Skip to main content

monitoring_amfibieoversteekplaatsen.pdf

Page 1

Monitoring van ontsnipperingsmaatregelen voor herpetofauna (amfibieĂŤn en reptielen) in Vlaanderen omgevingvlaanderen.be


Monitoring van ontsnipperingsmaatregelen voor herpetofauna (amfibieën en reptielen) in Vlaanderen Inhoudstafel INLEIDING

3

ONTSNIPPERINGSMAATREGELEN VOOR AMFIBIEËN EN REPTIELEN

4

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK

5

ONDERZOEKSMETHODIEK

5

RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

6

FICHES VAN DE GEÏNVENTARISEERDE VOORZIENINGEN

6

MONITORING VAN VOORZIENINGEN

6

STAPPENPLAN VOOR DE DUURZAME AANLEG EN OPVOLGING VAN AMFIBIEVOORZIENINGEN

8

STAP 1: VOORONDERZOEK

8

STAP 2: BEPALEN VAN DE NOODZAAK VAN DE AANLEG VAN EEN AMFIBIEVOORZIENING

10

STAP 3: AANLEG VAN EEN AMFIBIEVOORZIENING

11

STAP 4: ONDERHOUD VAN EEN AMFIBIEVOORZIENING

13

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE PLAATSING EN HET ONDERHOUD

15

CONCLUSIES

16

WERKING EN OPTIMALISATIE VAN AMFIBIEVOORZIENINGEN

16

TOP 5 TIPS VOOR DE AANLEG VAN AMFIBIEVOORZIENINGEN

16


3

Inleiding

In opdracht van het Departement Omgeving voerde Natuurpunt een onderzoek uit naar de voorzieningen voor amfibieĂŤn en reptielen (herpetofauna) aan gewest- en gemeentewegen in Vlaanderen. Het onderzoek bestond uit verschillende delen en liep van 2017 tot 2020. Deze samenvatting focust op de resultaten van het onderzoek. Op basis van de praktische kennis die werd verzameld, geeft het onderzoek een aantal aanbevelingen om de bestaande voorzieningen te verbeteren zodat (trekkende/migrerende) amfibieĂŤn veilig aan de andere kant van de weg kunnen geraken. Ze werden eveneens gebundeld in een stappenplan voor de aanleg van nieuwe voorzieningen. Lees het volledige eindrapport (link naar archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be)


4

Ontsnipperingsmaatregelen voor amfibieën en reptielen VERKEERSSLACHTOFFERS DOOR VERSNIPPERING

VEILIG OVERSTEKEN

Met meer dan 5 kilometer weg per vierkante kilometer heeft Vlaanderen (ongeveer) de hoogste densiteit aan wegen van het Europese vasteland. Die wegen snijden door het leefgebied van o.a. amfibieën en reptielen. Daardoor moeten deze dieren die wegen meermaals per jaar oversteken.

Al sinds enkele decennia worden op verschillende plaatsen in Vlaanderen specifieke maatregelen genomen om het aantal verkeersslachtoffers bij amfibieën te beperken. Er zijn niet alleen de talrijke manuele overzetacties. De laatste jaren zijn er ook meer permanente systemen aangelegd om deze dieren veilig naar de andere kant van de weg te helpen.

Vooral in het voorjaar sterven heel wat amfibieën bij hun jaarlijkse trek naar hun voortplantingspoel. Ook heel wat reptielen sterven door het verkeer, maar de wegen zijn voor hen vooral barrières voor migratie, verspreiding en genetische uitwisseling.

Daarbij gaat het meestal om tunnels en geleidingssystemen (zoals wanden of schermen), maar ook andere ondersteunende constructies (zoals opvanggoten en keerwanden) kunnen deel uitmaken van het oversteeksysteem. In onze buurlanden (bv. Nederland) werden de laatste jaren op een beperkt aantal locaties ook specifieke voorzieningen voor reptielen aangelegd. Op het moment van dit onderzoek waren er in Vlaanderen nog geen reptielentunnels.

Voorbeeld van een goed aangelegde amfibievoorziening (Kerkedreef & Miksebaan Brasschaat) Foto © Ilf Jacobs


5

Doelstelling van het onderzoek Het onderzoek heeft een inventaris gemaakt van de bestaande voorzieningen voor amfibieën en reptielen aan gewest- en gemeentewegen in Vlaanderen.

Het schetst daarnaast ook een beeld van hun werking, met als centrale vraag: werken deze maatregelen ook effectief?

Onderzoeksmethodiek Bij alle wegbeheerders (gemeenten, provincies, Vlaams Gewest) en bij lokale coördinatoren van overzetacties werd een rondvraag gedaan. Daaruit bleek dat er tot 2018 al 93 voorzieningen voor amfibieën waren aangelegd: 25 in Limburg, 24 in Vlaams-Brabant, 22 in Antwerpen, 14 in Oost-Vlaanderen en 8 in West-Vlaanderen.

Vervolgens werden op basis van verschillende criteria 22 voorzieningen geselecteerd, waarvan de verschillende onderdelen in detail werden geïnventariseerd en beoordeeld. Daarvan werden daarna 9 voorzieningen onderzocht op hun werking.

22 onderzochte voorzieningen: oranje locaties zijn enkel geïnventariseerd en beoordeeld, groene locaties zijn bovendien ook gemonitord.

PROVINCIE

STRAATNAAM

POSTCODE

GEMEENTE

Antwerpen

N173 Prins Boudewijnlaan

2650

Kontich

Antwerpen

Broekstraat

2830

Willebroek

Antwerpen

Kerkedreef & Miksebaan

2930

Brasschaat

Limburg

N726 Boekrakelaan & Kauwbosstraat

3600

Genk

Limburg

Hoogzij

3600

Genk

Limburg

Loerstraat

3540

Helchteren

Limburg

Vijverstraat

3560

Lummen

Limburg

N758 Elderenstraat

3700

Tongeren

Limburg

E. Van Dorenlaan

3600

Genk

Limburg

N73 Noordweg

3990

Peer

Oost-Vlaanderen

R2 Steenlandlaan

9120

Beveren

Oost-Vlaanderen

Scouselestraat

9140

Temse

Oost-Vlaanderen

Braektestraat

9230

Wetteren

Oost-Vlaanderen

Fazantendreef

9690

Kluisbergen

Oost-Vlaanderen

Oude Blekerijstraat

9660

Brakel

Vlaams-Brabant

Fazantenlaan

1653

Beersel

Vlaams-Brabant

Duboislaan

1560

Hoeilaart

Vlaams-Brabant

Bogaardenstraat

3050

Oud-Heverlee

Vlaams-Brabant

N223 Aarschotsesteenweg

3390

Tielt-Winge

Vlaams-Brabant

R27

3300

Tienen

Vlaams-Brabant

Duisburgsesteenweg

3080

Tervuren

West-Vlaanderen

Orveiestraat

8552

Zwevegem


6

Resultaten van het onderzoek FICHES VAN DE GEÏNVENTARISEERDE VOORZIENINGEN Het resultaat van de uitgevoerde inventarisatie is een uitgebreide fiche per locatie met: • een overzicht van de onderdelen, de kenmerken en de mogelijke knelpunten van de voorziening • een eindbeoordeling van de huidige staat van de voorziening • een eindbeoordeling van het onderhoud van de voorziening MONITORING VAN VOORZIENINGEN Onder schetsen we de monitoringmethode voor aanwezige voorzieningen die werd gebruikt tijdens het onderzoek. Het resultaat van de monitoring bestaat voor elke locatie uit: • een gedetailleerde tabel met de gegevens per (vang)emmer en per traject • een samenvattende bespreking met conclusies • eventuele aanbevelingen voor verbetering

De geselecteerde amfibievoorzieningen werden in detail geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerd invulformulier (Boekrakelaan Genk) Foto © Ilf Jacobs


7

METHODE VOOR DE MONITORING VAN AANWEZIGE AMFIBIETUNNELS MATERIAAL OPSTELLEN

• Graaf aan het uiteinde (trekrichting voorjaar) van elke tunnel een emmer in (zie figuur 1). Dieren die de tunnels gebruiken, worden daarin opgevangen. • Scherm de emmers af met een lage geleidingswand om te verhinderen dat er in de emmers ook dieren terechtkomen die niet langs de tunnel zijn gegaan. • Plaats ook een emmer aan het uiteinde van elk tijdelijk of permanent scherm. Zo vang je ook de dieren op die de tunnels niet gebruiken, maar via een andere weg oversteken. • Plaats in elke emmer een grote ‘eilandsteen’ en enkele takken om te voorkomen dat ongewervelden, muizen, e.d. verdrinken.

EMMERS CONTROLEREN • Controleer elke emmer tijdens een periode van 30 à 40 dagen (afhankelijk van het verloop van de trek) minimaal één keer per 24 uur (minstens ’s ochtends, kort voor de zonsopgang). Laat de dieren vrij na elke controle. • Ga op piekdagen met massale trek ook ’s avonds controleren, tel de aanwezige dieren al en laat ze vrij. • De piekperiode van de voorjaars­ trek is sterk afhankelijk van het weer, maar valt doorgaans tussen 20 februari en 25 maart. • Als de voortplantingspoel bekend is, laat de dieren dan vrij aan de rand van deze locatie.

2

Ingegraven emmer met afschermende geleidingswand aan tunneleinde (Boekrakelaan & Kauwbosstraat Genk) Foto © Maurice Schepers

• Gebruik een gestandaardiseerd invulformulier. • Noteer voor elke emmer afzonderlijk het aantal exemplaren per soort, en indien mogelijk ook het geslacht (man, vrouw of onbekend). Vermeld paartjes apart (aantal exemplaren). • Vermeld ook het aantal dagen waarop effectief amfibieën zijn waargenomen. • Noteer bij elk bezoek de aanwezige verkeersslachtoffers per traject (zie figuur 2) en ook op het niet-afgeschermde deel van het traject. Zo kan blijken dat de schermen niet de volledige trekzone bestrijken. • Het is niet de bedoeling om beschadigde geleidingswanden te herstellen. Documenteer elke ingreep nauwkeurig als het toch gebeurt.

• Geef elke emmer een unieke code/ID.

1

GEGEVENS NOTEREN

Braektestraat Wetteren Monitoring Amfibieëntunnels - Lente 2018

Voorbeeld van een proefopstelling met emmers (E) voor het opvangen van amfibieën en trajecten voor het tellen van verkeersslachtoffers


8

STAPPENPLAN VOOR DE DUURZAME AANLEG EN OPVOLGING VAN AMFIBIEVOORZIENINGEN Tijdens het onderzoek werd praktische kennis verzameld. Op basis daarvan werden aanbevelingen uitgewerkt om bestaande amfibievoorzieningen te verbeteren. De aanbevelingen zijn ook een leidraad met aandachtspunten voor wie nieuwe voorzieningen wil aanleggen. Ze werden daarom gebundeld in een stappenplan . Vrijwilligersteam aanwezig

STAP 1 vooronderzoek

nee

STAP 2 noodzaak

ja

STAP 3 aanleg

STAP 4 onderhoud

- migratie amfibieën - randvoorwaarden - maatregelen - onderzoek populatie - soortendiversiteit - organisatie - aanwezige infrastructuur - abiotiek goed draaiende overzetactie aanwezig: aanduiden van een coördinator/meter/ -> maximale logstieke en financiële onderpeter voor de opvolging van de voorziening steuning van bestaande overzetactie -> duidelijke afspraken tussen wegbeheerder en vrijwilligers STAP 1 voorzien van voldoende budget voor jaarlijkse controle en onderhoud vooronderzoek STAP 1: VOORONDERZOEK vrijwilligers verkiezen aanleg voorziening: -> inzetten op goede coördinatie - onderzoek populatie -> voorzien van voldoende voor eerste stap. Als je een amfibievoorziening plant, dan is een degelijk vooronderzoek eenbudget essentiële - aanwezige infrastructuur controle amfibiepopulatie en onderhoud Cruciaal is de informatie over de trekbeweging van jaarlijkse de (aanwezige) op de locatie. Die bepaalt- nameabiotiek

lijk of de aanleg van een voorziening zinvol is of dat bijkomend onderzoek nodig is.

amfibievoorziening plannen

ekdotische ‘losse waarnemingen’ derzoek uitvoeren

verkennend onderzoek uitvoeren

geen trekbeweging vastgesteld -> NIET zinvol om een voorziening aan te leggen

trekbeweging vastgesteld

gegevens via ‘amfibieoverzetactie’

voldoende zicht op populatie -> geen bijkomend onderzoek nodig

onvoldoende zicht op populatie -> bijkomend onderzoek uitvoeren

gegevens via anekdotische ‘losse waarnemingen’ -> bijkomend onderzoek uitvoeren


9

Spreid dit vooronderzoek over twee opeenvolgende jaren omdat er plaatselijk grote schommelingen in de populaties kunnen voorkomen. Volg onderstaande methode om het vooronderzoek uit te voeren.

METHODE VOOR DE MONITORING VAN MOGELIJKE LOCATIES TIJDENS EEN VOORONDERZOEK MATERIAAL OPSTELLEN

EMMERS CONTROLEREN

GEGEVENS NOTEREN

• Doe een gedetailleerde ‘amfibieoverzetactie’ om de amfibieën te tellen die ter hoogte van het gekozen traject mogelijk trekbewegingen maken.

• Controleer elke emmer tijdens een periode van 30 à 40 dagen (afhankelijk van het verloop van de trek) minimaal één keer per 24 uur (minstens ’s ochtends kort voor zonsopgang).

• Gebruik een gestandaardiseerd invulformulier.

• Plaats over een zo lang mogelijk (maar realistisch) traject tijdelijke geleidingselementen/schermen langs beide zijden van de weg. • Graaf langs de geleidingselementen (let erop dat ze naadloos aansluiten!) minstens om de 15 meter emmers in en ook aan de uiteinden van de geleidingselementen. Plaats in elke emmer een grote ‘eilandsteen’ en enkele takken om te voorkomen dat ongewervelden, muizen, e.d. verdrinken. • Geef elke emmer een unieke code/ID.

• Ga op piekdagen met massale trek ook ’s avonds controleren, tel de aanwezige dieren al en laat ze vrij. • Deze piekperiode van de voorjaars­trek is sterk afhankelijk van het weer, maar valt doorgaans tussen 20 februari en 25 maart. • Als de voortplantingspoel bekend is en die situeert zich in de richting waarheen de dieren zich bewogen, laat de dieren dan vrij aan de rand van deze locatie. Als de voortplantingspoel niet bekend is of als er meerdere poelen aanwezig zijn, zet de dieren dan gewoon langs de overzijde van de weg.

• Noteer voor elke emmer afzonderlijk het aantal exemplaren per soort, en indien mogelijk ook geslacht (man, vrouw of onbekend). • Noteer bij elk bezoek de aanwezige verkeersslachtoffers op afgebakende trajecten en ook op het niet-afgeschermde traject. Zo kan eventueel blijken dat de schermen niet de volledige trekzone bestrijken. Voer alle verkeersslachtoffers met een mobiele app in, zodat de detaillocatie gekend is.

Om een goede locatie te kiezen voor de geplande amfibievoorziening volstaan de gegevens over de aanwezige amfibieën niet. Het is ook belangrijk om de aanwezige infrastructuur en abiotiek te inventariseren .

INVENTARISATIE VAN DE AANWEZIGE INFRASTRUCTUUR noteer volgende elementen: • verkeersintensiteit van (het traject van) de weg tijdens de trekperiode van amfibieën • ligging in het landschap (vlak, ingesneden, verhoogde ligging)

IN KAART BRENGEN ABIOTIEK • neem steekproeven voor de hydrologie, grondsoort, stabiliteit bodem • verzamel info over periodiek hoge waterstanden

• breedte van de weg • aanwezigheid van fietspaden, toegangswegen, inritten, langsgrachten e.d. • aanwezigheid van verharding in de bermen (bv. wegmeubilair dat een effectieve plaatsing van geleidingselementen bemoeilijkt,…) • aanwezigheid van struiken en bomen in de bermen • administratieve achtergrond (wie is beheerder, e.d.)

Tot slot is het belangrijk om, in de mate van het mogelijke, een zicht te krijgen op waar de dieren naartoe trekken en welke natuurlijke elementen daarvoor belangrijk zijn (struiken, grachten, …). Zo kan ook hiermee rekening gehouden worden om de verbinding zo kwaliteitsvol mogelijk te houden of in te richten.


10

STAP 2: BEPALEN VAN DE NOODZAAK VAN DE AANLEG VAN EEN AMFIBIEVOORZIENING

Trekbeweging of niet

Een amfibievoorziening aanleggen kost geld en bovendien is het niet altijd de beste keuze onder de mogelijke acties.

Stap 1 stelt dat het geen zin heeft om een voorziening aan te leggen als (zelfs na bijkomend onderzoek) geen trekbeweging van amfibieën is vastgesteld.

Drie elementen bepalen wat de beste keuze is:

Intensiteit van de het verkeer

• trekbeweging of niet • indien wel trekbeweging: intensiteit van het verkeer • samenstelling van de populatie

Als er wel een trek(beweging) is van amfibieën, dan is het meestal de intensiteit van het verkeer die bepaalt wat de beste actie is.

verkeer ter hoogte van de trekbeweging verkeer ter hoogte van de trekbeweging

niet intensief niet intensief

weg tijdelijk afsluiten tijdens trekperioden -> minstens voorjaarstrek weg tijdelijktijdens afsluiten tijdens trekperioden -> mogelijk tijdens piekmomenten -> indien minstens tijdensook voorjaarstrek en trekook juvenielen -> terugtrek indien mogelijk tijdens piekmomenten terugtrek en trek juvenielen

intensief intensief

aanleggen voorziening aanleggen voorziening duurzaam engagement vrijwilligersnetwerk duurzaam engagement vrijwilligersnetwerk aanduiden verantwoordelijke controle en onderhoud aanduiden verantwoordelijke controle en onderhoud

Samenstelling van de populatie Naast de intensiteit van het verkeer is ook de samenstelling van de populatie belangrijk voor de keuze van een actie. Als niet alleen soorten met een vroege voorjaarstrek, maar ook soorten met een afwijkende trekperiode en/of

reptielen aanwezig zijn, dan is het voor vrijwilligers vrijwel onmogelijk om hun acties gedurende die lange periode vol te houden.

samenstelling populatie samenstelling populatie

enkel amfibieën met vroege enkel amfibieën met vroege voorjaarstrek voorjaarstrek (gewone pad, bruine kikker, (gewone pad, bruine kikker, watersalamanders,...) watersalamanders,...)

gerichte vrijwilligersactie mogelijk voldoende gerichte vrijwilligersactie mogelijk voldoende

ook amfibieën met afwijkende ook amfibieën met afwijkende trekperiode (rugstreeppad, trekperiode (rugstreeppad, knoflookpad, boomkikker, vuurknoflookpad, boomkikker, vuursalamander...) en/of reptielen salamander...) en/of reptielen

aanleg voorziening aangewezen aanleg voorziening aangewezen


11

STAP 3: AANLEG VAN EEN AMFIBIEVOORZIENING Als uit stap 2 blijkt dat het aanleggen van een amfibievoorziening de beste keuze is, dan moet je rekening houden met een aantal randvoorwaarden. De kennisorganisatie RAVON (Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland) heeft veel expertise op

vlak van o.a. aanbevelingen voor de aanleg van amfibievoorzieningen. Je vindt een bundeling van de belangrijkste aspecten en een beslissingsschema op de website van RAVON. We zetten kort de belangrijkste randvoorwaarden hier op een rijtje. Gedetailleerde informatie vind je op de website.

BELANGRIJKSTE RANDVOORWAARDEN BIJ AANLEG (NAAR RAVON)

A Locatiekeuze Afhankelijk van de trekrichting en de ligging van de verschillende leefgebieden.

B Materiaalkeuze GELEIDINGSELEMENTEN • Gebruik duurzaam materiaal. • Zorg ervoor dat de elementen naadloos aansluiten op elkaar en op de andere delen van de amfibievoorziening (tunnel, keerelementen, etc.). • Zorg ervoor dat de elementen een barrière vormen die de dieren van de weg houdt en dat ze de dieren naar de tunnels geleiden (zowel bij heen- als terugtrek). • Plaats de geleidingswanden minimaal over de volledige breedte van de migratiezone. • Plaats de geleidingswanden indien mogelijk onder hoek (40-60°) op de trekrichting. • Voorzie aansluitelementen, stopwanden, zwaluwstaart/scheidingsvin en dergelijke om te voorkomen dat amfibieën de tunnel voorbijlopen. Schetsen vind je op de website van RAVON. • Voorzie een geleidingsgoot, nevengoot, stopwand op elke plaats waar de geleidingswand onderbroken wordt door een zijweg of inrit.

TUNNELS

• Plaats een keerelement of een stopwand op het einde van de geleidingswand. • Zorg ervoor dat dieren die op de weg terechtkomen, terug achter de geleiding kunnen geraken (bv. door boogvormige geleidingswanden te plaatsen). • Gebruik geleidingswanden met een hoogte van minstens 50 cm. • De onderste 50 cm van de geleidingswand moeten uit glad materiaal bestaan, zodat de dieren er niet tegenop kunnen klauteren. Voorzie een overstaande rand als de geleidingswanden toch minder dan 50 cm hoog zijn. • Graaf de geleidingswanden enkele centimeters in. • Maak het loopvlak aan de voet van de geleidingswand voldoende breed (min. 30cm) en zorg dat er geen vegetatie op staat.

• Gebruik duurzaam materiaal. • Kies bij voorkeur voor rechthoekige/vierkante tunnels. • Hou rekening met de lengte-diameterverhouding van de tunnels (standaardafmetingen op de website van RAVON). • Kies voor tunneltypes met licht­ inval.


12

Voorbeeld van een amfibievoorziening met goot en rooster die dieren onder een zijweg geleidt (Duisburgsesteenweg Tervuren) Foto © Griet Nijs

Een keerwand aan het einde van de geleidingswand verhindert dat dieren daar toch nog de weg op kunnen (Duboislaan Hoeilaart) Foto © Griet Nijs

Stopwanden verhinderen dat amfibieën via een toegangspoort de weg op geraken (N726 Boekrakelaan Genk) Foto © Griet Nijs en Ilf Jacobs


13

STAP 4: ONDERHOUD VAN EEN AMFIBIEVOORZIENING Maar een deskundige aanleg met duurzame materialen volstaat niet. Ook een goed en regelmatig onderhoud is nodig. Er zijn verschillende oorzaken waardoor een goed gebouwde voorziening mogelijk toch slecht of niet functioneert:

• gebrekkig onderhoud • schade aan een geleidingswand als gevolg van vernieling, aanrijdingen of onderhoudswerken • de wanden zijn overgroeid met vegetatie • de amfibietunnels zijn dichtgeslibd Herstel de voorziening snel, zodat ze optimaal blijft werken.

BELANGRIJKSTE ONDERHOUDSMAATREGELEN • Controleer de volledige voorziening vóór iedere migratieperiode. • Reinig tunnels die dichtslibben of verstopt geraken vóór de voorjaarstrek begint. • Laat de geleiding naadloos aansluiten op de tunnel­ingang en herstel waar nodig. • Controleer de geleidingswanden op oneffenheden of mankementen en herstel of vervang ze indien nodig. • Verwijder vegetatie en andere hindernissen op het loopvlak van de geleiding.

Afval aan tunnelingang (Broekstraat Willebroek) Foto © Ilf Jacobs

Beschadigde geleidingswand (E. Van Dorenlaan Waterschei) Foto © Griet Nijs


14

Aanstelling van een verantwoordelijke en rol van een vrijwilligersteam Minstens even belangrijk als het deskundig voorbereiden en aanleggen van een amfibievoorziening is de aanstelling van een verantwoordelijke voor een goede organisatie van de jaarlijkse controle, het onderhoud en de herstellingen van de voorziening.

Veel hangt ook af van de aanwezigheid van een gemotiveerd vrijwilligersteam dat op langere termijn blijft werken.

Vrijwilligersteam aanwezig

nee

aanduiden van een coördinator/meter/ peter voor de opvolging van de voorziening

ja

goed draaiende overzetactie aanwezig: -> maximale logstieke en financiële ondersteuning van bestaande overzetactie -> duidelijke afspraken tussen wegbeheerder en vrijwilligers

STAP vooro

voorzien van voldoende budget voor jaarlijkse controle en onderhoud vrijwilligers verkiezen aanleg voorziening: -> inzetten op goede coördinatie -> voorzien van voldoende budget voor jaarlijkse controle en onderhoud

- ond - aanw - abio

amfibievoorziening plannen

verkennend onderzoek uitvoeren

geen trekbeweging vastgesteld -> NIET zinvol om een voorziening aan te leggen

trekbeweging vastgesteld

gegevens via ‘amfibieoverzetactie’

voldoende zicht op

onvoldoende zicht op

-> geen bijkomend onderzoek nodig

-> bijkomend onderzoek uitvoeren

populatie populatie Vrijwilligersteam (N223 Aarschotsesteenweg Tielt-Winge ) Foto © Ilf Jacobs

gegevens via anekdotische ‘losse waarnem -> bijkomend onderzoek uitvoeren


15

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE PLAATSING EN HET ONDERHOUD Zowel bij de plaatsing als bij het onderhoud van de voorzieningen loopt het vaak fout Daarom geven we hier enkele aandachtspunten.

PLAATSING • Ga voor een duurzame materiaalkeuze en een oordeelkundige plaatsing die rekening houdt met later onderhoud. • Plaats de voorziening in de zone die in het verleden het meest gebruikt is door amfibieën. • Zorg voor een goede dimensionering van de tunnels, waarbij de diameter een optimale verhouding heeft tot de lengte. • Maak de geleidingswand voldoende lang en zorg ervoor dat de volledige migratiezone omvat is, zodat de migrerende dieren de weg niet op kunnen.

Geleiding naar de tunnelingang ontbreekt (Bogaardenstraat Oud-Heverlee) Foto © Griet Nijs

• Laat de geleidingswand aansluiten op de trekrichting van de dieren (hoek kleiner dan 40 graden). • Laat de geleidingselementen goed aansluiten op de tunnels. • Maak functioneel gebruik van begeleidende elementen zoals keerelementen, stopwanden, zwaluwstaarten, scheidingsvinnen en geleidingsgoten. • Hou (bij de plaatsing van de geleidingswanden) ook rekening met de terugtrek.

Te lage geleidingswanden (Braektestraat Wetteren) Foto ©

Geleidingswand met spleten en overgroeid met vegetatie (N758 Elderenstraat Tongeren) Foto © Griet Nijs

ONDERHOUD • Zorg voor een regelmatige controle en een regelmatig onderhoud, want anders heeft de aanleg van een tunnel- en geleidingssysteem op termijn weinig of geen zin. • Controleer of er geen schade is aan de permanente geleiding waardoor ze minder functioneel is. Vaak kunnen amfibieën zonder de tunnels te gebruiken via gaten of kieren toch nog op de weg komen, of ze komen vast te zitten. • Controleer regelmatig of de in- en/of uitgangen van de tunnels niet verstopt zijn met bladeren, takken en afval.

Beschadigde geleidingswand (N223 Aarschotsesteenweg Tielt-Winge) Foto © Ilf Jacobs

Ilf Jacobs


16

Conclusies

WERKING EN OPTIMALISATIE VAN AMFIBIEVOORZIENINGEN • De geleidingsinfrastructuur is zeer belangrijk, maar wordt vaak slecht aangelegd of onderhouden. • Aan tal van bestaande voorzieningen zijn aanpassingen nodig opdat ze optimaal zouden functioneren. • Als die aanpassingen niet gebeuren, dan is de kans groot dat de aanwezige amfibieënpopulaties jaar na jaar verminderen (of al flink verminderd zijn) en dat hun voortbestaan bedreigd wordt. • Per locatie is bijkomend onderzoek nodig naar de mogelijke achteruitgang in de voortplantings-, foerageer- en/of overwinteringsbiotoop. • Dankzij enthousiaste teams van vrijwilligers worden heel wat verkeersslachtoffers vermeden: ze hebben een cruciale rol om de tunnels en (tijdelijke) geleiding in orde te krijgen voor de trekperiode. »» ze kunnen bevindingen over het onderhoud en het aantal verkeersslachtoffers doorgeven aan het lokale bestuur »» ze kunnen in een aantal gevallen reguliere overzetacties combineren met de permanente amfibievoorzieningen. Een totaal onfunctionele amfibievoorziening (N173 Prins Boudewijnlaan Edegem) Foto © Ilf Jacobs

TOP 5 TIPS VOOR DE AANLEG VAN AMFIBIEVOORZIENINGEN • besteed voldoende aandacht aan een degelijke voorstudie • werk met duurzame materialen en zorg voor een deskundige plaatsing • voorzie in regelmatige controle en regelmatig onderhoud • duid voor elke voorziening een verantwoordelijke (coördinator/peter/meter) aan • maak duidelijke afspraken rond logistieke en/of financiële ondersteuning voor alle fases van het project


17

COLOFON Coverfoto: Shutterstock V.u. Peter Cabus, secretaris-generaal, Departement Omgeving. Onderzoek uitgevoerd door Natuurpunt Studie


Koning Albert II laan 20 (bus 8) 1000 Brussel omgevingvlaanderen.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
monitoring_amfibieoversteekplaatsen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu