19_065_3 WL rapporten
VNSC, Update evaluatiemethodiek Sedimentbalans DEPARTEMENT MOBILITEIT & OPENBARE WERKEN
waterbouwkundiglaboratorium.be
Update evaluatiemethodiek Sedimentbalans
Meire, D.; Schrijver, M.; Plancke, Y.; Mostaert, F.
Cover figuur © Vlaamse overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Waterbouwkundig Laboratorium Juridische kennisgeving Het Waterbouwkundig Laboratorium is van mening dat de informatie en standpunten in dit rapport onderbouwd worden door de op het moment van schrijven beschikbare gegevens en kennis. De standpunten in deze publicatie zijn deze van het Waterbouwkundig Laboratorium en geven niet noodzakelijk de mening weer van de Vlaamse overheid of één van haar instellingen. Het Waterbouwkundig Laboratorium noch iedere persoon of bedrijf optredend namens het Waterbouwkundig Laboratorium is aansprakelijk voor het gebruik dat gemaakt wordt van de informatie uit dit rapport of voor verlies of schade die eruit voortvloeit. Copyright en wijze van citeren © Vlaamse overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Waterbouwkundig Laboratorium 2021 D/2021/3241/144 Deze publicatie dient als volgt geciteerd te worden: Meire, D.; Schrijver, M.; Plancke, Y.; Mostaert, F. (2021). Update evaluatiemethodiek: Sedimentbalans. Versie 4.0. WL Rapporten, 19_065_3. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen & Rijkswaterstaat Zee & Delta: Middelburg.. Overname uit en verwijzingen naar deze publicatie worden aangemoedigd, mits correcte bronvermelding. Documentidentificatie Opdrachtgever: Keywords (3-5): Kennisdomeinen:
VNSC Ref.: WL2021R19_065_3 VNSC, sedimentbalans, Schelde estuarium, zand, slib, evaluatiemethodiek Morfologie > Sedimentbalans > Literatuur – en desktopstudie
Tekst (p.): Vertrouwelijk:
16 ܈Nee
Auteur(s):
Meire, D.; Schrijver, M. (Rijkswaterstaat)
Bijlagen (p.): ܈Online beschikbaar
/
Controle Naam Revisor(en):
Projectleider:
Plancke, Y.
Meire, D.
Handtekening Getekend door:Yves Plancke (Signature) Getekend op:2021-08-24 14:38:03 +02:0 Reden:Ik keur dit document goed
Getekend door:Dieter Meire (Signature) Getekend op:2021-07-06 15:01:34 +02:0 Reden:Ik keur dit document goed
Goedkeuring Afdelingshoofd:
F-WL-PP10-1 Versie 7 Geldig vanaf 03/01/2017
Mostaert, F.
Getekend door:Frank Mostaert (Signature Getekend op:2021-07-01 15:45:31 +02:0 Reden:Ik keur dit document goed
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Abstract 6-jaarlijks wordt een evaluatie opgemaakt door de VNSC omtrent het functioneren van het Schelde - estuarium, op basis van de drie hoofdfuncties : veiligheid, natuurlijkheid en toegankelijkheid. Deze evaluatie wordt opgemaakt op basis van een vooropgestelde evaluatiemethodiek (Holzhauer et al., 2011). Tussen de T2015, de evaluatie voor het jaar 2015 en de geplande T2021, wordt een update van deze evaluatiemethodiek voorzien. In het kader van deze update wordt door het WL, in samenwerking met Rijkswaterstaat, nagegaan of en hoe enkele parameters zouden opgenomen kunnen worden in de evaluatiemethodiek voor het Schelde-estuarium. Hierbij wordt gekeken naar getijvoortplanting (bij stormen), nautische aspecten en sedimentbalans. In dit rapport wordt de parameter sedimentbalans beschreven.
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
III
F-WL-PP10-1 Versie 7 Geldig vanaf 03/01/2017
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Inhoudstafel Abstract ............................................................................................................................................................ III Inhoudstafel....................................................................................................................................................... V Lijst van de figuren ........................................................................................................................................... VI 1
Inleiding ..................................................................................................................................................... 1
2
Sedimentbalans: een overzicht ................................................................................................................. 2
3
2.1
Inleiding ............................................................................................................................................. 2
2.2
Zeeschelde ......................................................................................................................................... 2
2.3
Westerschelde ................................................................................................................................... 5
Methodiek huidige sedimentbalansen .................................................................................................... 11 3.1
Overeenkomst & verschillen sedimentbalans ................................................................................. 11
3.1.1
Methodiek “balans”................................................................................................................. 11
3.1.2
Menselijke ingrepen ................................................................................................................ 12
3.2
Toekomstige evoluties sedimentbalans .......................................................................................... 12
4
Sedimentbalans in evaluatiemethodiek .................................................................................................. 14
5
Referentielijst .......................................................................................................................................... 16
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
V
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Lijst van de figuren Figuur 1 – Overzicht van studiegebied en opdeling ervan in sedimentbalans Haecon..................................... 3 Figuur 2 – Globale resultaten zandbalans voor Zeeschelde .............................................................................. 3 Figuur 3 – Overzicht van studiegebied en opdeling ervan in sedimentbalans WL............................................ 4 Figuur 4 – Schematische voorstelling slibtransport (links) en zandtransport (rechts) over de periode 2001 – 2011 in Mm³ ...................................................................................................................................................... 5 Figuur 5 – Globale resultaten zandbalans voor de Westerschelde ................................................................... 5 Figuur 6 – Zandbalans zoals voorgesteld in Nederbragt (2004), met volumes in Mm³. ................................... 6 Figuur 7 – Overzicht van zandbalans zoals schematisch weergegeven in Nederbragt et al. (2003), met mondingsgebied en Westerschelde in beschouwing. ....................................................................................... 7 Figuur 8 – Sedimentvolume in de Westerschelde voor de periode 1955 – 2011 uit Cleveringa et al. (2013), voor het oostelijke (boven) en westelijke (onder) deel van de Westerschelde................................................ 8 Figuur 9 – Sedimentstromen in de Westerschelde, opgedeeld in 3 periodes .................................................. 9 Figuur 10 – Interpolatie van het slibgehalte in de Westerschelde volgens McLaren ..................................... 10 Figuur 11 – Sedimentbalans voor zand en slib uit Cleveringa et al. (2013) voor de periode 1994 - 2010...... 10 Figuur 12 – Zand – slib verhouding voor verschillende geaggregeerde ecotopenklassen voor de volledige Zeeschelde ....................................................................................................................................................... 11 Figuur 13 – Plaat- en geulsysteem piramide zoals beschreven in Evaluatiemethodiek.................................. 14
VI
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
1 Inleiding 6-jaarlijks wordt een evaluatie opgemaakt door de VNSC omtrent het functioneren van het Schelde - estuarium, op basis van de drie hoofdfuncties : veiligheid, natuurlijkheid en toegankelijkheid. Deze evaluatie wordt opgemaakt op basis van een vooropgestelde evaluatiemethodiek (Holzhauer et al., 2011). Tussen de T2015, de evaluatie voor het jaar 2015 en de geplande T2021, wordt een update van deze evaluatiemethodiek voorzien. In het kader van deze update wordt door het Waterbouwkundig Laboratorium (WL), in samenwerking met Rijkswaterstaat (RWS), nagegaan of en hoe enkele parameters zouden opgenomen kunnen worden in de evaluatiemethodiek voor het Schelde-estuarium. Hierbij wordt gekeken naar getijvoortplanting (bij stormen), nautische aspecten en sedimentbalans. In dit rapport wordt de parameter sedimentbalans beschreven. In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 een overzicht gegeven van sedimentbalans studies sinds 2000. In hoofdstuk 3 worden de meest recente sedimentbalansen voor Zeeschelde en Westerschelde, en hun onderlinge verschillen, in meer detail besproken. In hoofdstuk 4 wordt een aanbeveling voorgesteld hoe de sedimentbalans best kan worden opgenomen in de evaluatiemethodiek.
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
1
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
2 Sedimentbalans: een overzicht 2.1 Inleiding Een sedimentbalans is een eenvoudige massa- of volumebalans van sediment in een beschouwd gebied, eventueel ruimtelijk opgedeeld in meerdere rekencellen. Deze balans wordt gemaakt door alle volumeveranderingen te berekenen op basis van topo-bathymetrische data en gekende, menselijke fluxen (baggeren, storten, wrakverwijdering, …) en natuurlijke fluxen (sedimentaanvoer) in rekening te brengen. Op deze manier kan de uitwisseling van sediment doorheen vooraf gedefinieerde rekengrenzen worden bepaald. Een aandachtspunt is wel de manier waarop de informatie beschikbaar is: topo-bathymetrische veranderingen worden als volumeveranderingen (m³/jaar) afgeleid uit peilingen, de sedimentaanvoer wordt als een massaflux (ton/jaar) berekend. De omrekening van volume naar massa is niet triviaal, aangezien verschillen in sedimentsamenstelling kunnen leiden tot verschillen in porositeit. Door zowel de grote hoeveelheid aan data, meetfouten, het ontbreken van data en het (bijgevolg) maken van veronderstellingen, is enerzijds het uitvoeren van en anderzijds de interpretatie van een sedimentbalans geen eenvoudige aangelegenheid. Een overzicht van de sedimentbalansen die sinds 2000 werden opgesteld voor Zeeschelde en Westerschelde zijn in dit hoofdstuk weergegeven, een meer gedetailleerd overzicht van de methodiek is in hoofdstuk 3 weergegeven. Aangezien dit overzicht enkel tot doel heeft een algemeen overzicht te geven van de verschillende sedimentbalansen, wordt vooral gefocust op de globale resultaten.
2.2 Zeeschelde Het aantal studies met een sedimentbalans voor het Belgische gedeelte van de Schelde estuarium, is veel beperkter dan voor de Westerschelde. In 2006 werd door Haecon (Haecon, 2006) een sedimentbalans opgesteld vanaf de Rupelmonding tot en met het mondingsgebied, waarbij de Beneden-Zeeschelde dus mee werd beschouwd. Het studiegebied met indeling is weergegeven in Figuur 1. Deze sedimentbalans focust exclusief op de zandige fractie, voor een periode van 1931 tot 2004.
2
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Figuur 1 – Overzicht van studiegebied en opdeling ervan in sedimentbalans Haecon (uit Haecon, 2006).
In deze studie wordt de Beneden – Zeeschelde opgedeeld in 9 deelgebieden, dus niet overeenkomend met de OMES-segmenten. Het transport van zand aan de opwaartse rand te Rupelmonde wordt als verwaarloosbaar verondersteld. De resultaten voor de Zeeschelde zijn weergegeven in Figuur 2. Hierin is een duidelijke verdieping waarneembaar (zwarte lijn) over de volledige periode, die echter kleiner is dan de cumulatieve som van de menselijke ingrepen (blauwe lijn).
Figuur 2 – Globale resultaten zandbalans voor Zeeschelde, uit Haecon (2006).
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
3
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Er wordt globaal (1931 – 2004) een import van zand uit de Westerschelde berekend van 894 * 10³ m³/jaar, die weergegeven is in de rode lijn (Figuur 2). Tot 1950 is de import haast onbestaande, indien enkel de periode 1950 – 2004 wordt beschouwd, wordt de import rond 1150 * 10³ m³/j geschat. Voor de laatste beschouwde periode (1990 - 2002) is de import opnieuw iets lager, geschat rond 950 * 10 ³ m³/j. Voor de periode van 2001 tot 2011 werd in Vandenbruwaene et al. (2017) een sedimentbalans opgesteld voor de volledige Zeeschelde en de Rupel. Hier wordt de Zeeschelde opgedeeld volgens de OMES segmenten, resulterend in 12 rekencellen voor de Zeeschelde zelf, aangevuld met een rekencel voor de Rupel en de Durme (weergegeven in Figuur 3). In tegenstelling tot de studie van Haecon (2006) wordt hier wel een onderscheid gemaakt tussen zand en slib. Dit verschil wordt gemaakt door voor verschillende OMES segmenten en verschillende ecotopentypes, een verhouding zand – slib voorop te stellen, gebaseerd op granulometrische staalnames (zie Figuur 12). Er wordt rekening gehouden met slibexport via de sluizen naar de havendokken (Dams et al., 2017) op rechteroever in Antwerpen (ca. 500 *10³ TDS/jaar). Eveneens wordt de opwaartse sedimentinput in rekening gebracht, gebaseerd op metingen. Voor alle randvoorwaarden (Bovenschelde, Dender, Rupel) wordt hier een jaarlijkse input van ca. 540 * 10³ TDS gehanteerd (Van Hoestenberghe et al., 2014). Het resultaat van de balans is weergegeven in Figuur 4, met respectievelijk de sedimentfluxen voor slib (links) en zand (rechts). Er wordt een zandimport van 606 * 10³ m³/jaar berekend als input vanuit de Westerschelde. Dit is lager dan de waarde bekomen in de studie van Haecon (2006), waarbij het verschil niet enkel gerelateerd kan worden aan het verschil in zandtransport te Rupelmonde (0 m³ verondersteld in Haecon (2006) vs. ca 50 * 10³ m³/j in Vandenbruwaene et al. (2017). Momenteel wordt gewerkt aan een sedimentbalans voor de periode 2011 – 2015 (Vos et al., in prep.), volgens een vergelijkbare methodiek als Vandenbruwaene et al. (2017), maar waarbij gekozen wordt voor een massabalans in plaats van een volumebalans en er expliciet rekening gehouden wordt met de invloed van sedimentsamenstelling op de porositeit.
Figuur 3 – Overzicht van studiegebied en opdeling ervan in sedimentbalans WL (uit Vandenbruwaene et al., 2017).
4
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Figuur 4 – Schematische voorstelling slibtransport (links) en zandtransport (rechts) over de periode 2001 – 2011 in Mm³ zoals berekend in Vandenbruwaene et al. (2017)
2.3 Westerschelde Voor de Westerschelde is er een uitgebreide reeks van sedimentbalansen beschikbaar. In de studie van Haecon (2006), hierboven reeds beschreven voor de Zeeschelde, wordt de Westerschelde opgedeeld volgens de 6 macrocellen (zie Figuur 1). Er wordt gewerkt met beschikbare bathymetrische data van 1955 t/m 2004. Als opwaartse randvoorwaarde wordt de berekende sedimentflux richting Zeeschelde gehanteerd. Bovendien wordt een (constante) export van 300 *10³ m³ verondersteld richting het Land van Saeftinghe. De totale volumes hiervan zijn in Figuur 5 weergegeven in de gele lijn. De blauwe lijn (Figuur 5) geeft de volumeveranderingen weer t.g.v. menselijke ingrepen: bagger- en stortgegevens, zandwinning en wrakopruimingen. Voor de periode van 1955 tot 2004 wordt met de beschouwde aannames een (cumulatieve) zandimport geschat van 105 * 106 m³ vanuit het mondingsgebied richting de Westerschelde. Deze totale import wordt opgedeeld in periodes, met tussen 1955 en 1965 een schommelend verloop rond een evenwichtstoestand. Tussen 1965 en begin jaren ’70 neemt de import sterk toe, waarna deze tot begin jaren ’80 opnieuw stabiliseert. In de jaren ’80 wordt opnieuw import berekend aan de grens Vlissingen – Breskens, om vanaf eind jaren ’90 om te slaan naar (licht) exporterend op deze raai.
Figuur 5 – Globale resultaten zandbalans voor de Westerschelde, uit Haecon (2006).
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
5
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
In Nederbragt et al. (2004) wordt eveneens een sedimentbalans voor de Westerschelde voorgesteld. Hierbij worden eveneens de macrocellen gehanteerd (cfr. Haecon, 2006 en Figuur 1) als gebiedsindeling. Eenzelfde export van zand richting Saeftinghe wordt verondersteld (0,3 Mm³), het zandtransport over de Belgisch - Nederlandse grens wordt op 0 Mm³ vastgelegd. Het verloop van de resultaten zijn identiek als de waarden gepresenteerd door Haecon (rode lijn Figuur 5 vs. Figuur 6). In absolute termen is de cumulatieve zandimport lager (105*106 m³ vs. 70*106 m³), wat gedeeltelijk te wijten is aan de verschillende randvoorwaarde naar de Zeeschelde (63*106 m³), maar duidelijk ook andere oorzaken moet hebben, aangezien het verschil ook terug te vinden is in de zwarte lijn (volumeverandering op basis van bathymetrie). De referentiehoogte kan hier geen rol spelen, aangezien zowel in Haecon (2006) als Nederbragt et al. (2003) de sedimentbalans onder een referentieniveau van 3,5 mNAP wordt bepaald. In Nederbragt et al. (2003) wordt eveneens het mondingsgebied in rekening gebracht. Een overzichtsfiguur met sedimentfluxen tussen mondingsgebied en Westerschelde is weergegeven in Figuur 7.
Figuur 6 – Zandbalans zoals voorgesteld in Nederbragt (2004), met volumes in Mm³. De zwarte lijn geeft het totale volume weer, de blauwe lijn de cumulatieve ingrepen en rood het natuurlijk volume
6
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Figuur 7 – Overzicht van zandbalans zoals schematisch weergegeven in Nederbragt et al. (2003), met mondingsgebied en Westerschelde in beschouwing.
In Cleveringa et al. (2013) is een sedimentbalans opgesteld voor de Westerschelde, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen slib en zand. Deze balans werd projectmatig opgesteld, maar wordt in de praktijk niet gebruikt met jaarlijkse updates. Er wordt eveneens een grondige analyse gemaakt van het effect van meetfouten, en mogelijke interpolatiefouten (vergridding) op de resultaten van de sedimentbalans. Een opdeling in de sedimentbalans tussen het westelijk deel van de Westerschelde (macrocel 1, 2 &3) en het oostelijk deel van de Westerschelde is opgesteld, zoals weergegeven in Figuur 9. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 3 periodes, waarbij in de 2 eerste periodes de volumeveranderingen in de beschouwde delen als constant wordt beschouwd, en veranderende sedimentinput het gevolg is van andere grootteordes van volume-onttrekkingen.
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
7
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Figuur 8 – Sedimentvolume in de Westerschelde voor de periode 1955 – 2011 uit Cleveringa et al. (2013), voor het oostelijke (boven) en westelijke (onder) deel van de Westerschelde
8
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Figuur 9 – Sedimentstromen in de Westerschelde, opgedeeld in 3 periodes (uit Cleveringa et al., 2013)
In Figuur 9 is duidelijker weergegeven dat voor Saeftinghe eveneens een waarde van 0,3 Mm³ per jaar gehanteerd wordt, alhoewel deze waarde als laag wordt geïnterpreteerd (Cleveringa et al., 2013). Het jaarlijks transport naar de Zeeschelde wordt hier op 1 * 106 m³ geraamd, in dezelfde grootte orde als voorgesteld in Haecon (2006).
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
9
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
Om een onderscheid te maken tussen zand en slib wordt gebruik gemaakt van de data van McLaren in de jaren 90 en de Looff (jaren 70 en 80). Op basis van kennis worden voor de verdeling zand en slib in de verschillende macrocellen verschillende aannames gemaakt. Deze verdeling is ruimtelijke dekkend, en niet variërend per ecotoop (cfr. Vandenbruwaene et al. (2017) voor de Zeeschelde). De verdeling van de zand – slib verhouding over de grenzen (Saeftinghe en Zeeschelde) is arbitrair gekozen en op 50 – 50 % geplaatst.
Figuur 10 – Interpolatie van het slibgehalte in de Westerschelde volgens McLaren (uit Cleveringa et al, 2013)
Figuur 11 – Sedimentbalans voor zand en slib uit Cleveringa et al. (2013) voor de periode 1994 - 2010
10
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
3 Methodiek huidige sedimentbalansen De meest recente sedimentbalansen voor de Zeeschelde en Westerschelde zijn respectievelijk opgesteld door het Waterbouwkundig Laboratorium en Rijkswaterstaat Zee en Delta. In dit hoofdstuk wordt de methodiek van de verschillende en mogelijke tekortkomingen of onzekerheden in de balansen besproken.
3.1 Overeenkomst & verschillen sedimentbalans 3.1.1
Methodiek “balans”
Als rekencellen voor de sedimentbalansen worden respectievelijk de macrocellen en de OMES segmenten gebruikt voor de Westerschelde en Zeeschelde. Deze indeling is aan te bevelen aangezien ze disciplinebreed gebruikt wordt. De zandbalans van de Westerschelde wordt jaarlijks opgemaakt door Rijkswaterstaat (Schrijver, 2020). Voor de Zeeschelde is momenteel een sedimentbalans beschikbaar voor de periode 2001 – 2011. Eenzelfde sedimentbalans wordt momenteel opgesteld voor de periode 2011 – 2015 (Vos et al., in prep.) en staat ingepland voor de periode 2016 – 2019. Voor de Zeeschelde wordt in de sedimentbalans een onderscheid gemaakt tussen zand en slib, in de Westerschelde wordt dit niet gedaan en wordt een zandbalans opgesteld. De verhouding zand – slib is voor beide deelgebieden uiteraard sterk verschillend. Het onderscheid tussen zand en slib wordt gemaakt op basis van korrelgrootteverdeling voor verschillende ecotopenklassen. Voor elk OMES segment wordt deze verhouding per ecotopentype opgsteld. Om het aantal meetpunten per klasse te maximaliseren, worden de ecotopenklassen geaggregeerd in volgende klassen: “antropogeen diep subtidaal (A_ds)”, “diep subtidaal (dS)”, “matig diep subtidaal (mS)“, “ondiep subtidaal (oS)”, ”slik”, “schor”.
Figuur 12 – Zand – slib verhouding voor verschillende geaggregeerde ecotopenklassen voor de volledige Zeeschelde (uit Vandenbruwaene et al., 2017)
De sedimentbalans worden berekend van op- naar afwaarts. Voor de Zeeschelde wordt de sedimentinput gemeten vanuit de Bovenschelde in Gent, de Dender te Dendermonde en vanuit de verschillende rivieren (Kleine Nete, Grote Nete, Zenne, Demer) in het Rupelbekken. De sedimentinput vanuit de Durme wordt niet
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
11
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
gemeten en nul verondersteld (Vos et al., 2019). Sedimentexport richting de havendokken wordt eveneens in rekening gebracht. Voor de Westerschelde wordt opwaarts een transport richting Zeeschelde verondersteld van 675 103 m³/jaar vanaf 1 januari 2006 en een export van 0,3 Mm³/j (cfr. Haecon, 2006 en Cleveringa, 2013) richting Saeftinghe. Ondanks het feit dat de veronderstelde zandimport richting Zeeschelde goed overeenkomt met het zandtransport zoals berekend in Vandenbruwaene et al. (2017), zijn beide balansen tot op heden niet gekoppeld. De richting en grootte van het zandtransport tussen monding en Westerschelde zijn het resultaat van de sedimentbalans met deze veronderstellingen. 3.1.2
Menselijke ingrepen
De berekende volumeveranderingen per rekencel zijn enerzijds het gevolg van sedimenttransport, anderzijds van menselijke ingrepen zoals baggeren, storten, zandwinning, wrakbergingen. Voor de baggergegevens in de Beneden-Zeeschelde, opgeleverd door afdeling Maritieme Toegang, wordt een onderscheid gemaakt tussen zand en slib. Voor de Boven-Zeeschelde baggerdata, opgeleverd door De Vlaamse Waterweg, wordt geen onderscheid gemaakt. Het onderscheid wordt dan gemaakt op basis van de zand-slib verdeling van het subtidale vanwaar het materiaal afkomstig is. Voor de Westerschelde worden enkel de onderhoudswerken in de vaargeul in rekening gebracht, naast mogelijke zandwinning. Havenstortingen, voornamelijk aanwezig in het westelijk deel (Sloehaven, Breskens, Terneuzen) worden dus niet beschouwd tot op heden. Dit vanuit de veronderstelling dat het fijn sediment in de nabijheid van de havens wordt gestort en snel terug verplaatst wordt, en zodanig geen onderdeel van het systeem wordt. Voor het omrekenen van de opgeleverde beunvolumes naar profielvolumes wordt volgende omzetting gebruikt (cfr. Haecon, 2006; Cleveringa, 2013; Vanderbregt, 2003;…) : 𝑉𝑉
𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝
𝑉𝑉 𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏 = 1,1
Voor zand wordt in Vandenbruwaene et al. (2017) volgende omzetting voorgesteld, voor de omzetting van gereduceerde volumes (V’b): 𝑉𝑉 𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝 =
𝑉𝑉 𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠 0,61 𝑉𝑉𝑏𝑏′ = = 2,26 𝑉𝑉𝑏𝑏′ 𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣𝑣. 0,27
met de veronderstelling dat de bulkdensiteit in een profiel voor slib gelijk is aan 1,45 ton/m³.
3.2 Toekomstige evoluties sedimentbalans In de sedimentbalans van de Zeeschelde werd tot nu toe gewerkt met volumes. Doordat dit niet ideaal is voor zand – slib mengsels (de massa van 1 m³ zand of slib is verschillend door een verschil porositeit) wordt hiervan afgestapt en zal gebruik gemaakt worden van ton droge stof (TDS) als eenheid. De omzetting van volumes naar TDS zal gebeuren met behulp van enerzijds de verhouding zand-slib per ecotoopklasse en anderzijds de porositeit die varieert in functie van de zand-slib-verhouding (e.g. (Koltermann & Gorelick, 1995)). Tevens is vooral de beschikbaarheid van bathymetrische data beperkt in het verleden. Voor de toekomst wordt gemikt op een sedimentbalans die driejaarlijks zal worden bepaald. Een uitbreiding van de zandbalans van de Westerschelde naar een sedimentbalans voor zand – slib dient aanbeveling. De meest recente data die hiervoor werd samengezet, is de McLaren data uit begin jaren ’90, zoals weergegeven in Figuur 10. Specifiek voor de platen kunnen ook data van het MOVE project (Holzhauer, 2007) worden ingezet. Momenteel worden binnen Rijkswaterstaat verschillende data gebundeld, om een recenter beeld te krijgen van de zand – slib verhoudingen. Enerzijds zijn er op de platen en slikken locaties waar sedimentatie – erosie wordt opgemeten, waar ook analyses van korrelgrootteverdeling worden
12
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
uitgevoerd. Hiernaast wordt in het kader van de MWTL metingen voor bodemdieren steeds sedimentstalen genomen, waarop de granulometrie wordt bepaald. Deze data zijn random verspreid over de Westerschelde. Het in rekening brengen van de havenstortingen zou, zeker wanneer een zand -slib balans wordt opgesteld, een belangrijke toevoeging in de sedimentbalans zijn. Tot op heden is er geen afstemming in de sedimentbalans tussen de Zeeschelde en de Westerschelde. Hierbij zijn vooral de uitwisselingspijl van sediment bij de Belgisch – Nederlandse grens belangrijk. Voor zand kunnen beide balansen reeds samen bekeken en gebruikt worden, de berekende zandimport richting Zeeschelde en de aannames voor de Westerschelde zandbalans zijn in goede overeenstemming.
Definitieve versie
WL2021R19_065_3
13
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
4 Sedimentbalans in evaluatiemethodiek In de huidige evaluatiemethodiek is “zandbalans” opgenomen in de piramide “Plaat- en geulsysteem”. Door de recente beschikbaarheid van een balans in de Zeeschelde lijkt het aangewezen deze zandbalans als verklarende parameter te behouden, voor het gehele estuarium. De voorkeur is deze verklarende parameter uit te breiden tot “sedimentbalans”, waarbij dus zowel een beschrijving/berekening van zandflux en slibflux beschikbaar is voor het volledig estuarium. Voor de volgende evaluatiecyclus (T2021) is een dergelijke volledige sedimentbalans niet realiseerbaar.
Figuur 13 – Plaat- en geulsysteem piramide zoals beschreven in Evaluatiemethodiek (uit Holzhauer et al. (2011).
De sedimentbalans is an sich een geïntegreerde benadering, die inzicht kan geven in sedimentuitwisseling binnen het volledige estuarium, en mogelijks gerelateerde, meer lokale parameters zoals baggerinspanningen, bagger en stortstrategie, sedimenttransport, erosie – sedimentatie in bepaalde gebieden zou kunnen duiden. Een ‘omslag’ van import naar export wordt vaak beschouwd als een belangrijk systeemverschijnsel van het estuarium, dat samenhangt met de veranderingen in de waterbeweging (het optreden van getijasymmetrie), het onttrekken van zand en het baggeren en verspreiden van sediment uit estuarium. In de voorliggende studie wordt vastgesteld dat observaties aangaande import en export en wisselingen daartussen mede worden gestuurd door de aannames en randvoorwaarden in de sedimentbalans. Deze balans zal worden opgesteld door Rijkswaterstaat Zee en Delta en Waterbouwkundig Laboratorium, voor het Schelde estuarium, grotendeels gebaseerd op de huidige methodieken (beschreven in sectie 3.1). Deze balans zal 3 jaarlijks worden opgesteld, in afstemming, en afhankelijk van de beschikbaarheid van peilingen. Voor de Westerschelde dient nog onderzocht te worden hoe een onderscheid gemaakt kan worden tussen slib en zand (zoals bv. Cleveringa, 2013). Een gemeenschappelijk onderzoeksvoorstel 14
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
hieromtrent wordt opgesteld en uitgewerkt door RWS en WL. De resultaten van de volledige sedimentbalans Schelde-estuarium kunnen rechtstreeks worden gebruikt in de volgende evaluatie van het Schelde – estuarium (T2026). Voor de (presentatie in de) evaluatiemethodiek, kan het aangewezen zijn te focussen op de resultaten op een aantal karakteristieke raaien, overeenkomend met de grenzen van rekencellen: • • • • • •
Definitieve versie
Monding Vlissingen – Breskens Valkenisse (grens macrocel 3 en 4) Grens Nederland – België Rupelmonde (tss. OMES cel 13 en 14) Dendermonde (tss. OMES cel 16 en 17) Rupel
WL2021R19_065_3
15
Update evaluatiemethodiek - Sedimentbalans
5 Referentielijst Cleveringa, J. (2013) LTV – Veiligheid en Toegankelijkheid Grootschalige sedimentbalans van de Westerschelde Basisrapport grootschalige ontwikkeling G-2. I/RA/11387/13.080/GVH Dams, J.; Vanlede, J.; Plancke, Y.; Verwaest, T.; Mostaert, F. (2016). Slibbalans Zeeschelde: Deelrapport 3 Literatuurstudie. Version 4.0. WL Rapporten, 00_029. Flanders Hydraulics Research & Vrije Universiteit Brussel: Antwerp, Belgium. Haecon (2006) Actualisatie van de zandbalans van de Zee- en Westerschelde. Holzhauer, H.; Maris, T.; Meire, P.; van Damme, S.; Nolte, A.; Kuijper, J.; Taal, M.; Jeuken, C.; Kromkamp, J.; van Wesenbeeck, B.; Van Ryckegem, G.; Van den Bergh, E.; Wijnhoven, S. (2011) Evaluatiemethodiek Schelde-estuarium Fase 2. Holzhauer, H., van Eck, B.; van Maldegem, D.; Parée, E. (2007) Monitoring van de effecten van de verruiming 48'/43' MOVE-Rapport 9, deel I: Fysische hypothesen 2006. Werkdocument RIKZ/ZDA/2007.808w Nederbragt, G.; Liek, G.J. (2003) Beschrijving zandbalans Westerschelde en monding. Rapport RIKZ/2004.020 Schrijver, M.; (2020) De Balans Opgemaakt - De ontwikkelingen in de Westerschelde tot 2019 bezien vanuit de sedimentbalans. Rijkswaterstaat Zee en Delta, Middelburg Van Hoestenberghe, T.; Ferket, B.; De Boeck, K.; Vanlierde, E.; Vanlede, J.; Verwaest, T.; Mostaert, F. (2014). Slibbalans Zeeschelde: Deelrapport 2 – Sediment load for the river Scheldt and its main tributaries (1972 – 2009). Versie 5.0. WL Rapporten, 00_029. Waterbouwkundig Laboratorium & Antea Group. Antwerpen, België. Vandenbruwaene, W.; Levy, Y.; Plancke, Y.; Vanlede, J.; Verwaest, T.; Mostaert, F. (2017). Integraal plan Boven‐ Zeeschelde: Deelrapport 8 – Sedimentbalans Zeeschelde, Rupel en Durme. Versie 4.0. WL Rapporten, 13_131_8. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. Vos et al. (in prep). Sedimentbalans Zeeschelde, Rupel en Durme voor de periode 2011 – 2015. Versie 4.0. WL Rapporten, 17_088_3. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. Vos, G.; Van de Moortel, I.; Meire, D.; Claeys, S.; Plancke, Y.; Mostaert, F. (2019). Validatie fysische parameters: Optimalisatie methodologie voor het bepalen van sedimentaanvoer naar het Scheldeestuarium. Versie 4.0. WL Rapporten, 12_076_13. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen.
16
WL2021R19_065_3
Definitieve versie
DEPARTEMENT MOBILITEIT & OPENBARE WERKEN Waterbouwkundig Laboratorium Berchemlei 115, 2140 Antwerpen T +32 (0)3 224 60 35 F +32 (0)3 224 60 36 waterbouwkundiglabo@vlaanderen.be www.waterbouwkundiglaboratorium.be