Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/034
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/034
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 24 januari 2020 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Willebroek tot het verkrijgen van een afschrift van “de aanmaning die eind december verstuurd werd tav xxx. (…) Het gaat specifiek om de aanmaning waarnaar xxx verwijst in haar mailbericht van 30 december 2019.” Bij mailbericht d.d. 30 januari 2020 weigerde de gemeente Willebroek een afschrift van de opgestelde aanmaning. Bij mail van 31 januari 2020 diende xxx een beroepschrift in tegen voormelde beslissing van de gemeente. Het beroepschrift werd op 3 februari 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep De beroepsinstantie stelt vast dat xxx eveneens beroep indient namens xxx. Uit artikel II.48, §1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’), volgt dat enkel “de aanvrager” bij de beroepsinstantie in beroep kan gaan tegen de beslissing waarbij de overheidsinstantie uitspraak doet over zijn aanvraag of tegen het uitblijven van een beslissing van de overheidsinstantie nadat de termijn waarbinnen de beslissing moest worden genomen, verstreken is. Het begrip “aanvrager” moet,
www.vlaanderen.be
bij ontstentenis van een uitdrukkelijke bepaling in de andere zin, worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis en het betekent aldus “iemand die iets aanvraagt”. Bedoeld wordt aldus degene die in overeenstemming met artikel II.40, §1 van het Bestuursdecreet, de “aanvraag” heeft ingediend en wiens naam en adres in overeenstemming met het artikel II.40, §2 van het Bestuursdecreet is vermeld op de aanvraag. Uit het dossier blijkt evenwel niet dat xxx een “aanvraag” in de voormelde zin heeft ingediend. xxx kan dan ook niet als “aanvrager” in de zin van het Bestuursdecreet worden beschouwd. Bijgevolg kan ook xxx geen beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroep van xxx is bijgevolg onontvankelijk. De beslissing van de gemeente Willebroek dateert van 30 januari 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen conform artikel II.48 §1, 4de lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving. Het beroep namens xxx werd ingediend bij mailbericht d.d. 31 januari 2020 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het ingediende beroep is bijgevolg gedeeltelijk ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Op 24 januari 2020 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Willebroek tot het verkrijgen van een afschrift van “de aanmaning die eind december verstuurd werd tav xxx. (…) Het gaat specifiek om de aanmaning waarnaar xxx verwijst in haar mailbericht van 30 december 2019.” Bij mailbericht d.d. 30 januari 2020 weigerde de gemeente Willebroek een afschrift van de opgestelde aanmaning. Hierbij gaf de gemeente aan dat het gaat om een absolute uitzonderingsgrond met verwijzing naar een algemene link van de Vlaamse Overheid inzake openbaarheid van bestuur. In het beroepschrift wordt aangegeven dat een verwijzing naar een algemene link, zonder één of mogelijks meerdere weigeringsgronden aan te duiden, niet getuigt van zorgvuldig bestuur. Het kan immers niet verwacht worden dat de verzoeker dan zelf op zoek moet gaan naar mogelijke weigeringsgronden. Via de bestreden beslissing omzeilt de gemeente de wettelijke garanties uit de regeling inzake de openbaarheid van bestuur en legt zij de bewijslast inzake het uitzonderingskarakter van de weigeringsgrond bij de
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/034
pagina 2 van 6
beroeper in plaats van omgekeerd. Alleen al om die reden zou het verzoek tot openbaarheid volgens de beroeper moeten ingewilligd worden. De beroeper stelt verder dat de gemeente vermoedelijk doelt op de uitzonderingsbepaling van artikel II.34, 4° Bestuursdecreet. Dit vermoeden wordt gebaseerd op het feit dat de aanmaning betrekking heeft op het niet-vergund zijn van de uitbating van de fitnesszaak (gebrek aan omgevingsvergunning voor het wijzigen van de functie naar dagrecreatie/sport). Evenwel is er in casu enkel sprake van een aanmaning, hetgeen niet hetzelfde is als een effectief proces-verbaal van vaststelling dat verplicht moet worden bezorgd aan het parket. Er is dus ook geen sprake van een strafvordering en evenmin van een seponering door de procureur waardoor het administratieve bestraffingsluik (bestuurlijke beboeting) eventueel kan opgestart worden. Volgens de beroeper is noch het strafrechtelijke, noch het administratiefrechtelijke luik op heden aangevat. Bovendien zou dit volgens de beroeper ook in de toekomst niet het geval zijn.
2. Toelichting door de gemeente Willebroek De beroepsinstantie nam op 3 februari 2020 contact op met de gemeente Willebroek om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailbericht van 5 februari 2020 heeft de beroepsinstantie het betrokken document ontvangen. In de toelichting aan de beroepsinstantie stelt de gemeente dat het document in kwestie door de gemeentelijke diensten werd opgesteld naar aanleiding van de administratieve handhaving bij de vaststelling van een stedenbouwkundig misdrijf, met name het ontbreken van een omgevingsvergunning. Volgens de gemeente valt de niet openbaarmaking van dit document onder de uitzonderingsgrond vermeld in artikel II.35, 5° Bestuursdecreet.
3. Standpunt van de beroepsinstantie Op grond van artikel 6.2.3. §2 VCRO kunnen de verbalisanten ruimtelijke ordening, als ze bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen ertoe aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen. In de betrokken aanmaning wordt eveneens vermeld dat, als de aanmaning niet wordt opgevolgd, een proces-verbaal zal worden opgesteld. In de toelichting aan de beroepsinstantie beroept de gemeente zich thans, zonder enige concrete onderbouwing, op de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 5° van het Bestuursdecreet. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De gevraagde aanmaning moet volgens het oordeel van de beroepsinstantie beschouwd worden als een document dat milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11°, e) Bestuursdecreet bevat. Bijgevolg is de absolute uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 5° Bestuursdecreet in casu niet van toepassing. Evenwel is er m.b.t. milieu-informatie, een identieke
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/034
pagina 3 van 6
uitzonderingsgrond voorzien in artikel II.36, §1, tweede lid, 9° Bestuursdecreet. Deze bepaling stelt dat een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking moet afwijzen, voor zover die betrekking heeft op milieu-informatie, indien ze van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de vertrouwelijkheid van het handelen van een overheidsinstantie, als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving, een audit die in uitvoering is of de politieke besluitvorming. De beroepsinstantie is van oordeel dat de afscherming van de opgevraagde aanmaning aangewezen is, in het licht van de vertrouwelijkheid die noodzakelijk is voor de administratieve handhaving. De geheimhouding ervan is in casu noodzakelijk voor een effectief of efficiënt overheidsoptreden. Dit moet gelezen worden in samenhang met de bepaling van artikel 6.2.3. §2 VCRO, op grond waarvan de verbalisanten ruimtelijke ordening, als ze bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen ertoe kunnen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen. Er moet in casu worden opgemerkt dat er na de aanmaning nog een proces-verbaal kan volgen, eventueel een vervolging van het parket. Om dit alles in een serene sfeer te kunnen laten verlopen en om de rechten van de verdediging van de betrokken partijen te garanderen, dient de opgevraagde aanmaning dan ook te worden afgeschermd in het kader van de vertrouwelijkheid van de administratieve handhaving. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat de uitzonderingsgrond van artikel II.36, §1, tweede lid, 9° Bestuursdecreet in casu van toepassing. De beroepsinstantie is van mening dat eveneens dient beoordeeld te worden of in casu artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet van toepassing is. Op grond van deze bepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden voor zover die betrekking heeft op milieu-informatie, indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Evenwel vallen onder deze uitzonderingsgrond niet de bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, maar eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden. Bestuursdocumenten, die nuttig of bruikbaar voor het strafonderzoek zijn, maar niet uitsluitend met het oogmerk van de strafvordering zijn opgesteld, vallen bijgevolg niet onder het toepassingsgebied van de uitzonderingsgrond van artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet. De beroepsinstantie is van oordeel dat het betrokken bestuursdocument (de aanmaning) aan de overtreder nog de mogelijkheid biedt (of enige tijd wordt gelaten) om zich alsnog in regel te stellen. Gelet ook op het feit dat expliciet in de betrokken aanmaning wordt aangegeven dat, als de aanmaning niet wordt
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/034
pagina 4 van 6
opgevolgd, een proces-verbaal zal worden opgesteld, is de beroepsinstantie in casu van oordeel dat deze aanmaning niet “uitsluitend” ten behoeve van de strafvordering werd opgesteld, evenmin uitsluitend ten behoeve van de vordering van een administratieve sanctie Bijgevolg is in casu artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet niet van toepassing. Voor bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, maar
eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden, dient in casu artikel 27, §1, 4° van de wet van
5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie bekeken te worden. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In de bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). De beroepsinstantie is van oordeel dat een openbaarmaking van de informatie in het betrokken bestuursdocument (aanmaning) van die aard is dat het afbreuk zou doen aan de “opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten”. Het is in casu immers nog mogelijk dat tot strafvervolging wordt overgegaan indien de overtreder aan de aanmaning geen gevolg geeft. Stedenbouwkundige misdrijven worden in beginsel strafrechtelijk vervolgd en bestraft volgens de regels van het gemeen strafrecht, tenzij de procureur des Konings beslist om de zaak niet strafrechtelijk te behandelen, dan wordt een alternatief bestuurlijk beboetingsspoor gevolgd. Volgens de beroepsinstantie brengt de openbaarmaking van het bedoeld bestuursdocument de rechten van verdediging in het gedrang. Tevens is de beroepsinstantie van oordeel dat de belangenafweging waartoe bovenvermeld artikel verplicht, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van de beroeper leidt: de openbaarmaking mag maar ten koste van het beschermde belang worden bevolen als daarmee het algemeen belang gediend wordt, wat niet het geval is. Bijgevolg dient de betrokken aanmaning eveneens aan de openbaarmaking te worden onttrokken met toepassing van artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van het betrokken document (aanmaning) als ongegrond dient beschouwd te worden; Na beraadslaging,
BESLUIT:
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/034
pagina 5 van 6
Het beroepschrift van xxx d.d. 31 januari 2020 tegen de beslissing van de gemeente Willebroek d.d. 30 januari 2020 wordt als deels onontvankelijk deels ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 3 maart 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/034
pagina 6 van 6