Skip to main content

Jaarrapport Sociale Economie 2018.pdf

Page 1

Jaarrapport Sociale Economie 2018


INHOUD 1 2

Inleiding .................................................................................................................................................................................. 4 Methodologisch kader ................................................................................................................................................... 5

2.1

Begrippen

5

2.2

Methodologie

6

3 4

Omgevingsanalyse ........................................................................................................................................................... 8 Een globaal beeld van de sociale economie ................................................................................................... 11

4.1

Budget van de verschillende maatregelen

11

4.2 4.3

Een globaal beeld op bedrijven in de sociale economie Een globaal beeld van de sociale economie werknemers

11 13

5

Profielkenmerken van doelgroepwerknemers .............................................................................................17

5.1

Verdeling naar geslacht

5.2 5.3

Verdeling naar leeftijd Verdeling naar studieniveau

18 20

5.4 5.5

Arbeidshandicap Migratieachtergrond

21 23

5.6 5.7

Taalachterstand Langdurig werkzoekend

24 25

5.8

Provinciale spreiding naar woonplaats

27

6

Lijst met figuren en tabellen .................................................................................................................................. 29

6.1 6.2

Lijst met figuren Lijst met tabellen

17

29 29

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 3 van 30


1 INLEIDING In dit rapport maken we een stand van zaken op van de sociale economie in 2018. We brengen een aantal kerngetallen om een globaal beeld te kunnen geven van de verschillende maatregelen binnen sociale economie en zoomen dieper in op de profielkenmerken van de doelgroepwerknemers actief binnen de sociale economie. Dit rapport is het laatste waarin de vier werkvormen zoals ze voor de invoering van het decreet ‘Maatwerk bij collectieve inschakeling’ bestonden, behandeld worden. Onder het nieuwe decreet (in voege sinds 1/01/2019) maken we niet meer het onderscheid tussen beschutte en sociale werkplaatsen, maar zijn er alleen nog maar maatwerkbedrijven. Verder zijn er ook maatwerkafdelingen, die binnen iedere onderneming of organisatie kunnen worden opgericht om een kleine groep doelgroepwerknemers tewerk te stellen. Gezien dit decreet op 01/01/2019 van kracht werd, zullen jaarrapporten er vanaf het desbetreffende jaar 2019 dus wat anders uit zien. In dit rapport behandelen we nog de volgende vier werkvormen: - Beschutte werkplaatsen (BW) - Sociale werkplaatsen (SW) - Lokale diensteneconomie (LDE) - Arbeidszorg (AZ) Specifiek voor arbeidszorg is er binnen dit rapport ook een belangrijk verschil met het voorgaande rapport 2017. Voor het eerst worden, naast de cijfers voor structurele arbeidszorg, namelijk ook de cijfers voor experimentele arbeidszorg en activerende arbeidszorg mee opgenomen, om zo een vollediger beeld te schetsen van de sector arbeidszorg. Dit rapport ziet er als volgt uit. In hoofdstuk twee gaan we in op de vernieuwde methodologie die we sinds dit jaar gebruiken om de sociale economie in kaart te brengen. Hoofdstuk drie omvat een omgevingsanalyse die ons toelaat een beeld te vormen van de arbeidsmarkt waarvan de sociale economie een belangrijk deel uitmaakt. In hoofdstuk vier schetsen we een globaal beeld van de sociale economie in Vlaanderen. We kijken naar het budget, de provinciale spreiding van bedrijven en tewerkstelling, en het aantal werknemers (zowel doelgroepwerknemers als omkaderingspersoneel). In hoofdstuk vijf zoomen we in op de doelgroepwerknemers en brengen we hun profiel in kaart, aan de hand van een aantal achtergrond- of profielkenmerken. Ook hier zijn, in vergelijking met vorige jaarrapporten, meer relevante achtergrond- of profielkenmerken mee opgenomen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


2 METHODOLOGISCH KADER 2.1 BEGRIPPEN In dit rapport krijgen we zicht op de tewerkstelling van doelgroepwerknemers in de Vlaamse sociale economie in 2018 en de verdeling van tewerkstelling binnen de verschillende (tewerkstellings)maatregelen (beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen, lokale diensteneconomie, en arbeidszorg – zowel structurele, experimentele als activerende arbeidszorg). De beschutte en sociale werkplaatsen krijgen subsidies om werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt tewerk te stellen. Voor deze doelgroepwerknemers wordt ook omkadering voorzien. Binnen de beschutte werkplaatsen ligt de klemtoon op het tewerkstellen van personen met een arbeidshandicap die (nog) niet terecht kunnen in een regulier bedrijf. Sociale werkplaatsen richten zich naast personen met een arbeidshandicap ook op personen die (zeer) langdurig werkzoekend zijn en het ook moeilijk hebben om tewerkstelling in de reguliere sector te vinden. Op 1 januari 2019 is de regelgeving rond collectief maatwerk in voege getreden. Deze regelgeving is van toepassing op de vroegere beschutte en sociale werkplaatsen. Vanaf de rapportering over het jaar 2019 zal in de rapportering dan enkel nog een onderscheid gemaakt worden tussen maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen. De lokale diensteneconomie heeft twee hoofddoelstellingen: kansen bieden aan doelgroepwerknemers en tegelijk aansluiten bij lokale maatschappelijke noden. Binnen de lokale diensteneconomie wordt een competentieversterkend traject aangeboden aan mensen die (om diverse redenen) moeilijk uit de werkloosheid raken. Na maximum 5 jaar tewerkstelling wordt – begeleid – de stap gezet naar een job in de reguliere sector. De lokale diensteneconomie speelt niet enkel via haar tewerkstelling, maar ook via dienstverlening in op lokale, maatschappelijke noden en verankert in haar werking de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Arbeidszorg is een vangnet voor mensen die om medische, mentale, psychische, psychologische of sociale redenen (MMPPS) niet, nog niet of niet meer betaald aan de slag kunnen. Deze mensen (arbeidszorgmedewerkers) voeren begeleide activiteiten uit op een werkvloer in de sociale economie om zo de aansluiting met een werkcontext (opnieuw) te kunnen maken. Arbeidszorgmedewerkers behouden tijdens de arbeidszorg hun uitkering of leefloon. Ze maken kennis met gestructureerde arbeid in een realistische werkomgeving, maar zonder de druk van een betaalde baan en een arbeidscontract. In het ideale geval vormt arbeidszorg een opstap naar betaalde arbeid. In de sociale economie kennen we momenteel drie subsidievormen (in afwachting van een nieuw eenduidig regelgevend kader): - Structureel kader: sinds 2002 bieden 57 maatwerkbedrijven (voorheen sociale werkplaatsen) arbeidszorg aan via de regelgeving van sociale werkplaatsen. Deze erkenningen zijn van onbepaalde duur.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 5 van 30


-

-

Experimenteel kader: met het meerbanenplan kregen 29 samenwerkingsverbanden waarbij minstens een sociale werkplaats en/of een beschutte werkplaats betrokken was een erkenning om arbeidszorg aan te bieden. Deze erkenning wordt jaarlijks vernieuwd. Activerende arbeidszorg: midden 2018 kregen 24 projecten een erkenning binnen activerende arbeidszorg. Deze vorm van arbeidszorg richt zich meer expliciet op het begeleiden van de deelnemers met het oog op doorstromen naar tewerkstelling als doelgroepwerknemer binnen het maatwerkbedrijf.

Arbeidszorg binnen het structureel en het experimenteel kader zijn inhoudelijk gelijk en richten zich op het ontdekken van de latente functies van arbeid, zoals bijvoorbeeld tijdsstructuur, gemeenschappelijke doelen, sociaal contact, status, en activiteit.

2.2 METHODOLOGIE In voorgaande jaren was de rapportering gebaseerd op een bestand met daarin alle doelgroepwerknemers die in het vierde kwartaal van dat jaar tewerkgesteld waren binnen één van de maatregelen. Voor deze groep gebeurde er een verrijking met VDAB-data die ons informatie opleverde over hun profielkenmerken. We kozen in het huidige rapport voor een nieuwe, verbeterde methodologie. We koppelden nu voor alle gesubsidieerde werknemers die in 2018 tewerkgesteld waren in één van de maatregelen, onze interne gegevens aan data van VDAB, die licht werpen op de achtergrondkenmerken van doelgroepwerknemers. Door de nieuwe methode, waarbij nu iedereen die in 2018 gesubsidieerd werd en prestaties leverde (zelfs tijdelijk) werd meegenomen, liggen de cijfers nu structureel iets hoger dan bij de vorige methode, waarbij enkel diegenen die in het laatste kwartaal van het jaar actief waren, werden meegenomen. We overlopen hier even per maatregel de methodologische keuzes die gemaakt werden voor het samenstellen van de ultieme dataset. Globaal is het zo dat we ervoor kozen om enkel (doelgroep)werknemers die effectief gesubsidieerd werden en prestaties leverden, op te nemen in de data die aan de basis liggen van dit rapport.

1 2

-

Beschutte werkplaatsen. In de finale selectie werden enkel doelgroepwerknemers weerhouden die effectief subsidie ontvingen. Doelgroepmedewerkers die enkel een onderhoudstoelage kregen (= tewerkgesteld zijn, maar in een tewerkstellingsregime dat geen recht geeft op subsidie, denk aan langdurige ziekte) werden hier dus niet opgenomen. Het gaat voor 2018 over 17 personen. Personen die zowel omkaderingssubsidie als doelgroepsubsidie ontvangen worden bij de doelgroepmedewerkers gerekend.1 Het gaat hier voor 2018 over 183 personen.

-

Sociale werkplaatsen. Ook hier gaat het enkel om die werknemers die subsidie ontvingen. Naar analogie met de beschutte werkplaatsen worden personen die zowel omkaderingssubsidies als doelgroepsubsidie ontvangen bij de doelgroepmedewerkers gerekend.2 In 2018 gaat het hier over 3 personen.

Het gaat hier over personen met verschillende subsidie in verschillende kwartalen. Het gaat hier over personen met verschillende subsidie in verschillende kwartalen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


-

Lokale diensteneconomie. Voor LDE worden alle personen meegenomen bij wie het gevraagde jaar (in dit geval 2018) zich bevindt tussen effectieve start- en einddatum van het WOP (werkondersteuningspakket). Bij LDE viel het onderscheid tussen gesubsidieerd en nietgesubsideerd op het moment van de data-verrijking niet te maken: de voorwaarde om een doelgroepwerknemer mee op te nemen in de dataset is voor deze maatregel dan ook dat de prestatiebreuk groter is dan 0. Bij LDE is er geen specifiek gesubsidieerd omkaderingspersoneel.

-

Arbeidszorg. Voor structurele arbeidszorg nemen we de doelgroepmedewerkers met prestaties, en het omkaderingspersoneel met subsidies mee in de analyses. Bij experimentele arbeidszorg zijn het de instellingen zelf die de data aanleveren, met daarin een datum_in en een datum_uit. Wie in 2018 een prestatie leverde binnen de maatregel werd weerhouden. Voor activerende arbeidszorg gaat het ook om iedereen die zich in 2018 in de maatregel bevond (en prestatie leverde). Hier moeten we wel opmerken dat deze maatregel wel pas vanaf juli 2018 in voege trad.

Het gebruik van een nieuwe methodologie heeft als gevolg dat de cijfers voor 2018 niet meer vergelijkbaar zijn met de rapportering in voorgaande jaren, die op een andere methodologie gebaseerd was. De komende jaren wordt deze vernieuwde methodologie wel aangehouden, waardoor het vergelijken doorheen de tijd wel mogelijk zal worden. We kozen ervoor om ook voor 2017 de absolute aantallen doelgroepwerknemers per maatregel te herberekenen volgens de nieuwe methode, zodat we hier wel een correcte vergelijking tussen beide jaren kunnen maken.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 7 van 30


3 OMGEVINGSANALYSE De Vlaamse arbeidsmarkt verkeerde ook in 2018 in goeden doen. De stijging in de werkzaamheidsgraad, zette zich in 2018 versterkt door. Waar de werkzaamheidsgraad in 2017 73,0% bedroeg, steeg ze in 2018 door tot 74,6% (Figuur 1). Tegelijk daalde de werkloosheidsgraad. Met 3,5% in 2018 bereikte de Vlaamse werkloosheidsgraad een historisch laagtepunt. ( Figuur 2). Figuur 1 Evolutie Vlaamse werkzaamheidsgraad (20-64-jarigen), 2000-2018 76,0

74,6

74,0 71,9 72,0 70,0

69,7 68,9 68,6 68,6

73,0

72,3 71,5

72,1

71,8

71,9

71,5

71,9

71,9

72,0

70,4 70,6

68,1

68,0 66,0 64,0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Steunpunt werk & Departement WSE

Figuur 2 Evolutie Vlaamse werkloosheidsgraad (15-64-jarigen), 2000-2018 5,7

6,0 5,0

4,9 4,3

4,0

4,0

5,4

5,5 5,0

5,0

5,2

4,4 3,9

5,1 4,3

4,6

5,1

5,2

4,9 4,4 3,5

3,0 2,0 1,0 0,0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Steunpunt werk & Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


De krapte die in 2017 de arbeidsmarkt al kenmerkte, zet zich dan ook in 2018 door. Er zijn dan ook steeds minder niet-werkende werkzoekenden voor een stijgend aantal vacatures. Figuur 3 Werkzaamheidsgraad van verschillende kansengroepen, vergeleken met de algemene werkzaamheidsgraad (20-64-jarigen), 2018 80

74,6

70 60

61,2 52,5 45,8

50 40

52,4

30,2

30 20 10 0 55-64

15-24

Geboren buiten EU28

Werkloosheidsgraad (%)

PMAH

Kortgeschoolden (2564 jaar)

Werkloosheidsgraad 20-64 (%)

Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Steunpunt werk & Departement WSE

Ondanks een aantrekkende arbeidsmarkt en een stijgende vraag naar arbeid, zien we dat sommige groepen het blijvend moeilijk hebben om (duurzaam) aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt (Figuur 3). Het gaat hier dan vooral om 55-plussers, personen met een migratieachtergrond, personen met een arbeidshandicap en kortgeschoolden. Ook bij jongeren is de werkzaamheidsgraad lager dan gemiddeld, wat in sterke mate samenhangt met de toegenomen scholarisatie in deze groep. Tegelijk is er een groep van jongeren die het moeilijk vindt om de aansluiting te maken met de arbeidsmarkt. In het bijzonder de NEET-jongeren (Not in Employment, Not in Education), zijn kwetsbaar. Bij sommige groepen is de laatste jaren wel vooruitgang te merken, maar hun werkzaamheidsgraad blijft lager dan gemiddeld. Zo zien we bij de 55-plussers een behoorlijke stijging de laatste jaren, tot 52,5% in 2018 (meer dan een verdubbeling sinds 2000, toen hun werkzaamheidsgraad 25% bedroeg). Vooral bij de groep 60-64-jarigen blijft de werkzaamheidsgraad met 30,2% in 2018 echter laag. Ook bij personen geboren buiten de EU28 (van 56,0% in 2017 tot 61,2% in 2018) en bij personen met een arbeidshandicap (van 43,3% in 2017 tot 45,8% in 2018) zien we een stijging. Bij kortgeschoolden blijft het cijfer ongeveer stabiel. Deze groepen zijn ook oververtegenwoordigd bij de (zeer) langdurig werkzoekenden (Tabel 1). In het bijzonder kortgeschoolden, personen met een arbeidshandicap, en 55-plussers zijn sterk vertegenwoordigd in de zeer langdurige werkloosheid (> 2 jaar).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 9 van 30


Tabel 1 De werkloosheidsduur van verschillende kwetsbare groepen, 2018 Kwetsbare groepen en werkloosheidsduur < 1 jaar

1-2 jaar

> 2 jaar

Kortgeschoold

40,4%

50,8%

54,3%

Middengeschoold

36,9%

33,0%

31,0%

Hooggeschoold

22,7%

16,2%

14,7%

Migratieachtergrond

27,9%

34,4%

26,9%

PMAH

8,6%

16,4%

30,6%

< 25 jaar

27,2%

19,8%

7,1%

25-39 jaar

39,7%

36,9%

22,3%

40-54 jaar

23,4%

26,8%

28,7%

> 55 jaar

9,7%

16,6%

41,8%

Totale populatie NWWZ

51,2%

17,1%

31,8%

Absolute aantallen populatie NWWZ

100 253

33 444

62 292

Bron: Arvastat (VDAB). Bewerking: Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


4 EEN GLOBAAL BEELD VAN DE SOCIALE ECONOMIE 4.1 BUDGET VAN DE VERSCHILLENDE MAATREGELEN In 2018 ging in totaal 407,6 miljoen euro naar de vier verschillende sociale economie werkvormen. Dit komt overeen met 11% van het totale budget van het Departement Werk & Sociale Economie. Het grootste deel van het budget (374,6 mio) ging naar de beschutte en sociale werkplaatsen (de huidige maatwerkbedrijven). De lokale diensteneconomie was goed voor 28,2 mio en arbeidszorg voor 4,8 mio.

4.2 EEN GLOBAAL BEELD OP BEDRIJVEN IN DE SOCIALE ECONOMIE In 2018 waren er 67 beschutte werkplaatsen, 82 sociale werkplaatsen, 204 bedrijven in de lokale diensteneconomie, en 68 bedrijven waar arbeidszorg werd aangeboden.3 Sommige bedrijven bieden meer dan 1 tewerkstellingsvorm aan. Zo is het belangrijk om te weten dat wat de arbeidszorgbedrijven betreft er een overlap is met beschutte en sociale werkplaatsen (Figuur 4). Beschutte werkplaatsen zijn het talrijkst in Antwerpen. Het grootste aantal sociale werkplaatsen vinden we ook in Antwerpen, net als in West-Vlaanderen. Antwerpen is ook de provincie met het hoogste aantal bedrijven in de lokale diensteneconomie. De meeste bedrijven die structurele arbeidszorg aanbieden vinden we in West-Vlaanderen. Het is hierbij belangrijk op te merken dat de cijfers voor lokale diensteneconomie het KBO-nummer rapporteren op het niveau van de maatschappelijke zetel en niet op het niveau van de effectief uitgeoefende activiteiten. Vandaar dat we in deze cijfers 6 LDE-initiatieven terugvinden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: het gaat hier om bedrijven wiens zetel daar gevestigd is, maar wiens activiteiten uitgeoefend worden in het Vlaams Gewest ( Figuur 5).

3

Voor BW, SW en Arbeidszorg gaat het hier over cijfers voor de vier kwartalen van 2018. Voor LDE gaat het om cijfers voor de eerste drie kwartalen van 2018.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 11 van 30


Figuur 4 Aantal bedrijven binnen de verschillende maatregelen, 2018 250 204 200

150

100

82

68

67

AZ

BW

50

0 LDE

SW

Bron: Departement WSE

Figuur 5 Aantal bedrijven binnen de verschillende maatregelen, verdeeld over de verschillende provincies, 2018 60 50 40 30 20 10 0

Antwerpen

Limburg

Oost-Vlaanderen

AZ (structureel)

10

11

9

10

13

BW

18

8

17

14

9

LDE

50

39

41

26

42

SW

19

13

18

13

19

AZ (structureel)

BW

LDE

Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

SW

Bron: Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


4.3 EEN GLOBAAL BEELD VAN DE SOCIALE ECONOMIE WERKNEMERS In 2018 waren er in totaal 27 418 doelgroepwerknemers actief in de sociale economie.4 Het merendeel, 17 142 personen (62,5%), werkte in beschutte werkplaatsen. Op de tweede plaats vinden we de sociale werkplaatsen met 5 438 doelgroepwerknemers (19,8%). In de lokale diensteneconomie ten slotte waren 2 522 doelgroepwerknemers aan de slag (9,2%) Binnen de arbeidszorg vinden we de meeste arbeidszorgmedewerkers binnen de structurele arbeidszorg (1 418, of 5,2%), gevolgd door de experimentele arbeidszorg (836, of 3,0%). Het kleinste deel vinden we in activerende arbeidszorg (62, of 0,2%) (Figuur 6 & Figuur 7) Figuur 6 Overzicht van het aantal doelgroepwerknemers in de sociale economie (per maatregel), 2018

TOTAAL

27418

SW

5438

LDE

2522

experimentele AZ

836

BW

17142

AZ

1418

activerende AZ

62 0

5000

10000

15000

20000

25000

30000

Bron: WSE & VDAB

Niet al deze doelgroepwerknemers waren gedurende het volledige jaar 2018 actief. In onze dataset werd iedereen weerhouden die ergens in 2018 een gesubsidieerde prestatie leverde (m.a.w. enige tijd werkend was). 4

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 13 van 30


Figuur 7 Relatieve verdeling van doelgroepwerknemers over de verschillende werkvormen / maatregelen

SW 19,8%

activerende AZ 0,2%

AZ 5,2%

LDE 9,2% experimentele AZ 3,0% BW 62,5%

Bron: Departement WSE & VDAB

We kunnen de tewerkstelling van doelgroepwerknemers ook in VTE (voltijds equivalenten) weergeven (Tabel 2). Voor de beschutte werkplaatsen ging het om 14 022 VTE’s. Bij de sociale werkplaatsen tellen we 4 785 VTE’s en in de lokale diensteneconomie 1 781 VTE’s.5 Voor arbeidszorg kan tewerkstelling niet omgerekend worden naar VTE, gezien het hier niet om betaalde banen gaat. Tabel 2 Tewerkstelling binnen de sociale economie in VTE, 2018 Maatregel Beschutte werkplaatsen Sociale werkplaatsen Lokale diensteneconomie

VTE 14 022 4 785 1 781

Bron: Departement WSE

Omdat we in dit jaarrapport een vernieuwde methode gebruiken, zijn de aantallen doelgroepwerknemers in dit rapport niet meer perfect vergelijkbaar met de aantallen die we in vorige rapporten opnamen. Om toch een beeld te krijgen van de evolutie tussen 2017 en 2018, berekenden we ook voor 2017 het aantal doelgroepwerknemers volgens de ge-update methode (Tabel 3). We zien dat er in totaal een stijging is in het aantal doelgroepwerknemers, met 848 extra personen (wat overeen komt met een stijging van 3,2%). De grootste stijging in absolute aantallen (389) vinden wij bij de beschutte werkplaatsen. Relatief kwamen 5

Voor BW & SW werd hier het gemiddelde gemaakt voor de vier kwartalen van 2018. Voor LDE gaat het om een gemiddelde van de eerste drie kwartalen van 2018.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


er het meeste doelgroepwerknemers bij in experimentele arbeidszorg (+8,9%) en de lokale diensteneconomie (+8,4%). We moeten ook opmerken dat activerende arbeidszorg pas van start ging medio-2018, waardoor we hier natuurlijk geen evolutie kunnen weergeven. Tabel 3 Bereik en evolutie in de programmaâ&#x20AC;&#x2122;s voor sociale economie, in absolute aantallen (koppen), vergelijking 2018-2017 2017

2018

Evolutie 2018 tov 2017

Arbeidszorg (structureel)

1 442

1 418

-24

-1,7%

Arbeidszorg (experimenteel)

768

836

+68

+8,9%

Arbeidszorg (activerend)

/

62

/

/

Beschutte werkplaatsen

16 753

17 142

+389

+2,3%

Lokale diensteneconomie

2 327

2 522

+195

+8,4%

Sociale werkplaatsen

5 280

5 438

+158

+3,0%

TOTAAL

26 570

27 418

+848

+3,2%

Bron: Departement WSE

We zien dat de verhouding tussen de verschillende maatregelen maar beperkt fluctueert tussen 2017 en 2018 (Tabel 4). We zien een lichte afname (met 0,6 procentpunt) bij de beschutte werkplaatsen en een lichte toename (0,4 procentpunt) bij de lokale diensteneconomie. Tabel 4 Aandelen doelgroepwerknemers binnen de verschillende maatregelen, vergelijking 2018-2017 2017 5,4% 2,9% / 63,1% 8,8% 19,9%

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen

2018 5,2% 3,0% 0,2% 62,5% 9,2% 19,8%

Bron: Departement WSE

De potentiĂŤle groep doelgroepmedewerkers is groter dan de groep die effectief aan de slag is in de sociale economie. Zo weten we dat er eind 20186 7 706 personen in dossier waren bij VDAB, met een advies voor tewerkstelling in de sociale economie, maar die nog geregistreerd waren als niet-werkende werkzoekende. Zij waren dus (nog) niet aan de slag binnen de sociale economie. Het gaat hier om adviezen voor tewerkstelling in sociale werkplaatsen (1 952), beschutte werkplaatsen (5 198) of lokale diensteneconomie 6

Cijfers aangeleverd door VDAB; Meetmoment 31 december 2018.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 15 van 30


(556).7 Tegelijk waren er op dat moment ook al 1 754 adviezen ‘collectief maatwerk’, in het kader van het nieuwe decreet (Tabel 5). Tabel 5 Aantal NWWZ (niet in opleiding) met een advies voor tewerkstelling in de sociale economie, 2018 Maatregel Advies tewerkstelling in sociale werkplaats Advies tewerkstelling in beschutte werkplaats Advies tewerkstelling in lokale diensteneconomie TOTAAL adviezen SW – BW LDE Advies voor collectief maatwerk

Aantal NWWZ met advies 1 952 5 198 556 7 706 1 754

Bron: VDAB – meting op 31 juli 2019. Bewerking: Departement WSE

In de sociale economie werken niet alleen doelgroepwerknemers. We hebben ook zicht op het omkaderingspersoneel binnen de beschutte & sociale werkplaatsen en binnen structurele arbeidszorg. In totaal waren er in 2018 4 619 gesubsidieerde omkaderingswerknemers. 179 (3,9%) daarvan werkten binnen arbeidszorg, 3 320 (71,9%) in beschutte werkplaatsen, en 1 120 in sociale werkplaatsen (24,2%) (Tabel 6). Tabel 6 Omkaderingspersoneel binnen de verschillende werkvormen, 2018 Beschutte werkplaatsen Sociale werkplaatsen Arbeidszorg

Absolute aantallen 3 320 1 120 179

% 71,9% 24,2% 3,9%

Bron: Departement WSE

7

Opgelet: werkzoekenden die bezig zijn aan een opleiding worden in dit cijfer niet meegeteld.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


5 PROFIELKENMERKEN VAN DOELGROEPWERKNEMERS Om een inschatting te kunnen maken van de profielkenmerken van de doelgroepwerknemers tewerkgesteld in de sociale economie lieten we interne data verrijken met VDAB-gegevens die ons een meer omvattend beeld geven van het profiel van de doelgroepwerknemers. We maken iedere keer ook een vergelijking met de globale werkende populatie in 2018. Hierbij gaat het over de totale groep werkenden tussen 20 en 64 – tenzij anders aangegeven. Tegelijk vergelijken we ook met de populatie zeer langdurig (> 2 jaar) werkzoekenden in het jaar 2018, om te zien in welke mate de sociale economie kwetsbare groepen bereikt. We bezitten niet voor alle hieronder opgesomde profielkenmerken gegevens voor alle doelgroepwerknemers. Voor de kenmerken geslacht en leeftijd kunnen we rapporteren voor de volledige groep dankzij onze eigen interne gegevens. Voor de andere kenmerken (studieniveau, arbeidshandicap, migratieachtergrond, langdurig werkzoekend, taalachterstand, provinciale spreiding) hebben we voor een (zeer beperkt) deel van de populatie geen gegevens. Het gaat hier over alle maatregelen heen over 56 personen. Deze ‘onbekenden’ zijn niet meegenomen in het berekenen van het relatieve aandeel binnen de maatregelen – dit om vergelijking met de algemene werkende populatie en populatie zeer langdurige werkzoekenden overzichtelijk te houden.

5.1 VERDELING NAAR GESLACHT Binnen de sociale economie als geheel zijn mannen (met 63,2%) oververtegenwoordigd. In de algemene beroepsbevolking (52,9%) en de populatie zeer langdurig werkzoekenden (55,5%) is er ook een oververtegenwoordiging van mannen, maar deze is kleiner dan in de sociale economie. Het verschil is het grootst binnen de activerende arbeidszorg (67,7% mannen en 32,3% vrouwen) en de sociale werkplaatsen (66,6% mannen en 33,4% vrouwen). Binnen de experimentele arbeidszorg is het verschil het kleinst (56,8% mannen en 43,2% vrouwen) (Figuur 8 & Tabel 7).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 17 van 30


Bron:

Figuur 8 Geslacht (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018 100,0%

55,5% 44,5%

52,9% 47,1%

63,2% 36,8%

66,6% 33,4%

62,3% 37,7%

40,0%

37,4%

32,3%

50,0%

37,6%

60,0%

56,8% 43,2%

62,6%

70,0%

62,4%

80,0%

67,7%

90,0%

30,0%

% Mannen

20,0%

% Vrouwen

10,0%

> 2 jaar NWWZ

Werkende bevolking

TOTAAL

SW

LDE

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

Tabel 7 Verhouding mannen en vrouwen binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018 Mannen Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

885 475 42 10 723 1 570 3 623 17 318

Vrouwen 62,4% 56,8% 67,7% 62,6% 62,3% 66,6% 63,2%

533 361 20 6 419 952 1 815 10 100

37,6% 43,2% 32,3% 37,4% 37,7% 33,4% 36,8%

Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE

5.2 VERDELING NAAR LEEFTIJD Algemeen is het aandeel 55-plussers in de sociale economie als geheel (19,6%) licht hoger dan dat binnen de algemene werkende bevolking (16,1%). Het is dan weer substantieel lager dan het aandeel 55-plussers in de populatie zeer langdurig werkzoekenden (41,8%). We zien wel dat er heel wat verschil is tussen de maatregelen. De sociale werkplaatsen tellen het hoogste aandeel 55-plussers, met 25,8%, gevolgd door de beschutte werkplaatsen (17,8%). Binnen deze maatregelen zal de vergrijzing dus de komende jaren een

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


belangrijke impact hebben. Het kleinste aandeel 55-plussers vinden we dan weer bij de activerende arbeidszorg (3,2%) en de lokale diensteneconomie (3,2%). Jongeren zijn dan weer licht ondervertegenwoordigd als we de sociale economie (7,3%) vergelijken met de algemene werkende bevolking (7,5%). Toch zien we ook hier belangrijke verschillen. Binnen de lokale diensteneconomie zien we duidelijk de jongste populatie, daar is 16,1% jonger dan 25. De kleinste groep jongeren vinden we dan weer bij de sociale werkplaatsen, waar amper 2,5% van de doelgroepwerknemers jonger is dan 25 (Figuur 9 & Tabel 8).

76,4%

73,1%

71,5%

80,6%

76,2%

72,9%

51,1% 41,8%

70,0% 60,0%

16,1%

7,5%

7,3%

2,8%

3,2%

16,1%

17,3%

6,5%

17,8%

9,3%

14,7%

8,9%

10,0%

3,2%

30,0% 20,0%

16,1%

40,0%

19,6%

25,8%

50,0%

7,1%

90,0% 80,0%

76,4%

100,0%

80,6%

Figuur 9 Leeftijd (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018

> 2 jaar NWWZ

Werkende bevolking

% 25-54

TOTAAL

LDE

%15-24

SW

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

% > 55

Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

Tabel 8 Verdeling naar leeftijd binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

126

> 25 8,9%

54 10 1 602 70 150 2 012

25-54

55+

1 084

76,4%

208

14,7%

6,5%

637

76,2%

145

17,3%

16,1% 9,3% 16,1% 2,8% 7,3%

50 12 496 1 882 3 886 20 035

80,6% 72,9% 80,6% 71,5% 73,1%

2 3 044 570 1 402 5 351

3,2% 17,8% 3,2% 25,8% 19,6%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 19 van 30


5.3 VERDELING NAAR STUDIENIVEAU Kortgeschoolden zijn, gezien de finaliteit van de maatregelen binnen de sociale economie, oververtegenwoordigd. Binnen de werkende bevolking bedraagt hun aandeel 12,8%.8 Bij de zeer langdurig werkzoekenden gaat het om 54,3%. Binnen de sociale economie als geheel zijn 82,5% van de doelgroepwerknemers kortgeschoold. De hoogste percentages vinden we bij de beschutte werkplaatsen (88,0%) en binnen activerende arbeidszorg (87,9%). De laagste score zien we bij de lokale diensteneconomie, met 69,4%. Middengeschoolden zijn ondervertegenwoordigd, al vinden we hier een iets hoger aandeel bij de lokale diensteneconomie (26,6%) en binnen structurele arbeidszorg (25,2%). In tegenstelling tot de algemene werkende bevolking, waar hooggeschoolden de grootste groep vormen (met 46,9%), is deze groep maar zeer beperkt vertegenwoordigd binnen de sociale economie. Met 4,0% hooggeschoolden vinden we het grootste aandeel terug in de lokale diensteneconomie (Figuur 10 & Tabel 9).

15,4% 2,1%

3,6%

54,3% 31,0%

21,2%

26,6% 4,0%

22,2% 3,7%

25,2%

1,1% 10,9%

10,0%

3,5%

20,0%

0,0% 12,1%

40,0% 30,0%

14,7%

60,0% 50,0%

12,8%

46,9% 40,3%

70,0%

82,5%

75,2%

80,0%

69,4%

71,4%

90,0%

74,1%

100,0%

88,0%

87,9%

Figuur 10 Studieniveau (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018

% hooggeschoold

% middengeschoold

> 2 jaar NWWZ

Werkende bevolking

TOTAAL

SW

LDE

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

% kortgeschoold

Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

8

Het gaat hier om een vergelijking met de werkende bevolking tussen 25 en 64.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


Tabel 9 Verdeling naar studieniveau binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

Hooggeschoold 49 3,5%

Middengeschoold 357 25,5%

Kortgeschoold 1 012 71,4%

30

3,7%

181

22,2%

604

74,1%

0 193 101 193 566

0,0% 1,1% 4,0% 3,6% 2,1%

7 1 861 666 1 153 4 225

12,1% 10,9% 26,6% 21,2% 15,4%

51 15 086 1 738 4 080 22 571

87,9% 88,0% 69,4% 75,2% 82,5%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

5.4 ARBEIDSHANDICAP Een doelgroepwerknemer wordt door VDAB (op wiens data we steunen voor deze classificatie) beschouwd als persoon met een arbeidshandicap wanneer hij of zij aan minstens 1 van volgende voorwaarden voldoet: • Ingeschreven is in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap • Een kwalificatie of getuigschrift heeft uit het buitengewoon onderwijs, of ex-BUSO of BLO-leerling is zonder getuigschriften • Recht heeft op een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming • In het bezit is van een afschrift van een definitief geworden gerechtelijke beslissing of van een attest van een bevoegde federale instelling waaruit een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid blijkt • Recht heeft op bijkomende kinderbijslag of recht heeft op verhoogde kinderbijslag • Recht heeft op een invaliditeitsuitkering • Een attest heeft van een arbeidshandicap, afgeleverd door een door VDAB erkende dienst of arts Gebaseerd op deze definitie stellen we vast dat binnen de sociale economie als geheel 67,9% van de doelgroepwerknemers een arbeidshandicap heeft. Ter vergelijking: in de algemene werkende bevolking gaat het om 9,2%.9 Bij de populatie zeer langdurig werkzoekenden gaat het om 30,6%. Binnen de verschillende vormen van arbeidszorg is het aandeel doelgroepwerknemers met een arbeidshandicap het hoogst. In activerende arbeidszorg gaat het om 89,7%, in experimentele arbeidszorg om 91,8%, en bij structurele arbeidszorg om 94,3%. Ook in de beschutte werkplaatsen ligt het cijfer hoog. Hier heeft 79,5% van de doelgroepwerknemers een arbeidshandicap. Lagere cijfers treffen we aan in de sociale werkplaatsen (39,3%) en de lokale diensteneconomie (26,7%) (Figuur 11 & Tabel 10).

Het gaat hier om mensen die in de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) aangeven in hun dagelijkse bezigheden (op het werk of daarbuiten) hinder te ondervinden door een handicap, een langdurige aandoening of langdurige ziekte (al dan niet werkgerelateerd). 9

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 21 van 30


90,8%

70,0%

64,9%

60,7%

73,3%

80,0%

67,9%

91,8%

79,5%

90,0%

94,3%

100,0%

89,7%

Figuur 11 Personen met een arbeidshandicap (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018

9,2%

20,5%

8,2%

10,0%

5,7%

10,3%

30,0% 20,0%

26,7%

40,0%

30,6%

50,0%

32,1%

39,3%

60,0%

% arbeidshandicap

> 2 jaar NWWZ

Werkende bevolking

TOTAAL

SW

LDE

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

% geen arbeidshandicap

Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

Tabel 10 Aanwezigheid van personen met een arbeidshandicap binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

Arbeidshandicap 1 337 94,3% 748 91,8% 52 89,7% 13 634 79,5% 668 26,7% 2 134 39,3% 18 573 67,9%

Geen arbeidshandicap 81 5,7% 67 8,2% 6 10,3% 3 506 20,5% 1 837 73,3% 3 292 60,7% 8 789 32,1%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


5.5 MIGRATIEACHTERGROND Een doelgroepwerknemer wordt door VDAB (op wiens data we steunen voor deze classificatie) beschouwd als persoon met een migratieachtergrond als hij of zij een huidige of vorige nationaliteit heeft van buiten de EU en buiten de EVA-landen.10 Binnen de sociale economie als geheel heeft 16,3% van de doelgroepwerknemers een migratieachtergrond. Dit is iets meer dan het dubbel dan bij de gewone werkende bevolking (7,4%)11. Bij de populatie zeer langdurig werkzoekenden is het aandeel van personen met een migratieachtergrond dan weer hoger, met 26,9%. Het aandeel is het hoogst in de lokale diensteneconomie (37,2%), gevolgd door de sociale werkplaatsen (33,8%). Het laagste aandeel, dat ook aansluit bij dat in de algemene werkende bevolking, vinden we bij de beschutte werkplaatsen, met 8,0% (Figuur 12 & Tabel 11).

92,6%

70,0%

73,10%

83,7% 62,8%

80,0%

66,2%

90,0%

84,9%

87,3%

84,5%

100,0%

92,0%

Figuur 12 Personen met een migratieachtergrond (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018

15,1%

26,9% 7,4%

10,0%

8,0%

20,0%

12,7%

30,0%

15,5%

40,0%

16,3%

37,2%

50,0%

33,8%

60,0%

% migratieachtergrond

> 2 jaar NWWZ

Werkende bevolking

TOTAAL

SW

LDE

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

% geen migratieachtergrond

Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

10 11

Ijsland, Liechtenstein, Noorwegen, en Zwitserland Hier gaat het wel enkel om personen die geboren zijn buiten de EU28, wat lichtjes afwijkt van de definitie gebruikt door VDAB

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 23 van 30


Tabel 11 Aanwezigheid van personen met een migratieachtergrond binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

Migratieachtergrond 180 12,7% 123 15,1% 9 15,5% 1 375 8,0% 932 37,2% 1 833 33,8% 4 452 16,3%

Geen migratieachtergrond 1 238 87,3% 692 84,9% 49 84,5% 15 765 92,0% 1 573 62,8% 3 593 66,2% 22 910 83,7%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

5.6 TAALACHTERSTAND Het gaat hier om personen die van VDAB het label â&#x20AC;&#x2DC;taalachterstandâ&#x20AC;&#x2122; kregen, wat inhoudt dat ze geen of een beperkte kennis van het Nederlands hebben. In 2018 had 15,1% van de populatie zeer langdurig werkzoekenden een taalachterstand. Voor de sociale economie als geheel ligt dit cijfer lager, met 8,5%. Enkel bij de sociale werkplaatsen ligt het cijfer hoger dan: daar heeft 16,6% van de doelgroepwerknemers een taalachterstand. Ook bij de activerende arbeidszorg (13,8%) en lokale diensteneconomie (13,9%) vinden we een relatief grote groep personen met een taalachterstand. Bij structurele arbeidszorg (5,6%) en in de beschutte werkplaatsen (5,5%) liggen de cijfers het laagst (Figuur 13 & Tabel 12).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 24 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


84,9%

83,4%

91,5%

93,1%

86,1%

90,0%

94,5%

86,2%

100,0%

94,4%

Figuur 13 Personen met taalachterstand (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018

80,0% 70,0% 60,0% 50,0%

15,1%

8,5%

16,6%

13,9%

6,9%

10,0%

5,5%

20,0%

5,6%

30,0%

13,8%

40,0%

% taalachterstand

% > 2 jaar NWWZ

TOTAAL

SW

LDE

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

Bron:

% geen taalachterstand

Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

Tabel 12 Aanwezigheid van personen met een taalachterstand binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

Taalachterstand 79 5,6% 56 6,9% 8 13,8% 941 5,5% 348 13,9% 900 16,6% 2 332 8,5%

Geen taalachterstand 1 339 94,4% 759 93,1% 50 86,2% 16 199 94,5% 2 157 86,1% 4 526 83,4% 25 030 91,5%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

5.7 LANGDURIG WERKZOEKEND Een belangrijk deel van de doelgroepwerknemers in de sociale economie heeft een werkloosheidsduur van meer dan 12 maanden gekend. Voor de sociale economie als geheel gaat het om 78,1% van de

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 25 van 30


doelgroepwerknemers. In het bijzonder in de lokale diensteneconomie (90,0%) en sociale werkplaatsen (90,1%) ligt het cijfer hoog, wat ook logisch is, gezien de finaliteit van deze maatregelen. In de beschutte werkplaatsen ligt het aandeel met 71,8% dan weer het laagst (Figuur 14 & Tabel 13).

90,1%

78,1%

80,0%

90,0%

82,0%

71,8%

90,0%

85,6%

100,0%

86,2%

Figuur 14 Langdurig werkzoekenden (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2018

70,0% 60,0%

21,9%

9,9%

10,0%

20,0%

14,4%

30,0%

13,8%

40,0%

18,0%

28,2%

50,0%

10,0%

% langdurig werkzoekend

TOTAAL

SW

LDE

experimentele AZ

BW

AZ

activerende AZ

0,0%

% niet langdurig werkzoekend

Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

Tabel 13 Aanwezigheid langdurig werkzoekenden binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2018

Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Beschutte werkplaatsen Lokale diensteneconomie Sociale werkplaatsen TOTAAL

Langdurig werkzoekend 1 214 85,6% 668 82,0% 50 86,2% 12 303 71,8% 2 255 90,0% 4 890 90,1% 21 380 78,1%

Niet langdurig werkzoekend 204 14,4% 147 18,0% 8 13,8% 4 837 28,2% 250 10,0% 536 9,9% 5 982 21,9%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 26 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


5.8 PROVINCIALE SPREIDING NAAR WOONPLAATS We gaven al eerder (zie 4.1) een overzicht van de provinciale spreiding van de sociale economie bedrijven. Hier geven we ook een overzicht van de provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers in de sociale economie. Figuur 15 Provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie, 2018 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 0,8%

Waals Gewest 0,3%

onbekend 0,3% Antwerpen 25,6%

West-Vlaanderen 23,9%

Vlaams-Brabant 13,0%

Limburg 15,4%

Oost-Vlaanderen 20,6%

Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek â&#x20AC;&#x201C; Statistics Belgium), EnquĂŞte naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE

Binnen Vlaanderen is de provincie Antwerpen het meest vertegenwoordigd. Verder valt ook op te merken dat 0,8% van de doelgroepwerknemers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen en 0,3% in het Waals Gewest. Het gaat hier overwegend om personen die tewerkgesteld zijn in beschutte werkplaatsen (Figuur 15 & Tabel 14).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 27 van 30


Tabel 14 Provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie maatregelen, 2018 Limbur Antwerpen g activerende AZ experimentele AZ AZ BW LDE SW TOTAAL

VlaamsBrussels OostBraban WestH. Waals Vlaanderen t Vlaanderen Gewest Gewest onbekend

6,5%

3,2%

3,2%

50,0%

30,6%

0,0%

0,0%

6,5%

16,0% 17,3% 25,5% 33,0% 26,3% 25,6%

31,7% 21,2% 12,1% 22,3% 18,9% 15,4%

26,2% 26,8% 19,7% 18,8% 22,0% 20,6%

9,2% 10,6% 13,8% 10,9% 12,5% 13,0%

14,2% 23,6% 27,4% 13,6% 19,5% 23,9%

0,1% 0,4% 1,0% 0,5% 0,5% 0,8%

0,0% 0,0% 0,5% 0,1% 0,1% 0,3%

2,5% 0,1% 0,0% 0,8% 0,3% 0,3%

Bron: Departement WSE, VDAB. Bewerking: Departement WSE

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 28 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


6 LIJST MET FIGUREN EN TABELLEN 6.1 LIJST MET FIGUREN FIGUUR 1 EVOLUTIE VLAAMSE WERKZAAMHEIDSGRAAD (20-64-JARIGEN), 2000-2018 ...................................................................................................8 FIGUUR 2 EVOLUTIE VLAAMSE WERKLOOSHEIDSGRAAD (15-64-JARIGEN), 2000-2018 ....................................................................................................8 FIGUUR 3 WERKZAAMHEIDSGRAAD VAN VERSCHILLENDE KANSENGROEPEN, VERGELEKEN MET DE ALGEMENE WERKZAAMHEIDSGRAAD (20-64JARIGEN), 2018 ........................................................................................................................................................................................................................ 9 FIGUUR 4 AANTAL BEDRIJVEN BINNEN DE VERSCHILLENDE MAATREGELEN, 2018 .............................................................................................................. 12 FIGUUR 5 AANTAL BEDRIJVEN BINNEN DE VERSCHILLENDE MAATREGELEN, VERDEELD OVER DE VERSCHILLENDE PROVINCIES, 2018 ..................... 12 FIGUUR 6 OVERZICHT VAN HET AANTAL DOELGROEPWERKNEMERS IN DE SOCIALE ECONOMIE (PER MAATREGEL), 2018 .......................................... 13 FIGUUR 7 RELATIEVE VERDELING VAN DOELGROEPWERKNEMERS OVER DE VERSCHILLENDE WERKVORMEN / MAATREGELEN ................................ 14 FIGUUR 8 GESLACHT (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ................................................................................................................. 18 FIGUUR 9 LEEFTIJD (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 .................................................................................................................... 19 FIGUUR 10 STUDIENIVEAU (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ...................................................................................................... 20 FIGUUR 11 PERSONEN MET EEN ARBEIDSHANDICAP (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ............................................................ 22 FIGUUR 12 PERSONEN MET EEN MIGRATIEACHTERGROND (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ................................................ 23 FIGUUR 13 PERSONEN MET TAALACHTERSTAND (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ................................................................. 25 FIGUUR 14 LANGDURIG WERKZOEKENDEN (%) BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ........................................................................... 26 FIGUUR 15 PROVINCIALE SPREIDING NAAR VERBLIJFPLAATS VAN DE DOELGROEPWERKNEMERS BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE, 2018 ................ 27

6.2 LIJST MET TABELLEN TABEL 1 DE WERKLOOSHEIDSDUUR VAN VERSCHILLENDE KWETSBARE GROEPEN, 2018 ................................................................................................... 10 TABEL 2 TEWERKSTELLING BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE IN VTE, 2018 ........................................................................................................................... 14 TABEL 3 BEREIK EN EVOLUTIE IN DE PROGRAMMAâ&#x20AC;&#x2122;S VOOR SOCIALE ECONOMIE, IN ABSOLUTE AANTALLEN (KOPPEN), VERGELIJKING 2018-2017 15 TABEL 4 AANDELEN DOELGROEPWERKNEMERS BINNEN DE VERSCHILLENDE MAATREGELEN, VERGELIJKING 2018-2017 ............................................ 15 TABEL 5 AANTAL NWWZ (NIET IN OPLEIDING) MET EEN ADVIES VOOR TEWERKSTELLING IN DE SOCIALE ECONOMIE, 2018 .................................... 16 TABEL 6 OMKADERINGSPERSONEEL BINNEN DE VERSCHILLENDE WERKVORMEN, 2018 ..................................................................................................... 16 TABEL 7 VERHOUDING MANNEN EN VROUWEN BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018 ............................. 18 TABEL 8 VERDELING NAAR LEEFTIJD BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018 ................................................. 19 TABEL 9 VERDELING NAAR STUDIENIVEAU BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018 ...................................... 21 TABEL 10 AANWEZIGHEID VAN PERSONEN MET EEN ARBEIDSHANDICAP BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018 ....................................................................................................................................................................................................................................... 22 TABEL 11 AANWEZIGHEID VAN PERSONEN MET EEN MIGRATIEACHTERGROND BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018..................................................................................................................................................................................................................... 24 TABEL 12 AANWEZIGHEID VAN PERSONEN MET EEN TAALACHTERSTAND BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018 ....................................................................................................................................................................................................................................... 25 TABEL 13 AANWEZIGHEID LANGDURIG WERKZOEKENDEN BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, ABSOLUUT EN RELATIEF, 2018 ............ 26 TABEL 14 PROVINCIALE SPREIDING NAAR VERBLIJFPLAATS VAN DE DOELGROEPWERKNEMERS BINNEN DE SOCIALE ECONOMIE MAATREGELEN, 2018 ....................................................................................................................................................................................................................................... 28

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24.03.2020

Jaarrapport Sociale Economie 2018

pagina 29 van 30


Colofon Samenstelling Vlaamse overheid Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan 35 bus 20 1030 Brussel 02 553 42 56 beleid.wse@vlaanderen.be www.vlaanderen.be/departement-wse

Verantwoordelijke uitgever Dirk Vanderpoorten Secretaris-generaal

Uitgave maart 2020

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 30 van 30

Jaarrapport Sociale Economie 2018

24.03.2020


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarrapport Sociale Economie 2018.pdf by Vlaanderen-be - Issuu