Onderzoeksrapport EVALUATIE ARCHEOLOGIE 2019 Evaluatie van het Onroerenderfgoeddecreet - hoofdstuk Archeologie voor het werkjaar 2019
Agentschap Onroerend Erfgoed
COLOFON TITEL Evaluatie archeologie 2019 Evaluatie van het Onroerenderfgoeddecreet - hoofdstuk Archeologie voor het werkjaar 2019 REEKS Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed nr. 148 AUTEURS Raf Ribbens en Korneel De Groote JAAR VAN UITGAVE 2020 Een uitgave van agentschap Onroerend Erfgoed Wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Overheid, Beleidsdomein Omgeving Published by the Flanders Heritage Agency Scientific Institution of the Flemish Government, policy area Environment VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Sonja Vanblaere OMSLAGILLUSTRATIE archeologisch onderzoek op de site Kerkenbos in Muizen (Mechelen), 2018 Copyright Onroerend Erfgoed, foto: Geert Vynckier agentschap Onroerend Erfgoed Havenlaan 88 bus 5 1000 Brussel T +32 2 553 16 50 info@onroerenderfgoed.be www.onroerenderfgoed.be Dit werk is beschikbaar onder de Modellicentie Gratis Hergebruik v1.0. This work is licensed under the Free Open Data Licence v.1.0. Dit werk is beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie. Bezoek http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ om een kopie te zien van de licentie. This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License. To view a copy of this license, visit http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/. ISSN 1371-4678 D/2020/3241/176 ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 75
Evaluatie archeologie 2019
2020
1
DOEL EN AANPAK VAN DE EVALUATIE 2019
1.1 1.2
DOEL VAN DE EVALUATIE AANPAK VAN DE EVALUATIE
2
PRO MEMORIE: HET ARCHEOLOGISCH PROCES
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
INLEIDING ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK BIJ VERGUNNINGSPLICHTIGE INGREPEN IN DE BODEM ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK MET HET OOG OP WETENSCHAPPELIJKE VRAAGSTELLINGEN ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK NA TOEVALSVONDSTEN TOELATINGSPLICHTEN VOOR DE ERKENDE ARCHEOLOOG
3
WIJZIGINGEN REGELGEVING SINDS VORIGE EVALUATIE
3.1 3.2
INLEIDING WIJZIGINGEN AAN HET ONROERENDERFGOEDDECREET EN -BESLUIT SINDS 1 JANUARI 2019
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
WIJZIGINGEN OP HET VLAK VAN DE ERKENNING ALS ARCHEOLOOG WIJZIGINGEN OP HET VLAK VAN VERPLICHTINGEN WIJZIGINGEN OP HET VLAK VAN PROCEDURES WIJZIGINGEN OP HET VLAK VAN FINANCIERING
3.3 3.4
WIJZIGINGEN AAN DE CODE VAN GOEDE PRAKTIJK SINDS 1 JANUARI 2019 GEWIJZIGDE INTERPRETATIES OF TOEPASSINGEN VAN DE REGELGEVING SINDS 1 JANUARI 2019
4
CONTEXT: INVENTARIS, BESCHERMINGEN, ACTOREN
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
INLEIDING VASTGESTELDE ARCHEOLOGISCHE ZONES BESCHERMDE ARCHEOLOGISCHE SITES KAART MET GEBIEDEN WAAR GEEN ARCHEOLOGISCH ERFGOED TE VERWACHTEN VALT (GGA) ERKENDE ARCHEOLOGEN ERKENDE ONROERENDERFGOEDGEMEENTEN ERKENDE INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOEDDIENSTEN ERKENDE ONROERENDERFGOEDDEPOTS ERKENDE METAALDETECTORISTEN
5
HET ARCHEOLOGISCH TRAJECT IN CIJFERS
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
INLEIDING TOELATINGEN VOOR VOORONDERZOEK MET INGREEP IN DE BODEM ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S ARCHEOLOGIERAPPORTEN EINDVERSLAGEN TOELATINGEN ONDERZOEK VANUIT WETENSCHAPPELIJKE VRAAGSTELLINGEN TOEVALSVONDSTEN
6
EFFECTEN OP ACTOREN
6.1 6.2
INLEIDING EFFECTEN OP ERKENDE ARCHEOLOGEN
6.2.1 6.2.2
MARKTOMVANG EN ACTIVITEITSGRAAD TOEZICHT EN KWALITEITSCONTROLE
6.3 EFFECTEN OP ERKENDE ONROERENDERFGOEDGEMEENTEN EN INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOEDDIENSTEN 6.4 EFFECTEN OP ERKENDE METAALDETECTORISTEN 6.5 EFFECTEN OP ERKENDE ONROERENDERFGOEDDEPOTS
7
EFFECTEN OP VERGUNNINGSTRAJECT EN BOUWPROCES
7.1 INLEIDING 7.2 EFFECTEN VAN TOEVALSVONDSTEN OP LOPENDE BOUWWERVEN 7.3 EFFECTEN VAN DE OPMAAK VAN ARCHEOLOGIENOTA’S OP VERGUNNINGENTRAJECT EN BOUWPROCES 7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4
VERGUNNINGSTRAJECTEN MET ARCHEOLOGIENOTA: HOEVEEL, WAAR, WAT, WIE? ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S: WELK SOORT ONDERZOEK IS NODIG? ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S: WELKE MAATREGELEN? ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S: HOE LANG DUURT HET?
7.4 7.5
EFFECTEN VAN OPGRAVINGEN OP VERGUNNINGENTRAJECT EN BOUWPROCES ARCHEOLOGIETRAJECT EN RUIMTELIJK PROCES: DE FLOW
8
FINANCIËLE EFFECTEN
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8
INLEIDING FINANCIËLE EFFECTEN VAN TOEVALSVONDSTEN PREMIE VOOR VOORONDERZOEK MET INGREEP IN DE BODEM PREMIE VOOR BUITENSPORIGE OPGRAVINGSKOSTEN SOLIDARITEITSFONDSEN PROJECTSUBSIDIES SYNTHESE-ONDERZOEK ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S TOTALE FINANCIËLE EFFECTEN
9
MEERJARENEFFECTEN
9.1 9.2 9.3 9.4
INLEIDING EVOLUTIES RETROACTIEF ACHTERSTALLIGE UITGESTELDE VOORONDERZOEKEN
10
SAMENVATTENDE CONCLUSIE
10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 10.8 10.9
HET EVALUATIERAPPORT REGELGEVING CONTEXT GLOBALE CIJFERS EFFECTEN OP ACTOREN EFFECTEN OP VERGUNNINGSTRAJECT EN BOUWPROCES FINANCIËLE EFFECTEN MEERJARENEFFECTEN UITGELICHT
1
1
https://monitor.onroerenderfgoed.be/
2
3
2
3
•
•
4
5
4
5
differentiatie van de erkenning als archeoloog type 1 opgravingen
alle vormen van archeologisch vooronderzoek en
type 2
enkel vooronderzoek zonder ingreep in de
bodem
opleiding
opvolgingsvoorwaarden bijscholing
toezicht
grondige herziening van de evaluatie- en schorsingsprocedure
meer gericht op remediĂŤring dan op bestraffing
3.2.2
vergunningsplichtige bodemingrepen
erkende onroerenderfgoedgemeenten vrijstellen
²
“gemeentelijke GGA-kaart”
De melding van vooronderzoek met ingreep in de bodem veranderde in een toelating.
dadelijk van start
Bij de archeologienota’s en nota’s wijzigde de procedure van indiening en bekrachtiging naar een meldingsprocedure met aktename.
21 naar 15 dagen
archeologieportaal enige medium
termijnaanduidingen
premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem
premie voor buitensporige opgravingskosten 80%
6 versie 4.0 van de CGP goed vertaalde de wijzigingen aan erkenningen, procedures en terminologie in de regelgeving door
6
geen expliciete aktenames
meldingsprocedure
meer elke gemelde archeologienota en nota te beoordelen haalbaar coachen
prioriteiten
geen nieuwe archeologische zones
0,7% van het oppervlak van het Vlaams Gewest 7
twee erfgoedobjecten het statuut van definitief beschermde archeologische site 8 9
0,1% van het Vlaamse grondgebied 10
7 8 9
https://besluiten.onroerenderfgoed.be/besluiten/14857 https://besluiten.onroerenderfgoed.be/besluiten/14823
10
nam toe met 857 stuks tot 5.742 (+17,5%)
11
2,2% van het Vlaamse territorium 12
32 archeologen een erkenning
13
14
11 12 13 14
Zo
stabiel op 19
15
stabiel op 25 erkende diensten 16 17
“Trezoor�
18
1.253 nieuwe erkenningen
15 16 17 18
3.583 andere detectoristen
64 verleende toelatingen daalde het aantal aanvragen (-9%), net zoals het aantal verleende toelatingen (-17%)
archeologienota’s relatief stabiel in vergelijking met 2018 (+5,8%)
Op basis van de huidige inzichten ligt het normale te verwachten volume aan archeologienota’s met aktename op ongeveer 2.000 stuks per jaar. •
•
•
•
Het aantal nota’s met aktename uit 2019 lag 18,6% hoger dan in 2018. Het normale te verwachten volume voor nota’s op jaarbasis zal daarmee vermoedelijk op 700-800 uitkomen.
7.343 hectare “nieuw” terrein
19
2.201 archeologienota’s
726 nota’s
Het globale percentage dat geen aktename verkreeg, ligt daarmee op 19,9% voor de archeologienota’s en 14,5% voor de nota’s
behandelde Onroerend Erfgoed vanaf april 2019 nog ongeveer 61,6% van de gemelde archeologienota’s en nota’s
19
beperkte samenstelling 7,7%
201 daarvan volgden uit opgravingen in het kader van vergunningsplichtige ingrepen
aanzienlijke toename
blijft toenemen
326 hectare vergunningsplichtige handelingen
verdubbeling
in 2019 het aantal eindverslagen voor het eerst in grotere aantallen verschijnen, met 112 stuks ruim vijf maal zo veel
20
81 kregen een positief antwoord 21
leidden er 17 (17,5%) tot een opgraving
20 21
Dit betekent dat de werklast voor opgravingen stabiliseerde, maar wel verschoof naar opgravingen die volgen uit een archeologienota of nota. is de uitvoering van de vroegere regelgeving, het Archeologiedecreet, bijna stilgevallen
We merken dat in 2019 de impact van het Archeologiedecreet op de werklast voor erkende archeologen quasi verdwenen is.
111 van de 215 erkende archeologen (natuurlijk persoon) archeologienota’s en nota’s meldden (51,6%) personen
nog steeds ruimschoots voldoende erkende archeologen voorhanden
aandeel van de groep archeologen die stond voor 1 tot 20 (archeologie)nota’s met aktename toegenomen is met 4,8%, met een nadruk op de groep die tussen 1 en tien documenten genereerde
Daarmee zijn deze vier personen verantwoordelijk voor bijna een kwart van de uitgevoerde vooronderzoeken. Hun impact op de globale kwaliteit van het archeologisch vooronderzoek in Vlaanderen is dan ook aanzienlijk.
85,6% van de archeologienota’s en nota’s met aktename werd in 2019 gemeld namens een rechtspersoon
kunnen we nu veilig stellen dat 85% van het vooronderzoek gebeurt door een rechtspersoon en 15% door een natuurlijk persoon
23 van de 26 erkende archeologen-rechtspersonen melden (archeologie)nota’s,
Daarmee zien we een lichte verschuiving vanuit de groep die meer dan 100 (archeologie)nota’s produceerde naar de groep tussen de 20 en 100 documenten. Het absolute maximum blijft hetzelfde.
Meer dan negen op de tien van de archeologierapporten uit 2019 blijken alvast ingediend door een rechtspersoon (91,3%).
Daaruit blijkt dat de meeste rechtspersonen elk een relatief beperkt aantal opgravingen voor hun rekening namen.
weigeringspercentage van toelatingsaanvragen voor vooronderzoek met ingreep in de bodem op 29,7%
archeologienota’s bedroeg dit 19,9% en bij de nota’s 14,5%.
sterke daling
geen formele evaluaties geen schorsingen of intrekkingen
Bij de archeologienota’s kreeg 76,5% van de gemelde documenten direct een aktename. Dat is bijna 7% meer dan vorig jaar. 16,5% kreeg pas aktename na een hernieuwde en dus tweede melding. In vergelijking met 2018 stijgt dus vooral het aantal archeologienota’s dat direct een aktename verkrijgt en daalt het aantal dat daar een nieuwe melding voor moet ondernemen.
Bij 85% van de nota’s volgde namelijk direct een aktename op de melding. In 12,3% gebeurde dat na de tweede melding.
toename van het behandelde dossiervolume bij de erkende onroerenderfgoedgemeenten met 11% In totaal behandelden de erkende gemeenten dus 206 archeologie-
gerelateerde dossiers22 is 5,6% van het totaal, wat een iets groter aandeel is dan in 2018 (5,1%).
Dat
stad Leuven net als vorig jaar koploper met 30 dossiers, opnieuw gevolgd door Turnhout met 24 stuks
Erfgoed Noorderkempen23 bereidde de beslissing voor over 79 archeologienota’s en nota’s WinAr24 stond voor 32 dossiers
25
22 23 24 25
Het globale beeld wijzigt dus licht ten opzichte van de voorgaande jaren. Het aandeel archeologienota’s dat geen aktename verkreeg, steeg bij de erkende gemeenten en daalde bij het agentschap. De percentages met voorwaarden kwamen erg dicht bij mekaar te liggen. Maar nog steeds blijft het beeld dat de erkende onroerenderfgoedgemeenten vaker akte nemen.
26
In 2019 deden de erkende metaaldetectoristen 1.319 meldingen
In elk geval nam de discrepantie tussen het aantal erkende detectoristen en het aantal meldingen van detectievondsten in 2019 nog verder toe.
26
205 nieuwe ensembles nu in totaal 1.146 ensembles 続
続 続 nog 33,6% van de totale opslagruimte (6.184 m続)
beschikbaar
meest geschikte bewaarplaats
steekproef bewaarplaats zakelijkrechthouder
gebruiker
veel verwarring bestaat over deze terminologie
erkende archeoloog depot
initiatiefnemer
opgraving onroerenderfgoeddepot kwart
vooronderzoek 60% 28% 11%
34%
erkend
36% initiatiefnemer erkende archeoloog
Daar waar de archeologische ensembles uit vooronderzoek zich in het merendeel van de gevallen bij de erkende archeoloog bevinden, zien we dus dat dit bij de opgravingen veel minder het geval is. erkende depots en de initiatiefnemers
weten dus niet of de archeologische bedrijven effectief fungeren als definitieve bewaarplaats, dan wel of die na de opmaak van het eindverslag nog een overeenkomst sloten met de eigenaar of een erkend depot voor overdracht
initiatiefnemer sommige provincies of regio’s nog geen erkend depot
onderzoeksmethodes bureauonderzoek archeoloog archeoloog
landschappelijk bodemonderzoek proefsleuven
initiatiefnemer
bewaarplaats
archeoloog
dezelfde 45% van de gevallen
ondervinden bouwwerven in Vlaanderen dus slechts zeer beperkte hinder van toevallig aangetroffen archeologische resten
bouwwerken en infrastructuurwerken
2.201 archeologienota’s 27 28
8,5% van de vergunningen voor nieuwbouw in Vlaanderen in aanraking kwam met archeologie
Dit patroon weerspiegelt de ruimtelijke dynamiek van Vlaanderen. 29
27
28 29
op gemeentelijk niveau een verhouding bestaat van ongeveer 10 archeologienota’s voor elke 100 bouwvergunningen nadruk op de klasse tussen zeven en 13
86% van die trajecten gebeurt in opdracht van een private bouwheer
voorzichtige indicatie dat publieke bouwheren bij iets meer van hun projecten met archeologie te maken krijgen
Ruim de helft van de gevallen is kleiner dan één hectare
² ² ² ² ruim zeven op tien archeologienota’s met aktename gaat over onderzoeksgebieden groter dan 5.000 m², ²
²
² ² Het is intussen duidelijk dat de verdeling van de onderzochte gebieden volgens hun oppervlak nauwelijks verandert doorheen de jaren.
89,1% van de archeologienota’s met aktename beperkte zich tot een bureauonderzoek30. 3,1% meer
30
aantal nadelige effecten
7,7% een beperkte samenstelling iets lager ligt
56% van de gevallen het ontbreken van kennispotentieel als een van de redenen
De tendens naar meer landschappelijk
bodemonderzoek was al zichtbaar in 2018, maar is nu nog sterker aanwezig. Dit is deels het gevolg van een verhoogde aandacht voor prehistorische artefactensites, waarvoor deze onderzoeksmethode de eerste stap is. Ook het veel grotere aantal onderzoeken waar verkennend of waarderend archeologisch booronderzoek gebeurde, komt hieruit voort.
31
De verschuivingen ten opzichte van het voorgaande jaar zijn echter beperkt. Ze zetten wel opnieuw de tendens voort om meer te kiezen voor uitgesteld vooronderzoek. nota’s verdere maatregelen
77,7% in 2019 de beslissing dat geen 32
31 32
33
we kunnen stellen dat de tendens gelijk blijft
Een gestegen aandeel “uitgesteld vooronderzoek� betekent dus een gestegen onzekerheid aan de kant van de initiatiefnemer
48% van de aangehaalde redenen voor uitstel betreft de onmogelijkheid om het vooronderzoek al uit te voeren
33
In vergelijking met het voorgaande werkjaar valt dus vooral een verschuiving op naar economische overwegingen.
Bij de nota’s waar verkennend of waarderend archeologisch booronderzoek gebeurde, merken we dat de combinatie met proefsleuven sterk bepalend is voor de uitkomst van het vooronderzoek.
de verhouding tussen de verschillende maatregelen verandert nauwelijks naarmate de onderzochte oppervlakte toeneemt of afneemt. vooral bij ontwikkelingen van private initiatiefnemers een uitgesteld vooronderzoek als maatregel voorkomt
Doordat publieke bouwheren het vooronderzoek minder uitstellen, hebben zij bij het aanvragen van de vergunning meer zekerheid over de definitieve maatregelen. Eens gekozen voor het uitstellen van het vooronderzoek valt dat onderscheid weg. Deze verhouding is stabiel ten opzichte van de voorbije jaren.
94% van de archeologienota’s en nota’s krijgt zodoende een aktename bij de eerste of tweede melding. Dat is net iets meer dan vorig jaar (+1%).
Bij de archeologienota’s met aktename als gehele groep ligt de mediaan op vijf werkdagen. Dat is evenveel als in 2018.
Bij de nota’s met aktename ligt de mediaan op zes werkdagen, een dag minder dan het voorgaande werkjaar. Vooral het aantal nota’s dat vijf werkdagen in beslag neemt is aanzienlijk. Dat is anders dan vorig jaar: toen lag de nadruk nog sterk op de nota’s die tien werkdagen in beslag namen.
bureauonderzoek
vijf werkdagen landschappelijk bodemonderzoek volgde zeven werkdagen, een dag minder dan vorig jaar
Globaal kunnen we alvast stellen dat het beeld uit 2018 weinig verandert in 2019. nota’s op basis van uitgesteld proefsleuvenonderzoek zes werkdagen
minder variatie in de duur van proefsleuvenonderzoeken en de duur neemt licht af
mediaan bij de archeologienota’s met beperkte
samenstelling drie werkdagen bedraagt, tegenover vijf werkdagen voor een gelijkaardige archeologienota met volledige samenstelling
De keuze om landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuvenonderzoek uit te voeren in een uitgesteld traject is intussen nog dominanter geworden. Daardoor beschikken we niet meer over voldoende van deze onderzoeksmethodes die voorafgaand aan de vergunningsaanvraag zijn uitgevoerd om de vergelijking te maken.
globaal genomen een goed jaar verstrijkt tussen een archeologienota en de daaruit volgende nota, en dat bijna de helft van de nota’s zich baseert op een archeologienota uit het voorgaande jaar
8% van de vergunningstrajecten waarvoor erkende archeologen in 2019 definitieve maatregelen konden bepalen mogelijk34 met een opgraving te maken zal krijgen
bij 201 bouwwerven in 2019 het veldwerk van een opgraving volgens het archeologische traject bij vergunningsplichtige ingrepen startte 8% meer dan in 2018
34
opgravingen 326 hectare aan vergunningsplichtige ingrepen
²
²
²
² ²
De mediaantermijn van het veldwerk van de opgravingen bedroeg 23,5 kalenderdagen, wat ongeveer drie weken is (evarch47). Drie kwart van de opgravingen was wat betreft hun veldwerk afgerond binnen de 58 kalenderdagen (twee maanden ongeveer). gros van de opgravingen een relatief beperkte impact had op het tijdsverloop van het bouwproces
alle omgevingsvergunningen te maken met een archeologisch traject
4,8%
36% van de vergunningen die in 2019 een archeologisch traject doorliepen, weet op het moment van vergunningsaanvraag al dat er geen verdere maatregelen met betrekking tot archeologie nodig zijn. 59,1% van de vergunningstrajecten kiest voor een uitgesteld vooronderzoek
zeer beperkt aantal ontwikkelingsprojecten behoud in situ
contrast met de intenties van het Verdrag van Valletta
In 2019 bedroeg de totale kostprijs voor het onderzoek na toevalsvondsten 862.023 euro toename met 180.835 euro
Het agentschap keurde acht premie-aanvragen goed, voor een uitgekeerd totaalbedrag van 40.513 euro
drie initiatiefnemers 72.725 euro
volgende jaren zullen toenemen
zag geen enkel archeologisch solidariteitsfonds het levenslicht geen sprake van subsidies
zes projecten
35
961.778 euro
35
archeologienota’s 6.302.866 euro nota’s 5.135.583 euro Samen is dat 11.283.587 euro. Wat betreft archeologienota’s ligt de totale kost bijna 155.000 euro lager dan het voorgaande jaar
Bij de nota’s is de kost ruim 585.000 euro hoger dan het vorige werkjaar. Dus zowel bij de archeologienota’s als bij de nota’s ligt de stijging in kostprijs verhoudingsgewijs lager dan de stijging in aantal. stijging 430.331 euro (+4%) archeologienota’s 2.250 euro
Archeologienota’s werden dus per stuk gemiddeld genomen zowat 13,5% goedkoper. nota’s 5.000 euro Dit betekent dat de doorsnee nota iets goedkoper geworden is (gemiddeld -4%).
Globaal kunnen we dus stellen dat de kostprijs van archeologienota’s en nota’s per stuk gemiddeld gedaald is, vooral bij de archeologienota’s.
duidelijke relatie tussen de kostprijs van een archeologienota en nota en de onderzoeksmethodes bureauonderzoek 2.250 euro
landschappelijk bodemonderzoek 3.500 euro, ongeveer 60 euro minder dan in 2018
proefsleuvenonderzoek 5.000 euro landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuvenonderzoek 6.000 euro
De mediaanprijs van vooronderzoeken waar archeologisch booronderzoek deel van uitmaakte bedroeg 9.000 euro. niet onaanzienlijke toename in de mediaanprijs
De oppervlakte van het onderzochte gebied varieert soms sterk voor eenzelfde prijs.
36
hoe meer onderzoeksmethodes gecombineerd worden, hoe hoger de totaalkost van het vooronderzoek.
Wat betreft de relatie tussen kostprijs en oppervlak kon
36
het onderzoek uitwijzen dat die onbestaande is bij methodes zonder ingreep in de bodem, maar wel aanwezig is bij de methodes van vooronderzoek met ingreep in de bodem. De uitvoerder, het uitstellen van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksmethodes en de voorgestelde maatregelen bepalen de kostprijs. Bij vooronderzoek met ingreep in de bodem komen daar nog tijdsduur en oppervlak bovenop.
archeologisch vooronderzoek 11.283.587 euro
nog niet mogelijk ook de kostprijs van de opgravingen mee te geven
862.023 euro Dat brengt de totale gekende kost voor archeologie in 2019 op 12.145.610 euro (12,15 miljoen). 600.000 euro meer de kost van de archeologienota’s nam af, maar in ruil stegen de kosten voor de nota’s en voor de toevalsvondsten.
beginnende uitspraken doen over een langere termijn
evolutie van een aantal centrale cijfers cijfers uit eerdere jaren in een nieuw daglicht
GGA-kaart
²
aantal elk jaar toe met 15-17%
oppervlak 5%
archeologische zones
laag tempo beschermde archeologische site bescheiden
erkenning
rechtspersonen quasi stabiel natuurlijke personen
elk jaar een toename met 10 tot 20% metaaldetectoristen
elk jaar opnieuw toe met ongeveer 50%
1 melding per twee detectoristen is intussen 1 melding per drie detectoristen archeologienota’s
ongeveer 2.000 nieuwe archeologietrajecten per jaar
onderzoeksmethodes archeologienota
meestal maar 1 enkele methode
nota’s sinds 2018 het aantal gebruikte onderzoeksmethodes binnen het vooronderzoek toeneemt
toegenomen belang van landschappelijk
bodemonderzoek en archeologisch booronderzoek
tijdsinvestering
kostprijs
quasi constant
archeologienota’s een gestage daling vanaf 2017
nota’s
al drie jaar stabiel
totaalkost voor het vooronderzoek
ongeveer 11 miljoen euro
uitspraken doen over volledig afgeronde trajecten van vooronderzoek
ruim 5.700 van dergelijke afgeronde trajecten
onderzoeksmethodes 60% van de trajecten stopt het verhaal na het bureauonderzoek proefsleuven of proefputten
18%
9% landschappelijk bodemonderzoek
landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuven (8%)
verhoudingen continu
wijzigen
maatregelen 86%, besluit dat geen verdere maatregelen nodig zijn 12,6% besluit tot een opgraving,
weinig ruimte bestaat voor het fysieke behoud van archeologische sites
tijdsvlak
vijf werkdagen Eens de kaap van de 20 werkdagen
gepasseerd, zijn de aantallen erg laag.
kosten
mediaan van de afgeronde trajecten op 3.000 euro
De vooronderzoeken die meer dan 10.000 euro kosten zijn eerder uitzonderlijk.
spreiding in de prijzen ruimer wordt naarmate er meer verschillende methodes samen voorkomen 421 trajecten van vooronderzoek waarvan de opgraving al aanving
58% van start gegaan
348 waarvan het veldwerk al afgerond is. Dat is 48% 2016 67% intussen al afgerond qua veldwerk vertragingseffect doorlooptijd een jaar en drie maanden deelfasen
quasi 1 jaar
vergunningsproces
tussen de aktename van de nota en de start van het veldwerk van de opgraving ongeveer een maand zou verlopen veldwerk ongeveer drie weken
van alle uitgestelde vooronderzoeken die in 2016 als maatregel voorkwamen, intussen al 59% is afgerond37. Voor 2017 is dat 51%, voor 2018 gaat het om 36%.
wat er gebeurd is met de resterende aangekondigde uitgestelde vooronderzoeken
voor ruim de helft van de ontwikkelingen binnen de steekproef nog geen omgevingsvergunning verleend is (53%)
22,7% zijn ontwikkelingsprojecten die al wel beschikken over een correct afgeleverde vergunning, maar waarvan de uitvoering nog niet startte initiatiefnemer zelf besloot om ze stop te zetten (9,2%)
15,1% van de projecten met “openstaand� vooronderzoek een (potentieel) probleem op het vlak van archeologie verplichtingen niet of onvolledig opnam in de omgevingsvergunning
37
beroep
onmogelijk om alsnog te garanderen dat het nodige archeologische vooronderzoek plaatsvindt.
Anders bekeken, startten de bouwwerken in 7,6% van de steekproef zonder het voorziene uitgestelde vooronderzoek en ging mogelijk archeologisch erfgoed verloren.
evaluatie over het werkjaar 2019
indicatoren
vierde editie
analyses
effecten bijkomende aandacht
differentiatie in de erkenning opleidingen en bijscholingen
zelf gebieden vast te stellen waar geen archeologisch erfgoed te verwachten
wijzigde de indiening en bekrachtiging in een meldingsprocedure met aktename van 21 naar 15 kalenderdagen
nieuwe premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem
Code van Goede Praktijk
vierde versie
twee beschermde archeologische sites GGA-kaart 2,2% van het Vlaamse territorium
aantal erkende archeologen op 201 natuurlijke personen en 28 rechtspersonen van het type 1, naast 14 natuurlijke personen type 2
nieuw erkende depot “Trezoor” 1.221 vrijetijdsdetectoristen kregen een erkenning (+37%)
2.201 archeologienota’s. aktenamepercentage
80,1%
beperkte samenstelling
7,7%
726 nota’s een aktename aktenamepercentage
85,5%
Op basis van de huidige inzichten ligt het normale te verwachten volume aan archeologienota’s met aktename op ongeveer 2.000 stuks per jaar. nota’s quasi op kruissnelheid archeologierapporten 201 uit opgravingen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen
eindverslagen ontwikkelingsproject
verdubbeling 86 exemplaren die volgden uit een vervijfvoudiging
Vooral de groep personen die tot 20 (archeologie)nota’s indiende, nam in omvang toe.
ruim 85% van het vooronderzoek gebeurt door een rechtspersoon tegenover bijna 15% door een natuurlijk persoon rechtspersoon 56% daarvan tussen de 20 en 100 archeologienota’s en nota’s produceerde. archeologen type 2 1,5% van de archeologienota’s
Meer dan negen op de tien archeologierapporten uit 2019 blijken ingediend door een rechtspersoon (91,3%).
Bijna 38% van de erkende archeologen minstens 90% van hun gemelde archeologienota’s een aktename 48% van de erkende archeologen slaagt in 70 tot 90% van de gevallen.
niet enkel het globale aktenamepercentage toenam, maar ook het aktenamepercentage per erkende archeoloog
Bij de archeologienota’s kreeg 76,5% van de gemelde documenten direct een aktename. Bij de nota’s volgde in 85% direct een aktename op de melding.
feedbackgesprekken
De erkende onroerenderfgoedgemeenten behandelden gerelateerde dossiers. 11% meer
samen
206
archeologie-
Het globale beeld wijzigt dus licht ten opzichte van de voorgaande jaren. Het aandeel archeologienota’s dat geen aktename verkreeg, steeg bij de erkende gemeenten en daalde bij het agentschap. De percentages met voorwaarden kwamen erg dicht bij mekaar te liggen. Maar nog steeds blijft het beeld dat de erkende onroerenderfgoedgemeenten vaker akte nemen. metaaldetectoristen deden 1.319 meldingen
205 nieuwe ensembles
totaal
1.146 nog 33,6% beschikbaar
Âł
ensembles vooronderzoek archeoloog opgravingen onroerenderfgoeddepots initiatiefnemer ongeveer 30%
45% vooronderzoek
opgraving
dezelfde bewaarplaats
8,5% van de bouwvergunningen voor nieuwbouw (bouwvergunningen exclusief renovatie) kreeg te maken met een archeologienota. Inclusief renovatie, dus alle bouwvergunningen in Vlaanderen samen, is dat 4,8%. Dat ligt in lijn met vorig jaar.
voor elke 100 omgevingsvergunningen voor nieuwbouw ongeveer 10 archeologienota’s historische stadskern verhoudingen
iets hogere
Omdat gegevens uit het omgevingsvergunningenloket niet verkrijgbaar bleken, konden we dit voorlopig niet verder onderzoeken. vooral private bouwheren
²
²
90% van de archeologienota’s
of
louter op basis van bureauonderzoek
In amper 1 op de tien gevallen gebeurt dus nog landschappelijk bodemonderzoek proefsleuvenonderzoek voorafgaand een de vergunningsaanvraag.
Het grotere aandeel met louter bureauonderzoek betekent dus geen vermindering in inspanning voor de archeoloog en initiatiefnemer: het is gewoon een verschuiving van die inspanning in de tijd. Bij de nota’s baseert ruim 50% zich louter op proefsleuvenonderzoek en 20% combineert die methode met landschappelijk bodemonderzoek. Die laatste methode komt als zelfstandige onderzoekswijze voor in 10% van de nota’s.
Het aandeel “uitgesteld vooronderzoek” neemt daarmee verder toe tegenover 2018 en blijft groter dan het aandeel dat “geen maatregelen” vooropstelt in de archeologienota.
Bij de nota’s nam ruim drie kwart de beslissing dat geen verdere maatregelen nodig waren en bijna 20% besluit tot een opgraving. vijf werkdagen nota’s
archeologienota zes
werkdagen, wat een dag minder is dan in 2018
bureauonderzoek beperkte samenstelling
werkdagen
vijf drie uitstellen
nota’s
zes werkdagen
proefsleuvenonderzoek
archeologische booronderzoeken drie werkdagen tijdsverloop tussen een archeologienota en de daaropvolgende nota iets meer dan een jaar te bedragen opgravingen
2019 is daarmee het jaar waarin we ook deze fase van het archeologisch traject richting verwachte kruissnelheid zien evolueren. ²
²
De mediaantermijn van het veldwerk van de opgravingen bedroeg ongeveer drie weken. Drie kwart van de opgravingen was wat betreft hun veldwerk afgerond binnen de twee maanden. gros van de opgravingen een relatief beperkte impact had op het tijdsverloop van het bouwproces
financiële plaatje kostprijs voor vooronderzoek
11,3 miljoen
euro stijging 430.331 euro (+4%) Zowel bij de archeologienota’s als bij de nota’s ligt de stijging in kostprijs verhoudingsgewijs lager dan de stijging in aantal. toevalsvondsten 862.000 euro
syntheseonderzoek 960.000 euro
archeologienota minder 5.000 euro
2.250 euro 1.750 euro
2.250 euro. nota’s
350 euro
bureauonderzoek beperkte samenstelling
5.000 euro proefsleuvenonderzoek landschappelijk bodemonderzoek 1.000 euro archeologische
boringen
3.000 tot 4.000 euro
evoluties over de jaren heen GGA-kaart 5% in oppervlak laag tempo sites langzaam erkende archeologen personen nieuwe instroom jaar een stijging met 50%
archeologische zones archeologische
rechtspersonen stabiel natuurlijke constante elk
detectoristen discrepantie
archeologienota’s ongeveer 2.000 nieuwe archeologietrajecten op jaarbasis archeologienota’s 1 enkele methode nota’s toename van het aantal dat meerdere methodes combineert
proefsleuvenonderzoek 86%
afgeronde trajecten stopt na bureauonderzoek 18% 9% landschappelijk bodemonderzoek 8% geen verdere maatregelen
opgraving
opgraving 58% begon de erkende archeoloog al aan het veldwerk afgerond
48%
60% combinatie 12,6%
jaar en drie maanden voorbereiding van de realisatie maar drie weken
doorlooptijd grootste deel vergunningsprocedure en de veldwerk
maatregel uitgesteld vooronderzoek
ruim de helft
achterwege nog geen omgevingsvergunning
23% startte de uitvoering van het project nog niet 9% af te zien van het project 15% (potentieel) probleem omgevingsvergunning initiatiefnemer voorbij ging
• • • • • •
• • • •
• • • • • • archeologisch traject stelselmatig en progressief uitgerold wordt.
Deze progressieve uitrol toont dat er voldoende tijdsverloop nodig is om structurele tendensen en effecten te kunnen onderscheiden. Waarschijnlijk is het hele traject pas in 2021 op kruissnelheid en kan een volwaardige evaluatie pas daarna plaatsvinden. de eerste vaststellingen gebeuren op het vlak van kenniswinst. Die komen uitvoerig aan bod in het rapport “Kenniswinst Archeologie 2019”38.
38
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
INDICATOREN EVALUATIE ARCHEOLOGIE Bijlage 1 / 2019 //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
INHOUD INDICATOREN MONITOR ONROEREND ERFGOED MONITOR 16D: BESCHERMDE ARCHEOLOGISCHE SITES MONITOR 24: PROSPECTIES MET INGREEP IN DE BODEM (ARCHEOLOGIEDECREET) MONITOR 25: VERGUNDE ARCHEOLOGISCHE OPGRAVINGEN (ARCHEOLOGIEDECREET) MONITOR 40: AANTAL TOEVALSVONDSTEN MONITOR 66: ERKENDE ONROERENDERFGOEDGEMEENTEN MONITOR 67: ERKENDE INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOEDDIENSTEN MONITOR 68: ERKENDE ONROERENDERFGOEDDEPOTS INDICATOREN EVALUATIE ARCHEOLOGIE (EVARCH) EVARCH 01 – 02: ERKENDE ARCHEOLOGEN EVARCH 03 – 04: ERKENDE METAALDETECTORISTEN EVARCH 05: MELDINGEN DOOR METAALDETECTORISTEN EVARCH 08 – 09: EVALUATIE VAN ERKENNINGEN EVARCH 10 – 11: SCHORSING VAN ERKENNINGEN EVARCH 12: TOEVALSVONDSTEN DIE LEIDEN TOT ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK EVARCH 13: TERMIJN TUSSEN DE MELDING VAN TOEVALSVONDSTEN EN HET ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK EVARCH 15: ARCHEOLOGISCHE ENSEMBLES IN EEN ERKEND ONROERENDERFGOEDDEPOT EVARCH 16: VOORNEMEN OM EEN ARCHEOLOGISCH ENSEMBLE BUITEN VLAANDEREN TE VERPLAATSEN EVARCH 17: MELDING ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S EVARCH 19: ARCHEOLOGIENOTA’S OF NOTA’S BINNEN EEN ARCHEOLOGISCHE ZONE OF SITE EVARCH 21: OPPERVLAKTE ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S BINNEN EEN ARCHEOLOGISCHE ZONE OF SITE EVARCH 23: OPPERVLAKTE GGA EVARCH 25: STATUUT INITIATIEFNEMER ARCHEOLOGISCH TRAJECT EVARCH 26: REDENEN VOOR UITGESTELD TRAJECT EVARCH 27 – 28 – 29: TOELATINGEN ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK MET INGREEP IN DE BODEM EVARCH 30 – 31 – 39: BEROEPEN EVARCH 32: ARCHEOLOGIERAPPORTEN EVARCH 33 -34: OPPERVLAKTE OPGEGRAVEN GEBIEDEN EVARCH 35 – 36: EINDVERSLAGEN EVARCH 37 – 38: TOELATINGEN ONDERZOEK MET HET OOG OP WETENSCHAPPELIJKE VRAAGSTELLINGEN EVARCH 43: OPGESTARTE VOORONDERZOEKEN MET INGREEP IN DE BODEM EVARCH 44: OPGESTARTE OPGRAVINGEN EVARCH 46: WERKDAGEN VOOR BEKOMEN (ARCHEOLOGIE)NOTA EVARCH 47: KALENDERDAGEN ARCHEOLOGISCHE OPGRAVING EVARCH 48: WERKDAGEN ARCHEOLOGISCHE OPGRAVING EVARCH 51: GOEDGEKEURDE MAATREGELEN VOORONDERZOEK EVARCH 52: FINANCIËLE IMPLICATIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK EVARCH 53: BUITENSPORIGE OPGRAVINGSKOSTEN EVARCH 54: BEDRAG BUITENSPORIGE OPGRAVINGSKOSTEN EVARCH 55: KOSTPRIJS ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK NA TOEVALSVONDST EVARCH 56: BEDRAG SCHADEVERGOEDINGSPLICHT TOEVALSVONDSTEN EVARCH 57: ARCHEOLOGISCHE SOLIDARITEITSFONDSEN EVARCH 58: BEDRAG VOOR SUBSIDIËRING ARCHEOLOGISCHE SOLIDARITEITSFONDSEN EVARCH 59: ARCHEOLOGIENOTA’S BEPERKTE SAMENSTELLING EVARCH 60: REDENEN BEPERKTE SAMENSTELLING EVARCH 61: VASTGESTELDE INVENTARIS ARCHEOLOGISCHE ZONES EVARCH 62: OPPERVLAKTE VASTGESTELDE INVENTARIS ARCHEOLOGISCHE ZONES EVARCH 63: OPPERVLAKTE BESCHERMDE ARCHEOLOGISCHE SITES GLOSSARIUM
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
INDICATOREN MONITOR ONROEREND ERFGOED
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 3 van 89
MONITOR 16D: BESCHERMDE ARCHEOLOGISCHE SITES Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal definitief beschermde archeologische sites per jaar monitor 16d Jaarlijks Aantal definitieve beschermingen Query op de beschermingsdatabank
Omschrijving De beschermde archeologische site is de opvolger van wat voor 2015 werd beschermd als archeologische zone of archeologisch monument. De rechtsgevolgen van de beschermde archeologische sites zijn decretaal ook van toepassing op de vroeger beschermde archeologische zones. In het Onroerenderfgoeddecreet is er sprake van een wijziging in definitie in vergelijking met het Archeologiedecreet. Bij de beschermde archeologische zone in het Archeologiedecreet moest er de mogelijke aanwezigheid zijn van archeologische resten. Om een archeologische site te beschermen volgens het Onroerenderfgoeddecreet moet er evenwel zekerheid zijn over die aanwezigheid, bijvoorbeeld door onderzoek dat er is uitgevoerd. De archeologische zone in de vroegere betekenis is in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet verworden tot de vastgestelde inventaris van archeologische zones, met andere rechtsgevolgen. Terreinen beschermd als archeologische zone in toepassing van het Archeologiedecreet kregen bij de invoering van het Onroerenderfgoeddecreet automatisch het statuut beschermde archeologische site. Op het einde van elk jaar wordt het aantal definitief beschermde archeologische sites geteld. Tegelijk tonen we de evolutie van beschermde archeologische sites doorheen de tijd.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Grafiek
Toelichting In 2019 beschermde de minister in totaal twee archeologische sites definitief, wat het totale aantal definitieve beschermingen op 31 december 2019 op 43 brengt. Het is wettelijk mogelijk om archeologische sites te beschermen sinds 1993. De eerste beschermde archeologische sites dateren van 2005. Deze sites zijn initieel beschermd als archeologische zone onder het Archeologiedecreet, maar het Onroerenderfgoeddecreet stelt deze oude beschermingen gelijk met een beschermde archeologische site. Voorbeelden hiervan zijn de archeologische sporen van de Chartreuse in Brugge en het kasteel en de dorpskern van Middelburg. Sinds 2005 is het aantal beschermde archeologische sites geleidelijk aan toegenomen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 5 van 89
MONITOR 24: PROSPECTIES MET INGREEP IN DE BODEM (ARCHEOLOGIEDECREET) Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal toegekende vergunningen voor prospecties met ingreep in de bodem monitor 24 Jaarlijks Aantal vergunningen Telling van vergunningen
Omschrijving Sinds 2016 bepaalt het Onroerenderfgoeddecreet bij welke stedenbouwkundige handelingen een archeologisch onderzoek verplicht is en regelt het de toelatingen daarvoor. Voor stedenbouwkundige handelingen waarvoor de vergunningsaanvraag gebeurde voor de invoering van het Onroerenderfgoeddecreet kan echter nog steeds het Archeologiedecreet van 1993 gelden. Dat bepaalt dat alle archeologische opgravingen, archeologische prospecties met ingreep in de bodem en alle graafwerken met de bedoeling archeologische monumenten op te sporen en vrij te leggen vergunningsplichtig zijn. Hierdoor verleent het agentschap Onroerend Erfgoed nog steeds vergunningen voor wat in het Archeologiedecreet een prospectie met ingreep in de bodem heette. Deze indicator bevat het aantal vergunningen voor archeologische prospecties met ingreep in de bodem die het agentschap Onroerend Erfgoed verleende vanaf 1 januari tot en met 31 december van een gegeven kalenderjaar. Noot: Vergunningen voor prospecties met ingreep in de bodem zullen stelselmatig uitdoven wanneer de toepassing van het Archeologiedecreet tot een einde komt. Een prospectie uit het Archeologiedecreet is vergelijkbaar met een archeologisch vooronderzoek zoals dit is opgenomen in het Onroerenderfgoeddecreet en de Code van Goede Praktijk.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Grafiek
Toelichting In 2019 reikte het agentschap Onroerend Erfgoed 16 vergunningen uit voor archeologische prospecties met ingreep in de bodem. Dit is een daling van acht tegenover 2018. Als gevolg van het Onroerenderfgoeddecreet, waarvan het hoofdstuk archeologie sinds 1 april 2016 in werking is getreden, dooft dit instrument geleidelijk uit.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 7 van 89
MONITOR 25: VERGUNDE ARCHEOLOGISCHE OPGRAVINGEN (ARCHEOLOGIEDECREET) Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal vergunde archeologische opgravingen conform het Archeologiedecreet monitor 25 Jaarlijks Aantal vergunningen voor opgravingen Telling van vergunningen
Omschrijving Sinds 2016 bepaalt het Onroerenderfgoeddecreet bij welke stedenbouwkundige handelingen een archeologisch onderzoek verplicht is en regelt het de toelatingen daarvoor. Voor stedenbouwkundige handelingen waarvoor de vergunningsaanvraag gebeurde voor de invoering van het Onroerenderfgoeddecreet kan echter nog steeds het Archeologiedecreet van 1993 gelden. Dat bepaalt dat alle archeologische opgravingen, archeologische prospecties met ingreep in de bodem en alle graafwerken met de bedoeling archeologische monumenten op te sporen en vrij te leggen vergunningsplichtig zijn. Hierdoor verleent het agentschap Onroerend Erfgoed nog steeds vergunningen voor wat in het Archeologiedecreet een opgraving heette. Noot: Vergunningen voor archeologische opgravingen zullen stelselmatig uitdoven wanneer de toepassing van het Archeologiedecreet tot een einde komt. Nieuwe archeologische opgravingen worden sinds het Onroerenderfgoeddecreet toegelaten via een archeologienota, nota of toelating voor opgravingen met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen.
Deze indicator telt het aantal vergunningen voor archeologische opgravingen dat het agentschap Onroerend Erfgoed verleende conform het Archeologiedecreet vanaf 1 januari tot en met 31 december van een gegeven kalenderjaar.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Grafiek
Toelichting In 2019 kende het agentschap Onroerend Erfgoed 14 vergunningen toe voor archeologische opgravingen conform het Archeologiedecreet van 1993. Dit is een daling van 22 tegenover 2018 toen het agentschap hier 36 vergunningen voor uitreikte. Als gevolg van het Onroerenderfgoeddecreet, waarvan het hoofdstuk archeologie sinds 1 april 2016 volledig in werking is getreden, dooft dit instrument geleidelijk uit.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 9 van 89
MONITOR 40: AANTAL TOEVALSVONDSTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal meldingen van toevalsvondsten binnen en buiten archeologische zones monitor 40 Jaarlijks Aantal toevalsvondsten Telling van het aantal toevalsvondsten gemeld via het meldingsformulier toevalsvondsten
Omschrijving Soms valt het voor dat men een archeologische site of archeologische artefacten aantreft tijdens bouwwerken waarbij voorafgaand geen archeologisch onderzoek was uitgevoerd. Dat kan gebeuren wanneer een project vrijgesteld is van de opmaak van een archeologienota, of de archeologienota geen verdere maatregelen bepaalde. De vinder is dan verplicht om de vondst binnen drie dagen te melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed en ze tijdelijk ongemoeid te laten. Dit is de zogenaamde toevalsvondst. Hierbij is geen sprake van intentioneel zoeken naar archeologische artefacten (zoals bijvoorbeeld bij metaaldetectie of veldkartering het geval is). De indicator meet het aantal toevalsvondsten waarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan: • • •
de vindplaats bevindt zich binnen de grenzen van het Vlaamse Gewest; de vondst gebeurt niet tijdens regulier archeologisch onderzoek; de vondst gebeurt niet bij het voorbedacht zoeken naar archeologische artefacten of sites (metaaldetectie, veldkartering, enz).
De indicator houdt ook de locatie van de toevalsvondst bij om te onderzoeken of de vondst zich situeert binnen een archeologische zone of een beschermde archeologische site of niet. Noot: de registratie of de toevalsvondst zich binnen een archeologische zone situeert of niet gebeurt pas sinds 1 januari 2017.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Grafiek
Toelichting In 2019 ontving het agentschap Onroerend Erfgoed 97 meldingen van toevalsvondsten. Dit is een daling van 19 meldingen ten opzichte van 2018 (116 meldingen). 17 van deze meldingen leidden tot een interventie op het terrein onder de verantwoordelijkheid van het agentschap. Geen enkele van de meldingen lag binnen een beschermde archeologische site. 25 lagen in een vastgestelde archeologische zone, de overige 72 lagen buiten een beschermde archeologische site of vastgestelde archeologische zone.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 11 van 89
MONITOR 66: ERKENDE ONROERENDERFGOEDGEMEENTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal en evolutie van erkende onroerenderfgoedgemeenten monitor 66 Jaarlijks Aantal erkende onroerenderfgoedgemeenten Telling van erkenningen per jaar
Omschrijving Gemeenten kunnen vrijwillig een erkenning bekomen als onroerenderfgoedgemeente. Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen aanvullend op de Vlaamse beleidsprioriteiten een eigen onroerenderfgoedbeleid ontplooien en een eigen lokale erfgoedreflex creëren. Gemeenten dienen wel te voldoen aan een aantal erkenningsvoorwaarden zoals het beschikken over een onderbouwde beleidsvisie en het innemen van een voorbeeldfunctie met betrekking tot het duurzaam behoud en beheer van het onroerend erfgoed in hun eigendom. Als een gemeente wordt erkend als onroerenderfgoedgemeente, dan neemt ze een aantal beleidsuitvoerende taken over van het agentschap Onroerend Erfgoed. Zo geven ze bepaalde toelatingen voor handelingen aan of in beschermde goederen, en behandelen ze toelatingsaanvragen voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, en meldingen van archeologienota’s en nota’s. De indicator meet het aantal nieuw erkende onroerenderfgoedgemeenten in een bepaald jaar en de evolutie van de erkenningen doorheen de tijd.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Gemeente
Provincie
Jaar erkenning
KOKSIJDE
West-Vlaanderen
2015
BAARLE-HERTOG
Antwerpen
2016
BEERSE
Antwerpen
2016
KASTERLEE
Antwerpen
2016
OUD-TURNHOUT
Antwerpen
2016
RIEMST
Limburg
2016
RIJKEVORSEL
Antwerpen
2016
TURNHOUT
Antwerpen
2016
VOEREN
Limburg
2016
VOSSELAAR
Antwerpen
2016
BEERNEM
West-Vlaanderen
2017
BEKKEVOORT
Vlaams-Brabant
2017
BRECHT
Antwerpen
2017
HAACHT
Vlaams-Brabant
2017
HOLSBEEK
Vlaams-Brabant
2017
KONTICH
Antwerpen
2017
LEUVEN
Vlaams-Brabant
2017
ROTSELAAR
Vlaams-Brabant
2017
ZONNEBEKE
West-Vlaanderen
2017
Toelichting In 2019 erkende de minister geen nieuwe onroerenderfgoedgemeenten. Het totale aantal erkende onroerenderfgoedgemeenten blijft 19 op 31 december 2019. Van deze 19 onroerenderfgoedgemeenten maken er 16 deel uit van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). Enkel de onroerenderfgoedgemeenten Koksijde, Brecht en Leuven maken geen deel uit van een IOED.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 13 van 89
MONITOR 67: ERKENDE INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOEDDIENSTEN Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten en het aantal gemeenten aangesloten bij een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst monitor 67 Jaarlijks Aantal erkende IOED’s Telling van erkenningen
Omschrijving Lokale besturen kunnen gezamenlijk een intergemeentelijk samenwerkingsverband oprichten en dit laten erkennen als een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). Hierbij ondersteunt een IOED aangesloten gemeentebesturen zowel bij hun gemeentelijk beleid als bij het uitvoeren van andere taken die uit het Onroerenderfgoeddecreet voortvloeien. Een IOED kan zelf geen bestuurlijke beslissingen nemen. Dit blijft de taak van de aangesloten gemeenten (op voorwaarde dat deze gemeenten individueel erkend zijn als onroerenderfgoedgemeente) of het agentschap Onroerend Erfgoed. Een IOED bestaat uit minstens drie Vlaamse gemeenten. De aangesloten gemeenten kunnen, maar moeten niet noodzakelijk, erkend zijn als onroerenderfgoedgemeente. Intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten dienen een geïntegreerd onroerenderfgoedbeleidsplan in met daarin een gemeenschappelijke visie en een plan van aanpak. Verder stimuleren ze een lokaal draagvlak voor erfgoed, ontwikkelen ze expertise over het lokaal erfgoed, enz. De indicator meet het aantal nieuw erkende IOED’s in een bepaald jaar en de evolutie doorheen de tijd, aangevuld met het aantal gemeenten en onroerenderfgoedgemeenten die aangesloten zijn bij een erkende IOED.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel IOED
Datum erkenning
Erfgoed Noorderkempen
2015-04-01
Leiedal
2015-04-01
RADAR
2015-04-01
PORTIVA
2015-04-28
WinAr
2015-04-28
Brugge & ommeland
2016-03-16
CO7
2016-03-16
Erfgoed Voorkempen
2016-03-16
Erfpunt
2016-03-16
Haspengouw West
2016-03-16
IGEMO
2016-03-16
Merode
2016-03-16
Pajottenland & Zennevallei
2016-03-16
Polderrand
2016-03-16
RLKM
2016-03-16
Oost-Haspengouw-Voeren
2017-03-20
Berg en Nete
2017-03-23
k.ERF
2017-03-23
Lage Kempen
2017-03-23
Land van Nete en Aa
2017-03-23
Meetjesland
2017-03-23
Schelde-Durme
2017-03-23
Viersprong
2017-03-23
Zuid-Hageland
2017-03-23
Zuidrand
2017-03-23
Toelichting Op 31 december 2019 telde Vlaanderen 25 erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten. Dit is evenveel als in 2018. In 2019 volgden geen nieuwe erkenningen. In totaal zijn in Vlaanderen 173 gemeenten lid van één van de 25 erkende IOED’s.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 15 van 89
MONITOR 68: ERKENDE ONROERENDERFGOEDDEPOTS Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal en evolutie van erkende onroerenderfgoeddepots monitor 68 Jaarlijks Aantal erkenningen Telling van het aantal erkenningen per jaar
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet introduceerde de erkenning van onroerenderfgoeddepots. Die moeten de optimale bewaring van archeologische ensembles helpen garanderen. Om erkend te worden als onroerenderfgoeddepot dient een organisatie met rechtspersoonlijkheid een aanvraag in en moet ze aan meerdere voorwaarden voldoen. Voorbeelden daarvan zijn dat het onroerenderfgoeddepot publiek toegankelijk moet zijn op geregelde en welbepaalde tijdstippen en dat het oplossingen aanbiedt voor erfgoed dat door omstandigheden tijdelijk of permanent niet meer op zijn oorspronkelijke plaats kan blijven. Het depot voorziet hiervoor voldoende middelen, personeel en een degelijke infrastructuur. De infrastructuur moet in het Vlaamse Gewest liggen. In de monitor maken we volgend onderscheid: • Privaatrechtelijke onroerenderfgoeddepots, opgericht door een vzw of bedrijf; • Publiekrechtelijke onroerenderfgoeddepots, opgericht door een openbaar bestuur. Jaarlijks wordt een telling uitgevoerd van het aantal erkende onroerenderfgoeddepots.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Datum erkenning
Onroerenderfgoeddepot
Statuut
2015-01-01
Archeologisch depot Onroerend Erfgoed
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
Provinciaal Archeologisch depot Antwerpen
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
Tram 41
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
Archeodepot pam Velzeke
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
De Zwarte Doos
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
Onroerenderfgoeddepot Provinciaal Erfgoedcentrum Ename
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
SOLVA Archeologisch depot
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
Onroerenderfgoeddepot Waasland
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
Onroerenderfgoeddepot Vlaams-Brabant
Publiekrechtelijk erkend
2015-07-01
De Pakhuizen
Publiekrechtelijk erkend
2016-07-01
Onroerenderfgoeddepot Mechelen
Publiekrechtelijk erkend
2016-07-01
Onroerenderfgoeddepot stad Antwerpen
Publiekrechtelijk erkend
2016-07-01
Onroerenderfgoeddepot Agilas
Privaatrechtelijk erkend
2018-07-18
Depot Potyze
Publiekrechtelijk erkend
2019-06-07
Trezoor
Publiekrechtelijk erkend
Toelichting In 2019 verwierf het depot “Trezoor� uit West-Vlaanderen een erkenning als onroerenderfgoeddepot. Hierdoor stijgt het totale aantal erkende onroerenderfgoeddepots naar 15. Het depot van het agentschap Onroerend erfgoed is van rechtswege erkend overeenkomstig artikel 3.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet. Daarnaast zijn er 13 andere onroerenderfgoeddepots erkend met een publiekrechtelijk statuut. Er is 1 onroerenderfgoeddepot dat erkend is met een privaatrechtelijk statuut.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 17 van 89
INDICATOREN EVALUATIE ARCHEOLOGIE (EVARCH)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 01 – 02: ERKENDE ARCHEOLOGEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal erkende archeologen en de evolutie van het aantal erkende archeologen verdeeld volgens natuurlijk persoon en rechtspersoon evarch 01 - evarch02 Jaarlijks Telling van het aantal erkende archeologen Query op databank actoren
Omschrijving Archeologische onderzoeken in uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet staan onder leiding van een erkende archeoloog. De Vlaamse Regering kan een natuurlijk persoon of rechtspersoon aanduiden als erkende archeoloog wanneer hij voldoet aan enkele voorwaarden (bijvoorbeeld in het bezit zijn van een diploma archeologie, opgravingservaring hebben, beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel). Na erkenning ontvangt de archeoloog een erkenningsnummer en wordt zijn erkenning gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De erkenning als archeoloog wijzigde in 2019. Er bestaan voortaan twee types van erkenning als archeoloog: -
Archeoloog type 1; Archeoloog type 2.
Natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen zich laten erkennen volgens één van deze types. Universiteiten en het agentschap Onroerend Erfgoed zijn van rechtswege erkend als archeoloog type 1 voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen en archeologisch onderzoek in het kader van vergunningsplichtige ingrepen in beschermde archeologische sites. De indicator telt jaarlijks op 31 december het totaal aantal erkende archeologen en het aantal nieuwe erkenningen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 19 van 89
Grafiek
Tabel Statuut
Aantal erkende archeologen op 31-12-2019
Type 1
Natuurlijk persoon
201
Type 1
Rechtspersoon
28
Type 2
Natuurlijk persoon
14
Type 2
Rechtspersoon
0
Toelichting In 2019 erkende het agentschap Onroerend Erfgoed 32 nieuwe archeologen. Het gaat om 17 erkende archeologen natuurlijk persoon type 1, 1 rechtspersoon type 1 archeoloog en 14 erkende archeologen natuurlijk persoon type 2. Eind 2019 waren er 243 erkende archeologen. Van deze 243 zijn er 201 archeologen natuurlijk persoon type 1, 28 rechtspersoon type 1 en 14 archeologen natuurlijk persoon type 2.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 03 – 04: ERKENDE METAALDETECTORISTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal erkende metaaldetectoristen per jaar en de evolutie van het aantal erkende metaaldetectoristen evarch 03 - evarch04 (monitor 70) Jaarlijks Telling van het aantal erkende metaaldetectoristen Query op databank actoren
Omschrijving Het agentschap Onroerend Erfgoed erkent metaaldetectoristen wanneer personen een aanvraag indienen en voldoen aan de erkenningsvoorwaarden: meerderjarig zijn, vijf jaar niet schuldig bevonden zijn aan een inbreuk of misdrijf in verband met onroerend erfgoed en zich engageren om te werken volgens de voorschriften van het Onroerenderfgoeddecreet en de Code van Goede Praktijk. Elke erkende archeoloog is van rechtswege erkend als metaaldetectorist. Erkende archeologen moeten geen bijkomende of afzonderlijke procedure doorlopen om ook met een metaaldetector te mogen werken. Deze meting telt de erkenningen die het agentschap Onroerend Erfgoed uitreikt aan metaaldetectoristen. De erkende archeologen die van rechtswege ook erkend zijn als metaaldetectorist worden apart geteld. Om de cijfers van deze indicator te verkrijgen, wordt op 31 december van een bepaald jaar het totaal aantal erkende metaaldetectoristen en het aantal nieuwe erkenningen geteld.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 21 van 89
Grafiek
Toelichting In 2019 duidde het agentschap Onroerend Erfgoed 1.253 natuurlijke personen aan als erkende metaaldetectorist. Daarnaast werden 32 erkende archeologen van rechtswege aangeduid als erkende metaaldetectorist. In totaal zijn er op 31 december 2019 3.798 metaaldetectoristen natuurlijk persoon erkend.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 05: MELDINGEN DOOR METAALDETECTORISTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal meldingen door erkende metaaldetectoristen evarch 05 Jaarlijks Aantal meldingen Query databank metaaldetectievondstmeldingen
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet creĂŤert een wettelijk kader voor vrijetijdsmetaaldetectie. Een erkende metaaldetectorist kan met een metaaldetector archeologische artefacten of archeologische sites opsporen en inzamelen. Wanneer hij een vondst opspoort, moet hij die melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed. De indicator telt het aantal meldingen die erkende metaaldetectoristen doen bij het agentschap Onroerend Erfgoed met behulp van een specifiek meldingsformulier. Erkende archeologen rapporteren op een andere manier over hun detectievondsten (ze doen dit via de rapportering over hun onderzoek, zoals een archeologienota of eindverslag), en maken geen deel uit van de telling van deze indicator, net als de meldingen van een toevalsvondst. De startdatum van de meting is 1 april 2016.
Tabel Jaar
Aantal meldingen
2016
511
2017
1.387
2018
1.134
2019
1.319
Toelichting In 2019 ontving het agentschap Onroerend Erfgoed 1.319 meldingen van metaaldetectievondsten door erkende metaaldetectoristen. Dat is een lichte stijging van 185 meldingen ten opzichte van 2018.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 23 van 89
EVARCH 08 – 09: EVALUATIE VAN ERKENNINGEN Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal ingezette evaluaties van erkenningen, verdeeld volgens type erkenning en verdeeld naargelang de evaluatie leidt tot een schorsing of niet evarch 08 - evarch 09 Jaarlijks Aantal evaluaties Telling
Omschrijving Een erkende archeoloog of metaaldetectorist dient zich te houden aan bepaalde erkenningsvoorwaarden om zijn activiteiten te kunnen blijven uitoefenen. Het agentschap Onroerend Erfgoed kan op eigen initiatief, op verzoek van de minister of van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE), voor elke erkende metaaldetectorist of erkende archeoloog een evaluatie van de erkenning uitvoeren. Op basis van deze evaluatie kan het agentschap overgaan tot een schorsing van de aanduiding, en dit voor een periode van maximaal 120 dagen. Voor een erkende archeoloog kan die verlengd worden met 120 dagen voor de uitvoering van remediërende acties. Na de schorsing kan de beslissing volgen om de erkenning in te trekken. Het agentschap kan een metaaldetectorist of archeoloog schorsen als hij: • • •
het Onroerenderfgoeddecreet, Onroerenderfgoedbesluit of de Code van Goede Praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren niet naleeft; niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden; de voorwaarden voor de opvolging van de aanduiding niet naleeft.
Voor een erkende archeoloog gelden nog twee bijkomende redenen om zijn aanduiding tot erkenning te schorsen. Als hij: • •
onvoldoende toezicht houdt op de uitvoering van het archeologisch onderzoek; bij een vonnis of arrest veroordeeld is voor een misdrijf dat door de aard ervan zijn beroepsethiek als erkende archeoloog aantast.
De indicator meet het aantal ingezette evaluaties van erkenningen als archeoloog of metaaldetectorist en het aantal van deze evaluaties dat tot een schorsing van de erkenning heeft geleid.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 24 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Erkenning
Gevolg
Aantal in 2019
Archeoloog natuurlijk persoon
Schorsing
0
Archeoloog natuurlijk persoon
Geen schorsing
0
Archeoloog rechtspersoon
Schorsing
0
Archeoloog rechtspersoon
Geen schorsing
0
Metaaldetectorist
Schorsing
3
Metaaldetectorist
Geen schorsing
0
Toelichting In 2019 voerde het agentschap drie formele evaluaties uit van erkenningen. Het agentschap voerde evaluaties uit bij drie erkende metaaldetectoristen omwille van het niet naleven van de Code van Goede Praktijk. Het agentschap schorste de erkenning van deze personen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 25 van 89
EVARCH 10 – 11: SCHORSING VAN ERKENNINGEN Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal ingezette schorsingen van erkenningen, verdeeld volgens type erkenning en verdeeld naargelang de schorsing een intrekking van de erkenning als gevolg heeft evarch 10 - evarch 11 Jaarlijks Aantal schorsingen Telling van aantal schorsingen
Omschrijving Onroerend Erfgoed kan de erkenning van een metaaldetectorist of archeoloog een evaluatie schorsen als hij: • • •
Het Onroerenderfgoeddecreet, Onroerenderfgoedbesluit of de Code van Goede Praktijk niet naleeft; niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden; de voorwaarden voor de opvolging van de aanduiding niet naleeft.
Voor een erkende archeoloog gelden nog twee bijkomende redenen om zijn aanduiding tot erkenning te schorsen. Als hij: • •
onvoldoende toezicht houdt op het de uitvoering van het archeologisch onderzoek; bij een vonnis of arrest veroordeeld is voor een misdrijf dat door de aard ervan zijn beroepsethiek als erkende archeoloog aantast.
De erkende archeoloog of metaaldetectorist kan reageren tegen de schorsing en daarbij gebruikmaken van onder meer een hoorrecht. Tijdens de schorsingsperiode kan hij schriftelijk aangeven welke acties hij zal ondernemen of heeft ondernomen om terug tegemoet te komen aan de erkenningsvoorwaarden. Hierna kan het agentschap beslissen om de schorsing op te heffen of om de erkenning definitief in te trekken. Bij een erkende archeoloog kan het agentschap de schorsing ook verlengen met maximaal 120 dagen voor de uitvoering van remediërende maatregelen. Een archeoloog of metaaldetectorist kan ook zelf beslissen om zijn aanduiding tot erkenning te laten intrekken, bijvoorbeeld wanneer hij zijn activiteiten stopzet. De indicator meet het aantal ingezette schorsingen van erkenningen als archeoloog of metaaldetectorist en het aantal van deze schorsingen dat tot een intrekking van de erkenning heeft geleid.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 26 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Erkenning
Beslissing
Aantal in 2019
Archeoloog natuurlijk persoon
Intrekking
0
Archeoloog natuurlijk persoon
Geen intrekking
0
Archeoloog rechtspersoon
Intrekking
0
Archeoloog rechtspersoon
Geen intrekking
0
Metaaldetectorist
Intrekking
0
Metaaldetectorist
Geen intrekking
3
Toelichting In 2019 trok het agentschap geen erkenningen in. De drie geschorste erkenningen leidden niet tot een intrekking van een erkenning. In 2018 leidde een schorsing van een metaaldetectorist tot een intrekking van de erkenning. Het agentschap trok nog nooit een erkenning van een erkende archeoloog in.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 27 van 89
EVARCH 12: TOEVALSVONDSTEN DIE LEIDEN TOT ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal toevalsvondsten dat leidt tot een archeologisch onderzoek door het agentschap Onroerend Erfgoed evarch 12 Jaarlijks Aantal toevalsvondsten waaruit een opgraving volgde Query op het archeologieportaal
Omschrijving Het agentschap Onroerend Erfgoed voert na een melding van een toevalsvondst een evaluatie uit. Daarbij gaat het agentschap na wat er met de toevalsvondst moet gebeuren. Na deze evaluatie kan de beslissing volgen om geen gevolg te geven aan de toevalsvondst, wanneer deze weinig of geen archeologische waarde bevat, of kan Onroerend Erfgoed overgaan tot een archeologische opgraving. De vinder van een toevalsvondst moet die binnen drie dagen melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Tot tien dagen na de melding van de toevalsvondst is de eigenaar, zakelijkrechthouder of vinder van de toevalsvondst verplicht: • • •
ze in onveranderde toestand te bewaren; ze tegen beschadiging of vernieling te beschermen; ze toegankelijk te maken voor archeologisch onderzoek door het agentschap.
De indicator telt het aantal toevalsvondsten waarbij het agentschap na evaluatie besluit dat er een archeologische site aanwezig is en overgaat tot een archeologische opgraving.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 28 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Grafiek
Toelichting In 2019 verrichtte het agentschap 17 interventies op het terrein voor het onderzoeken van toevalsvondsten. Dat is een daling ten opzichte van 2018 toen het agentschap nog 40 terreininterventies deed.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 29 van 89
EVARCH 13: TERMIJN TUSSEN DE MELDING VAN TOEVALSVONDSTEN EN HET ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
De termijn tussen de melding van de toevalsvondsten en het beëindigen van het veldwerk evarch 13 Jaarlijks Aantal toevalsvondsten Telling per toevalsvondst van het aantal dagen tussen de melding en de terreinevaluatie
Omschrijving Gedurende tien dagen na de melding van een toevalsvondst kan het agentschap de nodige vaststellingen doen of laten doen om de archeologische waarde van de toevalsvondst te bepalen. Wanneer de toevalsvondst geen archeologische waarde blijkt te hebben, kan snel worden beslist om het onderzoek te beëindigen. Wanneer er wel archeologische waarde aanwezig is en er een archeologische opgraving moet volgen, kan de termijn langer zijn. De indicator telt de termijn tussen de melding van de toevalsvondst (het moment waarop het agentschap Onroerend Erfgoed officieel op de hoogte wordt gesteld) en het beëindigen van het onderzoek door het agentschap. De termijnen worden verdeeld in 3 categorieën: minder dan tien dagen, tussen de tien en de 30 dagen en meer dan 30 dagen. De grens van 30 dagen volgt uit het recht op schadevergoeding indien het onderzoek die termijn overschrijdt.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 30 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Grafiek
Toelichting In 2019 rondde het agentschap 16 van de 17 (94%) van de terreininterventies met archeologisch onderzoek af binnen de tien dagen na de melding van de toevalsvondst. Er was 1 onderzoek dat tussen de tien en 30 dagen in beslag nam. Geen enkel onderzoek nam meer dan 30 dagen in beslag, in tegenstelling tot 2018 toen het ging om twee onderzoeken.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 31 van 89
EVARCH 15: ARCHEOLOGISCHE ENSEMBLES IN EEN ERKEND ONROERENDERFGOEDDEPOT Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal archeologische ensembles gedeponeerd in een erkend onroerenderfgoeddepot evarch 15 Jaarlijks Aantal archeologische ensembles Bevraging bij erkende onroerenderfgoeddepots
Omschrijving Bij het archeologisch onderzoek van een terrein maakt de archeoloog onderzoeksdocumenten aan en zamelt hij archeologische artefacten in (vondsten, stalen, …). Samen vormen die het archeologisch ensemble van het onderzoek. Er bestaan verschillende wettelijke verplichtingen voor het bewaren van een archeologisch ensemble. Eigenaars of beheerders moeten het ensemble als geheel bewaren, het toegankelijk houden voor wetenschappelijk onderzoek en voldoen aan zowel het actiefbehoudsbeginsel als het passiefbehoudsbeginsel. Het deponeren in een erkend onroerenderfgoeddepot kan dienen als alternatief voor eigenaars die niet willen of niet in staat zijn om zelf het archeologisch ensemble optimaal te bewaren. De indicator telt het aantal archeologische ensembles dat in een bepaald jaar bij één van de erkende onroerenderfgoeddepots werd gedeponeerd. Noot: Een zakelijkrechthouder kan zelf kiezen of en in welk depot hij zijn archeologische ensembles deponeert. Daarbij kan hij ook kiezen om het ensemble in een niet-erkend depot onder te brengen of het zelf te bewaren. De indicator telt ensembles die worden bewaard in een erkend onroerenderfgoeddepot, andere bewaarplaatsen worden niet meegenomen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 32 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Depot
Totaal ensembles
Gebruikte opslagruimte (m3)
Beschikbare opslagruimte (m3)
Totale opslagruimte (m3)
Provinciaal Archeologisch Depot Antwerpen
210
79,5
81,7
161,2
De Zwarte Doos
73
231
319
550
PAM Velzeke
18
276
65
341
Provinciaal Erfgoedcentrum Ename
40
124,5
368,5
493
Depot Tram 42
29
28
9,5
37,5
Onroerenderfgoeddepot Vlaams-Brabant
105
110
80
190
Onroerenderfgoeddepot Mechelen
54
141
17
158
Agilas
22
19,3
73,5
92,8
Onroerenderfgoeddepot Waasland
33
178,5
57,5
236
Onroerenderfgoeddepot Stad Antwerpen
49
2.485
202
2.687
De Pakhuizen
143
350
73
423
SOLVA archeologisch depot
42
49,2
238,8
288
Potyze
19
12,6
189,9
202,5
Trezoor
309
24,5
300
324,5
Toelichting De opslagcapaciteit van de erkende onroerenderfgoeddepots varieert sterk naargelang het depot. In 2019 hebben de erkende onroerenderfgoeddepots in totaal 1.146 ensembles in bewaring (het van rechtswege erkende depot van het agentschap Onroerend Erfgoed niet meegeteld). Dit is een stijging met 205 ensembles tegenover 2018. Tegelijkertijd rapporteren de onroerenderfgoeddepots ook over hun opslagcapaciteit voor archeologische ensembles. 5 van de 15 erkende onroerenderfgoeddepots zien hun opslagcapaciteit voor meer dan 75% ingevuld. In totaal beschikt Vlaanderen op 31 december 2019 over een opslagcapaciteit van 6.185m3 voor het bewaren van archeologische ensembles. Hiervan is er nog 2.075m3 beschikbaar (34%).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 33 van 89
EVARCH 16: VOORNEMEN OM EEN ARCHEOLOGISCH ENSEMBLE BUITEN VLAANDEREN TE VERPLAATSEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal meldingen van het voornemen om een archeologisch artefact of een archeologisch ensemble buiten het Vlaamse Gewest te brengen evarch 16 Jaarlijks Aantal archeologische ensembles Telling van het aantal meldingen bij het agentschap Onroerend Erfgoed
Omschrijving De zakelijkrechthouder die het voornemen heeft om een archeologisch artefact of archeologisch ensemble buiten Vlaanderen te verplaatsen moet deze wijziging van de bewaarplaats binnen de 30 dagen melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed. De indicator telt het aantal meldingen bij het agentschap Onroerend Erfgoed van zakelijkrechthouders of gebruikers die het voornemen hebben om een archeologisch artefact of archeologisch ensemble buiten de grenzen van het Vlaamse Gewest te verplaatsen. Noot: De meldingsplicht voor het voornemen om een archeologisch artefact of een archeologisch ensemble buiten het Vlaamse Gewest te brengen, geldt niet voor artefacten of ensembles ontstaan vóór 1 januari 2016. Deze ensembles zijn vrijgesteld van deze verplichting omdat het Archeologiedecreet van 1993 geen meldingsplicht voorzag.
Tabel Jaar
Aantal meldingen
2016
0
2017
0
2018
0
2019
0
Toelichting Het agentschap Onroerend Erfgoed ontving geen meldingen van het voornemen om een archeologisch ensemble buiten Vlaanderen te verplaatsen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 34 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 17: MELDING ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal meldingen van archeologienota’s en nota’s, verdeeld volgens beslissing evarch 17 Jaarlijks Aantal archeologienota’s en nota’s Query archeologieportaal
Omschrijving De indicator telt het aantal gemelde archeologienota’s en nota’s per jaar. Hij maakt enerzijds een onderverdeling naar de instantie die de archeologienota of de nota behandelt: • •
Het agentschap Onroerend Erfgoed Een erkende Onroerenderfgoedgemeente, wanneer de percelen waarop de archeologienota of nota betrekking heeft volledig liggen op het grondgebied van deze gemeente
Een tweede onderscheid wordt gemaakt naar beslissing: - Aktename (aktename of stilzwijgende aktename); - Geen aktename; - Aktename met voorwaarden.
Tabel
Archeologienota’s
Agentschap Onroerend Erfgoed
Erkende onroerenderfgoedgemeente
2.594
154
Aktename
1.988
133
Aktename met voorwaarden
74
6
Geen aktename
532
15
Nota’s
800
49
Aktename
660
45
Aktename met voorwaarden
20
1
Geen aktename
120
3
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 35 van 89
Tabel Jaar
Notatype
Totaal aantal bekrachtigingen en aktenames
2017
Archeologienota
3.124
2017
Nota
229
2018
Archeologienota
2.080
2018
Nota
612
2019
Archeologienota
2.201
2019
Nota
726
Toelichting In 2019 meldden erkende archeologen in totaal 2.748 archeologienota’s. Het agentschap Onroerend Erfgoed en de erkende onroerenderfgoedgemeenten namen akte van 2.201 van deze archeologienota’s, of 80%. In grootteordes ligt het aantal archeologienota’s met aktename voor 2019 iets hoger dan 2018 (2.080 bekrachtigde archeologienota’s). Dit terwijl het aantal ingediende archeologienota’s in 2018 hoger lag (2.795 ingediende archeologienota’s). Op minder gemelde archeologienota’s volgden iets meer aktenames. Bij de nota’s valt een stijging op van zowel het aantal meldingen als het aantal nota’s met aktename ten opzichte van 2018. In 2018 dienden archeologen in totaal 780 nota’s in, waarvan bij 612 een bekrachtiging volgde. In 2019 stijgt dit naar 849 gemelde nota’s, waarbij in 726 gevallen een aktename volgde (of 85,5%). Het agentschap Onroerend Erfgoed besliste om vanaf april 2019 niet meer alle gemelde archeologienota’s en nota’s inhoudelijk te behandelen. Een deel van de gemelde dossiers ontving hierdoor een stilzwijgende aktename.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 36 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 19: ARCHEOLOGIENOTA’S OF NOTA’S BINNEN EEN ARCHEOLOGISCHE ZONE OF SITE Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal archeologienota’s en nota’s met aktename, verdeeld volgens het aantal binnen een archeologische zone, buiten een archeologische zone en in een beschermde archeologische site evarch 19 Jaarlijks Aantal archeologienota’s en nota’s met aktename Telling met behulp van het archeologieportaal
Omschrijving De indicator geeft het aantal archeologienota’s en nota’s met aktename weer, met onderscheid naar de geografische ligging van de percelen waarover ze handelen. Voor percelen in vastgestelde archeologische zones of beschermde archeologische sites hanteert het Onroerenderfgoeddecreet strengere criteria dan voor percelen die buiten deze gebieden vallen. Bij archeologische zones bestaan er aanwijzingen dat er archeologisch erfgoed aanwezig is en dat dit voldoende goed bewaard is om archeologische waarde te hebben. Bij een bescherming als archeologische site is dit met zekerheid zo. De meting baseert zich op de intekeningen van de projectgebieden van de (archeologie)nota’s met aktename zoals de erkende archeoloog die invoert in het Archeologieportaal. In een GIS-omgeving wordt onderzocht welke van deze gebieden overlappen met afbakeningen van beschermde archeologische sites en vastgestelde archeologische zones. Op basis van de (gedeeltelijke of gehele) overlap – of het ontbreken daarvan – tussen de projectgebieden van de (archeologie)nota’s met aktename en de beschermde archeologische sites of vastgestelde archeologische zones, worden aantallen gegenereerd. Elke (archeologie)nota met aktename komt slechts éénmaal voor in de telling en krijgt steeds een toewijzing aan de categorie met de laagste oppervlaktecriteria uit de artikels 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet. Die bepalen of het bekomen van een archeologienota verplicht is of niet. De indicator telt: •
• •
Het totaal aantal archeologienota’s en nota’s met aktename waarvan de percelen geheel of gedeeltelijk liggen binnen een archeologische zone opgenomen in de vastgestelde inventaris voor archeologische zones; Het totaal aantal archeologienota’s en nota’s met aktename waarvan de percelen geheel of gedeeltelijk liggen in een beschermde archeologische site; Het totaal aantal archeologienota’s en nota’s met aktename waarvan de percelen volledig liggen buiten een vastgestelde archeologische zone en buiten een beschermde archeologische site.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 37 van 89
Tabel 2017
2018
2019
Deels of volledig binnen archeologische zone
357
264
253
Deels of volledig binnen archeologische site
17
11
17
Volledig buiten archeologische zone of beschermde archeologische site
2.750
1.810
1.931
Deels of volledig binnen archeologische zone
19
73
75
Deels of volledig binnen archeologische site
2
3
3
Volledig buiten archeologische zone of beschermde archeologische site
208
538
648
Archeologienota
Nota
Toelichting In 2019 maakten de erkende archeologen 253 archeologienota’s (11,5% van alle archeologienota’s met aktename) en 75 nota’s (10% van alle nota’s met aktename) op voor een projectgebied dat is opgenomen in de inventaris van vastgestelde archeologische zones. Daarnaast stelden ze 17 archeologienota’s (0,5% van alle archeologienota’s met aktename) en drie nota’s (0,8% van alle nota’s met aktename) op voor een projectgebied dat beschermd is als archeologische site. Bij het overgrote aandeel van de archeologienota’s en nota’s met aktename ligt het projectgebied buiten beschermde archeologische sites of vastgestelde archeologische zones: respectievelijk 1.931 (87,7% van de archeologienota’s) en 648 stuks (89,2% van de nota’s).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 38 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 21: OPPERVLAKTE ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S BINNEN EEN ARCHEOLOGISCHE ZONE OF SITE Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
De totale oppervlakte van de binnen archeologienota’s en nota’s onderzochte gebieden, verdeeld volgens binnen een archeologische zone, buiten een archeologische zone of een beschermde archeologische site evarch 21 Jaarlijks Oppervlakte in hectare GIS berekening van onderzochte gebieden
Omschrijving De indicator meet de oppervlakte van de archeologienota’s en nota’s met aktename, met onderscheid naar de geografische ligging van de percelen waarover ze handelen. Voor percelen in vastgestelde archeologische zones of beschermde archeologische sites hanteert het Onroerenderfgoeddecreet strengere criteria dan voor percelen die buiten deze gebieden vallen. Bij archeologische zones bestaan er aanwijzingen dat er archeologisch erfgoed aanwezig is en dat dit voldoende goed bewaard is om archeologische waarde te hebben. Bij een bescherming als archeologische site is dit met zekerheid zo. De meting gaat voort op de intekeningen van de projectgebieden van de (archeologie)nota’s met aktename zoals de erkende archeoloog die invoert in het Archeologieportaal. In een GIS-omgeving wordt onderzocht welke van deze gebieden overlappen met afbakeningen van beschermde archeologische sites en vastgestelde archeologische zones. Op basis van de (gedeeltelijke of gehele) overlap – of het ontbreken daarvan – tussen de projectgebieden van de (archeologie)nota’s waarvan akte is genomen en de beschermde archeologische sites of vastgestelde archeologische zones, worden oppervlaktes gegenereerd. Elke (archeologie)nota waarvan akte is genomen komt slechts éénmaal voor in de telling en krijgt steeds een toewijzing aan de categorie met de laagste oppervlaktecriteria uit de artikels 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Die bepalen of het bekomen van een archeologienota verplicht is of niet. De indicator berekent: •
• •
•
•
De totale oppervlakte van archeologienota’s en nota’s waarvan de percelen geheel of gedeeltelijk liggen binnen een archeologische zone opgenomen in de vastgestelde inventaris voor archeologische zones; De totale oppervlakte van archeologienota’s en nota’s waarvan de percelen geheel of gedeeltelijk liggen in een beschermde archeologische site; De totale oppervlakte van archeologienota’s en nota’s waarvan de percelen geheel of gedeeltelijk liggen binnen een vastgestelde archeologische zone maar buiten een beschermde archeologische site; De totale oppervlakte van archeologienota’s en nota’s waarvan de percelen geheel of gedeeltelijk liggen binnen een beschermde archeologische site maar buiten een vastgestelde archeologische zone; De totale oppervlakte van archeologienota’s en nota’s waarvan de percelen volledig liggen buiten een vastgestelde archeologische zone en buiten een beschermde archeologische site.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 39 van 89
Tabel 2017
2018
2019
Deels of volledig binnen archeologische zone
144,4 ha
155,7 ha
72,7 ha
Deels of volledig binnen archeologische site
8,9 ha
9,9 ha
8,1 ha
Volledig buiten archeologische zone of beschermde archeologische site
9.091,7 ha
6.788,2 ha
7.268,6 ha
Deels of volledig binnen archeologische zone
11,3 ha
29,3 ha
6,2 ha
Deels of volledig binnen archeologische site
0,3 ha
1,5 ha
0,9 ha
Volledig buiten archeologische zone of beschermde archeologische site
432,2 ha
1.077,2 ha
1.210,4 ha
Archeologienota
Nota
Tabel Jaar
Notatype
Totale oppervlakte onderzochte gebieden
2017
Archeologienota
9.245,0 ha
2017
Nota
443,8 ha
2018
Archeologienota
6.953,8 ha
2018
Nota
1.107,9 ha
2019
Archeologienota
7.343,4 ha
2019
Nota
1.217,5 ha
Toelichting Van de archeologienota’s met aktename uit 2019 lag ca. 8,1 hectare in een beschermde archeologische site. Ongeveer 72,7 hectare situeerde zich binnen een vastgestelde archeologische zone, maar buiten een beschermde archeologische site. De rest van het oppervlak dat onderwerp uitmaakte van een archeologienota, goed voor ca. 7.269 hectare, bevond zich buiten een vastgestelde archeologische zone en buiten een beschermde archeologische site. Vooral de oppervlakte van de in de archeologienota’s met aktename onderzochte gebieden is relevant. De oppervlakte van de in nota’s onderzochte gebieden is immers een herneming van gebieden die reeds het onderwerp uitmaakten van een archeologisch vooronderzoek waarover de rapportering al gebeurde in de vorm van een archeologienota. Deze oppervlakte staat niet gelijk aan het aantal hectaren waarvoor het vooronderzoek volledig werd afgerond, gelet op de optie tot uitgesteld vooronderzoek. Het zegt wel iets over het aantal hectaren projectgebied waarvoor minstens een bureauonderzoek gebeurde in functie van de opmaak van een archeologienota en het aantal hectaren grondgebied waarvoor een verplicht archeologisch traject opstartte. Bij de nota’s bedraagt de oppervlakte van de onderzochte gebieden binnen een beschermde archeologische site 0,9 hectare. Binnen vastgestelde archeologische zones is dat 6,2 hectare. De andere projectgebieden, die volledig buiten een archeologische zone en buiten een beschermde archeologische site liggen, zijn goed voor ca. 1.210,4 hectare. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 40 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 23: OPPERVLAKTE GGA Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
De totale oppervlakte van de gebieden waar geen archeologisch erfgoed meer te verwachten valt evarch 23 Jaarlijks Oppervlakte in hectare Berekening met behulp van GIS
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet voerde de kaart met gebieden waar geen archeologisch erfgoed meer te verwachten valt (GGA) in als nieuw instrument. Sinds 2017 stelt het agentschap die vast, en niet meer de minister zoals voorheen. Deze kaart bevat gebieden waar op basis van waarnemingen en onderzoek met hoge waarschijnlijkheid geen archeologisch erfgoed aanwezig is. Het agentschap hanteert volgende criteria voor de opmaak ervan: • •
Het gebied is eerder al archeologisch onderzocht en op basis daarvan blijkt er geen archeologisch erfgoed aanwezig of is het al opgegraven; Het gebied is al in die mate verstoord dat er, in combinatie met gegevens over de potentiële dikte van het bodemarchief, geen archeologisch erfgoed meer te verwachten valt.
De indicator berekent de totale oppervlakte van de gebieden die op 31 december van een bepaald jaar zijn opgenomen op de vastgestelde kaart met gebieden waar geen archeologisch erfgoed meer te verwachten valt. Het agentschap Onroerend Erfgoed stelt deze kaart meermaals per jaar vast.
Tabel Jaar
Totale oppervlakte
2016
24.055 ha
2017
27.669 ha
2018
28.730 ha
2019
30.278 ha
Toelichting Eind 2019 telde de GGA-kaart 5.742 zones en een oppervlakte van 30.278 hectare. Dit is een toename van 1.548 hectare tegenover 2018 en ongeveer 2,2% van het oppervlak van Vlaanderen. In 2019 stelde het agentschap tweemaal een kaart vast met gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt. De nieuwe gebieden kwamen tot stand op basis van verschillende archeologische gegevensbronnen zoals archeologienota’s, nota’s, eindverslagen, rapporten opgeleverd in het kader van het vroegere Archeologiedecreet of gegevens aangeleverd door lokale overheden en erfgoeddiensten. De laatste vaststelling van het meetjaar gebeurde in november 2019. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 41 van 89
EVARCH 25: STATUUT INITIATIEFNEMER ARCHEOLOGISCH TRAJECT Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het statuut van de initiatiefnemer van een vergunningsplichtige ingreep in de bodem met archeologisch traject, verdeeld volgens private ondernemers en overheden evarch 25 Jaarlijks Aantal vergunningsplichtige ingrepen, verdeeld naar initiatiefnemer Query Archeologieportaal
Omschrijving In een archeologienota of nota vermeldt de archeoloog de hoedanigheid van de initiatiefnemer van de vergunningsplichtige ingreep, in casu de hoedanigheid van de aanvrager van de omgevingsvergunning. De indicator geeft de hoedanigheid van de initiatiefnemers weer van omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen met ingreep in de bodem of verkavelingen waar een archeologisch traject aan verbonden is. De cijfers hebben betrekking op de initiatiefnemers van archeologienota’s waarvan akte is genomen. De initiatiefnemers worden onderverdeeld in verschillende statuten: namelijk private initiatiefnemers en overheidsinstellingen (lokale besturen, provinciale overheden of de Vlaamse overheid).
Tabel Initiatiefnemer
Aantal in 2016
Aantal in 2017
Aantal in 2018
Aantal in 2019
Private initiatiefnemer
803
2.444
1.697
1.901
Lokaal bestuur
122
451
199
144
Provincie
21
74
52
41
Vlaamse overheid
56
155
132
115
Toelichting Van de 2.201 archeologienota’s met aktename uit 2019 had 1.901 (86%) een private ondernemer als initiatiefnemer. Dit is een lichte stijging in vergelijking met 2018 (81%). Bij de overige 14% (300 archeologienota’s) was dat een overheidsinstelling. Het aandeel archeologienota’s opgesteld in opdracht van gemeentebesturen, provinciebesturen en de Vlaamse overheid bedraagt respectievelijk 7%, 2% en 5%.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 42 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 26: REDENEN VOOR UITGESTELD TRAJECT Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal, in het programma van maatregelen van archeologienota’s met aktename opgenomen, uitgestelde archeologische vooronderzoeken, onderverdeeld volgens de reden van uitstel evarch 26 Jaarlijks Aantal redenen voor uitgesteld vooronderzoek opgenomen in archeologienota’s Query Archeologieportaal
Omschrijving In bepaalde gevallen is het niet mogelijk het archeologisch vooronderzoek volledig uit te voeren voorafgaand aan de vergunningsaanvraag. De initiatiefnemer kan dan opteren om een deel van het traject in een latere fase te doen. De archeoloog vermeldt in de archeologienota waarom hij opteert voor een uitgesteld vooronderzoek. Dit kan om vier redenen: • • • •
Fysiek onmogelijk Juridisch onwenselijk Economisch onwenselijk Maatschappelijk onwenselijk
De indicator meet het aantal archeologienota’s met aktename dat in het programma van maatregelen een uitgesteld traject voorstelt, inclusief de reden om te kiezen voor dit traject. Noot: Deze indicator telt niet de effectief uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het uitgestelde traject. De rapportering van de uitvoering van het archeologisch onderzoek binnen het uitgesteld traject is de nota. Deze vallen onder een andere indicator.
Tabel Maatregel
Aantal in 2016
Aantal in 2017
Aantal in 2018
Aantal in 2019
Fysiek onmogelijk
236
801
590
636
Juridisch onwenselijk
110
244
245
252
Economisch onwenselijk
38
268
304
409
Maatschappelijk onwenselijk
15
57
38
18
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 43 van 89
Tabel Jaar
Totaal aantal archeologienota’s met maatregel uitgesteld traject
2016
399
2017
1.370
2018
1.177
2019
1.315
Toelichting In het Archeologieportaal zijn er 1.315 archeologienota’s met aktename (60%) geregistreerd met in het programma van maatregelen een uitgesteld archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. Dit is zowel in absolute als relatieve aantallen een stijging ten opzichte van 2018 met 1.177 archeologienota’s (57%). Het absolute aantal van 2019 ligt bijna even hoog als in 2017 toen 1.370 van de 3.124 archeologienota’s (44%) uitgesteld vooronderzoek opnamen in het programma van maatregelen. De onmogelijkheid om het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem uit te voeren vóór het aanvragen of verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning komt in 48% van de gevallen voor als motivatie om te kiezen voor het uitgesteld traject. Voorbeelden hiervan zijn het nog niet verkregen hebben van een kapvergunning of sloopvergunning, de percelen nog niet in eigendom hebben en geen toestemming hebben van de huidige eigenaar om het vooronderzoek met ingreep in de bodem uit te voeren. Ook het gegeven dat het perceel nog beplant is met gewassen die geoogst moeten worden valt hieronder. Economische onwenselijkheid figureert als tweede meest aangeduide reden voor een uitgesteld traject, met een aandeel van 31%, een stijging van 5% ten opzichte van 2018. Initiatiefnemers wensen vaak eerst zekerheid te verkrijgen over hun vergunning, vooraleer ze overgaan tot het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. Niet alle initiatiefnemers zijn zich echter bewust van de mogelijke consequenties van de keuze voor het uitgestelde traject. Dit traject brengt immers vaak meer onzekerheid met zich mee voor wat betreft de timing voor uitvoering van de vergunde werken. In vele gevallen is de praktische onmogelijkheid om een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem uit te voeren vóór het aanvragen of verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning dus ook een juridische onmogelijkheid. Vandaar dat deze reden de derde meest aangeduide is met 20%. Maatschappelijke onwenselijkheid haalt men tot slot in 1% van de gevallen aan als reden voor het uitgestelde traject.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 44 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 27 – 28 – 29: TOELATINGEN ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK MET INGREEP IN DE BODEM Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal toelatingen voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem evarch 27 - evarch 28 - evarch 29 Jaarlijks Aantal toelatingsaanvragen Query op het archeologieportaal
Omschrijving De indicator meet per jaar het aantal toelatingen voor het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. De indicator splitst de toelatingsaanvragen enerzijds op naar ontvanger: •
Het agentschap Onroerend Erfgoed (als het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem betrekking heeft op percelen die buiten het grondgebied van een erkende onroerenderfgoedgemeente liggen, of als het project betrekking heeft op percelen die deels binnen en deels buiten een erkende onroerenderfgoedgemeente vallen); Een erkende onroerenderfgoedgemeente
•
Anderzijds gebeurt een opdeling naargelang de beslissing over de toelatingsaanvraag: • • •
Goedkeuring Weigering Koppelen van voorwaarden
Tabel 2016
2017
2018
2019
Goedkeuring (aanvaarding)
90
201
65
55
Goedkeuring (aanvaarding) met voorwaarden
17
17
5
5
Stilzwijgende goedkeuring (aanvaarding)
0
1
2
1
Weigering
36
37
22
27
Goedkeuring (aanvaarding)
0
5
4
2
Goedkeuring (aanvaarding) met voorwaarden
0
0
0
0
Stilzwijgende goedkeuring (aanvaarding)
0
2
1
1
Weigering
0
0
1
0
Agentschap Onroerend Erfgoed
Erkende onroerenderfgoedgemeente
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 45 van 89
Toelichting Het agentschap Onroerend Erfgoed ontving in 2019 88 toelatingsaanvragen voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. Het keurde 61 van deze aanvragen goed (waarvan vijf met voorwaarden en 1 stilzwijgend). 27 toelatingsaanvragen kregen een weigering. Het percentage geweigerde vooronderzoeken met ingreep in de bodem is 31%, een stijging van 8% ten opzichte van 2018. Daarnaast beoordeelden de erkende onroerenderfgoedgemeenten Koksijde (sinds 1 april 2016) en Baarle-Hertog, Beerse, Oud-Turnhout, Kasterlee, Rijkevorsel, Turnhout, Vosselaar, Riemst en Voeren (sinds 1 juli 2016) en Leuven, Beernem, Kontich, Holsbeek, Haacht, Bekkevoort, Rotselaar, Zonnebeke en Brecht (sinds 1 juli 2017) soeverein de toelatingsaanvragen voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem binnen hun gemeentegrenzen. De onroerenderfgoedgemeenten ontvingen 3 aanvragen van archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, die ze allemaal goedkeurden. Het totale aantal toelatingen voor een vooronderzoek met ingreep in de bodem daalde wel ten opzichte van 2018 en 2017. In 2018 vroegen archeologen 100 toelatingen aan waarvan de behandelende overheid er 23 weigerde. In 2019 gaat het nog om 91 toelatingsaanvragen waarvan de behandelende overheden er 30% weigerden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 46 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 30 – 31 – 39: BEROEPEN Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal beroepen ingediend tegen een administratieve beslissing omtrent een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, een archeologienota of nota of een toelating voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen evarch 30 - evarch 31 - evarch 39 Jaarlijks Aantal beroepen Telling met behulp van het archeologieportaal
Omschrijving De indicator meet per jaar het aantal ingestelde beroepen. Het Onroerenderfgoeddecreet heeft vier beroepsprocedures voorzien die men kan inzetten tegen verschillende administratieve beslissingen van het agentschap Onroerend Erfgoed of, indien van toepassing, een erkende onroerenderfgoedgemeente over uiteenlopende aspecten van een archeologisch traject. Men kan beroep indienen tegen: • • • •
De weigering van een toelating voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of het koppelen van voorwaarden daaraan; De beslissing om geen akte te nemen van een archeologienota of het koppelen van voorwaarden aan de aktename; De beslissing om geen akte te nemen van een nota of het koppelen van voorwaarden aan de aktename; De weigering van de toelating voor een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een archeologische opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen of het koppelen van voorwaarden daaraan.
Tabel Beroep tegen
2016
2017
2018
2019
Geweigerde toelating vooronderzoek wetenschappelijke vraagstellingen
0
0
0
0
Geweigerde toelating opgraving wetenschappelijke vraagstellingen
0
0
0
0
Koppelen van voorwaarden door het agentschap Onroerend Erfgoed aan toelating vooronderzoek met ingreep in de bodem
0
0
0
0
Koppelen van voorwaarden door erkende onroerenderfgoedgemeente aan toelating vooronderzoek met ingreep in de bodem
0
0
0
0
Weigering door het agentschap Onroerend Erfgoed van toelating vooronderzoek met ingreep in de bodem
0
0
0
0
Weigering door erkende onroerenderfgoedgemeente van toelating vooronderzoek met ingreep in de bodem
0
0
0
0
Koppelen van voorwaarden aan archeologienota of nota
0
0
0
0
Geen aktename van archeologienota of nota
1
1
1
1
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 47 van 89
Toelichting In 2019 tekende een erkende archeoloog, net als in 2018 en 2017, eenmaal een beroep aan tegen een beslissing om geen akte te nemen van een archeologienota. De minister behandelde dit beroep niet waardoor het is afgewezen. De initiĂŤle beslissing om geen akte te nemen bleef behouden. Tegen andere administratieve beslissingen zoals weigeringen van toelatingsaanvragen of het koppelen van voorwaarden aan aktenames werd in 2019, net als in voorgaande jaren, geen enkele maal beroep aangetekend.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 48 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 32: ARCHEOLOGIERAPPORTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal ingediende archeologierapporten evarch 32 Jaarlijks Aantal archeologierapporten Telling van ingediende archeologierapporten
Omschrijving Een erkende archeoloog maakt een archeologierapport op na het afronden van: • •
Een archeologische opgraving na een vergunningsplichtige ingreep in de bodem; Een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Dit kan zowel een archeologisch vooronderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen zijn als een opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Ook archeologische onderzoeken na een toevalsvondst vallen hieronder.
De erkende archeoloog bezorgt het archeologierapport binnen de twee maanden na het beëindigen van het onderzoek of de opgraving aan het agentschap. In dit rapport beschrijft de archeoloog bondig de uitgevoerde werken en de eerste resultaten ervan. Hij beschrijft ook de verdere aanpak van wat er nog moet gebeuren en een voorstel over het bewaren of deponeren van het archeologisch ensemble. De indicator telt per jaar het aantal ingediende archeologierapporten. Erkende archeologen hebben twee maanden de tijd na het beëindigen van het veldwerk van de opgraving of het vooronderzoek om een archeologierapport in te dienen. Daarom zal het aantal ingediende archeologierapporten per jaar niet overeenkomen met het aantal vooronderzoeken of opgravingen waarvoor veldwerk gebeurde of voltooid raakte in datzelfde jaar. De indicator maakt een onderscheid binnen archeologierapporten naargelang de aanleiding van het archeologisch onderzoek.
Tabel 2016
2017
2018
2019
Opgraving vergunningsplichtige ingreep
0
25
122
201
Onderzoek wetenschappelijke vraagstellingen
1
28
51
59
Totaal
1
53
173
260
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 49 van 89
Toelichting In 2019 dienden erkende archeologen in totaal 260 archeologierapporten in. Dit is een stijging van 87 tegenover 2018 (173 archeologierapporten). 201 van de 260 archeologierapporten volgden uit omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen of een verkaveling waarbij een archeologienota of een nota met aktename een archeologische opgraving verplichtte. 59 archeologierapporten kaderden in een toelating voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstelling. Negen van de 59 archeologierapporten kaderden in vooronderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen, 50 in het kader van een opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Archeologisch onderzoek in het kader van een toevalsvondst valt onder onderzoek met wetenschappelijke vraagstellingen. In 2019 werden 15 archeologierapporten ingediend als verslaggeving van een toevalsvondst.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 50 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 33 -34: OPPERVLAKTE OPGEGRAVEN GEBIEDEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
De totale oppervlakte van de in jaar x opgegraven gebieden evarch 33 - evarch 34 Jaarlijks Oppervlakte in hectare Berekening met behulp van GIS
Omschrijving Een erkende archeoloog maakt een archeologierapport op na het afronden van: • •
Een archeologische opgraving na een vergunningsplichtige ingreep in de bodem Een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Dit kan zowel een archeologisch vooronderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen zijn als een opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Ook archeologische onderzoeken na een toevalsvondst vallen hieronder.
De erkende archeoloog bezorgt het archeologierapport binnen de twee maanden na het beëindigen van het vooronderzoek met ingreep in de bodem of de opgraving. In het archeologierapport vermeldt de archeoloog de locatie en omvang van de gebieden waar er daadwerkelijk een ingreep in de bodem heeft plaatsgevonden en die effectief werden opgegraven. De indicator meet de totale oppervlakte van de gebieden vermeld in de archeologierapporten die in een bepaald jaar zijn ingediend waar een erkende archeoloog effectief een bodemingreep of opgraving uitvoerde. De indicator maakt daarbij een onderscheid naargelang de aanleiding van het archeologisch onderzoek.
Tabel 2016
2017
2018
2019
Opgraving vergunningsplichtige ingreep
0
19,9 ha
111,8 ha
326 ha
Onderzoek wetenschappelijke vraagstellingen
0,7 ha
160,5 ha
30,2 ha
126,2 ha
Totale oppervlakte
0,7 ha
180,4 ha
142 ha
452,1 ha
Toelichting In 2019 ontving het agentschap Onroerend Erfgoed archeologierapporten voor 126 hectare areaal dat erkende archeologen blootlegden bij opgravingen en bij vooronderzoek met ingreep in de bodem vanuit wetenschappelijke vraagstelling. Ongeveer 326 hectare kaderde in een verplicht uit te voeren opgraving naar aanleiding van maatregelen in een archeologienota of nota met aktename. Dit is 72% van het totaal.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 51 van 89
EVARCH 35 – 36: EINDVERSLAGEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal ingediende archeologische eindverslagen evarch 35 - evarch 36 Jaarlijks Aantal eindverslagen Telling van ingediende eindverslagen
Omschrijving De laatste stap bij een archeologische opgraving en bij vooronderzoek met ingreep in de bodem vanuit wetenschappelijke vraagstellingen is het opleveren van een eindverslag. De erkende archeoloog dient dit document in bij het agentschap ten laatste twee jaar na het beëindigen van de archeologische opgraving. Het eindverslag bouwt voort op het eerder ingediende archeologierapport. Alleen bevat het nu de definitieve en verder uitgewerkte resultaten van het onderzoek. Het is het definitieve eindpunt van een archeologische opgraving met verwerking van de vondsten en het neerschrijven van de wetenschappelijke kenniswinst die de opgraving heeft opgeleverd. De erkende archeoloog bezorgt het eindverslag via het archeologieportaal aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Het agentschap stelt de eindverslagen digitaal publiek beschikbaar. De indicator telt per jaar het aantal eindverslagen ingediend bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Hij maakt een onderscheid tussen eindverslagen opgemaakt na: • •
Een archeologische opgraving na een vergunningsplichtige bodemingreep; Een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Dit kan zowel een archeologisch vooronderzoek zijn als een opgraving. Ook archeologische onderzoeken na een toevalsvondst vallen hieronder.
Naast het type van archeologisch onderzoek meet de indicator ook de termijn waarin de eindverslagen werden ingediend. Daarbij wordt bij het jaarlijkse aantal ingediende eindverslagen onderzocht welke hiervan tijdig werden ingediend en welke de termijn van twee jaar na afronden van de archeologische opgraving overschreden.
Tabel 2016
2017
2018
2019
Opgraving vergunningsplichtige ingreep
0
1
16
86
Onderzoek wetenschappelijke vraagstellingen
2
9
12
26
Totaal
2
10
28
112
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 52 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Toelichting In 2019 maakte het agentschap Onroerend Erfgoed 112 eindverslagen van archeologisch onderzoek openbaar. Dit is een stijging van 84 ten opzichte van 2018. We tellen in 2019 86 eindverslagen van volledig afgeronde opgravingen die volgen uit een verplicht opgemaakte archeologienota of nota. Dat is een stijging van 70 eindverslagen tegenover vorig jaar. Voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen dienden erkende archeologen in 2019 alles bij elkaar 26 eindverslagen in, vijf hiervan voor vooronderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen, 21 voor archeologische opgravingen met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Het agentschap Onroerend Erfgoed voltooide zes eindverslagen naar aanleiding van een onderzochte toevalsvondst. 102 van de 112 eindverslagen zijn ingediend binnen de termijn van twee jaar na het beĂŤindigen van de archeologische opgraving.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 53 van 89
EVARCH 37 – 38: TOELATINGEN ONDERZOEK MET HET OOG OP WETENSCHAPPELIJKE VRAAGSTELLINGEN Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal verleende en geweigerde toelatingen, verdeeld volgens toelatingen voor archeologische vooronderzoeken met ingreep in de bodem en toelatingen voor archeologische opgravingen met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen evarch 37 - evarch 38 Jaarlijks Aantal toelatingen Query op het Archeologieportaal
Omschrijving Erkende archeologen kunnen archeologisch vooronderzoek of archeologische opgravingen uitvoeren met het oog op weloverwogen en gedocumenteerde wetenschappelijke vraagstellingen. Bij een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen is de zakelijkrechthouder van de betrokken gronden niet altijd degene die het initiatief neemt om een archeologisch onderzoek te voeren. De erkende archeoloog sluit met de zakelijkrechthouders van de betrokken onroerende goederen een overeenkomst die de vergoeding voor eventuele schade, de bestemming van het archeologisch ensemble en de verwachte duur van het onderzoek regelt, behalve als het onderzoek in het kader van een toevalsvondst gebeurt. Om een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een archeologische opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen uit te voeren, moet vooraf een toelating worden aangevraagd aan het agentschap Onroerend Erfgoed. In deze aanvraag wordt ook gemotiveerd waarom het wetenschappelijk onderzoek met bodemingreep dient te gebeuren en waarom de keuze wordt gemaakt voor een behoud ex situ. Het verdrag van Valletta streeft naar een maximaal behoud in situ. De indicator telt het aantal verleende en geweigerde toelatingen voor archeologische vooronderzoeken met ingreep in de bodem en archeologische opgravingen met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Bij beschermd onroerend erfgoed kunnen vanuit het beschermingsbesluit direct werkende normen gelden die archeologische flankerende maatregelen noodzakelijk maken. Wanneer handelingen gebeuren aan dit erfgoed die niet vergunningsplichtig zijn, of die dat wel zijn maar door hun beperktere omvang niet in het reguliere archeologische traject terecht komen, gebeurt het nodige onderzoek ook via de procedure voor wetenschappelijke vraagstellingen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 54 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel 2016
2017
2018
2019
Toelating
7
8
10
16
Toelating met voorwaarden
5
3
0
1
Weigering
0
2
4
1
Toelating
14
36
65
57
Toelating met voorwaarden
2
1
10
7
Weigering
0
0
5
9
Vooronderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen
Opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen
Toelichting In 2019 vroegen erkende archeologen in totaal 91 toelatingen aan voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. 81 van deze aanvragen verkregen een toelating, 10 stuitten op een weigering. Van de 81 toelatingen die het agentschap Onroerend Erfgoed verleende, waren er 17 voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. 64 andere, waarvan zeven met voorwaarden, golden voor archeologische opgravingen met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen, inclusief opgravingen in het kader van een toevalsvondst.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 55 van 89
EVARCH 43: OPGESTARTE VOORONDERZOEKEN MET INGREEP IN DE BODEM Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal archeologische vooronderzoeken met ingreep in de bodem, waarvan het veldwerk is opgestart evarch 43 Jaarlijks Aantal meldingen vooronderzoek Query Archeologieportaal
Omschrijving De erkende archeoloog meldt aan het agentschap Onroerend Erfgoed wanneer hij het veldwerk van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem zal starten. De indicator telt jaarlijks het aantal meldingen van aanvang van archeologische vooronderzoeken met ingreep in de bodem. De vooronderzoeken worden onderverdeeld in: • •
Archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem bij vergunningsplichtige handelingen; Archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen.
Tabel Jaar
Totaal aantal vooronderzoeken
2016
85
2017
494
2018
736
2019
871
Toelichting In 2019 meldden erkende archeologen de aanvang van 871 archeologische vooronderzoeken met ingreep in de bodem: 860 in het kader van de opmaak van een archeologienota of nota en 11 naar aanleiding van een archeologisch vooronderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Bij de vergunningsplichtige vooronderzoeken met ingreep in de bodem is dit ten opzichte van 2018 een stijging van 138 vooronderzoeken. Bij de vooronderzoeken met ingreep in de bodem met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen is er een lichte daling van drie vooronderzoeken merkbaar ten opzichte van 2018 (14 vooronderzoeken met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 56 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 44: OPGESTARTE OPGRAVINGEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het aantal opgravingen waarvan het veldwerk is opgestart evarch 44 Jaarlijks Aantal meldingen van opgravingen Query Archeologieportaal
Omschrijving Na het archeologisch vooronderzoek kan een archeoloog in de archeologienota of, in het geval van een uitgesteld vooronderzoek in een nota, opnemen dat een archeologische opgraving noodzakelijk is. Deze opgraving gebeurt dan door een erkende archeoloog na het verlenen van de omgevingsvergunning maar voor het uitvoeren van de bouw- of verkavelingswerken. De indicator telt jaarlijks het aantal meldingen van aanvang van archeologische opgravingen. De erkende archeologen doen deze melding bij het agentschap Onroerend Erfgoed. De indicator maakt een onderscheid tussen: • •
Archeologische opgravingen bij een vergunningsplichtige bodemingreep; Opgravingen bij een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen. Archeologische opgravingen als gevolg van een toevalsvondst vallen hier ook onder.
Noot: Archeologisch erfgoed blijft het beste waar het is, namelijk onder de grond. Het verdrag van Malta schrijft daarom voor om zo veel mogelijk behoud in situ na te streven. Dit om onnodige verstoring van het bodemarchief zoveel mogelijk te vermijden. Daarom beperkt een archeologische opgraving zich tot de zones die door de ingreep in de bodem, de bouwwerken of aanlegwerken effectief worden verstoord.
Tabel Jaar
Totaal aantal opgestarte opgravingen
2016
34
2017
90
2018
251
2019
266
Toelichting In 2019 ontving het agentschap Onroerend Erfgoed 266 meldingen van de aanvang van archeologische opgravingen. Dit totaal ligt iets hoger dan 2018 met 251 meldingen. Het aantal opgravingen in het kader van een vergunningsplichtige ingreep in de bodem neemt wel sterk toe. Van 187 in 2018 naar 223 in 2019. Dat het totale aantal slechts lichtjes stijgt is te wijten aan een afname van meldingen van opgravingen in het kader van wetenschappelijke vraagstellingen (43 in 2019 tegenover 64 in 2018). ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 57 van 89
EVARCH 46: WERKDAGEN VOOR BEKOMEN (ARCHEOLOGIE)NOTA Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal werkdagen, gepresteerd om een archeologienota of nota op te stellen evarch 46 Jaarlijks Aantal werkdagen Query op het archeologieportaal
Omschrijving De indicator meet het aantal werkdagen dat nodig is om een archeologienota of een nota op te stellen. De erkende archeoloog voert deze data in het Archeologieportaal in. Deze indicator berekent van alle archeologienota’s en nota’s waarvan akte is genomen de mediaan en het gemiddeld aantal werkdagen.
Tabel Notatype
Minimum
Mediaan
Gemiddelde
Maximum
Totaal aantal archeologienota’s en nota’s
Archeologienota
1
5
6,2
100
2.032
Archeologienota beperkte samenstelling
1
3
4,2
76
169
Nota
1
6
8,5
124
726
Toelichting Bij de weergave van de verdeling van de werkdagen van de archeologienota’s met aktename en bij het berekenen van het gemiddelde en de mediaan werden de meest extreme waarden uit de berekening gehouden. Het gaat om een zeer beperkt aantal archeologienota’s waarbij de ingevoerde data na controle foutief bleek te zijn. Voor de helft van de 2.032 archeologienota’s met aktename (zonder archeologienota’s met beperkte samenstelling) geven de erkende archeologen vijf werkdagen of minder aan. De gemiddelde tijd uitgedrukt in werkdagen die een erkende archeoloog nodig heeft voor het opmaken van een archeologienota ligt op 6,2 werkdagen. Daarnaast waren er 326 archeologienota’s in 2019 die tussen de zes en tien werkdagen in beslag namen. Daarna nemen de aantallen steeds meer af. De archeologienota beperkte samenstelling bestaat sinds 1 januari 2017. Deze archeologienota komt veel minder voor dan de gewone archeologienota (169 met aktename in 2019). De mediaan en de gemiddelde duur in werkdagen nodig om een archeologienota met beperkte samenstelling op te stellen ligt lager dan voor het bekomen van een archeologienota met volledige samenstelling. De mediaan ligt op drie werkdagen, het gemiddelde op 4,2. De maximumwaarde is 1 archeologienota ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 58 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
met beperkte samenstelling die 76 werkdagen in beslag nam. De meerderheid, namelijk 75% van deze 179 archeologienota’s nam vier werkdagen of minder in beslag. De nota’s nemen gemiddeld het meest tijd in beslag (8,5 werkdagen), mediaan van zes. Dit komt omdat bij een uitgesteld vooronderzoek vaker een tijdsintensiever archeologisch onderzoek met proefsleuven plaatsvindt. Daarom valt op dat er minder nota’s zijn die tussen de 1 tot vijf werkdagen innemen. 25% van de nota’s duurt minder dan vijf dagen. De meeste nemen tussen de vijf en tien werkdagen in beslag. Daarna nemen de aantallen terug fors af. Meer dan 25 werkdagen zijn de uitzonderingen. De maximumwaarde is een nota die 124 werkdagen in beslag nam.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 59 van 89
EVARCH 47: KALENDERDAGEN ARCHEOLOGISCHE OPGRAVING Indicator
Aantal kalenderdagen dat het veldwerk van een archeologische opgraving duurt evarch 47 Jaarlijks Aantal kalenderdagen Query op het archeologieportaal
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Omschrijving Nadat het agentschap Onroerend Erfgoed of de erkende onroerenderfgoedgemeente akte heeft genomen van de archeologienota of nota kan de archeologische opgraving starten, mits de omgevingsvergunning verleend is. De opgraving wordt uitgevoerd na het verlenen van die vergunning maar nog voor het uitvoeren van bouwwerken of verkavelingswerken. De toelating voor de opgraving zit vervat in de aktename van de archeologienota of nota. De erkende archeoloog meldt de aanvang van het onderzoek aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Een omgevingsvergunning heeft een geldigheidstermijn van twee of drie jaar. Deze periode wordt geschorst voor maximaal een jaar waarin de archeologische opgraving kan plaatsvinden. Op die manier wordt vermeden dat de vervaltermijn van de vergunning in het gedrang zou komen door de opgraving. Nadat het veldwerk van de opgraving is afgerond kunnen de werkzaamheden voor bouw of verkaveling aanvatten. De indicator meet de kalenderdagen dat het veldwerk van een archeologische opgraving in beslag neemt. De startdatum is de dag van de melding van de aanvang van het veldwerk door de archeoloog, de einddatum is de dag waarop het veldwerk eindigt. Die datum voert de erkende archeoloog in het Archeologieportaal in bij het indienen van het archeologierapport.
Tabel Minimum 2 dagen
Mediaan 23,5 dagen
Gemiddelde 53,4 dagen
Maximum 280 dagen
Toelichting 75% van de archeologische opgravingen zijn afgerond binnen 58 kalenderdagen, de helft zelfs na minder dan 23 dagen en 25% binnen negen kalenderdagen. Deze cijfers zijn sterk gelijkaardig aan deze van 2018. De tijd in kalenderdagen tussen de datum van aanvang en de einddatum van het veldwerk van een archeologische opgraving bedraagt gemiddeld genomen 53,4 kalenderdagen. Dit verschilt sterk van de mediaan, die 23,5 bedraagt. Het verschil is te wijten aan een groep van archeologische opgravingen die meer dan 58 kalenderdagen innemen, tot uitschieters van een aantal opgravingen die meer dan 250 kalenderdagen duurden. Het gemiddelde wordt dus sterk beĂŻnvloed door een minderheid van opgravingen die veel kalenderdagen in beslag namen. Vermoedelijk zitten hier opgravingen tussen die de archeologen uitvoerden verspreid doorheen de tijd of in verschillende fases. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 60 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 48: WERKDAGEN ARCHEOLOGISCHE OPGRAVING Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal werkdagen, gepresteerd bij het veldwerk van een archeologische opgraving evarch 48 Jaarlijks Aantal werkdagen Query op het archeologieportaal
Omschrijving Nadat het agentschap Onroerend Erfgoed of de erkende onroerenderfgoedgemeente akte heeft genomen van de archeologienota of nota kan de archeologische opgraving starten, mits de omgevingsvergunning verleend is. De opgraving wordt uitgevoerd na het verlenen van die vergunning maar nog voor het uitvoeren van bouwwerken of verkavelingswerken. De toelating voor de opgraving zit vervat in de aktename van de archeologienota of nota. De erkende archeoloog meldt de aanvang van de opgraving aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Een omgevingsvergunning heeft een geldigheidstermijn van twee of drie jaar. Deze periode wordt geschorst voor maximaal een jaar waarin de archeologische opgraving kan worden uitgevoerd. Op die manier wordt vermeden dat de vervaltermijn van de vergunning in het gedrang zou komen door de opgraving. Nadat het veldwerk van de opgraving is afgerond kunnen de werkzaamheden voor bouw of verkaveling worden aangevat. De indicator meet het aantal werkdagen dat een erkende archeoloog heeft besteed aan het uitvoeren van een archeologische opgraving. De archeoloog registreert zelf het aantal werkdagen dat hij heeft gepresteerd bij het veldwerk van een archeologische opgraving in het archeologisch eindverslag. Dit eindverslag wordt ten laatste twee jaar na het beĂŤindigen van de archeologische opgraving ingediend.
Tabel Minimum 1 dag
Mediaan 10 dagen
Gemiddelde 18,1 dagen
Maximum 150 dagen
Toelichting 2019 telde voor het eerst een aanzienlijk aantal eindverslagen (112) waarin het aantal werkdagen van de archeologische opgraving staat vermeld. De mediaan van deze opgravingen bedraagt tien werkdagen, het gemiddelde 18,1. 25% van de opgravingen is afgerond binnen vier werkdagen, 75% binnen de 25 werkdagen. Het is uitzonderlijk dat een opgraving meer dan 40 werkdagen in beslag neemt. Dat is het geval in ongeveer 10% van de opgravingen, met daarbij 1 geval waarbij de opgraving 150 werkdagen in beslag nam. Door het voorlopig relatief lage aantal eindverslagen, kan het zijn dat die nog geen representatief beeld bieden over de tijdsduur van de opgravingen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 61 van 89
EVARCH 51: GOEDGEKEURDE MAATREGELEN VOORONDERZOEK Indicator
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal goedgekeurde maatregelen, verdeeld volgens behoud in situ, behoud ex situ, uitgesteld vooronderzoek, geen maatregelen of een combinatie van maatregelen evarch 51 Jaarlijks Aantal voorgestelde maatregelen geregistreerd door erkende archeologen en goedgekeurd door het agentschap Onroerend Erfgoed Query op archeologieportaal
Omschrijving In de archeologienota geeft de archeoloog aan wat hij concludeert uit het archeologisch vooronderzoek en welke maatregelen er nodig zijn. In dit programma van maatregelen geeft de archeoloog een gemotiveerd advies over het al dan niet moeten nemen van maatregelen voor de omgang met archeologisch erfgoed bij een bodemingreep, beschrijft de aard daarvan en de uitvoeringswijze van deze eventuele maatregelen. De archeoloog kan volgende maatregelen voorstellen: •
•
• •
•
•
Geen verdere maatregelen noodzakelijk. De archeoloog kan dit besluiten wanneer er geen archeologische site of artefacten aanwezig blijken op het onderzoeksterrein, dat de werken geen bedreiging vormen voor eventueel aanwezig archeologisch erfgoed, of dat de site onvoldoende kennispotentieel bevat; Een behoud in situ van de aanwezige archeologische site of artefacten, waarbij de initiatiefnemer de plannen of uitvoeringswijze actief aanpast aan de aanwezige archeologische resten; Een archeologische opgraving met daaraan verbonden een behoud ex situ van de archeologische artefacten en onderzoeksdocumenten; Een uitgesteld vooronderzoek waarbij in de archeologienota is opgenomen hoe het vooronderzoek later uitvoering moet krijgen en de reden waarom het vooronderzoek moet worden uitgesteld tot na het aanvragen van de omgevingsvergunning; Verdere verwerking: wanneer de uitgevoerde onderzoekshandelingen van het vooronderzoek (bijvoorbeeld proefsleuven) reeds een archeologisch ensemble opleveren dat volstaat om het kennispotentieel van de archeologische site te realiseren, zonder bijkomende inzameling van informatie door middel van een opgraving. Enkel het al opgeleverde ensemble hoeft dan verder te worden onderzocht en verwerkt; Een combinatie van maatregelen, bijvoorbeeld deels behoud in situ en een gedeeltelijke opgraving.
De indicator telt jaarlijks het aantal maatregelen die erkende archeologen voorstellen in archeologienota’s en nota’s waar akte van is genomen. Bij de melding van de archeologienota of nota geeft de erkende archeoloog aan of en welke verdere maatregelen noodzakelijk zijn. Noot: Archeologisch erfgoed blijft het beste waar het is, namelijk onder de grond. Het verdrag van Malta schrijft daarom voor om zo veel mogelijk behoud in situ na te streven. Dit om onnodige verstoring van het bodemarchief zoveel mogelijk te vermijden. Daarom beperkt een archeologische opgraving zich tot de zones die door de ingreep in de bodem, de bouwwerken of aanlegwerken effectief worden verstoord. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 62 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel 2016
2017
2018
2019
Behoud in situ
7
5
7
7
Uitgesteld vooronderzoek met ingreep in de bodem
393
1.349
1.159
1.306
Archeologische opgraving
50
139
79
76
Combinatie van maatregelen
9
22
26
17
Geen maatregelen nodig
543
1.605
805
788
Verdere verwerking
Nvt.
4
4
7
Behoud in situ
0
3
11
5
Archeologische opgraving
0
43
123
139
Combinatie van maatregelen
0
1
8
2
Geen maatregelen nodig
4
178
461
564
Verdere verwerking
Nvt.
4
9
16
Archeologienota
Nota
Toelichting Bij de melding van een archeologienota of nota via het Archeologieportaal, registreert de erkende archeoloog zelf of en welke verdere maatregelen noodzakelijk zijn. In de meerderheid van de projecten stelt de archeoloog in de archeologienota of nota dat geen verdere maatregelen noodzakelijk zijn. In 2019 bevatten 788 (36%) archeologienota’s en 564 (78%) nota’s dit voorstel. Een tweede veelvoorkomende maatregel is het uitgesteld vooronderzoek. 1.306 (59%) van alle archeologienota’s waarvan akte werd genomen bevatten deze maatregel. Dit aantal blijft bijzonder hoog en neemt verhoudingsgewijs zelfs toe in vergelijking met de cijfers van 2016, 2017 en 2018. In zeven (0,3%) archeologienota’s en vijf (0,7%) nota’s met aktename stelt de erkende archeoloog een behoud in situ voor. In 76 (3,5%) van de archeologienota’s met aktename en 139 (19%) nota’s concludeert de archeoloog dat een archeologische opgraving noodzakelijk is. In 2019 bevatten zeven archeologienota’s en 16 nota’s als maatregel verdere verwerking. Dit is 0,8% van het totaal. Deze maatregel bestaat pas sinds 1 januari 2017. 19 (0,7%) archeologienota’s en nota’s met aktename bevatten een combinatie van verschillende maatregelen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 63 van 89
EVARCH 52: FINANCIËLE IMPLICATIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
De financiële implicaties van het archeologisch onderzoek en de werking van het archeologisch solidariteitsfonds evarch 52 Jaarlijks Bedrag in euro Query op het archeologieportaal
Omschrijving Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek kost geld. Het uitgangspunt is dat de kosten van het archeologisch vooronderzoek en de archeologische opgraving worden gedragen door de aanvrager van de omgevingsvergunning, de initiatiefnemer. Omdat het Onroerenderfgoeddecreet ervan uitgaat dat het archeologisch vooronderzoek plaatsvindt voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning, kan de aanvrager van de vergunning zich al een beeld vormen van de kostprijs van het archeologisch onderzoek. Op die manier wil de regelgeving vermijden dat pas na vergunning duidelijk is of archeologisch (voor)onderzoek nodig is, wat dit gaat kosten en hoe lang het gaat duren. Zo kan de initiatiefnemer beter rekening houden met het archeologische aspect bij zijn planning en uitvoering, en vermijdt hij vertraging en onverwachte kosten. Deze indicator maakt een onderverdeling tussen verschillende uitgavenposten: •
• • •
•
De totale kost voor de opmaak van archeologienota’s. De opmaak van een archeologienota gebeurt door een erkende archeoloog, de kosten zijn voor de aanvrager van de omgevingsvergunning, in navolging van het verstoordersprincipe uit het Verdrag van Malta; De totale kost voor de opmaak van nota’s. Een nota wordt opgemaakt door een erkende archeoloog, de kosten zijn voor de aanvrager van de omgevingsvergunning; De totale kost van archeologisch onderzoek na een toevalsvondst. De Vlaamse overheid draagt de kosten voor archeologisch onderzoek na een toevalsvondst; Het totale bedrag voor schadevergoedingsplicht bij toevalsvondsten. De zakelijkrechthouder kan een schadevergoeding vorderen voor schade ten gevolge van verplichtingen die verbonden zijn aan het voor onderzoek bewaren van een toevalsvondst. De vergoeding wordt berekend op basis van de aangetoonde schade die is ontstaan vanaf de eenendertigste dag na de aangifte van de toevalsvondst bij het agentschap Onroerend Erfgoed; Het totale bedrag voor subsidiëring van archeologische solidariteitsfondsen. Een erkende archeologisch solidariteitsfonds ontvangt van de Vlaamse overheid een toelage voor zijn werking, naast de bijdragen van de leden van het fonds. In deze indicator wordt het totale bedrag van de subsidiëring in de vorm van toelagen aan deze fondsen in rekening gebracht.
De indicator maakt per jaar een schatting van de financiële gevolgen van archeologisch onderzoek in Vlaanderen. Daarbij wordt een onderverdeling gemaakt tussen een aantal uitgavenposten waarvan de kostprijs bekend is.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 64 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Archeologisch onderzoek
Bedrag (euro)
2016 Archeologienota’s
€ 3.220.247
Nota’s
€ 35.800
Onderzoek na toevalsvondst
€ 179.650
Bedrag schadevergoeding na toevalsvondst
€0
Toelage archeologisch solidariteitsfonds
€0
2017 Archeologienota’s
€ 10.082.213
Nota’s
€ 1.529.634
Onderzoek na toevalsvondst
€ 228.154
Bedrag schadevergoeding na toevalsvondst
€0
Toelage archeologisch solidariteitsfonds
€0
2018 Archeologienota’s
€ 6.302.866
Nota’s
€ 4.550.390
Onderzoek na toevalsvondst
€ 691.188
Bedrag schadevergoeding na toevalsvondst
€0
Toelage archeologisch solidariteitsfonds
€0
2019 Archeologienota’s
€ 6.148.004
Nota’s
€ 5.135.583
Onderzoek na toevalsvondst
€ 862.023
Bedrag schadevergoeding na toevalsvondst
€0
Toelage archeologisch solidariteitsfonds
€0
Toelichting De prijs van archeologisch vooronderzoek (voor het opmaken van archeologienota’s en nota’s) bedraagt in het jaar 2019 in totaal 11.283.587 euro. De aanvrager van een omgevingsvergunning, zoals een private ontwikkelaar, een overheidsinstelling, … betaalt deze kosten. Deze kosten liggen in absoluut bedrag hoger dan in 2018 (10.853.256 euro). Het bedrag dat de erkende archeologen aanrekenden voor de opmaak van de archeologienota’s ligt in 2019 iets lager dan het bedrag van 2018, terwijl het aantal dossiers toenam met bijna 6%. De stijging in kost ligt dus verhoudingsgewijs licht lager dan de toename in aantal. In 2019 namen overheden akte van 726 nota’s. Dat is nog eens een stijging tegenover 2018 en 2017, deze keer met 16%. Qua bedrag is er een toename van 4.550.390 euro naar 5.135.583 euro. Dat is
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 65 van 89
een stijging van 12%. De stijging in kost ligt dus verhoudingsgewijs licht lager dan de toename in aantal. Het is onduidelijk op welke manier erkende archeologen rapporteren over de prijzen voor archeologisch vooronderzoek. Zo is het onbekend of de prijzen van de nota’s ook de prijzen bevatten van de archeologienota die eraan gekoppeld is, of dat ze die alleen als prijs bij die archeologienota invoerden. Het is dus niet altijd zeker dat de prijs van de nota effectief alleen de extra meerkost is van het onderzoek dat uitgesteld wordt uitgevoerd, zoals de bedoeling is. Uit andere analyses voor het jaar 2018 blijkt dit echter over het algemeen wel het geval te zijn. Een tweede kostengroep omvat bedragen die de Vlaamse overheid voor haar rekening neemt. In 2019 besteedde het agentschap Onroerend Erfgoed 862.023 euro voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek na een toevalsvondst. In totaal voerde het agentschap 17 archeologische onderzoeken uit in dit kader. In 2019 vroeg niemand een schadevergoeding aan na een toevalsvondst. Aangezien er in 2019 nog geen erkende archeologisch solidariteitsfonds was, legde het agentschap geen bedrag vast voor de subsidiÍring ervan. Bedragen van archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen zijn onbekend. Het is de initiatiefnemer van dit onderzoek, bijvoorbeeld een universiteit, die deze kosten op zich neemt. Zij hoeven deze bedragen niet mee te geven. Daarmee komt de totale gekende kost voor vooronderzoek en toevalsvondsten op 12.145.610 euro. Doordat eindverslagen nog niet in voldoende aantal voorhanden zijn, kan de kost van de opgravingen nog niet opgenomen worden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 66 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 53: BUITENSPORIGE OPGRAVINGSKOSTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal toegekende premies voor buitensporige opgravingskosten evarch 53 Jaarlijks Aantal toegekende premies Registratie team premies
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet introduceert een premie voor buitensporige opgravingskosten om deels de directe kosten te compenseren van een archeologische opgraving zoals opgenomen in een archeologienota of nota waarvan akte is genomen. Een premie voor buitensporige opgravingskosten wordt enkel toegekend aan: • •
Natuurlijke personen; Kleinschalige ondernemingen of verenigingen: ondernemingen of verenigingen die minder dan tien personen tewerkstellen en die een jaarlijkse omzet van minder dan vijf miljoen euro hebben.
De indicator meet op het einde van elk jaar het aantal toegekende premies voor buitensporige opgravingskosten.
Tabel Jaar
Aantal toegekende premies
2016
0
2017
0
2018
5
2019
3
Toelichting In 2019 kende het agentschap Onroerend Erfgoed drie premies toe voor buitensporige opgravingskosten in het kader van archeologische opgravingen. Dat zijn er twee minder dan het jaar voordien.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 67 van 89
EVARCH 54: BEDRAG BUITENSPORIGE OPGRAVINGSKOSTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Bedrag, vastgelegd voor premies buitensporige opgravingskosten evarch 54 Jaarlijks Bedrag in euro Query in Orafin
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet introduceert een premie voor buitensporige opgravingskosten om deels de directe kosten te compenseren van een archeologische opgraving zoals opgenomen in een archeologienota of nota waarvan akte is genomen. De indicator meet per jaar het totale bedrag vastgelegd voor premies voor buitensporige opgravingskosten. De berekening van een premie voor buitensporige opgravingskosten gebeurt forfaitair. De formule daarvoor is vastgelegd in een ministerieel besluit: {[12123 + (a * 353,1) + (b * 3296,5) + (c * 37) + (d * 56,9) - (e * 921) - (f) - (g) - (h) ] - 1500} * 0,80 • • • • • • • • • • •
De forfaitaire basiskosten voor de berekening van de premie bedragen 12.123 euro; a = Het aantal mensdagen dat tijdens de opgraving is gepresteerd, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, met factor 353,1; b = Het aantal complexe spoorcombinaties dat werd opgegraven, met factor 3.296,5 euro; c = Het aantal antropogene spoorcombinaties dat werd opgegraven, met factor 37 euro; d = Het aantal natuurlijke spoorcombinaties en verstoringen dat werd opgegraven, met factor 56,9 euro; e = Het aantal archeologische structuren, met factor - 921 euro; f = Het gegeven dat het een site zonder complexe verticale stratigrafie betreft, met factor -339,8; g = Het gegeven dat de opgraving is uitgevoerd als een werfbegeleiding, met factor 6.284,3; h = Het gegeven dat geen bemaling werd toegepast voor de opgraving, met factor 4.326,3; De franchise, of de niet-betoelaagbare eerste schijf van de kosten van de verplicht uit te voeren archeologische opgraving, bij de premie bedraagt 1500 euro; Van de forfaitair bepaalde kostprijs wordt 80% uitbetaald als premie.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 68 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Jaar
Totaal toegekend bedrag
2016
€0
2017
€0
2018
€ 34.664
2019
€ 72.725
Toelichting In 2019 legde het agentschap Onroerend Erfgoed 72.725 euro vast voor premies buitensporige opgravingskosten. Dat is iets meer dan een verdubbeling tegenover 2018. Het is belangrijk te beseffen dat het premiepercentage in 2019 verdubbelde van 40% naar 80% van de forfaitair bepaalde kosten. Een hoger uitgekeerd premiebedrag staat dus niet gelijk aan een stijging van de achterliggende opgravingskost.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 69 van 89
EVARCH 55: KOSTPRIJS ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK NA TOEVALSVONDST Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
De totale kostprijs van archeologisch onderzoek, uitgevoerd door het agentschap Onroerend Erfgoed, na een toevalsvondst evarch 55 Jaarlijks Bedrag in euro Registratie personeels- en werkingskosten
Omschrijving Het Vlaamse Gewest draagt alle kosten die verbonden zijn aan een onderzoek na een toevalsvondst. Het agentschap Onroerend Erfgoed is erkend als archeoloog van rechtswege specifiek om archeologische onderzoeken die het gevolg zijn van een toevalsvondst uit te voeren. Het agentschap kan ook beslissen om een opgraving na een toevalsvondst deels uit te besteden aan andere erkende archeologen of archeologische bedrijven. De eindverantwoordelijkheid blijft dan bij het agentschap liggen. De kostprijs wordt bepaald aan de hand van drie groepen van uitgavenposten: • De kostprijs van personeel omvat de prijs voor een senior archeoloog en ander personeel zoals een landmeter of technisch assistent; • De werkingskosten omvatten uitgaven voor de aanschaf van technisch materiaal, software, verplaatsingskosten, enz; • De kosten voor uitbestedingen worden bepaald door de raamcontracten die het agentschap afsluit met erkende archeologen (archeologische bureaus) of bedrijven om ondersteuning te bieden bij het onderzoek van een toevalsvondst. De indicator meet per jaar de totale kostprijs in euro van archeologisch onderzoek, uitgevoerd door het agentschap na een toevalsvondst. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen diverse uitgavenposten.
Tabel 2016
2017
2018
2019
Kost personeel
€ 134.500
€ 167.449
€ 487.257
€ 382.998
Kost werking
€ 35.150
€ 12.200
€ 57.216
€ 15.655
Kost uitbesteding
€ 10.000
€ 48.505
€ 146.715
€ 463.370
Totaal
€ 179.650
€ 228.154
€ 691.188
€ 862.023
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 70 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Toelichting In 2019 hebben 17 toevalsvondsten aanleiding gegeven tot een interventie op het terrein door het agentschap Onroerend Erfgoed of in opdracht en onder toezicht van het agentschap Onroerend Erfgoed. De kostprijs van deze onderzoeken berekenen we als volgt: -
Personeel op het terrein: een senior archeoloog gedurende elf maanden, een technisch assistent gedurende negen maanden en een landmeter gedurende 2,5 maanden. Kostprijs: € 110.199 euro, waarvan € 91.833 loonkost en 20% overhead (administratie, opvolging, aansturing, enz);
-
Rapportering: een senior archeoloog gedurende 52 maanden. Kostprijs: €272.799, waarvan € 227.333 loonkost en 20% overhead (communicatie, vormgeving, administratie, enz);
-
Uitbesteding: kostprijs: € 463.370 euro, in 2019 betaalde facturen voor raamcontract met vijf archeologische bedrijven voor de ondersteuning van uitvoeren onderzoek toevalsvondsten en voor het uitbesteden van specifieke onderzoeken voor toevalsvondsten waarvoor geen expertise beschikbaar is intern in het agentschap zoals antropologie en WOI-relicten (aparte raamovereenkomst WOI). In dit bedrag zijn ook de kosten begrepen van het huren van werfketen, toiletten, graafmachines, enz.
-
Werking: beperkt tot kleine aankopen en radiokoolstof- analyses voor onderzoek toevalsvondsten. Kostprijs: € 15.655.
De totale kost van archeologisch onderzoek, uitgevoerd door het agentschap na een toevalsvondst bedraagt in 2019 € 862.023. De kosten in 2019 zijn in belangrijke mate in verband te brengen met 1 toevalsvondst uit eind 2018 waarvan het onderzoek nog in aanzienlijke mate is doorgegaan in 2019. Het betreft een site van een middeleeuwse leprozerie die uit de geschreven bronnen goed gekend is en die net buiten de middeleeuwse stad van Ieper ligt (niet binnen de vastgestelde archeologische zone historische stadskern van Ieper). Het aantal toevalsvondsten dat aanleiding heeft gegeven tot een interventie op het terrein door of voor het agentschap is duidelijk gezakt. Dat vertaalt zich o.a. in een daling van het aantal uren op het terrein van de archeologen van het agentschap. Dat zich dat niet vertaalt in een daling van de globale kosten heeft enkel te maken met het uitzonderlijk dossier van Ieper-Sint-Jan zoals hierboven aangegeven. Zonder de kosten van Ieper-Sint-Jan zou de kost van de toevalsvondsten voor 2019 ongeveer 100.000 euro lager liggen dan de kosten voor 2018.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 71 van 89
EVARCH 56: BEDRAG SCHADEVERGOEDINGSPLICHT TOEVALSVONDSTEN Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Het totale bedrag vastgelegd voor schadevergoedingsplicht bij toevalsvondsten evarch 56 Jaarlijks Bedrag in euro Query in Orafin
Omschrijving De vinder van een toevalsvondst is verplicht die te melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed en ze tijdelijk ongemoeid te laten. Gedurende een initiële periode van tien dagen na de melding van de toevalsvondst doet het agentschap Onroerend Erfgoed de nodige vaststellingen en onderzoekt het de potentiële erfgoedwaarde van de vondst. Waar nodig gebeurt dit in de vorm van een opgraving. Het agentschap kan deze termijn inkorten, wanneer geen verder onderzoek nodig is of het onderzoek beëindigd is, of deze termijn verlengen, wanneer meer tijd nodig blijkt voor het onderzoek. De vinder, zakelijkrechthouder of gebruiker van de toevalsvondst moet voldoen aan een aantal verplichtingen inzake de archeologische artefacten en de vindplaats: • • •
Ze in onveranderde toestand bewaren; ze beschermen tegen beschadiging en vernietiging; ze toegankelijk maken voor onderzoek door het agentschap.
De kosten die voortvloeien uit deze verplichtingen zijn voor rekening van de eigenaar of zakelijkrechthouder van de toevalsvondst. Toch kan deze persoon een schadevergoeding vorderen wanneer de schade voortvloeit uit de verlenging van de termijn van tien dagen voor zover de totale termijn 30 dagen overschrijdt. De eigenaar of zakelijkrechthouder legt een raming van de kosten voor aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Het agentschap beslist over de toekenning van de schadevergoeding. De indicator meet het bedrag dat het agentschap Onroerend Erfgoed jaarlijks toekent voor het betalen van schadevergoedingen om te voldoen aan de schadevergoedingsplicht bij toevalsvondsten.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 72 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Jaar
Bedrag in euro voor schadevergoedingen bij toevalsvondsten
2016
€0
2017
€0
2018
€0
2019
€0
Toelichting Bij geen van de toevalsvondsten nam het onderzoek meer dan 30 dagen in beslag.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 73 van 89
EVARCH 57: ARCHEOLOGISCHE SOLIDARITEITSFONDSEN Indicator
Het aantal en de evolutie van erkende archeologische solidariteitsfondsen evarch 57 Jaarlijks Telling van erkenningen Query Belgisch Staatsblad
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet maakt het mogelijk om een archeologisch solidariteitsfonds op te richten en te erkennen. Archeologische solidariteitsfondsen vergoeden hun leden, mits betaling van een bijdrage, voor een deel van de kosten van alle archeologische opgravingen waartoe zij verplicht worden. Het is een soort van georganiseerde solidariteit tussen de leden van het fonds, bijvoorbeeld publieke of private bouwheren, die door hun bouwactiviteiten een grotere kans hebben om te worden geconfronteerd met archeologische verplichtingen en de daaraan verbonden kosten. De indicator telt jaarlijks het aantal erkende archeologische solidariteitsfondsen. Een archeologisch solidariteitsfonds is pas erkend wanneer deze erkenning wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Tabel Jaar
Aantal archeologische solidariteitsfondsen
2015
0
2016
0
2017
0
2018
0
2019
0
Toelichting Er zijn geen archeologische solidariteitsfondsen opgericht.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 74 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 58: BEDRAG VOOR SUBSIDIËRING ARCHEOLOGISCHE SOLIDARITEITSFONDSEN Indicator
Het totale bedrag vastgelegd voor subsidiëring van archeologische solidariteitsfondsen evarch 58 Jaarlijks Bedrag in euro Query in Orafin
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Omschrijving Het Onroerenderfgoeddecreet maakt het mogelijk om een archeologisch solidariteitsfonds op te richten en te erkennen. Archeologische solidariteitsfondsen vergoeden hun leden, mits betaling van een bijdrage, voor een deel van de kosten van alle archeologische opgravingen waartoe zij verplicht worden. Het is een soort van georganiseerde solidariteit tussen de leden van het fonds, bijvoorbeeld publieke of private bouwheren, die door hun bouwactiviteiten een grotere kans hebben om te worden geconfronteerd met archeologische verplichtingen en de daaraan verbonden kosten. Een archeologisch solidariteitsfonds kan een toelage ontvangen voor de werking van het fonds. De jaarlijkse basistoelage bedraagt minstens 50.000 euro maar dit kan oplopen, afhankelijk van het aantal leden aangesloten bij het solidariteitsfonds, het aantal uitgekeerde vergoedingen en het aantal activiteiten voor de begeleiding van de leden bij de uitvoering van het archeologiehoofdstuk van het Onroerenderfgoeddecreet. De indicator meet het bedrag in euro dat geregistreerd staat in de boekhouding van het agentschap Onroerend Erfgoed voor het subsidiëren van archeologische solidariteitsfondsen.
Tabel Jaar
Bedrag toelage archeologische solidariteitsfondsen
2016
€0
2017
€0
2018
€0
2019
€0
Toelichting Er zijn geen archeologische solidariteitsfondsen opgericht.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 75 van 89
EVARCH 59: ARCHEOLOGIENOTA’S BEPERKTE SAMENSTELLING Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal archeologienota’s met beperkte samenstelling evarch 59 Jaarlijks Aantal archeologienota’s Query databank archeologie
Omschrijving Een erkende archeoloog kan in bepaalde gevallen beslissen een archeologienota met beperkte samenstelling op te maken. Dit is mogelijk wanneer op basis van de confrontatie tussen de geplande werken en een beperkt aantal doorslaggevende aspecten uit het landschappelijk, historisch of archeologisch luik van het bureauonderzoek evident is dat geen verdere maatregelen nodig zijn. Dit kan omdat er geen archeologisch erfgoed aanwezig is, de werken geen verstoring betekenen voor het aanwezige erfgoed, of er geen kenniswinst valt te boeken bij een opgraving van het terrein. In dergelijke gevallen zijn er geen bijkomende maatregelen meer nodig waardoor de rapportering van het archeologisch onderzoek (steeds beperkt tot een bureauonderzoek) veel beperkter kan. Dit concept werd geïntroduceerd in de herziene uitgave van de Code van Goede Praktijk van 2017. De indicator meet per jaar het aantal gemelde archeologienota’s met beperkte samenstelling. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naargelang de beslissing: • • •
Aktename (inclusief stilzwijgende aktename) Geen aktename Aktename met voorwaarden
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 76 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Tabel Jaar
Beslissing
Aantal archeologienota’s
Bekrachtiging
268
Bekrachtiging met voorwaarden
1
Stilzwijgende bekrachtiging
0
Weigering
90
Bekrachtiging
174
Bekrachtiging met voorwaarden
0
Stilzwijgende bekrachtiging
5
Weigering
33
Aktename
169
Aktename met voorwaarden
0
Geen aktename
16
2017
2018
2019
Toelichting In 2019 dienden erkende archeologen 185 archeologienota’s met beperkte samenstelling in. Op 169 archeologienota’s (91%) volgde een aktename. De behandelende overheid koppelde geen voorwaarden aan gemelde archeologienota’s met beperkte samenstelling. In vergelijking met 2018 en 2017 daalde het aantal gemelde archeologienota’s met beperkte samenstelling van 359 in 2017 tot 212 in 2018 tegenover 185 in 2019. De daling in absolute cijfers van het aantal gemelde archeologienota’s met beperkte samenstelling is te wijten aan het afgenomen aantal gevallen waar geen aktename gebeurde (en dus hernieuwde meldingen). Het aantal aktenames van 2019 ligt ongeveer even hoog als het aantal bekrachtigingen in 2018. Door het gestegen totale volume aan archeologienota’s met aktename, daalt het aandeel met beperkte samenstelling wel van 8,6% naar 7,7%.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 77 van 89
EVARCH 60: REDENEN BEPERKTE SAMENSTELLING Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal redenen gegeven bij archeologienota’s met beperkte samenstelling waarvan akte is genomen evarch 60 Jaarlijks Aantal redenen Query Archeologieportaal
Omschrijving Een archeologienota met beperkte samenstelling is van toepassing indien de confrontatie tussen de toekomstige werken en een beperkt aantal doorslaggevende aspecten uit de beschrijving van de landschappelijke ligging van het onderzochte gebied, de historische beschrijving, of de bespreking van het onderzochte gebied in zijn archeologisch kader aantoont dat: 1. 2. 3.
Er met hoge waarschijnlijkheid geen archeologisch erfgoed aanwezig is op het onderzochte terrein; De toekomstige werken met hoge waarschijnlijkheid geen verstoring zullen veroorzaken aan het eventueel aanwezige archeologische erfgoed; Verder onderzoek van het terrein in het kader van de toekomstige werken met hoge waarschijnlijkheid niet zou leiden tot nuttige kenniswinst.
De indicator meet op het einde van elk jaar het aantal archeologienota’s met beperkte samenstelling waar akte van genomen is, onderverdeeld naargelang de reden waarom voor de optie beperkte samenstelling wordt gekozen.
Tabel Reden beperkte samenstelling (Code van Goede Praktijk)
2017
2018
2019
Geen archeologisch erfgoed aanwezig
41
41
30
Geen impact op het aanwezige archeologisch erfgoed
61
34
43
Geen kenniswinst
112
80
65
Combinatie van redenen
55
24
31
Toelichting De reden ‘geen kenniswinst’ komt in totaal in 56% van de gevallen voor (als enige reden of in combinatie met andere redenen). In ongeveer de helft van de archeologienota’s beperkte samenstelling geeft de erkende archeoloog als reden aan dat er geen verdere kennis te winnen valt uit het terrein. Deze maatregel komt als enige voor in 38% van de archeologienota’s beperkte samenstelling. Daar komt nog 18% bij van archeologienota’s waar ‘geen kenniswinst’ als reden in combinatie met andere redenen voorkomt.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 78 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
In 25% van de gevallen geeft de archeoloog als reden dat de werkzaamheden door hun aard met hoge waarschijnlijkheid geen verstoring zullen veroorzaken aan het eventueel aanwezige archeologisch erfgoed. Deze reden komt in totaal in 34% van de gevallen voor. In 18% van de gevallen kan de archeoloog reeds met hoge waarschijnlijkheid aantonen dat er geen archeologisch erfgoed op het onderzochte terrein aanwezig is. Deze reden komt in totaal in 29% van de gevallen voor. In 31 dossiers (of 18%) motiveerde de archeoloog de beperkte samenstelling vanuit een combinatie van twee of drie van de mogelijke criteria uit de Code van Goede Praktijk. 30 van de 31 archeologienota’s met een combinatie van redenen namen ‘geen kenniswinst’ op als één van die redenen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 79 van 89
EVARCH 61: VASTGESTELDE INVENTARIS ARCHEOLOGISCHE ZONES Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Aantal goederen opgenomen in de vastgestelde inventaris voor archeologische zones evarch 61 Jaarlijks Aantal vastgestelde archeologische zones Query op beschermingsdatabank
Omschrijving Op basis van de wetenschappelijke inventarissen kunnen onroerende goederen worden vastgesteld. Dit kan wanneer het goed ĂŠĂŠn of meerdere erfgoedwaarden bezit en voldoende goed is bewaard. Voor het vaststellen van een inventaris ontwikkelde het agentschap een inventarismethodologie. De minister kan vijf inventarissen geheel of gedeeltelijk vaststellen. In deze indicator gaat het enkel over de inventaris van archeologische zones. De inventaris van archeologische zones is bedoeld als instrument voor de zorg van het in situ bewaard gebleven archeologisch erfgoed. Voorafgaand aan de vaststelling van een inventaris wordt een openbaar onderzoek georganiseerd waar iedereen opmerkingen kan formuleren of bezwaren indienen over feitelijkheden. Na afloop hiervan kan de inventaris worden vastgesteld. Goederen opgenomen in een vastgestelde inventaris krijgen een juridisch statuut. De indicator telt op het einde van elk jaar het aantal onroerende goederen die in dat jaar zijn opgenomen in de vastgestelde inventaris voor archeologische zones en het totaal aantal goederen die op het einde van dat jaar in deze vastgestelde inventaris staan.
Tabel Jaar
Status
Aantal goederen vastgestelde inventaris archeologische zones
2015
Geschrapt
0
2015
Nieuw
0
2016
Geschrapt
0
2016
Nieuw
58
2017
Geschrapt
1
2017
Nieuw
1
2018
Geschrapt
0
2018
Nieuw
12
2019
Geschrapt
0
2019
Nieuw
0
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 80 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Toelichting Op 31 december 2019 telde Vlaanderen 70 vastgestelde archeologische zones. Er kwamen in 2019 geen nieuwe vaststellingen bij, noch schrapte de minister er. In 2018 stelde de minister nog 12 archeologische zones vast. Dit kaderde in het vaststellen van prehistorische sitecomplexen in alluviale context en bandkeramische sites.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 81 van 89
EVARCH 62: OPPERVLAKTE VASTGESTELDE INVENTARIS ARCHEOLOGISCHE ZONES Indicator
Oppervlakte goederen opgenomen in de vastgestelde inventaris voor archeologische zones evarch 62 Jaarlijks Oppervlakte in hectare Berekening met behulp van GIS
Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Omschrijving Op basis van de wetenschappelijke inventarissen kunnen onroerende goederen worden vastgesteld. Dit kan wanneer het goed ĂŠĂŠn of meerdere erfgoedwaarden bezit en voldoende goed is bewaard. Voor het vaststellen van een inventaris ontwikkelde het agentschap een inventarismethodologie. De minister kan vijf inventarissen geheel of gedeeltelijk vaststellen. In deze indicator gaat het enkel over de inventaris van archeologische zones. De inventaris van archeologische zones is bedoeld als instrument voor de zorg van het in situ bewaard gebleven archeologisch erfgoed. Voorafgaand aan de vaststelling van een inventaris wordt een openbaar onderzoek georganiseerd waar iedereen opmerkingen kan formuleren of bezwaren indienen over feitelijkheden. Na afloop hiervan kan de inventaris worden vastgesteld. Goederen opgenomen in een vastgestelde inventaris krijgen een juridisch statuut. De indicator berekent op het einde van elk jaar de oppervlakte van onroerende goederen die in dat jaar zijn opgenomen in de vastgestelde inventaris voor archeologische zones en de totale oppervlakte van alle goederen die op het einde van dat jaar in deze vastgestelde inventaris zijn opgenomen.
Tabel Jaar
Oppervlakte (in hectare)
2015
0 ha
2016
6.207 ha
2017
6.209 ha
2018
9.535 ha
2019
9.535 ha
Toelichting In 2019 stelde de minister geen archeologische zones vast en schrapte er ook geen. De totale oppervlakte van vastgestelde archeologische zones blijft daarom dezelfde als 2018 met 9.535 hectare. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 82 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
EVARCH 63: OPPERVLAKTE BESCHERMDE ARCHEOLOGISCHE SITES Indicator Indicatornummer Frequentie Meeteenheid Meetmethode
Oppervlakte definitief beschermde archeologische sites evarch 63 Jaarlijks Oppervlakte in hectare Berekening met behulp van GIS
Omschrijving De indicator meet de totale oppervlakte van alle definitief beschermde archeologische sites. Verder wordt ook de evolutie van de oppervlakte doorheen de tijd gemeten.
Tabel Jaar
Totale oppervlakte (in hectare)
2015
696,8 ha
2016
730,7 ha
2017
1.093,7 ha
2018
1.142,4 ha
2019
1.180,8 ha
Toelichting In 2019 beschermde de minister bevoegd voor onroerend erfgoed 2 nieuwe archeologische sites. Dat zorgde voor een toename van 38,5 hectare tot een totaal van 1.181 hectare oppervlakte die beschermd is als archeologische site. Dat is 0,1% van het oppervlak van Vlaanderen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 83 van 89
GLOSSARIUM Actiefbehoudsbeginsel Voor alle beschermd onroerend erfgoed alsook niet beschermde archeologische ensembles geldt voor zakelijkrechthouders en gebruikers de verplichting om de nodige werkzaamheden voor instandhouding, beveiliging, beheer, herstelling en onderhoud uit te voeren om het onroerende goed in een goede staat te behouden. Archeoloog Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die archeologisch vooronderzoek of archeologische opgravingen uitvoert. De Vlaamse regering kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon erkennen als archeoloog wanneer deze voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Er bestaan 2 types van erkenning als archeoloog: • Archeoloog type 1: mag alle vormen van vooronderzoek (zowel zonder als met ingreep in de bodem) en archeologische opgravingen uitvoeren; • Archeoloog type 2: mag enkel archeologisch vooronderzoek zonder ingreep in de bodem uitvoeren. Archeoloog van rechtswege Personen of instellingen die volgens het geldende recht de erkenningsprocedure niet moeten doorlopen maar via het Onroerenderfgoeddecreet of -besluit van rechtswege erkend zijn als archeoloog. Deze instellingen of personen moeten wel voldoen aan de voorwaarden die in het decreet zijn opgenomen om erkend te worden. • •
Het agentschap Onroerend Erfgoed is erkend als archeoloog type 1 omdat het decretaal verplicht is om meldingen van een toevalsvondst te onderzoeken; Universiteiten zijn van rechtswege erkend als archeoloog type 1 voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen en onderzoek in het kader van vergunningsplichtige ingrepen in beschermde archeologie sites.
Archeologiedecreet Decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium. Decreet dat de bescherming, het behoud, de instandhouding, het herstel en het beheer van archeologisch patrimonium, alsmede de organisatie en de reglementering van de archeologische opgravingen regelde. Het Onroerenderfgoeddecreet vervangt het Archeologiedecreet sinds april 2016. Archeologienota Document, opgemaakt op basis van een archeologisch vooronderzoek, dat administratieve gegevens bevat, een verslag over de resultaten van het vooronderzoek, een voorstel van beslissing en een plan van aanpak voor de maatregelen die daaruit volgen. Een archeologienota wordt gemeld door een erkende archeoloog. Archeologieportaal Digitaal loket van het agentschap Onroerend Erfgoed voor erkende archeologen voor: • het aanvragen van toelatingen voor vooronderzoek met ingreep in de bodem; • het melden van archeologienota’s en nota’s;
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 84 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
• • •
het aanvragen van toelatingen voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen; het melden van de aanvang van archeologisch onderzoek; Het indienen van archeologierapporten en eindverslagen.
Archeologierapport Document, opgemaakt op basis van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een archeologische opgraving, met administratieve gegevens, een voorlopig verslag van de werkzaamheden en resultaten, en een aanpak voor het verdere onderzoek. Archeologisch artefact Een roerend goed dat van algemeen belang is vanwege de archeologische erfgoedwaarde. Archeologisch ensemble Het geheel van archeologische artefacten en onderzoeksdocumenten afkomstig van een archeologisch onderzoek. Archeologisch onderzoek Het gebruik van technieken en methoden waarmee archeologische sites, archeologische zones of delen ervan worden opgespoord en onderzocht met inbegrip van archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen. Archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen Elke vorm van archeologisch onderzoek dat geen gevolg is van een toevalsvondst of een verplichting in het kader van een vergunningsplichtige ingreep in de bodem. Als het een vorm van onderzoek met ingreep in de bodem is, is het voorbehouden aan erkende archeologen en gebonden aan een toelating vanwege het agentschap Onroerend Erfgoed. Archeologisch solidariteitsfonds Een vereniging zonder winstoogmerk, die zijn leden een vergoeding kan geven om een deel van de kosten te compenseren die gepaard gaan met archeologische opgravingen. Leden van een archeologisch solidariteitsfonds betalen een bijdrage afhankelijk van de mate waarin ze als initiatiefnemer of als aannemer van diensten of werken voor rekening van derden activiteiten uitvoeren die gepaard gaan met bodemingrepen. Archeologische site Een onroerend goed dat ondergronds, aan de oppervlakte of onder water aanwezig is, met inbegrip van de archeologische artefacten die er integrerend deel van uitmaken, van algemeen belang wegens de archeologische erfgoedwaarde. Archeologische zone Zone waar op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kan worden dat ze met hoge waarschijnlijkheid archeologische waarde heeft. Behoud ex situ Situatie waarbij een archeologische site wordt onderzocht, waardoor de aanwezige fysieke resten worden verwijderd en de informatie wordt omgezet in een archeologisch ensemble, dat elders ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 85 van 89
bewaard wordt. Bij behoud ex situ worden de materiële archeologische resten omgezet in kenniswinst. Behoud in situ Situatie waarin een archeologische site voor de toekomst materieel bewaard blijft op de plaats waar ze zich bevindt, door ze minstens te vrijwaren van bodemingrepen die schade toebrengen. De vondst of site wordt hoogstens geregistreerd maar niet opgegraven: de materiële resten blijven aanwezig op de plaats waar ze in het verleden tot stand kwamen. Bodemingreep Elke wijziging van de eigenschappen van de ondergrond door verwijdering of toevoeging van materie, verhoging of verlaging van de grondwatertafel, of samendrukken van de materialen waaruit de ondergrond bestaat. Code van Goede Praktijk Code van goede praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren. Geschreven en publiek toegankelijke regels met betrekking tot de uitvoering van en de rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en met betrekking tot het gebruik van metaaldetectoren, op basis van de bij de betrokken beroepscategorieën algemeen aanvaarde regels van goed vakmanschap. Eindverslag Document, opgemaakt op basis van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een archeologische opgraving, met administratieve gegevens en een definitief verslag van de resultaten. GGA Gebieden waar Geen Archeologie te verwachten valt. Gebieden waar op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kan worden dat ze met hoge waarschijnlijkheid geen archeologische waarde bevatten. Wanneer het gebied waar iemand een stedenbouwkundige handeling wil stellen volledig is opgenomen op de GGA kaart hoeft er geen archeologisch vooronderzoek meer te gebeuren en hoeven geen archeologische maatregelen te worden genomen wanneer er een bodemingreep zou plaatsvinden. Intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst Een intergemeentelijke dienst die ter uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet met betrekking tot het onroerend erfgoed beleidsuitvoerende taken opneemt. Een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) ondersteunt de aangesloten gemeentebesturen zowel bij hun beleid als bij het uitvoeren van andere taken die uit het Onroerenderfgoeddecreet voortvloeien. Inventaris Een overzicht van onroerende goederen en gehelen van onroerende goederen met erfgoedwaarde. Inventarismethodologie Deze methodologie beschrijft de erfgoedwaarde en bevat een afwegingskader dat kan worden gehanteerd om het onroerend erfgoed te waarderen. Minimale selectiecriteria zijn onder meer zeldzaamheid, herkenbaarheid, representativiteit, ensemblewaarde en contextwaarde. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 86 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Metaaldetector Toestel voor het opsporen van voorwerpen met een metalen component of voor het onttrekken van voorwerpen met een metalen component uit hun vondstlocatie door middel van hun al dan niet permanente magnetische eigenschappen. Metaaldetectorist Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die met behulp van een metaaldetector archeologische artefacten of archeologische sites opspoort. Nota Document, opgemaakt op basis van een archeologisch vooronderzoek dat is uitgevoerd na het bekomen van de omgevingsvergunning, met administratieve gegevens, een verslag met de resultaten van het onderzoek, een voorstel van beslissing en een plan van aanpak voor de maatregelen die daaruit volgen. De nota wordt gemaakt op basis van een uitgesteld vooronderzoek en wordt gemeld door een erkende archeoloog. Omgevingsvergunning Wordt in het Decreet betreffende de omgevingsvergunning gedefinieerd als ‘de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid houdende toelating voor een vergunningsplichtig project’. De omgevingsvergunning integreert de stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning en milieuvergunning in één vergunning. De geïntegreerde vergunningsprocedure is van toepassing op: • • •
vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen; verkavelen van gronden; vergunningsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten van eerste of tweede klasse zoals opgenomen in het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid.
Onroerenderfgoeddecreet Decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013 dat het beschermde en nietbeschermde onroerend erfgoed in Vlaanderen wettelijk regelt. Onroerenderfgoeddepot Een bewaarplaats met een onderzoeksruimte waar in gecontroleerde omstandigheden archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, worden bewaard en beheerd. Een onroerenderfgoeddepot kan dienen als tijdelijke of permanente bewaarplaats voor elk archeologisch artefact dat in het Vlaamse Gewest werd opgegraven. Verder kan een depot dienen als opslagplaats voor (delen van) een beschermd monument tijdens langdurige werkzaamheden. Onroerenderfgoeddepots moeten hiervoor beschikken over de noodzakelijke infrastructuur om het archeologisch erfgoed in optimale condities te kunnen bewaren, het publiek toegankelijk te maken en te ontsluiten. Onroerenderfgoedgemeente Een gemeente die ter uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet met betrekking tot het onroerend erfgoed beleidsuitvoerende taken opneemt.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 87 van 89
Opgraving Het gebruik van wetenschappelijke methoden en technieken waarmee doelbewust de ondergrondse, aan de oppervlakte of onder water aanwezige archeologische artefacten en archeologische sites worden opgespoord, vrijgelegd en door opgraving worden onderzocht en waarbij de archeologische artefacten en onderzoeksdocumenten archeologische ensembles vormen. Passiefbehoudsbeginsel Geldt voor alle beschermde onroerende goederen alsook niet-beschermde archeologische artefacten, sites en ensembles. Het is voor iedereen verboden om goederen te ontsieren, te beschadigen, te vernielen of andere handelingen te stellen die de erfgoedwaarde aantasten. Prospectie Een archeologische prospectie is de aanwending van technieken waarmee doelbewust de aanwezigheid van archeologische artefacten en sites wordt opgespoord. De bedoeling is om na te gaan of zich op een terrein archeologische sporen of vondsten voordoen, wat de aard daarvan is, en wat de bewaringstoestand is. Dit kan gebeuren zonder ingreep in de bodem of met ingreep in de bodem. Bij een prospectie met ingreep in de bodem worden graafwerken uitgevoerd op een representatief deel van het terrein, en wordt een representatief deel van de aangetroffen sporen en vondsten onderzocht. Uit die steekproef worden uitspraken gedaan over het geheel van het terrein of te onderzoeken gebied. Daarbij wordt gestreefd om met zo min mogelijk schade aan het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk informatie te verzamelen. Bij een prospectie zonder ingreep in de bodem worden geen archeologische sporen of vondsten opgegraven. Ze worden hoogstens van het oppervlak ingezameld. Een gelijkwaardige term voor prospectie is vooronderzoek. Rechtsgevolgen vastgestelde inventaris De opname van een onroerend goed in ĂŠĂŠn van de vijf vastgestelde inventarissen houdt een aantal rechtsgevolgen in. Deze rechtsgevolgen, zoals bijvoorbeeld de zorgplicht en de motiveringsplicht, hebben vooral impact op beslissingen van administratieve overheden. Dit houdt in dat alle administratieve overheden zoveel mogelijk zorg in acht moeten nemen bij eigen werken en handelingen in of aan de objecten die opgenomen zijn in een vastgestelde inventaris. Bovendien moeten ze motiveren welke maatregelen ze genomen hebben om aan deze zorgplicht te voldoen. Voor de burger gelden de zorgplicht en motiveringsplicht niet, in tegenstelling tot bij definitief beschermd onroerend erfgoed waar de rechtsgevolgen voor iedereen van toepassing zijn. Bij vergunningsplichtige werkzaamheden aan of in een onroerend goed opgenomen op een vastgestelde inventaris motiveert de administratieve overheid uitvoerig haar beslissing en geeft ze aan hoe ze in haar bestuurlijke beslissing de erfgoedwaarden in rekening heeft genomen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vergunningsaanvragen om een gebouw opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed te slopen of bijvoorbeeld om een boom te kappen die opgenomen is in de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde. Voor archeologische zones heeft de opname in de vastgestelde inventaris ook gevolgen voor de verplichte opmaak van een archeologienota. Toevalsvondst Elk roerend of onroerend goed waarvan redelijkerwijs is geweten of wordt vermoed dat het archeologische erfgoedwaarde heeft en dat wordt gevonden op een ander moment dan bij het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek, een archeologische opgraving of bij het gebruik van een metaaldetector.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 88 van 89
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
2020
Uitgesteld vooronderzoek Het uitgangspunt van het Onroerenderfgoeddecreet is dat het archeologisch vooronderzoek, zowel de fase zonder ingreep in de bodem als de eventuele fase met ingreep in de bodem, plaatsvindt voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning. Een uitgesteld vooronderzoek is een uitzonderingsprocedure op dit uitgangspunt waarbij het vooronderzoek met ingreep in de bodem pas plaatsvindt na het verkrijgen van de vergunning. Dit is mogelijk wanneer de ingreep in de bodem onmogelijk of juridisch, economisch of maatschappelijk onwenselijk was voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden. In praktijk kan ook een deel van het vooronderzoek zonder ingreep in de bodem worden uitgesteld.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 1: indicatoren evaluatie archeologie 2019
pagina 89 van 89
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
ANALYSES EVALUATIE ARCHEOLOGIE Bijlage 2 / 2019 //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
INHOUD ANALYSE 1: WERKDAGEN NODIG VOOR DE OPMAAK VAN ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S, MET ONDERSCHEID NAAR BENUTTE ONDERZOEKSMETHODE ANALYSE 3: WERKDAGEN NODIG VOOR DE OPMAAK VAN ARCHEOLOGIENOTA’S, MET ONDERSCHEID TUSSEN VOLLEDIGE SAMENSTELLING EN BEPERKTE SAMENSTELLING ANALYSE 5: VERHOUDING TUSSEN VOORGESTELDE MAATREGELEN EN DE HOEDANIGHEID VAN DE INITIATIEFNEMER ANALYSE 8: ONDERSCHEID KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S VERSUS NOTA’S ANALYSE 9: KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S IN RELATIE TOT HET AANTAL WERKDAGEN NODIG VOOR DE OPMAAK ERVAN ANALYSE 10: KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S MET BEPERKTE SAMENSTELLING AFGEZET TEGEN ARCHEOLOGIENOTA’S MET VOLLEDIGE SAMENSTELLING ANALYSE 11: KOSTPRIJS ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK IN RELATIE TOT BENUTTE ONDERZOEKSMETHODES ANALYSE 13: KOSTPRIJS ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK IN RELATIE TOT STATUUT VAN DE INITIATIEFNEMER ANALYSE 14: KOSTPRIJS VOORONDERZOEK IN RELATIE TOT OMVANG PROJECTGEBIED ANALYSE 16: AANTAL MELDINGEN VOORAFGAAND AAN DE AKTENAME ANALYSE 17: RELATIE TUSSEN OPPERVLAK VAN HET PROJECTGEBIED EN VOORGESTELDE MAATREGELEN ANALYSE 18: TIJD VERSTREKEN TUSSEN INDIENING ARCHEOLOGIENOTA EN DAAROPVOLGENDE NOTA ANALYSE 19: AANTAL ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S MET AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG, NATUURLIJK PERSOON ANALYSE 20: AANTAL ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S MET AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG, RECHTSPERSOON ANALYSE 21: VOORONDERZOEKEN ZONDER AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG ANALYSE 22: BEHANDELDE ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S PER ERKENDE ONROERENDERFGOEDGEMEENTE EN IOED ANALYSE 23: OPPERVLAKTE PROJECTGEBIEDEN ARCHEOLOGIENOTA’S ANALYSE 30: AANTAL ARCHEOLOGIERAPPORTEN PER ERKENDE ARCHEOLOOG, NATUURLIJK PERSOON ANALYSE 31: AANTAL ARCHEOLOGIERAPPORTEN PER ERKENDE ARCHEOLOOG, RECHTSPERSOON ANALYSE 32: OPPERVLAKTE PROJECTGEBIEDEN ARCHEOLOGIERAPPORTEN LANGETERMIJNANALYSE 1: VERHOUDING DEFINITIEVE MAATREGELEN ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK LANGETERMIJNANALYSE 2: TIJD TUSSEN MELDEN ARCHEOLOGIENOTA EN MELDEN BIJBEHORENDE NOTA BIJ AFGERONDE VOORONDERZOEKEN LANGETERMIJNANALYSE 3: TIJDSINVESTERING AFGERONDE VOORONDERZOEKEN IN WERKDAGEN LANGETERMIJNANALYSE 4: AANDEEL UITGESTELDE VOORONDERZOEKEN DIE NOG ACHTERBLIJVEN LANGETERMIJNANALYSE 5: KOSTPRIJS VAN VOLLEDIG AFGERONDE VOORONDERZOEKEN LANGETERMIJNANALYSE 6: KOSTPRIJS PER ONDERZOEKSMETHODE VOORONDERZOEK LANGETERMIJNANALYSE 7: FREQUENTIE VEELVOORKOMENDE ONDERZOEKSCOMBINATIES LANGETERMIJNANALYSE 8: DOORLOOPTIJD ARCHEOLOGISCHE OPGRAVINGEN LANGETERMIJNANALYSE 9: AANTAL ARCHEOLOGIERAPPORTEN NAAR BEGINJAAR VOORONDERZOEK VOORSTELLINGSWIJZE GRAFIEKEN
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
ANALYSE 1: WERKDAGEN NODIG VOOR DE OPMAAK VAN ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S, MET ONDERSCHEID NAAR BENUTTE ONDERZOEKSMETHODE Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Aantal werkdagen dat de erkende archeoloog nodig heeft voor de opmaak van archeologienota’s en nota’s, algemeen en met nader onderscheid naar benutte onderzoeksmethodes Aantal werkdagen, benutte onderzoeksmethodes Archeologieportaal Histogram, boxplot De erkende archeoloog vult zelf het aantal werkdagen in wanneer hij archeologienota’s en nota’s meldt in het archeologieportaal. Werkdagen staan niet gelijk met kalenderdagen (de werkdagen hoeven niet aaneensluitend gepresteerd te zijn), noch met mensdagen (gedurende 1 werkdag kunnen meerdere mensen aan de slag zijn met dezelfde archeologienota of nota).
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 3 van 66
WERKDAGEN ARCHEOLOGIENOTA’S (TOTALE GROEP)
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
WERDAGEN NOTA’S (TOTALE GROEP)
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 5 van 66
WERKDAGEN ARCHEOLOGIENOTA’S NAAR ONDERZOEKSMETHODE (BOXPLOT)
Duiding legende boxplot: ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
BUREAU = Archeologienota’s met enkel bureauonderzoek; BUREAU - LANDSCHAP = Archeologienota’s met bureauonderzoek en landschappelijk bodemonderzoek; GEEN BODEMINGREEP REST = Archeologienota’s met een bureauonderzoek en een andere onderzoeksmethode waarbij geen ingreep in de bodem gebeurt zoals veldkartering of geofysisch onderzoek; BUREAU-PROEF = Archeologienota’s met bureauonderzoek en proefsleuven/ proefputten; BUREAU-LANDSCHAP-PROEF: Archeologienota’s met bureauonderzoek, landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuven/proefputten; BODEMINGREEP REST = Archeologienota’s met andere onderzoekscombinaties met ingreep in de bodem zoals verkennend of waarderend archeologisch booronderzoek of proefputten in functie van prehistorische artefactensites.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
WERKDAGEN NOTA’S NAAR ONDERZOEKSMETHODE (BOXPLOT)
Duiding legende boxplot: ▪ ▪ ▪ ▪
LANDSCHAP = Nota’s met landschappelijk bodemonderzoek; PROEFSLEUVEN = Nota’s met proefsleuven/proefputten; LANDSCHAP-PROEF: Nota’s met landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuven/ proefputten; BODEMINGREEP REST = Nota’s met andere onderzoekscombinaties met ingreep in de bodem zoals verkennend of waarderend archeologisch booronderzoek of proefputten in functie van prehistorische artefactensites.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 7 van 66
ANALYSE 3: WERKDAGEN NODIG VOOR DE OPMAAK VAN ARCHEOLOGIENOTA’S, MET ONDERSCHEID TUSSEN VOLLEDIGE SAMENSTELLING EN BEPERKTE SAMENSTELLING Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Effect van beperkte samenstelling van een archeologienota op het aantal werkdagen nodig voor de opmaak ervan, in vergelijking met een gelijkaardige archeologienota met volledige samenstelling Aantal werkdagen, beperkte samenstelling Archeologieportaal Boxplot De analyse vertrekt vanuit archeologienota’s op basis van bureauonderzoek. Een deel van de groep kent een volledige samenstelling, een deel een beperkte samenstelling. De analyse zet de duur in werkdagen van beide groepen tegen mekaar af. De erkende archeoloog vult zelf het aantal werkdagen in wanneer hij archeologienota’s en nota’s meldt in het archeologieportaal. Werkdagen staan niet gelijk met kalenderdagen (de werkdagen hoeven niet aaneensluitend gepresteerd te zijn), noch met mensdagen (gedurende 1 werkdag kunnen meerdere mensen aan de slag zijn met dezelfde archeologienota of nota).
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
BOXPLOT WERKDAGEN ARCHEOLOGIENOTA’S VERSUS ARCHEOLOGIENOTA’S BEPERKTE SAMENSTELLING
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 9 van 66
ANALYSE 5: VERHOUDING TUSSEN VOORGESTELDE MAATREGELEN EN DE HOEDANIGHEID VAN DE INITIATIEFNEMER Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Verhouding van de voorgestelde maatregelen in archeologienota’s en nota’s naargelang de hoedanigheid van de initiatiefnemer (privaat, publiek) Voorgestelde maatregelen, hoedanigheid initiatiefnemer Archeologieportaal Staafdiagram De erkende archeoloog registreert de hoedanigheid van de initiatiefnemer in het archeologieportaal. Het is niet duidelijk waar erkende archeologen semi-overheidsinstanties zoals intercommunales, autonome gemeentebedrijven of nutsmaatschappijen onderbrengen.
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
ANALYSE 8: ONDERSCHEID KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S VERSUS NOTA’S Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Kostprijs van archeologienota’s vergeleken met kostprijs nota’s Kostprijs, type archeologienota/nota Archeologieportaal Densiteitsgrafiek De erkende archeologen voeren de kostprijs van de archeologienota’s en nota’s in wanneer zij deze melden in het archeologieportaal. Het betreft in principe kostprijzen exclusief BTW, en enkel kosten specifiek voor het archeologisch vooronderzoek en de rapportering erover. De analyse laat extreem afwijkende waarden buiten beschouwing.
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 11 van 66
ANALYSE 9: KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S IN RELATIE TOT HET AANTAL WERKDAGEN NODIG VOOR DE OPMAAK ERVAN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Kostprijs voor de opmaak van archeologienota’s en nota’s, naargelang het aantal werkdagen nodig voor de opmaak ervan Kostprijs, aantal werkdagen Archeologieportaal Spreidingsdiagram De erkende archeologen voeren de kostprijs van de archeologienota’s en nota’s in wanneer zij deze melden in het archeologieportaal. Het betreft in principe kostprijzen exclusief BTW, en enkel kosten specifiek voor het archeologisch vooronderzoek en de rapportering erover. De analyse laat extreem afwijkende waarden buiten beschouwing. De erkende archeoloog vult zelf het aantal werkdagen in wanneer hij archeologienota’s en nota’s meldt in het archeologieportaal. Werkdagen staan niet gelijk met kalenderdagen (de werkdagen hoeven niet aaneensluitend gepresteerd te zijn), noch met mensdagen (gedurende 1 werkdag kunnen meerdere mensen aan de slag zijn met dezelfde archeologienota of nota).
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 13 van 66
ANALYSE 10: KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S MET BEPERKTE SAMENSTELLING AFGEZET TEGEN ARCHEOLOGIENOTA’S MET VOLLEDIGE SAMENSTELLING Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Kostprijs van archeologienota’s op basis van enkel bureauonderzoek: vergelijking tussen archeologienota met beperkte samenstelling en archeologienota met volledige samenstelling Kostprijs, beperkte samenstelling Archeologieportaal Boxplot, densiteitsgrafiek De erkende archeologen voeren de kostprijs van de archeologienota’s en nota’s in wanneer zij deze melden in het archeologieportaal. Het betreft in principe kostprijzen exclusief BTW, en enkel kosten specifiek voor het archeologisch vooronderzoek en de rapportering erover. De analyse laat extreem afwijkende waarden buiten beschouwing.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S MET ENKEL BUREAUONDERZOEK VERSUS ARCHEOLOGIENOTA’S BEPERKTE SAMENSTELLING (BOXPLOT)
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 15 van 66
ANALYSE 11: KOSTPRIJS ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK IN RELATIE TOT BENUTTE ONDERZOEKSMETHODES Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Relatie tussen de kostprijs van archeologienota’s en de benutte onderzoeksmethodes Kostprijs, onderzoeksmethode Archeologieportaal Boxplot De erkende archeologen voeren de kostprijs van de archeologienota’s en nota’s in wanneer zij deze melden in het archeologieportaal. Het betreft in principe kostprijzen exclusief BTW, en enkel kosten specifiek voor het archeologisch vooronderzoek en de rapportering erover. De analyse laat extreem afwijkende waarden buiten beschouwing.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
KOSTPRIJS ARCHEOLOGIENOTA’S PER ONDERZOEKSMETHODE (BOXPLOT)
Duiding legende boxplot ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
BEPERKTE SAMENSTELLING = Archeologienota’s met beperkte samenstelling BUREAU = Archeologienota’s met enkel bureauonderzoek; LANDSCHAP = Archeologienota’s met bureauonderzoek en landschappelijk bodemonderzoek; GEEN BODEMINGREEP REST = Archeologienota’s met een bureauonderzoek en een andere onderzoeksmethode waarbij geen ingreep in de bodem gebeurt zoals veldkartering of geofysisch onderzoek; PROEFSLEUVEN = Archeologienota’s met bureauonderzoek en proefsleuven/proefputten; LANDSCHAP-PROEF: Archeologienota’s met bureauonderzoek, landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuven/proefputten;
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 17 van 66
▪
▪
COMBINATIE AB: Archeologienota’s waarbij een vorm van archeologisch booronderzoek is uitgevoerd (verkennend archeologisch booronderzoek of waarderend archeologisch booronderzoek), opzichzelfstaand of in combinatie met andere onderzoeksmethodes; BODEMINGREEP REST = Archeologienota’s met andere onderzoekscombinaties met ingreep in de bodem, maar zonder verkennend of waarderend archeologisch booronderzoek.
TOTALE KOSTPRIJS NOTA’S PER ONDERZOEKSMETHODE (BOXPLOT)
Duiding legende boxplot ▪ ▪ ▪ ▪
BUREAU = Nota’s met enkel bureauonderzoek; LANDSCHAP = Nota’s met landschappelijk bodemonderzoek; GEEN BODEMINGREEP REST = Nota’s met een andere onderzoeksmethode waarbij geen ingreep in de bodem gebeurt zoals veldkartering of geofysisch onderzoek; PROEFSLEUVEN = Nota’s met proefsleuven/proefputten;
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
▪ ▪
▪
LANDSCHAP-PROEF: Nota’s met landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuven/ proefputten; COMBINATIE AB: Nota’s waarbij een vorm van archeologisch booronderzoek is uitgevoerd (verkennend archeologisch booronderzoek of waarderend archeologisch booronderzoek), opzichzelfstaand of in combinatie met andere onderzoeksmethodes; BODEMINGREEP REST = Nota’s met andere onderzoekscombinaties met ingreep in de bodem, maar zonder verkennend of waarderend archeologisch booronderzoek.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 19 van 66
ANALYSE 13: KOSTPRIJS ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK IN RELATIE TOT STATUUT VAN DE INITIATIEFNEMER Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Relatie tussen de kostprijs van archeologienota’s en nota’s en het statuut van de initiatiefnemer (privaat, publiek) Kostprijs, statuut initiatiefnemer Archeologieportaal Densiteitsgrafiek De erkende archeologen voeren de kostprijs van de archeologienota’s en nota’s in wanneer zij deze melden in het archeologieportaal. Het betreft in principe kostprijzen exclusief BTW, en enkel kosten specifiek voor het archeologisch vooronderzoek en de rapportering erover. De analyse laat extreem afwijkende waarden buiten beschouwing. De erkende archeoloog registreert de hoedanigheid van de initiatiefnemer in het archeologieportaal. Het is niet duidelijk waar erkende archeologen semi-overheidsinstanties zoals intercommunales, autonome gemeentebedrijven of nutsmaatschappijen onderbrengen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 21 van 66
ANALYSE 14: KOSTPRIJS VOORONDERZOEK IN RELATIE TOT OMVANG PROJECTGEBIED Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Relatie tussen de kostprijs van archeologienota’s en nota’s en de omvang van het onderzochte gebied Oppervlakte, kostprijs Archeologieportaal Spreidingsdiagram De erkende archeologen voeren de kostprijs van de archeologienota’s en nota’s in wanneer zij deze melden in het archeologieportaal. Het betreft in principe kostprijzen exclusief BTW, en enkel kosten specifiek voor het archeologisch vooronderzoek en de rapportering erover. De analyse laat extreem afwijkende waarden buiten beschouwing. De oppervlakte van de projectgebieden is berekend op basis van de intekeningen daarvan die de erkende archeologen maken bij het melden van de archeologienota’s en nota’s.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
KOSTPRIJS VERSUS OPPERVLAKTE MET ONDERSCHEID INGREEP IN DE BODEM
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 23 van 66
ANALYSE 16: AANTAL MELDINGEN VOORAFGAAND AAN DE AKTENAME Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal keer dat een erkende archeoloog een archeologienota of nota meldt om tot een aktename te komen voor het project. Beslissing archeologienota’s/nota’s, koppeling opeenvolgende archeologienota’s of nota’s Archeologieportaal Staafdiagram Indien op een melding van een archeologienota of nota geen aktename volgt, meldt de erkende archeoloog een aangepaste versie. Die geldt als een nieuwe archeologienota. De analyse vertrekt vanuit het verband tussen archeologienota’s die over dezelfde vergunningsaanvraag handelen, op basis van de overlappende geografische afbakening (hetzelfde projectgebied). Dit legt een link tussen documenten met aktename en de eventuele documenten zonder aktename die eraan vooraf gaan. De analyse telt vervolgens het aantal documenten zonder aktename dat aan een document met aktename vooraf ging. Ze telt hierbij archeologienota’s en nota’s die al bij de eerste indiening een aktename kregen als waarde 0.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 24 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 25 van 66
ANALYSE 17: RELATIE TUSSEN OPPERVLAK VAN HET PROJECTGEBIED EN VOORGESTELDE MAATREGELEN Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
De relatie tussen het oppervlak van het projectgebied (onderzocht gebied) en de voorgestelde maatregelen in de archeologienota’s en nota’s, volgens de oppervlakteklassen die bepalen of de opmaak van een archeologienota verplicht is Oppervlakte, maatregelen Archeologieportaal Densiteitsgrafiek, gestapelde staafdiagram De oppervlakte van de projectgebieden is berekend op basis van de intekeningen daarvan die de erkende archeologen maken bij het melden van de archeologienota’s en nota’s. Indien een combinatie van maatregelen voorkomt, telt de analyse beide maatregelen. Het totale aantal ligt daardoor licht hoger dan het totale aantal archeologienota’s en nota’s met aktename.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 26 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
VERDELING OPPERVLAKTE PROJECTGEBIEDEN NAAR PROGRAMMA VAN MAATREGELEN
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 27 van 66
ANALYSE 18: TIJD VERSTREKEN TUSSEN INDIENING ARCHEOLOGIENOTA EN DAAROPVOLGENDE NOTA Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
De tijd, gerekend in kalenderdagen, die verstrijkt tussen de melding van een archeologienota met maatregel uitgesteld vooronderzoek, en de melding van de nota die volgt op de uitvoering daarvan Datum melden, koppeling opeenvolgende archeologienota’s, maatregelen Archeologieportaal Histogram De analyse houdt rekening met de datum van melden van de archeologienota met aktename (niet de datum van beslissing) en gaat voorbij aan eventuele archeologienota’s zonder aktename die aan de aktename voorafgingen. Het verband tussen archeologienota en daaropvolgende nota is bepaald door de koppeling die de erkende archeoloog moet leggen bij het melden van de nota in het archeologieportaal met de archeologienota die de aanleiding vormde voor het uitgestelde vooronderzoek.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 28 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
TIJD TUSSEN MELDEN ARCHEOLOGIENOTA EN MELDEN BIJBEHORENDE NOTA (HISTOGRAM)
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 29 van 66
ANALYSE 19: AANTAL ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S MET AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG, NATUURLIJK PERSOON Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal archeologienota’s en nota’s met aktename geteld per erkende archeoloog natuurlijk persoon ID melder, beslissing Archeologieportaal Lollipop chart De analyse telt enkel archeologienota’s en nota’s met aktename, en gaat voorbij aan vooronderzoeken zonder aktename. Op die manier telt ze het aantal projecten waar een erkende archeoloog verantwoordelijkheid voor neemt. Archeologienota’s en nota’s worden gelinkt aan een erkende archeoloog op basis van de melding ervan in het archeologieportaal. Degene die meldde is degene die de verantwoordelijkheid voor de (archeologie)nota op zich neemt. De ID’s in de grafiek zijn volstrekt willekeurig toegekend. Er bestaat geen verband met de erkenningsnummers van de erkende archeologen, noch met de volgorde van erkenning. Dit om anonimiteit te garanderen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 30 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 31 van 66
ANALYSE 20: AANTAL ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S MET AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG, RECHTSPERSOON Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal archeologienota’s en nota’s met aktename geteld per erkende archeoloog rechtspersoon ID melder, beslissing Archeologieportaal Lollipop chart De analyse telt enkel archeologienota’s en nota’s met aktename, en gaat voorbij aan vooronderzoeken zonder aktename. Op die manier telt ze het aantal projecten waar een erkende archeoloog verantwoordelijkheid voor neemt. Archeologienota’s en nota’s worden gelinkt aan een erkende archeoloog rechtspersoon op basis van de melding ervan in het archeologieportaal. Indien de natuurlijke persoon die meldde niet aangaf dat hij namens een erkende rechtspersoon handelde, dan vallen deze documenten buiten de telling. De ID’s in de grafiek zijn volstrekt willekeurig toegekend. Er bestaat geen verband met de erkenningsnummers van de erkende archeologen, noch met de volgorde van erkenning. Dit om anonimiteit te garanderen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 32 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 33 van 66
ANALYSE 21: VOORONDERZOEKEN ZONDER AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal vooronderzoeken zonder aktename, per erkende archeoloog natuurlijk persoon en rechtspersoon Beslissing, ID indiener Archeologieportaal Histogram, lollipop chart De analyse telt per erkende archeoloog, natuurlijk persoon of rechtspersoon, het aantal gemelde archeologienota’s en berekent daarbinnen de verhouding tussen archeologienota’s zonder aktename en archeologienota’s met aktename. Het resultaat is een percentage vooronderzoek zonder aktename per individu. De ID’s in de grafiek zijn volstrekt willekeurig toegekend. Er bestaat geen verband met de erkenningsnummers van de erkende archeologen, noch met de volgorde van erkenning. Dit om anonimiteit te garanderen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 34 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
KLASSEN VOORONDERZOEK ZONDER AKTENAME ERKENDE ARCHEOLOOG NATUURLIJK PERSOON
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 35 van 66
AANDEEL VOORONDERZOEKEN ZONDER AKTENAME PER ERKENDE ARCHEOLOOG NATUURLIJK PERSOON
Aandeel vooronderzoeken zonder aktename ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 36 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
KLASSEN VOORONDERZOEK ZONDER AKTENAME ERKENDE ARCHEOLOOG RECHTSPERSOON
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 37 van 66
AANDEEL VOORONDERZOEKEN ZONDER AKTENAME ERKENDE ARCHEOLOOG RECHTSPERSOON
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 38 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
ANALYSE 22: BEHANDELDE ARCHEOLOGIENOTA’S EN NOTA’S PER ERKENDE ONROERENDERFGOEDGEMEENTE EN IOED Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal behandelde archeologienota’s en nota’s per erkende onroerenderfgoedgemeente en intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst ID behandelaar, beslissing Archeologieportaal Staafdiagram, tabel De grafiek geeft de beslissingen weer per erkende onroerenderfgoedgemeente. Een erkende onroerenderfgoedgemeente kan ondersteuning krijgen van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. In dat geval wordt de IOED in kleur aangegeven. Indien er geen ondersteuning is door een IOED krijgt de gemeente de kleur met label ‘geen IOED’.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 39 van 66
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 40 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
ANALYSE 23: OPPERVLAKTE PROJECTGEBIEDEN ARCHEOLOGIENOTA’S Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Oppervlakte van de projectgebieden van archeologienota’s (onderzochte gebieden) verdeeld volgens de oppervlaktecriteria die bepalen of een archeologienota vereist is (criterium perceelsoppervlak) Oppervlakte (in m2) archeologieportaal staafdiagram De analyse baseert zich op de intekeningen van de projectgebieden die de erkende archeologen maken bij het indienen van de archeologienota’s. Deze intekening valt in verschillende gevallen niet samen met de perceelsgrenzen, maar beperkt zich tot het deel van de percelen dat de erkende archeoloog daadwerkelijk onderzocht heeft (vaak overeenstemmend met de ingreep in de bodem). Het vertrekpunt van de drempelcriteria is evenwel het volledige oppervlak van alle betrokken percelen. Daardoor komt een deel archeologienota’s in de grafiek terecht in een “te lage” oppervlakteklasse.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 41 van 66
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 42 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
ANALYSE 30: AANTAL ARCHEOLOGIERAPPORTEN PER ERKENDE ARCHEOLOOG, NATUURLIJK PERSOON Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal ingediende archeologierapporten per erkende archeoloog, natuurlijk persoon ID indiener, archeologierapporten Archeologieportaal Lollipop chart De analyse telt per erkende archeoloog, natuurlijk persoon, het aantal archeologierapporten dat deze indiende. De ID’s in de grafiek zijn volstrekt willekeurig toegekend. Er bestaat geen verband met de erkenningsnummers van de erkende archeologen, noch met de volgorde van erkenning. Dit om anonimiteit te garanderen.
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 43 van 66
ANALYSE 31: AANTAL ARCHEOLOGIERAPPORTEN PER ERKENDE ARCHEOLOOG, RECHTSPERSOON Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal ingediende archeologierapporten per erkende archeoloog, rechtspersoon ID rechtspersoon indiener, archeologierapporten Archeologieportaal Lollipop chart De analyse telt per erkende archeoloog, rechtspersoon, het aantal archeologierapporten dat deze indiende. De ID’s in de grafiek zijn volstrekt willekeurig toegekend. Er bestaat geen verband met de erkenningsnummers van de erkende archeologen, noch met de volgorde van erkenning. Dit om anonimiteit te garanderen.
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 44 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
ANALYSE 32: OPPERVLAKTE PROJECTGEBIEDEN ARCHEOLOGIERAPPORTEN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Oppervlakte van de projectgebieden van de ingediende archeologierapporten Oppervlakte (in m2) Archeologieportaal Histogram De grafiek geeft de verdeling weer van de oppervlakte van de projectgebieden van archeologierapporten van opgravingen in het kader van vergunningsplichtige ingrepen in de bodem. Rapporten opgemaakt door het agentschap Onroerend Erfgoed naar aanleiding van toevalsvondsten en rapporten opgemaakt na een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen zijn niet meegenomen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 45 van 66
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 46 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
Analyses Lange termijn
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 47 van 66
LANGETERMIJNANALYSE 1: VERHOUDING DEFINITIEVE MAATREGELEN ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Verdeling van definitief afgeronde archeologische vooronderzoeken volgens de voorgestelde maatregelen ID vooronderzoek, programma van maatregelen Archeologieportaal Tabel De analyse bekijkt over alle jaren heen alle definitief afgeronde archeologische vooronderzoeken. Dit wil zeggen: archeologienota’s met maatregel behoud in situ, opgraving, verdere verwerking of geen maatregelen en archeologienota’s met maatregel uitgesteld vooronderzoek waar reeds een bijbehorende nota op is gevolgd met een definitief programma van maatregelen. Het startjaar in deze analyse is het jaar waarin het vooronderzoekstraject begon, met name het jaar van melden van de eerste archeologienota van het vooronderzoek.
TABEL AANDEEL DEFINITIEF PROGRAMMA VAN MAATREGELEN VOORONDERZOEK (2016 – 2019) Definitieve maatregel vooronderzoek
Percentage
Behoud in situ
0,8%
Behoud in situ + opgraving
0,6%
Behoud in situ + verdere verwerking
0,02%
Geen maatregelen
85,8%
Opgraving
12,0%
Verdere verwerking
0,7%
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 48 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
TABEL AANDEEL DEFINITIEF PROGRAMMA VAN MAATREGELEN VOORONDERZOEK NAAR INITIEEL STARTJAAR VAN DE ARCHEOLOGIENOTA Startjaar Archeologienota
Definitieve maatregel vooronderzoek
2016
Behoud in situ
1,5%
2016
Behoud in situ + opgraving
0,5%
2016
Geen maatregelen
84,7%
2016
Opgraving
12,8%
2016
Verdere verwerking
0,6%
2017
Behoud in situ
0,5%
2017
Behoud in situ + opgraving
0,4%
2017
Geen maatregelen
86,2%
2017
Opgraving
12,2%
2017
Verdere verwerking
0,6%
2018
Behoud in situ
1,1%
2018
Behoud in situ + opgraving
0,7%
2018
Behoud in situ + verdere verwerking
0,1%
2018
Geen maatregelen
84,9%
2018
Opgraving
12,3%
2018
Verdere verwerking
0,8%
2019
Behoud in situ
0,7%
2019
Behoud in situ + opgraving
0,9%
2019
Geen maatregelen
87,1%
2019
Opgraving
10,6%
2019
Verdere verwerking
Percentage per jaar
0,8%
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 49 van 66
LANGETERMIJNANALYSE 2: TIJD TUSSEN MELDEN ARCHEOLOGIENOTA EN MELDEN BIJBEHORENDE NOTA BIJ AFGERONDE VOORONDERZOEKEN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het aantal kalenderdagen tussen de datum van melden van een archeologienota en de eraan gekoppelde nota ID vooronderzoek, datum melden archeologienota en nota Archeologieportaal Spreidingsdiagram De grafiek geeft het tijdsverschil weer tussen de datum van melden van de archeologienota en de datum van melden van de eraan gekoppelde nota. De kleur geeft aan in welk jaar de nota werd gemeld. De horizontale lijn op de grafiek geeft arbitrair een verschil in kalenderdagen van 365 dagen weer.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 50 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 51 van 66
LANGETERMIJNANALYSE 3: TIJDSINVESTERING AFGERONDE VOORONDERZOEKEN IN WERKDAGEN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Het totale aantal werkdagen dat afgeronde vooronderzoeken in beslag nemen ID vooronderzoek, werkdagen Archeologieportaal Histogram De verdeling van het totaal aantal werkdagen dat een vooronderzoek in beslag neemt. Het gaat om de werkdagen van archeologienota’s met een definitief programma van maatregelen en om de werkdagen van archeologienota’s met maatregel uitgesteld vooronderzoek samengeteld met de werkdagen van de bijbehorende nota met een definitief programma van maatregelen. Archeologienota’s met maatregel uitgesteld vooronderzoek waar nog geen nota voor beschikbaar is, worden niet meegenomen. De mediaan is aangegeven met een rode verticale lijn.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 52 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 53 van 66
LANGETERMIJNANALYSE 4: AANDEEL UITGESTELDE VOORONDERZOEKEN DIE NOG ACHTERBLIJVEN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Aandeel archeologienota’s met maatregel uitgesteld vooronderzoek waarvan de nota nog achterwege blijft ID archeologienota, maatregelen, ID nota Archeologieportaal Tabel Van alle archeologienota’s met aktename met maatregel uitgesteld vooronderzoek koppelen we de bijbehorende nota met aktename. Indien er geen nota gekoppeld is, is er nog geen nota gevolgd op de archeologienota en blijft het uitgestelde vooronderzoek voorlopig nog achterwege. Het percentage is het aantal archeologienota’s met maatregel uitgesteld traject zonder gekoppelde nota.
TABEL Startjaar archeologienota
Percentage archeologienota’s zonder nota
2016
40,9%
2017
48,9%
2018
64,1%
2019
89,7%
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 54 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
LANGETERMIJNANALYSE 5: KOSTPRIJS VAN VOLLEDIG AFGERONDE VOORONDERZOEKEN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Totale kostprijs van volledig afgeronde vooronderzoeken ID archeologienota, ID nota, kostprijs vooronderzoek Archeologieportaal Histogram We berekenen de kostprijs van alle definitief afgeronde vooronderzoeken, zijnde enerzijds de kostprijs van archeologienota’s met een definitief programma van maatregelen en anderzijds de som van de kostprijs van archeologienota’s met maatregel uitgesteld vooronderzoek en de kostprijs van de bijbehorende gekoppelde nota, indien al beschikbaar. De grafiek geeft de verdeling weer van de kostprijzen van afgeronde vooronderzoeken voor de periode 2016 tot en met 2019. De mediaan is aangegeven met een rode verticale lijn.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 55 van 66
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 56 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
LANGETERMIJNANALYSE 6: KOSTPRIJS PER ONDERZOEKSMETHODE VOORONDERZOEK Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Kostprijs van afgeronde vooronderzoeken naargelang gehanteerde onderzoeksmethodes ID vooronderzoek, totale kostprijs vooronderzoek, definitief programma van maatregelen Archeologieportaal Boxplot We groeperen de afgeronde vooronderzoeken naar de gehanteerde onderzoeksmethodes, of combinaties van methodes, die de archeoloog toepaste gedurende het vooronderzoek. De vijf meest voorkomende onderzoeksmethodes worden gevisualiseerd, de andere combinaties zijn gebundeld in een categorie ‘andere’.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 57 van 66
GRAFIEK
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 58 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
LANGETERMIJNANALYSE 7: FREQUENTIE VEELVOORKOMENDE ONDERZOEKSCOMBINATIES Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Frequentie van veelvoorkomende onderzoekscombinaties bij definitief afgeronde vooronderzoeken ID archeologienota, ID nota, onderzoeksmethodes Archeologieportaal Tabel We groeperen de gehanteerde onderzoeksmethodes per definitief afgerond vooronderzoek en tellen de meest voorkomende combinaties van onderzoeksmethodes. We bundelen daarbij de methodes van archeologienota en daaropvolgende nota.
TABEL Percentage vooronderzoeken
Onderzoeksmethode Enkel bureauonderzoek
60,5%
Bureauonderzoek + proefsleuven/proefputten
17,9%
Bureauonderzoek + landschappelijk bodemonderzoek
9%
Bureauonderzoek + landschappelijk bodemonderzoek + proefsleuven/proefputten
8%
Andere combinatie
2,5%
Bureauonderzoek + landschappelijk bodemonderzoek + verkennende archeologische boringen + proefsleuven/ proefputten
2,1%
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 59 van 66
LANGETERMIJNANALYSE 8: DOORLOOPTIJD ARCHEOLOGISCHE OPGRAVINGEN Onderwerp Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Tijd in kalenderdagen van archeologische projecten met een opgraving tot het einde van het veldwerk op het terrein ID archeologienota, ID nota, ID archeologierapport, einddatum veldwerk Archeologieportaal Boxplot We berekenen het aantal kalenderdagen tussen de eerste melding van een vooronderzoek en de einddatum van het veldwerk van een archeologische opgraving. Het vooronderzoek bevat een programma van maatregelen dat, ofwel na een archeologienota, ofwel na afloop van uitgesteld vooronderzoek, een archeologische opgraving vooropstelt. Het archeologierapport van de opgraving bevat de einddatum van het veldwerk. We splitsen dit op in verschillende fases: -
De fase van het vooronderzoek; De fase tussen het afronden van het vooronderzoek en de start van de opgraving; De fase tussen de start van de opgraving en de einddatum van het veldwerk daarvan.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 60 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
TIJDSVERSCHIL TUSSEN DATUM MELDEN ARCHEOLOGIENOTA EN DATUM MELDEN GEKOPPELDE NOTA
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 61 van 66
TIJDSVERSCHIL TUSSEN DATUM MELDEN VOORONDERZOEK EN DATUM START VELDWERK OPGRAVING
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 62 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
TIJDSVERSCHIL TUSSEN DATUM OPSTART VELDWERK EN EINDDATUM VELDWERK OPGRAVING
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 63 van 66
TIJDSVERSCHIL VOLLEDIG TRAJECT: DATUM MELDEN EERSTE FASE VOORONDERZOEK TOT EINDDATUM VELDWERK OPGRAVING
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 64 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020
LANGETERMIJNANALYSE 9: AANTAL ARCHEOLOGIERAPPORTEN NAAR BEGINJAAR VOORONDERZOEK Onderwerp
Gegevens Bronnen Voorstellingswijze Opmerkingen
Aantal ingediende archeologierapporten naar aanleiding van een vergunningsplichtige ingreep in de bodem, geordend naargelang het startjaar van de gekoppelde archeologienota ID archeologierapport, ID archeologienota, datum melden Archeologieportaal Tabel De analyse koppelt aan alle ingediende archeologierapporten in het kader van vergunningsplichtige ingrepen, het bijbehorende vooronderzoek (de archeologienota en indien van toepassing de nota). We vergelijken de datum van de initiĂŤle archeologienota (de datum van opstart van het onderzoek) met het totaal aantal ingediende rapporten op het einde van het jaar 2019.
TABEL Jaar melden archeologienota
Aantal ingediende archeologierapporten op 31-12-2019
2016
77
2017
188
2018
68
2019
15
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 2020
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
pagina 65 van 66
VOORSTELLINGSWIJZE GRAFIEKEN Boxplot Een boxplot geeft vijf elementen weer: het minimum, het eerste kwartiel, de mediaan (tweede kwartiel), het derde kwartiel en het maximum. De afstand tussen deze elementen geeft een indicatie van de spreiding van de waarden. Het eerste kwartiel is de onderzijde (of linkerzijde) van de box, de mediaan de lijn in de box, en het derde kwartiel de bovenzijde (of rechterzijde) van de box.
Densiteitsgrafiek Een densiteitsgrafiek is een voorstellingswijze om twee groepen van sterk verschillende omvang toch visueel te kunnen vergelijken. De Y-as stelt een frequentie voor en geen aandeel of aantal.
Gestapelde staafdiagram In een gestapelde staafdiagram geeft de totale lengte van de staaf aan wat de waarde van de gehele groep is. Binnen de staaf tonen delen in verschillende kleuren hoe de groep nader verdeeld is in subcategorieën (verhouding). Dit laat toe om de onderverdeling van verschillende groepen met mekaar te vergelijken.
Histogram Een histogram geeft de frequentieverdeling in klassen weer van gegevens. Elke kolom staat voor een klasse met een onder- en bovengrens. De klassen sluiten bij mekaar aan en hebben normaliter een zelfde bereik. Elke staaf geeft de omvang van de klasse aan.
Lijndiagram Bij een lijndiagram verbindt een lijn verschillende waarden. Veelal geeft die een evolutie of frequentie aan. Meerdere categorieën kunnen voorkomen in de grafiek, voorgesteld door lijnen in verschillende kleuren.
Lollipop chart Een lollipop chart geeft waarden aan door middel van een lijn, waarbij de lengte van de lijn gelijk staat aan de waarde van het item. Een bol aan het einde van de lijn benadrukt de totale waarde. Dit type grafiek is vooral aangewezen bij het voorstellen van veel verschillende individuele waarden.
Spreidingsdiagram In een frequentiegrafiek krijgt komt elke individuele waarde voor als een stip. Die bevindt zich op een positie bepaald door waarden op de X- en Y-as. De verdeling en spreiding van de stippen over het grafiekgebied kunnen tendensen tonen.
Staafdiagram In een staafdiagram geeft de lengte van de staven de waarde van de categorie aan. Meerdere groepen kunnen naast mekaar voorkomen zodat onderlinge vergelijking van verschillende groepen binnen eenzelfde categorie mogelijk is, net als vergelijking van de verschillende categorieën.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 66 van 66
Bijlage 2: analyses evaluatie archeologie
2020