De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel VIONA onderzoeksopdracht 25 juni 2019
DaphnĂŠ Valsamis Kristof Mertens Kathy Goffin
Jozef II-straat 40 B1 1000 Brussel T: +32 2 282 17 10 info@ideaconsult.be www.ideaconsult.be
Contents Managementsamenvatting
4
1.
KORTE SAMENVATTING VAN HET ONDERZOEK (ABSTRACT )
5
2.
DOELEN VAN HET ONDERZOEK
6
3.
METHODEN EN DATA
7
4.
BEVINDINGEN
8
5.
CONCLUSIES EN BELEIDSIMPLICATIES
Deel 1 Inleiding
11
14
1/
Context en doelstellingen van het onderzoek
15
2/
Methodologie van het onderzoek
19
3/
2.1.
Onderzoeksmethoden
19
2.2.
Inhoudelijk analysekader
20
Structuur van dit rapport
Deel 2 De kosten van het dienstenchequestelsel 1/
De kostendrijvers
24
25 26
1.1.
Het gebruik van dienstencheques
27
1.2.
De gebruikers van dienstencheques
29
1.3.
De vraag naar huishoudelijke hulp
33
1.4.
Motieven
38
1.5.
Bereidheid tot betalen
41
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
2
2/
De directe kosten
43
Deel 3 De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel 1/
2/
3/
4/
49
Directe terugverdieneffecten
50
1.1.
Netto creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers
50
1.2.
Netto-creatie van jobs voor omkaderingspersoneel
54
1.3.
Belastingen van dienstencheque-ondernemingen
55
Indirecte terugverdieneffecten
56
2.1.
Hogere participatiegraad van gebruikers
56
2.2.
Langer in eigen huis blijven wonen voor oudere gebruikers
59
2.3.
Verschuiving van poetshulp onder Welzijn naar dienstencheques onder Werk
60
2.4.
Hogere consumptie van gebruikers, werknemers en bedrijven
61
2.5.
Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privĂŠbalans
62
Indirecte kosten
65
3.1.
Extra kost langdurig zieken
65
3.2.
Opgebouwde sociale rechten
66
De terugverdieneffecten op de verschillende beleidsniveaus
67
Deel 4 De netto kostprijs van het dienstenchequestelsel 1/
2/
De
kosten
en
de
terugverdieneffecten
van
het
dienstenchequestelsel
70 per
VTE
dienstenchequemedewerker
71
De totale netto kostprijs
74
BIJLAGEN
76
A.1 / Bijlage 1: Overzicht van de verzamelde gegevens en parameters voor het kostenmodel
77
A.2 / Bijlage 2: profiel van de ongewogen steekproef dienstenchequegebruikers in de enquĂŞte
79
A.3 / Bijlage 3: Profiel van de dienstenchequegebruikers t.a.v. de Vlaamse bevolking van 18 jaar of ouder 80
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
3
Managementsamenvatting
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
4
1. KORTE SAMENVATTING VAN HET ONDERZOEK (ABSTRACT) Het stelsel van de dienstencheques is een omvangrijke maatregel van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid. Vlaanderen telde in 2017 1.505 erkende dienstencheque-ondernemingen en maar liefst 84.397 huishoudhulpen (of 3% van de werkende bevolking in Vlaanderen). De vraag naar dienstencheques stijgt jaar na jaar, en liep in 2017 op tot meer dan 84 miljoen cheques, aangekocht door meer dan 700.000 gebruikers. Er gaat echter een aanzienlijke kost gepaard met het succes van het systeem. De Vlaamse overheid droeg in 2017 een totale bruto kost van meer dan 1,3 miljard euro (bestaande uit de financiële tussenkomst voor dienstenchequebedrijven, belastingvermindering voor dienstenchequegebruikers, omkaderingskosten en de terugbetaling van opleidingen voor dienstenchequewerknemers). Dit is echter slechts een deel van het kostenplaatje. Het systeem brengt tal van terugverdieneffecten met zich mee: directe terugverdieneffecten door de creatie van tewerkstelling, maar ook indirecte terugverdieneffecten, onder andere door de verlichting van de huishoudelijke taken bij gebruikers waardoor zij zelf meer kunnen participeren op de arbeidsmarkt en een betere werk-privé balans ervaren. Dit onderzoek brengt deze terugverdieneffecten in kaart en kwantificeert ze waar dat mogelijk is. Zo kan de nettokost van het dienstenchequesysteem berekend worden. Er wordt ook geanalyseerd aan welke overheid (lokaal, Vlaams of Federaal) deze terugverdieneffecten ten goede komen. Tenslotte werd ook een enquête uitgevoerd bij 2000 dienstenchequegebruikers om een beter zicht te krijgen op de kostendrijvers van het dienstenchequestelsel. De resultaten van de enquête zijn tevens dienstig als input voor een aantal parameters in het model.
Key words: Dienstenchequestelsel, werkgelegenheidsbeleid, dienstencheques, bruto kosten, directe terugverdieneffecten, indirecte terugverdieneffecten, netto kosten
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
5
2. DOELEN VAN HET ONDERZOEK Dit onderzoek dient inzicht te geven in de kostprijs (en de kostendrijvers) en de terugverdieneffecten van het stelsel en een model voor de netto kostprijs van het dienstenchequestelsel, waarnaar hierna wordt verwezen als ‘het kostenmodel’, uit te werken. De centrale onderzoeksvragen in dit onderzoek zijn:
Hoeveel bedraagt de kost van het dienstenchequestelsel voor Vlaanderen, rekening houdend met alle terugverdieneffecten voor Vlaanderen? Aan welke overheid komen de terugverdieneffecten ten goede? Wat zijn de kostendrijvers in de consumptie van dienstencheques (de gebruikers)?
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
6
3. METHODEN EN DATA Om de onderzoeksvragen te beantwoorden werden verschillende onderzoeksmethoden gecombineerd:
Literatuuronderzoek Via literatuuronderzoek werd up-to-date informatie voor de uitvoering van dit onderzoek samengebracht, en werd input voor de conceptualisering van het kostenmodel en de drijvers van het gebruik verzameld. Zo werd maximaal gebruik gemaakt van bestaand materiaal.
Ontwikkeling van een kosten- baten model voor het dienstenchequestelsel Op basis van bestaande kosten-baten modellen werd een meer verfijnd model ontwikkeld waarin zowel de brutokostprijs van het systeem (terugbetaling dienstencheques, fiscale aftrek, administratieve kosten, terugbetaling opleidingen) in kaart werd gebracht, evenals de directe en indirecte terugverdieneffecten bij dienstenchequewerknemers, omkaderingspersoneel, dienstencheque-ondernemingen en gebruikers (via oa. verminderde uitkeringen, hogere sociale bijdragen en belastingen, …).
Analyse van administratieve gegevens en bestaand onderzoek Om het kostenmodel te voeden en de drijvers van het gebruik in kaart te brengen werden een hele reeks administratieve gegevens van het stelsel verzameld en geanalyseerd. Verder werden bestaande empirische resultaten m.b.t. de netto job-impact gebruikt als input voor het model.
Enquête bij gebruikers De enquête maakt het mogelijk om de drijvers van de vraag naar dienstencheques in Vlaanderen diepgaand in kaart te brengen en verfijnde parameters voor het arbeidsmarktgedrag van de gebruikers te identificeren voor het model (aantal uren dat gebruikers meer werken, sectoren waarin dienstenchequegebruikers werken, % gebruikers die extra ondersteuning nodig hebben indien het systeem van de dienstencheques er niet zou zijn,…). In de enquête werden de vragen (m.b.t. de motieven, de bereidheid tot betalen, de impact op het welzijn, … van het gebruik van dienstencheques) steeds gesteld vanuit het perspectief van het hele gezin van de respondent.
Werksessies met het departement WSE Door het departement WSE via werksessies te betrekken bij de conceptualisering van het model zijn we tot een gedragen en goedgekeurd conceptmodel gekomen voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem.
Methodische toelichting •
• • • •
Er werd een enquête bij gebruikers gelanceerd. Hiertoe werd een steekproef getrokken uit een Sodexo bestand van de actieve dienstenchequegebruikers in Vlaanderen, aangeleverd door het Departement WSE. Er werd hierbij rekening gehouden dat de bruto steekproef representatief was naar leeftijd, provincie, en de kruising van beide. De enquête gericht op gebruikers werd gelanceerd op 28/11/2018 en afgesloten op 19/12/2018. De enquête werd via e-mail in eerste instantie naar een steekproef van 9.999 dienstenchequegebruikers verstuurd. Om de respons te verhogen werden daarna nog eens 3.000 gebruikers aangeschreven. Uiteindelijk hebben 2.002 dienstenchequegebruikers de enquête volledig beantwoord. De gemiddelde invultijd van de enquête bedroeg 9 min. De netto steekproef was representatief naar geslacht, aantal aangekochte cheques en woonplaats t.a.v. de totale populatie dienstenchequegebruikers in Vlaanderen. 35-44 jarigen waren onder- en 65-79 jarigen oververtegenwoordigd in de steekproef. De steekproef werd daarom herwogen naar leeftijd.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
7
4. BEVINDINGEN De enquête biedt inzicht in de kostendrijvers van het dienstenchequestelsel. We vatten de voornaamste bevindingen hieronder samen.
Dienstencheques worden voornamelijk gebruikt voor de schoonmaak van de woning. Het aantal dienstenchequegebruikers en het aantal aangekochte cheques stijgt jaar na jaar. De intensiteit van het gebruik van dienstencheques is sinds de prijsstijging en de beperking van de belastingvermindering per individu in 2014 echter gedaald naar +/- 2,3 cheques per week per gebruiker. De gebruikers van dienstencheques zijn voor een groot deel grote samenwonende gezinnen waarbij minstens één partner aan het werk is (46% tweeverdieners, 17% éénverdiener), met gemiddeld een hoog scholingsniveau. Daarnaast is er ook een belangrijke gebruikersgroep van alleenstaanden, die geconcentreerd zit bij de oudere leeftijdsgroepen en gepensioneerd is. Het dienstenchequesysteem trekt veel nieuwe gebruikers van huishoudelijke hulp aan: 90% deed voor het gebruik van dienstencheques geen beroep op externe diensten. 10% deed voordien reeds beroep op andere externe hulp bij huishoudelijke taken die momenteel via dienstencheques worden uitbesteed. In de meeste gevallen was dit via een persoon zonder contract (zwartwerk). Slechts een minderheid doet naast dienstencheques momenteel nog beroep op een andere externe persoon of organisatie (voor de activiteiten die ze via dienstencheques zouden kunnen uitbesteden). 80plussers combineren in grotere mate dienstencheques met andere externe diensten. De meeste dienstenchequegebruikers doen nog steeds een deel van de schoonmaak, was of strijk zelf. Bij de gebruikers op beroepsactieve leeftijd is de tijdswinst (ook met het oog op werken) het belangrijkste motief om de huishoudelijke taken uit te besteden, bij 65+’ers is de voornaamste reden dat ze de taken fysiek niet meer aankunnen. De prijs en het officiële statuut zijn de belangrijkste redenen om op het dienstenchequestelsel beroep te doen. Voor de meerderheid van de gebruikers blijft de intensiteit van het gebruik van dienstencheques constant doorheen de tijd. De evolutie van de intensiteit van het gebruik is sterk afhankelijk van de evolutie in de familiale (bv. krijgen van een kind) of persoonlijke situatie (wijzigen van woning) van de gebruiker. De huidige prijs van dienstencheques bedraagt € 9 per uur en daar komen doorgaans geen extra kosten bij aangerekend door het dienstenchequebedrijf. De helft van de gebruikers geeft aan maximaal niet meer dan de huidige prijs te willen betalen (indien de belastingvermindering constant blijft). Dit betekent dat de overige helft wél bereid is om meer te betalen, waarbij één op drie (36%) € 10 wil betalen en 10% zelfs € 11 of meer. Vooral grootverbruikers en personen die eerder omwille van een ‘betere kwaliteit’ beroep op doen op dienstencheques, zijn gemiddeld bereid meer te behalen.
In het rapport worden de directe en indirecte kosten en de directe en de indirecte terugverdieneffecten in kaart gebracht.
De directe kosten De directe kosten bedragen in 2017 € 1.303 miljoen en bestaan uit de financiële tussenkomst voor dienstenchequebedrijven, de belastingvermindering, de administratieve kosten en de terugbetaling van opleidingen voor dienstenchequewerknemers.
De directe terugverdieneffecten De directe terugverdieneffecten bedragen 675 miljoen euro in 2017 en komen voort uit de netto-creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers en de netto-creatie van jobs voor omkaderingspersoneel. Deze brengen respectievelijk minder uitkeringen (werkloosheid, leefloon, RIZIV) en begeleidingskosten, meer sociale bijdragen en fiscale inkomsten voort. Daarbovenop betalen belastingplichtige dienstencheque-ondernemingen (handelsvennootschappen, interimkantoren en natuurlijke personen) vennootschapsbelastingen.
De indirecte terugverdieneffecten De indirecte terugverdieneffecten, die in 2017 429 miljoen euro bedragen, zijn voornamelijk gelinkt aan de gebruikers:
Hogere participatiegraad van gebruikers waardoor zij (en hun werkgevers) meer sociale bijdragen alsook personenbelastingen betalen. Langer in eigen huis blijven wonen voor oudere gebruikers leidt tot minder kosten voor rusthuizen. Verschuiving van huishoudelijke poetstaken via zorgdiensten naar dienstencheques waardoor er minder kosten zijn aan huishoudelijke poetstaken via zorgdiensten.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
8
Hogere consumptie van bedrijven, werknemers en gebruikers zorgt voor meer BTW-inkomsten. Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privébalans leidt tot minder kosten voor de sociale zekerheid (ziekteverzuim, langdurige afwezigheid, …).
Enkele indirecte terugverdieneffecten, met name het langer in huis blijven wonen voor oudere gebruikers, de hogere consumptie van dienstenchequewerknemers en het hoger welzijn van de actieve bevolking door een betere werk-privé balans, zijn moeilijk te kwantificeren en worden enkel kwalitatief besproken.
De indirecte kosten De indirecte kosten bestaan uit de opgebouwde rechten voor de sociale zekerheid. Voor huishoudhulpen zal een job in de sector leiden tot een hogere sociale bescherming ten opzichte van een job in het informele circuit. Dit leidt echter ook tot een stijging van de kosten voor de sociale zekerheid, ten gevolge van de rechtenopbouw van huishoudhulpen zoals de uitbetaling van pensioenen. Voor de berekening van de totale netto kostprijs is het aangewezen om deze opgebouwde sociale zekerheidsrechten (die tegenover de sociale bijdragen staan) te berekenen. Dit is echter een complexe oefening omdat in het bijzonder bij de pensioenen deze opgebouwde sociale rechten zich over een lange tijdsduur manifesteren en pensioenberekeningen bijvoorbeeld erg complex zijn. Binnen het kader van dit onderzoeksproject was het niet mogelijk om dergelijke complexe berekeningen op een nauwkeurige manier uit te voeren. Daarnaast zijn er ook kosten voor langdurig zieke dienstenchequewerknemers. Deze kost kan makkelijker berekend worden. Een dienstenchequejob is een zware job. Uit voorgaande studies blijkt dat er een stijgend aandeel langdurig zieken zijn in de sector, wat een kost is voor de overheid voor de uitbetaling van invaliditeit en ziekteuitkeringen. De kosten die daarbij komen kijken lopen op tot 61 miljoen euro in 2017. Omdat het systeem sinds de regionalisering een Vlaamse bevoegdheid is geworden, draagt Vlaanderen de kosten van het systeem. Veel terugverdieneffecten zitten echter geconcentreerd bij de federale overheid. De tabel hieronder toont aan welke overheid elk van de terugverdieneffecten in eerste instantie ten goede komen, omdat dit een rechtstreekse bevoegdheid van het respectievelijke beleidsniveau is. Uiteraard sijpelen deze daarna nog door van de federale overheid naar de regio’s. In het kader van de zesde staatshervorming bepaalt de financieringswet ook welke federale dotatie aan de regio’s tegenover de bevoegdheidsoverdracht staat. De uitgaven van de federale staat via de dotatie en dus de inkomsten van de regionale overheid die tegenover de overgedragen bevoegdheden in het kader van de zesde staatshervorming staan, worden in dit onderzoek niet gekwantificeerd.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
9
Impact
Terugverdieneffect
Creatie van dienstenchequejobs en omkaderingsjobs
Daling van het aantal uitgekeerde werkloosheidsuitkeringen Daling van het aantal uitgekeerde RIZIVuitkeringen Daling van het aantal uitgekeerde leefloon uitkeringen Daling indirecte publieke interventie voor uitkeringsgerechtigden (voormalige werkenden) Daling van de begeleidingskost voor werkzoekenden Stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen (werknemers en werkgeversbijdrages)
Rechtstreekse bevoegdheid Federaal Federaal 2/3 Federaal + 1/3 lokaal Federaal Vlaams + deel Federaal (RVA) Federaal
Stijging van de inkomsten uit personenbelastingen ¾ Federaal + ¼ Vlaams/lokaal (incl. 7% gemeente) Creatie van dienstenchequeondernemingen Impact op de werkuren van gebruikers
Stijging van de inkomsten uit vennootschapsbelastingen Stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen (werknemers en werkgeversbijdrages)
Federaal Federaal
Stijging van de inkomsten uit personenbelastingen ¾ Federaal + ¼ Vlaams/lokaal (incl. 7% gemeente) Langer in eigen huis blijven wonen door oudere gebruikers Verschuiving van huishoudelijke activiteiten via zorg naar de dienstencheques Hogere consumptie van bedrijven, werknemers en gebruikers Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werkprivé balans Opgebouwde rechten sociale zekerheid dienstenchequewerknemers Kost langdurig ziekte dienstencheque-werknemer
Daling van de kost voor rusthuizen + van uitkering Vlaams/lokaal voor woonzorgcentra Daling van de kost voor zorgactiviteiten
Vlaams/lokaal
Stijging van de BTW-inkomsten
Federaal
Daling van kost voor ziekte en invaliditeit
Federaal
Stijging van kosten voor sociale zekerheid
Federaal
Stijging van kost voor ziekte en invaliditeit
Federaal
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
10
5. CONCLUSIES EN BELEIDSIMPLICATIES Door de bruto kosten, de directe en indirecte terugverdieneffecten en de indirecte kosten in rekening te brengen, kunnen we de netto kostprijs van het dienstenchequesysteem bepalen. Onderstaande tabel toont een overzicht van de kosten en terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel per VTE dienstenchequewerknemer. De netto kosten komen in 2017 neer op €5.650 per VTE dienstenchequewerknemer. De berekening van de netto kost wordt in het rapport modulair opgebouwd. Iedere parameter heeft namelijk een doorwerkende invloed op de uiteindelijke netto-kost. Het departement WSE heeft het volledige kostenmodel ter beschikking en kan de impact van een verandering in één parameter op deze manier berekenen. 2015
Directe kosten per VTE
Directe terugverdieneffecten per VTE
Bruto kostprijs
Financiële tussenkomst voor dienstencheques Fiscale aftrek Omkaderingskost Terugbetaling opleidingen
Totale bruto kostprijs per VTE Creatie van nieuwe jobs voor DCH- Daling uitkeringen voor DCHwerknemers werknemers Daling begeleidingskosten VDAB voor DCH-werknemers Daling administratieve kosten voor uitkeringen van DCH-werknemers Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor DCHwerknemers Totale terugverdieneffecten uit creatie van jobs voor DCHwerknemers Creatie van nieuwe jobs voor omkaderingsleden
Daling uitkeringen voor omkaderingsleden Daling begeleidingskosten VDAB voor omkaderingsleden Daling administratrieve kosten voor uitkeringen omkaderingsleden Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor omkaderingsleden Totale terugverdieneffecten uit
creatie van jobs voor omkaderingsleden Creatie van ondernemingen Totale meerontvangsten uit vennootschapsbelasting Totale directe terugverdieneffecten per VTE Indirecte terugverdieneffecten Hogere participatiegraad en Stijging inkomsten uit sociale per VTE productiviteit van de actieve bijdragen en belastingen van bevolking gebruikers Stijging consumptie Meerontvangsten uit BTW gebruikers Meerontvangsten uit BTW DCHwerknemers Meerontvangsten uit BTW omkaderingswerknemers Meerontvangsten uit BTW bedrijven Totale meerontvangsten uit BTW Daling kost rusthuizen Daling kost van rusthuizen Daling kost voor huishoudelijke Daling kost voor huishoudelijke taken taken via thuiszorg via thuiszorg Totale indirecte terugverdieneffecten per VTE Indirecte kosten per VTE Kosten voor langdurig zieken Kosten voor langdurig zieke DCH-WN Opgebouwde sociale rechten Totale indirecte kosten per VTE TOTALE KOSTEN per VTE TOTALE TERUGVERDIENEFFECTEN per VTE
Netto kostprijs per VTE
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
2016
2017
24.025
25.094
24.120
3.701 204 47 27.977 5.491
3.898 242 42 29.276 5.219
3.930 221 58 28.328 5.282
782
738
734
662
624
621
8.616
7.617
7.305
15.550
14.198
13.941
164
161
164
20
19
19
17
16
16
170
93
144
372
289
344
396
389
393
16.318 8.411
14.876 8.038
14.678 8.323
414 423 niet berekend
445
niet berekend 107 102 521 525 niet berekend 443 443
109 554
9.375 9.006 1.339 1.339 niet berekend 1.339 1.339 29.316 30.616 25.693 23.882
9.332 1.332 1.332 29.660 24.011
3.623
5.650
6.734
456
11
De totale kosten en terugverdieneffecten worden in onderstaande tabel weergegeven. De totale netto kosten bedragen bijna ₏260 miljoen in 2017. 2015
Directe kosten
Directe terugverdieneffecten
Bruto kostprijs
FinanciĂŤle tussenkomst voor dienstencheques Fiscale aftrek Omkaderingskost Terugbetaling opleidingen
Totale bruto kostprijs Creatie van nieuwe jobs voor DCH- Daling uitkeringen voor DCHwerknemers werknemers Daling begeleidingskosten VDAB voor DCH-werknemers Daling administratieve kosten voor uitkeringen van DCH-werknemers Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor DCHwerknemers Totale terugverdieneffecten uit creatie van jobs voor DCHwerknemers Creatie van nieuwe jobs voor omkaderingsleden
Daling uitkeringen voor omkaderingsleden Daling begeleidingskosten VDAB voor omkaderingsleden Daling administratrieve kosten voor uitkeringen omkaderingsleden Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor omkaderingsleden Totale terugverdieneffecten uit
creatie van jobs voor omkaderingsleden Creatie van ondernemingen Totale meerontvangsten uit vennootschapsbelasting Totale directe terugverdieneffecten Indirecte terugverdieneffecten Hogere participatiegraad en Stijging inkomsten uit sociale productiviteit van de actieve bijdragen en belastingen van bevolking gebruikers Stijging consumptie Meerontvangsten uit BTW gebruikers Meerontvangsten uit BTW DCHwerknemers Meerontvangsten uit BTW omkaderingswerknemers Meerontvangsten uit BTW bedrijven
Indirecte kosten
Totale meerontvangsten uit BTW Daling kost rusthuizen Daling kost van rusthuizen Daling kost voor huishoudelijke Daling kost voor huishoudelijke taken taken via thuiszorg via thuiszorg Totale indirecte terugverdieneffecten Kosten voor langdurig zieken Kosten voor langdurig zieke DCH-WN Opgebouwde sociale rechten Totale indirecte kosten
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
2016
2017
1.021.257.183
1.109.266.482
1.109.324.668
157.300.000 8.661.508 2.008.159 1.189.226.850 233.415.046
172.320.000 10.700.907 1.858.358 1.294.145.747 230.722.764
180.750.000 10.164.855 2.647.869 1.302.887.392 242.922.721
33.232.723
32.605.620
33.742.570
28.121.280
27.590.630
28.552.708
366.232.318
336.697.636
335.972.129
661.001.367
627.616.650
641.190.127
6.981.914
7.100.845
7.542.339
862.776
854.831
886.864
730.075
723.352
750.458
7.238.941
4.102.645
6.642.554
15.813.706
12.781.672
15.822.215
16.814.077
17.180.508
18.079.150
693.629.149 357.545.842
657.578.830 355.313.157
675.091.493 382.778.428
17.595.342
18.678.608
20.459.514
niet berekend niet berekend 4.537.955
4.516.833
5.005.786
22.133.297
23.195.441 niet berekend 19.599.829
25.465.300
398.108.427 59.198.772 niet berekend 59.198.772
429.213.532 61.263.019
18.835.453 398.514.592 56.916.215 56.916.215
20.969.804
61.263.019
12
Volledige referentie van onderzoeksrapport(en) of paper(s) en andere sleutelpublicaties van het hier samengevatte onderzoek Solidaris (2016), 'Maison de repos: à quel prix ?’ – Authors: J. Laasman, L. Maron, A. Van den Heede, M. Van Duynslaeger, K. Vervoort, J. Vrancken Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (2013), 'Financiering van de thuiszorg: het perspectief van de voorzieningen’ - Authors: J. Pacolet, A. De Coninck, F. De Wispelaere HIVA in opdracht van Departement Financien en Begroting (2019), ‘The impact of the SVS on low-skilled employment’ - Author: S. Desiere IDEA Consult in opdracht van Federgon (2018), ‘De dienstencheques 360° doorgelicht’ – Authors: D. Valsamis, K. Goffin, K. Mertens, T. Schooreel, W. Van der Beken OECD Taxing Wages (2018)
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
13
Deel 1 Inleiding
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
14
1 / Context en doelstellingen van het onderzoek De dienstencheques: een belangrijke maatregel in het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid Het dienstenchequestelsel vindt zijn oorsprong in 2003 als een initiatief van de gewesten, waarna het in 2004 gefederaliseerd werd. Sinds 1 juli 2014 is het beheer van het stelsel van de dienstencheques in het kader van de zesde staatshervorming een gewestelijke bevoegdheid geworden. Het stelsel van de dienstencheques is een omvangrijke maatregel van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid die drie doelstellingen nastreeft, namelijk:
De tewerkstellingsgraad verhogen bij doelgroepen die verder afstaan van de arbeidsmarkt (kortgeschoold);
Activiteiten in het zwarte of grijze circuit beperken (informele economie);
Een beter evenwicht creëren tussen werk en privéleven voor gezinnen.
Zoals aangegeven in onderstaande figuur telde Vlaanderen in 2017 714.762 dienstenchequegebruikers. In totaal werden meer dan 84 miljoen cheques aangekocht, voor een gemiddelde van 2,3u per week per gebruiker. Vlaanderen telde in 2017 1505 erkende dienstencheque-ondernemingen, en maar liefst 84.397 huishoudhulpen (of 3% van de werkende bevolking in Vlaanderen1) waren aan de slag in het stelsel.
Figuur 1: De omvang van het dienstencheque-systeem in Vlaanderen in 2017
Bron: IDEA Consult op basis van cijfers van WSE en Sodexo
Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat het stelsel van de dienstencheques een aanzienlijke omvang heeft, zowel aan de kant van de gebruikers als aan deze van de aanbieders (huishoudhulpen en bedrijven). Bovendien blijft het systeem jaar na jaar stijgen wat het aantal gebruikers betreft (zie Figuur 2). Deze stijgingen verklaren zich door belangrijke macro-economische evoluties die de maatschappelijke vraag naar huishoudelijke diensten verder stimuleren:
1
2.838.504 werkenden in het Vlaamse Gewest, cijfers op basis van de hervormde Enquête naar de Arbeidskrachten, kwartaal 4 2017, Belstat
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
15
Binnen het gezin is er minder tijd voor het huishouden door de stijgende participatiegraad van vrouwen; De vergrijzende bevolking heeft meer behoefte aan hulp in het huishouden; Het aandeel eenoudergezinnen waarbij de nood aan betaalbare huishoudhulp groot is, stijgt continu.
Het is hierbij belangrijk om op te merken dat het aantal gebruikers niet gelijk is aan het aantal gezinnen dat beroep doet op dienstencheques. Omwille van fiscale optimalisatie maken soms meerdere gebruikers binnen één gezin een gebruikersaccount aan. Figuur 2: De evolutie van het gebruik van dienstencheques in Vlaanderen 800 000
10% 9%
700 000
8%
600 000
7%
500 000
6%
400 000
5% 4%
300 000
3%
200 000
2%
100 000
0
1% 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
0%
Aantal actieve gebruikers 460 957 504 259 544 239 582 108 603 132 642 012 668 066 714 762 Groei gebruikers
9%
8%
7%
4%
6%
4%
7%
Bron: IDEA Consult op basis van WSE jaarrapporten
De werking van het dienstenchequesysteem In de praktijk kunnen particulieren volgende huishoudelijke taken met dienstencheques betalen:
Prestaties uitgevoerd in de woning van de gebruiker: schoonmaken van de woning (met inbegrip van ramen wassen), wassen en strijken, occasioneel naaiwerk, maaltijden bereiden;
Activiteiten uitgevoerd buiten de woning van de gebruiker: boodschappen doen voor een gebruiker om in zijn dagelijkse behoeften te voorzien, begeleiding bij het vervoer van personen met een beperkte mobiliteit, strijken (met inbegrip van verstelwerk van het te strijken wasgoed).
Zoals beschreven in onderstaande figuur worden de huishoudelijke taken in het kader van het dienstenchequesysteem uitgevoerd door een dienstenchequewerknemer binnen het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques. Per gewerkt uur ontvangt de werknemer een dienstencheque van de gebruiker die bij de onderneming wordt ingeleverd. Een gebruiker kan 500 dienstencheques per kalenderjaar bestellen, de eerste 400 tegen € 9 en de laatste 100 tegen € 10. De betaalde bedragen geven in Vlaanderen recht op een belastingvermindering van 30% per dienstencheque oftewel een (geplafonneerde) belastingvermindering tot € 1.470 per jaar in 2019. Dit komt ongeveer overeen met een belastingvermindering van € 2,7 per dienstencheque voor de eerste 163 aangekochte cheques of een netto kost voor de gebruiker van € 6,3 per dienstencheque. In Wallonië en Brussel werd de fiscale aftrek teruggebracht tot resp. 10% en 15%. Voor dienstencheques die sinds 1 september 2018 worden uitgegeven, bedraagt in Vlaanderen de totale kost van een dienstencheque € 23,02. De subsidie die de overheid terugbetaalt aan de bedrijven (inclusief administratiekost) bedraagt € 14,02.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
16
Figuur 3: De werking van het dienstencheque-systeem in de praktijk, 2018
Bron: IDEA Consult
Het succes van de dienstencheques gaat gepaard met een aanzienlijke bruto kost voor de overheid Het dienstenchequesysteem beantwoordt een belangrijke maatschappelijke vraag en creëert jobs voor kortgeschoolden. Het systeem wordt dan ook door vele Europese landen als inspirerend beschouwd en werd reeds als goede praktijk voorgesteld in een staff working paper van de Europese Commissie in 2012. Niettemin leidt het systeem tot aanzienlijke bruto kosten voor de Vlaamse overheid: 1.303,2 miljoen euro in 2017, bestaande uit:
1.109 miljoen euro kosten voor de financiële tussenkomst voor bedrijven;
10 miljoen euro omkaderingskosten;
181 miljoen euro voor de belastingvermindering van dienstencheques.
Daarnaast zijn er nog indirecte kosten voor de sociale zekerheid doordat dienstenchequewerknemers sociale rechten opbouwen en er ook een kost is voor langdurig zieke dienstenchequewerknemers (deze laatste wordt geschat op 61,2 miljoen euro). Omgerekend naar het aantal dienstenchequewerknemers heeft het systeem een bruto kost van € 28.336 per jaar per dienstenchequewerknemer. De bruto kost van het systeem wordt in belangrijke mate bepaald door de evolutie van het gebruik van dienstencheques. Een belangrijke vraag voor dit onderzoek is eveneens wat de drijvers zijn van de consumptie van dienstencheques en hoe het gebruik verder zou kunnen evolueren.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
17
Het systeem genereert echter ook substantiële terugverdieneffecten Naast de directe kosten en de indirecte kosten voor de sociale zekerheid brengt het systeem echter een hele reeks terugverdieneffecten met zich mee. Deze terugverdieneffecten worden berekend om de zogenoemde netto kost van het systeem te becijferen, of met andere woorden de bruto kost van het systeem vermeerderd met de indirecte kosten voor de sociale zekerheid maar waarbij de terugverdieneffecten in mindering worden gebracht. Sinds de regionalisering van het dienstenchequesysteem heeft Vlaanderen echter geen zicht meer op deze terugverdieneffecten en kan de netto kost van het systeem niet meer berekend worden. Binnen dit onderzoek werden daarom de terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel voor Vlaanderen in kaart gebracht en werd een netto-kostenmodel uitgewerkt. Behoefte om de terugverdieneffecten van het systeem en de begunstigde instellingen van deze effecten in kaart te brengen We kunnen verschillende soorten terugverdieneffecten onderscheiden:
Directe terugverdieneffecten: zijn effecten die gelinkt zijn aan de dienstenchequewerknemers, de omkaderingsleden en dienstenchequebedrijven.
Indirecte terugverdieneffecten: zijn effecten die gelinkt zijn aan de gebruikers, alsook positieve externaliteiten die voortkomen uit andere effecten van het dienstenchequesysteem.
Hierbij moeten we echter rekening houden met twee belangrijke aandachtspunten:
Niet alle terugverdieneffecten zijn kwantificeerbaar: vooral indirecte terugverdieneffecten zijn moeilijk te kwantificeren en dienen voorzichtig berekend te worden. Deze kunnen wel kwalitatief besproken worden.
Veel terugverdieneffecten zitten geconcentreerd bij de federale overheid: naast de kwantificering van de terugverdieneffecten wordt in dit onderzoek ook nagegaan of en welke terugverdieneffecten (rechtstreeks, dus in eerste orde) er voor Vlaanderen bestaan. Aan welk bestuursniveau de terugverdieneffecten toekomen werd evenwel niet gekwantificeerd in het model. Het is immers zo dat de kost voor de federale overheid de federale dotatie is. Deze federale dotatie wordt in Vlaanderen voor een deel wordt toegekend aan het dienstenchequesysteem. De rechtstreekse terugverdieneffecten voor Vlaanderen lopen via de Vlaamse opcentiemen, maar deze worden niet in het model in rekening gebracht.
Binnen dit kader dient dit onderzoek inzicht te geven in de kostprijs (en de kostendrijvers) en de terugverdieneffecten van het stelsel en een model voor de netto kostprijs van het dienstenchequestelsel, waarnaar hierna wordt verwezen als ‘het kostenmodel’, uit te werken. De centrale onderzoeksvragen worden in onderstaande box weergegeven. Box 1: Centrale onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvragen in dit onderzoek zijn:
Hoeveel bedraagt de kost van het dienstenchequestelsel voor Vlaanderen, rekening houdend met alle terugverdieneffecten voor Vlaanderen?
Aan welke overheid komen de terugverdieneffecten ten goede?
Wat zijn de kostendrijvers in de consumptie van dienstencheques (de gebruikers)?
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
18
2 / Methodologie van het onderzoek 2.1.
Onderzoeksmethoden
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden en het kostenmodel uit te werken, werden verschillende onderzoeksmethoden gecombineerd. We bespreken elk van deze methoden hieronder. ď‚„
Literatuuronderzoek
Via literatuuronderzoek werd up-to-date informatie voor de uitvoering van dit onderzoek samengebracht, en werd input voor de conceptualisering van het kostenmodel en de drijvers van het gebruik verzameld. Zo werd maximaal gebruik gemaakt van bestaand materiaal. ď‚„
Analyse van administratieve gegevens
Om het kostenmodel te voeden en de drijvers van het gebruik in kaart te brengen werden een hele reeks administratieve gegevens alsook empirische resultaten m.b.t. de netto job-impact van het stelsel verzameld en geanalyseerd. De belangrijkste bronnen worden in de rest van dit rapport vermeld, en in het model worden de bronnen van alle verzamelde gegevens steeds aangeduid. Een lijst van de verzamelde gegevens en parameters wordt opgenomen in Bijlage 1.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
19
Enquête bij gebruikers
Deze enquête maakt het mogelijk om de drijvers van de vraag naar dienstencheques in Vlaanderen diepgaand in kaart te brengen en verfijnde parameters te identificeren voor het model (vb. de motieven, de bereidheid tot betalen, de impact op het welzijn, … van het gebruik van dienstencheques). Onderstaande box geeft meer informatie over de organisatie en respons van de enquête.
Box 2: Methodologie van de gebruikersenquête
Steekproef: Er werd een steekproef getrokken uit een bestand van de actieve dienstenchequegebruikers in Vlaanderen, aangeleverd door Sodexo. Er werd hierbij rekening gehouden dat de bruto steekproef representatief was naar leeftijd, provincie, en de kruising van beide.
Respons: De enquête gericht op gebruikers werd gelanceerd op 28/11/2018 en afgesloten op 19/12/2018. De enquête werd via e-mail in eerste instantie naar een steekproef van 9.999 dienstenchequegebruikers verstuurd. Om de respons te verhogen werden daarna nog eens 3.000 gebruikers aangeschreven. Uiteindelijk hebben 2.002 dienstenchequegebruikers de enquête volledig beantwoord.
Gemiddelde invultijd: De gemiddelde invultijd van de enquête bedroeg 9 min.
Representativiteit: De netto steekproef was representatief naar geslacht, aantal aangekochte cheques en woonplaats t.a.v. de totale populatie dienstenchequegebruikers in Vlaanderen. 35-44 jarigen waren onder- en 65-79 jarigen oververtegenwoordigd in de steekproef. De steekproef werd daarom herwogen naar leeftijd. Een overzicht van het (ongewogen) profiel van de dienstenchequegebruikers in de steekproef wordt weergegeven in bijlage 3.
Gebruiker: In de enquête werden de vragen (m.b.t. de motieven, de bereidheid tot betalen, de impact op het welzijn, … van het gebruik van dienstencheques) steeds gesteld vanuit het perspectief van het hele gezin van de respondent.
Bron: IDEA Consult
Werksessie met het departement WSE
Door het departement WSE via een werksessie te betrekken bij de conceptualisering van het model zijn we tot een gedragen en goedgekeurd conceptmodel gekomen voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem.
2.2.
Inhoudelijk analysekader
Ons model voor de netto kostprijs van dienstencheques wordt weergegeven in onderstaande figuur. De netto kostprijs van de dienstencheques wordt berekend als de bruto kostprijs verminderd met de terugverdieneffecten (direct en indirect) en vermeerderd met de indirecte kosten voor de sociale zekerheid. Figuur 4: Model voor de netto kostprijs van het dienstenchequestelsel
Bron: IDEA Consult
De bruto kostprijs van de dienstencheques bestaat uit de terugbetaling van de dienstencheques, de belastingvermindering, de administratieve kosten en de terugbetaling van de opleidingen. Naast deze brutokostprijs zijn er ook nog indirecte kosten voor de sociale zekerheid via de opbouw van sociale rechten en via uitkeringen aan langdurig zieke dienstenchequewerknemers.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
20
Figuur 5: De bruto kostprijs van het dienstenchequestelsel
Bron: IDEA Consult
De verschillende terugverdieneffecten van de dienstencheques worden weergegeven in Figuur 6. We geven aan welke terugverdieneffecten er kunnen onderscheiden worden en geven daarbij ook aan welke effectief in rekening worden gebracht in het model:
De netto creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers: De creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers maakt het mogelijk om minder uitkeringen te betalen en zorgt voor méér inkomsten in de sociale zekerheidsbijdragen en personenbelasting. Ook zullen er minder kosten zijn voor de begeleiding van werklozen. Anderzijds kunnen er ook meer uitgaven zijn voor loonkostverlagende maatregelen.
De netto creatie van jobs voor omkaderingsleden: De creatie van jobs voor omkaderingsleden maakt het eveneens mogelijk om minder begeleidingskosten voor werklozen en uitkeringen te betalen en zorgt voor méér inkomsten in de sociale zekerheidsbijdragen en personenbelasting.
De netto creatie van dienstenchequebedrijven of -activiteiten: De creatie van nieuwe ondernemingen of uitbreidingen van activiteiten bij bestaande ondernemingen leidt tot een stijging van de inkomsten uit vennootschapsbelasting, alleszins voor belastingplichtige dienstencheque-ondernemingen.
Hogere participatiegraad van gebruikers: Door de facilitering van een betere werk-privé combinatie kan het
gebruik van dienstencheques voor gebruikers op beroepsactieve leeftijd leiden tot meer gewerkte uren (grotere participatiegraad op de arbeidsmarkt) en zo tot een stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen.
Langer in eigen huis blijven wonen door oudere gebruikers: Voor gebruikers op oudere leeftijd kan het gebruik van dienstencheques leiden tot meer autonomie waardoor deze gebruikers langer in eigen huis kunnen blijven wonen. Dit zal op zijn beurt leiden tot een daling van de kost van rusthuizen voor de overheid. Deze terugverdieneffecten worden in dit model evenwel niet doorgerekend.
Verschuiving van huishoudelijke taken via zorgdiensten naar dienstencheques: Het gebruik van dienstencheques kan ertoe leiden dat gebruikers die beroep deden op zorgdiensten voor huishoudelijke taken hun gebruik van zorgdiensten verminderen. Dit leidt tot een daling van de kost voor zorgdiensten.
Hogere consumptie van bedrijven, werknemers en gebruikers: Dit leidt op zijn beurt tot een stijging van de inkomsten uit BTW. Dit effect werd nog niet berekend in het kader van andere studies en kon in deze studie enkel voor de gebruikers en bedrijven betrouwbaar worden berekend. Voor de werknemers kon dit niet nauwkeurig berekend worden in dit model bij gebrek aan voldoende gedetailleerde info over hun vroegere professionele activiteiten. Het verlies van BTW-inkomsten omdat op prestaties via dienstencheques geen BTW is verschuldigd (in tegenstelling tot bvb. private poetsdiensten), werd niet in kaart gebracht.
Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privé balans: De betere werk-privé combinatie kan ervoor zorgen dat gebruikers een hoger welzijn ervaren, wat kan leiden tot minder kosten voor de sociale zekerheid, ten gevolge van bv. een verlaagd ziekteverzuim. Dit effect is echter heel moeilijk te kwantificeren.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
21
Figuur 6: De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel
Impact dienstencheques Netto creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers Directe effecten
Netto creatie van jobs voor omkaderingspersoneel
Financiële impact dienstencheques Minder uitkeringen Meer sociale (werkloosheid, leefloon, ZIV) en bijdragen en fiscale begeleidingskosten inkomsten Minder uitkeringen (werkloosheid, leefloon, ZIV) en begeleidingskosten
Netto creatie van nieuwe ondernemingen of activiteiten
Meer inkomsten uit bedrijfsbelastingen
Hogere participatiegraad van gebruikers
Indirecte effecten
Meer sociale bijdragen en fiscale inkomsten
Meer sociale bijdragen en fiscale inkomsten
Langer in eigen huis blijven wonen door oudere gebruikers
Minder kosten voor rusthuizen
Verschuiving van huishoudelijke taken via zorgdiensten naar dienstencheques
Minder kosten van huishoudelijke taken via zorgactiviteiten
Hogere consumptie van bedrijven, werknemers en gebruikers Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werkprivébalans
Meer BTW inkomsten
Minder kosten voor de sociale zekerheid (ziekteverzuim, langdurige afwezigheid, …)
Bron: IDEA Consult
Tot slot worden ook volgende indirecte kosten van het dienstenchequesysteem in kaart gebracht:
Opgebouwde rechten voor de sociale zekerheid: Voor huishoudhulpen zal een job in de sector leiden tot een hogere sociale bescherming ten opzichte van een job in het informele circuit. Dit leidt echter ook tot een stijging van de kosten voor de sociale zekerheid, ten gevolge van de rechtenopbouw van huishoudhulpen zoals de uitbetaling van pensioenen.
Kosten voor langdurig zieken: Een dienstenchequejob is een zware job. Uit voorgaande studies blijkt dat er een stijgend aandeel (langdurig) zieken zijn in de sector, wat een kost is voor de overheid voor de uitbetaling van invaliditeit en ziekteuitkeringen.
Figuur 7: De indirecte kosten van het dienstenchequestelsel
Bron: IDEA Consult
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
22
Belangrijkste verschilpunten met eerdere kosten- en terugverdienmodellen In dit kosten- en terugverdienmodel worden er veel meer soorten terugverdieneffecten berekend en worden deze ook gedetailleerder berekend dan in de vorige modellen. We denken dan bijvoorbeeld aan:
de verschillende soorten uitkeringen (werkloosheid, leefloon, RIZIV),
de begeleidingskosten;
de verschuiving van huishoudelijke poetstaken via Welzijn naar huishoudelijke hulp via Werk
de directe en indirecte kosten van het systeem (namelijk de opleidingskosten en kost voor langdurig zieken worden nu wel opgenomen).
Tenslotte zijn ook verschillende parameters gebaseerd op de enquête bij gebruikers waarbij de vraagstellingen werden aangepast in vergelijking met eerdere enquêtes die werden uitgevoerd. Indien er voor een individuele parameter een verschil was ten opzichte van een vorige meetwijze, werd dit In het kosten- en terugverdienmodel dat aan de opdrachtgever werd opgeleverd, aangegeven op het niveau van de bewuste parameter.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
23
3 / Structuur van dit rapport Dit rapport is in wat volgt opgebouwd uit drie delen, met name: ď‚„
Deel 2: de kosten van het dienstenchequestelsel. In dit deel worden eerst de kostendrijvers van het systeem besproken, waarna de bruto kostprijs van het dienstenchequestelsel in kaart wordt gebracht.
ď‚„
Deel 3: de terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel. Hier overlopen we achtereenvolgens alle directe en indirecte terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel. We bespreken ook enkele indirecte kosten die in rekening moeten gebracht worden. Tot slot wordt ingegaan op de verdeling van de terugverdieneffecten over de verschillende beleidsniveaus.
ď‚„
Deel 4: de netto kostprijs van het dienstenchequestelsel. Nadat de kosten en de terugverdieneffecten in kaart zijn gebracht, wordt in een laatste deel de netto kostprijs van het systeem weergegeven.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
24
Deel 2 De kosten van het dienstenchequestelsel
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
25
1 / De kostendrijvers De bruto kost van het systeem wordt voornamelijk bepaald door de evolutie van het gebruik van dienstencheques: de financiële tussenkomst voor bedrijven en de belastingvermindering, de twee grootste kostenposten, zijn er rechtstreeks afhankelijk van. Zoals aangegeven in de inleiding van dit rapport, is het aantal gebruikers en het aantal aangekochte cheques continu blijven groeien, ten gevolge van diverse socio-demografische evoluties (veroudering, vrouwelijke participatie op de arbeidsmarkt, enz.). In dit hoofdstuk brengen we de drijvers van de consumptie van dienstencheques, of m.a.w. de kostendrijvers van het dienstenchequesysteem voor de Vlaamse overheid, in kaart. Hiervoor baseren we ons grotendeels op de resultaten van de enquête bij de dienstenchequegebruikers. We overlopen achtereenvolgens:
Het gebruik van dienstencheques,
De gebruikers van dienstencheques,
De vraag naar huishoudelijke hulp,
De motieven,
De bereidheid tot betalen.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
26
1.1.
Het gebruik van dienstencheques
Het dienstenchequestelstel in Vlaanderen kent een sterke vraag, die nog steeds jaar na jaar stijgt Zoals weergegeven in Figuur 8, is het aantal gebruikers tot in 2017 jaar na jaar blijven stijgen. In 2017 telt het dienstenchequesysteem 714.762 gebruikers (of 13,6% van de Vlaamse volwassen bevolking), wat 55% meer is dan in 2010 (+254.000 gebruikers op 7 jaar tijd), en een groei van 7% inhoudt t.o.v. 2016. Zoals hierboven reeds aangehaald, is hierbij belangrijk om op te merken dat het aantal gebruikers niet gelijk is aan het aantal gezinnen dat beroep doet op dienstencheques. Omwille van fiscale optimalisatie maken soms meerdere gebruikers binnen één gezin een gebruikersaccount aan. Figuur 8: Evolutie van het gebruik van dienstencheques 700 000 600 000 500 000 400 000 300 000 200 000 100 000 0 Aantal actieve gebruikers
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
460 957
504 259
544 239
582 108
603 132
642 012
668 066
714 762
9%
8%
7%
4%
6%
4%
7%
Groei gebruikers
Bron: IDEA Consult op basis van WSE jaarrapport 2016 en cijfers Sodexo 2017
Figuur 9 toont het aantal aangekochte cheques in Vlaanderen. Ook daar zien we een stijging van 2010 tot 2013, waarna het aantal cheques in 2014 daalde. Deze daling in het aantal aangekochte cheques ging samen met de prijsstijging die begin 2014 werd doorgevoerd2. In 2015 herstelde het gebruik echter weer en in de jaren 2015 tot 2017 bleef het aantal aangekochte cheques steeds - zij het in lichte mate - stijgen. Figuur 9: Evolutie van het aantal aangekochte cheques 80 000 000 70 000 000 60 000 000 50 000 000 40 000 000 30 000 000 20 000 000 10 000 000 0
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Aantal aangekochte cheques 59 575 845 66 552 336 74 851 784 75 085 377 71 457 717 78 793 761 81 802 554 84 254 314 Groei aangekochte cheques
12%
12%
0%
-5%
10%
4%
3%
Bron: IDEA Consult op basis van WSE jaarrapport 2016 en cijfers Sodexo 2017
2
De prijs van een dienstencheque steeg op 01/01/2014 van € 8,5 naar € 9.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
27
Sinds de prijsstijging in 2014 is de intensiteit van het gebruik gedaald Hoewel het aantal gebruikers continu bleef stijgen, valt het wel op dat de prijsstijging begin 2014 een lagere intensiteit van het gebruik tot gevolg had. Naast de prijsstijging, werd de belastingvermindering per individu in de loop van 2013 beperkt. Hierdoor hebben heel wat gezinnen beslist om de aankoop van dienstencheques over twee accounts te spreiden, wat tot gevolg heeft dat het aantal dienstencheques per gebruiker daalde. In 2014 kende de intensiteit van het gebruik van dienstencheques een laagtepunt, dat zich tot in 2017 niet echt heeft hersteld. In 2017 gebruiken de dienstenchequegebruikers gemiddeld 2,3 cheques per week. Figuur 10: Evolutie van de intensiteit van het gebruik 160
3,0
140
2,5
120 2,0
100 80
1,5
60
1,0
40 0,5
20 0
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Aantal aangekochte dienstencheques per gebruiker
129
132
138
129
118
123
122
118
Aantal uur per week
2,5
2,5
2,6
2,5
2,3
2,4
2,4
2,3
0,0
Bron: IDEA Consult op basis van WSE jaarrapport 2016 en cijfers Sodexo 2017
Dienstencheques worden voornamelijk gebruikt voor de schoonmaak van de woning De grote meerderheid (95%) van de dienstenchequegebruikers gebruikt de cheques voor de schoonmaak van de woning. EĂŠn op vier zet de dienstencheques in voor wassen en/of strijken in huis, 13% gebruikt ze voor buitenshuis strijken. De andere activiteiten die toegelaten zijn binnen het dienstenchequesysteem (occasionele naaiwerken, bereiden van maaltijden, boodschappendienst, hulp bij vervoer van personen met beperkte mobiliteit) komen slechts in beperkte mate voor. Figuur 11 toont een overzicht. Figuur 11: % dienstenchequegebruikers dat dienstencheques gebruikt voor onderstaande activiteiten
Schoonmaak van de woning (en/of ramen)
95%
Wassen en/of strijken in huis
25%
Strijken buitenshuis
13%
Kleine occasionele naaiwerken
1%
Bereiden van maaltijden
1%
Boodschappendienst
1%
Hulp bij het vervoer van personen met beperkte mobiliteit
0%
Bron: EnquĂŞte uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
28
1.2.
De gebruikers van dienstencheques
Het gebruik van dienstencheques is wijd verspreid: zowel jongeren als ouderen, alleenstaanden en samenwonenden, gezinnen met of zonder kinderen, laag- en hooggeschoolden, werkenden en gepensioneerden maken gebruik van dienstencheques. Toch is het gebruik bij bepaalde groepen hoger dan bij andere. Door de sociodemografische gegevens van de gebruikers van dienstencheques te vergelijken met die van de bevolking in Vlaanderen, kunnen we het profiel van de dienstenchequegebruikers aftekenen. In Tabel 9 in bijlage wordt een uitgebreid overzicht van de cijfers gegeven. De gebruikers van dienstencheques: grote samenwonende gezinnen, maar ook ouderen - al dan niet alleenstaand Door in te zoomen op de leeftijd en de gezinssituatie van de dienstenchequegebruikers kunnen we twee belangrijke gebruikerstypes onderscheiden: grote, samenwonende gezinnen enerzijds, en ouderen anderzijds. Figuur 12 biedt een overzicht.
35-54-jarigen en 80+’ers zijn relatief meer vertegenwoordigd onder de dienstenchequegebruikers. 20% van de gebruikers is 35-44 jaar en 22% 45-54 jaar, t.o.v. respectievelijk 16% en 18% bij de volwassen Vlaamse bevolking. 14% van de dienstenchequegebruikers is 80+, tegenover 8% van de volwassen Vlaamse bevolking.
Dienstencheques worden vooral door samenwonenden gebruikt. 40% van de gebruikers is samenwonend met kinderen en 35% is samenwonend zonder kinderen, t.o.v. respectievelijk 30% en 29% in de Vlaamse bevolking.
Gebruikers van dienstencheques hebben gemiddeld grotere gezinnen. 34% van de gebruikers heeft 2 of meer kinderen, t.o.v. 22% in de Vlaamse bevolking.
Figuur 12: Verdeling van de dienstenchequegebruikers versus de volwassen Vlaamse bevolking volgens leeftijd, familiale situatie en aantal kinderen Leeftijd 25%
22%
20%
18%
16%
17% 17%
17% 17%
14%
9%
18 - 34
8%
35-44
45 - 54
55 - 64
Dienstenchequegebruikers
Familiale situatie 35% 29%
Samenwonend met kind(eren)
Alleenstaand met kind(eren)
Dienstenchequegebruikers
>= 80
Aantal kinderen
Samenwonend zonder kind(eren)
30% 20%
Alleenstaand zonder kind(eren)
65 - 79
Vlaamse bevolking
62% 54%
40%
34%
33%
16% 11%
6% 9%
Vlaamse bevolking
0
1
22%
Dienstenchequegebruikers Vlaamse bevolking
2 of meer
Bron: IDEA Consult3
3
Leeftijd dienstenchequegebruikers o.b.v. totale populatie dienstenchequegebruikers in Vlaanderen in 2017, familiale situatie en aantal kinderen o.b.v. enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers, cijfers Vlaamse volwassen bevolking: Statbel
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
29
Niet alle gebruikers zijn echter samenwonend of hebben grote gezinnen: één op vier is alleenstaand, en meer dan de helft heeft geen kinderen. Dit zijn voor een groot deel oudere gebruikers, zoals geïllustreerd wordt in Figuur 13. De helft van de alleenstaande gebruikers en 57% van de gebruikers zonder kinderen is 65 jaar of ouder. Hoewel ze kleiner zijn in aantal, vormen de 65+’ers en zeker de 80+’ers, al dan niet alleenstaand, een belangrijke gebruikersgroep van de dienstencheques. Figuur 13: Verdeling van de alleenstaande en samenwonende dienstenchequegebruikers, en de dienstenchequegebruikers met 0, 1 en 2 of meer kinderen4 naargelang leeftijd
Familiale situatie
Aantal kinderen
25% 50%
57% 80%
89%
64% 45%
>65 35-64 <35
37%
5%
11%
6%
Alleenstaand (n=502)
Samenwonend (n=1500)
0 (n=1089)
20% 1 (n=230)
11% 2 of meer (n=683)
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers 21
Veel hooggeschoolden onder de dienstenchequegebruikers, oudere gebruikers zijn echter vaker laaggeschoold Gebruikers van dienstencheques hebben een hoger onderwijsniveau dan gemiddeld in de Vlaamse bevolking. Van de dienstenchequegebruikers die de enquête invulden, heeft 61% een hoger diploma. Indien we enkel de gebruikers op beroepsactieve leeftijd beschouwen, ligt dat aandeel nog hoger. Van de dienstenchequegebruikers jonger dan 65 jaar is 71% hooggeschoold. We moeten met deze cijfers, gebaseerd op de resultaten van de enquête, echter voorzichtig omspringen. Het zou kunnen dat er zich een sample error voordoet: doorgaans worden hooggeschoolden gemakkelijker dan laaggeschoolden via online enquêtes bereikt. Ondanks deze voorzichtigheid stellen we toch een substantieel verschil vast met het aandeel hooggeschoolden in de Vlaamse volwassen bevolking: slechts 41% van de Vlaamse bevolking tussen 25 en 64 jaar oud is hooggeschoold5. In Figuur 14 wordt het opleidingsniveau van het gezin weergegeven. Eén op twee gezinnen die dienstencheques gebruiken bestaan uit twee hooggeschoolde partners. Bij 25% van de gezinnen zijn beide partners laag- of middengeschoold. Dat is vooral het geval bij ouderen. Onder de 65’+ers zijn bij 44% van de gezinnen beide partners laag- of middengeschoold.6
4
Eigen kinderen, kinderen van partner of andere inwonende kinderen Statbel, op basis van de Enquête naar de ArbeidsKrachten, 2017 6 Het verschil in scholingsniveau tussen jongere en oudere gebruikers valt ook deels te verklaren door de evolutie in scholingsgraad van de bevolking gedurende de laatste decennia 5
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
30
Figuur 14: Verdeling van de dienstenchequegebruikers volgens opleidingsniveau van het koppel naargelang leeftijd
Totaal
25%
1%
< 35 3%
65+ 2%
52%
26%
11%
35-64 1%
22%
21%
60% 21%
57%
44%
22%
32%
Andere
beide geen diploma, laag- of middengeschoold
één van beide hooggeschoold
beide hooggeschoold
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: samenwonende dienstenchequegebruikers n=1471)
De gebruikers van dienstencheques: werkenden en gepensioneerden Dienstencheques worden vooral gebruikt door werkenden. Ongeveer de helft van de gebruikers is werknemer of ambtenaar, en nog eens 11% is zelfstandige. Daarnaast is één op drie dienstenchequegebruikers gepensioneerd (zie Figuur 15). Figuur 15: % dienstenchequegebruikers en hun partners in onderstaande werksituaties 49% 51%
Werknemer of ambtenaar 11% 16%
Zelfstandige of helper Op pensioen of brugpensioen
28%
Huisman- of vrouw
2% 3%
Andere (werkonderbreking, arbeidsongeschiktheid, werkzoekend, student, ..)
3%
34%
gebruiker
partner
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
Figuur 16 toont de verdeling van de dienstenchequegebruikers volgens de werksituatie van het gezin, naargelang leeftijd. Onder de gebruikers op actieve leeftijd, maakt 2 op 3 gebruikers deel uit van een tweeverdienersgezin. De gebruikers van 65 jaar of ouder maken voor 98% deel uit van een gezin waarbij beide partners niet meer aan het werk zijn.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
31
Figuur 16: % dienstenchequegebruikers in onderstaande werksituatie van het gezin onder de dienstenchequegebruikers met een partner, naargelang leeftijd 2%
67% 98%
tweeverdieners éénverdieners beide niet aan het werk
24% 9% 18-64 (n=1380)
>64 (n=622)
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: samenwonende dienstenchequegebruikers n=1471)
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
32
1.3.
De vraag naar huishoudelijke hulp
Het dienstenchequesysteem bestaat sinds 2003. Het is interessant om na te gaan wat de introductie van het systeem heeft betekend voor de ‘consumptie’ van huishoudelijke hulp in Vlaanderen. Daarnaast gaan we in deze paragraaf ook in op de mate waarin gebruikers nog beroep doen op andere aanbieders van huishoudelijke hulp naast het dienstencheque-aanbod. Het merendeel van de gebruikers van dienstencheques besteedde zijn huishoudelijke taken vóór het gebruik van dienstencheques niet uit Zoals Figuur 17 weergeeft, voerde het merendeel van de gebruikers de huishoudelijke taken die ze momenteel via dienstencheques uitbesteden zelf uit voordat ze met dienstencheques zijn gestart. Slechts 10% deed beroep op een andere organisatie.7 Dit bevestigt dat het dienstenchequesysteem heel wat gebruikers aanspreekt die zonder het systeem de huishoudelijke taken niet zouden uitbesteden. Figuur 17: Verdeling van de dienstenchequegebruikers volgens de uitvoerders van de huishoudelijke taken vóór het gebruik van dienstencheques (meerdere antwoorden mogelijk) Wie voerde voor het gebruik van dienstencheques de huishoudelijke activiteiten uit die u momenteel uitbesteedt via dienstencheques? Ikzelf of mijn partner
90%
Een ander externe organisatie of persoon Een ander gezins- of familielid
9,9% 4%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
Het spreekt voor zich dat voornamelijk ouderen voordien beroep deden op een andere organisatie of persoon. Het dienstenchequesysteem bestaat intussen immers 15 jaar (anno 2019). Dit wordt weergegeven in Figuur 18. Figuur 18: % dienstenchequegebruikers dat beroep deden op een andere externe organisatie of persoon vóór het gebruik van dienstencheques naargelang leeftijd 14% 12%
13%
13%
65 - 79
>= 80
4% 1% < 35
35-44
45 - 54
55 - 64
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
7
In de enquête die deel was van de studie van IDEA Consult in opdracht van Federgon “De dienstencheques 360° doorgelicht” werd deze vraag anders (en minder scherp) gesteld: “Aan wie besteedde u (of uw gezin) alle of een deel van uw huishoudelijke activiteiten uit vóór het gebruik van dienstencheques?”. 40% antwoorde “Aan niemand, ik en/of een ander gezinslid deden alles zelf”. Daartegenover werd in de voorliggende enquête duidelijk gesteld dat het gaat om het uitbesteden van die taken die momenteel via dienstencheques worden uitbesteed. Dit is een verklaring voor het grote verschil in het aandeel die deze taken voordien zelf uitvoerde (90%), en het aandeel in de enquête van de studie i.o.v. Federgon dat alle huishoudelijke taken voordien zelf uitvoerde (40%).
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
33
Indien de huishoudelijke taken voordien ook al uitbesteed werden, was dit voornamelijk in het zwart Bij zij die vóór het gebruik van dienstencheques beroep deden op andere externe diensten, was dat bij 58% een persoon zonder een contract (zwartwerk) (zie Figuur 19). In totaal is dat 5,7% van alle gebruikers. Eén van de doelstellingen van het dienstenchequestelsel is om zwartwerk tegen te gaan. Het aandeel gebruikers die de overstap heeft gemaakt van zwartwerk naar de legale dienstverlening van het dienstenchequestelsel lijkt laag, maar we moeten er rekening mee houden dat het effect jaar na jaar afneemt omdat “nieuwe” gebruikers van huishoudelijke diensten rechtstreeks instromen in het dienstenchequestelsel zonder vooraf beroep te doen op zwartwerk. Het aandeel van de gebruikers die de overstap heeft gemaakt zal kort na de opstart van het dienstenchequestelsel waarschijnlijk heel wat hoger hebben gelegen. 19% deed beroep op een PWA’er (of 1,9% van alle gebruikers), 15% op een werknemer onder contract (of 1,5% van alle gebruikers) en 5% (of 0,5% van alle gebruikers) op thuiszorgdiensten en een even grote groep op diensten van het OCMW. Figuur 19: dienstenchequegebruikers die voordien beroep deden op externe diensten in % van alle gebruikers die voordien andere externe diensten gebruikten (meerdere antwoorden mogelijk) Iemand zonder een contract
58%
Een PWA-er of wijkwerker
19%
Een werknemer onder contract
15%
Thuiszorgdiensten
5%
Diensten van het OCMW
5%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: gebruikers die voordien beroep deden op andere externe diensten (n=216))
Figuur 20 toont het gemiddeld aantal uren dat men voordien beroep deed op andere systemen. Indien men vóór het gebruik van dienstencheques beroep deed op één van de andere diensten, was dit gemiddeld 6u per week bij iemand zonder een contract, 5u per week bij PWA’ers en 10u bij werknemers onder contract. Figuur 20: Gemiddeld aantal uren per week waarvoor beroep gedaan werd op externe diensten
9,9
5,9
4,9
6,0
5,9 3,5
Iemand zonder een contract (n=100)
Een PWA’er of wijkwerker (n=33)
Een werknemer Thuiszorgdiensten Diensten van het onder contract (n=10)* OCMW (n=26) (n=8)*
Andere
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: gebruikers die voordien beroep deden op andere externe diensten (n=216)) *lage basis
Tabel 1 toont dat de mate waarin voordien beroep werd gedaan op zwartwerk varieert naargelang het moment dat de gebruikers ingestapt zijn in het systeem en naargelang de intensiteit van het gebruik van dienstencheques:
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
34
Gebruikers die sinds de start van het systeem gebruik maken van dienstencheques deden voordien opmerkelijk vaker beroep op zwartwerk. 12,4% van deze gebruikers deed voordien beroep op iemand zonder contract. Dit wijst erop dat de opstart van het systeem heel wat gebruikers overtuigd heeft om van zwartwerk over te stappen op gereguleerd werk, terwijl dit effect op gebruikers die later instapten minder speelt.
Gebruikers die momenteel intensief gebruik maken van dienstencheques, deden voordien vaker beroep op zwartwerk. Deze voormalig ‘irreguliere’ gebruikers blijken dus intensieve gebruikers van het regulier dienstenchequesysteem.
Tabel 1: % gebruikers die voordien beroep deden op zwartwerk naargelang datum van instappen in het systeem en naargelang het aantal aangekocht cheques Aandeel gebruikers dat voordien beroep deed op zwartwerk Totaal Datum gebruik van dienstencheques
Aantal aangekochte cheques (in 2017)
5,7% Gebruik van DCH sinds de start
12,4%
Later gebruik van DCH
5,3%
<= 50
2,6%
51 – 99
3,5%
100 – 149
4,8%
150 – 199
8,5%
>= 200
16,6%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
35
Slechts een minderheid doet naast dienstencheques momenteel nog beroep op een andere externe persoon of organisatie (voor de activiteiten die ze via dienstencheques zouden kunnen uitbesteden) Slechts 5% van de dienstenchequegebruikers doet naast het dienstenchequesysteem nog beroep op een andere organisatie om huishoudelijke taken over te nemen die ook via het dienstenchequesysteem toegelaten zijn (zie Figuur 21). Dit gebeurt vaker bij 80+’ers: onder hen doet 12% nog beroep op andere externe organisaties. Figuur 21: % dienstenchequegebruikers die beroep doen op andere externe personen of organisaties buiten de dienstencheques
5%
Doet beroep op een bijkomende externe persoon/organisatie voor het uitvoeren van huishoudelijke activiteiten toegelaten via dienstencheques Doet geen beroep op een bijkomende externe persoon/organisatie voor het uitvoeren van huishoudelijke activiteiten toegelaten via dienstencheques
95%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
Indien beroep gedaan wordt op andere organisaties, is dit zoals weergegeven in Figuur 22 in de meeste gevallen op thuiszorgdiensten (32%) of een werknemer onder contract (26%). Figuur 22: % dienstenchequegebruikers die beroep doen op onderstaande diensten naast het dienstenchequesysteem onder de gebruikers die ook andere diensten gebruiken (basis = de 5% gebruikers die
beroep doen op bijkomende diensten, meerdere antwoorden mogelijk) Thuiszorgdiensten
32%
Een werknemer onder contract
26%
Een PWA-er of wijkwerker
11%
Iemand zonder een contract Diensten van het OCMW
9% 6%
andere
20%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: gebruikers die ook beroep doen op andere externe diensten (n=97))
De meeste dienstenchequegebruikers doen nog steeds een deel van de schoonmaak, was of strijk zelf Bovendien doet 88% van gebruikers een deel van de huishoudelijke activiteiten nog steeds zelf. Figuur 23 toont de verschillen naar leeftijd: bij de gebruikers jonger dan 35 jaar is dit zelfs 96%. Bij de 80+’ers is dit slechts 72%. Indien men nog huishoudelijke taken zelf uitvoert, gebeurt dit bij ouderen wel intensiever dan bij jongeren. Het gemiddeld aantal uren dat men wekelijks besteed aan zelf huishoudelijke taken uitoefenen bedraagt 8 uur per week bij de 55-64-jarigen, 7,9 uur per week bij de 65-79-jarigen en 7 uur per week bij de 80+’ers, tegenover slechts 4,7 uur bij de gebruikers jonger dan 35 jaar.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
36
Figuur 23: % gebruikers dat zelf nog een deel van de schoonmaak, was of strijk uitvoert en het gemiddeld aantal uren dat hieraan besteed wordt naargelang de leeftijd van de gebruiker 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Voert zelf nog (een deel van) de schoonmaak en/of het wassen en strijken uit Gemiddeld aantal uren
Totaal
< 35
35-44
45 - 54
55 - 64
65 - 79
>= 80
88%
96%
91%
92%
89%
88%
72%
6,6
4,7
6,1
6,3
8,0
7,9
7,0
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
Figuur 24 toont de redenen waarom gebruikers beslissen om een deel van de huishoudelijke taken nog zelf uit te voeren. De belangrijkste reden is dat de gebruikers dit zelf wensen te doen. Bij ongeveer één op drie is het praktischer om de taken zelf te doen, en één op drie doet het omwille van financiële motieven. Dit aandeel ligt hoger bij jongeren, gezinnen (en zeker alleenstaanden) met kinderen, en gezinnen waarbij slechts één van beide partners aan het werk is. Slechts 15% zegt dat ze die huishoudelijke taken zelf kwalitatief beter uitvoeren, en bij 8% is het voor de huishoudhulp niet mogelijk om meer uren per week te werken. Figuur 24: % dienstenchequegebruikers die om onderstaande redenen zelf nog een deel van de huishoudelijke taken uitvoert onder de dienstenchequegebruikers die nog een deel van de taken zelf uitvoeren (meerdere
antwoorden mogelijk)
Omdat we dit zelf wensen te doen
47%
Omdat het praktischer is om dit zelf te doen
32%
Omwille van financiële redenen, we kunnen geen bijkomend budget besteden aan dienstencheques
32%
Deze huishoudelijke activiteiten zijn van betere kwaliteit indien ik of mijn partner dit zelf doen
15%
Mijn huishoudhulp kan niet meer uren werken per week Andere
8%
2%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: gebruikers die nog een deel van de huishoudelijke taken zelf uitvoert (n=1771))
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
37
1.4.
Motieven
In deze paragraaf bespreken we enerzijds de motieven om huishoudelijke taken uit te besteden, anderzijds de motieven om te kiezen voor het dienstenchequesysteem boven andere systemen. Bij de gebruikers op beroepsactieve leeftijd is de tijdswinst het belangrijkste motief om de huishoudelijke taken uit te besteden, bij 65’+ers is de voornaamste reden dat ze de taken fysiek niet meer aankunnen Figuur 25 geeft het belangrijkste motief weer om huishoudelijke taken uit te besteden van gebruikers jonger dan 65 jaar en van gebruikers van 65 jaar of ouder. Bij de gebruikers op beroepsactieve leeftijd is tijdswinst het belangrijkste motief. 70% geeft aan dat ze de huishoudelijke taken uitbesteden om meer tijd te hebben voor andere activiteiten. 14% besteedt de taken uit omdat ze ze zelf niet (meer) aankunnen, 12% wil de taken niet zelf uitvoeren en een minderheid, 4%, besteedt ze uit omdat de huishoudelijke taken zo beter worden uitgevoerd. Bij de 65+’ers worden de huishoudelijke activiteiten voornamelijk uitbesteed omdat ze de taken zelf fysiek niet meer aankunnen. 75% geeft aan dat dit het belangrijkste motief is. 12% wil de taken niet zelf uitvoeren, en 10% doet het om meer tijd te hebben voor andere activiteiten. Slechts 3% doet het omdat de huishoudelijke taken beter worden uitgevoerd indien ze uitbesteed worden. Figuur 25: % gebruikers die om onderstaande motieven huishoudelijke taken uitbesteden naargelang leeftijd (één
antwoord mogelijk)
4%
3%
12%
12% Vindt dat de huishoudelijke activiteiten beter worden uitgevoerd als ze worden uitbesteed
14%
Wil de huishoudelijke taken niet (meer) zelf uitvoeren 75% Kan de huishoudelijke taken fysiek niet (meer) aan
70%
Wil meer tijd te hebben voor andere activiteiten 10% Jonger dan 65 jaar (n=1377)
65 jaar of ouder (n=619)
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
De prijs en het officiële statuut zijn de belangrijkste redenen om op het dienstenchequestelsel beroep te doen Zoals Figuur 26 weergeeft, zijn de belangrijkste motieven om dienstencheques te gebruiken de prijs en het officiële statuut. Meer dan de helft gebruikt dienstencheques omdat ze de prijs aantrekkelijk vinden, en 40% hecht belang aan het officiële statuut. 21% kent geen ander systeem en 15% doet beroep op dienstencheques omdat ze het systeem vertrouwen. Eén op tien gebruikers geeft aan dat dit de enige manier is om een huishoudhulp te vinden. 8% is zijn huishoudhulp gevolgd toen die in het systeem is gestapt.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
38
Figuur 26: % gebruikers die omwille van onderstaande motieven beroep doen op het dienstenchequesysteem om huishoudelijke taken uit te besteden (meerdere antwoorden mogelijk)
Ik vind de prijs van de dienstencheques aantrekkelijk
56%
Ik hecht belang aan het officiële statuut
40%
Ik ken geen ander systeem
21%
Ik heb meer vertrouwen in dit systeem
15%
Het is de enige manier om nog een huishoudhulp/strijkhulp te vinden
10%
Vaste huishoudhulp is in het systeem gestapt en ik ben gevolgd De kwaliteit van de diensten is hoger dan via andere systemen
8% 4%
Ik (of partner) ben zelfstandige en heb dienstencheques gekregen tijdens zwangerschapsverlof
1%
Andere
0%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
Voor de meerderheid van gebruikers blijft het gebruik van dienstencheques constant doorheen de tijd De meerderheid van de gebruikers gebruikt nog steeds evenveel dienstencheques als bij de start (63%). Eén op vier dienstenchequegebruikers gebruikt meer dienstencheques dan bij de start van hun gebruik. Bij 12% is het gebruik gedaald (zie Figuur 27). Figuur 27: % dienstenchequegebruikers die meer, minder of evenveel dienstencheques gebruiken dan sinds de start van hun gebruik 0%
12% Ik gebruik minder dienstencheques dan in het begin van mijn gebruik Ik gebruik evenveel dienstencheques als in het begin van mijn gebruik Ik gebruik meer dienstencheques dan in het begin van mijn gebruik Dat weet ik niet meer
25%
63%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (n=2002-51 respondenten die het niet weten)
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
39
De evolutie van het gebruik is sterk afhankelijk van de evolutie in de familiale of persoonlijke situatie van de gebruiker Hoewel met dienstencheques geen taken kunnen uitgevoerd worden die te maken hebben met persoonsgebonden zorgtaken, hangt de intensiteit van het gebruik van dienstencheques wel samen met de hoeveelheid zorg en huishoudelijke verplichtingen die een gebruiker heeft. Een stijging in het gebruik van dienstencheques komt vaker voor bij gebruikers die meer zorg- en huishoudelijke verplichtingen hebben gekregen. Onder hen is 44% meer dienstencheques gaan gebruiken. Onder de gebruikers waarbij de zorg en huishoudelijke verplichtingen gedaald zijn, is één op drie ook minder dienstencheques gaan gebruiken. Figuur 28 toont een overzicht. Figuur 28: Evolutie in intensiteit van gebruik van dienstencheques naargelang verandering in zorg en huishoudelijke verplichtingen
Totaal
12%
Niets is veranderd
10%
Ik heb meer zorg en huishoudelijke verplichtingen
10%
Ik heb minder zorg en huishoudelijke verplichtingen
63%
25%
73%
17%
46%
44%
34%
51%
16%
Ik gebruik minder dienstencheques als in het begin van mijn gebruik Ik gebruik evenveel dienstencheques als in het begin van mijn gebruik Ik gebruik meer dienstencheques als in het begin van mijn gebruik Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (n=2002-51 respondenten die het niet weten)
De belangrijkste redenen voor een stijging of daling van de zorg en huishoudelijke verplichtingen zijn het krijgen of vertrekken van kinderen en een verhuis naar een groter of kleinere woning (zie Figuur 29).
Daling van de zorg en huishoudelijke verplichtingen (n=228)
Stijging van de zorg en huishoudellijke verplichtingen (n=522)
Figuur 29: % dienstenchequegebruikers volgens de reden voor een stijging/daling van de zorg en huishoudelijke verplichtingen, onder de gebruikers waarbij het gebruik gestegen/gedaald is (meerdere antwoorden mogelijk)
Eén of meerdere kind(eren) gekregen
52%
Naar een groter huis verhuisd
18%
Mijn partner en ik zijn uit elkaar gegaan
11%
Zorgen voor een ouder
8%
Hebben één of meerdere huisdier(en)
8%
Andere
30%
Eén of meerdere kinderen zijn uit huis gegaan
48%
Naar een kleiner huis verhuisd
16%
Ik heb een partner
7%
Hebben geen of minder huisdieren
7%
Zorgen niet meer voor een ouder
6%
Andere
21%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
40
1.5.
Bereidheid tot betalen
De huidige prijs van dienstencheques bedraagt € 9 per uur en daar komen doorgaans geen extra kosten bij Een gebruiker kan 500 dienstencheques per jaar bestellen. In Vlaanderen bedraagt de kostprijs per dienstencheque € 9 voor de eerste 400 cheques, en € 10 voor de volgende 100 cheques. De betaalde bedragen geven recht op een (geplafonneerde) belastingvermindering van 30% op de eerste 163 cheques8. Dienstenchequebedrijven kunnen eventueel bijkomende kosten aanrekenen. Dit is echter slechts bij 14% van de gebruikers het geval. Indien er extra kosten worden aangerekend, is dit in de meeste gevallen een vast bedrag per jaar (40%), een bedrag per prestatie (20%), of een bedrag per uur (19%). Dit bedrag komt gemiddeld neer op 50 eurocent per uur9. Figuur 30: % dienstenchequegebruikers die onderstaande extra vergoedingen betalen onder de dienstenchequegebruikers waaraan extra vergoedingen worden aangerekend (meerdere antwoorden mogelijk) Een bedrag per jaar
40%
Een bedrag per prestatie
20%
Een bedrag per uur
19%
Een bedrag per maand
13%
Een éénmalige kost bij inschrijving
4%
Andere
12%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: gebruikers die extra kosten betalen (n=282))
De helft van de gebruikers geeft aan maximaal niet meer dan de huidige prijs te willen betalen We peilden in de enquête naar de bereidheid tot betalen van de gebruikers voor dienstencheques. Gegeven dat de belastingvermindering onveranderd blijft, is de gemiddelde bereidheid tot betalen € 9,62 per cheque. De minimum waarde die de respondenten konden ingeven, was € 9. Dit is echter een gemiddelde, deze bereidheid tot betalen geldt niet voor iedereen. Figuur 31 toont de verdeling van de dienstenchequegebruikers naargelang hun maximale bereidheid tot betalen. De helft van de respondenten geeft aan maximaal niet meer dan 9 euro te willen betalen. 36% is bereid om € 10 per uur te betalen. Ongeveer 10% is bereid om € 11 of meer neer te tellen. Figuur 31: Verdeling van de dienstenchequegebruikers volgens de maximale bereidheid tot betalen (minimum
waarde = 9 euro)
Hoeveel bent u (of uw gezin) maximaal bereid te betalen voor één dienstencheque (=1 uur hulp)? Hierbij kan u ervan uitgaan dat de belastingsvermindering onveranderd blijft. 52% 36%
9 euro
0%
1%
9,3 euro
9,5 euro
2% 10 euro
11 euro
7% 12 euro
0%
0%
0%
1%
12,5 euro
13 euro
14 euro
15 euro
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
8 9
In 2018 De mediaanwaarde van de kosten die heel deze groep omgerekend naar een bedrag per uur betalen (n=282).
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
41
Zoals onderstaande tabel weergeeft, geven de gemiddelden aan dat mensen met een hoger inkomen (veelgebruikers, actieve bevolking, samenwonenden, tweeverdieners) of zij die dienstencheques kiezen omwille van kwaliteit van het uitgevoerde werk of omwille van een betere balans tussen werk en gezin, een licht hogere bereidheid tot betalen hebben. Tabel 2: Maximale bereidheid tot betalen naar profielkenmerk Gemiddelde bereidheid tot betalen per cheque (€) Totaal
Aantal aangekochte cheques (in 2017)
Leeftijd
Provincie
Familiale situatie
Professionele situatie gezin
Motieven gebruik DCH
9,62 <= 50
9,56
51 - 99
9,55
100 - 149
9,60
150 - 199
9,73
>= 200
9,71
18-64 jaar
9,65
65-plus
9,56
Antwerpen
9,62
Limburg
9,50
Oost-Vlaanderen
9,61
Vlaams-Brabant
9,76
West-Vlaanderen
9,59
Alleenstaand
9,60
Alleenstaand met kind(eren)
9,53
Samenwonend/gehuwd
9,58
Samenwonend/gehuwd met kind(eren)
9,68
Beide niet aan het werk
9,56
Eénverdieners
9,61
Tweeverdiener
9,69
Combinatie arbeid - gezin
9,69
Kwaliteit
9,83
Fysieke redenen
9,50
Niet zelf uitvoeren
9,64
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
42
2 / De directe kosten Het dienstenchequestelsel brengt een omvangrijke bruto kost voor de Vlaamse overheid met zich mee. De directe kosten bedragen in 2017 € 1.303 miljoen en bestaat uit de terugbetaling van dienstencheques, de belastingvermindering, de administratieve kosten en de terugbetaling van opleidingen. In dit hoofdstuk bespreken we elk van deze componenten. Figuur 32: Componenten van de bruto kostprijs
Bron: IDEA Consult
Terugbetaling van dienstencheques Bovenop de prijs betaald door de gebruiker voor een dienstencheque (€ 9), betaalde de overheid in 2017 € 13,69 per cheque aan het dienstenchequebedrijf. De ‘subsidiering’ van de Vlaamse overheid aan de dienstenchequebedrijven bedraagt in 2017 meer dan € 1.109 miljoen euro. Zoals Figuur 33 weergeeft, is de kost de voorbije jaren gestegen. Deze stijging hangt samen met de stijging in het gebruik van dienstencheques, maar is daarnaast ook te verklaren door de meerdere indexeringen die de voorbije jaren gebeurd zijn. 10 De financiële tussenkomst per dienstencheque steeg daarom van € 13,04 in 2015, naar € 13,36 in 2016, naar € 13,69 in 2017 (en € 14,02 in 2018).
10
De inruilwaarde van een dienstencheque steeg van € 22,04 in 2015, naar € 22,36 in 2016, naar € 22,69 in 2017 (en € 23,02 in 2018).
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
43
Figuur 33: Evolutie van de financiële tussenkomst voor dienstencheques door de Vlaamse overheid (de subsidies) € 1 021 257 183
€ 1 109 266 482
€ 1 109 324 668
2016
2017
2015 Bron: Data aangeleverd door departement WSE
Kostprijs van de belastingvermindering Naast de subsidiëring van de aanbodzijde van de dienstencheques, ondersteunt de Vlaamse overheid de vraagzijde ook rechtstreeks via een belastingvermindering van 30% op iedere dienstencheque toe te staan voor de eerste 15011 cheques (2017) die per jaar worden aangekocht. De kosten die hiermee gepaard gaan, bedragen bijna 181 miljoen euro in 201712. Ook deze kosten stijgen jaarlijks (samen met het gebruik van dienstencheques), zoals weergegeven wordt in Figuur 34. Figuur 34: Evolutie van de kosten van de belastingvermindering voor de Vlaamse overheid
€157 300 000
€172 320 000
2015
2016
€180 750 000
2017
Bron: Data aangeleverd door departement WSE
11
Het belastingvoordeel is intussen geïndexeerd waardoor een belastingvoordeel geldig is op de eerste 163 dienstencheques in het aanslagjaar 2019. 12 De cijfers zijn gebaseerd op de federale middelenbegroting van begrotingsjaar 2019 gepresenteerd in de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers op 28/11/2018.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
44
Omkaderingskosten in de administratie Daarnaast komen bij de organisatie van het dienstenchequestelsel administratieve kosten kijken. De kosten bedragen in 2017 iets meer dan 10 miljoen euro. Na een aanzienlijke stijging van de kosten in 2016 t.o.v. het jaar voordien, zijn de administratieve kosten licht gedaald in 2017 t.o.v. 201613. Figuur 35 biedt een overzicht. Figuur 35: Evolutie van de omkaderingskosten bij Sodexo en bij WSE voor de Vlaamse overheid €10 700 907
€10 164 855
€8 661 508
2015
2016
2017
Bron: Data aangeleverd door departement WSE
Terugbetaling opleidingen Tot slot ondersteunt de Vlaamse overheid de opleidingsinspanningen in de dienstenchequesector via het opleidingsfonds. Goedgekeurde opleidingen die bedrijven voor hun dienstenchequewerknemers organiseren worden gedeeltelijk terugbetaald. De kost bedraagt in 2017 meer dan 2,6 miljoen euro en is aanzienlijk gestegen t.o.v. 2016 (zie Figuur 36). Dit is te verklaren door de nieuwe verdelingsregels die vanaf budget/opleidingsjaar 2017 in voege zijn getreden14.
13
Deze sterke stijging in 2016 heeft vooral te maken met een doorrekening van de kosten van het federaal systeem door de RVA. De daling in 2017 is te verklaren doordat deze kosten door de RVA niet meer worden doorgerekend, maar ook doordat de boete die in het contract met Sodexo is vastgelegd vanaf 2017 serieus oploopt en dus in totaal voor een daling van de administratiekost zorgt. 14 Voorheen kregen alle ondernemingen die een erkenning hadden in Vlaanderen een budget op basis van het aantal ingediende cheques in het jaar vooraf, maar kreeg iedereen sowieso een minimumbudget van € 1.000. In 2017 werd enerzijds dit minimumbudget afgeschaft en anderzijds een minimumgrens van 2.000 cheques opgelegd. Pas als een onderneming het jaar vooraf meer dan 2.000 Vlaamse dienstencheques had ingediend, had die recht op een budget. Hierdoor vielen heel wat ondernemingen uit het Brussels en Waals gewest, die wel nog erkend waren in Vlaanderen en misschien 1 Vlaamse klant hadden, uit de boot. De Vlaamse ondernemingen kregen bijgevolg ook een groter budget, want de verdeling is telkens op basis van een vast totaal bedrag van €4.330.000 en het budget werd ook beter benut dan. (de Waalse en Brusselse ondernemingen en de kleinere ondernemingen die vroeger een minimumbudget kregen, die maken in verhouding minder gebruik van het hen toegekende budget).
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
45
Figuur 36: Evolutie van de kostprijs voor de terugbetaling van de opleidingen door de Vlaamse overheid
€ 2 647 869
€ 2 008 159
2015
€ 1 858 358
2016
2017
Bron: Data aangeleverd door departement WSE
Totale bruto-kostprijs Indien we deze kosten optellen krijgen we zicht op de totale bruto kostprijs van het dienstenchequestelsel voor de Vlaamse overheid. De totale kost bedraagt in 2017 iets meer dan 1,3 miljard euro. Behalve de omkaderingskost zijn alle kostenposten gestegen t.o.v. 2016. De subsidiering van de aanbod- (via de financiële tussenkomst voor bedrijven) en de vraagzijde (via de belastingvermindering) maken duidelijk de grootste kost uit. Figuur 37: Evolutie van de totale kostprijs van het dienstenchequestelsel voor de Vlaamse overheid €1 189 226 850
2015
€1 294 145 747
€1 302 887 392
2016
2017
Terugbetaling opleidingen
€2 008 159
€1 858 358
€2 647 869
Omkaderingskost
€8 661 508
€10 700 907
€10 164 855
Fiscale aftrek
€157 300 000
€172 320 000
€180 750 000
Financiële tussenkomst
€1 021 257 183
€1 109 266 482
€1 109 324 668
Totale bruto kostprijs
€1 189 226 850
€1 294 145 747
€1 302 887 392
Bron: Data aangeleverd door departement WSE
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
46
Om de kosten en de terugverdieneffecten weer te geven, is het interessant om deze af te zetten tegenover het aantal voltijds equivalente dienstenchequewerknemers. We maken gebruik van gegevens van RSZ en DIBISS om het aantal VTE dienstenchequewerknemers (wonend in Vlaanderen15) te bepalen. Box 3 geeft meer informatie over de berekening van het aantal VTE dienstenchequewerknemers.
Box 3: Berekening van het aantal VTE dienstenchequewerknemers wonend in Vlaanderen RSZ en DIBISS bepalen per kwartaal, voor alle vestigingseenheden van dienstenchequebedrijven, een ‘statistisch’ aantal VTE uitgaand van een werkweek van 38 uur. Dit ‘statistisch arbeidsvolume’ wordt berekend op basis van alle bezoldigde arbeidsprestaties (inclusief de vakantiedagen en feestdagen) over het kwartaal, met uitzondering van zuiver fictieve prestaties, gelijkgestelde periodes en ziektedagen. Dit aantal VTE is dus gebaseerd op effectief gepresteerde uren alsook de wettelijke vakantiedagen en feestdagen door dienstenchequewerknemers wonend in Vlaanderen, en niet op basis van bijvoorbeeld contractuele tewerkstelling. Zowel zuivere als gemengde dienstenchequebedrijven zijn opgenomen: alle bedrijven die ten minste één werknemer in dienst hebben, die gedomicilieerd is in Vlaanderen, met een arbeidscontract dienstencheques werden mee opgenomen in deze administratieve bron. Om het aantal VTE per jaar te bepalen, nemen we het gemiddelde van het aantal VTE over de vier kwartalen. Het was een weloverwogen keuze om alle vereiste gegevens uit RSZ en DIBISS te halen omdat dit de enige administratieve bron was die ons alle vereiste gegevens kon bezorgen voor de berekening van de terugverdieneffecten. We zijn er ons goed van bewust dat er rond aantal dienstenchequewerknemers en VTE’s verschillende definities en berekeningen circuleren (alle dienstencheque-werknemers, of enkel zij die meer dan een aantal uren hebben gewerkt als dienstencheque-werknemer, al dan niet meenemen van verloven en absenteïsme in de cijfers/berekeningen, ..). Deze verschillende benaderingen kunnen tot andere resultaten leiden. Bijgevolg is het belangrijk om de gegevens in verband met het aantal VTE’s actief in de dienstenchequesector op te volgen en een keuze inzake bronmateriaal te maken die het best aansluit bij de werkelijke situatie en die over meerdere jaren consistent blijft.
Indien we de totale directe kosten afzetten tegenover het aantal voltijds equivalente dienstenchequewerknemers, komen we op een bruto-kost van 28.328 euro per VTE dienstenchequewerknemer in Vlaanderen. Het aantal voltijdse werknemers is relatief wat sterker gestegen dan de bruto kostprijs in 2017 t.o.v. het jaar voordien, waardoor de kost per VTE dienstenchequewerknemer ietwat lager uitvalt (€ 28.328 in 2017 t.o.v. € 29.276 in 2016). In 2015 lag de bruto kost per VTE dienstenchequewerknemer op € 27.977.
15
RSZ heeft gegevens ofwel naar domicilie van de dienstenchequewerknemer, ofwel naar locatie van de vestiging van het dienstenchequebedrijf. Voor de berekening van de Vlaamse terugverdieneffecten is de woonplaats van de werknemer het meest relevant. Indien de vestiging van het dienstenchequebedrijf als insteek zou gekozen worden, zouden er in verhouding veel meer dienstenchequewerknemers in Brussel actief zijn omdat er daar enkele hoofdzetels van grote dienstenchequebedrijven gevestigd zijn. Indien deze insteek zou gevolgd worden zou het aantal VTE’s in Vlaanderen onderschat worden.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
47
Figuur 38: Kostprijs per VTE dienstenchequewerknemer
Kost per VTE DCH werknemer Totale bruto kostprijs Aantal VTE dienstenchequewerknemers
€27 977
€29 276
€28 328
2015
2016
2017
€27 977
€29 276
€28 328
€1 189 226 850
€1 294 145 747
€1 302 887 392
42 508
44 204
45 992
Bron: Kostprijs: data aangeleverd door departement WSE; aantal VTE dienstenchequewerknemers: data RSZ + DIBISS
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
48
Deel 3 De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
49
1 / Directe terugverdieneffecten Nadat we de kostendrijvers en de bruto kostprijs van het dienstenchequesysteem in kaart hebben gebracht, bespreken we in dit deel de terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel, beginnend met de directe terugverdieneffecten. Deze bedragen 675 miljoen euro in 2017 en komen voort uit:
De netto-creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers;
De netto-creatie van jobs voor omkaderingspersoneel;
De belastingen van dienstencheque-ondernemingen.
1.1.
Netto creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers
Het dienstenchequesysteem creëert meer dan 84.000 jobs Het verhogen van de tewerkstellingsgraad bij doelgroepen die verder afstaan van de arbeidsmarkt is één van de belangrijkste doelstellingen van het dienstenchequestelstel. Het systeem stelt in 2017 84.397 dienstenchequewerknemers te werk16. Dat komt overeen met 3% van de actieve bevolking in Vlaanderen. Omgerekend in voltijdse equivalenten zijn dat 45.992 VTE’s17. Dat aantal stijgt jaar na jaar (zie Figuur 39).
16
Dit aantal werd in RSZ en DIBISS berekend op basis van het gemiddeld aantal dienstenchequewerknemers (met arbeidersstatuut) in de loop van de 4 kwartalen, wonend in Vlaanderen en tewerkgesteld in het systeem in één van de drie regio's. In het jaarverslag van WSE worden hogere aantallen vermeld voor het aantal tewerkgestelde dienstenchequewerknemers vermits zij een zo breed mogelijke definiëring van een dienstenchequewerknemer hanteren, nl. zij die gedomicilieerd zijn in Vlaanderen en die minstens over het jaar één prestatie/één uur hebben verricht in dit stelsel. Zo komt men in 2015 tot 95.047 werknemers, in 2016 tot 98.625 werknemers en in 2017 tot 102.195 werknemers. 17 Meer uitleg over de berekening van het aantal VTE’s wordt ook gegeven in Box 3 in Deel 2, hoofdstuk 2/ De directe kosten
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
50
Figuur 39: Evolutie van de tewerkstelling van dienstenchequewerknemers in Vlaanderen 90 80 70 60 50 40 30 20 10
000 000 000 000 000 000 000 000 000 -
2015
2016
2017
Aantal dienstenchequewerknemers
78 409
81 554
84 397
Aantal VTE dienstenchequewerknemers
42 508
44 204
45 992
Bron: Gegevens van RSZ/DIBISS gemiddeld aantal dienstenchequewerknemers (met arbeidersstatuut) per semester per jaar, wonend in Vlaanderen en tewerkgesteld in het systeem in één van de drie regio's18
Er kan echter niet gesteld worden dat dit een volledig nieuw gecreëerde tewerkstelling is. In de literatuur worden drie effecten onderscheiden:
Deadweight effect: dienstenchequewerknemers die ook zouden tewerkgesteld zijn in de economie indien het dienstenchequesysteem niet zou bestaan.
Displacement effect: het verlies van jobs in sectoren die met de sector van de dienstencheques 'concurreren'.
Substitutie effect: het verlies van jobs bij groepen, waarop de beleidsmaatregel niet gericht is (bv. jongeren indien de maatregel op ouderen is gericht)
Deze effecten worden geraamd op 10% van de bruto gecreëerde tewerkstelling. De raming is gebaseerd op een studie van HIVA in opdracht van de Vlaamse overheid, die deze effecten kwantificeert. Er wordt in deze studie geen rekening gehouden met substitutie effecten omdat er geen categoriale criteria zijn om als werknemer toe te treden tot het dienstenchequestelsel 19. Dit resulteert in een netto creatie van 75.958 jobs in 2017, of 41.393 VTE, zoals weergegeven in onderstaande figuur.
18
Via de data van RSZ/DIBISS is het niet mogelijk om alle dienstenchequewerknemers die minstens één prestatie in Vlaanderen hebben verricht, en dan bovendien enkel de “Vlaamse” prestaties, af te bakenen. Een basis van alle dienstenchequewerknemers die gedomicilieerd zijn in Vlaanderen is daarom de beste benadering. 19 HIVA studie (The impact of the SVS on low-skilled employment) - Author: Sam Desiere (2019)
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
51
Figuur 40: Evolutie van de netto creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers in Vlaanderen 80 000 70 000 60 000 50 000 40 000 30 000
20 000 10 000 0
2015
2016
2017
Het aantal netto jobs
70 568
73 398
75 958
Het aantal netto VTE jobs
38 257
39 784
41 393
Bron: Gegevens van RSZ/DIBISS - gemiddeld aantal dienstenchequewerknemers (met arbeidersstatuut) per semester per jaar, wonend in Vlaanderen en tewerkgesteld in het systeem in één van de drie regio's, rekening houdend met deadweight & displacement effecten van 10%
Nieuwe tewerkstelling resulteert in lagere kosten voor uitkeringen De creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers resulteert in een daling van de uitkeringskosten voor deze werknemers: werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen voor leefloongerechtigden en voor ZIV-uitkeringsgerechtigden, maar ook de begeleidings- en administratieve kosten. Deze daling van kosten loopt op tot 305 miljoen euro in 2017, of 6.636 euro per VTE dienstenchequewerknemer (zie Figuur 41). In deze berekening werd zowel rekening gehouden met het profiel van de dienstenchequewerknemers (het aantal alleenstaande, samenwonende werknemers en werknemers met een gezinslast) als met de voormalige situatie van de dienstenchequewerknemers (voormalig werklozen, leefloongerechtigden en RIZIV-uitkeringsgerechtigden), om op basis van de gemiddelde uitkering van elk van deze groepen, gepubliceerd door de uitkeringsinstantie, de totale uitkeringskosten te bepalen. Figuur 41: Evolutie van de uitkeringskosten door de creatie van dienstenchequejobs € € € € € €
350 300 250 200 150 100 € 50
000 000 000 000 000 000 000
000 000 000 000 000 000 000 €0
2015
2016
2017
Totale daling van uitkeringskosten van dienstenchequewerknemers
€ 294 769 049
€ 290 919 014
€ 305 217 999
Totale daling van uitkeringskosten per VTE dienstenchequewerknemer
€ 6 934
€ 6 581
€ 6 636
Bron: Berekening van de uitkeringskosten door IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen uitgewerkt in het kostenmodel
Tewerkstelling betekent ook meer sociale bijdragen en personeelsbelastingen die naar de overheid vloeien Naast de daling van uitkeringskosten, brengt de tewerkstelling ook een stijging van de sociale bijdragen voor werknemers en voor werkgevers, en een stijging in de personenbelasting met zich mee. Figuur 42 toont echter dat deze terugverdieneffecten over de laatste jaren dalen, met name omdat de inkomsten uit de sociale bijdragen voor
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
52
werkgevers en uit de persoonsbelastingen in 2016 gedaald zijn. De verklaring hiervoor kunnen we waarschijnlijk vinden in de taxshift20. In 2016 werden er enkele belangrijke maatregelen ingevoerd. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de verhoging van de forfaitaire beroepskosten voor loontrekkende werknemers, een aanpassing van de belastingschalen, een vermindering van de basis RSZ-bijdrage, een wijziging van de bedragen van de structurele vermindering, een verhoging van de fiscale werkbonus en doelgroepverminderingen. In 2017 bedragen de inkomsten uit sociale bijdragen en uit de personenbelasting bijna 336 miljoen euro, of 7.305 euro per VTE dienstenchequewerknemer. Figuur 42: Evolutie van de sociale bijdragen en personenbelasting van dienstenchequewerknemers € € € € € € €
400 350 300 250 200 150 100 € 50
000 000 000 000 000 000 000 000
000 000 000 000 000 000 000 000 €0
2015
2016
2017
Jaarlijkse stijging in persoonsbelastingen
€ 70 690 553
€ 56 883 709
€ 58 346 659
Jaarlijkse stijging in sociale bijdrage voor werkgevers
€ 168 862 562
€ 146 804 373
€ 137 041 012
Jaarlijkse stijging in sociale bijdrage voor werknemers
€ 126 679 204
€ 133 009 554
€ 140 584 458
Totale stijging inkomsten sociale bijdragen en persoonsbelastingen DCH-werknemers
€ 366 232 318
€ 336 697 636
€ 335 972 129
€ 8 616
€ 7 617
€ 7 305
Totaal stijging van inkomsten sociale bijdragen en persoonsbelastingen per VTE DCH-werknemer
Bron: Berekening van de sociale bijdragen en personenbelasting door IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
20
Voor een volledig overzicht zie https://www.partena-professional.be/sites/default/files/pdf/archive/tableau_nl_160428.pdf
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
53
1.2.
Netto-creatie van jobs voor omkaderingspersoneel
Naast de creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers zorgt het systeem ook voor een beperkte creatie van jobs voor omkaderingspersoneel. Deze jobcreatie wordt weergegeven in Figuur 43. In 2017 telt het dienstenchequesysteem 1.342 omkaderingsleden (of 677 VTE’s). Figuur 43: Evolutie van de tewerkstelling van omkaderingsleden in het dienstenchequesysteem in Vlaanderen
1 1 1 1
600 400 200 000 800 600 400 200 -
Aantal omkaderingsleden Aantal VTE omkaderingsleden
2015
2016
2017
1 275
1 285
1 342
658
652
677
Bron: Het aantal omkaderingsleden uit RSZ/DIBIS uitgedrukt in aantal en VTE, gemiddeld aantal bedienden in dienstenchequesysteem per semester per jaar, wonend in Vlaanderen en tewerkgesteld in het systeem in één van de drie regio's.
Bij gebrek aan precieze gegevens over de scholingsgraad of vorige tewerkstelling van het omkaderingspersoneel, veronderstellen we dat dit allemaal nieuwe middengeschoolde jobs zijn en maken we de assumptie dat alle jobs, direct of indirect, werden ingevuld door een voormalig werkzoekende. Daarom worden er geen deadweight en displacement effecten in rekening gebracht bij het omkaderingspersoneel. Een lichte overschatting van de gecreëerde tewerkstelling van omkaderingsleden is daarom mogelijk. Ook deze tewerkstelling gaat enerzijds gepaard met een daling van de uitkerings- en begeleidingskosten (die neerkomen op meer dan 9 miljoen euro, weergegeven in Figuur 44), anderzijds met een stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen en personenbelasting van deze werknemers (6,6 miljoen euro, weergegeven in Figuur 4521). Figuur 44: Evolutie van de uitkerings- en begeleidingskosten van het omkaderingspersoneel € 10 €9 €8 €7 €6 €5 €4 €3 €2 €1
000 000 000 000 000 000 000 000 000 000
000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 €-
2015
2016
2017
Totale daling van uitkeringskosten van omkaderingsleden
€ 8 574 765
€ 8 679 028
€ 9 179 661
Totale daling van uitkeringskosten per VTE dienstenchequewerknemer
€ 202
€ 196
€ 200
Bron: Berekening van de uitkeringskosten door IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen uitgewerkt in het kostenmodel
21
De daling in 2016 werd gedreven door veel meer structurele verminderingen in 2016 waardoor er weinig sociale bijdragen betaald moesten worden voor omkaderingspersoneel.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
54
Figuur 45: Evolutie van de sociale bijdragen en personenbelasting van het omkaderingspersoneel 22 € € € € € € € €
8 7 6 5 4 3 2 1
000 000 000 000 000 000 000 000
000 000 000 000 000 000 000 000 €0
2015
2016
2017
Totale stijging sociale bijdragen en personenbelasting omkaderingsleden
€ 7 238 941
€ 4 102 645
€ 6 642 554
Totale stijging sociale bijdragen en personenbelasting per VTE dienstenchequewerknemer
€ 170
€ 93
€ 144
Bron: Berekening van de sociale bijdragen en personenbelasting door IDEA Consult, op basis van gegevens uit
verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
1.3.
Belastingen van dienstencheque-ondernemingen
Belastingplichtige dienstencheque-ondernemingen (handelsvennootschappen, interimkantoren en natuurlijke personen) betalen gemiddeld een vennootschapsbelasting van ongeveer 30 eurocent per terugbetaalde dienstencheque23 die de overheid ten goede komt. De totale meerontvangsten uit de vennootschapsbelasting komen neer op 18,1 miljoen euro in 2017. Zoals Figuur 46 weergeeft, stijgen deze meerontvangsten de laatste jaren (omdat ook het aantal aangekochte cheques stijgt). Figuur 46: Evolutie van de meerontvangsten uit de vennootschapsbelasting van dienstencheque-ondernemingen €20 €18 €16 €14 €12 €10 €8 €6 €4 €2
000 000 000 000 000 000 000 000 000 000
000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 €-
Totale stijging inkomsten vennootschapsbelasting van dienstencheque-ondernemingen Stijging inkomsten vennoortschapsbelasting van dienstencheque-ondernemingen per VTE dienstenchequewerknemer
2015
2016
2017
€16 814 077
€17 180 508
€18 079 150
€396
€389
€393
Bron: Berekening van de stijging in inkomsten uit de vennootschapsbelasting van belastingplichtige dienstenchequeondernemingen door IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
22
De daling in 2016 is vooral te wijten aan een sterke toename van de structurele verminderingen waardoor er weinig sociale bijdragen betaald moesten worden voor omkaderingspersoneel en dus de fiscale terugvloei afnam. 23 Dit werd in opdracht van Federgon berekend door de belasting op basis van de jaarrekening van de onderzochte dienstencheque-ondernemingen (rubriek 7011 in Belfirst) te delen door het totaal aantal terugbetaalde dienstencheques.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
55
2 / Indirecte terugverdieneffecten In dit hoofdstuk bespreken we de indirecte terugverdieneffecten, die in 2017 429 miljoen euro bedragen, en voornamelijk gelinkt zijn aan de gebruikers:
Hogere participatiegraad van gebruikers
Langer in eigen huis blijven wonen voor oudere gebruikers
Verschuiving van huishoudelijke taken uitgevoerd door poetshulp onder ‘Welzijn’ naar dienstencheques onder ‘Werk’
Hogere consumptie van bedrijven, werknemers en gebruikers
Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privébalans
Enkele indirecte terugverdieneffecten, met name het langer in huis blijven wonen voor oudere gebruikers, de hogere consumptie van dienstenchequewerknemers en het hoger welzijn van de actieve bevolking door een betere werk-privé balans, zijn moeilijk te kwantificeren en worden enkel kwalitatief besproken. Hoewel zij dus zeker een rol spelen, worden deze terugverdieneffecten niet meegerekend in de netto kostprijs van het dienstenchequesysteem. Andere zoals de hogere participatiegraad van de gebruikers, de verschuiving van poetshulp onder Welzijn naar dienstencheques onder Werk en de hogere consumptie van gebruikers en bedrijven, worden wel in waarde uitgedrukt.
2.1.
Hogere participatiegraad van gebruikers
Het dienstenchequesysteem zorgt ervoor dat de gebruikers meer of langer kunnen werken Door huishoudelijke taken uit te besteden, komt er tijd vrij voor de gebruikers die kan besteed worden aan werk. Het gebruik van dienstencheques heeft een positieve invloed op het aantal werkuren dat gebruikers presteren, alsook op de werkuren van de partner24. Zoals Figuur 47 weergeeft, geeft één op vier dienstenchequegebruikers in de enquête aan dat het gebruik van dienstencheques een positieve invloed heeft op het aantal uren dat ze kunnen werken: -
7% zegt dat ze meer uren kunnen werken (gemiddeld 7,3 uur meer), bij de respectievelijk werkende partner van de gebruiker is dat respectievelijk 2% (gemiddeld 5,8 uur);
-
18% zegt dat ze door het gebruik van dienstencheques evenveel uren zijn kunnen blijven werken (gemiddeld 5 uur minder zonder het gebruik van dienstencheques), bij de respectievelijk werkende partner is dat 8% (gemiddeld 3,6 uur minder zonder dienstencheques).
Bij 75% van de gebruikers en 90% van hun partners heeft het gebruik van dienstencheques geen invloed gehad op het aantal werkuren dat ze presteren.
24
In de gebruikersenquête werd zowel het aantal werkuren van de gebruiker als diens (werkende) partner bevraagd.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
56
Figuur 47: % gebruikers en hun partners die meer uren kunnen werken, evenveel uren kunnen werken of waarvan het gebruik van dienstencheques geen impact heeft op het aantal werkuren
Meer uren kunnen werken
7% 2%
Evenveel uren kunnen blijven werken
8%
Gebruikers
18%
Partners 75%
Geen impact op aantal werkuren
90%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: dienstenchequegebruikers (n=1169) en hun partners (n=978) die voor het gebruik van dienstencheques aan het werk waren of werkende partners)
Daarnaast zou een afschaffing van het systeem voor één op vier werkende dienstenchequegebruikers betekenen dat ze niet of minder zouden gaan werken (zie Figuur 48). Bij hun partners is dat 10%. Slechts de helft van de dienstenchequegebruikers is er zeker van dat ze evenveel uren zouden blijven werken indien het dienstenchequesysteem zou afgeschaft worden. Figuur 48: % gebruikers en partners die zouden stoppen met werken, minder zouden werken, of geen impact zouden ondervinden op het aantal werkuren indien het dienstenchequesysteem wordt afgeschaft
Ja, ik zou stoppen met werken
Ja, ik zou minder uren gaan werken
1% 1%
23% 9%
Gebruikers
Nee
Ik weet het niet
Partners
50% 72%
27% 18%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: werkende dienstenchequegebruikers (n=1191) en hun werkende partners (n=1000))
Het gebruik van dienstencheques leidt er dus toe dat gebruikers in staat zijn om meer te werken, en/of vermijdt dat gebruikers minder zouden moeten gaan werken. Indien we deze hogere participatie van de dienstenchequegebruikers (en/of hun partners) extrapoleren naar VTE-jobs, komen we in 2017 op 14.310 voltijdse jobs op jaarbasis die ‘gecreëerd’ worden door de tijd die vrijkomt voor de gebruikers van dienstencheques.25 Figuur 49 geeft de evolutie van de gecreëerde VTE-jobs doorheen de tijd weer.
25
In de studie uitgevoerd door IDEA Consult in opdracht van Federgon “De dienstencheques 360° doorgelicht” kwam de berekening uit op 22.011 extra VTE jobs. Dit verschil heeft te maken met een andere vraagstelling in deze enquête. Waar in de vorige Federgon-enquête de scope van activiteiten breder werd ingestoken, werd nu expliciet de scope beperkt tot activiteiten die in aanmerking komen voor dienstencheque-activiteiten.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
57
Figuur 49: Evolutie van het totaal aantal extra VTE die door het gebruik van dienstencheques worden ‘gecreëerd’ 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 Totaal aantal extra VTE op jaarbasis (48 weken aan 38u week)
2015
2016
2017
12862
13384
14310
Bron: Berekening IDEA Consult, op basis van gegevens uit enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers, uitgewerkt in het kostenmodel
De hogere participatiegraad van gebruikers resulteert in meer sociale bijdragen (van werknemers en werkgevers) en meer persoonsbelastingen Om de terugverdieneffecten van de hogere participatiegraad te berekenen, vermenigvuldigen we het aantal extra VTE’s op jaarbasis met een gemiddeld bruto jaarloon van een Belgische werknemer (in 2016 was dit 13,92 maal een gemiddeld bruto maandloon van € 3.432). Op deze inkomsten worden zowel de sociale bijdragen voor werknemers en werkgevers (RSZ) berekend evenals de stijging in de persoonsbelasting. Deze terugverdieneffecten tellen op tot bijna 383 miljoen euro in 2017, en komen neer op € 8.323 per VTE dienstenchequewerknemer (zie Figuur 50). Figuur 50: Evolutie in de inkomsten door de hogere participatiegraad van dienstenchequegebruikers € 400 € 350 € 300 € 250 € 200 € 150 € 100 € 50
000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 €0
2015
2016
2017
Jaarlijkse stijging in persoonsbelastingen
€ 79 435 782
€ 76 091 898
€ 81 869 150
Jaarlijks stijging in sociale bijdrage voor werkgevers
€ 198 222 182
€ 195 653 092
€ 209 595 504
Jaarlijks stijging in sociale bijdrage voor werknemers
€ 79 887 879
€ 83 568 167
€ 91 313 774
Totale inkomsten door de hogere participatie van dienstenchequegebruikers
€ 357 545 842
€ 355 313 157
€ 382 778 428
€ 8 411
€ 8 038
€ 8 323
Inkomsten door de hogere participatie van dienstenchequegebruikers per VTE dienstenchequewerknemer
Bron: Berekening IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
58
2.2.
Langer in eigen huis blijven wonen voor oudere gebruikers
Door het gebruik van dienstencheques hebben gebruikers minder last van fysieke of lichamelijke klachten en kunnen ze langer zelfstandig in huis blijven wonen Huishoudelijke taken, en zeker de schoonmaak, zijn fysiek belastend. Figuur 51 toont het aandeel van de dienstenchequegebruikers die aangeven dat het gebruik van dienstencheques ervoor zorgt dat ze minder last hebben van fysieke of lichamelijke klachten. Dat aandeel bedraagt 83%. Daarnaast zegt 85% van de gebruikers dat het gebruik van dienstencheques hen toelaat om langer zelfstandig in eigen huis te kunnen blijven wonen. Dit leeft vanzelfsprekend sterker bij oudere gebruikers: 94% van de 65-79-jarigen en 97% van de 80+’ers geeft aan dat ze minder last hebben van fysieke klachten, eveneens 94% van de 65-79-jarigen en 98% van de 80+’ers zegt dat ze langer in eigen huis kunnen blijven wonen. Figuur 51: % dienstenchequegebruikers die dankzij het gebruik van dienstencheques op onderstaande vlakken een impact op hun welzijn ervaren
Dankzij het gebruik van dienstencheques kan ik/mijn gezin... … minder last hebben van fysieke of lichamelijke klachten
83%
17%
… langer zelfstandig in huis blijven wonen
85%
15%
akkoord
niet akkoord
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
Voor een deel van de gebruikers zou andere ondersteuning noodzakelijk zijn mocht het dienstenchequestelsel niet bestaan Zoals reeds beschreven in Deel 2 van dit rapport, is het fysiek zelf niet kunnen uitvoeren van de huishoudelijke taken een belangrijk motief om beroep te doen op het dienstenchequesysteem. 14% van de gebruikers jonger dan 65 jaar geeft aan dat dit het belangrijkste motief is, onder de 65’+ers is dit voor 75% de belangrijkste reden. Het merendeel van deze gebruikers bevestigen dat ze effectief beroep zouden moeten doen op andere ondersteuning indien het dienstenchequesysteem wordt afgeschaft. Dit wordt weergegeven in Figuur 52. Figuur 52: % dienstenchequegebruikers die beroep doen op het systeem omwille van fysieke redenen die andere ondersteuning zouden nodig hebben indien het dienstenchequesysteem wordt afgeschaft 41% 36%
15% 8%
Andere ondersteuning zou Andere ondersteuning zou Andere ondersteuning zou Andere ondersteuning zou zeker nodig zijn waarschijnlijk wel nodig waarschijnlijk niet nodig zeker niet nodig zijn zijn zijn Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (basis: dienstenchequegebruikers die omwille van fysieke redenen beroep doen op dienstencheques (n=651)
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
59
36% van deze gebruikers die beroep doen op het systeem omwille van een fysieke nood, zeggen dat andere ondersteuning zeker nodig zou zijn om in eigen huis te kunnen blijven wonen indien het dienstenchequesysteem niet meer zou bestaan. Indien we dit aandeel afzetten op de volledige groep dienstenchequegebruikers, geeft 12% van alle dienstenchequegebruikers aan dat andere hulp zeker nodig zou zijn. Het is moeilijk om in te schatten op welke andere ondersteuning deze gebruikers beroep zouden gaan doen. We denken dan aan ondersteuning van familieleden/vrienden, maar ook aan thuiszorgdiensten of andere dienstenleveranciers, of zelfs rust- of verzorgingshuizen. Per dag rusthuis die kan worden uitgespaard, betekent dit voor de Belgische overheid een besparing van ongeveer € 6326 door vermindering van de RIZIV-bijdrage in een rusthuisbed. Voor de gebruiker zelf betekent dit een besparing van gemiddeld € 57,5927. De kostenbesparingen zijn dus substantieel. Door de onzekerheid over het aandeel dienstenchequegebruikers die zonder het systeem op rustof verzorgingshuizen zouden aangewezen zijn, wordt dit terugverdieneffect in het kostenmodel echter niet gekwantificeerd.
2.3.
Verschuiving van poetshulp onder Welzijn naar dienstencheques onder Werk
Door het dienstenchequesysteem is er een verschuiving van logistieke poetshulp vanuit zorgdiensten naar ondersteuning via dienstencheques Zoals hierboven reeds aangegeven, biedt het dienstenchequesysteem voor een deel van de gebruikers een ondersteuning die zonder het systeem op een andere manier zou moeten worden ingevuld. Zo heeft het dienstenchequestelsel een verschuiving teweeggebracht in de ondersteuning van diensten die huishoudelijke taken uitvoeren (poetshulp via Welzijn, eventueel commerciële bedrijven, ...) naar ondersteuning via dienstencheques. Uit de enquête blijkt dat 10% van de dienstenchequegebruikers vóór het gebruik van dienstencheques beroep deed op een andere externe organisatie voor het uitvoeren van huishoudelijke taken, en bij 5% onder hen waren dit thuiszorgdiensten (mediaanwaarde 4 uur per week). Hierbij dient wel benadrukt te worden dat dit naar verwachting vooral zal gaan over de logistieke poetshulp vanuit thuiszorg28, en niet over de gezinszorg als zodanig. De eigenlijke gezinszorg neemt een groter aantal taken binnen het gezin over, gericht op persoonsgebonden gezinsdiensten (bv. wassen, aankleden, verzorging van bejaarden, specifiek zorg voor personen met een beperking, ...). Bovenop de schoonmaaktaak is er een sterk zorgaspect aanwezig, denk we hierbij aan de signaalfunctie van de huishoudhulp, het opmaken van een zorg- en ondersteuningsplan, persoonsverzorging, psychosociale en (ped)agogische ondersteuning, etc. Het moge duidelijk zijn dat in het bijzonder voor dit soort van taken dienstencheques geen vervanging kunnen zijn. Bovendien houdt de thuiszorg ook rekening met meer kwetsbare doelgroepen. Voor deze oefening gaan we er dus vooral vanuit dat er een verschuiving kan plaatsvinden van logistieke poetshulp via thuiszorg naar poetshulp via dienstencheques. In deze oefening berekenen we enkel de verschuiving van de overheidskost van (duurdere) thuiszorg naar (goedkopere) dienstencheques. Deze “budgettaire” verschuiving brengt geen terugverdieneffecten van de thuiszorg in rekening en betekent ook niet dat er door de substitutie van het poetsgedeelte geen thuiszorg meer aanwezig zal zijn. We merken bovendien op dat met de termen “budgettaire verschuiving’ of “besparing” voorzichtig moet worden omgesprongen. De verschuiving van logistieke poetshulp naar dienstencheques kan ook gezorgd hebben tot een afname van de wachtlijsten (gezien dat logistieke poetshulp een gesloten budget is) en niet tot een directe besparing. In die zin zorgt deze verschuiving eerder tot een daling van de druk op het welzijnsbudget dan dat het om een echte besparing gaat. Indien we dit extrapoleren naar de totale populatie gebruikers, zorgt dit voor een verlaging van de druk op het budget van de thuiszorgdiensten (een gesloten budget waarbij de wachtlijsten kunnen afnemen door de substitutie door dienstencheques) van bijna 20 miljoen euro in 2017 (zie Figuur 53).
26 27 28
Studie Solidaris (2016), “Maison de repos : à quel prix ?". WVG dagprijzen op 1/05/2018 In deze zin kunnen deze als een soort van communicerende vaten aanzien worden.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
60
Figuur 53: Evolutie van de kosten van de thuiszorg € 25 000 000 € 20 000 000 € 15 000 000 € 10 000 000
€ 5 000 000 €0 Kost thuiszorg Kost van thuiszorg per VTE dienstenchequewerknemer
2015
2016
2017
€ 18 835 453
€ 19 599 829
€ 20 969 804
€ 443
€ 443
€ 456
Bron: Berekening IDEA Consult, op basis van gegevens uit enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers, uitgewerkt in het kostenmodel
2.4.
Hogere consumptie van gebruikers, werknemers en bedrijven
De economie die het dienstenchequesysteem creëert, leidt tot meer consumptie zowel van gebruikers, van werknemers en van bedrijven, en zo tot hogere BTW-inkomsten. We bespreken het effect ervan voor de bedrijven en gebruikers. We bespreken het effect ervan voor de bedrijven en de gebruikers. Figuur 54 biedt een overzicht. De meerontvangsten uit BTW vanuit de hogere consumptie van werknemers kan moeilijk berekend worden, maar wordt wel besproken. Figuur 54: Evolutie van de meerontvangsten uit de BTW van bedrijven en van gebruikers € 30 000 000 € 25 000 000 € 20 000 000 € 15 000 000 € 10 000 000 € 5 000 000 €0
2015
2016
2017
Meerontvangsten uit BTW bedrijven
€ 4 537 955
€ 4 516 833
€ 5 005 786
Meerontvangsten uit BTW gebruikers
€ 17 595 342
€ 18 678 608
€ 20 459 514
Totale meerontvangsten uit BTW
€ 22 133 297
€ 23 195 441
€ 25 465 300
Totaal per VTE DCH-werknemer
€ 521
€ 525
€ 554
Bron: Berekening IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
Gebruikers gaan meer werken, verdienen en spenderen meer Zoals hierboven reeds omschreven, leiden de dienstencheques tot een hogere participatiegraad van de gebruikers. Doordat gebruikers meer werken, verdienen zijn meer en spenderen zij ook meer. Dit leidt tot hogere BTW
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
61
inkomsten. Zoals eerder aangegeven, is het kwantificeren van dergelijke indirecte terugverdieneffecten niet evident. Toch kunnen we een schatting van deze meerontvangsten maken. We berekenen de meerontvangsten uit BTW voor 2017 als volgt:
Ervan uitgaande dat 89% van het extra beschikbaar inkomen gespendeerd wordt29 (en de rest gespaard), en ook niet alle inkomen in België wordt uitgegeven, leidt de hogere participatiegraad tot een extra besteding van 339 miljoen euro in 2017.
Dat leidt tot een toegevoegde waarde gelinkt aan de extra besteding van dienstenchequegebruikers in België van 148 miljoen euro.30
Hierop wordt gemiddeld 13,8% BTW geheven. De meerontvangsten uit BTW-inkomsten bedragen zo 20,5 miljoen euro in 2017.
Ook dienstenchequewerknemers hebben een hoger inkomen, en kunnen meer verdienen We kunnen er daarnaast van uitgaan dat heel wat dienstenchequewerknemers meer dan voordien verdienen door aan de slag te gaan in het dienstenchequesysteem. Het is echter niet bekend wat de inkomsten van deze werknemers bedroegen voordat ze in het dienstenchequesysteem zijn gestart. Daarom is het niet mogelijk om de extra besteding, de extra toegevoegde waarde, en dus de meerontvangsten uit BTW inkomsten te berekenen. De doelstelling van een tewerkstelling in het dienstenchequesysteem is wel dat ze netto meer zullen verdienen dan het vervangingsinkomen. Ter indicatie: als een dienstenchequewerknemer maandelijks € 100 extra te besteden heeft, komt dit neer op ongeveer € 4 extra BTW inkomsten. Dienstenchequebedrijven betalen BTW op de aankoop van goederen en diensten Ook dienstenchequebedrijven betalen BTW op de aankoop van goederen en diensten. De berekening loopt gelijklopend als bij de meerontvangsten uit BTW vanuit de consumptie van gebruikers:
De extra besteding via aankopen (rubriek 60+61 uit de jaarrekeningen, aankopen goederen en diensten) bedraagt 83 miljoen euro in 2017.
Dat leidt tot een toegevoegde waarde gelinkt aan de extra besteding in België van 36 miljoen euro.31
Hierop wordt gemiddeld 13,8% BTW geheven. De meerontvangsten uit BTW-inkomsten van bedrijven bedragen zo 5 miljoen euro in 2017.
2.5.
Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privébalans
Dienstencheques betekenen voor de gebruikers een betere werk-privé balans, minder stress en betere levenskwaliteit Een laatste belangrijk indirect terugverdieneffect heeft betrekking op het welzijn van de dienstenchequegebruikers. Het uitbesteden van huishoudelijke taken zorgt namelijk dat er kostbare tijd, zeker voor werkende gebruikers, vrijkomt om aan andere zaken te besteden. Dit heeft een positieve invloed op het welzijn van de gebruikers. Zoals Figuur 55 weergeeft, geeft 95% van de gebruikers aan dat ze dankzij het gebruik van dienstencheques een betere levenskwaliteit kunnen ervaren, 94% zegt dat ze een betere balans tussen werk en privé ervaren en 92% dat ze minder stress hebben dankzij het gebruik van dienstencheques. 32
29
Op basis van het huishoudbudgetonderzoek van de FOD Economie. Op basis van de input-outputtabellen voor 2015 bedraagt voor de ganse Belgische economie de verhouding toegevoegde waarde / output : 43,69% 31 Op basis van de input-outputtabellen voor 2015 bedraagt voor de ganse Belgische economie de verhouding toegevoegde waarde / output : 43,69% 32 De respondenten waarvoor deze vraagstelling niet van toepassing is, worden niet meegeteld in deze berekening. 30
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
62
Figuur 55: % dienstenchequegebruikers die dankzij het gebruik van dienstencheques op onderstaande vlakken een impact op hun welzijn ervaren
Dankzij het gebruik van dienstencheques kan ik/mijn gezin... … een betere levenskwaliteit ervaren (n=1821)
95%
5%
… een betere balans tussen werk en privé ervaren (n=1786)
94%
6%
… minder stress hebben (n=1401)
92%
8%
akkoord
niet akkoord
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers (n=1821 voor ‘een betere levenskwaliteit ervaren’, n=1786 voor ‘een betere balans tussen werk en privé ervaren’ en n=1401 voor ‘minder stress hebben’)
De tijd die vrijkomt dankzij dienstencheques wordt voornamelijk gespendeerd aan andere huishoudelijke taken, rust en zorg voor kinderen en/of andere huisgenoten Figuur 56 toont aan welke activiteiten de gebruikers de vrijgekomen tijd spenderen. Zowel andere verplichtingen in het huishouden als tijd voor zichzelf komen naar voor: 44% besteedt de tijd aan andere huishoudelijke taken en 35% aan zorg voor kinderen en/of andere huisgenoten, maar ook 36% besteedt de tijd aan rust en 29% aan vrije tijd. Figuur 56: % dienstenchequegebruikers die de vrijgekomen tijd aan onderstaande activiteiten besteden (maximaal
3 antwoorden mogelijk)33
Andere huishoudelijke taken
44%
Rust
36%
Zorgen voor kinderen en/of andere huisgenoten
35%
Vrije tijd
29%
Klussen (incl. bouw en renovatie), tuinieren en zorg…
19%
Winkelen en bezoek aan diensten
13%
Bezoek aan vrienden en familie
12%
Zorg voor familielid
10%
Mediagebruik
11%
Onbetaald werk
7%
Betaald werk
8%
School, cursussen en opleidingen
7%
Werk zoeken
0%
Andere
0%
Bron: Enquête uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers
33
Hoewel slechts 8% bij deze vraag aangeeft de vrijgekomen tijd rechtstreeks aan betaald werk te besteden, betekent dit niet dat een veel groter percentage (zoals wordt beschreven in paragraaf 2.1) dit wel “onrechtstreeks” doet. Door minder tijd te besteden aan de schoonmaak, komt er tijd vrij voor andere activiteiten. Deze tijd zou anders vrijgemaakt kunnen worden door minder uren te gaan werken.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
63
Het terugverdieneffect dat slaat op de verhoging van het welzijn van de gebruikers is, ondanks de grote meerwaarde, niet op een zinvolle manier te kwantificeren en wordt daarom niet expliciet opgenomen in het kostenmodel.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
64
3 / Indirecte kosten Naast indirecte terugverdieneffecten, brengt het systeem echter ook enkele indirecte kosten voor de sociale zekerheid met zich mee. Ook onder de dienstenchequewerknemers zijn er een groot aantal langdurig zieken, en daarnaast leidt de gecreëerde tewerkstelling er toe dat meer sociale rechten worden opgebouwd.
3.1.
Extra kost langdurig zieken
Een dienstenchequejob is een zware job. Uit voorgaande studies blijkt dat er een stijgend aandeel langdurig 34 zieken zijn in de sector, wat een kost is voor de overheid voor de uitbetaling van invaliditeit en ziekteuitkeringen. We baseren ons in het kostenmodel op RVA cijfers van 201535. 5,9% van de dienstenchequewerknemers die op de payroll van een dienstenchequebedrijf staan heeft een heel jaar door geen prestatie geleverd, en beschouwen we als langdurig ziek. De kosten die daarbij komen kijken lopen op tot 61 miljoen euro of 1.332 euro per VTE dienstenchequewerknemer (zie Figuur 57). Figuur 57: Evolutie in de kosten voor langdurig zieken in het dienstenchequesysteem € 70 000 000 € 60 000 000 € 50 000 000 € 40 000 000 € 30 000 000 € 20 000 000 € 10 000 000
€0 Kost langdurig zieken Kost langdurig zieken per VTE dienstenchequewerknemer
2015
2016
2017
€ 56 916 215
€ 59 198 772
€ 61 263 019
€ 1 339
€ 1 339
€ 1 332
Bron: Berekening IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
34
Naast langdurig zieken die meer dan 1 jaar ziek zijn, vallen ook dienstenchequewerknemers die langer dan 1 maand ziek zijn ook ten laste van de sociale zekerheid. In die zin worden de kosten voor de overheid van zieke dienstenchequewerknemers onderschat. Bij gebrek aan cijfergegevens over deze zieken korter dan 1 jaar (dit is bedrijfsinformatie die niet gekend is), werden deze niet in het model in kaart gebracht. 35 Op basis van de enquête naar bedrijven van de RVA die deze enquête t.e.m. 2015 uitvoerde
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
65
3.2.
Opgebouwde sociale rechten
Voor huishoudhulpen zal een job in de sector leiden tot een hogere sociale bescherming ten opzichte van een job in het informele circuit. Dit leidt echter ook tot een stijging van de kosten voor de sociale zekerheid, ten gevolge van de rechtenopbouw van huishoudhulpen, namelijk voor de uitbetaling van pensioenen en andere rechten. Voor de berekening van de totale netto kostprijs is het aangewezen om idealiter deze opgebouwde sociale zekerheidsrechten (die tegenover de sociale bijdragen staan) te berekenen. Dit is echter een complexe oefening omdat deze opgebouwde sociale rechten zich over een lange tijdsduur manifesteren en pensioenberekeningen bijvoorbeeld erg complex zijn. Binnen het kader van dit onderzoeksproject was het niet mogelijk om dergelijke complexe berekeningen op een nauwkeurige manier uit te voeren. Deze worden dus niet opgenomen in het kostenmodel. Het moge echter duidelijk zijn dat er wel degelijk een impact zal zijn van de werkelijke netto terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel en dat deze overschat worden door het weglaten van de kost van de opgebouwde sociale rechten. Het is best mogelijk dat de uitgaven voor pensioenen bijvoorbeeld groter zijn dan de omvang van de opbrengsten uit sociale bijdragen. Zo zijn vandaag de sociale bijdragen uit werk al niet voldoende voor de financiering van de sociale zekerheid en pensioenen. Het sociale zekerheidsstelsel wordt immers bijgepast vanuit de algemene overheidsmiddelen en vanuit de alternatieve financiering (onder andere BTWinkomsten)
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
66
4 / De terugverdieneffecten op de verschillende beleidsniveaus Omdat het systeem sinds de regionalisering een Vlaamse bevoegdheid is geworden, draagt Vlaanderen de directe kosten van het systeem. Veel terugverdieneffecten zitten echter geconcentreerd bij de federale overheid. Tabel 3 toont aan welke overheid elk van de terugverdieneffecten in eerste instantie ten goede komen, omdat dit een rechtstreekse bevoegdheid van het respectievelijke beleidsniveau is. Uiteraard sijpelen deze daarna nog door van de federale overheid naar de regio’s. De terugverdieneffecten die op Vlaams niveau geconcentreerd zijn, zijn beperkt tot de daling van de begeleidingskost voor werkzoekenden, de daling van de kost voor rusthuizen en woonzorgcentra, de daling van de kost voor logistieke poetshulp, en via de Vlaamse opcentiemen in de personenbelastingen voor een deel ook de stijging van de inkomsten uit personenbelastingen (van dienstencheque werknemers, omkaderingspersoneel, en gebruikers). De daling van de begeleidingskost voor leefloongerechtigden komt het lokale beleidsniveau ten goede. Alle andere terugverdieneffecten en indirecte kosten (de federale dotatie n.a.v. de zesde staatshervorming) zijn voor rekening van de federale overheid. Dit leidt tot een verdeling van de terugverdieneffecten waarbij het grootste gewicht bij de federale overheid ligt, zoals weergegeven wordt in Figuur 58. Figuur 58: Evolutie van de verdeling van de terugverdieneffecten over de verschillende beleidsniveaus 30 000 25 000 20 000 15 000
10 000 5 000 0
2015
2016
2017
Terugverdieneffecten voor de Vlaamse en lokale overheid per VTE DCH werknemers
2 222
2 075
2 096
Terugverdieneffecten voor de federale overheid per VTE DCH werknemers
23 471
21 807
21 914
Totale terugverdieneffecten per VTE DCH werknemers
€ 25 693
€ 23 882
€ 24 011
Bron: Berekening IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
Hieronder wordt nog eens meer in detail weergegeven wat het totale terugverdieneffect is en hoeveel dit bedraagt per dienstenchequewerknemer. Telkens wordt aangegeven welk bedrag welke overheid (als rechtstreekse bevoegdheid) ontvangt.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
67
Tabel 3: Overzicht terugverdieneffecten Vlaams dienstenchequesysteem per overheid (in totaal en per VTE)
Totaal in € Impact
Creatie van dienstencheque-jobs en omkaderingsjobs
Terugverdieneffect
Rechtstreekse bevoegdheid
Daling van het aantal uitgekeerde werkloosheidsuitkeringen
per VTE in €
2015
2016
2017
2015
2016
2017
Federaal
129 442 719
120 651 153
127 146 227
3 045
2 729
2 765
Daling van het aantal uitgekeerde RIZIV-uitkeringen
Federaal
26 053 991
27 098 856
28 043 786
613
613
610
Daling van het aantal uitgekeerde leefloon uitkeringen
2/3 Federaal + 1/3 lokaal
10 145 273
14 638 027
15 590 206
239
331
339
Daling indirecte publieke interventie voor uitkeringsgerechtigden (voormalige werkenden) Daling van de begeleidingskost voor werkzoekenden
Stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen (werknemers en werkgeversbijdrages)
Stijging van de inkomsten uit personenbelastingen
Vlaams/lokaal
3 347 940
4 830 549
5 144 768
79
109
112
Federaal
6 797 333
9 807 478
10 445 438
160
222
227
Federaal
74 754 976
75 435 573
79 684 841
1 759
1 707
1 733
Vlaams + deel Federaal (RVA)
62 946 854
61 774 433
63 932 600
1 481
1 397
1 390
Vlaams/lokaal
34 095 500
33 460 451
34 629 434
802
757
753
Federaal
28 851 355
28 313 981
29 303 166
679
641
637
Federaal
300 276 718
281 620 805
281 830 213
7 064
6 371
6 128
¾ Federaal + ¼ Vlaams/lokaal (incl. 7% gemeente)
73 194 541
59 179 475
60 784 470
1 722
1 339
1 322
Vlaams/lokaal
18 298 635
14 794 869
15 196 117
430
335
330
Federaal
54 895 906
44 384 606
45 588 352
1 291
1 004
991
Creatie van dienstenchequeondernemingen
Stijging van de inkomsten uit vennootschapsbelastingen
Federaal
16 814 077
17 180 508
18 079 150
396
389
393
Impact op de werkuren van gebruikers
Stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen (werknemers en werkgeversbijdrages)
Federaal
278 110 061
279 221 259
300 909 278
6 543
6 317
6 543
Totaal in € Impact
Terugverdieneffect Stijging van de inkomsten uit personenbelastingen
Rechtstreekse bevoegdheid ¾ Federaal + ¼ Vlaams + 7% gemeente
per VTE in €
2015
2016
2017
2015
2016
2017
79 435 782
76 091 898
81 869 150
1 869
1 721
1 780
Vlaams/lokaal
19 858 945
19 022 975
20 467 287
467
430
445
Federaal
59 576 836
57 068 924
61 401 862
1 402
1 291
1 335
Langer in eigen huis blijven wonen door oudere gebruikers
Daling van de kost voor rusthuizen + van uitkering voor woonzorgcentra
Vlaams/lokaal
Verschuiving van huishoudelijke activiteiten via zorg naar de dienstencheques
Daling van de kost voor zorgactiviteiten
Vlaams/lokaal
17 752 414
18 472 839
19 764 040
418
418
430
Hogere consumptie van bedrijven en gebruikers
Stijging van de BTW-inkomsten
Federaal
22 133 297
23 195 441
25 465 300
521
525
554
Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privé balans
Daling van kost voor ziekte en invaliditeit
Federaal
Opgebouwde rechten sociale zekerheid dienstenchequewerknemers
Stijging van kosten voor sociale zekerheid
Federaal
Federaal totaal
997.707.268
963.978.585
1.007.897.613
23.471
21.807
21.914
Vlaams totaal
93.353.435
90.581.683
95.201.647
2.222
2.075
2.096
Bron: IDEA Consult
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
69
Deel 4 De netto kostprijs van het dienstenchequestelsel
1 / De kosten en de terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel per VTE dienstenchequemedewerker Door de bruto kosten, de terugverdieneffecten en de indirecte kosten van het systeem in rekening te brengen, kunnen we een zicht krijgen op de netto kostprijs van het systeem en kunnen we dit vergelijken met de brutokost.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
71
Tabel 4 biedt een overzicht. De berekening van de netto kostprijs wordt weergegeven per VTE dienstenchequemedewerker. De netto kostprijs per VTE dienstenchequewerknemer bedraagt in 2017 € 5.650. Dit zijn de netto kosten van het Vlaamse systeem over de verschillende beleidsniveaus heen. Zoals besproken in deel 3, komen een groot deel van de terugverdieneffecten ten goede aan de federale overheid. De evolutie van de netto kostprijs wordt weergegeven in Figuur 59. De netto kostprijs per VTE dienstenchequewerknemer stijgt van € 3.623 in 2015 naar € 6.734 in 2016, waarna de kostprijs opnieuw licht daalt tot € 5.650 in 2017. De grootste evolutie is te zien in de daling van de terugverdieneffecten van 2015 naar 2016: deze dalen van € 25.693 in 2015 naar € 23.882 in 2016. Dit is voornamelijk te wijten aan een daling van de inkomsten uit sociale bijdragen. Figuur 59: Evolutie van de netto kost, de bruto kost en het terugverdieneffect van het dienstenchequesysteem per VTE dienstenchequewerknemer 8 000 7 000 6 000 5 000 4 000 3 000 2 000 1 000 0
2015
2016
2017
Netto kostprijs per VTE
3 623
6 734
5 650
Bruto kost per VTE DCH werknemer
27560
29467
28336
Totale kosten per VTE dienstenchequewerknemer (direct + indirect)
29 316
30 616
29 660
Totale terugverdieneffecten per VTE dienstenchequewerknemer
25 693
23 882
24 011
% (terugverdieneffecten + indirecte kosten)/bruto kostprijs
86,9%
77,1%
80,1%
Bron: IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
De totale terugverdieneffecten (inclusief de indirecte kosten) schommelen tussen 77% en 87% van de totale kosten. Wel is er een asymmetrie tussen terugverdieneffecten en kosten. De directe kost wordt immers gedragen door de Vlaamse overheid terwijl de belangrijkste terugverdieneffecten in eerste instantie ten goede komen aan de federale overheid. Maar tegenover deze directe kost voor de Vlaamse overheid staat wel de (gedeeltelijke) federale dotatie waaruit middelen gehaald worden om het dienstenchequesysteem te financieren.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
72
Tabel 4: Evolutie van de directe kosten, directe en indirecte terugverdieneffecten, indirecte kosten en netto kostprijs per VTE dienstenchequewerknemer Directe kosten per VTE
Bruto kostprijs
FinanciĂŤle tussenkomst voor dienstencheques Fiscale aftrek Omkaderingskost Terugbetaling opleidingen Totale bruto kostprijs per VTE Directe Creatie van nieuwe jobs Daling uitkeringen voor DCHterugverdieneffecten voor DCH-werknemers werknemers per VTE Daling begeleidingskosten VDAB voor DCH-werknemers Daling administratieve kosten voor uitkeringen van DCH-werknemers Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor DCH-werknemers Totale terugverdieneffecten uit creatie van jobs voor DCHwerknemers Creatie van nieuwe jobs Daling uitkeringen voor voor omkaderingsleden omkaderingsleden Daling begeleidingskosten VDAB voor omkaderingsleden Daling administratieve kosten voor uitkeringen omkaderingsleden Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor omkaderingsleden Totale terugverdieneffecten uit creatie van jobs voor omkaderingsleden Creatie van Totale meerontvangsten uit ondernemingen vennootschapsbelasting Totale directe terugverdieneffecten per VTE Indirecte Hogere participatiegraad en Stijging inkomsten uit sociale terugverdieneffecten productiviteit van de bijdragen en belastingen van per VTE actieve bevolking gebruikers Stijging consumptie Meerontvangsten uit BTW gebruikers Meerontvangsten uit BTW DCHwerknemers Meerontvangsten uit BTW omkaderingswerknemers Meerontvangsten uit BTW bedrijven Totale meerontvangsten uit BTW Daling kost rusthuizen Daling kost van rusthuizen Daling kost voor Daling kost voor huishoudelijke huishoudelijke taken via taken via thuiszorg thuiszorg Totale indirecte terugverdieneffecten per VTE Indirecte kosten per Kosten voor langdurig Kosten voor langdurig zieke DCH-WN VTE zieken Opgebouwde sociale rechten Totale indirecte kosten per VTE TOTALE KOSTEN per VTE TOTALE TERUGVERDIENEFFECTEN per VTE Netto kostprijs per VTE
2015 24 025
2016 25 094
2017 24 120
3 701 3 898 3 930 204 242 221 47 42 58 27 977 29 276 28 328 5 491 5 219 5 282 782
738
734
662
624
621
8 616
7 617
7 305
15 550 14 198 13 941 164
161
164
20
19
19
17
16
16
170
93
144
372
289
344
396
389
393
16 318 14 876 14 678 8 411 8 038 8 323 414
423
445
107 521
102 525
109 554
443
443
456
9 375 1 339
9 006 1 339
9 332 1 332
1 339 1 339 1 332 29 316 30 616 29 660 25 693 23 882 24 011 3 623 6 734 5 650
Bron: IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
73
2 / De totale netto kostprijs De totale jaarlijkse netto kostprijs wordt weergegeven in onderstaande figuur. In 2017 bedragen de totale netto kosten over de verschillende beleidsniveaus heen 260 miljoen euro. Figuur 60: Evolutie van de totale netto kostprijs van het Vlaamse dienstenchequesysteem € 350 000 000 € 300 000 000 € 250 000 000 € 200 000 000 € 150 000 000
€ 100 000 000 € 50 000 000 €0
2015
2016
2017
Totale netto kostprijs
€ 153 999 323
€ 297 657 262
€ 259 845 386
Totale bruto kostprijs
€ 1 189 226 850
€ 1 294 145 747
€ 1 302 887 392
Totale terugverdieneffecten
€ 1 092 143 741
€ 1 055 687 257
€ 1 104 305 024
€ 56 916 215
€ 59 198 772
€ 61 263 019
Totale indirecte kosten
Bron: IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
Om een gedetailleerd beeld te krijgen van de elementen die de kostprijs en terugverdieneffecten bepalen, geeft Tabel 5 een gedetailleerd en modulair overzicht van deze deelelementen. Deze tabel helpt ook om de impact van het wel of niet meenemen van bepaalde kostenposten of terugverdieneffecten beter in te schatten.
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
74
Tabel 5: Evolutie van de totale directe kosten, directe en indirecte terugverdieneffecten, indirecte kosten en netto kostprijs Directe kosten
Directe terugverdieneffecten
Indirecte terugverdieneffecten
Indirecte kosten
Bruto kostprijs
FinanciĂŤle tussenkomst voor dienstencheques Belastingvermindering Omkaderingskost Terugbetaling opleidingen Totale bruto kostprijs Creatie van Daling uitkeringen voor DCHnieuwe jobs voor werknemers DCH-werknemers Daling begeleidingskosten VDAB voor DCH-werknemers Daling administratieve kosten voor uitkeringen van DCH-werknemers Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor DCHwerknemers Totale terugverdieneffecten uit creatie van jobs voor DCHwerknemers Creatie van Daling uitkeringen voor nieuwe jobs voor omkaderingsleden omkaderingsDaling begeleidingskosten VDAB voor leden omkaderingsleden Daling administratieve kosten voor uitkeringen omkaderingsleden Stijging inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen voor omkaderingsleden Totale terugverdieneffecten uit creatie van jobs voor omkaderingsleden Creatie van Totale meerontvangsten uit ondernemingen vennootschapsbelasting Totale directe terugverdieneffecten Hogere Stijging inkomsten uit sociale participatiegraad bijdragen en belastingen van en productiviteit gebruikers van de actieve bevolking Stijging Meerontvangsten uit BTW gebruikers consumptie Meerontvangsten uit BTW bedrijven Totale meerontvangsten uit BTW Daling kost voor Daling kost voor huishoudelijke taken huishoudelijke via thuiszorg taken via thuiszorg Totale indirecte terugverdieneffecten Kosten voor Kosten voor langdurig zieke DCH-WN langdurig zieken Opgebouwde Werd niet berekend maar kan sociale rechten aanzienlijke omvang hebben Totale indirecte kosten
TOTALE KOSTEN TOTALE TERUGVERDIENEFFECTEN NETTO KOSTPRIJS
2015
2016
2017
1 021 257 183
1 109 266 482
1 109 324 668
157 300 000
172 320 000
180 750 000
8 661 508
10 700 907
10 164 855
2 008 159
1 858 358
2 647 869
1 171 496 850
1 189 226 850
1 294 145 747
233 415 046
230 722 764
242 922 721
33 232 723
32 605 620
33 742 570
28 121 280
27 590 630
28 552 708
366 232 318
336 697 636
335 972 129
661 001 367
627 616 650
641 190 127
6 981 914
7 100 845
7 542 339
862 776
854 831
886 864
730 075
723 352
750 458
7 238 941
4 102 645
6 642 554
15 813 706
12 781 672
15 822 215
16 814 077
17 180 508
18 079 150
693 629 149
693 629 149
657 578 830
357 545 842
355 313 157
382 778 428
17 595 342
18 678 608
20 459 514
4 537 955
4 516 833
5 005 786
22 133 297
23 195 441
25 465 300
18 835 453
19 599 829
20 969 804
693 629 149
398 514 592
398 108 427
56 916 215
59 198 772
61 263 019
56 916 215 1 246 143 065
59 198 772 1 353 344 519
61 263 019 1 364 150 411
1 092 143 741
1 055 687 257
1 104 305 024
153 999 323
297 657 262
259 845 386
Bron: IDEA Consult, op basis van gegevens uit verschillende bronnen, uitgewerkt in het kostenmodel
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
75
De netto kostprijs op de verschillende beleidsniveaus
BIJLAGEN
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
76
A.1 /
Bijlage 1: Overzicht van de verzamelde gegevens en parameters voor het kostenmodel
Tabel 6: Lijst van te verzamelen gegevens Te berekenen kost/effect Bruto-kost
Indicator De De De De De
totale tussenkomst van de overheid kost voor de belastingvermindering kost voor de administratie van het systeem (WSE) kost van de uitgiftemaatschappij kost van de terugbetaalde opleidingen
Het aantal dienstencheque-werknemers in de loop van het jaar De netto creatie van jobs De professionele situatie van dienstencheque-werknemers vóór intrede De familiale situatie van dienstenchequewerknemers Creatie van dienstencheque-jobs
Het aantal dienstenchequewerknemers met bijkomende activeringsuitkeringen van de RVA (IGU en anderen) Totale bedragen van de bijkomende activeringsuitkeringen van de RVA (IGU en anderen) Het aantal dienstenchequewerknemers die uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid ontvingen De totale bedragen van uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid Totale bedragen van verminderingen in sociale bijdragen Het aantal gewerkte uren per week Het bruto uurloon De kost voor de begeleiding van werkzoekenden
Creatie van jobs voor omkaderings-personeel Creatie dienstenchequeondernemingen
Impact op activiteit gebruikers
Bron
Departement WSE
Departement WSE of RSZ of KBSS HIVA Departement WSE of KBSS Departement WSE of KBSS RVA
Departement WSE of RSZ RSZ VDAB
Het aantal omkaderingspersoneelsleden
RSZ
Het aantal actieve ondernemingen per type
Departement WSE
Het aantal terugbetaalde cheques per type Betaalde belastingen
Belfirst
Het aantal gebruikers
WSE
Het aantal aangekochte cheques
WSE
De familiale situatie van de gebruiker
Enquête gebruikers ikv dit viona onderzoek
De professionele situatie van gebruiker (en partner) % gebruikers dat beroep deed op zwartwerk vóór dienstencheques
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
77
Impact op langer thuisblijven gebruikers Verschuiving van zorgactiviteiten Impact op consumptie bedrijven Impact op consumptie werknemers Impact op consumptie gebruikers Opgebouwde rechten sociale zekerheid dienstenchequewerknemers Kost langdurig ziekte dienstenchequewerknemer
% gebruikers dat beroep doen op andere systemen vóór dienstencheques Het huidig aantal gewerkte uren van de gebruiker (en partner) Het aantal gewerkte uren vóór het gebruik van dienstencheques gebruiker (en partner) % gebruikers dat langer thuis kan blijven dankzij gebruik van dienstencheques Aantal maanden langer thuis Percentage gebruikers die geen (of minder) beroep meer deden op zorgactiviteiten na gebruik van dienstencheques
Enquête
Enquête
Gemiddelde werkingskosten dienstenchequebedrijven
Belfirst
Loongegevens van dienstenchequewerknemers en omkaderingsleden
RSZ
Loongegevens gebruikers
RSZ
De professionele situatie van dienstencheque-werknemers vóór intrede
Departement WSE of KBSS
% langdurige zieken (werknemers zonder prestatie in bepaald jaar)
RIZIV
Tabel 7 : Lijst van vaste parameters Te berekenen effect Bruto-kost
Creatie van dienstencheque-jobs
Creatie van jobs voor omkaderings-personeel
Parameter / Gemiddeld werkloosheidsuitkering
Bron / RVA
Gemiddeld leefloon
POD MI
Gemiddeld ZIV-uitkering Percentage werknemersbijdrage voor arbeiders Percentage patronale bijdrage voor arbeiders Percentage bedrijfsvoorheffing uitkering werklozen Percentage belastingen in functie van loonclassificatie en familiale situatie Gemiddeld inkomens bedienden
RIZIV
Fiscale gegevens
Statbel
Gemiddeld percentage werknemersbijdrage Gemiddeld patronale bijdrage Percentage bedrijfsvoorheffing uitkering werklozen
Fiscale gegevens
Gemiddeld percentage belastingen Creatie dienstenchequeondernemingen
/
/
Gemiddeld percentage werknemersbijdrage Impact op gebruikers
activiteit
Impact op langer thuisblijven gebruikers Verschuiving van zorgactiviteiten Impact op consumptie bedrijven Impact op consumptie werknemers en gebruikers Opgebouwde rechten sociale zekerheid dienstenchequewerknemers Kost langdurig ziekte dienstenchequewerknemer
Gemiddeld patronale bijdrage Percentage belastingen in functie van loonclassificatie en familiale situatie
Fiscale gegevens
Kost van rusthuis
RIZIV
Kost van zorgdiensten
Studie Pacolet
Gemiddeld BTW percentage
Fiscale gegevens
Gemiddelde spaarcoëfficiënt naar inkomen
Statbel
Gemiddeld BTW percentage
Financiële gegevens
Gemiddeld kost sociale zekerheid per persoon
n.b.
Gemiddeld kost langdurig ziekte
RIZIV
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
78
A.2 /
Bijlage 2: profiel van de ongewogen steekproef dienstenchequegebruikers in de enquête
Tabel 8: Profiel van de ongewogen steekproef dienstenchequegebruikers in de enquête Profiel respondenten Profielkenmerken
Geslacht
Leeftijd
Aantal cheques
Woonplaats
(n=2002)
Profiel hele populatie dienstencheque-gebruikers (N=714.291)
Man
41,0%
41%
Vrouw
59,0%
59%
< 35
6,5%
9%
35-44
15,2%
20%
45 – 54
20,3%
22%
55 – 64
20,1%
17%
65 – 79
24,0%
17%
>= 80
13,8%
14%
<= 50
15,5%
16%
51 – 99
29,6%
29%
100 – 149
22,0%
22%
150 – 199
21,1%
19%
>= 200
11,7%
14%
Antwerpen
29,1%
27%
Limburg
13,2%
12%
Oost-Vlaanderen
20,4%
22%
Vlaams-Brabant
17,0%
19%
West-Vlaanderen
20,3%
20%
Bron: Enquête uitgevoerd door Idea Consult & gegevens Sodexo
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
79
A.3 /
Bijlage 3: Profiel van de dienstenchequegebruikers t.a.v. de Vlaamse bevolking van 18 jaar of ouder
Tabel 9: Profiel van de dienstenchequegebruikers t.a.v. de Vlaamse bevolking van 18 jaar of ouder Dienstenchequegebruikers
Vlaamse bevolking (18+)
18 - 34
9%
25%
35-44
20%
16%
45 - 54
22%
18%
55 - 64
17%
17%
65 - 79
17%
17%
>= 80
14%
8%
Alleenstaand met kind(eren)
6%
9%
Alleenstaand Familiale situatie Samenwonend/gehuwd met kind(eren)
20%
33%
40%
30%
Samenwonend/gehuwd
35%
29%
0
54%
62%
1
11%
16%
2 of meer
34%
22%
Geen diploma middelbaar onderwijs
6%
6%
Lager middelbaar onderwijs
10%
18%
Hoger middelbaar onderwijs
24%
39%
Hoger onderwijs of universitair onderwijs
61%
37%
Leeftijd*
Aantal kinderen
Opleidingsniveau
Bron: Cijfers dienstenchequegebruikers: o.b.v. enquĂŞte uitgevoerd door IDEA Consult bij 2002 dienstenchequegebruikers, cijfers Vlaamse bevolking: Statbel * Verdeling leeftijd dienstenchequegebruikers o.b.v. totale populatie dienstenchequegebruikers
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
80
IDEA Consult Jozef II-straat 40 B1 1000 Brussel BelgiĂŤ
Contact T: +32 (0)2 282 17 10 E: info@ideaconsult.be
De terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel | IDEA Consult | 25 juni 2019
81