Skip to main content

Milieujaarprogramma_2008_doorkijk_2010.pdf

Page 1

Het Milieubeleidsplan wordt vijfjaarlijks opgesteld door de Vlaamse regering.

van het milieubeleid. Het Milieubeleidsplan 2003-2007 werd door de Vlaamse regering vastgesteld op 19 september 2003. De Vlaamse Regering gaf op 21 december 2007 haar goedkeuring aan de actualisatie en verlenging ervan tot 2010.

MJP2008cover.indd Sec1:2

milieujaarprogramma2008

Het bepaalt de hoofdlijnen

{

milieujaarprogramma 2008 en doorkijk 2010

10-03-2008 11:29:13


milieujaarprogramma2008

00 MJP08*.indd 1

10-03-2008 09:04:22


00 MJP08*.indd 2

10-03-2008 09:04:22


3

Inhoud Inleiding 5

deel 1. Algemeen kader 21

deel 2. Themabeleid 25 1. Verdunning van de ozonlaag 27 2. Verandering van het klimaat door het broeikaseffect 29 3. Verontreiniging door fotochemische stoffen 36 4. Verzuring 42 5. Vermesting 46 6. Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen 51 7. Verontreiniging en aantasting van de bodem 60 8. Verontreiniging door afvalstoffen 69 9. Verstoring van watersystemen 77 9a. - Integraal waterbeleid 77 9b. - Verontreiniging van oppervlaktewater 82 9c. - Verdroging 89 10. Hinder 95 10a. - Verstoring door geluid 97 10b. - Verstoring door geur 100 10c. - Verstoring door licht 102 11. Versnippering 103 12. Verlies van biodiversiteit 106

deel 3. Gebiedsgericht beleid 123

deel 4. Actoren 129 1. Doelgroepen 131 2. Burgers 134 3. Maatschappelijke organisaties 135

00 MJP08*.indd 3

10-03-2008 09:04:22


Milieujaarprogramma

4

2008

deel 5. GeĂŻntegreerd overheidsbeleid 137 1. Interne en externe integratie binnen de Vlaamse overheid: organisatie 139 2. Externe integratie binnen de Vlaamse overheid: voorbeelden 140 3. Samenwerking met de federale overheid 145 4. Samenwerking met lokale overheden 146

deel 6. Internationaal beleid 149

deel 7. Instrumenten 155 1. Beleidsvoorbereiding, -evaluatie en -opvolging 157 2. Beleidsonderbouwing: kennisverwerving 160 3. Beleidsonderbouwing: informatiebeheer 162 4. Beleidsonderbouwing: rapportering 165 5. Beleidsuitvoering: sociale instrumenten 167 6. Beleidsuitvoering: economische instrumenten 170 7. Beleidsuitvoering: juridische instrumenten 172

deel 8. Kosten en ďŹ nanciering 175

Bijlagen 181

00 MJP08*.indd 4

10-03-2008 09:04:22


5

Inleiding Algemeen Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (verder het dabm genoemd), bepaalt dat het milieubeleid in Vlaanderen gestalte krijgt door de milieubeleidsplanning waarvan de hoekstenen het milieurapport, het milieubeleidsplan en de milieujaarprogramma’s zijn. Het milieurapport (mira) is de wetenschappelijke onderbouwing van het milieubeleid. De opdracht van de milieurapportering is: het beschrijven van de kwaliteit van het leefmilieu (mira-t), aangeven hoe die kwaliteit zich zou kunnen ontwikkelen en via welke beleidsinterventies die ontwikkeling kan worden verbeterd (mira-s), en onderzoeken in welke mate en op welke wijze het beleid tot nu toe tot veranderingen in de milieukwaliteit heeft geleid (mira-be). Het recentste mira-t dateert van december 2006. Specifiek voor het aspect natuur en biodiversiteit werd in mei 2005 een Natuurrapport (nara) gepubliceerd. Het milieubeleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid dat door het Vlaamse Gewest, alsmede door de provincies en gemeenten in aangelegenheden van gewestelijk belang, dient te worden gevoerd. Het plan beoogt enerzijds de bescherming en het beheer van het milieu en anderzijds de doeltreffendheid, de efficiëntie en de interne samenhang van het milieubeleid op alle beleidsniveaus te bevorderen. Het milieubeleidsplan 2003-2007 werd inmiddels geactualiseerd en verlengd tot 2010. De Vlaamse regering keurde deze actualisatie en verlenging goed op 21 december 2007. Een volledig nieuw mina-plan 4 zal later opgesteld worden voor de periode 2011-2015. De milieujaarprogramma’s dienen ter uitvoering en operationalisering van het milieubeleidsplan. Nadruk ligt hierbij op de organisatie, het tijdpad en de prioriteitenstelling van de verschillende maatregelen. Een milieujaarprogramma moet volgens het dabm minstens het volgende bevatten: - een verslag van de stand van uitvoering van het geldende milieubeleidsplan en de Europese milieuwetgeving; - een verslag van de stand van zaken aangaande de goedkeuring van internationale overeenkomsten; - een opgave van de door het Vlaamse Gewest in het komende jaar te verrichten activiteiten en te nemen maatregelen ter uitvoering van het geldende milieubeleidsplan; - een overzicht van de in het ontwerp van begroting geraamde inkomsten en uitgaven ter uitvoering van het milieubeleidsplan; - een lijst met alle geplande en lopende onderzoeken en herstelprogramma’s.

Milieujaarprogramma 2008 Het Milieujaarprogramma 2008 is het vijfde programma in uitvoering van het Milieubeleidsplan 2003-2007. De uitvoering van heel wat maatregelen en van de meeste projecten zit min of meer op schema. De vordering van de 41 projecten werd in 2007 aan een evaluatie onderworden. De conclusies hiervan zijn terug te vinden in het mina-plan 3+. De samenvattende projectrapportering wordt niet opnieuw opgenomen in dit mjp.

00 MJP08*.indd 5

10-03-2008 09:04:22


MILIEUJAARPROGRAMMA

6

2008

Afstemming met het geactualiseerde mina-plan 3 Eind 2007 werd de actualisatie van het mina-plan 3 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Vele doelstellingen uit het mina-plan 3 wijzigden daardoor en een aantal bijkomende inhoudelijke accenten werden gelegd. De oorspronkelijke tekst van het mjp 2008, zoals gevoegd bij de begroting, kon hiermee nog geen rekening houden. In dit document wordt dit rechtgezet en worden het mina-plan 3+ en het mjp 2008 in elkaar geschoven. Per thema worden de oude doelstellingen opgevolgd a.h.v. een indicator. De bijgevoegde indicatortabellen bevatten een objectieve beoordeling van de voortgang (trend) en het huidige doelbereik (op basis van het cijfer voor het laatste jaartal, onderaan toegevoegd). Per thema wordt ook één sprekende volledige cijferreeks toegevoegd. Ook de wijzigingen aan de doelstellingen worden in beeld gebracht. De nieuwe doelstellingen worden telkens vermeld en de aanpassingen t.a.v. de vorige planperiode worden in vet aangeduid. Een nieuw weerkerend onderdeel bespreekt de accenten voor de periode 2008-2010, zoals deze in het mina-plan 3+ worden aangekondigd. Het werd inhoudelijk afgestemd met het onderdeel ‘prioriteiten 2008’ en moet daar ook samen mee gelezen worden.

Opvolging en evaluatie aan de hand van indicatoren Om het beleid te kunnen evalueren, wordt een kernset van een dertigtal indicatoren gehanteerd. Hierbij wordt gefocust op de strategisch belangrijkste domeinen en thema’s, o.a. gebaseerd op de doelstellingen van het dabm en op internationale strategieën en doelstellingen. In de selectie werden ook thema’s / activiteiten opgenomen die geheel of gedeeltelijk buiten de leefmilieubevoegdheid vallen (vb. energiegebruik, ruimtegebruik, transport, landbouw,…), maar een belangrijke invloed op de druk en de toestand van milieu en natuur hebben. In de onderstaande tabel zijn deze sleutelindicatoren opgenomen met vermelding van de recentste trend. Een uitgebreide rapportering van de toestand van milieu en natuur in Vlaanderen, en de evolutie ervan, is voorwerp van de mira- en nara-rapporten. De meeste van de indicatoren uit onderstaande kernset komen dan ook aan bod in deze rapporten.

Thema

I n d i c ator

Tr end

Duurzaam gebruik van hulpbronnen Afvalstoffen

Totale hoeveelheid geproduceerde

+/-

huishoudelijke afvalstoffen

De totale hoeveelheid geproduceerde huishoudelijke afvalstoffen per inwoner nam toe van 405 kg in

per inwoner

1991 tot 560 kg in 2000. Vanaf 2002 is de totale hoeveelheid licht afgenomen tot 531 kg/inw in 2006.

Energiegebruik

Bruto binnenlands energiegebruik

+/-

Hoewel de energie-intensiteit van de Vlaamse economie sinds 1998 jaar na jaar verbeterde, nam het absolute energiegebruik de voorbije jaren geleidelijk toe. In 2006 (ca. 1600 Pj) is het bruto binnenlands energiegebruik met 37 % gestegen t.o.v. 1990.

Watergebruik

Leidingwatergebruik

+/-

Het totale drinkwaterverbruik schommelde in de periode 1995-2000 rond 380 à 390 miljoen m³. Het drinkwaterverbruik door de bevolking vertoonde de laatste jaren geen duidelijke trend. In 2003 gebruikte de bevolking ca. 222 miljoen m³ leidingwater of 101 liter per persoon en per dag.

00 MJP08*.indd 6

10-03-2008 09:04:23


GEBIEDSGERICHT BELEID

Thema

Indicator

7

DEEL 3

Tr end

Duurzaam gebruik van hulpbronnen (vervolg) Grondstoffengebruik

Totale materialenbehoefte

-

Sinds 1997 schommelt de jaarlijkse totale materialenbehoefte (TMB) rond 140 ton/inwoner. De lichte daling in de jaren 2001 en 2002 zette zich niet door in 2003 en 2004.

Ruimtegebruik

Oppervlakte bebouwde percelen

-

In 2005 nam bebouwd Vlaanderen 2.336,8 km² in beslag. Dit komt neer op 17,3% van de totale oppervlakte. Tussen 1991 en 2005 is de bebouwde oppervlakte toegenomen met gemiddeld 36 km² per jaar. In diezelfde periode vertoont deze toename evenwel een dalende tendens.

Bescherming van het milieu Klimaat

Emissies van broeikasgassen

+/-

In 2006 daalden de broeikasgasemissies voor het eerst onder het niveau van 1990, en lagen ruim 2% lager dan in het referentiejaar.

Luchtkwaliteit –

Uitstoot van verzurende stoffen

+

verzurende stoffen

De totale potentieel verzurende emissie verminderde in de periode 1990-2006 met 49% tot 9.575 miljoen Zeq. De daling is vooral toe te schrijven aan een sterke afname van de SO2-emissies (-62%). Ook de NOx-emissie nam geleidelijk af (-26%) en vanaf 2000 werd een aanzienlijke NH3-emissiereductie gerealiseerd (-52%).

++

De evolutie in de periode 1990-2006 wijst op een

Kwaliteit van het

Percentage meetplaatsen van het

oppervlaktewater

oppervlaktewatermeetnet dat vol-

duidelijke verbetering van de situatie. In 2006

doet aan de basiskwaliteit voor

voldeden 45% van de meetplaatsen aan de basis-

biochemisch zuurstofverbruik (BZV)

kwaliteit voor BZV.

Percentage meetplaatsen van het

+

oppervlaktewatermeetnet met een

In 2006 voldeden 30% van de meetpunten aan de basiskwaliteitsnorm. De toestand verbetert geleidelijk.

-score op de Belgisch Biotische Index van tenminste 7 Kwaliteit van het grondwater

Percentage meetplaatsen van

n.v.t.

De metingen uit 2004-2006 geven aan dat de

het MAP-grondwatermeetnet met

toestand nagenoeg onveranderd blijft. In de meet-

overschrijding van de nitraatnorm

campagne (voorjaar) van 2007 blijkt dat op ca. 39%

van 50 mg/l

van de meetlocaties de nitraatnorm van 50 mg/l wordt overschreden.

Kwaliteit van de bodem –

Overschot op de stikstofbalans

++

nutriënten

In de periode 1990-2006 is het overschot op de stikstofbalans meer dan gehalveerd (87 kg N/ha in 2006).

Verspreiding van zware metalen

Emissie van zware metalen naar het oppervlaktewater

n.v.t.

De emissies van de zware metalen Ni (25%), Zn (15%) Cr (13%), As (16%), Hg (21%), Pb (14%) en Cu (7%) naar oppervlaktewater nemen sinds 1998 af. Voor Cd blijft deze nagenoeg ongewijzigd.

Verspreiding van chemicaliën

Verspreiding van bestrijdingsmiddelen

++

Gewasbeschermingsmiddelen: In de periode 1990 – 2005 daalde de impact van gewasbeschermingsmiddelen, uitgedrukt in verspreidingsequivalenten (Seq), met 47%.

00 MJP08*.indd 7

10-03-2008 09:04:23


Milieujaarprogramma Thema

8

2008

I n d i c ator

Tr end

Aantal dagen met overschrijding

+/-

Milieu en gezondheid Luchtkwaliteit – omgevingslucht

Los van de belangrijke jaarfluctuaties en sterke

van de ozondrempelwaarde van

regionale verschillen inzake ozonoverlast, blijft het

120 µg/m³

aantal dagen met overschrijding van de ozondrempel voor de bescherming van de volksgezondheid hoog. In 1995, 1999, 2003 en 2006 werden meer dan veertig dagen genoteerd, in 1996, 1997 en 2001 meer dan dertig. Het gemiddelde over 3 jaar blijft hoog.

Stedelijke luchtkwaliteitsindex

-

Zowel in Antwerpen als in Gent wordt in de periode 1996-2000 een geleidelijke verbetering van de luchtkwaliteit vastgesteld. Vanaf 2001 zet deze trend zich niet meer door. In 2006 was de luchtkwaliteit in Gent middelmatig tot en met zeer slecht op gemiddeld 42% van de dagen; in Antwerpen was dit op 53% van de dagen.

Gezondheidsschade

Gezondheidsimpact van

+/-

zwevend stof - Disability Adjusted

Het aantal verloren gezonde levensjaren (DALY’s) ten gevolge van blootstelling aan zwevend stof wordt

Life Years (DALY)

geschat op ongeveer 40 DALY’s per 10.000 inwoners en per jaar. De situatie is de laatste jaren niet significant veranderd. Bij ongewijzigde concentraties zwevend stof speelt de Vlaming gemiddelde ca. één derde van een gezond levensjaar kwijt.

Hinder

Percentage van de bevolking dat

+/-

In 2006 was 17% à 18% van de bevolking potentieel

potentieel ernstig wordt gehinderd

ernstig gehinderd door geluid. De situatie is vrijwel

door geluid.

onveranderd sinds 1990.

Natuurbehoud Beschermde gebieden

Oppervlakte gebieden onder

++

effectief natuurbeheer

De oppervlakte aan gebieden onder effectief natuurbeheer nam toe van 10.057 ha eind 1996 naar 37.348 ha eind 2006.

Biodiversiteit

Rode Lijst-soorten

n.v.t.

In de periode 1994-2006 werden 16 Rode Lijsten opgesteld waardoor de status van 3.479 soorten bekend is. Toestand: van 984 (28%) van de soorten is bekend dat ze het gevaar lopen om op termijn te verdwijnen. Er is nog geen trend beschikbaar.

Integratie Transport

Volume personenvervoer

-

In de periode 1990-2006 is het personenvervoer met 24% toegenomen tot 70,5 miljard personenkilometers. Het gemotoriseerd wegvervoer (auto/ moto) neemt in 2006 zo’n 90% voor zijn rekening en vertoont in 2006 opnieuw een stijging t.o.v. 2005. Sinds 1997 is er evenwel een toename van het gebruik van het openbaar vervoer waar te nemen.

Energievoorziening

Aandeel groene stroom

++

Het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in het bruto elektriciteitsverbruik is tussen 1994 en 2006 gestegen van 0,12% tot 2,4%. Ondanks deze toename blijft dit aandeel zeer klein.

00 MJP08*.indd 8

10-03-2008 09:04:23


inleiding Thema

Indicator

Tr end

Eco-efficiëntie van de industrie

+

9

Integratie (vervolg) Industrie

Terwijl de productie-index van de industrie steeg tussen 1990 en 2006 (+31%), daalde de emissie van verzurende stoffen, CZV en zware metalen in oppervlaktewater, wat op een verbetering van de ecoefficiëntie wijst. Ook de emissie van broeikasgassen daalde. Voor afvalproductie en energiegebruik trad er daarentegen nog geen ontkoppeling op.

Bevolking

Aandeel selectief ingezameld

+

huisvuil

De selectieve fracties in het totaal van het huishoudelijk afval zijn sterk gestegen van 34% in 1995 naar 71% in 2004.

Landbouw

Areaal biologische landbouw-

-

productie

Het areaal biologische landbouw is sinds 1991 (493 ha) sterk toegenomen tot 4.026 ha in 2001, waarna de trend terug dalend is. In 2006 was dit 3.267 ha (minder dan 1% van de totale landbouwoppervlakte in Vlaanderen).

Samenwerking en draagvlak Draagvlak - bereidheid burgers

Bereidheid tot financiële

+/-

In de periode 1996 - 2006 is er nauwelijks evolutie in

inspanningen ten aanzien

het percentage Vlamingen dat aangeeft minstens

van het milieu

deels bereid te zijn een financiële bijdrage te leveren ten voordele van milieu (54% in ‘96, 55% in ‘00 en 57% in ‘05 en ‘06).

Draagvlak - gedrag burgers

Feitelijk gedrag ten aanzien

-

van het milieu

Het percentage Vlamingen dat zegt altijd of dikwijls een zuinig gedrag te vertonen daalt in de periode 1996-2006 van 55,3 % tot 47,2%. Het percentage Vlamingen dat zegt altijd of dikwijls een zuinig gedrag te vertonen daalt in de periode 1996-2006 van 55,3 % tot 47,2%.

Politiek draagvlak

Aandeel uitgaven van de

+/-

Vlaamse overheid voor milieu

Tussen 2002 en 2005 schommelde het aandeel leefmilieu uitgaven in de Vlaamse begroting tussen 4,4% en 4,6%. In 2006 (4,7%) was er een lichte stijging t.o.v. 2005 (4,5%).

Samenwerking - lokaal

Ondertekeningen Samenwerkings-

+

250 Vlaamse gemeenten hebben de Samenwerkings-

overeenkomst gemeenten –

overeenkomst ondertekend (situatie 2005). Hiervan

Vlaams Gewest

zijn er 157 ondertekeningen voor niveau 1 (basis), 92 voor niveau 2 en 1 voor niveau 3.

Samenwerking - internationaal

Bekrachtiging van internationale milieuverdragen

+

Ongeveer 75% van de internationale milieuverdragen waarbij Vlaanderen betrokken is, werden door de Vlaamse Regering bekrachtigd.

De opvolging van het mina-plan gebeurt ook met behulp van de bijhorende indicatoren in de themahoofdstukken van dit milieujaarprogramma. Om de link met het beleid op lange termijn te versterken, werd bij de keuze van die indicatoren een goede afstemming met de hoger vermelde sleutelindicatoren nagestreefd. Ruim de helft van de indicatoren uit de kernset zijn terug te vinden als indicator bij één van de plandoelstellingen uit het themabeleid. In deze gevallen wordt de sleutelindicator verder toegelicht (met focus op genomen / te nemen beleidsmaatregelen) in de respectieve themahoofdstukken. Per thema worden ook indicatoren opgevolgd die niet aan bod komen in de

00 MJP08*.indd 9

10-03-2008 09:04:23


Milieujaarprogramma

10

2008

kernset. Een aantal daarvan, waarvoor het bereiken van de plandoelstelling belangrijke inspanning vereist, worden hieronder toegevoegd aan de sleutelindicatoren. T h e m a M I N A - pl an 3

I ndi cator

Tr end

Verdunning van de ozonlaag

Emissie van ozonafbrekende

++

stoffen

De uitstoot van ozonafbrekende stoffen werd in 2005 (247 ton ODP) reeds met 64% teruggedrongen ten opzichte van de emissies van 1999.

Vermesting

Op landbouwgrond opgebrachte

++

hoeveelheid dierlijk mest

De hoeveelheid dierlijk mest die wordt opgebracht vertoont een verdere daling in 2006 (48,6 miljoen kg P2O5) ten opzichte van voorgaande jaren.

Verspreiding van milieu-

Jaargemiddelde concentratie

gevaarlijke stoffen

fijn stof (PM10)

+

De jaargemiddelde concentratie fijn stof vertoont, na een gunstige evolutie in de periode 1996-1998 een eerder schommelend verloop. In 2004 vond er een daling plaats van de jaargemiddelde concentratie tot onder 40 µg/m³, ook in industrieel en stedelijk gebied. Dit geldt ook voor 2005 (33 µg/m³) en 2006 (34 µg/m³).

Verontreiniging en

Aantal gronden met sanerings-

aantasting van de bodem

noodzaak waarop de sanering

++

Het aantal gronden waarop de sanering minstens is opgestart neemt jaarlijks toe. Eind 2006 is de

minstens is opgestart

sanering van 25,2% (2.694 gronden) van de gronden met saneringsnoodzaak opgestart.

Aantal hydraulische en ecologische

++

Het aantal sanerings-/ruimingsprojecten alsook de

ruimingen op onbevaarbare water-

geruimde/gesaneerde volumes nam in de periode

lopen van eerste categorie.

2001-2006 sterk toe. In 2006 bedroeg de hoeveelheid geruimde specie ca. 775.000 m³.

Verontreiniging door

Totale hoeveelheid primair

afvalstoffen

geproduceerde bedrijfsafvalstoffen

--

De productie van primair bedrijfsafval nam toe van 12,5 miljoen ton in 1992 tot 20,4 miljoen ton in 2001, en bleef nadien nagenoeg stabiel tot en met 2004. In 2005 werd een verdere toename vastgesteld tot 24,9 miljoen ton.

Verontreiniging van

Zuiveringsgraad van de huishoudens

+

oppervlaktewater Versnippering

Percentage gesaneerde

++

vismigratieknelpunten Verlies van biodiversiteit

In de periode 1990 tot 2006 is de zuiveringsgraad geleidelijk toegenomen van 30% naar 67%.

Oppervlakte VEN en natuurverwe-

In de periode 2000-2006 zijn 14% van de knelpunten gesaneerd.

+/-

vingsgebied dat afgebakend is

Eind 2006 is de oppervlakte VEN toegenomen tot 87.022 ha. De oppervlakte natuurverwevingsgebied nam toe tot 934 ha.

Totale oppervlakte groengebied op de bestemmingsplannen

++

Tussen 1994 en eind 2006 is de oppervlakte natuurgebied (en reservaatgebied) toegenomen met 11.500 ha. De oppervlakte bosgebied is in dezelfde periode met 2.001 ha toegenomen.

In onderstaande tabel worden een aantal van bovengenoemde indicatoren gebiedsgericht ingevuld. Specifieke aandacht gaat hierbij naar de gebieden die aan bod komen in het hoofdstuk ‘Gebiedsgericht beleid’, in het bijzonder het buitengebied, de stedelijke gebieden en de concentratiegebieden van economische activiteit (havens, industriegebied).

00 MJP08*.indd 10

10-03-2008 09:04:23


inleiding G e b ie d

Indicator

Tr end

Buitengebied

Luchtkwaliteit in buitengebied

+/-

(NO2)

11

De jaargemiddelde concentratie van NO2 bleef de laatste jaren vrijwel onveranderd (rond 23 µg/m³ sinds 2000), doch er kwamen geen normoverschrijdingen voor.

Luchtkwaliteit in buitengebied

+/-

(PM10)

De jaargemiddelde concentratie fijn stof vertoont in de periode 2001-2005 geen duidelijke trend en schommelt rond 30 µg/m³. Er traden geen normoverschrijdingen op.

Bebouwde oppervlakte in

-

buitengebied

De bebouwde oppervlakte is in de periode 2000-2005 jaarlijks toegenomen tot 15,1% van de totale oppervlakte.

Stedelijk gebied

Luchtkwaliteit in stedelijk gebied

+/-

(NO2)

De jaargemiddelde concentratie van NO2 bleef de laatste jaren vrijwel onveranderd (rond 40 µg/m³ sinds 2000). In een aantal meetstations kwamen er nog steeds overschrijdingen voor van de grenswaarde voor de volksgezondheid.

Luchtkwaliteit in stedelijk gebied

+/-

(PM10)

De jaargemiddelde concentratie fijn stof vertoont in de periode 2001-2005 geen duidelijke trend en schommelt rond 36 µg/m³. Er traden geen normoverschrijdingen op.

Bebouwde oppervlakte in stedelijk

+/-

gebied

De bebouwde oppervlakte is in de periode 2000-2005 jaarlijks toegenomen tot 26,8% van de totale oppervlakte. De toename is minder uitgesproken dan in het buitengebied.

Havens/industriegebied

Aandeel wegtransport in totaal

+

goederentransport haven Antwerpen

In de periode 1996-2004 wordt een daling van het aandeel wegverkeer vastgesteld. Het aandeel goederentransport via spoor en binnenvaart nam licht toe.

Aandeel wegtransport in totaal

-

goederentransport haven Zeebrugge Luchtkwaliteit in industrieel gebied

In de periode 1996-2005 nam het aandeel wegvervoer in het totale goederentransport licht toe.

+/-

(NO2)

De jaargemiddelde concentratie van NO2 bleef de laatste jaren vrijwel onveranderd (rond 37 µg/m³ sinds 2000). In een aantal meetstations kwamen er nog steeds overschrijdingen voor van de grenswaarde voor de volksgezondheid.

Luchtkwaliteit in industrieel gebied (PM10)

+

De jaargemiddelde concentratie fijn stof vertoont in de periode 2001-2005 een dalende tendens (36 µg/m³ in 2005). De jaargemiddelde concentratie lag in deze periode evenwel meermaals boven de norm.

Naast de opvolging van de langetermijntrend (kernset) en de realisatie van de plandoelstellingen worden in het milieujaarprogramma de verwachte beleidsrealisaties systematisch, en waar mogelijk kwantitatief door middel van outputindicatoren, opgevolgd. Per thema of deel werd hiertoe een tabel met indicatoren opgenomen.

Beoordeling trend De beoordeling van de trend geschiedt in regel op basis van het referentiejaar 2002 om de evolutie binnen de planperiode te duiden. In een aantal gevallen kan er reden zijn om een ander referentiejaar te kiezen (bv. 2001, als dit zo is aangegeven in de doel-

00 MJP08*.indd 11

10-03-2008 09:04:23


Milieujaarprogramma

12

2008

stelling). De historische trend wordt bepaald ten opzichte van een referentiejaar dat vroeger in de tijd ligt (bv. 1990, 1995). Dit kan het eerste jaar van de datareeks zijn of een referentiejaar dat in de doelstelling wordt aangegeven. De weergegeven trend bij elke indicator is de recente trend. Waar relevant wordt in de bijhorende tekst aangegeven hoe deze recente trend zich verhoudt tot de historische trend. De beoordeling van de recente en de historische trend geschiedt op basis van een (statistische) trendanalyse en een kwantitatieve trendberekening, zodat alle indicatoren op een eenvormige en objectieve wijze worden geëvalueerd. De statistische analyse omvat het uitvoeren van een regressie op de beschikbare data. De regressies worden berekend op de volledige tijdsreeks. Het model (lineair of niet-lineair) dat de datareeks het best genereert zal vervolgens worden aangewend om de trend te kwantificeren. De trend is daarbij de gemiddelde jaarlijkse wijziging voor de beschouwde periode. De berekende trend wordt als onbeduidend beschouwd indien hij begrepen is tussen -1% en +1%. Zowel de positieve trend als de negatieve trend wordt verder onderverdeeld in twee klassen. Volgende klassengrenzen worden gehanteerd: B e oor d e l i n g s s c h a a l

K l assengr enz en

Code

Gunstig tot zeer gunstig

>5%

++

Voorzichtig positief

>1% tot 5%

+

Nagenoeg ongewijzigd

-1% tot +1%

+/-

Licht negatief

<-1% tot -5%

-

Negatief tot zeer negatief

<-5%

--

In een aantal gevallen kan de trend niet berekend worden (en wordt de notatie “n.v.t.” gebruikt): - Er is geen (of geen betrouwbare) invulling van de indicator mogelijk; - De tijdreeks bij de indicator is te kort (< 4 jaar); - De tijdreeks is onregelmatig samengesteld (veel ontbrekende waarden, getrapte reeksen,...).

De uitvoering van het mina-plan 3 Het dabm geeft het planningsteam de opdracht om vijfjaarlijks een mina-plan en jaarlijks een milieujaarprogramma (mjp) voor te bereiden. Het planningsteam bestaat bij besluit uit de leidend ambtenaren van aminal, vlm, vmm en ovam (en aps) –dateert van voor de hervormingen n.a.v. bbb. De uitvoering van het geldende Milieubeleidsplan wordt gecoördineerd door een projectleider en een planningsgroep, waartoe één of meerdere vertegenwoordigers van elke entiteit behoren. Voor de uitvoering en de opmaak van milieubeleidsplannen en jaarprogramma’s werd een netwerk opgebouwd, dat bestaat uit de planningsgroep, de planningsverantwoordelijken, de thema/deel/hoofdstukcoördinatoren en de projectverantwoordelijken. Voor de 41 projecten van het plan werd een projectwerking opgezet. De eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de onderdelen van het mina-plan ligt bij het afdelingshoofd van de respectieve thema-, deel- of hoofdstukcoördinator. De planningsgroep waakt over de inpasbaarheid in het mina-plan, de timing en de afstemming tussen de projecten en verzorgt de rapportage voor de Beleidsraad. De planningsverantwoordelijken tenslotte verzorgen de vlotte doorstroming van informatie binnen de instellingen, in overleg met de leidend ambtenaar. Zij spelen ook een cruciale rol in de afstemming tussen algemene beleidsplannen en- programma’s en instellingsspecifieke operationele plannen.

00 MJP08*.indd 12

10-03-2008 09:04:23


inleiding

13

De wijze waarop de diverse planningscycli met elkaar worden afgestemd, wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Beleidsvoorbereiding en –evaluatie’. Ook de afstemming met de begroting is belangrijk. Idealiter biedt het ontwerp-mjp het inhoudelijk en budgettair kader voor de opmaak van de begroting, sporen de cijfers in de begroting en de tekst van het mjp samen en hanteert de toelichting bij de begroting de terminologie uit het mina-plan. In 2005 werd voor het eerst een bijzondere inspanning geleverd om de samenhang tussen begroting en milieujaarprogramma maximaal te herstellen. Dit gebeurde zowel op inhoudelijk vlak, door de motivering van de gevraagde middelen in de ontwerpbegroting te enten op de maatregelen van het mina-plan 3, als vormelijk.

Begroting en financiering In de onderstaande tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de beleidskredieten die in de periode 2000-2008 voorzien werden voor milieu-uitgaven. Voor de berekening van de Vlaamse milieu-uitgaven wordt er teruggevallen op de officiële cijfers zoals die jaarlijks door de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement worden goedgekeurd en gepubliceerd in de algemene toelichting bij de begroting. Deze totaalcijfers worden op een esr-geconsolideerde basis berekend in overeenstemming met de Europese begrotingsnormering. Daarnaast vindt er ook een correctie plaats voor de hervorming van de watersector. Deze correctie komt er in grote lijnen op neer dat de Aquafin-uitgaven die tengevolge de hervorming van de watersector vanaf de begrotingscontrole 2005 gefinancierd worden door de drinkwatermaatschappijen i.p.v. door de Vlaamse overheid meegerekend worden in de totaaluitgaven voor leefmilieu. Tabel 1: Evolutie van het aandeel van de uitgaven voor het beleidsdomein leefmilieu t.o.v. de totale Vlaamse uitgaven in de periode 2000-2008 (in beleidskredieten) ES R-uit g a ve n in b eleid s k r e d i e t e n (lop en d e p r i j z e n )

U i tgave n l e e fmi l i e u i n b e l e i d sk r e d i e te n (i n du i ze nd EUR) 2000

20 0 1

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

VK

VK

VK

VK

VK

VK

VK

VK

VK

763.312

899.083

790.855

812.785

821.147

721.915

729.997

675.301

813.196

0

0

0

0

0

161.030

249.246

372.161

357.348

0

0

0

0

0

-263.124

-198.521

-113.391

-169.297

0

0

0

0

0

424.154

447.767

485.552

526.645

5.146

5.263

6.600

6.350

11.397

9.338

in totaal

in totaal

in totaal

milieu

milieu

milieu

in duizend Euro Totaal milieubegroting* Correctie voor hervorming watersector – werkingstoelage drinkwatermaatschappijen MINAfonds** + totale uitgaven op AQF-begroting*** Totaal energiebegroting****

Totale LNE incl. AQF-correctie Totale kredieten Vlaanderen

768.458

904.346

797.455

819.135

832.544

892.283

979.243 1.047.462 1.170.544

15.639.255 16.696.864 17.246.089 17.971.087 18.924.053 19.831.488 21.029.215 22.310.653 23.646.760

(met AQF-correctie) Aandeel LNE

4,9%

5,4%

4,6%

4,6%

4,4%

4,5%

4,7%

4,7%

5,0%

*: cijfer uit Algemene toelichting bij de begroting van het begrotingsjaar 2006, 2005, … (stukken Vlaams Parlement), inclusief agentschappen.instellingen, inclusief alle AQF-uitgaven ingeschreven op MINAfonds en inclusief FFEU **: cijfer uit Decreet houdende (aanpassing van) de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 (2005, 2004,-…); komt overeen met basisallocatie 361B4350 vanaf BC 2005 ***: cijfer uit de Memorie van toelichting bij de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 (2005, 2004, …) ****: cijfer uit de Algemene toelichting bij de begroting van het begrotingsjaar 2006, 2005, ... (stukken Vlaams Parlement)

00 MJP08*.indd 13

10-03-2008 09:04:23


Milieujaarprogramma

14

2008

Uit deze tabel blijkt dat er in absolute cijfers in de periode 2002-2008 een duidelijke trend was om jaarlijks meer beleidskredieten te voorzien voor het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. In 2008 werd er 1,17 miljard eur aan middelen voorzien voor milieu. In 2001 bereikten de milieu-uitgaven een absoluut hoogtepunt met een aandeel van 5,4% in de totale Vlaamse begroting. Daarna kenden de middelen die naar leefmilieu gingen een terugval. Relatief ten opzichte van de andere beleidsdomeinen bleef het aandeel van leefmilieu in de periode 2002-2005 ongeveer op hetzelfde niveau, namelijk tussen 4,4% en 4,6%. In 2006-2007 was er een lichte stijging t.o.v. 2005. Dit bracht het aandeel van leefmilieu-uitgaven in de Vlaamse begroting in 2007 op 4,7%. In 2008 stijgt dit aandeel verder tot 5,0%. De verdeling over de thema’s is grotendeels gelijk gebleven. De bedragen zijn eveneens aangepast aan de Aquafin-correctie. In tabel 2 is te zien dat van die totale beleidsruimte voorzien voor leefmilieu het merendeel voorzien is voor de thema’s oppervlaktewaterverontreiniging (769 miljoen eur of 60%) en biodiversiteit (140 miljoen eur of 11%). Het thema ‘Bodem’ won aan belang voornamelijk tengevolge de verhoogde inspanningen voor bodemsanering en de aanmaak van het grb (Groot Referentiebestand) voor Vlaanderen. Het thema ‘Verdroging’ kreeg op het eerste zicht veel minder budget in 2007. In de praktijk is dit niet zo. Deze middelen voor Verdroging zijn opgenomen in de totale dotatie aan de vmm en zijn niet meer rechtstreeks toewijsbaar aan het thema. Ten gevolge van bbb werden er in 2007 twee nieuwe thema’s toegevoegd: energie en natuurlijke rijkdommen.

00 MJP08*.indd 14

10-03-2008 09:04:24


00 MJP08*.indd 15

44.029

36.334

25.496

19.337

9.148

3.956

3.825

2.456

2.246

991

871

551

307

304

200

169

146

25

Bodem

Gebiedsgericht Beleid

Instrumenten

Overheden en GeĂŻntegreerd beleid

Lucht

Versnippering

Actoren

Integraal Waterbeleid

Internationaal Beleid

Gevaarlijke Stoffen

Fotochemie

Verzuring

Kosten en Financiering

Geurhinder

Klimaat

Ozon

Geluidshinder

Lichthinder

100%

0,00%

0,02%

0,02%

0,02%

0,03%

0,03%

0,06%

0,10%

0,11%

0,25%

0,27%

0,43%

0,44%

1,02%

2,16%

2,84%

4,05%

4,91%

5,94%

6,93%

928.233

102

193

165

331

302

299

543

853

975

2.229

2.575

3.815

3.934

9.095

26.289

25.068

40.173

54.016

33.753

80.069

74.442

100%

0,01%

0,02%

0,02%

0,04%

0,03%

0,03%

0,06%

0,09%

0,11%

0,24%

0,28%

0,41%

0,42%

0,98%

2,83%

2,70%

4,33%

5,82%

3,64%

8,63%

8,02%

14,40%

947.490

52

282

161

386

137

460

604

774

1.851

2.211

14.029

5.447

4.779

9.642

23.705

19.456

38.596

58.492

47.696

57.460

45.385

117.346

498.540

100%

0,01%

0,03%

0,02%

0,04%

0,01%

0,05%

0,06%

0,08%

0,20%

0,23%

1,48%

0,57%

0,50%

1,02%

2,50%

2,05%

4,07%

6,17%

5,03%

6,06%

4,79%

12,38%

52,62%

988.603

47

192

331

377

133

130

325

680

2.202

1.863

14.516

7.411

5.708

9.889

18.510

16.416

42.002

101.671

43.495

26.151

30.692

119.805

546.058

100%

0,00%

0,02%

0,03%

0,04%

0,01%

0,01%

0,03%

0,07%

0,22%

0,19%

1,47%

0,75%

0,58%

1,00%

1,87%

1,66%

4,25%

10,28%

4,40%

2,65%

3,10%

12,12%

55,24%

0

266

0

163

70

255

495

355

759

1.915

11.421

9.849

2.778

6.760

31.805

8.148

36.925

41.911

38.921

18.070

27.160

97.117

516.671

100,00%

3,43%

0,00%

0,03%

0,00%

0,02%

0,01%

0,03%

0,06%

0,04%

0,09%

0,22%

1,29%

1,12%

0,31%

0,77%

3,61%

0,92%

4,19%

4,75%

4,41%

2,05%

3,08%

11,01%

58,57%

in K.EUR in %

2005

882.071

53.248

Afvalstoffen

896.651

62.124

Vermesting

7,79%

133.698

46,90%

in K.EUR in %

2004

Totaal

69.860

Verdroging

15,57%

435.314

in K.EUR in %

2 0 03

30.260

139.601

Biodiversiteit

47,00%

in K.EUR in %

20 0 2

Indirect

421.427

in K.EUR in %

2 00 1

Oppervlaktewaterverontreiniging

Thema â&#x20AC;&#x2122;s e n do e le n

966.792

33.814

0

255

0

104

64

255

268

336

766

1.929

10.822

8.465

2.149

8.946

17.434

8.013

44.812

63.587

39.628

43.875

29.343

98.258

553.670

100,00%

3,50%

0,00%

0,03%

0,00%

0,01%

0,01%

0,03%

0,03%

0,03%

0,08%

0,20%

1,12%

0,88%

0,22%

0,93%

1,80%

0,83%

4,64%

6,58%

4,10%

4,54%

3,04%

10,16%

57,27%

in K.EUR in %

2006

6,50%

0,00%

0,03%

0,00%

0,01%

0,01%

0,02%

0,02%

0,03%

0,08%

0,17%

1,18%

0,63%

0,27%

1,16%

1,54%

0,66%

2,82%

7,94%

3,50%

1,72%

0,33%

12,44%

62,87%

1.143.682 100,00%

74.336

0

317

0

73

63

252

283

357

916

1.931

13.538

7.239

3.128

13.233

17.605

7.604

32.228

90.804

40.034

19.709

3.737

142.221

674.074

in K.EUR in %

2007B O

6,22%

0,00%

0,02%

0,00%

0,01%

0,00%

0,02%

0,04%

0,03%

0,07%

0,16%

1,09%

0,60%

0,21%

1,02%

2,31%

0,75%

2,43%

7,93%

3,22%

1,87%

0,17%

11,08%

60,76%

1.266.540 100,00%

78.837

0

306

0

65

55

252

526

330

916

1.995

13.775

7.548

2.664

12.887

29.292

9.466

30.722

100.458

40.815

23.472

2.095

140.293

769.502

in K.EUR in %

2008B O

Tabel 2: Overzicht van de beleidskredieten per thema in de periode 2001-2008 in beleidskredieten (inclusief financiering vanuit eigen ontvangsten VOI en inclusief interdepartementale bestaansmiddelen en FFEU)

inleiding

15

10-03-2008 09:04:24


Milieujaarprogramma

16

2008

Maar bovenstaande uitgaven dienen uiteraard ook gefinancierd te worden. Binnen het domein Leefmilieu, Natuur en Energie kan op meerdere financieringsbronnen teruggevallen worden (i.e. algemene middelen, milieuheffingen, ffeu, diverse andere inkomsten lne en agentschappen met rechtspersoon). In tabel 3 wordt een beeld geschetst van de manier waarop het milieubeleid de laatste jaren gefinancierd werd. Uit tabel 3 blijkt dat de inkomsten voor het beleidsdomein lne lichtjes dalen t.o.v. vorig jaar. Het merendeel van de eigen middelen (53%) vloeit nog steeds voort uit de milieuheffingen. De inkomsten van de afvalwaterheffing blijven na de hervorming van de watersector in 2006 ongeveer op hetzelfde niveau. Dit betekent een aandeel van 21% in de totale inkomsten van 2008. De eigen ontvangsten van de agentschappen met rechtspersoonlijkheid bestemd voor het milieubeleid kenden in 2008 een stijging van 6.000 K¤ ten opzichte van 2007. Tabel 3: Financiering van het milieubeleid: inkomstenbronnen in de periode 2003-2008 1. I n ko mst e n MI NA f o n d s Bron: Begroting Minafonds na begrotingscontrole (= aangepaste begroting), in MIO EUR

in m il j o e n E U R

2003

2004

2005

2006

2007

2008

341,8

307,6

221,0

142,8

143,9

141,9

53,7

41,0

38

40

55,8

50,8

240,3

239,5

153

66,7

55,3

57,5

mestheffing

11,5

7,1

10

9,8

10,8

10,8

grondwaterheffing

36,3

20,0

20

26,3

22,0

22,8

9,6

29,9

10,4

12,0

14,2

14,5

retributies bodemattesten

-

-

-

-

-

-

bossencompensatiefonds

-

-

-

-

-

-

ontvangsten uit beheer patrimonium ANB

1,6

2,0

2,2

1,8

0,0

0,3

diverse ontvangsten (terugstorten geld- en rente

0,2

0,2

0,2

0,2

0,3

0,3

financiële bijstand EU i.v.m. verordeningen 2078 en 2080

0,0

0,2

0,2

0,4

0,0

0,0

dividenden Vlaamse Milieuholding + kapitaals-

5,3

25,0

5,3

7,1

11,3

11,3

VLAREM dossiertaks

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

jachtverloven en jachtvergunningen

2,0

2,0

2,0

2,0

2,1

2,1

-

0,0

0,0

-

-

-

351,4

337,5

231,4

154,8

158,1

156,4

Milieuheffingen afvalheffing afvalwaterheffing

Andere ontvangsten MINAfonds

voorschotten en terugstorten van lonen)

verminderingen VMH

ontvangsten ikv.federale wetgeving verwerking landbouwkrengen Totaal eigen ontvangsten MINAfonds

00 MJP08*.indd 16

10-03-2008 09:04:24


inleiding

17

2. I N K O M S T E N a d mi n i st r a t i e v e m i dde l e nbe g r o ti ng i . v. m. Le e fmi l i e u Bron: Alg. Middelenbegroting na begrotingscontrole (= aangepaste begroting), in MIO EUR

in m iljoe n E U R

2003

2004

2005

2006

2007

Nieuwe begr otingsindeling na BBB 2008

0,000

4,500

0,900

3,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

12,000

22,800

Departement EWBL, ANRE ontvangsten fonds hernieuwbare energiebronnen (decreet 17.7.2000) ontvangsten energiefonds (decreet 17.07.2000)

Pr. LE: ontvangsten energiefonds

10,500

(decreet 17.07.2000)

Departement AZF, ABAFIM terugneming van participatie

75,000

0,000

0,000

0,000

0,000

- 120,000

40,000

0,000

0,000

0,045

0,180

0,180

door de VMH opbrengst uit de verkoop van de participatie in de VMW Departement LIN, AMINAL ontvangsten mbt. Fonds voor

-

0,225

Pr. LC: ontvangsten mbt. Fonds voor

de controle op uitvoerende taken

de controle op uitvoerende taken

van brander- en stookolietechnici

van brander- en stookolietechnici

bossencompensatiefonds--

1,393

2,500

2,500

2,750

2,800

bosbehoudsbijdrage visserijverloven

0,750

0,600

0,800

0,850

0,780

Pr. LC: visserijverloven (visserijfonds decreet 21.12.1990)

2,343

2,555

2,615

1,316

1,430

Pr. LC: Fonds Landinrichting: ontvangsten

uit wetten ruilverkaveling en land-

uit wetten ruilverkaveling en landinrichting

inrichting (decreet 07.07.1998)

(decreet 07.07.1998)

EOGFL-tegemoetkomingen

2,800

bosbehoudsbijdrage

(visserijfonds decreet 21.12.1990) Fonds Landinrichting: ontvangsten

Pr. LD: bossencompensatiefonds-

0,280

1,096

pm

0,000

0,000

pm

pm

0

0,425

0,000

0,000

0,000

pm

0

EOGFL-inkomsten ikv.de waterhuishouding 0,000

0,063

0,040

0,310

0,000

0

inkomsten ikv. waterhuishouding

0,090

0,090

0,550

0,000

0,000

ruilverkaveling en landinrichting (decreet 07.07.1998) inkomsten ikv. Grondwaterwinning (decreet schadefonds 12.12.1990)

0,074

(decreet Fonds waterhuishouding 22.11.1995) Pr. LD: financiĂŤle bijstand van de EU

0,250

betreffende uitgaven gedaan ivm LIFE (art.45 decreet 22.12.006) Pr. LA: Salarissen en toeslagen van

0,100

personeelsleden van de diensten en de Vlaamse regering met verlof voor opdracht en/of waarvan het salaris ten laste wordt genomen door andere overheden of vakorganisaties LNE (art.92, decreet 22.12.2006) Totaal eigen ontvangsten alg. administr. middelenbegroting

00 MJP08*.indd 17

80,0

130,5

47,0

21,0

28,0

Totaal eigen ontvangsten

15,8

alg. admin. middelenbegroting

10-03-2008 09:04:24


Milieujaarprogramma 3. I N K OM S T E N V OI Eigen ontvangsten VOI bestemd

18

2008

2003

2004

2005

2006

2007

2008

22,4

91,4

38

51

83

89

559,4

316,7

227,1

269,4

261,1

voor voeren milieubeleid 1 + 2 + 3 TOTALE EIGEN INKOMSTEN 453,8 beleidsdomein LEEFMILIEU

00 MJP08*.indd 18

10-03-2008 09:04:24


deel 1

algemeen kader

01 MJP08*.indd 19

28-02-2008 15:03:57


01 MJP08*.indd 20

28-02-2008 15:03:57


algemeen kader

21

deel 1

Algemeen kader Toelichting en evaluatie tot 2007 De projecten ‘Beleid gericht op voorraden’ en ‘Risicobeheer’ zijn nieuw in de Vlaamse context. Beide projecten moesten begin 2004 nog volledig opgebouwd worden. Het laatste project werd in grote mate vooruit geschoven naar eind 2006. Het eerste project is in 2004 gestart. Binnen het kader van het Milieu Innovatie Platform (mip) werd in de eerste helft 2007 het Vlaams Actieplan Milieu en Innovatie voorbereid. In dit actieplan werden acties opgenomen rond het verhogen van maatschappelijke betrokkenheid voor milieu-innovatie, uitvoeren van toekomstverkenningen en roadmaps en innovatief aanbesteden. In hetzelfde kader werd een praktische handleiding ‘Innovatief aanbesteden’ uitgewerkt, een eerste case rond bodemsanering aangevat en een eerste nota uitgewerkt rond katalytisch aanbesteden voor milieu-innovatieve producten en diensten. N.a.v. de aanbevelingen m.b.t. de invloed van milieubeleidsinstrumenten op milieu-innovatie worden maatregelen voorbereid en opgenomen in het Vlaams Actieplan Milieu en Innovatie, waaronder een innovatietoets bij de ria-handleiding. M.b.t. het luik transitiemanagement werd gestart met twee processen, één rond ‘duurzaam materialenbeheer’ en ‘duurzaam wonen en bouwen’. Het ‘duurzaam materialenbeheer’ is ook gelinkt aan de verruiming en vernieuwing van het afvalstoffenbeleid (zie thema ‘Afvalstoffen’). Begin 2006 ging vooral aandacht naar de opzet en organisatie van een eerste transitiearena. Hier werd eind 2006 vanuit een goed inzicht in de motieven, wensen en ideeën rond duurzaam materialenbeheer aan een gedeelde probleemperceptie gewerkt, een toekomstbeeld ontwikkeld en werden prioritaire thema’s voor Vlaanderen geselecteerd. Begin 2007 werd het transitienetwerk uitgebreid tot een netwerk met een 60-tal deelnemers. Voor de thema’s (slim sluiten, materialen op maat, tot uw dienst, wakker publiek en groene chemie/kunststoffen) werden eind 2007 streefbeelden en transitiepaden (of oplossingsrichtingen) uitgewerkt. Een belangrijk onderdeel van de onderbouwing van het materialenbeheer is ook het verkrijgen van inzicht in de milieu-impacten van sectoren, materialen en producten over de gehele keten. Vanaf 2006 loopt de operationalisering van een milieu-input-outputmodel voor de combinatie van economische en milieugegevens, inclusief een tool voor de prioritering van materialen en producten. Eind 2006 werd de eerste fase van het ‘transitiemanagement duurzaam wonen en bouwen’ afgerond. Deze fase werd afgesloten met een uitgewerkte transitieagenda die een visie voor 2030, streefbeelden, transitiepaden, opties, projecten en experimenten omvat. Het netwerk werd uitgebreid tot een 80-tal actoren, die werkten rond vier thema’s: wonen voor het leven, levende kernen, samen leren en innoveren, en gesloten kringlopen. In de loop van 2007 werden verschillende projecten opgestart zoals een afwegingskader opstellen voor een duurzame beoordeling op gebouwenniveau, het integreren van duurzaam bouwen in verschillende opleidingen/leerplannen (secundair en hoge- school), het uitwerken van een adviesnetwerk, het ondersteunen van eco-bouwpools, de integratie van duurzaam bouwen in andere beleidsdomeinen (zoals stadsvernieuwingsprojecten), het opzetten van demonstratieprojecten. Midden 2007 werden verkennende studies afgerond m.b.t. het bepalen van langetermijndoelstellingen ‘leefmilieu’. Een algemene methodiek en de specifieke uitwerking van de cases ‘Geluid’, ‘Grondwater’ en ‘Bodem’ moeten toelaten om een volgende stap te zetten bij het funderen van het milieubeleid, o.m. door het geheel ook toe te passen op de resterende thema’s.

01 MJP08*.indd 21

28-02-2008 15:03:57


Milieujaarprogramma

22

2008

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2008 EINDE

nieuw

Een Vlaams milieu-input-output-model is in gebruik

2008 EINDE

nieuw

Een afwegingsinstrument duurzaam bouwen op gebouwenniveau

2009 EINDE

nieuw

2007 EINDE

vertraagd

2008 BEGIN

2006 MIDDEN

vertraagd

2009 MIDDEN

Drie concrete demonstratieprojecten rond duurzaam bouwen

Huidig e ver wacht ing

in publiek toegankelijke gebouwen zijn gestart

draait op proefniveau Er wordt een eerste transitieagenda voor duurzaam materialenbeheer voorgesteld (inclusief doorontwikkeling naar operationalisering) Theoretische verkenning en voorstel voor verder verloop Risicobeheer zijn klaar

Accenten 2008-2010 De grote strategische lijnen worden behouden, maar de doelstelling van het project ‘Beleid gericht op voorraden’ wordt aangepast tot ‘Verkennen van en experimenteren met een toekomstgerichte aanpak voor een duurzame productie en consumptie’. Het project zal bestaan uit drie luiken, waarbij het eerste (transitiemanagement, toekomstverkenningen, langetermijndoelstellingen) methodologisch en voornamelijk verkennend van aard is. De komende periode zal worden benut om de verworven ideeën te verankeren en in beleid om te zetten. Er zal tijd worden genomen om de diverse onderdelen verder te onderbouwen en op elkaar af te stemmen. In het tweede luik worden vanuit de cases inhoudelijke acties geformuleerd, die op zich bijdragen aan een duurzame productie en consumptie. Het derde luik richt zich op de milieu-innovatie die noodzakelijk is om te komen tot een duurzame productie en consumptie. Ook dit vereist een concrete invulling via complementaire acties. Voor het project ‘Risicobeheer’ zal de periode 2008-2010 worden gebruikt om een theoretische verkenning van het onderwerp uit te voeren. Daartoe worden in de eerste plaats lopende onderzoeksinitiatieven opgevolgd. Voortbouwend op de resultaten zal in het mina-plan 4 een praktijkgerichte benadering voor het beheer van milieugerelateerde risico’s worden ontwikkeld.

Aanpak prioriteiten 2008 Transitiemanagement en toekomstgericht werken

De projecten in het kader van duurzaam wonen en bouwen lopen nog verder in 2008. In het transitieproces ‘duurzaam materialenbeheer’ worden begin 2008 de concrete activiteiten en experimenten gedefinieerd. De voorwaarden voor de uitvoering en de start van de uitvoering zelf dienen in 2008 een feit te zijn. Een ander belangrijk onderdeel is de operationalisering van een Vlaams milieu-input-outputmodel. Begin 2008 komen de economische tabel en een milieutabel voor 6 basisimpacts en 120 sectoren ter beschikking. Vanaf midden 2008 wordt een basisversie van het model opgebouwd door de monetaire input-output-tabel en de milieu-extensietabel te koppelen. In 2008 en 2009 worden de gehanteerde gegevens verder gedetailleerd en aangevuld, o.m. met de milieu-impact van de Vlaamse productie buiten Vlaanderen. Een haalbaarheidsanalyse moet ook uitmaken of gegevens over de milieu-impact door het gebruik van

01 MJP08*.indd 22

28-02-2008 15:03:57


algemeen kader

23

deel 1

producten (geproduceerd in Vlaanderen) op het gewenste detailniveau kunnen worden verzameld. De twee lopende transitieprocessen zijn ook een leerproces, waarbij over een bepaalde thematiek gezamenlijke of overlappende doelen, inzichten, belangen en uitgangspunten ontwikkeld worden. De aanpak op zich wordt voortdurend geëvalueerd. Er bekeken wordt of dit in het algemeen en voor Vlaanderen een aantrekkelijk proces van beleidsontwikkeling is. Ook klimaatbeleid is bij uitstek een terrein waar transitiemanagement kan worden ingezet. De te halen doelstellingen vergen denkwerk over een structurele wijziging van onze (fossiele) energievoorziening en -gebruik in de richting van een koolstofarme samenleving. Er wordt nagegaan of energie als transitiethema kan worden aangepakt in 2008. Langetermijndoelstellingen en toekomstverkenningen voor het milieubeleid uitwerken

De algemene methodiek en de specifieke uitwerking van de cases ‘Geluid’, ‘Grondwater’ en ‘Bodem’ moeten toelaten om een volgende stap te zetten bij het funderen van het milieubeleid, o.m. door het geheel ook toe te passen op de resterende thema’s. Bij uitbreiding zullen in functie van het mina-plan 4 gezamenlijke toekomstscenario’s moeten worden uitgewerkt, die de vaak impliciete keuzes bij de beleidsformulering expliciteren. Aansluitend hierbij kan gestart worden met het uitvoeren van toekomstverkenningen. Hiermee kan de verbinding worden gemaakt met de verkenning van mogelijkheden voor het ontwikkelen van milieutechnologie. De resultaten hiervan kunnen ook als insteek dienen voor mogelijke cases voor innovatief aanbesteden, alsook als inspiratiebron voor nieuwe projecten binnen het mip. Beleid voor milieu-innovatie versterken

Vanaf 2008 wordt binnen het kader van het Milieu Innovatie Platform (mip) gestart met de uitvoering van het Vlaams Actieplan Milieu en Energie-Innovatie. Het gaat hierbij o.m. om de maatschappelijke inbreng bij milieu- en energie-innovatie, een convenant rond milieu- en energie-innovatie convenant, promotie van innovatieve aanbestedingen, een databank milieu- en energietechnologieinnovatie, optimalisatie inzetbaarheid onderzoeksinfrastructuur en roadmaps en toekomstverkenningen. M.b.t. innovatief aanbesteden wordt er in 2008 verder gewerkt rond de case bodemsanering en worden andere cases geëxploreerd. Er wordt nagegaan welke initiatieven rond katalytisch aanbesteden voor milieu-innovatieve producten en diensten in 2008 kunnen worden opgestart. Mogelijke initiatieven zijn bijvoorbeeld het ontwikkelen van een interessant aanbod aan milieu-innovatieve producten en diensten in een web-shop, ideeën opdoen via een vraagbaak en technologieverificatie. Het doel is om bij de aankoop van milieuinnovatieve producten en diensten de drempels bij overheid en bedrijven te verlagen.

01 MJP08*.indd 23

28-02-2008 15:03:57


01 MJP08*.indd 24

28-02-2008 15:03:57


deel 2

themabeleid

02 MJP08*.indd 25

10-03-2008 09:04:40


02 MJP08*.indd 26

10-03-2008 09:04:40


27

themabeleid

deel 2

1. Verdunning van de ozonlaag 1.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 â&#x20AC;&#x201C; De emissies van ozonafbrekende stoffen terug dringen met ten minste 70% ten opzichte van de emissies in 1999

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 â&#x20AC;&#x201C; De emissies van ozonafbrekende stoffen terug dringen met ten minste 74,5% ten opzichte van de emissies in 1999 In d ic a t or Emissie van ozonafbrekende stoffen in ODP-ton (= CFK-11-equivalenten)

Tr end

Doelber eik

++

92% (2005)

De emissies van ozonafbrekende stoffen verminderden van 691 ODP-ton (CFK-11-eq) in 1999 tot 247 ODP-ton (CFK-11-eq) in 2005. De emissies werden dus met 75% gereduceerd (of een doelbereik van 92% ten aanzien van het mina-plan 3 doel).

Plandoelstelling (mina-plan 3) In 2007 mogen ozonafbrekende stoffen nog slechts in 11 toepassingen worden gebruikt ten opzichte van 15 toepassingen in 2002

Plandoelstelling (mina-plan 3+) In 2010 mogen ozonafbrekende stoffen nog slechts in 9 toepassingen worden gebruikt ten opzichte van 15 toepassingen in 2002 In d ic a t or Aantal toepassingsgebieden waar ozonafbrekende stoffen nog worden gebruikt

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

100% (2007)

De doelstelling voor 2007 wordt al sinds 2004 gehaald.

* Emissie van ozonafbrekende stoffen brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij 1200

ODP-ton (CFK11-eq)

1000

F F

800 600 400 200

F F F

F

F F F F

jaarwaarde trendlijn

F F

H

F

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

02 MJP08*.indd 27

10-03-2008 09:04:40


Milieujaarprogramma

28

2008

1.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Op 8 december 2006 werd een besluit van de Vlaamse Regering inzake de certificering van koeltechnici definitief goedgekeurd. In 2007 kon dan ook worden gestart met de praktische implementatie van deze certificeringsverplichting. Overleg met de betrokken doelgroepen werd opgestart. Checklists die keuringinstellingen zullen gebruiken bij de keuring van koeltechnische bedrijven en examencentra werden gefinaliseerd. Ook werden examenprocedures en een database met mogelijke examenvragen opgesteld. Daarnaast is een brochure over deze certificering voorbereid en rondgestuurd. In 2007 werden 85 koelinrichtingen gecontroleerd op de naleving van de milieuvoorschriften (79 in 2006). De meeste onderzochte koelinstallaties zijn niet lekdicht en lekken koelgas. De verplichte logboeken zijn zelden bijgehouden zoals wettelijk voorgeschreven. Het bepalen van de relatieve lekverliezen van de gecontroleerde koelinstallaties lukt zelden omdat de documentaire gegevens die de exploitant ter beschikking moet houden vermoedelijk onvolledig zijn. Daar waar dan toch een waarde kan worden bepaald, blijkt het relatief lekverlies een veelvoud groter dan het vlarem-objectief van 5% per jaar. Een bijkomend probleem is de interpretatieruimte die de vlaremdefinitie laat voor relatief lekverlies. In 2007 werd een besluit van de Vlaamse Regering inzake de certificering van technici voor brandbeveiligingssystemen die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten definitief goedgekeurd.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Wettelijk kader voor certificering van onderhoudspersoneel

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2007 MIDDEN

Real i sati e

Doelst elling

blusinstallaties

In d i cat or en Hoeveelheid vernietigde halonen (ton)

20,7 (2005)

Accenten 2008 - 2010 In de periode 2008-2010 loopt het huidige beleid gewoon door. Het gaat voornamelijk om de verderzetting van inspectiecampagnes en de certificering van koeltechnici.

02 MJP08*.indd 28

10-03-2008 09:04:40


themabeleid

29

deel 2

2. Verandering van het klimaat door het broeikaseffect 2.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) Tussentijdse doelstelling (mina-plan 3) Stabiliseren van de broeikasgasemissies in Vlaanderen in 2005 t.o.v. 1990 (plandoelstelling) 7,5% emissiereductie voor de familie van zes broeikasgassen in BelgiĂŤ over de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990 (tussentijdse doelstelling)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 5,2% emissiereductie voor de familie van zes broeikasgassen in Vlaanderen over de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990 In d ic a t o r Emissies van CO2, CH4, N2O en gefluoreerde broeikasgassen

Tr end

Doelber eik

+/-

33% (2006)

De stabilisatiedoelstelling zoals verwoord in het mina-plan 3 werd in 2005 niet gehaald. De cijfers van 2006 geven aan dat de totale uitstoot van broeikasgassen voor het eerst onder het niveau van 1990 zou liggen, namelijk ruim 2% minder dan in 1990. Op basis van deze laatste cijfers bedraagt het doelbereik ten aanzien van het minaplan 3+ doel 33%.

Plandoelstelling (mina-plan 3 â&#x20AC;&#x201C; mina-plan 3+) Bereiken van 6% groene stroom in de distributieleveringen van elektriciteit tegen 2010, met een maximale invulling van het haalbare potentieel aan hernieuwbare warmte In d ic a t o r Aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen op de totale bruto elektriciteitsleveringen

Tr end

Doelber eik

++

39,5% (2006)

Het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen (groene stroom) in het totaal bruto elektriciteitsverbruik is tussen 1994 en 2006 gestegen van 0,12 % tot 2,4 %. Biomassa en biogas dragen het meest bij. Het regeerakkoord stelt bijkomend dat 25% van de geleverde elektriciteit tegen 2010 milieuvriendelijk moet opgewekt zijn uit hernieuwbare energiebronnen of wkk. In 2006 bedroeg dit gezamenlijke aandeel 16,4%.

Plandoelstelling (mina-plan 3 - mina-plan 3+) Tegen 2012 het economische potentieel aan kwalitatieve wkk realiseren (1.830 MW) In d ic a t o r GeĂŻnstalleerd kwalitatief WKK-vermogen

02 MJP08*.indd 29

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

47% (2006)

10-03-2008 09:04:40


Milieujaarprogramma

30

2008

Eind 2006 was een elektrisch vermogen aan wkk-installaties opgesteld van 1582 MWe. Hiervan voldoet 859 MWe aan de strengere eu-definitie van een kwalitatieve wkk (in vorige mjps werd dit bepaald volgens de minder strenge Vlaamse definitie die inmiddels vervangen werd door de eu-definitie).

Plandoelstelling (mina-plan 3+) In 2010 zal de broeikasgasuitstoot uit elektriciteitsproduktie maximaal 9 Mton CO2-eq bedragen (-51% t.o.v. 1990) (1) In d i cat or CO2-eq emissies uit de energievoorziening

Tr end

St at us

n.v.t.

10,6 Mton (2006)

De cijfers werden aangepast door een wijziging van de inventarisatie-methode, ook de doelstelling zal daardoor aangepast worden. In 1990 bedroeg de uitstoot van de elektriciteitsproductie 13,8 Mton CO2-eq; in 2006 bedroeg deze 10,6 Mton CO2-eq. Dit is een reductie van 23%.

Plandoelstelling (mina-plan 3+) De broeikasgasemissies door de Vlaamse industrie worden beperkt tot 39,4 Mton CO2-eq in 2010 (+21% t.o.v. 1990) (1) In d i cat or CO2--eq emissies van de industrie

Tr end

St at us

n.v.t.

34,1 Mton (2006)

De cijfers werden aangepast door een wijziging van de inventarisatie-methode, ook de doelstelling zal daardoor aangepast worden. In 1990 bedroeg de uitstoot van de industrie 36,2 Mton CO2-eq; in 2006 bedroeg deze 34,1 Mton CO2-eq. Dit is een reductie van 6%.

Richtinggevende doelstellingen (mina-plan 3) Beperken van de stijging van de CO2-emissies van de huishoudens over de periode 1990-2005 Beperken van de stijging van de CO2-emissies in de tertiaire sector in 2005 met 5% ten opzichte van de verwachte emissies

Plandoelstelling (mina-plan 3+) De CO2-eq emissies door de gebouwen in Vlaanderen bedragen maximaal 17,3 Mton in 2010 (+19% t.o.v. 1990) (1) In d i cat or CO2-emissies in de residentiële sector CO2-emissies in de tertiaire sector

In d i c a t o r CO2-eq emissies door de gebouwen in Vlaanderen

Tr end

Doelber eik

+/-

0% (2005)

-

> 100% (2005)

Tr end

St at us

n.v.t.

16,1 Mton (2006)

(1) De cijfers werden aangepast door een wijziging van de inventarisatiemethode, ook de doelstelling zal daardoor worden aangepast

02 MJP08*.indd 30

10-03-2008 09:04:40


31

themabeleid

deel 2

Voor de huishoudens lag de CO2-uitstoot in 2005 nog 14% hoger dan in 1990 en wordt het doel niet bereikt. De CO2-emissies van de tertiaire sector zijn duidelijk minder gestegen dan verwacht, waardoor de doelstelling wordt gehaald. Nochtans zijn de emissies tussen 1990 en 2005 toegenomen met 63%. In het mina-plan 3+ zal de CO2-eq uitstoot van gebouwen (residentieel + tertiair) worden geĂŤvalueerd. De cijfers werden aangepast door een wijziging van de inventarisatie-methode, ook de doelstelling zal daardoor aangepast worden. Deze gebouwen waren in 1990 verantwoordelijk voor een uitstoot van 14,2 Mton CO2-eq; in 2006 bedroeg de uitstoot 16,1 Mton CO2-eq. Dit is een toename van 13%.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) Tegen 2005 een energiebesparing van 15% realiseren in de glastuinbouw t.o.v. 1990

Plandoelstelling (mina-plan 3+) De CO2-eq emissies van de landbouwsector bedragen in 2010 8,6 Mton (-21% t.o.v. 1990) (1) In d ic a t or CO2-emissies in de glastuinbouw

In d ic a t or CO2-eq emissies van de landbouw

Tr end

Doelber eik

-

129% (2005)

Tr end

St at us

n.v.t.

8,6 Mton (2006)

De CO2-emissie t.g.v. van het brandstofverbruik in de glastuinbouwsector was in 2003 met 24% gedaald t.o.v. het referentiejaar (159% doelbereik). Sinds 2003 treedt er terug een lichte stijging op waardoor het doelbereik een stuk terugvalt, maar de uiteindelijke doelstelling van 15% energiebesparing in 2005 wordt toch gehaald. De cijfers werden aangepast door een wijziging van de inventarisatie-methode, ook de doelstelling zal daardoor aangepast worden. In 1990 bedroeg de uitstoot van de landbouw 10,4 Mton CO2-eq; in 2006 bedroeg deze 8,6 Mton CO2-eq. Dit is een afname van 17%.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) Tegen 2004 het energieverbruik in de honderd meest energie-intensieve gebouwen van de Vlaamse overheid met gemiddeld 10% verminderen

Plandoelstelling (mina-plan 3+) De CO2-eq emissies van de Vlaamse overheid met 10% verminderen t.o.v. 2007 De Vlaamse overheid wil werk maken van haar voorbeeldrol m.b.t. duurzame ontwikkeling en rationeel energiegebruik. De gegevens over het energieverbruik van de Vlaamse overheidsgebouwen zijn echter nog niet gestructureerd beschikbaar. Het departement Leefmilieu, Natuur en Energie zal dit zo snel mogelijk voor haar eigen gebouwen doen en de agentschappen binnen het beleidsdomein hiertoe aanmoedigen.

(1) De cijfers werden aangepast door een wijziging van de inventarisatiemethode, ook de doelstelling zal daardoor worden aangepast

02 MJP08*.indd 31

10-03-2008 09:04:40


Milieujaarprogramma

32

2008

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) Tegen 2010 de uitstoot van CO2 door verkeer ten opzichte van het referentiejaar 1990 stabiliseren

Plandoelstelling (mina-plan 3+) De CO2-emissies van de transportsector bedragen maximaal 15,3 Mton CO2-eq in 2010 (+ 25%) In d i cat or CO2-eq emissies door de sector verkeer

Tr end

Doelber eik

-

0% (2006)

In de periode 1990-2006 namen de CO2-eq emissies door de sector verkeer geleidelijk toe, van 12,5 naar 16,0 Mton CO2-eq, of nog een stijging met 30%.

* Emissie van broeikasgassen 110000 105000

Kton CO2-eq

100000 F

95000 90000 85000

F

F F F

F F

F F

F F F F

F F F H

F

jaarwaarde trendlijn

F H

80000

stabilisatiedoelstelling 2005 (MINA-plan 3)

75000

DOEL MINA-plan 3+ 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

70000

1.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 De uitvoering van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006 - 2007 (vkp06-12) werd in 2007 twee keer bondig geëvalueerd en aan de vr gerapporteerd (in maart en oktober 2007). Hieruit blijkt dat de 94% van de 85 projecten opgenomen in het plan probleemloos uitgevoerd worden. Sinds de goedkeuring van het plan op 20 juli 2006, werden nog bijkomende projecten geformuleerd en uitgewerkt. In 2007 werd werk gemaakt van de opzet en operationalisering van een databank met alle projectinformatie, inclusief de uitbreiding met een indicatorenset. In het najaar van 2007 werd de Vlaamse Klimaatconferentie geherdynamiseerd. Alle werkgroepen werden samengeroepen om de voortgang van de maatregelen te bespreken en om nieuwe projecten uit te werken. Er werd een focusdag georganiseerd rond de thema’s ‘gebouwen’ en ‘transport’, de twee thema’s uit het vkp06-12 waarvoor de prognoses een stijging van de emissies blijven voorspellen. In 2007 werd uitvoering gegeven aan het Vlaams Toewijzingsplan CO2-emissierechten 2005 - 2007 via de verwerking van de emissiejaarrapporten van 2006. Het Vlaams Toewijzingsplan CO2 emissierechten 2008-2012 werd als onderdeel van het Belgische Toewijzingsplan eind 2006 voorgelegd aan de Europese Commissie. Deze besliste in januari 2007 tot een vermindering van de totale hoeveelheid emissierechten die België

02 MJP08*.indd 32

10-03-2008 09:04:41


themabeleid

33

deel 2

aan haar bkg-inrichtingen kan toewijzen. De verdeling van deze vermindering over de gewesten vormde in 2007 voorwerp van veel voorbereidende analyses. Vlaanderen was als Belgische piloot voor het dossier rond de herziening van de eu-ets-richtlijn actief betrokken bij de standpuntbepaling en discussies hieromtrent. In 2007 werd de Vlaamse strategie rond de inzet van de flexibiliteitsmechanismen verder concreet geoperationaliseerd door de uitwerking van de goedkeuringsprocedure voor JI en cdm-projecten, door de inschrijving in een bijkomend koolstoffonds (Vlaanderen maakt nu deel uit van 3 fondsen) en door een onderzoek naar de opportuniteit voor het intekenen op Green Investment Scheme (gis)-projecten. De Vlaamse post-2012 strategie werd verder onderbouwd door de opmaak van Vlaamse energiebeleidsscenario’s voor 2030. In 2007 werd het mkm-model uitgebreid met een klimaatmodule waardoor Vlaamse kostencurven voor broeikasgasreductiemaatregelen kunnen afgeleid worden. Bijkomend werd de impact op Vlaanderen bij het opnemen van de emissies van internationale scheepvaart in een nieuw klimaatregime onderzocht. Vlaanderen bleef in 2007 de actieve trekker binnen het Permanent Secretariaat van de Nationale Klimaatconferentie voor het opstellen van een indicatorendatabank en voor de uitwerking van een voorstel in verband met de financiering van de werking van het ps.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Eerste zes-maandelijkse opvolging VKP06-12

2007 BEGIN

gerealiseerd

Opzet databank klimaatmaatregelen

2007 EINDE

gerealiseerd

Tweede zes-maandelijkse opvolging VKP06-12

2007 EINDE

gerealiseerd

2008 MIDDEN

op schema

Voortgangsrapport 2008 (VKP06-12)

In d ic a t or en

Huidig e ver wacht ing

Real i sati e

Doelst elling

0 (2005)

100 (2012)

Aandeel leefmilieuprojecten waarvoor planning gerespecteerd wordt

90 (2006)

100 (2012)

Aandeel van projecten in andere beleidsdomeinen waarvoor de planning wordt gerespecteerd

80 (2006)

100 (2012)

Aantal JI/CDM-projecten volgens Vlaamse criteria

0 (2005)

6 (2007)

Aandeel leefmilieuprojecten waarvan de reductiedoelstelling bereikt is

Accenten 2008 – 2010 De realisatie van de Vlaamse Kyoto-doelstelling blijft prioriteit nummer één. Dit gebeurt door het aanpakken van broeikasgasemissies in alle betrokken sectoren. Tot slot zal Vlaanderen zich grondig voorbereiden op het post-2012 beleid. Alle relevante actoren worden betrokken bij de verdere beleidsvoorbereiding en –uitvoering via de Vlaamse Klimaatconferentie.

02 MJP08*.indd 33

10-03-2008 09:04:41


Milieujaarprogramma

34

2008

Nieuwe maatregelen (2008-2010) 6. De informatiedoorstroming rond deelnamemogelijkheden van

• Vlaams adaptatieplan opmaken De impact van de klimaatwijzigingen wordt in kaart gebracht tegen

Vlaanderen aan het 7e EU-kaderprogramma wordt verbeterd.

2010 – 2012. Concreet worden de effecten bestudeerd op land-

Een grote handicap in het streven naar de vermindering van

bouw, visserij en bosbouw, de menselijke gezondheid, recreatie en

de klimaatveranderingen situeert zich in de eperktheid van de

toerisme, de waterbevoorrading en –kwaliteit, de ecosystemen en

technologieën. Het Vlaamse onderzoeks- en innovatiebeleid

biodiversiteit en de industriële en openbare infrastructuur. Deze

geeft hierop een antwoord, enerzijds door de bestaande ener-

impactstudie zal de basis zijn voor het opstellen van een Vlaams

giesystemen te verbeteren en anderzijds door een stimulerende

adaptatieplan. Dit plan bepaalt de prioritaire maatregelen tot risico-

en ondersteunende rol te spelen in de overgang naar duurzame

reductie en de bijhorende kosten en baten voor zowel de overheid

energiesystemen in het bijzonder.

als de verschillende doelgroepen. Sensibilisatie en de ontwikkeling van beleidsondersteunende instrumenten kunnen de lokale bestu-

• Energierenovatieprogramma opstellen en uitvoeren

ren, ondernemingen en individuele burgers bij hun acties helpen.

Een grootschalig energierenovatieprogramma wordt opgesteld in samenspraak met de Vlaamse Klimaatconferentie. Dit programma

• Onderzoek en innovatie stimuleren

bevat doelstellingen en acties op korte termijn tegen een langeter-

Er worden zes initiatieven voorgesteld om onderzoek en innovatie

mijnachtergrond. Op korte termijn wordt voornamelijk werk gemaakt

m.b.t. klimaatverandering te stimuleren.

van het optimaliseren van het subsidieaanbod en het wegwerken

1. De informatiedoorstroming en netwerking voor innovatieve ener-

van de knelpunten (bv. weinig toegankelijk voor doe-het-zelvers,

gietechnologieën zal worden verbeterd, o.m. via MIP. Hiervoor zal

weinig aantrekkelijk voor huurders en oudere mensen,…). Een haal-

een evaluatie worden gemaakt van de huidige netwerkinstrumen-

baarheidsonderzoek zal moeten uitwijzen welke instrumentenmix het

ten en zullen voorstellen voor verbetering worden uitgewerkt.

best wordt gehanteerd om tegen 2020 de energieprestaties van de

2. Er zal een strategische onderzoeksnota energietechnologieën

bestaande woningen substantieel te verbeteren.

worden opgesteld waarbij gekozen wordt voor doorbraaktechnolo• Opmaak van een opvolgings- en evaluatiemethode voor

gieën. 3. Een beleidsdomeinoverschrijdend samenwerkingsverband wordt

het Vlaams Klimaatbeleidsplan

uitgebouwd voor technologisch innovatief onderzoek in het milieu-

De Vlaamse Regering voorziet in een strikt opvolgingssysteem om

en energiedomein.

de voortgang van het beleid te kunnen monitoren en snel bij te

4. De hinderpalen voor innovatie worden in kaart gebracht en

sturen. Dit systeem bestaat uit een publiek toegankelijke databank

oplossingen worden voorgesteld. Er wordt bijzondere aandacht

met alle projectgegevens, een zesmaandelijkse rapportering aan de

besteed aan het innovatief aanbesteden.

Vlaamse Regering en een tweejaarlijks voortgangsrapport.

5. De kritische massa voor O&O wordt verhoogd.

Aanpak prioriteiten 2008 Uitvoering en evaluatie van het Vlaams klimaatbeleidsplan 06-12

In 2008 gaat de eerste verbintenissenperiode onder het Kyoto Protocol van start. Tegen 2012 zal Vlaanderen haar broeikasgasemissies met gemiddeld -5,2% ten opzichte van 1990 moeten inperken: het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 zet hiervoor de wegwijzers uit. 2008 wordt het eerste scharniermoment in de uitvoering van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012: een uitgebreid voortgangsrapport (vora08), opgemaakt in samenwerking met de Taskforce Klimaat en de Vlaamse klimaatconferentie, zal een duidelijk beeld geven van de stand van uitvoering van het Vlaamse klimaatbeleid. Opstart tweede handelsperiode Europese emissiehandel

Met de start op 1 januari 2008 van de tweede handelsperiode onder het eu Emissions Trading Scheme wordt ook het tweede Vlaamse toewijzingsplan 2008-2012 van kracht. De Vlaamse overheid zal hierbij waken over een correcte uitvoering en opvolging alsmede een objectieve behandeling van nieuwkomers.

02 MJP08*.indd 34

10-03-2008 09:04:41


themabeleid

35

deel 2

Herziening Europese richtlijn inzake verhandelbare broeikasgasemissierechten

In 2008 zal op Europees niveau intens worden gewerkt aan een herziening van de Europese richtlijn inzake verhandelbare broeikasgasemissierechten. De Vlaamse overheid zal tijdens deze onderhandelingen erover waken dat een wijziging van de richtlijn leidt tot een grotere effectiviteit van het systeem en een gelijkwaardige behandeling tussen vergelijkbare bedrijven in Europa. Daartoe zal worden gestreefd naar een grotere harmonisatie van het systeem, waarbij de speciďŹ eke eigenheden van Vlaamse deelnemers erkend worden. Van belang is daarbij ook een uniforme en gelijkwaardige behandeling van de luchtvaartsector bij opname in de ets-richtlijn. Vlaamse strategie Flexibele mechanismen opstellen

Het Vlaams Klimaatbeleidsplan 06-12 geeft aan op welke wijze de ďŹ&#x201A;exibiliteitsmechanismen van het Kyoto-protocol geoperationaliseerd zullen worden. In 2008 zal de Vlaamse overheid haar verwervingsbeleid verder vorm geven. Hiertoe zal een onderzoeksopdracht naar de implementatie van bijkomende verwervingsmechanismen door het Vlaams Gewest opgestart worden in 2008. Daarnaast zal de nodige aandacht gaan naar het beheer en de opvolging van de lopende investeringen. De Vlaamse goedkeuringsregels en procedures van buitenlandse emissiereductieprojecten zijn operationeel in 2008. Een adviescommissie staat hierbij in voor de beoordeling van projectactiviteiten. Vlaamse voorbereiding op post-2012 klimaatdoelstellingen

Op internationaal niveau zijn de onderhandelingen over een mogelijk klimaatregime na 2012 in 2005 formeel gestart. Vlaanderen moet zich voorbereiden op technisch, economisch en maatschappelijk haalbare engagementen. Hiervoor heeft de Vlaamse overheid een onderzoekstraject uitgewerkt dat loopt van 2006 tot en met 2008. De basiselementen van een Vlaamse visie op het post-2012 klimaatbeleid worden daarin uitgewerkt, aangevuld en bijgesteld in de loop van de onderhandelingsperiode. Het maatschappelijk debat hierover dat onder de Vlaamse klimaatconferentie van start ging, zal in 2008 verder gezet worden. De Europese staats- en regeringsleiders beslisten begin 2007 om, onafhankelijk van een internationale overeenkomst, de Europese broeikasgasuitstoot in 2020 met 20% te verminderen ten opzichte van 1990. Ingeval van een internationaal akkoord, waarbij andere Annex I landen gelijkwaardige engagementen aangaan en waarin de ontwikkelende economieĂŤn een wezenlijke bijdrage leveren, is Europa bereid om haar uitstoot in 2020 met 30% te verminderen ten opzichte van 1990. De verdeling van de doelstellingen (zowel de broeikasgasuitstoot als de doelstellingen voor hernieuwbare energie) vormt nu het onderwerp van een lastenverdeling tussen de lidstaten. Vlaanderen streeft, in Belgische context, naar een evenwichtige verdeling van deze lasten gebaseerd op een gelijke marginale kostenbenadering. De resultaten van het vooropgestelde onderzoekstraject zullen concreet aangewend worden voor deze discussies. De opname en behandeling van broeikasgasemissies uit de internationale scheepvaart in een nieuw klimaatregime is een uitdaging voor Vlaanderen. Vlaanderen zal zich daarom in de Europese voorbereidingen en beleidsgesprekken pro-actief opstellen. De Vlaamse positie zal daarom in 2008 verder uitgebouwd worden op basis van een eerste kwalitatieve analyse.

02 MJP08*.indd 35

10-03-2008 09:04:41


Milieujaarprogramma

36

2008

3. Verontreiniging door fotochemische stoffen 3.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2010 - Verminderen van het aantal dagen per kalenderjaar met een hoogste 8-uurgemiddelde van meer dan 120 μg/m³ O3 tot maximaal 25 (gemiddeld over drie jaar) In d i c a t o r Aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde per dag de drempelwaarde van

Tr end

Doelber eik

+/-

44% (2007)

120 µg/m³ O3 overschrijdt

Er is geen significante trend (en dus geen verbetering) waarneembaar. In 2007 kwamen weliswaar minder overschrijdingsdagen voor (23 tegenover 46 in 2006), doch het glijdend driejaargemiddelde bedroeg 32 dagen (periode 2005-2007). De doelafstand blijft met andere woorden hoog.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2010 - Vermijden van plaatselijke overschrijding van de AOT40PPB-vegetatie-waarde van 18.000 μg/m³.uren (gemiddeld over vijf jaar) In d i c a t o r Maximale AOT40PPB –waarde (µg/m³.uren)

Tr end

Doelber eik

--

0% (2006)

De maximale AOT40PPB-waarde die in Vlaanderen werd gemeten op plaatsen waar akkergrond en/of semi-natuurlijke vegetatie voorkomt, is sinds 2000 in een stijgende lijn. Voor het eerst werd in 2006 (periode 2002-2006) met 19.831 μg/m³.uren deze plandoelstelling van 18.000 μg/m³.uren plaatselijk overschreden. De totale oppervlakte waarbij in de periode 2002-2006 de AOT40PPB-waarde van 18.000 μg/m³.uren werd overschreden, bedroeg 17 km², dit is 0,4% van de totale oppervlakte met akkergewassen en semi-natuurlijke vegetatie in Vlaanderen (4.382km²). Omdat we de laatste jaren van het doel weg evolueren, kunnen we stellen dat het doel niet binnen bereik is.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2010 - De totale jaarlijkse NOx-emissie verminderen tot maximum 94 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 87,2 kton)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Een Vlaamse doelstelling zal worden bepaald op basis van het Vlaamse nec-emissieplafond voor stationaire bronnen (58,3 kton NOx in 2010) en het Belgische nec-emissieplafond voor niet-stationaire bronnen (68 kton NOx in 2010).

02 MJP08*.indd 36

10-03-2008 09:04:41


themabeleid In d ic a t or Emissie van NOx

37

deel 2

Tr end

Doelber eik

+

Niet bepaald

Er is een dalende trend in de NOx-emissie waarneembaar die echter de laatste jaren is afgezwakt. Het doelbereik kan niet worden bepaald omdat de beschikbare emissiegegevens niet vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke mina-plan 3 doelstelling.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2010 - De totale jaarlijkse vos-emissie verminderen tot maximum 93,1 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 75,35 kton)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 – De totale jaarlijkse vos-emissie verminderen tot maximum 91,86 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 75,35 kton) In d ic a t or Emissie van VOS

Tr end

Doelber eik

++

102% (2006)

De cijfers m.b.t. de jaarlijkse vos-emissie vertonen een dalende trend. Deze bedroeg 90,8 kton in 2006. De plandoelstelling mina-3 werd hiermee bereikt. De daling is vooral toe te wijzen aan een aanpassing van de methodologie om industriële vos-emissies in te schatten.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) 2010 - De emissies van de industrie verminderen tot maximaal 46,3 kton NOx en 60,4 kton vos 2010 - De emissies van de huishoudens verminderen tot maximaal 12 kton NOx en 10,5 kton vos

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 – De emissies van de stationaire bronnen verminderen tot maximaal 58,3 kton NOx en 70,9 kton vos In d ic a t o r

Tr end

Doelber eik

NOx-emissies stationaire bronnen

+

77% (2006)

VOS-emissies stationaire bronnen

++

128% (2006)

In de periode 1990-2002 vertonen de stationaire NOx-emissies een licht dalende trend. In de periode 2002-2005 is er echter een stagnatie waarneembaar, doch de emissie nam in 2006 verder af tot 67,6 kton. De stationaire vos-emissies zijn sinds 1990 jaarlijks gedaald. Voor het jaar 2006 bedroeg de stationaire vos-emissie 57,5 kton. De gerealiseerde daling is voor het grootste deel te wijten aan een aanpassing van de methodologie om industriële vos-emissies in te schatten. De huishoudelijke vos-emissies zijn sinds 1990 nauwelijks gedaald.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) 2010 - De emissies van het verkeer verminderen tot 35,7 kton NOx en 22,2 kton VOS

02 MJP08*.indd 37

10-03-2008 09:04:41


Milieujaarprogramma

38

2008

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3+) Een Vlaamse doelstelling zal worden bepaald op basis van de Belgische emissieplafonds voor niet-stationaire bronnen: 68 kton NOx in 2010 (bepaald op basis van oude (onderschatte) emissiefactoren) 2010 â&#x20AC;&#x201C; De emissies van de niet-stationaire bronnen verminderen tot maximaal 21 kton vos. In d i cat or

Tr end

Doelber eik

NOx-emissies niet-stationaire bronnen

+

Niet bepaald

VOS-emissies niet-stationaire bronnen

++

104% (2006)

De evolutie van de NOx-emissie van de niet-stationaire bronnen vertoont een licht dalende trend. Het doelbereik van de Vlaamse niet-stationaire NOx-emissie kan niet exact worden berekend omdat de beschikbare emissiegegevens niet vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke mina-plan 3 doelstelling. De vos-emissie van niet-stationaire bronnen bedroeg 20,6 kton in 2006. De doelstelling wordt momenteel al bereikt. De mobiliteitsevolutie wordt hier gecompenseerd door de verdieselijking.

* Emissie van NO x brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij 300 250

F F F F F F F F F

Kton

200

F F F F F F F F F

150

jaarwaarde trendlijn

100

H H

DOEL (MINA-plan 3)

F

jaarwaarde

50

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

* Totale emissie van VOS brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij 250

Kton

200 F F F F 150 100

F F F F F

F

F F

F F

F F F

trendlijn

H F

50

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

02 MJP08*.indd 38

10-03-2008 09:04:41


themabeleid

39

deel 2

3.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 In maart 2007 werd de geactualiseerde versie van het nec reductieprogramma door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Uit dit programma blijkt dat de vos-emissies van stationaire bronnen in 2010 onder het Vlaamse emissieplafond (70,9 kton) zullen blijven. Dit mede door het akkoord dat bereikt werd met verschillende sectoren en/of bedrijven om tegen 2010 maatregelen te nemen met een belangrijk reductiepotentieel. De aanpak van lekemissies (via een ldar programma) en de op- en overslagemissies in de raffinaderijen en de chemische industrie werd opgenomen in een ontwerp vlarem-wijzigingsbesluit dat ook een hele reeks andere voorstellen tot vlarem-wijziging bundelt. Deze maatregelen zullen dan ook pas in de loop van 2008 ingevoerd kunnen worden. Een andere belangrijke reductie zal gerealiseerd worden door de naverbranding van solventrijke puntbronnen in de grafische sector. Met welk instrument (milieuvergunning of vlarem) deze maatregel zal opgelegd worden, moet nog beslist worden. Met een aantal andere sectoren (productie verf, auto-assemblage, kunststofverwerking, textielindustrie,...) werd verder overlegd: verschillende bedrijven onderzochten in 2007 de haalbaarheid van de door de overheid voorgestelde reductiemaatregelen. De finale beslissing over het opleggen van deze maatregelen kan dan ook pas in 2008 verwacht worden. Om de emissies van de transportsector te reduceren worden een aantal acties genomen. Het toekennen van een ecologiepremie voor vrachtwagens en bussen die worden uitgerust met een roetfilter of die reeds aan de toekomstige emissienorm voldoen (Euro V) werd verder gezet. De uitwerking van de verkeersbelastingen op basis van de milieukenmerken van het voertuig is in volle voorbereiding. Een protocolakkoord tussen de federale overheid en de drie gewesten over het gebruik van ecoscore ligt ter goedkeuring op tafel. In 2007 kwam ook de nieuwe tweetalige website www.ecoscore. be online. De cluster mobiliteit binnen de Samenwerkingsovereenkomst blijft gemeenten aanzetten hun wagenpark milieuvriendelijk uit te bouwen en de bevolking te sensibiliseren. Projecten van bbl en voka zetten bedrijven aan om respectievelijk een cursus energiezuinig rijden te volgen en acties te nemen om de CO2-emissies van hun transport te verminderen. In maart 2007 werd op bepaalde delen van de snelweg een snelheidsbeperking ingevoerd omdat de hoeveelheid fijn stof in de lucht te hoog was. Het smogstop ozonvoorspellingsmodel werd aangepast zodat het automatisch kan draaien bij ircel. De nieuwe techniek voor de interpolatie van ozongegevens werd uitgebreid naar andere polluenten (NO2 en PM10). Het beleuros model werd verder geoptimaliseerd. Informatie over de nmvos-emissies en de uitbouw van de emissieinventaris is terug te vinden onder het deel Beleidsonderbouwing.

02 MJP08*.indd 39

10-03-2008 09:04:42


Milieujaarprogramma

40

2008

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

NEC voortgangsrapport 2006

2006 EINDE

gerealiseerd

2007 BEGIN

Maatregelenpakket chemische industrie (fugitieve emissies) (VOS)

2004 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Maatregelenpakketten raffinaderijen, grafische, op- en overslag

2003 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

2004 MIDDEN

vertraagd

2008 EINDE

Beoordeling ozonvervuiling zomer 2007

2007 EINDE

op schema

Real time display van overschrijdingen van de drempels van

2006 BEGIN

gerealiseerd

(VOS) Maatregelenpakketten verfindustrie, auto-mobiel, diverse (VOS)

de EG-richtlijnen ivm ozon en PM10

In d i cat or en

Real i sati e

Doelst elling

VOS-emissies andere sectoren (kton)

29,10 (2005)

27,00 (2010)

VOS-emissies chemie en raffinage (kton)

22,10 (2005)

22,00 (2010)

VOS-emissies door sectoren uit de Solventrichtlijn (kton)

22,20 (2005)

19,00 (2010)

81.856 (2006)

100.000 (2008)

Aantal gemeenten die deelnemen aan de ROB-campagne

172 (2006)

130 (2005)

Aantal bussen uitgerust met CRT-roetfilter

763 (2006)

765 (2006)

Aantal gemeenten ingetekend op cluster mobiliteit (totaal)

192 (2006)

205 (2007)

Aantal bezoekers www.milieuvriendelijkvoertuig.be

Accenten 2008-2010 Een aantal aandachtspunten zullen in de periode 2008-2010 worden uitgewerkt. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar het geactualiseerde necreductieprogramma dat de bijkomende maatregelen bevat om de nec-doelstellingen te bereiken tegen 2010.

Nieuwe maatregel (2008-2010) Post-2010 NEC-doelstellingen voorbereiden

02 MJP08*.indd 40

In de loop van 2007 wordt een voorstel verwacht van de Europese

moeten getoetst worden aan de in Vlaanderen beschikbare emissie-

Commissie tot invoering van nieuwe NEC emissieplafonds voor de

prognoses. Vlaanderen wil tevens technisch en economisch haalbare

jaren 2015 en/of 2020. Om de onderhandelingen met Europa goed

emissieplafonds en een evenwichtige verdeling van de inspanningen

voorbereid aan te vatten dient alle relevante informatie op secto-

tussen de lidstaten, rekening houdend met de beoogde milieukwali-

rniveau actueel te worden gehouden. De NEC-modelscenarioâ&#x20AC;&#x2122;s

teitsdoelstellingen.

10-03-2008 09:04:42


themabeleid

41

deel 2

Aanpak prioriteiten 2008 Doelstelling NEC-richtlijn halen en uitwerken van sectorale maatregelenpakketten (cf. SD2 bij Klimaat- en Luchtbeleid)

Het nec-reductieprogramma geeft aan hoe Vlaanderen de nec-emissieplafonds tegen 2010 zal respecteren. Voor NOx moet in de periode 2005-2010 nog een belangrijke reductie gerealiseerd worden. Ook voor de Vluchtige Organische Stoffen (vos) worden nog reductiemaatregelen voorzien. Wat de stationaire bronnen betreft, zal binnen de chemische industrie en de petroleumraffinaderijen bijzondere aandacht gaan naar de aanpak van niet geleide emissies, zoals een lekdetectie- en herstelprogramma, en maatregelen ter vermindering van op- en overslagemissies. Voor een aantal industriele sectoren die solventen gebruiken in hun productieproces zullen, waar mogelijk, bijkomende kosteneffectieve maatregelen genomen worden. Met de industrie wordt overlegd over het instrument om het emissieplafond van NOx te bereiken. Indien geen consensus wordt bereikt over additionele instrumenten en/of maatregelen met hetzelfde reductiepotentieel, zal tegen 2009 een emissieheffing worden ingevoerd (zie hoofdstuk economische instrumenten). Voor welk instrument ook wordt gekozen, in 2008 zal de uitwerking ervan gebeuren. M.b.t. de niet-stationaire bronnen gaat bijzondere aandacht naar de hervorming van de verkeersbelasting, de verdere optimalisering van de tweetalige Ecoscore-databank en de verdere uitwerking van maatregelen uit het actieplan voor de zeescheepvaart en binnenvaart (zie hoofdstuk externe integratie). Post-2010 NEC-doelstellingen voorbereiden

Eind 2007 wordt een voorstel verwacht van de Europese Commissie tot invoering van nieuwe nec- emissieplafonds voor de jaren 2015 en/of 2020. Om de onderhandeling met Europa goed voorbereid aan te vatten, wordt per sector alle relevante informatie (emissieprognoses, reductiepotentieel, kosten, …) actueel gehouden. Hierbij is het tevens noodzakelijk de modelscenario’s, die worden ontwikkeld in het kader van die herziening van de nec-emissieplafonds voor 2020, te beoordelen en bij te sturen met de eigen beleuros berekeningen. Het is belangrijk dat deze scenario’s realistisch en haalbaar zijn. Gezien het steeds toenemende belang en gebruik van het beleuros model zijn bijkomende optimalisatieopdrachten noodzakelijk, o.m. voor de toetsing van beleidsscenario’s in het kader van de eu thematische strategie. In 2008 zullen de onderhandelingen rond de aanpassing van de richtlijn volop gevoerd worden. Hiermee zal een uitgebreid proces van doelgroepenconsultatie gepaard gaan. Dit zal reeds in 2007 aanvangen. Opvolgen ozon in de omgevingslucht

Om de beoordeling, de bewaking en de rapportering van ozon in de omgevingslucht te optimaliseren, worden simulatiemodellen ingezet. Om de bevolking beter te informeren worden modelvoorspellingen tot drie dagen ver on-line gepubliceerd. Een nieuwe verbeterde interpolatietechniek houdt ook rekening met landgebruiksgegevens. De huidige techniek gebruikt de bevolkingsdichtheid of corine landgebruikskaart als maat voor de NO-concentratie, die de lokale ozonconcentratie bepaalt. Er wordt onderzocht of het gebruik van wegeninfrastructuur gegevens en satellietdata de methode kan verbeteren. Het beleuros-model wordt verder gevalideerd en verfijnd. Dit model wordt o.m. gebruikt voor de berekening van achtergrondconcentraties van ozon, NO2 en fijn stof en voor scenarioberekeningen ten behoeve van het beleid. Om de ruimtelijke spreiding van ozon beter te meten en de impact op de volksgezondheid daardoor accurater te kunnen inschatten is de plaatsing van een bijkomende ozonmonitor in het Noordoosten van Limburg, regio met de hoogste ozonconcentraties, nodig. Metingen van ozonprecursoren zullen in een meetplaats met stedelijke achtergrond opgestart worden.

02 MJP08*.indd 41

10-03-2008 09:04:42


Milieujaarprogramma

42

2008

4. Verzuring 4.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) 2010 - De totale jaarlijkse NOx-emissie verminderen tot maximum 94 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 87,2 kton)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Een Vlaamse doelstelling zal worden bepaald op basis van het Vlaamse necemissieplafond voor stationaire bronnen (58,3 kton NOx in 2010) en het Belgische necemissieplafond voor niet-stationaire bronnen (68 kton NOx in 2010) In d i cat or Emissie van NOx

Tr end

Doelber eik

+

Niet bepaald

Er is een dalende trend in de NOx-emissie waarneembaar, die echter de laatste jaren is afgezwakt. Het doelbereik kan niet worden bepaald omdat de beschikbare emissiegegevens niet vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke mina-plan 3 doelstelling.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2010 - De totale jaarlijkse SO2-emissie verminderen tot maximum 66,8 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 60 kton)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 – De totale jaarlijkse SO2-emissie verminderen tot maximum 67,05 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 60 kton) In d i cat or Emissie van SO2

Tr end

Doelber eik

+/-

80% (2006)

De SO2-emissie vertoont een dalende trend die sinds het jaar 2000 is afgezwakt. In 2006 bedroeg de SO2-emissie nog 106,4 kton.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) De totale jaarlijkse NH3-emissie verminderen tot maximum 45 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 40,7 kton) In d i cat or Emissie van NH3

Tr end

Doelber eik

++

97% (2006)

De daling die sinds 2000 werd gerealiseerd, kan worden toegeschreven aan de verplichting tot emissiearm aanwenden van dierlijk mest. Daarvóór was de ammoniakemissie door het gebruik van mest verantwoordelijk voor bijna de helft van de ammoniakemissie uit de veeteelt. De totale NH3-emissie in Vlaanderen is in de periode 1995-2006 gedaald met 52% en bedroeg 46,8 kton in 2006.

02 MJP08*.indd 42

10-03-2008 09:04:42


themabeleid

43

deel 2

* Emissie van SO 2 brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij 350 300

Kton

250 200 150 100

F F F

F F

F F

F

F

F F F F F F F F F

trendlijn H F

50

jaarwaarde

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

4.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Voor de belangrijkste industriële sectoren werd het reductiepotentieel voor emissies naar de lucht in kaart gebracht. In het kader van de nec-richtlijn (2001/81/eg) en het emissiereductieprogramma werden met een aantal industriële sectoren (ijzer- en staalproductie, non-ferro, chemie, glasproductie) gesprekken gevoerd over bijkomende emissiereducties. Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de resultaten van de studie naar een intersectorale afweging van de maatregelen. De resultaten van deze gesprekken en van de studies werden samen met de reeds genomen maatregelen verwerkt in het geactualiseerde emissiereductieprogramma dat in maart 2007 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd. Samen met deze goedkeuring besliste de Regering om voor NOx een emissieheffing in te voeren, tenzij in het lopende overleg met de doelgroepen alsnog een akkoord wordt bereikt over een ander instrument dat toelaat dezelfde emissiereductie te halen. Een vergelijking tussen de meetresultaten uit het depositiemeetnet en de ops-modelberekeningen (voor gans Vlaanderen) resulteerde in 2007 in een grondige validatie. Er werd geconcludeerd dat het noodzakelijk is om het ops te upgraden naar analogie met de Nederlandse versie teneinde te garanderen dat de berekeningen binnen de toegelaten onzekerheidsmarge van 30% vallen. Deze upgrade is gepland voor 2008. Om gebiedsgerichte uitspraken te doen, zijn nog bijkomende aanpassingen aan het model noodzakelijk. Mogelijk kan de genoemde upgrade hiervoor ingeschakeld worden. Uit de jaarlijkse inventarisatie blijkt dat het aantal emissiearme varkens- en pluimveestallen in Vlaanderen gestaag toeneemt. Deze gegevens worden gebruikt bij het actualiseren van de emissie-inventaris en bij de evaluatie van de impact van de invoer van emissiearme stallen op de NH3-emissiereductie. Sinds de ingang van het nieuwe mestdecreet gelden scherpere bemestingsnormen voor dierlijke mest waardoor er minder mest naar de bodem gaat en meer naar de mestverwerking. De NH3-emissie door aanwenden van mest zal daardoor afnemen. Om deze afname te kwantificeren wordt onderzocht wat de actuele toepassingsgraad is van de verschillende mestaanwendingstechnieken, alsook wat de reële NH3-emissies van mestverwerkingsinstallaties zijn.

02 MJP08*.indd 43

10-03-2008 09:04:42


Milieujaarprogramma

44

2008

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Bepalen van de NH3 emissie door kunstmestgebruik

2008 EINDE

nieuw

Bepalen van de NH3 emissie van mestverwerkingsinstallaties

2009 EINDE

nieuw

Toepassingsgraad emissiearme aanwendingstechnieken

2008 EINDE

nieuw

Uitwerken van bijkomende maatregelen voor de industrie

2008 EINDE

nieuw

OPS berekeningen met betrouwbaarheidsinterval conform EG richtlijn 2008 EINDE

Huidig e ver wacht ing

op schema

Accenten 2008-2010 Een aantal extra maatregelen werden voorgesteld in het geactualiseerde necprogramma (2007). Voor meer informatie wordt daarheen verwezen.

Aanpak prioriteiten 2008 Doelstelling NEC-richtlijn halen en uitwerken van sectorale maatregelenpakketten)

Eind 2003 heeft de Vlaamse Regering het nec-reductieprogramma, met maatregelen om de Europese emissieplafonds voor SO2, NOx en NH3 te halen, goedgekeurd. Een aantal extra maatregelen werd voorgesteld in het geactualiseerde nec-programma (2007) dat in maart 2007 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Voor de petroleumraffinaderijen wordt een aanpassing van het bubbelconcept voorzien om de vooropgestelde doelstelling te bereiken. Daarnaast is overleg aan de gang over de eventuele invoering van een nieuw economisch instrument (zie hoofdstuk economische instrumenten). Voor een aantal sectoren met belangrijke procesemissies (chemie, ijzer- en staalproductie en de non-ferrosector) zijn besprekingen aan de gang rond bijkomende maatregelen. Haalbare maatregelen voor de reductie van SO2 zullen verder geconcretiseerd en ingevoerd worden; maatregelen voor de reductie van NOx hangen af van het al dan niet invoeren van een economisch instrument. Sinds 1 januari 2007 is er een nieuw mestdecreet van kracht waardoor bijkomende NH3-emissiereducties kunnen gerealiseerd worden (via zelfregulerende mestafzet en mestverwerking). De zelfregulerende mestafzet zal tot een beperking van de afzet van dierlijke mest naar de bodem leiden en dus van de NH3-emissies bij het aanwenden van mest. Naast een verscherpte controle op het aanwenden zal via onderzoek nagegaan worden wat de actuele toepassingsgraad is van de verschillende mestaanwendingstechnieken. Eveneens worden het kunstmestgebruik en de daaraan gekoppelde NH3-emissiefactoren onderzocht. Mestverwerking is een belangrijke pijler van het NH3-reductiebeleid, zowel als van het mestbeleid. De NH3-emissies van verschillende types mestverwerkingsinstallaties worden via praktijkmetingen bepaald. Deze drie elementen dragen bij tot een betere inventarisatie van de reële NH3-emissie waardoor het doelbereik nauwkeuriger kan geëvalueerd worden. Post-2010 NEC-doelstellingen voorbereiden en economische haalbaarheid evalueren

De Europese Unie bereidt een herziening van de nec-richtlijn voor die kadert in de Europese thematische strategie rond de verbetering van de luchtkwaliteit. Een eerste voorstel, dat emissieplafonds voor 2020 en misschien ook voor 2015 zal bevatten, wordt verwacht begin 2008. Naast de vier polluenten uit de huidige richtlijn zal daarin waarschijnlijk ook een plafond voor fijn stof worden opgenomen. Op basis van een analyse van dit voorstel zal een reactie worden voorbereid. Vlaanderen ziet deze onder-

02 MJP08*.indd 44

10-03-2008 09:04:42


themabeleid

45

deel 2

handelingen als een belangrijke kans om de eigen luchtkwaliteit te verbeteren maar wil anderzijds ook technisch en economisch haalbare plafonds en een evenwichtige verdeling van de inspanningen tussen de verschillende lidstaten, rekening houdend met de beoogde milieukwaliteitsdoelstellingen. Depositiemeetnet verzuring optimaliseren

Het bestaande depositiemeetnet verzuring wordt verder geoptimaliseerd (o.a. voor aĂŤrosolen) en uitgebreid. De mogelijkheden van technieken zoals de NH3-monitor (i.s.m. rivm in Nederland) of monitoring via korstmossen of passieve samplers worden nagegaan. Uit de validatiestudie van het ops model is gebleken dat het ops moet upgraden om te garanderen dat de berekeningen binnen de toegelaten onzekerheidsmarge vallen en om toe te laten gebiedsgerichte uitspraken te kunnen doen.

02 MJP08*.indd 45

10-03-2008 09:04:42


Milieujaarprogramma

46

2008

5. Vermesting 5.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2010 - De totale NH3-emissie verminderen tot maximum 45 kton tegen 2010, er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 40,7 kton Hiervoor wordt verwezen naar het thema ‘Verzuring’.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Voldoen aan de grenswaarde van 10 mg/l N (nitraat en nitriet) en geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in oppervlaktewater

Plandoelstelling (mina-plan3+) 2010 - Voldoen aan de grenswaarde van 10 mg/l N (nitraat en nitriet) en geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in oppervlaktewater In d i cat or % meetplaatsen van het oppervlaktewatermeetnet met overschrijding van de grenswaarde

Tr end

Doelber eik

+

24% (2006)

+/-

29% (2006-2007)

van 10 mg N/l (nitraat en nitriet) % meetplaatsen van het MAP-meetnet oppervlaktewater met overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg NO3/l

Het aantal meetplaatsen uit het algemeen meetnet oppervlaktewater met overschrijding van de grenswaarde van 10 mg stikstof/l bedroeg 31% in 2006. Het aantal meetplaatsen uit het map-meetnet oppervlaktewater met overschrijding van de norm van 50 mg nitraat/l bedroeg 42% in de periode 01/07/06 tot 30/06/07. Voor beide geldt dat de doelstelling niet zal gehaald worden tegen 2007.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in grondwater

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in grondwater In d i cat or

Tr end

% meetplaatsen van het MAP-grondwatermeetnet met overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg NO3/l

n.v.t.

St at us 38,6% (voorjaar 2007)

Het freatisch grondwatermeetnet wordt sinds 2004 op halfjaarlijkse wijze bemonsterd. In 3,5 jaar tijd zijn 7 grote meetcampagnes voor het hele meetnet uitgevoerd. Dit is een vrij korte periode voor grondwater als redelijk traag transportsysteem. Een duidelijke evolutie is voorlopig ook niet uit de meetgegevens af te leiden. Door de wisselende basisdataset - niet alle putten/putfilters konden voor elke campagne worden bemonsterd - is een onderlinge vergelijking van de percentages niet altijd even correct.

02 MJP08*.indd 46

10-03-2008 09:04:42


themabeleid

47

deel 2

Toch kan men stellen dat de grootteorde van normoverschrijdingen nauwelijks wijzigt: in zo’n 38% van de meetplaatsen wordt de nitraatnorm overschreden.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Overschot op de bodembalans is maximaal 70 kg N/ha

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Overschot op de bodembalans is maximaal 70 kg N/ha In d ic a t or Overschot op bodembalans (kg N/ha)

Tr end

Doelber eik

++

87% (2006)

De vorige rapportering vermeldde voor 2005 een overschot van 119 kg N/ha. De volledige cijferreeks werd herberekend en door een aanpassing van de gewasopbrengst van grasland van 8,85 ton DS/ha naar 10 ton DS/ha (in overeenstemming met de literatuur) en een aanpassing van de excretiecoëfficiënten aan het nieuwe mestdecreet wordt een aanzienlijke vooruitgang geboekt. Het overschot bedroeg in 2005 slechts 76 kg N/ha, doch nam toe tot 87 kg N/ha in 2006.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - 40% van de meetplaatsen van het oppervlaktemeetnet voldoet aan de basiskwaliteit voor orthofosfaat (0,3 mg P/l)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - 40% van de meetplaatsen van het oppervlaktemeetnet voldoet aan de basiskwaliteit voor orthofosfaat (0,3 mg P/l) In d ic a t or % van de meetplaatsen van het oppervlaktemeetnet voldoet aan de basiskwaliteit

Tr end

Doelber eik

+

65% (2006)

voor orthofosfaat

In 2006 voldeed 26% van de meetpunten aan de basiskwaliteitsnorm voor orthofosfaat. Hoewel dit percentage continu is gestegen sinds 1990, is de doelwaarde voor 2007 nog niet in bereik. De trend is positief, maar afvlakkend.

Plandoelstelling (mina-plan 3) In 2007 wordt maximaal 55 miljoen kg P2O5 uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwgrond opgebracht

Plandoelstelling (mina-plan 3+) In 2010 wordt maximaal 44 miljoen kg P2O5 en 108 miljoen kg N uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwgrond gebracht. In d ic a t or kg fosfaat op de Vlaamse landbouwgrond gebracht

In d ic a t or ( n i e u w ) kg stikstof op de Vlaamse landbouwgrond gebracht

Tr end

Doelber eik

++

97% (2006)

St at us 120,6 miljoen kg N (2006)

02 MJP08*.indd 47

10-03-2008 09:04:43


Milieujaarprogramma

48

2008

Berekend op basis van de Mestbankaangiftes, de wettelijk vastgestelde aanvaardbare verliezen voor N-emissie, de mestexport en -verwerking, bedroeg het mestaanbod voor de Vlaamse grond in 2005 48,6 miljoen kg P2O5 en 120,6 miljoen kg N. Met betrekking tot fosfaat komt dit overeen met een doelbereik van 97% ten aanzien van het minaplan 3 doel (bijgesteld tot 48 mio kg P2O5).

* Overschot op de stikstofbalans (Bodembalans) brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij - MIRA 300 250 F Kg N/ha

200 F 150 100

F F F F F F F

F F

jaarwaarde

F F F

trendlijn F F

F

F

H

F

50

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

5.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Op 22 december 2006 keurde het Vlaamse Parlement het nieuwe decreet ‘houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen’ goed. Dit nieuwe mestbeleid ging van start vanaf 1 januari 2007. Het is resultaatgericht, vereenvoudigd, volledig in overeenstemming met de Nitraatrichtlijn en komt tegemoet aan het arrest van het Europees Hof van justitie van 22 september 2005. Op aansturen van de Europese Commissie werd in dit nieuw mestbeleid Vlaanderen volledig als kwetsbaar gebied afgebakend, met strengere bemestingsnormen en een kortere uitrijperiode. Ook de uitscheidingscijfers en emissiecijfers werden aangepast zodat zij beter de reële mestuitscheiding benaderen. Een afwijking op de strenge bemestingsnorm in kwetsbaar gebied (derogatieverzoek) werd ondertussen bekomen bij de Europese Commissie. Het respecteren van de waterkwaliteitsdoelstellingen staat voorop in dit vernieuwde mestbeleid. Hiertoe wordt oordeelkundig bemestingsgedrag gestimuleerd via versterkte handhaving en begeleidende maatregelen zoals het uitwerken van een bedrijfsdoorlichting, teelt- en bemestingsplan en een bemestingsregister. De administratie krijgt naast controle en handhaving ook een adviserende en sensibiliserende rol (knipperlichtfunctie). De mestproductie wordt onder controle gehouden via een systeem van nutriëntenemissierechten. Bedrijfsontwikkeling kan enkel met milieuwinst door afroming van nutriëntenemissierechten. Het instrument heffingen wordt vervangen door de administratieve geldboetes. Mestverwerkingscertificaten worden toegekend en verhandeld. De controle op het vervoer en het gebruik van mest werd verscherpt. Voor de gerichte handhaving in functie van de waterkwaliteit en de risicogroepen wordt gebruik gemaakt van een Automatische GegevensRegistratie-gps-systeem voor mesttransportopvolging tot op perceelsniveau. Een strengere controle op het nitraatresidu in de bodem in het najaar wordt uitgevoerd in probleemgebieden. Bij overschrijding volgt

02 MJP08*.indd 48

10-03-2008 09:04:43


themabeleid

49

deel 2

een administratieve geldboete en begeleidende maatregelen, zoals een bedrijfsaudit, teelt en bemestingsplan en bemestingsregister. Ook is een aangifteplicht ingevoerd voor tuinbouwbedrijven met substraatteelt, en een verplichting om opslagcapaciteit te voorzien voor het drainwater dat niet hergebruikt wordt als voedingswater. Voor de tuinbouw in volle grond werd een onderzoek uitgevoerd om de nitraatresidunorm aan te passen in functie van de resultaten van dit onderzoek.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2008 MIDDEN

nieuw

uitvoeringsbesluiten Mestdecreet goedgekeurd

In d ic a t or en Areaal waarop gebiedsgerichte maatregelen van toepassing zijn (ha)

Huidig e ver wacht ing

Real i sati e

Doelst elling

670.000 (2007)

670.000 (2007)

Accenten 2008-2010 Binnen de huidige maatregelen worden accentverschuivingen voorzien conform de beslissing van het Vlaams Parlement over het nieuwe mestbeleid. Het beleid wordt aanzienlijk aangescherpt. Door de volledige afbakening van Vlaanderen als kwetsbaar gebied neemt het mestoverschot toe. Mestverwerking met export van nutriënten blijft belangrijk in het vernieuwde mestbeleid. Er zal aandacht zijn voor versterkte handhaving voor een correcte mestafzet, respecteren van de bemestingsnormen, het verlagen van nitraatresiduwaarden en er zullen begeleidende en sensibiliserende maatregelen zoals bedrijfsdoorlichting, teelt- en bemestingsplan en een bemestingsregister uitgewerkt worden. Ook het vervoer zal strenger opgevolgd worden o.a. via een agr-gps-systeem voor bepaalde erkende mestvoerders. De mestproductie zal vooral onder controle worden gehouden via een systeem van nutriëntenemissierechten. Bedrijfsontwikkeling kan enkel met milieuwinst door afroming van nutriëntenemissierechten. Zolang de nutriëntenbalans in het Vlaamse gewest niet in evenwicht is zullen bedrijven kunnen groeien mits ze hun mestverwerkingsplicht vervuld hebben, 25% van de aangevraagde netto-uitbreiding verwerken en de volledige uitbreiding verwerken en in de mate dat er in het Vlaamse Gewest meer dan 13 miljoen kg N wordt verwerkt zodat in dat geval de druk op de Vlaamse bodem alleszins verminderd wordt. De heffingen worden afgeschaft, er wordt gekozen voor het instrument van de administratieve geldboetes. Er wordt bijkomend wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar een verdere onderbouwing van de bemestingsnormen, de evaluatie van de nitraatstikstofresidunorm aan de hand van de nitraatstikstofresidumetingen in relatie tot de waterkwaliteit, het analyseren van de nitraatstikstofresidumetingen in de tuinbouw, het bepalen van een procesfactor voor grondwater en het bepalen van de kritische fosfaatverzadigingsgraad voor fosfaatdoorslag. De Vlaamse Regering stelt tegen eind 2008 een nitraatresiduwaarde en een nitraatresidu-richtwaarde vast, die vanaf 1 januari 2009 zullen gelden. Deze laatste geldt als criterium voor het toekennen van bepaalde bijkomende financiele stimuli aan landbouwers.

02 MJP08*.indd 49

10-03-2008 09:04:43


Milieujaarprogramma

50

2008

Aanpak prioriteiten 2008 Nieuw Mestdecreet uitvoeren

Een vernieuwd mestbeleid is in uitvoering vanaf 2007. In uitvoering hiervan is Vlaanderen als volledig kwetsbaar aangeduid, met aangescherpte bemestingsnormen en een kortere uitrijperiode. In 2008 zal de door de Europese Commissie toegekende derogatie (afwijking op de strenge bemestingsnorm) worden geïmplementeerd. De uitscheidingscijfers van pluimvee worden aangepast zodat zij beter de reële uitscheiding benaderen. Bemestingsvoorwaarden in natuurgebieden zullen herbekeken worden, net zoals de afbakening van fosfaatverzadigde gebieden. Er zal aandacht zijn voor versterkte handhaving, voor een correcte mestafzet, het respecteren van de bemestingsnormen, het verlagen van gemeten nitraatresiduwaarden. Een nauwgezette doorlichting van de meetgegevens in oppervlaktewater en van de resultaten van de nitraatresidumetingen zal uitgevoerd worden om te evalueren of de verwachte gunstige evolutie ten gevolge van het nieuwe mestbeleid zichtbaar wordt. Bijkomend onderzoek in het kader van het nieuwe mestbeleid zal eveneens opgestart worden. Begeleidende en sensibiliserende maatregelen zoals bedrijfsdoorlichting, teelt- en bemestingsplan en een bemestingsregister zullen uitgewerkt worden. De knipperlichtfunctie zal verder vorm krijgen. Eveneens zal invulling worden gegeven aan het nieuwe handhavingsdecreet. Er wordt afgestapt van de vergunningenstop voor veeteeltbedrijven. De mestproductie zal onder controle worden gehouden via een systeem van nutriëntenemissierechten. Bedrijfsontwikkeling kan enkel met milieuwinst door afroming van nutriëntenemissierechten. De heffingen worden afgeschaft, er wordt gekozen voor het instrument van de administratieve geldboetes. Mestverwerkingscertificaten worden toegekend en verhandeld. Vermindering van het meststoffengebruik in de tuinbouw

Via demoprojecten en sensibilisering zullen reductietechnieken voor nutriënten gepromoot worden. Er wordt een aangifteplicht ingevoerd voor tuinbouwbedrijven met substraatteelt. Deze bedrijven zullen tevens verplicht worden om opslagcapaciteit te voorzien voor het drainwater dat niet hergebruikt wordt als voedingswater. Voor de tuinbouw in volle grond zal de nitraatresidunorm aangepast worden op basis van onderzoek.

02 MJP08*.indd 50

10-03-2008 09:04:43


themabeleid

51

deel 2

6. Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen 6.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2010 - Reduceren van emissies van zware metalen naar lucht met 70% (t.o.v. 1995) In 2006 wordt de doelstelling al gehaald voor Cd, doch de trend is niet langer dalend. Voor de andere zware metalen wordt een dalende trend vastgesteld: As (-52%), Cr (-57%), Cu (-32%), Ni (37%), Hg (56%), Pb (58%), Zn (46%). Het doelbereik is beperkt voor Cu, Ni en Zn. Voor de zware metalen As, Cd en Ni zijn er verschillende hotspotgebieden in Vlaanderen, meer bepaald rond bedrijven van de sector ferro en non-ferro.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2010 - Reduceren van emissies van zware metalen naar water met 50% (t.o.v. 1998) De emissies naar oppervlaktewater nemen voor de meeste zware metalen verder af ten aanzien van 1998: As (-16%), Cr (-13%), Cu (-7%), Hg (-21%), Ni (-25%), Pb (-14%), Zn (-15%). Voor Cd werd in 2005 een lichte toename vastgesteld (+2%). Het doelbereik blijft laag. In d ic a t or

Tr end

Emissie van zware metalen naar

Doel ber ei k (2 0 0 6 )

Tr end

Lucht

Doelber eik ( 2005) Water

As

+

74%

+

32%

Cr

++

82%

+

27%

Cd

--

107%

+/-

0%

Cu

+

46%

+

13%

Ni

++

53%

+

50%

Hg

++

81%*

+/-

41%

Pb

++

83%

+/-

27%

Zn

++

66%

+

30%

* op basis van cijfer 2005

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3+) 2012 - Vermijden van overschrijdingen van de streefwaarden voor de concentratie van As, Cd en Ni van respectievelijk 6 ng/m³, 5 ng/m³ en 20 ng/m³ voor het gehalte in de PM10-fractie uitgemiddeld over een kalenderjaar

02 MJP08*.indd 51

10-03-2008 09:04:43


Milieujaarprogramma

52

2008

In d i cat or % meetplaatsen waar de jaargemiddelde concentratie As in PM10-fractie hoger is

Tr end

St at us

n.v.t.

5 meetstations met

dan 6 ng/m³

overschrijding op 19 meetstations

% meetplaatsen waar de jaargemiddelde concentratie Cd in PM10-fractie hoger is

n.v.t.

8 meetstations met

dan 5 ng/m³

overschrijding op 21 meetstations

In 2005 werden er voor Cd en As overschrijdingen vastgesteld in meetstations gelegen in de hotspotregio’s Beerse en in Hoboken.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2010 - Reduceren van de pak-emissie naar lucht tot maximaal 192 ton In d i cat or Emissie van PAK’s naar de lucht

Tr end

Doelber eik

+

104% (2006)

Sinds 1990 daalt de pak-emissie. Op basis van de recentste cijfers blijkt dat de vooropgestelde doelwaarde al in 1995 werd bereikt. Sinds 1995 is de daling sterk afgezwakt en schommelt de pak-emissie rond 170 ton per jaar. In 2006 wordt de doelstelling nog net gehaald met een totale emissie van 188 ton. De pak-emissie door de industrie kent een sterke daling, terwijl men een grote toename merkt voor de transportsector. Ook de huishoudens hebben een belangrijk emissieaandeel.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3+) Eind 2012 - Vermijden van overschrijdingen van 1 ng/m³ benzo(a)pyreen in de PM10fractie uitgemiddeld over een kalenderjaar In d i cat or % meetplaatsen waar de jaargemiddelde concentratie benzo(a)pyreen in PM10-fractie

Tr end

St at us

n.v.t.

Geen overschrijdingen

hoger is dan 1 ng/m³)

(2005)

Momenteel ligt de hoogste concentratie benzo(a)pyreen rond 0,71 ng/m³.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2005 - Reduceren van verspreidingsequivalenten met 50% (t.o.v. 1990)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Reduceren van verspreidingsequivalenten met 50% (t.o.v. 1990) In d i cat or Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitgedrukt in SEQ

Tr end

Doelber eik

++

95% (2005)

In de periode 2003-2005 schommelt de SEQ rond 50% van de waarde van 1990. Het doel werd nagenoeg bereikt.

02 MJP08*.indd 52

10-03-2008 09:04:43


themabeleid

53

deel 2

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2010 - Reduceren van de emissies naar lucht tot maximaal 100 g TEQ/jaar

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Reduceren van de emissies naar de lucht tot maximaal 40 g TEQ/jaar In d ic a t o r

Tr end

Emissies van dioxines naar de lucht

++

Doelber eik 115% (2006)

Recent herberekende data tonen aan dat de doelstelling van het mina-plan 3 al bereikt was in 1999. Deze doelstelling werd echter geformuleerd op basis van de toen beschikbare gegevens en werd toen als ambitieus ervaren. Sindsdien is de emissie verder gedaald en vanaf 2002 blijven de emissies schommelen rond 44 g TEQ/jaar.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) 2005 - Reduceren van de depositie tot maximaal 26 pg/m².dag (maandgemiddelde)

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Reduceren van de depositie tot maximaal 26 pg/m².dag (maandgemiddelde) In d ic a t or % metingen waarbij de dioxinedepositie groter is dan het maandgemiddelde van

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

92% (2005)

26 pg TEQ/m².dag

Het aantal metingen waarbij de dioxinedepositie groter was dan het maandgemiddelde van 26 μg/m².dag daalde tot 5,5% in 2005. Er werden dus nog enkele (accidentele) overschrijdingen opgetekend.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2005 - Vermijden van overschrijdingen van een jaargemiddelde pm10-concentratie van 40 μg/m³

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Vermijden van overschrijdingen van een jaargemiddelde pm10-concentratie van 40 μg/m³ In d ic a t or Aantal overschrijdingen van 40 µg/m³

Tr end

Doelber eik

+/-

75% (2006)

Het aantal overschrijdingen van de 40 μg/m³ norm voor pm10-concentratie vertoont een schommelend verloop. In 2006 werden twee overschrijdingen vastgesteld.

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Vermijden van meer dan 35 overschrijdingen op jaarbasis van een pm10-daggemiddelde concentratie van 50 μg/m³

02 MJP08*.indd 53

10-03-2008 09:04:43


Milieujaarprogramma

54

2008

In d i cat or Aantal dagen waarop de daggemiddelde PM10-concentratie voor Vlaanderen groter is

Tr end

St at us

+

52 dagen

dan 50 µg/m³

(2006)

% meetpunten waarop de daggemiddelde PM-10-concentratie op jaarbasis groter is dan

+/-

81%

35 overschrijdingen van 50 µg/m³

(2006)

Sinds 1996 is er een daling in het aantal overschrijdingen van de 50μg/m³ grenswaarde waarneembaar. In 2006 werden er voor heel Vlaanderen nog 52 dagen geregistreerd. Het aandeel meetstations waar deze grenswaarde werd overschreden bedroeg 81% in 2006. In 2006 werd ongeveer 30% van de Vlaamse bevolking blootgesteld aan daggemiddelde pm10 concentraties hoger dan 50 μg/m³ gedurende meer dan 35 dagen.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) Reduceren van de pm10-concentratie tot 20 μg/m³ (jaargemiddelde) tegen 2010

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3+) Reduceren van de PM2,5-jaargemiddelde concentratie tot 25 μg/m³ tegen 2010 In d i cat or Jaargemiddelde concentratie PM10 in de lucht

Tr end

Doelber eik

+

64% 2005

De jaargemiddelde pm10-concentratie vertoont, na een scherpe daling in de periode 1996-1998, een eerder schommelend verloop. Binnen de planperiode treedt een lichte daling op. In 2006 was dit jaargemiddelde 34 μg/m³. N ie u w e I n d i c a t o r Jaargemiddelde concentratie PM2,5 in de lucht

Tr end

St at us

n.v.t.

n.v.t.

De metingen van pm2,5 bevinden zich nog in een experimentele fase zodat nog geen uitspraak kan gedaan worden over trend en doelbereik.

* Jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) 65 60 55 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

F

F F F F F F

F

H F F F

F

jaarwaarde trendlijn

H

DOEL (MINA-plan 3)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

μg/m3

brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij

02 MJP08*.indd 54

10-03-2008 09:04:44


themabeleid

55

deel 2

6.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Over de compartimenten heen

Reach trad in voege op 1 juni 2007. Van 1 juni 2007 tot 1 juni 2008 wordt de oprichting voorzien van het Europees Chemisch Agentschap dat het compleet vernieuwde Europese stoffensysteem zal beheren en kunnen de overheden zich voorbereiden op de daadwerkelijke uitvoering van de verordening. Het Vlaamse Gewest doet dit in onderlinge afstemming met de andere gewesten en de federale overheid. De Vlaamse vertegenwoordiging in de diverse fora en comités werd reeds vastgelegd evenals het contactpunt voor reach. Tijdens het najaar 2007 werd het dossier juridisch verder bekeken en werden de mogelijkheden voor een eventueel samenwerkingsakkoord met de andere gewesten en de federale overheid verder onderzocht. Met de ratificatie door België van het lrtap-pop Protocol en het unep-pop Verdrag in juni 2006, gingen de termijnen lopen voor de opmaak van een verplicht Belgisch implementatieplan. Het Vlaamse luik daarvan is intussen grotendeels afgewerkt en bevat de beleidsacties pop’s, evenals alle informatie m.b.t. monitoring in het leefmilieu. Begin 2005 werd de Europese kwikstrategie com (2005)20 gelanceerd met als doel te komen tot een samenhangend beleid ten aanzien van kwik als vervuilende component in de milieucompartimenten water, lucht, afval, bodem en producten. Er werd hierbij een levenscyclus-aanpak gevolgd, waarbij alle aspecten van het kwikprobleem in beschouwing werden genomen. In uitvoering van deze Europese strategie is er in de zomer van 2007 een politiek akkoord bereikt met betrekking tot de exportban en de veilige opslag van kwik. Ook werd recent een verbod op nieuwe kwikthermometers gestemd in het Europees Parlement. Dit dossier, evenals het verdere productbeleid m.b.t. metalen wordt binnen Vlaanderen opgevolgd via de ccim chemische stoffen. Water

Eind juni leidde het voorstel van de Europese Commissie (17 juli 2006) voor een ontwerp-dochterrichtlijn Prioritaire stoffen in uitvoering van de Kaderrichtlijn Water tot een politiek akkoord op de Europese Raad Leefmilieu. De standpunten van de Europese Raad en het Europees Parlement liggen echter dermate ver uit elkaar dat er geen goedkeuring in eerste lezing werd bereikt. De procedure in tweede lezing start vermoedelijk begin 2008. Vlaanderen maakte het Belgische standpunt voor het voorstel mee op en volgt de totstandkoming nauwgezet op o.a. via deelname aan de raadswerkgroepen. Intussen voert Vlaanderen het reductieprogramma Lozing Gevaarlijke Stoffen verder uit. Een aanpassing van de milieukwaliteitsnormen gevaarlijke stoffen in oppervlaktewater werd voorbereid onder vorm van een ontwerp vlarem-besluit met bijhorende ontwerpnota aan de Vlaamse Regering; het meetnet oppervlaktewater werd conform de Kaderrichtlijn Water aangepast; er werd onderzocht of er aanpassingen aan vlarem nodig zijn en er is verder gewerkt aan de concrete herziening van milieuvergunningen in het kader van gevaarlijke stoffen. Begin 2006 werd, in het kader van de strategienota Hormoonverstoring; geïnspireerd op de Europese Strategie Hormoonverstorende stoffen, onderzoek opgestart naar de ecologische impact van hormoonverstoring. De resultaten, waarbij de helft van de gevangen mannelijke blankvoorn tekenen van intersex vertonen, illustreren de noodzaak van een goede opvolging van de Strategienota hormoonverstoring, aspecten aquatisch milieu en het formuleren van vervolgonderzoek naar lange-termijn effecten.

02 MJP08*.indd 55

10-03-2008 09:04:44


Milieujaarprogramma

56

2008

Na de eerste evaluatie van het decreet verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen bij openbare besturen, werd een actieplan (met onder meer een vervolg op de sensibiliseringscampagne ‘zonder is gezonder’ in september 2007) uitgewerkt en werd, met het oog op onkruidpreventie en een efficiënter niet-chemisch beheer van het openbaar domein, gestart met de ontwikkeling van een visie i.v.m. de implementatie van de pesticidentoets. Het meetnet bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater werd aangepast in functie van de Europese erkenningregels. Vlaanderen volgt het verder verloop van het federaal reductieprogramma op en is betrokken bij Europese initiatieven zoals de herziening van richtlijn 91/414 en de thematische strategie duurzaam pesticidengebruik. Naarmate de puntbronnen verder gesaneerd worden, blijven de diffuse bronnen van zware metalen in water een aandachtspunt. In 2007 werd een studie opgestart naar transporten van metalen in de waterketen waarbij rekening wordt gehouden met de adsorptie/ desorptie aan zwevend stof en gebeurde onderzoek naar de emissies van koper, lood en zink afkomstig van corrosie van bouwmaterialen gespecificeerd per type gebouw en geografisch situering. Eveneens in 2007 werd de inventaris voor de acht zware metalen geactualiseerd voor het jaar 2005 en gebeurde een historische reconstructie voor het jaar 1998. Lucht

De 4de dochterrichtlijn 2004/107/eg van de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht, werd omgezet in Vlaamse wetgeving op 6 maart 2007. De herziening van de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit en van de eerste drie dochterrichtlijnen hiervan wordt van nabij opgevolgd. In het meetprogramma zware metalen werden de meetstations in de Noorderkempen (i.v.m. Cd) en Genk (i.v.m. Ni) heropgestart. Het actieplan Hotspots dat in uitvoering van het Vlaams Stofplan eind mei 2007 werd goedgekeurd bevat zowel bedrijfsspecifieke als generieke acties voor de industriële hotspotzones Gentse kanaalzone, Oostrozebeke, Roeselare als Ruisbroek. De nadruk ligt op de reductie van diffuse stofemissies. Het onderzoek naar de bronnen in de haven van Antwerpen werd gefinaliseerd en het onderzoek rond chemische karakterisatie van fijn stof (PM10) loopt verder in 2007. Vergelijkende metingen van monitoren met automatische meetmethode versus de referentiemethode PM2,5 worden uitgevoerd. In 2007 werd voor de eerste maal in Vlaanderen naar aanleiding van een voorspelde fijn stof smogepisode een snelheidsbeperking van 90 km/u opgelegd op enkele ring- en snelwegen. Een overeenkomst tussen de bevoegde departementen regelt de procedure voor toekomstige verkeersingrepen wanneer ircel smogepisodes voorspelt. Het actieplan Asbest werd eind januari 2007 goedgekeurd. Ter sensibilisering werd de brochure ‘Asbest in en om het huis’ verder verspreid en werd een brochure, gericht naar land- en tuinbouwbedrijven, rondgestuurd via het tijdschrift ‘Landgenoten’. De sanering van de asbestdraailingen te Willebroek, Kapelle-op-den-Bos, Mechelen, Meise, Tisselt, Londerzeel en Nieuwerode werd in maart 2007 opgestart. Een code van goede praktijk voor asbest in sorteerinrichtingen werd opgesteld. De code van goede praktijk voor asbestcement die febem, in samenwerking met ovam, lne-Milieuvergunningen, Interafval en de Federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, uitwerkte voor de Vlaamse sorteercentra, werd overgemaakt aan de Minister van Leefmilieu. Gezien de aard van de problematiek en de nood aan een algemene regeling voor alle bedrijven die handelen in dit type van afval, wordt gevraagd om deze code op te nemen in een officieel document. Deze code kan dienen als basis voor een regeling in het vlarem. In de tweede helft van 2006 werd de asbestconcentratie in lucht gemeten in de gemeentes Lubbeek, Huldenberg, Borgerhout en Schilde,

02 MJP08*.indd 56

10-03-2008 09:04:44


themabeleid

57

deel 2

waarbij in geen enkel staal asbestvezels werden gemeten. Het rapport werd in 2007 verspreid. De informatieverspreiding met betrekking tot particuliere afvalverbranding (voornamelijk gericht op de reductie van pak’s en dioxines) blijft doorlopen en het meetprogramma voor paks en Nitro-paks wordt verdergezet. Nieuwe methodes voor monsterneming en analyse zijn in ontwikkeling. De dioxinedepositiemetingen werden ook in 2007 verder gezet waarbij op een 50-tal meetlocaties tweemaal per jaar een meting wordt uitgevoerd. In probleemgebieden wordt de meetfrequentie opgedreven.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2006 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Ontwikkeling van het pesticidentoetsinstrument

2008 EINDE

op schema

Extern saneringsplan voor overschrijdingen 2004 naar EU

2006 EINDE

gerealiseerd

2007 MIDDEN

Asbest: sensibiliseringscampagne land- en tuinbouwbedrijven

2007 begin

gerealiseerd

2007 midden

Doel stel l i ng

Realisat ie

4 (2006)

3 (2005)

100 (2005)

88 (2005)

Dioxines, PAK’s, fijn stof e.a. POV: invoering KB verwarmingstoestellen op vaste brandstoffen

opgestart

In d ic a t or en Aantal stoffen waarvoor een volledige stofstroomanalyse is uitgevoerd Aandeel vernietigde PCB-houdende apparaten

Accenten 2008-2010 Voor As, Cd en Ni zijn er verschillende hotspotgebieden in Vlaanderen, meer bepaald rond bedrijven van de ferro- en non-ferrosector. Reductieplannen bij verschillende bedrijven zijn nu al opgelegd en in uitvoering. Indien blijkt dat het behalen van de streefwaarden voor As, Cd en Ni in PM10-stof in het gedrang komt worden de reductieplannen geëvalueerd en kunnen bijkomende maatregelen opgelegd worden, al dan niet op basis van studies die de bronnen in kaart brengen. Voor het behalen van de doelstelling voor zware metalen (water) zijn bijkomende inspanningen vereist, zowel voor punt- als voor diffuse bronnen. Maatregelen worden opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen van eind 2009 in uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het resultaat hiervan tegen 2010 zal beperkt zijn. Cadmium en kwik zijn in dat kader aangemerkt als prioritaire gevaarlijke stof en lood en nikkel als prioritaire stof. Het pak-beleid richt zich voor de komende periode voornamelijk op de bevolking. Naast de blijvende sensibilisering van de bevolking worden bijkomende reducties beoogd via de introductie van emissienormen voor nieuwe kachels op vaste brandstoffen. Deze worden in de periode 2007-2010 gefaseerd ingevoerd via een Koninklijk Besluit. Voor het behalen van de doelstelling rond bestrijdingsmiddelen zijn, vooral voor diffuse bronnen, bijkomende inspanningen vereist. Maatregelen voor diffuse en puntbronnen worden opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen die in uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water opgesteld worden tegen eind 2009. Er zullen nog

02 MJP08*.indd 57

10-03-2008 09:04:44


Milieujaarprogramma

58

2008

bijkomende initiatieven moeten worden genomen die de afhankelijkheid aan gewasbeschermingsmiddelen doen afnemen. Het dioxinebeleid richt zich voor de komende periode voornamelijk op de bevolking. Voor het bewerkstelligen van een bijkomende dioxinereductie is de aandacht gericht op de emissies afkomstig van gebouwenverwarming op vaste brandstoffen en afvalverbranding in open vuren en tonnen. Via sensibilisering van de bevolking gekoppeld aan de introductie van emissienormen voor nieuwe kachels op vaste brandstoffen, kan tegen 2010 nog een beperkt reductiepotentieel gerealiseerd worden. Het stoffenbeleid zal in de periode 2008-2010 gericht zijn op de uitvoering van reach en de samenwerking met de federale overheid in het kader hiervan. De samenwerking betreft aspecten van inspectie, informatie-uitwisseling en vertegenwoordiging van België/Gewesten in de diverse comités die onder reach zullen opgezet worden. De mogelijkheden voor een samenwerkingsakkoord met de andere gewesten en de federale overheid wordt bekeken. De maatregel m.b.t. de stofstroommethodologie zal gericht worden op de ontwikkeling van het Vlaamse milieu-input-outputmodel. De beleidsondersteunende mogelijkheden van dit model wordt onderzocht. De aandacht zal naast de gekende polluenten ook gaan naar nieuwe stoffen, en dat op het gebied van de ontwikkeling van meetmethodes voor de diverse milieumedia, de opzet van monitoringprogramma’s in de relevante milieumedia en de beleidsadvisering i.v.m. de Europese en mondiale regulering. Steeds meer nieuwe stoffen komen op de lijsten van internationale verdragen en protocols terecht. Europa bracht ook zelf de POP-verordening uit die een 16-tal persistent organische polluenten reglementeert en waarover op geregelde tijdstippen gerapporteerd zal worden. De resultaten uit het onderzoek in het kader van de Strategie hormoonverstorende stoffen (luik water) zullen aanleiding geven tot vernieuwende accenten in de periode 2008-2010. Deze hebben betrekking op onder meer het meetnet, de vergunningsadvisering en –verlening, de communicatie.

Aanpak prioriteiten 2008 Doorwerking Europees beleid milieugevaarlijke stoffen

Mede in functie van het vaststellen van de dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen wordt het ontwerp voor aanpassing aan vlarem van de basiskwaliteitsnormen in oppervlaktewater voor specifieke verontreinigende stoffen voorgelegd. In 2008 worden voor de relevante prioritaire stoffen maatregelen voorbereid die zullen opgenomen worden in de stroomgebiedbeheerplannen. Voor de stoffen waarvoor er geen of te weinig informatie beschikbaar is, wordt de monitoring gestart of uitgebreid. In het kader van de Europese strategie rond de verbetering van de luchtkwaliteit wordt een eerste voorstel voor de herziening van de nec-richtlijn verwacht waarin een plafond voor fijn stof wordt opgenomen. Gedurende 2008 worden in Vlaanderen hieromtrent de onderhandelingen met de belangrijkste industriële sectoren opgestart. Anderzijds dienen de meetnetten, inventarissen en modellering de Europese ontwikkelingen op te volgen. In 2008 gaat dit onder meer over de zware metalen, de nmvos-emissies door de sectoren coating, droogkuis en reinigen en ontvetten en de concentraties chroom in de omgevingslucht. Fijn stof beleid verder ontwikkelen en uitvoeren

Het actieplan Fijn Stof wordt in de industriële hotspotzones Gentse kanaalzone, Roeselare, Oostrozebeke, Ruisbroek uitgevoerd. De nadruk ligt op de reductie van diffuse stofemissies, zonder evenwel de aandacht voor de geleide bronnen te verliezen.

02 MJP08*.indd 58

10-03-2008 09:04:44


themabeleid

59

deel 2

Een actieplan voor de haven van Antwerpen wordt opgesteld. Pm10-metingen worden opgestart of uitgebreid in een aantal potentiële probleemgebieden: spaanplaatbedrijven in de omgeving van Oostrozebeke/Wielsbeke en Genk. In hotspotgebieden wordt de chemische karakterisering van fijn stof om het belang van de diverse bronnen in te schatten, afgewerkt. Pm2,5-metingen met betrekking tot achtergrondlocaties en chemische karakterisatie worden opgestart. In het kader van de verdere onderbouwing van het fijnstofplan wordt er onderzoek uitgevoerd naar de impact van maatregelen op de luchtkwaliteit. Optimalisering aanpak pesticidenreductie

In maart 2008 wordt de sensibilisatiecampagne ‘zonder is gezonder’ herhaald. Verder wordt de webtoepassing voor het invoeren van de jaarlijkse inventaris door de gemeenten geoperationaliseerd en wordt verder uitvoering gegeven aan de bepalingen van het aangepaste uitvoeringsbesluit van 14 juli 2004. In 2008 wordt een inzamelactie voorzien voor bestrijdingsmiddelen. Speuren naar nieuwe stoffen

In 2008 gaat de aandacht naar pfos en hormoonverstorende stoffen.

02 MJP08*.indd 59

10-03-2008 09:04:44


Milieujaarprogramma

60

2008

7. Verontreiniging en aantasting van de bodem 7.1 Doelstellingen Bodemverontreiniging

Plandoelstelling (mina-plan 3) Tegen 2007 is 30% (± 22.500 gronden) van de gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten onderzocht (totaal te onderzoeken gronden is naar schatting 76.200 waarvan 65.000 in exploitatie en 11.200 met historische exploitatie)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Tegen 2010 is 37% (± 28.000 gronden) van de gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten onderzocht In d i cat or

Tr end

Aantal gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten die onderzocht zijn

++

Doelber eik 112% (2006)

Eind 2006 was 33,1% (± 25.213 gronden) onderzocht, waarmee de doelstelling van het mina-plan 3 al eerder werd behaald.

Plandoelstelling (mina-plan 3) Tegen 2007 is de sanering van 23% (± 2.450 gronden) van de gronden met historische bodemverontreiniging minstens opgestart (d.w.z. een project is ingediend) (totaal te saneren gronden met historische bodemverontreiniging is naar schatting 10.700)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Tegen 2010 is de sanering van 31% (± 3.300 gronden) van de gronden met historische bodemverontreiniging minstens opgestart (d.w.z. een project is conform verklaard) In d i cat or Aantal gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten waarvan

Tr end

Doelber eik

++

110% (2006)

de sanering minstens is opgestart

De interpretatie van de indicator is als volgt: ‘minstens opgestart’ staat voor ‘conformverklaring’ van het project (cf. het bodemsaneringdecreet). De trend is sterk stijgend voor de periode 1997 (47 gronden) tot 2006 (2.694 gronden = 25,2%) waarmee de doelstelling voor 2007 werd bereikt.

Waterbodemverontreiniging

Plandoelstellingen (mina-plan 3) 2007 - Voor de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie is van de historische achterstand ± 250.000 m³ aan ruimingen van hydraulische aard en ± 500.000 m³ aan saneringen van ecologische aard weggewerkt 2007 - Minimaal 150.000 m³ van de hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische ruimingen en ecologische saneringen is verwerkt volgens batneec.

02 MJP08*.indd 60

10-03-2008 09:04:44


themabeleid

61

deel 2

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Op basis van definitieve bekkenbeheersplannen en de globale prioriteitenlijst, zoals vast te leggen door de vr wordt in 2008 een nieuwe plandoelstelling bepaald In d ic a t o r

Tr end

Doelber eik

Hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische ruimingen en saneringen

++

78% (2006)

Hoeveelheid specie afkomstig van ruimingen en saneringen van de onbevaarbare waterlopen

++

77% (2006)

van eerste categorie en verwerkt volgens BATNEEC

De hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische ruimingen en saneringen van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie nam lineair toe voor de periode 2001 (86.000 m³) t.e.m. 2006 (775.000 m³). Voor 2007 wordt een verdere toename met 180.000 m³ vooropgesteld. Dit is een benadering (95,5%) van het doel in 2007. De hoeveelheid specie afkomstig van ruimingen en saneringen van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie en verwerkt volgens batneec (inclusief direct toepasbare specie na ruiming) stijgt lineair voor de periode 2001 (55.000 m³) t.e.m. 2006 (770.000 m³). Voor 2007 wordt een doelbenadering van 95% geschat. In 2005 ging cumulatief hiervan 558.000 m³ naar hergebruik als bodem of bouwstof, werd 132.500 m³ gedeponeerd op de oever en werd 4.500 m³ gestort.

Bodemaantasting

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Voor 90% van de gemeenten met erosieknelpunten is een erosiebestrijdingsplan opgesteld

Plandoelstelling (mina-plan3+) 2010 - Voor alle gemeenten met erosieknelpunten is een erosiebestrijdingsplan opgesteld In d ic a t o r

Tr end

% gemeenten waarvoor een erosiebestrijdingsplan werd goedgekeurd

n.v.t.

Doelber eik 64% (2006)

Het aantal gemeenten met erosieknelpunten werd initieel geraamd op 100. Eind 2006 hebben 58 gemeenten een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan i.k.v. het Erosiebesluit.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 – Erosiebestrijdingsmaatregelen op het terrein zijn uitgevoerd voor minimaal 20% van de actuele erosieknelpunten en voor minstens 5% van de potentiële erosieknelpunten is de huidige situatie op het terrein bestendigd

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Erosiebestrijdingsmaatregelen op het terrein zijn uitgevoerd voor minimaal 35% van de actuele erosieknelpunten en voor minstens 20% van de potentiële erosieknelpunten is de huidige situatie op het terrein bestendigd In d ic a t o r % actuele erosieknelpunten waarvoor erosiebestrijdingsmaatregelen op het terrein

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

45% (2006)

n.v.t.

> 100% (2006)

zijn uitgevoerd (= effectieve maatregelen die verder gaan dan de code van goede praktijk) % potentiële erosieknelpunten waarvoor de huidige situatie op het terrein is bestendigd

02 MJP08*.indd 61

10-03-2008 09:04:44


Milieujaarprogramma

62

2008

Het percentage actuele erosieknelpunten waarvoor erosiebestrijdingsmaatregelen op het terrein zijn uitgevoerd, is sinds 2004 ( = 0%) toegenomen tot 9% medio 2006. Het doelbereik is hierdoor nog relatief beperkt. De uitvoering van maatregelen op het terrein komt echter stilaan op kruissnelheid. Het % potentiële erosieknelpunten waarvoor de huidige situatie op het terrein is bestendigd, is sinds 2004 (= 0%) toegenomen met 20% eind 2006. Daarmee wordt zelfs de tweede langetermijndoelstelling bereikt. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de Vlaamse landbouwers, die Europese toeslagrechten ontvangen, verplicht zijn om erosiebestrijdingsmaatregelen te nemen op hun meest erosiegevoelige percelen.

gronden met historische bodemverontreiniging * Aantal waarvan de sanering minstens is gestart brongegevens: Vlaamse Openbare Afvalstoffenmaatschappij 3500

F

3000 aantal gronden

F 2500

F

2000

F

F

F

1500

jaarwaarde trendlijn

F

1000

F

500 F F

F

F

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

H

7.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Bodemverontreiniging

Het decretaal kader werd in 2007 grondig gewijzigd. Zo gaf de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan het aangepaste decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (bs, 22 januari 2007). De principiële goedkeuring van het aangepast uitvoeringsbesluit (vlarebo) volgde in juli 2007. Essentiële wijzigingen zijn onder meer een betere afstemming van bodemsanering op maatschappelijke en bedrijfsprocessen, de mogelijkheid tot het tegelijkertijd uitvoeren van een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek en een aanpassing van de grondverzetsregeling. Deze aanpassingen gaven aanleiding tot aangepaste en nieuwe procedures bv. voor risicobeheer en codes van goede praktijk. Parallel hieraan werd ook gewerkt aan de vereenvoudiging van de dataverwerking (Mistral-project). Doorlopend vond de opvolging van vrijwillige en verplichte bodemsaneringen plaats alsook het beheer van het register van verontreinigde gronden. Daarnaast werd een selectie gemaakt van gronden waar, buiten de overdrachtsprocedure, een bodemsanering prioritair is. Bij de uitvoering van een aantal grootschalige projecten zijn in 2007 belangrijke stappen gezet. Zo is gestart met de bodemsaneringswerken aan de Bankloop in Olen in uitvoering van de convenant met Umicore. In het kader van het Actieplan Cadmium werd de verwijdering van zinkassen op private terreinen beëindigd (Overpelt) of verdergezet (Balen en Lommel) en werd gestart met een grootschalig beschrijvend bodemonderzoek (Hoboken). Eveneens werd in 2007 meegewerkt aan het

02 MJP08*.indd 62

10-03-2008 09:04:45


themabeleid

63

deel 2

opstarten van een nieuwe biomonitoring in de Noorderkempen, gekoppeld aan milieumetingen. In het kader van het Europees project BeNeKempen werd onder meer een concept voor de verwijdering van zinkassen opgemaakt en voorgelegd aan alle betrokken actoren. In 2007 werd gewerkt aan de opmaak van scenario’s voor integratie van bodemsanering in een ruimer maatschappelijk kader voor woonzones en brownfields. In een aantal brownfielddossiers werden ambtshalve saneringswerken opgestart (onder meer Balmatt te Mol, Alvat te Buggenhout) of verdergezet (pcn te Nieuwpoort, Carcoke en Deso Petrol te Zeebrugge). Een samenwerkingsakkoord werd gesloten voor een ambtshalve sanering in functie van de herontwikkeling van de oude industriezone Willebroek-Noord. Verder werd met respectievelijk zeven gemeenten (Begijnendijk, Buggenhout, Kluisbergen, Mechelen, Ronse, Sint-Truiden en Gent) een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten voor het uitvoeren van een brownfieldproject. In het kader van de zinkassenproblematiek werden twee proefprojecten opgestart (Lommel). De ambtshalve uitvoering van de bodemsanering van asbestcementdraailingen te Willebroek, Kapelle-op-den-bos, Mechelen, Meise, Londerzeel en Puurs verliep volgens plan. De aanpak van woonzones werd verdergezet met onder meer de afwerking van een project in Essen en de start van een nieuw woonzoneproject in Wijnegem. Verder werd gewerkt aan een kader rond gedeelde financiering tussen ovam en gemeenten voor de bodemsanering van gemeentelijke stortplaatsen. Het chemisch reinigen van textiel werd aangeduid als eerste economische activiteit waarvoor een bodempreventie- en bodembeheersplan is voorzien. De uitwerking van (alternatieve) financiële instrumenten werd toegespitst op deze sector. De vzw Vlabotex werd in september 2007 erkend als bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector. Bofas, het fonds voor tankstations, werd eerder opgestart op basis van een samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse, Waalse, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de federale staat. Een wijziging van de samenwerkingsovereenkomst werd doorgevoerd waardoor ook tankstations, gesloten voor eind 1992, een aanvraag kunnen indienen. De Europese Commissie stelde in september 2006 haar bodemstrategie voor met onder meer een voorstel van kaderrichtlijn voor de bescherming van de bodem. Bij de verdere uitwerking in 2007 speelde het Vlaamse Gewest een actieve rol. Voor de omzetting van de richtlijn milieu-aansprakelijkheid werden de nodige bepalingen opgenomen in het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. Verder profileerde Vlaanderen zich opnieuw op Europees niveau via deelname aan een aantal Europese projecten zoals snowman en door vertegenwoordiging op het internationale forum van experten binnen de overheden van diverse lidstaten (Common Forum). Waterbodemverontreiniging

De historische ruimingsachterstand werd verder weggewerkt in 2007. Hierbij stonden de ruimingen van de Heulebeek, de Devebeek en de Zenne van Lot tot Drogenbos centraal. In het kader van het actieplan cadmium voor de Noorderkempen (zie ook deel ‘Externe Integratie - Milieu en gezondheid) werd de ruiming van de waterbodems in de Kempen prioritair aangepakt om cadmiumvervuiling te saneren en de verdere verspreiding tegen te gaan. I.k.v. de uitvoering van het slibvangplan werd een aanpak met een wetenschappelijke onderbouwing opgesteld. In 2007 werden weer 150 meetplaatsen van het waterbodemmeetnet bemonsterd. De resultaten van de 21 meetpunten van het sedimentmeetnet zijn online te raadplegen. Het aangepaste ontwerp sup ‘Bagger- en ruimingsspecie’ werd op 1 juni 2007 principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering en ging in openbaar onderzoek (zie ook thema ‘Verontreiniging door afvalstoffen’).

02 MJP08*.indd 63

10-03-2008 09:04:45


Milieujaarprogramma

64

2008

Bodemaantasting

De gemeenten werden verder begeleid en ondersteund bij het opstarten van erosiebestrijdingswerken en bij het opmaken van hun gemeentelijk erosiebestrijdingsplan conform het Erosiebesluit van de Vlaamse Regering. De achterstand bij het evalueren van gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen werd weggewerkt. Erosiebestrijding in het veld werd verder gestimuleerd. De voorbereiding van pdpo-ii werd opgevolgd met bijzondere aandacht voor het optimaliseren van de beheersovereenkomsten erosiebestrijding. De thematische strategie en de ontwerpkaderrichtlijn bodembescherming van de Europese Commissie, evenals de ontwikkelingen rond monitoring en rapportering in dat verband, werden intensief opgevolgd. Ondersteunende onderzoeksopdrachten werden geïnitieerd en stappen zijn gezet om bodeminformatie te ontsluiten via de databank ondergrond Vlaanderen. Verder ging de aandacht naar de integratie van bodembescherming in het landbouwbeleid via de randvoorwaarden (cross-compliance) verbonden aan de hervorming van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid en aan de integratie van bodembescherming in het sectoraal uitvoeringsplan Baggeren Ruimingsspecie.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2009 EINDE

op schema

Opmaak vereenvoudigde procedures bodemsanering

2007 EINDE

op schema

Uitwerken van een concept voor beheersstrategie van

2009 EINDE

op schema

2009 EINDE

op schema

2007 EINDE

vertraagd

2010 EINDE

2007 EINDE

vertraagd

2010 EINDE

2007 BEGIN

vertraagd

Opmaak beheersstrategie voor diffuse verontreiniging

Huidig e ver wacht ing

van zware metalen

de verontreiniging in en rond waterbodems Uitwerken van een concept voor beheersstrategie voor grootschalige complexe verontreinigingen Uitwerken en implementeren scenario integratie bodemsanering in ontwikkeling van verontreinigde brownfields Uitwerken en implementeren scenario van integrale aanpak woonzones Start uitvoering sectoraal uitvoeringsplan bagger- en ruimingsspecie

In d i cat or en Aantal brownfieldprojecten waarvoor saneringsmogelijkheden in kaart zijn gebracht

Real i sati e

Doelst elling

17 (2007)

25 (2010)

139 (2007)

145 (2010)

13 (2007)

15 (2007)

638.000 (2006)

1.000.000 (2007)

inclusief kostenramingen (in samenwerking met OVAM) Aantal dossiers opgestart in het kader van ambtshalve bodemsanering (aanmaning) Aantal woonzoneprojecten waarbij onderzoek is opgestart Aandeel hergebruikt (als bodem of bouwstof) specie bij waterlopen van eerste categorie (m³) Aandeel specie gedeponeerd op de oever bij waterlopen van eerste categorie (m³) Aandeel specie gestort bij waterlopen van eerste categorie (m³) Aantal opgestelde waterbodembeheerplannen (= zgn. ‘theoretische prioriteitsbepaling

143.200 (2007) 4.500 (2007)

0 (2007)

11 (2006)

11 (2007)

2 (2007)

5 (2010)

van waterbodemsanering’ in de bekkenbeheerplannen) Aantal sectoren waarvoor een financiering van bodemverontreiniging is uitgewerkt.

02 MJP08*.indd 64

10-03-2008 09:04:45


themabeleid

65

deel 2

Accenten 2008-2010 Opvolging van vrijwillige en verplichte bodemsaneringen

De nadruk wordt gelegd op een optimalisatie van de processen en procedures i.k.v. de behandeling van dossiers van verontreinigde gronden. Dit zal de garantie bieden dat onder meer overdrachten niet nodeloos worden vertraagd. Een ander accent ligt op het streven naar een betere samenwerking met bedrijven of relevante bedrijfssectoren via het afsluiten van bedrijfspecifieke overeenkomsten. Uitvoeren ambtshalve bodemsanering

Een accentverschuiving in de voorbije planperiode bij een ambtshalve sanering is het voorrang geven aan het zo snel mogelijk wegnemen van de meest ernstige risico’s én aan projecten die door integratie een maatschappelijke meerwaarde betekenen. De ambtshalve bodemsanering zal in de periode 2008-2010 op een meer planmatige, geïntegreerde wijze worden aangepakt. Geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones

Voor de integratie van bodemsanering in een ruimer maatschappelijk kader worden scenario’s uitgewerkt tegen eind 2010. Dit zal onder meer gebeuren voor de ontwikkeling van brownfields en voor de aanpak van potentieel verontreinigde woonzones. Een accentverschuiving in de voorbije planperiode bij zowel brownfields als bij woonzones, is het streven naar een optimale integratie van de sanering in de (her)ontwikkeling via overleg met private en publieke actoren (project ‘Bodemsanering’). Financiering bodemsanering

Met de goedkeuring van het aangepaste bodemdecreet kan worden voorzien in de oprichting van bodemsaneringsorganisaties voor een goede coördinatie van de saneringsproblematiek op sectorniveau. Erkende bodemsaneringsorganisaties kunnen hierbij de oprichting van sectorfondsen concretiseren. In de periode 2007-2010 ligt het accent op de oprichting van een bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector en een fonds voor gasolietanks van particulieren en de optimalisering van het intergewestelijke sectorfonds bofas voor verontreinigde tankstations. De aanpak van vervuilde bedrijfsgronden wordt verder verbeterd d.m.v. een optimale samenwerking en kostendeling tussen de Vlaamse overheid, de gemeenten (cf. in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst) en de private sector. Zo kan bijvoorbeeld bij brownfields de eventuele sanering kostenefficiënter verlopen via partnerschappen met private en publieke actoren. Verfijning van de wetgeving

Het accent in de periode 2008-2010 ligt op de uitvoering van het nieuwe decreet betreffende bodemsanering en bodembescherming en op dat m.b.t. de brownfieldconvenanten. Om het eerste decreet uitvoerbaar te maken, werd in juli 2007 een nieuw vlarebo principieel goedgekeurd op de Vlaamse Regering. Hierin wordt een aanpassing van de grondverzetsregeling opgenomen. Deze geactualiseerde vlarebo zal in de periode 2008-2010 de sleutel vormen bij het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging. Bij de (water)bodemsanering of bij infrastructuurwerken voor waterzuivering zal binnen het traject op een adequate manier aandacht worden besteed aan het onroerend erfgoed. In overleg met het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening zal worden nagegaan op welke manier voldoende tijd, ruimte en financiële middelen ter beschikking kunnen worden gesteld voor het behoud van het potentieel archeologisch erfgoed.

02 MJP08*.indd 65

10-03-2008 09:04:45


Milieujaarprogramma

66

2008

Wegwerken historische ruimingsachterstand – ondersteuning beleid waterbodems

Het accent voor de periode 2008-2010 ligt op de uitvoering, na de juridische basis die in 2003-2007 werd gelegd. Zo reikt het ontwerp sup oplossingen aan voor het waterbodemvraagstuk en zijn er scenario’s met overeenkomstig kostenplaatje beschikbaar. Daarnaast voorzien de bekkenbeheerplannen in een prioriteitenstelling en acties m.b.t. waterbodemsanering. Een accent bij het ruimen en saneren van waterlopen ligt ook op de geïntegreerde, planmatige aanpak van waterbodems in grootschalige, complexe situaties. In 2008-2010 gaat verder extra aandacht naar de aanleg van sedimentvangen als preferentiële bezinkingsplaatsen voor slib. Het project ‘Waterbodemverontreiniging’ wordt geactualiseerd van zodra het SUP definitief is goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Nieuwe accenten voor het project zijn mogelijk de opvolging van de effecten van de ruimingen op de waterbodemkwaliteit (bv. opnemen van kwantiteitsgegevens in de waterbodemdatabank) en/of het uitwerken van een opvolgingssysteem voor het hergebruik van de ruimingsspecie. Ontwikkeling juridisch kader bodemaantasting – aanpak erosiebestrijding

In 2008-2010 ligt het accent op de doorwerking van het Europese beleid, het streven naar de verdere integratie met het beleidsdomein Landbouw – o.a. door uitbreiding van de oppervlakte waarop verplicht erosiebestrijdingsmaatregelen moeten genomen worden – en de verderzetting van de maatregelen naar landbouwers en lokale besturen. Zo blijven beheersovereenkomsten m.b.t. erosiebestrijding belangrijke instrumenten in de aanpak van actuele en potentiële erosieknelpunten. Het gebruik ervan wordt verder gestimuleerd met in de toekomst meer nadruk op de meest brongerichte maatregelen, die ook andere aspecten van bodemkwaliteit en bodembiodiversiteit gunstig beïnvloeden. Het accent van het project ‘Bodembescherming’ ligt enerzijds op de verdere ontwikkeling van het juridisch en beleidskader, in het bijzonder de verdere uitwerking van de Europese Thematische Strategie en Ontwerpkaderrichtlijn ‘Bodembescherming’, en anderzijds op de uitvoering van erosiebestrijdingsmaatregelen. De gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen dienen afgestemd te zijn op de bekkenbeheerplannen.

Aanpak prioriteiten 2008 Optimaliseren van de (ambtshalve) bodemsanering en grondverzet (cf. OD1 bij Bodemverontreiniging)

Bij de prioritering wordt waar mogelijk ingespeeld op grote infrastructuurwerken of stedenbouwkundige wijzigingen. Een voorbeeld van een prioritair project is de verdere uitvoering van het saneringsprogramma van de asbestcementdraailingen en de zinkassen. Bij een grootschalig project in Asse bijvoorbeeld wordt de bodemsanering gekaderd in de aanleg van de geplande ringweg en de nieuwe ruimtelijke invulling. Verder wordt gewerkt aan een scenario voor de procesoptimalisatie van ambtshalve bodemsanering door de introductie van innovatief aanbesteden. De aangepaste grondverzetsregeling zal in 2008 worden geïmplementeerd en de sleutel vormen bij het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging. Daarnaast zullen afspraken gemaakt worden met de bodembeheersorganisaties rond het gebruik van de bodemkwaliteitsgegevens. Inzake het beheer van bodemverontreiniging worden in 2008 scenario’s uitgewerkt op basis van opgedane ervaring in andere projecten (BeNeKempen, woonzones, brownfields, complexe verontreinigingen).

02 MJP08*.indd 66

10-03-2008 09:04:45


themabeleid

67

deel 2

Integratie van bodemsanering in een ruimer maatschappelijk kader (cf. OD2 bij Bodemverontreiniging)

Het sluiten van bedrijfsspecifieke overeenkomsten met bedrijven of relevante bedrijfssectoren zorgt voor een betere integratie van bodemsanering in bedrijfsprocessen. Bijkomend aan de lopende overeenkomsten (Umicore, nmbs, Bekaert en Electrabel) vind een selectie plaats van saneringsplichtigen die in aanmerking komen voor het sluiten van een overeenkomst. Net zoals bij de ambtshalve uitvoering wordt in 2008 een maximale ondersteuning voorzien bij projecten met een bredere maatschappelijke component duurzame ontwikkeling. De sanering van brownfields blijft een uitdaging zowel op vlak van integrale aanpak als op financieel vlak. Daarom worden verdere initiatieven genomen om een aanpak door of samenwerking met externe actoren of overheden te ondersteunen, een planmatige aanpak te ontwikkelen en de sanering -al dan niet met een ambtshalve tussenkomst- te koppelen aan een herontwikkeling. Een voorbeeld van een lopend initiatief is de ondersteuning van gemeenten via de milieusamenwerkingsovereenkomsten. Daarnaast zijn de activiteiten van belang rond de grootschalige, verouderde bedrijvenzone in Vilvoorde-Machelen en deze in het kader van het start-programma (herontwikkeling van de internationale luchthaven Zaventem en van de omliggende regio). Voorbeelden van projecten met ambtshalve tussenkomst zijn de zone Watersite in Vilvoorde-Machelen, de sites ex-Asphaltco (Asse), Balmatt (Mol), Alvat (Buggenhout) en Carcoke (Zeebrugge). Nieuwe initiatieven worden voorzien naar aanleiding van het decreet betreffende de brownfieldconvenanten. De eerste woonzoneprojecten waren grootschalige projecten die volledig door ovam werden gecoördineerd en gefinancierd. De vernieuwde aanpak legt de nadruk op medefinanciering van (kleinere) woonzoneprojecten en een nauwere samenwerking met de gemeenten. De selectie gebeurt aan de hand van een lijst met woonzones die volgens prioriteit zijn gerangschikt op basis van de ernst van de verontreiniging en de omvang van de woonzone. In 2008 wordt deze lijst van potentiële woonzoneprojecten uitgebreid en worden er vier sites onderzocht. Tenslotte wordt ook de effectieve aanpak van grootschalige complexe verontreinigingen gestart. Dit zijn perceelsoverschrijdende verontreinigingen (vaak op voormalige fabrieksterreinen of stortplaatsen) waarop zich meerdere saneringsplichtigen bevinden en waarvoor een gezamelijke aanpak van de verontreiniging aangewezen is. Een reeds opgemaakte prioriteitslijst wordt herbekeken en in een aantal dossiers worden bodemonderzoeken uitgevoerd. Realiseren van een meer billijke verdeling van de saneringslast (cf. OD3 bij Bodemverontreiniging)

In 2008 wordt gewerkt aan een instrument voor opvolging, controle en subsidiëring van de werkzaamheden van een bodemsaneringsorganisatie. Ook zal Vlaanderen opnieuw inspanningen leveren om de oprichting van een fonds te bewerkstelligen voor de tussenkomst bij verontreiniging ten gevolge van gasolietanks. Onderzoek is voorzien naar de mogelijkheden van een ambtshalve tussenkomst bij de urgente gevallen in de opstartfase van sectorfondsen. Ook wordt actief gezocht naar middelen voor alternatieve financiering (mogelijk via pps constructies). Interageren met Europees beleid bodem (cf. OD6 bij Bodemverontreiniging)

Er zal verder actief geparticipeerd worden aan de onderhandelingen inzake de opmaak van de ontwerpkaderrichtlijn bodem. Gezien de grote invloed ervan op het Vlaamse bodembeleid (zowel bodemsanering als bodembescherming) blijft Vlaanderen streven naar een maximale invloed en inbreng. Het huidige Vlaamse beleid komt al in grote

02 MJP08*.indd 67

10-03-2008 09:04:45


Milieujaarprogramma

68

2008

lijnen overeen met wat er momenteel op Europees vlak is voorzien. De deelname aan internationale initiatieven zoals het ‘Common Forum on contaminated land’ blijven gegarandeerd, evenals de participatie aan Europese projecten zoals BeNeKempen. Specifiek voor de verdere uitwerking van het bodembeschermingsluik wordt gestreefd naar een ruime terugkoppeling met de doelgroep landbouw. De praktische uitwerking wordt verder ook voorbereid in een nieuw Interreg-project. Ruiming van waterbodems (cf. SD8 en OD9 bij Waterbeleid)

De historische ruimingsachterstand wordt verder weggewerkt. In 2008 wordt er op de onbevaarbare waterlopen van eeste categorie minstens 150.000 m³ geruimd. Dit zijn zowel hydraulische als ecologische ruimingen. Volgende ruimingen staan centraal: de Demer te Diest, de Kalkenvaart en de Vunt. Bouwen van slibvangen

Ruimingswerken in verstedelijkt gebied worden vaak bemoeilijkt door de beperkte toegankelijkheid van de waterloop. Door de aanleg van sedimentvangen (slibvang of zandvang) stroomopwaarts van deze probleemgebieden wordt massale afzetting van slib in deze gebieden voorkomen. Ook vanuit ecologisch standpunt kan het opportuun zijn om sedimentvangen in te richten. Het sedimentmeetnet levert de noodzakelijke onderbouwing voor het optimaal inplanten in de nabijheid van de sedimentbronnen en het dimensioneren van de slib-/zandvangen. In 2008 wordt het slibvangplan verder opgesteld en uitgewerkt. Op basis van de resultaten van dit plan wordt in 2008 aangevat met de realisatie van twee slibvangen op strategisch gekozen plaatsen. Erosiebestrijding door de landbouwers en door steden en gemeenten versterken (cf. SD8 bij Waterbeleid)

In 2008 wordt een uitbreiding nagestreefd van de oppervlakte waarop verplicht erosiebestrijdingsmaatregelen moeten worden genomen en blijft de uitvoering van de goedgekeurde erosiebestrijdingsplannen van steden en gemeenten op kruissnelheid. Op basis van deze plannen wordt uitvoering gegeven aan kleinschalige erosiebestrijdingsprojecten die het perceelsniveau overschrijden. De gemeentegrensoverschrijdende aanpak zal verder worden gestimuleerd door een gerichte begeleiding van de gemeenten. Voor de beheersovereenkomsten erosiebestrijding is de beoordeling van het nieuwe pdpo door de Europese Commissie cruciaal, zowel qua timing als qua inhoud. Zonder Europese goedkeuring mogen met landbouwers immers geen nieuwe beheersovereenkomsten op Vlaams niveau afgesloten worden, waardoor een belangrijk instrument voor erosiebestrijding verloren zou gaan.

02 MJP08*.indd 68

10-03-2008 09:04:45


themabeleid

69

deel 2

8. Verontreiniging door afvalstoffen 8.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - De hoeveelheid bedrijfsafvalstoffen verminderen t.o.v. 2002

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - De hoeveelheid primaire bedrijfsafvalstoffen verminderen t.o.v. 2002 In d ic a t or De totale hoeveelheid primair geproduceerde bedrijfsafvalstoffen (mio ton)

Tr end

Doelber eik

--

0% (2005)

Na een sterke toename in de periode 1992-2000, stabiliseerde de afvalproductie rond 20 mio ton. De waarde voor het referentiejaar 2002 is 19,0 mio ton. In 2005 (24,9 mio ton) wordt er terug een toename vastgesteld.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - De productie van bedrijfsafval blijft meer achter op de economische groei t.o.v. 2002

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - De productie van bedrijfsafval blijft meer achter op de economische groei t.o.v. 2002 In d ic a t or De totale hoeveelheid primair geproduceerde bedrijfsafvalstoffen per eenheid

Tr end

Doelber eik

--

0% (2005)

Bruto Regionaal Product

Gezien de toegenomen afvalproductie in 2005 wordt in de periode 2002-2005 niet langer een ontkoppeling tussen afvalproductie en het Bruto Regionaal Product vastgesteld. De voorzichtig positieve trend van de voorbije jaren zet zich niet door.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2010 - De hoeveelheid deďŹ nitief verwijderd bedrijfsafval vermindert met minstens 20% t.o.v. 2000

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 â&#x20AC;&#x201C; De hoeveelheid gestort bedrijfsafval vermindert met minstens 20% t.o.v. 2000 In d ic a t or De hoeveelheid gestorte bedrijfsafvalstoffen (mio ton)

Tr end

Doelber eik

++

161% (2005)

De trend van de hoeveelheid gestorte bedrijfsafvalstoffen is dalend voor de volledige periode van 1992 (5,4 mio ton) t.e.m. 2005 (1,9 mio ton). De doelstelling van 2010 (2,3 mio ton) werd hiermee bereikt.

02 MJP08*.indd 69

10-03-2008 09:04:45


Milieujaarprogramma

70

2008

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - De totale hoeveelheid huishoudelijk afval blijft minstens gelijk of vermindert t.o.v. 2000

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - De totale hoeveelheid huishoudelijk afval blijft minstens gelijk of vermindert t.o.v. 2000 In d i cat or

Tr end

De totale hoeveelheid geproduceerde huishoudelijke afvalstoffen (kg per inwoner)

+/-

Doelber eik 106% (2006)

De historische trend is stijgend van 1991 (405 kg/inw.) t.e.m. 2002 (556 kg/inw.). De waarde voor het referentiejaar 2000 is 560 kg/inwoner. Vanaf 2002 is de totale hoeveelheid afgenomen tot 531 kg/inw in 2006. Dit wijst op een trendbreuk. De doelstelling is hiermee behaald.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - De productie van huishoudelijk afval blijft meer achter op de groei van de consumptie t.o.v. 2000

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - De productie van huishoudelijk afval blijft meer achter op de groei van de consumptie t.o.v. 2000 In d i cat or Productie huishoudelijke afvalstoffen per consumptie-eenheid

Tr end

Doelber eik

++

100% (2004)

Op basis van de beide waarden van de indicator wordt in 2004 een ontkoppeling gemeten t.o.v. het referentiejaar 2000. De doelstelling is hiermee behaald. De cijfers dienen echter nog met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden en de ontkoppelingsgraad in 2004 is nog beperkt.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - De hoeveelheid definitief verwijderd huishoudelijk afval vermindert tot gemiddeld 150 kg per inwoner

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - De hoeveelheid definitief verwijderd huishoudelijk afval vermindert tot gemiddeld 150 kg per inwoner In d i cat or De totale hoeveelheid gestorte en verbrande huishoudelijke afvalstoffen (kg per inwoner)

Tr end

Doelber eik

+

94% (2005)

De totale hoeveelheid gestorte en verbrande huishoudelijke afvalstoffen per inwoner verminderde aanzienlijk van 331 kg in 1991 tot 161 kg in 2005. Vaststelling is dat de neerwaartse trend stagneert. Het doel van 150 kg ligt mogelijk nog binnen bereik op voorwaarde dat de achterblijvende gemeenten/steden voldoende inspanningen leveren en het beleid in de andere gemeenten onverminderd wordt verder gezet.

02 MJP08*.indd 70

10-03-2008 09:04:46


themabeleid

71

deel 2

totale hoeveelheid geproduceerde * De huishoudelijke afvalstoffen (per inwoner) brongegevens: Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij 800 700 kg per inwoner

600 500 400

F F

F

F F F

F F F F F F H F F F F

F F

jaarwaarde trendlijn

300 200

H

DOEL (MINA-plan 3)

100

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

8.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 In oktober 2006 (ifest) ging het eerste jaar van het eco-efficiëntiescanprogramma van start. Dit programma wil Vlaamse kmo’s aanzetten tot investeringen in de verbetering van hun eco-efficiëntie. Verder werd ecodesign gepromoot via de ruime verspreiding van een 60-tal cases en de verdere uitbreiding en toepassing van de Ecolizer. Deze tool maakt het voor een ontwerper eenvoudiger om de milieu-impact in te schatten van verschillende productvoorstellen of gebruikte materialen, productieprocessen etc. Ook zijn 12 projecten opgestart in het kader van het presti-5-programma en werd de hernieuwde versie van mambo (het softwarepakket voor bedrijven voor de berekening van de werkelijk afvalkosten) verder verspreid en gepromoot. Het proefproject ‘Berekeningsmodel milieuverantwoord productgebruik voor overheidsinstellingen’ resulteerde eind 2007 in een gebruiksvriendelijke, online-toepassing voor overheidsorganisaties. Verder werd het preventiebeleid van de voorbije 15 jaar geëvalueerd en kreeg de distributiesector meer aandacht in het kader van de verruiming naar een duurzaam materialenbeheer. Meer inzicht werd verworven in de aankoop- en plaatsingsstrategieën van de distributiesector in functie van bijsturing van bestaande productie- en consumptiepatronen. Voor de vier prioritaire bedrijfsafvalstromen zijn analyses uitgevoerd. Voor gemengd bedrijfsafval en dierlijk afval zijn actieprogramma’s lopende. Voor zuren en basen en slib van oppervlakte behandeling van metalen en textielafval en productiegebonden slib zijn deze afgerond. Verder werd gestart met de uitvoering van een nieuwe mullticriteria-analyse voor bedrijfsafvalstoffen (gegevens 2005). Dit zal opnieuw resulteren in een rangschikking van bedrijfsafvalstoffen met de grootste milieu-impact tijdens hun verwerking, wat mogelijk kan leiden tot bijsturing van het beleid. Eind 2006 werd een Rondetafelconferentie gehouden over het bevorderen van de afzetmarkt voor gerecycleerde materialen. Voor een oplossing van deze problematiek wordt gewerkt aan een uitgebreide analyse, wat moet resulteren in een actieprogramma. In juni 2007 is de evaluatie van de aanvaardingsplicht afgerond en is er gestart met de uitvoering van een actieplan ter verbetering van dit instrument. Vier milieubeleidsovereenkomsten doorlopen de goedkeuringsprocedure (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (aeea), reclame- en persdrukwerk, afgewerkte olie en oude

02 MJP08*.indd 71

10-03-2008 09:04:46


Milieujaarprogramma

72

2008

en vervallen geneesmiddelen). Via een wijziging van het vlarea is de aanvaardingsplicht voor landbouwfolies vervangen door het opleggen van een collectief plan, op te maken door de producenten en gebruikers van landbouwfolies. Ook zijn landbouwfolies toegevoegd aan de lijst van de bedrijfsafvalstoffen die selectief moeten worden aangeboden en opgehaald. Een groot aantal controles werd uitgevoerd om toe te zien op de naleving van de verschillende aanvaardingsplichten en het (grensoverschrijdend) afvaltransport. Conform het afvalstoffendecreet vond de verdere invulling van het afvalstoffenbeleid plaats via sectorale uitvoeringsplannen (sup). Afhankelijk van de fase van elk SUP werden de nodige evaluatie, voortgangsrapportering, planning en openbaar onderzoek voorzien. Stimulering van preventie van huishoudelijke afvalstoffen gebeurde in het kader van het sup ‘Huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007’. Een ontwerp van een nieuw sectoraal uitvoeringsplan ‘Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen’ werd opgemaakt en principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 7 september. Het openbaar onderzoek is voorzien van 11 september tot 10 november 2007. De Vlaamse Regering keurde het sup ‘Milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw’ definitief goed. Met dit nieuwe plan wil de Vlaamse Regering de bouwmaterialen en - producten meer milieuverantwoord maken, niet alleen in de afvalfase maar over de gehele materiaalketen vanaf de winning van grondstoffen over de productie van bouwproducten en de toepassing ervan. Het ontwerp sup ‘Baggeren ruimingsspecie’ is verder op punt gesteld in samenwerking met alle betrokkenen en principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 1 juni 2007. De resultaten van het openbaar onderzoek zijn in verwerking. De kern van het uitvoeringsplan is te komen tot de uitbouw van een actief waterbodembeleid, een efficiënt voorkomingsbeleid en een milieuvriendelijk curatief beleid. De nadruk ligt op structurele, gefaseerde oplossingen waarbij preventieve maatregelen samengaan met de capaciteit voor behandeling en eindbestemming. In de Commissie Dierlijk Afval is een akkoord bereikt over een gedeeltelijk vernieuwd financieringssysteem voor de ophaling en verwerking van krengen van landbouwdieren. De Vlaamse Regering keurde een nieuw Besluit dierlijk afval definitief goed op 15 december 2006. In uitvoering van het Actieplan Groenestroom van de Vlaamse Regering is het aanbod van de biomassastromen (al dan niet afval) in kaart gebracht met een overzicht van de stromen die voor groenestroomcertificaten (vergisting, verbranding) in aanmerking komen. Proefprojecten en onderzoek zijn voorzien met de focus op de kwaliteit en de afzet van de (rest)afvalstoffen die ontstaan in het composterings- en vergistingsproces. De wetgeving inzake heffingen op het storten en verbranden van afvalstoffen is grondig bijgestuurd. Zo is het aantal tarieven sterk verminderd. Ook zijn de tarieven voor het storten van brandbaar afval gestegen en een aantal verminderde tarieven voor het storten van recyclageresidu’s zullen geleidelijk verdwijnen. Verder komt er een compensatie voor de niet-fiscale aftrekbaarheid van de milieuheffingen. De wijzigingen traden in werking vanaf 1 januari 2007. Het Vlaamse Gewest is nauw betrokken bij het opstellen van raadsconclusies over de thematische strategie afvalpreventie en recyclage. Deze strategie legt de krijtlijnen vast voor het Europese afvalbeleid van de komende vijf jaar. Ze kondigde onder meer de herziening aan van een aantal afvalrichtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Afval. Ook de besprekingen rond de herziening van de Kaderrichtlijn Afval worden van nabij opgevolgd. Daarnaast is verder gewerkt aan de omzetting van de batterijenrichtlijn in Vlaamse wetgeving en worden de nodige maatregelen genomen om te komen tot een

02 MJP08*.indd 72

10-03-2008 09:04:46


themabeleid

73

deel 2

correcte uitvoering van de nieuwe verordening rond grensoverschrijdende afvaltransporten. De bestaande systemen voor afgifte van scheepsafvalstoffen afkomstig van de zeevaart, jachtvaart en visserij, met inbegrip van de kostendekkingsmechanismen, zijn verder verfijnd. Gestreefd is naar een Europese harmonisatie, vooral m.b.t. de havens binnen de Hamburg - Le Havre range. De ratificatie van het verdrag voor de inzameling van afvalstoffen van de binnenvaart nog wordt verwacht in het najaar van 2007. In 2007 is verder bekeken hoe vanuit de ervaringen van het voorbije en huidige afvalbeleid, elementen kunnen worden aangedragen die het proces rond de verruiming naar een duurzaam materialenbeleid kunnen voeden. In het kader van het SUP ‘Milieuverantwoord materialengebruik en afvalbeheer in de bouw’ werd materialenbeheer geconcretiseerd door de start van twee projecten. Een eerste project betreft de invoering van prestatie-eisen voor materialengebruik in de bouw. Een tweede project is het operationaliseren van het Vlaams milieu-input-outputmodel (zie verder). Voor huishoudelijke afvalstoffen, waar reeds belangrijke stappen gezet zijn in de richting van een duurzaam materialenbeleid, werd eenzelfde verruimingsoefening gemaakt in het nieuwe sup ‘Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen’.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2007 MIDDEN

gerealiseerd

2006 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

gerealiseerd

Aanpassing wetgeving inzake dierlijke bijproducten (dierlijk afval)

2005 MIDDEN

gerealiseerd

Methodiek prioriteitsstelling van materiaalstromen beschikbaar

2007 MIDDEN

gerealiseerd

Definitief actieprogramma voor vier prioritaire bedrijfsafvalstoffen

Huidig e ver wacht ing

(dierlijk, textiel/ productiegebonden slib, gemengd ongedifferentieerd, zuren/basen) Consensus aanpak herbruikbare en eenmalige verpakkingen

2008 EINDE

via LCA en peer review industrie Optimalisering beheer- en opvolgingssysteem voor vraag en aanbod van eindverwerking afval

In d ic a t or en

2006 EINDE

Real i sati e

Doelst elling

Aantal thuiscomposteerders (% van de bevolking)

38 (2006)

40 (2007)

Aantal gescreende bedrijven d.m.v. een eco-efficiëntiescan

357 (2007)

1.000 (2010)

Afwijkingen op stortverboden op jaarbasis (som van HA en BA-cat.2 x 1000 ton)

490 (2007)

200 (2007)

Accenten 2008-2010 In functie van de resultaten van een opnieuw uitgevoerde multicriteria-analyse (mca) zal het beleid verder worden georiënteerd op de bedrijfsafvalstoffen met de grootste milieu-impact. Deze mca beperkt zich tot het bepalen van de milieu-impact van het ophalen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Tegelijkertijd is gestart met een uitgebreide mca voor bedrijfsafvalstoffen waarin de milieu-impact over de volledige materialenketen in beeld wordt gebracht. Daarnaast wordt een nog ruimer analysemodel ontwikkeld voor Vlaanderen waar economische en milieugegevens aan elkaar worden gekoppeld (Vlaams milieu-input-outputmodel). Dit model wordt in de periode 2008-2010 verder geoperationaliseerd.

02 MJP08*.indd 73

10-03-2008 09:04:46


Milieujaarprogramma

74

2008

Voor een meer milieugerichte product– en productieontwikkeling door de industrie wordt de instrumentenmix geoptimaliseerd met specifieke aandacht voor de haalbaarheid van dwingende beleidsinstrumenten, heffingen en taksen en eventuele nieuwe instrumenten (bv. peterschapsprojecten, benchmarkingconvenant). Ook wordt een nieuw subsidieprogramma voorbereid. De mogelijkheden voor meting van afvalpreventie/eco-efficiëntie worden verbeterd en uitgebreid. Hierbij aansluitend wordt gestreefd naar de verdere toepassing van de eco-efficiëntiescan. Op het vlak van productbeleid wordt de samenwerking met de federale overheid en de invloed op het Europese productbeleid waar mogelijk vergroot. Aansluitend op de aanpak voor duurzaam materialenbeheer, wordt een langetermijnvisie ontwikkeld waarbij de aanpak inzake afvalpreventie/ eco-efficiëntie, in een breder maatschappelijk kader wordt geplaatst. Het nieuw Uitvoeringsplan Milieuverantwoord beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen (sup ha) wordt uitgevoerd met een aantal accent(verschuiving)en. Dit zijn in hoofdlijnen: grotere inspanningen voor preventie, de optimalisering van de bestaande of implementatie van nieuwe systemen of instrumenten om de consument tot milieuverantwoorde consumptie aan te zetten, de optimalisering van de selectieve inzameling onder meer op basis van een toetsingskader voor de evaluatie van bestaande en eventueel nieuw in te zamelen selectieve afvalfracties en zo eenvoudig mogelijke en transparante sorteerregels. Ook wordt de nadruk gelegd op de voorbeeldfunctie van de overheid. Inzake milieuverantwoorde recuperatie en eindverwerking wordt een geïntegreerde beleidsvisie uitgewerkt in functie van een verdere optimalisatie én een betere afstemming van enerzijds materiaalrecyclage en anderzijds energetische valorisatie uit afvalstoffen. Dit wordt bijvoorbeeld voor biomassa afval uitgewerkt in het kader van het actieplan Groenestroom van de Vlaamse Regering. Selectieve inzameling en sortering worden verder gericht op het verhogen van de kwaliteit van de te recycleren afvalstoffen waardoor ze sneller op de recyclagemarkt kunnen terechtkomen. In dit verband wordt verder nagegaan hoe de terughoudendheid ten aanzien van het gebruik van gerecycleerde materialen en producten kan worden weggewerkt. Verdere acties worden ondernomen op basis van een analyse van de afzetmarkten. Het principe van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt verder geoperationaliseerd. Er wordt een evaluatiekader voor aanvaardingsplichten ontwikkeld, dat kan toegepast worden op verschillende afvalstromen. In overleg met de betrokkenen wordt een verdere aanpassing van het milieuheffingensysteem voor storten en verbranden onderzocht. Centraal hierbij staat de omschakeling van de huidige inputheffing op het verbranden van afvalstoffen naar een systeem dat in de toekomst is gebaseerd op de aard en hoeveelheid van emissies bij thermische processen. Inzake eindverwerking wordt ook een accent gelegd aan de versnelde afbouw van het storten van hoogcalorisch afval.

Aanpak prioriteiten 2008 Verruiming afvalstoffenbeleid naar een duurzaam materialenbeleid

Een aantal vernieuwende initiatieven met verruimde methoden en aspiraties die onder de noemer van materialenbeheer vallen, zijn lopende: afval- en emissiepreventie, integraal ketenbeheer, eco-efficiëntie, milieuverantwoorde consumptie, secundaire grondstoffen, kringlooptuinieren, enz. Waar nodig worden deze in 2008 versterkt of bijgestuurd in functie van de ontwikkeling naar een duurzaam materialenbeheer. Het opgestarte project waarin een richtinggevend kader wordt voorzien voor milieuprestatievoorschriften op niveau van het gebouw komt op kruissnelheid. De initiatie-

02 MJP08*.indd 74

10-03-2008 09:04:46


themabeleid

75

deel 2

ven die worden opgestart in het kader van de Europese thematische strategie voor een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen worden van nabij gevolgd. Parallel aan de ingezette stapsgewijze verruiming in het gangbare beleid blijven ook het transitieproces duurzaam materialenbeheer (gericht op systeeminnovatie) en het verder operationaliseren van het Vlaams milieu-input-outputmodel (gericht op beleidsonderbouwing) voor de komende jaren een absolute prioriteit. Optimalisering afvalvoorkoming (kwalitatieve en kwantitatieve preventie van bedrijfsafval)

Een tussentijdse effectmeting van het lopende eco-efficiëntiescanprogramma wordt voorzien. In 2008 wordt ook een nieuw subsidieprogramma voorbereid op basis van de evaluatie van presti-5. Een opportuniteit inzake samenwerking met de federale overheid ligt in een nieuw Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling. Verder zal de stimulering van ecodesign plaatsvinden via een ecodesign-award uitgereikt voor ontwerpers naast de bestaande ecodesign-prijs voor studenten. Uitvoering nieuw uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen

In 2008 start de uitvoering van het Uitvoeringsplan Milieuverantwoord beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen (sup ha). Hierbij gaat extra aandacht naar de rol van de distributie bij milieuverantwoorde consumptie. In dit verband start een proefsetting in de distributie rond milieuverantwoorde consumptie in samenwerking met de distributiesector. Ook wordt een meetinstrument ontwikkeld om het aandeel van milieuverantwoorde producten in de totale consumptie op te volgen. Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen verhogen

Voor het wegwerken van de terughoudendheid ten aanzien van het gebruik van gerecycleerde materialen en producten, zal in eerste instantie worden gefocust op de stromen compost en digestaat, puingranulaten en kunststofgranulaten. Verdere acties worden ondernomen op basis van een analyse van de afzetmarkten met ondermeer promotie van de kwaliteit, gebruiksmogelijkheden en hoogwaardige toepassing van secundaire grondstoffen en een doorlichting van de wetgeving over secundaire grondstoffen. Optimalisatie geïntegreerde aanpak rond biomassa afval

In functie van een geïntegreerde beleidsvisie inzake biomassa afval wordt een zogenaamd toetsingskader uitgewerkt. Dit kader zal een ondersteuning bieden bij het afwegen van keuzes betreffende materiaalrecyclage en energetische valorisatie van bepaalde biomassastromen. Op Europees niveau werkt Vlaanderen actief samen met verschillende lidstaten om druk te leggen op de Europese Commissie om een richtlijn bio-afvalstoffen op te stellen. Aanpassing van de milieuheffing voor storten en verbranden

De impact van het vereenvoudigde milieuheffingensysteem voor storten en verbranden zal in 2008 nauw worden opgevolgd. Het onderzoek i.v.m. de mogelijke omschakeling naar een emissieheffing is inmiddels opgestart. Optimale benutting van de verbrandingscapaciteit

Om het storten van hoogcalorisch afval versneld af te bouwen, zal naast selectieve inzameling ook de nadruk worden gelegd op het ontwikkelen van een gepaste capaciteit met verhoogde energetische benutting, ondermeer door warmtekrachtkoppeling (wkk), co-verbranding, gunstige locatie en het verder opvolgen van de stortverboden

02 MJP08*.indd 75

10-03-2008 09:04:46


Milieujaarprogramma

76

2008

voor bedrijfsafvalstoffen. Er wordt onderzocht hoe in nieuwe projecten - waarbij energie uit afval gevaloriseerd wordt - het principe van wkk in toepassing kan worden gebracht. Toepasbaarheid afvalstoffenbeleid optimaliseren en illegale praktijken van afvalbehandeling en ontwijkingsgedrag verminderen

In 2008 zal een toetsingskader voor ex-ante evaluaties uitgewerkt worden waarbij ook onderzocht wordt of een vorm van producentenverantwoordelijkheid aangewezen is. Het nieuwe handhavingsdecreet zal toelaten efficiënter en met meer impact overtredingen tegen de afvalstoffenwetgeving aan te pakken. Om het sluikstorten en ontwijkingsgedrag tegen te gaan, zullen op regelmatige basis communicatie- en sensibiliseringscampagnes worden voorzien. Campagnes, evenals de uitvoering van proefprojecten en een optimalisering van de handhaving zijn eveneens voorzien in de verdere aanpak van het zwerfvuil. Er zal hierbij intensiever worden samengewerkt tussen het Vlaamse Gewest, de lokale overheden en de bedrijfswereld. Naleving van de verplichtingen inzake selectieve inzameling van bedrijfsafvalstoffen door kmo’s, wordt gestimuleerd via de verdere uitwerking van het gisti-programma en de opstart van nieuwe acties in het kader van het goa-project (gemengd ongedifferentieerd afval). Nagegaan zal worden hoe onvermijdbaar goa (bedrijfsafval waarvan de selectieve inzameling niet haalbaar is) het efficiëntst uitgesorteerd of nagescheiden kan worden. Meer impact op de Europese besluitvorming inzake afval- en materialenbeleid

In de Europese thematische strategie afvalpreventie en -recyclage zijn initiatieven aangekondigd die door de Commissie zullen worden opgezet voor de verdere uitbouw van het Europese afval- en materialenbeleid of de herziening ervan. Het gaat o.m. om de herziening van de Kaderrichtlijn Afval, de verbrandingsrichtlijn en de aeea-richtlijn, de uitwerking van Europese criteria voor het markeren van het einde van afval en de uitbreiding van de ippc-richtlijn naar meer afvalverwerkingsactiviteiten. Op elk van deze domeinen wordt actief deelgenomen aan de Europese besluitvorming om de ervaringen van het Vlaamse afvalbeleid maximaal te valoriseren.

02 MJP08*.indd 76

10-03-2008 09:04:46


themabeleid

77

deel 2

9. Verstoring van Watersystemen 9a. Integraal Waterbeleid 9.a.1 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 bepaalt het juridisch en organisatorisch kader voor het waterbeleid in Vlaanderen. De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (ciw) staat in voor de coördinatie van het integraal waterbeleid op Vlaams niveau. Het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006 geeft richtlijnen aan de lokale, provinciale en gewestelijke overheden voor de toepassing van de watertoets bij het afleveren van een vergunning. Verder werd binnen de ciw een voorstel van uitvoeringsbesluit over de financiële instrumenten van het decreet Integraal Waterbeleid (onteigening, recht van voorkoop, aankoopplicht en vergoedingsplicht) voorbereid. Op het niveau van de internationale stroomgebieden staan de Internationale Scheldecommissie (isc) en de Internationale Maascommissie (imc) in voor de coördinatie van het waterbeheer en van de opmaak van de internationale stroomgebiedbeheerplannen. Binnen de isc geeft het door Vlaanderen geleide Scaldit-project een belangrijke impuls aan de samenwerking tussen de verschillende oeverstaten en -gewesten. Het Scalditproject werd verlengd tot 30 juni 2008. In 2006 werden de eerste stappen gezet naar een internationaal stroomgebiedbeheerplan voor de Schelde. In 2007 en 2008 ligt de focus van het Scaldit-project op de kosteneffectiviteit van maatregelen. Op bekkenniveau werden in oktober 2006, onder voorzitterschap van de provinciegouverneurs, elf bekkenbesturen opgericht. De bekkenbesturen richtten elk een bekkensecretariaat op en gaven hun fiat om het bekkenbeheerplan en de deelbekkenbeheerplannen in openbaar onderzoek te laten gaan. In dit kader nam het bekkenbestuur een beslissing over de bindende bepalingen van het bekkenbeheerplan en over de onderlinge afstemming van de bekkenbeheerplannen en de deelbekkenbeheerplannen. De oprichtingsvergaderingen van de bekkenraden, onder voorzitterschap van de bekkencoördinatoren, vonden plaats in november 2006. Op lokaal niveau werden op initiatief van de provincies 53 waterschappen opgericht. Van 22 november 2006 tot en met 22 mei 2007 werden de bevolking en maatschappelijk actoren via een openbaar onderzoek geïnformeerd over de elf ontwerp-bekkenbeheerplannen en de bijhorende deelbekkenbeheerplannen. Gelijktijdig liep het openbaar onderzoek over het tijdschema en het werkprogramma voor het opstellen van de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas en over de waterbeheerkwesties, de grote thema’s waardoor de Vlaamse wateren het risico lopen de goede toestand in 2015 niet te halen. De burger werd wegwijs gemaakt in het openbaar onderzoek via de communicatiecampagne ‘Vol van water’. Op basis van de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde reacties en adviezen verleenden de bekkenbesturen hun goedkeuring aan de ontwerpbekkenbeheerplannen (augustus - september 2007). De bekkenbesturen maakten intussen de plannen over aan de CIW voor afstemming met de andere bekkenbeheerplannen en de waterbeleidsnota. De door de kaderrichtlijn Water verplichte monitoringprogramma’s voor oppervlaktewater en grondwater zijn operationeel sinds begin 2007 en werden ook formeel door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 14/09/2007. Deze programma’s bouwen voort op de bestaande monitoringprogramma’s die - waar noodzakelijk - werden aangepast of aangevuld met nieuwe programmaonderdelen. Ter voorbereiding van de nieuwe moni-

02 MJP08*.indd 77

10-03-2008 09:04:46


Milieujaarprogramma

78

2008

toringprogramma’s werden ecologische studies uitgevoerd, werd het beoordelingskader voor waterlopen uitgebreid met bijkomende biologische, hydromorfologische en fysisch-chemische kenmerken en werd afgestemd met de andere gewesten en lidstaten binnen de internationale stroomgebiedsdistricten. Om het onderzoek met betrekking tot water in Vlaanderen te stimuleren en bij te dragen tot een verdere wetenschappelijke onderbouwing van het waterbeleid organiseert de ciw eind 2007 een congres m.b.t. watersysteemkennis. Ondertussen werd in 2007 verder geïnvesteerd in de kwantificering van de diffuse bronnen van waterverontreiniging. Voor zware metalen werden de verliezen vanuit bouwmetalen beter in kaart gebracht en werd de evolutie van de diffuse bronnen bepaald voor drie referentiejaren. Voor nutriënten werden, met behulp van het sentwa-model, de verliezen vanuit de landbouw doorgerekend voor 2006. Voorts werd de belasting van het oppervlaktewater met bzv en czv vanuit de landbouw en natuur in beeld gebracht. Ter verdere onderbouwing van het Milieukostenmodel Water werd de kostenefficiëntie van een aantal landbouwmaatregelen bepaald, Dit alles moet toelaten de meest kostenefficiënte maatregelen te bepalen voor opname in de stroomgebied- en bekkenbeheerplannen.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl p a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2006 EINDE

op schema

2008 EINDE

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2007 BEGIN

2008 EINDE

op schema

2008 EINDE

Real i sati e

Doelst elling

Aantal afgewerkte ontwerp-bekkenbeheerplannen

11 (2006)

11 (2006)

Aantal opgestarte operationele bekkenmodellen

3 (2007)

11 (2006)

Klassegrenzen tussen hoge, goede en matige ecologische toestand van oppervlaktewater liggen vast Openbaar onderzoek van alle deelbekkenbeheerplannen loopt samen met het openbaar onderzoek van de bekkenbeheerplannen Opmaak van de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen (incl. maatregelenprogramma’s)

In d i c a t o r e n

Accenten 2008-2010 Het kader blijft de Europese kaderrichtlijn Water (krw) en het Vlaams decreet Integraal Waterbeleid (diw). Hier en daar worden de maatregelen uitgebreid of aangepast aan de verlengde planperiode; bv. voor de bekken- en deelbekkenbeheerplannen en de monitoringprogramma’s zal het accent verschuiven van opmaak naar uitvoering, de verplichte deadlines voor de periode 2008-2010 zullen worden opgenomen etc. Essentieel voor het vervolgtraject blijft daarnaast de effectieve realisatie van het integraal waterbeleid op het terrein. Cruciaal is de nood aan verdergaande afstemming met het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening. Ook een volgehouden intergewestelijke en internationale afstemming blijft een belangrijk punt.

02 MJP08*.indd 78

10-03-2008 09:04:47


themabeleid

79

deel 2

Nieuwe maatregelen (2008-2010) Omzetting van de nieuwe Europese richtlijnen water Dochterrichtlijn Prioritaire stoffen Zwemwaterrichtlijn

Deze dochterrichtlijn van de kaderrichtlijn Water zal milieukwaliteits-

Op 24 maart 2006 trad de nieuwe zwemwaterrichtlijn in werking.

normen en reductiemaatregelen vaststellen voor een reeks van 33

De richtlijn legt bepalingen vast voor de controle en de indeling van

prioritaire stoffen. Het voorstel werd door de Europese Commissie

de zwemwaterkwaliteit, het beheer van de zwemwaterkwaliteit en

bekendgemaakt op 17 juli 2006.

het verstrekken van informatie over de zwemwaterkwaliteit aan het Overstromingsrichtlijn

publiek.

Deze richtlijn moet nog een deel van het Europese beslissingsproDochterrichtlijn Grondwater

ces doorlopen en is gericht op een afname van de kans op over-

Deze Grondwaterrichtlijn is een aanvulling op de kaderrichtlijn Water

stromingen en de potentiële gevolgen van overstromingen voor de

voor wat betreft de grondwaterkwaliteitsaspecten en verscheen op

gezondheid van de mens, voor het milieu, voor de infrastructuur en

27 december 2006 (2006/118/EG).

voor de eigendommen.

De uitwerking van de watertoets en van de financiële instrumenten van het diw zal worden afgerond. Ook het Rubicon-fonds wordt geoperationaliseerd. In 2007 werd door een besluit van de Vlaamse Regering een aanzet gegeven om projecten in dat kader te subsidiëren. In 2008 wordt dit besluit geëvalueerd met het oog op een mogelijke verruiming van het toepassingsgebied en een afstemming met de andere subsidiebesluiten terzake. De ciw zal in 2008 de noodzaak van een specifiek uitvoeringsbesluit inzake het beheer van de oeverzones onderzoeken dan wel aangeven dat dit via de bestaande instrumenten kan geregeld worden. De Vlaamse Hydrografische Atlas wordt steeds vaker als referentie gebruikt, maar heeft tot op vandaag geen wettelijk statuut. Binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid wordt hieraan gewerkt (tegen 2012). Eind 2009 worden de overkoepelende stroomgebiedbeheerplannen en maatregelenprogramma’s voor de internationale stroomgebiedsdistricten van Schelde en Maas opgemaakt binnen de Internationale Schelde- en Maascommissie. De klemtoon zal liggen op de grensoverschrijdende samenwerking. Uiterlijk eind 2010 dient de Vlaamse Regering een tweede Waterbeleidsnota goed te keuren. De door de krw verplichte monitoringprogramma’s, met onder meer verscheidene nieuwe kwaliteitselementen betreffende biologie, fysico-chemie en hydromorfologie, worden operationeel. In de ontwerpstroomgebiedbeheerplannen zal aan de hand van de nieuwe monitoringresultaten een vollediger beeld gegeven worden van de toestand van de oppervlaktewater- en grondwaterlichamen en daarmee ook van de kloof met de te bereiken toestand. Deze informatie is noodzakelijk voor het bepalen van de noodzakelijke maatregelen. Indien ook de andere oeverstaten binnen het Maasstroomgebied deelnemen, zal het waterkwaliteitsmodel uitgebreid worden tot het volledige stroomgebied (momenteel is enkel het Waalse gedeelte gemodelleerd). De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (ciw) zal een informatiesysteem Watersysteemkennis uitbouwen, bestaande uit drie luiken: (1) de uitbouw van een online expertennetwerk, (2) de ontsluiting van beschikbare meetgegevens en de bijhorende metadata en (3) de ontsluiting van metadata over literatuur, publicaties, studies (ontsluiting bibliotheeksystemen). Tegen eind 2009 wordt een geoloket uitgebouwd met informatie per waterlichaam over de waterbeheerder, de milieudoelstellingen en de eventuele afwijkingen. Ter onderbouwing van de stroomgebiedbeheerplannen en maatregelenprogramma’s komt er bijkomend onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op watersystemen, zowel m.b.t. de watervoorraden en de hoogwaterproblematiek als naar de samenstelling van de ecosystemen.

02 MJP08*.indd 79

10-03-2008 09:04:47


Milieujaarprogramma

80

2008

Aanpak prioriteiten 2008 De omzetting van de (nieuwe) Europese richtlijnen water

De zwemwaterrichtlijn (2006/7/ec) dient tegen 24 maart 2008 omgezet te zijn naar Vlaamse wetgeving. Voortaan dienen jaarlijks alle zwemwateren aangeduid te worden en dient de duur van het badseizoen vastgesteld te worden. Dit zal voor het eerst gebeuren in het voorjaar van 2008. In 2008 dient eveneens de aangepaste monitoring en beoordeling van de zwemwaterkwaliteit operationeel te zijn (strandzones Noordzee: 40 badzones; binnenwateren: 89 zwem- en recreatiezones). Op basis van de nieuwe richtlijn zal een pro-actief beheer van de zwemwaterkwaliteit moeten gevoerd worden, waarbij de vervuilingsbronnen in kaart moeten worden gebracht en worden beschreven in zogenaamde kwetsbaarheidprofielen. Deze profielen dienen beschikbaar te zijn in 2011 en worden in 2008 verder voorbereid. De Grondwaterrichtlijn (2006/118/eg) is een dochterrichtlijn van de kaderrichtlijn Water en verscheen op 27 december 2006. De uiterste datum voor omzetting in Vlaamse wetgeving is 16 januari 2009. De procedure voor de vaststelling van de milieukwaliteitsnormen voor grondwater zal reeds in 2008 starten. Op die manier zijn de normen beschikbaar als onderdeel van het globale beoordelingskader op het ogenblik dat de ontwerp stroomgebiedbeheerplannen in openbaar onderzoek gaan. De dochterrichtlijn Prioritaire stoffen is eveneens een aanvulling op de kaderrichtlijn Water en zal milieukwaliteitsnormen vaststellen voor een reeks van 33 prioritaire stoffen. Een eerste voorstel werd door de Europese Commissie bekendgemaakt op 17 juli 2006 maar de procedure tussen Raad en Parlement zal uitlopen in een tweede lezing en dus nog doorlopen in 2008. Op 25 april 2007 bereikten de Europese Raad en Parlement een akkoord over de richtlijn over overstromingsbeoordeling en -beheer. De voorbereiding van de omzetting zal reeds in 2008 worden aangevat. De richtlijn legt de lidstaten volgende stapsgewijze aanpak op: bepalen van de voorlopige overstromingsriscio’s tegen uiterlijk 2011; voor de gebieden waar een significant overstromingsrisico bestaat: in kaart brengen van gevaren en risico’s tegen 2013; tegen 2015 dienen tenslotte voor deze zones beheerplannen voor overstromingsrisico opgesteld te zijn. Hierbij is internationaal overleg verplicht, evenals het inschatten van de gevolgen van klimaatswijziging. Verdere ontwikkeling van het juridisch instrumentarium voor integraal waterbeleid

Binnen de CIW werd een voorstel van uitvoeringsbesluit over de financiële instrumenten (onteigening, recht van voorkoop, aankoopplicht en vergoedingsplicht) in uitvoering van het decreet Integraal Waterbeleid voorbereid. Deze instrumenten zijn van toepassing op de oeverzones en overstromingsgebieden afgebakend in de (deel) bekkenbeheerplannen. Na de goedkeuring van deze plannen, voorzien uiterlijk op 22 december 2007, kunnen de financiële instrumenten concreet toegepast worden. In 2008 wordt gestart met de voorbereidingen voor een juridisch statuut voor de VHA tegen 2012, met o.m. een verdere digitalisering van de waterlopen en watervlakken. Het vastleggen van de klassengrenzen voor de goede toestand

De ontwerp-milieudoelstellingen zullen begin 2008 beschikbaar zijn, zodat de Vlaamse Regering de vaststellingsprocedure overeenkomstig het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid kan opstarten. Op deze manier is dit cruciale beoordelingskader tijdig beschikbaar voor de opmaak en het openbaar onderzoek van de stroomgebiedbeheerplannen.

02 MJP08*.indd 80

10-03-2008 09:04:47


themabeleid

81

deel 2

De ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen en maatregelenprogramma’s

De opmaak van de ontwerp stroomgebiedbeheerplannen (incl. maatregelenprogramma’s) voor Schelde en Maas tegen 22/12/2008 is een kerntaak voor 2008. In de stroomgebiedbeheerplannen wordt alle kennis inzake toestand, belasting, milieudoelstellingen, mogelijke maatregelen en bijhorende (kosten)afwegingen, en de onderbouwing voor uitzonderingen samengebracht, zowel op Vlaams als op internationaal niveau. Bij de opmaak van de maatregelenprogramma’s zal een kosteneffectiviteitsanalyse bijdragen tot het samenstellen van een zo kosteneffectief mogelijk maatregelenpakket. Daarnaast is een beter inzicht nodig in de kostenterugwinning van de waterdiensten voor de doelgroepen bevolking, industrie en landbouw om het kostenterugwinningsbeginsel vorm te kunnen geven. De bekken- en deelbekkenbeheerplannen

De eerste bekkenbeheerplannen, met toegevoegde deelbekkenbeheerplannen, worden uiterlijk tegen 22 december 2007 door de Vlaamse Regering vastgesteld. Vanaf 2008 dienen jaarlijks de bekkenvoortgangsrapporten opgesteld te worden. Deze rapporten bevatten een geïntegreerd voortgangsverslag van de stand van uitvoering van het bekkenbeheerplan en een opgave van de nog te verrichten activiteiten en te nemen maatregelen in het bekken. Het uitvoeren van de geïntegreerde monitoringprogramma’s

De aangepaste monitoringprogramma’s voor oppervlaktewater en grondwater, met onder meer kwaliteitselementen betreffende biologie, fysico-chemie en hydromorfologie zullen een meer volledig beeld geven van de toestand van de oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. Waar nodig zal dit aanleiding geven tot bijsturingen en aanpassingen van deze monitoringprogramma’s.

02 MJP08*.indd 81

10-03-2008 09:04:47


Milieujaarprogramma

82

2008

9b. Verontreiniging van oppervlaktewater 9.b.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de basiskwaliteit voor biochemisch zuurstofverbruik (bzv) verhogen tot 66%

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de basiskwaliteit voor biochemisch zuurstofverbruik (bzv) verhogen tot 66% In d i cat or Percentage meetplaatsen van het oppervlaktewatermeetnet dat voldoet aan

Tr end

Doelber eik

++

68% (2006)

de basiskwaliteit voor BZV

Het aantal meetplaatsen dat in 2006 voldeed aan de basiskwaliteit voor bzv bedroeg 45%. De evolutie van de laatste 10 jaar wijst op een aanzienlijke verbetering, maar met sterke schommelingen per meetjaar. Of de doelstelling in 2007 zal gehaald worden, blijft daarom onzeker.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de basiskwaliteit voor biologische kwaliteitsnorm verhogen tot 40%

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de basiskwaliteit voor biologische kwaliteitsnorm verhogen tot 40% In d i cat or

Tr end

Percentage meetplaatsen van het oppervlaktewatermeetnet met een BBI-score

Doelber eik

+

75% (2005)

van ten minste 7

Tot 2001 schommelde het percentage al enige jaren rond 25%. Sinds 2002, en ook in 2006, voldoet ongeveer 30% van de meetplaatsen aan de biologische kwaliteitsnorm.

Plandoelstelling (mina-plan 3) Op maximaal 25% van de meetplaatsen met een goede of zeer goede biologische kwaliteit (situatie 2001) is de toestand verslechterd in 2007

Plandoelstelling (mina-plan 3+) De biologische kwaliteit van de meetplaatsen mag niet verslechteren In d i cat or Percentage van de goede meetplaatsen waar de biologische kwaliteit (BBI) niet

Tr end

St at us

n.v.t.

8%

n.v.t.

/

is verslechterd, vergeleken op jaarbasis Percentage van alle meetplaatsen waar de biologische kwaliteit (BBI) niet is verslechterd, vergeleken op jaarbasis

02 MJP08*.indd 82

10-03-2008 09:04:47


themabeleid

83

deel 2

Van de 52 meetplaatsen die in 2001 een goede of zeer goede kwaliteit hadden en die in 2006 opnieuw bemonsterd zijn, waren er 4 (8%) die signiďŹ cant lager (minimaal twee indexpunten) scoorden dan in 2001.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Verhogen van de zuiveringsgraad huishoudens tot 80%

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Verhogen van de zuiveringsgraad huishoudens tot 80% In d ic a t or

Tr end

Doelber eik

+

83% (2006)

Zuiveringsgraad van de huishoudens (percentage inwoners aangesloten op een operationele openbare zuiveringsinstallatie)

De zuiveringsgraad neemt gestaag toe; eind 2006 bedroeg deze 66,6%. Van de geplande 23% vooruitgang (in 2001 bedroeg de zuiveringsgraad immers 57%) werd dus nog maar 9,6% bereikt. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de doelstelling in 2007 zal gehaald worden.

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Verhogen van de aansluitingsgraad tot 100% in 2010 In d ic a t or Aansluitingsgraad: de mate waarin geplande collectieve zuiveringen (investerings- en

Tr end

St at us

n.v.t.

81% (2006)

optimalisatieprogrammaâ&#x20AC;&#x2122;s) uitgevoerd zijn, uitgedrukt via % inwoners

De aansluitingsgraad bedraagt in 2006 80,6% en dit betekent een stijging van 1,4% in vergelijking met 2005.

meetplaatsen van het oppervlaktewatermeetnet *% met een BBI-score van tenminste 7 brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij 50 45 H

40

F

percentage

35 30 25

F

20 15 F

F F

F F F F

F F

F F F F F

F

trendlijn

F F

10 5

jaarwaarde

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

02 MJP08*.indd 83

10-03-2008 09:04:47


Milieujaarprogramma

84

2008

9.b.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Om de richtlijn Stedelijk Afvalwater versneld te kunnen uitvoeren, definieerde het Vlaamse Gewest een aantal prioritaire projecten in de agglomeraties groter dan 10.000 inwonerequivalent (ie) en in de agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 ie (onder de titel ersa-p). Tevens werden een aantal acties ondernomen om de resterende doorlooptijd voor deze projecten tot een minimum te beperken. De uitvoering van de projecten worden nauwgezet opgevolgd via maandelijks overleg tussen het Vlaamse Gewest en nv Aquafin. Deze aanpak heeft er toe geleid dat projecten die meerdere jaren geblokkeerd waren, in 2005, 2006 of 2007 konden aanbesteed worden. Zo zijn de werken aangevat voor vijf van de zes nog te bouwen rwzi’s in agglomeraties groter dan 10.000 ie, m.n. voor de installaties van Grimbergen, Beveren, Bambrugge, Merchtem en Beveren-Leie. Voor de eerste drie installaties wordt verwacht dat ze nog eind 2007 in gebruik kunnen genomen worden. De installatie van Brussel-Noord zit sinds eind 2006 in opstartfase. Het Optimalisatieprogramma 2008-2012 werd op 29 september 2006 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Het programma bevat projecten voor de optimalisatie van het toevoerend stelsel, de bouw van kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (kwzi’s), de renovatie van rioolwater-zuiveringsinstallaties (rwzi’s) en de aansluiting van vuilvracht, voornamelijk ter optimalisatie van het buitengebied. De 100 projecten die op het programmajaar 2008 zijn opgenomen, werden intussen ter uitvoering opgedragen aan de nv Aquafin. De vmm oefent zowel het ecologisch als het economisch toezicht op de uitbouw en het beheer van de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur uit. Het indicatorenkader voor de beoordeling van de kwaliteit van de werking van de rioleringsstelsels en de rwzi’s werd in samenwerking met Aquafin onderzocht op praktische toepasbaarheid in 16 proefgebieden. De resultaten van dit proefproject werden begin 2007 geëvalueerd met het oog op een ruimere toepassing van het kader. Midden 2007 is de gemeentelijke zuiveringsinfrastructuur in ruim de helft van Vlaanderen doorgelicht. Hierbij werden 5.800 knelpunten geïnventariseerd. Hiermee zijn de gebieden doorgelicht die het meest problematisch zijn m.b.t. de verdunning van het afvalwater. Verdunning leidt immers tot een lager rendement van de zuiveringsinstallaties. Aan de rwzi’s werden naast de effluentconcentraties ook minimale verwijderingspercentages opgelegd (“kleine vlaremtrein”). Voor 200 rwzi’s die de minimale verwijderingspercentages niet zonder meer kunnen halen werden de te behalen verwijderingspercentages aangepast. Hierbij werden de voorgestelde herstelprogramma’s in de vergunningen geïmplementeerd. Voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting worden de afspraken vastgelegd in een contract tussen de drinkwatermaatschappij en de gemeente of een gemeentebedrijf, een samenwerkingsverband van gemeenten, een intercommunale of een andere entiteit aangesteld door de gemeente. Tot nog toe werden 526 contracten afgesloten, vaak op het niveau van een deelgemeente. Voor 22 (deel)gemeenten is er nog geen contract. 456 contracten voorzien in een gemeentelijke bijdrage/vergoeding, waarbij slechts in één op drie de gemeentelijke bijdrage hoger is dan de bovengemeentelijke. Hieruit blijkt dat er nog belangrijke optimalisatiemogelijkheden zijn op gemeentelijk vlak. Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke sane-

02 MJP08*.indd 84

10-03-2008 09:04:47


themabeleid

85

deel 2

ringsverplichting en het vaststellen van de zoneringsplannen beschrijft de procedure voor de opmaak van de zoneringsplannen. Het vaststellen van de zoneringsplannen gebeurt in verschillende fasen. De eerste fase, het versturen van het voorontwerp van zoneringsplan aan de gemeente, werd afgerond in februari 2007. Hierna beschikt de gemeente over 90 dagen om haar keuze omtrent individuele of collectieve zuivering te maken. Op basis van de ontvangen reactie, maakt de vmm het ontwerp zoneringsplan op. Dit is voor ruim 300 gemeenten gebeurd. Dit ontwerpplan wordt door de gemeente onderworpen aan een openbaar onderzoek. Na het verwerken van de ingediende reacties en de goedkeuring van het eventueel aangepaste plan door de gemeenteraad, kan overgaan worden tot de definitieve goedkeuring van het plan. De eerste definitieve zoneringsplannen worden verwacht in oktober 2007. Aangezien vlarem niet langer compatibel is met dit besluit werd een voorstel tot aanpassing van vlarem ii uitgewerkt en besproken met alle betrokkenen. In 2006 werden twee kwartaalprogramma’s voor de aanleg van gemeentelijke rioleringen en de bouw van gemeentelijke kwzi’s voor het kalenderjaar 2007 goedgekeurd. Hierop werden 185 projecten opgenomen voor een totaal geraamd investeringsbedrag van ongeveer 170 miljoen euro. Er werd voorrang gegeven aan gemeentelijke rioleringswerken die in een gecombineerd dossier met werken van NV Aquafin dienen uitgevoerd te worden, met het oog op de naleving van de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Daarnaast werd vooral prioriteit gegeven aan projecten waarbij het afvalwater door middel van een volledig gescheiden stelsel wordt afgevoerd of waarbij aanzienlijke verharde en/of onverharde oppervlakten worden afgekoppeld. In februari 2007 werd het gecombineerde derde en vierde kwartaalprogramma 2007 goedgekeurd (22 projecten ten belope van 42 miljoen euro) en in mei 2007 het eerste kwartaalprogramma 2008 (138 projecten ten belope van 134 miljoen euro). Bedrijven kunnen voor de sanering van hun afvalwater afkomstig van de eigen waterwinning onder bepaalde voorwaarden rechtstreeks een contract afsluiten met de nv Aquafin. De vereenvoudigde procedure, van kracht in 2005, leidde tot 278 contracten voor het jaar 2005. In de periode januari 2006-juni 2007 werden 450 contractaanvragen geadviseerd aan de minister van Leefmilieu. In 2006 resulteerde dit in 257 saneringscontracten, meestal met een looptijd van 20 jaar. In het kader van de heffingen voor grootverbruikers werd de huidige sectorindeling geëvalueerd en werd een methodologie opgemaakt voor het herbepalen van de omzettingscoëfficiënten van de grootverbruikers. De resultaten voor de sectoren natwasserijen, textiel/leerlooierijen en groenteconservenbedrijven worden momenteel verwerkt en de herberekening van andere sectoren wordt voorbereid. Op basis hiervan worden nieuwe omzettingscoëfficiënten voorgesteld. De omzendbrief afvalwater van 23 september 2005 zoekt naar een evenwicht tussen de afkoppelingskosten voor bedrijven en de te realiseren verbetering van de waterkwaliteit zonder dat de lozing van bedrijfsafvalwater de werking van de zuiveringsinfrastructuur hypothekeert. Binnen de ciw hebben de waterbeheerders en diverse afvalwateractoren een gezamenlijke visie op het afvoeren van hemelwater en gezuiverd afvalwater uitgewerkt. Deze moet zorgen voor uitvoerbare saneringsscenario’s voor de afkoppeling van hemelwater en/of gezuiverd afvalwater van de riolering waarbij de bestaande infrastructuur (grachten, gemeenschappelijke buffering, etc.) zoveel mogelijk wordt ingeschakeld. Bij de herziening van vergunningen worden de uitgangspunten van het in 2005 geactualiseerde Reductieprogramma Gevaarlijke Stoffen geïmplementeerd. Om de lozing van de steeds meer niet-klassieke stoffen in afvalwater te normeren wordt de ecotoxnormering uitgewerkt in concrete vergunningsvoorwaarden en dit ter vervanging en ter aanvulling van te extensieve lozingsvoorwaarden. Daarnaast gebeurt er een -ad

02 MJP08*.indd 85

10-03-2008 09:04:47


Milieujaarprogramma

86

2008

hoc- actualisatie van de sectorale voorwaarden op basis van bbt-studies en beschikbare meetgegevens. Het emissie-register water werd afgestemd op het geïntegreerde formulier van het Integraal Milieu Jaarverslag (imjv). Verder werd de analyse afgerond om dit register af te stemmen op de Europese prtr-verordening (Pollutant Release and Transfer Registerverordening). Deze verordening regelt de instelling van een volledig geïntegreerde emissie-inventaris voor lucht, water en bodem en ook voor de opname van transfers van verontreinigde stoffen en afvalstoffen per inrichting waar een belastende activiteit plaatsvindt. De inventaris moet via het internet toegankelijk worden gemaakt voor het publiek. Voor de optimalisatie en uitbreiding van de waterbodemdatabank werd bekeken hoe bijkomende toetsingskaders in het systeem kunnen voorzien worden en hoe de kwantitatieve bepaling van baggerspecie kan geïntegreerd worden. Er wordt ook een aparte module voor het meetnet zwevend stof voorzien. Het awis (AfvalWater Informatie Systeem) wordt verder afgewerkt en komt midden 2008 in productie. Aansluitend wordt voorzien in de uitbreiding van het awis-systeem met modules voor de opvolging van gewestelijke en gemeentelijke investeringsprojecten voor de zuiveringsinfrastructuur.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Agglomeraties groter dan 2.000 IE beschikken over een opvang-

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2005 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

2006 EINDE

vertraagd

en behandelingssysteem Inschatting gevolgen van nieuw mestdecreet (MAP3)

In d i cat or en

Real i sati e

Doelst elling

Aantal gesubsidieerde projecten gemeentelijke rioleringen

185 (2006)

Aantal afgesloten contracten tussen bedrijven en NV Aquafin

257 (2006)

Percentage gemeentelijke infrastructuur doorgelicht (t.o.v. straatlengte riolering)

50 (2006)

100 (2007)

Aantal gemeenten waarvoor voorontwerp van zoneringsplan werd aangeleverd

308 (2006)

308 (2006)

Aantal gemeenten waarvoor zoneringsplan werd goedgekeurd

100 (2007)

308 (2007)

Aantal meetpunten overstortmeetnet

260 (2006)

600 (2006)

Accenten 2008-2010 Een verdere realisatie van investerings- en optimalisatieprogramma’s dringt zich sterk op om de doelstellingen van de krw te halen. Door een verdere optimalisatie van de waterzuiverings- en rioleringsinsfrastructuur (o.a. de aanleg van gescheiden rioleringsstelsel, de uitbreiding van rwzi’s met nutriëntverwijdering) en de verdere aansluiting van inwoners op rwzi’s kan nog een ruime milieuwinst geboekt worden. Hierbij zal de nodige aandacht worden besteed aan het onroerend erfgoed. Tenslotte dient in landelijke gebieden het afvalwater gezuiverd te worden door ofwel kleinschalige zuiveringsinstallaties, ofwel individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater. Enerzijds wordt bij de vergunningen voor het lozen van bedrijfsafvalwater prioriteit gegeven aan de uitvoering van het Reductieprogramma Lozing Gevaarlijke Stoffen 2005. Anderzijds zullen de sectorale lozingsvoorwaarden herzien worden steunend op

02 MJP08*.indd 86

10-03-2008 09:04:48


themabeleid

87

deel 2

o.a. de Europese bref-documenten (bbt-referentiedocumenten) en eigen Vlaamse bbtstudies. De bref-documenten zullen vertaald worden in Vlaamse bbt-studies. Bovenop de effluentnormen zoals vastgelegd in bestaande regelgeving en in de respectieve milieuvergunningen van de rwzi’s, willen we komen tot een optimalisatie van het functioneren van de rwzi’s via een resultaatsgerichte beheersovereenkomst met NV Aquafin. De verdunnings- en overstortproblematiek worden aangepakt. Er zal voorbereidend werk gebeuren om het afvalwaterheffingsysteem voor oppervlaktewater- en rioollozers aan te passen en te vereenvoudigen (cfr. prioriteiten 2008)

Aanpak prioriteiten 2008 Investeringsprogramma’s voor de bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur opmaken

Om de beoogde uitvoeringstermijn van de ersa-p-projecten te behalen (eind 2008 ), zullen nog bijkomende acties nodig zijn. Bovendien blijft Vlaanderen, via het Optimalisatieprogramma 2009-2013 en het Subsidiëringsprogramma 2008-2012, verder investeren in de optimalisatie en renovatie van de bovengemeentelijke en gemeentelijke infrastructuur. Tegen augustus 2008 wordt het Optimalisatieprogramma 2010-2014 opgemaakt. Uitvoering van de zoneringsplannen

Verwacht wordt dat tegen eind 2007 een honderdtal zoneringsplannen zullen goedgekeurd zijn. In 2008 zullen de resterende ontwerp-zoneringsplannen nog moeten worden aangepast tot zoneringsplannen. De methodiek voor de opmaak van de gemeentelijke gebiedsdekkende uitvoeringsplannen wordt verder uitgewerkt en toegepast op 12 proefgebieden. Na de aanpassing van vlarem ii aan de nieuwe reglementering van de zoneringsplannen inzake de afkoppeling van hemelwater en de bouw van iba’s (individuele behandeling van afvalwater) moet er aandacht zijn voor de handhaving van deze reglementering en voor garanties op de goede werking van de IBA’s. In dit kader zal overleg plaatsvinden met de gemeenten, de drinkwaterbedrijven en de intercommunales voor het uitwerken van praktische richtlijnen. Optimalisatie werking RWZI’s

Het indicatorenkader voor de evaluatie van de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur wordt uitgebreid naar 41 gebieden, zodat een evaluatie mogelijk wordt van het transport en de behandeling van 50% van de aan te sluiten huishoudelijke vuilvracht. Aansluitend op het indicatorenkader voor de bovengemeentelijke infrastructuur wordt een indicatorenkader voor het beheer van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur uitgewerkt. Binnen de ciw wordt de beleidsdomeinoverschrijdende aanpak van de hydraulische knelpunten in het rioleringsstelsel gecoördineerd, waaronder de lozing van hemelwater, bemalingwater en gezuiverde effluenten en de aansluiting van beken en grachten. De gemeentelijke zuiveringsinfrastructuur wordt verder doorgelicht op knelpunten naar verdunning van het afvalwater met een negatieve impact op de werking van de rwzi. Ook de reeds doorgelichte gebieden worden opnieuw bekeken om een beter beeld te krijgen van de opgeloste knelpunten.

02 MJP08*.indd 87

10-03-2008 09:04:48


Milieujaarprogramma

88

2008

Doeltreffend economisch toezicht saneringsinfrastructuur

Doeltreffend economisch toezicht op de gemeentelijke saneringsinfrastructuur houdt in dat minstens gegevens verzameld moeten worden over de investering-, exploitatieen onderhoudswerken. Meer bepaald welke investeringen worden uitgevoerd tegen welke kostprijs, welke middelen worden hiervoor aangewend, wat zijn de kosten voor de exploitatie en het onderhoud van het gemeentelijk rioleringsstelsel, ... . Om de gegevens op een éénvormige manier te verzamelen wordt aan de gemeenten een rapporteringstructuur ter beschikking gesteld, die in 2008 voor het eerst ingevuld dient te worden. Op bovengemeentelijk niveau liggen de prioriteiten in het correct bepalen en toewijzen van de saneringskosten aan de verschillende doelgroepen zodat de regelgeving m.b.t. de kostentoerekening in overeenstemming gebracht kan worden met de Kaderrichtlijn Water. Verder zal in 2008 een economisch normeringskader uitgewerkt worden om de kostenefficiëntie van de nv Aquafin op een eenduidige en objectieve wijze te kunnen beoordelen. Bijsturing subsidiebesluit voor gemeentelijke rioleringen

Er komt een onderzoek naar de noodzaak van een bijsturing van het subsidiebesluit voor de gemeentelijke rioleringen. Het indicatorenkader voor het beheer van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur zal hiervoor mee de basis vormen. Er wordt ook een inventaris opgemaakt van de niet-gesubsidieerde rioleringsprojecten. Via het subsidiebesluit wordt in 2008 25 miljoen euro extra (t.o.v.2007) ter beschikking gesteld voor de subsidiëring van gemeentelijke rioleringen en kwzi’s en in 2009 50 miljoen euro extra (t.o.v. 2007). Heffingen afvalwater

Indien bedrijven niet over afvalwatermetingen beschikken wordt de heffing bepaald op basis van omzettingscoëfficiënten, welke per sector de graad van vervuiling aangeven. Momenteel loopt een studie over deze coëfficiënten die sinds hun invoering in 1991 nog nooit werden aangepast. De studie bestaat uit twee delen: het opmaken van een methodologie en vervolgens op basis hiervan het herberekenen van de omzettingscoëfficiënten van een aantal sectoren. De methodologie is voorhanden. Door toepassing van de methodologie worden in 2008 coëfficiënten herbepaald voor een aantal nieuwe sectoren. Het voorbereidend werk om het huidige milieuheffingensysteem voor oppervlaktewaterlozers aan te passen naar echt regulerende heffingen wordt verdergezet.

02 MJP08*.indd 88

10-03-2008 09:04:48


themabeleid

89

deel 2

9c. Verdroging 9.c.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3 â&#x20AC;&#x201C; mina-plan 3+) Verbeteren van de structuurkwaliteit van de waterlopen Deze plandoelstelling kon tot heden niet jaarlijks worden opgevolgd. In afwachting van nieuwe indicatoren en normering werd intussen een meer outputgerichte doelstelling toegevoegd.

Plandoelstelling (mina-plan 3+) Gemiddeld 6 km per jaar structuurherstel voor waterlopen van eerste categorie via ecologische herinrichting In d ic a t or

Tr end

Aantal km waterlopen van eerste categorie dat ecologisch heringericht werd met inbegrip

n.v.t.

van structuurherstel, gemiddelde over drie jaren

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Bijkomend beschermen van 200 ha oeverzones (waarvan minstens 50% via verwerving)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Bijkomend beschermen van 400 ha oeverzones (waarvan minstens 25% via verwerving) ten opzichte van 2002 In d ic a t or

Tr end

Doelber eik

Oppervlakte oeverzones via aankoop

n.v.t.

47% (2006)

Oppervlakte oeverzones via beheersovereenkomsten

n.v.t.

>100% (2006)

Tussen 2003 en 2006 werden voor een oppervlakte van 246 ha beheersovereenkomsten perceelsranden langs waterlopen afgesloten, wat het totaal in 2006 op 421 ha brengt. De oppervlakte oeverzone via aankoop (getekende onteigeningsbesluiten) bedraagt intussen 47 ha. De doelstelling van 200 ha oeverzone is gehaald. De bescherming gebeurt echter vooral via beheersovereenkomsten; d.w.z. de 50% verwerving wordt niet gehaald.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Waterpeil watervoerende lagen blijft minstens status quo

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Waterpeil watervoerende lagen blijft minstens status quo In d ic a t or Waterpeil watervoerende lagen

02 MJP08*.indd 89

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

55% (2006)

10-03-2008 09:04:48


Milieujaarprogramma

90

2008

In 45% van de meetputten werd in de periode 2003-2006 een lichte daling van het grondwaterpeil opgetekend waardoor de doelstelling van status quo niet werd bereikt. Een duidelijke negatieve trend blijft er voor de Sokkel. De diepte van de depressietrechter van de Sokkel neemt niet meer toe, de grootte wel. In het Landeniaan zijn er nog peildalingen. Ook voor het Oligoceen-aquifersysteem in het oosten van Vlaanderen is er een duidelijk negatieve trend. Voor de Kolenkalk is het peil stijgend op korte termijn.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Afname drinkwatergebruik bij bevolking tot 215 mio m³

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Afname drinkwatergebruik bij bevolking tot 215 mio m³ In d i cat or Drinkwatergebruik huishoudens

Tr end

Doelber eik

+/-

52% (2003)

In 2003 gebruikte de bevolking ca. 222 miljoen m³ leidingwater (101 liter/inw.dag). Het drinkwaterverbruik vertoonde in de periode 2000-2003 geen duidelijke trend.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Stijging hemelwatergebruik bij bevolking tot 30 mio m³

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Stijging hemelwatergebruik bij bevolking met 5 mio m³ t.o.v. 2007 In d i cat or Hemelwatergebruik huishoudens

Tr end

Doelber eik

+/-

86% (2003)

Het hemelwatergebruik bedroeg in 1999 ca. 19,3 miljoen m³. Voor 2003 werd een waarde van 26 miljoen m³ geschat. Recentere cijfers zijn niet voorhanden en kunnen enkel verzameld worden via grootschalige bevragingen (cf. nis).

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Afname industrieel watergebruik (exclusief koelwater) tot 430 mio m3

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Beperking industrieel watergebruik (exclusief koelwater) tot 350 mio m³ In d i cat or Watergebruik industrie

Tr end

Doelber eik

+/-

160% (2003)

Het industriële watergebruik exclusief koelwater bedroeg 452 miljoen m³ in 1997. Prognoses in 2002 wezen op een industrieel watergebruik van 417 miljoen m³ in 2010. Uit recenter cijfermateriaal blijkt echter dat het gebruik zich sinds 2001 stabiliseert rond 350 miljoen m³. De doelstelling was dus al gehaald in 2003.

02 MJP08*.indd 90

10-03-2008 09:04:48


themabeleid

91

deel 2

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Afname watergebruik landbouw tot 43 mio m³

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Afname watergebruik landbouw tot 43 mio m³ In d ic a t or

Tr end

Watergebruik landbouw

+/-

Doelber eik 64% (2005)

Een recente studie in opdracht van de vmm heeft een inschatting van het watergebruik in de landbouwsector gemaakt. De resultaten verschillen met die van vorige inschattingen door het gebruik van een nieuwe methode. Voor 2005 wordt het waterverbruik in de sector op 67 miljoen m³ geschat.

9.c.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Ecologische herstel omvat o.a. hermeandering, structuurherstel van de waterloop en de sanering van vismigratieknelpunten. In 2007 werden voor volgende projecten de noodzakelijk stappen gezet om de projecten op te starten of zijn de werken gestart: Ieperlee te Ieper, omlegging van de Gaverbeek door het provinciaal Domein De Gavers (Harelbeke), Abeek: inrichting van een oeverzone en realisatie van visdoorgang stroomafwaarts Kanaal Bocholt-Herentals, Marke: overstromingsgebied Galmaarden en oplossen vismigratieknelpunt, aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden op de Molenbeek, Erpe Mere. Volgende projecten werden gerealiseerd: visdoorgang aan de ‘Kleen Molen’ gekoppeld met een overstortdijk in Lummen op de Mangelbeek. De noodzakelijke infrastructuur om wateroverlast te voorkomen werd verder geoptimaliseerd. Naast het waarschuwings- en voorspellingssysteem dat sinds 2006 operationeel is voor het Demerbekken werd in 2007 ook een gelijkaardig systeem voor de Dender operationeel. Voor de Dijle is het systeem opgestart. In april 2007 werd het vereenvoudigde waarschuwings- en voorspellingssysteem voor Vlaanderen aan de pers voorgesteld. De informatie die het waarschuwingssysteem genereert is toegankelijk voor de hulpdiensten en het brede publiek o.a. via een op maat gemaakte website. Het Grondwaterdecreet biedt de mogelijkheid om een specifieke gebieds- en laagfactor voor de grondwaterheffing dan wel een quota van de grondwatervergunning vast te stellen indien bepaalde lagen onder druk staan, zoals bv. in 2005 al gebeurde voor het Landiaan en de Sokkel. Momenteel wordt voor vijf andere grondwatersystemen de grondwatermodellering afgewerkt. Dit vormt de basis voor het bepalen van de maximale hoeveelheden die uit de grondwatersystemen / grondwaterlichamen kunnen opgepompt worden. In 2007 is het besluit, nodig om het grondwaterschadefonds operationeel te maken, verder voorbereid. Dit grondwaterschadefonds, voorzien in het grondwaterdecreet sinds1984, biedt de mogelijkheid om een op maat gemaakte regeling uit te werken voor de schade die veroorzaakt wordt door het oppompen van grondwater. De doelstelling van het waterverkoopreglement is de relatie tussen de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk (de waterbedrijven) en de consument te beschrijven. Het beoogt een overzicht te geven van de algemeen binnen Vlaanderen geldende bepalingen en regels inzake de levering van water voor menselijke consumptie. Naast de levering van water voor menselijke consumptie hebben de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk eveneens een saneringsplicht voor het

02 MJP08*.indd 91

10-03-2008 09:04:48


Milieujaarprogramma

92

2008

geleverde water. Deze aspecten dienen dan ook opgenomen te worden in het algemeen waterverkoopreglement. In 2007 werd verder intensief overlegd met de drinkwatermaatschappijen over dit waterverkoopreglement. De ontwerpvisie over de afstemming van het aanbod aan water (grond- en oppervlakte-, drink- en tweedecircuitwater) op de vraag ernaar, met een minimale negatieve milieu-impact, is uitgewerkt voor de aspecten grondwater en oppervlaktewater (project ‘Strategische visie watervoorziening en watergebruik’). Deze ontwerpvisie geeft aan hoe de watervoorziening in Vlaanderen verder verzekerd kan worden. In 2007 werd deze visie vertaald naar het operationeel beheer van oppervlaktewater en grondwater en worden er, in samenspraak met de sectoren, acties en maatregelen uitgewerkt. Dit overleg gebeurt in de ciw wg Rationeel watergebruik.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2005 EINDE

vertraagd

2007 MIDDEN

Real i sati e

Doelst elling

70 (2006)

80 (2007)

Aantal uitgewerkte herstelprogramma’s voor watervoerende lagen

2 (2006)

10 (2007)

Regionale grondwatermodellen (grondwatermodellen voor de grondwatersystemen)

2 (2006)

5 (2005)

Basis strategische visie klaar

In d i cat or en Aantal waterlopen met afgebakende en of ingerichte overstromingsgebieden

Accenten 2008-2010 De uitvoering van acties en investeringen, vermeld in de bekkenbeheerplannen, krijgen bijzondere aandacht. Met het oog op de lokale waterbeheerprojecten zullen vanuit het Vlaamse Gewest initiatieven worden genomen om de polders en wateringen te herwaarderen/reorganiseren. Mogelijke fusies of gebiedsuitbreidingen worden onderzocht en waar zinvol doorgevoerd. Het grondwaterheffingenbeleid zal verder gedifferentieerd worden met een laag- en gebiedsfactor. Het vergunningenbeleid verloopt aangepast aan de toestand van het grondwaterlichaam. De recent ontwikkelde indicator zal verder opgevolgd en verfijnd worden.

Aanpak prioriteiten 2008 Aanpakken van de wateroverlast en ecologisch herstellen van watersystemen (cf. SD 1 Beleidsnota)

De bestaande aanpak van wateroverlast wordt verder toegepast. Acties en investeringen, vermeld in de bekkenbeheerplannen, krijgen bijzondere aandacht. In 2008 staan volgende realisaties op het programma: oeverzoneproject voor de Poperingevaart, oeverinrichting van de Noordede te Zuienkerke, overstromingsgebied op de Marke te Galmaarden, aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden op de Molenbeek (Erpe-Mere), overstromingsgebied Grote Molenbeek te Londerzeel en oeverzoneproject voor de Abeek.

02 MJP08*.indd 92

10-03-2008 09:04:48


themabeleid

93

deel 2

Operationeel beheer van de waterlopen (cf. SD 1 Beleidsnota)

De operationele meetnetten hebben tot doel om informatie te vergaren en online ter beschikking te stellen zodat de waterbeheerders hun infrastructuur kunnen sturen op basis van de meest actuele informatie. In 2008 worden de bestaande meetnetten verder gericht op de taken van sturen en waarschuwen: invullen van de leemtes in meetlocaties en gemeten parameters; online inschakelen van alle relevante meetposten in een telemetriesysteem; beschikbaar stellen van de online meetgegevens in functie van vragen van de waterbeheerders. Het bestaande vereenvoudigde voorspellings- en waarschuwingssysteem voor overstromingen voor heel Vlaanderen wordt in 2008 verder verfijnd. In het Dijlebekken zal in 2008 een gedetailleerd systeem worden afgewerkt en in gebruik genomen. In het Demerbekken wordt gestart met de uitbreiding van het huidige systeem naar het hele Demerbekken. www.overstromingsvoorspeller.be geeft informatie over wateroverlast zowel voor het brede publiek als voor de hulpdiensten. Opstart Europese projecten operationeel waterbeheer (cf. OD Internationale en Europese oriëntatie in Beleidsnota)

In 2007 lopen de onderhandelingen en overleg voor het indienen van projecten voor financiering via de Europese structuurfondsen (voor de periode van 2007-2013). Een belangrijke financiering gebeurt via efro-doelstelling 3, nl. Interreg IV (projecten met buitenlandse partners) en via efro- doelstelling 2, en bedraagt maximaal 50 %. Met deze middelen kunnen er in Vlaanderen sneller uitvoeringsgerichte projecten gerealiseerd worden. Vlaanderen voorziet de indiening van een vijftal projecten waarvan de projectuitvoering in 2008 start. Fusie polders en wateringen voorbereiden (cf. OD 4 Beleidsnota)

De aanzet voor de decretale aanpassingen van de wetten op polders en wateringen en het uitwerken van een type huishoudelijk reglement zijn gepland voor 2008. De uitvoeringsprojecten van polders en wateringen met een goedgekeurd waterhuishoudingsplan blijven ook in 2008 subsidieerbaar. Opvolgen kwaliteit water bestemd voor menselijke consumptie

In 2008 wordt het uitvoeringsbesluit opgemaakt voor het invullen van de toezichtfunctie waterkwaliteit samen met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, zoals voorzien in het decreet water bestemd voor menselijke aanwending. Ook wordt een aanpassing voorzien van de procedure voor private waterleveranciers op het gebied van kwaliteitsbewaking van het water bestemd voor menselijke consumptie en wordt een toestandbepaling van pesticiden in water bestemd voor menselijke consumptie opgemaakt. In 2008 verschijnt het rapport drinkwaterkwaliteit in Vlaanderen voor de periode 2005-2007. Verdere uitwerking van het gebiedsgericht grondwaterinstrumentarium (cf. OD 2 en 3 Beleidsnota)

In 2008 wordt op basis van de recente grondwatermodelleringen het vergunningenbeleid en het heffingenbeleid verder afgestemd. Actief peilbeheer onderbouwen en beschermen grondwaterreserves

Zowel overstromingen als grondwaterwijzigingen ten gevolge van waterwinning of ingrepen in de waterlopen kunnen een belangrijke impact hebben op landbouw en natuur. Om in de toekomst deze impact beter te kunnen inschatten, wordt een beslissingsondersteunend model ontwikkeld. Hiervoor gebeurt een koppeling tussen de

02 MJP08*.indd 93

10-03-2008 09:04:48


Milieujaarprogramma

94

2008

verschillende modelleringen: regionale en lokale grondwatermodellen, oppervlaktewaterkwantiteitsmodellen en modellering met een luik natuur en luik landbouw.

02 MJP08*.indd 94

10-03-2008 09:04:49


themabeleid

95

deel 2

10. Hinder Toelichting en evaluatie tot 2007 De registratie van meldingen van milieuhinder in mkros nam in 2007 nog sterk toe, mede doordat gemeenten die intekenden op de Samenwerkingsovereenkomst er in hun mjp2007 een eerste keer over dienden te rapporteren. Het systeem werd technisch verder geoptimaliseerd. De opdracht voor uitvoering van slo-2 werd in 2007 voorbereid, zodat de effectieve enquêtering begin 2008 kan starten.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

Rapportage MKROS is klaar

2008 EINDE

op schema

SLO-2 enquête is uitgevoerd

2007 BEGIN

vertraagd

2008 MIDDEN

Richtlijn milieuzonering is klaar

2007 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Accenten 2008-2010 Het accent binnen dit hoofdstuk ligt op het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek (slo) en het Milieuklachten Registratie- en Opvolgingsysteem (mkros). Begin 2008 wordt een derde slo uitgevoerd. Vanaf 2008 kan ook gerapporteerd worden over de meldingen van milieuhinder, die via MKROS worden geregistreerd.

Nieuwe maatregel (2008-2010) Evalueren op welke wijze principes van milieuzonering

In tweede instantie moet onderzocht worden welke elementen vanuit

voor hinderlijke inrichtingen op bedrijventerreinen al dan

milieuzonering vervolgens een vertaling kunnen krijgen in de steden-

niet binnen ruimtelijkeordeningsprocessen en -plannen

bouwkundige voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen en

opgenomen kunnen worden.

welke elementen niet tot de ruimtelijke ordening behoren en uitgewerkt moeten worden binnen via de sectorale milieuregelgeving, con-

Doel van dit onderzoek is tweeledig en moet enerzijds uitsluitsel

form de uitgangspunten van artikel 38 van het decreet ruimtelijke

geven over welke elementen van milieuzonering binnen het ruimtelijke

ordening. Uitgangspunt daarbij is dat de uitspraken in ruimtelijke

ordeningsinstrumentarium opgenomen kunnen worden en anderzijds

uitvoeringsplannen zich beperken tot het domein van de ruimtelijke

aangeven welke elementen uitgewerkt moeten worden via bestaande

ordening. Ruimtelijke ordening weegt vanuit een ruimtelijke visie de

of nieuw te ontwikkelen instrumenten vanuit de milieuregelgeving.

aanspraken van de diverse sectoren en functies af. Met die afweging als uitgangspunt doet zij uitspraken over de locatie, de schei-

Finaliteit is dat aangegeven wordt hoe binnen ruimtelijke plannings-

ding en de vermenging van functies en activiteiten. Zij brengt daarbij

processen voor bijkomende bedrijventerreinen concrete elementen

ook de impact van functies en activiteiten in rekening en de relaties

vanuit milieuzonering ingebracht kunnen worden in de ruimtelijke

ertussen. Ruimtelijke ordening doet geen uitspraken over onderwer-

afweging van verschillende locatiealternatieven. Voor ruimtelijke plan-

pen die niet ruimtelijke bepalend zijn en behoren tot de bevoegdheid

nen die onderheven zijn aan de plan-MER plicht wordt onderzocht op

van andere beleidsdomeinen.

welke wijze de weerhouden milieuzoneringscriteria opgenomen kunnen worden in de plan-MER voor deze processen en hoe hierbij het

Daarnaast moet een grondige evaluatie gemaakt worden van de

integratiespoor gevolgd kan worden. Op die manier moet duidelijk

rechtstreekse en onrechtstreekse effecten van generieke afstands-

worden hoe bepaalde milieuhinderaspecten (geluid, geur, stof, …)

regels vanuit het milieubeleid op de ruimtelijke ordening. De moge-

naast andere aspecten al dan niet concreet in rekening gebracht

lijke strijdigheden tussen enerzijds een beleid van milieuzonering en

kunnen worden bij de planologische besluitvorming.

anderzijds een ruimtelijk ordeningsbeleid dat een gedeconcentreerde

02 MJP08*.indd 95

10-03-2008 09:04:49


Milieujaarprogramma

96

2008

bundeling van functies en activiteiten nastreeft, moeten daarbij in

Het departement RWO zal dit onderzoek, in samenwerking met

kaart worden gebracht en desgevallend kunnen vanuit deze evalua-

het departement LNE, trekken. Op basis van de resultaten van dit

tie een aantal verbeteringsvoorstellen geformuleerd worden.

onderzoek kan geĂŤvalueerd worden in hoeverre het zinvol is verdere richtlijnen m.b.t. milieuzonering uit te werken.

Aanpak prioriteiten 2008 Inventarisatie en analyse van milieuhinder in Vlaanderen (Geluidbeleid SD1)

Begin 2008 wordt het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek slo voor de derde maal uitgevoerd. Deze schriftelijke enquĂŞte peilt bij ca. 5000 Vlaamse burgers naar het hindergevoel door geluid, geur en licht. Dit is voorzien in de beleidsnota 2004-2009 en de resultaten zullen mee in overweging kunnen worden genomen bij de opmaak van het mina-plan 4. In 2008 zal ook voor de eerste maal gerapporteerd kunnen worden over de meldingen van milieuhinder die via het beleidsinstrument mkros (milieuklachten registratie- en opvolgingsysteem) worden geregistreerd. Gebruik Milieuzoneringsinstrument verzekeren en vergemakkelijken

Zie hoger de nieuwe maatregel in verband met milieuzonering.

02 MJP08*.indd 96

10-03-2008 09:04:49


97

themabeleid

deel 2

10.a Verstoring door geluid 10.a.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) In 2007 ligt het aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid niet hoger dan 15% van de bevolking

Plandoelstelling (mina-plan 3+) In 2010 ligt het aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid niet hoger dan 15% van de bevolking In d ic a t or Aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid

Tr end

Doelber eik

+/-

11% (2006)

Het percentage van de bevolking dat potentieel ernstig gehinderd wordt door geluid bedraagt ongeveer 18%. Dit cijfer is onveranderd gebleven gedurende de planperiode en verschilt ook niet beduidend van de jaren voordien.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Afspraken maken over een totale oppervlakte aan stiltegebieden van minstens 300 km²

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Afspraken maken over een totale oppervlakte aan stiltegebieden van minstens 300 km² In d ic a t or Oppervlakte stiltegebied

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

9% (2006)

Sinds 2001 is de oppervlakte stiltegebied onveranderd op 28 km² gebleven.

van de bevolking potentieel * Percentage ernstig gehinderd door geluid

26 24 22 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

F F F F F F F F F F F F H

F

F

jaarwaarde trendlijn

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

percentage

brongegevens: Vlaamse Milieumaatschappij - MIRA

02 MJP08*.indd 97

10-03-2008 09:04:49


Milieujaarprogramma

98

2008

10.a.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 De opdracht voor het opmaken van de strategische geluidskaarten voor spoorwegen is lopend en de kaarten worden voorzien tegen midden 2008. Het geluidsmodel voor agglomeraties is in ontwikkeling en tegen midden 2008 zal het beschikbaar zijn voor de steden Antwerpen en Gent om hun geluidskaarten te maken. Voor wegen wordt gestart met de opdracht; de kaarten worden verwacht tegen het najaar 2008. Het geluidsmeetnet rond de luchthaven van Zaventem werd verder vernieuwd. Via meetrapporten en maandelijkse geluidsfiches op de website worden de meetgegevens van de lne-meeteenheden rond de luchthaven Zaventem bekend gemaakt. Een overzichtsrapport met de meetresultaten voor 2006 van de verschillende meetnetten wordt voorbereid i.s.m. bac en bim. Het beleid rond stiltegebieden werd verbreed dankzij samenwerking met plattelandsbeleid (Interbestuurlijk Plattelandsoverleg rond rust en stilte) en lokaal cultuurbeleid (o.a. stilte als onroerend erfgoed).Via de studiedag ‘Stilte, iedereen mag het horen’ werd de brochure ‘Stiltegebieden in Vlaanderen, leidraad bij het creëren van een landelijk stiltegebied’ voorgesteld aan een ruimer publiek. In samenwerking met de provincies wordt een stappenplan uitgewerkt voor het behalen van het kwaliteitslabel stiltegebied.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Geluidsmodel voor Antwerpen en Gent klaar

2008 MIDDEN

op schema

Strategische geluidskaarten spoorwegen klaar

2008 MIDDEN

op schema

Strategische geluidskaarten wegen klaar

2008 EINDE

op schema

Studiedag en informatiebrochure EU-richtlijn omgevingslawaai

2008 EINDE

op schema

Rapport RO luchthavens is klaar

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Handleiding stiltegebieden is klaar

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 EINDE

Real i sati e

Doelst elling

29 (2007)

29 (2007)

Aantal rapporten adviescommissie zaventem

4 (2007)

4 (2007)

Aantal samenwerkingsprotocols stiltegebieden

1 (2007)

9 (2007)

In d i cat or en Aantal opgestelde geluidrapporten

Huidig e ver wacht ing

Accenten 2008-2010 De focus zal liggen op de uitvoering van de eu-richtlijn Omgevingslawaai. Tegen midden 2008 worden de eerste actieplannen in verband met de drukste wegen en spoorwegen en de grootste agglomeraties opgesteld op basis van de geluidskaarten die momenteel in opmaak zijn. Voor de luchthavens zijn de geluidskaarten beschikbaar en worden de nodige maatregelen getroffen binnen het globaal overleg in het kader van de luchthavenproblematiek.

02 MJP08*.indd 98

10-03-2008 09:04:49


themabeleid

99

deel 2

Aanpak prioriteiten 2008 Geluidsbelastingskaarten en actieplannen omgevingslawaai opmaken (cf. SD 1 en OD 1 Beleidsnota).

In uitvoering van de Europese richtlijn 2002/49 aangaande omgevingslawaai wordt in 2008 het publiek geĂŻnformeerd en worden actieprogrammaâ&#x20AC;&#x2122;s ontwikkeld. Tegen 2012 moeten ook de geluidskaarten voor iets minder drukke wegen en spoorwegen en stedelijke gebieden van meer dan 100.000 inwoners beschikbaar zijn. Meetnet ANNE uitbouwen

Ter ondersteuning van het politiek overleg rond de luchthaven Brussels Airport worden de nodige scenariostudies uitgevoerd. Objectieve gegevens voor dit overleg en voor de informatieverstrekking aan omwonenden worden geleverd door het geluidmeetnet anne. De verdere uitbouw en modernisering van dit meetnet werd in 2006 ingezet en volgt een vervangingstraject (2006-2009) dat door de minister werd goedgekeurd. Nieuwe stiltegebieden ontwikkelen

In 2008 worden overeenkomsten afgesloten tussen Vlaamse overheid, provincies en gemeenten om gebieden als stiltegebied te vrijwaren. Als basis hiervoor dient de in 2007 ontwikkelde leidraad landelijke stiltegebieden, die het kwaliteitslabel stiltegebied invoerde.

02 MJP08*.indd 99

10-03-2008 09:04:49


Milieujaarprogramma

100 2008

10.b Verstoring door geur 10.b.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Minimaal het aantal gehinderden gelijkhouden ten opzichte van 2001

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Het aantal gehinderden terugbrengen tot 15% In d i cat or Percentage door geur gehinderde burgers

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

119% (2004)

Op basis van enquĂŞtes werd aangetoond dat het aantal gehinderden in 2004 tot 15,4% teruggebracht was t.o.v. 18,7% in 2001.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Verminderen van het aantal ernstig gehinderden ten opzichte van 2001

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Verminderen van het aantal ernstig gehinderden tot 3% In d i cat or Percentage van de bevolking ernstig tot extreem gehinderd door geur

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

126% (2004)

Het aantal ernstig gehinderden bedroeg in 2004 nog 5,2% tegenover 7% in 2001.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Verminderen van het aantal geurbronnen boven het aanvaardbaarheidsniveau

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Verminderen van het aantal bronnen van structurele geurklachten verbonden aan vergunningsplichtige inrichtingen In d i cat or Aantal bronnen van structurele geurklachten verbonden aan vergunningsplichtige inrichtingen

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

n.v.t.

Het aantal bronnen van geurklachten zal pas tegen het einde van 2007 correct geschat kunnen worden. Momenteel kan de trend en het doelbereik niet bepaald worden.

02 MJP08*.indd 100

10-03-2008 09:04:49


themabeleid

101 deel 2

10.b.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Via een impactanalyse is de haalbaarheid en effectiviteit van verschillende beleidsopties ter bestrijding van geurhinder duidelijk geworden. De belangrijkste resultaten zijn opgenomen in het visiedocument, dat de basis vormt voor verder maatschappelijk overleg.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Introductie geurnormen in Vlaamse milieuregelgeving

2006 EINDE

vertraagd

2008 BEGIN

Juridische verankering geuraudit en geurbeheersplan

2006 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Consultatie omtrent code van goede praktijk afgerond

2006 EINDE

vertraagd

2008 MIDDEN

Deelaspect snuffelmethodiek afgerond

2006 EINDE

gerealiseerd

2007 EINDE

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2007 EINDE

Real i sati e

Doelst elling

% gemeenten die MKROS als operationele databank gebruiken

80 (2006)

80 (2006)

Aantal gemeenten die ingetekend hebben op cluster hinder uit SO

196 (2006)

190 (2005)

Studieresultaten sectorale geurnormering omgezet in ontwerp regelgeving

Ontwerp code van goede praktijk geurmetingen opgemaakt

In d ic a t or en

Accenten 2008-2010 De focus ligt in de komende periode op de implementatie van instrumenten zoals geuraudit, geurbeheersplan en geurnormen, waarrond de voorbije jaren grondig voorbereidend werk werd verricht. Op basis van verder onderzoek en overleg zal bekeken worden welke de beste perspectieven bieden en vanaf 2008 worden uitgevoerd.

Aanpak prioriteiten 2008 Regelgeving geurhinder uitwerken

In 2007 werd een visiedocument voorbereid. De geurbeleidsmaatregelen waarover een voldoende ruim draagvlak blijkt te bestaan worden in 2008 verder uitgewerkt.

02 MJP08*.indd 101

10-03-2008 09:04:49


Milieujaarprogramma

102 2008

10.c Verstoring door licht 10.c.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Nieuwe lichtvervuiling voorkomen en bestaande lichtvervuiling verminderen

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Nieuwe lichtvervuiling voorkomen en bestaande lichtvervuiling verminderen In d i cat or Wordt verder ontwikkeld

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

n.v.t.

Door het ontbreken van een goede indicator kan deze doelstelling niet opgevolgd worden, inschatting van trend en doelbereik zijn onmogelijk.

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3) In 2007 komen er geen gebieden meer voor met een kunstmatige hemelluminantie groter dan 9 keer de natuurlijke hemelluminantie (tussen 0.30 en 5u): dit is de categorie gebieden waar de kunstmatige hemelgloed nu het grootst is

Richtinggevende doelstelling (mina-plan 3+) In 2010 komen er geen gebieden meer voor met een kunstmatige hemelluminantie groter dan 9 keer de natuurlijke hemelluminantie (tussen 0u30 en 5u): dit is de categorie gebieden waar de kunstmatige hemelgloed nu het grootst is In d i cat or Totale oppervlakte van de gebieden met kunstmatige hemelluminantie meer dan 900%

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

<100% (2007)

van de natuurlijke achtergrondstraling (tussen 0u30 en 5u)

Een recente studie van de vito geeft aan dat in Vlaanderen in 2007 bijna overal minstens meer dan 300% van de natuurlijke achtergrondstraling wordt gemeten. Op sommige plaatsen gaat het tot meer dan 900% van de natuurlijke achtergrondstraling. De mina-plan 3 doelstelling wordt dus niet gehaald. Momenteel is er geen inschatting mogelijk van de trend.

10.c.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 De databank lichthinder die in samenwerking met vito werd ontwikkeld is operationeel (www.emis.vito.be/lichthinder). Het Dulomi-project voor sensibilisatie van lokale overheden is afgerond en heeft een reeks initiatieven rond lichthinder in gemeenten op gang gebracht.

Accenten 2008-2010 De sensibilisering van overheden en actoren, bv. m.b.t. de verlichting van het publiek domein wordt verder gezet. Daarnaast wordt ook nadruk gelegd op beleidsonderbouwing. Momenteel is er een summier wetgevend kader voor de aanpak van lichthinder. Op basis van bijkomend onderzoek wordt onder andere de mogelijkheid om dit uit te breiden, in kaart gebracht.

02 MJP08*.indd 102

10-03-2008 09:04:50


themabeleid

103 deel 2

11. Versnippering Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3 â&#x20AC;&#x201C; mina-plan 3+) Bevorderen van de mogelijkheden van migratie tussen en binnen leefgebieden voor bepaalde (land)doelsoorten Tal van beleidsmaatregelen dragen bij tot deze plandoelstelling, maar een kwantitatieve opvolging is nog niet voorhanden. De mogelijkheden hiertoe worden samen met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek onderzocht.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Saneren van 75% van de bestaande vismigratieknelpunten op het netwerk van prioritaire waterlopen voor vismigratie en het zoveel mogelijk voorkomen van nieuwe knelpunten

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 en later - Verzekeren van de vrije vismigratie op het netwerk van prioritaire waterlopen In d ic a t or % gesaneerde knelpunten op het netwerk van prioritaire waterlopen voor vismigratie

Tr end

Doelber eik

++

19% (2006)

In 2006 was in totaal 14% van de vismigratieknelpunten gesaneerd. Door de gestage sanering tijdens de planperiode is de trend wel positief, maar het doel ligt ver buiten bereik.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2007 Voor alle vissoorten in alle hydrograďŹ sche stroomgebieden moet er binnen een realistische termijn vrije vismigratie mogelijk zijn en moeten nieuwe migratieknelpunten vermeden worden. Ook in 2007 zijn er nieuwe herstelprojecten opgestart. Deze worden maximaal gekoppeld aan andere projecten zoals het structuurherstel van de waterloop of de aanpak van wateroverlast (zie prioriteit Verdroging: aanpakken van de wateroverlast en ecologisch herstellen van watersystemen). Volgende visdoorgangen zijn gestart in 2007 en/of gerealiseerd: Kleine Nete te Retie, Molen van Kievermont op de Molse Nete te Geel en Terlaemen op de Laan. Het uitvoeringsbesluit rond vismigratie is nog niet goedgekeurd. Voor het bevorderen van de migratie tussen en binnen leefgebieden worden reeds langer een aantal strategische en vernieuwende ntmb-ontsnipperingsingrepen uitgevoerd. Deze projectmatige aanpak is aangevuld met een procesmatige benadering over betrokken beleidsdomeinen heen. De bermbeheersplannen voor de e403, de a19, de r8, de e313 (Limburg), e40 (West-Vlaanderen en ten oosten van Brussel), r0, t100, e17, a12, E34 (ten oosten van Ranst), e314, e411, e429 met inbegrip van de n203a, a10 en de e19 (deel ten noorden van Antwerpen) werden afgerond. In Oost-Vlaanderen wordt een begrazingsproject langs de n42 geĂŤvalueerd. Voor de kanalen in beheer bij nv De

02 MJP08*.indd 103

10-03-2008 09:04:50


Milieujaarprogramma

104 2008

Scheepvaart in Antwerpen en Limburg zijn ontsnipperingsstudies uitgewerkt. Op basis hiervan worden eigen ontsnipperingsprojecten uitgevoerd en adviezen gegeven op projecten van nv De Scheepvaart. De ontsnipperingsstudie voor de e40 ten westen van Brussel wordt uitgewerkt. Binnen het ontsnipperingsproject e314 werd het ecoduct Kikbeek in Maasmechelen voltooid. De omvorming van de toeristische weg door de Mechelse Heide tot fietspad is grotendeels uitgevoerd. De voorziene ontsnipperingsmaatregelen langs de e19 ten noorden van Antwerpen zijn verder afgewerkt. De uitvoering van de bermbrug in Schoten en van het ecoduct in Wuustwezel werd eind 2007 opgestart. Langs het Kanaal Dessel-Schoten werden bij oeverherstelwerken enkele fauna-uitstapplaatsen gecreëerd. In 2007 werd op hetzelfde kanaal ook gestart met de aanleg van 35 geplande extra fauna-uitstapplaatsen. De natuurvriendelijke omlegging van de Witte Nete wordt gemonitord, en binnen het natuurinrichtingsproject Bergerven is het herstel van een natuurvriendelijke oever langs de Zuid-Willemsvaart volop in uitvoering. In 2007 werden een aantal ntmb-maatregelen gemonitord, waaruit blijkt dat deze inderdaad extra winst aan natuurwaarden opleveren. Een uitvoeringsgerichte connectiviteitsstudie voor de das in de provincie Vlaams-Brabant is afgerond begin 2007. In het certificeringsproces voor natuurtechnische oeverbeschermingsmaterialen werd doelbewust gekozen voor een door de bedrijven uitgewerkt zorgsysteem.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

Proefproject autovrij maken Mechelse heide voltooid

2004 EINDE

vertraagd

2010 EINDE

Goedkeuring uitvoeringsbesluit vismigratie

2004 EINDE

vertraagd

2008 MIDDEN

Real i sati e

Doelst elling

In d i cat or en Aantal natuurverbindingsgebieden waarvoor een natuurrichtplan is opgemaakt

0 (2006)

Accenten 2008-2010 Op vraag van Vlaanderen wordt in overleg met de benelux-landen een aangepaste beschikking voorbereid waarbij de timing van de doelstelling voor vismigratie verschoven zou worden naar 2015 en de focus voorlopig zou liggen op de prioritaire waterlopen. In functie van de uiteindelijke aanpassing van de benelux-beschikking zal blijken hoe groot de bijkomende inspanningen zullen moeten zijn. Verder is de aanpak van versnippering langs waterlopen meer dan het oplossen van vismigratieknelpunten. Dit dient aangepakt te worden met aandacht voor ecologische herinrichting. Het overleg hierover wordt gevoerd binnen de Coördinatiecomissie Integraal Waterbeleid. Voor de verdere integratie van ntmb zal als gevolg van de bbb-reorganisatie, naast het overleg met beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, ook een gestructureerd overleg met het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening worden voorbereid en geoperationaliseerd in 2008. Dit overleg kan o.m. dienstig zijn bij de uitbouw van de ecologische infrastructuur binnen de zeehavengebieden, bij de ruimtelijke planning en bij stedenbouwkundige vergunningen. Om de opvolging van de eerste plandoelstelling te verbeteren worden de maatregelen ‘Opmaak van een ruimtelijke atlas versnippering voor Vlaanderen’ en ’Verbetering van indicatoren voor versnippering’ geaccentueerd en opgenomen bij het project ’Prioriteitenversnippering’. De opmaak van de atlas, waarin de belangrijkste knelpunten m.b.t. versnippering worden gekarteerd en waarin prioriteit gegeven wordt in functie

02 MJP08*.indd 104

10-03-2008 09:04:50


themabeleid

105 deel 2

van haalbaarheid en effect, vormt de basis voor een betere opvolging via indicatoren. Hierbij zal vooral aandacht gaan naar een relevant afwegingskader door een verfijning van de bestaande ecosysteemkwetsbaarheidskaarten voor biotoopverlies en barrièreeffect.

Aanpak prioriteiten 2008 Vismigratieknelpunten oplossen

Naast de voorbereidingen rond de aangepaste benelux-beschikking wordt in 2008 ook concreet gewerkt aan het oplossen van vismigratieknelpunten. Zo worden nieuwe herstelprojecten in de Maarkebeek en Zwarte beek opgestart. Deze worden maximaal gekoppeld aan andere projecten zoals het structuurherstel van de waterloop of de aanpak van wateroverlast. In 2008 zullen visdoorgangen op de Abeek te Bocholt, de Laan te Overijse, de Poperingevaart te Poperinge en de Kleine Nete te Grobbendonk gerealiseerd worden. Bij de Molen van Rotselaar op de Dijle komt er een afstemming tussen erfgoeddoelstellingen, energiewinning én vismigratie. NTMB-beleid in de praktijk brengen

Ook in 2008 is de ontsnippering van de Mechelse Heide een prioriteit en zullen de technische en administratieve mogelijkheden voor verdere ontsnippering van de e314 worden geconcretiseerd. In de ten Haagdoornheide te Houthalen-Helchteren zal een bestaande verharde weg door het natuurreservaat worden omgevormd tot een fiets- en wandelpad. Het ecoduct in Wuustwezel over de e19 en de hsl zal aangelegd worden. Hierbij wordt met een landschapsstudie naar een optimale inpassing in de omgeving gezocht en zal de realisatie door alle betrokken partijen gebeuren. Langs het kanaal Dessel-Schoten zal een innoverend project uitgevoerd worden. Niet meer gebruikte zwaaikommen worden op een integrale manier ingericht. De functies paaiplaats, fauna-uitstapplaats, natte natuurontwikkeling zullen daarbij worden gecombineerd. Langs de Kempense kanalen zullen nieuwe types van fauna-uitstapplaatsen worden uitgevoerd. Langs het kanaal Bocholt-Herentals zullen twee grotere projecten voor natte natuurontwikkeling worden uitgevoerd. De procedures voor certificatie van natuurvriendelijke oeverbeschermingsmaterialen zullen in 2008 uitgewerkt worden. Voor de Ecologische Infrastructuur van de Antwerpse haven zal in 2008 met alle betrokken partijen een modelmatige inschatting van de invloeden van bepaalde technische ingrepen uitgevoerd worden. In 2008 zullen volgende monitoringsprojecten opgevolgd worden: de multidisciplinaire opvolging van drie types natuurvriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen, het ecoduct Kikbeek over de e314 in Maasmechelen, het ecoduct De Warande over de n25 in Bierbeek en de geïntegreerde natuurvriendelijke projecten langs de IJzer. Op basis van deze en andere studies zullen indicatoren voor ontsnippering uitgewerkt worden. Ook bij de nmbs biedt ntmb innoverende mogelijkheden. Een projectmatige samenwerking tussen een federale instelling en een gewestelijke dienst kan in 2008 tot een meer gestructureerde aanpak leiden. In 2008 zal een studie worden opgestart om de visvriendelijkheid van verschillende types van waterkrachtcentrales te evalueren. Om alle autosnelwegbermen tegen eind 2009 te voorzien van een goedgekeurd natuurtechnisch bermbeheersplan, wordt hier in 2008 aan verder gewerkt. De bepalingen van die plannen zullen ook ingewerkt zijn in de beheersbestekken van het Agentschap Infrastructuur.

02 MJP08*.indd 105

10-03-2008 09:04:50


Milieujaarprogramma

106 2008

12. Verlies aan biodiversiteit 12.1 Doelstellingen Plandoelstelling (mina-plan 3+) Voor alle speciale beschermingszones in uitvoering van de Habitatrichtlijn instandhoudingsdoelstellingen bepalen In d i cat or

Tr end

Het percentage van de oppervlakte speciale beschermingszones in uitvoering van

n.v.t.

de Habitatrichtlijn waarvoor instandhoudingsdoelstellingen bepaald werden

Momenteel zijn er reeds speciale beschermingszones waarvoor instandhoudingsdoelstellingen werden bepaald. Er moet worden nagegaan of deze al dan niet voldoen aan de nieuwe regelgeving. Deze indicator zal in de volgende mjp’s verder worden opgevolgd.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2007 - Het afbakenen van 125.000 ha ven en 150.000 ha natuurverwevingsgebieden In d i cat or Totale oppervlakte natuurverwevingsgebieden Totale oppervlakte VEN

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

1% (2006)

+/-

70% (2006)

De eerste fase van de afbakening resulteerde in de definitieve goedkeuring van 84.965 ha ven in 2003, op basis van het Natuurdecreet. Nadien werden via specifieke ruimtelijke uitvoeringsplannen (rup’s) bestemmingswijzigingen doorgevoerd voor bijkomende ven- en natuurverwevingsgebieden. Dit resulteerde eind 2006 in een oppervlakte van 87.022 ha ven en 934 ha natuurverwevingsgebied. Deze tweede fase wordt sinds 2004 systematisch aangepakt via gebiedsgerichte planningsprocessen in 13 buitengebiedregio’s.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) 2007 - De totale oppervlakte groengebied doen stijgen met 38.000 ha natuur en 10.000 ha bosgebied en bosuitbreidingsgebied ten opzichte van begin 1994 In d i cat or Totale oppervlakte extra bos- en bosuitbreidingsgebied op de gewestplannen of

Tr end

Doelber eik

++

20% (2006)

++

30% (2006)

+/-

0% (2006)

de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Totale oppervlakte extra natuur- of reservaatgebied op de gewestplannen of de gewestelijke uitvoeringsplannen Totale oppervlakte extra park- en buffergebieden op de gewestplannen en de gewestelijke uitvoeringsplannen

De voornaamste bestemmingswijzigingen gebeuren op basis van de gebiedsvisies van de 13 regio’s van het buitengebied. Daarnaast zijn er nog bijkomende afbakeningen gebeurd in de stedelijke gebieden. Dit resulteerde in een toename van de oppervlakte natuur- en bosgebied met 11.500 ha (2006) en 2.001 ha (2006). De oppervlakte overig

02 MJP08*.indd 106

10-03-2008 09:04:50


themabeleid

107 deel 2

groen, dat status quo diende te blijven, nam in 2006 af, o.m. een gevolg van de opname van buffergebied als onderdeel van industriegebied en van de verschuiving naar natuurgebied.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - 50.000 ha onder effectief natuurbeheer (erkend, Vlaams en/of bosreservaat en/ of natuurgebieden met een goedgekeurd beheersplan)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - 50.000 ha onder effectief natuurbeheer (erkend, Vlaams en/of bosreservaat en/ of natuurgebieden met een goedgekeurd beheersplan) In d ic a t or Totale oppervlakte onder effectief natuurbeheer

Tr end

Doelber eik

++

75% (2006)

In 2006 was er in totaal 37.348 ha onder effectief natuurbeheer. Dit is exclusief de categorie natuurgebieden met goedgekeurd beheerplan via particulieren omdat dit nog niet exact ingeschat kan worden (ca. 1.000 ha). De periodes 1996-2005 en 2002-2005 kennen beide een zeer gunstige trend. Sinds de start van het mina-plan in 2003 zijn er 74 nieuwe natuurreservaten erkend op een totaal van 315. De oppervlakte erkende natuurreservaten is toegenomen van 7.604 ha tot 11.378 ha (december 2006). In 2006 werd, naast de 10.089 ha militaire domeinen, 13.458 ha door het Agentschap voor Natuur en Bos beheerd als Vlaams natuurreservaat of natuurdomein, een toename met 2.221 ha. Hiervan zijn 5.491 ha aangewezen als Vlaams natuurreservaat voor 75 reservaatgebieden, een toename met 544 ha. De (nog) niet-aangewezen oppervlaktes (de natuurdomeinen) worden intussen wel op een vergelijkbare manier beheerd. Daarnaast werd tot nu toe 43 bosgebieden met een totale oppervlakte van 2.423 ha als bosreservaat erkend.

Plandoelstelling (mina-plan 3 +) In 2010 zijn er 18.000 ha domeinbossen met goedgekeurd beheerplan. Voor ander openbaar bos en privĂŠbos stijgt het aantal goedgekeurde beheerplannen verder t.o.v. het referentiejaar 2006 In d ic a t o r

Tr end

St at us

Totale oppervlakte domeinbos met goedgekeurd beheerplan

n.v.t.

7.741 ha

Totale oppervlakte ander openbaar bos en privĂŠbos met goedgekeurd beheerplan

n.v.t.

34.449 ha

Tussen 1990 en 2006 werd voor 28.232 ha bos een beperkt beheerplan goedgekeurd en voor 13.958 ha bos met een uitgebreid beheerplan wat het totaal op 42.190 ha brengt. Eind 2006 beschikten 7.741 ha domeinbos (= bos in eigendom van de Vlaamse overheid) over een goedgekeurd uitgebreid beheerplan.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Jaarlijks aankoopritme van natuur- en bosgebied doen stijgen tot 3.000 ha

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Jaarlijks aankoopritme van natuur- en bosgebied doen stijgen tot 3.000 ha

02 MJP08*.indd 107

10-03-2008 09:04:50


Milieujaarprogramma

108 2008

In d i cat or

Tr end

Doelber eik

Oppervlakte bos en te bebossen gronden gekocht door het Vlaamse Gewest

--

30% (2006)

Oppervlakte natuurgebied gekocht door verenigingen

+

116% (2006)

Oppervlakte natuurgebied gekocht door het Vlaamse Gewest

++

89% (2006)

Deze plandoelstelling werd in 2002 het dichtst benaderd (2.644 ha verworven). Daarna liep het jaarlijkse aankoopritme terug tot 2.028 ha in 2005. In 2006 nam de oppervlakte aankoop opnieuw toe tot 2.350 ha, i.e. 892 ha natuurgebied en 296 ha bos en te bebossen gronden door de overheid, 1.162 ha door erkende terreinbeherende verenigingen. In 2006 gebeurden er vastleggingen voor bijkomende oppervlakte van ca. 541 ha natuurgebied waarwoor de aankoop op dit ogenblik nog niet afgerond is.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Inrichten van 20.000 ha natuur via natuurinrichting, bosuitbreiding en natuurontwikkeling

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Inrichten van 20.000 ha natuur via natuurinrichting, bosuitbreiding en natuurontwikkeling In d i cat or Oppervlakte inrichting voor natuur

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

31% (2006)

Vijf natuurinrichtingsprojecten (nip’s) werden afgerond voor een totale oppervlakte van 664 ha. Momenteel zijn er nog projecten in een verschillende fase van uitvoering met een totale oppervlakte van 7.894 ha. Eind 2006 werd 2.293 ha gronden bebost of aangekocht voor bosuitbreiding. Vanaf 2003 komt dit neer op 870 ha. Daarnaast wordt ook bosuitbreiding gerealiseerd in het kader van gewestelijke (pdpo) of lokale initiatieven en specifieke projecten van terreinbeherende verenigingen. Gegevens hierover moeten nog in kaart gebracht worden zodat een totale oppervlakte kan berekend worden. Klein- en grootschalige natuurontwikkeling buiten het natuurinrichtingsinstrument om gebeurde vooral via life- en interreg-projecten, via strategische projecten zoals de haven van Zeebrugge en het Sigmaplan, in het kader van de projecten onder de Samenwerkingsovereenkomst, door het systeem van éénmalige inrichtingswerken binnen erkende natuurreservaten of in de gebieden in beheer door het Agentschap voor Natuur en Bos. De oppervlakte natuurontwikkeling onder deze projecten kan pas worden bepaald na projectuitvoering. De oppervlakte sinds 1994 gerealiseerd natuurontwikkelingsgebied wordt geschat op 3.152 ha (2003, toen in kaart gebracht). Sinds 1994 werd zodoende voor 6.109 ha effectieve inrichting natuur gerealiseerd, wat neerkomt op een doelbereik van 31%. Dit is echter een onderschatting van de werkelijke toestand. De oppervlakten van natuurontwikkeling en bosuitbreiding zijn immers nog niet volledig in kaart gebracht.

Plandoelstelling (mina-plan 3 -mina-plan 3+) Milieukwaliteit afstemmen op de ecologische vereiste van de kwetsbare soorten en habitats in gebieden in het ven, de groen-, park-, buffer- en bosgebieden en in de speciale beschermingszones

02 MJP08*.indd 108

10-03-2008 09:04:50


themabeleid In d ic a t or

109 deel 2

Tr end

Percentage oppervlakte met overschrijding kritische lasten verzuring in bos, heide en graslanden

+

Gemiddelde overschrijding van kritische lasten vermesting in bos, heide en graslanden

+

Percentage meetplaatsen oppervlaktewatermeetnet met duurzame BBI

++

Vanaf nu wordt deze doelstelling op basis van de vermelde indicatoren opgevolgd. Het percentage van de oppervlakte bos, heide en graslanden in Vlaanderen waar de atmosferische depositie van stikstof- en zwavelverbindingen hoger is dan de kritische lasten voor verzuring nam af van 91% in 1990 tot 59% in 2004. Wat vermestende deposities betreft, werd tijdens de periode 1990–2004 jaarlijks de kritische last overschreden in het volledige areaal bossen en heiden in Vlaanderen, dus 100% overschrijding. Voor graslanden varieerde het jaarlijkse areaal met overschrijding van de kritische last voor vermesting tijdens de periode 1990–2004 tussen 72 en 98% van oppervlakte. Sinds 1999 volgt het percentage meetplaatsen met een Belgische Biotische Index (bbi) van 9 een stijgende trend, maar de percentages zijn nog zeer laag (met een maximum van 2,1% in 2004).

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Het soortenbeleid versterken: stopzetten van het verlies aan biodiversiteit

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Het soortenbeleid versterken: stopzetten van het verlies aan biodiversiteit In d ic a t or

S tatus

Aantal soortenbeschermingsplannen in uitvoering

8

Van de 10 soortenbeschermingsplannen zijn er nu 8 in uitvoering. De doelstelling wordt toegespitst op doelsoorten, met name de soorten uit de Habitatrichtlijn (bijlagen 2 en 4) en de Rode Lijst soorten. De opvolging hiervan zal plaatsvinden met een specifieke indicator.

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - De oppervlakte met beheerovereenkomsten voor natuurgerichte maatregelen doen toenemen tot 16.750 ha * i.p.v. 16.500 ha (* materiële vergissing)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - De oppervlakte met beheerovereenkomsten voor natuurgerichte maatregelen doen toenemen tot 16.750 ha In d ic a t or Oppervlakte met beheerovereenkomsten natuur

Tr end

Doelber eik

++

69,6% (2006)

In 2006 was er een sterke stijging van het aantal beheerovereenkomsten natuur. Eind 2006 is in totaal voor 11.660 ha beheerovereenkomsten natuur gesloten. Voornamelijk botanisch beheer en natuurblijft onder de verwachtingen (ca. 1.750 ha i.p.v. 6.000 ha). Voor weidevogels werd bijna 725 ha gerealiseerd i.p.v. 1.500 ha. Eind 2006 werden op een oppervlakte van bijna 8.000 ha verschillende maatregelen voor Kleine

02 MJP08*.indd 109

10-03-2008 09:04:50


Milieujaarprogramma

110 2008

Landschapselementen toegepast (doel: 9.000 ha). Daarnaast zijn er ook nog beheerovereenkomsten voor perceelsrandenbeheer (ca. 1.300 ha).

Plandoelstelling (mina-plan 3) 2007 - Instellen van een gebiedsdekkend systeem van wildbeheereenheden (200) en bosgroepen (19)

Plandoelstelling (mina-plan 3+) 2010 - Instellen van een gebiedsdekkend systeem van erkende wildbeheereenheden (200) en definitief erkende bosgroepen (19) In d i cat or Aantal erkende bosgroepen

Tr end

Doelber eik

n.v.t.

63% (2006)

++

87% (2006)

Aantal erkende WBE’s

Er werden 17 pilootprojecten bosgroepen opgestart. Van deze bosgroepen hebben er 14 een voorlopige erkenning gekregen. Twee van de voorlopig erkende bosgroepen dienden de aanvraag voor definitieve erkenning in. In 2006 waren er 173 wildbeheereenheden erkend.

Plandoelstelling (mina-plan 3 – mina-plan 3+) Verbeteren van de ondersteuning van lokale besturen In d i cat or

St at us

Totaal aantal gemeenten met goedgekeurd project voor natuurlijke entiteiten Oppervlakte natuurverbindingsgebied dat werd afgebakend en waarvoor een natuurrichtplan is goedgekeurd

162 0

In het kader van de Samenwerkingsovereenkomst, cluster natuurlijke entiteiten, zijn voor de periode 2002–2006 in totaal 491 projecten (door 162 gemeenten) in uitvoering of uitgevoerd. Voor 2006 werden 162 nieuwe projecten ingediend waarvan 134 projecten goedgekeurd zijn voor subsidiëring (3,6 miljoen ¤). Tot op heden werd nog geen natuurverbindingsgebied afgebakend waarvoor ook een natuurrichtplan werd goedgekeurd. Sinds 2005 zijn alle provincies gestart met de opmaak van gebiedsvisies of ecologische studies voor een aantal van de aangeduide nvbg waaraan prioriteit wordt gegeven. Alle provincies hebben ondertussen in hun provinciale ruimtelijke structuurplannen natuurverbindingsgebieden aangeduid. Op basis van de 11 lopende pilootprojecten zal een effectieve afbakening in de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen volgen.

02 MJP08*.indd 110

10-03-2008 09:04:51


themabeleid

111 deel 2

* Oppervlakte effectief natuurbeheer brongegevens: Agentschap voor Natuur en Bos 60000 H

50000

F

hectare

40000 30000

F

F

F F

F

F

jaarwaarde trendlijn

20000 10000

F

F F F F

H

DOEL (MINA-plan 3)

F

DOEL (MINA-plan 3+)

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

0

12.2 Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 In het kader van de afbakening van de natuur- en bosstructuur werden de buitengebiedregio’s en de actieprogramma’s verder uitgewerkt. Voor de regio’s VeldgebiedBrugge-Meetjesland, Neteland en Hageland, werden de ontwerpen van ruimtelijke visie, uitgewerkt op basis van de wetenschappelijke gebiedsinformatie, en van actieprogramma gefinaliseerd en voor formeel advies voorgelegd. Er werden tevens voorstellen geformuleerd voor agrarische gebieden die in aanmerking komen voor een herbevestiging van hun bestemming. Voor de regio’s Limburgse Kempen en Maasland, Leiestreek, Noorderkempen en Schelde-Dender werden de onderzoeksnota’s uitgewerkt en overleg met betrokkenen opgestart. Voor de regio’s Zenne-Dijle/Pajottenland, Vlaamse Ardennen, Krekengebied-Waasland en Klein-Brabant/Antwerpse Gordel, werd de voorbereiding opgestart van de bouwsteennota’s. Over de natuurverbindingsgebieden werd een concept voorgelegd met voorstellen voor bijsturing van de regelgeving en vereenvoudiging van het proces. De instandhoudingsdoelstellingen (ihd) van de speciale beschermingszones (sbz) gelegen in de zes natuurrichtplanprojectgebieden werden midden 2006 afgewerkt. Op basis van deze ervaring is de methodiek en het juridisch kader voor de opmaak van de ihd verder uitgewerkt. In het natuurrichtplanproces zelf van deze 6 pilootprojecten ging de aandacht vnl. naar overleg met stakeholders. Eind 2006 gingen deze natuurrichtplannen in de fase van voorlopige goedkeuring en werd het openbaar onderzoek voorbereid. In samenwerking met het landgoederenforum werd een eerste conceptnota over landgoed opgesteld en mogelijkheden voor het beheer van deze gebieden geformuleerd. Ter inrichting van de natuurlijke structuur zijn momenteel werken in uitvoering in Uitkerkse Polder, Meetkerkse Moeren, Oostends Krekengebied, Merelbeekse Scheldemeersen, Bergerven, Turnhouts Vennengebied, Latemse Meersen en Noordduinen. In Bourgoyen-Ossemeersen zijn de werken praktisch uitgevoerd. In de Dijlevallei en De Stropers wordt dan weer van start gegaan met de daadwerkelijke uitvoering. De projectrapporten van De Blankaart, Osbroek-Gerstjens en Averbode Bos en Heide worden momenteel afgewerkt. Het onderzoek naar de haalbaarheid voor Zoerselbos is afgerond. Het onderzoek naar de haalbaarheid van de projecten Bos 't Ename, Kolisbos en Torfbroek is nog lopende.

02 MJP08*.indd 111

10-03-2008 09:04:51


Milieujaarprogramma

112 2008

In Vlaanderen worden verschillende beheerniveaus voor bossen onderscheiden. Ten eerste de beheervisie voor de openbare bossen. Ten tweede de criteria duurzaam bosbeheer voor alle openbare bossen en privébossen gelegen in het ven, waarvoor een uitgebreid beheerplan dient te worden opgemaakt. En tenslotte het basisniveau enkel voor privébos met een beperkt beheerplan. Vanuit het Agentschap Natuur en Bos is er een inhaaloperatie opgezet rond het opstellen van bosbeheerplannen die voldoen aan de criteria duurzaam bosbeheer en die invulling geven aan de beheervisie zowel voor domeinbossen als voor private bossen. Bij de toepassing van de criteria duurzaam bosbeheer spelen de bosgroepen een cruciale rol. Vlaanderen is sinds 2007 gebiedsdekkend ingesteld met bosgroepen. Eind 2006 werd het eerste Vlaamse fsc-groepscertificaat behaald voor het bosgebied Lage Kempen. Uitbreiding van dit pilootproject naar andere openbare en privébosbeheerders wordt momenteel voorbereid. In kader van de ondersteuning aan de vzw Fair Timber werd een onderzoek opgestart naar de gelijkwaardigheidsvereisten voor certificering van duurzaam bosbeheer in Vlaanderen. Tot op heden (midden 2007) zijn er 280 bosexploitanten en 17 kopers erkend via de erkenningsregeling voor bosexploitanten en kopers. Momenteel wordt een gezamelijke toegankelijkheidsregeling voor bossen en natuurreservaten uitgewerkt onder de vorm van een besluit van de Vlaamse Regering. Het aankoopbeleid wordt verder geanalyseerd in het licht van een evaluatie van de ingezette instrumentenmix voor het natuurbeleid, zoals voorzien in het regeerakkoord. De verwerving van patrimonium is gericht op het vergroten en verbinden van bestaande natuurentiteiten, op ven en de in kaart gebrachte Gewenste Natuur- en Bosstructuur, en tevens op groene gewestplanbestemmingen en duinendecreetgebieden, beschermde landschappen, overstromingsgebieden, gebieden met landschappelijk-ecologische waarden en in kaart gebrachte bosuitbreidingsgebieden. Een algemene prioriteit hierbij is de bescherming van habitattypen en van leefgebieden van soorten in Natura 2000, Inclusief voorkooprecht werd 892 ha natuurgebied verworven door het Agentschap voor Natuur en Bos. De erkende terreinbeherende verenigingen verwierven samen 1.162 ha. Dit hoge cijfer is te verklaren door de aankoop van Averbodebos door Natuurpunt vzw. Anb verwierf 296 ha bosgebied en te bebossen terreinen. Aandachtsgebieden voor bosuitbreiding werden geselecteerd op basis van de gewenste bosstructuur. Naast de 10.000 ha netto bosuitbreiding moeten er nog 3.900 ha compensatiebossen worden gerealiseerd. Ter realisatie hiervan is een oppervlakte van 5.205 ha, voor stadsbossen en compensatiebossen, in kaart gebracht. Daarnaast zijn er nog andere projecten zoals de regionale bossen, historische bosgebieden met een totaal van 8.695 ha (incl. compensatiebossen) gepland of in uitvoering. Momenteel wordt actief gewerkt aan de integratie van deze projecten binnen het proces afbakening van het buitengebied alsook binnen de afbakening van een aantal stedelijke gebieden. De geplande subsidieregeling voor verwerving van te bebossen terreinen voor onder meer openbare besturen is in voorbereiding. Deze regeling zal gefinancierd worden met een deel van de gestorte financiële boscompensaties. Op basis van het beheerconcept Harmonisch Park- en Groenbeheer is een actieplan afgewerkt. De opmaak van beheerplannen voor de parkdomeinen in beheer bij anb werd verder gezet. Pilootprojecten voor de opmaak van beheerplannen van andere eigenaars en andere type domeinen zoals campings en recreatiedomeinen zijn opgestart. Het stedelijk groen werd voor heel Vlaanderen in kaart gebracht. Die informatie is beschikbaar op een parkenwebsite voor de gemeenten die in 2007 deelnemen aan de Dag van het Park. In 2006 is het aanbod aan ondersteunende instrumenten rond het hpg uitgebreid met het Technisch hpg-vademecum Graslandbeheer en met het

02 MJP08*.indd 112

10-03-2008 09:04:51


themabeleid

113 deel 2

Technisch hpg-vademecum Integrale toegankelijkheid. Eind 2006 waren 6 hpg-vademeca afgewerkt en verspreid. Het ontwerpbesluit inzake de toegankelijkheidsregeling voor bossen en natuurreservaten werd afgestemd op het juridisch advies. Het overleg met de beheerders en externe doelgroepen heeft plaatsgehad en de ontwerptekst werd op verschillende punten aangepast. Wat het soortenbeleid betreft blijkt uit de gegevens van de broedvogelatlas dat het vooral de specialisten (= soorten met een beperkte niche) zijn die op de Rode Lijst terecht komen. Bij de planten zijn de soorten die gevoelig zijn voor vermesting sterk bedreigd. Sommige soorten zijn verdwenen. Het aantal exoten en nieuwe soorten stijgt, vermoedelijk mede onder invloed van de klimaatswijziging. Het herstel van soortenpopulaties blijft moeilijk zo lang hun leefgebieden niet beantwoorden aan de ecologische vereisten (o.a. door versnippering of te hoge milieudruk). De soortenbeschermingsplannen van de bruine vuurvlinder en van de boomkikker zijn in opmaak. De twee bestaande hamsterpopulaties werden in het voorjaar 2007 versterkt door uitzettingen. Hun overleving en reproductie wordt nauwgezet opgevolgd. Er is een visiedocument en plan van aanpak voor de aanwezigheid van de bever in Vlaanderen opgemaakt op basis van kerngebieden, no go zones en afwegingsgebieden. Deze is in eerste lezing aanvaard als basisdocument voor verdere discussie door alle betrokken partijen. Inzake exoten werden concrete acties tot uitvoering gebracht, zoals de verwijdering van Amerikaanse vogelkers, van rotseekhoorns in Dadizele en van Grote waternavel uit de waterlopen. De soortherstelprogramma’s van stroomminnende vissoorten zoals kopvoorn, serpeling en kwabaal werden verder gezet. In het kader van de opmaak van de bekkenbeheerplannen werden per rivierbekken waterlooptrajecten afgebakend en in kaart gebracht van vissoorten in het kader van soortherstelprogramma’s (herintroducties) of soortbeschermingsprogramma’s (bescherming van nog aanwezige zeldzame populaties). Per vissoort werden de nodige beheermaatregelen opgelijst als basis voor specifieke afspraken met de waterbeheerders. In het najaar 2006 werd de serpeling geherintroduceerd in enkele waterlopen van het Maas-, Demer en Boven-Scheldebekken en de kwabaal in waterlopen in het Bovenschelde-, Nete en Maasbekken. Voor een reeks bedreigde inheemse boom- en struiksoorten worden beschermingsplannen opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met de buurlanden (o.a. via European Forest Genetic Resources Programme (eufrogen)). Het herstelprogramma van zwarte populier langsheen de gemeenschappelijke Maas wordt verder gezet, in samenwerking met Nederland en Frankrijk, waardoor de spontane ontwikkeling van ooibos langs de oevers wordt gestimuleerd. Tenslotte werden negen vogelopvangcentra gesubsidieerd. De analyse van gebruik en voorkomen van wildsoorten laat toe om tot een wetenschappelijk onderbouwd wildbeheer te komen. Het aantal gemeenten dat de cluster ‘natuurlijke entiteiten’ ondertekende is gestegen tot 230 en het aantal ingediende projecten in 2006 tot 162. Van de 134 goedgekeurde projecten, betrof de helft de aankoop en inrichting van gebieden. Ter ondersteuning van de lokale besturen worden momenteel ook 155 minawerkers ingezet. Eind 2006 zijn de meeste actoren in het kader van groenjobs en mina-werkers in hun derde werkjaar of later terechtgekomen hetgeen hen meteen voor dit jaar en de volgende jaren recht geeft op uitbetaling aan het maximum subsidiebedrag. Bijna het volledige contingent groenarbeiders werd ingezet. Het jaar 2007 was een overgangsjaar voor de toepassing van beheerovereenkomsten. Het nieuwe Vlaamse programma voor Plattelandsontwikkeling (pdpo ii) werd verder verfijnd naar aanleiding van vragen van de Europese Commissie. In afwachting van de goedkeuring van dit programma konden geen nieuwe contracten worden gesloten.

02 MJP08*.indd 113

10-03-2008 09:04:51


Milieujaarprogramma

114 2008

In as 2 van het nieuwe pdpo zijn opnieuw verschillende natuurgerichte beheerovereenkomsten opgenomen die hierdoor kunnen rekenen op Europese coďŹ nanciering in de nieuwe programmaperiode 2007-2013. Het gaat om de beheerovereenkomsten perceelsrandenbeheer, herstel, ontwikkeling en onderhoud van kleine landschapselementen en soortenbescherming. De meeste beheerovereenkomsten konden in de vorige programmaperiode toegepast worden. Het nieuwe pdpo bevat wel enkele nieuwe elementen zoals de bedrijfsaanpak waarbij bedrijfsplanners de landbouwers begeleiden bij het sluiten van een overeenkomst. Op basis van een beoordeling van de situatie op het terrein worden, in samenspraak met de landbouwer, maatregelen op maat van het bedrijf voorgesteld. Nieuw is ook de beheerovereenkomst voor akkervogelbescherming die zal kunnen toegepast worden binnen vooraf bepaalde akkervogelgebieden. De beheerovereenkomst met als doelstelling botanisch beheer van graslanden en akkers is niet langer opgenomen in het pdpo ii, maar er is voorzien om nieuwe contracten te sluiten van deze maatregel via het systeem van staatssteunďŹ nanciering. Synchroon met de verďŹ jning van het pdpo ii werd ook werk gemaakt van de voorbereiding van de nieuwe Vlaamse wetgeving die de basis moet vormen voor het sluiten van beheerovereenkomsten in de nieuwe programmaperiode. Tenslotte werden in 2007 de eerste voorbereidingen getroffen om een monitoringsysteem op te zetten dat toelaat de vooruitgang op het terrein van welbepaalde beheerovereenkomsten en de bijdrage aan de biodiversiteit op te volgen. In uitvoering van het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan geb werd de visievorming afgerond. Voor een aantal gebieden werd ook de huidige ecologische kwaliteit in kaart gebracht, en doelstellingen en maatregelen geformuleerd om deze te verbeteren. Er wordt vorm gegeven aan de organisatiestructuur om tot uitvoering te kunnen overgaan. In het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide werd een bestrijdingsplan van Amerikaanse vogelkers in uitvoering gebracht, een gebiedsplan voor heideherstel opgesteld en maatregelen tegen verdroging uitgewerkt (uitvoering onder het nieuwe Life-project). In het kader van het grensoverschrijdend rivierherstel in de Grensmaas gebeurde een concrete uitwerking van de aanleg van grinddrempels en van de monitoring. Onder het programma van het Drie-Landen-Park is het actieplan voor de ontwikkeling van de groene gordel in uitvoering gebracht. Voor de uitvoering van het natuurluik van de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium en de actualisatie van het Sigma-plan is de opmaak van de instandhoudingsdoelstellingen voor het Zwingebied opgestart, en gebeurde een inrichtingsstudie voor verscheidene gebieden. De Vlaamse Regering besliste op 11 mei 2007 over de midterm-evaluatie van het Vlaams Fonds Tropisch Bos (vftb). Het vftb wordt verdergezet voor twee jaar, maar met duidelijkere koppeling met het klimaatbeleid. Dit maakt dat bij prospectie en selectie van projecten meer zal gefocust worden op bebossings- en herbebossingsprojecten in de context van het Kyotoprotocol, maar tegelijk wordt gestreefd met dergelijke projecten een bijdrage te leveren aan biodiversiteitsbehoud en de sociale ontwikkeling van de betrokken bevolkingsgroepen.

02 MJP08*.indd 114

10-03-2008 09:04:51


themabeleid

115 deel 2

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

Nieuw BVR voor opmaak IHD goedgekeurd

2008 BEGIN

nieuw

Eerste Natuurrichtplan definitief goedgekeurd

2006 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Informatiesets van Natuurgebiedendatabank uitgebreid

2004 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Technische vademeca principes harmonisch park- en groenbeheer

2007 EINDE

op schema

Handhavingsplan uitgewerkt

2009 EINDE

nieuw

Uitvoeringsbesluit soortenbescherming goedgekeurd

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Uitvoeringsbesluit schaderegeling

2005 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

2004 MIDDEN

vertraagd

2007 EINDE

Code goede natuurpraktijk herzien en goedgekeurd

2004 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Startinventarisatie van de acht belangrijkste Vlaamse bostypes

2010 BEGIN

op schema

klaar

Ontwerpbesluit ‘toegankelijkheidsregeling’ is uitgewerkt

(in het kader van bosreservaten) uitgevoerd

In d ic a t o r e n

Real i sati e

Doelst elling

Aantal gemeenten met een project ‘Harmonisch park en groenbeheer’

53 (2006)

150 (2007)

Percentage projecten voor aankoop en/of inrichting van natuur (SO)

53 (2006)

Aantal ha landbouwgrond met goedgekeurd dossier voor bebossing sinds 1997 Aantal herziene Rode Lijsten (totaal #) Aantal nieuw gecreëerde groenjobs voor verenigingen Aantal nieuw opgestelde rode lijsten per jaar Aantal nieuwe MINA-werkers bij gemeenten Aantal soortenbeschermingsplannen in opmaak (jaarlijks)

1152 (2007)

1664 (2008)

2 (2007) 120 (2006)

120 (2006)

2 (2007)

2 (2007)

155 (2006)

162 (2006)

2 (2007)

3 (2007)

Aantal subsidiedossiers m.b.t. toegankelijkheid

57 (2006)

Aantal beheersplannen voor eigen parkdomeinen

3 (2006)

7 (2007)

Aantal SBZ met IHD (volgens procedure nieuw BVR)

0 (2007)

38 (2010)

02 MJP08*.indd 115

10-03-2008 09:04:51


Milieujaarprogramma

116 2008

Accenten 2008-2010 Nieuwe maatregelen (2008-2010) Instandhoudingsdoelstellingen opstellen

doelgroepen en lokale overheden wordt een afwegingskader opge-

De opmaak van gebiedsspecifieke natuurbeleidsplannen werd

steld om verantwoordelijkheden toe te wijzen voor de verantwoor-

geheroriënteerd naar het formuleren van de instandhoudingsdoel-

delijkheden in de uitvoering van het soortenbeleid. Tevens worden

stellingen (IHD) in de SBZ. De IHD worden wetenschappelijk onder-

nieuwe instrumenten ontwikkeld of bestaande geheroriënteerd, zoals

bouwd en houden binnen de grenzen van de doelstellingen van de

onder meer in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst en

Habitatrichtlijn rekening met de vereisten op economisch, sociaal en

van de beheerovereenkomsten.

cultureel vlak, en met de regionale en lokale bijzonderheden. Om de IHD voor de SBZ-H te kunnen vaststellen tegen 2010 zoals vereist

Evaluatie van de instrumentenmix

wordt in de Habitatrichtlijn zijn extra inspanningen vereist. Op basis

Het Vlaams gebiedsgericht natuurbeleid zet voor de instandhouding

van deze IHD kunnen instandhoudingsmaatregelen worden geformu-

en het duurzaam gebruik van de biodiversiteit, het beheer en de

leerd in het kader van concrete projecten of planningsprocessen.

inrichting van de open ruimte diverse instrumenten in. Om een opti-

Op vraag van landeigenaars en -gebruikers kunnen lokale initiatieven

maal natuurbeleid te kunnen voeren is een permanente monitoring

voor de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen ondersteund

en objectieve evaluatie van de ingezette instrumenten noodzakelijk.

worden. Daartoe wordt het systeem van de natuurprojectovereen-

Hiertoe is, op grond van het decreet op het Natuurbehoud en het

komsten bijgestuurd, maar wordt ook ondersteuning gegeven voor

Natuurlijk Milieu, het Natuurrapport het centrale instrument. Met

de uitwerking van voorstellen voor Europese co-financiering. Op basis

het oog op de onderbouwing van het Natuurrapport 2009 wordt de

van de evaluatie van het natuurrichtplanproduct en -procedure wordt

studie “Evaluatie van de billijkheid van milieubeleidsinstrumenten:

de betrokken regelgeving bijgestuurd. Zolang de IHD niet zijn afge-

pilootstudie natuurbeleid” opgestart. Evaluatie van de effectiviteit

werkt, wordt de opmaak van een natuurrichtplan in de eerste plaats

en efficiëntie van natuurbeleid en -beheer vereist tijdsreeksen waar-

ingezet op vraag van belanghebbenden of om specifieke lokale knel-

voor een vernieuwd, geïntegreerd monitoringsprogramma opgestart

punten op te lossen.

wordt. Op basis van de evaluaties kan dan nagegaan worden of het juridische kader en/of het uitvoeringsconcept aangepast moet

Bestaande beheersinstrumentarium heroriënteren in

worden om de efficiëntie en effectiviteit van het instrumentarium te

functie van de Habitatrichtlijn

verhogen.

Het bestaande beheersinstrumentarium binnen het natuur- en bosbeleid zal zo veel mogelijk ingezet worden voor het treffen van

Indicatoren afstemmen en ontwikkelen

de nodige instandhoudingsmaatregelen voor de speciale bescher-

Tijdens de verlengde planperiode zullen indicatoren afgestemd en

mingszones die beantwoorden aan de ecologische vereisten van

verder op punt gesteld worden. Zo zal er verder gewerkt worden aan

de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage

de afstemming met het Europese niveau (SEBI) en zullen er nieuwe

II die in die gebieden voorkomen (uitvoering van art. 6.1 van de

indicatoren voor het MINA-plan 4 worden uitgewerkt.

Habitatrichtlijn). De beheerplannen van bossen, natuurreservaten

Voor verschillende plandoelstellingen zullen effectindicatoren ont-

en bosreservaten, de natuurrichtplannen en projectrapporten van

wikkeld worden. Deze worden ingezet om de resultaten van de

natuurinrichtingsprojecten en de beheersgebieden uit de beheers-

uitgevoerde maatregelen op de biodiversiteit te evalueren. Voor de

overeenkomsten worden in die zin herbekeken en/of opgemaakt.

monitoring van de effecten van de beheersovereenkomsten worden nieuwe indicatoren ontwikkeld en op basis van pilootprojecten afge-

Stroomlijning van het soortenbeleid

toetst. In dit plan worden nieuwe indicatoren voor de milieukwaliteit

Het ontwerp van een geïntegreerde en geharmoniseerde soortenwet-

opgenomen. Deze zijn slechts een eerste stap voor de opvolging

geving zal waar nodig nog verder uitgewerkt en onderbouwd worden.

ervan. Ook voor het verbeteren van de ondersteuning van lokale

Voor de uitvoering van de regelgeving worden richtlijnen opgesteld en

besturen zullen de indicatoren worden herbekeken.

een communicatieprogramma uitgevoerd. In samenwerking met de

Andere accenten liggen op het uitwerken van een gezamenlijke toegankelijkheidsregeling voor bossen en natuurreservaten onder de vorm van een Besluit van de Vlaamse Regering. Er werden pakketten aan beheersovereenkomsten weerhouden volgens het nieuwe plattelandsprogramma 2007-2013. Er dient hierbij tevens aandacht te gaan naar kwaliteitscontrole en naar de gebiedsgerichte inzet van beheersovereenkomsten.

02 MJP08*.indd 116

10-03-2008 09:04:51


themabeleid

117 deel 2

Het overheidsoptreden inzake natuur en bos zal voortaan meer gericht worden op soortenbeleid en op de verweving van functies. In het kader van uitbreiden en afstemmen van kennis van natuurlijke systemen zal via modellering verkend worden wat de effecten zijn van variaties in verstoringen en beleidsinspanningen op de biodiversiteit. Via het inventariseren, karakteriseren en vrijwaren van de genetische rijkdom van bomen en struiken en via het veredelen van bosboomsoorten zal worden gewerkt aan het behoud en duurzaam gebruik van genetische bronnen. België ging internationale engagementen aan voor wat betreft het inschakelen van duurzaam gebruik om verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Hierover zal regelmatig gerapporteerd worden aan de hand van indicatorensets.

Aanpak prioriteiten 2008 Evaluatie instrumentenmix

De richtlijnen van de Code Goede Natuurpraktijk worden bijgestuurd, aangevuld of uitgebreid aan de hand van de evaluatie ervan. Integratie en vereenvoudiging van de regelgeving en procedures binnen het beleidsveld Natuur

Op basis van de objectieve evaluatie van de instrumentenmix, het uitgewerkte plan van aanpak en de jarenlange ervaring van de afdelingen binnen het Agentschap voor Natuur en Bos (anb) en andere agentschappen worden verschillende procedures binnen het beleidsveld Natuur afgestemd en gestroomlijnd. Tegelijkertijd gaat bijkomende aandacht naar de integratie van de regelgeving. Anderhalf jaar na de oprichting van het anb wordt gebruik gemaakt van de ontstane synergie om de regelgeving af te stemmen en te streven naar een vereenvoudiging, verbetering en actualisering ervan. Er gaat daarbij specifieke aandacht naar afstemming met het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed. Voor de screening van plannen en projecten met betrekking tot Speciale Beschermingszones (sbz) wordt een digitaal instrument uitgewerkt voor de afweging van effecten en ter ondersteuning van de adviesverlening. Afbakenen en invullen van de natuur- en bosstructuur

De ruimtelijke visies op de natuurlijke en agrarische structuur vormen de basis voor de opmaak van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor herbestemmingen en voor afbakening van gebieden van het ven en de natuurverwevingsgebieden. Voor de regio’s waarvoor deze ruimtelijke visie al in 2006 en 2007 werd uitgewerkt, worden bij prioriteit gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt, zodat uitvoering wordt gegeven aan het operationele uitvoeringsprogramma waarvoor de Vlaamse Regering een concreet engagement heeft genomen. Voor andere regio’s van het buitengebied worden in de loop van 2008 de ruimtelijke visies afgerond en wordt het operationeel uitvoeringsprogramma voorbereid. Tenslotte wordt ism. het INBO ook de ondersteuning aan de provinciale overheden voor de afbakening van natuurverbindingsgebieden verder gezet. Het ontwikkelen en realiseren van instandhoudingsdoelstellingen

zie accenten 2008-2010 Duurzaam beheer van natuur- en bosgebieden uitvoeren en ondersteunen

Voor de gebieden in eigendom of in beheer ligt de prioriteit bij de verdere opmaak van beheerplannen en de verhoging van de effectiviteit van het beheer. Daarbuiten blijft de nadruk liggen op samenwerking met en ondersteuning van de betrokken actoren.

02 MJP08*.indd 117

10-03-2008 09:04:52


Milieujaarprogramma

118 2008

Naast de rechtstreekse ondersteuning van terreinbeheer door verenigingen, regionale landschappen en bosgroepen, zijn mogelijke nieuwe katalysatoren: landgoederen en beheergroepen. Zo zal worden onderzocht hoe met landbouwers, individueel en in groep, kan worden samengewerkt. Verder wordt het terreinbeheer van verenigingen, lokale besturen en bosgroepen ook ondersteund door de inzet van groenjobs. Achterstallige beheermaatregelen of herstel van gebieden worden op projectmatige wijze aangepakt d.m.v. natuurinrichtingsprojecten of éénmalige inrichtingswerken (bij erkende natuurreservaten). Van de lopende natuurinrichtingsprojecten worden de Zwarte Beek en de Blankaart prioritair uitgevoerd om te kunnen voldoen aan de Europese vereisten, terwijl Stropers, Averbodebos en heide en Turnhouts Vennengebied versneld worden aangepakt dankzij Europese cofinanciering. Andere Life-projecten met grootschalig natuurherstel die prioritair verder gezet worden, zijn zeno (Zwinduinen en -polders), danah (Defensie en NatuurHerstel) en BatAction (Vleermuizen). Hierbij wordt ook aandacht gegeven aan zacht-recreatieve voorzieningen en gerichte communicatie om het draagvlak voor natuurbehoud te vergroten. Er is een inhaaloperatie opgezet rond het opstellen van bosbeheerplannen die voldoen aan de criteria duurzaam bosbeheer en die invulling geven aan een beheervisie. In 2008 wordt als doel gesteld om voor ca. 3.000 ha domeinbos een beheerplanproces op te starten. Binnen het project certificering wordt de groepscertificering Bossen van de Lage Kempen geëvalueerd en zullen aparte groepscertificeringen in de context van de bosgroepen worden opgezet. Tevens wordt via de ondersteuning aan de vzw Fair Timber gewerkt aan de gelijkwaardigheidvereisten voor certificering van duurzaam bosbeheer in Vlaanderen. Het landgoed als nieuw concept in het natuurbeleid

Het overleg met vertegenwoordigers van o.a. particuliere eigenaars van natuur, bos en landschap in het landgoederenforum wordt verder gezet. Het concept van het geïntegreerde beheerplan wordt afgewerkt op basis van het model dat vorig jaar werd ontwikkeld. Het landgoederenconcept en bijhorende instrumenten worden verder uitgewerkt met de betrokkenen. Soortenbeleid versterken

Op basis van de aanbevelingen van de eu wordt een strategie uitgewerkt voor de bestrijding en de controle van exoten. Daarnaast wordt de monitoring en controle van een aantal exotensoorten voortgezet. Met de provincies wordt het plan van aanpak voor een ecologisch verantwoorde controle op ruimere schaal van de eikenprocessierups geactualiseerd. De uitvoering van de nieuwe soortenbeschermingsplannen wordt opgestart (zoals bruine vuurvlinder, visarend), terwijl lopende plannen worden verder gezet. Het hamsterproject tracht het aantal overeenkomsten bij hamstervriendelijke beheer met de landbouwers te verhogen en zal deze monitoren en evalueren. In samenwerking met Nederland wordt het bijplaatsen van individuen voor de genetische versterking van de populatie verder opgevolgd en mogelijk uitgebreid. Het Life-project BatAction geeft een nieuwe impuls aan de uitvoering en tevens actualisering van het soortenbeschermingsplan vleermuizen. Het soortenbeschermingsplan voor de boomkikker dat inmiddels 12 jaar oud is, wordt geëvalueerd, eventueel bijgestuurd en verder uitgevoerd. Naast de lopende herstelprogramma’s van de kwabaal, kopvoorn en serpeling wordt voor andere waterlopen de potentie en haalbaarheid geëvalueerd. Voor de bescherming van de paling wordt een actieplan voorbereid en opgestart. Voor een reeks bedreigde inheemse boom- en struiksoorten worden beschermingsplannen opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met de buurlanden (o.a. via European Forest Genetic Resources Programme (eufrogen)). Het herstelprogramma van zwarte populier langsheen de Gemeenschappelijk Maas wordt verder gezet, in samenwerking met Nederland en Frankrijk, waardoor de spontane ontwikkeling van ooibos langs de oevers wordt

02 MJP08*.indd 118

10-03-2008 09:04:52


themabeleid

119 deel 2

gestimuleerd. Alle soortgerichte beheerovereenkomsten (pdpo ii: hamsters, akker- en weidevogels) zullen gebiedsgericht ingezet worden binnen realistisch afgebakende beheergebieden. Toegankelijkheidsregeling bos en natuurgebieden/reservaten vernieuwen

Voor het toegankelijkheidsbeleid zal via tal van instrumenten (interne richtlijnen, een externe communicatiecampagne) invulling gegeven worden aan de krijtlijnen van het nieuwe bvr. Deze regeling is specifiek per gebied en regelt er onder bepaalde randvoorwaarden de toegankelijkheid voor de toegestane gebruikersgroepen. De terreinbeherende diensten van het anb zullen worden ondersteund via richtlijnen om hen vertrouwd te maken met de nieuwe werking zoals opmaak gezamenlijke toegankelijkheidsregelingen, uitstippelen van een beleid inzake paalkampeerplaatsen, hondenzones, speelzones, efficiënt gebruik van bebording. Daarnaast moeten de mogelijkheden ook extern worden uitgedragen via communicatie en overleg met de andere terreinbeheerders en de koepelorganisaties van de gebruikers. Actieve netwerken zullen uitgebouwd worden met o.a. de provincies, bloso, Toerisme Vlaanderen. Ondersteunende producten zullen worden uitgewerkt zoals handleidingen voor toegankelijkheidsreglementen, behoeftenonderzoeken, communicatiecampagne. Harmonisch park en groenbeheer stimuleren

De beheervisie Harmonisch Park- en Groenbeheer (hpg) raakt meer en meer bekend bij lokale besturen maar zij zijn niet altijd op de hoogte van de subsidiemogelijkheden en afgeleide instrumenten. Daarom wordt in 2008 extra aandacht besteed aan de promotie van de verschillende hpg-producten (rondgang van provincies, thematische werkgroepen, extra promotie van de projectoproep) en aan de creatie van een netwerk en een centraal informatiepunt en kenniscentrum. Het opleidingsproject wordt uitgebouwd met thematische opleidingen. Op vlak van bomenbeheer zal een actieplan worden opgesteld om de Vlaamse expertise rond het thema bomen verder uit te bouwen en te verspreiden. Er zal bijzondere aandacht gaan naar hpg-oplossingen met het oog op het reduceren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De uitwerking van technische richtlijnen voor infrastructuurelementen in parken en openbaar groen wordt opgestart. Op vlak van groenbeleid zal de parkeninventaris met de parkgebieden tot een bruikbaar instrument voor lokale besturen uitgewerkt worden. Hiertoe wordt een stappenplan opgesteld en een test uitgevoerd bij enkele lokale besturen. Bovendien wordt in 2008 gestart met de ontwikkeling van een instrument voor lokale besturen om een groenstructuurplanning uit te bouwen. In eerste instantie zal hiervoor een pilootproject worden opgestart. Ook de sensibilisatie naar de burger toe wordt versterkt door het initiëren van een nieuw concept voor de Dag van het Park die moet resulteren in een grotere betrokkenheid en beleving. Samenwerking verder stimuleren voor een ecologische inpasbaarheid van menselijke activiteiten

In het kader van het Integraal Waterbeleid en de geïntegreerde visievorming voor ruimtelijke planning wordt de samenwerking met andere sectoren versterkt om een gepaste integratie van natuur en bos te verzekeren. Met de recreatiesector wordt naar gebiedsgerichte oplossingen gezocht voor problematische recreatievormen. De uitbreiding van natuur en bos dichter bij de woonplaatsen zal het maatschappelijk draagvlak doen toenemen en de recreatiedruk op bestaande natuurgebieden verlagen. Met andere diensten en sectoren wordt faciliterend opgetreden om binnen de grenzen van eigen doelstellingen zo gepast mogelijk bij te dragen aan de realisatie van beleidsdoelstellingen van andere entiteiten. Life-projecten geven een bijkomende stimulans door maximale participatie van betrokken actoren & doelgroepen en een zo groot mogelijk draagvlak te beogen. (bv. danah, Turnhouts Vennengebied, Stropers en

02 MJP08*.indd 119

10-03-2008 09:04:52


Milieujaarprogramma

120 2008

Averbodebos en -heide). Via de beheerovereenkomsten onder het nieuwe pdpo wordt de samenwerking met de landbouwers versterkt en bevorderd. Om de economische, maatschappelijke en ecologische doelstellingen van de havengebieden te verzoenen werden interdisciplinaire Beheercommissies opgericht. Deze dialoog leverde zeer positieve resultaten op en om die reden wordt het takenpakket van de Beheercommissie Natuur Linker Schelde-oever uitgebreid en worden nieuwe Beheercommissies Natuur opgericht voor de Antwerpse rechteroever en het havengebied Gent. De eerste terreinacties voor natuurontwikkeling en rivierherstel onder het project Sigmaplan en het project Leie worden gestart. Om het Duurzaam Kustzonebeheer te versterken wordt de samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen en de bevoegde federale instanties verder gezet. In uitvoering van de gemeenschappelijke gebiedsvisie van het bosgebied Lage Kempen worden met de drie deelnemende gemeenten en mogelijke andere partners projecten voor duurzame recreatie en toerisme, bosbeheer, herstel en versterking van natuurwaarden opgestart. In samenwerking met de visserijcommissies worden de drie opgestelde codes van goede praktijk ingevoerd. De krachtlijnen voor de aanpassing van de regelgeving zijn gericht op een ecologische inpassing van de visserij. Op basis van de principiële beslissing worden de aanpassingen in het uitvoeringsbesluit doorgevoerd. Via overleg (o.m. bij opmaak van de actieplannen voor de bekkenbeheerplannen) wordt afstemming nagestreefd tussen natuurdoelstellingen en andere functies. Het onderzoek naar het optimaliseren van duurzaam gebruik van wildsoorten wordt versterkt. Specifiek moet er meer aandacht komen voor de kleinwild-problematiek. In samenwerking met de wbe wordt de monitoring verfijnd voor de onderbouwing van beleidsvoorstellen voor het wildbeheer. In 2008 gaat voor het thema ‘Natuurlijke entiteiten’ de vernieuwde Samenwerkingsovereenkomst met de lokale overheden van start. Extra aandacht wordt daarbij gevraagd voor ecologisch bermbeheer en gebruik van streekeigen soorten. Daarnaast worden lokale overheden financieel ondersteund voor projecten met een ecologische en landschappelijke meerwaarde gericht op terreinrealisaties. Internationale samenwerking

De mid-term evaluatie van het Vlaams Fonds Tropisch Bos (vftb) leidde tot de verderzetting ervan voor twee jaar, maar met duidelijkere koppeling met het klimaatbeleid. Hierdoor zal bij prospectie en selectie van projecten meer gefocust worden op bebossings- en herbebossingsprojecten in de context van het Kyotoprotocol, maar tegelijk wordt gestreefd een bijdrage te leveren aan biodiversiteitsbehoud en de lokale sociale ontwikkeling. Bij de grensoverschrijdende samenwerking voor het Schelde-estuarium en de Grensmaas wordt specifieke aandacht gegeven aan acties op het terrein en het versterken van de samenwerking met doelgroepen. Onder het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan (geb) met Nederland wordt het uitvoeringsplan voor de Achelse Kluis en Voeren-Noord verder uitgewerkt en de prioritair aangegeven acties gestart. Voor de overige 18 gebieden wordt een haalbaarheidsonderzoek afgerond of opgestart. Uitbreiding van monitoringsprogramma’s

De monitoringsprogramma’s worden verder toegespitst op de steeds toenemende vereisten van internationale rapporteringen en om de kennis van natuurlijke systemen uit te breiden. Voor Natura 2000 (instandhoudingsdoelstellingen) en voor de Kaderrichtlijn Water (biologische luik van de watertoestand) worden de lopende monitoringsprogramma’s afgestemd en volgens het uitgewerkte actieplan verder gezet. De programma’s in het Antwerpse Havengebied en het Schelde-estuarium (Ontwikkelingsschets 2010), in Vlaamse natuurreservaten, militaire domeinen en de gewestelijke Natuurdomeinen aan de Kust (pink) alsook de bossenmonitoringprogramma’s (vitaliteit en gezondheid) worden verder gezet. Voor de tweede gewestelijke bosinventarisatie zal in 2008 gestart worden met de uitwerking van het te

02 MJP08*.indd 120

10-03-2008 09:04:52


themabeleid

121 deel 2

organiseren terreinwerk en wordt de noodzakelijke handleiding afgewerkt. Voor de rapportering in het kader van het Kyoto-protocol wordt een nieuwe boskartering voorbereid die de toestand van de bosoppervlakte aan het begin van de eerste verbintenisperiode in kaart brengt. Naast de stroomlijning van monitoringsprogramma’s (integratie, standaardisering, herontwerpen) wordt onderzocht hoe de verzamelde informatie op een gestandaardiseerde, consulteerbare wijze kan worden samengebracht in een geïntegreerd kennissysteem. Wetenschappelijk onderzoek

Via modellering zal verkend worden wat de effecten zijn van variaties in verstoringen en beleidsinspanningen op de biodiversiteit. In 2008 zullen de berekeningen uitgevoerd worden om het basisscenario en de alternatieve scenario’s te kwantificeren. Hiermee zal het nara-Scenariorapport wetenschappelijke ondersteuning bieden voor het mina-plan 4. Specifieke aandacht zal gaan naar de effecten van klimaatverandering op de biodiversiteit en op het duurzaam gebruik ervan om beleidsrelevante informatie en aanbevelingen aan te reiken. Via het inventariseren, karakteriseren en vrijwaren van de genetische rijkdom van bomen en struiken en via het veredelen van bosboomsoorten zal worden gewerkt aan het behoud en duurzaam gebruik van genetische bronnen. België ging internationale engagementen aan voor het inschakelen van duurzaam gebruik om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Hierover zal regelmatig gerapporteerd worden met indicatorensets die verder op punt worden gesteld. Zo wordt verder afgestemd met het Europese niveau (sebi) en zullen er nieuwe indicatoren voor het mina-plan 4 worden uitgewerkt. Voorzien in voldoende natuur en bossen

De verwerving van patrimonium is prioritair georiënteerd op de habitattypes en biotopen van soorten in (i) de Speciale Beschermingszones (Natura 2000), (ii) het ven, de gnbs en de beschermde gebieden onder het Duinendecreet, (iii) de groene gewestplanbestemmingen en bosuitbreidingsgebieden, (iv) de beschermde landschappen en ankerplaatsen (erfgoedlandschappen) en (v) de overstroombare valleien met hoge waterbergingscapaciteit. De hoogste aandacht gaat naar natuur die gekenmerkt wordt door o.m. een hoge zeldzaamheid/kwetsbaarheid, een hoge uniciteit en een geringe of onbestaande vervangbaarheid. Ook waar het functioneren van de corridors tussen bestaande grote natuurentiteiten bedreigd wordt op korte termijn, krijgt verwerving een hoge prioriteit. In het kader van de ontwikkelingsschets 2010 wordt geïnvesteerd in nieuwe natuur voor het Schelde-estuarium en het Zwin. In 2008 ligt de klemtoon op de projectmatige werking in overleg met lokale actoren, de verwerving van gebieden en het voeren van een overgangsbeheer. In het gebied Kruibeke - Bazel - Rupelmonde gaat de meeste aandacht naar de verdere verwerving en inrichting van de (compensatie-) natuurgebieden. De bosuitbreidingsprojecten die tot nu toe ingesteld werden, worden verder uitgevoerd. De verdere planologische afbakening van bosgebieden wordt in het ruimtelijk planningsproces aangestuurd op basis van de lokalisatiestudies. De samenwerking met actoren om stadbossen op terrein te realiseren wordt verder gezet. Om de groene ruimtes in de rand rond Brussel te vrijwaren en open te stellen voor het publiek wordt, in samenwerking met de lokale besturen, een geïntegreerd NatuurCultuur-project opgestart. Verbreden van de dialoog

Om meer bekendheid te geven aan het programma van anb wordt een conferentie georganiseerd waar de algemene doelstellingen en de ingestelde samenwerkingsovereenkomsten en -projecten toegelicht worden aan de diverse doelgroepen en actoren in het beleidveld natuur. Voor de jaarlijkse campagnes wordt uitgebreidere communicatie en bijdragen door derden nagestreefd. Er zal een studiedag georganiseerd worden voor terreinbeheerders om recente onderzoeksresultaten rond terreinbeheer toe te

02 MJP08*.indd 121

10-03-2008 09:04:52


Milieujaarprogramma

122 2008

lichten. Anderzijds willen de onderzoekers ook informatie krijgen over concrete praktijkervaringen. Vlaanderen zal de 6th European Conference on Ecological Restoration rond het thema Natura 2000 organiseren. Op dit internationaal forum kan kennis uitgewisseld worden en kan men best practice-ervaringen delen rond natuurherstel en natuurontwikkeling in Natura 2000-gebieden. Handhaving inzetten om een respectvolle houding tegenover natuur te bekomen

Er wordt een handhavingsplan uitgewerkt voor een planmatige aanpak van het handhavingsbeleid. Hierbij gaat de aandacht naar de coรถrdinatie van het toezicht en op preventie en naar samenwerking met partners op terrein.

02 MJP08*.indd 122

10-03-2008 09:04:52


deel 3

themabeleid

03 MJP08*.indd 123

28-02-2008 15:05:34


03 MJP08*.indd 124

28-02-2008 15:05:34


125 deel 3

Gebiedsgericht beleid Toelichting en evaluatie tot 2007 In het kader van de pdpo i (2000 - 2006) werden in het najaar van 2006 de laatste provinciale plattelandsprojecten uitgevoerd en uitbetaald. Het niveau van de verschillende maatregelen bleef op hetzelfde peil. In 2007 werd het Vlaams strategisch plan voor plattelandsontwikkeling voor de nieuwe programmaperiode 2007-2013 door de Europese Commissie aanvaard. Het ontwerp van Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling 2007-2013 (pdpo ii) werd eind 2006 ingediend bij de Europese instanties. Na de terugkoppeling werd de aangepaste versie in juli 2007 opnieuw aan de Commissie overgemaakt. Naar verwachting zal het pdpo ii in het najaar door de Commissie worden goedgekeurd. Financieringsmogelijkheden voor herstelmaatregelen in het kader van het behoud van Natura 2000-gebieden en bosbehoud maken onderdeel uit van het nieuwe pdpo ii. Wat het leefmilieuluik betreft, ook het toekomstige hoofdstuk ‘Landbouwmilieumaatregelen’ (As 2) zal op de ingeslagen weg verdergaan. De maatregelen werden geoptimaliseerd met het oog op een grotere output voor milieu, landschap en natuur. In het overgangsjaar 2007 worden de bestaande beheerovereenkomsten verlengd. Vanaf 1 januari 2008 zullen nieuwe contracten kunnen worden gesloten. Uitgewerkte maatregelen voor As 3 (Diversificatie en leefkwaliteit) werden ingeschoven in pdpo ii zodat een Europese co-financiering voor maatregelen van plattelandsbeleid in Vlaanderen gegarandeerd wordt in die periode. Voor As 3 werden inmiddels provinciale managementcomités opgericht en werd een eerste projectoproep gelanceerd. De Leader-aanpak in het kader van As 4 realiseert ten slotte doelstellingen van As 3 waarin de werking van Plaatselijke Groepen, lokale ontwikkelingsstrategieën en de bottom-up aanpak centraal staan. Voor de uitbouw van het geïntegreerd plattelandsbeleid werden de bouwstenen gelegd waaronder de oprichting van het interbestuurlijk plattelandsoverleg (ipo) dat beleidsdomeinoverschrijdende aanbevelingen voorbereidt en uitwerkt. Daarnaast werd, in het kader van het pdpo ii het luik ‘gebiedsgerichte werking’ voorbereid in nauwe samenwerking met de provincies, die hun provinciale plattelandsbeleidsplannen hebben uitgetekend. Landinrichting is vereenvoudigd en meer flexibel gemaakt. Daarbij wordt vooraf een planprogramma gemaakt voor de motivering van een aantal inrichtingsprojecten. Naast het planprogramma voor de Gentse Kanaalzone zijn de planprogramma’s Plateau van Moorsel en Brugse Ommeland goedgekeurd. De natuurinrichtingsprocedure is vereenvoudigd en technisch verbeterd om meer efficiënt op inrichtingsvraagstellingen voor natuur te kunnen inspelen. Om snel tot een agrarische verbetering te komen worden de mogelijkheden voor het aangepast inzetten van het instrument ruilverkaveling uitgetest in het project ‘Grove Groententeelt Limburg’. Meer en meer vormen inrichting en verwerving een onderdeel van ruimere projecten. Voorbeelden hiervan zijn het flankerend beleid in het kader van het Schelde-estuarium en de actualisatie Sigmaplan, Zeebrugge, Linkerscheldeoever (lso) en rso Antwerpen, Oosterweelverbinding, en de bijdragen van inrichting en verwerving in projecten De Blankaart en Parkbos. Binnen het Europees project farland werd met Europese partners een toekomstvisie voor inrichting in Europese context uitgewerkt. Het decreet Vlaamse Grondenbank ging van start op 1 augustus 2007. Alle begunstigden van rechten van voorkoop en koopplicht zijn hierover ingelicht, protocols met partners zijn inmiddels afgesloten en notarissen werden op de hoogte gebracht. Er werden verscheidene bijkomende lokale grondenbanken opgericht: deze zorgen ervoor

03 MJP08*.indd 125

28-02-2008 15:05:35


Milieujaarprogramma

126 2008

dat overheidsinitiatieven kunnen doorgaan met een beperking van de impact op openruimtegebruikers. In 2007 werd er verder werk gemaakt van de invulling van de Europese Doelstelling-2financieringsprogramma’s. Stedelijke leefkwaliteit blijft een prioriteit voor Europa. Vanaf 2008 kan Vlaanderen hiervoor projecten indienen. Het Vlaams Gewest wil tevens via strategische contracten met de steden belangrijke stadsvernieuwingsprojecten tot uitvoering brengen. Ook is er het afgelopen jaar veel vooruitgang geboekt bij de ruimtelijke afbakeningsprocessen van stedelijke (initiatiefnemer: rwo) en kleinstedelijke gebieden (initiatiefnemer: provincie). Door deze afbakeningen wordt gekozen voor een verdichting van wonen en werken in stedelijke gebieden. Hiermee wordt invulling gegeven aan diverse milieudoelstellingen zoals de noodzakelijke vrijwaring van open ruimte (in het buitengebied), de bundeling van infrastructuren, zuinig ruimtegebruik,... Steden worden zich bovendien meer en meer bewust van de meerwaarde van autovrije en autoluwe (delen van) stadscentra. De planningsprocessen inzake havens en ruimtelijk-economische structuren (zoals het Economisch Netwerk Albertkanaal) werden in 2007 verder opgevolgd door het departement lne. Het bewaken van het gebruik van de correcte procedures, het nagaan van aanzienlijke milieu-effecten en het inpassen van milderende maatregelen staan centraal in deze opvolging.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2007 MIDDEN

vertraagd

2009 BEGIN

Implementatie PDPO II

2007 BEGIN

vertraagd

2008 BEGIN

Opstellen visie op het platteland en Vlaams plattelandsbeleidsplan

2005 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Diensten Grondenbank worden uitgebouwd

2008 EINDE

nieuw

2009 MIDDEN

nieuw

Decreet Inrichting in werking

Uitbouw e-loket RVV

In d i cat or en

Real i sati e

Doelst elling

Aantal gefinancierde plattelandsprojecten per jaar

75 (2006)

65 (2007)

Aandeel (%) goedgekeurde plattelandsprojecten dat rechtstreeks bijdraagt tot het milieubeleid

22 (2006)

25 (2007)

260 (2006)

320 (2007)

Aantal ha verworven via lokale grondenbanken

Accenten 2008-2010 Om de kwaliteit van de ruimte in functie van milieu en natuur op een onderbouwde wijze te evalueren is een betere indicatorenset met lange gegevensreeksen noodzakelijk. Ter voorbereiding van het mina-plan 4 en het rsv 2 zullen de beleidsdomeinen ‘Milieu’ en ‘Ruimtelijke ordening’ gezamenlijk op zoek gaan naar afgestemde doelstellingen en gemeenschappelijke indicatoren op dit vlak. Een vlotte werking van het ipo, de implementatie van het pdpo ii en de voorbereiding van een Vlaams plattelandsbeleidsplan zullen het plattelandsbeleid verder verankeren. Er zal actief worden ingespeeld op lopende initiatieven rond ‘Stedelijk milieubeleid’. Hierbij wordt voornamelijk gedacht aan de implementatie van de desbetreffende thematische Europese strategie, de uitvoering van de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst en concrete stadsprojecten. Hierbij worden de eigen milieu- en natuurdoelstellingen maximaal ingepast.

03 MJP08*.indd 126

28-02-2008 15:05:35


gebiedsgericht beleid

127 deel 3

Aanpak prioriteiten 2008 Bijstellen van inrichting en grondmobiliteit (cf. OD 6 bij Integratie)

De inrichting van het buitengebied dient nog verder geoptimaliseerd te worden door een verdere decretale onderbouwing, een betere financiële omkadering en een snelle en efficiënte afhandeling van lopende projecten. In 2008 wordt gewerkt aan een instrumentendecreet waarin modules voor inrichting en grondmobiliteit worden uitgewerkt die op vraag en op maat van een project kunnen worden ingezet. Om lopende projecten te versnellen, worden de bestaande mogelijkheden soepel en creatief ingezet (vereenvoudigde ruilverkaveling, natuurinrichting en landinrichting, werken op basis van overeenkomsten, overeenkomsten lokale grondenbanken,...). Nieuwe mogelijkheden worden verkend en uitgetest in o.m. de koppelingsgebieden Gentse Kanaalzone, grove groententeelt Noordoost-Limburg, glastuinbouwzone Stokstorm, plattelandsontwikkeling De Merode, plattelandsontwikkeling Leie-Schelde, flankerend beleid Sigma en rivierherstel Leie. Projecten op vraag van de overheid zoals de uitvoering van werken (natuurcompensatie of natuurbegeleidende maatregelen), grondmobiliteit (overeenkomsten lokale grondenbanken, vrijwillige ruilingen tussen particulieren,...) of voorbereidende landbouw-economische analyses voor bv. Sigma, de afbakening buitengebied en delfstoffenplannen zijn prioritair. Hiernaast is het van belang om de ruilverkavelings-, landinrichtings- en natuurinrichtingsprojecten in uitvoering zo efficiënt mogelijk en binnen aanvaardbare termijnen te kunnen afronden. Door de uitvoering van de projectmaatregelen sneller op mekaar te doen volgen, worden de projecten ook merkelijk efficiënter en goedkoper. Om bij de vraaggestuurde werking de projecten inrichting en grondmobiliteit beter te kunnen plannen wordt gestreefd naar structurele samenwerkingsakkoorden tussen vlm enerzijds en vmm, w&z en het Agentschap Infrastructuur anderzijds. Concreet wordt zo de inbreng van inrichting en grondmobiliteit beter afgestemd op de uitvoering van het integraal waterbeleid en het infrastructuurbeleid. Verdere uitbouw van een grondenbank (cf OD 6 bij Integratie)

Sinds het decreet Vlaamse Grondenbank van 2007 kunnen alle overheden van het beleidsdomein Leefmilieu beroep doen op de Grondenbank. Daarnaast dienen alle rechten van voorkoop en koopplichten gecentraliseerd bij de Vlaamse Grondenbank te worden aangeboden. Hiervoor worden een interactief e-loket en een Landmanagement-informatiesysteem, dat toegang geeft tot alle perceelsgebonden informatie, uitgebouwd. Daarnaast is er een meldpunt voor aanbiedingen van onroerende goederen aan de overheid en kunnen beroepslandbouwers beroep doen op de grondenbank voor en ruilprogramma op vrijwillige basis. Nieuwe lokale grondenbanken worden ingesteld om de impact van initiatieven (havenuitbreiding, aanleg infrastructuren, bosuitbreiding, natuurontwikkeling) op grondgebruikers te beperken. Voor de structurele uitbouw van het meldpunt, de verdere uitbouw van het e-loket en ondersteunende informaticatoepassingen, en de toenemende dossierafhandeling, wordt er in 2008 geïnvesteerd in personeel en aangepaste opleidingen. Insteek van leefmilieu in PDPO consolideren en vergroten (cf. OD 5 bij Integratie)

De implementatie van het nieuwe Vlaams programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013 (pdpo ii) en de voorbereiding van het Vlaams plattelandsbeleidsplan zijn prioritair voor het Vlaams geïntegreerd plattelandsbeleid. Na de oprichting van het interbestuurlijk plattelandsoverleg (ipo) is een Vlaams plattelandsbeleidsplan, met als uitgangspunt beleidsdomeinoverschrijdende doelstellingen, de volgende stap. Het zal ook als kader dienen voor de provinciale plattelandsbeleidsplannen. Parallel daarmee worden de geïnitieerde plattelandsprojecten uitgevoerd en nieuwe projecten opgestart. Het beleidsdomein lne zal in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor de

03 MJP08*.indd 127

28-02-2008 15:05:35


Milieujaarprogramma

128 2008

uitvoering van de maatregelen voorzien in as 2 (Leefmilieu), as 3 (Leefkwaliteit van het Platteland) en de horizontale Leader-as (as 4) en in beperkte mate as 1 (Competitiviteit van Land- en Bosbouw). Specifieke aandacht kan gaan naar beheerovereenkomsten voor soortenbescherming, perceelsrandenbeheer, erosiebestrijding en naar bosbouwmaatregelen (as 2). Het pdpo ii bevat met betrekking tot beheerovereenkomsten enkele nieuwe elementen, zoals bedrijfsovereenkomsten met maatregelen en het systeem met aanbestedingen. Daarnaast zijn ook enkele nieuwe agromilieumaatregelen en compenserende betalingen voorzien, zoals de beheerovereenkomst akkervogels en maatregelen t.b.v. integraal waterbeheer. Een belangrijke bijdrage tot het succes van de beheerovereenkomsten is de inzet van de bedrijfsplanners die met de landbouwers gebiedsgericht en op maat bedrijfsplannen opmaken en zo beheerovereenkomsten laten sluiten. In as 3 worden de inrichtingsmaatregelen vooral toegespitst op recreatief medegebruik, geënt op de omgevingskwaliteiten en worden provinciale plattelandsprojecten en projecten in Leader-gebieden o.m. ingezet voor de opwaardering van natuurlijk en cultureel erfgoed. De besparingen op de Europese Toekomstige prioriteiten vereisen een verhoogde inspanning van de Vlaamse overheid. Regionale Landschappen (cf. OD 7 bij SD 1 bij Natuur- en bosbeleid)

Door een verruimde taakstelling met gebiedsgerichte activiteiten is er nood aan inhoudelijke afbakening van de doelstellingen en de taken van de Regionale Landschappen. Tevens wordt in samenwerking met de Regionale Landschappen een afstemming voorbereid tussen de verschillende activiteiten, gericht op een maximale versterking van de doelstelling van de Regionale Landschappen, zoals bepaald in het Natuurdecreet. Het uitvoeringsbesluit op de Regionale Landschappen zal in die zin worden gewijzigd. Ondersteuning en integratie van leefmilieu in stedelijke ontwikkelingsprojecten

Europa voorziet in de Structuurfondsen (efro-doelstelling 2) financiële middelen voor vier prioriteiten. Volgend op het zesde Milieuactieprogramma van de eu is ook stedelijke ontwikkeling een prioriteit. In het Nationaal Strategisch Referentiekader (nsrk) werd deze prioriteit verder uitgewerkt. In 2008 zullen er stedelijke ontwikkelingsprojecten uitgewerkt worden die de focus leggen op de versterking van de economie, de verbetering van de mobiliteit, de verbetering van de leefkwaliteit en van het sociaalcultureel leven in de stedelijke gebieden. Voor de aspecten leefmilieu zal er, naast de gevraagde financiering vanuit Europa, voorzien worden in (financiële) ondersteuning vanuit Vlaanderen.

03 MJP08*.indd 128

28-02-2008 15:05:35


deel 4

actoren

04 MJP08*.indd 129

28-02-2008 15:06:01


04 MJP08*.indd 130

28-02-2008 15:06:01


131 deel 4

1. Doelgroepen Toelichting en evaluatie tot 2007 Op het einde van de huidige planperiode werd een concreet actieprogramma Doelgroepenbeleid ontwikkeld met een luik industrie en een luik landbouw. Dit actieprogramma heeft een vierledige doelstelling: verhogen van de overheidsinterne samenwerking met het oog op een eensgezinde benadering van de doelgroep, optimaal betrekken van de doelgroepen bij het beleid, vergroten van de kennis over de doelgroepen in verhouding tot het milieu en het verbeteren van de integratie en afstemming van het beleid op maat van de doelgroepen. De ervaringen van de bestaande doelgroepbetrokkenheid bij het milieubeleid en een grondige evaluatie van de binnen de planperiode uitgevoerde pilootprojecten met twee industriële sectoren (staalindustrie en voedingsnijverheid) vormden de basis voor het actieprogramma. Bij de uitvoering worden twee sporen onderscheiden. Enerzijds gaat de aandacht naar het opvolgen en faciliteren van de betrokkenheid van de doelgroepen industrie, landbouw en consumenten bij het milieu-, natuur- en energiebeleid. Hiervoor wordt de kennis over de doelgroepen en hun milieudruk uitgebreid. Op basis van een overzicht van het lopende overleg en een vademecum over doelgroepbetrokkenheid wordt gewerkt aan een betere doelgroepparticipatie bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het milieubeleid. Voor de doelgroep landbouw wordt maximale afstemming met het beleidsdomein Landbouw en Visserij betracht. Anderzijds wordt het gestructureerde doelgroepenbeleid uitgebreid naar de prioritaire deelsectoren van industrie en landbouw. Met deze sectoren met een belangrijk aandeel in de milieudruk zal een structurele samenwerking worden opgezet. Daarnaast zal een specifieke benadering voor de voorloperdoelgroepen worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om ondernemingen die duurzame productieprocessen hanteren, duurzame producten afleveren of eco-efficïent werken en zo binnen hun sector vooruitstrevend zijn inzake bedrijfsinterne milieuzorg. De samenwerking met de voedingsnijverheid werd in 2006 verankerd in een door overheid en sector bekrachtigd doelgroepprogramma met een looptijd tot 2010. Eén jaar na de start van het doelgroepprogramma Voedingsnijverheid 2006-2010 werd een eerste voortgangsrapport opgemaakt: een belangrijke realisatie is de Integrale Milieuanalyse Voedingsnijverheid 2007. Dit rapport beschrijft de socio-economische toestand, de milieudruk en het milieumanagement van de Vlaamse voedingsnijverheid. Deze vorm van gestructureerd doelgroepenbeleid wordt uitgebreid naar prioritaire sectoren binnen de hoofddoelgroepen industrie en landbouw. Op basis van de ervaringen met de pilootsectoren zal de samenwerking met de geselecteerde prioritaire deelsectoren opgestart worden vanaf 2008. In uitvoering van het luik landbouw beslisten de secretarissen-generaal van de departementen Leefmilieu, Natuur en Energie en Landbouw en Visserij om de samenwerking tussen beide beleidsdomeinen te verdiepen en op alle niveaus afstemming en overleg te voorzien. In de toekomst worden knelpunten en opportuniteiten systematisch besproken en aangepakt. Verder werd onder impuls van de Cel dgb een overzicht van communicatie-initiatieven van het beleidsdomein richting industrie enerzijds en landbouw anderzijds opgesteld en ter consulatie aan de doelgroepen bezorgd. Resultaten van de consultatie worden door colev meegenomen voor de uitwerking van doelgroepspecifieke communicatieplannen in 2008. Door een wijziging van de prioriteiten is de implementatie van het luik Consumenten, het derde en laatste deel van het actieprogramma DGB, voorlopig uitgesteld.

04 MJP08*.indd 131

28-02-2008 15:06:01


Milieujaarprogramma

132 2008

Tot slot ging er meer aandacht uit naar de dienstverlenende rol van de Cel DGB om medewerkers van het beleidsdomein te assisteren bij het in praktijk brengen van doelgroepenbeleid. Hiervoor werd eind 2007 een vademecum doelgroepbetrokkenheid ontwikkeld.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

Geïdentificeerde prioritaire knelpunten tussen de beleidsdomeinen

S tatus

Huidig e ver wacht ing

2008 EINDE

nieuw

2004 MIDDEN

vertraagd

2008 MIDDEN

nieuw

Handleiding “Betrekken van doelgroepen” afgerond

2006 EINDE

vertraagd

2008 BEGIN

Intern informatiebestand is omgezet in een gebruiksvriendelijk

2007 EINDE

vertraagd

2008 EIND

Real i sati e

Doelst elling

13 (2007)

12 (2006)

LNE en LV zijn opgelost Prioritaire doelgroepen voor verruimen van gestructureerd

2008 BEGIN

doelgroepenbeleid zijn geïdentificeerd Start structurele samenwerking met prioritaire deelsector van de industrie en landbouw

en toegankelijk bestand

In d i cat or en Aantal vragen voor assistentie bij doelgroepeninteractie

Aanpak prioriteiten 2008 Ontwikkelen van convenanten voor prioritaire sectoren industrie en landbouw (cf. OD bij Participatie en maatschappelijke gedragenheid)

Het milieubeleid op maat (cf. doelgroepprogramma GP Voedingsnijverheid) wordt uitgebreid naar prioritaire sectoren binnen de hoofddoelgroepen industrie en landbouw. In 2007 werden deze via een onderbouwde en reproduceerbare methodologie geïdentificeerd. In 2008 zal met een prioritaire sector van de industrie en één prioritaire sectoren van de landbouw een structurele samenwerking gestart worden. De samenwerking met deze sectoren start met een analyse van de milieusituatie van de sector. Hieruit kunnen dan de belangrijkste knelpunten en opportuniteiten voor samenwerking gedestilleerd worden. De bedoeling is om deze informatie in een convenant te gieten op maat van de sector. Zowel de betrokken (milieu)overheidsdiensten als de sectororganisaties werken hiervoor aan gezamenlijk te onderschrijven doelstellingen en concrete afspraken omtrent een aantal gekozen milieuthema’s. Een sectorspecifiek bilateraal overlegorgaan zorgt voor een periodieke opvolging van de uitvoering van de afspraken. De bestaande samenwerking met de Vlaamse voedingsnijverheid wordt verdergezet. Opstarten structureel overleg tussen de beleidsdomeinen LNE en LV (cf. OD bij Participatie en maatschappelijke gedragenheid)

In 2007 werd structureel overleg tussen de beleidsdomeinen lne en lv opgestart met het oog op beleidsafstemming gericht op de doelgroep landbouw. Dit periodieke overleg van leidend ambtenaren van beide beleidsdomeinen behandelt knelpunten en opportuniteiten over beleidsdomeinoverschrijdende thema’s. In 2008 wordt dit overleg structureel verder uitgebouwd met themawerkgroepen waar voorstellen voor oplos-

04 MJP08*.indd 132

28-02-2008 15:06:01


actoren

133 deel 4

sing of aanpak van knelpunten of opportuniteiten worden uitgewerkt en besproken. Ondertussen werd een lijst van prioritair te behandelen knelpunten opgesteld. Stimuleren van doelgroepbetrokkenheid bij de werking van de verschillende entiteiten van het beleidsdomein LNE (cf. OD bij Participatie en maatschappelijke gedragenheid)

In 2008 wordt gewerkt aan de verinnerlijking van de doelgroepinvalshoek binnen alle geledingen van het beleidsdomein lne. Door middel van concrete instrumenten zoals een vademecum ‘Betrokkenheid van doelgroepen’, een extranettoepassing met informatie over de doelgroepen en vraaggestuurde procesbegeleiding door doelgroepcoördinatoren wordt opleiding en begeleiding voorzien van beleidsmedewerkers. Een concreet voorbeeld van dit laatste is het Europese initiatief ‘Business and Biodiversity’. Het departement voorziet hier een aantal initiatieven waarbij participatie van de betrokken sector een belangrijk element vormt. Andere belangrijke initiatieven zijn voorzien.

04 MJP08*.indd 133

28-02-2008 15:06:01


Milieujaarprogramma

134 2008

2. Burgers Toelichting en evaluatie tot 2007 De website “www.milieubeleidsplan.be” bevat nu alle relevante documenten en korte toelichtingen, en werd geïntegreerd in de nieuwe website van het departement. Voor de verlenging en actualisatie van het Milieubeleidsplan 2003-2007 tot 2010 werd een openbaar onderzoek gevoerd, vrijwel uitsluitend voor het internet. Het openbaar onderzoek is meteen ook een experiment voor digitale procedures voor inspraak. Het werd aangekondigd via een flyer en via websites van de Vlaamse Gemeenschap

Accenten 2008-2010 De komende jaren zullen de inspraakprocedures tijdens de opmaak van het minaplan 4 prioriteit krijgen.

04 MJP08*.indd 134

28-02-2008 15:06:01


actoren

135 deel 4

3. Maatschappelijke organisaties Toelichting en evaluatie tot 2007 Naast de opvolging van de tweede fase van de Samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 werd een nieuwe overeenkomst 2008-2010 voorbereid. Uitvoering werd gegeven aan het besluit inzake de erkenning en subsidiëring van verenigingen en aan het besluit inzake projectmatige ondersteuning. Socio-economische verenigingen werden bij het beleid betrokken door de ondersteuning van de milieuwerking van de vakbonden en milieusensibiliseringsacties van werkgeversfederaties. Voor sociaal-culturele volwassenenorganisaties werden kant-en-klare activiteitenfiches (b.v. stiltewandeling, energiequiz) uitgewerkt en was er inhoudelijke ondersteuning bij het uitwerken van eigen activiteiten en vormingsmomenten. Jeugdgroepen krijgen instrumenten en stimulansen aangereikt om milieuvriendelijker op kamp te gaan, zoals www.jeromweb.be (concrete tips voor jeugdwerkers) en www.fermweb.be (bij welke boeren kunnen jeugdgroepen in de buurt van hun kampplaats terecht voor groenten, fruit) Voor het totaalpakket ‘milieuvriendelijk op kamp’, waaraan in 2008 gewerkt wordt, worden vormingsmodules uitgewerkt, het bestaande aanbod afgestemd en leemtes in het aanbod ingevuld. Het natuureducatie centrum De Vroente biedt aansluitend bij de activiteitenbundel ‘Groenvoer voor jeugd’ een vorming ‘Natuurspelen’ aan (vorming op vraag). Een vervolgproject op Ecospot, een educatief project over milieuzorg en milieuvriendelijk gedrag, specifiek gericht naar en op maat van jeugdhuizen, werd opgestart. In het najaar 2007- voorjaar 2008 wordt op zoek gegaan naar het meest milieuvriendelijke jeugdhuis van Vlaanderen. Een project rond vergroening van de omgeving van jeugdlokalen wordt opgestart. Tot slot werd ook de nme-inventaris verder bekend gemaakt aan volwassenen, socio-culturele en andere organisaties.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

vertraagd

2009 MIDDEN

In d ic a t or en

Real i sati e

Doelst elling

Aantal ecoscans ingevuld

2307 (2007)

Overeenkomst BBL/VODO 2008-2010 goedgekeurd Inventaris relevante actoren

2007 EINDE 2006 MIDDEN

Aantal hoeveproducten geregistreerd op site www.fermweb.be Aantal milieuprojecten voor socioculturele organisaties - vakbonden

324 (2007) 7 (2007)

Accenten 2008-2010 De lopende initiatieven worden geoptimaliseerd met het oog op een vlottere en transparante dienstverlening naar de doelgroep. In overeenstemming met een aanbeveling uit de oeso-review over het aangaan van (meer ambitieuze) partnerships met actoren, gaat bijzondere aandacht naar het uitwerken van een algemene visie en gecoördineerde aanpak. Daarnaast zullen ook de bestaande overlegstructuren (o.m. edo- en nmeplatformen, overleg samenwerkingsovereenkomst, adviescommissie projectenfonds) geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd worden.

04 MJP08*.indd 135

28-02-2008 15:06:01


04 MJP08*.indd 136

28-02-2008 15:06:02


deel 5

geĂŻntegreerd overheidsbeleid

05 MJP08*.indd 137

28-02-2008 15:06:32


05 MJP08*.indd 138

28-02-2008 15:06:32


139 deel 5

1. Interne en externe integratie binnen de Vlaamse overheid: organisatie Toelichting en evaluatie tot 2007 Het uitvoeringsnetwerk voor het mina-plan 3 functioneerde goed. Dit punt komt verder aan bod in het project ‘Planningscyclus’ in het deel ‘Instrumenten’. Er werd gewerkt aan de interdepartementale integratie via de overlegfora over gezondheid, economie, ruimtelijke ordening, interne milieuzorg en sinds 2005 ook over duurzame ontwikkeling. Bij de vorming van de nieuwe regering in 2004 werd de bevoegdheid voor ‘duurzame ontwikkeling’ immers bij de minister-president gelegd. Verdere informatie is te vinden in het hoofdstuk ‘Externe integratie: voorbeelden’ en wat interne milieuzorg betreft, bij het deel ‘Instrumenten’. Veel energie ging naar het uittekenen en detailleren van een nieuwe structuur van de milieuadministratie, en van de wijze van samenwerking en de taakafbakening binnen deze nieuwe structuur. Wat duurzame ontwikkeling betreft, in 2005 werd een formeel ambtelijk overleg opgestart, voornamelijk om tot een Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling te komen. De Vlaamse Regering keurde de tekst van deze Vlaamse strategie goed midden 2006. Zie ook bij het hoofdstuk ‘Samenwerking met de andere gewesten en de federale overheid’.

Accenten 2008-2010 De inspanningen in de uitvoering van de maatregelen worden geconcentreerd op het verder structureren en op elkaar afstemmen van de diverse nieuwe overlegorganen. Bijzondere aandacht zal daarbij gaan naar afspraken over het afstemmen van de diverse plannings- en beheerscycli (cf. project ‘Planningscyclus’) en over de voorbereiding van het mina-plan 4. Een alternatief voor het wegvallen van het Gewestelijk MilieuOverleg (gmo) zal gezocht worden. Ook het beleidsconcept ‘Duurzame ontwikkeling’ en de rol van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie daarin blijven cruciaal. Verder wordt bekeken op welke wijze voldoende aandacht kan besteed worden aan interne en externe integratie via bestaande kanalen, zoals de werkgroepen van de Beleidsraad en de werkgroep ‘Duurzame ontwikkeling’. Daarbij wordt aangesloten bij de oeso-aanbevelingen m.b.t. integratie, bv. voor het vastleggen van kwantitatieve milieudoelstellingen in economische en sectorale plannen, het gebruik maken van economische analyse om prioriteiten te bepalen en het versterken van de institutionele samenwerking tussen de departementen.

Aanpak prioriteiten 2008 Werken aan een Vlaamse strategie Duurzame Ontwikkeling

De Algemene diensten van het regeringsbeleid coördineren de uitvoering en opvolging van een Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling. Vele do-thema’s hebben een expliciete milieu-invalshoek. De integratie van leefmilieuaspecten in de andere sectoren is een cruciaal onderdeel van de Vlaamse strategie. Leefmilieu voert de strategie mee uit en treedt, waar mogelijk, faciliterend op voor de andere beleidsdomeinen. Veel initiatieven worden door het beleidsdomein lne getrokken en/of opgevolgd. In dezelfde context worden ideeën aangereikt voor het steunpunt Duurzame ontwikkeling, dat vanaf 2007 voor 5 jaar werd opgericht, en wordt dit van nabij opgevolgd.

05 MJP08*.indd 139

28-02-2008 15:06:32


Milieujaarprogramma

140 2008

2. Externe integratie binnen de Vlaamse overheid: voorbeelden Toelichting en evaluatie tot 2007 Gezondheid

Het humaan biomonitoringprogramma van het eerste generatie steunpunt Milieu en Gezondheid liep eind 2006 af. Begin 2007 ging het tweede-generatiesteunpunt Milieu en Gezondheid van start. Bij het opstellen van het lastenboek van dit nieuwe steunpunt staan wat betreft het luik ‘Humane biomonitoring’ twee benaderingen centraal, nl. monitoring en wetenschappelijk onderzoek. Deze dienden duidelijk te worden onderscheiden, maar weliswaar op elkaar geënt. Hierbij vormt ‘monitoring’ het hoofdonderdeel. Het surveillance luik ‘Algemeen Vlaanderen’ van het nieuw humaan biomonitoringsprogramma wordt tegen eind 2007 op poten gezet. Bovendien worden een gedragen en onderbouwd communicatieplan, het gebruik van humane biomonitoring als beleidsinstrument en de vertaalslag ervan in concrete beleidsacties (“fasenplan”) waar nodig als essentiële onderdelen van het humaan biomonitoringprogramma beschouwd. In september 2007 start de eerste inzamelactie rond pesticiden in het kader van de campagne ‘Zonder is gezonder’. Deze inzamelactie is het resultaat van het doorlopen van het pilootproject dde van het fasenplan, op basis van de resultaten van de eerste humane biomonitoringscampagne (2002-2006). Effectgerichte metingen laten, in vergelijking met de klassieke stofgerichte metingen, een meer geïntegreerde inschatting van de mogelijke invloed van schadelijke milieufactoren toe. Een pilootproject voor het effectgericht meten van de impact van de luchtkwaliteit op de gezondheid in Vlaanderen geeft in de loop van 2007 meer duidelijkheid over de bruikbaarheid van een dergelijke meetstrategie voor opvolging van problemen voor de gezondheid en het opsporen van bronnen van vervuiling. De meetcampagne wordt afgerond tegen eind september 2007. Tegen eind 2007 zal er meer duidelijkheid worden geschept over de mogelijkheid van de installatie van een effectgericht meetnet. Het eindrapport van de studie wordt verwacht tegen maart 2008. De metingen om de invloed van schadelijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van het binnenmilieu te bepalen, en dit voor kinderen als kwetsbare doelgroep, werden eind 2006 afgerond. Een volgende stap in de binnenmilieuproblematiek was zich te richten op de problemen in scholen. Eind 2007 start het project ‘Onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht in scholen: invloed van het buitenmilieu, van ventilatie en van klasinrichting’ In 2007 werd de strategie uitgetest om trends op te sporen, zowel in de tijd als in de ruimte, in aandoeningen die op een verstoorde hormonale werking bij de mens kunnen wijzen en de mogelijke verbanden met de aanwezigheid van hormoonverstorende stoffen in het milieu. In de analyse van de gezondheidskost voor de maatschappij werd een methodologie uitgewerkt om de gezondheidskosten te berekenen per incidentie volgens dezelfde stappen als de milieuverstoringsketen (dpsi-r). In maart 2007 startte het onderzoek naar het voorkomen in mens en milieu en eventuele humane effecten van nieuwe chemicaliën met een mogelijk endocrien verstorend karakter. Hierbij wordt voornamelijk toegespitst op brandvertragers en perfluorverbindingen. De dienst Milieu & Gezondheid verzorgt in 2007 nog steeds de coördinatie van de uitvoering van het cadmiumplan en staat in voor de rapportering naar de verschillende betrokkenen. Eén jaar na lancering van het Cd-plan (totaal 42 acties) waren 9 acties volledig voltooid, 29 acties in praktische uitvoering en 4 acties in studiefase.

05 MJP08*.indd 140

28-02-2008 15:06:32


geïntegreerd overheidsbeleid

141 deel 5

Mobiliteit

Informatie hierover is voornamelijk terug te vinden bij het thema ‘Verontreiniging door fotochemische stoffen’. Ruimtelijke ordening

Eind 2006 werd de studie over de knelpunten tussen ruimtelijke ordening en de milieuwetgeving opgeleverd. Het beleidsdomein rwo was hier de initiatiefnemer. Ruimtelijke Planning heeft aangegeven dat ze via een werkgroep van de tom verder uitvoering wil geven aan de besluiten van de studie. Het Europese Espace project onderzocht gedurende twee jaar de link tussen klimaatbeleid en ruimtelijke ordening. De eindresultaten (www.espace-project.org) en de bestudeerde praktijkvoorbeelden uit andere Europese landen geven input voor het Vlaamse adaptatiebeleid m.b.t. deze thematiek. Het rsv liep aanvankelijk tot 2007. Nu al is duidelijk dat een nieuw rsv niet verwacht wordt voor 2012. Momenteel is men nog volop bezig met de uitvoering van het huidige plan. Zo worden midden 2007 de eerste openbare onderzoeken georganiseerd voor de tweede fase van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur, en dit voor twee ruimtelijke uitvoeringsplannen in de buitengebiedregio HaspengouwVoeren. Op 20 juli 2006 keurde de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit over de watertoets definitief goed. Dit besluit geeft de lokale, provinciale en gewestelijke overheden die vergunningen afleveren richtlijnen voor het toepassen van de watertoets. Het besluit trad in werking op 1 november 2006. Om de advies- en vergunningverleners wegwijs te maken in deze nieuwe regelgeving en de daaraan gekoppelde richtlijnen organiseerde de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (ciw), in samenwerking met de provinciebesturen, in het najaar van 2006 een aantal informatiedagen. Via de website www.watertoets.be wordt een elektronisch instrument aangeboden waarmee de vergunningverleners de procedure bij de watertoets correct en snel kunnen uitvoeren. Verder wordt binnen de ciw gewerkt aan richtlijnen voor het toepassen van de watertoets bij plannen en programma’s en aan een leidraad voor adviesverleners. Landbouw

In het kader van het hervormd gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten landbouwers die rechtstreekse steun wensen te ontvangen, een aantal randvoorwaarden naleven voor het verkrijgen van die steun, bv. inzake milieubescherming en dierenwelzijn. Bij niet-naleving van de randvoorwaarden kan de overheid de rechtstreekse steun verlagen of zelfs volledig intrekken. In de toekomst zullen deze randvoorwaarden eveneens van toepassing zijn op een aantal steunregelingen in het kader van het Europese plattelandsbeleid. Met andere woorden: landbouwers die in het kader van het tweede programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling (pdpo ii voor de periode 2007-2013), nieuwe beheersovereenkomsten afsluiten, zijn er eveneens toe gehouden de randvoorwaarden na te leven. Voor de productie van pure plantaardige olie en biodiesel werd in Vlaanderen in 2007 ongeveer 1.000 ha koolzaad geoogst. Voor de bioethanolproductie werd ongeveer 1.400 ha tarwe geteeld. Bijna 700 ha Vlaamse energiemaïs diende voor de aanmaak van biogas. Alle overige grondstoffen die in ons land tot energieproducten leidden, werden ingevoerd, vooral uit onze buurlanden. In uitvoering van de maatregel ‘overlegstructuren voor een betere samenwerking verder uitbouwen’ en het luik landbouw van het actieprogramma Doelgroepenbeleid Landbouw beslisten de secretarissen-generaal van de departementen Leefmilieu, Natuur en Energie en Landbouw en Visserij om de samenwerking tussen beide beleidsdomeinen te verdiepen en op alle niveaus afstemming en overleg te voorzien. Met respect voor elkaars invalshoek worden knelpunten en opportuniteiten systematisch besproken en aangepakt. In dit samenwerkingsverband keek men verder dan het bestaande beleid alleen. Zo zijn al concrete afspraken gemaakt om bij de voorbereiding

05 MJP08*.indd 141

28-02-2008 15:06:32


Milieujaarprogramma

142 2008

van Europees en internationaal beleid waarbij zowel landbouw als leefmilieu gevat worden, in een vroeg stadium de kennis en expertise van beide beleidsdomeinen te bundelen. Meer informatie over de afstemming met landbouw is terug te vinden bij het thema ‘Vermesting’ en het hoofdstuk ‘Doelgroepen’. Economie en energie

Informatie hierover is voornamelijk terug te vinden bij het thema ‘Verandering van het klimaat door het broeikaseffect’.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2008 EINDE

op schema

2008 MIDDEN

op schema

Nieuwe emissieplafonds 2020 voor PM10, NOx, VOS, SO2 en NH

2006 BEGIN

op schema

Administratie Leefmilieu wordt actief betrokken bij de opmaak

2007 EINDE

gerealiseerd

2007 EINDE

op schema

2005 EINDE

gerealiseerd

2007 MIDDEN

Real i sati e

Doelst elling

Beleidsinterpretatie van humane biomonitoringsresultaten

Huidig e ver wacht ing

van het eerste generatie steunpunt Milieu en Gezondheid Inventaris van de NIS-straling in binnenhuisomgeving

2007 EINDE

van ruimtelijke uitvoeringsplannen Gebiedsvisies voor economische hoofdgebieden houden rekening met elementen van milieu- en natuurbeleid Opmaak PDPO 2007-2013

In d i cat or en Aantal plan-MER’s uitgevoerd

15 (2007)

aantal acties jaarlijks opgestart in uitvoering van NEHAP

2 (2007)

1 (2006)

Accenten 2008-2010 In overleg met het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wordt onderzocht hoe het instrument van de ruimtelijke veiligheidrapportage geoptimaliseerd kan worden. Ruimtelijke veiligheidsrapporten dragen bij tot de integratie van het veiligheidsbeleid inzake Seveso-inrichtingen (met risico’s voor zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn) in het beleid van ruimtelijke ordening. Energie behoort nu tot de bevoegdheden van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. De beleidsvoorbereiding en -evaluatie zal dus in grote mate gebeuren door het departement; de beleidsuitvoering is de opdracht van het Vlaams Energieagentschap (vea). Het is nodig om de beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie in elkaar te laten vloeien. Aangezien er in het klimaatbeleid heel wat onderwerpen zijn waar zowel vea als het departement een rol spelen in de uitvoering, is een regelmatig overleg tussen vea en het departement aangewezen. Hiervoor zijn eveneens gestructureerde overlegkanalen nodig die zullen zorgen voor een verdere optimalisering van de samenwerking.

05 MJP08*.indd 142

28-02-2008 15:06:32


geïntegreerd overheidsbeleid

143 deel 5

Aanpak prioriteiten 2008 Begeleiden en sturen van het Steunpunt Milieu en Gezondheid

In het kader van het tweede-generatiesteunpunt Milieu en Gezondheid wordt het vervolg van het humaan biomonitoringsprogramma verder voorbereid en uitgevoerd. Het biomonitoringsprogramma biedt het noodzakelijke kader om de impact van verschillende polluenten op de volksgezondheid op een geïntegreerde manier te evalueren. Hierbij zal zowel op een brede basis de gemiddelde blootstelling aan en effecten van polluenten in Vlaanderen worden bepaald, als de blootstelling aan en effecten van bepaalde polluenten in zogenaamde ‘hot spots’. Naast het biomonitoringsluik zal in het kader van het steunpunt tevens onderzoek inzake gezondheidseffecten van endocriene verstoorders en fijn stof worden uitgevoerd. Beleidsvertaling van humane biomonitoringresultaten (fasenplan) : in 2006 en 2007 werd een pilootproject van het fasenplan uitgevoerd op basis van de dde-resultaten. De resulterende beleidsacties (inzamel- en sensibiliseringsacties, verder onderzoek, sorteeranalyse) worden uitgevoerd in 2007 en 2008. De andere humane biomonitoringsresultaten, verkregen in het kader van het eerste-generatiesteunpunt Milieu en Gezondheid, worden op basis van het geïntegreerde fasenplan verder geïnterpreteerd en, indien prioritair bevonden, verder vertaald naar concrete beleidsacties. Het geïntegreerde fasenplan werd opgestart in 2007 en zal eind 2008 beëindigd worden. Versterken van wetenschappelijke onderbouwing en optimaliseren van meetinspanningen in functie van de volksgezondheid (cf. SD1 en SD2 bij Milieu en Gezondheid)

Op basis van de metingen die in 2007 werden uitgevoerd om de invloed van schadelijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van het binnenmilieu te bepalen, en dit voor kinderen als kwetsbare doelgroep, wordt een vervolgstudie uitgewerkt en gepland voor 2008. Deze zal zich toespitsen op het binnenhuismilieu in scholen. In het kader van de studie ‘Milieugerelateerde gezondheidskosten in Vlaanderen ‘ wordt een overzicht van de huidige berekeningswijzen met vastgestelde problemen en mogelijke oplossingen opgemaakt. Voor een specifieke set aan polluenten (fijn stof (PM2,5 en PM10), troposferisch ozon en NO2) wordt tevens voor elke stap in de schadefunctieketen een kritische analyse gemaakt van de huidige berekeningsmethodiek, en waar opportuun worden specifieke gegevens voor Vlaanderen verzameld om deze daarna door te rekenen. Deze studie zal in de loop van 2008 leiden tot geoptimaliseerde en geactualiseerde gegevens met betrekking tot de reële milieugerelateerde gezondheidskosten in Vlaanderen. Coördineren en bijdragen aan de inhoudelijke uitwerking van het actieplan Cadmium voor de Noorderkempen

In kader van het actieplan cadmium wordt eind 2007- begin 2008 vooral aandacht besteed aan de interpretatie van de resultaten van het humane biomonitoring project. Dit gebeurt door het uitvoeren van een geïntegreerde risico-evaluatie waarbij de resultaten van de humane biomonitoring en de milieumeetgegevens individueel worden gekoppeld. Op basis van de risico-evaluatie, zullen indien nodig, concrete beleidsacties worden uitgewerkt. Verder uitwerken strategie hormoonverstorende stoffen (cf. OD2 bij Milieu en Gezondheid)

In dit kader wordt de studie rond gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen, opgestart in 2007, verder gezet. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan het identificeren van geschikte en bruikbare indicatoren ten einde de blootstelling van de Vlaamse bevolking aan beide ‘nieuwere’ hormoonverstorende stoffen te kunnen inschatten.

05 MJP08*.indd 143

28-02-2008 15:06:32


Milieujaarprogramma

144 2008

Werken aan behalen van luchtkwaliteitsnormen via het mobiliteitsbeleid

In uitvoering van het plan Fijn Stof en het Vlaams Klimaatplan werden in 2007 concrete voorstellen voorgelegd betreffende de hervorming van de verkeersbelasting. In 2008 gaat er aandacht naar de implementatie van de hervorming. Aandachtspunten zijn overleg met de federale overheid betreffende het aanleveren van data nodig voor berekening van de verkeersbelastingen, het integreren van een korting voor omgebouwde voertuigen en overleg met de andere Gewesten over de invoering van de hervorming. Er zal ook verder aandacht besteed worden aan een optimalisering van de tweetalige Ecoscore-databank, die aan de basis ligt van de belastingshervormingen. Daarnaast zullen de inspanningen worden voort gezet om een oplossing te bieden voor de overschrijdingen van de fijn stof norm en de NO2 norm langs snel- en gewestwegen. Overleg met steden en gemeenten betreffende de luchtkwaliteit in binnenstedelijke gebieden wordt opgevoerd. In uitvoering van het ‘Actieplan milieuzorg in het Vlaamse voertuigenpark’ gaat in 2008 aandacht naar de implementatie van de omzendbrief waarin minimumwaarden werden opgenomen waaraan de Ecoscore van een nieuw voertuig binnen de Vlaamse overheid dient te voldoen. Het project inzake energiezuinig rijden bij de Vlaamse overheid wordt geëvalueerd en waar mogelijk verankerd binnen de Vlaamse overheid. Tot slot gaat in 2008 aandacht naar de verdere uitwerking van maatregelen uit het actieplan voor de zeescheepvaart en binnenvaart.

05 MJP08*.indd 144

28-02-2008 15:06:32


geïntegreerd overheidsbeleid

145 deel 5

3. Samenwerking met de andere gewesten en gemeenschappen en met de federale overheid Toelichting en evaluatie tot 2007 De uitbouw van een intergewestelijke structuur blijft geblokkeerd door gebrek aan interesse van de beide andere Gewesten. De voorbereiding van de icl-beslissingen en de opvolging van de uitvoering ervan, zou door de plenaire vergadering van de ccim moeten gebeuren, waardoor het Vlaams gewest meer invloed op de agenda van de icl kan krijgen. In de praktijk blijkt dat de agenda zeer laat en nogal éénzijdig door de bevoegde federale diensten opgemaakt wordt. Hierover moeten nieuwe afspraken met de nieuwe federale minister voor Leefmilieu gemaakt worden. Na een aarzelende opstart van de elektronische uitwisseling en archivering van documenten via het ccimsecretariaat ontvangen de betrokken Vlaamse experten-ambtenaren nu snel, rechtstreeks en ‘op maat’ de documenten over het internationale dossier dat ze opvolgen. Het ccim heeft de eu-comitologie inzake Leefmilieu geanalyseerd en een operationele lijst aangelegd van de Belgische contactpersonen en het bijhorend Belgische coördinatienetwerk. Deze lijst is ook aan de eu bezorgd waardoor een beter gestroomlijnde informatiedoorstroming inzake comitologie verzekerd is. Binnen de ccim is er verder werk gemaakt van de inventarisatie van de relevante eu-expertgroepen en is een bevraging uitgevoerd van de ccim-structuren ten einde de lopende opvolging vanuit België in kaart te brengen. Het blijft een prioriteit voor 2008 om daar de nodige operationele conclusies aan te koppelen. Met het nieuw Vlaams Inter-Departementaal Europa Overleg (video) kan het departement Leefmilieu een betere afstemming verzekeren met de meer horizontale inspanningen die door het Vlaams Gewest gebeuren om de opvolging van de Europees besluitvorming en de bijhorende intern-Belgische coördinatie te verbeteren.

05 MJP08*.indd 145

28-02-2008 15:06:33


Milieujaarprogramma

146 2008

4. Samenwerking met lokale overheden Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2007 Bij de opvolging van het algemene lokale milieubeleid ging bijzondere aandacht naar de Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’. Op 1 januari 2002 ging de eerste fase (2002-2004) van de Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ van start. Naast de klassieke milieuthema’s (zoals water en afval, hinder en natuur,bos en groen) maken ook thema’s als tewerkstelling, ruimtelijke ordening, mobiliteit en energie deel uit van deze overeenkomst. Via gebiedsgerichte en/of doelgroepgerichte werking wordt de samenhang tussen al deze thema’s en beleidsdomeinen bevorderd. De tweede fase (2005-2007) van de Samenwerkingsovereenkomst werd verder opgevolgd. In 2006 werd gestart met de uitwerking van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst die in 2008 in werking treedt. Via de overeenkomst worden lokale overheden ook gestimuleerd en ondersteund om te werken met indicatoren. Eind 2006 zijn al meer dan 1 op 3 gemeenten die de overeenkomst ondertekenden bezig met het gebruik van indicatoren voor de opvolging van hun milieubeleid. De website (www.samenwerkingsovereenkomst.be) werd verder onderhouden en er werden specifieke ad-hoc communicaties gedaan (mailing, checklist opmaak mjp). Ter ondersteuning van de overeenkomsten met lokale overheden werden ook de samenwerkingsovereenkomsten met de ngo’s (bbl en vodo) opgevolgd (zie deel samenwerking met maatschappelijke organisaties).

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Evaluatie van 2e fase van Samenwerkingsovereenkomst

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Nieuwe Samenwerkingsovereenkomst lokale overheden klaar

2007 MIDDEN

vertraagd

2007 EINDE

Real i sati e

Doelst elling

% gemeenten die Samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben

80 (2007)

81 (2006)

% provincies die Samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben

100 (2007)

100 (2006)

In d i cat or en

Huidig e ver wacht ing

Aanpak prioriteiten 2008 Nieuwe samenwerkingsvorm met lokale overheden implementeren

Een nieuwe Samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 2008. Hierbij zullen plan-, rapporterings- en controleverplichtingen minimaal zijn en wordt zo veel mogelijk ruimte gegeven voor eigen beleidsruimte en creativiteit. De gemeentelijke samenwerkingsovereenkomst is opgebouwd uit een basis, een onderscheidingsniveau en een projectmodule. De basis bestaat uit acties voor verschillende thema’s waaraan alle gemeenten moeten voldoen, voornamelijk ter ondersteuning van wettelijke bepalingen of algemeen aanvaarde taken. Hiertegenover staat een basisvergoeding. Het onderscheidingsniveau, met bijkomende subsidies, bevat acties die gemeenten stimu-

05 MJP08*.indd 146

28-02-2008 15:06:33


geïntegreerd overheidsbeleid

147 deel 5

leren verder te gaan. Daarnaast kunnen gemeenten die intekenen op de overeenkomst ook projecten indienen. Ook voor de provincies zal het systeem van de basis en de projectmodule gelden. Naast het voeren van een eigen beleid, ligt in de basis nog meer de nadruk op de ondersteuning van de gemeenten. Inhoudelijk zijn er twee nieuwe thema’s toegevoegd: “Bodem” en “Duurzame ontwikkeling”. Ook is er meer aandacht dan in de vorige overeenkomsten voor handhaving door de gemeenten.

05 MJP08*.indd 147

28-02-2008 15:06:33


05 MJP08*.indd 148

28-02-2008 15:06:33


deel 6

internationaal beleid

06 MJP08*.indd 149

28-02-2008 15:07:11


06 MJP08*.indd 150

28-02-2008 15:07:11


151 deel 6

Internationaal beleid Toelichting en evaluatie tot 2007 Het Vlaams Gewest is voorbereid om in de eerste helft van 2008 het Belgisch woordvoerderschap waar te nemen in de Europese ministerraden Milieu. Elk semester worden in ‘Vlaamse vinger aan de Europese pols’ de lopende Europese onderhandelingsdossiers opgelijst ten behoeve van de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement en wordt dit document besproken in de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. In 2007 werden met een aantal andere prioritaire departementen (Landbouw, Mobiliteit) bilaterale contacten gelegd met de bedoeling de wederzijdse opvolging van relevante eu-dossiers te verbeteren. Een meer openlijke en structurele aanpak voor de correcte toepassing en omzetting van de eu-regelgeving werd in praktijk gebracht. Zo moeten onder meer een strikte focus op de richtlijn en een afzonderlijke omzettingsregeling (dus geen aankoppeling aan de zogenaamde treinen) op structurele wijze een tijdige implementatie bewerkstelligen. Het aantal transversale omzettingsdossiers neemt in aantal en intensiteit toe (milieuaansprakelijkheid en -schade, strafsancties, Dienstenrichtlijn, Better Regulation). Een centrale (of overkoepelende) aanpak binnen het beleidsdomein lne dringt zich meer en meer op. Een ander gevolg is dat meer beleidsdomeinoverschrijdend moet gewerkt worden (zelfs boven het Vlaams niveau). Inzake de ratificatie van internationale milieuverdragen zijn een aantal horizontale probleemaspecten (vertalingen, parlementaire instemming) aangekaart bij bevoegde instanties. De Vlaamse leefmilieuoverheid nam onder meer deel aan de unep Governing Council/Global Ministerial Environment Forum, de 15de sessie van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (csd 15), de pan-Europese ‘Environment for Europe’ Ministerial Conference, de pan-Europese Ministerial Conference on the Protection of Forests in Europe (mcpfe), un Forest Forum en de 13e Klimaatconferentie te Bali. Het proces van de versterking van de Global Environmental Governance is op verschillende fora in een stroomversnelling gekomen. In het kader van de interregionale samenwerking vond een eerste ministeriële bilaterale vergadering plaats met NoordRijn-Westfalen waar een actieplan inzake samenwerking werd afgesproken. Op ambtelijk niveau werden, o.a. in het kader van nrg4sd contacten gelegd met Catalonië, Wales en Baskenland. Daarnaast was Vlaanderen ook aanwezig bij de oprichting van het Forum of Global Associations of Regions (fogar), een associatie van een tiental organisaties (waaronder nrg4sd) die wereldwijd 500 regio’s vertegenwoordigen en op het multilaterale niveau een stem willen geven. In 2007 publiceerde de oeso haar bevindingen inzake de evaluatie van het Belgische milieubeleid, waarmee het evaluatieproces formeel werd afgerond. De aanbevelingen van deze doorlichting zullen meegenomen worden in de Vlaamse Milieubeleidsplanning. De bilaterale betrekkingen met China werden verstevigd door wederzijdse bezoeken en de organisatie van het Seminar on Electrical & Electronic Equipment Waste (eeew) te Brussel. In opvolging van dit seminarie werd gestart met een voorstel voor een ‘Working Program on eeew between Belgium & China’ en een bijhorende pilootproject. Er werd onderzocht in welke mate binnen het kader van de bilaterale samenwerkings-overeenkomsten met landen uit Centraal- en Oost-Europa emissiekredieten kunnen verworven worden via Green Investment Scheme (gis)-projecten.

06 MJP08*.indd 151

28-02-2008 15:07:11


Milieujaarprogramma

152 2008

Verder worden in het kader van de flexibele mechanismen onder het Kyotoprotocol emissiekredieten verworven via projecten in ontwikkelingslanden. Hiervoor werd in de vergaderingen van de Vaste Gemengde Commissie met de partnerlanden van Vlaanderen reeds een algemeen voorstel tot samenwerking opgenomen. In 2007 werd geïnvesteerd in de cofinanciering van een viertal water- en sanitatieprojecten in het kader van het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling. Momenteel lopen 9 projecten, waarvan 3 projecten eind 2007 worden afgerond. Met deze investering worden tienduizenden mensen in onder andere Ecuador, Mali, Gambia, Marokko, Oeganda, Ghana, Benin en Niger voorzien van zuiver water. In totaal startte Vlaanderen in de periode 2004-2007 24 milieuprojecten of samenwerkingsprogramma’s mee op in het kader van ontwikkelingssamenwerking in andere regio’s.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

Afronding doorlichting participatie aan interregionale netwerken

2008 EINDE

nieuw

Uitwerken strategische visie voor bilaterale samenwerking

2008 EINDE

nieuw

Opstarten en opvolgen TWOL inzake internationale milieu

2008 EINDE

nieuw

2006 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

2007 MIDDEN

vertraagd

2008 MIDDEN

Doel stel l i ng

Realisat ie

1,0 (2007)

1,0 (2007)

verplichtingen voor Vlaanderen Aanpak van de omzetting van Europese Richtlijnen volgens vernieuwde werkwijze Stroomlijning rapportering EU

In d i cat or en Vlaamse achterstand (%) in aantal om te zetten Europese Internemarktrichtlijnen tussen 0 en 1 jaar oud

Accenten 2008-2010 De klemtonen blijven liggen op de Noord-Zuidsamenwerking, een blijvende aandacht voor de naleving van eu-regelgeving en de onderschreven multilaterale verdragen en het structureel uitbouwen van de participatie van Vlaanderen aan het internationaal niveau. Bij dat laatste wordt bijkomend gestreefd naar het verschaffen van woordvoerderschap voor de gewestelijke milieuattachés in de Europese milieuraadswerkgroepen. Een bijzonder aandachtspunt is de voorbereiding van het Belgisch voorzitterschap van de eu in 2010. De focus voor bilaterale samenwerking met Centraal- en Oost-Europa verschuift naar de eu-kandidaat-lidstaat Kroatië. Samenwerking met de Balkanlanden en met de overige landen in Centraal- en Oost-Europa en in Centraal-Azië gebeurt voor zover de politieke en maatschappelijke situatie dit mogelijk en realistisch maakt.

06 MJP08*.indd 152

28-02-2008 15:07:11


internationaal beleid

153 deel 6

Aanpak prioriteiten 2008 Correcte toepassing van supra- en internationale regelgeving

De omzetting van nog niet, niet volledig of niet-correct omgezette Europese richtlijnen en de uitvoering van verordeningen wordt tegen eind 2008 correct, tijdig en volledig doorgevoerd. Het omzettingstraject wordt in 2008 verder proactief en in strikte tijdskaders uitgetekend en opgevolgd, waarbij de juridische impact van een richtlijn in de loop van de onderhandelingsfase wordt onderzocht in functie van de te nemen omzettingsmaatregelen. Inzake de implementatie van de marktdossiers is externe expertise aangewezen. Binnen het kader van ccim wordt de aanpak van bevoegdheidsknelpunten aangekaart en actief opgevolgd. Daarbij wordt specifieke aandacht besteed aan de afspraken inzake rapporteringverplichtingen. Inzake verdragen wordt in zoverre de andere bevoegdheidsniveaus zich engageren, een totaal actieplan voor aanpak van alle knelpunten aangenomen en wordt gestart met de implementatie ervan. Integratie van milieucriteria in ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding nastreven

Samenwerking met partners in de derde wereld wordt aangeboden voor zover het gaat om programma’s of projecten met een pilootkarakter en er een concrete meerwaarde aan verbonden is aangaande de kerntaken van het milieubeleid. Wat zuiver drinkwater- en sanitatievoorziening betreft, zal in 2008 de cofinanciering van een aantal projecten in ontwikkelingslanden via het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling voortgezet worden. Het Vlaams Fonds Tropisch Bos subsidieert verder bosprojecten in ontwikkelingslanden, met een veranderde focus op het ontwikkelen en uitvoeren van bebossing en herbebossing om de uitstoot van broeikasgassen te helpen terug te dringen. Verder worden in het kader van de flexibele mechanismen onder het Kyotoprotocol emissiekredieten verworven via projecten in ontwikkelingslanden. Structurele uitbouw en stroomlijning van de Vlaamse participatie aan het supra- en internationaal milieubeleid

Bij de opvolging van de eu-actualiteit wordt aandacht besteed aan horizontale en interdepartementale eu-dossiers en aan een evenwaardige taakverdeling met de andere gewesten en de federale overheid. Op Europees niveau worden in 2008 volgende prioritaire dossiers voorzien: de herziening van de nec-richtlijn en van de eu-ets-richtlijn, een voorstel van verordening over de Euro vi-norm voor zware voertuigen, wetgevende voorstellen inzake de beperking van de CO2-uitstoot door personenwagens, inzake koolstofvastlegging en geologische opslag en inzake energiewinning en -productie uit hernieuwbare energiebronnen, de uitwerking van een post-2012-regime op eu-niveau en de opname van de luchtvaartsector en mogelijk de scheepvaartsector in het emissiehandelssysteem. Ook het voorliggend voorstel voor een nieuwe eu-richtlijn “Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa” zal in 2008 worden opgevolgd en voltooid. Verder zal ook de kaderrichtlijn bodembescherming en de herziening van de kaderrichtlijn Afval nog steeds ter bespreking voorliggen. Ook de ontwikkeling van een gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem (seis) zal de nodige aandacht krijgen. Op multilateraal vlak gaat in functie van de relevantie voor latere processen rond milieubeleid en/of in functie van latere rechtstreekse implementatielast voor Vlaanderen de aandacht vooral naar de processen in het kader van csd, unep, unece, oeso en afzonderlijke verdragsprocessen. Met het oog op capaciteitsopbouw en technologietransfer wordt getracht de milieu- en organisatorische technologie die in

06 MJP08*.indd 153

28-02-2008 15:07:12


Milieujaarprogramma

154 2008

Vlaanderen ontwikkeld werd of wordt, te promoten en te verspreiden als concrete bijdrage voor duurzame ontwikkeling. Om een effectieve en efďŹ ciĂŤnte interregionale samenwerking te verzekeren zal een doorlichting gebeuren van de bestaande interregionale netwerken inzake leefmilieu en duurzame ontwikkeling. Daarnaast wordt in 2008, met het oog op capaciteitsopbouw en technologietransfer, verder samengewerkt of nieuwe samenwerking opgestart met binnen- en buitenlandse partners in het kader van samenwerkingsakkoorden met partnerlanden, interregionale samenwerking met partnerregioâ&#x20AC;&#x2122;s, Europese prioriteiten of prioritaire multilaterale organisaties. De huidige en toekomstige bilaterale samenwerking wordt getoetst aan het algemene kader voor het Vlaams buitenlands beleid, met aandacht voor eigen leefmilieu-, natuur- en energieaccenten. Een eigen strategische visie waaraan voorstellen tot samenwerking zullen getoetst worden, zal worden ontwikkeld.

06 MJP08*.indd 154

28-02-2008 15:07:12


deel 7

instrumenten

07 MJP08*.indd 155

28-02-2008 14:59:10


07 MJP08*.indd 156

28-02-2008 14:59:10


157 deel 7

1. Beleidsvoorbereiding, -evaluatie en -opvolging Toelichting en evaluatie tot 2007 In uitvoering van het regeerakkoord werd het dabm op het vlak van planning in 2006 aangepast. Als gevolg hiervan moest het mina-plan 3 in 2007 geactualiseerd worden. Ter voorbereiding daarvan werd een grondige evaluatie van de uitvoering van het huidige plan opgesteld. Deze evaluatie vormde de basis voor de voorstellen tot aanpassing, die in de eerste helft van 2007 tot een ontwerp van mina-plan 3+ hebben geleid. De uitgevoerde cijfermatige evaluatie van het mina-plan 3 was maar mogelijk doordat het plan in oorsprong zo werd opgebouwd dat het vlot kan dienen als kader voor jaarlijks weerkerende rapporteringen en programmeringen en voor evaluaties. Voor de themahoofdstukken werden plandoelstellingen beter opvolgbaar gemaakt door er operationele indicatoren aan te koppelen en deze worden voortdurend geactualiseerd en verďŹ jnd. De afstemming tussen de milieujaarprogrammaâ&#x20AC;&#x2122;s, de beleidsbrief en de toekomstige prioriteiten werd jaar na jaar vergroot. In 2006 werd voor het eerst van een gezamenlijke basistekst vertrokken om inhoud te geven aan deze drie documenten. De gezamenlijke basistekst kwam tot stand met en is afgestemd op de toekomstige prioriteiten. Bovendien wordt het mjp volledig ingeschoven in de memorie van toelichting bij de toekomstige prioriteiten zonder zijn eigenheid te verliezen. In het mjp worden bv. bijkomende accenten gelegd, die speciďŹ ek zijn voor de milieubeleidsplanning, zoals de rigoureuze opvolging van de plandoelstellingen uit het mina-plan 3. In het voorjaar van 2007 werden de eerste beheersovereenkomsten met de iva/eva opgesteld. Vanuit de bekommernis eigen aan dit hoofdstuk werd d.m.v. een centrale advisering gewerkt aan een inhoudelijke afstemming met het mina-plan. Op het vlak van beleidsevaluatie kan opnieuw melding gemaakt worden van de evaluatie van het mina-plan 3. Het betrof hier wel een oefening in de breedte, die vooral betrekking had op de plandoelstellingen -tegelijk werd ook wel een beschrijvende evaluatie gemaakt van de uitvoering van de projecten uit het mina-plan 3. Voor een meer diepgaande aanpak werden een aantal verkennende oefeningen gemaakt. Een eerste opdracht hierrond heeft geleid tot een methodiek om met beleidsinformatiekaarten (bik) te werken. Hierin wordt de cruciale beleidsinformatie voor een thema op een overzichtelijke wijze bijeengebracht. In 2007 werden de eerste stappen gezet om dit verder voor het beleidsdomein te veralgemenen, zodat in de toekomst op een onderbouwde wijze kan leiden tot een rapportering over beleidseffecten (o.m. in het kader van de beheersovereenkomsten).

07 MJP08*.indd 157

28-02-2008 14:59:10


Milieujaarprogramma

158 2008

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Beheerovereenkomsten en sectorale plannen zijn afgestemd

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2007 EINDE

op schema

2009 MIDDEN

nieuw

2009 MIDDEN

nieuw

2010 BEGIN

nieuw

2007 MIDDEN

gerealiseerd

Huidig e ver wacht ing

op het MINA-plan 3 Een set van beleidseffecten is klaar om te worden opgenomen in het MINA-plan 4 en in de beheersovereenkomsten De krachtlijnen voor het MINA-plan 4 zijn opgesteld en verwerkt in de bijdrage aan de nieuwe regering Het ontwerp MINA-plan 4 is klaar Overgangsdoelstellingen voor de periode 2007-2010 zijn volledig uitgewerkt

Accenten 2008-2010 De klemtoon zal liggen op de opmaak van een mina-plan 4, volgens de nieuwe procedure uit het dabm. De voorbereidingen hiertoe zullen in 2008 aanvangen. Bij deze voorbereidingen worden alle actoren betrokken en worden de opmerkingen van MiNaRaad en serv op het mina-plan 3+ integraal meegenomen. De bijdrage van de administratie aan de nieuwe Regering zal onderdelen van het nieuwe plan in zich dragen, in de hoop dat ze meegenomen worden in het regeerakkoord en vooral in de beleidsnota. Op basis van dit laatste zal immers een ontwerp mina-plan 4 opgesteld moeten worden. In het laatste jaar van de verlengde planperiode loopt bovendien de besluitvorming rond het mina-plan 4, met de nodige procedurestappen. De uitvoering van deze maatregel zal bijgevolg heel de periode 2008-2010 in beslag nemen. Bijkomend zullen ook de twee maatregelen, die in afwachting van bbb onderbelicht bleven intensiever aangepakt worden. Het gaat over de kadering van het volledige milieubeleid, m.i.v. een afstemming met de contractcyclus (beheersovereenkomsten en hun rapportering) en beleidsevaluatie.

Aanpak prioriteiten 2008 Verankeren van de beleidsopvolging en -evaluatie (cf. OD1 bij Beleidsvoorbereiding en -evaluatie)

Er wordt gewerkt aan het beter opvolgbaar maken van de beleidsvoornemens en de beheerscyclus (prestaties, kengetallen en indicatoren) en de afstemming daartussen. Dit is des te meer aan de orde bij de opmaak van de beheers- en managementovereenkomsten en de verplichte rapporteringen daarover. Daarnaast wordt in samenwerking met mira/nara gestart met het uitwerken van een programma voor diepgaande beleidsevaluaties. Een structurering en een betere opvolging van zoâ&#x20AC;&#x2122;n programma zal ook meer lijn brengen in de huidige verspreide inspanningen. Tegelijk moet ervoor gezorgd worden dat de beleidsevaluatie verankerd wordt als een vast element in de beleidscyclus. De wederzijdse afstemming met mira-be is daarbij belangrijk. Tenslotte wordt een speciďŹ ek initiatief opgestart om de gezamenlijke beleidseffecten binnen het beleidsdomein in kaart te brengen en op te volgen.

07 MJP08*.indd 158

28-02-2008 14:59:10


instrumenten

159 deel 7

Diverse plannen, programmaâ&#x20AC;&#x2122;s en rapporteringen op elkaar afstemmen (cf. OD1 bij Beleidsvoorbereiding en -evaluatie)

Toekomstige prioriteiten en Milieujaarprogramma worden verder geĂŻntegreerd en de aansluiting met de beleidsbrief geperfectioneerd. De meeste aandacht zal in 2008 gaan naar de afstemming tussen diverse planningsinstrumenten voor het hele beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie onderling. Het gaat hierbij over alle mogelijke beleidsplannen, maar ook over de beheersovereenkomsten en de ondernemingsplannen van de onderscheiden entiteiten. In 2007 komen de eerste beheersovereenkomsten tot stand en moet worden nagedacht over de wijze van rapporteren hierover. Afstemming hierbij is noodzakelijk in het licht van geĂŻntegreerde cycli. De verdere afstemming tussen milieu- en energiebeleid is een bijzondere uitdaging.

07 MJP08*.indd 159

28-02-2008 14:59:10


Milieujaarprogramma

160 2008

2. Beleidsonderbouwing: kennisverwerving Toelichting en evaluatie tot 2007 Sinds enkele jaren verloopt de stroomlijning van het wetenschappelijk onderzoek via een duidelijk omschreven coördinatie- en overlegprocedure. Nieuwe onderzoeksvoorstellen worden ex ante geëvalueerd en er wordt gezocht naar synergieën. Vanaf 2007 worden ook de onderzoeksprojecten van het agentschap vea mee opgenomen in het twol-programma. Er wordt eveneens afgestemd met andere beleidsdomeinen die milieugerelateerd onderzoek programmeren (o.m. landbouw, mobiliteit). Er wordt nog verder gewerkt aan de integratie van het werkprogramma van het inbo in de twol-cyclus. Het Onderzoekskader 2008, dat de onderzoeksprioriteiten bevat voor toekomstig onderzoek, werd door de agentschappen en het departement lne in overleg met het kabinet samengesteld en onderbouwt het twol-programma 2008. De opmaak van het Ontwerp twol-programma 2008 verloopt volgens de vastgelegde procedure in nauw overleg met het kabinet. Een uitgebreid databeheersysteem (gmo-databank) bevat alle uitgevoerde en geplande onderzoeksprojecten. De informatie opgenomen in de databank heeft zowel betrekking op gegevens nodig voor de onderzoeksprogrammering (twol-programma) als voor de ontsluiting van de onderzoeksresultaten. De gegevens van de afgeronde onderzoeksprojecten werden, na een grondige kwaliteitscontrole, via het internet ontsloten. Het ‘Europees era-net ‘Scientific Knowledge for Environmental Protection (skep) - Network of Funding Agencies’, dat sinds juni 2005 loopt, heeft als doel de onderzoeksprogrammerende en -financierende instanties binnen Europa samen te brengen, een coördinatie te realiseren en de binding met de beleidsmakers te verbeteren. Vlaanderen is als regio partner in dit era-net en neemt actief deel aan de zes werkpakketten die zijn opgenomen in het 4-jaar durende werkprogramma. Belangrijke verwezenlijkingen in 2007 zijn de classificatie van het onderzoek, de voorbereiding van een eerste gemeenschappelijke pilot call en het opstellen van rapporten ter verbetering van enerzijds de evaluatie van onderzoeksprogramma’s en anderzijds de verspreiding van onderzoeksresultaten. In kader van het project Meetnetten en Monitoring werd een inventaris van bestaande meetnet- en monitoringsinitiatieven afgerond. De website monitoring werd ontwikkeld en is beschikbaar gesteld voor de projectpartners. Intussen werden de teksten van de handleiding voor uitbouw van kwaliteitsvolle meetnetten uitgewerkt. Deze teksten vormen een synthese van een twol-studie die in 2005 werd opgestart. Ook vorig jaar werd de emissie-inventaris lucht verder geoptimaliseerd (verfijning, uitbreiding, actualisering) n.a.v. bepaalde (internationale) ontwikkelingen ter zake en resultaten van recent uitgevoerde studies (vb. voor pm, spoor en scheepvaart, ozonafbrekende stoffen en F-gassen). Er werden bovendien bijkomende stappen ondernomen naar informatieleveranciers om de kwaliteit van de basisgegevens te verhogen.

07 MJP08*.indd 160

28-02-2008 14:59:10


instrumenten

161 deel 7

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Opmaak Ontwerp TWOL-programma 2008

2007 EINDE

op schema

Handboek beleidsgerichte meetnetten

2007 EINDE

vertraagd

2009 MIDDEN

Nieuw

2009 MIDDEN

Nieuw

2008 EINDE

op schema

Optimalisatie emissie-inventaris lucht - aspect NMVOS

Huidig e ver wacht ing

2008 MIDDEN

(sectoren coating, druigkuis en reinigen&ontvetten) Optimalisatie emissie-inventaris lucht - aspect zware metalen Verfijning emissie-inventaris NH3

In d ic a t or en

Real i sati e

Doelst elling

Uitvoeringspercentage van het TWOL-programma

65 (2006)

85 (2007)

Aantal ontsloten afgeronde onderzoeksprojecten

472 (2007)

350 (2007)

Accenten 2008-2010 M.b.t. het wetenschappelijk onderzoek blijft de inhoudelijke afstemming tussen de onderzoeksprojecten een belangrijk aandachtspunt. Door een betere clustering (zoals thematische onderzoeksprogramma’s) en een gestructureerd overleg wordt tevens versnippering van het onderzoek tegengegaan. Extra aandacht zal ook gaan naar het gebruik van de onderzoeksresultaten in het gevoerde beleid. Wat de eigen gegevensverzameling betreft ligt de uitdaging in de valorisatie van de resultaten van het project ‘Meetnetten en monitoring’. Tevens worden er initiatieven gepland om de emissie-inventaris lucht verder uit te bouwen en/of te verbeteren.

Aanpak prioriteiten 2008 Bruikbaarheid van de onderzoeksresultaten verhogen (cf. OD3 bij Wetenschappelijke onderbouwing van het beleid)

Er zal meer aandacht gegeven worden aan de vertaling van de twol-onderzoeksresultaten naar beleidsaanbevelingen. Ook zal bijkomende inspanning geleverd worden om de onderzoeksgegevens in de gmo-databank te vervolledigen zodat deze op een kwaliteitsvolle manier via het internet kunnen worden ontsloten. Tegelijkertijd zal op vaste tijdstippen gerapporteerd worden over de uitvoering van het lopende twolprogramma.

07 MJP08*.indd 161

28-02-2008 14:59:10


Milieujaarprogramma

162 2008

3. Beleidsonderbouwing: informatiebeheer Toelichting en evaluatie tot 2007 In 2007 werden volgende onderdelen van het mmis-programma (Milieu Management InformatieSysteem) verder uitgewerkt: • Opzetten van referentiedatabanken: het centraal bedrijvenbestand (CBB)

Sinds midden 2007 is de digitale communicatie tussen het cbb en bedrijvendatabank van ovam operationeel. Intussen werden de projecten opgestart om het cbb verder te optimaliseren (o.a. historiek-module) en een helpdesk uit te bouwen. In 2007 werd ook effectief gestart met de koppeling tussen de Verrijkte Kruispuntbank Ondernemeningen (vkbo) en het cbb. • Verbeteren van communicatie en informatie-uitwisseling tussen de milieu-instanties

In samenwerking met agiv werd een pilootproject gestart met alle mis-partners, dat als doel heeft de gis-communicatie tussen de milieu-instanties via internettechnologie te realiseren. Hiertoe wordt een gis-server met webservices opgezet voor het beleidsdomein lne. Intussen werd ook de webservice (crab en kadvec) ontwikkeld waardoor de digitale kadastergegevens voor alle betrokken instanties via het extranet beschikbaar kwamen. Tevens werd een webtoepassing ontwikkeld die het online raadplegen van gegevens (extern) uit de milieuvergunningendatabank, evenals het opladen van informatie van de lokale overheden mogelijk moet maken. In 2007 werd de analysefase voor de uitbouw van webservices ten behoeve van het prtr-protocol gestart in samenwerking met ovam (afvalstoffen) en vmm (water- en luchtemissies). De ontwikkeling van de webservices zelf gebeurt in 2008. • Het ontsluiten van milieu-informatie naar burgers en ondernemingen

In 2007 werden veel inspanningen geleverd om de bestaande websites om te zetten naar het nieuwe plone Content Management Systeem. Tevens werd gestart met de uitbouw van een geoloket voor prtr-bedrijven. • Opbouw van een geïntegreerd interactief milieuloket: het Integraal Milieujaarverslag (IMJV)-internetloket en het Milieuvergunningenloket (eMIL)

Het imjv-loket werd in 2007 verder uitgebreid met bijkomende informatieverplichtingen van bedrijven (luchtemissies). Op niveau van de ‘front-end’ (het loket zelf) werden nieuwe formulieren voor afvalstoffen en waterheffingen geïmplementeerd. Op niveau van de ‘backoffice’ is gestart met de optimalisatie van de beheermodule en het realiseren van de communicatie tussen de imjv-databank en de partners (vmm en ovam). Ter operationalisering van het emil-internetloket lag het accent op de uitwerking van de backoffice. De communicatie tussen gewestelijke en lokale milieuinstanties is hierbij cruciaal. Eind 2007 werd een overlegfase met de lokale overheden ingelast. Er wordt verwacht dat het emil-loket operationeel wordt midden 2008.

07 MJP08*.indd 162

28-02-2008 14:59:10


instrumenten

163 deel 7

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

Operationeel CBB met digitale communicatie naar partners

2004 EINDE

vertraagd

2008 BEGIN

Geoloket PRTR-exploitaties (milieuvergunningen, emissiegegevens,

2008 EINDE

nieuw

2006 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Real i sati e

Doelst elling

11 (2007)

10 (2007)

PRTR-verplichtingen) Koppeling milieuvergunningenloket (backoffice) met de bestaande digitale dossieropvolgingssystemen (provincies, gemeenten, VMM (AVOS), etc.

In d ic a t or en Geoloketten Leefmilieu en Natuur

Accenten 2008-2010 In de periode 2008-2010 zal veel aandacht gaan naar het operationaliseren van de in ontwikkeling zijnde milieu-informatiesystemen. De focus zal hierbij gelegd worden op het centraal bedrijvenbestand en de datacommunicatie tussen de verschillende milieu-instellingen, alsook de verdere realisatie van de voorziene internetloketten ten behoeve van bedrijven en lokale overheden. Daarnaast wordt gestreefd naar een integratie van bestaande internetloketten op niveau van de doelgroepen en worden de functionaliteiten van deze loketten (integraal milieujaarverslag, loket milieuvergunningen, milieuklachtenregistratie) verder uitgebreid. Om te komen tot een meer geïntegreerd en bevraagbaar milieu-informatiesysteem, worden o.a. de internetwegwijzer www.milieuinfo.be verder inhoudelijk uitgewerkt en worden er bijkomende toepassingen via het milieu-extranet opengesteld. Tevens zal ondersteuning worden geboden bij het ontwikkelen en optimaliseren van specifieke informatiesystemen, zoals de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Aanpak prioriteiten 2008 CBB volledig operationaliseren

Een belangrijke voorwaarde voor de volledige operationalisering van het cbb is de realisatie van de koppeling met de Vlaamse Kruispuntdatabank Ondernemingen (vkbo). Deze koppeling dient vanaf begin 2008 te worden gerealiseerd. Back-office voor het IMJV-loket uitbouwen

In 2008 zal het accent liggen bij de opzet van de back-office voor het imjv-loket, wat een automatische en vloeiende doorstroming van de formulieren en rapporten tussen de milieu-instellingen mogelijk moet maken. Tevens dient een operationele helpdesk te worden uitgebouwd. Daarnaast wordt een geïntegreerd prtr-loket opgezet, zodat de emissiegegevens (lucht, water, afval) van de prtr-plichtige bedrijven (na validatie) ter beschikking kunnen worden gesteld van de burgers.

07 MJP08*.indd 163

28-02-2008 14:59:10


Milieujaarprogramma

164 2008

Het milieuvergunningenloket operationaliseren en de milieuvergunningenbank optimaliseren

Het milieuvergunningenloket (emil) wordt begin 2008 operationeel (on-line). In 2008 zal onderliggende back-ofďŹ cesysteem verder worden uitgewerkt. SpeciďŹ eke aandacht gaat naar de realisatie van de communicatie tussen gewestelijke en provinciale milieuinstanties. Om de gebruiksmogelijkheden van de milieuvergunningendatabank te optimaliseren, wordt een koppeling met het cbb voorzien en dienen de gewestelijke en provinciale systemen te worden gesynchroniseerd.

07 MJP08*.indd 164

28-02-2008 14:59:11


instrumenten

165 deel 7

4. Beleidsonderbouwing: rapportering Toelichting en evaluatie tot 2007 Eind 2007 werd het jaarlijkse milieurapport gepubliceerd. Dit mira-t 2007 nam opnieuw de vorm aan van een focusrapport waarin een aantal actuele milieuproblemen geanalyseerd worden. Tegelijkertijd werd ook een indicatorrapport, dat een volledig beeld wil geven van de huidige milieutoestand aan de hand van een ruime selectie van milieu-indicatoren, afgewerkt. In november 2007 werd tevens het tweejaarlijkse natuurrapport voorgesteld. In 2007 werd het derde evaluatierapport (mira-be) uitgewerkt. Dit rapport is in feite een inventaris van recent uitgevoerde milieubeleidsevaluaties. Er werd een meta-evaluatie uitgevoerd waarbij aandacht besteed wordt aan het gevoerde evaluatieproces en de doorwerking van de resultaten. De aanvankelijk geplande beleidsevaluatiestudies werden niet opgestart in de voorbereidingsfase van dit rapport. Intussen werden de voorbereidingen voor de opmaak van de scenariorapporten (mira-s en nara-s) verder gezet. Beide rapporten zullen worden gepubliceerd in 2009. In 2007 werden een aantal voorbereidende studies opgestart en werden de contouren voor de scenario’s scherp gesteld. In het kader van de evaluatie van het mina-plan 3, werden vanuit de beleidsplanning bijkomende inspanningen gedaan om de cijferreeksen bij de planindicatoren beter af te stemmen op mira en nara. Deze oefening werd ook meegenomen in de beleidsrapportering (opmaak beleidsbrief en het milieujaarprogramma). In deze context worden nu ook afspraken gemaakt met het Vlaams Energieagentschap (vea) en de Studiedienst van de Vlaamse Regering (o.a. vrind-rapport). Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan de stroomlijning van de milieu-informatie, zowel op inhoudelijk (gemeenschappelijke indicatorensets) als op technisch vlak (vb. elektronische rapportering en opvragen van data). Dg-env en ema werken aan Shared Environmental Information System (seis), wat de informatievoorziening tussen lidstaten (regio’s) en Europa transparanter en eenvoudiger moet maken. De voim-werkgroep milieugegevens (vlimi) volgt deze ontwikkeling op.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

Blauwdruk MIRA-S

2007 MIDDEN

vertraagd

2008 BEGIN

Sectorale scenario’s voor MIRA-S zijn uitgewerkt

2008 MIDDEN

nieuw

Accenten 2008-2010 De accenten zullen liggen op de uitwerking en invulling van beleidsscenario’s alsook een betere onderbouwing van beleidsevaluaties.

07 MJP08*.indd 165

28-02-2008 14:59:11


Milieujaarprogramma

166 2008

Aanpak prioriteiten 2008 De scenariorapporten voor 2009 voorbereiden

Tegen 2009 zullen mira en nara scenario-analyses uitwerken doorheen de milieuverstoringsketen, als insteek voor het mina-plan 4. De geselecteerde milieubeleidsscenarioâ&#x20AC;&#x2122;s worden, in samenwerking met de Planningsgroep en de Studiedienst van Vlaamse Regering, volledig uitgewerkt en vertaald naar inputparameters voor de modellen. Hiervoor zal ook een samenwerking met andere beleidsdomeinen (vb. mobiliteit, landbouw) noodzakelijk zijn. In functie van deze keuzes worden nog aanpassingen doorgevoerd aan bestaande modellen. Tevens worden de eerste scenariodoorrekeningen uitgevoerd.

07 MJP08*.indd 166

28-02-2008 14:59:11


instrumenten

167 deel 7

5. Beleidsuitvoering: sociale instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 Eind 2007 is de herpositionering van de portaalsite www.milieuinfo.be voltooid, waardoor de informatie op de verschillende websites van het beleidsdomein wordt afgestemd, o.m. voor milieugegevens die actief openbaar moeten worden. De portaalsite werd uitgebreid met een overzicht inspraakprocedures binnen het beleidsdomein en met een lijst van aanvraagformulieren voor bv. erkenningen of subsidies. Op basis van een behoeftenbevraging wordt voor de doelgroep industrie en voor de doelgroep landbouw een communicatieplan 2008 opgesteld. De interactieve nme-inventaris Vlaanderen werd volledig operationeel. De promotie van de inventaris naar de diverse doelgroepen stond centraal. Het Vlaamse Implementatieplan ‘Educatie voor Duurzame Ontwikkeling’ (edo) werd voorbereid in een redactiecomité. Het edo-platform, aangestuurd door het beleidsdomein Leefmilieu, was operationeel maar kreeg nog geen officieel karakter. Een onderzoek naar de stand van zaken inzake het edo-beleid en edo-initiatieven vond plaats. Voor de jeugd- en volwassenenwerking wordt verwezen naar ‘Maatschappelijke organisaties’ bij het deel ‘Actoren’. Voor het jaar 2007 werden in het kader van het Projectenfonds 22 projecten ingediend: 6 DuLoMi-projecten, 14 nme-projecten en 2 MiNa-projecten. De adviescommissie gaf een gunstig advies voor 7 van deze projecten: 2 DuLoMi-projecten, 4 nme-projecten en 1 MiNa-project. Bij de doelgroep onderwijs stijgt het aantal mos-scholen (Milieuzorg op School) dat werkt aan milieuthema’s: afvalpreventie en duurzame materialen, water, energie, mobiliteit en natuur op school/vergroening. Voor het secundair onderwijs werd het nieuwe themapakket mobiliteit afgewerkt. Om het invoeren van een milieuzorgsysteem in het hoger onderwijs te ondersteunen, biedt ecocampus een praktijkgerichte handleiding met stappenplan en bijhorende instrumenten aan die werd verspreid bij de doelgroep. Deze handleiding wordt momenteel getoetst in vijf instellingen van het Vlaams Hoger Onderwijs. De Milieukoopwijzer werd verlengd: het project werd verbreed naar grootverbruikers en vier nieuwe doelgroepen nl. jeugdwerk, socio-culturele verenigingen, de toeristische sector en verzorgingsinstellingen. In het kader van de uitvoering van het actieplan 2006 - 2010 Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen werd o.m. de handleiding voor de technische vereisten voor het bouwen, verbouwen en huren van gebouwen door de Vlaamse overheid doorgelicht en aangepast op basis van duurzaamheidscriteria. Er werden nieuwe ontwerp omzendbrieven opgesteld rond rationeel energiegebruik binnen de Vlaamse overheid. Het actieplan 2007 - 2010 Milieuzorg in het Voertuigenpark van de Vlaamse overheid werd goedgekeurd op 26 januari 2007. Er lopen verschillende acties waaronder een opleiding milieuvriendelijk rijgedrag voor beroepschauffeurs van de Vlaamse overheid, en een proefproject i.v.m. de ombouw van enkele dienstwagens om op plantenolie te rijden. Een ontwerp nationaal actieplan Duurzame Overheidsopdrachten is klaar en wordt nu verder op politiek niveau behandeld. In het voorjaar van 2007 werd gestart met een analyse van de stand van zaken binnen de Vlaamse overheid i.v.m. duurzaamheidscriteria in overheidsopdrachten voor drie productgroepen.

07 MJP08*.indd 167

28-02-2008 14:59:11


Milieujaarprogramma

168 2008

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Milieucommunicatieplan landbouw en industrie 2008

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2008 BEGIN

nieuw

2007 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

vertraagd

2008 MIDDEN

nieuw

2008 MIDDEN

nieuw

Huidig e ver wacht ing

is goedgekeurd Opmaak implementatieplan Educatie voor Duurzame Ontwikkeling Basisset indicatoren milieuzorg binnen de Vlaamse overheid

2008 EINDE

is uitgewerkt Opmaak eerste rapport Actieplan 2006-2010 Energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen Opmaak eerste rapport Actieplan 2006-2010 Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid

In d i cat or en

Real i sati e

Doelst elling

Aandeel basisscholen die deelnemen aan het educatieve project ‘Milieuzorg op school’

54 (2007)

60 (2010)

Aandeel hogescholen die deelnemen aan het educatieve project ‘Milieuzorg op school’

44 (2006)

Aandeel secundaire scholen die deelnemen aan het educatieve project ‘Milieuzorg op school’

64 (2006)

70 (2010)

Accenten 2008-2010 Het doel van het project ‘Interne milieuzorg’ verandert naar ‘Milieuvriendelijk werken van de Vlaamse en lokale overheden stimuleren en ondersteunen.’ De functie van de Coördinatiecel Milieuzorg werd geheroriënteerd naar ondersteuning, advisering en kennisvergaring. Aangezien de problematiek gelijkaardig is voor lokale overheden en milieuzorg deel uitmaakt van de Samenwerkingsovereenkomst, worden de acties die in dit project voorzien zijn, waar mogelijk, ook afgestemd op lokale overheden. Zo wordt ook tegemoetgekomen aan herhaalde vragen vanwege lokale overheden o.m. rond het gebruik van het communicatiemateriaal in hun eigen diensten.

Aanpak prioriteiten 2008 Portaalsite milieuinfo.be verder uitbouwen tot de een geïntegreerde site voor leefmilieu-informatie in Vlaanderen

De portaalsite Milieuinfo.be wordt structureel uitgebouwd met informatie en interactieve toepassingen in functie van de behoeften bij verschillende doelgroepen. Deze site zal ook op alle mogelijke manieren gepromoot worden als de toegangspoort tot digitale informatie van de Vlaamse milieuoverheid. Het is de bedoeling dat iedereen in Vlaanderen de digitale leefmilieu-informatie zoekt (en vindt) via milieuinfo.be. Uitwerken van indicatoren voor communicatieactiviteiten

Uitgaande van de bestaande onderzoeken inzake prestatiemetingen zal het colev indicatoren uitwerken voor een aantal typen van communicatie-activiteiten aan de hand van concrete acties (sensibiliseringscampagnes, deelname aan beurzen en evenementen en websites).

07 MJP08*.indd 168

28-02-2008 14:59:11


instrumenten

169 deel 7

Actieplannen interne milieuzorg uitwerken en uitvoeren (cf. SD Beleidsnota)

De uitvoering van de actieplannen energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen en milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid (2006-2010) wordt verder gezet. In een eerste rapport wordt o.m. een stand van zaken opgenomen en een evaluatie van de uitgevoerde acties en waar mogelijk ook cijfermateriaal. In het kader hiervan wordt verder werk gemaakt van de samenstelling van een indicatorenset. Op basis van de resultaten van de studie ‘Duurzaamheidscriteria in overheidsopdrachten binnen de Vlaamse overheid’, die afgerond wordt begin 2008, het ontwerp Nationaal Actieplan Duurzame overheidsopdrachten en het Europees beleid, zal een aanpak uitgewerkt worden i.v.m. groene en duurzame overheidsopdrachten. Dit zal gebeuren i.s.m. de andere betrokken beleidsdomeinen. De opname van milieucriteria in bestekken van de Vlaamse overheid zal vanuit het beleidsdomein gestimuleerd en ondersteund worden. Om realistische maar ook voldoende ambitieuze doelstellingen vast te leggen voor duurzaam bouwen, verbouwen en huren door de Vlaamse overheid en deze te onderbouwen is in 2008 een nieuwe studie gepland. Vormingen, communicatiemateriaal en andere instrumenten worden verder ontwikkeld en ter beschikking gesteld van de doelgroepen (Vlaamse en lokale overheden). Om beschikbaar materiaal, ook van andere bronnen, meer toegankelijk te maken, wordt een ‘wegwijzer’ ontwikkeld. Vlaams Implementatieplan Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (EDO) opstellen

In het kader van het decennium voor Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (2005-2014) van de Verenigde Naties en ter uitvoering van de Strategie voor Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (unece 2005) wordt gestart met de eerste edo-maatregelen en -acties van het Vlaams edo-Implementatieplan. Dit plan spoort samen met de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling en is opgemaakt samen met andere betrokken beleidsdomeinen en het middenveld. Het Vlaams edo-platform wordt in 2008 officieel geïnstalleerd. De belangrijkste vastgestelde lacunes m.b.t. edo in specifieke sectoren (bv. inzake duurzaam bouwen) worden aangepakt. Een studie naar potentiële bouwers en verbouwers wordt opgestart. Schoolse en niet-schoolse jeugd sensibiliseren

In het kader van het mos-project Energie kunnen in het schooljaar 2007-2008 de secundaire scholen aan de slag met de nieuwe themapakketten ‘mobiliteit’ en ‘water’. In 2008 zal ook het themapakket ‘vergroening’ beschikbaar zijn. Andere initiatieven in 2008 betreffen: een actualisatie en herwerking van de themabundels energie en verkeer voor het basisonderwijs en de vierde editie van Dikke Truiendag (met uitbreiding naar de doelgroep gezinnen). Het milieuzorgproject Ecocampus voor het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) loopt tijdens het academiejaar 2007-2008 in 5 hoger-onderwijsinstellingen als een proefproject. Na evaluatie en bijsturing krijgt het ecocampus-project een blijvend karakter als sluitstuk van één groot educatief milieuzorgproject voor het regulier onderwijs van kleuter- tot en met hoger onderwijs. Ecocampus wordt vanaf het academiejaar 2008-2009 opengesteld voor alle geïnteresseerde hogescholen en universiteiten. In het kader van de verbreding van nme naar niet-schoolse doelgroepen wordt binnen de werking jerom een handleiding voor interne milieuzorg bij jeugdgroepen ontwikkeld om jeugdgroepen te stimuleren hun CO2-uitstoot te verminderen en hierover hun leden te sensibiliseren.

07 MJP08*.indd 169

28-02-2008 14:59:11


Milieujaarprogramma

170 2008

6. Beleidsuitvoering: economische instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 De Europese Commissie heeft in het voorjaar 2007 een groenboek gepubliceerd over economische instrumenten voor het milieubeleid. Met dit groenboek wil de Europese Commissie het debat op gang brengen om deze instrumenten meer in te zetten voor energie en klimaatbeleid en voor andere toepassingen zoals milieugevolgen van transport, afvalbeleid, waterbeleid, bescherming van biodiversiteit en verbetering van luchtkwaliteit. Voor een kleine open economie als de Belgische, kan dit groenboek de aanzet bieden voor zeer interessante mogelijkheden om via de inzet van economische instrumenten op eu-niveau belangrijke milieudoelstellingen te bereiken zonder negatieve effecten op de concurrentiepositie van onze economie. Daarom hebben wij hier veel aandacht aan besteed en vanuit Vlaanderen (beleidsdomein Leefmilieu) het Belgische standpunt over dit groenboek getrokken. Wat de concrete dossiers in Vlaanderen betreft, is de voorbereiding van een economisch instrument voor het luchtbeleid terug opgenomen. In 2007 werd onderzoek opgestart (ten dele in het kader van het steunpunt Duurzame Ontwikkeling) over milieuschadelijke subsidies in Vlaanderen. Er werden geen verdere evaluatiecases van milieusubsidies uitgevoerd.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijl pal en

Opmaak en toepassing van een evaluatiekader voor financiële

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2005 EINDE

gerealiseerd

2004 EINDE

gerealiseerd

Huidig e ver wacht ing

tegemoetkomingen vanwege leefmilieu Eindrapport verkennende studie Inzet economische instrumenten

2005 EINDE

in het luchtbeleid (NOx, SO2, VOS)

Accenten 2008-2010 In de komende drie jaar wordt gewerkt aan de hervorming van de regulerende afvalwaterheffing voor oppervlaktewaterlozers, onderzoek naar hervorming van de afvalstoffenheffing in een emissieheffing en een systeem van verhandelbare mestverwerkingscertificaten (naast de bestaande nutriëntenemissierechten). Een belangrijk nieuw economisch instrument zal de hervormde verkeersbelasting zijn die meer rekening houdt met de emissies van voertuigen en andere kenmerken die schade veroorzaken aan het milieu (bv. op basis van hun ecoscore). De evaluatie van bestaande economische instrumenten wordt ingeschakeld in het uit te werken programma voor diepgaande beleidsevaluaties voor het hele beleidsdomein. Daarnaast zullen ook bestaande potentieel milieuschadelijke subsidies geëvalueerd worden.

07 MJP08*.indd 170

28-02-2008 14:59:11


instrumenten

171 deel 7

Aanpak prioriteiten 2008 Inzetten van economische instrumenten in het luchtbeleid (cf SD bij Economische onderbouwing en financiering)

Samen met de goedkeuring van het nec-programma begin 2007 besliste de Vlaamse Regering om een NOx-emissiehefďŹ ng in te voeren, tenzij op basis van het overleg met de bedrijven hierover alsnog voor een ander instrument wordt gekozen dat dezelfde emissiereducties mogelijk maakt. De inkomsten van deze hefďŹ ng zullen worden gebruikt voor de subsidie van reductiemaatregelen. In de komende maanden en jaren zal gewerkt worden aan de operationalisering van dit instrument. Dit betekent: economische onderbouwing leveren via o.a. simulaties met het Milieukostenmodel, bepalen van modaliteiten, consultatie Europese Commissie, het opmaken van een ria, het ramen van de te verwachten reguleringskosten en het voorbereiden van de nodige wetteksten.

07 MJP08*.indd 171

28-02-2008 14:59:11


Milieujaarprogramma

172 2008

7. Beleidsuitvoering: juridische instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2007 De eu-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (ippc) schrijft tussentijdse evaluaties van de vergunningssituatie van gpbv-bedrijven voor. Deze tussentijdse evaluaties zijn al meerdere jaren lopende en hierover wordt driejaarlijks aan de eu-Commissie gerapporteerd. Bij deze evaluaties worden o. a. de bbt/bref-evoluties meegenomen. Naast de individuele aanpak volgens de vergunningsaanvragen, gebeurt de sectorale aanpak volgens de goedkeuring van de nieuwe en de herziening van bestaande bref’s. De laatste nieuwe bref’s , o.a. deze voor de chemiesector, werden recent goedgekeurd. Het project ‘Integrale voorwaarden’ werd voor de twee beschouwde pilootsectoren garages en houtbewerkingsbedrijven afgerond met een besluit tot integratie van integrale voorwaarden in de vlarem-reglementering. Begin 2007 werden deze integralevoorwaardenpakketten operationeel. In 2007 werd het tweede verzamelbesluit tot wijziging van vlarem afgewerkt. De focus ligt hierbij op technologische actualisering en verdergaande vereenvoudiging door herziening van sommige indelingscriteria van de indelingslijst. In 2007 is het besluit houdende nadere regels inzake ruimtelijke veiligheidsrapportage goedgekeurd en in werking getreden. Met dit besluit zijn de criteria vastgelegd waarmee de dienst Veiligheidsrapportering beslist of al dan niet een ruimtelijk veiligheidsrapport bij ruimtelijke plannen dient te worden opgesteld. Het richtlijnenboek voor veiligheidsrapportages werd geactualiseerd omwille van de nieuwe regelgevingen inzake het Samenwerkingsakkoord en inzake het besluit over ruimtelijke veiligheidsrapportage. Een onderzoeksproject over veiligheid aangaande transport van gevaarlijke stoffen over de verschillende modi (weg, water, spoor, pijpleiding) in het Vlaams gewest werd gefinaliseerd en heeft geleid tot een aantal voorstellen om een Vlaams veiligheidsbeleid inzake transport van gevaarlijke stoffen te kunnen ontwikkelen. In het kader van de uitvoering van het Verdrag van Helsinki aangaande grensoverschrijdende gevolgen van chemische ongevallen dat van kracht werd op 5 juli 2006, werd bilateraal overleg opgestart. Het richtlijnenboek mer is een belangrijke nieuwe fase ingegaan waarbij richtlijnen per activiteitengroep worden opgesteld en waarbij ook aandacht gaat naar de planmer. Eind 2007 werden de richtlijnen voor de activiteitengroep lijninfrastructuur beschikbaar gesteld. Het ontwerp van Milieuhandhavingsdecreet ligt thans ter bespreking in het Vlaamse Parlement. Het initiële voorontwerp werd op basis van twee rondetafelconferenties in 2005 grondig bijgestuurd tijdens de eerste helft van 2006. Vervolgens werd het voorontwerp op basis van de uitgebrachte adviezen door de Commissie Vervolgingsbeleid, de serv en de MiNa-Raad, en het College van Procureurs-generaal bijgewerkt en voorgelegd voor advies bij de Raad van State. In functie van een planmatige en gecoördineerde handhaving werd in 2007 uitvoering gegeven aan het milieu-inspectieprogramma (mip) 2007. Voor eind 2007 werd het mip 2008 opgesteld waarbij ook beroep werd gedaan op de insteek van andere belangrijke handhavingsactoren.

07 MJP08*.indd 172

28-02-2008 14:59:11


instrumenten

173 deel 7

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l e n

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

Huidig e ver wacht ing

De richtlijn milieuschade is volledig omgezet

2007 BEGIN

vertraagd

2007 EINDE

Overige uitvoeringsbesluiten milieueffect-en veiligheidsrapportage

2007 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

ter volledige omzetting van de Europese richtlijnen Start onderhandelingen overlegcomité van federale en gewestelijke

2003 BEGIN

overheden aangaande de herverdeling van Seveso heffingen

Accenten 2008-2010 Voor de juridische vereenvoudigingprojecten wordt het accent gelegd op structurele initiatieven voor het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. Zo staan volgende projecten op de agenda voor de komende jaren: de implementatie van het handhavingsdecreet, de implementatie van de richtlijn Milieuschade, de harmonisatie en vereenvoudiging van het bos- en natuurbeleid, de wetgevingsagenda van regelgeving in opmaak, de uitbouw van één Vlaams milieuwetboek en de koppeling van de milieubeleidsplanningscyclus, beleidsbrief en milieujaarprogramma. Daarnaast wordt een groot aantal concrete vereenvoudigingsprojecten verder uitgewerkt. Het decreet Milieuschade zal verder worden aangevuld met besluiten o.a. tot aanduiding en bepaling van de taken van de bevoegde instantie en tot vaststelling van de maatregelen om de exploitant in staat te stellen bepaalde gemaakte kosten terugbetaald te krijgen.

Aanpak prioriteiten 2008 Regelgeving MER/VR op punt stellen

Met het decreet van 27 april 2007 dat de titel van het dabm inzake de milieueffect- en veiligheidsrapportage heeft gewijzigd (bs 20.06.2007), is de Europese richtlijn met betrekking tot de planmilieueffectrapportage omgezet. Dit decreet wordt operationeel met een uitvoeringsbesluit dat in het najaar van 2007 werd verwacht. Vanaf 2008 verder gewerkt aan de uitvoeringsreglementering van de overige hoofdstukken van titel iv van het dabm. Voor vr wordt in 2008 het ontwikkelen van een ict-tool opgestart ter inventarisatie van gegevens over externe veiligheid van Seveso-inrichtingen en ter inventarisatie van gegevens over de verschillende aandachtsgebieden die vermeld zijn in het besluit houdende nadere regels inzake ruimtelijke veiligheidsrapportage. In het kader van het Samenwerkingsakkoord met de federale Staat, het Waals en het Brussels Gewest (omzetting van Europese Seveso-regelgeving) wordt in 2007 en 2008 verder bekeken welke herverdeling van Seveso-heffingen kan plaatsvinden tussen de federale en de gewestelijke overheden. In 2008 worden beleidsinitiatieven ontwikkeld ter verbetering van de externe veiligheid van transport van gevaarlijke stoffen voor verschillende modi (transport over weg, spoorweg, waterweg en via pijpleidingen). Het richtlijnenboek MER uitbreiden

Het richtlijnenboek mer gaat een belangrijke nieuwe fase in. Er komen richtlijnen per activiteitengroep en in het bijzonder ook voor de planmer. Aanpak en methodiek worden verduidelijkt op maat van een type activiteit, van een type plan of als ondersteuning en ter stroomlijning van de individuele mer’s.

07 MJP08*.indd 173

28-02-2008 14:59:11


Milieujaarprogramma

174 2008

Verder uitwerken en optimaliseren van het instrumentarium inzake milieuvergunningen

In het kader van de eu-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (ippc) zal de lopende tweede evaluatieronde gefinaliseerd worden. Eind 2007 zijn meerdere bestaande bref’s in herziening. In de loop van 2008 zal een planning worden opgesteld om werk te maken van een derde gpbv-evaluatieronde conform de timing voorgesteld in de voorstellen van de geplande herziening van de ippc-richtlijn. Er wordt verder gewerkt aan het unieke loket waarbij de stedenbouwkundige en de milieuvergunning maximaal op elkaar worden afgestemd, met een gemeenschappelijke startdatum en, een gezamenlijk openbaar onderzoek en gelijke beslissingstermijnen. Gepoogd wordt dit in 2008 operationeel te maken. Uitvoeringsbesluiten Milieuhandhavingsdecreet

Er wordt gestart met de voorbereiding van één groot uitvoeringsbesluit dat het Milieuhandhavingsdecreet moet operationaliseren. Het voornemen is om tegen januari 2009 een ontwerpbesluit te kunnen laten goedkeuren door de Vlaamse Regering. Van dat ogenblik af zullen de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, de gewestelijke entiteit die zal instaan voor de oplegging van bestuurlijke geldboeten en het Milieuhandhavingscollege effectief kunnen opgericht en geoperationaliseerd worden. Het Milieuhandhavingscollege is een administratief rechtscollege dat uitspraak zal doen over de beroepen, ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit tot oplegging van bestuurlijke geldboeten.

07 MJP08*.indd 174

28-02-2008 14:59:11


deel 8

kosten en ďŹ nanciering

08 MJP08*.indd 175

28-02-2008 15:00:21


08 MJP08*.indd 176

28-02-2008 15:00:21


177 deel 8

Kosten en financiering Toelichting en evaluatie tot 2007 In 2007 werd extra aandacht besteed aan het promoten van economische analyses ter onderbouwing van het milieubeleid. Enerzijds werd het lne-rapport “Milieubeleidskosten: begrippen en berekeningsmethoden” gepubliceerd. Dit rapport reikt een begrippenkader aan iedereen die kostenstudies uitvoert of gebruikt in het beleidsdomein leefmilieu. Ook worden de belangrijkste principes van kostenberekening uitgelegd. Anderzijds werd een inventaris van waarderingsstudies gemaakt en samengebracht in een tweede lne-rapport “Milieubaten of milieuschadekosten - waarderingsstudies in Vlaanderen”. Er wordt tegelijk gewerkt aan de uitvoering van een waarderingsstudie van gezondheidskosten door luchtverontreiniging en aan de voorbereiding van een waarderingsstudie van natuur en landschap bij zeehavenprojecten. Midden 2007 is de studie over de reguleringskosten van milieubeleidsinstrumenten opgeleverd. Het resultaat is een databank (rkdb) met enerzijds overzichten van de processen van de belangrijkste milieubeleidsinstrumenten en anderzijds parameterinformatie met eenheidskosten, frequenties, aantal betrokkenen enzovoort. Met deze rkdb wordt een startbasis geleverd om voor specifieke cases reguleringkosten te ramen. Wat economische modellering betreft, in 2007 werd intensief verder gewerkt aan het project ‘Milieukostenmodel’ (mkm) voor Vlaanderen. Wat het onderdeel lucht betreft, werd het model uitgebreid met de polluent fijn stof en de tijdshorizon werd uitbreid van 2010 naar 2015 en 2020. In 2007 werd ook gewerkt aan de uitbreiding van het mkm met broeikasgassen, zowel wat de modelmethodologie, software-aanpassingen als dataverzameling en data-invoer betreft. Het mkm-water werd verder verbeterd en uitgebreid, o.a. via een specifieke studie over de kosteneffectiviteit van maatregelen in de landbouwsector. Eind 2006 leverde het steunpunt Milieubeleidswetenschappen een research versie van een geregionaliseerde versie van het Algemeen Evenwichtsmodel gem-e3 op. In 2007 is dan een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om na te gaan hoe best verdergewerkt wordt om te komen tot een operationeel macro-economisch model voor het Vlaamse milieubeleid en specifiek het lucht- en klimaatbeleid.

Opvolging mijlpalen en indicatoren M ijlp a l en

Oorspr onkel i j ke v er wachti ng

S tatus

2007 MIDDEN

gerealiseerd

MKM-lucht operationeel voor de polluent fijn stof

2005 EINDE

gerealiseerd

Afronding bruikbare input-outputtabel voor Vlaanderen

2008 EINDE

nieuw

Prototype (research versie) van een algemeen evenwichtmodel

2005 EINDE

gerealiseerd

Eindrapport en rekentool reguleringskosten beschikbaar

Huidig e ver wacht ing

2007 MIDDEN

voor Vlaanderen

08 MJP08*.indd 177

28-02-2008 15:00:21


Milieujaarprogramma

178 2008

In d i cat or en

Real i sati e

Aantal instrumenten waarvan de reguleringskosten geraamd werden

Doelst elling

2 (2007)

(cumulatief doorheen de jaren, vanaf 2006) Aantal Vlaamse waterbekkens waarvoor het MKM operationeel is Jaarlijks aandeel in het totale TWOL budget van geplande studies waarin een

1 (2007)

12 (2009)

26% (2007)

economische afweging voorzien is Aantal uitgevoerde monetaire waarderingsstudies, in opdracht van beleidsdomein LNE,

9 (2007)

cumulatief doorheen de jaren, vanaf 2000

Accenten 2008-2010 Waar in de vorige planperiode het accent vooral lag op kosteneffectiviteit van maatregelen en het luchtbeleid wordt het werkterrein nu zowel thematisch als methodologisch uitgebreid. De komende drie jaar zal vooral aandacht gaan naar het toepassen van economische afwegingskaders voor het Vlaamse milieubeleid. Wat kosteneffectiviteitanalyses betreft, liggen de accenten bij broeikasgassen, luchtvervuiling inclusief fijn stof en waterkwaliteit (voor het samenstellen van kostenefficiënte maatregelenpakketten voor de Kaderrichtlijn Water). Hiervoor wordt gewerkt met het Milieukostenmodel Vlaanderen. Wat kosten-batenanalyses (kba) betreft, zal gewerkt worden aan kba over waterkwaliteit (eveneens voor het economische luik van de Kaderrichtlijn Water). Er wordt studiewerk gepland over de monetaire waardering van gezondheidskosten door luchtverontreiniging en van natuurwaarden. Ook voor de voorziene actieplannen ter bestrijding van geluidshinder moeten kosten-(baten) analyses gebeuren. Voor macro-economische analyses wordt ingezet op een macro-economische analyse van het post-2012 klimaatbeleid en een milieu-Input-Output model voor Vlaanderen. In deze periode zal ook verder gewerkt worden aan het ontwikkelen en operationaliseren van financieringsinstrumenten (voor bedrijven, Vlaamse overheid en andere overheden) voor bodemsaneringen.

Aanpak prioriteiten 2008 Beleid onderbouwen met behulp van milieu-economische modellering (cf. OD bij Economische onderbouwing en financiering)

Het Milieukostenmodel Vlaanderen (mkm) wordt gebruikt voor een onderbouwing van een kostenefficiënt luchtbeleid (nec Richtlijn). De mkm toepassing voor waterkwaliteit wordt nu afgewerkt om insteek te geven aan de vereiste voorstellen van kosteneffectieve maatregelenpakketten van de Kaderrichtlijn Water. Het mkm lucht wordt methodologisch aangepast en uitgebreid om ook broeikasgassen op te nemen. Naast de gedetailleerde bottom-up modellering met het mkm is er ook nood aan analyse van de bredere, macro-economische impacts van milieubeleidsmaatregelen (op bbp, tewerkstelling etc). Hiervoor wordt gewerkt aan de toepassing van een macro-economisch model voor Vlaanderen. Het geheel zal ingezet worden om o.a. de kosten van mogelijke post-kyoto- doelstellingen voor Vlaanderen in te schatten en om de onderhandelingen over de NEC-plafonds voor 2015-2020 te onderbouwen. Reguleringskosten berekenen

Sinds 2006 wordt gewerkt aan de berekening van de “bijkomende” kosten (de zgn. reguleringskosten) voor de overheid en de privésector van verschillende milieubeleidsinstrumenten. We denken hier aan de kosten van monitoring, rapportering,

08 MJP08*.indd 178

28-02-2008 15:00:22


kosten en financiering

179 deel 8

handhaving, juridische afwikkeling van geschillen enzovoort. Betere kennis van deze reguleringskosten is nodig voor een goed onderbouwde instrumentenkeuze en voor het verbeteren van de efficiëntie van bestaande instrumenten. Daarom zullen in de komende jaren een reeks gevalstudies uitgevoerd worden (bv. om het verschil in reguleringskosten te berekenen vóór en na het digitaal beschikbaar maken van het milieuvergunningenloket) aan de hand van de hiervoor ontwikkelde rekentool.

08 MJP08*.indd 179

28-02-2008 15:00:22


08 MJP08*.indd 180

28-02-2008 15:00:22


Bijlagen

09 MJP08*.indd 181

10-03-2008 09:03:52


09 MJP08*.indd 182

10-03-2008 09:03:53


183 bijlagen

Bijlage 1 Overzicht vde lopende onderzoeken (2005-2007) Lange titel

Ho o fdthe ma

vastgelegd bedr ag EUR

Het uitvoeren van een systeemanalyse (inclusief actor- en netwerkanalyse),

Andere

139.392

Uit- en doorwerking van langetermijndoelstellingen leefmilieu (vervolg)

Beleidsvoorbereiding en -planning

78.287

Beleidsopvolging en prestatiemeting in functie van een geïntegreerde)

Beleidsvoorbereiding en -planning

71.656

het opzetten en begeleiden van een eerste transitiecyclus in het kader van een transitie naar een milieuverantwoord materialenbeleid

beleids- en beheerscyclus (vervolg Wetenschappelijke onderbouwing van het MINA-plan 3+ (periode 2008-2010) Beleidsvoorbereiding en -planning

76.907,6

Voorbereiden UP huishoudelijke afvalstoffen 2008 e.v. (soc-econ aspecten)

Beleidsvoorbereiding en -planning

47.311

Ontwikkelen van een onderbouwd selectiemechanisme voor de keuze van

Doelgroepen

78.432,2

De Kringloopcentra in het Vlaamse Gewest: opvolgingsverslag 2006

Doelgroepen

34.122

Afbakening en classificatie van stedelijk groen in Vlaanderen

Gebiedsgerichte benadering

57.666,5

Implementatie van de strategie voor het verzamelen van incidentie-

Gezondheidsaspecten

98.539,9815

Gezondheidsaspecten

205.311

Gezondheidsaspecten

99.970,2

Impact van verschillende soorten milieubeleidsinstrumenten en

Innovatie, eco-efficiëntie

89.340,35

instrumentenmixen op milieu-innovatie

en grondstoffengebruik

Wereldwijde milieu-impact en eco-efficiëntie van de Vlaamse productie

Innovatie, eco-efficiëntie

en consumptie: operationalisering van een model voor een Vlaamse

en grondstoffengebruik

prioritaire sectoren in het kader van het verruimen van een gestructureerd doelgroepenbeleid

gegevens i.v.m. aandoeningen die mogelijks wijzen op endocriene verstoring bij de mens en berekening van de maatschappelijke kost van een aantal geïdentificeerde prioritaire aandoeningen Gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen in Vlaanderen: onderzoek naar verspreiding, humane opname, gehaltes in humane weefsels en/of lichaamsvochten, en gezondheidseffecten als basis voor de selectie van geschikte milieu- en gezondheidsindicat Reële milieugerelateerde gezondheidskosten in Vlaanderen: opmaken van een overzicht van huidige berekeningswijzen met vastgestelde problemen en mogelijke oplossingen en uitvoeren van een specifieke waarderingstudie

78.382,59

Input-Output studie Wereldwijde milieu-impact en eco-efficiëntie van de Vlaamse productie

Innovatie, eco-efficiëntie

en consumptie: operationalisering van een model voor een Vlaamse

en grondstoffengebruik

78.408

Input-Output studie Wereldwijde milieu-impact en eco-efficiëntie van de Vlaamse productie

Innovatie, eco-efficiëntie

en consumptie: operationalisering van een model voor een Vlaamse

en grondstoffengebruik

65.000

Input-Output studie

09 MJP08*.indd 183

10-03-2008 09:03:53


Milieujaarprogramma

184 2008

Lange titel (v er v o l g )

Ho o fdthe ma

vastgelegd bedr ag EUR

Verkenning milieuverantwoord materiaalgebruik in de bouw via doel-

Innovatie, eco-efficiëntie

76.380,31

of prestatievoorschriften op gebouwniveau

en grondstoffengebruik

Wereldwijde milieu-impact van de Vlaamse productie- en consumptie-

Innovatie, eco-efficiëntie

sectoren: mogelijkheden en beperkingen van een model voor een

en grondstoffengebruik

57.493

Vlaamse Input-Output studie Innovatieve milieubeleidsinstrumenten ter realisatie van een milieu-

Innovatie, eco-efficiëntie

verantwoord productie- en consumptiepatroon

en grondstoffengebruik

Exploratie besluitvormingprocessen in de distributie met het oog

Innovatie, eco-efficiëntie

op bevorderen van milieuverantwoorde productie- en consumptie-

en grondstoffengebruik

43.287,75

65.461

patronen Boom- en houtkwaliteitsonderzoek voor de Vlaamse bos-houtkolom:

Innovatie, eco-efficiëntie

evaluatie van eigenschappen en gebruiksmogelijkheden van hout

en grondstoffengebruik

110.974

afkomstig uit duurzaam beheerde bestanden Boom- en houtkwaliteitsonderzoek voor de Vlaamse bos-houtkolom:

Innovatie, eco-efficiëntie

evaluatie van eigenschappen en gebruiksmogelijkheden van hout

en grondstoffengebruik

110.875,1

afkomstig uit duurzaam beheerde bestanden. Onderzoek naar de mogelijkheden voor inzet en potentieel van

Innovatie, eco-efficiëntie

uitgegraven bodem als alternatief ter vervanging van primaire opper-

en grondstoffengebruik

10.990

vlaktedelfstoffen Prioriteiten uitbouw monitoring - case study waterkwaliteit

Instrumenten

49.603,95

Onderzoek naar en uitwerken van richtlijnen ten behoeve van het opstellen

Instrumenten

50.791,35

Ruimtelijke interpretatie van de Luchtkwaliteit 2007

Instrumenten

35.000

Studieopdracht Duurzaamheidscriteria in overheidsopdrachten

Instrumenten

83.243,16

Functietoekenningen voor waterlichamen

Integraal Waterbeleid

37.378

Onderbouwing Maatregelenprogramma voor de kaderrichtlijn Water

Integraal Waterbeleid

66.922

Milieukostenmodel Vlaanderen beter afstemmen op de noden van

Kosten en financiering

78.486,41

Risicoberekening van Magazijnbranden van Sevesobedrijven

Risicobeleid

88.940,6

Risicoberekeningen van vaste ontplofbare stoffen bij Sevesobedrijven

Risicobeleid

47.916

Berekening van domino-effecten van en naar Sevesobedrijven

Risicobeleid

73.810

Monitoring van dienstwagens van de Vlaamse overheid die op koolzaadolie

Verandering van het klimaat

74.106,56

(ppo), een biodieselmengsel en diesel rijden

door broeikaseffect

Analyse van de implicaties voor Vlaanderen van beleidsmaatregelen

Verandering van het klimaat

voor de internationale scheepvaart inzake klimaat en verzurende emissies

door broeikaseffect

Opvolgingssysteem Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 en

Verandering van het klimaat

operationalisering kostenefficiëntiemodel

door broeikaseffect

Fase 2 Post-2012 onderzoekstraject - Opstellen Vlaamse kostenkurve

Verandering van het klimaat

met behulp van MKM Klimaat door gebruik van BAU+ resultaten

door broeikaseffect

en beoordelen van een MER: actualisatie disciplinedelen lucht en geur

de milieuadministratie - Methodologieontwikkeling en modelaanpassingen voor de MKM uitbreiding met broeikasgassen"

09 MJP08*.indd 184

73.253,4

74.197,2

98.208,63

10-03-2008 09:03:53


185 bijlagen L a n g e t it e l (v er v olg )

Ho o fdthe ma

vastgelegd bedr ag EUR

Beleidsvoorbereidend onderzoek met betrekking tot natuurlijke en

Verandering van het klimaat

49.549,5

hernieuwbare koeling in bestaande gebouwen

door broeikaseffect

Ontwikkelen van een indicatorendatabank voor het permanent secretariaat

Verandering van het klimaat

van de Nationale Klimaatcommissie als instrument voor de opvolging van

door broeikaseffect

34.729,69

en de rapportering over het nationaal klimaatbeleid Optimalisatie emissie-inventaris O3-afbrekende stoffen en F-gassen

Verdunning van de ozonlaag

51.409,88

De Permanente Inventarisatie van de Natuurreservaten in de Kustzone,

Verlies aan biodiversiteit

119.509

Verlies aan biodiversiteit

64.196,55

Verlies aan biodiversiteit

142.714

Verlies aan biodiversiteit

130.000

Verlies aan biodiversiteit

115.500

Bosuitbreiding en -ontwikkeling in begraasde landschappen

Verlies aan biodiversiteit

125.610

Validatie en optimalisatie van methoden voor bosvriendelijke hout-

Verlies aan biodiversiteit

165.808,6

Verlies aan biodiversiteit

77.350

Verlies aan biodiversiteit

224.667

Ecohydrologisch onderzoek omgeving Mosselgoren

Verlies aan biodiversiteit

42.436

Ecohydrologisch onderzoek Blaasveldbroek - Arkenbos en omgeving

Verlies aan biodiversiteit

39.800

Ecohydrologische studie van de Moervaart Zuidlede depressie ter

Verlies aan biodiversiteit

115.822

Geomorfodynamiek in het Ter Yde - duinencomplex

Verlies aan biodiversiteit

41.461

Historisch ecologisch onderzoek in het E.E.G.-Vogelrichtlijngebied

Verlies aan biodiversiteit

48.946

Verlies aan biodiversiteit

66.000

Verlies aan biodiversiteit

63.580

Verlies aan biodiversiteit

76.593

afgekort als 'PINK', omvat het systematisch opnemen van de vegetatie en jaarlijks inventariseren van het voorkomen van de doel- en parametersoorten van de door het natuurtechnisch beheer Opmaak van een beschermingsplan voor de met uitsterven bedreigde Bruine vuurvlinder Uitwerken steekproefschema voor de tweede bosinventarisatie van het Vlaamse Gewest Valorisatie kennis bij IN / IBW voor opmaak van beheerplannen in de domeinbossen Onderzoek naar de populatiegenetica van serpeling en kleine modderkruiper in het kader van het behoud en herstel van de natuurlijke populaties

exploitatie in Vlaanderen Bomenbeleid en -beheer: opstellen van een model bomenbeheerplan en structuurplan op basis van pilootprojecten Landbouweconomische studie viskweekbedrijven binnen het Richtlijngebied Vijvergebied Midden-Limburg

onderbouwing van het natuurrichtplan, de afbakening van het VEN 2de fase, de aanduiding van verwevingsgebieden, de afbakening van de buitengebied-rup's en van natuurbeheerplannen

"De IJzervallei": onderzoek naar wijzigingen in milieuomstandigheden en beheer van de overstromingsgraslanden ten behoeve van het natuurbeheer en de natuurontwikkeling Opstellen van een referentie- en afwegingskader voor natuurontwikkeling en -herstel op vermeste en verzuurde terreinen Een nieuwe verspreidingsatlas en Rode Lijst van de loopkevers en zandloopkevers van Vlaanderen (Coleoptera, Carabidae) Model voor de beschrijving van het toekomstige landgebruik in Vlaanderen in functie van verschillende scenario's

09 MJP08*.indd 185

10-03-2008 09:03:53


Milieujaarprogramma

186 2008

Lange titel (v er v o l g )

Ho o fd th e ma

vastgelegd bedr ag EUR

Bepaling van het bemestingsgedrag en de acceptatiegraden voor

Vermesting

99.523

Vermesting

95.078,17

Vermesting

29.991,5

Analyse van nitraatstikstofresidu-metingen in de tuinbouw

Vermesting

50.000

Bepalen van nitraatresidu en bemestingsadvies voor een selectie van

Vermesting

23.219,9

Evaluatie van voorbehandelingstechnieken voor medisch afval

Verontreiniging door afvalstoffen

14.278

Opvolgen van de ontplooiing van het netwerk hergebruikcentra

Verontreiniging door afvalstoffen

172.667

Sorteeranalyse-onderzoek huisvuilzak Vlaanderen 2005

Verontreiniging door afvalstoffen

76.106,29

Verwerking van afvalstoffen, voor nuttige toepassing, in AziĂŤ

Verontreiniging door afvalstoffen

49.578,705

Gebruik van Multicriteria-analyse voor de prioritisering van bedrijfs-

Verontreiniging door afvalstoffen

152.720,15

Verontreiniging door afvalstoffen

79.310,66

Verontreiniging door afvalstoffen

14.293,71

LCA drankverpakkingen

Verontreiniging door afvalstoffen

16.866

Cases uit Vlaamse sectoren met grootste potentieel voor ecodesign

Verontreiniging door afvalstoffen

63.830,53

Berekening van ontbrekende eco-indicatoren voor relevante materialen

Verontreiniging door afvalstoffen

59.262

Verontreiniging door afvalstoffen

123.050

Verontreiniging door

25.000

dierlijke mest via een sectorstudie Opstellen van een procedure voor het opmaken van een nutriĂŤntenbalans bij mestverwerkingstechnieken Afbakening van fosfaatverzadigde gebieden op basis van een kritische fosfaatverzadigingsgraad van 35 %

landbouwpercelen gedurende het voorjaar van 2007 en opmaken van een bodembalans

in Vlaanderen anno 2005 (inclusief financiĂŤle staalkaart)

afvalstoffen volgens de milieu-impact van hun ontstaan en verwerking met inbegrip van de impact door materiaalgebruik Bepalen van de calorische waarde van de verschillende fracties van het huishoudelijk afval Uitvoeren prioritaire acties uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007

en processen ter vervollediging van de ecodesigntool Pilootstudie IMJV-melding door overbrengers van afval en verwerkers van ingevoerd afval Smogstop

fotochemische stoffen Ondersteuning van de Vlaamse overheid bij het gebruik van Ecoscore

Verontreiniging door

om milieuvriendelijke voertuigen te stimuleren

fotochemische stoffen

Verkennende studie over de invloed van het gebruik van biobrandstoffen

Verontreiniging door

op emissies van NOx, SO2, PM, VOS en andere

fotochemische stoffen

Wetenschappelijke ondersteuning van de hervorming van de verkeers-

Verontreiniging door

belastingen aan de hand van Ecoscore

fotochemische stoffen

Onderzoek naar verkorting van onderzoeksprocedures

Verontreiniging en aantasting

59.668,73

35.061,73

36.924,36

27.830

van de bodem Verfijning bodemerosiekaart

Verontreiniging en aantasting

60.636

van de bodem

09 MJP08*.indd 186

10-03-2008 09:03:53


187 bijlagen L a n g e t it e l (v er v olg )

Ho o fdthe ma

vastgelegd bedr ag EUR

Ontwikkelen van een expertsysteem voor het adviseren van

Verontreiniging en aantasting

100.397

koolstofbeheer van landbouwbodems

van de bodem

Opstellen van een gevoeligheidskaart met betrekking tot massa-

Verontreiniging en aantasting

bewegingen (massatransport) voor de Vlaamse Ardennen

van de bodem

Ecotoxicologische karakterisatie van effluenten: TIE-methodologie

Verontreiniging van

op RWZI Oudenaarde

oppervlaktewater

Uitvoeren van de risico-analyse 2015 in het Scheldestroomgebied

Verontreiniging van

in het kader van de KRW met behulp van een rivierkwaliteitsmodel

oppervlaktewater

Afstemmen databank op bijkomende vereisten van de Kaderrichtlijn

Verontreiniging van

Water (deel ecologisch potenteel van stilstaand water groter dan 50 ha)

oppervlaktewater

Methodeontwikkeling voor de bepaling van kationische surfactanten

Verontreiniging van

in water

oppervlaktewater

Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch

Verontreiniging van

potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse

oppervlaktewater

39.195

60.941,0038

146.472

54.906

59.033,48

14.818

waterlichamen (5 delen: kanalen en sterk veranderde rivieren, oppervlaktewater in het bekken van de Gentse kanalen, de kusthaven) Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch

Verontreiniging van

potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse

oppervlaktewater

14.844,64

waterlichamen - partim Spuikom Oostende. Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch

Verontreiniging van

potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse water-

oppervlaktewater

14.844,64

lichamen - partim Boudewijnkanaal en achterhaven Zeebrugge (fytoplankton) Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch

Verontreiniging van

potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse water-

oppervlaktewater

34.574,75

lichamen - partim zoetgetijwaterlichamen 'GETIJDEDIJLE & GETIJDEZENNE', 'GETIJDEDURME' en 'GETIJDENETES' Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch

Verontreiniging van

potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse water-

oppervlaktewater

31.783,4

lichamen - partim KRW-waterlichaam 'Havengeul IJer'. Reductiepotentieel en kostprijs van beleidsmaatregelen met

Verontreiniging van

betrekking tot diffuse bronnen

oppervlaktewater

Voortzetting wetenschappelijk onderzoek oc's grootverbruikers

Verontreiniging van

74.360

50.000

oppervlaktewater Voortzetting wetenschappelijk onderzoek onderbouwing omzettings-

Verontreiniging van

75.000

coĂŤffiniĂŤnten heffing grootverbruikers

oppervlaktewater

Het gebruik van zeer hoge resolutie satellietbeelden ten behoeve

Versnippering

101.000

Versnippering

54.245

Versnippering

24.942,2

van ecotoopkartering in Vlaanderen Monitoring van de heraanleg van de Witte Nete in Dessel met inbegrip van hermeandering Opstellen van ontsnipperingsvoorstellen voor kanalen in Vlaams-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen

09 MJP08*.indd 187

10-03-2008 09:03:53


Milieujaarprogramma

188 2008

Lange titel (v er v o l g )

Ho o fd th e ma

vastgelegd bedr ag EUR

Opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor natuur-

Versnippering

64.994,66

Versnippering

74.245,6

Nieuwe methode voor bemonstering- en analyse van toxische organische

Verspreiding van

72.600

micropolluenten in lucht.

milieugevaarlijke stoffen

vriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen Opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor het ecoduct Kikbeek over de E314 in Maasmechelen

Voorstellen milieukwaliteitsnormen voor dioxine en dioxine- achtige PCB's

Verspreiding van

75.000

milieugevaarlijke stoffen O&O MIRA 2005: Modelbouw en scenarioanalyse - zwevend stof:

Verspreiding van

optimalisatie van modellering van fijn stof

milieugevaarlijke stoffen

Evaluatie en bijsturing van de milieukwaliteitsnormen luchtdepositie

Verspreiding van

- totaal niet gevaarlijk stofuitval - stofuitval zware metalen

milieugevaarlijke stoffen

Ondersteunend studiewerk en verdere karakterisatie van de Vlaamse

Verspreiding van

toestand inzake hormoonverstoring

milieugevaarlijke stoffen

De aanwezigheid van bioaccumulerende stoffen in industriĂŤle effluenten

Verspreiding van

28.371

60.500

119.481

58.732,9666

milieugevaarlijke stoffen Uitwerken en uitvoeren van een pilootproject voor effectgerichte metingen

Verspreiding van

om de luchtkwaliteit in Vlaanderen te kunnen evalueren

milieugevaarlijke stoffen

152.696,59

Operationeel Model Voorspelling Luchtkwaliteit 2007

Verspreiding zwevend stof

35.000

Onderzoek naar de bronnen van PM10 in de haven van Antwerpen

Verspreiding zwevend stof

89.999,03

Verstoring door geluidshinder

235.365,57

Verzuring

139.688,7

Verzuring

85.912,42

die bijdragen tot overschrijdingen in 2003 van de grenswaarde + overschrijdingsmarge zoals bepaald in de Europese richtlijn 1999/30/EG, voorstellen tot reductiemaatregelen, doorrekening en evalu?????? Opmaken van geluidskaarten en/of software volgens de EU RL 2002/49/EG Impact van ambitieuze internationale emissiereductiedoelstellingen op de concurrentiekracht van de ondernemingen Prognoses en scenario's voor luchtverontreinigende stoffen

09 MJP08*.indd 188

10-03-2008 09:03:53


189 bijlagen

Bijlage 2 Overzicht van de geplande onderzoeken (2008) L a n g e t it e l

Ho o fdthe ma

Evaluatie in de diepte van sommige onderdelen van het MINA-plan 3

Beleidsvoorbereiding en -planning

Kadering van het leefmilieubeleid (MINA-plan 4) in een langetermijnperspectief

Beleidsvoorbereiding en -planning

Kringloopsector 2007 deel 1: gegevens

Doelgroepen

Kringloopsector 2007 deel 2: verwerken en rapporteren

Doelgroepen

Onderzoek naar de mogelijkheden om vanuit de overheid de consumptiepatronen

Doelgroepen

van huishoudens te sturen: overbruggen kloof denken-doen Het gebruik van genexpressieprofielen als biomerker in humane biomonitoring

Gezondheidsaspecten

Opstellen van geïntegreerde risicobeoordeling voor blootstelling aan PAKs in Vlaanderen

Gezondheidsaspecten

Onderzoek naar de mogelijkheden voor inzet en potentieel van uitgegraven bodem

Innovatie, eco-efficiëntie

als alternatief ter vervanging van primaire oppervlaktedelfstoffen

en grondstoffengebruik

Onderzoek naar de mogelijkheden voor ontwikkeling van de afzetmarkt van bagger-,

Innovatie, eco-efficiëntie

ruimings- en infrastructuurspecie als alternatief voor oppervlaktedelfstoffen

en grondstoffengebruik

Onderzoek naar stabiliteitsrisico's voor milieuvergunningsplichtige inrichtingen

Innovatie, eco-efficiëntie

waarvoor ALBON in het kader van de Vlarem-reglementering adviesbevoegdheid

en grondstoffengebruik

heeft voor wat het gevaar voor grondverschuivingen en/of instortingen betreft Ontwikkelen en opstellen van een tabel met eindgebruikgegevens van producten

Innovatie, eco-efficiëntie

geproduceerd in Vlaanderen voor toevoeging aan een Vlaams milieu-Input-Output-model

en grondstoffengebruik

Ontwikkeling van de productie en toepassing van streekeigen landbouw- en

Innovatie, eco-efficiëntie

bosbouwproducten

en grondstoffengebruik

Ontwikkeling van een basis Vlaams Milieu Input-Output-model

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik

Potentieel voor productdienstcombinaties in Vlaanderen

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik

Transitieproces Duurzaam Materialenbeheer - ontwikkelingsproject 1 transitieagenda

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik

Transitieproces Duurzaam Materialenbeheer - ontwikkelingsproject 2 transitieagenda

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik

Vervolledigen en aanvullen van milieu-gegevens die nodig zijn voor de uitbouw van

Innovatie, eco-efficiëntie

een Vlaams Milieu-IO-model

en grondstoffengebruik

Voorbereiding & begeleiding proefsetting milieuverantwoorde consumptie in Vlaanderen

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik

Wereldwijde milieu-impact en eco-efficiëntie van de Vlaamse productie en consumptie:

Innovatie, eco-efficiëntie

uitbreiden en op punt stellen van een model voor een Vlaamse extended Milieu

en grondstoffengebruik

Input-Output analyse Doorwerking milieu-innovatie in beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering

Instrumenten

Evaluatie van milieuprestaties van het gebruik van materialen op gebouwniveau

Instrumenten

09 MJP08*.indd 189

10-03-2008 09:03:53


Milieujaarprogramma

190 2008

Lange titel (vervolg) Nulmeting en ontwikkeling van opvolgsysteem voor indicatoren in het kader van

Ho o fdthe ma Instrumenten

het Actieplan 2007-2010 Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid Onderzoek naar een optimale instrumentenmix voor de inrichting van het buitengebied

Instrumenten

Partcipatie in de eerste (intereuropese) SKEP-call (duurzaam bouwen en wonen)

Instrumenten

Partcipatie in de tweede (intereuropese) SKEP-call (communicatie en evaluatie van

Instrumenten

onderzoeksresultaten) Richtlijnen plan-mer: pilootstudie

Instrumenten

Richtlijnen voor veeteeltbedrijven

Instrumenten

Richtlijnen voor veetteeltbedrijven

Instrumenten

Ruimtelijke interpretatie van de luchtkwaliteit - 2008

Instrumenten

SMOGSTOP 2008

Instrumenten

Interreg , LUTANUIS: Grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaanderen, Wallonië

Integraal Waterbeleid

en Frankrijk voor de bestrijding van de muskusrat - vervolgstudie Monitoringsstudie rond visvriendelijkheid waterkrachtcentrales op waterwegen en waterlopen

Integraal Waterbeleid

Ontwikkelen van economische indicatoren voor de financiering van het maatregelen-

Integraal Waterbeleid

programma in het kader van de kaderrichtlijn Water Analyseren van de Vlaamse regelgeving en praktijken met het oog op de correcte

Internationaal

toepassing van de REACH-Verordening, en uitwerking van een methodiek en werkwijze voor het optimaal inspelen op de REACH-mechanismen vanuit de Vlaamse overheid De rol van erkenningen als kwaliteitsbewakend instrument in het kader van

Internationaal

de Dienstenrichtlijn Inventarisatie van alle verplichtingen voortvloeiende uit multilaterale leefmilieuverdragen

Internationaal

en de door het Vlaamse gewest aangegane engagementen op het internationale leefmilieuforum Evaluatie van lagedrempel Seveso-inrichtingen inzake voldoen aan risicocriteria voor

Risicobeleid

externe mensrisico's Integratie van het omgevingsveiligheidsrapport en het veiligheidsrapport in het kader

Risicobeleid

van het samenwerkingsakkoord (betreffende de beheersing van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn) in één veiligheidsrapport Opstellen van toxiciteitsprobitfuncties voor preparaten van gevaarlijke stoffen

Risicobeleid

Risicocriteria voor transport van gevaarlijke stoffen

Risicobeleid

Berekening economische impact voor Vlaanderen van post-2012 klimaatbeleid

Verandering van het klimaat door broeikaseffect

Kaderopdracht: ondersteuning onderhandelingen post-2012 klimaatbeleid

Verandering van het klimaat door broeikaseffect

Ondersteuningsopdracht klimaatbeleid

Verandering van het klimaat door broeikaseffect

Onderzoek naar de verwerving van Kyoto-eenheden door het Vlaams Gewest via financiële

Verandering van het klimaat

instellingen of andere intermediairen

door broeikaseffect

Uitbouw van een beveiligd en kwaliteitsvol archiverings- en gegevenssysteem naar

Verandering van het klimaat

aanleiding van verdere implementatie CO2-emissiehandel

door broeikaseffect

09 MJP08*.indd 190

10-03-2008 09:03:53


191 bijlagen L a n g e t it e l ( v e r v o l g )

Ho o fdthe ma

Verdere onderbouwing van de bemestingnormen in het kader van MAP3

Vermesting

Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen bevorderen: onderzoek naar de effecten van

Verontreiniging door afvalstoffen

btw-verlaging op de verkoop van (producten uit) gerecycleerde materialen Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen bevorderen: onderzoek naar de opportuniteiten

Verontreiniging door afvalstoffen

voor de afzet van diverse gerecycleerde materialen BeleidsoriĂŤntering bedrijfsafvalstoffen in functie van de resultaten van een nieuwe

Verontreiniging door afvalstoffen

multicriteria-analyse 'Prioritaire bedrijfsafvalstoffen' Evaluatie van de aanvaardingsplichten: onderzoek naar de kosten en financiering

Verontreiniging door afvalstoffen

Evaluatie van de aanvaardingsplichten: vervolg. Toepassing van het evaluatiekader

Verontreiniging door afvalstoffen

op enkele stromen Evaluatie van de selectieve inzameling van afvalstromen

Verontreiniging door afvalstoffen

Implementatie van Verordening 1893/2006 (NACE Rev. 2) en de effecten van het gebruik

Verontreiniging door afvalstoffen

van de nieuwe Nacebel op de steekproeftrekking en kwaliteit van afvalstatistieken Indicatoren milieuverantwoord productgebruik - Fase III: updating + ontwikkeling

Verontreiniging door afvalstoffen

indicatorenset productgroep 3 Levenscyclusanalyse van drankverpakkingen

Verontreiniging door afvalstoffen

Lokale projecten voor de aanpak van het zwerfvuil

Verontreiniging door afvalstoffen

Mogelijkheden van voorvergisting bij bestaande composteringsinstallaties

Verontreiniging door afvalstoffen

Onderzoek naar de mogelijkheden voor kwikrecyclage na 2011

Verontreiniging door afvalstoffen

Onderzoek naar de nodige voorwaarden voor een gunstig investeringsklimaat in Vlaanderen

Verontreiniging door afvalstoffen

voor de toepassing van WKK in nieuwe energieopwekkingsinstallaties met afval, biomassaafval of biomassa als brandstof, in een gemengd dan wel in afzonderlijk verbrand Onderzoek naar de verdere operationalisering en sortering van gemengd en

Verontreiniging door afvalstoffen

ongedifferentieerd afval Ontwikkelen van de ISO 17020 norm, nodig voor de certificering van de cijfergegevens

Verontreiniging door afvalstoffen

die in kader van de aanvaardingsplicht worden verstrekt Ontwikkeling van een vernieuwd afwegingskader voor aanvaardingsplichten en

Verontreiniging door afvalstoffen

aanverwante instrumenten Opportuniteit en randvoorwaarden voor dierenbegraafplaatsen in Vlaanderen

Verontreiniging door afvalstoffen

Samenwerking bij afvalbeheer door kleine ondernemingen

Verontreiniging door afvalstoffen

Sociologische en psychologische studie naar impulsen rond zwerfvuil

Verontreiniging door afvalstoffen

Uitvoering acties KMO-plan

Verontreiniging door afvalstoffen

Uitvoeringsplan milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen:

Verontreiniging door afvalstoffen

uitvoering acties preventie en materialenbeheer Uitvoeringsplan milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen:

Verontreiniging door afvalstoffen

uitvoering acties rond selectieve inzameling en eindverwerking Validatie van de percentages van nuttige toepassing en recyclage bij de Vlaamse

Verontreiniging door afvalstoffen

verwerkingsbedrijven van afvalstoffen afkomstig van erkende centra en afkomstig van shredderbedrijven Verdere optimalisatie van de kwaliteitsopvolging van (co)vergistingsinstallaties zoals

Verontreiniging door afvalstoffen

voorzien in VLAREA, partim hygiĂŤnisatie

09 MJP08*.indd 191

10-03-2008 09:03:54


Milieujaarprogramma

192 2008

L a n g e t i t e l ( ve r vo l g )

Ho o fdthe ma

Het uitwerken van een systeem om omgebouwde voertuigen mee op te nemen in de

Verontreiniging door

hervorming van de verkeersbelastingen

fotochemische stoffen

Ontwikkeling model voor de berekeningen luchtkwaliteit langs (snel)wegen

Verontreiniging door fotochemische stoffen

Ontwikkeling van een kant en klaar pakket voor leasingmaatschappijen te gebruiken voor

Verontreiniging door

de aankoop en verhuur van voertuigen gebruikmakend van de Ecoscore van een voertuig

fotochemische stoffen

Optimalisatie emissie-inventaris lucht: NMVOS-sectoren coating, droogkuis en reinigen

Verontreiniging door

en ontvetten

fotochemische stoffen

Verdere ontwikkeling tweetalige Ecoscore databank

Verontreiniging door fotochemische stoffen

Ontwikkelen en uittesten van een methodiek voor het actualiseren van de drainageklasse

Verontreiniging en aantasting

van de bodemkaart voor Vlaanderen

van de bodem

Ontwikkeling van een analysemethode die strikt specifiek is voor de petrogene

Verontreiniging en aantasting

olieverbindingen in ruimingsspecie

van de bodem

Feasabilitystudy biotanormen voor gevaarlijke stoffen (implementatie Kaderrichtlijn Water)

Verontreiniging van oppervlaktewater

Kenmerkenanalyse van de lokale waterlichamen van de categorie rivieren

Verontreiniging van oppervlaktewater

(implementatie Decreet Integraal Waterbeleid Ontwikkeling van een ruimtelijk model voor de inventarisatie van emissies in water

Verontreiniging van oppervlaktewater

Ontwikkeling van een transnationaal rivierkwaliteitsmodel van het Maasstroomgebied

Verontreiniging van oppervlaktewater

voor het uitvoeren van de risico-analyse waterkwaliteit 2015 in het kader van de Kaderrichtlijn Water Sediment fingerprinting in Demer basin: Implications for catchment management

Verontreiniging van oppervlaktewater

Voortzetting wetenschappelijk onderzoek oc's grootverbruikers

Verontreiniging van oppervlaktewater

Bruikbaarheid Calux voor depositiemetingen van dioxines en PCB's

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Evaluatie van chroom Cr (VI) versus totaal Cr in PM10-stof in hotspot(s) in Vlaanderen

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Modellisatie zware metalen in de omgevingslucht in Vlaanderen - 2008

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Mogelijkheden inzet van ruimtelijke instrumenten om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Operationeel model voorspelling luchtkwaliteit - 2008

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Optimalisatie emissie-inventaris lucht: zware metalen

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Handleiding voor inschatting van diffuse emissies door bedrijven

Verspreiding zwevend stof

Onderzoek naar het gebruik van AOD "Aerosol Optical Depth" kaarten voor een verbeterde

Verspreiding zwevend stof

interpolatie van fijn stof (PM10 en PM2.5) metingen, voorspellingen en modelberekeningen Onderzoek naar maatregelen omgevingslawaai

Verstoring door geluidshinder

Opstellen van een code van goede praktijk voor dampafvoersystemen van grootkeukens,

Verstoring door geurhinder

frituren en restaurants Opstellen van een handreiking voor gebruik van het milieuzoneringinstrument

Verstoring door geurhinder

Genereren NH3 data als OPS input tbv bijsturing OPS voor lokale berekeningen

Verzuring

Onderzoek naar verwachte evolutie van de NH3 emissie uit landbouw in Vlaanderen

Verzuring

Trendanalyse verzurende depositie

Verzuring

09 MJP08*.indd 192

10-03-2008 09:03:54


193 bijlagen

Bijlage 3 Stand van zaken aangaande de goedkeuring van internationale overeenkomsten Toelichting bij tabel

De gegevens in de tabel werden bijgehouden tot eind augustus 2007. Zoals voorgaande jaren werden de gegevens overgenomen uit het repertorium bijgehouden door de administratie Buitenlands Beleid (ABB) van de Vlaamse Overheid. Voor informatie m.b.t. procedurele aspecten van de ratiďŹ catiegang, wordt doorverwezen naar de inleiding bij betrokken repertorium. V i n dpl aats i n he t r e p e r to ri u m Nummer

Kwalificatie

1

II. Exclusief - Bilateraal

2

idem

3

idem

4

09 MJP08*.indd 193

5

idem

6

II. Exclusief - Multilateraal

7

idem

8

idem

9

idem

10

III.4.C.Gemengd - EU

11

III.5.Gemengd - RVE

12

idem

13

III.6.Gemengd - I.A.O.

14

III.8.A.Gemengd - Multilateraal Milieu

15

Idem

16

Idem

17

Idem

18

Idem

19

Idem

20

Idem

21

Idem

22

Idem

23

Idem

24

Idem

10-03-2008 09:03:54


Milieujaarprogramma

09 MJP08*.indd 194

194 2008

Nummer

Kwalificatie (vervolg)

25

Idem

26

Idem

27

Idem

28

Idem

29

Idem

30

Idem

31

Idem

32

Idem

33

Idem

34

Idem

35

Idem

36

Idem

37

Idem

38

Idem

39

Idem

40

Idem

41

Idem

42

Idem

43

Idem

44

Idem

45

Idem

46

Idem

47

Idem

48

Idem

49

Idem

50

Idem

51

Idem

52

Idem

53

Idem

54

Idem

55

Idem

56

Idem

57

Idem

58

III.8.D. Gemengd - Multilateraal Scheepvaart

59

Idem

60

III.8.F. Gemengd - Multilateraal Varia

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 195

5

4

3

2

1 Brussel

Antwerpen

en machtigt tot

ondertekening

Nederlanden betreffende

de uitvoering van de

en machtigt tot

ondertekening

Gemeenschap en het Vlaams

Gewest, enerzijds, en het Konink

rijk der Nederlanden, anderzijds,

beheer in het Scheldeestuarium

het gebied van het beleid en

inzake de samenwerking op

25/11/2005:

VR keurt goed

Verdrag tussen de Vlaamse

Schelde-estuarium

Ontwikkelingsschets 2010

25/11/2005:

VR keurt goed

Gewest het Koninkrijk der

Middelburg

21/12/2005 -

Middelburg

21/12/2005 -

Antwerpen

(Vlaanderen, Nederland)

Verdrag tussen het Vlaams

17/01/95 -

Verdrag inzake afvoer Maaswater

(Vlaanderen, Nederland)

17/01/95 -

Verdrag inzake verruiming

vaarweg Westerschelde

tegen inscharing

oevers langs de Westerschelde

6/01/93 -

29/09/2006

29/09/2006

28/07/1995

28/07/1995

29/09/1998

28/02/2007

28/02/2007

21/12/1995

21/12/1995

31/03/1999

Parlement

Regering

inzake de verdediging van de

door Vlaams

door Vlaamse

Overeenkomst met Nederland

ontwerpdecreet

ontwerpdecreet

chronologisch)

Goedkeuring

Bekrachtiging

9/03/2007

9/03/2007

(BS 06/03/96)

22/12/95 -

(BS 06/03/96)

22/12/95 -

(BS 26/05/99)

13/04/99 -

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

27/06/1996

27/06/1996

4/02/2000

ratificatie

Internationale

01/07/96

In werking getreden op

wijziging van de Bijlagen B-E

VR hecht goedkeuring aande

ondertekenen. 30/04/2004:

VR keurt goed en machtigt te

Westerschelde. 15/12/1998:

verruiming vaarweg

van art. 9 van het verdrag

overeenkomst in uitvoering

01/07/1996. HYMEDIS-

In werking getreden op

Inwerkingtreding 01/04/00

Op me r k i n g e n

195 bijlagen

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 196

UNESCO-conventie inzake de

WGV

Antwerpen

Gewest, Frankrijk, Nederland)

Gemengd verklaard

Straatsburg) (ETS 172)

+ 14/10/98:

leefmilieu door het

strafrecht (4/11/1998,

op 20/06/96

bescherming van het

11 Conventie inzake de Straatsburg

07/05/99 -

(BS 10/02/98)

19/12/1997 -

(BS 29/05/96)

16/04/96 -

(BS 29/05/96)

16/04/96 -

(BS 26/04/01)

23/03/01 -

8/05/1998

20/06/1996

20/06/1996

14/05/2003

24/07/1996

16/4/1998 Inwerkingtreding

Federale Instemmingswet

Cfr. Scheldeverdrag verderop

Cfr. Maasverdrag verderop

notificatie:BS 02/06/2003

Mededeling VR over

Inwerkingtreding 13/06/2003

Inwerkingtreding 24/10/96

regels

om in juridisch afdwingbare

in Den Haag op 17/12/1991)

tieke verklaring, ondertekend

Energiehandvest (= een poli-

principes van het Europees

18/12/1997

01/06/1994 (BS 05/08/94)

energie-efficiĂŤntie

3/06/1997

27/03/1996

27/03/1996

14/03/2001

19/05/1994

Regering

door Vlaamse

Op me r k i n g e n

6/8/1998. Dit verdrag zet de

Lissabon

15/11/1995

15/11/1995

31/03/2000

12/01/1994

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

menten + protocol i.v.m.

Energiehandvest + amende-

17/12/94 -

Antwerpen

Waterkwaliteit Schelde (Vlaams,

Brussels Hoofdstedelijk en Waals

17/01/95 -

Verdrag inzake bescherming

Gewest, Frankrijk, Nederland)

Brussels Hoofdstedelijk en Waals

17/01/95 -

Verdrag inzake bescherming

Londen

04/12/91 -

Parijs

16/11/72 -

Parlement

Regering

Waterkwaliteit Maas (Vlaams,

(04/12/1991, Londen)

van vleermuizen in Europa

Overeenkomst ter bescherming

wereld (16/11/1972, Parijs)

en natuurlijk erfgoed in de

bescherming van het cultureel

10 Verdrag inzake het Europees

9

8

7

6

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

I n s t e m m i n g s d e cr e e t

chronologisch)

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

Milieujaarprogramma

196 2008

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 197

Sofia

Espoo

rapportage in grensover-

(25/02/1991, Espoo)

schrijdend verband

25/02/91 -

17 Verdrag inzake milieueffect-

(Genève, 1979)

luchtverontreiniging

inzake grensoverschrijdende

stromen bij het verdrag

stikstofoxiden of van hun

31/10/88 -

sing van emissies van

Regina

28/05/87 -

Parijs

03/12/82 -

Genève

22/06/93 -

Florence

25/03/1997

19/05/2000

13/01/1998

13/01/1998

1/06/2001

14/03/2003

9/07/1997

5/07/2000

8/07/1998

8/07/1998

6/02/2002

9/07/2003

Parlement

Regering 20/10/00 -

door Vlaams

door Vlaamse

16 Protocol inzake de beheer-

(28/05/1987, Regina)

watervogels)

(i.h.b. als verblijfplaats voor

van internationale betekenis

komst inzake watergebieden

15 Amendement op de overeen-

(03/12/1982, Parijs)

plaats voor watervogels)

betekenis ( i.h.b. als verblijf-

gebieden van internationale

overeenkomst inzake water-

14 Protocol tot wijziging van de

25/03/96:

Gemengd verklaard

industriële ongevallen

WGV

voorkoming van zware

13 Verdrag nr. 174 inzake

landschappen (ETS 176)

12 Europees verdrag inzake

ontwerpdecreet

ontwerpdecreet

chronologisch)

Goedkeuring

Bekrachtiging

(BS 01/10/97)

15/07/97 -

(BS 12/08/00)

17/07/00 -

(BS 22/8/98)

14/07/98 -

(BS 22/08/98)

14/07/98 -

(BS 12/04/2002)

1/03/2002 -

(BS 05/09/03)

18/07/03 -

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

2/07/1999

8/11/2000

28/10/1998

28/10/1998

9/06/2004

28/10/2004

ratificatie

Internationale

treding: 30/9/1999

09/06/1999. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001.

25/03/1999. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 01/02/1999.

10/05/1994. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 28/10/1998.

10/05/1994. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 09/06/2005

06/09/1996. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 01/02/2005.

15/06/2004. Inwerking-

Federale instemmingswet:

Op me r k i n g e n

197 bijlagen

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 198

WGV

verklaard

Gemengd verklaard

schrijdende gevolgen van

industriële ongevallen

25/03/96: Gemengd verklaard

ming en het gebruik van

grensoverschrijdende water-

lopen en internationale meren

Rio de Janeiro)

diversiteit (05/06/1992,

23 Verdrag inzake biologische

(09/05/1992, New York)

klimaatverandering

22 VN-raamverdrag inzake

(17/03/1992, Helsinki)

WGV

21 Verdrag inzake de bescher-

(17/03/1992, Helsinki)

WGV 17/12/97:

20 Verdrag inzake de grensover-

verontreiniging (Genève 1979)

overschrijdende lucht-

bij het verdrag inzake grens-

stromen (Genève, 18/11/1991)

Gemengd

of hun grensoverschrijdende

17/12/1997:

organische koolwaterstoffen

van emissies van vluchtige

19 Protocol inzake beheersing

– verdrag (04/10/1991, Madrid)

bescherming bij het Antarctica

18 Protocol betreffende milieu-

Rio de Janeiro

05/06/92 -

Rio de Janeiro

04/06/92 -

Helsinki

17/03/92 -

Helsinki

17/03/92 -

Genève

18/11/91-

Madrid

18/10/1995

22/02/1995

28/02/1996

1/06/2001

11/03/1997

15/11/1995

28/02/1996

4/04/1995

19/06/1996

6/02/2002

9/07/1997

21/12/1995

Parlement

Regering 4/10/91 -

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Bekrachtiging

(BS 24/05/1996)

19/03/96 -

(BS 07/07/1995)

19/04/95 -

(BS 13/08/96)

8/07/96 -

(BS 12/04/02)

1/03/02 -

(BS 29/08/97)

15/07/97 -

(BS 06/03/96)

22/12/95 -

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t

chronologisch)

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

22/11/1996

16/01/1996

8/11/2000

6/04/2006

8/11/2000

25/04/1996

ratificatie

Internationale

treding: 20/02/1997

11/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 15/04/1996

11/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001

29/09/2000. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 05/07/2006

22/03/2006. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001

24/06/2000. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 14/01/1999

19/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

Op me r k i n g e n

Milieujaarprogramma

198 2008

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 199

14/06/1994) bij het verdrag

verklaard

de grensoverschrijdende

overbrenging van gevaarlijke

+ 20/06/96:

Gemengd verklaard

afgifte en inname van afval

in de Rijn- en binnenvaart

28 Verdrag inzake verzameling,

ervan (Bazel, 22/03/1989)

WGV 14/05/96

Gemengd

inzake de beheersing van

afvalstoffen en de verwijdering

WGV 17/12/97:

27 Amendement op het verdrag

(10/12/1982, Montego Bay)

inzake het recht van de zee

deel XI van het VN-verdrag

26 Akkoord inzake toepassing

(Genève, 1979)

luchtverontreiniging

inzake grensoverschrijdende

gemengd verklaard

en bijlagen I tot V (Oslo,

WGV 04/05/94:

verlaging van zwavelemissies

25 Protocol betreffende de

(22/09/1992, Parijs)

OSPAR-verdrag

Atlantische Oceaan –

van de Noord-Oostelijke

ming van het marien milieu

24 Verdrag inzake de bescher-

Straatsburg

09/09/96 -

Genève

22/09/95 -

New York

28/07/94 -

Oslo

14/06/94 -

Parijs

18/05/2001

12/05/1998

19/05/2000

27/11/2002

8/07/1998

5/07/2000

4/04/1995

Parlement

Regering 21/12/1994

door Vlaams

door Vlaamse

03/11/92 -

ontwerpdecreet

ontwerpdecreet

chronologisch)

Goedkeuring

Bekrachtiging

(BS 31/12/2002)

6/12/02 -

(BS 22/08/1998)

14/07/98 -

(BS 12/08/2000)

17/07/00 -

(BS 04/10/1995)

19/04/95 -

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

20/06/2003

13/11/1998

8/11/2000

6/09/1996

ratificatie

Internationale

06/03/2002

Federale Instemmingswet

treding: 13/12/1998

18/06/1998. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001

24/06/2000. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/10/1996

11/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

Op me r k i n g e n

199 bijlagen

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 200

zee ten gevolge van het

verklaard

overschrijdende luchtveront-

WGV 13/05/98: Gemengd verklaard

33 Protocol over zware metalen

bij het verdrag inzake grens-

overschrijdende luchtveront-

reiniging (Genève 1979)

(Genève 1979).

reiniging over lange afstand

Gemengd

bij het verdrag inzake grens-

WGV 13/05/98:

organische stoffen (POP’s)

32 Protocol m.b.t. persistente

17/12/97:

Gemengd verklaard

inzake klimaatverandering

(09/05/1992, New York)

WGV

31 Protocol bij het raamverdrag

07/11/1996, Londen)

stoffen van 1972,

Gemengd verklaard

17/12/97

+ 14/01/98:

de verontreiniging van de

storten van afval en andere

23/10/96,

Verdrag ter voorkoming van

30 Protocol van 1996 bij het

1978 (26/09/1997, Londen)

door het protocol daarbij van

MARPOL 1973, zoals gewijzigd

WGV

Gemengd verklaard

reiniging door schepen,

ter voorkoming van veront-

WGV

22/03/2002:

van het internationaal verdrag

29 Protocol van 1997 tot wijziging

Aarhus

24/06/98 -

Aarhus

24/06/98 -

Kyoto

29/04/98 -

Londen

27/03/98 -

Londen

14/11/2003

14/11/2003

14/09/2001

22/04/2005

22/04/2005

17/03/2004

17/03/2004

30/01/2002

14/12/2005

14/12/2005

Parlement

Regering 26/09/97 -

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Bekrachtiging

(BS 21/05/2004)

26/03/04 -

(BS 21/05/2004)

26/03/04 -

(BS 23/03/2002)

22/02/02 -

(BS 21/02/2006)

23/12/05 -

(BS 21/02/2006)

23/12/05 -

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t

chronologisch)

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

8/06/2005

25/05/2006

31/05/2002

13/02/2006

27/02/2006

ratificatie

Internationale

treding: 06/09/2005

25/05/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 23/08/2006

25/05/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 16/02/2005

26/09/2001. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 24/03/2006

21/06/2004 Inwerking-

Federale instemmingswet

27/05/2006

Inwerkingtreding:

instemmingswet 15/06/2004

Toetreding - Federale

Op me r k i n g e n

Milieujaarprogramma

200 2008

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 201

WGV

bescherming en het gebruik

verklaard

watervogels

Gemengd verklaard

ozon in de omgevingslucht

(Gœteborg, 30/11/1999)

reiniging (Genève 1979).

overschrijdende luchtveront-

bij het verdrag inzake grens-

22/09/00:

verzuring, eutrofiëring en

38 Protocol ter bestrijding van

WGV

Gemengd

Euraziatische trekkende

(15/08/1996, Den Haag)

13/06/95:

bescherming van Afrikaans-

37 Overeenkomst inzake de

lopen en internationale meren WGV

Gemengd verklaard

van Helsinki betreffende de

van grensoverschrijdende water-

op 17/03/99:

WGV

Gemengd verklaard

op 17/06/98:

WGV

Gemengd verklaard

13/05/98:

Gezondheid bij de Conventie

36 Protocol inzake Water en

bij het OSPAR-verdrag

35 Bijlage V en Aanhangsel 3

inzake milieuaangelegenheden

en toegang tot de rechter

bevolking in de besluitvorming

informatie, inspraak van de

34 Verdrag inzake toegang tot

New York

4/02/00 -

Den Haag

29/01/99 -

Londen

17/06/99 -

Sintra

23/07/98 -

Aarhus

herneming

5/03/2004

31/01/2003

13/02/2004

03/12/04

procedure:

29/04/2004

14/05/2003

29/04/2004

8/06/2005

27/11/2002

Parlement

Regering 19/07/2002

door Vlaams

door Vlaamse

25/06/98 -

ontwerpdecreet

ontwerpdecreet

chronologisch)

Goedkeuring

Bekrachtiging

(BS 13/07/2004)

7/05/04 -

(BS 18/06/2003)

23/05/03 -

(BS 16/07/2004)

7/05/04 -

(BS 07/07/2005)

17/06/05 -

(BS 07/01/2003)

6/12/02 -

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

3/03/2006

29/06/2004

28/07/2005

21/01/2003

ratificatie

Internationale

01/05/2006

Federale instemmingswet

treding: 01/06/2006

13/02/2006. Inwerking-

Federale instemmingswet

treding: 04/08/2005

13/05/2003. Inwerking-

Federale instemmingswet

treding: 28/08/2005

06/03/2002. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 21/04/2003

17/12/2002. Inwerking-

Federale Instemmingswet

Op me r k i n g e n

201 bijlagen

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 202

verklaard

(27/02/2001, Sofia)

VR keurt goed

ondertekening

systemen op schepen

(Londen, 5 oktober 2001)

(TBT-verdrag)

en machtigt tot

schadelijke aangroeiwerende

22/11/02:

VR keurt goed

Londen

23/12/02 -

26/03/2004 -

(BS 08/06/2004)

30/04/2004 -

(BS 08/06/2004)

30/04/2004 -

(BS 21/05/2004)

12/10/2005

12/10/2005

25/05/2006

15/04/2004

06/10/2005. Instemmings-

Federale Instemmingswet

treding: 01/12/2005

06/10/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 23/08/2006

17/09/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 14/07/2004

15/03/2004. Inwerking-

Federale Instemmingswet

niet afgerond

29/04/2004

20/02/04 (BS 09/03/2004)

ondertekening

6/02/2004

29/04/2004

17/03/2004

11/02/2004

Regering

door Vlaamse

Op me r k i n g e n

procedure Luxemburg nog

Gent

6/02/2004

14/11/2003

14/11/2003

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

en machtigt tot

03/12/02 -

29/11/02:

Gent

03/12/02 -

Stockholm

VR keurt goed

ondertekening

en machtigt tot

betreffende de controle van

44 Internationaal verdrag

43 Maasverdrag

42 Scheldeverdrag

polluenten (POP’s)

persistente organische

29/11/02:

Gemengd

23/05/01 -

Sofia

02/12/03:

inzake milieueffectrapportage

in grensoverschrijdend verband

41 Overeenkomst inzake

27/02/01 -

Nairobi

26/05/00 -

Parlement

Regering

WGV

40 Wijziging van het Verdrag

(“Cartagena Protocol”)

inzake biologische diversiteit

veiligheid bij de Conventie

39 Protocol betreffende bio-

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

I n s t e m m i n g s d e cr e e t

chronologisch)

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

Milieujaarprogramma

202 2008

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 203

ondertekening

op grensoverschrijdende

verklaard

overschrijdend verband

(04/06/2004, Cavtat)

Gemengd

milieueffectrapportage in grens-

49 Wijziging van het Verdrag inzake

WGV 21/03/06:

en machtigt tot

van industriĂŤle ongevallen

waterlopen (liability-protocol)

25/04/03:

VR keurt goed

overschrijdende effecten

gemengd verklaard

veroorzaakt door de grens-

vergoeding door schade

WGV 13/01/03:

aansprakelijkheid en

ondertekening

(PRTR-protocol)

47 Protocol inzake burgerlijke

en machtigt tot

bij het Aarhus-verdrag

25/04/03:

VR keurt goed

van verontreinigende stoffen

de emissie en verplaatsing

WGV 13/01/03:

46 Protocol betreffende

gemengd verklaard

ondertekening

(SEA-protocol)

registratiesystemen inzake

VR keurt goed

en machtigt tot

Verdrag inzake milieueffect-

schrijdend verband

25/04/03:

milieubeoordeling bij het

rapportage in grensover-

WGV 13/01/03:

gemengd verklaard

45 Protocol inzake strategische

Cavtat

04/06/2004 -

Kiev

21/05/2003

Kiev

21/05/2003 -

Kiev

27/06/2007

Parlement

Regering

20/04/02007

door Vlaams

door Vlaamse

21/05/2003 -

ontwerpdecreet

ontwerpdecreet

chronologisch)

Goedkeuring

Bekrachtiging

6/07/2007

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e ratificatie

Internationale Op me r k i n g e n

203 bijlagen

10-03-2008 09:03:54


09 MJP08*.indd 204

verklaard

uit internationale afvaltrans-

ferten, onder Bazelverdrag

ondertekening WGV 24/03/04: Gemengd verklaard

einden dan de scheepvaart

53 Internationaal verdrag van 1990

inzake de voorbereiding op,

de bestrijding van en de samen-

werking bij olieverontreiniging

verklaard

voorvallen van verontreiniging

Gemengd verklaard

Woudinstituut

(28/03/2004, Joensuu)

55 Verdrag van het Europees

stoffen (15/03/2000, Londen)

WGV 24/03/04:

Gemengd

van en de samenwerking bij de

door gevaarlijke en schadelijke

24/03/04:

voobereiding op, de bestrijding

54 Protocol van 2000 inzake de

WGV

en machtigt tot

waterlopen voor andere doel-

(30/11/1990, Londen)

VR keurt goed

het gebruik van internationale

19/05/00:

Gemengd

voor een vergoeding van schade

52 VN-verdrag over het recht inzake

WGV 08/12/99:

51 Protocol inzake aansprakelijkheid

(27/05/2005, Almaty)

aangelegenheden

tot de rechter inzake milieu-

de besluitvormingen toegang

Gemengd verklaard

inspraak van de bevolking in

WGV 21/03/06:

inzake toegang tot informatie,

50 Amendement bij het Verdrag

Parlement

Regering

Almaty

27/05/2005 -

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Bekrachtiging

Regering

door Vlaamse

en afkondiging

I n s t e m m i n g s d e cr e e t

chronologisch)

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e ratificatie

Internationale

Toetreding

Toetreding

Toetreding

Op me r k i n g e n

Milieujaarprogramma

204 2008

10-03-2008 09:03:55


09 MJP08*.indd 205

Gemengd verklaard

voor schade door verontreiniging

door bunkerolie

goed en machtigt

tot ondertekening

ballast

(13/02/2004, Londen)

18/02/05: VR keurt

het beheer van scheeps-

WGV 24/03/04:

Gemengd verklaard

(13/01/1993, Parijs)

op chemische wapens

60 Verdrag inzake verbod Parijs

13/01/93 -

6/06/1996

9/10/1996

29/04/2004

7/05/04 -

(BS 29/11/1996)

24/10/96 -

(BS 14/07/2004)

27/01/1997

30/06/2004

Instemmingswet

Toetreding Federale

Toetreding

Toetreding

treding: 29/04/1997

20/12/1996. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 30/06/2005

betreffende de controle en

59 Internationaal verdrag

3/03/2004

Regering

door Vlaamse

13/05/2003. Inwerking-

Londen

28/04/89 -

Parlement

Regering

en afkondiging

Op me r k i n g e n

verklaard

hulpverlening op zee

door Vlaams

door Vlaamse

Bekrachtiging

ratificatie

Internationale

Gemengd

WGV 02/10/01:

58 Internationaal verdrag inzake

(23/03/2001, Londen)

21/03/06:

de wettelijke aansprakelijkheid

57 Internationaal Verdrag inzake

(03/05/1996, Londen)

stoffen (HNS-Verdrag)

WGV

verklaard

met het vervoer over zee

van gevaarlijke en schadelijke

Gemengd

voor schade in samenhang

WGV 21/03/06:

aansprakelijkheid en vergoeding

56 Internationaal Verdrag inzake

ontwerpdecreet

ontwerpdecreet

chronologisch)

Goedkeuring

I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring

ve r d ra g

fas e (Rangschikking

On d er te k en i ng

P r el i min a ir e

205 bijlagen

10-03-2008 09:03:55


Milieujaarprogramma

206 2008

Bijlage 4 Stand van uitvoering van de Europese milieuwetgeving Europese milieuwetgeving

De normeringinstrumenten inzake milieu waarover (1) de Raad, (2) de Commissie en – overeenkomstig de medebeslissingsprocedure – (3) het Europese Parlement samen met de Raad beschikken, zijn ook diegene die in artikel 189 van het EG-verdrag worden gedefinieerd: verordeningen, richtlijnen, beschikkingen, aanbevelingen en adviezen. Deze instrumenten hebben niet dezelfde rechtsgevolgen. • Een verordening heeft een algemene strekking, is bindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat. • Een richtlijn is bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor ze bestemd is. Aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. In tegenstelling tot de verordening is de richtlijn dus niet rechtstreeks van toepassing; ze verkrijgt haar volwaardige normatieve status in de interne (lees Vlaamse) rechtsorde slechts na omzetting in nationaal (lees Vlaams) recht. • Een beschikking is bindend in al haar onderdelen voor degenen tot wie ze uitdrukkelijk is gericht; aanbevelingen en adviezen daarentegen zijn niet bindend. Stand van de uitvoering van Europese richtlijnen

De richtlijnen dienen te worden omgezet in intern Vlaams recht binnen de omzettingstermijnen voorzien in elke richtlijn zelf. Deze omzetting gebeurt of gebeurde via decretale weg en/of (meestal) via besluiten van de Vlaamse Regering. Telkens als er een omzetting in intern Vlaams recht gebeurt, wordt deze via de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU medegedeeld aan de Commissie. De Commissie gaat de correctheid van de omzetting na en signaleert welke correcties er moeten gebeuren. De stand van zaken die hierna wordt gegeven, werd afgesloten op 1oktober 2004. Bij het overzicht van de uitvoering wordt een onderscheid gemaakt tussen: 1. de bestaande Europese richtlijnen die reeds zijn omgezet; 2. de bestaande Europese richtlijnen die nog dienen te worden omgezet; 3. de Europese richtlijnen die nog in voorbereiding zijn en die later zullen moeten worden omgezet. Naast de titel wordt voor elke richtlijn eveneens de volgende informatie gegeven: • de officiële referentie (jaar/volgnummer ID = interinstitutioneel dossier, PBC = Publicatieblad EC met mededelingen); • de publicatiedatum; • de referentie in het Europese Publicatieblad (PBL = Publicatieblad EC met wetgeving). De verordeningen werden niet opgenomen in de overzichtslijst omdat ze immers geen omzetting behoeven en in de regel, behoudens voor specifieke Vlaamse behoeften en toepassingen, geen wetgevend initiatief van de Vlaamse overheid vereisen.

09 MJP08*.indd 206

10-03-2008 09:03:55


207 bijlagen

Overzicht van de omgezette Europese richtlijnen (stand op 04.09.2007) Ref.

P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn

Re f.

d a t um

P u b l i ca ti e b l a d

75/0439

25.07.75

75/0440

25.07.75

Richtlijn van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie

PBL 194 p. 31

Richtlijn van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de vereiste kwaliteit van het

PBL 194 p. 34

oppervlaktewater dat is bestemd voor de productie van drinkwater in de Lidstaten (wordt d.d. 22/12/2007 opgeheven en vervangen door RL 2000/60) 75/0442

25.07.75

Richtlijn van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (is opgeheven

PBL 194 p. 47

en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/12/EG) 76/0160

05.02.76

Richtlijn van de Raad van 8 december 1975 betreffende de kwaliteit van het zwem-

PBL 31 p. 1

water (wordt opgeheven per 31.12.2014; zodra VR alle nodige wettelijke, bestuursrechtelijke en praktische maatregelen heeft genomen om aan RL 2006/7 te voldoen, is RL 2006/7 van toepassing en vervang zij Richtlijn 76/160/EEG) 76/0403

26.04.76

Richtlijn van de Raad van 6 april 1976 betreffende de verwijdering van polychloor-

PBL 108 p. 41

bifenylen en polychloortefenylen [sedert 16.09.96 vervangen door Richtlijn 96/59] 76/0464

18.05.76

Richtlijn van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt

PBL 129 p. 23

door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (is opgeheven en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/11/EG; wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013, met uitzondering van artikel 6, dat d.d. 22/12/2000 is ingetrokken) 78/0176

26.02.78

Richtlijn van de Raad van 20 februari 1978 betreffende de afvalstoffen afkomstig

PBL 54 p. 19

van de titaandioxyde-industrie 78/0319

31.03.78

Richtlijn van de Raad van 20 maart 1978 betreffende toxische en gevaarlijke

PBL 84 p. 49

afvalstoffen [sedert 12.12.93 vervangen door Richtlijn 91/869] 78/0659

14.08.78

Richtlijn van de Raad van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water dat

PBL 222 p. 1

bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen (is opgeheven en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/44/EG nog niet gepubliceerd; wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013) 79/0409

25.04.79

79/0869

29.10.79

Richtlijn van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de Vogelstand

PBL 103 p. 1

Richtlijn van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethoden en de frequentie

PBL 271 p. 44

van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat bestemd is voor de productie van drinkwater in de Lid-Staten (wordt ingetrokken d.d. 22/12/2007) 79/0923

10.11.79

Richtlijn van de Raad van 30 oktober 1979 inzake de vereiste kwaliteit van schelp-

PBL 81 p .47

dierwater (wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013) 80/0068

26.01.80

Richtlijn van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van

PBL 20 p. 43

het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen (wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013) 80/0778

30.08.80

Richtlijn van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke

PBL 229 p. 11

consumptie bestemd water (is ten gevolge van de inwerkingtreding en omzetting van Richtlijn 98/83 met ingang van 25 december 2003 opgeheven) 80/0779

30.08.80

Richtlijn van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de grens- en richtwaarden

PBL 229 p. 30

van de luchtkwaliteit voor zwaveldioxyde en zwevende deeltjes (ingetrokken per 01/01/2005; vervangen door RL 1999/30/EG)

09 MJP08*.indd 207

10-03-2008 09:03:55


Milieujaarprogramma

208 2008

Ref.

P ub lic a t ie- T it el r ic h tl i j n

Re f.

(v er vo lg )

d a t um

P u b l i ca ti e b l a d

82/0176

27.03.82

Richtlijn van de Raad van 22 maart betreffende de grenswaarden en kwaliteitsdoel-

PBL 81 p. 29

stellingen voor kwiklozingen afkomstig van de sector elektrolyse van alkalichloriden 82/0501

05.08.82

Richtlijn van de Raad van 24 juni 1982 inzake de risico’s van zware ongevallen bij

PBL 230 p. 1

bepaalde industriële activiteiten 82/0883

31.12.82

Richtlijn van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor het

PBL 378 p. 1

toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij de lozing van de titaandioxyde-industrie 82/0884

31.12.82

Richtlijn van de Raad van 3 december 1982 betreffende een grenswaarde van

PBL 378 p. 15

de luchtkwaliteit voor lood (ingetrokken per 01/01/2005; vervangen door RL 1999/30/EG) 83/0029

03.02.83

Richtlijn van de Raad van 24 januari 1983 tot wijziging van Richtlijn 78/176/EEG

PBL 32 p. 28

betreffende afvalstoffen afkomstig van de titaandioxyde-industrie 83/0513

24.10.83

Richtlijn van de Raad van 26 september 1983 betreffende de grenswaarden en

PBL 291 p. 1

kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium 84/0156

17.03.84

Richtlijn van de Raad van 8 maart 1984 betreffende de grenswaarden voor kwik-

PBL 74 p. 49

lozingen in het aquatisch milieu afkomstig van andere sectoren dan de electrolyse van alkalichloriden 84/0360

16.07.84

Richtlijn van de Raad van 28 juni 1984 betreffende de bestrijding van door

PBL 188 p. 20

industriële inrichtingen veroorzaakte luchtverontreiniging (is ingetrokken per 30/10/2007; vervangen door RL 96/61) 84/0491

17.10.84

Richtlijn van de Raad van 9 oktober 1984 betreffende de grenswaarden en

PBL 274 p. 11

kwaliteitsdoelstellingen voor de lozing van hexachloorcyclohexaan 84/0631

13.12.84

Richtlijn van de Raad van 6 december 1984 betreffende toezicht en controle

PBL 326 p. 31

in de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen [sedert 06.05.94 opgeheven door Verordening van 01.02.93] 85/0203

27.03.85

Richtlijn van de Raad van 7 maart 1984 inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstof-

PBL 87 p. 1

dioxyde (wordt ingetrokken per 01/01/2010; vervangen door RL 1999/30/EG) 85/0337

05.07.85

Richtlijn van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling

PBL 175 p. 40

van bepaalde openbare en particuliere projecten 85/0411

30.08.85

Richtlijn van de Commissie van 25 juli 1985 tot wijziging van Richtlijn 79/409/EEG

PBL 233 p. 33

van de Raad inzake het behoud van de vogelstand 86/0278

04.07.86

Richtlijn van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu,

PBL 181 p. 6

in het bijzonder de bodem, bij gebruik van zuiveringsslib in de landbouw 86/0280

04.07.86

Richtlijn van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteits-

PBL 181 p. 16

doelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 87/0101

12.02.87

Richtlijn van de Raad van 22 december 1986 tot wijziging van RLR 75/349 inzake

PBL 42 p. 43

de verwijdering van afgewerkte olie 7/0216

28.03.87

Richtlijn van de Raad van 19 maart 1987 tot wijziging van Richtlijn 82/501/EEG

PBL 85 p. 36

inzake de risico’s van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten 87/0217

28.03.87

Richtlijn van de Raad van 19 maart 1987 inzake voorkoming en vermindering van

PBL 85 p. 40

verontreiniging van het milieu door asbest

09 MJP08*.indd 208

10-03-2008 09:03:55


209 bijlagen Ref.

P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn

Re f.

(ver v olg)

d a t um

Pu b l i ca ti e b l a d

88/0347

25.06.88

Richtlijn van de Raad van 16 juni 1988 tot wijziging van bijlage II van Richtlijn

PBL 158 p. 35

86/280/EEG betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 88/0609

07.12.88

Richtlijn van de Raad van 24 november 1988 inzake beperking van de emissies

PBL 336 p. 1

van bepaalde stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (ingetrokken met ingang van 27/11/2002; vervangen door RL 2001/80) 88/0610

07.12.88

Richtlijn van de Raad van 24 november 1988 tot wijziging van Richtlijn 82/501/EEG

PBL 336 p. 14

inzake de risico’s van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten 89/0369

14.06.89

Richtlijn van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties

PBL 196 p. 32

voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging 89/0427

14.07.89

Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 tot wijziging van Richtlijn 80/779/EEG

PBL 201 p. 53

betreffende de grenswaarden en richtwaarden van de luchtkwaliteit voor zwaveldioxyde en zwevende deeltjes (ingetrokken per 01/01/2005; vervangen door RL 1999/30/EG) 89/0428

14.07.89

Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van de procedure voor de

PBL 201 p. 56

harmonisering van de programma’s tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxyde-industrie [vernietigd door Arrest Hof van Justitie dd. 11.06.91 en vervangen door Richtlijn 92/112] 89/0429

15.07.89

Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 ter voorkoming van door bestaande

PBL 203 p. 50

installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging 90/0219

08.05.90

Richtlijn van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkt gebruik van genetisch

PBL 117 p. 1

gemodificeerde micro-organismen (quasi helemaal gewijzigd door richtlijn 98/81/EG) 90/0220

08.05.90

Richtlijn van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van

PBL 117 p. 15

genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (per 17 oktober 2002 opgeheven door richtlijn 2001/18). 90/0313

23.06.90

Richtlijn van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie

PBL 158 p. 56

(is opgeheven ingevolge richtlijn 2003/4/EG per 14.2.2005) 90/0415

18.08.90

Richtlijn van de Raad van 27 juli 1990 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn

PBL 219 p. 49

86/280/EEG betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage bij Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 90/0667

27.12.90

Richtlijn van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van gezondheidsvoor-

PBL 363 p. 51

schriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen, voor het in de handel brengen van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van Richtlijn 90/425/EEG 91/0156

26.03.91

Richtlijn van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn 75/442/EEG

PBL 78 p. 32

van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen 91/0157

26.03.91

Richtlijn van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu’s die

PBL 78 p. 38

gevaarlijke stoffen bevatten (wordt opgeheven per 26.9.2008) 91/0244

08.05.91

Richtlijn van de Commissie van 6 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn

PBL 115 p. 41

79/409/EEG van de Raad inzake het behoud van de vogelstand 91/0271

09 MJP08*.indd 209

30.05.91

Richtlijn van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater PBL 135 p. 40

10-03-2008 09:03:55


Milieujaarprogramma

210 2008

Ref.

P ub lic a t ie- T it el r ic h tl i j n

Re f.

(v er vo lg )

d a t um

P u b l i ca ti e b l a d

91/0676

31.12.91

Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water

PBL 375 p. 1

tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen 91/0689

31.12.91

91/0692

31.12.91

Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen

PBL 377 p. 20

Richtlijn van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering

PBL 377 p. 48

van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied 92/0043

22.07.92

Richtlijn van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke

PBL 206 p.7

habitats en de wilde fauna en flora 92/0072

13.10.92

Richtlijn van de Raad van 21 september 1992 betreffende de verontreiniging van

PBL 297 p. 1

de lucht door ozon (met ingang van 9 september 2003 ingetrokken, vervangen door RL 2002/3/EG) 92/0112

31.12.92

Richtlijn van de Raad van 15 december 1992 tot vaststelling van de procedure voor

PBL 409 p. 11

de harmonisatie van de programma’s tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxyde-industrie 93/0076

22.09.93

Richtlijn van de Raad van 13 september 1993 tot beperking van kooldioxide-emissies

PBL 237 p. 28

door verbetering van de energie-efficiëntie (SAVE) 94/0015

22.04.94

Richtlijn van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing voor de

PBL 103 p. 20

eerste maal, van de technische vooruitgang van Richtlijn 90/220 94/0024

30.06.94

Richtlijn van de Raad van 8 juni 1994 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn

PBL 164 p. 9

79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand 94/0031

02.07.94

Richtlijn van de Raad van 27 juni 1984 tot wijziging van Richtlijn 91/689/EEG

PBL 168 p. 28

betreffende gevaarlijke afvalstoffen 94/0051

18.11.94

Richtlijn van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan

PBL 297 p. 29

de technische vooruitgang van Richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen 94/0062

31.12.94

Richtlijn van het Europees parlement en de Raad van 20 december 1994

PBL 365 p. 10

betreffende verpakking en verpakkingsafval 94/0063

31.12.94

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 1994 betreffende

PBL 365 p. 24

de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations 94/0066

24.12.94

Richtlijn van de Raad van 15 december 1994 tot wijziging van Richtlijn 88/609/EEG

PBL 337 p. 83

inzake beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (ingetrokken met ingang van 27/11/2002; vervangen door RL 2001/80) 94/0067

31.12.94

Richtlijn van de Raad van 16 december 1994 betreffende verbranding van gevaarlijke

PBL 365 p. 34

afvalstoffen 96/0059

24.09.96

Richtlijn van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van

PBL 243 p. 31

polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB’s/PCT’s) 96/0061

10.10.96

Richtlijn van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en

PBL 257 p. 26

bestrijding van verontreiniging 96/0062

21.11.96

Richtlijn van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer

PBL 296 p. 55

van de luchtkwaliteit 96/0082

14.01.97

Richtlijn van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de

PBL 10 p. 13

gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken

09 MJP08*.indd 210

10-03-2008 09:03:55


211 bijlagen Ref.

P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn

Re f.

(v er volg)

d a t um

P u b l i ca ti e b l a d

97/0011

14.03.97

Richtlijn van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG be-

PBL 73 p. 5

treffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten 97/0016

06.05.97

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende

PBL 116 p. 31

de beperking van het op de markt brengen en het gebruik van hexacloorethaan 97/0035

27.06.97

Richtlijn van de Commissie van 18 juni 1997 houdende tweede aanpassing van

PBL 169 p. 72

de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 90/220 99/0049

13.08.97

Richtlijn van de Commissie van 29 juli 1997 tot wijziging van Richtlijn 79/409 van de Raad inzake het behoud van de vogelstand

97/0062

08.11.97

Richtlijn van de Raad van 27 oktober 1997 tot aanpassing van de technische

PBL 305 p. 42

en wetenschappelijke voortuitgang van Richtlijn 92/43 98/0015

07.03.98

Richtlijn van de Commissie van 27 februari 1998 houdende wijziging van Richtlijn

PBL 67 p. 29

91/271 ten aanzien van enkele in bijlage I vastgestelde voorschriften 98/0083

05.12.98

Richtlijn van de Raad van 3.11.98 houdende herziening van richtlijn 80/779

PBL 330

in.v.m. de kwaliteit vzan voor menselijke consumptie bestemd water 99/0013

29.03.99

Richtlijn van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van emissie van

PBL 85 p. 1

vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties 99/0030

29.06.99

Richtlijn van de Raad van 22 april 1999 betreffende de grenswaarden voor zwavel-

PBL 163 p. 41

dioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht 99/0031

16.07.99

99/0032

11.05.99

Richtlijn van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen

PBL 182 p. 1

Richtlijn van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het

PBL 121 p. 13

zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/0012 00/0053

21.10.00

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000

PBL 269 p. 34

betreffende autowrakken 00/0059

28.12.00

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27. November 2000

PBL 332 p.81

betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduĂŤn 00/0060

22.12.00

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vast-

PBL 327 p. 1

stelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid 00/0069

13.12.00

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000

PBL 313 p.12

betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht 00/0076

28.12.00

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende

PBL 332 p. 91

de verbranding van afval 01/0018

17.04.01

Richtlijn van het europees Parlement en de Raad van 12 maart inzake de doel-

PBL 106 p. 1

bewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220 van de Raad 01/0080

27.11.01

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake

PBL 309 p.1

de beperking van de emissiesvan bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties 01/0081

27.11.01

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23.10.2001 inzake nationale

PBL 309 p. 22

emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen

09 MJP08*.indd 211

10-03-2008 09:03:55


Milieujaarprogramma

212 2008

Ref.

P ub lic a t ie- T it el r ic h t l i j n

Re f.

(v er vo lg )

d a t um

P u b l i ca ti e b l a d

02/003

09.03.02

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002 betreffende

PBL 67 p.14

ozon in de lucht 02/0004

14.02.03

Richtlijn van het EP/R van 28.1.03 betreffende de vrije toegang tot de milieu-

PBL41

informatie 02/0049

18.07.02

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de

PBL 189 p.12

evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai 02/0096

13.02.03

Richtlijn van het EP/R van 27.3.03 betreffende afgedankte elecktrische en

PBL 37

electronische apparatuur 03/0087

25.12.03

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 13.3.03 tot vaststelling van

PBL 275

een regeling voor broeikasfasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61 03/0035

25.06.03

Richtlijn van het EP/R van 26.5.03 tot voorziening in inspraak van het publiek in de

PBL 157

opstelling van bepaalde plannen en programmaâ&#x20AC;&#x2122;s betreffende het milieu, en met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter en wijziging RL 95/337 en 91/61 04/0042

30.04.04

Richtlijn van het EP/R van 21 april 2004 beperking tot wijziging van Richtlijn 99/13

PBL 143

(VOS) 04/0107

15.12.04

Richtlijn van het EP/Raad van 5 december 2004betreffende arseen, cadmium,

PBL 23

kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht 06/0011

04.03..06

Richtlijn van EP/R van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt

PBL 64

door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de gemeenschap worden geloosd (gecodificeerde versie) 06/0012

27.04.06

06/44

25.09.06

Richtlijn van het EP/R 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (gecodificeerde versie)

PBL 114

Richtlijn van EP/R van 12 december 2006 betreffende kwaliteit van zoet water

PBL 264

dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen (gecodificeerde versie) 06/113

09 MJP08*.indd 212

27.12.06

Richtlijn inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater (gecodificeerde versie)

PBL 376

10-03-2008 09:03:55


213 bijlagen

Overzicht van de nog om te zetten Europese richtlijnen (stand op 04.09.2007) Ref.

01/0042

P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn

Re f.

d a t um

P u b l i ca ti e b l a d

21.07.01

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27 Juni 2001 betreffende de

PBL 197 p. 30

beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s 04/0012

18.02.04

04/0035

30.04.04

Richtlijn van het EP/R tot wijziging van Richtlijn 94/62 (verpakkingsafval)

PBL 47

Richtlijn van het EP/R betreffende Milieu-aansprakelijkheid i.v.m. het voorkomen

PBL 143

en herstellen van milieuschade 04/0101

13.11.04

Richtlijn van EP/R tot wijziging van Richtlijn 2003/87

PBL 275

05/0020

09.03.05

Richtlijn van van EP/R betreffende verpakking en verpakkingsafval

PBL 70

06/0007

04.03.06

Richtlijn van EP/R betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot

PBL 64

intrekking van richtlijn 76/160/EEG 06/0018

27.12.06

Richtlijn van EP/R betreffende de bescherming van het grondwater tegen

PBL 372

verontreiniging en achtergang van de toestand. 06/0021

11.04.06

Richtlijn van het EP/R betreffende het beheer van afvalstoffen van

PBL 102

de winningindustrieën 06/66

26.09.06

Richtlijn van het EP/R inzake batterijen en accu’s, alsook gebruikte batterijen

PBL 266

en accu’s 07/0002

25.04.07

Richtlijn van 14 maart 2007 van het EP/PR tot oprichting van een infrastructuur

PBL

voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire)

09 MJP08*.indd 213

10-03-2008 09:03:55


Milieujaarprogramma

214 2008

Overzicht van (om te zetten) voorstellen van Europese richtlijnen (stand op 04.09.2007) Ref.

COM (2007) 51 COM (2006) 818

T it el r ic h t lijn

Stand

Re f.

van zaken

P u b l i ca ti e -

bespreking

blad

Voorstel voor een richtlijn inzake de milieubescherming door het strafrecht

Nieuw

Voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde

Nieuw

ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap COM (2006) 232

Voorstel van richtlijn tot vaststelling van een kader voor de bescherming

Nieuw

van de bodem en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG COM (2006) 373

COM (2006) 397

Voorstel van Richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire

Eerste lezing

actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden

Raad en Parlement

Voorstel voor een Richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied

Eerste lezing

van waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG

gemeenschappelijk standpunt 28.6.2007

COM (2006) 15

Voorstel voor een richtlijn over overstromingsbeoordeling en -beheer

Tweede lezing afgerond 18/09/2007

COM (2005) 634

COM(2005) 447

Voorstel voor een richtlijn van het europees parlement en de raad inzake

Eerste lezing

de bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer

Raad en Parl.

Voorstel Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende

Eerste lezing

de luchtkwaliteit

gemeenschappelijk standpunt 28.6.2007

COM(2005) 504

Voorstel van Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot

Eerste lezing Raad

vaststelling van kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het marien milieu COM (2005) 667

Voorstel voor een richtlijn van het europees parlement en de raad

eerste lezing

2005/0281/COD

betreffende afvalstoffen

gemeenschappelijk standpunt 28.6.2007

ID 03/246

Voorstel van RL van het EP/R betreffende toegang tot de rechter

Geen besprekingen

inzake milieuaangelegenheden

09 MJP08*.indd 214

10-03-2008 09:03:55


09 MJP08*.indd 215

10-03-2008 09:03:56


Colofon Milieujaarprogramma 2008 d/2008/3241/065 Verantwoordelijk uitgever Jean-Pierre Heirman Secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie p/a Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Vormgeving SignBox, Wolvertem Druk Sintjoris nv, Merendree Gedrukt op 100% gerecycleerd papier

09 MJP08*.indd 216

10-03-2008 09:03:56


Het Milieubeleidsplan wordt vijfjaarlijks opgesteld door de Vlaamse regering.

van het milieubeleid. Het Milieubeleidsplan 2003-2007 werd door de Vlaamse regering vastgesteld op 19 september 2003. De Vlaamse Regering gaf op 21 december 2007 haar goedkeuring aan de actualisatie en verlenging ervan tot 2010.

MJP2008cover.indd Sec1:2

milieujaarprogramma2008

Het bepaalt de hoofdlijnen

{

milieujaarprogramma 2008 en doorkijk 2010

10-03-2008 11:29:13


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Milieujaarprogramma_2008_doorkijk_2010.pdf by Vlaanderen-be - Issuu