Skip to main content

Naar een Vlaams Plattelandsbeleidsplan - visie en aanzet tot actie.pdf

Page 1

Naar een Vlaams plattelandsbeleidsplan Visie & aanzet tot actie


Colofon Deze publicatie is een uitgave van de Vlaamse Landmaatschappij, Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel, opgemaakt in opdracht van de minister bevoegd voor Plattelandsbeleid, door de afdeling Platteland, dienst Vlaams Geïntegreerd Plattelandsbeleid. Verantwoordelijke uitgever: ir. Guido Clerx, gedelegeerd bestuurder wnd. Tekst: Eva Verstraete en Siegi Absillis Tekstredactie: Katelijne Norga (Pantarein) Fotografie: VLM-archief en DAR Met dank aan iedereen die een bijdrage leverde aan de totstandkoming van dit document. © 2009


Inhoud Woord vooraf.......................................................................................................................4 1. Het platteland vandaag................................................................................................6 2. Waar willen we naartoe: een streefbeeld voor het Vlaamse platteland......................14 3. De drie sporen van het Vlaamse plattelandsbeleid.....................................................16 4. Sturende principes voor het Vlaamse plattelandsbeleid.............................................17 5. Aanzet tot actie ..........................................................................................................21 Bijlagen..............................................................................................................................31


Woord vooraf Vijf jaar geleden riep Vlaanderen het plattelandsbeleid als nieuw beleidsveld in het leven. Voor het eerst was er de afgelopen legislatuur een minister bevoegd voor het plattelandsbeleid. Met deze keuze nam Vlaanderen een uitgesproken engagement tot een eigen Vlaams plattelandsbeleid dat verder gaat dan de Europese Plattelandsverordening. Een integraal plattelandsbeleid ook, dat de afstemming van de vele sectorale invalshoeken op het platteland als inzet heeft. Na vijf jaar van initiatieven en proefprojecten op het terrein, is de tijd rijp voor een integrerend en ondersteunend kader: een eerste Vlaams plattelandsbeleidsplan.

Een korf met plattelandsinitiatieven. De afgelopen jaren zette het Vlaamse plattelandsbeleid haar eerste, maar betekenisvolle stappen. De krijtlijnen voor het beleid werden uitgetekend en geoperationaliseerd. Op het terrein werden bestaande acties voortgezet en ook tal van nieuwe initiatieven gestart: plattelandsontwikkelingsprojecten ondersteund door Europese programma’s, hefboominitiatieven van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) (dorpsnetwerken voor zorg in een rurale omgeving, dialoogdagen rond de paardenhouderij, buurtwinkels op het platteland, de hoppeteelt in de 21ste eeuw … ) en geïntegreerde, gebiedsgerichte plattelandsprojecten zoals de Merode, De Wijers en Gooik. Dat al deze projecten samen met tal van andere initiatieven, het platteland reële ontwikkelingskansen opleveren, werd overduidelijk gedemonstreerd tijdens de Maand van het Platteland. Beleid gestoeld op ervaring. De aanpak van onderuit (‘bottom-up’) is een constante in het plattelandsbeleid. Eerst op het terrein brede ervaring opdoen, en die praktijkknowhow vervolgens meenemen in het beleidsproces: het was een logische keuze voor een jong beleidsveld als het plattelandsbeleid. Een eerste proefperiode is achter de rug: in heel Vlaanderen zetten verenigingen, gemeenten, provincies en andere plattelandsactoren projecten op touw, werkten plaatselijke groepen ontwikkelingsstrategieën uit voor hun gebied en maakten provincies werk van provinciale plattelandsbeleidsplannen. Met het einde van de legislatuur in zicht wil het plattelandsbeleid verder kijken. Om de jarenlange bottom-up inzet te omkaderen en te blijven ondersteunen naar de toekomst toe is een beleid nodig op Vlaams niveau. Daartoe werd op vraag van de minister bevoegd voor het plattelandsbeleid een Vlaams plattelandsbeleidsplan uitgewerkt. Een duidelijke visie, cruciaal voor het Vlaamse plattelandsbeleid. Waarom een Vlaams plattelandsbeleidsplan? Het plattelandsbeleid heeft nood aan een ondersteunend kader, gestoeld op een duidelijke visie. Daar zijn verschillende redenen voor. Door het sterk veranderende platteland is er meer dan ooit nood aan identiteit en (h)erkenning. Een globale visie op het Vlaamse plattelandsbeleid helpt ook om de financiële middelen te bundelen en op een meer structurele wijze te investeren in plattelandsontwikkeling. Een visie stuurt de partnerschappen in plattelandsgebieden en is ook belangrijk om Europees mee te spelen. Ten slotte hebben de plattelandsactoren behoefte aan een meet-, communicatie- en leerinstrument op strategisch niveau. Dit plattelandsbeleidsplan komt niet uit het niets. In voorbereiding op dit plattelandsbeleidsplan voerde de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de afgelopen jaren een uitgebreid literatuuronderzoek naar de trends en ontwikkelingen op het platteland. Ze inventariseerde ook de initiatieven en projecten die het Vlaamse plattelandsbeleid op de rails zet(te). Deze rapporten vermelden misschien niet alle aspecten van het platteland(sbeleid), maar illustreren wonderwel de dynamiek op het platteland. Dit plattelandsbeleidsplan werd opgemaakt in overleg met een groep experts. Zij kregen de kans om op verschillende momenten input te leveren. Op 25 juni 2008 was er een bijeenkomst waarop de inhoud besproken werd en in het najaar van 2008 kregen alle experts de kans om schriftelijk suggesties en aanvullingen te bezorgen. 4

Woord vooraf


De nota werd begin januari 2009 overgemaakt aan het kabinet bevoegd voor het plattelandsbeleid. Op 4 maart 2009 werd de ontwerptekst besproken op de IPO-kerngroepvergadering die voor dit agendapunt werd verruimd met de expertgroep. Op basis van deze aanvullingen en opmerkingen werd de ontwerptekst afgewerkt. Op 21 april 2009 werd de tekst voorgesteld en besproken op het bestuurlijk overleg van het IPO. Suggesties en aanvullingen vanuit het bestuurlijk overleg werden verwerkt in een definitieve tekst die werd meegedeeld aan de Vlaamse Regering. Eerder dan alle toekomstige beleidslijnen in detail uit te stippelen, heeft dit plan een richtinggevende en ondersteunende rol. In die rol kan het worden beschouwd als insteek voor de komende regeringsonderhandelingen. Elk van de ingrediënten van deze nota moet verder uitgewerkt worden. De uitvoering van dit plattelandsbeleidsplan loopt over een dubbel pad: het eerste is de operationalisering van een op zich staand Vlaams plattelandsbeleid, het tweede is de integratie van het plattelandsbeleid in de programma’s, decreten en plannen van andere beleidsdomeinen.

Woord vooraf

5


1. Het platteland vandaag Is het platteland van vandaag nog leefbaar? Hoe staat het met de economie in het landelijk gebied? En hoe zijn natuur en leefmilieu op het platteland er aan toe? Het platteland heeft sterktes en zwaktes, kent kansen en bedreigingen: allemaal aandachtskwesties voor het Vlaamse plattelandsbeleid.

Dit hoofdstuk is een samenvatting van de studie ‘Trends en ontwikkelingen op het Vlaamse platteland’. Dat rapport kwam tot stand op basis van een analyse van de literatuur over het Vlaamse platteland. Precies omdat het platteland voortdurend in beweging is, blijft deze analyse niet actueel en compleet. Monitoring en opvolging zijn voor het plattelandsbeleid noodzakelijk om voeling te houden met de realiteit en de ontwikkelingen op het platteland en zo de vinger aan de pols te houden.

1.1. De mens op het platteland A. Bevolking en sociale veranderingen op het platteland ÂÂVan stad naar platteland en omgekeerd Het Vlaamse platteland raakt meer en meer bebouwd. En die verstedelijking gaat nog steeds verder, zo blijkt uit tal van onderzoeken. Stad en platteland lijken alsmaar meer in elkaar over te gaan. Die verweving wordt nog versterkt door de migratiestromen tussen stad en platteland. Meer en meer gezinnen en jonge koppels gaan op het platteland wonen. De mooie en veilige omgeving, de zuivere lucht en het aanbod aan betaalbare, comfortabele woningen met tuin zijn belangrijke aantrekkingspolen. Deze financieel sterke bevolkingsgroep, op zoek naar groen en rust op het platteland, verhoogt de druk op de lokale woningmarkt. Grond- en woningprijzen stijgen en vaak kan de plattelandsbevolking zich zelf geen woning in eigen dorp of gemeente meer veroorloven, zodat ze verplicht is te verhuizen. Met name in de plattelandsgebieden in de stadsrand vormt dit een probleem. De bewegingen van stad naar platteland manifesteren zich overigens niet overal in dezelfde mate, en zijn dikwijls specifiek voor een bepaalde regio. ÂÂZorgnoden op het platteland Op het platteland springen twee demografische tendensen in het oog: de ontgroening of de daling van het aantal jongeren, en de vergrijzing of de toename van de hogere leeftijdsklassen. Ook hier zijn er regionale verschillen. De vergrijzing veroorzaakt een toenemende vraag naar zorg op het platteland. De zorgvragen verschillen van individu tot individu: de categorie ouderen is immers breed en divers. Informele zorgverlening is tegenwoordig minder vanzelfsprekend: steeds meer vrouwen werken buitenshuis en kinderen gaan vaak in de stad of elders wonen. Er is dus op het platteland een toenemende vraag naar professionele zorg. Voor bejaarden op het platteland zijn thuiszorg, gezinszorg, maaltijden aan huis en mantelzorg essentieel om in hun eigen huis en omgeving te kunnen blijven wonen.

6

Het platteland vandaag


ÂÂSociale veranderingen in het dorp Dorpen ontlenen hun dynamiek aan hun ligging ten opzichte van stedelijke gebieden en aan de fraaie woonomgeving. Op het platteland wonen meer en meer mensen die het platteland als woonlocatie appreciëren. De nieuwe gezinnen die er komen wonen, zijn minder afhankelijk van het dorp voor hun inkomen, boodschappen, familie of vriendenkring. Ze gebruiken de voorzieningen van de stad, waardoor de eigen voorzieningen in de dorpen draagkracht verliezen. Dorpsfuncties vallen weg en enkel de woonfunctie blijft overeind. In deze veranderende dorpen spelen zich sociale evoluties af: de inwijkelingen nemen hun plaats in naast de traditionele dorpsgebonden families. Dit kan een spanningsveld tussen de eigen en de nieuwe bevolking creëren. De traditionele dorpsbinding is persoonlijk, meer permanent van aard, karakteristiek voor de eigen bewoners, en heeft vooral betrekking op het dorp in zijn sociale verschijningsvorm. De moderne dorpsbinding is vluchtiger en heeft meer betrekking op het dorp in zijn fysieke verschijningsvorm (bv. de aandacht voor verkeersveiligheid, dorpskernvernieuwing) en op de bewoners die zich recent in het dorp gevestigd hebben. Anderzijds zorgt deze nieuwe groep voor een nieuwe dynamiek en nieuwe kansen. Er zijn ook dorpen die minder in trek zijn en stagneren. Dat heeft meestal te maken met een mindere kwaliteit van de woningen, de verkeersoverlast, de minder gunstige ligging, het minder fraaie publieke domein …. In deze dorpen wordt het functieverlies niet gecompenseerd door de woonfunctie en is er meer leegstand.

B. Aandachtspunten voor de leefbaarheid van het platteland ÂÂArmoede: niet alleen een stadsprobleem Niet alleen in de stad, ook op het platteland komt armoede voor, zij het dan vaak in een verdoken vorm. Misschien wordt de problematiek daardoor zelfs onderschat. Plattelandsbewoners zetten minder snel de stap naar de georganiseerde hulpverlening: vaak hebben ze minder vertrouwen in de diensten, de sociale druk speelt en de voorzieningen zijn vaak beperkt of moeilijk bereikbaar. Zo worden dienst- en hulpverlening en huisbezoeken vaak afgebouwd. Nochtans zijn huisbezoeken op het platteland nog meer nodig dan in de stad om de situaties waarin mensen zich bevinden te kunnen begrijpen en een vertrouwensband te creëren. De atlas der achtergestelde buurten in Vlaanderen en Brussel werd recent bijgesteld. Die rangschikt de meest achtergestelde buurten in de 17 stadsgewesten en brengt voor het eerst ook de plattelandsarmoede in kaart. Het is duidelijk dat ook op het platteland achtergestelde - of aandachtsbuurten bestaan. De problematiek is echter eerder fijnmazig geconcentreerd, zodat een buurtgerichte aanpak zoals in grootsteden wordt toegepast niet zomaar valt over te zetten naar het platteland. Eigenaars met een laag inkomen komen soms in de problemen voor herstellingen of opknapwerk, maar hebben (door hun eigendomstitel) slechts een beperkte toegang tot bepaalde dienstverlening. Anderzijds is de kwaliteit van woningen op het platteland vaak ook minder, en is er een beperkter en tevens duurder aanbod in de sociale huisvesting. De hoeveelheid vragen van landbouwers in nood die de organisatie Boeren op een Kruispunt in haar korte bestaan reeds ontving, toont de ernst van deze problematiek aan. ÂÂGezondheidszorg, ook een aandachtspunt In een aantal steden zijn er wijkgezondheidscentra met een multidisciplinaire, voor iedereen toegankelijke en gratis dienstverlening. Op het platteland bestaat dit systeem niet, al kunnen sociaal zwakkeren terecht bij hun huisdokter voor een derdebetalersregeling. Net als in de steden, is er op het platteland een grote vraag naar betaalbare en gezonde voeding. Voedselbedelingen en sociale kruideniers zijn een noodoplossing, die in de toekomst zou moeten verdwijnen, maar waaraan momenteel wel een nijpend tekort is op het platteland.

Het platteland vandaag

7


ÂÂVervoersafhankelijkheid niet zonder gevolg Jongeren, ouderen en personen met een handicap hebben vaak geen auto. Zij zijn afhankelijk van anderen (bv. vrijwilligers, mindermobielencentrales) voor boodschappen, voor het bereiken van vrienden, voor culturele activiteiten, ontspanning, sport, enzovoort. Het openbaar vervoer blijft, ondanks het systeem van de belbus, op het platteland een moeilijke kwestie. Een verminderde mobiliteit heeft niet alleen rechtstreekse gevolgen voor het dagelijkse functioneren, maar laat zich ook voelen op het vlak van onderwijs, werkgelegenheid, cultuur en sociaal leven.

C. Nieuwe functies, nieuwe kansen Platteland en stad in Vlaanderen zijn meer en meer verweven: zowel geografisch, functioneel als cultureel gezien is er steeds minder onderscheid tussen de twee. Deze wisselwerking zit reeds vervat in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Dat formuleert ontwikkelingsperspectieven voor stedelijke gebieden en voor het buitengebied, waarbij ook de relatie tussen beide aan bod komt. Ook in de ruimtelijke structuurplannen op andere niveaus en bij de processen die leiden tot ruimtelijke uitvoeringsplannen wordt de wisselwerking tussen stad en platteland erkend. Door de toegenomen mobiliteit, verbeterde communicatiemogelijkheden en het groeiende belang van vrije tijd stijgt de verwevenheid tussen stad en platteland nog. Gezinnen uit de stad komen meer en meer hun vrije tijd op het platteland spenderen. Ze zoeken er rust, ruimte, ontspanning, kwaliteitsproducten … De plattelandsbewoners gaan op hun beurt naar de stad om te winkelen of om diensten op te zoeken die intussen in dorpen niet meer bestaan. Steeds meer maatschappelijke actoren geven dus een functie aan het platteland. Deze veelheid aan functies kan tot conflicten leiden, maar betekent zonder meer ook een verrijking voor het platteland, met nieuwe kansen. Zo brengen nieuwe bewoners nieuwe vormen van engagement met zich mee, wat het verenigingsleven - zo typisch voor de plattelandsgebieden - opnieuw leven inblaast. Het aanbod van die verenigingen, de infrastructuur en de bereikbaarheid zijn erg divers en nog niet in kaart gebracht.

D. Het bestuur van de plattelandsgemeenten ÂÂBestuurskracht van de gemeenten Niet alle plattelandsgemeenten hebben het vermogen om de vragen en problemen die op hen afkomen, te beantwoorden. Die beperkte bestuurskracht is het resultaat van onder meer een kleiner fiscaal draagvlak door gemiddeld lagere inkomens, een lagere waarde van het onroerend goed en minder economische activiteiten. Ook typische fysieke kenmerken van de plattelandsgemeente spelen mee: uitgestrektheid, lage bevolkingsdichtheid, veel open ruimte … Voor sommige gemeenten op het platteland is het niet evident om een krachtig gemeentelijk apparaat uit te bouwen dat de uitgetekende beleidslijnen kan implementeren en uitvoeren. De beperkte bestuurskracht, samen met de huidige financieringsmechanismen, beknotten de aandacht voor de specifieke en waardevolle plattelandskenmerken. ÂÂBewoners maken mee het beleid De burger, ook de plattelandsbewoner, wordt steeds mondiger. Participatie en medezeggenschap maken volwaardig deel uit van het hedendaagse beleid. Ook gemeentebesturen zijn steeds meer overtuigd van de meerwaarde van participatief, gebiedsgericht beleid en zoeken naar geschikte instrumenten en methodes. Experimenten met bewonersparticipatie en engagement (DORP in ZICHT, bewonersplatforms, dorpshuizen … ) leren dat bewoners verantwoordelijkheid kunnen nemen en willen meedenken over het mee ontwikkelen van hun woon- en leefomgeving. Deze voorbeelden bewijzen dat bewoners hun rol te vervullen hebben in het plattelandsbeleid, en een belangrijke gesprekspartner en actor zijn op het platteland. 8

Het platteland vandaag


1.2. Werken op het platteland A. Land- en tuinbouw ÂÂLandbouw: een belangrijke plattelandsspeler Met een mild klimaat, een vruchtbare bodem en een centrale ligging heeft Vlaanderen ideale omstandigheden voor landbouwactiviteiten. Landbouw is vandaag goed voor ongeveer 1,3 % van de totale Vlaamse bruto toegevoegde waarde. Met ongeveer 10 % van de werkgelegenheid bekleedt de land- en tuinbouwsector een belangrijke plaats in de plattelandseconomie. Landbouwbedrijven zijn bovendien de grootste ruimtegebruikers. In tegenstelling tot vroeger bevinden landbouwactiviteiten zich meer en meer in stedelijke of halfstedelijke gebieden. Dit geldt zeker voor de industriële activiteiten die verbonden zijn met de landbouw (de zogenaamde productiekolom). Net als andere sectoren staat de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen onder toenemende druk. Er zet zich een duidelijke schaalvergroting door: het aantal landbouwbedrijven vermindert bij een stabiel landbouwareaal. Kiezen voor het beroep van landbouwer brengt een heel eigen levenswijze met zich mee en vraagt een behoorlijke financiële investering. Het is dus niet zo vanzelfsprekend om een landbouwbedrijf over te nemen. Bovendien heeft niet iedere landbouwer een opvolger klaar staan. Het aantal jonge bedrijfsleiders neemt af. ÂÂInnovatie, diversificatie en verbreding De landbouw in Vlaanderen is al enige tijd in beweging. Aan de ene kant is er een evolutie naar een relatief klein aantal grootschalige, professionele en innovatieve landbouwbedrijven. Die produceren landbouwproducten tegen lage kosten en lage winstmarges, en zijn afhankelijk van schaalvoordelen en technologische vooruitgang om te kunnen overleven. Deze professionele landbouwbedrijven doen het erg goed. De Belgische handel in landbouwproducten is goed voor 13,5 % van het totale nationale handelssaldo. Dit is vooral te danken aan het succes van de export van onze hoogkwalitatieve producten (bv. Voor Conférence peer, prei en diepvriesgroenten is Vlaanderen de grootste wereldexporteur; voor aardbeien is Vlaanderen de derde grootste wereldexporteur). Aan de andere kant zijn er landbouwbedrijven die hun activiteiten diversifiëren, en kiezen voor nieuwe teelten of producten: de productie van energiegewassen of het kweken van exotische dieren voor consumptie zoals bizons zijn daar voorbeelden van. Via labels, merken en streekproducten wordt aan productdifferentiatie gedaan: biologische landbouw, geïntegreerde landbouw. De differentiatie levert economische meerwaarde op. Ook verbreding van landbouwactiviteiten, dit wil zeggen activiteiten die los staan van de primaire en secundaire productie, is een trend. Groenbeheer, hoevetoerisme, energieproductie, zorglandbouw, onthaalboerderij, de verwerking en verkoop van producten zijn voorbeelden van landbouwverbreding.

Het platteland vandaag

9


B. Andere economische spelers Naast land- en tuinbouw, zijn ook andere economische sectoren actief op het platteland. Liefst 90 % van de economie op het platteland bestaat uit activiteiten in industrie, bouw en diensten. Ook nichesectoren zoals de voedingsnijverheid en de gezondheidssector doen het goed op het platteland. Deze economische activiteiten vinden we vooral terug in de dorpen en de kernen. ÂÂBedrijventerreinen op het platteland Heel wat plattelandsgemeenten beschikken over een kmo-zone of bedrijventerrein. Sommige terreinen zijn ingeplant in de dorpscentra, als het ware onder de kerktoren, wat uiteraard een impact heeft op het uitzicht van het dorpssilhouet. Andere bevinden zich dan weer midden in een openruimtegebied, wat de streekidentiteit beïnvloedt alsook de troeven voor het wonen en het toerisme op het platteland. Bedrijven doen almaar meer inspanningen om de beeldkwaliteit van hun terreinen te verbeteren, rekening houdende met de plattelandsomgeving. De bedrijventerreinen en kmo-zones zijn voor plattelandsgemeenten een belangrijke bron van inkomsten. Landelijke gemeenten doen dan ook moeite om bestaande bedrijventerreinen verder uit te bouwen of om er nieuwe in te richten, met een verdere ruimtelijke en economische versnippering tot gevolg. ÂÂZonevreemde bedrijven Plaatselijk is er op het platteland soms een sterke aanwezigheid van zonevreemde economie. Relatief gezien is de sterkste concentratie van zonevreemde bedrijven te vinden in de meer landelijke arrondissementen. Het gaat hoofdzakelijk om bedrijven in de bouwsector, de groothandel, het transport, de garagesector en de voedingsnijverheid. Deze nieuwe, weliswaar zonevreemde economische activiteiten gaan niet noodzakelijk samen met een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Ook de woningvoorraad op het platteland is gedeeltelijk zonevreemd, wat de omvorming van karakteristieke gebouwen (zoals brouwerij, ast, maalderij of landbouwbedrijf) naar een nieuwe functie niet vanzelfsprekend maakt.

C. Nieuwe economie, toerisme en recreatie De plattelandsgebieden in Vlaanderen liggen op korte afstand van grote stedelijke centra en hebben er intense economische relaties mee ontwikkeld. Stedelijke centra zijn van groot belang voor de tewerkstelling en dienstverlening van inwoners van het platteland. De korte afstand tussen stad en platteland zorgt ook voor interacties in de andere richting: daguitstappen, recreatiemogelijkheden, aankoop van een tweede verblijf … Het belang van nieuwe functies zoals consumptie, toerisme en recreatie op het platteland neemt toe. Deze nieuwe economie kan voor een moeilijke groep van werkzoekenden nieuwe jobs creëren, bijvoorbeeld in buurt- en nabijheidsdiensten, landschapswachten ... Kenmerkend voor het platteland is het hoge aantal zelfstandigen en jonge bedrijven. De plattelandseconomie is sterk gedifferentieerd. Typische plattelandsproducten (ontwikkeling en verwerking van streekproducten) en snelle dienstverlening voor de omliggende stedelijke gebieden zorgen voor opportuniteiten. Heel wat kleinschalige, lokale economische initiatieven komen tot ontwikkeling, zoals tuincentra, antiekzaken, restauratieateliers, muziekfestivals en kunstroutes die aansluiten bij de unieke lokale en culturele geschiedenis. De recreatieve vraag volgt de trends in de vrijetijdsbesteding. De mensen hebben andere verwachtingen van vakantie dan vroeger: korte activiteiten met veel afwisseling, actief en gezond bezig zijn, individueel en zelfstandig trajecten uitstippelen, aandacht voor sfeer, couleur locale … Het platteland beschikt over troeven die deze verwachtingen kunnen inlossen. Plattelandsbewoners ontdekken dat ze uit die plattelandsbeleving 10

Het platteland vandaag


hun voordeel kunnen halen en bieden allerlei nieuwe recreatievormen aan zoals maïslabyrinten, knuffelkoeien, quads .... Tegelijk kan een overdreven consumptie van het platteland het evenwicht bedreigen en andere kwaliteiten van de open ruimte in het gedrang brengen, zoals duisternis, stilte, openheid, perspectief …. Het principe van goed medegebruik is hier dan ook belangrijk. Enerzijds versterkt de verhoogde aandacht voor belevingskwaliteit, natuur, milieu, cultureel erfgoed en lokale voedings- en drankspecialiteiten de streekidentiteit. Zo worden soms de omgevingskwaliteiten en de identiteit van een gebied gebruikt bij het creëren van een imago van populaire muziekfestivals, zoals Folk Dranouter. Anderzijds brengen telecommunicatie en snelle vervoersmiddelen economische, sociale en culturele interacties teweeg die tegelijk lokaal en globaal zijn en zo een vervlakking van identiteitsverschillen kunnen veroorzaken, zowel tussen stad en platteland als tussen de verschillende landschappen onderling.

D. Energie en natuurlijke rijkdommen De energievoorziening in Europa is op dit moment voor 50 % afhankelijk van import. Aangezien de mondiale energiebronnen geconcentreerd zijn op een beperkt aantal plaatsen, brengt deze afhankelijkheid economische, politieke en milieurisico’s met zich mee. Diversificatie van energiebronnen kan deze afhankelijkheid niet alleen verminderen, maar heeft ook een gunstig effect op de werkgelegenheid in sectoren zoals landbouw, transport, industrie … Dit kan bv. nieuwe markten creëren voor landbouwproducten. De Vlaamse land- en tuinbouw en het platteland kunnen in deze evolutie een belangrijke rol spelen, met energie uit biogas, biobrandstoffen, windenergie, zonne-energieparken … In de Vlaamse ondergrond komen heel wat oppervlaktedelfstoffen voor: klei, leem, bouwzand, vulzand, grind en kwartszand. Deze oppervlaktedelfstoffen dragen bij tot de economisch belangrijke sector van woning- en wegenbouw, samen met andere industrietakken zoals de steenbakkerij, de kunststof- en de glassector. Rond de herinrichting van deze ontginningslocaties is de laatste tijd heel wat te doen. Het plattelandsbeleid kan bijdragen aan de dialoog om de omgevingskwaliteit van deze locaties te verhogen. Een andere hulpbron is water. Water wordt gewonnen uit grondwater en oppervlaktewater op het Vlaamse platteland. Opnieuw is het plattelandsbeleid een belangrijke gesprekspartner om initiatieven die een invloed kunnen hebben op de kwaliteit van het leefmilieu op het platteland, mee in goede banen te leiden.

Het platteland vandaag

11


1.3. Natuur en erfgoed op het platteland A. Natuur De ecosystemen in Vlaanderen zijn legio: rivier- en beekvalleien, boscomplexen, stranden, mariene estuaria en duinen, polders, veldgebieden … Ondanks het belang van deze natuur staat de kwaliteit ervan nog steeds onder druk. Op het platteland zijn er heel wat verstoringen die de natuurkwaliteit kunnen bedreigen, zoals bodemverontreiniging, bodemaantasting, verhoogde ozonconcentraties, waterbodemverontreiniging, verdroging, vermesting, verontreiniging van het oppervlaktewater, verzuring, geluids-, geur-, lichthinder, versnippering … Maar het platteland vormt tegelijkertijd ook een buffer voor die ontwikkelingen. De kwaliteit van de Vlaamse natuurgebieden neemt langzaam toe. Ook natuur buiten natuurgebieden krijgt geleidelijk aan kansen: door publieke gronden die een bijbestemming ‘natuur’ krijgen of via agrarisch natuurbeheer op private gronden. Meer en meer bossen en natuurgebieden worden toegankelijk gemaakt voor het publiek; educatieve omkadering en infrastructuur worden uitgebouwd. Bos en natuur worden daardoor meer en meer multifunctioneel gebruikt. Tussen landbouw en natuur was het water lange tijd te diep, maar ook daarin komt verandering. Nieuwe technologische ontwikkelingen stellen de landbouw in staat om de milieudruk te verminderen en een bijdrage te leveren aan de verbetering van het leefmilieu. Deze duurzame invalshoek biedt perspectieven voor verbreding en verdieping van de bedrijfsvoering. Voor de natuursector is samenwerking met de landbouw een uitgelezen manier om het maatschappelijke draagvlak voor natuur te vergroten. Voorbeelden van succesvolle samenwerking zijn beheerovereenkomsten, groene en blauwe diensten, agrobeheersgroepen, agrarisch natuurbeheer, biologische landbouw, geïntegreerde bestrijding, de opmaak van landschapsbedrijfsplannen …

B. Erfgoed Het platteland is een voorraadkamer van erfgoed en tradities. Naast grote monumentale gebouwen zoals hoeves en watermolens, landschappen, archeologische vindplaatsen en dorpsgezichten herbergt het Vlaams cultuurlandschap ook erfgoed op kleine schaal: ►► bouwkundig erfgoed: fonteinen, pompen, putten, kruisen, calvaries, veldkapellen, standbeelden, wegwijzers, schandpalen, grenspalen, graven, herkenningstekens, straatmeubilair, waterkunstwerken ... ►► kunstmatige ingrepen in het reliëf zoals dijken, aarden versterkingen, sites met walgracht, mottes ... ►► houtkanten, hagen, hoogstamboomgaarden, vrijheidsbomen, gerechtsbomen, grensbomen, bomen die een historische eenheid vormen met een bouwkundig element ... ►► traditionele teelten en rassen. Veel van deze erfgoedelementen staan onder druk, bv. omdat ze zonevreemd zijn, leegstaan, niet tijdig beschermd werden, slecht onderhouden worden … Andere elementen verdwijnen niet fysiek, maar verkommeren doordat vlakbij boerderijen gebouwd worden, hoogspanningsleidingen – of cabines voorzien worden, infrastructuurwerken worden uitgevoerd of nieuwe woningen gebouwd worden op landbouwbedrijven zonder aanpassing aan de historische bouwstijl. Typisch aan het Vlaamse platteland zijn de landgoederen die aan bepaalde gemeenten of streken een bijzonder cachet geven en hen een hoge recreatieve waarde geven. Om de beeldidentiteit en de belevingskwaliteit van een plattelandsgebied te behouden of te herstellen moeten beleid en lokale partners aandacht geven aan het behoud van kleinschalige landschapselementen en de toename van de erfgoedwaarde. 12

Het platteland vandaag


1.4. Kortom: het platteland heeft sterktes en zwaktes In het kader van dit plattelandsbeleidsplan en op basis van de literatuurstudie van de trends en ontwikkelingen werd een SWOT-analyse opgemaakt, die alle sterktes, zwakten, kansen en bedreigingen op het platteland in kaart brengt. Het Vlaamse plattelandsbeleid moet als doel hebben de sterktes te stimuleren, de zwaktes te milderen, mee te liften op de kansen en na te denken hoe met bedreigingen kan worden omgegaan.

Interne sterkte •

Interne zwakte

Aangenaam woonklimaat

•

Beperkte

bestuurs-

en

financiële

kracht

van

plattelandsgemeenten en -gebieden

•

Kwaliteiten van de omgeving

•

Nieuwe economische dragers

•

Dynamische en diverse bevolking

•

Multifunctionaliteit van het platteland

•

Ruim toeristisch en recreatief potentieel

•

Sterke diversiteit tussen de plattelandsregio’s

•

Culturele en sociale dynamiek

•

Identiteitsverlies

•

Versnippering

•

Beperkte ervaring met bewonersbetrokkenheid

•

Onvoldoende structurele monitoring

•

Specifieke bevolkingsgroepen (ouderen, jongeren, armen, … ) nog te weinig erkend

•

Nog te beperkte (H)erkenbaarheid platteland

•

Toegankelijkheid/privatisering van het platteland

•

Onvoldoende

aangepaste

dienstverlenende

regelgeving

instanties

aan

voor

specifieke

plattelandscontext

Externe kansen

Externe bedreigingen

•

Inspelen op het energievraagstuk

•

Klimaatswijziging

•

Platteland als hulpbron en natuurlijke buffer

•

Waterproblematiek

•

Kwaliteitsvolle omgeving trekt nieuwe bewoners aan

•

Verdere mondialisering en deruralisatie

•

Herbestemming van leegstaand patrimonium

•

Overlast (geur, lawaai, visueel, vervuiling, mobiliteit)

•

Groeiende

•

Inplanting

voor

maatschappelijke

natuurbeleving,

belangstelling

natuurontwikkeling

en

natuurbehoud •

Toenemende interesse om op een geïntegreerde manier over het platteland na te denken

•

Succesvolle

experimenten

met

participatie

van

nieuwe

grote

economische

activiteiten •

Verlies aan biodiversiteit

•

Toenemende druk op de woningmarkt

en

vernieuwende dienstverlening op dorpsniveau •

Sterke vervlechting tussen stad en platteland

Het platteland vandaag

13


2. Waar willen we naartoe: een streefbeeld voor het Vlaamse platteland Het Vlaamse plattelandsbeleid heeft een duidelijk doel voor ogen. Het streeft naar een kwaliteitsvolle en concurrentiële plattelandseconomie, een leefbaar platteland, een platteland met een eigen identiteit en belevingswaarde, een duurzame omgevingskwaliteit en een oplossing voor internationale vraagstukken.

2.1. Een brede kijk op het Vlaamse platteland Het platteland, het landelijk gebied, de open ruimte, het buitengebied …: er zijn tal van definities en begrippen om het Vlaamse platteland te vatten. Toch is het platteland meer dan een louter geografische afbakening: het is een geheel van fysische, sociale, economische en culturele functies, die bovendien sterk met elkaar verweven zijn. Al die betekenissen en karakteristieken op basis waarvan het platteland maatschappelijk wordt (h)erkend en die het bewaren en versterken waard zijn, zijn van tel voor het plattelandsbeleid. Het is dan ook het platteland in de meest ruime betekenis van het woord dat het onderwerp vormt van het plattelandsbeleid. Zeker in Vlaanderen kan het platteland niet los van de stad beschouwd worden; de verwevenheid tussen platteland en stad is zowel geografisch, functioneel als cultureel zeer groot. In die zin kijkt het Vlaamse plattelandsbeleid over de grenzen van het platteland en heeft ruimschoots oog voor de wisselwerkingen tussen beiden.

2.2. Functieverweving waar mogelijk, functiescheiding waar nodig voor rechtszekerheid Het Vlaamse plattelandsbeleid streeft naar een leefbaar, kwaliteitsvol, dynamisch en multifunctioneel platteland waar het goed is om te wonen, te werken en te ontspannen. Het erkent het platteland in zijn meervoudige functie van wonen, werken en leven. Het Vlaamse plattelandsbeleid wil stimulerende maatregelen nemen zodat deze functies duurzaam en harmonieus kunnen samengaan zonder dat één functie de andere verdrukt. Om dit multifunctionele gebruik mogelijk te maken, is functieverweving een basisprincipe. Het vertrekt van de ruimtelijke principes van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Functiescheiding is in sommige gevallen noodzakelijk om de nodige rechtszekerheid te bieden.

14

Waar willen we naartoe: een streefbeeld voor het Vlaamse platteland


2.3. Het streefbeeld Concreet streeft het Vlaamse plattelandsbeleid naar: ÂÂeen kwaliteitsvolle en concurrentiële plattelandseconomie Het gaat hier zowel om land- en tuinbouw als om andere en nieuwe economische spelers. Het doel is om de economische perspectieven voor een gebied zoveel mogelijk in te bouwen in een regionale plattelandsvisie en te kaderen binnen de duurzame ontwikkeling van het platteland. Alle economische dragers op het platteland - zowel uitdovende, bestaande als nieuwe - moeten daarbij aandacht krijgen, met oog voor de (ruimtelijke) omgevingskwaliteit. ÂÂeen leefbaar platteland Met leefbaarheid wordt zowel het wonen in de kernen bedoeld, als het recreëren en het werken op het platteland. Leefbaarheid staat voor het waarborgen van een aangenaam woon- en leefklimaat en voor de dynamiek van een goed geïntegreerde economie, het versterken van sociale cohesie, een dienstverlening op maat en aangepaste sociale en andere voorzieningen. Kwetsbare bevolkingsgroepen op het platteland verdienen een specifieke aanpak. Aandacht gaat uit naar de verdere adequate uitbouw van dienstverlening en zorg op het platteland, zodat deze groepen worden bereikt en een beroep kunnen doen op hun grondrechten, bijvoorbeeld inzake wonen, arbeid en maatschappelijke dienstverlening. ÂÂeen platteland met een eigen identiteit en een hoge belevingswaarde Het plattelandsbeleid wil dit onder meer bereiken door het behoud en het herstellen van kleinschalige landschapselementen en oriëntatiepunten, en het versterken van de algemene belevingskwaliteit. Ook de gebiedsgerichte uitwerking van het ruimtelijk-economische beleidskader moet hierop gericht zijn en moet met andere woorden bijdragen tot de versterking van de eigen identiteit van de verschillende plattelandsregio’s. Niet alleen de identiteitsverschillen binnen en tussen plattelandsgebieden, maar ook de relatie met omliggende stedelijke gebieden vormen een aandachtspunt. ÂÂeen duurzame omgevingskwaliteit De omgevingskwaliteit komt voort uit de veelheid aan functies op het platteland en de maatschappelijke waardering daarvan. Alleen door deze functies zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen kan de omgevingskwaliteit behouden, hersteld en ontwikkeld worden. Duurzame omgevingskwaliteit komt tot stand door economische, sociaal-maatschappelijke en ruimtelijk-ecologische componenten op elkaar af te stemmen, en rekening te houden met zowel de huidige als de toekomstige generaties. Ruimtelijk gezien moet de kwaliteit vooral gezocht worden door vormgeving, integratie in de landschappelijke context, publieke toegankelijkheid en duurzaamheid tout court. Deze omgevingswaarden moeten zowel voor bewoners, gebruikers als bezoekers gevaloriseerd worden. ÂÂeen oplossing voor internationale vraagstukken Het platteland is een laatste grote hulpbron van energie, voedsel, natuur … Het Vlaamse plattelandsbeleid wil deze hulpbron versterken en vrijwaren, niet alleen in een regionaal of lokaal perspectief, maar ook in een internationale context. Hierbij wordt gedacht aan mondiale problemen zoals de voedsel- en waterproblematiek, het energievraagstuk, de klimaatsverandering, biodiversiteit … .

Waar willen we naartoe: een streefbeeld voor het Vlaamse platteland

15


3. De drie sporen van het Vlaamse plattelandsbeleid Het Vlaamse plattelandsbeleid werkt op drie sporen: 1) het signaleren en bespreekbaar maken van plattelandsthema’s en hiaten in het beleid, 2) het opzetten van horizontale projecten op Vlaams niveau en 3) het ondersteunen en uitvoeren van gebiedsgerichte projecten.

3.1. Signaleren en bespreekbaar maken van plattelandsthema’s en hiaten in het beleid Het Vlaamse plattelandsbeleid maakt de thema’s van het platteland en de tekortkomingen in het beleid zichtbaar voor andere beleidsdomeinen, bestuursniveaus en actoren. Het tracht deze topics bespreekbaar te maken en kansen te creëren om ze aan te pakken. Het plattelandsbeleid heeft een wervende en een signaalfunctie voor alle denkbare plattelandsthema’s en -problematieken. Maar het plattelandsbeleid – gebiedsgericht en geïntegreerd – is ook gericht op het bundelen, vereenvoudigen en concreet vertalen van bestaande beleidskaders en -processen naar de specifieke context en dynamiek van het platteland. De instrumenten van het Vlaamse plattelandsbeleid zijn de beleidsinstrumenten die gehanteerd worden door de bestaande beleidskaders.

3.2. Opzetten van horizontale projectinitiatieven Het Vlaamse plattelandsbeleid werkt een kader uit voor horizontale projectinitiatieven door projectoproepen te lanceren op Vlaams niveau. Op die manier ondersteunt het de ideeën die lokaal leven, en doet het eer aan de bottom-up aanpak van het plattelandsbeleid. Lokale actoren die zich voor een projectoproep inschrijven en geselecteerd worden, nemen deze projecten op (bv. buurtwinkels in landelijke omgeving , dorpsnetwerken voor zorg in een rurale omgeving (ZORO), stilte - en rustprojecten …).

3.3. Ondersteunen en uitvoeren van gebiedsgerichte projecten Provincies, gemeenten en andere lokale actoren nemen de gebiedsgerichte invulling van het plattelandsbeleid voor hun rekening. Vlaanderen ondersteunt, stemt af met een aangepast instrumentarium en is voortrekker om in een aantal gebieden actief geïntegreerde projecten op te starten. Zo lanceert Vlaanderen plattelandsprojecten op vraag en werkt ze uit. Vlaanderen neemt ook het voortouw bij het uitwerken van geïntegreerde randstedelijke projecten waar plattelandsfuncties en open ruimte onder druk staan. Dit gebiedsgerichte beleid moet een antwoord bieden op zowel de sociale, economische, culturele als de milieu- en ruimtelijke uitdagingen in de plattelandsgebieden en in de overgangsgebieden naar de steden. 16

De drie sporen van het Vlaamse plattelandsbeleid


4. Sturende principes voor het Vlaamse plattelandsbeleid Het Vlaamse plattelandsbeleid vertrekt van een aantal fundamenten - sturende principes die de richting voor het toekomstige Vlaamse plattelandsbeleid uitzetten. Het zijn de ‘hete hangijzers’ van het plattelandsbeleid, die ook tijdens overlegmomenten op de voorgrond stonden. Bij de verdere uitwerking en operationalisering van het plattelandsbeleid blijven deze basisprincipes belangrijke bakens.

Het uitgangspunt van de sturende principes is het evenwicht tussen de productie- en consumptiefunctie van het Vlaamse platteland. In het verleden heeft de productiefunctie steeds centraal gestaan. De laatste decennia ligt het accent, ook in de (ruimtelijke) beleidskaders, sterk op de consumptiefunctie van het platteland. Men vindt het met andere woorden belangrijk dat de ontwikkeling van het platteland gevrijwaard blijft zodat de stadsbewoner gebruik kan maken van de open ruimte en de recreatiemogelijkheden die het platteland biedt. In het plattelandsbeleid van morgen wordt het evenwicht tussen productie- en consumptiefunctie opnieuw hersteld.

4.1. Voortgaan op het ingeslagen pad Het Vlaamse plattelandsbeleid is een volwaardig beleidsveld. In de volgende legislatuur zal het een belangrijke stap vooruit zetten, voortbouwend op de realisaties en ervaring van de afgelopen jaren.

4.2. Geïntegreerd, gebiedsgericht, gedifferentieerd Het Vlaamse plattelandsbeleid kent bij uitstek een geïntegreerde aanpak. Het brengt de verschillende sectoren, beleidsdomeinen en bestuursniveaus rond de tafel en zorgt voor afstemming. Daartoe is het belangrijk dat aan de verschillende bestuursniveaus een geïntegreerd kader aangeboden wordt. Dat kader is niet gericht op één bepaalde sector, maar tracht verschillende sectoren met elkaar te combineren. Het is ook de bedoeling om binnen dit integrerende kader thema’s aan te vatten die de grenzen van de beleidsdomeinen overschrijden. Het Vlaamse plattelandsbeleid heeft ook een gebiedsgericht karakter. De diversiteit en identiteit van elke regio en de verschillende dimensies van de plattelandsgebieden zijn cruciale uitgangspunten. Het Vlaamse Plattelandsbeleid heeft ten slotte een gedifferentieerd karakter. Er wordt gewerkt op maat en volgens de behoeften van de verschillende regio’s.

Sturende principes voor het Vlaamse plattelandsbeleid

17


4.3. Samenwerking en netwerking Tal van beleidsdomeinen en bestuursniveaus zijn bij het Vlaamse plattelandsbeleid betrokken. Het bundelen en versterken van deze individuele initiatieven is een noodzakelijke voorwaarde voor een eenduidig en krachtig beleid. Samenwerken met en tussen de plattelandsactoren is dan ook een belangrijk principe voor het plattelandsbeleid. Samenwerken betekent enerzijds het plattelandsbeleid samen uitbouwen, maar anderzijds er ook samen verantwoordelijkheid voor nemen. Het overleg wordt uitgebouwd door maximaal te vertrekken van de bestaande netwerken, fora en partners uit het veld. Zo worden parallelle circuits en initiatieven vermeden. Maar het plattelandsbeleid wil verder gaan dan overleg: het wil ook een constructieve samenwerking uitbouwen op het platteland. Het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) speelt hierin een belangrijke rol. Via dit forum wordt het beleid uitgewerkt en zichtbare plattelandsinitiatieven op de rails gezet. De manier waarop wordt verder uitgewerkt en geprofessionaliseerd. In de dialoog zijn de verschillende administraties, bestuursniveaus en plattelandsactoren vertegenwoordigd die elk hun rol vervullen op het Vlaamse platteland: ►► Lokale besturen, middenveldorganisaties en plattelandsbewoners worden nauwer betrokken bij het uitwerken en uitvoeren van het Vlaamse plattelandsbeleid. Hun van op het terrein ontwikkelde initiatieven kunnen rekenen op de steun van het Vlaamse plattelandsbeleid. ►► Provincies geven als streekbestuur uitvoering aan hun beleidsaccenten, die passen binnen het uitgewerkte kader en bijdragen tot de gebiedsgerichte invulling. De provincie is regisseur in de concrete uitvoering van het Vlaamse plattelandsbeleid op provinciaal niveau. ►► Administraties en agentschappen van de Vlaamse overheid engageren zich om op een geïntegreerde manier mee te werken aan het concreet maken van het Vlaamse plattelandsbeleid. De VLM heeft een beleidsvoorbereidende, en ook een uitvoerende rol, met onder andere de inrichtingsinstrumenten. ►► De academische wereld vervult een onafhankelijke rol in de verdere vormgeving van de visie op het Vlaamse plattelandsbeleid. Waar wetenschappelijke ondersteuning nodig is, wordt aan de academische wereld via aanbestedingsprocedures een onderzoeksvraag voorgelegd.

4.4. Bestuurs- en financiële kracht van plattelandsgemeenten en -gebieden versterken Het Vlaamse plattelandsbeleid wil de bestuurskracht van plattelandsgemeenten en -gebieden versterken. De bestuurskracht van een gemeente is het vermogen om effectieve antwoorden te geven op concrete vragen en problemen. Dit vermogen is afhankelijk van 1) omgevingsfactoren zoals de bevolking en de grootte van het grondgebied, 2) financiële mogelijkheden en beperkingen, 3) personeel, 4) de organisatie binnen de gemeente en 5) de communicatie binnen de gemeente. Door een combinatie van deze factoren hebben kleine plattelandsgemeenten vaak te kampen met een geringe bestuurskracht. Op deze factoren ingrijpen is een verantwoordelijkheid van de gemeente zelf, maar ook van de Vlaamse overheid. Het Vlaamse plattelandsbeleid houdt rekening met de beperkte bestuurs- en financiële kracht van plattelandsgemeenten en -gebieden bij het verder uitwerken en concretiseren van het beleid. Het wil de dialoog over de versterking van de lokale bestuurs- en financiële kracht opstarten en faciliteren. Verschillende scenario’s zijn hierbij mogelijk.

18

Sturende principes voor het Vlaamse plattelandsbeleid


4.5. Een beleid op maat van de streek Wil het platteland zich aan de veranderende sociaal-economische context aanpassen, dan moet het uitgaan van de eigen sterktes en de rijkdom van de gebieden. Er is dus niet één strategie voor hét Vlaamse platteland; de strategie moet telkens aangepast worden aan de plaatselijke context. De ontwikkeling van de streek, van de regionale kwaliteiten en de streekidentiteit staan centraal in het plattelandsbeleid. Het Vlaamse plattelandsbeleid stimuleert, faciliteert en initieert initiatieven die groeien uit de kennis en ervaring die van op het terrein ontwikkeld is. Naargelang de problematiek, de te nemen maatregel of de te ondersteunen potenties kan een initiatief een andere actieradius hebben. De instrumenten zijn niet geënt op administratieve grenzen. De ruimtelijke focus van een plattelandsinitiatief wordt bepaald op basis van de beschikbare middelen en de relevantie om een bepaalde regio, dorp, streek … al dan niet op te nemen. Er werden al vele pogingen ondernomen om ‘het platteland’ ruimtelijk te definiëren. Daaruit blijkt dat het Vlaamse platteland niet onder één hoed te vangen is en moeilijk eenduidig ruimtelijk af te bakenen valt. Eerder dan zich vast te rijden in het zoeken naar een ruimtelijke definiëring, wil het Vlaamse plattelandsbeleid in overleg met de betrokkenen een niet-ruimtelijke, maar eerder functionele, doelgroepgerichte werkdefinitie uitwerken. Die definitie kan dan fungeren als leidraad bij het verder concretiseren van het beleid.

4.6. Duurzame ontwikkeling Het Vlaamse plattelandsbeleid stelt een duurzame ontwikkeling van het platteland centraal. Het perspectief is integraal en synergetisch, gericht op zowel economische, ecologische als sociaal-culturele en bestuurlijke aspecten van het platteland. Het is niet alleen een kwestie een vitaal en kwaliteitsvol platteland te ontwikkelen voor vandaag, maar ook bouwstenen aan te leveren voor het platteland van de toekomst.

4.7. Aandacht voor synergie tussen stad en platteland Er bestaat een intense wisselwerking tussen stad en platteland. Mensen wonen op het platteland en werken in de stad of omgekeerd. Stadsbewoners trekken in hun vrije tijd naar het platteland om er te genieten van stilte, rust, groen, lokale specialiteiten … Omgekeerd zoekt de plattelandsbewoner de stad op om te winkelen en te ontspannen. De wisselwerking tussen stad en platteland zit reeds vervat in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Ook in de ruimtelijke structuurplannen op andere niveaus en bij de processen die leiden tot ruimtelijke uitvoeringsplannen wordt die samenhang erkend. Ook het Vlaamse plattelandsbeleid besteedt aandacht aan de wederzijdse dienstverlening tussen stad en platteland en wil deze potentie verder stimuleren en optimaliseren. Een grotere samenhang tussen stad en platteland is noodzakelijk, zowel wanneer problemen gedefinieerd worden als wanneer het beleid antwoorden formuleert.

Sturende principes voor het Vlaamse plattelandsbeleid

19


4.8. Zichtbaarheid en communicatie Het Vlaamse plattelandsbeleid streeft naar zichtbare resultaten, zowel beleidsmatig als op het vlak van concrete realisaties, initiatieven en gebiedsgerichte projecten. Het Vlaamse plattelandsbeleid, in samenwerking met provincies, gemeenten en andere partners, zet een duidelijke en efficiënte communicatiestrategie op die de unieke, multifunctionele, toekomstgerichte en waardevolle betekenis van het Vlaamse platteland voor Vlaanderen centraal stelt.

4.9. Meten is weten Zijn plattelandsbewoners tevreden over hun omgeving? Hoe zit het met de armoede op het platteland? Hoe kunnen proeflabo’s voor andere vormen van dienstverlening en participatief beleid opgezet en geëvalueerd worden? Hoe evolueert het investeringsklimaat op het platteland? Hoe verplaatsen de inwoners zich tijdens hun vrije tijd? Om de effecten van het plattelandsbeleid op te volgen, is het belangrijk de omgevingskwaliteit te kunnen meten. Het plattelandsbeleid investeert in een betere registratie en monitoring van de verschillende maatschappelijke relevante omgevingsindicatoren. Het doel bestaat erin de strategie van de lokale plattelandsactoren beter te onderbouwen door hen aan de hand van omgevingsfactoren input aan te reiken voor planning en beleidsprogramma’s. Zo’n monitoringsysteem is een goed hanteerbare graadmeter om ontwikkelingen op het platteland te identificeren en de effecten van investeringen en projecten zichtbaar te maken. De resultaten van deze monitoring doen dienst als ruggensteun voor de verschillende plattelandsgemeenten en -regio’s, die door uitwisseling van ervaring hun beleid kunnen optimaliseren en bijsturen. Naast het monitoren van trends is het ook belangrijk de resultaten van experimenten op te meten. Dergelijke inzichten kunnen gebruikt worden om uitgeteste formules in een bepaald gebied over te zetten naar andere regio’s.

4.10. Het Europese beleid implementeren en mee vorm geven Het Vlaams plattelandsbeleid staat niet op een eiland. Het platteland in Vlaanderen wordt geconfronteerd met problemen die een mondiale dimensie hebben. Bovendien staat Vlaanderen voor de uitdaging om het Europese beleid in Vlaanderen te implementeren. Anderzijds is het voor Vlaanderen belangrijk om voor volgende programmaperiodes de eigen noden naar het Europese niveau te communiceren. Het Vlaamse plattelandsbeleid reikt een kader aan voor de internationale dimensie van het platteland(sbeleid).

20

Sturende principes voor het Vlaamse plattelandsbeleid


5. Aanzet tot actie Hieronder volgt een ambitieus actieprogramma waaruit de volgende Vlaamse Regering kan putten om het plattelandsbeleid verder uit te bouwen. Door de betrokkenheid van tal van beleidsdomeinen, bestuursniveaus en lokale actoren is het Vlaamse plattelandsbeleid een bijzonder beleidsveld. Daarbij hoort een actieprogramma dat aan de betrokken spelers en initiatieven de nodige vrijheid en ademruimte geeft, binnen de bakens van het plattelandsbeleid op Vlaams niveau dat overzicht houdt en ondersteunt.

5.1. Bottom-up aanpak als rode draad De veelheid aan lokale plattelandsactoren is een cruciaal gegeven voor het plattelandsbeleid. De dynamiek op het platteland wordt gekenmerkt door een onderlinge afhankelijkheid van deze lokale actoren. Dat al deze spelers nodig zijn bij de vormgeving én de uitvoering van het plattelandsbeleid, is een essentiële voorwaarde bij het plannen van verantwoordelijkheden en taken. Dat het Vlaamse plattelandsbeleid deze voorwaarde respecteert, blijkt onder andere uit de centrale plaats die de gebiedsgerichte werking in de visie bekleedt. Het plattelandsbeleid kiest niet voor een gedetailleerde sectorale wet- en regelgeving op Vlaams niveau. Vlaanderen wil in eerste instantie, als een goede procesbegeleider, sturen op doelstellingen en een kader creëren waarin lokale actoren zich verder kunnen professionaliseren. De provincies treden op als gebiedsgerichte regisseur. Deze visie heeft gevolgen voor het actieprogramma. De vrijheidsgraad van de acties ligt hoog - een bewuste keuze om niet in conflict te komen met de fundamenten van het Vlaamse plattelandsbeleid, zoals de gebiedsgerichte werking, de verhoging van de streekidentiteit, de bottom-up werking, de ruimte voor participatie en lokale initiatieven. Ruimte bieden is niet hetzelfde als leegte laten. Het Vlaamse plattelandsbeleid moet overzicht houden over de situatie, verantwoording afleggen over het geheel, gemeenschappelijke beleidslijnen uitzetten, samenwerking organiseren en instrumenten en middelen aanbieden. Uitgangspunten van het actieprogramma zijn de sterkte-zwakteanalyse, het streefbeeld, de sturende principes en de drie sporen van een Vlaams plattelandsbeleid. Een eerste reeks doelstellingen en acties is algemeen, een tweede reeks focust op de rol die Vlaanderen kan spelen met een aantal themagebonden doelstellingen.

Aanzet tot actie

21


5.2. Algemene doelstellingen ÂÂEen beleidskader aanreiken Actie 1:

Vlaanderen evalueert het gevoerde plattelandsbeleid samen met de verschillende betrokken partijen.

Actie 2:

Vlaanderen ontwikkelt een duidelijke visie op het beleid voor het Vlaamse platteland. Vlaanderen verzamelt de verschillende afbakeningen en definities die voor het Vlaamse platteland in gebruik zijn. Ze situeert deze binnen de verschillende invalshoeken van het Vlaamse plattelandsbeleid en destilleert daaruit een uniforme werkwijze om het Vlaamse platteland te definiëren, opnieuw afgestemd op de verschillende beleidsmatige invalshoeken. Deze visieontwikkeling is gestoeld op een samenwerking tussen alle overheden, de academische wereld en het middenveld, met het oog op (uitvoeringsgerichte) differentiatie, vernieuwing en partnerschap. Vlaanderen onderzoekt ook of een selectie en erkenning van Vlaamse plattelandsgebieden kan bijdragen aan de differentiatie van het beleid. En of bovenlokale netwerken als aanspreekpunt kunnen dienen voor deze gebieden, welk partnerschap met Vlaanderen en de provincies zinvol is en of convenanten hiervoor een geschikt instrument zijn.

Actie 3:

De rol van de VLM als bevoegde administratie wordt verder versterkt.

Actie 4:

Vlaanderen werkt via het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg verder aan wetgevende initiatieven en adviezen om in de verschillende beleidskaders aandacht te hebben voor de eigenheid van het platteland en de diversiteit van de plattelandsbevolking, en beleidsonderbouwing te geven aan de plattelandsactoren.

Actie 5:

Vlaanderen onderzoekt de financieringsmogelijkheden voor de verdere uitbouw van een toekomstgericht duurzaam Vlaams plattelandsbeleid en voorziet een eenduidig toewijsbare begroting. Hierbij gaat aandacht naar middelen voor innovatieve pilootprojecten (cfr. ZORO, STeR, buurtwinkels …) en naar de verdere structurele financiering ervan. Daartoe legt het plattelandsbeleid contacten met de betrokken beleidsdomeinen.

Actie 6:

Vlaanderen reikt een Vlaams werkingskader aan voor de implementatie van het Europese regionaal beleid en het Europees beleid inzake plattelandsontwikkeling.

Actie 7:

Vlaanderen bouwt, in samenwerking met de diverse stakeholders die internationaal actief zijn, netwerken uit met actoren in plattelandsontwikkeling elders in Europa en de wereld.

Actie 8:

Vlaanderen voert de dialoog over de rol die het Vlaamse platteland kan spelen in het oplossen van internationale thema’s en thema’s die op langere termijn spelen zoals (bio-)energie, voedselzekerheid, recyclage van afval van biologisch beheer, klimaatswijziging, de ecologische voetafdruk, water en biodiversiteit. Vlaanderen zorgt voor een kader waarbinnen lokale besturen en actoren initiatieven kunnen opzetten die inspelen op deze thema’s.

22

Aanzet tot actie


ÂÂDe bestuurs- en financiële kracht van plattelandsgemeenten en -gebieden afstemmen op hun verantwoordelijkheden en taken Actie 1:

Vlaanderen streeft naar een grotere bestuurs- en financiële kracht van plattelandsgemeenten en -gebieden. Vlaanderen zet concrete stappen om de bestuurskracht te verhogen, rekening houdend met het IPO-advies dat wordt voorbereid.

Actie 2:

Vlaanderen bereidt een IPO-advies voor over het verhogen van de bestuurskracht van plattelandsgemeenten en -gebieden. Het IPO-advies formuleert voorstellen om op Vlaams niveau de financiële armslag van plattelandsgemeenten te verhogen, om de verschillende sectorale wettelijke kaders beter af te stemmen op de beperkte bestuurskracht van plattelandsgemeenten en om samenwerking en uitwisseling van goede praktijken tussen plattelandsgemeenten en -gebieden te bevorderen.

Actie 3:

Vlaanderen stimuleert intergemeentelijke samenwerking in functie van een rationele en meer toegankelijke dienstverlening aan haar burgers.

ÂÂDe ontwikkelingen op het platteland opvolgen en erover rapporteren Actie1a:

Vlaanderen richt een ‘kenniscel Platteland’ op die in eerste instantie zorgt voor de opbouw en bundeling van kennis vanuit de IPO-werking en bottom-up initiatieven, de opvolging van beleidsontwikkelingen en de rapportage daarover. Deze cel evolueert naar een aanspreekpunt voor (kennis)vragen omtrent platteland en houdt daartoe contact met de instanties die beschikken over uiteenlopende (statistische) gegevens.

Actie 1b:

Vlaanderen onderzoekt de mogelijkheid om deze ‘kenniscel Platteland’ op langere termijn uit te bouwen tot een ‘kenniscentrum Platteland’ dat kennis opbouwt en bundelt, onderzoekt en adviseert en uiteenlopende statistische gegevens bijhoudt.

Actie 2a:

Vlaanderen stimuleert de betrokkenheid van het wetenschappelijke onderzoek bij het plattelandsbeleid door, waar nodig een IPO-onderzoeksgroep te starten en door studies aan te besteden vanuit het IPO.

Actie 2b:

Vlaanderen onderzoekt de mogelijkheid om op langere termijn een steunpunt beleidsvoorbereidend onderzoek of een academisch samenwerkingsverband voor plattelandsbeleid op te richten.

Actie 3:

Vlaanderen stelt een monitoringsysteem op punt en interpreteert gegevens uit het verleden om ze door te vertalen naar de toekomst. Dit monitoringsysteem tracht zoveel mogelijk bestaande of reeds geplande monitors te integreren (zoals de monitoring die door Europa wordt opgelegd voor As 2, As 3 en As 4 van het PDPO (Common Monitoring and Evaluation Framework); de jeugdmonitor; een bestuurskrachtmonitor, MINA4 – set van gebiedsindicatoren, …). De ‘kenniscel Platteland’ begeleidt dit proces.

Aanzet tot actie

23


ÂÂDe (plattelands)actoren stimuleren om samen te werken Actie 1:

Vlaanderen zorgt via het IPO voor een beleidsdomeinoverschrijdend overleg in een interbestuurlijke context. Hierbij wordt de werking van het IPO geëvalueerd, verder geoperationaliseerd en eventueel verfijnd.

Actie 2:

Vlaanderen ondersteunt de provincies in hun regisseursrol bij de uitvoering van het gebiedsgerichte plattelandsbeleid met de nodige beleidsinstrumenten en afstemming.

Actie 3:

Vlaanderen organiseert de kennis- en ervaringsuitwisseling tussen de verschillende plattelandsgebieden en -actoren (overleg Leadercoördinatoren en plaatselijke groepen, kennisdeling organiseren tussen de promotoren bij projectoproepen, praktijkgidsen, bedrijfsplanners en stewardship voor agromilieu- en natuurmaatregelen,.…).

Actie 4:

Vlaanderen moedigt het opzetten van innoverende samenwerkingsovereenkomsten aan (bv. agrobeheersgroepen in het kader van projectmatige beheerovereenkomsten) .

Actie 5:

Vlaanderen ondersteunt overleg en samenwerking tussen lokale bewonersinitiatieven (bv. Projectgroepen DORP in ZICHT, bewonerplatforms, dorpsraden, …)

ÂÂZichtbaar maken van en communiceren over een (h)erkenbaar platteland Actie 1:

Vlaanderen maakt in samenspraak met de lokale besturen en middenveldorganisaties een duidelijke en efficiënte communicatiestrategie op die de unieke, multifunctionele, toekomstgerichte en waardevolle betekenis van het Vlaamse platteland voor Vlaanderen centraal stelt. De reeds lopende communicatie-initiatieven (zoals bv. de Maand van het Platteland) worden geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.

Actie 2:

Vlaanderen moedigt met sensibiliseringscampagnes bij de brede bevolking aandacht en respect voor de basiskwaliteiten van het platteland aan, zoals rust, stilte, donkerte ….

24

Aanzet tot actie


ÂÂGebiedsgerichte projecten op het platteland coördineren die het provinciale niveau en belang overstijgen Actie 1a:

Bij gebiedsgerichte projecten op het platteland die het provinciale niveau overstijgen, neemt Vlaanderen de rol op van coördinator, trekker, procesbegeleider … in functie van de specifieke kenmerken en noden van het project.

Actie 1b:

Vlaanderen staat op vraag in voor de opzet en coördinatie van de uitvoering van geïntegreerde gebiedsgerichte projecten op het platteland in nauw overleg met de betrokken provincie, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere betrokkenen.

Actie 1c:

Vlaanderen staat op vraag in voor opzet en coördinatie van de uitvoering van geïntegreerde gebiedsgerichte projecten in randstedelijke gebieden met het oog op versterking van plattelandsfuncties en open ruimten.

Actie 2:

Vlaanderen voorziet financiële middelen voor de uitvoering van quick wins binnen gebiedsgerichte projecten op het platteland (kortlopende projecten met resultaten op korte termijn).

Actie 3:

Vlaanderen stimuleert en financiert initiatieven op het vlak van ervarings- en informatieuitwisseling tussen de verschillende gebiedsgerichte projecten op het platteland.

Actie 4:

Vlaanderen stimuleert participatieve methoden en innovatie in lopende gebiedsgerichte projecten op het platteland (bv. De Merode, De Wijers, Scheldelandschapspark en ScheldeLeie).

Aanzet tot actie

25


5.3. Thematische doelstellingen Zoals het Vlaamse platteland gekenmerkt wordt door een verwevenheid aan functies, zo wandelt ook het plattelandsbeleid vanuit de open ruimte doorheen de verschillende beleidsdomeinen. De Vlaamse overheid wenst het platteland niet vanuit een isolement te benaderen. Ze wil met het plattelandsbeleid bruggen bouwen naar andere beleidsdomeinen en/of bestuursniveaus om zo actief bij te dragen aan de integratie van het plattelandsbeleid in andere programma’s. Het Vlaamse plattelandsbeleidsplan beschrijft een aantal beleidsbruggen waarop verschillende beleidssectoren het platteland en mekaar ontmoeten. Deze ontmoetingen worden in het plattelandsbeleidsplan aangemoedigd, gefaciliteerd en begeleid.

ÂÂPlattelandsbewoners laten participeren in dorpsontwikkeling Actie 1:

Vlaanderen informeert, stimuleert en financiert lokale overheden en middenveldorganisaties bij het introduceren, begeleiden en evalueren van participatieve methoden ter ondersteuning van beleidsbeslissingen.

Actie 2:

Vlaanderen engageert zich om de visie op het sociaal wonen op het platteland verder te ontwikkelen en onderzoekt of het wenselijk is om binnen dit kader een projectoproep op te zetten. Vlaanderen ondersteunt innovatie.

Actie 3:

Vlaanderen erkent en ondersteunt culturele, sociale en economische functies als vitale onderdelen van de dorpsgemeenschappen, en besteedt aandacht aan volkscultuur op het platteland.

Actie 4:

Vlaanderen stimuleert en ondersteunt de realisatie van geïntegreerde dorpsontwikkelingsvisies en -actieplannen en de betrokkenheid van bewoners daarbij.

Actie 5:

Vlaanderen bekijkt hoe dorpsnetwerken voor zorg zoals de ZORO-proefprojecten verder geïmplementeerd kunnen worden. Dorpsnetwerken voor zorg zijn netwerken die een lokaal bestuur, een lokale vrijwilligersploeg en de lokale verenigingen met elkaar verbinden.

26

Aanzet tot actie


ÂÂDe open ruimte vrijwaren, herstellen en versterken Actie 1:

Vlaanderen evalueert de bestaande wetgeving voor het vrijwaren van de open ruimte en streeft naar de handhaving ervan.

Actie 2:

Het Vlaamse plattelandsbeleid en het ruimtelijke beleid werken samen om optimaal in te spelen op diverse nieuwe dynamieken op het platteland. Op die manier worden potenties maximaal benut en risico’s beperkt.

Actie 3:

Vlaanderen ontwikkelt een kader van voorwaarden voor de inpasbaarheid van nieuwe functies. Ze houdt daarbij rekening met de beoogde omgevingskwaliteit, en met de mogelijkheden om gebouwen op het platteland een duurzame functie te geven. Het IPO bereidt een beleidsadvies voor dat de eerste aanzetten geeft.

Actie 4:

Vlaanderen zet in op een hoogkwalitatieve inrichting en beheer van de openruimtegebieden in Vlaanderen, onder meer door een verhoogde inzet van ruilverkaveling, landinrichting, natuurinrichting en projectmatige beheerovereenkomsten. Het inrichtingsinstrumentarium voor de open ruimte krijgt ook een flexibeler karakter.

Actie 5:

Vlaanderen past de basisprincipes van de procesaanpak voor ‘agrarische architectuur’ ook toe op andere kwaliteitsthema’s. Vlaanderen ondersteunt en stimuleert initiatieven voor de toepassing, uitwerking en optimalisatie van groene, blauwe, rode en gele diensten (onder andere met beheerovereenkomsten, agrobeheersgroepen ...).

Actie 6:

Vlaanderen versterkt de aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van bouw- en infrastructuurwerken op het platteland vanuit een nauwe samenwerking met onder meer de Vlaamse Bouwmeester en vanuit de ondersteuning van de provinciale kwaliteitskamers. Vlaanderen begeleidt en schept duidelijke randvoorwaarden, reeds bij de voorafgaande participatieve processen met lokale besturen en andere actoren. De bedoeling is om tot een optimale inpassing van agrarische gebouwen in de omgeving te komen, niet alleen landschappelijk maar ook rekening houdende met mobiliteit en andere factoren. De Vlaamse overheid vervult een voorbeeldfunctie, onder meer door een kwaliteitsvolle inrichting in ruilverkavelings-, natuurinrichtings- en landinrichtingsprojecten.

Aanzet tot actie

27


ÂÂToerisme en recreatie op het platteland kansen geven Actie 1:

Vlaanderen beantwoordt de toenemende vraag naar recreatieve ontsluiting en landschappelijke opwaardering van het platteland, onder meer door te sleutelen aan een efficiënt, betaalbaar en goed gecoördineerd beheer van deze infrastructuur in samenwerking met de betrokken partijen.

Actie 2:

Vlaanderen versterkt de beeldvorming van regio’s door het geven van incentives om streken te promoten en identiteit te geven (bv. streekproducten in de supermarkt, televisiereeksen als Stille Waters en Katarakt, het opwaarden van streekproducten door het streven naar Europese erkenning via intensieve begeleiding vanuit de VLAM … )

Actie 3:

Vlaanderen besteedt aandacht aan de economische leefbaarheid van de toeristische bedrijven op het platteland en voor toeristisch recreatieve productontwikkelingen op het platteland.

Actie 4:

Vlaanderen betrekt de verschillende sectoren, waaronder de sportsector bij de dialoog over de inplanting, bouw en aanleg van recreatieve infrastructuur.

Actie 5:

Vlaanderen ondersteunt het uitwerken van één of meerdere pilootprojecten rond het toepassen van recreatieve beheerovereenkomsten, waarbij de haalbaarheid van een structurele toepassing voor Vlaanderen wordt nagegaan.

Actie 6:

Vlaanderen zet de reeds opgezette dialoog verder over de paardenhouderij, groeiende hobbyboerderijen en andere thema’s in nauw overleg met alle betrokkenen.

ÂÂDe landbouwsector ondersteunen in een geïntegreerde context Actie 1:

Vlaanderen neemt initiatieven in het kader van een goed nabuurschap tussen landbouw, natuurorganisaties en bewoners, ondernemers en bezoekers op het platteland. Dat doet ze in samenwerking met provincies, gemeenten, middenveldorganisaties en andere betrokken doelgroepen. De partners zoeken naar win-win strategieën en ontwikkelen actieplannen. Vlaanderen ondersteunt en stimuleert initiatieven voor de toepassing, uitwerking en optimalisatie van groene, blauwe, rode en gele diensten.

Actie 2:

Het plattelandsbeleid levert medewerking aan het Departement Landbouw en Visserij en aan het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed en de lokale besturen bij de opmaak van een geïntegreerde visie en strategie met betrekking tot de inpasbaarheid van grootschalige landbouwproducties en nieuwe vormen van landbouwproductie (zoals hernieuwbare energie, agronatuurbeheer ...) in Vlaanderen.

Actie 3:

In samenwerking met het Departement Landbouw en Visserij en andere betrokken actoren zoals provincies, gemeenten, middenveldorganisatie … werkt het Vlaamse plattelandsbeleid een geïntegreerde strategie uit voor het vermarkten van lokale landbouwproducten in Vlaanderen in combinatie met het vermarkten van streekproducten.

28

Aanzet tot actie


Actie 4:

Vlaanderen creëert de nodige omstandigheden voor de professionele land- en tuinbouw (ruimte voor landbouw; ruilverkaveling; clustering glastuinbouw; verbreding van landbouwactiviteiten;…).

Actie 5:

Vlaanderen vertaalt de resultaten van de studie ‘agrarische architectuur’ in een professioneel advies, zowel voor architecten, bouwheren en constructeurs als voor individuele landbouwers en gemeentebesturen gekoppeld aan een sensibilisatiecampagne in nauw overleg met de verschillende betrokken partijen.

ÂÂNaar een sterkere streekidentiteit van de verschillende plattelandsregio’s Actie 1:

Vlaanderen stimuleert en houdt overzicht over concrete lokale en regionale projecten die plattelandsbewoners betrekken bij het zichtbaar maken en ontwikkelen van de eigen streekidentiteit door middel van participatie bij de besluitvorming (bottom-up) en het stimuleren van initiatieven waarbij de plattelandsbewoners een centrale rol spelen.

Actie 2:

Vlaanderen participeert in PPS-structuren en moedigt privépartners aan om gebieden met een duidelijke streekidentiteit te vermarkten door middel van ‘regional branding’.

Actie 3:

Vlaanderen werkt sectoroverschrijdend samen aan een verfijnde streek- en landschapstypologie als instrument voor nieuwe beeldvorming van het platteland.

ÂÂDoelen voor stad en platteland afstemmen Actie 1:

Het Vlaamse plattelandsbeleid onderzoekt samen met het stedenbeleid hoe de steden hun omringende platteland kunnen (onder)steunen in het behoud van de basiskwaliteiten die het platteland aantrekkelijk maken, met respect voor de autonomie van de betrokken plattelandsgemeenten. Er wordt onderzocht binnen welk type forum deze afstemming het beste kan gebeuren.

Actie 2:

Vlaanderen stimuleert initiatieven om de bevolking uit dichter bevolkte gebieden in contact te brengen met plattelandsactiviteiten in de eigen randstedelijke en ruimere omgeving (bv. volkstuinen, agrotoerisme, producent-consument partnerschappen).

Aanzet tot actie

29


ÂÂAntwoorden op demografische uitdagingen Actie 1:

Het Vlaams plattelands- en jeugdbeleid slaan de handen in elkaar om samen, vanuit inventariserend en explorerend onderzoek, een actieplan uit te werken dat tegemoet komt aan de noden van alle kinderen en jongeren op het gebied van plattelandsontwikkeling binnen de realisatie van een meer integraal jeugdbeleid.

Actie 2:

Het Vlaamse plattelandsbeleid besteedt binnen de IPO - themagroep ‘kwaliteit en bereikbaarheid van voorzieningen in landelijke gebieden’ bijzondere aandacht aan knelpunten (zoals een beperkte mobiliteit) die eigen is aan kwetsbare groepen waaronder jeugd, ouderen, mindervaliden en mensen in armoede.

Actie 3:

Vlaanderen onderzoekt hoe het concept van wijkgezondheidscentrum in een plattelandscontext geïmplementeerd kan worden, om zo tot een toegankelijk aanbod van preventie en gezondheidszorg te komen.

Actie 4:

Vlaanderen participeert actief aan netwerken zoals het Permanent Armoede Overleg.

Actie 5:

Vlaanderen ondersteunt de mogelijkheid om de specifieke kenmerken van het platteland voor hulpverlening te ‘gebruiken’ (zorgboederijen, timeout-projecten, enz.).

Actie 6:

Vlaanderen onderzoekt de verdere ondersteuningsmogelijkheden voor de verbetering van de woningkwaliteit ten aanzien van specifieke bevolkingsgroepen.

Actie 7:

Vlaanderen spoort KMO’s aan om (bijvoorbeeld via stages) jongeren aan te trekken naar het landelijk gebied om de trend te breken dat jongeren na hun studies niet meer terugkeren naar de streek van herkomst.

ÂÂNaar een duurzame mobiliteit op het platteland Actie 1:

Vlaanderen bereidt een IPO-advies voor vanuit een themagroep ‘mobiliteit’ die focust op specifieke knelpunten op het vlak van duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid op het platteland: het oneigenlijke gebruik van landelijke wegen en de daarmee gepaard gaande stijgende onderhoudskosten van landelijke wegen, verkeersonveilige dorpskernen, enzovoort.

Actie 2:

Vlaanderen zal dieper ingaan op het aspect van vervoersarmoede op het platteland en de problematiek van de dalende huisbezoeken, gekoppeld aan de IPO-themagroep ‘kwaliteit en bereikbaarheid van voorzieningen in landelijke gebieden’.

Actie 3:

Vlaanderen heeft aandacht voor trage wegen op het platteland en zorgt voor een aangepaste decretale vertaling van de nieuwe maatschappelijke vraagstukken in deze context.

30

Aanzet tot actie


Bijlagen Trends en ontwikkelingen op het platteland Inventarisatie: initiatieven en acties van het Vlaamse plattelandsbeleid Deze bijlagen zijn ook te bekijken en te downloaden op www.vlm.be.

Bijlagen

31


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Naar een Vlaams Plattelandsbeleidsplan - visie en aanzet tot actie.pdf by Vlaanderen-be - Issuu