BWK en Habitatkartering: Een praktische handleiding. Deel 6 Veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties Oosterlynck Patrik, De Saeger Steven, Dhaluin Pieter, Erens Remar, Guelinckx Robin, Hennebel Dirk, Jacobs Indra, Van Oost Frank
Auteurs: Oosterlynck Patrik, De Saeger Steven, Dhaluin Pieter, Erens Remar, Guelinckx Robin, Hennebel Dirk, Jacobs Indra, Van Oost Frank Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Reviewers: Jan Wouters, Martine Van Hove Het INBO is het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid dat via toegepast wetenschappelijk onderzoek, data- en kennisontsluiting het biodiversiteitsbeleid en -beheer onderbouwt en evalueert. Vestiging: Herman Teirlinckgebouw INBO Brussel Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel vlaanderen.be/inbo e-mail: patrik.oosterlynck@inbo.be Wijze van citeren: Oosterlynck P., De Saeger S., Dhaluin P., Erens R., Guelinckx R., Hennebel D., Jacobs I. & Van Oost F.(2022).BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 6: Veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2022 (14). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.74920526 D/2022/3241/160 Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2022 (14) ISSN: 1782-9054 Verantwoordelijke uitgever: Maurice Hoffmann Foto cover: Slenk in overgangsveen aan de Katersdelle te Koersel (Patrik Oosterlynck)
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding‐GelijkDelen 4.0 Internationaal‐licentie.
BWK EN HABITATKARTERING EEN PRAKTISCHE HANDLEIDING Deel 6: Veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties. Oosterlynck P., De Saeger S., Dhaluin P., Erens R., Guelinckx R., Hennebel D., Jacobs I. & Van Oost F.
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Dankwoord/Voorwoord De opmaak van deze determinatiesleutel was niet mogelijk zonder de waardevolle hulp bij het uitschrijven, het nalezen en op terrein uittesten van ontwerpversies. In de hoop niemand te vergeten, bedanken we hiervoor de BWK-karteerders van het PAS-team Adinda De Bruyn, Jan Ruymen, Jorgen Opdebeeck, Klaas Debusschere, Myriam Kumpen, Pieter Hendrickx , Roy Hendrix, Ward Tamsyn en Toon Spanhove. Daarnaast leverde Bart Vandevoorde belangrijke aanvullingen en deed Els De Bie een aantal verkennende analyses op vegetatieopnames uit de INBOVEG-databank. Tenslotte hartelijke dank aan Jan Wouters en Martine Van Hove voor het inhoudelijke nalezen van het rapport en Liesel Vandercruysse voor de lay-out.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 2 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Samenvatting De “BWK- en Habitatkartering, een praktische handleiding” bestaat uit verschillende deelrapporten. Het doel van deze rapporten is gebruikers een handleiding aan te reiken, waarmee ze op terrein aan de slag kunnen om vegetatietypes correct te classificeren volgens een aantal courante vegetatietypologieën. Deze handleidingen bevatten een gestandaardiseerde methodiek en sleutels om de in Vlaanderen voorkomende Natura 2000 habitattypen, regionaal belangrijke biotopen en BWK-eenheden te typeren op het terrein. Daarbij wordt voornamelijk gekeken naar de vegetatiesamenstelling. Dit deelrapport bevat richtlijnen en een veldsleutel voor het karteren en typeren van moerasen natte ruigtevegetaties. Het is uitermate belangrijk om ook het eerste deelrapport De Saeger et al. (2016a) grondig te raadplegen omdat daarin de globale methodologie, algemeen geldende karteerregels, de gebruikte karteringseenheden, en de opbouw van de geodatabank behandeld worden. Dit eerste deelrapport bevat ook de hoofdsleutel om tot de juiste biotoopgroep en deelsleutel te kunnen beslissen. Op het moment van de uitgave van dit rapport zijn de veldsleutels voor de biotoopgroepen wateren, heide, grasland, bos en struweel al beschikbaar. De veldsleutels voor de biotoopgroepen mariene biotopen, kust en duinen, urbaan gebied, akkers en tuinbouw worden gepubliceerd van zodra ze voldoende afgewerkt en uitgetest zijn. Voor de laatste stand van zaken over de deelrapporten: zie www.inbo.be/bwk en klik door op ‘Handleiding en veldsleutels’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 3 van 76
Inhoudstafel Dankwoord/Voorwoord ................................................................................................................ 2 Samenvatting ................................................................................................................................ 3 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
2
De veldsleutel voor moeras- en natte ruigtevegetaties........................................................ 6
3
2.1
Inleiding ......................................................................................................................... 6
2.2
Enkele begrippen en definities ...................................................................................... 8
2.3
algemene afspraken .................................................................................................... 11
De veldsleutel ...................................................................................................................... 15
20 DRIJFTILLEN ............................................................................................................................ 17 30 ZILTE MOERASSEN .................................................................................................................. 19 33 GALIGAANVEGETATIES ........................................................................................................... 20 40 ALKALISCHE VENEN ................................................................................................................ 20 60 SNAVELBIESVEGETATIES EN OVERGANGSVENEN .................................................................. 23 100 REGIONAAL BELANGRIJKE BIOTOPEN .................................................................................. 24 200 GROTE ZEGGENVEGETATIES................................................................................................. 25 300 RIETLANDEN ......................................................................................................................... 27 400 NATTE RUIGTEN ................................................................................................................... 32 500 NATTE GRASLANDEN ............................................................................................................ 37 600 ZUUR LAAGVEEN .................................................................................................................. 40 700 DOOR RUSSEN GEDOMINEERDE MOERASSEN..................................................................... 43 4
De karteringseenheden ....................................................................................................... 44 4.1
Biologische Waarderingskaart .................................................................................... 44
4.2
Habitatkaart ................................................................................................................ 45
5
Aanvullende gegevensinzameling (facultatief) ................................................................... 47
6
Toepassingen....................................................................................................................... 48 6.1
Lokale staat van instandhouding (lsvi) Natura 2000 habitattype ............................... 48
6.2
Biotische kwaliteit van de regionaal belangrijke biotopen ......................................... 48
6.3
Vereenvoudigde ‘bodembedekkingskaart’ ................................................................. 49
7 geciteerde en geraadpleegde literatuur .................................................................................. 50 1. Bijlage 1: Tansley schaal .................................................................................................. 52 2. Bijlage 2: Soortenlijsten per vegetatietype ..................................................................... 54 3. Bijlage 3: Soortenlijsten alfabetisch en per groep .......................................................... 56 4. Bijlage 4: Lijst van helofyten en freatofyten ................................................................... 62
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 4 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
1 INLEIDING
De “BWK- en Habitatkartering, een praktische handleiding” bestaat uit verschillende deelrapporten. De handleiding bevat een gestandaardiseerde methodiek voor de opmaak van Biologische Waarderingskaarten en Natura 2000 habitatkaarten in Vlaanderen. Volgende delen zijn als rapport beschikbaar: Deel 1: Methodologie: karteerregels, karteringseenheden en hoofdsleutel Deel 2: De heidesleutel Deel 3: Veldsleutel voor het typeren van stilstaande wateren in Vlaanderen Deel 4: De bossleutel (sleutel voor bossen, struwelen, kapvlakten en aanplantingen) Deel 5: De graslandsleutel (richtlijnen en veldsleutel voor graslanden, ruigten en pioniersvegetaties)
Met deze veldsleutel kan voor de Vlaanderen voorkomende moeras- en natte ruigtevegetaties het Natura 2000 habitattype, het regionaal belangrijk biotooptype (rbb) en de BWK-typologie bepaald worden. De BWK-typologie geeft bijkomend voor enkele criteria ook een indicatie over de lokale staat van instandhouding (lsvi) (zie § 6.1). Het is belangrijk om ook steeds het eerste deelrapport Methodologie (De Saeger et al. 2016a of recentere versie) te raadplegen. In dat deelrapport wordt immers de globale methodologie, met de karteerregels, de gebruikte karteringseenheden, de opbouw van de geodatabank… behandeld. Het eerste deelrapport bevat tevens de hoofdsleutel om tot de juiste biotoopgroep te kunnen beslissen. Deze sleutel is opgemaakt en uitgetest in diverse streken in Vlaanderen om voor moeras- en natte ruigtevegetaties tot een juiste habitat- en BWK-typologie te komen. Regelmatig voorkomende twijfelen grensgevallen (vb. nat grasland versus gemaaid moeras, natte ruigte met riet versus rietland) zijn in de sleutel opgenomen. In sommige gevallen verwijst de sleutel door naar een andere biotoopgroep en 1 de bijbehorende sleutel (vb. naar de graslandsleutel ). We zijn er ons van bewust dat niet elke unieke veldsituatie en alle variatie op het terrein met een determinatiesleutel éénduidig kan geclassificeerd worden, maar in de overgrote meerderheid van de situaties zal met deze sleutel een correcte typering bekomen worden. Indien men desondanks bij het gebruik van deze sleutel op onduidelijkheden of onvolkomenheden stoot, wordt gevraagd de auteurs te contacteren zodat we in nieuwe uitgaven deze vaststellingen kunnen integreren. Idealiter wordt de veldsituatie dan zo volledig mogelijk beschreven, geografisch gelokaliseerd en gedocumenteerd met vegetatieopnames en foto’s.
1
Op het moment van de uitgave van dit rapport zijn er ook veldsleutels voor de biotoopgroepen wateren, heide, grasland, bos en struweel beschikbaar. De veldsleutels voor de biotoopgroepen mariene biotopen, kust en duinen, urbaan gebied, akkers en tuinbouw zijn in ontwerp. Voor de laatste stand van zaken over de deelrapporten: zie www.inbo.be/bwk en klik door op ‘Handleiding en veldsleutels’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 5 van 76
2 DE VELDSLEUTEL VOOR MOERAS- EN NATTE RUIGTEVEGETATIES 2.1 INLEIDING Deze veldsleutel is opgesteld met de bedoeling om moerasvegetaties op perceel- of habitatvlekniveau te kunnen typeren aan de hand van de vegetatiesamenstelling. Bij het sleutelen ligt de aan- of afwezigheid van bepaalde soorten doorgaans aan de basis van een opsplitsing. Dikwijls wordt hierbij ook een minimale bedekking of abundantie (frequentie van voorkomen) vermeld. De vermelde bedekking is altijd de ondergrens (vb. lees ‘frequent’ steeds als ‘minstens frequent’). Bij de bedekkingen wordt altijd met de werkelijke bedekking (%) gerekend. Enkel voor bedekkingen van bomen en (dwerg)struiken wordt de kroonprojectie bedoeld, dit is de loodrechte projectie van de kruin van een boom op de bodem (zie ook § 2.2). Voor abundanties wordt met de Tansley-schaal gewerkt. Deze vegetatieschaal is ontwikkeld om op grotere oppervlakten de abundantie van plantensoorten weer te geven (zie bijlage 1). In de sleutel worden quasi altijd elkaar uitsluitende opties voorgesteld, maar in enkele gevallen is het mogelijk dat een situatie voldoet aan meer dan één optie. In dat geval dient men steeds de meest passende keuze te maken uit de opties. Verder zijn er in de sleutel in elke subgroep diverse controlestappen ingebouwd waarbij men eventueel naar een andere subgroep teruggeleid kan worden. Indien een optie aan meerdere voorwaarden tegelijkertijd moet voldoen, wordt dit duidelijk gemaakt door gebruik van EN, bv. voorwaarde x EN voorwaarde y. De notatie OF wordt gebruikt als een vraag twee of meer mogelijke keuzes omvat, vb. voorwaarde x OF voorwaarde y. In figuur 1 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste subgroepen en determinatiestappen in de sleutel.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 6 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Figuur 1: Schematisch overzicht van de opbouw van de moerassleutel en de voornaamste beslissingsstappen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 7 van 76
2.2 ENKELE BEGRIPPEN EN DEFINITIES Alkalisch veen: alkalisch is een synoniem voor basisch, alkalisch veen betreft dus veenvegetatie met een basische pH (pH ≥ 7) van het bodemvocht. (pH is een maat voor de zuurgraad van een oplossing en niet te verwarren met alkaliniteit waarmee de totale concentratie aan basen in een oplossing wordt aangeduid). Bedekking: een maat van voorkomen die meer gelinkt is met biomassa (een soort kan bijvoorbeeld zeer talrijk voorkomen maar met lage biomassa/bedekking): de bedekking van een plantensoort (of laag van de vegetatie, bv. boomlaag) is de proportie van de bodem die bedekt is door een soort, indien alle andere soorten verwijderd zouden worden. M.a.w. het is de verticale projectie van alle bovengrondse plantendelen van alle individuen van een soort op de bodem. In deze sleutel wordt de bedekking als een proportie of een percentage beschouwd. Abundantie: een maat voor de talrijkheid van een soort, meestal gekoppeld aan een bepaalde oppervlakte (densiteit). Het is het aantal individuen of andere teleenheden (bv. scheuten) van een soort per oppervlakte. Het gebruik van densiteit als meetvariabele vereist afspraken omtrent de teleenheid (plantenindividuen, pollen- en mattenvormers, uitlopers, …). In deze sleutel maken we gebruik van de Tansley-schaal waarvan je in bijlage 1 het protocol vindt. Biotoopgroep: alle biotopen worden binnen dit project ingedeeld in 10 biotoopgroepen: heide, wateren, bos en struweel, grasland, moeras, mariene biotopen, kust en duinen, ruigten en pioniersvegetaties, urbaan gebied en akkers en tuinbouw. Voor het bepalen van de biotoopgroep gebruikt men de hoofdsleutel (zie kadertekst in § 1, De Saeger et al. 2016a). Voor elke biotoopgroep is er een afzonderlijke veldsleutel beschikbaar of in opmaak. Brak: zie bij zilt Buitendijks: rivierwaarts van de dijken gelegen; de rivier en de gebieden gelegen tussen de dijken (zie ook binnendijks). Drijftil, drijfzoom: een drijftil is een drijvende, begroeide organische massa in zoet tot brak water. Drijftillen en -zomen bestaan voornamelijk uit plantenwortels en afgestorven plantendelen, waarop een vegetatie rijk aan mossen en helofyten voorkomt. Ze omvatten verschillende successiestadia van verlanding in moerassen en open stilstaande wateren. Een drijftil is strikt genomen een drijvend eiland. We spreken van drijfzomen wanneer er sprake is van een eerder lijnvormige zoom drijvende vegetatie die zich vanuit de oeverzone van een waterlichaam ontwikkelt. Ecoregio: streek die in fysisch-geografisch (bodemeigenschappen, reliëf) en ecologisch (natuur en milieu) opzicht min of meer gelijkaardig is. In Vlaanderen zijn er 12 ecoregio's. Voor een kaart van de ecoregio’s zie https://www.ecopedia.be/encyclopedie/ecoregio. Eénjarige: een éénjarige plant of annuel voltooit haar levenscyclus van kieming tot zaad binnen één jaar. De plant sterft na de zaadzetting af, of gaat aan het eind van het jaar dood. Freatofyt: soort die in haar voorkomen voornamelijk beperkt is tot standplaatsen waar de invloed van het freatische grondwater tot in de wortelzone reikt. Obligate freatofyten komen uitsluitend voor op dergelijke plaatsen. Frequent: Tansley categorie gebruikt voor soorten(groepen) (of andere indicatoren) die talrijk voorkomen in een bepaalde oppervlakte-eenheid (perceel, habitatvlek), maar die niet significant bedekkend zijn (bedekking <5%). Zie bijlage 1 voor Tansley codes. Geen habitat (gh): geen Natura 2000 habitattype en geen regionaal belangrijk biotoop. (Gebruiks)perceel: een perceel dat op het terrein zichtbaar begrensd is op basis van gelijksoortig gebruik, waarbij naast de bodembedekking en het grondgebruik eveneens rekening wordt gehouden met fysische begrenzingen zoals afsluitingen, bomenrijen, houtkanten, sloten, waterlopen en wegen. Habitattype (HT): in dit rapport wordt met “habitattype” steeds een “Natura2000-habitattype” bedoeld.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 8 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Habitatvlek: een afgebakende zone waarbinnen een homogeen vegetatietype voorkomt. De afbakening gebeurt op basis van karteerregels die betrekking hebben op een fytosociologische definitie. Een synoniem hiervoor is habitatlocatie. Helofyt: moerasplant die in de waterbodem wortelt, maar met de stengel en bladeren boven het water uitsteekt. Bekende voorbeelden zijn riet, lisdodde en gele lis. Halien: zie bij zilt Hoogveen: wordt ook wel ombrotroof veen genoemd, en is een biotooptype dat een zeer mineraalarme, zure hydrologische omstandigheden is aangepast en een reeks aan typische vegetatietypes kan bevatten. In tegenstelling tot laagveen wordt hoogveen uitsluitend door neerslag en de in de lucht aanwezige mineralen gevoed. Hoogveen heeft in onze klimaatzone een duidelijke lensvorm met aan de randen een zogenoemde "lagg zone"(overgangsveen). Daardoor ontstaat er ook een lokale (ook lensvormige) grondwatertafel. Op kleinere schaal heeft hoogveen ook geen glad oppervlak, maar er is een microreliëf van vochtige, extreem voedselarme bulten en natte, iets minder voedselarme slenken. Op sommige plaatsen verdiepen de slenken zich tot plassen of veenmeren. Zowel op de bulten als in de slenken zijn veenmossoorten (Sphagnum spec.) dominant, maar het gaat wel om verschillende soorten Sphagnum. Op de bulten groeien dwergstruiken zoals gewone dophei (Erica tetralix) en kleine veenbes (Vaccinium oxycoccus). De begroeiingen van de bulten maken deel uit van het verbond Oxycocco-Ericion (hoogveenmos-verbond). In de slenken groeit bijvoorbeeld witte snavelbies (Rhynchospora alba), en de vegetatie van de slenken worden tot het Rhynchosporion (verbond van veenmos en snavelbies) gerekend. Kaartvlak: een door grenslijnen afgebakend deel van de kaart. Op de BWK-habitatkaart zijn kaartvlakken percelen, zones of gebieden met eenzelfde bodembedekking en/of vegetatie. Een synoniem voor kaartvlak is polygoon. Kroonprojectie: de loodrechte projectie van de kruin van een boom op de bodem (zie figuur, http://www.dcm-info.nl). Daarbij wordt geen rekening gehouden met ‘openingen’ in de individuele boomkruin. Laagveen: veenbodems met een matig zure tot basische pH die voorkomen op plaatsen waar jaarrond hoge grondwaterstanden aanwezig zijn. Ze worden gevoed door van nature (matig) voedselarm, maar eerder (matig) mineraalrijk grondwater. Lokale staat van instandhouding (lsvi): de staat van instandhouding op een habitatvlek. Deze kan gunstig of ongunstig zijn. Een gunstige lokale staat van instandhouding houdt een goed ontwikkelde habitatstructuur en vegetatiesamenstelling in, maar ook afwezigheid van of een laag aandeel aan storingsindicatoren (T’Jollyn et al. 2009). Maaiveld: bodemoppervlak, grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. Mesohalien: zie bij Zilt Microreliëf: permanente graslanden gekenmerkt door de aanwezigheid van een uitgesproken microreliëf (aanwezigheid van depressies, laantjes, erosieverschijnselen, bulten) en/of meerdere grachten, sloten of greppels worden gekarteerd als hpr of hpr*. Overgangsveen: strikt genomen synoniem met habitatsubtype 7140_oli en dan doelend op venen die qua waterhuishouding intermediair zijn met hoog- en laagveen. Er is dus een jaarrond hoge grondwaterstand (doorgaans van relatief jonge oorsprong), maar tevens een aanzienlijk invloed van regenwater water. De overgangsveenvegetaties vertonen het meeste verwantschap met vegetatietypes van hoogvenen, maar herbergen vaak bijkomende soorten die een zeker buffering door mineralen vereisen. Overgangs- en trilveen wordt ook als de officiële naam van het habitattype 7140 gebruikt en omvat dan een brede groep aan vegetatietypes die op de land-waterovergang voorkomen. Het betreft dan allerhande verlandingsvegetaties die op oligo- en mesotrofe standplaatsen voorkomen, maar die soms typische laagveenvegetaties herbergen (bv. 7140_meso).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 9 van 76
Pioniersvegetatie: open vegetatie die wordt gedomineerd door één- en tweejarige soorten of soorten met een groot vegetatief voortplantingsvermogen, op instabiele of recent ontstane of van vegetatie ontdane standplaatsen. Polygoon: zie kaartvlak. Regionaal belangrijk biotoop (rbb): vegetaties die niet behoren tot de Europees te beschermen habitats (Natura 2000). Wel gaat het om zeldzame vegetaties met een hoge natuurwaarde die in Vlaanderen voorkomen, of om vegetaties die wettelijke bescherming genieten overeenkomstig het ‘Besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ en het ‘Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer’ (VR 2017 1205 DOC.0482/2BIS). Deze vegetaties zijn beschreven in de ‘natuurtypen van Vlaanderen’ (www.inbo.be), in de legende van de Biologische Waarderingskaart en in Paelinckx et al. (2007). Staat van instandhouding (svi): van een habitattype, is ’de som van de invloeden die op de betrokken habitat en de daar voorkomende typische soorten inwerken en op lange termijn een verandering kunnen bewerkstelligen in de natuurlijke verspreiding, op de structuur en de functies van die habitat of die van invloed kunnen zijn op het voortbestaan op lange termijn van de betrokken typische soorten in het Vlaamse Gewest’ (Natuur- en Bosdecreet). Strooisellaag: liggend afgestorven plantenmateriaal bovenop de bodem, niet vasthangend aan de moederplant en waarin organisch materiaal nog herkenbaar te vinden is. Strooisel omvat dus bladeren, stengels, twijgen en andere houtachtige plantenresten, zowel intact en herkenbaar materiaal als gedeeltelijk gecomposteerd en gefragmenteerd materiaal. Tansley-schaal: de Tansley-methode (Tansley 1946) wordt gebruikt voor het eerder intuïtief schatten van de mate van waarnemen van plantensoorten over grotere oppervlaktes (grootteorde van 1 tot meerdere hectares). Typische gaat het dan over beschrijvingen van gebruikspercelen, beheerblokken en vegetatie-eenheden. De Tansley schaal geeft een waarnemerinterpretatie in termen van relatieve frequentie van voorkomen, waardoor voor een soort met een homogeen verspreidingspatroon de toegekende klasse afhankelijk is van de oppervlakte waarover men een uitspraak doet. Doordat een grotere oppervlakte bekeken wordt, geeft dit weliswaar een completer beeld van de soortensamenstelling op een hogere schaal (wat positief is voor de bruikbaarheid van de gegevens op perceelsniveau), maar de inschattingen worden minder nauwkeurig waardoor de reproduceerbaarheid lager is en de methode minder geschikt is voor monitoringsdoeleinden. In bijlage 1 wordt meer in detail ingegaan op de werkwijze. Veen (onvervaard): is een grof, sponsachtig bodemtype, dat is opgebouwd uit gehumificeerd plantaardig materiaal dat bewaard is gebleven onder permanente natte, zuurstofarme omstandigheden. Veraard veen: is veen dat onder invloed van zuurstof (gedeeltelijk) is verteerd; het is zwart van kleur, er zijn nauwelijks plantenresten te onderscheiden, is fijner van textuur dan onveraard veen en het voelt droog tot vettig. Zilt: zilt water is zoutachtig water dat echter minder zout is dan zeewater, m.a.w. minder dan 30 massapromille zouten bevat. Bij brak water is de zoutconcentratie nog lager dan bij zilt water. De grens tussen brak en zilt water is niet heel scherp maar wordt per conventie op 1 massapromille gelegd. Zoet water bevat minder dan 0,5 massapromille zouten. Halien water omvat alle watertypes (brak en zilt) met een zoutgehalte tussen zoet water en zeewater. Omdat er binnen de halien waterzone sterke verschillen in ecologische processen spelen wordt deze zone verder onderverdeeld in een poly-, meso- en oligohaliene zone. Wanneer er sprake is van meer dan 16 gr zout per liter water spreken we van een polyhalien watertype. Bij concentraties tussen de 1,6 en 16,5 gr/l spreken we van een mesohalien water, en daaronder hebben we te maken met oligohalien water.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 10 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
2.3 ALGEMENE AFSPRAKEN De basisregels voor het afbakenen en benoemen van kaartvlakken worden besproken in deelrapport 1 (De Saeger et al. 2016a; De Saeger et al. In voorbereiding). Het is belangrijk om ook dit eerste deelrapport te raadplegen. Deze sleutel wordt toegepast op moeras- en natte ruigtevegetaties in de ruime zin, namelijk vegetaties die hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit helofyten (wortelend in water of waterverzadigde bodem maar met grote delen van de plant boven water) en/of freatofyten (gebonden aan voor de wortels bereikbaar grondwater). Moerasvegetaties kunnen in contact staan met oppervlaktewaterlichamen, bv. drijftillen of verlandingsvegetaties, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn (bv. snavelbiesvegetatie, alkalische laagveen, ...). Moerasvegetaties worden hydrologisch gekenmerkt door jaarrond hoge waterstanden, normaliter gelijk met of boven het maaiveld. In (extreem) droge periodes kan de grondwatertafel enkele tientallen centimeter onder het maaiveld zakken. Ook kan het gaan om na-ijlende moerasvegetaties die nog voorkomen op actueel verdroogde standplaatsen. In deze vegetatiesleutel wordt in eerste instantie gesleuteld naar de in Vlaanderen voorkomende moeras- en natte ruigtevegetaties gegroepeerd in subgroepen. Deze komen in vele gevallen overeen met de synecologische plantengemeenschappen die binnen deze biotoopgroep ondergebracht worden: Riet-verbond, Snavelbies-verbond, Grote zeggen-verbond, etc. Daaropvolgend zal dan eerst het zogenaamde habitattype bepaald worden. Dit kan een Natura2000-type zijn maar ook een regionaal belangrijk biotoop (rbb). Vaak is daaropvolgend nog een bijkomende stap of stappen nodig om ook te sleutelen tot op het juiste BWK-type. In sommige gevallen kan de BWK-code en de Natura2000typologie gelijktijdig uitgesleuteld worden. In geval van twijfel over de hoofdbiotoopgroep (moerassen, graslanden, wateren, etc…) kan er steeds gestart worden met deze sleutel omdat er uitgangen voorzien zijn die naar de relevante andere sleutels (watersleutel, graslandsleutel, duinsleutel,…) leiden. Het onderscheid moeras-oevervegetatie of water-oevervegetatie wordt als eerste stap uitgesleuteld. Verder worden in het begin van de sleutel ook waterriet- en pitrus-vegetaties in (oevers van) waterlichamen uitgesleuteld. Er wordt in deze sleutel soms onderscheid gemaakt tussen sleutelsoorten en begeleidende soorten. Sleutelsoorten zijn doorgaans meer exclusieve soorten van een bepaald type doch ruimer op te vatten dan wat in de fytosociologie onder kensoorten begrepen wordt. Het is de groep soorten die specifiek voor deze sleutel zijn geselecteerd om een eenduidige determinatie toe te laten. Begeleidende soorten zijn soorten die met hoge regelmaat worden aangetroffen in een bepaald type doch ook veel in andere types. De soortenlijsten zijn zowel in de sleutel als achteraan in lijst en tabelvorm opgenomen. De soortenlijsten in bijlage zijn niet als 100% volledig op te vatten, maar dekken wel het gros van de voorkomende situaties en soorten. Erg zeldzame soorten zijn daarom vaak niet mee opgenomen in de soortenlijsten. In sommige gevallen is een volledig plantengeslacht als sleutelsoort opgenomen en dan aangeduid met (G) (bv. vlotgras (G), veenmos (G), …). De mate van verbossing wordt in de sleutel uitgewerkt maar kan algemeen als volgt worden samengevat: vanaf 10% verbossing wordt steeds de suffix 'b' toegevoegd aan de BWK-kartering en dit met een bovengrens van 50% omdat vanaf dergelijke verbossingsgraad de bossleutel dient aangewend te worden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 11 van 76
Lijnvormige begroeiingen met een moerasvegetatie, zoals in sloten, de oeverzones van wateren, langs waterlopen, etc. worden enkel gekarteerd als kleine landschapselementen. De notatie bv. voor een soortenarm permanent cultuurgrasland begrensd door een sloot gedomineerd door grote lisdodde wordt dan bv. hp + k(mr°). K-elementen dienen minimaal 1 meter breed en 30 meter lang te zijn. Indien ze breder zijn dan 5 meter worden ze als vlakvormig afgebakend. Oeverzones van waterlichamen dienen bij de moerassen uitgesleuteld te worden voor zover zij voldoende oppervlakte innemen (> 400m² vlakdekkend of >1m breed en >30m lang voor lijnvormig; De Saeger et al. 2016a) en geen deel uitmaken van een andere habitattypegroep (bv dwergbiesvegetaties bij stilstaande wateren, zilte pioniervegetaties bij zilte slikken). Smalle (<1m), lineaire oeverzones worden niet afzonderlijk gekarteerd. De soortensamenstelling en dus de ondergrenzen voor het uitsleutelen naar een habitattype en/of BWK-typologie voor lijnvormige elementen zijn grotendeels dezelfde als voor vlakvormige. Uitzondering is dat smalle lijnvormige moerasvegetaties, bijv. in een perceelsrand, langs een waterlichaam …, niet als een regionaal belangrijk biotoop worden aangeduid (bv. k(mr) = geen rbbmr). Een (relict van een) Natura2000-habitat is wel mogelijk (bv. k(ms) = 7140_meso). Sloten en grachten worden niet systematisch gecontroleerd en gekarteerd. Wanneer er habitatwaardige vegetaties in voorkomen, worden ze wel als lineair element aangeduid, maar er wordt geen stelselmatige zoektocht naar verricht (De Saeger et al. 2016a). Goed ontwikkelde (half)-natuurlijke vegetaties komen vaak in gradiënt met elkaar voor. Indien het ruimtelijk onderscheidbare delen betreft pas dan de sleutel toe op de afzonderlijke delen en combineer de relevante karteercodes in een zogeheten complex (bv. ms + mc). Voor een meer uitgebreide methodebeschrijving verwijzen we naar deel 1 van de rapportenreeks: Algemene karteerafspraken (De Saeger et al. 2016a). Moerasvegetaties op open plekken in broekbos (< 1000m²) kunnen in veel gevallen tot het broekbostype gerekend worden (bv. zones met stijve zegge, slangenwortel in zeer natte elzenbroeken, waar vaak door boomsterfte open plekken gecreëerd worden. Tenzij hiervoor goede redenen zijn (bv. duidelijk afwijkend percelering) is het doorgaans logisch om deze tot het bostype te rekenen zelfs wanneer de ondergroei hier afwijkend is (bv. enkel open water). Begroeiingen van het rietverbond staan optimaal met de voeten in het water, wanneer tussen bijvoorbeeld soorten als riet of kleine lisdodde een gesloten dek van strooisel, mossen en/of ander nietrietverbond soorten aanwezig is behoren deze vegetaties vaak niet tot de rietverbond, maar betreft het verruigingsvormen van andere vegetatietypes. Rompgemeenschappen komen in het Vlaamse landschap veelvuldig voor en het achterhalen van de vegetatie gemeenschap waartoe deze eertijds behoorden is vaak erg moeilijk, maar er is in deze sleutel getracht om enkele veel voorkomende situaties toch toe te kennen aan een type. Meest bekende voorbeelden hiervan zijn bv. door riet-gedomineerde vegetaties die in de ondergroei nog sleutelsoorten herbergen, of verruigde natte graslanden met een dominantie van bv. moeraszegge. Rietvegetaties in habitatwaardige waterlichamen worden op een specifieke manier genoteerd, namelijk habitattype_rbbmr. Bijvoorbeeld een 3130 plas waarvan 30% met riet begroeid is wordt als volgt gekarteerd: 70% 3130 + 30% 3130_rbbmr. In het geval van niet habitatwaardige waterlichamen werken we met de combinatie van rbbmr en gh, bijvoorbeeld een eutrofe plas waarvan 60% begroeid is met riet wordt 60% rbbmr + 40% gh.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 12 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Door pitrus gedomineerde moerassen: conform werkwijze hj in de graslandsleutel, meer bepaald mj indien er geen vlekken meer zijn van minstens 10% van de polygoon die tot een ander type toe te kennen zijn, en indien wel deze vlekken apart uitsleutelen en geheel karteren als een complex van bv. mj + m. (zie ook in de sleutel onder 700). Snavelbies- en overgansgvenen worden zowel hier als in de heidesleutel uitgesleuteld. Hoogveen (BWK:t; 7110) betreft vegetaties die sterk gelijken op deze van oligotrofe overgangsvenen (dominantie van specifieke veenmossoorten, lavendelheide, kleine veenbes, eenarig wollegras, …) maar waarbij er (haast) geen invloed meer van grondwater is (zie ook begrippenlijst). Hoogveen is in Vlaanderen enkel aanwezig aan het Ven Onder De Berg te Maasmechelen en wordt uitgesleuteld via de heidesleutel (De Saeger et al. 2016b, De Saeger et al. in prep.). Kleinschalige delen open water verspreid doorheen een verlandingsvegetaties maken een inherent deel uit van de moerasvegetatie en worden daarom niet apart benoemd met een extra watertypekartering. Wanneer het duidelijk om grotere aandelen open water (>30%) gaat, kan dit uiteraard we l. Een drijftil is een drijvende, begroeide organische massa in zoet tot brak water. Drijftillen bestaan doorgaans uit plantenwortels en afgestorven plantendelen. De gestrengelde wortelstokken van riet, waterlelie, gele plomp, enz. vormen dikke wortelmatten, aangevuld met strooisel dat door wind en golfslag bijeengedreven is. Op deze drijvende matten vestigen zich gespecialiseerde planten zoals waterscheerling, hoge cyperzegge en waterzuring. Drijftillen kunnen al dan niet verbonden met de oever voorkomen. Kalktufbronnen (habitatcode: 7220) zijn niet in deze sleutel opgenomen. Kalktufbronnen treffen we aan op plaatsen waar calcium– en carbonaatrijk grondwater aan de oppervlakte komt en er daaropvolgend kalktuf gevormd wordt door afzetting van calciumcarbonaat(precipitatie). Dergelijk type grondwater treffen we aan in regio’s met in de ondergrond kalkhoudende formaties van waaruit de calciumionen in het grondwater opgelost kunnen worden en waar voldoende reliëf in de topografie aanwezig is om aanleiding te geven tot bronvorming. In de reliëfrijke zuidelijke helft van Vlaanderen komt deze situatie regelmatig voor. Kalktufbronnen blijken in deze streek nog her en der aanwezig te zijn (zie fig. 3). Wanneer dergelijke bron- of bronbeeklocaties voldoende omvang hebben (> 10m²) en er minstens één van volgende mossoorten voorkomt: beekdikkopmos, gewoon diknerfmos, geveerd diknerfmos of tufmos spreken we van een Cratoneurion-vegetatie (habitattype 7220) (zie fig. 2). Kalktufbronnen en kwelzones die niet voldoen aan deze vereisten worden niet in de kartering weerhouden. In de BWK is er geen karteringseenheid voorzien om bronzones of bronbeekjes als fysische structuur aan te duiden. Dikwijls hebben deze wel invloed op de plantengroei en vegetatie, en kunnen zo tot uiting komen in de kartering. In de habitatkaart worden kalkrijke bronnen die tot habitattype 7220 behoren als extra code aangeduid bij de omgevende (bos)vegetatie, bijv. qa (BWK) 9160 + 7220 (habitatkaart).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 13 van 76
Figuur 2: Bronzone met kalktuf en Cratoneurion-vegetatie en in de Wijngaardbossen te Hoeselt (Limburg).
Figuur 3: Voorkomen van kalktufbronnen die voldoen aan de habitatdefinitie voor 7220 in Vlaanderen (Oosterlynck, 2020).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 14 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
3 DE VELDSLEUTEL 0.
a. vegetatie met minimaal abundant helofyten (zie begrippenlijst) in bijlage 4; en/of freatofyten (zie begrippenlijst) zie lijst in bijlage 4) → 1 b. anders → ga terug naar de hoofdsleutel
1.
a.(oever)vegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, 2 waterloop) EN bestaat voor meer dan 70% uit waterplanten (kikkerbeet, fonteinkruid (G) , gele plomp, kroos (G), …) en/of aquatische mossen (waterveenmos, dof veenmos, vensikkelmos, moerassikkelmos,…) → onderdeel van het waterlichaam, ga verder met de watersleutel b. (oever)vegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) EN gedomineerd door pitrus, zeegroene rus en/of biezenknoppen EN geen drijftil → 700 door russen gedomineerde moerassen c. oevervegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) EN gedomineerd door geoord veenmos, fraai veenmos, ondergedoken veenmos) EN geen drijftil → onderdeel van het waterlichaam, ga verder met de watersleutel d. oevervegetatie in (permanent) contact met een oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) met soorten als wijdbloeiende rus, naaldwaterbies, geel cypergras, glaskroos, eivormige waterbies, draadgentiaan, dwergbloem, koprus, priemkruid, dwergrus, gewone waternavel, knolrus → onderdeel van het waterlichaam, ga verder naar watersleutel e. oevervegetatie in ecoregio kust en polders in (permanent) contact met een zilt of brak oppervlaktewaterlichaam (kreek, poel, plas, waterloop) met soorten als zilte waterranonkel, ruppia (G), gesteelde zannichellia, zulte, kweldergrassen, melkkruid, zilt torkruid, zilte schijnspurrie, gerande schijnspurrie, zilte rus, zeerus, zeekraal-soorten, schorrenzoutgras → naar watersleutel (rbbah) f. pioniergemeenschap gedomineerd door éénjarige soorten op oevers met slik of slib langs de Maas (inclusief (grind)plassen in permanente verbinding met de Maas) met soorten als spiesmelde, knikkend tandzaad, smal tandzaad, zwart tandzaad, veerdelig tandzaad, zwarte mosterd, kleine leeuwenbek, stippelganzenvoet, zeegroene ganzenvoet, rode ganzenvoet, korrelganzenvoet, riempjes, bruin cypergras, naaldwaterbies, rijstgras, slijkgroen, watertorkruid, goudzuring, moeraszuring, blauwe waterereprijs of rode waterereprijs → naar watersleutel (3270) g. door riet of lisdodde gedomineerd vegetatie die met de voeten in een (habitatwaardig) waterlichaam staat, maar (nog) geen drijftil vormt → 31x0_rbbmr (bwk: mr, waterhabitattype te bepalen met de watersleutel)
2
(G): verzameling van soorten die tot eenzelfde plantengeslacht (Genus) gerekend worden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 15 van 76
h. anders → 10
10 (1) a. drijftillen of verlandingszomen: vegetatie wortelend vanuit een min of meer drijvende mat, in de onmiddellijke omgeving vaak nog open water aanwezig; naast zeggesoorten en enkele andere typische verlandingssoorten (slangenwortel, wateraardbei, holpijp, waterdrieblad, russen, riet, lisdodde …) kunnen (veen)mossen een belangrijk deel van de vegetatie uitmaken → 20 Drjftillen b. geen drijftillen of bij twijfel → 30 Zilte moerassen
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 16 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
20 DRIJFTILLEN 20 (10) a. drijftillen of verlandingszomen gedomineerd door sleutelsoorten van het Snavelbies-verbond (witte en bruine snavelbies, kleine en ronde zonnedauw, moeraswolfsklauw); vaak in complex met veenmosvegetaties en/of overige overgangsveensoorten van 7140_oli → 7150 drijftillen of verlandingszomen van het Snavelbies-verbond (Rhynchosporion) (BWK: md +ce) b. drijftillen of verlandingszomen met één of meer sleutelsoorten van het overgangsveen aanwezig (lavendelheide, kleine veenbes, éénarig wollegras, hoogveenveenmos, rood veenmos, stijf veenmos) en/of minimaal abundant (> 10% bedekkend) wrattig veenmos aanwezig → 7140_oli drijftillen of verlandingszomen van het Hoogveenveenmos-verbond (OxycoccoEricion) (BWK: md + ces) → verder naar 66 voor de kwaliteitsindicatoren c. drijfillen of verlandingszomen met sleutelsoorten van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge ) samen minimaal frequent voorkomend EN/OF begeleidende soorten (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, gewone waternavel, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge, roodviltmos, grote wederik, hennegras, ) samen minstens abundant aanwezig; aanzienlijke veenmosontwikkeling in combinatie is mogelijk (maar het betreft niet de(hoogveen) veenmossen uit optie b) → 7140_meso drijftillen of verlandingszomen van het Zwarte zegge-verbond (Caricion nigrae) (BWK: md + ms) → verder naar 600 voor de kwaliteitsindicatoren d. drijftillen of verlandingszomen met sleutelsoorten van het alkalisch en/of neutraal trilveen (ronde zegge, tweehuizige zegge, galigaan, moeraskartelblad, schorpioenmossen, goudmos (G), armbloemige waterbies, slank wollegras, parnassia, klein blaasjeskruid (niet in zuur, mineralenarm milieu), plat blaasjeskruid, groenknolorchis, goudmos (G)). Veenmosontwikkeling in combinatie is mogelijk (bv. glanzend veenmos, gewoon veenmos,trilveenveenmos …) → 7140_mk drijftillen of verlandingszomen van het Knopbies-verbond (Caricion davallianae) (BWK: md + mk) → verder naar 45 voor de kwaliteitsindicatoren e. anders → 23
23 (20) a. drijftillen of verlandingszomen met minimaal abundant grote zeggesoorten (oeverzegge, moeraszegge, scherpe zegge, hoge cyperzegge, stijve zegge, blaaszegge) → rbbmc drijftillen of verlandingszomen van het Grote zeggen-verbond (BWK: md + mc) → 24
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 17 van 76
b. drijftillen of verlandingszomen gedomineerd door 1 of meer sleutelsoorten van de Rietverbond (Phragmition) (gele lis, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, lidsteng, zwanenbloem, grote boterbloem); minder dan abundant grote zeggesoorten; veenmosontwikkeling is in enkele zeldzame gevallen mogelijk alsook aanwezigheid kam- en/of moerasvaren; sleutelsoorten van andere groepen zijn niet of hoogstens schaars aanwezig → 7140_mrd, rbbmr drijftillen of -zomen van het Riet-verbond (Phragmition) (BWK: md + mr) → 25 c. anders (bv. pitrus gedomineerde drijftil, met minder of geen van de bovenvermelde sleutelsoorten) → geen habitat (gh) (BWK: md)
24 (23) rbbmc drijftillen of -zomen van het Grote zeggen-verbond
a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, vlotgras (G), pitrus, eendenkroos, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, algen) bedekken meer dan 30% → BWK: md + mc° b. anders → BWK: md + mc° 25 (23) a. drijftillen of -zomen van het Riet-verbond (Phragmition) met moerasvaren en/of kamvaren; veenmosontwikkeling is mogelijk → 7140_mrd → 26 b. drijftillen of -zomen van het Riet-verbond (Phragmition) met veenmosontwikkeling; ijle rietvegetaties met veenmossen in combinatie met sleutelsoorten van matig tot laag productieve standplaatsen in bv. de Kempen worden hier niet bedoeld en classificeren doorgaans tot zure of overgangsvenen → 7140_mrd → 26 c. anders → rbbmr → 26
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 18 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
26 (25)
a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, gele lis, pitrus, wolfspoot, kroos (G), vlotgras(G), pitrus, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, haagwinde, waterzuring) bedekken meer dan 10% → BWK: md + mr° b. anders
→ BWK: md + mr
30 ZILTE MOERASSEN 30 (10) a. ecoregio polders of Schelde-estuarium. Zeebies (co)-dominant en vaak in combinatie met veel riet; soms ook veel spiesmelde en/of zilte rus; eventuele overige zilte soorten (bv. zulte, melkkruid, kweldergrassen, klein schorrenkruid) hooguit occasioneel aanwezig → 31 b. ecoregio polders of Schelde-estuarium. Minstens 2 zilte soorten (blauw, stomp en bleek kweldergras, dunstaart, gerande en zilte schijnspurrie, klein schorrenkruid, kortarige en langarige zeekraal, melkkruid, schorrenzoutgras, zilte rus en zulte) zijn tezamen minstens frequent aanwezig: → sleutel zilte vegetaties c. anders → 33 Galigaanvegetaties
31 (30) a. langs de Zeeschelde stroomafwaarts Burcht (mesohaliene deel) → 1330_da (BWK: mz) b. in/langs zilte schorvegetaties (IJzermonding, Zwin...) → 1330_da (BWK: mz) c. in kustpolders in/langs zilte poldergraslanden → 1330_da (BWK: mz) d. elders (in contact met zoet water) → rbbmr (BWK: mr)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 19 van 76
33 GALIGAANVEGETATIES 33 (30) a. galigaan (co)dominant EN eventueel ook soorten van alkalisch laag -of trilveen (alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, geveerd diknerfmos, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schorpioenmos (G), schubzegge, teer guichelheil, tweehuizige zegge, wolfsklauwmos, gele zegge, goudmos (G), veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis). Meestal soortenarme gemeenschappen met mogelijks begeleiders uit het Riet-verbond (riet, harig wilgenroosje, grote lisdodde, …). Vaak is er een aanzienlijke strooisellaag aanwezig. Gekende locaties zijn Hageven, Warmbeek, Buitengoor, Torfbroek en Rosse Beemden in Lummen → 7210 → 34 b. anders → 40 Alkalische venen
34 (33) a. verruigingsindicatoren (hennegras, haagwinde, harig wilgenroosje, eendenkroos, veelwortelig kroos, wortelloos kroos, bitterzoet, grote lisdodde, grote brandnetel) bedekken meer dan 10% → 7210 (BWK: mm°) b. bedekking riet hoger dan 30% → 7210 (BWK: mm°) c. anders → 7210 (BWK: mm)
40 ALKALISCHE VENEN 40 (33, 205) a. ecoregio Kustduinen; sleutelsoorten alkalische duinpanvegetaties en/of begeleiders (bonte paardenstaart, drienervige zegge, duinrus, honingorchis, echt vetmos, goudmos (G), vierkantsmos, moeraswespenorchis, parnassia, rond wintergroen, weegbreefonteinkruid, blauwe zegge, dwergzegge, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg, paddenrus aanwezig → 2190_mp → naar duinsleutel
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 20 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
3
b. sleutelsoorten van alkalisch en neutrale (tril)venen (alpenrus, galigaan, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schubzegge, tweehuizige zegge, gele zegge, veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis, moeraskartelblad, plat blaasjeskruid, ronde zegge) samen minstens occasioneel aanwezig EN/OF mossleutelsoorten (geveerd diknerfmos, schorpioenmos (G), wolfsklauwmos, goudmos (G), vierkantsmos, trilveenveenmos) samen minimaal frequent aanwezig → 44 c. anders → 60 snavelbiesvegetaties en overgangsvenen
44 (40)
4
a. watertafel quasi jaarrond t.h.v het maaiveld (+/_ 20 cm) of trilveen (verlandingsvegetaties); onveraarde veenbodem van minimaal 10 cm dikte → 45 b. watertafel (in delen van) zomerperiode duidelijk onder het maaiveld (> 20cm), onveraarde veenbodems minder dan 10 cm dik, of mineraal substraat → 48
45 (20,44) a. sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen (armbloemige waterbies, tweehuizige zegge, galigaan, groen schorpioenmos, groenknolorchis, moeraskartelblad, parnassia, plat blaasjeskruid, purper schorpioenmos, ronde zegge, rood schorpioenmos, slank wollegras, goudmos (G), trilveenveenmos) ≥ frequent aanwezig → 7140_mk → 46 b. sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen (zie lijst bij 45a.) minder dan frequent aanwezig EN begeleiders (blauwe zegge, dwergzegge, paddenrus, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg, waterdrieblad, draadzegge, pluimzegge, holpijp, klein blaasjeskruid, loos blaasjeskruid, snavelzegge, weegbreefonteinkruid, veenmos (G), teer guichelheil, moeraswespenorchis, kleine valeriaan) minimaal abundant aanwezig → 7140_mk → 46
3
moeraswespenorchis, teer guichelheil, zeegroene zegge, paddenrus, en groot vedermos zijn soorten met een hoge presentie in alkalische venen, maar ze zijn niet weerhouden in de sleutelsoortenlijst omdat ze ook relatief frequent in andere vegetatietypes kunnen voorkomen (bv. op basenhoudende antropogene bodems, gebufferde schraalgraslanden, …) 4 Onderscheid 7230 en 7140_mk is niet altijd even duidelijk op basis van deze kenmerken. Hou hierbij in het achterhoofd dat 7140 verlandingsvegetaties zijn! Associatie van ronde zegge dient geclassificeerd onder 7140_mk
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 21 van 76
c. sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen (zie lijst bij a.) minder dan frequent aanwezig EN begeleiders (zie lijst bij b.) minder dan abundant aanwezig → 7140_mk (BWK: mk°)
46 (45) a.eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, gele lis, vlotgras (G), pitrus, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, eendenkroos (G), algen) bedekken meer dan 10% → BWK: mk° b. anders → BWK: mk
48 (44) a. sleutelsoorten alkalisch laagveen (alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, geveerd diknerfmos, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schorpioenmos (G), schubzegge, tweehuizige zegge, wolfsklauwmos, gele zegge, goudmos (G), veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis) minimaal frequent aanwezig → 7230 → 49 b. sleutelsoorten alkalisch laagveen (zie lijst bij a.) samen minder dan frequent aanwezig EN begeleiders minimaal abundant (blauwe zegge, dwergzegge, paddenrus, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg, waterdrieblad, draadzegge, holpijp, loos blaasjeskruid, snavelzegge, weegbreefonteinkruid, veenmos(G), teer guichelheil, moeraswespenorchis, kleine valeriaan) → 7230 → 49 c. sleutelsoorten alkalisch laagveen (zie lijst bij a.) minder dan frequent aanwezig EN begeleiders (zie lijst bij b.) minder dan abundant aanwezig → 7230 (BWK: mk°)
49 (48) a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, gele lis, vlotgras (G), pitrus, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, lisdodde (G), grote brandnetel, ruw beemdgras, gestreepte witbol, paardenbloem, fioringras, waterkers (G), grote egelskop, paardenbloem (G), Klaver (G), fioringras, struisriet, gewone hoornbloem ) bedekken meer dan 10% → BWK: mk° b. anders → BWK: mk
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 22 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
60 SNAVELBIESVEGETATIES EN OVERGANGSVENEN 60 (40,305) a. witte EN/OF bruine snavelbies EN/OF kleine EN/OF ronde zonnedauw EN/OF moeraswolfsklauw samen aspectbepalend (samen met open water, moslaag of open bodem codominant of dominant t.o.v. de overige vegetatie); kan voorkomen in complex met overgangsveenvegetaties (zie beschrijving onder 65 a.) → 7150 (BWK: ce) b. anders → 65
65 (60) a. sleutelsoorten van overgangsveen aanwezig (kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras, rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos) EN/OF wrattig veenmos minimaal abundant aanwezig (lokaal kunnen hier delen gedomineerd worden door snavelbies (G), zonnedauw of moeraswolfsklauw), zie 'beschrijving onder 60 a.) → 7140_oli → 66 b. anders → 70
66 (65,20) a. bedekking pijpenstrootje 50% of meer → 7140_oli (BWK: cm + ces) b. bedekking pijpenstrootje < 50% → 67
67 (66) a.sleutelsoorten van overgangsveen hooguit occasioneel aanwezig (rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos, kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras) → 7140_oli (BWK: ces°) b.sleutelsoorten van overgangsveen minimaal frequent aanwezig (rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos, kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras) → 7140_oli (BWK: ces)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 23 van 76
70 (65) a. minimaal occasionele aanwezigheid van (een) sleutelsoort(en) van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) EN/OF minimaal abundant begeleidende soort(en) van zure laagveenvegetaties (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge, hennegras, grote wederik, gewone waternavel, roodviltmos, zwarte zegge) → 600 Zuur laagveen b. anders → 100 Regionaal belangrijke biotopen
100 REGIONAAL BELANGRIJKE BIOTOPEN 100 (70) a. dominantie van grote zeggen (oeverzegge, scherpe zegge, moeraszegge, stijve zegge, hoge cyperzegge, blaaszegge) belangrijk aandeel rietverbond en/of natte ruigte soorten mogelijk → 200 Grote Zeggen-vegetaties b. dominantie van sleutelsoorten en/of begeleiders van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid; begeleiders: haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot); geen regelmatig maaibeheer of hooguit extensieve begrazingsdruk. → 400 Natte ruigten c. sleutelsoorten van het riet-verbond bedekken minimaal 30% van de vegetatielaag (dus zonder eventueel open water) (gele lis, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, lidsteng, zwanebloem, grote boterbloem) EN geen dominantie van sleutelsoorten van natte ruigte noch grote zeggen. Let op: veel natte en vochtige vegetatietypes kunnen verruigen met riet (oa. dotterbloemhooilanden, moerasspirearuigte, grote zeggenvegetaties, …) ga dus niet alleen af op een door riet gedomineerde bovenetage van de kruidlaag maar controleer ook de onderetage op sleutelsoorten van andere types (zie stappen hierboven). Riet-verbondvegetaties in strikte zin staan doorgaans jaarrond met ‘de voeten in het water’, er is dan veelal geen gesloten vegetatiedek ter hoogte van het maaiveld, mogelijks wel een strooisellaag. Minder natte of tijdelijk droogvallenden of verruigde situaties met ≥30% bedekking van riet-verbondsoorten (veelal riet, al dan niet vergezeld door een aanzienlijk aandeel (natte) ruigtesoorten) sleutelen 5 eveneens langs hier uit.
5
De rompgemeenschap met dominantie van rietgras dient via de natte ruigten uitgesleuteld te worden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 24 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
→ 300 Riet-vegetaties (inclusief door riet verruigde vegetaties) d. grote russen (pitrus, zeegroene rus, biezenknoppen) dominant aanwezig (opm.: paddenrus -en veldrus gedomineerde vegetaties dienen elders uitgesleuteld te worden) → 700 door russen gedomineerde moerasvegetaties e. anders → 110
110 (100) a. vegetatie (tot voor kort) onder begrazings- of maaibeheer → 500 Natte graslanden b. anders (rietverbond soorten bedekken minder dan 30%, geen dominantie van grote zeggen of natte ruigtesoorten, geen maai- of begrazingsbeheer, …) → 400 Natte ruigten
200 GROTE ZEGGENVEGETATIES 200 (100, 310) a. sleutelsoorten van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) minimaal occasioneel aanwezig; indien in drijftilverband zie onder 15!) → 600 Zuur laagveen b. begeleidende soorten van zuur laagveen (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, slank veenmos, holpijp, veenpluis, gewone waternavel, zeegroene muur, melkeppe, moerasstruisgras, koningsvaren, schildereprijs, grote wederik, zwarte zegge, hennegras, snavelzegge, blaaszegge, pluimzegge, roodviltmos, sterzegge, stijve zegge, ) minimaal abundant aanwezig → 600 Zuur laagveen c. anders → 205
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 25 van 76
205 (200) a. sleutelsoorten van alkalische laag- en trilvenen (alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, groenknolorchis, knopbies, slank wollegras, parnassia, schubzegge, tweehuizige zegge, gele zegge, veenmosorchis, vlozegge, vleeskleurige orchis, moeraskartelblad, plat blaasjeskruid, ronde zegge) minimaal occasioneel EN/OF mossen van alkalische venen (geveerd diknerfmos, schorpioenmos (G), wolfsklauwmos, goudmos (G)) minimaal frequent aanwezig → terug naar 40 alkalische venen b. anders → 210 210 (205) a. meer dan 10% bedekking van sleutelsoorten natte ruigten exclusief grote zegges (adderwortel, echte valeriaan, grote kattenstaart, melkeppe, gewone engelwortel, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, gewone smeerwortel, zomerklokje, wilde bertram, koninginnekruid) en niet (tot voor kort) onder intensieve begrazing of jaarlijks maaibeheer → 400 Natte ruigten b. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai-of begrazingsbeheer en minimaal 10% bedekking sleutelsoorten van dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) EN/OF minimaal 1 van de kerngroepsoorten (k) frequent en minimaal 2 bijkomende soorten occasioneel aanwezig. → rbbhc → 512 c. (tot voor kort) onder een jaarlijks begrazingsbeheer en minimaal >10% bedekking sleutelsoorten van zilverschoon-verbond aanwezig (aardbeiklaver, akkerkers, getand vlotgras, gewone waterbies, heelblaadjes, klein vlooienkruid, kruipend moerasscherm, moeras/zompvergeet-me-nietje, moeraszoutgras (polderstreek), penningkruid, pijptorkruid, platte rus, polei, rode ogentroost, slanke waterbies, smalle rolklaver (polderstreek), valse voszegge, 6 watermunt, zeegroene rus, zilte rus, zilte zegge (polderstreek), zilverschoon, zomprus, …) EN/OF minimaal 3 van deze soorten elk minstens occasioneel aanwezig. → rbbzil → 515 d. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai- of begrazingsbeheer en minimaal abundant sleutelsoorten van schraalgrasland aanwezig (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil, addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, bosanemoon, geelgroene zegge, gevlekte orchis s.l., klein 6
Algemenere begeleiders zijn geknikte vossenstaart, fioringras, krulzuring en/of ruige zegge.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 26 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje, moerasviooltje, pijpenstrootje (excl. zandige bodems), ruw walstro, Spaanse ruiter, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, zaagblad, borstelgras, gevlekte orchis, klokjesgentiaan, sterzegge, tandjesgras, welriekende nachtorchis, stekelbrem, heidekartelblad, dopheide, dwerzegge, trekrus) EN/OF minimaal 3 van deze soorten occasioneel EN/OF minimaal 2 soorten frequent aanwezig. → nat (schraal)grasland → 500 e. anders (bv. bijna co-dominantie met riet-verbond soorten, met eerder beperkte overgangen met natte ruigte, vochtige graslanden, etc.…) → rbbmc → 220
220 (210) a. bedekking eutrofiëringsindicatoren (ganzevoet (G), gewone hennepnetel, grote brandnetel, vlotgras (G), eendekroos (G), rietgras, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, gele waterkers, kleefkruid, pitrus, grote lisdodde, bitterzoet) hoger dan 30% → BWK: mc° b. anders → BWK:mc
300 RIETLANDEN 300 (100) a. heemst, moeraslathyrus en/of moerasmelkdistel minimaal occasioneel aanwezig (zwaartepunt van verspreiding in Meetjesland en Scheldevallei) → 6430_mr → 301 7
b. rietverbondvegetatie met zomerklokje ; zwaartepunt van de verspreiding benedenloop Kleine Nete-vallei. → 6430_hw → 411 c. aanwezigheid van moerasvaren en/of kamvaren EN/OF buiten de Kempen met veenmosontwikkeling → 7140_mrd → 302 d. zwanenbloem, kalmoes, grote boterbloem, mattenbies, ruwe bies minimaal occasioneel en van nature aanwezig → rbbmr → 303
7
Zomerklokjes worden meer en meer in tuinen gehouden en durven wel eens te verwilderen. Gelieve steeds te controleren dat het een wilde populatie van de juiste ondersoort betreft.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 27 van 76
e. anders → 305
301 (300) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kweek, heermoes, braam(G), ridderzuring, liesgras, grote brandnetel, rietgras) bedekken meer dan 30% → 6430_mr (BWK: mr°) b. anders → 6430_mr (BWK: mr)
302 (300)
a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, vlotgras(G), gele lis, pitrus, kroos (G), wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, haagwinde, waterzuring) bedekken meer dan 10% → 7140_mrd (BWK: mr°) b. anders → 7140_mrd (BWK: mr)
303 (300) a. eutrofiëringsindicatoren (ganzevoet (G), harig wilgenroosje, gewone hennepnetel, kleefkruid, vlotgras (G), gele waterkers, pitrus, eendekroos, rietgras, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, algen, bitterzoet) bedekken meer dan 30% → BWK: mr° b. anders → BWK: mr
305 (300) a. één of meer sleutelsoorten van overgangsveen aanwezig (kleine veenbes, lavendelheide, éénarig wollegras, rood veenmos, hoogveenveenmos, stijf veenmos) EN/OF wrattig veenmos ≥ 10% bedekkend (zie ook beschreven onder 20) → 7140_oli → ga terug naar 60 b. minimaal occasionele aanwezigheid van (een) sleutelsoort(en) van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad waterscheerling, zompzegge) EN/OF minimaal abundant begeleidende soort(en) van zure laagveenvegetaties (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge,
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 28 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zwarte zegge, gewone waternavel, hennegras, grote wederik, pluimzegge, roodviltmos, zeegroene muur ) → 600 Zuur laagveen c. anders → 310 310 (300) a. minimaal 10% bedekking van sleutelsoorten van natte ruigte exclusief grote zeggen (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) → 400 Natte ruigten b. grote zeggen (oeverzegge, scherpe zegge, moeraszegge, stijve zegge, hoge cyperzegge, blaaszegge) minimaal co-dominant → terug naar 200 Grote zeggenvegetaties c. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai-of begrazingsbeheer en minimaal abundant (>10%) sleutelsoorten van het dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) EN/OF minimaal 1 van de kerngroepsoorten (k) frequent en minimaal 2 soorten occasioneel aanwezig. → rbbhc (BWK:hc) → 512 d. periodiek overstroomde rietruigten met minimaal abundant harige wilgenroosje → 400 Natte ruigten e. anders → 315
315 (310, 445, 452) a.
naast riet, andere soorten van het rietverbond (gele lis, grote boterbloem, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, lidsteng, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, zwanebloem) samen minimaal frequent aanwezig, en in elk geval niet beperkt tot eventueel aanwezige grachten en sloten in het perceel → 320 b. anders 316 316 (315)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 29 van 76
a. behalve riet zijn soorten van het rietverbond (zie onder 315a.) samen minder dan frequent aanwezig of is hun voorkomen hoofdzakelijk beperkt tot grachten en sloten in het perceel. Het betreft veelal situaties met een graslandhistoriek, waar de strooiselopbouw eerder beperkt is 8 → gh → BWK: hr b. behalve riet zijn soorten van het rietverbond samen minder dan frequent aanwezig of is hun voorkomen hoofdzakelijk beperkt tot grachten en sloten in het perceel. Het betreft een situatie met een historische of recente antropogene bodemverstoring, dijken, taluds, ... → gh → BWK: ku c. soortenarme vegetaties gedomineerd door riet met geen of amper overige rietklasse- of graslandsoorten aanwezig, vaak zienlijke strooisellaag aanwezig en/of zeer natte bodem 317 c.
soortenarme vegetaties gedomineerd door rietgras onder invloed van rivierdynamiek
→ 320 317 (316) a.
soortenarme door riet gedomineerde vegetaties in water of op zeer natte bodem 320
b. soortenarme door riet gedomineerde vegetaties in drogere omstandigheden met bedekking brandnetel EN/OF kleefkruid EN/OF akkerdistel EN/OF braam >30% rbbmr BWK:mru c.
soortenarme door riet gedomineerde vegetaties in drogere omstandigheden met bedekking brandnetel EN/OF kleefkruid EN/OF akkerdistel EN/OF braam <30% rbbmr BWK: mr°
320 (315, 316, 317) a. bedekking brandnetel EN/OF kleefkruid EN/OF akkerdistel EN/OF braam >30% → rbbmr → BWK: mru b. anders 321 321 (320) a. bedekking eutrofiëringsindicatoren (ganzenvoet(G), harig wilgenroosje, gewone hennepnetel, kleefkruid, vlotgras (G), pitrus, kroos (G), rietgras, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, gele waterkers, bitterzoet, grote lisdodde, grote brandnetel, liesgras, kleefkruid, grote kattenstaart) meer dan 50% → rbbmr→ BWK: mr° 8
Indien de oorspronkelijke (grasland)vegetatie kan afgeleid worden o.b.v. voorkomen sleutelsoorten kan dergelijke situatie met behulp van een /-verhouding worden weergegeven. Hierbij dient wel voldaan aan de sleutelcriteria van dat specifieke graslandtype, bv. rietbedekking=80%, ondergroei met occasioneel dotterbloem en bosbies: hr/hc° ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 30 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
b. buitendijks gelegen en gedomineerd door invasieve exoten (reuzenbalsemien, Fallopia soorten) → gh → BWK: ku° c. anders → rbbmr ( BWK: mr)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 31 van 76
400 NATTE RUIGTEN 400 (100,110,210,310,620, 630) a. zure laagveensoorten (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) occasioneel of meer aanwezig → 600 Zuur laagveen b. heemst, moeraslathyrus en/of moerasmelkdistel minimaal occasioneel aanwezig (zwaartepunt van verspreiding in Meetjesland en Scheldevallei) → 6430_mr → 401 9
c. natte ruigtevegetatie met zomerklokje ; zwaartepunt van de verspreiding benedenloop Kleine Nete-vallei. → 6430_hw → 411 d. hennegras, wilde bertram, melkeppe en grote wederik samen minimaal abundant, zwaartepunt van voorkomen in Kempische beekdalen → rbbhf → 403 e. schraallandsoorten (addertong, bosorchis, bleke zegge, blonde zegge, gele zegge, moerasstreepzaad, karwijselie, parnassia, teer guichelheil, tormentil, blauwe zegge, pijpenstrootje, stekelbrem, klimopklokje, blauwe knoop, tandjesgras, heidekartelblad, kleine schorseneer, kranskarwij, melkviooltje, ruw walstro, klokjesgentiaan, kleine valeriaan, geelgroene zegge, dopheide, dwergzegge, gevlekte orchis, trekrus, spaanse ruiter, veelbloemige veldbies, bosanemoon, klein glidkruid, …) aanwezig → 500 natte (schraal)graslanden (zie ook graslandsleutel vanaf stap 220 f. anders → 410
401 (400) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kweek, heermoes, braam(G), ridderzuring, liesgras, grote brandnetel, rietgras) bedekken meer dan 30% → 6430_mr (BWK:mr°) b. anders → 6430_mr (BWK:mr) 403 (400)
9
Zomerklokjes worden meer en meer in tuinen gehouden en durven wel eens te verwilderen. Gelieve steeds te controleren dat het een wilde populatie van de juiste ondersoort betreft.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 32 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
a. wilde bertram, grote wederik, melkeppe, hennegras, ruw walstro, wateraardbei, veenpluis, veenmos en zwarte zegge zijn samen minimaal (co)-dominant → rbbhf (BWK: hfl) b. wilde bertram, grote wederik, melkeppe, hennegras, ruw walstro, wateraardbei, veenpluis, veenmos en zwarte zegge zijn samen minder dan (co)-dominant → rbbhf (BWK: hfl°)
410 (400) a. harig wilgenroosje minimaal frequent EN buitendijks gelegen aan Schelde of Maas OF harig wilgenroosje minimaal abundant EN deze soort bedekt meer dan de overige natte ruigtesoorten EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hw → 411 b. anders → 420
411 (400,410, 300) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kweek, heermoes, braam(G), ridderzuring, liesgras, grote brandnetel, rietgras, kruldistel) bedekken meer dan 30% → BWK: hfe° b. anders → BWK: hfe
420 (410) a. poelruit minimaal frequent aanwezig → 421 b. anders → 430
421 (420) a. bedekking van sleutelsoorten natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) >70% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 425
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 33 van 76
b. bedekking van grassen (uitgezonderd rietgras, riet en liesgras) is <30% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 425 c. anders → 430
425 (421) a. bedekking verruigingsindicatoren (akkerdistel, kruldistel, kweek, heermoes, liesgras, braam (G), ridderzuring, grote brandnetel, rietgras) > 50% → BWK: hft° b. anders → BWK: hft
430 (420, 421) a. reuzenpaardestaart of moesdistel minimaal frequent aanwezig → 431 b. anders → 440
431 (430) a. bedekking van sleutelsoorten natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) > 70% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 435 b. bedekking van grassen (uitgezonderd rietgras, riet en liesgras) is <30% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 435 c. anders → 440
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 34 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
435 (431) a. bedekking verruigingsindicatoren (akkerdistel, kruldistel, kweek, heermoes, liesgras, braam (G), ridderzuring, grote brandnetel, rietgras) > 50% → BWK: hfc° b. anders → BWK: hfc
440 (430, 431) a. bedekking van de sleutelsoorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) < 30% → 445 b. bedekking van sleutelsoorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) > 70% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 451 c. bedekking van natte ruigtesoorten > 30% → 450
445 (440) a. bedekking van de sleutelsoorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) minimaal abundant EN bedekking sleutelsoorten van het rietverbond minder dan abundant → rbbhf → 451 b. bedekking van de sleutelsoorten van het rietverbond minimaal abundant → terug naar 315 c. anders → 452
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 35 van 76
450 (440) a. bedekking grassen>30% → rbbhf b. bedekking grassen <30% EN gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → 6430_hf → 451 c. bedekking grassen <30% EN niet gelegen binnen de invloedssfeer en de overstromingszone van een waterloop → rbbhf
451 (440, 445, 450) a. verruigingsindicatoren (akkerdistel, kruldistel, kweek, heermoes, liesgras, braam (G), ridderzuring, grote brandnetel, rietgras) bedekken meer dan 30% → BWK: hf° b. anders → BWK: hf
452 (445) a. dominantie van rietgras of andere begeleidende soorten van natte ruigten (moeraskers, tandzaad(G), watermunt, waterpeper, wolfspoot) gelegen in de overstromingszone van een waterloop (bv. buitendijks gelegen situaties) terug naar 315 b. dominantie van begeleidende soorten van natte ruigten (haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot) elders gelegen → BWK: hr
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 36 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
500 NATTE GRASLANDEN10 500 (110,210, 630) a. veldrus minimaal abundant EN klein glidkruid aanwezig → 6410_ve → 501 b. anders → 502
501 (500) a. 4 of meer soorten uit de vochtige schraalgrasland-groep (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil, addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, bosanemoon, geelgroene zegge, gevlekte orchis s.l., klein glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje, moerasviooltje, pijpenstrootje (excl. zandige bodems), ruw walstro, Spaanse ruiter, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, zaagblad, borstelgras, gevlekte orchis, klokjesgentiaan, sterzegge, tandjesgras, welriekende nachtorchis) aanwezig → BWK: hm b. minder dan 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij a.) aanwezig → BWK: hm°
502 (500) a. minimaal abundant sleutelsoorten van vochtig schraalgrasland aanwezig (zie lijst bij 501.a) EN/OF minimaal 3 van deze soorten occasioneel EN/OF minimaal 2 soorten frequent aanwezig → 503 b. anders → 510
503 (502) a. er is minstens één van volgende hmm-soorten aanwezig (addertong, blonde zegge, bosanemoon, kleine valeriaan, vlozegge, klein glidkruid, kleine schorseneer, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje) → 6410_mo → 504
10
Stappen 500 tot 507 zijn identiek aan deze voor de vochtige schraalgraslanden in de graslandsleutel (stap 220 in De Saeger & Wouters 2017). Ze worden hier in de moerassleutel hernomen omwille van het mogelijk voorkomen ervan in een matrix van een moeraslandschap. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 37 van 76
b. er is minstens één soort uit de hme-groep (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil) EN/OF twee basenminnende soorten (aardaker, aarddistel, bevertjes, bijenorchis, blaassilene, bokkenorchis, borstelkrans, geel zonneroosje, gele morgenster, gevinde kortsteel, gewone agrimonie, goudhaver, grote centaurie, grote muggenorchis, grote pimpernel, gulden sleutelbloem, harlekijn, heelblaadjes, herfsttijloos, hokjespeul, hondskruid, klavervreter, kleine pimpernel, knikkende distel, mannetjesorchis, naakte lathyrus, paddenrus, ruige leeuwentand, ruige weegbree, schubzegge, sikkelklaver, soldaatje, veldsalie, wilde marjolein en zeegroene zegge) aanwezig → 6410_mo → 505 c. anders → 6230, 6410 → BWK: hm°
504 (503) a. er zijn minstens 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a.) aanwezig → BWK: hmm b. er zijn minder dan 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a) aanwezig → BWK: hmm°
505 (503) a. er zijn minstens 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a) aanwezig → BWK: hme b. er zijn minder dan 4 soorten uit de schraalgrasland-groep (zie lijst bij 501.a) aanwezig → BWK: hme°
510 (502) a. sleutelsoorten van zuur laagveen (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge) zijn minimaal occasioneel aanwezig 11 EN dominant (in aantal en/of bedekking) t.o.v. soorten van dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) → 600 Zuur laagveen b. dotterbloem-verbond soorten (zie lijst bij a.) minimaal abundant aanwezig 11
soorten gemarkeerd met (k) zijn kerngroepsoorten
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 38 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
OF er is minstens 1 soort van de hc-kerngroep (zie soorten gemarkeerd met (k) in lijst bij a.) frequent en minstens 2 soorten van het dotterbloem-verbond (zie lijst bij a.) elk occasioneel aanwezig. → rbbhc → 512 c. (tot voor kort) onder een jaarlijks maai-of begrazingsbeheer en minimaal >10% bedekking sleutelsoorten van zilverschoon-verbond aanwezig (aardbeiklaver, akkerkers, getand vlotgras, gewone waterbies, heelblaadjes, klein vlooienkruid, kruipend moerasscherm, moeras/zompvergeet-me-nietje, moeraszoutgras (polderstreek), penningkruid, pijptorkruid, platte rus, polei, rode ogentroost, slanke waterbies, smalle rolklaver (polderstreek), valse voszegge, 12 watermunt, zeegroene rus, zilte rus, zilte zegge (polderstreek), zilverschoon, zomprus, …) EN/OF minimaal 3 van deze soorten elk minstens occasioneel aanwezig. → rbbzil → 515 d. anders → gh, zie graslandsleutel vanaf stap 31 (hr, hp*, …)
512 (210, 510, 310, 630) a. minimaal 5 van de soorten van het dotterbloem-verbond (zie lijst bij 510a.) komen minimaal occasioneel voor → BWK: hc b. anders → BWK: hc°
515 (510, 210) a. minstens 5 soorten van het zilverschoonverbond (zie 500c) elk minimaal frequent of 6 soorten minimaal occasioneel aanwezig → rbbzil+ (BWK:hp*, indien met microreliëf: hpr*, zeer waardevol) b. anders → rrbzil (BWK:hp*, indien met microreliëf: hpr*, waardevol)
12
algemenere begeleiders zijn geknikte vossenstaart, fioringras, krulzuring en/of ruige zegge.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 39 van 76
600 ZUUR LAAGVEEN 600 (20, 70, 200, 305, 400, 510) a. zure laagveen sleutelsoorten (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge ) minimaal frequent aanwezig → 610 b. anders → 620
610 (600) a. zeer nat (watertafel jaarrond t.h.v. of boven maaiveld), resulterend in de aanwezigheid van een duidelijke, grotendeels onveraarde veenbodem, het betreft dikwijls ver doorgezette verlandingssituaties. → 7140_meso → 611 b. watertafel gedurende delen van het jaar onder (>10cm) het maaiveld; veen in de bovenste decimeters veraard → rbbms → 612
611 (610, 620) a. eutrofiëringsindicatoren (harig wilgenroosje, vlotgras (G), gele lis, pitrus, eendekroos, wolfspoot, rietgras, kruipende boterbloem, grote lisdodde, grote brandnetel, algen) bedekken meer dan 10% → BWK: ms° b. anders → BWK: ms
612 (610, 620) a. eutrofiëringsindicatoren (ganzenvoet (G), harig wilgenroosje, gewone hennepnetel, kleefkruid, vlotgras, gele lis, pitrus , kroos (G), wolfspoot, rietgras, waterpeper, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, gele waterkers, bitterzoet, grote lisdodde, grote brandnetel) bedekken meer dan 30% → BWK: ms° b. anders → BWK: ms
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 40 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
620 (600) a. zeer nat (watertafel jaarrond t.h.v. of boven maaiveld), resulterend in de aanwezigheid van een duidelijke veenbodem met onafgebroken plantenresten, EN minimaal (co-)dominantie van holpijp, veenmos (G.), snavelzegge of stijve zegge t.o.v. de andere aanwezige soorten → 7140_meso → terug naar 611 b. minimaal abundant voorkomen van natte ruigte soorten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, grote wederik, melkeppe, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid) → 400 Natte ruigten (hfl) c. zure laagveen sleutelsoorten (draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, zompzegge, waterscheerling) minimaal occasioneel aanwezig EN/OF begeleidende zure laagveensoorten (gewimperd veenmos, gewoon veenmos, blaaszegge, holpijp, koningsvaren, moerasstruisgras, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge, gewone waternavel, hennegras, grote wederik, melkeppe, pluimzegge, roodviltmos, ) zijn samen minimaal abundant → rbbms → terug naar 612 d. anders → 630
630 (620) a. soorten van het dotterbloem-verbond (veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid) domineren over de zure laagveensoorten EN (tot voor kort) onder reguliere (niet-extensieve) begrazing en/of jaarlijks maaibeheer → terug naar 512 Dotterbloem-verbond b. vochtige schraallandsoorten (blonde zegge, bosorchis, brede orchis, gele zegge, karwijselie, moerasstreepzaad, parnassia, schubzegge, teer guichelheil, addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, bosanemoon, geelgroene zegge, gevlekte orchis s.l., klein glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, klimopklokje, kranskarwij, melkviooltje, moerasviooltje, pijpenstrootje (excl. zandige bodems), ruw walstro, Spaanse ruiter, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, zaagblad, borstelgras, gevlekte orchis, klokjesgentiaan, sterzegge, tandjesgras, welriekende nachtorchis) aanwezig EN (tot voor kort) onder reguliere (nietextensieve) begrazing en/of jaarlijks maaibeheer → terug naar 500 Natte graslanden (vochtige schraalgraslanden)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 41 van 76
c. soorten van natte ruigten (adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, melkeppe, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, grote kattenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje, koninginnekruid; begeleiders: haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot) al dan niet in combinatie met de bovenstaande dotterbloem-verbond soorten minimaal abundant aanwezig en extensieve begrazing/maaibeheer of geen beheer → terug naar 400 Natte ruigten
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 42 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
700 DOOR RUSSEN GEDOMINEERDE MOERASSEN 700 (1, 100) a. pitrus of zeegroene rus (overal) dominant. Doorgaans vrij soortenarme vegetaties waar hoogstens in zeer beperkte mate (zeldzaam tot occasioneel ifv van het type) sleutelsoorten van laagvenen, trilvenen, snavelbiesvegetaties of overgangsvenen in voorkomen. Meer algemene natte ruigte soorten zijn hooguit co-dominant. Bodem jaarrond nat, zeer nat of venig → gh (BWK:mj) (eventueel in complex met een type van de Natte Ruigten (zie 400) b. pitrus of zeegroene rus (overal) dominant. Doorgaans vrij soortenarme vegetaties waar hoogstens in zeer beperkte mate sleutelsoorten van laagvenen, trilvenen, snavelbiesvegetaties of overgangsvenen in voorkomen. Meer algemene natte ruigte en graslandsoorten zijn hooguit codominant. Bodem in zomerhalfjaar hooguit vochtig of meer minerale bodem → gh (BWK:hj) c. delen van het perceel gedomineerd door pitrus of zeegroene rus EN delen (>10%) van het perceel met sleutelsoorten van andere moerasvegetatietypes (zuur laagveen, rietland, natte ruigte, grote zeggenvegetatie, …) → sleutel deze laatste delen uit door de sleutel opnieuw te doorlopen en combineer in een katering als complex met mj of hj. Bv. gh (80%) + rbbhc (20%); BWK: hj + hc
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 43 van 76
4 DE KARTERINGSEENHEDEN 4.1 BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART Volgende BWK-eenheden (inclusief alle varianten) worden tot de moerasbiotopen gerekend:
Tabel 1 De BWK-eenheden van de moerasvegetaties, en hun officiële Nederlandse naam
BWK-code
Naam
mc
grote zeggenvegetaties
md
drijftillen
mj
door russen gedomineerde moerasvegetaties
mk
alkalisch laagvenen
mm
galigaanvegetaties
mp
alkalische duinpanvegetaties
mr
rietlanden
ms
zuur laagvenen
mz
zeebiesvegetaties
t
hoogvenen
Voor deze eenheden geldt dat in deze determinatiesleutel: ● ●
de boven-/ondergrenzen beter, strikter worden beschreven; een ° en een * duiden op respectievelijk een zwak en een goed ontwikkelde vorm van het biotoop.
Per karteringseenheid worden hieronder kort andere belangrijke verschillen qua interpretatie of gebruik t.o.v. de BWK versie 2 methodiek (Vriens et al. 2011) geduid. mj: dit is een nieuwe karteringseenheid om moerasvegetaties gedomineerd door grote russen (pitrus, zeegroene rus, biezenknoppen) aan te duiden (Oosterlynck et al. 2020). Vroeger werden dergelijke vegetaties gekarteerd als hj. De eenheid hj blijft bestaan, maar staat bij recente karteringen (vanaf 2016) enkel nog voor graslanden gedomineerd door grote russen. mr: de karteringeenheid mr wordt in deze veldsleutel strikter gehanteerd voor al dan niet verstoorde vegetaties van het rietverbond.. In het verleden werden situaties met een hoge rietbedekking al snel als mr aangeduid , zonder rekening te houden met de begeleidende soorten. Riet kan echter via zijn wortelstokken binnendringen in andere vegetatietypes, zoals in natte ruigten (hf), grote zeggenvegetatie (mc), ruderale ruigten (ku), verlaten natte graslanden (hpr*, hc …), venen (ms).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 44 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
md: drijftillen kunnen diverse soorten vegetatietypes herbergen (ms, ces, mc, …). In deze sleutel wordt daarom voorzien om naast het aangeven van de karteringseenheid voor drijftil (md) ook verder te sleutelen en door middel van een aan te geven om tweede karteringseenheid in complex aan te geven om wat voor drijftilvegetatietype het gaat (bv. md + ces, md + mk, ...).
4.2 HABITATKAART Volgende codes worden in de habitatkaart gebruikt om de habitatwaardige graslanden of regionaal belangrijke graslandbiotopen aan te duiden. Tabel 2 De Natura 2000 habitat(sub)typen van de moeras- en natte ruigtevegetaties, en hun officiële Nederlandse naam: 7
Venen
7110
Actief hoogveen
7140
Overgangs- en trilveen 7140_oli
oligotroof en zuur overgangsveen
7140_meso
mineraalarm, circum-neutraal overgangsveen
7140_mrd
varen- en/of (veen)mosrijke rietlanden op drijftillen
7140_base
basenrijk trilveen met Ronde zegge
7150
Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion
7210
Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae
7220
Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)
7230
Alkalisch laagveen
64
Halfnatuurlijke vochtige graslanden met hoge kruiden
6430
Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland en van de montane en alpiene zones 6430_hf
moerasspireaverbond (moerasspirearuigten)
6430_hw
verbond van harig wilgenroosje
6430_mr
ruigere rietlanden in zwak brakke omstandigheden met heemst, moeraslathyrus en/of moerasmelkdistel (brakke rietvegetaties met heemst )
6430_bz
boszomen
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 45 van 76
Tabel 3 De regionaal belangrijke (moeras)biotopen (rbb) en natte ruigtevegetaties (enkel indien vlakvormig; zie § 2.3)
Code rbb
Naam
rbbmr
rietland en andere vegetatie van het rietverbond
rbbmc
grote zeggenvegetatie
rbbms
kleine zeggenvegetaties niet vervat in overgangsveen (7140)
rbbhf
moerasspirearuigte met graslandkenmerken
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 46 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
5 AANVULLENDE GEGEVENSINZAMELING (FACULTATIEF) Uit de BWK-typologie kan voor enkele criteria informatie over de lokale staat van instandhouding (LSVI) afgeleid worden (vnl. gunstige versus ongunstige toestand; § 5.1; Oosterlynck 2020). In het kader van de programmatorische aanpak stikstof (PAS), het herstelbeheer en de beheermonitoring is het interessant om, naast de grenswaarde nodig voor het bepalen van de BWK-typologie, ook het effectieve aandeel van (een selectie van) de overige LSVI-criteria te noteren. Voor LSVI-criteria waarbij een abundantie wordt gevraagd, wordt de individuele of gezamenlijke abundantie volgens de Tansley-schaal (bijlage 1) genoteerd. Voor LSVI-criteria waarbij een bedekking wordt gevraagd, wordt het procentueel aandeel in stappen van 10% genoteerd. Bedekkingen die zich rond de grenswaarde situeren dienen ietwat nauwkeurig ingeschat (5 %-aandeel ): ● ● ● ●
0% < 5% 5% 10%, 20% … 90%, 100%
(afwezig) (aanwezig, maar duidelijk minder dan 5%)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 47 van 76
6 TOEPASSINGEN 6.1 LOKALE STAAT VAN INSTANDHOUDING (LSVI) NATURA 2000 HABITATTYPE De beslisregels in de sleutels zijn ontworpen om op basis van de BWK-typologie van een habitattype een indicatie te bekomen omtrent de status (gunstig/ongunstig) van bepaalde LSVI-criteria. (Oosterlynck et al. 2020). Onderstaande tabel geeft voor een kaartvlak, behorende tot een bepaald habitattype, de BWK-eenheden aan die een (on)gunstige lsvi indiceren voor één of meerdere criteria: 7140_meso 7140_oli
7150
7210
7230
Eutrofiëring – gunstig
ms
mk
Eutrofiëring – ongunstig
ms°
mk°
6430
Verruiging – gunstig
mm
hf, hfe, hfc, hft
Verruiging – ongunstig
mm°
hf°, hfe°, hfc°, hft°
Verbossing: gunstig
ms
ces
ce
mm
mk
hf, hfe, hfc, hft
Verbossing: ongunstig
msb
cesb
ceb
mmb
mkb
hfb, hfeb, hfcb, hftb
Rietontwikkeling: gunstig
mm
Rietontwikkeling: ongunstig
mm°
6.2 BIOTISCHE KWALITEIT VAN DE REGIONAAL BELANGRIJKE BIOTOPEN Uit de BWK-typologie kan voor enkele kwaliteitscriteria (De Bie et al. 2018) indicatief afgeleid worden of deze in een goede toestand zijn. Onderstaande tabel geeft voor een kaartvlak, behorende tot het vermelde habitattype, de BWK-eenheden aan die een gewenste toestand indiceren: rbbmr
rbbmc
rbbms
Eutrofiëring: goed
mr
mc
ms
Eutrofiëring: niet goed
mr°
mc°
ms°
Verbossing: goed
mr
mc
ms
Verbossing: niet goed
mrb
mcb
msb
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 48 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
6.3 VEREENVOUDIGDE ‘BODEMBEDEKKINGSKAART’ Vaak wordt de BWK op basis van de eerste karteringseenheid vereenvoudigd tot een bodembedekkingskaart met een tiental grote klassen (heide, grasland, urbaan gebied, …). Volgende BWK-eenheden (inclusief alle varianten) worden tot de moerassen gerekend: mc, md, mj, mk, mm, mp, mr, ms en mz. De eenheden hf, hr en ku worden ook deels met deze veldsleutel uitgesleuteld, maar hr en ku worden tot de biotoopgroep ‘ruigten en pioniersvegetaties’ en hf tot de biotoopgroep ‘graslanden’ gerekend. Hoogveen ‘t’ valt onder de biotoopgroep ‘heiden’. Let op, bij oudere karteringen (vóór 2010) zitten in de BWK nog regelmatig heterogene complexen met BWKeenheden die tot andere biotoopgroepen horen. Bij karteringen die gebruik maken van deze handleiding, is dit veel minder het geval (De Saeger et al. 2016a).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 49 van 76
7 GECITEERDE EN GERAADPLEEGDE LITERATUUR De Bie E., Wouters J., Oosterlynck P., De Saeger S., Denys L., Vandekerkhove K., Thomaes A., De Keersmaeker L., Vanden Borre J. & Paelinckx D. (2018). Beoordelingskader voor ‘regionaal belangrijke biotopen’ (rbb) en andere natuurstreefbeelden. Eindrapport. Rapporten van het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek 2018 (98). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.15720703 De Saeger S., De Blust G., Oosterlynck P. & Paelinckx D.(2016b). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 2: de heidesleutel. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016 (11613662). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Saeger S., Oosterlynck P., Guelinckx R. & Paelinckx D. (2016a). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 1: Methodologie: karteerregels, karteringseenheden en hoofdsleutel. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016, INBO.R.2016.11613609. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Saeger S., Oosterlynck et al. (In prep.). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 2: de heidesleutel. Versie 2,2022. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Saeger S., Paelinckx D., Demolder H., Denys L., Packet J., Thomaes A. en Vandekerkhove K. (2008). Sleutel voor het karteren van NATURA2000 habitattypen in Vlaanderen, grotendeels vertrekkende van de karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart, versie 5. Intern Rapport INBO.IR.2008.23. Instituut voor Natuur‐ en bosonderzoek, Brussel. De Saeger S. en Wouters J. (2017). BWK en Habitatkartering, een praktische handleiding. Deel 5: de graslandsleutel. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2018 (4). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.13847497 Hennekens S.M., Smits N.A.C. & Schaminée J.H.J. (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR. Hans Joosten, Francizka Tanneberger & A. Moen (Eds.) (2017) Mires and peatlands of Europe. Status, distribution and conservation. Stuttgart. Schweizerbart Science. (780 pp) Ministerie van LNV (2008). Profielen habitattypen en soorten, eindconcept habitattypen, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Nederland. (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen) Oosterlynck P. (2020). Distribution of the Natura 2000 habitat type 7220 (Cratoneurion) in Flanders and Brussels Capital Region, Belgium (version 2020). (DOI: doi.org/10.5281/zenodo.3784149) Oosterlynck P., De Saeger S., Leyssen A., Provoost S., Thomaes A., Vandevoorde B., Wouters J., & Paelinckx D. (2020). Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura2000 habitattypen in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2020 (27). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.14061248 Paelinckx D., De Saeger S., Demolder H. & T’Jollyn F. (2007). Argumentatie van de Natura-2000 habitat definities in Sterckx et al. (2007) en definitie van de regionaal belangrijke biotopen. Adviezen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO.A.2006.177. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 50 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Schaminée J., Haveman R., Hommel P., Janssen J., de Ronde I., Schipper P., Weeda E., van Dort K. en Bal D. Revisie Vegetatie van Nederland. Uitgeverij Westerlaan-Publisher / Plantensociologische Kring. ISBN: 978-94-91705-10-6 Schaminée, J.H.J, Weeda E.J. en V. Westhoff: De vegetatie van Nederland, deel 2. Plantengemeenschappen van wateren, moerassen en natte heiden. Uppsala/Leiden 1995 Scheers K., Packet J., Denys L., Smeekens V. & De Saeger S. (2016). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 3: Veldsleutel tot de stilstaande wateren van Vlaanderen. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016, INBO.R.2016.11613720. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Tansley, A.G. (1946) Introduction to plant ecology. Allen & Unwin, Londen T'jollyn F., Bosch H., Demolder H., De Saeger S., Leyssen A., Thomaes A., Wouters J., Paelinckx D. & Hoffmann M. (2009). Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura 2000 habitattypen. versie 2.0. Rapporten van het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek 2009 (46). INBO.R.2009.4. Instituut voor Natuur -en Bosonderzoek, Brussel. Vandekerkhove K., De Saeger S., Thomaes A., De Keersmaeker L., Oosterlynck P., Van Oost F. & Jacobs I. (2016). BWK en Habitatkartering. Een praktische handleiding. Deel 4: De Bossleutel. Versie 1, maart 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2016, INBO.R.2016.11613777. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Vandenbussche V., T'Jollyn F., Zwaenepoel A., Vanhecke L. & Hoffmann M. (2002). Systematiek van natuurtypen voor de biotopen heide, moeras, duin, slik en schor. Deel 3: moeras. Verslag van het Instituut voor Natuurbehoud (2002.14). Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. Vandevoorde B. (2011). Systeemmonitoring vegetatiekartering. In Van Ryckegem G., (red.) (2011). MONEOS –Geïntegreerd datarapport Toestand Zeeschelde tot 2009. Datarapportage ten behoeve van de VNSC voor het vastleggen van de uitgangssituatie anno 2009. Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek INBO.R.2011.8, Brussel. Vriens L., Bosch H., De Knijf G., De Saeger S., Oosterlynck P., Guelinckx R., T’Jollyn F., Van Hove M. & Paelinckx D. (2011). De Biologische Waarderingskaart. Biotopen en hun verspreiding in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO.M.2011.1. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 51 van 76
1. Bijlage 1: Tansley schaal De Tansley-methode wordt gebruikt voor het eerder intuïtief schatten van de mate van voorkomen van plantensoorten over grote oppervlaktes (grootte-orde van 1 tot meerdere hectares), zoals gebruikspercelen, beheerblokken en vegetatie-eenheden. D De originele Tansley-categorieën zijn in de literatuur nergens strikt gedefinieerd. Het betreft een intuïtieve interpretatie van woordelijk omschreven klassen die een ordening geven aan de mate waarin een soort voorkomt in een terrein. Er dient voldoende terugkoppeling te zijn tussen verschillende waarnemers om waarnemersafhankelijke variatie zo laag mogelijk te krijgen. Een Tansley-code is strikt genomen onafhankelijk van de bedekking van de plantensoorten maar in de praktijk wordt er een interpretatie in ruwe bedekkingsklasses gehanteerd. Dit in poging om variatie in de interpretatie tussen de waarnemers te beperken. Er bestaan weliswaar andere beddekkingsschalen (bv. beheermonitoringsschaal) die hiertoe beter en eenduidiger zijn uitgewerkt, maar die minder courant in gebruik zijn en om die reden hier (nog) niet zijn gehanteerd. De categorieën en hun omschrijving zijn: D: dominant: de soort overheerst (max. 1 soort, kan niet samen voorkomen met CD) (bedekking situeert zich tussen 50-100%) CD: co-dominant: de soort overheerst samen met (enkele) andere soorten (min.2, max.4-5 soorten) (bedekking situeert zich tussen 25-50%) A: abundant: de soort is veel aanwezig, maar nooit (co-)dominant (bedekking situeert zich tussen 525%) F: frequent: de soort is vrij talrijk aanwezig (bedekking is minder dan 5%) O: occasioneel: de soort is verspreid aanwezig (bedekking is minder dan 5%) R: zeldzaam (rare): de soort is zeldzaam (bedekking is minder dan 5%) S: sporadisch: soort is zeer zeldzaam, slechts enkele exemplaren aanwezig (bedekking is minder dan 5%) Onderstaande figuren geven een visuele impressie van de waargenomen frequentie van een individuele plantensoort bij het doorkruisen van een inventarisatie-eenheid.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 52 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 53 van 76
2. Bijlage 2: Soortenlijsten per vegetatietype Sleutelsoorten rietlanden: gele lis, grote boterbloem, grote egelskop, grote lisdodde, kalmoes, kleine lisdodde, lidsteng, liesgras, mattenbies, riet, ruwe bies, vlotgras (G), watertorkruid, waterzuring, zwanenbloem Sleutelsoorten grote zeggenvegetatie: blaaszegge, hoge cyperzegge, moeraszegge, oeverzegge, scherpe zegge, stijve zegge Sleutelsoorten snavelbiesverbond: bruine snavelbies, kleine zonnedauw, moeraswolfsklauw, ronde zonnedauw, witte snavelbies Sleutelsoorten zuur laagveen: draadrus, draadzegge, haakveenmos, moerasbasterdwederik, moerasviooltje, moeraswederik, slangenwortel, wateraardbei, waterdrieblad, waterscheerling, zompzegge Begeleiders zuur laagveen: blaaszegge, gewimperd veenmos, gewone waternavel, gewoon veenmos, grote wederik, hennegras, holpijp, koningsvaren, melkeppe, moerasstruisgras, pluimzegge, roodviltmos, schildereprijs, slank veenmos, snavelzegge, sterzegge, stijve zegge, veenpluis, zeegroene muur, zwarte zegge Sleutelsoorten overgangsveen: éénarig wollegras, hoogveenveenmos (Sphagnum magellanicum s.l.; S. divinum + S. medium + S. magellanicum), kleine veenbes, lavendelheide, rood veenmos , stijf veenmos, wrattig veenmos Sleutelsoorten alkalische duinpanvegetatie: bonte paardestaart, drienervige zegge, duinrus, goudmos (G), moeraswespenorchis, paddenrus, parnassia, rond wintergroen, honingorchis, echt vetmos, vierkantsmos, blauwe zegge, zeegroene zegge, moeraszoutgras, kruipwilg Sleutelsoorten alkalisch en neutraal trilveen: armbloemige waterbies, galigaan, groen schorpioenmos, groenknolorchis, moeraskartelblad, moerasvaren, parnassia, plat blaasjeskruid, purper schorpioenmos, ronde zegge, rood schorpioenmos, slank wollegras, goudmos (G), trilveenveenmos, tweehuizige zegge Sleutelsoorten alkalisch laagveen: alpenrus, armbloemige waterbies, blonde zegge, breed wollegras, gele zegge, geveerd diknerfmos, goudmos (G), groenknolorchis, knopbies, parnassia, schorpioenmos (G), schubzegge, slank wollegras, tweehuizige zegge, veenmosorchis, vleeskleurige orchis, vlozegge, wolfsklauwmos Begeleiders alkalische venen (trilveen+laagveen): blauwe zegge, draadzegge, dwergzegge, holpijp, klein blaasjeskruid, kleine valeriaan, kruipwilg, loos blaasjeskruid, moeraswespenorchis, moeraszoutgras, paddenrus, pluimzegge, snavelzegge, teer guichelheil, veenmos(G), waterdrieblad, weegbreefonteinkruid, zeegroene zegge Sleutelsoorten natte ruigte: adderwortel, echte valeriaan, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, harig wilgenroosje, heemst, hennegras, kale jonker, koninginnekruid, melkeppe, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, reuzenpaardenstaart, gewone smeerwortel, wilde bertram, zomerklokje Begeleiders natte ruigte: haagwinde, hop, moerasandoorn, moeraskers, rietgras, tandzaad (G), watermunt, waterpeper, wolfspoot Sleutelsoorten en kerngroepsoorten(k) dotterbloemgrasland: veldrus, bosbies (k), echte koekoeksbloem, lidrus (k), grote ratelaar, ruwe smele, adderwortel (k), moeras/zompvergeet-me-nietje, kruipend zenegroen, moesdistel (k), tweerijige zegge (k), dotterbloem (k), brede orchis (k), gevleugeld hertshooi (k), herfsttijloos, kale jonker (k), moerasrolklaver, moerasstreepzaad (k), paddenrus (k), rietorchis, slanke sleutelbloem (k), waterkruiskruid
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 54 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Sleutelsoorten zilverschoongrasland: aardbeiklaver, akkerkers, getand vlotgras, gewone waterbies, heelblaadjes, klein vlooienkruid, kruipend moerasscherm, moeras-/zompvergeet-me-nietje, moeraszoutgras (polderstreek), penningkruid, pijptorkruid, platte rus, polei, rode ogentroost, slanke waterbies, smalle rolklaver (polderstreek), valse voszegge, watermunt, zeegroene rus, zilte rus, zilte zegge (polderstreek), zilverschoon, zomprus Sleutelsoorten vochtige schraalgraslanden: addertong, blauwe knoop, blauwe zegge, bleke zegge, blonde zegge,borstelgras,bosanemoon,bosorchis, brede orchis, geelgroene zegge, gele zegge, gevlekte orchis, gevlekte orchis s.l., karweijselie, klein glidkruid, kleine schorseneer, kleine valeriaan, Klimopklokje, klokjesgentiaan, kranskarwij, melkviooltje, moerasstreepzaad, moerasviooltje, parnassia, pijpenstrootje, ruw walstro schubzegge, Spaanse ruiter, sterzegge, tandjesgras, teer guichelheil, tormentil, veelbloemige veldbies, vlozegge, welriekende nachtorchis, zaagblad, stekelbrem, heidekartelblad, dopheide, dwergzegge, trekrus
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 55 van 76
3. Bijlage 3: Soortenlijsten alfabetisch en per groep Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Groep
Sleutelsoort/Begeleider
aardbei klaver
Trifolium fragiferum
zilverschoongrasland
sleutelsoort
addertong
Ophioglossum vulgatum
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
adderwortel
Polygonum bistorta
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
adderwortel
Polygonum bistorta
natte ruigten
sleutelsoort
akkerkers
Rorippa sylvestris
zilverschoongrasland
sleutelsoort
alpenrus
Juncus alpinoarticulatus
alkalisch laagveen
sleutelsoort
armbloemige waterbies
Eleocharis quinqueflora
alkalisch laagveen
sleutelsoort
armbloemige waterbies
Eleocharis quinqueflora
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
blaaszegge
Carex vesicaria
grote zeggenvegetatie
sleutelsoort
blaaszegge
Carex vesicaria
zuur laagveen
begeleider
blauwe knoop
Succisa pratensis
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
blauwe zegge
Carex panicea
alkalische venen
begeleider
blauwe zegge
Carex panicea
alkalische duinpan
sleutelsoort
blauwe zegge
Carex panicea
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
bleke zegge
Carex pallescens
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
blonde zegge
Carex hostiana
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
blonde zegge
Carex hostiana
alkalisch laagveen
sleutelsoort
bonte paardenstaart
Equisetum variegatum
alkalische duinpan
sleutelsoort
borstelgras
Nardus stricta
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
bosanemoon
Anemona nemorosa
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
bosbies
Scirpus sylvaticus
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
bosorchis
Dactylorhiza fuchsii
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
brede orchis
Dactylorhiza fistulosa
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
brede orchis
Dactylorhiza fistulosa
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
breed wollegras
Eriophorum latifolium
alkalisch laagveen
sleutelsoort
bruine snavelbies
Rhynchospora fusca
snavelbiesverbond
sleutelsoort
dopheide
Erica tetralix
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
dotterbloem
Caltha palustris
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
draadrus
Juncus filiformis
zuur laagveen
sleutelsoort
draadzegge
Carex lasiocarpa
alkalische venen
begeleider
draadzegge
Carex lasiocarpa
zuur laagveen
sleutelsoort
drienervige zegge
Carex trinervis
alkalische duinpan
sleutelsoort
duinrus
Juncus anceps
alkalische duinpan
sleutelsoort
dwergzegge
Carex viridula
alkalische venen
begeleider
dwergzegge
Carex viridula
alkalische duinpan
sleutelsoort
dwergzegge
Carex oederi
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
echt vetmos
Aneura pinguis
alkalische duinpan
sleutelsoort
echte koekoeksbloem
Lychnis flos-cuculi
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
echte valeriaan
Valeriana repens
natte ruigten
sleutelsoort
eenarig wollegras
Eriophorum vaginatum
overgangsveen
sleutelsoort
galigaan
Cladium mariscus
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
geelgroene zegge
Carex demissa
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
gele lis
Iris pseudacorus
rietlanden
sleutelsoort
gele zegge
Carex flava
alkalisch laagveen
sleutelsoort
gele zegge
Carex flava
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
getand vlotgras
Glyceria declinata
Zilverschoongrasland
sleutelsoort
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 56 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Groep
Sleutelsoort/Begeleider
geveerd diknerfmos
Palustriella commutata
alkalisch laagveen
sleutelsoort
gevlekte orchis
Dactylorhiza maculata
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
gevlekte orchis s.l.
Dactylorhiza maculata
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
gevleugeld hertshooi
Hypericum tetrapterum
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
gewimperd veenmos
Sphagnum fimbriatum
zuur laagveen
begeleider
gewone engelwortel
Angelica sylvestris
natte ruigten
sleutelsoort
gewone smeerwortel
Symphytum officinale
natte ruigten
sleutelsoort
gewone waterbies
Eleocharis palustris
Zilverschoongrasland
sleutelsoort
gewone waternavel
Hydrocotyle vulgaris
zuur laagveen
begeleider
gewoon veenmos
Sphagnum palustre
zuur laagveen
begeleider
goudmos (G)
Campylium (G)
alkalisch laagveen
sleutelsoort
goudmos (G)
Campylium (G)
alkalische duinpan
sleutelsoort
goudmos (G)
Campylium (G)
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
groen schorpioenmos
Scorpidium cossonii
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
groenknolorchis
Liparis loeselii
alkalisch laagveen
sleutelsoort
groenknolorchis
Liparis loeselii
alkalische en neutrale trilvenen sleutelsoort
grote boterbloem
Ranunculus lingua
rietlanden
sleutelsoort
grote egelskop
Sparganium erectum
rietlanden
sleutelsoort
grote kattenstaart
Lythrum salicaria
natte ruigten
sleutelsoort
grote lisdodde
Typha latifolia
rietlanden
sleutelsoort
grote ratelaar
Rhinanthus angustifolius
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
grote wederik
Lysimachia vulgaris
natte ruigten
sleutelsoort
grote wederik
Lysimachia vulgaris
zuur laagveen
begeleider
haagwinde
Calystegia sepium
natte ruigten
begeleider
haakveenmos
Sphagnum squarrosum
zuur laagveen
sleutelsoort
harig wilgenroosje
Epilobium hirsutum
natte ruigten
sleutelsoort
heelblaadjes
Pulicaria dysenterica
zilverschoongrasland
sleutelsoort
heemst
Althaea officinalis
natte ruigten
sleutelsoort
heen
Scirpus maritimus
zeebiesvegetatie
sleutelsoort
heidekartelblad
Pedicularis sylvatica
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
hennegras
Calamagrostis canescens
natte ruigten
sleutelsoort
hennegras
Calamagrostis canescens
zuur laagveen
begeleider
herfsttijloos
Colchicum autumnale
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
hoge cyperzegge
Carex pseudocyperus
grote zeggenvegetatie
sleutelsoort
holpijp
Equisetum fluviatile
alkalische venen
begeleider
holpijp
Equisetum fluviatile
zuur laagveen
begeleider
honingorchis
Herminium monorchis
alkalische duinpan
sleutelsoort
hoogveenveenmos
Sphagnum magellanicum
overgangsveen
sleutelsoort
Hop
Humulus lupulus
natte ruigten
begeleider
kale jonker
Cirsium palustre
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
kale jonker
Cirsium palustre
natte ruigten
sleutelsoort
kalmoes
Acorus calamusL.
rietlanden
sleutelsoort
karwijselie
Selinum carvifolia
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
klein blaasjeskruid
Utricularia minor
alkalische venen
begeleider
klein glidkruid
Scutellaria minor
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
klein vlooienkruid
Pulicaria vulgaris
zilverschoongrasland
sleutelsoort
kleine lisdodde
Typha angustifolia
rietlanden
sleutelsoort
kleine schorseneer
Scorzonera humilis
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 57 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Groep
Sleutelsoort/Begeleider
kleine valeriaan
Valeriana dioica
alkalische venen
begeleider
kleine valeriaan
Valeriana dioica
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
kleine veenbes
Vaccinium oxycoccos
overgangsveen
sleutelsoort
kleine zonnedauw
Drosera intermedia
snavelbiesverbond
sleutelsoort
klimopklokje
Wahlenbergia hederacea
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
klokjesgentiaan
Gentiana pneumonanthe
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
knopbies
Schoenus nigricans
alkalisch laagveen
sleutelsoort
koninginnekruid
Eupatorium
natte ruigten
sleutelsoort
koningsvaren
Osmunda regalis
zuur laagveen
begeleider
kranskarwij
Carum verticillatum
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
kruipend moerasscherm
Apium repens
zilverschoongrasland
sleutelsoort
kruipend zenegroen
Ajuga reptans
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
kruipwilg
Salix repens
alkalische venen
begeleider
kruipwilg
Salix repens
alkalische duinpan
sleutelsoort
lavendelhei
Andromeda polifolia
overgangsveen
sleutelsoort
lidrus
Equisetum palustre
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
lidsteng
Hippuris vulgaris
rietlanden
sleutelsoort
liesgras
Glyceria maxima
rietlanden
sleutelsoort
loos blaasjeskruid
Utricularia australis
alkalische venen
begeleider
mattenbies
Scirpus lacustris
rietlanden
sleutelsoort
melkeppe
Peucedanum palustre
natte ruigten
sleutelsoort
melkeppe
Peucedanum palustre
zuur laagveen
begeleider
melkviooltje
Viola persicifolia
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
moeras/zompvergeet-me-nietje Myosotis cespitosa
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
moeras/zompvergeet-me-nietje Myosotis cespitosa
zilverschoongrasland
sleutelsoort
moerasandoorn
Stachys palustris
natte ruigten
begeleider
moerasbasterdwederik
Epilobium palustre
zuur laagveen
sleutelsoort
moeraskartelblad
Pedicularis palustris
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
moeraskers
Rorippa palustris
natte ruigten
begeleider
moeraslathyrus
Lathyrus palustris
natte ruigten
sleutelsoort
moerasmelkdistel
Sonchus palustris
natte ruigten
sleutelsoort
moerasrolklaver
Lotus pedunculatus
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
moerasspirea
Filipendula ulmaria
natte ruigten
sleutelsoort
moerasstreepzaad
Crepis paludosa
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
moerasstreepzaad
Crepis paludosa
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
moerasstruisgras
Agrostis canina
zuur laagveen
begeleider
moerasviooltje
Viola palustris
zuur laagveen
sleutelsoort
moerasviooltje
Viola palustris
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
moeraswederik
Lysimachia thyrsiflora
zuur laagveen
sleutelsoort
moeraswespenorchis
Epipactis palustris
alkalische duinpan
sleutelsoort
moeraswespenorchis
Epipactis palustris
alkalische venen
begeleider
moeraswolfsklauw
Lycopodiella inundata
snavelbiesverbond
sleutelsoort
moeraszegge
Carex acutiformis
grote zeggenvegetatie
sleutelsoort
moeraszoutgras
Triglochin palustris
alkalische venen
begeleider
moeraszoutgras
Triglochin palustris
alkalische duinpan
sleutelsoort
moeraszoutgras
Triglochin palustris
zilverschoongrasland
sleutelsoort
moesdistel
Cirsium oleraceum
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
moesdistel
Cirsium oleraceum
natte ruigten
sleutelsoort
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 58 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Groep
Sleutelsoort/Begeleider
oeverzegge
Carex riparia
grote zeggenvegetatie
sleutelsoort
paddenrus
Juncus subnodulosus
alkalische duinpan
sleutelsoort
paddenrus
Juncus subnodulosus
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
paddenrus
Juncus subnodulosus
alkalische venen
begeleider
parnassia
Parnassia palustris
alkalisch laagveen
sleutelsoort
parnassia
Parnassia palustris
alkalische duinpan
sleutelsoort
parnassia
Parnassia palustris
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
parnassia
Parnassia palustris
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
penningkruid
Lysimachia nummularia
zilverschoongrasland
sleutelsoort
pijpenstrootje
Molinia caerulae
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
pijptorkruid
Oenanthe fistulosa
zilverschoongrasland
sleutelsoort
plat blaasjeskruid
Utricularia intermedia
alkalische en neutrale trilvenen sleutelsoort
platte rus
Juncus compressus
zilverschoongrasland
sleutelsoort
pluimzegge
Carex paniculata
zuur laagveen
begeleider
pluimzegge
Carex paniculata
alkalische venen
begeleider
poelruit
Thalictrum flavum
natte ruigten
sleutelsoort
polei
Mentha pulegium
zilverschoongrasland
sleutelsoort
purper schorpioenmos
Scorpidium revolvens
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
reuzenpaardenstaart
Equisetum telmateia
natte ruigten
sleutelsoort
riet
Phragmites australis
rietlanden
sleutelsoort
riet
Phragmites australis
zeebiesvegetatie
begeleider
rietgras
Phalaris arundinacea
natte ruigten
begeleider
rietorchis
Dactylorhiza praetermissa
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
rode ogentroost
Odontites vernus
zilverschoongrasland
sleutelsoort
rond wintergroen
Pyrola rotundifolia
alkalische duinpan
sleutelsoort
ronde zegge
Carex diandra
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
ronde zonnedauw
Drosera rotundifolia
snavelbiesverbond
sleutelsoort
rood schorpioenmos
Scorpidium scorpioides
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
rood veenmos
Sphagnum rubellum
overgangsveen
sleutelsoort
roodviltmos
Aulacomnium palustre
zuur laagveen
begeleider
ruw walstro
Galium uligunosum
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
ruwe bies
Scirpus tabernaemontani
rietlanden
sleutelsoort
ruwe smele
Deschampsia cespitosa
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
scherpe zegge
Carex acuta
grote zeggenvegetatie
sleutelsoort
schildereprijs
Veronica scutellata
zuur laagveen
begeleider
schorpioenmos (G)
Scorpidium (G)
alkalisch laagveen
sleutelsoort
schorpioenmos (G)
Scorpidium (G)
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
schubzegge
Carex lepidocarpa
alkalisch laagveen
sleutelsoort
schubzegge
Carex lepidocarpa
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
slangenwortel
Calla palustris
zuur laagveen
sleutelsoort
slank veenmos
Sphagnum flexuosum
zuur laagveen
begeleider
slank wollegras
Eriophorum gracile
alkalisch laagveen
sleutelsoort
slank wollegras
Eriophorum gracile
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
slanke sleutelbloem
Primula elatior
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
slanke waterbies
Eleocharis uniglumis
zilverschoongrasland
sleutelsoort
smalle rolklaver
Lotus corniculatus L. subsp. tenuis
zilverschoongrasland
sleutelsoort
snavelzegge
Carex rostrata
zuur laagveen
begeleider
snavelzegge
Carex rostrata
alkalische venen
begeleider
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 59 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Groep
Sleutelsoort/Begeleider
Spaanse ruiter
cirsium dissectum
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
spiesmelde
Atriplex prostrata
zeebiesvegetatie
begeleider
stekelbrem
Genista anglica
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
sterzegge
Carex echinata
zuur laagveen
begeleider
sterzegge
Carex echinata
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
stijf veenmos
Sphagnum capillifolium
overgangsveen
sleutelsoort
stijve zegge
Carex elata
grote zeggenvegetatie
sleutelsoort
stijve zegge
Carex elata
zuur laagveen
begeleider
tandjesgras
Danthonia decumbens
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
tandzaad (G)
Bidens (G)
natte ruigten
begeleider
teer guichelheil
Anagallis tenella
alkalische venen
begeleider
teer guichelheil
Anagallis tenella
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
tormentil
Potentilla erecta
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
trekrus
Juncus squarrosus
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
tweehuizige zegge
Carex dioica
alkalisch laagveen
sleutelsoort
tweehuizige zegge
Carex dioica
alkalische en neutrale trilvenen
sleutelsoort
tweerijige zegge
Carex disticha
dotterbloemgraslanden (k)
sleutelsoort
valse voszegge
Carex cuprina
zilverschoongrasland
sleutelsoort
veelbloemige veldbies
Luzula multiflora
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
veenmos (G)
Sphagnum (G)
alkalische venen
begeleider
veenmosorchis
Hammarbya paludosa
alkalisch laagveen
sleutelsoort
veenpluis
Eriophorum polystachion
zuur laagveen
begeleider
veldrus
Juncus acutiflorus
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
vierkantsmos
Preissia quadrata
alkalische duinpan
sleutelsoort
vleeskleurige orchis
Dactylorhiza incarnata
alkalisch laagveen
sleutelsoort
vlotgras (G)
Glyceria (G)
rietlanden
sleutelsoort
vlozegge
Carex pulicaris
alkalisch laagveen
sleutelsoort
vlozegge
Carex pulicaris
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
wateraardbei
Comarum palustre
zuur laagveen
sleutelsoort
waterdrieblad
Menyanthes trifoliata
zuur laagveen
sleutelsoort
waterdrieblad
Menyanthes trifoliata
alkalische venen
begeleider
waterkruiskruid
Senecio aquaticus
dotterbloemgraslanden
sleutelsoort
watermunt
Mentha aquatica
natte ruigten
begeleider
watermunt
Mentha aquatica
zilverschoongrasland
sleutelsoort
waterpeper
Polygonum hydropiper
natte ruigten
begeleider
waterscheerling
Cicuta virosa
zuur laagveen
sleutelsoort
watertorkruid
Oenanthe aquatica
rietlanden
sleutelsoort
waterzuring
Rumex hydrolapathum
rietlanden
sleutelsoort
weegbreefonteinkruid
Potamogeton coloratus
alkalische venen
begeleider
weegbreefonteinkruid
Potamogeton coloratus
alkalische duinpan
sleutelsoort
welriekende nachtorchis
Plantanthera bifolia
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
wilde bertram
Achillea ptarmica
natte ruigten
sleutelsoort
witte snavelbies
Rhynchospora alba
snavelbiesverbond
sleutelsoort
wolfsklauwmos
Pseudocalliergon lycopodioides
alkalisch laagveen
sleutelsoort
wolfspoot
Lycopus europaeus
natte ruigten
begeleider
wrattig veenmos
Sphagnum papillosum
overgangsveen
sleutelsoort
zaagblad
Serratula tinctoria
schraalgraslandsoorten
sleutelsoort
zeegroene muur
Stellaria palustris
zuur laagveen
begeleider
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 60 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Groep
Sleutelsoort/Begeleider
zeegroene rus
Juncus inflexus
zilverschoongrasland
sleutelsoort
zeegroene zegge
Carex flacca
alkalische duinpan
sleutelsoort
zeegroene zegge
Carex flacca
alkalische venen
begeleider
zilte rus
Juncus gerardii
zeebiesvegetatie
begeleider
zilte rus
Juncus gerardii
zilverschoongrasland
sleutelsoort
zilte zegge
Carex distans
zilverschoongrasland
sleutelsoort
zilverschoon
Potentilla anserina
zilverschoongrasland
sleutelsoort
zomerklokje
Leucojum aestivum
natte ruigten
sleutelsoort
zomprus
Juncus articulatus
zilverschoongrasland
sleutelsoort
zompzegge
Carex canescens
zuur laagveen
sleutelsoort
zwanebloem
Butomus umbellatus
rietlanden
sleutelsoort
zwarte zegge
Carex nigra
zuur laagveen
begeleider
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 61 van 76
4. Bijlage 4: Lijst van helofyten en freatofyten Alfabetisch volgens Nederlandse naam Bron: Florabank INBO Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
aalbes
Ribes rubrum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
aardbeiklaver
Trifolium fragiferum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
addertong
Ophioglossum vulgatum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
adderwortel
Polygonum bistorta L.
Vochtige freatofyt (obl.)
akkerkers
Rorippa sylvestris (L.) Besser
Vochtige freatofyt (fac.)
akkermunt
Mentha arvensis L.
Plaatselijke freatofyt
alpenrus
Juncus alpinoarticulatus Chaix
Natte freatofyt(obligaat)
amandelwilg
Salix triandra L.
Natte freatofyt(obligaat)
armbloemige waterbies
Eleocharis quinqueflora (F.X. Hartm.) O. Schwartz
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
beekpunge
Veronica beccabunga L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
beemdooievaarsbek
Geranium pratense L.
Plaatselijke freatofyt
beenbreek
Narthecium ossifragum (L.) Huds.
Natte freatofyt(obligaat)
behaarde boterbloem
Ranunculus sardous Crantz
Vochtige freatofyt (fac.)
beklierde basterdwederik
Epilobium ciliatum Rafin.
Vochtige freatofyt (obl.)
beklierde duizendknoop
Polygonum lapathifolium L.
Plaatselijke freatofyt
bergnachtorchis
Platanthera chlorantha (Cust.) Reichenb.
Plaatselijke freatofyt
betonie
Stachys officinalis (L.) Trev.
Plaatselijke freatofyt
beverneltorkruid
Oenanthe pimpinelloides L.
Vochtige freatofyt (obl.)
biezenknoppen
Juncus conglomeratus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
bitter barbarakruid
Barbarea intermedia Boreau
Plaatselijke freatofyt
bittere veldkers
Cardamine amara L.
Natte freatofyt(obligaat)
bittere wilg
Salix purpurea L.
Natte freatofyt(obligaat)
bitterzoet
Solanum dulcamara L.
Plaatselijke freatofyt
blaartrekkende boterbloem
Ranunculus sceleratus L.
Natte freatofyt(obligaat)
blaasvaren
Cystopteris fragilis (L.) Bernh.
Plaatselijke freatofyt
blaaszegge
Carex vesicaria L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
blauw glidkruid
Scutellaria galericulata L.
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 62 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
blauwe waterereprijs + rode waterereprijs
Veronica anagallis-aquatica L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
blauwe zegge
Carex panicea L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
bleekgele droogbloem
Gnaphalium luteoalbum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
bleke basterdwederik
Epilobium roseum Schreb.
Vochtige freatofyt (fac.)
bleke zegge
Carex pallescens L.
Plaatselijke freatofyt
bloedzuring
Rumex sanguineus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
blonde zegge
Carex hostiana DC.
Natte freatofyt(obligaat)
bonte paardenstaart
Equisetum variegatum Schleich.
Vochtige freatofyt (obl.)
Borstelbies
Scirpus setaceus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
bosandoorn
Stachys sylvatica L.
Plaatselijke freatofyt
bosbies
Scirpus sylvaticus L.
Vochtige freatofyt (obl.)
bosereprijs
Veronica montana L.
Vochtige freatofyt (fac.)
bosgeelster
Gagea lutea (L.) Ker-Gawl.
Plaatselijke freatofyt
bosmuur
Stellaria nemorum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
bospaardenstaart
Equisetum sylvaticum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
bosveldkers
Cardamine flexuosa With.
Vochtige freatofyt (fac.)
boswederik
Lysimachia nemorum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
boszegge
Carex sylvatica Huds.
Plaatselijke freatofyt
brede orchis
Dactylorhiza fistulosa (Moench) H. Baumann et Künkele
Vochtige freatofyt (fac.)
breed wollegras
Eriophorum latifolium Hoppe
Natte freatofyt(obligaat)
bronkruid
Montia fontana L.
NA
bruin cypergras
Cyperus fuscus L.
Natte freatofyt(obligaat)
bruine snavelbies
Rhynchospora fusca (L.) Ait. f.
Natte freatofyt(obligaat)
Canadese rus
Juncus canadensis J. Gay ex Laharpe
Natte freatofyt(obligaat)
dauwnetel
Galeopsis speciosa Mill.
Plaatselijke freatofyt
donkergroene basterdwederik
Epilobium obscurum Schreb.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
dotterbloem
Caltha palustris L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 63 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
douglaspluimspirea
Spiraea douglasii Hook.
Vochtige freatofyt (obl.)
draadgentiaan
Cicendia filiformis (L.) Delarbre
Vochtige freatofyt (fac.)
draadrus
Juncus filiformis L.
Natte freatofyt(obligaat)
draadzegge
Carex lasiocarpa Ehrh.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
driekantige bies
Scirpus triqueter L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
drienervige zegge
Carex trinervis Degl.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
drietallig glaskroos
Elatine triandra Schkuhr
Natte freatofyt(obligaat)
drijvende egelskop
Sparganium angustifolium Michaux
NA
dubbelloof
Blechnum spicant (L.) Roth
Plaatselijke freatofyt
duinrus
Juncus anceps Laharpe
Natte freatofyt(obligaat)
duitse dot
Salix dasyclados Wimm.
Vochtige freatofyt (obl.)
duizendknoopfonteinkruid
Potamogeton polygonifolius Pourr.
NA
dwergbloem
Centunculus minimus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
dwergrus
Juncus pygmaeus L.C.M. Rich.
Vochtige freatofyt (obl.)
dwergvlas
Radiola linoides Roth
Vochtige freatofyt (fac.)
echte koekoeksbloem
Lychnis flos-cuculi L.
Vochtige freatofyt (obl.)
echte valeriaan
Valeriana repens Host
Vochtige freatofyt (fac.)
eenarig wollegras
Eriophorum vaginatum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
egelboterbloem
Ranunculus flammula L.
Natte freatofyt(obligaat)
eivormige waterbies
Eleocharis ovata (Roth) Roem. et Schult.
Natte freatofyt(obligaat)
elzenzegge
Carex elongata L.
Natte freatofyt(obligaat)
engelse alant
Inula britannica L.
Vochtige freatofyt (fac.)
fioringras
Agrostis stolonifera L.
Plaatselijke freatofyt
fladderiep
Ulmus laevis Pallas
Plaatselijke freatofyt
fraai duizendguldenkruid
Centaurium pulchellum (Sw.) Druce
Vochtige freatofyt (obl.)
galigaan
Cladium mariscus (L.) Pohl
Natte freatofyt(obligaat)
gebogen driehoeksvaren
Gymnocarpium dryopteris (L.) Newman
Plaatselijke freatofyt
geel cypergras
Cyperus flavescens L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 64 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
geelgroene zegge
Carex demissa Vahl ex Hartm.
Natte freatofyt(obligaat)
geknikte vossenstaart
Alopecurus geniculatus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
gelderse roos
Viburnum opulus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
gele dovenetel
Lamium galeobdolon (L.) L.
Plaatselijke freatofyt
gele lis
Iris pseudacorus L.
Natte freatofyt(obligaat)
gele monnikskap
Aconitum lycoctonum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
gele waterkers
Rorippa amphibia (L.) Besser
Natte freatofyt(obligaat)
gele zegge
Carex flava L.
Natte freatofyt(obligaat)
genadekruid
Gratiola officinalis L.
Natte freatofyt(obligaat)
geoord helmkruid
Scrophularia auriculata L.
Natte freatofyt(obligaat)
geoorde wilg
Salix aurita L.
Vochtige freatofyt (obl.)
geschubde mannetjesvaren
Dryopteris affinis (Lowe) Fraser-Jenkins
Vochtige freatofyt (fac.)
gespleten hennepnetel
Galeopsis bifida Boenningh.
Plaatselijke freatofyt
gesteeld glaskroos
Elatine hexandra (Lapierre) DC.
Natte freatofyt(obligaat)
gestreepte witbol
Holcus lanatus L.
Plaatselijke freatofyt
getand vlotgras
Glyceria declinata Bréb.
Vochtige freatofyt (obl.)
gevlekte aronskelk
Arum maculatum L.
Plaatselijke freatofyt
gevleugeld helmkruid
Scrophularia umbrosa Dum.
Natte freatofyt(obligaat)
gevleugeld hertshooi
Hypericum tetrapterum Fries
Natte freatofyt(obligaat)
gewone dophei
Erica tetralix L.
Plaatselijke freatofyt
gewone engelwortel
Angelica sylvestris L.
Vochtige freatofyt (fac.)
gewone smeerwortel
Symphytum officinale L.
Vochtige freatofyt (fac.)
gewone waterbies
Eleocharis palustris (L.) Roem. et Schult.
Natte freatofyt(obligaat)
gewoon barbarakruid
Barbarea vulgaris R. Brown
Plaatselijke freatofyt
gipskruid
Gypsophila muralis L.
Vochtige freatofyt (fac.)
goudzuring
Rumex maritimus L.
Natte freatofyt(obligaat)
greppelrus
Juncus bufonius L.
Vochtige freatofyt (fac.)
groenknolorchis
Liparis loeselii (L.) L.C.M. Rich.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 65 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
grondster
Illecebrum verticillatum L.
Plaatselijke freatofyt
Helofyt
groot heksenkruid
Circaea lutetiana L.
Vochtige freatofyt (fac.)
groot hoefblad
Petasites hybridus (L.) P. Gaertn., B. Mey. et Scherb.
Vochtige freatofyt (fac.)
groot moerasscherm
Apium nodiflorum (L.) Lag.
Natte freatofyt(obligaat)
groot springzaad
Impatiens noli-tangere L.
Vochtige freatofyt (obl.)
groot warkruid
Cuscuta europaea L.
Plaatselijke freatofyt
grote boterbloem
Ranunculus lingua L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
grote egelskop
Sparganium erectum L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
grote engelwortel
Angelica archangelica L.
Natte freatofyt(obligaat)
grote kattenstaart
Lythrum salicaria L.
Vochtige freatofyt (obl.)
grote keverorchis
Listera ovata (L.) R. Brown
Plaatselijke freatofyt
grote lisdodde
Typha latifolia L.
Natte freatofyt(obligaat)
grote pimpernel
Sanguisorba officinalis L.
Vochtige freatofyt (fac.)
grote ratelaar
Rhinanthus angustifolius C.C. Gmel.
Plaatselijke freatofyt
grote vossenstaart
Alopecurus pratensis L.
Plaatselijke freatofyt
grote watereppe
Sium latifolium L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
grote waterweegbree
Alisma plantago-aquatica L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
grote wederik
Lysimachia vulgaris L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
grote weegbree
Plantago major L.
Plaatselijke freatofyt
gulden boterbloem
Ranunculus auricomus L.
Plaatselijke freatofyt
haagwinde
Calystegia sepium (L.) R. Brown
Plaatselijke freatofyt
hangende zegge
Carex pendula Huds.
Natte freatofyt(obligaat)
harig wilgenroosje
Epilobium hirsutum L.
NA
hazenzegge
Carex ovalis Good.
Plaatselijke freatofyt
heelblaadjes
Pulicaria dysenterica (L.) Bernh.
Vochtige freatofyt (fac.)
heemst
Althaea officinalis L.
Vochtige freatofyt (obl.)
heen
Scirpus maritimus L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 66 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
heidekartelblad
Pedicularis sylvatica L.
Vochtige freatofyt (obl.)
hennegras
Calamagrostis canescens (Weber) Roth
Vochtige freatofyt (fac.)
herfsttijloos
Colchicum autumnale L.
Vochtige freatofyt (fac.)
hertsmunt
Mentha longifolia L.
Vochtige freatofyt (fac.)
hoge cyperzegge
Carex pseudocyperus L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
holpijp
Equisetum fluviatile L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
hondskruid
Anacamptis pyramidalis (L.) L.C.M. Rich.
Plaatselijke freatofyt
hondsviooltje
Viola canina L.
Plaatselijke freatofyt
hoog struisgras
Agrostis gigantea Roth
Vochtige freatofyt (fac.)
hop
Humulus lupulus L.
Plaatselijke freatofyt
ijle zegge
Carex remota Jusl. ex L.
Vochtige freatofyt (fac.)
japanse duizendknoop
Fallopia japonica (Houtt.) Ronse Decraene
Plaatselijke freatofyt
kaal breukkruid
Herniaria glabra L.
Plaatselijke freatofyt
kale jonker
Cirsium palustre (L.) Scop.
Vochtige freatofyt (fac.)
kalmoes
Acorus calamus L.
Natte freatofyt(obligaat)
kamvaren
Dryopteris cristata (L.) A. Gray
Vochtige freatofyt (obl.)
kantige basterdwederik
Epilobium tetragonum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
karwijselie
Selinum carvifolia (L.) L.
Vochtige freatofyt (obl.)
katwilg
Salix viminalis L.
Natte freatofyt(obligaat)
kievitsbloem
Fritillaria meleagris L.
Natte freatofyt(obligaat)
klein glaskroos
Elatine hydropiper L.
Natte freatofyt(obligaat)
klein glidkruid
Scutellaria minor Huds.
Vochtige freatofyt (obl.)
klein vlooienkruid
Pulicaria vulgaris Gaertn.
Natte freatofyt(obligaat)
klein wintergroen
Pyrola minor L.
Plaatselijke freatofyt
kleine duizendknoop
Polygonum minus Huds.
Natte freatofyt(obligaat)
kleine egelskop
Sparganium emersum Rehm.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
kleine lisdodde
Typha angustifolia L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
kleine ratelaar
Rhinanthus minor L.
Plaatselijke freatofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 67 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
kleine ruit subsp. dunense
Thalictrum minus L. subsp. dunense (Dum.) Rouy et Fouc.
Vochtige freatofyt (obl.)
kleine valeriaan
Valeriana dioica L.
Vochtige freatofyt (obl.)
kleine veenbes
Vaccinium oxycoccos L.
Vochtige freatofyt (obl.)
kleine watereppe
Berula erecta (Huds.) Coville
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
kleine zonnedauw
Drosera intermedia Hayne
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
kleinste egelskop
Sparganium natans L.
NA
Helofyt
kleverige ogentroost
Parentucellia viscosa (L.) Caruel
Vochtige freatofyt (obl.)
klimopklokje
Wahlenbergia hederacea (L.) Reichenb.
Natte freatofyt(obligaat)
klokjesgentiaan
Gentiana pneumonanthe L.
Vochtige freatofyt (obl.)
kluwenzuring
Rumex conglomeratus Murray
Plaatselijke freatofyt
knikkend nagelkruid
Geum rivale L.
Natte freatofyt(obligaat)
knikkend tandzaad
Bidens cernua L.
Natte freatofyt(obligaat)
knolrus
Juncus bulbosus L.
Natte freatofyt(obligaat)
knolsteenbreek
Saxifraga granulata L.
Vochtige freatofyt (fac.)
knolvossenstaart
Alopecurus bulbosus Gouan
Vochtige freatofyt (fac.)
knopbies
Schoenus nigricans L.
Natte freatofyt(obligaat)
koningsvaren
Osmunda regalis L.
Vochtige freatofyt (obl.)
koprus
Juncus capitatus Weigel
Vochtige freatofyt (obl.)
kranskarwij
Carum verticillatum (L.) Koch
Natte freatofyt(obligaat)
kruipend moerasscherm
Apium repens (Jacq.) Lag.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
kruipende boterbloem
Ranunculus repens L.
Plaatselijke freatofyt
Helofyt
kruipganzerik
Potentilla anglica Laichard.
Plaatselijke freatofyt
kruipwilg
Salix repens L.
Vochtige freatofyt (obl.)
kruisbes
Ribes uva-crispa L.
Plaatselijke freatofyt
krulzuring
Rumex crispus L.
NA
kustzegge
Carex divisa Huds.
Natte freatofyt(obligaat)
lange ereprijs
Veronica longifolia L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 68 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
lange zonnedauw
Drosera anglica Huds.
Vochtige freatofyt (obl.)
late guldenroede
Solidago gigantea Ait.
Plaatselijke freatofyt
laurierwilg
Salix pentandra L.
Natte freatofyt(obligaat)
lavendelhei
Andromeda polifolia L.
Vochtige freatofyt (obl.)
lenteklokje
Leucojum vernum L.
Plaatselijke freatofyt
lidrus
Equisetum palustre L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
lidsteng
Hippuris vulgaris L.
NA
Helofyt
liesgras
Glyceria maxima (Hartm.) Holmberg
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
liggend hertshooi
Hypericum humifusum L.
Plaatselijke freatofyt
liggende ganzerik
Potentilla supina L.
Vochtige freatofyt (obl.)
liggende vleugeltjesbloem
Polygala serpyllifolia Hose
Plaatselijke freatofyt
mannagras
Glyceria fluitans (L.) R. Brown
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
mattenbies
Scirpus lacustris L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
melkeppe
Peucedanum palustre (L.) Moench
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
melkkruid
Glaux maritima L.
Natte freatofyt(obligaat)
moerasandijvie
Senecio congestus (R. Brown) DC.
Natte freatofyt(obligaat)
moerasandoorn
Stachys palustris L.
Vochtige freatofyt (fac.)
moerasbasterdwederik
Epilobium palustre L.
Natte freatofyt(obligaat)
moerasbeemdgras
Poa palustris L.
Vochtige freatofyt (obl.)
moerasdroogbloem
Gnaphalium uliginosum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
moerasgamander
Teucrium scordium L.
Natte freatofyt(obligaat)
moerashertshooi
Hypericum elodes L.
Natte freatofyt(obligaat)
moeraskartelblad
Pedicularis palustris L.
Natte freatofyt(obligaat)
moeraskers
Rorippa palustris (L.) Besser
Vochtige freatofyt (fac.)
moeraskruiskruid
Senecio paludosus L.
Natte freatofyt(obligaat)
moeraslathyrus
Lathyrus palustris L.
Vochtige freatofyt (obl.)
moerasmelkdistel
Sonchus palustris L.
Vochtige freatofyt (obl.)
moerasmuur
Stellaria alsine Grimm
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 69 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
moeraspaardenbloem
Taraxacum Wiggers sect. Palustria (Lindb. f.) Dahlst.
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
moerasrolklaver
Lotus pedunculatus Cav.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
moerassmele
Deschampsia setacea (Huds.) Hack.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moerasspirea
Filipendula ulmaria (L.) Maxim.
Vochtige freatofyt (obl.)
moerasstreepzaad
Crepis paludosa (L.) Moench
Natte freatofyt(obligaat)
moerasstruisgras
Agrostis canina L.
Vochtige freatofyt (fac.)
moerasvaren
Thelypteris palustris Schott
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moerasvergeet-mij-nietje
Myosotis scorpioides L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moerasviooltje
Viola palustris L.
Natte freatofyt(obligaat)
moeraswalstro
Galium palustre L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moeraswederik
Lysimachia thyrsiflora L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moeraswespenorchis
Epipactis palustris (L.) Crantz
Vochtige freatofyt (obl.)
moeraswolfsklauw
Lycopodiella inundata (L.) Holub
Natte freatofyt(obligaat)
moeraszegge
Carex acutiformis Ehrh.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moeraszoutgras
Triglochin palustris L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
moeraszuring
Rumex palustris Smith
Natte freatofyt(obligaat)
moesdistel
Cirsium oleraceum (L.) Scop.
Natte freatofyt(obligaat)
mosbloempje
Crassula tillaea Lester-Garland
Plaatselijke freatofyt
muizenstaart
Myosurus minimus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
muskuskruid
Adoxa moschatellina L.
Plaatselijke freatofyt
naaldwaterbies
Eleocharis acicularis (L.) Roem. et Schult.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
oeverkruid
Littorella uniflora (L.) Aschers.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
oeverzegge
Carex riparia Curt.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
ondergedoken moerasscherm
Apium inundatum (L.) Reichenb. f.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
oostenrijkse kers
Rorippa austriaca (Crantz) Besser
Plaatselijke freatofyt
paarbladig goudveil
Chrysosplenium oppositifolium L.
Natte freatofyt(obligaat)
paddenrus
Juncus subnodulosus Schrank
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 70 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
penningkruid
Lysimachia nummularia L.
Vochtige freatofyt (fac.)
pijlkruid
Sagittaria sagittifolia L.
Natte freatofyt(obligaat)
pijpenstrootje
Molinia caerulea (L.) Moench
Plaatselijke freatofyt
pijptorkruid
Oenanthe fistulosa L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
pilvaren
Pilularia globulifera L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
pinksterbloem
Cardamine pratensis L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
pitrus
Juncus effusus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
platte bies
Blysmus compressus (L.) Panzer ex Link
Vochtige freatofyt (obl.)
platte rus
Juncus compressus Jacq.
Vochtige freatofyt (fac.)
pluimzegge
Carex paniculata L.
Natte freatofyt(obligaat)
poelruit
Thalictrum flavum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
polei
Mentha pulegium L.
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
pontische rododendron
Rhododendron ponticum L.
Plaatselijke freatofyt
priemkruid
Subularia aquatica L.
Natte freatofyt(obligaat)
reuzenbalsemien
Impatiens glandulifera Royle
Plaatselijke freatofyt
reuzenpaardenstaart
Equisetum telmateia Ehrh.
Vochtige freatofyt (obl.)
reuzenzwenkgras
Festuca gigantea (L.) Vill.
Plaatselijke freatofyt
riempjes
Corrigiola litoralis L.
Plaatselijke freatofyt
riet
Phragmites australis (Cav.) Steud.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
rietgras
Phalaris arundinacea L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
rietorchis
Dactylorhiza praetermissa (Druce)
Vochtige freatofyt (fac.)
rietzwenkgras
Festuca arundinacea Schreb.
Vochtige freatofyt (fac.)
rijsbes
Vaccinium uliginosum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
rijstgras
Leersia oryzoides (L.) Swartz
Natte freatofyt(obligaat)
rivierkruiskruid
Senecio sarracenicus L.
Natte freatofyt(obligaat)
rond wintergroen
Pyrola rotundifolia L.
Plaatselijke freatofyt
ronde zegge
Carex diandra Schrank
Natte freatofyt(obligaat)
ronde zonnedauw
Drosera rotundifolia L.
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 71 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
rosse vossenstaart
Alopecurus aequalis Sobol.
Natte freatofyt(obligaat)
ruw walstro
Galium uliginosum L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
ruwe bies
Scirpus tabernaemontani C.C. Gmel.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
ruwe smele
Deschampsia cespitosa (L.) Beauv.
Vochtige freatofyt (fac.)
sachalinse duizendknoop
Fallopia sachalinensis
Plaatselijke freatofyt
schedegeelster
Gagea spathacea (Hayne) Salisb.
Vochtige freatofyt (fac.)
scherpe zegge
Carex acuta L.
Natte freatofyt(obligaat)
schietwilg
Salix alba L.
Natte freatofyt(obligaat)
schildereprijs
Veronica scutellata L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
schorrezoutgras
Triglochin maritima L.
NA
Helofyt
schubzegge
Carex lepidocarpa Tausch
Natte freatofyt(obligaat)
serlijke vetmuur
Sagina nodosa (L.) Fenzl
Vochtige freatofyt (fac.)
slangenlook
Allium scorodoprasum L.
Vochtige freatofyt (fac.)
slangenwortel
Calla palustris L.
Natte freatofyt(obligaat)
slank wollegras
Eriophorum gracile Koch ex Roth
Natte freatofyt(obligaat)
sanke waterbies
Eleocharis uniglumis (Link) Schult.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
slanke waterkers
Nasturtium microphyllum
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
slanke waterweegbree
Alisma lanceolatum With.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
slanke zegge
Carex strigosa Huds.
Vochtige freatofyt (obl.)
slijkgroen
Limosella aquatica L.
Natte freatofyt(obligaat)
slijkzegge
Carex limosa L.
Natte freatofyt(obligaat)
smal tandzaad
Bidens connata Muhlenb. ex Willd.
Natte freatofyt(obligaat)
smalle aster
Aster lanceolatus Willd.
Vochtige freatofyt (fac.)
smalle beukvaren
Phegopteris connectilis (Michaux) Watt
Vochtige freatofyt (obl.)
smalle waterweegbree
Alisma gramineum Lej.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
snavelzegge
Carex rostrata Stokes
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
spaanse ruiter
Cirsium dissectum (L.) Hill
Natte freatofyt(obligaat)
speenkruid
Ranunculus ficaria L.
Plaatselijke freatofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 72 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
spinaziezuring
Rumex patientia L.
NA
Helofyt
spits havikskruid
Hieracium lactucella Wallr.
Vochtige freatofyt (fac.)
sporkehout
Frangula alnus Mill.
Plaatselijke freatofyt
stekende bies
Scirpus pungens Vahl
Natte freatofyt(obligaat)
sterzegge
Carex echinata Murray
Natte freatofyt(obligaat)
stijf barbarakruid
Barbarea stricta Andrz.
Vochtige freatofyt (obl.)
stijf havikskruid
Hieracium laevigatum Willd.
Plaatselijke freatofyt
stijve naaldvaren
Polystichum aculeatum (L.) Roth
Plaatselijke freatofyt
stijve zegge
Carex elata All.
Natte freatofyt(obligaat)
stippelzegge
Carex punctata Gaudin
Vochtige freatofyt (obl.)
stomp vlotgras
Glyceria notata Chevall.
Natte freatofyt(obligaat)
strandduizendguldenkruid
Centaurium littorale (D. Turn.) Gilm.
Vochtige freatofyt (obl.)
teer guichelheil
Anagallis tenella (L.) L.
Natte freatofyt(obligaat)
tengere rus
Juncus tenuis Willd.
Vochtige freatofyt (fac.)
tormentil
Potentilla erecta (L.)
Plaatselijke freatofyt
trekrus
Juncus squarrosus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
trilgraszegge
Carex brizoides L.
Vochtige freatofyt (fac.)
trosdravik
Bromus racemosus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
tweehuizige zegge
Carex dioica L.
Natte freatofyt(obligaat)
tweerijige zegge
Carex disticha Huds.
Natte freatofyt(obligaat)
vals melkviooltje
Viola persicifolia Schreb.
Vochtige freatofyt (obl.)
valse voszegge
Carex cuprina
Vochtige freatofyt (obl.)
veelbloemige veldbies
Luzula multiflora (Ehrh.) Lej.
Vochtige freatofyt (fac.)
veelstengelige waterbies
Eleocharis multicaulis (Smith) Desv.
Natte freatofyt(obligaat)
veenbies
Scirpus cespitosus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
veenmosorchis
Hammarbya paludosa (L.) O. Kuntze
Natte freatofyt(obligaat)
veenpluis
Eriophorum polystachion L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
veenwortel
Polygonum amphibium L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 73 van 76
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
veerdelig tandzaad
Bidens tripartita L.
Vochtige freatofyt (obl.)
veldgerst
Hordeum secalinum Schreb.
Plaatselijke freatofyt
veldrus
Juncus acutiflorus Ehrh. ex Hoffmann
Natte freatofyt(obligaat)
verspreidbladig goudveil
Chrysosplenium alternifolium L.
Vochtige freatofyt (obl.)
vetblad
Pinguicula vulgaris L.
Natte freatofyt(obligaat)
vleeskleurige orchis
Dactylorhiza incarnata (L.) Soó
Vochtige freatofyt (obl.)
vlozegge
Carex pulicaris L.
Vochtige freatofyt (obl.)
vogelkers
Prunus padus L.
Plaatselijke freatofyt
voszegge
Carex vulpina L.
Vochtige freatofyt (obl.)
vreemde ereprijs
Veronica peregrina L.
Plaatselijke freatofyt
wateraardbei
Comarum palustre L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
waterdrieblad
Menyanthes trifoliata L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
watergras
Catabrosa aquatica (L.) Beauv.
Natte freatofyt(obligaat)
waterkruiskruid
Senecio aquaticus Hill
Natte freatofyt(obligaat)
waterlepeltje
Ludwigia palustris (L.) S. Elliott
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
watermunt
Mentha aquatica L.
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
watermuur
Myosoton aquaticum (L.) Moench
Vochtige freatofyt (obl.)
waternavel
Hydrocotyle vulgaris L.
Vochtige freatofyt (obl.)
waterpeper
Polygonum hydropiper L.
Vochtige freatofyt (fac.)
waterpostelein
Lythrum portula (L.) D.A. Webb
Natte freatofyt(obligaat)
waterpunge
Samolus valerandi L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
waterscheerling
Cicuta virosa L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
watertorkruid
Oenanthe aquatica (L.) Poiret
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
waterzuring
Rumex hydrolapathum Huds.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
weidehavikskruid
Hieracium caespitosum Dum.
Plaatselijke freatofyt
weidekervel
Silaum silaus (L.) Schinz et Thell.
Vochtige freatofyt (obl.)
weidekervel-torkruid
Oenanthe silaifolia Bieb.
Vochtige freatofyt (obl.)
weideklokje
Campanula patula L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 74 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Freatofyt
Helofyt
wijdbloeiende rus
Juncus tenageia L. f.
Vochtige freatofyt (obl.)
wijfjesvaren
Athyrium filix-femina (L.) Roth
Plaatselijke freatofyt
wilde bertram
Achillea ptarmica L.
Vochtige freatofyt (obl.)
wilde gagel
Myrica gale L.
Vochtige freatofyt (obl.)
wit bosvogeltje
Cephalanthera longifolia (L.) Fritsch
Plaatselijke freatofyt
witte els
Alnus incana (L.) Moench
Plaatselijke freatofyt
witte rapunzel
Phyteuma spicatum L.
Plaatselijke freatofyt
witte snavelbies
Rhynchospora alba (L.) Vahl
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
witte waterkers
Nasturtium officinale R. Brown
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
wolfspoot
Lycopus europaeus L.
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
zaagblad
Serratula tinctoria L.
Plaatselijke freatofyt
zachte berk
Betula pubescens Ehrh.
Plaatselijke freatofyt
zachte duizendknoop
Polygonum mite Schrank
Natte freatofyt(obligaat)
zeegroene muur
Stellaria palustris Retz.
Natte freatofyt(obligaat)
zeegroene rus
Juncus inflexus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
zilte greppelrus
Juncus ambiguus Guss.
Vochtige freatofyt (obl.)
zilverschoon
Potentilla anserina L.
Plaatselijke freatofyt
zomerklokje
Leucojum aestivum L.
Natte freatofyt(obligaat)
zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis (Poiret) L.C.M. Rich.
Natte freatofyt(obligaat)
zzomprus
Juncus articulatus L.
Vochtige freatofyt (fac.)
Helofyt
zompvergeet-mij-nietje
Myosotis cespitosa C.F. Schultz
Natte freatofyt(obligaat)
Helofyt
zompzegge
Carex canescens L.
Vochtige freatofyt (obl.)
zulte
Aster tripolium L.
Natte freatofyt(obligaat)
zwanenbloem
Butomus umbellatus L.
Natte freatofyt(obligaat)
zwart tandzaad
Bidens frondosa L.
Natte freatofyt(obligaat)
zwartblauwe rapunzel
Phyteuma nigrum F.W. Schmidt
Plaatselijke freatofyt
zwarte bes
Ribes nigrum L.
Vochtige freatofyt (obl.)
zwarte zegge
Carex nigra (L.) Reichard
Vochtige freatofyt (obl.)
Helofyt
Helofyt
Helofyt
Helofyt
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.74920526
Pagina 75 van 76
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 76 van 76
doi.org/10.21436/inbor.74920526
www.vlaanderen.be/inbo