GENT. BEGIJNHOF O.LVRniJW TER HQYE AAN DE LANGE VIQLETTESTRAAT. ANNARETABEL Het retabel bevindt zich in het huis van de grootjuffrouw, waarvan de voorgevel het jaartal 1738 draagt. Ondanks de i3de-eeuwse stichting bleef van de oudste gebouwen van het begijnhof niets bewaard. Tussen 1600 en 1700 werd het volledig wederopgebouwd. De huizen zijn rond een centraal rechthoekig weiland geschaard.
Het Annaretabel is een klein huisretabeltje met slechts één gesculpteerde voorstelling : een SintAnna-ten-drieën op een monumentale zetel met gotische briefpanelen. O p de linkerleuning een engel met vedel en rechts een engel met een luit. De heilige Anna heeft Maria op haar schoot, die op haar beurt het kind Jezus vasthoudt. Anna draagt ook nog een boek. De geajoureerde boord rond de voorstelling is opengewerkt en gevuld met langs de achterzijde beschilderde stukjes glas. Het retabel vertoont geen merken en heeft evenmin zijn oorspronkelijke polychromie kunnen bewaren. De huidige beschildering is van minderwaardige kwaliteit. O p het eerste gezicht is daaronder van de originele polychromie niets bewaard. Het retabel heeft ook geen zijluiken meer, maar twee later verzaagde paneeltjes die in het begijnhof bewaard worden, zouden eventueel met dit retabel in verband kunnen gebracht worden. Ze zijn verkleind en tonen de heilige Barbara en de heilige Augustinus in een tuin voor een muurtje. Aan de buitenzijde is nog een gedeelte van de grisaille-
schildering met de boodschap van de engel te zien, maar zwaar beschadigd. De twee heiligen evenwel zijn van hoogstaande schilderkunstige kwaliteit en dateren vermoedelijk uit het einde van de 15 eeuw. Het gesculpteerde gedeelte is stilistisch in dezelfde periode te situeren en vermits de twee geschilderde heiligen vrij klein van afmetingen zijn, zouden het inderdaad delen van de buitenluiken kunnen zijn.
IVI&L
GERPINNES. SINT-RADEGQNDISKERK IN VILLERS-PQTERIE, MARTINUSRETABEL Van de oude Martinuskerk uit de i 6 d e eeuw, waarvoor het Martinusretabel waarschijnlijk bestemd was, rest nu nog alleen het koor. De rest werd afgebroken in 1869. O p enige afstand werd de huidige Radegondiskerk opgetrokken in neogotische stijl naar ontwerp van A. Quinet.
gekroond was. Hij stichtte het klooster Magnum Monasterium in Marmoutier. Aan deze heilige worden talrijke wonderen toegeschreven, waardoor men hem met Christus vergeleek. Daar behoorden ook dodenopwekkingen bij, hetgeen wellicht de scène links verklaart. Vreemd genoeg is het meest populaire voorval uit zijn leven, het delen van zijn mantel met een bedelaar, niet voorgesteld. De identificatie als Martinusretabel is waarschijnlijk, maar niet echt zeker. Het gesculpteerde gedeelte is nog volledig oorspronkelijk, maar de zijluiken, waarvan de scharnieren nog aanwezig zijn, ontbreken. De originele polychromie is enkel bewaard op de gezichten en de handen. Het retabel werd in 1950 gerestaureerd. Een Antwerps handje is zichtbaar op het altaartje van de rechtervoorstelling. De levendige personages zijn in evenwichtige composities samengebracht en de kwaliteit van het snijwerk is beslist hoogstaand. Dit Antwerpse retabel situeert zich op het einde van de 15 -begin I Ö " 6 eeuw.
Bibliografie Doornik 1949, nr. 28; de Borchgrave d'Altena en Mambour 1968, p. 8-9.
Het retabel bevindt zich in de linkerzijbeuk van de nieuwe kerk. De rechthoekige bak met verhoogd middengedeelte vertoont flamboyante metselrie, waarvan een gedeelte verdwenen lijkt, en een mooie geajoureerde onderlijst. Drie scènes zijn zichtbaar, waarvan het niet duidelijk is of de huidige schikking de juiste is. Links zien we een groep monniken die geschaard staan rond een stervende (of gestorven) vrouw op een stromat. In het midden wordt een monnik tot bisschop gekroond. O p de achtergrond een altaar met vreemde gekanteelde kandelaren en een bescherming met gordijnen aan weerskanten. Rechts vóór een klein geschilderd retabeltje, wordt een jonge monnik door andere monniken in hun midden verwelkomd. De iconografie van dit retabel geeft weinig concrete aanknopingspunten. Men is geneigd aan Martinus te denken, als patroonheilige van de oude kerk. Alhoewel Martinus in stricto sensu geen monnik was, maar een kluizenaar, leefde hij wel zoals een monnik, zelfs nadat hij tot bisschop
M&L
HAM-SUR-HEURE-NAUNNFS. SINT-MARTINUSKFRK IN HAM-SIIR-HFURF. MARIARFTABEL De neogotische kerk, gebouwd in 1876-1877 naar ontwerp van de Antwerpse architect Joseph Schadde, heeft een driebeukig schip met transept, een driezijdig afgesloten koor en een westertoren.
Het retabel, tegen de oostwand van het noordtransept, bestaat uit een rechthoekige bak met verhoogd middengedeelte. Onder de fijn uitgewerkte laatgotische metselrie staan vijf groepjes opgesteld. De tussenschotten als scheidingswand tussen de groepjes zijn verdwenen. Van links naar rechts onderscheidt men volgende scenes: de boodschap van de engel, gesitueerd in een huiskamer, terwijl Maria geknield zit voor een lezenaar. Naast haar staat een dressoor met huisraad. Vervolgens ontmoet Maria haar nicht Elisabeth, terwijl op de achtergrond de oude Zacharias vanuit zijn huisje toekijkt. De centrale nis is verdeeld in twee zones en gewijd aan het kerstgebeuren. Onderaan knielen Maria, Jozef en een vroedvrouw onder een rieten afdakje voor de pasgeborene; bovenaan tussen de rotsen hoeden de herders hun schapen en vanuit de stadspoort naderen de drie koningen te paard. De rechterhelft van het retabel toont hoe de koningen hun geschenken aanbieden, waarnaar het kind gretig grabbelt; en tenslotte de opdracht van Jezus in de tempel in aanwezigheid van de ouders, de hogepriester Simeon en twee tempeldienaars met kaarsen en het mandje duiven. De vrouwen hebben lieftallige, ovale gezichten met een hoog bol voorhoofd en een gladde, rim-
pelloze huid. De mannen echter hebben zware jukbeenderen en ingevallen wangen. De personages maken heftige soms theatrale gebaren die als het ware in een momentopname zijn vastgelegd. Het geboorteverhaal wordt hier op een kinderlijkeenvoudige wijze in beeld gebracht. De essentie van het gebeuren wordt aangevuld met allerlei anecdotische details. Het laatgotisch retabel is wellicht afkomstig van een Brussels atelier en werd vervaardigd in de tweede helft van de i 5 d e eeuw. Het is afkomstig van de Sint-Rochuskapel in dezelfde gemeente. In 1886 werd het retabel gerestaureerd door Charles Gosselin te Brussel en werd het ontbrekende centrale baldakijn toegevoegd door Camille Tulpinck. Er zijn talrijke overschilderingen. De huidig zichtbare zeer fijn en mat uitgevoerde carnaties behoren tot een vierde overschildering, zoals blijkt uit het onderzoek en de behandeling van het retabel in het KIK in 1999.
Bibliografie de Borchgrave d'Altena en Mambour 1968, p.io-11; Poumon 1948, p.13.
M&L
HERFNTAIS, SINT-WAIDFTRUDISKFRK, RETABEL VAN rRISPINdS FN CRISPINIANI1S De Waldetrudiskerk is een driebeukige gotische kerk in witte zandsteen. Het oudste gedeelte is het 14 -eeuws transept. Het koor werd aangevat in 1417 en het schip in 1453.
Het retabel van Crispinus en Crispinianus is opgesteld in een kranskapel links in het koor. Het heeft accoladevormige bovenafsluitingen en is verticaliserend uitgewerkt. De gedetailleerde metselrie neemt de hele bovenruimte in beslag. Er is geen predella, maar drie geajoureerde onderstroken. De geschilderde zijluiken zijn niet meer aanwezig. Het vrij kleine retabel verhaalt de wrede martelingen die deze twee christene geneesheren moesten ondergaan. In het linkervak worden elzen onder de nagels van de heiligen gestoken, en bovenaan worden ze gegeseld. In het middenvak de onthoofding van Crispinus en Crispinianus. O p de achtergrond worden de twee ongelukkigen levend gevild en boven hen is God de Vader voorgesteld in een krans van engelen. Rechts worden de martelaren in kokende olie gedompeld. Van dit prachtig gesneden retabel in eikenhout van uitzonderlijke kwaliteit is de oorspronkelijke polychromie verdwenen. Naar de toestand van het hout te oordelen, werd het blijkbaar grondig afgeloogd, waardoor de drager beschadigd werd en de houtnerven zichtbaar werden. Het retabel is op een boord in beeldsnijwerk tweemaal getekend
(Passier Borman) en is te situeren rond 1520. Deze Passier, ingeschreven bij de gilde vanaf 1492 en werkzaam tot 1537, was de zoon van de beroemde Jan Borman de Oude, die het SintJorisretabel sneed (nu in KMKG in Brussel). Een schuchter aantredende renaissancestijl uit zich in kleine figuren zoals de putti die her en der verschijnen en eveneens in de beheerste opstelling van de figurengroepen. De kwaliteit van het snijwerk is verbluffend en alles is zeer gedetailleerd uitgewerkt. Men ziet zelfs de aders lopen in de armen en benen van de twee gemartelde heiligen. Over de stoffering kan spijtig genoeg niets meer gezegd worden. Brusselse merken -drie keer de Brusselse hamer, onder andere onderaan op de bak en drie passers op verschilende plaatsen- verwijzen naar de herkomst uit de
Brabantse hoofdstad: hamer onderaan op de kast van het middenvak en passer onderaan op de kast. Het retabel werd in 1863-1864 gerestaureerd door Jan Van Arendonck van Antwerpen. O p een foto van 1863 uit het KIK zijn er al geen luiken meer, is de metselrie zwaar beschadigd, zijn er ontbrekende beeldjes en is de polychromie al afgenomen. Van 1971 tot 1977 werd het behandeld op het KIK.
Bibliografie Derveaux-Van Ussel, Nieuwdorp en Steppe 1979, p. 31; d'Hainaut-Zveny 1983 ; Kuyl 1870, p. 267-276.
HULSHQUT MATHEUSKFRK. MATHFiJSRFTABEL De neogotische bakstenen kerk wordt gebouwd in 1893 naar ontwerp van J.Taeymans. Zij heeft een driebeukig schip met transept, een rechthoekig koor met driezijdige sluiting en een aangebouwde westertoren.
Het drieledig retabel, opgesteld op het altaar in het zuidelijk transept, is bekroond met een rondboog, die via accolades overgaat in golvende lijnen. De brede keeilijst is op regelmatige afstanden versierd met vergulde fleurons. De tussenschotten zijn afgewerkt met pilasters waarop twee mannelijke heiligen staan.
getreden. Matheus weigert het huwelijk in te zegenen omdat zij de bruid van Christus is en hij wordt in de kerk voor het altaar vermoord. Deze gebeurtenis wordt wellicht in de centrale nis geïllustreerd, waarin links vooraan twee magiërs staan. O p de achtergrond is een altaar opgesteld met misgerei en een gebeeldhouwd retabel met een calvariegroep en geschilderde luiken. Enkele misdienaars kijken bedeesd toe. De iconografie van het groepje bovenaan rechts is voorlopig nog niet geïdentificeerd. Verscheidene beeldjes zijn verdwenen. Tot in 1866 zijn deze zes beeldengroepen samen met de vier taferelen uit het passieretabel opgesteld in dezelfde bak. Nadien worden de passiefragmenten in een afzonderlijke bak geplaatst. De bak is origineel en op twee plaatsen gemerkt met de dubbele handjes. Hij vertoont tyopologische gelijkenis met deze van Edingen, Opitter, 's Herenelderen. Tongeren en Schoonbroek/Retie. Onder de huidige overschildering zijn de oorspronkelijke verflaag, het verguldsel en de roze carnaties nog aanwezig.. De achtergronddecoratie, de baldakijnen en de figuren zijn grotendeels origineel. Het geheel werd in 1866 door Ducaju overschilderd in neogotische stijl. Volgens dendrochronologisch onderzoek wordt de boom, waaruit dit retabel gemaakt is, geveld in 1546 zodat het retabel kan gedateerd worden omstreeks 1550. Een conserverende behandeling door het KIK wordt uitgevoerd in 1993.
Bibliografie In zes taferelen vertelt de beeldsnijder het leven van Matheus. De betekenis en de volgorde ervan is niet altijd duidelijk. Links bovenaan is de roeping van de apostel, die van beroep tollenaar was, in beeld gebracht. Hij zit achter zijn geldkist op het ogenblik dat Christus, vergezeld van enkele apostelen, hem komt opzoeken. Chronologisch volgt hierop het feestmaal, rechts onderaan, dat Matheus aanbiedt met als centrale gast Christus met zijn discipelen. De groepjes links en in het midden onderaan houden verband met de missioneringsopdracht van Matheus bij de Moren in Ethiopië. Het land is in de greep van enkele magiërs, die, vergezeld van draken, dood en vernieling brengen onder de mensen. Matheus overwint de monsters en wekt de vermoorde koning opnieuw tot leven. De broer van de koning wenst te trouwen met de koningsdochter Ephigenia, die in het klooster is
Benz 1969; Serck-Dewaide 1993, p. 193; Van Damme 1993.
M&L
HIHSHOUT, SINT-MATHFUSKFRK, PASSIERETABEL Het drieledig retabel op het kooraltaar heeft een rechthoekige bak en is onderverdeeld in vier compartimenten met laatgotische metselrie. De zijvakken hebben een basis met doorbroken maaswerk. Het retabel is onvolledig en bevatte oorspronkelijk meer fragmenten uit de kindsheid van Jezus. Van het oorspronkelijke retabel zijn slechts vier scènes bewaard: in het midden de kruisiging, omkaderd door de kruisdraging, de bewening en de geboorte. Het linkervak toont de kruisdraging van Christus - met het spijkerblok - bij de stadspoort, in aanwezigheid van de treurende Maria en Johannes en enkele soldaten. In het middelste vak, verdeeld in twee zones, is bovenaan de kruisiging in beeld gebracht. O p een rotsachtige berg met de stad Jeruzalem op de achtergrond hangt de gekruisigde Christus tussen de twee moordenaars. Aan de voet van het kruis zijn soldaten druk in de weer. O p de voorgrond is de bezwijming van Maria uitgebeeld. Het linkervak illustreert de bewening van de dode Christus door zijn moeder, de heilige vrouwen en enkele discipelen. De nis in het midden onderaan toont de geboorte van Jezus. Volgens de decanale visitaties (1579-1624) bezit de oude kerk van Hulshout in 1610 twee retabels: een passieretabel en een Matheusretabel. Beide worden later tot één geheel verwerkt. In 1866 worden zij opnieuw gescheiden en in twee afzonderlijke bakken opgesteld. De restauratie wordt toevertrouwd aan J. Ducaju. Hij vernieuwde de bak en een groot gedeelte van de achtergronddecors, de rotspartijen en de baldakijnen met de gewelven. De beeldengroepen zijn origineel en op negen plaatsen gemerkt met de Antwerpse hand. Zij worden in 1866-1867 door H. Schaeffels zwaar overschilderd. Verder onderzoek moet uitwijzen of er nog restanten van de oude polychromie aanwezig zijn. Mogelijk is het retabel gedecapeerd. Volgens dendrochronologisch onderzoek is de boom, waaruit het retabel vervaardigd is, geveld tussen 1489 en 1502 zodat het retabel kan gedateerd worden tussen 1500 en 1510. In 1993 wordt door het KIK een reiniging, fixering en desinfectie uitgevoerd.
Bibliografie Dumortier 1974, p.129-143; Serck-Dewaide 1993, p. 129-130; Van Damme 1993, p.30-35.
M&L
[ A N A K F N , SINT-IAMBERTUSKERK IN NEFRHARFN, PASSIERETABEL
De neoromaanse bakstenen kerk wordt door architect H. Jaminé ontworpen in 1873 en gebouwd tussen 1875 en 1880.
begin en het einde van het verhaal ontbreken. In de top van het retabel had als bekroning Maria met het kind moeten staan. Beneden ontbreekt een volledige zone: in het midden ongetwijfeld de slapende Jesse, uit wiens borst de stam ontspringt, die hogerop naar links en rechts vertakt. Aan weerszijden hiervan stonden naar analogie met andere Mariaretabels, twee taferelen uit de kindsheid van Jezus. Het retabel draagt op zestien plaatsen het Antwerpse merkteken en hoort stilistisch thuis in de laatgotiek: geen overdreven en emotionele gebaren, maar ingetogen verdriet. In de metselrie worden nog de laatgotische siermotieven gehanteerd. Enkele vestimentaire details, bijvoorbeeld bij Maria Magdalena, verraden dat de Renaissance in opkomst is. Dendrochronologisch werd vastgesteld dat de eik werd geveld omstreeks 1523 zodat een datering van het retabel rond 1525-1535 kan vooropgesteld worden.
Het drieledig passieretabel staat op het zijaltaar in de zuidelijke zijbeuk en telt drie vakken. De bak heeft een accoladevormige bekroning en was voorzien van beschilderde luiken, die nu afzonderlijk opgesteld staan, maar die iconografisch aansluiten bij het retabel horen. Zij vormen het begin en het sluitstuk van het passieverhaal. Links de Ecce H o m o , waarbij Christus vanop een balkon aan het volk getoond wordt. De geknielde dame op de voorgrond wordt later toegevoegd. Het rechterluik toont de graflegging van Christus. De beschildering van de buitenzijde met Lambertus, de patroonheilige van de kerk, en Petronella is van recentere datum en van mindere kwaliteit. Zij verbergt een oudere, onderliggende schildering. Het linkervak illustreert de kruisdraging en Veronica met haar zweetdoek Een man draagt een mandje met het gereedschap voor de kruisiging. Het middenste gedeelte toont de kruisiging van Christus, omringd door de dobbelende soldaten en een groepje treurende vrouwen en mannen. In het rechtervak wordt de bewening in beeld gebracht. In de keellijsten van het middenvak was de boom van Jesse uitgebeeld met de voorouders van Christus zittend op kronkelende takken, maar het
Het snijwerk en de compositie van de groepjes is van zeer hoge kwaliteit. De stijl verraadt dat hier minstens twee beeldsnijders aan het werk waren Het retabel is in vrij goede toestand bewaard ondanks het feit dat het in de loop van zijn bewogen geschiedenis acht ingrepen heeft ondergaan. Vier van de zes aan weerskanten beschilderde luiken, de gesculpteerde scenes in de benedenzone.
de kleine groepjes in de keellijsten en de drie bovenste baldakijnen gaan verloren. Oorspronkelijk siert het retabel het hoofdaltaar, dat in 1760 door brand beschadigd wordt. In 1801 wordt het kunstwerk verkleind door de drie onderste zones af te zagen om het aan te passen aan het renaissancetabernakel, dat de kerkfabriek verworven heeft uit het geconfisqueerde goed van de Cisterciënzerinnenabdij van Hocht. Hierdoor verliezen de zijluiken hun functie en worden als afzonderlijke schilderijen in de kerk opgehangen. In 1837 worden het retabel en de groepjes overschilderd. In 1881 verplaatst men het naar het zuidelijk zijaltaar. In 1888-1889 wordt het gerestaureerd door H. Gosselin uit Luik. Hij verwijdert vijf verflagen aan 25 frank per stuk, waarbij de ori-
ginele polychromie, die zeer rijk moet geweest zijn, grotendeels zichtbaar wordt. In 1991-1992 behandelt het KIK het retabel: reiniging, verwijderen van oude retouches en aanbrengen van nieuwe retouches.
Bibliografie Derveaux-Van Ussel G. 1993; Serck-Dewaide 1993, p.131132; Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen Limburg, Archief van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Lanaken-Neerharen, Sint-Lambertuskerk, dossier nr.DL334.
LENNIK. KASTEEL VAN GAASBEEK, PASSIERETABEL Het kasteel van Gaasbeek gaat terug tot een oude stichting uit 1240, maar het oorspronkelijk gebouwencomplex werd door de Brusselaars vernield. Het kasteel werd verschillende malen heropgebouwd en gewijzigd. O p de middeleeuwse grondvesten bouwde de familie van Hoorn een renaissancekasteel. Begin ij^ eeuw volgden verbouwingen en verfraaiingen door René de Renesse. Van 1887 tot 1893 werd het 'romantisch' gerestaureerd door architect Brigode die op talrijke gebouwen in België zijn stempel drukte. Thans is het eigendom van de Vlaamse Gemeenschap en herbergt het een museum.
staan de treurende figuren van Maria en Johannes, weergegeven met gebaren van verbijsterd ongeloof. Jozef van Arimathea en een soldaat staan op de achtergrond, terwijl de elegante figuur van Magdalena met de zalfpot de rechterhoek vult. Boven het lege kruis zweeft een engel met een banderol. Het is mogelijk dat tijdens een vroegere restauratie beelden (en luiken) van verschillende retabels samengevoegd werden tot een nieuwe compositie. Een technisch-materiëel onderzoek kan hierover uitsluitsel geven. Het accoladevormig middengedeelte is onderaan afgewerkt met een opengewerkte boord en bovenaan met een sobere accolade. Het rechterluik is gewijd aan de graflegging, met opnieuw het opvallende personage van Magdalena op de voorgrond. De passie-iconografie loopt niet door op de buitenkant van de luiken. In gesloten toestand is hierop een prachtige boodschap van de engel Gabriël aan Maria te zien, in een uitgesproken maniëristische stijl weergegeven, hetgeen overigens voor het geheel van het retabel geldt. Het is een retabel, dat stijlkenmerken vertoont van het Antwerpse maniërisme en dat te situeren is rond 1525. Het retabel is nog gepolychromeerd, maar vooral het gepolijste verguldsel is hernomen in de loop der tijden, alsook het glanzende blauw dat het origineel matblauw azuriet van de gewelven vervangt. Het kruis vertoont een fijne pointillering. Verder merkt men mooie tekstboorden en sgraffiti (vernieuwd?). Het geheel is met een vernis bedekt.
Het retabel, afkomstig uit de verzameling Spitzer van Parijs, bevindt zich in de zogenaamde Egmontkamer, waar diverse stukken van middeleeuwse sculptuur samengebracht zijn. Het is vergelijkbaar met het grafleggingsretabel van Averbode, dat zich in het Vleeshuis in Antwerpen bevindt, en dat van Blaugies in Dour, waar het middenvak eveneens wordt ingenomen door slechts één gesculpteerde voorstelling. O p het geopende linkerluik is de kruisafneming geschilderd. Het gesculpteerde middengedeelte toont een combinatie van twee iconografische thema's: de kruisafneming en de bewening, voorgesteld op een vrij onconventionele manier. Onder een luchtig opengewerkte metselrie bevindt zich een asymmetrische compositie waarbij het dode lichaam van Christus zich volledig links op de voorgrond bevindt, ondersteund door Nicodemus. Centraal
Bibliografie Decoodt 1992; Gaasbeek 1992; Nieuwdorp 1993.
1VI&L
LIERDE. SINT-JAN DE DOPERKERK VAN HEMELVEERDEGFMr JOHANNESRETABEL De Sint-Jan de Doperkerk met een schip uit de i
i
r
13 eeuw (?) en een koor uit de 15 eeuw werd in de 18 eeuw grondig verbouwd en heringericht. Het interieur werd aangekleed met prachtig barok en rococo schrijnwerk.
Het Johannesretabel is thans ingewerkt in een 18 -eeuws altaar in het rechtertransept. Men vermoedt dat het retabel op het einde van de i8dc of
onthoofding van Johannes voorgesteld. Bovenaan rechts is de verbranding van het onthoofde lichaam uitgebeeld. De laatste groep verbeeldt het vinden van het hoofd van Johannes door monniken. Wat voorgesteld was in de lege nis, is niet duidelijk. Thans staat er een Johanneshoofd van latere datum in. Een nu verdwenen oud beeld met het hoofd van Johannes de Doper op een schotel, stond vroeger achteraan in de kerk en trok er vele pelgrims aan. In het achterhoofd is een reliek ingewerkt. De kleine portretbusten bovenaan zouden Maximiliaan van Oostenrijk, Maria van Bourgondië, Filips de Schone, keizer Karel en nog twee niet-geïdentificeerde figuren voorstellen. Dit retabel is uitzonderlijk zowel door de kwaliteit van het beeldsnijwerk als door de vrij zeldzame iconografie. Stilistisch vormt het de overgang van rijkversierde laatgotiek naar de meer beheerste renaissancestijl, die zich verraadt in de klassieke opstelling van de beeldengroepen en details uit het nieuwe ornamentenrepertorium. Er zijn op het retabel geen merken gevonden. Vermits Karel V nog jong is afgebeeld, maar toch reeds met de keizerlijke kroon, kan dit retabel kort na 1520 gesitueerd worden, hetgeen overeenkomt met de stijlkenmerken. Er zijn minstens twee handen werkzaam geweest: één meester maakte de metselrie, de achtergronden en de kleine bustes en de andere, veel virtuozer, zorgde voor de beeldengroepen.
1
begin i g - e e u w werd aangekocht. Twee registers met elk drie nissen met daarin vijf van de oorspronkelijk zes beeldengroepen zijn bewaard. Aan de zijkanten en de bovenkant zijn ornamenten afgesneden om in het nieuwe geheel te passen. Het retabel is in de breedte uitgewerkt, hetgeen samen met een aantal ornamenten naar de renaissancestijl verwijst. Hiervan getuigen ook de zes kleine rondbogen met portretbustes. De achtergrond en de algemene opstelling vertonen nog laatgotische kenmerken. De beeldengroepen werden in de loop der tijden van plaats verwisseld en het is niet zeker dat de huidige opstelling de juiste is. Onderaan links ziet men het doopsel van Jezus in de Jordaan en daarboven de prediking van Johannes de Doper. In de achtergrond bemerken we Herodes, Herodias en Salomé die uit hun vensters leunen. De hoofdscène is de dans van Salomé. Herodes en zijn vrouw zitten aan een tafel onder een uitgewerkt renaissancedecor. Buiten de stadsomwalling is de
Minuscule restanten van azurietblauw en vergulding verwijzen naar de oorspronkelijke polychromie. De originele stoffering is spijtig genoeg afgeloogd door Alois de Beule uit Gent in 1903-1905. De beschilderde zijluiken zijn eveneens verdwenen en waren bij de aankoop van het retabel al niet meer aanwezig. Het beeldsnijwerk is vrij volledig, op één verdwenen beeldengroep of beeld en enkele kleine details na.
Bibliografie Buyle 1998; Derveaux-Van Ussel, Nieuwdorp en Steppe '979. P-32; Steppe 1973, p. 85-87; Steppe 1975, p.33i-333; Serrure 1859-1860, p. 197-204; Van Bockstaele 1998.
M&L
•
LIMBOURG, SINT-LAMBERTUSKERK IN GOE, ELISABETHRETABEL De Sint-Lambertuskerk van Goé is een 15 eeuwse gotische constructie in grijze kalksteen. In 1910 werd ze volgens de toenmalige neogotische restauratieprincipes door Fernand Lohest in haar eenheid van stijl hersteld. De kerk bezit tevens een mooie apostelbalk van circa 1500.
_
^
A ^
1 r^ - Jl
II
grims, Elisabeth met de heilige Hedwig (?) en het bevrijden van de gevangenen. Aan de rechterkant Elisabeth die door haar dienstmaagden wordt betrapt bij het herstellen van haar klederen, de heilige in conversatie met haar gezellinnen over een passage in een heilig boek, het uitdelen van voedsel en drank, het verzorgen van zieken. Elisabeth die enkele mensen naar het Mariabeeld verwijst en de heilige die de nacht op haar bidstoel doorbrengt terwijl haar dienstmaagden in slaap dommelen. De weinig verfijnde neogotische stoffering doet het retabel onrecht aan. De figuratie is tot het noodzakelijke beperkt. De groepjes zijn levendig maar ietwat naïef gesneden en zijn rond 1500 te dateren.
Bibliografie Ancelet-Hustache 1947; Goosen 1992, p.131-133; Schmoll 1918.
Het retabel bevindt zich op het linke rzij altaar van de kerk. Enkel de figurengroepen zijn nog origineel. De rechthoekige bak, de middengroep rond Elisabeth en de predella werden toegevoegd in 1911, waarbij ook de oude beeldengroepen een nieuwe neogotische polychromie kregen. Het retabel vormt een pendant met een neogotisch retabel op het rechterzijaltaar. De twaalf scènes uit het leven van Elisabeth van Hongarije zijn in twee registers gerangschikt. Ze verhalen het leven van deze koningsdochter, die het prachtvolle hof van de Wartburg moet verlaten na de dood van haar prinselijke gemaal. Ze treedt toe tot de derde orde van Franciscus en sticht een hospitaal voor armen en zieken. Tot daar haar historisch leven, dat weldra aangevuld wordt met tal van legendarische voorvallen, die door de Legenda Aurea verder worden verspreid. O m d a t de groepjes allemaal even groot zijn en ze enkele malen van plaats verwisseld zijn, is het onzeker of de huidige plaatsing de juiste is. In het bovenste register links zien we Elisabeth bij het kleden van de naakten, het begraven van de doden en het bidden voor een gotische bidstoel, waarachter een overluifde credenza met een Mariabeeld. Onderaan het ontvangen van de pel-
^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^
IIHHIIH <
^^^&*-
BTf
'.^^H
^^^^1
^
1 •Hl
F
-.f
^BLy
y
'
'm
••
4 IMSS
f -4f' ^m^
,
i
^L
^^jj»
M&L 4 HHÉ^& '
M&L
LONTZEN. SINT-ANNAKAPFI VAN BUSCH, PASSIERETABFI De Sint-Annakapel is een éénbeukig natuurstenen gebouw met vijfzijdig koor, gelegen op een hoogte. Zij werd gebouwd in 1898 ter vervanging van een ouder, octogonaal bedehuis.
jes afgeloogd, waarbij de houtnerf zwaar beschadigd werd. Zij werden ingestreken met een donkere beitsverf en met bladgoud gehoogd, hetgeen de bestudering van het retabel bemoeilijkt.
Bibliografie Juffern.
Het retabel met predella staat opgesteld op het hoofdaltaar en is gewijd aan het passieverhaal. De vijf groepjes, waarvan de achtergrondscenes zijn verdwenen, staan gemonteerd in een moderne, vijfdelige kast met nieuw metselrie. O p de kast staan twee laatgotische beelden van de heilige Wendelin en Sint-Anna die Maria leert lezen. De groepjes tonen in chronologische volgorde de geseling, de kruisdraging met toeschouwers op de stadswallen, de kruisiging op Golgotha met de bezwijming van Maria, de kruisafneming en de verrijzenis. Bijzonder in de compositie is de perspectivistische opbouw van kleinere tafereeltjes op het tweede en derde plan. De sculpturen zijn van een zeer goede kwaliteit en de beeldsnijder besteedde veel aandacht aan pittige details en een nauwkeurige weergave van de gebruiksvoorwerpen. Het retabel is wellicht van Brabantse oorsprong en dateert uit de tweede helft van de 15 eeuw. De bustes van de Salvator mundi met aan weerszijden de twaalf apostelen op de predella werden op een zeer levendige en expressieve wijze gesneden. Hetzelfde thema siert ook de predella van het vroeg-i6de eeuwse passieretabel van Ollomont, nu in de KMKG in Brussel. Tijdens een vroegere restauratie werden de groep-
IVI&L
M&L
I lJIKr SINT-DENIJSKERK, PASSIFRFTABFI De collegiale Sint-Denijskerk wordt gesticht in de 10 eeuw door de Luikse prins-bisschop Notger (1030-1108). Zij heeft een romaanse narthex en schip en een gotisch koor. In de i 8 d e eeuw wordt het interieur heringericht in barokke en rococostijl.
Het retabel stond oorspronkelijk opgesteld in het koor, maar het wordt omstreeks 1747 vervangen door een marmeren hoofdaltaar en naar het zuidelijk transept verplaatst. Het driedelig passieretabel rust thans op een dubbele predella, waarvan de onderste neogotisch is. De bovenste behoort tot het retabel en was oorspronkelijk voorzien van luiken. Zij vertelt in vijf tafereeltjes de legende van Dionysius, de patroonheilige van de kerk. In de Vita Dionysii wordt Dionysius van Parijs verkeerdelijk geïdentificeerd met Dionysius van Athene, een leerling van Paulus, zodat hun beider levensbeschrijving tot één legende versmolten werd. De compartimenten zijn overhuifd met traceerwerk en metselrie en achteraan afgewerkt met glasramen. De eerste nis toont het doopsel van Dionysius en zijn vrouw Damaris door Paulus, nadat hij zich door de vurige prediking van de apostel op de Areopaag bekeerd had. Centraal staat een elegante renaissancistische fontein met doopwater. Mannen met excentrieke hoofddeksels kijken toe. In de tweede nis ziet men hoe Dionysius vanop een spreekgestoelte versierd met een schelpmotief, predikt voor de Atheners. De centrale nis toont in het midden zijn wijding door
M&L
Paulus tot bischop van Athene. Vervolgens wordt Dionysius, zetelend op een met een schelp versierde troon, als missionaris naar Gallië gestuurd. Vervolgens en tenslotte wordt zijn gevangenneming met discipelen Rusticus en Eleutherius in Parijs op bevel van keizer Domitianus in beeld gebracht. In de drie laatste nissen is de achtergrond ingevuld met een altaar waarop telkens een driedelig gesculpteerd beelden retabel staat met de nood Gods, engelen, Dionysius. Het eigenlijke retabel zonder luiken -vier ervan bevinden zich nog in de kerk, twee andere zijn in het Musée de l'art Wallon en in de KMSK in Brussel, de overige zijn verdwenen- is bovenaan afgewerkt met een golvende en accoladevormige lijst, bekroond met drie kruisbloemen. De bak is verdeeld in drie traveeën met telkens twee compartimenten. De traveeën zijn gescheiden door bundelpijlers, onderbroken door consooltjes waarop figuren staan. De baldakijnen zijn nog rijker uitgewerkt dan op de predella. In chronologische volgorde worden volgende passiescenes in beeld gebracht: links de geseling en de doornen-
kroning, in het midden onderaan de kruisdraging: Christus sleept behalve zijn kruis, ook het spijkerblok mee als marteltuig. Veronica en Simon van Cyrene pogen zijn leed te verzachten. Nieuwsgierigen kijken toe vanop de stadswallen van Jeruzalem. Centraal staat de kruisiging, bijgewoond door een grote menigte. O p het kromzwaard van een der soldaten staan de letters A L T geschreven. Rechts de kruisafneming en de bewening; in beide scenes is Maria Magdalena met haar lange haarvlechten nadrukkelijk aanwezig. Er is een duidelijk stilistisch verschil tussen de passietaferelen en de legende van Dionysius. De passiescenes zijn nog traditioneel uitgewerkt, ook de kleding is nog vrij klassiek en uniform, behalve enkele hoofddeksels en kapsels zoals bij de soldaat met de gevlochten baard. Toch verraden sommige personages door hun theatrale opstelling en hun emotionele, druk gesticulerende houding een Antwerpse maniëristische invloed. Terwijl de beeldsnijder bij de passievoorstellingen gebonden was aan strikte iconografische voorschiften, kon hij bij de legende van Dionysius zijn verbeelding laten spelen: de figuren dragen een fantasievolle.
exotische kleding. Bij de weergave van het meubilair zoals de fontein, het spreekgestoelte, de troon geeft hij blijk vertrouwd te zijn met de nieuwe stijl van de Renaissance. O p het retabel werden geen merktekens teruggevonden, maar het was zonder twijfel het werk van verschillende beeldsnijders. De naam van Lambert Lombard wordt vaak genoemd in verband met de geschilderde luiken. Het retabel is wellicht afkomstig uit een Brabants atelier, waarschijnlijk Brussel of Antwerpen, en zou dateren uit de eerste helft van de i 6 d e eeuw. Volgens een inscriptie op de scène van de doornenkroning wordt het retabel in 1885 gerestaureerd door D. Gérard uit Luik. Waarschijnlijk wordt het dan afgeloogd en donker gebeitst. De carnaties zijn polychroom. De kledij en de requisieten zijn opgehoogd met bladgoud en kleur.
Bibliografie Barnich 1997; Dacos 1992; Destrée 1910; Devigne 1932, p.159-186; Lhoist-Colman 1981; Vandamme 1985, p.16-17.
PLQMBIERES. SINT-HUBERTUSKFRK VAN GEMMENICH, PASSIFRFTABEL De oude Sint-Hubertuskerk werd in 1774 herbouwd met een westertoren, overwelfde beuk en koor. Dit laatste werd in 1906 nogmaals vervangen door een breed transept en koor in neogotische stijl.
De vier vernieuwde scènes hernemen waarschijnlijk het onderwerp van de gestolen voorstellingen : links een geseling en een kruisdraging, rechts een kruisafneming en een verrijzenis. Ze zijn vrij goed gesneden en storen het geheel niet. Het verhoogde middengedeelte, dat nog wèl oorspronkelijk is, stelt traditiegetrouw de kruisiging voor op de berg Golgotha. Aan de voet van de berg een verwarde massa soldaten en toeschouwers. Links vooraan Johannes die de bezwijmende Maria ondersteunt. Achter hen twee treurende vrouwen. De recente polychromie is zeer storend. De metselrie is hoogglanzend herverguld en de personages zijn in de meest bonte kleuren gekonterfeit. De beelden zijn nochtans vlot gesneden en de beeldsnijder heeft duidelijk gettacht om de voorstelling en de compositie levendig weer te geven door gebaren en uitdrukkingen.
Bibliografie Bertha 1985.
Dit passieretabel, of wat er van rest, kent een bewogen geschiedenis. In 1905 worden tijdens een kerkdiefstal vier groepen van het retabel gestolen. Enkel het middentafereel blijft bewaard. In 1907 neemt de kerkfabriek het initiatief voor herstel en reconstructie van de gestolen groepen. De door de commissie goedgekeurde plannen uit 1908 zijn nog bewaard. Daarop zien we het retabel in een neogotische opstelling, met een nieuw altaar, predella, nieuwe bak en tussenschotten. Aan de Luikse beeldsnijder Alphonse Peeters wordt hiervoor opdracht gegeven. In 1909 zijn de nieuwe beeldengroepen klaar. Ze zijn in eik gesneden en slechts partieel gepolychromeerd, dit wil zeggen alleen de gezichten zijn ingeschilderd en de boorden en details van kledij en wapenrustingen zijn opgehoogd met verguldsel. Ook het originele middengedeelte is op die manier afgewerkt. We kunnen veronderstellen dat het retabel in de I9 c ' e eeuw afgeloogd en, volgens de mode van de tijd, partieel opnieuw gepolychromeerd wordt. Deze vrij homogene neogotische opstelling wordt in latere tijden verwijderd : het retabel staat nu niet meer op het altaar, maar op smeedijzeren draagsteunen. Het is bovendien in schreeuwerige kleuren volledig overschilderd.
1VI&L
RETIF, SINT-JOBSKERK IN SCHOONBROFK, JQBSRFTARFI Oorspronkelijk stond in Schoonbroek een SintJobskapel, gebouwd in 1476, waarvoor dit retabel waarschijnlijk besteld wordt. De kapel is nu verdwenen en vervangen door een neogotische constructie in baksteen uit 1851-1861 naar ontwerp van architecten E. Gifé en J. Van Gastel.
Het retabel, dat volledig bewaard is, verhaalt de geschiedenis van Job, te lezen van links naar rechts. O p de geschilderde zijluiken links vindt men voorstellingen uit de voorspoedige periode van Job en zijn familie. De perikelen uit het bewogen leven van de heilige lopen door op de gesculpteerde middengroepen, waar zijn ongelukken en ziekten afgebeeld zijn: Satan tijdens zijn verblijf op aarde en het stelen van zijn kudde en het doden van zijn dienaren op het vak links; Job die door zijn vrouw wordt uitgelachen en die door zijn vrienden wordt beklaagd op het centrale gedeelte; Job met zijn drie vrienden die hem bezoeken en voor hem ten beste spreken bij God op het rechtervak. O p de geschilderde predella stort zijn huis in op zijn familieleden, worden zijn kudden getroffen en zijn dienaren vermoord. O p de zijluiken rechts zijn de heropbouw en Jobs' nieuwe leven na de beproevingen geschilderd. In gesloten toestand tonen de luiken afbeeldingen van Johannes de Doper, Christus Zaligmaker, Martinus, Job, Ezechiël en Quirinus. De iconografie verwijst naar een specifieke bestemming in verband met de pest. In 1476 werd de nu verdwenen Sint-Jobskapel gebouwd, waarvoor dit retabel waarschijnlijk besteld werd.
1VI&L
M&L
Het snijwerk van het retabel vertoont op verschillende plaatsen het Antwerps handje, als keurmerk voor het beeldsnijwerk. De bak is gemerkt met de burcht en twee handjes, als goedkeuring voor de polychromie. In 1863-64 werd door het atelier Hendrik PeetersDivoort het beeldhouwwerk gerestaureerd en gedeeltelijk vernieuwd onder toezicht van de Koninklijke commissie voor monumenten. In de twee onderste beeldengroepen rechts werden de meeste beeldjes vernieuwd. De polychromie van de sculpturen werd volledig hernomen door Karel Volders, waarbij van de oorspronkelijke kleuren niets bewaard lijkt. De nieuwe stoffering is goed uitgevoerd, met heldere kleuren. Door deze kwaliteitsvolle nieuwe polychromie versmelten de nieuw toegevoegde beelden en groepen visueel met de oorspronkelijke. Er zijn veertien nieuwe figuren en een aantal groepen, alsook de Sint-Job bovenaan. Stilistisch behoort het retabel tot het tweede kwart van de 16 eeuw. De gesculpteerde versieringen zijn nog volledig in laatgotische stijl. De geschilderde luiken in hybriede stijl -vormentaal van de Antwerpse manieristen van het eerste kwart van de 16 eeuw, in de stijl van de Meester van 1518 en van Pieter Coecke- en de predella, die hoogstaander is van uitvoeringskwaliteit, zijn het werk van verschillende handen. Ze vertonen de enige illustratie van het volledige leven van Job op een Antwerps retabel. Het dendrochronologisch onderzoek van het KIK wijst 1531-1540 als vermoedelijke kapdatum aan. Zoals bijna regel is in deze periode, is het eikenhout afkomstig uit de gebieden rond de Baltische Zee.
Bibliografie Antwerpen 1993, p. 118-125.
RQQSDAAL. ONZE-LIEVE-VRQUWEKERK VAN LQMBEEK. MARIARETABEL De vroeggodsche kerk met driebeukig schip en rechthoekig koor wordt gebouwd in de I 3 d e eeuw ter vervanging van een Romaans kerkje. In de 18 eeuw krijgt het interieur een classicistisch aaankleding met stucwerkversiering. Tijdens een restauratiecampagne in het midden van de 2 0 e eeuw wordt deze ingreep opnieuw verwijderd.
Het Mariaretabel op het hoofdaltaar behoort tot de grootste en mooiste Brusselse retabels. De driedelige bak heeft boven- en onderaan gebeeldhouwde in plaats van geschilderde luiken, wat uitzonderlijk is bij Vlaamse retabels en het kostbaar karakter van dit meesterstuk nog benadrukt. De negen compartimenten, rijkelijk versierd met baldakijnen en architectonisch snijwerk, tonen een aantal scènes uit het leven van Maria en worden gelezen van links naar rechts. Het verhaal begint op het linkerluik met de geboorte van Maria en de opdracht van Maria in de tempel. Het middengedeelte toont het huwelijk van Maria en Jozef, de aanbidding van de herders en van de drie koningen. Het verhaal eindigt met de dood van Maria, omringd door de twaalf apostelen en, in één scène verenigd, de begrafenis en de tenhemelopneming van de heilige Maagd. In de bovenluikjes zijn de boodschap van de engel en de ontmoeting van Maria met haar nicht Elisabeth in beeld gebracht. In de twee nissen onder de middenzone herkent men de gehurkte profeten Ezechiël en Isaïas met tekstbanderollen. Bijbelse prefiguraties en taferelen uit de kindsheid van Jezus vervolledigen het geheel.
Ondanks de overvloed aan scènes en personages is het retabel zeer evenwichtig opgebouwd. De gebeurtenissen tekenen zich af tegen een schitterend architecturaal decor. De houding en de kleding van de personages vertonen nog kenmerken van de Brabantse laatgotiek. Anderzijds is de renaissance-invloed reeds merkbaar in de ornamenten, de fantasierijke kostumering en de modieuze kapsels van de vrouwen. Het retabel, dat een Brusselse hamer als merk draagt op de onderlijst van de retabelbak, wordt gedateerd omstreeks 1520-1530 en wordt toegeschreven aan de zogenaamde Meester van Lombeek. Deze onbekende Brusselse beeldsnijder is een talentrijke kunstenaar die technische vaardigheid weet te combineren met verbeelding, harmonie en artistieke kwaliteiten. In sommige publicaties wordt hij in verband gebracht met het atelier Borman, omdat zijn stijl nauw verwant is met die van de befaamde Brusselse beeldsnijdersfamilie. Tijdens een restauratie in 1847-1848 door F. Sohest worden verscheidene figuurtjes vervangen. Wellicht is het retabel toen ook volledig van zijn polychromie en verguldsel ontdaan. In 1892 wordt het gedemonteerd door Van Uytvanck om afgietsels te maken van de beeldjes, nu bewaard in de KMKG in Brussel. Tot driemaal toe wordt het Lombeekse meesterwerk slachtoffer van een brutale kunstroof: in 1930, 1974 en 1981.
Bibliografie Antwerpen, 1954, nr.227, P-56-57; Derveaux-Van Ussel, Nieuwdorp en Steppe 1979; Leuven 1977, nr.BB/34, p.364365.
1VI&L
M&L
Sf MrJM
M&L
THUINr ONZE-LIEVE-VROiJWFKAPEL VAN OSSOGNE IN THUII LIES, PASSIERETABEL De ommuurde kapel is gelegen in een zeer gaaf bewaarde historische site, naast een monumentale kasteelhoeve. Het is een éénbeukig gebouw met driezijdig koor uit de 16 eeuw. Zij heeft een ingebouwde westertoren en is opgetrokken in grijze kalksteen. In de i 8 d e eeuw wordt het interieur in classicistische stijl aangepast.
beslagwerk en vruchtensnoeren. De buitenste reliëfs stellen twee oudtestamentische scènes voor: Esther voor koning Ahasverus als prefiguratie van de kroning van Maria en het offer van Isaac als voorafbeelding van Christus' kruisdood. Het middenste reliëf met de steniging van Stefanus is een verwijzing naar Etienne, abt van Lobbes die de eerste parochiekerk van Donstiennes inwijdt, waarvan ook deze Onze-Lieve-Vrouwekapel van Ossogne afhangt. Tijdens de barokke herinrichting van het interieur moet het retabel plaats ruimen voor een nieuw kooraltaar. Het 'oudmodisch 'retabel wordt naar de achterwand verwezen. Daar blijft het tot de kerkrestauratie van 1932, die het interieur in zijn oorspronkelijke toestand wil herstellen. Volgens de toenmalige restauratiepraktijken en -normen ontpleistert men het koor tot op de steen en plaatst men het intussen zwaar geplunderde retabel opnieuw vooraan in het koor, nadat eerst de polychromie ervan verwijderd is door het Atelier de l'Ecole des Métiers d'Art'm de abdij van Maredsous. Wegens de talrijke renaissance-ornamenten wordt het retabel gedateerd omstreeks het midden van de 16de eeuw.
Bibliografie
Het retabel op het kooraltaar valt op door zijn rijke renaissance-ornamentiek. De driedelige bak, zonder luiken, wordt bekroond met een rondboog en twee accolades. De kroonlijst is overdadig versierd met arabesken, hoofden, schelpmotieven en rozassen. De bak is verticaal geleed door twee tussenschotten, versierd met hermen en is onderverdeeld in zes compartimenten of 'parken', zoals men het in toenmalige bestellingen leest. Oorspronkelijk was dit waarschijnlijk een passieretabel, maar hiervan zijn slechts enkele restanten overgebleven. De geseling is als hoofdtafereel opgesteld in de middenste nis, maar hoort thuis in de linkernis, waarin zij perfect past. De beide moordenaars zijn nu afzonderlijk opgehangen tegen de ontpleisterde koormuur, al maakten zij oorspronkelijk ongetwijfeld deel uit van een calvariegroep. In de zijvakken staan thans twee kleine sculpturen van Catharina en Barbara, die origineel niet tot het retabel behoren. De drie rechthoekige laagreliëfs in de benedenzone zijn omlijst met cartouches met rol- en
de Borchgrave d'Altena en Mambour 1968, p.66; Hennuy 1991; Lobbes 1976, nr.435, p.178.
é \
A . JLi j _
v
M&L
TIENEN, KERK VAN DF GODDELIJKE ZALIGMAKER IN HAKENDOVER. DRIEMAAGDENRETABEL De Sint-Salvatorkerk of kerk van de goddelijke zaligmaker is een vermaarde en legendarische bedevaartskerk. Zij is het resultaat van verschillende bouwcampagnes: een Romaanse toren, kruisbeuk en schip, een hooggotisch koor en 18 eeuwse zijbeuken.
Het retabel van Hakendover is opgesteld op het hoofdaltaar. Het bestaat uit een gebeeldhouwd middengedeelte en eveneens gebeeldhouwde zijluiken en is horizontaal verdeeld in twee verdiepingen. O p elke verdieping is de bredere centrale nis geflankeerd door drie overwelfde tweelingnissen, van elkaar gescheiden door pijlers. De figuren in de nissen staan onder spitsbogen bekroond met puntgevels, waarachter een arcade doorloopt. Het metselriewerk is zeer verfijnd en gedetailleerd gesneden. De buitenzijde van de luiken is beschilderd met een piëta en taferelen rond de verrijzenis; i
j
zij zijn een toevoeging uit de i 6 a e - i 7 a e eeuw. Ook de retabelbak, vervaardigd uit eik, is van jongere datum. De figuren zijn gesneden uit notelaar. De bovenste zone toont in de middennis de goddelijke zaligmaker, patroon van de kerk, vergezeld van de twaalf apostelen gegroepeerd per twee. Zij staan zo opgesteld alsof zij een conversatie voeren, waardoor de opstelling levendig en natuurlijk overkomt. In de drie tweelingnissen van de zijluiken staan twaalf heiligen twee aan twee opgesteld,
links zes mannelijke heiligen, rechts zes vrouwelijke heiligen. In de benedenzone wordt de wonderbare stichting van de kerk van Hakendover in beeld gebracht. Deze is in het midden onderbroken door een calvariegroep, die volgens sommigen een latere toevoeging zou zijn omdat hij niet past in het iconografisch verhaal. De legende is in twaalf taferelen uitgebeeld: drie adellijke maagden met goed gevulde beurs; bouw van een kerk in opdracht van de maagden; afbraak van de kerk door twee engelen; bouw van een nieuwe kerk in opdracht van de maagden; twee engelen breken de kerk opnieuw af; de drie maagden bidden tot God om een geschikte plaats te vinden; aanduiding van de plaats bij de spikdoorn waar de kerk moet gebouwd worden; de bouwvakkers aan het werk; de spikdoorn wordt omgehakt; de maagden betalen het werkvolk uit; inwijding van de kerk door drie bisschoppen; Christus zegent de bedevaarders.
In elke nis wordt de essentie van de inhoud weergegeven, waarbij de figuren en de voorwerpen op verschillende diepteplans worden geplaatst. De personen zijn allen gekleed volgens hun rang en stand: de maagden als gracieuze, aristocratische dames in elegante jurken, de bouwvakkers met realistische vermoeide gezichten in hun werkplunje. O p basis van de vestimentaire details, de stijl en de laatgotische architectuurelementen kan dit retabel gesitueerd worden in het eerste kwart van de 15 eeuw. De stijl van de beeldsnijder is verwant met ander werk uit deze streek, namelijk het tabernakel in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Halle en de profeten van de voorgevel van het Brusselse stadhuis (originelen nu in het Broodhuis). Het werk vormt de overgang van de hoofse stijl van de i^üc eeuw naar het realisme van de 15 eeuw. Het retabel is slechts fragmentarisch en in geschonden toestand bewaard omdat het slachtoffer wordt van een slechte restauratie en van een tweevoudige kunstroof. Tijdens de barokke herinrichting van de kerk (1785) wordt het retabel van het hoofdaltaar naar een zijaltaar in het noordtransept verplaatst en vervangen door een eigentijds retabel. In 1853-1855 komt het meesterwerk in handen van de Tiense schrijnwerker Henri Sondervorst, die de polychromie en het verguldsel verwijdert en het metselriewerk en details van sommige figuren gedeeltelijk vernieuwt. Een tweede restauratie wordt uitgevoerd door de Leuvense beeldhouwer Van Uytvanck in 19191922. Hij vervangt de gekruisigde Christus en de Johannes- en Mariagroep en hersnijdt enkele ontbrekende delen. In 1978 wordt het retabel tweemaal geplunderd. Na de roof blijven slechts 10 beelden en 7 groepen over. Tussen 1981 en 1987 wordt het retabel onderzocht in het KIK. Thans zijn de originele stukken terug in de retabelbak op het hoofdaltaar geplaatst en aangevuld met copieën van de afgietsels die in 1880 door de KMKG in Brussel gemaakt werden.
Bibliografie Elens 1993; Marijnissen en Van Liefferinge 1967; Skubiszewski 1989, p.24-25; Van Eeckhoudt 1995; Gent, 1994, nr.21, p.142-145.
TONGEREN, QNZF-I IFVE-VRQUWEBASII IFK, MARIARETABEL De gotische basiliek bezit een bijzonder gave architecturale eenheid, alhoewel zij het resultaat is van verscheidene bouwcampagnes van 1240 tot 1544. Zij heeft een driebeukig schip van zes traveeën: vier oostelijke uit de 13de eeuw, twee westelijke uit 1520-1525 met twee rijen zijkapellen uit de 14 tot 16 eeuw, een transept en een diep polygonaal koor uit de I3 c l e -i4 c l e eeuw en een massieve westertoren uit 1442-1544.
Het Mariaretabel wordt in 1865 op het hoofdaltaar van de basiliek geplaatst ter vervanging van een monumentaal barok portiekaltaar. Het driedelig retabel is horizontaal verdeeld in twee niveaus met in totaal acht compartimenten. De retabelbak wordt afgelijnd met een grillige lijst met talrijke accoladen waarop fleurons. De vakken zijn gescheiden door zuiltjes, waarboven de vier evangelisten. Het chronologisch verhaal van het leven van Maria verloopt van beneden naar boven en begint onderaan links met de boodschap van de engel aan Maria in een huiselijk interieur en de ontmoeting van Maria met haar nicht Elisabeth. In het grote middenvak wordt het huwelijk ingezegend in aanwezigheid van talrijke getuigen; rechts de besnijdenis van Jezus en een huiselijk tafereeltje in Nazareth met Jozef aan de werkbank en Maria die leesles geeft aan haar kind. De bovenste zijtaferelen tonen links de aanbidding van de herders en rechts de aanbidding van de drie koningen.
M&L
Het centrale thema is gewijd aan de dood van Maria. In tegenstelling tot de gangbare positie, is het sterfbed in verticale richting opgesteld. Zij is omringd door elf apostelen - Thomas ontbreekt. Sommigen bidden of knielen of lezen in een gebedenboek. Hun verdriet is af te lezen van hun diep ontroerde gezichten, maar hun smart wordt verzacht door de hemelvaart van Maria die zich boven hun hoofden afspeelt en waarbij Maria wordt opgetild door vier rijzige engelen. Opdat ook Thomas bij het gebeuren zou betrokken worden, is op de achtergrond de legende van de Madonna della Cintola uitgebeeld: Thomas geloofde niet in de hemelvaart van Maria en als bewijs werpt een engel hem vanuit de hemel de gordel van Maria toe. De didactische en belerende functie van het retabel wordt verder uitgewerkt door de talrijke groepjes in de keellijsten. De benedenzone toont scenes uit het leven van Anna en Joachim, beginnend met de afwijzing van het offer van Joachim en eindigend met de opdracht van Maria in de tempel. De groepjes in de keellijsten van het middenvak illustreren de zeven smarten van Maria, vanaf de vlucht naar Egypte tot de graflegging van Christus. Het Antwerpse handje voor de kwaliteit van het hout wordt op talrijke plaatsen aangetroffen, vooral op de hoofden van de figuren en op de keellijsten. De burcht met de twee handjes, het merk van de polychromie, werd aangebracht op de rechterbuitenzijde van de bak. O p de achterwand van het retabel bevinden zich vele gutsmerken, waarvan de betekenis niet duidelijk is. Het retabel, dat honderdzestig figuren telt, verdeeld over vierentwintig groepjes, is door een zeer vakbekwaam beeldsnijder gesneden in de periode 1500-1520. De groepjes zijn fijn en gedetailleerd uitgewerkt, met een opvallende perspectivistische opbouw van de verschillende taferelen. Dit Mariaretabel was in oorsprong niet bestemd voor de basiliek van Tongeren, maar stond eeuwenlang in de gotische Sint-Pieters-Bandenkerk van het Nederlandse Venray. Volgens een visitatieverslag is het retabel in 1666 nog verguld en in goede staat. In de 19 eeuw is het zo sterk vervallen dat het afgevoerd wordt naar de rommelkelder. De Brusselse beeldhouwer Francois Malfait begint onderhandelingen met de kerkfabriek en koopt het retabel in 1846 voor 2500 gulden. Nadat hij het
retabel 'gerestaureerd' heeft, biedt hij het te koop aan. Verscheidene kerkfabrieken tonen belangstelling onder andere de Zavelkerk te Brussel en de Onze-Lieve-Vrouwekerk van leper. Uiteindelijk koopt de basiliek van Tongeren het aan voor 12.000 frank. Het bestaande barokaltaar, dat meer dan negen meter hoog was en daardoor de renaissanceramen in het koor verborg, wordt verkocht aan de kerk van Andenne. Vier jaar later wordt het retabel op deze plaats opgesteld. Het kunstwerk is door Francois Malfait grondig onder handen genomen. Hij loogt het volledig af zodat de blote eik zichtbaar wordt. Hij vernieuwt gedeeltelijk de kroonlijst met de vele accolades en zware fleurons en bovenop het retabel plaatst hij een console met een neogotische engel. Verscheidene beeldjes worden vervangen. In plaats van de verdwenen predella plaatst hij het retabel op een voetstuk van drie treden met geajoureerd maaswerk. Ongetwijfeld was het retabel van luiken voorzien, al zijn geen sporen van vroegere scharnieren zichtbaar. Een grondig onderzoek van dit meesterlijk gesneden retabel dringt zich op.
Bibliografie Ruwet 1984.
1VI&L
TONGEREN, SINT-STEFANIISKFRK IN 'S HFRFNFI DEREN, PASSIERETABEL
verrijzenis: de schepping van Eva, het offer van Kaïn en Abel, het offer van Abraham, Jonas en de walvis.
De fraaie laatgotische kerk ligt aan de rand van het dorp naast het kasteel van Renesse. Zij werd opgetrokken in mergelsteen in de 1 5 - 1 6 eeuw in opdracht van de heren van Elderen. Zij heeft een driebeukig schip met driezijdige koorsluiting en een gedeeltelijk ingebouwde westertoren. De laatste belangrijke restauratiewerken werden uitgevoerd door de Luikse architect F. Lohest.
Dit retabel vertoont, afgezien van de benedenzone, bijzonder veel gelijkenis met het retabel van Opitter wat betreft stijl, vorm en iconografie, maar wordt iets vroeger gedateerd door de aanwezigheid van laatgotische details, circa 1520.
Het drieledig retabel staat opgesteld op een neogotisch hoofdaltaar in het koor en is voorzien van onbeschilderde neogotische luiken. Het verhoogde middengedeelte heeft een halfronde bekroning die via accolades overgaat in golvende lijnen. De keellijst is op regelmatige afstanden met bladornamenten versierd. De drie delen zijn gescheiden door pilasters, waarop de profeten Isaïas en Jeremias staan. Zij zijn opgedeeld in twee zones zodat zes compartimenten ontstaan. Het retabel heeft twee thema's, de kindsheid van Jezus en de passie. De benedenzone, gewijd aan de kindsheid, toont van links naar rechts de besnijdenis, de aanbidding van de herders en de aanbidding van de drie koningen. In de bovenste zone begint het passieverhaal links met de kruisdraging. In het midden staat de gekruisigde Christus, omringd door soldaten te paard. Aan de voet van Golgotha staan op een rij de treurende vrouwen en Johannes en op het voorplan twee gewapende soldaten. Het verhaal eindigt rechts met de bewening. De keellijsten zijn versierd met oudtestamentische prefiguraties van de kruisdood en de
In 1890 stelt de Koninklijke commissie voor monumenten voor het retabel te restaureren en het te voorzien van nieuwe, beschilderde luiken, vermits de oude verdwenen waren. Het retabel wordt voor wat het sculpturaal gedeelte betreft behandeld door L. Blanchaert in Maaltebrugge. Verder adviseert de commissie de marmerschildering op de retabelkast te verwijderen en wees het voorstel af om het retabel opnieuw te laten vergulden en beschilderen omdat de originele polychromie nog in goede staat is. Enkel de gerestaureerde delen en de lacunes dienen discreet geretoucheerd te worden. De marmerimitatie wordt inderdaad verwijderd, maar het overige advies wordt niet gevolgd: de polychromie en de vergulding worden bijna volledig vernieuwd, evenals de achtergronden die versierd worden met een imitatie van de oude decoratietechnieken: pointillering en ponswerk. D e sierboorden krijgen een kleurige ornamentatie door nabootsing van geschilderde sgraffito. Sommige gezichten hebben nog hun fijne, matte beschildering, andere hebben een storende glansvernis.
Bibliografie de Borchgrave d'Altena 1941, p. 233-234 en fig. 4-5-6; ld. 1958, p.33-34; ld. 1963, p.167-169; Milkers 1954.
f!3%*
M&L
TIIRI7F, RFNIimSKFRK IN SAINTFS, RFNIiniSRFTARFI
Renildis wordt gevangen genomen door de barbaren, die haar zullen vermoorden.
De driebeukige kerk met zware westertoren dateert uit de 16 eeuw. Het gotisch koor wordt in 1762-1763 vergroot. Aan de zuidoostzijde voegt men in de iyüe eeuw een polygonale kapel gewijd aan Sint-Renildis toe. Dankzij de verering van de patroonheilige is Saintes uitgegroeid tot een populaire bedevaartplaats.
De beeldjes van Renildis en haar gevolg behoren tot de gotische stijl. H u n houding is hoofs en ingetogen. Het retabel wordt stilistisch gedateerd tussen 1490 en 1500 en toegeschreven aan een Brussels atelier dat werkt in de stijl van de beeldsnijdersfamilie Borman. Het uitzicht van het retabel wordt in 1855-1856 door beeldhouwer Francois Malfait sterk gewijzigd. Hij plaatst als bekroning op de kast drie nissen met de beelden van Renildis en haar gezellen Grimoald en Gondulfus in neogotische stijl. Vier geschilderde paneeltjes met de voorstellingen van Renildis biddend voor de abdijpoort, haar marteling en haar beide gezellen vormden oorspronkelijk de luiken van het retabel. Zij worden door Malfait gerestaureerd en in de achterzijde van de bak ingewerkt. Vermoedelijk verwijdert deze ook de polychromie en het verguldsel van het retabel.
Bibliografie L'église Sainte-Renelde de Saintes (Les Dossiers du Chirel de Rebecq-Tubize.i), 1994.
Het Renildisretabel siert het kerk tot 1762. Nadien wordt een bijgebouw tot het in 1856 boven het reliekschrijn van de steld
hoofdaltaar van de het opgeborgen in in de Renildiskapel heilige wordt opge-
Het eikenhouten retabel met verhoogd middengedeelte rust op een fries met geajoureerd maaswerk en is verdeeld in drie compartimenten, die versierd zijn met baldakijnen en venstertraceringen. Tijdens een diefstal in 1978 worden de meeste groepjes gestolen zodat de scènes slechts aan de hand van foto's kunnen gereconstrueerd worden. Links knielt Renildis, omringd door vier monniken, voor het altaar in de kerk van de abdij van Lobbes, waartoe de parochie van Saintes behoorde. Enkel het beeldje van Renildis blijft bewaard. De middennis wordt volledig gestolen. Zij toonde het interieur van de abdijkerk met de geknielde Renildis, lezend in een gebedenboek en door monniken omringd. O p halve hoogte zijn twee figuurtjes bewaard: Renildis als troosteres van de bedroefden en op bedevaart naar Jeruzalem. De rechternis is grotendeels gespaard gebleven.
M&L
VILLERS-LA-VILLE. QN7F-IIFVF-VRQUWEKFRK, GEBOORTFRFTABEL De neoromaanse kerk is in 1926 gebouwd naar ontwerp van de Brusselse architect Pepermans. Van de oorspronkelijke constructie is alleen de toren in sterk gewijzigde vorm bewaard.
van de Brusselse beeldsnijders. Door de devote en ingetogen houding van de figuren en hun laatgotische kledij kan dit werk gedateerd worden tussen 1450 en 1460. Het retabel is in een verminkte toestand bewaard gebleven. De bak had oorspronkelijk een verhoogd middengedeelte met een baldakijn als bekroning van het kersttafereel. Dit gedeelte wordt weggezaagd om het tweede retabel, in de kerk aanwezig, op het onderste te kunnen plaatsen. In 1855 wordt het retabel voor restauratie toevertrouwd aan de Brusselse beeldsnijder F. Sohest. Hij vervangt verscheidene beeldjes zoals de profeten op de pilasters en de engelen van de aanbidding en verwijdert de polychromie. De zijluiken, die in slechte toestand verkeerden en waarvan er in i860 nog drie bewaard waren, werden toen niet teruggeplaatst. Ze stelden de kroning van Maria, de vlucht naar Egypte, de voorstelling in de tempel, het leven van de heiligen Hubertus en Johannes de Doper voor. In 1987 wordt het retabel door het KIK onderzocht.
Bibliografie Pilloy-Dubois 1973. Het retabel met een opengewerkte fries onderaan, staat op het altaar van het zuidertransept en is gewijd aan de blijde gebeurtenissen uit het leven van Maria. De vijf taferelen, gescheiden door getorste zuiltjes waarop profeten staan, worden gelezen van links naar rechts. Het verhaal begint met het huwelijk van Maria met de oudere Jozef en de boodschap van de engel in een laatgotisch interieur met een hemelbed en een dressoor, waarop een huisretabeltje staat. De middelste scène is groter en hoger en toont het kersttafereel. Onder een afdakje wordt de pasgeborene aanbeden door Maria en Jozef, een vroedvrouw, herders en engelen. Bovenaan nadert de stoet van de drie koningen. In de rechterhelft herkent men de besnijdenis en de aanbidding door de koningen. De figuren staan onder een reeks mooie baldakijnen, gevormd door een arcade van dubbele spitsbogen, bekroond met puntgevels en een reeks gotische glasramen. Het snijwerk is bijzonder fijn en gedetailleerd uitgewerkt. Het retabel werd gesneden in een Brussels atelier en draagt als merkteken de ingebrande hamer, het keurmerk
1VI&L
VILLERS-LA-VILLE. ONZE-UEVE-VROUWEKERK. MARIARETABEL Dit sierlijke retabel is bovenaan met een elegante boog en hogels afgewerkt. De zijluiken zijn verdwenen en ook de oorspronkelijke polychromie van het beeldsnijwerk. Het retabel toont belangrijke scènes uit het leven van Maria. Links boven de ontmoeting van Maria en haar nicht Elisabeth. O p de achtergrond verschijnt een 'antieke' stadspoort, een huis met kruisvensters en een door de houtbouw geïnspireerde drielobgevel. Deze renaissancistische elementen zijn overal aanwezig. Bij de opdracht van de kleine Jezus in de tempel rechts boven steunt de tafel op balusterzuilen. Links onderaan verzamelen de apostelen zich bij Johannes na het vernemen van het nieuws van de stervende Maria. Dit is een iconografisch zeldzame voorstelling. De centrale scène is de dood van Maria, die omringd wordt door de apostelen, die met bewogen houdingen en gebaren uitgewerkt zijn. De schouw aan de rechterkant vertoont zowel laatgotische als renaissancistische versieringsmotieven. Bovenaan wacht God de Vader om de ziel van de dode Moeder Gods in ontvangst te nemen. Tenslotte wordt de heilige Maagd ten grave gedragen rechts onderaan, waarbij de hand van een Jood die de draagbaar wilde onteren, er aan blijft kleven. In twee nisjes onderaan ziet men profeten met lange banderollen.
Dit retabel is een mooi voorbeeld van de kwaliteitsvolle latere Brusselse productie, op de overgang van laatgotiek naar Renaissance. Het is vermoedelijk in het begin van de 16 eeuw te situeren. De spitsbogen ruimen plaats voor de gedrukte rondbogen van de nieuwe stijl, maar het algemeen uitzicht en opzet ademen nog steeds de middeleeuwse sfeer. De technische bedrevenheid van de houtsnijder is opvallend: de fysionomieën zijn mooi geïndividualiseerd, de plooienval is verfijnd en alle details zijn met zin voor realisme uitgewerkt. Het retabel wordt door sommigen toegeschreven aan de Meester van Lombeek of aan Passier Borman. Het verwijderen van de polychromie door de restaurateur F. Sohest, op advies van de Commissie voor schone kunsten, kan alleen maar betreurd worden. Volgens het rekeningboekje van pastoor Pierre Roulin, wordt deze behandeling uitgevoerd in 1855. Deze vermeldt verder dat het retabel verguld en gepolychromeerd was en het jaartal 1538
droeg. Stilistisch stelt deze datum wel problemen, omdat het retabel nog volledig in laatgotische traditie gesneden is. Samen met het geboorteretabel in dezelfde kerk wordt ook dit retabel het slachtoffer van een brutale diefstal in maart i960. De meeste fragmenten worden gelukkig in december van datzelfde jaar al teruggevonden.
Bibliografie Pilloy-Dubois 1973.
M&L
WUUSTWEZEL SINT-PIFTFR FN PAUWELKERK IN LQENHOUT. QUIRINUSRETABEL De laatgotische driebeukige kruiskerk wordt gebouwd omstreeks 1525. Zij wordt, samen met het oorspronkelijk meubilair bijna volledig vernield in 1940 en hersteld in 1949-1951.
Het eikenhouten, thans onbeschilderde retabel staat opgesteld tegen de oostwand van de zuidelijke zijkapel. De bak heeft een accoladevormige bekroning en is verdeeld in drie nissen met telkens twee vakken. De groepjes in de vakken zijn bekroond met metselriewerk van renaissanceornamenten zoals grotesken en maskers. Onderaan loopt een fries met centraal een medaillon met een gehelmd hoofd, geflankeerd door de wapenschilden van de families Van Der Marcke en Montfort. O p de zijkanten van de bak, waar nog sporen van vroegere luiken zijn, staan gehurkte saters. Het zijn recente copieën van de gestolen originelen.
zit. Een beul houdt zich klaar om op een kapblok Quirinus' handen af te hakken. 2. Quirinus, de handen gevouwen in gebed, zit geknield in een kokende ketel. 3. Het naakte lichaam van Quirinus wordt door een ossenspan over de kasseien gesleurd, terwijl Aurelius vanuit zijn kasteel toekijkt. 4. De tong van Quirinus wordt door een beul uitgerukt. 5. Onder toezicht van Aurelius worden zijn ogen uitgestoken. 6. Quirinus wordt opgehangen aan een balk met een molensteen aan de hals en de voeten. 7. In de accolade van het retabel wordt de verheerlijking van Quirinus getoond, waarbij twee engelen zijn ziel ten hemel dragen. Het retabel wordt in 1545 besteld bij de Noordbrabantse beeldsnijder Jan van Veldhoven, werkzaam in Breda. Het was bestemd voor het Quirinusaltaar van de Loenhoutse kerk, waar hij reeds eerder een calvariegroep geleverd had. Het contract vermeldt de afmetingen, de vorm en de kwaliteit van het hout: costbaren wageschote zonder vou ofi speek. Er is ook sprake van een nu verdwenen predella, waarin nogmaals drie martelscènes inden voet drie pareken moesten uitgebeeld worden. Het retabel wordt later overgebracht naar de nabijgelegen Quirinuskapel, maar keert in 1905 terug naar de kerk. Bij de vernielingen in 1940 is het retabel gelukkig veilig opgeborgen in de kelders van de Antwerpse Sint-Jacobskerk. Het retabel wordt verscheidene malen gerestaureerd onder andere door het Antwerpse atelier JanBaptist De Boeck en Jan-Baptist Van W i n t en is in zijn huidige toestand onbeschilderd. Van de oorspronkelijke stoffering is niets bekend.
Bibliografie In de zes vakken, waarvan de achtergronden met laatgotische venstertraceringen versierd zijn, worden zes martelscenes uit het leven van Quirinus in beeld gebracht. De taferelen zijn druk bevolkt en spelen zich af tegen een theaterachtige achtergrond met stadsgezichten en landschapselementen. Sommige figuren maken heftige bewegingen ("ïiv dragen Romeinse en exotische kleding. De martelingen worden op een realistische wijze voorgesteld met veel zin voor gruwelijke details: 1. Quirinus wordt voorgeleid voor Aurelius, gouverneur van Rome, die op een overhuifde troon
Cuyvers 1995, p.149-168; Jansen en Van Herck 1948, p.62 nr.87; Schroeter; Bulletin des commissions royales d'art et d'archéologie, 2, p. 84-85; 3, p. 589; 7, p. 475; 12, p. 412; 32, p. 248; 41, p. 212; 45, p. 61 en 46, p. 307.
IVI&L
701111 FFIJWr
SINT-I FONARDIISKFRK, ANNARFTABFI Zoutleeuw is in de middeleeuwen een welvarend handels- en bedevaartsstadje aan de grens van het hertogdom Brabant en het prinsbisdom Luik. De romaans-gotische kerk wordt gebouwd in de 13 -14 eeuw en in de volgende twee eeuwen met zijkapellen uitgebreid. De rijkdom van dit vestingsstadje wordt weerspiegeld in het laatgotisch interieur van deze kerk met een unieke verzameling van middeleeuwse kunst.
Anna en Joachim onder de gouden poort en de opgang van Maria naar de tempel. De beeldengroepen zijn sierlijk en beweeglijk gesneden. De bijfiguren zijn gehuld in fantasierijke en elegante gewaden. Het is betreurenswaard dat de polychromie van de beeldengroepen niet meer aanwezig is. Men kan zich het oorspronkelijk uitzicht inbeelden door vergelijking met de volledig originele polychromie van de twee beelden bovenaan: Egidius in monnikengewaad met de hinde en keizerin Helena met het ware kruis: bleke carnaties, polimentvergulding, vermiljoenrood en azurietblauw. O p de lege en brede middensokkel zou eventueel een beeld van Sint-Anna-ten-drieën kunnen gestaan hebben. Het retabel zou dateren uit het tweede kwart van de 16^ eeuw. Het jaartal 1563 verwijst wellicht naar de (her)polychromie van de omlijsting. De predella met geschilderde portretten van de vier evangelisten is 1575 gedateerd. De zijluiken, waarop aan de binnenzijde portretten van de schenkers uit 1624 met de boodschap van de engel aan Maria en het bezoek van de maagd aan haar nicht Elisabeth, vertonen in gesloten toestand lelietjes-van-dale, het embleem van de rederijkerskamer, en devotieopschriften. De beschildering is van inferieure kwaliteit, zowel op de predella als op de luiken.
Dit monumentaal ensemble bestaat uit het retabel, een hoge geschilderde predella uit later tijden, geschilderde zijluiken en een houten overhuiving. Het retabel is bekroond met drie sokkels, waarvan er op twee nog originele beelden staan. Niet alleen door deze verschillende componenten maakt het geheel een vrij verwarde indruk, maar ook door het feit dat de beeldengroepen en de metselrie blijkbaar afgeloogd werden en de retabelomlijsting en de sokkels en beelden bovenaan nog gepolychromeerd zijn. Het typische renaissanceretabel uit het einde van de Brabantse retabelproductie vertoont een mooi uitgewerkte kast met ingewikkelde accolades en elementen uit het nieuwe repertorium van de nieuwe stijl. De metselrie is sober en beperkt gehouden en veel plaats wordt ingeruimd voor de talrijke beeldengroepen. In het linker compartiment zien we bovenaan het afgewezen offer van Joachim en het huwelijk van Anna en Joachim, in het midden de geboorte van Maria met onderaan de Boom van Jesse en rechts de ontmoeting van
De Sint-Annaretabels, waarvan de iconografie gebaseerd is op de apocriefe evangeliën en de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine, ontstaan uit de cultus van de onbevlekte ontvangenis, die een hoogtepunt bereikt circa 1500.
A/I&L
ZOUTLEEUW. SINT-LEQNARDUSKERK. CATHARINARETABEL Het retabel staat opgesteld tegen de oostwand van de Sint-Rochuskapel, de eerste kapel aan de noordzijde. De rechthoekige kast met verhoogd middengedeelte is verdeeld in drie nissen, die oorspronkelijk gescheiden waren door tussenstijlen. De aanwezigheid van scharnieren wijzen op vroegere luiken. Onder de nissen loopt een sierlijke fries met maaswerk. Elke nis is versierd met een korfboog met rankwerk. O p de achterwand van de bak zijn rode vellen persbrokaat gekleefd. Vergulde lancetvensters suggereren een laatgotisch kerkinterieur. Bovenop de kast staan drie pestheiligen Antonius, Rochus en Sebastiaan. De predella met voorstelling van de boodschap, de visitatie, de aanbidding van de wijzen en de verkondiging aan de herders is enkele tientallen jaren ouder dan het retabel en werd in 1963 onder de altaartafel geplaatst ter vervanging van een neogotische predella. In de nissen staan drie levensgrote volsculpturen met onbewerkte rugzijde. In de middelste nis staat Maria met een geopend boek in de linkerhand. Haar kleed en mantel zijn versierd met persbrokaat, pointillering en tinnen lelietjes. Zij wendt zich naar de kleine Jezus, die bij Jozef in de rechternis staat. Jezus, gekleed in een hemdje en blootvoets, strekt zijn hand uit naar zijn moeder. Jozef is in gestalte kleiner dan Maria en heeft een bloem in de hand, een verwijzing naar zijn taak als voedstervader. Als groep vormen zij samen de heilige familie. In de linkernis staat Catharina: de rijk geklede koningsdochter vertrapt keizer Maxentius, wiens lichaam rondom het gebroken rad geslingerd is. O p het eerste gezicht lijken de beelden niet in de kast te passen. Door een latere vergroting van hun sokkel staan zij nu te ver naar voren, waardoor de luiken niet meer konden gesloten worden. O p basis van archivalia en stijlkritisch onderzoek worden de retabelbeelden toegeschreven aan de Leuvense beeldsnijder Joes Beyaert, die circa 1479 een Catharinatafele aan de Sint-Leonarduskerk geleverd heeft. Hij sneed voor dezelfde kerk nog andere beelden en was ook verantwoordelijk voor de inwendige, sculpturale afwerking van het stadhuis van Leuven.
Door hun realistische vormgeving, de zware en hoekige plooienval sluiten de beelden aan bij de laatgotische Brabantse sculptuurcentra Brussel, Antwerpen en Mechelen. Zij missen echter de vaardigheid en de elegantie van de werken in de grote steden; zij zijn ruwer en stroever gesculpteerd, kenmerkend voor een meer locale stijl en school. De originele polychromie is gedeeltelijk bewaard en werd mogelijk uitgevoerd door de Antwerse beeldsnijder Jan Mertens {1482). In 1954 werden de beelden behandeld in het KIK.
Bibliografie Leuven 1979, p. 68-71; Steppe 1971, p.607-621 en 622-625, nrZ/2; Vanrhillo 1971.
If
M&L
ZOUTLEEUW, SINT-IFDNARDUSKFRK.
Bibliografie
LEON A R D U S R E I ABEI
Detroit, i960, nr 73, p. 237-239; Leuven 1962, nr. B 114, p. 82; Leuven 1975, nr. B/70, p. 367-370.
Het retabel met episodes uit het leven van de kerkpatroon, staat in het zuidelijk transept. De rechthoekige bak met verhoogd middengedeelte is verdeeld in drie vakken, bekroond met torenvormige baldakijnen. In het middenvak met laatgotische venstertraceringen staat een Leonardusbeeld van omstreeks 1300, ter vervanging van een verdwenen groep. De zijvakken zijn versierd met telkens drie beeldengroepen, oorspronkelijk gescheiden door zuiltjes, die in de 19 eeuw verwijderd werden. De drie episodes links tonen het doopsel van Leonardus door Remigius, bijgestaan door de koning en de koningin, Leonardus die door zijn ouders toevertrouwd wordt aan Remigius en Leonardus die de koning om vrijlating van een gevangene smeekt. Rechts ziet men Leonardus die de bisschopsmijter weigert, de koning die een bezoek brengt aan het door Leonardus gestichte klooster en Leonardus die God smeekt om bijstand tijdens de barensweeën van de koningin. Het retabel wordt vervaardigd in een Brussels atelier in het laatste kwart van de i 5 d e eeuw en draagt op zes plaatsen de ingebrande hamer, het keurmerk van de Brusselse beeldensnijders. Uit de kerkrekeningen van Zoutleeuw uit de jaren 14761479 blijkt dat de Leuvense beeldensnijder Aert de Maelder nauw bij het ontwerp en de bestelling van het kunstwerk betrokken is, met name voor de vergulding en de polychromie. De rijzige, slanke gestalten met hun ingetogen en beheerste uitdrukking herinneren aan de personages op de panelen van Dirk Bouts. Het retabel stond oorspronkelijk in de Leonarduskapel, die in 1442 tegen de zuidelijke transeptarm wordt aangebouwd en bestemd is als devotie- en bedevaartskapel. In de i 9 c l e eeuw wordt zij heringericht als sacristie en krijgt het retabel zijn huidige opstelling. De beeldengroepen zijn in 1873 opnieuw gepolychromeerd en verguld door G. Luyten, zoals een inscriptie vermeldt. In i960 wordt door het KIK een conservering uitgevoerd. In 2000 wordt het gerestaureerd.
ZOUTLEFUW, SINT-LEQNARDUSKERK.
Bibliografie
P A S SI ERETABEI
Derveaux-Van Ussel., Nieuwdorp en Steppe 1979.
Dit harmonieus opgebouwde, vrij kleine retabel heeft een met hogels versierd bovenprofiel waarboven een nu lege sokkel. Hierop stond oorspronkelijk een beeld zoals ook het geval is bij het retabel van Schoonbroek in Retie. Drie hoofdscènes verbeelden van links naar rechts de kruisdraging, de (verdwenen) calvarie en de bewening. Drie kleine groepjes zijn ingewerkt in de metselrie: de opdracht in de tempel, de vlucht naar Egypte en Jezus tussen de godgeleerden in de tempel. Onder de middenste scène is een vak uitgespaard voor de graflegging. De sierlijke predella toont drie voorstellingen: de opgang van Maria naar de tempel, de geboorte van Jezus (enkele beeldjes verdwenen) en de besnijdenis. Het lege middenvak wordt nu ingevuld door een vroeggotische madonna met kind uit 1230. De geschilderde luiken beelden scènes uit het leven van Christus uit: links de hof van olijven, de Judaskus en de Ecce H o m o , rechts de nederdahng ter helle, de verrijzenis en de verschijning van de verrezen Heer aan Maria. In gesloten toestand is een boom van Jesse te zien. O p dit retabel werden geen merken teruggevonden. Het wordt meestal gesitueerd rond 1520 en door de afwezigheid van merken toegeschreven aan een kleiner centrum (Leuven?). Het snijwerk is niet bijzonder hoogstaand. Vooral de gezichten zijn vrij steretotiep en weinig verfijnd van gelaatstrekken. De polychromie lijkt nog vrij oorspronkelijk en maakt gebruik van het hele gamma van decoratieve technieken: polimentvergulding, matvergulding, pointillering, tekstboorden en persbrokaat (op het kleed van Jozef van Arimatea, links bij de graflegging). De carnaties, vooral de ogen en de monden, zijn vereenvoudigd weergegeven. Eenvoudige lancetvensters fungeren als achtergrond, die voor de rest weinig uitgewerkt is, op een stadspoort en de calvarieberg na. De compositie van de beeldengroepen is helder en rustig. De buitenluiken sluiten hier stilistisch mooi bij aan. Ook deze zijn, zoals gewoonlijk, anoniem. Als inspiratiebron heeft de schilder blijkbaar gebruik gemaakt van bepaalde houtsneden van Albrecht Dürer, met name de Ecce H o m o en de nederdahng in het voorgeborchte uit de Grote Passie van het begin van de 16de eeuw.
IVI&L
Wuustwezel
Brugge
• Re]ie Herentals Geel
Antwerpen
^Bocholt •Bree/
Hulshout
Gent
Beringen Lanaken,
Deerlijl
/ Rbosdaal .Brussel L i e r d e J . ,Lennik •«Eisene Tubize Edingen^
•Bertem
2Zoutleeuw Tongeren] • , • Plofribières • Lqntzen Luik
jVillers-la-ville • Boussu Dour
Thuin
Gerpinnes Ham-sur-Heure
eaumont
Dinant Daverdisse , Gedinibe
Kaart van België met de huidige locaties van retabels (tekening E. Jacobs)
M&L
GIDS Marjan Buyle en Christine Vanthillo A N T W E R P E N , Rockoxhuis, retabel met aanbidding van de wijzen A N T W E R P E N , Vleeshuis, passieretabel van Averbode BEAUMONT, Renlies, Sint-Martinuskerk, passieretabel BERINGEN, Beverlo, kapel van Korspel, passieretabel BERTEM, Korbeek-Dijle, Sint-Bartholomeuskerk, Stefanusretabel B I N C H E , Sint-Pieterskerk in Buvrinnes, passieretabel BOCHOLT, Sint-Laurentiuskerk, Mariaretabel BOUSSU, Sint-Gorikskerk, Mariaretabel BREE, Sint-Trudokerk in Opitter, passieretabel BRUGGE, Sint-Salvatorskathedraal, Annaretabel BRUGGE, Sint-Salvatorskathedraal, passieretabel BRUSSEL, Broodhuis, Mariaretabel Delphine Steyaert BRUSSEL, Broodhuis, retabel van Saluzzo Delphine Steyaert DAVERDISSE, Sint-Pieterskerk, passieretabel DEERLIJK, Sint-Golumbakerk, Columbaretabel DINANT, Bouvignes-sur-Meuse, SintLambertuskerk, retabel van het ware kruis D O U R , Blaugies, Sint-Aubinkerk, retabel met graflegging E D I N G E N , Sint-Niklaaskerk, Mariaretabel ELSENE, Boondaal, Sint-Adrianuskerk, Christoffelretabel en Adrianusretabel G E D I N N E , Onze-Lieve-Vrouwekerk, passieretabel GEEL, Sint-Dimpnakerk, Dimpnaretabel GEEL, Sint-Dimpnakerk, passieretabel GENT, Begijnhof Onze Lieve Vrouw ter Hoye, Annaretabel GERPINNES, Villers-Poterie, Sint-Radegondiskerk, Martinusretabel HAM-SUR-HEURE-NALINNES, Ham-surHeure, Sint-Martinuskerk, Mariaretabel HERENTALS, Sint-Waldetrudiskerk, retabel van Grispinus en Crispinianus H U L S H O U T , Matheuskerk, Matheusretabel H U L S H O U T , Matheuskerk, passieretabel LANAKEN, Neerharen, Sint-Lambertuskerk, passieretabel LENNIK, Gaasbeek, kasteel, passieretabel LIERDE, Hemelveerdegem, Sint-Jan de Doperkerk, Johannesretabel
L I M B O U R G , Goé, Sint-Lambertuskerk, Elisabethretabel L O N T Z E N , Busch, Sint-Annakapel, passieretabel LUIK, Sint-Denijskerk, passieretabel PLOMBIERES, Gemmenich, Sint-Hubertuskerk, passieretabel RETIE, Schoonbroek, Sint-Jobskerk, Jobsretabel ROOSDAAL, Lombeek, Onze-Lieve-Vrouwekerk, Mariaretabel T H U I N , Thuillies, kapel van Ossogne, passieretabel T I E N E N , Hakendover, kerk van de Goddelijke Zaligmaker, driemaagdenretabel T O N G E R E N , Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, Mariaretabel T O N G E R E N , 's Herenelderen, passieretabel T U B I Z E , Saintes, Sint-Renildiskerk, Renildiskerk VILLERS-LA-VILLE, Onze-Lieve-Vrouwekerk, Mariaretabel VILLERS-LA-VILLE, Onze-Lieve-Vrouwekerk, geboorteretabel W U U S T W E Z E L , Loenhout, Sint-Pieter en Pauwelkerk, Quirinusretabel Z O U T L E E U W , Sint-Leonarduskerk, Annaretabel Z O U T L E E U W , Sint-Leonarduskerk, Catharinaretabel Z O U T L E E U W Sint-Leonarduskerk, Leonardusretabel Z O U T L E E U W , Sint-Leonarduskerk, passieretabel
RFniSTFK VAN PI AATSMAMFN
IN nF fims Antwerpen, Rockoxhuis Antwerpen, Vleeshuis Beaumont, Renlies, Sint-Martinuskerk Beringen, Beverlo, kapel van Korspel Bertem, Korbeek-Dijle, Sint-Bartholomeuskerk Beverlo, zie Beringen Binche, Buvrinnes, Sint-Pieterskerk Blaugies, zie Dour Bocholt, Sint-Laurentiuskerk Boondaal, zie Eisene Boussu, Sint-Gorikskerk Bouvignes-sur-Meuse, zie Dinant Bree, Opitter, Sint-Trudokerk Brugge, Sint-Salvatorkathedraal Brussel, Broodhuis Busch, zie Lontzen Buvrinnes, zie Binche Daverdisse, Sint-Pieterskerk Deerlijk, Sint-Columbakerk Dinant, Bouvignes-sur-Meuse, Sint-Lambertuskerk Dour, Blaugies, Sint-Aubinkerk Edingen, Sint-Niklaaskerk Eisene, Boondaal, Sint-Adrianuskerk Gaasbeek, zie Lennik Gedinne, Onze-Lieve-Vrouwekerk Geel, Sint-Dimpnakerk Gemmenich, zie Plombières Gent, klein begijnhof Gerpinnes, Villers-Poterie, Sint-Radegondiskerk Goé, zie Limbourg Hakendover, zie Tienen Ham-sur-Heure-Nalinnes, Ham-sur-Heure, Sint-Martinuskerk Hemelveerdegem, zie Lierde Herentals, Sint-Waldetrudiskerk Hulshout, Sint-Matheuskerk Korspel, zie Beringen Lanaken, Neerharen, Sint-Lambertuskerk Lennik, kasteel van Gaasbeek Lierde, Hemelveerdegem, Sint-Jan de Doperkerk Limbourg, Goé, Sint-Lambertuskerk Loenhout, zie Wuustwezel Lontzen, Busch, Sint-Annakerk Luik, Sint-Denijskerk Neerharen, zie Lanaken Opitter, zie Bree Ossogne, zieThuin Plombières, Gemmenich, Sint-Hubertuskerk Renlies, zie Beaumont Retie, Schoonbroek, Sint-Jobskerk Roosdaal, Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, Onze-Lieve-Vrouwekerk Saintes, zie Tubize Thuillies, zie Thuin 's Herenelderen, zie Tongeren Thuin, Thuillies, Ossogne, slotkapel Tienen, Hakendover, kerk van de Goddelijke Zaligmaker Tongeren, 's Herenelderen, Sint-Stefanuskerk Tongeren, Onze-Lieve-Vrouwebasiliek Tubize, Saintes, Sint-Renildiskerk Viilers-la-Ville, Onze-Lieve-Vrouwekerk Villers-Poterie, zie Gerpinnes Wuustwezel, Loenhout, Sint-Pieter en Pauwelkerk Zoutleeuw, Sint-Leonarduskerk
120 122 124 126 128 126 132 158 134 164 136 154 138 140 146 196 132 150 152 154 158 160 164 190 168 170 200 176 178 194 212 180 192 182 184 126 188 190 192 194 226 196 198 188 138 210 200 124 202 206 220 210 214 210 212 218 214 220 222 178 226 228
Marjan
Buyle
VERKLARENDE WOORDENLIJST
accoladevorm veel gebruikte vorm van profiellijst rond de retabelbak, typisch voor het productiecentrum Antwerpen
attribuut herkenningsvoorwerp waarmee heiligen kunnen geïdentificeerd worden, bijvoorbeeld het voorwerp waarmee ze gemarteld zijn
aflagen het plaatsen van gepolychromeerd hout in een bad met zuren, waardoor de beschildering en de preparatielagen worden verwijderd
azuriet mineraal blauw pigment
ajour opengewerkte sierlijst, typisch voor Brusselse retabels
bakmaker schrijnwerker die instond voor het leveren van de retabelbak beeldenstorm calvinistische volksbeweging (tweede helft van de 16 eeuw) in toenmalig Vlaanderen en Brabant, die tegen het gebruik van afbeeldingen gekant was en die leidde tot massale vernielingen van beelden en voorstellingen beeldsnijder de persoon die de beeldengroepen voor de retabels sneed
•4 Ajour
Azuriet
besloten hofje klein retabeltje, dat samengesteld wordt uit enkele kleine Mechelse beeldjes, aangevuld met een hekje (als symbool van de maagdelijkheid van Maria, vandaar de naam besloten hofje), bloemetjes en versieringen in textiel, kleine reliekjes e.d. bindmiddel materie waarmee pigmenten gebonden worden om een verf te verkrijgen binoculaire microscoop microscoop gebruikt voor het onderzoek en het vrijleggen van oude polychromielagen biologische aantasting aantasting van het hout door zwammen of insecten bladgoud fijngeslagen blad waarmee het hout verguld werd en dat kon gepolijst worden bolus fijne rode aarde die als ondergrond diende voor polimentvergulding brokaat zware zijden stof met een schering van goud- en zilverdraden bronzine bronspoeder, bij oudere restauraties vaak gebruikt als vervangmiddel voor goud. Verdonkert na een tijd door oxidatie. carnatie vleeskleur van gezicht en handen
M&L
certificatieboek register waarin reeds verleden contracten bestaande verbintenissen worden opgetekend
of
cherubijn soort engel, meestal voorgesteld als een gevleugelde putto composietretabel retabel dat samengesteld is uit vooraf vervaardigde losse beeldengroepen van verschillende handen of zelfs van verschillende ateliers coopwercke retabels die niet op bestelling gemaakt worden, maar rechtstreeks voor de open markt vervaardigd
T Bolus
decaperen verwijderen van alle polychromielagen tot op de houten drager, veel gebruikt in de 19 en ook de 2 0 s t e e e u w o m ( J a t men verkeerdelijk dacht dat dit het oorspronkelijke uitzicht was dendrochronologie wetenschappelijke methode om eikenhout te dateren, gebaseerd op het tellen van de jaarringen, waarbij men door vergelijking met referentiecurves de kapdatum van de boom kan bepalen donateur stichter of stichteres, die een retabel besteld heeft en er vaak op wordt afgebeeld dosse op dosse gezaagd hout (zie schema) fleuron versieringsmotief in de vorm van een gestileerde bloem glacis natuurlijke transparante kleuren zoals organisch rood en resinaatgroen, die op een lichtere verflaag worden aangebracht en zo de onderliggende kleur meer diepte geven granaatappel gestileerd motief van een granaatappel dat onder andere in persbrokaten veel gebruikt wordt grisailleschildering schildering waarbij alleen zwarte , grijze en witte tinten gebruikt worden. Soms is de buitenzijde van de luiken zo geschilderd. groteske typisch renaissance-siermotief met een grillige, wonderlijke figuur of krullen waarin mensen- of dierenfiguren verwerkt zijn
gulden standaardmunt of rekeneenheid gangbaar in Brabant. De Brabantse gulden of Carolus is een gouden muntstuk met beeltenaar van Karel de Stoute. De Keizerlijke Ordonnantie van 5 augustus 1521 bepaalde zijn waarde op 20 stuivers of 40 grooten. Een pond grooten Vlaams is dus 6 Brabantse gulden • Grisaille
hanze verbond van Duitse en Noordeuropese handelssteden van de 13 tot de i 8 d e eeuw, waartoe ook steden van de toenmalige Nederlanden behoorden hogel gotisch siermotief, veel gebruikt om profiellijsten bovenaan op te smukken hollijst naar binnen uitgediept profiel rondom de retabelvakken hooglichten kleine toetsen lichte verf op donkerder achtergrond, bedoeld om dat gedeelte 'op te lichten' hygroscopisch hout is een hygroscopisch materiaal, dit wil zeggen dat het in een droge atmosfeer krimpt en uitdroogt en in een vochtige atmosfeer zwelt en uitzet (het zogenaamde werken van het hout) iconoclasme zie beeldenstorm iconografie kunsthistorische wetenschap die zich bezighoudt met de ideële inhoud van de beeldende kunst, namelijk hoe de personages en de gebeurtenissen worden voorgesteld
A Imitatie-glasraam
• Kariatide
T Keellijst
imitatie-glasramen decoratief motief dat gebruikt wordt op de achterwand van retabels, om aldus een kerkinterieur te suggereren kariatide een beeld dat een dragende functie vervult (renaissancemotief, afkomstig uit de oudheid) keellijst holle profiellijst, waarin vaak kleine beeldengroepjes verwerkt worden kwartiersgezaagd hout op kwartier gezaagde planken vervormen minder als op dosse gezaagde planken, maar de verzaagwijze valt duurder uit (zie schema) lacune leemte in de voorstelling of in de afwerkingslaag laseren het aanbrengen van een doorschijnende, transparante laag (glacis) Ibgr. VI. 1 pond groten Vlaams: standaardmunt ter waarde van 20 schillingen = 240 penningen of grooten
malachiet mineraal groen pigment matvergulding goudblad dat aangebracht wordt op mixtion en niet gepolijst wordt, waardoor het een vrij mat uitzicht behoudt. Wordt bijvoorbeeld veel gebruikt op oppervlakken die door hun aard niet te polijsten zijn, bijvoorbeeld de haren van de personages en de grondpartijen Mechelse popjes Mechelse beeldjes, meestal van kleine afmetingen, die gekenmerkt worden door een popperig, klein gezichtje met een hoog voorhoofd metselrie imitatie in hout van architectuurelementen, waarmee het bovenste gedeelte van de altaarbak gevuld wordt metselriesnijder ambachtsman die instaat voor het snijden van de metselrie mixtion kleefgrond voor goudblad en andere metalen monochroom afwerkingslaag in éénzelfde kleur
ophogen benadrukken van een detail (boord van een kleed, attribuut, gezicht, nimbus,..) door goud of verf; partiële beschildering, zoals bijvoorbeeld op albasten en ivoren
park historische benaming voor een vakje of beeldengroep in het retabel persbrokaat versieringstechniek in reliëf waarbij brokaatweefsels worden nagebootst: een mengsel van was-hars of krijt-lijm wordt in een mal gegoten, uitgenomen en op het beeld of op het paneel gekleefd. Het werd verguld of verzilverd en afgewerkt met verf of glacis. pigment er zijn twee hoofdgroepen van pigmenten: minerale en organische. Minerale pigmenten kunnen natuurlijk of artificieel zijn; de organische zijn van dierlijke of plantaardige oorsprong en kunnen natuurlijk of syntetisch zijn pointilleringen versieringstechniek waarbij met een gepunt voorwerp of een stempeltje een bepaald patroon gedrukt wordt in verse polimentvergulding
Methelse pop|es
M&L
Pointilleringen
Polimentvergulding
polijsten verhogen van de glans van het goudblad door bewerking van de pas opgebrachte polimentvergulding met agaatsteen polimentvergulding glansvergulding op een ondergrond van bolus polychroom meerkleurige afwerkingslagen predella onderstel van het retabel, waardoor dit visueel verhoogd wordt en ook gemakkelijk te openen en te sluiten is zonder het altaar te moeten ontruimen. Een predella kan bestaan uit sculpturen, eventueel afgesloten met geschilderde luikjes, of uit paneelschilderingen. prefiguratie voorafbeelding uit het Oude Testament van een gebeurtenis uit het Nieuwe Testament, bijvoorbeeld Jonas in de walvis en Christus in zijn graf radiaal gekloven hout een op oude wijze radiaal gekapte plank bezit een radiaalsnedestructuur en trekt daarom niet krom (zie schema)
Prefiguratie
Radiaal gekloven hout
. mm
:
w m
.
Tons changeants
Yinf
f-^|
1i •^v
^IK
I^-
^^ J
^ ^ »
i
^|
i
retouchering aanvullen van leemtes om de leesbaarheid te verhogen
status quaestioms stand van het wetenschappelijk onderzoek tot nu toe
rolwerk renaissancemotief met opgerolde banden
stoffering oude benaming voor het aanbrengen van verf en goud op beeldsnijwerk
salvator mundi voorstelling van Jezus als de heerser van de wereld schepenbrief op initiatief van de stadsmagistraat opgestelde acte als bewijs van een rechtsgeldig gemaakte overeenkomst sgraffitto versieringstechniek waarbij het hout eerst wordt verguld, dan geschilderd en vervolgens met een gepunt voorwerp de verf er in een bepaald patroon wordt afgehaald waardoor het goud opnieuw zichtbaar wordt spint of spinthout de buitenste kring (laatst gevormde jaarringen) van de houtstam. Spinthout wordt voor verwerking niet gebruikt omdat het teveel vocht bevat en gevoelig is aan schimmels en houtworm
tons changeants techniek vooral gebruikt door maniëristische schilders, om een kleur in een andere te doen overgaan, soms met felle en onverwachte contrasten Tremolierungen bewerking van de grondpartijen, waarop de beeldengroepen staan in het exterieur, door het maken van kleine kapjes typologie middeleeuws denksysteem waarbij de voorbije gebeurtenissen gezien worden als prefiguraties van latere voorvallen, bijvoorbeeld het verzamelen van het manna en het Laatste Avondmaal vermiljoen mineraal rood pigment
M&L
•4 Tremolierungen
T
Vierges ouvrantes
versieringstechnieken afwerkingen waarmee de polychromie en de verguiding verrijkt werden, zoals pointilleringen, sgraffitti, persbrokaat, tekstboorden e.a.
Versieringstechneken
vierges ouvrantes madonnabeelden die men kan openen en waarbij dan een andere voorstelling zichtbaar wordt. Ze worden als één van de voorlopers van de retabels beschouwd en werden vooral in Frankrijk gemaakt. vrijhaven haven die door de machthebbers vrijgesteld is van het heffen van tolgelden en waar buitenlandse schepen zonder betaling kunnen binnenvaren en handel drijven was hars mengsel van bijenwas en damarhars, gebruikt om opstulpingen van sommige verflagen te fixeren wichtgoederen zware goederen waarmee een schip tot de maxim u m diepgang kon worden geladen en waarvan het gewicht meer is dan één ton en waarvan de vracht naar het gewicht wordt berekend (in tegenstelling tot maatgoederen) wimberg steile puntgevel boven vensters en portalen; versieringsmotief op retabels
Carl Van de Ria De Frans
Velde
Boodt Verhaeghe
BELGISCHE RETABELS 11M DE MUSEA
Museum Hayer van den Bergh, passieretabel
Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh, Lange Gasthuisstraat 19 • Huisretabel met de boodschap, inv. 2227, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1480-1490 • Passieretabel, inv. 2244-2246, Brabant, Brussel ?, ca. 1490-1495 • Retabel met Maria en vrouwelijke heiligen, inv. 2256-2258, Mechelen, ca. 1500 Antwerpen, Museum Vleeshuis, Vleeshouwersstraat 40 Passieretabel, afkomstig uit de abdij van Averbode, inv. II 25 A 1, Antwerpen, ca. 1514 (zie Gids) Aarlen, Musée luxembourgeois, rue des Martyrs 13 Retabel met taferelen uit de geboorte en de passie van Christus, afkomstig uit de kapel van Fisenne-Soy, geen inv.nr., Antwerpen, ca. 1510-1515 Brugge, Museum Gruuthuse, Dijvet 18 Huisretabel met calvarie, inv. 0.187 V , Zuidelijke Nederlanden, 1584 (inscriptie) Brussel, Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis. Jubelpark 10 • Apostelretabel, afkomstig uit de Begijnhofkerk van Tongeren, inv. 2957, Brabant of Limburg, ca. 1435 • Passieretabel van Brimo de Laroussilhe, inv. SC130, Brussel, ca. 1460-1480 • Passieretabel van Claudio Villa en Gentina Solaro, inv. 3006, Brussel, ca. 1470-1480
Passieretabel, afkomstig uit het legaat Vermeersch, inv. V 198, Brussel, ca. 14901500 Sint-Jorisretabel, afkomstig uit de OnzeLieve-Vrouw-van-Ginderbuitenkapel van Leuven, inv. 362, Brussel, ca. 1493 (inscriptie). Jan Borman (gesigneerd) Retabel met de maagschap van SintAnna, afkomstig uit de Sint-Annakapel van Hertoginnedal in Oudergem, inv. 327, Brussel, ca. 1500-1510 Mariaretabel, afkomstig uit de OnzeLieve-Vrouwekerk in Pailhe, inv. 425, Antwerpen, ca. 1510-1530 Retabel met taferelen uit de geboorte en de passie van Christus, afkomstig uit de Sint-Catharinakapel in Herbais-sous-
Piétrain, inv. 4009, Antwerpen, ca. 15301540 • Retabel met taferelen uit de geboorte en de passie van Christus, afkomstig uit de Sint-Genovevakerk in Oplinter, inv. 3196, Antwerpen, ca. 1530-1535 • Passieretabel, afkomstig uit de SintMargaretakapel in Ollomont, inv. 1454, Zuidelijke Nederlanden, Luik ?, ca. 1500-
Brussel, Museum van het OCMW, Hoogstraat 298a Retabel met taferelen uit het leven van Maria en de geboorte van Christus, inv. T 46, Brussel, ca. 1500 Lennik, kasteel van Gaasbeek, Kasteelstraat 40 Passieretabel, inv. 648, Antwerpen, eerste helft 16 eeuw (zie Gids)
1510
• Retabel met de geboorte van Christus, afkomstig uit de kapel van GestelMeerhout, inv. 426, Zuidelijke Nederlanden, eerste helft i 6 a e eeuw • Retabel met het martelaarschap van SintBarbara en Sint-Leodogarius, afkomstig uit de Sint-Leodogariuskerk van Wannebecq, inv. 328, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1530 (inscriptie) en ca. 1850 • Huisretabel met taferelen uit het O u d e Testament, afkomstig uit het legaat de Meester de Ravenstein, inv. R 114, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1535 (inscriptie) • Passieretabel, afkomstig uit het legaat de Meester de Ravenstein, inv. R 11, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1540 • Passieretabel, afkomstig uit de kerk van Redu, inv. 2042, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1550 • Passieretabel, afkomstig uit de SintPieterskerk in St.-Pierre-lez-Libramont, inv. 2412, Zuidelijke Nederlanden, Luik ?, ca. 1560-1570 Brussel, Koninklijke musea voor schone kunsten van België, Regentschapsstraat 3 • Huisretabel met calvarie, afkomstig uit het legaat Delporte, inv. 8734, Zuidelijke Nederlanden, begin i 5 d e eeuw • Passieretabel, afkomstig uit het legaat Delporte, inv. 8774, Brussel of Antwerpen, begin 16^ eeuw Brussel, Broodhuis, Grote Markt • Mariaretabel, inv. 1.5.3, Brussel, ca. 1500 (zie Gids) • Retabel van Saluzzo, inv. 1.5.1 en 1.5.2., Brussel, ca. 1510-1520 (zie Gids)
Leuven, Stedelijk museum Vanderkelen-Mertens, Savoyestraat 6 Retabel met taferelen uit de geboorte en de passie van Christus, afkomstig uit de kapel van het Sint-Pietersgasthuis in Leuven, inv. C 89, Antwerpen, ca. 15201525 Luik, Musée d'art religieux et d'art mosan, rue Mère-Dieu (Hors-Chateau) Retabel met genadestoel en vrouwelijke heiligen, inv. 98, 99 en 100, Brussel of Mechelen, ca. 1475 Namen, Musée des arts anciens du Namurois "Hotel de Gaiffier d'Hestroy", rue du Fer 24 • Retabel met taferelen uit de geboorte en de passie van Christus, afkomstig uit Belvaux, inv. 76, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1530 • Retabel met de geboorte van Christus, afkomstig uit Rochefort, inv. 77, Zuidelijke Nederlanden, midden i 6 d e eeuw • Retabel met calvarie en heiligentaferelen, afkomstig uit de kapel van EnhetChevetogne, inv. 132, Zuidelijke Nederlanden, 2de helft I Ö " 6 eeuw
f
• OCMW Brussel, huisretabel
• KMKG Brussel, passieretabel, Brimo de Uroussilhe
IVI&L
BIBLIOGRAFIE
ld-, Karspel/Beverlo. Passieretabel, in Antwerpse retabels (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 132-135. ld.. Retabel van Sint-Jan-de-Doper in de Sintfan-de-Doperkerk van Hemelveerdegem in Lierde, 'mM&L (Monumenten en Landschappen), 17, 1998, nr. 3, p. 56-63. Campbell L., The Art Market in the southern Netherlands in the fifteenth Century, in The Burlington Magazine, 118, 1976, p. 188-198.
Ancelet'Hustache J., Sainte Elisabeth de Hongrie, Parijs, 1947. Antwerpse retabels, I. Catalogus, II. Essays-, Nieuwdorp H. (red.), Antwerpen, 1993. Asaert G., Documenten voor de geschiedenis van de beeldhouwkunst te Antwerpen in de 1 5 ^ eeuw, in Jaarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten Antwerpen, 1972, p. 43-86. ld.. Documenten voor de geschiedenis van de Antwerpse scheepvaart vooral de Engelandvaart (1404-1485^) (Collectanea maritima, II), in Koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België, 1985. ld., Antwerpen en de zee, in Antwerpen. Verhaal van een metropool (tent.cat.). Van der Stock J. (ed.), Antwerpen, 1993. Augustyniak A., Geelen I. en Serck-Dewaide M., Het laatgotisch Sint-Annaretabel (1533J van de Sint-Salvatorskathedraal in Brugge, in M & L (Monumenten en Landschappen), 18, 1999, nr. 2, p. 41-62. Ballestrem A., Un témoin de la conception polychrome des retables bruxellois au début du XVle siècle, in Bulletin van het koninklijk instituut voor het kunstpatrimonium, 10, Brussel, 1968, p. 36-45. Barker E., Webb N. en Woods K., The changing Status of the Artist, New Haven-Londen, 1999. Barnich A., Les personnages sculptés et leur mise en scene dans Ie retable de Saint-Denis a Liège, in Art ó- Fact, 16, 1997, p. 23-28. Bauret C , Bouvignes-sur-Meuse. Retabel van het ware kruis, in Antwerpse retabels (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 126-129. Bauret C. en Serck-Dewaide M., Le retable de la vraie croix (vers 1556J, Brussel, 1993. Becker U., Der Passionsaltar von Orsoy und die Brüsseler Retabelproduktion um 1500, in Wallraf-Richartz-Jahrbuch, 52, 1991, p. 43-76. Bertha A., Kirchendiebstahl in Gemmenich, in Zeitschrift der Vereinigung fur Kultur, Heimatkunde und Geschichte im GöhltaU 36, februari 1985, p. 62-74.
Ceulemans C. en Perier-D'Ieteren C , Bocholt. Mariaretabel Antwerpse retabels (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 84-91.
in
Comblen-Sonkes M. en Véronée-Verhaegen N., Le musée des beauxarts de Dijon (Corpus des Primitifi Flamands, 1), Brussel, 1986. Courajod L , La polychromie dans la statuaire du Moyen Age et de la Renaissance, in Mémoires de la société nationale des antiquaires de France, 5de reeks, 8, 48, 1887, p. 192-274. Cuyvers J., Landelijk Loenhout. Bijdrage tot de geschiedenis van Loenhout, Loenhout, 1995. Dacos N., Le retable de l'église Saint-Denis a Liège: Lambert Suavius et non Lambert Lombard in Oud-Holland, 106, 1992, nr. 3, p. 103-116. De Boodt R., De beeldsnijder Robert Moreau en het retabel van Oplinter, in Bulletin van de koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, 65, 1994, p. 111-120. ld.. Bijdrage tot de studie van de iconografie en de historiek van het retabel van Pailhe, in Bulletin van de koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, 67, 1996, p. 121-133. ld., Het Passieretabel van Oplinter in de koninklijke musea voor kunst en geschiedenis te Brussel. Bijdrage tot de studie van de laatgotische Antwerpse beeldsnijkunst, onuitg. lic. verh. VUB, Brussel, 1993. De Boodt R., Serck-Dewaide M., Sanyova J., Goetgheberur N., Kockaert L. en Jansen J., Het retabel van Oplinter. Le reable d'Oplinter ('Scientia Artis, 1), Brussel, 1999. de Borchgrave d'Altena J., Le retable de Bassines, in Bulletin des musées d'art et d'histoire, 3de serie, jg. 5, 1933, nr. 1, p. 129-138. ld., Le retable de Bocholt, in Bulletin de la société royale d'archéologie de Bruxelles, 4-6, 1936, p. 143. ld., Het kerkelijk meubilair in de Limburgsche Kempen, in De Limburgsche Kempen (Verzamelde Opstellen), jg. 12. 2, 1936, p. 71-76. ld., De Tinjluence de Tart brabangon dans l'ancien comté de Looz, in Annales de la société royale d'archéologie de Bruxelles, 45, 1941, p. 233234 en fig. 4-6.
Benz J., Die Legenda Aurea des Jacobus de Voragine, Keulen 1969. Id., Les retables brabangons 1450-1550, Brussel, 1942. Bichler S., Les retables de Jacques de Baerze, in Actes des journées Internationales Claus Sluter, Dijon, 1992, p. 23-35. BrachertT, Gefasste Holzskulptur undSchnitzaltar, und Denkmalpflege, 2, Zurich, 1965.
Id., Notes pour servir h l'étude des retables anversois, in Bulletin van de koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, reeks 4, 30, 1958, p. 33-34.
in Konservierung ld., Les retables de Boendael, in Brabant, dec. i960.
Brachert T. en Kobler E, Fassung von Bildwerken, in Reallexikon zur deutschen Kunstgeschichte, kol. 743-826. Braudel R, La Méditerranée et le monde méditéranéen a Vépoque de Philippe LL, Parijs, 1966.
Id., Notes pour servir a l'étude des oeuvres d'art du Limbourg, dl.i, in Bulletin de la société d'art et d'histoire du diocese de Liège, 43, 1963, p. 167-169. de Borchgrave d'Altena J. en Mambour J., Retables en bois du Hainaut, Bergen, 1968.
Braun J., Der christliche Altar in seiner geschichtlichen Entwicklung, 2 dln., München, 1924.
Id., Retables en pierre du Hainaut, Bergen, 1968.
ld.,'Altarretabel', in Reallexikon zur deutschen Kunstgeschichte, I, kol. 229-264.
De Bosschere J., La sculpture anversoise au XVe et XVLe siècles, Brussel, 1909.
Buyle M., Het retabel van Korspel te Beverlo, in M&L en Landschappen), 12, 1993, nr. 2, p. 46-55.
De Coo, Twee Orley retabels, in Jaarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten, 1979.
(Monumenten
Decoodt W-, Gaasbeek in de 1 6 ^ eeuw. Catalogus, in Gasebeca, 16, 1992, nr. 22.
ld., Jan Genoots, sculpteur anversois du XVIe siècle, in Bulletin van de koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, 57, 1986, p. 25-41.
Derveaux-Van Ussel G., Nieuwdorp H. en Steppe J., Retabels, in Openbaar kunstbezit in Vlaanderen, 17, 1979, nr. 1.
ld., Burgos, calvarie en H. Petrus, in Antwerpse retabeb (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 182-183.
Derveaux- Van Ussel G., Het apostelenretabel uit de voormalige begijnhofkerk van Tongeren, Brussel, 1972.
Elens D., Het vijfiiende-eeuwse retabel van Hakendover: een nieuw dateringsvoorstel op basis van een kritische status quaestionis en een uitgebreide stijlanalyse, lic.verh. KUL, Leuven, 1993.
ld., Le retable malinois de Téglise d'Odeby, in Artes Belgicae. Musées royaux d'art et d'histoire, Brussel, 1973, p. 77-78.. ld., Een Mecheb aanbiddingsretabel in het Suermondtmuseum Aken, in Aachener Kunstblatter, 44, 1973, p. 233-244.
te
ld., Jan LI van Coninxlo. A Brussels Master of the 16th Century, Stockholm, 1992.
Id., Houten retó^/f {museumgids), Brussel, 1977. ld., Edingen. Mariaretabel, Antwerpen, 1993, p. 98-105.
in Antwerpse
retabels {tent.cat.),
ld. en Steyaert G., Neerharen. Passieretabel, in Antwerpse retabels (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 74-81. De Smedt H., De verspreiding van Brabantse retabels in oostelijke richting, in De Brabantse stad. Mededelingen van de geschied- en oudheidkundige kring voor Leuven en omgeving, 1965, p. 23-36. ld., De beeldhouwkunst te Antwerpen 1470-1530, in Aspecten van de laatgotiek in Brabant (tent.cat.), Leuven, 1971, p. 272-305. ld., De Antwerpse retabels en hun iconografie: een overzicht van onderwerpen en veranderingen, in Antwerpse retabels, II Essays, Antwerpen, 1993, p. 23-46. De Smedt O., De Engelse Natie te Antwerpen in de 16 Antwerpen, 1954.
Engellau-Gullander C., Le retable flamand de Skepptuna (Suède). L'attribution des peintures, in Annales d'histoire de Tart et d'archéologie de l'université libre de Bruxelles, 11, 1979.
eeuw, 3 dln.,
FicheFet M.-L., Het retabel van Saluces. Kunstwerk uit het gemeentelijk museum der stad Brussel, in Driemaandelijks tijdschrift van het gemeentekrediet van België, 72, 1965, p.67-104. Goosen L., Van Afra tot Zevenslapers. Heiligen in religie en kunsten, Nijmegen, 1992. Hainaut M., Nos merveilleux retables, onuitg. brochure. Hainaut M., Gillet A. en Baudoux R., Histoire du serment de SaintChristophe ou des arquebusiers de Bruxelles, Brussel, 1855. Hansmann W. en Hoffmann G., Spdtgotik am Niederrhein. Rheinische und Fldmische Flügelaltare im Licht neuer Forschung, Keulen, 1998. Harbison C., The Northern Altarpiece as a Cultural Document, in The Altarpiece in the Renaissance, Cambridge USA, 1990, p. 49-75. Hennuy C., La chapelle d'Ossogne d Thuillies, Thuillies, 1991.
Destrée J., Le retable anversois de Bouvignes, in Namurcum, 1924, p. 5-10. ld., Le retable de Téglise St. Denis a Liège, in Bulletin de Tinstitut archéologique liégeois, 40, 1910, p. 243-260. Devigne M., La sculpture mosane du XLI au XVLe siècle, ParijsBrussel, 1932, p. 159-186. ld., Les sculptures en bois dun retable en boispolychrome et doré, de la fin du XVe siècle, conserve au musée de Bruxelles, in Société des amis du musée communal de Bruxelles, 1940. Devlieghcr L., De Sint-Salvatorskathedraal te Brugge. Lnventaris (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 8), Tielt-Amsterdam, 1979, p. 89-90. D'Hainaut-Zveny B., La dynastie Borreman (XVe et XVLe siècles). Crayon généalogique et analyse comparative des personnalités artistiques, in Annales d'histoire de Tart et d'archéologie, 5, 1983, p. 47-66. ld., Le retable de la Passion de Güstrow. Problémes d'attribution et essais d'analyse, in Revue Beige d'archéologie et d'histoire de Tart, 55, 1986, p. 5-39. Dijkstra J., Origineel en kopie: een onderzoek naar de navolging van de meester van Flémalle en Rogier van der Weyden, Amsterdam, 1990. Doehaerd R., Etudes anversoises. Documents sur le commerce international a Anvers i^SS-i-yi^ (LJLJLL, Ports-Routes-Trafics), Parijs, 19621963. Dösseler E., Niederrhein unddie BrabanterMessen zu Antwerpen und Bergen op Zoom vom Ende des 14. bis zum Ende des 16. Jahrhunderts, in Jahrbuch des Kölnischer Geschichtsvereins, 1936, p. 47-97. Dumortier C., Le retable sculpté de Hulshout. Essai de reconstitution dune oeuvre anversoise du début du XVLe siècle, in Revue des archéologues et historiens dart de Louvain, 7, 1974, p. 129-143.
Herborn W., Der Antwerpener Markt und die Stadte im Herzogtum Jülich um 1500, in Beitrdge der Julicher Geschichte (Mitteilungen des Julicher Geschichtsvereins, 50, Jülich, 1983, p. 33-74. ld., Der Antwerpener Markt und die Kauf- und Fuhrmannschafi der Reichsstadt Aachen ('1490-1513J, in Zeitschrift des Aachener Geschichtsvereins, 90/91,1984, p. 97-147. Hoffmann G., Der Annenaltar des Adrian van Overbeck in der Propsteikirche zu Kempen. Werk und Werkstatt eines Antwerpener Maniensten, in Spdtgotik am Niederrhein. Rheinische und fldmische Flügelaltdre im Licht neuer Forschung, Keulen, 1998, p. 117-291. Huijgens C., Bijdrage tot de geschiedenis van het Antwerpse SintLucasgild in de vijftiende eeuw, lic. verb. VUB, Brussel, 1988. Hui2ingaJ., Herfittij der middeleeuwen, Haarlem, 1957. Huth H., Künstler und Werkstatt der Spdtgotik, Darmstadt, 1923 (heruitgave 1967). Jacobs L., The Marketing and Standardization of South Netherlandish Carved Altarpieces. Limits on the Role of the Patron, in The Art Bulletin, 72, 2, 1989, p. 207-229. Id., The inverted T-shape in early Netherlandish Altarpieces: Studies in the Relation between Painting and Sculpture, in Zeitschrift fur Kunstgeschichte, 1, 1991, p. 33-65. Id., The commissioning of early Netherlandish carved Altarpieces, in A Tribute to Robert A. Koch. Studies in Northern Renaissance, Princeton, 1994, p. 83-114. Id., Early Netherlandish carved Altarpieces, 1380-1550. Medieval Tastes and Mass Marketing, Cambridge USA, 1998. Jansen A. en Van Herck C , Kerkelijke kunstschatten, Antwerpen, 1948.
Jansen J. en Périer-D'Ieteren C , Schoonbroek. Sint-Jobsretabel, in Antwerpse retabels (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 118-123. Juffern H., Die St. Anna Kapelle zu Lontzen-Busch, in Kgl. Kirchenchor St. Cacilia Lontzen 1864-1989, p. 169-175. Kiinckaert J., De retabelproduktie en -export te Brugge tussen 13801430. Bijdrage tot de studie van de zuidnederlandse retabelproduktie vóór 1450, lic. verh. RUG, Gent, 1987-88. ld.. Het Dimpna- en het passieretabel in de Sint-Dimpnakerk te Geel, in Laatgotische beeldhouwkunst in België {Openbaar kunstbezit in Vlaanderen, extra nummer), 1994, p. 2.3-25. Koller M., Der Flügelaltar aus Mechelen in der Deutschordenskirche zu Wien, in Osterreichische Zeitschrift fiir Kunst und Denkmalpflege, XLIX, 1995, heft 1/2, p. 90-104. Krebs E., Der Schrein- mehr als einer Kiste?, in Meisterwerke massen/w/? (tent.cat.), Stuttgart, 1993, p. 265-276. Kremer R., Le retable de Buvnnnes, in Bulletin des métiers d'art, januari 1903, p. 195. ld., Le retable de Bocholt, in Bulletin des métiers d'art, 2, T903, p. 193-197.
Maere R., Le retable d'Haekendover, in Annales de l 'académie royale d' archéologie de Belgique, 68, serie 6, dl. 8, ie en 2e livraisons, p. 70-97. Male E., L'art religieux a la fin du Moyen Age en France. Etude sur l'iconographie du Moyen Age et sur ses sources d'inspiration, Parijs, 1908. Maquet- lombu J., Les plates peintures par Colyn de Coter (vers 1455Bruxelles 1538-39,) d'un retable en bois sculpté. polychrome et doré de la fin du XVe siècle, conserve au musée communal de Bruxelles, in Société des amis du musée communal de Bruxelles, 1940. Marij nissen R., Het retabel van Averbode uit de verzamelingen van het museum Vleeshuis, in Antwerpen, in Bulletin van de musea van België, 3, 1960-61, p. 6-15. Marijnissen R. en Sawko-Michalski M., De twee gotische retabels van Geel, in Bulletin van het koninklijk instituut voor het kunstpatrimonium, i960, p. 142-162. Marijnissen R. en Van Llefferinge H., Les retables de Rheinberg et de Hakendover, m Jahrbuch der Rheinischen Denkmalpflege, 27, 1961-65 (1967), p. 75-89. Marlier G., La Renaisance flamande. Pierre C.oecke dAlost, Brussel, 1966, p. 405-411.
Krohm H. en Oellermann E. (ed.), Flügelaltare des spaten Mittelalters, Berlijn, 1992.
Medieval Wooden Sculpture in Sweden, 5 din., Stockholm, 1964-1980.
Kühn J., Die Bemalung der kirchlichen Möbel und Düsseldorf, 1901.
Skulpturen,
Milkers J., Het retabel van 's Herenelderen, in Het oude land van Loon, 9, 1954, p. 114-120.
Kuyl R, Retable de l'ancienne corporation des tanneurs dans l'église paroissiale de Sainte-Waudru a Herenthals, in Annales de l'académie d'archéologie de Belgique, 29, 1870, p. 267-276.
Monballieu A., Documenten van het Mechels schilders- en heeldsnijdersambacht, De Rolle van 1564, in Handelingen van de koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 73, 1969, p. 88-106.
Laabs A., Das Retabel als "Schaufenster" zum götlichen Heil, in Marburger jahrbuch fiir Kunstwissenschaft, 24, 1997, p. 71-86. Lapaire C , Les retables a tabernacle polygonal de Vépoque gothique, in Zeitschrift fur Schweizerische Archdologie und Kunstgeschichte, bd. 29, 1972, dl. 1, p. 40-64. Leeuwenberg J., De laatste retabels uit de Scheldestad en enig aanverwant beeldhouwwerk, in Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis, 26, 1-2, 1957, p. 75-115. ld., Zeven Zuidnederlandse reisaltaartjes, in Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis, 27, 1958, p. 95-108. Lefève R, Lidentification du retable dAverbode conserve au Musée du Steen a Anvers, in Bulletin de lacadémie royale d'archéologie de Belgique, 1, 1922, p. 227-232. ld., Textes concernant l'histoire artistique de Vabbaye dAverbode, in Revue beige d'archéologie et d'histoire de l'art, 1935, p. 51-52. L'église de Sainte-Renelde de Saintes (Les dossiers de Chirel de RebecqTubize, 1), 1994. Lejeune T , Retable gothique de l'église paroissiale de Buvrinnes, in Revue de Van chrétien, 5, 1861, p. 337-351. Lemmens G., Een kerstaltaartje uit BrusseUMechelen ca 1500-1510, in Antiek, 1982, p. 241-251. Lhoist-Colman B., Un offre d'achat du retable de l'église Saint-Dems a Liege, in Bulletin de la société royale Le Vieux Liège, 215, dl. 10, 1981, p. 121-123. Lis C. en Soly H. (ed.), Werken volgens de regels. Ambachten Vlaanderen en Brabant 1500-1800, Brussel, 1994.
in
Madou M., Het gebeeldhouwde retabel: een open venster op de laatmiddeleeuwse leefwereld?, in Antwerpse retabels, 11. Essays, Antwerpen, 1993, p. 9-16.
Neilsen Blum S., Early Netherlandish Triptychs. A Study in Patronage (California Studies in the History of Art, 13), Berkeley, 1969. Nieuwdorp H., Drie Mechebe huisaltaartjes, in Bulletin van de koninklijke musea voor schone kunsten van België, 1969, 1-2, p. 7-16. ld., De oorspronkelijke betekenis en interpretatie van de keurmerken op Brabantse retabels en beeldsnijwerk, in Archivum artis lovaniense. Bijdragen tot de geschiedenis van de kunst der Nederlanden, 7, 1981, p. 85-98. ld.. Het i^de-eeuwse gebeeldhouwde retabel in de O.L.Vrouwekathedraal te Antwerpen, 'm Bulletin van de koninklijke musea voor kunst en geschiedenis te Brussel, 57, 1986, dl. 1, p. 7-24. ld., Les retables flamands: un art, une industrie, in Bretagne-Flandres. Relations économiques, politiques et artistiques. XlVe-XVIe siècles, Quimpcr, 1989, p. 36-41. ld.. Retabel met passietaferelen, in Antwerpen. Verhaal van een metropool [tent.ca.). Van der Stock J. (ed.), Antwerpen, 1993. ld., Opitter. Passieretabel, in Antwerpse Antwerpen, 1993, p. 108-117.
retabels (tent.cat.),
Nieuwdorp H., Périer-D'Ieteren C. en Godfrind-Born A., Opitter. Passieretabel, in Antwerpse retabels (tent.cat.), Antwerpen, 1993, p. 108-117. Oellermann \ .. Der Bei'trag des Schreiners zum spdtgotischen Schnitzaltar, in Zeitschrift fur Kunsttechnologie und Konservierung, 9, 1995, 1, p. 170-180. O p de Beeck R., De gebeeldhouwde retabels: een typisch produkt van het Antwerps kunstambacht, in M&L (Monumenten en Landschappen), 11, 1992, nr. 3, p. 25-40. Paatz W., Eine nordwestdeutsche Gruppe von frühen flandnschen Schnitzaltaren aus der Zeit von 1360-1450, in Westfalen. Hefie fiir Geschichte, Kunst und Volkskunst, XXI, 1936, 2, p. 49-68.
Pcrgamcni C , A propos du retahle de Saluces. Lenigme des Mondari, in Bulletin de Ia société royale d'archéologie de Bruxelles, 2,1933, p. 61-68. Périer-D'Ieteren C , Les volets peints des retables bruxellois conserves en Snede et Ie rayonnement de Colyn de Coter, Stockholm. 1984. ld.. Colyn de Coter et la technique picturale des peintres flamands du XVe siècle, Brussel, 1985. ld., Les retables brabangons aux XVe et XVIe siècles. Examen technologique et son interpretation en histoire de l'art, in Conservation restauration des biens culture/s. Traitement des supports, travaux interdisciplinaires, Parijs, 1989, p. 23-38. ld., Le marché d'exportation et l'organisation du travail dans les ateliers brabanfons au XV et XVIe siècles. Apport de l'examen technologique des retables, in Artistes, artisans et production artistique au Moyen Age, 3, Fabrication et consommation de Voeuvre, Barral i Altet X. (ed.), Parijs, 1990, p. 629-645. ld., Apport a l'étude du retable de la multiplication des pains de Melbourne: L Le volet des noces de Cana, in Annales d'histoire de l'art et d'archéologie de l'ULB, 14, 1992, p. 7-25. ld., Zu den bemalten Flügeln des Elmpter Passionsaltar und des Alters der Deutschordenskirche in Wien, in Osterreichische Zeitschrift fur Kunst und Denkmalpflege, Wenen, 1995, p. 54-63. Philippot P., La conception des retables gothiques, in Annales d'histoire de l'art, 1, 1979, p. 29-40.
Rombouts P. en Van Lerius T , De Liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche Sint-Lucasgilde, onder zinspreuk: "wt lonsten versaemt", Antwerpen/Den Haag, 2 dln., 1864-1872. Rosenfeld J., Die nichtpolychromierte Retabelskulptur als bildreformerisches Phanomen im ausgehenden Mittelalter und in der beginnenden Neuzeit, Ammersbek, 1990. Rousseau H., Retable de Corbeek-X^y\e,, in Bulletin des Commissions royales d'art et d'archéologie, 1891, p. 156-162. Id., Notes pour servir a Thistoire de la sculpture en Belgique. Les retables, in Bulletin des commissions royales d'art et d'archéologie, 32, 1893. Id., Notes pour servir a Thistoire de la sculpture en Belgique, in Bulletin des commissions royales d'art et d'archéologie, 33, 1894, p. 95-101. Ruwet V., Het Mariaretabel Tongeren, Tongeren, 1984.
van de O.L. Vrouwebasiliek van
Schiifer U., Skulptur und Plastik im mittelalterlichen Soest, in Soest Geschichte der Stadt, Heimann H. (ed.), Soest, 1996, dl. 2, p. 527-622. Schlugleit D., De Predikheerenpanden St. Niklaasgilde te Antwerpen ('1445-1553A in Bijdragen tot de geschiedenis, XXIX, 1938, p. 99-119. Schmoll R, Elisabeth in der bildenden Kunst des 13. bis 16. fahrhunderts, in Beitrdge zur Kunstgeschichte Hessens und des RheinMain-gebietes, 3, Marburg, 1918. Schroeter S., Het retabel van de H. Quirinus te Loenhout, z.p., z.d.
ld., La signification de la polychromie, in Safeguarding of Medieval Altarpieces. Stockholm 28-30 mei 1980, Andersson A.en Tangeberg P. (ed.), Stockholm, 1981. ld., falons pour une histoire de Li sculpture polychrome, in Revue beige d'archéologie et d'histoire de l'art, LUI, 1984, p. 30 e.v. Pilloy-Dubois R., Les retables de Villers-la-Ville, in Brabant, 2, 1973, p. 18-23. Pohl H., Köln und Antwerpen um 1500, in Mitteilungen aus dem Stadtarchiv van Köln, 60, Keulen, 1971, p. 469-552. Pournon H., Le Hainaut. Les retables, z.p., 1948. Prims F.. De kunstenaars in O.L.V.Pand te Antwerpen in 1543, in Bijdragen tot de geschiedenis, 29, 1938, p. 296-300. ld., Antwerpse altaartafels, in Antverpiensia, 19, 1948, p. 52-53. Pounion H., Le Hainaut. Les retables. Vilvoorde, 1948. Poupeyc C , Les jardins dos et leurs rapports avec la sculpture malinoise, in Handelingen van de koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 22, 1912, p. 51-114. Recht R., Motive, Typen, Zeichnung. Das Vorbild in der Plastik des Spatmittelalters, in Skulptur des Mittelalters, Funktion und Gestalt, Weimar, 1987.
Schuster-Gawlowska M., Marques de corporations, poingons d'atelier et autres marques apposées sur les supports de bois de tableaux et des retables sculptés flamands. Essai de documentation a partir des collections polonaises, in faarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten, 1984, p. 211-266. Scrck-Dewaide M., Relief Decoration on Sculptures and Paintings from the thirteenth to the sixteenth Century, in Cleaning, Retouching and Coatings: Technology and Practice for Easel Paintings and Polychrome Sculptures. Preprints. i$th IIC Congress Brussels, Londen,1990, p. 36-40. Id., The History and Conservation of the Surface Coating on European Gilded Wooden Objects, in Gilded Wood. Conservation and History, Connecticut, 1991, p. 65-78. Id., Examen et restauration de huit retables anversois, in Antwerpse retabels, II. Essays, Antwerpen, 1993, p. 129-140. Id., Les retables anversois sous le regard des restaurateurs, in Antwerpse retabels, II. Essays, Antwerpen, 1993, p. 114-128. Id., Support et polychromie des retables bruxellois, malinois et anversois. Etude, comparaison et restauration, in Painted Wood History and Conservation, Los Angeles, 1998, p. 82-99. Serrure C , Gothieke autaer in de kerk van Sint-fansHemelveerdeghem, in Vaderlandsch museum voor nederduitse letterkunde, oudheid en geschiedenis, 3, Gent, 1859-1860, p. 197-204.
Retables en terre cuite des Pays-Bas (XVe-XVLe siècles). Etude stylistique et technologique (Chier d'études, lil), Pcrier-d'leteren C. en Born A. (ed.), Brussel. 1992.
Skubiszewski P., Le retable gothique sculpté : entre le dogme et Tunivers humain, in Le retable d'Issenheim et la sculpture au nord des Alpes a la fin du moyen age, Colmar, 1989, p. 13-47.
Robin K, Vartiste et ses modèles (retablespeints et sculptés du Midi au XVe siècle, in De la creation a la restauration. Travaux d'histoire de l'art offerts a Marcel Durlat, Toulouse, 1992, p. 481-492.
Smekens K, Bij de conservatiebehandeling van het retabel van Averbode uit het museum Vleeshuis, in Bulletin van de musea van België, III, 1960-1961, p. 130-138.
Roehl R., Patterns and Structures of Demand, 1000-1500, in The Middle Ages. The Fontana economie History of Europe, Cipolla C. (ed.), Londen, 1972.
Smolar-Meynart A., Dcknop A. en Vrebos M., Le Musée de la ville de Bruxelles, la Maison du Roi, Brussel, z.d.
Roosval j . , Retables d'origine néerlandaise dans les pays nordiques, in Revue beige d'archéologie et d'histoire de Tart, nr. 3, 1933.
Sosson J., Une approche des structures économiques dun métier d'art: la corporation des peintres et selliers de Bruges, in Revue des archéologues et historiens de Tart de Louvain, 3, 1970.
Steinmetz A., Das Altarretabel in der altniederldndischen Malerei. Untersuchungen zur Darstellung eines sakralen Requisits vom frühen 15. Jahrhundert his zum spdten 16. Jahrhundert, Weimar, 1995. Steppe J., Een sanctuarium van de Brabantse Laat-gotiek. De kunstinboedel van de Sint-Leonarduskerk te Zoutleeuw, in Aspecten van de Laatgotiek in Brabant {tem.cat.). Leuven, 1971. ld., De dans van Salomé en de onthoofding van Sint-Jan de Doper, in Dirk Martens 14.75-1971, {tent.cat.). Aalst, 1973, p. 85-87. ld., Het retabel van Hemelveerdegem, in Tentoonstelling Dirk Bouts en zijn tijd {tent.cat.), Leuven, 1975, p. 331-333. Steyaert G., Jezus voor Pilatus. De heilige Joris, in S.O.S. Oude schilderijen (tent.cat.), Brussel, 1996, p. 44-48. Steyaert J., Beschouwingen over de stijlevolutie van de Brusselse laatgotische beeldhouwkunst, in Laat-gotische beeldhouwkunst in de Bourgondische Nederlanden {tent.cat.). Gent, 1994, p. 67-89.
Id., Hubhout. Matheusretabel Antwerpen, 1993, p. 94-95-
in Antwerpse retabels (tent.cat.),
Id., Hulshout. Passieretabel, in Antwerpse Antwerpen, 1993, p. 30-32.
retabels (tent.cat.),
Id., Omtrent het aandeel van de Antwerpse schrijnwerkers in de retabelproduktie, in Antwerpse retabels. II .Essays, Antwerpen, 1993, p. 54-56. Van de Casteele M., L'énigme du retable de Baume-les-Messieurs, in Revue beige d'archéologie et d'histoire de l'art, 63, 1994, p. 91-94Vandenbroeck R, Le jardin dos de lame. Limaginaire des religieuses dans les Pays-Bas du Sud depuis le i^ième siècle (tent.cat.), Brussel, 1994, p . 91-104.
Van der Stock J., Antwerps beeldhouwwerk : over de praktijk van het merktekenen, in Merken opmerken. Merk- en meestertekens op kunstwerken in de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik: typologie en methode. Van Vlierden C. en Smeyers M. (ed.), Leuven, 1990, p. 127-144.
Stoffels A., Het kerkelijk kunstbezit van de Sint-Trudo-parochie te Opitter (Kunst & Oudheden in Limburg, 6), Sint-Truiden, 1975, p. 6-9. Stroobants J., De restauratie van het retabel van Deerlijk, in M&L, jg. 7, nr. 6, 1988, p. 33-41. Szmydki R., Retables anversois en Pologne, in Verhandelingen van de koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten. Klasse der schone kunsten, 40, 1986. ld.. Jan de Molder peintre et sculpteur d'Anvers au XVIe siècle, in Jaarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten Antwerpen, 1986, p. 31-58. Tahon-Vanroose M., Aspecten van de laat-gotische beeldhouwkunst, in Laat-gotische beeldhouwkunst in de Bourgondische Nederlanden (tent.cat.), Gent, 1994, p. 13-29. Tangeberg P., Holzskulptur und Altarschrein. Studiën zur Form, Material und Technik, München, 1989.
Van der Straelen J.. Jaerboek der vermaerde en konstrijke gilde van Sint-Lucas binnen de stad Antwerpen, Antwerpen, 1855. Van de Velde C., De schilderkunst, in Antwerpen in de 16 Antwerpen. 1975, p. 419-445.
eeuw,
Van Doorslaer G., Marques de sculpteurs et de polychromeurs malinois, in Revue beige d'archéologie et d'histoire de l'art, 3, Brussel-Parijs, 1933. Van Eeckhoudt L., Het Drie-Maagdenretabel, Hakendover, 1995. Van Even L., L'ancienne école de peinture de Louvain, BrusselLeuven, 1870. Van Herck J., Het Passieretabel van Geel, Antwerpen, 1951. Van Langendonck L., Gebeeldhouwde retabels in de kathedraal van Antwerpen, in Antwerpse retabels, dl. II Essays, Antwerpen, 1993, P- 57'59-
Thijs A., De Antwerpse luxenijverheid: winstbejag en kunstzin, in Antwerpen. Verhaal van een metropool (tent.cat.), Van der Stock J. (ed.), Antwerpen, 1993, p. 105-113.
Van Puyvelde L., Retables sculptcs flamands, in Revue beige d'archéologie et d'histoire de l'art, 1, 1937.
Van Bockstaele G., Hemelveerdegem. De kerk en het Sint-Jansretabel, Lierde, 1998.
Vantieghem A., Bruggeman A., Masschelein-Kleiner L., Van Hauwaert F, Didier R., Serck M., Vynckier J. en Kockaert L., Het Sint-Columbaretabel van Deerlijk, 2 dln.. Deerlijk, 1988.
Vandamme E., Het "Besloten Hojje" in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Bijdrage tot de studie van de kunstnijverheid in de provinciale Zuidnederlandse centra omstreeks 1500, in Archivum artis lovaniense. Bijdrage tot de geschiedenis van de kunst der Nederlanden, Leuven, 1981, p. 143-150.
Vanthillo C., Joes Beyaert, een Leuvense beeldsnijder, lic. verh. KUL, Leuven, 1971. Van Wervekc A., Over het beschilderen van standbeelden, in Bulletin voor geschied- en oudheidkunde van Gent, 5,1897, p. 186-197 en 209223.
ld.. De polychromie van gotische houtsculptuur in de Zuidelijke Nederlanden. Materialen en technieken, in Verhandelingen van de koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten. Klasse der schone kunsten, 44, nr. 35,1982, bijlagen IX-XXXIV, p. 185216.
ld., Verwantschappen tussen schilderkunst en polychromie tijdens de late middeleeuwen, in Jaarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten Antwerpen, 1984, p. 27-37. ld., Gestojfeerdof niet? Enkele bedenkingen over onbeschilderdegotische houtsculpturen in de Zuidelijke Nederlanden, in Jaarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten Antwerpen, 1985, p. 7-17. ld., Appreciatie en contestatie : de gepolychromeerde houtsculptuur in de Zuidelijke Nederlanden, na de gotiek, in Jaarboek van het koninklijk museum voor schone kunsten Antwerpen, 1986, p. 7-18. Van Damme J., Jan en Cornelis Petercels, schrijnwerkers en antijksmjders te Leuven en te Antwerpen, in Area hvaniensis artis atque historiae reserans documents 15-16, 1986-1987, p. 129-137.
Verougstractc H. en Van Schoutte R., Retables sculptés et voletspeints : examen de la menuiserie, des profiles et de la polychromie des cadres du retable d'Herbais sous Piétrain, in hom Committee for Conservation toth Triennial Meeting. Washington DC, USA, 22-27 August 1^5. Preprints, dl. II, Parijs, 1993, p- 693-696. Westhof H., Holzsichtige Skulptur aus der Werkstatt des Niklaas Veckmann, in Meisterwerke massenhaft (tent.cat.), Stuttgart, 1993, p. 135-145Westhof H., Hahn R. en Krebs E., Verzierungstechniken an spdtmittelalterlichen Altarretabeln, in Meisterwerke massenhaft (tent.cat.), Stuttgart, 1993, p. 295-299. Wilhelmy W , Der altniederldndische Realismus und seine Funktion. Studiën zur kirchlichen Bildpropaganda des ï$th Jahrhunderts (Kunstgeschichte, Bd. 20), Munster-Hamburg, 1993. Wilms H., Die gotische Holzfigur. Ihr Wesen und ihre Entstehung, Stuttgart, 1923, 2de uitg., Stuttgart, 1942.
Wohl D., Der Kleppingeraltar aus der Petrikirche zu Soest. Kunsttechnische Erkenntnisse zur Herstellung Antwerpener Altarretabel im frühen 16. Jahrhunderu in Zeitschrift flir Kunsttechnologie und Konservierung, I, 1987, p. 118-124. Woods K., The Netherlandish carved Altarpiece c. 1500, in The Altarpiece in the Renaissance, Cambridge USA, 1990, p. 76-89. Id., Five Netherlandish Carved Altarpieces in England and the Brussels School of carving c. 1470-1520, in The Burlington Magazine, CXXXVIII, 1996, nr. Ii25,p. 788-800.
TENTOONSTELLINGEN Brussel 1935 Doornik 1949 Brussel-Delft 1957-58 Brugge i960 Detroit i960 Leuven 1961 Leuven 1962 Chimay 1967 Brussel 1967 Trier 1967 Leuven 1969 Leuven 1971 Leuven 1975 Lobbes 1976 Keulen 1978 Leuven 1979 Brugge 1984 Antwerpen 1993 Stuttgart 1993
Cinq siecles d'art Art religieux ancien et moderne Dieric Bouts De eeuw der Vlaamse Primitieven Masterpieces of Flemish Art: van Eyck to Bosch ^00 jaar kunst te Leuven Ars sacra antiqua Art ancien Exposition de sculptures anglaises et malinoises d'albatre Mechelner Alabaster Erasmus en Leuven Aspecten van de laatgotiek in Brabant Dirk Bouts en zijn tijd Trésors d'art et d'histoire de la Thudinie Die Parier und der schone Stil Het laatgotisch beeldsnijcentrum Leuven Rond de restauratie van het\4 -eeuwse Corneliusbeeld Anttverpse retabels, I. Catalogus, II Essays Meisterwerke massenhaft. Die Bildhauerswerkstatt des Niklaus Weckmann und die Malerei in Ulm um 1500
Gent 1994 Brussel 1994
Brussel 1996 Gent 1996 Mechelen 1998 Rouen-Hvreux 1998
Laatgotische beeldhouwkunst in de Bourgondische Nederlanden Hooglied. De beeldwereld van religieuze vrouwen in de Zuidelijke Nederlanden vanaf de 1 3 ^ eeuw S.O.S. Oude schilderijen Goud, brokaat en glacis. S.O.S. Polychromieën $00 jaar Onze-Lieve-Vrouwegasthuis Sculptures en albAtre du Moyen Age
*••
: • - . •
- I - / - . .
.
• •
•
• : . -
:
- -
•
SUMIVIARY
^m?
specifically commissioned by fraternities, guilds and companies in honour of their patron saint. Most retables tell a story, as this was the most popular genre at the time. The story is divided in several smaller scenes. The narration continues on the painted wings and ptedella. Usually, only the outer paintings on the wings were visible as the retable was closed most of the time. Only on high days and special occasions were they opened.
Flemish and Brabantine retables in Belgian monuments This study treats carved wooden altarpieces with painted or sculptured wings, produced in the 15th and 16th century for the domestic and international market. Only a fraction of the thousands of retables has survived the numerous disasters (iconoclasm, fire, war, theft). Part of these are on show at museums, but about fifty masterpieces still embellish churches or other monuments, most of them still on their original location. A retable is a magnificent display of medieval visual culture. Moreover, it is a collective work of art resulting from the cooperation between several craftsmen : the casemakers and sculptors, the makers of the architectural decoration, the painters, gilders and polychromists. The earliest retables which have been preserved date from the late 14th century and were made by Jacob de Baerze from Dendermonde for the Carthusian monastery Champmol in Dijon (now in the museum). The most famous and thoroughly studied retables are those from the three major production centres in the former Brabantine duchy: Brussels, Mechlin and Antwerp. This was mainly due to the political and economic situation: Mechlin and Brussels were successively the administrative capital, while Antwerp became an international seaport and trade centre. Each centre having its own hallmark makes the retables easy to identify. They were commissioned by worldly leaders and wealthy citizens as well as by religious authotities. The greater part of the production dates from between 1380 and 1530. The most recent retables already show the unmistakable influence of the upcoming Renaissance. The most widespread iconographic themes are the Passion and Infancy of Christ and the Holy Virgin's life. Quite a number of altarpieces depict the lifes of Saints. As a rule, these retables are
M&L
The Brabantine art production owes its international reputation to a combination of mainly three factors : the favourable conditions for production, the international expansion of barter trade and the dense transport network, including the Cologne routes and the busy sea routes passing Antwerp. The quality standard for carving and polychromy was only compulsory for the Brabantine craft centres, thus offering sufficient guarantee for the retables to be sold on the free market. The ducal annual fairs were the main outlet for the export of these works of art. Soon there was a need for a permanent outlet. In 1460, the Antwerp Our Lady's chapter monopolized most of the trade in the so-called Pand: a square gallery where salesmen offered different works of art for sale. Our Lady's Pand soon became a unique showroom for luxury goods and the main distribution centre for Brabantine wood carving. Only very few altarpieces have remained entirely intact, i.e. with all their wood carving and original polychromy. Many retables were repainted or, worse still, stripped of their polychromy. In some cases statues or small groups, the predella or the wings have disappeared. The refinement and virtuose skills of the polychromy guild reached its zenith during the second half of the 15 th century with the Brussels altarpieces. The production of the workshops in Mechlin is quite characteristic and consists mainly of smaller figures. In the 16th century the centre of production moved to Antwerp where typical techniques for polychromy were applied. Conservation and restoration treatments are also an excellent occasion for further research and study of these objects. The stress is actually rather on conservation than on restoration. One of the essential conservation trearments is the fixation of the polychromy. A second, sometimes essential treatment is the complete or sometimes local disinfection against biological damage. Finally, a consolidation of the wooden support is sometimes necessary. The cleaning, removal of varnish and retouches or overpaintings are restoration treatments affecting the aesthetic aspect of the altarpieces. Analyses in laboratories complete the restorer's information. Microchemical sections reveal the stratigraphy and composition of materials. Dendrochronology can help determine the date of cutting and the origin of the tree. The second part of this publication is a guide which presents, in alphabetical order, all altarpieces preserved in Belgian monuments.
Glas in lood
Middeleeuwse Muurschilderingen in Vlaanderen
De Belgische A Art Deco wan
Vlaamse en Brabantse retabe, in Belgische monumenten
•17 prtwarnw
51 1'
s
\
'
-