Skip to main content

dossier 2022-173.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/173

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij brief van 19 januari 2022 verzocht xxx de stad Brugge om een afschrift van de verslagen van milieumetingen fijn stof door de diensten van de Stad Brugge op Brugs grondgebied van de laatste 5 jaar. Bij mailbericht d.d. 7 februari 2022 werd dit verzoek geweigerd door de stad Brugge. Bij mailbericht d.d. 23 mei 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 25 mei 2022. Op 23 juni 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 19 januari 2022. De tussengekomen beslissing van de stad Brugge dateert van 7 februari 2022. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen conform artikel II.48, §1, 4de lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 23 mei 2022 en is bijgevolg tijdig ingesteld.

www.vlaanderen.be


De beroepsinstantie stelt vast dat xxx in het beroepschrift eveneens klacht indient over het feit dat de stad Brugge een verslag over luchtkwaliteitsmetingen fijn stof die zijn gebeurd in haar tuin aan de buren heeft bezorgd, hetgeen volgens haar een schending is van haar privacy. Conform artikel II.48, §1, 1° van het Bestuursdecreet is de beroepsinstantie bevoegd voor het behandelen van beroepen tegen beslissingen van overheidsinstanties over vragen tot openbaarheid van bestuursdocumenten, die gesteld worden in uitoefening van het recht dat is vastgelegd in artikel 32 van de Grondwet en artikel II.31. van het Bestuursdecreet, met name vragen tot inzage, afschrift of uitleg van bestuursdocumenten. De beroepsinstantie heeft aldus geen bevoegdheid om te oordelen over een door de stad Brugge aan een derde bezorgd bestuursdocument. Het beroepschrift is derhalve gedeeltelijk ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

De stad Brugge heeft het verzoek geweigerd als volgt: “Uw cliënte vraagt echter ook naar alle metingen

fijnstof in de afgelopen jaren op Brugs grondgebied. Dat is wel tegengesteld aan uw eerder standpunt waar u mij hebt meegedeeld dat de luchtmetingen onder de privacy-wetgeving vallen en niet zouden mogen worden meegedeeld. Nazicht leert bovendien dat er geen metingen zijn gebeurd in de directe omgeving van de woning van uw cliënte. Enkel omwonenden van de fijnstofmetingen kunnen de resultaten ervan opvragen gezien hen dit rechtstreeks kan aanbelangen. Voor alle andere aanvragen weegt het belang van de openbaarheid niet op tegen de bescherming van private belangen.” 2. Inhoud van het beroepschrift

xxx stelt in haar beroepschrift dat zij ook de Ombudsman van de stad Brugge hieromtrent heeft aangeschreven maar dat de stad Brugge ook t.a.v. de Ombudsman argumenten heeft uiteengezet om de gevraagde documenten niet openbaar te maken. De Ombudsman heeft xxx doorverwezen naar de beroepsinstantie. Zij geeft nog mee: “Ik vroeg soortgelijke verslagen als het mijne op, dus gaat het telkens

om hetzelfde type metingen (fijnstof) en verslag. Dus of het nu emissie dan wel immissie is, maakt niet uit. Het gaat om metingen met een dergelijk fijn stof toestel (dus op zelfde hoogte als bij mij). (…) Ik wou die andere verslagen inkijken omdat ik wou nagaan of dergelijke metingen steeds op dezelfde manier worden verwerkt.” 3. Toelichting door de stad Brugge

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 2 van 8


De beroepsinstantie nam op 25 mei en 17 juni 2022 bij mail contact op met de stad Brugge om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailbericht d.d. 2 juni en 24 juni 2022 mocht de beroepsinstantie bijkomende toelichting ontvangen alsook de mededeling van een aantal stukken. De stad Brugge schetst vooreerst de feitelijke achtergrond: beroeper vroeg aan de stad om een onderzoek te doen naar de aanwezigheid van fijn stof naar aanleiding van geurhinder die zij connecteerde aan het verbranden van hout voor het verwarmen van een “Hot Tub” bij de buren. De stad liet in de tuin van beroeper een onbemand meettoestel plaatsen die gedurende 43 dagen de luchtkwaliteit kon opmeten. De algemene luchtkwaliteit kon tijdens deze meetcampagne als zeer goed beschouwd worden, de Europese norm m.b.t. fijn stof werd gerespecteerd. Op 3 dagen werd een kortstondige verhoging vastgesteld, ook al bleven de daggemiddelde waarden nog beter dan deze in de referentie meetstations Houtem en Moerkerke. Maar gezien het een onbemande meting betrof konden door de dienst Leefmilieu van de stad geen uitspraken gedaan worden over de oorzaak van deze tijdelijke verhogingen (door de houtverbranding van de hot tub van de buur of door iets anders veroorzaakt). Volgens de stad was beroeper niet akkoord met de eindconclusie van het verslag en wenste zij dat de stad toch een verband zou leggen tussen de metingen en de stookperiodes bij de buren. Het verslag van de metingen (bij de beroeper) werd bezorgd aan de buren (eigenaars van de Hot Tub) – volgens de stad omdat deze rechtstreeks betrokken waren bij de zaak en dus belang konden doen gelden om kennis te nemen van de resultaten – en hierop vroeg beroeper alle verslagen van de luchtkwaliteitsmetingen op Brugs grondgebied van de laatste 5 jaar. M.b.t. de weigering argumenteert de stad als volgt:

“Voorafgaand : Door de stad werd inhoudelijk nagezien onder welke categorie de aanvraag kon ressorteren: - Algemene dossiers (geen milieuzaken of emissies) - Milieuzaken (geen emissies) - Emissies Naar het oordeel van de stad gaat het om de tweede categorie, zijnde milieuzaken (geen emissies). Bij de luchtkwaliteitsmetingen worden namelijk geen emissies maar immissies gemeten op anderhalve meter van de grond. Enige verduidelijking hierbij. Indien de meting zou gebeuren aan de uitlaat van de Hot Tub zelf, zouden wij wel kunnen spreken van meting van emissies. Maar hier wordt gemeten in de tuin van de aanpalende buur. Dit zijn geen emissies die worden gemeten maar wel immissies. Door de beroepsinstantie werd in een andere milieudossier als volgt beslist (OVB/2020/20 : “Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, verder een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op emissies in het milieu, dan wel op andere milieu-informatie. Het begrip “emissie” dient te worden opgevat als gedefinieerd in artikel 1.1.2, §1, 3° van het DABM: “elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water”. In casu betreft het gevraagde bestuursdocument een analyse van voorstellen van alternatieven voor de inplanting van een verbrandingsoven waaronder dus grotendeels informatie aangaande emissies vervat zit.” Het is hierbij duidelijk dat de beroepsinstantie zelf verwijst naar art. 1.1.2 § 1 DABM voor de definiëring van de begrippen emissie/immissie : 3° emissie : elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water (…) 7° immissie : de wijziging van de aanwezigheid van verontreinigingsfactoren in atmosfeer, bodem of water rond één of meer bronnen van verontreiniging ten gevolge van emissies uit deze bron of bronnen (eigen onderlijning) Zie ook de begrippenlijst op de website van het departement Natuur en Milieu: https://www.milieuinfo.be/confluence/display/MRMG/Begrippen-+en+afkortingenlijst#app-switcher

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 3 van 8


• Emissie: stoffen die uit schoorstenen, uitlaten van voertuigen of uit natuurlijke bronnen zoals vulkanen, in de atmosfeer terechtkomen. • Immissie: door transport in de lucht verspreidt de emissie zich en kan ze als immissie op mens, dier, plant of gebouw inwerken Dus naar het oordeel van de stad zijn de algemene uitzonderingen omtrent milieuzaken hier van toepassing, met dus o.a. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen (tenzij die betrokken personen toestemming geven) als uitzonderingsgeval. xxx motiveert niet waarom het opvragen van alle rapporten van de voorbije vijf jaar relevant kan zijn voor haar klacht. Het gaat om metingen op plaatsen die geen relevantie kunnen hebben voor de eigen atmosfeer in haar tuin. Zonder duidelijke argumentatie leek het de stad niet correct noch proportioneel om zomaar de gegevens van andere metingen publiek te maken aan personen die niet rechtstreeks betrokken waren bij die metingen. Daarenboven is het delen van deze rapporten qua methodiek niet meer relevant, omdat de methodiek doorheen de jaren onderhevig was aan het voortschrijdende inzicht over hoe dit correct te verwoorden. Daar waar vroeger al eens vermoedelijke linken gelegd werden tussen bronnen en meetresultaten, wordt dit sinds ongeveer 2020 niet meer gedaan wegens voortschrijdend inzicht over de gebrekkige wetenschappelijkheid hiervan. Ook bij de interpretatie van dergelijke resultaten zal de stad er in de toekomst, volgens de huidige inzichten en inschattingen, over waken om geen dergelijke onbewezen oorzakelijke verbanden aan te duiden waar dit niet mogelijk is met onbemande metingen. Het overmaken van meetverslagen aan personen die niet in de buurt wonen van de metingen is naar het oordeel van de stad niet aangewezen. In tijden van courant gebruik van sociale media kan dit een heksenjacht veroorzaken door personen die niet bereid zijn de wetenschappelijke toets te maken. De metingen zijn hoofdzakelijk in een woonomgeving uitgevoerd zodat zich de bescherming opdringt van personen die snel als zondebok zouden kunnen worden aangewezen door personen die niet eens in hun buurt zouden wonen.” Bij verdere toelichting d.d. 24 juni 2022 argumenteert de stad o.a.: “In de verslagen wordt telkens een koppeling gemaakt tussen drie elementen: een welbepaald adres, foto’s genomen op het privé-terrein van de klager op genoemd adres, en beschrijving van de aard van de klacht. Naar het oordeel van de stad wordt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze betrokkenen geschaad bij het openbaar maken van deze verslagen. Het lijkt de stad niet correct noch proportioneel om zomaar de gegevens van die metingen publiek te maken aan personen die niet rechtstreeks betrokken waren bij die metingen. (…)” 4. Standpunt van de beroepsinstantie In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu het gevraagde ongetwijfeld milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet bevat, maar evenzeer niet milieu-informatie. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, verder een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op emissies in het milieu, dan wel op andere milieu-informatie. Volgens de memorie van toelichting bij het

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 4 van 8


Bestuursdecreet (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 67) dient het begrip “emissie” te worden opgevat als gedefinieerd in artikel 1.1.2, §1, 3° van het DABM: “elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water”. ‘Verontreinigingsfactoren’ wordt in artikel 1.1.2, §1, 2° van het DABM gedefinieerd als “vaste stoffen, vloeistoffen, gassen, micro-organismen, energievormen zoals warmte, stralingen, licht, geluid en andere trillingen”. In casu dient de beroepsinstantie te beoordelen of in casu de informatie over het milieu, informatie bevat over emissies in het milieu, aangezien artikel II.36, §2 Bestuursdecreet bepaalt dat, als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die informatie bevatten over emissies in het milieu, de uitzonderingsgronden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, 2°, 5°, 7°, 9° en 11°, niet van toepassing zijn. Het voorwerp van huidig verzoek tot openbaarmaking gaat over de verslagen van milieumetingen fijn stof door de diensten van de Stad Brugge op Brugs grondgebied van de laatste 5 jaar. De aan de beroepsinstantie bezorgde verslagen hebben als titel “Metingen fijn stof in omgevingslucht”. Na onderzoek is de beroepsinstantie van oordeel dat het in casu niet gaat over “emissies”, maar wel over metingen van de fijnstofconcentratie in de omgevingslucht en bijgevolg over immissiegegevens. In de bestreden beslissing wordt aangegeven dat de beroeper niet motiveert waarom het opvragen van die rapporten relevant is (voor haar klacht). De beroepsinstantie wenst hierbij te wijzen op artikel II.40, §3 Bestuursdecreet waarin wordt bepaald dat de aanvrager geen belang hoeft aan te tonen, behalve in geval van informatie van persoonlijke aard (met dan nog een uitzondering voor milieu-informatie), hetgeen in casu niet het geval is. Tevens wordt door de stad Brugge, als motivering voor de weigering tot openbaarmaking, aangehaald dat het delen van deze rapporten qua methodiek niet meer relevant is omdat de methodiek doorheen de jaren onderhevig was aan het voortschrijdend inzicht over hoe dit correct te verwoorden. Terwijl vroeger al eens vermoedelijke linken gelegd werden tussen bronnen en meetresultaten, wordt dit sinds 2020 niet meer gedaan wegens de gebrekkige wetenschappelijkheid hiervan en ook bij de interpretatie van dergelijke resultaten waakt de dienst van de stad er sindsdien over om geen dergelijke onbewezen oorzakelijke verbanden aan te duiden waar dit niet mogelijk is met onbemande metingen. De beroepsinstantie dient hierbij vast te stellen dat dergelijke overwegingen niet relevant zijn in kader van de beoordeling van de uitzonderingsgronden, maar wel eventueel kunnen meegegeven worden bij het openbaar maken van de resultaten/verslagen. De beroepsinstantie stelt vast dat de stad Brugge in de weigeringsbeslissing impliciet beroep doet op de uitzonderingsgrond voorzien in artikel II.34, 2° Bestuursdecreet (voor niet milieu-informatie) en artikel II.36, §1, tweede lid, 1° Bestuursdecreet (voor milieu-informatie). Voormelde decreetbepaling m.b.t. niet milieuinformatie bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag (geheel of gedeeltelijk) af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. M.b.t. milieu-informatie dient er een belangenafweging plaats te vinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid. Er dient wél telkens en in concreto geoordeeld te worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Parl.St Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° en artikel II.36, §1, tweede lid, 1° Bestuursdecreet van het

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 5 van 8


Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie ontving van de stad Brugge via We-transfer link 30 verslagen ‘metingen fijn stof in omgevingslucht’. De beroepsinstantie hanteert bij de nummering van de verslagen de volgorde zoals de verslagen zijn opgeslagen als bestand in de map doorgestuurd door de stad Brugge. Bij onderzoek door de beroepsinstantie blijkt dat de verslag met nrs 1 en 28 identiek zijn en bovendien zijn dit de verslagen van de beroeper. Bijgevolg is er geen reden om deze verslagen niet openbaar te maken. Daarnaast zijn de verslagen met nr. 17 en 18 identiek, hetgeen nadien ook werd bevestigd door de stad Brugge. Bijgevolg zijn er nog 27 verslagen te beoordelen door de beroepsinstantie. Na onderzoek van deze verslagen stelt de beroepsinstantie vast dat er 2 soorten verslagen zijn: verslagen naar aanleiding van klachten en andere verslagen, door de beroepsinstantie te omschrijven als in het kader van beleid rond luchtkwaliteit.

Eerste onderdeel: verslagen naar aanleiding van klachten De beroepsinstantie stelt vast dat de verslagen met nummering 6 d.d. 21/08/2018 – nr. 10 d.d. 02/04/2019 – nr. 13 d.d. 09/01/2019 -nr. 15 d.d. 02/04/2019 – nr. 20 s.d. (7/2/2020 tem 28/02/2020) – nr. 23 s.d. (25/02/202101/04/2021) – nr. 24 s.d. (14/01/2021 tem 25/02/2021) – nr. 29 s.d. (15/01/2021 tem 25/02/2021) en nr. 30 s.d. (17/11/2021 – 13/01/2022) verslagen ‘metingen fijn stof’ ten gevolge van klachten zijn. Namen en adressen van natuurlijke personen behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° en artikel II.36, § 1, 1° lid van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is in casu van oordeel dat de openbaarmaking van de in de verslagen vermelde betrokken namen en adressen van de natuurlijke personen, alsook de figuren/foto’s met aanduiding van de plaatsen van concrete metingen, alsook de vermelding van de concrete adressen in de grafieken, een onevenredige afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Tegelijk ziet de beroepsinstantie geen openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend dat zou prevaleren op het belang van de bescherming van de vermelde gegevens die gerelateerd zijn aan de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Voormelde artikelen van het Bestuursdecreet laten echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. De beroepsinstantie wijst erop dat artikel II.46, 3de lid van het Bestuursdecreet bepaalt dat, als de aanvraag wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2° Bestuursdecreet , de overheidsinstantie zelf contact moet opnemen met de betrokkenen met de vraag of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument. Dit is in casu niet gebeurd door de stad Brugge. Op grond van artikel II.50, §1, 3de lid Bestuursdecreet neemt de beroepsinstantie, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken bestuursinstantie, contact op met de betrokkenen om te vragen of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument. Bij gebrek aan actuele gegevens ziet de beroepsinstantie hiervan af.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 6 van 8


Op basis van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie is van oordeel dat, los van de koppeling met de hierboven niet openbaar te maken informatie die bijgevolg moet verwijderd of geschrapt worden, er toch informatie in voormelde verslagen kan openbaar gemaakt worden. Bijgevolg dient volgende informatie openbaar te worden gemaakt: de inleiding over fijn stof – datum opname – technische details over uitvoering – de meetresultaten fijn stof Stadslabo en – in voorkomend geval - de resultaten en vergelijking van de gemeten resultaten met de resultaten PM 2,5 en PM 10 van VMM Moerkerke en VMM Houtem en de bespreking, evenwel alles zonder vermelding van de betrokken adressen. De beroepsinstantie wijst erop dat de resultaten PM 2,5 en PM 10 van VMM Moerkerke en VMM Houtem immers – zoals ook vermeld in de betrokken verslagen –resultaten van de fijnstof (immissie)metingen van de VMM zijn die afkomstig zijn van de website van VMM en dus openbaar. De beroepsinstantie ziet geen uitzonderingsgronden die zich tegen een dergelijke gedeeltelijke openbaarmaking van (milieu-)informatie zouden verzetten. De stad Brugge voert ook geen andere uitzonderingsgronden aan. Wat dit onderdeel betreft is het beroep bijgevolg gedeeltelijk gegrond.

Tweede onderdeel: andere verslagen Voor de verslagen met nummering 2 d.d. 11 april 2018 in de periode 30/06/2017-30/08/2018 op het dakterras van het stadslabo, nr. 3 d.d. 12 april 2018 Sint Jorisstraat 71 in de periode 24/3/17-24/3/18, nr. 4 d.d. 9 januari 2019 Stijn Streuvelsstraat 1A in de periode 01/01/2018-31/12/2018, nr. 5 d.d. 11 April 2018 Stijn Streuvelsstraat 1A in de periode 24/3/17-24/3/18, nr. 7 d.d. 25 april 2019 Stationsplein Brugge in de periode: 25/04/201828/03/2019, nr. 8 d.d. 5/11/2018 Gentpoort, ter hoogte van de ingang van het Gentpoort museum in de periode 13/02/2018-01/06/2018, nr. 9 d.d. 9 januari 2019 Stationsplein Brugge in de periode 25/04/201831/12/2018, ziet de beroepsinstantie geen uitzonderingsgronden die zich verzetten tegen de volledige openbaarmaking. Het gaat immers om verslagen van metingen van fijn stof waarvan ofwel de metingen zijn gebeurd op openbaar domein of waarvan de beroepsinstantie kon vaststellen dat de resultaten als open data grotendeels beschikbaar zijn op de website van de stad Brugge “Open data milieu en natuur”. Daarnaast is er op het internet (https://www.west-vlaanderen.be/sites/default/files/202102/20210202_evolutieLuchtkwaliteitBrugge.pdf) in het verslag Luchtkwaliteit Brugge van het stadslabo een grafiek beschikbaar van PM10 en PM2.5 Stijn Streuvelstraat – Stationsplein en VMM Moerkerke in de tijdsspanne 25/04/18-16/03/2019. Wat de referentieresultaten van de VMM betreft verwijst de beroepsinstantie naar hetgeen hierover onder het eerste onderdeel werd gesteld. Voor de verslagen met nummering 19 s.d.- Opvolging van het fijn stof in woongebied in de omgeving van AGC. Doornweg Zwankendamme, thv Jeugdlokaal in de periode 29/10/19-07/02/2020, nr. 21 s.d. - Opvolging van het fijn stof in Zeebrugge - aan MBZ gebouwen “Visaertsluis”, Havengebied Zeebrugge, Kapitein Fryattstraat in de periode 18/09/2019-30/03/2020, nr. 22 s.d. - Opvolging van het fijn stof in functie van het kaaidistrict Dovy Keukens Brugge (Sint-Pieterskaai 61) in de periode 01/04/2021-6/10/2021, nr. 25 s.d. Opvolging van het fijn stof in functie van het kaaidistrict - Entrepot in de periode 01/04/2021-30/11/2021, nr. 27 s.d. - Opvolging van het fijn stof in functie van het kaaidistrict, Sluisstraat, thv Brugse Dakcentrale in de periode 05/06/2021-01/12/2021, ziet de beroepsinstantie evenmin uitzonderingsgronden die zich verzetten tegen de volledige openbaarmaking. De metingen zijn immers gebeurd op openbaar domein of op domein van bedrijven.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 7 van 8


Voor de verslagen met nummering 11 s.d. (opvolging fijn stof in periode: 15/07/2019 tem 28/10/2019) en nr. 12 s.d. opvolging van het fijn stof in omgevingslucht in de omgeving van AGC Zeebrugge in de periode 29/04/2019-14/06/2019, nr. 14 s.d. opvolging van het fijn stof in omgevingslucht in de omgeving van AGC Zeebrugge- in periode 14/06/2019 – 15/07/19, nr. 16 s.d. opvolging van het fijn stof in omgevingslucht in woonzone in de omgeving van de haven in periode van 07/06/2019-17/09/2019, nr. 17/18 (identiek) s.d. opvolging van het fijn stof in regio voetbalstadion in periode van 28/02/2020-heden (30/03/2020) en nr. 26 Opvolging van het fijn stof in functie van invloed verkeer langs de Leopold I Laan in periode 25/02/202103/08/2021, is de beroepsinstantie, zoals aangegeven onder het eerste onderdeel, van oordeel dat de openbaarmaking van de in de verslagen vermelde betrokken namen en adressen van de natuurlijke personen, alsook de figuren/foto’s met aanduiding van de plaatsen van concrete metingen, alsook de vermelding van de concrete adressen in de grafieken, een onevenredige afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De beroepsinstantie verwijst voor het overige naar de beoordeling onder het eerste onderdeel. Wat dit onderdeel betreft is het beroep bijgevolg eveneens gedeeltelijk gegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT:

Het beroepschrift van xxx d.d. 23 mei 2022 tegen de weigeringsbeslissing van de van de stad Brugge d.d. 7 februari 2022 wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk doch als gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de stad Brugge een afschrift te verstrekken van: - de verslagen met nummering 6, nr. 10, nr. 13, nr. 15, nr. 20, nr. 23, nr. 24, nr. 29, nr. 30, alsook met nummering 11, nr. 12, nr. 14, nr. 16, nr. 17/18 (identiek) en nr. 26, met weglating van de in de verslagen vermelde betrokken namen en adressen van de natuurlijke personen, alsook de figuren/foto’s met aanduiding van de plaatsen van concrete metingen, alsook de vermelding van de concrete adressen in de grafieken. - de verslagen met nummering 2, nr. 3, nr. 4, nr. 5, nr. 7, nr. 8, nr. 9, nr. 19, nr. 21, nr. 22., nr. 25, nr. 27. - de verslagen met nummering 1 en 28.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 29 juni 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/173

pagina 8 van 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-173.pdf by Vlaanderen-be - Issuu