Skip to main content

Vislijn_2007.pdf

Page 1

Het infoblad voor de openbare visserij in Vlaanderen Jaargang 2007

Voorwoord Beste sportvisser en natuurliefhebber,

Bijlage: t Reglemen re Openba visserij

Naar jaarlijkse gewoonte bieden wij u samen met het visverlof een "VISlijn" aan. Traditioneel staat dit infoblad boordevol informatie over het visstandbeheer, de reglementering en de sportvisserij op openbaar water. We begeven ons weer naar een aantal favoriete viswateren en tonen u de onderzoeken van enkele Vlaamse visserijbiologen. Zij laten vissen met een zendertje doorheen vispassages migreren en tonen hiermee het belang van vrije vismigratie aan. Kwabaal zwemt na 50 jaar opnieuw in Vlaamse beken en rivieren. Kenmerkende beekvissen zoals kopvoorn en serpeling worden gekweekt en weldra vrijgelaten in geschikte waterlopen. Op hun beurt ondersteunen waterbeheerders deze soortherstelprogramma's door een juiste inrichting van de waterlopen en een waterplantenbeheer te voorzien, die de schuil- en paaiplaatsen voor vissen zullen vrijwaren.

foto: Š Vilda-Y. Adams

Momenteel worden al deze initiatieven en maatregelen voor vissen en vissers bij elkaar gebracht en ingeschreven in de plannen voor het integraal waterbeheer, de zogenaamde “bekkenbeheerplannen�. Het is logisch dat ook de riviervisserij in deze waterbeheerplannen aan bod moet komen.

Inhoud Voorwoord........................................................................................................1 Redactioneel..................................................................................................2 De Langelede ..............................................................................................3 Het Kanaal naar Beverlo ..............................................................4-5 De Velpe ............................................................................................................6 De Handzamevaart ..................................................................................7 De Kwabaal ..............................................................................................8-9 Nieuwe kans voor verdwenen vissoorten ..............10-13 Melding van zeldzame vissoorten ..........................................14 Viswaterprojecten..........................................................................15-19 Vissen met een chip in de Abeek te Bocholt ......20-21 Visserijwetgeving in beeld ............................................................22 Hengelverbodsborden - zin of onzin? ................................23 Om verder te vertellen aan de waterkant ............24-27 Nuttige adressen ....................................................................................28

In een duurzame riviervisserij komen vissers steeds meer in beeld. Ook de sportvisser "neemt weg en oogst" uit de natuur. Hiermee is helemaal niets mis, zolang er verstandig geoogst wordt en de draagkracht van vispopulaties niet wordt overschreden. Daar elke visser hierover zo zijn eigen mening heeft en om vispopulaties op peil te houden, is het vissen gebonden aan strenge regelgeving. Vissersfederaties hebben dit begrepen en nemen op hun beurt steeds meer initiatieven, die een duurzame en evenwichtige visserij als doel hebben. De Codes van Goede Hengelpraktijken sensibiliseren voor een correcte en respectvolle hengelethiek. De activiteiten in de regiowerkingen illustreren het milieubewust handelen van vissers. We stellen vast dat het draagvlak voor een duurzame visserij groeit. Het maatschappelijk belang van het vissen als ontspannende natuurbeleving wordt er onmiskenbaar door bevorderd. Succes en veel hengelplezier in 2007. De Voorzitter van het Visserijfonds Koen De Smet


Het nieuwe Agentschap voor Natuur en Bos De Vlaamse Regering sleutelt al enige tijd - via het project ‘Beter Bestuurlijk Beleid’ - aan een efficiëntere werking van de Vlaamse administratie en een betere dienstverlening voor de burger en de samenleving. Binnen de sector leefmilieu heeft dit geleid tot de oprichting van het nieuwe Agentschap voor Natuur en Bos, als resultaat van de fusie tussen de afdeling Bos & Groen en de afdeling Natuur.

foto: © A. Van Mol

Het Agentschap voor Natuur en Bos, dat officieel op 1 april 2006 van start ging, streeft naar meer en betere natuur, bossen, parken en openbaar groen in Vlaanderen. Uiteraard heeft de openbare visserij daarin ook haar plaats.

Redactioneel Met de jaargang 2007 van het infoblad VISlijn zijn we weer op de afspraak bij elke hengelaar, die vist in openbaar

Door het efficiënt inzetten van mensen en middelen wil het Agentschap meehelpen om in het verstedelijkte Vlaanderen een forse stap voorwaarts te zetten in het realiseren van bovenstaande doelstelling. Dit zal vooral gebeuren in overleg en samen met alle betrokken maatschappelijke actoren, via het streven naar partnerschappen en naar win/win-relaties. De Vlaamse Regering heeft Marleen Evenepoel aangeduid om de leiding van het Agentschap voor Natuur en Bos op haar te nemen, in nauw overleg met Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur.

water in Vlaanderen. Het infoblad blijkt echter ook door een ruimer publiek te worden gelezen, de bekendheid van de openbare visserij kan daar alleen maar wel bij varen.

Algemene contactgegevens: Agentschap voor Natuur en Bos Centrale Diensten Tel. 02-553 81 02 of 02-553 76 83 Website www.natuurenbos.be

Ook onze visstand krijgt aandacht vanuit de meest uiteenlopende hoeken. Wat lokt immers een hengelaar naar een kanaal, rivier of plas ? In eerste instantie het vooruitzicht om er op een aangename manier een visje te vangen, spanning als ontspanning dus. Verder kunnen

Jeugdvisverlof gratis vanaf 2007 ! De hengelsportsector pleit reeds lang voor initiatieven, die meer jeugd aan de waterkant brengen. Naast de hengelverenigingen kan ook de overheid hieraan een bijdrage leveren. Daarom werd besloten om vanaf 2007 het jeugdvisverlof gratis te maken.

smaken en kleuren verschillen; groot of liever veel, roofvis of witvis, poldergracht of havendok, individualist of clubvisser, je krijgt er als overheid allemaal mee te maken.

De 50 jarige verjaardag van de openbare visserij is nog

Vanaf 2007 mag dus elke hengelaar jonger dan 14 jaar, niet vergezeld van vader, moeder of voogd gratis vissen in openbaar water op voorwaarde dat: • met maximaal 1 hengel gevist wordt, • alle gevangen vis onmiddellijk en voorzichtig wordt teruggezet, • de jeugdige hengelaar een jeugdvisverlof bezit, gratis af te halen in elk Vlaams postkantoor.

maar net achter de rug of de vernieuwingen dienen zich al in snel tempo aan. Zou het dan toch waar zijn dat alles sneller evolueert naarmate je ouder wordt … ?

2

Het bezit van een jeugdvisverlof, hoewel gratis, blijft dus verplicht. Zo zal de jeugd alle noodzakelijke en nuttige informatie over de openbare visserij blijven ontvangen en kan de evolutie van het aantal jeugdige vissers verder opgevolgd worden.


Oost-Vlaanderen

De Langelede te Wachtebeke

foto’s: © H. Vande Putte

LANGELEDE

De Langelede, een kanaal gelegen tussen de Moervaart en de Nederlandse grens, werd in de 14de eeuw om economische doeleinden gegraven. Men volgde daarbij waarschijnlijk de ZELZATE bedding van een R4 bijriviertje van de Expressw Durme. Vroeger werden eg-E34 N49 de Langelede en de Moervaart bevaren door turf-, zand- en beerschippers. Later MOERVAART werden deze WACHTEBEKE R4 schepen geladen met stenen komende van KLAVERBLADVIJVER de steenbakkerijen te N449 Stekene en ook schepen met bieten voor ZUIDLEDE de suikerfabriek in Moerbeke. Na het delven van het kanaal Gent-Terneuzen (1825 -1827) en de heropbloei van de Gentse haven verloren deze waterlopen hun economische waarde. Daar de Nederlandse overheid de doortrekking van de Langelede op haar grondgebied nooit toeliet, ontwikkelde deze tot een polderwaterloop met natuurlijke oevers en een oord van verpozen, ideaal voor de hengelsport.

De expressweg verdeelt de Langelede in een noordelijk en zuidelijk gedeelte, die verbonden blijven via een brede koker. De waterkwaliteit wordt nadelig beïnvloed door verspreide lozingen van rioolwater. Door de dichtere bewoning in het zuidelijke gedeelte is de impact op het watersysteem daar veel groter. Het noordelijk gedeelte van de Langelede werd al volledig gesaneerd door het opvangen van het rioolwater in collectoren. Op initiatief van het Provinciebestuur en in samenwerking met de Provinciale Visserijcommissie (PVC), het Polderbestuur en de gemeente Wachtebeke werd het

water in 1991 gebaggerd en werd de oever heringericht met speciale aandacht voor de ontwikkeling van oeverplanten. Naast plasbermen en een gevarieerde aanplant van het oevertalud werden over de ganse lengte van de bevisbare Langelede veertig hengelplaatsen aangelegd. Later zorgde de Provinciale Visserijcommissie voor een hengelsteiger voor mindervalide vissers ter hoogte van het Langeledeschooltje. Deze steiger vervult ook regelmatig een educatieve functie. In de milieuweek van het onderwijs worden er namelijk door de visserijcommissie proefafvissingen georganiseerd om de jeugd met de verschillende vissoorten kennis te laten maken. De geringe breedte en ondiepte van het kanaal hebben steeds geleid tot een weelderige groei van waterplanten zoals waterpest en gedoornd hoornblad, waardoor kruidruimingen geregeld nodig bleken. Ook de Braziliaanse waternavel is opvallend aanwezig. Deze uitheemse plantensoort werd hier ongelukkig geïntroduceerd als waterzuiveraar, met een ongekende wildgroei als gevolg. Al verschillende jaren probeert de PVC, samen met het Polderbestuur en het gemeentebestuur deze exoot te bestrijden. Enkel een stelselmatige verwijdering van nieuwe scheuten kan de verdere uitbreiding van deze plant inperken. Dit gebeurt via een wekelijkse controle vanaf de late lente tot in de zomer. Daarnaast kan het verder terugdringen van de lozing van afvalwater de vestiging van deze plant sterk beperken. Dit werd al in het noordelijk gesaneerde deel van het water vastgesteld. Ook bladval van de bomenrij langs de Langelede veroorzaakt een stelselmatige aanrijking van het water, die leidt tot weelderige plantengroei. In 2005 werd de waterdiepte door het warme weer zo gering, dat het noordelijke deel van de Langelede door het Polderbestuur en in overleg met de Visserijcommissie werd geruimd. Bijzondere maatregelen werden getroffen om de vispopulatie te sparen. Er werd hiervoor gewerkt in afzonderlijke stroken van 300m, van waaruit de vis systematisch naar het geruimde watergedeelte werd overgezet. Deze ruiming werd op de voet gevolgd door het toegewijde commissielid Alfons Coquet, die talloze vissen naar het betere watergedeelte heeft helpen overzetten. Deze visredding bracht een zeer gevarieerde visstand aan het licht. De voorn is nadrukkelijk aanwezig naast de brasem. Hengelvangstgegevens bevestigen deze dominantie van de voorn, maar wijzen ook op een evenwichtige populatieopbouw (vangstgegevens van 20 voorns per man en uur, waarvan 56% ondermaatse is). Van de meeste overgezette vissoorten werd duidelijk kweek vastgesteld. Naast de blankvoorn en brasem komen er immers jaarlingen voor van rietvoorn, zeelt, baars en snoek. De evenwichtige opbouw van de witvis weerspiegelt zich in een goede roofvisstand. De opeenvolgende jaarklassen van snoek (15-50 cm) en paling (10-80 cm) werden er teruggevonden. De visstand is geëvolueerd van een éénzijdige bezetting met brasem en karper in de jaren ‘90 naar het huidige gevarieerde snoek-voorn-baars bestand.

Luc Samsoen Provinciaal Centrum voor Milieu onderzoek

3


Antwerpen

Blankvoorn 13 %

s De kanaalkomRietvoorn te Leopoldsburg 15 %

Pos 16 %

Baars 40 %

â–ź

Groene dennenbossen, kleurrijke heidevlakten, mooie landduinen en vochtige vennen, het zijn de typische kenmerken van de Antwerpse en Limburgse Kempen. Een beetje verrassend misschien, maar de Kempen zijn meer dan zand en bossen. Ook aan water is er geen gebrek. Doorheen de Kempen loopt een netwerk van kanalen. Op de provinciegrens, nu eens Antwerpen, dan weer Limburg, situeert zich het kanaal naar Beverlo. Het is een aftakking van het kanaal Bocholt-Herentals ter hoogte van het gehucht "Blauwe Kei" te Lommel. Deze naam vindt zijn oorsprong in een blauwe grenssteen, die in 1648 de scheiding tussen de Nederlanden, het Hertogdom Brabant en het prinsbisdom Luik markeerde, maar vandaag verdwenen is. De "Blauwe Kei" is een populaire trekpleister voor zowel vissers, wandelaars, fietsers als watersporters. Het kanaal loopt van de gemeente Lommel, via Balen naar Leopoldsburg.

BLAU W

Het Kanaal naar Beverlo

Overige soorten 3% Paling Snoekbaars 2% 11 %

Kort na de onafhankelijkheid van BelgiĂŤ in 1830 werd te Beverlo de garnizoensplaats Leopoldsburg opgericht. Het leger had behoefte aan goede toegangswegen voor de bevoorrading en het transport van zwaar militair materiaal. Hiervoor werd in 1854 het kanaal naar Beverlo als verbindingskanaal naar het kanaal Bocholt-Herentals (Kempisch ALS Kanaal) gegraven. Drie jaar later - HERENT T L O H C O B werd het in gebruik genomen. Het kanaal voorzag ook in irrigatiewater voor de bevloeiing van de dorre N71 omliggende heide. Ook vandaag nog bevinden zich verschillende watertappen op het kanaal. BALEN Ze bevloeien ondermeer viskweekvijvers, waaruit in het verleden al heel wat pootvis voor de openbare wateren werd geleverd.

AN TW ER PE N

l

KA

WEZE N18

n gre e i c vin Pro


l

Limburg

Wetenschappelijk visserijonderzoek toont aan dat de visfauna in het kanaal bestaat uit witvissoorten en wordt afgewisseld met een goede roofvis- en palingstand. De laatste jaren werden er 15 verschillende vissoorten gevangen. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste vissoorten zich op een natuurlijke manier in het kanaal voortplanten. Voorn, baars en paling zijn de meest verspreide soorten. Zij kunnen nagenoeg over het volledige kanaal worden gevangen. In het algemeen biedt de natuurlijke oevervegetatie nog paai- en schuilmogelijkheden voor vissen, in het bijzonder voor plantenminnende soorten zoals snoek en rietvoorn. De plantenrijke oevers en de regelmatige visuitzettingen maken dat de rietvoornstand goed is ontwikkeld. De roofvisstand is in evenwicht met de bezetting aan witvis en wordt in hoofdzaak bepaald door snoekbaars.

Overige soorten 3% Paling Snoekbaars 2% 11 % Blankvoorn 13 %

Rietvoorn 15 %

Pos 16 %

Visstand van het Kanaal naar Beverlo

Baars 40 %

foto’s: © Yseboodt

▼

WE K EI

Het kanaal werd nooit gemoderniseerd en laat slechts schepen met een beperkte LT O H tonnenmaat toe. Vandaag vervult het C BO kanaal vooral een toeristische rol met jachthavens en goede LOMMEL voorzieningen voor de ven Eindho pleziervaarders. Met een totale lengte van 15 kilometer, een breedte van N746 18 meter en een diepgang ANAA L NAA van maximum 2,3 meter, R BEV ERLO slingert het kanaal zich over de provinciegrens. Vanaf de EL "Blauwe Kei" worden Lommel, Mol en Balen aangedaan, waarna het kanaal uiteindelijk in de havenkom van KERKHOVEN Leopoldsburg eindigt. Door de beperkte scheepvaart zijn de oevers ns op een aantal plaatsen nog natuurlijk LEOPOLDSBURG begroeid. Hengelaars, fiets- en G wandelliefhebbers kunnen langsheen beide R U LIMB oevers kilometers lang van een gevarieerde natuur genieten.

S ENTAL - HER

s De Blauwe Kei

In mindere mate komen snoek en grote baarzen voor. De paling is goed vertegenwoordigd met dikke exemplaren tot 80 cm. Ter hoogte van de "Blauwe Kei" kan kopvoorn gevangen worden. Dit is een stroomminnende vissoort, die vanuit de Maas naar hier kan migreren. De aanwezigheid van jonge kopvoorns wijst zelfs op een natuurlijke rekrutering. Van (grote) karper is geweten dat hij zich bij visserijkundig onderzoek in kanalen zeer moeilijk laat vangen. Dit is ook het geval in het kanaal naar Beverlo. Hengelaars bevestigen echter de aanwezigheid van karper. De hengeldruk op het kanaal is relatief laag. Je ziet hier ook weinig wedstrijden. Voornamelijk hengelaars van de naburige gemeenten komen in het kanaal vissen. Volgens de hengelaars kan je vrij behoorlijke aantallen vis vangen. Goede hengelstekken situeren zich ter hoogte van de Blauwe Kei, te Kerkhoven aan de brug en in de kanaalkommen te Balen-Wezel en te Leopoldsburg. Deze laatste zijn vooral in het najaar en de winter interessant, wanneer de recreatievaart grotendeels stil ligt. Om te hengelen in het kanaal naar Beverlo volstaat een visverlof dat geldig is voor gans het Vlaamse Gewest en verkrijgbaar is in elk postkantoor in Vlaanderen. Daarmee mag je gans het jaar in het kanaal naar Beverlo hengelen, ook in de paaitijd en tijdens de nacht. Voor de nachtvisserij is wel een visverlof van 45,86 euro vereist. Elke gevangen vis moet dan onmiddellijk worden teruggezet. ´s Nachts en in de paaitijd mag dus geen leefnet gebruikt worden. De streek waardoor het kanaal loopt is helaas ook bekend vanwege haar historische vervuiling met zware metalen. Daarbij werden er ook hoge gehalten aan PCB’s gemeten. Daarom wordt het sterk afgeraden om vis uit het kanaal naar Beverlo te consumeren en is het aangewezen om alle gevangen vissen terug te zetten.

Bart Denayer & Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos

5


Vlaams-Brabant

De Velpe

▼

De Velpe is een meanderende laaglandbeek die in het Haspengouws leemplateau DEMER ZWARTE BEEK ontspringt uit verschillende ot Aarsch bronnen, dan verder 10 N DIEST stroomt in noordoostelijke 25 HALEN richting doorheen het VELPE Hageland en 24 BEKKEVOORT uiteindelijk uitmondt 2 4-A HALEN E31 in de Demer in het Limburgse Halen. BEKKEVOORT De naam Velpe zou KORTENAKEN N2 afkomstig zijn van het VELPE Keltische ‘fel-apa’, Leuven wat zoveel betekent als wild of fel water. HOELEDEN In de loop der tijden N3 BOUTERSEM heeft de waterloop door VELPE allerlei menselijke N3 24 BOUTERSEM ingrepen veel van zijn E40 TIENEN natuurlijke ‘wilde’ structuur OPVELP verloren. De waterloop werd 25 TIENEN rechtgetrokken, bedijkt, verstuwd, verstevigd of op een andere wijze ‘genormaliseerd’. Toch zijn deze ingrepen beperkt in vergelijking met andere Vlaamse beken en is de Velpe vandaag op vele plaatsen een mooi ontwikkelde natuurlijke waterloop. Ook de waterkwaliteit is, in vergelijking met andere Vlaamse waterlopen van dezelfde orde van grootte, behoorlijk goed.

foto’s: © I. Dooremont

▼

In 1920 werd de Velpe beschreven als een zeer visrijk water, hoewel er door stroperij, net zoals op de Demer, enorme ravage werd aangericht. Tussen 1920 en 1928 maken visserijtijdschriften melding van volgende vissoorten: blankvoorn, paling, riviergrondel, snoek, karper, zeelt en beekforel, waarbij de laatste drie soorten werden uitgezet. Het meest recente visstandonderzoek dateert van 2004 en werd uitgevoerd door het toenmalige Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer (IBW). In totaal werden 14 vissoorten aangetroffen, waarbij riviergrondel, driedoornige stekelbaars en de beschermde soorten, bermpje en bittervoorn, de meest voorkomende vissoorten vormden.

Daarnaast kwamen blankvoorn, giebel, zeelt en baars vrij algemeen voor. Van paling, karper, rietvoorn en zonnebaars werden maar een paar exemplaren gevangen. Opmerkelijk is dat winde, snoek en kopvoorn niet aanwezig waren in deze vangsten. Het zijn nochtans soorten die jaarlijks door de visserijcommissie worden uitgezet ter ondersteuning van het natuurlijk visbestand van de Velpe. Uit hengelvangstgegevens van lokale vissers blijkt echter dat er op deze rivier regelmatig grote exemplaren van winde, karper en baars worden gevangen. Uitzonderlijk wordt een snoek van meer dan 1 meter of een Amerikaanse dwergmeerval bovengehaald. Bermpje 10,5 %

Stekelbaars 46,13 %

Riviergrondel 25,06 %

Overige Vissoorten 2,14 % Giebel 1,15 %

Baars 1,69 %

Bittervoorn 10,8 %

Blauwbandgrondel Blankvoorn 1,23 % 1,30 %

Visstand van de Velpe In het kader van het soortherstelprogramma voor de stroomminnende soorten kopvoorn, serpeling en kwabaal werden in 2005, door het voormalige Instituut voor Natuurbehoud (IN), een aantal Vlaamse waterlopen geëvalueerd op hun geschiktheid als leefomgeving voor deze vissoorten. Op de Velpe werd in Boutersem en Vertrijk telkens een traject van 500 meter onderzocht. Ondanks de goede waterkwaliteit, zal kopvoorn, serpeling of kwabaal niet onmiddellijk op de Velpe worden uitgezet. Momenteel bestaan er namelijk nog een aantal beperkende factoren om tot een herintroductie van deze vissoorten over te gaan waaronder; een gebrek aan voldoende schuilplaatsen, te weinig variatie in stroomsnelheden en verschillende migratieknelpunten die de optrek naar stroomopwaarts gelegen paaiplaatsen belemmeren. In het bekkenbeheerplan van de Demer zijn voor de Velpe verschillende acties opgenomen, zoals het oplossen van vismigratieknelpunten, het verbeteren van de structuurkwaliteit en de aanleg van bijkomende waterbergingsgebieden. Voor het opheffen van een aantal migratieknelpunten zijn de ontwerpplannen al opgemaakt. Het is dus nog even wachten tot deze maatregelen zijn uitgevoerd, vooraleer kwabaal, serpeling en kopvoorn gezond en wel in de Velpe kunnen rondzwemmen.

Inge Dooremont Agentschap voor Natuur en Bos


West-Vlaanderen

De Handzamevaart Uit het dagboek van een gepassioneerde hengelaar, over de evolutie en het langzaam herstel van een regenrivier.

We schrijven 2006, er is terug volop vis in de Handzamevaart te vangen. Het is een water dat nooit stil staat. Voornachtigen trekken zeer graag stroomopwaarts, dit is een ideaal habitat voor deze vissen. Prachtig hoe de vallei in de winter langzaam overstroomt en een onwaarschijnlijke aantrekkingskracht uitoefent op de vogels. Geen wonder dat hier 5136 ha werd aangeduid als vogelrichtlijngebied. Je ziet en ruikt hier nog de natuur. Waar kan je zoiets nog beleven! Ik denk, laat een plaatsje over voor de wandelaar en de fietser, laat de hengelaar dit water ontdekken en herontdekken. Paling Baars 6,2 % Kolblei 3,5 % 6,9 %

Overige Brasem Vissoorten* 1,9 % 2,5 %

foto’s: © D. Pynebrouck

N369

Het is 1968. “Kom”, zegt vader, “we gaan paling peuren in de Handzamevaart. Ik heb gehoord dat er slecht water op komst GISTEL is”. Snel achterop de IJZER bromfiets van vader, MIDDELKERKE de Handzamevallei tegemoet. Sommigen NIEUW noemen deze vallei POOR T wel de KrekebeekVLADSLOvallei, dit komt omdat VAART N369 de Handzamevaart gevoed wordt met IJZER water uit de N35 Krekebeek, dit is de ZIJDELINGbovenloop van de GELEED Handzamevaart. HANDZAME DIKSMUIDE Het is een mooie zondag HANDZAM in juni, prachtig weer. EVAART Aangekomen aan de vaart N35 ruik je het opkomend rotte sop. We plaatsen ons een honderdtal meter voorbij het inktzwarte water. We zitten zeker met een twaalftal vissers op een strookje van 200 meter, de paling bijt als gek. “Wat een palingen!”, zegt vader. Thuis worden ze gedood en gekuist, later worden ze opgegeten. Van PCB’s is nog geen sprake. Waar zijn de jaren heen, wat is er allemaal met de Handzamevaart gebeurd? De jaren 70, de opkomende industrie, de ongecontroleerde lozingen, de grote vervuiling van alle rivieren in Vlaanderen… het went nooit.

Het is het jaar 2000, men gaat in Kortemark een waterzuiveringinstallatie in werking stellen. Het vaartje wordt ook uitgebaggerd. Ik schrijf in mijn dagboek “er is opnieuw hoop, wellicht wordt er binnen enkele jaren terug gevist en misschien een wedstrijdje betwist.”

Blankvoorn 79 %

Bovenstaande figuur geeft de aantalverhouding weer van de verschillende vissoorten, die tijdens een visstandopname in 2002 werden gevangen. Het vaartje loopt langs en door het centrum van Diksmuide. Men heeft de Grote & Kleine dijk heraangelegd en er zijn enkele steigers voor het aanleggen van pleziervaartuigen. Aangezien deze in de wintermaanden niet in gebruik zijn, worden ze door hengelaars ingenomen, wat een mooi zicht. De wintervisserij viert hier zijn hoogdagen. Zelfs vliegvissers komen hun kans wagen en vangen hier prachtige, kapitale voorns. Had je dat enkele jaren geleden gezegd, men verklaarde je gek. Ik zie het terug zitten voor het vaartje, nu nog de overstorten wat beter afstellen, of beter nog, het afvalwater en regenwater gescheiden houden. Als ze de Theems proper gekregen hebben, waarom zou dan niet hetzelfde kunnen met de Handzamevaart? Als we er met zijn allen maar voldoende werk van maken! Natuurlijk zijn er nog minpunten; de algenbloei in juni, de overstorten die te vlug werken? Maar we zijn vlug tevreden, een vissershand is gauw gevuld, ja toch? De Handzamevaart is een onbevaarbare waterloop van ongeveer 14 km lang, die loopt van Kortemark tot Diksmuide, waar hij ter hoogte van de Bloemmolens in de IJzer terecht komt.

Danny Pynebrouck Provinciale Visserijcommissie West-Vlaanderen

7


foto’s: © INBO

De kwabaal

In het begin van de twintigste eeuw werd er in België vaak een vis gevangen, die qua uiterlijk het midden hield tussen een meerval en een paling. In de volksmond werd hij puitaal, lomp of weeraal genoemd. Deze vis was een echte delicatesse; vooral de lever! Dat blijkt uit de volgende oude volkswijsheid: “Pour le foie de la lotte, la femme enlève sa culotte”. Vanaf de jaren vijftig werd deze vis steeds minder gevangen en raakte hij stilaan in de vergetelheid. Vandaag de dag is een groep wetenschappers bezig met het herstel van deze vissoort. Zijn echte naam? De kwabaal. De kwabaal, Lota lota (L.), behoort tot de familie van de kabeljauwen. De aanwezigheid van een stevige kindraad is een onmiskenbaar familietrekje. De kwabaal is echter een buitenbeentje. Hij is de enige kabeljauwachtige, die zijn hele leven in zoet water doorbrengt. Kwabalen komen oorspronkelijk voor in heel Europa, Azië en Noord-Amerika en dit boven 40° noorderbreedte. In Europa ontbreken ze enkel in IJsland, Ierland en in het uiterste westen en noordoosten van Noorwegen. Er worden bij de kwabaal twee ondersoorten onderscheiden: ‘onze’ kwabaal, Lota lota lota, die

voorkomt in Eurazië en Alaska en de Noordamerikaanse kwabaal, Lota lota maculosa. De kwabaal heeft een lang rolrond lichaam, dat achteraan zijdelings lichtjes samengedrukt is. Zijn lichaam is donker olijfgroen tot bruin op de rug en lichter op de buikzijde. De volwassen dieren hebben vaak een gemarmerd patroon. De jongere exemplaren hebben meestal een egaal donkere kleur. De schubben zijn klein, rond en bedekt met een dikke slijmlaag. De kwabaal heeft een brede platte kop met een grote bek, die licht onderstandig is. Op zijn onderkin zit één stevige tastdraad. Door deze zeer typische kindraad is elke verwarring met andere Vlaamse vissoorten uitgesloten. Boven elke voorste neusopening zit ook een heel korte baarddraad. De kwabaal heeft een dubbele rugvin. De eerste vin is kort en bestaat slechts uit 12 tot 14 zachte vinstralen. De tweede rugvin loopt, net als de anaalvin, door tot aan de staartvin. De staartvin zelf is afgerond. De stevige buikvinnen staan vóór de borstvinnen onder de keel ingeplant en kunnen als steun gebruikt worden. In onze streken kan een volwassen kwabaal maximaal 40 tot 60 cm lang worden. In Scandinavië en Alaska worden ze echter veel groter.


Kwabalen voelen zich vooral thuis in heldere, koele beken, rivieren en in diepe heldere meren. Ze leiden er een onopvallend, verscholen bestaan. Het zijn echte schemer- en nachtdieren. Overdag houden ze zich meestal schuil in oeverholtes, in stroomkuilen en onder stenen en wortels. ’s Nachts gaan ze op jacht. In tegenstelling tot de meeste Vlaamse soorten is de kwabaal vooral in het koude seizoen actief. In de zomer, wanneer de watertemperaturen hoog zijn, vallen ze in een soort rusttoestand. De voedselopname is dan heel gering. Tijdens de herfst en winter daarentegen, eten ze hun buikje rond. In het midden van de winter, tijdens de paaitrek, zijn de volwassen dieren minder schuw waardoor ze af en toe waargenomen kunnen worden. De volwassen kwabaal is in de eerste plaats een roofvis. Rivierkreeftjes, insectenlarven, zoetwatermosselen en zelfs kikkers staan echter ook op het menu. Kwabaallarven voeden zich de eerste dagen van actieve voedselopname vooral met ééncellige algen en zoöplankton. Jonge kwabalen voeden zich met vlo- en roeipootkreeften, insectenlarven en waterpissebedden. Al heel vroeg in hun eerste levensjaar (3 tot 4cm lengte) schakelen de kwabaaltjes over op vis. Kannibalisme komt bij deze soort veel voor.

Vanaf een leeftijd van 3 tot 4 jaar wordt de kwabaal over het algemeen geslachtsrijp. De kwabaal plant zich in het midden van de winter voort, wanneer de watertemperatuur onder 4 tot 6°C daalt. De geslachtsrijpe dieren trekken naar geschikte zijriviertjes of naar overstromingsgebieden, waar ze in groepjes paaien. Een kwabaalvrouwtje kan enorm veel eitjes leggen, zelfs tot meer dan een miljoen per vrouwtje. Een kwabaaleitje is ongeveer 1mm groot en bevat een oliedruppel. Hierdoor kan het rondzweven in het water, zonder onmiddellijk naar de bodem te zinken (semi-pelagisch). Het duurt bij een temperatuur van 4°C ongeveer 32 dagen voor de bevruchte eitjes ontluiken. De kwabaallarven zijn dan 3,5 mm groot. Overstromingsgebieden zijn uitstekende opgroeigebieden voor de kwabaaltjes. Al bij de eerste zonnestralen warmt het ondiepe water op. Hierdoor kan het plankton, het eerste voedsel voor de larven, zich snel ontwikkelen. In onze streken kan de kwabaallarve, als alle omstandigheden gunstig zijn, in één jaar opgroeien tot een kwabaal van 15cm. De kwabaal kwam vroeger veel voor in West-Europa. De laatste jaren zijn de natuurlijke populaties echter sterk achteruit gegaan. In Groot-Brittannië leefde de kwabaal vroeger in 18 rivieren. Tegenwoordig is de soort er uitgestorven. Ook in Nederland, Duitsland en Frankrijk wordt de kwabaal steeds zeldzamer en staat hij op de Rode Lijst. In België werd de kwabaal rond de vorige eeuwwisseling nog veel aangetroffen. Sinds ongeveer 20 jaar wordt hij echter als uitgestorven beschouwd. Een verslechterde water- en habitatkwaliteit liggen waarschijnlijk aan de basis hiervan. Vooral het onbereikbaar worden en verdwijnen van geschikte paai- en opgroeigebieden hebben een groot aandeel gehad in het verdwijnen van de soort.

foto’s: © INBO

Als toppredator kan de kwabaal in stromende waters een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een stabiele visgemeenschap. Vanuit ecologisch standpunt is het herstel van deze vissoort dan ook meer dan de moeite waard. Door de vele inspanningen die de laatste jaren geleverd zijn op vlak van de waterzuivering, het oplossen van migratieknelpunten, het structureel herstel van waterlopen en het scheppen van overstromingsgebieden heeft een terugkeer van deze mooie roofvis in Vlaanderen via een weldoordacht soortherstelprogramma een grote kans op slagen.

Inne Vught Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek s De kweek van kwabaal is het vak van specialisten (zie ook pagina 12)

9


Nieuwe kansen voor verdwenen vissoorten De kopvoorn, serpeling en kwabaal in Vlaanderen Van de bijna veertig zoetwatervissen, die Vlaanderen ooit rijk was, zijn er ondertussen al vijf soorten uitgestorven. Daarnaast hebben vijftien andere vissoorten het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Een slechte waterkwaliteit, het verdwijnen van de typische leefomgeving van deze vissoorten en het verlies of het onbereikbaar worden van hun paaigronden zijn de voornaamste boosdoeners van deze evolutie. Gelukkig is tegenwoordig de waterkwaliteit aan de betere hand. Daarnaast krijgen de waterbeheerders meer en meer oog voor een onbelemmerde vismigratie en het natuurlijke herstel van de waterlopen. Dit alles creëert voor deze vissen nieuwe kansen om in de Vlaamse rivieren terug te keren..

De herintroductie van vissen is een weloverwogen keuze Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse overheid grijpt deze gunstige evolutie met beide handen aan om deze uitgestorven of bedreigde vissoorten een nieuwe kans te geven. Bij deze soortherstelprogramma’s gaat het ANB echter niet over één nacht ijs. Elk programma mag rekenen op een grondig wetenschappelijk onderzoek. Daarbij wordt nagegaan welke voorwaarden (leefomgeving, waterkwaliteit,…) nodig zijn om de uitgestorven of bedreigde soort er weer bovenop te helpen. Om dit te bereiken volstaat soms al een betere waterkwaliteit, het opnieuw mogelijk maken van een vrije vismigratie binnen en/of tussen waterlopen of een meer natuurlijke structuur van de waterloop. In andere gevallen, vooral voor de uitgestorven soorten, maar meestal ook voor vissoorten met een beperkte verspreiding, zijn al deze maatregelen onvoldoende. In dergelijke gevallen wordt herintroductie overwogen.

foto’s: © Vildaphoto.net

t Kopvoorn

Herintroductie betekent dus het bewust uitzetten van dieren of planten in hun vroegere, natuurlijke omgeving. Dit kan echter alleen op voorwaarde dat de oorzaken van hun achteruitgang of uitsterven worden weggenomen. Uiteraard moeten deze uitzettingen ook voldoen aan de relevante internationale, nationale en Vlaamse wetgeving.

Stap voor stap Het ANB volgt bij elk soortenherstelprogramma een zevenstappenplan: 1. Verzamelen van basisinformatie over de vissoort zoals algemene ecologie en andere eisen die de vissoort aan zijn leefomgeving stelt. 2. Aanduiden van mogelijk geschikte uitzetlocaties voor een herintroductie en wetenschappelijke beoordeling van deze plaatsen. 3. Onderzoeken van de genetica van de soort zodat de genetische eigenschappen van de uitgezette vissen zo goed mogelijk overeenkomen met die van de oorspronkelijke vissen. 4. Ontwikkelen van teelttechnieken om de vissoort in voldoende aantallen te kweken om ze te kunnen uitzetten. Het kan namelijk niet de bedoeling zijn om de soort ergens weg te vangen, om ze dan ergens anders uit te zetten. 5. Uitzetten van de vissoort in enkele geschikt bevonden proeflocaties. 6. Opvolgen van de herintroductie aan de hand van groei, overleving en paai van de uitgezette vissen. Dit is om, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen. 7. Afspraken maken met de waterbeheerder om de waterloop voor de geïntroduceerde vissoort op een gunstige manier te beheren. Uiteindelijk moet de vissoort er in slagen om zich op eigen houtje in stand te houden.

t Serpeling


Nieuw leven voor de kopvoorn, serpeling en kwabaal Voor het ogenblik lopen bij het ANB programma’s om de kopvoorn, de serpeling en de kwabaal opnieuw hun rechtmatige plaats in de rivier te laten innemen. Kopvoorn en serpeling zijn karperachtigen, die typisch zijn voor stromend water. Beide vissoorten komen in Vlaanderen slechts hier en daar nog in kleine restpopulaties voor. Vroeger kende de kopvoorn een uitgebreide verspreiding in tal van Vlaamse beken. De serpeling was een veel geziene gast in de Limburgse beken. De kwabaal is de enige kabeljauwachtige, die in zoetwater leeft en ook stromend water verkiest. Hij is zowel in Vlaanderen als in Wallonië uitgestorven, waarschijnlijk al sinds de beginjaren ’70. De kwabaal is net als de snoek een roofvis, die de visstand in evenwicht houdt en dwerggroei van andere vissen tegengaat. Het voorbereidend onderzoek, dat nodig is om deze drie vissoorten te herintroduceren, bestaat uit drie luiken:

s La Bar, kwabaalrivier in de Franse Ardennen

gelijkenissen met de Vlaamse rivieren, waarin nog kwabaal voorkomt. Verder speurde dit onderzoek in de rivier naar de noodzakelijke lokale structuren en omstandigheden, die deze vissoorten nodig hebben.

t Meting van de stroomsnelheid

• Het genetisch onderzoek gaat na uit welke waterlopen of bekkens geschikte ouderdieren, die de oorspronkelijke dieren zo dicht mogelijk benaderen, gevangen kunnen worden om er verder mee te kweken.

Voor kopvoorn en serpeling kon dit onderzoek nog in Vlaanderen plaatsvinden. Voor de uitgestorven kwabaal leidde de zoektocht ons echter naar de Franse Ardennen, naar een rivier met voldoende t Kwabaal

foto’s: © Alain Dillen

• Het ecologisch onderzoek concentreert zich op de haalbaarheid van de herintroductie van de soort. Als het geschikte leefgebied van de vissoort niet meer beschikbaar is, moet dit voor de herintroductie uitdrukkelijk aangepakt worden.


foto’s: © Alain Dillen

s paaiplaatsen voor kopvoorn en serpeling

Zo verkiest de kopvoorn ondiepe stenige plaatsen met een stroomversnelling om er eitjes af te zetten. Jonge kopvoorns houden zich vooral op boven een harde bodem, tegen de oever van de rivier. Vaak schuilen ze onder overhangende planten en takken. Volwassen kopvoorns schuilen dan weer graag in holtes in de oever en onder dood hout. Jonge serpelingen hebben liever zonnige plekjes in de rivier bij een rustige stroomsnelheid. Volwassen serpelingen zijn dan vooral te vinden boven een stenige bodem, met net iets meer stroming. Ze paaien net als de kopvoorn op ondiepe plaatsen met een stroomversnelling. Volwassen kwabalen hebben vooral nood aan holtes in de oever om een veilig onderkomen te vinden. In de winter zwemmen ze de zijbeken met een lichte stroming op, op zoek naar plaatsen waar nog planten staan om te paaien. In deze omgeving voelen overigens ook de larven en jonge kwabalen zich het beste thuis. • Het derde luik van het onderzoek omvat de kweek van een zeldzame of uitgestorven vissoort. Bij de herintroductie van een soort zijn er namelijk voldoende aantallen nodig, die uiteraard voor zeldzame soorten niet zomaar uit de natuur geplukt kunnen worden. In Vlaanderen legt het Centrum voor Visteelt in Linkebeek (Vlaams-Brabant) zich toe op de kweek van zeldzame of uitgestorven vissen. Zowel voor de serpeling als voor de kwabaal heeft het Centrum voor Visteelt ondertussen succesvolle kweekprogramma’s lopen. Voor kopvoorn wordt het kweekprogramma nog verder op punt gesteld.

De kwabaal gekweekt

12

s paaiplaatsen voor kwabaal

De kwabaal gekweekt In 1999 startte de Vlaamse overheid met een herstelprogramma voor de kwabaal. Aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek te Linkebeek werd nagegaan of de kwabaal in gevangenschap succesvol kon gekweekt worden. In de natuur plant de kwabaal zich voort in het midden van de winter. De kweek vereist dus een lage watertemperatuur en een aangepast dag- en nachtritme zoals in de winter. Dit stimuleert de kweekdieren in de teeltbassins om hun eitjes af te zetten, gewoonlijk tussen kerst en midden januari. Daarna worden de bevruchte eitjes in speciale flesjes (Zougflessen) uitgebroed en constant van zuurstofrijk bronwater voorzien. Bij een temperatuur rond 4°C komen de larven na ongeveer 32 dagen uit de eitjes. Tijdens deze periode bedraagt de overleving meestal meer dan 80%. De larven kunnen zich de eerste twee weken van hun leven te goed doen aan de voedselvoorraad in hun dooierzak. Daarna moeten ze zelf op zoek naar voedsel. Een optimaal startvoeder is dan doorslaggevend voor een goede overleving en ontwikkeling van de larven. Er is nog geen visvoeder op de markt dat als startvoeder voor kwabaallarven gebruikt kan worden, daarom kweekte het Centrum voor Visteelt tot nu toe zelf geschikt dierlijk plankton (zoetwaterraderdiertjes en larven van pekelkreeftjes). De kwabaallarven groeien en overleven het best bij een temperatuur tussen 12 en 16°C.

Inne Vught Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek


De eerste resultaten… Op basis van deze wetenschappelijke bevindingen nam het onderzoeksteam een twaalftal Vlaamse rivieren onder de loep om hun geschiktheid voor de herintroductie van elk van deze drie vissoorten na te gaan. Waar nodig werden maatregelen voorgesteld om de leefomstandigheden voor de vissoort te verbeteren. Al in de jaren ’90 werd de kopvoorn in de Grote Nete uitgezet en doet het daar sindsdien uitstekend. De serpeling werd tot nu toe vooral in Limburgse beken uitgezet om er de nog aanwezige populaties te ondersteunen. Wellicht volgen in de nabije toekomst nog meer herintroducties van de serpeling in verschillende waterlopen, verspreid over Vlaanderen. Voor de herintroductie van de kwabaal kwamen de Grote Nete en de Bosbeek als geschikte proeflocaties uit de bus. Een eerste herintroductie met larven vond in het voorjaar van 2005 plaats. Om een nog onbekende reden kende deze herintroductie echter geen succes. Een tweede herintroductie in het najaar van 2005 met jonge, éénzomerige kwabalen was dan wel een schot in de roos. In beide rivieren wisten de uitgezette kwabalen hun eerste winter te doorstaan. Daarenboven leren recente bevissingen dat de kwabalen qua groei op schema zitten en in een goede conditie verkeren. De toekomst moet nog uitwijzen of de uitgezette kwabalen in staat zijn om zich voort te planten. Het is alleszins nog te vroeg (en onverstandig) om gericht op kwabaal te hengelen. Bij eventuele vangst moet deze beschermde vis onmiddellijk worden vrijgelaten.

Monitoring voor de toekomst…

s Grote Nete

Een belangrijk aspect bij herintroducties is een nauwgezette opvolging van de overleving, verspreiding en groei van de uitgezette vissen. Dit laat toe om, waar nodig, tijdig bij te sturen. Daarnaast is deze kennis en ervaring nuttig voor verdere herintroducties in de toekomst. Herintroductie van vissen is dus duidelijk meer dan het éénmalig uitzetten van de vissoort. Dikwijls is het een proces dat 10 tot 15 jaar in beslag kan nemen en waarbij een blijvende en doorlopende, wetenschappelijke begeleiding broodnodig is. De positieve resultaten met kopvoorn, serpeling en kwabaal lijken deze strategie te ondersteunen en zijn bijzonder hoopvol voor de toekomst. Dit wordt dus ongetwijfeld vervolgd…

Alain Dillen Agentschap voor Natuur en Bos

s Bosbeek

13


Melding van zeldzame vissoorten

foto’s: Š INBO

Spiering in de Bovenschelde, Durme en Ringvaart

In editie 2004 van VISlijn werd door onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) sinds lange tijd opnieuw melding gemaakt van de aanwezigheid van spiering in zoet water in het stroomgebied van de Schelde. De spiering is een anadrome soort, die vanuit de Noordzee (zoutwater) en het Westerschelde-estuarium in scholen de rivieren (zoetwater) optrekt om er te paaien. Het is voor deze vissoort belangrijk dat sluizen, stuwen en vooral ook de zuurstofconcentratie geen migratiebelemmering vormen. Spiering kan je herkennen aan zijn zilverkleurige lengtestreep en kleine vetvin maar vooral aan zijn zeer typische komkommerachtige geur.

Bittervoorn in de Rupel In april 2006 werden in de Rupel 10 verschillende vissoorten gevangen waaronder de beschermde bittervoorn. Er wordt verwacht dat met het saneren van de Zenne de waterkwaliteit in de Rupel ook zal toenemen en er een grotere diversiteit aan vissoorten zal aangetroffen worden. De vis die nu in de Rupel voorkomt is afkomstig van de Schelde.

Jan Breine Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek

14

De vangst van spiering in 2004 was blijkbaar geen toeval, want in februari 2005 werden tijdens fuikbemonsteringen opnieuw twee paairijpe spieringen gevangen. In het Zuidervak van de Ringvaart werd een vrouwtje gevangen onder de stuw van Merelbeke en in de Bovenschelde werd een mannetje met hom aangetroffen onder de stuw van Asper. In 2006 werden bij visstandopnames in de Durme een 12-tal verschillende vissoorten gevangen waaronder ook een spiering. Pas recent laat de zuurstofconcentratie namelijk weer de aanwezigheid van deze vissoort toe. Nu nog de migratieknelpunten wegwerken en deze vissoort kan zijn paaigebieden terug opzoeken. In de Zeeschelde werden ook verschillende exemplaren aangetroffen ter hoogte van Doel.

David Buysse & Jan Breine Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek

Gouden varieteit van de kleine modderkruiper in de Witte Nete Bij afvissingen in het voorjaar 2006 werd in de Witte Nete in Dessel een opmerkelijk gouden exemplaar gevangen van de kleine modderkruiper. De kleine modderkruiper is een zeldzame vissoort in Vlaanderen, die vooral in het bekken van de Kleine Nete voorkomt. Door een genetische afwijking ontbreken de donkere pigmentcellen (melanoforen). Hierdoor is bij deze vis de donkere vlekkentekening afwezig en overheerst de geeloranje kleur van de xanthoforen.

Alain De Vocht Centrum voor MilieukundeUniversiteit Hasselt


Viswaterprojecten Provincie West-Vlaanderen • De Miseriebocht te Beernem is een afgesneden arm van het Kanaal Gent-Oostende en staat hiermee in open verbinding. De oude kanaalarm wordt door Natuurpunt vzw als natuurreservaat beheerd. De hengelzone bevindt zich op de achterste 600 meter van de kanaalarm. Oeverafkalvingen, hoog opschietend gras en hakhout maakten deze prachtige kanaalarm onbevisbaar. De Provinciale Visserijcommissie en Natuurpunt sloegen daarom de handen in elkaar en richtten een hengelzone in. Natuurpunt zorgt voor een goed beheer met behulp van schapenbegrazing. Hiertoe plaatsten zij de nodige afsluitdraad. De Visserijcommissie installeerde een centrale taludtrap, die toegang verleent aan de hengelsite met 8 hengelsteigers, telkens met bijhorende taludtrappen voor een vlotte toegankelijkheid. In een laatste fase heeft de Visserijcommissie een klaphek geplaatst. Hierdoor kunnen de hengelaars ook tijdens de begrazingsperiodes de hengelzone vlot bereiken zonder ontsnappingsgevaar voor de schapen. De Visserijcommissie financierde dit project grotendeels zelf met een kleine bijdrage van de gemeente Beernem en het Regionaal Landschap Houtland.

Sven Vrielynck Agentschap voor Natuur en Bos

• Het Kanaal Gent-Oostende is sinds enkele jaren één van de betere hengelwaters van de Provincie WestVlaanderen geworden. Ter hoogte van de Sint-Pieterskaai bevindt zich een belangrijke hengel(wedstrijd)zone waarbij de wagens vlot tot tegen de hengelplaatsen kunnen parkeren. De onveilige talud leidde in het verleden meermaals tot ongevallen, waarbij vissers ernstig gekwetst raakten en zelfs in het water belandden. Om ongevallen te vermijden heeft de Visserijcommissie dan

ook snel beslist om te investeren in de aanpassing van deze talud zodat de hengelaars op een zeer comfortabele manier kunnen plaatsnemen. Hiertoe werd ongeveer 300 meter heringericht. De Visserijcommissie investeerde een deel maar het leeuwendeel van de kosten werd door de nv Waterwegen en Zeekanaal (vroegere Administratie Waterwegen en Zeewegen (AWZ) gedragen.


foto’s: Š S. Vrielynck

• Calonnegracht Het kanaal Duinkerke-Nieuwpoort ter hoogte van de Calonnegracht is een fel gegeerd hengelwater. Verschillende kleinere clubwedstrijden worden er betwist. De hengelzone was echter niet gemakkelijk bevisbaar. De commissieleden van de regiowerking Westkust drongen dan ook aan op de aanleg van hengelfaciliteiten. De eerste fase werd gerealiseerd in

2002. In 2006 werd de hengelzone met nog eens negen plaatsen uitgebreid. De Visserijcommissie laat alle door haar aangelegde hengelfaciliteiten intussen ook onderhouden. Dit gebeurt via sociale tewerkstellingsprojecten. De hengelfaciliteiten worden ontdaan van begroeiing en rondom wordt er gemaaid of desnoods aan hakhoutbeheer gedaan.


• Op de IJzer ter hoogte van het gehucht “Tervaete” werd een brug afgebroken. Op de vrijgekomen gronden werd een buitendijkse paaiplaats aangelegd. Daarbij werden graafwerken verricht waarbij onregelmatige bodemprofielen een breed gamma aan dieptes opleverden. De taluds werden zwak hellend gemaakt en werden opgetrokken tot aan de oorspronkelijke dijkhoogte van de IJzer. De zwakke taluds geven een geleidelijke overgang van water naar land, waardoor de vegetatie meer kansen krijgt. Rietwortelstokken uit de onmiddellijke omgeving werden ingebracht.

hiervan gebruik kan maken. De nv Waterwegen en Zeekanaal financierde het project. Het vroegere Instituut voor Natuurbehoud (IN) en de Provinciale Visserijcommissie hielpen bij het ontwerp van de paaiplaats en volgden in samenwerking met AWZ de werken op.

Sven Vrielynck Agentschap voor Natuur en Bos

Centraal werd een eiland voorzien, zodat de oeverlengte en de paaigelegenheid sterk wordt vergroot. Daarnaast is het niveau van het eiland zo gekozen dat het maaiveld overeenkomt met het gemiddeld waterpeil in de paaiplaats. Zo krijgen de watervogels extra foerageerkansen. De paaiplaats staat in open verbinding met de IJzer. Er werd wel een drempel ingebouwd, zodat de paaiplaats niet leegloopt als de sluizen in Nieuwpoort worden geopend. Daarnaast werd aan de zuidelijke kant een heel steil talud gemaakt, zodat de oeverzwaluw

17


Provincie Antwerpen

Riviergrondel 41 %

Rietvoorn 41 % Rest Baars Kolblei 2 % 1% 2%

Blankvoorn 52 %

Herstel van vrije vismigratie in het stroomgebied van de Mark Momenteel werkt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)afdeling Water op verschillende plaatsen in Vlaanderen aan de realisatie van een vrije migratie op een netwerk van 3000 km prioritaire waterlopen en dit samen met andere waterbeheerders en overheden (meer info : www.vismigratie.be). Vissen terug laten migreren tussen zee en zoet water en tussen grote rivieren en kleinere bovenlopen, is daarbij een prioritaire doelstelling. Deze doelstelling werd ook door het Vlaamse Parlement bekrachtigd in het decreet van het “Integraal Waterbeleid”. Ook op niet-prioritaire waterlopen wordt erop gelet dat er geen nieuwe barrières voor vissen ontstaan. De afdeling Water is al een hele tijd aan het herstel van vismigratie bezig. In totaal werden reeds 34 knelpunten aangepakt en wordt de sanering van 56 knelpunten voorbereid. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)-afdeling Water heeft op de Mark en de Weerijs werk gemaakt van het herstel van vrije vismigratie ter hoogte van een aantal belangrijke vismigratieknelpunten. De Mark en de Weerijs maken deel uit van hetzelfde stroomgebied. Beide rivieren komen samen in Breda. Voor de realisatie van acht visdoorgangen werd met steun van de Europese Unie een grensoverschrijdende samenwerking op touw gezet tussen het Waterschap Brabantse Delta, de stad Breda, de provincie Antwerpen en VMM. Het project kreeg de naam “Integrale Aanpak Stroomgebied de Mark (IASM)”.

Vissoorten waargenomen in de vistrap aan de Markweg Tegelijkertijd met de realisatie van de visdoorgangen aan Vlaamse zijde werden in Nederland vier visdoorgangen op de Weerijs gebouwd en werd in de stad Breda een rivierherstelproject gerealiseerd. Aan de visdoorgangen werden infoborden geplaatst om ook het brede publiek over het doel van het project te informeren. De realisatie van deze visdoorgangen in het stroomgebied is een mooi voorbeeld van een internationale samenwerking rond de vismigratieproblematiek. De acht visdoorgangen op Vlaams grondgebied zijn V-vormige bekkentrappen met stenen overlaten, die het verval in kleinere vervallen van ongeveer 12 cm opdelen. Dit hoogteverschil kunnen de vissoorten bij stroomopwaartse migratie wel overbruggen. De stenen zorgen voor een verhoogde diversiteit aan stroomsnelheden. Dankzij de V-vorm blijft de stroomsnelheid over de overlaten laag genoeg en is er bij een grote variatie aan debieten voldoende waterhoogte. Twee visdoorgangen liggen in een omleiding langs de stuw op de Mark. Op twee andere locaties werd één van beide stuwkleppen door een visdoorgang vervangen. Op de Weerijs werden de twee stuwen volledig vervangen door vier bekkentrappen in de bedding zelf.

Kolblei 1%

Baars Rest Rietvoorn 2%

Riviergordel 41 %

18

2%

2%

Blankvoorn 52 %

Blankvoorn 52 %


Daarnaast heeft het INBO de visdoorgang aan de Markweg te Meersel-Dreef grondig geëvalueerd. Het onderzoek is uitgevoerd met een vistrapfuik aan het stroomopwaarts einde van de visdoorgang. Tijdens de volledige onderzoeksperiode van 13 maart tot en met 10 juli 2006 zwommen in totaal 3768 vissen stroomopwaarts doorheen de visdoorgang. In totaal werden 15 vissoorten in de fuik aangetroffen.

Hoofdzakelijk vissoorten, die kenmerkend zijn voor Vlaamse laaglandrivieren, zoals de Mark, zwommen stroomopwaarts doorheen de visdoorgang. De vangstresultaten tonen aan dat vooral blankvoorn en riviergrondel, maar ook soorten als rietvoorn en kolblei, gerichte stroomopwaartse migraties ondernemen op zoek naar een geschikt paaihabitat. Sterk verhoogde aantallen van deze soorten werden steeds na een periode van gevoelige stijging van de watertemperatuur genoteerd. Het staat vast dat in de toekomst, van zodra ook de laatste knelpunten op Nederlands grondgebied passeerbaar worden gemaakt, het aantal vissen dat doorheen de vistrap migreert, nog vele malen hoger zal zijn. Ook soorten als snoekbaars en pos, die in de Mark op Vlaams grondgebied nog niet werden waargenomen, zullen zich stroomopwaarts kunnen verspreiden.

Contactpersonen: Luc Van Craen & Saar Monden, Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Water

foto’s: © INBO

Ook de sanering van de resterende barrières op de Mark wordt voorbereid. Op de trajecten van 2de categorie op de Weerijs, die in het beheer zijn van de Dienst Waterbeleid van de Provincie Antwerpen, worden in de nabije toekomst nog knelpunten weggewerkt. Op de Mark blijft als voornaamste knelpunt “De Laermolen” in Minderhout over. Een oplossing van dit knelpunt ligt momenteel ter studie. Om een idee te krijgen of deze maatregelen wel degelijk vismigratie terug mogelijk maken, zijn evaluatiestudies zeer belangrijk. Daarom heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) vóór de aanleg van de visdoorgangen de visfauna onderzocht. De bedoeling is om dit onderzoek na de aanleg van alle visdoorgangen opnieuw uit te voeren.


Het aantal vismigratieknelpunten in onze Vlaamse waterlopen is groot. Stuwen maken het vrij rondtrekken van vissen dikwijls onmogelijk. Om vissen toch de mogelijkheid te geven langs een knelpunt verder te migreren, worden visdoorgangen aangelegd. In Vlaanderen is de V-vormige bekkentrap hiervoor vaak een toegepaste oplossing. De bekkentrap bestaat uit een reeks lage V-vormige drempels met een poel stroomopwaarts ervan. In kleine stapjes wordt zo het hoogteverschil van de stuw overbrugd. Wanneer er water door de vistrap stroomt, vormen de drempels stroomversnellingen die de vissen moeten doorzwemmen.

s De Abeek

De watermolenstuw in de Abeek te Bocholt is uitgerust met zo een V-vormige bekkentrap. In het voorjaar van 2006 startte het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een evaluatie van deze vistrap in opdracht van VMM, afdeling Water. Er werd enerzijds gebruik gemaakt van een fuik en anderzijds van een kleine chip, die bij vissen werd ingeplant.

s Vistrap aan de watermolen te Bocholt

20

Visstandonderzoek

Vissen met een chip in de Abeek te Bocholt Amerikaanse dwergmeerval Alver Baars Bermpje Blankvoorn Blauwbandgrondel Giebel Karper Kopvoorn Paling Pos Regenboogforel Rietvoorn Riviergrondel Serpeling Snoek Zeelt Zonnebaars


foto’s: © G. Veeckmans

In de fuik, gemonteerd op de bovenste drempel, werden alle vissen gevangen die stroomopwaarts doorheen de vistrap migreerden. Enkel de allerkleinste vissoorten zoals drie- en tiendoornige stekelbaarsjes en beekprik konden door de mazen van het fuiknet glippen. Hun aanwezigheid in de Abeek werd al in 2003 aangetoond tijdens een visstandonderzoek door de Provinciale visserijcommissie van Limburg. Gedurende de onderzoeksperiode van 17 maart tot en met 10 juli 2006 werden meer dan 800 vissen in de fuik aangetroffen. Het betrof algemene vissoorten zoals blankvoorn en baars maar ook zeldzame soorten als kopvoorn en serpeling. We kunnen stellen dat de Abeek een nog zeer waardevolle visgemeenschap bezit. Naast 13 inheemse soorten werden ook 5 exoten in de fuik op de vistrap gevangen waaronder Amerikaanse dwergmeerval, giebel, zonnebaars, blauwbandgrondel en regenboogforel.

Vissen worden voorzien met een chip(boven) en vervolgens opgespoord met een antenne aan de vistrap (onder)

Vissen uit de fuik, die groot genoeg waren, kregen een kleine chip ingeplant vooraleer ze in de Abeek werden teruggezet. Ook vissen, die tijdens een elektrische bevissing in het pand stroomafwaarts van de vistrap werden gevangen, werden met een chip uitgerust. Dergelijke chips of transponders (PIT-tags) worden ook gebruik voor winkeldiefstalbeveiliging of voor het identificeren en registreren van honden, paarden en andere huisdieren.

Om de vissen met een transponder te detecteren, wordt een antenne in de vistrap geplaatst waar de vissen doorheen moeten zwemmen. Een automatisch station registreert vervolgens de code van de voorbij zwemmende vissen. Omdat elke transponder een unieke code heeft, komen we zo te weten welke vissen de vistrap gebruiken en op welk tijdstip zij dat doen. In de Abeek staat momenteel een meetstation met 2 antennes opgesteld: één op de eerste en één op de laatste trap van de visdoorgang. De eerste resultaten zijn alvast gunstig. In Bocholt werden door het meetstation al heel wat vissen geregistreerd. Door deze informatie te koppelen aan de tijd, de temperatuur en het debiet van de rivier komen we meer te weten over de migratiepatronen van de verschillende vissoorten en de werking van de vistrap.

Contactpersonen: Johan Coeck & David Buysse Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek

21


De visserijwetgeving in beeld De laatste jaren zijn er steeds meer hengelaars van uiteenlopende nationaliteiten aan de Vlaamse waterkant te vinden. Hoewel visserslatijn geen taalgrenzen kent, is de communicatie met deze mensen niet altijd gemakkelijk, zeker als het over onze wetgeving gaat.

Illustraties: © Jacques Debroux

Als boswachter spreek je doorgaans geen vloeiend Russisch, Pools, Arabisch enz., wat bij controles al eens tot problemen kan leiden. Iedere hengelaar op openbaar water moet de visserijwetgeving respecteren. Dit kan echter alleen als hij of zij deze ook begrijpt. Of dit het geval is, kom je met gebarentaal doorgaans maar moeizaam te weten …

Tot vorig jaar was de Gids voor de sportieve visser enkel beschikbaar in het Nederlands en het Frans. Vanaf 2007 is er ook een Duitstalige en Engelstalige versie. Voor diegenen die deze talen niet of te beperkt kennen, werd een bijkomende folder opgemaakt, die aan de hand van “cartoons” verduidelijkt hoe wel en hoe niet mag gevist worden in de Vlaamse openbare waters. Vanzelfsprekend kan hierin niet de volledige wetgeving aan bod komen. De folder beperkt zich daarom tot een aantal basisbepalingen waartegen dikwijls wordt gezondigd:

22

• vissen kan enkel met een visverlof dat beschikbaar is in het postkantoor • vissen met maximaal 2 hengels • vissen met andere vistuigen dan de hengel is verboden • vissen in de gesloten tijd en ‘s nachts is verboden • respecteer de maat van vissen • verbod op het meenemen van levende vissen • niet vissen in een verboden zone • terugzetplicht snoek De informatiefolder “De openbare visserijwetgeving in beeld” is vanaf het voorjaar 2007 gratis ter beschikking bij de secretariaten van de provinciale visserijcommissies (zie info pagina 28).


Hengelverbodsborden - zin of onzin? In de praktijk worden hengelverbodsborden wel eens fout geïnterpreteerd. Hierbij een overzicht van verschillende situaties:

foto: © J. Wellens (H.F.V.B)

Langs de openbare hengelwateren kunnen al dan niet tijdelijk zones aangeduid worden waar een hengelverbod geldt. Een hengelverbod wordt ingesteld om vissen en vispopulaties te beschermen en voor een te intensieve bevissing te vrijwaren. Dit gebeurt onder andere op plaatsen met een abnormaal hoge visdensiteit zoals ter hoogte van stuwen, op visuitzettingsplaatsen, bij zeer lage waterstand, in vispassages, enz.... Ook ter hoogte van paaiplaatsen geldt een hengelverbod om er de paaiende vissen te beschermen en het paaiproces niet te verstoren. Samenscholende vissen zijn uiteraard aantrekkelijk om te hengelen, maar een sportieve visser zal op plaatsen waar een visverbod is ingesteld, nooit vissen. Het hengelverbod wordt aangeduid door een verbodsbord met een duidelijk herkenbaar pictogram (zie foto). De richting waarin het verbod geldig is, wordt aangegeven door middel van een bijhorende pijl onder het verbodsbord. Er mag dus niet gehengeld worden in de richting van de pijl en dit vanaf de lijn loodrecht op de oever ter hoogte van het verbodsbord. Het einde van de zone met hengelverbod wordt aangegeven door een tweede verbodsbord voorzien van een pijl in de tegenovergestelde richting.

• Een verbodsbord in de nabijheid van een kunstwerk (sluis, stuw, enz...) of een watertoevoer geeft een hengelverbod aan in een zone die loopt vanaf het bord tot het kunstwerk of de watertoevoer. De afstand waarover het verbod geldig is, kan eventueel onder het verbodsbord worden vermeld. • Een verbodsbord heeft de bedoeling om de vissen in de afgebakende zone te beschermen. Men is als visser dus in overtreding wanneer men zich buiten de verbodszone bevindt, maar bijvoorbeeld met de werphengel toch in de verboden zone vist. • Bootvissers, die nabij stuw- of sluizencomplexen vissen moeten nagaan of daar al dan niet een visverbodzone werd ingesteld. Nabij deze infrastructuren kan men zich met de boot op het water in een zone met visverbod bevinden. Even op de oevers controleren is dus de boodschap om niet in overtreding te zijn.

foto: © R. Yseboodt

• Wanneer het verbod plaatselijk is, wordt alleen het verbodsbord - dus zonder de pijlen - gebruikt. Dit is bijvoorbeeld het geval in paaiplaatsen. Hier is het ruimtelijk voldoende duidelijk over welke zone het gaat.

Het is niet uitsluitend omwille van de visbescherming dat een zone met hengelverbod kan worden ingesteld. In jachthavens en dokken kan dit bijvoorbeeld ook omwille van conflicten tussen hengelaars en booteigenaars. Dergelijke maatregel wordt echter zo veel mogelijk vermeden. Wederzijds begrip en verantwoord gedrag zijn hier de beste optie.

• Wanneer een waterloop (beek, kanaaltje, enz) niet breed is, worden de verbodsborden alleen op de rechteroever geplaatst. Het verbod is echter van toepassing op beide oevers, inclusief het oppervlak van de waterloop. Wanneer u vaststelt dat een hengelverbodsbord onleesbaar, onduidelijk of beschadigd is, of door onbevoegden werd verwijderd, kan u dit steeds melden aan het Agentschap voor Natuur en Bos of aan de Provinciale Visserijcommissie. U vindt deze adressen op pagina 28.

Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos

23


Om verder te vertellen aan de waterkant…. Het VisInformatieSysteem is online! Het Vis Informatie Systeem of kortweg VIS is een interactieve databank, waarin een heleboel gegevens over vissen, visbestanden en vispolluenten in Vlaanderen werden verzameld. Op termijn zullen hierin ook de herbepotingsgegevens en andere data worden opgenomen. Deze databank is een geschikt instrument om professionele gebruikers te informeren over de toestand van vissen en hun leefomgeving in Vlaanderen. Maar ook iedereen die geïnteresseerd is in vissen, kan deze informatie als “bezoeker” gewoon via internet raadplegen: http://vis.milieuinfo.be. Op deze manier is het mogelijk om alle vindplaatsen voor een bepaalde vissoort in Vlaanderen in tabelvorm op te vragen. In een later stadium zullen ook verspreidingskaartjes van de verschillende vissoorten aan deze gegevens gekoppeld worden. Daarnaast kan men ook de visindex voor de verschillende bemonsteringsplaatsen opvragen. Zo krijgt men voor een bepaalde plaats een idee over de ecologische toestand van de waterloop en van het visbestand. Aanvullend worden ook de polluentengegevens getoond, die wijzen op de graad van vervuiling met pcb’s, zware metalen en pesticiden. Visstandbeheerders en wetenschappers melden zich aan via een paswoord zodat zij de databank met hun gegevens kunnen aanvullen. Op deze manier blijft VIS steeds actueel. Dit systeem kwam tot stand dankzij de samenwerking tussen het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (INBO), Milieu Management Info Stuurgroep (MMIS) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en werd ontwikkeld door Hemmis.

Hugo Verreycken Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek

30-tal hengelaars ongeveer 400 zakken, die achteraf naar het stedelijke containerpark werden gevoerd. Hiermee helpen ze de stad, die strijd levert tegen het zwerfvuil. Met drie boten werd het drijvende vuil verzameld en in groepen van drie vrijwilligers werden de oevers afgezocht. Hoofdzakelijk blikjes en papier, lege flessen maar ook TL-lampen, een televisietoestel, veel autobanden en een zetel werden er opgehaald. Het stadsbestuur van Diksmuide gaf de logistieke ondersteuning en stelde de vuilniszakken en de container ter beschikking. Alhoewel zwerfvuil een niet gekende oorzaak heeft, wordt meermaals onterecht met een beschuldigende vinger naar de hengelrecreant gewezen. Als sector ijvert de visserij echter voor een goede waterkwaliteit en waardevolle hengelwateren, waar in een natuurlijk en aangenaam kader kan worden gehengeld. Het achterlaten van zwerfvuil strookt niet met deze doelstelling. De vzw Hengelbelangen IJzervallei verenigt een 600-tal hengelaars in de regio Westhoek. Zij organiseren niet enkel acties maar behartigen ook de belangen van de hengelaars door nauw samen te werken met de provinciale visserijcommissie.

Peter Lepouttre Provinciale Visserijcommissie West-Vlaanderen

Zwerfvuilactie langs de IJzer te Diksmuide Naar jaarlijkse gewoonte organiseerde de vzw Hengelbelangen IJzervallei samen met de provinciale visserijcommissie op 18 maart 2006 een grootschalige schoonmaakoperatie van zwerfvuil langs de bermen van de IJzer, tussen Tervaete en de Knokkebrug te Diksmuide. Over een afstand van 22 km verzamelden een

24


foto: © I. Dooremont

Recent voorziet het Visserijfonds via de Provinciale Visserijcommissies voor hengelverenigingen de mogelijkheid om met een dienstencontract een zwerfvuilopruiming te vergoeden. De Tiense Gete Vissers (TGV) bijten voor Vlaams-Brabant alvast de spits af en hebben in september 2006 een dergelijk contract afgesloten. Eén van de speerpunten van de hengelclub van de Tiense Gete Vissers is de bescherming van de Grote Gete te Tienen. Dit doen ze niet alleen bij een waterverontreiniging, door een signaal te geven aan de overheidsinstanties, maar ook door daadwerkelijk in de omgeving van de waterloop regelmatig zwerfvuil te ruimen. Vissen in vervuild water en tussen zwerfvuil blijft namelijk een storend element voor hun natuurbelevende hobby. De waterkwaliteit van de Grote Gete, het hengelwater van deze visclub, werd steeds slechter door sluiklozingen en zwerfvuil. De sluiklozingen in 2004 met een massale vissterfte tot gevolg waren de druppel die de emmer deed overlopen. Sindsdien zijn de Tiense Gete Vissers in actie gekomen. Ze ruimen periodiek het zwerfvuil in en langs de Grote Gete bij elkaar. Deze opruiming gebeurt beurtelings door een 20 tal leden.

Maandelijks wordt op het traject, Spoorwegbrug (Mulk) tot zuidelijke ring (E40) 4 tot 6 plastieken zakken vol met zwerfvuil verzameld en door de stadsdiensten van Tienen afgevoerd. Plastieke flessen, piepschuim, planken, luiers, drankblikjes, zelfs zakjes vol met allerlei afval behoren tot het meest voorkomende zwerfvuil. Via deze weg dankt de voorzitter van de Tiense Gete Vissers het Agentschap voor Natuur en Bos, het Visserijfonds, de Visserijcommissie Vlaams Brabant, de Hengelsportfederatie Vlaams Brabant, het Vlaamse Gewest, Milieu inspectie Brabant, de Stad en de politie van Tienen voor de verschillende geleverde diensten. Daarnaast hebben alle bestuursleden en de groep vrijwilligers terecht een schouderklopje verdiend. Langs deze weg wil hij ook een oproep doen aan alle inwoners van Tienen, die langs de oevers van de Grote Gete wonen, om geen afval of vuil in hun hengelwater te dumpen. Dit laat toe dat ook hun nakomelingen nog van de prachtige natuur langs de Grote Gete kunnen genieten.

Alfons Buyl Tiense Gete Vissers Als u interesse heeft en meer informatie wenst over de “dienstencontracten”, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de visserijcommissie Vlaams-Brabant

Dringende oproep!! Verwijderen van fuiken en kruisnetinstallaties Sinds 2006 is het bij wet verboden om in openbaar water fuiken, kruisnetinstallaties, of onderdelen daarvan, op te stellen, opgesteld te laten staan of te gebruiken. Het Agentschap voor Natuur en Bos, dat onder andere bevoegd is voor de handhaving betreffende riviervisserij, vraagt met aandrang om alle tuigen, die nog niet verwijderd zijn zo snel mogelijk weg te nemen. Verboden tuigen of hun onderdelen, die nog langsheen openbaar water aangetroffen worden, zullen in beslag worden genomen. Fuiken kunnen enkel nog in de Schelde gebruikt worden stroomafwaarts Antwerpen vanaf de Royerssluis tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. In de dokken van Antwerpen rechteroever en de dokken van de Linkerscheldeoever is het gebruik van fuiken niet toegelaten. In alle andere waterlopen dan de Schelde is het gebruik van fuiken volledig verboden. Jaarlijks worden er heel wat fuiken in beslag genomen, want het Agentschap voor Natuur en Bos doet regelmatig controle op het gebruik van illegale tuigen. De controles zullen nu ook naar kruisnetten en onderdelen daarvan uitgebreid worden. Het Agentschap voor Natuur en Bos rekent op uw medewerking!

Sven Vrielynck, Alain Dillen, Kristof Vlietinck Agentschap voor Natuur en Bos

Visserijbeheerplan voor de Grensmaas en de regio Maasland In het voorjaar 2006 werd in opdracht van het Visserijfonds door het Centrum voor Milieukunde van de Universiteit Hasselt een ‘Visserijbeheerplan voor het Maasland’ opgemaakt. Plaatselijke hengelsportverenigingen en hengelaars hebben aan het opstellen van dit plan constructief meegewerkt door belangrijke informatie over de vroegere en huidige vispopulaties en over de visserij aan te reiken. De Grensmaas herbergt een voor Vlaanderen specifieke visgemeenschap met belangrijke populaties van barbeel, kopvoorn, winde en sneep. Daarenboven groeit de laatste jaren de populatie van roofblei en Europese meerval, maar kent de alverpopulatie een zeer grote achteruitgang. Bij het onderzoek van de visfauna in de beken in de Maasregio werd duidelijk dat een voor vissen optrekbare verbinding

25

foto’s: © P. Heymans

Zwerfvuilactie langs de Grote Gete te Tienen


met de Maas zeer belangrijk is. De benedenlopen en beekmondingen zijn namelijk belangrijk als paai- en opgroeigebied voor jonge vissen uit de Maas. Het hoge aantal hengelaars en de grote aantrekkingskracht van de grindplassen op hengelaars van ver buiten deze gemeenten illustreren het uitzonderlijk grote belang van de Maasregio voor de hengelsport. De vaste stok visser vindt langs de oevers van Maas of grindplassen zijn visstek en voor de vliegvisser biedt de Grensmaas ongeziene mogelijkheden. Een “gemakkelijk” vliegviswater is de Grensmaas echter niet. Voor de bootvisserij is er een grote oppervlakte aan bevisbaar water beschikbaar. Rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in de regio zoals de herinrichting van de grindwinningsgebieden en het plan ‘Levende Grensmaas’ worden in het rapport de mogelijkheden voor het sportvisserijgebruik echter geoptimaliseerd. Voorstellen om zowel in Kinrooi, Maaseik en Dilsen-Stokkem goed bereikbare hengelzones in te richten, werden in het rapport opgenomen. Vliegviscircuits langs de Maas bieden nieuwe perspectieven voor vliegvissers of bevissing met de werphengel. Een ruim partnerschap tussen de waterbeheerders, het Agentschap voor Natuur en Bos, de lokale overheden, de grindherstructurering, de plaatselijke en regionale vissersverenigingen zal nodig zijn om tot effectieve oplossingen te komen. In het najaar zal het plan aan de gemeentebesturen, plaatselijke hengelsportverenigingen en vissers worden voorgesteld.

De nieuwe editie 2007 van de “cursus visstandbeheer gaat door in de provincie Oost-Vlaanderen ” en dit in samenwerking met de Provinciale Visserijcommissies, het Agentschap voor natuur en Bos en INVERDE vzw. Centrale thema's, die aan bod komen zijn: • ecologie van de vissen, • relatie tussen vis en water, • inrichting en het beheer van wateren • gezamenlijk belang van een goed visstandbeheer De “theoriecursus" start op 3 maart 2007, loopt over 5 zaterdagen (10, 17, 24 en 31 maart 2007) van 9 tot 16 uur en heeft plaats in de Hogeschool te Gent. In mei 2007 volgt de “praktijkcursus visstandbeheer”, die doorgaat in het Centrum van Visteelt in Linkebeek in Vlaams-Brabant met aansluitend een excursie op het terrein rond natuurtechnische milieubouw, vistrappen, paaiplaatsen enz. Bijkomende informatie bij INVERDE vzw: tel. 02/ 657 93 64

Hengelen in de stad De waterkwaliteit van onze rivieren gaat er op vooruit. Ook in de Dijle zwemt terug vis rond. Zelfs in het hartje van de stad Leuven kom je als hengelaar regelmatig aan je trekken. Winde tot 40 cm, rietvoorn tot 30 cm en baars behoren tot regelmatige vangsten. Sporadisch maakt kopvoorn of beekforel ook deel uit van de vangst. Marc Vanthienen van de dienst Milieu-inspectie is een gepassioneerde hengelaar. Hij bezorgt zijn vangstgegevens aan het Agentschap voor Natuur en Bos, wat interessante informatie over de visstand in onze waterlopen oplevert. Op de foto ziet u hem in actie op de Dijle te Leuven.

Alain De Vocht Centrum voor Milieukunde - Universiteit Hasselt

Cursus visstandbeheer editie 2007

Kristof Vlietinck Agentschap voor Natuur en Bos

26

foto’s: © Marc Vanthienen

Wie meer wil leren over het beheer van bossen, groene ruimte en/of natuur in het algemeen, kan terecht bij Inverde: opleidingen bos-, groen- en natuurbeheer vzw. Inverde biedt een uitgebreid cursusaanbod met zowel theoretische cursussen als praktische opleidingen met verschillende niveaus, van beginner tot gevorderde. Naast het uitgebreide lessenpakket voor het brede publiek, staat Inverde ook in voor de opleidingen van het personeel van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) waaronder de cursus ‘Bosbouwbekwaamheid’, die het lessenpakket omvat om bos- of natuurwachter te worden. Voor openbare besturen, brandweerkorpsen, natuurverenigingen of andere organisaties stelt Inverde opleidingen op maat samen, van veilig werken met de bosmaaier, het omzagen van bomen tot visdeterminatie of visstandbeheer.


Op dinsdag 7 maart 2006 werd na drie jaar opnieuw glasaal in de openbare wateren in Vlaanderen uitgezet. Met de term 'glasaal' bedoelt men de jonge, doorzichtige larve van de paling. In het najaar maken volwassen palingen zich op voor een 5000-km lange tocht naar de Sargassozee in de Atlantische Oceaan, waar zij zich voortplanten en daarna sterven. De op wilgeblaadjes gelijkende larven, die in de Sargassozee uit de eitjes kruipen, migreren tot voor de Europese kusten, waar ze veranderen (metamorfoseren) in glasaal. Deze glasaal trekt in het voorjaar de rivieren op om daar uit te groeien tot volwassen palingen. In Vlaanderen wordt de natuurlijke intrek van glasaal sterk belemmerd door allerlei migratiebarrières, zoals sluizen

Visserijreglement Vossemvijver In editie 2006 van het infoblad VISlijn kon u al lezen over de geschiedenis, de nodige restauratiewerken en het toekomstige visstandbeheer op de Vossemvijver in het Park van Tervuren. Ondertussen is dit prachtige hengelwater voor alle vissers opengesteld, die in het bezit zijn van een visverlof van de Vlaamse Overheid. Bovenop de bepalingen uit de visserijwetgeving, moet de hengelaar op de Vossemvijver wel een aantal bijkomende regels naleven die betrekking hebben op: • De uren en zones van toegankelijkheid. • De wijzen van hengelen.

en stuwen. Om de palingpopulaties toch in stand te houden, wordt er door het Visserijfonds glasaal aangekocht en uitgezet in de Vlaamse openbare wateren. Door de hoge aankoopprijs van glasaal is het echter niet altijd haalbaar deze aan te kopen. Dit jaar slaagde het Visserijfonds er echter wel in om 110 kg glasaal aan een voordelige prijs bij een Engelse leverancier op de kop te tikken. De glasaaltjes zijn afkomstig van de rivier Seudre in het zuidwesten van Frankrijk. Verpakt in piepschuimen dozen gevuld met water en ijs, werd de glasaal met het vliegtuig rechtstreeks naar de luchthaven in Deurne gevlogen, waar de visserijbiologen, samen met een aantal technici van het Agentschap voor Natuur en Bos klaar stonden om deze kostbare visjes in ontvangst te nemen. Diezelfde dag nog werden alle glasaaltjes in de Vlaamse openbare waterlopen, uitgezet vanwaar zij hun wonderbaarlijke levenscyclus konden verderzetten.

• De terugzetplicht voor alle vis. • Het organiseren van wedstrijden en jeugdinitiaties. • De bescherming van het leefmilieu en de parkinfrastructuur. Het volledige parkreglement is bij de Provinciale Visserijcommissie van Vlaams-Brabant en het Agentschap voor Natuur en Bos-buitendienst Vlaams-Brabant te bekomen en is in het voorjaar van 2007 via infoborden ter plaatse te raadplegen.

Inge Dooremont Agentschap voor Natuur en Bos

foto: © ANB

foto’s: © A. Van Mol

Uitzetting glasaal in de Vlaamse openbare wateren


Nuttige adressen Infoloket Openbare Visserij - Provinciale Visserijcommissies U heeft een vraag over de openbare visserij? Wenst u meer informatie over visserijregelgeving, viswateren, visrechten, vissoorten en visstandbeheer? Neem dan contact op met de visserijcommissie in uw provincie.

West-Vlaanderen - Burg 2b, 8000 Brugge Tel: 050-40 57 04 - patrick.van_hooimissen@west-vlaanderen.be Oost-Vlaanderen - Gouvernementstraat 1, 9000 Gent Tel. 09-267 84 48 - pvc@oost-vlaanderen.be Antwerpen - Jan Van Rijswijcklaan 28, 2018 Antwerpen Tel: 03-240 64 39 - info@visserijcommissie.provant.be Vlaams-Brabant - Provincieplein 1, 3010 Leuven Tel: 016-26 71 54 - lode.debruyne@vlaamsbrabant.be Limburg - Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt Tel: 011-23 83 55 - raymond.dupont@bz.vlaanderen.be

Vislijn 2007 Verantwoordelijke uitgever Koen de Smet, voorzitter Visserijfonds Redactie en samenstelling Karina Abeels (Inverde vzw) Rudi Yseboodt (Agentschap voor Natuur en Bos) Redactie adres Vlaamse Overheid Agentschap voor Natuur en Bos Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Voor meer info in verband met “VISlijn� 02/553.82.22 Lay-out en realisatie Drukkerij Boone-Roosens nv - Lot in samenwerking met Inverdeopleidingen bos- , groenen natuurbeheer vzw DEPOT nr. D/2006/3241/189

Nuttige adressen

28

Beheer van de visstand en de visserij - Agentschap voor Natuur en Bos Het Agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het beheer van de visstand, het behoud van de visserij en de naleving van de visserijwetgeving. Vissterfte op openbaar water kan bij het Agentschap gemeld worden, evenals visstroperij of andere ernstige inbreuken op de visserijwetgeving. West-Vlaanderen - Zandstraat 255 bus 3 8200 St.-Andries-Brugge Tel: 050-45 41 56, Fax: 050-31 94 58 E-mail: visserij.wvl.anb@vlaanderen.be Oost-Vlaanderen - Gebr. Van Eyckstraat 4-6 - 9000 Gent Tel: 09-265 45 82, Fax: 09-265 45 81 E-mail: visserij.ovl.anb@vlaanderen.be Antwerpen - Copernicuslaan1 bus 7 - 2018 Antwerpen Tel: 03-224 62 47, Fax: 03-224 60 90 E-mail: visserij.ant.anb@vlaanderen.be Vlaams-Brabant - Waaistraat 1 - 3000 Leuven Tel: 016-21 12 20, Fax: 016-21 12 30 E-mail: visserij.vbr.anb@vlaanderen.be Limburg - Koningin Astridlaan 50 bus 5 - 3500 Hasselt Tel: 011-74 25 00, Fax: 011-74 25 39 E-mail: visserij.lim.anb@vlaanderen.be

Centrale diensten Visserijfonds Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert-II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel: 02-553 82 22, Fax: 02-553 81 05 E-mail: visserij.anb@vlaanderen.be Webstek: www.natuurenbos.be

Bescherming van oppervlaktewater- Afdeling Milieu-inspectie Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 4 1000 Brussel Tel: 02-553 81 83, Fax: 02-553 80 85 E-mail: milieu-inspectie@lne.vlaanderen.be Webstek: www.mina.be/milieu-inspectie.html


Nuttige adressen Infoloket Openbare Visserij - Provinciale Visserijcommissies U heeft een vraag over de openbare visserij? Wenst u meer informatie over visserijregelgeving, viswateren, visrechten, vissoorten en visstandbeheer? Neem dan contact op met de visserijcommissie in uw provincie.

West-Vlaanderen - Burg 2b, 8000 Brugge Tel: 050-40 57 04 - patrick.van_hooimissen@west-vlaanderen.be Oost-Vlaanderen - Gouvernementstraat 1, 9000 Gent Tel. 09-267 84 48 - pvc@oost-vlaanderen.be Antwerpen - Jan Van Rijswijcklaan 28, 2018 Antwerpen Tel: 03-240 64 39 - info@visserijcommissie.provant.be Vlaams-Brabant - Provincieplein 1, 3010 Leuven Tel: 016-26 71 54 - lode.debruyne@vlaamsbrabant.be foto: © Maarten Roegiers

Limburg - Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt Tel: 011-23 83 55 - raymond.dupont@bz.vlaanderen.be

Vislijn 2007 Verantwoordelijke uitgever Koen de Smet, voorzitter Visserijfonds Redactie en samenstelling Karina Abeels (Inverde vzw) Rudi Yseboodt (Agentschap voor Natuur en Bos) Redactie adres Vlaamse Overheid Agentschap voor Natuur en Bos Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Voor meer info in verband met “VISlijn” 02/553.82.22 Lay-out en realisatie Drukkerij Boone-Roosens nv - Lot in samenwerking met Inverdeopleidingen bos- , groenen natuurbeheer vzw DEPOT nr. D/2006/3241/189

Nuttige adressen

28

Beheer van de visstand en de visserij - Agentschap voor Natuur en Bos Het Agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het beheer van de visstand, het behoud van de visserij en de naleving van de visserijwetgeving. Vissterfte op openbaar water kan bij het Agentschap gemeld worden, evenals visstroperij of andere ernstige inbreuken op de visserijwetgeving. West-Vlaanderen - Zandstraat 255 bus 3 8200 St.-Andries-Brugge Tel: 050-45 41 56, Fax: 050-31 94 58 E-mail: visserij.wvl.anb@vlaanderen.be Oost-Vlaanderen - Gebr. Van Eyckstraat 4-6 - 9000 Gent Tel: 09-265 45 82, Fax: 09-265 45 81 E-mail: visserij.ovl.anb@vlaanderen.be Antwerpen - Copernicuslaan1 bus 7 - 2018 Antwerpen Tel: 03-224 62 47, Fax: 03-224 60 90 E-mail: visserij.ant.anb@vlaanderen.be Vlaams-Brabant - Waaistraat 1 - 3000 Leuven Tel: 016-21 12 20, Fax: 016-21 12 30 E-mail: visserij.vbr.anb@vlaanderen.be Limburg - Koningin Astridlaan 50 bus 5 - 3500 Hasselt Tel: 011-74 25 00, Fax: 011-74 25 39 E-mail: visserij.lim.anb@vlaanderen.be

Centrale diensten Visserijfonds Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert-II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel: 02-553 82 22, Fax: 02-553 81 05 E-mail: visserij.anb@vlaanderen.be Webstek: www.natuurenbos.be

Bescherming van oppervlaktewater- Afdeling Milieu-inspectie Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 4 1000 Brussel Tel: 02-553 81 83, Fax: 02-553 80 85 E-mail: milieu-inspectie@lne.vlaanderen.be Webstek: www.mina.be/milieu-inspectie.html


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vislijn_2007.pdf by Vlaanderen-be - Issuu