Skip to main content

De_Vlaamse_landbouwconjunctuurindex_najaar_2011.pdf

Page 1

De Vlaamse Landbouwconjunctuurindex Resultaten enquête najaar 2011 Tom Coulier José Gavilan Dirk Van Gijseghem

Vlaamse Overheid Departement Landbouw en Visserij Afdeling Monitoring en Studie Ellipsgebouw (6de verdieping) Koning Albert II - laan 35, bus 40 1030 Brussel http://www.vlaanderen.be/landbouw

November 2011

Inleiding Deze zesmaandelijkse conjunctuurbarometer werd specifiek ontwikkeld om inzicht te krijgen in de economische schommelingen, het ondernemersvertrouwen en de geplande investeringen van de Vlaamse land- en tuinbouwsector. Dit is het rapport van de tiende enquêteronde gehouden in het najaar van 2011 (september) bij de 750 Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven die deel uitmaken van het Vlaams Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN). De uitgebreide methodologische beschrijving en de voorgaande zesmaandelijkse rapporten kunnen teruggevonden worden op de website van het beleidsdomein Landbouw en Visserij (www.vlaanderen.be/landbouw/studies).

Resultaten conjunctuurenquête 1. De landbouwconjunctuurindex voor Vlaanderen Voor de berekening van de conjunctuurindex werd aan de bedrijven een aantal vragen gesteld over de omzet, productie, personeel en prijzen. De antwoorden werden geëxtrapoleerd naar de totale Vlaamse landbouwpopulatie op basis van de meest recente landbouwtelling van de FOD Economie. De index kan in theorie gaan van -100 (landbouwers unaniem negatief) tot +100 (landbouwers unaniem positief). Figuur 1: Evolutie van de Vlaamse landbouwconjunctuurindex 15 10

10 5

Landbouwconjunctuurindex

7

4 2 0,5

index

0 -5

-9

-9

-10

-12 -15 -19

-20

-22

-25

11 20

11 20 ar ja na

ar ja or vo

10 20

10 20 ar ja na

ar ja or vo

09 20

09 20 ar ja na

ar ja or vo

08 20

08 20 ar ja na

ar ja or vo

07 20

07 20 ar ja na

ar ja or vo

De afvlakking die in het voorjaar van 2011 optrad, zet zich voort in een daling tot -12. Van het optimisme van vorig najaar blijft weinig over. 2011 was voor veel land- en vooral tuinbouwsectoren dan ook een jaar om vlug te vergeten.

1


Wanneer de deelaspecten van de index (figuur 2) apart geanalyseerd worden, wordt duidelijk dat de dalende trend bij elk deelaspect van de index ongeveer gelijklopend is. De toekomstverwachtingen dalen met 13 eenheden tot -6, en doen daarmee iets minder slecht dan de tevredenheid over de situatie en de evolutie van het bedrijf gedurende de laatste 6 maanden. Deze twee deelaspecten dalen elk met 15 eenheden ten opzichte van het voorjaar van 2011, tot respectievelijk -21 en -12. Figuur 2: Evolutie van de Vlaamse landbouwconjunctuurindex per deelaspect 30 Economische evolutie Tevredenheid over de situatie

20 16 10

index

0

77 -1

18 10 7 1

Toekomstverwachtingen

0,5 -2 -9

-10

Landbouwconjunctuurindex

8

4

1 -2 -9

-6

-19

-22 -30

-30

-36 -40

-4 -9 -13

-14 -20

9 6 4

7 3 2 -6

-12

-19 -27

-6

-21 -25

-37

-50 voorjaar 2007

najaar 2007

voorjaar 2008

najaar 2008

voorjaar 2009

najaar 2009

voorjaar 2010

najaar 2010

voorjaar 2011

najaar 2011

2. De landbouwconjunctuurindex per deelsector De index voor de acht specifieke deelsectoren wordt weergegeven in figuur 3 en figuur 4. Alle landbouwsectoren, met uitzondering van de varkenssector, scoren met hun index boven de gemiddelde landbouwconjunctuurindex. De tuinbouwsectoren zitten allemaal onder het gemiddelde. Het vertrouwen van de akkerbouwsector daalt tot -9. De daling is vooral toe te schrijven aan de ontevredenheid over de economische evolutie. De grote aardappeloogst zorgt voor lage prijzen op de vrije markt. Meer dan 50% van de akkerbouwers schat de prijsevolutie voor hun product negatief in. De tarweprijs behaalt een behoorlijk niveau, maar de productie valt wat tegen. Doordat de situatie voor de melkveesector (+2) niet echt veranderd is, bevindt de index zich tegen het nulpunt. Deze sector is de enige waarvoor de index positief blijft. De melkveehouders geven aan dat de melkprijs licht gestegen is, maar zijn bang voor een daling van de melkprijs, waarschijnlijk ingegeven door een lichte daling in september. Daarnaast verwachten ze ook minder vraag naar hun product. Toch geven ze aan dat de situatie van hun bedrijf niet slecht is, en dat de evolutie van de afgelopen 6 maanden positief was. De vleesveesector (-4) zet de daling die in het voorjaar ingezet was, voort. Alle deelaspecten (heden, voorbije zes maanden en verwachtingen komende zes maanden) van de index scoren negatief. De vleesveehouders geven aan dat ze de afgelopen zes maanden veel geproduceerd hebben, maar dat de vraag tegenviel. Over de prijsevolutie zijn ze zeer negatief, en ze verwachten niet dat de prijs zal verbeteren. De variabele kosten stijgen wel, zonder dat de verkoopprijs volgt. De crisis in de varkenssector (-20) houdt aan. Waar de varkenshouders in het voorjaar de zomer nog hoopvol tegemoetzagen, geven ze nu aan dat de zomer niet bracht wat ze ervan verwacht hadden, en zien ze de winter negatief tegemoet. De licht verbeterde prijs voor vleesvarkens gedurende de zomer werd tenietgedaan door zeer hoge voederkosten.

2


Figuur 3: Evolutie van de conjunctuurindex voor de verschillende landbouwsectoren 40 Landbouwconjunctuurindex Akkerbouw

30

Melkvee Vleesvee

20

Varkensteelt 10

10

index

7

4

0.5 0

2 2

-9

-10

-9 -19

-20

-4 -9 -12 -20

-22 -30 -40 voorjaar 2007

najaar 2007

voorjaar 2008

najaar 2008

voorjaar 2009

najaar 2009

voorjaar 2010

najaar 2010

voorjaar 2011

najaar 2011

Bij de groenten in openlucht (-23) zorgt een slechte prijsvorming gedurende de zomer voor een zeer negatieve score. Het goede voorjaarsweer zorgde ervoor dat de vollegrondsgroenten en de glasgroenten gelijktijdig op de markt kwamen. Dat zorgde ervoor dat de prijs gedrukt werd. Daarenboven zorgden de EHEC-perikelen voor een abnormaal laag prijspeil voor alle groenten. De index voor het fruit in openlucht tuimelt tot het absolute dieptepunt (-22) voor die sector. De resultaten van de enquête zijn sterk beïnvloed door de hagelschade van eind augustus. Bij de tuinbouwers die wel konden oogsten, is de stemming niet veel positiever. De hagelschade bij de collega’s zorgde immers niet voor hogere prijzen voor appelen en peren. De groenten- en fruitteeltsector onder glas (-27) is uiterst pessimistisch gestemd, en bereikt ook het absolute dieptepunt sinds het begin van de conjunctuurmetingen. De sector klaagt over de hoge brandstofkosten. De telers hebben de hele winter gestookt om in het voorjaar hun product klaar te hebben. Door het zonnige voorjaar kwamen de vollegrondsgroenten samen met de serregroenten op de markt. Dit grote aanbod zorgde voor lage prijzen. Daarenboven zorgde de EHEC-crisis van afgelopen zomer voor een uiterst lage opbrengst. De index voor siertelers (-24) staat ook ver beneden het nulpunt. De index voor de beoordeling van de situatie van het bedrijf staat op -40. De siertelers beoordelen hun situatie dus als zeer negatief. De sierteelt is de meest crisisgevoelige sector. De telers geven aan dat er geen vraag is naar hun product. Figuur 4: Evolutie van de conjunctuurindex voor de verschillende tuinbouwsectoren 40 Landbouwconjunctuurindex 30

Groenten in openlucht

20

Groente & fruit onder glas

Fruit in openlucht Sierteelt 10

7

10

index

4 0.5

0

2 -9 -9

-10

-12 -22

-20

-22 -23 -24 -27

-19

-30 -40 voorjaar 2007

najaar 2007

voorjaar 2008

najaar 2008

voorjaar 2009

najaar 2009

voorjaar 2010

najaar 2010

voorjaar 2011

najaar 2011

3


3. De landbouwconjunctuurindex per bedrijfsgrootte of leeftijdscategorie De daling van de conjunctuurindex zet zich voort voor alle bedrijfsgroottes en alle leeftijdsgroepen. De verschillen tussen de kleine en grote bedrijven in de steekproef zijn niet erg uitgesproken. De bedrijfsleiders van kleine bedrijven zijn iets minder negatief gestemd dan hun collega’s met grote bedrijven. Bij de leeftijd zien we dat de groep van 51-60 jaar (-14) het meest negatief gestemd is, terwijl de jongere collega’s positiever gestemd zijn (-8 voor 40- en -12 voor 40+). De 60-plussers (-6) zijn het minst negatief gestemd. Figuur 5: Evolutie van de conjunctuurindex naargelang van de grootte van het bedrijf of de leeftijd van de bedrijfsleider 20 kleine bedrijven *

20 tot 40 jaar *

middelgrote bedrijven * 10

41 tot 50 jaar *

grote bedrijven * landbouw conjunctuurindex

6

51 tot 60 jaar * 10

ouder dan 60 jaar * landbouw conjunctuurindex

2 0 0

0 -6 -8

-9

-10

-11

-10 -12 -14

-15 -20

-20

-30

-30

vo na vo na vo na vo na vo na orj j aa orj j aa orj j aa orj j aa orj j aa aa aa aa aa aa r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 00 00 00 01 01 00 00 00 01 01 7 8 9 0 1 7 8 9 0 1

vo na vo na vo na vo na vo na orj j aa orj j aa orj j aa orj j aa orj j aa aa aa aa aa aa r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 r2 00 00 00 01 01 00 00 00 01 01 7 8 9 0 1 7 8 9 0 1

*Zonder extrapolatie naar Vlaanderen

4. Belemmeringen, prijzen en investeringen Naast de vraagstelling bedoeld voor de berekening van de conjunctuurindex werd er in de enquête ook gepolst naar de belemmeringen die de landbouwers ondervinden, de evolutie van aankoopprijzen en geplande investeringen. Deze antwoorden werden geëxtrapoleerd naar het Vlaamse niveau. Eén derde (33%) van de landbouwers zegt geen belemmeringen te ondervinden. De landbouwers die wel belemmeringen zien, geven aan dat het vooral gaat om financiële tekorten (33%) en beperkingen opgelegd door de overheid (28%). Bij de varkensboeren ondervindt 62% financiële belemmeringen. Veel landbouwers (63%) geven aan dat de aankoopprijzen van meststoffen, pesticiden en voeders de afgelopen maanden stegen. De stijgende energieprijs baart 79% van de landbouwers zorgen; 65% van de bedrijfsleiders verwacht dat de prijsstijging voor energie zich zal voortzetten. De komende 6 maanden plant één derde van de bedrijfsleiders investeringen, dit betekent 8% minder dan begin 2011. Het gaat vooral om uitbreidingsinvesteringen (19%), en minder om vervangingsinvesteringen (14%). De landbouwer wil vooral investeren in gebouwen en het machinepark.

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De_Vlaamse_landbouwconjunctuurindex_najaar_2011.pdf by Vlaanderen-be - Issuu