Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/042
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/042
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 januari 2020 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de gemeente De Pinte om een afschrift te verkrijgen van de inventaris van de publieke gronden in eigendom van de stad/gemeente en OCMW “alsook stadsontwikkelingsbedrijf of ander AGB of EVA of grondenbank en andere structuur die meer dan 50% in eigendom is van het lokaal bestuur” (de meest recente inventaris 2018, alsook de inventaris van 2012). Op 7 februari 2020 weigerde de gemeente De Pinte de gevraagde afschriften te bezorgen. Verzoeker tekende op 15 februari 2020 beroep aan tegen deze weigering van de gemeente De Pinte. Het beroep werd op 17 februari 2020 door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd. In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 16 maart 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen.
www.vlaanderen.be
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek werd ingediend op 22 januari 2020. De bestreden beslissing dateert van 7 februari 2020 en vermeldt de beroepstermijn en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift d.d. 15 februari 2020 is tijdig ingediend. Het beroep wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In haar beslissing van 7 februari 2020 weigert de gemeente De Pinte een afschrift van de inventaris van de publieke gronden in eigendom van de stad/gemeente en OCMW “alsook stadsontwikkelingsbedrijf of ander AGB of EVA of grondenbank en andere structuur die meer dan 50% in eigendom is van het lokaal bestuur” openbaar te maken gezien de openbaarmaking zou afbreuk doen aan de persoonlijke levenssfeer. Tevens acht de gemeente het onmogelijk om de persoonsgegevens te schrappen uit het overzicht aangezien dan een nieuw bestuursdocument moet worden gemaakt, hetgeen niet kan worden verplicht in het kader van openbaarheid van bestuur.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker neemt geen genoegen met deze beslissing en gaat dan ook in beroep tegen de afwijzing van de gemeente De Pinte aangezien het enkel om de onbebouwde percelen gaat en de informatie met een minimale bewerking voor handen is bij elke gemeente.
3. Toelichting door de gemeente De Pinte De beroepsinstantie nam op 3, 10, 12 en 31 maart 2020 contact op met de gemeente De Pinte om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen. Bij mailberichten van 9, 10, 16 maart en 1 april 2020 heeft de gemeente De Pinte de gevraagde toelichting verstrekt aan de beroepsinstantie.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/042
pagina 2 van 6
De gemeente bezorgde de beroepsinstantie twee EXCEL-bestanden getiteld “ROP DE PINTE JANUARI 2020” en “ROP DE PINTE 31.12.2012” telkens met een zeer uitgebreide tabel van alle onbebouwde percelen in de gemeente. De beroepsinstantie stelt vast dat naast de straatnaam de lijsten enkel nog heel wat codes (capakey, niscode, code_gwp, co-stelsel, type_eig…) en cijfers (lotnr., lot_opp., breedte) bevatten. Op expliciete navraag van de beroepsinstantie verduidelijkt de gemeente De Pinte dat de gegevens van de persoonlijke levenssfeer schuilen in kolom C waarin de capakey-codes staan vermeld. Capakey-codes zijn immers de kadastrale gegevens die volgens de gemeente de identificatie van de eigenaars mogelijk maken. Het komt thans aan de beroepsinstantie toe om te oordelen over het beroep.
4. Standpunt van de beroepsinstantie In haar toelichting aan de beroepsinstantie verduidelijkt de gemeente De Pinte dat zij het ROP weigert openbaar te maken verwijzend enerzijds naar de kadastrale gegevens die in dit register onbebouwde percelen vermeld staan en anderzijds naar de uitspraak van de beroepsinstantie van 14 juni 2013 inzake dossiernr. OVB/2013/75 waarbij de beroepsinstantie de vraag van een inwoner om een afschrift te bekomen uit het ROP heeft afgewezen en ongegrond heeft verklaard. De beroepsinstantie stelt vast dat de registers onbebouwde percelen van de gemeente De Pinte een overzicht bevatten met onder andere volgende gegevens, opgedeeld in kolommen: ‘CAPAKEY, niscode, straat, lotnummer, breedte, code_gwp, lot_opp., type_eigenaar, instelling,… De gemeente De Pinte licht toe dat in kolom C met als opschrift ‘CAPAKEY’ een letter- en cijfermatige code voorkomt, zijnde een uniek nummer per perceel dat in feite het kadasternummer is. Betreffende de openbaarmaking van een register onbebouwde percelen waarin geen namen van de eigenaars maar enkel de capakey, straatnamen en lotnummers staan vermeld, verwijst de beroepsinstantie naar haar eerdere beslissingen ter zake, onder andere de beslissing die werd genomen in het dossier OVB/2017/6, waarvan de motivering op dit punt ook op het voorliggende beroepsdossier van toepassing is en om die reden hier wordt hernomen. De beroepsinstantie is van oordeel dat de gegevens zoals een naam, een adres van de onbebouwde percelen, in principe behoren tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Evenwel moeten we in concreto de vraag stellen of de openbaarmaking van deze registers, zonder vermelding van namen maar wél met vermelding van de kadastrale gegevens, de straatnamen en de lotnummers al dan niet afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar dat niettemin, hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, de in artikel II. 34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond, tevens een
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/042
pagina 3 van 6
relatief aspect aanwezig is. De decreetgever was immers van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar er desondanks op wijst dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2002-2003, nr. 1732/1, blz.25). Vooreerst is het duidelijk dat het openbaar maken van de kadastrale gegevens, de straatnamen en de lotnummers niet gelijk kan gesteld worden met het openbaar maken van de naam van de eigenaar van de betrokken grond, die in de opgevraagde registers niet voorkomen. Na heroverweging van de in dit beroep aangehaalde problematiek is de beroepsinstantie in dit concrete geval van oordeel dat het openbaar maken van de kadastrale gegevens, de straatnamen en de lotnummers op zich, en dus zonder dat de namen van de private eigenaars worden vrijgegeven, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Deze conclusie kan de toets aan de vijf niveaus die binnen het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ kunnen worden onderscheiden (SCHRAM, F, “Tussen openbaarheid en privacy”, Brussel, Politeia, 2006, p. 20 en volgende), doorstaan. Op de eerste plaats wordt geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de privacy of het privéleven in de strikte en klassieke betekenis van het begrip. De identificatie van een onbebouwd perceel, zonder vermelding van de eigenaar ervan betekent niet dat binnengedrongen wordt in het deel van iemands leefwereld dat hij afgeschermd wil houden van de buitenwereld, zoals de persoonlijke of professionele integriteit van de betrokken eigenaars. Precies omdat het om een onbebouwd perceel gaat, wordt geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de persoonlijke leefwereld van de betrokken eigenaars temeer daar de naam van de eigenaars niet worden vrijgegeven, voor zover het om een private persoon gaat. Op de tweede plaats door het vrijgeven van de identificatiegegevens van onbebouwde percelen worden evenmin gegevens openbaar gemaakt die verband houden met of een aantasting zouden inhouden van de vrije omgang van de betrokken eigenaars met de medemens. Dit aspect van de persoonlijke levenssfeer is niet aan de orde aangezien de naam van de eigenaar niet wordt vrijgegeven, zodat de zogenaamde relationele privacy in casu niet wordt geschonden. Ten derde dat aangezien de gevraagde gegevens van het ROP per definitie betrekking hebben op onbebouwde percelen, de vrijgave van de identificatiegegevens ervan, niet geacht kan worden een inbreuk te vormen op het recht op zelfbeschikking van het individu, in casu de betrokken eigenaars, waarbij onder meer wordt verwezen naar de vrije keuze inzake het betreden en verlaten van de eigen woning. De in het ROP opgenomen percelen zijn onbebouwd en kunnen bijgevolg niet gelijkgesteld worden met de woningen van de betrokken eigenaars. De beroepsinstantie is op de vierde plaats van oordeel dat het vrijgeven van de identificatiegegevens van de onbebouwde percelen geen afbreuk doet aan de zogenaamde informationele privacy, zijnde het recht dat elk individu heeft om te beschikken over alle gegevens die over hem handelen. In het voorliggende geval met de vrijgave van de kadastrale gegevens, de straatnamen en de lotnummers zonder koppeling ervan aan de betrokken eigenaars, enkel zakelijke informatie wordt vrijgegeven die ontkoppeld is van de persoonlijke levenssfeer.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/042
pagina 4 van 6
De beroepsinstantie stelt ten vijfde vast dat de gevraagde gegevens evenmin afbreuk doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de mate dat deze begrepen kan worden als deel uitmakend van de virtuele werkelijkheid (elektronisch handelen, geautomatiseerde besluitvorming,…). Dit niveau van persoonlijke levenssfeer is in casu niet aan de orde. De beroepsinstantie komt dan ook, na in concreto onderzocht en overwogen te hebben of de vrijgave van de betrokken gegevens, zijnde het ROP met inbegrip van de vermelding van de kadastrale gegevens, de straatnamen en de verkavelingsgegevens van de onbebouwde percelen (maar zonder vermelding van de namen van de private eigenaars ervan) afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars, tot de conclusie dat dit in casu niet het geval is. Het is overigens niet omdat iets een link kan hebben met de persoonlijke levenssfeer, dat de vrijgave ervan een afbreuk vormt op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De beroepsinstantie ziet in het voorliggende geval geen andere uitzonderingsgronden die zich zouden verzetten tegen de openbaarmaking van de gevraagde registers onbebouwde percelen van de gemeente De Pinte. Te meer daar het verzoek in casu enkel en alleen betrekking heeft op de publieke onbebouwde percelen in eigendom van de lokale besturen en dat in de aan de beroepsinstantie bezorgde EXCEL-tabellen in de kolom “AF” getiteld “instelling” duidelijk werd aangegeven of het vermelde onbebouwde perceel eigendom is van de gemeente De Pinte, van het OCMW of enig andere publieke instelling. Gelet op het feit dat de registers in dit geval een EXCEL-bestand betreffen waarin met de filterfuncties van het programma de gevraagde percelen dan ook zeer eenvoudig uit de uitgebreide tabel kunnen worden uitgefilterd. In tegenstelling tot wat de gemeente De Pinte voorhoudt, kan dergelijke eenvoudige bewerking in casu dan ook niet worden gelijkgesteld met het opstellen van een totaal nieuw document. De gevraagde informatie heeft wel degelijk betrekking op bestaande bestuursdocumenten. Het beroep is bijgevolg gegrond. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroep d.d. 15 februari 2020 van xxx, gericht tegen de weigering van de gemeente De Pinte van 7 februari 2020, wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente De Pinte aan xxx een afschrift te bezorgen van de EXCEL-bestanden getiteld “ROP DE PINTE JANUARI 2020” en “ROP DE PINTE 31.12.2012” waaruit de eigendommen van de lokale besturen werden gefilterd.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/042
pagina 5 van 6
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 2 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/042
pagina 6 van 6