Skip to main content

briefadvies_Minaraad_besluit_SODV.pdf

Page 1

Briefadvies

Briefadvies

Wijziging Energiebesluit Sociale ODV’s

Briefadvies van 2 december 2021 over het ontwerp tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de sociale en de REGopenbaredienstverplichtingen Datum van goedkeuring

2/12/2021

Volgnummer

2021| 028

Coördinator + e-mailadres

Stefanie Corens, stefanie.corens@minaraad.be

p. 1/4


Mevrouw Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-laan 7 1210 Brussel

Minaraad Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 15 1000 Brussel T 02 558 01 30 E info@minaraad.be www.minaraad.be

Uw bericht van 29 oktober 2021 Uw kenmerk ZD/SL

Datum 2 december 2021 Ons kenmerk 01/K2/2021/392

Contact Stefanie.corens@minaraad.be Telefoon 02/558.0130

Mevrouw de minister, Op 29 oktober 2021 ontving de Minaraad uw adviesvraag inzake het ontwerp tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de sociale en de REG-openbaredienstverplichtingen, met adviestermijn van een maand. Met dit briefadvies formuleert de Raad zijn aanbevelingen. Steun voor doelstelling wijziging Energiebesluit inzake de sociale en REGopenbaredienstverplichtingen. Het ontwerp van decreet heeft tot doel het minimaliseren van de mogelijke schuldopbouw, waarbij de mogelijkheden benut worden die de digitale meter biedt op het vlak van verbruiksmeting en eenvoudige activatie van de voorafbetalingsfunctie. De Minaraad steunt het doel om na te gaan hoe de digitale meter beter benut kan worden door de consument – vooral met betrekking tot vereenvoudiging en afbouwen van schulden. Evenwel is de Raad ervan overtuigd dat een grootschalige evaluatie betere resultaten zou opleveren ten voordele van de consument. De onderstaande aanbevelingen zouden hieraan moeten bijdragen. 1.

Evalueer sociale en REG-openbaredienstverplichtingen

In het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024, staat duidelijk het volgende vermeld: “De taken van

netbeheerders en Fluvius zullen in het kader van een kerntakendebat herbekeken worden, dit vooral om te zorgen dat de netbeheerders en Fluvius zich maximaal concentreren op hun kerntaak: een goed werkend distributienet dat de uitdagingen van morgen aankan.” 1 De Minaraad acht dat de aanpassing van het Energiebesluit het ideale moment is om hier invulling aan te geven. De Raad verwijst hierbij ook naar het gezamenlijk Minaraad-SERV advies uit 2011 – met actualiteitswaarde tot op vandaag: "Wel moeten de REG-actieverplichtingen

regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd worden zodat zij daadwerkelijk de indicatieve

1

VLAAMSE REGERING (2019), Regeerakkoord 2019-2024, p. 151

p. 1/4


gekwantificeerde doelstellingen halen. Ze moeten ook efficiënt zijn zodat hun impact op de nettarieven niet hoger is dan nodig. Over de financiering van het REG-beleid moet dringend een debat komen."2 Zo een evaluatie, zeker inzake kerntaken en nettarieven, is tot op heden nog steeds niet gebeurd. In opvolging hiervan vraagt de Minaraad aan de Vlaamse regering om dringend de sociale en REGopenbaredienstverplichtingen terdege te evalueren – in functie van “een goed werkend distributienet”, de “kerntaken van een distributienetbeheerder” alsook de “uitdagingen van morgen” – lees de transitie naar een koolstofneutrale samenleving in 2050. Concrete vragen die daarbij gesteld kunnen worden zijn: Hoeveel steun werd er verstrekt? Voor welke maatregelen? Voor welke bedragen? Met welke energiebesparing / CO2-vermijding tot gevolg? Hoeveel van de ingrepen, die REG-steun hebben ontvangen, ook uitgevoerd zouden zijn zonder die REG-steun? Hoe verhouden de baten zich t.o.v. de kosten? Welk cohort van de energieconsument betaalt netto en welk cohort van de energieconsument heeft er baat bij? 2. Benut de aanpassing van het Energiebesluit in functie van een taks shift ten voordele van elektriciteit De bestaande REG-openbaredienstverplichtingen hebben een significante impact op de nettarieven en deze impact is bovendien onevenwichtig: alle lasten ervan worden gelegd bij elektriciteitsverbruik en er liggen amper lasten op fossiele brandstoffen. Dit gegeven vormt een belangrijke hinderpaal voor de transitie naar groene warmte en de elektrificatie op basis van groene stroom3. Rijden en verwarmen op (groene) stroom is immers energetisch efficiënter dan rijden en verwarmen op (groene) brandstoffen4. Naar aanleiding van de studie PWC uit 2019 naar de vergelijking van de elektriciteits en aardgastarieven5, concludeerde Pieterjan Renier als Algemeen directeur van de VREG het volgende “We stellen vast dat er sterke verschillen zijn in de lasten die door de overheid aan de

verschillende energiedragers worden opgelegd. De kosten voor de openbaredienstverplichtingen bedragen 1,2 miljard euro per jaar6 en worden momenteel bijna uitsluitend doorgerekend via de elektriciteitsfactuur. Gelet op elektrificatie (warmtepompen, elektrische voertuigen) en groei van decentrale hernieuwbare productie is elektriciteit nochtans de energiedrager van de toekomst. Om te evolueren naar een koolstofarm energiesysteem geeft dit dus een verkeerd signaal. Wij pleiten dan ook voor een andere financieringsvorm van deze verplichtingen.”7.

SERV en MINARAAD (juli 2011), REG-Openbaredienstverplichtingen, p.3. PWC (2021), A European comparison of electricity and natural gas prices for residential, small professional and large industrial consumers, p. 40; 4 ELIA (2021), Roadmap to net-zero, p. 6 5 PWC (2019), Vergelijking van de elektriciteits- en aardgastarieven. 6 In zijn rapport VREG (2019), De Vlaamse openbaredienstverplichtingen inzake elektriciteit en aardgas, p. 3-4, schat VREG de totale maatschappelijke kost in 2018, voor het uitvoeren van de Vlaamse ODV’s in op ca. 1,4 miljard euro (exclusief BTW). Daarvan werd ca. 0,2 miljard euro (waarop geen btw wordt geheven) gefinancierd door de Vlaamse Overheid namelijk uit het Energiefonds en (beperkt) via de uitgavenbegroting. Daarbinnen wordt, in dezelfde studie, p. 18, het contrast gemaakt tussen het gewicht van de onderscheiden ODV’s op de DNB: “… daalden de netto-ODV-kosten 2 3

(endogeen en exogeen) van de Vlaamse elektriciteitsdistributienetbeheerders voor 2018 tot ongeveer 0,6 miljard euro (exclusief BTW).” versus “De ODV-kosten van de aardgasdistributienetbeheerders zijn veel beperkter (in 2018 netto ca. 9 miljoen euro) en hebben vooral te maken met de sociale gasleveringen en de budgetmeters aardgas.”. 7

EMIS (2019), Studie internationale vergelijking van de elektriciteits- en aardgasdistributienettarieven.

p. 2/4


Daarom beveelt de Raad ten stelligste aan om een debat te houden over de eenzijdige financiering van het REG-beleid d.m.v. de elektriciteitsfactuur. Een algehele evaluatie van de financiering – zoals bij de buurlanden doorgaans gebeurt – blijft in onze context uit, wat volgens de Raad een gemiste kans is. De overheveling van de taken die samenhangen met de SODV’s zal alleszins een gunstig effect hebben op de alsmaar oplopende kosten in de particuliere energiefactuur. Dit zou in lijn zijn met het Vlaams Regeerakkoord, met name: “De Vlaamse

regering zal, in samenspraak met het federale niveau, vanuit die optiek waken over de betaalbaarheid van de energiefactuur voor gezinnen en de onderdelen van de energiefactuur kritisch vergelijken met omliggende landen.” Daarnaast heeft de Vlaamse Regering beloofd dat “de meerkosten op de elektriciteitsfactuur zeker niet verder toenemen als gevolg van Vlaams beleid”. Doordat men de voorliggende ontwerpaanpassingen wil financieren uit het Energiefonds, zullen deze wijzigingen inderdaad geen toename realiseren op de elektriciteitsfactuur.. Daarnaast vraagt de Minaraad om de inzet van middelen vanuit het Energiefonds voor niet-energiedoelstellingen beperkt te laten blijven tot dergelijke uitzonderingen8. Mogelijkheden om SODV’s af te bouwen bij de distributienetbeheerder en dus uit de factuur halen, zijn volgens de Raad: 1) het overhevelen van de financieringslast ervan naar de algemene middelen9; 2) een herverdeling van deze financieringslast over verschillende energievectoren (niet alleen aardgas, maar ook stookolie, LPG, kolen en elektriciteit). Hoe dan ook mag een dergelijke heroriëntatie niet ten nadele zijn van de sociale doelgroep. De Minaraad is immers (nog steeds) van oordeel dat “alhoewel het energiebeleid oog moet hebben

voor de sociale component – de armoedeproblematiek ten gronde via het sociaal beleid moet worden aangepakt”10. Met vriendelijke groeten, Piet Vanden Abeele, Voorzitter 2021

Zo wordt asbestverwijdering - een milieudoelstelling dus – (zij het wel in combinatie met de installatie van een PVinstallatie) gefinancierd vanuit het Energiefonds. Dit heeft een voordeel van administratieve eenvoud, namelijk twee doeleinden in één subsidie-aanvraag, maar het mag niet de bedoeling zijn om een veelheid van nietenergiedoelstellingen (zonder rechtstreekse link naar het energie- en/of klimaatbeleid) via het Energiefonds te financieren. 9 In het verleden (2010) werden de energiescans en Vlaamse dakisolatiepremie reeds gefinancierd via de algemene middelen. 10 SERV en MINARAAD (juli 2011), REG-Openbaredienstverplichtingen, p.40. 8

p. 3/4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
briefadvies_Minaraad_besluit_SODV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu