OVAM.
AFVAL-, BODEM- EN DUURZAAM MATERIALENBELEID VOOR DE PROFESSIONAL JUNI 2022 | editie 40
4
ASBESTATTEST BIJ VERKOOP VERPLICHT VANAF NOVEMBER
10
VLAANDEREN WORDT RECYCLAGEHUB
17 NIEUW FONDS VOOR BODEMSANERING LEKKENDE STOOKOLIETANKS
Vlaanderen is materiaalbewust
Colofon
D UURZ A A M MA T E RI A L E NGE BRUI K
Verantwoordelijke uitgever en hoofdredacteur Ine Wenmaekers
Ambitieuze beleidsdoelstellingen voor een circulaire economie Beste lezer, Op 1 april heb ik de fakkel tijdelijk overgenomen van mevrouw Henny De Baets, in afwachting van de aanstelling van een nieuwe administrateur-generaal. Als waarnemend administrateur-generaal stippel ik mee de ambitieuze beleidsdoelstellingen van de OVAM uit, samen met geëngageerde medewerkers, partners en stakeholders. De ambitie om verdere stappen te zetten in duurzaam materialenbeheer blijkt onder meer uit het nieuwe beleidsprogramma ‘Op weg naar circulair bouwen’ (p. 14). Het plan omvat de duurzame doelstellingen van de Vlaamse bouwsector om tegen 2030 onze totale materialenvoetafdruk met 30 procent te verlagen, zonder de economische groei te stoppen. Het programma kwam tot stand in samenspraak met een breed gamma belanghebbenden. Die samenwerking is essentieel voor de OVAM en een conditio sine qua non willen we de doelstellingen van dat plan waarmaken. Nog in de vastgoedsector doet op 23 november 2022 het asbestattest zijn intrede (p.4). Met dat attest willen we kopers informeren over de mogelijke blootstellingsrisico’s aan asbestvezels. Tegelijk willen we hen aanmoedigen om hun gebouw ‘asbestveilig’ te maken. Zo komen we een stap dichter bij onze doelstelling voor een asbestveilig Vlaanderen tegen 2040. Tot slot lanceerden we onlangs de tweede oproep om de rol van Vlaanderen als recyclagehub te versterken. Innovatieve projecten kunnen tot en met 22 augustus worden ingediend via de OVAM-website. De recyclageprojecten die subsidies ontvangen na de eerste call ontdekt u op pagina 10. Veel leesplezier! Christof Delatter Waarnemend administrateur-generaal
Redactieadres OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, ovam.link@ovam.be
OVAM.LINK | Voorwoord
4
Foto’s Adobe Stock, Lieven Van Assche (ID/Photoagency),OVAM, Retourmatras.
Gebouwen ouder dan 2001 krijgen asbestattest bij verkoop
10
Redactie en realisatie www.wearepantarein.be
CIRCULAIRE E CONOMIE
Wettelijk depotnummer D/2022/5024/08 Oplage 2500 ex. De meningen die derden in dit magazine vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van de OVAM. Gegevens uit deze nieuwsbrief mag u overnemen mits de bron wordt vermeld. De OVAM en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgen die zouden kunnen ontstaan uit het gebruik van in deze uitgave opgenomen informatie.
14
Deze zes projecten versnellen omschakeling naar circulaire economie
GE ZONDE GROND
Hoe maken we van Vlaanderen een urban mine voor de bouwsector?
17
Promaz levert bijstand bij bodemsanering voor stookolietanks RUIMTE RE CYCL E RE N
Meer weten? De OVAM is geïnteresseerd in uw vragen, opmerkingen en suggesties.
SCHRIJF ONS VIA OVAM.LINK@OVAM.BE www.facebook.com/ovam.be @PersAtOVAM
2
AFVAL RECYCLERE N
Redactieraad Ine Wenmaekers, Jan Verheyen, Liesbet Van Ackeleyen, Raf Engels, Nele Bal, Annelies D’Hollander, Els Van Camp, Eline Aerts, Anne D’Haese, Pieter Vervinckt en Maxime Devers
20
Terug in Omloop: het project om brownfields op een alternatieve manier te ontwikkelen
OVAM.LINK | Inhoud
3
DUUR ZAAM MAT ER IALENG EBR UI K
HET ASBESTATTEST
EEN GEBOUW ZONDER GEHEIMEN Wie een gebouw verkoopt dat opgetrokken werd vóór 2001, moet vanaf 23 november 2022 over een asbestattest beschikken. Een gecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie brengt de asbestverdachte materialen in kaart, beoordeelt hun toestand en formuleert adviezen om het gebouw asbestveilig te maken. Met het asbestattest weet de eigenaar dus of zijn of haar gebouw asbestveilig is. Het asbestattest vormt het sleutelinstrument binnen het asbestafbouwbeleid dat Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig wil maken. Tegen dan is niet alle asbest weg, maar wel de toepassingen die een verhoogd risico vormen voor de mens of het leefmilieu. De niet-hechtgebonden asbesttoepassingen en de verwerende asbestcementen dak- en gevelmaterialen in de buitenschil van gebouwen krijgen prioriteit. Het doel is om die materialen tegen 2034 te verwijderen.
Haalbaarheid in kaart “Voordat het asbestafbouwbeleid in 2018 werd goedgekeurd, lieten we een maatschappelijke kostenbatenanalyse uitvoeren”, vertelt Evy Trogh, medewerker asbestafbouwbeleid bij de OVAM. “Die studie leverde verschillende aandachtspunten op die het asbestafbouwbeleid mee vorm gaven. Zo toonde de studie aan dat de kosten voor de volksgezondheid en de verwijderkosten stijgen, wanneer
de toestand van asbestmaterialen achteruitgaat door verwering en veroudering. Het onderzoek had bovendien oog voor de marktcapaciteit. Er zijn maar een bepaald aantal deskundigen en aannemers beschikbaar.” Als iedereen gelijktijdig in actie komt, ontstaan er dus grote wachtlijsten en schieten de prijzen de hoogte in. “De conclusie was dat we de markt de kans moeten geven om te groeien en de meest risicovolle materialen eerst moeten verwijderen. Daarbij is het belangrijk om aandacht te hebben voor prioritaire doelgroepen, zoals scholen.”
Het ideale moment Een asbestattest is verplicht voor woningen en gebouwen ouder dan 2001. In dat jaar werd het gebruik van asbestmaterialen namelijk verboden. Vanaf 23 november 2022 is het attest
“We willen met het asbestattest mensen aanmoedigen om zo snel mogelijk werk te maken van een asbestveilige toestand.” Evy Trogh, OVAM
4
OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik
OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik
5
alleen nodig wanneer u uw huis verkoopt. Tegen 2032 moet elke eigenaar van een gebouw van voor 2001 over een asbestattest beschikken. “Zo kunnen we gebouweigenaars en -gebruikers informeren over het aanwezige asbest, zodat ze maatregelen kunnen nemen om risico’s te vermijden”, zegt Annelies D’Hollander, projectmedewerker asbestafbouw bij de OVAM. “De verkoop is de ideale gelegenheid om een inventarisatie uit te voeren. Nieuwe eigenaars voeren na de aan-
koop vaak renovatiewerken uit. Dankzij het attest is het asbest in kaart gebracht en kan het eerst veilig verwijderd worden. Zo vermijden de nieuwe eigenaars gezondheidsrisico’s en onvoorziene kosten.” Bovendien was er de afgelopen jaren veel vraag naar een inventarisatie bij mensen die een huis kopen. “Niemand wil bij zo’n beslissing voor verrassingen komen te staan. Dat is de insteek van de Eerlijk Huis-campagne die we onlangs hebben gelanceerd. Als het op asbest aankomt, mag een huis geen geheimen hebben.”
Een asbestattest is tien jaar geldig, maar er zijn uitzonderingen. “De periode wordt ingekort tot vijf jaar voor asbestmaterialen met een hoog risico”, aldus Trogh. “In bepaalde situaties is de eigenaar bovendien verplicht om het attest binnen het jaar te laten updaten. Dat is onder meer het geval als u nieuwe asbestmaterialen aantreft of als de toestand van de materialen wijzigt door een brand of waterschade. Daarnaast moet het attest worden aangepast als de toestand van het gebouw verandert van niet-asbestveilig naar asbestveilig.”
“Vanaf 23 november 2022 is het attest alleen nodig wanneer u uw huis verkoopt. Tegen 2032 moet elke eigenaar van een gebouw van voor 2001 over een asbestattest beschikken.” Annelies D’Hollander, OVAM
Document dat aanzet tot actie
Scholen kunnen zowel voor de actualisering van de asbestinventaris als voor de verwijdering van asbest op de ondersteuning van de OVAM rekenen.
6
OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik
Wie een asbestattest laat maken, krijgt meer dan alleen een lijst van asbestmaterialen in handen. “Het attest is net bedoeld als een document dat de gebouweigenaar aanzet tot actie”, legt Trogh uit. “Om te beginnen krijgt elk aangetroffen asbestverdacht materiaal een risicoscore. Hoe hoger de score, hoe meer kans dat er vezels vrijkomen. Op basis daarvan doet de asbestdeskundige aanbevelingen over het veilige beheer en de verwijdering van het materiaal. Hij of zij licht eigenaars via het asbestattest ook in over wat ze wel en niet zelf mogen doen. Sommige asbesttoepassingen kunt u met veiligheidsmaatregelen zelf verwijderen. Voor de verwijdering van niet-hechtgebonden materialen in een ‘hermetische zone’ moet u altijd een erkende asbestverwijderaar inschakelen.” “Op dit ogenblik is het enkel verplicht voor publieke gebouwen om de prioritaire asbestmaterialen tegen 2034 te verwijderen en tegen 2040 een
asbestveilige toestand te bekomen. Maar iedereen die asbest beheert, is verplicht om ervoor te zorgen dat het geen risico vormt voor mensen of het leefmilieu. Het asbestattest zal daarom eigenaars informeren over het aanwezige asbest en de noodzakelijke maatregelen om risico’s weg te nemen en een asbestveilige toestand te bekomen. Elke eigenaar is ook verplicht om ingesloten asbest dat bloot komt te liggen bij werken weg te nemen. We willen met het asbestattest mensen aanmoedigen om zo snel mogelijk werk te maken van een asbestveilige toestand.”
Waaier van steunmaatregelen Er zijn al heel wat maatregelen om de verwijdering van asbest te ondersteunen. “We willen het mogelijk maken dat gebouweigenaren zich makkelijk én veilig kunnen ontdoen van asbest”, zegt Trogh. “We maakten in de eerste plaats werk van de ophaling van asbestcement aan huis. Burgers kunnen zich daarvoor best wenden tot de gemeente of de afvalintercommunale.”
“Door de kosten vormt asbest vaak een drempel om een energierenovatie uit te voeren. Daarom lanceerde het Vlaamse Energie- en Klimaatagentschap via Fluvius in 2021 een verhoogde isolatiepremie voor wie een asbestdak verwijdert én isoleert en daarvoor een beroep doet op een aannemer die het asbestcharter ondertekende of werkt volgens de Code van goede praktijk veilig werken met asbestdaken en -gevels. Dit jaar volgde een bijkomende premie voor de vervanging van een asbestdak van niet-residentiële, niet-verwarmde gebouwen door een dak met zonnepanelen. En her en der zetten gemeenten ook groepsaankopen op voor het verwijderen van asbestdaken of leidingisolatie en vloerbekleding met asbest.” “Naast ondersteuning voor burgers richt het Actieplan Asbestafbouw uit 2018 zich ook tot specifieke sectoren. Met die sectoren wordt een wederzijds engagement uitgewerkt om gebouwen asbestveilig te maken. Om de omvangrijke landbouwdaken uit onze leefomgeving te
OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik
7
halen, krijgen landbouwers de kans om hun asbestdak te laten ophalen door de OVAM. We zetten daarnaast in op bescherming van kinderen en jongeren, omdat we weten dat zij extra gevoelig zijn voor asbestvezelblootstelling. Scholen kunnen zowel voor de actualisering van de asbestinventaris als voor de verwijdering van asbest op onze ondersteuning rekenen. Ook lokaal erkende jeugdverenigingen ondersteunen we, en we begeleiden hen als ze asbestcement willen verwijderen. En in het toekomstige zorgprotocol zal jeugd ook bijzondere aandacht krijgen.”
ASBESTINVENTARIS IN DE PRAKTIJK
Dankzij het asbestattest krijgt de Vlaamse overheid een beter zicht op de omvang van het asbestpassief. Trogh: “Met die informatie kunnen we het beleid verder afstemmen en de beschikbare middelen alvast doelgericht inzetten waar ze het meest nodig zijn.” Surf naar eerlijkhuis.be voor meer informatie over de campagne of scan de QR-code.
Raoel Peeters, ABO Asper
Steven De Keyser, OVAM
SAMEN MAKEN WE SCHOLEN ASBESTVEILIG De patrimoniumbeheerder van een Vlaamse school die al heel wat ervaring heeft met bouwprojecten waar asbest mee gemoeid is, vertelt over de uitdagingen van zulke projecten: “Als we vroeger bij de OVAM aanklopten, stelde die een aannemer aan om het asbest te verwijderen. Maar dat zorgde er vaak voor dat we de heropbouw niet aansluitend konden inplannen. We hebben daarover met de OVAM overlegd en dat was heel constructief. Nu kunnen we zelf een erkende aannemer zoeken en meteen onderhandelen over de heropbouw. De OVAM krijgt nadien het attest en de facturen om hun deel van de middelen te regelen. Eventueel past het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs nog een stuk bij. Voor de werken zelf heeft het schoolbestuur één prijs en één contactpersoon. Voor mij als bouwheer is dat vlot en aangenaam werken.”
8
OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik
Een asbestinventaris is al langer verplicht voor bepaalde sloopwerken als onderdeel van het sloopopvolgingsplan en voor werkgevers in het kader van de codex over het welzijn op het werk. Werkgevers moeten weten waar er asbest zit in hun gebouwen en hoe ze hun werknemers kunnen beschermen. “Tussen die drie soorten inventarissen (inclusief dat bij de verkoop van woningen ouder dan 2001) zijn er grote verschillen qua opzet en uitvoering”, vertelt Raoel Peeters, General Business Unit Manager bij ABO Asper. “Het doel van een sloopopvolgingsplan is voorkomen dat er bij de afbraak of renovatie schadelijke materialen in het milieu of bij de afvalverwerker terechtkomen. Als asbestmaterialen vermengd raken met andere recycleerbare materialen, is het geheel niet meer circulair als nieuwe grondstof in te zetten. De asbestinventaris voor werkgevers en het asbestattest zijn niet bedoeld om te gebruiken bij sloop- en renovatiewerken. Ze beschermen daarentegen gebouwgebruikers, werknemers en eigenaars en zijn vooral bedoeld om hen te informeren over de blootstellingsrisico’s aan asbestvezels in een gebouw.” De inventarissen in het kader van de codex of het asbestattest zijn niet-destructief. “Waar nodig nemen we stalen die we in ons lab testen. We snijden bijvoorbeeld een stukje
Sam Hertsens, ABO Asper
van de dichting van een raam of een hoekje van de vloerbekleding, zonder de functie van het materiaal in het gedrang te brengen. We zullen dus geen gat in een dak maken. Bij een sloopopvolging doen we wel een destructieve inventarisatie. We breken dan een vloer, een plafond of een omkasting open om er zeker van te zijn dat we alle materialen zien.”
Duidelijke richtlijnen voor een kwaliteitsvol asbestattest Hoe moet een deskundige een gebouw doorlopen en welke materialen moet hij testen voor een asbestattest? Dat staat precies omschreven in het inspectieprotocol. “We hebben een gestandaardiseerde procedure opgesteld”, zegt Steven De Keyser, medewerker asbestafbouwbeleid bij de OVAM. “Dat gebeurde in overleg met de sector, zodat de richtlijnen duidelijk en praktisch toepasbaar zijn en er ook een draagvlak voor bestaat. Die handleiding is een eerste kwaliteitsgarantie. Om als gecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie een inventaris voor een asbestattest op te stellen, volgt u eerst een verplichte opleiding over die procedure en de tools die erbij horen. U moet ook slagen voor een examen.” “Die opleiding komt boven op de opleiding om asbest te leren herkennen”, vertelt Sam Hertsens,
“Het asbestattest is vooral bedoeld om te informeren over de blootstellingsrisico’s aan asbestvezels in een gebouw.” Raoel Peeters, ABO Asper
Business Unit Manager Asbest & Sloop bij ABO. “Bij ons duurt die minstens vier maanden. U loopt dan onder andere mee met een ervaren collega. Asbest herkennen is in grote mate een kwestie van ervaring opdoen.”
Risico’s voorkomen “Voor het asbestattest moeten we ons nu anders organiseren wat betreft verzekeringen en aansprakelijkheid”, gaat Hertsens verder. “Onze klant is de verkoper, terwijl het meestal de koper is die met het attest aan de slag gaat. De OVAM komt ons daarin tegemoet met de gestandaardiseerde procedure via het inspectieprotocol. Daarin staat duidelijk wat we wel en niet moeten onderzoeken. De deskundige kan alles meteen invoeren in de databank, inclusief aanvullend materiaal zoals foto’s van de toestand tijdens de inventaris. Zo is te zien wat er destijds wel of niet toegankelijk was.” “Dat soort informatie is ook belangrijk voor de eigenaar”, vult Peeters aan. “Die moet goed beseffen wat de beperkingen van een niet-destructieve inventaris zijn. Wij testen alleen wat toegankelijk is, dus moet u nog steeds voorzichtig zijn als u iets afbreekt en materialen aantreft die verstopt zaten. Maar in elk geval is het asbestattest een grote stap voorwaarts. Wij maken al jaren inventarissen voor particulieren. Het verschil is dat ze vaak bij ons komen aankloppen na de afbraakwerken. Ze zijn dan soms in paniek omdat het pas achteraf begon te dagen dat er misschien asbest is vrijgekomen. Het asbestattest zal op die manier veel onnodige risico’s voorkomen.”
OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik
9
AFVAL RECYCLERE N
leggen, want investeren in circulaire economie is ook investeren in ons leefmilieu. En we hebben in Vlaanderen de opportuniteiten om belangrijke stappen te zetten. Kunststoffen, luiers en de verwerking van asbestafval zie ik als de absolute prioriteiten, maar de middelen staan open voor alle goede innovatieve recyclageprojecten.”
Startklare innovatie De OVAM lanceerde twee keer een oproep voor recyclageprojecten die in de ambitie van Recyclagehub Vlaanderen passen. In oktober 2021 was er een eerste call, waarvan de geselecteerde projecten ondertussen bekend zijn (zie kaders). De tweede oproep loopt van 30 mei tot en met 22 augustus: inschrijven kan via de OVAM-website. Om in aanmerking te komen, moet een project aan enkele voorwaarden voldoen: de zoektocht spitst zich toe op recyclage of de voorbereiding op recyclage, op technieken die het gebruik van gerecycleerd materiaal in het productieproces mogelijk maken, en op technieken voor de verwerking van asbesthoudend afval. Daarnaast moet de vooropgestelde techniek zowel innovatief als startklaar zijn. Ingeburgerde methodes en processen komen niet in aanmerking. De oproep is ook niet bedoeld om onderzoek naar nieuwe technologie te ondersteunen. Het project moet op relatief korte termijn marktklaar zijn en voor medio 2026 volledig gerealiseerd en operationeel zijn.
RECYCLAGEHUB VLAANDEREN KOMT OP STOOM Vorig jaar lanceerde de OVAM een oproep voor innovatieve recyclageprojecten die de voortrekkersrol van Vlaanderen in de circulaire transitie kunnen versterken. Een eerste selectie van zes projecten krijgt nu in totaal 15 miljoen euro uit de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht van de Europese Unie, het herstelfonds in de volksmond. Ondertussen loopt er een tweede oproep om de andere helft van de relancemiddelen toe te wijzen. 10
OVAM.LINK | Afval recycleren
In een circulaire economie houden we materialen zo lang mogelijk in de kringloop om de afvalberg te verkleinen en de ontginning van nieuwe grondstoffen te beperken. Daarvoor hebben we efficiënte technieken nodig die afgedankte materialen opnieuw omzetten in bruikbare grondstoffen. Om de implementatie van innovatieve recyclageprojecten te ondersteunen, verdeelt de Vlaamse Regering in totaal 30 miljoen euro aan Europese relancemiddelen. “Vlaanderen moet op Europees en wereldniveau toonaangevend zijn als recyclagehub”, zegt Zuhal Demir, Vlaams minister van Omgeving en Energie. “We zijn nu al Europees koploper in selectieve inzameling en recyclage. Maar ik wil de lat nog hoger
IGEAN - BRECHT In Brecht verwerkt IGEAN organisch afval tot compost en groene energie. De steun die het ontvangt in het kader van Recyclagehub Vlaanderen zal dienen voor een nieuwe, natte nabehandeling van het digestaat: het materiaal dat overblijft na de vergisting van het afval. Het digestaat wordt nu nog droog geperst. In de nieuwe installatie wordt dat gewassen. Daardoor kunnen onzuiverheden zoals microplastics efficiënter verwijderd worden. Dat zorgt voor compost van hogere kwaliteit en reststromen met een hogere zuiverheidsgraad. De natte nabehandeling zou tegen eind 2025 volledig operationeel zijn.
OVAM.LINK | Afval recycleren
11
TRINSEO TESSENDERLO Tegen eind 2023 zal het Amerikaanse Trinseo een fabriek openen die jaarlijks 15 000 ton polystyreen kan omzetten in de oorspronkelijke bouwsteen styreen. Die grondstof kan Trinseo op dezelfde locatie in Tessenderlo gebruiken om opnieuw hoogwaardig, voedselveilig polystyreen te maken. De productie van polystyreen op basis van gerecycleerd styreen zou naar schatting 75 procent minder CO2 uitstoten. De nieuwe fabriek zal de eerste grootschalige toepassing zijn van een nieuwe wervelbedtechnologie voor thermische depolymerisatie, op maat ontwikkeld voor Trinseo. In eerste instantie kan 85 tot 90 procent van het polystyreenafval gerecycleerd worden tot een grondstof met dezelfde kwaliteit als het originele product, op termijn mogelijk zelfs meer.
LAUPAT INDUSTRIES - ANTWERPEN INDAVER PLASTIC2CHEMICALS ANTWERPEN Het project van Indaver zet in op de geavanceerde recyclage van twee types plastic: polystyreen, zoals yoghurtpotjes en vleesschaaltjes, en polyolefinen (PP, HDPE en LDPE), zoals botervlootjes en folies. Die worden aan de hand van chemische processen tot hun oorspronkelijke componenten herleid. Deze basisgrondstoffen worden gerecycleerd en opnieuw ingezet voor hoogwaardige en voedselveilige toepassingen. Indaver bereidt momenteel een eerste industriële installatie voor. Die zal vanaf begin 2024 tot 26 000 ton end of life-plastic per jaar kunnen verwerken.
12
OVAM.LINK | Afval recycleren
Laupat Industries bouwt in de haven van Antwerpen een fabriek om jaarlijks 40 000 ton oude banden te recycleren. Een proces van versnipperen en thermolyse zet bijna 100 procent van het materiaal uit de banden om in bruikbare grondstoffen: staal, waterstof, textiel, thermolyseolie en carbon black. Dat laatste wordt gebruikt als een noodzakelijk bestanddeel dat onder andere de slijtage van banden tegengaat. Daarbij wordt er geen CO2 uitgestoten en het proces is energieneutraal. Laupat verwacht midden 2024 te starten in Antwerpen. Voor alle restfracties zijn er afzetmarkten gevonden. Het bedrijf heeft bijvoorbeeld al een contract voor tien jaar met een chemiebedrijf dat in de thermolyseolie een waardevolle grondstof ziet voor de vervaardiging van nieuwe kunststoffen.
GALLOO - MENEN Galloo is een recyclagebedrijf dat afgedankte consumptiegoederen en fabrieksschroot verwerkt. In het kader van Recyclagehub Vlaanderen werkt het aan een nieuw proces om gerecycleerd aluminium verder te scheiden in zijn verschillende legeringen. Op die manier kan Galloo hoogwaardig gerecycleerd aluminium aanbieden aan de smelters, zodat die nieuwe producten kunnen produceren met minder waterverbruik, een veel lagere energiekost en dus ook minder CO2-uitstoot. Bovendien bevat het ingezamelde materiaal al de nodige legeringselementen zoals silicium, waarvan al enige tijd een nijpend tekort heerst op de wereldmarkt. Dat is in het bijzonder interessant gezien de stijgende vraag naar specifieke, lichte aluminiumkneedlegeringen voor toepassingen zoals elektrische wagens. Galloo verwacht de nieuwe productielijn in het najaar van 2023 op te starten.
AFVAL RECYCLERE N
“Vlaanderen moet op Europees en wereldniveau toonaangevend zijn als recyclagehub.” Zuhal Demir, Vlaams minister van Omgeving en Energie
RETOURMATRAS OUDSBERGEN RetourMatras recycleert 85 procent van de materialen uit oude matrassen tot nieuwe grondstoffen: textiel, metalen en schuim. In Nederland baat het bedrijf al vier ontmantelingsfabrieken uit en één productielocatie waar het verschillende soorten schuim op mechanische wijze recycleert tot ondertapijt. RetourMatras hoopt volgend jaar al een eerste Belgische fabriek te openen in Oudsbergen, met als doel 450 000 matrassen per jaar te ontmantelen. Nieuw is dat RetourMatras het polyurethaan-schuim (PU-schuim) chemisch zal recycleren tot re-polyol, dat kan dienen als grondstof voor de productie van nieuw PU-schuim.
OVAM.LINK | Afval recycleren
13
CIRCU LAIR E E CONOM IE
CIRCULAIR BOUWEN: HOE MAKEN WE VAN VLAANDEREN EEN URBAN MINE? Het nieuwe beleidsprogramma ‘Op weg naar circulair bouwen’ dat de Vlaamse Regering in april goedkeurde, schetst de duurzame ambities van de Vlaamse bouwsector voor de periode 2022-2030. De OVAM stelde het gedetailleerde plan op in co-creatie met de sector en kennisinstellingen. Volgens de Circulaire Economie Monitor gebruikte Vlaanderen in 2019 bijna 35 miljoen ton grondstoffen en brandstoffen voor de constructie van gebouwen. Maar het aanbod aan nieuwe bouwmaterialen is niet oneindig. Dat merken we steeds meer nu de toeleveringsketens haperen en de prijzen stijgen. De ontginning en het transport van die materialen heeft ook een grote impact op het klimaat. Experts zien circulair bouwen als een oplossing voor die uitdagingen. Het nieuwe beleidsprogramma voor de
bouwsector verlegt daarom de focus van duurzaam materiaalbeheer naar circulair bouwen. Dat begrip dekt vele ladingen. Centraal staat het idee van de urban mine, waarbij we gebouwen en infrastructuur als een verzameling en bron van herbruikbare materialen zien. Als ze niet meer van nut zijn, worden de gebouwen niet gesloopt, maar ontmanteld. Dat geeft ons meer mogelijkheden om nuttige materialen terug te winnen en weer in te
“Tegen 2030 streven we ernaar om 95 % van de steenachtige en 70 % van de niet-steenachtige materialen te hergebruiken of recycleren.” Philippe Van de Velde, OVAM 14
OVAM.LINK | Circulaire economie
zetten. Nieuwe constructies bouwen we veranderingsgericht, zodat we ze in een handomdraai kunnen aanpassen aan de noden van nieuwe gebruikers, zonder de gebouwen ingrijpend te renoveren of af te breken.
De grote thema’s De doelstelling van de Vlaamse Regering is om tegen 2030 onze totale materiaalvoetafdruk met 30 procent te verlagen, zonder daarmee een rem te zetten op de economische groei. Vlaanderen ziet de bouwsector als prioritair. Daarom zet het nieuwe beleidsprogramma in op twee grote thema’s: circulair materialenbeheer en circulair ontwerpen en (ver)bouwen. “Met circulair materialenbeheer richten we ons op de schat aan materialen die in bestaande bouwwerken zit”, zegt Philippe Van de Velde, beleidsmedewerker bij de OVAM. “We hebben op dat vlak al vorderingen gemaakt met de invoering van
de sloopopvolging.” Maar de lat ligt hoog. “Tegen 2030 streven we ernaar om 95 procent van de steenachtige en 70 procent van de niet-steenachtige materialen te hergebruiken of recycleren. Steenachtige materialen hergebruiken we al massaal, maar dan vooral in funderingen. Tegen 2030 willen we minstens de helft ervan hoogwaardig recycleren, bijvoorbeeld als granulaten in beton.” Voor de andere materialen die de bouwsector gebruikt, zoals kunststoffen, is een inhaalbeweging nodig. “Voor kunststoffen is recyclage bijvoorbeeld moeilijk omdat ze uit veel verschillende materialen kunnen bestaan en in kleine hoeveelheden voorkomen. Logistiek, economisch en organisatorisch is dat een grote uitdaging.” “Circulair ontwerpen en (ver)bouwen omvat de zogenaamde wissels op de toekomst: materiaalimpact meten en veranderingsgericht bouwen. Met TOTEM hebben we alvast een
belangrijke tool ontwikkeld om van bij het ontwerp de impact van materialen in te schatten. Voorlopig kunnen designers de tool alleen gebruiken om gebouwen te ontwerpen. Een instrument om infrastructuurwerken uit te tekenen, is in volle ontwikkeling. Circulair ontwerpen heeft de OVAM als een nieuw concept in het vorige beleidsprogramma geïntroduceerd. Ondertussen is er al veel rond gewerkt. Daar willen we nu op verder bouwen. Tegen 2030 moet 25 procent van de nieuwbouw of renovatie gebeuren volgens de principes van circulair bouwen.”
Roos Servaes, OVAM
Vier uitdagingen Het nieuwe beleidsprogramma identificeert vier grote uitdagingen om de Vlaamse doelstellingen te realiseren: marktvertrouwen vergroten, samenwerking in de waardeketen, meten en inventariseren van informatie, en sensibilisering en opleiding. “Die uitdagingen leidden we af uit de knelpunten die onze stakeholders
aanbrachten”, vertelt Roos Servaes, beleidsmedewerker bij de OVAM. “In de bouwsector is het uiterst belangrijk dat u kunt vertrouwen op de kwaliteit van gerecycleerde of hergebruikte materialen. Denk maar aan bouwtechnische capaciteiten zoals draagkracht.”
OVAM.LINK | Circulaire economie
G EZONDE G R OND
“Om de uitdagingen te overwinnen, hebben we in totaal negen thema’s en 29 subthema’s geïdentificeerd. De bedoeling is dat ook externe partners, vooral uit de bouwsector, het voortouw nemen in thema’s die voor hen relevant zijn. De OVAM behoudt wel de eindverantwoordelijkheid en blijft opvolgen.” “We hebben ook veel aandacht besteed aan indicatoren. Daarmee willen we samen met onze partners het succes en de impact opvolgen van de inspanningen binnen het beleidsprogramma. Voor beleidsmakers is het belangrijk om te weten hoe het beleidsprogramma de voetafdruk van het materiaalgebruik helpt te verminderen. En vanuit de sector is er bijvoorbeeld vraag naar manieren om de circulariteit van gebouwen meetbaar te maken.”
Opgemaakt in samenspraak De inbreng van een breed gamma aan stakeholders speelde een belangrijke rol bij het opstellen van het beleidsprogramma. “Die co-creatie vinden we heel belangrijk”, zegt Philippe Van de Velde. “Het opzet was om een gedetailleerd en duidelijk plan te maken. Daarom hielden we een bevraging en organiseerden we gesprekken en workshops met alle mogelijke partners uit de bouwsector. We hadden ook een goede wisselwerking met de kennisinstellingen via de Proeftuin Circulair Bouwen, een multidisciplinaire onderzoeksgroep opgericht in het kader van de Green Deal Circulair Bouwen. We trekken die co-creatie door in de uitvoering van het beleidsprogramma.” Dat programma is een belangrijke bouwsteen binnen de Werkagenda Circulair Bouwen, die samen met vijf andere werkagenda’s op 25 april werd gelanceerd. De meer dan vijfhonderd 16
OVAM.LINK | Circulaire economie
Brigitte Mouligneau, Vlaanderen Circulair
Griet Goossens, Vlaamse Confederatie Bouw
deelnemers aan de ‘State of the Union’ van Vlaanderen Circulair vertegenwoordigden alle geledingen van de maatschappelijke vijfhoek: overheden, bedrijven, kennisinstellingen, financiële instellingen, burgers en verenigingen. “Elk van de zes werkagenda’s is een partnerschap rond een strategisch thema zoals bouwen, voedsel of chemie”, zegt Brigitte Mouligneau, transitiemanager bij Vlaanderen Circulair. “Binnen een werkagenda stellen de kernpartners een actieprogramma op om de transitie naar een circulaire economie concreet vorm te geven. Daarnaast brengen we experts uit allerlei domeinen samen rond zeven hefbomen om knelpunten zoals financiering en jobs weg te werken (zie de OVAM.link van oktober 2021). Bij de lancering hebben alvast de eerste 25 kernpartners een engagement ondertekend om het voortouw te nemen in een van de concrete werkpaden, zoals ‘Ontwerpen vanuit duurzame en circulaire principes’.”
Initiatieven uit de sector Griet Goossens, adviseur milieu bij de Vlaamse Confederatie Bouw, is samen met Roos Servaes van de OVAM een van de trekkers van de werkagenda Circulair Bouwen. “Wij beschouwen die participatieve insteek van het beleidsprogramma en de werkagenda’s als een grote meerwaarde. We merken ook in onze sector dat circulariteit de laatste jaren aan belang wint, vooral recyclage. 90 procent van het bouw- en
sloopafval wordt op dit moment al gerecycleerd. In die optiek is Tracimat heel belangrijk. Met dat systeem traceren we de materialen die vrijkomen bij sloopwerken en vermijden we dat gevaarlijke afvalstoffen in de keten blijven. Die opvolging willen we nog verder verfijnen om tot meer gedetailleerde materiaalstromen te komen. Dat is cruciaal voor hoogwaardige recyclage en hergebruik van materialen.” “Daarom moedigen we bijvoorbeeld ook het gebruik van Building Information Models (BIM) aan. Daarmee maakt u een digital twin van een gebouw; een 3D-model waar u onder meer in kunt bijhouden welke materialen op welke plaatsen gebruikt zijn. Zo’n BIM moet u blijven updaten als er onderhoudswerken gebeuren. Maar we merken dat vooral de grotere bedrijven mee zijn met BIM. Voor kmo’s ligt dat vaak moeilijker, al nemen ook zij heel wat circulaire initiatieven. Daarvoor hebben we onder meer nood aan circulaire hubs: tijdelijke, lokale opslagplaatsen voor sloopmaterialen die in kleine hoeveelheden vrijkomen. In de publiek-private context van het beleidsprogramma en de werkagenda’s kunnen we dat soort ideeën samen verder uitwerken. We zien nu al heel veel verschillende partijen een engagement opnemen, en ook wij werken graag mee aan de toekomst van circulair bouwen.”
PROMAZ LEVERT BIJSTAND BIJ BODEMSANERING VOOR STOOKOLIETANKS Vroeger betekende een lekkende stookolietank vaak een kostelijke bodemsanering voor de gebruiker. Met Promaz is er nu een fonds dat tussenkomt in de financiering of de bodemsanering zelf uitvoert. Zowel nieuwe dossiers als saneringen die in het verleden werden uitgevoerd komen in aanmerking. Er loopt een aanmeldingsperiode van drie jaar. Voor saneringen die later plaatsvinden, werkt Promaz aan een systeem op basis van een verzekeringsmechanisme. Als een mazouttank lekt, bestaat de kans dat de bodem verontreinigd raakt. Er zijn enkele signalen die wijzen op een lek. De geur van stookolie of vlekken in de grond rond de tank bijvoorbeeld. Of nog zo’n klassieker: een tank die sneller leeg is dan normaal. Afhankelijk van de ernst van de verontreiniging lopen de kosten voor zo’n sanering aardig op. Maar niet alle verzekeringspolissen dekken die kosten. Daarom kunnen eigenaars van een mazouttank nu een beroep doen op Promaz. Zowel particulieren als ondernemingen die een mazouttank gebruiken voor de verwarming van een gebouw kunnen bij het fonds aankloppen.
Saneringen uit heden en verleden Promaz werd opgericht door de brandstoffensector en is erkend door de overheid. Het fonds is actief in heel België en betaalt de kosten terug die niet of maar deels gedekt zijn door de verzekering, zowel voor saneringen die in het verleden gebeurden als voor recente ingrepen. Particulieren en ondernemingen krijgen drie jaar de kans om zich aan te melden. “Het fonds werd in de eerste plaats in het leven geroepen om schadegevallen uit het verleden te compenseren”, vertelt Willem Voets, general manager bij Informazout. “Maar we nemen uiteraard ook nieuwe dossiers aan.”
“Ook als de verontreiniging zich heeft verspreid tot bij de buren, komt het fonds tussenbeide.” Willem Voets, Informazout
OVAM.LINK | Gezonde grond
17
DE OPRICHTING VAN PROMAZ Al in 1999 stond de oprichting van een stookoliefonds op de agenda. Na twintig jaar onderhandelen is Promaz een feit. In principe staat er geen limiet op hoelang geleden de sanering gebeurde, zolang men de nodige bewijsstukken kan voorleggen. “Voor een sanering uit het verleden moeten facturen de uitgevoerde werken kunnen bewijzen, naast een eindverklaring van de bevoegde regionale overheid. Daarin staat dat de doelstellingen van de bodemsanering zijn bereikt.” Als de bodem nog niet gesaneerd is, moet de eigenaar kunnen aantonen dat er een voldoende vermoeden van verontreiniging is. Hij kan eventueel een bodemonderzoek laten uitvoeren door een erkend bodemsaneringsdeskundige. Maar het mag evengoed een onderzoeksverslag van een deskundige zoals een tankcontroleur zijn, waarin die verklaart dat er een voldoende vermoeden van verontreiniging is. Er is dus geen diepgaand voorafgaand onderzoek nodig. Als de sanering nog moet gebeuren, kan Promaz daar dus voor zorgen. “Ook als de verontreiniging zich heeft verspreid tot bij de buren, komt het fonds tussenbeide en zullen we die grond mee saneren.”
De procedure Wie tijdens de aanmeldingsperiode – die nu van start gaat en drie jaar loopt – een lek opmerkt, neemt best zo snel mogelijk contact op met Promaz, de verzekeringsmakelaar én de milieudienst van de gemeente. Nick Bruneel, projectcoördinator bij de OVAM: “Dan kunnen zij onderling informatie uitwisselen en de snelst mogelijke procedure opstarten. Promaz zal voorrang geven aan bepaalde dossiers volgens de prioriteiten vastgelegd in het samenwerkingsakkoord tussen de gewesten en de federale staat. Zo hebben particulieren voorrang op administratieve gebouwen, scholen en ondernemingen. Dossiers met een dreigend gevaar, zoals mazoutgeur in een leefruimte of een verontreiniging in een waterwinningsgebied, krijgen de hoogste prioriteit.”
1998-2001: De sector voert een onderzoek op 2102 stookolietanks, gebruikt voor de verwarming van gebouwen. In minder dan 1 procent van de gevallen is er sprake van bodemverontreiniging als gevolg van een lekkende mazouttank. 25 juli 2018: Het samenwerkingsakkoord tussen de federale staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations en gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden wordt ondertekend. 17 april 2019: Promaz vzw wordt opgericht door BRAFCO (de Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars), Energia (de sectororganisatie in België van ondernemingen die energieoplossingen aanbieden voor mobiliteit en verwarming) en Informazout (informatiecentrum voor consumenten over verwarming met vloeibare brandstoffen). 8 mei 2019: Het samenwerkingsakkoord over de oprichting van het stookoliefonds tussen de federale staat en regionale overheden wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 28 februari 2022: De erkenning van Promaz voor een periode van twintig jaar door de Interregionale Bodemsaneringscommissie (IBC) verschijnt in het Belgisch Staatsblad. 1 april 2022: Promaz gaat van start voor een periode van twintig jaar. 28 februari 2025: Het einde van de aanmeldingsperiode.
Wie een aanvraag wil indienen bij Promaz, surft best naar promaz.be. Die bundelt alle nodige informatie over het fonds. Een tool geeft aan wie in aanmerking komt en welk type aanvraag u moet indienen. “Er zijn verschillende soorten aanvragen”, legt Willem Voets uit. “Afhankelijk van of de sanering al gebeurd is, of u die zelf wilt uitvoeren en of het om een woning gaat.”
Nick Bruneel, OVAM 18
OVAM.LINK | Gezonde grond
Fabian Spreeuwers,
Financiering van het fonds De middelen voor het Promaz-fonds komen in eerste instantie uit de reserves van BOFAS, het bodemsaneringsfonds voor tankstations. Als dat nodig moest zijn, wordt het fonds nog aangevuld met een structurele bijdrage op stookolie. Voets: “We zullen de middelen geleidelijk aan ophalen in functie van het aantal aanvragen dat we ontvangen. We zijn pas begonnen, maar de dossiers stromen al vlot binnen. De mensen die een aanvraag indienen, betalen zoals wettelijk bepaald 25 euro plus btw aan dossierkosten. Wie ondertussen overstapte naar een andere verwarmingsbron betaalt ook nog een franchise van 1000 euro voor particulieren en 2000 euro voor ondernemingen. Zij dragen immers niet meer bij aan het fonds door stookolie aan te kopen. Die financiële bijdrages werden bepaald in het samenwerkingsakkoord tussen de gewesten en de federale staat.” De aanmeldingsperiode om een beroep te doen op een tussenkomst door Promaz loopt af op 28 februari 2025. Het (tweede) preventieve luik van het stookoliefonds kijkt voorbij die termijn. “Promaz werkt aan een systeem van verzekeringscontracten”, zegt Filip De Naeyer, teamverantwoordelijke Team Bedrijven bij de OVAM.
“Wie nu geen probleem heeft met zijn stookolietank kan zich niet aanmelden, maar wat als er over vijf jaar wel een lek ontstaat? Door voldoende verzekeringsinstrumenten te voorzien op de markt, hebben gebruikers ook opties na de aanmeldingsperiode.”
Promaz bij de burger brengen Ondertussen loopt er een campagne om Promaz bekend te maken bij het brede publiek. Naast televisie, radio en sociale media schakelt het fonds ook de stookolieverdelers in en stelt het promotiemateriaal ter beschikking van steden en gemeenten. Fabian Spreeuwers, milieuambtenaar bij het gemeentebestuur van Leopoldsburg, is alvast opgetogen met de komst van het fonds. “Ik verwacht dat Promaz ervoor zal zorgen dat mensen sneller in actie komen als ze een lek ontdekken. Daarom willen wij als gemeente ook ons steentje bijdragen. Mensen zijn het gewoon om met vragen naar de gemeente te stappen, dat is een lage drempel. Wij staan klaar om snel te reageren en advies te geven. Wie dus iets opmerkt, mag ons gerust aanspreken en helpen we graag op weg naar de best mogelijke oplossing.”
NOW ALSO AVAILABLE IN ENGLISH: THE OVAM WEBSITE Sinds 1 april heeft de OVAM een nieuwe website. We maakten van de gelegenheid gebruik om ook een Engelstalige website te maken. Daar kunnen onze internationale partners terecht voor meer informatie over onze beleidsinstrumenten, publicaties en de werking van de OVAM. Onze OVAM-website kreeg in april een frissere look. De nieuwe site is gebruiksvriendelijker. Zo vindt u er sneller wat u zoekt. Bovendien hebben we de site zo ingedeeld dat die meer aansluit bij de noden van de bezoekers. Tijdens de eerste maand bezochten zo’n 71 329 mensen onze website. De Engelstalige website van de OVAM is geen spiegelbeeld van de Nederlandstalige. Ze behandelt wel alle thema’s waar we rond werken, maar is in het bijzonder gericht op internationale stakeholders. Zij vinden er een compact overzicht van wat de OVAM precies is en doet, naast informatie over de belangrijkste projecten en de beleidsinstrumenten die we daarbij aanwenden. We voorzien er ook Engelstalige vertalingen van onze eigen monitoring en onderzoeken en die van partners zoals het Steunpunt Circulaire Economie.
Digitale deurbel De nieuwe Engelstalige OVAM-site is niet alleen een uithangbord, maar ook een manier om kennis te delen en contact te leggen met onze internationale collega’s. Speciaal voor hen hebben we een online formulier aangemaakt. Daarmee kan een buitenlandse delegatie een bezoek aan de OVAM aanvragen met eventueel een rondleiding op het terrein, bijvoorbeeld bij een sorteerinstallatie of kringwinkel. Zo openen we ook de deur om zelf bij te leren van andere landen en samen sterker op het Europees en internationaal beleid te kunnen wegen.
milieuambtenaar Leopoldsburg
OVAM.LINK | Gezonde grond
19
RU IMT E REC Y C LEREN
TERUG IN OMLOOP RONDT AF In het traject Terug in Omloop werd van 2014 tot 2022 in vijf pilootprojecten onderzocht hoe brownfields op een alternatieve manier herontwikkeld kunnen worden. Eind maart werd deze cyclus afgerond met een netwerkevent en een publicatie over de verkregen inzichten. Vlaanderen telt duizenden verloederde of verontreinigde bedrijventerreinen. Terug in Omloop wil het potentieel van die sites opnieuw benutten, de bodem herstellen en ze omvormen tot bruisende broedplaatsen voor de circulaire economie. Na een oproep werden vijf pilootprojecten geselecteerd. Binnen die pilootprojecten zochten lokale coalities van projectontwikkelaars, grondeigenaars, gemeentebesturen, buurtverenigingen en bewoners onder begeleiding van een projectregisseur naar de beste opties voor de herontwikkeling van de verontreinigde sites. Naast die externe projectregisseur kregen ze ook een projectleider toegewezen vanuit het lokale bestuur of de opdrachtgever. Een permanente ‘kwaliteitskamer’ met afgevaardigden van verschillende betrokken kabinetten en organisaties volgde de projecten op.
Inspiratieboost Het slotevent van Terug in Omloop vond plaats in de Blikfabriek in Hoboken. Al wie betrokken is bij de herontwikkeling van brownfields in Vlaanderen kwam er samen om ervaringen uit te wisselen en inspiratie op te doen. De eindpublicatie van Terug in Omloop, met onder meer een overzicht van de vijf pilootprojecten, de tien lessen die uit het project werden getrokken en de presentaties van het slotevent, kunt u downloaden op VlaamsBouwmeester.be.
20
OVAM.LINK | Ruimte recycleren