• VLM-partners getuigen • Samen investeren we in een duurzame open ruimte • De VLM van morgen
Samen investeren in de open ruimte
Inhoud
Samen investeren in de open ruimte
05
“Het buitengebied heeft een dirigent nodig�
06
De VLM door de ogen van de voogdijministers
I. De open ruimte voor en door mensen
10
II. De open ruimte waar economie zich ontplooit
26
III. De open ruimte als natuurlijke voorraadkamer
40
Vooruitkijken: de VLM staat sterk voor de toekomst
59
20 jaar samen investeren in de open ruimte 1
2
20 jaar samen investeren in de open ruimte
edito Beste lezer,
D
e Vlaamse Landmaatschappij bestaat dit jaar 20 jaar. Naar aanleiding daarvan brengen we deze publicatie uit. Een soort portfolio, maar ook meer dan dat. Deze publicatie is slechts ten dele als een retrospectieve opgevat. Veel meer is zij een vooruitblikken naar de toekomst, samen met onze partners en stakeholders. De geactualiseerde missie van de VLM, ‘Samen investeren in de open ruimte’, vormt - hoe kan het ook anders - het leidmotief van deze publicatie. Of het nu gaat over het flankerend beleid bij grote infrastructuurprojecten, de herschikking van een landbouwgebied of natuurmaatregelen in een Europees beschermd gebied: de open ruimte vormt de koepel van het veelzijdige VLMtakenpakket én de gemene deler van de activiteiten landelijke inrichting, plattelandsbeleid en Mestbank. Investeren in de open ruimte doet de VLM niet vanop een eiland: de VLM overlegt en gaat partnerschappen aan, zij mobiliseert en faciliteert en ze legt de financiële middelen samen. Kortom, samen wordt geïnvesteerd in mensen en middelen om de kwaliteit van onze leefomgeving duurzaam te verbeteren. Beleidscontext, strategische lijnen, resultaten en projectwerking vormen één laag in deze publicatie, de ‘fond’ zeg maar. Bovenop die laag hebben we ruimte gemaakt voor opinies. De open ruimte herbergt immers een veelheid aan functies, gebruikers en aanspraken, meer dan welk ander gebied ook. Een veelzijdigheid die soms tegenstellingen oproept, tegenstellingen die we ook willen laten spreken uit deze publicatie. Interviews met tal van partners en stakeholders resulteren in een bont, eerlijk, maar bovenal positief verhaal over samenwerken. Een boeiend relaas, dat het streven van de VLM illustreert om samen met haar partners de schouders te zetten onder de duurzame ontwikkeling van de open ruimte in Vlaanderen. De VLM maakt met haar vernieuwde missie een statement en ondersteunt dit tegelijk met een nieuwe grafische identiteit. Het nieuwe beeldmerk van de VLM is de kiem, die verwijst naar zowel landbouw als natuur, twee hoofdfuncties van de open ruimte die de VLM wil koesteren. De kiem symboliseert terzelfdertijd een reikende hand, die de uitnodigende samenwerkingsbereidheid van de VLM kenschetst: laat ons samen investeren in de open ruimte. 2008 is voor de VLM niet alleen het twintigjarig bestaan van de organisatie. De VLM neemt dit jaar ook afscheid van gedelegeerd bestuurder ir. Roland de Paepe. Gedurende de twintig jaar leiderschap van Roland de Paepe groeide de VLM uit tot een uitvoerend agentschap met een rijk gevulde opdrachtenportefeuille. Een VLM die binnen de Vlaamse overheid meer dan één reden van bestaan heeft. De voltallige VLM, de Raad van Bestuur, de directieraad en de directiestaf, en alle medewerkers in Brussel én in de provincies, bedanken Roland de Paepe oprecht voor al die jaren van inzet, enthousiasme en meesterschap aan de top.
Wij wensen u veel leesplezier.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 3
“Twee handen op één buik, twee neuzen in dezelfde richting” Guido Clerx over zijn tweemanschap met Roland de Paepe Teamwork is de VLM ten voeten uit. Ook aan de top: na de succesvolle tandem Paul Demeester - Roland de Paepe, zette vanaf 2001 het duo Roland de Paepe - Guido Clerx z’n schouders onder de VLM. De visionair en de pragmaticus die samen bergen verzetten. Guido Clerx, algemeen directeur van de VLM, over het recept van die samenwerking: “Twee weten meer dan één: complementariteit is een geschenk als je samen een organisatie moet runnen.”
D
e samenwerking tussen Roland de Paepe en mezelf gaat terug naar de pioniersjaren van de VLM. In die prille jaren was onze samenwerking er vooral op gericht de VLM te laten groeien, het takenpakket uit te breiden. Een eerste gezamenlijk project - samen ook met de vorige leidend ambtenaar Paul Demeester en François Stuykens - inspecteur-generaal van de Mestbank - was het eerste Mestdecreet in 1991. Nog intensiever werkten Roland de Paepe en ik samen rond GISVlaanderen enkele jaren later, met als bekroning de uitbouw van het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen in de schoot van de VLM. Toen Paul Demeester in 2001 met pensioen ging, luidde dit een nieuwe periode van nauw samenwerken in, met Roland de Paepe als waarnemend administrateur-generaal en ikzelf als waarnemend adjunct-administrateur-generaal. Het Beter Bestuurlijk Beleid veranderde in 2006 nog onze officiële titels, maar de essentie van het tweemanschap bleef.“ Een stap voorblijven “Goed kunnen samenwerken op operationeel niveau is een troef. Maar op ma-
4
20 jaar samen investeren in de open ruimte
nagementniveau is het een noodzaak: het is een enorm voordeel als je aan de top met z’n tweeën bent. De koppen samen steken, ideeën aftoetsen: dat is allemaal erg belangrijk. Maar het moet wel boteren tussen de twee partijen én je moet eenzelfde finaliteit hebben; dat was bij ons zonder twijfel het geval. Onze neuzen stonden steeds in dezelfde richting, en die richting was altijd vooruitkijkend, naar de toekomst van de VLM. Het brengen van consistentie in het diverse takenpakket van de VLM was een voortdurende zorg in de periode dat Roland de Paepe de VLM bestuurde. Ook geloofden we beiden sterk in de noodzaak voor de VLM om te evolueren, de vragen en ontwikkelingen bij- en liefst een stap voor te blijven.” Niet alledaags “Al hadden we hetzelfde doel voor ogen, de bril waardoor we keken was wel erg verschillend. Roland de Paepe als betreder van nieuwe paden, verkennend, aftastend, acquisitiegericht ook. Zijn stokpaardje was de uitbreiding en de consolidatie van de VLM-portefeuille. Terwijl het uitvoerende niveau eerder mijn besogne was. Hoewel ze misschien
niet alledaags was, was onze samenwerking geolied als geen andere. Vaak genoeg heeft die wederzijdse aanvulling voor een interessante kruisbestuiving gezorgd. Zo hebben we bijvoorbeeld in beperkte groep samen de kiem gelegd voor de Vlaamse Grondenbank tijdens een studiereis in Duitsland, brainstormend aan de toog van de bar van het hotel bij een fris glas bier.” Rijdende trein “Roland de Paepe laat de VLM als een rijdende trein achter - dat moet iedereen hem nageven. De verdienste is des te groter, omdat de VLM als organisatie zowat de meest complexe en veelzijdige is van de hele Vlaamse overheid. Dit overheidsbedrijf besturen impliceert een grote kennis van het buitengebied, alertheid voor de aanspraken in de open ruimte en de gevoeligheden die daarbij komen kijken, de gave om partners te enthousiasmeren en rond de tafel te brengen, vertrouwen te winnen … Maar ook: aandacht voor het menselijke kapitaal van de VLM, veranderingsgezindheid, feeling voor financiën en IT … Hoe noemen ze iemand die het allemaal heeft? Een witte raaf, zeker?”
Samen investeren in de open ruimte P
rojecten in het buitengebied en in de stadsrand, dat is waar het bij de VLM om draait. Geen vrijblijvende opdracht, want er staat veel op het spel als het over de open ruimte gaat. Openruimteprojecten zijn er in alle soorten en maten: van de herschikking van een landbouwgebied over natuurmaatregelen tot een strategische havenuitbreiding. Eén ding hebben ze wél gemeen: allemaal houden ze kansen in om de kwaliteit van de open ruimte te verbeteren. De VLM heeft de ambitie om die kansen zoveel mogelijk te helpen benutten. Voor iedereen die om haar inbreng vraagt, op maat van het gebied én met oog voor alle functies en spelers.
De VLM investeert in een duurzame open ruimte. In haar streven naar een kwaliteitsvolle inrichting heeft ze aandacht voor de drie pijlers van duurzame ontwikkeling: people, profit, planet.
Een duurzame open ruimte is in de eerste plaats een ruimte voor mensen. Waar mensen zichzelf kunnen zijn, kunnen leven, wonen, werken en op adem komen. Een duurzame open ruimte is er voor de mensen, maar wordt ook door de mensen gemaakt. Het is belangrijk dat mensen trots zijn op hun streek, meedenken over de inrichting ervan, het gebied waar ze wonen mee gestalte kunnen geven.
Een duurzame open ruimte schept ook kansen voor de economie. Het is een plek waar mensen initiatieven kunnen nemen, waar bedrijvigheid zich kan ontplooien: land- en tuinbouw, handel, horeca, recreatiebedrijven … Maar ook nieuwe spelers, zoals landbouwers die aan hoevetoerisme doen, of dienstenbedrijven die de rust en het landschap opzoeken.
Een duurzame open ruimte is ten slotte een schatkamer voor de natuur en het milieu. Het is de honk van waardevolle natuuren bosgebieden, de thuishaven voor een rijke variëteit aan dieren en planten, levende en veerkrachtige beken en rivieren, zuivere lucht, authentieke landschappen … Die groene functie van de open ruimte is erg belangrijk om toekomstige uitdagingen, zoals het verlies aan biodiversiteit en de klimaatopwarming, te trotseren.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 5
De VLM heeft twee voogdijministers: Hilde Crevits, Vlaams minister voor Leefmilieu en Kris Peeters, Vlaams ministerpresident en tevens minister voor Plattelandsbeleid. Wij vroegen beide ministers hun openhartige visie op het buitengebied en de rol van de VLM daarin.
“Het buiteng dirigent nod
Minister Crevits over Landelijke inrichting en Mestbank Minister Crevits, de VLM is een agentschap met een rijk gevulde opdrachtenportefeuille. Landelijke inrichting, de Vlaamse Grondenbank, de Mestbank, het plattelandsbeleid: wat is de cement tussen deze activiteiten? “Al de opdrachten van de VLM hebben gemeen dat ze een grote mate van deskundigheid en specifieke kennis van de open ruimte vereisen. En uiteraard vergt dit een goede globale kijk op wat de maatschappij en de mensen in de open ruimte verlangen en wat onze plattelandsgebieden nodig hebben. Het is belangrijk om mensen rond de 6
20 jaar samen investeren in de open ruimte
De VLM door de ogen van
tafel te brengen en projecten op te starten. De VLM is hier de bemiddelaar, de go-between tussen de overheid en de mensen op de buiten. Eén van de belangrijkste kerntaken van de VLM is dan ook om mensen te laten participeren in projecten van de open ruimte.”
“De VLM heeft er mee voor gezorgd dat de landbouw nu een positiever imago heeft dan pakweg vijf jaar geleden.”
De VLM investeert veel in participatieprocessen, het betrekken van de gebruikers bij de inrichting van hun gebied. Ziet u die samenwerkingsbereidheid ook echt werken op het terrein? “Absoluut. Het Parkbos Gent, de Brugse Veldzone, de Bossen van de Merode, de Blankaart, de Wijers zijn sprekende voorbeelden van een succesvolle samenwerking. Ze staan allen borg voor een breed draagvlak en betrokkenheid van plaatselijke besturen en omwonenden.” “Het is een schoolvoorbeeld hoe de VLM waardevolle openruimteprojecten op gang trekt. En dit tot tevredenheid van de gebruikers die eerst schoorvoetend, maar daarna met reuzenstappen mee op weg gaan.” De VLM is een gegeerde bruid, wordt wel eens gezegd. De vragen aan haar adres om begeleiding in de open ruimte, nemen inderdaad hand over hand
ngebied heeft een odig” haar voogdijministers toe. Kwaliteit blijft uiteraard een prioriteit. Hoe gaat de VLM hier best mee om? “Zoals ik al zei, is het takenpakket van de VLM bijzonder ruim. De VLM moet dus waken over het evenwicht tussen de verschillende opdrachten: Mestbank, Landelijke inrichting en Plattelandsbeleid. De decretale taken die de VLM op eigen initiatief vervult, krijgen uiteraard voorrang. Voor de optionele taken op vraag van andere diensten, agentschappen of lokale besturen, moeten we keuzes maken.
“De VLM is de bemiddelaar, de go-between tussen de overheid en de mensen op de buiten.” Niet alle taken van de VLM zijn even populair. Als er één opdracht is die niet altijd positief gepercipieerd werd door de buitenwereld, is het de Mestbank wel. De VLM heeft de afgelopen jaren duidelijk de kaart getrokken van een doorgedreven overleg met de landbouwsector om de relatie te verbeteren. Met resultaat?
“Zowel in personeel als in middelen is de Mestbank één van de belangrijkste afdelingen van de VLM. Ze is cruciaal voor het bereiken van de doelstellingen van de Europese Nitraatrichtlijn, de NEC-richtlijn en de Kaderrichtlijn Water. De Mestbank steekt erg veel energie in het partnerschap met de landbouwers. In de Task Force Tuinbouw zoekt de Mestbank samen met wetenschappers, landbouworganisaties en veilingen naar goede tuinbouwpraktijken om zo nitraatuitspoeling te vermijden. Er is topoverleg tussen landbouworganisaties en de Mestbank en tussen Mestbank en de landbouwers. Alleen zo kunnen resultaten geboekt worden. Regels die onzinnig gevonden worden en die niet overlegd zijn maken geen kans op succes.” “De Mestbank moet sensibiliseren, communiceren en adviseren, maar zeker ook concrete oplossingen aanreiken voor de problemen waarvan de landbouwers wakker liggen. Heel wat fouten tegen de mestwetgeving zijn juist het gevolg van onwetendheid of van onduidelijkheid. En die kan je alleen maar wegwerken door te luisteren en te helpen. Het is die coachende rol die ik nog meer uitgebouwd wil zien. Voor alle duidelijkheid: die taak is niet te onderschatten. Het vertrouwen winnen en herwinnen van de landbouwers die het, erg toepasselijk, op het veld moeten waarmaken, is en blijft een moeilijke opgave. De Mestbank moet ook nog meer werkbare oplossingen voorstellen aan het beleid wanneer zich moeilijkheden voordoen. Maar strikt gescheiden van de ondersteunende taak, moet ook de controle volgens de principes van het nieuwe Handhavingsdecreet correct
ingevuld worden.” Is dat meteen de grootste uitdaging voor de VLM voor de eerstvolgende jaren? “De VLM moet haar opdrachten waar maken. Haar deskundigheid staat buiten kijf, maar de grote uitdaging is die voortdurend om te zetten in vertrouwen. Samen met mijzelf, met de lokale overheden, met elke individuele landbouwer en al de mensen van de buiten, elke dag opnieuw. Ik merk dat zowel de landbouwers als de VLM echt doordrongen zijn van het besef dat het samen moet. Dat is goed, want we hebben samen nog heel wat werk voor de boeg om de mestproblematiek helemaal onder controle te krijgen. Ik verwacht echt veel van die gezamenlijke aanpak. Dat het kan, bewijzen de beheerovereenkomsten. Onder impuls van de VLM slaan steeds meer boeren de weg in van natuurbeheer op hun bedrijf, ze krijgen letterlijk goesting in de natuur. Zo heeft de VLM er mee voor gezorgd dat de landbouw nu een positiever imago heeft dan pakweg vijf jaar geleden. Het is dus een win-win situatie voor iedereen.” “Ook het inrichtingsluik is belangrijk. De VLM moet zich echter ook afvragen wat haar core-business is en prioriteiten stellen. Haar takenpakket is immers zo groot dat ze buiten haar budgettaire oevers kan treden. Daar moet ze aandacht voor hebben. Niet de sky, maar het budget is the limit. Laat ons nu echter het glas heffen op zoveel jaren inzet van deskundige en dynamische ambtenaren. ”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 7
Bestaat er eigenlijk nog wel een platteland in Vlaanderen? “Het Vlaamse platteland heeft zijn eigenheid, en die is niet te vergelijken met bijvoorbeeld het platteland in Frankrijk. Ik meen dat het weinig zin heeft om oeverloos te discussiëren over waar het platteland begint en waar het eindigt.
Minister Peeters over het Plattelandsbeleid Minister Peeters, gelijk met uw benoeming als Vlaams minister-president werd u Vlaams minister voor Plattelandsbeleid. Welk toekomstbeeld koestert u voor het Vlaamse platteland? “Een kleurrijk beeld: het platteland van de toekomst moet divers en gedifferentieerd zijn, een plek waar elke speler zijn plaats kan vinden.
8
20 jaar samen investeren in de open ruimte
En die spelers zijn legio: het afgelopen decennium is het platteland geëvolueerd van een traditioneel agrarische gemeenschap naar een platteland waar tal van spelers een plek hebben. Binnen de landbouwsector ontstonden nieuwe initiatieven zoals hoevetoerisme, het aanbieden en promoten van streekproducten, landschapszorg … En ook andere sectoren deden hun intrede op het platteland: industrie, handel, recreatiebedrijven … Bovendien ontdekten en ontdekken alle Vlamingen de mooie landschappen en de rijkdom van het landelijke gebied: om er te wonen en te ontspannen.”
“Oeverloze discussies over waar het platteland begint en waar het eindigt, hebben geen zin.” Wij beschouwen het Vlaamse platteland als het ganse gebied dat buiten de centrumsteden valt - Europa geeft ons die vrijheid. We zien trouwens meer en meer een sterke verbondenheid met de steden ontstaan. Gezien de beperkte ruimte in Vlaanderen lopen steden, suburbane gebieden en platteland, in el-
kaar over: het ene gebied kan niet meer los worden gezien van het andere. Eerder dan het platteland te definiëren, geloof ik dan ook dat we pragmatisch moeten omgaan met wat het platteland inhoudt en hoe we kunnen werken aan een beter platteland.” Wat is volgens u de beste aanpak om in een zo complexe ruimte als het platteland resultaten te boeken? “Samenwerken is de boodschap. Niet alleen het platteland zelf is een amalgaam van actoren, ook het plattelandsbeleid is sterk verweven met andere beleidsdomeinen, zoals ruimtelijke ordening, mobiliteit, welzijn …. Bovendien zijn zowat alle bestuursniveaus betrokken bij het platteland: een geïntegreerde aanpak is dus de meest aangewezen. We bewandelen trouwens dezelfde weg met het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg, dat alle partners en bestuursniveaus vertegenwoordigt. Eigenlijk komt het er steeds op aan te luisteren naar mensen en hen enthousiast te maken: via zo’n constructieve samenwerking vallen mooie resultaten te boeken. De VLM legt die samenwerkingsbereidheid zonder twijfel aan de dag; ik kan dat alleen maar bijtreden.” Het plattelandsbeleid maakte een opvallende keuze: eerst tonen hoe
het moet met concrete projecten, dan pas een plattelandsbeleidsplan opmaken. “Het plattelandsbeleid was een nieuw beleidsveld: een bottomup aanpak was de meest logische keuze. Vertrekken van wat er leeft bij de mensen, van de sterkten van een gebied.
“Heel wat plattelandsregio’s zijn vragende partij om met de VLM een geïntegreerd project op te zetten.” En ook: eerst ervaring opdoen en die dan meenemen in een plan dat de beleidslijnen uitzet. Op het terrein is intussen heel wat gerealiseerd, denk maar aan de plattelandsprojecten die dankzij de PDPO-middelen worden gerealiseerd, het buurtwinkelproject, de projecten rond de oprichting van dorpsnetwerken
voor zorg in een rurale omgeving. Om al deze initiatieven in de kijker te zetten, heb ik in september voor de eerste keer de Maand van het Platteland georganiseerd. Meer dan 200 organisaties hebben hun deuren opengezet voor het grote publiek, dat zo de kans kreeg om van dichtbij kennis te maken met alles wat op het platteland beweegt en te beleven valt.” De integrerende, gebiedsgerichte werking komt sterk tot uiting in pilootprojecten zoals de Merode. Welke rol ziet u hierin voor de VLM weggelegd? “De nood aan een partij die alle partners samenbrengt, is groot. Ik denk dat de VLM uitstekend geplaatst is om deze rol van facilitator en trekker op te nemen. In de Merode bijvoorbeeld maakt de VLM die rol zonder meer waar. Van bij het begin coördineert de VLM dit project en ik durf te stellen dat de resultaten gezien mogen worden. Ik hoor trouwens dat ook andere plattelandsregio’s vragende partij zijn om ook in hun streek zo’n geïntegreerde aanpak op te zetten. Zo is de VLM ook gevraagd om een flankerend beleid plattelandsrecreatie uit te werken rond het Sigmaplan. De rol van de VLM op het Vlaamse platteland wordt dus meer en meer erkend.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 9
De open ru en door m De VLM investeert in een open ruimte voor mensen. Hoe kunnen we de kwaliteit van dit gebied verbeteren voor de bewoners? Welke ingrepen in de omgeving brengen een meerwaarde voor de gebruikers? Bij het inrichten van het buitengebied houdt de VLM zoveel mogelijk rekening met de belangen en noden van mensen. Omgekeerd wordt de open ruimte ook gemaakt door mensen. De VLM gaat dus niet op de solotoer. Zoveel mogelijk mensen betrekken bij de inrichting van een gebied, is haar credo.
10
20 jaar samen investeren in de open ruimte
uimte voor mensen 10>25
“Den buiten is een gebied van mensen: hier wordt gewoond, gewerkt en geleefd.�
20 jaar samen investeren in de open ruimte 11
De open ruimte in Vlaanderen is niet onder één hoed te vangen. Elk gebied heeft een eigen karakter, specifieke kansen en problemen, en ook het gebruik en de aanspraken zijn overal anders. De VLM snijdt haar inrichtingsaanpak toe op de identiteit van de streek en de vragen van de gebruikers. “Wij brengen geen ‘one size fits all’ oplossingen. Wat hebben het gebied en de bewoners nodig: dat is de aanhef van elke inrichtingsopdracht”, zegt Griet Celen, afdelingshoofd Landelijke inrichting van de VLM. Griet Celen
Inrichting vanu het gebied Kort op de bal, op maat van de gebruikers
D
e Vlaamse open ruimte is amper een zakdoek groot, wordt wel eens gezegd. Nochtans is het aantal gebruikers, functies en bestemmingen er niet minder om. Land- en tuinbouw hebben op het platteland hun honk. Bovendien ontdekken nieuwe economische spelers - denk maar aan de dienstensector en de handel - de landelijke gebieden. De open ruimte heeft ook een onmiskenbare ecologische functie: ze is de hoedster van bijzondere natuurgebieden en zeldzame biotopen die Europese bescherming genieten. Dan hebben we het rijke culturele erfgoed op het platteland nog niet vernoemd en de authentieke Vlaamse landschappen, die het koesteren waard zijn. Last but not least is ‘den buiten’ een gebied van mensen. Een gebied waar gewoond, gewerkt, geleefd en gerecreëerd wordt. Kortom, nooit tevoren waren de claims op de open ruimte in Vlaanderen zo groot. 12
20 jaar samen investeren in de open ruimte
“Nooit tevoren waren de claims op de open ruimte zo groot. Er is meer dan ooit nood aan afstemming, en daar komt de VLM in beeld.” Van bestemming naar inrichting Dit boeiende, drukbevraagde gebied is het actieterrein van de VLM. Niet dat de VLM zelf ruimtelijke keuzes maakt, zet Griet Celen de puntjes op de i: “Om alle functies van de nog beschikbare open ruimte tot hun recht te laten komen, legt de ruimtelijke ordening de bestemming van gebieden vast. Die bestemming bepaalt de richting waarin het gebied verder kan ontwikkelen. Daar stopt het echter niet: bepaalde ruimtelijke keuzes moeten ook effectief ondersteund worden door een (her)inrichting van het gebied. Tussen de bestemming van een gebied en de realiteit op het terrein kunnen immers nog tegenstrijdigheden bestaan. Wan-
neer elke sector of actor op eigen initiatief en vanuit de eigen behoeften gebieden inricht, worden niet altijd alle kansen benut en gaan heel wat mogelijkheden verloren om de inrichting af te stemmen. Bovendien worden op die manier niet alle plekken van een gebied ingericht: voor sommige is er een initiatiefnemer, voor andere niet. Er is dus nood aan afstemming in een gebied - niet alleen op het vlak van ruimtelijke ordening, maar ook op het niveau van uitvoering. Daar komt de VLM in beeld. Enerzijds om die uitvoering te coördineren, anderzijds om lacunes van uitvoering in te vullen. De VLM komt hierbij niet op het terrein van anderen, maar brengt haar expertise in waar die van anderen tekortschiet.” Remedie tegen planmoeheid De manier waarop de VLM de inrichting van een gebied aanpakt, is de laatste jaren sterk geëvolueerd. Griet Celen ziet het zo: “Vroeger werkte inrichting vooral van boven
nuit de buik van uit: de instrumenten - landinrichting, ruilverkaveling en natuurinrichting voerden de toon. Men vertrok van het instrument om een vraag naar inrichting te formuleren. Vandaag doen we het andersom. Ons uitgangspunt is: wat voor soort inrichting hebben dit gebied en de gebruikers nodig? Pas daarna zoeken we uit welk instrument of welke dienst die vragen het best kan oplossen. Dat kan herverkaveling zijn of een grondenbank, maar even goed een studie of de coördinatie van een project. Het kan uiteraard ook om een geïntegreerd landinrichtingsproject gaan, een ruilverkavelingsproject voor de geïntegreerde inrichting van een landbouwgebied of een natuurinrichting in gebieden met veel potenties voor natuur.” Efficiëntie is het sleutelwoord “We gaan zo efficiënt mogelijk te werk: meestal bestaan er al plannen of visies voor het gebied, het heeft weinig zin die nog eens over te doen. Door de plannen van onze partners te adopteren winnen we tijd. Dat is nodig, want de mensen worden - terecht - planmoe en willen sneller resultaten zien. Daar moeten we vanuit de VLM alles aan doen. Maar een mooi en geïntegreerd project tot een goed einde brengen en kwaliteit realiseren op terrein, vraagt natuurlijk tijd. Ook dat moet iedereen goed beseffen.”
Vergoedingen transparant geregeld Om flexibel inzetbaar te zijn, moeten de instrumenten ook goed hanteerbaar zijn. Daarom drong een vereenvoudiging van het inrichtingsinstrumentarium zich op, met een nieuw decreet op de inrichting als orgelpunt. “Minister voor Leefmilieu Hilde Crevits heeft de VLM de opdracht gegeven om de wettelijke procedures voor inrichting, grondmobiliteit en flankerend beleid in de open ruimte te vereenvoudigen”, licht Griet Celen toe. “Stond de vereenvoudigde instrumentenkoffer enkele jaren geleden nog in de kinderschoenen, vandaag is hij een feit. Het nieuwe decreet dat nu in de maak is, is de kroon op dit vereenvoudigingswerk. De rode draad door het decreet is: instrumentmodules apart of in combinatie inzetten om maatwerk te leveren. Het decreet rationaliseert en brengt meer eenheid. Een hele vooruitgang is bijvoorbeeld dat er een basis bestaat om alle vergoedingen van de Vlaamse overheid op een uniforme manier toe te passen. Op het terrein zal dit decreet, in afstemming met andere decreten die vergoedingen instellen, dus transparantie brengen voor de grondeigenaars en gebruikers, wanneer die bijvoorbeeld geconfronteerd worden met landbouwschade door overstromingen”, aldus Griet Celen.
Het nieuwe inrichtingsdecreet is een logische stap, vindt Griet Celen nog: “Flexibel en efficiënt inrichten, resultaatgericht, kort op de bal en op maat van het project: we waren er al enkele jaren mee bezig. Door dit alles in een decreet vast te leggen, krijgt onze zienswijze ook juridisch grond onder de voeten. Dat kan ons alleen maar helpen om ons werk goed te doen.” Gebieden op de kaart zetten Fundamenteel is nog dat het inrichtingsdecreet geen sectordecreet is. Griet Celen bevestigt: “De instrumenten van het decreet moeten in principe iedere doelstelling van de Vlaamse Regering dienen die zich afspeelt in de open ruimte. Bovenal is het inrichtingsdecreet een integrerend decreet. Het creëert kansen om gebiedsgericht de krachten te bundelen, bepaalde gebieden op de kaart te zetten. Het decreet blijft tenslotte een juridischtechnisch instrument, waar ook een inhoudelijke uitdaging voor de VLM en haar partners bij hoort. Namelijk om verder te kijken dan de ruimtelijke inrichting van het gebied, en ze ook te gebruiken als hefboom voor de sociaal-economische ontwikkeling ervan. Een belangrijke troef van een volledige en geïntegreerde ontwikkeling van een gebied, is precies de verankering binnen het integrerend beleidsdomein leefmilieu.”
“Ons uitgangspunt is: wat voor soort inrichting hebben dit gebied en de gebruikers nodig? Pas daarna zoeken we uit welk instrument of welke dienst die vragen het best kan oplossen.”
“Het nieuwe inrichtingsdecreet zal meer transparantie brengen voor grondeigenaars en gebruikers.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 13
De grondeigenaars zijn een belangrijke partner voor de VLM om de inrichting op het terrein waar te maken. Op vraag van de VLM vervoegde Landelijk Vlaanderen, de vereniging van bos-, land- en natuureigenaars, het forum rond het inrichtingsinstrumentarium. Philippe Casier, voorzitter van Landelijk Vlaanderen: “Ons standpunt is: privé landbeheer is een sleutel voor een vitaal en attractief buitengebied. Is het dus niet meer dan billijk dat eigenaars vergoed worden voor hun diensten aan de samenleving?”
“Nadenken over nieuwe concepten voor privé landbeheer”
opinie
Philippe Casier (Landelijk Vlaanderen) ziet inrichting in goede zin evolueren
14
D
oor hun ondernemerschap en hun investeringen in gronden en gebouwen, leveren grondeigenaars een belangrijke bijdrage aan de duurzame productie van voedsel”, zegt Philippe Casier. “En ze houden mee het cultureel erfgoed, de waardevolle landschappen, de natuurwaarden en de biodiversiteit in stand. Grondeigenaars zijn trots op hun gronden, op hun streek: vandaar dat ze ook hun verantwoordelijkheid willen nemen om de doelstellingen van de inrichting mee te helpen realiseren.” De overheid hoeft niet alle gronden aan te kopen waar ze maatschappelijke functies wil realiseren. Privé eigendommen kunnen perfect worden ingeschakeld in natuur- en recreatiefuncties. Maar: voor wat hoort wat, onderstreept Philippe Casier. “Wanneer iemand zijn bos open stelt
20 jaar samen investeren in de open ruimte
voor spelende kinderen, of zijn landweg laat inschakelen in een netwerk voor mountainbikers, moet daar een vergoeding tegenover staan.”
gronden krijgen voortaan een vergoeding wanneer grond een nieuwe bestemming krijgt die een waardeverlies met zich meebrengt.”
Nieuwe concepten De rol van particulier grondbeheer, van eigendoms- en gebruiksrechten, werd in het verleden nogal eens stiefmoederlijk behandeld, vindt Casier. “Onterecht, in Nederland heeft men bijvoorbeeld goede ervaringen met het landgoedconcept, vergoedingen voor privé natuurbeheer en de roodvoor-groen regeling.” Het nieuwe inrichtingsdecreet legt alvast de basis voor nieuwe concepten om met privé landbeheer om te gaan. “Een goed begin”, bevestigt Casier. “Ook de ruimtelijke ordening is mee met deze filosofie. In het nieuwe decreet ruimtelijke ordening is de kapitaalschade een kersvers begrip: eigenaars van
“Dankzij de VLM zitten we mee aan tafel” Philippe Casier vindt het positief dat de VLM een platform creëert waar horizontaal naar het buitengebied gekeken wordt. “Die blik over de hokjes van de sectoren heen heeft het platteland absoluut nodig. Landelijk Vlaanderen en de VLM kijken doorheen dezelfde bril: we hebben een gedeelde multisectorale kijk op het landelijk gebied. Dankzij de VLM zitten we voor het eerst mee aan tafel. We kunnen voortaan innovatief meedenken over de inbreng van grondeigenaars om de kwaliteit van het landelijke gebied te verbeteren.”
Van landbouwweg tot Katarakt-wandeling Ruilverkaveling is niet van gisteren
20 jaar samen investeren in de open ruimte 15
Eind september, Indian Summer in Haspengouw. Het glooiende landschap, de weelderige boomgaarden, de verrukkelijke dorpjes en de statige vierkantshoeven: als Vlaanderen een Hof van Eden heeft, dan ligt het in Zuid-Limburg. De ruilverkaveling bracht hier betere werkomstandigheden voor de boeren, maar ook beeldige dorpspleinen, een fietsbare Romeinse Kassei, wachtbekkens om de wateroverlast te stoppen en natuurgebieden om u tegen te zeggen. “De ruilverkaveling heeft als inrichtingsinstrument zeker niet afgedaan. Wel integendeel”, zegt Renilde Deckers, afdelingshoofd VLM-Limburg.
R
uilverkaveling gaat al lang mee. Het instrument werd in het leven geroepen in de naoorlogse tijd. In die periode was de landbouw noodlijdend en had dringend behoefte aan betere werkomstandigheden. Die waren dan ook het ultieme doel van de ruilverkaveling. Maar die context heeft het instrument al lang achter zich gelaten, vertelt Renilde Deckers, afdelingshoofd van de VLM-Limburg. “Door de jaren heen groeide de ruilverkaveling mee met de tijdsgeest. Het is een bijzonder sterk instrument, dat we nog steeds gebruiken om economisch beter bewerkbare gronden te realiseren voor de boeren. Maar ons kijkvenster is heel wat groter geworden. De aanleg van fiets- en wandelpaden, de inrichting van een dorpskern, veilig verkeer, waterover-
16
20 jaar samen investeren in de open ruimte
last, herstel van de natuurwaarden: voor al deze vragen van de bewoners zoekt de ruilverkaveling een antwoord. Oplossingsgericht is het codewoord: de maatregelen en de ingrepen van de ruilverkaveling worden zoveel mogelijk samen met de gebruikers ontworpen.” Mooie en bereikbare percelen Hét voorbeeld van de ruilverkaveling nieuwe stijl is Mettekoven. Dit authentieke Haspengouwse dorpje leeft sinds eeuwen van de vruchtbare landbouwgronden en de hoogstamboomgaarden die het omringen. “De ruilverkaveling heeft de landbouwgronden en de veldwegen aangepast aan de behoeften van de moderne boer. In plaats van versnipperde en veelhoekige percelen heeft die nu minder, maar wel grotere
percelen met een regelmatige vorm en een gunstigere ligging. De landbouwers kunnen hun gronden nu op een veel rendabeler manier bewerken”, legt Renilde Deckers uit. De Mettekoofse boeren profiteren ook van het nieuwe veldwegennetwerk dat de ruilverkaveling aanlegde. Maar liefst 19 kilometer landbouwweg werd hernieuwd of nieuw aangelegd om het landbouwverkeer te verbeteren. “Die wegen worden overigens ook door fietsers en wandelaars gebruikt. De beroemde Romeinse Kassei bijvoorbeeld kent sinds de ruilverkaveling zo’n dubbel gebruik.” “Ruilverkaveling is ook biodiversiteit” Maar in Mettekoven leefden ook andere noden. Bij hevige regenval liep de dorpskern al meermaals onder wa-
“De ruilverkaveling heeft de landbouwgronden en de veldwegen aangepast aan de behoeften van de moderne boer.” Renilde Deckers ter. In het kader van de ruilverkaveling heeft de VLM een snoer van kleine wachtbekkens aangelegd. Die vangen het overtollige water op en zorgen ervoor dat het dorp nu zelfs bij extreme regenval droog blijft. Een ander punt van zorg in de omgeving van Mettekoven was de waardevolle natuur. Door de aanwezigheid van kalk in de ondergrond zijn sommige biotopen erg zeldzaam. De VLM heeft in Mettekoven verschillende nieuwe natuurgebieden ingericht, waaronder ook de grootste hoogstamboomgaard in Vlaanderen. “De natuur leeft hier weer op. We zien dat de das opnieuw aan z’n trekken komt en dat de orchidee weer welig bloeit in de hooilanden”, klinkt het enthousiast bij Renilde Deckers. Mooiste plein van Limburg Niet alleen is de thematische kijk van de ruilverkaveling verbreed, ook de aanpak draagt een andere stempel. “Vroeger werkte de ruilverkaveling vooral van bovenuit. Op het einde van de rit hadden mensen soms het gevoel dat het hen allemaal wat op-
gedrongen was. Dat willen we voortaan vermijden: we luisteren naar de mensen en houden rekening met hun vragen. Dat geeft het project draagkracht, maar levert ook verrassende en creatieve elementen op. In Mettekoven gaven we bijvoorbeeld speciale aandacht aan de verkeersveilige én fotogenieke inrichting van de Helshovenkapel, die tegelijk bedevaartsoord en een geliefde trouwlocatie is. Of neem nu de kerstboomput op het dorpsplein van Mettekoven: daar was de VLM alleen niet opgekomen, hoor.” “Men weet ons te vinden” De mensen zijn trots op hun kapel, fier op hun dorpsplein ook. De vroegere Dries kreeg van Radio 2 het kroontje van Schoonste Plein van Limburg. “Zo’n gedragenheid creëer je alleen door mensen hun zeg te laten doen.” De expertise van de VLM wordt ook in Limburg naar waarde geschat. Dat vindt Renilde Deckers zonneklaar: “Eens we in een gebied werkzaam zijn, blijken gemeentebesturen en landbouwers ons maar al te goed te
vinden. De gemeente Borgloon heeft ons, in de marge van de ruilverkaveling daar, gevraagd om mee een oplossing te zoeken voor het tekort aan begraafplaatsen. We vonden uiteindelijk een geschikte plek in één van de boomgaarden rond het dorp. De gemeente zal de aanleg van de begraafplaats zelf betalen, maar vond het wel de moeite om ze door de VLM te laten ontwerpen.” Ruilverkaveling passé? Vergeten dorpjes die opnieuw stralen: de ruilverkaveling heeft daar zonder twijfel de hand in. “Wist je dat drie van de vier immens populaire Katarakt-wandelingen in het kader van de ruilverkavelingen in Zuid-Limburg zijn aangelegd? Het royale fiets- en wandelaanbod, de pittoreske dorpjes en de mooie hoogstamboomgaarden: het zijn dé troefkaarten van deze streek, goed voor heel wat economische return.” Ruilverkaveling passé? Denk maar gauw wat anders.
Nieuw: VLM test vrijwillige ruil uit in Noordoost-Limburg De grove groenteteelt is een belangrijke sector voor de land- en tuinbouw in Noordoost-Limburg. Veel groenteboeren kampen echter met te kleine percelen, die niet in aanmerking komen voor een afnamecontract met de groenteverwerkende industrie. Het Limburgplan bracht deze problematiek onder de aandacht. De Vlaamse Regering heeft aan de VLM gevraagd om, vanuit haar ervaring met grondzaken, als bemiddelaar op te treden. Om de boeren aan grotere percelen te helpen, wordt in het gebied Molenbeersel in Kinrooi momenteel een ruilverkaveling voorbereid. In het gebied Wurfeld/ Steenkamp ten zuiden van Maaseik startte de VLM een nieuw soort project op basis van vrijwillige kavelruil. Een honderdtal landbouwers kunnen hier, onder begeleiding van de kavelbemiddelaar van de VLM, vrijwillig hun percelen ruilen om zo grotere en beter gestructureerde kavels te krijgen. Dit project is erg vernieuwend, omdat het om een vrijwillige ruil tussen enkele landbouwers gaat. Ruilverkaveling betrekt gewoonlijk een groter gebied, met alle landbouwers die er werkzaam zijn. Door kavelbemiddeling wil VLM zware procedures vermijden en de termijn verkorten. Terwijl een ruilverkaveling uit kracht van wet gemiddeld tien jaar duurt, wil de VLM hier al binnen het jaar resultaat boeken. 20 jaar samen investeren in de open ruimte 17
7x D
e Uitkerkse Polder herleeft
De Uitkerkse Polder - op het grondgebied van de gemeenten Blankenberge, De Haan en Zuienkerke - is een magnifiek groen gebied aan zee. Dat is mee te danken aan het natuurinrichtingsproject dat het Agentschap voor Natuur en Bos en de VLM samen hebben uitgewerkt. Alle denkbare ingrepen werden in stelling gebracht om van dit gebied een natuurparel te maken: oeveraanplantingen langs de Blankenbergse Vaart, het herstellen van historische laantjes, het bouwen van een wandelbrug en het installeren van picknicktafels. Een deel van het projectgebied is vernat om vogels en planten opnieuw alle kansen te geven. Om dit alles gerealiseerd te krijgen, werkte de VLM met een vergoedingensysteem op basis van waardezones. Soms had een ingreep gevolgen voor iemands eigendoms- of gebruikssituatie - opbrengstverlies door een verandering in het waterpeil bijvoorbeeld. In zo’n geval werd met de eigenaar of gebruiker een financiële regeling getroffen. In de Uitkerkse Polder is het dus natuur pur sang, maar mét respect voor de gebruikers.
B
oeren in de Blankaart worden vergoed voor natte gronden
In het Blankaartbekken, een laaggelegen hooilandgebied in de IJzervallei (Diksmuide), houden de landbouwers al sinds mensenheugenis rekening met regelmatige overstromingen. Tegelijk vormt de Blankaartvijver het hart van de Europese speciale beschermingszone ‘IJzervallei’. Om deze kostbare natuur te behouden, is een hoog waterpeil gewenst. In 2001 werd in een raamakkoord tussen de verschillende betrokken partijen een reeks maatregelen afgesproken met een driedubbel doel: het waterpeil voldoende hoog houden, bedrijfsgebouwen beschermen en landbouwers compenseren voor de geleden schade. Een natuurinrichtingsproject zorgt er nu voor dat De Blankaart in stand wordt gehouden. De belangrijkste maatregel die het Agentschap voor Natuur en Bos realiseert, is het herstel van het rietmoeras rond de vijver, waarbij het waterpeil in stappen verhoogd wordt. De VLM werkte een systeem van financiële compensaties uit voor landbouwers met aanpalende percelen. Die kunnen schade ondervinden van de vernatting, en worden daarvoor vergoed.
18
20 jaar samen investeren in de open ruimte
met een warm hart voor het platteland V
eilig fietsen in Elingen
Het gebied rond Elingen, een groene parel in de Brusselse rand, scoort hoog op de lijst met idyllische panorama’s. Landbouw is hier de hoofdspeler, maar ook recreatie, landschap en natuur kregen de nodige aandacht in het ruilverkavelingsproject Elingen. En ook de verkeersveiligheid was een punt. De VLM heeft maar liefst 9 km fietspaden verbeterd of nieuw aangelegd. Tussen Pepingen en Breedhout werden de bestaande eenrichtingsfietspaden opgebroken en heraangelegd. Aan de woonkernen verplichten wegversmallingen chauffeurs om trager te rijden. In Lennik langs de Lenniksesteenweg werd vanaf de Bree-eik kapel, over Elingen tot Breedhout een fietspad in twee richtingen aangelegd. Op meer landelijke wegen zijn uitwijkstroken voorzien, zodat landbouwvoertuigen elkaar kunnen kruisen.
P
lannen maken met mensen in Opitter
Opitter is een deelgemeente van het Limburgse Bree en één van de vele pittoreske Kempense kerkdorpjes. Met een beek dwars doorheen de dorpskern, oude watermolens, een voormalig kasteelpark en een natuurgebied, heeft Opitter troeven te over voor bewoners en toeristen. Toch lag het dorpsplein De Wissel, vroeger een stop- en stelplaats voor trams, er wat troosteloos bij. In het kader van het landinrichtingsproject Noordoost-Limburg maakte de VLM van het plein opnieuw een gezellige ontmoetingsplaats, die tegelijk een startplaats is voor wandelingen en fietstochten in de omgeving. De parking op het plein en de parking voor het schooltje vormen een mooi groen geheel.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 19
G
ent herademt in Groene Velden
Op een boogscheut van Gent, in Mariakerke, liggen de Groene Velden. Een gebied van 18 ha weiland, met hier wat bebouwing en enkele volkstuintjes, vormt de overgang van de stad naar het platteland, met onder meer de Vinderhoutse Bossen als toekomstige groenpool. De Groene Velden zijn door de inrichtingswerken van de VLM omgevormd tot een openbaar groengebied met afwisselend stukjes bos, open grasland en vochtige gebieden. Kortom een plek waar de natuur zich kan ontwikkelen en de omwonenden op adem kunnen komen. De VLM heeft nieuwe wandel- en fietspaden aangelegd die langs en door het gebied lopen. Kinderen kunnen zich naar hartenlust uitleven in het speelbos. “De inrichting van het landschapspark is een echte voltreffer. Voor het eerst wordt er in het Gentse op zo een grote schaal aan natuur- (en groen)ontwikkeling gedaan. Dit smaakt naar meer …” (Natuurpunt Gent in haar tijdschrift Snep!)
M
iddeleeuws fort in Ham veilig voor morgen
Gerheserheide is een uitgestrekt bos- en heidegebied in de Limburgse gemeenten Ham en Leopoldsburg. Met het landinrichtingsproject Gerheserheide werkt de VLM samen met andere partners aan de inrichting van het gebied. De zeventiendeeeuwse Schans van Gerhees krijgt daarbij een opknapbeurt. Dit aarden fort is in de loop van de eeuwen goed bewaard gebleven. In de middeleeuwen verschansten de inwoners van Ham er zich tegen rondtrekkende legers en plunderende roversbenden. De schans wordt beschermd als monument en krijgt een inrichting als openlucht cultureel erfgoed. Rond het recreatiegebied en de Schans van Gerhees legde de VLM wandelpaden aan die de site toegankelijk maken voor het publiek.
V
LM en stad Gent pakken wateroverlast in wijk Keuzemeers aan
De wijk Keuzemeers in Drongen was vroeger een door overstromingen geplaagd gebied in de Leievallei. Met de regelmaat van de klok moesten hier de zandzakjes worden boven gehaald. De aanleg van de Keuzedijk, een gezamenlijk project van de VLM en de stad Gent, maakte komaf met alle waterellende. De VLM nam de werken aan de Keuzedijk op in het inrichtingsplan dat voor deze regio in opmaak was. De stad Gent zorgde voor de ophoging van de bestaande rijweg, de VLM legde de dijk aan in het achterliggende natuurgebied.
20
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Het Vlaamse plattelandsbeleid heeft vier jaar achter zich. In die pioniersjaren werd vooral geïnvesteerd in concrete acties. “Acties die de leefbaarheid verbeteren, een dorpsdynamiek op gang brengen en de samenwerking bevorderen. Kortom projecten die goed zijn voor de drive op het Vlaamse platteland”, zegt Paul Van der Sluys, afdelingshoofd Platteland van de VLM. Nu is het tijd voor een plattelandsbeleidsplan, dat integratie brengt en vastlegt wat er de komende jaren moet bewegen. Paul Van der Sluys
Vlaams plattelandsbeleid kiest voor doorleefde aanpak D
e VLM is trekker van het plattelandsbeleid, een nieuw beleidsveld dat in 2004 in het leven werd geroepen. ‘Inspireren en initiëren’ luidt het adagium van de afdeling Platteland, zegt Paul Van der Sluys: “De VLM geeft, samen met haar partners uit andere beleidsdomeinen - ruimtelijke ordening, natuur, milieu, mobiliteit ... -, impulsen die de kwaliteiten van het platteland laten kiemen en tot ontwikkeling komen. Plattelandsontwikkeling gaat over álle functies in het buitengebied: het platteland als woon- en leefruimte, het platteland als economische ruimte en het platteland als collectieve ruimte die diensten voor de hele samenleving aanbiedt.” Dat de VLM deze ambitieuze doelstelling niet alleen waarmaakt, vindt Paul Van der Sluys de logica zelve. “Samen met onze partners zitten we rond de tafel om initiatieven op gang te trekken en kennis en ervaring uit te wisselen. Onze rol is niet in de eerste plaats die van uitvoerder, wel die van netwerker. Zo
investeren we in de oprichting en de werking van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) en nemen we deel aan plattelandsnetwerken in binnen- en buitenland. Ook op het operationele niveau is onze netwerkrol toonaangevend. We bouwen onze procesbegeleiding uit om het overleg tussen de actoren in gebiedsgerichte projecten in goede banen te leiden, we schakelen bedrijfsplanners in om de landbouwers te begeleiden op het vlak van oordeelkundige bemesting en agrarisch natuurbeheer …” Van lawaaisporten tot buurtwinkels Het IPO is het overlegorgaan voor het platteland dat de Vlaamse Regering, de provincies en de gemeenten rond de tafel brengt. Zijn rol als hefboom voor het plattelandsbeleid heeft het IPO de afgelopen jaren met succes gespeeld, meent Paul Van der Sluys: “De IPO-werkgroepen bleken de afgelopen jaren een prima forum om concrete samenwerkingen tussen plattelandsspelers te beproeven. Maar ook om oplossingen te zoe-
ken voor specifieke knelpunten op het Vlaamse platteland. Denk maar aan lawaaisporten, zorg op het platteland, hergebruik van leegstaande gebouwen, logiesbedrijven …”
In de lijst van concrete projecten is de aanpak van onderuit een constante. Paul Van der Sluys: “We hebben pilootprojecten opge20 jaar samen investeren in de open ruimte 21
“We willen de ervaring die het project de Merode oplevert de komende jaren ook overhevelen naar andere plattelandsregio’s.” zet rond dorpsnetwerken, die het verschralende sociale weefsel in dorpen opnieuw zuurstof geven. Het buurtwinkelproject gaf steun aan veelbelovende initiatieven rond dorpswinkels. DorpInZicht is een instrument dat dorpsbewoners helpt om het leven in hun dorp in kaart te brengen en in groep aan de toekomst van hun dorp te werken. Op vraag van minister voor Plattelandsbeleid Kris Peeters nemen we nu de problematiek van de paardenhouderijen onder de loep. Een eerste resultaat is dat binnenkort een paardenloket wordt opgericht, waar paardenhouders terecht kunnen voor bemiddeling, advies en informatie. Ten slotte was er ook de Maand van het Platteland, een ander initiatief van de minister, waarbij heel Vlaanderen kon kennismaken met de resultaten van vier jaar plattelandsbeleid en de dynamiek op het Vlaamse platteland.” Tijd voor een plan Al deze projecten zijn tekenend voor het plattelandsbeleid. Dat koos immers van bij het begin de piste van een ervaringsgestuurde ontwikkeling. Via concrete acties en maatregelen het beleid uitbouwen, samen met gemeenten, provincies, lokale verenigingen, middenveldorganisaties en plattelandsverenigingen. “Het komt er eigenlijk altijd op aan te luisteren naar mensen en hen enthousiast te maken. Dat is de beste manier om dynamiek tot stand te brengen en spelers op de kar te krijgen. Maatschappelijk draagvlak is cruciaal voor de open ruimte en het 22
20 jaar samen investeren in de open ruimte
platteland”, verklaart Paul Van der Sluys die keuze. Na vier jaar proefdraaien is de tijd nu rijp voor een meer planmatige aanpak. De VLM werkt daarom op vraag van de minister een plattelandsbeleidsplan uit. “De uitgangssituatie in Vlaanderen geeft niet veel bewegingsvrijheid: 13.500 km² voor 6 miljoen Vlamingen betekent een grote druk op een beperkte ruimte. De uitdaging bestaat er in om een evenwicht te vinden waarbij elk z’n plaats kan krijgen. Het plattelandsbeleidsplan kiest voor een positieve invalshoek: stimulerende maatregelen nemen die het samengaan van de drie hoofdfuncties van het platteland – wonen, werken, leven – bewerkstelligen zonder dat de ene de andere verdrukt.”
Europese programma’s De Europese plattelandsprogramma’s zijn een tweede luik van het Vlaamse plattelandsbeleid. “De grote Europese paraplu is het Plattelandsontwikkelingsplan (PDPO), dat uitvoering geeft aan het Europese plattelandsbeleid en vorig jaar een tweede werkingsperiode (2007-2013) inging”, licht Paul Van der Sluys toe. “Meer nog dan in de vroegere periode zijn de provincies belangrijke spelers in het PDPO. Zij maken provinciale plattelandsbeleidsplannen die een referentiekader geven voor de projecten, met eigen klemtonen. Plattelandsactoren kunnen projecten indienen via een oproep van de provincie. De samenwerking met de VLM, die beheersdienst is voor de provinciale plattelandsprojecten, is structureel verankerd door middel van een managementcomité per provincie.
“Het komt er eigenlijk altijd op aan te luisteren naar mensen en hen enthousiast te maken. Dat is de beste manier om dynamiek tot stand te brengen en spelers op de kar te krijgen. Maatschappelijk draagvlak is cruciaal voor de open ruimte en het platteland.”
In deze tweede PDPO-periode is het de bedoeling de projecten inhoudelijk verder uit te diepen en kwalitatief nog op een hoger niveau te tillen. Vernieuwende, lokaal gedragen projectideeën die net iets meer zijn: zo hoog leggen we de lat.” De VLM engageert zich ook in tal van andere programma’s in het kader van het Europees regionaal beleid en in internationale samenwerkingsprojecten om haar kennis uit te bouwen en extra financiële middelen en personeel aan te trekken. “Integratie is grootste uitdaging” Ook de gebiedsgerichte werking blijft een speerpunt van de plattelandsontwikkeling. “Het Leaderprogramma, dat ook onder het PDPO valt, is daar een belangrijk
instrument voor. Actoren uit tien plattelandsregio’s hebben voor hun streek een ontwikkelingsstrategie uitgetekend. Lokale spelers kunnen projectvoorstellen indienen om die strategie voor hun regio te realiseren”, aldus Paul Van der Sluys. De gebiedsgerichte werking die Europa stimuleert, vindt op haar beurt weerklank in het Vlaamse plattelandsbeleid. Zo experimenteert de VLM met gebiedsgericht werken op grotere schaal in het de Merode project. “We willen de ervaring die dit project oplevert de komende jaren ook overhevelen naar andere plattelandsregio’s.” Het plattelandsbeleid in Vlaanderen kent vele vertakkingen, dat blijkt uit dit verhaal. Integratie is dan ook de grote uitdaging voor de komende jaren, benadrukt Paul Van der Sluys: “Er moet nog meer
afstemming komen tussen de provinciale plattelandsprojecten, de projecten van de IPO-werkgroepen en de fysieke maatregelen die de VLM neemt om het Vlaamse platteland in te richten. De ruimtelijke aanpak van de inrichting in de sociaal-economische jas van het plattelandsbeleid, is een krachtige mix om te komen tot een duurzame ontwikkeling van het platteland.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 23
De problematiek van de inrichting van de open ruimte is ingewikkeld, en het instrumentarium is evenmin kinderspel. Complexiteit troef, vindt Mark Suykens, directeur van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG): “Ik pleit voor meer helderheid in het beleid én een directe lijn tussen VLM en gemeenten.”
“Neutrale procesbegeleider is zegen voor landelijke gemeenten”
opinie
Mark Suykens (VVSG) over de tandem VLM - lokale besturen
V
oor lokale besturen is het vaak niet evident om door de dichte bomen van het beleid het bos te blijven zien. Mark Suykens: “Lokale besturen worden overrompeld door beleidstaken. En het inrichtingsbeleid is dan nog één van de moeilijkste velden. Dat kunnen doorgronden en hanteren vraagt een hoog competentieniveau. Niet alle landelijke gemeenten hebben voldoende bestuurskracht om, gezien die aartsmoeilijke context, hun regierol op te nemen.” Hier ziet Mark Suykens een belangrijke rol weggelegd voor de VLM. “Een competent agentschap dat de partners rond de tafel brengt, faciliteert en coördineert: veel lokale besturen zijn hiervoor vragende partij. Alleen al het feit dat de VLM actief op de gemeenten toestapt, creëert een dynamiek. Ook de neutraliteit van de VLM is een meerwaarde op het niveau van een gemeente, waar politieke kleur toch steeds een rol speelt.” Innovatieve projecten Omgekeerd hebben de lokale bestu-
24
20 jaar samen investeren in de open ruimte
ren een sleutelrol om de VLM-projecten op het terrein te doen slagen, benadrukt Mark Suykens. “Gemeenten staan dicht bij de burger, kennen het veld: die lokale schakel is nodig wil je plattelandsprojecten doen slagen.” En ook de rol van de provincies wil Mark Suykens niet onderschatten. “Het plattelandsbeleid is bij uitstek een beleidsveld waar de drie bestuursniveaus samen moeten werken. Een gebied stopt niet aan de grens van een gemeente. Een aanpak op het niveau van de streek, met verschillende gemeenten en de provincie, eventueel meerdere provincies samen, is essentieel. Het Vlaamse niveau zorgt voor afstemming en aansturing.” Mark Suykens ziet deze driepoot goed werk leveren op het terrein. “Ik zie op het platteland her en der succesvolle projecten verschijnen waarin de samenwerking tussen de drie niveaus dik oké is.” Hart onder de riem Toch spreken de partners van de verschillende bestuursniveaus nog
te vaak een verschillende taal. Jammer, meent Mark Suykens. “Het jargon van de landelijke inrichting en het plattelandsbeleid vraagt een vertaalslag. De VLM heeft op dat vlak al vernieuwing gebracht, maar ik blijf waakzaam. Ik pleit ervoor om samen op zoek te gaan naar nieuwe methodieken om het beleid op een goede manier te vertalen naar lokale besturen én burgers.” Het gevoel ondergewaardeerd te zijn ten opzichte van de steden, zit bij veel landelijke gemeenten diep. “Ook op dat vlak kan de VLM helpen. Ik ben vragende partij voor een directe lijn tussen de VLM als gangmaker van het plattelandsbeleid en de gemeenten als lokale uitvoerder. De landelijke gebieden hebben een partner nodig die het voortouw neemt, de uitwisseling van goede praktijken initieert, het enthousiasme aanzwengelt … Kortom een coach die de lokale besturen een hart onder de riem steekt”, besluit Mark Suykens.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 25
De open r waar econ ontplooit 26>39
De VLM investeert in een open ruimte die kansen schept voor de economie. Ze werkt aan een verbetering van de werkomstandigheden van de landbouwers. Door de open ruimte in te richten, brengt de VLM de kwaliteit van de omgeving naar een hoger niveau, wat op zijn beurt de economische ontwikkeling impulsen geeft – een fraaie omgeving is immers een plaats waar mensen willen werken, wonen en ontspannen. In de open ruimte worden ook grote, strategische projecten ondernomen. De VLM werkt flankerende maatregelen uit om de gevolgen van deze economische projecten op andere gebruikers zoals landbouw en natuur te milderen.
26
20 jaar samen investeren in de open ruimte
uimte omie zich “In de open ruimte gonst het van de bedrijvigheid: land- en tuinbouw, recreatiebedrijven, haveneconomie, horeca, dienstensector, ...�
20 jaar samen investeren in de open ruimte 27
Landschap als hefboom voor de streekeconomie De Bossen van de Merode, proefkamer voor geĂŻntegreerde gebiedsontwikkeling
28
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Daar waar Zuiderkempen en Hageland elkaar raken, liggen de Bossen van de Merode, een schitterende bosgebied met gave landschappen, magnifieke natuur en een rijk cultureel patrimonium. De Vlaamse overheid kocht dit uitgestrekte groene gebied - het tweede grootste van Vlaanderen - om het als één geheel te beschermen en open te stellen. Maar de ambities van het plattelandsproject de Merode reiken verder, vertelt Ria Gielis, afdelingshoofd van de VLM-Antwerpen: “Het domein de Merode moet het hart worden van de economische, ecologische en toeristische ontwikkeling van het hele gebied tussen Demer en Nete.” Ria Gielis
D
e bossen van de Merode kregen plots veel belangstelling, toen prins de Merode in 2004 in één klap zowat 1.500 ha bos en landerijen in de regio van de hand deed. In opdracht van de Vlaamse Regering kocht de VLM het volledige gebied. De doelstelling van deze grootschalige aankoop was dit schitterende groene gebied als één geheel te bewaren en een verdere versnippering tegen te houden. De VLM heeft de bossen vervolgens doorverkocht aan verschillende partners, die zich uitdrukkelijk engageerden om ze in samenspraak te beheren, te ontwikkelen en te ontsluiten. De weg naar een kwaliteitsvolle inrichting en een duurzaam beheer van dit grootse bosgebied, was daarmee ingeslagen. Bovendien zagen de partners in dat de bossen de streek nog meer konden opleveren. Op initiatief van de toenmalige Vlaams minister-president werd in en rond de Merode een geïntegreerd plattelandsproject opgestart. Dat heeft als doel de natuur- en landschapskwaliteiten van de bossen te gebruiken om de recreatieve, toeristische én
economische ontwikkeling van de ruimere regio op te krikken. Samen met alle partners werd een Integraal Plan opgesteld om de duurzame ontwikkeling van de streek op gang te brengen.” Van de bovenste plank In de streek tussen Kempen en Hageland schilderde de natuur met een uitzonderlijk rijk kleurenpalet. Naast de naald- en loofbossen vind je hier heide en zandvlakten, landduinen, vennen, ijzerzandsteenheuvels, broeken en beemden … Eén van de meest waardevolle natuurgebieden is het Europees beschermde complex Averbodebos en Averbodeheide rond de abdij van Averbode, met aanpalend de bossen van Gerhagen en Houterenberg in Tessenderlo. Inrichting moet helpen om de natuur- en landschapswaarden van deze en andere natuurgebieden op te waarderen. Ria Gielis: “Die opwaardering vormt de motor van het hele project; een kwaliteitsvolle inrichting is daarom cruciaal. Ter uitvoering van het Integraal Plan werd voor het hele
projectgebied een planprogramma landinrichting opgesteld, dat als doel heeft de verschillende deelgebieden te ontwikkelen en groene verbindingen te voorzien tussen de gebieden. Begin dit jaar ging het natuurinrichtingsproject Averbode Bos & Heide van start, dat mikt op een grootschalig herstel van het authentieke heidelandschap en de zeldzame natuur die er huist. Naast de inrichting moet ook het beheer van al deze gebieden volgens de regels van de kunst gebeuren. Een uitgebreid bosbeheerplan garandeert het duurzaam beheer van de bossen, met oog voor de natuur, maar ook voor de andere functies van de bossen, zoals houtproductie en recreatie.” Een gastvrije streek Natuur en landschap mogen dan de meest opvallende sterkten van de Merode zijn, ook de cultuurhistorische bagage van dit gebied is niet min. “Ook dit deel van het erfgoed verdient aandacht”, stelt Ria Gielis. “Zo bezit deze streek een uitzonderlijk patrimonium van religieus erfgoed. Denken we maar aan de Norbertijnenabdijen van 20 jaar samen investeren in de open ruimte 29
“Er is niets mis mee om de natuur ook economisch aantrekkelijk te maken, tenminste als de zorg voor biodiversiteit en landschap centraal blijft staan. Om gouden eieren te hebben, moet je de kip koesteren.” Tongerlo en Averbode, de pelgrimsplaats Scherpenheuvel, de kerken in Demergothiek van Zichem en Testelt. Met het oog op de herwaardering van dit erfgoed, wordt samen met een aantal partners uit de Nederlandse provincie NoordBrabant een nieuw Interreg-project voorbereid. Kwaliteitsverhoging is één, maar de Merode moet vooral ook een gebied voor de mensen worden. “Vroeger waren niet alle domeinen van de Merode toegankelijk, maar daar komt verandering in. Strategisch gelegen toegangspoorten, aansluitend bij een goed uitgebouwd openbaar vervoer, netwerken voor wandelaars, fietsers en ruiters, kleinschalige verblijfslogies, kampeermogelijkheden … Dit alles moet van de Merode een gastvrije streek maken waar het goed wonen, werken en ontspannen is”, maakt Ria Gielis zich sterk. De kip met de gouden eieren De kwaliteiten van de streek vertalen in kansen voor de lokale economie: dat is het andere maatschappelijke belang van het de Merodeproject. De natuur als de kip met de gouden eieren? Ria Gielis bevestigt: “Er is niets mis mee om de natuur ook economisch aantrekkelijk te maken, tenminste als de zorg voor biodiversiteit en landschap centraal blijft staan. Om gouden eieren te hebben, moet je de kip koesteren. Een fraai groen gebied trekt mensen aan; dat zorgt voor een dynamiek, die ook de 30
20 jaar samen investeren in de open ruimte
economie stimuleert, met nieuwe jobs in de horeca, de plaatselijke middenstand, toeristisch-recreatieve bedrijven, natuurbeheer … Ook landbouw profiteert mee Ook de landbouw kan hier mee van profiteren, met nieuwe initiatieven als hoevetoerisme of de verkoop van streekproducten. Rust en een inspirerende omgeving oefenen in ons sterk verstedelijkte Vlaanderen ook een aantrekkingskracht uit op andere sectoren. Het verstandig uitspelen van de troeven van de streek van de Merode, betekent dan ook het gebied op de kaart zetten als interessante vestigingsplaats voor nieuwe bedrijven in de ICT-sector of hooggespecialiseerde dienstenbedrijven. Ook voor bedrijven in het verder te ontwikkelen Economisch Netwerk van het Albertkanaal, kan het aangrenzende de Merodegebied als extra bonus worden uitgespeeld. De mensen die daar werken, willen ook kwaliteitsvol wonen en ontspannen; en laat het duidelijk zijn, het de Merodegebied kan dit verwachtingspatroon echt wel inlossen.” Het merk de Merode Kijkend naar de toekomst hoopt de VLM op het multiplicatoreffect: geslaagde initiatieven die er andere in gang zetten. Het merk van de Merode moet hierin versterkend werken, meent Ria Gielis. “Een landbouwer die wil verbreden naar hoevetoerisme, kan ons logo gebruiken om mee te genieten van de dynamiek en de herkenbaarheid van het de Merodeproject om zo meer plattelandstoeristen te lokken. Vanuit een netwerk met de lokale ondernemers werken we
een concept van ‘branding’ uit, dat diensten en streekproducten duurzaam in de markt zet onder een gezamenlijk beeldmerk.” Participatie is het codewoord in het hele de Merodeproject. “Dit gebied heeft een resem gebruikers: bewoners, landbouwers, recreanten, jagers, toeristen, scholen, jeugdverenigingen, natuurverenigingen, de horeca, de houtsector, de toeristische sector … Van bij het begin wisten we: willen we dynamiek creëren en de toekomst van de bossen veilig stellen, dan moeten alle gebruikers zich deelgenoot voelen in ons project, fier zijn op hun streek. Initiatieven zoals een fotowedstrijd, de jaarlijkse Merodehappening en de Merodekrant houden het enthousiasme in en voor de streek levend. Project warm houden Ook de Quick Wins - kleine projecten uitgevoerd door de lokale partners, met een tastbaar resultaat op korte termijn - zijn een ideaal instrument om een project, in afwachting van de resultaten op langere termijn, warm te houden. Hoeve “den Eik” werd uitgebouwd tot educatief en informatief centrum, een historische ijzerzandsteengroeve werd blootgelegd, een kapel kreeg een opknapbeurt, een landbouwbedrijf plantte aan boomgaard aan, een wandelleerpad werd in een nieuw kleedje gestoken …. Een tweede ronde van Quick Wins, die in mei werd gelanceerd, richt zich tot scholen, jeugdbewegingen, kunstacademies, particulieren. Hoe lager de drempel, hoe groter het katalysatoreffect voor de streekontwikkeling”, besluit Ria Gielis.
Groene randen van goudwaarde Fraaie stadsrand moet economische score stad Brugge opkrikken
Groen is hét nieuwe goed voor een hedendaagse stad. Europa ziet in een attractieve omgeving zelfs een manier om het concurrentievermogen van steden en regio’s te verhogen. Maar, hoe groot is de economische impact van investeringen in de omgevingskwaliteit? Is landschapsbeheer ook financieel efficiënt? Onder de koepel van het landinrichtingsproject ‘Brugse Veldzone’ neemt de VLM het economische plaatje van inrichting onder het vergrootglas. “We willen bekijken hoe een groene rand de stad economisch sterker kan maken”, vertelt Toon Denys, afdelingshoofd VLM-West-Vlaanderen.
G
roen rond de stad draagt bij aan de levenskwaliteit van de stadsbewoners en de belevingskwaliteit van stadsbezoekers. Mensen willen bovendien een mooi decor bij alles wat ze doen en ondernemen. Zo is een mooie leef- en werkomgeving voor velen doorslaggevend bij de keuze van een (nieuwe) job. Investeerders blijken daar meer en meer rekening mee te houden. Wil Vlaanderen gebieden aantrekkelijk maken voor bedrijven en investeerders, dan moet ze dus in de eerste plaats die gebieden attractief maken voor mensen. Dat de economische waardering van een gebied toeneemt met de kwaliteit van de omgeving, is één van de accenten in de Strategie van Lissabon en de Göteborg-doelstellingen van de Europese Unie. Beide zijn erop gericht het concurrentievermogen van bepaalde Europese regio’s op een duurzame manier te verbeteren. Brugs Veldgebied Om de duurzame grensoverschrij-
Toon Denys
dende regionale ontwikkeling van de Europese lidstaten te stimuleren, lanceerde de Europese Unie het subsidieprogramma Interreg. Interreg IV is een vierde, nieuwe periode (2007-2013) in het programma. De VLM werkt in West-Vlaanderen aan twee Europese Interreg IV-projecten die het verhogen van de economische attractiviteit van het landschap als centraal thema hebben. Beide projecten spelen zich af rond de stad Brugge en kaderen in het planprogramma Brugse Veldzone, dat in 2007 werd goedgekeurd.
willen bekijken hoe een groene rand de stad economisch sterker kan maken.“
Toon Denys, afdelingshoofd van de VLM-West-Vlaanderen: “Het Brugs Veldgebied omvat het grootste deel van de West-Vlaamse Zandstreek: een gebied dat zowel economisch, landschappelijk als ecologisch waardevol is. Het landschap rond Brugge is nog opvallend open. We willen ervoor zorgen dat dit zo blijft, zonder dat de economische toekomstmogelijkheden van de regio gehypothekeerd worden. Meer nog: we
investeren in omgevingskwaliteit Investeren in de omgevingskwaliteit: het is een belangrijke bestaansreden van de VLM. Welke de financiële meerwaarde is van inrichtingswerken, is dan ook het bestuderen waard. In het Interregproject peilt de VLM samen met de stad Brugge naar de economische impact van investeringen in de kwaliteit van de stadsrand. “We hebben aan de Universiteit Gent gevraagd
Value De stadsrand van Brugge vormt het brandpunt van één van de vier inrichtingsprojecten van het planprogramma Brugse Veldzone. “Met dat inrichtingsproject willen we de leefkwaliteit en de economische toekomstmogelijkheden in de Brugse rand verhogen. Het Interreg-project Value moet ons daarbij helpen”, stelt Toon Denys.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 31
“Het landschap rond Brugge is nog opvallend open. We willen ervoor zorgen dat dit zo blijft, zonder dat de economische toekomstmogelijkheden van de regio gehypothekeerd worden.”
een methodiek uit te werken om via economische kengetallen de toegevoegde waarde te berekenen van bijvoorbeeld groene fietsverbindingen. Dit door rekening te houden met de effecten op de gezondheid van bewoners en werknemers, de kostprijs van woon-werkverkeer, de aantrekkelijkheid voor mensen om te werken en te wonen in een mooie omgeving, en voor bedrijven om er te investeren. De methodiek zal ons ook leren waar we best prioritair investeren in groene infrastructuur om maximale meerwaarde te creëren.” ‘Making places profitable’ Een tweede Interreg-project vindt zijn aanknopingspunt bij drie andere inrichtingsprojecten van het planprogramma Brugse Veldzone: de projecten Bulskampveld, Mobiliteitsas Gent-Brugge-Zeebrugge en Veldgebied Jabbeke-Wingene. “In deze deelgebieden liggen heel wat bossen, openbare zowel als private, en ook kasteeldomeinen: groene gebieden met heel wat in hun mars voor de bewoners en bezoekers van het gebied. Het beheer van deze Brugse bossen en parken gaat echter niet over rozen”, vertelt Toon Denys. “Het beheer is sterk versnipperd, tussen de gebruikers zijn er af en toe conflicten, en sommige eigenaars ondervinden financiële problemen bij het onderhoud van hun domein. Een aangepast beheer is nodig om de kwaliteit van al deze domeinen en parken op te krikken. In overleg met de verschillende beheerders willen we hier werk van maken. Het Europese project ‘Ma32
20 jaar samen investeren in de open ruimte
king Places Profitable’ is daarvoor een uitstekende kapstok. Het doel van dit project is een model uit te werken dat de kostenefficiëntie van het gevoerde beheer begroot, evenals de financiële meerwaarde van de uitgevoerde investeringen in het kader van de landinrichting. Verder zal de VLM samen met de beheerders een streekcharter opstellen voor een duurzaam beheer.” Belangrijke inzichten De resultaten die de projecten in Brugge opleveren, wil de VLM ook buiten de contouren van het projectgebied gebruiken. Toon Denys bevestigt: “Deze Europese projecten zijn ook een hefboom voor de rest van onze werking: ze leveren belangrijke inzichten op over de economische waardering van de landelijke inrichting.” Dat landschappelijke kwaliteit economisch gezien een belangrijke troef is, is een vernieuwend idee in het Europees beleid. Het is bovendien een voor de VLM betekenisvolle denkrichting, meent Toon Denys. “Het besef dat landschap en natuur een economische aantrekkingskracht hebben, zal de inrichting in de nabije toekomst ongetwijfeld mee sturen. Een betere open ruimte en een fraai platteland zijn essentieel voor het welzijn en voor de welvaart: je kan de economische legitimatie van onze werking moeilijk scherper stellen.”
Stadsbossen, de oases van morgen Groen is in en rond de stad even belangrijk als in het buitengebied. Neem nu Londen, de groenste ‘global city’ ter wereld. Honderdachtentwintig parken, tweehonderd plantsoenen en, boven alles, de Theems, hebben net zo veel invloed op het succes van Londen als wereldstad als de grote historische gebouwen en het straatbeeld. Stadsbossen en parken in de stadsrand zijn ook in Vlaanderen in opmars. Wie in de stad woont, werkt en leeft, heeft nood aan zuurstof, en waar kan je die makkelijker vinden dan in een park of groen domein in of net buiten de stad? De VLM werkt onder meer aan stadsbosprojecten zoals in Gent en Deinze.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 33
Lijnvormige elementen maken het casco uit van het Vlaamse landschap. Waarom het netwerk van wegen, waterlopen en lintbebouwing niet gebruiken als kapstok voor de inrichting? Vlaams Bouwmeester Marcel Smets geeft zijn eigen, aparte kijk op de inrichting van de (verstedelijkte) open ruimte.
“Maak van de achterkanten voorkanten”
opinie
De Vlaams Bouwmeester op zoek naar een zinvolle inrichting van het platteland
34
T
abula rasa is geen oplossing voor de inrichting van het Vlaamse platteland. De verstedelijking is daarvoor te sterk verweven in het Vlaamse landschap, meent Marcel Smets. Dus waarom gooien we het niet over een andere boeg? “De authentieke Vlaamse coulisselandschappen zijn verdwenen. Onze open ruimte heeft zich ontwikkeld als één grote lintbebouwing, die zowat het handelsmerk is van het Vlaamse platteland. Ook de wegen, kanalen, rivieren, dijken en spoorwegen vormen een raamwerk in het landschap. Zo’n stempel is onuitwisbaar, het heeft weinig zin die te willen camoufleren of wegvlakken. Mijn devies is: focus op de bestaande rasters als ordenend principe, eerder dan ze als een barrière te zien. Door van de achterkanten - het landschap in de mazen van het raster - voorkanten te maken, kunnen we misschien tot een nieuwe, andersoortige continuïteit komen.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Schijn en Demer onder de loep “Voor alle duidelijkheid: ik voer hier geen pleidooi voor de verstedelijking van de open ruimte”, nuanceert Marcel Smets. “Wel meen ik dat we samen en gericht moeten nadenken over hoe een zinvolle invulling te geven aan het meer en meer verstedelijkende platteland.” De Vlaams Bouwmeester test deze visie ten velde uit, samen met de VLM en het Agentschap Infrastructuur van de Vlaamse overheid. “Samen met deze partners bestuderen we enkele interessante cases. De VLM bekijkt, op haar beurt samen met een aantal partners, de herwaardering van de Schijnvallei in Antwerpen en van de doortocht van de Demer in Aarschot. Hoe kunnen we waterlopen op een innovatieve manier integreren in een stadsomgeving, is hier de vraag. Het Agentschap Infrastructuur onderzoekt de integreerbaarheid van enkele grote N-autowegen in hun ruimere omgeving.”
“VLM maakt de landschappen van morgen” De samenwerking met de VLM ziet Marcel Smets als een natuurlijk huwelijk. “Mijn roots liggen in de stedenbouwkunde, van daaruit is de stap naar landschap en open ruimte snel gezet. Maar ook een volbloed architect ontkomt niet aan de opgave om de open ruimte mee vorm te geven. De VLM zie ik als de coördinator van grote landschappelijke systemen, de ontwerper van de landschappen van de toekomst. Dat ze bij het vervullen van haar missie mijn advies vraagt - ze is daartoe niet verplicht, maar doet het toch -, vind ik getuigen van een resultaatgerichte ingesteldheid. Hoe dan ook is de Bouwmeester een symbool, een soort niet-gecompromitteerde derde naar wie geluisterd wordt.”
Niet in de marge: flankerend beleid maakt het verschil
Economische projecten van partners maatschappelijk aanvaardbaar maken
Roland Vancauwenberghe
Beleidssectoren zoals mobiliteit, economie, water en natuur ontwikkelen tal van plannen in de open ruimte. Het zijn vaak ambitieuze plannen, die ook voor andere gebruikers ingrijpende gevolgen hebben. Flankerende maatregelen zijn tegenwoordig gangbaar om deze gevolgen te milderen en de plannen goedgekeurd te krijgen. Op vraag van de bouwheer treedt de VLM in actie om het project aanvaardbaar te maken voor de gedupeerden. “Onze expertise in verband met grondenruil en gebruiksruil komt daarbij goed van pas”, zegt Roland Vancauwenberghe, afdelingshoofd VLMOost-Vlaanderen.
G
rote projecten in de open ruimte gaan gepaard met keuzes. Dat impliceert dat deze projecten ook vaak een keerzijde hebben voor andere sectoren. Met flankerende maatregelen streeft de VLM ernaar de impact van projecten op landbouw, natuur of recreatie te verzachten. Bijvoorbeeld door op een andere plaats voor evenwaardige landbouwgronden te zorgen. Of door elders natuurgebieden in te richten, of maatregelen te nemen die de gevolgen voor jagers, vissers, fietsers en wandelaars minder groot maken. Roland Vancauwenberghe van de VLM-Oost-Vlaanderen: “Door jarenlang te werken met inrichtingsprojecten hebben we heel wat ervaring met grondenruil, grond- en waterwerken … Kortom expertises die goed van pas komen bij het adviseren en realiseren van deze compensaties. Met grondenruil, gebruiksruil en herverkaveling op maat van het gebied, maar ook natuurinrichting, beheerovereenkomsten, of via een planprogramma landinrichting, kun-
20 jaar samen investeren in de open ruimte 35
nen we voor de landbouwers, de natuur en de recreatiesector het verschil maken.” De provincie Oost-Vlaanderen is zowat de kraamkamer van het flankerend beleid. In het kader van de havenuitbreiding in Antwerpen werd anno 2002 de lokale grondenbank Doel opgericht. Niet veel later volgde het flankerend beleid voor de Gentse Kanaalzone en in 2005 werd aan de VLM gevraagd begeleidende 36
20 jaar samen investeren in de open ruimte
maatregelen te ontwerpen in het kader van het Sigmaplan. Leefbare kanaaldorpen Leefbaar wonen op een steenworp van een havengebied is geen evidentie. Nochtans liggen er verspreid in het Gentse Havengebied verschillende dorpen, zoals Desteldonk, Rieme en Doornzele. Het concept van koppelingsgebieden moet deze kanaaldorpen leefbaar houden, niet-
tegenstaande de uitbreidingen van de haven. “Koppelingsgebieden zijn gebieden op de overgang tussen de economische activiteiten en woonkernen in de omgeving”, verduidelijkt Roland Vancauwenberghe. “Deze koppelingsgebieden kunnen op verschillende manieren worden ingevuld: bos, natuur, landbouw of recreatie. Ze hebben in hun rol als buffer betekenis voor beide aanpalende gebieden, zowel de economi-
“Voor landbouwers die na de onteigening willen verder boeren, biedt de grondenbank een alternatief met perspectief.” sche als de woonzones.” De rol van de VLM in de Gentse Kanaalzone is maar liefst drievoudig. “We zijn gevraagd een grondenbank op te richten om de landbouwers die dat wensen uit te ruilen uit het gebied. Daarnaast hebben we de opdracht gekregen een landinrichtingsproject uit te werken voor negen van de veertien koppelingsgebieden én deel te nemen aan al het overleg dat over de koppelingsgebieden handelt.” Alternatief met perspectief Het Kluizendok is één van de speerpunten van de havenuitbreiding in Gent. Ter hoogte van dit dok wordt het Gentse havengebied verder ontsloten met 200 extra hectare aan bedrijventerreinen. Om deze sites en de koppelingsgebieden in de ganse haven te realiseren, moet een aantal landbouwbedrijven wijken. De grondenbank Gentse Kanaalzone, één van de vijftien grondenbanken die de VLM in heel Vlaanderen heeft opgericht, heeft als doel landbouwers uit te ruilen uit de onteigeningszones. Roland Vancauwenberghe: “Hoe dan ook gaat er bij projecten zoals een havenuitbreiding landbouwgrond verloren. Dat moet je niet verbloemen. Voor dat areaalverlies zoekt de grondenbank een sociale oplossing:
landbouwers die onteigend worden, kunnen hun bedrijf op een andere plaats voortzetten. Grondenbanken geven landbouwers de kans te kiezen tussen een gewone onteigening met bijhorende vergoeding en een ruil van gronden. In het laatste geval ruilen ze hun landbouwgronden binnen de onteigeningszone voor gronden erbuiten. Landbouwers die kiezen voor compenserende gronden doen dat altijd op vrijwillige en individuele basis.” Het succes van grondenbanken ziet Roland Vancauwenberghe als volgt: “Vroeger kregen de landbouwers bij een onteigening een vergoeding waar ze zich mee moesten zien te redden. Vandaag is de gronddruk zo groot dat het helemaal niet evident meer is om een gelijkwaardige locatie te vinden wanneer je landbouwbedrijf onteigend wordt. Voor landbouwers die na de onteigening willen verder boeren, biedt de grondenbank dus een alternatief met perspectief.” Geen solotoer Ook het landinrichtingsproject Gentse Kanaalzone draait op volle toeren. Voor vier van de tien koppelingsgebieden zijn de inrichtingsplannen klaar en start de uitvoering binnen afzienbare tijd. “De koppelingsgebieden ten noorden en ten zuiden van
het Kluizendok vormen een typisch gebied waar functies verweven zijn. Zo’n complex terrein inrichten is geen sinecure: een project dat de VLM op het lijf geschreven is.” Planbegeleidingsgroep De VLM speelt in het overleg een trekkersrol, maar werkt niet op eigen houtje. “Elk landinrichtingsproject wordt begeleid door een planbegeleidingsgroep, waarin alle betrokken administraties, de provincie en de gemeenten, deskundigen en doelgroepen vertegenwoordigd zijn. En ook de bewoners van de kanaaldorpen krijgen een stem. Zij zijn vertegenwoordigd in de planbegeleidingsgroep, krijgen alle ontwerpen van inrichtingsplannen te zien en kunnen ideeën aanbrengen via een hele reeks overlegmomenten”, benadrukt Roland Vancauwenberghe. “Daarnaast volgt de Stuurgroep Netwerk Gentse Kanaalzone onder leiding van de gouverneur van Oost-Vlaanderen, de werkzaamheden in de landinrichting van op de eerste rij.” Het project in de Gentse Kanaalzone is er dus één dat de VLM uitstekend kenschetst: realistisch en overlegd, met oog voor kwaliteit van de omgeving en oor voor de maatschappij.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 37
Steeds vaker komen bouwheren bij de VLM aankloppen. Zij doen een beroep op haar competentie als grondenexpert, procesbegeleider, uitvoerend agentschap, communicatiedeskundige … Leo Clinckers en Leo Van der Vliet zijn de tenoren van twee megaprojecten - het Sigmaplan en de Oosterweelverbinding - waarbij de expertise van de VLM werd ingeroepen. Zij vertellen over de rol van de VLM in het flankerend beleid voor hun project.
Sterk op Leo Clinckers
“De VLM verdient het vertrouwen van de landbouwers”
A
an het woord: Leo Clinckers, gedelegeerd bestuurder van de NV Waterwegen en Zeewezen. Waterwegen en Zeekanaal beheert de bevaarbare waterlopen in Vlaanderen op de Noord-Zuid-as. Wat is het Sigmaplan? “De Vlaamse Regering keurde op vrijdag 22 juli 2005 het geactualiseerde Sigmaplan goed. Dit groots opgezette plan, een bijsturing van het oorspronkelijke plan uit 1977, moet Vlaanderen in eerste instantie een hogere bescherming bieden tegen overstromingen vanuit het Zeescheldebekken. Maar de doelstellingen van dit geactualiseerde Sigmaplan gaan breder: zo wil het plan ook zorgen voor een natuurlijkere Zeeschelde. Vlaanderen geeft hiermee invulling aan de afspraken die werden gemaakt met Nederland in de Lange Termijnvisie Schelde-estuarium 2030 die een natuurlijkere, veiligere en toegankelijkere Schelde beoogt.”
38
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Wat werd aan de VLM gevraagd? “De impact van het Sigmaplan op de landbouwers in de regio is niet gering. Bovendien gaan ook (delen van) recreatiegebieden op naar de functies veiligheid en natuurlijkheid. Flankerende maatregelen moeten meehelpen om deze negatieve gevolgen op te vangen: een kolfje naar de hand van de VLM. De Vlaamse Regering heeft de VLM de opdracht gegeven om het flankerende beleid landbouw en recreatie voor te bereiden en het flankerend beleid landbouw ook uit te voeren.” Hoe heeft de VLM haar rol ingevuld? “Maatschappelijke verantwoording is vandaag al belangrijk, maar is zeker een noodzakelijke karaktertrek van de overheidsprojecten van morgen. De vragen vanuit de maatschappij zullen alleen maar toenemen. Als overheid moet je niet proberen om dingen van bovenaf te willen doordruk-
ken, integendeel. Het rendeert veel meer om een multidisciplinaire benadering aan te nemen, die rekening houdt met de andere functies en spelers van de open ruimte. Dat de VLM hierin een belangrijke rol te spelen heeft, lijkt me nogal evident.” “De VLM verzorgt voor ons de contacten met de landbouwers en de grondeigenaars en ze doet dat prima. Ze is een degelijke partij waar goed mee samen te werken valt.”
“De VLM verzorgt voor ons de contacten met de landbouwers en de grondeigenaars en ze doet dat prima.”
“De VLM weet van wanten; door gebruik te maken van haar planmatige aanpak en ervaring wilden we vertragingen vermijden. En dat is ook gelukt: alles is netjes volgens de vooraf afgesproken timing uitgevoerd.”
de flanken Opdrachtgevers over de VLM
Leo Van der Vliet
“De souplesse van de VLM werkt verfrissend”
A
an het woord: Leo Van der Vliet, manager Bestuurlijke Zaken bij de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM). De BAM staat in voor de uitvoering en coördinatie van het Masterplan Mobiliteit Antwerpen.
Wat zijn de Oosterweelverbinding en de Middenvijver? Het Masterplan Mobiliteit Antwerpen moet de mobiliteit en de verkeersveiligheid in en rond Antwerpen verbeteren. Hét speerpunt van het plan is de Oosterweelverbinding, de tunnel onder de Schelde die de Antwerpse Ring moet sluiten en mee moet voorkomen dat het verkeer in en om Antwerpen zich de komende jaren helemaal vast rijdt. Het geplande tracé voor de Oosterweelverbinding raakt aan beschermde landschappen en natuurgebieden. Het milieueffectenrapport heeft een aantal compenserende maatregelen opgeleverd die de negatieve impact op de natuur in de hand moeten houden. De BAM wilde echter een stap verder gaan
en de kans benutten om een uniek natuur- en recreatiepark te realiseren op Linkeroever.
Agentschap voor Natuur en Bos een nieuw, natuurlijk en toegankelijk bos aanlegt.
Wat werd aan de VLM gevraagd? De VLM is betrokken bij drie projecten die als doel hebben de effecten van de Oosterweelverbinding op de natuur te milderen. Zij heeft de Middenvijver, vroeger een droog opgespoten terrein, ingericht als een waterrijk gebied. Vandaag biedt deze vijver een prima uitwijkmogelijkheid aan vogels die het gebied aandoen. De kilometerslange wandelpaden en de kijkheuvel maken het gebied ook consumeerbaar voor wandelaars en natuurliefhebbers. Aan de VLM werd gevraagd het hoogdringende project Middenvijver van A tot Z te trekken en in te staan voor de uitvoering. Daarnaast verrichte ze ook denkwerk in de werkgroepen rond twee andere gebieden: de ‘Burchtse Weel’, een afgesloten Scheldeplas die door Waterwegen en Zeekanaal NV in een intergetijdengebied herschapen wordt en Sint-Anna, waar het
Hoe heeft de VLM haar rol vervuld? “Over de beweegreden van onze samenwerking met de VLM kan ik kort zijn. Een eerste aspect was timing; het tijdskader voor de werken in de Middenvijver was immers zeer strikt. De VLM weet van wanten; door gebruik te maken van haar planmatige aanpak en ervaring wilden we vertragingen vermijden. En dat is ook gelukt: alles is netjes volgens de vooraf afgesproken timing uitgevoerd. Minstens even belangrijk is de kwaliteit, want Europa kijkt over onze schouders mee. Ook op dat vlak heeft de VLM alle verwachtingen ingelost.” “De VLM is een uitstekende remedie tegen het sectorgericht denken. In openruimteprojecten is een partij die zich soepel opstelt en het overzicht bewaart, een verademing.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 39
De open r als natuur voorraadk De VLM investeert in een open ruimte die de natuur en het landschap alle eer aandoet. De open ruimte is een schatkamer van oorspronkelijke landschappen, waardevolle en beschermde natuur, schone en levende waterlopen, zuivere lucht, stilte ‌ De VLM investeert mee in een veerkrachtige, natuurlijke open ruimte. Een open ruimte die kloek genoeg is om bedreigingen zoals de achteruitgang van de biodiversiteit en de klimaatopwarming te doorstaan.
40
20 jaar samen investeren in de open ruimte
uimte lijke amer
40>58
“Duurzame ontwikkeling betekent ook werken aan een veerkrachtige, gezonde open ruimte. Een open ruimte die tegelijk een groene motor is.�
20 jaar samen investeren in de open ruimte 41
Klimaatopwarming trotseren: natuurgebieden als bondgenoot De rol van natuurinrichting en bosaanleg in een opwarmend klimaat Er gaat geen dag voorbij of de klimaatproblematiek haalt het nieuws, vaak zelfs de voorpagina’s. Van hitte en droogte tot zware regenval en overstromingen: extreme weersomstandigheden zijn de laatste jaren opvallend. Al deelt de natuur zelf zwaar in de klappen, ze is ook bondgenoot nummer één om de klimaatsverandering te trotseren. De VLM richt natuur- en bosgebieden in en bouwt zo mee aan een maatschappij die climatproof is.
1
Bossen, de oases van morgen
Bossen leggen CO2 vast en temperen de temperatuursschommelingen. Maar ook in andere ecosystemen zoals moerassen en vennen zitten grote hoeveelheden CO2 vervat. Bossen matigen het klimaat ook rechtstreeks: ze hebben een bufferende werking op de temperatuurschommelingen van de aarde. Bovendien is het in een opwarmend klimaat mooi meegenomen dat bomen instant verkoeling brengen. Al is het maar om onze steden ook tijdens hittegolven leefbaar te houden. Vlaanderen heeft zichzelf als doel gesteld om 10.000 ha nieuw bos te creëren tegen 2010. De VLM levert een bijdrage door in haar inrichtingsprojecten nieuw bos aan te planten. Ze werkt onder meer aan stadsbosprojecten in Gent en Deinze.
2
Overstromingsgebieden
De opwarming tegengaan is niet de enige opgave. Onze samenleving moet zich ook aanpassen om de gevolgen van de klimaatverandering goed te doorstaan: wereldwijd wordt nu al geïnvesteerd in ‘adaptatie’. Voor Vlaanderen is bijvoorbeeld wateroverlast één van de bedreigingen. Klimaatmodellen voorspellen in onze streken een toename van natte periodes en een stijging van de zee42
20 jaar samen investeren in de open ruimte
spiegel, met overstromingen als gevolg. Overstromingsgebieden zijn natuurlijke wachtbekkens: ze zorgen ervoor dat onze rivieren ruimte hebben om te (over)stromen. Door water ruimte te geven, kan de natuur zelf overlast voorkomen. Ruimte voor water is ook voor de VLM een zorg. In het kader van inrichtingsprojecten legt ze wachtbekkens, oeverstroken of overstromingsgebieden aan om plaatsen waar zich een probleem van wateroverlast stelt, te vrijwaren.
3
Natuurnetwerken en biodiversiteit
De biodiversiteit ligt wereldwijd in de lappenmand en het klimaat is daar één van de oorzaken van. Op termijn kan die teloorgang van de biodiversiteit nefast zijn voor de ecosystemen; ecosystemen waarvan ook wij afhankelijk zijn. Om de biodiversiteit in een veranderend klimaat in stand te houden, zijn natuurnetwerken essentieel: voor een aantal soorten zal het van levensbelang zijn zich te kunnen verplaatsen naar de juiste temperatuurszone. Netwerken van natuurgebieden, over de grenzen van landen en continenten heen, zijn noodzakelijk om van de natuur een robuust systeem te maken dat de gevolgen van de opwarming aankan. Via natuurinrichting geven het Agentschap voor Natuur en Bos en de VLM gebieden een inrichting op maat van de natuur.
“Samen communiceren is even belangrijk als samen realiseren”
Marleen Evenepoel
Het Agentschap voor Natuur en Bos is in Vlaanderen verantwoordelijk voor het realiseren van meer en betere bossen, natuur en groen. De VLM legt in tal van inrichtingsprojecten natuurgebieden en bossen aan en is dus een belangrijke partner voor het ANB, zegt Marleen Evenepoel, administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos. “Al zitten we soms wat in elkaars vaarwater, we trekken aan hetzelfde zeel en dat is wat telt.”
“In partnerschappen moet je breeddenkend en creatief zijn.” Op één lijn Het ANB en de VLM realiseren op het terrein samen natuurinrichtingsprojecten. Dan is het niet alleen belangrijk om elkaar te verstaan in de uitvoering. Natuurinrichting vraagt ook een duidelijke communicatie. Marleen Evenepoel bevestigt: “In het kader van de Europese Habitatrichtlijn is Vlaanderen verplicht bedreigde habitats te herstellen. Om die doelstelling te realiseren, kunnen we soms niet anders dan bomen kappen. Dat ligt in het bosarme Vlaanderen - begrijpelijk - gevoelig bij de publieke opinie. Binnen het ANB streven we naar een evenwicht: worden in natuurgebied bomen gekapt, dan zorgen we elders voor compensatie. Om die boodschap te brengen, moet je samen met je partners op één lijn staan. Samen realiseren dus, maar samen communiceren is minstens even belangrijk. Samen met de VLM proberen we de communicatieaanpak
rond natuurinrichting nog te verbeteren. In het project Averbode Bos en Heide bijvoorbeeld loopt dat prima.” Onderhandelen over natuur en landbouw Niet iedereen staat te springen om meer natuur. Voor landbouwers die voor hun inkomen op hun gronden zijn aangewezen, gooit natuurinrichting al eens roet in het eten. “Tegenwoordig werkt de overheid menselijke oplossingen uit om al wie benadeeld wordt door onze projecten, te compenseren. De VLM is er knap in om dergelijke oplossingen uit te werken en met de landbouwers te onderhandelen. Ze doet dat als een antioverheid: niet vanuit een ivoren toren, maar aan tafel bij de boer thuis. Het ANB en het hele natuurbeleid in Vlaanderen profiteren mee van deze grondexpertise én de manier waarop de VLM ze hanteert. Op dat vlak is ze dan ook incontournable.”
opinie
W
ie werkt aan de inrichting en het beheer van natuur en open ruimte, moet veel investeren in samenwerken, vindt Marleen Evenepoel: “In het licht van de Europese natuurdoelstellingen is samenwerken een must. Anders halen we de doelen niet, punt. Samenwerken is ook een kwestie van geld. Natuurontwikkeling wordt betaald met het geld van de belastingbetaler: daar moet je efficiënt mee omspringen. Samenwerken met de partners binnen de Vlaamse overheid is één ding. Maar in partnerschappen moet je breeddenkend en creatief zijn: ook privébedrijven, NGO’s, landbouwers, gemeenten en particulieren betrekken. Dan wordt de winstkans eens zo groot.” Dat de overheid het goede voorbeeld geeft, vindt Marleen Evenepoel onloochenbaar: “Hoe kunnen we anderen bewegen om de krachten te bundelen als we zelf niet schouder aan schouder staan?”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 43
Recreatiedomein e uniek vogelgebied Natuurinrichtingsproject Het Vinne verzoent twee uitersten
Nico Bogaert
H
Het provinciedomein Het Vinne in Zoutleeuw is al jaren tot ver in de omgeving bekend als recreatiegebied. Wat wandelaars en joggers tot voor kort niet wisten, was dat zich vroeger op deze plek het grootste natuurlijke meer van Vlaanderen uitstrekte. Een natuurinrichtingsproject realiseerde een betoverende mix: een spectaculair watervogelgebied én een mooi wandeldomein op een boogscheut van de stad. “De natuur heeft zo’n gedurfde projecten nodig”, Vindt Nico Bogaert, afdelingshoofd VLM-Vlaams-Brabant.
et Vinne ligt in het oosten van de provincie Vlaams-Brabant, op het grondgebied van de stad Zoutleeuw. Water is hier altijd een overheersend element geweest, tot de natuurlijke waterplas halverwege de negentiende eeuw werd drooggelegd en beplant met populieren voor de luciferproductie. Toen die niet langer rendabel bleek, werd het domein van de hand gedaan. De toenmalige provincie Brabant kocht in 1974 het Vinne aan om het uit te bouwen tot een natuurreservaat. Nico Bogaert, afdelingshoofd VLMVlaams-Brabant: “Vandaag bestaat Het Vinne voor het overgrote deel uit natuurgebied, dat zowel Vlaams als Europees beschermd wordt. De provincie Vlaams-Brabant heeft in 1998 een aanvraag voor natuurinrichting ingediend, met een dubbele wens: de waardevolle natuur ontwikkelen én recreatie en natuureducatie nieuwe kansen geven.” 44
20 jaar samen investeren in de open ruimte
De wedergeboorte van een meer En zo geschiedde. Het natuurinrichtingsproject, met de wedergeboorte van het meer als centrale maatregel, werd goedgekeurd en de provincie Vlaams-Brabant, de stad Zoutleeuw, de VLM, het Agentschap voor Natuur en Bos en Natuurpunt, zetten zich schouder aan schouder. Eind 2004 werden de pompen stilgelegd, wat de start was van een weergaloos vernattingsproject. Nico Bogaert: “Populieren werden gekapt, zodat de natuurlijke kom zich kon vullen met regen en grondwater. De open waterplas met brede oevers, rietkragen en broekbossen die zo ontstond, is werkelijk een gedroomde pleisterplaats voor watervogels. Voor de wandelaars, die vroeger dwars door het (drooggepompte) meer stapten, hebben we een oplossing uitgedokterd. Er loopt nu een wandelpad om het meer heen. In de meest natte delen is er alleen een knuppelpad. Aan
de westzijde van het domein legden we ook een fietstraject aan, dat aansluit bij het fietsroutenetwerk van de provincie. Vogelkijkhutten, een schuilhut, infoborden, een tentoonstellingsruimte gerealiseerd door de provincie, twee uitkijktorens en een parking, maken het recreatieaanbod compleet.” Believers en non-believers Het natuurinrichtingsproject is er één dat tot de verbeelding spreekt. “Om echte natuurwinsten te boeken, zijn gedurfde projecten nodig. Het natuurinrichtingsproject Het Vinne valt zeker in deze categorie”, meent Nico Bogaert. “In het begin waren er believers en non-believers, maar de ecohydrologische studie was glashelder. Water creëren is vooral een kwestie van topografie, en dat plaatje klopte hier helemaal. De uitgangssituatie was zodanig, dat onze plannen alle kans op slagen hadden.”
n in één
Een veelbelovende start Het Vinne werd weer een meer, en wat voor één. Monitoring toont aan dat het resultaat voor de natuur ronduit opzienbarend is. Nico Bogaert is tevreden: “Het Vinne heeft zich ontpopt tot een uniek vogelgebied, waar water- en moerasvogels halt houden op hun reis naar het zuiden. In natuurkringen is Het Vinne een waar begrip geworden. Ook libellen en vleermuizen blijken in grote getale naar dit waterrijke gebied af te zakken, en dat al na amper twee jaar. In dezelfde tijdsspanne wisten ook zeldzame planten Het Vinne te vinden. Al moet de natuurwaarde nog groeien: dit is pas het begin.” En ook recreatief gaat het Het Vinne voor de wind. De provincie VlaamsBrabant meldt dat de bezoekersaantallen exponentieel gestegen zijn. Het Vinne lijkt het levende bewijs dat natuur en recreatie elkaar voor-
“Voor wandelaars die vroeger dwars door het droge meer stapten, hebben we een oplossing uitgedokterd. Er loopt nu een wandelpad om het meer heen.”
goed gevonden hebben. De stad Zoutleeuw verwoordt het op haar website zo: “Nu de herinrichting voltooid is, vormt Het Vinne de ideale combinatie van natuur- en cultuurbeleving en dit in dezelfde stad. De toeristische mogelijkheden zijn legio: de begeleide natuurwandelingen voor scholen, de openluchtspeeltuin, de mooie wandelpaden, de uitkijktorens, de schuilhutten, de neerhofdieren, de ruime parkeermogelijkheden, het fietsenverhuur … “.
“Populieren werden gekapt, zodat de natuurlijke kom zich kon vullen met regen en grondwater. De open waterplas met brede oevers, rietkragen en broekbossen die zo ontstond, is werkelijk een gedroomde pleisterplaats voor watervogels.” 20 jaar samen investeren in de open ruimte 45
opinie
Er is een trend naar onthaasten in een groene omgeving, meer en meer mensen willen de natuur leren kennen en ervan genieten. Natuur is een vorm van levenskwaliteit geworden, meent ook Willy Ibens, directeur van Natuurpunt.
“Verzoening van natu recreatie past in belevingseconomie” Willy Ibens (Natuurpunt) over natuur en recreatie
D
e verwachtingen ten aanzien van overheidsprojecten zijn hoog - de burger wordt alsmaar kritischer en veeleisender. De VLM heeft geen probleem met deze kwaliteitsstandaard: ze legt immers zelf de lat hoog. Haar brede ervaring op het terrein stelt haar in staat met kwaliteitsvolle én realistische oplossingen voor de dag te komen. Gedragen oplossingen ook, die uitgebreid overlegd zijn met de gebruikers. Kwaliteit brengen en tegelijk voor draagvlak zorgen: daar ligt voor mij de echte meerwaarde van de VLM.”
46
20 jaar samen investeren in de open ruimte
“Eerlijk, toen we met Het Vinne begonnen, waren de meningen niet onverdeeld positief. Sommigen stelden zich vragen bij de haalbaarheid van dit ambitieuze project: een natuurlijk meer herstellen is immers geen sinecure. Maar ik moet zeggen, wat de VLM hier gerealiseerd heeft, maakte al snel komaf met alle kritiek. Werkelijk iedereen is enthousiast: de inwoners, de natuurverenigingen, de recreatiesector … De stad Zoutleeuw én de provincie hebben er een uniek groen gebied bij: ik verwacht nog meer van dat van de VLM.”
Willy Ibens
ur en
”
D
e vrije ruimte is in Vlaanderen met een kaarsje te zoeken. Multifunctioneel gebruik is de oplossing: gebieden met één hoofdfunctie en één of meerdere nevenfuncties. Natuur en recreatie kunnen prima hand in hand gaan, een adagium dat Natuurpunt en de VLM beiden huldigen, aldus Willy Ibens. “We stellen onze natuurgebieden zo veel mogelijk open voor het publiek: in minder gevoelige stukken kan gewandeld worden. Met vogelkijkhutten, uitkijktorens en kijkwanden maken we ook de meest kwetsbare plekken beleefbaar voor wandelaars.” Belevingseconomie De economie van de toekomst is er één van beleving, meent Willy Ibens. “Dingen beleven in plaats van dingen bezitten: als we een duurzame samenleving wensen, is dat waar we naartoe moeten. Het onthaasten en de nieuwe vormen van natuurbeleving passen daar perfect in. De VLM is helemaal mee met deze evolutie.” Knappe constructies De manier waarop de VLM recreatieve infrastructuur realiseert, vindt Wil-
ly Ibens een absolute meerwaarde voor de natuursector. “Onlangs werd de uitkijktoren ‘Het Rietnest’ in het Oostends Krekengebied geopend: een knappe stalen constructie van waarop natuurliefhebbers de vogels en het landschap van de kreken kunnen bewonderen. De manier waarop de VLM die toren heeft ontworpen, is innovatief. De VLM voegt een architecturaal- een cultuurelement toe aan de natuurbeleving en dat vind ik een grote verdienste.”
“Dingen beleven in plaats van dingen bezitten: als we een duurzame samenleving wensen, is dat waar we naartoe moeten.
“De VLM verhoogt de levenskwaliteit in de open ruimte”
Lodewijk De Witte
Het Vinne is één van de geslaagde samenwerkingsprojecten tussen de VLM en de provincie Vlaams-Brabant. “Landschappelijke kwaliteit is één van mijn stokpaardjes”, bekent gouverneur Lodewijk De Witte. “Onze provincie telt heel wat residentiële gemeenten, waar de mensen rustig willen wonen en ontspannen. De VLM is de partner bij uitstek om zo’n kwaliteitsvolle inrichting te realiseren.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 47
Ondanks de vele inspanningen kampt het Vlaamse oppervlakte- en grondwater nog steeds met een teveel aan nitraten. Europa heeft Vlaanderen aangespoord om het probleem van de nitraatverontreiniging voor eens en voor altijd aan te pakken. “De Mestbank en de landbouwsector staan samen voor een dubbele opgave”, stelt Dirk Struyf, afdelingshoofd van de Mestbank: “De groeikansen van de Vlaamse landbouw veilig stellen en tegelijk de waterkwaliteit verbeteren.” Dirk Struyf
Werken aan ee waterkwaliteit: landbouwers sa
“Straks leggen we voor Europa een gezamenlijk examen af”
D
e blik staat op 2010: dan wil Vlaanderen opnieuw een derogatie goedgekeurd krijgen. De derogatie is een afwijking (onder voorwaarden) van de strenge bemestingsnorm voor Vlaanderen en is dus voor de landbouwers een goede zaak. “Eenvoudig gezegd komt het hierop neer”, licht Dirk Struyf toe: “In heel Vlaanderen geldt de strenge bemestingsnorm van 170 kg N per ha uit dierlijke mest, zoals bepaald in de Nitraatrichtlijn. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat aan sommige gewassen of gewascombinaties meer dierlijke mest kan toegediend worden, zonder dat de waterkwaliteit achteruitgaat. Een derogatie laat toe af te wijken van de Europese basisbemestingsnorm en dus meer dierlijke mest toe te dienen, weliswaar onder strikte
48
20 jaar samen investeren in de open ruimte
voorwaarden. De toekenning en de voorwaarden voor de Vlaamse derogatie zijn vastgelegd in een Europese beschikking.”
De Vlaamse derogatie kort De Nitraatrichtlijn is de Europese grondslag voor het Vlaamse mestbeleid. Deze richtlijn heeft als doel de waterverontreiniging door nitraten uit de landbouw te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Sleutelbepalingen van de Nitraatrichtlijn zijn het afbakenen van kwetsbare zones, waarbinnen de lidstaten actieprogramma’s moeten opstellen en het invoeren van een code van goede landbouwpraktijken op het hele grondgebied. Op 22 september 2005 velde het Europese Hof van Justitie in Luxemburg een arrest tegen de lidstaat België wegens het niet nakomen
van verplichtingen uit de Nitraatrichtlijn. Hierin werd gesteld dat Vlaanderen onvoldoende kwetsbare gebieden heeft aangeduid. Op deze Europese veroordeling volgde een intensief traject met als mijlpalen een Vlaams actieprogramma, een nieuw Mestdecreet dat Vlaanderen volledig aanduidde als kwetsbaar gebied en een verzoek tot derogatie. Uiteindelijk leidden deze inspanningen tot de goedkeuring van de Vlaamse derogatie in 2007. Vlaanderen is overigens niet de enige regio die derogatie toepast. Ook aan Denemarken, Oostenrijk, Nederland, Duitsland, Wallonië en Ierland werd een derogatie toegekend. De Vlaamse derogatie is uniek in Europa, en beantwoordt aan de specifieke noden van de Vlaamse veehouderij.
n goede Mestbank en men aan zet Waterkwaliteit blijft prioriteit Veehouders die in de derogatie stappen, hebben meer mogelijkheden om dierlijke mest af te zetten. Akkerbouwers kunnen door een hogere benutting van stikstof uit dierlijke mest, besparen op (dure) kunstmest. Maar het mes snijdt aan twee kanten, zegt Dirk Struyf. “Aan de derogatie zijn strikte voorwaarden gekoppeld. Zo moet de boer bij het telen van zijn gewassen een meer doorgedreven code van goede landbouwpraktijk volgen voor een milieuverantwoorde bedrijfsvoering. De bijkomende bodemanalyses en het opmaken van een bemestingsplan zijn verplichte instrumenten voor boeren die een derogatie aanvragen om hieraan tegemoet te komen.” Oordeelkundig bemesten moet uiteindelijk leiden tot een verbetering
van de waterkwaliteit. Die blijft immers dé prioriteit, benadrukt Dirk Struyf: “Als de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater er aanzienlijk op vooruitgaat, is immers de kans reëel dat Vlaanderen van de Europese Commissie een verlenging van de derogatie verkrijgt. Het is duidelijk dat noch de Mestbank, noch de landbouwers deze opdracht alleen tot een goed einde kunnen brengen. Teamwork is nodig.” “Individuele begeleiding slaat aan” Teamwork vereist spelers die goed op elkaar afgestemd zijn. Zowel de landbouwsector als de Mestbank groeien in dit partnerschap, vindt Dirk Struyf: “Vandaag is de landbouwsector er zich van bewust dat de Europese waterkwaliteitsnormen belangrijk zijn voor de toekomst. Ook voor de sector zelf. Als Mest-
“Als de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater er aanzienlijk op vooruitgaat, is de kans reëel dat Vlaanderen van de Europese Commissie een verlenging van de derogatie krijgt. Het is duidelijk dat noch de Mestbank, noch de landbouwers deze opdracht alleen tot een goed einde kunnen brengen. Teamwork is nodig.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 49
“Vandaag is de landbouwsector er zich van bewust dat de Europese waterkwaliteitsnormen belangrijk zijn voor de toekomst. Ook voor de sector zelf ”
bank investeren we fors in advisering en sensibilisering. Dat is ook nodig. Alle landbouwers, maar ook intermediairs, kunnen terecht in onze vijf provinciale vestigingen voor gratis advies. In elke provincie hebben we een cel bedrijfsadvies en sensibilisering. We doen nu ook veel meer dan vroeger aan individuele bedrijfsbegeleiding die totaal losstaat van controle of inspectie. Tijdens individuele bedrijfsbezoeken zoeken we samen met de boer wat we kunnen bijsturen. Een aantal audits hebben op dat vlak trouwens al mooie resultaten opgeleverd.” Zo’n individuele benadering impliceert ook dat je oog hebt voor de diversiteit in de sector, vermeldt Dirk Struyf nog. “De landbouwsector is op twee snelheden geëvolueerd: er zijn bedrijven die een voorbeeld zijn op het vlak van moderne, duurzame 50
20 jaar samen investeren in de open ruimte
landbouw. Maar er is ook een groep landbouwers die heeft afgehaakt. Samen met de sector en met andere overheidsdiensten zijn we aan het nadenken over hoe we deze laatste groep opnieuw kunnen meekrijgen. Ook op dat vlak verwachten we veel van individuele begeleiding.” Vertrouwen van de boeren winnen Via deze gezamenlijke, actieve aanpak hoopt de Mestbank het vertrouwen van de boeren te winnen. Dat vertrouwen is ook nodig willen we in 2010 van Europa een nieuwe derogatie verkrijgen “Eerlijk, het is nooit onze bedoeling geweest om eerder te bestraffen dan te helpen. Het is belangrijk dat de sector dat beseft. Anderzijds onderkennen wij goed dat we op dit vlak nog een weg hebben af te leggen. Maar we werken eraan. Het is een partnerschap dat moet
groeien”, aldus Dirk Struyf. Eerst verwittigen dan pas ingrijpen Sinds een aantal jaren pakt de Mestbank haar controlerende functie ietwat anders aan. Het nieuwe Mestdecreet biedt daartoe ook een aantal extra mogelijkheden. De Mestbank voert vandaag een beleid dat in de eerste plaats gestoeld is op waarschuwing en begeleiding. “Eerst verwittigen en dan pas bestraffen: dat is de basis van onze nieuwe aanpak. Sinds twee jaar schrijven we alle landbouwers aan als hun mestbalans niet in orde is. Een eerste evaluatie heeft aangetoond dat de meerderheid van de boeren op die manier zijn balansprobleem heeft opgelost. Een verwittiging bleek dus in de meeste gevallen te volstaan. Ook de audits naar aanleiding van een te hoog nitraatresidu zijn op deze leest
“Eerlijk, het is nooit onze bedoeling geweest om eerder te bestraffen dan te helpen. Het is belangrijk dat de sector dat beseft. Anderzijds onderkennen wij goed dat we op dit vlak nog een weg hebben af te leggen. Maar we werken eraan. Het is een partnerschap dat moet groeien” geschoeid: samen zoeken naar mogelijke oorzaken. We leggen de nadruk op advies en verbetervoorstellen om de doelstellingen te bereiken.” Heel wat zaken zijn uit het strafrecht gehaald en vervangen door administratieve boetes. “Sommige overtredingen, bijvoorbeeld die met zware gevolgen voor het milieu, worden wel nog strafrechtelijk afgehandeld. De ‘freeriders’ en de cowboys sporen we actief op via gerichte controles. De sector is overigens zelf vragende partij voor een strenge aanpak van de erge gevallen: die zware overtreders doen immers aan concurrentievervalsing”, klinkt het bij Dirk Struyf. De Mestbank als kenniscentrum Wie boeren wil coachen, moet ook zelf vertrouwd zijn met de landbouwpraktijk. “Landbouwkennis is nodig om boeren te overtuigen, dat is nu
eenmaal zo. Het is een erg belangrijke factor bij aanwervingen van nieuwe Mestbank-medewerkers. We investeren ook fors in doorstroming van kennis, vorming en bijscholing om de kloof tussen opleiding en praktijk te dichten.” Het moge duidelijk zijn: de Mestbank zet alles op alles voor een hernieuwde derogatie in 2010. Ook kennis- en competentieopbouw is één van de succesfactoren. Dirk Struyf: “We weten al veel, en genoeg om de boeren vandaag te begeleiden in hun zoektocht naar een optimale productie. Maar onze kennis kan nog verder verfijnd worden. Hoe puren we zoveel mogelijk rendement uit dierlijke mest, hoe kunnen we de reststikstof in de bodem nog verkleinen? Ik denk dat de Mestbank, als kenniscentrum voor bemesting, een troef kan worden voor de Vlaamse landbouw.” 20 jaar samen investeren in de open ruimte 51
“Ik gun de nieuwe Mestbank het voordeel van de twijfel” Interview met Piet Vanthemsche (Boerenbond) Sinds 2007 is er een georganiseerd overleg tussen de Mestbank en de landbouworganisaties op topniveau. Dat topoverleg heeft als doel de neuzen in dezelfde richting te zetten en vormt de basis van een werkend partnerschap op het terrein. Piet Vanthemsche, voorzitter van de Boerenbond: “Ik zie dit als een goede doorstart. De toon is gezet, maar laat ons nu niet dralen. De tijd dringt, en er is nog werk voor de boeg.” Piet Vanthemsche Mijnheer Vanthemsche, wat kan en moet de VLM betekenen voor de Vlaamse landbouwers? “De VLM kan veel betekenen voor de Vlaamse boer: door te zorgen voor een omgeving waar de landbouw zich optimaal kan ontwikkelen, door te zorgen voor een leefbaar platteland en door mee te denken over een toekomstgericht en dynamisch plattelandsbeleid. Het Vlaamse platteland, met de landbouw als ruggengraat, heeft een specialist als de VLM nodig, een generieke partij die alle aspecten bekijkt. Jammer genoeg was de relatie tussen de Mestbank en de landbouwers lange tijd verzuurd, dat heeft onze gezamenlijke zaak geen deugd gedaan.” Om die negatieve perceptie om te buigen, spaart de Mestbank kosten noch moeite. Er is het overleg op topniveau, maar de Mestbank in52
vesteert ook in provinciale cellen bedrijfsadvies en sensibilisering en zet hoog in op individuele coaching. Wordt die aanpak door de landbouwers gesmaakt? “Ik heb over de nieuwe aanpak van de Mestbank in landbouwkringen nog geen slecht woord gehoord. Niet dat de boeren zomaar 100 % overstag gaan: het negatieve gevoel is nog niet weg, daar moeten we eerlijk in zijn. De start in de goede richting is genomen, en we zien een aantal positieve signalen. De Mestbank stelt zich veel opener op, en de aandacht voor advisering en sensibilisering laat het beste verhopen. Laat ons zeggen dat we op dit moment, een goed jaar na de kentering, de Mestbank het voordeel van de twijfel gunnen. Maar nu moet er heel snel resultaat komen op het terrein, met een verdere uitbouw van de begeleiding. Pas op, ik besef dat dit niet
20 jaar samen investeren in de open ruimte
op een-twee-drie kan. Ik kom zelf uit de administratie en weet: een overheidsdienst hervormen is als een tanker van richting veranderen, daar is tijd voor nodig. Maar: de tijdsdruk vanwege Europa is groot, ik denk we dat ook allemaal beseffen. Op enkele jaren tijd moet er nog heel wat werk verzet worden, willen we slagen voor onze Europese proef.”
“De VLM kan veel betekenen voor de Vlaamse boer”
Wat is de sleutel tot succes? “De weg naar een goede waterkwaliteit is er één die de overheid en de landbouwsector samen moeten bewandelen. Ik zie vooral heil in een participatieve aanpak, een Mestbank die werkt naar aanvaardbare en haalbare oplossingen. Niet alleen op het niveau van de individuele boer. De Mestbank moet ook op het niveau van de beleidsvoorbereiding probleemoplossend
werken; wij vragen niet liever om hier als sector bij betrokken te worden.” In de mestproblematiek is het ‘Samen uit, samen thuis’. Dat vindt de Mestbank, en zo klinkt het dus ook bij de landbouwsector.
20 jaar samen investeren in de open ruimte 53
“Hoe landbouw en
Piet Vanthemsche
Willy Ibens
Tussen landbouw en natuur is het niet altijd koek en ei geweest. Lange tijd was een samenwerking tussen de twee een haast onmogelijke missie, maar vandaag zijn de twee sectoren on speaking terms. Dit voorjaar sloten Natuurpunt en Boerenbond een principeovereenkomst. We vroegen aan Willy Ibens, directeur van Natuurpunt en Piet Vanthemsche, voorzitter van de Boerenbond, wat dit engagement voor hen betekent.
D
at de top van een natuur- en een landbouworganisatie elkaar vinden in een gemeenschappelijke tekst, was tot nu toe ongezien. Hoe hebben Natuurpunt en Boerenbond de weg naar elkaars deur dan toch gevonden? Willy Ibens: “Het uitgangspunt was een technische kwestie. In 2007 was bij de grote wijziging van het Mestdecreet beslist om de nulbemesting (en nog enkele andere bepalingen in verband met natuur) in
54
20 jaar samen investeren in de open ruimte
een latere fase te wijzigen. Minister voor Leefmilieu Hilde Crevits heeft aan de twee grote sectororganisaties, Natuurpunt en Boerenbond, gevraagd een gezamenlijk voorstel uit te werken voor dit hete hangijzer. De aanleiding om rond de tafel te gaan zitten was er dus. Natuurpunt was bereid om ook een bredere toenadering op de agenda te zetten, vanuit het besef dat ook de natuur er baat bij heeft als de twee sectoren beter samenleven.”
Piet Vanthemsche: “Binnen Boerenbond waren we al langer overeengekomen dat we alles in het werk moesten stellen om de historische argwaan tussen landbouw en natuur weg te werken. Ook uit eigenbelang, omdat we beseffen dat we er niet komen door ruzie te maken. Dus hebben we de dialoog opengetrokken. We schoven eigenlijk als tegenpolen aan elkaars tafel, vanuit de visie dat elke vierkante meter grond maar één keer gebruikt
natuur toch samen sporen” Boerenbond en Natuurpunt maken afsprakenkader kan worden. De overeenkomst is er uiteindelijk stap voor stap gekomen.” Dat Natuurpunt en Boerenbond het eens zijn geworden over zo’n controversieel onderwerp als de nulbemesting, is bijzonder. Daarnaast spraken jullie ook een aantal basisprincipes af over de relatie tussen natuur en landbouw op het platteland. Respect voor elkaars plaats en toekomst op het platteland is de essentie hiervan. Zijn afzonderlijke, exclusieve ruimtes voor landbouw en natuur de enige oplossing voor de schaarse open ruimte in Vlaanderen? Piet Vanthemsche: “Het is voor ons in elk geval een prioriteit dat de agrarische gebieden verder herbevestigd worden. De overeenkomst sluit verweving van functies niet uit, maar dan wel een functionele verweving op vrijwillige basis.” Willy Ibens: “De wederzijdse erkenning van elkaars bestaansrecht
op het platteland hangen we uiteraard vast aan de realisatie van de groene bestemmingen op het gewestplan, dat is fundamenteel. Maar de zorg voor biodiversiteit en landschap is een voorwaarde voor een kwaliteitsvol platteland en zou dus een zaak moeten zijn die iedere landbouwer zich aantrekt. Verder hebben we afgesproken dat in natuurgebieden de natuurbeheerders de regie bepalen. En landgebruik dat de natuurdoelstellingen in de weg staat, moet uitdoven.” Hoever dragen deze basisprincipes: hebben ze vooral een symboolfunctie, of is het meer? Piet Vanthemsche: “Via de basisprincipes kunnen we in de toekomst op een meer gestructureerde manier het belang van de land- en tuinbouw verdedigen in onderhandelingen met een opponent die eveneens grond nodig heeft. Landbouw heeft in de eerste plaats een economische finaliteit,
met een aantal diensten aan de maatschappij; dat is heel essentieel. Natuurpunt erkent die economische finaliteit en wij hun maatschappelijke doelstellingen.” Willy Ibens: “Het afsprakenkader moet ook ons helpen om lokale conflicten op te lossen. Het is ons al gelukt om voor het natuurgebied De Liereman duidelijke afspraken te maken. Het compromis is daar een uitbreiding van het natuurgebied, de afbakening van een geel-groen mozaïekgebied dat tevens Vogelrichtlijngebied is en een ruimere herbevestiging van het agrarisch gebied. Met deze visietekst hebben we nu al een houvast om op een gestructureerde manier probleemdossiers aan te pakken.” Het water tussen landbouw en natuur is niet meer te diep: het is een primeur waar ook de VLM, als bruggenbouwer op het platteland, goed bij vaart.
“Binnen Boerenbond waren we al langer overeengekomen dat we alles in het werk moesten stellen om de historische argwaan tussen landbouw en natuur weg te werken. Ook uit eigenbelang, omdat we beseffen dat we er niet komen door ruzie te maken. Dus hebben we de dialoog opengetrokken.” 20 jaar samen investeren in de open ruimte 55
Beheerovereenkomsten: boeren met een hart voor de natuur Steeds meer landbouwers sluiten een beheerovereenkomst met de VLM. Zij doen dit om de strijd tegen erosie aan te binden, om kwetsbare elementen in het landschap te beschermen, om de waterkwaliteit te verbeteren. Het resultaat van deze optelsom is voor het milieu, de natuur en het landschap in Vlaanderen - en bij uitbreiding voor het hele Europese platteland - een schitterende zaak. “Meer beheerovereenkomsten, die we efficiënter inzetten voor een nog beter resultaat”, zo vat Paul Van der Sluys de ambities voor de komende jaren samen. Paul Van der Sluys
B
eheerovereenkomsten vallen onder de landbouwmilieumaatregelen van het Europese Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO). Ze deden hun intrede in de Vlaamse land- en tuinbouw in 2000. Sindsdien engageert een groeiend aantal landbouwers zich om, in ruil voor een vergoeding, hun bedrijf natuurvriendelijk te beheren. Anno 2008 heeft de VLM reeds 3.500 landbouwers onder een overeenkomst. Echte succesnummers zijn de beheerovereenkomsten perceelsrandenbeheer, water en erosie. “De hogere vergoedingen voor perceelsrandenbeheer motiveerden veel landbouwers om zo’n overeenkomst te sluiten. De beheerovereenkomst water haalde dan weer veel voordeel uit de vereenvoudiging van de wetgeving. De landbouwer heeft hierdoor meer flexibiliteit: hij kan ieder jaar kiezen op welke per-
56
20 jaar samen investeren in de open ruimte
celen hij de beheerovereenkomst water toepast, binnen de contractueel vastgelegde totale oppervlakte. Het succes van de beheerovereenkomst bodemerosie is onder meer te verklaren door het feit dat dit een manier is voor de landbouwer om te voldoen aan de voorwaarden van de cross-compliance. Bovendien gaat de landbouwer hierin zelfs verder dan het voldoen aan deze voorwaarden. En ook de grote inzet van partners zoals de provincies of regionale landschappen om het erosieprobleem via beheerovereenkomsten aan te pakken, heeft hier mee te maken”, legt Paul Van der Sluys uit. Efficiëntie kan nog scherper Niet voor alle landbouwers is het evident om uit te zoeken welke beheerovereenkomsten nuttig en inzetbaar zijn op hun bedrijf. De
VLM stelt daarom bedrijfsplanners ter beschikking, die een plan opmaken op maat van het landbouwbedrijf met de beste combinatie van beheerpakketten. Vroeger waren de bedrijfsplanners alleen in de regionale landschappen actief, maar vandaag bestrijkt hun actieradius heel Vlaanderen. “De sector gaf al meermaals te kennen baat te hebben bij deze gratis dienstverlening. We geloven ook zelf dat de bedrijfsplanners het agrarisch natuurbeheer een extra duw in de rug kunnen geven. Daarom willen we die werking nog verder uitbouwen”, stelt Paul Van der Sluys. Beheerovereenkomsten worden door Europa en de Vlaamse overheid gefinancierd. Het is belangrijk dat die middelen goed besteed worden. Om de efficiëntie van de beheerovereenkomsten aan te scherpen, worden de beheerovereenkomsten toegepast
“Door beheerovereenkomsten te koppelen aan onze inrichtingsactiviteiten in specifieke gebieden, worden ze nog efficiënter ingezet.”
binnen beheergebieden. “Voor de beheerdoelstelling botanisch beheer en soortenbescherming zijn speciale beheergebieden afgebakend waar de kans op succes van de maatregelen het grootst is. De beheergebieden waar beheerovereenkomsten kunnen worden gesloten om de waterkwaliteit te verbeteren, zijn gevoelige gebieden zoals waterwingebieden en nitraatgevoelige gronden”, aldus Paul Van der Sluys. “Integratiekansen met beide handen grijpen” In heel wat gebieden in Vlaanderen is de VLM al op het terrein aanwezig in het kader van een inrichtingsproject. Daar ligt volgens Paul Van der Sluys een grote kans tot integratie. “Door beheerovereenkomsten te koppelen aan onze inrichtingsactiviteiten in specifieke gebieden, worden ze nog efficiënter ingezet. Door groepen landbouwers die samen naar een resultaat toewerken, bijvoorbeeld.” En ook met de activiteiten van de Mestbank zijn er combinatiemogelijkheden. “De aanpak van onze
bedrijfsplanners vertoont grote overeenkomsten met de benadering van de cellen bedrijfsadvisering en sensibilisering van de Mestbank. Landbouwers actief begeleiden naar een beter resultaat: tussen die twee dienstverleningen van de VLM - Mestbank en beheerovereenkomsten - ligt een interessant raakvlak. Een opportuniteit die we met beide handen moeten grijpen”, besluit Paul Van der Sluys.
“Landbouwers actief begeleiden naar een beter resultaat: daartoe zet de VLM bedrijfsplanners in.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 57
“Samen werken aan administratieve vereenvoudiging”
opinie
De mestwetgeving brengt voor de landbouwers heel wat beslommeringen met zich mee, bovenop de administratieve verplichtingen in het kader van het landbouwbeleid. Samen met het Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV) realiseerde de VLM een knap staaltje van administratieve vereenvoudiging: sinds 2007 is de dubbele registratie van de Vlaamse landbouwpercelen herleid tot één enkele verzamelaanvraag via het ALV. “De boer is onze klant, hij verdient een efficiënte dienstverlening”, meent Noël Van Ginderachter, administrateurgeneraal van het ALV.
58
T
oen het Belgische landbouwbeleid geregionaliseerd werd, gebeurde dit in stukken en brokken. Dat heeft tot op vandaag gevolgen, zegt Noël Van Ginderachter. “Het ALV en de VLM hebben beiden bevoegdheden met betrekking tot de doelgroep landbouw, het ALV vanuit het landbouwbeleid, de VLM vanuit het milieubeleid. Afstemming van onze processen is dus cruciaal om het landbouwbeleid efficiënt te houden, en werkbaar voor de boer. De eenmalige perceelsregistratie was een eerste groot gezamenlijk vereenvoudigingsproject van de VLM en het ALV. Een cruciale stap naar de eenmaking van de identificatie van landbouwbedrijven in de beleidsdomeinen landbouw en leefmilieu. Waar de boer vroeger zijn percelen tweemaal moest re-
20 jaar samen investeren in de open ruimte
gistreren, volstaat sinds 2007 het invullen van een eenmalige verzamelaanvraag.” Vlekkeloze dienstverlening is permanente opgave De geregistreerde perceelsgegevens worden gemeenschappelijk gebruikt bij de VLM en het ALV, bijvoorbeeld om bemestingsrechten te berekenen, beheerovereenkomsten te sluiten of bedrijfstoeslag toe te kennen. Ook andere overheidsadministraties kunnen een beroep doen op de identificatieen perceelsgegevens. Zo’n geïntegreerde dienstverlening, een doelstelling van de Vlaamse overheid, heeft alleen maar voordelen, beklemtoont Noël Van Ginderachter. “De eenmalige perceelsregistratie maakt onze administratie een pak minder omslachtig. Bedrijven en
percelen zijn uniek gekend, er zijn minder formulieren in omloop, gegevens worden niet langer dubbel doorgegeven …. De overheid kan hierdoor sneller en goedkoper werken en dat is alleen maar positief. Ook de rapportering naar Europa verloopt eenvoudiger, waardoor de kans op boetes verkleint.” En ook de landbouwer wint. “Het uitbaten van een landbouwbedrijf gaat met een berg papierwerk gepaard. Wanneer we die kunnen reduceren, houdt de landbouwer meer tijd over om zijn bedrijf te runnen.” Maar het einde is nog niet in zicht. “Administratieve vereenvoudiging moet een permanent werkpunt zijn voor overheidsdiensten. Da’s niet meer dan normaal: de boer is onze klant en verdient een vlekkeloze dienstverlening”, aldus Noël Van Ginderachter.
Vooruitkijken: de staat sterk voor de toekomst 59>65
20 jaar samen investeren in de open ruimte 59
De VLM door haar Raad van
Een gesprek met voorzitter Herman De VLM is binnen de Vlaamse overheid een extern verzelfstandigd agentschap, een juridische entiteit (NV) dus met een eigen Raad van Bestuur. Voorzitter Herman Herpelinck loodste die Raad van Bestuur door twee rijk gevulde en veelkleurige decennia. Tijd voor een terugblik.
Herman Herpelinck
60
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Mijnheer Herpelinck, de VLM bestaat 20 jaar; u bent al die tijd voorzitter. Wat is het belang van een goede samenwerking tussen de Raad van Bestuur en de administratie? “Ik denk dat die samenwerking fundamenteel is. Binnen de VLM hecht de administratie erg veel belang aan de functie die de Raad van de Bestuur vervult als klankbord. De verbinding met het veld is voor de VLM altijd van grote betekenis geweest. Men wil voelen wat er leeft op het terrein, om pasklare oplossingen te kunnen bieden. Omgekeerd staat onze Raad van Bestuur steeds met al zijn zintuigen open voor input van de administratie. De VLM’ers worden telkens uitgenodigd om hun dossier te komen toelichten en verdedigen. Ik denk niet dat er één moment geweest is dat men het gevoel had dat we te weinig betrokken waren met wat er reilde en zeilde in de organisatie. Ik zie het als een soort van kruisbestuiving: Raad van Bestuur en administratie die, vanuit een wederzijds respect, elkaars enthousiasme versterken. Dat we als bestuur en administratie schouder aan schouder staan, is trouwens één van de grote sterktes van de VLM.”
Verschillende voogdijministers en kabinetten, van diverse politieke kleuren bovendien, passeerden de voorbije twintig jaar de revue. Hoe gaat de VLM om met deze politieke variabiliteit? “In het waardencharter van de VLM is loyaliteit opgenomen. Niet toevallig: die loyaliteit slaat niet alleen op de relatie tussen collega’s, tussen medewerkers en hun hiërarchische overste en de VLM als organisatie. Maar ook op de relatie tussen de VLM en de verschillende kabinetten, van welke politieke kleur dan ook. De VLM stippelt zelf geen beleid uit; zij is een agentschap dat het beleid van de Vlaamse Regering uitvoert. Dat vergt een loyale houding. In het andere geval zet je als administratie de hele democratische besluitvorming op de helling.” De VLM heeft sinds haar oprichting al heel wat - kleine en grotere - stormen getrotseerd. Nooit bang geweest dat het schip averij zou oplopen? “De thema’s waar de VLM voor opkomt, staan hoog op de maatschappelijke agenda. Iedereen wil zijn stukje van de open ruimte, net zoals we allemaal willen dat de resterende open ruimte
de ogen van Bestuur Herpelinck voor iedereen aantrekkelijk blijft. Dat de projecten van de VLM af en toe stof doen opwaaien, vind ik niet meer dan normaal. En dat de VLM soms klappen krijgt, moeten we erbij nemen. Kritiek kan soms heel terecht zijn. Door dat te erkennen en door open te staan voor kritiek, creëert de VLM net kansen om haar dienstverlening te verbeteren. Bij de Vlaamse Ombudsman staat de VLM bekend als één van de voorbeeldorganisaties op het gebied van klachtenmanagement. Dat zie ik als bewijs dat de organisatie de vinger aan de pols houdt en al haar partners en klanten, inclusief particulieren, au sérieux neemt.”
“Loyaliteit staat bij de VLM hoog aangeschreven.” Ongetwijfeld dienen zich ook straks nog uitdagingen aan. Is de VLM gewapend voor de toekomst? “De VLM is een performante organisatie, die overal geroemd wordt om haar deskundigheid. Onze kennis en kunde moet een troef blijven. Dus moeten we daar voortdurend aan werken. Het op maat ontwikkelen van projecten veronderstelt bovendien een groot inlevingsvermogen. Daarom moet de VLM haar doelgroepen heel goed kennen. Ik beschouw het doelgroepenmanagement als één van de grote uitdagingen voor de VLM van morgen. Heel concreet dienen zich erg interessante, maar ook bijzonder complexe projecten aan. Het
Sigmaplan en de havenuitbreiding van Zeebrugge bijvoorbeeld. Maar ook de verlenging van de derogatie mest, die we samen met de sector moeten trachten af te dwingen. Belangrijk is dat de VLM telkens als een betrouwbare partner wordt aanzien op wie men kan rekenen. Maar als ik mijn oor te luisteren leg bij onze partners, geloof ik dat dat laatste wel goed zit.” Na twintig jaar VLM zit het leiderschap van gedelegeerd bestuurder Roland de Paepe erop. Welke stempel laat hij op de VLM achter? “De grootste verdienste van Roland de Paepe is de manier waarop hij de VLM heeft uitgebouwd. Van een administratie met een eerder beperkt takenpakket naar een agentschap met een goed gevulde taken- en opdrachtenportefeuille. Samen met Paul Demeester kreeg hij de leiding over de VLM op het moment
dat alles waargemaakt moest worden: taken vasthouden en consolideren, maar ook en zeker opdrachten bij inlijven. De laatste jaren vormde Roland de Paepe opnieuw een ijzersterk duo, met Guido Clerx. Twee mensen met een verschillende achtergrond, elk met eigen sterkten en accenten. Roland de Paepe als manager, Guido Clerx als de man die overtuigt met cijfers. Die complementariteit werd alleen maar versterkt door hun opvallend gelijke ‘voorgrond’: een tolerante, open houding, ieder op zijn manier enthousiasmerend. Als bestuurder kijk je ook en vooral naar de resultaten. Wel, die zijn er: het mooiste bewijs dat onze gedelegeerd bestuurder zijn werk opperbest gedaan heeft. Ik denk dat Roland de Paepe vandaag een krachtige VLM doorgeeft aan zijn opvolger. Door steeds verder te denken dan vandaag, heeft hij meegebouwd aan de VLM van morgen.” 20 jaar samen investeren in de open ruimte 61
“Mensen zijn ons echte kapitaal” Ann De Baerdemaeker, hoofd van de Algemene Diensten
Ann De Beardemaeker
H
uman resources management wordt gemaakt door een handvol mensen, maar gesmaakt door velen.” Met die boutade benadrukt Ann De Baerdemaeker hoe belangrijk HRM voor de VLM is. Die velen zijn eigen medewerkers, maar ook externen. “Ik geloof inderdaad dat een kwaliteitsvol personeelsbeleid goed is voor de eigen mensen, maar ook vruchten afwerpt buiten de organisatie. Onze mensen bepalen de kwaliteit van het werk, en daar wordt de VLM ten slotte op getaxeerd door haar partners en haar doelgroepen.” Twee-in-een Wie HRM zegt, zegt mensen, en wie mensen zegt, denkt automatisch aan capaciteiten en competenties. “Welke competenties heeft de VLM nodig? Het antwoord evolueert mee met het takenpakket, mee met de tijdsgeest, met de vragen van onze partners en van de burger. Zo worden interactie en participatie in al onze projecten alsmaar belangrijker. Dat vraagt van onze medewerkers bijkomende vaardigheden, 62
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Plannen uittekenen, herverkavelen, werken uitvoeren, onderzoeken, grondaankopen onderhandelen, communiceren, begeleiden …: de VLM-competenties worden door haar partners hoog aangeslagen. “Het echte kapitaal van de VLM zijn de mensen die hier werken. Human resources management is voor ons dan ook een prioriteit met stip”, zegt Ann De Baerdemaeker, hoofd van de afdeling Algemene Diensten. De komende jaren wil de VLM haar competentiemanagement nog verder uitbouwen.
bovenop hun technische deskundigheid: zij moeten ijzersterk zijn in communicatie en een grote openheid naar de partners aan de dag leggen. Die klantgerichtheid vragen we van al onze werknemers: we komen immers allemaal vroeg of laat met klanten in contact. We proberen daarom nieuwe disciplines zoals procesbegeleiding op iedereen over te dragen en niet af te zonderen bij enkele mensen. De VLM’er wordt meer en meer twee-in-één: de herverkavelaar als procesbegeleider, de projectleider die tegelijk als communicator optreedt…” Leren en luisteren De VLM wil die competenties alle kansen geven; haar toekomst hangt er immers voor een groot stuk mee samen. “Het is vooral de verbinding tussen de kennis, de ontwikkeling van de organisatie en de bedrijfsvoering die voor ons belangrijk is”, benadrukt Ann De Baerdemaeker. “Competentiemanagement biedt hiervoor een kader. Het betekent enerzijds dat je investeert in het lerend vermogen van de organisatie, dat je leerprocessen aanmoedigt en
die ook mogelijk maakt: zelf opleidingen organiseren en medewerkers de kans bieden vormingen bij te wonen die aansluiten bij de uitdagingen van de organisatie. Maar het betekent anderzijds ook dat je als organisatie je luisterend vermogen ontwikkelt: dat je je een beeld vormt van de talenten en ambities van je mensen en de eisen die ze stellen aan hun werkomgeving.” Olympisch minimum Bij de uitbouw van dit competentiemanagement hanteert de VLM vijf kernwaarden. “Naast klantgericht zijn, vragen we van onze medewerkers dat ze samenwerken hoog in het vaandel dragen. We verwachten ook dat ze loyaal zijn ten aanzien van collega’s, van de VLM maar ook van onze klanten en de beleidsmakers. Daarnaast hechten we ook veel belang aan hun creativiteit, en uiteraard hun deskundigheid. Die waarden zijn zowat de tien geboden van de VLM. We zien ze dan ook als een Olympisch minimum waaraan iedere werknemer moet voldoen”, besluit Ann De Baerdemaeker.
Met ICT naar een nog klantvriendelijkere VLM Guido Clerx, algemeen directeur en hoofd van de afdeling Informatica
Guido Clerx
D
e VLM is altijd een wegbereider geweest op het gebied van informatica en ICT. Dat kon ook niet anders, meent Guido Clerx. “Onze opdrachten en de wetgeving die erachter zit zijn complex, specifiek en erg verscheiden. Zonder ICT zijn die taken gewoonweg onuitvoerbaar. Dat we op het gebied van ICT pionierswerk verricht hebben, was dus vanuit de gegevenheid van de VLM gewoonweg levensnoodzakelijk. Die voorsprong op het gebied van ICT heeft de VLM in het verleden overigens meermaals een competitief voordeel opgeleverd. Denk maar aan de Vlaamse Grondenbank en het e-loket Vlaamse Rechten van Voorkoop: ons curriculum op het vlak van ICT heeft zeker meegespeeld bij de toewijzing van die opdrachten.” ICT-mijlpalen De basis van de informatisering van de VLM werd gelegd met de eerste Mestdatabank in uitvoering van het Mestdecreet in 1991, die als eerste centrale databank van de nog prille VLM revolutionair te noemen was. Grote ICT-mijlpalen in 20 jaar VLM
Een organisatie als de VLM kan maar stevig in haar schoenen staan als ook de ondersteuning solide is. Een state-of-the-art ICT-beleid is één van die dragers van de VLM. “ICT is voor de VLM geen keuze, het is een must”, stelt Guido Clerx, algemeen directeur en hoofd van de afdeling Informatica.
zijn het Mesttransport Internetloket (het eerste e-loket van de Vlaamse overheid dat werkelijk transacties toeliet), de eenmalige perceelsregistratie (het samenwerkingsproject met het Agentschap voor Landbouw en Visserij dat door minister Bourgeois bekroond werd met de SPITSprijs in 2006) en de lancering van het nieuwe VLM-portaal in 2007. Banden aanhalen “Ook de toekomst op ICT-vlak belooft uitdagend te worden”, voorspelt Guido Clerx. “Een modern overheidsbedrijf als de VLM kan niet naast een doorgedreven egovernment: met een back office ten dienste van de administratieve vereenvoudiging en een front office die steeds meer interactie met de doelgroepen mogelijk maakt. Een andere tendens is dat de banden tussen business en IT flink worden aangehaald. Zo is IT binnen de VLM niet langer een zaak van de IT’ers alleen, maar meer en meer een zaak van iedere VLM’er. Ook bij de voorbereiding van beleid speelt dit. Door proactief tewerk te gaan en de ICT-schakel van bij het begin te
verankeren in nieuwe regelgeving, verhogen we de slaagkansen van het e-government”, besluit Guido Clerx.
“Onze opdrachten en de wetgeving die erachter zit zijn complex, specifiek en erg verscheiden. Zonder ICT zijn die taken gewoonweg onuitvoerbaar.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 63
“Mijn gloriemom De VLM erkend de open ruimte Roland de Paepe
De VLM sluit een eerste werkingsperiode van twintig jaar af. Een belangrijke mijlpaal voor de organisatie, maar ook het afscheid van een gedreven gangmaker aan de top. Wij vroegen afzwaaiend gedelegeerd bestuurder Roland de Paepe naar de drie edelmetalen momenten uit zijn VLM-carrière.
BRONS
2004: de aankoop van de Merode “Ik ben bijzonder trots op de rol die de VLM speelt in het plattelandsproject de Merode. Terugkijkend blijft de start van dit grootse project – de aankoop van de bossen van de Merode door de VLM – toch een beetje een symbolisch moment. De besprekingen met de familie de Merode werden aangeknoopt in 2000. Na lang heen en weer gepraat kon de aankoop begin 2004 eindelijk bezegeld worden met de officiële ondertekening van de verkoopakte. Het uitgangspunt
64
20 jaar samen investeren in de open ruimte
van de aankoop was de bezorgdheid om dit schitterend Kempens/ Hagelands groengebied, dat werd bedreigd door versnippering, voor het nageslacht te bewaren en toegankelijk te maken voor het publiek. De VLM kreeg een voorname opdracht, in het begin als tijdelijke eigenaar van dit groene erfgoed, vervolgens als doorverkoper, dan als trekker van een landinrichtingsproject en ten slotte als coördinator van een grootschalig, geïntegreerd, gebiedsgericht plattelandsproject in de hele regio van de Merode. Een voor de VLM ontzettend leerrijke en innovatieve opdracht en een voor
Vlaanderen baanbrekend project in één van de mooiste streken van ons land.”
ZILVER
1991: de VLM is meer dan ruilverkaveling “Toen de VLM in 1988 werd opgericht, was ons takenpakket eerder beperkt. Ruilverkaveling, een hoofdstukje landinrichting, een klein beetje GIS. In het begin was onze levensvatbaarheid dus niet zo
ent? als bruggenbouwer in ” groot. Het was een begin, maar niet genoeg, vonden Paul Demeester (toenmalig administrateur-generaal) en ikzelf. Ons credo was ‘Stilstaan is achteruitgaan’. Als je dus als agentschap alleen maar consolideert wat je hebt, ben je verkeerd bezig. Rigoureus hebben we de VLM gepromoot als mogelijke thuisbasis van meer. Die inspanningen hebben uiteindelijk gerendeerd: in 1991 kregen we de Mestbank erbij, in 1995 het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen, in 1997 de natuurinrichting en recent, in 2007, de Vlaamse Grondenbank. Die stelselmatige aangroei heeft geleid tot het takenpakket van vandaag. Een takenpakket dat misschien op het eerste zicht niet samenhangend lijkt, maar het wel degelijk is. Of het nu gaat over het flankerend beleid bij grote infrastructuurprojecten, de herschikking van een land-
bouwgebied of natuurmaatregelen in een Europees beschermd gebied: de open ruimte is een constante in wat de VLM doet. Dat de VLM nu een coherent verhaal heeft, is het resultaat van een werk van jaren.”
GOUD
50 jaar plattelandsinrichting: de erkenning van de VLM als bruggenbouwer “In 2006 bestond de ruilverkaveling in België, en daarmee de plattelandsinrichting in Vlaanderen, vijftig jaar. Op 11 oktober hielden we een colloquium, waarbij we samen met onze partners de toekomst van de Landelijke inrichting tegen het
licht hielden. Een verkennende blik op de toekomst, zeg maar. Bij mij, en ongetwijfeld ook bij veel andere VLM’ers, staat dit moment vooral in het geheugen gegrift door de toespraak van minister Kris Peeters, toen minister voor Leefmilieu. De minister gaf ons die dag de opdracht om een decreet rond inrichting uit te werken. Hij zette daarmee de vereenvoudiging van de wettelijke procedures voor inrichting op de sporen. Dat was de formele bevestiging van een gedachtegoed waar de VLM toen al van doordrongen was: gebieden inrichten op vraag van de gebruiker en op maat van het gebied. Die duidelijke ‘go’ om verder te gaan op de ingeslagen weg, was de kroon op ons werk. Onze aanpak als bruggenbouwer op het platteland werd gezien en naar waarde geschat: dat besef was en is me nog altijd veel waard.”
20 jaar samen investeren in de open ruimte 65
VLM Centrale Directie Gulden Vlieslaan 72 1060 Brussel Tel: 02 543 72 00 Fax: 02 543 73 99 VLM Antwerpen Cardijnlaan 1 2200 Herentals Tel: 014 25 83 00 Fax: 014 25 83 99 VLM Limburg Koningin Astridlaan 10 3500 Hasselt Tel: 011 29 87 00 Fax: 011 29 87 99 VLM Oost-Vlaanderen Ganzendries 149 9000 Gent Tel: 09 244 85 00 Fax: 09 244 85 99 VLM Vlaams-Brabant Diestsevest 25 3000 Leuven Tel: 016 31 17 00 Fax: 016 31 17 99 VLM West-Vlaanderen Velodroomstraat 28 8200 Brugge Tel: 050 45 81 00 Fax: 050 45 81 99
66
20 jaar samen investeren in de open ruimte
Deze publicatie is een uitgave van de Vlaamse Landmaatschappij Verantwoordelijke uitgever: ir. Guido Clerx, algemeen directeur Coördinatie: Jan Mosselmans, woordvoerder Tekst: Katelijne Norga (Pantarein) Vormgeving en druk: Cayman/Vanden Broele Fotografie: Leen De Neve (VLM) en VLM-archief Blz. 6: foto Johan Sabbe Blz. 14: foto Wouter Rawoens Blz. 43: foto ANB Blz. 52-54: foto Jos Verhoogen Met dank aan alle geïnterviewden voor hun bereidwillige medewerking aan deze publicatie. ©2008
20 jaar samen investeren in de open ruimte 67
De Vlaamse Landmaatschappij Gulden Vlieslaan 72 1060 Brussel Tel: 02 543 72 00 Fax: 02 543 73 99 www.vlm.be info@vlm.be