Skip to main content

SERV_20201116_AMA_SE_ADV.pdf

Page 1

Advies Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie Brussel, 13 november 2020

SERV_20201116_AMA_SE_ADV.docx Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen info@serv.be ⚫ www.serv.be

⚫

Wetstraat 34-36, 1040 Brussel

⚫

T +32 2 209 01 11


Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie

.

Adviesvraag: Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1998 tot uitvoering van het decreet inzake sociale werkplaatsen en het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten Adviesvrager: Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Ontvangst adviesvraag: 21 oktober 2020 Adviestermijn: 30 dagen Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 16 november 2020

Contactpersoon: Nele Vanheeswijck - nvanheeswijck@serv.be

2


Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 1210 Sint-Joost-ten-Node

contactpersoon Nele Vanheeswijck nvanheeswijck@serv.be

ons kenmerk SERV_BR_20201116_BVR_AMA_SE

Brussel 16 november 2020

Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie Mevrouw de minister Op 21 oktober vroeg u de SERV om advies over het voorontwerp van BVR tot wijziging van het BVR tot uitvoering van het decreet inzake sociale werkplaatsen en het BVR inzake de uitvoering van het decreet houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten. De SERV vindt het goed dat er een vereenvoudiging komt waarbij zowel het regelgevend kader als de financiering van de drie vormen van arbeidszorg binnen de sociale economie, gelijk wordt getrokken. Ook de hervorming naar meer activerende trajecten gericht op betaalde arbeid, kan positief zijn voor de doelgroep. Arbeidsmatige activiteiten (AMA) kunnen op deze manier een meer gedeelde verantwoordelijkheid worden tussen de beleidsdomeinen Welzijn enerzijds en Werk en Sociale Economie anderzijds. Dit kan tegemoet komen aan de heterogeniteit van de doelgroep die omwille van een MMPPS-problematiek op middellange termijn niet betaald aan het werk kan. Het kan de groep meer kansen bieden op gepaste activiteiten en begeleiding en, waar mogelijk, op competentieversterking en idealiter doorstroom naar betaalde tewerkstelling. Gedeelde verantwoordelijkheid is echter niet hetzelfde als opgesplitste verantwoordelijkheid. De SERV dringt dan ook aan op een spoedig overleg tussen beide beleidsdomeinen om in eerste instantie te komen tot een duidelijk geïntegreerd kader voor AMA. Verder roept deze hervorming nog enkele specifieke vragen en bezorgdheden op bij de Vlaamse sociale partners.

Afbakening, toeleiding doelgroep en aansluiting met aangrenzende maatregelen De SERV vindt het belangrijk dat het verschil in doelgroep met aangrenzende maatregelen, en de toeleiding ervan, duidelijk wordt uitgeklaard. Tegelijkertijd is het belangrijk om een goede afstemming en vlotte overgang met aangrenzende maatregelen te realiseren, én om deze doorstroombewegingen goed te monitoren. Hoewel de doelgroep in arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie (AMA WSE) strikter is afgebakend dan in arbeidsmatige activiteiten erkend voor het Departement Welzijn,

SERV_20201116_AMA_SE_ADV.docx Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen info@serv.be ⚫ www.serv.be

⚫

Wetstraat 34-36, 1040 Brussel

⚫

T +32 2 209 01 11


Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie

Volksgezondheid en Gezin (AMA WVG), is het voor de SERV niet helemaal duidelijk wanneer en door wie er wordt toegeleid naar welke maatregel. • Zijn er in AMA WVG deelnemers die bv. meer presteren dan 12u en in aanmerking komen voor AMA WSE, maar niet worden doorgestuurd naar VDAB voor inschatting? De huidige doelgroep van arbeidszorg in de sociale economie trad bij twee van de drie bestaande vormen in onder andere, niet activerende, voorwaarden. Dit betekent dat er voldoende garanties moeten worden ingebouwd dat zij, ook na de overgangsmaatregelen, een passende ondersteuning krijgen. Hierbij mag geen draaideureffect worden gecreëerd, waardoor de doelgroep nadien snel (opnieuw) in werkloosheid of inactiviteit terechtkomt. Deze zeer kwetsbare groep mag namelijk niet het kind worden van de rekening. Een goede afstemming en vlotte overgang (in beide richtingen) tussen AMA WSE en aangrenzende maatregelen zoals activeringstrajecten, AMA WVG, onthaaltrajecten van het geïntegreerd breed onthaal (GBO),…is daarbij van groot belang. Dit moet verder worden uitgeklaard in de geplande evaluatie en bijsturing van het decreet werk- en zorgtrajecten. In afwachting van deze synchronisatie vraagt de SERV dat, wanneer er geen passend aanbod wordt gevonden voor zittende arbeidszorgmedewerkers, het aangegane engagement ten opzichte van deze groep wordt gegarandeerd en dat de betrokken werkposten hiervoor kostendekkend worden vergoed.

Begeleiding De SERV vindt het positief dat begeleiding in het nieuwe kader wordt gefinancierd per deelnemer en niet langer op basis van de gepresteerde uren van deelnemers. Dit garandeert meer continuïteit in de begeleiding, gegeven de soms variabele aanwezigheid van de doelgroep op de werkpost. Cijfers tonen aan dat er vnl. binnen activerende arbeidszorg doorstroom naar betaalde tewerkstelling wordt gerealiseerd (1/3 doorstromers). Dit is de enige vorm van arbeidszorg binnen de sociale economie waar tot op heden expliciet werd ingezet op doorstroom. Met deze hervorming wordt beoogd om met +/- hetzelfde budget aan begeleiding als voorheen1 in alle AMA-trajecten WSE meer doorstroom te realiseren door middel van competentieversterking. Voor sommige maatwerkbedrijven betekent dit dat zij voor dezelfde financiering aan begeleiding meer moeten realiseren dan voorheen. Een deel van de zittende doelgroep zal wellicht niet aan de slag kunnen in AMA WSE. Het is belangrijk dat maatwerkbedrijven erkend begeleider kunnen blijven voor AMA WVG, zodat deelnemers die niet meekunnen in het activerende kader eventueel op dezelfde werkvloer aan de slag kunnen blijven. Voor sommige maatwerkbedrijven betekent dit dat zij in dat geval gelijkaardige begeleiding moeten voorzien als voorheen, voor minder financiering (860 euro/jaar per deelnemer in plaats van +/- 2300 euro/jaar per deelnemer). Om de kwaliteitsvolle begeleiding van deze zittende groep te blijven garanderen is het van belang om, in overleg met de betrokken sector, een duurzame regeling te voorzien. We weten dat doorstroom voor deze doelgroep staat of valt met goede begeleiding. Het is nodig om niet enkel oog te hebben voor de opbouw van competenties, maar om deze ook af te stemmen 1

Financiering begeleiding: SW (structureel): 33.829,62 euro/jaarbasis; Experiment meerbanenplan 35.646,00 euro/jaarbasis; activerende arbeidszorg 34.944 euro/jaarbasis, en dit telkens voor 1VTE begeleider/5VTE deelnemers. Ervan uitgaande dat een deelnemer gemiddeld 12u/week deelneemt aan arbeidszorg, komt dit neer op 1 begeleider/15 deelnemers, of een financiering tussen de 2255,3 euro en 2376,4 euro/jaar per deelnemer.

4


Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie

met de vraag op de arbeidsmarkt. In het BVR zijn qua begeleiding verschillende taken opgenomen die ook werden gehanteerd in activerende arbeidszorg, maar verder gaan dan de begeleidingstaken in de andere vormen van arbeidszorg in de sociale economie of in AMA WVG2. Hoe zal voldoende en gepaste begeleiding (bv. het afstemmen van de arbeidsomgeving op de deelnemer, het afstemmen van de relatie met collega’s,…) worden gegarandeerd wanneer de werkpost niet in een maatwerkbedrijf ligt maar in een organisatie uit het samenwerkingsverband of een regulier bedrijf? Een deelnemer kan AMA WSE tijdelijk combineren met andere maatregelen zoals bv. tijdelijke werkervaring, wijk-werken, IBO etc. Hoe zal men in dat geval de begeleiding in deze verschillende maatregelen, met andere begeleidingskaders, op elkaar afstemmen? Welke financiële impact heeft dit op de deelnemer?

Workload VDAB De Vlaamse sociale partners vragen zich af de extra workload die voor VDAB wordt gecreëerd door de jaarlijkse evaluatie, realistisch is? Voorgaande evaluaties in het kader van collectief maatwerk en de lokale diensteneconomie toonden namelijk aan dat de vooropgestelde termijnen niet voldoende werden afgedekt. Bovendien werden persoonlijke ontwikkelingsplannen in het kader van inschakelingstrajecten in het verleden niet altijd gerealiseerd. VDAB was omwille van een gebrek aan capaciteit echter niet in staat om dit op een goede manier op te volgen. Volgens de SERV is het opstellen en opvolgen van dergelijk ontwikkelingsplan nochtans essentieel voor de begeleiding en opvolging van deelnemers aan AMA WSE, en voor het maximaliseren van hun kansen op doostroom.

Voldoende plaatsen om doorstroom te realiseren Om succesvolle doorstroom te realiseren is het, naast competentieversterking en kwalitatieve begeleiding, ook belangrijk dat er voldoende plaatsen zijn voor de doelgroep in de sociale economie of in de reguliere economie. In de sociale economie is er reeds een wachtlijst. De Vlaamse sociale partners hebben vernomen dat er omwille van die reden personen zijn met een ticket collectief maatwerk, die deelnemen aan arbeidszorg binnen de sociale economie. De SERV zou graag zicht krijgen op het aantal personen in deze situatie. Daarnaast zijn er ook in de reguliere economie, gezien de verhoogde kwetsbaarheid van de doelgroep, niet altijd geschikte plaatsen beschikbaar. De SERV stelt zich de vraag hoe deze doelgroep aantrekkelijker kan worden gemaakt voor de reguliere economie. Verder vraagt de SERV om erover te waken dat deelnemers die klaar zijn om door te stromen maar waarvoor niet direct een geschikte plaats wordt gevonden, niet opnieuw in werkloosheid of inactiviteit terechtkomen. De doorstroomcijfers van de huidige arbeidszorginitiatieven binnen de sociale economie tonen aan dat dit vandaag wel vaak het geval is.

2

Een opstart- en oriëntatiegesprek, het zoeken van geschikte werkposten of activiteiten ivf competentieopbouw, de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan, het observeren van de deelnemer op de werkpost en eventueel bijsturen van acties, uitwisseling met VDAB over de mogelijkheden tot doorstroom, organiseren van opleidingen of competentieversterkende acties, etc.

5


Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie

FinanciĂŤle incentives voor de doelgroep Net als bij activeringstrajecten is de finaliteit van AMA WSE competentieversterking en doorstroom naar betaalde tewerkstelling (al dan niet met ondersteuning). De SERV vindt het belangrijk dat dergelijk traject een (financiĂŤle) meerwaarde heeft voor de persoon in kwestie. AMA WSE is echter een onbezoldigd traject, waarbij de doelgroep zelf moet instaan voor eventuele bijkomende kosten zoals kinderopvang of woon-werkverkeer. De doelgroep behoudt tijdens de deelname de uitkering of het leefloon, maar de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering wordt niet opgeschort. Naar analogie met hun eerdere vraag in het kader van AMA3, vragen de SERV-partners daarom dat dit herbekeken wordt. De Vlaamse sociale partners wensen te komen tot een afgelijnd en uniform kader met betrekking tot een onkostenvergoeding voor de deelnemers AMA in functie van een logische opbouw met andere werkplekleerinstrumenten.

Hoogachtend

3

Pieter Kerremans

Danny Van Assche

administrateur-generaal

voorzitter

SERV (20 november 2017). Werk- en zorgtrajecten. SERV, Brussel.

6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20201116_AMA_SE_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu