Skip to main content

dossier 2020-279.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/279

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/279

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 23 september 2020 diende xxx een verzoek in bij het agentschap Wonen-Vlaanderen om een afschrift te ontvangen van volgende documenten met betrekking tot het conformiteitsonderzoek van “xxx”: - Alle ‘omstandige verslagen m.b.t. een advies tot onbewoonbaarheid’ opgemaakt vanaf 7 augustus 2018 - Alle ‘technische verslagen m.b.t. een advies van ongeschiktheid’ opgemaakt vanaf 7 augustus 2018 - Alle ‘documenten in het kader van het opstarten van een administratieve procedure’ door de gewestelijk ambtenaar van Wonen West-Vlaanderen inzake ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid op basis van het op 7 augustus 2018 uitgevoerde conformiteitsonderzoek en het beschikbare negatieve brandpreventieverslag van 2 juli 2018 (cf. Ministerieel Besluit 31 augustus 2018). Op 12 oktober 2020 antwoordt het Agentschap Wonen-Vlaanderen aan verzoeker dat zij de vraag goed heeft ontvangen maar heeft vastgesteld dat de opgevraagde technische verslagen persoonsgegevens bevatten, waardoor ze verzoeker vragen om zijn precies belang, los van het feit dat verzoeker reeds aangaf eigenaar te zijn van een woonentiteit en van de gemeenschappelijke delen van de residentie, concreet toe te lichten. Het agentschap Wonen-Vlaanderen heeft op voormelde vraag geen reactie ontvangen. Het agentschap Wonen-Vlaanderen heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen.

www.vlaanderen.be


Op 23 oktober 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing door het agentschap Wonen-Vlaanderen. Dit beroep werd geregistreerd op 26 oktober 2020. Op 25 november 2020 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 23 september 2020. Op 23 oktober 2020, de datum van het beroepschrift, is de decretale termijn voor de beslissing van het agentschap Wonen-Vlaanderen inmiddels verstreken. Bij gebrek aan beslissing, heeft de termijn om beroep aan te tekenen geen aanvang genomen. Het ingestelde beroep is tijdig ingediend. De beroepsinstantie stelt vast dat de in casu bevraagde bestuursinstantie, het agentschap WonenVlaanderen, het Bestuursdecreet verkeerd interpreteert, wat het vereiste belang betreft in het kader van openbaarheid van bestuur. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet stelt immers uitdrukkelijk dat de aanvrager geen belang hoeft aan te tonen tenzij de aanvraag betrekking heeft op informatie van persoonlijke aard. Informatie van persoonlijke aard definieert het Bestuursdecreet als informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon. De beroepsinstantie merkt op dat de in deze verslagen vermelde gegevens hoofdzakelijk de staat van de woning beschrijven. De technische verslagen handelen in principe over de gebreken aan de wooninfrastructuur. Dergelijke verslagen omvatten dan ook geen waardeoordeel of beschrijving van een gedrag van een natuurlijk persoon. Naast de identificatie van het gebouw en de woonentiteit vermeldt het technisch verslag ook de identificatiegegevens van de houder van het zakelijk recht op de woning. De daar vermelde gegevens (zoals de naam en voornaam, het adres, het rijksregisternummer en de aard van het zakelijk recht) zijn persoonsgegevens die op grond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen worden afgeschermd. Een naam van een natuurlijk persoon, zijn adres of rijksregisternummer en of hij zijn woning in volle eigendom of in vruchtgebruik heeft, zijn duidelijk gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken maar deze gegevens houden helemaal geen waardeoordeel of een beschrijving van een gedrag in. Gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken en informatie met betrekking tot een waardeoordeel of een gedrag van een persoon zijn dan ook twee totaal van elkaar te onderscheiden gegevens. De vermelding in een opgevraagd bestuursdocument van gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, rechtvaardigt dan ook niet dat verzoeker een belang bij zijn openbaarheidsverzoek moet aantonen. Integendeel. In casu heeft het agentschap Wonen-Vlaanderen dan ook ten onrechte naar het belang van verzoeker gevraagd en de bepalingen van het Bestuursdecreet op dat vlak verkeerd geïnterpreteerd en toegepast.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/279

pagina 2 van 6


Het ingediende beroepschrift is bijgevolg dan ook ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

xxx heeft geen enkel van de opgevraagde stukken ontvangen, zodat hij zich genoodzaakt zag om beroep in te stellen tegen het uitblijven van een beslissing. Beroeper acht het evident dat hij belang heeft om de gevraagde documenten te bekomen en wel om volgende redenen : -

Openbare veiligheid is van openbare orde.

-

Beroeper is eigenaar van een appartement in de residentie en mede-eigenaar van de gemene delen van de gehele residentie met in totaal 14 meergezinswoningen onder hetzelfde dak.

-

De verwijzing naar persoonsgegevens vermeld in de verslagen is niet relevant, aangezien beroeper als mede-eigenaar reeds op de hoogte is van deze persoonsgegevens via andere kanalen (bvb. ‘vereniging van mede-eigenaars’ (VME), algemene vergaderingen, intranet syndicus, emailverkeer ...).

Beroeper stelt vervolgens : “De gevels en de daken van de gehele residentie voldoen niet aan de stipt na te leven brandveiligheidsvereisten opgenomen in het brandpreventieverslag middelhoog gebouw d.d. 31.01.2015, voorwaardelijk gehecht aan de stedenbouwkundige vergunning 20146279 d.d. 01.06.2015, meer nog voldoen zelfs niet aan de vigerende brandveiligheidsvereisten laag gebouw.

Ik kan bijgevolg medeverantwoordelijk zijn bij een eventuele brand t.o.v. de verzekeringsmaatschappij of bij een klacht door huurders of omwonenden m.b.t. de brandonveilige gemene delen.” 2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie contacteerde het agentschap Wonen-Vlaanderen voor toelichting en een afschrift van de gevraagde documenten. Op 6 november 2020 bezorgde het agentschap Wonen-Vlaanderen de beroepsinstantie enkel de technische verslagen betreffende xxx. Op de vraag van de beroepsinstantie waarom de meeste verslagen blanco waren, liet het agentschap Wonen-Vlaanderen op 19 november 2020 weten dat de controleur enkel een verslag kon opmaken van de woonentiteiten waartoe hij toegang heeft gekregen op de vooraf aangekondigde datum van controle. Aangezien onder andere de woning van xxx nog niet was opgeleverd, beschikte hij niet over een sleutel om de controleur toegang te verlenen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/279

pagina 3 van 6


Het komt aan de beroepsinstantie toe om, bij gebrek aan beslissing vanuit het agentschap WonenVlaanderen, de verschillende onderdelen van het openbaarheidsverzoek ten gronde te beoordelen. Onderdeel 1 : de technische verslagen Op 11 december 2020 bevestigt het agentschap Wonen-Vlaanderen dat slechts voor 5 woonentiteiten van xxx een controle kon worden uitgevoerd. Voor deze 5 woonentiteiten bezorgde het agentschap 5 ingevulde technische verslagen, voorzien van een fotoreportage. Deze technische verslagen en foto’s beschrijven enkel de vastgestelde gebreken van deze 5 woningen. De verslagen vermelden ook alle persoonsgegevens van de eigenaars (naam, adres, rijksregisternummer en aard van het zakelijk recht). Hoewel xxx in zijn beroepschrift aangeeft alle mede-eigenaars te kennen via andere kanalen (o.a. mailverkeer en algemene vergaderingen van mede-eigenaars) kan de beroepsinstantie aannemen dat alle mede-eigenaars elkaar bij naam kennen maar daarom niet van elkaar het rijksregisternummer, type zakelijk recht en adres kennen. Een adres, rijksregisternummer en type zakelijk recht zijn gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken en die behoudens toestemming van de betrokkenen conform artikel II.34,2° van het Bestuursdecreet dienen te worden afgeschermd. Dat artikel bepaalt immers dat een overheidsinstantie het verzoek voor wat betreft andere dan milieu-informatie afwijst als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De beroepsinstantie stelt vast dat het in casu gaat om adressen, rijksregisternummer en informatie over het type zakelijk recht. Deze gegevens behoren wel degelijk tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen. Het vrijgeven van deze gegevens zou een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van voormelde gegeven heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016).

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/279

pagina 4 van 6


Artikel II.34,2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat mits toestemming van de betrokkene zijn gegevens wel openbaar kunnen worden gemaakt. In casu heeft het agentschap Wonen-Vlaanderen geen toestemming gevraagd. De beroepsinstantie heeft bij gebrek aan snellere contactgegevens zoals een mailadres of telefoonnummer de betrokkenen per brief om toestemming verzocht maar heeft op het moment van haar beslissing nog geen reactie mogen ontvangen. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet bepaalt evenwel dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie., wat in casu het geval is. Gelet op het voorafgaande concludeert de beroepsinstantie dat het ingestelde beroep wat het eerste onderdeel betreft gedeeltelijk gegrond moet worden verklaard. Onderdeel 2 : de omstandige verslagen Op 11 december 2020 meldt het agentschap Wonen-Vlaanderen dat voor geen enkele woonentiteit van xxx een omstandig verslag werd opgemaakt bij de controle van 7 augustus 2018 of later. De beroepsinstantie kan dan ook enkel besluiten dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op onbestaande documenten. Een verzoek in het kader van openbaarheid van bestuur kan evenwel enkel betrekking hebben op bestaande bestuursdocumenten in het bezit van de bevraagde overheid conform de definitie vermeld in artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet. Bij gebrek aan de gevraagde documenten kan er dan ook geen afschrift van worden verleend. Dit onderdeel van het beroep dient dan ook ongegrond te worden beschouwd Onderdeel 3: documenten uit de door de ambtenaar van Wonen-Vlaanderen gestarte administratieve procedure inzake ongeschikt- of onbewoonbaarheid op basis van de controle van 7/8/2018 In een telefonisch onderhoud van 11 december 2020 met de dossierbehandelaar van het agentschap WonenVlaanderen, Afdeling West-Vlaanderen, wordt bevestigd dat het agentschap Wonen-Vlaanderen naar aanleiding van de op 7 augustus 2018 uitgevoerde controle geen administratieve procedure inzake ongeschikt- of onbewoonbaarheid heeft opgestart. De beroepsinstantie kan dan ook enkel besluiten dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op onbestaande documenten. Aangezien een verzoek in het kader van openbaarheid van bestuur enkel betrekking kan hebben op bestaande documenten in het bezit van de bevraagde overheid conform de definitie vermeld in artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet, dient dit onderdeel van het beroep ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/279

pagina 5 van 6


Het beroepschrift van xxx d.d. 23 oktober 2020 tegen de ontstentenis van beslissing van het agentschap Wonen-Vlaanderen wordt als ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond en deels ongegrond beschouwd. Bijgevolg dienen de 5 opgestelde technische verslagen, inclusief de fotoreportages zoals overgemaakt aan de beroepsinstantie op 11 december 2020, openbaar te worden gemaakt door er een afschrift van te verlenen, weliswaar met weglating van de vermelde adressen, rijksregisternummers, en het aangevinkte ‘type zakelijk recht’ van deze 5 mede-eigenaars.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 11 december 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/279

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-279.pdf by Vlaanderen-be - Issuu