Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/303
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/303
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 5 oktober 2020 diende (verder: verzoeker) bij de stad Sint-Niklaas een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van de aanvraag om tijdelijke parkeerverbodsborden te mogen plaatsen voor xxx gedurende de periode 28-31 augustus 2019, waaruit de aanvrager en de reden hiertoe blijken. De stad Sint-Niklaas bezorgde verzoeker op 3 november 2020 de beslissing d.d. 28 oktober 2020 waarbij zijn vraag niet wordt ingewilligd, aangezien het openbaarheidsverzoek afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Verzoeker diende op 16 november 2020 bij de beroepsinstantie beroep in tegen deze beslissing van de stad Sint-Niklaas. Het beroep werd op 17 november 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 5 oktober 2020. De in beroep aangevochten beslissing van de stad Sint-Niklaas van 28 oktober 2020, die de stad Sint-Niklaas aan verzoeker bezorgde op 3 november 2020, maakt melding van de beroepsmogelijkheden en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het ingediende beroep van 16 november 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Toelichting door de stad Sint-Niklaas
Om met voldoende kennis van zaken te oordelen heeft de beroepsinstantie de stad Sint-Niklaas om een toelichting gevraagd, die zij op 24 november en 3 december 2020 verkreeg. De stad Sint-Niklaas herhaalt daarbij dat het document niet kan worden vrijgegeven omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bovendien werd er enkel een parkeerverbod aangevraagd voor 30 augustus 2019.
2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat de bedoelde aanvraag een e-mail van 28 augustus 2019 betreft waarbij een parkeerverbod voor 30 augustus 2019 werd aangevraagd. Een aanvraag voor de dagen 28, 29 en 31 augustus 2019 is onbestaande. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien de stad Sint-Niklaas niet in het bezit is van een aanvraag tot het plaatsen van parkeerverbodsborden voor de voornoemde data, kan er bijgevolg geen afschrift van worden verleend. Het beroep wordt als ongegrond beschouwd voor zover het betrekking heeft op een aanvraag betreffende de data 28, 29 en 31 augustus 2019. De e-mail van 28 augustus 2019 vermeldt bovenaan de naam van de afzender ervan. Artikel II.34 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/303
pagina 2 van 4
Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De naam van de verzender van de aanvraag behoort ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkene en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van dit gegeven heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de naam van de verzender van de aanvraag afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke persoon en dat dit gegeven dan ook moet worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet laat toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken natuurlijke persoon om toestemming te vragen voor het openbaar maken van zijn naam. In casu heeft de beroepsinstantie de betreffende persoon per brief van 9 december 2020 gecontacteerd met de vraag of hij kon instemmen met de openbaarmaking van de persoonsgegevens. Tot op heden heeft de beroepsinstantie echter geen reactie en dus ook geen toestemming mogen ontvangen. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet bepaalt evenwel dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie., wat in casu het geval is. Gelet op het voorafgaande concludeert de beroepsinstantie dat het ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond moet worden verklaard. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 16 november 2020 tegen de weigeringsbeslissing d.d. 28 oktober 2020 van de Sint-Niklaas wordt als ontvankelijk en als gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de stad Sint-Niklaas aan verzoeker een afschrift te bezorgen van de aanvraag (e-mail d.d. 28 augustus 2019) om tijdelijke parkeerverbodsborden te mogen plaatsen voor xxx op 30 augustus 2019, mits weglating van de naam van de verzender van die e-mail.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/303
pagina 3 van 4
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 15 december 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/303
pagina 4 van 4