Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/084
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/084
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 10 februari 2020 diende xxx een verzoek in bij de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel (“verder Mestbank”), tot het verkrijgen van een afschrift van “de lijst van de voertuigen (trekkend en aanhang) met hun overeenkomstig ID/App sensor van de erkende mestvoerders die geregistreerd zijn met de dienstverlener xxx.” Bij brief d.d. 4 maart 2020 weigerde de Mestbank een afschrift van de gevraagde lijst. Bij mail van 2 april 2020 diende xxx een beroepschrift in tegen voormelde weigeringsbeslissing van de Mestbank. Het beroepschrift werd op 2 april 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep De beslissing van de Mestbank dateert van 4 maart 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep van xxx werd ingediend bij mailbericht d.d. 2 april 2020 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het ingediende beroep is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep
www.vlaanderen.be
Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Op 10 februari 2020 diende xxx een verzoek in bij de Mestbank tot het verkrijgen van een afschrift van “de lijst van de voertuigen (trekkend en aanhang) met hun overeenkomstig ID/App sensor van de erkende mestvoerders die geregistreerd zijn met de dienstverlener xxx.” xxx schetste dat zijn cliënt in een dispuut verwikkeld zit met xxx en dat het Hof van Beroep te Gent in een arrest van 6 november 2019 heeft geoordeeld dat de verweerders, waaronder de xxx, gehouden zijn om de schade van de burgerlijke partij – zijn cliënt - te vergoeden. Om dit te kunnen bepalen stelde xxx dat hij dient te beschikken over de gevraagde lijst. Bij brief d.d. 4 maart 2020 weigerde de Mestbank een afschrift van de gevraagde lijst. De Mestbank gaf vooreerst aan dat het verzoek de opvraging van bestuursdocumenten betreft die ‘niet-milieu-informatie’ bevatten. De Mestbank gaf eveneens aan dat gegevens die niet als milieu-informatie te beschouwen zijn, niet zonder meer overgemaakt kunnen worden, gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 23, §6 van het Mestdecreet dat volgens artikel II.34, 1° Bestuursdecreet een absolute weigeringsgrond uitmaakt. Daarnaast stelde de Mestbank dat de informatie die opgevraagd wordt een vertrouwelijk karakter heeft: de informatie kan namelijk een duidelijk beeld schetsen van het cliënteel en de bedrijfsvoering van xxx en dit is voor de betrokkene duidelijk een sterk economisch belang. Bijgevolg werd de openbaarmaking ook geweigerd op grond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Tenslotte werd aangehaald dat in casu expliciet tot de openbaarmaking van informatie wordt gevraagd in het kader van een rechtsgeding en dat, indien hiertoe wordt overgegaan, één partij in dit geschil door de Mestbank wordt benadeeld. Op basis van artikel II.35, 4° Bestuursdecreet was de Mestbank van oordeel dat zij zich in casu genoodzaakt ziet om het recht op een eerlijk proces en de wapengelijkheid te waarborgen en bijgevolg niet tot openbaarmaking van het gevraagde kan overgaan. In het beroepschrift van xxx wordt vooreerst aangegeven dat de beslissing van de Mestbank wordt begrepen, maar dat hij dient te beschikken over de gevraagde lijst. Bij gebrek daaraan is de opdracht van het Hof volgens de beroeper onuitvoerbaar. De beroeper stelt dat, vermits het Hof er niet voor gekozen heeft om een gerechtsdeskundige aan te stellen (die zou kunnen gemachtigd zijn om overal de nodige informatie op te vragen), het Hof dit uitdrukkelijk overlaat aan zijn cliënt in volgende bewoordingen van het arrest: “Nodigt xxx uit tot herbegroting van haar schade-eis rekening houdend met de hoger door het hof uiteengezette overwegingen”. Volgens de beroeper is dit dan ook een gerechtelijke beslissing die dient opgevolgd te worden. Daarnaast stelt de beroeper dat hij de “zorg” over het gebruik van de informatie door xxx begrijpt, maar dat de openbaarmaking van de gebruikte info zich beperkt tot de betrokken partijen, hun raadslieden en het Hof. Voor deze laatste twee is volgens de beroeper de informatie beschermd door het beroepsgeheim. Wat de aanwending op oneigenlijke wijze door xxx betreft, wijst hij erop dat zij zich
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/084
pagina 2 van 5
zouden blootstellen aan strafrechtelijke vervolging, en duidt hij ook op het Wetboek Economisch Recht waarin dergelijke praktijken verboden zijn. Desgevallend kan volgens de beroeper de mededeling van de gevraagde informatie voorwaardelijk zijn en met name na ondertekening van een vertrouwelijkheidsovereenkomst door zijn cliënt. Het argument van de wapengelijkheid gaat volgens de beroeper niet op omdat het eigen is aan het verder verloop van het proces dat alle partijen de kans krijgen om te antwoorden op de argumenten en stukken die door zijn cliënt worden aangebracht, zoals het ook eigen is aan de gerechtsprocedure dat de benadeelde partij (zijn cliënt) als eerste haar eis moet concretiseren en staven, waarna dit door de verwerende partij (xxx) met alle middelen kan worden tegengesproken. De wapengelijkheid is m.a.w. gevrijwaard door het (straf)procesrecht.
2. Toelichting door de Mestbank De beroepsinstantie nam op 3 april 2020 contact op met de Mestbank om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailbericht van 9 april 2020 heeft de beroepsinstantie bijkomende info ontvangen. In de toelichting aan de beroepsinstantie stelt de Mestbank dat de gevraagde informatie betrekking heeft op de identificatie van bepaalde personen en hun voertuigen in het kader van hun hoedanigheid als erkend mestvoerder en hun relatie met een AGR-GPS dienstverlener, en als zodanig geen betrekking heeft op het milieu zoals verstaan wordt onder artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet. De Mestbank geeft nogmaals aan dat de geheimhoudingsclausule in artikel 23, §6 Mestdecreet weliswaar geen afbreuk doet aan de regeling inzake de openbaarmaking van milieu-informatie, doch dat de opgevraagde lijst geen milieu-informatie bevat. Bijgevolg maakt deze bepaling dan ook een geheimhoudingsverplichting uit zoals bepaald in art II.34, 1° van het Bestuursdecreet, en omwille van deze absolute weigeringsgrond kan er dan ook niet ingegaan worden op het verzoek tot openbaarmaking. Daarnaast, verwijzend naar de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 3° Bestuursdecreet, stelt de Mestbank dat dit geheel aan gegevens een klantenbestand van de betrokkene uitmaakt. Voor xxx maakt dit, als gespecialiseerde firma, een sterk economisch belang uit met een vertrouwelijk karakter. Daarnaast wordt hier ook de openbaarmaking verzocht van het gehele klantenbestand, met àl de geregistreerde voertuigen, wat aanzienlijk ruimer is dan een lijst met klanten die mogelijks overgestapt zouden zijn. Bijgevolg kon er dan ook niet ingegaan worden op het verzoek tot openbaarmaking. Gelet op de huidige relatie tussen beroeper en xxx leek het bijkomend niet nuttig te vragen naar de toestemming om de lijst toch openbaar te maken. Wat betreft de ingeroepen uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 4° Bestuursdecreet, deelt de Mestbank mee dat de beroeper in zijn vraag tot openbaarmaking expliciet stelde dat de vraag tot openbaarmaking kaderde in een juridisch geding. De Mestbank licht toe: “Indien hiertoe overgegaan wordt, wordt één partij in dit geschil door de overheid éénzijdig benadeeld. Dit in bijzonder aangezien de beroeper ook aangeeft dat dit kadert in een eis tot schadebegroting. Gelet op de hierboven aangehaalde bepalingen van het Bestuursdecreet zagen wij ons hier genoodzaakt het recht op een eerlijk proces en de wapengelijkheid te waarborgen, en kan er aldus niet overgegaan worden tot de openbaarmaking van de gevraagde gegevens.”
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/084
pagina 3 van 5
In reactie op de beroepsargumenten geeft de Mestbank nog mee dat het loutere feit dat de beroeper wordt uitgenodigd door de rechter, die in casu ook ingrijpender kon beslissen, om deze stukken te verzamelen en dat dit nuttig kan zijn voor de beroeper, geen afbreuk doet aan de decretale weigeringsgronden op openbaarmaking. De mogelijkheid tot het sluiten van een overeenkomst doet daarnaast ook geen afbreuk aan een absolute weigeringsgrond. Betreffende het beroepsargument i.v.m. de wapengelijkheid merkt de Mestbank op dat de beroeper naar informatie vraagt die haar net kan helpen met de staving van een schadevergoeding, en dat de overheid dus één partij in een geschil expliciet gaat benadelen. Volgens de Mestbank moet er dan ook geoordeeld worden dat de door de beroeper gevraagde openbaarmaking wel degelijk aan de wapengelijkheid kan raken.
3. Standpunt van de beroepsinstantie Na onderzoek door de beroepsinstantie op de website van de Vlaamse Landmaatschappij, kan het voorwerp van het openbaarheidsverzoek worden toegelicht als volgt. Er bestaat voor erkende mestvoerders een AGRGPS-verplichting. De AGR-GPS-verplichting houdt in dat elk transportmiddel dat door een erkende mestvoerder ingezet wordt voor het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen, op elk moment AGRGPS compatibel moet zijn. De AGR-GPS-verplichting geldt sinds 1 januari 2012 voor alle erkende mestvoerders. De AGR-GPS-compatibiliteit houdt in dat elk erkend transportmiddel moet beschikken over AGR-GPS-apparatuur, die deel uitmaakt van een operationeel AGR-GPS-systeem. De signalen die die apparatuur uitstuurt - via een computerserver die wordt beheerd door een GPS-dienstverlener- moeten rechtstreeks en onmiddellijk verstuurd worden naar de Mestbank. In elk erkend trekkend voertuig moet een vast AGR-GPS-apparaat aanwezig zijn. Bovendien moet op het chassis van elke erkende oplegger of aanhangwagen een sensor aangebracht worden die aangeeft met welke laadruimte het mesttransport gebeurt. De AGR-GPS-gegevens worden via een GPS-dienstverlener doorgestuurd naar de Mestbank. De GPSdienstverlener is een aanbieder van diensten en werkt onafhankelijk van de erkende mestvoerder of de Mestbank. In casu zijn zowel de cliënt van beroeper als xxx GPS-dienstverleners. In het kader van een geding en meer bepaald in het kader van de begroting van de schadevergoeding van xxx, wordt door de beroeper de lijst van de voertuigen (trekkend en aanhang) met hun overeenkomstig ID/App sensor van de erkende mestvoerders die geregistreerd zijn met de dienstverlener xxx gevraagd. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De beroepsinstantie sluit zich aan bij het standpunt van de Mestbank namelijk dat de gevraagde informatie de identificatie van bepaalde personen en hun voertuigen in het kader van hun hoedanigheid als erkend mestvoerder en hun relatie met een AGR-GPS dienstverlener omvat, en als zodanig niet wordt beschouwd als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11°, Bestuursdecreet. Artikel II.34, 1° Bestuursdecreet bepaalt dat instanties een aanvraag, voor zover die geen betrekking heeft op milieu-informatie, moeten afwijzen “als de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting, vastgesteld in een aangelegenheid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bevoegd is”. Deze geheimhoudingsverplichting kan o.m. geregeld zijn in een decreet. Artikel
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/084
pagina 4 van 5
23, §6 van het Mestdecreet voorziet in een geheimhoudingsplicht. Artikel 23, §6, 1ste lid bepaalt immers: “De
personeelsleden van de Vlaamse Landmaatschappij, de door haar erkende mestvoerders, de derden waarop de Vlaamse Landmaatschappij voor de uitoefening van haar taken een beroep doet, alsmede eenieder die in welke hoedanigheid ook kennis krijgen van de gegevens en inlichtingen, verzameld in uitvoering van dit decreet, zijn gehouden tot geheimhouding ervan. Deze geheimhoudingsverplichting doet geen afbreuk aan de regeling inzake openbaarmaking van milieu-informatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 . Deze geheimhoudingsverplichting is niet van toepassing voor uitwisselingen van gegevens met instanties van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.” Artikel 23, §6, 1ste lid van het Mestdecreet legt bijgevolg een geheimhoudingsplicht op aan o.a. de personeelsleden van de Mestbank met betrekking tot de in uitvoering van het Mestdecreet aangereikte gegevens en inlichtingen. Zoals reeds aangegeven is ook de beroepsinstantie van oordeel dat het gevraagde in casu geen milieu-informatie is, en bijgevolg is de absolute uitzonderingrond, zoals bepaald in artikel II.34, 1° Bestuursdecreet in casu terecht door de Mestbank ingeroepen. Gezien de terechte toepassing van de absolute uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel II.34, 1° Bestuursdecreet, ziet de beroepsinstantie geen gronden om over te gaan tot de beoordeling van de andere door de Mestbank ingeroepen uitzonderingsgronden, zoals deze vermeld in artikel II.35, 3° en 4° Bestuursdecreet. Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van het gevraagde als ongegrond dient beschouwd te worden Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 2 april 2020 tegen de beslissing van de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank, d.d. 4 maart 2020 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 18 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/084
pagina 5 van 5