VLAAMSE BEMIDDELINGSCOMMISSIE W ER K Z A A M HED EN 2 0 20 - 2 0 21
1. Wettelijk kader Het M-decreet bepaalt dat voor het volgen van een individueel aangepast curriculum een verslag noodzakelijk is1. Het CLB is de enige gemachtigde instantie voor het opmaken van dit verslag. Hierin wordt aangetoond dat de aanpassingen disproportioneel of onvoldoende zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs en dat hij/zij dus nood heeft aan een individueel aangepast curriculum. Een individueel aangepast curriculum kan gevolgd worden in het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Ook in het gewoon onderwijs hebben leerlingen met een verslag voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs of voor toegang tot het buitengewoon onderwijs recht op inschrijving. Het betreft een inschrijving onder ontbindende voorwaarden. Voor een doorverwijzing naar het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4, met hetzelfde onderwijsaanbod als het gewoon secundair onderwijs, toont het CLB-verslag aan dat het noodzakelijk is dat het gemeenschappelijk curriculum gevolgd wordt in een gespecialiseerde onderwijsomgeving met inzet van paramedische ondersteuning. Het kan zijn dat ouders, school en CLB het niet eens zijn over het (niet) afleveren of over de inhoud van een verslag voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs of voor toegang tot het buitengewoon onderwijs. Aangezien het CLB als enige instantie de autonome bevoegdheid en verantwoordelijkheid gekregen heeft om al dan niet zo’n verslag af te leveren, is het wenselijk dat ouders, school en CLB bij onenigheid terecht kunnen bij een onafhankelijke commissie. Daarom werd met ingang van 1 september 2015 de Vlaamse bemiddelingscommissie ingericht. De wettelijke basis voor de oprichting van de Vlaamse bemiddelingscommissie is terug te vinden in artikelen II.4 en III.47 van het M-decreet. De Vlaamse Regering heeft vervolgens in een aantal uitvoeringsbepalingen2 de samenstelling, de bevoegdheden en de werking van de commissie geregeld. De CLB-sector zelf maakte daarnaast netoverschrijdend afspraken over een “second opinion”-procedure waarbij ouders een tweede opinie kunnen vragen aan een ander CLB wanneer er onenigheid is tussen de ouders en het CLB over een beslissing van het CLB.
1
Artikelen II.4 en III.47 van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
1
2. Opdracht van de bemiddelingscommissie De commissie bemiddelt bij onenigheid over het afleveren, het niet afleveren of de inhoud van het verslag voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs of voor toegang tot het buitengewoon onderwijs3. De bemiddelingscommissie is niet bevoegd om te bemiddelen bij onenigheid over andere beslissingen of verslagen van het CLB, zoals klachten over redelijke aanpassingen of het gemotiveerd verslag dat recht geeft op ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk4. De bemiddelingscommissie is geen beroepsorgaan, neemt geen beslissingen en geeft geen advies. Om de juiste verwachtingen te creëren bij indieners van een bemiddelingsverzoek wordt dit steeds vooraf goed gekaderd aan de betrokkenen. De rol van de commissie is om te bemiddelen tussen de verschillende partijen, waarbij de voorzitter, die overeenkomstig het BVR5 een erkend bemiddelaar is, het voortouw neemt.
3. Wat is bemiddeling? Bemiddeling is een methode om conflicten aan te pakken. De voorzitter van de Vlaamse bemiddelingscommissie brengt de ouders, de school en het CLB die het oneens zijn rond de tafel om naar elkaar te luisteren en elkaars standpunten te begrijpen. De bemiddelaar houdt zich buiten het conflict, maar helpt om de communicatie tussen de partijen op gang te brengen, te vergemakkelijken en gaande te houden. Een bemiddelingsgesprek kan pas plaatsvinden als alle partijen ermee instemmen om informatie uit te wisselen en openlijk te bespreken. Tijdens het gesprek staat het belang van de leerling centraal. Iedereen krijgt de kans om zijn verhaal te doen. Samen met de bemiddelaar zoeken de ouders, de school en het CLB naar een oplossing.
4. Samenstelling van de Vlaamse bemiddelingscommissie De commissie wordt geleid door een voorzitter, mevr. Sabine Coppens. Zij is al verschillende jaren actief als erkend bemiddelaar en vertrouwenspersoon en heeft ervaring als leerkracht en leerlingenbegeleider. De Vlaamse bemiddelingscommissie beschikt ook over een plaatsvervangend voorzitter, dhr. Paul Strubbe. Ook hij is erkend bemiddelaar. Daarnaast is dhr. Strubbe directeur van een secundaire school voor buitengewoon onderwijs.
3
Art. 8 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 4
Artikelen II.5 en III.72 van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 5
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
2
Naast de voorzitter bestaat de commissie uit commissieleden van verschillende geledingen: een afgevaardigde van de representatieve organisaties van de centra voor leerlingenbegeleiding, de representatieve verenigingen van inrichtende machten, het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van de erkende ouderverenigingen. De concrete samenstelling van de commissie is vastgelegd in een ministerieel besluit. De contactgegevens van de commissieleden zijn terug te vinden op http://www.onderwijs.vlaanderen.be/nl/vlaamse-bemiddelingscommissie#samenstelling. De commissie wordt daarnaast ook bijgestaan door een personeelslid van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dat fungeert als secretaris.
5. Werkwijze De commissie hanteert bij haar werking de volgende uitgangspunten: • • •
• • •
Het kind staat centraal De commissie werkt bemiddelingsgericht Transparante communicatie: o Duidelijk en transparant communiceren over het bestaan van de commissie o Geen al te juridische benadering De commissie heeft een de-escalerende rol Maximale betrokkenheid van de conflictpartijen zelf Mogelijkheid om werkwijze te verfijnen aan de hand van concrete cases.
De procedure die gevolgd wordt bij een bemiddelingsverzoek en een aantal afspraken zijn vastgelegd in het huishoudelijk reglement van de commissie. Dit is terug te vinden op http://www.onderwijs.vlaanderen.be/nl/vlaamse-bemiddelingscommissie#extra Wanneer de commissie een bemiddelingsverzoek ontvangt, gaat ze te werk zoals voorgesteld in het stroomschema in figuur 1.
3
Figuur 1: Stroomschema
Bron: Vlaamse bemiddelingscommissie
4
6. Werkzaamheden schooljaar 2020-2021 Vragen en bemiddelingsverzoeken Van 1/9/2020 tot en met 31/8/2021 ontving de commissie in totaal 13 vragen of bemiddelingsverzoeken. De gestelde vragen zijn vooral vragen over de werking en de bevoegdheid van de bemiddelingscommissie. Deze vragen hebben niet onmiddellijk verder geleid tot een bemiddelingsverzoek. Een bemiddelingsverzoek is het effectief stellen van een vraag tot bemiddeling. Het aantal vragen en bemiddelingsverzoeken is te beperkt om veel cijfergegevens weer te geven of conclusies hieraan te verbinden. Hieronder vindt u een beperkte opdeling. Tabel 1: Aantal vragen/bemiddelingsverzoeken in de laatste 5 schooljaren
Ingediend Vragen Bemiddelingsverzoeken Totaal
2016-2017 12 9 21
2017-2018 8 9 17
2018-2019 5 6 11
2019-2020 13 5 18
2020-2021 9 4 13
Bron: Vlaamse bemiddelingscommissie
In haar zesde werkingsjaar ontving de commissie 4 bemiddelingsverzoeken en 9 vragen. Het aantal bemiddelingsverzoeken daalt voor het vierde jaar op rij. Ook het aantal vragen ligt in schooljaar 20202021 lager dan het jaar voordien. Het aantal (telefonische) vragen over de werking en de bevoegdheid van de bemiddelingscommissie ligt in de praktijk evenwel hoger omdat deze vragen ook via andere kanalen binnen AGODI (zoals het Informatiepunt voor Ouders en Leerlingen of LOP-deskundigen)gesteld worden. Deze vragen worden echter niet geregistreerd door de bemiddelingscommissie. Tabel 2: Aantal vragen/bemiddelingsverzoeken per maand
maand september 2020 oktober 2020 november 2020 december 2020 januari 2021 februari 2021 maart 2021 april 2021 mei 2021 juni 2021 juli 2021 augustus 2021 Totaal
bemiddelingsverzoek 0 0 1 1 0 0 0 0 0 0 1 1 4
vraag 2 0 0 1 1 0 1 1 1 2 0 0 9
Totaal 2 0 1 2 1 0 1 1 1 2 1 1 13
Bron: Vlaamse bemiddelingscommissie
Tabel 3: vragen/bemiddelingsverzoeken volgens betrokken partij 5
Betrokken partij CLB ouders school andere Totaal
bemiddelingsverzoek 2 2 0 0 4
vraag 0 8 0
1 9
Totaal 2 10 0 1 13
Bron: Vlaamse bemiddelingscommissie
Net als vorige jaren is de overgrote meerderheid van de vragen afkomstig van ouders. Eén vraag werd gesteld door een medewerker van een welzijnsvoorziening. In schooljaar 2020-2021 werden twee bemiddelingsverzoeken ingediend door een CLB en twee door de ouders van de leerling zelf. Tabel 4: vragen/bemiddelingsverzoeken volgens soort conflict
Onenigheid over afleveren verslag inhoud verslag niet afleveren verslag andere Totaal
bemiddelingsverzoek 2 1 1 0 4
vraag 3 4 1 1 9
Totaal 5 5 2 1 13
Bron: Vlaamse bemiddelingscommissie
De meeste vragen en bemiddelingsverzoeken in schooljaar 2020-2021 hadden, net als de voorbije schooljaren, betrekking op de inhoud van een verslag of het afleveren van een verslag. In dat laatste geval hebben ouders en/of de school de vraag om hun kind toe te laten tot het buitengewoon onderwijs, maar is volgens het CLB niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden om een verslag op te maken. Tabel 5: vragen/bemiddelingsverzoeken per niveau
Niveau gewoon kleuter buitengewoon kleuter gewoon lager buitengewoon lager buitengewoon secundair gewoon secundair onbekend Totaal
bemiddelingsverzoek 2 0 0 1 1 0 0 4
vraag 1 0
3 3 1 0
1 9
Totaal 3 0 3 4 2 0 1 13
Bron: Vlaamse bemiddelingscommissie
Tabel 5 geeft weer in welk onderwijsniveau de leerling naar school ging op het moment van het indienen van het bemiddelingsverzoek of het stellen van de vraag. Net als in het schooljaar 2019-2020 hadden de meeste vragen en bemiddelingsverzoeken in het schooljaar 2020-2021 betrekking op een leerling uit het gewoon of buitengewoon basisonderwijs. Slechts één bemiddelingsverzoek en één vraag werden ingediend voor een leerling uit het secundair onderwijs. Bij één vraag is het onderwijsniveau van de leerling niet bekend.
6
Ontvankelijkheid Het secretariaat van de Vlaamse bemiddelingscommissie neemt na het ontvangen van een verzoek contact op met de verschillende betrokken partijen (school, CLB en ouders) om hen in te lichten over het bemiddelingsverzoek en om na te gaan of het verzoek ontvankelijk is, dan wel of er nog andere stappen mogelijk zijn. Volgens het BVR6 is een bemiddelingsverzoek ontvankelijk: “1° na het doorlopen van de fase van uitbreiding van zorg, vermeld in artikel 3, 53° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 3, 44° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; 2° en in geval de vraag tot bemiddeling gesteld wordt door de ouders, na het doorlopen van bestaande procedures van de school of van het CLB.” Een bemiddelingsverzoek kan steeds worden ingediend. De commissie onderzoekt vervolgens of het ontvankelijk is en of een bemiddelingsgesprek op dat moment de meest geschikte interventie is. Eén van de vier ingediende bemiddelingsverzoeken in schooljaar 2020-201 was onontvankelijk. Zowel het CLB als de school van de leerling gaven aan dat het zorgcontinuüm nog niet doorlopen was. Het CLB zou daarom contact opnemen met de ouders om te bekijken welke verdere stappen gezet konden worden. Het dossier heeft nadien niet meer tot een bemiddelingsgesprek geleid. Twee overige bemiddelingsverzoeken waren wel ontvankelijk maar leidden niet tot een bemiddelingsgesprek doordat niet alle betrokken partijen bereid waren om deel te nemen aan het gesprek. Een bemiddelingsgesprek kan immers pas plaatsvinden als alle partijen ermee instemmen om informatie uit te wisselen en openlijk te bespreken. Het vierde bemiddelingsgesprek werd pas in de 2e helft van augustus ingediend. In eerste instantie waren niet alle betrokken partijen bereid om deel te nemen aan het gesprek maar dit wijzigde bij aanvang van het nieuwe schooljaar 2021-2022 waardoor het bemiddelingsgesprek bij de opmaak van dit rapport nog niet heeft plaatsgevonden.
Termijnen In het huishoudelijk reglement van de Vlaamse bemiddelingscommissie zijn weinig termijnen vastgelegd, m.u.v. het feit dat de secretaris binnen de 5 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek een ontvangstbevestiging stuurt naar de verzoeker. Daarnaast wordt bij het opvragen van de informatie gevraagd dat de betrokkenen de informatie uiterlijk 5 dagen voor het bemiddelingsgesprek aan het secretariaat van de commissie bezorgen. De commissie probeert na het indienen van een bemiddelingsverzoek kort op de bal te spelen en rekening te houden met de vragen van de betrokken partijen. De gemiddelde tijd die normaal verstrijkt tussen het indienen van een verzoek en het gesprek bedraagt ongeveer een maand. Aangezien in het
6
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
7
schooljaar 2020-2021 geen bemiddelingsgesprekken plaatsvonden, is het niet mogelijk om de termijn tussen verzoek en gesprek te evalueren. Binnen de termijn tussen het indienen van een verzoek en het plaatsvinden van het bemiddelingsgesprek vinden verschillende stappen plaats: -
een ontvangstbevestiging versturen
-
de commissieleden informeren
-
telefonisch contact met de verschillende betrokken partijen: vraag naar bijkomende informatie en polsen naar ontvankelijkheid
-
indien nodig bijkomende stappen zetten zoals het doorlopen van de klachtenprocedure bij het CLB
-
het bemiddelingsgesprek
Bemiddelingsgesprek Tijdens het gesprek zijn de volgende partijen aanwezig: -
De betrokkenen: de ouders, het CLB en de school. De ouders kunnen zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Van de school en het CLB is bij voorkeur de directie aanwezig, eventueel bijgestaan door iemand die het dossier heel goed kent.
-
De commissieleden: een vertegenwoordiger van het CLB, een vertegenwoordiger van de ouders en een vertegenwoordiger van de school.
-
De voorzitter, die erkend bemiddelaar is.
-
De secretaris, die een kort verslag maakt waarin de afspraken zijn opgenomen. Dit verslag wordt na afloop bezorgd aan alle partijen.
Een bemiddelingsgesprek duurt gemiddeld 2 tot 2,5 uur. Tijdens dit gesprek zorgt de voorzitter ervoor dat de standpunten van de verschillende partijen evenwichtig aan bod komen. Hierbij wordt steeds de focus gelegd op het belang van de leerling. De commissieleden doen een inbreng vanuit hun expertise. Ze stellen zich hierbij meerzijdig partijdig op. Bij de afronding van het gesprek wordt stilgestaan bij de toekomst van de leerling en worden de gemaakte afspraken overlopen.
Resultaat van de bemiddeling Tijdens een bemiddelingsgesprek wordt de tijd genomen om te luisteren naar ieders bezorgdheden en staan de betrokken partijen open voor elkaars standpunten en ideeën. Bemiddeling laat toe om op een serene manier de verschillende standpunten aan bod te laten komen. Dat resulteert over het algemeen in een tevredenheid over het verloop van het gesprek, ongeacht de uitkomst. In het schooljaar 2020-2021 vonden geen bemiddelingsgesprekken plaats dus is het niet mogelijk om het resultaat van de bemiddeling te evalueren.
Opvolging In de loop van september worden de betrokkenen die in de loop van het voorafgaande schooljaar deelgenomen hebben aan een bemiddelingsgesprek gecontacteerd en wordt er gepolst naar: -
Wat was de uiteindelijke beslissing na het gesprek? 8
-
Hoe stelt uw kind het op school?
-
Bent u tevreden over het bemiddelingsgesprek? Heeft het gesprek iets bijgedragen?
Voor het schooljaar 2020-2021 was er geen bemiddelingsgesprek en hebben we bijgevolg ook geen feedback van betrokkenen.
7. Knelpunten Het valt op dat ook in schooljaar 2020-2021, net als in de schooljaren voordien, het aantal ingediende vragen en bemiddelingsverzoeken bij de Vlaamse bemiddelingscommissie erg laag is. Dit schooljaar speelde de coronapandemie daar mogelijk een rol in. De lockdown en de veiligheidsmaatregelen kunnen ervoor gezorgd hebben dat het handelingsgericht diagnostisch traject niet volledig doorlopen kon worden of dat externe diagnostische centra niet in de mogelijkheid waren om tijdig een classificerende diagnose af te leveren. Hierdoor werden mogelijk minder (definitieve) verslagen voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs of voor toegang tot het buitengewoon onderwijs afgeleverd. Ook konden doorheen het schooljaar 2020-2021 uitzonderlijk nog attestwijzigingen gebeuren zodat leerlingen naar een ander type of opleidingsvorm konden overgaan. Dit kan in een aantal gevallen er ook voor gezorgd hebben dat het verslag alsnog gewijzigd werd, bijvoorbeeld doordat ouders met een ander CLB en een andere school contact opnamen of na verloop van tijd door alle betrokken partijen de gewijzigde nood duidelijker werd waardoor alsnog het verslag werd aangepast. Toch kunnen we niet ontkennen dat ook in de jaren zonder corona het aantal vragen en bemiddelingsverzoeken bijzonder laag lag. Onderstaande zaken, die ook reeds aan bod kwamen in de vorige jaarverslagen van de Vlaamse Bemiddelingscommissie, springen daarbij in het oog: -
Geen van de gestelde vragen in schooljaar 2020-2021 heeft momenteel al tot een bemiddelingsverzoek geleid. Nochtans wordt bij vragen over de inhoud of het (niet) afleveren van een verslag steeds gewezen op de mogelijkheid om een bemiddelingsverzoek in te dienen. Ook het Informatiepunt voor Ouders en Leerlingen wees verschillende ouders op het bestaan en de werking van de Vlaamse bemiddelingscommissie, zonder dat dit resulteerde in een bemiddelingsverzoek. De Vlaamse bemiddelingscommissie heeft hier geen duidelijke verklaring voor. Mogelijk wordt bij het doorlopen van de klachtenprocedure van het CLB (als ontvankelijkheidsvoorwaarde) al tot een oplossing gekomen of ervaren de ouders het indienen van een verzoek bij de bemiddelingscommissie als een (te) grote stap. We zijn ons ervan bewust dat de werking van de commissie niet erg laagdrempelig is. De vaktermen en het juridisch jargon maken de materie erg complex, vooral voor ouders maar in bepaalde gevallen ook voor scholen. Een bemiddelingsgesprek duurt lang en is erg intensief voor alle betrokkenen. Ook de samenstelling van de bemiddelingscommissie (met een voorzitter, secretariaat en commissieleden) kan voor ouders overweldigend overkomen.
-
Geen van de ingediende bemiddelingsverzoeken in schooljaar 2020-2021 resulteerde in een effectief bemiddelingsgesprek tijdens het schooljaar 2020-2021. o
In twee dossiers waren niet alle betrokken partijen bereid om deel te nemen aan een gesprek. Dit zou erop kunnen wijzen dat ouders (of andere betrokkenen) bemiddeling
9
door de Vlaamse bemiddelingscommissie als een (te) grote stap ervaren, al kunnen we dit niet met zekerheid stellen. o
Het derde ingediende dossier leidde niet tot een bemiddelingsgesprek doordat het dossier niet ontvankelijk was. Dit laatste knelpunt speelde ook de voorbije jaren een rol in het lage aantal bemiddelingsgesprekken: veel van de ingediende bemiddelingsverzoeken leiden niet tot een bemiddelingsgesprek omdat het verzoek (in eerste instantie) onontvankelijk is. In de meeste dossiers is het nadien ook niet meer nodig om een bemiddelingsgesprek te laten plaatsvinden omdat de betrokkenen via een andere weg tot een oplossing kwamen. We stellen echter vast dat de uitkomst in de praktijk vaak bestaat uit de betrokken leerling die van school verandert zodat een ander CLB bevoegd wordt en het verslag opgemaakt of gewijzigd kan worden. Vermoedelijk kiezen ouders voor deze uitkomst omdat het doorlopen van de klachtenprocedure bij het CLB en nadien een bemiddelingstraject tijdsintensief is en ouders op korte termijn een oplossing wensen.
o
Het vierde dossier is nog lopende op het moment van opmaak van dit rapport maar zal hoogstwaarschijnlijk tot een gesprek leiden op het einde van de maand oktober.
10
8. Conclusie en aanbevelingen Na 6 werkingsjaren stellen we vast dat de Vlaamse bemiddelingscommissie haar doel voorbij schiet: de commissie wordt niet vaak gecontacteerd, ouders lijken niet snel geneigd om een bemiddelingsverzoek in te dienen en wanneer toch een bemiddelingsverzoek wordt ingediend leidt dat in de meeste gevallen niet tot een bemiddelingsgesprek. Dat is jammer, aangezien de commissie wel signalen ontvangt dat er in de praktijk regelmatig onenigheid is tussen verschillende betrokken partijen over het (niet) afleveren van een verslag voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs of voor toegang tot het buitengewoon onderwijs. Toch zijn eerdere ervaringen met de Vlaamse bemiddelingscommissie over het algemeen positief. De commissie kan tijdens bemiddelingsgesprekken een meerwaarde bieden in het verzoenen van de standpunten tussen ouders enerzijds en de school of het CLB anderzijds. In het belang van de leerlingen willen we daarom vragen om de werking en samenstelling van de Vlaamse bemiddelingscommissie te (her)bekijken in het licht van het nieuwe leersteundecreet en om tijdens de besprekingen daarrond na te gaan hoe de commissie zo laagdrempelig maar effectief mogelijk georganiseerd kan worden. In de loop van schooljaar 2020-2021 werkte de Vlaamse bemiddelingscommissie zelf een voorstel uit om de ontvankelijkheidsvoorwaarden aan te passen zodat een bemiddelingsgesprek kan plaatsvinden als alle betrokken partijen dit nuttig en wenselijk achten, waar dit binnen de huidige ontvankelijkheidsvoorwaarden niet mogelijk zou zijn. Dit voorstel kan eventueel een vertrekpunt vormen voor verdere besprekingen rond de werking en procedure van de Vlaamse bemiddelingscommissie. Dit voorstel zal binnenkort aan de minister overgemaakt worden.
11
COLOFON
Eindredactie Mevr. Sabine Coppens (voorzitter) Kristel De Plecker, Klaartje Liessens (Agentschap voor Onderwijsdiensten) Met medewerking van Marion De Clercq (Agentschap voor Onderwijsdiensten) Verantwoordelijke uitgever Mevr. Sabine Coppens Voorzitter Vlaamse bemiddelingscommissie
12