Advies
Vlaamse Sportraad 27 jui 2020
Advies over wijzigingen aan het decreet ter ondersteuning van bovenlokale (top)sportinfrastructuur Op 22 juli 2020 vroeg Vlaams minister van Sport Ben Weyts de Vlaamse Sportraad om advies over het voorontwerp van decreet tot wijziging van artikel 4, 7, 9, 10, 13 en 15 van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur. De Vlaamse Sportraad behandelde de adviesvraag op de plenaire vergadering van 15 juli 2020 en komt tot onderstaand advies.
Situering Op 21 oktober 2016 keurde de Vlaamse Regering het Globaal Sportinfrastructuurplan Vlaanderen goed. Dit plan vormt het kader om op een doordachte manier te investeren in (top)sportinfrastructuur en een inhaalbeweging in te zetten. Uit dit plan vloeide het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur voort. Over dit decreet gaf de Vlaamse Sportraad op 20 januari 2017 reeds advies 1. Voor bovenlokale sportinfrastructuur kregen al 109 projecten over drie projectoproepen een subsidiebelofte. Inzake topsportinfrastructuur kregen 8 projecten via 1 projectoproep een subsidie. Op basis van de ervaringen van Sport Vlaanderen uit de reeds georganiseerde projectoproepen en een evaluatie door een expertengroep werd een voorontwerp tot wijziging van het decreet uitgewerkt. De voorgestelde wijzigingen aan het decreet betreffen geen nieuwe beleidsmaatregelen, maar een verfijning van een aantal criteria die in het decreet van 5 mei 2017 geformuleerd zijn. De volgende zaken worden in het voorontwerp van decreet aangestipt: -
Zakelijk recht (art. 7, §1, eerste lid, 2° en art. 15, §1, eerste lid, 2° decreet 5 mei 2017): Een soepelere formulering is noodzakelijk om projecten die omwille van puur administratieve redenen normaal zouden geweerd worden toch toe staan.
-
Voorlopige oplevering (art. 7, §1, eerste lid, 6° en 15, §1, eerste lid, 4° decreet 5 mei 2017): De infrastructuur moet tijdig worden opgeleverd, nl uiterlijk binnen de drie jaar na de goedkeuring van de subsidieaanvraag. Deze subsidievoorwaarde is moeilijk in te schatten omdat er een discrepantie is tussen de datum van indiening en de datum waarop de minister een beslissing neemt. Bij het indienen en beoordelen van subsidieaanvragen is de datum van
1
Vlaamse Sportraad - Advies bij het voorontwerp van decreet houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur. 20 januari 2017 https://cjsm.be/sarc/SR_sport/adviezen/20170120-Advies-SARC-VSR-Decreet-ondersteuningsportinfrastructuur.pdf Advies over wijzigingen aan het decreet ter ondersteuning van bovenlokale (top)sportinfrastructuur 27 juli 2020
1
-
toekenning van de subsidie door de minister immers nog niet gekend. Het is dus eenvoudiger om een gekende datum te hanteren. Stedenbouwkundig haalbaar (art. 7, §1,eerste lid,5° en 15, §1,eerste lid, 3° decreet 5 mei 2017): De huidige formulering van het criterium (”stedenbouwkundige vergunning”) vereist een aanpassing in functie van het Omgevingsdecreet (“omgevingsvergunning”).
-
Toekenning subsidie (artikel 4 decreet 5 mei 2017): Het is toegestaan dat één subsidieaanvraag meerdere sportinfrastructuren bevat. In dat geval gaat het om een sportcentrum waarbij meerdere sportinfrastructuren op eenzelfde site zijn gelegen. Om verwarring te vermijden wordt de formulering in artikel 4 aangepast (“per bovenlokale sportinfrastructuur”).
-
Integrale toegankelijkheid (art. 9, eerste lid. 4° decreet 5 mei 2017): De huidige formulering van het decreet houdt geen rekening met de multimodale ontsluiting van een site waar de sportinfrastructuur is gelegen. Desondanks is dit een waarde waar vanuit het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen veel belang aan wordt gehecht. De bereikbaarheid van de sportinfrastructuur moet mee worden geïntegreerd in deze voorwaarde.
-
Brussel - passage project (Art. 10, §2 decreet 5 mei 2017): Het is toegestaan dat één subsidieaanvraag meerdere sportinfrastructuren bevat. In dat geval gaat het om een sportcentrum waarbij meerdere sportinfrastructuren op eenzelfde site zijn gelegen. Om verwarring te vermijden wordt de formulering in artikel 10, §2 best aangepast en wordt het woord projecten telkens vervangen door het woord “subsidieaanvragen”.
In het voorontwerp van decreet wordt aangegeven dat er via de voornoemde evaluatie ook voorstellen aan bod kwamen die geen impact hebben op het decreet, maar wel op het uitvoeringsbesluit. Er wordt aangegeven dat deze procedure tot wijziging van het uitvoeringsbesluit in een latere fase wordt opgestart.
Advies De Vlaamse Sportraad adviseert positief bij de voorgestelde wijzigingen van het decreet. De leden waarderen dat er een evaluatie van het decreet heeft plaatsgevonden en op basis hiervan enkele procedurele wijzigingen worden voorgesteld. De Vlaamse Sportraad is ervan overtuigd dat deze voorgestelde wijzigingen zowel voor de subsidieaanvrager als voor de subsidiebeoordelaar de procedure van de projectoproepen vergemakkelijkt en verduidelijkt.
Namens de Vlaamse Sportraad,
Christophe Cools, voorzitter Charlotte Van Tuyckom, ondervoorzitter Maarten Koolen, secretaris Advies over wijzigingen aan het decreet ter ondersteuning van bovenlokale (top)sportinfrastructuur 27 juli 2020
2