Skip to main content

Jaarverslag_VLOR_2017_2018.pdf

Page 1

Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid Jaarverslag 2017-2018


De Vlaamse Onderwijsraad is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap en van de sociaal-economische en sociaal-culturele organisaties overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming en aan het Vlaams Parlement.

www.vlor.be


Terugblik | vooruitblik We staan voor het laatste werkjaar van deze legislatuur. Het is nog iets te vroeg om de balans op te maken van wat het Vlor-werk in de voorbije vijf jaar heeft opgeleverd, maar het staat vast dat er hard is gewerkt. De Vlor bracht tot nu toe 211 adviezen uit in deze legislatuur, 41 daarvan waren adviezen op eigen initiatief. Cijfers zeggen natuurlijk niet alles, maar het hoge aantal geeft wel aan dat de Vlor sterk betrokken is in de beleidsvoorbereiding. We weten ook dat het advieswerk niet alleen impact heeft op de uiteindelijke wetgeving, maar dat de doorwerking ook zit in het uitwisselen van standpunten, het voortschrijdend inzicht, het gebruik van de adviezen in het parlement, de pers, bij de onderhandelingen en bij verschillende andere vormen van beleidsvoorbereiding en politieke werkzaamheden. In het afgelopen werkjaar bracht de Vlor nog veel adviezen uit over voorontwerpen van decreten. Dat zal nog deels het geval zijn in het laatste werkjaar van de legislatuur, maar de Vlor zal er grotendeels werk maken van het strategisch vooruitkijken naar de beleidsprioriteiten voor een nieuwe ploeg. In een onderwijslandschap dat volop in verandering is, is een daadkrachtige onderwijsraad meer dan ooit noodzakelijk. De Vlor is dus gedoemd, maar ter zelfder tijd ook gezegend om de luis in de pels van het onderwijsbeleid te zijn. Geen luis die enkel jeukt en irriteert, maar een luis die vruchtbare eitjes legt die verder uitgroeien tot realistische bijdragen aan het beleid.

Wijs beleid door overleg! Ann Verreth

Mia Douterlungne

algemeen voorzitter

administrateur-generaal


De Vlor brengt verslag uit van zijn werkjaar aan de hand van de zes strategische doelen van de beleidsnota die onderwijsminister Hilde Crevits indiende voor de beleidsperiode 2014-2019 Vol vertrouwen en in dialoog bouwen aan onderwijs: • • • • • •

Talenten van elke lerende ten volle ontwikkelen Voldoende, deskundig en gemotiveerd onderwijspersoneel garanderen Onderwijsinstellingen versterken Werk maken van een Masterplan Scholenbouw Topkwaliteit realiseren Aandacht voor transversaal beleid

Een zevende deel geeft een overzicht van de adviezen die de Vlor zelf op de agenda plaatste. Het overige advieswerk is gebundeld in een laatste onderdeel dat een overzicht geeft van de adviezen over beleidsmethoden, onderwijsonderzoek en onderwijsaanbod en -organisatie.


deel 1: Verslag van de werking Strategisch doel 1: Talenten van elke lerende ten volle ontwikkelen 1 ‘Alle kinderen stevige fundamenten geven door een sterk basisonderwijs’ 2 ‘De lat hoog leggen voor alle leerlingen door het secundair onderwijs te moderniseren’ 3 ‘Studenten in het hoger onderwijs maximale kansen op slagen en internationale ervaring geven’ 4 ‘Volwassenenonderwijs als partner in levenslang leren’ 5 ‘Samenwerking tussen het kunstonderwijs en de cultuuractoren’ 6 ‘Leerdoelen scherpstellen om sterke persoonlijkheden te vormen’ 7 ‘Competenties van Nederlands en moderne vreemde talen blijvend verbeteren’ 8 ‘Van leren en werken een volwaardig onderwijstraject maken’ 9 ‘Een vlotte doorstroom van het onderwijs naar de arbeidsmarkt realiseren’ 10 ‘Een betere studiekeuzebegeleiding realiseren’ 11 ‘Ondersteuning van lerenden versterken’ 12 ‘Het uitrollen van het beleid voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ 13 ‘De financiële drempel tot participatie aan onderwijs aanpakken via school- en studietoelagen’ 14 ‘De (digitale) geletterdheid en mediawijsheid verhogen’ Strategisch doel 2: Voldoende, deskundig en gemotiveerd onderwijspersoneel garanderen 1 ‘De lerarenopleiding versterken’ 2 ‘De basiscompetenties en het beroepsprofiel actualiseren’ 3 ‘Een professionele, uitdagende en meer gevarieerde onderwijsloopbaan realiseren’ 4 ‘Een loopbaanlange professionalisering en ondersteuning van leraren realiseren’ Strategisch doel 3: Onderwijsinstellingen versterken 1 ‘Het inschrijvingsbeleid vereenvoudigen en vernieuwen’ 2 ‘Een optimalisatie van het onderwijslandschap mogelijk maken’ 3 ‘De werkingsmiddelen in het leerplichtonderwijs evalueren’ 4 ‘Het aanbod en de financiering in het hoger onderwijs bijsturen’ 5 ‘Internationale ontwikkelingen vertalen in Vlaams onderwijsbeleid’ 6 ‘Juridisering, regeldruk en planlast terugdringen’ Strategisch doel 4: Werk maken van een Masterplan Scholenbouw Strategisch doel 5: Topkwaliteit realiseren 1 ‘Instellingen verantwoordelijkheid geven voor kwaliteitszorg’ 2 ‘De kwaliteit versterken door informatierijke omgevingen te creëren’ 'Aandacht voor transversaal beleid' Het overige advieswerk van de Vlor 1 Thema’s op eigen initiatief 2 Beleidsmethoden 3 Onderwijsonderzoek 4 Onderwijsaanbod en -organisatie

9 9 11 12 14 16 16 17 18 20 21 22 23 23 24 25 25 26 26 27 29 29 29 29 30 30 31 32 33 33 34 35 36 36 37 38 38

deel 2: Bijlagen Bijlage 1: De juridische basis Bijlage 2: Specifieke bevoegdheden Bijlage 3: De Algemene Raad Bijlage 4: De Raad Basisonderwijs Bijlage 5: De Raad Secundair Onderwijs Bijlage 6: De Raad Hoger Onderwijs Bijjlage 7: De Raad Levenslang en Levensbreed Leren Bijlage 8: Activiteiten Bijlage 9: Het Permanent Secretariaat

45 56 72 75 76 78 80 82 84


deel 1: Verslag van de werking

7


8


Strategisch doel 1 ‘Talenten van elke lerende ten volle ontwikkelen’ 1

‘Alle kinderen stevige fundamenten geven door een sterk basisonderwijs’ Uitkijken naar een toekomstplan voor het basisonderwijs De Vlor vraagt al langer naar een toekomstgerichte en legislatuuroverschrijdende visie voor het basisonderwijs. In zijn advies over de beleidsbrief 2016-2017 gaf de Vlor aan dat hij hoopte dat er nog deze legislatuur een toekomstplan basisonderwijs zou worden voorgelegd. Bij het einde van het werkjaar was dat nog niet het geval. De Vlor blijft dus uitkijken naar dat actieplan basisonderwijs. Krachtlijnen voor een sterk basisonderwijs Op 12 oktober 2017 namen 160 geïnteresseerden deel aan een studiedag over de manier waarop toekomstige leraren worden opgeleid om de ‘krachtlijnen voor een sterk basisonderwijs’ mee vorm te geven. Na afloop ondertekenden de deelnemers een verklaring waarin ze zich engageren om als lerarenopleiders mee hun schouders te zetten onder die krachtlijnen. Lees hier het verslag van de studiedag ‘De lerarenopleidingen als partner voor de krachtlijnen van een sterk basisonderwijs’

Krijtlijnen en randvoorwaarden voor een master basisonderwijs De ‘krachtlijnen voor het basisonderwijs’ vormden voor de Vlor ook het vertrekpunt om een advies te formuleren over de inzetbaarheid, de doelstellingen en de organisatorische aspecten van een master specifiek opgeleid voor het basisonderwijs. Die beoordeling was niet makkelijk zonder een zicht te hebben op het aangekondigde toekomstplan voor het basisonderwijs en andere maatregelen om schoolteams verder te versterken en het breder debat over de koppeling van het opleidingsniveau van de leraar

9


aan de doelgroep waaraan hij lesgeeft (kleuters, lagereschoolkinderen, leerlingen uit eerste graad secundair onderwijs, …). De Vlor deed dus geen concluderende uitspraken over de wenselijkheid van de master basisonderwijs, maar ziet wel mogelijkheden in deze master om het basisonderwijs en het schoolteam collectief te versterken. Het is in de complementariteit met de professionele bachelor dat de master basisonderwijs een meerwaarde kan hebben. De Vlor is dus zeker geen voorstander van een volledige vermastering van het basisonderwijs. De waarde van de professionele bacheloropleiding kleuter- en lager onderwijs en van de leraar met specifieke bachelorcompetenties staan niet ter discussie. Lees hier het advies over de master basisonderwijs (23 november 2017)

Meer en kwaliteitsvoller kleuteronderwijs Vorig werkjaar vestigde de Vlor nog eens de aandacht op het belang van een kwaliteitsvol kleuteronderwijs met zijn advies op het actieplan kleuterparticipatie. Een van de realisaties van dit actieplan was de aanstelling van de Vlaamse kleutercoördinator, die op 9 mei 2018 na iets meer dan een jaar werkzaamheden haar bevindingen toelichtte aan de leden van de Raad Basisonderwijs. De Vlor gaf advies over het voorontwerp van decreet met een aantal dringende maatregelen ten laste van de begroting 2017. De raad waardeert dat de Vlaamse Regering extra middelen ter beschikking stelt voor het onderwijs. De Vlor vond het een goede zaak dat via de extra begrotingsmiddelen 2017 de maatregel werd verlengd om een premie van 950 euro per bijkomende anderstalige kleuter toe te kennen aan de werkingsmiddelen van de kleuterscholen. Aangezien die doelgroep van anderstalige kleuters jaar na jaar blijft aangroeien, suggereerde de raad wel om de bijkomende middelen recurrent in te schrijven in de begroting. De raad blijft hoe dan ook vragende partij voor een gelijkschakeling van de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs met de werkingsmiddelen voor het lager onderwijs. Bij het programmadecreet 2018 juichte hij dan ook de verhoging toe van de werkingsmiddelen met 10 miljoen euro als een belangrijke eerste stap in die gelijkschakeling.

Ook in het lager onderwijs zijn er leerlingen niet als de schoolbel rinkelt Uit het jaarlijks rapport ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’ van het Agentschap voor Onderwijsdiensten blijkt dat er tot schooljaar 2016-2017 sprake was van een gestage stijging van het aantal kinderen dat minstens 30 halve dagen problematisch afwezig was in het lager onderwijs. Na een paar toelichtingen voor zijn leden over het rapport, nam de Vlor het initiatief om een advies te formuleren over deze problematiek. De Vlor vraagt dat het beleid meer aandacht besteedt aan de specificiteit van het schoolverzuim in het lager onderwijs. Er is wel een actieplan tegen spijbelen (‘Samen tegen schooluitval’), maar het lager onderwijs krijgt hierin geen aparte aandacht. Nochtans zijn de cijfers betekenisvol en is een goed onderbouwde, preventieve aanpak in het lager onderwijs belangrijk.

10


In vergelijking met spijbelen in het secundair onderwijs liggen vaak andere oorzaken aan de basis van schoolverzuim in het lager onderwijs. Die oorzaken moeten eerder gezocht worden bij de ouders dan bij de leerling zelf. Het oudergemotiveerd schoolverzuim kent vele vormen en vraagt om een genuanceerde kijk, zonder ouders te culpabiliseren. Lees hier het advies over problematische afwezigheden in het lager onderwijs (18 april 2018)

2

‘De lat hoog leggen voor alle leerlingen door het secundair onderwijs te moderniseren’ Sinds het rapport van de commissie Monard van 2009 discussiëren opeenvolgende regeringen over een hervorming, later de modernisering, van het secundair onderwijs. De verschillende ministers hebben hierover ook beleidsteksten geschreven en voor advies voorgelegd aan de Vlor. Doorheen die verschillende adviezen ontstond tussen de partners in de Vlor steeds meer eensgezindheid over belangrijke aspecten. Daarbij was er altijd veel aandacht voor de gevolgen van de voorstellen over het secundair onderwijs voor de andere onderwijsniveaus en voor de doorstromingsmogelijkheden van de leerlingen.

De modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs Net voor het zomerreces van 2017 diende de minister een voorontwerp van decreet in met de wijzigingen aan de Codex Secundair Onderwijs die nodig zijn om de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs te realiseren. Noodzakelijke bijsturingen niet/te weinig gerealiseerd In zijn advies over dat voorontwerp concludeerde de Vlor dat de voorliggende maatregelen nog vele onduidelijkheden bevatten en onvoldoende garantie boden op realisatie van de initiële doelen van de hervorming. De raad stelde vast dat er geen of slechts beperkt rekening was gehouden met zijn eerdere bedenkingen en concrete vragen naar bijsturingen. Hij pleitte er dan ook voor om dat alsnog te doen bij de uitvoeringsbesluiten. Uitstel ingangsdatum In datzelfde advies pleitte de Vlor ook voor een uitstel van de ingangsdatum voor de modernisering op 1 september 2018. Hij vroeg dat omdat er op dat moment nog te weinig zicht was op de eindtermen die aan de basis liggen van de invulling van het studieaanbod. Bovendien was het voor scholen om vele redenen niet realiseerbaar om zich op de korte tijdsspanne voor te bereiden op de start op 1 september 2018. Het advies van de Vlor heeft er mee toe geleid dat de Vlaamse Regering uiteindelijk beslist heeft om de ingangsdatum uit te stellen tot 1 september 2019. Lees hier het advies over de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs (3 oktober 2017)

11


3

‘Studenten in het hoger onderwijs maximale kansen op slagen en internationale ervaring geven’ Trajectstarters als alternatief voor het leerkrediet? De minister vroeg de Vlor om een alternatief voor het leerkrediet voor te stellen. De Vlor was al langer een pleitbezorger voor een vereenvoudiging van het leerkrediet. Binnen de raad geven zowel instellingsbesturen en personeelsleden als studenten aan dat het leerkrediet in een aantal gevallen nodeloos complex is en het de studievoortgang soms beperkt in plaats van stimuleert. Zelfs als de vereenvoudigingsvoorstellen die de Vlor eerder deed, worden geĂŻmplementeerd, blijven er een aantal knelpunten bestaan zoals het laattijdige effect van het leerkrediet en het feit dat er steeds meer uitzonderingen moeten worden voorzien. De Vlor bekeek of het systeem van trajectstarters een alternatief kan zijn voor het leerkrediet. In dat voorstel kan een student drie keer een nieuwe bachelor- of graduaatsopleiding aanvatten als trajectstarter. Hij kan een vierde traject inzetten voor een graduaatsopleiding als hij nog geen diploma hoger onderwijs behaald heeft. De trajectstarter wordt dan gefinancierd via input tot hij 90 studiepunten opgenomen heeft. Een student die geen trajectstarter meer is, wordt via output gefinancierd. De Vlor concludeerde dat het alternatief van trajectstarters voordelen heeft t.o.v. het huidige systeem van het leerkrediet: het is minder complex, transparanter en geeft meer kansen aan studenten die zich herpakken. Het systeem van trajectstarter heeft echter ook een aantal onmiskenbare nadelen en er zijn bovendien belangrijke randvoorwaarden. De Vlor is er daarom niet van overtuigd dat de voordelen van het systeem van trajectstarters groter zouden zijn dan de voordelen van het vereenvoudigd leerkredietsysteem. Lees hier het advies over trajectstarters als alternatief voor het leerkrediet (14 november 2017)

Studentenparticipatie: een gedeelde verantwoordelijkheid van instellingen en studenten Participatie beroerde afgelopen werkjaar de gemoederen bij de studenten. Meer dan 40 studentenvertegenwoordigers woonden op 13 maart 2018 een hoorzitting bij van de Commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement. Ze zetten daar het advies dat de Vlor in juni 2017 had uitgebracht over het stimuleren van studentenparticipatie, kracht bij. In antwoord op datzelfde advies vroeg de minister aan de Vlor om een concreet voorstel te doen hoe instellingen hun visie en beleid inzake studentenparticipatie kunnen expliciteren. De Vlor is van mening dat de instellingen verder moeten gaan dan enkel het verlenen van het studentenstatuut. Elke instelling moet, samen met zijn studenten(raad), nadenken over de visie, ondersteuning, specifieke acties en middelen die zij daartegenover zet. Dat vraagt een beleidskader dat geen onderdeel is van het beleidsplan studentenvoorzieningen, maar instellingsbreed gaat. Verder is er volgens de Vlor nood aan een goede rechtspositieregeling voor de student, middelen voor de studentenraad en ondersteuning. Op korte termijn moet de overheid het decreet sterker detailleren zodat aan instellingen meer richting gegeven wordt over de invulling van studentenparticipatie. 12


Lees hier het advies over het versterken van studentenparticipatie door de instellingen hoger onderwijs (12 juni 2018)

Nood aan een nieuwe internationaliseringsstrategie na 20 jaar Bologna De Bolognaverklaring van 1999 is de aanleiding geweest voor de creatie van een Europese hogeronderwijsruimte en zorgde voor een grondige hervorming en internationalisering van het Vlaamse hoger onderwijs. Naar aanleiding van 20 jaar Bologna formuleerde de Vlor een advies waarin hij pleit voor een aanzwengeling van de internationalisering van het Vlaamse hoger onderwijs. Lees hier het advies over de toekomst van het Bolognaproces (9 oktober 2017)

De Vlor had vorig werkjaar al aangedrongen op een hernieuwde internationaliseringsstrategie voor het hoger onderwijs. De minister had daarop laten weten daar werk van te zullen maken in het najaar van 2018. De Vlor hoopt dat deze opstart er ook daadwerkelijk komt en wil betrokken worden bij de gesprekken.

Netwerk Europese universiteiten Om de samenhang tussen onderzoek, onderwijs en innovatie te verbeteren en de concurrentiekracht van het Europese hoger onderwijs te versterken, wil de Europese Commissie binnenkort werk maken van een ‘network of European Universities’. De Vlor ziet nog heel wat onduidelijkheden over de aard van de samenwerking, de betrokkenheid van de partners, de beschikbare middelen… Hij formuleert daarover een aantal bezorgdheden, maar onderschrijft wel het principe van samenwerking. Hij hoopt dat dit initiatief alvast de mobiliteit van studenten en staf zal stimuleren, iets waarvoor de Vlor al langer vragende partij is. Lees hier het advies over het ‘Network of European Universities’ van de Europese Commissie (13 maart 2018)

Geen drempels voor studenten met een functiebeperking Naar aanleiding van een recente bevraging van het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs (SIHO) deed de Vlor een aantal aanbevelingen voor de Vlaamse en internationale overheid over inkomende en uitgaande mobiliteit van studenten met een functiebeperking. De raad pleit voor een correcte en transparante dataverzameling, sensibiliseringsacties, meeneembaarheid van leerhulpmiddelen, persoonlijke assistentie en een sociale kaart per provincie. De minister gaf aan dat ze SIHO zal vragen om o.a. de sociale kaart op te nemen. De instellingen hoger onderwijs moeten zorgen voor een structurele aanpak om de drempel te verlagen voor studenten met een functiebeperking. Daarbij is een goed beeld van de ondersteuningsnood essentieel en moeten de studenten zelf goed op de hoogte zijn van de verschillende aanmeldingsprocedures. Lees hier het advies over de internationale mobiliteit van studenten met een functiebeperking (13 maart 2018)

13


Het curriculum in het hoger onderwijs uitgedaagd Van het hoger onderwijs wordt in toenemende mate verwacht dat het werkt aan internationalisering, innovatie, employability, burgerschap, democratisering, duurzaamheid, sociaal engagement, interdisciplinariteit … Hoe moet dat alles worden vertaald naar het curriculum? In het kader van Eramus+ werkte de Vlor afgelopen jaar aan een project dat zich boog over die centrale vraag. Op 18 april 2018 organiseerde de Vlor een studievoormiddag waar hij de resultaten van dat project voorstelde. Verschillende hogeronderwijsinstellingen stelden er ook een poster voor over curriculumdesign in hun instelling of in een of meerdere opleidingen. Lees hier het verslag van de studiedag ‘Het curriculum in hoger onderwijs uitgedaagd’ (18 april 2018)

Het nieuwe Europese Erasmusprogramma Omdat uit evaluaties blijkt dat het Erasmusprogramma nog vele groepen jongeren niet bereikt, pleit de Europese Commissie voor meer inclusie en voor doelgerichte inspanningen om studenten uit kansengroepen meer kansen te geven op internationale mobiliteit. De Commissie wil ook lerenden uit beroepsgerichte opleidingen meer stimuleren om een tijdje te leren (of stage te lopen) in een ander land. De Vlor maakte gebruik van de consultatie die de Europese Commissie organiseerde bij burgers en organisaties voorafgaand aan de goedkeuring door het Europees Parlement en de Raad. Hij formuleerde een advies op eigen initiatief, gericht aan zowel de Europese beleidsmakers als de Vlaamse minister van Onderwijs. Lees hier het advies over het nieuwe Erasmusprogramma (28 juni 2018)

4

‘Volwassenenonderwijs als partner in levenslang leren’ Het volwassenenonderwijs hertekend: schaalvergroting en nieuw financieringssysteem De overheid heeft de ambitie om het volwassenenonderwijs te versterken en duidelijk te positioneren binnen het onderwijslandschap. Na een conceptnota (maart 2016), een spoeddecreet met enkele bewarende en faciliterende maatregelen (december 2016), zat de hervorming van het volwassenenonderwijs begin dit werkjaar in een volgende fase met de invoering van een nieuw financieringssysteem voor de centra voor basiseducatie (cbe) en de centra voor volwassenenonderwijs (cvo) en een wijziging van het personeelsstatuut van de personeelsleden van de cvo. Aangezien de Vlor niet bevoegd is om zich uit te spreken over personeelsmaterie, bracht de raad enkel advies uit over de aanpassing van het financieringssysteem. De Vlor vindt het jammer dat de hervorming van het volwassenenonderwijs gefragmenteerd is doorgevoerd via verschillende decreten, in plaats van een globale wijziging via een nieuw niveaudecreet. De overheid heeft onvoldoende duidelijkheid gegeven over een globale visie of een globaal kader.

14


De Vlor blijft het belang van de brede maatschappelijke opdracht van het volwassenenonderwijs onderstrepen. Vanuit een brede vorming zet het volwassenenonderwijs in op de professionele inzetbaarheid, de actieve participatie en de sociale inclusie van de lerende. Op die manier realiseert het volwassenenonderwijs een belangrijke maatschappelijke en economische meerwaarde voor de samenleving. Ook de overheid heeft herhaaldelijk het belang van een brede invulling van het volwassenenonderwijs benadrukt. De Vlor merkt echter een discrepantie tussen de bevestiging van de brede opdracht en het voorstel van financieringssysteem dat werd uitgewerkt. Bij een te enge benadering van het volwassenenonderwijs zal een grote groep volwassenen minder toegang hebben tot levenslang en levensbreed leren waardoor nieuwe kansengroepen dreigen te ontstaan, terwijl Vlaanderen de Europese doelstellingen voor deelname aan opleiding en vorming voor volwassenen nog niet bereikt. Lees hier het advies over het financieringsdecreet volwassenenonderwijs (3 oktober 2017)

De overheid heeft verschillende trajecten opgestart om het levenslang leren te stimuleren en om een competentiebeleid voor de arbeidsmarkt van de toekomst te ontwikkelen. De Vlor volgt deze trajecten van nabij en zoekt naar synergiën tussen de verschillende trajecten en initiatieven. Hij besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de positie van het volwassenenonderwijs en blijft een brede invulling van het volwassenonderwijs – met oog voor professionele, sociale en persoonlijke ontwikkeling – benadrukken. In het kader van de transitieprioriteit ‘Levenslang leren en de dynamische loopbaan’ in het kader van Visie 2050 en de OESO Skills Strategy Vlaanderen, organiseerde de Vlor op 9 mei 2018 een tweede ronde tafel, waarop het rapport ‘Toekomstverkenningen arbeidsmarkt en onderwijs 2050 – rapportage interviews’ werd voorgesteld en de onderzoekers in dialoog gingen met de leden van de Vlor. De Vlor maakt deel uit van het Vlaamse projectteam Skills Strategy en organiseerde mee de diagnostische workshop op 15 mei 2018. Tijdens deze workshop discussieerden stakeholders in de wereld van Werk en Onderwijs over de sterktes en zwaktes in het leersysteem en de leeruitkomsten in Vlaanderen en formuleerden de eerste aanbevelingen. Tegen het begin van 2019 wordt de Skills Strategy voor Vlaanderen afgerond.

Leerloopbaanbegeleiding voor volwassenen In het verleden heeft de Vlor herhaaldelijk onderstreept dat levensloopbaanbegeleiding een essentieel onderdeel is van een beleid gericht op participatie aan levenslang en levensbreed leren. De minister vroeg de Vlor om advies over het verslag van het GOALproject en over de blauwdruk leerloopbaanbegeleiding, die werd uitgewerkt door het Vlaams Adviescomité van het GOAL-project. Leerloopbaanbegeleiding kan een krachtig instrument zijn om de lage participatie in Vlaanderen aan opleiding en vorming te verhogen, voldoende gerichtheid op kansengroepen, kwetsbare doelgroepen en ‘vindplaatsgericht werken’ zijn daarbij belangrijke elementen. Effectieve leerloopbaanbegeleiding moet voor de Vlor georganiseerd worden binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, onafhankelijk van aanbieders van opleiding en vorming.

15


Lees hier het advies over leerloopbaanbegeleiding voor volwassenen (8 mei 2018)

Beleidskader Nederlands als tweede taal (NT2) De Vlor adviseerde het voorontwerp van decreet dat wijzigingen aanbrengt aan het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en een beleidskader creëert voor het NT2beleid. De Vlor pleit voor het gebruik van de VESOC-definitie voor de doelgroep van het integratie- en inburgeringsbeleid en voor voldoende betrokkenheid en autonomie van de doelgroep, de doelgroepverenigingen en het Forum voor Etnisch-culturele Minderheden. De raad vindt een coherent en krachtig kwaliteitsbeleid voor NT2 erg belangrijk. In zijn advies over het voorontwerp van decreet pleitte hij dan ook voor een geïntegreerd kwaliteitszorgsysteem voor het volwassenenonderwijs, met inbegrip van NT2 en vroeg hij verduidelijking over het referentiekader voor onderwijskwaliteit NT2. De raad vindt het positief dat er voldoende mogelijkheden zijn voor samenwerking en expertisedeling. Lees hier het advies over de wijziging van Integratie- en Inburgeringsdecreet (8 mei 2018)

5

‘Samenwerking tussen het kunstonderwijs en de cultuuractoren’ De hervorming van het deeltijds kunstonderwijs (dko) Met een niveaudecreet maakte de minister op het einde van het werkjaar 2016-17 definitief werk van de hervorming van het dko. In het voorjaar 2018 werd het decreet definitief goedgekeurd. De hervorming zal al worden geïmplementeerd vanaf 1 september 2018. Ter voorbereiding daarvan werd de nieuwe regeling voor toekenning van bijkomende onderwijsbevoegdheid aan een academie deeltijds kunstonderwijs vervroegd ingevoerd. De academies konden in mei 2018, na een programmatiestop van 8 schooljaren, opnieuw een nieuwe onderwijsbevoegdheid aanvragen. (zie verder) De Vlor heeft het moeilijk met de snelheid waarmee de hervorming wordt doorgevoerd. Dat zorgt voor heel wat onduidelijkheid en ongerustheid op het werkveld. De minister pikte dat signaal deels op en maakte extra middelen vrij voor een ondersteuningstraject voor de academies bij de implementatie van het nieuwe decreet.

6

‘Leerdoelen scherpstellen om sterke persoonlijkheden te vormen’ Nieuw eindtermenkader opent perspectieven, maar nog veel verduidelijking nodig De Vlor heeft in de voorbije twee jaar grondig denkwerk en voorstellen geleverd voor de vernieuwing van het eindtermenkader, zowel bij de start van het parlementaire debat, als bij de conclusies van het participatief publiek debat. Op 13 november 2017 richtte het Vlaams Parlement een adviesvraag aan de Vlor over het voorstel decreet met een nieuwe 16


architectuur voor onderwijsdoelen, de nieuwe overkoepelende term voor eindtermen, ontwikkelingsdoelen en andere doelen zoals basisgeletterdheid, uitbreidingsdoelen, cesuurdoelen en differentiële doelen. De Vlor stelde tevreden vast dat het parlement verschillende van zijn voorstellen uit de eerdere adviezen heeft overgenomen: de ordening van onderwijsdoelen in grote thema’s, het behoud van de autonomie van de klassenraad bij het boordelen van leerlingenprestaties, het gebruik van de PDCA-evaluatiecirkel voor de actualisering van de eindtermen, de afwijkingsprocedure, de ruimte voor een vertaling van beroepskwalificaties in onderwijskwalificaties en de ruimte voor ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs op populatieniveau. De waardering van de Vlor voor het voorstel was echter voorwaardelijk. De Vlor wil de begrippen en het statuut van de nieuwe onderwijsdoelen en eindtermen eenduidiger en transparanter omschreven worden. Het voorstel van decreet voert ook eindtermen in voor basisgeletterdheid. De Vlor stelt vast dat dit om een ander soort doelen gaat dan de eindtermen voor de basisvorming. Het begrip basisgeletterdheid is niet omschreven; het statuut ervan verschilt fundamenteel van dat van de eindtermen. Sommige leerlingen zullen de basisgeletterdheidsdoelen immers pas bereiken bij het verlaten van het secundair onderwijs. Daarom zouden deze doelen zich best richten op het verlaten van de leerplicht. De Vlor vroeg ook om zijn adviesfunctie inzake onderwijsdoelen verder te kunnen vervullen. Onderwijsdoelen behoren immers tot de essentie van waar onderwijs over gaat. Het is dan ook wezenlijk dat zij gedragen worden door alle belanghebbenden in onderwijs. De raad vroeg dan ook in zijn advies over Onderwijsdecreet XXVIII om zijn bevoegdheid voorafgaand aan de finale goedkeuring van de onderwijsdoelen door het Vlaams Parlement vast te leggen via een aanpassing in het participatiedecreet. Lees hier het advies over de hervorming van de onderwijsdoelen (13 december 2017)

7

‘Competenties van Nederlands en moderne vreemde talen blijvend verbeteren’ Begrijpend lezen: beleidsaanbevelingen na PIRLS Uit het internationaal vergelijkend PIRLS-onderzoek bleek recent dat de prestaties op vlak van begrijpend lezen van leerlingen uit het vierde leerjaar in Vlaanderen duidelijk gedaald zijn tussen 2006 en 2016. Dat vormde voor de Vlor de aanleiding om enkele aanbevelingen voor het beleid te formuleren over begrijpend lezen. Het onderzoek riep een fundamenteel debat op. Wat meet het onderzoek precies? En wat is de verhouding met de eindtermen en datgene wat we verstaan onder goed onderwijs op vlak van begrijpend lezen? Een standpunt daarover is cruciaal om de resultaten van PIRLS te kunnen kaderen. De Vlor pleitte ook voor meer overleg met het onderwijsveld over internationaal vergelijkende toetsen zoals PIRLS. De resultaten van deze toetsen

17


leiden vaak tot een hevig debat in de media. Het is daarom belangrijk om sterker in te zetten op een dialoogmodel tussen onderzoekers en het brede onderwijsveld. Lees hier het advies over begrijpend lezen (PIRLS 2016) (28 maart 2018)

De Vlor suggereerde het thema ‘begrijpend leesdidactiek basisonderwijs’ ook als een van de prioritaire thema’s voor een praktijkgerichte literatuurstudie zoals hij er al tien liet maken. De minister ging op dit voorstel in en kende de Vlor een budget toe voor het project. Onderzoekers konden tot 20 augustus 2018 een voorstel indienen. Na de publicatie van de review zal de Vlor in 2019 de bevindingen voorstellen aan het brede onderwijsveld. Bekijk hier de oproep voor een praktijkgerichte review over begrijpend leesdidactiek

Taalbeleid hoger onderwijs: debat blijft bestaan In zijn advies over de beleidsbrief 2017-2018 gaf de Vlor nog eens aan dat hij in deze legislatuur inspanningen voor een taalbeleid in het hoger onderwijs verwacht. De raad had hierover eerder in februari 2017 een advies geformuleerd waarin hij pleitte voor een uitbreiding van het aantal anderstalige opleidingen om de internationale aantrekkingskracht van het Vlaamse hoger onderwijs te stimuleren. Dat vraagt een taalbeleid van de instellingen dat inzet op zowel het Nederlands als op anderstaligheid. Ook dit werkjaar bleef dat Vlor-advies aanleiding geven tot heel wat discussie. Uit dat debat bleek alvast dat de eensgezindheid binnen de raad nog niet vertaald is in een maatschappelijke consensus over het te volgen taalbeleid in het hoger onderwijs. De Vlor blijft in elk geval bereid om dit debat ook in de toekomst verder te voeren.

8

‘Van leren en werken een volwaardig onderwijstraject maken’ Uitstel invoering duaal leren secundair onderwijs Sinds het begin van vorig schooljaar wordt er geëxperimenteerd met duaal leren in het secundair onderwijs. De Vlor heeft altijd veel voordelen gezien in duaal leren, maar vindt dat er nog heel wat voorwaarden ingevuld moeten worden om er een succes van te maken. Blijvende bezorgdheden zijn de nood aan voldoende leerwerkplekken, de mogelijkheid tot intensieve begeleiding, het statuut van de mentor in de klassenraad en het bereiken van een onderwijskwalificatie als uitgangspunt van duaal leren. Ter voorbereiding van de invoering van duaal leren in het secundair onderwijs, startte de Vlaamse overheid het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’. De eerste duale trajecten gingen van start in het schooljaar 2016-2017, in 2017-2018 werden er opleidingen toegevoegd en in het schooljaar 2018-2019 wordt het tijdelijk project verder uitgebreid. De overheid besliste om de implementatie uit te stellen naar 1 september 2019 en ging daarmee in op een al eerder gestelde vraag van de Vlor: ‘geen invoering duaal leren zonder een grondige evaluatie van de tijdelijke projecten’. Lees hier het advies over het voorontwerp van decreet duaal leren (12 oktober 2017)

18


Lees hier het advies over de uitbreiding van het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’ (8 maart 2018) Lees hier het advies over de maatregelen voor de organisatie van duaal leren en de aanloopfase (17 mei 2018)

Aanloopfase Door de invoering van duaal leren zal het stelsel van leren en werken uitdoven. Dat betekent dat ook het persoonlijk ontwikkelingstraject, het voortraject en het brugproject niet langer zullen bestaan. Voor de leerlingen die momenteel in een van deze drie fasen zitten, zal er een ander aanbod uitgewerkt worden dat hen de kans geeft om zich voor te bereiden op een duaal traject. In het voorontwerp van decreet werd de aanloopfase al voorzien, maar nog niet geconcretiseerd. De Vlor vroeg in zijn advies dan ook meer duidelijkheid, want op belangrijke aspecten als de precieze doelgroep of het organisatiemodel was er nog geen zicht. De minister gaf gevolg aan die vraag met een nota die de verdere concretisering van de aanloopfase beschrijft. De Vlor werd niet formeel om advies gevraagd, maar vond het wel belangrijk om zich er over uit te spreken via een advies op eigen initiatief. De Vlor vindt het belangrijk dat de aanloopfase geen wacht- of eindstation wordt voor jongeren zonder leerwerkplaats. Daarvoor moet er in de eerste plaats blijvend ingezet worden op sensibilisering en mobilisering van werkgevers voor duaal leren. Positieve elementen in deze maatregel zijn het feit dat zowel de centra voor deeltijds onderwijs, Syntra en voltijdse scholen de aanloopfase kunnen organiseren, de grote flexibiliteit op het vlak van duur en inhoud en de evolutie naar een structurele financiering. Lees hier het advies over de aanloopfase van het duaal leren (19 april 2018)

Duaal leren in het buso Ondertussen werd ook gewerkt aan een decretale basis voor duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs (buso). Die moet garanderen dat meerdere vormen van werkplekleren in het buso naast elkaar kunnen functioneren. De huidige alternerende beroepsopleiding tijdens de integratiefase blijft immers bestaan. De Vlor waardeert dat het buso voortaan ook duaal kan worden georganiseerd. Maar de raad blijft vragende partij naar een globale visie op een vernieuwd buitengewoon secundair onderwijs. Lees hier het advies over duaal leren in het buso (14 juni 2018)

Ook in volwassenenonderwijs en hoger onderwijs? De minister werd ook vanuit verschillende hoeken gewezen op de opportuniteit van duaal leren binnen het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs. Zij vroeg daarom aan de Vlor om een advies te formuleren over de invoering in deze beide onderwijsniveaus. Ter voorbereiding daarvan organiseerde de Vlor op 7 februari een seminarie waar de mogelijkheden werden verkend van duaal leren in het volwassenonderwijs en het hoger onderwijs.

19


De Vlor is alvast van mening dat het duaal leren ook heel wat meerwaarde biedt in het volwassenenonderwijs. Het is een manier om de lage participatie van volwassenen aan opleiding en vorming te verhogen. Daarnaast kan duaal leren de verdere samenwerking tussen centra voor volwassenenonderwijs en organisaties en bedrijven stimuleren. Duaal leren in het volwassenenonderwijs houdt wel een perspectiefwissel in. Er moet een nieuwe visie op leren ontwikkeld worden, waarbij niet enkel de verhouding tussen werkplekleren en contactonderwijs (en/of afstandsonderwijs) van belang is, maar het leren zelf vanuit een ander perspectief wordt benaderd. De Vlor benadrukt dat de doelgroep van duaal leren voldoende breed moet zijn, met inbegrip van kansengroepen, en dat de opleidingen duaal leren voldoende breed ingevuld moeten worden. In antwoord op dit advies liet de minister weten in te zullen gaan op het voorstel om in de schoot van de Vlor overleg te organiseren met alle betrokken stakeholders over de verdere concretisering van duaal leren in het volwassenenonderwijs. Lees hier het advies over duaal leren in het volwassenenonderwijs (8 mei 2018)

Voor het hoger onderwijs is de Vlor wat terughoudender. De raad ziet zeker de meerwaarde van werkplekleren in hogeronderwijsopleidingen. Maar daarbovenop nog eens een definitie van duaal leren construeren, lijkt weinig zinvol en zorgt voor begripsverwarring. Het verschil met wat vandaag al bestaat, is dermate artificieel dat de Vlor adviseert om de term ‘duaal leren’ in het hoger onderwijs niet in te voeren. Het bestaande werkplekleren heeft er een vaste plaats verworven in de curricula en is bovendien een welbekend en goed omschreven begrip. De Vlor pleit ervoor om in pilootprojecten na te gaan of er trajecten kunnen uitgewerkt worden waar nog meer werkplekleren aan bod komt. De minister antwoordde de Vlor dat ze dit een goed idee vindt en zal bekijken hoe dit vorm kan krijgen. Lees hier het advies over duaal leren in het hoger onderwijs (12 juni 2018)

9

‘Een vlotte doorstroom van het onderwijs naar de arbeidsmarkt realiseren’ Beroepskwalificaties niet onverkort overnemen in onderwijscurriculum Er bestaat discussie over de manier waarop beroepskwalificaties momenteel worden ingezet voor het bepalen van onderwijscurricula. Voor de Vlor is het duidelijk dat beroepskwalificaties niet geschikt zijn om onverkort over te nemen in het onderwijs. De onderwijsaanbieders moeten voldoende ruimte hebben om ze te vertalen naar de onderwijscurricula. Daarbij moet aandacht zijn voor de bezorgdheden van zowel de onderwijs- als de socio-economische partners. Lees hier het advies over de relatie tussen onderwijscurricula en beroepskwalificaties (28 september 2017)

Op vraag van de minister werd er in opvolging van dit advies een overleg met de SERV opgestart om een gezamenlijk advies te formuleren. Dat moet de concrete pistes schetsen die de relatie tussen het onderwijscurriculum en beroepskwalificaties kunnen ophelderen.

20


Het overleg werd opgestart, maar is ondertussen stilgelegd omwille van andere prioriteiten, nl. de curriculumdossiers voor de eerste graad. Het overleg wordt hernomen in het werkjaar 2018-2019.

Commissie RTC De regionale technologische centra (RTC's) moeten zorgen voor een betere afstemming van onderwijs en opleiding met de noden van de arbeidsmarkt. In de beheersovereenkomst die tussen de RTC’s en de Vlaamse overheid werd afgesloten voor 2015-2020, kreeg de Vlor de opdracht om jaarlijks een klankbordgroep te organiseren. Daarin zetelen de geledingen van de Vlor, de sectorale en interprofessionele sociale partners, de VDAB en Syntra Vlaanderen. De commissie RTC toetst de werking van de RTC’s aan het bredere strategische onderwijsen socio-economische kader en geeft opportuniteiten mee voor de jaaractieplannen. Afgelopen werkjaar formuleerde de commissie enkele opportuniteiten voor de jaaractieplannen van de RTC’s.

10

‘Een betere studiekeuzebegeleiding realiseren’ In 2015 startte de Vlor een structureel overleg op tussen actoren uit het secundair en hoger onderwijs. In dat platform zetelen de vertegenwoordigers van alle betrokken onderwijspartners, zowel uit het secundair onderwijs als uit het hoger onderwijs: de leerlingen, de studenten, de ouders, de leraren, de onderwijsverstrekkers, de centra voor leerlingenbegeleiding, het hoger onderwijs, het kabinet Onderwijs en het Departement Onderwijs en Vorming.

Klankbordfunctie bij de verdere ontwikkeling van Columbus Omdat het belangrijk is om een breed draagvlak te hebben bij verschillende actoren, gaf de minister het overlegplatform van de Vlor de opdracht om de ontwikkeling en implementatie van het exploratie-instrument Columbus mee te begeleiden. Het overlegplatform ontwikkelde in 2016 een draaiboek om met Columbus aan de slag te gaan op school. Op basis van de ervaringen met Columbus en de stand van zaken in de ontwikkeling van het instrument, was er voor het schooljaar 2017-2018 een bijgewerkte versie beschikbaar. Voor het schooljaar 2018-2019 plant de Vlor een nieuwe herwerking, zodat het draaiboek nog beter een hulpinstrument kan zijn voor alle scholen die met Columbus werken in het kader van hun onderwijsloopbaanbegeleiding. Op vraag van de Vlor kende de minister projectmiddelen toe aan de pedagogische begeleidingsdiensten om de implementatie van Columbus te ondersteunen. Het Vloroverlegplatform is stuurgroep voor deze projecten. Meer info op www.vlor.be/studiekeuzeSOHO

21


Ervaringsuitwisseling over overgangstoetsen SOHO Het overlegplatform Studiekeuze SOHO nam afgelopen werkjaar ook het initiatief om naar aanleiding van de lage slaagcijfers in het eerste jaar van het hoger onderwijs, een seminarie te organiseren voor de Vlor-leden over toetsen bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. Dat seminarie kende een ruime opkomst en was een unieke gelegenheid om de informatie over verschillende instrumenten in de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs samen te brengen en tot kennisdeling en gesprek te komen.

11

‘Ondersteuning van lerenden versterken’ Hervorming leerlingenbegeleiding De Vlor bracht op 28 september 2017 advies uit over het voorontwerp van decreet over leerlingenbegeleiding. Het decreet moet een antwoord te bieden op de jarenlange discussie over de opdrachten en rollen van de verschillende actoren die samen verantwoordelijkheid dragen voor de leerlingenbegeleiding: de centra voor leerlingenbegeleiding (clb) en de scholen (basisonderwijs en secundair onderwijs). Diverse ministers gedurende meerdere legislaturen plaatsten dit thema op de beleidsagenda. De Vlor vindt het positief dat er werk wordt gemaakt van een meer heldere afstemming tussen de scholen en de centra, met een eenduidige definitie van leerlingenbegeleiding en vertrekkend vanuit het principe van een continuüm aan leerlingenbegeleiding in verschillende begeleidingsdomeinen. Tijdens de voorbije maanden werden ook de voornaamste uitvoeringsbesluiten goedgekeurd. Momenteel wordt in de centra en in de scholen hard gewerkt om de uitgangspunten te concretiseren in de dagelijkse praktijk. Hieruit moet een betere afstemming groeien tussen de rollen en taken van de verschillende actoren. Het moet ook duidelijker worden hoever de verantwoordelijkheid reikt van elke school om een basisaanbod voor leerlingenbegeleiding te hebben. De Vlor vindt dat er een structurele oplossing moet komen voor de financiering van leerlingenbegeleiding. De raad vindt het erg belangrijk dat samenwerking tussen de centra voor leerlingenbegeleiding vorm krijgt in bottom-upprocessen in plaats van een verplichte netoverstijgende samenwerking. Lees hier het advies over het voorontwerp decreet leerlingenbegeleiding (28 september 2017)

Welbevinden op school De onderwijspartners binnen de Vlor maken samen met de betrokken overheden en experts een topprioriteit van een beleid tegen pesten, dat sinds het schooljaar 2015-2016 vorm krijgt in een overlegplatform binnen de Vlor. Op 20 maart 2018 organiseerde het overlegplatform een studienamiddag met o.a. een toelichting over hoe men in Nederland werkt aan een kwaliteitstoetsingskader voor antipestprogramma’s en -interventies. Onder de vleugels van het overlegplatform komen ook de actoren uit de lerarenopleiding samen. Zij denken na over welke vaardigheden, kennis en attitudes minstens moeten

22


opgenomen zijn in het curriculum van de lerarenopleidingen, zodat leraren in spe kunnen werken aan welbevinden en preventie van pesten in hun klas of school.

12

‘Het uitrollen van het beleid voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ Bijsturingen M-decreet Na de invoering van het ondersteuningsmodel stelde de overheid voor om een aantal noodzakelijke aanpassingen te doen aan het decreet basisonderwijs en de codex secundair onderwijs. In zijn advies over dat voorontwerp van decreet formuleerde de Vlor ook enkele globale bedenkingen. Hij pleitte o.a. voor een centraal platform voor clb-verslaggeving, met een verdere uitwerking van randvoorwaarden zoals de juridische context en toegangsrechten. De raad vroeg ook een oplossing ten gronde voor de ondersteuning van leerlingen met gedrags- en emotionele stoornissen en voor de toekomst van het buitengewoon onderwijs. Lees hier het advies over bijsturingen aan het M-decreet (25 januari 2018)

13

‘De financiële drempel tot participatie aan onderwijs aanpakken via school- en studietoelagen’ Geen drempels voor graduaatsstudenten en studenten met een functiebeperking Studenten die minder dan 27 studiepunten opnemen, betalen relatief veel studiegeld in vergelijking met het aantal studiepunten dat ze opnemen. Bovendien hebben zij geen recht op studietoelagen en kinderbijslag en hebben zij vaak geen toegang tot studentenvoorzieningen. Voor de graduaatsstudenten, de groep studenten van de opleidingen die voorheen door het volwassenenonderwijs werden aangeboden, betekent dat een achteruitgang. Zij zullen meer studiegeld moeten betalen aan de hogeschool dan voordien aan een cvo. De Vlor onderzocht afgelopen werkjaar of er gesleuteld kan worden aan dat studiegeldsysteem. De raad is echter geen voorstander om de tariefstructuur te wijzigen, maar pleit wel voor corrigerende maatregelen. De minister gaf aan dat advies van de Vlor te zullen opvolgen. Lees hier het advies over studiegelden voor studenten die minder dan 27 studiepunten opnemen (29 januari 2018)

23


14

‘De (digitale) geletterdheid en mediawijsheid verhogen’ Onvoldoende garanties voor een goed geletterdheidsbeleid Uit verschillende internationale vergelijkende onderzoeken blijkt dat de vorige plannen Geletterdheid (2005 en 2012) niet hebben geleid tot de vooropgestelde daling van het aantal laaggeletterden. Afgelopen werkjaar lanceerde de minister een derde Plan Geletterdheid dat moet leiden tot een geletterdheidsbeleid met meer kritische zin en meer engagement dan voorheen. De Vlor is tevreden met de aanhoudende aandacht van de Vlaamse overheid voor geletterdheid en onderschrijft de drievoudige aanpak van de overheid: een preventieve, remediërende en sensibiliserende aanpak. In zijn advies over het nieuwe plan gaf hij aan te weinig garanties te vinden voor het realiseren van het vooropgestelde horizontaal, duurzaam en structureel geletterdheidsbeleid. Hij pleitte ook voor voldoende budgettaire ruimte, het overstijgen van de projectmatige aanpak en voor monitoring en effectmeting. Lees hier het advies over het plan Geletterdheid 2017-2024 (26 oktober 2017)

Mediawijsheid Sinds enkele jaren was binnen de Vlor een overlegplatform Onderwijs-Media actief. Dat moest het overleg mogelijk maken tussen partners uit onderwijs en mediawijsheid en gaf de kans aan onderwijspartners om input te geven voor de acties en producten van het Kenniscentrum Mediawijsheid. Om de betrokkenheid van de onderwijspartners te verhogen, zal het thema ‘mediawijsheid’ voortaan opgenomen worden door de Commissie Onderwijs en Samenleving. Die opdracht valt onder de regierol die de commissie Onderwijs en Samenleving kreeg toebedeeld voor educaties.

24


Strategisch doel 2: ‘Voldoende, deskundig en gemotiveerd onderwijspersoneel garanderen’ De Vlor spreekt zich niet uit over personeelsaangelegenheden zoals arbeidsvoorwaarden, statuut, …. Wanneer het thema van onderwijs als werkplek aan bod komt in de Vlor, gebeurt dat vanuit het perspectief van alle actoren binnen onderwijs.

1

‘De lerarenopleiding versterken’

Vlak voor het zomerreces van 2017 keurde de Vlaamse Regering enkele ingrijpende maatregelen goed in verband met de lerarenopleiding. Vanaf 1 september 2019 worden de specifieke lerarenopleidingen van het volwassenenonderwijs overgedragen naar de universiteiten en de hogescholen. De overheid voerde tegelijk een aantal maatregelen in om die lerarenopleiding te versterken: de instapproef voor kandidaat-studenten in de bachelor onderwijs, de educatieve masteropleidingen aan de universiteiten, een uitbreiding van de LIO-banen waarbij studenten de praktijkcomponent verwerven als ‘Leraar- In-Opleiding’, de educatieve graduaatsopleidingen voor leraren zonder diploma hoger onderwijs en de verkorte opleidingen.

Meer en betere instroom door instapproef en educatieve masters? De Vlor is ervan overtuigd dat de invoering van de instapproef en de educatieve masteropleidingen een positief effect kunnen hebben op de kwalitatieve en kwantitatieve verhoging van de instroom in de lerarenopleiding. De raad gaf de overheid daarom het vertrouwen om met deze hervorming verder te gaan. Toch heeft de Vlor ook reserves. Het is evengoed mogelijk dat studenten worden afgeschrikt door de instapproef, het verhoogde inschrijvingsgeld en de onduidelijkheid die vandaag nog heerst over de studieduur en de inhoud van de opleidingen. Om die redenen drong de Vlor bij de overheid aan op een goede monitoring, evaluatie en mogelijke bijsturing van de instapproef en de educatieve master.

Leraar in opleiding en educatieve graduaatsopleidingen De raad is van mening dat de LIO-banen enkel voor de verkorte trajecten mogelijk moeten zijn en mits duidelijke afspraken over de instapvereisten, voldoende reflectie en analyse en voldoende pedagogische vorming en kwalitatieve begeleiding in het traject. Bovendien vraagt de Vlor een transparante verdeling van de verantwoordelijkheden van de lerarenopleiding en de school met voldoende middelen en omkadering voor de integratie van LIO-baners in de school.

25


Vanaf 1 september 2019 kunnen hogescholen ook educatieve graduaatsopleidingen organiseren voor kandidaat-leraren die een tewerkstelling in een technisch of praktisch vak, specialiteit, module of ambt beogen op basis van beroepservaring. Dit zijn in de praktijk leraren die geen diploma hoger onderwijs, maar wel veel vakinhoudelijke bagage bezitten. De Vlor vindt het belangrijk dat het onderwijs voldoende van deze leraren kan blijven aantrekken. Hun vakinhoudelijke expertise is immers van grote waarde voor het onderwijs. Binnen de Vlor is er echter geen eensgezindheid over de pragmatische oplossing om die leraren in te schalen op niveau 5 van de kwalificatiestructuur. Omdat zij vaak worden geconfronteerd met uitdagende klasgroepen, vinden sommigen dat zij voldoende didactisch-pedagogisch geschoold moeten zijn en is een diploma op niveau 6 of niveau 7 van de VKS een voorwaarde. Lees hier het advies over de overdracht van de lerarenopleiding (26 oktober 2017)

2

‘De basiscompetenties en het beroepsprofiel actualiseren’ De Vlor was al langer vragende partij om die basiscompetenties te actualiseren en te versoberen, zonder ze grondig te hervormen. De huidige sets van basiscompetenties dateren immers al van 2007. De minister legde in oktober 2017 een besluit met een vernieuwde set basiscompetenties voor aan de Vlor.

Eén versoberde set basiscompetenties De Vlor gaat akkoord met het voorstel van de overheid om de drie bestaande sets basiscompetenties (kleuter, lager, secundair) te vereenvoudigen tot één set en om de concretisering per onderwijsniveau te schrappen. Een gedetailleerde formulering van de bestaande basiscompetenties houdt immers het risico in dat zij een soort van afvinklijst worden. Dat doet afbreuk aan de geïntegreerde benadering van de leraar-professional. Bovendien vergroot het risico dat zij door de maatschappelijke ontwikkelingen snel achterhaald raken en dat hun duurzaamheid in het gedrang komt. De Vlor werkte verder op de aanpassingen van de overheid en stelde zelf een aangepast voorstel voor in het perspectief van een deskundige en gemotiveerde leraar die beschikt over de nodige ruimte om autonoom professioneel te handelen en die beroepsfierheid uitstraalt. Lees hier het advies over de basiscompetenties van de leraren (13 december 2017)

26


3

‘Een professionele, uitdagende en meer gevarieerde onderwijsloopbaan realiseren’ Stimulerende maatregelen De Vlor bracht een positief advies uit over het voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018. Die bevatten enkele wijzigingen naar aanleiding van de uitvoering van cao XI die de job van leerkracht aantrekkelijker moeten maken: •

het pilootproject lerarenplatform;

•

het omzetten van niet-ingevulde vervangingen in het basis- en secundair onderwijs;

•

de vereenvoudiging van de procedure betreffende vaste benoeming en vacantverklaring;

•

de projectmiddelen voor versterking van de leerkracht in het basisonderwijs.

Lees hier het advies over het programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2018 (26 april 2018)

Onderzoek master basisonderwijs De Vlor gaf ook zijn advies over de vraag of er in het basisonderwijs, naast de bachelors, ook masters ingezet kunnen worden, specifiek opgeleid voor het basisonderwijs. De raad bekeek deze vraag heel uitdrukkelijk vanuit een toekomstgerichte visie om het basisonderwijs verder te versterken en vanuit de krachtlijnen die eigen zijn aan dat basisonderwijs (zie eerder). De raad bekeek de problematiek ook vanuit het aanbod hoger onderwijs en gaf hiervoor ook een aantal pistes aan. Op het ogenblik van de advisering was het onderzoek naar de master basisonderwijs, waarop de Vlor in eerdere adviezen al had aangestuurd, niet gebeurd. Daardoor werd een belangrijke explorerende fase gemist en kon de Vlor de haalbaarheid van de master moeilijk beoordelen. De minister ging naderhand in op deze vraag en maakte binnen het Steunpunt voor Onderwijsonderzoek (SONO) middelen vrij voor onderzoek over het thema. Dat moet bestaande praktijken in Europa verkennen, gedetailleerd beschrijven en analyseren. Het onderzoek moet kennis opbouwen over de mate waarin en de omstandigheden waaronder het inzetten van masters basisonderwijs al dan niet bevorderlijk is voor de leerling, de leraar en de school. De Vlor kijkt uit naar de resultaten van dit onderzoek.

4

‘Een loopbaanlange professionalisering en ondersteuning van leraren realiseren’ In de Vlor is sinds twee jaar een overlegplatform Welbevinden en Preventie van Pesten op School. Een specifieke actie van dat overlegplatform richtte zich op de lerarenopleidingen.

27


Hoe worden leraren in spe voorbereid om te werken aan welbevinden en pesten in hun school/klas? Hoe speelt het curriculum van de lerarenopleiding daarop in? Meer info over het thema welbevinden en de preventie van pesten op school

28


Strategisch doel 3: ‘Onderwijsinstellingen versterken’ 1

‘Het inschrijvingsbeleid vereenvoudigen en vernieuwen’

In zijn advies over de beleidsbrief 2017-2018 had de Vlor er op aangedrongen om nog in deze legislatuur werk van te maken van de vereenvoudiging en vernieuwing van het inschrijvingsdecreet. Bij het ingaan van het laatste jaar van de legislatuur blijft het wachten op een adviesvraag daarover.

2

‘Een optimalisatie van het onderwijslandschap mogelijk maken’ De schaalvergroting in het volwassenenonderwijs wordt ingevoerd vanaf 1 september 2019 en gerealiseerd via een verhoging van de rationalisatienormen. Op basis van de huidige regelgeving, bedraagt de rationalisatienorm 120.000 lesurencursist. Vanaf 1 september 2019 zal de rationalisatienorm verhoogd worden naar 700.000 lesurencursist in dichtbevolkte gebieden, 360.000 lesuren in landelijke gebieden en 525.000 lesurencursist in het Brussels hoofdstedelijk gewest, de faciliteitengemeenten en de Limburgse mijngemeenten. Centra die ervoor kiezen om zich te specialiseren in slechts 1 studiegebied, bijvoorbeeld horeca, zullen een norm van 200.000 lesurencursist moeten halen. De centra voor volwassenenonderwijs bereiden momenteel deze schaalvergroting voor via fusiebewegingen. Voor de Vlor is de toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de brede waaier van het aanbod, met specifieke aandacht voor kansengroepen, na de invoering van de schaalvergroting een belangrijk aandachtspunt. De raad zal de impact van deze hervorming en de hervorming van het financieringssysteem van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs, opvolgen.

3

‘De werkingsmiddelen in het leerplichtonderwijs evalueren’ Meer middelen en geen nieuwe besparingen De Vlor vraagt al langer aan de Vlaamse Regering om de volgende jaren van onderwijs een speerpunt te blijven maken door te blijven investeren in onderwijs en te zorgen voor voldoende middelen voor de basisfinanciering voor de verschillende onderwijsniveaus. Via een aantal dringende maatregelen ten laste van de begroting 2017 stelde de Vlaamse Regering extra middelen ter beschikking voor het onderwijs. Lees hier het advies over diverse bepalingen Onderwijs - begroting 2017 (17 oktober 2017)

29


Ook in het programmadecreet bij de begroting 2018 stelde de Vlor verheugd vast dat er extra investeringen waren voorzien voor het onderwijs en dat nieuwe besparingen in de onderwijsbegroting uitbleven. Lees hier het advies over het programmadecreet 2018 (17 oktober 2017)

4

‘Het aanbod en de financiering in het hoger onderwijs bijsturen’ Hoger beroepsonderwijs moet dubbele doelgroep blijven bedienen Vanaf 1 september 2019 zal het hoger beroepsonderwijs nog enkel worden aangeboden door de hogescholen. De opleidingen krijgen er voortaan de naam ‘graduaatsopleidingen’. In zijn advies over het voorontwerp van decreet over de uitbouw van die graduaatsopleidingen, pleitte de Vlor er bij de overheid voor om initiatieven op te zetten om die opleidingen ‘in de markt te zetten’ zodat het hoger beroepsonderwijs kan uitgroeien tot een volwaardig onderwijsniveau. Het hoger beroepsonderwijs moet in de toekomst zowel generatiestudenten als deeltijdse (volwassen) studenten bereiken. De Vlor vindt dat de graduaatsopleidingen de dubbele doelgroep van het hbo5 moet kunnen blijven bedienen. Belangrijke sleutels daartoe zijn de regionale spreiding en de financiering. Lees hier het advies over de uitbouw van graduaatsopleidingen (28 september 2017)

5

‘Internationale ontwikkelingen vertalen in Vlaams onderwijsbeleid’ Opvolging internationaal onderwijsbeleid De Vlor volgt de belangrijke ontwikkelingen in het internationale onderwijsbeleid systematisch en grondig op en stelt zijn partners in de gelegenheid om mee op de hoogte te blijven. De raad verzamelt onderwijsgebonden informatie van de Europese Unie (Raden, Commissie, Parlement), volgt de agenda op van onder meer de Oeso en de Unesco. Op die manier kunnen de Vlaamse stakeholders zich een idee vormen van de impact van Europese beleidslijnen op het Vlaams onderwijsbeleid, van de links tussen beide niveaus of, soms, het ontbreken van die links. De Vlor-commissie Internationaal Onderwijs- en Vormingsbeleid inventariseert ook jaarlijks de ontwikkelingen in het internationale onderwijsbeleid en is doorgeefluik voor informatie naar de verschillende raden en geledingen van de Vlor opdat die waar relevant kan worden gebruikt bij de advieswerking.

Netwerk Europese onderwijsraden: EUNEC Ook dit jaar was de Vlor een actief lid van EUNEC, het Europees netwerk van onderwijsraden. In maart 2018 bogen de verschillende leden van het netwerk zich in

30


Lissabon over de nieuwe internationale kaders voor burgerschap en gemeenschappelijke Europese waarden. Lees hier het verslag van de EUNEC-conferentie 'Promoting citizenship and common values through education'

Vizier 2030 De Vlor formuleerde dit jaar een advies over Vizier 2030, het Vlaamse antwoord op de beleidsafspraken gemaakt binnen de VN voor duurzame ontwikkeling. Hij pleit daarin voor transparantie tussen de verschillende strategische kaders waarmee Vlaanderen antwoord geeft op internationale strategische beleidsaansturing (EU, OESO, VN). De raad pleit ook voor ambitieuze onderwijsdoelstellingen die valoriseren wat er al is afgesproken in internationale verdragen, binnen de VN-doelen en met de Vlaamse sociale en middenveldorganisaties (Pact 2020). Lees hier het advies over VIZIER 2030 (26 april 2018)

6

‘Juridisering, regeldruk en planlast terugdringen’ Onder de naam ‘Operatie Tarra’ lanceerde de minister een actieplan dat de planlast voor scholen en leraren moet verminderen. De Vlor volgt die bezorgdheid om de regel- en administratieve druk te verlichten. In verschillende van zijn adviezen vroeg hij dan ook aandacht voor de gevolgen van nieuwe beleidsmaatregelen voor de planlast.

31


Strategisch doel 4: ‘Werk maken van een Masterplan Scholenbouw’ Toen de Vlor in 2014 zijn aanbevelingen deed aan de huidige legislatuur, plaatste hij de aanpak van het capaciteitsprobleem bovenaan op de prioriteitenlijst. In juli 2015 legde de minister een Masterplan Scholenbouw ‘Samen bouwen aan een sterker schoolpatrimonium’ voor. Daarmee wilde ze een antwoord geven op de noden en de uitdagingen op het vlak van schoolinfrastructuur.

Investeringsprogramma en huursubsidies schoolinfrastructuur De Vlaamse Regering voorzag in de begroting 2018 een verruiming van het investeringsprogramma in schoolinfrastructuur via DBFM-overeenkomsten. De Vlor waardeert die extra budgettaire input in de schoolinfrastructuur, maar is bezorgd dat deze bijkomende middelen in mindering zouden kunnen komen van het budget voor de reguliere financiering. Die subsidie op de beschikbaarheidsvergoedingen zal voor deze projecten immers pas tijdens de volgende legislatuur in beeld komen. In diezelfde begroting was ook ruimte voor de verhoging van het budget voor huursubsidies voor schoolinfrastructuur. De Vlor vindt de uitbreiding naar de cvo en de clb zeker een verdere stap in de goede richting.

32


Strategisch doel 5: ‘Topkwaliteit realiseren’ 1

‘Instellingen verantwoordelijkheid geven voor kwaliteitszorg’

Nieuwe invulling opdrachten inspectie erkent onderwijsinstellingen als centrale actoren in kwaliteitsbeleid Bij het begin van het werkjaar adviseerde de Vlor het voorontwerp van decreet met de juridische basis voor het referentiekader voor onderwijskwaliteit, een nieuw doorlichtingsscenario, een gewijzigde procedure voor de voorlopige erkenning van nieuwe instellingen en/of vestigingsplaatsen en/of structuuronderdelen, de samenwerking met de inspectie voor levensbeschouwelijke vakken en de rechtspositieregeling van de leden van de onderwijsinspectie. De nieuwe invulling van de opdrachten van de inspectie erkent de onderwijsinstellingen als de centrale actoren om een kwaliteitsbeleid uit te tekenen. De Vlor vraagt wel om dit basisprincipe consequent door te trekken in alle onderdelen van het voorontwerp. Lees hier het advies over het voorontwerp van decreet onderwijsinspectie 2.0 (28 september 2017)

Hervorming kwaliteitszorgstelsel hoger onderwijs: goede stap vooruit Het nieuwe systeem van externe kwaliteitszorg voor instellingen hoger onderwijs werd definitief verankerd in de regelgeving. Via een instellingsreview moeten hogescholen en universiteiten voortaan elke zes jaar zelf aantonen dat ze de kwaliteit van de eigen opleidingen borgen. De basis blijft de accreditatie van iedere erkende opleiding (graduaat, bachelor of master) door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Nieuw is echter dat een hogeschool of universiteit niet langer per individuele opleiding een procedure moet doorlopen om deze te accrediteren. De Vlor is tevreden met de manier waarop de overheid dit dossier heeft aangepakt. De betrokkenheid van de instellingen en de stakeholders in het volledige proces heeft gezorgd voor een brede gedragenheid. Het nieuwe systeem is een stap vooruit. De informatie over de kwaliteit van de opleidingen is toegankelijk voor studenten en andere stakeholders en het checklist-perspectief werd verlaten in het voordeel van globale kwaliteitskenmerken. In zijn advies over het voorontwerp van decreet formuleerde de Vlor wel enkele bedenkingen waaronder het risico op bijkomende planlast en de overlap met de instellingsreview. Lees hier het advies over de hervorming van het kwaliteitszorgstelsel hoger onderwijs (29 januari 2018)

33


2

‘De kwaliteit versterken door informatierijke omgevingen te creĂŤren’ Gestandaardiseerde toetsen in het leerplichtonderwijs: nuance in het debat Het debat in Vlaanderen over gestandaardiseerde toetsen is sterk gepolariseerd. De Vlor organiseerde op 13 december 2017een Zenitdialoog over het thema. De raad wilde daarmee nuance en kleur brengen in het zwart-witdenken over gestandaardiseerde toetsen. Het thema werd er benaderd met een open blik en bekeken vanuit onderzoek, voorbij de karikatuur van centrale examens. Deze Zenitdialoog moet de toekomstige gesprekken in de Vlor en verder advieswerk over het thema ondersteunen. Volgend werkjaar zal de raad onder meer een advies uitbrengen over gevalideerde toetsen op het einde van het basisonderwijs. Lees hier het verslag van de Zenitdialoog over gestandaardiseerde toetsen

34


‘Aandacht voor transversaal beleid’ In haar beleidsnota 2014-2019 voegde de minister na haar strategische doelstellingen een extra punt toe over transversaal beleid. De Vlor is al langer voorstander van een breed transversaal beleid en pleit voor afstemming en transparantie in de verschillende beleidsdomeinen.

Overige beleidsdomeinen De Vlor volgt ook de ontwikkelingen op in andere beleidsdomeinen die gevolgen hebben voor het onderwijsveld. Zo bezorgde hij in februari een reactie aan minister Homans, bevoegd voor Binnenlands Bestuur, over de nieuwe privacywetgeving. De aanleiding daarvoor was het voorontwerp van decreet dat de aanpassing van verschillende decreten regelt als gevolg van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR). Hij vroeg daarin om de scholen grondig te informeren over eventuele wijzigingen die nodig zijn aan de schoolreglementen en vraagt een gedoogperiode voor de toepassing ervan. Lees hier de brief over de nieuwe privacywetgeving (8 februari 2018)

De Vlor bekeek de gevolgen voor onderwijs van het nieuwe model voor integrale zorg en ondersteuning dat is uitgewerkt door de strategische adviesraad Welzijn, Gezondheid, Gezin (SAR WGG) en het nieuwe professionalisme dat daaruit voortvloeit. De onderwijsopleidingen die voorbereiden op zorgberoepen zijn immers een belangrijke hefboom om deze visie te realiseren bij de professionals die instromen op de werkvloer. Lees hier het advies over de generalistische benadering in zorg en ondersteuning (28 juni 2018)

Maatschappelijke thema’s op school Scholen moeten kunnen omgaan met de vele maatschappelijke verwachtingen. Binnen de Vlor werkt de commissie Onderwijs en Samenleving aan de implementatie van alle maatschappelijke thema’s op school. De focus ligt daarbij momenteel op gezondheidsbevordering en wereldburgerschapseducatie. Vanuit haar regierol bekijkt de commissie welke andere maatschappelijke thema’s aan bod kunnen komen. Het overleg zoekt naar verbindingen, naar onderlinge transfer en thematische verdieping. De Vlor wil zo een regierol opnemen, bijdragen tot een betere taakverdeling en overlapping vermijden. De commissie Onderwijs en Samenleving werkte dit schooljaar aan handvatten voor scholen voor het omgaan met maatschappelijke uitdagingen/educaties. Lees meer op www.vlor.be/onderwijs-en-samenleving

35


Het overige advieswerk van de Vlor 1

Thema’s op eigen initiatief

De Vlor brengt zelf ook thema’s onder de aandacht van de beleidsmakers en kijkt daarmee verder dan de strategische lijnen die zijn uitgezet door het beleid.

Gelijke onderwijskansen Diversiteit en gelijke onderwijskansen zijn al jaren een vast aandachtspunt voor de Vlor. De raad blijft het daarom ook jammer vinden dat het thema ontbreekt als actielijn in de beleidsnota Onderwijs. Nieuw standpunt in voorbereiding De Vlor wil de volgende Vlaamse Regering opnieuw attenderen op de rol die ze bijkomend kan vervullen om die structurele aandacht voor gelijke onderwijskansen in het basis- en secundair onderwijs te stimuleren en te faciliteren. In zijn memorandum zal de raad de krachtlijnen formuleren voor een gelijke onderwijskansenbeleid. Aanleiding daarvoor is de vaststelling dat het GOK-beleid in de Vlaamse scholen inboet aan kracht en aan belang. Enerzijds geven verschillende Vlaamse en internationale onderzoeken los van elkaar aan dat het GOK-beleid weinig of geen aantoonbare effecten genereert in zijn poging om de kloof op het vlak van sociale ongelijkheid en migratieachtergrond te verkleinen. Anderzijds leren geluiden uit de praktijk dat het GOK-beleid van scholen anno 2018 om diverse redenen naar de achtergrond verdwijnt. De commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen bereidde de krachtlijnen voor in het werkjaar 2017-2018. Hoger onderwijs De samenstelling van de studentenpopulatie in Vlaanderen is geen weerspiegeling van de maatschappij. Binnen de Vlor is iedereen ervan overtuigd dat dit tij moet keren. Het is immers een maatschappelijke noodzaak om constructief te kunnen omgaan met de superdiversiteit van de moderne samenleving. Bovendien moet het hoger onderwijs meer hogeropgeleiden afleveren met het oog op de realisatie van de kennismaatschappij. De instroom, doorstroom en uitstroom van kansengroepen in het hoger onderwijs blijft dan ook een bijzonder belangrijk thema voor de Vlor.

Momenteel bereidt de raad een advies voor over het diversiteitsbeleid in het hoger onderwijs. Om de input voor dit advies te versterken, organiseerde hij op 16 januari 2018 een studievoormiddag over dit thema. Drie Nederlandse sprekers reflecteerden vanuit hun eigen praktijk en onderzoek op een startnota die de Vlor had voorbereid over diversiteit en hoger onderwijs. Lees hier het verslag van de studievoormiddag over diversiteit in het hoger onderwijs (16 januari 2018)

36


Vluchtelingen en onderwijs Een ander thema dat de Vlor op de agenda plaatste, is dat van vluchtelingen in onderwijs. In september 2015 had de raad al naar aanleiding van de vluchtelingen- en opvangcrisis een spoedadvies uitgebracht over maatregelen die nodig zijn om als onderwijssector de verantwoordelijkheid op te nemen t.a.v. vluchtelingen. Hij had daarbij ook gepleit voor versnelde programmatieprocedures. Het is voor anderstalige nieuwkomers immers belangrijk om vlug terecht te kunnen in een school met een onthaalklas. De overheid gaf daaraan gevolg en sinds 1 november 2015 kunnen schoolgemeenschappen secundair onderwijs doorheen heel het schooljaar de programmatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) aanvragen. De Vlor bekeek het thema ook op langere termijn en zette er een strategische verkenning over op. Die boog zich over vragen als: •

Wat is de impact van de vluchtelingeninstroom voor onderwijs op lange termijn?

•

Voor welke uitdagingen stelt dit onderwijs? Wat is het antwoord van onderwijs?

•

Hoe kan onderwijs nieuwkomers van alle leeftijden en op alle niveaus wapenen voor de toekomst?

•

Wat kunnen we leren van de aanpak en de ervaringen in de ons omringende landen?

In de seminaries van de verkenning werden verschillende actoren betrokken: deskundigen, directies en leerkrachten, leerlingen, studenten, ouders, vertegenwoordigers van socioculturele verenigingen en vluchtelingenorganisaties, ... Een warm onthaal, vlotte leerloopbaan en duurzaam toekomstperspectief De resultaten van deze denkoefening over de sterktes en zwaktes, valkuilen en uitdagingen van onderwijs voor vluchtelingen worden gebundeld in een publicatie die in het najaar 2018 zal worden verspreid. De denkgroep zal in een platformtekst een aantal perspectieven geven voor het verdere debat over het thema.

2

Beleidsmethoden Inzetten op kwaliteitsvolle implementatie nieuwe beleidsinitiatieven In zijn advies over de beleidsbrief 2017-2018 gaf de Vlor de minister enkele raadgevingen mee voor de implementatie van de dossiers die in het vorige werkjaar in hun definitieve plooi waren gevallen. In die implementatiefase is er nood aan ondersteuning voor het werkveld en tijd voor een goede voorbereiding en een positieve start van de nieuwe beleidsinitiatieven. De raad pleitte daarbij ook voor een sterker beleid rond kostenbeheersing, voldoende aandacht voor draagvlak en een participatief beleid, coherentie tussen de verschillende beleidsdossiers, monitoring en impactmeting en voldoende langetermijnperspectief. Hij

37


vroeg ook naar toegankelijke communicatie voor ouders en leerlingen op het juiste moment. Lees hier het advies over de beleidsbrief Onderwijs 2017-2018 (23 november 2017)

De rol van de strategische adviesraden Afgelopen jaar bracht de Vlaamse Regering een aantal bestuurlijke decreten samen in één Vlaams bestuursdecreet. De Vlor is tevreden dat de strategische adviesraden daarin hun duidelijke plaats behouden in het beleidsvoorbereidend werk. Het decreet versterkt tegelijk de mogelijkheden voor consultatie van burgers en zet zo de afstemming tussen rechtstreekse participatie en betrokkenheid van het middenveld in balans. De Vlor vroeg wel duidelijkheid over de juridische basis voor zijn werking en specifieke rol in het onderwijs. Lees hier het advies over het bestuursdecreet voor de Vlaamse overheid (25 januari 2018)

3

Onderwijsonderzoek Onderzoeksvoorstellen voor de vrije ruimte van SONO 2018 In het meerjarenprogramma van het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) is een vrije ruimte voorzien die kan gebruikt worden om in te spelen op nieuwe kennisvragen die doorheen de looptijd van het steunpunt een antwoord behoeven. Vanuit zijn recente adviezen en overleg suggereerde de Vlor verschillende thema’s voor onderzoek. Een van die suggesties, nl. vreemde talen in het basisonderwijs, werd naderhand geselecteerd voor de vrije ruimte van SONO in 2018. Lees hier de onderzoeksvoorstellen voor de vrije ruimte van SONO 2018 (26 oktober 2017)

Themazetting voor praktijkgerichte reviews 2018 Vanuit de actuele en toekomstgerichte kennisnoden van de leden van de Vlor, stelde de raad ook twee thema’s voor om er nieuwe praktijkgerichte literatuurstudies over te laten maken: begrijpend leesdidactiek (niveau eindtermen basisonderwijs) en talentgericht werken (brede talentontwikkeling) in het basis- en voor het secundair onderwijs. De minister koos voor het thema begrijpend leesdidactiek. De oproep voor deze review werd gelanceerd in mei 2018 (zie eerder). Lees meer over de prioritaire thema’s en de uitwerking ervan (22 maart 2018)

4

Onderwijsaanbod en -organisatie Omwille van zijn unieke samenstelling maken onder meer alle onderwijsverstrekkers deel uit van de Vlor. Om die reden gaf de decreetgever de opdracht aan de Vlor om te overleggen en advies te verlenen over nieuw en bijkomend onderwijsaanbod in de verschillende onderwijsniveaus (zie bijlage 2: specifieke bevoegdheden). De onderwijsverstrekkers overleggen eerst onderling over de oprichting van nieuw en 38


bijkomend aanbod. In de uiteindelijke adviesverlening worden ook de andere stakeholders binnen de Vlor betrokken.

Buitengewoon onderwijs Als gevolg van het M-decreet is de bevoegdheid van de Vlor voor overleg en advies over nieuw en bijkomend onderwijsaanbod uitgebreid met de programmatieaanvragen in het buitengewoon onderwijs. De raad ontving 11 programmatieaanvragen voor de oprichting van nieuwe types in scholen voor buitengewoon basisonderwijs. Hij gaf aan de Vlaamse Regering advies op basis van volgende beoordelingscriteria: administratieve voorschriften, omgevingsanalyse, expertise en professionalisering, infrastructuur en materiële voorzieningen. Hij drong er ook op aan om scholen tijdig op de hoogte te brengen van de uiteindelijke beslissing over hun programmatie-aanvraag. Bekijk hier de programmatiecriteria voor het advies over de programmatieaanvragen buitengewoon basisonderwijs 2018-2019 (10 januari 2018)

Voor het buitengewoon secundair onderwijs bracht de Vlor advies uit over 16 dossiers met aanvragen voor een nieuw type binnen een bestaande opleidingsvorm of een nieuwe opleidingsvorm, met opvallend veel vragen voor de oprichting van een nieuwe opleidingsvorm 4. Bij de advisering hanteerde de raad beoordelingscriteria op basis van administratieve voorschriften, omgevingsanalyse, expertise en professionalisering, infrastructuur en materiële voorzieningen. Bekijk hier de programmatiecriteria voor het advies over programmaties in het buitengewoon secundair onderwijs 2018-2019 (8 februari 2018)

Secundair onderwijs De Vlor beraadde zich over 88 programmatieaanvragen voor het voltijds secundair onderwijs voor het schooljaar 2018–2019: een eerste reeks met acht aanvragen op basis van studiecontinuïteit en een tweede reeks met 72 aanvragen voor programmatie van een nieuw structuuronderdeel op basis van inruil waarbij een bestaand structuuronderdeel gelijktijdig wordt opgeheven. Daarnaast was er ook een aanvraag voor programmatie die niet onder de regelgeving voor vrije programmatie of niet-programmeerbare structuuronderdelen valt. De raad beoordeelde de aanvragen op basis van studiecontinuïteit en inruil. Hij stelde vast dat de scholen dit jaar veel gerichtere keuzes maakten omdat zij een beter zicht hadden op de toekomstige structuur van het studieaanbod. Bekijk hier de programmatiecriteria voor het advies over de programmaties gewoon secundair onderwijs 2018-2019 en de algemene bedenkingen van de Vlor (11 januari 2018)

Volwassenenonderwijs Opleidingsprofielen In de modulaire onderwijsorganisatie werkt ook het volwassenenonderwijs met opleidingsprofielen. Die omvatten, naast de benaming en het volume van de opleiding,

39


ook de basiscompetenties. In de opleidingsprofielen zijn ook de modules en leertrajecten opgenomen. De Vlor adviseert de eindvoorstellen op basis van een algemeen toetsingskader en specifieke beoordelingscriteria zoals de interne samenhang van het opleidingsaanbod, gedragenheid en de relatie tot de arbeidsmarkt of tot andere relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Bij de advisering van die opleidingsprofielen wordt systematisch gekeken naar de beroepsprofielen of andere relevante referentiekaders en wordt hierover overlegd met de betrokken sectoren. De Vlor beoordeelde dit werkjaar alle voorstellen gunstig: Lees hier het advies over het opleidingsprofiel Naaien (9 januari 2018) Lees hier het advies over het opleidingsprofiel Slager Distributie (13 maart 2018)

Onderwijsbevoegdheid Indien een centrum voor volwassenenonderwijs daartoe de onderwijsbevoegdheid heeft, kan het opleidingen organiseren die behoren tot de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleiding. Dat laat de centra toe in te spelen op nieuwe opleidingsbehoeften. De wijze van toekenning van onderwijsbevoegdheid wijzigde in de loop van dit werkjaar: de onderwijsbevoegdheid wordt niet langer toegekend op het niveau van de opleiding, maar op het niveau van het studiegebied.

De Vlor adviseerde dit werkjaar 48 aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid en 6 aanvragen tot overheveling van onderwijsbevoegdheid: Lees hier het advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs CVO 20182019 (14 november 2017) Lees hier het advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs en overheveling CVO 2018-2019 (27 maart 2018)

Afwijkingen rationalisatienorm In het volwassenenonderwijs bestaat een rationalisatienorm voor zowel de centra voor volwassenenonderwijs als de centra voor basiseducatie. Het gaat om een minimum aantal lesurencursist dat een centrum tijdens een bepaalde referteperiode moet behalen om in aanmerking te komen voor financiering of subsidiëring. De subsidiëring of financiering van de centra die deze rationalisatienorm niet halen, wordt binnen een periode van 3 schooljaren afgebouwd tot nul. In de regelgeving is voorzien dat een centrum een afwijking van de rationalisatienorm kan aanvragen. Indien een centrumbestuur uiterlijk op 15 april een gemotiveerde aanvraag indient bij de administratie, kan na advies van de Vlor een tijdelijke afwijking op de rationalisatienorm worden toegestaan.

De Vlor adviseerde dit jaar één aanvraag tot afwijking op de rationalisatienorm van centra voor volwassenenonderwijs: Lees hier het advies over een aanvraag tot afwijking van de rationalisatienorm van een centrum voor volwassenenonderwijs (25 mei 2018)

Afwijkingen programmatiestop dko De afgelopen 8 schooljaren gold er in het deeltijds kunstonderwijs een programmatiestop. Ter voorbereiding van de implementatie van het nieuwe decreet voor het dko vanaf 1 40


september 2018, werd de nieuwe regeling voor toekenning van bijkomende onderwijsbevoegdheid aan een academie deeltijds kunstonderwijs vervroegd ingevoerd. De academies konden in mei 2018, opnieuw aanvragen voor nieuwe onderwijsbevoegdheid indienen. De Vlor bracht dit jaar over 490 aanvragen voor nieuwe onderwijsbevoegdheid zijn advies uit. Hij beoordeelde die aanvragen op basis van vooraf vastgelegde beoordelingscriteria met betrekking tot visie, potentieel aan leerbehoefte en vernieuwing van het aanbod, en organisatie op vlak van expertise en infrastructuur. De Vlor beschouwt de programmatieronde van het voorjaar 2018 als een regularisatieronde waarbij de academies de kans krijgen hun aanbod te ontplooien, zich te positioneren en te profileren. Lees hier het advies over bijkomende onderwijsbevoegdheid voor het dko 2018-2019 (26 juni 2018)

41


42


deel 2: Bijlagen

43


44


Bijlage 1 De juridische basis Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad (2 april 2004)

TITEL IV. - De Vlaamse Onderwijsraad HOOFDSTUK I. - Strategische adviesraad Art. 67. § 1. De VLOR is een strategische adviesraad met rechtspersoonlijkheid in de zin van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden. Hij oefent zijn taken uit bij het beleidsdomein Onderwijs en Vorming van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. § 2. De oprichting, taakomschrijving, samenstelling, organisatie en werking van de VLOR evenals de programmering en verslaggeving ervan, wordt geregeld door en krachtens de bepalingen van dit decreet en door artikel 7, 9 tot en met 12, 14,15, 16, § 1, 17 en 19, van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden. [In dit laatste artikel moet het begrip jaar als "schooljaar" gelezen worden.]² § 3. De VLOR treedt volledig in de rechten en plichten ten aanzien van de op de vooravond van de inwerkingtreding van deze titel bestaande Vlaamse Onderwijsraad. [De overdracht van personeel geschiedt met hun graad of een gelijkwaardige graad. Het personeel behoudt de bezoldiging, de administratieve en geldelijke anciënniteit, de reglementaire toelagen en vergoedingen die ze hadden op de vooravond van de inwerkingtreding van deze titel.]¹ [ ]¹ Decr. 15-7-2005; [ ]² Decr. 22-6-2007 HOOFDSTUK II. - Organen Art. 68. De VLOR bestaat uit: 1° een algemene raad, die in beginsel de in dit decreet omschreven advies- en overlegtaken waarneemt en door de algemene voorzitter wordt voorgezeten; 2° vier deelraden zijnde een raad basisonderwijs, een raad secundair onderwijs, een raad hoger onderwijs en een raad levenslang en levensbreed leren, die onder de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement en voor het betrokken niveau advies- en overlegtaken kunnen waarnemen; 3° een vast bureau, dat het bestuur van de VLOR waarneemt; 4° een algemeen secretaris, die bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegd is voor handelingen van dagelijks bestuur en die de leiding waarneemt van het permanent secretariaat van de VLOR. HOOFDSTUK III. - Opdracht Afdeling 1. - Algemene bepaling Art. 69. De VLOR heeft de opdracht advies te verstrekken ten behoeve van de regering en van het Vlaams Parlement en overleg te organiseren tussen de verschillende geledingen van het onderwijsveld. De VLOR hanteert bij het uitbrengen van een advies of bij het organiseren van een overleg onderwijskundige, pedagogische en maatschappelijke criteria en gaat de effecten van beleidsopties op leerlingen, cursisten en studenten na. Afdeling 2. - Decretale opdracht Onderafdeling 1. - Adviezen Art. 70. De regering is verplicht advies te vragen aan de VLOR over:

45


1° voorontwerpen van decreet over aangelegenheden bedoeld in artikel 24, § 5, van de Grondwet, met uitzondering van de decreten houdende bekrachtiging van eindtermen, decretale specifieke eindtermen en ontwikkelingsdoelen, de decreten houdende bekrachtiging van beroepsprofielen van de leraren en de decreten die jaarlijks de begroting regelen [en de decreten betreffende bekrachtiging van codificaties en coördinaties van regelgeving]²; 2° bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsbrieven en beleidsnota's; 3° ontwerpen van besluit houdende tijdelijke projecten van onderwijskundige aard. Het Vlaams Parlement bepaalt de onderwijsaangelegenheden waarvoor het advies van de VLOR eveneens verplicht ingewonnen wordt. [De Vlaamse Regering geeft duiding en toelichting aan de VLOR over haar beslissing over de in de vorige leden bedoelde adviezen.]¹ [ ]¹ Decr. 22-12-2006; [ ]² Decr. 16-6-2017 Art. 71. De VLOR kan uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over: 1° de hoofdlijnen van het beleid; 2° maatschappelijke ontwikkelingen; 3° [ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat of met andere gemeenschappen en gewesten;] [4° beleidsvoornemens, beleidsplannen en in voorbereiding zijnde regelgeving op het niveau van de Europese Unie, alsook over in voorbereiding zijnde internationale verdragen.] Decr. 22-12-2006 Art. 72. § 1. De verplichte adviezen worden verstrekt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de ontvangst van de adviesaanvraag. In geval van spoed die met redenen wordt omkleed, kan de regering de termijn inkorten zonder dat hij minder dan tien werkdagen mag bedragen. § 2. De adviezen op verzoek van het Vlaams Parlement worden verstrekt binnen de door het Vlaams Parlement gestelde termijn, die niet langer mag zijn dan dertig werkdagen. § 3. De adviezen van de VLOR zijn openbaar. Art. 73. Wanneer een ontwerpbeslissing betrekking heeft op de aangelegenheden bedoeld in artikel 70, eerste lid, 1°, wordt deze eerst aan de VLOR ter advisering voorgelegd. Behoudens inzake aangelegenheden betreffende het hoger onderwijs, wordt zij vervolgens onderhandeld binnen een gemeenschappelijke vergadering van het sectorcomité X en van de onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en de plaatselijke overheidsdiensten en het overkoepelend onderhandelingscomité van het gesubsidieerd vrij onderwijs voor wat betreft de grondregelen ter zake van het administratief statuut, met inbegrip van de vakantie- en verlofregeling, de bezoldigingsregeling, de betrekkingen met de vakorganisaties en de inrichtende machten, de organisatie van de sociale diensten of de verordeningsbepalingen, algemene maatregelen van inwendige orde en algemene richtlijnen met het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie of inzake arbeidsduur en organisatie van het werk. Het advies van de VLOR heeft geen betrekking op de arbeidsvoorwaarden waarover de syndicale organen zich uitspreken. Voor het hoger onderwijs wordt een ontwerpbeslissing na het advies van de VLOR voorgelegd aan het Vlaams Onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs. Onderafdeling 2. - Overleg Art. 74. Binnen de VLOR vindt op vraag van de regering overleg plaats tussen de verschillende geledingen in het onderwijs met het oog op de implementatie van nieuwe beleidslijnen. Afdeling 3. - Conventionele opdracht

46


Art. 75. De regering en de VLOR leggen in de beleidsovereenkomst bedoeld in artikel 89 vast op welke wijze bijkomende opdrachten kunnen worden opgenomen. HOOFDSTUK IV. - Samenstelling Afdeling 1. - Raden Onderafdeling 1. - Geledingen Art. 76. In de algemene raad zetelen: 1° vertegenwoordigers van: - de instellingshoofden van het hoger onderwijs; - de inrichtende machten; - de directeurs van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de CLB's; - het personeel; - de ouders van leerlingen; - de leerlingen van het secundair onderwijs; - de studenten; 2° afgevaardigden uit, enerzijds, sociaal-economische organisaties en, anderzijds, sociaal-culturele organisaties; 3°[...] Decr. 21-12-2012 Art. 77. In de deelraad basisonderwijs zetelen: 1° afgevaardigden uit het basisonderwijs. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: - de inrichtende machten; - de directeurs; - het personeel; - de ouders; 2° afgevaardigden uit de CLB's; 3° afgevaardigden uit sociaal-economische organisaties en/of anderzijds sociaal-culturele organisaties; 4°[...] In de deelraad secundair onderwijs zetelen: 1° afgevaardigden uit het secundair onderwijs. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: - de inrichtende machten; - de directeurs; - het personeel; - de ouders; - de leerlingen; 2° afgevaardigden uit de CLB's; 3° afgevaardigden uit enerzijds sociaal-economische organisaties en anderzijds sociaal-culturele organisaties; 4°[...] In de deelraad levenslang en levensbreed leren zetelen: 1° afgevaardigden uit het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: - de inrichtende machten; - de directeurs van het deeltijds kunstonderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en de [directeurs] van de centra voor basiseducatie;

47


- het personeel; - de cursisten; 2° afgevaardigden uit, enerzijds, sociaal-economische organisaties en, anderzijds, sociaal-culturele organisaties; 3°[...] In de deelraad hoger onderwijs zetelen: 1° afgevaardigden uit de hogescholen en universiteiten. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: - de instellingshoofden; - het personeel; - de studenten; 2° afgevaardigden uit enerzijds sociaal-economische organisaties en anderzijds sociaal-culturele organisaties. Decr. 21-12-2012 Art. 78. De regering bepaalt de nadere samenstelling van de raden. Onderafdeling 2. - Wijze van samenstelling Art. 79. [De afvaardiging in de raden komt tot stand door aanduiding.]² Voor elke afgevaardigde wordt een plaatsvervanger aangesteld. De regering kan nadere regelen inzake de plaatsvervanging bepalen. [Bij uitputting van de lijst van verkozen directeurs wordt de vertegenwoordiging van deze geleding aangeduid in onderling overleg door het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties.]¹ [ ]¹ Decr. 1-7-2011; [ ]² Decr. 21-12-2012 Art. 80. De aanduiding van de afgevaardigden gebeurt als volgt: 1° de Vlaamse Hogescholenraad duidt de vertegenwoordigers van de instellingshoofden van de hogescholen aan; 2° de Vlaamse Interuniversitaire Raad duidt de vertegenwoordigers van de instellingshoofden van de universiteiten aan; 3° het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten duiden de vertegenwoordigers van de inrichtende machten aan; 4° het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten duiden de vertegenwoordigers van de CLB's aan; 5° de representatieve vakorganisaties duiden de vertegenwoordigers van het personeel aan; 6° de leerlingenkoepelverenigingen duiden de vertegenwoordigers van leerlingen uit het secundair onderwijs aan; 7° de studentenkoepelverenigingen duiden de vertegenwoordigers van studenten aan; 8° de ouderkoepelverenigingen duiden de vertegenwoordigers van de ouders aan; 9° de SERV duidt de afgevaardigden van sociaaleconomische organisaties aan; 10° de door de regering daartoe gemachtigde organisatie duidt de afgevaardigden van sociaal-culturele organisaties aan; [11° de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties enerzijds en het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten anderzijds duiden in onderling overleg de afgevaardigden van de directeurs aan.]²

48


[Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris.]¹ [ ]¹ Decr. 1-7-2011; [ ]² Decr. 21-12-2012 Art. 81 en 82. [...] Decr. 21-12-2012 Art. 83. [De representatieve vakorganisaties, het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten respecteren bij de aanduiding van de afgevaardigden van de directeurs het evenwicht tussen het officieel en het vrij onderwijs.] Decr. 21-12-2012 Onderafdeling 3. - Onverenigbaarheden Art. 84. Een mandaat in een raad is onverenigbaar met: 1° de in artikel 8, tweede lid, van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden bedoelde mandaten, ambten en hoedanigheden, met uitzondering van het ambt van personeelslid van het gemeenschapsonderwijs; 2° de hoedanigheid van algemeen voorzitter; 3° de hoedanigheid van personeelslid van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap. Onderafdeling 4. - Duur van het mandaat Art. 85. De mandaten worden toegekend voor een periode van vier jaar. Een mandaat is hernieuwbaar. Afdeling 2. - Algemeen voorzitter en algemeen secretaris Art. 86. De algemeen voorzitter wordt door de algemene raad verkozen uit een lijst van kandidaten na een openbare oproep. De algemeen voorzitter kan de raadsvergaderingen bijwonen, maar is niet stemgerechtigd. Art. 87. De algemeen secretaris wordt door de algemene raad aangesteld na een openbare oproep. De algemeen secretaris kan de vergaderingen van de raden bijwonen, maar is niet stemgerechtigd. HOOFDSTUK V. - Externe experten Art. 88. Kabinetsleden, personeelsleden van het departement, leden van de onderwijsinspectie en deskundigen van hogescholen en universiteiten kunnen worden uitgenodigd op de vergaderingen van de raden om de behandelde aangelegenheden toe te lichten. HOOFDSTUK VI. - Werking Art. 89. De regering sluit voor een periode van vier jaar een beleidsovereenkomst met de VLOR over de wederzijdse rechten en plichten bij de uitvoering van de decretale en conventionele opdrachten. De beleidsovereenkomst bepaalt ten minste: 1° de kwantificering, omschrijving en financiering van conventionele opdrachten; 2° de wijze waarop de decretale en conventionele opdrachten worden gerapporteerd, opgevolgd en geëvalueerd; 3° de wijze waarop geschillen over de uitvoering van voornoemde opdrachten worden beslecht;

49


4° de wijze waarop de regering en de verschillende geledingen binnen de VLOR in overleg treden over projecten en hervormingen met een pedagogische doelstelling. Ten minste wordt daarbij een werkgroep opgericht waarin het Gemeenschapsonderwijs en de inrichtende machten zijn vertegenwoordigd; 5° de wijze waarop technische werkgroepen worden opgericht. Inzonderheid worden technische werkgroepen opgericht voor het deeltijds kunstonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; 6° de vormen van financiële en doelmatigheidscontrole; 7° de wijze waarop de beleidsovereenkomst kan worden aangepast, verlengd of ontbonden. Art. 90. De algemene raad regelt de interne werking van de VLOR in een huishoudelijk reglement, dat ten minste bepaalt: 1° de taakverdeling tussen de algemene raad en de deelraden; 2° de wijze waarop de voorzitters van de deelraden worden aangeduid; 3° de samenstelling, werking en bevoegdheden van het vast bureau en de algemeen secretaris. De algemeen secretaris maakt van rechtswege deel uit van het vast bureau. Noch de algemeen secretaris noch het vast bureau kunnen worden belast met het verstrekken van een advies. Art. 91. De VLOR bezit alle bevoegdheden die rechtstreeks of onrechtstreeks noodzakelijk of nuttig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht, met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten, het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen. Art. 92. De regering bepaalt de personeelsformatie van het permanent secretariaat. [De Vlaamse Onderwijsraad kan personeelsleden tewerkstellen die overeenkomstig hun geldende rechtspositie een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht hebben opgenomen. Op de personeelsleden die bij de Vlaamse Onderwijsraad overeenkomstig een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht zijn tewerkgesteld, zijn de artikelen X.9 tot en met X.12 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari van 2006 van toepassing. Aan de personeelsleden die bij de Vlaamse Onderwijsraad overeenkomstig een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht zijn tewerkgesteld, wordt per werkdag een verblijfsvergoeding van 9,50 euro tegen 100 %, toegekend. Deze verblijfsvergoeding wordt niet toegekend voor vakantie-, verlof- en ziektedagen en wordt maandelijks na vervallen termijn uitbetaald. Deze verblijfsvergoeding is gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.]¹ [...]² [ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 17-12-2010 HOOFDSTUK VII. - Financiering Art. 93. De VLOR beschikt over een dotatie die jaarlijks wordt ingeschreven op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. De dotatie omvat kredieten voor werking en huisvesting en voor de bezoldiging van het personeel. De dotatie kan niet worden gebruikt voor de financiering van andere rechtspersonen. Art. 94. De beleidsovereenkomst voorziet in de financiële middelen nodig voor de uitvoering van de conventionele opdrachten van de VLOR.

50


Art. 95. De VLOR kan schenkingen, giften en legaten in ontvangst nemen. HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen Art. 96. De volgende regelingen worden opgeheven: 1° titel IX van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II; 2° het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1996 houdende de samenstelling van raden en afdelingen van de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 97. De bepalingen van deze titel treden in werking op een door de Vlaamse regering vast te stellen datum.

TITEL V. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Subsidiëring van ouderkoepelverenigingen Art. 98. Het decreet van 20 juni 1996 betreffende de subsidiëring van de ondersteuningscentra van ouderverenigingen en van erkende verenigingen die vorming voor ouders van schoolgaande kinderen organiseren wordt vervangen door wat volgt: ... HOOFDSTUK II. - Opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen Art. 99. Het besluit van de Vlaamse regering van 20 juni 1996 tot vastlegging van de beoordelingsprocedure van de vormingsprojecten voor ouders wordt opgeheven. Art. 100. De bepalingen van deze titel treden in werking op 1 januari 2005. - (1): Titel IV treedt in werking op 1 april 2006, met uitzondering van de artikelen 68, 76 tot en met 85, 88 en artikel 96,2°. (B.Vl.R. 31-3-2006; Art.1, 4°)

51


Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad (21 oktober 2005) HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° ACOD : De Algemene Centrale der Openbare Diensten; 2° COC : Christelijke Onderwijscentrale; 3° COV : Christelijk Onderwijzersverbond; 4°[cursist : een persoon die een opleiding volgt of ingeschreven was in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, bij Syntra, bij de VDAB of in het Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk of een persoon die een opleiding gevolgd heeft in het school- of kalenderjaar dat voorafgaat aan de datum van de oproep;] 5° decreet : het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad; 6° departement : bevoegde dienst of ambtenaar van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; 7°[directeur : elk personeelslid in een onderwijsinstelling dat functioneert in het ambt van directeur, algemeen of coördinerend directeur op het moment van zijn voordracht;] 8°[GO! Ouders : oudervereniging van het Gemeenschapsonderwijs;] 9° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; 10° KOOGO : Koepel van Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onderwijs; 11° OKO : Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers; 12° OVSG : Onderwijssecretariaat voor Steden en Gemeenten; 13° POV : Provinciaal Onderwijs Vlaanderen; 14°[SOCIUS : Steunpunt voor Sociaal Cultureel Volwassenenwerk;] 15°[Syntra Vlaanderen : het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming;] 16° vakorganisatie : een personeelsvereniging van het onderwijs aangesloten bij een in de SociaalEconomische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie; 17° VCOV : Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen; 18° VDAB : Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling; 19°[VERVER : de Verenigde Verenigingen;] 20° VLOR : de Vlaamse Onderwijsraad; 21° VSKO : Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs; 22° VSOA : Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt. B.Vl.R. 8-11-2013 HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de Algemene raad en de deelraden van de VLOR Art. 2. De Algemene raad bestaat uit [37] leden en wordt samengesteld als volgt : 1° twee vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger onderwijs, één namens de hogescholen en één namens de universiteiten; 2° tien vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, twee aangeduid door OVSG, vier aangeduid door het VSKO en één aangeduid door OKO; 3°[vijf directeurs, van wie één uit het officieel basisonderwijs, één uit het vrij secundair onderwijs, één uit het officieel deeltijds kunstonderwijs, één uit het vrij volwassenenonderwijs en één uit de vrije centra voor leerlingenbegeleiding, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties;]

52


4° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 5° vier vertegenwoordigers van de ouders van leerlingen waarvan één aangeduid door KOOGO, één aangeduid door [GO! Ouders] en twee door VCOV; 6° twee vertegenwoordigers van de leerlingen uit het secundair onderwijs; 7° twee vertegenwoordigers van de studenten uit het hoger onderwijs; 8° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 9° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 10°[...] B.Vl.R. 8-11-2013 Art. 3. De Raad voor het basisonderwijs bestaat uit [22] leden en wordt samengesteld als volgt : 1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, twee aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het VSKO en één aangeduid door OKO; 2°[twee directeurs, van wie één uit het officieel basisonderwijs, één uit het vrij basisonderwijs, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties;] 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door KOOGO en [GO! Ouders] en één aangeduid door VCOV; 5° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs; 6° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 7°[...] B.Vl.R. 8-11-2013 Art. 4. § 1. De Raad voor het secundair onderwijs bestaat uit [28] leden en wordt samengesteld als volgt : 1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, één aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het VSKO en één aangeduid door OKO; 2°[twee directeurs, van wie één uit het officieel secundair onderwijs, één uit het vrij secundair onderwijs, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties;] 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door KOOGO en [GO! Ouders] en één aangeduid door VCOV; 5° twee vertegenwoordigers van de leerlingen; 6° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs; 7° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 8° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 9°[...] B.Vl.R. 8-11-2013 Art. 5.

53


De Raad voor levenslang en levensbreed leren bestaat uit [31] leden : 1°[11] vertegenwoordigers van de inrichtende machten en opleidingsverstrekkers waarvan één aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, [één aangewezen door OKO,]één aangeduid door POV, één aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het VSKO, drie vertegenwoordigers van de andere opleidingsverstrekkers aangeduid door [Syntra Vlaanderen], VDAB en SOCIUS in overleg met de voogdijminister en één vertegenwoordiger aangeduid door de federatie voor basiseducatie; 2°[vier directeurs, van wie één uit het officieel deeltijds kunstonderwijs, twee uit het volwassenenonderwijs, van wie één uit het officieel en één uit het vrij onderwijs, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties en één directeur van een centrum voor basiseducatie, samen voorgedragen door de Federatie Basiseducatie en de representatieve vakorganisaties;] 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 4° vier cursisten; 5° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 6° twee vertegenwoordiger uit sociaal-culturele organisaties; 7°[...] B.Vl.R. 8-11-2013 Art. 6. § 1. De Raad voor het hoger onderwijs bestaat uit zesentwintig leden : 1° acht vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger onderwijs, vier namens de hogescholen en vier namens de universiteiten; 2° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 3° zes vertegenwoordigers van de studenten; 4° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 5° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties. B.Vl.R. 8-11-2013 HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de geledingen door de daartoe gemachtigde organisaties Art. 7. De afgevaardigden uit de sociaal-culturele organisaties worden aangeduid door [VERVER]. De cursisten of gewezen cursisten in de raad levenslang en levensbreed leren worden aangewezen op basis van een oproep aan cursisten. [...] De in het decreet of dit besluit vermelde organisaties duiden tegelijkertijd met de aanduiding van de effectieve leden ook telkens een plaatsvervanger aan. B.Vl.R. 8-11-2013 [...] B.Vl.R. 8-11-2013 HOOFDSTUK VI. - Opheffing-, overgangs-, inwerkingtredings- en slotbepalingen Art. 21. Tot de installatievergaderingen met de vernieuwde samenstelling van de VLOR blijft de VLOR in zijn actuele samenstelling fungeren. Art. 22. Indien op de installatievergadering wordt vastgesteld dat - niettegenstaande de naleving van de in het decreet en dit besluit voorziene stappen met het oog op de samenstelling van de raden - één of meer geledingen niet of onvolledig kunnen worden samengesteld, dan wordt de desbetreffende raad geacht rechtsgeldig te zijn samengesteld.

54


Art. 23. Artikel 153 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II wordt opgeheven. Art. 24. De artikelen 7, 9 en 10 van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden, de artikelen 68, 76 tot en met 85,88 en artikel 96, 2° van het decreet en de bepalingen van dit besluit hebben uitwerking met ingang vanaf 4 oktober 2005. Art. 25. [...] B.Vl.R. 8-11-2013 Art. 26. Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad wordt ingetrokken. Art. 27. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

55


Bijlage 2 Specifieke bevoegdheden Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Beeldende kunst" Art. 43. § 2. De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring tot programmatie van instellingen als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse onderwijsraad en de inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. (…) § 2 bis. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, beslist over de goedkeuring tot programmatie van studierichtingen, filialen en graden als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse Onderwijsraad en van de bevoegde administratie en inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. Elk advies als vermeld in het eerste lid, moet gebaseerd zijn op de volgende criteria: 1° de behoeften; 2° de rationele spreiding; 3° de mogelijkheden van de instelling in kwestie op het vlak van infrastructuur, leermiddelen en goedgekeurde leerplannen. Art. 46. De programmatie is bovendien onderworpen aan volgende voorwaarden en beperkingen: 1° een advies van de Vlaamse Onderwijsraad; 2° de programmatienorm voor een nieuwe instelling is gelijk aan 300 % van haar rationalisatienorm, vastgesteld in artikel 39 van dit besluit; Art. 48. § 1. Een instelling die alleen de lagere en de middelbare graad organiseert kan de hoger graad oprichten bij wijze van programmatie onder de volgende voorwaarden: 1° de instelling bereikt haar rationalisatienorm; 2° een advies van de Vlaamse Onderwijsraad; 3° het bereiken van de programmatienorm in elk schooljaar van de periode van de oprichting, in verhouding tot het aantal opgerichte leerjaren. Het laatste schooljaar waarin de programmatienorm bereikt moet worden, is het schooljaar waarin voor het eerst het hoogste leerjaar georganiseerd wordt. Vanaf het daarop volgende schooljaar geldt de rationalisatienorm. De programmatienorm voor de volledige hogere graad is gelijk aan 200 % van de rationalisatienorm. Art. 49 ter. In afwijking van artikel 4, artikel 43, § 2, § 2bis en § 7, artikel 44, § 1 tot en met § 1undecies, artikel 45 en artikel 48, § 1, kunnen vanaf het schooljaar 2011-2012 in het deeltijds kunstonderwijs geen nieuwe instellingen, filialen, studierichtingen, hogere graden en opties in de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden, dan diegene die op 30 juni van het voorafgaande schooljaar reeds opgenomen waren. In afwijking van deze bepaling kan de Vlaamse Regering in uitzonderlijke gevallen aan een inrichtende macht toelating geven tot programmatie van een instelling, filiaal, studierichting, hogere graad of optie:

56


1° na schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van die inrichtende macht, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten vóór 1 maart van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité, en 2° na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Inspectie

Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", “Woordkunst” en "Dans" Art. 52. § 1. De programmatie wordt toegepast op instellingen, filialen, studierichtingen en graden. Ze regelt de oprichting van instellingen, filialen, studierichtingen en graden. § 2. De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring tot programmatie van instellingen als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. (…) § 2 bis. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, beslist over de goedkeuring tot programmatie van studierichtingen, filialen en graden, als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse Onderwijsraad en van de bevoegde administratie en inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. Elk advies als vermeld in het eerste lid, moet gebaseerd zijn op de volgende criteria: 1° de behoeften; 2° de rationele spreiding; 3° de mogelijkheden van de instelling in kwestie op het vlak van infrastructuur, leermiddelen en goedgekeurde leerplannen.(…) Art. 54. § 3. De programmatie van een instelling is bovendien onderworpen aan volgende voorwaarden en beperkingen: 1° een advies van de Vlaamse Onderwijsraad; 2° de programmatienorm voor een nieuwe instelling is gelijk aan 300 % van haar rationalisatienorm, vastgesteld in artikel 47 van dit besluit; Art. 56. De programmatie van een studierichting is onderworpen aan volgende voorwaarden: (…) 2° een advies van de Vlaamse Onderwijsraad; Art. 57. § 1. Een instelling die alleen de lagere en de middelbare graad organiseert, kan de hogere graad oprichten bij wijze van programmatie onder de volgende voorwaarden: (…) 2. een advies van de Vlaamse Onderwijsraad; Art. 57 ter. In afwijking van artikel 5, artikel 52, § 2, § 2bis en § 7, artikel 53, § 1 tot en met § 1septies, artikel 54 en artikel 57, § 1, kunnen vanaf het schooljaar 2011-2012 in het deeltijds kunstonderwijs geen andere instellingen, filialen, studierichtingen, hogere graden en opties in de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden, dan diegene die op 30 juni van het voorafgaande schooljaar reeds opgenomen waren. Instellingen die in één of meer van hun opties het vak instrument, instrument/jazz en lichte muziek of instrument/volksmuziek organiseren, kunnen in afwijking van artikel 6, § 1, 2° tot en met 4°, in de

57


gelijknamige vakken geen instrumenten aanbieden die zij nog niet aanboden op 30 juni van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van deze bepaling kan de Vlaamse Regering in uitzonderlijke gevallen aan een inrichtende macht toelating geven tot programmatie van een instelling, filiaal, studierichting of hogere graad, de oprichting van een optie of het aanbieden van een bijkomend instrument in het vak instrument, instrument/jazz en lichte muziek of instrument/volksmuziek: 1° na schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van die inrichtende macht, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten vóór 1 maart van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité, en 2° na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Inspectie.

Besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1994 tot regeling van de procedure voor de projecten van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijke onderzoek Art. 4. De minister bepaalt jaarlijks, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over deze thema's, de prioritaire onderzoeksthema's.

Decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs Art. 111. §4 De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratieftechnisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.

Decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding Art. 96. De thema's waarop het kwaliteitsbeleid van het centrum zich richt, worden vastgelegd in het kwaliteitshandboek. § 2. Het centrum bepaalt de eigen thema's waarop het kwaliteitsbeleid zich richt. Die thema's hebben betrekking op één van beide elementen, genoemd in artikel 95, eerste lid. § 3. De regering kan zelf een aantal thema's bepalen. Zij doet dit, al naargelang van het thema, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs Art. 56. §1. De ingediende aanvragen worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten ontvankelijk verklaard als bij de aanvraag een ondertekend protocol van het lokaal comité van het aanvragende schoolbestuur is gevoegd.

58


De ontvankelijk verklaarde aanvragen worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en vervolgens beoordeeld door een adviescommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, het Departement Onderwijs en Vorming en de onderwijsinspectie. Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de adviescommissie rekening met al de volgende criteria: 1° de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid sluit aan bij de visie van het schoolbestuur over vernieuwing en verbreding van het aanbod; 2° er is een indicatie dat er een potentieel aan leerlingen bestaat voor de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid; 3° de academie beschikt op de ingangsdatum over de nodige infrastructuur en expertise voor de organisatie van de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid. §3. De minister neemt vóór 15 mei een beslissing op basis van het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, de adviescommissie en in voorkomend geval het samenwerkingsforum, vermeld in paragraaf 2. Als het schoolbestuur de gevraagde onderwijsbevoegdheid verkrijgt, is die geldig tot en met 30 september van het tweede schooljaar dat volgt op de datum van het verkrijgen van de bevoegdheid. Als de goedgekeurde clusters, opties of instrumenten binnen die periode niet georganiseerd worden, vervalt de bevoegdheid. IIn afwijking van het eerste lid neemt de minister voor aanvragen tot onderwijsbevoegdheid die ingaan op 1 september 2018 een beslissing vóór 31 augustus 2018. Art. 58. Een schoolbestuur kan onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een optie die niet in artikel 3, 5, 7 of 9 voorkomt of een muziekinstrument dat niet in artikel 11 tot en met 14 voorkomt. Het schoolbestuur kan daarbij een voorstel tot een nieuw vak toevoegen. In het geval, vermeld in het eerste lid, dient het schoolbestuur een gemotiveerde aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dat de ontvankelijkheid beoordeelt conform artikel 56, §1, eerste lid. Het agentschap legt de vraag vervolgens voor aan de Vlaamse Onderwijsraad en een commissie bestaande uit de Onderwijsinspectie, het Agentschap voor Onderwijsdiensten en het Departement Onderwijs en Vorming. Op basis van dat advies neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de adviescommissie, naast de criteria vermeld in artikel 56 §1 derde lid, rekening met de volgende criteria: 1° de mate waarin de aangevraagde optie of het aangevraagde vak of muziekinstrument zich onderscheidt van het bestaande aanbod, vermeld in artikel 3 tot en met 15; 2° de leerbehoefte die werd vastgesteld met het oog op hetzij vervolgonderwijs, hetzij kunstbeoefening in de vrije tijd of op de arbeidsmarkt; 3° de mate waarin de aangevraagde optie of het aangevraagde vak of muziekinstrument het potentieel heeft om nieuwe doelgroepen te bereiken; 4° de mate waarin de aangevraagde optie of het aangevraagde vak of muziekinstrument inspeelt op een actuele tendens in de kunsten of bijdraagt tot het bewaren van het immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen door nieuwe restauratietechnieken of inzichten over de uitvoeringspraktijk. Als aan minstens drie van de vier criteria werd voldaan, kan er een gunstig advies gegeven worden. De Vlaamse Onderwijsraad bepaalt zelf zijn beoordelingscriteria, conform zijn opdracht, vermeld in artikel 69 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.

Decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid Art. 6. De procedure tot het bekomen van een titel van beroepsbekwaamheid kan worden opgestart indien de volgende stappen werden voltooid:

59


1° de Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV, de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt; 2° de Vlaamse Regering bepaalt per beroep, bedoeld in 1°, na advies van de SERV, de varianten van een titel van beroepsbekwaamheid; 3° de SERV werkt, op verzoek van de Vlaamse Regering, voor de beroepen, bedoeld in 1°, de [beroepscompetentieprofielen of competentieprofielen]² uit; 4° [de SERV ontwikkelt op basis van de [[beroepscompetentieprofielen of competentieprofielen]], de standaarden. Een standaard wordt afgeleid uit een [[beroepscompetentieprofiel of competentieprofiel]] en omvat de selectie van competentievereisten die noodzakelijk worden geacht voor de uitoefening van een bepaald beroep. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV de standaarden;]¹ 5° de Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV en VLOR, de procedure op basis waarvan studiebewijzen van opleidings- en onderwijsprogramma's die overeenstemmen met de competenties verbonden aan een beroep of deel van een beroep, geïdentificeerd en erkend worden en dus beschouwd worden als een titel van beroepsbekwaamheid. Art. 9. § 4. De Vlaamse Regering benoemt de voorzitter, bijzitters en deskundigen van de beroepscommissie na advies van de SERV en de Vlor.

Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs Art. 10. (…) De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijf jaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. Art. 11. § 1. De eindtermen en de specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 18. §1 (…) De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit binnen de zes maand na definitieve goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt binnen de zes maanden na de definitieve goedkeuring, houdt het op rechtskracht te hebben. § 2. (…) De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 24 § 1. Op voordracht van [het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs] en na advies van de Vlaamse Onderwijsraad bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7. (…) Art. 62 bis. In afwijking van artikel 62, kan de Vlaamse Regering aan een Centrum voor Basiseducatie onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaats van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat beschikt over een wachtlijst, zoals

60


bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor deze opleiding gelegen is in het werkingsgebied waartoe het betrokken Centrum voor Basiseducatie behoort. De Vlaamse Regering zal voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. (…) Art. 64. §1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering bijkomende onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, in een vestigingsplaats. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde onderwijsbevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. (…) Art. 64bis. In afwijking van artikel 63, §1, kan de Vlaamse Regering aan een of meer centra voor volwassenenonderwijs, die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het secundair volwassenenonderwijs, onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van de basiseducatie, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaatsen van de centra voor volwassenenonderwijs in kwestie in het werkingsgebied liggen van het centrum voor basiseducatie dat voor die opleiding beschikt over een wachtlijst als vermeld in artikel 37, eerste lid. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. (…). Art. 65. §1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering een overheveling van een structuuronderdeel aanvragen. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde overheveling uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de overheveling van een structuuronderdeel. (…). Art. 68 § 1. Het bestuur van een Centrum voor Basiseducatie kan binnen het werkingsgebied vermeld in bijlage IV van dit decreet, vrij de vte en de functies opgericht op basis van de puntenenveloppe aanwenden in bijkomende vestigingsplaatsen. § 2. Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering een aanvraag indienen om leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe in een bijkomende vestigingsplaats aan te wenden. De Vlaamse Regering kan de aanvraag uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het aanvragen van het aanwenden van leraarsuren en ambten opgericht met de puntenenveloppe in bijkomende vestigingsplaatsen. § 3. Paragraaf 2 is niet van toepassing voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding. Art. 83. (…) Op verzoek van het betrokken centrumbestuur kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, voor een Centrum voor Basiseducatie een afwijking toestaan op de rationalisatienorm. De Vlaamse Regering bepaalt de periode waarvoor de afwijking geldt. Het centrumbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie.

61


Art. 97. § 6. (…) Op verzoek van het betrokken centrumbestuur kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, voor een Centrum voor Volwassenenonderwijs een afwijking toestaan op de rationalisatienorm. De Vlaamse Regering bepaalt de periode waarvoor de afwijking geldt. Het centrumbestuur stuurt daarvoor uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie. 179 bis. In afwijking van artikel 24, § 1, en in afwachting van de installatie van de stuurgroep vermeld in artikel 50, § 1, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen na advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs, wat de eerste graad en de tweede graad van het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs betreft van 6 juli 2007 Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt het oorspronkelijke voorstel en de conclusies van de commissie ter advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 5. Bij het advies worden de volgende criteria gezamenlijk toegepast: 1° de maatschappelijke, economische of culturele behoefte; 2° de invulling: de invulling van het structuuronderdeel wordt bepaald vanuit een of meer actuele referentiekaders, waaronder studieprofielen en federale of Vlaamse regelgeving; 3° de onderwijskundige en opvoedkundige context: de aansluiting bij de doelgroep, het bieden van een duidelijke finaliteit, namelijk de arbeidsmarktgerichtheid en/of de doorstroomgerichtheid, de mate waarin leermotivatie gestimuleerd wordt; 4° een inschatting van de instroom; 5° een inschatting van de uitstroom; 6° de noodzakelijke materiële en financiële middelen en expertise; 7° de noodzakelijke samenwerking, als die vereist is; 8° de beschrijving van de plaats in de opleidingenstructuur en in voorkomend geval de vereiste voorkennis; 9° de beschrijving van het onderscheidend karakter ten opzichte van al bestaande structuuronderdelen; 10° het structuuronderdeel of de structuuronderdelen die in voorkomend geval vervangen worden.] Art. 6. Over een voorstel dat uiterlijk op 31 januari wordt ingediend, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk op 30 juni daaropvolgend na kennisname van enerzijds de conclusies van de commissie en anderzijds het advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Als op de uiterste datum geen beslissing is genomen, dan is het voorstel zoals het is ingediend van rechtswege goedgekeurd. Een voorstel wordt al dan niet voorwaardelijk of onder beding van beperkingen goedgekeurd.

62


Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs Art. 6. De ingediende voorstellen van opleidingsprofielen worden uiterlijk twee weken na de indiening voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd. De Vlaamse Onderwijsraad formuleert een advies binnen de termijn, vermeld in artikel 72, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 11 ter De ingediende aanvragen (voor het toekennen van onderwijsbevoegdheid) worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en beoordeeld door een adviescommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van het Departement Onderwijs en Vorming en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. (…) Art. 11 sexies De ingediende aanvragen (voor overhevelingen van structuuronderdelen) worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en beoordeeld door de adviescommissie, vermeld in artikel 11ter, eerste en tweede lid.

Decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd Art. 23. § 2. De screening van de bestaande opleidingen wordt uitgevoerd door een commissie, die bestaat uit: 1° afgevaardigden van [de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap], de onderwijsinspectie, het Agentschap voor Onderwijsdiensten; 2° deskundigen in de beroepswereld, intern of extern aan de opleidingensector. De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap] stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar. De conclusies van de commissie worden voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad en voor de leertijd aan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen. Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen, neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Art. 24. § 2. Een initiatief tot of een voorstel van nieuwe opleiding wordt voorgelegd aan de commissie als vermeld in artikel 23, § 2. De commissie onderzoekt het voorstel ten minste op volledigheid, correctheid en actualiteitswaarde, en formuleert conclusies. Het oorspronkelijke initiatief of voorstel en de conclusies van de commissie worden ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad, aan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen of aan beide, afhankelijk van waar de opleiding wordt ondergebracht. Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen of beide, neemt de Vlaamse Regering een beslissing. (…) Art. 28. § 1. (…) De Vlaamse Regering ontwikkelt, tezamen met het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, de opleidingenstructuur.

63


Voorafgaand aan een definitieve beslissing, legt ze het resultaat ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Art. 30. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt in nauw overleg met de beroepssectoren, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, en de Vlaamse Onderwijsraad de referentiekaders waarvan de doelen voor de beroepsgerichte vorming van de opleidingen binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs worden afgeleid. In deze doelen worden, voor zover ze bepaald zijn, onverkort de erkende beroepskwalificaties vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur opgenomen. (…) § 2. De bepalingen van § 1 gelden niet voor opleidingen binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs die door de centra niet-modulair worden georganiseerd in afwachting van het opleidingsaanbod dat tot stand komt na screening als vermeld in artikel 23, § 1. In voorkomend geval worden de door de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, goedgekeurde opleidingskaarten als referentiekader gehanteerd waarin de minimale leerdoelen en inhouden van de opleiding in kwestie worden beschreven.

Decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport Art. 6. De voortgangscontrole van de inhoudelijke werking van de vereniging wordt toevertrouwd aan een opvolgingsgroep die opgericht is door de Vlaamse Regering. […] De opvolgingsgroep brengt advies uit aan de Vlaamse Regering over de ingediende jaarplannen en de jaarverslagen. De opvolgingsgroep is als volgt samengesteld: 1° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs; 2° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor Sport; 3° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting; 4° een vertegenwoordiger voor het Departement Onderwijs en Vorming; 5° een vertegenwoordiger voor het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media; 6° een vertegenwoordiger voor het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming; 7° een vertegenwoordiger voor het Agentschap voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie; 8° een vertegenwoordiger voor de sectorraad Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media; 9° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse Onderwijsraad; 10° twee vertegenwoordigers voor de vereniging die overeenkomstig dit decreet gesubsidieerd wordt; 11° een expert op vlak van schoolsport die wordt voorgedragen door het Departement Onderwijs en Vorming; 12° een expert op vlak van schoolsport die wordt voorgedragen door het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. De opvolgingsgroep kan verder aangevuld worden met experten inzake schoolsport.

Decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, zoals gewijzigd Art. 7. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de Vlor en de SERV de procedure voor beschrijving en inschaling van een beroepskwalificatiedossier. Dit besluit bevat ten minste de volgende elementen: 1° de beschrijving van wat een beroepskwalificatiedossier moet inhouden en hoe dit wordt opgesteld; 2° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering het opstellen ervan coördineert en de validering ervan organiseert;

64


3° de wetenschappelijk geijkte methodiek voor inschaling van een beroepskwalificatiedossier. De methodiek bevat eveneens een besluitvormingsproces dat leidt tot een consensus; 4° de verdere samenstelling van de validerings- en inschalingscommissies; 5° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de marginale toetsing van de werkzaamheden van de validerings- en inschalingscommissie uitvoert. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering toetst het proces, het gebruik van de descriptorelementen en van de wetenschappelijk geijkte inschalingsmethodiek; 6° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering een voorstel tot inschaling formuleert bij ontstentenis van een consensus van de inschalingscommissie. Art. 11. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie. Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen. Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen. Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd. Art. 15. Met het oog op een actueel en rationeel onderwijsaanbod bepaalt de Vlaamse Regering de criteria voor het uitwerken van de onderwijskwalificaties en voor de situering ervan in de opleidingenstructuur. (…) Ieder voorstel en iedere vraag, al dan niet omgezet in een voorstel, zal door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering voor advies aan de Vlor worden voorgelegd. De Vlaamse Regering erkent de onderwijskwalificaties op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor Vorming en de minister bevoegd voor Onderwijs.

Decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs Art. 30. Ten minste eenmaal om de zes jaar, en voor het eerst tijdens het schooljaar 2012-2013, wordt de werking geëvalueerd van de pedagogische begeleidingsdienstenen de permanente ondersteuningscellen. De evaluaties worden uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. De Vlaamse Regering richt de commissie op en bepaalt de wijze waarop de leden van de commissie worden vergoed. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de academische wereld, vertegenwoordigers van de instellingen en ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. De commissie wordt aangevuld met externe leden, deskundig op het vlak van kwaliteitszorg. De vertegenwoordigers van de academische wereld en de vertegenwoordigers van de instellingen worden aangeduid op voorstel van de Vlaamse Onderwijsraad. (…)

Gecodificeerde decreten betreffende het secundair onderwijs Art. 159. § 3. De Vlaamse Regering legt de opleidingenstructuur vast. Onder opleidingenstructuur wordt verstaan:

65


1° het geheel van de opleidingen per studiegebied; 2° de modules per opleiding; 3° de duurtijd per module uitgedrukt in uren per week en uitgedrukt in weken per schooljaar; 4° de aanduiding dat de modules zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden; als de modules in een sequentieel verband staan, moeten zij in een eveneens vastgelegde volgorde worden gevolgd; 5° het minimum of de minima inzake aantal uren per week voorbehouden voor gedifferentieerde onderwijsactiviteiten. Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. (…) Art. 160. Voor de modulair georganiseerde leerinhouden van een opleiding worden competenties door de Vlaamse Regering bepaald. De Vlaamse Regering leidt de competenties af uit kwalificaties. Als die er niet zijn, leidt de Vlaamse Regering de competenties af uit een referentiekader in nauw overleg met de beroepssectoren. Voor zover de competenties afwijken van die, bepaald bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Competenties kunnen ook door middel van stages worden gerealiseerd. Art. 179/1 (…) Na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie. De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing rekening met de volgende gezamenlijke criteria: 1° de eventueel vigerende regelgeving met betrekking tot frequentie, inplanting of andere organisatievoorwaarden van het structuuronderdeel in kwestie; 2° het beantwoorden van de programmatie aan het kwantitatief en kwalitatief aantoonbaar nietbehoeftedekkend onderwijsaanbod binnen de betrokken onderwijszone en met respect voor de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; 3° a) de aanwezigheid van een convenant, of; b) de inhoudelijke aansluiting en de objectief vastgestelde nood op de arbeidsmarkt, of; c) de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap.] Art. 179/3 (…) Voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers gelden de volgende bepalingen: 1° de programmatie wordt per scholengemeenschap bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 1 mei van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap; 2° na advies binnen tien werkdagen van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie.]¹

66


Vanaf 1 november 2015 en tot op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum worden de bepalingen van het tweede lid buiten werking gesteld en gelden voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers de volgende bepalingen: 1° de programmatie wordt per scholengemeenschap voorafgaand bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap; 2° binnen tien werkdagen wordt een advies gegeven enerzijds door de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds door de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 3° uiterlijk twee maanden na indiening van de aanvraag neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Die beslissing is gebaseerd op de verwachte instroom van anderstalige nieuwkomers versus het al dan niet behoeftedekkend bestaande aanbod van onthaalonderwijs. Bij gunstige beslissing wordt tevens bepaald vanaf welk tijdstip het onthaaljaar kan worden opgericht.] Art. 286 § 6. De oprichting vanaf 1 september van een nieuwe school kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratieftechnisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Art. 289 § 5. De oprichting vanaf 1 september van één of meer nieuwe opleidingsvormen kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratieftechnisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. Dit advies wordt niet gevraagd aan de Vlaamse Onderwijsraad indien het pro- grammatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad is geen element in deze beslissing indien het programmatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. Art. 290/1 § 2. In een school of opleidingsvorm kan een nieuw type worden opgericht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1° het schoolbestuur dient een programmatiedossier in dat ten minste voldoet aan onderstaande kwaliteitsvoorwaarden: a) het schoolbestuur dient het dossier in na overleg binnen de schoolraad en in de wettelijk voorziene overlegorganen met het personeel; b) het dossier bevat een omgevingsanalyse die de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid van het programmatievoorstel motiveert. Bij de omgevingsanalyse wordt, waar dit voor de betrokken

67


schoolpopulatie relevant is, de link met eventuele aangepaste verblijfmogelijkheden, met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmogelijkheden voor jongeren met bijkomende zorgbehoeften, expliciet behandeld; c) de school moet beschikken over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen nodig voor het nieuwe type; d) de reeds bestaande expertise of de inspanningen rond professionalisering van het team met betrekking tot het nieuwe type worden in het dossier weergegeven. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het programmatiedossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld; 2° de oprichting vanaf 1 september van het nieuwe type kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het programmatiedossier aan AgODi, dat de aanvraag voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Art. 342. Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Art. 343. Voor zover de competenties afwijken van die bepaald bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor.

Besluit van de Vlaamse Regering 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs Art.11. Een gevalideerd beroepskwalificatiedossier wordt voor inschaling aan een inschalingscommissie voorgelegd. Een inschalingscommissie als vermeld in het eerste lid wordt als volgt samengesteld: 1° zeven effectieve leden aangewezen door de SERV; 2° vijf effectieve leden aangewezen door de VLOR; 3°één effectief lid aangewezen door de VDAB en één effectief lid aangewezen door Syntra Vlaanderen; 4° twee onafhankelijke interne experten uit het agentschap. (…) Art. 17. § 1. Elk voorstel van onderwijskwalificatie van niveau 4 wordt door het agentschap aan de VLOR voor

68


advies voorgelegd. De VLOR brengt advies uit over de elementen, vermeld in artikel 16, 3° en 4° van dit besluit. Dat advies wordt bij het agentschap uitgebracht binnen dertig kalenderdagen.

Gecodificeerde decreten betreffende het hoger onderwijs Art. II.108. § 1. (…) De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit binnen de 6 maand na definitieve goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt binnen de 6 maanden na definitieve goedkeuring, houdt het op rechtskracht te hebben. § 2. (…) De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Art. V.247. (…) Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs Art. 4. Het agentschap werkt voorstellen van onderwijskwalificaties uit op eigen initiatief of op vraag van belanghebbenden. Belanghebbenden kunnen hun vraag tot opmaak van een voorstel van onderwijskwalificatie permanent bij het agentschap indienen. Uiterlijk zes maanden na het ontvangen van een vraag legt het agentschap hetzij de gemotiveerde beslissing tot het niet opmaken van een voorstel hetzij het voorstel van onderwijskwalificatie voor advisering voor aan de VLOR. Art. 7. Elk voorstel van onderwijskwalificatie van niveau 1 tot en met 4 wordt door het agentschap aan de VLOR voor advies voorgelegd. De VLOR brengt advies uit over de elementen, vermeld in artikel 5, 1°, 2° en 4° tot en met 7°. Dat advies wordt bij het agentschap uitgebracht binnen dertig kalenderdagen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs Art. II.19. In afwijking van artikel II.17 en artikel II.18, §1 tot en met §6, kunnen vanaf het schooljaar 2011-2012 geen nieuwe scholen voor deeltijds kunstonderwijs worden opgericht. In afwijking van deze bepaling kan de Vlaamse Regering in uitzonderlijke gevallen aan een schoolbestuur toelating geven tot programmatie van een school :

69


1° na schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van het schoolbestuur, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op 30 november van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité, en 2° na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie. Art. II.26. § 3. Het schoolbestuur van een school voor deeltijds kunstonderwijs dat van het Samenwerkingsforum een negatief advies heeft verkregen, kan bij de Vlaamse Regering de programmatie aanvragen. Het advies uitgebracht door het Samenwerkingsforum geldt dan als advies aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde programmatie uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. Art. II.41. De specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit ten laatste één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Erkende beroepskwalificaties zijn afgeronde en ingeschaalde gehelen van competenties om als beginnend beroepsbeoefenaar een beroep uit te oefenen. De competenties van de beginnend beroepsbeoefenaar zijn vervat in de beroepskwalificaties die erkend zijn volgens de procedure bepaald in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. De basiscompetenties worden bepaald door de Vlaamse Regering. Art. IV.35. Volgens door de Vlaamse Regering per type van buitengewoon onderwijs en per onderwijsniveau, op advies de bevoegde afdelingen voor het buitengewoon onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad vast te stellen regelen, neemt de Vlaamse Regering te zijnen laste de reiskosten van de gehandicapten, die zich van hun verblijfplaats, tehuis of pleeggezin naar de dichtstbijzijnde school of vestigingsplaats voor buitengewoon onderwijs waar onderwijs verstrekt wordt waarvoor zij geschikt werden verklaard, en dit binnen een groepering naar keuze of van hun verblijfplaats naar het tehuis, school of pleeggezin begeven, alsmede de kosten van de terugreis, zulks gedurende de gehele tijd dat zij buitengewoon onderwijs volgen. Onder groepering dient te worden verstaan: een indeling van scholen en vestigingsplaatsen in het buitengewoon basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, naargelang ze behoren tot het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheidene godsdiensten, of het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs.

Beheersovereenkomst RTC’s 2015-2020 Art. 10 §1. Minstens jaarlijks wordt door de Vlor een vergadering van een klankbordgroep georganiseerd. In de klankbordgroep zetelen diverse belanghebbenden op centraal niveau met minstens vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers, sectorale sociale partners, sectorfondsen, VDAB, het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen en interprofessionele sociale partners. §2. De taak van klankbordgroep bestaat erin de werking van de RTC’s te toetsen aan het bredere strategische onderwijs- en socio-economische kader en opportuniteiten mee te geven. Art. 11. De samenwerking tussen de RTC’s onderling alsook de werking van de Stuurgroep RTC’s en van de klankbordgroep worden tijdens het derde werkingsjaar van deze beheersovereenkomst kritisch getoetst en waar nodig bijgestuurd.

70


Art. 17. §1. Een Vlaanderenbreed, provincieoverschrijdend overlegorgaan per sector/studiegebied, of waar mogelijk meerdere sectoren/studiegebieden samen, legt voor de duurtijd van de beheersovereenkomst voor alle RTC’s gemeenschappelijke prioriteiten vast gebaseerd op de socio-economische en onderwijskundige noden voor projecten die onderwijsinstellingen ondersteunen in het verwerven van relevante arbeidsmarktgerichte, techn(olog)ische competenties van leerlingen en leraren, bedoeld onder punt B van artikel 3 §3. De RTC’s participeren in dit orgaan dat de gemeenschappelijke prioriteiten vaststelt. Elke prioriteit wordt concreet uitgeschreven in termen van doel, meerwaarde in functie van het realiseren van de beroepskwalificatie(s), instrumentarium, openheid naar scholen, link met de arbeidsmarkt, aantal partners, innovatief karakter, operationele en financiële haalbaarheid. Dit overlegorgaan stelt tevens een aantal criteria en/of normen vast waaraan elk RTC-project ter uitwerking van de prioriteit moet voldoen. §2. De organisatie van de in §1 beschreven overlegorganen zal binnen de Vlor worden opgenomen.

71


Bijlage 3 De Algemene Raad Leden op 1 juni 2018 Ann Verreth - voorzitter geleding Inrichtende machten

werkende leden

plaatsvervangers

Raymonda Verdyck Saskia Lieveyns Patriek Delbaere Bruno Sagaert Griet Mathieu Lieven Boeve Anne Verhoeven Chris Smits Jan Schokkaert Kris Denys

Marc Smets Chris Martens Geertrui De Ruytter Hildegard Schmidt Luc Coppieters Machteld Verhelst Willy Claes Cindy Lammens Kurt Berteloot Lieve Vansintjan

Vlir Vlhora Directeurs Off. BO Vrij SO Off. DKO Vrij CVO VCLB

Ann De Schepper Pascale De Groote

Jan Eggermont Eric Vermeylen

Willem Mestdagh Jan De Boeck Johan Jonniaux Katty Van Camp Stefaan Grielens

Gerda Calders MaitĂŠ Schiepers Anne-Marie Verbeek Geert Degrande Jean-Pierre Goor

ACOD

Jean-Luc Barbery Nancy Libert Marianne Coopman Jan Soons Mayke Poesen-Vandeputte Marnix Heyndrickx

Wendy Thomas Inge Vansweevelt Isabel Rots Koen Van Kerkhoven Hilde Lavrysen Wauter Leenknecht

Theo Kuppens Kim Bogaerts Ludo Claes Timothy Van Raemdonck

Mark Pauwels Els Vanvolsem Hannelore Lambrighs Veerle Vyverman

VSK

Jesse Verleije Robrecht De Baere

Flor Van der Eycken Johan Xhonneux

VVS

Messelina Loncin Tim Van Der Poel

Dylan Pypops Dave Van Cauwenberghe

SERV

Lore Tack (ABVV) Jonas De Raeve (Voka)

Sam Coomans (ACV) An Boone (Unizo)

GO! OVSG POV KOV

OKO Instellingshoofden HO

Personeel

COV COC COC-COV VSOA Ouderverenigingen VCOV KOOGO GO! ouders Leerlingen

Studenten

Sociaal-economische organisaties

72


Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

Hilde Timmermans (Gezinsbond) Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

Waut Hespel (JOETZ) Nele Schroyen (Netwerk tegen Armoede)

Commissie en langlopende werkgroepen – – – – – – – – – –

commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen commissie Internationaal Onderwijs- en Vormingsbeleid commissie Onderwijs en Samenleving commissie Leerlingenbegeleiding commissie Hbo5 commissie Onderwijs-Arbeidsmarkt commissie Onderwijs Onderzoek overlegplatform Onderwijs Mediawijsheid overlegplatform Welbevinden en Preventie van Pesten op School overlegplatform Studiekeuze van secundair naar hoger onderwijs

Uitgebrachte adviezen – – –

– – – – – – – – – – – – – – – – – –

Advies over het voorontwerp van decreet betreffende de onderwijsinspectie 2.0, 28 september 2017. Advies over het voorontwerp van decreet over de uitbouw van de graduaatsopleidingen, 28 september 2017. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, 28 september 2017. Advies over de relatie tussen onderwijscurricula en beroepskwalificaties, 28 september 2017.* Advies programmadecreet 2018, 17 oktober 2017. Advies over voorontwerp van decreet houdende diverse bepalingen onderwijs, 17 oktober 2017. Onderzoeksvoorstellen voor de vrije ruimte van SONO 2018, 26 oktober 2017.* Advies overdracht van de lerarenopleiding, 26 oktober 2017. Advies Strategisch Plan Geletterdheid 2017-2024, 26 oktober 2017. Advies over het amendement met betrekking tot het programmadecreet begrotingsopmaak 2018, 26 oktober 2017. Advies over de master basisonderwijs, 23 november 2017. Advies over de beleidsbrief Onderwijs 2017-2018, 23 november 2017. Advies over het voorstel van decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs en de Codex Secundair onderwijs wat de onderwijsdoelen betreft, 13 december 2017. Advies over de basiscompetenties van de leraren, 13 december 2017. Advies over bijsturingen aan het M-decreet, 25 januari 2018. Advies over onderwijsdecreet XXVIII, 25 januari 2018. Advies over het voorontwerp van bestuursdecreet, 25 januari 2018. Themazetting praktijkgerichte reviews 2018, 22 maart 2018.* Advies over VIZIER 2030, 26 april 2018. Advies over de evaluatie van het Europese onderwijsprogramma 2020, 26 april 2018. Advies over het programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2018, 26 april 2018.

73


–

– –

Advies over de voorontwerpen van decreet betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties en het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader, 28 juni 2018. Advies over het nieuwe Europese Erasmusprogramma, 28 juni 2018.* Advies over visienota ‘Nieuw professionalisme in zorg en ondersteuning’, 28 juni 2018.*

* advies op eigen initiatief

74


Bijlage 4 De Raad Basisonderwijs Leden op 1 juni 2018 geleding Inrichtende machten

werkende leden GO!

plaatsvervangers

OKO

Ingrid Verstrepen Chris Martens Bruno Sagaert Bart Van Dijck Marc Van den Brande Gerda Bruneel Anne Verhoeven - voorzitter Lieve Vansintjan

Anja Preuveneers Els Gallin Anne Van Loon Steven De Laet Annemie Jennes Greet Vanhove Soraya Fret Ann Cuyvers

Vrij Off.

Michel Goeman Robert Scheltjens

Danny De Smet André Vandebroek

ACOD COV

COC VSOA

Nancy Libert – ondervoorzitter Marianne Coopman Isabel Rots Bert Verhaegen Mayke Poesen-Vandeputte Pascal Claessens

Wendy Thomas Hilde Lavrysen Nancy Dewulf Eva Tiquet Marina De Pauw Karine De Dier

VCOV KOOGO - GO! ouders

Els Vanvolsem Hannelore Lambrighs

Mark Pauwels Ludo Claes

VCLB CLB off.

Christine Vonckx Walentina Cools (OVSG)

Marleen Van den Mooter Dries Vandermeersch (GO!)

Kris Dom (Welzijnszorg) Nele Schroyen (Netwerk tegen Armoede)

Koen Trappeniers (Welzijnszorg) Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

OVSG KOV

Directeurs

Personeel

Ouderverenigingen

CLB

Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

Commissie en langlopende werkgroepen – –

commissie Buitengewoon Basisonderwijs technische werkgroep Programmaties Basisonderwijs

Uitgebrachte adviezen – – –

Advies over de programmatieaanvragen buitengewoon basisonderwijs voor schooljaar 2018-2019, 10 januari 2018. Advies over begrijpend lezen (PIRLS 2016), 28 maart 2018.* Advies over problematische afwezigheden in het lager onderwijs, 18 april 2018.*

75


Bijlage 5 De Raad Secundair Onderwijs Leden op 1 juni 2018 geleding Inrichtende machten

werkende leden GO!

plaatsvervangers

OKO

Saskia Lieveyns - voorzitter Els Supply Luc Coppieters Hildegard Schmidt Dominiek Desmet Katrien Bressers Cindy Lammens Paul Buyck

Luc Vernaillen Hilde De Meyer Griet Mathieu Johan Vandenbranden Ann Van Grieken Joost Laeremans Marleen Lippens Nancy Bal

Vrij Off.

Maité Schiepers Freddy Bleus

Jan De Boeck Pamela Bruers

ACOD COC

Nancy Libert Wim Plas Goele Cornelissen Filip Vandenberghe Erik Willen Wauter Leenknecht

Wendy Thomas Dominique Van Overmeire Bart De Haes Dina Van Der Kelen Marina De Pauw Dirk Dietrich

Timothy Van Raemdonck Theo Kuppens

Veerle Vyverman Kim Bogaerts

Flor Van der Eycken Rowald Vanbesien

Jesse Verleije Johan Xhonneux

Sonja Buts - ondervoorzitter Dries Vandermeersch (GO!)

Kris Van den Bossche Walentine Cools (OVSG)

Lief Vanbael (KVG-Vorming) Nele Schroyen (Netwerk tegen Armoede)

Greet Firlefyn (Vijftact vzw) Kris Dom (Welzijnszorg)

POV OVSG KOV

Directeurs

Personeel

VSOA Ouderverenigingen KOOGO - GO! ouders VCOV Leerlingen VSK CLB VCLB CLB off. Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

Commissie en langlopende werkgroepen – – – –

76

commissie Buitengewoon Secundair Onderwijs commissie (RTC) Regionale Technologische Centra technische werkgroep Programmaties Secundair Onderwijs technische werkgroep oprichting Buitengewoon Secundair Onderwijs


Uitgebrachte adviezen – – – – – – – –

De modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs, 3 oktober 2017. Advies over het voorontwerp van decreet duaal leren, 12 oktober 2017. Advies over de programmaties in het gewoon voltijds secundair onderwijs 2018-2019, 11 januari 2018. Advies programmaties buitengewoon secundair onderwijs – schooljaar 2018-2019, 8 februari 2018. Advies over de uitbreiding van het tijdelijk project ‘schoolbank op de werkplek’ (2018-2019), 8 maart 2018. Advies over de aanloopfase van het duaal leren, 19 april 2018.* Advies over de maatregelen voor de organisatie van duaal leren en de aanloopfase, 17 mei 2018. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, 14 juni 2018.

* advies op eigen initiatief

77


Bijlage 6 De Raad Hoger Onderwijs Leden op 1 juni 2018 geleding Instellingshoofden HO

werkende leden Vlir

Vlhora

plaatsvervangers

Ann De Schepper Jan Eggermont Ilse De Bourdeaudhuij Jan Danckaert Koen Goethals Veerle Hendrickx - voorzitter Luc Van de Velde Joris Hindryckx

Luc Van de Poele Piet Verhesschen Bieke Morlion Karen Coninx Pascale De Groote Tomas Legrand Ben Lambrechts Marc Vandewalle

Dany Bollens Lorenzo Eecloo Els Jacobs Tanja Slootmans Jan Soons Wauter Leenknecht

Inge Van Sweevelt Astrid Van der Haeghen Katrien Steenhaut Hugo Uvin Tom Vandersteene Sabine Huybrecht

Serhat Yildirim Otto Catrysse Stijn Pinkhof Messelina Loncin ondervoorzitter Marie Desrousseaux Tara Galmart

Stijn Verschueren Wimjan Nitelet Hannes Dewaele

Personeel ACOD COC

VSOA Studenten VVS

Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

David Mwasha Asher Serrana /

Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

Hilde Timmermans (Gezinsbond)

/

/

Commissie en langlopende werkgroepen – –

commissie Diversiteit Hoger Onderwijs werkgroep Internationale Tendensen Hogeronderwijsbeleid

Uitgebrachte adviezen – – – – –

78

Advies over de toekomst van het Bolognaproces, 9 oktober 2017.* Advies over trajectstarters als alternatief voor het leerkrediet, 14 november 2017. Advies over de hervorming van het kwaliteitszorgstelsel hoger onderwijs, 29 januari 2018. Advies over studiegelden voor studenten die minder dan 27 studiepunten opnemen, 29 januari 2018. Advies over het ‘network of European Universities’-initiatief van de Europese Commissie, 13 maart 2018.*


– – –

Advies over de internationale mobiliteit van studenten met een functiebeperking, 13 maart 2018.* Advies over het versterken van studentenparticipatie door de Vlaamse instellingen hoger onderwijs, 12 juni 2018. Advies over duaal leren in het hoger onderwijs, 12 juni 2018. * advies op eigen initiatief

79


Bijlage 7 De Raad Levenslang en Levensbreed Leren Leden op 1 juni 2018 geleding Inrichtende machten en opleidingsverstrekkers

werkende leden

plaatsvervangers

OKO Basiseducatie VDAB SoCiuS SYNTRA

Daisy Denolf Griet Mathieu - voorzitter Bernadette Van Kemseke Kurt Berteloot Tony Bastijns Katty Van Camp Inge Godu Anne Bogaerts Stijn Vanden Berghe Ronny Leenknegt Marie-Anne Michielsens

Hilde De Meyer Greet Van Dender Johan Vandenbranden Eddy Demeersseman Veerle Adams Carmen Wullaert Jean-François Declerck Steven Van den Eynde Els Van de Walle Fred Dhont An Katrien Sodermans

Off. DKO Vrij CVO Off. CVO Basiseducatie

Bartholomeus Remans Geert Degrande Gunther Degroote Hugo Vanheeswijck

Hilde Van Keer Isabel Laing Marleen Mast Adriana van Kuyck

ACOD

Jean-Luc Barbery Gert Hurkmans Sylvie Vanspeybroeck – ondervoorzitter Ingrid Kremer Herlinde Uten Philip Berger

Inge Van Sweevelt Dany Bollens

GO! POV OVSG KOV

Directeurs

Personeel

COC

VSOA

Katrien Verstraeten Paul Verachtert Gerald Paternoster Sabine Huybrecht

Cursisten

Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

Freddy Tack Ivo Groffils Lieve Aerts Dirk Viaene

Didier Bataillie Katharina Marek Gunther Corthals Micheline Van Lokeren

Joris Smeets (FOV) Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

Dirk Verbist (FOV) Sophia Honggokoesoemo (Minderhedenforum)

Commissie en langlopende werkgroepen – – –

80

commissie Basiseducatie commissie Deeltijds Kunstonderwijs commissie Volwassenenonderwijs


–

technische Werkgroep Onderwijsbevoegdheid

Uitgebrachte adviezen – – – – – – – – – –

Advies over het financieringsdecreet volwassenenonderwijs, 3 oktober 2017. Advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs 2018-2019, 14 november 2017. Advies over een voorstel van opleidingsprofiel volwassenenonderwijs. Studiegebied Huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken – Opleiding Naaien, 9 januari 2018. Advies over een voorstel van opleidingsprofiel volwassenenonderwijs – Studiegebied Slagerij, 13 maart 2018. Advies over aanvragen onderwijsbevoegdheid en overheveling CVO 2018-2019, 27 maart 2018. Advies over het decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 8 mei 2018. Advies over duaal leren in het volwassenenonderwijs, 8 mei 2018. Advies over leerloopbaanbegeleiding, 8 mei 2018. Advies over een aanvraag tot afwijking van de rationalisatienorm van een centrum voor volwassenenonderwijs, 25 mei 2018. Advies over de aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid dko 2018-2019, 26 juni 2018. * advies op eigen initiatief

81


Bijlage 8 Activiteiten Afscheid algemeen voorzitter Harry Martens, 22 juni 2018, Universitaire Stichting Brussel

Studiedagen – – – – – – –

Startdag 2017 - Identiteit in diversiteit Diversiteit in identiteit, 20 september 2017, Vlaams Parlement Brussel Studiedag - De lerarenopleidingen als partner voor de krachtlijnen van een sterk basisonderwijs, 12 oktober 2017, Irish College Leuven Peer Learning Activity – Curriculumdesign, 16-17 november 2017, Vlor Brussel Studievoormiddag - Diversiteit hoger onderwijs, 16 januari 2018, Vlor Brussel Peer Learning Activity - The curriculum in higher education challenged, 8-9 maart 2018, Rome Studienamiddag - Welbevinden en preventie van pesten op school, 20 maart 2018, Vlor Brussel Studievoormiddag - Het curriculum in hoger onderwijs uitgedaagd, 18 april 2018, Espace Jacquemotte Brussel

Interne seminaries en toelichtingen Algemene Raad – – – – – – – – – – – – – – –

82

Toelichting – OKANS-onderzoek. Cartografie en analyse van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en OKAN-leerlingen, 19 september 2017 Toelichting – Rapport Rekenhof over Gelijke Onderwijskansen in het gewoon basisonderwijs, 17 oktober 2017 Zenitdialoog over gestandaardiseerde toetsen, 13 december 2017 Toelichting – project UHasselt i.s.m. scholen: Studiekeuzeproces en studiesucces in het hoger onderwijs, 20 december 207 Toelichting - Vlaamse resultaten van recent internationaal onderwijsonderzoek, 15 januari 2018 Toelichting - Dynamische overtuigingen van leerkrachten over taal, burgerschap en sociale interactie. Eentalige echo's uit Vlaamse klaslokalen, 18 januari 2018 Toelichting – Toetsen in de overgang van secundair naar hoger onderwijs, 31 januari 2018 Seminarie - Gezondheidsbeleid in diversiteit, 6 februari 2018 Seminarie - Duaal leren volwassenenonderwijs en hoger onderwijs, 7 februari 2018 Toelichting - de Diversiteitsbarometer Onderwijs, 1 maart 2018 Toelichting – readySTEMgo project: een aanzet tot datagestuurde oriëntering (KU Leuven), 6 maart 2018 Toelichting – Burgerschapsvorming, 6 maart 2018 Seminarie - Internationale projecten met focus op burgerschap, 22 mei 2018 Toelichting – Omgevingsanalyse Departement Onderwijs en Vorming, 8 mei 2018 Toelichting – Stand van zaken internationaal vergelijkend onderwijsonderzoek, 1 juni 2018


Raad Basisonderwijs – – – – –

Toelichting – Aanpak van problematische afwezigheden in het lager onderwijs door een lokaal bestuur (Stad Antwerpen), 10 januari 2018 Toelichting – Rol van CLB bij aanpak problematische afwezigheden in het lader onderwijs, 10 januari 2018 Toelichting – Transbaso-onderzoek, 28 maart 2018Toelichting – aanpak scholen rond vreemde talen in het basisonderwijs, 18 april 2018 Seminarie - Gestandaardiseerd toetsen op het einde van het basisonderwijs, 2 mei 2018 Toelichting – stand van zaken van het actieplan ‘Elke dag kleuteronderwijs telt’, 9 mei 2018

Raad Secundair Onderwijs –

Toelichting - Toetsen bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs, 31 januari 2018

Raad Hoger Onderwijs -

Toelichting – Het aangepaste toelatingsexamen arts/tandarts en de relatie tot het Vlor-advies, 12 december 2018 Toelichting - Aantrekken van buitenlands toptalent (VARIO), 13 maart 2018

Raad Levenslang en Levensbreed Leren -

-

Toelichting over de hervorming van de opleidingsinstrumenten voor werknemers (Lieselotte Bommerez, Departement WSE), 9 januari 2018 Toelichting over de bevindingen en de resultaten van het GOAL-project Vlaanderen (Caroline van den Buijs, dep. Onderwijs en Vorming), 20 februari 2018 Dialoog met Lies Reynaert, raadgever Kabinet Onderwijs, mbt de reactie van de minister op het advies van de Vlor over het voorontwerp van decreet betreffende het DKO, 8 november 2018 (Commissie DKO) Toelichting onderzoek naar leerloopbanen en studiekeuze in het DKO (Prof. dr. Free De Backer, VUB), 12 december 2018 (Commissie DKO) Uitwisseling met prof. dr. Gert Biesta, ter voorbereiding van de studiedag ‘Zorg in DKO’, 12 juni 2018 (commissie DKO)

83


Bijlage 9 Het Permanent Secretariaat Het permanent secretariaat van de Vlor staat in voor de praktische organisatie en de inhoudelijke ondersteuning van de onderwijsraad.

Personeel In het werkjaar 2017-2018 telde de Vlor 22 medewerkers: 5 mannen, 17 vrouwen. Er werkten 15 statutairen, 6 contractuelen en 1 gedetacheerde.

Mia Douterlungne, administrateur-generaal staf Marleen Colpin, secretaris Raad Secundair Onderwijs, diversiteit en GOK, vluchtelingen en onderwijsonderzoek Ann Daenens, communicatieverantwoordelijke Filip De Bruyne, directeur ICT en financiën Carine De Smet, projectmedewerker internationaal onderwijsbeleid, STEM, onderwijs & samenleving en welbevinden Isabelle De Ridder, secretaris Raad Hoger Onderwijs Roos Herpelinck, directeur leerzorg, leerlingenbegeleiding, onderwijsonderzoek Joël Job, personeels- en logistiek verantwoordelijke, secretaris Algemene Raad Katrien Persoons, secretaris Raad Basisonderwijs, overlegplatform SO-HO Reinhilde Pulinx, secretaris Raad Levenslang en Levensbreed Leren Koen Stassen, directeur aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, hbo5 administratie Nancy Tuts, directiesecretariaat Isabelle Berghs, documentatiedienst Piet De Craecker - Nicole Meuleman - Mireille Pauwels - Pascale Vaegenhende - Daniëlle Wouters, administratieve ondersteuning onthaal - logistiek Wim Antheunis - Ebru Biçer - Viviane Piron - Sigrid Van Laethem

Informatie en communicatie De Vlor communiceert in de eerste plaats naar de beleidsactoren en zijn leden. Hij stemt zijn communicatiekanalen zoveel mogelijk af op deze specifieke doelgroepen.

84


Adviezen De advisering van de Vlor is in eerste instantie gericht naar de beleidsmakers voor Onderwijs en Vorming: de minister (en kabinet) en de administratie. De adviezen worden aan deze prioritaire doelgroep dan ook persoonlijk bezorgd. Ook de leden van de Commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement en politieke partijen zijn een belangrijke doelgroep voor de Vlor-adviezen. Zij ontvangen op geregelde tijdstippen een overzicht van de recente adviezen of eerdere adviezen die relevant zijn voor de besprekingen van de Commissie. Ledencommunicatie Het intranet van de Vlor vormt de ruggengraat van de ledencommunicatie. De leden van de raden en commissies en de deelnemers aan tijdelijke werkgroepen kunnen zich snel en doelgericht informeren over de werkzaamheden waar zij rechtstreeks bij betrokken zijn. Zo kunnen zij de agenda en voorbereidende documenten van vergaderingen raadplegen en een opvolgingsdocument consulteren waarmee zij de weg van een (ontwerp)advies doorheen de organisatie kunnen opvolgen, samen met de eventuele wijzigingen aan de regelgeving die ermee verband houden. De dienst informatica verzorgt een interne helpdesk voor de medewerkers en de leden. www.vlor.be De Vlor-website is spil van de communicatie. Hij geeft een actueel overzicht van de uitgebrachte adviezen. Met een uitgebreide zoekfunctie kunnen eerdere Vlor-adviezen thematisch doorzocht worden. Bezoekers kunnen er zich inschrijven voor studiedagen en andere activiteiten of publicaties bestellen.

De Vlor-website had afgelopen werkjaar 45.204 bezoekers (tegenover 41.638 vorig werkjaar) en 176.695 paginaweergaven (40.000 meer dan vorig werkjaar). De website wordt geraadpleegd om adviezen te bekijken, publicaties te bestellen, in te schrijven voor een activiteit of voor algemene informatie over de Vlor of over zijn projecten. Via de website lopen ook vragen om informatie binnen. Nieuwsbrief Alle leden van de Vlor, alle scholen en clb ontvangen viermaal per jaar In beraad. Deze papieren nieuwsbrief met een oplage van 7000 exemplaren, geeft een overzicht van de werkzaamheden en kondigt nieuwe initiatieven aan.

De Vlor verstuurt maandelijks een digitale nieuwsbrief. Die houdt abonnees op de hoogte van de recente Vlor-adviezen en van de agenda. GeĂŻnteresseerden kunnen zich abonneren op deze nieuwsbrief via www.vlor.be. De nieuwsbrief had in juni 2018 2 845 abonnees. De Vlor verstuurt ook de nieuwsbrief van EUNEC, het Europees netwerk van onderwijsraden (247 abonnees). Andere kanalen De leden van de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement ontvangen regelmatig een overzicht van Vlor-adviezen die relevant zijn voor hun besprekingen. De raad kan ook worden uitgenodigd in de Commissie om een advies toe te lichten.

Om zich voor te stellen aan nieuwe leden, bezoekers en deelnemers aan Vlor-activiteiten, heeft de Vlor een kennismakingsfolder. Nieuwe leden van raden, commissies en werkgroepen ontvangen ook een welkomstbrochure met wegwijsinformatie. 85


Via de kranten en de bewegingspers probeert de Vlor zijn naambekendheid en de weerklank van zijn standpunten en activiteiten bij de publieke opinie te vergroten, om ook langs die weg invloed uit te oefenen op het onderwijsbeleid. De Vlor deelt zijn informatie ook via de sociale media. Af en toe informeert de raad gericht specifieke doelgroepen die belang hebben bij een advies, publicatie, project of activiteit.

86


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_VLOR_2017_2018.pdf by Vlaanderen-be - Issuu