Zindelijkheid positief ondersteunen
Op het potje gaan is een belangrijke stap voor een kind. Elk kind wordt zindelijk op zijn of haar tempo. We willen je graag informeren over hoe je een peuter hierbij kan ondersteunen. Dit doe je samen: ouders, opvang, grootouders, … Starten op het gepaste moment op een ontspannen manier is de boodschap. In deze brochure spreken we over je of jouw kind. Ook als opvoed(st)er, grootouder, … ben je even belangrijk om een kind te helpen zindelijk te worden.
Wist je dat? Bijna alle vierjarigen zijn overdag zindelijk voor urine en zowel overdag als ‘s nachts voor stoelgang. Bijna alle vijfjarigen zijn zowel overdag als ‘s nachts zindelijk voor urine. Raadpleeg een arts als je kind: > na 3 jaar overdag nog frequent stoelgang of vegen in zijn of haar onderbroek heeft. > op 4 à 5 jaar overdag nog niet droog is. > op 6 à 7 jaar ‘s nachts nog niet droog is.
2
Wanneer is een kind zindelijk? Een kind is zindelijk als hij of zij: > begrijpt dat pipi en kaka in het potje hoort > voelt dat hij of zij pipi of kaka moet doen en het kan het ophouden tot op het potje of het toilet > wil meewerken Waar het ene kind al rond de leeftijd van 2 jaar zonder luiers kan, duurt het voor andere kinderen tot 4 jaar. Elk kind volgt immers zijn of haar tempo. Bij veel kinderen gaat het zindelijk worden vlot en met minimale ondersteuning.
Natuurlijke ontwikkeling Kinderen krijgen stap voor stap meer controle over hun lichaam. Dit is nodig om te kunnen starten met het potje. > Baby’s plassen onbewust en reflexmatig zodra de blaas voor een deel gevuld is. Dit gebeurt tot wel 20 keer per dag. Ook stoelgang maken gebeurt vanzelf. > Peuters worden zich bewust van hun lichaam en krijgen een willetje. Ze beginnen bewust de blaasvulling te voelen. Ze merken op dat ze geplast hebben of een volle luier hebben. > In een volgende fase, die meestal start tussen 2 en 3 jaar, krijgen kinderen stilaan ‘controle’. Ze kunnen pipi en kaka even ophouden en daarna loslaten in het potje of toilet. > Droge nachten zijn de laatste stap in de ontwikkeling.
Klaar voor het potje? De signalen die een kind geeft, zijn belangrijker om dit moment te bepalen dan een vaste leeftijd of de start van de kleuterschool. Zo start je niet te vroeg, maar ook niet te laat.
Kansen om te oefenen en een leerproces Zindelijk worden is niet alleen een natuurlijk rijpingsproces, maar ook een leerproces. Je peuter leert begrijpen wat van hem of haar wordt verwacht. Je kind heeft kansen nodig om te oefenen. Hierbij kan jij je kind stimuleren en positief aanmoedigen (zie stappenplan pagina 7).
3
Zindelijk worden op school Is je kind nog niet droog/proper als hij of zij naar school gaat, bespreek dit dan met de kleuterleid(st)er. Je kind mag hiervoor niet geweigerd worden. Je kan samen bekijken hoe en wanneer je met de potjestraining start. Zindelijkheid hoort bij het opgroeien en is niet iets waarover je je moet schamen.
Zie je een aantal signalen uit deze lijst? Dan kan je het potje tevoorschijn halen.
4
Checklist
rijpheidssignalen BEGRIJPEN: Je kind kan ... voorwerpen brengen naar waar ze horen, bv. blokjes in de doos. Je kind begrijpt: pipi hoort in het potje. voldoende taal begrijpen en eenvoudige aanwijzingen opvolgen. Je kind begrijpt de opdracht: ‘Kom, we gaan op het potje’. ‘het’ vertellen of zijn of haar spel onderbreken. Je kind is er zich bewust van dat hij of zij iets in de luier gedaan heeft of aan het doen is. een natte of vuile luier als onprettig ervaren.*
KUNNEN: Je kind kan ... regelmatig langere tijd zijn of haar luier droog houden, bv. na het middagdutje is de luier nog droog. aangeven dat hij of zij moet gaan plassen of kaka doen.
alleen stappen, zelfstandig gaan zitten en weer opstaan.
zelf of met enige hulp zijn of haar onderbroekje optrekken of laten zakken.
WILLEN: Je kind wil ... zo snel mogelijk van een natte of vuile luier af, want je kind vindt het vervelend. *
weten wat er gebeurt op het potje of toilet, je kind is nieuwsgierig.
meewerken, de eigen wil tonen (en soms ook ‘neen’ zeggen). Door de kwaliteit van de huidige luiers voelt een natte luier niet vervelend, waardoor dit signaal minder duidelijk is. *
5
Basistips
om je peuter te ondersteunen > Je kan je peuter helpen om zich bewust te worden van het plassen en stoelgang maken. Zie je dat je kind hurkt, even stopt met spelen of een rustig plekje zoekt, zijn of haar gezichtsuitdrukking verandert of je kind de handen aan de billetjes houdt, benoem dan dat je kind pipi of kaka doet. > Hou het leuk, speels en ontspannen. > Blijf geduldig, ook als het niet lukt. > Leg geen druk en straf je kind niet als het niet lukt.
> Neem kleine stapjes: je kind zal misschien eerst met het potje willen spelen, dan er even op gaan zitten met de kleren aan, tenslotte pas met de billetjes bloot. > Zindelijkheid werkt best als ouders, opvang, onthaalouder, school, grootouders of andere opvoeders op dezelfde manier ondersteunen. Maak samen afspraken over hoe jullie het zullen aanpakken en hoe je elkaar kan helpen in de ondersteuning.
> Geef je kind tijd om te leren. Heb vertrouwen.
Het stappenplan op de volgende bladzijden (en het Plaspoort), kunnen jullie hierbij op weg zetten. kindengezin.be > brochures en video’s > brochures > plaspoort
Wat is een goed potje? Een potje waarbij: > je kind stevig en comfortabel zit > je kind met beide voeten op de grond steunt > de knieën op gelijke hoogte met de heupen staan of iets hoger Wil je het toilet gebruiken, dan kan dat met: > een opstapje zodat de voeten kunnen steunen en > een verkleinbril, zodat je kind ontspannen zit en geen angst heeft om in het toilet te vallen.
6
Stappenplan voor overdag
Vroeg begonnen Verluier je je baby of merk je dat je kind pipi of kaka aan het doen is, benoem dan wat er gebeurt. Zo help je je kind om te beseffen wat er gebeurt. Kaka en pipi doen hoort bij het dagelijks leven en is niet vies.
Zindelijkheid, zo pak je het aan
Voorbereiden en wennen aan het potje > Haal alvast een potje in huis en laat je kind hiermee spelen. > Praat over het potje en laat je kind eventueel eens meegaan naar het toilet. Zo laat je zien waar het toilet is, hoe je het gebruikt en waarvoor het dient.
youtu.be/HOE1GZbEKZE
> Er zijn heel wat mooie voorleesboekjes over zindelijk worden. Samen filmpjes bekijken is ook leuk. Je kind leert zo de nodige woorden (pipi, kaka, potje, droog, nat, ...) en leert begrijpen waarvoor het potje dient. > Blokken of andere voorwerpen in- en uitladen, helpt om het woord ‘in’ te begrijpen. De blokken horen ‘in’ een doos. Pipi hoort ‘in’ het potje.
Wanneer deze stap? Met stap 2 kan je starten rond de leeftijd van 18 maanden of bij interesse (zie rijpheidssignalen, pagina 5).
> Je kan het verschil tussen nat en droog benoemen en laten ervaren bv. bij het verluieren, de afwas of in bad gaan. > Een knuffelbeer of pop op het potje kunnen het goede voorbeeld geven. > Nodig je kind regelmatig uit om op het potje te gaan zitten, bv. voor je kind in bad gaat.
7
Het potje met regelmaat gebruiken Je kan het potje aanbieden op dagelijks terug kerende momenten, zoals: > na het opstaan > na het eten (ontbijt, middagmaal, vieruurtje en avondmaal) > voor het slapen gaan > en als je kind er zelf om vraagt
Wanneer deze stap? Als je kind het aangeeft (je merkt enkele duidelijke rijpheidssignalen) of vanaf 2 jaar.
Door de voorspelbaarheid zal je peuter makkelijker meewerken. Je kan het potje ook aanbieden als je merkt dat je kind pipi of kaka moet doen of er zelf om vraagt.
Praktisch: > Doe je kind gemakkelijke kledij aan. > Een ontspannen zithouding is nodig om op een goede manier te kunnen plassen. Laat je kind met de benen licht gespreid zitten, het onderbroekje tot op de enkels. > Een boekje erbij, wat vertellen, … kan zorgen voor een ontspannen sfeer. > 2 à 5 minuten op het potje is voldoende. > Wacht na een plasje 1,5 uur à 2 uur om het potje terug aan te bieden. Als de luier nog droog is, heb je meer kans dat je kindje nog moet plassen. > Het voorbeeld van anderen kan motiverend werken. > Reageert je kind angstig of verzet hij of zij zich heftig, wacht dan een aantal weken en start dan opnieuw.
Enkele tips > Op de vraag ‘Kom je op het potje?’ zal een peuter in zijn nee-fase wellicht ‘nee’ antwoorden. Geef daarom liever een duidelijke instructie, zoals ‘Kom, tijd voor het potje!’. > Als je tussendoor af en toe aan je kind vraagt of hij of zij moet plassen, help je je kind aandacht te schenken aan het gevoel van druk. > Moedig elke stap in de goede richting aan met bv. een welgemeende ‘bravo!’ of zing een liedje nadat je kind even op het potje ging zitten. > Straffen of boos worden helpt niet. Integendeel, het kan druk en spanning zetten op je peuter waardoor het zindelijk worden, bemoeilijkt wordt. > Overleg over de aanpak met alle betrokkenen: ouders, opvang, grootouders, kleuterschool, … Het ‘Plaspoort’ is een handig hulpmiddel hierbij.
8
Luier uit Als de luiers van je kind regelmatig langere tijd (2 uur) droog blijven of als je denkt dat je kind er klaar voor is, kan je de luier uit laten. Overleg als ouders met de opvang en omgekeerd. Kies een moment waarop het haalbaar is om je kind enkele dagen goed op te volgen.
Praktisch: > Trek je kind een onderbroekje aan. Als je kind een natte broek voelt, is hij of zij meer gemotiveerd om zijn of haar plas op te houden. > Laat je kind voldoende en regelmatig drinken. > Hou zowel thuis als in de opvang de vaste momenten aan. > Laat de luier ook uit na een ongelukje en bij een uitstap. Als er dingen gebeuren die veel energie vragen in het leven van je kind, zoals een baby erbij in het gezin, een verhuis, ... is een tijdelijke terugval niet abnormaal. Geef je kind tijd en ruimte om aan deze nieuwe situatie te wennen.
Enkele tips > Als het potje op een vaste plaats staat, kan je kind het makkelijk vinden. > Een onderbroekje in een grotere maat gaat makkelijker op en af. > Ongelukjes horen erbij. Doe rustig propere kleren aan, zonder te veel aandacht voor het ongelukje en stel je kind gerust: ‘Het is niet zo erg, het zal je wel lukken! Ik zorg voor je.’ > Zie je op tegen een natte autostoel of buggy? Een waterdichte onderlegger/ beschermer kan een oplossing bieden. > Is de luier uit laten op een bepaald moment eens moeilijk? Als je eerst het onderbroekje aantrekt en daarover de luier, voelt je peuter toch dat hij of zij nat is. 9
Oei, Kaka doen! Heel wat peuters kunnen angstig zijn om kaka te doen op het potje. Ze plassen flink op het potje, maar wachten met stoelgang tot ze een luier aan hebben. Vaak kruipen ze dan even weg in een hoekje om daar rustig hun behoefte te doen.
Hoe kan je best reageren? > Je kind voelt dat hij of zij stoelgang moet maken. Dat is positief. Moedig dit aan en verwacht nog niet dat het op het potje gebeurt. Het is heel belangrijk dat je kind regelmatig kaka doet en het niet dagenlang ophoudt. > Laat je kind een rustig plekje zoeken. Plaats het potje daar of zet het potje in het toilet. > Geef je kind tijd. Na enkele weken zal je kind ook spontaan kaka doen op het potje.
Merk je dat dit niet helpt, dan kan je volgende stappen inbouwen:
10
1
met luier op het potje
2
met luier los op het potje
3
luier open in het potje leggen
4
luier weg
Maak hier niet te snel een probleem van: je kind vindt het nog moeilijk om zijn of haar kaka ‘af te staan’ aan het potje en houdt nog even vast aan de ‘veilige’ luier. Je kind bepaalt nu eigenlijk al zelf wanneer en waar hij of zij kaka doet en heeft dus al controle.
Zindelijk worden ‘s nachts Het zindelijk worden ’s nachts komt gewoonlijk vanzelf. Hier kan je niet veel aan doen. Het gaat vooral om rijping. Als je merkt dat je kind ‘s ochtends regelmatig een droge luier heeft, kan je de luier uitlaten. Tot de leeftijd van 7 jaar zijn natte luiers niet abnormaal.
Tips op een rijtje > Je kan de luier uit laten als die minstens 5 nachten op 7 droog blijft. > Laat je kind de hele dag door (ook na 16 uur) normaal drinken. > Natte luiers wijzen erop dat het lichaam van je kind er niet klaar voor is. Word niet boos als het niet lukt: je kind kan hier niets aan doen. > Ongelukjes gebeuren: een goede matrasbeschermer komt van pas. > Maak je kind ’s nachts niet wakker om te plassen. Een kind wordt niet zindelijk door het wakker te maken. Kinderen die zindelijk zijn, worden zelf wakker als ze moeten plassen.
11
Meer info, advies of hulp nodig? > Praat erover met de verpleegkundige of arts van Kind en Gezin of vraag een spreekuur opvoedingsondersteuning aan bij een verpleegkundige of psychopedagoog van het team. > Bel de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of chat via kindengezin.be > contact > Lees meer tips en bekijk onze filmpjes via kindengezin.be > ontwikkeling en gedrag > zindelijkheid > Is je kind ouder dan 3 jaar dan kan je terecht bij het CLB, bijvoorbeeld tijdens het contact in de eerste kleuterklas. > Ook in de opvoedingswinkel of in het Huis van het Kind van je gemeente kan je met je vragen terecht.
Opgroeien Verantwoordelijke uitgever Katrien Verhegge Administrateur-generaal Opgroeien Hallepoortlaan 27 1060 Brussel opgroeien.be kindengezin.be D/2022/4112/1
Als medewerker in de kinderopvang kan je terecht bij de pedagogische en taalondersteuners.