Skip to main content

Jaarverslag_OVAM_2005.pdf

Page 1

Jaarver slag J A A R V ER SLAG

2005

OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem


Š Danni Elskens

Missie Door het verzekeren van een duurzaam beheer van afvalstoffen en materialen, door het voorkomen van bodemverontreiniging en door de realisatie van de bodemsanering, draagt de OVAM bij tot een beter leefmilieu en daardoor tot een hogere levenskwaliteit.

2


Inho ud

I n ho u d

Woord vooraf

p. 5

Naar een duurzaam beheer van onze bodems

p. 6

1. Bodemattesten en register verontreinigde gronden

p. 10

2. De bodemonderzoeken

p. 14

3. De bodemsaneringen

p. 17

4. Het grondverzet

p. 25

5. Ambtshalve bodemsaneringen: onze projecten

p. 28

6. Via partnerschappen naar een actief bodembeheer

p. 35

Een toekomstgericht en kwaliteitsvol afvalbeleid

p. 40

1. Afval voorkomen wordt steeds meer prioriteit

p. 44

2. Afvalstromen scheiden aan de bron

p. 50

3. Hergebruik en recyclage: afval nuttig toepassen

p. 58

4. Verbranden en storten tot een minimum beperken

p. 65

5. Meewerken aan het Europese en het internationale afvalbeleid

p. 75

6. Partnerschappen voor een realiseerbaar afvalbeleid

p. 81

Onze organisatie in beeld

p. 86

Verslagen

p. 94

3


© Danni Elskens

© Danni Elskens

4


Woord voora Woord vooraf

Het is de eerste keer sinds het opnemen van mijn functie als leidend ambtenaar van de OVAM dat ik een jaarverslag voorleg. Een jaarverslag dat eens te meer de resultaten van een jarenlang beleid koppelt aan een reeks nieuwe impulsen, met onder meer een sterk toenemende duurzame onderbouwing van ál onze opdrachten, zowel wat afval als bodem betreft. Op die manier draagt de OVAM haar steentje bij aan een betere levenskwaliteit. De kracht van elk goed beleid ligt in een duidelijke, strategische en gedragen toekomstvisie. In een open sfeer van dialoog en gedachte-uitwisseling hebben we het afgelopen jaar onze missie en visie geactualiseerd in het licht van onze toekomstige uitdagingen. Dit alles hebben we tijdens een interactieve tweedaagse gegoten in een strategisch en operationeel plan voor de periode 2005-2009. Dit plan vormt de onderbouwing voor de onderhandeling over onze nog af te sluiten beheersovereenkomst.

© Ovam

Persoonlijk hecht ik enorm veel belang aan de inmiddels gestructureerde aandacht voor de ontwikkeling van de OVAM als organisatie. Naast de strategische pijlers materialenbeleid, afval en bodem is organisatieontwikkeling vandaag onze vierde strategische pijler geworden. Dat vertaalt zich zowel in een optimalisatie van onze organisatie en processen - met het oog op het behalen van nog betere resultaten - als in de systematische aandacht voor een daadwerkelijk mensgericht beleid, waardoor onze medewerkers zich gesteund en gewaardeerd weten voor hun dagelijkse inzet. Het mag gezegd: we staan met ons afvalstoffen- en bodemsaneringsbeleid nog steeds aan de internationale spits en willen dit ook zo houden. Internationale tendensen op de voet volgen en/of mee beïnvloeden en ook de samenwerking met andere actoren (andere overheden, bedrijven, burgers) intensifiëren blijven een absolute voorwaarde om die positie verder te valoriseren én te behouden. Het voorbije jaar stond eveneens in het teken van het Beter Bestuurlijk Beleid en dan vooral de voorbereiding daarvan. In dit jaarverslag kiezen we voor een bespreking per sector. Doorheen de hoofdstukken ‘Naar een duurzaam beheer van onze bodems’ en ‘Een toekomstgericht en kwaliteitsvol afvalbeleid’ bespreken we de belangrijkste activiteiten en ontwikkelingen van 2005. We pikten er ook enkele opmerkelijke projecten uit en zetten die voor u in de kijker. Daarnaast hecht ik er veel belang aan de loep te houden boven de dagdagelijkse taken van het bodem- en afvalbeheer. Het werken aan een propere bodem en het beheer van de afvalstoffen vergt naast in het oog springende projecten ook voorbereidend werk, overleg, planning, adviesverlening, terreinbezoeken en weerkerende taken, noodzakelijk om de wetgeving uit te voeren en te bewaken. Deze activiteiten komen doorgaans weinig in het nieuws. Aan de hand van enkele intermezzo’s gunnen we u ditmaal wél een blik in de geoliede machine die de OVAM is. Veel leesplezier,

Henny De Baets Administrateur-generaal

5


duurzaam b Naar een duurzaam be

© OVAM

© OVAM

6


beheer

heer van onze bodems Samen met lucht en water ligt de bodem aan de basis van het leven op aarde. De bodem is een natuurlijke hulpbron die cruciale economische, ecologische en maatschappelijke functies vervult. Onder meer voor onze voedselproductie en grondstoffenvoorraad, voor de waterhuishouding en de biodiversiteit zijn we van de bodem afhankelijk. De bodem is dan ook letterlijk het draagvlak voor al onze activiteiten. Jammer genoeg is de bodem in Vlaanderen op tal van plaatsen vervuild. Daar zijn heel wat oorzaken voor: belastende industriële activiteiten, ongelukken, lekkende tanks en pijpleidingen, opslag van afvalstoffen in de bodem, … Bodemverontreiniging bedreigt niet alleen de kwaliteit van het leven - denk maar aan de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, plant en dier - maar kan er ook toe leiden dat de bodem niet meer al zijn functies naar behoren kan vervullen. De impact op mens, natuur, economie en maatschappij is dus groot. Een doorgedreven aanpak van bodemverontreiniging is noodzakelijk voor een duurzame ontwikkeling van onze maatschappij. De OVAM heeft een belangrijke taak in deze aanpak. Door mee bodemsanering te helpen realiseren én nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen, werken we aan een duurzaam beheer van onze bodems. Het allerbelangrijkste is de risico’s voor mens en natuur weg te nemen. Daarnaast kunnen we door bodems te saneren impulsen geven aan de maatschappij, zoals bij de herontwikkeling van brownfields. Dit kan maar binnen de perken van de financiële realiteit: door zo efficiënt mogelijk te werk te gaan, willen we de beschikbare middelen dan ook maximaal benutten.

© creativ collection

We loodsen u in dit hoofdstuk doorheen onze bodemactiviteiten. Naast de verslaggeving over de opvolging van de bodemonderzoeken en de bodemsaneringen, hebben we het ook over onze eigen, ambtshalve projecten. Met enkele intermezzo’s vragen we uw aandacht voor de veelvuldige taken die bij de uitvoering van het bodembeleid komen kijken.

7


Organisatiestructuur OVAM 2006 Bodem in onze organisatie Binnen de OVAM zijn twee afdelingen betrokken bij het bodembeleid: de afdeling bodembeheer en de afdeling interventies, verwijderingen en saneringen. De afdeling bodembeheer groepeert verschillende activiteiten die uitvoering geven aan het Bodemsaneringsdecreet. Deze afdeling participeert ook actief in het Europese en het internationale bodemsaneringsbeleid, geeft advies en communiceert met de betrokkenen. Binnen deze afdeling houdt ook een team zich bezig met bouw- en grondbeheer in het kader van grondverzet. De afdeling interventies, verwijderingen en saneringen staat in voor de ambtshalve verwijderingen en saneringen. De OVAM is immers gemachtigd om zelf op te treden als de betrokkenen hun afvalstoffen niet willen of kunnen verwijderen of hun bodem niet kunnen of willen saneren, waarbij we de gemaakte kosten kunnen terugvorderen.

8

Algemeen directeur, wnd Guy Haemels

Algemene diensten

Projectontwikkeling afvalstoffen

Juridische dienst

Projectleiders

Informatica en systeembeheer

Financieel beheer

Personeelsbeleid

Personeelsadministratie

Communicatie

Logistiek


Woordvoerster en P.R. Karina De Beule

Staf Geert De Roover Felix Kucnerowicz Luc Vanacker Franรงois Mollu

Administrateur-Generaal Henny De Baets

Afvalstoffenbeheer

Administratief datacentrum

Europa

Preventie

Interventies, verwijdering en sanering

Bodembeheer

Eddy Wille

Eddy Van Dyck

Saneringsprojecten en verwijderingen Patriek Casier

Beleidsondersteuning bodem Victor Dries

Saneringsprojecten en interventies Vincent Kindt, wnd

Databeheer bodem Els Gommeren

Selectief ingezamelde stromen

Gemeenten en huishoudelijke afvalstoffen

Bodemonderzoek en sanering oost Filip De Naeyer

Organische afvalstoffen

Biologische afvalstoffen

Bodemonderzoek en sanering west Johan Ceenaeme

Anorganische afvalstoffen

Milieuheffingen

Uitgegraven bodem Dirk Dedecker

9


1. Bodemattesten en register verontreinigde gronden AANVRAAG BODEMATTESTEN IN STIJGENDE LIJN Sinds 1 oktober 1996 moet iedereen die een overeenkomst voor de overdracht van een grond wil sluiten, eerst bij de OVAM aankloppen voor een bodemattest. Uiterlijk één maand na de ontvankelijke aanvraag levert de OVAM een bodemattest af; voor risicogronden bedraagt de wettelijke termijn twee maanden. Als een grond is opgenomen in het register van verontreinigde gronden, dan wordt dat vermeld op het bodemattest. In het andere geval spreken we van een blanco bodemattest. De retributie voor een bodemattest bedraagt momenteel 25 EUR per kadastraal perceelnummer. De aanvraagprocedure voor bodemattesten is er sinds een wijziging van het Vlarebo in 2002 een stuk eenvoudiger op geworden. Sindsdien is er geen verplichting meer om een origineel uittreksel van de kadastrale legger bij het aanvraagformulier te voegen; het volstaat nu om de kadastrale gegevens als dusdanig mee te delen. De termijn waarop we een blanco bodemattest kunnen afleveren, evolueerde in de loop der jaren van één maand tot enkele dagen. Bij een on-line aanvraag gaat het zelfs nog sneller. Momenteel ontvangt de OVAM zo’n 790 bodemattestaanvragen per dag. Het totale aantal aanvragen was het afgelopen jaar hoger dan de vorige jaren: de stijgende trend van de afgelopen jaren zet zich dus voort. In de periode 1996 - 2005 werden ongeveer 1.685.500 bodemattesten op aanvraag afgeleverd.

Bodemattesten op aanvraag Bodemattesten op aanvraag

250.000

200.000

150.000

100.000

50.000

1996

10

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005


On-line systeem Voor bedrijven of personen die regelmatig bodemattesten aanvragen, hebben we een systeem van lopende rekeningen. Het principe is dat een overgeschreven provisie wordt gebruikt om de aanvragen te financieren. De meeste notarissen en tal van immobiliënkantoren maken hiervan gebruik. De houders van een lopende rekening hebben ook de mogelijkheid om hun bodemattesten on-line aan te vragen. Dit kan via een gebruiksvriendelijk computerprogramma dat de OVAM heeft laten ontwikkelen. De aanvrager vult zelf de noodzakelijke gegevens in via het internet. De aanvraag wordt ’s nachts verwerkt en het bodemattest wordt de volgende dag al opgestuurd indien het niet dossiergebonden is. Enkel houders van een lopende rekening kunnen voorlopig van dit on-line systeem gebruik maken, omdat nog steeds een betalingsbewijs noodzakelijk is. De provisie geldt bij de lopende rekeningen als betalingsbewijs. Op vraag van de federatie van notarissen hebben we ook mee geholpen aan de integratie van deze toepassing in het e-notariaat, dit is het intranetsysteem van de notarissen. Ongeveer 91 % van de lopende rekeninghouders vraagt zijn bodemattesten on-line aan. Omgekeerd zit ook het gebruik van lopende rekeningen in de lift sinds de invoering van het on-line systeem. Eind 2005 telden we 1 166 lopende rekeningen. Houders van lopende rekeningen (december 2005)

Notarissen Parastatalen OCMW’s Immobiliënkantoren Gemeentebesturen Intergemeentelijke verenigingen Bouwmaatschappijen Adviesbureaus Totaal

788 28 2 276 40 14 7 11 1 166

REGISTER VERONTREINIGDE GRONDEN GROEIT VERDER AAN Het register van verontreinigde gronden bevat de gegevens over alle bekende verontreinigde gronden in Vlaanderen. Naast de kadastrale gegevens van de grond en de identiteit van de eigenaar en gebruiker geeft het register een beschrijving van de verontreiniging en eventuele gebruiksbeperkingen of voorzorgsmaatregelen voor de grond. In de loop van een onderzoekstraject voegen we ook de verslagen van de bodemonderzoeken toe, het bodemsaneringsproject en belangrijke verklaringen en attesten van de OVAM. De OVAM bezorgt op eenvoudig verzoek een bodemattest dat al deze gegevens bevat. Eind 2005 waren er 43 866 percelen opgenomen in het register van verontreinigde gronden. Omdat er steeds meer gegevens over verontreinigende gronden beschikbaar komen, wordt de inhoud van deze dossiergebonden bodemattesten steeds complexer. Dit is vooral het geval bij grote dossiers met verschillende verontreinigingen, onderzoeken, saneringsprojecten, … Om de leesbaarheid te verbeteren, hebben we deze dossiergebonden bodemattesten in een nieuwe vorm gegoten. Vooral het luik met informatie over de bodemkwaliteit werd herwerkt. De bodemattesten nieuwe stijl zijn sinds begin 2005 in gebruik. Daarnaast is er ook nog een databank met informatie over potentieel verontreinigde gronden. Dit zijn gronden waar risicoactiviteiten op plaatshebben of hadden. Deze inventaris omvat bijna 20 000 percelen. De aanvrager van een bodemattest van een perceel dat in deze inventaris is opgenomen, krijgt automatisch een begeleidende brief mee met informatie over de bodembedreigende activiteiten. De gemeentelijke inventaris vervangt op termijn dit systeem.

11


Webtoepassing opent weg naar gegevensuitwisseling Het Vlarebo legt alle gemeenten op een gemeentelijke inventaris op te stellen, dit is een lijst van gronden waar risicoactiviteiten plaatshebben of hadden op hun grondgebied. Het doel is alle risicogronden in Vlaanderen in kaart te brengen. In het verleden werden programma’s ontwikkeld die het voor de gemeenten mogelijk maakten om deze inventaris op te maken. Deze programma’s hadden twee grote nadelen. In de eerste plaats was er geen koppeling met het eigen systeem van de gemeente, waardoor er een dubbele invoer van gegevens was. Daarnaast ontstond er een eenrichtingsverkeer van gegevens van de gemeenten naar de OVAM in plaats van een uitwisseling met voordelen voor beide partijen. De OVAM beschikt immers ook over heel wat data op basis van de geëvalueerde bodemonderzoeken. Om aan deze tekortkomingen tegemoet te komen, heeft de OVAM een webloket ontwikkeld. Dit webloket moet een vlotte uitwisseling van gegevens mogelijk maken. De data moeten opgenomen worden in een XML-bestand dat werd ontwikkeld in overleg met de Vereniging van de Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en verschillende leveranciers van gemeentelijke software. Zo zal bijvoorbeeld een extractie uit het milieuvergunningenpakket, dat bij heel wat gemeenten reeds draait, aan de OVAM kunnen doorgestuurd worden. De OVAM kan op haar beurt een extractie uit de databank doorsturen naar de gemeente, waardoor beide inventarissen kunnen aangevuld en of verbeterd worden. Op 12 december 2005 hebben we de webtoepassing Intermezzo: De OVAM voert het Bodemsaneringsdecreet gelanceerd. De weg ligt nu uit open naar een gestandaardiseerde en geïnformatiseerde De OVAM staat in voor de uitvoering van het Bodemsaneringsdecreet. Dit decreet gegevensuitwisseling tussen heeft als doel de verwerver van een grond te beschermen. de gemeenten en de OVAM. Voor het onderzoek en de sanering van verontreinigde gronden legt het decreet een strikte procedure op. De OVAM waakt over de uitvoering van deze procedure en attesteert de belangrijkste mijlpalen van het onderzoeks - en saneringstraject: - we leggen een register van verontreinigde gronden aan en beheren dit register; - we leveren bij overdracht tijdig de bodemattesten af zodat de overdracht geen vertraging oploopt; - we verlenen de erkenning van bodemsaneringsdeskundigen; - we volgen en beoordelen de oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken; - we volgen en beoordelen de bodemsaneringsprojecten; - we controleren de saneringswerken in uitvoering; - we leveren een eindverklaring af wanneer een bodemsanering voltooid is; - we treffen voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen en preventieve maatregelen. Tussen 1995 en 2005 leverde de OVAM 1 685 500 bodemattesten af. In dezelfde tijdsspanne beoordeelden we ongeveer 25.000 oriënterende en 10 000 beschrijvende bodemonderzoeken. Ook ontvingen we in totaal 2.482 bodemsaneringsprojecten en leverden 433 eindverklaringen af. Wat deze cijfers doen vermoeden, klopt ook in werkelijkheid: de opvolging van de bodemdossiers is een zeer arbeidsintensief gebeuren. © OVAM

12

De uitvoering van hoofdstuk 10 van het Vlarebo, dat het grondbeheer in het kader van grondverzet regelt, vormt een aparte taak, die erop gericht is de verspreiding van verontreiniging bij grondwerken tegen te gaan.


Infolijn bodemattesten: meer dan een doorgeefluik “Wanneer wordt mijn bodemattest afgeleverd?”: het is een veelgehoorde vraag aan de infolijn bodemattesten. Nochtans behandelt de infolijn ook andere vragen: over risicoactiviteiten, schadegevallen, de verschillende fasen van een bodemsanering,…. Sinds 2005 functioneert de infolijn volledig autonoom: de klantvriendelijkheid van deze dienstverlening is daardoor sterk verbeterd. Bodemattest roept vragen op Het bodemattest was een nieuw begrip toen het Bodemsaneringsdecreet in 1995 van kracht werd. De bedoeling van het bodemattest is in de eerste plaats de eventuele koper van een mogelijk verontreinigde grond te beschermen. Al gauw rezen echter bij de betrokkenen (zowel overdragers als verwervers) een hoop vragen: “Wanneer heb ik een bodemattest nodig?”, “Hoe vraag ik een bodemattest aan?”, “Wat is de geldigheidsduur van een bodemattest?”, “Hoelang duurt de aflevering van een bodemattest?”, “Betekent een blanco bodemattest dat mijn grond niet verontreinigd is?”. Ook complexere overdrachtdossiers, zoals die van appartementen, riepen tal van onduidelijkheden op. Een infolijn voor bodemattesten was dus een logische stap in de dienstverlening van de OVAM.

De klantvriendelijkheid verbeteren De infolijn mocht dan oorspronkelijk bedoeld zijn voor informatieverstrekking rond bodemattesten, al gauw kwamen ook andere vragen binnen: vragen over specifieke dossiers, vragen over risicoactiviteiten, vragen over het verloop van bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten, …. De eerste jaren had de infolijn voor dergelijke vragen vooral de functie van een loket: de vraagsteller werd doorverbonden met de dossierhouder in kwestie, de juridische dienst of een andere specialist. Om de klantvriendelijkheid van onze organisatie te verbeteren, werken we sinds vorig jaar met een autonome infolijn. Eerst was er het plan om de infolijn naar het voorbeeld van de Vlaamse infolijn uit te besteden. Algauw beseften we dat de wetgeving rond bodemsanering zodanig complex is, dat dit een weinig haalbare optie was. We zorgden dan ook voor een eigen opleidingstraject, op maat van de vragen die bij de infolijn binnenkomen.

Informatie rond woonzones De infolijn bodemattesten ontvangt dagelijks zo’n 20 à 40 oproepen. Zeven medewerkers verzekeren in een beurtrol de permanentie van de infolijn. En de dienstverlening werd recent nog uitgebreid. De laatste jaren is er een grote nood aan communicatie en informatie rond woonzones en andere grootschalige saneringsprojecten. Voor de bewoners opent de OVAM telkens een gratis infolijn. In de praktijk is het de infolijn bodem die deze vragen beantwoordt, rond b.v. dossiers als Umicore, Alcatell Bell, …

© OVAM

Project in de kijke Project in de kijker

© Danni Elskens

De (nieuwe) infolijn voor bodemattesten is een succes, zo blijkt uit de cijfers. Het aantal oproepen dat binnenkomt, stijgt nog steeds. In 2004 b.v. kregen we 4 869 telefoons binnen, in 2005 waren dat er ongeveer 7 000.

13


2. De bodemonderzoeken ONDERZOEKSPLICHT MONDT UIT IN 4 100 ORIËNTERENDE … Vooraleer een risicogrond kan worden overgedragen of een risicoactiviteit stopgezet, is een oriënterend bodemonderzoek nodig. Bij bepaalde risicoactiviteiten geldt ook een periodieke onderzoeksverplichting. Het afgelopen jaar resulteerden deze onderzoeksplichten in ruim 4 100 bijkomende bodemonderzoeken, door de OVAM te beoordelen. In ruim twee derde van de gevallen ging het om een overdracht.

… EN 1 000 BESCHRIJVENDE BODEMONDERZOEKEN OP JAARBASIS Als het oriënterend bodemonderzoek ernstige aanwijzingen oplevert voor een verontreiniging van de bodem en/of het grondwater, kan de OVAM aanmanen tot een beschrijvend bodemonderzoek. In 2005 hebben we 927 dergelijke aanmaningen verstuurd. Ook hier vloeide meer dan twee derde voort uit de plichten in het kader van overdracht, sluiting en/of stopzetting. De overige aanmaningen werden verstuurd om de saneringsplichtige van een nieuwe bodemverontreiniging te wijzen op de zelfstandige saneringsplicht of bij een ernstige, historische verontreiniging aan te sporen tot bodemsanering. Het afgelopen jaar hebben we ongeveer 1 000 beschrijvende bodem onderzoeken beoordeeld. Bijna de helft hiervan werd aangemaand tot het uitvoeren van een bodemsaneringsproject.

Oriënterend bodemonderzoek Aanmaningen Beschrijvend bodemonderzoek Aanmaning tot project

2002

2003

2004

2005

5 001 1 099

4 429 1 087

4 447 986

4 120 927

1 283 449

1 414 538

1 094 461

999 491

DE BODEMSANERINGSDESKUNDIGE, SPILFIGUUR IN HET BODEMONDERZOEK De erkende bodemsaneringsdeskundige vervult een belangrijke rol in de uitvoering van het Bodemsaneringsdecreet. Bodemsaneringsdeskundigen staan in voor de bodemonderzoeken, het opstellen van saneringsconcepten en het opvolgen van de saneringswerken. Om voor deze taken in aanmerking te komen, moeten de deskundigen beschikken over een erkenning van de OVAM. Bodemsaneringsdeskundigen met een ‘type 1’erkenning staan in voor de leiding en uitvoering van oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken; bodemsaneringsdeskundigen met een ‘type 2’-erkenning voeren dezelfde activiteiten uit en zijn bovendien erkend voor het opstellen en uitvoeren van bodemsaneringsprojecten en het leiden van bodemsaneringswerken. Een erkenning als bodemsaneringsdeskundige is maximaal 5 jaar geldig. Eind 2005 waren er in totaal 92 erkende bodemsaneringsdeskundigen, 23 van type 1 en 69 van type 2. We hebben drie nieuwe erkenningen verleend, vijf bestaande erkenningen vernieuwd en één erkenning opgeheven. Er werden geen erkende bodemsaneringsdeskundigen geschorst. Zoals elk jaar, hebben we ook in 2005 de kwaliteit van de bodemonderzoeken gecontroleerd. Naast een administratieve controle, hebben we voor een vijftigtal opdrachten ook de veldwerkzaamheden afgetoetst. In die gevallen hebben we bijkomende stalen en analysen uitgevoerd na het bodemonderzoek door de erkende deskundige.

14


© OVAM

De OVAM werkt al enkele jaren aan een GIS-toepassing voor haar bodemactiviteiten. Dit systeem koppelt de administratieve gegevens van een bodemdossier aan geografische gegevens en moet ons helpen om de verontreiniging in Vlaanderen beter in kaart te brengen. Deze toepassing opent nieuwe perspectieven op het vlak van informatieverwerking en informatieverstrekking. Wat is GIS? GIS combineert gegevens over de ligging van iets - een huis, een perceel,… - met gegevens over wat zich op die locatie bevindt. Een GIS dat bodemdossiers in kaart brengt, zal de ligging van de verontreinigde percelen vastleggen in x-en y-coördinaten. Hieraan verbindt het systeem dan informatie over het perceel: over de kwaliteit van de bodem, over de bestemming van dit perceel, over de aard van de verontreiniging, … Tussen deze gegevens kunnen dan relaties gelegd worden. Eigen aan een GIS is dat we de informatie voorstellen als kaartlagen die over elkaar gelegd kunnen worden.

Input van gegevens In een eerste fase, enkele jaren geleden, hebben we voor elk onderzoek de perceelsgrenzen gedigitaliseerd en gekoppeld aan de bodemonderzoeken. Een tweede fase had als doel alle ruimtelijke gegevens van de bodemdossiers in te voeren, zoals boorlocaties, verontreinigde gebieden,… Sinds begin 2003 wisselen de erkende bodemsaneringsdeskundigen alle ruimtelijke informatie in een bodemonderzoek digitaal uit met de OVAM.

Ruimtelijke gegevens gebruiken Het afgelopen jaar trad het werken met deze GIS-toepassing binnen de OVAM in een nieuwe fase. Iedere dossierhouder kreeg deze toepassing op zijn of haar PC geïnstalleerd. Zo willen we het gebruik van gegevens met een ruimtelijke component bij de evaluatie van een dossier stimuleren. Om de gebruiksdrempel van GIS zoveel mogelijk te verlagen, organiseerden we informatiesessies voor de dossierhouders. Ook nieuwe personeelsleden kregen een introductie in het systeem. De bemanning van de GIS-cel concentreerde het afgelopen jaar zijn aandacht op onderhoudstaken en het beantwoorden van GIS-vragen. De procedures voor het inbrengen van de aangeleverde GIS-data werden in de tweede helft van 2005 aangeleerd aan het administratieve personeel.

Nieuw referentiebestand in de maak Voor de voorstelling van kadastrale ruimtelijke informatie hopen we vanaf 2006 gebruik te kunnen maken van het vectoriële referentiebestand. Door de synchronisatie met deze basisdatalaag komt er een einde aan de omslachtige procedure van digitalisering van percelen en kadasterwijzigingen, wat voor ons een aanzienlijke tijdsbesparing zal betekenen.

De GIS-data raadplegen Sinds enkele jaren stellen we bepaalde ruimtelijke informatie beschikbaar via internet. Deze gegevens - datalagen voorzien van dossiermiddelpunten - worden maandelijks geactualiseerd. Het zijn vooral de erkende bodemsaneringsdeskundigen die hiervan gebruik maken. U kunt deze data raadplegen via www.ovam.be.

© OVAM

ProjectProject in de kijker in de kijker

Met GIS naar een efficiënter bodembeheer

15


Intermezzo: De reorganisatie van de afdeling bodembeheer Om onze taken ter uitvoering van het Bodemsaneringsdecreet nog beter ter harte te nemen, hebben we het afgelopen jaar de vroegere afdeling bodemonderzoek en attestering in een nieuwe structuur gegoten. Naast de kerntaken uit het Bodemsaneringsdecreet, krijgen ook strategische taken nu meer prioriteit en een duidelijke plaats in de organisatie: de sanering van brownfields en woonzones, het voorbereiden van het beleid en het meewerken aan het Europese beleid. Dit houdt ook in dat nieuwe thema’s worden opgenomen, zoals grondverzet, fondsvorming voor bodemsanering en de sanering van waterbodems. Dit gebeurt steeds vanuit de visie die is vastgelegd in het Strategisch Plan van de OVAM, gericht op het bereiken van zichtbare resultaten. In de hervormde afdeling zal nog meer aandacht gaan naar flexibiliteit, teamwerking, samenwerking, haalbaarheid, uniformiteit en responsabilisering. Centraal in de organisatie van de nieuwe afdeling bodembeheer staat de doorstroming van onderzoek naar sanering. Voor een efficiënte uitvoering van al deze wettelijk vastgelegde taken is een geoliede werking van de organisatie geen overbodige luxe. Een goed beheer van kennis en ervaring is hierbij essentieel. Het optimale beheer van de dossierkennis was één van de drijfveren achter de reorganisatie van de afdeling. Jarenlang was de dienstverlening op het vlak van onderzoek en sanering immers ondergebracht in twee afzonderlijke diensten. De ene dienst volgde het dossier op tot aan de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek. Bij aanvang van het bodemsaneringsproject nam de andere dienst de teugels over. Gaandeweg groeide het besef dat onderzoek en sanering samen horen: één dossier bij één inhoudelijk verantwoordelijke, de dossierhouder, die het project van begin tot einde volgt.

16

Onze werking haalt volop voordeel uit deze meer logische structuur. Het grote pluspunt is dat iedere dossierhouder de historiek van zijn of haar dossiers kent. Er zijn minder overdrachten en de doorstroming tussen onderzoek en sanering is verzekerd. Kennis en ervaring wordt hierdoor optimaal benut. En ook de klant wint. Voortaan hoort uw dossier bij één enkele dossierhouder thuis. Die is uw aanspreekpunt voor het project van A tot Z, vanaf het oriënterende bodemonderzoek tot het einde van de saneringswerken.

© Creativ collection

© Danni Elskens

Onderzoek en sanering smolten uiteindelijk samen in de diensten bodemonderzoek en sanering Oost en West. De dossiers worden wel nog opgesplitst volgens de westelijke (Oost- en West-Vlaanderen) en oostelijke (Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg) provincies.


3. De bodemsaneringen OPVALLENDE TOENAME VAN EINDVERKLARINGEN Indien uit de bodemonderzoeken blijkt dat er moet gesaneerd worden, moet de saneringsplichtige een bodemsaneringsproject laten opstellen. De OVAM levert binnen een termijn van 90 dagen een conformiteitsattest af dat de nodige vergunningen geeft om de bodemsaneringswerken op te starten. Na de uitvoering van de werken zal OVAM het bodemsaneringsproject afronden en wordt een eindverklaring afgeleverd. In sommige gevallen kunnen er maatregelen van bewaking en controle worden opgelegd. Tussen 1997 en 2005 ontvingen we 2 482 bodemsaneringsprojecten. In dezelfde periode hebben we 433 eindverklaringen afgeleverd. Dit brengt het aantal bodemsaneringsprojecten waarvoor de saneringsprocedure loopt, op 2 049. Het aantal eindverklaringen kende in 2005 een aanzienlijke toename: het aantal is bijna verdubbeld in vergelijking met het jaar voordien. Het aantal eindverklaringen blijft nog altijd lager dan het aantal ingediende dossiers. Het aantal dossiers waarvoor de saneringsprocedure lopende is, blijft dus stijgen. Het aantal ingediende bodemsaneringsprojecten blijft stabiel. De provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen zijn nog steeds koploper voor wat betreft het aantal ingediende bodemsaneringsprojecten. De hoge graad van industrialisering in deze provincies heeft hier wellicht mee te maken.

Overzicht bodemsaneringsprojecten Bodemsaneringsprojecten

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

Ingediend

70

122

218

221

310

377

424

361

379

Aanvullingen en/of wijzigingen

15

32

66

61

58

76

93

60

47

Conformiteitsattesten

47

77

166

212

292

315

426

369

367

In uitvoering (werken/nazorg)

20

55

70

106

163

177

327

306

279

Eindverklaringen

7

9

17

22

28

52

51

87

160

Spreiding van de bodemsaneringsprojecten over Vlaanderen 1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

Oost-Vlaanderen

14

26

48

45

65

71

94

92

102

West-Vlaanderen

12

28

37

40

66

79

89

69

66

Antwerpen

18

42

77

63

104

130

140

115

112

Limburg

11

14

24

28

34

50

44

36

41

Vlaams-Brabant

15

12

32

45

41

47

57

49

58

Totaal

70

122

218

221

310

377

424

361

379

17


KOSTPRIJSRAMING TERUG OP NORMAAL NIVEAU Voor de bodemsaneringsprojecten waarvoor we in 2005 een conformiteitsattest afleverden, wordt de kostprijs geraamd op 74 935 967 euro. Hoewel het aantal conformverklaarde projecten in 2005 ongeveer gelijk bleef, is de geraamde kostprijs ten opzichte van 2004 gedaald. De hoge raming in 2004 was vooral toe te schrijven aan enkele grote bodemsaneringsprojecten, die samen de helft van de geraamde kostprijs van dat jaar voor hun rekening namen. Voor de periode 1997-2005 bedraagt het totale geraamde bedrag 834 356 091 euro.

BEDRAG FINANCIËLE ZEKERHEDEN IS GEDAALD In 2005 werden in het kader van een overdracht 112 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering aangegaan. Om deze verbintenissen te garanderen, moet de saneringsplichtige financiële zekerheden stellen. Dit gebeurde in 2005 voor een totaalbedrag van 25 miljoen euro. Van deze financiële zekerheden kadert 22 % binnen de procedure van artikel 48 en 78 % binnen de gewone procedure. De evolutie van financiële zekerheden kende tussen 1997 en 2005 een grillig verloop. Het bedrag aan binnen één jaar gestelde financiële zekerheden bedroeg in 1997 en 1998 ongeveer 25 miljoen, in 1999 ongeveer 50 miljoen euro. In 2000 slonk dit bedrag tot 42 miljoen euro. De piek ligt tot nu toe in 2001 met 66 miljoen euro aan financiële zekerheden. In 2002 lag dit bedrag slechts 2 miljoen euro lager. In 2003 slonk dit bedrag verder tot 51 miljoen euro. Dit cijfer leek te stagneren, want in 2004 keurde de OVAM voor een bedrag van 52 miljoen euro financiële zekerheden goed. Voor 2005 is er dus opnieuw een duidelijke daling in het totaalbedrag. Het aantal verbintenissen is wel nog ongeveer hetzelfde als in 2004. Een klein deel van deze zekerheden werd al afgebouwd of vrijgegeven. Momenteel hebben we 734 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering in beheer, waarbij in totaal voor ruim 356 miljoen euro aan financiële zekerheden werden gesteld. Omdat de looptijd van meer en meer zekerheden afloopt, verschuift de klemtoon van het behandelen van nieuwe verbintenissen en financiële zekerheden naar de opvolging van de aangegane engagementen.

Geen overdracht, toch sanering Het afgelopen jaar heeft de OVAM een selectie gemaakt van bijkomende gronden waar buiten de overdrachtsprocedure een bodemsanering noodzakelijk is. De gegevens zijn afkomstig uit meldingen van nieuwe bodemverontreiniging, periodieke bodemonderzoeken of dossiers waar de overdrachtsprocedure is stilgevallen en waar een bodemsanering (of verder onderzoek) toch dringend zijn. In ongeveer de helft van de gevallen gaat het om een nieuwe en/of gemengde bodemverontreiniging. In de andere gevallen laten we deze gronden eerst opnemen op de zogenaamde lijst van artikel 30 van het Bodemsaneringsdecreet. Via een ministerieel besluit worden deze gronden dan aangewezen als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden. Eens deze meest ernstige verontreinigingen geselecteerd, hebben we een dertigtal aanmaningen verstuurd. Heel wat saneringsplichtigen volgden de aanmaning op en startten een beschrijvend bodemonderzoek. Anderen riepen de zogenaamde ‘onschuldigheid’ in. In de dossiers waar geen vooruitgang werd geboekt of waar de saneringsplichtigen afhaakten, gingen we over tot ingebrekestellingen. In de dossiers waar ook deze maatregel zonder gevolg bleef, stelde de OVAM een besluit tot ambtshalve bodemsanering op. Zo hebben we vorig jaar tien besluiten opgesteld. Er werden evenveel ambtshalve beschrijvende bodemonderzoeken opgestart om ernstige bodemverontreinigingen in beeld te brengen. In een volgende fase kunnen we de effectieve bodemsaneringswerken opstarten.

18


VRIJGESTELD VAN DE SANERINGSPLICHT In Vlaanderen zijn er verschillende particulieren en bedrijven die te maken hebben met een verontreinigde grond, maar die dit niet hebben veroorzaakt of die bij de aankoop van het terrein niet wisten of behoorden te weten dat er een verontreiniging aanwezig was. Deze hebben het statuut van ‘onschuldig eigenaar’ en hoeven de kosten van de sanering zelf niet te dragen. De OVAM voert een ambtshalve sanering uit. Achteraf vordert de overheid de kosten terug van de vervuiler. De OVAM startte in dit kader vorig jaar ruim negentig nieuwe beschrijvende bodemonderzoeken op. We hebben de meest prioritaire dossiers met ‘onschuld’ geselecteerd. In eerste instantie worden vooral de ernstige verontreinigingen aangepakt. De uitvoering van deze beschrijvende bodemonderzoeken gebeurt binnen de perken van de beschikbare budgettaire middelen.

WAT MET COMPLEXE VERONTREINIGINGEN? Complexe verontreinigingen zijn terreinen waar over een grote oppervlakte bodem- en/of grondwaterverontreinigingen voorkomen en waarbij meerdere saneringsplichtige exploitanten en/of eigenaars betrokken zijn. Typisch zijn de grote industrieterreinen waarbij verschillende bedrijven hun deel hebben in de verontreiniging of bedrijventerreinen die voorkomen op een voormalige stortplaats. We hebben in 2005 enkele inventarisatiestudies en proefprojecten uitgevoerd om de stand van zaken op het vlak van complexe verontreinigingen in Vlaanderen in kaart te brengen.

AANPAK WOONZONES GROEIT Eigen aan bodemverontreiniging is dat ze zich kan verspreiden in de bodem en zich vaak uitstrekt over verschillende percelen. In het verleden pakten we het onderzoek en de sanering van de verontreinigde bodems perceel per perceel aan. Een wijziging van het Bodemsaneringsdecreet uit 2001 laat toe hierin verandering te brengen en grotere eenheden geïntegreerd aan te pakken. Dit wil zeggen dat het mogelijk wordt de verontreiniging in woonzones als één geheel te onderzoeken en te saneren. Concreet kan het gaan om een woonwijk op een oud stort of op een grond met een industrieel verleden, maar ook om een cluster van potentieel verontreinigde bewoonde gronden in een stad of een ruimer gebied. Door op grotere schaal te werken kan er flink bespaard worden en is ook minder tijd nodig om tot het gewenste eindresultaat te komen. In 2005 hebben we de bodemonderzoeken voor de stad Turnhout en voor twee wijken in de stad Gent opgestart. Voor andere woonzones in Gent, Lokeren en Essen werden de sitebesluiten uitgeschreven. De bodemonderzoeken zijn intussen opgestart. Voor andere steden hebben we inventarisaties van mogelijk verontreinigde woonzones uitgevoerd. Binnen de beschikbare budgetten zullen ook deze projecten een vervolg krijgen.

© Danni Elskens

19


© Danni Elskens

Intermezzo: De OVAM, kenniscentrum voor bodem in Vlaanderen De OVAM voert het beleid niet alleen uit, maar geeft er ook zelf mee vorm aan. De ervaring met de praktijk van bodemsanering plaatst ons immers in de ideale positie om het beleid te toetsen. Onze expertise op het terrein, de participatie in tal van wetenschappelijke onderzoeksopdrachten en de aandacht voor de evoluties in het buitenland, vormen een nuttige insteek voor een verfijning en bijsturing van de wetgeving. Het afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld, in samenspraak met de sector en andere betrokken overheden, voorstellen geformuleerd om het wetgevende kader rond grondverzet te verbeteren. Verder is ook technisch-wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk om de wetgeving te schragen. Zo is het essentieel dat de wettelijke normen voor bodemsanering wetenschappelijk onderbouwd zijn. Voor stoffen die nog niet genormeerd zijn, stellen we bodemsaneringsnormen op. Daarnaast herzien we op regelmatige basis de bestaande bodemsaneringsnormen om ze aan te passen aan nieuwe wetenschappelijke inzichten. In 2005 werkten we verder aan de herziening van de bodemsaneringsnormen voor zware metalen. De voorstellen zijn in een finaal stadium en klaar voor een bespreking met de sector. Ook afstemming tussen de verschillende normeringskaders voor bodem is cruciaal: bodemsaneringsnormen, achtergrondwaarden, normen voor uitgegraven bodem, normen voor baggerspecie voor gebruik als bodem. Specifiek voor de som van de zeven indicator polychloorbifenylen hebben we het afgelopen jaar waarden voorgesteld voor de verschillende, op elkaar afgestemde normeringskaders. Met het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben we de besprekingen hervat over de harmonisatie van de bodemsaneringsnormen tussen de drie gewesten. Als eerste stap proberen we te komen tot een gemeenschappelijke methodiek voor de berekening van bodemsaneringsnormen.

© OVAM

We werken ook aan risicobeoordelingen, die toelaten de risico’s van een bodemverontreiniging in te schatten. Dit is belangrijke informatie voor het bodemsaneringsbeleid, dat immers voorrang geeft aan het verwijderen van risico’s. De prioriteitsstelling van de effectieve bodemsanering berust o.m. op de omvang van het acute gevaar voor mens en milieu. We hebben dus betrouwbare methodieken en instrumenten nodig om de risico’s van bodemverontreiniging correct in te schatten. Deze methodieken en instrumenten - het gaat om meettechnieken, maar ook om modelmatige benaderingen - worden aangepast en bijgeschaafd. In 2005 hebben we de methodieken afgerond die ons toelaten de verspreidingsrisico’s van een bodemverontreiniging door uitloging of uitdamping te beoordelen. In woonzones hebben we vaak te maken met een verontreiniging met polyaromatische koolwaterstoffen. Om voor een specifieke locatie de risico’s beter te kunnen beoordelen, hebben we het afgelopen jaar een code van goede praktijk opgesteld. Samen met de andere milieuadministraties van het Vlaamse Gewest evalueerden we het afgelopen jaar de huidige milieukwaliteitsnormen in Vlaanderen. Voor deze normen zijn we nagegaan of ze voldoende bescherming bieden voor gevoelige groepen zoals kinderen en ouderen. Ten slotte beschouwt de OVAM het als haar taak om de stand van de techniek en de technologie voor bodemonderzoek en bodemsanering op de voet te volgen. Het afgelopen jaar hebben we de meetmethoden voor vluchtige stoffen in bodemlucht gevalideerd en verbeterd. Ook de mogelijkheden van het gebruik van directe toxiciteitsmetingen op basis van in vitro testen voor de beoordeling van de grondwaterkwaliteit hebben we onderzocht. De OVAM schakelt zich ook in bij internationale netwerken om de vinger aan de pols te houden en ervaringen uit te wisselen. Zo onderhouden we, in samenwerking met de VITO, een uitgebreide uitwisseling van onderzoeksresultaten met het Nederlandse RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) op het gebied van risico-evaluatie van bodemverontreiniging.

20


ALTERNATIEVE FINANCIERING VAN BODEMSANERING In België wordt al enkele jaren gewerkt aan een alternatieve financiering van bodemsanering. Concreet zijn er initiatieven voor drie sectoren: Bofas (het fonds bodemsanering benzinestations), het Premaz-project met het fonds bodemsanering stookolietanks en het fonds bodemsanering stomerijen.

Interregionale initiatieven Bofas Op 26 maart 2004 ging Bofas vzw van start. Hiermee werd het officiële startschot gegeven voor een alternatief financieringsmechanisme en de sanering van tankstations in België. Bofas vzw zal voor tankstations die een aanvraag tot sluiting hebben ingediend de bodemsanering laten uitvoeren en financieren. In het geval van voortzetting van de uitbating heeft Bofas vzw een controlerende en adviserende rol en worden de kosten voor uitvoering van de bodemsanering gedeeltelijk terugbetaald, voor een maximum bedrag van 62 000 EUR. Verder is er een overgangsmaatregel voor saneringswerken die gestart zijn na 1 januari 2000 en ten laatste op 25 september 2004. De aanvrager voert in dit geval de bodemsanering volledig zelf uit en kan nadien een aanvraag bij Bofas vzw indienen om (een deel van) de gemaakte kosten te recupereren. De aanvragen in het kader van sluiting moesten vóór 26 maart 2005 bij Bofas vzw ingediend worden. De termijn om aanvragen in het kader van voortzetting van de uitbating of voor een sanering bij wijze van overgangsmaatregel in te dienen, loopt nog. De uiterste termijn om een aanvraag in te dienen bij Bofas vzw is 26 maart 2006. Momenteel voert Bofas vzw voornamelijk beschrijvende bodemonderzoeken uit en wordt er een prioriteitenindex gemaakt. De sterkst verontreinigde terreinen worden immers eerst gesaneerd. Toch werden het afgelopen jaar de bodemsaneringswerken al opgestart in twaalf dossiers. We werken in nauw overleg samen met Bofas vzw om alle dossiers tot een goed einde te brengen.

© Bofas

Overeenkomst rond stookolietanks in impasse Een ander voorbeeld van een alternatief instrument voor financiering is het solidariseren van kosten die verbonden zijn aan de milieurisico’s van lekkende of risicovolle stookolietanks. Hierover onderhandelen we met de stookoliesector. De aanzet voor de discussie gaven we met het Premaz project (www.premaz.be). In 2000 sloot de Vlaamse overheid een Milieubeleidsovereenkomst af met de petroleumsector. De sector engageert zich om instrumenten uit te werken voor financiering van de milieurisico’s. In 2004 werd een overleg tussen de gewesten opgestart om de procedures voor sanering van bodemverontreiniging door lekkende stookolietanks op elkaar af te stemmen. Begin 2005 zijn er in het kader van de oprichting van het ‘fonds gasolietanks verwarming gebouwen’ besprekingen opgestart tussen de federale en gewestelijke overheden en de petroleumsector. Op 20 mei 2005 hebben de drie ministers bevoegd voor leefmilieu in de drie gewesten en de federale minister bevoegd voor energie een protocol ondertekend. Dit protocol geeft de krachtlijnen en de werkwijze aan voor de oprichting van een fonds dat de financiële tussenkomst regelt bij bodemverontreiniging veroorzaakt door gasolietanks voor verwarming.

21


Midden 2005 zijn de onderhandelingen echter op politiek vlak afgesprongen, zodat er nog geen samenwerkingsakkoord tussen de verschillende partners is.

Vlaams initiatief Fonds voor sanering stomerijen In 2005 werd het decreetsvoorstel, uitgewerkt samen met de sector, voor advies voorgelegd aan verschillende instanties. Het resultaat is een voorstel tot wijziging van het Bodemsaneringsdecreet, dat het mogelijk maakt sectorale bodemsaneringsorganisaties op te richten, die erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering. Het doel van deze organisaties is dubbel: ĂŠĂŠn, het voorkomen en beheersen van bodemverontreiniging en twee, het begeleiden en stimuleren van sanering van verontreiniging. Het gaat steeds om verontreiniging die voort is gekomen uit die welbepaalde activiteit waarvoor de organisatie is opgericht. De regelgeving voorziet dat de bodemsaneringsorganisatie voor haar leden een aantal taken moet uitvoeren, zoals het opstellen van een sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan, het stimuleren en optimaliseren van onderzoeks- en saneringsconcepten en het verlenen van individueel advies over alle mogelijke vragen in verband de bodemverontreiniging. Essentieel is dat de saneringsplichtige via een overeenkomst de saneringsplicht voor de verontreiniging geheel of gedeeltelijk kan overdragen naar de Bodemsaneringsorganisatie. Hiertegenover staat een jaarlijkse vergoeding. We verwachten de deďŹ nitieve goedkeuring van het decreetsvoorstel in de loop van 2006.

22


© OVAM

Project in de kijker Project in de kijker

Aanpak van historisch bodempassief rond Umicore krijgt vorm Het bedrijf Umicore heeft in haar Vlaamse vestigingen (Hoboken, Olen, Balen/ Lommel, Overpelt) al meer dan honderd jaar een productie van non-ferrometalen. Deze productie heeft in het verleden geleid tot een historische bodem- en grondwatervervuiling op het bedrijfsterrein, maar ook in de ruimere omgeving. De ondertekening van een overeenkomst met Umicore in 2004 betekende een doorbraak in dit dossier. Ondertussen wordt de sanering van de terreinen en de omgeving stilaan concreet. Dossier met geschiedenis Het verhaal van de sanering gaat terug naar november 1997: toen tekende Umicore een vrijwillige overeenkomst met de Vlaamse overheid om de historische vervuiling aan te pakken. De nodige bodemonderzoeken werden opgestart. In 2002 kon de OVAM de beschrijvende bodemonderzoeken, die een maat hadden opgeleverd voor de omvang en de ernst van de bodemverontreiniging, conform verklaren. Umicore tekende tegen deze conformverklaringen echter beroep aan bij de Raad van State. Om ervoor te zorgen dat de bodemverontreiniging effectief zou worden aangepakt en niet op juridisch getouwtrek zou afstevenen, hebben de OVAM en de Vlaamse Regering opnieuw besprekingen aangeknoopt met Umicore.

Haalbare aanpak ondertekend Het resultaat van dit overleg was een addendum bij het convenant van 1997, ondertekend door de drie partners in april 2004. Dit addendum regelt de aanpak van de historische bodemverontreiniging rond de vier vestigingen van Umicore in Vlaanderen. De overeenkomst is zowel vanuit milieutechnisch als economisch oogpunt een goed compromis. De eerstkomende vijf jaar gaat Umicore effectief tot bodemsanering over op de bedrijfsterreinen en de woonwijken die hieraan grenzen. Daarnaast is er een vrijwillige financiële inbreng van Umicore en de Vlaamse overheid voor de aanpak van de zware metalen in de verdere omgeving en dit voor de komende tien jaar. De gemeenschappelijke financiële inspanning bedraagt in totaal 30 miljoen euro, verspreid over een termijn van tien jaar.

Eerste werken van start In totaal werden voor de verschillende fabrieksterreinen van Umicore al zeven bodemsaneringsprojecten ingediend. Vier van deze projecten hebben we conform verklaard. De saneringswerken zijn voor twee vestigingen opgestart. Ook hebben we al concrete acties ondernomen in een eerste woonwijk, de More-

© OVAM

23


Project in de kijke 24

tusberg in Hoboken. Een eerste stap bestond uit een inventarisatie die uitmondde in een bodemsaneringsproject. We hebben een informatievergadering georganiseerd om het bodemsaneringsproject toe te lichten aan de bewoners van de woonwijk. Voor de aanpak van de zware metalenproblematiek in de verdere omgeving zijn externe bodemsaneringsdeskundigen aangesteld. In eerste instantie bekijken we samen welke bodemsaneringen prioritair zijn en welke saneringstechnieken het meest geschikt. Deze studie zal in de loop van 2006 klaar zijn.

Sanering van de Bankloop: geen sinecure Umicore en de OVAM hebben ook afgesproken dat de OVAM als opdrachtgever zou optreden voor de bodemsaneringswerken van de Bankloop in Olen. Het bedrijf gebruikte in het verleden deze waterloop om haar afvalwater in te lozen. De oevers zijn verontreinigd met zware metalen en radium, ten gevolge van de vroegere radiumproductie. De verontreiniging is dus bijzonder complex: we moeten rekening houden met chemische, maar ook met radiologische eigenschappen. Van de percelen die aan de Bankloop grenzen zal een deel van de toplaag ontgraven worden. Na sanering voeren we een reconstructie van de Bankloop uit, gevolgd door een herinrichting van de aanpalende percelen. De verontreinigde bodem wordt geborgen in een saneringsopslag op het bedrijfsterrein van Umicore. Het afgelopen jaar hebben we het bodemsaneringsproject voor deze sanering conform verklaard. Deze conformverklaring keurt niet alleen het voorgestelde saneringsconcept goed, maar zorgt ook voor de noodzakelijke vergunningen, zoals de bouwvergunning en de milieuvergunning voor de saneringsopslag. Vooraleer de werken van start kunnen gaan, is er nog een vergunning lokale saneringsopslag Š OVAM van het Federaal Agentschap Het te saneren traject van de Bankloop is in het rood aangeduid voor Nucleaire Controle nodig. Naar verwachting zal deze bijkomende vergunning voor de saneringsopslag tegen mei 2006 rond zijn. In de zomer kunnen we dan de opslagplaats voor verontreinigde gronden beginnen inrichten. De start van de ontgravingswerken is dan ook pas voorzien tegen begin 2007.


4. Het grondverzet BESTAANDE REGELGEVING GEWOGEN Sinds 1 april 2004 is de regelgeving voor het gebruik van uitgegraven bodem van kracht. Het doel van deze regelgeving is de verspreiding van bodemverontreiniging te beheersen en een grotere bescherming te bieden aan wie uitgegraven bodem ontvangt. De regelgeving bevat regels voor de verschillende stappen van het grondverzet: de herkomst, het transport en de bestemming. Na een eerste periode van praktische toepassing hebben we in het voorjaar van 2005 een evaluatieverslag opgemaakt voor de Vlaamse Regering. In dit rapport hebben we onder meer verschillende aanbevelingen voor het beleid geformuleerd. De Ambtelijke Werkgroep Grondoverschotten van het departement Leefmilieu en Infrastructuur (LIN) heeft eveneens een evaluatieverslag van de grondverzetsregeling opgemaakt. Dit gebeurde in het kader van de samenwerkingsovereenkomst van het departement LIN met de vzw Grondbank. De aanbevelingen van beide verslagen bleken complementair te zijn. Uit de evaluatieverslagen bleek dat de regeling grondverzet ingrijpend moest bijgestuurd te worden om ze in de praktijk haalbaar te maken en een duurzaam beleid te garanderen. Al gauw werd duidelijk dat enkel een gerichte wijziging van het hoofdstuk grondverzet van het Vlarebo de knelpunten kan wegwerken. In de tweede helft van 2005 jaar hebben we dan diverse voorstellen geformuleerd om het wetgevende kader te verbeteren. Een eerste voorstel werd onderworpen aan een brede consultatieronde. Na overleg met de verschillende actoren en op aangeven van de erkende bodembeheerorganisaties hebben we uiteindelijk een ontwerpversie voor de wijziging opgesteld.

VERBETERPUNTEN Bij het gebruik van uitgegraven bodem gaat het om het verplaatsen van een mogelijke verontreiniging binnen hetzelfde milieucompartiment. Het is dan ook logischer de regeling hiervoor los te koppelen van de toepassing van afvalstoffen als secundaire grondstoffen, zoals in de huidige regelgeving het geval is. Bij het gebruik van (andere) secundaire grondstoffen worden eventuele nieuwe verontreinigende stoffen geĂŻntroduceerd in het milieu. Voor het verplaatsen van uitgegraven bodem past een beheerspoor, terwijl voor het gebruik van afvalstoffen als secundaire grondstof een preventiespoor geschikter is. Een sluitend transportsysteem is essentieel om te garanderen dat de juiste partijen bodem op de juiste plaatsen terechtkomen. Er is voorgesteld om de huidige traceersystemen van de bodembeheerorganisaties als referentie in de wetgeving op te nemen. In de loop van 2005 erkende de Vlaamse minister voor Leefmilieu ook verschillende grondreinigingscentra en tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem. Het afgelopen jaar hebben we ook de regelgeving grondverzet verder naar de betrokken actoren gecommuniceerd aan de hand van persberichten, een infobrochure, deelname aan infosessies. Verder is er nog steeds de reeks ‘veel gestelde vragen’ bij de Vlaamse Infolijn. Al deze informatie, samen met de codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem, is ook beschikbaar op de website van de OVAM.

25


De erkenning van TOP’s en GRC’s Bij een sanering komt steeds verontreinigde grond vrij, die een bestemming moet vinden. Vaak vinden deze gronden een tijdelijk onderkomen in een grondreinigingscentrum (GRC) of een tijdelijke opslagplaats (TOP). Deze GRC’s of TOP’s mogen zelf een bodembeheerrapport afleveren indien ze hiervoor erkend zijn. Het is de minister van Leefmilieu die deze erkenningen aflevert. De OVAM zorgt voor een onderbouwd advies. Draaischijven voor grond In Vlaanderen biedt een vijftiental grondreinigingscentra de mogelijkheid om verontreinigde bodem te reinigen, een goedkoper alternatief voor rechtstreekse afvoer naar de stortplaats. Naast de grondreinigingscentra zijn in het kader van de regeling grondverzet ook tussentijdse opslagplaatsen (TOP’s) voorzien. Dit zijn Vlaremplichtige opslaginstallaties voor uitgegraven bodem, die een bufferende functie hebben. Aannemers kunnen hun partijen uitgegraven bodem hier vlot afzetten. De TOP’s vervullen dan verder de nodige administratieve verplichtingen en zoeken een definitieve bestemming voor de aanvaarde uitgegraven bodem. In feite zijn centra voor grondreiniging en tussentijdse opslagplaatsen dus draaischijven voor de grondstromen. Ze hebben naast hun milieuhygiënische functie ook een ordenende rol.

Erkenning voorwaarde voor afleveren eigen bodembeheerrapporten Bij de afvoer van niet-verontreinigde uitgegraven bodem vanaf een uitgravingsvolume van 250 m³ of indien de uitgegraven bodem afkomstig is van een verdachte grond, verplicht het Vlarebo een bodembeheerrapport. Een dergelijk rapport geeft de garantie dat de uitgegraven bodem juridisch en milieuhygiënisch correct wordt toegepast. Bovendien garandeert het bodembeheerrapport dat het transport van de uitgegraven bodem correct is of zal verlopen. Meestal is het een erkende bodembeheerorganisatie die het bodembeheerrapport aflevert. Centra voor grondreiniging en tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem kunnen echter ook zelf een bodembeheerrapport afleveren voor uitgegraven bodem die ze zelf in ontvangst hebben genomen. Zij moeten hiervoor wel over een erkenning beschikken.

De OVAM adviseert de minister De erkenning van deze inrichtingen gebeurt door de minister voor Leefmilieu, op advies van OVAM. In 2005 hebben we zes aanvragen voor erkenning als tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem en vijf aanvragen voor erkenning als centrum voor grondreiniging geadviseerd. Verder waren er ook een viertal adviezen over aanvragen tot wijziging van de erkenningsvoorwaarden. Samen met de erkende bodembeheerorganisaties volgen we ook op of de TOP’s en GRC’s aan de erkenningsvoorwaarden blijven voldoen. De erkende bodembeheerorganisaties staan in voor een periodieke keuring. We bezochten het afgelopen jaar ook samen met medewerkers van de afdeling afvalstoffenbeheer en de VITO een tiental centra voor grondreiniging. We gingen hierbij na in welke mate deze bedrijven in hun werking voldoen aan de codes van goede praktijk voor uitgegraven bodem.

26

Project in de kijker

Project in de kijker

© OVAM


Intermezzo: De OVAM treedt ambtshalve op Het Bodemsaneringsdecreet is erop gericht dat de saneringsplichtige zelf instaat voor de sanering van zijn vervuilde bodem. Hiervoor laat hij zich begeleiden door een erkende bodemsaneringsdeskundige. Toch stellen we vast dat sommige saneringsplichtigen niet zelf saneren. De OVAM gaat dan over tot een ambtshalve sanering, waarbij we de gemaakte kosten terugvorderen. Indien een saneringsplichtige het statuut van onschuldig bezitter krijgt, hoeft hij niet voor de sanering en de kosten op te draaien en wordt de sanering ook ambtshalve door de OVAM uitgevoerd. Het afgelopen jaar hadden we 200 ambtshalve dossiers in behandeling. De klemtoon lag voornamelijk op de bodemsaneringen, die bijna 80 % voor hun rekening namen. Het gaat hierbij zowel om grote dossiers als om saneringen op kleinere schaal. Communicatie en begeleiding zijn belangrijke pijlers van onze aanpak. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de cijfers van de afvaldossiers. Van de vijftig dossiers die het afgelopen jaar kaderden in het Afvalstoffendecreet stelden in 29 gevallen de betrokkenen zich alsnog in regel. Een ambtshalve tussenkomst bleek uiteindelijk niet nodig. Door maximaal te ondersteunen en te communiceren, willen we de saneringsplichtige ertoe aanzetten om zelf maatregelen te nemen. Snel en adequaat handelen voorkomt niet enkel zware milieuproblemen, maar is ook kostenefficiënt. Deze responsabilisering komt ook bij de behandeling van schadegevallen sterk naar voren. Een belangrijke trend bij de ambtshalve bodemsanering zijn de geïntegreerde bodemsaneringsprojecten. Meer en meer bekijken we of we naast de verbetering van de milieukwaliteit nog andere meerwaarden kunnen realiseren. We spelen maximaal in op de kansen en mogelijkheden voor herontwikkeling van het terrein en de omgeving. De dossiers Carcoke-Zeebrugge en PCN-Nieuwpoort zijn hiervan voorbeelden. Cruciaal voor onze ambtshalve werking zijn de beschikbare middelen en het aantal dossiers. Nu het Bodemsaneringsdecreet tien jaar in werking is, komen immers meer en meer dossiers in de fase van bodemsaneringsproject en saneringswerken en stijgen de kosten. Een volledige aanpak van alle projecten is niet haalbaar binnen de budgettaire ruimte. De urgente projecten pakken we eerst aan. Voor de overige, minder prioritaire dossiers maken we een planning op langere termijn op.

© OVAM

27


5. Ambtshalve bodemsaneringen: onze projecten MAATREGELEN VERHOGEN DE VEILIGHEID IN MACHELEN Ten gevolge van een ernstige bodemverontreiniging op de voormalige terreinen van Biochim in Machelen, diende zich een probleem aan met de leeflucht in aanpalende woningen van het terrein van Biochim. De vervuiling met oplosmiddelen (benzeen, tolueen, …) en vluchtige organische verbindingen drong enkele huizen binnen. Gezien de hoge concentraties was er sprake van een onmiddellijk gevaar voor de volksgezondheid. Veiligheidsmaatregelen waren dan ook absoluut noodzakelijk. Enkele kelderverdiepingen zijn voorzien van een ventilatie en in één woning passen we de techniek ‘bodemluchtextractie’ toe. Deze techniek creëert een drukverschil waardoor de dampen uit de drijflaag, die net onder de woning gelegen is, niet door de bodemplaat kunnen dringen. We nemen ook voorzorgsmaatregelen. De drijflaag rond en onder de woningen zal worden opgepompt en gezuiverd. Zo vrijwaren we zowel de omgeving als de woningen van verdere milieuhinder en schade.

© OVAM

BODEMSANERING GEKOPPELD AAN HERONTWIKKELING IN ASSE

© OVAM

Op het voormalige Asphaltco-terrein in Asse is de sloop rond, dit als eerste fase van de bodemsaneringswerken. In deze fase stonden scheiding en hergebruik van de afvalstoffen voorop. Een grote hoeveelheid bakstenen konden we recupereren. Andere afvalstoffen zoals roofing, verontreinigd steenpuin en asbestcementplaten werden afgevoerd naar erkende verwerkers. Tijdens de sloopwerken kwamen we voor een serieuze verrassing te staan: onder de valse plafonds van de gebouwen troffen we asbestcementplaten aan. Een aangepast plan was noodzakelijk om het asbest op een veilige manier te verwijderen. We werkten hiervoor samen met de federale overheid. De platen werden machinaal verwijderd, terwijl een erkend labo de asbestvezels in de nabije omgeving opmat. De volgende fase zijn de bodemsaneringswerken onder het maaiveld. Deze worden aangevat in 2006.

© OVAM

28


Eens het terrein volledig gesaneerd is, kan men aan de herontwikkeling ervan beginnen. De sanering levert naast een humaan en milieuhygiënisch voordeel eveneens een socio-economisch pluspunt op. De aanleg van een nieuwe ringweg rond Asse, die gedeeltelijk over het fabrieksterrein loopt, oefent een grote aantrekkingskracht uit op projectontwikkelaars en investeerders.

SANERING LIEVENSHOEKWIJK IN KAPELLEN ROND

© OVAM

Dat de Lievenshoekwijk in Kapellen fors verontreinigd was, bleek uit bodemonderzoeken in 1997 en 1998. De verontreiniging die we hier aantroffen, bestond uit een mix van industrieel afval - glasresten en pek - en huishoudelijk afval. Het waren vooral de hoge PAK-gehaltes die een risico vormden voor de bewoners. De gemeente sloot het centrale plein af en de OVAM startte de ambtshalve onderzoeken en sanering op. We verwijderden de verontreiniging door middel van ontgraving. De ontgraven verontreinigde grond - in totaal meer dan 3 000 ton - werd voor verwerking afgevoerd naar een erkende grondverwerkingscentrale. De werken konden vorig jaar worden afgerond. De gemeente Kapellen heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om het centrale plein in te richten tot een buurtpark met recreatieve functies.

HISTORISCHE ARSEENVERONTREINIGING IN WAREGEM AANGEPAKT Hoe de vervuiling precies in de bodem is terechtgekomen, is niet geweten, maar vast staat dat het braakliggende terrein te Sint-Eloois-Vijve in een ver verleden verontreinigd werd met arseen. Arseen is een schadelijke stof en bovendien blijkt uit het onderzoek ter plaatse dat de toelaatbare dagelijkse inname voor arseen overschreden is. Een aanpak van de verontreiniging was dan ook urgent. De bovenste laag wordt ontgraven en gestort. Een grondwatersanering is niet nodig, aangezien er geen risico is op verspreiding van de verontreiniging. De werken werden vorig jaar afgerond. Op dit terrein is een verkaveling gepland. Vooraleer hiermee kan gestart worden, is op een naburig perceel nog bijkomend onderzoek nodig. © OVAM

© OVAM

PCN-TERREIN IN NIEUWPOORT VERDER ONDERZOCHT Het bedrijf Produits Chimiques de Nieuport (PCN) produceerde tot 1966 in Nieuwpoort zinksulfide en gedurende een korte periode ook loodwit. De afvalstoffen van de productie werden van in het begin op het terrein gestort. Tot op vandaag is hier geen, tot slechts een beperkte vorm van plantengroei aanwezig. In 1982 voerde de OVAM op vraag van de burgemeester al een beperkt onderzoek uit, waarna het terrein wegens gevaar voor de volksgezondheid werd afgesloten en verzegeld.

29


© OVAM

© OVAM

Het afgelopen jaar voerden we een beschrijvend bodemonderzoek uit, dat in twee fasen verliep. Eerst onderzochten we de verontreiniging van bodem en grondwater van de fabrieksterreinen zelf en van enkele naburige percelen. Toen bleek dat verontreinigende deeltjes mogelijk ook op andere gronden terecht gekomen zijn, werden in een tweede fase alle buurtpercelen onderzocht. Het onderzoek maakte duidelijk dat de bodem een risico vormt, indien de site als woongebied zou worden gebruikt, zoals de stad Nieuwpoort plant. Het bodemsaneringsproject wordt dan ook voortgezet.

Sanering van verpauperde site in Hoboken Aan de Sint-Bernardsesteenweg in Hoboken hebben we een historische verontreiniging met minerale olie in grond en grondwater gesaneerd. De gebouwen op deze site waren in zeer slechte staat en niet meer geschikt voor hergebruik. De ambtshalve onderzoeken voor deze site werden in 2002 uitgevoerd. De saneringswerken in het drukke en dichtbebouwde centrum van Hoboken gingen van start in april 2005. Gebouwen en schoorstenen werden gesloopt en in totaal werd meer dan 1 100 ton verontreinigde grond afgegraven. We troffen tijdens deze werken ook de vermoedelijke bron van de verontreiniging aan: een oude waterput gevuld met olie en mazout. De put werd terug opgevuld met proper Scheldezand. Het grondwater saneerden we met de ‘Pump and Treat’-methode. De grondwatersanering - met een waterzuiveringsinstallatie met olie-water afscheider en actiefkoolfilter - liep nog door tot het einde van het jaar. Tijdens het hele traject onderhielden we een intensieve communicatie met de omwonenden. Dit deden we samen met de wijkcoordinator van de stad Antwerpen en in dialoog met de bewonersgroep van de Windmolenstraat. Alles samen kostte deze sanering 120.000 euro. De site is nu klaar voor herontwikkeling: in de toekomst komen hier twintig nieuwe wooneenheden.

SCHADEGEVALLEN: KORT OP DE BAL SPELEN IS DE ZAAK Een lading verf die van een vrachtwagen valt en de berm besmeurt, een grote hoeveelheid stookolie die overloopt bij het vullen van een tank, een lekkende tank, …. Incidenten doen zich geregeld voor en blijven jammer genoeg zelden zonder gevolg voor de bodem. Omwille van hun acute karakter vragen ze om een resolute en snelle aanpak. Wettelijk gezien gaat het in deze gevallen om een nieuwe bodemverontreiniging: de bepalingen van het Bodemsaneringsdecreet zijn dan ook van toepassing. De procedures van het decreet zijn echter op maat van grootschalige bodemverontreinigingen en hebben vooral als doel kopers van gronden te beschermen. Schadegevallen zitten niet vervat in het oorspronkelijke doel van het decreet. Zij vragen dan ook een aparte benadering. Om de tijdrovende procedure van bodemsanering een stap voor te zijn, geven we de saneringplichtige en andere betrokken partijen een optimale ondersteuning en adviesverlening. Door snel te reageren en in de uiterst belangrijke eerste fase na het ongeluk de nodige veiligheids- en/of voorzorgsmaatregelen te nemen, kan in veel

30

© OVAM


gevallen verspreiding van de verontreiniging worden tegengegaan. Bij beperkte verontreinigingen en wanneer deze eerste maatregelen al geleid hebben tot een verwijdering van de verontreiniging, aanvaarden we - in de plaats van een beschrijvend bodemonderzoek - een beperkt bodemonderzoek om aan te tonen dat de verontreiniging volledig werd verwijderd. Helemaal in deze geest van ‘snel handelen’ past ook de Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’. Dit is een vrijwillige overeenkomst die een gemeente of provincie kan sluiten met de Vlaamse overheid op het gebied van milieu. In ruil voor het uitvoeren van een aantal taken die in deze overeenkomst worden opgesomd, krijgt de gemeente financiële en inhoudelijke ondersteuning van de Vlaamse overheid. Eén van de mogelijkheden die de Samenwerkingsovereenkomst aan de gemeenten biedt, is het aanstellen van een bodemsaneringsdeskundige. Deze kan de - uiterst belangrijke - eerste vaststellingen doen en eerstelijns advies geven aan de betrokken eigenaar, lokale overheid en de hulpdiensten.

© OVAM

In 2005 ontvingen we exact 200 meldingen van schadegevallen. Binnen de week beoordelen we de melding en schatten we de ernst in. We brengen de saneringsplichtige daarop onmiddellijk op de hoogte van zijn verplichtingen en adviseren hem bij de aanpak van de verontreiniging.

31


© OVAM

Project in de kijker

Project Carcoke: na de succesvolle sloop kan de sanering beginnen

© OVAM

De NV Carcoke baatte in ons land drie cokesfabrieken uit: in Brussel, Zeebrugge en Tertre. In 1999 is het bedrijf in vereffening gegaan. De drie terreinen bleven er zwaar vervuild bij liggen. Een schuldige zoeken was niet zo eenvoudig, omdat de vervuiling al ingetreden was nog vóór er van milieuwetgeving sprake was. Bovendien beloofden de kosten van de sanering hoger op te lopen dan de waarde van de terreinen. Vlaanderen, Brussel en Wallonië gingen enkele jaren geleden met de vereffenaar van de NV Carcoke rond de tafel zitten en kwamen tot een vergelijk. Sanering op kosten van de gewesten De overeenkomst ziet er als volgt uit: de drie gewesten kregen de terreinen voor één symbolische euro, maar moesten zelf de sanering betalen. Bovendien werd het geld dat Carcoke nog in kas had, verdeeld onder Vlaanderen en Wallonië. Het Brusselse Gewest had geen recht op dit geld omdat het terrein in Neder-Over-Heembeek meer waard was dan de terreinen in Vlaanderen en Wallonië. Vlaanderen en Brussel kregen vooraf ook nog de achterstallige belastingen van Carcoke uitbetaald.

Sloopwerken eerste stap Het terrein in Zeebrugge ligt in het havengebied en is ongeveer 15 hectare groot. De waarde van het terrein werd geschat op 3,1 miljoen euro. De OVAM werd eigenaar van de gronden en kan die na ambtshalve sanering opnieuw verkopen. De terreinen in Zeebrugge zijn vooral vervuild met zware metalen. Vooraleer we met de werkelijke bodemsanering konden beginnen, wachtte ons nog een ander werk van formaat: de sloop van de oude gebouwen van het oude fabriekscomplex. In oktober 2004 werd het startsein gegeven voor deze sloopwerken. Het grootste deel van de werken liep het afgelopen jaar nog verder. Hierbij is alles volgens plan verlopen. Speciaal aan deze sanering waren onder meer de zeer speciale cleaning en slooptechnieken. Zo werden met zeer hoge druk (tot 800 bar) slib en teer verwijderd uit jarenlang dichtgeslibde buizen. Niet alleen de schouwen, maar ook de zo gevreesde destillatietorens werden met dynamiet neergehaald.

Verregaande selectie en hergebruik Op de site hebben we niet alleen slib en teer verwijderd, op de site waren ook grote hoeveelheden ander gevaarlijk afval (3 000 ton) en niet gevaarlijk afval (2 500 ton) aanwezig. Centraal in de aanpak stonden de nauwgezette voorbereiding en de doorgedreven selectie van de afvalstromen. Zo hebben we vooraf alle gebouwen gescreend op de kwaliteit van het baksteenpuin en zorgvuldig ontdaan van alle niet-inerte fracties zoals plastiek, armaturen, TL-lampen, … Ook bij het slopen zelf gingen we selectief te werk. Dit kon doordat we op voorhand alles in detail in kaart hadden gebracht. Deze aanpak bleef niet zonder resultaat. Van de 60 000 ton puin moest uiteindelijk slechts 15 000 ton gereinigd te worden: een serieuze kostenbesparing voor de OVAM.

Overleg wijst beste techniek aan Deze berekende voorbereiding was trouwens de teneur van de hele sanering. Gevaarlijke klussen konden we daardoor op een veilige manier tot een goed einde brengen. De expertise van de ex-werknemers van Carcoke kwam ons goed van pas, bijvoorbeeld bij het slopen van de destillatietorens. De sloop van gelijkaardige torens in Brussel had ons geleerd dat het aangewezen was dergelijke constructies van boven naar beneden te ontmantelen. Deze werkwijze bleek haalbaar voor de helft van de torens. Doordat de inhoud van de torens aan

32


in de kijker elkaar kleefde, was het technisch niet mogelijk deze techniek nog verder toe te passen. De Carcoke Werkgroep boog zich samen met de aannemer en de ex-werknemers over de veiligst mogelijke oplossingen. Het opblazen van de torens met dynamiet kwam - tegen alle verwachting in - als beste optie uit de bus. Deze oplossing mocht dan technisch de meest haalbare zijn, het was voor de OVAM geen gemakkelijke opgave om deze boodschap naar de omgeving te brengen. Het vertrouwen in ons team en een goede communicatie hebben er echter voor gezorgd dat de sloop niet alleen op technisch vlak geslaagd, maar ook op maatschappelijk vlak aanvaard is.

Gesloten waterkringloop Bij de saneringswerken verbruiken de aannemers doorgaans grote hoeveelheden water: om de banden af te spuiten van vrachtwagens die het terrein verlaten, om leidingen te reinigen en om het puin te reinigen. In waterzuiveringsinstallatie werd al dit afvalwater gezuiverd, zodat het opnieuw gebruikt kon worden. Door dit gesloten systeem moest er geen water geloosd worden. Alle verontreiniging zit geconcentreerd in het slib van de waterzuivering.

Succesrijke aanpak We kregen tal van felicitaties voor onze aanpak van dit project, onder meer van de stad Brugge en het Federaal toezicht op Welzijn (arbeidsveiligheid). Dat het project Carcoke een grote nieuwswaarde heeft, bewijst ook de televisiereportage over de sloop in het Canvas-programma ‘Overleven’. Het project kwam meermaals positief in het nieuws. Het Carcoke-verhaal zit er voor de OVAM nog niet op. De volgende stap is de aanpak van de bodemverontreiniging van de site. Het behalen van een maximale maatschappelijke meerwaarde met een minimum aan kosten zal ook hier de grote uitdaging zijn. Met de voorbereiding voor deze sanering zijn we al begonnen, nog voor de sloopwerken beëindigd waren.

Carcoke in cijfers Afvalstoffen verwijderd in de depollutiefase 1 000 ton asbest 3 000 ton gevaarlijk afval (teer, verf, TL-lampen) 2 500 ton niet-gevaarlijk en huishoudelijk afval (slib, hout, plastiek) Controle van de constructies vóór sloop 100 analyses om wanden, plafonds en muren te klasseren 20 sloopplannen en 3 dynamitage dagen Selectie en hergebruik van afvalstoffen in totaal 50 000 ton puin, waarvan: - 43 000 ton goed voor direct hergebruik - 7 000 ton niet geschikt voor direct hergebruik, waarvan: • 2 000 ton proper zand na zeving • 4 800 ton proper puin na wasbeurt • slechts 200 ton afgevoerd (vooral slib en houtresten) Het kostenplaatje oorspronkelijk budget: 8,1 miljoen euro uiteindelijke kostprijs: 8,09 miljoen euro, en dit ondanks grotere hoeveelheden asbestafval

© OVAM

33


Project in de kijker © OVAM

Sint-Amands: saneren met oog voor leefbaarheid De gronden en de tuinen van de huizen in de Kouterwijk in Sint-Amands zijn vervuild met zware metalen van de mestfabriek en de leerlooierij die er vroeger stonden. Dat kwam in september 1998 aan het licht. De bodem van de hele wijk bleek zwaar vervuild te zijn. Een sanering was dus onvermijdelijk. Pas vanaf 2002 liet het Bodemsaneringsdecreet toe om de volledige wijk als een geheel te saneren. In mei 2004 konden de werken van start gaan. Eind 2005 was de volledige sanering achter de rug: de Kouterwijk is terug proper. Een nieuwe leeflaag Zware metalen kunnen risico’s inhouden voor de mens. Bij wijze van voorzorgsmaatregel kregen de bewoners dan ook al sinds 1999 de raad om geen grondwater meer te putten en geen groenten of fruit uit eigen tuin te eten. Het verwijderen van de bovenste laag grond was trouwens het hoofdopzet van de hele sanering. Een laag propere grond geeft de bewoners een nieuwe leeflaag. Het afgraven van de percelen verliep in verschillende fasen: een reeks van achttien en een reeks van 30 percelen in 2004 en nog eens zestig percelen in 2005.

Dialoog zorgt voor draagvlak waardoor overlast beperkt werd Toch rezen er bij veel bewoners vragen en twijfels toen bleek dat de OVAM alle gronden zou afgraven. Een doorgedreven overleg en een goede communicatie met de meer dan honderd betrokken gezinnen uit de buurt vonden we dan ook onontbeerlijk. Zo hielden we bij de planning van de werken terdege rekening met de wensen van de bewoners. We haalden voor de saneringswerken de streefdatum van juni, zodat de studenten niet gestoord werden bij de voorbereiding van hun jaarlijkse examens. Pas na het bouwverlof kregen de resterende kadastrale percelen een propere bovengrond en begonnen we met de sanering van het sportterrein. Bovendien namen we tal van maatregelen om de leefbaarheid in de wijk tijdens de werken te respecteren. Door de werktijden te beperken en de rijtijden van de vrachtwagens aan te passen hebben we ernaar gestreefd de geluidshinder en de overlast tot een minimum te beperken. Bijzonder was ook de opvolging van het hele project door een bewonersdeskundige. En we vroegen ook de vakgroep sociologie van de Universiteit Gent om advies: zij bestudeerden de effecten van de bodemsanering op de omwonenden. De besluiten van de sociologische studie zijn voor de OVAM van grote waarde. We zijn vast van plan deze te gebruiken als handleiding om ook bij volgende saneringswerken de stres en bezorgdheid van de bewoners binnen de perken te houden. De studie gaf aan dat het vertrouwen in de OVAM tijdens het verloop van de sanering steeg, onder meer dankzij de goede aanpak van de problemen die de bewoners aankaarten. De gemeente speelde op de bodemsaneringswerken in met eigen initiatieven, zoals het aanleggen van nieuwe voetpaden en de herinrichting van het sportterrein.

34

Project in de kijker


6. Via partnerschappen naar een actief bodembeheer Bij het tot stand brengen van een duurzaam bodembeheer, gaat de OVAM niet alleen te werk. Samenwerking met particulieren, met de private sector, maar ook met verschillende overheden, is onmisbaar om onze doelstellingen te realiseren. Met een duidelijke berichtgeving op maat van de doelgroep wijzen we iedereen op zijn verplichtingen. Via dialoog willen we tot partnerschappen en consensus komen met onze doelgroepen. In onze rol van kwaliteitsbewaker en procesbegeleider zetten we ons in voor een duurzame bodem.

DE BURGER BIJSTAAN Als aankoper of verkoper van een grond, als eigenaar van een verontreinigde grond, als saneringsplichtige maken particulieren vaak voor de eerste maal kennis met de OVAM. We willen de burger met raad en daad bijstaan en wegwijs maken in de complexe bodemwetgeving. Duidelijkheid over wie waar welke plichten en rechten heeft, is hierbij essentieel. Ook in woonzoneprojecten en ambtshalve saneringen komt de dialoog met de burger steeds meer op de voorgrond. Aan de hand van informatievergaderingen, infolijnen, enquêtes en besprekingen met buurtbewoners, proberen we steeds tot maatschappelijk gedragen projecten te komen.

MET DE PRIVATE SECTOR ROND DE TAFEL Bedrijven kunnen betrokken partij zijn bij een bodemsanering - bijvoorbeeld als saneringsplichtige, als aankoper of als verkoper van een grond. Ook ondernemingen die actief zijn op de markt van de bodemsanering - erkende bodemsaneringsdeskundigen, bodemsaneerders, aannemers - en firma’s die actief zijn in het grondverzet zijn belangrijke partners voor de OVAM. Bijvoorbeeld bij de aanpak van brownfields komt het partnerschap met de private sector sterk naar voren. We sluiten ook overeenkomsten af met de industrie om grootschalige verontreinigingen samen aan te pakken.

OVERHEDEN WERKEN SAMEN Zowel op lokaal, gewestelijk, nationaal als internationaal niveau is er samenwerking tussen de verschillende overheden. Naar de gemeenten toe vervullen we vooral een ondersteunende en sturende rol. Deze ondersteuning vanwege de OVAM komt bijvoorbeeld sterk tot uiting in de samenwerking rond de gemeentelijke inventaris en de aanpak van schadegevallen via de Samenwerkingsovereenkomst. Met een aantal steden en gemeenten hebben we bovendien een nauwe samenwerking lopen rond de herontwikkeling van een brownfield op hun grondgebied. We zitten ook met onze collega-administraties van het Vlaamse Gewest rond de tafel. Om onze doelstellingen op het vlak van bodemsaneringsbeleid te realiseren, is een afstemming met initiatieven vanuit andere beleidsdomeinen immers nuttig en nodig. We onderhouden ook dynamische en constructieve samenwerkingsverbanden met de partners binnen het eigen beleidsdomein.

35


De samenwerking met bovenliggende beleidsniveaus (nationaal en internationaal) is gericht op overleg, dialoog en afstemming van beleid en onderzoek: de afstemming van bodemsaneringsnormen binnen België, het deelnemen aan het overleg rond de Europese bodemstrategie, … Sinds enkele jaren werken we nauw samen met Nederland aan een concreet project op het terrein, namelijk de grootschalige verontreiniging met zware metalen in de Kempen.

Communiceren over bodem met onze doelgroepen De bodemsector vierde in 2005 de tiende verjaardag van het Bodemsaneringsdecreet, wat op het vlak van communicatie een mooie insteek gaf. Uiteraard hebben we de projecten die reeds in 2004 waren opgestart voortgezet: de DVD over het bodemsaneringsbeleid in Vlaanderen, optimalisering van de briefwisseling over onderzoeken en saneringen, communicatie in de woonzones Gent en Turnhout, in Kapelle op den Bos over de eternitaanpak, Umicore Hoboken en Bankloop… De specifieke communicatie naar bepaalde doelgroepen hebben we uitgebreid en geoptimaliseerd. Zo blijft de elektronische nieuwsbrief naar de erkende bodemsaneringsdeskundigen een belangrijk informatiekanaal. We houden het niet bij eenzijdige informatieverstrekking: we hebben ook een studiedag met interactieve workshops georganiseerd. Voor de doelgroep notarissen hebben we een webtoepassing ontwikkeld. Deze staat op de OVAM-website en op het intranet van de federatie voor notarissen. Met deze toepassing kunnen de notarissen snel en eenvoudig nakijken of de aanwezige documenten voldoende zijn om een eigendom over te dragen.

36

© Danni Elskens

Voor de doelgroep steden en gemeenten hebben we onze website uitgebreid met extra pagina’s. Deze bevatten specifieke informatie en een webtoepassing die hen helpt in hun dagelijkse job. Tot slot hebben we ons bodembeleid ook internationaal geprofileerd. De Franstalige en Engelstalige pagina’s van de website zijn geactualiseerd en uitgebreid. Daarnaast heeft de OVAM een opvallende presentatie gegeven op ConSoil 2005. Een interactieve voorstelling en een receptie nadien maakten dat de Europese ‘bodemwereld’ een beter zicht kreeg op de sterke punten van het bodemsaneringsbeleid in Vlaanderen.


Project in de kijker Project in de kijker

Benekempen: Nederland en Vlaanderen bundelen krachten In het noorden van de provincies Limburg en Antwerpen vormt de bodemverontreiniging met zware metalen een milieuprobleem van formaat. Deze verontreiniging, afkomstig van de vroegere zinkindustrie, strekt zich uit tot over de grens met Nederland. De verontreiniging treft daar de provincies Zuidoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. Erfenis uit het verleden

© OVAM

Voor de oorsprong van de bodemverontreiniging in de Kempen, moeten we een eeuw terug. Vijf zinkfabrieken in Vlaanderen en één in Nederland pasten toen ‘thermische raffinage’ toe om zink uit zinkerts te winnen. Daarbij kwamen zware metalen vrij, zoals cadmium en zink. Deze verspreidden zich via emissie naar de lucht. Met metaal verontreinigde stofdeeltjes kwamen door depositie terecht op gronden in de wijde omgeving. Daarnaast zorgde de lozing van bedrijfsafvalwater voor een opstapeling van zware metalen in de waterbodems van beekjes en waterlopen. Bij overstromingen zette het verontreinigde slib zich af op de valleigronden. Bovendien maakte men bij de aanleg van wegen en verhardingen jarenlang gebruik van zinkassen - een restproduct van het productieproces. Uitloging van zware metalen uit deze verhardingen heeft in de loop van de jaren de dieper gelegen bodemlagen en ook het grondwater aangetast.

Schadelijke stoffen In Limburg en Antwerpen is in totaal zo’n 700 km² Kempengrond verontreinigd met zware metalen van de zinkindustrie. De concentraties overschrijden op veel plaatsen in de regio de normen voor een verantwoord milieu. Zink heeft ongewenste effecten op het ecosysteem. Lood, arseen en vooral cadmium zijn schadelijk voor de gezondheid. Preventiecampagnes in de getroffen gemeenten brengen de bevolking eenvoudige leefregels bij om hun opname van cadmium te verminderen. Bij de consumptie van zelf geteelde groenten b.v. zijn bepaalde voorzorgsmaatregelen noodzakelijk. Door de uitgestrektheid van het verontreinigde gebied is het niet mogelijk om met de klassieke technieken voor bodemsanering dit probleem op te lossen. Zowel in Nederland als in Vlaanderen beschikt men momenteel over heel wat gegevens over het zinkprobleem. Een duurzame strategie om deze complexe problematiek aan te pakken, is er nog niet. Beide landen zijn wel overtuigd van de noodzaak van samenwerking om een doorbraak te realiseren. De risico’s die uitgaan van de verontreiniging, maar ook de mogelijke maatregelen zijn immers gelijklopend voor Nederland en Vlaanderen.

Beheersen met de steun van Europa De samenwerking is formeel sinds beide landen in 2002 een intentieverklaring ondertekenden om zowel de beoordeling van de risico’s als de communicatie samen in handen te nemen. Tegelijk was het de bedoeling samen alternatieve sanerings- en beheerstechnieken uit te testen en bodem- en waterbeleid op elkaar af te stemmen. De intentieverklaring wordt vandaag in de praktijk gebracht via een Interreg-project. Dit project - Benekempen - loopt tot eind 2007 en kan rekenen op 2 miljoen euro steun van de Europese Unie. De Vlaamse overheid en het Nederlandse milieuprogramma Actief Bodembeheer de Kempen (ABDK) brengen elk 1 miljoen euro in.

Doel van Benekempen Nederland en Vlaanderen werken samen aan een grensoverschrijdende methodiek om de problematiek van zware metalen in de Kempen te beheersen. Uitgaande van de wetenschappelijke gegevens en andere informatie uit beide landen, tekenen ABDK en de OVAM - in overleg met elkaar en met andere doelgroepen - een strategie uit voor de sanering en/of beheersing van de verontreiniging. De invalshoek is breder dan bodem in strikte zin: ook de effecten op landbouw, natuur en ruimtelijke ordening bekijken we mee. Het project moet ook eventuele leemtes in de kennis van het probleem aanvullen. De eigenlijke sanering maakt geen deel uit van het project - daarvoor is de kennis immers nog te beperkt. Het project moet wel informatie opleveren over het nut en de haalbaarheid van een eventuele sanering in de toekomst. Zo worden alternatieve saneringstechnieken voor grote oppervlakten onderzocht op hun haalbaarheid.

37


© OVAM

Intermezzo: De OVAM initieert en inspireert de aanpak van brownfields Na vijf jaar ervaring met het Bodemsaneringsdecreet werd duidelijk dat het decreet vooral een impact heeft op bedrijven in exploitatie en gronden waar overdrachten gerealiseerd worden. Op verlaten en onderbenutte industriële terreinen waar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging de ontwikkeling belemmert - de zogenaamde brownfields - heeft het decreet echter veel minder vat. Zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit sociaal-economisch oogpunt is de sanering en herontwikkeling van deze verwaarloosde terreinen belangrijk. Het is de taak van de OVAM het beleid rond brownfields mee uit te stippelen en te ondersteunen. We zetten hiervoor verschillende instrumenten in. Allereerst is er ons ambtshalve optreden op verschillende brownfields in Vlaanderen. Zo hebben we het afgelopen jaar de gebouwen op de Carcoke site te Zeebrugge en de Asphaltco site te Asse gesloopt in het kader van de bodemsanering. Er waren ook minder bekende brownfielddossiers waar we ambtshalve saneringen of voorbereidende onderzoeken hebben uitgevoerd. Daarnaast houdt de OVAM toezicht op brownfieldprojecten die door anderen worden uitgevoerd. We proberen steeds in een vroeg stadium overleg te plegen met de private initiatiefnemers: dit doen we om te vermijden dat deze projecten op het einde van de voorbereidende fase onverwachts struikelen over de bodemsanering. Vaak vereisen brownfieldterreinen een intensieve tussenkomst van de overheid, die zich niet beperkt tot de bodemsanering. De OVAM brengt de partners rond de tafel en zorgt voor technisch-wetenschappelijke en financiële ondersteuning. In 2005 hebben we voor de regio Vilvoorde Machelen een samenwerking opgestart met de provincie VlaamsBrabant, de GOM Vlaams-Brabant, de stad Vilvoorde en de gemeente Machelen. De doelstelling van deze samenwerking is het opstellen van een masterplan voor de ruimtelijk-economische herontwikkeling van de verouderde bedrijvenzone Vilvoorde-Machelen. De OVAM zorgt ervoor dat alle beschikbare informatie over bodem- en grondwaterverontreiniging zijn plaats krijgt in het masterplan. We werken hiervoor onder andere samen met de VITO. Een gelijkaardige samenwerking hebben we opgestart met de GOM Antwerpen rond een dertiental verouderde bedrijventerreinen in de provincie Antwerpen. © OVAM

Ook de samenwerking met de gemeenten Begijnendijk, Boom, Buggenhout, Hasselt, Kluisbergen, Mechelen, Ronse, Sint-Truiden en Vilvoorde liep het afgelopen jaar voort. Met een financiële ondersteuning van de OVAM van maximaal 31 250 euro werken deze gemeenten aan een concept voor de herontwikkeling van een brownfieldterrein op hun grondgebied. Na een moeizame start hebben we dit jaar een wezenlijke vooruitgang geboekt in de meeste van deze projecten. Voor de site Hoedhaar te Lokeren hebben we een samenwerking opgezet met het intergemeentelijke samenwerkingsverband ICWaas.

38

© OVAM

De rol van lokale overheden komt ook tot uiting in het Europese uitwisselingsproject BERI (Brownfield’s Europe Regeneration Initiative). Dit is een Interreg III C-project waaraan de OVAM samen met verschillende Vlaamse intergemeentelijke samenwerkingsverbanden deelneemt.


© OVAM

© OVAM

39


toekomstge kwal EEN toekomstgericht en kwaliteitsvol

© iStock

40


ericht afvalbeleid en iteitsvol

In 1981 lag het Afvalstoffendecreet aan de basis van de oprichting van de OVAM. Nu, 25 jaar later, maakt het beheer van de afvalstoffen in Vlaanderen nog steeds één van onze kernactiviteiten uit. De basis van het afvalbeleid is steeds een strikte voorkeursvolgorde geweest. Het voorkomen van afvalstoffen komt op de eerste plaats. Voor afvalstoffen die niet kunnen vermeden worden, streven we naar hergebruik en recyclage. Verbranden met maximale energierecuperatie en storten staan onderaan in deze hiërarchie. Afwijkingen zijn mogelijk, op voorwaarde dat er duidelijk aantoonbare redenen zijn. De resultaten van dit beleid mogen gezien worden: Vlaanderen staat met haar afvalbeleid aan de top in Europa. Momenteel worden we echter geconfronteerd met de grenzen van het afvalbeleid. Willen we met ons beleid bijdragen aan duurzame ontwikkeling, dan moeten we over deze grenzen heen kijken. Sinds 2004 heeft de OVAM daarom het materialenbeleid onder haar vleugels. Een logische evolutie, want het voorkomen van afvalstoffen en het zuinige gebruik van grondstoffen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze visie komt trouwens in onze initiatieven meer en meer naar voren. Waar vroeger het voorkomen van afval centraal stond, bouwen we vandaag het beleid uit vanuit een ruimer perspectief. We onderzoeken hoe we het afvalbeleid kunnen opentrekken tot een integraal materialenbeleid, waarbij we rekening houden met de milieuimpact die optreedt tijdens de hele levenscyclus van materialen. We zetten bestaande of nieuwe beleidsinstrumenten in om die impact zo klein mogelijk te houden. In dit hoofdstuk schetsen we een beeld van onze activiteiten op het gebied van afvalstoffen- en materialenbeleid

41


Organisatiestructuur OVAM 2006 Afval en materialen in onze organisatie Binnen de OVAM houden twee afdelingen zich bezig met het afvalstoffenbeheer en het materialenbeleid. De afdeling afvalstoffenbeheer geeft vorm aan het materialenbeleid en stimuleert afvalpreventie, volgt het Europese en internationale afvalstoffenbeleid op de voet, verzamelt en verstrekt afvalstatistieken en zorgt voor de handhaving van het afvalstoffenbeleid. Daarnaast zorgt ze voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, het beheer van selectief ingezamelde stromen en het beheer van biologische, organische en anorganische afvalstoffen. De afdeling projectontwikkeling afvalstoffen leidt afvalprojecten die strategisch van aard en vaak dienstoverschrijdend zijn. Waar de procesmatige aanpak te kort schiet, is er immers nood aan overkoepelende, innovatieve projecten die gericht zijn op de vooruitgang van het beleid. Voor de inhoudelijke invulling doet de afdeling projectontwikkeling hoofdzakelijk een beroep op de diensten binnen de afdeling afvalstoffenbeheer.

42

Algemeen directeur, wnd Guy Haemels

Algemene diensten

Projectontwikkeling afvalstoffen Guy Haemels

Juridische dienst

Informatica en systeembeheer

Financieel beheer

Personeelsbeleid

Personeelsadministratie

Communicatie

Logistiek

Projectleiders Ann Braekevelt Peter Van Acker Anne Vandeputte


Woordvoerster en P.R. Karina De Beule

Staf Geert De Roover Felix Kucnerowicz Luc Vanacker Franรงois Mollu

Administrateur-Generaal Henny De Baets

Afvalstoffenbeheer

Interventies, verwijdering en sanering

Bodembeheer

Rudy Meeus

Administratief datacentrum Mike Van Acoleyen

Saneringsprojecten en verwijderingen

Europa Els De Picker

Saneringsprojecten en interventies

Preventie Katrijn Siebens, wnd.

Beleidsondersteuning bodem

Databeheer bodem

Selectief ingezamelde stromen Anneleen De Wachter

Gemeenten en huishoudelijke afvalstoffen Danny Wille

Bodemonderzoek en sanering oost

Organische afvalstoffen Walter Werquin

Biologische afvalstoffen Peter De Bruyne

Bodemonderzoek en sanering west

Anorganische afvalstoffen Luc Beeckmans

Milieuheffingen Bart Thibau, wnd.

Uitgegraven bodem

43


1. Afval voorkomen wordt steeds meer prioriteit PREVENTIE BIJ BEDRIJVEN Bedrijven warm maken voor eco-efficiëntie Van half november tot het einde van het jaar voerden we opnieuw een brede campagne naar KMO’s om hen aan te zetten tot een meer eco-efficiënte bedrijfsvoering. “Mijn bedrijf en het milieu hebben samen iets. Iets waar we samen de vruchten van plukken” was de boodschap van deze campagne. Deze bestond niet alleen uit advertenties in de geschreven media. Er liep ook een internetcampagne en bedrijfsleiders, financieel verantwoordelijken en milieuverantwoordelijken van ongeveer 6 000 KMO’s in Vlaanderen ontvingen een originele directe mailing met gevalstudies uit hun sector. We hebben in de loop van 2005 de eco-efficiëntiescan ontwikkeld en een eerste maal uitgetest bij twaalf bedrijven. Verder is ecodesign een hulpmiddel voor ontwerpers op basis van eco-indicatoren. Begin 2006 zal dit werkinstrument in productie gaan en verspreid worden onder de doelgroep. Onze tweemaandelijks nieuwsbrief Eco-efficiëntie houdt geïnteresseerden nog steeds op de hoogte van de actualiteit op het vlak van eco-efficiëntie en ecodesign. De web-site www.eco-efficientie.be werd in 2005 meer zichtbaar gemaakt op de OVAM website. Nieuw in 2005 op de website zijn de resultaten van de bedrijfsenquête eco-efficiëntie 2005. De website kreeg er een luik ‘ecodesign’ bij. Dit luik zal op korte termijn de website www. factor10.be vervangen.

PRESTI of PREventie STImulerende programma’s De PRESTI-programma’s zijn subsidieprogramma’s van het Vlaamse Gewest met als doel preventie van afval en emissies bij (prioritaire) bedrijven te stimuleren. Het PRESTI 4-programma, dat sinds 1998 loopt, richt zich tot bedrijfsgerichte intermediaire organisaties om systemen op te zetten die bedrijven aansporen tot milieuzorg. In 2004 kreeg de doelgroep een laatste kans om zich voor dit subsidieprogramma in te schrijven. Een aantal projectverantwoordelijken engageerde zich om ook in 2005, zonder subsidies, het programma zelfstandig voort te zetten. De OVAM verbond zich ertoe om na het stopzetten van de subsidies binnen het PRESTI 4-programma, te blijven deelnemen aan de evaluaties van deelnemende bedrijven. Op die manier kan de OVAM de resultaten hiervan toch nog blijven opvolgen en een meerwaarde bieden voor de projectuitvoering. Net zoals in de vorige PRESTI-programma’s staat ook binnen PRESTI 5 de preventie van afval en emissies bij de Vlaamse KMO centraal. De dertien projecten van het eerste jaarprogramma liepen af in 2005. Via deze projecten werden volgende bedrijfssectoren gesensibiliseerd: de voedings-, textiel-, hout-, schrijnwerkerij-, recreatie- en rusthuissector. Er waren ook enkele sectoroverschrijdende projecten. De samenvattingen van de resultaten hiervan zijn gebundeld in een aparte publicatie, terug te vinden op www.ovam.be. Begin 2005 zijn ook de projecten uit het tweede jaarprogramma 2004 van start gegaan; deze projecten lopen half 2006 af. De tien projecten richten zich op rationeel water- en energiegebruik, eco-efficiënt grondstoffen-

44


beheer, sociale economie, duurzaam bouwen, beheersing van gevaarlijke stoffen en tenslotte de kennis over afvalkosten in het MAMBO-instrument. De Vlaamse minister van Leefmilieu heeft in 2005 acht nieuwe PRESTI-projecten goedgekeurd voor het jaarprogramma 2005. De eerste resultaten van deze projecten worden verwacht in de loop van 2007. We hebben in 2005 ook het nieuwe jaarprogramma voor 2006 uitgestippeld. Meer info over de lopende PRESTI-projecten vindt u op www.ovam.be.

Nieuwe versie MAMBO in de maak In de zomer van 2005 liep het PRESTI 5-project van Fenavian, de federatie van de Belgische vleeswarenindustrie, in samenwerking met GOM Antwerpen en Ecolas ten einde. Dit project leverde gegevens op van veertig nieuwe gevalstudies uit de vleesverwerkende sector, de voedingsnijverheid in het algemeen en uit de provincie Antwerpen. Dankzij de input van deze gegevens kunnen we de meerwaarde voor de benchmarking factor verhogen in de nieuwe MAMBO-versie, die nu gebaseerd zal zijn op 73 bedrijven. Aan deze nieuwe MAMBO-versie werkten we in 2005 volop in het kader van het PRESTI 5-project van Hemmis in samenwerking met GOM Oost- en West-Vlaanderen en Unizo Zuid-West-Vlaanderen. Eind 2005 hebben we in het kader van het jaarprogramma 2006 een nieuw PRESTI 5-project goedgekeurd dat de afvalkosten in de houtsector onder de loep zal nemen. Ook de promotie rond MAMBO liep voort, onder meer via toelichtingen bij hogescholen en opleidingscentra.

HET EVENEMENTENBELEID VAN DE OVAM De OVAM werkt al jaren aan het sensibiliseren rond afvalthema’s op evenementen. We willen het publiek én de organisator gevoelig maken voor de afvalproblematiek die een evenement met zich meebrengt. Afval voorkomen is ook hier de boodschap.

© OVAM

In de loop van 2005 brachten we meer structuur in dit evenementenbeleid. Globaal gezien streven we naar resultaten op drie niveaus: het organiseren van een proper evenement (zwerfvuilvoorkoming), het optimaliseren van de selectieve inzameling op een evenement en het maximaal voorkomen van afval op een evenement (afvalarm evenement). We onderscheiden zes types van evenementen, die elk een eigen aanpak vergen. Het doel is om actief informatie en kennis te verzamelen en te verspreiden en initiatiefnemers inhoudelijk en financieel te ondersteunen. Ook monitoring krijgt een belangrijke plaats.

45


Eco-efficiëntie-analyse van bekers op evenementen: een nieuw materiaal in de kijker De herbruikbare beker heeft al jaren een belangrijke plaats in ons afvalarm evenementenbeleid. Enkele jaren geleden echter maakte een nieuwe wegwerpbeker opgang, vervaardigd uit een nieuw soort plastic, poly-lactic acid (PLA). PLA is een veelbelovend materiaal, composteerbaar en gemaakt uit maïs, een hernieuwbare grondstof. De toepassingsmogelijkheden lijken oneindig: in de toekomst zouden er niet alleen bekers uit gemaakt worden, maar ook allerlei verpakkingsmateriaal, flessen, telefoons, auto-onderdelen, kleding, … Deze evolutie was voor de OVAM de aanleiding om de impact van herbruikbare en wegwerpbekers in kaart te brengen. Om ons evenementenbeleid beter te onderbouwen, hebben we een vergelijkend onderzoek laten uitvoeren. De VITO onderzocht vier soorten bekers: de herbruikbare beker van polycarbonaat, de wegwerpbeker van polypropyleen, de kartonnen beker gecoat met polyethyleen en de PLA-beker. De onderzoekers hebben enerzijds gefocust op de milieu-impact over de ganse levenscyclus voor twee types van evenementen: kleine indoor en grote outdoor evenementen. Anderzijds wilden we ook informatie over de economische effecten. Daartoe werd ook een eco-efficiëntie analyse uitgevoerd, die uitspraak doet over zowel de ecologische als de financiële impact. De resultaten van het onderzoek werden begin 2006 bekend gemaakt. Dit vergelijkende onderzoek toont duidelijk de verwantschap aan tussen afvalbeleid en materialenbeleid. Het is één van die dossiers waarmee de OVAM vandaag al een eind op weg is in de richting van materialenbeleid.

ZWERFVUIL, EEN GEDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID Driekwart van de mensen ergert zich mateloos aan achtergelaten zwerfvuil, sluikstorten en hondenpoep. De totale hoeveelheid afval waarover het gaat is klein, maar dit ontwijkgedrag vormt wel een groot maatschappelijk probleem. Het Vlaamse Gewest werkt momenteel samen met de industrie, de andere gewesten in België en de lokale overheden een beleid rond zwerfvuil uit. Samen streven we een gedragswijziging bij de consument na via sensibilisering, logistiek (vuilbakjes, voldoende opruimen, herinrichten van openbare ruimte) en handhaving. In 2005 heeft de OVAM een meting gedaan om de samenstelling van zwerfvuil te bepalen. Hieruit blijkt des te meer dat zwerfvuilbeleid een gedeelde verantwoordelijkheid is voor de overheden en de industrie. Verpakkingen maken bijvoorbeeld 44 % uit van het gewicht van het zwerfvuil, drankverpakkingen 24 %. In het zwerfvuil worden zeer veel sigarettenpeuken en kauwgom teruggevonden. Het is dan ook logisch dat in het kader van de producentenverantwoordelijkheid bepaalde industrietakken aangesproken worden en zelfs wettelijk verplicht worden om inspanningen te leveren. In 2005 hebben we ook het proefproject rond zwerfvuil in Aalst verder opgevolgd. We benaderen hier vooral de jongeren als doelgroep, focussen evenzeer op de problematiek van sluikstorten, strooifolders en hondenpoep. Ook hier werken we op de drie sporen sensibilisering, logistiek en handhaving. De resultaten laten een vermindering van de hoeveelheid zwerfvuil met 25 % zien, een mooi resultaat.

BURGERS STIMULEREN VIA INTERMEDIAIRS Projectendatabank preventie De projectendatabank heeft tot doel informatie en ervaringen over afvalprojecten uit te wisselen tussen lokale besturen en organisaties. De databank geeft per projectfiche een uitvoerige projectomschrijving, bijkomende achtergrondinformatie in de vorm van downloads, directe toegang tot ‘preselecties’ uit de databank via de the-

46

© OVAM


© OVAM

mapagina’s,… Het is een bron van inspiratie voor wie een actie, campagne of project wenst op te starten rond een afvalthema. De databank is het afgelopen jaar fors aangegroeid en is te consulteren via www.ovam.be.

‘Kunnen we het milieu sparen?’ Onder de titel ‘Kunnen we het milieu sparen? Mogelijkheden van spaar- en duurzaamheidskaarten om afvalpreventie en milieuvriendelijke consumptie te stimuleren’ organiseerde STIP eind juni 2005 een druk bijgewoonde studiedag. Tijdens de voormiddag getuigden vijf sprekers over hun ervaring met spaarkaarten, beloningssystemen voor milieuvriendelijke of duurzame consumptie. In de namiddag onderzochten we welk consumptiegedrag we eigenlijk willen belonen en wat nu juist het verschil is tussen milieuvriendelijke consumptie en duurzame consumptie. We gingen ook na hoe het gesteld is met het aanbod van milieuvriendelijke producten in de distributieketen. Afsluitend werd een debat georganiseerd met vertegenwoordigers van klein- en grootdistributie, de gezinnen, de milieubeweging en de overheid. Centraal in het debat stond de vraag naar het maatschappelijke draagvlak van beloningssystemen voor milieuvriendelijke of duurzame consumptie. Het dossier met het volledige verslag van de studiedag vindt u terug via de publicatiedatabank op www.ovam.be.

Proefproject ‘Afvalfactuur’ afgerond In de gemeenten Tongeren en Mol hebben we in 2004 drie communicatie-instrumenten uitgetest: een folder, de zelftest en de vergelijkende factuur. Door middel van gesprekken in focusgroepen werd gepeild naar de kennis en het gedrag van de bevolking op het vlak van afval, afvalpreventie en de kostprijs van afval. Met de vergelijkende afvalfactuur, gerealiseerd door de gemeente Mol en het intergemeentelijke samenwerkingsverband IOK, kregen de bewoners naast de gewone factuur van het restafval ook meteen een grafiek met daarin de cijfers van het vorige jaar. De evolutie in het restafval werd dus op een bevattelijke manier voorgesteld zodat men, indien nodig, maatregelen kon nemen om die factuur te verminderen. Daarnaast vonden de inwoners op hun factuur ook gegevens over wat een vergelijkbaar gezin aan afval produceert en bijkomende informatie over een aantal preventiemogelijkheden. Het project vond plaats in 2004 en werd in het voorjaar van 2005 met een workshop afgerond. Het volledige dossier van het project kunt u downloaden via de publicatiedatabank op www.ovam.be.

Workshop ‘Evaluatie van het subsidiebesluit afvalvoorkoming- en beheer’ Op 25 oktober 2005 organiseerden we een workshop waarop het subsidiebesluit afvalvoorkoming- en beheer van 23 januari 2004 werd geëvalueerd. De evaluatie gebeurde aan de hand van een enquête bij de lokale besturen. Tijdens de workshop kregen de deelnemers een overzicht van het subsidiebeleid, mét de resultaten: het aantal ingediende dossiers en de gevraagde subsidies, de knelpunten die opduiken bij het afhandelen van de subsidieaanvragen en mogelijke oplossingen hiervoor. Ook de uitkomst van de enquête kwam aan bod. Verder lichtte VVSG-Interafval haar standpunt toe. Tijdens het debat dat volgde, kon iedere deelnemer zijn mening kwijt over het ‘instrument’ subsidiebesluit en de gesubsidieerde onderwerpen. Voor het verslag van deze workshop verwijzen we naar de publicatiedatabank op www.ovam.be.

47


Eco-efficiëntie of meer waarde creëren met

© iStock

Project in de kijker Project in de kijker

De eco-efficiëntiescan klaar voor de praktijk

© iStock

48

minder milieu-impact: welk bedrijf is hier niet voor te vinden? De OVAM geeft bedrijven die hun eco-efficiëntie willen verhogen, een duwtje in de rug. Maar liefst 1 000 KMO’s kunnen op kosten van de overheid een ecoefficiëntiescan laten uitvoeren onder deskundige begeleiding van een adviseur. Deze scan is in feite een barometer die de verbetermogelijkheden voor een KMO op het gebied van eco-efficiëntie in kaart brengt. De eco-efficiëntiescan is klaar om uitgetest te worden bij de eerste dertig bedrijven. Kansen voor milieu en bedrijf in beeld Voor wie zich aan hoogtechnologische apparatuur of complexe software verwacht, komt de eco-efficiëntiescan verrassend eenvoudig over. De eco-efficiëntiescan is een uiterst gedetailleerde vragenlijst, die uit vijf modules bestaat. Dit zijn meteen de vijf velden waar een KMO haar eco-efficiëntie kan verhogen: processen, producten, markt en keten, afvalvalorisatie en management. Elke module is nog eens onderverdeeld in verschillende milieuaspecten, in totaal 35. Voor de processen bijvoorbeeld is er een opsplitsing in luchtemissies, afval, afvalwaterlozingen, energie… Bij elk aspect horen telkens twee vragen: “Hoe belangrijk is dit aspect in de totale kost van de bedrijfsvoering?” en “Heeft het bedrijf al maatregelen genomen om voor dit milieuaspect een verbetering te realiseren?” Door samen met het bedrijf deze lijst met vragen te beantwoorden, kunnen we in beeld brengen waar de kansen liggen voor meer eco-efficiëntie. We gaan dus op zoek naar mogelijkheden om meer waarde te creëren voor het bedrijf met minder milieu-impact. De eco-efficiëntiescan is een universeel instrument: hij is niet alleen toepasbaar voor productiebedrijven, maar ook voor dienstenbedrijven.

Overtuigen is het doel Het opzet van de eco-efficiëntiescan is de Vlaamse KMO’s ervan te overtuigen dat winst voor milieu en bedrijf vaak hand in hand gaan. Bij de ontwikkeling van de eco-efficiëntiescan is in elk geval veel aandacht uitgegaan naar de overtuigingskracht van het instrument. De scan geeft tips voor concrete maatregelen en maakt de milieubesparing en de economische voordelen voor het bedrijf tastbaar. In het bijzonder hebben we aandacht geschonken aan een overtuigend rapport, dat het effect van maatregelen illustreert aan de hand van duidelijke grafieken en een heldere tekst. Het resultaat moet de bedrijven aanspreken en aanzetten om onmiddellijk aan de slag te gaan. Zo willen we binnen de muren van het bedrijf een draagvlak creëren voor eco-efficiëntie.

Subsidie vervat in advies Om de bedrijven professioneel te ondersteunen, stelt de OVAM jaarlijks via een openbare aanbesteding adviseurs aan, die de scan uitvoeren en advies en toelichting geven bij het selecteren van geschikte maatregelen. De kosten verbonden aan deze deskundige begeleiding, worden gedragen door de Vlaamse overheid. De doelstellingen van het project zijn ambitieus: op drie jaar tijd willen we 1 000 KMO’s laten scannen. Maar vooraleer het zover is, wordt de eco-efficiëntiescan nog uitgetest in dertig bedrijven. Met deze testfase, die in 2006 vorm krijgt, willen we een idee krijgen van het globale milieuvoordeel dat we met alle 1 000 bedrijven samen kunnen realiseren.

Eco-efficiëntie en materialenbeleid Met de eco-efficiëntiescan wijzen we bedrijven op de veranderingen die zij kunnen doorvoeren om te komen tot een milieuverantwoord gebruik van materialen - het herontwerpen van producten, het aanpassen van productieprocessen, …. We richten ons in eerste instantie op een relatieve verbetering van de milieuprestatie van bedrijven. Om tot een vergaande vermindering van de milieudruk te komen, zijn echter meer en verdergaande stappen noodzakelijk. De OVAM werkt eco-efficiëntie daarom ook uit als hefboom voor de ontwikkeling naar een duurzaam materialenbeleid..


Intermezzo: De OVAM maakt en plant het Vlaamse afvalstoffenbeleid De OVAM heeft een belangrijke rol in de voorbereiding van het afvalbeleid in Vlaanderen. Vanuit onze ervaring met de afvalstoffenproblematiek en de wisselwerking met de sector formuleren we insteken voor nieuwe wetgeving of wijzigingen aan het Afvalstoffendecreet het Vlarea, Vlarem I en II. We bereiden ook Ministeriële Besluiten terzake voor.

© Danni Elskens

Eigen aan het afvalbeleid is de planmatige aanpak. Het Afvalstoffendecreet geeft de OVAM de bevoegdheid om uitvoeringsplannen uit te werken. Deze plannen gaan over concrete projecten, over acties in verband met preventie, recuperatie en verwijdering van afvalstoffen of over specifieke categorieën van afvalstoffen. In 2005 hebben we gewerkt aan twee nieuwe uitvoeringsplannen voorbereid. Het gaat om het Uitvoeringsplan milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw en het Uitvoeringsplan bagger- en ruimingsspecie. Voor het ontwerp Uitvoeringsplan milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw werd een consensus bereikt met de direct betrokkenen. Voor het Uitvoeringsplan bagger- en ruimingsspecie heeft de OVAM in opdracht van de minister voor Leefmilieu en in overleg met de waterloopbeheerders en betrokken sectoren in 2003-2004 een ontwerp gemaakt. Dat ontwerp is in 2005 op basis van nieuwe cijfers en inzichten bijgestuurd in overleg met de waterloopbeheerders nadat een consensus was bereikt rond hun code van goede praktijk voor de waterloopbeheerders. Verwacht wordt dat in 2006 het ontwerpplan ter vaststelling aan de Vlaamse Regering zal worden voorgelegd. De rode draad doorheen het ontwerp uitvoeringsplan is ‘voorkomen is beter dan genezen’. Dit betekent dat Vlaanderen naar de toekomst toe de klemtoon wil leggen op het voorkomen van specie in haar waterlopen én op het hergebruik van specie. Voor de historische inhaalbeweging is de uitbouw nodig van extra capaciteit voor behandeling en eindverwerking van de ‘historische’ baggerspecie. Het is de bedoeling de stortplaatsen te reserveren voor de verontreinigde specie of voor de restfractie na zandafscheiding.

49


2. Afvalstromen scheiden aan de bron AANVAARDINGSPLICHTEN: DE PRODUCENTEN NEMEN TERUG Jaren geleden al maakte Vlaanderen de beleidskeuze om producenten verantwoordelijk te maken voor de goederen die ze op de markt brengen. Concreet zijn producenten en invoerders van vijftien afvalstromen onderworpen aan een aanvaardingsplicht. Voor zeven andere stromen lopen de onderhandelingen.

De aanvaardingsplicht afvalbanden van start Op 28 november 2003 ging de Milieubeleidsovereenkomst voor de uitvoering van de aanvaardingsplicht afvalbanden van start. Op 1 februari 2005 is Recytyre, de afvalbeheersorganisatie voor afvalbanden, gestart met het financierings- en ophaalsysteem van afvalbanden. Vanaf deze datum rekenen de meer dan vijftig leden van Recytyre (importeurs van banden) een vaste milieubijdrage door bij de verkoop van een nieuwe band. Recytyre stond in voor de ophaling van de afvalbanden bij de geregistreerde ophaalpunten vanaf 1 april 2005. Deze afvalbanden werden in het kader van de aanvaardingsplicht voor afvalbanden gratis opgehaald door het Recytyre-systeem. In een eerste fase haalt Recytyre enkel banden op van personenwagens, 4X4-wagens, aanhangwagens, caravans, bestelwagens, lichte bedrijfsvoertuigen, vrachtwagens en autobussen. Recytyre heeft besloten de inwerkintreding van fase 2, waarvan de financiering oorspronkelijk voorzien was vanaf 1 mei 2005 en de ophaling vanaf 1 augustus 2005, uit te stellen naar respectievelijk 1 maart 2006 en 2 mei 2006. Deze tweede fase heeft betrekking op motoren en scooters, voertuigen en machines voor openbare werken, landbouw en industriële toepassingen. In de loop van 2005 hebben we 164 controles uitgevoerd bij garagisten en bandencentrales. Hiernaast werden de afvoer en verwerkingswijze gecontroleerd van 41 gehomologeerde operatoren en erkende overbrengers van afvalbanden.

Scheepsafvalstoffen: wijziging van het Vlarea De Europese richtlijn betreffende havenontvangstinstallaties voor scheepsafvalstoffen en ladingresiduen werd in Vlaanderen geïmplementeerd door de wijziging van het Vlarea van 14 maart 2003. Toch heeft de Europese Commissie de Vlaamse overheid in gebreke gesteld voor het niet correct omzetten van de bepalingen rond de kostendekking voor scheepsafval. We hebben daarom in 2005 een wijziging voorgesteld van het Vlarea, waarbij we volledig tegemoet zijn gekomen aan de opmerkingen van de Europese Commissie. Bovendien werden ook de afvalbeheersplannen van de zeehavens in die zin aangepast. Daarnaast hebben we samen met de sector verder gewerkt aan de uitbouw van een inzamelsysteem voor scheepsafval afkomstig van de visserij. We hervatten ook de besprekingen met de andere gewesten en de federale overheid over de afvalstoffen van de binnenvaart.

Afgewerkte olie: MBO klaar voor goedkeuring In 2005 hebben we de laatste hand gelegd aan de Milieubeleidsovereenkomst voor afgewerkte olie. De besprekingen met de sector zijn rond. Momenteel wachten we op de principiële goedkeuring van deze Milieubeleidsovereenkomst in de drie gewesten, zodat deze in de loop van 2006 uiteindelijk in werking kan treden.

50

© OVAM


© iStock

AEEA: onderhandelingen over nieuwe MBO én intensieve controles Het beheersorganisme Recupel, dat instaat voor de uitvoering van de aanvaardingsplicht van huishoudelijk of aan huishoudelijk gelijkgesteld AEEA (Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten) is al sinds 1 juli 2001 actief. In 2005 zamelde Recupel 6,8 kg AEEA per inwoner in over heel België; in Vlaanderen werd er 7,8 kg/inwoner ingezameld. In juli 2005 is een inzamelsysteem voor de uitvoering van de aanvaardingsplicht van lampen opgestart, onder beheer van LightRec. Ook de producenten van professionele medische apparatuur zijn gestart met een collectief systeem onder de naam MeLaRec. Na een lange onderhandelingsperiode tussen de drie gewesten en de sector van producenten van elektrische en elektronische toestellen, verwachten we in de loop van 2006 een principieel akkoord voor een nieuwe Milieubeleidsovereenkomst AEEA. De goedkeuringsprocedure van de nieuwe tekst kan daarna van start gaan. In deze nieuwe tekst zijn de principes voor de uitvoering van de aanvaardingsplicht voor AEEA vastgelegd voor het hele gamma van producten, dat opgesomd is in de Europese richtlijn terzake. Ook de basisprincipes voor de uitvoering van professionele elektrische en elektronische toestellen zijn opgenomen in de overeenkomst. Op internationaal vlak was de OVAM één van de trekkers om de zeer hoge depollutie-eisen, opgelegd in de Europese richtlijn, om te zetten in functie van de bestaande moderne verwerkingstechnieken met een evenwaardig en eco-efficiënter resultaat voor het milieu. Op het gebied van de controles deed zich het afgelopen jaar een kentering voor. In eerste instantie controleerden we voornamelijk de eindverkopers van elektrische en elektronische apparatuur. Uit de 430 zogenaamde opwaartse controles die we in 2004 uitvoerden, was 25 % van de afvoer illegaal of onbekend. Hierop besloten we om in 2005 de sector te controleren die bij de afvoer betrokken is. Naast de door Recupel gecertificeerde bedrijven bestaat er immers nog een circuit van inzameling en verwerking van AEEA bij niet-erkende en niet-gecertificeerde schroothandelaars en schrootverwerkers. Deze verwerken het AEEA zonder depollutie, waardoor de totale schrootfractie op het einde van de verwerkingsketen verontreinigd is met gevaarlijke stoffen. Bovendien wordt een gedeelte van het door de consument ingeleverde AEEA geëxporteerd als tweedehandsartikelen. OVAM heeft haar controle gefocust op dit inzamel- en verwerkingscircuit van het AEEA (neerwaartse controle). In april 2005 zijn we gestart met het screenen van de hele schrootsector in Vlaanderen waarbij we een 125-tal bedrijven geselecteerd hebben voor een werkelijke controle. Ook de door Recupel gecertificeerde bedrijven hebben we gecontroleerd. Zeventig schroothandelaars bleken actief in het verwerken of opslaan van AEEA. Een twintigtal overbrengers van AEEA waren niet erkend als overbrenger van schroot en/of AEEA en kregen een aanmaning om een erkenning als overbrenger aan te vragen. Een twintigtal bedrijven met niet vergunde opslag en behandeling van AEEA werd eveneens aangemaand om zich in regel te stellen. We hebben al deze overtredingen gemeld aan de andere bevoegde milieuoverheidsdiensten en politiediensten. In totaal hebben we circa 46 aanmaningsbrieven verstuurd en vier processen-verbaal opgesteld. Voor het controleren van overbrengers uit Brussel of Wallonië, die in Vlaanderen actief zijn, hebben we samengewerkt met de handhavers van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) en met de Waalse division de la Police de l’Environnement. Voor de controle van de export van AEEA via de zeehavens, hebben we verder actief meegewerkt aan het Seaport Project. Doel van dit project is om de haveninspecties - gericht op de uitvoer van afval naar voornamelijk derdewereldlanden - in de Europese lidstaten op elkaar af te stemmen. De OVAM heeft het afgelopen jaar 19 gerichte havencontroles uitgevoerd in Antwerpen en Oostende, in samenwerking met de scheepvaartpolitie. De overtredingen betroffen hoofdzakelijk doorvoer vanuit Duitsland van koelkasten die ozonafbrekende stoffen bevatten. Het is de inspectiedienst van de Federale Overheid voor Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu die deze overtredingen verder opvolgt.

51


In december 2005 stelde de Antwerpse douane een export van AEEA vast vanuit Vlaanderen naar Pakistan. De OVAM heeft de container laten blokkeren voor onderzoek van herkomst en bestemming. Het is moeilijk om de omvang in te schatten van de geëxporteerde hoeveelheden tweedehands toestellen, omdat de gegevens hierover vaak niet geregistreerd worden bij de eindverkopers en bij de overbrengers. In de loop van 2006 zal de Federale Overheidsdienst voor Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu een studie laten uitvoeren over de illegale uitvoer van AEEA onder de vorm van tweedehandse toestellen. We zullen deze studie van dichtbij opvolgen.

Controles op de aanvaardingsplicht batterijen Sinds oktober 2001 voert de OVAM controles uit op de aanvaardingsplicht batterijen. Deze controles vallen voor een groot stuk samen met controles op de aanvaardingsplicht AEEA. Veel gecontroleerde bedrijven handelen immers zowel in AEEA als in batterijen. In 2005 waren er bij de gecontroleerde bedrijven 202 die in batterijen handelden, dit is 68 % van alle bezochte bedrijven. De bedoeling van deze controles is in de eerste plaats om na te gaan of invoerders, producenten of eindverkopers die rechtstreeks batterijen of apparaten met batterijen invoeren, aangesloten zijn bij Bebat of een individueel afvalbeheersplan hebben ingediend. In 2005 is van de 202 gecontroleerde bedrijven 19 keer vastgesteld dat een aansluiting als invoerder van batterijen bij Bebat noodzakelijk was. Het gaat hier meestal over de invoer van batterijen die in apparaten zitten: de invoerders waren in de meeste gevallen niet op de hoogte van hun verplichting om aan te sluiten bij Bebat voor batterijen in apparaten. Niet aangesloten invoerders van losse batterijen komen bijna niet voor.

MBO fotochemicaliën ondertekend De MBO voor fotochemicaliën is afgesloten en ondertekend door alle betrokken partijen. De tekst is gepubliceerd op 22 december 2005 in het Belgisch Staatsblad.

MBO gebruikte frituurvetten en -oliën loopt vertraging op Op 1 januari 2005 is het beheersorganisme Valorfrit (www.valorfrit.be) actief geworden. De werking heeft in 2005 stilaan vorm gekregen en de eerste ophalingen zijn uitgevoerd. De MBO gebruikte frituurvetten en -oliën struikelt over de vergoeding van de containerparken. Over dit onderwerp hebben het beheersorganisme (Valorfrit) en VVSG nog geen overeenkomst bereikt. We hadden verwacht dat het Ministerieel Besluit aangaande de aanrekening van de inzamelkosten op containerparken (van kracht op 1 september 2005) soelaas zou brengen, maar tot nu toe is dit niet het geval. De partners zetten hun onderhandelingen voort in 2006.

Ministerieel Besluit regelt gebruik containerpark in kader van aanvaardingsplicht Er loopt al enige tijd een discussie over het aanrekenen van kosten voor het gebruik van de inzamelfaciliteiten van de lokale besturen voor de afvalstoffen die onder de aanvaardingsplicht vallen. Na overleg met de industriele sectoren en de gemeenten hebben we hierover een Ministerieel Besluit uitgewerkt. Dit besluit werd op 18 juli 2005 goedgekeurd door de Vlaamse Regering en is van kracht vanaf 1 september 2005. Het besluit omvat een formule ter bepaling van de kostprijs voor het gebruik van het containerpark in het kader van de aanvaardingsplichten. Die is gebaseerd op het berekeningsmodel voor de kostprijs van een containerpark. Het Ministerieel Besluit zal in de huidige en toekomstige onderhandelingen van MBO’s gebruikt worden ter bepaling van de vergoedingen voor het containerpark, indien er geen onderling akkoord is over de vergoedingen tussen de betrokken partijen.

52


SELECTIEVE INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Toetsingskader voor selectieve inzameling in de maak Om het beleid op het vlak van selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen te kunnen evalueren, is er nood aan een aangepast toetsingskader. Zowel de inzamelpercentages als de kwaliteit van de selectieve inzameling, nu en in de toekomst, willen we nader bekijken. Ecologische aspecten zijn hierbij van belang, maar ook economische criteria en dienstverlening. Het toetsingskader kunnen we gebruiken om concrete selectieve fracties te analyseren. In de loop van 2005 zijn we gestart met de opmaak van het toetsingskader. Het doel is in het najaar van 2006 het toetsingskader af te werken en een eerste selectieve fractie te evalueren. Een werkgroep met de doelgroepen begeleidt het hele project.

Proefprojecten rond verpakkingsafval beoordeeld We hebben enkele proefprojecten rond de inzameling van huishoudelijk verpakkingsafval afgerond. Uit de projecten in Londerzeel en Hasselt bleek dat een huis-aan-huis inzameling van gemengde kunststoffen - al dan niet samen met metalen verpakkingen en drankkartons - economisch en ecologisch niet aanvaardbaar is. Daarom vroegen we deze gemeenten zo snel mogelijk een PMD-inzameling op te starten. Bij de inzameling van PMD-afval enkel via containerparken bij het intergemeentelijke samenwerkingsverband IGEAN blijkt dat niet alle gemeenten voldoen aan de minimale eisen voor rendement en kostprijs. Deze gemeenten moeten ook een huis-aan-huis inzameling van PMD-afval organiseren. Andere gemeenten hoeven dit (nog) niet te doen omdat bepaalde parameters nog een verdere opvolging moeten krijgen eer we definitieve conclusies kunnen trekken. Dilbeek en Mortsel testten een dure PMD-zak uit, wat geen enkel preventief effect van PMD-afval opleverde. Daarom kregen ook deze proefprojecten op dit specifieke aspect een negatieve beoordeling. De maandelijkse huis-aan-huisophaling van PMD-afval in Dilbeek blijkt bevredigende resultaten op te leveren.

Selectieve inzameling van (verpakkings)afval aan de kust Het innovatieve project kustafval evalueert maatregelen rond de selectieve inzameling van (verpakkings)afval. In het kader van dit project, een samenwerking met FOST Plus, peilden we vorig jaar naar het gedrag en de houding van de kusttoeristen, de toeristische sector en de beleidsmakers ten opzichte van het algemene afvalbeleid aan de kust en de acties van het project kustafval. We besteedden ook heel wat aandacht aan de inzameling en verwerking van restafval (huisvuil, grofvuil).

Inzameling luiers op containerpark praktisch en financieel haalbaar In samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en met de Federatie van Milieubedrijven (FEBEM) hebben we een proefproject uitgevoerd om de ecologische, praktische en economische haalbaarheid van een selectieve inzameling van luierafval van de gezinnen te bepalen. De inzameling van luierafval op het containerpark bleek praktisch en financieel haalbaar. Over de milieuwinst van de recyclage van luiers blijven onduidelijkheden bestaan. Dit aspect van de selectieve luierinzameling zullen we verder onderzoeken met een model dat de impact van inzameling en verwerking van alle selectieve afvalstromen bepaalt. De stad Antwerpen en IGEAN Milieu & Veiligheid hebben in 2005 de toestemming van minister Peeters gekregen voor een proefproject rond luiers. Dit project loopt tot eind 2007 en omvat de selectieve inzameling van luiers bij het GFT-afval en de verwerking ervan in de vergistingsinstallatie van IGEAN. De toelating houdt ook een strenge opvolging en evaluatie van de inzameling en het verwerkingsproces in. De OVAM zal hier mee voor instaan.

53


© creativ collection

Oplossing voor lege gasflessen Samen met de Federatie Butaan en Propaan (FeBuPro) en VVSG werkte de OVAM een inzameling van lege gasflessen uit. Bij de deelnemende verkooppunten van deze gasflessen kan de consument de meeste lege gasflessen van om het even welk merk inleveren zonder verplichting een nieuwe gasfles aan te kopen. FeBuPro hoopt zo een deel van de gasflessen die niet meer teruggebracht worden bij de verkopers te recupereren. Na controle ervan kunnen ze opnieuw gevuld worden met gas en op de markt gebracht worden. Er nemen meer dan 300 verkooppunten deel aan de actie die startte op 1 januari 2006.

Opvolging van de textielinzameling In 2005 waren er in Vlaanderen 49 organisaties erkend voor het inzamelen van textiel(afval). Deze organisaties moeten een overeenkomst afsluiten per gemeente. We hebben ook een inventarisatie gemaakt van de inzamelacties in Vlaanderen. Eind 2005 stonden er in Vlaanderen 7 685 textielcontainers opgesteld. Daarnaast vonden er 327 geregistreerde huis-aan-huis inzamelingen plaats. Nog niet alle gemeenten hadden overeenkomsten voor deze inzamelingen afgesloten. We zullen dit in 2006 verder opvolgen. Ook de problematiek van de zuiverheid van het ingezamelde textielafval is nog aan de orde. In 2005 hebben we veertien milieuvergunningen voor textielsorteerbedrijven geadviseerd. Deze situeren zich vooral in het Waasland.

Kosten van een containerpark in kaart gebracht Eind 2004 werd in opdracht van Interafval en onder begeleiding van de OVAM een ontwerp van geautomatiseerd model opgesteld en ontwikkeld dat de kostprijs van een containerpark berekent, globaal en per afvalfractie. Dit model gaat uit van een referentiecontainerpark. Dit is het minimum aan investeringen in materiaal, infrastructuur, personeel en werkingskost om een vergund operationeel containerpark te hebben dat een optimale dienstverlening vervult. We hebben dit model begin 2005 geoptimaliseerd op basis van de opmerkingen van de industriële sectoren.

54


© OVAM

De producenten en invoerders van voertuigen zijn onderworpen aan een aanvaardingsplicht. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor de ganse levenscyclus van de voertuigen, tot en met de fase waarin deze afval zijn geworden. De producenten en invoerders van voertuigen vervullen collectief hun aanvaardingsplicht via het beheersorganisme Febelauto, dat hiervoor een Milieub eleidsovereenkomst (MBO) is aangegaan met de overheid. Voertuigwrakken en de criminaliteit die er soms mee gepaard gaat, kwamen het afgelopen jaar meermaals in de actualiteit. De OVAM koppelt een strikt handhavingsbeleid zoveel mogelijk aan een gerichte samenwerking met de sector en een brede sensibilisatie. Erkende autoslopers en schroothandelaars nemen toe Zoals elk jaar hebben we ook het afgelopen jaar controles uitgevoerd bij autoslopers en schroothandelaars die afgedankte voertuigen behandelen. Die zijn verplicht om erkend te worden als centrum voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen. Het is de OVAM die deze erkenning verleent, op voorwaarde dat de afgedankte voertuigen op een milieuvriendelijke wijze worden behandeld. In 2005 verdubbelde het aantal erkende centra in Vlaanderen tot 41. In 2006 willen we deze trend aanhouden. Aan de hand van de controles oefenen we ook druk uit op de bedrijven die nog niet in het bezit zijn van een erkenning.

Gerichte samenwerking met Febelauto en politie Dat een goede samenwerking tussen de overheid en de bedrijfswereld kan leiden tot een betere handhaving, toont de gezamenlijke actie met Febelauto aan. Met een overzichtspresentatie van de wetgeving en een checklist van onze hand trok Febelauto vzw doorheen het Vlaamse politieland. De aandacht van de politiediensten voor voertuigwrakken en de criminaliteit die er soms mee gepaard gaat, wordt immers ieder jaar groter. De politiediensten werden door Febelauto gericht geïnformeerd over het omgaan met afgedankte voertuigen. Met Febelauto vzw en de federale politiediensten sprak de OVAM af om in de toekomst nog gerichter samen te werken.

De regelgeving afgedankte voertuigen in het onderwijs In 2005 hebben we ook de klemtoon gelegd op sensibilisatie en educatie binnen de sector. Zo hebben we het lespakket ‘Sloop ze!’ ontwikkeld voor de leerlingen van het beroeps- en technisch onderwijs, de toekomstige werkkrachten in de sector. Het lespakket over de regelgeving afgedankte voertuigen vertelt wie, op welke ma-

© OVAM

Project in de kijker

De aanvaardingsplicht afgedankte voertuigen in het nieuws

55


Het lespakket bestaat uit een handleiding voor de leerkracht, een poster als leidraad voor de praktijklessen en een vragenbundel en notitieboekje per leerling. Eén van de grote troeven van het lespakket is dat de handleiding voor de leerkracht ook aangeeft in welke mate het pakket voldoet aan het leerplan.

Garages gevoelig maken voor problematiek Het komt nog vaak voor dat gevaarlijke afvalstoffen in bandencentrales en garagewerkplaatsen op een illegale manier worden verwijderd. Afgewerkte olie wordt verbrand, oude loodstartbatterijen en wrakken verdwijnen via een niet erkende overbrenger, … Omdat veel bedrijven niet weten dat ze illegaal werken, ontwikkelden we de brochure ‘Een auto, veel meer dan PK’s … Afvalstoffen- en bodemwetgeving voor bandencentrales en garagewerkplaatsen’ over het afvoeren en verwerken van (gevaarlijke) afvalstoffen van garages en bandencentrales.

Ook de gemeenten betrekken Nog in 2005 hebben we een mailing voorbereid voor alle gemeenten. Zij zijn immers betrokken partij wanneer ze geconfronteerd worden met gevonden voertuigen of in beslag genomen voertuigen. Om ook de handhaving op het terrein makkelijker te laten verlopen, ontwierpen we bijhorende beslissingsschema’s. Deze mailing is klaar voor verzending in 2006.

© creativ collection

Project in de kijker 56

nier en onder welke omstandigheden afgedankte voertuigen moet ontmantelen en depollueren. Het lespakket, ontwikkeld in samenwerking met onderwijsexperts en leerkrachten, kunt u gratis downloaden op www.scholen. ovam.be.


Intermezzo: De OVAM beheert de afvalstromen De OVAM staat in voor de uitvoering van het afvalbeleid, dat wettelijk is vastgelegd in het Afvalstoffendecreet en het uitvoeringsbesluit Vlarea. We hebben sinds jaren het beheer van volgende afvalstromen onder onze vleugels: huishoudelijke afvalstoffen, biologische afvalstoffen, selectief ingezamelde bedrijfsafvalstoffen, organische afvalstoffen en anorganische afvalstoffen. Bovendien wordt het afvalstoffenbeleid er met de jaren complexer op: groene stroom, scheepsafvalstoffen, eco-efficiëntie zijn voorbeelden van thema’s waarvan een aantal jaren geleden nog geen sprake van was. Ook op Europees vlak is er een groeiend aantal dossiers waarvan de uitvoering tot nieuwe taken leidt. Al deze opdrachten resulteren in een omvangrijk takenpakket, zoals het uitwerken van het preventie- en recyclagebeleid, het adviseren van milieuvergunningen, het behandelen van erkenningsaanvragen, het opvolgen en beheren van de meldingsplicht en de aanvaardingsplichten, het voeren van de onderhandelingen over MBO’s met de sectoren, het innen en invorderen van milieuheffingen,… Deze taken zijn stuk voor stuk noodzakelijk om het afvalstoffenbeheer vlot te doen draaien. Momenteel hebben een kleine 3 000 bedrijven dossiers die ze aan de OVAM voorleggen inzake milieuvergunningen, erkenningen, heffingen en overbrenging van afvalstoffen. Voor de meeste dossiers is een grondige behandeling nodig: opsporen van informatie, checken van plannen en cijfers en intern overleg om elk dossier gelijkwaardig te behandelen. Daarnaast is er vaak een plaatsbezoek nodig om met kennis van zaken een oordeel te kunnen uitspreken. We volgen ook uitvoeringsplannen op die reeds in uitvoering zijn: het Uitvoeringsplan houtafval 2004-2008, het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007, het Uitvoeringsplan organisch-biologisch afval, het Uitvoeringsplan bouw- en sloopafval 1995, het Uitvoeringsplan selectieve inzameling van bedrijfsafval van kleine ondernemingen en het Uitvoeringsplan slib. Al deze uitvoeringsplannen kwamen tot stand via een overlegplatform dat de sector en de betrokken overheden rond de tafel brengt. - Voor slib hebben we het afgelopen jaar een Voortgangsrapport gepubliceerd, dat de vooruitgang van de uitvoering van de plannen beschrijft en bijkomende acties formuleert voor de komende jaren. Met 2,3 miljoen ton per jaar is waterzuiveringsslib nog steeds een nijpend milieuprobleem in Vlaanderen. Deze evolutie ligt in de lijn van de verwachtingen van het Uitvoeringsplan slib. De stijging van het slibaanbod is vooral te verklaren door de uitbreiding van het aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties, de aansluitingen op riolering en de grote uitbreiding in de papierindustrie. Daardoor komen preventie-inspanningen minder tot uiting. Storten van slib wordt duidelijk afgebouwd en wordt enkel voorbehouden voor niet-brandbaar of niet-recycleerbaar slib. Sinds 1 januari 2005 moet alle opgehaald riool(kolken)slib worden verwerkt via afscheiding in een zandfractie en een restfractie. De zandfractie is geschikt om gebruikt te worden als secundaire grondstof in de bouw, de restfractie wordt verwerkt of gestort. De textielsector is dit jaar gestart met de opmaak van een code van goede praktijk voor vaste afvalstoffen (textielproductie) en voor slib (textielveredeling) in het kader van een PRESTI 5-project. Voorafgaand werden de beste beschikbare technieken om de milieu-impact te beheersen (BBT) getoetst in 10 Vlaamse bedrijven. De voedingsindustrie heeft in de loop van 2004 en 2005 in het kader van PRESTI-5 een code van goede praktijk uitgetest in een tiental voorbeeldbedrijven. Deze beschrijft welke maatregelen een bedrijf nog aan de bron kan nemen om de slibhoeveelheid te verminderen en de kwaliteit te verbeteren met het oog op afzet naar de landbouw. - In 2005 hebben we ook de Voortgangsrapportage 2004-2005 Organisch-Biologisch afval opgesteld, een tweejaarlijkse actie uit het Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch afval. We geven in dit rapport een overzicht van de stand van zaken, de evoluties en tendensen van het beleid rond GFT- en groenafval en organisch-biologisch bedrijfsafval. Ook gaat er steeds meer aandacht naar energieproductie uit biomassa-afval. - In het kader van het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen hebben we samen met de sector naar maatregelen gezocht om de beschikbare verwerkingscapaciteit in Vlaanderen optimaal in te vullen. Eind 2005 werd de installatie van IOK/IVAREM in Geel operationeel. Hierdoor komt er 150 000 ton aan voorbehandelingscapaciteit bij in Vlaanderen. Anderzijds sloot de verbrandingsinstallatie van IVMO in Menen eind 2005 haar poorten, een verlies aan verwerkingscapaciteit van 60.000 ton. - In uitvoering van het Uitvoeringsplan houtafval wordt een oplossing gezocht voor het probleem van verduurzaamd houtafval. Het afgelopen jaar hebben we in samenwerking met de overbrengers en verwerkers een sorteerhandleiding voor houtafval uitgewerkt. We lieten ook de samenstelling van spaanderplaten onderzoeken om de invloed van de inzet van recyclagehout in de spaanplaatproductie te beoordelen. Verder is de concurrentie tussen materiaalrecyclage en energierecuperatie een actueel thema.


3. Hergebruik en recyclage: afval nuttig toepassen NAAR EEN MILIEUVERANTWOORD MATERIALENGEBRUIK EN AFVALBEHEER IN DE BOUW Bouw- en sloopafval is in Vlaanderen een van de omvangrijkste afvalstromen. Met circa 8 miljoen ton is die stroom drie maal groter dan al het huishoudelijk afval samen. Het overgrote deel, meer dan 85 %, wordt vandaag terug ingezet als secundaire bouwstof. De jaarlijkse behoefte in Vlaanderen aan primaire bouwgrondstoffen is echter veel groter. Het ontwerp Uitvoeringsplan ‘milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw’ moet de bouwsector naar het tijdperk van duurzaam bouwen en wonen brengen. Het vormt meteen ook de basis voor een geïntegreerd materialenbeleid. Met dit plan zet Vlaanderen op lange termijn een belangrijke stap in de vermindering van de milieudruk als gevolg van het materialengebruik in de bouw. © creativ collection

In 2005 bereikte de OVAM over het ontwerpplan een consensus met de betrokken partijen. Het ontwerpplan loopt over twee sporen, namelijk ‘milieuverantwoord materialengebruik in de bouw’ en ‘afvalbeheer in de bouw’. De twee overeenkomstige begeleidingscommissies groepeerden deskundigen uit de bouwsector, de onderzoeksinstellingen, de afvalophalers en -verwerkers en de overheid. Ondertussen is het huidige Uitvoeringsplan bouw- en sloopafval, dat de Vlaamse Regering in 1995 vaststelde, nog steeds van toepassing. Dit plan richt zich op het bevorderen van preventie en het nuttig toepassen van deelstromen in overeenstemming met de markt, een beleid dat zijn effect niet gemist heeft. Dit eerste uitvoeringsplan heeft voor een planmatige en dynamische aanpak gezorgd en heeft de bouwsector en de overheid rond de tafel gebracht. Het bouw- en sloopafvalbeleid is meer verstrengeld geraakt met het delfstoffenbeleid en het beleid milieuverantwoord bouwen. Toch was het plan toe aan bijsturing, zo gaf onder meer de sector zelf aan. Zowel de marktsituatie als de reglementering is immers grondig veranderd. Bovendien verruimt het afvalbeleid steeds meer zijn blik naar het materialenbeleid. Met het nieuwe Uitvoeringsplan kan Vlaanderen zich profileren in een innovatief duurzaam beleid dat Europees en mondiaal aan de orde is.

58


Quarea-reglement gelijkwaardig aan Copro-reglement Quarea is een nieuw reglement voor kwaliteitsborging voor puingranulaten opgesteld door Certipro (VITO). De minister voor Leefmilieu keurde dit ontwerp vorig jaar goed. Om te vermijden dat er een te grote verscheidenheid aan reglementen zou ontstaan - Copro, Quarea, … - zal OVAM via een project in het nieuwe Uitvoeringsplan ‘milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw’ zelf één overheidsreglement opstellen waarop de verschillende onafhankelijke instellingen kunnen inschrijven.

Code van goede praktijk bouw- en sloopafval Sinds de inwerkingtreding van Vlarea in juni 1998 leven er in de bouwsector heel wat vragen waar de wetgeving geen volledig antwoord op biedt. Het gaat onder meer om de problematiek rond monsterneming van puingranulaten, de analysemethode, verkorte parameterlijst voor puin van onverdachte oorsprong, snelle methode voor de bepaling van teer in asfalt, asbest in puingranulaten, … In samenwerking met onafhankelijke onderzoeksinstellingen startten we verschillende studies op om deze vragen te kunnen beantwoorden. De belangrijkste resultaten zijn samengebracht in een code van goede praktijk die de sector op de werkvloer kan uittesten. De code van goede praktijk heeft geen wettelijk karakter, maar is bedoeld als handleiding op vraag van de sector. Daarnaast streven we ernaar om na een evaluatieperiode de regelgeving in Vlarea te wijzigen. De code van goede praktijk werd gepubliceerd in hoofdstuk 2 van de handleiding voor het beheer van bouw- en sloopafval.

NUTTIGE TOEPASSING VAN ORGANISCH-BIOLOGISCH AFVAL Opletten met biodegradeerbare en composteerbare verpakkingen De consument krijgt vaak foutieve informatie doorgespeeld over de selectieve inzameling van composteerbare verpakkingsmaterialen. Momenteel mag men deze verpakkingen niet bij het GFT voegen omdat de verwerkingsinstallaties technisch niet aangepast zijn aan deze stroom. Ook vreest men voor bijkomende verontreinigingen door een onzorgvuldige scheiding bij de mensen thuis. We hebben hierover een overleg opgestart met de verschillende betrokken partijen. De aandachtspunten zijn: problemen bij inzameling en verwerking, juiste informatie, uniformiteit van logo’s, bijdrage voor FOST Plus…. Eén van de knelpunten is het gebrek aan een federale productnormering. Op federaal niveau was er vorig jaar een werkgroep rond dit thema. Het opzet was de technische criteria en de specificaties - onder meer voor verwerking - uit te werken voor biodegradeerbare en composteerbare materialen. De resultaten zullen medio 2006 gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Verder zijn er vanuit de industrie concrete plannen voor het oprichten van een federatie. Allicht zal dit een positieve invloed hebben op het overleg op de verschillende niveaus.

Organisch-biologisch afval als veevoeding Veel organische nevenstromen van de voedingsindustrie komen als veevoeding in de varkens- en runderhouderij terecht. De OVAM heeft op basis van enkele arresten van het Europees Hof een beslissingsschema ontwikkeld om het onderscheid afvalstof/grondstof te maken in geval van twijfel. Nevenstromen die voldoen aan de federale wetgeving, zijn geschikt voor gebruik in veevoeding. Deze stromen beschouwen we als grondstoffen. Nevenstromen die nog een behandeling vragen om ze geschikt te maken voor gebruik in veevoeding - ontpakken, hygiëniseren, … - zijn afvalstoffen tot op het moment dat ze wél geschikt zijn voor dit gebruik.

Overeenkomst over dierlijke bijproducten De OVAM heeft, samen met de overige betrokken administraties van de gewesten en de federale staat, een overeenkomst ondertekend over het omgaan met dierlijke bijproducten die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie. Dit document legt de taakverdeling vast die nodig is om de Europese Verordening 1774/2002 in de

59


praktijk te brengen. De vijf bevoegde ministers hebben de overeenkomst ondertekend op 28 oktober 2005 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 12 december 2005. We hebben het afgelopen jaar de verschillende betrokken sectoren ingelicht over de bijkomende verplichtingen, opgelegd door de Verordening. Zo moeten bepaalde verwerkingsbedrijven en intermediaire bedrijven die dierlijke bijproducten hanteren, een erkenning aanvragen bij de OVAM. We bezoeken alle bedrijven die een aanvraag hebben ingediend; een groot deel van deze bezoeken vond in 2005 plaats. Daarnaast proberen we ook de onbekende bedrijven in kaart te brengen. Voor composterings- en vergistingsinstallaties hebben we de overgangsmaatregelen nogmaals met een jaar verlengd. Vanaf 2007 worden de nieuwe voorwaarden van kracht. Deze zullen wellicht in februari 2006 gepubliceerd worden. Overleg rond inhoudelijke aspecten van de Verordening heeft op regelmatige basis plaats. Het Federaal Voedselagentschap (FAVV) neemt het secretariaat op zich voor deze Commissie Dierlijke Bijproducten.

Islamitisch Offerfeest Ook het afgelopen jaar werd er door de verschillende overheidsdiensten overleg gepleegd over het Islamitisch Offerfeest. Er is nu een gemeenschappelijke handleiding beschikbaar, waarin alle relevante informatie rond dierenwelzijn, volksgezondheid en afvalstoffen bij het Offerfeest terug te vinden is. Deze handleiding zullen we in 2006, na evaluatie, optimaliseren.

Vademecum Bermmaaisel in de maak Vlaanderen wordt al jaren geconfronteerd met de problematiek van bermmaaisel. De wetgeving op dit vlak wordt niet altijd strikt nageleefd. Zo respecteert men de maaidata te weinig, wordt het maaisel niet afgevoerd en gebeurt de verwerking van het maaisel niet in een vergunde installatie. Daarom hebben we het Actieplan Maaisel opgesteld. Vanuit de OVAM volgen we de uitvoering van dit plan op. We staan ook zelf in voor het opstellen van een Vademecum Bermmaaisel, één van de acties van het actieplan. Dat document is bedoeld voor de beheerders en bevat al de juridische en technische informatie om het bermbeheer uit te voeren. Naast het maaien zelf, komt ook de aanleg van de berm aan bod, het opstellen van bestekken en de keuze van machines.

Slib als bodemverbeteraar in de landbouw Sinds 2000 verrichten we jaarlijks controles op de waterzuiveringsslibs afkomstig van de voedingsindustrie. Het gaat om slibs waarvoor de exploitant een gebruikscertificaat heeft verkregen voor gebruik als bodemverbeteraar in de landbouw. Opvallend is dat het afgelopen jaar een zevental bedrijven een normoverschrijding hadden voor minerale olie. Deze parameter is cruciaal, want is sinds 2003 mee als beoordelingsparameter opgenomen in het Vlarea om een gebruikscertificaat te mogen toekennen. Vaak was deze hoge concentratie te wijten aan het gebruik van een goedkoop vlokmiddel op basis van minerale oliën. Het verhoogde aantal overschrijdingen is ook te wijten aan intensievere controles sinds de opname in Vlarea. Als oplossing zochten de bedrijven naar een evenwaardig vlokmiddel dat geen minerale oliën bevat.

Gids voor gerecycleerde producten Op initiatief van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) en in samenwerking met de OVAM en het Office Wallon des Déchets (OWD), lanceerde het Koninklijk Instituut voor Natuur en Techniek (KINT) het afgelopen jaar de gids voor gerecycleerde producten. Het gaat om een interregionaal project dat wil bijdragen aan het zuinig omgaan met grondstoffen in het kader

60

© iStock


van duurzame ontwikkeling. Concreet moet de gids helpen om gerecycleerde producten beter bekend te maken bij de consument. De gids bevat al zo’n 250 producten en is enkel elektronisch te raadplegen. De lijst met producten is permanent uitbreidbaar. Al tachtig bedrijven schreven zich in en bieden hun gerecycleerde producten aan via de gids. Het project heeft de ambitie om uit te groeien tot een referentiegids voor gerecycleerde producten in Europa. Het aanbod aan gerecycleerde producten stijgt zienderogen, maar de promotie ervan is nog onvoldoende uitgebouwd. In heel wat aanbestedingen, ook van de overheid, heeft het gebruik van gerecycleerde materialen nog onvoldoende ingang gevonden. Veel aankopers van grote bedrijven kennen de gerecycleerde versies van wat ze aankopen niet. KINT hield een brede enquête bij overheden en bedrijven om de wenselijkheid van een dergelijke universele gids te onderzoeken. Overheden en de bedrijfswereld schaarden zich achter het initiatief op voorwaarde dat de producten in de gids aan strenge criteria voldoen. Een wetenschappelijk comité waakt hierover. De OVAM was een actief lid van de Begeleidingscommissie. Eind 2005 startte het KINT een communicatiecampagne naar alle mogelijke aankopers van gerecycleerde producten. De gids van gerecycleerde producten is te vinden op www.gerecycleerdproduct.info.

Hergebruik bij de particulier: de kringloopwinkel De voortgangsrapportage over de evolutie van hergebruik via de kringloopcentra in 2004 werd afgewerkt. Deze zullen we begin 2006 publiceren. De voornaamste resultaten uit 2004 en de verwachtingen voor 2005 worden getoond in bijgaande tabel. 2004

2005

inzameling

31 200 ton

36.205 ton

personen vte in dienst

1 876 vte

1.900 vte

aantal kopers

2,43 miljoen

2,61 miljoen

winkelomzet

17,1 miljoen

18,5 miljoen

kringloopwinkels

100

101

kringloopcentra

35

35

Eind oktober hebben we opnieuw de Dag van de Kringloopcentra georganiseerd.

Subsidiebesluit kringloopcentra goedgekeurd Op 20 mei 2005 heeft de Vlaamse Regering de ‘bijzondere regeling inzake de erkenning en de subsidiëring van de kringloopcentra’ goedgekeurd. Het werd opgesteld op basis van de bepalingen van het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007 en in uitvoering van de bepalingen van het Afvalstoffendecreet dat in 2003 werd gewijzigd. Kringloopcentra zullen structurele ondersteuning vanuit het beleidsdomein leefmilieu ontvangen. Daarnaast blijft de ondersteuning vanuit het beleidsdomein sociale tewerkstelling van toepassing. De subsidie voor 2005 ten belope van 923 000 euro werd in december 2005 aan de erkende kringloopcentra uitbetaald.

61


Project in deProject kijker De prioritaire bedrijfsafvalstromen Vlaanderen heeft voor huishoudelijke afvalstoffen al zeer goede resultaten bereikt. Voor bedrijfsafvalstoffen willen we een inhaalmanoeuvre uitvoeren. Concreet willen we maatregelen en instrumenten uitwerken om de milieudruk van prioritaire bedrijfsafvalstoffen te beperken. We voorzien hiervoor ruim overleg met de doelgroepen en betrokken sectoren. Door hen van meet af aan te betrekken, winnen de acties en maatregelen aan draagkracht. Selectie van prioritaire stromen: de eerste fase Een eerste fase van het project - een rangschikking van de bedrijfsafvalstoffen op basis van een multicriteriaanalyse - is reeds achter de rug. We hebben hierbij het relatieve belang van de impact op het leefmilieu van bedrijfsafvalstromen in Vlaanderen onderzocht over de verschillende schakels van de afvalketen. We verkozen deze aanpak boven het lukraak aanduiden van bedrijfsafvalstoffen, zonder enig idee te hebben van de effectieve impact van deze bedrijfsafvalstoffen. Vervolgens hebben we vier categorieën van bedrijfsafvalstoffen geselecteerd voor een planmatige aanpak in de periode 2004-2007. Uitgaande van het huidige beleid, de initiatieven in ontwikkeling en een inschatting van mogelijke maatregelen, viel de keuze op: 1. textielafval en productiegebonden slib, 2. gemengd en ongedifferentieerd afval, 3. zuren, basen en slib van de oppervlaktebehandeling van metalen en 4. dierlijk afval.

Van analyse naar programmering Fase 2 van het project moet, waar mogelijk, goed onderbouwde en meetbare doelstellingen opleveren voor preventie-, hergebruik- en recyclage van de geselecteerde bedrijfsafvalstoffen. Per afvalstroom hebben we een analoge aanpak uitgewerkt in een deelproject. Voor elk van de vier stromen is een analysedocument opgesteld. Dit document omvat een overzicht van alle uitgevoerde en lopende wetgevende initiatieven, een analyse van de bestaande verwerkingstechnologieën en een goed onderbouwde prognose van de sociaal-economische dimensie. Deze grondige analyse toont de ruimte en mogelijkheden aan voor een verdere scenario-ontwikkeling en programmering van het afvalstoffenbeleid om de doelstelling van minimale milieudruk te bereiken. Ofwel is het huidige beleid voldoende ontwikkeld om de doelstelling te realiseren. Een coördinatie van de lopende beleidsinitiatieven volstaat in dat geval. Ofwel toont de analyse aan dat we mits ontwikkeling van nieuwe beleidsmaatregelen en acties, nog een aanzienlijke vooruitgang kunnen boeken. In dit geval opteren we ervoor een actieprogramma te ontwikkelen in samenspraak met de betrokkenen.

Ook het proces krijgt aandacht Voor de draagkracht van het project is overleg met alle betrokkenen cruciaal. We hebben daarom interne en externe overlegfora in het leven geroepen voor zover deze nog niet bestonden. Niet alleen hebben we de expertise ingeroepen van de betrokken OVAM-diensten, wat als voordeel geeft dat de interne kennis maximaal wordt benut en de beleidsinspanningen gebundeld. Ook hebben we een beroep gedaan op de kennis en expertise van de sectorfederaties en onderzoeksinstellingen. © OVAM


in de kijker Totale afvalproductie

totale afvalproductie

35.000,0

30.000,0

25.000,0

kton

20.000,0

15.000,0

10.000,0

5.000,0

0,0 1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

jaar

gemeente

primair gevaarlijk

primair ongevaarlijk

extra primair

secundair gevaarlijk

secundair ongevaarlijk

De vier prioritaire bedrijfsafvalstromen nader bekeken Textielafval: sector werkt aan codes van goede praktijk In 2005 hebben we het analysedocument voor textielafval en productiegebonden slib afgerond. Ook de sectorfederatie Febeltex heeft dit analysedocument goedgekeurd. De analyse toont aan dat er geen tekort aan beleid of wetgeving is, wel aan een gecoördineerde uitvoering van de beleidsacties, waarvan sommige recent zijn opgestart. De behoefte ligt dan ook niet in het ontwikkelen van bijkomende actieplannen, doelstellingen en beleidsmaatregelen. Ook zijn er voldoende end-of-pipe technieken voorhanden om de stroom te beheersen. Een afvalstoffenprognose, opgemaakt op basis van een socio-economische trendanalyse voor de textielsector door de sectorfederatie Febeltex, geeft aan dat de geproduceerde hoeveelheid textielafval eerder (licht) zal dalen. De aard van het textielafval is afhankelijk van de subsector die het produceert. Zo kan er ook een verschuiving optreden in de samenstelling van de totale hoeveelheid textielafval. Een reductie van de milieu-impact op het vlak van eindverwerking is op dit ogenblik dan ook niet eenvoudig te realiseren. Naast een afvalverwerkingsbeleid moet onze aandacht dan ook voluit gaan naar het voorkomen van afval. Instrumenten als PRESTI zijn hiervoor zeer geschikt. Het project prioritaire bedrijfsafvalstoffen inspireerde de textielsector tot het indienen van het PRESTI 5-project ‘Eco-efficiënt grondstoffenbeheer in de textielsector, met de focus op de afvalfase’. Het doel is de Vlaamse textielbedrijven te stimuleren om meer aandacht te schenken aan hun grondstoffenbeheer en de invloed hiervan op de kwaliteit en kwantiteit van het geproduceerde afval. Dit project moet uitmonden in twee codes van goede praktijk: één voor de slibproblematiek en één voor de kwaliteit en hoeveelheid textielafvalstoffen, ontstaan in de textielsector. Gemengd en ongedifferentieerd afval: basis voor actieprogramma gelegd Door middel van een interne vragenronde hebben we voor deze afvalstroom een analyse van de knelpunten gemaakt. De oplossing die hieruit voortkwam is tweeledig. In de eerste plaats moet de gescheiden inzameling aan de bron verder gestimuleerd worden om de hoeveelheid primair gemengd en ongedifferentieerd afval te reduceren. Daarnaast moeten de recycleerbare fracties zoveel mogelijk uitgesorteerd worden en is een optimale eindverwerking van de hoeveelheid secundair gemengd en ongedifferentieerd afval noodzakelijk.

63


Project in de kijker

We hebben een lijst van potentiële acties opgesteld, die aan de basis zal liggen van een intern actieprogramma dat in 2006 vorm zal krijgen. Zuren, basen en slib van de oppervlaktebehandeling van metalen: sectorbevraging gestart Een eerste analyse van knelpunten en ontbrekende gegevens heeft de noodzaak aangetoond van een grondige doorlichting van de activiteit ‘oppervlaktebehandeling van metalen’ door middel van een bevraging van de sector. Deze bevraging moet een vorige analyse uit 1994 actualiseren. Tegelijkertijd krijgen de bedrijven de kans om suggesties aan te brengen en problemen en knelpunten op het vlak van afvalstoffenbeheer aan te kaarten. Bij dit initiatief kunnen we rekenen op de medewerking van de Belgische Vereniging voor Oppervlaktetechnieken van Materialen (VOM vzw) en Agoria. De bevraging start in januari 2006; de eerste resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2006. Dierlijk afval: analysedocument afgerond Ook voor dierlijk afval hebben we het afgelopen jaar het analysedocument afgerond. Dit document brengt de analyse van het beleidskader en de resultaten van de studie ‘Vergelijkend onderzoek naar de kosten, de opbrengsten en de prijzen binnen de sector van de ophaling, de verwerking en de afzet van dierlijke afvalstoffen’ samen. Deze laatste studie geeft een kwalitatief beeld van de marktsituatie voor het beheer van dierlijk afval in Vlaanderen. Tegelijkertijd werd geantwoord op de vragen uit een verzoekschrift bij het Vlaams Parlement. De Commissie Dierlijk afval heeft het analysedocument eind 2005 goedgekeurd. De volgende stap is de opmaak van een actieprogramma in 2006, dat in hoofdzaak door de betrokken overheden zal moeten uitgevoerd worden.

Project prioritaire bedrijfsafvalstoffen scoort in Europa

64

© creative collection

Omwille van het unieke karakter van het project prioritaire bedrijfsafvalstoffen, werden we geselecteerd om onze aanpak voor te stellen op de tiende Europese Rondetafelconferentie omtrent duurzame consumptie en productie (erScp). Deze Rondetafelconferentie vond begin oktober plaats in Antwerpen en had speciale aandacht voor de interactie tussen duurzame productie en consumptie. ErScp, een non-profit initiatief, is een overlegforum om nieuwe initiatieven van de onderzoekswereld over duurzame productie en consumptie te stimuleren, te ontwikkelen en te verspreiden. Het opzet is om deze initiatieven te integreren in lokale en regionale initiatieven rond duurzame ontwikkeling.


4. Verbranden en storten tot een minimum beperken GROENE STROOM UIT AFVAL Onze energiebronnen zijn niet onuitputtelijk. Daarom heeft de Europese Unie haar lidstaten opgedragen om de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te stimuleren. In Vlaanderen geldt sinds begin 2002 een systeem van groenestroomcertificaten: installaties die elektriciteit produceren uit hernieuwbare energiebronnen, krijgen een aantal groenestroomcertificaten in verhouding tot de hoeveelheid ‘groene elektriciteit’ die ze produceren. De organisch-biologische fractie van afvalstoffen wordt beschouwd als een hernieuwbare energiebron. Men verwacht een grote energiebijdrage van het verbranden en vergisten van deze afvalstoffen. De bedrijven vragen hun groenestroomcertificaten aan bij de Vlaamse Reguleringsinstantie voor Elektriciteit en Gas (VREG). Op 5 maart 2004 werd het nieuwe Besluit van de Vlaamse Regering voor de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen goedgekeurd. Naast de vroegere toepassingen werd het daardoor mogelijk om ook groenestroomcertificaten te verlenen voor elektriciteit opgewekt uit het organisch-biologische restafval bij huisvuilverbrandingsinstallaties. De verwerkingsinstallatie moet door energierecuperatie een primaire energiebesparing realiseren van minstens 35 % van de energie-inhoud van de verwerkte afvalstoffen. De VREG en de OVAM hebben samen een ‘energieprestatiemaat’ (EPM) opgesteld om deze primaire energiebesparing te berekenen. In 2004 werden al aan vijf huisvuilverbrandingsinstallaties groenestroomcertificaten toegekend voor het organisch-biologische restafval. In 2005 is dit aantal opgelopen tot acht. Het aandeel groene stroom uit het restafval werd door de OVAM bepaald op basis van de meest recente sorteeranalyse van het restafval in Vlaanderen. Van de 781 722 groenestroomcertificaten die in 2005 werden verleend is ongeveer twee derde afkomstig van één of andere vorm van afvalverwerking (verbranding biomassa-afval, biogas van afvalvergisting, stortgassen,…) (bron: www.vreg.be). Om de doelstellingen van het Kyoto-protocol te halen is het noodzakelijk om de globale CO2 -uitstoot te reduceren. Zo hebben een aantal verbrandingsinstallaties de laatste jaren een performante energierecuperatie geïnstalleerd. Een schatting (2004) wijst op een mogelijke CO2 -emissiereductie van 53 kton tegen 2010.

Energierecuperatie versus materiaalrecyclage Organisch-biologisch afval komt in aanmerking voor de productie van compost en digestaat. Het bezit goede kwaliteiten op het vlak van bodemverbetering, nutriënten… Daarnaast zijn bepaalde stromen ook een gegeerde grondstof voor de productie van groene energie. De maatregelen tot stimulering van groene energie, zoals het toekennen van groenestroomcertificaten, leiden echter tot spanningen en wijzigingen in de markt. Dit is van kritiek belang voor het afvalbeleid: we moeten er immers over waken dat ook de doelstellingen van dit beleidsdomein gehaald worden. In de Voortgangsrapportage 2004-2005 Uitvoeringsplan OrganischBiologisch Afval hebben we een lijst opgenomen van stromen die bij verbranding al dan niet in aanmerking komen voor groenestroomcertificaten. Hierbij hebben we rekening gehouden met de principes van het Vlaamse afvalstoffenbeleid.

65


© iStock

Ook in de context van houtafval stelt deze discussie zich. Door de toenemende vraag naar biomassa vanuit de energiesector stijgen de prijzen van hout en houtafval. De OVAM had een discussiedocument uitgewerkt waaruit blijkt dat er op korte termijn geen significante scheeftrekking van de marktsituatie is, maar dat op langere termijn er wel degelijk een tekort aan geschikt houtafval opduikt. De financiële stimulans van het systeem van groenestroomcertificaten bevoordeelt de energieproducenten in hun marktpositie voor het aankopen van biomassastromen. We pogen de tendensen in de verwerking van verschillende biomassastromen in kaart te brengen om de werkelijke impact van de stimulering van hernieuwbare energie te kunnen beoordelen. Dit thema wordt op de voet gevolgd in 2006.

VLAAMSE AFVALVERBRANDINGSINSTALLATIES OPNIEUW IN KAART GEBRACHT De Europese Afvalverbrandingsrichtlijn voert strengere milieuvergunningsvoorwaarden in, waaraan alle afvalverbrandingsinstallaties vanaf 28 december 2005 moeten voldoen. Verschillende exploitanten van verbrandingsinstallaties hebben al aanpassingswerken uitgevoerd aan de rookgasreiniging. In enkele gevallen is ook de energierecuperatie al geoptimaliseerd. Als gevolg van deze wijzigingen was de in 2001 uitgevoerde ‘Inventarisstudie Afvalverbrandingsinstallaties in Vlaanderen’ dringend aan actualisatie toe. De studie geeft in de eerste plaats een overzicht van de installaties die huisvuil aanvaarden. Daarnaast is ook een aantal installaties opgenomen dat afval van derden aanvaardt, evenals de meeverbrandingsinstallaties van Electrabel. In de studie is een beschrijving terug te vinden en ook een overzicht van de residu’s en de emissieparameters van een aantal verontreinigende stoffen. Deze worden telkens vergeleken met de historische gegevens. U kunt deze studie raadplegen via de publicatiedatabank van de OVAM (www.ovam.be).

Gebruik van dierlijke vetten als brandstof? Door de hoge energieprijzen is er sinds 2005 een sterk toenemende vraag voor het gebruik van dierlijke vetten als brandstof. Door de zeer strikte Europese wetgeving moeten dierlijke vetten die in aanmerking komen voor verbranding echter onder de zeer strenge normen voor afvalverbranding verwerkt te worden. Eind 2005 heeft Europa bekendgemaakt zich over deze problematiek te zullen buigen, waardoor in 2006 een nieuw kader rond emissienormen e.d. gecreëerd zou kunnen worden. In 2005 werd zo’n 20 % dierlijk vet aangewend voor meeverbranding, al dan niet ondersteund door de groenestroomcertificaten. Ook diermelen (circa 40 % van de totale hoeveelheid) worden nog verbrand met energieterugwinning. Dit gebeurde voornamelijk in de Waalse cementindustrie en ook in Duitsland en Nederland.

66


HET STORTEN VAN AFVAL WORDT VERDER AFGEBOUWD De afwijkingen op het stortverbod Sinds 1 juli 2000 zijn er verschillende nieuwe stortverboden voor brandbare afvalstoffen van kracht. In de praktijk betekent dit dat bijna 90 % van de huidige aanvoer op categorie 2 stortplaatsen vanaf die datum onder een stortverbod viel. Voor de verbranding van bepaalde afvalstoffen is momenteel echter nog steeds onvoldoende verbrandingscapaciteit. Daarom bepaalt het Vlarea dat de minister van Leefmilieu, na advies van de OVAM, aan de exploitanten van stortplaatsen op hun verzoek individuele afwijkingen op deze verboden kan toestaan voor welbepaalde afvalstoffen. Deze afwijkingen zijn telkens maximum twee jaar geldig. Op 31 december 2005 vervielen de afwijkingen van 2005. Met het oog op nieuwe afwijkingen voor de periode vanaf 1 januari 2006 hebben we de toestand opnieuw geëvalueerd. Voor huishoudelijke afvalstoffen vroegen twee stortexploitanten samen afwijking voor 6 000 ton huishoudelijke afvalstoffen op jaarbasis. Voor 2006 werden geen afwijkingen meer verleend voor huishoudelijke afvalstoffen. Dit is een vermindering van 36 500 ton ten opzichte van de afwijkingen die eind 2004 voor 2005 werden toegestaan, en van 87 660 ton ten opzichte van de totale afwijking die voor 2005 werd verleend. In de loop van 2005 waren er immers voor 51 160 ton bijkomende afwijkingen ten gevolge van de vertraagde opstart van de installatie in Geel. Voor bedrijfsafvalstoffen op categorie 2-stortplaatsen vroegen vier stortexploitanten samen een afwijking voor 502 500 ton bedrijfsafvalstoffen op jaarbasis aan. Een afwijking voor 457 500 ton werd toegestaan, een stijging van 48 000 ton ten opzichte van de eind 2004 verleende afwijkingen. Ten opzichte van het totaal voor 2005 verleende afwijkingen (551 500 ton) gaat het om een vermindering met 94 000 ton. Ten gevolge van een verminderde afvoer naar Wallonië en Duitsland is een jaarlijkse hoeveelheid bedrijfsafval van 250 à 300 000 ton opnieuw in de Vlaamse afvalcijfers opgedoken sinds medio 2005. In de tweede helft van het jaar werden hiervoor bijkomende afwijkingen verleend voor 142 000 ton. Bij de beoordeling werd rekening gehouden met een maximale benutting van de beschikbare verbrandingscapaciteit. Ook hebben we de geplande (vertraagde) opstart van de installatie in Geel - een initiatief van Ivarem en IOK - met een jaarcapaciteit van 150 000 ton en de geleidelijke opstart van de wervelbedinstallatie te Beveren (Indaver) in rekening gebracht. Deze laatste installatie heeft een totale capaciteit van 460 000 ton, waarvan in 2006 112 000 ton beschikbaar zou komen voor slib en 190 000 ton voor ander bedrijfsafval. De afwijkingen werden verleend voor een periode van één jaar met de bedoeling om eind 2006 de situatie opnieuw te evalueren.

Milieuheffingen

© OVAM

De OVAM staat in voor de inning en invordering van de milieuheffingen van ongeveer 300 dossiers à rato van vijf aangiften per jaar. Verder voeren we ook de controles uit van de aangiften bij de heffingsplichtigen ter plaatse (stortplaatsen, verbrandingsovens en overbrengers van afvalstoffen). Daarnaast spitsten we in 2005 onze aandacht toe op de circa 150 bedrijven die in 2004 hun afvalstoffen lieten storten of verbranden met toepassing van het verlaagde tarief ‘recyclageresidu’s’. Sinds 1 juli 2005 is ook het meeverbranden van afvalstoffen onderworpen aan de milieuheffing. Naast het innen en invorderen van deze nieuwe milieuheffing was de informatieverstrekking hierover een belangrijk aandachtspunt. We hebben ons hierbij zowel tot exploitanten van Vlaamse meeverbrandingsinstallaties gericht als naar de overbrengers naar buitengewestelijke meeverbrandingsinstallaties.

67


Het afgelopen jaar hebben we ook onze bijstand verleend aan een gerechtelijk onderzoek naar grootschalige ontduiking van milieuheffingen.

Export met het oog op storten in het buitenland Reeds in 2004 werd de OVAM geconfronteerd met een toenemende export van sorteerresten van gemengde containerafvalstoffen naar Duitse sorteerinstallaties. Het afval werd daar nog verder uitgesorteerd in nuttig toepasbare fracties. Deze uitvoer werd onder strikte voorwaarden toegestaan. Omdat er een risico op misbruiken bestond, controleerde de OVAM de export van deze afvalstoffen. Al snel bleek dat men het niet zo nauw nam met het naleven van de voorwaarden. Er werden dan ook goedkeuringen ingetrokken. Deze uitvoerstroom viel plots stil vanaf juni 2005, wat hoofdzakelijk te wijten was aan de invoering van het Duitse stortverbod voor onbehandelde afvalstoffen. Daardoor kregen de Duitse sorteer- en verbrandingsinstallaties een massaal aanbod aan Duits te sorteren afval waardoor er geen capaciteit meer beschikbaar was voor buitenlands afval. Op vraag van de Federale Politie werkten we mee aan een onderzoek rond de uitvoer van bedrijfsafval naar sorteercentra in het Waalse Gewest. Hierbij werd vooral onderzocht hoe de sortering in Wallonië gebeurde en of er voldoende milieuheffingen werden aangegeven bij de OVAM. De impact van dit onderzoek en het Duitse stortverbod zorgden voor een stijgende aanvoer brandbaar bedrijfsafval op de stortplaats Hooge Maey te Antwerpen waardoor we noodgedwongen extra stortafwijkingen moesten verlenen. Met de ingebruikname van de verwerkingsinstallaties te Geel en Beveren zal het te storten afval in 2006 echter terug gevoelig verminderen.

Criteria voor storten van afvalstoffen in analysepakketten

68

© iStock

De analysepakketten waarvoor laboratoria kunnen erkend worden, zijn geactualiseerd (Ministerieel Besluit van 28 juni 2005). Hierbij werd reeds rekening gehouden met de Europese Beschikking van de Raad van 19 december 2002 voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen. Zoals bepaald in deze Europese Beschikking moeten de criteria voor het storten van afvalstoffen vanaf 16 juli 2005 toegepast worden. Dit betekent dat er op voormelde datum erkende laboratoria moeten zijn voor deze nieuwe analysepakketten.


Jaarlijks maakt de OVAM de afvalstatistieken van de afvalstoffen in Vlaanderen op. Gegevens over zowel de huishoudelijke als de bedrijfsafvalstoffen vormen de basis voor de statistieken en prognoses ter ondersteuning van het beleid. Deze data worden ook gebruikt voor diverse gewestelijke en internationale rapporten en publicaties. De huishoudelijke afvalstoffen Jaarlijks inventariseert de OVAM de aard, samenstelling en hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen in Vlaanderen die door of in opdracht van de lokale besturen worden ingezameld. 600

528

531

544

560

559

556

369

378

386

535

560

500

kg per inwoner

Project in de kijker Project in de kijker

De inventarisatie van de afvalstoffengegevens

400 315

343

375

401

terminaal te

270

verwijderen

300 216 200

202

191

selectief ingezameld 180

169

258

160

159

totaal huishoudelijke afvalstoffen

100

0 1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

Evolutie van de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, de selectief ingezamelde hoeveelheid en de terminaal te verwijderen hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, uitgedrukt in kilogram per inwoner voor de periode 1997-2004. Bijgaande figuur geeft de evolutie weer van 1997 tot 2004 van de totale ingezamelde hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, de som huisvuil, grofvuil en gemeentevuil (de terminaal te verwijderen huishoudelijke afvalstoffen) en de som van de selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, weergegeven in kilogram per inwoner per jaar. In 2004 is er een toename te zien van de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen. Deze wordt veroorzaakt door een toegenomen selectieve inzameling van voornamelijk AEEA en groenafval. In 2004 wordt evenwel nog steeds voldaan aan de doelstellingen van het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007. Ten opzichte van 2000 is er geen toename en zamelen we meer dan 70 % selectief in. Deze resultaten wijzen erop dat maatregelen op het vlak van preventie, selectieve inzameling en het principe ‘de vervuiler betaalt’ een duidelijk effect hebben.

69


Project in de kijker Project in de kijker

401 kg/inwoner selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen in 2004 overige

AEEA

2,0%

1,6%

papier en karton 18,5%

bouw- en sloopafval 21,1%

houtafval 7,3%

textiel glas

1,1%

7,4% metalen 2,0%

groenafval 21,7%

GFT

PMD

overige kunststoffen

13,5%

2,8%

0,9%

Procentuele verdeling van de selectief ingezamelde hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen in Vlaanderen in 2004. Met overige wordt bedoeld : autobanden, vlakglas, luiers, geneesmiddelen, dierlijk afval, geneesmiddelen, klein gevaarlijk afval en herbruikbaar afval ingezameld door kringloopcentra.

In 2004 werd 71,6 % van alle huishoudelijk afval selectief ingezameld met het oog op hergebruik, compostering en recyclage. Dit is een toename t.o.v. 2003 met 1,6 %. Het groeiende aantal operationele containerparken heeft hiermee te maken. Bovendien voorzien steeds meer gemeenten een selectieve inzameling van de organische fractie en/of de droge recycleerbare materialen, zoals het verpakkingsafval in samenwerking met FOST Plus.

De bedrijfsafvalstoffen Productie

totale afvalproductie

Totale afvalproductie 35.000,0

30.000,0

25.000,0

kton

20.000,0

15.000,0

10.000,0

5.000,0

0,0 1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

jaar gemeente

primair gevaarlijk

primair ongevaarlijk

extra primair

secundair gevaarlijk

secundair ongevaarlijk

Evolutie van de totale productie van afvalstoffen in Vlaanderen, uitgedrukt in kton voor de periode 19922003 De bedrijfswereld neemt een groot deel van de afvalproductie in Vlaanderen voor haar rekening. Gevaarlijk afval is in de totaliteit een kleinere fractie, die wel een belangrijke milieu-impact heeft. Ongeveer een derde van het bedrijfsafval is afkomstig van de afvalverwerkende sector zelf. Het gaat hier om afvalstoffen die na een sortering of na een voorbehandeling van aard en samenstelling zijn gewijzigd. Om de primaire productie en bijvoorbeeld de effecten van preventie-inspanningen in te schatten, wordt met deze ‘secundaire bedrijfsafvalstoffen’ best geen rekening gehouden. Om de benodigde capaciteiten of de milieu-impact in te schatten, is het beter

70


deze cijfers wel mee te rekenen. Sinds 2000 zijn er cijfers beschikbaar voor de volledige tertiaire sector, voor de periode vóór 2000 werd deze productie geschat. Om het volledige beeld te schetsen, werd ook de productie van huishoudelijke afvalstoffen in de grafiek opgenomen. Verwerking 30.000,0

25.000,0

20.000,0

15.000,0

10.000,0

5.000,0

0,0 1992

1993

1994

tijdelijk in opslag

1995

1996

1997

voorbehandelen

1998

1999 recycleren

2000

2001

2002

2003

secundaire grondstof

2000e

2001e 2002e

verbranden

2003e

Storten

Verwerking van bedrijfsafval in Vlaanderen, uitgedrukt in kton voor de periode 1992-2003 Naast de volledige tijdsreeks worden ook cijfers weergegeven voor de laatste vier jaar, waarin bijkomende bedrijfstakken uit de tertiaire sector opgenomen zijn. Een relatief klein deel van het bedrijfsafval wordt verbrand. Storten van bedrijfsafval neemt af, maar de laatste jaren zijn deze hoeveelheden stabiel. Recyclage is vanouds een belangrijke bestemming voor bedrijfsafval, omdat dit afval vaak homogeen en van goede kwaliteit is. Sinds 1999 en de inwerkingtreding van het Vlarea wordt deze fractie in de statistieken opgesplitst in recyclage en gebruik als secundaire grondstof. De verwerkingswijze die het meest aan belang wint, is voorbehandeling. Afvalstoffen gaan niet meer rechtstreeks van producent naar finale bestemming, maar doorlopen vaak één of meerdere voorbehandelingsstappen. De kwaliteit en de mogelijkheden tot hoogwaardigere toepassingen nemen hierdoor toe. Invoer en uitvoer

1.000.000.000 900.000.000 800.000.000 700.000.000 600.000.000 500.000.000 400.000.000

invoer

uitvoer

300.000.000 200.000.000 100.000.000 0

71


Project in de kijker

invoer en uitvoer per maand onder toepassing van verordening 259/93

160000000

140000000

120000000

100000000

80000000

invoer uitvoer

60000000

40000000

20000000

119

9 5- 6 19 9 9- 6 19 9 1- 6 19 9 5- 7 19 9 9- 7 19 9 1- 7 19 9 5- 8 19 9 9- 8 19 9 1- 8 19 9 5- 9 19 9 9- 9 19 9 1- 9 20 0 5- 0 20 0 9- 0 20 0 1- 0 20 0 5- 1 20 0 9- 1 20 0 1- 1 20 02 520 0 9- 2 20 0 1- 2 20 03 520 0 9- 3 20 03 120 0 5- 4 20 0 9- 4 20 0 1- 4 20 05 520 0 9- 5 20 05

0

Zowel de invoer als de uitvoer van afvalstoffen, die onder toepassing van de Europese regels vallen, nemen sterk toe. Het gaat voornamelijk om alle soorten bedrijfsafvalstoffen voor verwijdering en om gevaarlijke afvalstoffen voor alle toepassingen. De evolutie kent een gestage toename tot 2004, met weliswaar enkele uitzonderlijke pieken, zoals de grondreiniging bij TGV-werken in 2004 en de verwerking van Coca-Cola in 2000. In 2005 vallen de hoeveelheden terug op het niveau van 2003, maar de uitvoer is belangrijker geworden dan de invoer.

72


© OVAM

Intermezzo: Handhaving, het sluitstuk van ons afvalbeleid Burgers en bedrijven die de wetgeving naleven, doen hiervoor veel inspanningen. Goed burgerschap is maar mogelijk indien er vertrouwen is dat de overheid iedereen op dezelfde manier behandelt. Overtreders of ontduikers van de wetgeving moeten we dan ook aanpakken, zodat valse concurrentie uitgesloten is. Alles samen voerden we het afgelopen jaar 730 controles uit, handelden we 88 parketkantschriften af stelden we 135 processen-verbaal op. Voor de controles werkten we nauw samen met andere inspectiediensten in binnen- en buitenland, en in het bijzonder met de politie. Toonaangevend voor 2005 waren de transportcontroles. Zo namen we in 2005 47 maal deel aan transportcontroles van de politie, waarvan 19 controles op de uitvoer via zeehavens. De grootste transportcontrole vond plaats in november 2005 in het arrondissement Kortrijk, in samenwerking met de scheepvaartpolitie, verkeerspolitie en zes lokale politiediensten, en onder leiding van de gerechtelijke politie en het parket. Een 200-tal contactpersonen binnen de politiediensten ontvingen in 2005 een doorgedreven opleiding over de afvalstoffenwetgeving. Door een betere opleiding van de politie en het verzorgen van een telefonische assistentie trachten we onze verminderde aanwezigheid tijdens controles op de openbare weg te compenseren. Wanneer de politiediensten alleen afvaltransportcontroles uitvoeren, dan kunnen zij bovendien extra uitleg of informatie aan de OVAM vragen via een zogenaamd ECO-formulier. In 2005 hebben we 426 dergelijke formulieren ontvangen. Handhaving in samenwerking met andere inspectiediensten is volgens de OVAM cruciaal. Om die reden organiseerde OVAM in juni 2005 het Europese TFS-congres (Transfrontier Shipments of Waste) in Mechelen. Daarnaast neemt de OVAM ook deel aan het TFS Seaport Project en het TFS Destination Verification Project. Een tijdrovende taak is ook de controle op de uitvoering van de aanvaardingsplichten. We vragen het afvalstoffenregister op, bekijken verwerking en opslag en evalueren of de aan- en afvoer van de afvalstoffen conform de wetgeving gebeurt. Ook de boekhouding van de gecontroleerde bedrijven wordt doorgelicht.

© OVAM

73


Een specifieke controleopdracht is het toezicht op de afbouw van PCB-houdende apparaten. Eind 2005 was de wettelijk vastgelegde ultieme verwijderingsdatum voor PCB-houdende apparaten. Op enkele toegestane uitzonderingen na, moesten alle PCB-houdende toestellen in 2005 gereinigd en/of verwijderd zijn. We hebben de houders hierover geïnformeerd en aangespoord zich in regel te stellen. In uiterste gevallen werden hardleerse houders geverbaliseerd en werd de procedure voor ambtshalve verwijdering gestart. Eind 2005 was bijna 90 % van de geïnventariseerde toestellen verwijderd.

© OVAM

In 2005 werden de bepalingen van de Verordening (EG) Nr. 1774/2002 in verband met de ophaling en de verwerking van dierlijk afval strenger gecontroleerd dan de twee voorgaande jaren. In 2003 en 2004 hebben we immers vooral gewerkt aan de vertaling van deze bepalingen naar de Vlaamse situatie. De controles resulteerden in een hoger aantal processen-verbaal. Daarnaast zijn er de controles van stortplaatsen en verbrandingsinstallaties, de controles op de uitvoering van verplichtingen die voortkomen uit Europese wetgeving, …

© OVAM

Uit dit alles mag duidelijk zijn dat de handhaving van het afvalbeleid een taak van belang is. Een taak die er in de loop van de jaren ook geenszins op verminderd is: goede controles leiden er immers toe dat meer bedrijven zich in orde stellen, waardoor ook het aantal te behandelen dossiers toeneemt.

74


5. Meewerken aan het Europese en het internationale afvalbeleid HET VLAAMSE AFVALBELEID PROFILEERT ZICH OP HET EUROPESE FORUM De OVAM speelt een actieve rol in verschillende Europese en internationale milieudossiers. Het gaat zowel om specifieke afvaldossiers als om algemene beleidsinitiatieven met een link naar het afvalstoffenbeleid. We volgen het Europese beleid en de mondiale verdragen op. Daartoe zijn we vertegenwoordigd in tal van internationale werkgroepen. We leveren belangrijke inspanningen om met het Vlaamse afvalbeleid erkend te worden op het internationale forum en in het bijzonder op Europees niveau. Door actief te participeren, willen we bereiken dat er met onze inbreng rekening wordt gehouden bij het uitstippelen van het beleid. We spelen in op Europese ontwikkelingen en promoten onze beleidsaccenten op internationaal niveau. Alle betrokkenen worden regelmatig geraadpleegd en op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen op Europees niveau. Dit doen we door specifiek overleg en informatie-uitwisseling, door organisatie van vergaderingen en op algemene overlegplatformen waar Europese dossiers een vast agendapunt vormen.

Nieuwe Kaderrichtlijn Afval in de maak De opmaak van zeven thematische strategieën is voorzien binnen het Zesde Europese Milieu Actie Programma. Eén daarvan is een thematische strategie voor afvalpreventie en recycling. Deze strategie stelt doelstellingen en acties voorop voor het Europese afvalbeleid, die in 2010 zullen worden geëvalueerd. De doelstelling van het Europese afvalbeleid is de milieu-impact van afvalstoffenproductie en grondstoffengebruik te verminderen door middel van afvalpreventie en meer recyclage en nuttige toepassing. Materialen moeten worden gerecycleerd voor zover dit verantwoord is vanuit ecologisch en economisch oogpunt, en energie moet worden opgewekt uit afvalstoffen op voorwaarde dat dit efficiënter is. Vrije marktwerking en strenge uniforme milieunormen moeten de recyclage en nuttige toepassing bevorderen. Een groot deel van de principes van de strategie zullen worden vertaald in een herziening van de Kaderrichtlijn Afval. Tevens zal in deze kaderrichtlijn een aantal punten worden verduidelijkt die momenteel aanleiding geven tot twistpunten tussen lidstaten. We hebben ons in de loop van 2005 grondig voorbereid op de Europese besprekingen in Raad en Parlement. Deze starten in 2006; de OVAM zal hier actief aan deelnemen. De Kaderrichtlijn Afval vormt immers grotendeels het fundament onze Vlaamse afvalwetgeving.

Naar een Europese strategie rond duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen De Europese Commissie heeft eind 2005 een voorstel bekendgemaakt voor een strategie voor een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Het doel van deze strategie is te komen tot een samenhangend Europees beleidskader rond duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Dit kader kan als richtsnoer dienen voor onder meer toekomstige Europese richtlijnen en verordeningen. Europa kondigt de oprichting van een EU-datacentrum voor hulpbronnnengebruik en milieu-impact aan. Verder wil Europa tegen 2008 indicatoren ontwikkeld hebben die toelaten de vooruitgang te meten en prioriteiten aan te duiden. Verder wordt de oprichting gepland

75


van een Europees High Level Forum voor uitwisseling van informatie tussen de betrokken Europese overheden en van een internationaal panel samen met United Nations Environment Programme (UNEP). Ook aan de totstandkoming van deze Europese strategie leveren we een actieve bijdrage. Dit kadert in de verbreding van het afvalstoffenbeleid naar het materialenbeleid. Punten die volgens de OVAM deel moeten uitmaken van de Europese hulpbronnenstrategie, hebben we onder de aandacht van de Europese Commissie gebracht.

Duurzaam materialenbeheer binnen de OESO Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is bezig een visie te ontwikkelen rond duurzaam materialenbeheer. De OESO-werkgroep afvalpreventie en recycling verricht het nodige voorbereidende werk. De nieuwe aanpak zal niet enkel de milieu-impact van afvalproductie en -verwerking in rekening brengen, maar ook de milieu-impact ten gevolge van grondstoffengebruik over de hele keten, gaande van de ontginning, over de productie-, gebruiks- en/of consumptiefase tot en met de afvalfase. Economische aspecten en sociale rechtvaardigheid zijn eveneens belangrijke aandachtspunten. De OVAM heeft in 2005 actief deelgenomen aan de besprekingen binnen de OESO over duurzaam materialenbeheer. Enerzijds proberen we de internationale visievorming rond dit thema te beïnvloeden vanuit onze ervaring met afvalpreventie, eco-efficiëntie en materialenbeheer. Anderzijds proberen we uit deze internationale uitwisseling van kennis en ervaring zaken op te steken die kunnen worden vertaald naar het Vlaamse beleid.

Richtlijn AEEA in werking De Richtlijn AEEA bepaalt wat er met afgedankte toestellen moet gebeuren en heeft in Vlaanderen o.a. betrekking op het Recupel-systeem, waarbij er een milieubijdrage is om het toestel - eens afgedankt - milieuvriendelijk te laten verweken. Op 13 augustus 2005 trad de richtlijn in werking in heel de Europese Unie. De OVAM vormde samen met Noorwegen en Nederland een Stuurgroep rond de verwerkingsvereisten voor deze apparatuur.

Nog geen akkoord over Verpakkingsrichtlijn binnen België De Richtlijn Verpakking en Verpakkingsafval heeft tot doel de nationale maatregelen voor het beheer van verpakking en verpakkingsafval op elkaar af te stemmen. De richtlijn werd herzien in 2004, wat samenging met verscherpte doelstellingen voor te behalen recyclagepercentages. De lidstaten hadden tot augustus 2005 tijd om aan de herzieningen van de richtlijn te voldoen. In samenwerking met de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC) hebben we sinds eind 2004 de besprekingen met de andere gewesten opgenomen. Eind 2005 was er tussen de drie gewesten nog geen consensus bereikt. Ondertussen werd de richtlijn in maart 2005 terug geamendeerd om een aangepaste regeling te treffen voor de nieuwe lidstaten, die de doelstellingen niet tegen 2008 zullen kunnen halen.

Forse terugwinning gefluoreerde broeikasgassen in het vooruitzicht In 2005 zijn de Europese onderhandelingen over een verordening rond de gefluoreerde broeikasgassen voortgezet. Deze regeling is van toepassing op de insluiting, het gebruik en het op de markt brengen van de fluorkoolwaterstoffen, perfluorkoolstoffen en zwavelhexafluoride. De nieuwe verordening zal voor een samenhangend pakket aan bepalingen zorgen voor de belangrijkste sectoren die zowel gefluoreerde gassen als ozonafbrekende stoffen leveren, onderhouden en verwerken. Eenmaal de verordening goedgekeurd - naar verwachting is dit begin 2006 - zal de OVAM een aanzienlijke terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen (met het oog op recycling, regeneratie of vernietiging) moeten kunnen garanderen.

76


Politiek akkoord rond dienstenrichtlijn verwacht voor medio 2006 Het voorstel van Dienstenrichtlijn wil een algemeen rechtskader creëren dat de belemmeringen wegneemt voor de vrijheid van vestiging van dienstverrichters en het vrije verkeer van diensten tussen de EU-lidstaten. Onder Luxemburgs voorzitterschap sleutelden de Raadswerkgroepen aan de eenvoudigere artikels van de tekst, tijdens het Britse voorzitterschap werden de heikele thema’s ten gronde bekeken. België stond in de tweede helft van 2005 ongetwijfeld niet meer alleen met voorstellen tot uitzonderingen met betrekking tot bepaalde milieuaspecten. Ondertussen kwamen de rapporteurs van het Parlement in mei met een radicaler standpunt naar voor in hun ontwerprapport en -advies. De rapporten worden in plenaire vergadering behandeld in februari 2006. Na deze stemming wordt een gewijzigd ontwerp van de Commissie verwacht. Dit ontwerp zal waarschijnlijk voorliggen op de Raad Competitiviteit van maart 2006 zodat in juni 2006 een politiek akkoord kan gesloten worden.

Better regulation krijgt milieuluik Better Regulation is een topprioriteit voor de Commissie, die hiermee de beleidsdoelstellingen wil halen op de meest efficiënte manier en met zo weinig mogelijk administratieve lasten. Dit proces is gekoppeld aan het Lissabon-proces en aan de strategie Duurzame Ontwikkeling. Het nationale Better Regulation-beleid zal dan ook opgevolgd worden via de nieuwe Lissabon-actieplannen van de lidstaten. Pas sinds 2005 is ook de Raad Milieu formeel bij het Better Regulation-proces betrokken, zodat via dit kanaal nog input kon gegeven worden. De Raad Competitiviteit nam in november belangrijke nieuwe beslissingen over afvalrichtlijnen en wil een nieuw milieubeleid in de vorm van de zeven Thematische Strategieën die werden opgelegd in het Zesde Milieu Actie Programma.

Exportverbod kwik in EU ten laatste in 2010 Kwik is een metaal dat zeer schadelijke gevolgen kan hebben voor mens en milieu. Deze stof wordt over zeer grote afstanden getransporteerd en kan zelfs accumuleren in de voedselketen. Het kwikprobleem is dus een wereldprobleem dat een internationale aanpak vergt.

© iStock

Op 28 januari 2005 heeft de Europese Commissie een integrale EU-kwikstrategie voor de Europese Gemeenschap uitgebracht waarin alle aspecten van het kwikprobleem aan bod komen. In deze strategie draait alles rond integraal kwikbeheer (kwikemissies, kwikaanbod, kwikvraag, kwikoverschotten, kwikblootstelling en de internationale aspecten). Belangrijke acties zijn een exportverbod van kwik uit de EU en een onderzoek van nodige extra maatregelen voor emissiebeperking in kleinschalige steenkoolverbranding en voor behandeling van afval van tandamalgaam. Ook een verbod op het gebruik van kwik in niet-elektrische of elektronische meetapparatuur en het plaatsen van het kwikprobleem op diverse internationale agenda’s maken deel uit van het actieprogramma. Op de Europese Ministerraad Leefmilieu van 24 juni 2005 werden conclusies geformuleerd rond de EU-kwikstrategie. Deze conclusies ondersteunen de voorgestelde acties en bekrachtigen dat het exportverbod van kwik uit de EU zo snel mogelijk moet ingaan en ten laatste tegen 2010.

77


De OVAM trekt het kwikdossier in België en heeft in samenspraak met de andere Belgische betrokkenen kwalitatief hoogstaande input geleverd bij de bespreking in de Raadswerkgroepen leefmilieu. Een sterke en goed onderbouwde EU-kwikstrategie levert immers meer kansen om internationaal te wegen op de besluitvorming rond kwik.

Europese burger heeft recht op milieu-informatie In 2003 hebben 36 landen, waaronder België, een internationaal protocol betreffende PRTR (Pollutant Release and Transfer Register) ondertekend. Dit protocol is een dochterprotocol van het Verdrag van Aarhus en legt de minimumvoorwaarden vast waaraan publieke informatiesystemen over de bronnen van milieuvervuiling moeten voldoen. Onderliggende gedachte van dit protocol is dat de burger het recht heeft te weten welke de bronnen van milieuvervuiling zijn. Na de ondertekening van het protocol volgt nu de fase van de ratificatie, zowel in België als door de Europese Unie. Het protocol wordt binnen de EU omgezet door middel van een rechtstreeks toepasbare PRTR-verordening. De OVAM leverde een maximale bijdrage aan de Europese discussies en zal dit blijven doen. Het belang van een duidelijke en kwaliteitsvolle informatiedoorstroming van afvalstoffengegevens naar het publiek staat immers voorop. Een Commissievoorstel voor een verordening rond het opstellen van een register van emissies en transfers van vervuilende substanties werd op 7 oktober 2004 toegezonden aan de Raad en het Europees Parlement. In de loop van 2005 werd deze verordening besproken en onderhandeld in de Raadswerkgroep leefmilieu en in het Europees Parlement. Op 2 december 2005 werd de Europese Verordening betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen officieel goedgekeurd in eerste lezing. De OVAM leverde via het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid een maximale bijdrage in de discussies in de Raadswerkgroep leefmilieu en volgde actief de werkgroepen op. Deze Verordening zal bijdragen aan een vlotte informatiedoorstroming van afvalstoffengegevens naar het publiek.

Grenswaarden voor POPs in voorbereiding Het Verdrag van Stockholm en het Protocol van Aarhus leggen wereldwijde afspraken vast over de bestrijding van de vervuiling van ons milieu door bepaalde persistente organische polluenten, kortweg ‘POPs’, zoals DDT, lindaan, dioxines, PCB’s,… Deze POPs hebben als kenmerken dat ze zeer toxisch zijn, quasi niet biologisch afbreekbaar en dat ze zich kunnen verspreiden over zeer grote afstanden. Het gevolg is dat ze zich opstapelen in de voedselketen en daarmee een bedreiging vormen voor mens en milieu, hier en in de rest van de wereld. In 2005 werd er op Europees vlak gewerkt aan grenswaarden voor deze chemicaliën in gecontamineerde afvalstoffen. Wanneer afval meer POPs bevat dan de grenswaarde, moet dit afval volgens strenge normen vernietigd worden. Dit betekent een stap dichter bij de eliminatie van deze chemische stoffen uit ons leefmilieu. De OVAM werkt actief mee aan het ontwerpen van een internationale regelgeving die de POPs ook op wereldschaal aanpakt.

Opvolging van de implementatie van de stortplaatsrichtlijn In 2005 heeft de Europese Commissie een grootschalige enquête georganiseerd onder de lidstaten over de implementatie van de Stortplaatsrichtlijn. Het doel was te informeren naar de effecten van de stortplaatsrichtlijn op de stortpraktijken in Europa. Ook zijn per lidstaat stortplaatsen geselecteerd voor een grondige doorlichting op de naleving van de richtlijn. De OVAM heeft meegewerkt aan deze enquête. Ondertussen zijn de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd door de Commissie. Daaruit blijkt dat Vlaanderen één van de betere leerlingen is op vlak van stortbeleid. Zo halen we in Vlaanderen nu al de doelstellingen die Europa oplegt voor de afbouw van het storten van biodegradeerbaar afval tegen 2016.

78


Verdrag van Bazel: verwerking van sloopschepen hot item Als Belgisch Focal Point voor het Verdrag van Bazel heeft de OVAM in 2005 deelgenomen aan de vergadering van de Open Ended Working Group. Hoog op de agenda stond nog steeds de milieuvriendelijke verwerking van sloopschepen. Zowel de International Maritime Organisation (IMO), de International Labour Organisation (ILO) als Bazel bespreken dit op internationaal niveau. Een bindend systeem op mondiaal vlak voor de overbrenging en het slopen van schepen is het doel. Basiselementen zijn de Bazel-principes van voorafgaande goedkeuring en milieuvriendelijke verwerking en het partnerschap met de industrie. Verder ging veel aandacht uit naar de benarde financiële toestand van het Verdrag van Bazel. Er zal gekeken worden of samenwerking mogelijk is met het POPs-verdrag (persistente organische polluenten) en het PIC-verdrag (handel in bepaalde pesticiden en chemicaliën).

TWINNING PROJECT MET BACAU (ROEMENIË) IN DE STARTBLOKKEN Op 1 mei 2004 breidde de Europese Unie uit met 10 landen uit Oost en Centraal Europa. Het Europese Parlement stemde in met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie op 1 januari 2007. Beide landen zullen nog heel wat inspanningen moeten leveren om de Europese normen te halen, ook op het vlak van leefmilieu. De Europese Unie helpt deze kandidaat landen met hun toetreding onder andere via het Phare programma. Dit voorziet in technische en financiële steun onder meer voor institutionele opbouw en leefmilieu-instrumenten. Door middel van ‘Twinning’ - dit is het koppelen van een lidstaat aan een kandidaat lidstaat - krijgen de EU-lidstaten de mogelijkheid hun toetredende evenknie direct te ondersteunen. Zo werd in augustus 2001 de OVAM gekozen om het Hongaars ministerie van Leefmilieu bij te staan bij het uitbouwen van een conform EU-informatiesysteem voor afvalstoffen en bij het opstellen van richtlijnen voor het opmaken van regionale afvalstoffenplannen. Voor de OVAM was het meewerken in een dergelijk ‘Twinning’-project een verrijkende ervaring. Verder werkend op dit elan dienden we een voorstel in om in een analoog bilateraal uitwisselingsprogramma met Roemenië mee te werken aan de uitbouw van een ‘Centre of Excellence’ voor organisch en huishoudelijk afval in de regio Bacau. De Europese Unie selecteerde de OVAM samen met het Regionaal Agentschap voor Leefmilieu van Toscanië en de Universiteit van Athene voor dit project. We zullen hierbij onze ruim 20 jaar ervaring met het uitwerken van een geïntegreerd afvalstoffenbeleid gebruiken. Ook de ervaring opgebouwd tijdens een anderhalf jaar werken in het Twinning-project met Hongarije zullen we benutten. In dit project leerden we onder meer dat maatwerk noodzakelijk is en dat een beleid moet toegespitst worden op de lokale omstandigheden en noden.

© OVAM

Speciale aandacht gaat naar de uitbouw van het beheer van organisch afval, het composteren, het promoten van het gebruik van compost, het introduceren van compostmeesters en het uitwerken van educatiemateriaal om het thuiscomposteren te bevorderen. Gezien hun ruime ervaring op dit vlak zullen we ook VLACO-medewerkers inschakelen. Voor het huishoudelijke afvalstoffenbeleid zullen we, net zoals in het Twinning-project met Hongarije, een handleiding opmaken voor de optimalisatie van het ophalen en verwerken van het huishoudelijk afval in rurale en verstedelijkte gebieden. Een grondige analyse van het afvalstoffenbeleid ter plaatse zal het uitgangspunt vormen van deze handleiding. Verder is het de bedoeling modelcontracten voor het ophalen en verwerken van afval uit te werken en pilootprojecten of testzones rond het inzamelen van huishoudelijk en organisch afval op te starten. Ook willen we de samenwerking tussen de gemeenten stimuleren. De Roemeense, Griekse, Italiaanse overheid en de OVAM hebben in 2005 een convenant uitgewerkt dat ter goedkeuring voorligt bij de Europese Unie.

79


Project in de kijker Project in de kijker

De Europese richtlijn rond batterijen en accu’s De Europese richtlijn rond batterijen en accu’s is al jaren aan herziening toe. Deze richtlijn legt immers geen kwantitatieve doelstellingen op, zodat de inzameling en recyclage in diverse lidstaten op een laag pitje zijn gebleven. België staat op dit vlak al veel verder: met het Bebat-systeem voor de inzameling en recyclage van batterijen zijn we immers koploper in Europa. De OVAM ziet de herziening van de richtlijn dan ook als een uitgelezen kans om de inspanningen van de afgelopen jaren te verzilveren en de sterktes van ons systeem te laten meenemen in de Europese beleidsteksten. Richtlijn met tekortkomingen Sinds 1991 bestaat er een Europese richtlijn betreffende batterijen en accu’s. Deze richtlijn legt voor batterijen en accu’s die de zware metalen lood, kwik en/of cadmium bevatten specifieke verplichtingen op. Zo legt ze een maximumgrens vast voor het kwikgehalte in batterijen. De richtlijn verplicht de lidstaten systemen op te zetten om zoveel mogelijk afgedankte batterijen en accu’s die zware metalen bevatten, in te zamelen en te recycleren. Deze richtlijn heeft echter een aantal tekortkomingen. Ze legt geen kwantitatieve doelstellingen op, zodat de inzameling en recyclage in diverse lidstaten op een laag pitje zijn gebleven. Verder slaat de richtlijn enkel op de batterijen en accu’s die zware metalen bevatten. Wanneer hij een batterij weggooit, is de consument echter maar zelden op de hoogte van het feit of die batterij al dan niet zware metalen bevat. Vandaar dat Europa werkt aan een grondige herziening van deze richtlijn. De OVAM kon, in overleg met de andere gewesten en de federale overheid, een belangrijke bijdrage leveren aan deze herziening. We zijn immers koploper in Europa voor wat betreft de inzameling en recyclage van afvalbatterijen: onze expertise op dit domein wordt dan ook volop erkend in het buitenland. In de loop van 2005 is een ontwerp van de richtlijn in tweede lezing behandeld door het Europees Parlement en Raad. De definitieve goedkeuring verwachten we in de loop van 2006. Dan zullen we twee jaar de tijd krijgen om de richtlijn om te zetten in Vlaamse regelgeving.

Uniforme doelstellingen in heel Europese Unie Vernieuwend is dat de nieuwe richtlijn uniforme inzamel- en recyclagedoelstellingen zal opleggen aan alle EU-lidstaten en dit voor alle batterijen en accu’s. Er komt een onderscheid tussen drie types batterijen en accu’s: draagbare, industriële en autobatterijen. Voor elk type zijn specifieke maatregelen voorzien. Zo komt er een stort- en verbrandingsverbod voor industriële en autobatterijen. Daarnaast zullen de lidstaten 25 % en 45 % van de jaarlijks verkochte hoeveelheid draagbare batterijen moeten inzamelen tegen ten laatste zes en tien jaar na inwerkingtreding van de richtlijn. De lidstaten worden ook verplicht een uitgebreid netwerk van inzamelpunten uit te bouwen voor draagbare en autobatterijen, waar de consument gratis zijn afgedankte batterijen kwijt kan. Voor industriële batterijen komt er een aanvaardingsplicht. Voor loodstartbatterijen en nikkelcadmium-batterijen komt er een recyclagedoelstelling van respectievelijk 65 en 75 % met recyclage van alle lood en cadmium, voorzover technisch en economisch haalbaar. Het te halen recyclagepercentage voor andere batterijen staat nog ter discussie. De richtlijn legt de verantwoordelijkheid voor de financiering van de inzameling en recyclage bij de producenten. De richtlijn bevat ook verbodsbepalingen voor het op de markt brengen van bepaalde types nikkelcadmium-batterijen waarvoor milieuvriendelijker alternatieven op de markt zijn.

Onze aanpak veilig stellen De OVAM heeft zich tijdens de besprekingen ingespannen om het ambitieniveau van de richtlijn op te krikken, dichter in de buurt van de Vlaamse doelstellingen te brengen. We hebben er ook over gewaakt dat Europese afspraken over inzamelsystemen niet in conflict komen met regelingen die we in het Vlaamse Gewest al jaren kennen en die bewezen hebben dat ze goede resultaten opleveren. We zijn er in geslaagd de Vlaamse aanpak meer ingang te doen vinden in Europa door de richtlijn op een heel aantal punten bij te sturen.

80

© iStock


6. Partnerschappen voor een realiseerbaar afvalbeleid De resultaten die Vlaanderen haalt met haar afvalbeleid, mogen gezien worden. En dat is niet alleen de verdienste van de OVAM. Bedrijven, burgers en andere overheden zijn onmisbare partners om te komen tot een haalbaar afvalbeleid en een duurzaam materialenbeleid. De burger is een belangrijke partner voor het welslagen van onze aanpak van de huishoudelijke afvalstoffen. De gezinnen hebben immers een niet geringe impact op het milieu. Het is dan ook niet meer dan logisch dat we ook de burgers aanspreken in ons betoog voor een afvalarmere maatschappij. Door de burger goed te informeren en te sensibiliseren, werken we aan een beleid dat maatschappelijk gedragen en breed aanvaard is. Bedrijven spelen ook een cruciale rol in de wereld van de afvalstoffen: zij zijn producenten, invoerders, distributeurs, vervoerders of verwerkers van afval. De bedrijfswereld neemt actief deel aan de voorbereiding van het beleid en draagt in hoge mate bij aan de uitvoering ervan. Overleg staat hoog op de agenda. Overlegplatformen van uitvoeringsplannen, onderhandelingen in het kader van aanvaardingsplichten en regelmatige informatieuitwisseling met de afvalsector dragen ertoe bij dat het afvalbeleid in de mate van het mogelijke aansluit op de economische en technologische realiteit, zonder milieubelang uit het oog te verliezen. Daarom werkt OVAM ook actief mee aan het project doelgroepenbeleid van de milieuoverheid. We verwachten dat deze investeringen in 2006 concrete resultaten zullen opleveren. Zowel op internationaal, nationaal, gewestelijk als lokaal niveau streven we naar een dynamische samenwerking tussen de verschillende overheden die een rol hebben in de het afvalbeleid. Naar de bovenliggende beleidsniveaus (internationaal en nationaal) besteden we vooral aandacht aan overleg, dialoog en afstemming van beleid en onderzoek. Naar de lokale bestuursniveaus is de rol van de OVAM dubbel. Enerzijds treden we ondersteunend en sturend op, bijvoorbeeld via het aanbieden van subsidiemogelijkheden. Anderzijds is er tussen de OVAM en de lokale overheden een actieve samenwerking, bijvoorbeeld op het vlak van handhaving en controle.

Afval(preventie): we spreken ook de burger aan In onze communicatie rond afvalpreventie, selectieve inzameling, hergebruik en recyclage spreken we ook de burger aan. We zetten enkele initiatieven voor 2005 op een rijtje. Juni compost maand Juni Compostmaand wordt stilaan een traditie. Ook het afgelopen jaar lokten we met onze campagne heel wat geïnteresseerden naar de lokale activiteiten van de Vlaco-compostmeesters. Het accent lag in 2005 op ‘Slim tuinieren’. Voor deze campagne ontwikkelden we weer enkele nieuwe leaflets (‘Mulch je tuin tot leven’, ‘Maak slim gebruik van snoeihout’ en ‘Zorg in je tuin voor een gezonde samenleving’). Dag van de kringloopwinkel In de maand oktober lanceerden we een grootschalige campagne over de kringloopwinkel naar het grote publiek. Een wervende advertentie in retrostijl, een originele muzikale radiospot en een netwerk van 20 m² affiches spoorden de mensen aan om naar de Dag van de Kringloopwinkel te komen. Om de Dag van de Kringloopwinkel nog meer in kijker te zetten, nodigden we de pers én het grote publiek uit op een heuse kringloopveiling. Eind oktober werd de campagne afgesloten met een succesvolle Dag van de kringloopwinkel. Educatieve pakketten Om leerlingen uit de beroeps- en technische richtingen te informeren en sensibiliseren over milieuvriendelijk werken, ontwikkelden we in 2005 een aantal educatieve pakketten. Er is een pakket voor de richtingen kantoor en administratie, één voor de richtingen schilderen en decoratie, één voor de richting horeca en één voor de

81


richtingen land- en tuinbouw. Scholen die de betreffende vakrichtingen aanbieden, kunnen deze gratis bestellen bij de OVAM. De OVAM begeleidde het afgelopen jaar ook de stuurgroepen voor het projecten JEROM (Jeugd, Ruimte, Omgeving en Milieu) en Groene Sleutel (milieuverantwoorde exploitatie van campings- en recreatiedomeinen). We werkten verder samen met het project Milieuzorg Op School (MOS) om ondersteuning te bieden aan het afvalbeleid van de scholen. Vanaf midden 2005 heeft de OVAM een vertegenwoordiger in de begeleidingsgroep van het MOS-project.

Š Danni Elskens

Uit de cijfers van onze dienst communicatie blijkt dat het publiek onze aanpak kan smaken. Het afgelopen jaar verstuurden we maar liefst 2 350 gratis publicaties op aanvraag en behandelden ongeveer 1 000 vragen om informatie. Een volledig overzicht van onze publicaties vindt u op p. 92 en 93.

82


Project in de kijke Project in de kijker

De OVAM ondersteunt de gemeenten in hun afvalbeleid De Vlaamse overheid wil de gemeenten financieel en inhoudelijk ondersteunen bij de uitvoering van hun afvalbeleid. De OVAM heeft daartoe verschillende instrumenten ter beschikking: de Samenwerkingsovereenkomst en het subsidiebesluit lokale besturen zijn de belangrijkste. We ontwikkelen daarnaast modelreglementen die de gemeenten helpen bij het opstellen van politiereglementen. De Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ Op 1 januari 2005 werd de nieuwe samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 van kracht. De gemeenten konden in het voorjaar van 2005 intekenen op deze vrijwillige overeenkomst met het Vlaamse Gewest om maatregelen op het gebied van milieubeleid te realiseren in ruil voor financiële ondersteuning. De cluster vaste stoffen, waarin de thema’s afval en milieuverantwoord productgebruik aan bod komen, werd onderschreven door 251 gemeenten. 177 gemeenten tekenden de cluster vaste stoffen op niveau 1 (basis) en 74 gemeenten ondertekenden het ambitieuzere niveau 2. In 2005 hebben we ook de uitvoering in 2004 van de cluster vaste stoffen geëvalueerd. Van de 165 gemeenten die de cluster vaste stoffen op niveau 1 ondertekenden en een rapportage 2004 indienden, werden er 134 positief geëvalueerd. We hebben daarnaast nog 31 gemeenten positief geëvalueerd die deze cluster op niveau 2 ondertekenden. 24 niveau 2-gemeenten werden niet goedgekeurd op niveau 2, maar wel op niveau 1. In totaal hadden 61 gemeenten niveau 2 ondertekend voor het jaar 2004. Naast de cluster vaste stoffen worden ook de bijkomende bepalingen van de cluster hinder opgevolgd door de OVAM. De optie ‘opruimen achtergelaten gevaarlijke afvalstoffen’ werd ondertekend in 2004 door 59 gemeenten en in 2005 door 97 gemeenten. Voor deze optie dienden 10 gemeenten een terugbetalingsaanvraag in voor het jaar 2004 met een totaalbedrag van 17.987 euro dat terugbetaald werd.

Subsidiebesluit lokale besturen In totaal kon OVAM in 2005 voor 528 770 euro aan subsidies verlenen voor preventie-initiatieven: herbruikbare bekers voor evenementen, brooddozen en drinkwaterfonteinen voor scholen, herbruikbare winkeltassen, herbruikbare luiers, compostvaten, compostbakken, wormenbakken voor thuiscompostering en demonstratieplaatsen. Op het vlak van selectieve inzameling en verwerking werd voor 9 608 440 EUR aan subsidies verleend voor onder meer de bouw of uitbreiding van vijftig containerparken met diftarsysteem en drie containerparken zonder diftarsysteem. We subsidieerden ook een selectieve verzamelcontainer voor evenementen en twee ondergrondse inzamelcontainers bij appartementsgebouwen. Tenslotte werd in de intergemeentelijke samenwerkingsverband MI-WA de invoering van diftarsystemen voor de huis-aan-huisophaling van huisvuil en/of GFT-afval bij 55 907 ophaalpunten gesubsidieerd.

Modelreglementen In 2001 heeft de OVAM, in samenwerking met VVSG, een aantal modelreglementen uitgewerkt ter ondersteuning van de gemeenten: een modelpolitieverordening voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen, een modelcontantbelastingsreglement, een modelbelastingreglement en een modelreglement voor het opruimen van sluikstorten. De modelreglementen en hun bijhorende toelichting vormen een handig hulpmiddel om gemeentelijke reglementen voor afvalinzameling en financiering op te stellen. De gemeenten bepalen uiteraard autonoom hoe ze de afvalinzameling op hun grondgebied organiseren en financieren binnen het wettelijke kader. Toch streven we naar meer harmonisering van de tarieven binnen Vlaanderen en zeker op het niveau van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. De modelreglementen leveren hiertoe een belangrijke bijdrage.

83


Project in de kijker

In de loop van 2005 hebben we deze modelreglementen en hun toelichting geactualiseerd en aangepast aan de huidige verplichtingen en de inzamel- en verwerkingskosten.

De cijfers van de afdelingen afvalstoffenbeheer en projectontwikkeling afvalstoffen 2002

2005

Aantal opgevolgde lopende uitvoeringsplannen

5

7

Aantal uitvoeringsplannen in voorbereiding

3

2

5

14

Uitvoeringsplannen

Aanvaardingsplichten Aantal opgevolgde lopende aanvaardingsplichten PRESTI 5-programma Aantal afgeronde projecten

12

Aantal lopende projecten

11

Subsidiëring gemeenten Bedrag verleende investeringssubsidies huishoudelijke afvalstoffen

6 344 901 euro

Aantal lokale overheden die een samenwerkingsovereenkomst voor de cluster vaste stoffen afgesloten hebben

10 654 730 euro 251

Heffingen Bedrag ingevorderde heffingen

47 000 000 euro 49 205 135 euro

Aantal behandelde heffingendossiers (administratieve controle op eventuele ontduiking heffingen), voor groot aantal ook effectieve bezoeken

107

187

716

711

Adviezen en machtigingen Aantal ontvangen en behandelde adviesvragen (VLAREM) Aantal ontvangen en behandelde adviesvragen (afwijking stortverboden) Aantal ontvangen en behandelde adviesvragen (groenestroomcertificaten VREG) Aantal ontvangen dossiers voor aanvraag gebruikscertificaat secundaire grondstoffen Aantal vrijstellingen en verminderde bijdragen scheepvaartafvalstoffen

22 3

17

147

227

nvt

487

Adviseren van ontwerp projectmilieueffectenrapporten

nvt

19

Aantal behandelde aanvragen voor ‘grondstofverklaring’ (= art. 2bis in 2004)

1

8

Aantal registraties vervoerders zonder erkenning

nvt

664

Aantal registraties via erkenningen met eigen vervoer

nvt

385

49

165

Behandelde erkenningdossiers Aantal verleende erkenningen overbrengers (gevaarlijk afval)

84


Aantal verleende erkenningen overbrengers (niet-gevaarlijk afval)

nvt

261

Aantal verleende erkenningen centra depollutie, demontage en vernietiging afgedankte voertuigen Aantal laboratoria waarvoor erkenningaanvraag behandeld werd

3

22

Aantal verleende erkenningen en registraties dierlijke bijproducten (afval) Geregistreerde kennisgevingen in- en uitvoer afvalstoffen

40 49 906

1300

Aantal voormeldingen

44 766

56 339

Aantal nameldingen

38 925

45 489

Aantal verwerkingsmeldingen

37 495

44 223

Aantal gecontroleerde afvaltransporten

720

306

Totaal aantal controledossiers

96

208

Aantal geregistreerde parketkantschriften

157

88

Aantal opgemaakte interne PV’s

379

135

Aantal controlebezoeken van dienst heffingen de bedrijven die in 2004 hun afvalstoffen lieten storten of verbranden met toepassing van het verlaagde tarief ‘recyclageresidu’s’. Aantal bedrijven dat gegevens inbrengt in het IMJV

379

140

Geregistreerde meldingen transport afvalstoffen

Controle

Aantal bedrijven dat één of meerdere dossiers heeft bij de OVAM (erkenningen, certificaten, kennisgevingen, vergunningen, vervoerregistraties)

15 000 2 671

© iStock

85


onze organ in beeld onze organisatie in

Š Danni Elskens

Š Danni Elskens

86


nisatie beeld

Om de verschillende operationele afdelingen van de OVAM goed te laten functioneren, is interne ondersteuning nodig. Zorgen voor vorming en ontplooiing van talenten, voor een kwaliteitsvolle leiding en begeleiding, voor materiële ondersteuning, voor de nodige budgetten: al deze taken zijn van grote betekenis voor alles wat de OVAM aanpakt. Binnen de OVAM is het de afdeling algemene diensten die deze ondersteunende taken voor haar rekening neemt. De afdeling algemene diensten omvat personeelszaken en opleiding, de juridische dienst, de informatica en het systeembeheer, het financiële beheer en ten slotte communicatie en logistiek. De permanente aandacht voor de toepassing van de OVAM-waarden, de juiste OVAM’er op de juiste plaats, een goed procesbeheer, een optimale kennisdeling: ze vormen de pijlers voor ons beleid op het gebied van organisatieontwikkeling

PERSONEEL, ORGANISATIE EN OPLEIDING In 2005 hebben we, naast de gangbare opdrachten op het vlak van personeelsadministratie- en beleid, aan enkele prioritaire projecten gewerkt: de overstap naar een sociaal secretariaat voor de loonverwerking en het proces- en personeelsplan van de OVAM.

Overstap sociaal secretariaat voor loonverwerking Vanaf 1 januari 2006 werkt de OVAM voor de loonverwerking samen met het sociaal secretariaat SODIWE in plaats van met de Federale Overheidsdienst Financiën. Onze dienstverlening op het vlak van loonverwerking en betalingen breidt hierdoor uit en wordt klantgerichter. Deze overstap is enkel mogelijk dankzij een intensieve voorbereiding in 2005.

Proces- en personeelsplan OVAM De OVAM rondde het ontwerp proces- en personeelsplan af en diende het dossier in bij onze voogdijminister, als start van een externe goedkeuringsronde. Dit dossier moet er onder meer toe leiden dat we de goedkeuring krijgen om contractuele betrekkingen om te zetten naar statutaire betrekkingen. De inspecteur-generaal van Financiën merkte op dat er zich een structureel probleem stelt aangezien de ingeschatte evolutie van de personeelskost op korte, middellange en lange termijn niet kan worden gedekt door het ingeschatte beschikbare budget. Na overleg met onze voogdijminister bereidde de OVAM een dossier voor om aan de minister van begroting verduidelijking te vragen over onze personele middelen. De OVAM zal dit dossier ook in 2006 prioritair verdedigen, om de haar toevertrouwde taken op een effectieve, efficiënte en kwaliteitsvolle wijze te blijven vervullen.

87


Organisatiestructuur OVAM 2006 Algemeen directeur, wnd Guy Haemels

Algemene diensten

Projectontwikkeling afvalstoffen

Herman Gobel Juridische dienst Guido Aerts

Informatica en systeembeheer Ben Van den Brande

Financieel beheer

Personeelsbeleid Sandra Lauf

Personeelsadministratie Anne-Marie Van Gorp

Communicatie Els Van Camp

Logistiek Franรงois Mollu

88

Projectleiders


Woordvoerster en P.R. Karina De Beule

Staf Geert De Roover Felix Kucnerowicz Luc Vanacker Franรงois Mollu

Administrateur-Generaal Henny De Baets

Afvalstoffenbeheer

Interventies, verwijdering en sanering

Administratief datacentrum

Saneringsprojecten en verwijderingen

Europa

Saneringsprojecten en interventies

Preventie

Bodembeheer

Beleidsondersteuning bodem

Databeheer bodem

Selectief ingezamelde stromen

Gemeenten en huishoudelijke afvalstoffen

Bodemonderzoek en sanering oost

Organische afvalstoffen

Biologische afvalstoffen

Bodemonderzoek en sanering west

Anorganische afvalstoffen

Milieuheffingen

Uitgegraven bodem

89


JURIDISCHE ZAKEN De juristen van de OVAM zorgen ervoor dat de OVAM juridisch correct en consistent handelt en optreedt. Zij verstrekken intern en extern advies en werken het vooropgestelde beleid juridisch uit. De juridische dienst van de OVAM werkte mee aan het voorbereiden van wijzigingen aan het Bodemsaneringsdecreet evenals aan de uitvoeringsbesluiten op het Bodemsaneringsdecreet en het Afvalstoffendecreet - Vlarebo en Vlarea. De dienst nam ook actief deel aan de implementatie van het project Beter Bestuurlijk Beleid. Daarnaast werden de lopende rechtsdossiers over afvalstoffen en bodemsanering mee opgevolgd. De juridische dienst heeft ook adviezen verleend over de toepassing van het Bodemsaneringsdecreet, het Afvalstoffendecreet en hun uitvoeringsbesluiten. Deze vragen waren afkomstig van particulieren, notarissen, advocaten, adviesbureaus, gerechtelijke instanties,... Daarnaast waren er ook interne adviezen over de interpretatie van de wetgeving op het vlak van afval, bodem, overheidsopdrachten, openbaarheid van bestuur, verzekeringen, contracten,... Rond het statuut ‘onschuldig bezitter’ behandelden we in 2005 223 dossiers. Vanuit de juridische dienst worden ook initiatieven genomen die inspelen op de deregulering en de administratieve vereenvoudiging. Dit omvat ook communicatie en sensibilisatie binnen de eigen organisatie voor de acties van de Kenniscel Wetsmatiging. Op studiedagen georganiseerd door de OVAM of door derden, lichtte de juridische dienst de afvalstoffen- en bodemsaneringswetgeving toe.

FINANCIEEL BEHEER De uitgaven in 2005 en 2004 staan samengevat in bijgaande tabel. 2004

2005

Lonen en sociale lasten

17 571

17 916

Algemene werkingskosten (huur, kantoorkosten, …)

3 616

3 953

Specifieke werkingskosten (expertise, analyses,…)

1 237

1 087

Investeringsgoederen

665

549

Studies en onderzoeken

1 474

1 237

Externe informatieverstrekking en sensibilisering

744

1 056

Werkingskosten saneringen en attesteringen (inclusief Umicore) PRESTI 4

3 092

2 967

249

69

Werkingsbijdragen inzameling en afzet

1 346

1 067

Verwijderingen en saneringen (inclusief Umicore)

14 711

20 852

De OVAM put haar middelen uit de departementele begroting, het MINA-fonds, het FFEU, de eigen ontvangsten en het BBF. In 2005 werden ondermeer volgende nieuwe verbintenissen aangegaan (vastgelegde bedragen in duizend EUR): - werkingsbijdragen saneringen en attesteringen: 3 856; - ambtshalve verwijderingen en saneringen: 11 173; - werkingsbijdragen inzameling en afzet: 903; - studies en onderzoeken - afval: 803; - studies en onderzoeken - bodem: 1 015.

90


De belangrijkste vastleggingen op het vlak van ambtshalve verwijderingen en saneringen hadden betrekking op: - Brugge - bijkomende sloop Carcoke: 700 000 EUR; - Sint-Amands – fase 2 woonwijksanering: 5,2 miljoen EUR; - Olen - saneringsopslag Bankloop: 1,18 miljoen EUR; - Diest - ontgraving gasfabriek: 600 000 EUR; - Schelle - afdek stortplaats Van den Bosch: 600 000 EUR; - Machelen - verwijderen van drijflaag, voorzorgsmaatregel terrein Biochim: 300 000 EUR; - Waregem - bodemsaneringswerk Vanhalst: 200 000 EUR; - Nieuwpoort - PCN - aanvang ambtshalve bodemsanering: 100 000 EUR Daarenboven werd, in het kader van bodemsaneringen, een aantal raamcontracten vastgelegd (900 000 EUR). De post ‘werkingsbijdrage inzameling en afzet’ slaat ondermeer op de bijdrage aan de vzw VLACO en de bijdrage aan de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC). Naast deze middelen putte de OVAM in 2005 ook nog rechtstreeks uit de middelen van het MINA-fonds (vastgelegde bedragen in duizend EUR): - verwijdering krengen: 7 456; - PRESTI 5: 384; - inkomensoverdrachten aan gemeenten, provincies,… ter ondersteuning van preventie en selectieve inzameling: 529; - investeringssubsidies aan gemeenten, provincies,… ter ondersteuning van preventie, selectieve inzameling en het bouwen van installaties: 10 126; - subsidies aan erkende kringloopcentra: 923.

COMMUNICATIE Tal van communicatie-initiatieven zijn verankerd in de OVAM-activiteiten rond afval en bodem. De bespreking van deze acties is daarom opgenomen bij de hoofdstukken afval en bodem. Hieronder volgt een opsomming van initiatieven die geen rechtstreeks verband houden met de activiteiten van de operationele afdelingen.

Evenementen, studiedagen en beurzen Ook in 2005 werkte de OVAM met een aantal evenementen samen voor afvalpreventie, zwerfvuilvoorkoming en selectieve inzameling : - 30 april en 1 mei: Internationale Tweedaagse van Vlaanderen – voettocht te Blankenberge - 1 mei: Sportrock te Puyenbroek - 20, 21,23, 24, 27 en 28 juni: Gordel voor Scholen te Tervuren - 13,14 en 15 augustus: Libelle Zomerdagen te Bokrijk - 4 september: De Gordel - 22 september: Sportdag voor Amb(e)t(ant)enaren Een dertiental studiedagen en vergelijkbare initiatieven werden georganiseerd of medegeorganiseerd en logistiek en/of financieel ondersteund: - 10 maart: afscheid Frank Parent - 24 en 25 mei: op de thee bij je AG of Niki De Baets stelt zich voor - 7 en 21 juni: afdelingsuitstap - 13,14,en 15 juni: TFS-conferentie - 16 juni: voorstelling van het Bodemsaneringsdecreet - 28 juni: STIP-studiedag - 6 juli: Technische Adaptatie Comité

91


-

5 oktober: Europese rondetafel over schoner produceren en consumeren 15 oktober: persevent naar aanleiding van “Dag van de kringloopwinkel” 27 en 28 oktober: algemene voorstelling van het strategisch plan 17 november: OVAM-VVSG Zwerfvuilcongres 1 december: Trefdag voor Technische Diensten in het CeDuBo te Heusden-Zolder 5, 6 en 8 december: afdelingsvoorstellingen van het strategisch plan

Als partner van de stand van de Vlaamse Gemeenschap namen we deel aan een drietal beurzen: - 7, 8 en 9 januari: Agriflanders te Gent - 27, 28 februari en 1 en 2 maart: VLOD te Gent - van 6 t.e.m. 11 december: Agribex te Brussel De OVAM is ook vertegenwoordigd in het beursoverleg, een overlegorgaan in het kader van COLEV tussen de Vlaamse milieuoverheden, dat meerdere malen en naargelang de behoeften samenkomt.

Informatieverstrekking De dienst communicatie verstuurde op aanvraag 2350 gratis publicaties en behandelde ongeveer 1000 vragen om informatie. Volgende publicaties verschenen in 2005. Publicaties voor een breed publiek - Sloop ze! Er zit meer in je wrak dan je denkt (educatief pakket) - Mulch je tuin tot leven! (Leaflet Juni Compostmaand) - Zorg in je tuin voor een gezonde samenleving! (Leaflet Juni Compostmaand) - Maak slim gebruik van snoeihout in je tuin! (Leaflet Juni Compostmaand) - Ik kleur mijn schooljaar groen. Educatief pakket - Milieuverfwijzer (educatief pakket) - Een auto, veel meer dan PK’s. Afvalstoffen- en bodemwetgeving voor bandencentrales en garagewerkplaatsen. - Verslag STIP-studiedag ‘Kunnen we het milieu sparen? Mogelijkheden van spaar- en duurzaamheidskaarten’ (studiedag 28 juni 2005) - Kringloop Inspiratiegids - De eco-efficiëntiewijzer. Doe meer met minder - STIP milieukalender 2006 - Milieuvriendelijke Nine-to-five gids (educatief pakket) - Afvalarm tuinieren. Slimme tips voor proftuiniers (educatief pakket) © Danni Elskens

92


Publicaties voor een professioneel publiek - Handleiding voor het beheer van bouw- en sloopafval in het Vlaamse Gewest - Indicatoren voor afvalpreventie. Ontwikkeling van een methodologie voor en testen van OESO-indicatoren - Jaarprogramma Handhaving 2005 - Tarieven en capaciteiten voor storten en verbranden - actualisatie voor 2003, evolutie en prognose - Dossier Proefproject Afvalfactuur - Vlarea. Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (herdruk Vlarea) - Resultaten van het PRESTI 5 - Jaarprogramma 2003 - STIP-studiedag Milieuvriendelijk consumeren en produceren - Bedrijfsafvalstoffen. Cijfers en trends voor productie, verwerking, invoer en uitvoer. Addendum afvalstoffenproductie 2003 - Uitnodiging Stip studiedag “Kunnen we het milieu sparen” - Vergelijkend onderzoek naar de kosten, de prijzen en de opbrengsten binnen de sector van de dierlijke afvalstoffen Meer publicaties op www.ovam.be! Dit jaarverslag geeft de hoofdlijnen en resultaten van onze activiteiten. Voor degenen die na lezen van dit verslag meer honger naar informatie hebben, verwijzen we naar onze de talrijke OVAM-publicaties - brochures, verslagen, folders en rapporten - die u kunt verkrijgen via de Vlaamse Infolijn (0800-30201). Ook op de publicatiedatabank van onze website www.ovam.be vindt u een overzicht van de publicaties, naast heel wat andere praktische informatie.

Interne communicatie In 2005 werkten we verder aan de huisstijl, Document Management en een vernieuwd intranet. Deze arbeidsintensieve projecten komen in 2006 in het daglicht. Rond het strategisch plan van de OVAM hielden we een interne communicatiecampagne. Het doel hiervan was het plan dichter bij de medewerkers te brengen, het als het ware te vertalen naar hun werksituatie. Immers, enkel als onze visie en missie werkelijk leven bij alle medewerkers, komen ze ook geloofwaardig over bij burgers en bedrijven. De directie lichtte het strategisch plan uitvoerig toe aan alle personeelsleden. Concrete getuigenissen van collega’s op grote affiches en in de elektronische nieuwsbrief maken er in 2006 niet enkel een top-down informatieronde van.

INTERNE MILIEUZORG Ook in 2005 droeg OVAM bedrijfsinterne milieuzorg hoog in het vaandel. De OVAM wil op het vlak van milieuzorg een voorbeeld stellen voor andere instanties. Wij willen hierbij verdergaan dan het louter naleven van de bestaande milieuregelgeving. Ook in 2005 namen we acties die bijdragen aan de milieuzorg in onze organisatie. Bij het selecteren van een nieuwe schoonmaakfirma hebben we gekeken naar de milieu-impact van de producten die de kandidaat-firma’s gebruiken. Ook bij het afsluiten van nieuwe leasingcontracten voor de bedrijfswagens, hebben we het aspect van duurzaamheid meegenomen. We hebben het afgelopen jaar ook de onderhandelingen over een gezamenlijke afvalophaling opgestart met onze buren TQ3 Travel Solutions en T-Groep. In onze interne werking blijven we de gescheiden afvalinzameling op afvaleilandjes promoten. Onze restafvalproductie kan hierdoor alleen maar slinken. We stimuleren ook het hergebruik van papier om de stroom van papierafval zoveel mogelijk te temperen. De OVAM heeft zich ook geëngageerd om zuinig om te gaan met energie, grondstoffen en water. In 2005 namen we verschillende besparende acties, zoals de aanschaf van minder energieverbruikende PC-schermen, een reductie van het aantal lampen per lichtpunt in de gangen en sensibilisatie van het personeel (gebruik van de spaarknop voor de toiletspoeling, doven van de verlichting bij het verlaten van de toiletten, gebruik van spaar-

93


lampen in de vergaderlokalen). In 2006 gaan we van start met een affichecampagne om onze aanpak meer slagkracht te geven.

VERSLAGEN Verslag van de administrateur-generaal Binnen de milieuadministratie werd in 2005 verder nauw samengewerkt aan planning en onderzoek, met onder andere de inbreng in het Gewestelijk Milieuoverleg (GMO) en de Planningsgroep. Vanuit de staf bij de Administratie-Generaal gebeurt zowel de interne als externe coördinatie van planning en onderzoek.

Coördinatie beleid en planning In 2005 werden enkele initiatieven genomen om de verschillende cycli (beleids -, beheers -, plannings- en financiële cyclus) beter op elkaar af te stemmen. Deze cycli hebben elk hun eigen finaliteit maar een goede integratie is noodzakelijk. Dit geldt zowel voor de voorbereiding en operationalisering van het beleid als voor de opvolging, evaluatie en actualisering ervan. Zo bevindt de procedure voor de aanpassing van het decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid zich in de eindfase (eind 2005). Bedoeling is om de planperiode te laten sporen met de Vlaamse regeerperiode. Het huidige Milieubeleidsplan 2003-2007 (MINA-plan 3) zou daarom verlengd worden tot en met 2010. De uitvoering van het lopende MINA-plan 3 kwam het afgelopen jaar op kruissnelheid. Zo was OVAM nauw betrokken bij de uitvoering van het Milieujaarprogramma (MJP) 2005 en de voorbereiding van het MJP 2006. Ook hier werd gewerkt aan een verdere afstemming met de beleidsnota en -brief en de begrotingsopmaak. In het voorjaar van 2005 werd een globale rapportering uitgevoerd van alle 41 MINA-3 projecten. Hieruit bleek dat de vijf projecten die vanuit OVAM worden aangestuurd - ‘bodemsanering’, ‘prioritaire bedrijfsafvalstoffen’, ‘hoogcalorisch afval’, ‘afvalvoorkoming’ en ‘het uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen’ - globaal conform de eerder opgestelde projectplannen verlopen. Een tweede rapporteringsronde werd in het najaar uitgevoerd voor de projecten die in belangrijke mate thema- of instellingsoverschrijdend zijn. Voor de coördinatie van de opmaak van het MJP en de projectrapporten en een betere informatiedoorstroming, wordt gebruik gemaakt van een centrale GMO-databank (gmo.milieuinfo.be). Ten slotte hebben we in 2005 de eerste stap gezet in de ontwikkeling van een geïntegreerd opvolgingssysteem. Hiertoe werd een proefproject uitgevoerd met de ontwikkeling van een concept van een zogenaamde beleidsinformatiekaart. Hierbij hebben we enkele cases uitgewerkt, onder meer voor ‘bedrijfsafvalstoffen’.

Coördinatie onderzoek Zowel de voorbereiding, als de uitvoering en de evaluatie van het beleid heeft baat bij een ver doorgedreven wetenschappelijke onderbouwing. Om het geplande wetenschappelijke onderzoek op een systematische wijze bijeen te brengen wordt jaarlijks een fysisch programma opgesteld en goedgekeurd voor het ganse leefmilieudomein: het programma Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieu (TWOL). De OVAM is verantwoordelijk voor de sectoren afval en bodem. De OVAM volgt ook de activiteiten van het Steunpunt Milieubeleidswetenschappen, wat de cluster milieubeleidevaluatie betreft. Specifiek voor OVAM werd aandacht besteed aan onderzoek rond de beleidseffecten. Zo werden in 2005 het onderzoek rond de neveneffecten van het Uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval door het HIVA afgerond werd en tevens werd onderzoek rond de neveneffecten van het Bodemsaneringdecreet uitgevoerd. Omdat er veel behoefte is aan kennis en praktische informatie hebben de onderzoekers van het Steunpunt een Vademecum opgemaakt. We overwegen om hierover in de OVAM een vormingsaanbod samen te stellen.

94


Ook in 2005 hebben we de gestructureerde samenwerking tussen de OVAM en het VITO verder gezet. In de VITO-overeenkomst wordt bijzondere aandacht besteed aan de kwaliteitsverbetering van de meetresultaten. Hieronder vallen taken zoals evaluatie van meetmethoden, blinde controles, de monsternamestrategie, geïntegreerde aanpak van de meetonzekerheid. Ook controle van bodemonderzoeken, saneringen en grondreinigingscentra zijn opgenomen in het jaarprogramma. Met het Milieu en Energie Innovatieplatform (MIP) wordt een horizontale coördinatie beoogd van het Vlaamse innovatiebeleid met het milieu- en energiebeleid. De OVAM is aanwezig in de Stuurgroep en bij het uitbouwen van de competentiepool en de gebruikersgroepen. Onderzoeksthema’s die geselecteerd zijn voor kortetermijnprojecten sluiten nauw aan bij de werking van de OVAM, namelijk bodemsanering inclusief het grondwater en meet- en monitoringprojecten.

Een nieuw Strategisch Plan voor de OVAM Het afgelopen jaar heeft de OVAM een nieuw Strategisch Plan opgemaakt. Dit plan geeft weer hoe de OVAM haar bijdrage wil leveren aan het regeringsbeleid. Het vormt tevens de ruggengraat voor de beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering voor de periode 2007-2009. Bij de opmaak van het Strategisch Plan hebben we ons gebaseerd op het Vlaams regeerakkoord 2004 ‘Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen’, de beleidsnota’s ‘Leefmilieu en Natuur’ en ‘Bouwen aan vertrouwen’. Ook de OVAM-insteek voor de beleidsnota Leefmilieu werden meegenomen in de voorbereiding van dit ontwerp Strategisch Plan OVAM. Het plan dat nu voorligt, is binnen de OVAM via een interactief proces tot stand gekomen: het is dus een gedragen document. In februari 2005 zijn we gestart met een actualisatie van de missie en de visie van de OVAM. De eerste strategische doelstellingen werden geformuleerd. Op basis van deze oefening hebben we werkgroepen opgestart rond de thema’s afval, materialenbeleid, bodem en organisatieontwikkeling. Deze werkgroepen kregen als opdracht om aan de hand van de regeringsverklaring en de relevante beleidsbrieven en rekening houdend met de geactualiseerde missie en visie van de OVAM verder invulling te geven aan de strategische doelstellingen. De werkgroepen werden ook gevraagd de strategie concreet te maken aan de hand van operationele doelstellingen en/of strategische projecten. Bij het samenbrengen van de voorstellen was de aanname dat er op vlak van personele en budgettaire middelen de komende vijf jaren een status quo is, een belangrijke premisse. De in het strategisch plan opgenomen strategische doelstellingen, operationele doelstellingen en strategische projecten zijn hiervan het resultaat. De directieraad vormde de Stuurgroep van het geheel en consolideerde telkens de verschillende stappen. Aan de werkgroepen participeerden telkens de thema-experten, de coördinator beheersovereenkomst en de verantwoordelijke interne controle. Nieuw is de introductie van de werkgroep organisatieontwikkeling naast de werkgroepen rond de beleidsthema’s. Voor deze werkgroep is de uitdaging om de nodige omkaderende maatregelen uit te werken om zo effectief en efficiënt mogelijk, en met aandacht voor onze kernwaarden, het voorgestelde beleid te realiseren. Vanuit de administratie-generaal werd een eerste stap gezet naar kennismanagement via de analyse van de documentenstromen van, naar en binnen de OVAM. Dit zal leiden tot het invoeren van een documentenbeheerssysteem dat de éénduidigheid, de transparantie en de efficiëntie zal verbeteren.

Verslag van de woordvoerder De OVAM is in de loop van de jaren een belangrijk aanspreekpunt geworden voor de pers en de media. Bijna dagelijks zijn er contacten met journalisten rond het thema leefmilieu in het algemeen en de thema’s bodem en afval in het bijzonder.

95


Binnen de OVAM hechten we zeer veel belang aan open en snel communiceren naar de buitenwereld. We willen proactief correcte en volledige informatie verstrekken.

© OVAM

-

In 2005 is er ondermeer actief gecommuniceerd - al dan niet met persconferenties - rond volgende dossiers: - de sloop van de Carcoke fabriek te Zwankendamme (Zeebrugge); - de sloop van het fabriekgebouw Asphalco te Asse; - het PRESTI 5-programma; - de bodemsanering van de Bankloop in Olen en Geel; - de export van afval; - de Gordel 2005; - de gecoördineerde handhaving van de Europese politiediensten rond grensoverschrijdend transport; de inventarisatie van de met asbest verontreinigde percelen op de site Kapelle-Willebroek; het gebruik van disclaimers bij emails; de bodemonderzoeken in de Nijverheidsstraat te Gent; het woonzoneprojecten Turnhout, Lokeren en Essen; de dag van de kringloopwinkel; de compostmaand;

Ook de lekkende stookolietanks hebben de aandacht van de media weerhouden. Het programma Ombudsman van 15 februari 2005 wijdde een belangrijk deel van de uitzending aan de problematiek van de lekkende stookolietanks. De woordvoerder verleende eveneens zijn medewerking aan het themanummer van De Tijd van 26 oktober 2005 met als titel: ‘Sire, er is geen afval meer’. In het tweemaandelijkse tijdschrift Ecotips verzorgde de woordvoerder in het aprilnummer een bijdrage met als titel: ‘Tien jaar bedrijfsafvalstoffen: stof tot nadenken’. De geschreven pers had wat de thema’s afval en bodem betreft in 2005 vooral aandacht voor: - de productiecijfers voor huisvuil; - het gebruik van plastic zakjes bij de warenhuizen; - de verkaveling van gronden gelegen op een oud stort te Sint-Amandsberg; - de facturatie in het kader van diftar; - de aankoop door gezinnen van ‘afvalkippen’; - het gebrek aan aanvoer van vervuilde grond bij de grondreinigingscentra; - de affaire Biffa rond de ontduiking van milieuheffingen; - de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen op bouwwerven; - de verscheidene proefprojecten rond de selectieve inzameling van luiers; - de mondialisering van de afvaltransporten. De OVAM vindt het positief dat de media veel aandacht besteden aan de leefmilieuproblematiek. Zij hebben recht op een vlotte correcte en volledige informatie. Vandaag de dag is een overheid die niet professioneel communiceert dan ook ondenkbaar geworden. Meer nog: communicatie vormt een essentieel onderdeel van elk beleid. Vaak gaat het daarbij om veel meer dan louter informeren. Overheidscommunicatie moet burgers bijvoorbeeld de kans bieden om te participeren in beleidsprocessen. De rol van de woordvoerder in dit communicatieverhaal wint aan belang.

Verslag Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk In 2005 heeft de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk verschillende projecten en prioriteiten gerealiseerd.

96


- De OVAM telt vandaag ongeveer 380 personeelsleden. Al deze medewerkers moeten gescreend worden op hun medische risicograad. Samen met onze arbeidsgeneesheer en de preventieadviseur werd per personeelslid een risico-code toegekend, afhankelijk van de jobinhoud. De opvolging van deze code en aangepaste medische check up is een taak van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPW). - Het probleem met de airconditioning werd volledig (bijna) opgelost; de klachten in 2005 werden tot een minimum herleid. Het is de taak van een preventieadviseur deze klachten te onderzoeken en hiervoor een oplossing aan te bieden. - Door een herschikking van de personeelsleden (interne verhuis) werd op het vlak van brand- en interventie gestart met een herverdeling van de beschikbare mensen. In 2006 zal dit nog verder worden uitgewerkt zodat, in geval van een calamiteit, iedereen op de hoogte is van zijn werkzaamheden en interventieopdracht. De taken van het EHBO-team bleven onveranderd. - Het project ‘Carcoke’ in Zeebrugge, de ontmanteling en sanering van een oude cokesfabriek, werd intens opgevolgd door de IDPBW in nauwe samenwerking met de dossierhouder. - De bedeling van PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) gebeurt steeds in overleg met de preventieadviseur. - Onze preventieadviseur heeft in 2005 een doorgedreven opleiding gevolgd op het gebied van ‘kantoorergonomie’. Hij zal daardoor in staat zijn om vanaf 2006 alle problemen rond kantoorergonomie, in de mate van het mogelijke, aan te pakken: beeldschermergonomie, advies aankoop ergonomische stoelen, …. - In totaal werden 126 vragen beantwoord in verband met veiligheid- en welzijn op het werk. - De OVAM heeft in 2005, onder impuls van de preventieadviseur, geanticipeerd op het KB ‘rookbeleid in ondernemingen’ dat op 1 januari 2006 in voege trad. De gebouwen van de OVAM werden rookvrij, zodat iedere werknemer voortaan kan werken in een rookvrije ruimte.

Verslag van het Klachtenmanagement In overeenstemming met artikel 12 van het Klachtendecreet moet de OVAM jaarlijks schriftelijk verslag uitbrengen bij de Vlaamse ombudsman over de klachten. Dat verslag geeft een overzicht van de bin-nengekomen klachten en een beschrijving van de behandeling van deze klachten. Het verslag over het klach-tenmanagement moet ook vermeld worden in het jaarverslag van de OVAM.

Klachten in cijfers In de loop van 2005 registreerde de OVAM in totaal 15 klachten. Van deze klachten registreerde de OVAM er slechts twee als deels gegrond. Van de (deels) gegronde klachten werden er één deels en één volledig opgelost. Bij de (deels) gegronde klachten betrof het ontoereikende informatieverstrekking. De klachten zijn hierbij ingedeeld volgens de vereenvoudigde ombudsnormen.

Hoe verloopt de behandeling van een klacht? De klachtenbehandeling bij de Vlaamse overheid gaat uit van een drietrapsbenadering: - De Vlaamse Infolijn oriënteert je klacht en verwijst ze door. - Het Klachtendecreet regelt de eerstelijnszorg, dit is de interne klachtenbehandeling door de OVAM of de bestuursinstelling in kwestie. - De tweede lijn is de externe klachtenbehandeling door de Vlaamse Ombudsdienst. De behandeling van een klacht is aan strikte termijnen gebonden. Binnen de tien dagen moet de OVAM melden dat ze de klacht heeft ontvangen en binnen de 45 dagen moet de beslissing worden meegedeeld.

Waarover gingen die klachten? Het merendeel van de dossiers die werden behandeld in de loop van 2005 betreffen niet zozeer klachten, maar zijn vaak een vraag naar de stand van zaken in concrete bodemsane-ringsdossiers en/of het verloop van het dossier. De burger vindt soms dat de prestatie uitblijft en voelt zich in een aantal gevallen onheus bejegend. Ook in 2004 beklaagde de burger zich hier reeds over.

97


Zoals eerder aangegeven, is de verklaring voor dit soort klachten dat de bodemsaneringsprocedure en de daaraan gekoppelde termijnen zijn vastgelegd in het Bodemsaneringsdecreet en dat ook de OVAM aan deze termijnen gebonden is. De OVAM trach-t echter voortdurend de burger zo goed mogelijk te informeren over het verloop van de bodemsaneringspro-cedure, de beroepsmogelijkheden, de briefwisseling die de burger van de OVAM ontvangt, en zo verder. Wat opvalt aan het klachtenbeeld van 2005, is dat ook buren en omwonenden, die zich vragen stellen over een bepaald bodemsaneringsdossier, zich onvoldoende geïnformeerd voelen. Momenteel worden buren en omwonenden, die niet bij de sanering betrokken zijn, inderdaad niet persoonlijk ingelicht. Het Bodemsaneringsdecreet voorziet dit immers niet.

Onze werking nog verbeteren De OVAM heeft alle klachten behandeld in overeenstemming met het Klachtendecreet. Ook indien de klacht ongegrond was, heeft de OVAM de burger zo goed mogelijk ingelicht, verder geholpen, doorverwezen,… Sinds geruime tijd is de procedure van klachtenbehandeling volledig ingeburgerd bij de personeelsleden van de OVAM. Bovendien zijn er geregeld initiatieven om onze medewerkers blijvend attent te maken op het belang van dit klachtenrecht voor de burger en voor de werking van de OVAM. Verder heeft de OVAM bepaalde aandachtspunten aangepakt naar aanleiding van de beleidsaanbevelingen van de Vlaamse Ombudsdienst. Zo deed de Vlaamse Ombudsdienst de aanbeveling om na te gaan of de te doorlopen procedure bij een bodemsanering niet versneld kan worden binnen een redelijke termijn. De OVAM stelt alles in het werk om aan minister voor Leefmilieu, een ontwerp tot wijziging van het Bodemsaneringsdecreet voor te leggen waarin heel wat procedures worden vereenvoudigd. De Vlaamse Ombudsdienst vindt dat er strenge criteria moeten worden opgesteld voor het verlenen van uitstel aan de saneringsplichtige en dat alle belanghebbenden moeten geïnformeerd worden over de timing en de procedure. Hierbij aansluitend beveelt de Vlaamse Ombudsdienst ook aan dat de Vlaamse overheid (in het bijzonder de Vlaamse Regering en de OVAM) moet onderzoeken hoe er op een efficiënte en kostenverhalende manier kan worden overgegaan tot ambtshalve sanering als de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet nakomt binnen een redelijke termijn. Duidelijke informatie moet worden verstrekt over de concrete planning en de timing van de ambtshalve saneringen gefinancierd door het Bodemsaneringsfonds. In de beleidsnota van de minister voor Leefmilieu wordt echter voorzien dat bodemsanering rekening zal moeten houden met de financiële realiteit. Daarbij worden prioriteitsstelling en spreiding in de tijd de sleutelwoorden. De OVAM stelt voor om de momenteel gehanteerde termijnen voor het uitvoeren van de verplichtingen (b.v. volgende fase beschrijvend bodemonderzoek, eindverslag beschrijvend bodemonderzoek, opmaak bodemsaneringsproject, opstart werken) te herevalueren en in het licht van de beleidsnota te verlengen. Indien in het Milieuhandhavingsdecreet een instrument wordt voorzien voor de handhaving via administratieve geldboetes kan de OVAM dan ook toezien op een meer strikte naleving van de gestelde termijnen of criteria ontwikkelen voor het toestaan van uitstel. Het verlenen van een uitstel aan de saneringsplichtige zal in de tussentijd wel beter gecommuniceerd worden. In de toestemming tot het uitstel zal de OVAM aan de saneringsplichtige opleggen om de nodige communicatie te verzorgen naar mogelijke belanghebbenden. Als belanghebbenden definiëren we de eigenaars en gebruikers van de gronden waarvan bekend is dat deze terreinen zijn verontreinigd op basis van de kennis van de verontreiniging.

98


De OVAM heeft in het kader van haar ambtshalve optreden duidelijk de kaart getrokken van bodemsanering. In 2004 en 2005 werden nagenoeg alle beschikbare middelen ingezet voor de uitvoering van bodemsaneringen. Omdat de vraag naar ambtshalve tussenkomsten beduidend groter is dan de ďŹ nanciĂŤle middelen van het bodemsaneringsfonds, wordt er gewerkt op basis van de milieukundige prioriteit. In een vroeg stadium wordt er nagegaan binnen welke termijn een sanering zich opdringt en in hoeverre er veiligheids- en of voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Het traject wordt uitgestippeld en gecommuniceerd aan de belanghebbenden.

Š iStock

99


Samenvatting Samenvatting

De OVAM is verantwoordelijk voor het afvalstoffen- en het bodemsaneringsbeleid in Vlaanderen. Met dit jaarverslag van 2005 schetsen we een beeld van onze activiteiten van het afgelopen jaar. We werken aan een duurzaam beheer van de bodems in Vlaanderen. Met resultaat, zo vertellen de feiten en de cijfers. De decretale onderzoeksplicht mondde in 2005 uit in 4 100 oriënterende en 1 000 beschrijvende bodemonderzoeken. Voor de bodemsaneringen stellen we bijna een verdubbeling vast van de eindverklaringen. Het aantal dossiers waarvoor de saneringsprocedure lopende is, blijft stijgen. De alternatieve financiering van de bodemsanering werpt vrucht af: in het kader van het fonds bodemsanering benzinestations (Bofas) werden twaalf saneringsprojecten opgestart. We werkten ook verder aan een wettelijk kader voor sectorale bodemsaneringsfondsen in Vlaanderen. Door de reorganisatie van de afdeling bodembeheer willen we al deze taken nog beter organiseren en nog meer aandacht geven aan doorstroming, flexibiliteit, samenwerking, haalbaarheid en responsabilisering. Al deze waarden zijn ook van belang bij de ambtshalve saneringen, waarvan er meer en meer in de fase van uitvoering komen. Na de succesvolle sloop kon in 2005 de sanering Carcoke van start gaan en er zijn ook tal van andere dossiers waar op het terrein de sanering werd opgestart, voortgezet of afgerond. Een volledige aanpak van alle projecten is niet haalbaar binnen de budgettaire ruimte, waardoor een prioriteitsstelling noodzakelijk is. Bij al onze bodemprojecten hechten we veel belang aan partnerschappen met de private sector - bijvoorbeeld in het kader van brownfields of via specifieke overeenkomsten, zoals met Umicore voor de sanering van hun historisch bodempassief. Ook met andere overheden werken we intensief samen, zowel op lokaal, nationaal als internationaal vlak. De gezamenlijke aanpak van Vlaanderen en Nederland van de zware metalen in de Kempen is een uniek voorbeeld van samenwerking aan een grensoverschrijdend bodemprobleem. In het toekomstgericht en kwaliteitsvol afvalbeleid van de OVAM vormt preventie nog meer een prioriteit. Zowel bedrijven, burgers als overheden willen we zoveel mogelijk overtuigen van het belang van afval voorkomen. Met de eco-efficiëntiescan proberen we KMO’s warm te maken voor afvalpreventie. Voor het huishoudelijk afval, gaven we het evenementenbeleid verder vorm en scherpten de aanpak van zwerfvuil aan. Ook op het vlak van selectieve inzameling gaan we verder op de ingeslagen weg: in 2004 werd 71,6 % van alle huishoudelijk afval selectief ingezameld met het oog op hergebruik, compostering en recyclage. Anno 2005 zijn producenten en invoerders van elf bedrijfsafvalstromen onderworpen aan een aanvaardingsplicht; voor zeven stromen lopen de onderhandelingen. Op het vlak van recyclage is vormen van een evenwicht tussen materiaalrecyclage en energierecuperatie van groot belang: door deze kwestie op de voet te volgen, wil de OVAM erover waken dat de doelstellingen van het beleidsdomein niet op de helling komen te staan. Vlaanderen staat met haar afvalbeleid nog steeds aan de top in Europa. Willen we echter met ons beleid blijven bijdragen aan duurzame ontwikkeling, dan moeten we over de grenzen van het afvalbeleid heen kijken. Sinds 2004 verruimt de OVAM het afvalstoffenbeleid naar het materialenbeleid. Het ontwerp Uitvoeringsplan ‘milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw’ vormt de basis voor een geïntegreerd materialenbeleid in de bouwsector. De OVAM treedt ook controlerend op. Alles samen voerden we 730 controles uit, handelden we 88 parketkantschriften af stelden we 135 processen-verbaal op. Voor de controles werken we nauw samen met andere inspectiediensten in binnen- en buitenland, en in het bijzonder met de politie. Toonaangevend voor 2005 waren de transportcontroles, zoals de grootscheepse actie in november in Kortrijk, in samenwerking met politiediensten en het parket. De OVAM speelde in 2005 tevens een actieve rol in verschillende Europese en internationale milieudossiers, zowel de specifieke afvaldossiers als algemene beleidsinitiatieven met een link naar het afvalstoffenbeleid. Van cruciaal belang voor het afvalbeleid in Vlaanderen zijn de voorbereidingen in het kader van de Thematische strategie afval en de Kaderrichtlijn Afval in wording.

100


g Résumé résumé

L’OVAM est responsable de la politique du traitement des déchets et de l’assainissement des sols en Flandre. Ce rapport annuel 2005 présente un aperçu des activités que nous avons menées au cours de l’année dernière. Notre travail s’oriente vers la gestion durable des sols en Flandre. Et, comme l’indiquent les faits et les chiffres, les résultats sont là. L’obligation fixée par décret de réaliser des études de sols a donné lieu en 2005 à 4.100 études d’orientation et 1.000 études descriptives. En matière d’assainissement des sols, nous constatons que le nombre de déclarations de bonne fin a pratiquement doublé. Le nombre de dossiers dont la procédure d’assainissement est en cours, ne cesse d’augmenter. Le financement alternatif de l’assainissement des sols porte ses fruits. Douze projets d’assainissement ont été démarrés dans le cadre du Fonds d’assainissement des sols des stations-service (Bofas). Nous avons également travaillé à l’élaboration d’un cadre légal pour la création de fonds d’assainissement de sols sectoriels en Flandre. En restructurant le département Gestion des sols, nous souhaitons améliorer l’organisation de toutes ces tâches et accorder une attention particulière à la fluidité, la flexibilité, la coopération, la faisabilité et la responsabilisation. Toutes ces valeurs sont également importantes pour les assainissements d’office qui sont de plus en plus nombreux en phase d’exécution. Après la démolition du site de Carcoke, l’assainissement a commencé en 2005. Les travaux d’assainissement sur le terrain pour une série d’autres dossiers ont également été démarrés, poursuivis ou terminés en 2005. Une approche complète de tous les projets n’est pas réalisable au sein du budget imparti. La fixation de priorités est donc indispensable. Dans l’ensemble de nos projets d’assainissement de sols, nous accordons une grande importance aux partenariats avec le secteur privé, comme par exemple dans le cadre des brownfields ou par le biais d’accords spécifiques, comme avec Umicore pour l’assainissement de leur passif lié à la pollution historique. Nous collaborons aussi intensivement avec d’autres autorités, tant sur le plan local et national qu’international. L’approche commune de la Flandre et des Pays-Bas des métaux lourds en Campine est un exemple unique de collaboration visant à remédier à un problème de pollution transfrontalier. En matière de déchets, l’OVAM mène une politique de qualité tournée vers l’avenir qui fait de la prévention une priorité croissante. Nous souhaitons convaincre autant que possible les entreprises, les citoyens et les autorités de l’importance que revêt la prévention des déchets. Grâce au scan d’éco-efficacité, nous essayons d’inciter les PME à réduire leurs déchets. Sur le plan des déchets ménagers, nous avons continué à définir la politique événementielle et amélioré l’approche des déchets sauvages. Dans le domaine de la collecte sélective, nous avons poursuivi la voie empruntée. En 2004, 71,6% des déchets ménagers ont fait l’objet d’une collecte sélective en vue de leur réutilisation, compostage ou recyclage. En 2005, les producteurs et importateurs de 11 flux de déchets industriels ont été soumis à une obligation de reprise des déchets. Les négociations sont en cours pour 7 flux. En matière de recyclage, la situation de tension relative à la récupération d’énergie est d’une importance critique. En suivant cette problématique de près, l’OVAM veille à ce que les objectifs de sa politique ne soient pas remis en question. La Flandre côtoie toujours le top européen en matière de gestion des déchets. Cependant, si nous voulons continuer à contribuer au développement durable, nous devons franchir les frontières de la politique de gestion des déchets. Depuis 2004, l’OVAM étend sa politique de traitement des déchets à la gestion des matériaux. Le projet de Plan d’exécution ‘Utilisation de matériaux et gestion de déchets écologiques dans la construction’ constitue la base d’une politique intégrée de gestion des matériaux de construction. L’OVAM agit également au niveau du contrôle. Ensemble, nous avons procédé à 730 contrôles, traité 88 apostilles du Parquet et dressé 135 procès verbaux. Pour les contrôles, nous travaillons en étroite collaboration avec d’autres services d’inspection belges et étrangers, en particulier avec la police. A noter également pour 2005 les contrôles intensifs dans le domaine du transport, comme l’action de grande envergure menée en novembre à Courtrai, en collaboration avec les services de police et le Parquet. En 2005, l’OVAM a aussi joué un rôle actif dans différents dossiers environnementaux européens et internationaux, tant dans le cadre de dossiers spécifiques en matière de déchets que d’initiatives associées à la politique de traitement des déchets. Les préparatifs relatifs à la stratégie thématique sur les déchets et la directive-cadre sur les déchets en cours d’élaboration revêtent une importance capitale pour la politiqu

101


ZUSAMMENFAS ZUSAMMENFAsSUNG

Die OVAM (Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest - Öffentliche Abfall-stoff-gesellschaft für die flämische Region) ist für die Bereiche Abfallstoffe und Bodensanierung in Flandern verantwortlich. Mit diesem Jahresbericht 2005 geben wir ein Bild unserer Aktivitäten im vergangenen Jahr wieder. Wir arbeiten mit Erfolg an einer dauerhaften Verwaltung der Böden in Flandern, das zeigen die Tatsachen und Zahlen. Durch die gesetzmäßige Untersuchungspflicht fanden 4100 orientierende und 1000 beschreibende Bodenuntersuchungen statt. Für die Bodensanierungen stellen wir beinahe eine Verdopplung der Gutachten fest. Die Zahl der Realisierungen im Rahmen des Sanierungsprozesses ist weiterhin ansteigend. Die alternative Finanzierung der Bodensanierung zeigt nun Resultate: Im Rahmen des Fonds Bodensanierung Tankstellen (bodemsanering benzinestations (Bofas) starteten 12 Sanierungsprojekte. Wir arbeiteten auch einem gesetzmäßigen Rahmen für verschiedene Sektoren der Bodensanierungsfonds in Flandern aus. Durch die Reorganisation der Abteilung Bodenverwaltung möchten wir diesen Bereich noch besser organisieren und bei unserer Arbeit den Arbeitsabläufe, Flexibilität, Zusammenarbeit, Realisierbarkeit sowie der Übertragung von Verantwortung mehr Aufmerksamkeit schenken. Diese speziellen Werte sind auch wichtig bei den offiziellen Sanierungen, von denen mehr und mehr in die Ausführungsfase gehen. Nach der erfolgreichen Auflösung konnte in 2005 die Sanierung Carcoke starten und dann ist da auch noch eine Vielzahl anderer Realisierungen die auf dem Terrain begonnen, fortgesetzt oder beendet werden. Alle Projekte in Angriff zu nehmen ist budgetär nicht realistisch, darum mussten wir Prioritäten setzen. Bei all unseren Bodenprojekten legten wir großen Wert auf die Partnerschaften mit dem privaten Sektor, beispielsweise im Rahmen von brownfields oder über spezifische Übereinkünfte, sowie mit Umicore für die Sanierung ihres historischen Brachlandes. Auch mit anderen Regierungen arbeiteten wir intensiv zusammen, sowohl auf lokalem, nationalem und internationalem Gebiet. Das gemeinsame Herangehen von Flandern und den Niederlanden an das Problem der Schwermetalle in den Kempen ist ein einzigartiges Beispiel von Zusammenarbeit bei einem grenzüberschreitenden Bodenproblem. In der zukunftsgerichteten und qualitätsvollen Abfallpolitik hat Vermeidung noch immer Priorität. Industrie, Bürger sowie auch Regierungen wollen wir soweit wie möglich von der Wichtigkeit der Abfallvermeidung überzeugen. Mit dem Öko-Effizienz-Scannung probieren wir kleine und mittelgroße Unternehmen für die Abfallvermeidung interessieren. Für den privaten Abfall, arbeiten wir weiterhin an der Veranstaltungspolitik und lenken den Blick auf den Straßenabfall. Auch auf dem Gebiet von selektiven Sammlungen folgen wir unserem Weg: in 2004 wurden 71,6% des privaten Abfalls mit Hinblick auf Wiederverwendung, Kompostierung und Recycling selektiv eingesammelt. Im Jahre 2005 mussten sich Produzenten und Importeure von 11 industriellen Abfallströmen einer Anerkennungspflicht unterwerfen; für 7 Wege laufen noch die Verhandlungen. Auf dem Gebiet von Recycling ist das Spannungsfeld Energiewiederverwertung kritisch zu betrachten: OVAM verfolgt dieses Thema, damit diese Zielstellung in ihrer politischen Arbeit nicht zum Stillstand kommt. Flandern steht mit seiner Abfallpolitik noch immer an der Spitze Europas. Wenn wir mit unserer Politik noch weiterhin einen Beitrag in der dauerhaften Entwicklung leisten wollen, dann müssen wir weit über die Grenzen der Abfallpolitik sehen. Seit 2004 breitet OVAM die Abfallstoffpolitik zur Materialpolitik aus. Der Entwurf des Ausführungsplans “umweltgerechter Materialgebrauch und Abfallpolitik im Bauwesen“ ist die Basis für eine integrierte Materialpolitik im Bausektor. OVAM tritt auch als Kontrollorgan auf. Insgesamt führten wir 730 Kontrollen aus, bearbeiteten wir 88 Anfragen der Staatsanwaltschaft und reichten 135 Anzeigen ein. Für die Kontrollen arbeiten wir eng mit den Inspektionsdiensten im In- und Ausland und besonders mit der Polizei zusammen. Im Jahr 2005 waren die Transportkontrollen tonangebend, wie zum Beispiel die großräumige Aktion im November in Kortrijk, in Zusammenarbeit mit den Polizeibehörden und der Staatsanwaltschaft. OVAM spielte im Jahr 2005 eine aktive Rolle in verschiedenen europäischen und internationalen umweltpolitischen Vorgängen, beispielsweise das spezifische Abfallproblem als allgemeine politische Initiative in Bezug auf die Abfallstoffpolitik. Für die Abfallpolitik in Flandern sind die Vorbereitungen im Rahmen der Thematischen Strategie und entstehende Rahmenbedingungen Abfall lebenswichtig.

102


SUMMARY SUMMARY

OVAM is the public body responsible for policy on waste products and soil remediation in Flanders. This 2005 annual report sketches a picture of our activities during the past year. We are working on the sustainable management of the soil in Flanders. With success, as demonstrated by the facts and figures. In 2005, the legally imposed tests resulted in 4,100 exploratory and 1,000 descriptive soil tests. With respect to soil remediation, the number of final certificates issued almost doubled. The number of cases involved in ongoing remediation continues to increase. Alternative financing of soil remediation is bearing fruit: twelve sanitation projects were started within the framework of the fund for soil remediation of petrol stations (BOFAS). We also worked further on a legal framework for sectorial soil remediation funds in Flanders. The reorganisation of the soil management department will allow us to organise these tasks even better and give even more attention to flow, flexibility, collaboration, feasibility and stimulating responsibility. All of these values are also important to official remediation projects, with more and more of these now in the execution phase. After its successful demolition, remediation at Carcoke could begin in 2005. There were also numerous other projects where remediation in the field was started, continued or completed. A comprehensive approach to all projects is not feasible within the allotted budget, which requires the setting of priorities. In all of our soil remediation projects, we attach much importance to partnerships with the private sector – for example within the framework of brownfields or via specific agreements, such as with Umicore for the remediation of their historical soil assets. We also work closely with other government institutions at the local, national and international levels. The joint approach of Flanders and the Netherlands to the problem of heavy metals in area of the Kempen is a unique example of collaboration to address a cross-border soil remediation problem. Prevention is being given an even greater priority in the future-oriented and high-quality waste policy of OVAM. Our intent is to convince companies, individuals and government authorities as much as possible of the importance of preventing waste. With the eco-efficiency scan, our goal is to generate interest among SMEs for waste prevention. With respect to domestic waste, we gave further shape to our event policy and increased our focus on the problem of litter. In the area of selective collection, we also continued along the road already travelled: in 2004, 71.6 % of all domestic waste was selectively collected with a view toward reuse, composting and recycling. As of 2005, manufacturers and importers of eleven industrial waste flows are subject to a take-back obligation; negotiations are in process for seven additional flows. In the area of recycling, the interplay with energy recuperation is critically important; OVAM intends to follow this issue closely in order to ensure that the objectives within its policy domain are not placed at risk. With its waste policy, Flanders remains among the best in Europe. However, if we wish to continue to contribute to sustainable development, our field of vision must encompass areas outside the boundaries of waste policy alone. Since 2004, OVAM has extended its waste product policy to include materials. The draft Implementation Plan ‘The environmentally responsible use of materials and waste management in construction’ constitutes the foundation for an integrated policy with respect to materials in the building sector. OVAM also has a monitoring task to fulfil. In total, we performed 730 inspections, handled 88 orders from magistrates and issued 135 official reports. For the inspections, we work closely with other inspection instances in Belgium and abroad, especially with the police. Prominent for 2005 were the transport inspections, such as the large-scale campaign that took place in November in Kortrijk together with the police and the public prosecutor. In 2005, OVAM also played an active role in various European and international environmental dossiers including specific waste dossiers as well as general policy initiatives with a link to waste product policy. Critically important to waste policy in Flanders are the preparations within the framework of the Thematic Strategy on the prevention and recycling of waste, and the emergent Framework Directive on Waste.

103


AFKORTIN AFKORTINGEN

104

© Danni Elskens

© iStock


NGEN

EN BEGRIPPEN Afkortingen ABDK

Actief Bodembeheer De Kempen (NL)

AEEA

Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten

AMINAL

Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer

BBP

Bruto Binnenlands Product

BBT

Beste Beschikbare Technieken

BERI

Brownfield’s Europe Regeneration Initiative

BIM

Brussels Instituut voor Milieubeheer

BTW

Belasting op Toegevoegde Waarde

Bofas

Bodemsaneringsfonds voor tankstations

Diftar

Gedifferentieerde tarifering: aangeboden afval wordt aangeboden per gewicht of per volume

EPM

Energieprestatiemaat

FAVV

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

FEBEM

Federatie van Milieubedrijven

FeBuPro

Federatie Butaan en Propaan

FFEU

Financieringfonds voor schuldafbouw en éénmalige investeringsuitgaven

FOD

Federale Overheidsdienst

FOST Plus

Erkend organisme dat instaat voor de terugnameplicht van huishoudelijk verpakkingsafval

GFT-afval

Groente-, Fruit- en Tuinafval

GIS

Geografisch Informatie Systeem

Gisti

Gescheiden Inzameling Stimuleren, programma voor selectieve inzameling van de OVAM, waarbij de nadruk ligt op de sectorale benadering

GMO

Gewestelijk Milieuoverleg

GRC

Grondreinigingscentrum

HIVA

Hoger Instituut voor de Arbeid

IDPW

Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk

IGEAN

Intercommunale Grondbeleid en Expansie Antwerpen

IMO

International Maritime Organisation

ILO

International Labour Organisation

IOK

Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij Kempen

IPPC

Integrated Pollution Prevention Control

IVAREM

Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam afvalbeheer regio Mechelen

IVC

Interregionale Verpakkingscommissie

Interreg

Europees programma dat concrete grensoverschrijdende projecten subsidieert met als doel de grenzen binnen de Europese Unie zoveel

105


mogelijk op te heffen KINT

Koninklijk Instituut voor Natuur en Techniek

KMO’s

Kleine en Middelgrote Ondernemingen

LIN

Departement Leefmilieu en Infrastructuur

MAMBO

Minder Afvalstoffen Meer BedrijfsOpbrengst, softwarepakket dat toelaat de totale afvalkosten van een bedrijf in kaart te brengen en de baten van investering in afvalpreventie te berekenen.

MBO

Milieubeleidsovereenkomst

MINA-fonds

Milieu- en Natuurfonds, fonds dat het merendeel van de middelen beheert die de Vlaamse overheid inzet voor een verbetering van de milieu- en natuurkwaliteit in het Vlaamse Gewest

MIP

Milieu en Energie Innovatieplatform

MI-WA

Intercommunale vereniging voor huisvuilverwerking Midden-. Waasland

MJP

Milieujaarprogramma

MOS

Milieuzorg Op School

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OVAM

Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest

OWD

Office Wallon des Déchets

PAK’s

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen

PBM

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

PCB’s

Polychloorbiphenylen, gechloreerde scheikundige verbindingen

PCN

Produits Chimiques de Nieuport (bedrijfsnaam)

PLA

Poly Lactic Acid

PMD

Plastic, Metaal en Drankkartons

POP’s

Persistente Organische Polluenten

PRESTI

Preventiestimuleringsprogramma voor bedrijven op initiatief van de Vlaamse overheid

PRTR

Pollutant Release and Transfer Register

Recupel

Vzw die dankzij de steun van de verschillende gewesten werd opgericht door de producenten en de invoerders van elektrische en elektronische apparatuur. De missie van Recupel is het organiseren van de ophaling, de verwerking en de recyclage van oude elektrische en elektronische toestellen in België.

106

RWZI

Rioolwaterzuiveringsinstallatie

SERV

Sociaal-Economische Raad Vlaanderen

TFS

Transfrontier Shipments of Waste

TOP

Tijdelijke opslagplaats

TWOL

Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieu

UNEP

United Nations Environment Programme

VITO

Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek

VLACO

Vlaamse Compostorganisatie

Vlarea

Vlaams Reglement inzake Afvalvoorkoming en -beheer

Vlarebo

Vlaams Reglement betreffende Bodemsanering

Vlarem

Vlaams Reglement betreffende Milieuvergunningen

VREG

Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt

VVSG

Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten


Begrippen Aanvaardingsplicht

Plicht voor de eindverkoper, de tussenhandelaar, de producent of de invoerder om bepaalde afvalstoffen te aanvaarden met het oog op hun nuttige toepassing of doelmatige verwijdering

Afvalverwerking

Omzetten van afval in andere vormen door bijvoorbeeld recyclage of verbranding en verwijdering van afval door storten

Afvalverwijdering

Vernietiging en definitieve opslag op of in de bodem

ConSoil

Internationaal congres over bodemsanering, waarvan in 2005 de 9de editie plaatsvond

Bedrijfsafval

Afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke en wetenschappelijke activiteit en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij besluit van de Vlaamse Regering

Beschrijvend Bodemonderzoek (BBO) bodemonderzoek waarin de ernst van de bodemverontreiniging wordt vastgesteld Bodemsanering

Het behandelen van bodemverontreiniging door het opstellen en uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek, indien nodig gevolgd door het opstellen van een bodemsaneringsproject, het uitvoeren van bodemsaneringswerken en het eventueel verzekeren van nazorg

Bodemsaneringsproject (BSP)

Studie waarin wordt vastgelegd op welke wijze de bodemsanering zal worden uitgevoerd

Bodemsaneringswerken (BSW)

Werken ter uitvoering van een bodemsaneringsproject

Bodemverontreiniging

De aanwezigheid van stoffen of organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de bodem, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloeden of kunnen beïnvloeden

Groene stroom

Elektriciteit opgewekt door gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen

Halonen

Volledig gehalogeneerde koolwaterstofmoleculen die minstens één broomatoom bevatten. Deze producten worden voornamelijk gebruikt als brandbestrijdingsmiddel.

Hergebruik

Het opnieuw aanwenden van producten en materialen in het afvalstadium voor hetzelfde doel of voor een soortgelijk doel als waarvoor zij oorspronkelijk bestemd waren

Historische bodemverontreiniging

Verontreiniging die tot stand gekomen is vóór de inwerkingtreding van het Bodemsaneringsdecreet (vóór 29 oktober 1995)

Persistent

Niet of zeer moeilijk afbreekbaar

Recuperatie

Verzamelbegrip voor recyclage, compostering en hergebruik

Recyclage

Terugwinnen van grondstoffen uit afvalstoffen en het inzetten ervan in een productieproces als gehele of gedeeltelijke vervanging van primaire grondstoffen

Register van verontreinigde gronden

Bevat alle gronden in Vlaanderen waarvoor reeds een bepaalde graad van verontreiniging werd vastgesteld

Richtlijn (Europese)

Besluit dat bindend is voor de lidstaten wat betreft een in de richtlijn uitgedrukt te bereiken resultaat. De lidstaten zijn vrij de vorm en middelen te bepalen nodig om aan de richtlijn te voldoen. Bij niet-naleving kan de Commissie een procedure inzetten

107


Verordening (Europese)

Besluit dat bindend is in al haar onderdelen en rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat. Een verordening wordt niet omgezet, omdat zij automatisch deel uit maakt van het nationale wetsysteem

Zware metalen

Metalen met een atoommassa groter dan 20. Meestal bedoelt men hiermee de groep van volgende acht stoffen: arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink

COLOFON redactieraad: Els De Picker, Veerle De Ridder, Inge De Vrieze, Els Gommeren, Kristel Lammens, Lore Marien, Els Van Camp, Anne Vandeputte.

hoofdredacteur: Karina De Beule

copywriting: Katelijne Norga (Pantarein)

vormgeving: Koloriet

drukwerkbegeleiding: Joris Delafortrie

druk: Drukkerij Schaubroeck, Nazareth

verantwoordelijke uitgever:

108

Š Danni Elskens

Henny De Baets


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_OVAM_2005.pdf by Vlaanderen-be - Issuu