Vlaanderen is open ruimte
Landinrichting
Moervaartvallei ONDERZOEK NAAR DE OPPORTUNITEIT EN HAALBAARHEID VLM Regio West - mei 2018 Versie bij definitieve vaststelling van het GRUP Moervaartvallei - fase 1
Vlaamse overheid
VLM.be OMGEVINGVLAANDEREN.be
Landinrichting
Moervaartvallei COLOFON Uitvoerder:
Vlaamse Landmaatschappij, Regio West Virginie Lovelinggebouw, Koningin Maria Hendrikaplein 70 pb 75 - 9000 Gent 09 244 85 00 - www.vlm.be - info@vlm.be
Opdrachtgever:
Departement Omgeving Afdeling GOP Ferraris-gebouw, lokaal 02P21 Koning Albert II-laan 20 bus 20 - 1000 Brussel
Redactie:
Het rapport m.b.t. het onderzoek naar de opportuniteit en haalbaarheid van het landinrichtingsproject Moervaartvallei is opgemaakt door het volgende projectteam: Stefan De Brabander, projectleider
Stefan.DeBrabander@vlm.be
Ann De Grande, projectmedewerker ecologie Bert Barla, projectmedewerker omgevingskwaliteit Cecile Bauwens, projectmedewerker landbouw Ghislain Vanderpoorten, projectmedewerker erfgoed en landschap Jeroen Seynaeve, projectmedewerker recreatie Korneel Gheysen, projectmedewerker archeologie Laurence Devenijn, projectmedewerker grondmobiliteit Pieter Vercammen, projectmedewerker water
Ann.DeGrande@vlm.be Bert.Barla@vlm.be Cecile.Bauwens@vlm.be Ghislain.Vanderpoorten@vlm.be Jeroen.Seynaeve@vlm.be Korneel.Gheysen@vlm.be Laurence.Devenijn@vlm.be Pieter.Vercammen@vlm.be
Coverfoto: Projectbureau
Datum rapport: mei 2018
Status/Revisie: Versie 2.1
LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI
Onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid Versie (mei 2018) bij vaststelling van het GRUP Moervaartvallei -fase 1
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2
3
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.6 3.6.1 3.6.2 3.7 3.7.1 3.7.2 3.8 3.8.1 3.8.2
Inleiding ............................................................................................... 1 Juridische basis landinrichting situering en aanleiding project “Moervaartvallei” Vraag naar gecoördineerde inzet van instrumenten voor inrichting en beheer “OOh landinrichtingsproject Moervaartvallei” Status en proces “OOh landinrichtingsproject Moervaartvallei”
1 3 4 5 6
Bestaande structuur Moervaartvallei ................................................... 8 Juridische en beleidsmatige context projectgebied “Moervaartvallei” Ruimtelijke ordening Natuur Erfgoed & Archeologie Water Landbouw aanwezige functies en kwaliteiten voor ontwikkeling van de Moervaartvallei
8 8 9 12 14 15 17
Lopende, geplande, geprogrammeerde of gewenste initiatieven m.b.t. inrichting en beheer van de open ruimte in het projectgebied “Moervaartvallei” ............................................................................... 22 Inleiding 22 Lopend project: Strategisch Open ruimteproject Moervaart 22 Initiatiefnemer(s) en status 22 Doel en timing 23 Gewenst project: Optimalisatie landbouwstructuur en vitale plattelandseconomie in de Moervaartvallei 24 Motivering wenselijkheid 24 Mogelijke partners en timing 25 Gewenst project: Geïntegreerd waterbeheer Moervaartvallei en land van Zuidlede 26 Motivering wenselijkheid 26 Mogelijke partners 28 Gewenst project: Realiseren van de herbevestigde en nieuwe groene bestemmingen uit GRUP FASE 1. 29 Motivering van de wenselijkheid 29 Gewenst project: Realiseren van de europese instandhoudingsdoelstellingen in het projectgebied 38 Motivering wenselijkheid 38 Mogelijke partners 41 Gewenst project: Uitwerken recreatief netwerk met Provinciaal Domein en valleidorpen als recreatieve steunpunten. 42 Motivering wenselijkheid 42 Mogelijke partners 43 Gewenst project: Versterken Moervaartvallei als een herkenbaar en beleefbaar landschap 44 Motivering wenselijkheid 44 Mogelijke partners 45
4 4.1 4.2
4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4
5 5.1
6
Onderzoek naar de opportuniteit en de Haalbaarheid van een landinrichtingsproject “Moervaartvallei” ........................................... 46 Motivatie van de meerwaarde van de instelling van een landinrichtingsproject “Moervaartvallei” Motivatie waaruit blijkt dat het voorgesteld landinrichtingsproject Moervaartvallei voldoet aan het Beleid op vlak van behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte Voorstel landinrichtingsproject Moervaartvallei Doelstelling Gebiedsafbakening Niet-limitatief overzicht van de bij de uitvoering betrokken partners Financiering Voorstel tot samenstelling van de planbegeleidingsgroep voor het landinrichtingsproject Moervaartvallei
46
47 49 49 50 51 52 55
Bijlagen............................................................................................... 58 raamovereenkomst (ontwerp) tussen de partners voor realisatie van het landinrichtingsproject Moervaartvallei
58
Kaartenatlas ....................................................................................... 59
1
INLEIDING
1.1 JURIDISCHE BASIS LANDINRICHTING Voorliggend document is een onderzoek naar de opportuniteit en haalbaarheid van een landinrichtingsproject voor de Moervaartvallei. Het doel van landinrichting wordt in art. 1.1.3 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting omschreven als: “De afstemming en de toepassing op geïntegreerde wijze van instrumenten en de uitvoering van maatregelen die gericht zijn op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte.” Een landinrichtingsproject kan volgens artikel 3.1.1. van het decreet van 28 maart 2014 door de Vlaamse regering ingesteld worden onder volgende voorwaarden: “De Vlaamse Regering kan een landinrichtingsproject instellen als het landinrichtingsproject bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat: 1° ofwel de Vlaamse Regering voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte; 2° ofwel een provincie of een gemeente voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering; 3° ofwel een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest is belast met taken van openbaar nut uitvoert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als de uitvoering van dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering. Een landinrichtingsproject wordt voorbereid en uitgevoerd met het oog op een participatieve, geïntegreerde en gebiedsgerichte aanpak. Dit houdt in dat de verschillende functies, kenmerken en kwaliteiten die in het gebied voorkomen mee in overweging worden genomen bij het bepalen en het uitwerken van doelstellingen, maatregelen en de daarvoor in te zetten instrumenten, als die functies, kenmerken en kwaliteiten kunnen worden beïnvloed door de gevraagde inrichting of het gevraagde beheer van de open ruimte. In het eerste en het tweede lid wordt verstaan onder open ruimte: een gebied waarin de onbebouwde ruimte overweegt maar waarin elementen van bebouwing en infrastructuur die samenhangen met de onbebouwde ruimte kunnen voorkomen en plaatselijk kunnen overwegen.” Het besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 2014 betreffende de landinrichting legt nadere regels vast m.b.t. landinrichting. Hierin o.a. nadere regels m.b.t. de toepassing van de in deel 2, Titel 1 van het decreet van 28 maart 2014 beschreven instrumenten in te zetten via landinrichtingsprojecten.
1
“Art. 3.1.1.1. Een landinrichtingsproject kan ingesteld worden om een antwoord te bieden op een vraag naar inrichting of beheer van de open ruimte. Art. 3.1.1.2. De minister geeft het agentschap de opdracht om een onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid van een landinrichtingsproject uit te voeren. Een onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid van een landinrichtingsproject omvat ten minste: 1° een motivatie van de meerwaarde van de instelling van een landinrichtingsproject in een welbepaald gebied; 2° een motivatie waaruit blijkt dat het landinrichtingsproject voldoet aan het doel van landinrichting, vermeld in artikel 1.1.3 van het decreet van 28 maart 2014, en dat het voldoet aan het beleid, vermeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het voormelde decreet; 3° een voorstel van landinrichtingsproject waarin het volgende is opgenomen: a) de doelstellingen van het landinrichtingsproject; b) de gebiedsafbakening van het landinrichtingsproject; c) een niet-limitatief overzicht van de partners die betrokken zijn bij de uitvoering van het landinrichtingsproject; d) een raming van de kosten van het landinrichtingsproject en een indicatie van de wijze van financiering van het landinrichtingsproject, alsook een raming van de subsidies voor landinrichting die vermoedelijk uitgekeerd zullen worden voor het landinrichtingsproject en voor uitvoeringsinitiatieven als vermeld in artikel 3.4.2 van het voormelde decreet. Art. 3.1.1.3. Het onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid van het landinrichtingsproject wordt door het agentschap bezorgd aan de programmacommissie. De programmacommissie verleent advies aan het agentschap over het voorstel van landinrichtingsproject. Het agentschap kan op basis van dat advies het voorstel van landinrichtingsproject aanpassen. Art. 3.1.1.4. De dienst bezorgt de volgende stukken aan de minister, aan het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waarop het voorstel van landinrichtingsproject betrekking heeft, en aan de deputatie van elke provincie waarop het voorstel van landinrichtingsproject betrekking heeft: 1° het onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid van een landinrichtingsproject, waarbij in voorkomend geval het voorstel van landinrichtingsproject is aangepast aan het advies van de programmacommissie; 2° het advies van de programmacommissie; 3° in voorkomend geval, de wijze waarop het agentschap rekening heeft gehouden met het advies van de programmacommissie. Art. 3.1.1.5. De Vlaamse Regering keurt het voorstel van landinrichtingsproject goed en stelt het landinrichtingsproject in.
2
Art. 3.1.1.6. De beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 3.1.1.5, wordt door het agentschap bezorgd aan de volgende instanties: 1° het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waarop het ingestelde landinrichtingsproject betrekking heeft; 2° de deputatie van elke provincie waarop het ingestelde landinrichtingsproject betrekking heeft; 3° de programmacommissie.
1.2 SITUERING EN AANLEIDING PROJECT “MOERVAARTVALLEI” De Moervaartvallei is een laaggelegen gebied ten noordoosten van Gent. Het is een laaggelegen aaneengesloten open ruimte gebied tussen de waterlopen Moervaart en Zuidlede. Landschappelijk is het steeds een waterrijke depressie geweest waarbij de bebouwing geconcentreerd is aan de randen of op de hoger gelegen donken. Vanaf 1930 is het gebied steeds minder onder invloed gekomen van de getijdenwerking en wordt het waterpeil op een constant niveau gehouden aangepast aan het niveau van het kanaal Gent-Terneuzen. Door intensieve bemaling van de depressie werd het gebied geschikter gemaakt voor landbouw met een groot areaal aan weiland en akker. Binnen of aan rand van het projectgebied zijn er enkele Natura 2000 natuurkernen (S-IHD) waarvoor de instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld. Het betreft gebieden ten noorden (Heidebos) en enkele natuurkernen ten zuiden van de Zuidlede en het provinciaal domein Puyenbroeck (Siesmeersbos, Tussen de twee leden, Draaiboom, Etbos, Heernisse-Fondatie). De voorbije jaren is intensief gewerkt aan een open ruimteproject voor de Moervaartvallei. Op 3 april 2009 besliste de Vlaamse Regering via de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, om de Vlaamse Landmaatschappij de opdracht te geven een ontwerp planprogramma op te stellen voor de Moervaartdepressie in de zin van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 betreffende de procedure tot opmaak van landinrichtingsprojecten. Sedert deze beslissing zijn er in het plangebied in functie van de natuurcompensaties voor de Gentse haven een aantal ontwikkelingen ontstaan op het vlak van ruimtelijke planning en inrichting. Hierdoor werd het opstellen van het planprogramma on hold gezet. De mededeling van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014 gaf het project rond de natuurdoelstellingen een nieuwe wending. Deze mededeling gaat uit van een lokaal aangestuurd natuurbeleid voor de Gentse Kanaalzone. De gouverneur van Oost-Vlaanderen kreeg de opdracht om de trekkersrol van dit project op te nemen. In deze hoedanigheid heeft de gouverneur in 2016-2017 intensief overlegd met vertegenwoordigers van de natuursector en de landbouwsector. Dit overleg heeft geleid tot een consensus met een voorstel van volgend drieluik: 1. de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) 2. de inzet van het instrumentarium van het nieuw decreet landinrichting 3. de start van een gebiedsgericht open ruimteproject
3
Het GRUP “Moervaartvallei fase 1” omvat het deel van de Moervaart- en Zuidledevallei op grondgebied Gent, Lochristi, Wachtebeke en Moerbeke met uitsluiting van het als ontginningsgebied bestemde gebied ten zuiden van de kern van Moerbeke. Het GRUP is de juridische onderbouw voor het realiseren van het overeengekomen toekomstperspectief. De overige delen (grondgebied Lokeren, Sint-Niklaas en Stekene) worden in een tweede fase uitgewerkt, waarbij het gaat om de aaneengesloten structuur van natuurgebieden Tussen de Twee Leden-Etbos, De Linie, De Vettemeersbossen en Fondatie-Heernisse en de landbouwgebieden ten noorden van het Kanaal van Stekene.
1.3 VRAAG NAAR GECOÖRDINEERDE INZET VAN INSTRUMENTEN VOOR INRICHTING EN BEHEER Landbouw is vragende partij om volwaardig te kunnen werken op landbouwgronden en natuur wil natuurontwikkeling realiseren op de juiste plaats. Het planologische instrument GRUP is met andere woorden belangrijk als juridische onderbouw voor het realiseren van het overeengekomen toekomstperspectief. Vele andere instrumenten zullen parallel worden ingezet om bijvoorbeeld tot een ruil van gronden te komen, de waterhuishouding te verbeteren, enz. Bij goedkeuring van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Moervaartvallei fase 1” worden heel wat bestemmingen van natuurgebied omgezet naar landbouwgebied. Dit biedt onmiddellijk het kader voor realisatie van deze bestemming en rechtszekerheid voor een landbouwkundige uitbating voor de toekomst. De herbevestigde en nieuw aangeduide natuurgebieden zullen zich echter niet vanzelf realiseren. Veel van deze percelen zijn momenteel nog in landbouwgebruik en kennen een weinig natuurlijke uitbating (intensief gebruik, bemesting). De randvoorwaarde bij de opmaak van het consensus voor het GRUP fase 1 was de garantie voor realisatie op het terrein van de herbevestigde en nieuwe landbouw- en natuurbestemmingen. Naast het realiseren van natuur- en landbouwbestemmingen zijn er nog andere inrichtings- en beheeropgaven in het gebied, zoals aanpassing en optimaliseren van de waterhuishouding, het valoriseren en herstellen van belangrijke landschaps- en erfgoedwaarden en het optimaliseren van de toeristisch-recreatieve infrastructuur. Een landinrichtingsproject zal het operationeel kader bieden voor een integrale uitvoering. Parallel aan de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Moervaartvallei fase 1” zijn de partners vragende partij om te starten met de voorbereiding van het landinrichtingsproject “Moervaartvallei”. Het landinrichtingsproject kan o.m. het operationeel kader bieden voor een integrale inrichting van zowel de nieuwe als de herbevestigde natuur- en landbouwgebieden met aandacht voor alle gebiedskwaliteiten. Op die manier worden op termijn de landbouwbestemmingen ingericht voor landbouw, de natuurbestemmingen voor natuur. Naast rechtszekerheid voor natuur en landbouw in de Moervaart kan het landinrichtingsproject ook voor rechtszekerheid zorgen voor de Gentse zeehaven, een van de strategische economische poorten van Vlaanderen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, door mede invulling te geven aan het natuurluik van het strategisch plan Gentse kanaalzone (2007) binnen de krijtlijnen van het Vlaamse en Europese natuurbeleid.
4
De overige onderdelen van de Moervaartvallei zullen in een ‘tweede fase’ aan bod komen voor opmaak van een RUP en de daaraan verbonden inrichting. Daarvoor zal nog verder onderzoek en overleg gevoerd moeten worden, onder meer in functie van de realisatie van de Europese natuurdoelen voor de habitatrichtlijngebieden in de Zuidlede-Moervaartvallei. De Vlaamse Landmaatschappij kreeg op 6 december 2016 van de Vlaamse minister bevoegd voor Landinrichting, de opdracht om de opportuniteit en de haalbaarheid van een “landinrichtingsproject Moervaartdepressie” te onderzoeken. Deze opdracht kwam er, gezien de vorderingen van de gouverneur in het kader van zijn opdracht geschetst in de mededelingen aan de Vlaamse Regering van 20 juni 2014 en gezien de veranderde wetgeving betreffende de landinrichting, ter vervanging van de voorgaande opdracht voor de opmaak van een planprogramma.
1.4 “OOH LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI” In dit document wordt de opportuniteiten en haalbaarheid (OOH) voor de instelling van een landinrichtingsproject onderzocht. Dit is gedaan aan de hand van volgende vragen: 1. Welke functies en kwaliteiten voor ontwikkeling van de Moervaartvallei zijn aanwezig? 2. Welke opgaven m.b.t. tot de open ruimte zijn er voor het gebied? 3. Wat is nodig qua inrichting en beheer om deze opgaven te realiseren en aanwezige functies en kwaliteiten te versterken? 4. Wat is de meerwaarde van het instrument landinrichting hierbij? 5. Tot welke gebiedsafbakening voor een landinrichtingsproject leidt dit? Het voorstel van projectgebied van het onderzoek naar Opportuniteit en Haalbaarheid (OOH) van het landinrichtingsproject grijpt grotendeels terug naar de gebiedsafbakening van de opdracht voor opmaak van een planprogramma voor de Moervaartvallei. Dit omvat volgende delen: 1. het gebied van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Moervaartvallei fase 1”; 2. het gebied van de op te starten tweede GRUP fase voor de Moervaartvallei; 3. het zuidelijk gebied van de aaneengesloten structuur van natuurgebieden Siesmeersbossen, Tussen de Twee Leden-Etbos, De Linie, De Vettemeersbossen en Fondatie-Heernisse en de landbouwgebieden ten noorden van het Kanaal van Stekene. Een groot deel van deze natuurgebieden maakt deel uit van de Europese natuurdoelen SBZ-H ‘Bossen en heiden van zandig Vlaanderen, deelgebied, 8 en 9 Valleien Moervaart en Zuidlede. Op kaart 1 wordt het projectgebied weergegeven en tevens de perimeter van het GRUP fase 1. Er wordt voorgesteld om de projectperimeter van het landinrichtingsproject “Moervaartvallei” te baseren op de perimeter voor opmaak van het planprogramma (BVR 3 april 2009). De projectperimeter omvat op die manier GRUP fase 1, de in het strategisch project voorziene GRUP fase 2 en de zuidelijk gelegen SBZ zone. Het totale projectgebied (rode perimeter op de kaarten) heeft een oppervlakte van 4.539 ha. In de uitvoering is het de bedoeling om prioriteit te geven aan projecten voor uitvoering van GRUP fase 1. Inrichtingsplannen moeten telkens nog een overleg- en goedkeuringstraject doorlopen (inclusief financiële instemming partners) waarna zij ter goedkeuring voorgelegd worden aan de minister bevoegd voor Landinrichting.
5
Binnen het strategisch open ruimte project Moervaartvallei het proces voorbereid naar het gewestelijk RUP Moervaarvallei fase 2. Volgens de vorderingen van GRUP fase 2 wordt een gebiedsvisie en ev. inrichtingsplannen opgemaakt in overleg met alle actoren. Momenteel is nog niet alles duidelijk over de doelstellingen (o.m. instandhoudingsdoelstellingen speciale beschermingszones), managementplannen en een consensus voor deze tweede fase GRUP. Met betrekking tot de fase 2 is er wel een gewenst project rond de realisatie van de instandhoudingdoelstellingen van de SBZ zones opgenomen aangezien dit beslist beleid is met belangrijke open ruimte doelstellingen (BVR 24 april 2014 S-IHD). Voor deze tweede fase zijn nog geen kostenramingen uitgewerkt en bijgevolg ook geen subsidies landinrichting voorzien in dit document OOH. Indien er in een latere fase zou blijken dat er voor uitvoering van de GRUP fase 2 toch subsidies landinrichting noodzakelijk zijn, zal dit voorwerp zijn van een nieuwe beslissing van de Vlaamse Regering. Door het onderzoek naar opportuniteit en haalbaarheid op te maken voor de Moervaartvallei in zijn geheel (fase1, fase2, SBZ zone) moet de procedure OOH maar één keer doorlopen worden. Bovendien zorgt deze werkwijze ervoor dat de deelgebieden, waartussen veel samenhang en interactie is met belangrijke Vlaamse doelstellingen (bvb. sommige landbouwers gebruiken in fase 1 én fase 2 natuurgebied waar het grondgebruik op termijn zal wijzigen) als een integraal gebied kunnen benaderd worden. Concreet betekent dit meerwaarde, omdat nu reeds rekening gehouden kan worden met een eventuele cumulatie van verlies van landbouwgebruik om het grondbeleidsinstrumentarium en flankerend beleid voor de toekomst te bepalen.
1.5 STATUS EN PROCES “OOH LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI” Het OOH onderzoekt in hoofdzaak de Opportuniteit en Haalbaarheid van een landinrichtingsproject. De uitwerking van maatregelen, het uitvoeringsprogramma en financieringsplan gebeurt in landinrichtingsplannen. In het laatste deel van het OOH “4.3.4 Financiering” wordt de totale kostprijs van het landinrichtingsproject op hoofdlijnen geraamd en dit op basis van ramingen voor de opmaak van dit document en de informatie verstrekt door de partners over hun inschatting van de kosten van de in deel 3 aangehaalde geprogrammeerde, gewenste of lopende projecten. Voor de goedkeuring van het OOH zijn geen goedkeuringen of engagementen noodzakelijk van de partners. Om dit te ondervangen is in de stuurgroep van het strategisch project Moervaartvallei beslist om deze engagementen, financiering en modaliteiten van de uitvoering, inclusief de principes van het flankerend beleid te verankeren in een raamakkoord voor de uitvoering van het project. Voor wat het raamakkoord Moervaartvallei betreft is er reeds een kostenraming, inclusief engagementen van alle betrokken partners opgenomen. Deze raming en het overleg zijn voorbereid en verder onderhandeld met de partners in de loop van december ’17-februari ‘18. In de loop van maart- april ’18 hebben alle lokale partners en het middenveld een organisatie-eigen goedkeuringstraject doorlopen. Dit raamakkoord wordt dan samen met de eindversie van het OOH Landinrichtingsproject Moervaartvallei en de eindversie van het GRUP overgemaakt aan de Vlaamse minister, bevoegd voor landinrichting en de Vlaamse Regering in functie van de definitieve vaststelling van het GRUP. Voorliggend OOH en het daaraan verbonden raamakkoord zijn tot stand gekomen door een intensief overlegproces in de loop van 2017-2018. Hiervoor werd regelmatig overlegd op structurele basis met de verschillende overlegorganen uit het Strategisch Openruimte project.
6
• • • •
Stuurgroep beleidsmaker + middenveld, neemt beslissingen Projectbureau dagelijks bestuur (middenveld + ambtelijk), bereid voor Ambtelijkewerkgroep technisch klankbord (lokale en vlaamse ambt.) Werkgroepen waar nodig
7
2
BESTAANDE STRUCTUUR MOERVAARTVALLEI
2.1 JURIDISCHE EN “MOERVAARTVALLEI”
BELEIDSMATIGE
CONTEXT
PROJECTGEBIED
2.1.1 Ruimtelijke ordening Op kaart 2 wordt het gewestplan voor het projectgebied weergegeven. De gouverneur kreeg de opdracht om in overleg met de lokale natuur- en landbouworganisaties een consensusvoorstel uit te werken voor de inrichting van de open ruimte in de Moervaartvallei in functie van natuurontwikkeling en het vrijwaren van landbouw. Op basis van deze voorstellen is de Vlaamse overheid in overleg met de projectpartners in 2017 gestart met de gefaseerde opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en het voorbereiden van een landinrichtingsproject voor de Moervaartvallei. Eind 2016 werd de Moervaartvallei ook erkend als strategisch project in uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Voor het voorontwerp GRUP Moervaartvallei fase 1 is de goedkeuringsprocedure opgestart met de organisatie van een plenaire vergadering op 15 maart 2017. Het ontwerp GRUP is op 14 juli 2017 voorlopig vastgesteld waarna het openbaar onderzoek is gestart. Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan moet uitvoering geven aan volgende doelstellingen: • uitvoering geven aan de richtinggevende en bindende bepalingen uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) inzake de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur zoals uitgewerkt in de ruimtelijke visie voor landbouw, natuur en bos voor de regio Waasland; • (delen van) het vastgestelde landschapsatlasrelict ‘Moervaartdepressie’ opnemen als erfgoedlandschap; • de realisatie van een aantal nieuwe natuurgebieden mogelijk te maken in uitvoering van het strategisch plan voor de Gentse Kanaalzone ter vervanging van verboden te wijzigingen vegetaties die bij de ontwikkeling van zeehavengebied Gent zullen verdwijnen. Het plan legt de daarvoor noodzakelijke bestemmingen en stedenbouwkundige voorschriften vast op perceelsniveau. Op kaart 3 wordt het ontwerp GRUP “Moervaartvallei -Fase 1” grafisch weergegeven.
8
2.1.2 Natuur 2.1.2.1 Natuurcompensaties Gentse Haven Het project “Natuurdoelstellingen Gentse Kanaalzone” startte in 2008 en omvatte als doelstelling om ca. 205 ha natuur te ontwikkelen in de Moervaartvallei ten behoeve van een aantal soorten en habitats die bedreigd werden door de havenontwikkelingen in de Zeehaven Gent zoals uitgewerkt in het Strategisch Plan voor de Gentse Kanaalzone (2007). De noodzaak voor deze natuurontwikkeling werd in belangrijke mate ingegeven vanuit de toepassing van de Europese Vogelrichtlijn en verboden te wijzigen vegetaties. Als gevolg van het onderzoek naar de juridische onderbouwing en de noodzaak, stelden de bevoegde Vlaamse ministers in een mededeling aan de Vlaamse Regering op 20 juni 2014, dat er niet langer een noodzaak was voor een grootschalige Europese compensatieverplichting zoals aanvankelijk vooropgesteld in het project Natuurdoelstellingen Gentse Kanaalzone. Daardoor zal er enkel nog ingezet worden op een natuurbeleid dat is ingegeven vanuit de Vlaamse wetgeving en ondersteuning biedt ten aanzien van Europese vogelpopulaties. Het betreft de uitbouw van ongeveer 38 ha nieuwe natuur ter vervanging van verboden te wijzigen vegetaties in het Zeehavengebied. Daarvan kan 16 ha binnen het zeehavengebied (landinrichtingsproject Gents Kanaalzone, o.m. IP Desteldonk Noord en Doornzele Zuid) worden gerealiseerd en wordt voor de resterende 22 ha een locatie gezocht in de Moervaartvallei. 22 ha is het minimum aangezien het effectief te compenseren vegetaties betreft over 3 verschillende types. Dit betekent dat in de Moervaartvallei op zijn minst volgende natte natuurhabitats moeten worden gerealiseerd: • 6,6 ha eutrofe plassen (Ae) • 12,05 à 13,55 ha rietland (Mr) • en 0,3 à 1,8 ha grote zeggenvegetatie (Mc). De gouverneur startte in 2015 een overleg met lokale vertegenwoordigers van de natuur- en landbouworganisaties op om een lokaal draagvlak te zoeken voor een concreet locatievoorstel voor deze natuurontwikkeling. Medio 2016 bereikten de natuur- en landbouworganisaties daarover onderling een akkoord. 2.1.2.2 Natura 2000 Op 24 april 2014 heeft de Vlaamse Regering de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken Natura 2000 – gebieden (BE2500001, BE2500002 en BE2501033) als S-IHD vastgesteld. Hiermee zijn de doelstellingen voor de aangemelde habitats en soorten binnen deze gebieden vastgelegd. Dit heeft enerzijds juridische consequenties naar randvoorwaarden voor de uitvoering van inrichtingswerken, in zoverre deze een betekenisvolle aantasting van het betrokken Natura 2000 – gebied tot gevolg hebben. Anderzijds worden hierdoor ook mogelijkheden gecreëerd om binnen een landinrichtingsproject maatregelen te treffen die bijdragen aan het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000 – gebieden. Het projectgebied overlapt deels met een Natura 2000 – gebied, meer bepaald met het habitatrichtlijngebied “Bossen en heiden van zandig Vlaanderen: oostelijk deel” BE2300005, met
9
deelgebieden Heernisse-Fondatie, Siesmeersbos. Tussen de twee leden, Draaiboom en Etbos (Eksaarde) (BE 2300005-8 en BE2300005-9). Doelstellingen voor deze Habitat-deelgebieden, door de Vlaamse regering als S-IHD vastgesteld op 23 april 2014, hebben betrekking op volgende elementen: • Binnen deelgebieden 8-9 Vallei Moervaart-Zuidlede, voor het boslandschap: o Kwaliteitsverbetering van de natte bossen, met name habitat 91E0 (alluviaal bos) en vooral door gevarieerde randen en zomen met overgangen naar natte heide, natte ruigtes en graslanden te voorzien en door populierenaanplanten te vervangen o Realisatie, als enige mogelijkheid in het Habitatrichtlijngebied, van een kwalitatief grote boskern in de alluviale sfeer met habitat 91E0 door omvorming van bestaande niet-habitatwaardige bossen en door bosuitbreiding, met een richtwaarde van ca. 88 ha voor met name deelgebied 8 Vallei Moervaart (Puyenbroeck) o Herstel van de hydrologie ten behoeve van de natte alluviale bossen 91E0 en het gras- en moeraslandschap. Mogelijke maatregelen hiervoor die kaderen in een algemener integraal waterbeheer zijn onder meer aanpassing van drainage, verhoging van zomer- en winterpeilbeheer, hydrologische isolatie ten opzichte van het naburig grondgebruik, inschakeling overstromingsgebieden en verhoging van bergingscapaciteit, vertraagde oppervlaktewaterafvoer, … o Populatiedoelstellingen voor diverse soorten vleermuizen. • Binnen deelgebieden 8-9 Vallei Moervaart-Zuidlede, voor het heidelandschap: o Populatiedoelstellingen voor diverse soorten vleermuizen • Binnen deelgebieden 8-9 Vallei Moervaart-Zuidlede, voor het nat grasland- en moeraslandschap: o Kwaliteitsverbetering van de aanwezige grasland- en moerashabitats tot een structuurrijk grasland- en moeraslandschap, met name met habitattypes 6410 (grasland met Molinia op kalkhoudende, venige of lemige kleibodem), 6430 (voedselrijke zoomvormende ruigten) en 6510 (laaggelegen schraal hooiland) o Uitbreiding van deze habitats voor ca. 76 ha, waarbij bijkomend ook de realisatie van een leefgebied voor een satellietpopulatie van 5 tot 8 koppels van de Bijlagesoort Kwartelkoning wordt gerealiseerd, en dit door terreinaanleg, het uitbouwen van overgangen naar natte bostypes 91E0 en overgang naar een meer natuurlijke hydrologie. De uitbreiding binnen het SBZ-gebied mikt op een complex van 30 à 45 ha graslanden, ca. 30 ha ruigten (6430) en ca. 30 ha hooilanden (6510) o Benutten van de potenties in plassen en putten voor de ontwikkeling van eutrofe plassen (habitat 3150) o Populatiedoelstellingen voor diverse soorten vleermuizen • Aangemelde habitattypes relevant voor het projectgebied: o 3150 Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition o 6410 Grasland met molinia op kalkhoudende, venige of lemige kleibodem (Eu- Molinion) o 6430 Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones o 6510 Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis) o 9120 Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Illici-Fagenion)
10
9160 Sub-Atlantische en Midden-Euroopese wintereikenbossen of eiken-haagbeukenbossen behorend tot het Carpinion-Betuli o 91E0 * Alluviale bossen met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Slicion albae) Aangemelde soorten relevant voor het projectgebied (bijlage II): o Mopsvleermuis – (Barbastella barbastellus) Aangemelde soorten relevant voor het projectgebied (bijlage IV): o Laatvlieger (Eptesicus serotinus) o Gewone/Kleine dwergvleermuis (Pippestrellus species) o Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) o Watervleermuis (Myotis daubentonii) o Franjestaart (Myotis nattereri) o Rosse vleermuis (Nyctalus noctula) o Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) o Grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus) o Brandt’s vleermuis/Gewone Baardvleermuis (Myotis brandtii/Myotis mystacinus) o
• •
Soortenbeschermingsprogramma Kwartelkoning Op 21 december 2015 is het ministerieel besluit tot vaststelling van een soortenbeschermingsprogramma voor de kwartelkoning (Crex crex) genomen. De kwartelkoning is één van de bijlage I soorten van de Vogelrichtlijn die in Vlaanderen extra bescherming moet krijgen. In het S-IHD besluit van Zandig-Vlaanderen – Oost worden geen expliciete doelen voor kwartelkoning vermeld, maar wel wordt binnen het deelgebied 8 Moervaart- Zuidlede een aaneengesloten kern van grasland- en moerashabitats voorzien. Deze uitbreiding van habitattypes 6510, 6410, 6430 betreft een oppervlakte van 76 ha. Door een kwalitatieve invulling van het valleigebied kan bijkomend de realisatie van leefgebied voor een satellietpopulatie (5 à 8 koppels) van de bijlagesoort kwartelkoning beoogd worden, waarbij de kernpopulatie voorkomt in de SBZ Schelde- en Durme-estuarium (G-IHD). 2.1.2.3 Overzicht juridisch kader natuur Vogelrichtlijngebieden (SBZ-V)
Geen
Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H)
BE2300005 “Bossen en heiden van zandig Vlaanderen: oostelijk deel” (BVR 24.05.2001).
Ramsargebieden
Geen
Gebieden van het Vlaams Ecologisch Grote Eenheid Natuur ‘Moervaartdepressie tot Netwerk (VEN) Durmevallei’ Grote Eenheid Natuur in Ontwikkeling ‘Moervaartdepressie tot Durmevallei’ (BVR 18.07.2003). Gebieden van het Integraal VerwevingsGeen en Ondersteunend Netwerk (IVON
11
Vlaamse of erkende natuurreservaten
Erkend natuurreservaat “Turfmeersen” (E-083) (Natuurpunt) Erkend natuurreservaat ‘De Reepkens’ (E-215) (Natuurpunt) Erkend natuurreservaat “Astgemete” (E-192) Natuurpunt) Erkend natuurreservaat “Moervaartmeersen” (E192) Natuurpunt Erkend natuurreservaat ‘Eenbes’ (E-084) vzw Durme Erkend natuurreservaat ‘De Linie’ (E-130) vzw Durme Erkend natuurreservaat ‘Fondatie van Baudeloo’ (E151) vzw Durme
Bosreservaten
Heirnisse
Tabel 1: beknopt overzicht juridisch kader (zie kaart PPM juridisch natuur)
Op kaart 4 wordt het juridisch kader natuur weergegeven (NB.: in dit kaartbeeld zijn de wijzigingen aan het VEN, ingevolge het GRUP Moervaartvallei Fase 1 nog niet verwerkt).
2.1.3 Erfgoed & Archeologie 2.1.3.1 Erfgoed en landschappen Vanaf 01.01.2015 is het nieuwe decreet onroerend erfgoed in werking getreden. Het decreet onroerend erfgoed voorziet vier mogelijke beschermingsstatuten: een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap, een beschermd stads- of dorpsgezicht en een beschermde archeologische site. Beschermd onroerend erfgoed moet minimaal in de staat blijven waarin het zich bevond op moment van de bescherming. Op het Geoportaal van Onroerend Erfgoed (geo.onroerenderfgoed.be) kan het recentste statuut van het gebied eenvoudig bekeken worden. Binnen het projectgebied zijn volgende beschermingen aanwezig: • Beschermd cultuurhistorisch landschap o Meersen aan de Moervaart (29-05-1995) • Beschermde stads- of dorpsgezichten o Bedevaartkapel Onze-Lieve-Vrouw-Van-Troost-Ter-Warande en omgeving (1/04/1994). o Hof van Coudenborn en omgeving (23/02/1979). o Herberg Etboshoeve met omgeving (01-12-2000) o Kapel der Miraculeuze kruisen en kruiswegkapellen (5-12-1995) • Beschermde monumenten: verschillende kerken, molens, hoeves, huizen, bruggen, wegen en bunkers zijn beschermd De inventaris bouwkundig erfgoed omvat heel wat vastgestelde bouwkundig erfgoed relicten (hoeves, huizen, kerken en kapellen, schoolgebouw, bunkers, bruggen). Deze inventaris wordt regelmatig aangevuld.
12
De landschapsatlas geeft een overzicht van historische landschapselementen, structuren en gehelen. De landschapsatlas bevat onder meer een lijst van ankerplaatsen. Vanuit erfgoedperspectief zijn dit de meest waardevolle landschappelijke ensembles. Met het M.B. van 18-12-2009 werd het grootste deel van het projectgebied vastgesteld als landschapsatlasrelict ‘Moervaartdepressie’. Door het opmaken van een RUP worden deze ankerplaatsen meegenomen en omgevormd tot erfgoedlandschappen. Daarbij worden de maatregelen voor het behoud van de erfgoedwaarden en -kenmerken ingeschreven in de stedenbouwkundige voorschriften. De rechtsgevolgen betreffen de stedenbouwkundige voorschriften uit het betrokken RUP. Bij werken dienen vergunningen te worden aangevraagd. Voor het beheer van de erfgoedwaarden van een erfgoedlandschap is het mogelijk om een beroep te doen op financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid. Op kaart 5 wordt het juridisch kader erfgoed aangegeven, op kaart 6 de Landschappelijke deelgebieden en erfgoed. 2.1.3.2 Archeologie Volgens het Geoportaal is binnen het project: • geen beschermde archeologische zone; • geen vastgestelde archeologische zone. De perimeter is wel grotendeels opgenomen in de wetenschappelijke inventaris archeologische zones als het Prehistorisch sitecomplex van de depressie van de Moervaart1 . In de Centraal Archeologische Inventaris met gekende archeologische waarnemingen zijn 71 sites aangegeven. Daarnaast zijn grote zones nog niet gekend. Onder meer steentijdsites, maar ook een abdijsite, middeleeuwse sites en een 17de en 18de eeuwse linie zijn aanwezig in het gebied. Op de kaart Gebieden waar geen archeologie te verwachten valt staat binnen de perimeter het meer en eiland van het Provinciaal Domein Puyenbroeck aangeduid. Daarnaast voorziet de archeologieregelgeving een traject bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Afhankelijk van enkele criteria dient een bekrachtigde archeologienota aanwezig te zijn. De bepalende criteria zijn: • De oppervlakte van de geplande bodemingrepen en betrokken percelen; • De ruimtelijke bestemming van het terrein; • De ligging binnen of buiten een archeologische zone uit de vastgestelde inventaris; • De ligging binnen of buiten een beschermde archeologische site.
1
AGENTSCHAP ONROEREND ERFGOED 2017: Prehistorisch sitecomplex van de depressie van de Moervaart, Inventaris Onroerend Erfgoed [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303007 (geraadpleegd op 16 mei 2017). De erfgoedwaarden worden beschreven als volgt: De Moervaartdepressie is een fossiel meer uit het Laatglaciaal, dat zich vormde ten zuiden van de dekzandrug Maldegem-Stekene. In het vroegholoceen, wanneer dit meer was opgedroogd, was het gebied de vallei van de vroegere loop van de Kale/ Durme. Via archeologische veldkartering zijn tal van archeologische sites gekend, die er op wijzen dat tijdens de steentijd, met name vooral het finaalpaleolithicum (Federmesser groepen), het (vroeg-) mesolithicum, en in mindere mate het neolithicum, het gebied een grote aantrekkingskracht uitoefende op de mens. Deze vindplaatsen bestaan vooral uit strooiingen van lithisch materiaal (vuursteen, kwartsiet, …), maar in de meersedimenten zijn plaatselijk ook organische archeologische artefacten bewaard.
13
2.1.4 Water Het projectgebied is gelegen binnen het bekken van de Gentse kanalen. De Moervaart is een bevaarbare waterloop en valt onder het beheer van Waterwegen en Zeekanaal. De Zuidlede en het Kanaal van Stekene zijn waterlopen van eerste categorie en worden beheerd door de Vlaamse Milieumaatschappij. Met uitzondering van het Provinciaal domein Puyenbroeck worden alle overige waterlopen van tweede en derde categorie beheerd door polderbesturen. Het grootste gedeelte valt binnen het ambtsgebied van de Polder Moervaart en Zuidlede. Het deel Fondatie in het oosten ligt binnen het ambtsgebied van de Polder Sinaai Daknam. Het stroomgebiedbeheerplan 2016-2021 voor de Schelde bevat een specifiek deel voor het bekken van de Gentse kanalen. Het actieprogramma bevat naast de algemene acties ook enkele specifieke acties voor het projectgebied: • Actie 4B_B_232: verbeteren van structuurkwaliteit en natuurlijke waterhuishouding ifv de instandhoudingsdoelen en de Gewenste Ecologische Toestand/Potentieel • Actie 4B_B_261: bevorderen van waterconservering of tegengaan van verdroging in drinkwater- en/of beschermde gebieden • Actie 4B_B_271: afstemmen van waterbeheer voor alle waterlichamen (behorend tot een beschermd gebied) op de instandhoudingsdoelstellingen • Actie 6_I_040: moderniseren en aanpassen pompgemalen Moervaart en Zuidlede Het specifiek rapport voor het bekken Gentse kanalen vermeldt verder nog een reeks acties die zouden moeten uitgevoerd worden in de periode 2022-2027. Ze maken dus geen deel uit van het goedgekeurde actieprogramma, maar mogelijk zullen in de lopende planperiode al een aantal voorbereidingen aangevat worden. Het gaat hier onder meer over het wegwerken van vismigratieknelpunten op alle pompgemalen die lozen op de Zuidlede en over het herstel van vrije vismigratie op de Zuidlede zelf. In uitvoering van de Kaderrichtlijn Water zijn de waterlopen opgedeeld in Vlaamse oppervlaktewaterlichamen, lokale waterlichamen van eerste orde en lokale waterlichamen van tweede orde: • Vlaamse Waterlichamen: o Moervaart: categorie grote rivier, kunstmatig waterlichaam o Zuidlede: categorie kleine rivier, kunstmatig waterlichaam • Lokale waterlichamen eerste orde: o Fondatiegracht: categorie kleine beek, sterk veranderd waterlichaam o Kanaal Van Stekene: categorie kleine beek, natuurlijk waterlichaam
14
De milieudoelstellingen waaraan een waterlichaam moet voldoen zijn afhankelijk van deze indeling. Het bekkenspecifiek rapport bevat een overzicht van fysico-chemische en biologische doelstellingen en eventuele afwijkingen hierop. Volgens de Kaderrichtlijn water moesten alle waterlichamen tegen 2015 de goede toestand behalen, hoewel hiervoor termijnverlenging mogelijk was. De Zuidlede werd aangeduid als aandachtsgebied, waarbij het de bedoeling is om via een gebiedsgerichte aanpak de goede toestand te kunnen bereiken tegen 2027. Op vlak van overstromingen tekent de Moervaartdepressie zich op de watertoetskaarten (2014) en de recent overstroomde gebieden af als een gebied met veel effectief overstromingsgevoelige percelen. Er zijn geen officiële overstromingsgebieden afgebakend waarmee actief kan gewerkt worden aan het sturen van wateroverlast. In het projectgebied bevinden zich geen grondwaterwingebieden. Over een zeer beperkte zone (ten N Moervaart-tussen Peene en Terwestvaart) overlapt het projectgebied met een beschermingszone type III voor grondwaterwinning of grondwaterbeschermingszones. Op kaart 7 wordt het juridisch kader m.b.t. waterbeheer weergegeven.
2.1.5 Landbouw In het projectgebied van 4.539 ha wordt 2.774 ha (61%) door 336 gebruikers als landbouwgebruik aangegeven bij het Agentschap Landbouw en Visserij (L&V). Het landbouwgebied is sterk versnipperd tussen de gebruikers en doorsneden door kleine en grote bossen en waterlopen. Enkel in het centrale gedeelte van het projectgebied is de perceelstructuur (grootte en vorm) vrij goed voor moderne landbouwuitbating. Circa 84 ha van dit areaal is eigendom van overheden en in kosteloos gebruik gegeven aan landbouwers. Vzw Durme, Natuurpunt, de provincie Oost-Vlaanderen, Agentschap Natuur en Bos registreren zelf 44 ha. Daarnaast worden nog 150 ha verpacht door overheden. De belangrijkste teelten in 2015 waren mais (40 %), gras (37 %), granen (9 %) en aardappelen (8 %). Dankzij de pompgemalen is het projectgebied vrijwel overal geschikt voor alle teelten. Circa 60 % van de landbouwgebruikers zijn gespecialiseerde graasdierbedrijven. Daarnaast zijn ook gespecialiseerde akkerbouw (17 %) en hokdierbedrijven (12 %) belangrijk. In oppervlaktegebruik is het overwicht van de gespecialiseerde graasdierbedrijven nog groter: ze gebruiken 68 % van de oppervlakte. De bedrijfsgrootte en de leeftijd van de bedrijfsleiders is zeer divers. De bedrijfszetels van de gebruikers zijn vooral gevestigd in Moerbeke, Lokeren, Lochristi, Wachtebeke, Sint-Niklaas, Stekene en Gent. In het gebied zijn 37 bedrijfszetels gevestigd. In het GRUP-fase 1 (in procedure) worden 1068 ha landbouwgebruik en 184 ha natuurbestemming herbevestigd. Circa 272 ha worden van natuurbestemming omgezet in agrarische bestemming (in het centraal gedeelte van het projectgebied met goede kavelstructuren), 119 ha worden van agrarische bestemming omgezet in natuurbestemming. Voor landbouw een positieve balans van 154 ha
15
gebruikspercelen. Eén bedrijfszetel verandert van natuurgebied naar agrarisch gebied. 99 gebruikers bewerken 303 ha in natuurgebied GRUP fase 1. Voor 77 individuele gebruikers is de balans van de bestemmingswijzigingen in functie van landbouwuitbating positief, voor 48 gebruikers is de balans negatief. De keuze voor aanduiding of herbevestiging van agrarische gebieden is onderbouwd via een landbouweconomisch onderzoek. Na het GRUP is 1955 ha landbouwgebruik in het projectgebied gelegen in agrarisch gebied en 521 ha in natuur-, groen of bosgebied. In het totale projectgebied hebben 145 gebruikers gronden in natuurgebied en bosgebied. In het habitatrichtlijngebied gebruiken 69 gebruikers samen 232 ha. Bijna de helft van dit gebruik is gelegen in bosgebied (46 %), 26 % in natuurgebied en 27 % in valleigebied. In het bosgebied zijn 2 bedrijfszetels gelegen (aan de rand van IHD – gebied). Het Mestdecreet bakent met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden kwetsbare gebieden natuur af. Het zijn de bestemmingen: • natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden, natuurreservaten en bosgebieden van de gewestplannen volgens het decreet Ruimtelijke Ordening van 22 oktober 1996; • natuur en reservaat en bos van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen volgens het decreet Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999. Pas sinds 1 januari 2009 zijn die opgenomen in het Mestdecreet. Op landbouwgronden die in kwetsbaar gebied natuur liggen, geldt een bemestingsverbod. Dat betekent dat elke vorm van bemesting verboden is met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing waarbij 2 grootvee-eenheden (2 GVE) per ha op jaarbasis worden toegelaten. Binnen die gebieden kan voor sommige percelen onder bepaalde voorwaarden vrijstelling van het bemestingsverbod verkregen worden door 2 bepalingen: de ontheffing en de huiskavel. De ontheffing is uitdovend en gaat verloren door overdracht van het gebruik van het perceel. Sommige percelen komen in aanmerking voor de beheerovereenkomst 100 kg stikstof uit kunstmest per ha per jaar. Percelen kunnen ook in aanmerking komen voor vergoedingen. Op kaart 8 wordt het landbouwgebruik weergegeven.
16
2.2 AANWEZIGE FUNCTIES EN KWALITEITEN VOOR ONTWIKKELING VAN DE MOERVAARTVALLEI De huidige functies en kwaliteiten van het onderzoeksgebied worden beschreven aan de hand van 9 kernkwaliteiten. Deze 9 kernkwaliteiten hanteert de VLM als leidraad om te komen tot een verbetering van de omgevingskwaliteit in een welbepaald gebied. Per kernkwaliteit wordt kort beschreven hoe deze kwaliteit vandaag de dag reeds aanwezig is in het projectgebied en hoe deze ontwikkeld kan worden.
De Moervaartdepressie is een depressie die gevormd is door een laagte met ondiepe meren en plassen , waarin bij de opvulling van de Vlaamse Vallei kalkrijke mergelsedimenten werden afgezet. De noordrand is gevormd door de dekzandrug Maldegem-Stekene met o.m. de bebouwing van Wachtebeke en Heidebos en Kloosterbos op deze zandrug. De zuidrand van de Moervaartdepressie loopt meestal geleidelijk over naar de dekzanden ten zuiden van de Zuidlede. Door de laaggelegen ligging is de Moervaartvallei een omvangrijk, aaneengesloten en vrij gaaf open ruimte gebied. Bebouwing is geconcentreerd in de kernen en op de hogere (dekzand)gronden ten noorden en zuiden van het gebied. Doorsnijding met infrastructuur is beperkt. Er is relatief weinig verspreide bebouwing in het gebied aanwezig. De open ruimte is inzetbaar voor verschillende open ruimte functies zoals natuur, landbouw, bos, recreatie en is in staat om deze onderling te combineren. De Moervaartvallei wordt getypeerd door grote aaneengesloten, ruimtelijk samenhangende landbouwgebieden. De natuurlijke structuur is gefragmenteerd en staat onder druk. Het watersysteem is een belangrijke drager voor zowel landbouw als natuur. Het Moervaartbekken heeft een oppervlakte van 240 km². Het grootste deel van het stroomgebied van de Moervaart heeft geen gravitaire afvoer van de neerslag via de zijwaterlopen naar de Moervaart. Het waterpeil in de Moervaart wordt immers op een kunstmatige wijze geregeld door de open verbinding met het kanaal Gent-Terneuzen. Dit is op vele plaatsen hoger dan de omliggende terreinen. Op de watertoetskaarten en de recent overstroomde gebieden onderscheidt de Moervaartdepressie zich – gezien de ligging in een depressie – als een gebied met veel effectief overstromingsgevoelige percelen. Er zijn geen gebieden afgebakend waarmee actief kan gewerkt worden aan het sturen van wateroverlast. Door intensieve bemaling van de depressie werd het gebied geschikter gemaakt voor landbouw. In de huidige vorm is het waterbeheer weinig afgestemd om doelstellingen inzake klimaatadaptatie, natuur en watervoorziening voor de landbouw volledig te kunnen realiseren.
17
De Moervaart en de Zuidlede zijn twee structuurbepalende waterlopen die van belang zijn voor ontwatering van de depressie (samen met een netwerk van pompgemalen). Er is een relatief dicht netwerk van waterlopen en grachten in functie van deze ontwatering. De structuurkwaliteit van de Zuidlede is matig tot goed; van de Moervaart is de structuurkwaliteit eerder slecht. Goed ontwikkelde natuurkernen zijn vandaag maar beperkt aanwezig in gebied. De aanwezige natuurkernen staan onder druk door de geringe omvang, intensivering van landbouw, het niet ingebed zijn in een ecologische infrastructuur en negatieve milieu-invloeden zoals verdroging. Het gebied ten zuiden van de Zuidlede is geselecteerd als Natura 2000 – gebieden. Deze Natura 2000 gebieden verkeren echter nog niet in goede staat van instandhouding. Verdroging en vermesting resulteren in het verdwijnen van de natte, soortenrijke hooilanden en graslanden. De karakteristieke en waardevolle alluviale bostypes komen nog slechts voor als relicten in populierenaanplantingen of als heel kleine bosrestantjes in de beekvalleien. Doordat langs de waterlopen nog belangrijke natuurwaarden en relictvormen van de oorspronkelijke ecotopen aanwezig zijn, hebben de waterlopen en de directe omgeving een belangrijke ecologische verbindingsfunctie. De ecologische infrastructuur in de landbouwgebieden bestaat voornamelijk uit bomenrijen, waterlopen, kleine bosjes en dreven die een belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarde hebben. De ecologische waarde is eerder beperkt. Het watersysteem is vooral gericht op snelle afvoer van water en peilbeheer in functie van landbouw. Er is nood aan een meer geïntegreerd watersysteem dat ook inzet op berging, buffering en ecologische doelstellingen in de gebieden met hoofdfunctie natuur.
Door het open ruimte karakter met relatief weinig bebouwing en infrastructuur zijn stilte, rust en duisternis belangrijke - en in deze regio - unieke gebiedskwaliteiten. De specifieke bodem (Vlaamse vallei, moeraskalk) is een belangrijke kwaliteit van het gebied en biedt unieke ecologische potenties. De waterkwaliteit van Moervaart en Zuidlede is wisselend en onvoldoende toereikend voor de gestelde natuurdoelstellingen in het gebied. De Zuidlede werd aangeduid als aandachtsgebied, waarbij het de bedoeling is om via een gebiedsgerichte aanpak de goede toestand te kunnen bereiken tegen 2027.
18
Via het gewestelijk RUP fase 1 krijgt landbouw in grote delen van de vallei toekomstgerichte mogelijkheden en rechtszekerheid. De landbouwstructuur is evenwel niet in al deze gebieden optimaal. Herverkaveling kan de toekomstperspectieven van landbouw in de landbouwgebieden daarom versterken. Herverkaveling in herbevestigde en nieuwe agrarische gebieden van de Moervaartvallei heeft tot doel de kavelstructuur te verbeteren en de gronden te groeperen in functie van de realisatie van het consensus. Binnen het gebied liggen er heel wat overheidseigendommen verspreid. Ook de ruilgronden die de grondenbank zal aanbieden zullen verspreid liggen, wat de versnippering van de landbouwstructuur nog verhoogt. Via de herverkavelingprojecten kunnen de bestaande en nieuwe landbouwstructuren verbeteren, rekening houdend met de landschaps- en erfgoedwaarden, en de draagkracht van het gebied. Er zijn redelijk wat landbouwgronden gelegen binnen groene bestemmingen. De landbouwuitbating op deze gronden is dus weinig duurzaam vanuit economisch en ecologisch oogpunt. Bij het ontwikkelen van de herbevestigde en de nieuwe natuurgebieden naar de hoofdfunctie natuur is voor lokale professionele landbouwbedrijven in de Moervaartvallei een ondersteunend en flankerend beleid op maat noodzakelijk. Hiervoor wordt de grondenbank Gentse Kanaalzone als instrument ingezet om zoveel mogelijk gronden uit te ruilen en actief in te spelen op opportuniteiten. Het provinciaal domein Puyenbroeck heeft een centrale ligging in de Moervaartvallei en is een toeristischrecreatief knooppunt voor bezoekers uit de ganse provincie en daarbuiten. Het is de ideale uitvalsbasis voor de bezoeker die de Moervaartvallei met al haar facetten (landschap, landbouw, natuur, recreatie,…) wenst te verkennen. Binnen de uitbouw van een recreatief netwerk in de Moervaartvallei neemt het provinciaal domein de rol op van onthaalpoort, samen met de omliggende dorpskernen. De versterking van het recreatief aanbod biedt ook kansen om te werken aan streekidentiteit en erfgoedwaarden, en deze te verbinden met de landbouwactiviteiten en het randstedelijk gebied.
De Moervaartvallei zelf is een open gebied met concentratie van bebouwing op dekzandruggen en donken. De grotere kernen Wachtebeke, Moerbeke, Lochristi beschikken over de nodige voorzieningen die vanuit de omgeving goed bereikbaar zijn. Door de geconcentreerde ligging in de dorpen zijn de basisvoorzieningen goed bereikbaar te voet en per fiets. Bovenlokale voorzieningen zoals spoorwegen en stations, grootschalige kleinhandel en ziekenhuizen zijn niet aanwezig in de kernen van Wachtebeke en Moerbeke maar wel in de nabijgelegen grotere centra (Gent, Lokeren, Sint-Niklaas, Lochristi en Zelzate).
19
De Moervaartvallei is een gebied met weinig bebouwing. Door de grote uitgestrektheid van de vallei zijn de noord-zuid verbindingen in functie van woon-werkverkeer (autoverkeer en functioneel fietsverkeer) erg belangrijk. Ook de centrale ligging van het recreatief domein Puyenbroeck verhoogt het aanbod in functionele en recreatieve ontsluiting. De Moervaartvallei is een gebied met weinig bebouwing en met de voorzieningen geconcentreerd in de dorpscentra aan de rand. De wegen in de Moervaartvallei zijn in de eerste plaats gericht op ontsluitingen voor landbouwverkeer en gemotoriseerd verkeer. Vaak worden deze wegen gedeeld gebruikt voor zachte verplaatsingen. Door de intensiteit van het gemotoriseerd verkeer is dit niet overal even aantrekkelijk en zijn er hier en daar onveilige situaties en missing links voor zacht verkeer. In het gebied van de vallei moeten we dus voornamelijk de landelijke functies (agrarisch en recreatief) en in mindere mate lokale verplaatsingen beschouwen. Ten noorden en zuiden van de vallei worden de kernen verbonden door parallel gelegen verbindingswegen. Noord en zuid worden verbonden met 3 belangrijke wegen. Hiertussen ligt een netwerk van plaatselijke wegen, voornamelijk in functie van het landbouwgebruik. Openbaar vervoer tussen noord en zuid is aanwezig via de N449 en de Eksaardsedam. Samen met de Kalvedam/Stenendam geleiden deze wegen ook het functioneel fietsverkeer. Door het grootmazig wegenpatroon maakt het recreatief verkeer (wandelen, fietsen), naast de bestaande wegen ook gebruik van de – soms onverharde – landbouwwegen. Het domein Puyenbroeck trekt veel lokale en bovenlokale recreanten aan. Buiten het domein – door het beperkte aanbod van wegen – blijft het gebied zijn open en rustig karakter behouden.
De Moervaartdepressie is een weinig uitgesproken depressie in open landbouwlandschap, met plaatselijk kleine compartimenten bos. Er zijn meestal verre en soms weidse zichten. De bebouwing komt vooral aan de rand voor. Plaatselijk komen nog moerassige weiden of natte bossen voor die behoren tot de meest waardevolle ecotopen. Verder treft men er overwegend een open cultuurlandschap aan met akkers en meersen. De grote structuren als wegen-, percelerings- en hydrografische patronen zijn nog duidelijk herkenbaar. De historische, uiterst rationele ontginning van het noordelijk uitgestrekte, aaneengesloten meersengebied resulteerde in een relatief grootschalig dambordpatroon en kaarsrechte dreven, vaak met Canadapopulieren. Rond Etbos is het een gecompartimenteerd landschap met kleine percelen bos en relictvegetaties in de perceelsranden. Doorheen het gebied zijn enkele puntrelicten die tevens getuigen van de vroegere ontginningsstructuren (Kruiskapel, Hofstede Boudelo, Kasteel Wulfsdonk met Etboswegel, …).
20
De typische landschapskenmerken en de abiotische randvoorwaarden vormen verder de basis waarrond de Moervaartvallei kan ontwikkelen. De Moervaartvallei is een aantrekkelijk gaaf landschap dat herkenbaar is als een geheel. Dit biedt bijzondere troeven om dit toeristisch recreatief potentieel te benutten met het Provinciaal domein en de omliggende dorpen als uitvalsbasis.
Het sociaal-maatschappelijk leven binnen de Moervaartvallei speelt zich vooral af in de dorpen aan de rand van de Moervaartvallei. In de dorpen is er een goed functionerend verenigingsleven, voorzieningen en netwerken voor ontmoeting. Wel stellen we vast dat de bewoners zich zeer verbonden voelen met de onmiddellijke omgeving, maar minder met de Moervaartvallei als geheel. Tevens is er geen hoge identificatie met de unieke gebiedseigenschappen van de Moervaartvallei. Voor de beleving van de Moervaartvallei kunnen er nog bijkomende ontsluitingen en ontmoetingsplaatsen voorzien worden, geënt op het cultureel-recreatief potentieel in de vallei en tussen de dorpen als onthaalpoorten voor de Moervaartvallei en rond het provinciaal domein Puyenbroeck. Concreet zijn er potenties om de landschappelijke identiteit, gaafheid en gemeenschappelijke streekverhalen te verbinden met recreatieve voorzieningen en routes in de Moervaartvallei en het provinciaal domein.
21
3 LOPENDE, GEPLANDE, GEPROGRAMMEERDE OF GEWENSTE INITIATIEVEN M.B.T. INRICHTING EN BEHEER VAN DE OPEN RUIMTE IN HET PROJECTGEBIED “MOERVAARTVALLEI” 3.1
INLEIDING
Op basis van een analyse van de huidige functies en kwaliteiten, beleidsdoelstellingen, juridisch kader en het consensusvoorstel tussen het middenveld zijn een aantal lopende, geplande, geprogrammeerde en gewenste initiatieven m.b.t. inrichting en beheer geïdentificeerd. Voor elk initiatief is aangeduid aan welke kernkwaliteiten dit in belangrijke mate bijdraagt.
3.2
LOPEND PROJECT: STRATEGISCH OPEN RUIMTEPROJECT MOERVAART
3.2.1 Initiatiefnemer(s) en status Projectpartners in dit project zijn: • Provincie Oost-Vlaanderen (initiatiefnemer) • Boerenbond, Algemeen Boerensyndicaat • Natuurpunt, VZW Durme • Havenbedrijf Gent • Stad Gent • Gemeente Wachtebeke • Gemeente Moerbeke Status van het project: Het project is door bovenstaande projectpartners ingediend. Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, Joke Schauvliege, erkende eind december 2016 het openruimteproject Moervaartvallei als strategisch project in uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Aan deze erkenning is een subsidie van 240.000 euro van Ruimte Vlaanderen verbonden voor de aanwerving van een projectcoördinator. Het project is lopend: • De vacature voor aanwerving van een projectcoördinator is gepubliceerd en de projectcoördinator is actief sinds 1 augustus 2017. • De projectcoördinator heeft de opdracht om gedurende drie jaar, in overleg met alle partners in het gebied, de realisatie van de visie op het terrein op sporen te zetten.
22
3.2.2 Doel en timing In dit project is plaats voor de vele aspecten van de open ruimte: landbouw, natuur, waterberging, recreatie, erfgoed, landschap enz. Onder impuls van de gouverneur bereikten de natuur- en landbouworganisaties in 2016 een akkoord over de inrichting van nieuwe natuurgebieden én het vrijwaren van een aantal gebieden voor de beroepslandbouw in de Moervaartvallei. Het strategisch project is een van de sporen om dit akkoord uit te werken naast het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en het landinrichtingsproject. Met de gouverneur als trekker willen de projectpartners via dit strategisch project werk maken van: 1. een actieplan om de consensus op het terrein waar te maken 2. het verbreden van de bereikte consensus naar een ruimer perspectief, ook voor invalshoeken erfgoed, landschap, recreatie, toerisme en water, door de opmaak van een geïntegreerde visie 3. met ruim draagvlak daarvoor, door in te zetten op streekontwikkeling en streekidentiteit 4. de ondersteuning van het proces naar het gewestelijk RUP Moervaartvallei, inzake inhoud en draagvlak, om daarmee ook rechtszekerheid voor landbouw en natuur te bereiken 5. de opbouw van een werkzame projectstructuur waarin lokale en hogere overheden, middenveldorganisaties en particuliere initiatiefnemers intens samenwerken 6. de uitwerking van een actieprogramma voor opwaardering, identiteitsbevordering en toeristische promotie van Moervaartvallei, met een aantal eerste quickwins op het terrein 7. de uitwerking van een strategie om de Moervaartdepressie meer klimaatbestendig te maken. Onder meer het voorbereiden van de Moervaartdepressie op periodes van hevige regenval, zoals in juni 2016, is hierbij van belang 8. de ontwikkeling van een methodiek om tot grondenruil te komen tussen natuur en landbouw en de uitwerking van een gebiedsspecifieke instrumentenkoffer voor flankerend beleid naar landbouw (in samenwerking met de VLM) Eerste aanzet van een ruimtelijke visie voor de Moervaartvallei Het strategisch open ruimteproject bevat een eerste aanzet van een ruimtelijke visie voor de Moervaartvallei, die nog verder moet worden uitgewerkt in overleg met alle partners. De voorlopige inhoud van de visie bestaat uit volgende doelstellingen: • de verdere ontwikkeling van de Moervaartvallei als een gaaf open ruimtegebied, met als hoofdfuncties beroepslandbouw en valleigebonden natuur • behoud en versterking van de erfgoed- en landschappelijke waarden van de vallei • het verder uitbouwen van recreatieve infrastructuur met aandacht voor de beleving van de open ruimte • het versterken van het waterbergend vermogen van de Moervaartvallei Bijdragen aan kernkwaliteiten - De open ruimte is robuust en veerkrachtig - Er zijn goed functionerende groenblauwe netwerken - De omgeving draagt bij aan een vitale economie - De ontsluiting van de omgeving is conform draagkracht en noden - Onroerend erfgoed fungeert als basis voor identiteit en nieuwe ontwikkelingen - De omgeving heeft een duidelijke identiteit
23
3.3 GEWENST PROJECT: OPTIMALISATIE LANDBOUWSTRUCTUUR EN VITALE PLATTELANDSECONOMIE IN DE MOERVAARTVALLEI 3.3.1 Motivering wenselijkheid In de bereikte consensus voor opmaak van het GRUP fase 1 worden 1068 ha landbouw en 184 ha natuur herbevestigd. Circa 272 ha landbouwpercelen worden van natuurbestemming omgezet in agrarische bestemming, 119 ha landbouwpercelen worden van agrarische bestemming omgezet in natuurbestemming. Voor landbouw betekent dit een positieve balans van 154 ha. Eén bedrijfszetel verandert van natuurgebied naar agrarisch gebied. Na het GRUP fase1 is voor het volledige projectgebied 1955 ha landbouwgebruik gelegen in agrarisch gebied en 521 ha in natuur-, groen of bosgebied. In het habitatrichtlijngebied is 232 ha in landbouwgebruik. Bijna de helft van het gebruik in het habitatrichtlijngebied is gelegen in bosgebied (46 %), 26 % in natuurgebied en 27 % in valleigebied. In het bosgebied zijn 2 bedrijfszetels gelegen (aan de rand van IHD – gebied).
Figuur 1: Structuurschets elementen voor landbouw en natuur (bron: open ruimteproject Moervaartvallei)
24
Via het GRUP fase 1 krijgt professionele landbouw in hoofdberoep in grote delen van de vallei toekomstgerichte mogelijkheden en rechtszekerheid. Natuur krijgt in dit toekomstperspectief in welbepaalde gebieden rechtszekerheid en ontwikkelingsperspectieven. Om de ontwikkelingsperspectieven voor zowel landbouw als natuur op een optimale manier te realiseren is een optimalisatie van de landbouwstructuur aangewezen. Hiervoor is het noodzakelijk om een project uit te werken met grondbeleidsinstrumenten om de gebruik- en kavelstructuur voor landbouw te optimaliseren. Dit project dient rekening te houden met de draagkracht van het gebied. Grootschalige infrastructurele ingrepen zijn in grote delen van het projectgebied niet aangewezen. Samen met een grondbeleid kan dit project ook bijdragen aan het inrichten van natuurgebieden voor hun hoofdfunctie. Op die manier ontstaat een winwin situatie voor landbouw en natuur waarbij het ontwikkelingsperspectief dat de partners hebben afgesproken op een integrale manier gerealiseerd wordt.
De concrete acties zijn: 1. Uitwerken project optimalisatie landbouwstructuur voor verder ontwikkeling van Moervaartvallei met als hoofdfuncties landbouw en natuur met respect voor de erfgoedwaarde in het gebied (kavelruil, optimalisatie perceel structuur en ontsluiting, …). 2. Uitwerken van een grondbeleid met inbegrip van de uitbreiding van inzet van de grondenbank Gentse Kanaalzone in functie van de beoogde grondenruil en het uitwerken van een flankerend beleid, fasering en afspraken ruilgronden. Via een raamakkoord zullen hierover afspraken worden gemaakt. 3. Uitwerken van een initiatief rond de “Moervaartvallei” om de unieke identiteit en gaafheid van het gebied te valoriseren (bvb. een streeklabel). 4. Stimuleren van lokale samenwerkingsverbanden van plattelandsondernemers onder andere met betrekking tot het onderhoud van natuur, landschap en waterbeheersing in de Moervaartvallei. Bijdragen aan kernkwaliteiten - De open ruimte is robuust en veerkrachtig - Er zijn goed functionerende groenblauwe netwerken - De omgeving draagt bij aan een vitale economie - De ontsluiting van de omgeving is conform draagkracht en noden - De omgeving heeft een duidelijke identiteit
3.3.2 Mogelijke partners en timing Mogelijke partners hiervoor zijn de provincie Oost-Vlaanderen, Afdeling Maritieme Toegang, North Sea Port (havenbedrijf Gent) en de gemeenten Gent, Wachtebeke, Moerbeke, Lochristi, Lokeren, Sint-Niklaas, Stekene. Afstemming zal nodig zijn met de landbouw- en natuurorganisaties, het Agentschap Onroerend Erfgoed en het departement Landbouw en Visserij.
25
3.4 GEWENST PROJECT: GEÏNTEGREERD WATERBEHEER MOERVAARTVALLEI EN LAND VAN ZUIDLEDE 3.4.1 Motivering wenselijkheid De Moervaartvallei is een gebied waar de mens reeds zeer lang de waterhuishouding ingrijpend beïnvloedt. Voorbeelden hiervan zijn het graven van de Moervaart, het omkeren van de loop van Moervaart en Zuidlede, het bemalen van het gebied in functie van de ontginning en landbouwkundig gebruik. Een belangrijke doelstelling is de waterhuishouding in het gebied te verbeteren. De maatschappelijke doelen voor de waterbeheer zijn in de loop der jaren toegenomen en worden nog urgenter mede als gevolg van de klimaatwijzigingen. Zo is er onder meer een stijgende trend van extreme weersomstandigheden, die kunnen leiden tot periodes met te veel water, maar ook langdurige droogte. Hierbij wordt beoogd om de waterhuishouding van het lokale stroomgebied van de Moervaart en Zuidlede maximaal af te stemmen op de landbouw- en natuurdoelen in het gebied. Een belangrijke doelstelling is ook om verhoogde mogelijkheden voor waterberging in periodes van hoogwater te creëren in functie van de beperking van het risico op schade door overstromingen, in het bijzonder op vergunde woningen en andere gebouwen.
Figuur 2: Teveel water: kaart met recent overstroomde gebieden
26
In samenhang met de landbouw- en natuurdoelstellingen voor het gebied wordt werk gemaakt van een robuuster watersysteem waarbij volgende doelstellingen centraal staan: - Vermindering van het risico op schade door overstromingen - Een geïntegreerd peilbeheer in functie van de landbouw- en natuurdoelstellingen voor het gebied zonder nadelige of schadelijke effecten voor de bovenstroomse gebieden - Het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de watersystemen in uitvoering van de EU Kaderrichtlijn Water. Om deze doelstellingen waar te maken worden volgende initiatieven genomen: - Bij de inrichting van elk deelgebied wordt nagegaan welke bijdrage geleverd kan worden aan de verbetering van de waterhuishouding, in het bijzonder door de realisatie van extra ruimte voor waterberging van het eigen stroomgebied, rekening houdend met de draagkracht van de aanwezige en/of beoogde natuurwaarden in het deelgebied. Bij ingrepen aan de waterhuishouding worden de gevolgen voor omliggende landbouwpercelen beperkt. - Een kader voor een intelligent, dynamisch peilbeheer wordt uitgewerkt en geïmplementeerd - De realisatie van groenblauwe verbindingen waarbij gestreefd wordt naar een buffering van de waterlopen in functie van de kwaliteitsdoelstellingen binnen de bereikte ruimtelijke consensus zonder nadelige of schadelijke effecten voor de bovenstroomse gebieden De VMM zal een waterkwantiteitsmodel2 opmaken. Met dit model kunnen de verschillende maatregelen inzake kwantiteitsbeheer onderbouwd of aangevuld worden. Dit leidt tot de vraag naar een dynamisch peilbeheer, waarbij een intelligente sturing van het watersysteem het mogelijk maakt om verschillende gebruiksfuncties zoals landbouw, infrastructuur, bebouwing en natuur op een duurzame manier te ondersteunen. Het dynamisch peilbeheer kan bijdragen aan het beperken van het overstromingsrisico. Bepaalde delen van het stelsel van Moervaart en Zuidlede overstromen momenteel reeds wanneer zich periodes van langdurige of zware neerslag voordoen. Veel van deze overstromingen vormen (nu) geen probleem voor bebouwing of weginfrastructuur, maar het kan toch wenselijk zijn om de overstromingen meer te controleren door selectief een aantal gebieden actief in te schakelen als overstromingsgebied. Het afwateringsstelsel naar de Moervaart en de Zuidlede, met inbegrip van de pompgemalen, dienen hiervoor bestudeerd te worden om te beslissen of sommige pompgemalen bij zeer hoge waterstanden op Moervaart en Zuidlede tijdelijk kunnen worden stilgelegd. Het toevoegen van extra water aan de Moervaart en Zuidlede kan immers leiden tot overstromingen over de dijken van Moervaart en Zuidlede op locaties waar dit minder wenselijk is. Het stilleggen van een pompgemaal leidt zeker tot het overstromen van percelen in het afwateringsgebied van het pompgemaal. Hierbij is een afweging nodig of de extra wateroverlast in het afwateringsgebied van een stilgelegd pompgemaal voldoende opweegt tegen de vermeden wateroverlast op een andere plaats. In het geval gekozen wordt om bepaalde percelen doelbewust te laten overstromen om elders wateroverlast te vermijden, zal het nodig zijn om een vergoedingssysteem uit te werken dat de verliezen voor eigenaar en gebruiker compenseert. Via het decreet Integraal Waterbeleid en het decreet Landinrichting kunnen hiervoor de nodige instrumenten ingezet worden.
2
Timing: 2018-2019
27
Daarnaast kan het dynamisch peilbeheer ook bijdragen aan de waterconservering. Drogere zomers, waarbij de grondwatertafels zo diep wegzakken dat de watervoorziening voor de landbouwteelten in het gedrang komt, komen steeds vaker voor. De peilregeling aan de pompen zou zo gestuurd kunnen worden dat er voldoende lage waterpeilen zijn in periodes van veldwerkzaamheden, terwijl tijdens het groeiseizoen de peilen hoger kunnen ingesteld worden om voldoende vochtvoorziening in de droogste periode van de zomer te verzekeren. Voor een dynamisch peilbeheer zullen aanpassingen aan de waterhuishoudingsinfrastructuur nodig zijn. Mogelijke maatregelen zijn het vernieuwen van de pompgemalen en het uitrusten van de pompinfrastructuur met een modern meet- en regelsysteem, of ingrepen in de waterlopen om bepaalde deelzones hydrologisch te isoleren. Om de impact van de ingrepen in de waterhuishouding op voorhand voldoende te kunnen inschatten, is een oppervlaktewatermodel noodzakelijk. VMM laat voor het stroomgebied van de Zuidlede momenteel een model opmaken, waarmee de effecten van voorgestelde scenario’s kunnen doorgerekend worden. Het waterbeheer van vroeger dat vooral gericht was op een snelle waterafvoer, maakt plaats voor een beheer van een watersysteem als ecosysteem. Vissen terug laten migreren tussen zee en zoet water en tussen grote rivieren en kleinere bovenlopen, is voor de waterbeheerder een prioritaire doelstelling. Deze doelstelling werd ook door het Vlaamse Parlement bekrachtigd in het decreet betreffende het Integraal Waterbeleid. De voorbije jaren zijn tal van initiatieven genomen om het herstel van vismigratie aan te moedigen, te organiseren en om de kennis hieromtrent te verspreiden. Ook voor de Moervaartvallei heeft de waterbeheerder aangegeven dat gezocht kan worden naar integrale oplossingen waarbij herstel van vismigratie deel uitmaakt van een ruimer ecologisch herstel van het watersysteem. Er zijn dus reeds (deel)projecten lopend, gepland of in uitvoering voor delen van deze doelstelling. Via landinrichting kunnen deze projecten op elkaar afgestemd worden en als één geheel uitgevoerd en gecommuniceerd worden. Bijdragen aan kernkwaliteiten - De open ruimte is robuust en veerkrachtig - Er zijn goed functionerende groenblauwe netwerken - Er overheerst een goede milieukwaliteit - De omgeving draagt bij aan een vitale economie - De omgeving heeft een duidelijke identiteit
3.4.2 Mogelijke partners Mogelijke partners hiervoor zijn de betrokken waterbeheerders (Polder Moervaart en Zuidlede, Polder Sinaai-Daknam, Vlaamse Milieumaatschappij, Vlaamse Waterweg nv, Provincie Oost-Vlaanderen). Afstemming zal nodig zijn met de betrokken lokale besturen, de landbouw- en natuurorganisaties en het departement Landbouw en Visserij, het Agentschap Natuur en Bos en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
28
3.5 GEWENST PROJECT: REALISEREN VAN DE HERBEVESTIGDE EN NIEUWE GROENE BESTEMMINGEN UIT GRUP FASE 1. 3.5.1 Motivering van de wenselijkheid De omzetting van natuurgebied naar landbouwgebied biedt onmiddellijk planologische rechtszekerheid voor een landbouwkundige uitbating voor de toekomst. De percelen in de herbevestigde en de nieuw aangeduide natuurgebieden kennen thans een weinig natuurlijke uitbating (intensief, bemesting). De randvoorwaarde bij het bereiken van de consensus voor het gewestelijk RUP fase 1 was garanties voor het effectief realiseren op het terrein van de herbevestigde en nieuwe landbouw- en natuurbestemmingen. Het ruimtelijk uitvoeringsplan “Moervaartvallei Fase 1” herbevestigt een aantal bestaande groene bestemmingen en legt enkele nieuwe groene bestemmingen vast. Het landinrichtingsproject zal o.m. zorgen voor de effectieve realisatie van de in het gewestelijk RUP voorziene landbouw- én natuurgebieden. De partners onderschrijven dat hiertoe actie dient te worden ondernomen om de consensus op het terrein te realiseren zodat op termijn de landbouwbestemmingen worden ingericht voor landbouw, de natuurbestemmingen voor natuur. De partners erkennen dat bij de verwerving van natuur-, groen- of bosgebieden een flankerend beleid voor de landbouw noodzakelijk is. Samen met de projectpartners is per deelgebied een scharniermoment afgesproken (zie raamovereenkomst). Het scharniermoment is de datum waarop vrijwillige verwerving en ruil met inbegrip van flankerende maatregelen van de grondenbank niet meer worden aangeboden. De betrokken landbouwer ontvangt minstens zes maanden voor het scharniermoment een concreet aanbod op papier. Het inzetten van onteigening is nodig om te verhinderen dat enkele percelen de ontwikkeling van een groter geheel blokkeren of dat noodzakelijke3 projecten van algemeen belang niet kunnen worden uitgevoerd. Op die manier wordt aan alle betrokkenen duidelijkheid en rechtszekerheid geboden4. Het landinrichtingsproject wil de geplande en gewenste sectorale ingrepen coördineren en integreren via zijn overleg- en uitvoeringsmodel. Landinrichting heeft een aantal specifieke inrichtingsmogelijkheden (uitvoering van werken, grondverwerving, vestigen van erfdienstbaarheden, beheerovereenkomsten, dienstenvergoedingen, …). Verder overleg over de doelstellingen en acties zal in inrichtingsplannen worden uitgewerkt na detailonderzoek en volgens de procedure landinrichting. De groene bestemmingen worden ingedeeld in 3 clusters: 1. Uitbouw Moervaart tot groen-blauwe as 2. Uitbouw Zuidlede tot groen-blauwe as 3. Uitbouw robuste groen-blauwe verbindingsas SBZ Heidebos- SBZ Etbos Bijdragen aan kernkwaliteiten - De open ruimte is robuust en veerkrachtig - Er zijn goed functionerende groenblauwe netwerken
3
Voor het uitvoeren van de consensus, de natuurcompensaties GKZ, … Voor betrokken eigenaars en gebruikers is er rechtszekerheid maar ook voor bijvoorbeeld voor de compensatie van de verboden te wijzigen vegetaties uit het Gentse zeehavengebied.
4
29
-
Onroerend erfgoed fungeert als basis voor identiteit en nieuwe ontwikkelingen De omgeving heeft een duidelijke identiteit
De deelprojecten worden in onderstaande paragrafen beschreven. 1) Uitbouw Moervaart tot groen-blauwe as
Langs de Moervaart zijn een aantal lager gelegen gebieden ingetekend met de bestemming natuurgebied. Met de realisatie van deze natuurgebieden kan de Moervaart zich ontwikkelen tot een groen-blauwe as. De belangrijkste acties zijn: • De inrichting van de natuurlijke oevers van de Moervaart zelf. Dit kan onder meer bestaan uit bredere rietkragen, ondiepere zones voor ontwikkeling van moerasvegetaties en paaiplaatsen voor vissen. Dit kan gebeuren binnen het tracé van de huidige waterloop, in zoverre dat dit geen hypotheek legt op het bevaarbare gabarit. • Het ontwikkelen van een snoer van soortenrijke graslanden, voedselrijke ruigten, (moeras)bosjes en rietkragen op kleine waterlopen parallel aan de Moervaart. Dit kan gerealiseerd worden op een strook van ruwweg 50m langs beide kanten van de Moervaart. Deze eerder kleinschalige maatregelen versterken de ecologische infrastructuur van het gebied en bieden kansen voor migratie van plant- en diersoorten.
30
•
•
De ontwikkeling van de noordzijde van de Moervaart tussen Sint-Kruis-Winkel en Wachtebeke tot een langgerekt graslandencomplex. De zone zit ingesloten tussen de Moervaart en de steilrand van de zandrug ten noorden van de Moervaartdepressie. Hierdoor is het gebied eenvoudig hydrologisch te isoleren en zijn ingrepen in de waterhuishouding mogelijk die kunnen leiden tot de ontwikkeling van meer grondwaterafhankelijke graslandtypes. De ingrepen in de waterhuishouding kunnen bestaan uit het plaatsen van enkele stuwen op het Hoofdgeleed. Ook herprofileren van oevers voor de ontwikkeling van rietkragen kan hierbij overwogen worden. Met het gemeentebestuur van Wachtebeke is afgesproken dat voor deelgebied Moervaart Noord, ten noorden van het Hoofdgeleed, op het grondgebied van Wachtebeke, specifieke bepalingen worden opgenomen rond verwerving, fasering en inrichting van (delen van) deze zone. o De inrichting is gericht op vochtige graslanden, kleine landschapselementen en op rietontwikkeling op sommige randen en percelen. o De percelen in deze deelzone (Moervaart Noord-Wachtebeke) worden in een eerste fase alleen door vrijwillige verkoop of in het kader van uitruiloperaties aan overheden of natuurverenigingen overgedragen. o Het beheer gebeurt door alle houders van zakelijke rechten, ook de huidige eigenaars en gebruikers, op zorgvuldige wijze en gericht op het ontwikkelingsperspectief van deze deelzone; alle partners stimuleren dit en zien er op toe. Voor de aanwezige lokale professionele landbouwers geldt een uitdoofscenario met de wettelijke regeling inzake bemesting (max. 2 generaties, zie mestdecreet ). Gedurende deze overgangsperiode blijven de waterpeilen in deze deelzone op Wachtebeeks grondgebied dezelfde als nu, zonder verdere verdroging en zonder vernatting, maar zonder dat dit vernatting op Gents grondgebied verhindert. Ook op de zeer lange termijn wordt het waterpeil in deze deelzone op Wachtebeeks grondgebied door de beherende instantie(s) onder controle gehouden opdat er geen permanente open waterpartijen ontstaan en ook dan het zomerwaterpeil niet boven het huidige maaiveld komt.
Mogelijke partners: Vlaamse Waterweg nv, North Sea Port, de Polder Moervaart en Zuidlede, de gemeenten Gent, Wachtebeke, private eigenaars/landbouwers en Natuurpunt zijn hierbij mogelijke partners. Afstemming zal nodig zijn met de landbouw- en natuurorganisaties, particuliere eigenaars, Agentschap Natuur en Bos, Agentschap Onroerend Erfgoed, provinciebestuur Oost-Vlaanderen en het departement Landbouw en Visserij.
31
2) Uitbouw Zuidlede tot groen-blauwe as
Het ruimtelijk uitvoeringsplan “Moervaartvallei fase 1” voorziet langs de Zuidlede een as die de verbinding maakt tussen de Moervaart, het provinciaal domein Puyenbroeck en de stroomopwaartse groengebieden (hoofdzakelijk bos in IHD). Deze verbindingsas volgt grotendeels de natuurlijke laagten met overstromingsgevoelige gronden en beboste percelen langs de Zuidlede. Het noordelijk deel, tegen de Moervaart aan, omvat een aantal hoger gelegen zandige graslanden nabij Mendonk. Ten oosten van deze percelen liggen hoofdzakelijk beboste gronden op nattere kleibodems. De as kan ontwikkeld worden tot een mozaïek van soortenrijke graslanden, voedselrijke ruigten, kleine bosjes en rietkragen. In het bijzonder de zone ten oosten van Mendonk biedt veel potenties voor overgangen van drogere graslanden op zandige bodems naar vochtige vegetaties en natte bossen. In samenwerking met de private boseigenaars kan bosomvorming gestimuleerd worden om naar natuurlijke en standplaatseigen bossen te evolueren. Een deel van de lagergelegen gronden kan ook ingeschakeld worden voor waterbeheersing langs de Zuidlede. Deze gronden komen nu reeds regelmatig onder water te staan bij (te) hoge waterstanden op de Zuidlede. Met een aantal ingrepen kunnen deze zones functioneren als actief overstromingsgebied. Hierbij gelden evenwel enkele randvoorwaarden voor de compatibiliteit tussen natuurdoelen en waterberging, zoals de waterkwaliteit, de periode en duur van de overstromingen. Mogelijke partners: Vlaamse Milieumaatschappij, de Polder Moervaart en Zuidlede, de lokale besturen Provincie OostVlaanderen, Gent, Wachtebeke en Natuurpunt en private eigenaars/landbouwers/bosgroepen zijn hierbij mogelijke partners. Afstemming zal nodig zijn met de landbouw- en natuurorganisaties, particuliere eigenaars, Lochristi en het departement Landbouw en Visserij, het Agentschap Natuur en Bos en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
32
3) Uitbouw robuste groen-blauwe verbindingsas SBZ Heidebos- SBZ Etbos
Het ruimtelijk uitvoeringsplan “Moervaartvallei fase 1” voorziet doorheen de Moervaartdepressie een as die de verbinding maakt tussen de Habitatrichtlijngebieden van het Heidebos in het noorden en EtbosTussen de twee Leden in het zuiden. De verbindingsas Bosbeek-Wulfsdonk-Turfmeersen volgt deels de natuurlijke laagten in het gebied dat gevormd worden door de historische bovenloop van de Durme en enkele voormalige zijlopen. De bodem in de onmiddellijke omgeving van de historische tracés van de waterlopen bestaat uit een veen-klei complex. Buiten de historische tracés van de waterlopen bevat de bodem een laag moeraskalk. Deze interessante bodemkarakteristieken en de lage ligging in het landschap bieden goede kansen om aan natuurherstel te werken. Op de verbindingsas Bosbeek-Wulfsdonk-Turfmeersen is herstel van natuurlijke soortenrijke vochtige graslanden mogelijk. Herstel van de natuurlijke waterhuishouding is hiervoor cruciaal en kan door de Bosbeek lokaal op te stuwen ter hoogte van de Terwesttragel zodat de grondwatertafel in de onmiddellijke omgeving kan stijgen. Om effecten op de naastliggende landbouwpercelen te vermijden, zullen ingrepen in de detailafwatering nodig zijn. Indien nodig kunnen deze ingrepen gedeeltelijk worden voorzien in de zones met landbouwbestemming volgens het ruimtelijk uitvoeringsplan, maar zullen zoveel mogelijk beperkt worden qua ruimtelijke omvang. Het landbouwgebied ten zuiden van de Bosbeek kan relatief eenvoudig afgewaterd worden via de zuidelijker stromende Zwartebeek. Het landbouwgebied ten noorden van de
33
Bosbeek zal via een nieuwe of te herdimensioneren verzamelgracht afgeleid worden naar het westen om zo in het niet opgestuwde deel van de Bosbeek terecht te komen.
In het zuiden van deze deelzone, tussen Etbos, Eksaardedam en het IHD gebied ligt het deelgebied “Peerdemeers”. Dit gebied wijzigt via het GRUP van een natuurbestemming naar een agrarische bestemming. Bij het GRUP is een passende beoordeling opgemaakt om de effecten op het SBZ gebied in te schatten. Voor de deelzone “Peerdemeers” is het aangewezen om een milderende maatregel op te nemen voor aanleg van twee bijkomende bufferende grachten op de rand van het SBZ-gebied. De verbindingsas biedt daarnaast ook mogelijkheden voor de realisatie van de natuurcompensaties die moeten gebeuren ten gevolge van de uitbreiding van het Gentse Havengebied. Een deel van de compensaties werd reeds gerealiseerd in de koppelingsgebieden van de Gentse Kanaalzone. De resterende oppervlaktes die gecompenseerd moeten worden zijn 18-20 ha riet- en moerasvegetaties en 2-4 ha grote zeggevegetaties. Deze compensaties kunnen gebeuren aan het noordelijke uiteinde van de verbindingsas (deelgebied Kalvekant) en/of aan de zuidelijke zijde (deelgebied Maaibos). Voor de definitieve allocatie van de natuurcompensaties is nog een onderzoek van de ecohydrologische potenties nodig. Het betreft immers natte natuurdoeltypes waarvan de ontwikkeling mogelijk gehypothekeerd wordt door te diep uitzakkende zomergrondwaterstanden of door een te voedselrijke uitgangssituatie.
34
Maatregelen
• • • • •
Opstuwen grachtenstelsel tot 4,00 mTAW (winterpeil) (+0,80m t.o.v. huidige toestand) Regelbare stuwen op oost-west geörienteerde hoofdsloten Ringdijk ten noorden van rietland om invloed naar noorden te beperken Ontwikkeling van 21 ha rietland mogelijk waarvan ca. 10 ha nat rietland Percelen die momenteel bebost zijn tellen niet mee voor areaal rietland!
Langs de kant van het Heidebos eindigt de verbindingsas in het deelgebied Kalvekant. Dit deelgebied is ruwweg gesitueerd tussen de Moervaart en de steilrand van de zandrug van het Heidebos. Hierdoor is het deelgebied geschikt om hydrologisch te isoleren en op te stuwen zonder te veel impact met zich mee te brengen buiten het geïsoleerde gebied. Dit geldt vooral voor de zone ten westen van het pompgemaal Kalve Terwest. Dit gebied is zeer kansrijk om moeras- en rietvegetaties te realiseren die vereist zijn als natuurcompensaties voor de Gentse Zeehaven. De zone voor moeras- en rietvegetaties bestaat momenteel uit graslanden en enkele populierenbossen. Voor het optimale gebruik van het rietland door avifauna is het van belang om een aaneengesloten oppervlakte te hebben zonder opgaande elementen. Eventueel zullen de populierenpercelen gekapt moeten worden. Deze kunnen gecompenseerd worden in andere zones die in het kader van het GRUP Moervaartvallei fase 1 een natuurinvulling zullen krijgen.
35
Maaibos is een zone van ongeveer 40ha gelegen langs de Zuidlede, en kan door het huidige wegen- en afwateringspatroon ook eenvoudig geïsoleerd worden van de omliggende percelen in landbouwgebruik. Door een regelbare stuw te plaatsen op de hoofdafwateringssloot kan een opstuwing gerealiseerd worden. Ook dit gebied is kansrijk om moeras-, riet- en grote zeggevegetaties te realiseren die vereist zijn als natuurcompensaties van de Gentse Kanaalzone. Er is wel voldoende aandacht nodig voor de huidige natuurwaarden. De dotterbloemgraslanden in het zuidelijk deel van Maaibos moeten immers behouden blijven en mogen geenszins meetellen bij de te realiseren natuurcompensaties.
Maatregelen • Opstuwen grachtenstelsel tot 3,9 mTAW (winterpeil) (+1,1m t.o.v. huidige toestand) • 15 ha ondiepe waters (0-50cm) ideaal voor rietland • Dotterbloemgrasland wordt ook vernat, maar langdurige inundatie tot in het voorjaar wordt vermeden • Complex van rietland, zeggevetaties en dottergrasland is mogelijk, maar nauwgezette peilregeling zal nodig zijn om waardevol grasland te vrijwaren
De zones Kalvekant en/of Maaibos kunnen mogelijks ook mee ingeschakeld worden in de waterbeheersing binnen de Moervaartvallei. Met een aantal ingrepen kunnen beide zones immers functioneren als actief overstromingsgebied van respectievelijk Moervaart en Zuidlede. Hierbij gelden evenwel enkele randvoorwaarden voor de compatibiliteit tussen natuurdoelen en waterberging, zoals de waterkwaliteit, de periode en duur van de overstromingen. Mogelijke partners: Het Agentschap voor Maritieme Toegang en North Sea Port zijn betrokken partij voor de natuurcompensaties. Afhankelijk van de gekozen natuur- of waterbergingsdoelen in de zones Maaibos en Kalvekant zijn ook het Agentschap voor Natuur en Bos, Vlaamse Waterweg nv, de Vlaamse Milieumaatschappij, de Polder Moervaart en Zuidlede, Natuurpunt en vzw Durme uitvoerende en/of financierende partners.
36
Voor het tussenliggende natuurgebied Bosbeek-Wulfsdonk-Turfmeersen zijn de Polder Moervaart en Zuidlede, private eigenaars/landbouwers betrokken partners. Afstemming zal nodig zijn met de betrokken lokale besturen, de landbouworganisaties, het departement Landbouw en Visserij, het Agentschap Natuur en Bos en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
37
3.6 GEWENST PROJECT: REALISEREN VAN DE INSTANDHOUDINGSDOELSTELLINGEN IN HET PROJECTGEBIED
EUROPESE
3.6.1 Motivering wenselijkheid De Vlaamse Regering heeft op 24 april 2014 de instandhoudingsdoelstellingen goedgekeurd voor o.a. de in dit voorgestelde landinrichtingsproject betrokken Natura 2000 – gebieden. Binnen het project kunnen acties worden ondernomen voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van de SBZ-H ‘Bossen en heiden van zandig-Vlaanderen: oostelijk deel, deelgebied 8 en 9 ‘Moervaart en Zuidlede’. Deze maatregelen kunnen zowel creatie van aangemeld habitat van de SBZ-H ‘'Bossen en heiden van zandig Vlaanderen, oostelijk deel, deelgebied 8 en 9 zijn, als specifieke maatregelen voor habitatcreatie voor bijlage II-soorten van de betrokken SBZ-H’s, of bijlage IV-soorten van de SBZ-H. Op 21 december 2015 is het ministerieel besluit tot vaststelling van een soortenbeschermingsprogramma voor de kwartelkoning (Crex crex) genomen.
Hiervoor zal tevens uitgebreid overleg met de landbouwsector georganiseerd worden om gebiedsgericht tot realisaties van de Europese natuurdoelen te komen. In het strategisch open ruimteproject is o.m. voorzien dat voor de uitwerking van GRUP fase 2 opnieuw in nauw overleg met de natuur- en landbouworganisaties naar een consensus wordt gezocht. Een GRUP ‘Moervaartvallei fase 2’ zal het GRUP fase 1 aanvullen met o.m. de zuidelijke, oostelijke en andere thans niet gevatte delen van de Moervaartvallei, o.m. in functie van de belangrijke natuurdoelstellingen op Vlaams en Europees niveau die zich daar situeren. De tweede fase van het GRUP Moervaartvallei, en mede daarop stoelend een overeenkomstige fase 2 van het Landinrichtingsproject Moervaartvallei, zal worden uitgewerkt vanaf begin 2019.
38
De uitvoering van werken in de omgeving van het SBZ-H mag geen aanleiding geven tot een wijziging in de abiotische randvoorwaarde voor de instandhouding van de recent vastgestelde natuurdoelen. Het wordt daarenboven wenselijk geacht om via het landinrichtingsproject de realisatie van deze natuurdoelen na te streven, om aldus de taakstelling voor de betrokken habitats te verkleinen. Deze worden uitsluitend gerealiseerd binnen de daartoe bestemde groene bestemmingen. De groene bestemmingen op het gewestplan binnen deelgebieden 8 en 9 van SBZ-H 'Bossen en heiden van zandig Vlaanderen’ zijn voldoende om deze invulling te realiseren, gezien deze oppervlakte nog niet volledig ingevuld is met actueel habitat. Europese natuurdoelen voor SBZ-H binnen het projectgebied zijn het boslandschap, het nat grasland- en moeraslandschap en soortgerichte doelen. Figuur 3: Indicatieve situering van aanwezige habitats en de verdeling van de doelen per deelgebied binnen het SBZ Bossen en heiden zandig Vlaanderen: oostelijk deel
Bijdragen aan kernkwaliteiten - De open ruimte is robuust en veerkrachtig - Er zijn goed functionerende groenblauwe netwerken - De omgeving draagt bij aan een vitale economie - De ontsluiting van de omgeving is conform draagkracht en noden - Onroerend erfgoed fungeert als basis voor identiteit en nieuwe ontwikkelingen - De omgeving heeft een duidelijke identiteit
39
3.6.1.1 Het boslandschap De maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen voor het boslandschap (IHD code 9120_9190, 9160, 91E0) te realiseren omvatten 4 sporen: 1. Kwaliteitsverbetering op vlak van structuur Via introductie en verdere toepassing van criteria duurzaam bosbeheer kunnen de bestaande bossen structuurrijker gemaakt worden. Op rijkere natte bodemtypes zijn meer randen en zomen noodzakelijk om optimale condities te creëren voor leefbare populaties van typische soorten van natte ruigtes en graslanden (sprinkhaanzanger, blauwborst,…) – evenals meer typische soorten van lichtrijke natte bossen (goudvink, nachtegaal, kleine ijsvogelvlinder). Het streefdoel hiervoor is om 1/3 van de bosranden op termijn te ontwikkelen als goed ontwikkelde boszomen. De realisatie hiervan kan voorzien worden in samenwerking met de betrokken bosbeheerders via het bosbeheerplan. 2. Realisatie van kwalitatief degelijk grote boshabitatkern voor 91E0 Bestaande grotere boskernen zijn voornamelijk gesitueerd ter hoogte van de Siesmeersbossen, Tussen 2 Leden, Etbos, Vettemeers en Heernisse en verspreid ter hoogte van Draaiboom, Schaapsstal, de Liniewegel en Fondatie van Baudeloo. Binnen het IHD gebied is het de doelstelling om één grote alluviale boskern (richtwaarde 444 ha) te bekomen. Dit is van belang voor wespendief, maar ook voor wielewaal, matkop, nachtegaal, goudvink, kleine ijsvogelvlinder. De kwaliteitsverbetering kan er enerzijds komen door de bestaande bossen om te vormen van populieraanplanten naar standplaatseigen alluviale bossen: a) Via optimalisatie van bossen in eigendom van ANB, natuurverenigingen of provincie OostVlaanderen b) Via stimulerende maatregelen aan private eigenaars (bosgroepen): Criteria Duurzaam Bosbeheer oa Vettemeers Anderzijds zijn er binnen de bestemming natuurgebied en binnen de bosstructuur nog veel percelen in gebruik bij landbouwers waarop doelen van alluviaal bos zijn voorzien. Deze doelen kunnen gerealiseerd worden door gerichte bosuitbreiding van alluviaal bos (richtwaarde totaal 175 ha binnen volledig SBZgebied). Binnen het projectgebied situeert de bosuitbreiding zich op ongeveer 80ha landbouw gebruikspercelen. 3. Degelijk bufferen van kleine boskernen en/of verbinden van kleinere boskernen (MSA = minimaal structuur areaal). Bovenstaande doelen voor bosuitbreiding worden best zoveel mogelijk gerealiseerd in de buurt van reeds bestaande habitats om aaneensluitende bosgehelen te realiseren. 4. Plaatselijk herstel hydrologie voor herstel en realisatie van grondwaterafhankelijke bostypes (IHD code 91E0 en lokaal 9160) en habitattypes grasland en moeras (6410, 6430 en 6510). Om de beoogde kwaliteitsverbetering van de habitats te realiseren is een herstel van een meer natuurlijke hydrologie noodzakelijk. Tegelijkertijd dient dit herstel zich zoveel mogelijk te beperken tot de gebieden met een ‘groene’ bestemming om zo weinig mogelijk effect te hebben op de nabijgelegen gronden voor landbouw of recreatieve functie. Om de impact en draagwijdte van hydrologische maatregelen in te kunnen
40
schatten is een ecohydrologisch onderzoek noodzakelijk voor de gebieden Fondatie-Heernisse, tussen 2 leden-Etbos en voor de bossen ten zuiden van Puyenbroeck. 3.6.1.2 Het nat grasland- en moeraslandschap Kwaliteitsverbetering van aanwezige graslanden en moerashabitats (IHD code 6510, 6410, 6430 + 3150), alsook oppervlaktetoename in het volledige SBZ-gebied van totaal 161 ha, met een kern van realisatie van deze habitattypes in het deelgebied 8 Moervaart-Zuidlede van bijkomend 76 ha (waarvan 67 ha zich situeert op percelen momenteel in landbouwgebruik). Dit zal tevens het leefgebied van blauwborst, rietzanger, sprinkhaanzanger en vleermuizen versterken. Herstel van meer natuurlijke hydrologie is noodzakelijk. In Moervaartvallei komen nog enkele plassen / putten voor met potentie tot ontwikkeling van habitattype 3150. Realisatie zal eerder in complexen van ongeveer 30 tot 45 ha soortenrijke graslanden / moerassen uitgevoerd worden, waarbij deels regionaal belangrijke biotopen (zoals dotterbloemhooilanden, grote zeggenvegetaties zullen gerealiseerd worden naast de beoogde habitats). De minimale oppervlakte van zo’n complex bedraagt minimaal 30 ha om een belangrijke faunawaarde te kunnen bieden. Door een kwalitatieve invulling van het valleigebied kan bijkomend de realisatie van leefgebied voor een satellietpopulatie (5 à 8 koppels) van de bijlagesoort kwartelkoning beoogd worden, waarbij de kernpopulatie voorkomt in de SBZ Schelde- en Durme-estuarium (G-IHD)-(Soortbeschermingsprogramma kwartelkoning 2015). 3.6.1.3 Soortgerichte doelen De doelen voor de vleermuizen (Gewone grootoorvleermuis, Grijze grootoorvleermuis, Brandt’s vleermuis/Gewone baardvleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Franjestaart, Laatvlieger) worden gekoppeld aan de realisatie van de bos- en waterhabitats. Specifieke aandacht is nog nodig voor de verbinding tussen bossen en foerageergebieden. Behoud, inrichten en verbeteren van winterverblijfplaatsen is aangewezen met specifiek ook behoud van kolonieplaats Rosse Vleermuis in de kerk van Overslag (Wachtebeke) (buiten SBZ). De Mopsvleermuis komt voor in dit deelgebied en verdient bijzondere aandacht gezien haar status als bijlage II soort.
3.6.2 Mogelijke partners Het Agentschap voor Natuur en Bos, Vlaamse Milieumaatschappij, provincie Oost-Vlaanderen, vzw Durme en vzw Natuurpunt , lokale besturen, private eigenaars/landbouwers/bosgroepen zijn hiervoor mogelijke partners. Afstemming zal nodig zijn met de landbouworganisaties, Polder Moervaart en Zuidlede, Polder SinaaiDaknam, het departement Landbouw en Visserij en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
41
3.7 GEWENST PROJECT: UITWERKEN RECREATIEF NETWERK MET PROVINCIAAL DOMEIN EN VALLEIDORPEN ALS RECREATIEVE STEUNPUNTEN. 3.7.1 Motivering wenselijkheid De Moervaartvallei biedt door zijn unieke kwaliteiten als laaggelegen, gaaf open gebied met weinig bebouwing nabij een dichtbevolkt gebied, veel kansen om toeristisch recreatieve troeven te ontwikkelen. Pijlers waarrond de recreatieve ontwikkeling kan gebeuren zijn: 1. Voeren van een gedragen en gerichte campagne rond streekontwikkeling en streekidentiteit ‘Moervaartvallei’ 2. Ontwikkeling van Puyenbroeck en een aantal woonkernen als onthaalpoorten 3. Uitbouwen en afstemmen van recreatieve netwerken op de landbouw- en natuurontwikkeling met het provinciaal domein als centraal vertrekpunt 4. Benutten recreatieve potenties van de hoeven in het kader van verbrede landbouw 5. Benutten groen-blauwe assen van Moervaart & Zuidlede voor uitbouwen waterrecreatie In samenwerking met het strategisch project kan een recreatieve gebiedsvisie ontwikkeld worden en delen van deze visie kunnen via het landinrichtingsproject ‘Moervaartvallei’ gerealiseerd worden.
Figuur 4: Waterrecreatie in waardevol landschap
Bijdragen aan kernkwaliteiten - De omgeving draagt bij aan een vitale economie - De ontsluiting van de omgeving is conform draagkracht en noden - Basisvoorzieningen zijn nabij en bereikbaar - Onroerend erfgoed fungeert als basis voor identiteit en nieuwe ontwikkelingen - De omgeving heeft een duidelijke identiteit
42
3.7.2 Mogelijke partners De lokale besturen, Provincie Oost-Vlaanderen, Vlaamse Waterweg nv, Het Agentschap voor Natuur en Bos, Vlaamse Milieumaatschappij, Toerisme Vlaanderen, vzw Durme en vzw Natuurpunt , particuliere eigenaars, bosgroepen zijn hiervoor mogelijke partners. Afstemming zal nodig zijn met de landbouworganisaties, Polder Moervaart en Zuidlede, particuliere eigenaars en het departement Landbouw en Visserij, het Agentschap Natuur en Bos en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
Figuur 5: Schets wandelnetwerk Wachtebeke, Moerbeke en omgeving
43
3.8 GEWENST PROJECT: VERSTERKEN MOERVAARTVALLEI ALS EEN HERKENBAAR EN BELEEFBAAR LANDSCHAP 3.8.1 Motivering wenselijkheid De Moervaartdepressie is een weinig uitgesproken depressie in een open landbouwlandschap, met plaatselijk kleine compartimenten bos. Het is een overwegend open cultuurlandschap van akkers en meersen met soms weidse zichten en met populieren als dominante blikvangers. Bebouwing komt vooral aan de rand voor. Aan de rand van de dekzandrug, in de Moervaart, nemen natte graslanden en beboste percelen grote oppervlakten in. De depressie vertoont een asymmetrische vorm met een steile noordrand die oploopt naar de dekzandrug Maldegem-Stekene en een zeer zwak hellende zuidrand. De vallei van de Moervaart, Zuidlede en het kanaal van Stekene zijn structuurbepalend in dit gedeelte van de Vlaamse Vallei. Het kerngebied wordt doorsneden door de Zuidlede, de Moervaart (over een kleine afstand voor de samenvloeiing met de Zuidlede), de Fondatiegracht en het Kanaal van Stekene. De ecologisch waardevolle elementen bestaan vooral uit vochtig hooiland, moeras, valleibos en open water, gecombineerd met talrijke kleine landschapselementen. Langs de Zuidlede en de monding van het Kanaal van Stekene bevinden zich de belangrijkste natte natuurkernen van het plangebied. Ter hoogte van Boudelo is er een gaaf en herkenbaar graslandcomplex; de Boudelomeers. Hier dient bijzondere aandacht te gaan naar het behoud van de moerassige graslanden langs de Moervaart. Een groot deel van het projectgebied is omwille van de unieke landschappelijke en erfgoedwaarde gekwalificeerd als ankerplaats. In het ontwerp GRUP is de perimeter van de ankerplaats opgenomen als erfgoedlandschap om het behoud van de belangrijkste waarden te verzekeren. Behoud en versterking van de belangrijkste erfgoedwaarden kunnen gebeuren met volgende acties: • Vrijwaring van de archeologische waarden in de vallei • Vrijwaring en versterking van de structurerende elementen van de ankerplaats Moervaartdepressie • Vrijwaring en versterking van de aanwezige relicten en beschermd erfgoed • Versterken van de landschappelijke identiteit en gaafheid als open ruimte gebied In samenwerking met het strategisch project zal een landschappelijke gebiedsvisie ontwikkeld worden en delen van deze visie kunnen via het landinrichtingsproject ‘Moervaartvallei’ gerealiseerd worden. De inrichtingsmaatregelen richten zich op het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de erfgoed- en landschappelijke waarden met inbegrip van hun ruimtelijke kenmerken. De maatregelen worden opgemaakt in overleg met de verschillende sectoren. De maatregelen dragen bij tot de versterking van de identiteit van het landschap. Bijzondere aandacht kan gaan naar de graslanden Bijdragen aan kernkwaliteiten - De omgeving draagt bij aan een vitale economie - Onroerend erfgoed fungeert als basis voor identiteit en nieuwe ontwikkelingen - De omgeving heeft een duidelijke identiteit
44
3.8.2 Mogelijke partners Het Agentschap Onroerend Erfgoed, Agentschap voor Natuur en Bos, de betrokken gemeenten, provincie Oost-Vlaanderen, erfgoedorganisaties, vzw Durme en vzw Natuurpunt, particuliere eigenaars en bosgroepen zijn hiervoor mogelijke partners. Afstemming zal nodig zijn met de Vlaamse Waterweg nv, landbouworganisaties, Polder Moervaart en Zuidlede en het departement Landbouw en Visserij, het Agentschap Natuur en Bos en Vlaamse Milieumaatschappij.
45
4 ONDERZOEK NAAR DE OPPORTUNITEIT EN DE HAALBAARHEID VAN EEN LANDINRICHTINGSPROJECT “MOERVAARTVALLEI” Volgens artikel 3.1.1.2. van het besluit: Art. 3.1.1.2. De minister geeft het agentschap de opdracht om een onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid van een landinrichtingsproject uit te voeren. Een onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid van een landinrichtingsproject omvat ten minste: 1° een motivatie van de meerwaarde van de instelling van een landinrichtingsproject in een welbepaald gebied; 2° een motivatie waaruit blijkt dat het landinrichtingsproject voldoet aan het doel van landinrichting, vermeld in artikel 1.1.3 van het decreet van 28 maart 2014, en dat het voldoet aan het beleid, vermeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het voormelde decreet; 3° een voorstel van landinrichtingsproject waarin het volgende is opgenomen: a) de doelstellingen van het landinrichtingsproject; b) de gebiedsafbakening van het landinrichtingsproject; c) een niet-limitatief overzicht van de partners die betrokken zijn bij de uitvoering van het landinrichtingsproject; d) een raming van de kosten van het landinrichtingsproject en een indicatie van de wijze van financiering van het landinrichtingsproject, alsook een raming van de subsidies voor landinrichting vermoedelijk uitgekeerd zullen worden voor het landinrichtingsproject en voor uitvoeringsinitiatieven als vermeld in artikel 3.4.2 van het voormelde decreet.
4.1 MOTIVATIE VAN DE MEERWAARDE VAN DE INSTELLING VAN EEN LANDINRICHTINGSPROJECT “MOERVAARTVALLEI” In hoofdstuk 2.1 (Juridische Context “Moervaartvallei”) wordt duidelijk aangegeven dat het volledige projectgebied te maken heeft met een hoog beschermingsstatuut: • Een belangrijk deel van het projectgebied verandert van natuurgebied naar agrarisch gebied. Dit biedt ontwikkelingskansen voor behoud van de openruimte functies en om de landbouwstructuur te optimaliseren. • Een belangrijk deel van het projectgebied heeft op het vlak van ruimtelijke ordening, zeker als het GRUP “Moervaartvallei-fase 1” definitief vastgesteld is, de bestemming natuurgebied en bosgebied. Dit biedt ontwikkelingskansen voor natuur en bos. • Een belangrijk deel van het projectgebied is op het vlak van natuurbeleid beschermd door de aanduiding als Habitatrichtlijngebied. Dit houdt engagementen in van de Vlaamse Overheid ten opzichte van Europa om een goede staat van instandhouding te bereiken tegen 2050. • Quasi het volledige projectgebied is daarnaast ook vanuit het standpunt van onroerend erfgoed beschermd, dit niet alleen via het GRUP “Moervaartvallei” maar ook via: o De aanduiding als ankerplaats en na goedkeuring van het GRUP als erfgoedlandschap o De aanduiding als beschermd landschap o De aanduiding van delen van het projectgebied als beschermd monument o De aanduiding van delen van het projectgebied als beschermd dorpsgezicht
46
Om de bepalingen uit het consensusvoorstel van de projectpartners te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat de volledige consensus volgens afspraak uitgevoerd wordt, omdat anders het bereikte evenwicht tussen landbouw en natuur én de rechtszekerheid voor de Gentse Haven in het gedrang komt (verplichte realisatie natuurdoelstellingen). De in hoofdstuk 3 aangehaalde lopende, geprogrammeerde of wenselijke projecten m.b.t. inrichting en beheer van de open ruimte tonen aan dat het ambitieniveau voor de kwaliteit van de open ruimte in het projectgebied hoog ligt en dat voor alle open-ruimte functies in het gebied. Vanuit de verschillende sectoren zijn er grote ambities voor het gebied, waarbij de beschermingsstatuten voor natuur en onroerend erfgoed een sturende factor zijn voor de realisatie van deze ambities. Er is vooral een grondbeleid nodig, enerzijds om de toekomstmogelijkheden voor de landbouw te bevorderen en anderzijds om de natuurgebieden optimaal in te richten. De inzet van landinrichting is nuttig om lopende, geplande en gewenste sectorale ingrepen zo goed mogelijk te coördineren en met elkaar te integreren. De meerwaarde van landinrichting situeert zich in dit projectgebied in het hebben van een gestructureerd overleg- en uitvoeringsmodel dat noodzakelijke inrichtingsmaatregelen kan integreren en afstemmen en het kunnen maken van geïntegreerde ontwerpen en op het terrein realiseerbare ingrepen. Daarnaast kan in het kader van het landinrichtingsproject een grondenbank opgezet worden met als begunstigden het Agentschap voor Natuur en Bos, de Afdeling Maritieme toegang, de Vlaamse Milieumaatschappij en de provincie Oost-Vlaanderen. Deze grondenbank kan zoeken naar ruilgronden om de nodige realisaties mogelijk te maken. Om de maatregelen te kunnen realiseren zullen verschillende inrichtingsinstrumenten op een gecoördineerde en geïntegreerde wijze moeten ingezet worden. Hierbij zal gebruik moeten gemaakt worden van de mogelijkheden van verschillende sectorale wetgevingen (bv. decreet integraal waterbeheer, decreet erfgoed, decreet ruimtelijke ordening) en zal ook gebruik moeten gemaakt worden van specifieke landinrichtingsmogelijkheden (uitvoering van werken, uitvoering werken uit kracht van wet, uitvoering van grondverwerving, vestigen van erfdienstbaarheden, beheerovereenkomsten, dienstenvergoedingen, …).
4.2 MOTIVATIE WAARUIT BLIJKT DAT HET VOORGESTELD LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI VOLDOET AAN HET BELEID OP VLAK VAN BEHOUD, DE BESCHERMING EN DE ONTWIKKELING VAN FUNCTIES EN KWALITEITEN VAN DE OPEN RUIMTE In artikel 3.1.1. van het decreet van 28 maart 2014 wordt bepaald dat landinrichting onder volgende voorwaarden kan ingezet worden: “De Vlaamse Regering kan een landinrichtingsproject instellen als het landinrichtingsproject bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat: 1° ofwel de Vlaamse Regering voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte; 2° ofwel een provincie of een gemeente voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering;
47
3°
ofwel een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest is belast met taken van openbaar nut uitvoert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als de uitvoering van dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering.
Een landinrichtingsproject wordt voorbereid en uitgevoerd met het oog op een participatieve, geïntegreerde en gebiedsgerichte aanpak. Dit houdt in dat de verschillende functies, kenmerken en kwaliteiten die in het gebied voorkomen mee in overweging worden genomen bij het bepalen en het uitwerken van doelstellingen, maatregelen en de daarvoor in te zetten instrumenten, als die functies, kenmerken en kwaliteiten kunnen worden beïnvloed door de gevraagde inrichting of het gevraagde beheer van de open ruimte. In het eerste en het tweede lid wordt verstaan onder open ruimte: een gebied waarin de onbebouwde ruimte overweegt maar waarin elementen van bebouwing en infrastructuur die samenhangen met de onbebouwde ruimte kunnen voorkomen en plaatselijk kunnen overwegen.” Het voorgesteld projectgebied is gelegen in een gebied dat volgens de gehanteerde definitie, als open ruimte kan beschouwd worden, aangezien: • In het projectgebied overweegt de onbebouwde ruimte, aangezien zowel in het gewestplan en in het ontwerp GRUP “Moervaartvallei” de bestemmingen van de open ruimte overheersen (agrarische gebieden, natuur- en bosgebieden, gebied voor recreatie). Er komen zeer beperkt een woongebied met landelijk karakter (Mendonk) en een groter ontginningsgebied voor • De elementen van bebouwing die aanwezig zijn in het projectgebied zijn in essentie landbouwbedrijven of voormalige landbouwbedrijven die als private woning gebruikt worden, gebouwen gebonden aan de recreatieve functie van het provinciaal domein, en zijn inherent aan de open ruimte-bestemmingen • De infrastructuur aanwezig in het gebied is aan de open ruimte gerelateerde infrastructuur, zoals wegen, dijken en waterinfrastructuur Het landinrichtingsproject “Moervaartvallei” heeft als doel de uitvoering van maatregelen die gericht zijn: • Op het behoud van de functies van en kwaliteiten van de ruimte, door: o Het behouden van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw in het gebied door o Het behouden van de erfgoedwaarden in het gebied o Het behouden van de natuurwaarden in het gebied • Op het herstel van de functies en kwaliteiten van de ruimte, door: o Het herstellen van de natuurwaarden in delen van het projectgebied o Het herstellen van de erfgoedwaarden in delen van het projectgebied o Het verbeteren van de waterkwaliteit in het projectgebied • Op het ontwikkelen van de functies en de kwaliteiten van de ruimte, door: o Het verbeteren van de mogelijkheden van efficiënt oppervlaktewaterbeheer in het projectgebied o Het ontwikkelen van een aaneensluitend landbouwgebied met hoofdfunctie landbouw o Het ontwikkelen van nieuwe natuur in de gebieden met hoofdfunctie natuur o Het ontwikkelen van een recreatief netwerk voor de Moervaartvallei
48
o
Het zichtbaar maken en communiceren van de erfgoedwaarden in het gebied gekoppeld aan de recreatieve netwerken en communicatie m.b.t. het belang van erfgoed in het gebied
Het voorgesteld landinrichtingsproject geeft dan ook uitvoering aan het beleid van de Vlaamse regering m.b.t.: • Ruimtelijke ordening, doordat het de mogelijkheid biedt om de voor het gebied gemaakte keuzes m.b.t. de afbakening van de Natuurlijke en Agrarische Structuur, zoals opgenomen in het GRUP “Moervaartvalei Fase 1”, te realiseren • Integraal waterbeleid, doordat op een geïntegreerde wijze het oppervlaktewaterbeheer in het projectgebied geoptimaliseerd wordt en de risico’s op calamiteiten door overstromingen beter gestuurd en beheerst kunnen worden • Het landbouwbeleid, door het verzekeren van voldoende aaneengesloten oppervlakte landbouwgebied, een goede oppervlakte- en grondwaterkwaliteit en het aanbieden van een voldoende hoeveelheid kwalitatief water om landbouw mogelijk te houden in het gebied • Decreet natuurbehoud, door het realiseren van doelstellingen opgenomen in de habitatrichtlijn en het verbeteren van de natuur in de gebieden met hoofdfunctie natuur • Erfgoedbeleid, door het beschermen, ontwikkelen en vrijwaren van het onroerend erfgoed in het projectgebied • Het beleid m.b.t. archeologisch erfgoed, door het archeologisch erfgoed te consolideren of zichtbaar te maken • Het beleid m.b.t. toerisme en recreatie, door het ontwikkelen van een kwalitatief recreatief netwerk gericht op het provinciaal domein Puyenbroeck en met de dorpen aan de Moervaartvallei als onthaalpoorten.
4.3 VOORSTEL LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI 4.3.1 Doelstelling Het landinrichtingsproject Moervaartvallei heeft volgende doelstellingen: • Het vrijwaren van de toekomstmogelijkheden van land- en tuinbouw in het projectgebied, door het uitvoeren van het consensus voor afbakening van nieuwe landbouw- en natuurgebieden in het gebied • Vrijwaren van de toekomstmogelijkheden voor de Gentse Zeehaven door realisatie van de compensatie van verdwenen verboden te wijzigen vegetaties en invulling te geven aan het natuurluik van het strategisch plan Gentse Kanaalzone • Het ontwikkelen van de herbevestigde en nieuwe natuurgebieden voor de hoofdfunctie natuur • Het verbeteren van de waterkwaliteit en kwantiteitsbeheer in het projectgebied • Het ontwikkelen van de natuurwaarden in het gebied door gerichte aankoop en de inrichting van de in het gebied gelegen SBZ-zones in functie van de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen • Het ontwikkelen van een inrichtings-, beheer- en communicatievisie voor de erfgoed- en archeologische relicten in het projectgebied. Deze visie dient ook te passen binnen de ruimere context van communicatie en positionering van de Moervaartvallei • Het uitbouwen van het recreatief netwerk in het projectgebied met het provinciaal domein Puyenbroeck als centraal uitvalsbasis en de lokale dorpen als onthaalpoorten
49
Het doel van landinrichting is decretaal vastgelegd in artikel 1.1.3 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting als: “ …de afstemming en de toepassing op geïntegreerde wijze van instrumenten en de uitvoering van maatregelen die gericht zijn op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte.” Het landinrichtingsproject Moervaartvallei heeft als doel de uitvoering van maatregelen die gericht zijn: •
•
•
Op het behoud van de functies van en kwaliteiten van de ruimte, door: o Het behouden van de mogelijkheden voor de landbouw in het gebied o Het behouden van de erfgoedwaarden in het gebied o Het behouden van de natuurwaarden in het gebied Op het herstel van de functies en kwaliteiten van de ruimte, door: o Het herstellen van de natuurwaarden in delen van het projectgebied o Het herstellen van de erfgoedwaarden in delen van het projectgebied o Het verbeteren van het waterbeheer in het projectgebied Op het ontwikkelen van de functies en de kwaliteiten van de ruimte, door: o Het verbeteren van de mogelijkheden van efficiënt oppervlaktewaterbeheer in het projectgebied o Het ontwikkelen van nieuwe natuur o Het ontwikkelen van een recreatief netwerk voor de Moervaartvallei o Het zichtbaar maken en communiceren van de erfgoedwaarden in het gebied gekoppeld aan een communicatie m.b.t. het belang van erfgoed in het gebied
Om deze maatregelen te kunnen realiseren zullen verschillende inrichtingsinstrumenten moeten ingezet worden en dat op een gecoördineerde en geïntegreerde wijze. Hierbij zal gebruik moeten gemaakt worden van de mogelijkheden van verschillende sectorale wetgevingen (bv. decreet integraal waterbeheer, decreet erfgoed, decreet ruimtelijke ordening) en zal ook gebruik moeten gemaakt worden van specifieke landinrichtingsmogelijkheden (uitvoering van werken, uitvoering werken uit kracht van wet, uitvoering van grondverwerving, vestigen van erfdienstbaarheden, beheerovereenkomsten, dienstenvergoedingen, …). Er kan geconcludeerd worden dat het voorgesteld landinrichtingsproject “Moervaartvallei” voldoet aan de doelstellingen van landinrichting, vermeld in artikel 1.1.3. van het decreet van 28 maart 2014.
4.3.2 Gebiedsafbakening De voorgestelde perimeter van het landinrichtingsproject Moervaartvallei is weergegeven op kaart 1 in rode lijn. Het projectgebied is 4539 ha groot. Deze voorgestelde perimeter is de perimeter van het gewestelijk RUP “Moervaartvallei fase 1”, uitgebreid met het ontginningsgebied, de zuidelijke SBZ zones en de oostelijke delen rond Fondatie-Heernisse van de perimeter van het planprogramma ‘Moervaartdepressie’. Deze keuze laat toe om het landinrichtingsproject Moervaartvallei in een latere fase ook in te zetten voor de realisatie van de doelstellingen van het natuurinrichtingsproject FondatieHeernisse en komt overeen met de actieradius van de lopende en gewenste projecten op vlak van inrichting en beheer in het projectgebied. Bijkomend voordeel is dat de projectdoelstellingen en het op te maken flankerend beleid ruimer worden benaderd dan louter GRUP fase 1.
50
4.3.3 Niet-limitatief overzicht van de bij de uitvoering betrokken partners Om het landinrichtingsproject Moervaartvallei te kunnen uitvoeren zullen in ieder geval volgende partners betrokken moeten worden bij de opmaak en uitvoering: • De Afdeling Maritieme Toegang (AMT) van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, als verantwoordelijke voor de realisatie van de natuurcompensaties voor de Gentse zeehaven en financierende partner voor de nodige maatregelen voor de grondverwerving van deze natuurcompensaties; • Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), als verantwoordelijke voor de uitvoering van de instandhoudingsdoelstellingen in het projectgebied en als financierende partner voor de nodige maatregelen voor het realiseren van deze instandhoudingsdoelstellingen, als verantwoordelijke voor de verwerving, inrichting en het beheer van een nog te bepalen deel van in het GRUP fase1 aangeduide groengebieden met een meerwaarde voor de Natura 2000 natuurdoelen; • De Vlaamse Waterweg nv, als verantwoordelijke voor een duurzaam en dynamisch beheer van de bevaarbare Moervaart en de ernaast gelegen terreinen en als financierende partner voor een nog te bepalen deel van het deelgebied Kalvekant voor het realiseren van extra waterbuffering en natte natuur langs de Moervaart; • De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) als verantwoordelijke voor het beheer en de inrichting van de onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie in het projectgebied; • Het Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE), in functie van de bescherming, het beheer en de ontwikkeling van erfgoed-, landschaps- en archeologische waarden in het projectgebied; • Het Departement Omgeving; als verantwoordelijke voor het omgevingsbeleid; • Het Departement Landbouw en Visserij, als verantwoordelijke voor de uitvoering van het landbouwbeleid; • De Provincie Oost-Vlaanderen, als verantwoordelijke voor het provinciaal domein Puyenbroeck, als verantwoordelijke voor de verwerving, de inrichting en het beheer van een nog te bepalen deel van in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Moervaartvallei fase 1’ aangeduide groengebieden met een meerwaarde voor uitvoering van het groenbeleid in de ruimere omgeving van het provinciaal domein, als eigenaar van een deel van de gronden in overheidseigendom in het projectgebied, en als verantwoordelijke voor de uitwerking van het gebiedsgericht plattelandsbeleid; • De stad Gent, als verantwoordelijke voor het gemeentelijk openbaar domein in een deel van het projectgebied, als verantwoordelijke voor de verwerving, inrichting en het beheer van een nog te bepalen deel van in het GRUP fase1 aangeduide groengebieden met een meerwaarde voor uitvoering van het groenbeleid van de stad Gent; • De gemeente Wachtebeke, als verantwoordelijke voor een deel van het gemeentelijke openbaar domein in het projectgebied; • De gemeente Moerbeke, als verantwoordelijke voor een deel van het gemeentelijk openbaar domein in het projectgebied; • North Sea Port (o.a. autonoom havenbedrijf Gent), als verantwoordelijke voor de uitbouw van de natuurcompensatie voor de Gentse Zeehaven en financierende partner voor de realisatie van een deel van het natuurluik uit het strategisch plan voor de Gentse haven; • De polder van Moervaart en Zuidlede als beheerder van de onbevaarbare waterlopen in hun werkingsgebied van het projectgebied.
51
• •
De polder van Sinaai-Daknam als beheerder van de onbevaarbare waterlopen in hun werkingsgebied van het projectgebied. Betrokken private eigenaars en/of grondgebruikers die vrijwillig instemmen met de realisatie van een deel van de maatregelen op hun gronden.
4.3.4 Financiering Volgens art. 3.1.1.2, 3°, d) omvat een voorstel van landinrichtingsproject: • een raming van de kosten van het landinrichtingsproject • een indicatie van de wijze van financiering van het landinrichtingsproject • een raming van de subsidies landinrichting die vermoedelijk zullen uitgekeerd worden voor het landinrichtingsproject
4.3.4.1 Raming van de kosten van het landinrichtingsproject Moervaartvallei In dit hoofdstuk wordt de totale kostprijs van het landinrichtingsproject en uitvoeringsinitiatieven (als vermeld in artikel 3.4.2 van het voormelde decreet) geraamd en dit op basis van de huidig beschikbare informatie en ramingen voor de opmaak van dit document en de informatie verstrekt door de partners over hun inschatting van de kosten van de in deel 2 aangehaalde geprogrammeerde, gewenste of lopende projecten. Voor instelling van het landinrichtingsproject is het niet voorzien dat elke partner instemt met de engagementen inzake uitvoering en financiering voor een deel van de maatregelen. Om van het raamakkoord een uitvoerbaar akkoord en engagement te maken voor uitvoering van het open ruimteproject Moervaartvallei is het belangrijk om een zicht te hebben op de raming van de kosten en de partnerschappen voor uitvoering en financiering. Om dit te ondervangen is in de stuurgroep van het strategisch project Moervaartvallei beslist om deze engagementen, financiering en modaliteiten van de uitvoering, inclusief de principes van het flankerend beleid te verankeren in een raamakkoord voor de uitvoering van het project. Deze raming en het overleg zijn voorbereid en verder onderhandeld met de partners in de loop van december ’17-april ‘18. Dit raamakkoord wordt dan samen met de eindversie OOH overgemaakt aan de Vlaamse minister, bevoegd voor landinrichting en de Vlaamse Regering in functie van de definitieve vaststelling van het GRUP. De praktische organisatie van het landinrichtingsproject Moervaartvallei kan voortbouwen op het brede partnerschap van het (openruimte)project dat vandaag al bestaat. Op deze manier kunnen we (1) voortbouwen op het brede inhoudelijke draagvlak dat in de loop van de jaren werd opgebouwd binnen het partnerschap, (2) terugvallen op genomen engagementen binnen dit partnerschap in de afgelopen jaren en (3) gebruik maken van de bestaande structuren (projectbureau – stuurgroep) van het partnerschap. De vooropgestelde maatregelen wil het partnerschap realiseren conform het uitgewerkte flankerend beleid en de vastgestelde scharniermomenten in de periode 2020-2042.
52
Vertrekkend van de inhoudelijke focus van de maatregelen voor realisatie van het landinrichtingsproject en hun specifieke doelstellingen en karakteristieken, is een inschatting gemaakt van de benodigde financiering en landinrichtingssubsidie voor de uitvoering ervan. Heel wat parameters zijn weliswaar nog niet gekend: benodigde detailstudies, de concrete inrichtingsmaatregelen, de gewenste grondinnames, …. Tabel 2 toont per partner een indicatieve samenvattende raming voor uitvoering van deze maatregelen Deze raming is richtinggevend voor het globaal engagement per partner. Voor uitvoering van de eerste maatregelen is ongeveer 2,5 jaar gerekend voor het opstellen en goedkeuren van een landinrichtingsplan (LIP) en 3 jaar voor het realiseren van een LIP op het terrein. Tijdens de opmaak van een landinrichtingsplan, worden de maatregelen in overleg met de betrokken partners verfijnd en uitgewerkt binnen de hier opgenomen globale financiële engagementen. In het traject voor goedkeuring van een LIP wordt een formele instemming gevraagd aan de partners over het uitvoeringsprogramma en financieringsplan. werken incl. kosten en Grondverwerving Eindtotaal Btw
Financierende partners North Sea (Havenbedrijf Gent)
Port
1.520.411
1.415.619
2.936.030
AMT
48.665
3.073.257
3.121.922
ANB
369.575
697.001
1.066.576
VMM
241.341
425.048
666.389
Vlaamse Waterweg NV
221.965
375.222
597.187
Provincie Oost Vlaanderen
270.178
1.642.711
1.912.889
Stad Gent
419.048
2.011.956
2.431.005
Gemeente Wachtebeke
146.244
33.250
179.494
Gemeente Moerbeke
122.286
26.250
148.536
Lokale partners
33.158
429.304
462.462
Subsidie Landinrichting
2.218.273
4.189.812
6.408.084
Totaal 5.611.142 14.319.431 19.930.573 Tabel 2: indicatieve samenvattende raming voor uitvoering van deze maatregelen voor realisatie van het open ruimteproject De totale kostprijs van de maatregelen uit het raamakkoord (uitvoering van landinrichtingsplannen en van uitvoeringsinitiatieven) wordt geraamd op 19,9 miljoen euro. De landinrichtingssubsidie bedraagt in de regel maximaal 50% voor grondverwerving en 70% voor inrichtingswerken. De subsidies landinrichting bedragen in de indicatieve kostenraming 6,4 miljoen euro of ongeveer 32% van het totaalproject. Heel wat maatregelen worden gerealiseerd door samenwerking en financiering tussen de verschillende partners in dit project. De “restfinanciering” (het verschil tussen de geraamde kostprijs en de subsidies landinrichting) dient gedragen te worden via middelen van de partners, eventueel aangevuld vanuit andere subsidiekanalen dan landinrichting.
53
Voor wat betreft de maatregelen die betrekking hebben op het realiseren van de nieuwe of herbevestigde natuurgebieden is voor een aantal deelgebieden de helft van de oppervlakte voorzien voor verwerving en uitvoering via het regulier natuurbeleid (50% realisatie via regulier beleid). Daar kan de natuurfunctie gerealiseerd worden door samenwerking met private partners-eigenaars-gebruikers op voorwaarde dat een overeenkomst wordt afgesloten met duidelijke omschrijving van de doelstellingen. Hierbij zijn meerdere instrumenten uit het vigerende natuurbeleid inzetbaar; private uitvoeringsinitiatieven, bebossing van landbouwgronden, inzet beheersovereenkomsten,… . Tevens is een belangrijke rol voorzien voor de betrokken erkende natuurverenigingen. Hierbij kunnen zij voor de grondverwerving en de werken gebruik maken van reguliere middelen van het Natuurbeleid. De inzet van subsidies landinrichting is hiervoor niet noodzakelijk. De mogelijkheden van landinrichting om op een snelle en efficiënte manier te zorgen voor de nodige grondverwervingen kunnen ingezet worden voor realisatie van deze doelstellingen en hiervoor kan de oprichting van een grondenbank nuttig zijn. Indien bij het aanbreken van het scharniermoment de vrijwillige instrumenten (zelfrealisatie, afsluiten beheerovereenkomsten, vrijwillig aankoopbeleid en inrichting, …) niet geleid hebben tot realisatie van de natuurfunctie wordt het instrumentarium voor verwerving en inrichting via landinrichting ingezet. Hiertoe is voor 50% van de oppervlakte voorzien dat de maatregelen gerealiseerd worden via de opmaak van een landinrichtingsplan. Inzet van middelen landinrichting ter ondersteuning van erfgoedconsolidatie en recreatieve ontwikkelingen binnen natuurgebied is eveneens hieronder voorzien. Tabel 3 toont een indicatieve samenvattende raming per partner en de spreiding in de tijd volgens de uitgewerkte fasering Deze tabel toont hoe het financieel engagement in de tijd gespreid wordt en ingepast kan worden in de meerjarenbegroting van de partners en de Vlaamse subsidies landinrichting. Financierende partner
2020
2022
2024
2028
2030
2033
2035
2040
2042
Totaal
NSP
138.397
696.750
891.079
540.207
179.107
369.705
89.176
26.236
5.372
2.936.030
AMT
553.589
1.183.734
0
945.822
0
333.834
0
104.942
0
3.121.922
ANB
0
29.034
6.441
448.578
269.286
166.917
83.104
52.471
10.744
1.066.576
VMM
425.048
241.341
0
0
0
0
0
0
0
666.389
VW nv
0
375.222
221.965
0
0
0
0
0
0
597.187
Oost-Vl
1.041.151
198.688
0
601.561
71.489
0
0
0
0
1.912.889
Gent
375.699
83.342
0
1.260.238
173.809
465.363
72.553
0
0
2.431.004
Wachtebeke
0
0
0
179.494
0
0
0
0
0
179.494
Moerbeke
0
0
0
148.536
0
0
0
0
0
148.536
Lok. partners
0
49.239
7.864
0
0
380.065
25.293
0
0
462.462
LI-subsidie
684.359
283.332
24.791
3.204.875
628.635
1.191.219
301.422
78.707
10.744
6.408.084
gronden
684.359
92.790
0
2.142.737
0
1.191.219
0
78.707
0
4.189.812
werken
0
190.542
24.791
1.062.138
628.635
0
301.422
0
10.744
2.218.273
3.218.243
3.140.682
1.159.083
7.329.311
1.322.326
2.907.103
564.606
262.356
26.860
19.930.573
Totaal
Tabel 3: indicatieve samenvattende raming per partner en de spreiding in de tijd volgens de uitgewerkte fasering
54
4.4 VOORSTEL TOT SAMENSTELLING VAN DE PLANBEGELEIDINGSGROEP VOOR HET LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI In art. 3.3.2.1. §1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2014 betreffende de landinrichting wordt de samenstelling van de planbegeleidingsgroepen nader gespecifieerd: Art. 3.3.2.1. §1. De planbegeleidingsgroep is samengesteld uit de volgende leden: 1° de voorzitter, aangewezen door de minister; 2° een vertegenwoordiger van het agentschap die het secretariaat verzekert, aangewezen door de leidend ambtenaar van het agentschap; 3° een vertegenwoordiger van elk departement van de Vlaamse administratie waarvan de bevoegdheid bij het landinrichtingsproject is betrokken, aangewezen door de leidend ambtenaar van het departement in kwestie; 4° een vertegenwoordiger van elk agentschap van de Vlaamse administratie waarvan de bevoegdheid bij het landinrichtingsproject is betrokken, aangewezen door de leidend ambtenaar van het agentschap in kwestie; 5° een vertegenwoordiger van elke provincie waarvan de bevoegdheid bij het landinrichtingsproject is betrokken, aangewezen door de deputatie in kwestie; 6° een vertegenwoordiger van elke gemeente waarvan de bevoegdheid bij het landinrichtingsproject is betrokken, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen in kwestie; 7° een vertegenwoordiger van de doelgroep natuur, aangewezen door de Mina-raad; 8° een vertegenwoordiger van de doelgroep bos, aangewezen door de Mina-raad, als die doelgroep betrokken is bij het landinrichtingsproject; 9° een vertegenwoordiger van de doelgroep landbouw, aangewezen door de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, als die doelgroep betrokken is bij het landinrichtingsproject; 10° een vertegenwoordiger van de doelgroep recreatie, aangewezen door de minister, als die doelgroep betrokken is bij het landinrichtingsproject; 11° vertegenwoordigers van andere doelgroepen die betrokken zijn bij het landinrichtingsproject, aangewezen door de minister; Voor elk lid, vermeld in het eerste lid, wordt een plaatsvervangend lid aangewezen op de wijze, vermeld in het eerste lid. De minister bepaalt welke departementen, agentschappen, provincies, gemeenten en doelgroepen bij het landinrichtingsproject betrokken zijn. Het agentschap vraagt aan de instanties, vermeld in het eerste lid, om een lid en een plaatsvervangend lid aan te wijzen. Twee maanden nadat het agentschap die vraag heeft gesteld, kan de planbegeleidingsgroep geldig samenkomen. De planbegeleidingsgroep kan op elk moment derden raadplegen.
Rekening houdende met de in 4.3.3 vermelde te betrekken partners wordt volgende samenstelling van de planbegeleidingsgroep voor het landinrichtingsproject Moervaartvallei voorgesteld:
55
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Voorzitter, aan te duiden door de Minister; Secretaris, voor te dragen door de Vlaamse Landmaatschappij; Een vertegenwoordiger van het departement Landbouw en Visserij, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het departement; Een vertegenwoordiger van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het departement; Een vertegenwoordiger van het departement Mobiliteit en Openbare Werken, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het departement; Een vertegenwoordiger van het departement Omgeving, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het departement; Een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Natuur en Bos, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het agentschap; Een vertegenwoordiger van de Vlaamse Milieumaatschappij, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het agentschap; Een vertegenwoordiger van het Agentschap Wegen en Verkeer, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het agentschap; Een vertegenwoordiger van de Afdeling Maritieme Toegang, voor te dragen door de leidend ambtenaar van de afdeling; Een vertegenwoordiger van het Agentschap Onroerend Erfgoed, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het agentschap; Een vertegenwoordiger van het agentschap Sport Vlaanderen, voor te dragen door de leidend ambtenaar van het agentschap; Een vertegenwoordiger van de Vlaamse Waterweg nv, voor te dragen door de gedelegeerd bestuurder van de nv; Een vertegenwoordiger van de provincie Oost-Vlaanderen, voor te dragen door de deputatie van de provincie Oost -Vlaanderen; Een vertegenwoordiger van de North Sea Port nv, voor te dragen door de gedelegeerd bestuurder van de nv; Een vertegenwoordiger van de stad Gent, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de stad Gent; Een vertegenwoordiger van de gemeente Wachtebeke, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Wachtebeke; Een vertegenwoordiger van de gemeente Moerbeke, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Moerbeke; Een vertegenwoordiger van de gemeente Lochristi, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Lochristi; Een vertegenwoordiger van de stad Lokeren, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de stad Lokeren; Een vertegenwoordiger van de stad Sint-Niklaas, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de stad Sint-Niklaas; Een vertegenwoordiger van de gemeente Stekene, voor te dragen door het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Stekene; Een vertegenwoordiger van de doelgroep Natuur, aangewezen door de Mina-Raad; Een vertegenwoordiger van de doelgroep Bos, aangewezen door de Mina-Raad;
56
• • • • •
Een vertegenwoordiger van de doelgroep Landbouw, aangewezen door de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij; Een vertegenwoordiger van de doelgroep toerisme. Hierbij wordt gesuggereerd om een vertegenwoordiger te laten voordragen van toerisme Oost-Vlaanderen; Een vertegenwoordiger van de doelgroep recreatie. Hierbij wordt gesuggereerd om een vertegenwoordiger te laten voordragen van toerisme Waasland; Een vertegenwoordiger van de doelgroep waterbeheer. Hierbij wordt gesuggereerd om een vertegenwoordiger te laten voordragen door de polder Moervaart en Zuidlede. Een vertegenwoordiger van de doelgroep grondeigenaars. Hierbij wordt gesuggereerd een vertegenwoordiger te laten voordragen door Landelijk Vlaanderen.
57
5
BIJLAGEN
5.1 RAAMOVEREENKOMST (ONTWERP) TUSSEN DE PARTNERS VOOR REALISATIE VAN HET LANDINRICHTINGSPROJECT MOERVAARTVALLEI
58
6
KAARTENATLAS
Kaart 1: Projectgebied Kaart 2: Gewestplan Kaart 3: Ontwerp GRUP Moervaartvallei – fase 1 Kaart 4: Juridisch kader natuur Kaart 5: Juridisch kader erfgoed Kaart 6: Landschappelijke deelgebieden en erfgoed - beleidsmatig kader Kaart 7: Juridisch kader waterbeheer Kaart 8: Landbouwgebruik
59
Assenede
Zelzate
Stekene
Sint-Gillis-Waas Evergem
Wachtebeke
Moerbeke
Sint-Niklaas Gent
Lokeren
Lochristi
0
1
2
3
4
±
Kilometers
LANDINRICH TINGSPROJEC T Moervaartvallei
Onderzoek naar de opportuniteit en de haalbaarheid
Kaart 1: Projectgebied
Waasmunster
Legende:
Gemeentegrens Perimeter project Moervaartvallei Deelgebied Habitatrichtlijngebied en omgeving
GRUP (Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan) Deelgebied GRUP Fase 1
Deelgebied GRUP Fase 2 (op te starten)
bron: - de Habitatrichtlijngebieden, ANB, toestand 2013 (MercatorNet, 20 14) - Het voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, Informatie Vlaanderen, toestand 29/01/201 6 (Informatie Vlaanderen, 2 016) - Topografische kaart 1/50.000, raster, NGI aangemaakt op : 03/07/2017
N
V
T
T
T
T
P P
K1
T
T
T T
T
T
T
T
Z
T
Z
T
T
T T
N V
C
K1
Z
N
N
Z
P
R
R
C
N
Z TT
N
N
R
N
N
P
R R
P
N
N
P
P
ZRO
R
P
P
N
Z
N
N
TT
Z
T
R
V V
C
T
N
N
T
RO
V
Z 0 TT
T
1
2
L ANDI NRI CHT I NGSPROJ ECT Moe rva a rt va llei
3
N
R N
P
0100- woongebied
Onde rz oe k na a r deopport uni t e i te n deha a lba a rhe i d
a ang em aa k top :03/ 07/ 2017
T KN
0104- woonpark
N R
Z
P
0911- valleigebieden
1000- industriegebieden
150c- bestaande hoofdverkeerswegen 150d- aan te leggen hoofdverkeerswegen 150e- bestaande spoorwegen 150f- aan te leggen spoorwegen 150g- bestaande afzonderlijke leidingen 150h- aan te leggen afzonderlijke leidingen
1011- regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter
1044- gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven 1081- reservegebied voor industriële uitbreiding 1100- ambachtelijke bedrijven en kmo's
0702- natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten
0901- landschappelijk waardevolle gebieden V
RO
0701- natuurgebied
0900- agrarische gebieden
0401- gebieden voor dagrecreatie 0500- parkgebieden
0610- koppelingsgebied K1 / type 1
0800- bosgebieden
0400- recreatiegebieden
P
0600- bufferzones
0700- groengebied
0200- gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut
0402- gebieden voor verblijfrecreatie
±
P
reservatiegebied
0101- woongebied met kultureel, historische en/of esthetische waarde
0105- woonuitbreidingsgebied
N
bron: -Ve c t ori ë leversi evan hetGewest plan,Dept . RWO, Afdeli ng Rui m t eli jk ePla nn i ng ,2002( bi jg ewerk t2011)( AGI V) -T opog ra fi sc hek aa rt1/ 100. 000,ra st er, NGI ,opn a m e2001–2006
Perimeter project Moervaartvallei
0102- woongebied met landelijk karakter
K a a rt2: Ge we st pla n
N
C
4 Ki lom et e rs
L ege nde :
R
1200- ontginningsgebieden C
1201- uitbreiding van ontginningsgebieden 1311- stortgebieden (niet-giftige stoffen) 1500- bestaande autosnelwegen 1504- bestaande waterwegen
(
(
150j- aan te leggen leidingstraten 150k- bestaande hoogspanningsleidingen
!!
Art. 6
!!
! !
!! ! !! ! ! ! ! !
!!
!
! ! ! ! ! ! !!
!! !!
!!!!
!
! !
!!
! !! !! ! !
!!
!
!
!!!
!!
!! ! !! ! ! ! ! !!
!
!!
!
! !! !
!!
!!
!
!!!
Art. 5.4
Art. 3.3
!
Art . 13
!
! !! !!
!
!
!
!!
!
15
!
!
!
! !! !!! !
!!
!
!! !!!
!
!
! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! !
Art. 14
!!
!Art.
!!
! ! ! !! ! ! !
Art. 12
! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !
!
!
!
!
!!!!!!
!
!!
!!
! ! Ð Ð
!!!
!!
!
!!
!!
N !! ! ! Art. 3
!!!
AG Art. 1
! !! ! ! Art. 8 ! ! ! ! !! ! ! !!! !!! !! ! ! !! ! !! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! !! Art. 3.4 ! !! ! ! !! ! ! !! !! ! ! ! !! ! ! ! Art. 8.3 ! ! ! !!
!!!
!!
!
!!
!!
!!
!!!!
! ! ! !Art. 9 !! !! ! !! !
!! ! !
! ! ! ! !
Art. 19
!!
!!
!
!
2
3
±
4 Ki lom eters
!
L ANDI NRI CHTI NGS PROJ ECT Moe rva a rtva lle i
Onde rz oe k na a r deopportuni te i te n deha a lba a rhe i d
L e g e nde :
K a a rt 3: Ontw e rp GRU PMoe rva a rtva lle i -f a se1
! Ð ! Ð ! A Ñ !!!!
>
!
!
!
Art. 1 8
!
1
!!
0
. 17
! ! !! !!
!
!
!
! !! !
! !!!!!!
!!!
!!!! !! ! !
Art. 5
! !!!
! !
!!
!
!! !
! !! !!!
!!
! !! ! !! ! ! ! ! ! CH !!!!!
! !! ! ! !
!! !!
!
Art
! A Ñ ! Ð
!
!
!!
!
!!
!!
!!!
!!!
!!
!!
! Ð
!!
!!
! !!! ! !
!
!!
! Ð
! !! !! Ð
!!
!!
!!
! !!!
! !! !! ! ! !! ! !!!
Art. 11
Art. 20
! !!
! !!
BAG Art. 2
!!
! A Ñ
! !! ! ! !! !!
!!
! !!
! !!
!!
! A Ñ ! Ð !!
Art. 10
! Ð
GO Art. 7
Art. 16
!
! A Ñ
!!
B Art. 4
Art. 1.5
>
!!!!
Art.11 : Houtig erfgoed Art.10 : Markante gebouwen en constructies
N
GO
Art.12 : Te behouden cultuurhistorisch waardevolle dreven
CH
Art.13 : Structuur Fort Miserie
AG
Art.15 : Te behouden voormalig spoorwegtracé Art. 17 : Leidingstraat
Art. 18 : Enkelvoudige leiding
!
Art.6 : Landelijk woongebied met cultuurhistorische waarde
Art.20 : Te behouden pompgemaal
Art. 19 : Bestaande hoogspanningsleiding
B
BAG
Art.8 : Recreatiegebied
N
N
Art.3.3 : Grote eenheid natuur Art.3.4 : Grote eenheid natuur in ontwikkeling
Art.3 : Natuurgebied
Art.8.3 : Natuurverwevingsgebied,recreatie en natuurbehoud nevengeschikt
Art.7 : Gemengd openruimtegebied
Art.9 : Erfgoedlandschap "Moervaartdepressie"
Art.5 : Gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde
Art.14 : Cultuurhistorisch waardevol landschapsrelict
Art.4 : Bosgebied
Art.1.5 : Natuurverwevingsgebied
Art.1 : Agrarisch gebied Art. 21 : Bouwvrij agrarisch gebied Art.16 : Gebied voor waterweginfrastructuur
CH
Art.5.4 : Grote eenheid natuur Perimeter project Moervaartvallei
b ron: -T opog ra f i sc h ek a a rt 1 / 10 0. 0 00 , ra ste r, NGI , opna m e20 01– 20 06 -Ontw erp va ng e w este li jk rui m te li jk ui tvoe ri ng spla n " Moerva a rtva lle i f a se1" , ve rsi ea pri l 20 18 a a ng e m a a k t op : 07 / 0 5/ 2 01 8
Heidebos
Heernisse
Reepkens
Fondatie van Boudelo Turfmeersen Astgemete
De Linie
Eenbes
Moervaartmeersen
Siesmeersbos
0
1
2
3
±
4 Kilom e te rs
L ANDI NR I CHTI NGSPR OJ ECT Moe rv a a rtv a lle i
Onderz oe k na a r de opportunite it e n de ha a lba a rheid
L eg e nde :
K a a rt 4: J uridisc he n bele idsm a tigk a der na tuur e n bos
Perimeter project Moervaartvallei
Habitatrichtlijngebied Bossen en heiden zandig Vlaanderen: oostelijk deel
Vlaams Ecologisch Netwerk
Grote eenheid natuur (GEN)
Grote eenheid natuur in ontwikkeling (GENO)
Natuur- en Bosreservaat
Beheerder VZW Durme Beheerder Natuurpunt
Bosreservaat Heernisse
Openbaar bos
Beheer ANB
Beheer Provincie Oost-Vlaanderen
bron: -de Ha bitatric htlijnge bie de n,ANB, toe stand2013( Me rc atorNe t,2014) -de VENg e bie de n , Agen tsc ha p Natuur e n Bos,to e stand10/ 2016 ( Me rc a torNe t,2015) -Ve c torië le v e rsie v an de E rk e nde Natuurre se rva te n, toe stand 26/ 10/ 2010( ANB2010) -De bosre se rv ate n Vlaa nde re n,toe sta nd17/ 10/ 2010 ( Me rc atorNe t) -Ka da strale pe rc e le n in e ig e n dom of be he e r v a n ANB( ANB,03/ 11/ 2010) -Topogra fisc he k aa rt 1/ 100. 000,ra ste r, NGI ,opn a m e 2001–2006 a ang e m aa k t op :03/ 07/ 2017
# *
** # ## * # * # *
# *# * # *
# *
# *# * # *
# * # * # *
# * # * # * # *# *
# * # *
# * # *
# *
# # * * * # *# # * # * # *
# *
# * # * # * # * # *# * # * # * # *
# * # * # *
# *
# * # * # * # *
# *# *
# * # * # * 0
1
2
3
L ANDI NRI CHTI NGS PROJ ECT Moe rva a rtva llei
On de rz oe k na a r deopportun i te i te n deha a lba a rhe i d
K a a rt 5: J uri di sc hk a de re rfg oed
±
4 Ki lom ete rs
L e ge n de :
Beschermd onroerend Erfgoed !
bron : -I n ven tari s m et w a arde vol bo uw k un di g erfg o e d, Ag en tsc hap On ro e ren dE rfg oed( Merc a torNet) -Va stg e steldei n ven ta ri s va n la n dsc hapsreli c te n, Ag en tsc hap On ro eren dErfg oed,2016( Merc a torNet) -Topog ra fi sc hek aa rt 1/ 100. 000,ra ster, NGI ,opn a m e2001–2006
Perimeter project Moervaartvallei
Beschermd monument Beschermd landschap Beschermd dorpsgezicht
Vastgestelde inventarissen
# *
Bouwkundig erfgoed - relicten Bouwkundig erfgoed - gehelen ankerplaats
a an g em aa k t op :03/ 07/ 2017
5 ! (
6 ! (
( !
( !
( ( ! ( ! ( ! ( ! !
( !
( !
/ "
/ "
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! !
( !
( ( ! ! ( ( ! !
( ( ! ( ! !
/ "
/ "
( ( ! !
( !
( !
( ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! !
( ( ! !!( ! (
( !
8 ! (
/ "
/ "
( !
( ( ! !
/ " " /
( !
( !
/ "
/ "
! ( ( ( ! (! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ( ( ! ( ! ( ! !
/ "
( !
( !
( !
/ "
/ "
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! !
( !
/ "
( ! ! ! ( ( ( ( ! !
( !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ( ( ! ! (
/ "
/ "
( ( ! !
" / / " " / / / " "
( ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ( ! ( ! !
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
( ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! !
/ "
/ "
/ " " /
" / / / " "
/ / " "
"/
( ! ! ! ( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ( ( ! ( ! !
/ "
/ "
/ "
/ " " /
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
/ "
( !
( ( ! ( ! ( ! !
! ! ( ( ( ! ! ! ( ( ( !
/ "
( !
( !
( !
( ! ! (
/ "
( !
3 ! (
/ "
/ "
a ang em aa kt op:03/ 07/ 2017
Landschappelijke deelgebieden Landschap met donkenstructuur Meersen
K a a rt 6: L a nd sc h a ppelijked e e lg e b ie d en en e rf g oe d
( ( ! !
b ron: -Ka arten ‘ b esc h e rm in g en’en ‘ land sc h a ppelijkeeenh ed e n’ uit h et v oorstelruim telijkev ertaling v an d eankerplaa ts ' Mo erv a artd epressie' –if v MB( 18/ 12/ 2009)tot d ef in itieve a and u id ing a ls a n kerpla ats. ( Ag entsc h apR. O Vlaa nd eren –onroerend erf g oed ) -Topog ra f isc h ekaa rt 1/ 100. 000,ra ster, NGI ,opn a m e2001–2006
Centrale depressie
O nd e rz oe k na a r d eopportunite it e n d eh a a lb a a rh e id
( !
( !
7 ! (
4 Kilom ete rs
L ege nd e :
( !
( !
/ "
/ "
/ "
( !
! ! ( ( ( ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ! ! ! ( ( ( ! ! ! ( ( ( ! ! ! ( ( ( ! ! ! ( ( ( ( ! !
( !
/ "
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
/ "
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
/ "
( !
( !
( !
/ " " /
( !
( !
( !
/ "
( ( ! !
( !
( ! ! ( ! ( ! ( ! (
( !
/ "
( !
( !
( !
/ "
/ "
( !
( !
/ "
( ( ! !
( !
2 ! (
( ( ! !
( !
W1
( !
( !
( ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! !
( !
( ( ! ( ! !
( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ( ! ( ! ( ! ! ( ! ( ! ( !
( !
/ " / " / "
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
/ "
( !
( !
( !
( !
/ "
/ "
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( ( ! ( ! ( ! !
( !
( !
W2
W1
( !
/ " / "
/ "
/ "
( !
( !
/ "
( !
( ( ! !
( !
( ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ( ! !
( ( ! !
( !
( ! ! ! ( ( ( ( ! !! ( ( ! ! ! ( ( ( ! ! ! ( ! ( ! ( ( ( ( ! ( ! !
( !
( ! ( ! ( ! ( ! ( ( ( ! ! ! ( ! ! ! ( ( ( ! ! ( ! ( ! ! ( ! ( ( ( ! ( ! ( ! ( ( ! ( ! ( ! ! ( ! ( (! ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ( ! ( ! ( ! ( ! (! ( ! ! ! ! ( ( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ( ! ( ( ! ! ! ( ! ( ! ( ( ( ! ( !
2 ! (
( ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! !
( ( ! ( ! !
/ "
1 ! (
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! !
/ "
/ "
W4
2 ! (
( ( ! !
W1
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! !
L ANDI NRI CHTI NGSPRO J ECT Moe rv a a rtv a llei
3
( !
( !
W3
K1
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ( ( ! ( ( ! ( ! ( ! ( ! !
( (! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ! ( ! ( (
( !
2
( !
/ "
1
( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ( ! ( ! ( ! /!( !( !( !( !( !( !( !( !( !( !( ( ! (" ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ( ( ! ! ! ( ! ( ! ( ( ( ( ! ( ! (! !
( ! ! ( ! ( ! ( ! (
W5
! !( ( ( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ! ( ! ( ( (! ! ( ( ! ( ! ! ( ( ! ! ( ( ( ! ( ! ! ( ( ! ! ( ( ! ( ! ! ( ! ! ( ( ! ( ! ! ( ( ! ( ! ! ( ( ! ! ( ( ! ! ! ( ( ( ( ! ! ( ! ( ( ! ( ! ( ! ! ( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ( ! ( ! ( ( ! ( ! ( ! ( ! !
1 ! (
0
( !
( !
( !
( !
( !
( !
( !
! ! ( ( ( ( ! !
( !
( !
( !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( (
( ( ! ( ! ( ! ! ( ! !! ( ( ( !
( ( ! ( ! !
( ( ! ( ! !
( !
( !
W1
( !
( ( ! ! ! ( ( ! ( ( ! ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ! ( ! ( ! ( (
( ( ! ( ! !
( !
( !
( ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ! ( ! ( ( ! ( ! ( ( ! ! ! ( ( ( ! ! ! ( ( ( ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! !
( ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! ( ! ( ! ! ! ! ( ( ( ( ! ( ! !
K2
1 ! (
( !
( ( ! ! ! ! ( ! ! ( ( ! ( ( ( ! ( !
( !
( !
9 ! (
3 ! (
( !
( !
1 W1 " / ! ( / "
( !
( !
( !
( ( ! !
! (
! ( ! ( ! ! ( ! ( ! ! ( ( ! (! ( ! ( ( ( !
4
Bos Recreatiedomein Puyenbroek Kleinschalig mozaïeklandschap Gesloten cultuurlandschap Geopend cultuurlandschap Dekzandrug
Landschappelijke lijnen en punten Kleinschalig mozaïeklandschap 1, Fondatie
2, Draaiboom, Hazewinkel & Liniewegel 3, Tussen de twee Leden & Etbos
Bossen
1, Siesmeersbos 2, Vettem eers- Heirnisse- en Fondatiebossen
Landschappelijke knelpuntzones
( ! ! ( ! ( ! (
Dreven
K1, bekken vml. suikerfabriek Moerbeke
/ "
Militair erfgoed
K2, crossterrein Oostdonk
/ "
Voormalige spoorwegen Waterlopen
Landschappelijke waardevolle zones
Hoofdwaterlopen
W1, eendenkooi
1, Molenm eersen
steilrand overgang
W2, kasteel van Geeteruyen
2, Maaibos
geleidelijke overgang
W3, kasteeldomein Puyenbroeck
Meersen
3, Boudelom eers 4, Belram 5, Lijkeveldmeersen 6, Paepelaar 7, Astgemete 8, Lokerse Moervaartmeersen 9, Kalvekant
Wetenschappelijke inventarissen ankerplaatsen houtige beplantingen: Wegedoorn Etbos
W4, kasteeldomein Stenenbrug (relict) W5, kasteeldomein Wulfsdonk
Perimeter project Moervaartvallei
±
ee ee
De Bagonie k
er
Ge ld e rse L ed e
Ho o gstra at b e
Parm a vaart
ek
Grot e Kreek
n eke ls V a ard Axe
Axels Va ard eken
oi st ro ec ht R
beek
V
ek
de
Ab
tte
lb ee
Po
k
be
Ov
ek
be
ek
be e
r ve
t ch
gs er
ek
ee
lb
be
K la
W est lede be ek
be ns
Wijnveldbeek
k
D e Per re n s b e e k
be
ek
Tr ets
be
ek
rf a kk
Sm
Kleine Watergang
Tu
z
a dbeek en p
e r sb ee k
M ar ia
e
d
sl o ek
be ot
a t b e ek ra
d
n Leke
st
ek
H eilan
el s
Ra
m
e
om
nb
fd
ru ie e nt
ek
Mogelijk overstromingsgevoelig
k ee rb
Effectief overstromingsgevoelig
ek
be
Niet overstromingsgevoelig
ek
p loo er
watertoetskaart overstromingsgevoeligheid
ek
eek
nh
ek
A rm s be
G ra v e nb
K aart7: J urid isc h en be le id sm at ig kad e r wat e r
ambtsgebieden polderbesturen
t
k
le W e st
Perimeter project Moervaartvallei
a
k a rtbee
W e i beek
ur
m
e
Ond e rz oe k naar d eopport unit e ite n d eh aalbaarh e id
L e ge nd e :
uw
ar
in ke l
ns be
la
w
k
e ek
L ANDI NRI CHTI NGSP ROJ ECT Moe rv aart v alle i
ee
e rk
az en
ee
le b eek Bels e R u is ela a
ee
ra ntg
Gr o
ek
H
nb
mb
4 Li n d Kilom et e rs
M ol e
nd
p
k
e
Sp
r acht
e be er
B or
lo o
3
e eb e
en
t
eb
Ol e
n
k
Le
Di
t r ac h jk g
o
2
ch
te k
Be
de
Ha
1
ra eg
be
Polder Moervaart en Zuidlede
c ht
g racht
n tg Ol e
ee
Ra
As
e ss l s grac h t
a
e ek St
nS va
te
er s
V an
nk
0
a ti nd
Zu idl e d e
Ha
na
an lv
al na Ka e n
Polder Sinaai-Daknam
ve Bo
Z w ij n d
Bosgra
t
e
Mo erv aar t
Ka
e teb
ra ch
Zuidle
me
lb
kk Br anda
He
de P ee r
e dro
v a n Ced r on
k
rte oo M
rt t vaa Oo s
B e ek
g Tr ek
c gr a
ht
om
nd Wi me
ht
op
Ro d
ng
B
g ra c
ge K r L an
u ize l o
te r
ga
a
d ok
r te
se ls
uize
d
wa
B
Zwartebeek
Zw
o
k
Has
Ho
De
n
Fo
eek
en h
le e
r ke
n sb
R od
ge
oe
ee r teb
C
g
Bosbeek
Zw a
M
Af
va
ek s be arij nP
e
bee k
dek e
na
Led
P ach tg oed
e Ou d
i j e v a ar t
an
rgan
k
ek
Jo
G r o te W at e
e be
Fondatie
p loo
ie te Ma r gr
k
ke
o sbe
Kanaal Gent - Terneuzen
ee
r kvaa S p e lo n
Av r
er
eb Wu ll
e ns
Mo
n sb
Hu i
k
Moerbeke-Polder
ke
be e bo s
ek be
lede ing s H ar
D e Me ir
lle Wu
e
e ns
kepo ld
B
Led
e M
k e e rs
n d e M oe rbe
Ou
e
e
n
d
ss
va
va n
e
la
Va art
at er ga ng
r se
r
P
l
e
Ke
putte n
D
Zwarte Sluispolder
ek
Lang eled
be
Z ou t e
k
W
ks k
e Ge ld
el
e Kr
e
Po
k Lo
pompgemaal
beschermingszone grondwaterwinningen Winning
Beschermingszone type I
Beschermingszone type II
Beschermingszone type III
waterlopen Bevaarbaar Geklasseerd, eerste categorie Geklasseerd, tweede categorie Geklasseerd, derde categorie Niet geklasseerd
e r enb e e k
Polder Schelde Durme Oost
±
bron: -Grenz en v an po ld ers en wat ering e n -Vlaam seMilieum aat sc h appij af d eling Operat ioneelWat erbeh eer, 29jan uari 2016 ( I nf orm at ie Vlaand e ren,2016) -Wat ert o et skaart en -Ov erst rom in g sg evoelig eg ebied e n, 2014, I nf orm at ieVlaand ere n &CI W( I nf o rm at ieVlaan d ere n) . -Ve ct oriëlev ersiev an d eBesc h erm ing sz o nes v an d e g ron d wat e rwinnin g en,DOVVlaand eren,t oe st and n ov em beri 2016 ( Merc at orNet , 2016) -Topog raf isc h ekaart1/ 100. 000,rast er, NGI ,opnam e2001–2006 aang em aaktop: 03/ 07/ 2017
0
1
2
L ANDI NRI CHTI NGSPROJ ECT Mo e rva a rtva l l ei
3
L e g e n de : Teeltgroep
On de rzo e kn a a r deo p p o rtun i te i te n dehaa l baa rhe i d
K a a rt 8: L a n dbo uwg ebrui k
±
4 Ki l o m ete rs
Sierteelt
Grasland
Akker
Groenten
Fruit
Maïs
Graangewassen
Andere
Perimeter project Moervaartvallei
bro n : -Perc e el sa a n gi f te2016bi j het dep a rtem en t l a n dbo u w en vi sseri j -To p o gra f i sc hek a a rt 1/ 100. 000,ra ster, NGI ,o p n a m e2001– 2006 aa ng em a a k t o p :03/ 07/ 2017
Vlaamse overheid
VLM.be OMGEVINGVLAANDEREN.be