FOCUS 2014
DE PRODUCTIEREKENING VAN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW 2014 Vlaamse overheid | Departement Landbouw en Visserij
1. Blik op de productierekeningen
2. Productiewaarde
3. Intermediair verbruik
4. Netto toegevoegde waarde
1.
BLIK OP DE PRODUCTIEREKENINGEN
Het jaar 2014 wordt gekenmerkt door een daling van de productiewaarde die niet gecompenseerd wordt door de lagere kosten. Hierdoor is de totale netto toegevoegde waarde neerwaarts bijgesteld. Uitgedrukt per arbeidseenheid slinkt de netto toegevoegde waarde met 13% ten opzichte van 2013. Dezelfde dalende tendens blijkt uit de landbouwconjunctuurbarometer van het najaar van 2014.
2.
PRODUCTIEWAARDE
De eindproductiewaarde van de Vlaamse land- en tuinbouwsector in 2014 wordt geraamd op 5.481 miljoen euro of een inkrimping met 6% t.o.v. 2013 (figuur 1). Akkerbouw, tuinbouw en veeteelt gaan er alle drie op achteruit. Figuur 1: Evolutie van de eindproductiewaarde, miljoen euro, 2005-2014
5. Meer informatie
7.000
6.000
6. Overzicht
5.000
4.000
3.000
2.000
1.000
0
akkerbouw
tuinbouw
veeteelt
totaal
(*): voorlopige cijfers Bron: Departement Landbouw en Visserij
Meer info vindt u op www.vlaanderen.be/landbouw/studies Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Bernaerts E. & Demuynck E. (2014) De productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2014, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Depotnummer: D/2014/3241/370. www.vlaanderen.be/landbouw
1
FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2014
Veeteelt De veeteelt is in Vlaanderen de belangrijkste sector (65% van de totale eindproductiewaarde), met als drie voornaamste producten varkens- en rundvlees en melk (figuur 2). Figuur 2: Verdeling van de productiewaarde van de veeteeltproducten, 2014
eieren 5,0%
andere 0,4% runderen 20,0%
melk 23,7%
gevogelte 10,0% varkens 40,9%
Bron: Departement Landbouw en Visserij
In 2014 bedraagt de globale waarde van de veeteeltproducten naar schatting 3.564 miljoen euro of een terugval van iets meer dan 3% ten opzichte van 2013. Dat is het resultaat van wisselende evoluties in de verschillende deelsectoren. De varkenssector neemt veruit het grootste aandeel voor zijn rekening (41% van de productiewaarde van de veeteelt) en tekende een omzetdaling op van 10% ten opzichte van 2013. Niet alleen de prijzen hebben beduidend ingeleverd ten opzichte van vorig jaar, maar ook de slachtingen liggen de eerste 8 maanden van 2014 bijna 3% lager dan in 2013. De prijsvorming werd negatief beĂŻnvloed door de invoerstop van Rusland die voor de varkenssector al eind januari begon als gevolg van Afrikaanse varkenspest in Oost-Europa. In de rundvleessector wordt de globale prijsdaling gecompenseerd door het groter productievolume, zodat de omzet licht stijgt met 1%. Uit de slachtstatistieken blijkt dat er de eerste acht maanden van 2014 ongeveer 4% meer runderen werden geslacht. De prijsterugval is vooral toe te schrijven aan de lagere noteringen bij de mindere kwaliteitscategorieĂŤn van volwassen runderen. Bij de pluimveesector gaat zowel de pluimveevleessector (+5%) als de eiersector (+3%) erop vooruit. Een volumestijging en een lichte prijsdaling zorgen ervoor dat de waarde van de melk(producten) nog licht stijgt (+1%). De melkprijs lag in het begin van het jaar nog ver boven het niveau van vorig jaar door de uitstekende prijsvorming op de internationale zuivelmarkt. Sinds april is de melkprijs echter sterk neerwaarts bijgesteld en de prijs duikelt sinds juli onder het niveau van 2013. Tuinbouw De productiewaarde van de tuinbouwproducten daalt voor het tweede jaar op rij met ongeveer 4% en wordt voor 2014 geschat op 1.439 miljoen euro. De tuinbouw neemt 26% van de totale productiewaarde voor zijn rekening, met groenten als grootste sector (figuur 3).
www.vlaanderen.be/landbouw
2
FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2014
De waardedaling manifesteert zich het sterkst bij fruit, maar ook de twee andere sectoren zien hun omzet slinken. Voor een aantal producten zijn er echter nog weinig cijfers beschikbaar, zodat de raming met de nodige omzichtigheid dient te worden geĂŻnterpreteerd. Figuur 3: Verdeling van de productiewaarde van de tuinbouwproducten, 2014
niet-eetbare tuinbouwproducten 35,6% groenten 41,8%
fruit 22,6%
Bron: Departement Landbouw en Visserij
In de groentesector is de evolutie sterk productafhankelijk, maar gemiddeld noteren zowel de groenten onder beschutting (-1%) als de groenten in openlucht (-4%) een waardevermindering. Volgens de eerste cijfers voor de fruitsector is er een omzetvermindering van ongeveer 9%. De prijzen liggen in de eerste maanden van het huidige seizoen beduidend lager dan het voorgaande seizoen, wat o.a. te maken heeft met de Russische invoerstop. Volgens de laatste oogstramingen is de productie van appelen en peren wel veel groter dan het voorgaande seizoen. De daling bij de sierteelt is vooral te wijten aan de slechtere resultaten in de boomkwekerij. Het totale areaal sierteelt blijft nagenoeg hetzelfde als in 2013. Akkerbouw De akkerbouw is, met een aandeel van 9% in de totale eindproductiewaarde, een kleinere sector. Granen en aardappelen zijn de twee voornaamste akkerbouwproducten en nemen in 2014 samen 68% van de productiewaarde van de akkerbouw voor hun rekening (figuur 4). Figuur 4: Verdeling van de productiewaarde van de akkerbouwproducten, 2014
overige 21,0%
granen 21,4%
suikerbieten 10,8%
aardappelen 46,8%
Bron: Departement Landbouw en Visserij
www.vlaanderen.be/landbouw
3
FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2014
De waarde van de akkerbouwproducten is in 2014 sterk neerwaarts bijgesteld (-24%) en wordt geraamd op 477 miljoen euro. De waardevermindering is het meest uitgesproken bij aardappelen (-32%). De aardappelproductie is weliswaar groter, maar de prijzen op de vrije markt zijn gekelderd. Niet alleen in Vlaanderen, maar ook in andere Europese landen was de aardappeloogst veel ruimer dan vorig seizoen, waardoor de prijzen erg onder druk staan. De productiewaarde van graan tekent een terugval op met iets meer dan 12%. De productie ligt duidelijk hoger, maar de prijs is er in de eerste maanden van het huidige seizoen sterk op achteruitgegaan ten opzichte van 2013.
3.
INTERMEDIAIR VERBRUIK
Het jaar 2014 wordt gekenmerkt door een daling van de kosten. Volgens een eerste raming zou de waarde van het intermediair verbruik verminderen met 4% en 4.121 miljoen euro bedragen. (figuur 5). In 2014 liepen vooral de kosten voor veevoeders terug (-8%) door lagere prijzen. In het begin van het jaar lagen de veevoederprijzen nog hoger door de krappe graanoogst, maar vanaf juni zijn de prijzen fel gezakt. De veevoeders maken in 2014 52% uit van het intermediair verbruik. Ook de kosten voor meststoffen en energie zijn afgenomen als gevolg van dalende prijzen. Figuur 5: Evolutie van het intermediair verbruik, miljoen euro, 2005-2014
5.000
4.000
3.000
2.000
1.000
0 2005
2006
2007
2008
veevoeders
2009
meststoffen
2010
energie
2011
2012
2013
2014(*)
andere
(*): voorlopig cijfer Bron: Departement Landbouw en Visserij
4.
NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE
Uit de respectieve ontwikkelingen van de waarde van de eindproductie en van het intermediair verbruik en rekening houdend met de afschrijvingen en de netto subsidies wordt de netto toegevoegde waarde geraamd op 1.098 miljoen euro of een daling met 14% ten opzichte van 2013 (figuur 6). Het aantal arbeidseenheden, uitgedrukt in aantal personen van 20 tot 65 jaar die voltijds op een landbouwbedrijf werkzaam zijn, is eveneens gedaald (-1,5%), zodat de netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid, als indicator voor het globaal inkomen, met 13% daalt tot 28.289 euro. Er dient wel opgemerkt te worden dat het een globaal gemiddeld inkomen betreft, dat een grote variatie tussen de sectoren en tussen de bedrijven onderling maskeert.
www.vlaanderen.be/landbouw
4
FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2014
2.000
40.000
1.500
30.000
1.000
20.000
500
10.000
0
NTW/AE (euro)
NTW (miljoen euro)
Figuur 6: Evolutie van de netto toegevoegde waarde (NTW) en de netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid (NTW/AE), 2005-2014
0
NTW
NTW/AE
(*): voorlopige cijfers Bron: Departement Landbouw en Visserij
5.
MEER INFORMATIE
Een samenvattend overzicht met de cijfers van de afgelopen jaren is terug te vinden in tabel 1 op volgende pagina. Er moet uitdrukkelijk gewezen worden op het zeer voorlopige karakter van de voorgestelde cijfers van 2014. Voor meer details in verband met de berekeningswijze wordt verwezen naar de jaarlijkse publicatie ‘Economische resultaten van de Vlaamse land- en tuinbouw’, die terug te vinden is op de website (www.vlaanderen.be/landbouw/studies).
www.vlaanderen.be/landbouw
5
FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2014
6.
OVERZICHT
Tabel 1: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw, miljoen euro, 2008-2014 EINDPRODUCTIE • AKKERBOUWPRODUCTEN Granen Aardappelen • TUINBOUWPRODUCTEN -GROENTEN
2008
2009
2010
2011
2012
2013(*)
2014(*)
4.945
4.560
5.153
5.055
5.686
5.819
5.481
437
385
591
488
668
629
477 102
97
83
146
104
158
117
218
181
309
206
311
330
223
1.510
1.455
1.612
1.372
1.569
1.502
1.439
641
606
717
547
640
618
602
beschutte teelt
349
289
374
257
339
316
313
in openlucht
292
317
343
290
300
302
289
357
329
370
303
393
359
325
Appelen
105
89
112
85
104
90
71
Peren
135
133
140
97
179
146
121
512
520
524
523
536
525
512
2.998
2.720
2.950
3.195
3.449
3.689
3.564
2.240
2.121
2.195
2.381
2.628
2.679
2.541
569
583
612
655
687
705
712
1.386
1.289
1.310
1.410
1.609
1.620
1.460
263
230
258
299
315
338
355
-DIERLIJKE PRODUCTEN
758
599
754
815
822
1.009
1.023
Melk en melkderivaten
624
459
632
695
632
835
844
Eieren
134
139
122
119
189
174
179
3.779
3.395
3.611
4.001
4.210
4.296
4.121
1.863
1.592
1.705
2.018
2.185
2.331
2.144
Meststoffen-Grondverbeteringsmiddelen
212
159
141
161
160
155
150
Energie en smeermiddelen
483
393
470
504
521
500
485
1.165
1.166
1.542
1.055
1.476
1.523
1.360
Afschrijvingen
498
509
500
503
516
528
541
Subsidies -taksen
323
317
302
303
297
284
280
-FRUIT
-NIET-EETBARE PRODUCTEN • VEETEELTPRODUCTEN -DIEREN Runderen Varkens Gevogelte
INTERMEDIAIRE CONSUMPTIE Veevoeders
BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE TEGEN MARKTPRIJZEN
NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE TEGEN FACTORKOSTEN
991
973
1.345
855
1.257
1.279
1.098
Aantal arbeidseenheden
43.845
42.536
42.024
39.548
39.470
39.405
38.814
NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE PER ARBEIDSEENHEID (euro)
22.592
22.884
31.997
21.613
31.858
32.461
28.289
(*): voorlopige cijfers - Bron: Departement Landbouw en Visserij
www.vlaanderen.be/landbouw
6