Skip to main content

Oosterlynck_etal_2022_BWKenHabitatkarteringPraktischeHandleidingDeel6.pdf

Page 1

BWK en Habitatkartering: Een praktische handleiding.      Deel 6 Veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties        Oosterlynck Patrik, De Saeger Steven, Dhaluin Pieter, Erens Remar, Guelinckx Robin, Hennebel Dirk, Jacobs Indra, Van Oost Frank


Auteurs: Oosterlynck Patrik, De Saeger Steven, Dhaluin Pieter, Erens Remar, Guelinckx Robin, Hennebel Dirk, Jacobs Indra, Van Oost Frank Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Reviewers: Jan Wouters, Martine Van Hove Het INBO is het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid dat via toegepast wetenschappelijk onderzoek, data- en kennisontsluiting het biodiversiteitsbeleid en -beheer onderbouwt en evalueert. Vestiging: Herman Teirlinckgebouw INBO Brussel Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel vlaanderen.be/inbo e-mail: patrik.oosterlynck@inbo.be Wijze van citeren: Oosterlynck P., De Saeger S., Dhaluin P., Erens R., Guelinckx R., Hennebel D., Jacobs I. & Van Oost F.(2022).BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 6: Veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2022 (14). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.74920526 D/2022/3241/160 Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2022 (14) ISSN: 1782-9054 Verantwoordelijke uitgever: Maurice Hoffmann Foto cover: Slenk in overgangsveen aan de Katersdelle te Koersel (Patrik Oosterlynck)

Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding‐GelijkDelen 4.0 Internationaal‐licentie.


BWK EN HABITATKARTERING EEN PRAKTISCHE HANDLEIDING Deel 6: Veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties. Oosterlynck P., De Saeger S., Dhaluin P., Erens R., Guelinckx R., Hennebel D., Jacobs I. & Van Oost F.

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Dankwoord/Voorwoord De opmaak van deze determinatiesleutel was niet mogelijk zonder de waardevolle hulp bij het uitschrijven, het nalezen en op terrein uittesten van ontwerpversies. In de hoop niemand te vergeten, bedanken we hiervoor de BWK-karteerders van het PAS-team Adinda De Bruyn, Jan Ruymen, Jorgen Opdebeeck, Klaas Debusschere, Myriam Kumpen, Pieter Hendrickx , Roy Hendrix, Ward Tamsyn en Toon Spanhove. Daarnaast leverde Bart Vandevoorde belangrijke aanvullingen en deed Els De Bie een aantal verkennende analyses op vegetatieopnames uit de INBOVEG-databank. Tenslotte hartelijke dank aan Jan Wouters en Martine Van Hove voor het inhoudelijke nalezen van het rapport en Liesel Vandercruysse voor de lay-out.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 2 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Samenvatting De “BWK- en Habitatkartering, een praktische handleiding” bestaat uit verschillende deelrapporten. Het doel van deze rapporten is gebruikers een handleiding aan te reiken, waarmee ze op terrein aan de slag kunnen om vegetatietypes correct te classificeren volgens een aantal courante vegetatietypologieën. Deze handleidingen bevatten een gestandaardiseerde methodiek en sleutels om de in Vlaanderen voorkomende Natura 2000 habitattypen, regionaal belangrijke biotopen en BWK-eenheden te typeren op het terrein. Daarbij wordt voornamelijk gekeken naar de vegetatiesamenstelling. Dit deelrapport bevat richtlijnen en een veldsleutel voor het karteren en typeren van moerasen natte ruigtevegetaties. Het is uitermate belangrijk om ook het eerste deelrapport De Saeger et al. (2016a) grondig te raadplegen omdat daarin de globale methodologie, algemeen geldende karteerregels, de gebruikte karteringseenheden, en de opbouw van de geodatabank behandeld worden. Dit eerste deelrapport bevat ook de hoofdsleutel om tot de juiste biotoopgroep en deelsleutel te kunnen beslissen. Op het moment van de uitgave van dit rapport zijn de veldsleutels voor de biotoopgroepen wateren, heide, grasland, bos en struweel al beschikbaar. De veldsleutels voor de biotoopgroepen mariene biotopen, kust en duinen, urbaan gebied, akkers en tuinbouw worden gepubliceerd van zodra ze voldoende afgewerkt en uitgetest zijn. Voor de laatste stand van zaken over de deelrapporten: zie www.inbo.be/bwk en klik door op ‘Handleiding en veldsleutels’.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 3 van 76


Inhoudstafel Dankwoord/Voorwoord ................................................................................................................ 2 Samenvatting ................................................................................................................................ 3 1

Inleiding ................................................................................................................................. 5

2

De veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties........................................................ 6

3

2.1

Inleiding ......................................................................................................................... 6

2.2

Enkele begrippen en definities ...................................................................................... 8

2.3

algemene afspraken .................................................................................................... 11

De veldsleutel ...................................................................................................................... 15

20 DRIJFTILLEN ............................................................................................................................ 17 30 ZILTE MOERASSEN .................................................................................................................. 19 33 GALIGAANVEGETATIES ........................................................................................................... 20 40 ALKALISCHE VENEN ................................................................................................................ 20 60 SNAVELBIESVEGETATIES EN OVERGANGSVENEN .................................................................. 23 100 REGIONAAL BELANGRIJKE BIOTOPEN .................................................................................. 24 200 GROTE ZEGGENVEGETATIES................................................................................................. 25 300 RIETLANDEN ......................................................................................................................... 27 400 NATTE RUIGTEN ................................................................................................................... 32 500 NATTE GRASLANDEN ............................................................................................................ 37 600 ZUUR LAAGVEEN .................................................................................................................. 40 700 DOOR RUSSEN GEDOMINEERDE MOERASSEN..................................................................... 43 4

De karteringseenheden ....................................................................................................... 44 4.1

Biologische Waarderingskaart .................................................................................... 44

4.2

Habitatkaart ................................................................................................................ 45

5

Aanvullende gegevensinzameling (facultatief) ................................................................... 47

6

Toepassingen....................................................................................................................... 48 6.1

Lokale staat van instandhouding (lsvi) Natura 2000 habitattype ............................... 48

6.2

Biotische kwaliteit van de regionaal belangrijke biotopen ......................................... 48

6.3

Vereenvoudigde ‘bodembedekkingskaart’ ................................................................. 49

7 geciteerde en geraadpleegde literatuur .................................................................................. 50 1. Bijlage 1: Tansley schaal .................................................................................................. 52 2. Bijlage 2: Soortenlijsten per vegetatietype ..................................................................... 54 3. Bijlage 3: Soortenlijsten alfabetisch en per groep .......................................................... 56 4. Bijlage 4: Lijst van helofyten en freatofyten ................................................................... 62

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 4 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


1 INLEIDING

De “BWK- en Habitatkartering, een praktische handleiding” bestaat uit verschillende deelrapporten. De handleiding bevat een gestandaardiseerde methodiek voor de opmaak van Biologische Waarderingskaarten en Natura 2000 habitatkaarten in Vlaanderen. Volgende delen zijn als rapport beschikbaar: Deel 1: Methodologie: karteerregels, karteringseenheden en hoofdsleutel Deel 2: De heidesleutel Deel 3: Veldsleutel voor het typeren van stilstaande wateren in Vlaanderen Deel 4: De bossleutel (sleutel voor bossen, struwelen, kapvlakten en aanplantingen) Deel 5: De graslandsleutel (richtlijnen en veldsleutel voor graslanden, ruigten en pioniersvegetaties)

Met deze veldsleutel kan voor de Vlaanderen voorkomende moeras- en natte ruigtevegetaties het Natura 2000 habitattype, het regionaal belangrijk biotooptype (rbb) en de BWK-typologie bepaald worden. De BWK-typologie geeft bijkomend voor enkele criteria ook een indicatie over de lokale staat van instandhouding (lsvi) (zie § 6.1). Het is belangrijk om ook steeds het eerste deelrapport Methodologie (De Saeger et al. 2016a of recentere versie) te raadplegen. In dat deelrapport wordt immers de globale methodologie, met de karteerregels, de gebruikte karteringseenheden, de opbouw van de geodatabank… behandeld. Het eerste deelrapport bevat tevens de hoofdsleutel om tot de juiste biotoopgroep te kunnen beslissen. Deze sleutel is opgemaakt en uitgetest in diverse streken in Vlaanderen om voor moeras- en natte ruigtevegetaties tot een juiste habitat- en BWK-typologie te komen. Regelmatig voorkomende twijfelen grensgevallen (vb. nat grasland versus gemaaid moeras, natte ruigte met riet versus rietland) zijn in de sleutel opgenomen. In sommige gevallen verwijst de sleutel door naar een andere biotoopgroep en 1 de bijbehorende sleutel (vb. naar de graslandsleutel ). We zijn er ons van bewust dat niet elke unieke veldsituatie en alle variatie op het terrein met een determinatiesleutel éénduidig kan geclassificeerd worden, maar in de overgrote meerderheid van de situaties zal met deze sleutel een correcte typering bekomen worden. Indien men desondanks bij het gebruik van deze sleutel op onduidelijkheden of onvolkomenheden stoot, wordt gevraagd de auteurs te contacteren zodat we in nieuwe uitgaven deze vaststellingen kunnen integreren. Idealiter wordt de veldsituatie dan zo volledig mogelijk beschreven, geografisch gelokaliseerd en gedocumenteerd met vegetatieopnames en foto’s.

1

Op het moment van de uitgave van dit rapport zijn er ook veldsleutels voor de biotoopgroepen wateren, heide, grasland, bos en struweel beschikbaar. De veldsleutels voor de biotoopgroepen mariene biotopen, kust en duinen, urbaan gebied, akkers en tuinbouw zijn in ontwerp. Voor de laatste stand van zaken over de deelrapporten: zie www.inbo.be/bwk en klik door op ‘Handleiding en veldsleutels’.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 5 van 76


2 DE VELDSLEUTEL VOOR MOERAS- EN NATTE RUIGTEVEGETATIES 2.1 INLEIDING Deze veldsleutel is opgesteld met de bedoeling om moerasvegetaties op perceel- of habitatvlekniveau te kunnen typeren aan de hand van de vegetatiesamenstelling. Bij het sleutelen ligt de aan- of afwezigheid van bepaalde soorten doorgaans aan de basis van een opsplitsing. Dikwijls wordt hierbij ook een minimale bedekking of abundantie (frequentie van voorkomen) vermeld. De vermelde bedekking is altijd de ondergrens (vb. lees ‘frequent’ steeds als ‘minstens frequent’). Bij de bedekkingen wordt altijd met de werkelijke bedekking (%) gerekend. Enkel voor bedekkingen van bomen en (dwerg)struiken wordt de kroonprojectie bedoeld, dit is de loodrechte projectie van de kruin van een boom op de bodem (zie ook § 2.2). Voor abundanties wordt met de Tansley-schaal gewerkt. Deze vegetatieschaal is ontwikkeld om op grotere oppervlakten de abundantie van plantensoorten weer te geven (zie bijlage 1). In de sleutel worden quasi altijd elkaar uitsluitende opties voorgesteld, maar in enkele gevallen is het mogelijk dat een situatie voldoet aan meer dan één optie. In dat geval dient men steeds de meest passende keuze te maken uit de opties. Verder zijn er in de sleutel in elke subgroep diverse controlestappen ingebouwd waarbij men eventueel naar een andere subgroep teruggeleid kan worden. Indien een optie aan meerdere voorwaarden tegelijkertijd moet voldoen, wordt dit duidelijk gemaakt door gebruik van EN, bv. voorwaarde x EN voorwaarde y. De notatie OF wordt gebruikt als een vraag twee of meer mogelijke keuzes omvat, vb. voorwaarde x OF voorwaarde y. In figuur 1 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste subgroepen en determinatiestappen in de sleutel.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 6 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Figuur 1: Schematisch overzicht van de opbouw van de moerassleutel en de voornaamste beslissingsstappen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 7 van 76


2.2 ENKELE BEGRIPPEN EN DEFINITIES Alkalisch veen: alkalisch is een synoniem voor basisch, alkalisch veen betreft dus veenvegetatie met een basische pH (pH ≥ 7) van het bodemvocht. (pH is een maat voor de zuurgraad van een oplossing en niet te verwarren met alkaliniteit waarmee de totale concentratie aan basen in een oplossing wordt aangeduid). Bedekking: een maat van voorkomen die meer gelinkt is met biomassa (een soort kan bijvoorbeeld zeer talrijk voorkomen maar met lage biomassa/bedekking): de bedekking van een plantensoort (of laag van de vegetatie, bv. boomlaag) is de proportie van de bodem die bedekt is door een soort, indien alle andere soorten verwijderd zouden worden. M.a.w. het is de verticale projectie van alle bovengrondse plantendelen van alle individuen van een soort op de bodem. In deze sleutel wordt de bedekking als een proportie of een percentage beschouwd. Abundantie: een maat voor de talrijkheid van een soort, meestal gekoppeld aan een bepaalde oppervlakte (densiteit). Het is het aantal individuen of andere teleenheden (bv. scheuten) van een soort per oppervlakte. Het gebruik van densiteit als meetvariabele vereist afspraken omtrent de teleenheid (plantenindividuen, pollen- en mattenvormers, uitlopers, …). In deze sleutel maken we gebruik van de Tansley-schaal waarvan je in bijlage 1 het protocol vindt. Biotoopgroep: alle biotopen worden binnen dit project ingedeeld in 10 biotoopgroepen: heide, wateren, bos en struweel, grasland, moeras, mariene biotopen, kust en duinen, ruigten en pioniersvegetaties, urbaan gebied en akkers en tuinbouw. Voor het bepalen van de biotoopgroep gebruikt men de hoofdsleutel (zie kadertekst in § 1, De Saeger et al. 2016a). Voor elke biotoopgroep is er een afzonderlijke veldsleutel beschikbaar of in opmaak. Brak: zie bij zilt Buitendijks: rivierwaarts van de dijken gelegen; de rivier en de gebieden gelegen tussen de dijken (zie ook binnendijks). Drijftil, drijfzoom: een drijftil is een drijvende, begroeide organische massa in zoet tot brak water. Drijftillen en -zomen bestaan voornamelijk uit plantenwortels en afgestorven plantendelen, waarop een vegetatie rijk aan mossen en helofyten voorkomt. Ze omvatten verschillende successiestadia van verlanding in moerassen en open stilstaande wateren. Een drijftil is strikt genomen een drijvend eiland. We spreken van drijfzomen wanneer er sprake is van een eerder lijnvormige zoom drijvende vegetatie die zich vanuit de oeverzone van een waterlichaam ontwikkelt. Ecoregio: streek die in fysisch-geografisch (bodemeigenschappen, reliëf) en ecologisch (natuur en milieu) opzicht min of meer gelijkaardig is. In Vlaanderen zijn er 12 ecoregio's. Voor een kaart van de ecoregio’s zie https://www.ecopedia.be/encyclopedie/ecoregio. Eénjarige: een éénjarige plant of annuel voltooit haar levenscyclus van kieming tot zaad binnen één jaar. De plant sterft na de zaadzetting af, of gaat aan het eind van het jaar dood. Freatofyt: soort die in haar voorkomen voornamelijk beperkt is tot standplaatsen waar de invloed van het freatische grondwater tot in de wortelzone reikt. Obligate freatofyten komen uitsluitend voor op dergelijke plaatsen. Frequent: Tansley categorie gebruikt voor soorten(groepen) (of andere indicatoren) die talrijk voorkomen in een bepaalde oppervlakte-eenheid (perceel, habitatvlek), maar die niet significant bedekkend zijn (bedekking <5%). Zie bijlage 1 voor Tansley codes. Geen habitat (gh): geen Natura 2000 habitattype en geen regionaal belangrijk biotoop. (Gebruiks)perceel: een perceel dat op het terrein zichtbaar begrensd is op basis van gelijksoortig gebruik, waarbij naast de bodembedekking en het grondgebruik eveneens rekening wordt gehouden met fysische begrenzingen zoals afsluitingen, bomenrijen, houtkanten, sloten, waterlopen en wegen. Habitattype (HT): in dit rapport wordt met “habitattype” steeds een “Natura2000-habitattype” bedoeld.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 8 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Habitatvlek: een afgebakende zone waarbinnen een homogeen vegetatietype voorkomt. De afbakening gebeurt op basis van karteerregels die betrekking hebben op een fytosociologische definitie. Een synoniem hiervoor is habitatlocatie. Helofyt: moerasplant die in de waterbodem wortelt, maar met de stengel en bladeren boven het water uitsteekt. Bekende voorbeelden zijn riet, lisdodde en gele lis. Halien: zie bij zilt Hoogveen: wordt ook wel ombrotroof veen genoemd, en is een biotooptype dat een zeer mineraalarme, zure hydrologische omstandigheden is aangepast en een reeks aan typische vegetatietypes kan bevatten. In tegenstelling tot laagveen wordt hoogveen uitsluitend door neerslag en de in de lucht aanwezige mineralen gevoed. Hoogveen heeft in onze klimaatzone een duidelijke lensvorm met aan de randen een zogenoemde "lagg zone"(overgangsveen). Daardoor ontstaat er ook een lokale (ook lensvormige) grondwatertafel. Op kleinere schaal heeft hoogveen ook geen glad oppervlak, maar er is een microreliëf van vochtige, extreem voedselarme bulten en natte, iets minder voedselarme slenken. Op sommige plaatsen verdiepen de slenken zich tot plassen of veenmeren. Zowel op de bulten als in de slenken zijn veenmossoorten (Sphagnum spec.) dominant, maar het gaat wel om verschillende soorten Sphagnum. Op de bulten groeien dwergstruiken zoals gewone dophei (Erica tetralix) en kleine veenbes (Vaccinium oxycoccus). De begroeiingen van de bulten maken deel uit van het verbond Oxycocco-Ericion (hoogveenmos-verbond). In de slenken groeit bijvoorbeeld witte snavelbies (Rhynchospora alba), en de vegetatie van de slenken worden tot het Rhynchosporion (verbond van veenmos en snavelbies) gerekend. Kaartvlak: een door grenslijnen afgebakend deel van de kaart. Op de BWK-habitatkaart zijn kaartvlakken percelen, zones of gebieden met eenzelfde bodembedekking en/of vegetatie. Een synoniem voor kaartvlak is polygoon. Kroonprojectie: de loodrechte projectie van de kruin van een boom op de bodem (zie figuur, http://www.dcm-info.nl). Daarbij wordt geen rekening gehouden met ‘openingen’ in de individuele boomkruin. Laagveen: veenbodems met een matig zure tot basische pH die voorkomen op plaatsen waar jaarrond hoge grondwaterstanden aanwezig zijn. Ze worden gevoed door van nature (matig) voedselarm, maar eerder (matig) mineraalrijk grondwater. Lokale staat van instandhouding (lsvi): de staat van instandhouding op een habitatvlek. Deze kan gunstig of ongunstig zijn. Een gunstige lokale staat van instandhouding houdt een goed ontwikkelde habitatstructuur en vegetatiesamenstelling in, maar ook afwezigheid van of een laag aandeel aan storingsindicatoren (T’Jollyn et al. 2009). Maaiveld: bodemoppervlak, grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. Mesohalien: zie bij Zilt Microreliëf: permanente graslanden gekenmerkt door de aanwezigheid van een uitgesproken microreliëf (aanwezigheid van depressies, laantjes, erosieverschijnselen, bulten) en/of meerdere grachten, sloten of greppels worden gekarteerd als hpr of hpr*. Overgangsveen: strikt genomen synoniem met habitatsubtype 7140_oli en dan doelend op venen die qua waterhuishouding intermediair zijn met hoog- en laagveen. Er is dus een jaarrond hoge grondwaterstand (doorgaans van relatief jonge oorsprong), maar tevens een aanzienlijk invloed van regenwater water. De overgangsveenvegetaties vertonen het meeste verwantschap met vegetatietypes van hoogvenen, maar herbergen vaak bijkomende soorten die een zeker buffering door mineralen vereisen. Overgangs- en trilveen wordt ook als de officiële naam van het habitattype 7140 gebruikt en omvat dan een brede groep aan vegetatietypes die op de land-waterovergang voorkomen. Het betreft dan allerhande verlandingsvegetaties die op oligo- en mesotrofe standplaatsen voorkomen, maar die soms typische laagveenvegetaties herbergen (bv. 7140_meso).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 9 van 76


Pioniersvegetatie: open vegetatie die wordt gedomineerd door één- en tweejarige soorten of soorten met een groot vegetatief voortplantingsvermogen, op instabiele of recent ontstane of van vegetatie ontdane standplaatsen. Polygoon: zie kaartvlak. Regionaal belangrijk biotoop (rbb): vegetaties die niet behoren tot de Europees te beschermen habitats (Natura 2000). Wel gaat het om zeldzame vegetaties met een hoge natuurwaarde die in Vlaanderen voorkomen, of om vegetaties die wettelijke bescherming genieten overeenkomstig het ‘Besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ en het ‘Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer’ (VR 2017 1205 DOC.0482/2BIS). Deze vegetaties zijn beschreven in de ‘natuurtypen van Vlaanderen’ (www.inbo.be), in de legende van de Biologische Waarderingskaart en in Paelinckx et al. (2007). Staat van instandhouding (svi): van een habitattype, is ’de som van de invloeden die op de betrokken habitat en de daar voorkomende typische soorten inwerken en op lange termijn een verandering kunnen bewerkstelligen in de natuurlijke verspreiding, op de structuur en de functies van die habitat of die van invloed kunnen zijn op het voortbestaan op lange termijn van de betrokken typische soorten in het Vlaamse Gewest’ (Natuur- en Bosdecreet). Strooisellaag: liggend afgestorven plantenmateriaal bovenop de bodem, niet vasthangend aan de moederplant en waarin organisch materiaal nog herkenbaar te vinden is. Strooisel omvat dus bladeren, stengels, twijgen en andere houtachtige plantenresten, zowel intact en herkenbaar materiaal als gedeeltelijk gecomposteerd en gefragmenteerd materiaal. Tansley-schaal: de Tansley-methode (Tansley 1946) wordt gebruikt voor het eerder intuïtief schatten van de mate van waarnemen van plantensoorten over grotere oppervlaktes (grootteorde van 1 tot meerdere hectares). Typische gaat het dan over beschrijvingen van gebruikspercelen, beheerblokken en vegetatie-eenheden. De Tansley schaal geeft een waarnemerinterpretatie in termen van relatieve frequentie van voorkomen, waardoor voor een soort met een homogeen verspreidingspatroon de toegekende klasse afhankelijk is van de oppervlakte waarover men een uitspraak doet. Doordat een grotere oppervlakte bekeken wordt, geeft dit weliswaar een completer beeld van de soortensamenstelling op een hogere schaal (wat positief is voor de bruikbaarheid van de gegevens op perceelsniveau), maar de inschattingen worden minder nauwkeurig waardoor de reproduceerbaarheid lager is en de methode minder geschikt is voor monitoringsdoeleinden. In bijlage 1 wordt meer in detail ingegaan op de werkwijze. Veen (onvervaard): is een grof, sponsachtig bodemtype, dat is opgebouwd uit gehumificeerd plantaardig materiaal dat bewaard is gebleven onder permanente natte, zuurstofarme omstandigheden. Veraard veen: is veen dat onder invloed van zuurstof (gedeeltelijk) is verteerd; het is zwart van kleur, er zijn nauwelijks plantenresten te onderscheiden, is fijner van textuur dan onveraard veen en het voelt droog tot vettig. Zilt: zilt water is zoutachtig water dat echter minder zout is dan zeewater, m.a.w. minder dan 30 massapromille zouten bevat. Bij brak water is de zoutconcentratie nog lager dan bij zilt water. De grens tussen brak en zilt water is niet heel scherp maar wordt per conventie op 1 massapromille gelegd. Zoet water bevat minder dan 0,5 massapromille zouten. Halien water omvat alle watertypes (brak en zilt) met een zoutgehalte tussen zoet water en zeewater. Omdat er binnen de halien waterzone sterke verschillen in ecologische processen spelen wordt deze zone verder onderverdeeld in een poly-, meso- en oligohaliene zone. Wanneer er sprake is van meer dan 16 gr zout per liter water spreken we van een polyhalien watertype. Bij concentraties tussen de 1,6 en 16,5 gr/l spreken we van een mesohalien water, en daaronder hebben we te maken met oligohalien water.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 10 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


2.3 ALGEMENE AFSPRAKEN De basisregels voor het afbakenen en benoemen van kaartvlakken worden besproken in deelrapport 1 (De Saeger et al. 2016a; De Saeger et al. In voorbereiding). Het is belangrijk om ook dit eerste deelrapport te raadplegen. Deze sleutel wordt toegepast op moeras- en natte ruigtevegetaties in de ruime zin, namelijk vegetaties die hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit helofyten (wortelend in water of waterverzadigde bodem maar met grote delen van de plant boven water) en/of freatofyten (gebonden aan voor de wortels bereikbaar grondwater). Moerasvegetaties kunnen in contact staan met oppervlaktewaterlichamen, bv. drijftillen of verlandingsvegetaties, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn (bv. snavelbiesvegetatie, alkalische laagveen, ...). Moerasvegetaties worden hydrologisch gekenmerkt door jaarrond hoge waterstanden, normaliter gelijk met of boven het maaiveld. In (extreem) droge periodes kan de grondwatertafel enkele tientallen centimeter onder het maaiveld zakken. Ook kan het gaan om na-ijlende moerasvegetaties die nog voorkomen op actueel verdroogde standplaatsen. In deze vegetatiesleutel wordt in eerste instantie gesleuteld naar de in Vlaanderen voorkomende moeras- en natte ruigtevegetaties gegroepeerd in subgroepen. Deze komen in vele gevallen overeen met de synecologische plantengemeenschappen die binnen deze biotoopgroep ondergebracht worden: Riet-verbond, Snavelbies-verbond, Grote zeggen-verbond, etc. Daaropvolgend zal dan eerst het zogenaamde habitattype bepaald worden. Dit kan een Natura2000-type zijn maar ook een regionaal belangrijk biotoop (rbb). Vaak is daaropvolgend nog een bijkomende stap of stappen nodig om ook te sleutelen tot op het juiste BWK-type. In sommige gevallen kan de BWK-code en de Natura2000typologie gelijktijdig uitgesleuteld worden. In geval van twijfel over de hoofdbiotoopgroep (moerassen, graslanden, wateren, etc…) kan er steeds gestart worden met deze sleutel omdat er uitgangen voorzien zijn die naar de relevante andere sleutels (watersleutel, graslandsleutel, duinsleutel,…) leiden. Het onderscheid moeras-oevervegetatie of water-oevervegetatie wordt als eerste stap uitgesleuteld. Verder worden in het begin van de sleutel ook waterriet- en pitrus-vegetaties in (oevers van) waterlichamen uitgesleuteld. Er wordt in deze sleutel soms onderscheid gemaakt tussen sleutelsoorten en begeleidende soorten. Sleutelsoorten zijn doorgaans meer exclusieve soorten van een bepaald type doch ruimer op te vatten dan wat in de fytosociologie onder kensoorten begrepen wordt. Het is de groep soorten die specifiek voor deze sleutel zijn geselecteerd om een eenduidige determinatie toe te laten. Begeleidende soorten zijn soorten die met hoge regelmaat worden aangetroffen in een bepaald type doch ook veel in andere types. De soortenlijsten zijn zowel in de sleutel als achteraan in lijst en tabelvorm opgenomen. De soortenlijsten in bijlage zijn niet als 100% volledig op te vatten, maar dekken wel het gros van de voorkomende situaties en soorten. Erg zeldzame soorten zijn daarom vaak niet mee opgenomen in de soortenlijsten. In sommige gevallen is een volledig plantengeslacht als sleutelsoort opgenomen en dan aangeduid met (G) (bv. vlotgras (G), veenmos (G), …). De mate van verbossing wordt in de sleutel uitgewerkt maar kan algemeen als volgt worden samengevat: vanaf 10% verbossing wordt steeds de suffix 'b' toegevoegd aan de BWK-kartering en dit met een bovengrens van 50% omdat vanaf dergelijke verbossingsgraad de bossleutel dient aangewend te worden.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 11 van 76


Lijnvormige begroeiingen met een moerasvegetatie, zoals in sloten, de oeverzones van wateren, langs waterlopen, etc. worden enkel gekarteerd als kleine landschapselementen. De notatie bv. voor een soortenarm permanent cultuurgrasland begrensd door een sloot gedomineerd door grote lisdodde wordt dan bv. hp + k(mr°). K-elementen dienen minimaal 1 meter breed en 30 meter lang te zijn. Indien ze breder zijn dan 5 meter worden ze als vlakvormig afgebakend. Oeverzones van waterlichamen dienen bij de moerassen uitgesleuteld te worden voor zover zij voldoende oppervlakte innemen (> 400m² vlakdekkend of >1m breed en >30m lang voor lijnvormig; De Saeger et al. 2016a) en geen deel uitmaken van een andere habitattypegroep (bv dwergbiesvegetaties bij stilstaande wateren, zilte pioniervegetaties bij zilte slikken). Smalle (<1m), lineaire oeverzones worden niet afzonderlijk gekarteerd. De soortensamenstelling en dus de ondergrenzen voor het uitsleutelen naar een habitattype en/of BWK-typologie voor lijnvormige elementen zijn grotendeels dezelfde als voor vlakvormige. Uitzondering is dat smalle lijnvormige moerasvegetaties, bijv. in een perceelsrand, langs een waterlichaam …, niet als een regionaal belangrijk biotoop worden aangeduid (bv. k(mr) = geen rbbmr). Een (relict van een) Natura2000-habitat is wel mogelijk (bv. k(ms) = 7140_meso). Sloten en grachten worden niet systematisch gecontroleerd en gekarteerd. Wanneer er habitatwaardige vegetaties in voorkomen, worden ze wel als lineair element aangeduid, maar er wordt geen stelselmatige zoektocht naar verricht (De Saeger et al. 2016a). Goed ontwikkelde (half)-natuurlijke vegetaties komen vaak in gradiënt met elkaar voor. Indien het ruimtelijk onderscheidbare delen betreft pas dan de sleutel toe op de afzonderlijke delen en combineer de relevante karteercodes in een zogeheten complex (bv. ms + mc). Voor een meer uitgebreide methodebeschrijving verwijzen we naar deel 1 van de rapportenreeks: Algemene karteerafspraken (De Saeger et al. 2016a). Moerasvegetaties op open plekken in broekbos (< 1000m²) kunnen in veel gevallen tot het broekbostype gerekend worden (bv. zones met stijve zegge, slangenwortel in zeer natte elzenbroeken, waar vaak door boomsterfte open plekken gecreëerd worden. Tenzij hiervoor goede redenen zijn (bv. duidelijk afwijkend percelering) is het doorgaans logisch om deze tot het bostype te rekenen zelfs wanneer de ondergroei hier afwijkend is (bv. enkel open water). Begroeiingen van het rietverbond staan optimaal met de voeten in het water, wanneer tussen bijvoorbeeld soorten als riet of kleine lisdodde een gesloten dek van strooisel, mossen en/of ander nietrietverbond soorten aanwezig is behoren deze vegetaties vaak niet tot de rietverbond, maar betreft het verruigingsvormen van andere vegetatietypes. Rompgemeenschappen komen in het Vlaamse landschap veelvuldig voor en het achterhalen van de vegetatie gemeenschap waartoe deze eertijds behoorden is vaak erg moeilijk, maar er is in deze sleutel getracht om enkele veel voorkomende situaties toch toe te kennen aan een type. Meest bekende voorbeelden hiervan zijn bv. door riet-gedomineerde vegetaties die in de ondergroei nog sleutelsoorten herbergen, of verruigde natte graslanden met een dominantie van bv. moeraszegge. Rietvegetaties in habitatwaardige waterlichamen worden op een specifieke manier genoteerd, namelijk habitattype_rbbmr. Bijvoorbeeld een 3130 plas waarvan 30% met riet begroeid is wordt als volgt gekarteerd: 70% 3130 + 30% 3130_rbbmr. In het geval van niet habitatwaardige waterlichamen werken we met de combinatie van rbbmr en gh, bijvoorbeeld een eutrofe plas waarvan 60% begroeid is met riet wordt 60% rbbmr + 40% gh.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 12 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Door pitrus gedomineerde moerassen: conform werkwijze hj in de graslandsleutel, meer bepaald mj indien er geen vlekken meer zijn van minstens 10% van de polygoon die tot een ander type toe te kennen zijn, en indien wel deze vlekken apart uitsleutelen en geheel karteren als een complex van bv. mj + m. (zie ook in de sleutel onder 700). Snavelbies- en overgansgvenen worden zowel hier als in de heidesleutel uitgesleuteld. Hoogveen (BWK:t; 7110) betreft vegetaties die sterk gelijken op deze van oligotrofe overgangsvenen (dominantie van specifieke veenmossoorten, lavendelheide, kleine veenbes, eenarig wollegras, …) maar waarbij er (haast) geen invloed meer van grondwater is (zie ook begrippenlijst). Hoogveen is in Vlaanderen enkel aanwezig aan het Ven Onder De Berg te Maasmechelen en wordt uitgesleuteld via de heidesleutel (De Saeger et al. 2016b, De Saeger et al. in prep.). Kleinschalige delen open water verspreid doorheen een verlandingsvegetaties maken een inherent deel uit van de moerasvegetatie en worden daarom niet apart benoemd met een extra watertypekartering. Wanneer het duidelijk om grotere aandelen open water (>30%) gaat, kan dit uiteraard we l. Een drijftil is een drijvende, begroeide organische massa in zoet tot brak water. Drijftillen bestaan doorgaans uit plantenwortels en afgestorven plantendelen. De gestrengelde wortelstokken van riet, waterlelie, gele plomp, enz. vormen dikke wortelmatten, aangevuld met strooisel dat door wind en golfslag bijeengedreven is. Op deze drijvende matten vestigen zich gespecialiseerde planten zoals waterscheerling, hoge cyperzegge en waterzuring. Drijftillen kunnen al dan niet verbonden met de oever voorkomen. Kalktufbronnen (habitatcode: 7220) zijn niet in deze sleutel opgenomen. Kalktufbronnen treffen we aan op plaatsen waar calcium– en carbonaatrijk grondwater aan de oppervlakte komt en er daaropvolgend kalktuf gevormd wordt door afzetting van calciumcarbonaat(precipitatie). Dergelijk type grondwater treffen we aan in regio’s met in de ondergrond kalkhoudende formaties van waaruit de calciumionen in het grondwater opgelost kunnen worden en waar voldoende reliëf in de topografie aanwezig is om aanleiding te geven tot bronvorming. In de reliëfrijke zuidelijke helft van Vlaanderen komt deze situatie regelmatig voor. Kalktufbronnen blijken in deze streek nog her en der aanwezig te zijn (zie fig. 3). Wanneer dergelijke bron- of bronbeeklocaties voldoende omvang hebben (> 10m²) en er minstens één van volgende mossoorten voorkomt: beekdikkopmos, gewoon diknerfmos, geveerd diknerfmos of tufmos spreken we van een Cratoneurion-vegetatie (habitattype 7220) (zie fig. 2). Kalktufbronnen en kwelzones die niet voldoen aan deze vereisten worden niet in de kartering weerhouden. In de BWK is er geen karteringseenheid voorzien om bronzones of bronbeekjes als fysische structuur aan te duiden. Dikwijls hebben deze wel invloed op de plantengroei en vegetatie, en kunnen zo tot uiting komen in de kartering. In de habitatkaart worden kalkrijke bronnen die tot habitattype 7220 behoren als extra code aangeduid bij de omgevende (bos)vegetatie, bijv. qa (BWK) 9160 + 7220 (habitatkaart).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 13 van 76


Figuur 2: Bronzone met kalktuf en Cratoneurion-vegetatie en in de Wijngaardbossen te Hoeselt (Limburg).

Figuur 3: Voorkomen van kalktufbronnen die voldoen aan de habitatdefinitie voor 7220 in Vlaanderen (Oosterlynck, 2020).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 14 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


3 DE VELDSLEUTEL 0.

a. vegetatie met minimaal abundant helofyten (zie begrippenlijst) in bijlage 4; en/of freatofyten (zie begrippenlijst) zie lijst in bijlage 4) → 1 b. anders → ga terug naar de hoofdsleutel

1.

a.(oever)vegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, 2 waterloop) EN bestaat voor meer dan 70% uit waterplanten (kikkerbeet, fonteinkruid (G) , gele plomp, kroos (G), …) en/of aquatische mossen (waterveenmos, dof veenmos, vensikkelmos, moerassikkelmos,…) → onderdeel van het waterlichaam, ga verder met de watersleutel b. (oever)vegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) EN gedomineerd door pitrus, zeegroene rus en/of biezenknoppen EN geen drijftil → 700 door russen gedomineerde moerassen c. oevervegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) EN gedomineerd door geoord veenmos, fraai veenmos, ondergedoken veenmos) EN geen drijftil → onderdeel van het waterlichaam, ga verder met de watersleutel d. oevervegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) met soorten als wijdbloeiende rus, naaldwaterbies, geel cypergras, glaskroos, eivormige waterbies, draadgentiaan, dwergbloem, koprus, priemkruid, dwergrus, gewone waternavel, knolrus → onderdeel van het waterlichaam, ga verder naar watersleutel e. oevervegetatie in ecoregio kust en polders in (permanent) contact met een zilt of brak oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) met soorten als zilte waterranonkel, ruppia (G), gesteelde zannichellia, zulte, kweldergrassen, melkkruid, zilt torkruid, zilte schijnspurrie, gerande schijnspurrie, zilte rus, zeerus, zeekraal-soorten, schorrenzoutgras → naar watersleutel (rbbah) f. pioniergemeenschap gedomineerd door éénjarige soorten op oevers met slik of slib langs de Maas (inclusief (grind)plassen in permanente verbinding met de Maas) met soorten als spiesmelde, knikkend tandzaad, smal tandzaad, zwart tandzaad, veerdelig tandzaad, zwarte mosterd, kleine leeuwenbek, stippelganzenvoet, zeegroene ganzenvoet, rode ganzenvoet, korrelganzenvoet, riempjes, bruin cypergras, naaldwaterbies, rijstgras, slijkgroen, watertorkruid, goudzuring, moeraszuring, blauwe waterereprijs of rode waterereprijs → naar watersleutel (3270) g. door riet of lisdodde gedomineerd vegetatie die met de voeten in een (habitatwaardig) waterlichaam staat, maar (nog) geen drijftil vormt → 31x0_rbbmr (bwk: mr, waterhabitattype te bepalen met de watersleutel)

2

(G): verzameling van soorten die tot eenzelfde plantengeslacht (Genus) gerekend worden.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 15 van 76


h. anders → 10

10 (1) a. drijftillen of verlandingszomen: vegetatie wortelend vanuit een min of meer drijvende mat, in de onmiddellijke omgeving vaak nog open water aanwezig; naast zeggesoorten en enkele andere typische verlandingssoorten (slangenwortel, wateraardbei, holpijp, waterdrieblad, russen, riet, lisdodde …) kunnen (veen)mossen een belangrijk deel van de vegetatie uitmaken → 20 Drjftillen b. geen drijftillen of bij twijfel → 30 Zilte moerassen

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 16 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


20 DRIJFTILLEN 20 (10) a. drijftillen of verlandingszomen gedomineerd door sleutelsoorten van het Snavelbies-verbond (witte en bruine snavelbies, kleine en ronde zonnedauw, moeraswolfsklauw); vaak in complex met veenmosvegetaties en/of overige overgangsveensoorten van 7140_oli → 7150 drijftillen of verlandingszomen van het Snavelbies-verbond (Rhynchosporion) (BWK: md +ce) b. drijftillen of verlandingszomen met één of meer sleutelsoorten van het overgangsveen aanwezig (lavendelheide, kleine veenbes, éénarig wollegras, hoogveenveenmos, rood veenmos, stijf veenmos) en/of minimaal abundant (> 10% bedekkend) wrattig veenmos aanwezig → 7140_oli drijftillen of verlandingszomen van het Hoogveenveenmos-verbond (OxycoccoEricion) (BWK: md + ces) → verder naar 66 voor de kwaliteitsindicatoren c. drijfillen of verlandingszomen met sleutelsoorten van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge ) samen minimaal frequent voorkomend EN/OF begeleidende soorten (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, gewone waternavel, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge, roodviltmos, grote wederik, hennegras, ) samen minstens abundant aanwezig; aanzienlijke veenmosontwikkeling in combinatie is mogelijk (maar het betreft niet de(hoogveen) veenmossen uit optie b) → 7140_meso drijftillen of verlandingszomen van het Zwarte zegge-verbond (Caricion nigrae) (BWK: md + ms) → verder naar 600 voor de kwaliteitsindicatoren d. drijftillen of verlandingszomen met sleutelsoorten van het alkalisch en/of neutraal trilveen (ronde zegge, tweehuizige zegge, galigaan, moeraskartelblad, schorpioenmossen, goudmos (G), armbloemige waterbies, slank wollegras, parnassia, klein blaasjeskruid (niet in zuur, mineralenarm milieu), plat blaasjeskruid, groenknolorchis, goudmos (G)). Veenmosontwikkeling in combinatie is mogelijk (bv. glanzend veenmos, gewoon veenmos,trilveenveenmos …) → 7140_mk drijftillen of verlandingszomen van het Knopbies-verbond (Caricion davallianae) (BWK: md + mk) → verder naar 45 voor de kwaliteitsindicatoren e. anders → 23

23 (20) a. drijftillen of verlandingszomen met minimaal abundant grote zeggesoorten (oeverzegge, moeraszegge, scherpe zegge, hoge cyperzegge, stijve zegge, blaaszegge) → rbbmc drijftillen of verlandingszomen van het Grote zeggen-verbond (BWK: md + mc) → 24

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 17 van 76


b. drijftillen of verlandingszomen gedomineerd door 1 of meer sleutelsoorten van de Rietverbond (Phragmition) (gele lis, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, lidsteng, zwanenbloem, grote boterbloem); minder dan abundant grote zeggesoorten; veenmosontwikkeling is in enkele zeldzame gevallen mogelijk alsook aanwezigheid kam- en/of moerasvaren; sleutelsoorten van andere groepen zijn niet of hoogstens schaars aanwezig → 7140_mrd, rbbmr drijftillen of -zomen van het Riet-verbond (Phragmition) (BWK: md + mr) → 25 c. anders (bv. pitrus gedomineerde drijftil, met minder of geen van de bovenvermelde sleutelsoorten) → geen habitat (gh) (BWK: md)

24 (23) rbbmc drijftillen of -zomen van het Grote zeggen-verbond

a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, vlotgras (G), pitrus, eendenkroos, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, algen) bedekken meer dan 30% → BWK: md + mc° b. anders → BWK: md + mc° 25 (23) a. drijftillen of -zomen van het Riet-verbond (Phragmition) met moerasvaren en/of kamvaren; veenmosontwikkeling is mogelijk → 7140_mrd → 26 b. drijftillen of -zomen van het Riet-verbond (Phragmition) met veenmosontwikkeling; ijle rietvegetaties met veenmossen in combinatie met sleutelsoorten van matig tot laag productieve standplaatsen in bv. de Kempen worden hier niet bedoeld en classificeren doorgaans tot zure of overgangsvenen → 7140_mrd → 26 c. anders → rbbmr → 26

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 18 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


26 (25)

a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, gele lis, pitrus, wolfspoot, kroos (G), vlotgras(G), pitrus, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, haagwinde, waterzuring) bedekken meer dan 10% → BWK: md + mr° b. anders

→ BWK: md + mr

30 ZILTE MOERASSEN 30 (10) a. ecoregio polders of Schelde-estuarium. Zeebies (co)-dominant en vaak in combinatie met veel riet; soms ook veel spiesmelde en/of zilte rus; eventuele overige zilte soorten (bv. zulte, melkkruid, kweldergrassen, klein schorrenkruid) hooguit occasioneel aanwezig → 31 b. ecoregio polders of Schelde-estuarium. Minstens 2 zilte soorten (blauw, stomp en bleek kweldergras, dunstaart, gerande en zilte schijnspurrie, klein schorrenkruid, kortarige en langarige zeekraal, melkkruid, schorrenzoutgras, zilte rus en zulte) zijn tezamen minstens frequent aanwezig: → sleutel zilte vegetaties c. anders → 33 Galigaanvegetaties

31 (30) a. langs de Zeeschelde stroomafwaarts Burcht (mesohaliene deel) → 1330_da (BWK: mz) b. in/langs zilte schorvegetaties (IJzermonding, Zwin...) → 1330_da (BWK: mz) c. in kustpolders in/langs zilte poldergraslanden → 1330_da (BWK: mz) d. elders (in contact met zoet water) → rbbmr (BWK: mr)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 19 van 76


33 GALIGAANVEGETATIES 33 (30) a. galigaan (co)dominant EN eventueel ook soorten van alkalisch laag -of trilveen (alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, geveerd diknerfmos, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schorpioenmos (G), schubzegge, teer guichelheil, tweehuizige zegge, wolfsklauwmos, gele zegge, goudmos (G), veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis). Meestal soortenarme gemeenschappen met mogelijks begeleiders uit het Riet-verbond (riet, harig wilgenroosje, grote lisdodde, …). Vaak is er een aanzienlijke strooisellaag aanwezig. Gekende locaties zijn Hageven, Warmbeek, Buitengoor, Torfbroek en Rosse Beemden in Lummen → 7210 → 34 b. anders → 40 Alkalische venen

34 (33) a. verruigingsindicatoren (hennegras, haagwinde, harig wilgenroosje, eendenkroos, veelwortelig kroos, wortelloos kroos, bitterzoet, grote lisdodde, grote brandnetel) bedekken meer dan 10% → 7210 (BWK: mm°) b. bedekking riet hoger dan 30% → 7210 (BWK: mm°) c. anders → 7210 (BWK: mm)

40 ALKALISCHE VENEN 40 (33, 205) a. ecoregio Kustduinen; sleutelsoorten alkalische duinpanvegetaties en/of begeleiders (bonte paardenstaart, drienervige zegge, duinrus, honingorchis, echt vetmos, goudmos (G), vierkantsmos, moeraswespenorchis, parnassia, rond wintergroen, weegbreefonteinkruid, blauwe zegge, dwergzegge, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg, paddenrus aanwezig → 2190_mp → naar duinsleutel

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 20 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


3

b. sleutelsoorten van alkalisch en neutrale (tril)venen (alpenrus, galigaan, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schubzegge, tweehuizige zegge, gele zegge, veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis, moeraskartelblad, plat blaasjeskruid, ronde zegge) samen minstens occasioneel aanwezig EN/OF mossleutelsoorten (geveerd diknerfmos, schorpioenmos (G), wolfsklauwmos, goudmos (G), vierkantsmos, trilveenveenmos) samen minimaal frequent aanwezig → 44 c. anders → 60 snavelbiesvegetaties en overgangsvenen

44 (40)

4

a. watertafel quasi jaarrond t.h.v het maaiveld (+/_ 20 cm) of trilveen (verlandingsvegetaties); onveraarde veenbodem van minimaal 10 cm dikte → 45 b. watertafel (in delen van) zomerperiode duidelijk onder het maaiveld (> 20cm), onveraarde veenbodems minder dan 10 cm dik, of mineraal substraat → 48

45 (20,44) a. sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen (armbloemige waterbies, tweehuizige zegge, galigaan, groen schorpioenmos, groenknolorchis, moeraskartelblad, parnassia, plat blaasjeskruid, purper schorpioenmos, ronde zegge, rood schorpioenmos, slank wollegras, goudmos (G), trilveenveenmos) ≥ frequent aanwezig → 7140_mk → 46 b. sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen (zie lijst bij 45a.) minder dan frequent aanwezig EN begeleiders (blauwe zegge, dwergzegge, paddenrus, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg, waterdrieblad, draadzegge, pluimzegge, holpijp, klein blaasjeskruid, loos blaasjeskruid, snavelzegge, weegbreefonteinkruid, veenmos (G), teer guichelheil, moeraswespenorchis, kleine valeriaan) minimaal abundant aanwezig → 7140_mk → 46

3

moeraswespenorchis, teer guichelheil, zeegroene zegge, paddenrus, en groot vedermos zijn soorten met een hoge presentie in alkalische venen, maar ze zijn niet weerhouden in de sleutelsoortenlijst omdat ze ook relatief frequent in andere vegetatietypes kunnen voorkomen (bv. op basenhoudende antropogene bodems, gebufferde schraalgraslanden, …) 4 Onderscheid 7230 en 7140_mk is niet altijd even duidelijk op basis van deze kenmerken. Hou hierbij in het achterhoofd dat 7140 verlandingsvegetaties zijn! Associatie van ronde zegge dient geclassificeerd onder 7140_mk

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 21 van 76


c. sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen (zie lijst bij a.) minder dan frequent aanwezig EN begeleiders (zie lijst bij b.) minder dan abundant aanwezig → 7140_mk (BWK: mk°)

46 (45) a.eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, gele lis, vlotgras (G), pitrus, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, eendenkroos (G), algen) bedekken meer dan 10% → BWK: mk° b. anders → BWK: mk

48 (44) a. sleutelsoorten alkalisch laagveen (alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, geveerd diknerfmos, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schorpioenmos (G), schubzegge, tweehuizige zegge, wolfsklauwmos, gele zegge, goudmos (G), veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis) minimaal frequent aanwezig → 7230 → 49 b. sleutelsoorten alkalisch laagveen (zie lijst bij a.) samen minder dan frequent aanwezig EN begeleiders minimaal abundant (blauwe zegge, dwergzegge, paddenrus, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg, waterdrieblad, draadzegge, holpijp, loos blaasjeskruid, snavelzegge, weegbreefonteinkruid, veenmos(G), teer guichelheil, moeraswespenorchis, kleine valeriaan) → 7230 → 49 c. sleutelsoorten alkalisch laagveen (zie lijst bij a.) minder dan frequent aanwezig EN begeleiders (zie lijst bij b.) minder dan abundant aanwezig → 7230 (BWK: mk°)

49 (48) a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, gele lis, vlotgras (G), pitrus, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, lisdodde (G), grote brandnetel, ruw beemdgras, gestreepte witbol, paardenbloem, fioringras, waterkers (G), grote egelskop, paardenbloem (G), Klaver (G), fioringras, struisriet, gewone hoornbloem ) bedekken meer dan 10% → BWK: mk° b. anders → BWK: mk

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 22 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


60 SNAVELBIESVEGETATIES EN OVERGANGSVENEN 60 (40,305) a. witte EN/OF bruine snavelbies EN/OF kleine EN/OF ronde zonnedauw EN/OF moeraswolfsklauw samen aspectbepalend (samen met open water, moslaag of open bodem codominant of dominant t.o.v. de overige vegetatie); kan voorkomen in complex met overgangsveenvegetaties (zie beschrijving onder 65 a.) → 7150 (BWK: ce) b. anders → 65

65 (60) a. sleutelsoorten van overgangsveen aanwezig (kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras, rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos) EN/OF wrattig veenmos minimaal abundant aanwezig (lokaal kunnen hier delen gedomineerd worden door snavelbies (G), zonnedauw of moeraswolfsklauw), zie 'beschrijving onder 60 a.) → 7140_oli → 66 b. anders → 70

66 (65,20) a. bedekking pijpenstrootje 50% of meer → 7140_oli (BWK: cm + ces) b. bedekking pijpenstrootje < 50% → 67

67 (66) a.sleutelsoorten van overgangsveen hooguit occasioneel aanwezig (rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos, kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras) → 7140_oli (BWK: ces°) b.sleutelsoorten van overgangsveen minimaal frequent aanwezig (rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos, kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras) → 7140_oli (BWK: ces)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 23 van 76


70 (65) a. minimaal occasionele aanwezigheid van (een) sleutelsoort(en) van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) EN/OF minimaal abundant begeleidende soort(en) van zure laagveenvegetaties (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge, hennegras, grote wederik, gewone waternavel, roodviltmos, zwarte zegge) → 600 Zuur laagveen b. anders → 100 Regionaal belangrijke biotopen

100 REGIONAAL BELANGRIJKE BIOTOPEN 100 (70) a. dominantie van grote zeggen (oeverzegge, scherpe zegge, moeraszegge, stijve zegge, hoge cyperzegge, blaaszegge) belangrijk aandeel rietverbond en/of natte ruigte soorten mogelijk → 200 Grote Zeggen-vegetaties b. dominantie van sleutelsoorten en/of begeleiders van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid; begeleiders: haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot); geen regelmatig maaibeheer of hooguit extensieve begrazingsdruk. → 400 Natte ruigten c. sleutelsoorten van het riet-verbond bedekken minimaal 30% van de vegetatielaag (dus zonder eventueel open water) (gele lis, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, lidsteng, zwanebloem, grote boterbloem) EN geen dominantie van sleutelsoorten van natte ruigte noch grote zeggen. Let op: veel natte en vochtige vegetatietypes kunnen verruigen met riet (oa. dotterbloemhooilanden, moerasspirearuigte, grote zeggenvegetaties, …) ga dus niet alleen af op een door riet gedomineerde bovenetage van de kruidlaag maar controleer ook de onderetage op sleutelsoorten van andere types (zie stappen hierboven). Riet-verbondvegetaties in strikte zin staan doorgaans jaarrond met ‘de voeten in het water’, er is dan veelal geen gesloten vegetatiedek ter hoogte van het maaiveld, mogelijks wel een strooisellaag. Minder natte of tijdelijk droogvallenden of verruigde situaties met ≥30% bedekking van riet-verbondsoorten (veelal riet, al dan niet vergezeld door een aanzienlijk aandeel (natte) ruigtesoorten) sleutelen 5 eveneens langs hier uit.

5

De rompgemeenschap met dominantie van rietgras dient via de natte ruigten uitgesleuteld te worden.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 24 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


→ 300 Riet-vegetaties (inclusief door riet verruigde vegetaties) d. grote russen (pitrus, zeegroene rus, biezenknoppen) dominant aanwezig (opm.: paddenrus -en veldrus gedomineerde vegetaties dienen elders uitgesleuteld te worden) → 700 door russen gedomineerde moerasvegetaties e. anders → 110

110 (100) a. vegetatie (tot voor kort) onder begrazings- of maaibeheer → 500 Natte graslanden b. anders (rietverbond soorten bedekken minder dan 30%, geen dominantie van grote zeggen of natte ruigtesoorten, geen maai- of begrazingsbeheer, …) → 400 Natte ruigten

200 GROTE ZEGGENVEGETATIES 200 (100, 310) a. sleutelsoorten van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) minimaal occasioneel aanwezig; indien in drijftilverband zie onder 15!) → 600 Zuur laagveen b. begeleidende soorten van zuur laagveen (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, slank veenmos, holpijp, veenpluis, gewone waternavel, zeegroene muur, melkeppe, moerasstruisgras, koningsvaren, schildereprijs, grote wederik, zwarte zegge, hennegras, snavelzegge, blaaszegge, pluimzegge, roodviltmos, sterzegge, stijve zegge, ) minimaal abundant aanwezig → 600 Zuur laagveen c. anders → 205

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 25 van 76


205 (200) a. sleutelsoorten van alkalische laag- en trilvenen (alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schubzegge, tweehuizige zegge, gele zegge, veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis, moeraskartelblad, plat blaasjeskruid, ronde zegge) minimaal occasioneel EN/OF mossen van alkalische venen (geveerd diknerfmos, schorpioenmos (G), wolfsklauwmos, goudmos (G)) minimaal frequent aanwezig → terug naar 40 alkalische venen b. anders → 210 210 (205) a. meer dan 10% bedekking van sleutelsoorten natte ruigten exclusief grote zegges (adderwortel, echte valeriaan, grote kattenstaart, melkeppe, gewone engelwortel, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, gewone smeerwortel, zomerklokje, wilde bertram, koninginnekruid) en niet (tot voor kort) onder intensieve begrazing of jaarlijks maaibeheer → 400 Natte ruigten b. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai-of begrazingsbeheer en minimaal 10% bedekking sleutelsoorten van dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) EN/OF minimaal 1 van de kerngroepsoorten (k) frequent en minimaal 2 bijkomende soorten occasioneel aanwezig. → rbbhc → 512 c. (tot voor kort) onder een jaarlijks begrazingsbeheer en minimaal >10% bedekking sleutelsoorten van zilverschoon-verbond aanwezig (aardbeiklaver, akkerkers, getand vlotgras, gewone waterbies, heelblaadjes, klein vlooienkruid, kruipend moerasscherm, moeras/zompvergeet-me-nietje, moeraszoutgras (polderstreek), penningkruid, pijptorkruid, platte rus, polei, rode ogentroost, slanke waterbies, smalle rolklaver (polderstreek), valse voszegge, 6 watermunt, zeegroene rus, zilte rus, zilte zegge (polderstreek), zilverschoon, zomprus, …) EN/OF minimaal 3 van deze soorten elk minstens occasioneel aanwezig. → rbbzil → 515 d. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai- of begrazingsbeheer en minimaal abundant sleutelsoorten van schraalgrasland aanwezig (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil, addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, bosanemoon, geelgroene zegge, gevlekte orchis s.l., klein 6

Algemenere begeleiders zijn geknikte vossenstaart, fioringras, krulzuring en/of ruige zegge.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 26 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje, moerasviooltje, pijpenstrootje (excl. zandige bodems), ruw walstro, Spaanse ruiter, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, zaagblad, borstelgras, gevlekte orchis, klokjesgentiaan, sterzegge, tandjesgras, welriekende nachtorchis, stekelbrem, heidekartelblad, dopheide, dwerzegge, trekrus) EN/OF minimaal 3 van deze soorten occasioneel EN/OF minimaal 2 soorten frequent aanwezig. → nat (schraal)grasland → 500 e. anders (bv. bijna co-dominantie met riet-verbond soorten, met eerder beperkte overgangen met natte ruigte, vochtige graslanden, etc.…) → rbbmc → 220

220 (210) a. bedekking eutrofiëringsindicatoren (ganzevoet (G), gewone hennepnetel, grote brandnetel, vlotgras (G), eendekroos (G), rietgras, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, gele waterkers, kleefkruid, pitrus, grote lisdodde, bitterzoet) hoger dan 30% → BWK: mc° b. anders → BWK:mc

300 RIETLANDEN 300 (100) a. heemst, moeraslathyrus en/of moerasmelkdistel minimaal occasioneel aanwezig (zwaartepunt van verspreiding in Meetjesland en Scheldevallei) → 6430_mr → 301 7

b. rietverbondvegetatie met zomerklokje ; zwaartepunt van de verspreiding benedenloop Kleine Nete-vallei. → 6430_hw → 411 c. aanwezigheid van moerasvaren en/of kamvaren EN/OF buiten de Kempen met veenmosontwikkeling → 7140_mrd → 302 d. zwanenbloem, kalmoes, grote boterbloem, mattenbies, ruwe bies minimaal occasioneel en van nature aanwezig → rbbmr → 303

7

Zomerklokjes worden meer en meer in tuinen gehouden en durven wel eens te verwilderen. Gelieve steeds te controleren dat het een wilde populatie van de juiste ondersoort betreft.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 27 van 76


e. anders → 305

301 (300) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kweek, heermoes, braam(G), ridderzuring, liesgras, grote brandnetel, rietgras) bedekken meer dan 30% → 6430_mr (BWK: mr°) b. anders → 6430_mr (BWK: mr)

302 (300)

a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, vlotgras(G), gele lis, pitrus, kroos (G), wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, haagwinde, waterzuring) bedekken meer dan 10% → 7140_mrd (BWK: mr°) b. anders → 7140_mrd (BWK: mr)

303 (300) a. eutrofiëringsindicatoren (ganzevoet (G), harig wilgenroosje, gewone hennepnetel, kleefkruid, vlotgras (G), gele waterkers, pitrus, eendekroos, rietgras, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, algen, bitterzoet) bedekken meer dan 30% → BWK: mr° b. anders → BWK: mr

305 (300) a. één of meer sleutelsoorten van overgangsveen aanwezig (kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras, rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos) EN/OF wrattig veenmos ≥ 10% bedekkend (zie ook beschreven onder 20) → 7140_oli → ga terug naar 60 b. minimaal occasionele aanwezigheid van (een) sleutelsoort(en) van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad waterscheerling, zompzegge) EN/OF minimaal abundant begeleidende soort(en) van zure laagveenvegetaties (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge,

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 28 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zwarte zegge, gewone waternavel, hennegras, grote wederik, pluimzegge, roodviltmos, zeegroene muur ) → 600 Zuur laagveen c. anders → 310 310 (300) a. minimaal 10% bedekking van sleutelsoorten van natte ruigte exclusief grote zeggen (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) → 400 Natte ruigten b. grote zeggen (oeverzegge, scherpe zegge, moeraszegge, stijve zegge, hoge cyperzegge, blaaszegge) minimaal co-dominant → terug naar 200 Grote zeggenvegetaties c. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai-of begrazingsbeheer en minimaal abundant (>10%) sleutelsoorten van het dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) EN/OF minimaal 1 van de kerngroepsoorten (k) frequent en minimaal 2 soorten occasioneel aanwezig. → rbbhc (BWK:hc) → 512 d. periodiek overstroomde rietruigten met minimaal abundant harige wilgenroosje → 400 Natte ruigten e. anders → 315

315 (310, 445, 452) a.

naast riet, andere soorten van het rietverbond (gele lis, grote boterbloem, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, lidsteng, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, zwanebloem) samen minimaal frequent aanwezig, en in elk geval niet beperkt tot eventueel aanwezige grachten en sloten in het perceel → 320 b. anders  316 316 (315)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 29 van 76


a. behalve riet zijn soorten van het rietverbond (zie onder 315a.) samen minder dan frequent aanwezig of is hun voorkomen hoofdzakelijk beperkt tot grachten en sloten in het perceel. Het betreft veelal situaties met een graslandhistoriek, waar de strooiselopbouw eerder beperkt is 8 → gh → BWK: hr b. behalve riet zijn soorten van het rietverbond samen minder dan frequent aanwezig of is hun voorkomen hoofdzakelijk beperkt tot grachten en sloten in het perceel. Het betreft een situatie met een historische of recente antropogene bodemverstoring, dijken, taluds, ... → gh → BWK: ku c. soortenarme vegetaties gedomineerd door riet met geen of amper overige rietklasse- of graslandsoorten aanwezig, vaak zienlijke strooisellaag aanwezig en/of zeer natte bodem  317 c.

soortenarme vegetaties gedomineerd door rietgras onder invloed van rivierdynamiek

→ 320 317 (316) a.

soortenarme door riet gedomineerde vegetaties in water of op zeer natte bodem  320

b. soortenarme door riet gedomineerde vegetaties in drogere omstandigheden met bedekking brandnetel EN/OF kleefkruid EN/OF akkerdistel EN/OF braam >30%  rbbmr  BWK:mru c.

soortenarme door riet gedomineerde vegetaties in drogere omstandigheden met bedekking brandnetel EN/OF kleefkruid EN/OF akkerdistel EN/OF braam <30%  rbbmr  BWK: mr°

320 (315, 316, 317) a. bedekking brandnetel EN/OF kleefkruid EN/OF akkerdistel EN/OF braam >30% → rbbmr → BWK: mru b. anders  321 321 (320) a. bedekking eutrofiëringsindicatoren (ganzenvoet(G), harig wilgenroosje, gewone hennepnetel, kleefkruid, vlotgras (G), pitrus, kroos (G), rietgras, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, gele waterkers, bitterzoet, grote lisdodde, grote brandnetel, liesgras, kleefkruid, grote kattenstaart) meer dan 50% → rbbmr→ BWK: mr° 8

Indien de oorspronkelijke (grasland)vegetatie kan afgeleid worden o.b.v. voorkomen sleutelsoorten kan dergelijke situatie met behulp van een /-verhouding worden weergegeven. Hierbij dient wel voldaan aan de sleutelcriteria van dat specifieke graslandtype, bv. rietbedekking=80%, ondergroei met occasioneel dotterbloem en bosbies: hr/hc° ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 30 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


b. buitendijks gelegen en gedomineerd door invasieve exoten (reuzenbalsemien, Fallopia soorten) → gh → BWK: ku° c. anders → rbbmr ( BWK: mr)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 31 van 76


400 NATTE RUIGTEN 400 (100,110,210,310,620, 630) a. zure laagveensoorten (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) occasioneel of meer aanwezig → 600 Zuur laagveen b. heemst, moeraslathyrus en/of moerasmelkdistel minimaal occasioneel aanwezig (zwaartepunt van verspreiding in Meetjesland en Scheldevallei) → 6430_mr → 401 9

c. natte ruigtevegetatie met zomerklokje ; zwaartepunt van de verspreiding benedenloop Kleine Nete-vallei. → 6430_hw → 411 d. hennegras, wilde bertram, melkeppe en grote wederik samen minimaal abundant, zwaartepunt van voorkomen in Kempische beekdalen → rbbhf → 403 e. schraallandsoorten (addertong, bosorchis, bleke zegge, blonde zegge, gele zegge, moerasstreepzaad, karwijselie, parnassia, teer guichelheil, tormentil, blauwe zegge, pijpenstrootje, stekelbrem, klimopklokje, blauwe knoop, tandjesgras, heidekartelblad, kleine schorseneer, kranskarwij, melkviooltje, ruw walstro, klokjesgentiaan, kleine valeriaan, geelgroene zegge, dopheide, dwergzegge, gevlekte orchis, trekrus, spaanse ruiter, veelbloemige veldbies, bosanemoon, klein glidkruid, …) aanwezig → 500 natte (schraal)graslanden (zie ook graslandsleutel vanaf stap 220 f. anders → 410

401 (400) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kweek, heermoes, braam(G), ridderzuring, liesgras, grote brandnetel, rietgras) bedekken meer dan 30% → 6430_mr (BWK:mr°) b. anders → 6430_mr (BWK:mr) 403 (400)

9

Zomerklokjes worden meer en meer in tuinen gehouden en durven wel eens te verwilderen. Gelieve steeds te controleren dat het een wilde populatie van de juiste ondersoort betreft.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 32 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


a. wilde bertram, grote wederik, melkeppe, hennegras, ruw walstro, wateraardbei, veenpluis, veenmos en zwarte zegge zijn samen minimaal (co)-dominant → rbbhf (BWK: hfl) b. wilde bertram, grote wederik, melkeppe, hennegras, ruw walstro, wateraardbei, veenpluis, veenmos en zwarte zegge zijn samen minder dan (co)-dominant → rbbhf (BWK: hfl°)

410 (400) a. harig wilgenroosje minimaal frequent EN buitendijks gelegen aan Schelde of Maas OF harig wilgenroosje minimaal abundant EN deze soort bedekt meer dan de overige natte ruigtesoorten EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hw → 411 b. anders → 420

411 (400,410, 300) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kweek, heermoes, braam(G), ridderzuring, liesgras, grote brandnetel, rietgras, kruldistel) bedekken meer dan 30% → BWK: hfe° b. anders → BWK: hfe

420 (410) a. poelruit minimaal frequent aanwezig → 421 b. anders → 430

421 (420) a. bedekking van sleutelsoorten natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) >70% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 425

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 33 van 76


b. bedekking van grassen (uitgezonderd rietgras, riet en liesgras) is <30% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 425 c. anders → 430

425 (421) a. bedekking verruigingsindicatoren (akkerdistel, kruldistel, kweek, heermoes, liesgras, braam (G), ridderzuring, grote brandnetel, rietgras) > 50% → BWK: hft° b. anders → BWK: hft

430 (420, 421) a. reuzenpaardestaart of moesdistel minimaal frequent aanwezig → 431 b. anders → 440

431 (430) a. bedekking van sleutelsoorten natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) > 70% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 435 b. bedekking van grassen (uitgezonderd rietgras, riet en liesgras) is <30% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 435 c. anders → 440

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 34 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


435 (431) a. bedekking verruigingsindicatoren (akkerdistel, kruldistel, kweek, heermoes, liesgras, braam (G), ridderzuring, grote brandnetel, rietgras) > 50% → BWK: hfc° b. anders → BWK: hfc

440 (430, 431) a. bedekking van de sleutelsoorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) < 30% → 445 b. bedekking van sleutelsoorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) > 70% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 451 c. bedekking van natte ruigtesoorten > 30% → 450

445 (440) a. bedekking van de sleutelsoorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) minimaal abundant EN bedekking sleutelsoorten van het rietverbond minder dan abundant → rbbhf → 451 b. bedekking van de sleutelsoorten van het rietverbond minimaal abundant → terug naar 315 c. anders → 452

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 35 van 76


450 (440) a. bedekking grassen>30% → rbbhf b. bedekking grassen <30% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 451 c. bedekking grassen <30% EN niet gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → rbbhf

451 (440, 445, 450) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kruldistel, kweek, heermoes, liesgras, braam (G), ridderzuring, grote brandnetel, rietgras) bedekken meer dan 30% → BWK: hf° b. anders → BWK: hf

452 (445) a. dominantie van rietgras of andere begeleidende soorten van natte ruigten (moeraskers, tandzaad(G), watermunt, waterpeper, wolfspoot) gelegen in de overstromingszone van een waterloop (bv. buitendijks gelegen situaties)  terug naar 315 b. dominantie van begeleidende soorten van natte ruigten (haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot) elders gelegen → BWK: hr

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 36 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


500 NATTE GRASLANDEN10 500 (110,210, 630) a. veldrus minimaal abundant EN klein glidkruid aanwezig → 6410_ve → 501 b. anders → 502

501 (500) a. 4 of meer soorten uit de vochtige schraalgrasland-groep (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil, addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, bosanemoon, geelgroene zegge, gevlekte orchis s.l., klein glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje, moerasviooltje, pijpenstrootje (excl. zandige bodems), ruw walstro, Spaanse ruiter, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, zaagblad, borstelgras, gevlekte orchis, klokjesgentiaan, sterzegge, tandjesgras, welriekende nachtorchis) aanwezig → BWK: hm b. minder dan 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij a.) aanwezig → BWK: hm°

502 (500) a. minimaal abundant sleutelsoorten van vochtig schraalgrasland aanwezig (zie lijst bij 501.a) EN/OF minimaal 3 van deze soorten occasioneel EN/OF minimaal 2 soorten frequent aanwezig → 503 b. anders → 510

503 (502) a. er is minstens één van volgende hmm-soorten aanwezig (addertong, blonde zegge, bosanemoon, kleine valeriaan, vlozegge, klein glidkruid, kleine schorseneer, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje) → 6410_mo → 504

10

Stappen 500 tot 507 zijn identiek aan deze voor de vochtige schraalgraslanden in de graslandsleutel (stap 220 in De Saeger & Wouters 2017). Ze worden hier in de moerassleutel hernomen omwille van het mogelijk voorkomen ervan in een matrix van een moeraslandschap. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 37 van 76


b. er is minstens één soort uit de hme-groep (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil) EN/OF twee basenminnende soorten (aardaker, aarddistel, bevertjes, bijenorchis, blaassilene, bokkenorchis, borstelkrans, geel zonneroosje, gele morgenster, gevinde kortsteel, gewone agrimonie, goudhaver, grote centaurie, grote muggenorchis, grote pimpernel, gulden sleutelbloem, harlekijn, heelblaadjes, herfsttijloos, hokjespeul, hondskruid, klavervreter, kleine pimpernel, knikkende distel, mannetjesorchis, naakte lathyrus, paddenrus, ruige leeuwentand, ruige weegbree, schubzegge, sikkelklaver, soldaatje, veldsalie, wilde marjolein en zeegroene zegge) aanwezig → 6410_mo → 505 c. anders → 6230, 6410 → BWK: hm°

504 (503) a. er zijn minstens 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a.) aanwezig → BWK: hmm b. er zijn minder dan 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a) aanwezig → BWK: hmm°

505 (503) a. er zijn minstens 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a) aanwezig → BWK: hme b. er zijn minder dan 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a) aanwezig → BWK: hme°

510 (502) a. sleutelsoorten van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) zijn minimaal occasioneel aanwezig 11 EN dominant (in aantal en/of bedekking) t.o.v. soorten van dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) → 600 Zuur laagveen b. dotterbloem-verbond soorten (zie lijst bij a.) minimaal abundant aanwezig 11

soorten gemarkeerd met (k) zijn kerngroepsoorten

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 38 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


OF er is minstens 1 soort van de hc-kerngroep (zie soorten gemarkeerd met (k) in lijst bij a.) frequent en minstens 2 soorten van het dotterbloem-verbond (zie lijst bij a.) elk occasioneel aanwezig. → rbbhc → 512 c. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai-of begrazingsbeheer en minimaal >10% bedekking sleutelsoorten van zilverschoon-verbond aanwezig (aardbeiklaver, akkerkers, getand vlotgras, gewone waterbies, heelblaadjes, klein vlooienkruid, kruipend moerasscherm, moeras/zompvergeet-me-nietje, moeraszoutgras (polderstreek), penningkruid, pijptorkruid, platte rus, polei, rode ogentroost, slanke waterbies, smalle rolklaver (polderstreek), valse voszegge, 12 watermunt, zeegroene rus, zilte rus, zilte zegge (polderstreek), zilverschoon, zomprus, …) EN/OF minimaal 3 van deze soorten elk minstens occasioneel aanwezig. → rbbzil → 515 d. anders → gh, zie graslandsleutel vanaf stap 31 (hr, hp*, …)

512 (210, 510, 310, 630) a. minimaal 5 van de soorten van het dotterbloem-verbond (zie lijst bij 510a.) komen minimaal occasioneel voor → BWK: hc b. anders → BWK: hc°

515 (510, 210) a. minstens 5 soorten van het zilverschoonverbond (zie 500c) elk minimaal frequent of 6 soorten minimaal occasioneel aanwezig → rbbzil+ (BWK:hp*, indien met microreliëf: hpr*, zeer waardevol) b. anders → rrbzil (BWK:hp*, indien met microreliëf: hpr*, waardevol)

12

algemenere begeleiders zijn geknikte vossenstaart, fioringras, krulzuring en/of ruige zegge.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 39 van 76


600 ZUUR LAAGVEEN 600 (20, 70, 200, 305, 400, 510) a. zure laagveen sleutelsoorten (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge ) minimaal frequent aanwezig → 610 b. anders → 620

610 (600) a. zeer nat (watertafel jaarrond t.h.v. of boven maaiveld), resulterend in de aanwezigheid van een duidelijke, grotendeels onveraarde veenbodem, het betreft dikwijls ver doorgezette verlandingssituaties. → 7140_meso → 611 b. watertafel gedurende delen van het jaar onder (>10cm) het maaiveld; veen in de bovenste decimeters veraard → rbbms → 612

611 (610, 620) a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, vlotgras (G), gele lis, pitrus, eendekroos, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, algen) bedekken meer dan 10% → BWK: ms° b. anders → BWK: ms

612 (610, 620) a. eutrofiëringsindicatoren (ganzenvoet (G), harig wilgenroosje, gewone hennepnetel, kleefkruid, vlotgras, gele lis, pitrus , kroos (G), wolfspoot, rietgras, waterpeper, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, gele waterkers, bitterzoet, grote lisdodde, grote brandnetel) bedekken meer dan 30% → BWK: ms° b. anders → BWK: ms

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 40 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


620 (600) a. zeer nat (watertafel jaarrond t.h.v. of boven maaiveld), resulterend in de aanwezigheid van een duidelijke veenbodem met onafgebroken plantenresten, EN minimaal (co-)dominantie van holpijp, veenmos (G.), snavelzegge of stijve zegge t.o.v. de andere aanwezige soorten → 7140_meso → terug naar 611 b. minimaal abundant voorkomen van natte ruigte soorten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, grote wederik, melkeppe, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) → 400 Natte ruigten (hfl) c. zure laagveen sleutelsoorten (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, zompzegge, waterscheerling) minimaal occasioneel aanwezig EN/OF begeleidende zure laagveensoorten (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, moerasstruisgras, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge, gewone waternavel, hennegras, grote wederik, melkeppe, pluimzegge, roodviltmos, ) zijn samen minimaal abundant → rbbms → terug naar 612 d. anders → 630

630 (620) a. soorten van het dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) domineren over de zure laagveensoorten EN (tot voor kort) onder reguliere (niet-extensieve) begrazing en/of jaarlijks maaibeheer → terug naar 512 Dotterbloem-verbond b. vochtige schraallandsoorten (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil, addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, bosanemoon, geelgroene zegge, gevlekte orchis s.l., klein glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje, moerasviooltje, pijpenstrootje (excl. zandige bodems), ruw walstro, Spaanse ruiter, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, zaagblad, borstelgras, gevlekte orchis, klokjesgentiaan, sterzegge, tandjesgras, welriekende nachtorchis) aanwezig EN (tot voor kort) onder reguliere (nietextensieve) begrazing en/of jaarlijks maaibeheer → terug naar 500 Natte graslanden (vochtige schraalgraslanden)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 41 van 76


c. soorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid; begeleiders: haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot) al dan niet in combinatie met de bovenstaande dotterbloem-verbond soorten minimaal abundant aanwezig en extensieve begrazing/maaibeheer of geen beheer → terug naar 400 Natte ruigten

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 42 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


700 DOOR RUSSEN GEDOMINEERDE MOERASSEN 700 (1, 100) a. pitrus of zeegroene rus (overal) dominant. Doorgaans vrij soortenarme vegetaties waar hoogstens in zeer beperkte mate (zeldzaam tot occasioneel ifv van het type) sleutelsoorten van laagvenen, trilvenen, snavelbiesvegetaties of overgangsvenen in voorkomen. Meer algemene natte ruigte soorten zijn hooguit co-dominant. Bodem jaarrond nat, zeer nat of venig → gh (BWK:mj) (eventueel in complex met een type van de Natte Ruigten (zie 400) b. pitrus of zeegroene rus (overal) dominant. Doorgaans vrij soortenarme vegetaties waar hoogstens in zeer beperkte mate sleutelsoorten van laagvenen, trilvenen, snavelbiesvegetaties of overgangsvenen in voorkomen. Meer algemene natte ruigte en graslandsoorten zijn hooguit codominant. Bodem in zomerhalfjaar hooguit vochtig of meer minerale bodem → gh (BWK:hj) c. delen van het perceel gedomineerd door pitrus of zeegroene rus EN delen (>10%) van het perceel met sleutelsoorten van andere moerasvegetatietypes (zuur laagveen, rietland, natte ruigte, grote zeggenvegetatie, …) → sleutel deze laatste delen uit door de sleutel opnieuw te doorlopen en combineer in een katering als complex met mj of hj. Bv. gh (80%) + rbbhc (20%); BWK: hj + hc

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 43 van 76


4 DE KARTERINGSEENHEDEN 4.1 BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART Volgende BWK-eenheden (inclusief alle varianten) worden tot de moerasbiotopen gerekend:

Tabel 1 De BWK-eenheden van de moerasvegetaties, en hun officiële Nederlandse naam

BWK-code

Naam

mc

grote zeggenvegetaties

md

drijftillen

mj

door russen gedomineerde moerasvegetaties

mk

alkalisch laagvenen

mm

galigaanvegetaties

mp

alkalische duinpanvegetaties

mr

rietlanden

ms

zuur laagvenen

mz

zeebiesvegetaties

t

hoogvenen

Voor deze eenheden geldt dat in deze determinatiesleutel: ● ●

de boven-/ondergrenzen beter, strikter worden beschreven; een ° en een * duiden op respectievelijk een zwak en een goed ontwikkelde vorm van het biotoop.

Per karteringseenheid worden hieronder kort andere belangrijke verschillen qua interpretatie of gebruik t.o.v. de BWK versie 2 methodiek (Vriens et al. 2011) geduid. mj: dit is een nieuwe karteringseenheid om moerasvegetaties gedomineerd door grote russen (pitrus, zeegroene rus, biezenknoppen) aan te duiden (Oosterlynck et al. 2020). Vroeger werden dergelijke vegetaties gekarteerd als hj. De eenheid hj blijft bestaan, maar staat bij recente karteringen (vanaf 2016) enkel nog voor graslanden gedomineerd door grote russen. mr: de karteringeenheid mr wordt in deze veldsleutel strikter gehanteerd voor al dan niet verstoorde vegetaties van het rietverbond.. In het verleden werden situaties met een hoge rietbedekking al snel als mr aangeduid , zonder rekening te houden met de begeleidende soorten. Riet kan echter via zijn wortelstokken binnendringen in andere vegetatietypes, zoals in natte ruigten (hf), grote zeggenvegetatie (mc), ruderale ruigten (ku), verlaten natte graslanden (hpr*, hc …), venen (ms).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 44 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


md: drijftillen kunnen diverse soorten vegetatietypes herbergen (ms, ces, mc, …). In deze sleutel wordt daarom voorzien om naast het aangeven van de karteringseenheid voor drijftil (md) ook verder te sleutelen en door middel van een aan te geven om tweede karteringseenheid in complex aan te geven om wat voor drijftilvegetatietype het gaat (bv. md + ces, md + mk, ...).

4.2 HABITATKAART Volgende codes worden in de habitatkaart gebruikt om de habitatwaardige graslanden of regionaal belangrijke graslandbiotopen aan te duiden. Tabel 2 De Natura 2000 habitat(sub)typen van de moeras- en natte ruigtevegetaties, en hun officiële Nederlandse naam: 7

Venen

7110

Actief hoogveen

7140

Overgangs- en trilveen 7140_oli

oligotroof en zuur overgangsveen

7140_meso

mineraalarm, circum-neutraal overgangsveen

7140_mrd

varen- en/of (veen)mosrijke rietlanden op drijftillen

7140_base

basenrijk trilveen met Ronde zegge

7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

7210

Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae

7220

Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)

7230

Alkalisch laagveen

64

Halfnatuurlijke vochtige graslanden met hoge kruiden

6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland en van de montane en alpiene zones 6430_hf

moerasspireaverbond (moerasspirearuigten)

6430_hw

verbond van harig wilgenroosje

6430_mr

ruigere rietlanden in zwak brakke omstandigheden met heemst, moeraslathyrus en/of moerasmelkdistel (brakke rietvegetaties met heemst )

6430_bz

boszomen

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 45 van 76


Tabel 3 De regionaal belangrijke (moeras)biotopen (rbb) en natte ruigtevegetaties (enkel indien vlakvormig; zie § 2.3)

Code rbb

Naam

rbbmr

rietland en andere vegetatie van het rietverbond

rbbmc

grote zeggenvegetatie

rbbms

kleine zeggenvegetaties niet vervat in overgangsveen (7140)

rbbhf

moerasspirearuigte met graslandkenmerken

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 46 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


5 AANVULLENDE GEGEVENSINZAMELING (FACULTATIEF) Uit de BWK-typologie kan voor enkele criteria informatie over de lokale staat van instandhouding (LSVI) afgeleid worden (vnl. gunstige versus ongunstige toestand; § 5.1; Oosterlynck 2020). In het kader van de programmatorische aanpak stikstof (PAS), het herstelbeheer en de beheermonitoring is het interessant om, naast de grenswaarde nodig voor het bepalen van de BWK-typologie, ook het effectieve aandeel van (een selectie van) de overige LSVI-criteria te noteren. Voor LSVI-criteria waarbij een abundantie wordt gevraagd, wordt de individuele of gezamenlijke abundantie volgens de Tansley-schaal (bijlage 1) genoteerd. Voor LSVI-criteria waarbij een bedekking wordt gevraagd, wordt het procentueel aandeel in stappen van 10% genoteerd. Bedekkingen die zich rond de grenswaarde situeren dienen ietwat nauwkeurig ingeschat (5 %-aandeel ): ● ● ● ●

0% < 5% 5% 10%, 20% … 90%, 100%

(afwezig) (aanwezig, maar duidelijk minder dan 5%)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 47 van 76


6 TOEPASSINGEN 6.1 LOKALE STAAT VAN INSTANDHOUDING (LSVI) NATURA 2000 HABITATTYPE De beslisregels in de sleutels zijn ontworpen om op basis van de BWK-typologie van een habitattype een indicatie te bekomen omtrent de status (gunstig/ongunstig) van bepaalde LSVI-criteria. (Oosterlynck et al. 2020). Onderstaande tabel geeft voor een kaartvlak, behorende tot een bepaald habitattype, de BWK-eenheden aan die een (on)gunstige lsvi indiceren voor één of meerdere criteria: 7140_meso 7140_oli

7150

7210

7230

Eutrofiëring – gunstig

ms

mk

Eutrofiëring – ongunstig

ms°

mk°

6430

Verruiging – gunstig

mm

hf, hfe, hfc, hft

Verruiging – ongunstig

mm°

hf°, hfe°, hfc°, hft°

Verbossing: gunstig

ms

ces

ce

mm

mk

hf, hfe, hfc, hft

Verbossing: ongunstig

msb

cesb

ceb

mmb

mkb

hfb, hfeb, hfcb, hftb

Rietontwikkeling: gunstig

mm

Rietontwikkeling: ongunstig

mm°

6.2 BIOTISCHE KWALITEIT VAN DE REGIONAAL BELANGRIJKE BIOTOPEN Uit de BWK-typologie kan voor enkele kwaliteitscriteria (De Bie et al. 2018) indicatief afgeleid worden of deze in een goede toestand zijn. Onderstaande tabel geeft voor een kaartvlak, behorende tot het vermelde habitattype, de BWK-eenheden aan die een gewenste toestand indiceren: rbbmr

rbbmc

rbbms

Eutrofiëring: goed

mr

mc

ms

Eutrofiëring: niet goed

mr°

mc°

ms°

Verbossing: goed

mr

mc

ms

Verbossing: niet goed

mrb

mcb

msb

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 48 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


6.3 VEREENVOUDIGDE ‘BODEMBEDEKKINGSKAART’ Vaak wordt de BWK op basis van de eerste karteringseenheid vereenvoudigd tot een bodembedekkingskaart met een tiental grote klassen (heide, grasland, urbaan gebied, …). Volgende BWK-eenheden (inclusief alle varianten) worden tot de moerassen gerekend: mc, md, mj, mk, mm, mp, mr, ms en mz. De eenheden hf, hr en ku worden ook deels met deze veldsleutel uitgesleuteld, maar hr en ku worden tot de biotoopgroep ‘ruigten en pioniersvegetaties’ en hf tot de biotoopgroep ‘graslanden’ gerekend. Hoogveen ‘t’ valt onder de biotoopgroep ‘heiden’. Let op, bij oudere karteringen (vóór 2010) zitten in de BWK nog regelmatig heterogene complexen met BWKeenheden die tot andere biotoopgroepen horen. Bij karteringen die gebruik maken van deze handleiding, is dit veel minder het geval (De Saeger et al. 2016a).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 49 van 76


7 GECITEERDE EN GERAADPLEEGDE LITERATUUR De Bie E., Wouters J., Oosterlynck P., De Saeger S., Denys L., Vandekerkhove K., Thomaes A., De Keersmaeker L., Vanden Borre J. & Paelinckx D. (2018). Beoordelingskader voor ‘regionaal belangrijke biotopen’ (rbb) en andere natuurstreefbeelden. Eindrapport. Rapporten van het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek 2018 (98). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.15720703 De Saeger S., De Blust G., Oosterlynck P. & Paelinckx D.(2016b). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 2: de heidesleutel. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016 (11613662). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Saeger S., Oosterlynck P., Guelinckx R. & Paelinckx D. (2016a). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 1: Methodologie: karteerregels, karteringseenheden en hoofdsleutel. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016, INBO.R.2016.11613609. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Saeger S., Oosterlynck et al. (In prep.). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 2: de heidesleutel. Versie 2,2022. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Saeger S., Paelinckx D., Demolder H., Denys L., Packet J., Thomaes A. en Vandekerkhove K. (2008). Sleutel voor het karteren van NATURA2000 habitattypen in Vlaanderen, grotendeels vertrekkende van de karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart, versie 5. Intern Rapport INBO.IR.2008.23. Instituut voor Natuur‐ en bosonderzoek, Brussel. De Saeger S. en Wouters J. (2017). BWK en Habitatkartering, een praktische handleiding. Deel 5: de graslandsleutel. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2018 (4). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.13847497 Hennekens S.M., Smits N.A.C. & Schaminée J.H.J. (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR. Hans Joosten, Francizka Tanneberger & A. Moen (Eds.) (2017) Mires and peatlands of Europe. Status, distribution and conservation. Stuttgart. Schweizerbart Science. (780 pp) Ministerie van LNV (2008). Profielen habitattypen en soorten, eindconcept habitattypen, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Nederland. (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen) Oosterlynck P. (2020). Distribution of the Natura 2000 habitat type 7220 (Cratoneurion) in Flanders and Brussels Capital Region, Belgium (version 2020). (DOI: doi.org/10.5281/zenodo.3784149) Oosterlynck P., De Saeger S., Leyssen A., Provoost S., Thomaes A., Vandevoorde B., Wouters J., & Paelinckx D. (2020). Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura2000 habitattypen in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2020 (27). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.14061248 Paelinckx D., De Saeger S., Demolder H. & T’Jollyn F. (2007). Argumentatie van de Natura-2000 habitat definities in Sterckx et al. (2007) en definitie van de regionaal belangrijke biotopen. Adviezen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO.A.2006.177. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 50 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Schaminée J., Haveman R., Hommel P., Janssen J., de Ronde I., Schipper P., Weeda E., van Dort K. en Bal D. Revisie Vegetatie van Nederland. Uitgeverij Westerlaan-Publisher / Plantensociologische Kring. ISBN: 978-94-91705-10-6 Schaminée, J.H.J, Weeda E.J. en V. Westhoff: De vegetatie van Nederland, deel 2. Plantengemeenschappen van wateren, moerassen en natte heiden. Uppsala/Leiden 1995 Scheers K., Packet J., Denys L., Smeekens V. & De Saeger S. (2016). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 3: Veldsleutel tot de stilstaande wateren van Vlaanderen. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016, INBO.R.2016.11613720. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Tansley, A.G. (1946) Introduction to plant ecology. Allen & Unwin, Londen T'jollyn F., Bosch H., Demolder H., De Saeger S., Leyssen A., Thomaes A., Wouters J., Paelinckx D. & Hoffmann M. (2009). Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura 2000 habitattypen. versie 2.0. Rapporten van het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek 2009 (46). INBO.R.2009.4. Instituut voor Natuur -en Bosonderzoek, Brussel. Vandekerkhove K., De Saeger S., Thomaes A., De Keersmaeker L., Oosterlynck P., Van Oost F. & Jacobs I. (2016). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 4: De Bossleutel. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016, INBO.R.2016.11613777. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Vandenbussche V., T'Jollyn F., Zwaenepoel A., Vanhecke L. & Hoffmann M. (2002). Systematiek van natuurtypen voor de biotopen heide, moeras, duin, slik en schor. Deel 3: moeras. Verslag van het Instituut voor Natuurbehoud (2002.14). Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. Vandevoorde B. (2011). Systeemmonitoring vegetatiekartering. In Van Ryckegem G., (red.) (2011). MONEOS –Geïntegreerd datarapport Toestand Zeeschelde tot 2009. Datarapportage ten behoeve van de VNSC voor het vastleggen van de uitgangssituatie anno 2009. Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek INBO.R.2011.8, Brussel. Vriens L., Bosch H., De Knijf G., De Saeger S., Oosterlynck P., Guelinckx R., T’Jollyn F., Van Hove M. & Paelinckx D. (2011). De Biologische Waarderingskaart. Biotopen en hun verspreiding in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO.M.2011.1. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 51 van 76


1. Bijlage 1: Tansley schaal De Tansley-methode wordt gebruikt voor het eerder intuïtief schatten van de mate van voorkomen van plantensoorten over grote oppervlaktes (grootte-orde van 1 tot meerdere hectares), zoals gebruikspercelen, beheerblokken en vegetatie-eenheden. D De originele Tansley-categorieën zijn in de literatuur nergens strikt gedefinieerd. Het betreft een intuïtieve interpretatie van woordelijk omschreven klassen die een ordening geven aan de mate waarin een soort voorkomt in een terrein. Er dient voldoende terugkoppeling te zijn tussen verschillende waarnemers om waarnemersafhankelijke variatie zo laag mogelijk te krijgen. Een Tansley-code is strikt genomen onafhankelijk van de bedekking van de plantensoorten maar in de praktijk wordt er een interpretatie in ruwe bedekkingsklasses gehanteerd. Dit in poging om variatie in de interpretatie tussen de waarnemers te beperken. Er bestaan weliswaar andere beddekkingsschalen (bv. beheermonitoringsschaal) die hiertoe beter en eenduidiger zijn uitgewerkt, maar die minder courant in gebruik zijn en om die reden hier (nog) niet zijn gehanteerd. De categorieën en hun omschrijving zijn: D: dominant: de soort overheerst (max. 1 soort, kan niet samen voorkomen met CD) (bedekking situeert zich tussen 50-100%) CD: co-dominant: de soort overheerst samen met (enkele) andere soorten (min.2, max.4-5 soorten) (bedekking situeert zich tussen 25-50%) A: abundant: de soort is veel aanwezig, maar nooit (co-)dominant (bedekking situeert zich tussen 525%) F: frequent: de soort is vrij talrijk aanwezig (bedekking is minder dan 5%) O: occasioneel: de soort is verspreid aanwezig (bedekking is minder dan 5%) R: zeldzaam (rare): de soort is zeldzaam (bedekking is minder dan 5%) S: sporadisch: soort is zeer zeldzaam, slechts enkele exemplaren aanwezig (bedekking is minder dan 5%) Onderstaande figuren geven een visuele impressie van de waargenomen frequentie van een individuele plantensoort bij het doorkruisen van een inventarisatie-eenheid.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 52 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 53 van 76


2. Bijlage 2: Soortenlijsten per vegetatietype Sleutelsoorten rietlanden: gele lis, grote boterbloem, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, lidsteng, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, zwanenbloem Sleutelsoorten grote zeggenvegetatie: blaaszegge, hoge cyperzegge, moeraszegge, oeverzegge, scherpe zegge, stijve zegge Sleutelsoorten snavelbiesverbond: bruine snavelbies, kleine zonnedauw, moeraswolfsklauw, ronde zonnedauw, witte snavelbies Sleutelsoorten zuur laagveen: draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge Begeleiders zuur laagveen: blaaszegge, gewimperd veenmos, gewone waternavel, gewoon veenmos, grote wederik, hennegras, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge, roodviltmos, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge Sleutelsoorten overgangsveen: éénarig wollegras, hoogveenveenmos (Sphagnum magellanicum s.l.; S. divinum + S. medium + S. magellanicum), kleine veenbes, lavendelheide, rood veenmos , stijf veenmos, wrattig veenmos Sleutelsoorten alkalische duinpanvegetatie: bonte paardestaart, drienervige zegge, duinrus, goudmos (G), moeraswespenorchis, paddenrus, parnassia, rond wintergroen, honingorchis, echt vetmos, vierkantsmos, blauwe zegge, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg Sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen: armbloemige waterbies, galigaan, groen schorpioenmos, groenknolorchis, moeraskartelblad, moerasvaren, parnassia, plat blaasjeskruid, purper schorpioenmos, ronde zegge, rood schorpioenmos, slank wollegras, goudmos (G), trilveenveenmos, tweehuizige zegge Sleutelsoorten alkalisch laagveen: alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, gele zegge, geveerd diknerfmos, goudmos (G), groenknolorchis, knopbies, parnassia, schorpioenmos (G), schubzegge, slank wollegras, tweehuizige zegge, veenmosorchis, vleeskleurige orchis, vlozegge, wolfsklauwmos Begeleiders alkalische venen (trilveen+laagveen): blauwe zegge, draadzegge, dwergzegge, holpijp, klein blaasjeskruid, kleine valeriaan, kruipwilg, loos blaasjeskruid, moeraswespenorchis, moeraszoutgras, paddenrus, pluimzegge, snavelzegge, teer guichelheil, veenmos(G), waterdrieblad, weegbreefonteinkruid, zeegroene zegge Sleutelsoorten natte ruigte: adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, koninginnekruid, melkeppe, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje Begeleiders natte ruigte: haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot Sleutelsoorten en kerngroepsoorten(k) dotterbloemgrasland: veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 54 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Sleutelsoorten zilverschoongrasland: aardbeiklaver, akkerkers, getand vlotgras, gewone waterbies, heelblaadjes, klein vlooienkruid, kruipend moerasscherm, moeras-/zompvergeet-me-nietje, moeraszoutgras (polderstreek), penningkruid, pijptorkruid, platte rus, polei, rode ogentroost, slanke waterbies, smalle rolklaver (polderstreek), valse voszegge, watermunt, zeegroene rus, zilte rus, zilte zegge (polderstreek), zilverschoon, zomprus Sleutelsoorten vochtige schraalgraslanden: addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, blonde zegge,borstelgras,bosanemoon,bosorchis, brede orchis, geelgroene zegge, gele zegge, gevlekte orchis, gevlekte orchis s.l., karweijselie, klein glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, Klimopklokje, klokjesgentiaan, kranskarwij, melkviooltje, moerasstreepzaad, moerasviooltje, parnassia, pijpenstrootje, ruw walstro schubzegge, Spaanse ruiter, sterzegge, tandjesgras, teer guichelheil, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, welriekende nachtorchis, zaagblad, stekelbrem, heidekartelblad, dopheide, dwergzegge, trekrus

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 55 van 76


3. Bijlage 3: Soortenlijsten alfabetisch en per groep Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Groep

Sleutelsoort/Begeleider

aardbei klaver

Trifolium fragiferum

zilverschoongrasland

sleutelsoort

addertong

Ophioglossum vulgatum

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

adderwortel

Polygonum bistorta

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

adderwortel

Polygonum bistorta

natte ruigten

sleutelsoort

akkerkers

Rorippa sylvestris

zilverschoongrasland

sleutelsoort

alpenrus

Juncus alpinoarticulatus

alkalisch laagveen

sleutelsoort

armbloemige waterbies

Eleocharis quinqueflora

alkalisch laagveen

sleutelsoort

armbloemige waterbies

Eleocharis quinqueflora

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

blaaszegge

Carex vesicaria

grote zeggenvegetatie

sleutelsoort

blaaszegge

Carex vesicaria

zuur laagveen

begeleider

blauwe knoop

Succisa pratensis

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

blauwe zegge

Carex panicea

alkalische venen

begeleider

blauwe zegge

Carex panicea

alkalische duinpan

sleutelsoort

blauwe zegge

Carex panicea

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

bleke zegge

Carex pallescens

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

blonde zegge

Carex hostiana

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

blonde zegge

Carex hostiana

alkalisch laagveen

sleutelsoort

bonte paardenstaart

Equisetum variegatum

alkalische duinpan

sleutelsoort

borstelgras

Nardus stricta

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

bosanemoon

Anemona nemorosa

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

bosbies

Scirpus sylvaticus

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

bosorchis

Dactylorhiza fuchsii

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

brede orchis

Dactylorhiza fistulosa

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

brede orchis

Dactylorhiza fistulosa

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

breed wollegras

Eriophorum latifolium

alkalisch laagveen

sleutelsoort

bruine snavelbies

Rhynchospora fusca

snavelbiesverbond

sleutelsoort

dopheide

Erica tetralix

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

dotterbloem

Caltha palustris

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

draadrus

Juncus filiformis

zuur laagveen

sleutelsoort

draadzegge

Carex lasiocarpa

alkalische venen

begeleider

draadzegge

Carex lasiocarpa

zuur laagveen

sleutelsoort

drienervige zegge

Carex trinervis

alkalische duinpan

sleutelsoort

duinrus

Juncus anceps

alkalische duinpan

sleutelsoort

dwergzegge

Carex viridula

alkalische venen

begeleider

dwergzegge

Carex viridula

alkalische duinpan

sleutelsoort

dwergzegge

Carex oederi

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

echt vetmos

Aneura pinguis

alkalische duinpan

sleutelsoort

echte koekoeksbloem

Lychnis flos-cuculi

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

echte valeriaan

Valeriana repens

natte ruigten

sleutelsoort

eenarig wollegras

Eriophorum vaginatum

overgangsveen

sleutelsoort

galigaan

Cladium mariscus

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

geelgroene zegge

Carex demissa

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

gele lis

Iris pseudacorus

rietlanden

sleutelsoort

gele zegge

Carex flava

alkalisch laagveen

sleutelsoort

gele zegge

Carex flava

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

getand vlotgras

Glyceria declinata

Zilverschoongrasland

sleutelsoort

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 56 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Groep

Sleutelsoort/Begeleider

geveerd diknerfmos

Palustriella commutata

alkalisch laagveen

sleutelsoort

gevlekte orchis

Dactylorhiza maculata

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

gevlekte orchis s.l.

Dactylorhiza maculata

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

gevleugeld hertshooi

Hypericum tetrapterum

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

gewimperd veenmos

Sphagnum fimbriatum

zuur laagveen

begeleider

gewone engelwortel

Angelica sylvestris

natte ruigten

sleutelsoort

gewone smeerwortel

Symphytum officinale

natte ruigten

sleutelsoort

gewone waterbies

Eleocharis palustris

Zilverschoongrasland

sleutelsoort

gewone waternavel

Hydrocotyle vulgaris

zuur laagveen

begeleider

gewoon veenmos

Sphagnum palustre

zuur laagveen

begeleider

goudmos (G)

Campylium (G)

alkalisch laagveen

sleutelsoort

goudmos (G)

Campylium (G)

alkalische duinpan

sleutelsoort

goudmos (G)

Campylium (G)

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

groen schorpioenmos

Scorpidium cossonii

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

groenknolorchis

Liparis loeselii

alkalisch laagveen

sleutelsoort

groenknolorchis

Liparis loeselii

alkalische en neutrale trilvenen sleutelsoort

grote boterbloem

Ranunculus lingua

rietlanden

sleutelsoort

grote egelskop

Sparganium erectum

rietlanden

sleutelsoort

grote kattenstaart

Lythrum salicaria

natte ruigten

sleutelsoort

grote lisdodde

Typha latifolia

rietlanden

sleutelsoort

grote ratelaar

Rhinanthus angustifolius

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

grote wederik

Lysimachia vulgaris

natte ruigten

sleutelsoort

grote wederik

Lysimachia vulgaris

zuur laagveen

begeleider

haagwinde

Calystegia sepium

natte ruigten

begeleider

haakveenmos

Sphagnum squarrosum

zuur laagveen

sleutelsoort

harig wilgenroosje

Epilobium hirsutum

natte ruigten

sleutelsoort

heelblaadjes

Pulicaria dysenterica

zilverschoongrasland

sleutelsoort

heemst

Althaea officinalis

natte ruigten

sleutelsoort

heen

Scirpus maritimus

zeebiesvegetatie

sleutelsoort

heidekartelblad

Pedicularis sylvatica

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

hennegras

Calamagrostis canescens

natte ruigten

sleutelsoort

hennegras

Calamagrostis canescens

zuur laagveen

begeleider

herfsttijloos

Colchicum autumnale

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

hoge cyperzegge

Carex pseudocyperus

grote zeggenvegetatie

sleutelsoort

holpijp

Equisetum fluviatile

alkalische venen

begeleider

holpijp

Equisetum fluviatile

zuur laagveen

begeleider

honingorchis

Herminium monorchis

alkalische duinpan

sleutelsoort

hoogveenveenmos

Sphagnum magellanicum

overgangsveen

sleutelsoort

Hop

Humulus lupulus

natte ruigten

begeleider

kale jonker

Cirsium palustre

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

kale jonker

Cirsium palustre

natte ruigten

sleutelsoort

kalmoes

Acorus calamusL.

rietlanden

sleutelsoort

karwijselie

Selinum carvifolia

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

klein blaasjeskruid

Utricularia minor

alkalische venen

begeleider

klein glidkruid

Scutellaria minor

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

klein vlooienkruid

Pulicaria vulgaris

zilverschoongrasland

sleutelsoort

kleine lisdodde

Typha angustifolia

rietlanden

sleutelsoort

kleine schorseneer

Scorzonera humilis

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 57 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Groep

Sleutelsoort/Begeleider

kleine valeriaan

Valeriana dioica

alkalische venen

begeleider

kleine valeriaan

Valeriana dioica

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

kleine veenbes

Vaccinium oxycoccos

overgangsveen

sleutelsoort

kleine zonnedauw

Drosera intermedia

snavelbiesverbond

sleutelsoort

klimopklokje

Wahlenbergia hederacea

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

klokjesgentiaan

Gentiana pneumonanthe

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

knopbies

Schoenus nigricans

alkalisch laagveen

sleutelsoort

koninginnekruid

Eupatorium

natte ruigten

sleutelsoort

koningsvaren

Osmunda regalis

zuur laagveen

begeleider

kranskarwij

Carum verticillatum

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

kruipend moerasscherm

Apium repens

zilverschoongrasland

sleutelsoort

kruipend zenegroen

Ajuga reptans

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

kruipwilg

Salix repens

alkalische venen

begeleider

kruipwilg

Salix repens

alkalische duinpan

sleutelsoort

lavendelhei

Andromeda polifolia

overgangsveen

sleutelsoort

lidrus

Equisetum palustre

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

lidsteng

Hippuris vulgaris

rietlanden

sleutelsoort

liesgras

Glyceria maxima

rietlanden

sleutelsoort

loos blaasjeskruid

Utricularia australis

alkalische venen

begeleider

mattenbies

Scirpus lacustris

rietlanden

sleutelsoort

melkeppe

Peucedanum palustre

natte ruigten

sleutelsoort

melkeppe

Peucedanum palustre

zuur laagveen

begeleider

melkviooltje

Viola persicifolia

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

moeras/zompvergeet-me-nietje Myosotis cespitosa

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

moeras/zompvergeet-me-nietje Myosotis cespitosa

zilverschoongrasland

sleutelsoort

moerasandoorn

Stachys palustris

natte ruigten

begeleider

moerasbasterdwederik

Epilobium palustre

zuur laagveen

sleutelsoort

moeraskartelblad

Pedicularis palustris

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

moeraskers

Rorippa palustris

natte ruigten

begeleider

moeraslathyrus

Lathyrus palustris

natte ruigten

sleutelsoort

moerasmelkdistel

Sonchus palustris

natte ruigten

sleutelsoort

moerasrolklaver

Lotus pedunculatus

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

moerasspirea

Filipendula ulmaria

natte ruigten

sleutelsoort

moerasstreepzaad

Crepis paludosa

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

moerasstreepzaad

Crepis paludosa

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

moerasstruisgras

Agrostis canina

zuur laagveen

begeleider

moerasviooltje

Viola palustris

zuur laagveen

sleutelsoort

moerasviooltje

Viola palustris

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

moeraswederik

Lysimachia thyrsiflora

zuur laagveen

sleutelsoort

moeraswespenorchis

Epipactis palustris

alkalische duinpan

sleutelsoort

moeraswespenorchis

Epipactis palustris

alkalische venen

begeleider

moeraswolfsklauw

Lycopodiella inundata

snavelbiesverbond

sleutelsoort

moeraszegge

Carex acutiformis

grote zeggenvegetatie

sleutelsoort

moeraszoutgras

Triglochin palustris

alkalische venen

begeleider

moeraszoutgras

Triglochin palustris

alkalische duinpan

sleutelsoort

moeraszoutgras

Triglochin palustris

zilverschoongrasland

sleutelsoort

moesdistel

Cirsium oleraceum

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

moesdistel

Cirsium oleraceum

natte ruigten

sleutelsoort

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 58 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Groep

Sleutelsoort/Begeleider

oeverzegge

Carex riparia

grote zeggenvegetatie

sleutelsoort

paddenrus

Juncus subnodulosus

alkalische duinpan

sleutelsoort

paddenrus

Juncus subnodulosus

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

paddenrus

Juncus subnodulosus

alkalische venen

begeleider

parnassia

Parnassia palustris

alkalisch laagveen

sleutelsoort

parnassia

Parnassia palustris

alkalische duinpan

sleutelsoort

parnassia

Parnassia palustris

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

parnassia

Parnassia palustris

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

penningkruid

Lysimachia nummularia

zilverschoongrasland

sleutelsoort

pijpenstrootje

Molinia caerulae

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

pijptorkruid

Oenanthe fistulosa

zilverschoongrasland

sleutelsoort

plat blaasjeskruid

Utricularia intermedia

alkalische en neutrale trilvenen sleutelsoort

platte rus

Juncus compressus

zilverschoongrasland

sleutelsoort

pluimzegge

Carex paniculata

zuur laagveen

begeleider

pluimzegge

Carex paniculata

alkalische venen

begeleider

poelruit

Thalictrum flavum

natte ruigten

sleutelsoort

polei

Mentha pulegium

zilverschoongrasland

sleutelsoort

purper schorpioenmos

Scorpidium revolvens

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

reuzenpaardenstaart

Equisetum telmateia

natte ruigten

sleutelsoort

riet

Phragmites australis

rietlanden

sleutelsoort

riet

Phragmites australis

zeebiesvegetatie

begeleider

rietgras

Phalaris arundinacea

natte ruigten

begeleider

rietorchis

Dactylorhiza praetermissa

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

rode ogentroost

Odontites vernus

zilverschoongrasland

sleutelsoort

rond wintergroen

Pyrola rotundifolia

alkalische duinpan

sleutelsoort

ronde zegge

Carex diandra

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

ronde zonnedauw

Drosera rotundifolia

snavelbiesverbond

sleutelsoort

rood schorpioenmos

Scorpidium scorpioides

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

rood veenmos

Sphagnum rubellum

overgangsveen

sleutelsoort

roodviltmos

Aulacomnium palustre

zuur laagveen

begeleider

ruw walstro

Galium uligunosum

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

ruwe bies

Scirpus tabernaemontani

rietlanden

sleutelsoort

ruwe smele

Deschampsia cespitosa

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

scherpe zegge

Carex acuta

grote zeggenvegetatie

sleutelsoort

schildereprijs

Veronica scutellata

zuur laagveen

begeleider

schorpioenmos (G)

Scorpidium (G)

alkalisch laagveen

sleutelsoort

schorpioenmos (G)

Scorpidium (G)

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

schubzegge

Carex lepidocarpa

alkalisch laagveen

sleutelsoort

schubzegge

Carex lepidocarpa

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

slangenwortel

Calla palustris

zuur laagveen

sleutelsoort

slank veenmos

Sphagnum flexuosum

zuur laagveen

begeleider

slank wollegras

Eriophorum gracile

alkalisch laagveen

sleutelsoort

slank wollegras

Eriophorum gracile

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

slanke sleutelbloem

Primula elatior

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

slanke waterbies

Eleocharis uniglumis

zilverschoongrasland

sleutelsoort

smalle rolklaver

Lotus corniculatus L. subsp. tenuis

zilverschoongrasland

sleutelsoort

snavelzegge

Carex rostrata

zuur laagveen

begeleider

snavelzegge

Carex rostrata

alkalische venen

begeleider

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 59 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Groep

Sleutelsoort/Begeleider

Spaanse ruiter

cirsium dissectum

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

spiesmelde

Atriplex prostrata

zeebiesvegetatie

begeleider

stekelbrem

Genista anglica

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

sterzegge

Carex echinata

zuur laagveen

begeleider

sterzegge

Carex echinata

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

stijf veenmos

Sphagnum capillifolium

overgangsveen

sleutelsoort

stijve zegge

Carex elata

grote zeggenvegetatie

sleutelsoort

stijve zegge

Carex elata

zuur laagveen

begeleider

tandjesgras

Danthonia decumbens

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

tandzaad (G)

Bidens (G)

natte ruigten

begeleider

teer guichelheil

Anagallis tenella

alkalische venen

begeleider

teer guichelheil

Anagallis tenella

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

tormentil

Potentilla erecta

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

trekrus

Juncus squarrosus

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

tweehuizige zegge

Carex dioica

alkalisch laagveen

sleutelsoort

tweehuizige zegge

Carex dioica

alkalische en neutrale trilvenen

sleutelsoort

tweerijige zegge

Carex disticha

dotterbloemgraslanden (k)

sleutelsoort

valse voszegge

Carex cuprina

zilverschoongrasland

sleutelsoort

veelbloemige veldbies

Luzula multiflora

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

veenmos (G)

Sphagnum (G)

alkalische venen

begeleider

veenmosorchis

Hammarbya paludosa

alkalisch laagveen

sleutelsoort

veenpluis

Eriophorum polystachion

zuur laagveen

begeleider

veldrus

Juncus acutiflorus

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

vierkantsmos

Preissia quadrata

alkalische duinpan

sleutelsoort

vleeskleurige orchis

Dactylorhiza incarnata

alkalisch laagveen

sleutelsoort

vlotgras (G)

Glyceria (G)

rietlanden

sleutelsoort

vlozegge

Carex pulicaris

alkalisch laagveen

sleutelsoort

vlozegge

Carex pulicaris

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

wateraardbei

Comarum palustre

zuur laagveen

sleutelsoort

waterdrieblad

Menyanthes trifoliata

zuur laagveen

sleutelsoort

waterdrieblad

Menyanthes trifoliata

alkalische venen

begeleider

waterkruiskruid

Senecio aquaticus

dotterbloemgraslanden

sleutelsoort

watermunt

Mentha aquatica

natte ruigten

begeleider

watermunt

Mentha aquatica

zilverschoongrasland

sleutelsoort

waterpeper

Polygonum hydropiper

natte ruigten

begeleider

waterscheerling

Cicuta virosa

zuur laagveen

sleutelsoort

watertorkruid

Oenanthe aquatica

rietlanden

sleutelsoort

waterzuring

Rumex hydrolapathum

rietlanden

sleutelsoort

weegbreefonteinkruid

Potamogeton coloratus

alkalische venen

begeleider

weegbreefonteinkruid

Potamogeton coloratus

alkalische duinpan

sleutelsoort

welriekende nachtorchis

Plantanthera bifolia

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

wilde bertram

Achillea ptarmica

natte ruigten

sleutelsoort

witte snavelbies

Rhynchospora alba

snavelbiesverbond

sleutelsoort

wolfsklauwmos

Pseudocalliergon lycopodioides

alkalisch laagveen

sleutelsoort

wolfspoot

Lycopus europaeus

natte ruigten

begeleider

wrattig veenmos

Sphagnum papillosum

overgangsveen

sleutelsoort

zaagblad

Serratula tinctoria

schraalgraslandsoorten

sleutelsoort

zeegroene muur

Stellaria palustris

zuur laagveen

begeleider

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 60 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Groep

Sleutelsoort/Begeleider

zeegroene rus

Juncus inflexus

zilverschoongrasland

sleutelsoort

zeegroene zegge

Carex flacca

alkalische duinpan

sleutelsoort

zeegroene zegge

Carex flacca

alkalische venen

begeleider

zilte rus

Juncus gerardii

zeebiesvegetatie

begeleider

zilte rus

Juncus gerardii

zilverschoongrasland

sleutelsoort

zilte zegge

Carex distans

zilverschoongrasland

sleutelsoort

zilverschoon

Potentilla anserina

zilverschoongrasland

sleutelsoort

zomerklokje

Leucojum aestivum

natte ruigten

sleutelsoort

zomprus

Juncus articulatus

zilverschoongrasland

sleutelsoort

zompzegge

Carex canescens

zuur laagveen

sleutelsoort

zwanebloem

Butomus umbellatus

rietlanden

sleutelsoort

zwarte zegge

Carex nigra

zuur laagveen

begeleider

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 61 van 76


4. Bijlage 4: Lijst van helofyten en freatofyten Alfabetisch volgens Nederlandse naam Bron: Florabank INBO Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

aalbes

Ribes rubrum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

aardbeiklaver

Trifolium fragiferum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

addertong

Ophioglossum vulgatum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

adderwortel

Polygonum bistorta L.

Vochtige freatofyt (obl.)

akkerkers

Rorippa sylvestris (L.) Besser

Vochtige freatofyt (fac.)

akkermunt

Mentha arvensis L.

Plaatselijke freatofyt

alpenrus

Juncus alpinoarticulatus Chaix

Natte freatofyt(obligaat)

amandelwilg

Salix triandra L.

Natte freatofyt(obligaat)

armbloemige waterbies

Eleocharis quinqueflora (F.X. Hartm.) O. Schwartz

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

beekpunge

Veronica beccabunga L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

beemdooievaarsbek

Geranium pratense L.

Plaatselijke freatofyt

beenbreek

Narthecium ossifragum (L.) Huds.

Natte freatofyt(obligaat)

behaarde boterbloem

Ranunculus sardous Crantz

Vochtige freatofyt (fac.)

beklierde basterdwederik

Epilobium ciliatum Rafin.

Vochtige freatofyt (obl.)

beklierde duizendknoop

Polygonum lapathifolium L.

Plaatselijke freatofyt

bergnachtorchis

Platanthera chlorantha (Cust.) Reichenb.

Plaatselijke freatofyt

betonie

Stachys officinalis (L.) Trev.

Plaatselijke freatofyt

beverneltorkruid

Oenanthe pimpinelloides L.

Vochtige freatofyt (obl.)

biezenknoppen

Juncus conglomeratus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

bitter barbarakruid

Barbarea intermedia Boreau

Plaatselijke freatofyt

bittere veldkers

Cardamine amara L.

Natte freatofyt(obligaat)

bittere wilg

Salix purpurea L.

Natte freatofyt(obligaat)

bitterzoet

Solanum dulcamara L.

Plaatselijke freatofyt

blaartrekkende boterbloem

Ranunculus sceleratus L.

Natte freatofyt(obligaat)

blaasvaren

Cystopteris fragilis (L.) Bernh.

Plaatselijke freatofyt

blaaszegge

Carex vesicaria L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

blauw glidkruid

Scutellaria galericulata L.

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 62 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

blauwe waterereprijs + rode waterereprijs

Veronica anagallis-aquatica L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

blauwe zegge

Carex panicea L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

bleekgele droogbloem

Gnaphalium luteoalbum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

bleke basterdwederik

Epilobium roseum Schreb.

Vochtige freatofyt (fac.)

bleke zegge

Carex pallescens L.

Plaatselijke freatofyt

bloedzuring

Rumex sanguineus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

blonde zegge

Carex hostiana DC.

Natte freatofyt(obligaat)

bonte paardenstaart

Equisetum variegatum Schleich.

Vochtige freatofyt (obl.)

Borstelbies

Scirpus setaceus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

bosandoorn

Stachys sylvatica L.

Plaatselijke freatofyt

bosbies

Scirpus sylvaticus L.

Vochtige freatofyt (obl.)

bosereprijs

Veronica montana L.

Vochtige freatofyt (fac.)

bosgeelster

Gagea lutea (L.) Ker-Gawl.

Plaatselijke freatofyt

bosmuur

Stellaria nemorum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

bospaardenstaart

Equisetum sylvaticum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

bosveldkers

Cardamine flexuosa With.

Vochtige freatofyt (fac.)

boswederik

Lysimachia nemorum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

boszegge

Carex sylvatica Huds.

Plaatselijke freatofyt

brede orchis

Dactylorhiza fistulosa (Moench) H. Baumann et Künkele

Vochtige freatofyt (fac.)

breed wollegras

Eriophorum latifolium Hoppe

Natte freatofyt(obligaat)

bronkruid

Montia fontana L.

NA

bruin cypergras

Cyperus fuscus L.

Natte freatofyt(obligaat)

bruine snavelbies

Rhynchospora fusca (L.) Ait. f.

Natte freatofyt(obligaat)

Canadese rus

Juncus canadensis J. Gay ex Laharpe

Natte freatofyt(obligaat)

dauwnetel

Galeopsis speciosa Mill.

Plaatselijke freatofyt

donkergroene basterdwederik

Epilobium obscurum Schreb.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

dotterbloem

Caltha palustris L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 63 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

douglaspluimspirea

Spiraea douglasii Hook.

Vochtige freatofyt (obl.)

draadgentiaan

Cicendia filiformis (L.) Delarbre

Vochtige freatofyt (fac.)

draadrus

Juncus filiformis L.

Natte freatofyt(obligaat)

draadzegge

Carex lasiocarpa Ehrh.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

driekantige bies

Scirpus triqueter L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

drienervige zegge

Carex trinervis Degl.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

drietallig glaskroos

Elatine triandra Schkuhr

Natte freatofyt(obligaat)

drijvende egelskop

Sparganium angustifolium Michaux

NA

dubbelloof

Blechnum spicant (L.) Roth

Plaatselijke freatofyt

duinrus

Juncus anceps Laharpe

Natte freatofyt(obligaat)

duitse dot

Salix dasyclados Wimm.

Vochtige freatofyt (obl.)

duizendknoopfonteinkruid

Potamogeton polygonifolius Pourr.

NA

dwergbloem

Centunculus minimus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

dwergrus

Juncus pygmaeus L.C.M. Rich.

Vochtige freatofyt (obl.)

dwergvlas

Radiola linoides Roth

Vochtige freatofyt (fac.)

echte koekoeksbloem

Lychnis flos-cuculi L.

Vochtige freatofyt (obl.)

echte valeriaan

Valeriana repens Host

Vochtige freatofyt (fac.)

eenarig wollegras

Eriophorum vaginatum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

egelboterbloem

Ranunculus flammula L.

Natte freatofyt(obligaat)

eivormige waterbies

Eleocharis ovata (Roth) Roem. et Schult.

Natte freatofyt(obligaat)

elzenzegge

Carex elongata L.

Natte freatofyt(obligaat)

engelse alant

Inula britannica L.

Vochtige freatofyt (fac.)

fioringras

Agrostis stolonifera L.

Plaatselijke freatofyt

fladderiep

Ulmus laevis Pallas

Plaatselijke freatofyt

fraai duizendguldenkruid

Centaurium pulchellum (Sw.) Druce

Vochtige freatofyt (obl.)

galigaan

Cladium mariscus (L.) Pohl

Natte freatofyt(obligaat)

gebogen driehoeksvaren

Gymnocarpium dryopteris (L.) Newman

Plaatselijke freatofyt

geel cypergras

Cyperus flavescens L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 64 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

geelgroene zegge

Carex demissa Vahl ex Hartm.

Natte freatofyt(obligaat)

geknikte vossenstaart

Alopecurus geniculatus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

gelderse roos

Viburnum opulus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

gele dovenetel

Lamium galeobdolon (L.) L.

Plaatselijke freatofyt

gele lis

Iris pseudacorus L.

Natte freatofyt(obligaat)

gele monnikskap

Aconitum lycoctonum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

gele waterkers

Rorippa amphibia (L.) Besser

Natte freatofyt(obligaat)

gele zegge

Carex flava L.

Natte freatofyt(obligaat)

genadekruid

Gratiola officinalis L.

Natte freatofyt(obligaat)

geoord helmkruid

Scrophularia auriculata L.

Natte freatofyt(obligaat)

geoorde wilg

Salix aurita L.

Vochtige freatofyt (obl.)

geschubde mannetjesvaren

Dryopteris affinis (Lowe) Fraser-Jenkins

Vochtige freatofyt (fac.)

gespleten hennepnetel

Galeopsis bifida Boenningh.

Plaatselijke freatofyt

gesteeld glaskroos

Elatine hexandra (Lapierre) DC.

Natte freatofyt(obligaat)

gestreepte witbol

Holcus lanatus L.

Plaatselijke freatofyt

getand vlotgras

Glyceria declinata Bréb.

Vochtige freatofyt (obl.)

gevlekte aronskelk

Arum maculatum L.

Plaatselijke freatofyt

gevleugeld helmkruid

Scrophularia umbrosa Dum.

Natte freatofyt(obligaat)

gevleugeld hertshooi

Hypericum tetrapterum Fries

Natte freatofyt(obligaat)

gewone dophei

Erica tetralix L.

Plaatselijke freatofyt

gewone engelwortel

Angelica sylvestris L.

Vochtige freatofyt (fac.)

gewone smeerwortel

Symphytum officinale L.

Vochtige freatofyt (fac.)

gewone waterbies

Eleocharis palustris (L.) Roem. et Schult.

Natte freatofyt(obligaat)

gewoon barbarakruid

Barbarea vulgaris R. Brown

Plaatselijke freatofyt

gipskruid

Gypsophila muralis L.

Vochtige freatofyt (fac.)

goudzuring

Rumex maritimus L.

Natte freatofyt(obligaat)

greppelrus

Juncus bufonius L.

Vochtige freatofyt (fac.)

groenknolorchis

Liparis loeselii (L.) L.C.M. Rich.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 65 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

grondster

Illecebrum verticillatum L.

Plaatselijke freatofyt

Helofyt

groot heksenkruid

Circaea lutetiana L.

Vochtige freatofyt (fac.)

groot hoefblad

Petasites hybridus (L.) P. Gaertn., B. Mey. et Scherb.

Vochtige freatofyt (fac.)

groot moerasscherm

Apium nodiflorum (L.) Lag.

Natte freatofyt(obligaat)

groot springzaad

Impatiens noli-tangere L.

Vochtige freatofyt (obl.)

groot warkruid

Cuscuta europaea L.

Plaatselijke freatofyt

grote boterbloem

Ranunculus lingua L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

grote egelskop

Sparganium erectum L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

grote engelwortel

Angelica archangelica L.

Natte freatofyt(obligaat)

grote kattenstaart

Lythrum salicaria L.

Vochtige freatofyt (obl.)

grote keverorchis

Listera ovata (L.) R. Brown

Plaatselijke freatofyt

grote lisdodde

Typha latifolia L.

Natte freatofyt(obligaat)

grote pimpernel

Sanguisorba officinalis L.

Vochtige freatofyt (fac.)

grote ratelaar

Rhinanthus angustifolius C.C. Gmel.

Plaatselijke freatofyt

grote vossenstaart

Alopecurus pratensis L.

Plaatselijke freatofyt

grote watereppe

Sium latifolium L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

grote waterweegbree

Alisma plantago-aquatica L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

grote wederik

Lysimachia vulgaris L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

grote weegbree

Plantago major L.

Plaatselijke freatofyt

gulden boterbloem

Ranunculus auricomus L.

Plaatselijke freatofyt

haagwinde

Calystegia sepium (L.) R. Brown

Plaatselijke freatofyt

hangende zegge

Carex pendula Huds.

Natte freatofyt(obligaat)

harig wilgenroosje

Epilobium hirsutum L.

NA

hazenzegge

Carex ovalis Good.

Plaatselijke freatofyt

heelblaadjes

Pulicaria dysenterica (L.) Bernh.

Vochtige freatofyt (fac.)

heemst

Althaea officinalis L.

Vochtige freatofyt (obl.)

heen

Scirpus maritimus L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 66 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

heidekartelblad

Pedicularis sylvatica L.

Vochtige freatofyt (obl.)

hennegras

Calamagrostis canescens (Weber) Roth

Vochtige freatofyt (fac.)

herfsttijloos

Colchicum autumnale L.

Vochtige freatofyt (fac.)

hertsmunt

Mentha longifolia L.

Vochtige freatofyt (fac.)

hoge cyperzegge

Carex pseudocyperus L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

holpijp

Equisetum fluviatile L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

hondskruid

Anacamptis pyramidalis (L.) L.C.M. Rich.

Plaatselijke freatofyt

hondsviooltje

Viola canina L.

Plaatselijke freatofyt

hoog struisgras

Agrostis gigantea Roth

Vochtige freatofyt (fac.)

hop

Humulus lupulus L.

Plaatselijke freatofyt

ijle zegge

Carex remota Jusl. ex L.

Vochtige freatofyt (fac.)

japanse duizendknoop

Fallopia japonica (Houtt.) Ronse Decraene

Plaatselijke freatofyt

kaal breukkruid

Herniaria glabra L.

Plaatselijke freatofyt

kale jonker

Cirsium palustre (L.) Scop.

Vochtige freatofyt (fac.)

kalmoes

Acorus calamus L.

Natte freatofyt(obligaat)

kamvaren

Dryopteris cristata (L.) A. Gray

Vochtige freatofyt (obl.)

kantige basterdwederik

Epilobium tetragonum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

karwijselie

Selinum carvifolia (L.) L.

Vochtige freatofyt (obl.)

katwilg

Salix viminalis L.

Natte freatofyt(obligaat)

kievitsbloem

Fritillaria meleagris L.

Natte freatofyt(obligaat)

klein glaskroos

Elatine hydropiper L.

Natte freatofyt(obligaat)

klein glidkruid

Scutellaria minor Huds.

Vochtige freatofyt (obl.)

klein vlooienkruid

Pulicaria vulgaris Gaertn.

Natte freatofyt(obligaat)

klein wintergroen

Pyrola minor L.

Plaatselijke freatofyt

kleine duizendknoop

Polygonum minus Huds.

Natte freatofyt(obligaat)

kleine egelskop

Sparganium emersum Rehm.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

kleine lisdodde

Typha angustifolia L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

kleine ratelaar

Rhinanthus minor L.

Plaatselijke freatofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 67 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

kleine ruit subsp. dunense

Thalictrum minus L. subsp. dunense (Dum.) Rouy et Fouc.

Vochtige freatofyt (obl.)

kleine valeriaan

Valeriana dioica L.

Vochtige freatofyt (obl.)

kleine veenbes

Vaccinium oxycoccos L.

Vochtige freatofyt (obl.)

kleine watereppe

Berula erecta (Huds.) Coville

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

kleine zonnedauw

Drosera intermedia Hayne

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

kleinste egelskop

Sparganium natans L.

NA

Helofyt

kleverige ogentroost

Parentucellia viscosa (L.) Caruel

Vochtige freatofyt (obl.)

klimopklokje

Wahlenbergia hederacea (L.) Reichenb.

Natte freatofyt(obligaat)

klokjesgentiaan

Gentiana pneumonanthe L.

Vochtige freatofyt (obl.)

kluwenzuring

Rumex conglomeratus Murray

Plaatselijke freatofyt

knikkend nagelkruid

Geum rivale L.

Natte freatofyt(obligaat)

knikkend tandzaad

Bidens cernua L.

Natte freatofyt(obligaat)

knolrus

Juncus bulbosus L.

Natte freatofyt(obligaat)

knolsteenbreek

Saxifraga granulata L.

Vochtige freatofyt (fac.)

knolvossenstaart

Alopecurus bulbosus Gouan

Vochtige freatofyt (fac.)

knopbies

Schoenus nigricans L.

Natte freatofyt(obligaat)

koningsvaren

Osmunda regalis L.

Vochtige freatofyt (obl.)

koprus

Juncus capitatus Weigel

Vochtige freatofyt (obl.)

kranskarwij

Carum verticillatum (L.) Koch

Natte freatofyt(obligaat)

kruipend moerasscherm

Apium repens (Jacq.) Lag.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

kruipende boterbloem

Ranunculus repens L.

Plaatselijke freatofyt

Helofyt

kruipganzerik

Potentilla anglica Laichard.

Plaatselijke freatofyt

kruipwilg

Salix repens L.

Vochtige freatofyt (obl.)

kruisbes

Ribes uva-crispa L.

Plaatselijke freatofyt

krulzuring

Rumex crispus L.

NA

kustzegge

Carex divisa Huds.

Natte freatofyt(obligaat)

lange ereprijs

Veronica longifolia L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 68 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

lange zonnedauw

Drosera anglica Huds.

Vochtige freatofyt (obl.)

late guldenroede

Solidago gigantea Ait.

Plaatselijke freatofyt

laurierwilg

Salix pentandra L.

Natte freatofyt(obligaat)

lavendelhei

Andromeda polifolia L.

Vochtige freatofyt (obl.)

lenteklokje

Leucojum vernum L.

Plaatselijke freatofyt

lidrus

Equisetum palustre L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

lidsteng

Hippuris vulgaris L.

NA

Helofyt

liesgras

Glyceria maxima (Hartm.) Holmberg

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

liggend hertshooi

Hypericum humifusum L.

Plaatselijke freatofyt

liggende ganzerik

Potentilla supina L.

Vochtige freatofyt (obl.)

liggende vleugeltjesbloem

Polygala serpyllifolia Hose

Plaatselijke freatofyt

mannagras

Glyceria fluitans (L.) R. Brown

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

mattenbies

Scirpus lacustris L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

melkeppe

Peucedanum palustre (L.) Moench

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

melkkruid

Glaux maritima L.

Natte freatofyt(obligaat)

moerasandijvie

Senecio congestus (R. Brown) DC.

Natte freatofyt(obligaat)

moerasandoorn

Stachys palustris L.

Vochtige freatofyt (fac.)

moerasbasterdwederik

Epilobium palustre L.

Natte freatofyt(obligaat)

moerasbeemdgras

Poa palustris L.

Vochtige freatofyt (obl.)

moerasdroogbloem

Gnaphalium uliginosum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

moerasgamander

Teucrium scordium L.

Natte freatofyt(obligaat)

moerashertshooi

Hypericum elodes L.

Natte freatofyt(obligaat)

moeraskartelblad

Pedicularis palustris L.

Natte freatofyt(obligaat)

moeraskers

Rorippa palustris (L.) Besser

Vochtige freatofyt (fac.)

moeraskruiskruid

Senecio paludosus L.

Natte freatofyt(obligaat)

moeraslathyrus

Lathyrus palustris L.

Vochtige freatofyt (obl.)

moerasmelkdistel

Sonchus palustris L.

Vochtige freatofyt (obl.)

moerasmuur

Stellaria alsine Grimm

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 69 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

moeraspaardenbloem

Taraxacum Wiggers sect. Palustria (Lindb. f.) Dahlst.

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

moerasrolklaver

Lotus pedunculatus Cav.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

moerassmele

Deschampsia setacea (Huds.) Hack.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moerasspirea

Filipendula ulmaria (L.) Maxim.

Vochtige freatofyt (obl.)

moerasstreepzaad

Crepis paludosa (L.) Moench

Natte freatofyt(obligaat)

moerasstruisgras

Agrostis canina L.

Vochtige freatofyt (fac.)

moerasvaren

Thelypteris palustris Schott

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moerasvergeet-mij-nietje

Myosotis scorpioides L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moerasviooltje

Viola palustris L.

Natte freatofyt(obligaat)

moeraswalstro

Galium palustre L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moeraswederik

Lysimachia thyrsiflora L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moeraswespenorchis

Epipactis palustris (L.) Crantz

Vochtige freatofyt (obl.)

moeraswolfsklauw

Lycopodiella inundata (L.) Holub

Natte freatofyt(obligaat)

moeraszegge

Carex acutiformis Ehrh.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moeraszoutgras

Triglochin palustris L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

moeraszuring

Rumex palustris Smith

Natte freatofyt(obligaat)

moesdistel

Cirsium oleraceum (L.) Scop.

Natte freatofyt(obligaat)

mosbloempje

Crassula tillaea Lester-Garland

Plaatselijke freatofyt

muizenstaart

Myosurus minimus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

muskuskruid

Adoxa moschatellina L.

Plaatselijke freatofyt

naaldwaterbies

Eleocharis acicularis (L.) Roem. et Schult.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

oeverkruid

Littorella uniflora (L.) Aschers.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

oeverzegge

Carex riparia Curt.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

ondergedoken moerasscherm

Apium inundatum (L.) Reichenb. f.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

oostenrijkse kers

Rorippa austriaca (Crantz) Besser

Plaatselijke freatofyt

paarbladig goudveil

Chrysosplenium oppositifolium L.

Natte freatofyt(obligaat)

paddenrus

Juncus subnodulosus Schrank

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 70 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

penningkruid

Lysimachia nummularia L.

Vochtige freatofyt (fac.)

pijlkruid

Sagittaria sagittifolia L.

Natte freatofyt(obligaat)

pijpenstrootje

Molinia caerulea (L.) Moench

Plaatselijke freatofyt

pijptorkruid

Oenanthe fistulosa L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

pilvaren

Pilularia globulifera L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

pinksterbloem

Cardamine pratensis L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

pitrus

Juncus effusus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

platte bies

Blysmus compressus (L.) Panzer ex Link

Vochtige freatofyt (obl.)

platte rus

Juncus compressus Jacq.

Vochtige freatofyt (fac.)

pluimzegge

Carex paniculata L.

Natte freatofyt(obligaat)

poelruit

Thalictrum flavum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

polei

Mentha pulegium L.

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

pontische rododendron

Rhododendron ponticum L.

Plaatselijke freatofyt

priemkruid

Subularia aquatica L.

Natte freatofyt(obligaat)

reuzenbalsemien

Impatiens glandulifera Royle

Plaatselijke freatofyt

reuzenpaardenstaart

Equisetum telmateia Ehrh.

Vochtige freatofyt (obl.)

reuzenzwenkgras

Festuca gigantea (L.) Vill.

Plaatselijke freatofyt

riempjes

Corrigiola litoralis L.

Plaatselijke freatofyt

riet

Phragmites australis (Cav.) Steud.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

rietgras

Phalaris arundinacea L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

rietorchis

Dactylorhiza praetermissa (Druce)

Vochtige freatofyt (fac.)

rietzwenkgras

Festuca arundinacea Schreb.

Vochtige freatofyt (fac.)

rijsbes

Vaccinium uliginosum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

rijstgras

Leersia oryzoides (L.) Swartz

Natte freatofyt(obligaat)

rivierkruiskruid

Senecio sarracenicus L.

Natte freatofyt(obligaat)

rond wintergroen

Pyrola rotundifolia L.

Plaatselijke freatofyt

ronde zegge

Carex diandra Schrank

Natte freatofyt(obligaat)

ronde zonnedauw

Drosera rotundifolia L.

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 71 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

rosse vossenstaart

Alopecurus aequalis Sobol.

Natte freatofyt(obligaat)

ruw walstro

Galium uliginosum L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

ruwe bies

Scirpus tabernaemontani C.C. Gmel.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

ruwe smele

Deschampsia cespitosa (L.) Beauv.

Vochtige freatofyt (fac.)

sachalinse duizendknoop

Fallopia sachalinensis

Plaatselijke freatofyt

schedegeelster

Gagea spathacea (Hayne) Salisb.

Vochtige freatofyt (fac.)

scherpe zegge

Carex acuta L.

Natte freatofyt(obligaat)

schietwilg

Salix alba L.

Natte freatofyt(obligaat)

schildereprijs

Veronica scutellata L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

schorrezoutgras

Triglochin maritima L.

NA

Helofyt

schubzegge

Carex lepidocarpa Tausch

Natte freatofyt(obligaat)

serlijke vetmuur

Sagina nodosa (L.) Fenzl

Vochtige freatofyt (fac.)

slangenlook

Allium scorodoprasum L.

Vochtige freatofyt (fac.)

slangenwortel

Calla palustris L.

Natte freatofyt(obligaat)

slank wollegras

Eriophorum gracile Koch ex Roth

Natte freatofyt(obligaat)

sanke waterbies

Eleocharis uniglumis (Link) Schult.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

slanke waterkers

Nasturtium microphyllum

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

slanke waterweegbree

Alisma lanceolatum With.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

slanke zegge

Carex strigosa Huds.

Vochtige freatofyt (obl.)

slijkgroen

Limosella aquatica L.

Natte freatofyt(obligaat)

slijkzegge

Carex limosa L.

Natte freatofyt(obligaat)

smal tandzaad

Bidens connata Muhlenb. ex Willd.

Natte freatofyt(obligaat)

smalle aster

Aster lanceolatus Willd.

Vochtige freatofyt (fac.)

smalle beukvaren

Phegopteris connectilis (Michaux) Watt

Vochtige freatofyt (obl.)

smalle waterweegbree

Alisma gramineum Lej.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

snavelzegge

Carex rostrata Stokes

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

spaanse ruiter

Cirsium dissectum (L.) Hill

Natte freatofyt(obligaat)

speenkruid

Ranunculus ficaria L.

Plaatselijke freatofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 72 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

spinaziezuring

Rumex patientia L.

NA

Helofyt

spits havikskruid

Hieracium lactucella Wallr.

Vochtige freatofyt (fac.)

sporkehout

Frangula alnus Mill.

Plaatselijke freatofyt

stekende bies

Scirpus pungens Vahl

Natte freatofyt(obligaat)

sterzegge

Carex echinata Murray

Natte freatofyt(obligaat)

stijf barbarakruid

Barbarea stricta Andrz.

Vochtige freatofyt (obl.)

stijf havikskruid

Hieracium laevigatum Willd.

Plaatselijke freatofyt

stijve naaldvaren

Polystichum aculeatum (L.) Roth

Plaatselijke freatofyt

stijve zegge

Carex elata All.

Natte freatofyt(obligaat)

stippelzegge

Carex punctata Gaudin

Vochtige freatofyt (obl.)

stomp vlotgras

Glyceria notata Chevall.

Natte freatofyt(obligaat)

strandduizendguldenkruid

Centaurium littorale (D. Turn.) Gilm.

Vochtige freatofyt (obl.)

teer guichelheil

Anagallis tenella (L.) L.

Natte freatofyt(obligaat)

tengere rus

Juncus tenuis Willd.

Vochtige freatofyt (fac.)

tormentil

Potentilla erecta (L.)

Plaatselijke freatofyt

trekrus

Juncus squarrosus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

trilgraszegge

Carex brizoides L.

Vochtige freatofyt (fac.)

trosdravik

Bromus racemosus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

tweehuizige zegge

Carex dioica L.

Natte freatofyt(obligaat)

tweerijige zegge

Carex disticha Huds.

Natte freatofyt(obligaat)

vals melkviooltje

Viola persicifolia Schreb.

Vochtige freatofyt (obl.)

valse voszegge

Carex cuprina

Vochtige freatofyt (obl.)

veelbloemige veldbies

Luzula multiflora (Ehrh.) Lej.

Vochtige freatofyt (fac.)

veelstengelige waterbies

Eleocharis multicaulis (Smith) Desv.

Natte freatofyt(obligaat)

veenbies

Scirpus cespitosus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

veenmosorchis

Hammarbya paludosa (L.) O. Kuntze

Natte freatofyt(obligaat)

veenpluis

Eriophorum polystachion L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

veenwortel

Polygonum amphibium L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 73 van 76


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

veerdelig tandzaad

Bidens tripartita L.

Vochtige freatofyt (obl.)

veldgerst

Hordeum secalinum Schreb.

Plaatselijke freatofyt

veldrus

Juncus acutiflorus Ehrh. ex Hoffmann

Natte freatofyt(obligaat)

verspreidbladig goudveil

Chrysosplenium alternifolium L.

Vochtige freatofyt (obl.)

vetblad

Pinguicula vulgaris L.

Natte freatofyt(obligaat)

vleeskleurige orchis

Dactylorhiza incarnata (L.) Soó

Vochtige freatofyt (obl.)

vlozegge

Carex pulicaris L.

Vochtige freatofyt (obl.)

vogelkers

Prunus padus L.

Plaatselijke freatofyt

voszegge

Carex vulpina L.

Vochtige freatofyt (obl.)

vreemde ereprijs

Veronica peregrina L.

Plaatselijke freatofyt

wateraardbei

Comarum palustre L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

waterdrieblad

Menyanthes trifoliata L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

watergras

Catabrosa aquatica (L.) Beauv.

Natte freatofyt(obligaat)

waterkruiskruid

Senecio aquaticus Hill

Natte freatofyt(obligaat)

waterlepeltje

Ludwigia palustris (L.) S. Elliott

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

watermunt

Mentha aquatica L.

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

watermuur

Myosoton aquaticum (L.) Moench

Vochtige freatofyt (obl.)

waternavel

Hydrocotyle vulgaris L.

Vochtige freatofyt (obl.)

waterpeper

Polygonum hydropiper L.

Vochtige freatofyt (fac.)

waterpostelein

Lythrum portula (L.) D.A. Webb

Natte freatofyt(obligaat)

waterpunge

Samolus valerandi L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

waterscheerling

Cicuta virosa L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

watertorkruid

Oenanthe aquatica (L.) Poiret

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

waterzuring

Rumex hydrolapathum Huds.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

weidehavikskruid

Hieracium caespitosum Dum.

Plaatselijke freatofyt

weidekervel

Silaum silaus (L.) Schinz et Thell.

Vochtige freatofyt (obl.)

weidekervel-torkruid

Oenanthe silaifolia Bieb.

Vochtige freatofyt (obl.)

weideklokje

Campanula patula L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 74 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Freatofyt

Helofyt

wijdbloeiende rus

Juncus tenageia L. f.

Vochtige freatofyt (obl.)

wijfjesvaren

Athyrium filix-femina (L.) Roth

Plaatselijke freatofyt

wilde bertram

Achillea ptarmica L.

Vochtige freatofyt (obl.)

wilde gagel

Myrica gale L.

Vochtige freatofyt (obl.)

wit bosvogeltje

Cephalanthera longifolia (L.) Fritsch

Plaatselijke freatofyt

witte els

Alnus incana (L.) Moench

Plaatselijke freatofyt

witte rapunzel

Phyteuma spicatum L.

Plaatselijke freatofyt

witte snavelbies

Rhynchospora alba (L.) Vahl

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

witte waterkers

Nasturtium officinale R. Brown

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

wolfspoot

Lycopus europaeus L.

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

zaagblad

Serratula tinctoria L.

Plaatselijke freatofyt

zachte berk

Betula pubescens Ehrh.

Plaatselijke freatofyt

zachte duizendknoop

Polygonum mite Schrank

Natte freatofyt(obligaat)

zeegroene muur

Stellaria palustris Retz.

Natte freatofyt(obligaat)

zeegroene rus

Juncus inflexus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

zilte greppelrus

Juncus ambiguus Guss.

Vochtige freatofyt (obl.)

zilverschoon

Potentilla anserina L.

Plaatselijke freatofyt

zomerklokje

Leucojum aestivum L.

Natte freatofyt(obligaat)

zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis (Poiret) L.C.M. Rich.

Natte freatofyt(obligaat)

zzomprus

Juncus articulatus L.

Vochtige freatofyt (fac.)

Helofyt

zompvergeet-mij-nietje

Myosotis cespitosa C.F. Schultz

Natte freatofyt(obligaat)

Helofyt

zompzegge

Carex canescens L.

Vochtige freatofyt (obl.)

zulte

Aster tripolium L.

Natte freatofyt(obligaat)

zwanenbloem

Butomus umbellatus L.

Natte freatofyt(obligaat)

zwart tandzaad

Bidens frondosa L.

Natte freatofyt(obligaat)

zwartblauwe rapunzel

Phyteuma nigrum F.W. Schmidt

Plaatselijke freatofyt

zwarte bes

Ribes nigrum L.

Vochtige freatofyt (obl.)

zwarte zegge

Carex nigra (L.) Reichard

Vochtige freatofyt (obl.)

Helofyt

Helofyt

Helofyt

Helofyt

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.74920526

Pagina 75 van 76


///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 76 van 76

doi.org/10.21436/inbor.74920526

www.vlaanderen.be/inbo


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook