Inhoud 1.
VLAAMS CENTRUM VOOR ADOPTIE .................................................................................... 3 1.1 Informatieverstrekking ....................................................................................................... 3 1.2 Inzage van adoptiedossiers ................................................................................................. 4 1.3 Rootsvragen ..................................................................................................................... 7 1.4 Naar een afstammingscentrum ............................................................................................ 8 1.5 Partners ........................................................................................................................... 9 1.5.1 Wie is wie? .................................................................................................................. 9 1.5.2 Toegekende subsidies ................................................................................................. 14 1.5.3 Aanpak overlegmomenten ........................................................................................... 15 1.5.4 Het raadgevend comitÊ van het Vlaams Centrum voor Adoptie en de Vlaamse adoptieambtenaar .............................................................................................................. 15 1.5.5 Andere Belgische overheden ........................................................................................ 16 1.5.6 Andere Europese centrale autoriteiten ........................................................................... 17 1.5.7 Service Social International ......................................................................................... 18 1.5.8 Permanent Bureau van Den Haag ................................................................................. 18 1.5.9 Conferenties .............................................................................................................. 19 1.6 Buitenlandse werkbezoeken en delegaties ........................................................................... 20 1.6.1 Werkbezoeken ........................................................................................................... 20 1.6.2 Delegaties ................................................................................................................. 21 1.6.3 Ondersteuning programma’s ........................................................................................ 22
2.
ADOPTIE VAN EEN NIET-GEKEND KIND ............................................................................ 23 2.1 Aanmeldingen ................................................................................................................. 25 2.2 Instroombeheer en voorbereiding....................................................................................... 25 2.2.1 Instroombeheer ......................................................................................................... 25 2.2.2 Voorbereiding ............................................................................................................ 27 2.3 Maatschappelijk onderzoek ............................................................................................... 28 2.3.1 Verloop van het maatschappelijk onderzoek ................................................................... 29 2.3.2 Adviezen................................................................................................................... 29 2.4 Geschiktheidsvonnissen .................................................................................................... 31 2.5 Bemiddeling .................................................................................................................... 34 2.5.1 Bemiddeling door een interlandelijke adoptiedienst ......................................................... 34 2.5.2 Bemiddeling door een binnenlandse adoptiedienst ........................................................... 57 2.6 Erkenning en registratie.................................................................................................... 61
3. ADOPTIE VAN EEN GEKEND KIND ........................................................................................... 62 3.1 Intrafamiliale adoptie ....................................................................................................... 62 3.1.1 Aanmelding en voorbereiding ....................................................................................... 62 3.1.2 Maatschappelijk onderzoek en geschiktheid.................................................................... 63 3.1.3 Kanaalonderzoek ....................................................................................................... 64 3.2 Binnenlandse adoptie van een gekend kind .......................................................................... 67 3.2.1 Aanmelding en voorbereiding ....................................................................................... 67 3.2.2 Verzoekschrift adoptie met mogelijk maatschappelijk onderzoek ....................................... 69
3
1. VLAAMS CENTRUM VOOR ADOPTIE Het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA) speelt een centrale rol bij elke adoptieprocedure voor een minderjarig kind door (kandidaat-)adoptieouders die in Vlaanderen of Brussel wonen. Bij zowel de interlandelijke (= buitenlandse) als de binnenlandse adoptie staat het VCA in voor het goede verloop van het proces. De opdrachten van het VCA zijn zeer uiteenlopend. Naast de erkenning en subsidiëring van adoptievoorzieningen, is er de individuele begeleiding van (kandidaat-)adoptieouders, de algemene informatieverstrekking, het geven van inzage aan geadopteerden, het samenwerken voor en met partners en de buitenlandse werkbezoeken en delegaties in het kader van (al dan niet opgestarte) kanalen.
1.1 Informatieverstrekking Het VCA is voor Vlaanderen het eerste aanspreekpunt voor iedereen die informatie wil over binnenlandse of interlandelijke adoptie van minderjarigen. Deze informatieverstrekking is een belangrijk deel van de werking. De grootste doelgroep zijn de kandidaat-adoptieouders. Zij willen zowel algemene informatie bij het opstarten van een adoptieprocedure, als nadien tijdens hun individueel adoptieproject. Daarnaast komen er ook vragen van geadopteerden, pers, adoptieouders, afstandsouders, studenten en binnenlandse en buitenlandse autoriteiten. De informatieverstrekking aan kandidaat-adoptieouders gebeurt voornamelijk door het verspreiden van informatiebrochures en het aanbod van informatie op de website (https://kindengezin.be/adoptie/). Nieuwe kandidaat-adoptieouders krijgen bij elke nieuwe stap van hun procedure de informatie die voor hen op dat ogenblik relevant is. Er worden ook herinneringen gestuurd als kandidaat-adoptieouders niet tijdig de volgende stap zetten (het bevestigen van de verderzetting van de adoptieprocedure na het volgen van de infosessie (binnen 60 dagen), indienen van het verzoekschrift om geschikt verklaard te worden (binnen het jaar) na het volgen van de voorbereidingscursus, …). Naast de schriftelijke informatie verzorgt het VCA het luik ‘Adoptie’ op de website van Kind en Gezin, dat zich tot een ruimer publiek richt. Sinds juli 2015 verspreidt het VCA ook een nieuwsbrief. Ieder kwartaal kan iedere geïnteresseerde zo de recentste ontwikkelingen over adoptie volgen. Inschrijven kan eenvoudig via de website van Kind en Gezin. Ondertussen hebben 1.677 (1.563 in 2018) mensen zich geabonneerd op deze nieuwsbrief.
4
Tegelijk met de nieuwsbrief startte het VCA in 2015 ook met een Facebookpagina om ook op die manier zoveel mogelijk mensen te bereiken. Deze pagina heeft 875 (751 in 2018) volgers. Tenslotte schrijft het VCA ieder kwartaal 1 of meerdere artikels in het VAG-magazine over een actueel thema (cf. paragraaf 1.5.1 voor meer uitleg over VAG). Het verspreiden van informatie gebeurt dus op veel verschillende manieren zodat zoveel mogelijk (kandidaat-) adoptieouders, geadopteerden, geboorteouders, andere betrokkenen en geĂŻnteresseerden bereikt kunnen worden. Het VCA biedt daarnaast telefonische permanentie en trajectbegeleiding. De trajectbegeleiders verzorgen de telefoonpermanentie gedurende 4 halve dagen per week. De schriftelijke vragen die per post of per e-mail worden gesteld, door zowel (kandidaat-)adoptieouders, geadopteerden, erkende organisaties en andere overheidsinstanties, beantwoorden de trajectbegeleiders zo snel als mogelijk. Daarnaast verwerken ze de aanmeldingen voor binnenlandse en interlandelijke adoptie, contacteren ze de kandidaat-adoptieouders bij iedere procedurestap en registreren ze de bemiddelingskeuze (via een adoptiedienst of zelfstandige adoptie). Ze volgen de dossiers zoveel mogelijk digitaal op zodat een snelle afhandeling van vragen en acties met betrekking tot de adoptiedossiers mogelijk is. In het kader van de verdere digitalisering werd in 2019 verdergegaan met het inscannen en bewaren van dossiers in een digitale bibliotheek. Na afronding van de adoptie, kunnen deze digitale dossiers automatisch gearchiveerd worden. Dit zal de inzage voor de geadopteerde in de toekomst gemakkelijker maken.
1.2 Inzage van adoptiedossiers Interlandelijke adoptie Met de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende het inzagerecht en de bemiddeling bij interlandelijke adoptie van 22 maart 2013 konden interlandelijk geadopteerden hun recht op inzage in hun adoptiedossier in de praktijk opeisen. Het verlenen van die inzage is een van de opdrachten van de Vlaamse adoptieambtenaar. In het licht daarvan moet iedereen die in het bezit is van een adoptiedossier van een derde een kopie aan de Vlaamse adoptieambtenaar bezorgen, zodat deze kan instaan voor de bewaring en eventuele inzage. In het kader van deze opdracht werd in 2018 verder gewerkt aan het inscannen van alle (vroegere) adoptiedossiers om ze zo digitaal te bewaren. Het inzagerecht kan daardoor ook in de verre toekomst blijvend gewaarborgd worden. Het gaat om dossiers van adoptiediensten die niet langer bestaan maar waarvan de dossiers werden overgenomen door de huidige erkende adoptiediensten.
5
Het betreft de vroegere adoptiediensten: ‘De Vreugdezaaiers’, ‘Hogar Para Todos’, ‘Interadoptie’ en ‘Adoptiewerk Vlaanderen’. Naast het digitale dossier blijft ook het originele dossier bewaard in geval dat de geadopteerde de originele foto’s of documenten wil bekijken. Wanneer geadopteerden inzage vragen in hun dossier, gaat het VCA na of het dossier in haar bezit is. Dit is niet altijd het geval. Soms is het dossier wel aanwezig, maar bestaat het uit zeer weinig documenten die geen antwoord bieden op de vragen van betrokkenen. Het VCA doet het mogelijke om de geadopteerden verder te helpen. Hiervoor worden andere diensten gecontacteerd zowel in het binnenland (familierechtbanken, het Rijksarchief, de Franse Gemeenschap, …) als in het buitenland (weeshuizen, autoriteiten, …). Bij elk contact met buitenlandse overheden wordt het belang van dit inzagerecht benadrukt, met wisselend resultaat. In het kader van de inzagevragen werd in 2016 met Dienst Vreemdelingenzaken een werking uitgebouwd zodat het VCA ook documenten uit hun archieven kan opvragen. Zij beschikken over oudere dossiers en over de dossiers van kinderen die in het verleden naar België kwamen via SAVE. Dit was een instelling voor opvang van métiskinderen in Rwanda. In 2019 werd het VCA door 38 interlandelijk geadopteerden (of hun wettelijke vertegenwoordiger) gecontacteerd om inzage te krijgen in hun adoptiedossier. Daarnaast vroegen 7 personen (of hun wettelijke vertegenwoordiger) die eind jaren 50 naar België kwamen via SAVE inzage in hun dossier: 5 van de 7 personen kregen effectief inzage. 1 persoon die via SAVE naar België kwam ging niet in op het voorstel van afspraak en aan 1 persoon werd extra informatie gevraagd, maar gaf geen gevolg aan deze vraag. Aan 18 van de 38 interlandelijk geadopteerden kon inzage worden verleend. Aan 9 geadopteerden werd er extra informatie gevraagd, maar zij gaven geen gevolg aan deze vraag; 4 geadopteerden gingen niet in op het voorstel van afspraak. Voor 1 geadopteerde werd geen dossier gevonden. Voor 2 geadopteerden was er geen dossier in België te vinden, aangezien beiden door hun adoptieouders in het herkomstland zelf werden geadopteerd en op latere leeftijd naar België zijn verhuisd. Voor 4 geadopteerden zoekt het VCA in 2020 nog verder naar een dossier. De geadopteerden, die om inzage vroegen, waren respectievelijk afkomstig van Bolivia (1), Brazilië (1), Chili (2), Colombia (2), Ecuador (1), Ethiopië (3), Haïti (4), India (18), Roemenië (1) Rwanda (4 geadopteerden en 7 métiskinderen die naar België kwamen via SAVE) en Vietnam (1). Daarnaast kregen in 2019 ook 9 andere interlandelijk geadopteerden inzage in hun dossier waarvan de aanvraag dateerde van vorige jaren. Het gaat hierbij om 6 geadopteerden die eind 2018 hun vraag tot inzage stelden, maar waar toen nog geen inzagemoment kon voor plaatsvinden. 1 geadopteerde
6
die in 2016 inzage vroeg en die toen niet inging op het voorstel van afspraak, kwam in 2019 toch langs bij VCA. Een andere geadopteerde nam reeds in 2012 contact op met het VCA voor inzage, kreeg geen inzage bij gebrek aan informatie, maar kwam in 2019 toch bij het VCA langs. En tot slot, kreeg 1 geadopteerde die in 2017 inzage vroeg en verkoos om op inzage te gaan bij de bemiddelende adoptiedienst, in 2019 ook inzage bij het VCA. Er waren ook 2 interlandelijk geadopteerden die reeds in 2011 en 2016 inzage vroegen en toen niet op het voorstel van afspraak ingingen. Deze 2 interlandelijk geadopteerden vroegen in 2019 opnieuw om een inzage, maar gingen opnieuw niet in op het voorstel van afspraak. Bij de inzage in het dossier kan iedere geadopteerde een vertrouwenspersoon meebrengen. De geadopteerden krijgen ook telkens de mogelijkheid om inzage te krijgen in aanwezigheid van iemand van Steunpunt Adoptie. Deze persoon kan na de inzage psychosociale ondersteuning bieden. Uiteindelijk maakten 15 geadopteerden die in 2019 op inzage kwamen gebruik van deze mogelijkheid. Binnenlandse adoptie Op 20 maart 2015 wijzigde het Vlaams Parlement het decreet van 3 mei 1989 houdende erkenning van adoptiediensten en het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van interlandelijke adoptie van kinderen. Door deze wijziging kreeg het VCA de bevoegdheid om ook van alle binnenlandse adoptiedossiers een kopie te bewaren. De Vlaamse adoptieambtenaar kreeg verder de opdracht om inzage te verlenen in de binnenlandse adoptiedossiers en bijstand te verlenen aan geadopteerden die op zoek zijn naar informatie over hun adoptie. De artikelen 27 en 28 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 april 2002 betreffende adoptiediensten die bemiddelen voor binnenlandse kinderen blijven eveneens gelden. De dossiers moeten aldus ook door de binnenlandse adoptiedienst bewaard worden en zijn bij de dienst toegankelijk via de coรถrdinator. De betrokkenen kunnen toegang krijgen tot het dossier, rekening houdend met de bescherming van de privacy van derden. De vraag tot inzage in het adoptiedossier werd door 15 binnenlands geadopteerden gesteld. Er werden 11 geadopteerden doorverwezen naar de binnenlandse adoptiedienst Adoptiehuis. Van deze 11 geadopteerden namen er 2 reeds in 2018 contact op met het VCA: zij werden in 2018 reeds doorverwezen naar Adoptiehuis. 1 binnenlands geadopteerde kreeg op uitdrukkelijke vraag inzage bij het VCA.
7
Het VCA kreeg 2 keer een vraag vanwege Adoptiehuis of het VCA over een dossier beschikte; dit bleek 1 keer het geval te zijn. Het dossier werd dan ook voor inzage overgemaakt aan de binnenlandse adoptiedienst. Voor het andere dossier kon het VCA niet aan deze vraag tegemoetkomen. Ook kreeg het VCA via Steunpunt Adoptie 1 keer de vraag tot inzage voor een binnenlands geadopteerde, maar ook hier beschikte het VCA niet over een dossier.
1.3 Rootsvragen Cijfers De vraag naar inzage van het adoptiedossier, is vaak gekoppeld aan een ruimere vraag naar informatie over de roots of herkomst van de geadopteerde, soms zelfs aan een effectieve zoektocht naar de biologische familie. Voor 39 zoektochten, omkaderd door Adoptiehuis, werd het Rijksregister geraadpleegd. In 2019 werd het VCA rechtstreeks aangesproken voor 21 zoekvragen. Het ging dan zowel om binnenlands geadopteerden als geadopteerden uit het buitenland. In 3 gevallen werd het VCA door een (tussen)persoon of instelling uit het buitenland gecontacteerd (1 uit Zuid-Korea, 1 uit Ethiopië en 1 uit Chili). Deze families uit het buitenland waren op zoek naar hun (mogelijks) geadopteerde familieleden in België. Buitenlands geadopteerden stelden 12 keer de vraag naar ondersteuning bij hun zoektocht (1 uit Bulgarije, 1 uit Chili, 2 uit Colombia, 1 uit Guatemala, 1 uit Haïti, 1 uit India, 1 uit Polen, 1 uit Rusland, 1 uit Rwanda en 2 uit Zuid-Korea). Hiernaast werd het VCA ook gecontacteerd door 1 familie die vanuit Sri Lanka een kind had geadopteerd om verder op zoek te gaan naar familie. Dit was een recente adoptie. De vraag werd gesteld aan de bevoegde centrale autoriteit, die vervolgens de vraag doorgaf aan de regionale en lokale afdeling die instaan voor de zoektocht op het terrein. Van de binnenlands geadopteerden of hun biologische familieleden kwamen 4 vragen, 3 keer stelde de binnenlands geadopteerde de vraag zelf, 1 keer ging het om iemand van de ruimere biologische familie die op zoek was naar zijn of haar binnenlands geadopteerde familielid. Via Adoptiehuis kwam ook 1 keer de vraag aan het VCA naar een dossier in het kader van een binnenlandse zoektocht. De gegevens waarover het VCA beschikte werden overgemaakt aan Adoptiehuis.
8
Zoekvragen Ethiopië Bij de adopties van Ethiopische kinderen die tussen 1997 en 2015 naar Vlaanderen zijn gekomen, werd in 2019 melding gemaakt van (mogelijke) mistoestanden. Adoptieouders en geadopteerden getuigden op verschillende fora over het feit dat de inhoud van hun adoptiedossier onvolledig zou zijn, maar ook dat er twijfels waren met betrekking tot elementen in het achtergrondverhaal. De mogelijkheid dat deze adopties niet allemaal volgens de regels van de kunst verliepen, heeft enorme impact; in de eerste plaats op het welbevinden en de identiteit van wie rechtstreeks betrokken is, maar in de tweede plaats doet het ook twijfelen aan de legitimiteit van interlandelijke adoptie als jeugdbeschermingsmaatregel. Omwille van het belang van het uitklaren of er al dan niet onregelmatigheden gebeurd zijn bij interlandelijke adopties uit het verleden, heeft de Vlaamse Regering de beslissing genomen om in eerste instantie individuele dossiers waar betrokkenen vragen bij hebben, te laten onderzoeken. In het kader hiervan had het VCA met 14 adoptiegezinnen een gesprek. In 2019 richtte de Vlaamse Regering ook een expertenpanel op dat als opdracht heeft om onderzoek te voeren naar interlandelijke adopties uit het verleden. Op basis daarvan kunnen zij aanbevelingen doen aan de Vlaamse Regering, opdat interlandelijke adoptie zou verlopen met een zo maximaal mogelijke garantie op een correct verloop. Het rapport van dit expertenpanel wordt eind 2020 verwacht.
1.4 Naar een Afstammingscentrum In december 2014 startte het Vlaams Parlement met verschillende hoorzittingen over het thema gedwongen adopties. Bij gedwongen adopties, veelal in de jaren 50 tot in de jaren 80, ondervonden zwangere vrouwen druk om hun baby af te staan voor adoptie. Naar aanleiding van deze hoorzittingen werd in 2015 een expertenpanel opgericht op vraag van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen. Het expertenpanel gaf in uitvoering van een resolutie van het Vlaams Parlement ook een advies over de oprichting van een DNA-databank voor geadopteerden met zoekvragen. Zo werd in het najaar van 2015 een werkgroep rond afstammingsvragen opgericht. Het onderzoek van het expertenpanel naar gedwongen adopties bracht immers aan het licht dat er vandaag ook vragen rijzen rond andere afstammingsgerelateerde problematieken zoals kinderen die geboren zijn in Frankrijk ‘sous X’, maar daarna in België geadopteerd worden of kinderen geboren na anonieme gameetdonatie.
9
De werkgroep Afstamming onderzocht hoe concreet tegemoet kan worden gekomen aan deze vragen. In 2016 werd in eerste instantie een conceptnota voorgesteld om een onafhankelijk centrum in het leven te roepen waar iedereen wiens juridische en/of sociale verwantschapsbanden niet overeenstemmen met de biologische afstamming, terecht moet kunnen voor informatie, advies en ondersteuning bij hun zoektocht. Hieraan gekoppeld zal een DNA-databank worden opgericht, waar rechtstreeks betrokkenen vrijwillig hun DNA kunnen afstaan met het oog op een eventuele matching. Het afstammingscentrum zal tevens instaan voor de psychosociale begeleiding van wie op zoek gaat naar zijn biologische verwanten. In 2017 werd de conceptnota voorgelegd aan de Privacycommissie en de Centra voor Menselijke Erfelijkheid voor een eerste advies. Vervolgens werd de conceptnota ook afgetoetst bij een ruime delegatie stakeholders (geadopteerden en geboorteouders, fertiliteitsartsen, donoren en kinderen geboren uit gameetdonatie). Op 17 juni 2019 werd het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De concrete opstart was voorzien op 1 januari 2020, maar het bijhorende Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) tot uitvoering van het decreet liep vertraging op in afwachting van de vorming van een nieuwe Vlaamse Regering. De principiĂŤle goedkeuring van het BVR wordt in de loop van februari 2020 verwacht. Na deze goedkeuring zal een oproep tot indiening van een vergunningsvraag gepubliceerd worden. De termijn waarbinnen de aanvragen ingediend moeten worden, bedraagt 30 dagen vanaf de oproep.
1.5 Partners Het VCA heeft zowel in BelgiĂŤ (Vlaanderen) als in het buitenland verschillende partners waarmee wordt samengewerkt om adopties te realiseren.
1.5.1 Wie is wie? Steunpunt Adoptie vzw Steunpunt Adoptie is een expertisecentrum inzake adoptie en biedt een gevarieerde dienstverlening aan voor alle adoptiebetrokkenen. Het steunpunt richt zich naar geadopteerden, (kandidaat-)adoptieouders, geboorteouders, professionals, vrijwilligers, adoptiegrootouders, studenten, ... Zij trachten een antwoord te bieden op de behoeften van deze verschillende groepen door vorming, begeleiding en informatie aan te bieden. Binnen de adoptieprocedure zijn ze verantwoordelijk voor de infosessies en de verplichte voorbereidingscursus voor kandidaat-adoptieouders. In 2019 werd hun opdracht via een wijzigingsbesluit van de Vlaamse Regering uitgebreid. Sinds deze wijziging voorziet Steunpunt Adoptie tevens in een
10
laagdrempelig ondersteuningsprogramma voor de nazorg van adoptiebetrokkenen. Dat bestaat zowel uit nazorg, individueel en in groep, alsook gerichte doorverwijzing naar adoptiealerte hulpverlening. Steunpunt Adoptie faciliteert daarnaast de trefgroepen en het lotgenotencontact voor geadopteerden en adoptieouders. Steunpunt Adoptie biedt regelmatig op eigen initiatief of op verzoek, opleiding en intervisie aan de medewerkers van de adoptiediensten en andere hulpverleners die bij adoptie betrokken zijn. Steunpunt Adoptie werd in 2017 opnieuw door Kind en Gezin 1 erkend voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2022. Dienst voor Maatschappelijk Onderzoek (DMO) De DMO staat in voor het maatschappelijk onderzoek van kandidaat-adoptieouders voor binnenlandse en interlandelijke adoptie. Sinds 1 januari 2017 voert CAW Brussel deze opdracht uit voor heel Vlaanderen. Na het volgen van de voorbereiding kunnen de kandidaten met hun voorbereidingsattest hun verzoekschrift indienen bij de familierechtbank om geschikt verklaard te worden. Na een tussenvonnis worden de kandidaten door het VCA doorverwezen naar de DMO. Ter voorbereiding van de gesprekken met de DMO, schrijven de kandidaat-adoptanten hun levensverhaal en vullen ze een vragenlijst in. Vervolgens contacteert de DMO de kandidaat-adoptanten om 4 gesprekken vast te leggen, 2 gesprekken met een maatschappelijk werker en 2 gesprekken met een psycholoog (bij een eerste adoptie van een ongekend kind), waarvan 1 huisbezoek. De DMO doet tijdens deze gesprekken onderzoek naar de beschermings- en risicofactoren die een invloed kunnen hebben op het slagen van de adoptie. Na afloop van deze gesprekken wordt er een verslag opgemaakt door de DMO met het advies over de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten, waarbij finaal wordt geadviseerd of ze al dan niet in aanmerking komen om te adopteren. Daarna wordt het verslag doorgestuurd naar het VCA. Het VCA stuurt het verslag van het maatschappelijk onderzoek naar de kandidaat-adoptanten en naar de familierechtbank. De familierechtbank nodigt de kandidaat-adoptanten uit voor een rechtbankzitting. De familierechter neemt vervolgens een beslissing over de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten op basis van het verkregen verslag. De DMO Brussel werd in 2017 opnieuw door Kind en Gezin1 erkend voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2022.
1
Kind en Gezin maakt sinds 2019 deel uit van het agentschap Opgroeien, samen met het toenmalige Jongerenwelzijn - nu Jeugdhulp - en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
11
Het VCA had dit jaar tweemaal overleg met de DMO Brussel. Hierbij werd onder meer stilgestaan bij de langere doorlooptijd van het geschiktheidsonderzoek en werd de door hen ervaren werklast besproken. Naar aanleiding van dit laatste punt zal in de loop van 2020 verder overleg worden gepleegd.
Interlandelijke adoptiediensten Wanneer de familierechter de kandidaat-adoptieouders een positief geschiktheidsvonnis verleent, kunnen zij de bemiddeling starten bij één van de erkende adoptiediensten. Kandidaat-adoptieouders maken op dit moment een keuze tussen ofwel de binnenlandse adoptiedienst of een interlandelijke adoptiedienst. Er zijn 3 diensten erkend voor interlandelijke adoptie: ‘Ray of Hope’, ‘Het Kleine Mirakel’ en ‘FIAC-Horizon’. Een positief geschiktheidsvonnis geeft echter geen garantie op een goede afloop van de interlandelijke adoptieprocedure. Het is immers de rechtbank of de overheid in het herkomstland die uiteindelijk beslist of kandidaten worden aanvaard voor de adoptie van een kind. In de overeenkomst tussen een adoptiedienst en de kandidaat-adoptanten staan de wederzijdse rechten en plichten, alsook informatie over de financiële regeling. Het betreft onder meer de begeleiding en ondersteuning die de kandidaat-adoptieouders van de dienst mogen verwachten, zowel bij de opmaak van het dossier, als tijdens de procedure ter plaatse, gekoppeld aan een inschatting van de kosten en de termijn waarbinnen de bemiddeling normaal gerealiseerd zal worden. Voor bijna alle samenwerkingen neemt het herkomstland het initiatief voor de matching en stelt zij aan de interlandelijke adoptiedienst een adoptiekind voor een bepaalde familie voor. Op basis van de beschikbare informatie stelt de adoptiedienst een matchingsverslag op. Dit wordt samen met de beschikbare documenten over het kind overgemaakt aan het VCA. Wanneer ook het VCA zijn akkoord geeft voor de matching, worden de kandidaat-adoptanten op de hoogte gebracht van de toewijzing. Vervolgens worden zij uitgenodigd op de dienst om dit kindvoorstel te bespreken en al dan niet te aanvaarden. Het opvolgen van de kinderen na hun aankomst vormt een belangrijk deel van de werking van een erkende adoptiedienst. Alle herkomstlanden vragen een bepaalde vorm van nazorg en deze start reeds bij het aankomstgesprek, kort na aankomst van het kind in België.
12
De 3 adoptiediensten kregen elk een erkenning van 1 juli 2018 tot 30 juni 2023. Naast de basissubsidie ontvangen de adoptiediensten van de (kandidaat)adoptieouders een bijdrage als prestatievergoeding voor hun werking. Ook voor de eerste nazorg betalen de adoptieouders een bijdrage. Met de 3 coรถrdinatoren van de adoptiediensten werd regelmatig overleg gepleegd over hun herkomstlanden (zowel lopende kanalen als kanalen in prospectie). In 2019 werd ook bijkomend overleg gepleegd naar aanleiding van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 24 mei 2019. In dit BVR wordt immers vermeld dat de erkenning van de interlandelijke adoptiediensten van rechtswege op 31 december 2022 eindigt. De dienst die op 1 januari 2023 wil erkend worden als interlandelijke adoptiedienst, zal uiterlijk op 17 september 2022 een aanvraag tot erkenning moeten indienen. Als gevolg van de inwerkingtreding van het BVR van 24 mei 2019, kregen de interlandelijke adoptiediensten ook een bijkomend subsidiebedrag om hun nazorgaanbod uit te breiden. Het BVR bepaalt dat de adoptiediensten moeten voorzien in een laagdrempelig ondersteuningsaanbod, met huisbezoeken of andere activiteiten op een aantal scharnierleeftijden, zowel voor adoptieouders als voor geadopteerden. Daarnaast organiseren zij thematische vormingsavonden voor kandidaat-adoptanten, adoptieouders en geadopteerden over adoptiespecifieke thema's en vragen. Adoptiehuis Indien kandidaat-adoptieouders kiezen voor de bemiddeling voor een binnenlandse adoptie van een ongekend kind, kunnen zij terecht bij Adoptiehuis. Adoptiehuis heeft sinds december 2016 als enige dienst een vergunning voor onbepaalde duur voor bemiddeling bij binnenlandse adoptie. De dienst treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als voornaamste opdrachten het begeleiden van geboorteouders, het plaatsen van het kind bij kandidaatadoptieouders en het verstrekken van nazorg. De dienst treedt tevens op als expert in Vlaanderen inzake binnenlandse adoptie. Vereniging voor Adoptiekind en Gezin vzw (VAG) De VAG is een trefgroep van en voor geadopteerden en adoptieouders. De VAG heeft een erkenning als trefgroep tot 31 juli 2020.
13
De VAG wordt gekenmerkt door haar werking met vrijwilligers die hun ervaringsdeskundigheid als (kandidaat-)adoptieouder of geadopteerde wensen in te zetten. De VAG wil daarnaast een klankbord zijn door aan de overheid en professionele organisaties te signaleren wat er leeft bij adoptiegezinnen. Het VCA nodigt de VAG ook telkens uit voor het groot adoptieoverleg met alle erkende diensten uit de sector.
14
1.5.2 Toegekende subsidies Het VCA heeft een belangrijke opdracht in het toezicht op de erkende diensten en staat ook in voor de subsidiĂŤring van de verschillende diensten. Toegekende subsidies 2019 Steunpunt Adoptie Basissubsidie
528.689,54
Diensten voor maatschappelijk onderzoek Basissubsidie DMO (CAW Brussel)
487.163,38
Interlandelijke adoptiediensten Basissubsidie (3 diensten samen)
995.027,15
Bijkomende subsidies voor 11 lopende kanalen (3 diensten samen)
69.830,05
Bijkomende subsidies voor 14 proefkanalen (3 diensten samen)
44.437,82
Binnenlandse adoptiediensten Basissubsidie
524.391,92
Begeleiding ongepland zwangere vrouwen
180.710,46
Facultatieve subsidie MO
2.622,00
Forfaitaire subsidie infogesprekken
5.768,40
1.1 Toegekende subsidies aan erkende diensten of projecten, soort subsidie - 2019 Bron: VCA
15
1.5.3 Aanpak overlegmomenten In 2019 lag de focus voor overlegmomenten opnieuw op het bijeenbrengen van verschillende actoren binnen de adoptiesector en veel minder op afzonderlijke ontmoetingen met de individuele partners. Het VCA kiest voor deze aanpak, omdat het de ontmoeting en samenwerking tussen de verschillende adoptie-actoren stimuleert. Net als in 2018 werd op regelmatige basis ketenoverleg georganiseerd, waarbij Steunpunt Adoptie, de DMO en de verschillende adoptiediensten worden uitgenodigd. In maart, mei en oktober 2019 vond ketenoverleg plaats. Indien er agendapunten zijn die enkel relevant zijn voor een specifieke partner, wordt er wel een bilateraal overlegmoment georganiseerd, bijvoorbeeld in het kader van de stopzetting van de samenwerking met een specifiek herkomstland waar slechts 1 adoptiedienst mee samenwerkt. Tweemaal per jaar organiseert het VCA een ‘groot adoptieoverleg’ voor de volledige adoptiesector, waarbij telkens ook de VAG op wordt uitgenodigd. Aan het tweede groot adoptieoverleg werd een vormingsdag gekoppeld, gegeven door CoramBAAF. CoramBAAF is een Britse organisatie voor professionele hulpverleners, pleeg- en adoptieouders en iedereen die werkt met of zorgt voor kinderen. Het VCA vroeg hen om een vorming te geven over de screening en ondersteuning van adoptieouders bij plaatsing van kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften.
1.5.4 Het raadgevend comité van het Vlaams Centrum voor Adoptie en de Vlaamse adoptieambtenaar Sinds 2013 wordt het VCA bijgestaan door een raadgevend comité dat advies kan geven ofwel op eigen initiatief ofwel op vraag van de Vlaamse adoptieambtenaar. Het raadgevend comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van adoptieouders, geadopteerden, voorzieningen, een aantal onafhankelijke experten, alsook een vertegenwoordiging van de werknemers. In 2017 werd de opdracht van het raadgevend comité verruimd, waardoor voortaan ook advies over binnenlandse adoptie kan gegeven worden. De samenstelling van het comité werd hieraan aangepast. Zo werden er ook leden in opgenomen die de binnenlandse adoptiedienst, de binnenlandse adoptieouders, de geadopteerden en geboorteouders vertegenwoordigen. Verder werd gepoogd om zo veel mogelijk dezelfde samenstelling als tijdens de voorbije werkingsperiode te behouden, aangevuld met de aanwezigheid van experten en de kinderrechtencommissaris. Eind 2017 werd de nieuwe samenstelling door de Vlaamse Regering bekrachtigd. In 2019 kwam het raadgevend comité tweemaal samen.
16
Prof. Dr. Nicole Vliegen was, zoals tijdens de vorige werkingsperiode, opnieuw voorzitter. Zij werd bijgestaan door 2 ondervoorzitters, mevrouw Inge Demol en mevrouw Miranda Aerts. Het VCA neemt deel aan de vergaderingen via de aanwezigheid van de Vlaamse adoptieambtenaar en door de ondersteuning van een secretaris die instaat voor verslaggeving. In 2019 bracht het raadgevend comité een advies uit over de conceptnota voor nieuwe regelgeving betreffende het invoeren van gewone adoptie in een jeugdhulptraject. Meer informatie over het raadgevend comité van het VCA, evenals de uitgebrachte adviezen, is te vinden in de aparte jaarverslagen op de website van Kind en Gezin. Op 17 juni 2019 vond het laatste raadgevend comité in zijn huidige samenstelling plaats. Op 24 mei 2019 heeft de Vlaamse Regering de leden en de plaatsvervangende leden van het raadgevend comité bij het intern verzelfstandigd agentschap Opgroeien regie benoemd. Het nieuwe raadgevend comité werkt met 2 thematische kamers: enerzijds een kamer adoptie en anderzijds een kamer kinderopvang en preventieve gezinsondersteuning. Het nieuwe raadgevend comité trad in werking op 1 september 2019. De kamer adoptie wordt voorgezeten door Prof. Dr. Johan Vanderfaeillie. De kamer adoptie kwam in het najaar tweemaal samen. Eénmaal in het kader van een installatievergadering en een tweede maal in december 2019. Hierop gaven de leden van de kamer adoptie een voorbereidend advies voor het overkoepelende raadgevend comité over het ontwerpbesluit tot uitvoering van het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank.
1.5.5 Andere Belgische overheden De Commissie van Opvolging en Overleg bestaat uit de bevoegde centrale autoriteiten inzake adoptie, de dienst Vreemdelingenzaken, de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken, vertegenwoordigers van parketmagistraten en familierechters die bevoegd zijn voor adoptie, alsook de kabinetten van de betrokken federale en gemeenschapsministers. Het VCA hecht bijzonder veel belang aan dit overleg gelet op het feit dat elk van de verschillende beleidsdomeinen nauw betrokken is bij de adoptiepraktijk. In 2019 vond er echter geen Commissie van Opvolging en Overleg plaats.
17
Naar aanleiding van de wetswijziging van 6 juli 2017 (Potpourri V), veranderden er een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek over adoptie. Er werd een technische werkgroep opgericht om te bespreken hoe het bestaande samenwerkingsakkoord tussen de Federale overheid en de Gemeenschappen hieraan aangepast kon worden. Deze werkgroep kwam in 2019 eenmaal samen. Op dit moment werd het samenwerkingsakkoord principieel, maar nog niet definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In maart 2019 had het VCA een bilateraal overleg met de FOD Buitenlandse Zaken ter kennismaking met de nieuwe contactpersonen. Daarnaast hadden het VCA en de Centrale Autoriteit van de Franse Gemeenschap (ACC) in oktober 2019 een gezamenlijk overleg met de FOD Buitenlandse Zaken over de samenwerking en werkwijze in een aantal specifieke herkomstlanden. In 2015 werd het VCA via de Vlaamse adoptieambtenaar waarnemend lid van de Conseil Supérieur sur l’Adoption (COSA) bij de Franse Gemeenschap. De COSA fungeert als raadgevend comité voor de Centrale Autoriteit van de Franse Gemeenschap. Naast het VCA zijn onder andere ook de adoptiediensten van de Franse Gemeenschap, de geadopteerden, de adoptieouders, experts, de FCA, vertegenwoordigers van ‘l’aide à la jeunesse’, alsook magistraten vertegenwoordigd in dit orgaan. De COSA kwam in 2019 verschillende keren samen, op 2 vergaderingen was VCA aanwezig. Hierbij werden verschillende thema’s besproken zoals de aanpak van rootszoektochten en het nieuwe voorstel van decreet inzake adoptie binnen de Franse Gemeenschap. Het VCA deed in 2019 ook meermaals beroep op de FOD Buitenlandse Zaken in het kader van kanaalonderzoeken, werkbezoeken, delegaties, individuele dossiers en specifieke problemen in landen van herkomst.
1.5.6 Andere Europese centrale autoriteiten De ICAN, een groep centrale autoriteiten die op zoek gaat naar mogelijkheden om informatie op een vlotte manier uit te wisselen, kwam in 2019 eenmaal in Dublin samen. Bij kanaalonderzoeken doet het VCA regelmatig beroep op andere Europese centrale autoriteiten om te polsen naar hun ervaringen met bepaalde landen van herkomst. Het VCA deelt op zijn beurt ook de informatie die zij verkrijgen via hun contacten in de herkomstlanden, alsook de conclusies van de uitgevoerde werkbezoeken.
18
In oktober 2019 was er een bilateraal online overleg met de Deense centrale autoriteit. De Deense CA was geïnteresseerd in de wijze waarop het VCA de continuïteit van de dienstverlening kon garanderen bij eventuele stopzetting door één van de bemiddelingsdiensten voor interlandelijke adoptie.
1.5.7 Service Social International (SSI) De SSI is een NGO die individuen, kinderen en families helpt die geconfronteerd worden met sociale problemen waarbij twee of meer landen betrokken zijn ten gevolge van internationale migratie of verplaatsing. Voor het VCA is dit een onmisbare en belangrijke bron van samenwerking, vooral op het vlak van informatie betreffende de herkomstlanden. Zij stellen een uitgebreide informatiedatabank ter beschikking over de situatie in de verschillende landen over zowel specifiek adoptiebeleid als meer algemeen het kinderbeschermingsbeleid. Ook rond de ontwikkeling van een visie op specifieke thema’s is de input van de SSI zeer inspirerend.
1.5.8 Permanent Bureau van Den Haag (PB Den Haag) Het PB Den Haag staat mee in voor de uitvoering van het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (oftewel het Haags Adoptieverdrag) van 1993. Zij ondersteunen landen die willen toetreden tot dit verdrag en hun regelgeving en procedures eraan willen aanpassen. In 2019 werd er geen Special Commission georganiseerd in Den Haag. Deze vijfjaarlijkse algemene vergadering staat open voor alle landen die het Verdrag van Den Haag hebben geratificeerd en biedt een gelegenheid om te netwerken met andere centrale autoriteiten. De volgende Special Commission zal in 2021 plaats vinden. In mei 2019 nam de Vlaamse adoptieambtenaar deel aan de werkgroep rond ‘illicit practices’ (onrechtmatige praktijken), een initiatief van het PB Den Haag. Sinds 2016 maakt VCA deel uit van deze werkgroep, die werkt aan een geïntegreerde aanpak rond ‘illicit practices’. De werkgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van centrale autoriteiten van zowel ontvangende als zendende landen. De afgelopen jaren werden door het PB Den Haag een aantal documenten opgesteld (thematische fiches, een modelprocedure in geval men geconfronteerd wordt met illicit practices), welke nu met de gehele werkgroep besproken werden.
19
In het licht van de recente hoorzittingen over mogelijke problemen bij adopties uit Ethiopië en de wens van de minister om een onderzoek te voeren naar adopties uit het verleden, is het voor het VCA belangrijk om het proces binnen deze werkgroep nauw op te volgen. Bovendien biedt een dergelijke ontmoeting de mogelijkheid om informeel uit te wisselen met andere centrale autoriteiten die met gelijkaardige vragen te maken krijgen.
1.5.9 Conferenties Native land Visit Program – Thailand De interlandelijke adoptiedienst FIAC-Horizon heeft reeds een lang lopende samenwerking inzake adoptie vanuit Thailand. De Thaise centrale autoriteit, Child Adoption Center, organiseerde voor de negende keer een congres over interlandelijke adoptie. In 2019 lag de focus op de voorbereiding en geschiktheid van kandidaat-adoptieouders, uitwisseling van ervaringen inzake adoptie van kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften, adoptie van gekende kinderen (intrafamiliale en stiefouderadopties) en rootsvragen. Het VCA vindt het belangrijk om de werkrelatie met het Child Adoption Center goed te onderhouden. Een dergelijk congres laat ook toe om te netwerken en uit te wisselen met verschillende ontvangende en zendende landen. Séminaire international en recherche des origines - Canada De centrale autoriteit van Quebec, Secrétariat à l'Adoption International (SAI), organiseerde dit jaar een seminarie over de aanpak van rootszoektochten in interlandelijke adoptie. Het programma bestond uit rondetafelgesprekken en workshops met delegaties uit een twintigtal landen (professionals, onderzoekers, vertegenwoordigers van de centrale autoriteiten van zowel herkomstlanden als ontvangende landen). De doelstellingen van deze bijeenkomst waren de volgende: •
de problemen en uitdagingen in verband met rootsvragen aan te pakken, met name in de context van interlandelijke adoptie;
•
goede praktijken delen met betrekking tot het onderzoek naar herkomst;
•
een stem geven aan belangengroepen en aan deskundigen.
De Vlaamse adoptieambtenaar gaf tijdens deze conferentie zelf een toelichting over de huidige Vlaamse aanpak betreffende rootsvragen, alsook over de oprichting van een afstammingscentrum.
20
15th Philippine Global Consultation on Child Welfare Services – de Filipijnen De interlandelijke adoptiedienst FIAC-Horizon heeft reeds een lang lopende samenwerking inzake adoptie vanuit de Filipijnen. De Filipijnse centrale autoriteit, ICAB, organiseert tweejaarlijks een congres. Voor 2019 lag de focus op de voorbereiding van het adoptiekind en -gezin, de screening van kandidaat-adoptiegezinnen voor matching met kinderen met special needs en de noodzakelijke nazorg voor adoptiekinderen. Ook hier vindt VCA het belangrijk om de werkrelatie met ICAB goed te onderhouden en in de rand van dit congres te netwerken met meerdere ontvangende en zendende landen.
1.6 Buitenlandse werkbezoeken en delegaties In 2019 ondernam het VCA 2 werkbezoeken naar het buitenland: naar Zuid-Afrika en naar Ghana. Er werden 2 delegaties in België ontvangen: Honduras en Haïti.
1.6.1 Werkbezoeken Zuid-Afrika Eind januari 2019 bracht het VCA, samen met ACC, de Vlaamse adoptiedienst FIAC-Horizon en de Waalse adoptiedienst Amarna, een werkbezoek aan ZuidAfrika. In het verleden was er een succesvolle samenwerking tussen FIAC-Horizon en de Zuid-Afrikaanse adoptiedienst ABBA adoptions. In februari 2013 kwam het bericht van de Zuid-Afrikaanse centrale autoriteit, SACA, dat wegens een herstructurering de samenwerking tussen ABBA adoptions en FIACHorizon diende stopgezet te worden. Men stelde wel dat een andere adoptiedienst zou voorgesteld worden om een samenwerking op te starten. Sinds 2015 heeft FIAC-Horizon een samenwerking met adoptiedienst ENGO. Hun visie is echter dat enkel heel jonge kinderen kunnen geadopteerd worden. Deze kinderen vinden vrijwel altijd een binnenlandse oplossing. FIAC-Horizon bemiddelt voor kandidaat-adoptieouders die ook open staan voor oudere kinderen. Tijdens dit werkbezoek aan Zuid-Afrika is het de bedoeling te bekijken of er een samenwerking met een bijkomende partner mogelijk is. Tegelijk bezocht het VCA ook de huidige partner ENGO in Bloemfontein. Het VCA bezocht tijdens dit werkbezoek ook een aantal weeshuizen, de Vlaamse vertegenwoordiging in Pretoria, de voor adoptie bevoegde rechtbank in Johannesburg, andere Zuid-Afrikaanse adoptiediensten die werkzaam zijn in interlandelijke adoptie en de Belgische diplomatieke vertegenwoordiging. Ghana
21
De adoptiediensten Het Kleine Mirakel en FIAC-Horizon dienden beiden in 2018 een inlichtingendossier in voor een samenwerking rond adoptie vanuit Ghana. In het kader van het kanaalonderzoek voor beide diensten tracht het VCA zicht te krijgen op de lokale procedures, regelgeving en de dagelijkse praktijk. Een werkbezoek ter plaatse vormt hierbij een belangrijke meerwaarde: het helpt de werkrelaties te verbeteren en de mogelijkheid van een toekomstige samenwerking te evalueren. Na een jarenlang moratorium vernieuwde Ghana in 2016 zijn Children’s Act. In 2017 trad de nieuwe regelgeving in werking. Daarnaast werden er ook nieuwe pleegzorg- en adoptieregels uitgewerkt die van kracht gingen. Bovendien werd er vorming aangeboden door SSI (cf. 1.5.7) en andere centrale autoriteiten om conform het Haags Adoptieverdrag te kunnen werken. Om deze positieve evoluties waar te nemen en zicht te krijgen op de nieuwe samenwerking bezocht het VCA, naast de Ghanese centrale autoriteit, de verschillende instanties, werkzaam in het adoptieproces. Het betreft onder meer het Department of Social Welfare die instaat voor de adoptabiliteitsbeslissing, de voor adoptie bevoegde rechtbank, de directeur van SOS Kinderdorpen, de toekomstige contactpersonen ter plaatse van de Vlaamse adoptiediensten, de Belgische ereconsul in Accra en een tehuis.
1.6.2 Delegaties Delegatie Honduras Honduras is een proefkanaal dat werd opgestart door de adoptiedienst FIAC-Horizon. Honduras ratificeerde in 2019 het Haags Adoptieverdrag (met inwerkingtreding op 1 juli 2019). In 2019 ontving het VCA een eerste kinddossier vanuit Honduras. Naar aanleiding hiervan had het VCA enkele vragen. De komst van de Hondurese delegatie, DINAF, was de ideale gelegenheid om uit te wisselen over de toegepaste werkwijze en om toekomstige werkafspraken te maken. Het VCA gaf ook uitleg over de eigen regelgeving inzake interlandelijke adoptie en de verdeling van bevoegdheden tussen de federale en regionale overheden. Een collega van een andere dienst binnen Kind en Gezin gaf een uiteenzetting over de structuur en werking van de jeugdhulpverlening in Vlaanderen. Tot slot werd ook een bezoek gebracht aan Minor Ndako, een jeugdhulpvoorziening in Brussel. Delegatie Haïti In september 2019 brachten 3 leden van de Haïtiaanse centrale autoriteit, IBESR, een bezoek aan België. IBESR maakte van deze gelegenheid gebruik om het VCA en de adoptiedienst Ray of Hope te spreken over de mogelijkheden betreffende rootsvragen. Daarnaast vond een uitwisseling plaats over de inhoud van de kinddossiers, de kosten, wachttijden en de algemene politieke situatie in Haïti.
22
Andere delegaties Het VCA ontvangt daarnaast ook andere vertegenwoordigers uit herkomstlanden. In april 2019 ontving het VCA de Kazachse consul in België en een Kazachse consul uit Kazachstan ter opvolging van ontbrekende nazorgrapporten in adoptiedossiers. In september en november 2019 bracht de Portugese CA een bezoek voor de bespreking en de opvolging van een adoptiedossier. In oktober 2019 verwelkomde het VCA de Oezbeekse ambassadeur in het kader van een mogelijke samenwerking met de adoptiedienst FIAC waarbij onze werking en wetgeving werd toegelicht.
1.6.3 Ondersteuning programma’s Art. 20 §2, 22° van het decreet houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen van 20 januari 2012 geeft volgende opdracht aan het VCA: ‘Ontwikkelen of ondersteunen van programma’s in binnen- en buitenland die de doelstellingen ondersteunen van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen en van het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind, door België geratificeerd en goedgekeurd met de wet van 25 november 1991’. In dit kader gaf het VCA een financiële ondersteuning ten gunste van de algemene werking van SSI.
23
2. ADOPTIE VAN EEN NIET-GEKEND KIND Sinds 2016 is het voorbereidingstraject voor de adoptie van een niet-gekend kind ingrijpend veranderd. De voorbereiding en geschiktheidsprocedure voor binnenlandse en interlandelijke adoptie verlopen volledig samen. Voordien werden de trajecten voor binnenlandse en interlandelijke adoptie volledig gescheiden. Vandaag maken kandidaat-adoptieouders die keuze (binnenlandse of interlandelijke adoptie) na het volgen van de voorbereiding en na ontvangst van het geschiktheidsvonnis. In de tabel hieronder worden de globale cijfers voor de adoptie van een niet-gekend kind weergegeven. Verder worden de cijfers over de adopties van een gekend kind (zowel binnenlands als interlandelijk) weergegeven. Overzicht cijfers adoptie niet-gekend kind 2005 (1) 2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Aanmeldingen (2)
626
884
831
597
592
560
351
312
324
319
352
426
398
391
373
Voorbereidingen (3)
377
613
482
440
331
330
222
159
107
105
114
134
145
151
164
604
595
466
358
280
191
202
145
119
103
119
151
133
148
Tussenvonnissen (4) Maatschappelijke onderzoeken
288
403
500
601
362
327
303
190
162
127
96
125
103
150
100
Geschiktheidsvonnissen (5)
233
297
428
422
297
221
179
114
103
64
67
132
98
87
99
172
162
176
210
244
205
180
122
73
61
71
62
59
32
28
4
4
1
Aangekomen
kinderen
interlandelijke adoptie Aangekomen interlandelijke
kinderen adoptie
bemiddeling adoptiedienst (6)
door
zonder een
24
Geplaatste
kinderen
binnenlandse adoptie Erkenning en registratie (7)
179
32
29
24
35
25
30
26
23
22
23
29
20
15
155
186
209
176
151
99
63
37
32
39
43
30
22
2.1 Overzicht cijfers adoptie niet-gekend kind 2005-2019 Bron: VCA (1) Op 1 september 2005 trad de nieuwe adoptiewet in werking waardoor de eerste erkenningen en registraties pas in 2006 gerealiseerd werden. (2) Vanaf 2017 worden de aanmeldingen voor een intrafamiliale adoptie niet langer meegeteld. (3) Het betreft de uitgereikte attesten van voorbereiding voor een eerste adoptie voor zowel interlandelijke adoptie als binnenlandse adoptie. (4) Het betreft het aantal tussenvonnissen, waarbij de familierechtbank beveelt tot een opdracht maatschappelijk onderzoek (de tussenvonnissen voor aanvullend maatschappelijk onderzoek, bv. in het kader van de verlenging van een geschiktheidsvonnis, werden hier niet meegeteld). Op basis van dit tussenvonnis, krijgt de DMO de opdracht om op basis van een maatschappelijk onderzoek een advies uit te spreken. (5) Het betreft de volgende vonnissen: geschikt, automatische verlenging geschiktheidsvonnis, verlenging na actualisatie van het maatschappelijk onderzoek en verbeterend vonnis. 2005 geeft een gecombineerd cijfer van beginseltoestemming met 24 geschiktheidsvonnissen na het in voege treden van de nieuwe wet in september 2005. (6) Vanaf 2017 wordt het aantal geplaatste kinderen via een interlandelijke adoptie zonder bemiddeling door een adoptiedienst apart in deze tabel opgenomen. (7) Het betreft het aantal registraties van de erkenningen van interlandelijke adopties waarover het VCA door de FCA werd ingelicht.
25
2.1 Aanmeldingen Sinds 24 maart 2016 bestaat er geen onderscheid meer tussen aanmeldingen voor binnenlandse adoptie en interlandelijke adoptie. Het aanmeldingscijfer voor 2019 bedraagt 373. Hiervan waren er 75 aanmeldingen van alleenstaanden, 225 aanmeldingen van heterokoppels en 73 aanmeldingen van holebikoppels (waarvan 65 mannenkoppels en 8 vrouwenkoppels). Tabel 2.2 geeft een gedetailleerd overzicht weer van de verschillende types aanmeldingen. Aanmeldingen 2019
2018 Aantal aanmeldingen
391
%
373
%
68
17,39
75 (21;54)
20,11 (5,63; 14,48)
-heterokoppel
228
58,31
225
60,32
-holebikoppel (M+M; V+V)
95 (90;5)
24,3
73 (65;8)
19,57 (17,43;2.14)
36
9,21
17
4,56
Waarvan -alleenstaanden (M;V)
Waarvan -tweede en volgende adopties
2.2 Overzicht aanmeldingen niet-gekend kind - 2019 Bron: VCA
2.2 Instroombeheer en voorbereiding 2.2.1 Instroombeheer Iedereen die een kind wil adopteren, moet een voorbereiding op adoptie volgen. Wie voor een tweede keer adopteert, moet de voorbereiding niet opnieuw volgen.
26
In 2013 werd het instroombeheer ingevoerd. Dit betekent dat het aantal kandidaten dat kan starten met de voorbereiding wordt afgestemd op het aantal kinderen dat nood heeft aan adoptieouders. Om ervoor te zorgen dat adoptiediensten op elk ogenblik voldoende verschillende kandidaat-adoptieouders op hun wachtlijst hebben staan en op die manier voor elk kind een goede matching kunnen doen, heeft het Vlaams Parlement beslist dat de instroom best gericht gebeurt, waarbij dus zowel rekening wordt gehouden met het profiel van de kandidaat-adoptieouders, als met het profiel van de kinderen waarvoor er een gezin wordt gezocht. Het VCA bepaalt elk jaar hoeveel kandidaat-adoptieouders mogen doorstromen naar de voorbereiding. Het aantal kandidaten dat kan beginnen met de voorbereiding wordt berekend op basis van: •
Het aantal kinderen dat in de vorige 2 kalenderjaren werd geplaatst.
•
De evoluties in de herkomstlanden (stopzetting kanalen, nieuwe kanalen, …).
•
Het aantal kandidaten dat start met de voorbereiding, maar geen positief geschiktheidsvonnis heeft (uitval).
•
Het aantal aanmeldingen voor een zelfstandige adoptie.
•
Het aantal kandidaten dat openstaat voor een specifiek herkomstland of voor een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte.
Op basis van bovenstaande berekening werd voorzien dat 206 kandidaat-adoptanten konden starten met de verplichte voorbereidingscursus. In de realiteit (na het zoeken van vervanging van gezinnen die uiteindelijk niet wensten te starten), werden 174 kandidaat-adoptanten uitgenodigd. Uiteindelijk gingen 161 kandidaat-adoptanten in op de uitnodiging tot betaling. De regels over het instroombeheer bepalen dat elk jaar minimum 30 kandidaten kunnen doorstromen in volgorde van aanmelding; de eerste 30 kandidaten op de wachtlijst hadden allemaal een voorkeur om binnenlands te adopteren. De binnenlandse adoptiedienst Adoptiehuis had evenwel nood aan een groot aantal nieuwe kandidaten, met een verschillend profiel. De diversiteit van de wachtlijst bij Adoptiehuis is immers cruciaal voor een goede matching. De geboorteouders worden gehoord over het soort gezin waarin ze hun kind willen zien opgroeien (bijvoorbeeld een voorkeur voor een gezin waar al kinderen zijn, een hetero- of holebikoppel, een alleenstaande ouder, ...). De adoptiedienst houdt hier rekening mee om drempels bij afstand te vermijden, maar ook om te vermijden dat kinderen een loyaliteitsprobleem ervaren wanneer zij later op zoek gaan naar hun familie.
27
Verder werd per herkomstland nagegaan hoeveel kandidaten er nog op de wachtlijst stonden, hoeveel er nodig waren om effectief te kunnen bemiddelen voor kinderen die nood hebben aan een plaatsing, hoeveel nieuwe contracten er eventueel konden worden afgesloten, … Nog steeds zijn de interlandelijke adoptiediensten op zoek naar kandidaten die mogen en willen adopteren uit onder andere India, Thailand en de Filipijnen. De adoptiediensten zoeken steeds kandidaat-adoptieouders die open staan voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte. Zij mogen versneld instromen en de verplichte voorbereiding volgen. Het gaat om oudere kinderen (ouder dan 6 jaar), kinderen met een medisch probleem (schisis, hartproblemen, ontbrekende ledematen, …), kinderen met een ontwikkelingsstoornis, maar ook om kinderen met gedragsproblemen of een moeilijke achtergrond (geboren na verkrachting, mishandeling, …) of om kinderen die samen met een broer of zus geplaatst worden (siblings). De voorbereiding op de adoptie van een niet-gekend kind werd in 2019 opnieuw verzorgd door Steunpunt Adoptie. In paragraaf 3.1.1 wordt meer uitleg gegeven over de voorbereiding voor de kandidaat-adoptieouders die een gekend kind willen adopteren (binnenlands en interlandelijk).
2.2.2 Voorbereiding De voorbereiding bestaat uit 2 delen: infosessies en een voorbereidingscursus. Alle kandidaat-adoptieouders die voor een eerste keer adopteren, moeten 2 infosessies volgen. De eerste infosessie duurt 4 uur en wordt georganiseerd voor grotere groepen. De tweede infosessie duurt eveneens 4 uur en vindt plaats in kleinere groepen. Hierdoor is het mogelijk om op een interactieve wijze te werken met de deelnemers. De kandidaat-adoptieouders krijgen tijdens deze infosessies uitleg over de voorwaarden voor adoptie in België en in de landen van herkomst, de wachttijden, het profiel van kinderen die in aanmerking komen voor adoptie, alsook over de mogelijkheid van een zelfstandige adoptie. Kandidaat-adoptieouders betalen voor de infosessies een bijdrage van 25 euro. Na afloop hebben zij 60 dagen tijd om te bevestigen of zij de voorbereiding willen verderzetten of niet. In 2019 waren er 11 groepen infosessie deel 1 en 25 groepen infosessie deel 2 voor een totaal van 275 (220 in 2018) gezinnen (koppels of alleenstaanden). Er beslisten 52 (12 in 2018) koppels of alleenstaanden na de eerste infosessie om te stoppen met de adoptieprocedure. In 2019 konden 161 (163 in 2018) gezinnen starten met de voorbereiding, waarbij zowel binnenlandse als interlandelijke adoptie aan bod komt. De kandidaat-adoptieouders betaalden hiervoor een bijdrage van 250 euro. Uiteindelijk konden 164 gezinnen de voorbereiding afronden. Kandidaatadoptieouders die de voorbereiding reeds in het verleden hebben gevolgd en voor een tweede of derde adoptie gaan, kunnen een duplicaat van het attest van voorbereiding opvragen bij Steunpunt Adoptie. In 2019 leverde Steunpunt Adoptie 16 (12 in 2018) duplicaten van het attest van voorbereiding af.
28
Steunpunt Adoptie blijft de adoptiedriehoek, die de relatie tussen de geboorteouders, de geadopteerde en de adoptieouders kernachtig visualiseert, gebruiken als een rode draad doorheen het voorbereidingsprogramma. Het steunpunt tracht een zo realistisch mogelijk beeld te schetsen over de adoptie van een kind en informeert zowel over het verloop van de procedure, de rol van het Haags Adoptieverdrag, als over rouw- en verlieservaring bij de diverse betrokken partijen, hechting in het kader van adoptie, maar ook over opvoeding en identiteitsvorming bij een adoptiekind. Sinds 2014 is er in de voorbereiding ook extra aandacht voor de adoptie van kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften, aangezien dit een realiteit is voor een groot deel van de geplaatste kinderen.
2.3 Maatschappelijk onderzoek Na het volgen van de voorbereiding en na ontvangst van het voorbereidingsattest, dienen de kandidaat-adoptieouders een verzoekschrift in bij de familierechtbank om geschikt verklaard te worden. In het kader van de geschiktheidsprocedure beveelt de familierechtbank een maatschappelijk onderzoek. Dit onderzoek wordt sinds 2017 uitgevoerd door de DMO in Brussel (cf. paragraaf 1.5.1). De werkwijze van de DMO is neergeschreven in een draaiboek dat regelmatig bijgestuurd en geoptimaliseerd wordt. Naast de opdrachten voor maatschappelijke onderzoeken staat de dienst ook in voor de actualisering van het maatschappelijk onderzoek wanneer kandidaat-adoptieouders een verzoek tot verlenging van hun geschiktheidsvonnis indienen bij de familierechtbank, na 4 jaar. Dergelijke actualisering is enkel nog nodig als er ingrijpende wijzigingen zijn in het gezin van de kandidaat-adoptieouders die mogelijks een invloed hebben op hun geschiktheid voor adoptie. Als er geen wijzigingen zijn, dan kan het geschiktheidsvonnis automatisch met 2 jaar verlengd worden. Het VCA moet nagaan of een actualisering nodig is of niet. Dit onderzoek gebeurt aan de hand van het attest gezinssamenstelling, een vragenlijst in te vullen door de kandidaat-adoptieouders en enkele vragen aan de adoptiedienst. Het VCA maakt dan een attest op voor de rechtbank waarna ofwel een actualisatie van het maatschappelijk onderzoek wordt opgestart, ofwel de geschiktheid automatisch wordt verlengd. Het VCA kreeg in 2019 11 (23 in 2018) vragen van de rechtbank voor een dergelijke automatische verlenging. In 10 gevallen kon het VCA vaststellen dat er geen wijzigingen waren in het gezin, voor 1 gezin diende wel een actualisatie te gebeuren.
29
2.3.1 Verloop van het maatschappelijk onderzoek Een maatschappelijk onderzoek wordt opgestart na een tussenvonnis van de familierechtbank waarin een dergelijk onderzoek wordt bevolen. In 2019 werden 148 tussenvonnissen uitgesproken. Daarnaast werden 39 vonnissen uitgesproken waarin een aanvullend onderzoek werd bevolen. In totaal kreeg de DMO 187 (148 in 2018) opdrachten tot onderzoek. Een maatschappelijk onderzoek bestaat normaal uit 4 gesprekken. In een vijfde adviesgesprek wordt het advies toegelicht aan de kandidaat-adoptieouders. Tijdens dit gesprek kunnen zij ook eventuele materiĂŤle fouten rechtzetten. Inhoudelijke discussie is niet mogelijk, dit behoort tot de bevoegdheid van de rechtbank. Door dit extra gesprek wordt voorkomen dat kandidaat-adoptieouders een eventueel negatief advies moeten lezen zonder toelichting. Conform de regelgeving moet de DMO het onderzoek binnen de 2 maanden na het tussenvonnis afronden, maar dat is in de praktijk zo goed als onmogelijk. Er verloopt meestal al enige tijd voordat de opdracht bij de DMO aankomt; zowel voor de kandidaat-adoptieouders als voor de DMO is het erg moeilijk om de reeks van 4 gesprekken onmiddellijk aan te vatten. De dienst stelt wel alles in het werk om, eenmaal het onderzoek gestart is, de termijn van 2 maanden te respecteren.
2.3.2 Adviezen Het aantal afgewerkte maatschappelijke onderzoeken daalt in vergelijking met 2018. Zo gaf de DMO 98 adviezen in 2019 betreffende de geschiktheid van kandidaat-adoptieouders om een niet-gekend kind te adopteren. Een deel van de maatschappelijke onderzoeken was al opgestart in 2018 en een deel zal pas in 2020 behandeld worden door de familierechtbank. In 2019 gaf de DMO 58 positieve adviezen en 22 negatieve adviezen. 18 kandidaat-adoptieouders kregen een advies van uitstel. De termijn van uitstel bedroeg tussen de 6 en 24 maanden. Er werden 2 maatschappelijke onderzoeken stopgezet of opgeschort op vraag van de kandidaat-adoptieouders zelf. In tabel 2.3 staan alle adviezen op een rij. Maatschappelijk onderzoek 2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
Negatief
95
54
69
81
38
38
29
18
21
Risicofactoren
26
16
1
1
2017 26
2018 35
2019 22
30
Bijkomende gesprekken
9
1
4
1
Uitstel
35
31
30
20
Uitstel voor 1, negatief voor 2
1
21
3
Neutraal
16
4
Positief
348
199
17
19
1
1
88
58
12
13
19
25
18
47
39
47
68
58
1
1
1 165
145
101
Positief voor 1, uitstel voor 2
Positief voor 1 specifiek kind
8
10
Positief voor 1 ouder kind
1
1
3
2
1
5
3
1
1
1
5
4
5
10
2
1
6
3
1
1
Positief voor kind met specifieke ondersteuningsbehoefte
Positief voor 1 of 2
13
11
7
Positief voor 1 of meer
4
1
1
1
8
Positief voor 1, negatief voor 2 of meer
8
7
3
9
1
9
7
8
9
10
31
Positief voor 2
15
18
15
15
6
Positief voor specifieke kinderen
2
7
3
1
Positief voor 3
1
Stopgezet / Opgeschort (1)
28
19
16
13
Totaal
601
362
327
303
7
7
4
4
2
1
1
1
5
2
1
2
190
162
127
101
96
2
3
2
103
150
100
2.3 Adviezen van de dienst voor maatschappelijk onderzoek 2008-2019 Bron: VCA (1) Na minstens 1 gesprek, omwille van zwangerschap, opschorting of stopzetting door kandidaat-adoptanten.
2.4 Geschiktheidsvonnissen Het geschiktheidsvonnis wordt uitgesproken door de familierechtbank. Het VCA ontvangt niet systematisch de vonnissen waarbij de rechtbank negatief oordeelt over de geschiktheid. Enkel de vonnissen waarin de geschiktheid wordt uitgesproken of bijkomende onderzoeken worden bevolen, moeten door de familierechtbank, via de FCA, aan het VCA bezorgd worden. Er werden in 2019 toch 9 vonnissen van niet-geschiktheid bezorgd aan het VCA, telkens na een negatief advies of advies tot uitstel van de DMO. In 2019 werden er 80 (87 in 2018) geschiktheidsvonnissen uitgesproken door de rechtbank. Er kregen 11 (14 in 2018) kandidaat-adoptieouders een automatische verlenging van hun geschiktheidsvonnis en 8 (5 in 2018) kandidaat-adoptieouders kregen een verlenging na actualisatie van het maatschappelijk onderzoek. In tabel 2.4 worden de geschiktheidsvonnissen weergegeven, gekoppeld aan het advies dat de DMO gaf. Er werden 19 (15 in 2018) vonnissen uitgesproken waarin aanvullend onderzoek werd bevolen die gedetailleerd vermeld worden in tabel 2.5.
32
6
Geschikt voor 1 of 2 1 kinderen Geschikt kinderen
voor
48 1
2
1
Geschikt beroep
in
Uitstel
Totaal
Positief voor 1, uitstel voor 2
Positief voor 2
2
58
2
17
2
2
1
1
of
hoger
1
13
Geschikt voor 1, niet geschikt voor 2 Geschikt voor 1 meerdere kinderen
Positief voor 1, negatief voor 2
Positief voor 1
Negatief Geschikt voor 1 kind
Positief voor 1 of 2
Geschiktheidsvonnissen uitgesproken door de familierechtbank (1) (2)
1
1
1
1
Verlenging geschiktheidsvonnis
1
6
Automatische verlenging geschiktheidsvonnis
1
8
8
1
1
1
11
33
Totaal
10
63
17
2
1
1
5
99
2.4 Overzicht beslissingen familierechtbank, geschiktheid adoptie van een niet-gekend kind - 2019 Bron: VCA (1) Vonnissen uitgesproken in 2019 waarvan het VCA op de hoogte werd gebracht tot 31 januari 2020. (2) De kolommen geven de niet-bindende adviezen weer van de DMO, de rijen geven de definitieve beslissingen weer van de familierechtbanken Aanvullende onderzoeken Adviezen Dienst voor Maatschappelijk Onderzoek Beslissing familierechtbank
Negatief
Positief
Uitstel
Totaal
Aanvullend onderzoek
4
2
5
11
Aanvullend onderzoek na uitstel
0
0
8
8
Totaal
4
2
13
19
2.5 Overzicht aanvullende onderzoeken familierechtbank - 2019 Bron: VCA
34
2.5 Bemiddeling Na ontvangst van het geschiktheidsvonnis kunnen kandidaat-adoptanten een bemiddelingsovereenkomst afsluiten met een adoptiedienst of kiezen voor een zelfstandige adoptie. De meeste kandidaat-adoptieouders doen een beroep op een adoptiedienst voor bemiddeling. In de volgende paragrafen wordt een onderscheid gemaakt tussen bemiddeling door een interlandelijke adoptiedienst (cf. paragraaf 2.5.1) en bemiddeling door een binnenlandse adoptiedienst (cf. paragraaf 2.5.2). Daarnaast probeert een beperkt aantal kandidaat-adoptieouders hun adoptie te realiseren via een zelfstandige adoptie (zowel binnenlands als interlandelijk). In het geval van interlandelijke adoptie van een ongekend kind onderzoekt en beoordeelt het VCA zelf deze adoptieprojecten.
2.5.1 Bemiddeling door een interlandelijke adoptiedienst De interlandelijke adoptiediensten werken samen met door het VCA goedgekeurde kanalen. In 2019 werden 28 kinderen geplaatst in een adoptiegezin in Vlaanderen na bemiddeling door een van de 3 erkende adoptiediensten. Deze kinderen kwamen uit 11 verschillende landen. Naast de landen waarmee al een samenwerking bestaat, gaan deze diensten ook op zoek naar nieuwe herkomstlanden waar nood is aan adoptie. Dit gebeurt via kanaalonderzoeken. Kanaalonderzoeken Adoptiediensten die in een nieuw land een adoptiesamenwerking willen opzetten, hebben hiervoor toestemming nodig van het VCA. Het VCA verleent deze toestemming na het voeren van een kanaalonderzoek dat gebaseerd is op een uitgebreid inlichtingendossier van de adoptiedienst. Een kanaalonderzoek houdt een grondige analyse in van de wetgeving en de plaatselijke procedures die worden getoetst aan het Haags Adoptieverdrag en de Belgische adoptiewetgeving. Daarnaast worden de betrokken organisaties en contactpersonen onderzocht en worden de financiÍle transacties, die nodig zijn om een adoptie tot stand te brengen, doorgelicht. Het voeren van kanaalonderzoeken gebeurt altijd in samenwerking met verschillende externe partners (FOD Buitenlandse Zaken, NGO’s, andere centrale autoriteiten, ‌) en met de betrokken buitenlandse instanties, zoals de bevoegde autoriteit van het land van herkomst. Vooral voor de landen die het Haags Adoptieverdrag (nog) niet ratificeerden, moet er vaak lang gewerkt worden aan een procedure die alle
35
garanties kan bieden die onze Belgische wetgeving vereist. Vaak is een bezoek ter plaatse van het VCA ook nodig voordat een kanaalonderzoek kan worden afgerond. De procedure voor het starten van een nieuw kanaal verloopt in verschillende fases: •
De adoptiedienst vraagt toestemming om prospectie te doen in een bepaald land.
•
Het VCA verleent toestemming voor de prospectie, tenzij het onmiddellijk al tegenindicaties kan geven (bv. onduidelijkheid over een moratorium wegens wetswijzigingen ter plaatse, zware ramp die adopties voorlopig uitsluiten, oorlog ,…).
•
Verschillende adoptiediensten kunnen tegelijkertijd in hetzelfde land een prospectie opstarten.
•
De adoptiedienst legt vervolgens de geldende regelgeving voor advies voor aan het VCA.
•
Na het advies van het VCA, beslist de adoptiedienst of zij een inlichtingendossier samenstelt met onder meer informatie over hun contactpersonen, de procedure ter plaatse, hun reisverslag, … Dit inlichtingendossier dienen zij in bij het VCA.
•
Het VCA voert een kanaalonderzoek uit en beoordeelt het kanaal.
•
Als de beoordeling positief is, geeft het VCA een voorlopig akkoord aan de adoptiedienst en de toelating om een aantal proefdossiers op te starten via dat bepaalde kanaal.
•
Na afronding van 1 proefdossier en 3 kindtoewijzingen, kan de werking door het VCA geëvalueerd worden. Hierbij wordt gepeild naar de ervaringen van zowel de adoptieouders, de adoptiedienst, de FCA en het VCA. Als de evaluatie positief is, kan het VCA een definitieve goedkeuring van het kanaal geven waarna de adoptiedienst een wachtlijst kan aanleggen.
De adoptiediensten dienden in 2019 in totaal 11 nieuwe aanvragen tot prospectie in. Het VCA gaf voor die 11 landen toestemming om te starten met prospectie. Er werden 4 (Nicaragua, Mexico en Oeganda door Het Kleine Mirakel, Mongolië door FIAC-Horizon) nieuwe inlichtingendossiers ingediend door de adoptiediensten. Deze onderzoeken lopen verder in 2020. Het VCA verleende in 2019 geen voorlopig akkoord voor nieuwe kanalen. Er werd ook geen samenwerking met nieuwe kanalen definitief goedgekeurd. In 2019 waren 12 landen in proeffase.
36
Naast de landen in proeffase, waren er in totaal 10 landen met een lopende samenwerking in 2019 (China, India, Burkina Faso, Togo, de Filipijnen, Thailand, Zuid-Afrika en Chili (SENAME), Portugal en Kazachstan). In tabel 2.6 volgt een overzicht van alle kanalen per adoptiedienst. Kanalen per adoptiedienst
Ray of Hope Aanvraag
nieuwe
kanalen
Het Kleine Mirakel
FIAC-Horizon
Hongarije
Lesotho
Senegal
Nigeria Lagos State
Nicaragua
Senegal
Mexico
MacedoniĂŤ Laos Nigeria Ogun State Nigeria Oyo State
Goedkeuring
start
prospectie (1)
Hongarije
Lesotho
Senegal
Nigeria Lagos State
Nicaragua
Senegal
Mexico
MacedoniĂŤ Laos Nigeria Ogun State Nigeria Oyo State
Stopgezette prospectie Ontvangst wetgeving
Hongarije
Lesotho
Senegal
Nigeria Lagos State
37
Nicaragua
Senegal
Mexico
Macedonië
Colombia
Laos Nigeria Ogun State Nigeria Oyo State Peru
Adviezen wetgeving
Hongarije (+)
Peru (+)
Negatief (-)
Senegal (-)
Nigeria Lagos State (-+)
Positief (+)
Nicaragua (-+)
Senegal (-)
Mexico (+)
Macedonië (-)
Colombia (+)
Laos (-)
Oeganda (+)
Nigeria Ogun State (-+) (stopgezet) Nigeria Oyo State (-) (stopgezet)
Ontvangst
en/of
Nicaragua
Mongolië
actualisatie
Mexico
Oezbekistan
inlichtingendossier
Oeganda
(voortgangsverslag) Namibië (voortgangsverslag)
Voorlopig akkoord (start proeffase)
Ghana (4)
38
Lopende
proeffases
(gestart voor 2019)
Bhutan (2)
Bulgarije
Chili (Mi Casa)
Haïti (3)
Gambia
Bulgarije
Vietnam
Kirgizië (5)
Honduras
Slovakije
India
Marokko Definitieve goedkeuring (3 KT en 1 aankomst) Lopende kanalen
Stopgezette kanalen
China
Portugal
de Filipijnen
India
Kazachstan
Thailand
Burkina Faso
Zuid-Afrika
Togo
Chili (SENAME) Guinee de Verenigde Staten
2.6 Kanalen volgens fase en adoptiedienst bij het VCA - 2019 Bron: VCA (1) In 2019 werden geen prospecties afgekeurd. (2) Akkoord voor proeffase dd. 11/05/2016. Geen kindtoewijzing in de afgelopen 3 jaar. (3) De werking in Haïti werd door het VCA dd. 29/11/2019 opgeschort. (4) Akkoord voor proeffase dd. 27 mei 2019, onder voorbehoud (voorleggen gedetailleerde kostentabel). (5) In afwachting van het bekomen van een accreditatie. (+) positief advies (-) negatief advies
39
Het Kleine Mirakel In 2019 werden er 9 bemiddelingsovereenkomsten afgesloten voor Portugal (waarvan 3 oorspronkelijk een bemiddelingsovereenkomst hadden voor Guinee) en 1 voor Kazachstan. Portugal was in 2019 het grootste herkomstland voor Het Kleine Mirakel met 8 plaatsingen. In 2019 was er nog 1 plaatsing uit Gambia en 4 plaatsingen uit Kazachstan. FIAC-Horizon In 2019 werden er 8 bemiddelingsovereenkomsten afgesloten voor Thailand, 3 voor de Filipijnen, 1 voor Chili en 1 voor Zuid-Afrika. Voor Thailand en de Filipijnen krijgt FIAC-Horizon een quotum van het herkomstland. Dit betekent dat zij een specifiek aantal dossiers van kandidaatadoptieouders naar het herkomstland kunnen opsturen. Uit de Filipijnen en Thailand kwamen er in 2019 telkens 2 kinderen aan. Daarnaast was er 1 plaatsing uit Honduras. Bulgarije zoekt actief naar kandidaat-adoptieouders voor oudere kinderen, grotere sibling-groepen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte. In 2019 vond er een kindtoewijzing vanuit Bulgarije plaats, maar was het kind nog niet naar België afgereisd. Ray of Hope In 2019 werden er 3 bemiddelingsovereenkomsten afgesloten voor India, 3 voor Burkina Faso, 1 voor China, 1 voor Marokko, 2 voor Vietnam, 1 voor Haïti en 1 voor Togo. Burkina Faso was in 2019 het grootste herkomstland voor Ray of Hope met 4 plaatsingen. Uit India en Togo kwamen er telkens 2 kinderen aan. Daarnaast was er 1 plaatsing uit China en 1 uit Haïti.
Geplaatste kinderen In 2019 daalde het aantal geplaatste kinderen (28) via een erkende adoptiedienst ten aanzien van 2018 (32). Tabel 2.7 geeft een overzicht van de cijfers van een aantal andere ontvangende landen tijdens de afgelopen jaren.
40
Plaatsingen in andere Europese landen 2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Vlaamse Gemeenschap (1)
172
162
176
210
244
205
180
122
73
61
71
62
59
32
28
Franse Gemeenschap (1)
299
221
183
154
194
185
175
136
101
96
67
59
60
68
Duitsland
721
661
783
716
606
513
624
452
288
227
200
196
96
91
Frankrijk
4.136
3.977
3.162
3.270
3.017
3.508
2.003
1.569
1.343
1.069
815
956
685
615
Luxemburg
41
45
23
28
36
32
25
32
17
13
18
19
16
12
Nederland
1.185
816
782
767
682
705
528
488
401
354
304
214
210
156
Finland
308
218
176
157
187
160
163
175
141
142
93
58
71
52
Denemarken
586
450
426
395
496
419
338
219
176
124
97
84
79
64
Zweden
1.083
879
800
793
912
728
630
542
450
408
400
259
240
190
ItaliĂŤ
2.874
3.188
3.420
3.977
3.964
4.130
4.022
3.106
2.825
2.206
2.216
1.872
1.439
1.394
Spanje
5.423
4.472
3.648
3.156
3.006
2.891
2.573
1.669
1.191
824
799
567
531
445
Ontvangend land
Aangrenzende landen
Scandinavische landen
Mediterrane landen
41
Andere landen Verenigd Koninkrijk
369
363
356
225
200
173
153
120
124
68
58
64
60
71
Ierland
366
313
392
422
307
201
188
117
72
34
82
54
53
41
2.7 Plaatsingen in andere Europese landen in vergelijking met Vlaanderen Bron: VCA, ACC en Selman, P. (2019) Global Statistics for Intercountry Adoption: Receiving States and States of origin 2005-2018 (1) Alleen adopties gerealiseerd door een erkende adoptiedienst. Portugal was in 2019 het grootste herkomstland met 8 plaatsingen. Uit Burkina Faso en Kazachstan waren er in 2019 telkens 4 plaatsingen. De Filipijnen, Thailand, India en Togo staan op een gedeelde derde plaats met elk 2 plaatsingen. Enkel Gambia is geen verdragsstaat bij het Haags Adoptieverdrag. In tabel 2.8 staat een overzicht van de geplaatste kinderen uit de verschillende herkomstlanden. Van de 28 aangekomen kinderen waren er 17 (60,71%) jongens en 11 (39,29%) meisjes. De exacte verdeling per land staat vermeld in tabel 2.9. Plaatsingen volgens herkomstland 2016
2017
2019
2018
Herkomstland
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Bulgarije (1)
0
0,00%
0
0,00%
1
3,10%
0
0,00%
Burkina Faso (1)
1
1,60%
2
3,40%
1
3,10%
4
14,29%
Chili (1)
1
1,60%
1
1,70%
0
0,00%
0
0,00%
China (1)
1
1,60%
2
3,40%
2
6,30%
1
3,57%
EthiopiĂŤ
6
9,70%
14
23,70%
0
0,00%
0
0,00%
42
de Filipijnen (1)
5
8,00%
6
10,20%
4
12,50%
2
7,14%
Gambia
0
0,00%
0
0,00%
0
0,00%
1
3,57%
Guinee (1)
14
22,60%
10
16,90%
0
0,00%
0
0,00%
HaĂŻti (1)
0
0,00%
0
0,00%
3
9,40%
1
3,57%
Honduras (1)
0
0,00%
0
0,00%
0
0,00%
1
3,57%
India (1)
4
6,50%
6
10,20%
4
12,50%
2
7,14%
Kazachstan (1)
0
0,00%
1
1,70%
3
9,40%
4
14,29%
Nigeria
1
1,60%
0
0,00%
0
0,00%
0
0,00%
Oeganda
11
17,70%
0
0,00%
0
0,00%
0
0,00%
Polen (1)
8
12,90%
4
6,80%
0
0,00%
0
0,00%
Portugal (1)
1
1,60%
6
10,20%
1
3,10%
8
28,57%
Thailand (1)
0
0,00%
3
5,10%
4
12,50%
2
7,14%
Togo (1)
2
3,20%
0
0,00%
0
0,00%
2
7,14%
de Verenigde Staten (1)
0
0,00%
0
0,00%
1
3,10%
0
0,00%
Vietnam (1)
1
1,60%
2
3,40%
4
12,50%
0
0,00%
Zuid-Afrika (1)
6
9,70%
2
3,40%
4
12,50%
0
0,00%
43
Totaal uit afkomstig
buitenland
62
100,00%
59
100,00%
32
2.8 Plaatsing volgens herkomstland via een erkende adoptiedienst 2016-2019 Bron: VCA (1) Haags Verdragsland Verdeling volgens geslacht en herkomstland Herkomstland
Jongens
Meisjes
Totaal
Burkina Faso
3
1
4
China
1
0
1
de Filipijnen
1
1
2
Gambia
1
0
1
HaĂŻti
1
0
1
Honduras
1
0
1
India
1
1
2
Kazachstan
1
3
4
Portugal
6
2
8
Thailand
1
1
2
Togo
0
2
2
Totaal
17
11
28
2.9 Plaatsing via een erkende adoptiedienst volgens geslacht - 2019 Bron: VCA
100,00%
28
100,00%
44
Leeftijd van het kind De gemiddelde leeftijd van de interlandelijke adoptiekinderen, geplaatst via de adoptiediensten, stijgt tot gemiddeld 5,5 jaar (ten opzichte van 4,56 jaar in 2018). Er werden 10 kinderen van 6 jaar of ouder geplaatst. De leeftijd van de kinderen is terug te vinden in tabel 2.10. Er werden 4 (16%) kinderen samen met een broer en/of zus geadopteerd en 16 (64%) kinderen hadden een specifieke ondersteuningsbehoefte, zoals een medisch probleem, ontwikkelingsstoornis, siblings, ouder dan 6 jaar en/of een extra belastende achtergrond (cf. tabel 2.17). Aantal kinderen volgens leeftijd Leeftijd
Aantal
%
0 jaar
0
0,00%
1 jaar
0
0,00%
2 jaar
7
25,00%
3 jaar
4
14,29%
4 jaar
6
21,43%
5 jaar
1
3,57%
6 jaar
2
7,14%
7 jaar
3
10,71%
8 jaar
0
0,00%
9 jaar
2
7,14%
10 jaar
1
3,57%
11 jaar
1
3,57%
12 jaar
0
0,00%
> 12 jaar
1
3,57%
Totaal
28
100,00%
2.10 Leeftijd in volle jaren van alle geplaatste adoptiekinderen via de erkende adoptiediensten - 2019 Bron: VCA
45
Gezinssituatie adoptieouders De gemiddelde leeftijd van de adoptieouders die een kindje uit het buitenland adopteerden lag op 41,7 jaar voor de vaders (41,32 jaar in 2018) en 41 jaar voor de moeders (39 jaar in 2018). De spreiding in de verschillende leeftijdscategorieĂŤn is terug te vinden in tabel 2.11. Leeftijd van de adoptievader en -moeder Leeftijd
Aantal adoptievaders
Aantal adoptiemoeders
25-29 jaar
0
1
30-34 jaar
3
4
35-39 jaar
6
4
40-44 jaar
7
9
45-49 jaar
5
7
50-54 jaar
1
0
> 55 jaar
0
0
Totaal 22 25 2.11 Leeftijd van de adoptievader en -moeder (in volle jaren) op het moment van de plaatsing - 2019 Bron: VCA Van de 28 kinderen die door bemiddeling van een erkende adoptiedienst in Vlaanderen een nieuwe thuis vonden, werden 5 kinderen geadopteerd door een alleenstaande vrouw. Er werden 23 kinderen geadopteerd door een koppel (waarvan 1 holebikoppel). In tabel 2.12 blijkt dat 16 kinderen als eerste en enige kind geplaatst werden in een gezin. 4 kinderen werden samen met een broer en/of zus geadopteerd en 12 kinderen (waarvan ook een sibling) kwamen terecht in een gezin met kinderen (tweede en volgende adopties, of aanwezigheid van al eigen kinderen).
46
Plaats in de kinderrij Aantal
%
Kinderloos gezin, plaatsing van 1 kind
14
50,00%
Kinderloos gezin, plaatsing van meerdere kinderen
2
7,14%
Gezin met kinderen, plaatsing van 1 kind als onderste in de kinderrij (1)
12
42,86%
2.12 Voor adoptie geplaatste kinderen volgens aantal geplaatste kinderen en plaats in de kinderrij in het adoptiegezin - 2019 Bron: VCA (1) Waarvan 1 plaatsing van 2 kinderen als bovenste in de kinderrij. Evolutie over de jaren heen Op 1 september 2005 trad de adoptiewetgeving in voege die een einde maakte aan de vrije adopties. Elke adoptieprocedure wordt sindsdien opgevolgd door de overheid. Tabel 2.13 geeft het aantal kinderen weer dat voor 2006 via bemiddeling van een erkende adoptiedienst in een adoptiegezin geplaatst werd. Dit is maar een gedeelte van het werkelijke aantal adoptiekinderen, omdat er geen duidelijk zicht is op het aantal vrije adopties die in die jaren in Vlaanderen gerealiseerd werden. Tabel 2.14 geeft het aantal plaatsingen via een erkende adoptiedienst weer vanaf 2006 tot en met 2019. Plaatsingen volgens herkomstland voor 2006 Herkomstland Bolivia
1992
1993
1994
3
5
1995
Bulgarije Burundi Cambodja
2
7
1996
1997
1998
1999
2
2
1
1
4
7
3
2000
2001
2002
2
3
2
2003
2 1
20
2004
2005
47
Chili
12
2
4
3
China
3
3
2
8
1
1
10
18
34
29
42
49
64
63 4
Colombia
17
16
17
16
8
7
10
11
2
3
5
3
1
Ecuador
12
12
6
13
6
1
7
4
2
4
3
2
2
1
1
El Salvador Ethiopië de Filipijnen
9
10
3
1
25
18
31
17
22
29
17
59
9
12
19
11
11
9
17
7
13
13
9
15
5
5
2
3
40
40
26
21
11
23
31
29
5
73
66
49
38
36
35
32
18
12
13
10
1
2
3
3
7
2
17
19
15
5
1
4
12
10
7
12
13
10
14
Sri Lanka
2
3
3
7
7
3
5
Thailand
3
1
2
1
5
6
1
24
27
25
28
4
1
2
1
5
7
10
9
184
210
173
187
165
143
172
Frankrijk Haïti
9
3
India
77
68
60
Moldavië Nepal
1
5
1
Oekraïne Roemenië
2 3
13
1
5
7
Rusland Rwanda
26
27
4
Vietnam
7
23
15
Zaire
24
3
3
36
Zuid-Afrika Andere
11
12
5
Totaal
176
167
127
2 202
177
151
188
2.13 Plaatsingen volgens herkomstland via de erkende adoptiediensten 1992 - 2005 Bron: VCA
48
Plaatsingen volgens herkomstland sinds 2006 Herkomstland 2006
2007
2008
2009
2010
2011
Bulgarije
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2
Burkina Faso
1 47
30
8
Colombia
3
3
1
13
18
12
3
2
1 15
2 5
4
DR Congo
1
2
4
1
1
2
1
2
1
4
2
1
4
2
3
EthiopiĂŤ
58
88
97
107
87
102
78
48
18
11
6
14
de Filipijnen
10
9
6
2
2
5
4
3
7
7
5
6
14
10
Gambia
1
3
Guinee
4 3
HaĂŻti
3
3
1
3
15
Kazachstan
5
9
26
58
86
10
6
64
22
3
Kenia
2
3
3
Nigeria
1
4
6
4
2
1
3
4
1 1
Oeganda
2
Polen
4
2
12
10
2
18
11
12
10
8
4
1
1
6
1
8
3
4
2
Portugal Rusland
17
4
8
14
Sri Lanka
3
2
5
3
3
2
Thailand
1
2
4
3
3
2
de Verenigde Staten
2
3
Marokko
Togo
1 1
Honduras India
2019
1
Chili China
2018
1
3
2 1
5
2
2 1
49
Vietnam
1
2
4
Zuid-Afrika
8
7
10
11
12
10
8
5
5
2
6
2
4
Totaal
162
176
210
244
205
180
122
73
61
71
62
59
32
2.14 Plaatsingen volgens herkomstland via de erkende adoptiediensten 2006 - 2019 Bron: VCA
28
50
Wachttijden De gemiddelde wachttijd varieert naargelang het herkomstland. Enerzijds is er een wachttijd tot een kindtoewijzing en daarna kan het nog even duren voordat het kind effectief geplaatst wordt in het gezin. Sommige landen eisen na toewijzing dat de ouders een bepaalde tijd (van enkele weken tot enkele maanden) ter plaatse doorbrengen, bij andere landen wordt de adoptie pas maanden na de toewijzing afgerond waarna de ouders hun kindje kunnen ophalen. In 2019 werden 38 (32 in 2018) kinderen toegewezen en sommige van deze kinderen zullen dus pas in 2020 effectief in hun gezin geplaatst worden. Een wachttijd berekenen kan op veel verschillende manieren. Er kan gerekend worden vanaf aanmelding, vanaf het geschiktheidsvonnis, vanaf ondertekening van de bemiddelingsovereenkomst, vanaf verzending dossier naar het herkomstland, ‌ Het VCA heeft er de afgelopen jaren steeds voor gekozen om te rekenen vanaf het geschiktheidsvonnis. Er wordt ook steeds gerekend met gemiddelden waardoor individuele uitschieters het gemiddelde sterk omhoog of omlaag kunnen halen. In tabel 2.15 wordt de gemiddelde wachttijd weergegeven die verstrijkt tussen de datum van het geschiktheidsvonnis en de kindtoewijzing. Tabel 2.16 toont de wachttijd tussen de datum van het geschiktheidsvonnis en de effectieve plaatsing. Er wordt telkens bij vermeld over hoeveel toewijzingen of plaatsingen het gaat. Wachttijden kindtoewijzingen Wachttijd Wachttijd in Herkomstland in jaren/maanden maanden
Aantal kindtoewijzingen
Bulgarije
17
1j. 5m.
1
Burkina Faso
33
2j. 9m.
3
China
20
1j. 8m.
1
de Filipijnen
64
5j. 4m.
4
Gambia
48
4j.
2
HaĂŻti
34
2j. 10m.
1
51
Honduras
65
5j. 5m.
1
India
53
4j. 6m.
7
Marokko
18
1j. 6m.
1
Portugal
26
2j. 2m.
10
Thailand
12
1j.
3
Togo
31
2j. 7m.
2
Zuid-Afrika
5
5m.
2
Totaal
38
2.15 Wachttijden kindtoewijzingen per herkomstland - 2019 Bron: VCA Wachttijden plaatsingen Wachttijd Herkomstland in maanden
Wachttijd in Aantal jaren/maanden plaatsingen
Burkina Faso
31
2j. 7m.
4
China
22
1j. 10m.
1
de Filipijnen
22
1j. 10m.
2
Gambia
59
4j. 11m.
1
HaĂŻti
50
4j. 2m.
1
Honduras
27
2j. 3m.
1
India
61
5j. 1m.
2
Kazachstan
19
1j. 7m.
4
Portugal
28
2j. 4m.
8
Thailand
14
1j. 2m.
2
Togo
31
2j. 7m.
2
52
Totaal
28
2.16 Wachttijden plaatsingen per herkomstland - 2019 Bron: VCA Kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte Aangezien verschillende landen eigen definiëringen en begrippen hanteren over adoptiekinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte (ook ‘special needs’ genoemd), werd door het VCA beslist om op basis van internationaal onderzoek en getoetst aan de ervaring in het Vlaamse werkveld, het begrip ‘special needs’ te definiëren. Het begrip ‘special needs’ werd opgesplitst in 5 deeldomeinen, met name: (1) Siblings (broers en/of zussen); (2) Kinderen met medische problemen; (3) Kinderen met een extra belastende achtergrond en/of gedragsproblemen; (4) Kinderen met een ontwikkelingsstoornis; (5) Oudere kinderen (ouder dan 6 jaar). Er dient hierbij ook rekening te worden gehouden met de mogelijkheid op een cumulatief risico, waarbij kinderen soms tot meer dan één categorie behoren, bijvoorbeeld een kind, ouder dan 6 jaar, met een ontwikkelingsstoornis. Het VCA en zijn partners stellen vast dat de kindprofielen met de jaren complexer worden. De vraag stelt zich in welke mate bepaalde kindprofielen nog binnen een gezinscontext geplaatst kunnen worden, rekening houdend met de beschikbare hulpverlening in Vlaanderen. De haalbaarheid van bepaalde adoptieprojecten vraagt om een kritische reflectie binnen de gehele adoptiesector. In 2019 werd er binnen de adoptiesector een werkgroep opgericht die een nieuwe werkwijze dient uit te werken voor kinderen met specifieke zorgbehoeften. Er zal in de loop van 2020 met experten binnen de sector en de jeugdhulpverlening bekeken worden welke grenzen of limieten er kunnen en/of moeten opgelegd worden en in welke mate er met een expertencommissie gewerkt kan worden in de beoordeling van de kinddossiers. Daarnaast is er ook nood aan bijkomende vorming om kandidaat-adoptanten zo optimaal mogelijk voor te bereiden en nazorg te bieden.
53
In 2019 werden helaas ook 3 kinderen teruggeplaatst, wat deze aangepaste werkwijze binnen de Vlaamse context een absolute noodzaak maakt. In 2019 werden in totaal 16 kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte geplaatst. De tabel hieronder biedt een overzicht per type ondersteuningsbehoefte.
Categorie Ouder dan 6 jaar Medisch probleem Sibling
2012 5 15 6
2013 4 5 4
2014 3 4 8
2015 2 7 1
2016 1 6
2017 2 5 2
Extra belastende achtergrond (of gedragsproblemen)
1
3
2
1
6
1
Ontwikkelingsstoornis Ouder dan 6 jaar + sibling
1 6
3 2
3 2
1 5
Ouder dan 6 jaar + extra belastende achtergrond
3
1
2
2
Ouder dan 6 jaar + medisch probleem
Medisch probleem + belastende achtergrond
extra
Medisch probleem ontwikkelingsstoornis
+
1
4
1
2
4
2 2
2
1
1
2019
1
1
Ouder dan 6 jaar + medisch probleem + extra belastende achtergrond
2018 3 5 4
1
1
1
2 4
2
2
1
1
54
Medisch probleem + sibling + extra belastende achtergrond
1
Medisch probleem + ontwikkelingsstoornis + extra belastende achtergrond
1
Sibling + medisch probleem Sibling + extra achtergrond
belastende
1
2
3
2
2
1
1
2
2
1
Ontwikkelingsstoornis + extra belastende achtergrond Sibling + ontwikkelingsstoornis + extra belastende achtergrond Ouder dan 6 jaar + sibling + extra belastende achtergrond
1
1
4
2
1
2
2
1
Ouder dan 6 jaar + sibling + ontwikkelingsstoornis
1
Ouder dan 6 jaar + ontwikkelingsstoornis + extra belastende achtergrond
1
1
4
2
3
3
55
Ouder dan 6 jaar + sibling + extra belastende achtergrond + ontwikkelingsstoornis
2
Ouder dan 6 jaar + medisch probleem + extra belastende achtergrond + ontwikkelingsstoornis
1
2
4
1
1
Ouder dan 6 jaar + sibling + medisch probleem + extra belastende achtergrond Medisch probleem + sibling + extra belastende achtergrond + ontwikkelingsstoornis
1
Ouder dan 6 jaar + medisch probleem + sibling + extra belastende achtergrond + ontwikkelingsstoornis
1
52 Totaal aantal plaatsingen Percentage t.a.v. totaal aantal plaatsingen
1
1
1
1
27
34
1
36
28
29
18
16
122
73
61
71
62
59
32
28
42,6%
37,0%
55,7%
50,7%
45,2%
49,2%
56,3%
57,1%
56
2.17 Overzicht kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte 2012 - 2019 Bron: VCA Interlandelijke adoptie van een niet-gekend kind zonder bemiddeling Kandidaat-adoptieouders kunnen ervoor kiezen om een interlandelijke adoptieprocedure te doorlopen zonder bemiddeling van een erkende adoptiedienst. In dit geval spreekt men van een zelfstandige adoptie. Wanneer kandidaat-adoptanten aangeven zelfstandig te willen adopteren, kan de mogelijkheid bekeken worden om versneld door te stromen. In het kader van deze versnelde doorstroom heeft het VCA een gesprek met deze kandidaat-adoptanten, na het volgen van de eerste 2 infosessies. In 2019 had het VCA 6 gesprekken in het kader hiervan. Kandidaat-adoptieouders gaven aan te denken aan een zelfstandige adoptie uit BraziliĂŤ (1), Colombia (1), Rusland (1) en RoemeniĂŤ (3). Deze 6 kandidaat-adoptanten konden, omwille van het feit dat ze een realistisch zelfstandig adoptieproject konden voorstellen versneld doorstromen naar de voorbereiding. Ook kandidaat-adoptanten die in 2018 een gesprek hadden voor het herkomstland Mexico maar niet versneld mochten doorstromen, konden in 2019 toch versneld doorstromen naar de voorbereiding, omwille van het feit dat bijkomende informatie werd aangebracht. In 2019 ontving het VCA 3 aanvragen voor kanaalonderzoek van zelfstandige adoptanten, met name voor een adoptie uit Bulgarije, Colombia en Slovakije. Kanaalonderzoek zelfstandige interlandelijke adopties Kanaaldossier ontvangen Bulgarije
1
Colombia
1
Slovakije
1
Totaal
3
Kanaalonderzoek opgestart 3 Totaal
3
Goedkeuring kanaal 1
57
Totaal
1
Verzending ouderdossier naar buitenland Totaal
0
Ontvangen kinddossier Totaal
0
Goedkeuring kindtoewijzing Totaal
0
Aangekomen kinderen Roemenië
1
Totaal
1
2.18 Kanaalonderzoek zelfstandige interlandelijke adopties - 2019 Bron: VCA
In 2019 kwam in totaal 1 kind toe in België via een zelfstandige adoptie uit Roemenië.
2.5.2 Bemiddeling door een binnenlandse adoptiedienst Binnenlandse adoptie gaat over de adoptie van kinderen die in België verblijven en die niet met het oog op adoptie naar België zijn gekomen. Vanaf 1 december 2016 is Adoptiehuis vergund als enige erkende adoptiedienst voor binnenlandse adoptie. De dienst staat in voor de begeleiding van de afstandsouders, de begeleiding van de kandidaat-adoptieouders, de bemiddeling en de nazorg. Bij binnenlandse adopties zonder de bemiddeling door een adoptiedienst gaat het altijd om gekende kinderen (stiefkinderen, pleegkinderen, kinderen van familie, …). Meer informatie hierover is te lezen in paragraaf 3.2. Aanmelding Alle kandidaat-adoptieouders die een binnenlands kind willen adopteren, hetzij via een erkende adoptiedienst, hetzij zelfstandig, melden zich rechtstreeks aan bij het VCA. Het VCA registreert alle aanmeldingen en volgt het verdere verloop van de procedure op. Zoals eerder vermeld, wordt er sinds begin 2016
58
geen onderscheid meer gemaakt tussen aanmeldingen voor binnenlandse of interlandelijke adoptie, maar melden kandidaat-adoptieouders zich louter aan voor de adoptie van een ongekend kind. Voorbereiding Ook in deze fase wordt er sinds begin 2016 geen onderscheid meer gemaakt tussen binnenlandse of interlandelijke adoptie. Maatschappelijk onderzoek Wanneer de kandidaat-adoptanten hun voorbereidingsattest ontvangen hebben, dienen zij ook een verzoekschrift in bij de familierechtbank om geschikt te worden verklaard. Net zoals bij interlandelijke adoptie, voert de DMO in opdracht van de familierechtbank dit onderzoek uit. Het is aan de familierechtbank om een beslissing te nemen of de kandidaten al dan niet geschikt zijn om te adopteren. Indien positief, ontvangen de kandidaten een geschiktheidsvonnis, waarmee de kandidaten een bemiddelingscontract met Adoptiehuis kunnen afsluiten. In 2019 werden in totaal 36 bemiddelingscontracten tussen Adoptiehuis en kandidaat-adoptanten afgesloten. Geplaatste kinderen In 2019 werden 15 kinderen geplaatst via Adoptiehuis. Het ging om 5 meisjes en 10 jongens. Voor de meeste adoptiegezinnen ging het om een eerste binnenlandse adoptie. Een gezin had reeds 2 kinderen binnenlands geadopteerd. Voorafgaand aan de adoptie en de toewijzing begeleidt Adoptiehuis de biologische ouders met het oog op het nemen van een gefundeerde beslissing over de toekomst van hun kind en henzelf. Slechts een beperkt aantal begeleidingen leidt uiteindelijk tot een adoptieplaatsing. Voor het merendeel van de opgestarte begeleidingen werd een minder ingrijpende oplossing gevonden, zoals het zelf opvoeden van het kind, al dan niet met gezinsondersteuning, via pleegzorg of verblijf in een voorziening voor moeder en kind, ‌ Gezinssituatie De gemiddelde leeftijd van de adoptievaders die een kind adopteerden via een erkende adoptiedienst was 40,4 jaar (37,62 jaar in 2018) en van de adoptiemoeders 44,1 jaar (41,44 jaar in 2018).
59
Van de 15 kinderen kwamen 10 kinderen terecht in een gezin met 2 vaders. Er werden 4 kinderen geplaatst bij een vader en een moeder. Er werd ook 1 kind geplaatst bij een alleenstaande man. In 2019 werden er in totaal 4 vrouwen adoptiemoeder en 25 mannen adoptievader (zie tabel 2.20). Of er al kinderen in het gezin aanwezig waren bij de plaatsing kan teruggevonden worden in tabel 2.21. Geplaatste kinderen via een adoptiedienst
Geplaatste kinderen
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
32
29
24
35
25
30
26
23
22
23
29
20
15
2.19 Aantal kinderen geplaatst via Adoptiehuis 2007 - 2019 Bron: VCA
60
Leeftijd van de adoptievader en -moeder Leeftijd
Aantal adoptievaders
Aantal adoptiemoeders
25-29 jaar
0
0
30-34 jaar
3
0
35-39 jaar
12
0
40-44 jaar
5
3
45-49 jaar
2
1
50-54 jaar
1
0
>55 jaar
2
0
Totaal
25
4
2.20 Leeftijd van de adoptievader en -moeder (in volle jaren) op het moment van plaatsing - 2019 Bron: VCA Plaats in de kinderrij Aantal
%
Kinderloos gezin, plaatsing van 1 kind
14
93,3
Kinderloos gezin, plaatsing van meerdere kinderen
0
0
Gezin met kinderen, plaatsing van 1 kind als onderste in de kinderrij
1
6,7
Totaal
15
100
2.21 Voor adoptie geplaatste kinderen volgens aantal geplaatste kinderen en plaats in de kinderrij in het adoptiegezin - 2019 Bron: VCA
61
2.6 Erkenning en registratie Na de adoptie van een kind geboren uit het buitenland, moet de adoptiebeslissing ingeschreven worden in de registers van de burgerlijke stand. De meeste adopties worden uitgesproken in het land van herkomst. Deze adoptiebeslissing moet echter eerst erkend worden door de FCA om ook in BelgiĂŤ uitwerking te hebben. In 2019 heeft de FCA 22 Nederlandstalige
interlandelijke adoptiebeslissingen erkend en geregistreerd.
62
3. ADOPTIE VAN EEN GEKEND KIND 3.1 Intrafamiliale adoptie Men spreekt over een intrafamiliale adoptie, wanneer iemand een kind adopteert dat familie is en in het buitenland woont. Deze adoptieprocedure is van toepassing als je tot in de vierde graad verwant bent met het te adopteren kind (bijvoorbeeld een neef of nicht) of als je voorafgaand aan de adoptie met het kind hebt samengewoond. Voor kinderen die familie zijn, maar verder dan de vierde graad, geldt de gewone adoptieprocedure. Bij een intrafamiliale adoptie zal de adoptieprocedure meestal zonder tussenkomst van een adoptiedienst verlopen. Het gaat dan ook om een zelfstandige adoptie. Het VCA begeleidt in dit geval de kandidaat-adoptanten doorheen het proces. Deze procedure moet dus altijd bij het VCA opgestart worden. In 2019 werden door het VCA 37 aanmeldingen geregistreerd voor een intrafamiliale adoptie: Aanmeldingen
2016
2017
2018
2019
Intrafamiliale adoptie
31
36
33
37
3.1 Aantal aanmeldingen voor intrafamiliale adoptie 2016 - 2019 Bron: VCA
3.1.1 Aanmelding en voorbereiding De voorbereiding op een intrafamiliale adoptie verloopt ook in 2 fasen: een eerste gesprek met het VCA en vervolgens de voorbereiding door Steunpunt Adoptie. Bij hun aanmelding moeten kandidaat-adoptieouders een vragenlijst invullen over de situatie van het te adopteren kind. In 2019 ontving het VCA 37 vragenlijsten voor de adoptie van een kind van de familie. Op basis van deze vragenlijst maakt het VCA een eerste inschatting naar haalbaarheid van de intrafamiliale adoptie. Indien het – op basis van de vragenlijst – erop lijkt dat er geen mogelijkheden zijn voor adoptie, worden kandidaat-adoptanten hier per brief over ingelicht. Wanneer er op basis van de vragenlijst mogelijkheden lijken te zijn, worden kandidaat-adoptanten uitgenodigd voor een individueel gesprek. Er gingen 15 kandidaat-adoptieouders in op de uitnodiging tot een individueel gesprek bij het VCA. Hiervan kwamen er 2 al eerder op gesprek, maar zij wensten een nieuwe afspraak voor bijkomende toelichting over waarom hun adoptieproject moeilijk realiseerbaar is. Tijdens het individuele gesprek licht het VCA de verplichte adoptieprocedure uitvoerig toe en wordt er dieper ingegaan op hun specifieke adoptieproject. Nadien krijgen zij een schriftelijke neerslag van dit gesprek, waarin een eerste inschatting gegeven wordt over de realiseerbaarheid van de geplande
63
adoptie. Deze inschatting bestaat uit informatie over de adoptabiliteit van het kind (worden alle toestemmingen gegeven?), de subsidiariteit van de adoptie (zijn er geen andere oplossingen ter plaatse voor het kind?) en de specifieke situatie in het land van herkomst (voldoen de toekomstige adoptieouders en -kind aan de voorwaarden van het land, is een adoptiesamenwerking mogelijk met het land van herkomst, heeft het VCA ervaring met dit land?). Als op basis van deze informatie blijkt dat het weinig zin heeft om de procedure verder te zetten, omdat er zich problemen zullen voordoen tijdens de procedure, dan worden de kandidaat-adoptieouders hierover ingelicht via deze inschatting. Zo vermijdt het VCA dat er hooggespannen, maar onrealistische verwachtingen ontstaan bij het kind en/of bij zijn familie. Op basis van de inschatting van het VCA beslissen de kandidaat-adoptieouders of ze de rest van de procedure willen doorlopen of niet. Als zij verder willen gaan dan verwijst het VCA hen door naar een voorbereidingsprogramma dat gegeven wordt door Steunpunt Adoptie. Hierin wordt vooral aandacht besteed aan de eigenheid van adoptie en de betekenis ervan voor de 3 betrokken partijen, met name de geboorteouder(s), het adoptiekind en de adoptieouder(s), binnen deze specifieke adoptiecontext. Dit programma wordt een paar keer per jaar georganiseerd, rekening houdend met het aantal aanvragen. De voorbereiding duurt 1 dag. In 2019 ging het om 4 voorbereidingssessies in het kader van een intrafamiliale adoptie. 10 gezinnen (koppels en alleenstaanden) hebben het voorbereidingsprogramma voor een intrafamiliale adoptie afgerond en ontvingen een attest van voorbereiding.
3.1.2 Maatschappelijk onderzoek en geschiktheid Na ontvangst van het voorbereidingsattest, moeten de kandidaat-adoptanten een verzoekschrift indienen bij de familierechtbank om geschikt te worden verklaard. Net zoals bij de adoptie van een ongekend kind, voert de DMO in opdracht van de familierechtbank dit onderzoek uit. In 2019 werden 8 tussenvonnissen uitgesproken, waarin een dergelijk (aanvullend) maatschappelijk onderzoek bevolen werd. In 2019 voerde de DMO Brussel 6 maatschappelijke onderzoeken (waarvan 1 aanvullend) uit in het kader van een intrafamiliale adoptie. Hierbij werd 4 keer een positief advies, 1 keer een negatief advies en 1 keer advies tot uitstel gegeven. Na ontvangst van het advies van de DMO, is het aan de familierechtbank om een beslissing te nemen of de kandidaten al dan niet geschikt zijn om te adopteren. Indien positief ontvangen de kandidaten een geschiktheidsvonnis, dat de kandidaten nodig hebben voor de samenstelling van hun ouderdossier voor verzending naar het land van herkomst.
64
Geschiktheidsvonnissen intrafamiliale adoptie Type vonnis Geschikt voor Geschikt voor Geschikt voor Geschikt voor Totaal
1 2 3 2
kind kinderen kinderen specifieke kinderen
Aantal 1 1 1 1 4
3.2 Aantal en type vonnissen voor intrafamiliale adopties - 2019 Bron: VCA Sommige kandidaat-adoptieouders leven onbewust de Belgische regelgeving niet na door een adoptie te laten uitspreken in het land van herkomst voordat ze geschikt verklaard zijn. Voor deze kandidaat-adoptieouders bestaat de mogelijkheid om de adoptie te regulariseren. Dit betekent dat de FCA in uitzonderlijke omstandigheden de kandidaat-adoptieouders de toestemming kan geven om de Belgische adoptieprocedure (voorbereiding, maatschappelijk onderzoek en geschiktheidsvonnis) toch op te starten ook al is er al een vonnis uitgesproken in het land van herkomst. Na de geschiktheidsprocedure kan de FCA de adoptie toch erkennen. Dit is alleen mogelijk in het kader van intrafamiliale adopties die aan strikte voorwaarden voldoen. Er werd eenmaal advies gevraagd door FCA aan het VCA omtrent de subsidiariteit en adoptabiliteit van een reeds geadopteerd kind uit Burundi. Dergelijk advies wordt steeds gebaseerd op een kinddossier van het land van herkomst. Het kinddossier werd opgevraagd aan de centrale autoriteit in Burundi. Het VCA mocht nog geen kinddossier ontvangen in 2019. Daarnaast gaf het VCA in 2018 een positief advies in een regularisatieprocedure uit Rwanda. Deze 2 kinderen uit Rwanda kwamen in 2019 aan in BelgiĂŤ.
3.1.3 Kanaalonderzoek In het geval van een interlandelijke zelfstandige adoptie stellen kandidaten een inlichtingendossier samen over het door hen gekozen kanaal. Op basis van de aangeleverde informatie voert het VCA een kanaalonderzoek uit; dit start zodra het geschiktheidsvonnis beschikbaar is (dus na het doorlopen van de procedure van voorbereiding en geschiktheid).
Het kanaalonderzoek neemt in principe maximaal 4 maanden in beslag. Er bestaat de mogelijkheid om de termijn tweemaal, met telkens 2 maanden te verlengen tot maximaal 8 maanden.
65
De beoordeling van een kanaal gebeurt op gelijkaardige wijze als bij een adoptiedienst. Na goedkeuring van het zelfstandige adoptiekanaal vervult het VCA een belangrijke rol in de verdere procedure, onder meer wat betreft de verzending van het ouderdossier naar de bevoegde autoriteiten, het ontvangen van het kinddossier en het matchingsvoorstel, de goedkeuring van het kinddossier en de matching en tenslotte de opmaak van de nodige attesten met het oog op de erkenningsprocedure. Binnen de zelfstandige adopties hanteert het VCA een specifieke aanpak als het gaat over een intrafamiliale adoptie. Aan deze groep kandidaatadoptieouders wordt gevraagd een vragenlijst in te vullen bij hun aanmelding (cf. paragraaf 3.1.1). Deze vragenlijst wordt gebruikt ter voorbereiding van een individueel gesprek over de slaagkans van de adoptie. Wanneer kandidaat-adoptieouders beslissen om verder te gaan, kan het VCA al starten met een voorbereidend onderzoek van het kanaal. Op die manier wordt tijd gewonnen zodat, indien de adoptie wordt toegestaan, het kind snel zijn familie in België kan vervoegen. Het eigenlijke kanaalonderzoek en de beoordeling van het kanaal, kan alleen maar starten nadat een geschiktheidsvonnis werd uitgesproken. In 2019 startte het VCA voor 1 intrafamiliaal dossier een kanaalonderzoek op na ontvangst van het geschiktheidsvonnis (Guinee). Het kanaalonderzoek dat startte in 2018 van Nepal en Kameroen werd in 2019 afgerond zonder de toelating het adoptiedossier te starten. Het kanaalonderzoek voor Guinee, opgestart in 2019, loopt verder in 2020. Er werd een ouderdossier opgestuurd naar Togo. Het VCA ontving tevens in 2019 een kinddossier uit Oekraïne en Rwanda. Het VCA keurde de kindtoewijzingen uit Oekraïne (1 kind) en Rwanda (1 kind) goed. In 2019 kwamen 3 kinderen via intrafamiliale adoptie aan in Vlaanderen (2 kinderen uit Liberia, 1 kind uit Oekraïne). De goedgekeurde kindtoewijzingen van 3 kinderen uit Nigeria in 2018 en 1 kind uit Rwanda in 2019 kwamen nog niet aan in 2019.
66
Intrafamiliale adoptie Kanaalonderzoek opgestart (na geschiktheidsvonnis) Guinee
1
Totaal
1
Verzonden ouderdossiers Togo
1
Totaal
1
Ontvangen kinddossiers Oekraïne
1
Rwanda
1
Totaal
2
Goedkeuring kindtoewijzing
2
Oekraïne
1
Rwanda
1
Weigering kindtoewijzing Totaal
0
Stopzetting na ontvangst kinddossier Totaal
0
Aangekomen kinderen Liberia
2
Oekraïne
1
Totaal
3
3.3 Overzicht van intrafamiliale adoptiedossiers die door het VCA behandeld werden - 2019 Bron: VCA
67
3.2 Binnenlandse adoptie van een gekend kind Bij zelfstandige binnenlandse adopties gaat het altijd om adopties van gekende kinderen (stiefkinderen, pleegkinderen, kinderen van familie, ‌) die zich reeds in BelgiÍ bevinden.
3.2.1 Aanmelding en voorbereiding Het aantal kandidaat-adoptieouders dat zich aanmeldt voor een zelfstandige binnenlandse adoptie is stabiel gebleven ten opzichte van 2018. In het geval van een adoptie van een eigen kind, gaat het bijvoorbeeld om de biologische vader die zijn kind niet tijdig bij de ambtenaar van burgerlijke stand erkend heeft of waarbij een andere man (in plaats van de biologische vader) het kind erkend heeft. Aanmeldingen bij het VCA 2016
2017
2019
2018
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
188
100,0
181
100,0
190
100
188
100
156
82,9
152
83,98
146
76,84
147
78,19
-stiefouder holebi
9
4,9
8
4,42
9
4,74
15
7,98
-gekend kind (pleegkind, draagmoeders, ‌)
8
4,2
12
6,63
20
10,53
13
6,91
Zelfstandig Waarvan -stiefouder hetero
68
-kind familie (kleinkind, nicht, ‌)
van neef,
-eigen kind
15
7,9
7
3,87
12
6,31
13
6,91
2
1,10
3
1,58
0
0
3.4 Aantal aanmeldingen binnenlandse zelfstandige adoptie - 2019 Bron: VCA Steunpunt Adoptie is verantwoordelijk voor de voorbereiding van kandidaat-adoptieouders die een gekend kind wensen te adopteren. In 2019 volgden 163 (164 in 2018) gezinnen (koppels of alleenstaanden) deze voorbereiding (met ontvangst van het voorbereidingsattest).
69
Aantal voorbereidingen voor de binnenlandse adoptie van een gekend kind Adoptie van een gekend kind
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
284
376
295
401
282
363
240
178
97
164
164
163
3.5 Afgeronde voorbereidingen binnenlandse adoptie gekend kind 2008 - 2019 Bron: VCA
3.2.2 Verzoekschrift adoptie met mogelijk maatschappelijk onderzoek Na ontvangst van het voorbereidingsattest, moeten de kandidaat-adoptanten een verzoekschrift tot adoptie indienen bij de familierechtbank. Bij een zelfstandige adoptie is er vaak al een sociaal-affectieve band tussen de kandidaat-adoptieouder en het betrokken kind. Het maatschappelijk onderzoek is omwille van deze band niet verplicht. De familierechter oordeelt hierover en beslist of het onderzoek nodig is of niet. Een adoptie van een gekend kind kan dus ook zonder een maatschappelijk onderzoek. In 2019 ontving de DMO via het VCA 4 opdrachten van de familierechtbank in het kader van een zelfstandige adoptie. In deze gevallen geeft de DMO echter geen eindadvies, maar geeft zij een afweging van de verschillende beschermings- en risicofactoren, gezien het hier gaat om gekende kinderen die vaak al langere tijd in het gezin van de kandidaat-adoptanten verblijven. Via het aanmeldingsformulier voor de binnenlandse adoptie van een gekend kind, ontvangt het VCA de gegevens van de biologische ouder(s). Vervolgens stuurt het VCA hun gegevens door naar Adoptiehuis. Adoptiehuis nodigt de biologische ouder(s) uit voor een informatiegesprek over de gevolgen van adoptie voor hen als ouder en voor het kind, alsook over de mogelijkheden, rechten en plichten. Dit gesprek is niet verplicht, maar heeft als doel hen te begeleiden bij het nemen van een geĂŻnformeerde beslissing. Adoptiehuis verstuurde in dit kader 61 (71 in 2018) brieven met een uitnodiging. 20 (21 in 2018) biologische ouder(s), consulenten of voogden van minderjarigen gingen hierop in.
70
Daarnaast voert Adoptiehuis in opdracht van de familierechtbank ook maatschappelijk onderzoeken uit. Deze opdracht ontvangt Adoptiehuis via het VCA. Adoptiehuis moet de weigering van biologische ouders om toestemming te geven tot adoptie van hun kind onderzoeken en contacteert hen hierover schriftelijk met een uitnodiging voor een gesprek. In 2019 voerde Adoptiehuis 12 maatschappelijke onderzoeken (9 in 2018) uit. Het is aan de familierechtbank om op basis van het eventuele onderzoek een beslissing te nemen of de kandidaat-adoptanten al dan niet mogen adopteren. Adoptievonnissen Het VCA wordt niet systematisch op de hoogte gehouden van ieder adoptievonnis naar aanleiding van een verzoekschrift tot adoptie van een gekend kind in België. Daarom is het onmogelijk om een precies cijfer te geven van het aantal kinderen dat in 2019 via deze adoptieprocedure geadopteerd werd. In 2019 ontving de FCA via de gemeenten 43 adoptieakten (overschrijvingen) betreffende de binnenlandse adoptie van een minderjarig kind. Aangezien er via bemiddeling door Adoptiehuis gemiddeld een lager aantal kinderen geplaatst wordt, kunnen we stellen dat een aantal van deze overschrijvingen de adoptie van een gekend kind in België betreft. De tekst van het Haags Adoptieverdrag (Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie ’s-Gravenhage, 29 mei 1993) is te raadplegen op https://assets.hcch.net/upload/text33_nl.pdf Kind en Gezin/Opgroeien Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Vlaams Centrum voor Adoptie: 02 533 14 76 kindengezin.be