Skip to main content

HAOE027-001.pdf

Page 1

Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer Handleiding Onroerend Erfgoed

www.onroerenderfgoed.be


Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer. Joeri Mertens


4

COLOFON TITEL Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer REEKS Handleidingen agentschap Onroerend Erfgoed nr. 27 AUTEUR Joeri Mertens JAAR VAN UITGAVE 2022 Een uitgave van agentschap Onroerend Erfgoed Wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Overheid, Beleidsdomein Omgeving Published by the Flanders Heritage Agency Scientific Institution of the Flemish Government, policy area Environment VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Gonda Callaert LEDEN KLANKBORDGROEP Dirk Artois, Eline Buyle, Inge Debacker, Veerle De Houwer, Stefanie De Weser, Annemie Foubert, Nathalie Gagelmans, Leen Meganck, Stefan Meijering, Halewijn Missiaen, Astrid Ossieur, Leni Thiers, Jana Wijnsouw. OMSLAGILLUSTRATIE Ronse, Begraafplaats Engelsenlaan, grafteken Carpentier. Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens agentschap Onroerend Erfgoed Havenlaan 88 bus 5 1000 Brussel T +32 2 553 16 50 info@onroerenderfgoed.be www.onroerenderfgoed.be Dit werk is beschikbaar onder de Open Data Licentie Vlaanderen v. 1.2. This work is licensed under the Free Open Data Licence Flanders v. 1.2. Dit werk is beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie. Bezoek http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ om een kopie te zien van de licentie. This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License. To view a copy of this license, visit http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/. https://doi.org/10.55465/XSIA2423 ISSN 2565-7003 D/2022/3241/081


5

Inhoudstafel INLEIDING

7

INLEIDING

8

HOOFDSTUK 1

11

1/

EEN INFORMATIEF KADER

12

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

12 13 16 17 19

EEN INFORMATIEF KADER

FUNERAIRE BEGRIPPEN VERKLAARD EEN KORT HISTORISCH OVERZICHT FUNERAIR ERFGOED: LOKAAL, VASTGESTELD, BESCHERMD ACTUELE KWALITEITEN VAN EEN BEGRAAFPLAATS. HET VERTREKPUNT VOOR JE WAARDERING. DE KWALITEITEN OMGEZET IN DECRETALE WAARDEN

HOOFDSTUK 2

EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX 2/

EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

26

2.1 IN DRIE EVALUATIE-NIVEAUS VAN BEGRAAFPLAATS-VERGELIJKEND NAAR ERFGOEDELEMENT 2.2 IN VIJF STAPPEN VAN VRAAG TOT OPLOSSING 2.3 HET PROCES STAP PER STAP

29 32 37

HOOFDSTUK 3

HET BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED 3/

25

59

HET BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED

60

3.1 WANNEER IS EEN BEHEERSPLAN VERPLICHT? 3.2 HET BEHEERSPLAN 3.3 DE ERFGOED- EN ONDERZOEKSPREMIE

60 60 61

VERDER LEZEN VERDER LEZEN

EINDNOTEN EINDNOTEN

65 66

69 70


6

Bornem, grafkapel de Marnix de Sint-Aldegonde / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


7

INLEIDING


8

Inleiding

INLEIDING Deze handleiding biedt je als beheerder een houvast bij het formuleren van beleidsopties voor je begraafplaats. Daarbij hebben we in deze publicatie bijzondere aandacht voor het aanwezige erfgoed. De handleiding is zowel bruikbaar voor niet-beschermd als beschermd funerair erfgoed. Omdat de Vlaamse overheid bepaalde eisen stelt aan de beheersplannen voor het beschermd erfgoed wordt daaraan in een afzonderlijk hoofdstuk aandacht besteed. Begraafplaatsbeheerder: Wat mag ik doen met het funerair erfgoed op onze begraafplaats? Erfgoedzorger: Maak er een ‘levendige’ plek van met een evenwichtige mix tussen dagelijks gebruik en erfgoedzorg. Dat garandeert de beste bewaring voor ons gemeenschappelijk funerair erfgoed.

In bovenstaand antwoord zitten twee cruciale begrippen die ook in deze handleiding prominent aanwezig zijn: dagelijks gebruik en erfgoedzorg. Met dagelijks gebruik bedoelen we de primaire functie van de dodenzorg en de begraafplaats als een plek voor rouwverwerking. Op die functie is het begraafplaatsbeheer het meest gericht. Daarnaast zijn er nieuwe functies als stilteplek, lichte recreatie, natuurbeleving, kunstbeleving enzovoort. Die diverse gebruikers hebben zeer diverse verwachtingen van een begraafplaats. Het tweede begrip is erfgoedzorg. Het verleden heeft je begraafplaats gevormd tot wat ze vandaag is. Zelden kan je beginnen van een wit blad. Hier ligt een boeiend spanningsveld. Welk erfgoed zal ik behouden? Hoe wil ik dat erfgoed een zinnige toekomst geven op mijn begraafplaats? Hoe kan ik dat erfgoed beheren? Waarom laat ik sommige element verdwijnen? De ervaring leert dat we ons vaak vast rijden in een ja-nee-discussie indien we enkel kijken naar die boom of dat grafteken. Daaruit volgt dan ook de kerngedachte van deze handleiding: Zorg voor het behoud van de genius loci, de geest van de plek. De erfgoedelementen zoals graftekens maar ook muren, paden, bomen enzovoort zijn de bouwstenen die de geest van de plek vorm geven. Niet alle elementen op een begraafplaats hebben echter dezelfde kwaliteiten en sommigen schaden zelfs de genius loci. Daarom moet er gewikt, gewogen en gekozen worden. Hoe verloopt het proces? Deze handleiding raadt aan om: • De begraafplaats eerst als een geheel te evalueren. Zo heb je oog voor de samenhang der dingen. Vervolgens kan je je concentreren op de erfgoedelementen. Het is dus een proces op verschillende niveaus. • Het begraafplaatsbeheer en het erfgoedbeheer met een open blik tegen elkaar af te wegen. Er zijn dus twee evenwaardige poten in het proces. • Volgende vijf stappen bewust toe te passen: vraagstelling – registratie – toekomstwens – evaluatie – verslaggeving. • Elke beslissing grondig te motiveren.

Deze publicatie heeft drie hoofdstukken: • Hoofdstuk 1. Een informatief kader. Daarin vind je informatie over de historische en juridische context evenals een blik op de (erfgoed)kwaliteiten van begraafplaatsen. • Hoofdstuk 2. Een toekomstvisie opmaken voor de begraafplaats mét erfgoedreflex. Daarin ontdek je een werkwijze om tot een gedragen en beredeneerde toekomstvisie te komen. De methodologie laat je toe je eigen accenten te leggen. Ze is bruikbaar voor zowel lokaal funerair erfgoed als voor het door de Vlaamse overheid beschermd funerair erfgoed. • Hoofdstuk 3. Het beheersplan voor beschermd funerair erfgoed. We lichten de verwachtingen toe die de Vlaamse overheid heeft naar beheersplannen voor beschermd funerair erfgoed. Tot slot lichten we de financiële mogelijkheden toe bij beschermd funerair erfgoed.


9


10

Genk, stedelijke begraafplaats, ingang. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


11

HOOFDSTUK

1

EEN INFORMATIEF KADER


12

hoofdstuk 1 EEN INFORMATIEF KADER

1 / EEN INFORMATIEF KADER 1.1

FUNERAIRE BEGRIPPEN VERKLAARD

begraafplaats: overkoepelende term voor elk terrein waar de stoffelijke resten van overledenen begraven, uitgestrooid of bijgezet worden. De term omvat kerkhoven, buitenbegraafplaatsen, natuurbegraafplaatsen, columbaria, strooiweides, enzovoort. begraafplaatsbeheer: het dagelijkse beheer van een begraafplaats. Dat varieert van dodenzorg (begraving en asbijzetting) over onderhoud van de begraafplaats tot het faciliteren van niet aan de dodenzorg verbonden functies op de begraafplaats. beeldkwaliteit: de allround kwaliteit van een begraafplaats. De beeldkwaliteit houdt rekening met alle elementen van een begraafplaats, historische en hedendaagse, structuren en individuele elementen. Beeldkwaliteit focust niet op een individueel onderdeel. buitenbegraafplaats: dit type van begraafplaats ontstaat na 1784 en is oorspronkelijk gelegen buiten de dorpskern. Ze wordt meestal gekenmerkt door een planmatige aanleg. erfgoedbeheer: het beheer van funerair erfgoed. erfgoedelementen: de individuele en structurerende onderdelen van een begraafplaats die samen de erfgoedkwaliteiten van een begraafplaats bepalen. erfgoedwaarde: de waarden waarom volgens het Onroerenderfgoeddecreet funerair erfgoed wordt geïnventariseerd, vastgesteld en beschermd. funerair erfgoed: het erfgoed dat aanwezig is op onze begraafplaatsen. Het getuigt van het gebruik van de begraafplaats zowel ter herinnering aan de doden als aan de activiteiten van de levenden en dat doorheen de tijd. Funerair erfgoed omvat zowel de bouwkundige elementen (graftekens, ornamenten, herdenkingstekens, poorten, kapellen, lijkenhuizen, grafdelvershuizen, calvaries, enzovoort) als structuren (muren, hekken, paden, perken, enzovoort) en de groenaanleg (bomen, struiken, hagen, enzovoort). genius loci: ‘geest van de plek’. De herkenbaarheid van een begraafplaats in zijn atmosfeer en eigenheid. graf: plaats voor het bijzetten van menselijke resten (grondgraf, grafkelder, columbarium, strooiweide, enzovoort). grafteken: afdekking van het graf met permanente of semipermanente materialen met als doel het graf terug te vinden. Vaak gebruikt om afstamming en status van de overledene te tonen. Om elke verwarring met het monumentenstatuut te vermijden wordt de term grafmonument niet gebruikt. kerkhof: hof-bij-de-kerk, in oorsprong omheinde, gewijde grond omheen de kerk die werd gebruikt als begraafplaats. Typisch voor een kerkhof is de vaak minder gestructureerde en spontaan ontstane padenstructuren en schikking van de graftekens. kwaliteit: de positieve eigenschappen van een begraafplaats. Dat kunnen zowel erfgoed gerelateerde als andere kwaliteiten zijn.


13

1.2

EEN KORT HISTORISCH OVERZICHT

HET KERKHOF (7DE EEUW TOT 1784) De grote christianisatiegolf in Noordwest-Europa begon in de 7de eeuw. Karel de Grote verplichtte in 785 de begraving in heel zijn rijk. Rond de kerken ontstonden gewijde kerkhoven. Tegen de 11de-12de eeuw vormden de kerk en het kerkhof overal in het moderne Vlaanderen het centrum van de religieuze gemeenschap met erom heen de seculiere dorpsgemeenschap. Het graf werd mogelijk aangeduid met een grafteken in vergankelijke materialen. Het kerkhof was een plaats voor de levenden en voor de doden. • Het kerkhof werd afgescheiden van de omgeving door middel van een muur, gracht of haag om vee, huis- en wilde dieren van het kerkhof te weren. • Het kerkhof was een semipublieke ruimte waar zittingen van de gemeenteraad, publieke verkopen, jaarmarkten, vieringen en kermissen doorgingen. • Het kerkhof was een opbrengstplek voor de kerk, de pastoor, de kapelaan of het klooster en werd daarom beplant met opbrengstgewassen zoals fruitbomen. Het gras werd verpacht.

In de dertiende eeuw werd het begrip ‘vagevuur’ ingevoerd. Voortaan was postmortale redding van de ziel mogelijk. Om de levenden aan te zetten voor de zielen in het vagevuur te bidden was er nood aan langdurige herinnering. Het grafteken, nu vaker in permanente materialen, werd voorzien van persoonlijke informatie zoals de naam van de overledene, geboorte en sterfplaats en –datum, beroep, wapenschild, enzovoort. Funeraire symboliek was er overvloedig. Voor zij die nog steeds een anoniem graf kregen of zich geen grafsteen konden veroorloven was er nood aan een collectieve dodenherdenking. Daarom plaatste men op het kerkhof een calvarie en werd in de katholieke kerk op 2 november gebeden voor alle zielen. Op het einde van de 18de eeuw waren kerkhoven dus geen kale dodenakkers. Her en der stonden verspreid in het gras houten en stenen grafstèles, kruisen en graftekens.

DE BUITENBEGRAAFPLAATSEN IN DE 18DE EEUW De aandacht voor hygiëne tijdens de Verlichting van de 17de en 18de eeuw had zijn invloed op het kerkhof. De doden en de lijkgeur werden geassocieerd met ziektes, epidemieën en verval. Stadskernen en religieuze gebouwen moesten gezuiverd worden van de doden. Uit die ideeën volgden twee edicten van de Oostenrijkse keizers die ook in grote delen van het moderne Vlaanderen werden toegepast: • Keizerin Maria-Theresia verbood het begraven in de kerken (1751). • Keizer Jozef II vaardigde het Edict van den Keyser aengaende de begraeffennissen (26 juni 1784) uit. Daarin verplichte hij de aanleg van nieuwe begraafplaatsen buiten de woonkernen.

Als gevolg van de nieuwe wetgeving ontstonden zo in de late 18de eeuw de buitenbegraafplaatsen. Voortaan was er een Wereld van de doden naast een Wereld van de levenden. Het edict van Jozef II was slechts deels van toepassing op het platteland. Daar bleven de kerkhoven in gebruik als dodenakkers. Die wettelijke verplichtingen zorgden voor een nieuwe uitdaging: Welke vorm moesten de buitenbegraafplaatsen krijgen? De eerste ontwerpen voor buitenbegraafplaatsen vertoonden geen beplanting. Men veronderstelde dat planten de aanvoer en vrije doorgang van de frisse wind tegenhielden en de bedorven, ziekmakende lucht vasthield. In de late 18de eeuw kwamen wetenschappers tot het inzicht dat bomen en planten zuurstof produceerden. Er werden vervolgens zowel buitenbegraafplaatsen aangelegd met een formele plattegrond, geaccentueerd door structurerende lanen als meer natuurlijk ogende melancholische tuinen. Het Oostenrijkse decreet van 1784 bood voor de eerste keer expliciet de mogelijkheid om graftekens op te richten. Die graftekens mochten het graf niet bedekken en ze werden noodgedwongen opgericht tegen de muren van de begraaf-


14

hoofdstuk 1 EEN INFORMATIEF KADER

plaats of het kerkgebouw. Naar vormgeving waren ze duidelijk schatplichtig aan de grafplaten die voorheen in de kerkvloeren werden gelegd. Geleidelijk werden ze aangevuld met omlijstingen en extra symboliek zodat er volwaardige graftekens ontstonden.

HET JAAR 1804 Pas met Le décret du 23 prairial an XII relatif au lieu d’inhumation, ingevoerd door Napoleon op 12 juni 1804 kregen alle huidige Vlaamse provincies een uniforme wetgeving op de begraafplaatsen. De Napoleontische wet nam het edict van Jozef II grotendeels over. Dat verklaarde waarom landelijke gemeenten zich bleven onttrekken aan de plicht om een buitenbegraafplaats aan te leggen. De wet die van invloed is tot vandaag, legde onder meer volgende aspecten voor begraafplaatsen vast: • Begraven in cultusgebouwen en binnen de bewoonde zones werd verboden. • 30 à 40 meter buiten de woonkern moest een buitenbegraafplaats worden opgericht. Verheven terreinen aan de noordzijde van het dorp hadden de voorkeur. • De begraafplaatsen moesten omgeven worden door een muur van minstens 2 meter hoog. • De beplanting mocht de circulatie van de wind niet verhinderen. • Voor elke overledene werd een persoonlijk graf voorzien dat op een respectabele afstand lag van het naastgelegen graf. • Het principe ‘concessie’ werd ingevoerd. • Voortaan mocht iedereen een grafteken plaatsen op het graf van z’n ouders, familielid of vriend. • Gemeenten moesten een begraafplaats voorzien voor alle geloofsovertuigingen binnen hun gemeentegrenzen.

De opening in Parijs van Père Lachaise, eveneens in 1804 zorgde voor een schokgolf door funerair Europa. Niet alleen was het de eerste buitenbegraafplaats in pittoreske landschapsstijl, het individuele graf was voortaan een veelgebruikt recht. Père Lachaise voorzag evenwel nog steeds in massagraven voor de armen, concessies van 6 jaar, koopgraven en eeuwigdurende concessies. Het ontwerp van Père Lachaise entte zich op een reeds ter plaatse bestaande 18de-eeuwse formele tuinstructuur. De rechte bestaande paden werden leidende en verbindende elementen. Daartussen kwamen meanderende paden die de formele en informele delen met elkaar verbonden. Die inrichting werd voor vele buitenbegraafplaatsen gekopieerd. • Een formele ingang met kantoortjes voor de begraafplaatsbewakers. • Een mortuarium. • Een statige oprijlaan met daarlangs de meest prestigieuze koopgraven en grootse gedenktekens. • Slingerende omringende voetpaden in de schaduw van struiken en bomen. • Diverse doorkijkjes.

Op Père Lachaise werd gebruik gemaakt van lindes, notelaars, populieren en acacia’s. Elke boomsoort werd gebruikt om een hoofdpad of secundair pad aan te duiden. De grootste graven waren omgeven door een graftuin waarbinnen bloeiende planten werden gekweekt.

DE 19DE EEUW, GOUDEN EEUW VAN DE GRAFKUNST Na 1804 werd de wet van Napoleon nog enkele keren aangepast zonder in de kern te wijzigen. Van belang was dat het Belgische Hof van Cassatie op 13 februari 1864 het beheer van alle kerkhoven en begraafplaatsen toevertrouwde aan de burgerlijke macht. De aanleg van de buitenbegraafplaatsen getuigde van twee tendensen die tot de 18de eeuw teruggingen. • De oudste vorm van aanleg ging terug op het rasterpatroon met omlopende en opdelende padenstructuren. Deze aanleg bleef de hele 19de eeuw populair. • In tweede helft van de eeuw brak de parkbegraafplaats door met haar kronkelende paden, open en gesloten zones in een groene beboomde omgeving. Die landschappelijke aanleg groeide uit de melancholische tuin.


15

In de gepolariseerde 19de eeuw getuigde de keuze voor een bepaalde begraafplaats van een politieke of filosofische overtuiging. De nieuwe burgerlijke buitenbegraafplaatsen werden gezien als uitgesproken liberale, vrijzinnige dodenakkers. Vele welstellende katholieke families lieten zich daarom begraven op de kerkhoven in kleine randgemeentes of in de gemeente waar hun buitenhuis stond. Dat leidde in de randgemeentes tot grote kerkhoven die eigenlijk de allures van buitenbegraafplaatsen hadden. Zelfs hun aanleg leek op die van de burgerlijke buitenbegraafplaatsen. Het enige verschil was dat de gewijde kerkhoven aansloten bij een kerk in de dorpskern. Wie het zich kon permitteren onderscheidde zich op de begraafplaats door de locatie van zijn graf en de oprichting van een grafteken. De rijken kwamen langs de paden en de muur te liggen. De armen kregen een plek achterin, op soms moeilijk toegankelijke binnengebieden. In een aantal gevallen werden reeds van bij het ontwerp van de buitenbegraafplaats perken voorzien voor bijzondere doelgroepen zoals geestelijken, kloosterlingen en kinderen. Op hetzelfde ogenblik schoven de verschillende types van graftekens (kruis, vlakke zerk en stèle) in elkaar. Het vandaag meest voorkomende grafteken ontstond: de combinatie van hoofdstèle en vlakke zerk. Bovendien was het niet voldoende dat de plaats van het graf aangeduid werd, het graf moest precies afgedekt worden. Het ondergrondse graf en het grafteken vielen voortaan samen. Voornamelijk in de tweede helft van de 19de-eeuw kende de grafkunst grote wijzigingen. • Nieuwe graftypes, zoals grafkapellen en mausolea, boomkruisen, portiekgraven, zuilgraven, pinakelgraven, enzovoort waren statussymbolen voor de elite en de middenklasse. • Politieke en filosofische overtuiging werden uitgedrukt in de vorm van het grafteken. • De laïcisering van de samenleving vroeg om aangepaste funeraire symbolen. • Het grafteken werd een verzoek om herinnering en herdenking. Het duidde wie de overledene was tijdens het leven. • De elite koos voor grootse tekens in blauwe hardsteen, marmer, graniet en brons. • De allerarmsten kregen een houten grafkruis.

In kleine dorpen bleef men ondertussen rond de kerk begraven. De tweede helft van de 19de eeuw was daarnaast een bloeiperiode voor nieuwe kerkstichtingen, vaak in kleinere gehuchten en dorpen. Ook daar zocht men naar manieren om een kerkhof aan te leggen. Het kerkhof werd dan meestal achter de kerk aangelegd, aansluitend bij het koor. Het achterliggende rechthoekige kerkhof werd net als de burgerlijke buitenbegraafplaats gestructureerd met een ommuring, calvariekruis, rechte en kruisende paden, lijkenhuis, enzovoort.

DE ‘STILLE REVOLUTIE’ VAN DE 20STE EEUW Na de Eerste Wereldoorlog veranderde de houding van de mens tot de dood. Voor de eerste keer in de menselijke geschiedenis werd de dood echt bevochten vanuit een rationeel, wetenschappelijk vertrekpunt. De dood werd in de 20ste eeuw onzichtbaar en een taboeonderwerp dat uit het leven werd verbannen. Net zoals de dood gerationaliseerd werd, zo werd ook de begraafplaats na de Tweede Wereldoorlog gerationaliseerd. Plaatseconomie werd belangrijk, uniformiteit en massaproductie werden de codewoorden. Rechte parallelle paden, beperkte groenvoorziening, gestandaardiseerde grafpercelen en uniforme graftekens deden hun intrede. Pesticiden vereenvoudigden het onderhoud. In de jaren 1970 werd er geëxperimenteerd met nieuwe materialen voor de graftekens. Tegen 1980 was het grafteken in blauwe hardsteen vervangen door het gestandaardiseerde graf uit graniet. Vanaf de jaren 1960 ontstond er echter een tegenbeweging die ijverde voor De intieme dood, palliatieve zorg, stervensbegeleiding en thuis sterven. De dood werd eerder een herinneringsmoment voor de nabestaanden. De begraafplaats paste zich nogmaals aan. • Er ontstonden nieuwe persoonlijke rituelen. • Er werd bewust gekozen voor een bepaalde bijzettingsvorm. • De grafsteen kreeg een persoonlijke vorm waar de nabestaanden de overledene in herkennen.


16

hoofdstuk 1 EEN INFORMATIEF KADER

• Begraafplaatsen werden vergroend tot aangename verpozingsplekken. • Natuurbegraafplaatsen ontstonden onder invloed van de terug-naar-de-natuurfilosofie. • De 20ste eeuw was getuige van de doorbraak van de crematie als alternatief voor de begraving.

Op 20 juli 1971 ondertekende koning Boudewijn de Wet op de begraafplaatsen en lijkbezorging die alle voorgaande verving. Er waren enkele belangrijke wijzigingen. • Elke gemeente moet minstens één begraafplaats hebben. • De begraafplaats moest omhaagd zijn en van voldoende beplanting voorzien. • Concessies werden voortaan voor maximaal 50 jaar verleend. De bestaande eeuwigdurende concessies konden na 50 jaar kosteloos verlengd worden. • Elke verwant of vriend mocht een grafteken oprichten op iemands graf tenzij de overledene of verwanten er zich expliciet tegen verzetten. • Het gemeentebestuur mocht de afmetingen en te gebruiken materialen voor graftekens bepalen. • Voor het eerst werd een volwaardig hoofdstuk gewijd aan de crematie.

Vandaag worden intimiteit en geborgenheid op de begraafplaats steeds belangrijker. De nood aan een rustige, troostende plek wordt gevonden in een groene ruimte met een multifunctioneel karakter waar wandelen, verpozen, spelen, mijmeren en herdenken mogelijk zijn. Tegelijkertijd worden voor specifieke doelgroepen oplossingen gezocht zodat culturele en religieuze verschillen ook in grafrituelen en grafaanleg kunnen geuit worden.

1.3

FUNERAIR ERFGOED: LOKAAL, VASTGESTELD, BESCHERMD

NIET-BESCHERMD LOKAAL ERFGOED Onze Vlaamse begraafplaatsen herbergen veel en divers funerair erfgoed. Het vertelt in eerste instantie over de lokale gemeenschap. Dat erfgoed in kaart brengen en er zorg voor dragen, is een taak voor de lokale overheid. Het Vlaamse Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004 stelt: • “Het college van burgemeester en schepenen maakt een lijst op van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd. De graven op deze lijst dienen 50 jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeenteoverheid.” (artikel 26, § 2). ° De gemeente moet dus een lijst van hun lokaal funerair erfgoed hebben. ° Het decreet bepaalt niet hoe de bewaring en het onderhoud moeten gebeuren. De beheerder heeft daarin een grote vrijheid. Het is dan ook belangrijk dat een beheervisie oog heeft voor het behoud van de erfgoedkwaliteiten. Een gemotiveerde lijst van het lokaal funerair erfgoed is in dat proces een meerwaarde.

• Het Besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria van 14 mei 2004 geeft richtlijnen over de inhoud van de lijst van het lokaal funerair erfgoed. ° De lijst evalueert de historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde van de graftekens. ° De lijst bevat informatie over de concessie en de begraven personen, de bouwfysische toestand, het grafteken, een bondige omschrijving van het lokaal historisch belang, een foto en een plan van de begraafplaats (art 47). ° Een afschrift van de bekrachtigde lijst met plan wordt bezorgd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onroerend erfgoed (art 48). Het afschrift stuur je op naar inventaris.onroerenderfgoed@vlaanderen.be of Vlaamse Overheid, agentschap Onroerend Erfgoed, Havenlaan 88/5, 1000 Brussel.

VASTGESTELD ERFGOED Funerair erfgoed is ook opgenomen op de lijst met vastgesteld erfgoed. Je kan ook zoeken via het Geoportaal van onroerend erfgoed. Wat dat vastgesteld erfgoed precies voor jou betekent, vind je op https://www.onroerenderfgoed. be/mijn-eigendom-wordt-vastgesteld .


17

BESCHERMD ERFGOED Het voor Vlaanderen meest relevante funerair erfgoed krijgt het statuut van beschermd erfgoed. Dat kan zijn als monument, soms als stads- of dorpsgezicht, of als landschap. Met dat statuut dien je rekening te houden bij je beheer. Welk statuut het beschermd erfgoed heeft, zoek je op via de beschermingsdatabank van onroerend erfgoed of via het geoportaal. Wat een bescherming precies voor jou betekent, vind je op https://www.onroerenderfgoed.be/mijn-eigendom-wordt-beschermd . Belangrijk: Het Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 voorziet dat als monument beschermde graftekens geschrapt worden van de lijst van graven met lokaal historisch belang (Art. 46). Dat geldt niet voor graftekens gelegen in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in een cultuurhistorisch landschap. Daarvoor worden wél lijsten van graven met lokaal historisch belang opgemaakt. Een lijst van het funerair erfgoed vormt voor alle beschermde begraafplaatsen, ongeacht hun beschermingsstatuut, een basisdocument voor de opmaak van uw toekomstvisie en een gedetailleerd beheersplan.

1.4 ACTUELE KWALITEITEN VAN EEN BEGRAAFPLAATS. HET VERTREKPUNT VOOR JE WAARDERING. In dit hoofdstuk bekijken we kort de actuele kwaliteiten van begraafplaatsen. Die kwaliteiten zijn het vertrekpunt voor je toekomstig erfgoedbeleid. In het volgende hoofdstuk worden ze omgezet naar decretale waarden. Een uitgebreide behandeling ervan vind je in Sterven in Stijl (2020, pagina 117-129) Plaats van vergankelijkheid De eerste functie van de begraafplaats is de dode teruggeven aan de natuur onder de vorm van de begraving van een lichaam of asbestemming. Plaats van persoonlijke en gemeenschappelijke herdenking en ontmoeting Mensen plaatsen een grafteken op een graf of bewaren de as van de crematie in een columbarium. Zo ontstaat een herdenkingsplek waar de nabestaande zijn voorouders herdenkt. De gemeenschap herdenkt bij ereperken of collectieve graven grote historische persoonlijkheden of historische feiten. De begraafplaats krijgt een gemeenschapsvormende functie die zich ook na het rouwproces voortzet. Voor vele mensen wordt de begraafplaats een plek van rust, contemplatie en ontmoeting. Getuige van de doods- en grafcultuur Het bijzetten en vooral het herdenken gaat samen met vaak lokale, geschreven en ongeschreven gewoonten, objecten, materialen en vormgevingen. Samen vormen ze de doods- of grafcultuur van een bepaalde cultuurgemeenschap. Kenmerkend is het langdurig continu gebruik van die gewoonten en objecten. Slechts een beperkt aantal van die gebruiken zijn in blijvende materialen vereeuwigd zoals bouwmaterialen, graftypes, grafafwerking, foto’s, symbolen, afbeeldingen, objecten, enzovoort. Geheugen van een gemeenschap Een grafteken getuigt van de aanwezigheid van overledenen en families die lokaal of voor een regio van belang zijn. Een concentratie aan belangrijke persoonlijkheden kan wijzen op het belang van de begraafplaats voor die regio of de politieke, filosofische, maatschappelijke of culturele samenhang tussen de overledenen. Graftekens getuigen daarnaast van de visie op leven en dood in een bepaalde periode. Status in de maatschappij, beroep, levensloop, filosofische overtuiging en familiale relaties van de overledenen worden er herdacht. De begraafplaats als geheel getuigt van de sociale structuren in de maatschappij. Ereperken vertellen over de kleine man in grote conflicten of over de belangrijke personen op een bepaald ogenblik in onze geschiedenis. Ook ondergronds bleven sporen van de doodscultuur bewaard. Op sites waar geen graftekens bewaard bleven en waar archiefbronnen schaars zijn, zijn de bodemresten de enige informatiebronnen over niet alleen de culturele gebruiken rond de dood maar ook over hun sociale, economische en filosofische context. Het graf en zijn inhoud getuigen van het vroegere menselijke bestaan, van het einde ervan en van de behandeling van het lichaam na de


18

hoofdstuk 1 EEN INFORMATIEF KADER

dood. Een site met kerk en kerkhof kan mogelijk ondergrondse bouwsporen van een ouder kerkgebouw bevatten. Antropologisch onderzoek op botmateriaal laat toe de archivalische en archeologische kennis te toetsen. Zelfs 20ste-eeuwse skeletten met een duidelijke archivalische context reiken interessante aanvullende informatie aan. Onderdeel van de ruimtelijke ordening De inplanting van een begraafplaats is ook vandaag nog een belangrijke component in de ruimtelijke ordening van een gemeente. • Het kerkhof rond de kerk bepaalt nog steeds de ruimtelijke organisatie in menig Vlaams dorp. • Verdwenen kerkhoven werden groenzones, marktpleinen of parkeerruimten. • De buitenbegraafplaatsen fungeren vandaag nog als grens van de woonkern of zijn net kernen geworden van nieuwe woongebieden.

Groenzone en reservoir van biodiversiteit Het kerkhof was eigenlijk niets anders dan een multifunctionele groene ruimte rond de kerk waar onder andere aan fruit- en houtteelt werd gedaan. Buitenbegraafplaatsen werden dan weer ingericht met een uitgesproken ontwerp en aangeplant met diverse funeraire sierplanten. Uit deze twee uitgesproken contexten ontstonden bijzondere biotopen waar: • Oude plantenrassen en –soorten overleefden. • Stinsenplanten gingen woekeren. • Streekeigen planten een reservaat vonden. • Vele verschillende planten met diverse eisen naar standplaats dicht bij elkaar gedijen. • Nest- en foerageergelegenheden voor vele vogelsoorten, insecten en kleine zoogdieren ontstonden.

Duurzaamheid Duurzaamheid houdt in: voorzien in de behoeften van vandaag zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien te hypothekeren1. Het weloverwogen gebruik, medegebruik, hergebruik en vormgeven van begraafplaatsen, rekening houdend met hun erfgoedwaarden, nieuwe bevragingen en toekomstige wensen is dus een uitgesproken duurzame visie. • Het hergebruik van de graven vermindert de noodzaak om nieuwe gronden in te nemen. • Urnebijzettingen of asverstrooiingen in en op bestaande graven beperkt nieuwe ruimte-inname. • Begraafplaatsen zijn vanouds multifunctionele plekken. • Door hergebruik van historische grafstenen is er minder nood aan nieuwe materialen met bijhorende ontginning, bewerking en transport. • Grafstenen kunnen hergebruikt worden voor paden, afboordingen, ommuringen, restauratie van graftekens en vervaardigen van kunstwerken. • Het gebruik van de lokale (historische) materialen verkleint de ecologische voetafdruk.

Beleving van een bijzondere kunstvorm Historische begraafplaatsen worden door de gebruikers ervaren als echte openluchtmusea. Zowel de begraafplaats als geheel, als de individuele graftekens getuigen van de scheppende creativiteit van de kunstenaar. • Begraafplaatsen getuigen van het kunstzinnige streven van een architect, al dan niet in samenwerking met een tuinen landschapsarchitect. De tuinaanleg is vaak typisch voor een begraafplaats met zijn eigen gewoonten en verboden, typische structuren, materiaalgebruik en plantensoorten. • Je vindt er het werk van funeraire kunstenaars in hun oorspronkelijke context. Vaak is het grafteken een uniek resultaat van het werk van de ontwerpende kunstenaar of architect in samenwerking met uitvoerende steenkappers, beeldhouwers, bronsgieters, enzovoort.

Continueren van technische beroepen Funeraire erfgoedsites zijn plaatsen waar de oude ambachten van grafmaker, architect, steenkapper, beeldhouwer, bronsgieter, enzovoort nog worden toegepast of herontdekt. Het behoud van begraafplaatsen en graftekens betekent:


19

• Een nood aan onderhoud en restauratie. Dat staat borg voor het behoud van oude ambachten én historische (lokale) materialen. • Een stimulans om nieuwe artistieke graftekens op te richten en zo de funeraire grafsculptuur nieuw leven in te blazen.

1.5 DE KWALITEITEN OMGEZET IN DECRETALE WAARDEN De eerder opgesomde actuele kwaliteiten van begraafplaatsen zijn de basis voor je toekomstig erfgoedbeleid. Ze worden daarom vertaald naar decretale waarden die de basis vormen voor: • Het opstellen van je lijst van het lokaal funerair erfgoed. • Het motiveren van een bescherming.

DE LIJST VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED Het Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (2004) en het bijhorende besluit van de Vlaamse regering (2004) voorzien vier waarden die je gebruikt voor de opmaak van de lijst van het lokaal funerair erfgoed: de historische, artistieke, volkskundige en socio-culturele waarde. Die vier waarden worden niet verduidelijkt in het Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging. We interpreteren de waarden hier aan de hand van het Ministerieel besluit tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed uit 2015. De omschrijving zoals opgenomen in dat ministerieel besluit staat cursief en wordt aangevuld met duiding. Je kan de waarden steeds verder concretiseren afhankelijk van je eigen lokale situatie. Historische waarde Een onroerend goed heeft historische waarde als het getuigt van een (maatschappelijke) ontwikkeling, gebeurtenis, figuur, instelling of landgebruik uit het verleden van de mens. De kwaliteit ‘geheugen van een gemeenschap’ wordt gevat onder de historische waarde. Artistieke waarde Een onroerend goed heeft artistieke waarde als het getuigt van het kunstzinnige streven van de mens in het verleden. De kwaliteit ‘beleving van een bijzondere kunstvorm’ wordt hier gevat vanuit de positie van de maker. Het gaat om het werk van een grafmaker, kunstenaar, architect, tuinontwerper, enzovoort. Volkskundige waarde Een onroerend goed heeft volkskundige waarde als het getuigt van gebruiken en gewoonten, voorstellingen en tradities van een specifieke bevolkingsgroep of gemeenschap in het verleden. Vandaag wordt deze waarde gevat onder de culturele waarde. Culturele waarde De culturele waarde is een onderdeel van de sociaal-cultureel waarde. Een onroerend goed heeft culturele waarde als het getuigt van tijd- en regiogebonden menselijk gedrag. Het voorkomen van gemeenschappelijke gebruiken en uitingen rond de dood, afscheid en rouw werden hoger benoemd onder de kwaliteiten ‘herdenking’, ‘gemeenschapsvorming’ en de ‘doods- en grafcultuur’. De culturele waarde wordt toegekend voor de duiding van zowel de grote tendensen als de lokale fenomenen die voor een bepaalde tijdsperiode zeer belangrijk waren. Sociale waarde De sociale waarde is een onderdeel van de sociaal-cultureel waarde. Een onroerend goed heeft sociale waarde als het in de hedendaagse gemeenschap nog een actief, overgeleverd sociaal gebruik kent of gemeenschapsvormend is blijven werken. De sociale waarde omvat de nog levendige individuele en collectieve herdenkingsfunctie van een begraafplaats.


20

hoofdstuk 1 EEN INFORMATIEF KADER

BESCHERMDE BEGRAAFPLAATSEN WAARDEN Het voor heel Vlaanderen relevante erfgoed wordt beschermd door de Vlaamse Overheid. De erfgoedkwaliteiten worden dan geëvalueerd en gemotiveerd in decretale waarden. Het Onroerenderfgoeddecreet van 2013 somt dertien waarden op die leiden naar een bescherming. Ze worden verduidelijkt in het Ministerieel besluit tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed uit 2015. We duiden in deze handleiding kort de voor het funerair erfgoed meest voorkomende waarden. Meer uitleg over de waarden vind je in volgende publicaties: • De erfgoedwaarden van funerair erfgoed (2021) biedt een kader over het beschermen van funerair erfgoed door de Vlaamse Overheid. • Sterven in Stijl (2020) duidt op de pagina’s 93-98 alle dertien decretale erfgoedwaarden.

Tot de meest gebruikte waarden voor het motiveren van beschermd funerair erfgoed horen de historische, artistieke en culturele waarde. Ze zijn hierboven al behandeld. De waarden worden aangevuld met de onderstaande drie veel voorkomende waarden. De omschrijving zoals opgenomen in het ministerieel besluit uit 2015 staat cursief en we vullen aan met duiding. Archeologische waarde Een onroerend goed heeft archeologische waarde als het betekenisvol kan bijdragen tot de reconstructie van de bestaansgeschiedenis van de mensheid en haar relatie tot de omgeving door de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of sporen van de mens en zijn omgeving te behouden of ze met archeologische en natuurwetenschappelijke methoden te onderzoeken. De archeologische waarde kan zowel toegekend worden aan een site als aan een individueel grafteken, het omvat de niet geschreven, ondergronds bewaarde geheugenkwaliteit. Architecturale waarde Een onroerend goed heeft architecturale waarde als het getuigt van een fase of aspect van de (landschaps)architectuur of de bouwkunst in het verleden. Het kan gaan om typologie, stijl, oeuvre of materiaalgebruik. De architecturale waarde wordt toegekend wanneer de nadruk ligt op de materiële aspecten van de (tuin)architectuur: de typologie, de (bouw)stijl, het oeuvre van een (tuin)architect, het materiaalgebruik, de (bouw)evolutie. De poorten, ommuringen, dodenhuisjes, herdenkingskapellen en de individuele graftekens getuigen van een fase of een aspect van de architectuurgeschiedenis, met hun specifieke typologie, stijl, oeuvre of materiaalgebruik. Esthetische waarde Een onroerend goed heeft esthetische waarde als het de waarnemer zintuiglijke schoonheid laat ervaren. Deze waarde omvat de immateriële belevingskwaliteit en ervaring van funerair erfgoed door de gebruiker. Het gaat steeds om een veelheid van zintuiglijke ervaringen waarbij zien, horen, ruiken en tastzin elkaar versterken. CRITERIA Het Ministerieel besluit tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed (2015) licht de criteria toe die gebruikt worden om bouwkundig erfgoed te selecteren voor opname in de inventaris van het onroerend erfgoed en voor bescherming. Je kan de criteria ook gebruiken voor de opmaak van je Lijst van het lokaal funerair erfgoed. De omschrijving zoals opgenomen in het ministerieel besluit staat cursief en we vullen aan met duiding. Zeldzaamheid Zeldzaamheid geeft aan in hoeverre het onroerend goed uitzonderlijk voorkomt in relatie met de geografische context, de historische context, de typologie of het oeuvre. De zeldzaamheid van het funerair erfgoed houdt rekening met de frequentie waarmee bepaalde erfgoedelementen voorkomen binnen de geografische context, de chronologische context, de architectuurhistorische context (concept, bouwstijl, materiaalgebruik, ...), het oeuvre van de architect of ontwerper.


21

De zeldzaamheid van een begraafplaats wordt bijvoorbeeld bepaald door: • De ouderdom van de begraafplaats, de aanwezige structurerende elementen, beplanting, de kwaliteit van de graftekens enzovoort. Als structurerende elementen worden beschouwd: ommuring, padenstructuren, calvarie, toegangshek, woning van de grafmaker, lijkenhuis, graftekens, enzovoort. • De aanwezigheid van 18de-eeuwse graftekens in of tegen de ommuring is een meerwaarde. Ze bleven uitzonderlijk bewaard. • Een uitgesproken vormgeving, een grafteken of begraafplaats ontworpen en uitgevoerd door meesters in de grafkunst vergroten de zeldzaamheid.

Herkenbaarheid Herkenbaarheid geeft aan in hoeverre het onroerend goed een goed herkenbare uitdrukking is van zijn oorspronkelijke functie, uitzicht of vormgeving, of van een belangrijke fase in de latere ontwikkeling daarvan. De herkenbaarheid houdt rekening met de volledigheid van het object of de site, de afwezigheid van ingrijpende verbouwingen, storende herstellingen en latere toevoegingen die de oorspronkelijke toestand sterk hebben aangetast. In hoeverre is het object “leesbaar”? Is het type herkenbaar? De aanwezigheid van graf- of herdenkingstekens is van groot belang voor de herkenbaarheid van de site als begraafplaats. Bewaarde structurerende elementen als paden, ommuring of omheining, toegangspoort en historische beplanting vormen een meerwaarde. Een specifieke vorm van herkenbaarheid is de authenticiteit. Die is terug te vinden in de materiële aspecten van een erfgoedelement. De herkenbaarheid van een grafteken wordt bepaald door zijn bewaringstoestand, behoud van de typische kenmerken en elementen als applicaties, afwerking, stijlkeuze, …. In hoeverre zijn zaken als de historische bouwmaterialen, de oorspronkelijke ornamentiek en detaillering, de oorspronkelijke interieurelementen van kapellen (vloeren, afwerkingslagen, kleurstellingen, …), de planindeling, het traditioneel vakmanschap enzovoort nog aanwezig? Historische gelaagdheid is niet per sé negatief. Ook nieuwe lagen die in de loop der tijden werden toegevoegd kunnen waarde hebben en zelfs een meerwaarde zijn. Er wordt gedacht aan de evolutie van de structuur in combinatie met graftekens en beplanting die een historische evolutie aantonen die ruimer is dan de ontstaansperiode. De zichtbare vernieuwing als gevolg van nieuwe wettelijke bepalingen of filosofische ontwikkelingen is een meerwaarde. Representativiteit Representativiteit geeft aan in hoeverre het onroerend goed typerend is voor een geografische of historische context of een welbepaalde typologie of een bepaald oeuvre. De representativiteit van het funerair erfgoed gaat na in hoeverre het erfgoedelement een typisch en goed voorbeeld is voor het oeuvre van de architect of de ontwerper of binnen de geografische, de chronologische of de architectuurhistorische context (concept, bouwstijl, materiaalgebruik, ...). • Een begraafplaats is een representatief voorbeeld van een welbepaalde periode indien de aanwezige structurerende elementen als omheining, padenstructuur, graftekens, beplanting, enzovoort de periode van aanleg en de evolutie van de begraafplaats doorheen de tijd zichtbaar maken. Daarbij zijn die elementen niet steeds uniek of uitzonderlijk maar als geheel van goede kwaliteit. • Een begraafplaats kan representatief zijn als getuige van de sociale gelaagdheid van de maatschappij en de manier waarop die weerspiegeld wordt op een begraafplaats door de ligging en grootte van de graftekens. • Een dorpskerkhof met graven van welgestelde, katholieke stedelijke families kan een representatieve getuige zijn van het belang van het gewijde kerkhof bij bepaalde groepen. • De graftekens zijn representatief voor een bepaalde periode, filosofische overtuiging, kunstenaarsoeuvre of grafmakersoeuvre, streekeigen, enzovoort.

Ensemblewerking Ensemblewerking geeft aan in hoeverre het onroerend goed een sterke samenhang vertoont tussen de verschillende elementen. De ensemblewerking houdt rekening met de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het funerair erfgoedobject.


22

hoofdstuk 1 EEN INFORMATIEF KADER

De ensemblewerking van een begraafplaats wordt onder andere bepaald door: • De graad van bewaring van de site, structurerende elementen, beplanting en graftekens. • De eenheid van kerk en kerkhof. • Een ensemble dat de gelaagdheid van de maatschappij tot uiting brengt door de ligging van bepaalde types graftekens. • Het gezamenlijk voorkomen van een grafteken met zijn uitrusting, interieurinrichting, meubilair, foto’s, applicaties, enzovoort.

Context Contextwaarde geeft aan in hoeverre er tussen het onroerend goed en zijn directe of ruimere omgeving een sterke relatie is op landschappelijk, stedenbouwkundig of esthetisch vlak. De context houdt rekening met de verhouding van het erfgoedobject tot zowel zijn historische als huidige omgeving: de stedenbouwkundige impact, de beeldbepalende kwaliteit, de aanwezigheid van een bepaalde infrastructuur. Het gaat hier om de omgeving. Indien die goed bewaard bleef en het historische beeld behield dan is de erfgoedwaarde hoger dan bij een context die volledig wijzigde. De contextwaarde van een kerkhof of begraafplaats zit in de historische ligging in of net buiten de dorpskern en dat conform wettelijke bepalingen. Indien de huidige context nog steeds toelaat de historische situatie te herkennen, is dat een meerwaarde. De context van een individueel grafteken wordt dan weer gevormd door zijn ligging op de begraafplaats en relatie tot andere graftekens, paden, de groenaanleg, de visueel aanwezige sociale structuur, enzovoort. Bouwfysische toestand Dit criterium staat niet vermeld in het ministerieel besluit van 2015. De bouwfysische toestand van de site en vooral van de individuele graftekens is van groot belang omdat bij de evaluatie van een begraafplaats de graftekens met een hoge graad van degradatie best niet opgenomen worden, tenzij er tegenindicaties zijn vanuit historisch of artistiek oogpunt.


23


24

Haacht (Tildonk), Kerkhof Sint-Jan de Doper, ingang / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


25

HOOFDSTUK

2

EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX


26

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

2 / EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX In dit hoofdstuk kijken we naar het proces dat je doorloopt bij het opmaken van een toekomstvisie of beheersplan voor een erfgoedbegraafplaats. Het is een proces met een constante afweging tussen de noden en de wensen voor een modern begraafplaatsbeheer enerzijds en de waardering en bewaring van het funerair erfgoed anderzijds. We stellen een methodologie voor met drie waarderingsniveaus en elke keer vijf identieke stappen. Het eindresultaat is een handig document dat je helpt je begraafplaats, inclusief het erfgoed, te onderhouden. Hoe het onderhoud van funerair erfgoed best gebeurt, verschilt van begraafplaats tot begraafplaats en wordt hier niet behandeld. Er zijn twee sleutelbegrippen in dit document: de genius loci of de geest van de begraafplaats en de beeldkwaliteit. De genius loci is de sfeer van de plek, de herkenbaarheid, zijn eigenheid. Het is eerder een gevoel, een ervaring. De begraafplaats kan rationeel zijn, of romantisch met een parkaanleg of zelfs natuurlijk waarbij er geen onderscheid meer is tussen landschap en begraafplaats. Zolang je die genius loci koestert en de begraafplaats als zodanig blijft herkennen, kom je al een heel eind. De beeldkwaliteit is de materiële vertaling van de immateriële genius loci. Beeldkwaliteit is de samenhang tussen alle elementen: graftekens, paden, ommuring, poorten, aanleg, beplanting, enzovoort. Samen vertellen ze het verhaal van de begraafplaats. Op een erfgoedbegraafplaats of in zones met clusters van erfgoedelementen is er vaak een hoge beeldkwaliteit. Die beeldkwaliteit ondersteunt en bepaalt de sfeer van de plek in al zijn dimensies. Het is niet zomaar een fraai plaatje.

De genius loci is een gevoel. Het is een leidraad doorheen het waarderingstraject. De beeldkwaliteit is de materiële vertaling van de genius loci.

Belangrijk: met dagelijks begraafplaatsbeheer wordt bedoeld: graven delven, bijzettingen uitvoeren, onderhoud van paden, afrijden van gras, onderhoud van poorten en muren enzovoort. Wanneer de term beheer specifiek op het onderhoud van erfgoed gericht is, wordt het woord erfgoedbeheer gebruikt.


27

Een multidisciplinair team samengesteld uit gemeentelijke experts en externe experts is een must. Gemeentelijk experts kennen het dagelijkse gebruik en beheer van de begraafplaats. Externe experts brengen vaak nieuwe ideeën aan en vullen specifieke expertise rond funerair erfgoed aan. Externen zijn een neutrale intermediair tussen de verschillende betrokken partijen én de burgers.

Gemeentelijke experts: dienst burgerzaken, de grafmaker, de groendienst, de technische dienst, de dienst erfgoed en cultuur, dienst toerisme, dienst onderwijs, …

Externe experts: architecten, specialisten funerair erfgoed, heemkundige kring, tuin- en landschapsarchitecten, kunstenaarsacademie, burgerplatformen, erfgoedverenigingen adviesgroepen, enzovoort.

Leuven (Vlierbeek), kerkhof abdij van Vlierbeek, grafteken Van Hoof-Pasteels / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


28

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

Vergeet de mondige burger niet. Hij is de belangrijkste gebruiker van de begraafplaats en dus een kernspeler. Organiseer een actieve burgerparticipatie in het debat. Zo wordt je toekomstige begraafplaats een echte plek voor de burgers.

Burgerparticipatie

verrijkt en kleurt een project. Directe burgerparticipatie brengt praktische ideeën en noden aan het licht waar de experts niet steeds bij stil staan.

Sommige burgers dragen graag actief bij aan de registratie van het erfgoed terwijl anderen liever tot een reflectiegroep behoren.

Hasselt (Wimmertingen), kerkhof Sint-Niklaas. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


29

Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen: • Een toelichting bij de waarderingsniveaus en het stappenplan. • Een stapsgewijze handleiding doorheen het proces.

Tussendoor vind je tips, aandachtpunten en handige wenken.

2.1

IN DRIE EVALUATIE-NIVEAUS VAN BEGRAAFPLAATS-VERGELIJKEND NAAR ERFGOEDELEMENT

Erfgoed kan je evalueren op verschillende niveaus: als een groter geheel of in zijn details. Het referentiepunt kan ‘de begraafplaatsen in Vlaanderen’ zijn maar ook ‘het individuele grafteken’. We raden je aan om bij het evalueren van funerair erfgoed van groot naar klein, van algemeen naar detail te werken. De ervaring leert dat een te sterke focus op het erfgoedelement (die boom, dat graf, deze muur) bij het begin van het proces verhindert dat je het grote plaatje nog ervaart. Je ziet dan als het ware door de graftekens de begraafplaats niet meer.

DE DRIE EVALUATIE-NIVEAUS Een getrapte evaluatie gebeurt op drie niveaus: Begraafplaats-overschrijdend, begraafplaats-specifiek en op het niveau van de erfgoedelementen. • Vergelijk eerst je begraafplaatsen onderling op het begraafplaats-vergelijkend niveau. In deze fase heb je vooral oog voor de genius loci van de verschillende begraafplaatsen. Bepaal wat kenmerkend is voor de sfeer op je begraafplaatsen. Hoe onderscheiden ze zich van elkaar? Kijk in deze fase ook eens over de gemeentegrenzen heen. Wat op het eerste zicht banaal of alledaags lijkt, kan kenmerkend zijn voor jouw regio of jouw begraafplaats. Bij het begraafplaats-overschrijdend niveau zullen zowel de vraag als het antwoord open en visiegericht zijn. Welke begraafplaats heeft een erfgoedreflex nodig en waarom? Kan ik een prioriteitenlijst opstellen? Het is belangrijk om deze oefening te doen omdat: ° Niet alle begraafplaatsen met erfgoedkwaliteiten door de Vlaamse overheid beschermd zijn. ° Ook niet-beschermde begraafplaatsen zeer interessant lokaal erfgoed bewaren. ° Er meestal onvoldoende financiën zijn om meteen alle begraafplaatsen diepgaand te onderzoeken.

• Vervolgens concentreer je je in het begraafplaats-specifiek niveau op één bepaalde begraafplaats. Wat zijn de noden, (erfgoed)kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden van deze begraafplaats? Je onderzoekt de beeldkwaliteiten en bakent clusters met erfgoed af. Die noemen we erfgoedzones. De beeldkwaliteit en de erfgoedzones ondersteunen de genius loci van deze begraafplaats en die wil je dus bewaren. Het is een vogelblik op de volledige begraafplaats. Op het begraafplaats-specifieke niveau worden het dagelijks begraafplaatsbeheer, de erfgoedwaardering en het beheer van de erfgoedzones tegen elkaar afgewogen. Begraafplaatsbeheer en erfgoedbeheer hebben elk hun eigen wensen en geplogenheden die soms conflicteren. Een gulden middenweg is ideaal. • Eindigen doe je op het Niveau element. De individuele erfgoedelementen worden nu onderzocht. Elk erfgoedelement heeft zijn specifiek aandeel in de erfgoedzone, de beeldkwaliteit en de genius loci. Elk erfgoedelement vraagt dan ook een eigen specifiek erfgoedbeheer. Dat beheer staat meestal in relatie tot het belang van dat erfgoedelement binnen het geheel. Op het niveau element wegen de vragen rond erfgoedwaardering en erfgoedbeheer van één bepaald item sterk door. Het verslag van deze fase zal zeer concreet zijn en zal de beheeringrepen voor elk element duidelijk omschrijven.


30

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

De drie evaluatieniveaus zullen elkaar ongetwijfeld beïnvloeden. Wanneer er tijdens de begraafplaats-specifieke fase op één begraafplaats wordt gewerkt, zullen de erfgoedelementen uit je detailfase belangrijk worden in de waardering. Dat is geen probleem voor zover je steeds in het oog houdt op welk niveau je op dat ogenblik waardeert en een beheervisie ontwikkelt.

De drie evaluatieniveaus beïnvloeden elkaar. Durf eerdere beslissingen terug in vraag te stellen.

EEN IN- EN UITLEIDEND MOMENT De drie erfgoedniveaus hebben nog een vraagstellend en een afsluitend moment nodig. Dat bewust in- en uitleiden lijkt evident maar wordt te vaak verwaarloosd. • Op het niveau van het project stel je de problematiek van het project centraal. Het niveau zet je aan bewust na te denken over de doelstellingen van het project. Hier bepaal je tot op welk niveau je zal gaan werken. Wil je een haalbaarheidsstudie die analyseert wat de mogelijkheden met de gemeentelijke begraafplaatsen zijn? Dan volstaat wellicht een begraafplaats-overschrijdende studie. Wil je een beheersplan waarmee je concreet op het veld aan de slag kan? Dan doorloop je het hele proces tot op het niveau Erfgoedelement. • Op het niveau van het eindresultaat is je doel een concrete en gedetailleerd uitgeschreven toekomstvisie of je beheersplan. Dat bevat zowel een algemene beleidslijn als de concrete acties die je op het terrein gaat uitvoeren. Het is je handleiding op je begraafplaats.


31

Vraagstelling project

Een bewuste vraagstelling. Doelstelling: Bepalen van het toekomstig beheer van de begraafplaats(en) inclusief een erfgoedreflex.

Niveau evaluatie 1 Begraafplaats-overschrijdend

Een vergelijkend onderzoek van alle begraafplaatsen in het werkingsgebied. Hoe ga je de verschillende begraafplaatsen beheren? Wat is de sfeer (genius loci) van de verschillende begraafplaatsen? Doelstelling: Een prioriteitenplan opstellen. Welke begraafplaats heeft een hoge nood aan een erfgoedreflex en welke niet?

Niveau evaluatie 2 Begraafplaats specifiek

Een evalueren onderzoek naar het mogelijke beheer van deze bepaalde begraafplaats met een erfgoedreflex. Hoe ga je de begraafplaats beheren en het behoud van erfgoed integreren? Doelstelling: • Bepalen van de beheernoden en erfgoedwaarden van de begraafplaats vanuit een vogelperspectief. (beeldkwaliteit, erfgoedzone). • Bepalen van de gulden middenweg tussen begraafplaatsbeheer en funerair erfgoedbeheer.

Niveau evaluatie 3 Element

Een evaluerend onderzoek naar de individuele erfgoedelementen die samen de genius loci, de beeldkwaliteit of erfgoedzone vormen. Hoe ga je de erfgoedelementen beheren om de erfgoedkwaliteiten van zowel het element als de begraafplaats te behouden? Doelstelling: • Bepalen van de erfgoedwaarden van de erfgoedelementen. • Bepalen van beheeropties nodig voor het behoud van de erfgoedelementen.

eindresultaat

Het proces, de resultaten en de motivatie van de beslissingen worden uitgeschreven. Doelstelling: Een uitgeschreven toekomstvisie met concrete actiepunten voor het beheer van de begraafplaats inclusief het funerair erfgoed.


32

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

2.2 IN VIJF STAPPEN VAN VRAAG TOT OPLOSSING Bij het maken van keuzes over de toekomst van de begraafplaats worden het moderne dagelijkse begraafplaatsbeheer en de erfgoedkwaliteiten constant aan elkaar afgewogen. Het proces doorloopt vijf stappen die zich op de drie evaluatie-niveaus herhalen. We leggen in deze publicatie de nadruk op de erfgoedwaardering en het erfgoedbeheer wat niet wil zeggen dat het dagelijks begraafplaatsbeheer minder relevant is. Zelfs in tegendeel!

STAP 1: VRAAGSTELLING. Een precieze en duidelijke vraagstelling is de basis voor een goede oplossing. Zorg dat je de problematiek correct formuleert en expliciteert in duidelijke vragen. Wat wil je bereiken? Wat is het probleem?

STAP 2: REGISTRATIE VAN HET BEGRAAFPLAATSBEHEER EN DE MATERIËLE FEITELIJKHEID Hier lopen twee processen parallel naast elkaar: het proces begraafplaatsbeheer en het proces erfgoedbeheer. Het zijn twee evenwaardige poten die samen tot een oplossing leiden. Registreren van het begraafplaatsbeheer. Registreer hoe de begraafplaats vandaag gebruikt wordt. Dat verraadt al hoe mensen de begraafplaats vandaag gebruiken en ervaren. Waar lopen bezoekers? Waar wordt begraven en waar zijn asbijzettingen? Waar en hoe wordt gerouwd en herdacht? Hoe gebeurt vandaag het (groen)beheer? Wordt de begraafplaats gebruik voor vrijetijdsbesteding, trage wegen, onderwijs, enzovoort? Registreren van de materiële feitelijkheid van de begraafplaats. Registreer alle (historische) kennis over en de aanwezige kenmerken van de begraafplaats. Het is noodzakelijk zowel de historische gelaagdheid te registreren als de toestand van vandaag. Hier verzamel je de bulk aan gegevens waarmee je vervolgens in stap drie de kwaliteiten kan motiveren. Elke registratie bestaat uit twee onderzoeksvormen: • Het desktoponderzoek. Voor dit onderzoek hoef je niet ter plaatse te gaan; het kan gebeuren van op kantoor maar ook archiefonderzoek is niet uitgesloten. Het is noodzakelijk onderzoek dat toelaat de begraafplaats en de bestaande contexten beter te begrijpen. Het is voornamelijk een onderzoek naar de (ook recente) geschiedenis van de begraafplaatsen en jouw funerair erfgoed. Waarom ziet een begraafplaats of erfgoedelement er vandaag uit zoals het eruit ziet? Wat verklaart de gelaagdheid van de site of het object? Het desktoponderzoek bestaat onder andere uit: ° Het neerschrijven van de geschiedenis van de site op basis van bronnenmateriaal als postkaarten en oude foto’s, ontwerpplannen en lastenboeken, historische kaarten, archiefdocumenten, begraafplaatsreglementen, enzovoort. ° Het registreren van de ruimere context indien nodig volgens de vraagstelling: straten, pleinen, looplijnen, enzovoort. ° Het duiden van evoluties. ° Het natrekken van de beschermingsstatus. Daarvoor kan je het ook geoportaal Onroerend Erfgoed gebruiken.

• Het eigenlijke terreinonderzoek registreert welke elementen aanwezig zijn op de begraafplaats. ° Beperk je niet tot een tijdskader, registreer de elementen van de oudste tot de meest recente. ° Heb oog voor alle vormen van erfgoedelementen, dus niet alleen de graftekens maar ook de beplanting, de paden, de muur, een calvarie, enzovoort.

Een registratie is geen eindfase maar een werktuig. Vorm dus nog geen conclusies of bepaal nog geen kwaliteiten. Dat gebeurt pas bij de volgende stap.


33

STAP 3: TOEKOMSTWENSEN VOOR HET BEGRAAFPLAATSBEHEER EN HET ERFGOEDBEHEER. Na het vaststellen van de feitelijke toestand wordt er nagedacht over de toekomst. Waar willen we naartoe en welke elementen nemen we mee naar de toekomst? Terug gebeurt die oefening zowel voor het luik begraafplaatsbeheer als het luik erfgoedbeheer. Het toekomstig begraafplaatsbeheer. • Stel jezelf de vraag waar je heen wil met je begraafplaatsen. Wat verwacht je van je toekomstige begraafplaats? Is er in de gemeente nood aan het continueren van de graffunctie op elke site? Wil je een onderscheid in sfeer en gebruik op de verschillende begraafplaatsen? • Welke beheermethoden neem je mee naar de toekomst en welke nieuwe ontwikkelingen zie je?

Het toekomstig erfgoedbeheer. • Nu evalueer je de erfgoedkwaliteiten. Het is een beslissende stap waarin je: ° Alle vergaarde kennis over het erfgoed samen brengt. ° De cruciale, dragende erfgoedzones of -elementen van de site benoemt en onderscheidt van secundaire begeleidende erfgoedelementen. Er is aandacht voor: - de structurerende onderdelen (muren, hekken, gebouwen, paden, beplanting, enzovoort); - de individuele graftekens en andere erfgoedelementen.

Kijk met een open blik en waardeer conform het niveau dat je onderzoekt: begraafplaats-overschrijdend, begraafplaatsspecifiek, niveau erfgoedelementen. Op basis van de registratie en waardering bepaal je eerst de genius loci van de plek en de beeldkwaliteit die de geest ondersteunt. Vervolgens kijk je hoe je erfgoedelementen samen werken om die beeldkwaliteit te realiseren. Welke elementen zijn cruciaal en welke zijn storend? Indien de begraafplaats beschermd is, worden in deze fase de aanwezige erfgoedelementen gekoppeld aan de erfgoedwaarden uit het beschermingsbesluit. Welke erfgoedelementen getuigen van de erfgoedwaarden die de bescherming motiveren en worden daarom bewaard? Hetzelfde geldt voor de lijst van het lokaal funerair erfgoed. Verbind de erfgoedkwaliteiten nu met de decretale waarden uit het Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging. • Lijst de beheernoden op om je gewenste ideale funerair erfgoedbeheer te realiseren. Welke kennis en technieken heb je in huis en welke moet je ontwikkelen of van elders aantrekken?

In de waarderende stap bepaal je wat de geest van de plek is en hoe de beeldkwaliteit met al zijn erfgoedelementen die ondersteunt. Dat zijn de kwaliteiten die je in de toekomstvisie wil behouden.


34

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

STAP 4: AFWEGEN VAN HET BEGRAAFPLAATSBEHEER EN HET ERFGOEDBEHEER De afweging van de beheernoden van de begraafplaats en de vastgestelde erfgoedkwaliteit zijn de hoekstenen van de toekomst- en beheervisie op de begraafplaats(en). Nu worden de eerder gemaakte analyses, geformuleerde verwachtingen en de geformuleerde beheermaatregelen uit stap drie tegenover elkaar geplaats. Hier vinden de meeste discussies plaats en worden bepalende beslissingen genomen. Hoe verhouden het begraafplaatsbeheer en het erfgoedbeheer zich tegenover elkaar. Waar sporen ze samen? Waar primeert de ene op de andere? Het toekomstig funerair erfgoedbeheer zal de aanwezige beeldkwaliteiten uit de analyses behouden en versterken terwijl ook aan de beheernoden van de begraafplaats tegemoet gekomen wordt. Het resultaat moet een concrete toekomstvisie zijn, best met een actieplan op korte, middellange en lange termijn.

STAP 5: VERSLAG / VISIE / BEHEERSPLAN. DE CONCRETE TOEKOMSTVISIE Uit de toekomst- en beheervisie vloeien concrete beheermaatregelen voort. Je schrijft ze neer in het gedetailleerde beheersplan. De beheermaatregelen moeten concreet weergeven welk onderhoud je waar zal voorzien, welke herwaarderingsingrepen je zal doen, welke graftekens je zal (her)gebruiken en hoe je dat gaat doen, waar je erfgoedelementen zal conserveren en waar restaureren, enzovoort. Je einddocument moet een handleiding voor de beheerder zijn. Hou bij de uitwerking van de toekomst- en beheervisie rekening met de materiële realiteit van het erfgoed. Sommige zones zullen beter geconserveerd zijn dan andere. Elk materiaal heeft zijn eigen degradatieproces. Ook dat is bepalend voor je te nemen maatregelen en de planning van je begraafplaats- en erfgoedbeheer. Stel dus prioriteiten naargelang de noodzaak en maak een concreet plan van aanpak op. Verlies de financiële haalbaarheid niet uit het oog en wees creatief in het gevoerde erfgoedbeheer. Combineer werken in bepaalde erfgoedzones of volgens graftype, problematiek, materiaal, enzovoort. Het is kostenbesparend. Kleine werken zoals opnieuw aanbrengen van kleine decoratieve elementen in porselein of metaal kan je met eigen personeel uitvoeren. Graftekens waarvan de concessie vervalt, komen in beheer van de gemeente. Bekijk wat de mogelijkheden zijn om onderhoud en kosten te verminderen zoals bijvoorbeeld een nieuwe concessie met behoud van het grafteken of peters en meters die een graf vrijwillig onderhouden. Graftekens in eigen bezit kan je eventueel aanbieden om op nieuwe graven te plaatsen of als grondstof gebruiken voor verfraaiingswerken op de begraafplaatsen, voor nieuwe kunstwerken, herdenkingstekens of aanbieden aan de lokale academie. Nieuwe invullingen in beeldbepalende zones kan je sturen via een begraafplaatsreglement. Daarin kan je de integratie van nieuwe graftekens, het materiaalgebruik, de (afwijkende) afmetingen, de vormgeving van de graftekens en kwaliteitsbewaking regelen. Op die manier kan je de beeldkwaliteit op de begraafplaats bevestigen, versterken en herstellen.

Stel je op het einde van het proces nog één keer de vraag: Wordt de genius loci van de begraafplaats in mijn toekomstvisie gekoesterd?


35

Vraagstelling: Doelstelling: bepalen van de vragen waarop je een antwoord wil. (stap 1)

Begraafplaatsbeheer

Erfgoedbeheer

doelstelling: bepalen van het toekomstig beheer van de begraafplaats.

doelstelling: bepalen van de erfgoedwaarden van de begraafplaats.

Registratie van het huidige gebruik en beheer van de begraafplaats.

Registratie van de materiële feitelijkheid van de begraafplaats.

(stap 2)

(stap 2)

Toekomstwensen

Toekomstwensen

• Wat zijn de beheerwensen voor de toekomst?

• Welk erfgoed bewaren we voor de toekomst? (= waarderen)

• Welke beheeracties moeten we daarvoor nemen?

• Welk erfgoedbeheer moeten we daarvoor voeren? (= beheren)

(stap 3)

(stap 3)

Afwegen (stap 4) Doelstelling: het gewenste begraafplaatsbeheer aftoetsen aan het erfgoedbeheer en de gulden middenweg bepalen.

Verslag / visie / beheersplan (Stap 5) Doelstelling: neerschrijven van de toekomstvisie en alle nodige acties voor een begraafplaatsbeheer met integratie van een funerair erfgoedbeheer.


36

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

Waarderen streeft

naar het behoud van erfgoedelementen uit de volledige geschiedenis van de begraafplaats. Ook een sober vormgegeven grafteken in eenvoudige materialen vertelt een boeiend verhaal. In ideale omstandigheden blijven graftekens van alle lagen van de bevolking bewaard.

Erfgoedelementen zijn graftekens maar ook planten, paden, omheiningen, calvarie, …

Hamme, gemeentelijke begraafplaats, grafteken Lavat-de Waele. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


37

2.3 HET PROCES STAP PER STAP Na de theorie doorlopen we nu de verschillende niveaus en stappen zodat je in detail kan zien hoe ze in elkaar passen. Je vindt een schema op de volgende pagina. In de rand van elke bladzijde zie je een kleurbalk. Die correspondeert met de kleuren in het schema. Zo weet je steeds welk niveau wordt toegelicht.

VRAAGSTELLING PROJECT. Bepaal de doelstelling van het project. Op welke vragen wil je een antwoord? Je vragen en wensen moeten duidelijk zijn. Ze zullen zowel de inhoud als het verloop en het eindresultaat van je project bepalen. Algemene vragen zullen slechts algemene antwoorden opleveren waarmee je moeilijk aan de slag kunt. Indien je samen werkt met een externe partner of een groep van burgers is het belangrijk dat ze weten wat hun opdracht is. Stel dus concrete vragen zoals: • Blijf ik de begraafplaatsen in de toekomst nog gebruikt voor bijzettingen? • Waar kan ik nieuwe bijzettingen realiseren? • Hoe kan ik begraafplaatsen saneren, hergebruiken, vergroten? • Heb ik nood aan een nieuwe begraafplaats? • Hoe kan ik de site vergroenen? • Is er funerair erfgoed op de begraafplaats? Zo ja, welke items en waar? • Kan ik het funerair erfgoed bewaren en toch blijven begraven? • Wat kan ik doen met mijn gesloten begraafplaats? • Moet ik alle graftekens behouden? Is het beter alles te ruimen? • Kan ik de begraafplaats gebruiken als een trage weg? Wat is de consequentie daarvan? • Hoe kan ik de begraafplaats inrichten als verpozingsruimte? • Hoe bewaar ik deze beschermde site voor de toekomst? • Hoe kan ik een beschermde site herinrichten en nuttig maken voor de burgers van vandaag? • Enzovoort.


Vraagstelling project

Doelstelling: Bepalen van het toekomstig beheer van de begraafplaats(en) met een erfgoedreflex. Begraafplaatsbeheer

Erfgoedbeheer

Stap 1: Vraagstelling: een prioriteitenlijst opstellen. Waar is er een nood aan een erfgoedreflex? Niveau evaluatie 1 (NIV-O1)

Stap 2: Registratie van het dagelijks beheer voor de begraafplaatsen in de gemeente.

Stap 2: Registratie van de materiële feitelijkheden van al de begraafplaatsen.

Begraafplaatsoverschrijdend

Stap 3: Vastleggen van de toekomstwensen voor de verschillende begraafplaatsen.

Stap 3: Evalueren van de algemene erfgoedkwaliteiten van de begraafplaatsen. Wat is de genius loci?

Stap 4: Afwegen van beheernoden en erfgoed

Stap 5: Verslaggeving - prioriteitenlijst

Niveau Evaluatie 2 (NIV-02) Begraafplaats specifiek

Stap 1: Vraagstelling: Hoe ga je de begraafplaats beheren en het behoud van erfgoed integreren? Waar kan je welk beheer toepassen? Stap 2: Registratie van het dagelijks beheer voor deze begraafplaats.

Stap 2: Registratie van de materiële feitelijkheid van deze specifieke begraafplaats.

Stap 3: Vastleggen van de toekomstwensen voor deze begraafplaats.

Stap 3: Evalueren van de erfgoedkwaliteiten. Waar is er een sterke beeldkwaliteit?

Stap 4: Afwegen van de beheernoden en de erfgoedwaarden van de begraafplaats.

Stap 5: Verslaggeving – voorlopige toekomstvisie voor de begraafplaats.

Niveau evaluatie 3 (NIV-03) Element

Stap 1: Vraagstelling: Hoe ga je de erfgoedelementen beheren om de doelstellingen van het begraafplaats-specifieke niveau te realiseren? Stap 2: Registratie van het beheer van de (erfgoed)elementen vandaag. Stap 3: Vastleggen van de beheerwensen van (erfgoed)elementen.

Stap 2: Registratie van de erfgoedelementen. Stap 3: Evalueren van de erfgoedkwaliteiten. Welke erfgoedelementen ondersteunen de beeldkwaliteit en de genius loci? Worden alle waardevolle erfgoedelementen gevat door de visie van de begraafplaats-specifieke fase? Zo niet, pas waar nodig het begraafplaats-specifieke niveau aan.

Stap 4: Afwegen hoe het behoud van de geselecteerde erfgoedelementen via beheer kan gerealiseerd worden.

Stap 5: Verslaggeving – voorlopige toekomstvisie voor de erfgoedelementen.

eindresultaat

Uitschrijven van de toekomstvisie in een gedetailleerde beheersplan dat de conclusies van de doorlopen fasen verwerkt tot een praktisch document met concrete handelingen.


39

Zorg bij het begin van het project voor een up-to-date opmetingsplan. Het is een wezenlijk instrument om de erfgoedelementen op aan te duiden. Het maakt de gelaagdheid van een begraafplaats zichtbaar. Het interpreteren, waarderen en beheren wordt later gemakkelijker.

Gebruik het opmetingsplan als een echt werktuig. De beeldwaarde, de erfgoedzones en de individuele erfgoedelementen intekenen op een plattegrond levert een praktisch hulpmiddel op om de kwaliteiten en de beheermogelijkheden te visualiseren.

DE NEUFFORGE J.-F. s.d.: Plan pour un cimetière public V, in: DE NEUFFORGE J.-F. s.d.: Recueil Elémentaire d’architecture, Paris, 257. (bewaarbibliotheek: Onroerend Erfgoed)/ Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


40

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

NIVEAU EVALUATIE 1: DE GENIUS LOCI IN HET BEGRAAFPLAATS-VERGELIJKEND NIVEAU Als je vraagstelling over meerdere begraafplaatsen handelt, start je best op dit overkoepelende niveau. Je omschrijft de genius loci van elke begraafplaats. Vervolgens vergelijk je ze en kan je eventueel een prioriteitenlijst opmaken. NIV-01-Stap 1. Vraagstelling. Wat zijn je concrete wensen of vragen voor jouw begraafplaatsen? Welke begraafplaats heeft het meeste nood aan een toekomstvisie en welke het minste? Bij welke begraafplaats is er een erfgoedevaluatie nuttig en bij welke niet? NIV-01-Stap 2. Registratie. Registreer het dagelijks begraafplaatsbeheer en -gebruik op de begraafplaatsen. Je registreert het dagelijks gebruik op dit ogenblik. Wees aandachtig voor jouw beheeractiviteiten alsook voor het zeer diverse gebruik door de bezoekers. • Hoe worden de begraafplaatsen gebruikt? • Hoe worden de begraafplaatsen beheerd? • Wie gebruikt de begraafplaatsen en waarom? • Worden alle begraafplaatsen op dezelfde manier gebruikt? • Zijn er nog overal bijzettingen of zijn sommige sites gesloten? • Hebben je begraafplaatsen een andere functie of gebruik gekregen of ontwikkeld? • Hoe verloopt het beheer van funerair erfgoed vandaag op de begraafplaatsen?

Registreer de materiële feitelijkheden van de begraafplaatsen. Verzamel algemene data over de begraafplaatsen. Op dit niveau werk je voornamelijk met een desktoponderzoek in combinatie met een registratie van algemene structuren en opvallende individuele elementen als calvaries, dodenhuisjes, paden en grote gehelen van graftekens. In deze fase is het bijvoorbeeld niet nodig om de individuele graftekens te onderzoeken. Tijdens de registratie heb je onder andere aandacht voor: • De ligging van de begraafplaats (rond de kerk, ver van het centrum, omgeven door nieuwe wijk, enzovoort). • Het jaar van opening (en eventueel sluiting) van een begraafplaats. • De representatieve of uitzonderlijke kenmerken van de begraafplaats voor een bepaalde regio. • De representatieve of uitzonderlijke kenmerken van de begraafplaats voor een bepaalde periode. • De opvallende kenmerken van de begraafplaats. • De authenticiteit van de aanleg. • De grote en kleine open ruimten. • De gelaagdheid van de site.

NIV-01-Stap 3. Toekomstwensen. Wensen en noden van het begraafplaatsbeheer. Je formuleert een overzicht van: • Je beheerwensen en -vragen voor de verschillende begraafplaatsen. • De beheeracties en technieken die nodig zijn om dat beheer te realiseren. Welke methoden en middelen heb je al in huis en welke moet je aanpassen, verwerven of ontwikkelen?

Denk aan topics als: • De nieuwe verwachtingen naar bijzettingstypes waaraan je wil voldoen. • De verschillende noden van nabestaanden, begrafenisondernemers maar ook het eigen personeel op de begraafplaatsen. • Het al dan niet behouden of herbestemmen van begraafplaatsen. • De impact van medegebruikers (lichte recreatie, cultuurliefhebbers, toeristen ,…) op je beheer.


41

• De impact van nieuwe ideeën (bijvoorbeeld natuurontwikkeling, duurzaamheid, enzovoort).

Evalueren van de erfgoedkwaliteiten. Je formuleert een overzicht van: • De erfgoedkwaliteiten van je verschillende begraafplaatsen. • De consequenties om de erfgoedkwaliteiten optimaal te bewaren.

De aanwezige erfgoedkwaliteiten geven een bepaalde sfeer aan elke begraafplaatsen. Dat is hun genius loci. Je typeert die algemene ervaring en waarneming van de begraafplaatsen. • Wat is de genius loci van de verschillende begraafplaatsen? • Wat zijn de bronnen van die genius loci? ° De hoge erfgoedkwaliteiten? (dat kan zowel tot uiting komen in stenige als natuurlijke materialen) ° De (park)aanleg van de begraafplaats? ° Het moderne karakter van de begraafplaats? ° De uniformiteit of net de zeer diverse vormgevingen? ° De verschillende sferen op de begraafplaats?

De waardering wordt gemaakt op basis van de visuele registratie van de verschillende onderzochte begraafplaatsen in combinatie met de beschikbare informatie van het desktoponderzoek. Indicaties voor een hoge(re) erfgoedkwaliteit zijn: • Een gevoel van geschiedenis. • Duidelijke historische structurerende elementen (ommuringen, dodenhuisje, paden, enzovoort). • Een overzicht van 150 tot 200 jaar aan graftekens. • Graftekens, uitzonderlijk door ouderdom en vormgeving. • De aanwezigheid van de volledige doorsnede van de bevolking, zowel van de maatschappelijke en culturele elite als ook van de minder begoede bevolkingsgroepen. • Een specifiek tijdsgebonden kader, een lokaal type, fenomeen of decoratievorm, materiaalgebruik. • Beeldbepalende beplanting. • Een hoge mate van gaafheid. • Enzovoort.

Bedenk tot slot hoe je de genius loci van de verschillende begraafplaatsen het best kan bewaren, bestendigen en versterken. • Welk beheer moet je op de begraafplaatsen voeren om de genius loci te versterken? • Kan je het huidige beheer voort zetten? • Moet je specifieke kennis, ervaring of technieken verder ontwikkelen of verwerven?

NIV-01-Stap 4. Afwegen van het begraafplaatsbeheer en de erfgoedkwaliteiten De vragen en noden van het toekomstige gebruik van de begraafplaatsen worden nu afgewogen aan de erfgoedwaarden van de verschillende begraafplaatsen. Je bepaalt waar de nood aan een toekomstvisie het grootst is en waar minder. Je stelt dus een prioriteitenlijst op van begraafplaatsen waarvoor je eerst een toekomstvisie zal ontwikkelen.


42

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

NIV-01-Stap 5. Verslaggeving De conclusies van het begraafplaats-overschrijdend onderzoek worden gebundeld in een verslag. Je motiveert waarom de ene begraafplaats een hoge erfgoedwaarde heeft en een erfgoedreflex verdient terwijl een andere begraafplaats zonder zo’n evaluatie kan. De prioritair te behandelen begraafplaats is niet noodzakelijk die met de hoogste erfgoedwaarde maar wel die waar er een beheerproblematiek is en een erfgoedreflex nodig.

VOORBEELD: een 20ste-eeuwse begraafplaats. De erfgoedwaarde is middelmatig en ligt voornamelijk in de structuur en beplanting. Een verregaande erfgoedreflex is hier niet meteen nodig.

VOORBEELD: een kerk met een kerkhof. De site is ommuurd, heeft een duidelijke padenstructuur. De graftekens dateren uit de 19de en 20ste eeuw. Er is een grote densiteit aan graftekens. Alle lagen van de bevolking zijn vertegenwoordigd op het kerkhof. Een erfgoedreflex is een meerwaarde bij het ontwikkelen van een toekomstvisie.

Communicatie Je hebt het project opgestart en de eerste conclusies vormen zich. Dit is hét ideale moment om je burgers van je project op de hoogte te brengen. Meteen kan je aangeven waar er ruimte is voor burgerparticipatie en een oproep lanceren tot samenwerking.


43

Een begraafplaats met veel graftekens is niet noodzakelijk een belangrijke erfgoedsite. De erfgoedkwaliteit van een begraafplaats ligt ook in de aanleg ervan, de natuurwaarden, de cultuurof historische kwaliteit én in de graftekens.

Omheiningsmuren, paden, heesters, grachten, afscheidspaviljoenen of een calvarie zijn ook funerair erfgoed.

Ook een site met eenvoudige graftekens kan een boeiend verhaal vertellen over de lokale funeraire gebruiken.

Ook een sober grafteken getuigt van de funeraire gebruiken door een bepaalde sociale groep.

Een natuurlijke grasmat met streekeigen planten is uitzonderlijk op begraafplaatsen.

Ninove (Voorde), kerkhof Sint-Pieterbanden, grafteken Lissens-Frederick. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


44

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

NIVEAU EVALUATIE 2: DE BEELDKWALITEIT VAN HET BEGRAAFPLAATS-SPECIFIEKE NIVEAU Nu kan je je concentreren op één bepaalde begraafplaats. De genius loci heb je al bepaald. Nu verzamel je de relevante informatie over deze begraafplaats. Je kijkt vanuit een vogelperspectief en analyseert de beeldkwaliteit die de genius loci onderbouwt. De beeldkwaliteit wordt gevormd door de structuren, het gebruik, de beplanting, de erfgoedzones, enzovoort. NIV-02-Stap 1. Vraagstelling: Wat zijn de concrete wensen of vragen voor deze begraafplaats? Hier worden vragen gesteld over deze specifieke begraafplaats. • Wat zijn de mogelijkheden tot ontwikkeling van de begraafplaats? • Welke zones op deze begraafplaats verdienen een verregaande erfgoedreflex? • Hoe integreer ik de funerair-erfgoedzorg in mijn begraafplaatsbeheer? • Enzovoort.

NIV-02-Stap 2. Registratie Registreer het dagelijks beheer op deze begraafplaats. Je registreert hoe deze begraafplaats vandaag wordt beheerd en gebruikt. Je hebt zowel aandacht voor bijzettingen als voor andere beheertaken op de begraafplaats. Formuleer je eigen verwachtingen van de begraafplaats, maar ook van die van nabestaanden en andere gebruikers. • Hoe wordt de begraafplaats vandaag gebruikt? • Wie gebruikt de begraafplaats? • Is er een looproute? • Worden alle ingangen gelijkmatig gebruikt? • Zijn er spontaan nieuwe functies gegroeid en waar? • Wordt er nog begraven of niet? • Hoe beheer je het erfgoed vandaag? • Hoe gebeurt het groenbeheer? • Enzovoort.

Registreer de materiële feitelijkheid van deze begraafplaats. De registratie van het potentiële erfgoed op de begraafplaats gebeurt nu nog grotendeels vanuit een vogelperspectief. Je hebt aandacht voor structuren en zones eerder dan voor de individuele erfgoedelementen. Er is onder andere aandacht voor volgende onderwerpen. • De relatie van de begraafplaats tot de kerk of andere gebouwen op de begraafplaats. • De paden en perkenstructuur van de begraafplaats. • De interactie van de begraafplaats met de (bebouwde) omgeving. • Bleven structurele elementen als een muur, een hek, het lijkhuisje, de woning voor de grafmaker, de calvarie, enzovoort bewaard?

De bewaringstoestand van de site wordt geregistreerd. • Wat is de densiteit en plaats van de graftekens? • Is er reeds geruimd? Waar? Wat waren de randvoorwaarden? • Zijn er zones te herkennen met clusters van graftekens van eenzelfde typologie, periode, bevolkingsgroep? • Welke elementen zijn beeldbepalend voor de site? • Waar liggen eeuwigdurende concessies, familiegraven, kelders, grondgraven, urnevelden, columbaria, …


45

De visueel sterke ensembles worden geregistreerd. • Zijn er concentraties aan historische graftekens? • Zijn er geruimde zones? • Wordt er vandaag nog begraven en waar? • Zijn er niet-begraafplaats-gebonden constructies? (bijvoorbeeld: elektriciteitskabines, verlichting, straatmeubilair, …) • Zijn er clusters van erfgoedelementen? • Welke beplanting is aanwezig en waar? Bijzondere aandacht gaat naar: ° natuurlijke beplanting (bijvoorbeeld een historische grasmat, aanwezige fauna en flora doorheen het jaar, …); ° historische aanplanting, vrijheidsbomen, bomen met een economisch nut zoals fruitbomen, eiken, beuken, …; ° toevallig groen en stinzenplanten (uitgegroeide bomen op graven, struiken, graftuinbeplanting als bijvoorbeeld schoenlappersblad en daglelies).

Het onderzoek resulteert in één of meerdere kaarten waarop deze elementen opgetekend zijn en visueel aanschouwelijk gemaakt. NIV-02-Stap 3. Toekomstwensen Wensen en noden van het begraafplaatsbeheer. Je formuleert een overzicht van: • Je beheerwensen en -vragen voor deze begraafplaats. • De beheeracties en technieken die nodig zijn om het gewenste beheer op deze begraafplaats te realiseren. Welke methoden en middelen heb je al in huis en aan welke ontbreekt het je?

Formuleer antwoorden op vragen als: • Waar loop je tegen aan en welke uitdagingen verwacht je voor deze begraafplaats in de toekomst? • Hoe wil je deze begraafplaats in de toekomst beheren? • Wat zijn de uitdagingen om tegemoet te komen aan de verschillende doelgroepen op deze begraafplaats? • Hoe wil je het funerair erfgoed beheren? Wat zijn de uitdagingen die je ziet?

Evalueren van de erfgoedkwaliteiten en bepalen van de erfgoednoden. Nu bepaal je de erfgoedkwaliteiten van de begraafplaats. Je gaat op zoek naar de sterkten en de zwakten van de site. Die analyse zal de toekomstvisie sterk kleuren. • Waar herken je de genius loci van de begraafplaats? • Welke delen getuigen van de geschiedenis van de site? • Waar liggen de waardevolle graftekens? Zijn er clusters herkenbaar? • Welke erfgoedzones behoud je om de herkenbaarheid, het karakteristieke van deze begraafplaats te bewaren? • Liggen de kwaliteiten van een site in de graftekens of zijn er nog andere erfgoedelementen? • Zijn er moderne ingrepen die een meerwaarde zijn en de begraafplaats kwalitatief verbeteren? • Zijn de geruimde zones een minpunt of een pluspunt voor de begraafplaats? Hoe bepalen ze de ervaring van de site? • Wat zijn de mogelijkheden tot ontwikkeling van de site? • Welke zones verdienen een erfgoedreflex en waarom? • Wat betekenen de erfgoedkwaliteiten en erfgoedelementen voor deze beschermde site? • Enzovoort.


46

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

Een cruciaal woord bij het waarderen van een begraafplaats als geheel is beeldkwaliteit: de materiële vertaling van de genius loci. Je evalueert de beeldkwaliteit van de begraafplaats als een geheel van structuren en elementen. Stel onder andere volgende vragen: • Welk verhaal vertelt de begraafplaats? Hoe herken je dat verhaal in de aanwezige elementen? • Waar liggen de visuele sterkte en zwakke zones? Zijn er clusters herkenbaar van gesloten en open zones? • Waar staan de graftekens met erfgoedkwaliteiten? • Wat zeggen historische bronnen over die beeldvorming? Hoe functioneerde bijvoorbeeld de circulatie doorheen de geschiedenis? Hoe verhoudt de begraafplaats zich tot een kerk, pastorie, dorpsplein, enzovoort? Ervaren we dat vandaag nog op de begraafplaats? • Werden de meeste foto’s uit bijvoorbeeld een bepaalde hoek genomen? • Zijn er beeldbepalende en of historisch belangrijke planten aanwezig?

Het doel van het evalueren is het afbakenen van zones op de begraafplaats waar diverse erfgoedkwaliteiten voorkomen. Zo zijn er: • De erfgoedzones met hoge beeldkwaliteit waar structuren, planten en graftekens elkaar versterken. • Zones met een gemiddelde beeldkwaliteit waar andere ontwikkelingen kunnen primeren op het erfgoedverhaal. • Geïsoleerde beeldbepalende graftekens in zones met een lage beeldwaarde.

Op dit ogenblik motiveer je ook waarom bepaalde zones in de detailfase minder grondig of niet verder worden geanalyseerd.

VOORBEELD: de zuidzijde van dit kerkhof heeft een sterke beeldkwaliteit. Alle erfgoedelementen van een plattelandskerkhof zijn aanwezig: de kerk, een ommuring, omlopende paden, bomen, graftekens, enzovoort. Het gevoel van een plattelandskerkhof (de genius loci) is sterk aanwezig. Er is een typische 20ste-eeuwse densiteit aan graftekens op rijtjes. De graftekens overspannen de volledige geschiedenis van de site. Deze beeldkwaliteit zal bij de opmaak van de een toekomstvisie zoveel mogelijk worden bewaard. Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


47

VOORBEELD: de zuidzijde van hetzelfde kerkhof heeft een lagere beeldkwaliteit. Er werd geruimd. De rijen zijn er moeilijker te herkennen. De ruimte is minder afgebakend en eerder diffuus. Het gevoel ‘kerkhof’ leeft hier minder.

De lage beeldkwaliteit geeft hier meer mogelijkheden naar het continueren van de primaire functie - begraven - of eventuele nieuwe functies. Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens

Is de begraafplaats beschermd? Koppel dan nu de aanwezige erfgoedkwaliteiten van de begraafplaats aan de opgesomde erfgoedwaarden in het beschermingsbesluit en bijhorend inhoudelijk dossier. Bedenk ook meteen hoe je ideale erfgoedbeheer er zal uitzien. Welke beheerstaken moet je uitvoeren om het erfgoed een volwaardige plaats in het toekomst beheer te geven? Heb je alle kennis en methoden in huis of zijn er onderwerpen en methoden die je verder wil ontwikkelen? NIV-02-Stap 4. Afwegen Hier maak je voor het eerst wezenlijke keuzes die je toekomstvisie zullen bepalen. De geformuleerde wensen, oplossingen en noden van het begraafplaatsbeheer worden afgewogen tegenover de te behouden erfgoedkwaliteiten van de genius loci en de beeldkwaliteit. Je zal moeilijke beslissingen moeten nemen over het al dan niet bewaren van erfgoed. In welke zone met een sterke beeldkwaliteit ga je voor volledig behoud? Waar kan mogelijk (deels) geruimd worden om plaats te maken voor de continuering van functies of de integratie van nieuwe functies? Hoe interfereren begraafplaatsbeheer en erfgoedbeheer met elkaar? Denk aan beheeropties op korte, middellange en lange termijn. De resultaten van de afweging kunnen heel divers zijn. Er kunnen zelfs andere opties genomen worden op andere perken of zones, afhankelijk van de verschillende beeldkwaliteiten. • In het beste geval versterken het bestaande begraafplaatsbeheer en het gewenste erfgoedbeheer elkaar. • Soms zijn de wensen van het begraafplaatsbeheer zo’n meerwaarde voor de beleving van de site en zijn genius loci dat er ingeboet wordt op de bestaande beeldkwaliteit. De toekomstvisie ondersteunt dan andere maatschappelijke waarden, die op hun manier een meerwaarde zijn voor de site en een andere beeldwaarde ondersteunen. • In andere gevallen is de beeldkwaliteit zo belangrijk voor de genius loci dat de wensen van het begraafplaatsbeheer bijgestuurd worden om compatibel te zijn met de erfgoedkwaliteiten. • Meestal wordt er een gulden middenweg gevonden tussen begraafplaatsbeheer en erfgoedbeheer.

De toekomstvisie zorgt er voor dat de genius loci van de begraafplaats aanwezig blijft, ook al evolueert de begraafplaats verder in de toekomst.


48

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

NIV-02-Stap 5. Verslaggeving – het voorlopig beheersplan De conclusies van de evaluatie en de eruit voorvloeiende beheeropties voor de begraafplaats en het erfgoed worden neergeschreven in een voorlopige beheersplan voor deze begraafplaats. Het is duidelijk welke erfgoedzones de genius loci van je begraafplaats ondersteunen. Ze zullen een specifiek erfgoedbeheer krijgen. Er zijn randvoorwaarden opgemaakt die de beeldkwaliteit ondersteunen. Er is bepaald waar nieuwe begravingen mogelijk zijn of andere functies worden toegelaten. Je motiveert ook waarom je bepaalde zones ‘vrij geeft’. Ze hebben weinig tot geen erfgoedkwaliteit en zijn niet cruciaal voor de beeldkwaliteit. Die zones zijn gebaat bij een algemeen begraafplaatsbeheer zonder erfgoedreflex. Het uitschrijven van je methodologie, motivatie en beslissingen wordt steeds belangrijker. Het laat de gebruiker van de site toe te begrijpen waarom bepaalde keuzes werden gemaakt. Verklaar dus hoe je te werk bent gegaan op dit niveau, of er burgerparticipatie was, met welke criteria je rekening hield en waarom je bepaalde beslissingen nam. Communicatie Eens de grote lijnen uitgezet zijn, is een nieuw communicatiemoment aangebroken. Licht de bevolking in over de resultaten van deze fase en het verdere verloop van het project. Omschrijf, indien van toepassing, het tot nu toe gelopen participatietraject en stippel een vervolgtraject uit.

Waarom is de beeldkwaliteit een belangrijke waarderingsmethode? De meeste discussie ontstaat over de vraag welke erfgoedelementen zullen verwijderd worden en welke niet. Iedereen vindt een bepaald grafteken of ander erfgoedelement wel interessant. Daarnaast zijn er heel wat graftekens die individueel niet uniek zijn maar in hun context, als geheel wel waardevol zijn. Daarom raden we je aan de beeldkwaliteit van de begraafplaats als kernwaarde te nemen. De beeldkwaliteit heeft als voordeel dat er een vogelperspectief ontstaat op de begraafplaats waar alle erfgoedelementen deel van uitmaken. Je behoudt zo een beeld op het geheel en gaat vervolgens naar het detail. Is het grafteken dan niet belangrijk? Toch wel. De structuren zijn de hoekstenen van een begraafplaats. De graftekens zijn de bouwstenen. In de begraafplaats-specifieke fase evalueren we de graftekens vanuit hun collectieve kwaliteiten als onderdeel van de begraafplaats. De evaluatie van de individuele graftekens gebeurt op het niveau Element. Volgende vragen over graftekens ondersteunen de waardering van de beeldkwaliteit van de begraafplaats: • Hoe is de begraafplaats gestructureerd? Liggen de graftekens langs de ommuring? Liggen ze in rijtjes, gegroepeerd per perceel of verspreid over de begraafplaats? • Zijn er beeldbepalende graftekens die op cruciale plaatsen staan? Staan die beeldbepalende graftekens nabij een calvarie of op een kruising van paden, aan de ingang of net midden in de begraafplaats, langs de paden of midden een perceel? • Zijn er beeldbepalende of opvallende graftekens door hun grootte, materiaalgebruik, decoratie, enzovoort die het beeld van de begraafplaats mee bepalen? • Zijn de graftekens gegroepeerd per periode? • Zijn er ereperken of perken voor pastoors of kloosterlingen, familieperken, sociale groepen herkenbaar? • Zijn er graven van voor het dorp belangrijke bevolkingsgroepen? Bijvoorbeeld kunstenaarsgraven in een kunstenaarsdorp? • Welke waarde primeert waar op een andere kwaliteit?


49

Motiveer je beslissingen. Het bewijst dat je voldoende rekening hield met zowel de initiële vraagstelling als met de conclusies van je erfgoedonderzoek.

Een motivatie legt uit waarom hier een erfgoed-kwaliteit primeert en daar het begraafplaatsbeheer.

Door de toekomstvisie op het begraafplaatsspecifieke niveau grondig te motiveren, zal de selectie van de erfgoedelementen vervolgens eenvoudiger verlopen.

Een grondige motivatie verduidelijkt aan de gebruiker waarom een beslissing is genomen en aan de beheerder waarom voor een bepaald onderhoud is gekozen.

Maasmechelen (Leut), kerkhof, grafkruis Ian Haerden. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


50

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

NIVEAU EVALUATIE 3: DE KWALITEIT VAN HET ELEMENT In deze laatste waarderende fase ga je na welke individuele elementen erfgoedkwaliteit hebben. Ze ondersteunen de beeldkwaliteit en de genius loci. Die erfgoedelementen krijgen een specifiek erfgoedbeheer. De zones die je al ‘vrijgaf’ omdat ze geen erfgoedreflex nodig hebben, komen hier niet meer aan bod. De vraagstelling, registratie, evaluatie en afgeleid beheer zijn dan ook sterk erfgoedgericht. NIV-03-Stap 1. Vraagstelling. Formuleer de concrete wensen of vragen over het funerair erfgoed waarop je een antwoord wil. • Welke erfgoedelementen gaan we behouden? • Welke elementen kunnen we vervangen? • Door wat gaan we beschadigde erfgoedelementen vervangen? • Hoe gaan we de erfgoedelementen conserveren of herstellen? • Welk beheer voer ik om het erfgoed te bewaren? • Wat is de impact van het erfgoedbeheer op mijn begraafplaatsbeheer? • Enzovoort.

NIV-03-Stap 2. Registratie. Registreer het dagelijks begraafplaatsbeheer. Lijst op welke elementen op de begraafplaats geen erfgoedwaarde hebben maar toch bewaard worden. Ze zijn nodig voor het dagelijkse begraafplaatsbeheer. We denken dan aan het nieuwe poortgebouw, de moderne afscheidsruimte, de nieuw aangelegde perken, de trage weg doorheen de begraafplaats, lokalen voor het personeel, de composthoop, de afvalcontainer, enzovoort. Omschrijf hoe het beheer van deze elementen vandaag gebeurt. Registreer de erfgoedelementen. De erfgoedelementen worden nu individueel omschreven en de onderhoudsnoden geregistreerd. Er is aandacht zowel voor de graftekens als de andere erfgoedelementen zoals bomen, struiken, kerkhofmuur, hekwerk, paden, parkmeubilair enzovoort. Voor de registratie of inventarisatie van graftekens bestaan verschillende handleidingen en modelfiches. Er is de Epitaaf-fiche, de handleiding van Midwest en elke onderzoeker heeft zijn eigen werkmethode. Er is geen heiligmakende methodologie. Kies voor een methodologie die het beste bij jou en jouw begraafplaats past. Het onderzoek van de individuele erfgoedelementen formuleert antwoorden op vragen als: • Hoe zien de graftekens er uit ? ° Wat zijn hun kenmerken? ° Welke stijlen zijn gebruikt? ° Welke materialen en symbolen worden gebruikt? ° Is het een kelder of grondgraf? ° Wat is de concessietermijn? ° Waar zijn de graftekens precies opgesteld op de begraafplaats? ° Wie ligt er begraven? Is het een historisch interessant persoon? ° Wat is de bewaringstoestand?

• Wat is de waarde van een bepaalde boom? ° Wat is zijn ouderdom? ° Is het een boom met een funeraire betekenis? ° Wat is zijn fysieke toestand?


51

• Hoe ziet het dodenhuisje eruit? ° Van wanneer dateert het dodenhuisje? ° Welke stijl heeft het dodenhuisje? ° Zijn er nog interieurelementen? ° Wat is de bouwfysische toestand?

• Hoe ziet het poortgebouw er uit? ° Van wanneer dateert het poortgebouw? ° Welke stijl heeft het poortgebouw? ° Zijn er interieurelementen? ° Wat is de bouwfysische toestand?

• enzovoort

Registreer hoe het erfgoedbeheer vandaag gebeurt. • Zijn er conserverende en herstellende acties aan de grafstenen? • Is er een erfgoedgericht snoeibeleid? • Is er een erfgoedgericht groenbeleid? • Bestaat er een begraafplaatsreglement met mogelijkheden voor peter- of meterschap of hergebruik van graftekens? • Heeft de gemeente een lijst van het lokaal funerair erfgoed? • Is er een vrijwilligerswerking voor onderhoud van de begraafplaats? • Enzovoort.

Moeten alle graftekens geïnventariseerd worden? Ja. Tijdens een inventarisatie worden op de begraafplaats minstens alle graftekens bekeken en best ook geregistreerd. Het waarderen gebeurt immers op kantoor en niet op de begraafplaats. Het is dan ook belangrijk een zo volledig mogelijk overzicht van de begraafplaats te hebben. Wat als ik bepaalde graftekens of zones niet onderzoek? Eigenlijk ben je nu reeds aan het waarderen. De grens tussen inventariseren of registreren en waarderen is inderdaad vaag. Hoe kleiner de rooster waarop je werkt hoe moeilijker het wordt om beiden uit elkaar te houden. Soms is tijdens de begraafplaats-specifieke fase beslist om bepaalde graftekens of zones niet tot in detail te onderzoeken. Motiveer duidelijk waarom je die zone niet verder onderzoekt op zijn erfgoedkwaliteiten. Geef in je methodologie aan op welke basis de beslissing genomen werd. Een fotografische registratie van de zone, en niet noodzakelijk elke individueel grafteken, kan de motivatie ondersteunen.


52

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

NIV-03-Stap 3. Toekomstwensen Wensen en noden van het begraafplaatsbeheer. Maak een overzicht van: • Je beheerwensen en -vragen voor de verschillende niet-erfgoedelementen op de begraafplaats. • De beheeracties en technieken die nodig zijn om het gewenste beheer van deze elementen te realiseren. Welke methoden en middelen heb je al in huis en aan welke ontbreekt het je nog?

Evalueren van de erfgoedkwaliteiten en bepalen van de erfgoednoden. Dit is het niveau waar de meeste discussie over bestaat. Wat waardevol is voor de ene, is dat niet noodzakelijk voor de andere. Ook voor het evalueren van individuele graftekens bestaan er meerdere handleidingen en methodologieën. De ene is niet beter dan de andere. Bij het waarderen van individuele graftekens en andere erfgoedelementen is het zeer belangrijk dat je je methodologie toelicht. Dat heeft volgende voordelen: • De onderzoeker geeft aan dat zijn selectie niet willekeurig is. • De lezer kan de redenering achter een waardering volgen.

Het is belangrijk te onthouden dat je methodologie rechtstreeks je selectie en daardoor ook je toekomstvisie bepaalt. Twee verschillende methodologieën met andere criteria zullen andere selecties opleveren die de toekomstvisie weer anders kleuren. Je waardering kan heel eenvoudig zijn en bestaan uit de vraag: welke graftekens en erfgoedelementen hebben erfgoedkwaliteiten en welke niet? Vaker is de waardering genuanceerder en bestaan er meerdere niveaus. Omschrijf dan steeds wat de erfgoedkwaliteit van een bepaalde categorie is. Onderzoekers geven dan een quotering aan de individuele erfgoedelementen. Hoe het quoteringssysteem opgebouwd wordt, beslist de onderzoeker zelf. We geven een voorbeeld van een quotering voor graftekens. Je kan gelijkaardige quoteringen opmaken voor bomen, struiken, paden, tuinornamenten, enzovoort. • Categorie A: uitzonderlijk artistiek vormgegeven grafteken en/of een belangrijk persoon. • Categorie B: artistiek waardevol graf, typevoorbeeld, beeldbepalend. • Categorie C: interessant vormgegeven graf, vormt een eenheid met andere graftekens, het totaalbeeld primeert. • Categorie D: noch interessant vormgegeven, noch storend grafteken, vormt een eenheid met de omgevende graftekens, continueert het ritme. • Categorie E: storend grafteken.

Is je begraafplaats beschermd of maak je een lijst van het lokaal funerair erfgoed op? Verbind dan nu de erfgoedkwaliteiten met de erfgoedwaarden zoals geformuleerd in het beschermingsbesluit of zoals vermeld in het Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging. Registreer meteen ook hoe je de erfgoedelementen in ideale omstandigheden in de toekomst zal onderhouden. Heb je eerder het erfgoed opgedeeld in categorieën dan is het verstandig om nu per categorie de gewenste beheermethode uit te schrijven. Zo weet je of je de nodige kennis in huis hebt dan wel nieuwe methoden, technieken of materialen moet ontwikkelen of verwerven? Zijn er bepaalde werken waarvan je nu al weet dat je ze wil uitbesteden terwijl je andere zelf kan uitvoeren? Aan bovenstaande evaluatie in vijf categorieën kunnen bijvoorbeeld volgende beheervisies gekoppeld worden: • Categorie A: volledige restauratie • Categorie B: noodzakelijke herstellingen en aanvulling van storende lacunes • Categorie C: conservatie en behoud. Natuurlijk verval wordt aanvaard doch vertraagd, consolidatiewerken. • Categorie D: verval wordt aanvaard. Verwijderen indien noodzakelijk. Vervanging door graftekens in aangepaste materialen is mogelijk. • Categorie E: geen behoud, vervanging gewenst. Randvoorwaarden voor de nieuwe graftekens opstellen.


53

NIV-03-Stap 4: Afwegen. De eerder bepaalde beeldkwaliteit wordt nu concreet ingevuld met individuele erfgoedelementen. Welke erfgoedelementen bouwen samen de beeldkwaliteit op en blijven dus bewaard, en welke zijn storend voor de beeldkwaliteit en worden best verwijderd? Hoe voer je het begraafplaatsbeheer uit en hoe interfereert het met je erfgoedbeheer? Controleer of alle kwalitatieve erfgoedelementen ook in de zones met een hoge beeldkwaliteit liggen. Meestal zal dat ook het geval zijn omdat de beeldkwaliteit de bundeling is van een hele reeks afzonderlijke kwalitatieve structuren en elementen. Toch kan het gebeuren dat een erfgoedelement met hoge erfgoedkwaliteit in een zone met een lage beeldkwaliteit ligt. Voor deze elementen zal je moeten nagaan hoe je ze toch kan bewaren in een goede context. Je kan kiezen voor flankerende maatregelen die de zone op termijn terug een hogere beeldkwaliteit geven. Je kan beslissen van het erfgoedelement een erfgoedbaken te maken, te midden van een verstoorde context. Misschien is het verplaatsen van het graf met grafteken een oplossing? Het is aan jou om af te toetsen en te beslissen hoe je met dat erfgoedelement om gaat. Sommige minder waardevolle erfgoedelementen zal je moeten opofferen om je begraafplaatsbeheer te realiseren. Zij liggen dan ook vaak in een zone met een lagere beeldkwaliteit waar je begraafplaatsbeheer primeert. Bedenk dan dat dankzij je goede registratie de wetenschappelijke kennis in elke geval geborgen is. Kiest je voor het hergebruik van graftekens of peter- en meterschap? Dan bepaal je nu welke graftekens daarvoor in aanmerking komen. Het is wezenlijk je methodologie te verduidelijken, nu op het niveau van het element. De methodologie motiveert welke elementen je bij de uiteindelijke waardering evalueert. Afhankelijk van de gebruikte methodologie kan het volstaan om: • Een aanduiding op plan, nummering van de erfgoedelementen en een aantal foto’s te maken. • Dan wel voor elk erfgoedelement een gedetailleerde graffiche op te maken.

NIV-03-Stap 5. Toekomst- en beheervisie De voorlopige toekomstvisie uit het begraafplaats-specifieke niveau vul je nu aan met de concrete beheeracties op niveau van de (erfgoed)elementen. Het resultaat is een gedetailleerd beheersplan. Het beheersplan geeft voor alle (erfgoed)zones en (erfgoed)elementen gedetailleerde beheeropties weer. Het plan bevat concrete instandhoudings-, onderhouds- en/of restauratiewerken in termen van ‘wat’, ‘hoe’ en ‘wanneer’. Formuleer concreet de voorwaarden die je zal toepassen voor het hergebruik van graftekens of voor peter- en meterschappen. Mogelijk werden tijdens de waardering erfgoedelementen in categorieën opgedeeld. Daaraan zijn ook beheeropties gekoppeld. Formuleer per erfgoedelement de nodige beheerwerken. Beperk je ook hier niet tot de graftekens, maar heb ook oog voor de vele andere erfgoedelementen die mee je beeldkwaliteit en genius loci vorm geven.


54

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

Maak per grafteken een graffiche die alle kenmerken van het grafteken bundelt. Dat is handig voor een latere evaluatie en motivatie. Een overzichtsplan met een aanduiding van de graftekens is een noodzaak.

De intekening op een plattegrond van alle elementen op de begraafplaats inclusief hun erfgoedwaardering is een noodzakelijk hulpmiddel om de kwaliteiten en beheermogelijkheden duidelijk in kaart te brengen.

Ook al waardeer je een zone niet grondig, loop toch alle graven eens langs. Maak van elk graf een foto. Niet zelden duiken later gegevens op die een artistiek oninteressant graf toch waardevol maken.

Dendermonde (Mespelare), Sint-Aldegondekerkhof, hekpijler. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


55

EINDRESULTAAT Het resultaat van het evaluatieproces is je toekomstvisie. Die is zo gedetailleerd mogelijk uitgeschreven en op een plan ingetekend. Het zou jammer zijn mocht je visie in grote idealen blijven steken. Dus zorg voor concrete acties zowel voor de begraafplaats als voor de erfgoedelementen. Op basis van je toekomstvisie kan je gericht werken uitvoeren, reglementen schrijven of aanpassen, een funerair erfgoedbeleid voeren, enzovoort. Vergeet niet de bevolking voldoende te informeren over de ontwikkelde visie en de eruit voortvloeiende werken. Elke vorm van nieuw beheer van een begraafplaats, elke beslissing brengt reactie teweeg. Ontsluit daarom de vergaarde kennis én de gemotiveerde afwegingen voor de burgers. Communiceer veelvuldig en open over het beheer van de begraafplaats, de toekomstplannen en de mogelijkheden. Zet de resultaten van de waarderende studie online zodat de burgers zich kunnen informeren.


56

hoofdstuk 2 EEN TOEKOMSTVISIE OPMAKEN VOOR DE BEGRAAFPLAATS MÉT ERFGOEDREFLEX

Is je begraafplaats beschermd? Werk je toekomstvisie uit tot een volwaardig beheersplan. Meteen kan je erfgoedpremies aanvragen en je wordt vrijgesteld van sommige toelatingen.

Digitaliseer de toekomstvisie, het waarderend onderzoek en het beheersplan zodat die voor iedereen eenvoudig toegankelijk zijn. Het vereenvoudigt de dagelijkse werking aanzienlijk en kan een onderdeel vormen van je communicatie naar de bevolking.

Kortrijk, begraafplaats Meensepoort, Grafteken Everaert. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


57

Maak voldoende tijd om met alle betrokken partijen te communiceren. Doe dat niet alleen op het einde van het project. Geef regelmatig een stand van zaken. Communiceren kan je door middel van infoborden op de begraafplaats, via sociale media, enzovoort.

Communiceer je concrete acties op ruime schaal: burgers, eigen medewerkers, grafmaker en onderhoudsdiensten. Vergeet de begrafenisondernemers niet.

Gebruik in je communicatie de eerder opgestelde plannen en visualisaties. Dat maakt je toekomstvisie veel duidelijker.

Brussel (Laken), kerkhof, grafteken Strauwen. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


58

Gent, Westerbegraafplaats, ingang. / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


59

HOOFDSTUK

3

HET BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED


60

hoofdstuk 3 HET BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED

3 / HET BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED Voor werken aan graftekens, beplantingen of andere elementen zoals de kerkhofmuur, calvarie, dodenhuisje of grafkapel kan je een erfgoedpremie aanvragen. Voorwaarde is dat deze elementen erfgoedwaarde hebben. Om te weten welke elementen op de begraafplaats erfgoedwaarde hebben, is een waardering van heel de begraafplaats nodig. De waardering van de beschermde begraafplaats is bijgevolg noodzakelijk bij de aanvraag van een premie. Om te bepalen voor welke werken het agentschap Onroerend Erfgoed een premie toekent, is bijkomend een toekomsten beheervisie nodig. Op deze wijze zet het agentschap haar financiële middelen duurzaam en efficiënt in. Een beheersplan is het ideale instrument om een begraafplaats te waarderen en een toekomst- en beheervisie te formuleren.

3.1

WANNEER IS EEN BEHEERSPLAN VERPLICHT?

Een goedgekeurd beheersplan is verplicht voor het verkrijgen van een erfgoedpremie wanneer de begraafplaats is beschermd als stads- en dorpsgezicht of als cultuurhistorisch landschap. Het beheersplan bevat zowel de waardering van de begraafplaats als de duidelijk omschreven toekomst- en beheervisie. De concrete werken waarvoor je premie wenst, sluiten aan bij je toekomst- en beheervisie. In je premie-aanvraag verwijs je naar het goedgekeurde beheersplan. Is de begraafplaats of een grafteken beschermd als monument dan kan je een erfgoedpremie aanvragen zonder een goedgekeurd beheersplan. Het agentschap Onroerend Erfgoed vraagt wel steeds een waardering en een toekomst- en beheervisie voor de begraafplaats of een deel ervan. De waardering en de toekomst- en beheervisie voeg je toe aan de motivering van de premie-aanvraag. Wens je een verhoogde erfgoedpremie voor ZEN-erfgoed of Open Erfgoed dan heb je een goedgekeurd beheersplan nodig. Voor de aanvraag van een onderzoekspremie heb je geen goedgekeurd beheersplan nodig.

3.2 HET BEHEERSPLAN WAT VERWACHT ONROEREND ERFGOED VAN EEN BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED? Een beheersplan voor beschermd funerair erfgoed is maatwerk dat specifiek op één begraafplaats van toepassing is. Het beheersplan is zowel een visiedocument als een werkinstrument. Het plan geeft dan ook precies weer welk onderhoud je waar en wanneer uitvoert, welke concrete herwaarderingsingrepen je zal doen, waar je conserveert en waar je restaureert, enzovoort. Beschrijf de concrete acties die regelmatig terugkeren evenals eenmalige ingrepen op korte, middellange en lange termijn. Het begraafplaats-overschrijdende onderzoek is vooral relevant om een prioriteitenplan of haalbaarheidsstudie op te maken. Voor zover deze visie een impact heeft op de beschermde begraafplaats neem je de conclusies van dat onderzoek ook op in het beheersplan. In het beheersplan formuleer je de gemotiveerde conclusies van het begraafplaats-specifieke onderzoek. Je geeft een concreet en duidelijk antwoord op de vragen over de begraafplaats. • Beschrijf de genius loci, de kenmerkende sfeer van de begraafplaats. • Beschrijf de te behouden (erfgoed)structuren die de ruggengraat van de begraafplaats vormen. • Beschrijf de te behouden zones met een sterke beeldkwaliteit.


61

• Beschrijf de zwakke of storende zones met beperkte erfgoedwaarde die kunnen aangepast of verwijderd worden. • Omschrijf de ingrepen die nodig zijn om de begraafplaats en de zones met hoge erfgoedwaarden te valoriseren. • Omschrijf nieuwe infrastructuur die nodig is om het dagelijkse beheer op de begraafplaats te realiseren, waar en hoe je dit integreert op de beschermde begraafplaats.

Het beheersplan bevat tot slot steeds de gemotiveerde conclusies van het onderzoek naar de erfgoedelementen. Je hebt aandacht voor de concrete acties die nodig zijn om de erfgoedzones en erfgoedelementen te bestendigen. • Beschrijf de bouwfysische toestand van de structurerende bouwkundige erfgoedelementen. Bepaal de concrete werken die nodig zijn om ze te renoveren of te restaureren met het oog op langdurige behoud. • Beschrijf de bouwfysische toestand van structurerende bouwkundige elementen zonder erfgoedwaarden. Bepaal de concrete acties die nodig zijn om een integratie ervan in het beschermde erfgoed te verbeteren. Dat kan ook afbraak inhouden. • Beschrijf de toestand van de groene erfgoedelementen. Bepaal de concrete werken die nodig zijn om de groene erfgoedelementen voor de toekomst te bewaren. • Beschrijf de storende groenelementen zonder erfgoedwaarde. Bepaal de concrete werken die nodig zijn om de integratie in het beschermde erfgoed te verbeteren. Dat kan ook het rooien ervan betekenen. • Bepaal welke bouwkundige en groene elementen waar moeten toegevoegd worden om de erfgoedwaarden van de beschermde begraafplaats te herstellen. Wees ook hier concreet door bijvoorbeeld randvoorwaarden te omschrijven (bouwvolume, materiaalgebruik, enzovoort) of plantensoorten voor te schrijven. • Motiveer de erfgoedwaarde van elk individueel grafteken in het beschreven totaalbeeld. • Bepaal op basis van de erfgoedwaarde van elk individueel graftekens de beheer-, onderhoud- en restauratiemethode en de daaraan gekoppelde noodzakelijke werken. Elke actie staat steeds in relatie tot het gewenste totaalbeeld dat nagestreefd wordt. Leg steeds uit wat met een bepaalde methode wordt bedoeld. ° De beheermethode kan variëren van behoud tot sloop. ° Het onderhoud kan variëren van conservatie tot geleidelijk verval. ° De restauratie kan variëren van perfect herstel in oorspronkelijke toestand tot verzekeren van de stabiliteit.

Meer informatie over de opmaak van het beheersplan vind je op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.

3.3 DE ERFGOED- EN ONDERZOEKSPREMIE PREMIEPERCENTAGES ERFGOEDPREMIE Basispremie van 40% voor: • graftekens en omgevingsaanleg met erfgoedwaarden

Verhoogde premie van 60% voor: • graftekens en omgevingsaanleg met erfgoedwaarden op begraafplaatsen in eigendom van de gemeente (aanvrager kan zowel de gemeente als de concessiehouder zijn). • graftekens en omgevingsaanleg met erfgoedwaarden erkend als ZEN-erfgoed in een goedgekeurd beheersplan. • graftekens en omgevingsaanleg met erfgoedwaarden op een begraafplaats erkend als Open Erfgoed waarbij de beheermaatregelen opgenomen zijn in een goedgekeurd beheersplan.

Aanvullende premie van 10% voor: • goed onderhoud. • verenigingen en stichtingen.


62

hoofdstuk 3 HET BEHEERSPLAN VOOR BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED

ONDERZOEKSPREMIE Heeft de begraafplaats of één van zijn erfgoedelementen bijkomend onderzoek nodig? Dan kan je beroep doen op een onderzoekspremie. Een onderzoekspremie bedraagt 80% van de aanvaarde kostenraming, waarbij maximaal 25.000 euro van de aanvaarde kostenraming in aanmerking komt. Volgende onderzoeken komen in aanmerking voor een onderzoekspremie: • Historisch(-archivalisch) onderzoek: het historisch onderzoek dat nodig is om de geschiedenis van de begraafplaats in kaart te brengen. De inventarisatie en de opmaak van fiches per grafteken komt niet in aanmerking voor een onderzoekspremie. • Bouwtechnisch en materiaal-technisch onderzoek: bv. onderzoek van decoratieve afwerkingslagen van een grafkapel. • Stabiliteits-technisch vooronderzoek: bv. onderzoek van een kerkhofmuur met stabiliteitsproblemen. • Onderzoek naar de kwaliteit van houtige beplanting met erfgoedwaarde en hun groeiplaats: bv. onderzoek van de toestand en stabiliteit van een monumentale boom in functie van concrete beheermaatregelen

Meer informatie over de erfgoedpremie, de premiepercentages, de voorwaarden van de aanvullende premie en de onderzoekspremie vind je op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed: https://www.onroerenderfgoed.be/erfgoedpremie https://www.onroerenderfgoed.be/premiepercentages https://www.onroerenderfgoed.be/onderzoekspremie Wens je een verhoogde premie voor ZEN-erfgoed of Open Erfgoed dan heb je een goedgekeurd beheersplan nodig. Meer informatie over de opmaak van het beheersplan vind je op onze website.


63


64

Grimde, necropool / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


65

VERDER LEZEN


66

VERDER LEZEN

VERDER LEZEN Meer gedetailleerde informatie over de geschiedenis van begraafplaatsen en de erfgoedwaarden van funerair erfgoed in Vlaanderen vind je in onderstaande publicaties. Je kan ze gratis downloaden. • Mertens J. 2020: Sterven in stijl Status Quaestionis van het onderzoeken, beschermen en beheren van funerair erfgoed in Vlaanderen, Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed 156, ISSN 1371-4678, https://oar.onroerenderfgoed.be/ publicaties/OAOE/156/OAOE156-001.pdf • Mertens J. 2021: De erfgoedwaarden van funerair erfgoed, Afwegingskaders agentschap Onroerend Erfgoed 10, ISSN 2565697X, https://oar.onroerenderfgoed.be/publicaties/AKOE/10/AKOE010-001.pdf

De meest actuele informatie over het Vlaamse beschermingsbeleid, premiemogelijkheden en beheersplannen vind je op de website: www.onroerenderfgoed.be


67


68

Huizingen, Mausoleum Torley / Copyright Onroerend Erfgoed, foto Joeri Mertens


69

EINDNOTEN


70

EINDNOTEN

EINDNOTEN 1

UNITED NATIONS 1987: Report of the World Commission on Environment and Development: Our Common Future, Oslo [online] https:// sustainabledevelopment.un.org/content/documents/5987our-common-future.pdf (geraadpleegd op 17 februari 2020).


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
HAOE027-001.pdf by Vlaanderen-be - Issuu