Skip to main content

dossier 2021-325.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/325

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/325

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 11 juni 2021 diende xxx een verzoek in bij de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank (hierna VLM) om een afschrift te verlenen van de dading die werd afgesloten tussen verschillende partijen in verband met een opgelegde bestuurlijke maatregel aan xxx. VLM zou nagelaten hebben om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 29 juli 2021 diende xxx beroep in tegen de ontstentenis van beslissing door VLM. Dit beroep werd geregistreerd op 3 augustus 2021. Op 31 augustus 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking van xxx, gericht aan de VLM, dateert van 11 juni 2021. Op 29 juli 2021, de datum van het beroepschrift, was de wettelijk gestelde beslissingstermijn van 20 dagen verstreken. Aangezien binnen de wettelijke termijn een beslissing van de VLM is uitgebleven, heeft de termijn van beroep in overeenstemming met artikel II.48 van het Bestuursdecreet daardoor geen aanvang genomen.

www.vlaanderen.be


Het beroepschrift d.d. 29 juli 2021 werd dan ook tijdig ingesteld en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

De bewuste dading is volgens de beroeper een bestuursdocument dat als grondslag wordt aangehaald van minnelijke afspraken die tot de opheffing van een bestuurlijke maatregel tegen xxx hebben geleid. Zij is een afgewerkt document gezien zij als grondslag van een formele beslissing van de VLM dient met rechtsgevolgen door de beroepsindiener, en waarbij bevestigd wordt dat onderling tot een minnelijk akkoord is gekomen, aldus de beroeper. Gezien het gebrek aan hangende gerechtelijke of administratieve betwisting tussen de VLM en beroepsindiener, kan de verplichting tot vrijgave van de dading ook niet leiden tot het eventuele uithollen of hypothekeren van de rechten van verdediging of de procesbelangen van de VLM.

2. Toelichting door de VLM De beroepsinstantie deed op 4 en 30 augustus 2021 navraag bij de VLM voor toelichting bij het uitblijven van een beslissing. Op 30 augustus deelde de VLM mee dat op 22 juni 2021 aan betrokkene het antwoord werd overgemaakt. Volgens de track & trace-geschiedenis is dit schrijven op 23 juni 2021 bij betrokkene afgeleverd. Behalve het schrijven in bijlage, werden geen verdere documenten aan betrokkene meegedeeld in dit kader. Voor wat betreft de redenen tot weigering van de openbaarheid, verwijst de VLM naar de uitzonderingsgronden, vermeld in dit bovenvermeld schrijven: de openbaarmaking wordt in eerste instantie geweigerd aangezien het verzoek betrekking heeft op een onbestaand document. Er werd inderdaad gewerkt richting een dading, doch de onderhandelingen hieromtrent hebben uiteindelijk niet tot een dading geleid. Aangezien er dus nooit een dading werd afgesloten, kan deze dan ook niet openbaar gemaakt worden. (art. II.33, 2° Bestuursdecreet). Ten overvloede wordt er ook verwezen naar de weigeringsgronden vermeld in artikel II.35, 4° en 6° van het Bestuursdecreet, evenals naar het feit dat de communicatie over de eventueel af te sluiten dading vertrouwelijke communicatie betreft tussen de VLM en haar raadsman. Volledigheidshalve verwijst de VLM naar het vonnis van 4 augustus 2021 dat betrekking heeft op het betreffende rechtsgeschil, in welk kader de mogelijkheid van een dading werd onderzocht.

3. Standpunt van de beroepsinstantie

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/325

pagina 2 van 3


In de reactie per brief van 22 juni 2021 gericht door de VLM aan verzoeker, en waarvan de VLM aan de beroepsinstantie een bewijs van aangetekende zending bezorgt, wordt vermeld dat in het kader van een dagvaarding in kortgeding, door xxx ingesteld bij de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel (rolnr. 21/27/C), de mogelijkheid van een dading inderdaad onderzocht is. Er werd echter uiteindelijk geen dading afgesloten. De bestuursdocumenten die in dat kader zijn opgemaakt zijn dan ook niet af of onvolledig, zo staat in de brief te lezen. Overeenkomstig artikel II.33, 2°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, wordt de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen. De VLM bevestigt aan de beroepsinstantie niet in het bezit te zijn van een afgesloten dading. Deze vaststellingen volstaan voor de beroepsinstantie om te besluiten dat het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op onbestaande documenten. De beroepsinstantie kan enkel vaststellen dat de VLM niet beschikt over de gevraagde dading en dat er dus ook geen afschrift kan worden verstrekt. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op bestaande informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep voor wat betreft de door de beroeper geviseerde dading dan ook als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 29 juli 2021 tegen de beweerde ontstentenis van beslissing van de VLM naar aanleiding van de vraag om een afschrift te verlenen van de dading die werd afgesloten tussen verschillende partijen in verband met een opgelegde bestuurlijke maatregel aan xxx, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 8 september 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/325

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-325.pdf by Vlaanderen-be - Issuu