ADVIES 19 januari 2022
Programmatieaanvragen buitengewoon basisonderwijs schooljaar 2022-2023
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 10 december 2021 Uitgebracht door de Raad Basisonderwijs op 19 januari 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: technische werkgroep Programmaties basisonderwijs op 14 december 2021 onder voorzitterschap van Eric d’Hooghe Dossierbeheerder: Eric d’Hooghe
Inhoud 1
Situering .......................................................................................................................................... 2
2
Criteria ............................................................................................................................................. 2
3
2.1
Administratieve criteria .......................................................................................................... 2
2.2
Omgevingsanalyse.................................................................................................................. 2
2.3
Expertise en professionalisering ........................................................................................... 3
2.4
Infrastructuur en materiële voorzieningen ........................................................................... 3
Advies .............................................................................................................................................. 3 3.1
Algemene opmerkingen ......................................................................................................... 3
3.1.1
Tijdige communicatie naar de scholen ......................................................................... 3
3.1.2
Advisering van programmaties voor type in een nieuwe op te richten school ........... 3
3.1.3
Aanvragen tot oprichting van een type van vrije keuze ............................................... 4
Bronnen................................................................................................................................................... 4
1
vlor.be
1 Situering Het artikel 111 van het decreet Basisonderwijs bepaalt dat de Vlor advies uitbrengt over de oprichting van een nieuw type in het buitengewoon basisonderwijs. De Vlor ontving op 10 december 2021 van AGODI een adviesvraag over de programmatieaanvragen voor het buitengewoon basisonderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023. Het betreft 5 aanvragen, waarvan 1 voor de oprichting van een nieuw type in een bestaande school en 4 voor een type in een nieuwe op te richten school.
2 Criteria Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs bepaalt in artikel 9 op basis van welke beoordelingscriteria de programmatieaanvragen voor de oprichting van een nieuw type in het buitengewoon basisonderwijs moeten worden beoordeeld.1 Dat geeft uitvoering aan de bepalingen over rationalisatie en programmatie van het buitengewoon basisonderwijs zoals omschreven in het decreet Basisonderwijs, zoals gewijzigd. De Vlor neemt die criteria over, maar groepeert ze in vier categorieën.
2.1 Administratieve criteria •
•
Werd er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité en wat is de inhoud van het protocol? Is er overleg gepleegd met de schoolraad en wat is het resultaat van het overleg? (art. 9, 8°). Voor dit punt werd ook getoetst of er desgevallend een verklaring is voor het feit dat er geen LOC is. Heeft de oprichting betrekking op het niveau basisonderwijs of op het niveau kleuteronderwijs of lager onderwijs afzonderlijk? (art. 9, 7°)
2.2 Omgevingsanalyse •
•
1
Worden in het programmatievoorstel de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod? (art. 9, 1°) Wordt, in relatie tot het reeds bestaande aanbod van het type of programmatieaanvragen van andere scholen voor hetzelfde type buitengewoon onderwijs, een redelijke spreiding beoogd, rekening houdend met de groep, vermeld in artikel 3, 21°, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, met de wetenschappelijk te verwachten prevalentie en met het oog op een optimale organisatie van het leerlingenvervoer? (art. 9, 2°)
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wat betreft programmatieaanvragen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs, 17 juni 1997.
2
vlor.be
•
Worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd? (art. 9, 3°)
2.3 Expertise en professionalisering • •
Beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomend aanbod waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft? (art. 9, 4°) Zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe type of zijn dergelijke inspanningen gepland? (art. 9, 5°)
2.4 Infrastructuur en materiële voorzieningen •
Heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het type dat ze wil programmeren? (art. 9, 6°)
3 Advies 3.1 Algemene opmerkingen 3.1.1 Tijdige communicatie naar de scholen De Vlor brengt dit advies over de programmatie-aanvragen ruim binnen de adviestermijn uit. De raad dringt bij de Vlaamse regering aan om tijdig haar beslissing over de programmaties uit te brengen en vraagt ook de minister nogmaals om scholen tijdig op de hoogte te brengen van de uiteindelijke beslissing.2 Scholen moeten de tijd krijgen om zich te kunnen voorbereiden op het volgende schooljaar, ook in samenwerking met andere betrokken actoren. Scholen moeten ook tijdig kunnen communiceren naar ouders. Op het moment dat ouders hun kind willen inschrijven voor volgend schooljaar is er adequate informatie nodig over het onderwijsaanbod.
3.1.2 Advisering van programmaties voor type in een nieuwe op te richten school De Vlor stelt nogmaals vast dat de programmatieprocedure van het decreet Basisonderwijs enkel betrekking heeft op de oprichting van types en niet op de oprichting van scholen. Daarenboven stelt de raad vast dat de regelgeving voor het buitengewoon secundair onderwijs expliciet bepaalt dat een nieuwe op te richten school, ontstaan door afsplitsing niet wordt beschouwd als een programmatie-aanvraag. De Vlor vraagt om dit in de toekomst voor het buitengewoon basisonderwijs, net als in het buitengewoon secundair onderwijs, uitdrukkelijk te omschrijven zodat alle onduidelijkheid wordt uitgesloten.
2
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wat betreft programmatieaanvragen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs. 17 juni 1997, art 8 vermeldt: Het agentschap deelt de beslissing van de Vlaamse Regering binnen een periode van twee weken schriftelijk mee aan het schoolbestuur
3
vlor.be
De Vlor brengt over deze dossiers een gunstig advies uit, indien het dossier voldoet aan de gewenste criteria om ontvankelijk verklaard te worden. De Vlor blijft zeker bereid tot verder overleg indien in deze dossiers enige onduidelijkheid zou rijzen.
3.1.3 Aanvragen tot oprichting van een type van vrije keuze De Vlor brengt geen advies uit over de oprichtingsdossiers voor een nieuw type van vrije keuze. Daarvoor baseert de raad zich op het decreet basisonderwijs (art. 101) dat bepaalt dat voor de oprichting van een nieuw type van vrije keuze de Vlaamse regering een beslissing neemt na advies van AGODI en de onderwijsinspectie.3 In het Besluit van de Vlaamse regering (BVR) wordt echter niet herhaald dat het advies van de Vlor niet vereist is voor deze oprichtingsdossiers.4 Dat zorgt voor verwarring. De Vlor vraagt dan ook om de formulering in het BVR beter af te stemmen op de betreffende artikels van het decreet basisonderwijs en de interpretatiemogelijkheid zo klein mogelijk te houden. Ook een heldere communicatie vanuit de overheid is nodig. In de oorspronkelijke adviesvraag werden twee dossiers toegevoegd die een aanvraag waren tot oprichting van een type van vrije keuze. De Vlor werd achteraf door de overheid op de hoogte gebracht dat hij over deze twee dossiers geen advies moest uitbrengen. Tot slot signaleert de Vlor de blijvende nood aan transparantie ten aanzien van alle onderwijspartners over de wijzigingen in het onderwijslandschap. Hierna volgt het concrete advies met vermelding van de dossiers. Dat wordt niet gepubliceerd op de website van de Vlor.
Bronnen Decreet basisonderwijs. 25 februari 1997. Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wat betreft programmatieaanvragen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997
3 4
Decreet basisonderwijs. 25 februari 1997, Besluit van de Vlaamse regering betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs. 17 juni 1997
4
vlor.be
betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs, 17 juni 1997. Besluit van de Vlaamse regering betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs. 17 juni 1997
5
vlor.be