Skip to main content

Vlaamse_landbouwconjunctuurindex_najaar_2010.pdf

Page 1

De Vlaamse Landbouwconjunctuurindex Resultaten enquête najaar 2010 Tom Coulier Els Bernaerts Leen Bas Dirk Van Gijseghem november 2010

Vlaamse Overheid Departement Landbouw en Visserij Afdeling Monitoring en Studie Ellipsgebouw (6de verdieping) Koning Albert II - laan 35, bus 40, 1030 Brussel http://www.vlaanderen.be/landbouw

Inleiding Deze zesmaandelijkse conjunctuurbarometer werd specifiek ontwikkeld om inzicht te krijgen in de economische schommelingen, het ondernemersvertrouwen en de geplande investeringen van de Vlaamse land- en tuinbouwsector. Dit is het rapport van de zevende enquêteronde gehouden in het najaar van 2010 (september) bij de 750 Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven die deel uitmaken van het Vlaams Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN). De uitgebreide methodologische beschrijving en de voorgaande zesmaandelijkse rapporten kunnen teruggevonden worden op de website van het Beleidsdomein Landbouw en Visserij (www.vlaanderen.be/landbouw).

Resultaten conjunctuurenquête 1. De landbouwconjunctuurindex voor Vlaanderen Voor de berekening van de conjunctuurindex werd aan de bedrijven een aantal vragen gesteld over de omzet, productie, personeel en prijzen. De antwoorden werden geëxtrapoleerd naar de totale Vlaamse landbouwpopulatie op basis van de meest recente meitelling. De index kan in theorie gaan van -100 (landbouwers unaniem negatief) tot +100 (landbouwers unaniem positief). Figuur 1: De evolutie van de Vlaamse landbouwconjunctuurindex

De stijgende trend van de landbouwconjunctuurindex wordt in het najaar 2010 verdergezet (figuur 1). Ze komt voor het eerst sinds voorjaar 2008 terug boven het nulpunt uit (+4). Na een zeer slecht 2009 wordt 2010 positiever ingeschat door de landbouwers.

Vlaamse landbouwconjunctuurindex najaar 2010 - 1


Wanneer de deelaspecten van de index (figuur 2) apart geanalyseerd worden, valt op dat de bedrijfsleiders vooral tevreden zijn met de evolutie van hun bedrijf tegenover de vorige 6 maanden (+9). Minder dan anders hebben de toekomstverwachtingen de index positief beïnvloed (+6). De landbouwers zijn gematigd positief over de toekomst. Over de huidige situatie van het bedrijf zijn de respondenten nog licht negatief (-4), maar dit deelaspect steeg toch al sterk tegenover de vorige enquêteronde. Figuur 2: De evolutie van de Vlaamse landbouwconjunctuurindex per deelaspect

2. De landbouwconjunctuurindex per deelsector De index voor de acht specifieke deelsectoren wordt weergegeven in figuur 3 en figuur 4. Alle landbouwsectoren, met uitzondering van de varkenssector, scoren met hun index boven de gemiddelde landbouwconjunctuurindex. De tuinbouwsectoren zitten allemaal onder het gemiddelde. Het vertrouwen van de akkerbouwsector stijgt sterk, van -24 naar +18. Deze stijging is te danken aan een positieve inschatting van de economische situatie van het bedrijf, en van de economische evolutie. Daarnaast zien de akkerbouwers de toekomst met vertrouwen tegemoet. Dit kan verklaard worden door goede prijsnoteringen voor granen en aardappelen. Aardappelen brachten in september 87% meer op dan het jaar ervoor (bron: PCA/FIWAP). Voor voedertarwe is de prijs zelfs verdubbeld (bron: Synagra) tegenover september vorig jaar. Toen werden evenwel zeer lage prijzen genoteerd. In dezelfde periode vorig jaar was nog 91% van de akkerbouwers negatief over het prijsniveau voor hun producten, nu is 71% positief. De index voor de melkveesector is sterk toegenomen ten opzichte van de vorige enquête, en stijgt van -3 tot +17. Gemiddeld gezien zijn de melkveehouders eerder tevreden met de economische toestand van hun bedrijf (+5). Ze zijn tevreden met de evolutie van het bedrijf gedurende de laatste 6 maanden (+28), en zien de toekomst positief tegemoet (+15). Het optimisme wordt vooral ingegeven door de sterk verbeterde melkprijs, die in september 37% hoger was dan dezelfde periode vorig jaar (bron: BCZ); 71% van de melkveehouders ervaart de prijsevolutie voor hun product als positief. De conjunctuurindex van de vleesveesector stijgt licht van +4 tot +10. De tevredenheid over de prijs voor de runderen steeg verder, 58% van de antwoorden was positief over de prijs voor hun product. De prijs voor vleesvee gaat sinds begin 2010 in stijgende lijn (bron: BIRB). Alle deelparameters van de index scoren ongeveer gelijk. De vleesveehouders zijn zowel positief over de evolutie van de laatste 6 maanden, de economische situatie, en ze zien de toekomst positief tegemoet. De index voor de varkenssector zit op een dieptepunt (-25). Bij de vorige enquêteronde zagen de varkenshouders de toekomst nog positief tegemoet, wat de index toen positief beïnvloedde. Nu ze al enkele jaren met lage prijzen kampen, en de prijzen in de zomer van 2010 niet de verhoopte niveaus haalden, zijn de varkenshouders negatief gestemd over de toekomst (-18). De hoge voederprijzen (gemiddeld +23% tegenover september 2009 voor mestvarkensmeel, bron: BEMEFA) zorgen ervoor dat de rendabiliteit van hun bedrijven onder druk staat.

2 - Vlaamse landbouwconjunctuurindex najaar 2010


Figuur 3: Evolutie van de conjunctuurindex voor de verschillende landbouwsectoren

Bij de sector van de groenten in openlucht zet het herstel zich verder. De index stijgt licht van -9 naar -6. De stijging is, net als in het voorjaar van 2010, te danken aan het feit dat de telers de economische evolutie van hun bedrijf in de afgelopen 6 maand positiever inschatten dan de vorige periode, in augustus kregen groentetelers immers betrekkelijk hoge prijzen voor hun producten. De beoordeling van de economische situatie van het bedrijf is constant gebleven. De toekomst zien ze minder positief tegemoet. Van de respondenten verwacht 59% van de respondenten stijgende prijzen voor hun inputs, 43% verwacht dalende prijzen voor hun producten. De index voor de telers van fruit in openlucht herstelt zich, en stijgt van -19 tot +3. De enquĂŞte bij de fruittelers wordt afgenomen net voor de oogst van van de appelen en peren. De prijzen voor appelen en peren waren in augustus 2010 hoger dan vorig jaar (bron: VBT). Het verwondert dan ook niet dat het vooruitzicht van de oogst hen tevreden stemt. Nochtans verwachten de fruitboeren een eerder matige oogst. De economische situatie van hun bedrijf, en de evolutie de voorbije maanden is schatten ze als licht verbeterd in tegenover het voorjaar van 2010. De groenten- en fruitteeltsector onder glas schat de economische situatie van hun bedrijf als goed in, waardoor de index voor het eerst tot net boven het nulpunt stijgt (van -8 tot +1). De evolutie in de laatste 6 maanden wordt als positief gezien. De toekomst zien ze eerder pessimistisch tegemoet, de serretelers verwachten een lage vraag naar hun producten in de komende winter. Daarnaast verwacht 62% dat de kost voor de verwarming van hun serres zal stijgen. De index voor siertelers blijft onder het nulpunt hangen, maar stijgt licht van -14 tot -8. Hun situatie beoordelen de siertelers globaal gezien iets minder negatief dan in het voorjaar van 2010. Over de toekomst zijn ze neutraal. De economische evolutie van de laatste 6 maanden stemt hen minder negatief dan de vorige ronde. De evolutie van de verkoopprijzen voor hun producten werd eerder negatief ingeschat. Figuur 4: Evolutie van de conjunctuurindex voor de verschillende tuinbouwsectoren

Vlaamse landbouwconjunctuurindex najaar 2010 - 3


3. De landbouwconjunctuurindex per bedrijfsgrootte of leeftijdscategorie De stijging van de conjunctuurindex zet zich voort voor alle bedrijfsgroottes. De verschillen tussen de kleine en grote bedrijven in de steekproef zijn niet erg uitgesproken. Middelgrote bedrijven hebben de hoogste waarde voor de landbouwconjunctuurindex (+7). De grote landbouwbedrijven scoren de gemiddelde index (+4). Kleine landbouwbedrijven (+3) geven aan dat het hun iets minder voor de wind gaat dan gemiddeld. Wanneer de bedrijven in de steekproef vergeleken worden volgens de leeftijd van de bedrijfsleider, dan valt op dat voor de oudste bedrijfsleiders (+10) de index hoger staat dan voor de jongste (+8). Traditioneel is dit omgekeerd. Per deelaspect beschouwd, zien de jongste en de oudste bedrijfsleiders de toekomst ongeveer even positief tegemoet (+16 voor de jongste, +14 voor de oudste). De oudere bedrijfsleiders (>60 jaar) vinden de huidige economische situatie van hun bedrijf eerder goed (+2). De jongeren (< 40 jaar) geven aan dat de toestand van hun bedrijf nog niet goed te noemen is (-6). Jongere landbouwers zitten vaak met hogere vaste kosten, waardoor zij hogere prijzen voor hun producten nodig hebben om rendabel te zijn. Dit kan een verklaring zijn voor het verschil tussen ouderen en jongeren. Figuur 5: Evolutie van de conjunctuurindex naargelang van de grootte van het bedrijf of de leeftijd van de bedrijfsleider

*Zonder extrapolatie naar Vlaanderen

4. Belemmeringen, prijzen en investeringen Naast de vraagstelling bedoeld voor de berekening van de conjunctuurindex werd er in de enquête ook gepolst naar de belemmeringen die de landbouwers ondervinden, de evolutie van aankoopprijzen en geplande investeringen. Deze antwoorden werden geëxtrapoleerd naar het Vlaamse niveau. Meer dan één derde (36%) van de landbouwers zegt geen belemmeringen te ondervinden. De landbouwers die wel belemmeringen zien, geven aan dat het vooral gaat om financiële tekorten (29%) en beperkingen opgelegd door de overheid (27%). De financiële belemmeringen zijn in alle sectoren aan het terugvallen. Bij varkensboeren ondervindt 50% nog financiële belemmeringen. Vooral melkveehouders ondervinden last van overheidsbeperkingen, meer specifiek van melkquota en nutriëntenemissierechten. Ze geven aan de mogelijkheden te hebben om meer te produceren dan hun huidige productieniveau. Bijna alle landbouwers (83%) geven aan dat de aankoopprijzen van meststoffen, pesticiden en voeders stijgen. Ook benodigdheden als machines, energie, gronden, quota en rechten stegen volgens hen verder. Ze verwachten dat alle voornoemde prijzen in de toekomst zullen blijven stijgen. De komende 6 maanden plant één derde van de bedrijfsleiders investeringen, dit betekent 13% minder dan begin 2010. Het gaat in gelijke mate om vervangingsinvesteringen (16%) en uitbreidingsinvesteringen (17%). Werktuigen, machines en installaties staan op het verlanglijstje van 18% van de landbouwers, 16% van hen wil investeren in gebouwen. Rechten en quota (4%), grond (5%) en investeringen voor verbreding (2%) zijn minder gepland. Veel landbouwers geven aan milieuvriendelijke investeringen te zullen doen, zoals drainopvang, warmtepompen, warmtekrachtkoppeling en andere milieumaatregelen. Daarnaast staan vaak vernieuwingen aan de vaste aanplantingen op stapel.

4 - Vlaamse landbouwconjunctuurindex najaar 2010


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaamse_landbouwconjunctuurindex_najaar_2010.pdf by Vlaanderen-be - Issuu