VLAAMSE COMMISSIE ONROEREND ERFGOED VLAAMSE COMMISSIE VAREND ERFGOED VLAAMSE HERALDISCHE RAAD
JAARVERSLAG 2019
VLAAMSE COMMISSIE ONROEREND ERFGOED JAARVERSLAG 2019 INHOUD I.
OPDRACHT..................................................................................................................................... 2
II.
SAMENSTELLING ........................................................................................................................... 2
III. COMMISSIEVERGADERINGEN ....................................................................................................... 3 IV. ADVIEZEN ...................................................................................................................................... 5 V.
BIJKOMENDE INITIATIEVEN ......................................................................................................... 10
VI. BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 10 Bijlage 1: adviestaken VCOE ................................................................................................ 10 Bijlage 2: werkgroepen 2019 ............................................................................................... 13 Bijlage 3: huishoudelijk reglement VCOE ............................................................................ 14
Jaarverslag VCOE 2019
p. 1
I.
OPDRACHT
Het Onroerenderfgoeddecreet (artikel 3.1.1) voorziet in de oprichting van een onafhankelijke Vlaamse adviescommissie voor het onroerend erfgoed, met name de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE). De VCOE verstrekt op verzoek of uit eigen beweging adviezen over de diverse aspecten van het onroerenderfgoedbeleid die binnen het toepassingsgebied van het Onroerenderfgoeddecreet vallen. De adviestaken zijn zeer divers (bijlage 1). Het betreft beschermingen, inventarissen, erkenningen en beroepen. Daarnaast neemt de commissie deel aan jury’s en visitatiecommissies. Het Onroerenderfgoedbesluit (artikel 3.1.9) bepaalt dat de commissie jaarlijks verslag uitbrengt over haar werkzaamheden bij de minister. Met voorliggend jaarverslag komt de VCOE hieraan tegemoet.
II. SAMENSTELLING Het Onroerenderfgoedbesluit (artikel 3.1.1) bepaalt dat de commissie bestaat uit veertien leden met expertise in minstens één van de disciplines van onroerend erfgoed en zeven leden uit het maatschappelijke middenveld. De voorzitter en de leden worden door de Vlaamse Regering benoemd voor een termijn van vier jaar. Hun mandaat kan tweemaal verlengd worden met een nieuwe termijn van vier jaar. Met het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 tot aanstelling van de voorzitter en de leden van de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed werd de commissie voor het eerst samengesteld. Dit vierjarige mandaat liep van januari 2015 tot december 2018 en werd niet verlengd. De Vlaamse Regering besliste op 14 december 2018 tot hersamenstelling van de commissie. Dit nieuwe vierjarige mandaat ging van start op 1 januari 2019. De samenstelling van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed gedurende het werkjaar 2019 was als volgt: 1° veertien leden met expertise in minstens één van de disciplines van onroerend erfgoed: -
Michael de Bouw, projectleider WTCB, docent erfgoedstudies
-
Erik Müller, monumentenwachter en teamverantwoordelijke Monumentenwacht Antwerpen
-
Joost Caen, hoofddocent Conservatie en Restauratie UAntwerpen
-
Michiel Deweirdt, advocaat-vennoot advocatenkantoor
-
Marc Debatty, coördinator-diensthoofd Monumentenzorg stad Mechelen
-
Dirk Laporte, opleidingscoördinator erfgoedstudies UAntwerpen
-
Joris Scheers, projectmanager Vlaamse overheid, gastdocent KULeuven dep. architectuur
-
Stéphanie D’Hulst, deskundige onroerend erfgoed stad Lier
-
Lise Vandenhende, assistent-doctoranda UGent, faculteit rechten en advocate
-
Johan Veeckman, hoofd afdeling Onroerend Erfgoed stad Antwerpen
-
Edith Vermeiren, zaakvoerder architectenbureau Erfgoed en visie
Jaarverslag VCOE 2019
p. 2
-
Katrien Hebbelinck, docent erfgoedstudies UAntwerpen en lector landschaps- en tuinarchitectuur Erasmus hogeschool Brussel
-
Caroline Ryssaert, zaakvoerder, senior archeoloog RAAP
-
Bénédicte Selfslagh, voorzitter ICOMOS Vlaanderen-Brussel en ICOMOS België
2° zeven leden uit het maatschappelijk middenveld met diverse expertise -
Adriaan Linters, onafhankelijk erfgoedconsulent en onderzoeker
-
Jan Jaspers, directeur onroerend religieus erfgoed CRKC/PARCUM
-
Geert Storme, coördinator Leaderproject ‘Zot van ('t) Boeren’
-
Karel Dendooven, stafmedewerker directie Herita vzw
-
Gregory Vercauteren, adviseur lokaal en regionaal erfgoedbeleid FARO
-
Nicola Loxham, juridisch adviseur ruimtelijke ordening en PPS, Vlaamse Confederatie Bouw (t.e.m. augustus 2019)
-
Elke Mertens, beleidsmedewerker VONA en coördinator archeologie BAAC Vlaanderen
De heer Michiel Deweirdt werd door de Vlaamse Regering opnieuw aangewezen als voorzitter. Mevrouw Edith Vermeiren werd door de commissie aangeduid als ondervoorzitter. Secretariaat Het Onroerenderfgoeddecreet (artikel 3.1.2) bepaalt dat het secretariaat van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed wordt uitgeoefend door het secretariaat van SARO.
III. COMMISSIEVERGADERINGEN In 2019 gingen er 12 commissievergaderingen door, met name op: -
donderdag 17 januari 2019
-
donderdag 14 februari 2019
-
donderdag 14 maart 2019
-
donderdag 11 april 2019
-
donderdag 9 mei 2019
-
donderdag 13 juni 2019
-
donderdag 4 juli 2019
-
donderdag 22 augustus 2019
-
donderdag 12 september 2019
-
donderdag 10 oktober 2019
-
donderdag 14 november 201,
-
donderdag 12 december 2019.
Jaarverslag VCOE 2019
p. 3
Aanwezigheden commissievergaderingen 2019 17 jan
14 feb
14 ma
11 apr
9 mei
13 jun
4 jul
22 aug
12 sep
10 okt
14 nov
12 dec
Totaal
Michiel Deweirdt
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
12
Joost Caen
x
Marc Debatty
x
x
Michael de Bouw
x
x
Karel Dendooven
x
Stephanie D’Hulst
x
x
Katrien Hebbelinck
x
x
x
x
x
x
x
x
Jan Jaspers
1
Dirk Laporte
x
x
Adriaan Linters
x
x
x
x
x
x
x
x
x
8
x
x
x
x
x
x
9
x
x
x
9
x
x
x
8
x
x
10
x
x
11
x
x
7
x
7
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
Nicola Loxham
0
Elke Mertens
x
x
x
x
Erik Müller
x
x
x
x
x
x
Caroline Ryssaert
x
x
x
x
Joris Scheers
x
x
Bénédicte Selfslagh
x
x
x
Geert Storme
x
x
x
x
x
Lise Vandenhende
x
x
x
x
x
x
8 x
x x
x
x
x
x
5 x
x
11
x
x
x
5
x
9
x
4
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10
x
x
x
x
x
x
11
Johan Veeckman
x
x
Gregory Vercauteren
x
x
x
x
x
Edith Vermeiren
x
x
x
x
x
x
x
9
7
Werkgroepvergaderingen Op 14 november 2019 werd een werkgroepvergadering georganiseerd (zie bijlage 2), ter bespreking van diverse aandachtspunten met betrekking tot het onroerenderfgoedbeleid. Naar aanleiding hiervan werd op de commissievergadering van 12 december 2019 een brief aan minister Matthias Diependaele opgemaakt waarin de commissie haar werking kort toelichtte, enkele thema’s onder de aandacht bracht en proactief haar expertise ter beschikking stelde.
Jaarverslag VCOE 2019
p. 4
Schriftelijke goedkeuringsprocedure De commissie besliste gedurende het werkjaar 2019 om twee keer gebruik te maken van de schriftelijke goedkeuringsprocedure, zoals voorzien in hoofdstuk 5 van het huishoudelijk reglement. In het geval van het advies VCOE 2019-42 was dit aangewezen omwille van de timing van de adviesvraag vlak voor het zomerreces van de commissie. Het advies werd aldus goedgekeurd op 22 juli 2019. Het advies VCOE 2019-68 werd schriftelijk behandeld om tegemoet te komen aan de adviestermijn van 30 dagen. Dit advies wordt voor formele goedkeuring geagendeerd op de commissievergadering van 16 januari 2020. IV. ADVIEZEN In 2019 verleende de VCOE 66 adviezen waarvan: -
27 adviezen inzake voorlopige beschermingen
-
31 adviezen inzake beroepen
-
4 adviezen inzake voorlopige opheffing van beschermingen
-
4 adviezen advies inzake vaststelling van de inventarissen
Overzicht adviezen VCOE VCOE 2019-01 Advies over de voorlopige beschermingen als monumenten van zeven graftekens uit de periode na 1940 in de Vlaamse Rand VCOE 2019-02 Advies over de voorlopige gehele opheffing van de bescherming als monument van het feestpaleis in Lochristi VCOE 2019-03 Advies over de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen VCOE 2019-04 Advies over het beroep tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor het bouwen van twaalf appartementen met ondergrondse garage te Rotselaar VCOE 2019-05 Advies over het beroep tegen de toekenning van een omgevingsvergunning voor de sloop van twee panden en de nieuwbouw van een dagverzorgingscentrum met assistentiewoningen te Sint-Niklaas VCOE 2019-06 Advies over de voorlopige bescherming als monument van het Sint-Annapaviljoen in Sint-Genesius-Rode VCOE 2019-07 Advies over de voorlopige bescherming als monument van architectenwoning Louis Hagen te Gent VCOE 2019-08 Advies over de voorlopige bescherming als monument van directeurswoning Dassonville in Lendelede VCOE 2019-09 Advies over de voorlopige bescherming als monument van woning Neuhuys in Deurne VCOE 2019-10 Advies over de voorlopige bescherming als monument van het appartementsgebouw De Zonnewijzer in Antwerpen VCOE 2019-11 Advies over de voorlopige bescherming als monument van woning Janssens in Jaarverslag VCOE 2019
p. 5
Antwerpen VCOE 2019-12 Advies over de voorlopige bescherming als monument van abdijhoeve Hof Ten Brukom in Sint-Pieters-Leeuw VCOE 2019-13 Advies over de voorlopige bescherming als monument van juwelenhuis Ruys in Antwerpen VCOE 2019-14 Advies over de voorlopige bescherming als monument van de kapel van het Universitair Ziekenhuis Gent VCOE 2019-15 Brief met vaststelling dat het beroep tegen de weigering van een toelating voor het uitvoeren van schilderwerken aan de gevel van een pand in Oostende zonder voorwerp is geworden VCOE 2019-16 Brief met beslissing niet te adviseren over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor het verbouwen van een winkelpand te Brugge VCOE 2019-17 Advies over de voorlopige bescherming als monument van woning De Bruycker in Gent VCOE 2019-18 Advies over de voorlopige bescherming als monument van het bruggenhoofd met Duitse bunker van de Turnhoutkanalstellung uit de Eerste Wereldoorlog in Turnhout VCOE 2019-19 Advies over de voorlopige beschermingen wederopbouwhoeves in West-Vlaanderen
als
monumenten
van
zes
VCOE 2019-20 Advies over de voorlopige bescherming als monument van apotheek Lambrecht te Aalst VCOE 2019-21 Advies over de voorlopige beschermingen als monumenten van twee graftekens uit het interbellum in de Vlaamse Rand VCOE 2019-22 Advies over de voorlopige wijziging van de bescherming als monument van een oorlogsgedenkteken in Beringen VCOE 2019-23 Advies over de voorlopige bescherming als monument van handschoenwinkel Boon in Antwerpen VCOE 2019-24 Advies over de voorlopige bescherming als monumenten van de bunkers van de Nordabschnitt in Kapellen VCOE 2019-25 Advies over het beroep tegen de toekenning van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een vakantiewoning na sloop bestaande bebouwing in Heuvelland VCOE 2019-26 Advies over het beroep tegen de toekenning van een omgevingsvergunning voor de heropbouw van vijf woningen op een pleinbeluik te Gent VCOE 2019-27 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de bouw van een paardenpiste en mestvaalt in Evergem VCOE 2019-28 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de verbouwing van een woning en de nieuwbouw van een tentoonstellingsruimte in Gent VCOE 2019-29 Advies over de gewijzigde omgevingsvergunningsaanvraag voor het bouwen van Jaarverslag VCOE 2019
p. 6
twaalf appartementen met ondergrondse garage in Rotselaar VCOE 2019-30 Advies over de voorlopige bescherming als monument van kasteel Maisin in Leuven VCOE 2019-31 Advies over de voorlopige bescherming als monument van het gravenkasteel van Humbeek in Grimbergen VCOE 2019-32 Advies over de voorlopige bescherming als monument van het Spaans Toreken in Niel VCOE 2019-33/35 Advies over de vaststelling van de landschapsatlas voor drie deelgebieden in de vallei van de Dender VCOE 2019-36 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de restauratie en herbestemming van het klooster van de zwarte nonnen en de nieuwbouw van een kantoor in Veurne VCOE 2019-37 Advies over de voorlopige gehele opheffing van de bescherming als monument van de stenen windmolen Delmerensmolen in Tielt VCOE 2019-38 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de nieuwbouw van zes appartementen met garages in Hamme VCOE 2019-39 Advies over het beroep tegen de weigering van een toelating voor het vervangen van de buitendeuren van een pastorie in Wanzele VCOE 2019-40 Advies over de voorlopige bescherming als monument van apotheek BaetslĂŠ in Gent VCOE 2019-41 Advies over de voorlopige bescherming als monumenten van vier graftekens uit de periode voor 1918 in de Vlaamse Rand VCOE 2019-42 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de verbouwing van het klooster van de blauwe zusters tot een hotel en de nieuwbouw van een feestzaal, appartementengebouw en ondergrondse parking in Veurne VCOE 2019-43 Advies over het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van een vergunning voor de bouw van twee appartementsgebouwen met ondergrondse parking en de herbestemming van een wasblekerij in Pelt VCOE 2019-44 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor de regularisatie van de verbouwing van een hoeve in Beernem VCOE 2019-45 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor het aanbrengen van reclame en verlichting op de voorgevel van een beschermd monument in Ronse VCOE 2019-46 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor het slopen van vier panden en de nieuwbouw van appartementen in Oudenaarde VCOE 2019-47 Advies over de voorlopige beschermingen als monumenten van drie graven en graftekens ontworpen door Victor Horta VCOE 2019-48 Advies over de voorlopige bescherming als archeologische site van het urnengrafveld van de Dorperheide in Bocholt VCOE 2019-49 Advies over de voorlopige bescherming als monument van de gesloten hoeve Hof ter Holst in Overijse Jaarverslag VCOE 2019
p. 7
VCOE 2019-50 Advies over het beroep tegen de weigering van toelating voor het vernieuwen van de ramen in de achtergevel van een beschermd monument in Pelt VCOE 2019-51 Advies over het beroep tegen de weigering van toelating voor het vervangen van het tuinmuurtje van een woning in Erps-Kwerps VCOE 2019-52 Advies over het beroep tegen de niet-aktename van een archeologienota met betrekking tot een nieuwbouwproject in Dendermonde VCOE 2019-53 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de verbouwing van hoeve Kloosterhof in Wevelgem VCOE 2019-54 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de verbouwing van een schuur tot polyvalente ruimte in De Haan VCOE 2019-55 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor het verbouwen van een handelszaak met woongelegenheden in Lokeren VCOE 2019-56 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor de aanleg van een parking en de reorganisatie van de omgeving van het kasteeldomein Hof ter Linden in Edegem VCOE 2019-57 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor het plaatsen van een houten poort in Wommelgem VCOE 2019-58 Advies over het beroep tegen de toekenning van een vergunning voor het vellen van een tamme kastanje in Leuven VCOE 2019-59 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor het bouwen van een tuinprieel te Lievegem VCOE 2019-60 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor de regularisatie van een dak in Antwerpen VCOE 2019-61 Advies over de voorlopige bescherming als monument van de Christus Koningkerk in Gent VCOE 2019-62 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor het reinigen van de gevels, het herschilderen van het buitenschrijnwerk en het vervangen van ramen in de achtergevel van een pand in Koekelare VCOE 2019-63 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor het plaatsen van twee luifels boven de ramen van een als monument beschermde stadswoning in Gent VCOE 2019-64 Advies over het beroep tegen de weigering van een vergunning voor de regularisatie en aanpassing van een raampartij in de poortopening van een herenhuis in empirestijl in Kortrijk VCOE 2019-65 Advies over de voorlopige bescherming als monument van de wederopbouwhoeve De Roode Poort met Duitse bunker in Middelkerke VCOE 2019-66 Advies over de voorlopige gehele opheffing van de bescherming als monument van de hoeve Peeters in Balen
Jaarverslag VCOE 2019
p. 8
VCOE 2019-67 Advies over het beroep tegen de weigering van een toelating voor de heraanleg van een driehoekvormige berm voor het poortgebouw van kasteel Arendsnest in Edegem VCOE 2019-68 Advies over het beroep tegen de vergunning voor de aanleg van een parking en de reorganisatie van de omgeving van het kasteeldomein Hof ter Linden in Edegem
Adviezen volgens adviestaken De adviestaken van de VCOE zijn vastgelegd in het Onroerenderfgoeddecreet en het Onroerenderfgoedbesluit (zie bijlage 1). Adviestaak Art. 4.1.3 OE-decreet
Advies VCOE nummer 3
33
34
35
Art. 4.1.4 OE-decreet Art. 5.4.9 OE-decreet
52
Art. 6.1.3 OE-decreet
1
6
7
8
9
10
11
12
13
14
17
18
19
20
21
23
24
30
31
32
40
41
47
48
49
61
65
Art. 6.2.4 OE-decreet
2
22
37
66
Art. 6.4.6 OE-decreet;
39
50
51
62
67
Art. 6.4.6 OE-decreet;
4
5
25
26
27
28
36
38
42
43
art. 6.3.28 OE-besluit
44
45
46
53
54
55
56
57
58
59
60
63
64
68
art. 6.3.19 OE-besluit
Art. 64 OV-decreet
29
Bindend verklaarde adviezen Artikel 6.4.6 van het Onroerenderfgoeddecreet geeft de Vlaamse Regering de mogelijkheid om de adviezen van de VCOE bindend te verklaren. Het gaat om de adviezen over beroepen die handelen over een beslissing tot toekenning of weigering van een omgevingsvergunning of een vergunning, toelating, machtiging, ontheffing of afwijking overeenkomstig het Bosdecreet of het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en dit voor zover het uitvoeren van de vergunning ernstige schade kan toebrengen aan een beschermd goed. In 2019 werden vijf adviezen bij ministerieel besluit bindend verklaard: -
Advies VCOE 2019-004 van 17 januari 2019 (ministerieel besluit van 15 maart 2019)
-
Advies VCOE 2019-025 van 11 april 2019 (ministerieel besluit van 31 mei 2019)
Jaarverslag VCOE 2019
p. 9
-
Advies VCOE 2019-027 van 9 mei 2019 (ministerieel besluit van 6 juni 2019)
-
Advies VCOE 2019-045 van 22 augustus 2019 (ministerieel besluit van 25 september 2019)
-
Advies VCOE 2019-046 van 22 augustus 2019 (ministerieel besluit van 25 oktober 2019)
Jury projectsubsidies archeologie Artikel 10.3.9 van het Onroerenderfgoedbesluit bepaalt dat de projectvoorstellen voor projectsubsidies worden beoordeeld door een jury die is samengesteld uit vertegenwoordigers van het agentschap Onroerend Erfgoed en van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. In 2019 werd een projectoproep gelanceerd, specifiek voor archeologisch syntheseonderzoek. Drie commissieleden waren vertegenwoordigd in de jury. Het jurymoment vond plaats op 8 juli 2019. V. BIJKOMENDE INITIATIEVEN De commissie tracht, ook los van haar decretale adviestaken, maximaal vinger aan de pols te houden met het ruime erfgoedveld. De commissieleden nemen op vraag van externen en waar mogelijk deel aan overlegmomenten en werkgroepen die relevant zijn voor de werking van de commissie. Zo werd op 9 mei 2019 naar jaarlijkse gewoonte een algemeen overleg gehouden met het agentschap Onroerend Erfgoed. Bedoeling van dit overleg is enerzijds om op de hoogte te blijven van elkaars werking en anderzijds om van gedachten te wisselen over een aantal belangrijke thema’s. Verder was de commissie in 2019 vertegenwoordigd in de werkgroep Open Erfgoed. VI. BIJLAGEN Bijlage 1: adviestaken VCOE Artikel 3.1.4 van het Onroerenderfgoeddecreet gaan in op de algemene opdracht van de VCOE. Daarnaast leggen het decreet en het uitvoeringsbesluit volgende adviestaken vast: 1. Inventarissen 1.1.
Verplichte adviesvraag van de VR over de vast te stellen inventaris én bezwaren afkomstig van het openbaar onderzoek (art. 4.1.3 van OE-decreet).
1.2.
Verplichte adviesvraag van de VR over de actualisatie of wijziging (goederen toevoegen of verwijderen) van een vastgestelde inventaris én de bezwaren afkomstig van het openbaar onderzoek (art. 4.1.4 van OE-decreet).
2. Erkenningen 2.1.
Facultatieve adviesvraag van de minister over onroerenderfgoedgemeente (art. 3.2.4 van OE-besluit).
2.2.
Facultatieve adviesvraag van de minister over de erkenning van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (art. 3.3.5 van OE-besluit).
2.3.
Facultatieve adviesvraag van de minister over onroerenderfgoeddepot (art. 3.4.7 van OE-besluit).
2.4.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over de aanvraag tot aanduiding als erkend archeoloog (art. 3.5.5 van OE-besluit).
Jaarverslag VCOE 2019
de
de
erkenning
erkenning
van
van
een
een
p. 10
2.5.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over de evaluatie van een erkend archeoloog (art. 3.5.8 van OE-besluit).
2.6.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over de aanvraag tot aanduiding als erkend metaaldetectorist (art. 3.6.4 van OE-besluit).
2.7.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over de evaluatie van een erkend metaaldetectorist (art. 3.6.7 van OE-besluit).
2.8.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over de aanvraag van een kwaliteitslabel voor onroerenderfgoedondernemers (art. 3.7.5 van OE-besluit).
2.9.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over het evalueren van de toekenning van een kwaliteitslabel voor onroerenderfgoedondernemers (art. 3.7.9 van OE-besluit).
2.10.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap over de erkenning als open erfgoed (art. 8.4.2 van OE-besluit).
3. Beschermingen 3.1.
Verplichte adviesvraag van de VR voorafgaand aan een voorlopige bescherming van archeologische site, monument, cultuurhistorisch landschap, stads- of dorpsgezicht (art. 6.1.3 van OE-decreet).
3.2.
Verplichte adviesvraag van de VR over de voorlopige bescherming van archeologische site, monument, cultuurhistorisch landschap, stads- of dorpsgezicht als er omwille van dringende noodzakelijkheid geen voorafgaand advies werd gevraagd (art. 6.1.8 van OEdecreet).
3.3.
Facultatieve adviesvraag van de VR over de definitieve bescherming van archeologische site, monument, cultuurhistorisch landschap, stads- of dorpsgezicht (art. 6.1.12 van OEdecreet).
3.4.
Verplichte adviesvraag van de VR over de voorlopige wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming (art. 6.2.4 van OE-decreet).
3.5.
Verplichte adviesvraag van de VR voorafgaand aan de voorlopige omzetting van besluit tot bescherming als monument, landschap, stads- of dorpsgezicht of archeologisch monument of archeologische zone in bescherming als monument, archeologische site, cultuurhistorisch landschap of stads- en dorpsgezicht (art. 12.3.4, 12.3.8, 12.3.9 en 12.3.10 en 12.3.11 van OE-decreet).
4. Beroepen 4.1.
Facultatieve adviesvraag van de VR over een administratief beroepschrift tegen weigering van of koppeling van voorwaarden aan archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem (art. 5.4.6 van OE-decreet).
4.2.
Facultatieve adviesvraag van de VR over een administratief beroepschrift tegen aktename, niet-aktename of koppeling van voorwaarden aan een archeologienota in geval van ingreep in de bodem (art. 5.4.9 van OE-decreet).
4.3.
Facultatieve adviesvraag van de VR over een administratief beroepschrift tegen aktename, niet-aktename of koppeling van voorwaarden aan een archeologienota in geval geen ingreep in de bodem (art. 5.4.13 van OE-decreet).
4.4.
Facultatieve adviesvraag van de VR over een administratief beroepschrift tegen de
Jaarverslag VCOE 2019
p. 11
aktename, niet-aktename of koppeling van voorwaarden aan een nota bij het beëindigen van archeologisch vooronderzoek met ingreep in bodem (art. 5.4.17 van OE-decreet). 4.5.
Facultatieve adviesvraag van de VR over een administratief beroepschrift tegen weigering van of koppeling van voorwaarden aan toelating voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in bodem met oog op wetenschappelijke vraagstelling (art. 5.5.3 van OE-decreet).
4.6.
Verplichte adviesvraag van de minister over een administratief beroepschrift tegen de weigering of intrekking van de aanduiding als erkend archeoloog (art. 3.5.14 van OEbesluit).
4.7.
Verplichte adviesvraag van de minister over een administratief beroepschrift tegen de weigering of intrekking van de aanduiding als erkend metaaldetectorist (art. 3.6.12 van OE-besluit).
4.8.
Verplichte adviesvraag van de minister over een administratief beroepschrift tegen de weigering of intrekking van een kwaliteitslabel voor onroerenderfgoedondernemers (art. 3.7.13 van OE-besluit).
4.9.
Facultatieve adviesvraag van de VR over een administratief beroepsschrift tegen toekenning of weigering van of koppeling van voorwaarden aan toelating door het agentschap voor niet vergunningsplichtige handelingen aan of in beschermde goederen (art. 6.4.6 van OE-decreet, art. 6.3.19 van OE-besluit).
4.10.
Verplichte adviesvraag van elke instantie die een administratief beroep behandelt over beslissing tot toekenning of weigering van stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning of vergunning, toelating, machtiging, ontheffing, afwijking cf. bosdecreet of natuurdecreet, indien verzoekschrift middelen opwerpt over het advies van het agentschap (art. 6.4.6 van OE-decreet, art. 6.3.28 van OE-besluit).
4.11.
Facultatieve adviesvraag van het administratief rechtscollege dat een jurisdictioneel beroepschrift behandelt over beslissing tot toekenning of weigering van stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning of vergunning, toelating, machtiging, ontheffing, afwijking cf. bosdecreet of natuurdecreet, indien verzoekschrift middelen opwerpt over toekenning of weigering van een toelating van handelingen aan of in beschermde goederen (art. 6.4.6 van OE-decreet).
4.12.
Facultatieve adviesvraag door de VR over een administratief beroep tegen weigering van of koppeling van voorwaarden aan beheersplan voor een onroerend goed of erfgoedlandschap (art. 8.1.1 OE-decreet, art. 8.1.10 van OE-besluit).
5. Visitatiecommissie en verplichte deelname aan jury 5.1.
Facultatieve adviesvraag van het agentschap OE over de opmaak van het evaluatierapport betreffende de effectiviteit van het archeologehoofdstuk van het OEdecreet (5.6.1 van OE-decreet)
5.2.
Het agentschap kan op verzoek van de minister vragen aan een visitatiecommissie om de werking van een erkende onroerenderfgoedgemeente te evalueren. Daarvoor wordt door het agentschap een visitatiecommissie samengesteld met minstens één vertegenwoordiger uit de Commissie en minstens één vertegenwoordiger aangewezen
Jaarverslag VCOE 2019
p. 12
door de representatieve organisatie die de belangen behartigt van de Vlaamse steden en gemeenten of de provincies (art. 3.2.11 van OE-besluit). 5.3.
Idem visitatiecommissie om de werking van de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst te evalueren (art. 3.3.11 van het OE-besluit) en om de werking van een erkend onroerenderfgoeddepot te evalueren (art. 3.4.14 van OE-besluit).
5.4.
Facultatieve adviesvraag van de minister onroerenderfgoedprijs (art. 9.1.5 van OE-besluit).
5.5.
De projectvoorstellen voor projectsubsidies worden beoordeeld door een jury, die is samengesteld uit twee vertegenwoordigers van het agentschap en drie vertegenwoordigers van de commissie (artikel 10.3.9 van OE-besluit).
over
de
toekenning
van
de
Bijlage 2: werkgroepen 2019 14/11 Michiel Deweirdt
x
Joost Caen Marc Debatty Michael de Bouw Karel Dendooven
x
Stefanie D’Hulst Katrien Hebbelinck
x
Jan Jaspers
x
Dirk Laporte
x
Adriaan Linters Nicola Loxham Elke Mertens
x
Erik Müller
x
Caroline Ryssaert Joris Scheers Bénédicte Selfslagh
x
Geert Storme Lise Vandenhende
x
Johan Veeckman
x
Gregory Vercauteren
x
Edith Vermeiren
Jaarverslag VCOE 2019
p. 13
Bijlage 3: huishoudelijk reglement VCOE HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: 1°
advies: een advies goedgekeurd in de commissievergadering
2°
agentschap: de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de beleidsvoorbereiding, de beleidsuitvoering, de beleidsmonitoring en de beleidsevaluatie inzake onroerend erfgoed;
3°
besluit: het besluit van 16 mei 2014 Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013
4°
commissie: de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE), de onafhankelijke Vlaamse adviescommissie voor het onroerend erfgoed, zoals vermeld in artikel 3.1.1. van het decreet;
5°
decreet: het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed;
6°
leden: de door de Vlaamse Regering benoemde leden van de commissie
7°
minister: de Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed;
8°
SARO: de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;
9°
schriftelijk: per e-mail (bij voorkeur) of per brief;
10°
secretariaat: het secretariaat van de commissie wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO;
11°
voorzitter: de door de Vlaamse Regering benoemde voorzitter van de commissie.
betreffende
de
uitvoering
van
het
HOOFDSTUK 2 - VOORZITTERSCHAP Artikel 2 §1. De commissie duidt, op de eerstvolgende commissievergadering na de definitieve goedkeuring van het huishoudelijk reglement, bij een gewone meerderheid van stemmen een ondervoorzitter aan onder de leden. §2. Als de voorzitter - omwille van diverse redenen - het voorzitterschap niet kan opnemen op een commissievergadering dan wordt de vergadering voorgezeten door de ondervoorzitter en neemt hij de taken van de voorzitter over. §3. Als noch de voorzitter noch de ondervoorzitter aanwezig zijn op een commissievergadering dan wordt de vergadering voorgezeten door het oudste aanwezig lid. HOOFDSTUK 3 - COMMISSIEVERGADERING Afdeling 3.1. Bijeenroeping Artikel 3 §1. De commissie legt de commissievergaderingen per werkjaar in een kalender vast. §2. Bij hoogdringendheid kan de voorzitter beslissen om een bijkomende commissievergadering
Jaarverslag VCOE 2019
p. 14
bijeen te roepen. De leden worden hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. §3. De voorzitter moet de commissie bijeenroepen binnen vijftien dagen volgend op een verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed. §4. De voorzitter moet de commissie bijeenroepen bij een verzoek dat uitgaat van minstens de helft van de leden van de commissie. Dit verzoek moet schriftelijk worden gericht aan de voorzitter, met afschrift aan het secretariaat. Afdeling 3.2. Uitnodiging en agenda Artikel 4 Het secretariaat maakt minstens vijf werkdagen voor de commissievergadering schriftelijk een uitnodiging voor de commissievergadering over aan de leden. De uitnodiging vermeldt de datum, de plaats en het uur. In bijlage bij de uitnodiging worden de agenda en de bijhorende documenten (ontwerp verslag, ontwerp adviezen en andere documenten) of de digitale toegang tot deze documenten toegevoegd. Artikel 5 §1. De agenda van de commissievergadering wordt in de eerste plaats bepaald door de termijn gebonden adviesvragen. De voorzitter stelt de agenda in overleg met het secretariaat op. §2. De leden kunnen schriftelijk agendapunten voorstellen. Deze agendapunten worden bezorgd aan het secretariaat uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de commissievergadering. Omwille van hoogdringendheid kan er, in overleg met de voorzitter, afgeweken worden van deze termijn van tien werkdagen. §3. De commissie stelt de definitieve agenda van de commissievergadering vast als eerste agendapunt van de commissievergadering. Afdeling 3.3. Aanwezigheden Artikel 6 §1. Leden die verhinderd zijn om deel te nemen aan de commissievergadering, delen dit zo spoedig mogelijk mee aan het secretariaat. §2. Tenzij de commissie anders beslist kunnen alleen de hierna opgesomde personen aanwezig zijn op de commissievergadering: (a) de commissieleden, (b) de leden van het secretariaat. Artikel 7 De aanwezige leden tekenen op de commissievergadering de presentielijst. Artikel 8 De aanwezige leden, die de presentielijst hebben ondertekend, ontvangen presentiegeld en verplaatsingskosten conform het besluit. Afdeling 3.4. Beraadslaging Artikel 9 De voorzitter: 1° zit de commissievergadering voor; 2° opent en sluit de commissievergadering, 3° stelt vast dat het vereist aantal leden aanwezig is; 4° vraagt naar eventuele belangenconflicten, 5° leidt de debatten, 6° waakt over de naleving van het huishoudelijk reglement en de toepassing van de regelgeving.
Jaarverslag VCOE 2019
p. 15
Artikel 10 De commissie kan alleen rechtsgeldig beslissen indien minstens de helft van de leden aanwezig is. De commissie kan echter, als het vereist aantal leden niet aanwezig is, na een tweede oproep en ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze stemmen over de onderwerpen die voor een tweede maal op de agenda staan. Artikel 11 §1. De ontwerpen van adviezen die de commissievergadering dient uit te brengen worden voorbereid door de voorzitter, het secretariaat, een daartoe aangesteld lid of een interne werkcommissie. §2. Elk commissielid krijgt tijdens de commissievergadering de mogelijkheid om zijn visie of standpunt toe te lichten en om zijn voorgestelde wijzigingen aan het ontwerpadvies toe te lichten. Een voorstel van wijziging wordt schriftelijk en ten laatste twee werkdagen voor de commissievergadering aan het secretariaat overgemaakt en bevat een concreet voorstel van schrappen, toevoegen of herformuleren. §3. De commissie streeft ernaar om op de commissievergadering de adviezen bij consensus goed te keuren. Als de commissie geen consensus kan bereiken, wordt beslist bij meerderheid van de aanwezige leden. Een stemming kan geheim zijn. Bij gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. §4. De commissie kan op de commissievergadering beslissen om (bepaalde delen van) een advies dat vastgesteld werd op de commissievergadering te onderwerpen aan een technisch nazicht. Het secretariaat stuurt hiertoe het advies, zoals aangepast aan de bespreking in de commissie, naar alle leden die aanwezig waren op de commissievergadering. Technisch nazicht houdt in dat deze leden beoordelen in hoeverre de doorgevoerde aanpassingen aan het advies conform zijn met de bespreking en de genomen beslissingen in de commissie. Indien de commissieleden binnen de twee werkdagen na het toesturen van het aangepaste advies geen bemerkingen formuleren wordt het advies beschouwd als definitief vastgesteld. Indien de commissieleden binnen de twee werkdagen bemerkingen ingediend hebben bij het advies dat voorgelegd werd voor technisch nazicht, dan beoordelen de voorzitter en ondervoorzitter in hoeverre de ingediende bemerkingen moeten leiden tot een aanpassing van het advies. Het aangepaste advies wordt vervolgens als definitief vastgesteld beschouwd. Artikel 12 §1. Het secretariaat maakt zo snel mogelijk na de commissievergadering het vastgestelde advies over aan de bestemmeling van het advies en vervolgens aan de leden. §2. Zolang de adviezen van de commissie niet zijn goedgekeurd en aan de bestemmeling van het advies werden overgemaakt, is het de leden niet toegelaten publieke verklaringen, noch schriftelijk noch mondeling, af te leggen over het advies van de commissie. Afdeling 3.5. Notulen Artikel 13 Het secretariaat zorgt voor een ontwerpverslag van de commissievergadering. Dit ontwerpverslag bevat minstens volgende gegevens: 1° de datum, het aanvangsuur en sluitingsuur van de vergadering; 999992° de aanwezige en verontschuldigde leden, 3° de vaststelling dat het vereist aantal leden aanwezig is, 4° de agenda, 5° een samenvatting van de beraadslaging per punt zonder vermelding van Jaarverslag VCOE 2019
p. 16
de namen van tussenkomende leden en 6° de uitslag van eventuele stemmingen. Artikel 14 Het ontwerpverslag van de commissievergadering wordt ter goedkeuring voorgelegd op de volgende commissievergadering. De goedgekeurde notulen worden ondertekend door de voorzitter.
HOOFDSTUK 4 - INTERNE WERKCOMMISSIES Artikel 15 §1. De commissie kan beslissen om interne werkcommissies op te richten. §2. Elk lid kan deel uit maken van een interne werkcommissie. §3. De commissie kan jaarlijks de voorzitter(s) van de interne werkcommissie(s) vastleggen. Artikel 16 §1. Het secretariaat zorgt voor het organiseren van de interne werkcommissies en het versturen van de stukken. §2. Tenzij de voorzitter van de interne werkcommissie anders beslist kunnen alleen de hierna opgesomde personen aanwezig zijn op de interne werkcommissievergadering: (a) de commissieleden, (b) de leden van het secretariaat. In uitzonderlijke gevallen kan de voorzitter van de interne werkcommissie ingaan op de vraag van derden om gehoord te worden op de interne werkcommissie. §3. Het secretariaat maakt op basis van de bespreking in de interne werkcommissie een ontwerpadvies op of een kort verslag van de vergadering. §4. De aanwezige leden tekenen op de interne werkcommissie de presentielijst. §5. De aanwezige leden ontvangen presentiegeld en verplaatsingskosten conform het besluit. HOOFDSTUK 5 - SCHRIFTELIJKE PROCEDURE Artikel 17 §1. In uitzonderlijke gevallen (onder andere omwille van hoogdringendheid) kan de voorzitter beslissen om een adviesvraag schriftelijk af te handelen. De voorzitter motiveert zijn beslissing en het secretariaat brengt de leden hiervan schriftelijk op de hoogte. §2. In geval van schriftelijke procedure maakt het secretariaat een ontwerpadvies op en bezorgt dit aan alle leden. De leden krijgen vijf werkdagen de tijd om schriftelijk hun bemerkingen te formuleren bij het ontwerpadvies. Als er binnen deze periode geen bemerkingen werden ingediend, wordt het advies geacht door de commissie definitief te zijn goedgekeurd. Het advies wordt voor formele bekrachtiging geagendeerd op de volgende commissievergadering. Als er door de leden opmerkingen worden geformuleerd zal het secretariaat via e-mail het aangepaste ontwerpadvies aan de leden bezorgen. Indien hierop binnen twee werkdagen geen bemerkingen werden ingediend, wordt het advies geacht door de commissie definitief te zijn goedgekeurd. Het advies wordt voor formele bekrachtiging geagendeerd op de volgende commissievergadering. In het Jaarverslag VCOE 2019
p. 17
andere geval wordt overgestapt naar de normale procedure voor goedkeuring van adviezen, zoals vastgelegd onder hoofdstuk 3 van dit huishoudelijk reglement. HOOFDSTUK 6 - ONTSLAG VAN EEN LID Artikel 18 Elk lid dat niet deelneemt aan drie opeenvolgende commissievergaderingen zonder voorafgaande kennisgeving overeenkomstig artikel 6 is van rechtswege ontslagnemend. Nadat de voorzitter het lid gehoord heeft brengt hij de minister op de hoogte van het ontslag. Leden die zelf ontslag wensen te nemen, doen dit schriftelijk bij de bevoegde minister en brengen zowel de voorzitter als het secretariaat hiervan schriftelijk op de hoogte. HOOFDSTUK 7 - DEONTOLOGIE Artikel 19 Een lid dat, bij de behandeling van een onderwerp, van oordeel is een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang te hebben of van oordeel is dat dit onderwerp zijn ambtelijke bevoegdheid raakt, woont de beraadslaging over het advies en de eventuele stemming ervan niet bij. Het lid meldt dit ten laatste bij aanvang van de commissievergadering aan de voorzitter. Artikel 20 Als een lid van oordeel is dat een ander lid een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang of professioneel belang heeft bij een besproken onderwerp of dat dit onderwerp de ambtelijke bevoegdheid van dit lid raakt, dan brengt dit lid dit ten laatste bij aanvang van de commissievergadering ter kennis aan de voorzitter. De voorzitter brengt dit, met zijn advies, ter kennis aan het betrokken lid. Als de voorzitter van oordeel is dat het lid een persoonlijk of professioneel belang heeft bij een besproken onderwerp en het lid weigert zich uit de bespreking van het onderwerp terug te trekken, dan vraagt de voorzitter hierover een geheime stemming. De commissie sluit het lid bij een gewone meerderheid uit van de bespreking en de stemming over het onderwerp. Artikel 21 De leden zijn gehouden tot discretie en integriteit inzake de werking van de commissie. Artikel 22 De leden mogen geen publieke verklaringen afleggen die het normale verloop van de door de decreten ingestelde procedures kunnen hinderen of die op de besluitvorming anticiperen. Artikel 23 Enkel de voorzitter is woordvoerder van de commissie. De voorzitter kan deze opdracht delegeren aan een ander lid of het secretariaat. HOOFDSTUK 8 - OPENBAARHEID VAN BESTUUR Artikel 24 Het secretariaat bezorgt de vragen in verband met openbaarheid van bestuur aan de voorzitter. De voorzitter beslist binnen de 5 werkdagen over deze vraag. Het secretariaat brengt de betrokkene op de hoogte van de beslissing en houdt een register bij met deze vragen. Jaarverslag VCOE 2019
p. 18
HOOFDSTUK 9 - DIVERSE BEPALINGEN Artikel 25 De commissie kan wijzigingen in dit reglement doorvoeren als minstens de helft van de leden akkoord gaan. Over de wijzigingen wordt beslist op de tweede vergadering na het indienen van de aanvraag tot wijziging. Artikel 26 De commissie en het secretariaat zijn gevestigd te: Herman Teirlinckgebouw, Havenlaan 88 bus 23, 1000 Brussel.
Jaarverslag VCOE 2019
p. 19
VLAAMSE COMMISSIE VAREND ERFGOED JAARVERSLAG 2019
INHOUD
I.
OPDRACHT...................................................................................................................................... 1
II.
SAMENSTELLING ............................................................................................................................ 1
III. COMMISSIEVERGADERINGEN ........................................................................................................ 2 IV. SECRETARIAAT ................................................................................................................................ 3 V. I.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VCVE ............................................................................................... 3 OPDRACHT
Het Varenderfgoeddecreet van 29 maart 2002 vormt het kader voor het behoud en het beheer van varend erfgoed. Dit decreet werd grondig gewijzigd door het decreet van 9 mei 2014. Het nieuwe Varenderfgoeddecreet (artikel 14) voorziet dat er een Vlaamse adviescommissie voor het varend erfgoed wordt opgericht onder de benaming de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed. De adviestaken van de VCVE zijn vastgelegd in het Varenderfgoeddecreet. Het betreft grotendeels het verderzetten van de adviestaken van de KCML (afdeling varend erfgoed). Artikel 3/3 voorziet in een adviesvraag aan de VCVE over de vastgestelde inventaris varend erfgoed. Artikel 4 bepaalt dat de Vlaamse Regering vóór de voorlopige bescherming van het varend erfgoed advies in wint bij de commissie. Artikel 5 bepaalt dat de Vlaamse Regering bij de definitieve bescherming nogmaals het advies kan inwinnen van de VCVE. Artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 bepaalt dat de commissie jaarlijks verslag uitbrengt bij de minister over haar werkzaamheden. Dat verslag wordt openbaar gemaakt. II. SAMENSTELLING Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 regelt de samenstelling, organisatie en werking van de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed. Artikel 2 bepaalt dat de commissie bestaat uit: 1° vier leden met expertise in varend erfgoed; 2° één lid uit het maatschappelijke middenveld met expertise inzake het varend erfgoed; 3° één vertegenwoordiger van de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het beleid inzake cultureel erfgoed en 4° één vertegenwoordiger van de entiteit die door de Vlaamse
Jaarverslag VHR 2019
p. 1
Regering belast is met de uitvoering van het beleid inzake de scheepvaart op de maritieme vaarwegen en inzake de kust. De commissie werd opgericht met het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 tot aanstelling van de voorzitter en de leden van de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed. Het decreet voorziet dat de commissieleden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Met het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 tot aanstelling van de voorzitter en de leden van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed werd de commissie hersamengesteld. De commissie bestaat uit volgende leden: 1°
2°
vier leden met expertise in varend erfgoed: -
de heer Philippe Monsieur, gepensioneerd en voorzitter NautiV vzw
-
de heer Rudy Van der Ween, coördinator watertoerisme stad Gent
-
de heer Jef Vrelust, coördinator beleid en ontwikkeling en conservator maritieme collecties MAS
-
de heer Joris Tas, zaakvoerder consultbureau
één lid uit het maatschappelijke middenveld met expertise inzake het varend erfgoed: -
3°
de heer Bart Verbeke, monumentenwachter varend erfgoed bij Monumentenwacht Vlaanderen
één vertegenwoordiger van de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het beleid inzake cultureel erfgoed: - mevrouw Pascale Van Kerckvoorde, adjunct van de directeur, departement cultuur, jeugd en media, afdeling waarborgen en beheren, team cultuurgoederen
4°
één vertegenwoordiger van de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het beleid inzake de scheepvaart op de maritieme vaarwegen en inzake de kust: - mevrouw Ann Hottat, afdelingshoofd agentschap maritieme dienstverlening en kust
De heer Rudy Van der Ween werd aangewezen als voorzitter van de VCVE. III. COMMISSIEVERGADERINGEN Op 28 maart 2019 ging de commissievergadering van de VCVE door in het Hendrik Consciencegebouw in Brussel met volgende agenda: 1° Verwelkoming door de nieuwe voorzitter Rudy Van der Ween 2° Voorstelling leden VCVE 3° Toelichting rol en adviestaken VCVE 4° Vaststelling van een nieuw huishoudelijk reglement VCVE 5° Vasstelling jaarverslag VCVE 2018 6° Planning werkzaamheden 2019 Op deze commissievergadering waren aanwezig: Rudy Van der Ween (voorzitter), An Hottat, Bart Jaarverslag VHR 2019
p. 2
Verbeke, Jef Vrelust, Joris Tas, Pascal Van Kerckvoorde, Bea Kayaerts De volgende commissievergadering van de VCVE ging door op 6 juni 2019 in het VAC te Gent met volgende agenda: 1° Goedkeuring verslag commissievergadering 28 maart 2019 2° Toelichting bij de inventaris en de beschermingen van varend erfgoed door Maarten Van Dijck, erfgoedonderzoeker industrieel erfgoed, Agentschap Onroerend Erfgoed 3° Open varend erfgoed: toelichting stand van zaken door de voorzitter Op deze commissievergadering waren aanwezig: Joris Tas, Pascal Van Kerckvoorde, Bart Verbeke, Jef Vrelust, Maarten Van Dijck (agentschap onroerend erfgoed), Bea Kayaerts De laatste commissievergadering van de VCVE in 2019 ging door op 14 november 2019 in Gent met volgende agenda: 1° Goedkeuring verslag commissievergadering 6 juni 2019 2° Toelichting bij het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024: deel onroerend erfgoed (varend erfgoed) door Serge Defresne, agentschap onroerend erfgoed 3° Toelichting bij de werking van Watererfgoed Vlaanderen door Philip Streitz (secretaris) 4° Stand van zaken voorlopige bescherming van de Emmerbaggermolen B1 door Maarten Van Dijck, agentschap onroerend erfgoed Op deze commissievergadering waren aanwezig: Rudy Van der Ween (voorzitter), Philippe Monsieur, Bart Verbeke, Joris Tas, Maarten Van Dijck (agentschap onroerend erfgoed), Serge Defresne (agentschap onroerend erfgoed), Frits De Waele (Watererfgoed Vlaanderen), Philip Streitz (Watererfgoed Vlaanderen) en Bea Kayaerts. IV. SECRETARIAAT Het secretariaat van de VCVE wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO. V. HUISHOUDELIJK REGLEMENT VCVE HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: 1° besluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 betreffende de samenstelling, organisatie en werking van de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed; 2° commissie: de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed (VCVE), de Vlaamse adviescommissie voor het Varend Erfgoed, zoals vermeld in artikel 14 van het decreet Varend Erfgoed; 3° decreet: het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed; gewijzigd bij het decreet 9 mei 2014 betreffende het varend erfgoed; 4° leden: de door de minister benoemde leden van de commissie;
Jaarverslag VHR 2019
p. 3
5° minister: de Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed; 6° SARO: de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; 7° schriftelijk: per e-mail (bij voorkeur) of brief; 8° secretariaat: het secretariaat van de commissie wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO; 9° voorzitter: de door de minister benoemde voorzitter van de commissie. HOOFDSTUK 2. VOORZITTERSCHAP Artikel 2 Als de voorzitter - omwille van diverse redenen - het voorzitterschap niet kan opnemen op een commissievergadering dan wordt de vergadering voorgezeten door het oudste aanwezig lid. HOOFDSTUK 3. COMMISSIEVERGADERING Afdeling 3.1. Bijeenroeping Artikel 3 §1. De commissie legt de commissievergaderingen per werkjaar in een kalender vast. §2. Bij hoogdringendheid kan de voorzitter beslissen om een bijkomende commissievergadering bijeen te roepen. De leden worden hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. §3. De voorzitter moet de commissie bijeenroepen bij een verzoek dat uitgaat van minstens de helft van de leden van de commissie. Dit verzoek moet schriftelijk worden gericht aan de voorzitter, met afschrift aan het secretariaat. Afdeling 3.2. Uitnodiging en agenda Artikel 4 Het secretariaat maakt minstens vijf werkdagen voor de commissievergadering schriftelijk een uitnodiging voor de commissievergadering over aan de leden. De uitnodiging vermeldt de datum, de plaats en het uur. In bijlage bij de uitnodiging worden de agenda en de bijhorende documenten (ontwerp verslag, ontwerp adviezen en andere documenten) of de digitale toegang tot deze documenten toegevoegd. Artikel 5 §1. De agenda van de commissievergadering wordt in de eerste plaats bepaald door de termijn gebonden adviesvragen. De voorzitter stelt de agenda in overleg met het secretariaat op. §2. De leden kunnen agendapunten voorstellen. Deze agendapunten worden bezorgd aan het secretariaat uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de commissievergadering. Omwille van hoogdringendheid kan er, in overleg met de voorzitter, afgeweken worden van deze termijn van tien werkdagen. §3. De commissie stelt de definitieve agenda van de commissievergadering vast als eerste agendapunt van de commissievergadering.
Jaarverslag VHR 2019
p. 4
Afdeling 3.3. Aanwezigheden Artikel 6 §1. Leden die verhinderd zijn om deel te nemen aan de commissievergadering, delen dit zo spoedig mogelijk mee aan het secretariaat. §2. Tenzij de commissie anders beslist kunnen alleen de hierna opgesomde personen aanwezig zijn op de commissievergadering: (a) de commissieleden, (b) de leden van het secretariaat. Artikel 7 De aanwezige leden tekenen op de commissievergadering de presentielijst. Artikel 8 De aanwezige leden, die de presentielijst hebben ondertekend, ontvangen presentiegeld en verplaatsingskosten conform het besluit. Afdeling 3.4. Beraadslaging Artikel 9 De voorzitter: 1° zit de commissievergadering voor; 2° opent en sluit de commissievergadering; 3° stelt vast dat het vereist aantal leden aanwezig is; 4° vraagt naar eventuele belangenconflicten; 5° leidt de debatten; 6° waakt over de naleving van het huishoudelijk reglement en de toepassing van de regelgeving. Artikel 10 De commissie kan alleen geldig beslissen als bij de stemming ten minste de helft van de leden aanwezig is. De commissie kan echter, als het vereiste aantal leden niet aanwezig is, na een tweede oproep en ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze stemmen over de onderwerpen die voor een tweede maal op de agenda staan. Bij gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Als het vereist aantal leden niet aanwezig is, kan de voorzitter in uitzonderlijke gevallen beslissen om de goedkeuring van een advies af te handelen via een schriftelijke procedure. Het advies wordt door het secretariaat via een schriftelijke procedure voor goedkeuring voorgelegd aan de commissie. Artikel 11 §1. De ontwerpen van adviezen die de commissievergadering dient uit te brengen worden voorbereid door de voorzitter, een daartoe aangesteld lid of een interne werkcommissie. §2. Commissieleden hebben de mogelijkheid wijzigingen aan te brengen aan het ontwerp advies. Een voorstel van wijziging wordt schriftelijk en ten laatste 2 werkdagen voor de commissievergadering aan het secretariaat overgemaakt. Elk commissielid krijgt tijdens de commissievergadering de mogelijkheid om zijn visie of standpunt toe te lichten en om zijn voorgestelde wijzigingen aan het ontwerpadvies toe te lichten. §3. De commissie streeft ernaar om op de commissievergadering de adviezen bij consensus goed te keuren. Als de commissie geen consensus kan bereiken, wordt beslist bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij gelijkheid van stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Jaarverslag VHR 2019
p. 5
Artikel 12 §1. Het secretariaat maakt zo snel mogelijk na de commissievergadering het vastgestelde advies over aan de bestemmeling van het advies. §2. Zolang de adviezen van de commissie niet zijn goedgekeurd en niet aan de bestemmeling van het advies werden overgemaakt, is het de leden niet toegelaten hieromtrent publieke verklaringen, schriftelijk noch mondeling, af te leggen. Afdeling 3.5. Notulen Artikel 13 Het secretariaat zorgt voor een ontwerpverslag van de commissievergadering. Dit ontwerpverslag bevat minstens volgende gegevens: 1° de datum, het aanvangsuur en sluitingsuur van de vergadering; 2° de aanwezige en verontschuldigde leden, 3° de vaststelling dat het vereist aantal leden aanwezig is, 4° de agenda, 5° een samenvatting van de beraadslaging per punt zonder vermelding van de namen van tussenkomende leden en 6° de uitslag van eventuele stemmingen. Artikel 14 Het ontwerpverslag van de commissievergadering wordt ter goedkeuring voorgelegd op de volgende commissievergadering. De goedgekeurde notulen worden ondertekend door de voorzitter van de vergadering. HOOFDSTUK 4. INTERNE WERKCOMMISSIES Artikel 15 §1. Met het oog op het voorbereiden van de ontwerpadviezen kan de commissie beslissen om interne werkcommissies op te richten. §2. Elk lid kan deel uit maken van een interne werkcommissie. §3. De commissie legt de voorzitter van de interne werkcommissies vast. Artikel 16 §1. De voorzitter van de interne werkcommissie belegt, in overleg met het secretariaat, de vergaderingen en bepaalt het tijdstip, de plaats en de agenda. Het secretariaat zorgt voor het versturen van de stukken. §2. Het secretariaat maakt op basis van de bespreking in de interne werkcommissie een ontwerpadvies op of een kort verslag van de vergadering. §3. De aanwezige leden tekenen op de interne werkcommissie de presentielijst. §4. De aanwezige leden ontvangen presentiegeld en verplaatsingskosten conform het besluit. HOOFDSTUK 5. SCHRIFTELIJKE PROCEDURE Artikel 17 §1. In uitzonderlijke gevallen (onder andere omwille van hoogdringendheid) kan de voorzitter beslissen om een adviesvraag schriftelijk af te handelen. De voorzitter motiveert zijn beslissing en het secretariaat brengt de leden hiervan schriftelijk op de hoogte. §2. In geval van schriftelijke procedure maakt het secretariaat een ontwerpadvies op en bezorgt dit aan alle leden. De leden krijgen vijf werkdagen de tijd om schriftelijk hun bemerkingen te formuleren Jaarverslag VHR 2019
p. 6
bij het ontwerpadvies. Als er binnen deze periode geen bemerkingen werden ingediend, wordt het advies geacht door de commissie definitief te zijn goedgekeurd. Het advies wordt voor formele bekrachtiging geagendeerd op de volgende commissievergadering. Als er door de leden opmerkingen worden geformuleerd zal het secretariaat via e-mail het aangepaste ontwerpadvies aan de leden bezorgen. Indien hierop binnen twee werkdagen geen bemerkingen werden ingediend, wordt het advies geacht door de commissie definitief te zijn goedgekeurd. Het advies wordt voor formele bekrachtiging geagendeerd op de volgende commissievergadering. In het andere geval wordt overgestapt naar de normale procedure voor goedkeuring van adviezen, zoals vastgelegd onder hoofdstuk 3 van dit huishoudelijk reglement. HOOFDSTUK 6. ONTSLAG VAN EEN LID Artikel 18 Elk lid dat niet deelneemt aan drie opeenvolgende commissievergaderingen zonder kennisgeving overeenkomstig artikel 6 van het huishoudelijk reglement is van rechtswege ontslagnemend. Nadat de voorzitter het lid gehoord heeft, brengt hij de minister op de hoogte van het ontslag. Leden die zelf ontslag wensen te nemen, doen dit schriftelijk bij de bevoegde minister en brengen zowel de voorzitter als het secretariaat hiervan schriftelijk op de hoogte. HOOFDSTUK 7. DEONTOLOGIE Artikel 19 Een lid dat, bij de behandeling van een onderwerp, van oordeel is een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang te hebben of van oordeel is dat dit onderwerp zijn ambtelijke bevoegdheid raakt, woont de beraadslaging over het advies en de eventuele stemming ervan niet bij. Het lid meldt dit ten laatste bij aanvang van de commissievergadering aan de voorzitter. Artikel 20 Als een lid van oordeel is dat een ander lid een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang of professioneel belang heeft bij een besproken onderwerp of dat dit onderwerp de ambtelijke bevoegdheid van dit lid raakt, dan brengt dit lid dit ten laatste bij aanvang van de commissievergadering ter kennis aan de voorzitter. De voorzitter brengt dit, met zijn advies, ter kennis aan het betrokken lid. Als de voorzitter van oordeel is dat het lid een persoonlijk of professioneel belang heeft bij een besproken onderwerp en het lid weigert zich uit de bespreking van het onderwerp terug te trekken, dan vraagt de voorzitter hierover een geheime stemming. De commissie sluit het lid bij een gewone meerderheid uit van de bespreking en de stemming over het onderwerp. Artikel 21 De leden zijn gehouden tot discretie en integriteit betreffende de werking van de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed Artikel 22 De leden mogen geen publieke verklaringen afleggen die het normale verloop van de door de decreten ingestelde procedures kunnen hinderen of die op de besluitvorming anticiperen. Artikel 23 Enkel de voorzitter is woordvoerder van de commissie. De voorzitter kan deze opdracht delegeren aan een ander lid of het secretariaat. Jaarverslag VHR 2019
p. 7
HOOFDSTUK 8. DIVERSE BEPALINGEN Artikel 24 De commissie kan wijzigingen in dit reglement doorvoeren als minstens de helft van de leden akkoord gaat. Over de wijzigingen wordt beslist op de tweede commissievergadering na het indienen van de aanvraag tot wijziging. Artikel 25 De commissie en het secretariaat zijn gevestigd te: Herman Teirlinckgebouw, Havenlaan 88, bus 23 te 1000 Brussel.
Jaarverslag VHR 2019
p. 8
VLAAMSE HERALDISCHE RAAD JAARVERSLAG 2019
INHOUD I.
OPDRACHT...................................................................................................................................... 1
II.
SAMENSTELLING ............................................................................................................................ 2
III. RAADSVERGADERINGEN 2019 ....................................................................................................... 3 IV. WAPENBRIEVEN 2019 .................................................................................................................... 4 V.
VASTSTELLING NIEUWE GEMEENTEWAPENS EN -VLAGGEN 2019 ................................................ 4
VI. BIJKOMENDE INITIATIEVEN ............................................................................................................ 5 VII. INTERNE WERKING ......................................................................................................................... 5 VIII. HUISHOUDELIJK REGLEMENT VHR ................................................................................................. 5
I.
OPDRACHT
De adviestaken van de VHR zijn vastgelegd in het decreet van 3 februari 1998, gewijzigd bij decreet van 27 april 2007 houdende vaststelling van het wapen van privépersonen en instellingen en gewijzigd bij decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed. Artikel 8/1 van dit decreet bepaalt dat er een Vlaamse adviescommissie voor heraldiek wordt opgericht onder de benaming Vlaamse Heraldische Raad. Het decreet legt volgende taken vast voor de Vlaamse Heraldische Raad: -
Op aanvraag van een belanghebbende privé persoon of instelling kan de Vlaamse Regering – nadat ze de raad heeft geraadpleegd – het recht erkennen om een oud wapen te dragen (artikel 3,§1).
-
De Vlaamse Regering kan – nadat ze de raad heeft geraadpleegd – op eigen initiatief een privé persoon of een instelling het recht verlenen om een nieuw wapen te voeren (artikel 4,§1).
-
Op aanvraag van een belanghebbende privé persoon of instelling kan de Vlaamse Regering – nadat ze de raad heeft geraadpleegd – het recht verlenen om een nieuw wapen te voeren (artikel 4,§2).
Jaarverslag VHR 2019
p. 1
-
Om voor de erkenning of verlening in aanmerking te komen moeten de wapens in overeenstemming zijn met de reglementering vastgelegd door de raad (artikel 5).
-
De Vlaamse Regering bepaalt – nadat ze de raad heeft geraadpleegd – de wijze waarop de inschrijving wordt vastgesteld en bijgehouden (artikel 6,§2).
-
De Vlaamse Regering bepaalt – nadat ze de raad heeft geraadpleegd – de wijze waarop de erkenning of verlening wordt gewijzigd, opgeheven of ingetrokken (artikel 6,§4).
-
De Vlaamse Regering bepaalt – nadat ze de raad heeft geraadpleegd – de wijze waarop de aanvragen worden ingediend, en welke bijkomende documenten eventueel nog bij de aanvraag moeten worden gevoegd (artikel 7,§1).
Het decreet van 28 januari 1977 legde voor het eerst de regelgeving vast inzake de vaststelling van het wapen en de vlag van de gemeenten. Het decreet werd opgeheven bij decreet van 21 december 1994 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies en de gemeenten, dat op zijn beurt werd opgeheven bij decreet van 27 april 2007 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van provincies, gemeenten en districten en de Vlaamse gemeenschapscommissie. Dit decreet bepaalt: -
Binnen drie maanden na de ontvangst van de verordening van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het provincieraadsbesluit, het gemeenteraadsbesluit of het districtsraadsbesluit neemt de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Heraldische Raad, een besluit tot goedkeuring daarvan of richt ze tot de Vlaamse gemeenschapscommissie, de provincie, de gemeente of het district een gemotiveerd verzoek om de verordening of het besluit te herzien. Het advies van de Vlaamse Heraldische Raad, wordt bij dit verzoek gevoegd (artikel 3,§3).
Naast de formele taakstelling functioneert de Vlaamse Heraldische Raad als een aanspreekpunt inzake heraldiek in Vlaanderen. De raad verleent informeel advies naar aanleiding van uiteenlopende vragen inzake familiewapens en gemeentewapens. II. SAMENSTELLING De Vlaamse Heraldische Raad bestaat uit zeven leden met expertise in heraldiek. Het besluit van 14 december 2018 tot aanstelling van de voorzitter en de leden van de Vlaamse Heraldische Raad legt de samenstelling van de raad vast. De raadsleden zijn: -
Luc Duerloo, voorzitter
-
Jozef Dauwe
-
Erik Houtman
-
Véronique Lambert
-
Brigitte Meijns
-
Steven Thiry (t.e.m. mei 2019)
-
Patrick van Waterschoot
Jaarverslag VHR 2019
p. 2
III. RAADSVERGADERINGEN 2019 In 2019 gingen 10 raadsvergaderingen door met name op 21 januari, 15 februari, 11 maart, 1 april, 6 mei, 3 juni, 1 juli, 7 oktober, 4 november, 2 december 2019. Aanwezigheden raadsvergaderingen VHR 2019:
21/01 15/02 11/03 1/04 6/05 3/06 1/07 7/10 4/11 2/12 Totaal Luc Duerloo voorzitter Jozef Dauwe
Erik Houtman
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
VĂŠronique Lambert
Brigitte Meijns
Steven Thiry
Patrick van Waterschoot
Jaarverslag VHR 2019
x
x
10
x
x
6
x
x
7
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
1
x
4
4
x
x
x
x
x
8
p. 3
IV. WAPENBRIEVEN 2019 De Vlaamse Heraldische Raad heeft in 2019 in totaal 15 wapenbrieven opgemaakt, waarvan 2 wapens voor een instelling en 13 familiewapens. De wapenbrieven werden ingeschreven in het register onder de nummers 267 t.e.m. 281. De plechtige uitreiking van de wapenbrieven 2019 zal in de loop van 2020 plaatsvinden. Nr.
Naam
267
Purnal, Dirk Jozef Eustache Dominique
268
Sint-Hermesbasiliek (Ronse)
269
Larminier, Joseph Martin Marie
270
Vanhoudt, Patrick
271
Leuridan, Kurt Piet Marie Georges Felix
272
Dumalin, Ignace Oscar Abdul
273
De Croock, Freddy Paul Clothilde
274
Somers, Frank Fernand Yolande
275
de Rauches, Patrick Marc Jean AndrĂŠ
276
vzw Maatschappij der Dragers van Sint-Hermes
277
Smet, Jan Alfons Suzanne; Smet, Veerle Maria Rita Jozef
278
Hendrikx, Ruben
279
Deleu, NoĂŤl Leon Marcel
280
Keignaert, Koenraad Pierre Hieronymus; Keignaert, Els Marie Josephe
281
Naessens, Willy Mathijs Adolphe Henri
V. VASTSTELLING NIEUWE GEMEENTEWAPENS EN -VLAGGEN 2019 Het decreet van 27 april 2007 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van provincies, gemeenten en districten en de Vlaamse gemeenschapscommissie bepaalt dat gemeentewapens en vlaggen slechts opnieuw kunnen worden vastgesteld op grond van nieuwe feiten of motieven. Bij de fusie van twee of meer aangrenzende gemeenten worden de oorspronkelijke gemeenten opgeheven en ontstaat er een nieuwe entiteit. De bestaande wapens en vlaggen van de betrokken gemeenten vervallen. Bijgevolg dient de nieuwe fusiegemeente een gemotiveerd verzoek tot vaststelling van een nieuw gemeentewapen en -vlag in te dienen bij de Vlaamse Regering. De decreetgever voorziet in dit geval in advisering door de Vlaamse Heraldische Raad. In 2019 bracht de Vlaamse Heraldische Raad advies uit over de vaststelling van nieuwe gemeentewapens en -vlaggen voor vier fusiegemeenten: -
Puurs-Sint-Amands (vastgesteld bij ministerieel besluit van 22 maart 2019) Pelt (vastgesteld bij ministerieel besluit van 28 juni 2019) Deinze (vastgesteld bij ministerieel besluit van 7 februari 2020) Kruisem (vastgesteld bij ministerieel besluit van 7 februari 2020)
Jaarverslag VHR 2019
p. 4
VI. BIJKOMENDE INITIATIEVEN De Vlaamse Heraldische Raad streeft naar een kwalitatieve en hedendaagse invulling van de Vlaamse heraldiek. In het kader van de gelijkheid van behandeling keurde de raad op 3 juni 2019 een nota goed over ‘genderneutrale heraldiek’. Bij aanvragen voor de verlening van een nieuw wapen of de erkenning van een oud wapen wordt voortaan uitgegaan van het principe dat de begunstigde zelf beslist over de schildvorm en de uitwendige versierselen, ongeacht het geslacht. De begunstigde kan daarbij vrij kiezen voor een schild, ovaal of ruit als schildvorm en voor een helm met wrong, dekkleden en helmteken of een krans als uitwendige versierselen. De betreffende nota ‘genderneutrale heraldiek’, alsook de geactualiseerde handleiding bij de aanvraagprocedure en het digitale wapenregister zijn publiek raadpleegbaar op de nieuwe website van SARO: https://www.sarovlaanderen.be/home-vhr VII. INTERNE WERKING Artikel 8/3 van het decreet van 3 februari 1998 houdende vaststelling van het wapen van privépersonen en instellingen, gewijzigd door artikel 12.1.21 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, bepaalt dat het secretariaat van de VHR wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO. Sinds 1 juni 2019 ondersteunt Steven Thiry als beleidsmedewerker bij het SARO-secretariaat mee de werking van de Vlaamse Heraldische Raad. VIII. HUISHOUDELIJK REGLEMENT VHR HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: 1° besluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 betreffende de samenstelling, organisatie en werking van de Vlaamse Heraldische Raad; 2° decreten: - het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap; - het decreet van 27 april 2007 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, gemeenten en districten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie; -
het decreet van 3 februari 1998 houdende vaststelling van het wapen van privépersonen en instellingen;
3° leden: de door de minister benoemde leden van de raad met uitzondering van de voorzitter; 4° minister: de Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed; 5° raad: de Vlaamse Heraldische Raad (VHR) zoals vermeld in artikel 8/1 van het decreet van 3 februari 1998 houdende vaststelling van het wapen van privépersonen en instellingen; 6° SARO: de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed; Jaarverslag VHR 2019
p. 5
7° voorzitter: de door de minister benoemde voorzitter van de raad; 8° schriftelijk: per e-mail (bij voorkeur), per brief, of per fax; 9° secretaris: de secretaris van de SARO. HOOFDSTUK 2. VOORZITTERSCHAP Artikel 2. §1. Als de voorzitter niet aanwezig is op een raadsvergadering dan wordt de vergadering voorgezeten door het oudste aanwezig lid. HOOFDSTUK 3. RAADSVERGADERING Afdeling 3.1. Bijeenroeping Artikel 3. §1. De raad legt de raadsvergaderingen per werkjaar in een kalender vast. §2. Bij hoogdringendheid kan de voorzitter beslissen om een bijkomende raadsvergadering bijeen te roepen. De leden worden hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. §3. De voorzitter moet de raad bijeenroepen bij een verzoek dat uitgaat van minstens de helft van de effectieve leden van de raad. Dit verzoek moet schriftelijk worden gericht aan de voorzitter, met afschrift aan het secretariaat. Afdeling 3.2. Uitnodiging en agenda Artikel 4. Het secretariaat maakt minstens vijf werkdagen voor de raadsvergadering schriftelijk een uitnodiging voor de raadsvergadering over aan de leden. De uitnodiging vermeldt de datum, de plaats en het uur. In bijlage bij de uitnodiging worden de agenda en de bijhorende documenten (ontwerp verslag, ontwerp adviezen en andere documenten) of de digitale toegang tot deze documenten toegevoegd. Artikel 5. §1. De voorzitter stelt de agenda in overleg met het secretariaat op. §2. De leden kunnen schriftelijk agendapunten voorstellen. Deze agendapunten worden bezorgd aan het secretariaat uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de raadsvergadering. Omwille van hoogdringendheid kan er, in overleg met de voorzitter, afgeweken worden van deze termijn van tien werkdagen. §3. De raad stelt de definitieve agenda van de raadsvergadering vast als eerste agendapunt van de raadsvergadering. Afdeling 3.3. Aanwezigheden Artikel 6. §1. Leden die verhinderd zijn om deel te nemen aan de raadsvergadering, delen dit zo spoedig mogelijk mee aan het secretariaat. §2. Tenzij de raad anders beslist kunnen alleen de hierna opgesomde personen aanwezig zijn op de raadsvergadering: (a) de raadsleden, (b) de leden van het secretariaat. Artikel 7. De aanwezige leden tekenen op de raadsvergadering de presentielijst. Jaarverslag VHR 2019
p. 6
Artikel 8. De aanwezige leden, die de presentielijst hebben ondertekend, ontvangen presentiegeld en verplaatsingskosten conform het besluit. Afdeling 3.4. Beraadslaging Artikel 9. De voorzitter: 1° zit de raadsvergadering voor; 2° opent en sluit de raadsvergadering, 3° stelt vast dat het vereist aantal leden aanwezig is; 4° vraagt naar eventuele belangenconflicten, 5° leidt de debatten, 6° waakt over de naleving van het huishoudelijk reglement en de toepassing van de regelgeving. Artikel 10. De raad kan alleen geldig beslissen als bij de stemming ten minste de helft van de leden aanwezig is. De raad kan echter, als het vereist aantal leden niet aanwezig is, na een tweede oproep en ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze stemmen over de onderwerpen die voor een tweede maal op de agenda staan. Als het vereist aantal leden niet aanwezig is kan de voorzitter in uitzonderlijke gevallen beslissen om de goedkeuring van een advies via schriftelijke procedure af te handelen. Het secretariaat legt het advies via een schriftelijke procedure voor goedkeuring voor aan de raad. Artikel 11. §1. De dossiers van de aanvragen worden door het secretariaat samengesteld. Alleen aanvragen waarin alle vereiste stukken aanwezig zijn, worden aan de verslaggever bezorgd. §2. Voor elke aanvraag wordt binnen de raad een verslaggever aangesteld. Deze maakt een kort verslag en kan daarbij een beslissing of alternatieven voorstellen. §3. De overeenstemming tussen de aanvrager en de raad krijgt zijn neerslag in het ontwerp van wapenbrief. Deze tekst identificeert de begunstigde en geeft een beschrijving van het wapenschild. §4. De raad moet instemmen met het ontwerp van wapentekening vooraleer de wapenbrief kan worden afgewerkt. §5. De raad streeft ernaar om op de raadsvergadering bij consensus te beslissen. Als de raad geen consensus kan bereiken, wordt beslist bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Artikel 12. §1. Het secretariaat communiceert met de aanvrager en maakt ter goedkeuring het ontwerp van wapenbrief aan de aanvrager over. §2. Het secretariaat staat in voor de ondertekening van de wapenbrief en voor het bezegelen ervan. Het secretariaat draagt ook zorg voor de inschrijving van de wapenbrief in het wapenregister en voor de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Afdeling 3.5. Notulen Artikel 13. Het secretariaat zorgt voor een ontwerpverslag van de raadsvergadering. Dit ontwerpverslag bevat minstens volgende gegevens: 1° de datum, het aanvangsuur en sluitingsuur van de vergadering; 2° de aanwezige en verontschuldigde leden, 3° de vaststelling dat het vereist aantal leden aanwezig is, 4° de agenda, 5° een samenvatting van de beraadslaging per punt zonder vermelding van de namen van Jaarverslag VHR 2019
p. 7
tussenkomende leden en 6° de uitslag van eventuele stemmingen. Artikel 14. Het ontwerpverslag van de raadsvergadering wordt ter goedkeuring voorgelegd op de volgende raadsvergadering. De goedgekeurde notulen worden ondertekend door de voorzitter. HOOFDSTUK 4. ONTSLAG VAN EEN LID Artikel 15. Elk lid dat niet deelneemt aan drie opeenvolgende raadsvergaderingen zonder kennisgeving overeenkomstig artikel 7 van het huishoudelijk reglement is van rechtswege ontslagnemend. Nadat de voorzitter het lid gehoord heeft brengt hij de minister op de hoogte van het ontslag. Leden die zelf ontslag wensen te nemen, doen dit schriftelijk bij de bevoegde minister en brengen zowel de voorzitter als het secretariaat hiervan schriftelijk op de hoogte. HOOFDSTUK 5. DEONTOLOGIE Artikel 16. Een lid dat, bij de behandeling van een onderwerp, van oordeel is een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang te hebben of van oordeel is dat dit onderwerp zijn ambtelijke bevoegdheid raakt, woont de beraadslaging over het advies en de eventuele stemming ervan niet bij. Het lid meldt dit ten laatste bij aanvang van de raadsvergadering aan de voorzitter. Artikel 17. Als een lid van oordeel is dat een ander lid een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang of professioneel belang heeft bij een besproken onderwerp of dat dit onderwerp de ambtelijke bevoegdheid van dit lid raakt, dan brengt dit lid dit ten laatste bij aanvang van de raadsvergadering ter kennis aan de voorzitter. De voorzitter brengt dit, met zijn advies, ter kennis aan het betrokken lid. Als de voorzitter van oordeel is dat het lid een persoonlijk of professioneel belang heeft bij een besproken onderwerp en het lid weigert zich uit de bespreking van het onderwerp terug te trekken, dan vraagt de voorzitter hierover een geheime stemming. De raad sluit het lid bij een gewone meerderheid uit van de bespreking en de stemming over het onderwerp. Artikel 18. De leden zijn gehouden tot discretie en integriteit betreffende de werking van de raad. Artikel 19. De leden mogen geen publieke verklaringen afleggen die het normale verloop van de door de decreten ingestelde procedures kunnen hinderen of die op de besluitvorming anticiperen. Artikel 20. Enkel de voorzitter is woordvoerder van de raad. De voorzitter kan deze opdracht delegeren aan een ander lid of het secretariaat. HOOFDSTUK 6. DIVERSE BEPALINGEN Artikel 21. De raad kan wijzigingen in dit reglement doorvoeren als minstens de helft van de leden akkoord gaan. Jaarverslag VHR 2019
p. 8
Over de wijzigingen wordt beslist op de tweede raadsvergadering na het indienen van de aanvraag tot wijziging. Artikel 22. De raad en het secretariaat zijn gevestigd te: Havenlaan 88, bus 23, 1000 Brussel.
Jaarverslag VHR 2019
p. 9