Skip to main content

dossier 2021-344.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/344

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be

Dossiernummer: OVB/2021/344

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 25 juli 2021 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de stad Geraardsbergen om een afschrift te krijgen van: 1- de geactualiseerde lijst van leegstaande woningen en gebouwen en 2- een lijst van leegstaande woningen en gebouwen die genoten van een vrijstelling. Op 12 augustus 2021 heeft de stad Geraardsbergen dit verzoek geweigerd. Op 23 augustus 2021 stelde verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen vermelde weigeringsbeslissing d.d. 12 augustus 2021 van de stad Geraardsbergen Op 24 augustus 2021 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep De weigeringsbeslissing van de stad Geraardsbergen dateert van 12 augustus 2021. Deze beslissing maakt slechts gedeeltelijk melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Met name werd de beroepstermijn niet uitdrukkelijk vermeld in de beslissing van de stad Geraardsbergen.

www.vlaanderen.be


Dit wordt gelijkgesteld met het ontbreken van de vermelding van de beroepsmogelijkheid en bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen overeenkomstig artikel II.48, §1, vierde lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving van het antwoord. Op 23 augustus 2021 diende verzoeker beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Oorspronkelijk verzoekschrift

Met zijn oorspronkelijk verzoekschrift d.d. 25 juli 2021 beoogde verzoeker van de stad Geraardsbergen een afschrift te krijgen van: 1- de geactualiseerde lijst van leegstaande woningen en gebouwen en 2- een lijst van leegstaande woningen en gebouwen die genoten van een vrijstelling. 2.

Inhoud van de weigeringsbeslissing

De weigeringsbeslissing van 12 augustus 2021 van de stad Geraardsbergen is gesteund op het feit dat de gevraagde lijsten “kadastrale gegevens en persoonsgegevens die raken aan de persoonlijke levenssfeer ” bevatten. 3.

Inhoud van het beroepschrift

Via zijn beroepschrift van 23 augustus 2021 beoogt verzoeker de gevraagde documenten alsnog te verkrijgen. Daarbij wordt onder meer verwezen naar: - het Gemeentedecreet (artikel 30) ‘Het gemeentedecreet verleent de gemeenteraadsleden het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van de gemeente betreffen’. - het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Geraardsbergen, waar onder artikel 11 §1 & §3, wordt vermeld dat de raadsleden het recht van inzage hebben in alle dossiers, stukken en akten, ongeacht de drager, die het bestuur van de gemeente betreffen (Art. 29 61 DBL.) - het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Geraardsbergen, waar onder artikel 11 §1 & §4, wordt vermeld: ‘De gemeenteraadsleden kunnen kosteloos een afschrift krijgen van de akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente’.

4.

Standpunt van de beroepsinstantie

Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 25 augustus 2021 contact opgenomen met de stad Geraardsbergen, om de gevraagde documenten te krijgen en de stad in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/344

pagina 2 van 6


Op 2 september 2021 heeft de stad Geraardsbergen geantwoord aan de beroepsinstantie. De stad stelt onder meer het volgende: “De betrokkene stelde deze vraag vanuit zijn hoedanigheid als raadslid. Hij

verwijst in zijn verdediging dan ook naar de diverse reglementen die van toepassing zijn voor raadsleden. Voor het aanvragen van bestuursdocumenten in het kader van openbaarheid van bestuur hebben we een aparte procedure, die in dit geval niet werd gevolgd. Bijgevolg werd deze vraag van het raadslid niet geregistreerd in het register van openbaarheid van bestuur.” Verder stelt de stad Geraardsbergen dat in het antwoord van 12 augustus 2021 aan xxx werd aangeboden om statisch materiaal aan te leveren maar dat betrokkene op dit aanbod niet is ingegaan. De stad verduidelijkt verder nog dat het aangeboden statistisch materiaal zou bestaan uit de gevraagde lijsten met verwijdering van alle persoonlijke gegevens. De beroepsinstantie beschikt thans over voldoende gegevens om het beroep ten gronde te beoordelen. Voorafgaand wenst de beroepsinstantie te verduidelijken dat zij enkel bevoegd is om te oordelen over beroepen die worden ingesteld in het kader van de regeling inzake openbaarheid van bestuur, waarbij de regels van titel II, hoofdstuk 3 van het Bestuursdecreet, die voor iedereen gelden, toegepast worden. Voor zover verzoeker zich zou beroepen op zijn bijzondere prerogatieven om inzage en afschriften te bekomen in zijn hoedanigheid van gemeenteraadslid, is de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur niet bevoegd.

Verder is de beroepsinstantie van oordeel dat de gevraagde documenten, zoals ze haar op 2 september 2021 door de stad Geraardsbergen werden bezorgd, als bestuursdocumenten te aanzien zijn in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, en bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komen, behoudens wegens de toepassing van de eventuele uitzonderingen zoals bepaald in het Bestuursdecreet.

Betreffende het document “Kopie van 2021.08.03 inventaris leegstand CBS.xls” De beroepsinstantie stelt vast dat, in het concrete voorliggende geval, diverse coördinaten van de leegstaande panden, zijnde de straatnamen, de huisnummers en busnummers, beschouwd kunnen worden als gegevens behorende tot de persoonlijke levenssfeer van de eigenaars van de betrokken leegstaande panden. Evenwel acht de beroepsinstantie het noodzakelijk om in concreto de vraag te stellen of de openbaarmaking van deze gegevens, zonder vermelding van de namen van de eigenaars, al dan niet afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Daarbij is het vooreerst duidelijk dat het openbaar maken van de betrokken gegevens niet gelijkgesteld kan worden met het openbaar maken van de namen van de eigenaars van de betrokken panden. De beroepsinstantie is van oordeel dat in dit concrete geval het openbaar maken van de betrokken (voormelde) gegevens op zich, zonder het openbaar maken van de namen van de eigenaars, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Deze conclusie kan de toets aan de vijf niveaus die binnen het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ kunnen worden onderscheiden (SCHRAM, F, “Tussen openbaarheid en privacy”, Brussel, Politeia, 2006, p. 20 en volgende), immers met succes doorstaan. Op de eerste plaats wordt geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de privacy of het privéleven in de strikte en klassieke betekenis van het begrip. De identificatie van een leegstaande woning aan de hand van de vrijgave van de coördinaten ervan, maar zonder vermelding van de namen van de eigenaars, betekent niet dat binnengedrongen wordt in het deel van iemands leefwereld dat hij afgeschermd wil houden van de buitenwereld, zoals de persoonlijke of professionele integriteit van de betrokken eigenaars. Precies

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/344

pagina 3 van 6


omdat het om een leegstaand pand gaat, wordt hierdoor geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de persoonlijke leefwereld van de betrokken eigenaar, temeer daar de namen van de eigenaars niet worden vrijgegeven. Op de tweede plaats worden, door het vrijgeven van de betrokken gegevens, evenmin gegevens openbaar gemaakt die verband houden met, of een aantasting zouden inhouden van, de vrije omgang van de betrokken eigenaars met de medemens. Dit aspect van de persoonlijke levenssfeer is niet aan de orde, aangezien de namen van de eigenaars niet worden vrijgegeven, zodat de zogenaamde relationele privacy in casu niet wordt geschonden. Op de derde plaats kan, betreffende het leegstandsregister worden gesteld dat aangezien de betrokken gegevens uit dit register per definitie betrekking hebben op leegstaande gebouwen of woningen, de vrijgave van de betrokken gegevens, niet geacht worden een inbreuk te vormen op het recht op zelfbeschikking van het individu, in casu de betrokken eigenaars, waarbij onder meer wordt verwezen naar de vrije keuze inzake het betreden en verlaten van de eigen woning. De in de inventaris opgenomen panden zijn immers per definitie leegstaand, en kunnen bijgevolg niet gelijkgesteld worden met de woningen van de betrokken eigenaars. Op de vierde plaats is de beroepsinstantie van oordeel dat het vrijgeven van de betrokken gegevens geen afbreuk doet aan de zogenaamde informationele privacy, zijnde het recht dat elk individu heeft om te beschikken over alle gegevens die over hem handelen. In het voorliggende geval wordt met de vrijgave van de betrokken gegevens, zonder koppeling ervan aan de namen van de betrokken eigenaars, enkel zakelijke informatie vrijgegeven die ontkoppeld is van de persoonlijke levenssfeer. Het niveau van de informationele privacy is in voorliggend geval niet aan de orde. Op de vijfde plaats stelt de beroepsinstantie vast dat de vrijgave van de betrokken gegevens evenmin afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de mate dat deze begrepen kan worden als deel uitmakend van de virtuele werkelijkheid (elektronisch handelen, geautomatiseerde besluitvorming,…). Dit niveau van persoonlijke levenssfeer is in casu evenmin aan de orde. Uit het voorgaande onderzoek van de beroepsinstantie volgt dat de vrijgave van de betrokken gegevens, dus zonder vermelding van de namen van de eigenaars ervan, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Overigens is het niet omdat iets een link kan hebben met de persoonlijke levenssfeer, dat de vrijgave ervan noodzakelijkerwijze afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Kortom, de beroepsinstantie is van oordeel dat de openbaarmaking van de geanonimiseerde registers geen schending inhoudt van de persoonlijke levenssfeer. Het betrokken document bevat verder geen kadastrale gegevens zodat het beroep voor dit document gegrond is.

Betreffende de documenten “lijst vrijstellingen CBS 19.07.2021.pdf” en “lijst vrijstellingen CBS 31.05.2021.pdf” De beroepsinstantie is van oordeel dat beide lijsten eveneens voor openbaarmaking in aanmerking komen, telkens evenwel mits weglating van de eerste kolom (naam) en de laatste kolom (bedrag). In beide kolommen worden immers gegevens weergegeven waarvan de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De beroepsinstantie acht een gedeeltelijke openbaarmaking in de zin van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet hier mogelijk is aangezien de vermelde kolommen perfect afsplitsbaar zijn van de overige informatie die vervat zit in de documenten.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/344

pagina 4 van 6


De persoonsgegevens en financiële gegevens dienen onleesbaar te worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat de namen van de eigenaars en de bedragen van de vrijstelling die deze eigenaars konden genieten behoren tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van al deze voornoemde gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016), zodat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. Het Bestuursdecreet voorziet weliswaar dat, indien de bestuursinstantie dit nalaat, de beroepsinstantie deze instemming aan de betrokkene vraagt, maar gelet op het feit dat uit de gegevens waarop de beroepsinstantie beschikt blijkt dat het verzoeker enkel is te doen om de lijst van de leegstaande woningen en gebouwen als dusdanig, heeft de beroepsinstantie hiervan afgezien. De beroepsinstantie stelt vast dat de “beide lijsten van vrijstellingen”, telkens na weglating van de eerste en laatste kolom, geen kadastrale gegevens bevatten doch wel nog adresgegevens, die om dezelfde redenen als vermeld onder de bespreking “betreffende het document ‘Kopie van 2021.08.03 inventaris leegstand CBS.xls’” te beschouwen zijn als persoonsgegevens waarvan de openbaarmaking geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zoals voorzien in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/344

pagina 5 van 6


Om alle voormelde redenen is het beroep te beschouwen als gedeeltelijk gegrond, zoals hierna nogmaals nader wordt bepaald. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van 23 augustus 2021 van xxx tegen de weigeringsbeslissing van 23 augustus 2021 van de stad Geraardsbergen is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bijgevolg dient de stad Geraardsbergen een afschrift van de volgende informatie te bezorgen aan verzoeker: 1)

het document “Kopie van 2021.08.03 inventaris leegstand CBS.xls”

2) de documenten “lijst vrijstellingen CBS 19.07.2021.pdf” en “lijst vrijstellingen CBS 31.05.2021.pdf ” telkens na weglating van de eerste kolom (naam) en de laatste kolom (bedrag).

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten n zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 10 september 2021

Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,

Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/344

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-344.pdf by Vlaanderen-be - Issuu