Skip to main content

dossier 2021-145.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/145

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/145

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 februari 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Hove om een afschrift te bekomen van het door xxx ingediende bezwaar in het kader van de door verzoeker verkregen omgevingsvergunning xxx. Op 12 maart 2021 weigert de gemeente Hove het gevraagde afschrift. Op 29 maart 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van de gemeente Hove. Dit beroep werd geregistreerd op 31 maart 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 22 februari 2021. De beslissing van de gemeente Hove dateert van 12 maart 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 29 maart 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep

www.vlaanderen.be


Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

De bestreden beslissing

In haar beslissing van 12 maart 2021 wijst de gemeente Hove het verzoek af omdat het belang van de

openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding. 2. Inhoud van het beroepschrift

Beroeper acht de weigering van de gemeente Hove niet correct gemotiveerd en stelt dat de aangehaalde juridische argumenten geen hout snijden aangezien elke wet met betrekking tot het openbaar bestuur onderhevig is aan een grondwetsartikel. Zo bepaalt artikel 32 van de grondwet dat ieder het recht heeft elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, decreet of de regel in artikel 134. Beroeper merkt bovendien op dat in het gerechtelijk wetboek de bevoegde rechter steeds de macht heeft om bij tussenvonnis overgave te bevelen van elk stuk in de procedure dat door een onwillige procespartij wordt achtergehouden en van belang is.

3. Toelichting door de gemeente Hove Om met kennis van zaken het beroep te kunnen beoordelen contacteerde de beroepsinstantie de gemeente Hove voor de nodige toelichting bij het ingestelde beroep. Op 23 april 2021 bezorgde de gemeente Hove de nodige info en het opgevraagde bezwaarschrift aan de beroepsinstantie. De gemeente handhaaft bovendien haar standpunt zoals uiteengezet in de beslissing van 12 maart 2021 en verwijst naast de momenteel nog voor de rechtbank van eerste aanleg hangende procedure ook naar artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet: “De persoonlijke levenssfeer van de klager dient immers beschermd te

worden. Enkel een anonimiseren van de identiteitsgegevens van de klager (naam onleesbaar maken) is in deze onvoldoende om de persoonlijke levenssfeer van de klager te beschermen. De persoonlijke levenssfeer van de klager is namelijk ruimer dan enkel zijn naam.” 4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie merkt op dat de gemeente Hove niet beschikt over de stukken uit de hangende gerechtsprocedure. De gemeente bevestigt per mail van 28 april 2021 dan ook het vermoeden van de beroepsinstantie dat de gemeente geen betrokken partij is in het rechtsgeding tussen beide buren. De beroepsinstantie moet dan ook concluderen dat de gemeente Hove in casu artikel II. 35, 4° van het Bestuursdecreet verkeerd interpreteert en bijgevolg ten onrechte heeft ingeroepen. Voormeld decreetartikel

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/145

pagina 2 van 4


impliceert immers dat een overheidsinstantie die betrokken is in een burgerlijk of administratief rechtsgeding niet via een aanvraag conform de regelgeving op openbaarheid van bestuur kan gedwongen worden stukken die tegen haar zouden pleiten in het gerechtelijk debat te brengen. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld. Maar het gebruik van deze uitzonderingsgrond veronderstelt uiteraard dat de overheidsinstantie die het inroept ook effectief betrokken is in het hangend rechtsgeding. Deze uitzonderingsgrond mag bovendien niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding én tegen de bestuursinstantie kan worden aangewend. In casu is er wel een procedure bij de rechtbank van eerste aanleg hangende maar zoals de gemeente Hove bevestigt, betreft dit een procedure waarbij enkel de beide buren en geen enkele overheidsinstantie bij betrokken is. Bijgevolg komen de belangen van de gemeente Hove dan ook niet in het gedrang door de openbaarmaking van het gevraagde bezwaarschrift. In haar toelichting verwijst de gemeente Hove ook naar de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de indiener van het bezwaarschrift. De beroepsinstantie stelt evenwel vast dat verzoeker in zijn oorspronkelijk verzoek uitdrukkelijk vraagt naar het door xxx ingediende bezwaarschrift, zodat de openbaarmaking van het gevraagde bezwaarschrift evenmin een schending kan zijn van de persoonlijke levenssfeer. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet kan in casu de openbaarmaking dan ook niet in de weg staan, daar de identiteit van de indiener van het bezwaarschrift immers al bekend is voor verzoeker. De beroepsinstantie ziet verder geen uitzonderingsgronden die in casu van toepassing zijn zodat het beroepschrift bijgevolg als gegrond moet worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 29 maart 2021 tegen de beslissing van de gemeente Hove dd. 12 maart 2021 wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Hove een afschrift te bezorgen van het door xxx ingediende bezwaarschrift.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/145

pagina 3 van 4


Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 30 april 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/145

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-145.pdf by Vlaanderen-be - Issuu