Uitspraak beroepsinstantie OVB/2019/180bis
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2019/180bis
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 28 mei 2019 diende xxx een verzoek in bij de VRT, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de gemotiveerde gunningsbeslissingen en gunningsverslagen van de verschillende percelen inzake de gunning van het distributiecontract FM, DAB en DVBT. De VRT heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 20 juli 2019 diende xxx een beroep in tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VRT. Dat beroep werd geregistreerd op 23 juli 2019. De beroepsinstantie oordeelde met haar beslissing d.d. 19 augustus 2019 dat het beroep als ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond moest worden beschouwd. Met het arrest van de Raad van State nr. 250.563 van 11 mei 2021 werd voormelde beslissing van de beroepsinstantie van 19 augustus 2019 vernietigd. Ten gevolge van de tussenkomst van voormeld arrest van de Raad van State d.d. 11 mei 2021, wordt er opnieuw uitspraak gedaan door de beroepsinstantie over dit dossier.
www.vlaanderen.be
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 28 mei 2019. Artikel II.40, § 1, eerste lid, van het bestuursdecreet van 7 december 2018 luidt: “De aanvraag [tot openbaarmaking] wordt per brief, e-mail of, in voorkomend geval, webformulier ingediend bij de overheidsinstantie die het bestuursdocument bezit.” In de parlementaire bespreking van voormeld decreetartikel uit het Bestuursdecreet is vermeld dat de burger de mogelijkheid krijgt om zijn aanvraag via brief of elektronisch bericht in te dienen. Gelet op de huidige moderne communicatiemiddelen is het wenselijk om de mogelijkheden van de e-mail of een web formulier op te nemen, waardoor de behandeling van de aanvragen vlotter kan verlopen. Om die reden mag een aanvraag ook in een e-mail worden gericht aan de overheidsinstantie in kwestie. De Raad van State stelt evenwel in arrest nr. 250.563 van 11 mei 2021 het volgende daaromtrent: “Daarmee is echter niet gezegd is dat de aanvrager elk e-mailadres met de domeinnaam van de betrokken overheidsinstantie mag gebruiken en al zeker niet in het geval van een bestuur met een omvang, zoals in casu het geval is voor de VRT. Dit aannemen, zou net een obstakel opwerpen voor het door de decreetgever beoogde vlotter verloop van het onderzoek van de aanvraag door de overheidsinstantie. Een efficiënte organisatie van de diensten is met een laagdrempelige aanvraagprocedure verzoenbaar. Naast een “versoepeling van de administratieve lasten voor de burgers” is “de vereenvoudiging van de administratieve procedures” voor de decreetgever “een constante bekommernis”; de mogelijkheden van e-mail en webformulier zorgen ervoor dat “de behandeling van de aanvragen vlotter kan verlopen” (memorie van toelichting bij artikel II.40 in het ontwerp van bestuursdecreet, Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 70). De VRT heeft aldus, om te voldoen aan haar verplichtingen op het vlak van de passieve openbaarheid, gezorgd voor een toegankelijk webformulier en een uniek e-mailadres voor de burger die zijn aanvraag digitaal wil indienen en een welbepaald, specifiek postadres voor de burger die zijn aanvraag per brief indient. Door een dergelijk gecentraliseerd aanvraagpunt, kan de VRT ervoor zorgen dat elke aanvraag correct wordt ontvangen en tijdig wordt geregistreerd met het oog op verwerking vóór aanvang van de beroepstermijn; dat ze vervolgens door de bevoegde, daartoe door haar aangestelde personeelsleden tijdig wordt afgehandeld en dat ze, in het bijzonder, getoetst wordt aan de uitzonderingsgronden op de openbaarheid van bestuursdocumenten. Dit alles ook “zo snel mogelijk”, zoals de decreetgever het haar vraagt luidens artikel II.43, § 1, tweede lid, van het bestuursdecreet. Aan die uniforme procedure is afdoende bekendheid gegeven op haar website, wat de geschikte plaats is voor precies de burger die zijn aanvraag digitaal wil indienen. Voor aanvragen die naar een ander e-mailadres worden verstuurd, ontbreekt elke waarborg – ook voor de aanvrager – dat ze tijdig worden opgemerkt, geregistreerd en “zo snel mogelijk” worden onderzocht, inzonderheid wat de vereiste toets betreft aan de uitzonderingsgronden, met het oog op een inwilliging of een afwijzing.” De beroepsinstantie stelt in casu vast dat het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek van verzoeker werd ingediend op het e-mailadres “distributiecontract@vrt.be”, dat geen mailadres is dat behoort tot de officiële communicatiekanalen van de VRT, maar een e-mailadres dat werd gebruikt in het kader van de betrokken overheidsopdracht voor een dienstencontract inzake haar uitzendinfrastructuur.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2019/180bis
pagina 2 van 3
De VRT heeft op haar website aangegeven welke communicatiekanalen beschikbaar zijn voor aanvragen tot openbaarmaking van een bestuursdocument, namelijk een postadres en een specifiek webformulier op haar website (www.vrt.be/nl/contact/openbaarheid- bestuur/). Doordat de aanvrager geen gebruik heeft gemaakt van de specifiek ter beschikking gestelde communicatiekanalen bij de VRT, heeft de VRT niet de mogelijkheid gehad om de aanvraag zo snel mogelijk in een register te noteren en de aanvraag overeenkomstig de artikelen II.42 en II.43 van het bestuursdecreet binnen de decretaal voorgeschreven termijn te onderzoeken en te beantwoorden. De beroepsinstantie stelt dus vast, in uitvoering van het arrest nr. 250.563 van de Raad van State, dat er in deze specifieke casus nooit een ontvankelijk openbaarheidsverzoek werd ingediend door verzoeker, waardoor de VRT nooit de kans werd geboden om een antwoord te formuleren op het openbaarheidsverzoek d.d. 28 mei 2019. Bij gebrek aan ontvankelijk openbaarheidsverzoek vanwege verzoeker, is het ingediende beroepschrift bij de beroepsinstantie dan ook onontvankelijk. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 20 juli 2019 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VRT wordt als onontvankelijk beschouwd. Brussel, 28 mei 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2019/180bis
pagina 3 van 3