vol) bevatten. Team SharePoint Applicatie voor het gebruik van SharePoint voor gevoelige informatie. UAPM UAPM staat voor User Account and Password Management. UAPM laat toe om via gedelegeerd beheer gebruikersidentiteiten (met bijhorende accounts en rechten) te beheren. Tevens is het via UAPM voor de gebruikemogelijk om het wachtwoord van de Active Directory en LDAP zelf te beheren, zonder hulp van de servicedesk. UNIX Unix is een besturingssysteem (operating system, afgekort OS) voor computers dat aan het einde van de jaren ’60 werd ontwikkeld. Unix wordt zowel op servers als op gewone computers gebruikt. Unix heeft zeer veel invloed gehad op ideeën over computersystemen, en besturings-systemen zoals Linux en Mac OS X zijn gebaseerd op Unix. Ook het internet is in feite te danken aan Unix. UnifiedCommunication is het samensmelten van verschillende vormen van communicatiemiddelen en apparatuur. Op deze wijze kunnen zender en ontvanger met elkaar in contact komen op een voor hen op dat ogenblik meest geschikte wijze. De ontvanger bepaalt zelf op welke wijze hij kan gecontacteerd worden. Zo kan bv. een stembericht omgezet worden in een mailbericht of een SMS- bericht omgezet in een mailbericht.
VEA Applicatie voor het aanvragen van een energieprestatiecertificaat. Virtual-Desktop-Infrastructure(VDI)-component Virtual Desktop Infrastructure scheidt desktophardware en -software. Het besturingssysteem en de applicatiesoftware worden in ingekapseld in een “virtuele machine”. Deze “virtuele machine” staat op serverhardware in een centraal en beveiligd datacenter. Virtualisatie Wanneer een enkele fysieke server met grote capaciteit wordt opgesplitst in verschillende virtuele servers – en dus meerdere logisch gescheiden besturingssystemen op één fysieke server gehost worden – spreekt men van virtualisatie. Elke virtuele server is eigenlijk een volwaardige server, die slechts een deel van de capaciteit van de fysieke server gebruikt. Zo kunnen met behulp van virtualisatie verschillende toepassingen tegelijk draaien op eenzelfde server. Niet alle applicaties hebben altijd evenveel rekenkracht van de server nodig, en dankzij virtualisatie kan het gebruik flexibel aangepast worden. Zo kan piekgebruik dynamisch worden opgevangen. Een virtuele server is niet gebonden aan bepaalde serverhardware en kan na verloop van tijd met een minimale inspanning overgeplaatst worden naar een andere server, rekening houdende met sommige beperkingen. VKBO - Verrijkte kruispuntbank voor ondernemingen Via de VKBO wisselen Vlaamse instellingen dossierinformatie uit. Met het unieke ondernemingsnummer gaan bijvoorbeeld vergunningsgegevens van de dienst ruimtelijke ordening naar milieu. VKBP - Verrijkte kruispuntbank voor personen Dit is het rijksregister verrijkt met informatie van de Vlaamse overheid over personen. VOPS De Vlaamse Overheid Proces Set heeft de functie van referentiebibliotheek waardoor iedereen een inzicht kan krijgen in de processen in het kader van de ICT-dienstverlening van EDS-Telindus. VPN - Virtual Private Network Een VPN is een kostbestendige oplossing om een Wide Area Network (WAN) uit te bouwen. Deze dienst maakt gebruik van een bestaand netwerk, zoals het internet, om informatiedeling tussen geografisch afgescheiden netwerken mogelijk te maken. De verzonden data wordt beveiligd opdat de integriteit, autorisatie en authenticiteit van de data over dit netwerk gewaarborgd blijft. De eindgebruikers zullen in principe niet merken dat er een VPN gebruikt wordt. Technisch zijn er verschillende protocollen uitgewerkt die deze dienst beschikbaar maken, het bekendste en meest courante protocol is IPsec.
109
WAN - Wide area network Een netwerk in een of meer bij elkaar staande gebouwen heet een LAN, Local area network. Om twee of meer van dergelijke netwerken met elkaar verbinden, gebruikt men een WAN-verbinding. Dat kan via een VPN-verbinding, via het internet of via gehuurde datalijnen. Webedison Applicatie voor het doorgeven van informatie over onderwijzend personeel en leerlingen door scholen naar O&V. Wifi Wi-Fi is een certificatielabel voor draadloze netwerkproducten, volgens de internationale standaard ‘IEEE 802.11’. Een computer met een wifi netwerkkaart kan verbinding maken met een draadloos netwerk . Wiki Een verzameling van webpagina’s die de mogelijkheid geeft aan om het even wie om zelf inhoud te leveren en te delen met een gemeenschap. Deze inhoud wordt al dan niet automatisch gepubliceerd op de site. Er bestaan ook privé- of persoonlijke wiki’s, waarop de lees- en / of schrijfrechten van de bezoeker beperkt zijn. WLAN ‘Wireless LAN’ of ‘WLAN’ staat voor ‘draadloos lokaal netwerk’ (LAN=Local Area Network). Een draadloos netwerk biedt alle functionaliteiten van een bedraad netwerk zonder dat er fysieke verbindingen nodig zijn. Gegevens worden via radiogolven verzonden en ontvangen. Zie ook Wifi en LAN. WONDER Wonder is een toepassing die door de Vlaamse overheid en EDS-Telindus gebruikt wordt om de geleverde prestaties m.b.t. opdrachten en werkaanvragen op te volgen. WSS Web Services Security (WSS) is de beveiliging van webservices. www.werk.be De portaalsite voor werk en sociale economie.
110
Bedankt!
Dit jaarrapport kwam tot stand dankzij de inbreng van alle programmamanagers en andere medewerkers van de entiteit e-government en ICT-Beheer. Daarom bedanken we graag het hele team voor de enthousiaste inzet!
111
112
Contact
Heeft u vragen over dit jaarrapport? Contacteer uw relatiebeheerder bij de entiteit e-government en ICT-Beheer.
• Kabinetten
Dirk Vergauwen
• 02 553 1342 • dirk.vergauwen@bz.vlaanderen.be
• Internationaal Vlaanderen • Diensten Algemeen Regeringsbeleid • Bestuurszaken • Financiën en Begroting
Patrick Natus
• 02 553 1335 • patrick.natus@bz.vlaanderen.be
• Economie, Wetenschap en Innovatie • Onderwijs en Vorming
Wouter Van Den Bosch
• 02 553 1348 • wouter.vandenbosch@bz.vlaanderen.be
• Landbouw en Visserij • Welzijn, Volksgezondheid en Gezin • Werk en Sociale Economie
Ingrid Denissen
• 02 553 1337 • ingrid.denissen@bz.vlaanderen.be
• Ruimtelijke ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed • Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Piet Verhenne
• 02 553 1302 • piet.verhenne@bz.vlaanderen.be
• Leefmilieu, Natuur en Energie • Mobiliteit en openbare werken
Henk Smets
• 02 553 1315 • henk.smets@bz.vlaanderen.be
113
Verantwoordelijke uitgever: entiteit e-government en ICT-Beheer – Luc Chauvin, ICT-manager Vlaamse overheid Grafische vormgeving: Tina Mafrans Druk: Beleidsdomein Bestuurszaken, Agentschap Facilitair Management Digitale drukkerij Brussel Depotnummer: D/2011/3241/089 Uitgave: April 2011 Het reproduceren van dit document, ook gedeeltelijk, is toegestaan mits duidelijke vermelding van de bron: ‘Vlaamse overheid, beleidsdomein Bestuurszaken, entiteit e-government en ICT-Beheer’.
114