Skip to main content

dossier 2021-425.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/425

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht van 5 oktober 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker) een verzoek in bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (verder ‘OVAM’), tot het bekomen van een afschrift van “het

gedetailleerde (jaarlijks) overgemaakte verslag van Recytyre aan de OVAM voor de afgelopen drie jaar. De specifieke info die ik zoek zijn volgende elementen: • De lijst met verwerkers (EU en niet EU) van banden (granulaat). (opgesplitst per jaar) • De volumes die deze verwerkers verwerken. (opgesplitst per jaar). Indien deze elementen niet zijn weergegeven in het gedetailleerde verslag, had ik deze elementen graag apart opgevraagd. Daarnaast had ik graag voor wat betreft de niet EU verwerkers, de relevante technische verslagen mbt conformiteit aan Europese milieuwetgeving verkregen.” Bij mailbericht d.d. 25 oktober 2021 werd de openbaarmaking door OVAM gedeeltelijk geweigerd.

Bij mailbericht d.d. 22 november 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 22 november 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 5 oktober 2021.

www.vlaanderen.be


De bestreden beslissing dateert van 25 oktober 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 22 november 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Door de OVAM werd de algemene lijst met de verwerkingscijfers voor Vlaanderen per land, ingedeeld in EU en niet-EU, voor de periode 2018-2020 aan de beroeper bezorgd. Voor wat betreft de verwerkingsresultaten van afvalbanden zoals concreet toegespitst op de Belgische markt (= ruimer dan enkel Vlaanderen), werd doorverwezen naar de publiek beschikbare informatie in de diverse jaarverslagen van VZW Recytyre, waarbij het publiek jaarverslag van Recytyre over 2018, 2019 en 2020 aan de beroeper werd bezorgd. Deze verslagen bundelen, volgens OVAM, in elk geval op een laagdrempelige wijze de jaarlijkse verwerkingscijfers. De lijst met verwerkers (EU en niet EU) van banden (granulaat) (opgesplitst per jaar) en de volumes die deze verwerkers verwerken (opgesplitst per jaar) werden niet vrijgegeven op grond van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet, of voor zover de verzochte informatie per impossibile zou kunnen worden beschouwd als milieu-informatie, in toepassing van artikel 36, §1, 7° van het Bestuursdecreet, op grond van volgende motivering:

“De gevraagde gegevens betreffen immers commerciële en industriële informatie, waaronder handelsgeheimen zijn inbegrepen, dat in de voorbereidende werken van het Bestuursdecreet als volgt wordt gedefinieerd: ‘het begrip handelsgeheim kan omschreven worden als: informatie die niet technisch van aard is, maar een commerciële waarde vertegenwoordigt zoals boekhoudkundige gegevens, lijsten van cliënteel en leveranciers, winstcijfers, omzet, stocks, enzovoort. Het gaat dus in het algemeen om gegevens die voor de onderneming van belang zijn en waarvan de openbaarmaking van aard is haar nadeel te berokkenen.’

De vraag naar specifieke lijsten van verwerkers van afvalbanden en de volumes die deze specifieke verwerkers elk verwerken, ressorteert ontegensprekelijk onder voormeld begrip (cfr. lijsten van cliënteel, leveranciers, omzet ed. meer), zodat de OVAM hierover geen gegevens kan overmaken daar deze in toepassing van het Bestuursdecreet een vertrouwelijk karakter hebben. Gelet op de hoeveelheid aan informatie inzake de jaarlijkse verwerkingscijfers van Recytyre die voor publiek reeds algemeen beschikbaar is, rijst er in het licht van het algemeen belang ook geen verdere noodzaak opdat deze -zeer specifieke- commerciële informatie in het kader van openbaarheid van bestuur zou moeten worden vrijgegeven.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 2 van 8


De door u verzochte informatie wordt door VZW Recytyre ook enkel op vertrouwelijke wijze aan de OVAM overgemaakt, zodat de VZW Recytyre dus evenmin heeft ingestemd met de mogelijkheid tot het openbaar maken van deze gegevens. Het te behouden vertrouwelijk karakter van de verzochte gegevens werd door de VZW Recytyre aan de OVAM intussen nogmaals bevestigd, zodat hieromtrent inderdaad geen informatie kan worden vrijgegeven.” Wat betreft de relevante technische verslagen m.b.t. conformiteit aan Europese milieuwetgeving voor niet EU verwerkers, werd door OVAM aangegeven dat dit enkel van toepassing is op de verwerking van afvalbanden in cementbedrijven en pyrolyse-installaties buiten de EU. Tevens werd meegedeeld dat er geen relevante technische verslagen m.b.t. conformiteit aan Europese milieuwetgeving voor niet EU verwerkers zijn.

2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper tekent beroep aan tegen de gedeeltelijke weigering en geeft aan dat er wordt gesteld dat het verstrekken van de lijst van verwerkers en de respectievelijke verwerkte volumes niet kunnen worden beschouwd als milieu-informatie maar als commerciële en industriële informatie. Hij stelt dat hij met zijn vraag (de lijst met verwerkers (EU en niet EU) van banden(granulaat) (opgesplitst per jaar) en de volumes die deze verwerkers verwerken (opgesplitst per jaar)) in feite op deze manier slechts inzage vraagt in de rapportage van Recytyre aan OVAM, zoals die decretaal is vastgelegd en hiertoe citeert hij artikel 3.4.3.4. van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen van 17 februari 2012 (VLAREMA), en met onderlijning voor artikel 3.4.3.4., derde lid, 3°-5°. Hij argumenteert dat de opgevraagde informatie nodig is om na te kunnen gaan of deze afvalstromen wel degelijk worden gerecycleerd. Volgens de beroeper brengen de jaarverslagen van Recytyre hierover geen duidelijkheid. • “De productverantwoordelijkheid van de beheersorganisatie – voor wat betreft de recyclage

•

•

naar rubbergranulaat - eindigt wanneer een binnenlandse of buitenlandse verwerker de rubberbanden effectief recycleert tot granulaat. De rol van de verwerker binnen het recytyre systeem is het vermalen tot rubbergranulaat. Op dat moment classificeert men de banden als gerecycleerd. En eindigt de producentenverantwoordelijkheid van Recytyre. Het vermalen tot granulaten is echter een kostenintensief proces. Er bestaat een economische incentive om de banden slechts te vermalen tot shreds (en niet tot de fijnere granulaten), en deze aan te bieden ter verbranding, bijvoorbeeld aan de cementindustrie. De vraag is op welke manier men kan nagaan of een buitenlandse operator de banden effectief tot rubbergranulaat verwerkt. Volgens mijn informatie voert OVAM hier geen controles uit maar vertrouwt men op de beheersorganisatie om deze controles uit te voeren. Deze controle kan niet als onafhankelijk worden beschouwd aangezien Recytyre (althans in het verleden en naar alle waarschijnlijkheid opnieuw in de toekomst) via haar eigen platform ook zelf banden inzamelt aan (sic) aanbiedt aan eindoperatoren. Recytyre is volgens de beheersovereenkomst verplicht om een quotum aan gerecycleerde autobanden te behalen. Ze heeft er dus alle belang bij om het recyclagecijfer zo hoog als mogelijk te rapporteren. Finaal moet gesteld worden dat Recytyre niet rapporteert onder welke vorm de rerecycleerde (sic) producten op de markt komen. Bijvoorbeeld onder de vorm van infill voor grasvelden, rubbermatten, … Er is dus geen heldere rapportage van Recytyre aan OVAM die zekerheid biedt dat er effectief tot recyclage is overgegaan. “

Hij geeft verder aan dat de vraag is of het belang van de openbaarheid opweegt tegen het ondernemingsbelang. “OVAM heeft niet aangetoond welke mogelijke schade of competitief voordeel de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 3 van 8


openbaarmaking aan mogelijke concurrenten zou kunnen geven. Het is bovendien nog maar de vraag in welke mate een lijst met verwerkers en/of bijhorende volumes eventueel aanvullende schade of voordeel kunnen berokkenen. Recytyre heeft in het verleden zelf (via haar eigen platform) autobanden en/of hun derivaten aangeboden aan eindverwerkers (cfr. Jaarverslag Recytyre 2019). Dit terwijl Recytyre beschikte over de informatie die ze opvroeg bij haar operatoren (en die het voorwerp is van deze openbaarheid van bestuursaanvraag). Door zich op dezelfde markt toe te leggen (en zelf banden in de (sic) zamelen en te verzenden ter verwerking) als de operatoren, heeft Recytyre eigenlijk zelf impliciet aangegeven dat informatie over volumes en verwerkers niet behoort tot een handelsgeheim.” Bovendien stijgt volgens de beroeper het belang van de openbaarheid omwille van het voortschrijdend inzicht voor wat betreft de potentiële risico’s van afvalbanden (en hun derivaten) voor het milieu. “Het

ECHA (European Chemicals Agency) publiceerde in Mei 2021 een rapport waaruit blijkt dat afvalbanden en granulaten zorgwekkende stoffen bevat, waarbij verder onderzoek nodig is (“The preliminary human health risk assessment does not exclude a potential for cobalt and zinc in infill to pose risks to human health and that these substances should therefore be considered for risk management.”). https://echa.europa.eu/documents/10162/17220/rest_sub_infill_material_investigation_report_en.pdf/77424 e81-d78e-8abc-1404-f213d27c2b3f?t=1620812618319” 3. Toelichting door OVAM De beroepsinstantie nam op 22 november en 9 december 2021 bij mail contact op met OVAM om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailberichten d.d. 28 november en 14 december 2021 ontving de beroepsinstantie volgende toelichting. OVAM geeft aan dat akte wordt genomen van het feit dat het openbaarheidsverzoek enkel betrekking heeft op de informatie die door het beheersorganisme Recytyre (inzake afvalbanden) aan de OVAM wordt bezorgd in toepassing van artikel 3.4.3.4., 3°-5° van het VLAREMA. OVAM vervolgt dat met de reeds bezorgde integrale lijst met verwerkingscijfers van afvalbanden (per land, ingedeeld in EU – en niet EU) voor de periode 20182020 voor Vlaanderen, de beroeper reeds terdege inzichten heeft op welke wijze de afvalbanden in Vlaanderen worden verwerkt. Het komt de OVAM evenwel voor dat beroeper principieel kritiek op het wettelijke systeem heeft, daar de vraagstelling vertrekt vanuit de premisse dat welbepaalde afvalstromen nu niet terdege door de OVAM zouden worden gecontroleerd en dat, in de mate dat de beroeper kritiek heeft op het decretaal voorziene rapportagesysteem, de OVAM hier natuurlijk zelf geen standpunt over kan innemen. Er wordt door OVAM ook niet verder ingegaan op hetgeen door OVAM wordt beschouwd als insinuatie van beroeper dat Recytyre mogelijks niet correct zou rapporteren. OVAM vervolgt: “Het moet hierbij qua context ook nadrukkelijk worden geduid dat de OVAM (en Recytyre)

in tal van gerechtelijke procedures betrokken zijn waarbij de wettelijkheid van de verwerking van de afvalbanden in het verleden (en ook het heden) door een aantal actoren uit het werkveld in vraag wordt gesteld. De OVAM wordt hierbij zelf in buitencontractuele aansprakelijkheid geviseerd in een hangende procedure bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, doch er is vooralsnog geen definitieve uitspraak. Prima facie heeft de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank te Brussel reeds in kort geding in 2016 geoordeeld dat de OVAM gehandeld heeft zoals dat een normaal zorgvuldig handelende overheid betaamt. Tevens werden tal van -ook lastens de OVAM geuite- strafklachten jegens Recytyre geseponeerd, en werd er overgegaan tot buitenvervolgingstelling. Dit kadert wellicht de context van huidig verzoek, alsook de kritiek die -gepaard gaand met de vraag tot openbaarheid- op het systeem, in casu in het bijzonder het rapportagesysteem, door de beroeper wordt geuit.” In een navolgende toelichting van OVAM wordt aangegeven dat bovenvermelde verwijzing naar de gerechtelijke procedures, waarin de wettelijkheid van het Recytyre-systeem in vraag wordt gesteld, louter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 4 van 8


werd meegegeven ter schetsing van de context aangezien de beroeper volgens het oordeel van OVAM in zijn beroep kritiek lijkt te uiten op het wettelijk systeem. De OVAM geeft echter aan dat deze gerechtelijke procedures volledig losstaan van de opgevraagde informatie. OVAM blijft van mening dat de specifieke verslagen die haar worden overgemaakt, met inbegrip van alle gedetailleerde info van de inzamelaars en gehomologeerde verwerkers, een bedrijfsgeheim betreft, dat ressorteert onder artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet. De gevraagde gegevens betreffen immers commerciële en industriële informatie, waaronder handelsgeheimen zijn inbegrepen, die in de voorbereidende werken van het Bestuursdecreet als volgt worden gedefinieerd: ‘het begrip handelsgeheim kan omschreven worden als: informatie die niet technisch van aard is, maar een commerciële waarde vertegenwoordigt zoals boekhoudkundige gegevens, lijsten van cliënteel en leveranciers, winstcijfers, omzet, stocks, enzovoort. Het gaat dus in het algemeen om gegevens die voor de onderneming van belang zijn en waarvan de openbaarmaking van aard is haar nadeel te berokkenen.’ Zelfs in het geval de informatie als milieu-informatie zou moeten worden beschouwd (omdat de gevraagde informatie in toepassing van het VLAREMA rapporteert over de verwerkingswijze van afvalbanden in Vlaanderen), laat artikel II.36, 7° van het Bestuursdecreet evenmin toe dat dergelijke informatie zo maar wordt vrijgegeven. Voor wat betreft de kwalificatie als milieu-informatie verwijst OVAM in voetnoot naar de definitie in artikel I.4, 11°, b), d) en e) van het Bestuursdecreet, in zoverre de rapportage als een evaluatie van maatregelen zou kunnen worden beschouwd die op zichzelf tot doel hebben om de druk op het milieu te voorkomen (met name vermijden van storten van afvalbanden in de vrije natuur). Hierbij wordt door OVAM in voetnoot ook aangestipt dat de rapportage geen informatie over emissies in het milieu omvat, zodat er geen toepassing kan worden gemaakt van artikel II.36, §2, eerste lid van het Bestuursdecreet. De OVAM haalt verder aan dat er in beide gevallen steeds een belangenafweging dient te gebeuren. Hierbij stelt OVAM:

“Beroeper plaatst zelf het belang van de volksgezondheid boven het belang van het fabrieksgeheim. De vraag rijst of het belang van de volksgezondheid in casu als af te wegen belang speelt, nu deze stelling klaarblijkelijk vertrekt vanuit de premisse dat het rapportagesysteem zou falen, en het uitgangspunt dat de OVAM niet alles goed zou kunnen controleren. Hoger werd reeds aangegeven dat dit wettigheidskritiek betreft, waarop niet verder zal worden ingegaan. Daarenboven werd aan beroeper wel degelijk een lijst overgemaakt met de daadwerkelijke verwerkingscijfers van afvalbanden (per land, ingedeeld in EU – en niet EU) voor de periode 2018-2020 voor Vlaanderen (waaruit wel degelijk kan worden afgeleid hoe de verwerking van afvalbanden in Vlaanderen gebeurt). Voorts zijn er de publiek beschikbare jaarverslagen van Recytyre zelf. Er valt niet in te zien, in het kader van een belangenafweging, wat het algemeen belang er bijkomend bij te winnen heeft, wanneer deze reeds verschafte cijfers -die vanzelfsprekend juist zijn- effectief zouden kunnen worden gelinkt aan commercieel vertrouwelijke informatie, zijnde alle exacte gegevens van de individuele verwerkers, hun exact verwerkte tonnages ed. meer. Dit zijn natuurlijk kerngegevens van bedrijfsvoering die bij vrijgave het ondernemingsbelang van alle partijen die daarbij zijn betrokken inzonderheid het gelegitimeerde economisch belang van de inzamelaars en de verwerkers zelf- in het gedrang kan brengen, daar in de verzochte gedetailleerde cijfers -gelinkt aan specifieke entiteiten- natuurlijk hun kernactiviteit volledig wordt blootgelegd.” De OVAM meent dat met de algemene cijfers in de wel reeds verschafte lijsten (met name zonder koppeling aan specifieke entiteiten) beroeper reeds afdoende is ingelicht in het kader van openbaarheid. Het loutere feit dat op het beheersorganisme Recytyre op dit punt een jaarlijkse rapportageplicht aan de OVAM rust, neemt niet weg dat de verschafte gegevens wel degelijk nog steeds bedrijfsgeheimen betreffen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 5 van 8


Dit vormt de reden waarom aan de beroeper als volgt werd gecommuniceerd: “De vraag naar specifieke lijsten van verwerkers van afvalbanden en de volumes die deze specifieke

verwerkers elk verwerken, ressorteert ontegensprekelijk onder voormeld begrip (cfr. lijsten van cliënteel, leveranciers, omzet ed. meer), zodat de OVAM hierover geen gegevens kan overmaken daar deze in toepassing van het Bestuursdecreet een vertrouwelijk karakter hebben. Gelet op de hoeveelheid aan informatie inzake de jaarlijkse verwerkingscijfers van Recytyre die voor publiek reeds algemeen beschikbaar is, rijst er in het licht van het algemeen belang ook geen verdere noodzaak opdat deze -zeer specifieke- commerciële informatie in het kader van openbaarheid van bestuur zou moeten worden vrijgegeven.” Desalniettemin – zo vervolgt OVAM - zou de OVAM de verzochte gegevens alsnog kunnen vrijgeven in zoverre Recytyre hierin zou toestemmen. Recytyre heeft de OVAM reeds eerder bevestigd dat zij deze informatie als een bedrijfsgeheim ziet, en verleent geen toestemming tot vrijgave. Bijaldien blijft de OVAM bij haar standpunt dat deze informatie niet kan worden vrijgegeven. Op de bewering van de beroeper dat Recytyre impliciet heeft aangegeven dat de informatie over volumes en verwerkers niet behoort tot een handelsgeheim, repliceert OVAM dat Recytyre deze gegevens inderdaad heeft vrij gemaakt in het jaarverslag maar dan enkel voor hun eigen platformwerking, dus voor die banden die Recytyre zelf lieten verwerken. In dat kader (platformwerking) engageerde Recytyre zich om enkel gebruik te maken van verwerkers die door de inzamelaars nog niet werden gebruikt en om de namen van die verwerkers vrij te geven, om zo de inzamelaars de kans te geven zelf ook gebruik te maken van dit afzetkanaal. Namen van verwerkers die de inzamelaars zelf gebruiken werden nog nooit vrijgegeven door Recytyre aangezien zij dit beschouwen als bedrijfsgeheim. Tevens mocht de beroepsinstantie, bij dezelfde mail van OVAM de door de beroeper gevraagde gegevens ontvangen. 4. Standpunt van de beroepsinstantie Vooreerst blijkt uit de bewoordingen van het beroepschrift van de beroeper dat het voorwerp van het beroep betrekking heeft op de informatie die door het beheersorganisme Recytyre (inzake afvalbanden) aan de OVAM wordt bezorgd in toepassing van artikel 3.4.3.4., 3°-5° van het VLAREMA. Meer bepaald wenst de beroeper de lijst met verwerkers (EU en niet EU) van banden (granulaat). (opgesplitst per jaar) en de volumes die deze verwerkers verwerken. (opgesplitst per jaar) voor de afgelopen drie jaar. Uit de (bijkomende) toelichting vanwege OVAM kan het voorwerp van het verzoek als volgt worden toegelicht: Recytyre is een beheersorganisme dat ten behoeve van zijn leden (= producenten/invoerders) uitvoering geeft aan de aanvaardingsplicht zoals die wordt opgelegd in het VLAREMA voor de afvalstroom afvalbanden. (zie ook de Aanvaardingsplichtconvenant afvalbanden d.d. 19 november 2019). In het kader van deze aanvaardingsplicht heeft Recytyre rapportageverplichtingen aan de OVAM, die ook zijn opgenomen in het VLAREMA. Recytyre organiseert in het kader van de aanvaardingsplicht de inzameling en de verwerking van de afvalbanden in het Vlaamse Gewest en doet hiervoor een beroep op inzamelaars. Elke inzamelaar die akkoord gaat met de voorwaarden uit de modelovereenkomst van Recytyre kan gehomologeerd Recytyre inzamelaar worden. De gehomologeerde inzamelaars bepalen zelf waar en hoe de ingezamelde afvalbanden verwerkt worden, uiteraard rekening houdende met de afspraken die daaromtrent in de overeenkomst met Recytyre zijn opgenomen. Zo moet de inzamelaar de verwerkingsdoelstellingen behalen en de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 6 van 8


rapportageverplichtingen aan Recytyre nakomen. Wat de rapportageverplichtingen betreft rapporteert elke gehomologeerde inzamelaar aan Recytyre onder meer in detail hoeveel afvalbanden verwerkt werden bij welke (voor)verwerker. In de overeenkomst tussen de inzamelaar en Recytyre is in een artikel opgenomen dat Recytyre deze gegevens die zij van de inzamelaar verkrijgt vertrouwelijk behandelt. Recytyre mag conform deze overeenkomst enkel de namen van de gehomologeerde inzamelaars zelf publiek maken (beschikbaar op de website van Recytyre). Daarom dat Recytyre de namen van de (voor)verwerkers van de Vlaamse afvalbanden en de volumes die deze (voor)verwerkers verwerken aan de OVAM rapporteert in een vertrouwelijke bijlage. Voorliggend beroepsdossier gaat over de namen van de afvalbandenverwerkers en de door hen verwerkte hoeveelheden. Het gaat over de vraag naar het openbaar maken van informatie gelinkt aan een individueel bedrijf. Geaggregeerde verwerkingscijfers, die niet gelinkt zijn aan individuele bedrijven, werden door de OVAM bezorgd aan de beroeper (nl. de integrale lijst met verwerkingscijfers van afvalbanden (per land, ingedeeld in EU en niet-EU) voor de periode 2018-2020 voor Vlaanderen), met een weigering om de individuele cijfers – gelinkt aan de individuele bedrijven - over te maken, hetgeen het voorwerp van het beroep omvat. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Gezien hetgeen hierboven werd uiteengezet, maakt de in het beroep gevraagde informatie onmiskenbaar een bestuursdocument, conform voormeld artikel van het Bestuursdecreet, uit. Om de openbaarmaking te weigeren heeft OVAM beroep gedaan op de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet, of voor zover de verzochte informatie zou kunnen worden beschouwd als milieu-informatie, in toepassing van artikel 36, §1, 7° van het Bestuursdecreet. Beide artikelen houden in dat de overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, als deze informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren tenzij degene van wie deze informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt. Gezien het gevraagde geen informatie bevat over emissies in het milieu, is het in casu, gelet op de identieke formulering, niet noodzakelijk om te beoordelen of het al dan niet milieu-informatie betreft. Zoals hierboven vermeld voeren de gehomologeerde inzamelaars (en voorverwerkers) elk de ingezamelde (of voorverwerkte) afvalbanden af naar hun eigen afzetkanalen (voorverwerkers/verwerkers). De rapportage over deze activiteiten, waaronder de gevraagde namen en volumes, zit vervat in een vertrouwelijke bijlage die Recytyre aan de OVAM bezorgde. Na inzage van de bezorgde stukken en mede gelet op de toelichting door OVAM, kan de beroepsinstantie de ontwikkelde argumentatie van OVAM volgen en maakt deze argumentatie tot haar eigen argumentatie. Bijgevolg is de beroepsinstantie eveneens van mening dat de gevraagde informatie beschouwd moet worden als gevoelige commerciële en industriële informatie, zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Het openbaar maken van deze informatie, namelijk de namen van de (voor)verwerkers en de daar verwerkte hoeveelheden zou inzicht geven in de klantenbestanden en de productievolumes van de verschillende inzamelaars en (voor)verwerkers. Met de bescherming van het vertrouwelijk karakter van deze commerciële gegevens wordt duidelijk een gelegitimeerd economisch belang gevrijwaard. Inzicht in deze gegevens zou een competitief voordeel opleveren voor de concurrerende inzamelaars en (voor)verwerkers: als de businesspraktijken van deze individuele bedrijven worden blootgelegd, kunnen concurrenten hier gebruik van maken, waardoor de commerciële positie van de inzamelaars en (voor)verwerkers zou worden verzwakt/geraakt.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 7 van 8


De beroeper geeft in zijn beroepschrift aan dat het belang van de openbaarmaking stijgt “omwille van het voortschrijdend inzicht voor wat betreft de potentiële risico’s van afvalbanden (en hun derivaten) voor het milieu”, verwijzend naar een door het ECHA (European Chemicals Agency) in mei 2021 gepubliceerd rapport (https://echa.europa.eu/documents/10162/17220/rest_sub_infill_material_investigation_report_en.pdf/7742 4e81-d78e-8abc-1404-f213d27c2b3f?t=1620812618319). In voormeld rapport wordt inderdaad aangegeven: “There is a potential concern for human health and the environment on certain substances in infill material used on synthetic turf pitches. Further work is recommended to be done (…)”. Daarnaast merkt de beroepsinstantie in de rand op dat dit onderzoek door andere wetenschappers blijkbaar in vraag wordt gesteld: ‘Bestemming of lot van gerecycled bandengranulaat voor kunstgras’ (zie https://enveurope.springeropen.com/articles/10.1186/s12302-021-00459-1 ). Hoewel het inderdaad correct is dat “fabrieksgeheimen” in bepaalde gevallen toch moeten openbaar gemaakt worden als de openbaarmaking in functie staat van een hoger belang zoals bijvoorbeeld de volksgezondheid, ziet de beroepsinstantie thans, op basis van de gegevens waarvan zij thans kennis heeft, niet in op welke wijze het algemeen belang in casu, gelet op de concreet gevraagde gegevens namelijk individuele verwerkingsgegevens, zwaarder zou doorwegen dan het belang dat gepaard gaat met het vertrouwelijke karakter van de commerciële informatie van de betrokken bedrijven, te meer daar de geaggregeerde verwerkingscijfers wel zijn bezorgd aan beroeper. Het belang van de openbaarheid van individuele verwerkingscijfers, gelinkt dus aan individuele bedrijven, weegt in casu dan ook niet op tegen de bescherming van het belang dat gepaard gaat met het vertrouwelijke karakter van de commerciële informatie van de betrokken bedrijven, mede gelet op het feit dat de geaggregeerde verwerkingscijfers wel zijn bezorgd aan beroeper. Voormelde artikelen van het Bestuursdecreet bieden evenwel de mogelijkheid om alsnog de openbaarmaking te bekomen, mits toestemming van de betrokkene die de vertrouwelijke commerciële gegevens heeft bezorgd aan de overheidsinstantie. De beroepsinstantie heeft evenwel vastgesteld dat Recytyre aan OVAM heeft aangegeven dat geen toestemming wordt gegeven. Overwegende dat de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel is dat OVAM terecht de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3°/ 36, §1, 7° van het Bestuursdecreet heeft ingeroepen. Het beroep wordt bijgevolg ongegrond bevonden.

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 22 november 2021 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 25 oktober 2021 vanwege OVAM wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 17 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/425

pagina 8 van 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook