Skip to main content

dossier 2021-011.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/011

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 27 november 2020 diende xxx, een verzoek in bij Fluvius, waarbij werd verzocht om uitleg te geven bij de meterstanden vermeld in het bezorgde overzicht op datum van 23/03/2012 (10.253 kWh) en op 24/03/2012 (10.500 kWh). Op 28 november 2020 diende xxx, een verzoek in bij Fluvius, waarbij werd verzocht om de hierna vermelde uitleg te geven bij de meterstanden: - Waar komen de meterstanden vermeld in uw overzicht op datum van 23/03/2012 (10.253 kWh) en op 24/03/2012 (10.500 kWh), alsook het tussentijds verbruik van 247 kWh op 1 amper dag tijd (!) vandaan? -

het document de "factuur januari 2012 - september 2012" vermeldt op datum van 23/03/2012 een meterstand van 10.253, op datum van 24/03/2012 een meterstand van 8.036, op datum van 01/05/2012 een meterstand van 8.036, op datum van 28/09/2012 een meterstand van 8.228. In het overzicht van de meterstanden uit de documenten " 541448820054707557 xxx.xlsx" en "overzicht meterstanden vanaf 2000" staat op datum van 23/03/2012 een meterstand van 10.253, op datum van 24/03/2012 een meterstand van 10.500, op datum van 01/05/2012 een meterstand van 10.500, op datum van 28/09/2012 een meterstand van 8.228. Waar komen de afwijkingen tussen voormelde documenten vandaan?

-

In de periode 11/10/2006 - 23/04/2019 (28/10/2019) staat de meterstand; volgens de beide documenten "overzicht meterstanden vanaf 2000" en " 541448820054707557 xxx.xlsx" telkens op

www.vlaanderen.be


16.729 kWh, zijnde een 0-verbruik. Het document "gefactureerde verbruiken" bewijst dat er in tussentijd een verbruik van 8.693 kWh gefactureerd werd: • een verbruik van 192 kWh voor de periode 01/01/2012 – 28/09/2012 • een verbruik van 204 kWh voor de periode 01/01/2012 – 28/09/2012 • een verbruik van 68 kWh voor de periode 16/11/2017 – 25/05/2018 • een verbruik van 1251 kWh voor de periode 26/05/2018 – 15/11/2018 • een verbruik van 6.978 kWh voor de periode 16/11/2018 – 23/04/2019 Hoe valt een 0-verbruik in de meterstand te rijmen met een aangerekend verbruik van 8.693 kWh? Met een beginmeterstand van 16.729 kWh op datum van 11/10/2006 en een gefactureerd verbruik van 8.693 kWh in de periode 11/10/2006 - 23/04/2019, zou de meterstand op 23/04/2019 , 25.422 kWh moeten staan ... wat tegengesproken wordt door uw eigen documenten. De meterstanden en facturatie zijn dus overduidelijk foutief, gelieve het nodige te willen doen om de foutieve facturen te verbeteren en creditnota's op te stellen. -

In het overzicht staat op datum van 28/10/2019 een meterstand van 16.729 en op datum van 04/11/2020 een index van 994.384. Betekent dit dan dat er in de periode 28/10/2019 - 04/11/2020 een verbruik is geweest van 977.655 kWh ( = 994.384 - 16.729)? Of komt de index van 994.384 overeen met een werkelijke meterstand van -5.616 kWh en is er dan in de periode 28/10/2019 - 04/11/2020 een injectie geweest in het net van van 22344 kWh? en indien dit laatste het geval is, waarom in geen van de documenten "overzicht meterstanden vanaf 2000" en " 541448820054707557 xxx.xlsx" deze negatieve meterstand terug te vinden is?

-

Hoe verklaart u een verbruik van 977.655 kWh of een injectie van 22.344 kWh in de periode 28/10/2019 - 04/11/2020, terwijl de woning fysiek van het net afgesloten is sinds 23/04/2019 en waardoor de meterstand toch onveranderd is gebleven?

-

Hoe komt het dat in het document "overzicht meterstanden vanaf 2000", op 23/04/2019 een meterstand staat van 9.763 kWh en in uw documenten " 541448820054707557 xxx.xlsx" op diezelfde dag een andere meterstand van 16.729 kWh vermeld werd?

-

Hoe komt het dat in uw document " 541448820054707557 xxx.xlsx" de meterstand van 994.384 pas op datum van 04/11/2020 vermeld staat , terwijl het, gezien de afsluiting op 23/04/2019, de meterstand is van 23/04/2019?

Op 28 november 2020 diende xxx, een verzoek in bij Fluvius, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de uitgevoerde berekening voor de verschillende waarde: uit de DELTA kolom, die verschillend zijn van 0 uit het document "overzicht meterstanden sinds 2000" en indien er een verschillende berekeningswijze op na gehouden worden, waar de verschillende behandeling van de meterstanden haar oorzaak vindt. Tevens vraagt verzoeker om hem te laten weten hoe men in het document "overzicht meterstanden vanaf 2000" : - op datum van 31/10/2011 in de kolom DELTA, die het verbruik weergeeft voor de periode 01/12/2010 31/10/2011 aan een verbruik komt van 993.771. - op datum van 23/03/2012 in de kolom DELTA, die het verbruik weergeeft voor de periode 01/01/2012 23/03/2012 aan een verbruik komt van 999.753. - op datum van 28/09/2012 in de kolom DELTA, die het verbruik weergeeft voor de periode 01/05/2012 28/09/2012 aan een verbruik komt van 997.728.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 2 van 8


Verzoeker vraagt voor voornoemde periodes de berekeningswijze te bezorgen van de hierboven vermelde verbruiken en hem mee te delen waarom de formules toegepast in voornoemde periodes verschillen van de formule toegepast voor de andere periodes waarvoor de DELTA verschillend is van 0. Op 28 november 2020 diende xxx, een verzoek in bij Fluvius, waarbij werd verzocht om de hierna vermelde uitleg te geven: -

Waar komen de meterstanden vermeld in uw overzicht op datum van 23/03/2012 (10.253 kWh) en op 24/03/2012 (10.500 kWh), alsook het tussentijds verbruik van 247 kWh op 1 amper dag tijd (!) vandaan? Noch de vermelde meterstanden, noch het bijhorende berekende verbruik kunnen afkomstig zijn van een fysieke meteropname gezien de meteropname maand, de maand oktober is en niet de maand maart. Bovendien zijn uw diensten in maart 2012 ook niet 2 dagen na elkaar fysiek de meterstand komen opnemen. Hoe kan er op 1 dag een verbruik van 247 kW geweest zijn terwijl uw meter zelf niet bestand is tegen de bijhorende hoge stromen? Graag verkreeg ik het document / foto's waaruit de meterstanden zoals vermeld in uw overzicht, blijken. Tevens wens ik te vernemen naar aanleiding van welke omstandigheden en / of op welke wijze deze meterstanden in uw systeem terecht zijn gekomen.

-

Het document de "factuur januari 2012 - september 2012" vermeldt op datum van 23/03/2012 een meterstand van 10.253, op datum van 24/03/2012 een meterstand van 8.036, op datum van 01/05/2012 een meterstand van 8.036, op datum van 28/09/2012 een meterstand van 8.228. In het document "overzicht meterstanden vanaf 2000" staat dan weer: op datum van 23/03/2012 een meterstand van 10.253, op datum van 24/03/2012 een meterstand van 10.500, op datum van 01/05/2012 een meterstand van 10.500, op datum van 28/09/2012 een meterstand van 8.228. Hoe verklaart u de afwijkingen tussen beide documenten? Graag verkreeg ik de documenten / foto's waaruit de verschillende meterstanden (8.036 en 10.500) op datum van 24/03/2012 blijken. Graag verkreeg ik de documenten/foto's waaruit de verschillende meterstanden (8.036 en 10.500) op datum van 01/05/2012 blijken. Hoe kan er op 01/05/2012, zijnde een verlofdag (!) een meteropname plaatsgevonden hebben, zoals ook in de factuur beweerd wordt, terwijl die dag niemand werkt? Naar aanleiding van welke omstandigheden en/of op welke wijze zijn elk van deze meterstanden (8.036, 10.800) op elk van de data 24/03/2012 en van 01/05/2012 in uw systeem terecht gekomen?

-

Volgens het document "overzicht meterstanden vanaf 2000" staat de meterstand op 11/10/2006 en op 23/04/219 telkens op 16.729 kWh. In de periode 11/10/2006 - 23/04/2019 ( 28/10/2019) werd dus een werkelijk 0-verbruik gerealiseerd. Het document "gefactureerde verbruiken" bewijst dat er in tussentijd voor een verbruik van 8.693 kWh gefactureerd werd: • een verbruik van 192 kWh voor de periode 01/01/2012 – 28/09/2012 • een verbruik van 204 kWh voor de periode 01/01/2012 – 28/09/2012 • een verbruik van 68 kWh voor de periode 16/11/2017 – 25/05/2018 • een verbruik van 1251 kWh voor de periode 26/05/2018 – 15/11/2018 • een verbruik van 6.978 kWh voor de periode 16/11/2018 – 23/04/2019 Hoe valt een 0-verbruik bewezen door de meterstanden te rijmen met de gefactureerde verbruiken van in totaal 8.693 kWh die toch ook op diezelfde meterstanden gebaseerd zijn? Met een beginmeterstand van 16.729 kWh op datum van 11/10/2006 en een gefactureerd verbruik van 8.693 kWh in de periode 11/10/2006 - 23/04/2019, zou de meterstand op 23/04/2019 , 25.422 kWh moeten staan ... wat tegengesproken wordt door uw eigen documenten.

-

Kan u mij in het kader van openbaarheid van bestuur de uitgevoerde berekening bezorgen voor de verschillende waarden uit de DELTA kolom, die verschillend zijn van 0 uit uw document "overzicht

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 3 van 8


meterstanden sinds 2000" dat ik u in bijlage bezorg en indien er verschillende berekeningswijzes op na gehouden worden, waar de verschillende behandeling van de meterstanden haar oorzaak vindt. -

Kan u mij per kerende laten weten hoe in uw document "overzicht meterstanden vanaf 2000" : * op datum van 31/10/2011 in de kolom DELTA, die het verbruik weergeeft voor de periode 01/12/2010 - 31/10/2011 aan een verbruik komt van 993.771. * op datum van 23/03/2012 in de kolom DELTA, die het verbruik weergeeft voor de periode 01/01/2012 - 23/03/2012 aan een verbruik komt van 999.753. * op datum van 28/09/2012 in de kolom DELTA, die het verbruik weergeeft voor de periode 01/05/2012 - 28/09/2012 aan een verbruik komt van 997.728.

-

Een meteropname heeft plaatsgevonden op 04/11/2020, u zal er ongetwijfeld ook voor willen zorgen dat de overeenkomstige meterstand van -5.615 kWh op het "overzicht meterstanden sinds 2000" komt te staan en dit op datum van 23/04/2019 (de datum van afsluiting).

-

U zal mij in het kader van openbaarheid bestuur ook het volledige document "overzicht meterstanden sinds 2000" (waarin dus ook de DELTA en DELTA/P kolom aanwezig zijn), aangevuld met de onlangs opgenomen meterstand van -5.615 kWh willen bezorgen .

-

Hoe komt het dat in het document "overzicht meterstanden vanaf 2000", op 23/04/2019 een meterstand staat van 9.763 kWh u , terwijl u voor de periode 16/11/2018 - 23/04/2019 strijdig hiermee een factuur opgemaakt hebt met een eindmeterstand van 16.729 kWh op 23/04/2019?

-

Wanneer mag ik de factuur ontvangen voor de periode 16/11/2018 - 23/04/2019 met daarop de werkelijke meterstand van -5.615 kWh op datum van 23/04/2019 vermeld? U weet dat deze uiterlijk binnen de 6 weken na de opname van de meterstand dient bezorgd te worden!

-

U weet dat de LAC op 15 november 2019 besliste tot de heraansluiting aan het elektriciteitsnet. U weet dat de LAC op 23 april 2020 haar beslissing van 15 november 2019, tot heraansluiting nogmaals herhaald heeft. U weet dat volgens het Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, Titel III – Organisatie van de elektriciteits- en gasmarkt, Hoofdstuk V. – afsluiten en heraansluiten van de elektriciteits- en aardgastoevoer, Afdeling VI – Heraansluiten van de elektriciteits- en aardgastoevoer, art5.5.7 §1, 2° en 3° de heraansluiting aan het net binnen de 5 dagen moet gerealiseerd worden. U laat mij per kerende weten: * waarom de heraansluiting zoals bepaald in het vorige besluit nog geen feit is? * waarom Fluvius het voornoemde besluit naast zich neerlegt * wanneer de 'onvoorwaardelijke' heraansluiting op basis van voornoemd besluit zal plaatsvinden. * Welke vergoeding u voorziet voor de 19 maanden onterechte afsluiting? * Hoe u de gederfde GSC's zal vergoeden ingevolge de onterechte afsluiting?

Op 4 december 2020 diende xxx, een verzoek in bij Fluvius, waarbij hij de inhoud van zijn eerdere vier verzoeken, zoals hiervoor vermeld, nog eens herhaalde. Fluvius heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 3 januari 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing door Fluvius met betrekking tot de hiervoor vermelde openbaarheidsverzoeken. Dit beroep werd geregistreerd op 4 januari 2021.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 4 van 8


Ontvankelijkheid van het beroep De oorspronkelijk verzoeken dateren van 27 en 28 november 2020 en 4 december 2020. Op 3 januari 2021, de datum van het beroepschrift, is de decretale termijn voor de beslissing van Fluvius inmiddels verstreken. Bij gebrek aan beslissing heeft de termijn om beroep aan te tekenen geen aanvang genomen. Het ingestelde beroep is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat zijn openbaarheidsverzoeken door Fluvius tot op heden onbeantwoord zijn gebleven.

2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt nogmaals vast dat de door verzoeker gestelde vragen opnieuw betrekking hebben op het dossier rond de meterstanden en de afsluiting door Fluvius van de elektriciteit bij verzoeker. De beroepsinstantie nam eerder al vier beslissingen in verband met datzelfde dossier (OVB/2020/274, 2020/284, OVB/2020/333 en OVB/2020/334). De beroepsinstantie merkt op dat, zoals artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt, een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang zou aldus kennelijk onredelijk kunnen zijn. Het komt een overheidsinstantie of een beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken, maar dit kan echter geen vrijgeleide zijn om systematisch tal van documenten aan te vragen of uitleg en bijkomende informatie op te vragen waardoor een onredelijke continue overlast ontstaat voor een instantie, waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat er alleen al sinds september 2019 tussen Fluvius en xxx meer dan 60 mails werden uitgewisseld over dit dossier rond de meterstanden. Er kan Fluvius dan ook zeker geen gebrek aan medewerking worden verweten in zijn talrijke pogingen om verzoeker uitleg en informatie te geven in dit dossier. Daarmee hebben zij zeer zeker voldaan aan de behulpzaamheidverplichting die is ingeschreven in artikel II.6 van het Bestuursdecreet

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 5 van 8


Voorts is uit het onderzoek ook gebleken dat verzoeker met betrekking tot ditzelfde dossier rond de meterstanden ook al meermaals contact heeft opgenomen met de Vlaamse Ombudsdienst. Sinds 2015 is verzoeker meermaals gaan aankloppen bij de Vlaamse Ombudsdienst en ook in de zomermaanden van 2020 heeft hij nog een klacht ingediend bij de Vlaamse Ombudsdienst: hun taak bestaat erin om het dossier te onderzoeken en zo nodig te bemiddelen. Afgelopen zomer ondernam de Vlaamse Ombudsdienst een zoveelste en laatste poging om te bemiddelen bij de verzuchtingen van verzoeker, waarbij de mensen van de Vlaamse Ombudsdienst zelfs ter plaatse zijn geweest en aan verzoeker alle tijd en ruimte hebben gegeven om al zijn problemen op te lijsten en aan hen over te maken. Daarop werd vanuit de Vlaamse Ombudsdienst nogmaals een uitgewerkt voorstel tot verzoening gedaan tussen verzoeker en Fluvius, doch dit is slechts mogelijk indien beide partijen bereid zijn om hierin mee te gaan en na te denken over oplossingen en tegemoetkomingen. Dit veronderstelt ook vertrouwen in de Vlaamse Ombudsdienst en het vertrouwen dat de tegenpartij eventueel afspraken zal nakomen. Uiteraard veronderstelt dit ook dat de verzoeker zich zelf houdt aan de afspraken. Al snel is gebleken dat dit voor verzoeker onmogelijk was. Daarop heeft de Vlaamse Ombudsman eind augustus 2020 dit dossier definitief afgesloten en de verzoeker doorverwezen naar het gemeen recht voor eventuele verdere stappen. Ook is nog gebleken dat er nog een verzoeningsprocedure bij het Vredegerecht is geweest begin oktober 2020, die er is gekomen op uitdrukkelijke vraag van xxx zelf. Inhoudelijk is de discussie over dit dossier van de meterstanden daar nogmaals gevoerd, waarbij verzoeker voor de rechtbank (opnieuw) inhoudelijk verduidelijking heeft verkregen bij dit dossier, samen met een verregaand voorstel tot minnelijk akkoord. Verzoeker heeft evenwel ook daarmee geen genoegen genomen en is daarop opnieuw Fluvius en de beroepsinstantie gaan bestoken met mails met allerhande vragen over ditzelfde dossier. De beroepsinstantie stelt bijgevolg vast dat de huidige openbaarheidsverzoeken en de ingestelde beroepsprocedure van xxx te situeren zijn in enerzijds een lange reeks van mails tussen verzoeker en Fluvius en anderzijds ook talloze pogingen van de Vlaamse Ombudsdienst om verzoenend op te treden en een verzoeningsprocedure bij de Vrederechter. De beroepsinstantie is, verwijzende naar wat hiervoor werd uiteengezet, daarom van oordeel dat de werking van de diensten van Fluvius nu onevenredig wordt belast door de aard en het herhalend karakter van de verzoeken/mails die bij hen worden ingediend door xxx. De beroepsinstantie concludeert hieruit dat de grenzen van de kennelijke onredelijkheid hiermee bereikt zijn. De beroepsinstantie onderkent uit alle voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en intentioneel aspect bij de beroeper dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van een overheidsinstantie. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Beroeper heeft aldus het volste recht om gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die hij zich ter harte heeft genomen, na te gaan. Hij is er evenwel niet van ontslagen om zijn rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen: het belang dat de beroeper heeft bij de uitoefening van zijn rechten, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de betrokken overheidsinstantie. De vraag wanneer een aanvraag tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijdt is zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Nochtans kan de beroepsinstantie in casu alleen maar besluiten dat de huidige beroeper de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan. Zijn handelwijze, gelet op het repetitief karakter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 6 van 8


van de vragen om informatie/verduidelijking die zijn gesteld aan Fluvius en gelet op de jarenlange bemiddelingspogingen door de Vlaamse Ombudsdienst en de recente verzoeningspoging bij het Vredegerecht, schaadt de normale werking van de betrokken overheidsinstantie (in casu Fluvius). Verwijzende naar de hiervoor uiteengezette bijzondere omstandigheden, is er naar het oordeel van de beroepsinstantie in casu dan ook sprake van rechtsmisbruik: de beroepsinstantie is m.a.w. de mening toegedaan dat de diverse herhaalde vragen om verduidelijking/informatie aan Fluvius rond het dossier met de meterstanden van deze beroeper een misbruik van recht inhouden. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel. Volgens de rechtspraak en rechtsleer is rechtsmisbruik de uitoefening van een recht, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is in casu het geval, gelet op het repetitief karakter van de vragen om informatie/verduidelijking die zijn gesteld aan Fluvius en gelet op de jarenlange bemiddelingspogingen door de Vlaamse Ombudsdienst en de recente verzoeningspoging bij het Vredegerecht. Er kan dan ook niet anders geconcludeerd worden dan dat beroeper zijn recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt met het huidige nieuw openbaarheidsverzoek met vragen om verduidelijking rond de meterstanden. Na billijke afweging van ieders belangen, oordeelt de beroepsinstantie, op basis van wat hiervoor uitvoerig werd uiteengezet, dat de huidige openbaarheidsverzoeken van xxx moeten afgewezen worden omdat het een manifeste uitdrukking is van rechtsmisbruik en kennelijke onredelijkheid. Het voordeel van de informatie die beroeper wenst te bekomen (via herhaaldelijk dezelfde of gelijkaardige informatie op te vragen) weegt kennelijk niet op tegen de last die deze herhaaldelijke aanvragen veroorzaken binnen de diensten van Fluvius. De beroepsinstantie stelt hiermee vast dat verzoeker blijft volharden in het indienen van steeds weer dezelfde openbaarheidsverzoeken met betrekking tot éénzelfde dossier bij Fluvius. Op zeer korte tijd werden nu vijf beroepsdossiers ingediend door xxx met betrekking tot hetzelfde dossier bij Fluvius. De beroepsinstantie kan dergelijke handelswijze enkel maar beschouwen als een grondig misbruik van de bepalingen uit het Bestuursdecreet, met de kennelijke onredelijkheid van de verzoeken tot gevolg. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 3 januari 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege Fluvius wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 5 januari 2021

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 7 van 8


Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,

Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/011

pagina 8 van 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-011.pdf by Vlaanderen-be - Issuu