Advies Advies over de initiële begroting 2022 Brussel, 7 juli 2021
SERV_20210707_Begroting_2022_ADV.docx Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Advies over de initiële begroting 2022
Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 12 (standpunt begroting ikv overlegfunctie) Goedkeuring raad: 7 juli 2021
Contactpersoon: Erwin Eysackers – eeysackers@serv.be Pim Verbunt – pverbunt@serv.be
2
De heer De heer Matthias DIEPENDAELE Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Koning Albert II-laan 7
1210 Sint-Joost-ten-Node
contactpersoon Erwin Eysackers eeysackers@serv.be
ons kenmerk SERV_BR_20210707_Begroting_2022
Brussel 7 juli 2021
Advies over de begroting 2022 Mijnheer de minister De relance na het coronajaar 2020 lijkt in de afgelopen maanden in Vlaanderen en België, door de verbeterde conjunctuur en de ondersteuning, een succesvolle start te kennen, maar het werk is duidelijk nog niet af. De SERV raamt in dit advies dat op het einde van deze legislatuur bij ongewijzigd beleid de Vlaamse begroting nog steeds gekenmerkt wordt door een structureel tekort van € 3,0 mld (€ 2,6 mld exclusief de uitgaven voor Oosterweel). Met andere woorden: bij ongewijzigd beleid volgen de Vlaamse overheidsfinanciën het herstel van de economie dus maar zeer gedeeltelijk. De eerste centrale beleidsdoelstelling voor 2022 en volgende jaren is in de visie van de SERV dan ook: zo snel en zo efficiënt mogelijk blijven inzetten op een duurzame economische groei. De aantrekkende internationale conjunctuur en het transformatieprogramma Vlaamse Veerkracht zijn daarin cruciaal. Deze groei is geen doel op zich, maar noodzakelijk om budgettaire ruimte te creëren voor de beleidsprioriteiten, zoals: de investeringen voor een groene en digitale transitie, het ondersteunen van de concurrentiepositie en innovatiecapaciteit van onze economie, en het versterken van het gezondheids- en welzijnsbeleid evenals van het arbeidsmarkt-, onderwijs- en vormingsbeleid. De tweede centrale beleidsdoelstelling voor de verdere legislatuur is even dwingend als de eerste: er dient terug aangeknoopt te worden bij houdbare Vlaamse overheidsfinanciën, wat in de begrotingen van de komende jaren bijkomende maatregelen van de Vlaamse Regering zal vereisen. De Vlaamse Regering heeft zich daarbij tot doel gesteld het tekort op de begroting 2024 te verminderen tot de helft van het tekort in de begroting 2022. De Vlaamse sociale partners vinden dit gespreid over een periode van drie jaar een na te streven objectief, waarbij een evenwicht betracht wordt tussen het garanderen van op termijn houdbare overheidsfinanciën en het vrijwaren van de economische en maatschappelijke relance. De SERV is uiteraard steeds bereid dit advies verder toe te lichten.
Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Advies over de initiële begroting 2022
Hoogachtend
Pieter Kerremans
Ann Vermorgen
administrateur-generaal
voorzitter
4
Advies over de initiële begroting 2022
Inhoud Inhoud .................................................................................................................................. 5 1 Krachtlijnen ............................................................................................................ 7 2 Inleiding en leeswijzer ........................................................................................... 15 3 Omgevingsanalyse ................................................................................................ 16 3.1 Economische relance: hoe groot en hoe snel? ................................................... 16 3.1.1 Aanhoudende onzekerheid over prognoses ............................................................. 16 3.1.2 Economische relance lijkt ingezet ............................................................................ 17 3.2 Uitgaven via provisies in 2020 en 2021 ................................................................ 20 3.2.1 Vlaamse Veerkracht ................................................................................................ 21 3.2.2 Coronaprovisie ........................................................................................................ 22 3.2.3 Inzet van de coronaprovisie 2020 ............................................................................ 23 3.3 Uitvoering begroting 2020: uitgaven naar aard besteding.................................. 25 3.4 Overige kenmerken SERV-ramingen .................................................................... 26 3.4.1 Ontvangsten ............................................................................................................ 27 3.4.2 Uitgaven .................................................................................................................. 27 3.4.3 Impact regeerakkoord .............................................................................................. 28 3.4.4 Schuldevolutie ......................................................................................................... 28 4 Resultaten SERV-raming....................................................................................... 30 4.1 Begrotingsresultaten ............................................................................................. 30 4.1.1 Verbetering van het tekort in 2021 ........................................................................... 30 4.1.2 Blijvend aanzienlijk tekort bij ongewijzigd beleid in de komende jaren ..................... 31 4.1.3 Begrotingsdoelstelling van de Vlaamse Regering .................................................... 34 4.1.4 Inflatie als onzekere, maar sturende parameter ....................................................... 34 4.2 Resultaten schuldevolutie .................................................................................... 35 5 Begrotingsbeleid: houdbaarheid overheidsfinanciën garanderen..................... 37 5.1 Uitdagingen voor de Vlaamse overheidsfinanciën .............................................. 37 5.1.1 Inkomsten en uitgaven structureel uit evenwicht… .................................................. 37 5.1.2 Economie herstelt maar overheidsfinanciën volgen niet .......................................... 38 5.2 Uitgavennormering ................................................................................................ 39 5.3 Uitgavendoorlichtingen en de Vlaamse Brede Heroverweging (VBH) ...................................................................................................................... 41 5.3.1 Aanpak van de Vlaamse Regering ........................................................................... 41 5.3.2 Iedereen in bad? ...................................................................................................... 42 5.3.3 Te strikte timing? ..................................................................................................... 42 5.3.4 Communicatie over heroverwegingen niet onderschatten ........................................ 42 5.4 Als consequentie: begrotingsproces vereenvoudigen en optimaliseren ......................................................................................................... 43 5.5 Ook heroverweging ontvangsten van belang ...................................................... 44 6 Bijlage 1: toelichting bij de SERV-raming ............................................................ 44 6.1 Ontvangsten........................................................................................................... 44 6.1.1 Overzicht ................................................................................................................. 44 6.1.2 BFW-dotaties ........................................................................................................... 45 6.1.3 Ontvangsten via regionale opcentiemen .................................................................. 47 6.1.4 Ontvangsten via gewestbelastingen ........................................................................ 49 6.1.5 Instellingen .............................................................................................................. 54 6.1.6 Overige ontvangsten................................................................................................ 54 6.2 Uitgaven ................................................................................................................. 55 6.2.1 Overzicht ................................................................................................................. 55
5
Advies over de initiële begroting 2022
6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.3 7 8 9 10
Beslissingen na het indienen van de initiële begroting en de meerjarenraming ........ 55 Onderbenutting ........................................................................................................ 55 Rentekosten ............................................................................................................ 55 Inflatie ...................................................................................................................... 55 Maatregelen en nieuw beleid regeerakkoord ........................................................... 56 Gedetailleerde resultaten schuldevolutie ............................................................ 57 Bijlage 2: relance-uitgaven en Europese begrotingsopvolging ......................... 59 Bijlage 3: evaluatiekader voor uitgavendoorlichtingen ...................................... 61 Bibliografie ............................................................................................................. 64 Lijst met figuren en tabellen ................................................................................. 65
6
Advies over de initiële begroting 2022
1
Krachtlijnen
Macro-economische ramingen blijven onzeker maar economisch herstel versnelt 1. Sinds de opmaak van de gedetailleerde Belgische economische ramingen in de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn de macro-economische ramingen nog nooit zo snel en in zo belangrijke mate bijgesteld als de afgelopen zestien maanden, dus sinds de uitbraak van de coronacrisis (maart 2020). En aan deze bijstellingen komt – meer dan een jaar na de start van de crisis – nog steeds geen einde: de verschillen met de cijfers van slechts enkele maanden geleden blijven aanzienlijk, al zijn de wijzigingen minder ingrijpend dan tijdens de eerste maanden van de crisis. 2. De meest recente prognoses wijzen op een snellere economische relance dan nog maar enkele maanden geleden werd geraamd. Zowel de internationale (EC en ECB, OESO, IMF) als de nationale (NBB, Planbureau) instellingen komen tot een globaal gelijkaardige conclusie: de economie herneemt in 2021 sneller dan verwacht, wat zich in de volgende jaren lijkt door te zetten. De rode draad doorheen de vandaag beschikbare ramingen is: een scherpe daling van de economische activiteit wordt in 2020 geregistreerd, al is die finaal minder diep (-6,3% voor België) dan gevreesd bij uitbraak van de coronacrisis. En in 2021 wordt een aanzienlijk hogere groei gerealiseerd (+5,5%) dan eind vorig jaar geraamd werd (+3,7%). 3. Het economisch herstel lijkt versterkt te worden door twee factoren: het uitrollen van de vaccinatiecampagnes en het regionale, federale en Europese ondersteuningsbeleid. Beide elementen versterken bovendien het economisch vertrouwen van huishoudens en bedrijven, die beide de afgelopen maanden sterk verbeterd zijn. De kracht van dit herstel zal bovendien afhangen van de mate waarin de beschikbare spaarvolumes door de huishoudens op korte termijn worden ingezet (private consumptie), de investeringen verder aantrekken (bedrijven én overheid), en de internationale vraag blijvend versterkt wordt (inclusief het vermijden van toeleveringsproblemen). 4. De relance lijkt in Vlaanderen en België, door de verbeterde conjunctuur en de ondersteuning, een succesvolle start te kennen, maar het werk is niet af. Het antwoord op de coronacrisis bestaat niet alleen uit een economische relance, maar eveneens uit een transformatie van onze economie. Voor een tijdige en efficiënte transformatie zijn structurele hervormingen op tal van domeinen gekoppeld aan een aanzienlijke ondersteuning vereist.
Coronaprovisie 2020: vooral ondersteuning van het economisch weefsel 5. Alle regeringen in dit land hebben hun begrotingen gebruikt als buffer en schokdemper om de impact van de coronacrisis op te vangen. De overheden namen maatregelen om het inkomen van burgers, zelfstandigen en bedrijven te beschermen, ondersteunden de liquiditeitspositie van ondernemingen, en ontwikkelden initiatieven om de slagkracht van het zorg- en welzijnssysteem in de strijd tegen corona te versterken. De inzet van de coronaprovisie 2020 (€ 3,52 mld) kan vandaag nagegaan worden. De uitgaven uit de Vlaamse coronaprovisie zijn in hoge mate besteed aan het ondersteunen van het economische weefsel, conform de bevoegdheidsverdeling in België waarbij het economisch ondersteuningsbeleid in belangrijke mate gewestmaterie is. Via het Hermesfonds werd € 2,15 mld of 61% van de coronaprovisie 2020 hieraan besteed. Het resterende deel van de coronaprovisie is voornamelijk verdeeld over de beleidsdomeinen Welzijn,
7
Advies over de initiële begroting 2022
Volksgezondheid en Gezin (WVG), Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ), Omgeving (OMG), Onderwijs en Vorming (OV) en Werk en Sociale Economie (WSE). De SERV heeft in eerdere rapporten en adviezen zijn waardering uitgesproken voor het beleid van de Vlaamse overheid om de economische en sociale impact van de coronacrisis op te vangen, en bevestigt deze boodschap. Zonder de interventies van de Vlaamse en federale overheden had de coronacrisis geresulteerd in een economische en sociaal debacle zonder voorgaande.
Raming Vlaamse begroting in de verdere legislatuur 6. In de SERV-raming zou bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort in 2021 conform de Europese aanrekeningsregels (inclusief uitgaven en ontvangsten voor corona, Vlaamse Veerkracht en Oosterweel) uitkomen op € -5,0 mld, en daarmee € 291 mln verbeterd zijn ten opzichte van de aangepaste begroting 2021. Deze verbetering is uitsluitend te wijten aan hogere ontvangsten door de snellere economische relance, bij de uitgaven zijn ten opzichte van de aangepaste begroting 2021 geen wijzigingen aangebracht. Zie Figuur 1.
Figuur 1: Vlaamse overheid, ingediende begrotingen en SERV-ramingen, ESR-saldo en ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel, in € mld
7. Indien de macro-economische parameters gehanteerd in deze raming zich realiseren dan zou bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort verbeterd worden tot € -3,0 mld in 2024 (-6,1% van de ontvangsten), of € -2,6 mld (-5,2%) indien de uitgaven voor de Oosterweelverbinding (€ 383 mln) in de berekening niet worden meegenomen.
8
Advies over de initiële begroting 2022
Het begrotingstekort voor 2024 is daarmee € 293 mln groter dan het tekort geraamd in de Meerjarenraming 2020-2025. Dit wordt, naast de gewijzigde conjunctuurparameters, voornamelijk verklaard door de bijgestelde onderbenuttingshypothese (van 2,24% naar 2,10% bij 2021BA, met een impact van afgerond € -70 mln op het saldo in de volgende jaren) en bijkomende recurrente uitgaven die niet gekend of beslist waren bij opmaak van de Meerjarenraming in november 2020. De belangrijkste bijkomende recurrente uitgaven zijn de compensatieregeling voor het schrappen van de terugdraaiende teller voor eigenaars van zonnepanelen en warmteboilers (januari 2021, € 100 mln), en bijkomende uitgaven in voornamelijk de beleidsdomeinen Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) en Onderwijs en Vorming (OV) beslist bij de goedkeuring van de begroting 2021 (bovenop de ingediende begroting), naast kleinere elementen. Dit tekort bij ongewijzigd beleid is de combinatie van zowel de blijvende en structurele impact van de coronacrisis, als de uitdagingen waar de Vlaamse begroting voor de uitbraak van de coronacrisis mee werd geconfronteerd (tekort van € 814 mln bij begroting 2020BO, of € 623 mln zonder de Oosterweeluitgaven). 8. Bij de opmaak van de begroting 2021 besliste de Vlaamse Regering tot volgende begrotingsdoelstelling: op het einde van de legislatuur (2024) bedraagt het tekort op de begroting de helft van het tekort in 2022. De helft van het geraamde tekort van 2022 (€ -2,5 mld zonder de Oosterweeluitgaven) komt in deze raming neer op € -1,3 mld (idem). Bij ongewijzigd beleid zou het begrotingsresultaat in 2024 op € -2,6 mld uitkomen, wat een bijkomende inspanning van € 1,3 mld in de tweede helft van deze legislatuur zou impliceren. 9. De Vlaamse geconsolideerde schuld (conform de schuldnormering) groeit bij ongewijzigd beleid in de SERV-raming van € 25,7 mld in 2020 naar € 34,1 mld in 2021. Hierdoor evolueert de verhouding van de schuld tot de lopende ontvangsten tot 71,2%, dus boven de schuldratiodrempel van 65% (schuldnormering van de Vlaamse Regering). In de volgende jaren groeit de schuld aan tot € 47,8 mld (2024), of een toename met meer dan € 20 mld ten opzichte van 2020. De schuld blijft sneller aangroeien dan de lopende ontvangsten, tot 96% van de ontvangsten in 2024. 10. De schuld in de SERV-raming is in de verdere legislatuur evenwel minder groot dan in de laatste Meerjarenraming (€ 48,8 mld in 2024). De SERV-raming houdt immers rekening met de actualisering van de ontvangsten door de meer recente economische vooruitzichten en de maatregelen van de Vlaamse Regering beslist na de opmaak van de Meerjarenraming 2020-2025. Daarnaast houdt de SERV rekening met de EUontvangsten voor het Relanceplan Vlaamse Veerkracht (gecumuleerd € 2,2 mld), die niet meegenomen zijn in de Meerjarenraming. Tenslotte lag de effectieve schuldtoename in de uitvoering van de begroting 2020 lager dan geraamd bij de tweede begrotingsaanpassing 2020.
Economie herstelt maar overheidsfinanciën volgen niet 11. Bij ongewijzigd beleid volgen de Vlaamse overheidsfinanciën het herstel van de economie dus slechts zeer gedeeltelijk. Het blijvende tekort op de Vlaamse begroting op het einde van de legislatuur wordt zoals hoger toegelicht geraamd op € -3 mld (€ -2,6 mld exclusief uitgaven Oosterweel). De daling tegenover het tekort van 2021 (€ -5,0 mld en € -4,8 mld exclusief uitgaven Oosterweel) wordt voornamelijk
9
Advies over de initiële begroting 2022
gerealiseerd door verminderde crisisuitgaven (weggevallen uitgaven voor corona en Vlaamse Veerkracht). Een jaarlijks tekort van afgerond 5% van de ontvangsten lijkt structureel verankerd te worden in de Vlaamse begroting, indien de komende jaren geen bijkomende maatregelen worden genomen. 12. De eerste centrale beleidsdoelstelling voor 2022 en volgende jaren is: zo snel en zo efficiënt mogelijk blijven inzetten op een duurzame economische groei. De aantrekkende internationale conjunctuur en de het transformatieprogramma Vlaamse Veerkracht zijn daarin cruciaal. Deze groei is geen doel op zich, maar noodzakelijk om budgettaire ruimte te creëren voor de beleidsprioriteiten, zoals: de investeringen voor een groene en digitale transitie, het ondersteunen van de concurrentiepositie en innovatiecapaciteit van onze economie, en het versterken van het gezondheids- en welzijnsbeleid evenals van het arbeidsmarkt-, onderwijs- en vormingsbeleid. De tweede centrale beleidsdoelstelling voor de verdere legislatuur is even dwingend als de eerste: er dient terug aangeknoopt te worden bij houdbare Vlaamse overheidsfinanciën, wat in de begrotingen van de komende jaren bijkomende maatregelen van de Vlaamse Regering zal vereisen. De Vlaamse Regering heeft zich daarbij tot doel gesteld het tekort op de begroting 2024 te verminderen tot de helft van het tekort in de begroting 2022. De Vlaamse sociale partners vinden dit gespreid over een periode van drie jaar een na te streven objectief, waarbij een evenwicht betracht wordt tussen het garanderen van op termijn houdbare overheidsfinanciën en het vrijwaren van de economische en maatschappelijke relance. 13. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat een aantal aangekondigde beleidsdoelstellingen nog niet in de begroting verwerkt worden, al kunnen zij potentieel van zeer groot belang zijn. De SERV heeft in zijn Evaluatierapport van januari 20211 een overzicht van deze uitdagingen gemaakt. We stippen in dit advies de twee belangrijkste elementen nogmaals aan, gezien ze vandaag nog steeds even relevant zijn en niet door de Vlaamse Regering beantwoord werden: •
•
1
De Regering heeft in juli 2020 bevestigd dat de deconsolidatie van De Lijn zal uitgevoerd worden, zoals vastgelegd in het Regeerakkoord, zodat onder andere het investeringsprogramma voor de vergroening van de busvloot ‘buiten de begroting’ kan gerealiseerd worden. Maar de kost van deze operatie (inclusief het investeringsprogramma) zal steeds in hoge mate in de Vlaamse begroting opgenomen moeten worden, gezien De Lijn minder dan 20% van zijn huidige uitgaven via eigen ontvangsten kan realiseren. Ook de impact van deze beslissingen dient in het verdere Vlaamse begrotingstraject meegenomen te worden. Bij de Oosterweelverbinding blijft de financiering van mogelijk bijkomende uitgaven, die niet onder het Toekomstcontract vallen, zoals afgesproken op het einde van de vorige legislatuur, onduidelijk. Het huidige financieringsmodel achter de Oosterweelwerken vertrekt van de engagementen in dat Toekomstcontract. Het belangrijkste daarin ontbrekende element qua budgettaire impact is de overkapping van de Antwerpse Ring. De financiële vereisten daarvoor zijn in elke raming zeer aanzienlijk, en worden vandaag niet meegenomen in het Vlaamse begrotingstraject.
Zie: SERV (2021). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder
2021.
Geraadpleegd
van
10
Advies over de initiële begroting 2022
Maatregelen om houdbaarheid Vlaamse overheidsfinanciën te garanderen 14. Het voorgaande verduidelijkt de uitdagingen waar de Vlaamse begroting vandaag voor staat. Een begroting op termijn structureel in evenwicht is en blijft de basisdoelstelling van het regeringsbeleid (zoals vastgelegd in het Regeerakkoord), ook al stelt de Vlaamse Regering vandaag vast dat deze doelstelling gegeven de coronaomstandigheden tijdens deze legislatuur niet realiseerbaar is. Er zijn dus bijkomende inspanningen nodig om op middellange termijn opnieuw aan te sluiten bij structureel houdbare Vlaamse overheidsfinanciën. 15. De Vlaamse Regering heeft voor de houdbaarheid van haar financiën recent drie (plus één) initiatieven genomen.
A\ Relanceplan Vlaamse Veerkracht Vooreerst poogt zij via het relanceplan Vlaamse Veerkracht de economie opnieuw richting aanhoudend sterke groeicijfers te sturen. Een inhoudelijke analyse van het relanceplan Vlaamse Veerkracht is in dit advies niet op zijn plaats. De SERV heeft zijn visie op de vereiste kenmerken van het relancebeleid verduidelijkt in het advies ‘Bijzondere tijden, bijzondere kansen, bijzondere aanpak’2. De andere regeringsinitiatieven behandelen we wel meer in detail in dit advies.
B\ Uitgavennormering 16. Via een uitgavennormering wordt bijkomende budgettaire ruimte gecreëerd, zodat de begroting niet ontspoort en er voldoende middelen beschikbaar blijven voor de beleidsprioriteiten. Een uitgavennormering impliceert dat wordt nagedacht over de vraag welke uitgaven meer dan wel minder mogen toenemen, wat de doelmatigheid en efficiëntie van het beleid zal verhogen. Het geheel draagt bij tot het verankeren en verder uitbouwen van een structureel begrotingsbeleid. 17. De SERV staat principieel positief tegenover het voorstel om een uitgavennormering in te voeren in het Vlaamse begrotingsproces, indien bij de implementatie rekening gehouden wordt met onderstaande opmerkingen en vragen. Vooreerst dient de normering op alle beleidsdomeinen op een principieel gelijkaardige manier toegepast te worden. In de praktijk zullen er verschillen tussen beleidsdomeinen ontstaan door de open end-financiering3 van een aantal uitgaven. Bij abstractie hiervan is het uitgangspunt dat de discipline, vereist om een uitgavennormering toe te passen, voor alle beleidsdomeinen principieel gelijkaardig moet zijn. 18. De belangrijkste bemerking van de SERV is dat een specifieke normering voor investeringen en groeiversterkende uitgaven wenselijk en nodig is, en dat deze normering helder uitgewerkt moet zijn bij implementatie van de uitgavennormering.
2
Zie: https://www.serv.be/serv/publicatie/vlaams-relancebeleid-bijzondere-tijden-vragen-bijzondere-aanpak. De verschillende SERV-adviezen over het relancebeleid worden gevonden op de volgende pagina: https://www.serv.be/serv/relancebeleid.
3
Uitgaven die aangedreven worden door externe factoren niet aan te sturen door de Vlaamse Regering, zoals de demografische ontwikkelingen (aantal leerlingen en vergrijzing).
11
Advies over de initiële begroting 2022
De SERV wijst al langer op de noodzaak om de Vlaamse publieke investeringen te versterken, zodat deze investeringen sneller groeien dan de overige uitgaven. Tegelijkertijd benadrukt de SERV dat het niet de bedoeling kan zijn dat alleen de investeringen aan belang toenemen: voor de andere uitgaven is eveneens een reële groei nodig, zodat ook daar nieuwe beleidsinitiatieven mogelijk blijven. De SERV spreekt zich niet uit over de wijze waarop groeiversterkende uitgaven en investeringen in de uitgavennormering kunnen geïntegreerd worden. 19. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat op Europees niveau een discussie plaatsvindt met rechtstreekse impact op de Vlaamse uitgavennormering. Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) legt de regels voor de Europese begrotingsopvolging vast, maar is vandaag tijdelijk opgeschort door toepassing van de algemene ontsnappingsclausule in het SGP. Vanaf 2023 wordt het SGP opnieuw geactiveerd, maar de Europese Commissie heeft aangegeven dat de begrotingsregels voorafgaand opnieuw geanalyseerd en eventueel gewijzigd worden. Ongeveer alle analisten zijn het erover eens dat het opnieuw activeren van de bestaande SGPregels niet aangewezen is, vooral door de huidige schuldnormering (schuld mag maximum 60% van bbp bedragen; indien dat niet het geval is dient jaarlijks 1/20ste van het verschil weggewerkt te worden). In landen met een relatief hoge schuldgraad (zoals België) zou dit betekenen dat de komende jaren een te groot deel van de beleidsruimte naar schuldafbouw moet gaan, wat gegeven de huidige noden van het relancebeleid én van de noodzakelijke hervormingen (zoals de verduurzamings- en digitaliseringsagenda) dient vermeden te worden. De Vlaamse sociale partners ondersteunen een hervorming van het SGP richting een minder complex systeem gebaseerd op één centrale begrotingsdoelstelling op langere termijn (bijvoorbeeld: houdbaarheid van de overheidsschuld) gecombineerd met één jaarlijks toe te passen operationele doelstelling direct aan te sturen door de betrokken overheid (bijvoorbeeld: gemiddelde uitgavengroei over een legislatuur).
C\ Uitgavendoorlichtingen en de Vlaamse Brede Heroverweging (VBH) 20. Via de Vlaamse Brede Heroverweging wil de Vlaamse Regering de grondige doorlichting van significante recurrente uitgaven (en waar relevant kostendekkingsgraden) structureel in het Vlaamse begrotingsproces verankeren. Elk beleidsdomein werkt aan oefeningen om na te gaan of de huidige beleidsinitiatieven behoren tot de kerntaken van elk domein, of het beleid doeltreffend is, en of er efficiëntiewinsten gerealiseerd kunnen worden. Om voldoende draagvlak te creëren heeft elke projectgroep per beleidsdomein de leiding en verantwoordelijkheid over de te onderzoeken uitgaven, het opmaken van de doorlichting en het bestuderen en evalueren van de aangeleverde stukken. Een stuurgroep behoudt het overzicht over (de output en resultaten van) alle projectgroepen. Deze streeft ernaar dat de doorlichtingen per beleidsdomein volgens een globaal identieke aanpak verlopen. De stuurgroep heeft daarnaast de opdracht om terug te koppelen naar een klankbordgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de kabinetten. Het komt uiteraard aan de beleidsmakers toe om finaal de beslissingen over de resultaten van de doorlichtingen te valideren en te implementeren.
12
Advies over de initiële begroting 2022
21. De SERV staat principieel positief tegenover elke grondige en onderbouwde doorlichting van overheidsuitgaven, met het oog op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit ervan. Er stellen zich bij de realisatie van de Vlaamse Brede Heroverweging evenwel drie belangrijke vragen.
Iedereen in bad? 22. De SERV heeft in zijn Evaluatierapport over de Begroting 2021 ervoor gepleit dat geen enkel beleidsdomein uitgesloten wordt van de VBH: alle beleidsdomeinen dienen zonder onderscheid op een gelijkaardige manier aan deze doorlichting deel te nemen, ook als hun enthousiasme (vandaag of in de komende jaren) niet groot is. Enkel op deze manier is een succesvolle implementatie op het geheel van de Vlaamse uitgaven mogelijk. Beleidsdomeinen die deze doorlichting niet succesvol willen realiseren, dienen door de Vlaamse regering geconfronteerd te worden met de consequenties. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat hun beperkte output ‘beloond’ zou worden met bijvoorbeeld een uitgestelde dan wel minder grote inspanning in deze heroverwegingen.
Te strikte timing? 23. De timing van de eerste fase van de VBH is evenwel zeer strikt: de initiële nota aan de basis werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering in december 2020, en een eerste menu van heroverwegingen dient vastgelegd te worden tegen de zomer van 2021, om de resultaten ervan mee te nemen bij de opmaak van de begroting 2022 (in september 2021). Wel is de mogelijkheid voorzien om meer complexe of gedetailleerde evaluaties van bepaalde uitgaven via een klassieke spending review in 2022 en volgende jaren te onderzoeken, zodat zij implementeerbaar zijn tegen de volgende legislatuur. 24. De eerste fase van de VBH resulteert daarmee in een traject met drie snelheden: • •
•
Heroverwegingen die in de zomer van 2021 (voldoende) afgerond zijn om mee te nemen bij de opmaak van de begroting 2022, dus conform de oorspronkelijke opzet; Heroverwegingen die enkele maanden later (in de herfst van 2021) beschikbaar zijn, maar niet ten volle kunnen meegenomen worden bij de opmaak van de begroting 2022; de oorspronkelijke deadline wordt met enkele maanden overschreden; Meer complexe heroverwegingen die over een à twee jaar ter beschikking komen, en voor de begrotingen 2022 geen relevantie hebben.
Voor de tweede categorie, dus de heroverwegingen waar de oorspronkelijke deadline (zomer 2021) niet gehaald wordt, kunnen de resultaten gebruikt worden bij de volgende begrotingsopmaak.
Communicatie over heroverwegingen niet onderschatten 25. Welke ook de consequenties van de VBH-doorlichting worden, de communicatie en consultatie daarover met de direct en indirect betrokkenen – binnen en buiten de Vlaamse overheid – is van groot belang. In elk complex dossier is de afgelopen jaren gebleken dat een vlotte, professionele én correcte communicatie essentieel is voor een succesvolle implementatie. Tegelijkertijd moet het vertrouwen in een correcte opmaak en afhandeling van de heroverwegingen gegarandeerd worden. 26. De politieke eindverantwoordelijken hebben de verantwoordelijkheid om de conclusies uit de heroverwegingen te formuleren en vervolgens al dan niet te implementeren.
13
Advies over de initiële begroting 2022
Het lijkt aangewezen, zeker wanneer een uitgavendoorlichting leidt tot het bijstellen of verschuiven van uitgaven, om daarbij steeds voldoende duiding te bieden, zodat draagvlak op het terrein kan gecreëerd worden.
D\ Begrotingsproces vereenvoudigen en optimaliseren 27. De Vlaamse Regering besloot om in 2021 de begrotingsaanpassing inhoudelijk te beperken tot een technische aanpassing van de initiële begroting, die als BA-light aangeduid wordt. De algemene toelichting wordt inhoudelijk uitgebreid, ter vervanging van de weggevallen beleids- en begrotingstoelichtingen. De uitgavennorm in ontwerp impliceert bovendien dat doelstellingen op middellange termijn in een meerjarig perspectief worden gehanteerd: het bepalen van de genormeerde structureel toelaatbare overheidsuitgaven (jaarlijkse groeivoet van uitgaven) gebeurt immers enkel bij opmaak van de begroting. 28. De SERV staat principieel positief tegenover deze wijzigingen aan het begrotingsproces. Vooral is van belang dat slechts eenmaal per jaar (bij opmaak) een gedetailleerde begroting wordt opgemaakt, waarin alle essentiële beslissingen qua begroting en qua beleid verwerkt worden. Dit impliceert eveneens dat enkel in het programmadecreet bij begrotingsopmaak alle beleidsbeslissingen verwerkt worden. In de visie van de SERV dient het eenmalige experiment BA-light in de komende jaren gecontinueerd te worden, wat vereist dat het verankerd wordt in de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (VCO).
Ook heroverweging ontvangsten van belang 29. Hoger is een groot en blijvend verschil tussen de ontvangsten en uitgaven op het einde van de legislatuur geraamd. Om die kloof te verkleinen legt de Vlaamse Regering vandaag vooral de focus op initiatieven om de uitgaven te beheersen. Maar dit is niet de enige benadering, ook initiatieven langs ontvangstenzijde zijn mogelijk. 30. Met het oog op de gezondmaking van de Vlaamse overheidsfinanciën is in de visie van de SERV proactief een grondige evaluatie van zowel de inkomsten- als uitgavenzijde van de Vlaamse begroting aan de orde. De SERV heeft zich voorgenomen om in 2021 en komende jaren bij te dragen aan een analyse en heroverweging van de Vlaamse fiscaliteit. Hij zal daarvoor in het najaar van 2023 een syntheserapport publiceren met aanbevelingen voor de volgende legislatuur.
14
Advies over de initiële begroting 2022
2
Inleiding en leeswijzer
30. Dit evaluatierapport bespreekt vooreerst de grote lijnen van de macro-economische ontwikkelingen in het afgelopen jaar. Tevens wordt ingegaan op de uitvoering van de begroting 2020: de impact van de coronaprovisie 2020 wordt nagegaan, evenals het geheel van de uitgaven naar aard van de besteding. Het volgende hoofdstuk poogt de begrotingen van 2021 en volgende jaren te actualiseren, op basis van de beschikbare informatie in juni 2021. Het laatste hoofdstuk gaat dieper in de recente beleidsinitiatieven qua begrotingsbeleid van de Vlaamse Regering: de uitgavennormering toe te passen vanaf de begroting 2022, de Vlaamse Brede Heroverweging waarmee uitgavendoorlichtingen (spending reviews) structureel in het Vlaamse begrotingsbeleid zullen verankerd worden, en de hervormingen van het begrotingsproces. In de bijlagen worden de meer technische elementen van de raming (hoofdstuk 4) verduidelijkt, en wordt een korte verduidelijking gegeven bij de manier waarop Europese subsidies in de begroting conform het ESR dienen verwerkt te worden. De gegevens opgenomen en verwerkt in dit advies zijn einde juni 2021 afgesloten.
15
Advies over de initiële begroting 2022
3
Omgevingsanalyse
3.1
Economische relance: hoe groot en hoe snel?
3.1.1
Aanhoudende onzekerheid over prognoses
31. Sinds de opmaak van de gedetailleerde Belgische economische ramingen in de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn de macro-economische ramingen nog nooit zo snel en in zo belangrijke mate bijgesteld als de afgelopen zestien maanden, dus sinds de uitbraak van de coronacrisis (maart 2020). En aan deze bijstellingen komt – meer dan een jaar na de start van de crisis – nog steeds geen einde: de verschillen met de cijfers van slechts enkele maanden geleden blijven aanzienlijk, al zijn de wijzigingen minder ingrijpend dan tijdens de eerste maanden van de crisis. De aangepaste Vlaamse begroting 2021 is opgemaakt op basis van de parameters in de Economische Begroting van februari 2021 van het Federaal Planbureau (2021a). De initiële begroting 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025 zijn opgemaakt op basis van de Economische Vooruitzichten 2020-2025 van september 2020 (deels geactualiseerd in oktober) eveneens van het Federaal Planbureau (2020a). Deze laatste raming werd dus opgesteld voor de tweede coronagolf en is in essentie een “V-herstel”: na een eenmalig diep dal (-7,4% in 2020) volgt een snelle heropleving (+6,5% in 2021). In de Economische Begroting van februari 2021 ging men daarentegen uit van een tragere economische relance met een neerwaartse bijstelling van de bbp-groei voor 2021 (van +6,5% naar +4,1%) en een beperktere economische krimp voor 2020 (van -7,4% naar -6,2%). Zie Tabel 1 voor een overzicht. Tabel 1: België, economische groei en inflatie bij opmaak van de begrotingen 2020, 2021 en de Meerjarenraming 2022-2025
1BA2020 (EB 6/2020) 2020 Bbp-groei inflatie Gezondheidsindex Maand overschrijden van spilindex
-10,6% 0,8% 0,8% februari
BO2021 en MJR 2020-2025 (EB 9/202) 2020 -7,4% 0,8%
februari
2021 6,5% 1,4% 1,3% augustus
2022 3,1% 1,6% 1,7% -
2023 1,3% 1,8% 1,8%
2024 1,3% 1,8% 1,8%
BA2021 (EB 2/2021) 2020 -6,2% 0,74% 0,8%
2021 4,1% 1,3% 1,1%
januari januari februari oktober
32. De meest recente prognoses wijzen op een snellere economische relance dan nog maar enkele maanden geleden werd geraamd. Zowel de internationale (EC en ECB, OESO, IMF) als de nationale (NBB, Planbureau) instellingen komen tot een globaal gelijkaardige conclusie: de economie herneemt in 2021 sneller dan verwacht, wat zich in de volgende jaren lijkt door te zetten. De rode draad doorheen de vandaag beschikbare ramingen is: een scherpe daling van de economische activiteit is in 2020 geregistreerd, al is die finaal minder diep (-6,3% voor België) dan gevreesd bij uitbraak van de coronacrisis. En in 2021 wordt een aanzienlijk hogere groei gerealiseerd (+5,5%) dan eind vorig jaar voor 2021 geraamd werd (+3,7%). 33. De snelheid waarmee de ramingen bijgesteld worden impliceert dat de onzekerheid over de macro-economische evolutie groot blijft. Versterkende factoren van deze onzekerheid zijn
16
Advies over de initiële begroting 2022
bovendien twee vandaag nog niet te beantwoorden variabelen: de evolutie van de epidemie in de komende jaren (succes vaccinatiestrategie, impact varianten), en het (al dan niet) succesvolle herstelbeleid, op zowel Vlaams, federaal, Europees niveau en zelfs wereldschaal. Een recent positief element is wel dat op 23 juni 2021 de Europese Commissie instemde met het door België ingediende Plan voor Herstel en Veerkracht, zodat ook het luik Vlaamse Veerkracht is goedgekeurd.
3.1.2
Economische relance lijkt ingezet
Evolutie van het bbp 34. De rode draad doorheen de vandaag beschikbare ramingen lijkt te zijn: een scherpe daling van de economische activiteit is in 2020 geregistreerd, al is die finaal minder diep dan gevreesd na de uitbraak van de coronacrisis in de eerste jaarhelft (-6,3% voor België). In 2021 wordt een hogere groei gerealiseerd dan eind vorig jaar geraamd.
8,6%
8,2%
6,7%
6,4% 6,5%
5,5% 5,5% 4,5% 4,1% 3,7% 3,3% 3,2% 3,1% 3,5% 3,5% 3,1% 3,5% 3,1% 2,9% 2,3% 1,6% 1,5%
1,4% 1,3% 1,1% 1,4% 0,4%
-8,0%
-7,2%
-7,4% -9,0%
-6,7% -6,3% -6,3% -6,3% -6,3% -8,4%
-10,5%
2020 Figuur 2:
2021
2022
2023
België, 2020 tot 2023, reële groei bbp, ramingen sinds september 2019, in %
Het economisch herstel lijkt versterkt te worden door twee factoren: het uitrollen van de vaccinatiecampagnes en het regionale, federale en Europese ondersteuningsbeleid. Beide elementen versterken bovendien het economisch vertrouwen van huishoudens en bedrijven, die beide de afgelopen maanden sterk verbeterd zijn. De kracht van dit herstel zal tevens afhangen van de mate waarin de beschikbare spaarvolumes door de huishoudens op korte termijn worden ingezet (private consumptie), de investeringen verder aantrekken (bedrijven én overheid), en de internationale vraag blijvend versterkt wordt (inclusief het vermijden van toeleveringsproblemen). 35. In de loop van de afgelopen 16 maanden zijn de ramingen voor 2020 en 2021 verschillende malen aanzienlijk bijgesteld, en dat zowel in positieve als negatieve zin. Dit impliceert uiteraard:
17
Advies over de initiële begroting 2022
ook de huidige cijfers dienen voorzichtig geïnterpreteerd te worden, want die kunnen eveneens evolueren (bijvoorbeeld bij een ongunstige epidemiologische evolutie). Zie Figuur 2. 36. Zowel de Nationale Bank van België (Economische Projecties, juni 2021)4 als het Federale Planbureau (Economische Vooruitzichten, juni 2021)5 gaan uit van een bbp-groei van 5,5% in 2021. We hanteren in dit advies de cijfers van het Federaal Planbureau (2021b): in 2022 zou de groei hoog blijven (+2,9%) door de relance, om vanaf 2023 te evolueren naar cijfers rond de 1,5%. Er lijkt wel consensus over de impact van het crisisbeleid vanaf 2022 en volgende jaren: zowel op Vlaams, Belgisch als Europees niveau vallen de stimuli via de corona- en relancemaatregelen dan in hoge mate weg, zodat de economische groeicijfers opnieuw aansluiten bij het pre-crisisniveau. Dit wordt in de tabel op de volgende pagina globaal samengevat. 2020
2021
2022 en volgende jaren
Maart 2020
Zeer diepe recessie
Snelle en (bijna) integrale herneming
Aansluiten bij pre-corona-groeipad
Juni – september 2020
Minder diepe recessie
Minder grote en tragere relance
Groei sluit gedeeltelijk aan bij precorona-traject
December 2020
2de coronagolf leidt niet tot diepere recessie
2de golf drukt groeicijfers aanzienlijk
Groei blijft aanzienlijk achter bij pre-corona-traject
Groeicijfers worden positief bijgesteld
Groeitraject versnelt in 2022 maar niet in volgende jaren
Juni 2021
Ramingen inflatie 37. Over de inflatie worden twee verschillende visies geformuleerd. De NBB (2021) gaat uit van een aanzienlijke maar tijdelijke inflatieopstoot in 2021 (2,2%) en 2022 (2,1%), die nadien zou afnemen. Het Planbureau (2021b) raamt dat de inflatie onder de drempel van 2% zou blijven, namelijk 1,5% (2021) en 1,7% (2022-2024). Dit verschil wordt voornamelijk verklaard doordat de NBB een groter gewicht geeft aan de gestegen arbeidskosten per gewerkt uur (stijging met 3,5% in 2020, zoals af te leiden uit de Nationale Rekeningen) gecombineerd met onder andere de engagementen in de sociale akkoorden van de gezondheids- en welzijnssector afgesloten in het afgelopen jaar in geheel België6. Zie Tabel 2 en Figuur 3.
4
Nationale Bank van België (2021). Economische projecties voor België – juni 2021. Economisch Tijdschrift van juni 2021. Geraadpleegd van https://www.nbb.be/nl/publicaties-en-onderzoek/economische-en-financiele-publicaties/economische-projecties-voor-belgie
5
Conform de afspraken in het kader van de Europese begrotingsopvolging (inclusief het intra-Belgisch samenwerkingsakkoord van december 2013) stelt het Federaal Planbureau de macro-economische parameters op te hanteren bij de opmaak van de begrotingen van zowel de federale overheid als de deeloverheden.
6
Zie: Federaal Planbureau (2021b). Economische vooruitzichten 2021-2026 – Versie van juni 2021. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2130-nl-economische_vooruitzichten_2021_2026_versie_van_juni_2021
18
Advies over de initiële begroting 2022
Er is consensus dat de inflatieverwachting zeer laag blijft in 2020 (0,3% tot 0,5%) en langzaam maar zeker toeneemt in 2021 en 2022 (tussen 1,5% en 2,0%). 38. De verschillen qua inflatiehypotheses hebben een belangrijke impact op de ontvangsten: de bepalingen in de BFW voorzien dat de van het federale niveau overgedragen middelen steeds aan de inflatie aangepast worden, wat vaak niet of slechts gedeeltelijk geldt voor de parameters gelinkt aan de economische groei. Dit impliceert: een verschil van de raming inflatie met 0,5% leidt snel tot een daling (stijging) van de Vlaamse ontvangsten met enkele honderden miljoen euro. In Hoofdstuk 4.1.4 vanaf pagina 34 wordt een sensitiviteitsanalyse van de inflatie op de Vlaamse ontvangsten uitgewerkt. Tabel 2: België, 2020-2024, verwachte economische groei en inflatie, middellange termijnvooruitzichten van het Federale Planbureau en de Nationale Bank van België, beide in juni 2021
2020
2021
2022
2023
2024
Economische Vooruitzichten juni 2021 FPB: Bbp-groei Economische Vooruitzichten juni 2021 FPB: Inflatie (HICP) Economische Vooruitzichten juni 2021 FPB: Gezondheidsindex Economische Projecties juni 2021 NBB: Bbp-groei
-6,3%
5,5%
2,9%
1,5%
1,4%
0,7%
1,5%
1,7%
1,7%
1,7%
1,0%
1,1%
1,8%
1,8%
1,8%
-6,3%
5,5%
3,3%
1,6%
Economische Projecties juni 2021 NBB: Inflatie (HICP) Economische Projecties juni 2021 NBB: Gezondheidsindex
0,4%
2,2%
2,1%
1,8%
1,0%
1,2%
2,0%
1,6%
2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0%
2020 Figuur 3:
2021
2022
België, 2020 tot 2022, inflatie, ramingen sinds september 2019, in %
39. In dit SERV-advies wordt het effect van de verwachte snellere economische relance op de Vlaamse openbare financiën geraamd. We hanteren opnieuw, zoals in het SERV-advies over de
19
Advies over de initiële begroting 2022
begroting 2021 (juli 20207) en het SERV-Evaluatierapport over die begroting (januari 20218), een meerjarige tijdshorizon tot het einde van de legislatuur (2020-2024). Vooraleer hierop in te gaan besteden we aandacht aan de manier waarop de provisies voor het coronaplan en het relanceplan Vlaamse Veerkracht behandeld worden.
3.2
Uitgaven via provisies in 2020 en 2021
40. Een minstens even belangrijk element als de onzekere macro-economische parameters zijn de corona-gerelateerde uitgaven van de Vlaamse Regering en hun impact op het begrotingstraject: de coronaprovisies in 2020 (€ 3,52 mld) en 2021 (€ 1,85 mld) en de provisie van € 4,3 mld voor het Plan Vlaamse Veerkracht (VV). Tabel 3 geeft een overzicht van de opeenvolgende stappen in de beslissingen van de Vlaamse Regering. We nemen in dit overzicht tevens twee provisies op die strikt genomen niet tot het coronabeleid behoren: de provisie voor het sociaal akkoord VIA-6 in het beleidsdomein Welzijn en Volksgezondheid en Gezin (WVG), en een provisie voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming (OV). Tabel 3: Vlaamse begrotingen sinds de initiële begroting 2020, opeenvolgende stappen in de provisies als reactie op de coronacrisis, in € mln
Begrot
2020 BO
2020 BA1
Datum okt/19 apr/20 Corona 2020 delta 0 2.500 cumul Corona 2021 delta cumul VV
0
2.500
2020 BA1 goedgek jun/20
2020 BA2
2020 BA2 goedgek
okt/20
dec/20
250
250
520
2.750
3.000
3.520
2021 BO
2021 BO goedgek
2021 BA
okt/20
dec/20
apr/21
SOM 2020
3.520 300
700
850
300
1.000
1.850
1.850
4.300
WVG OV TOTAAL
SOM 2021
4.300
delta
286
291
cumul
286
577
577
250
250 3.520
6.977
41. De SERV heeft in dit advies deze ontvangsten en uitgaven, die in principe eenmalig zouden moeten zijn, niet meer via de desbetreffende provisies verwerkt (zoals bij de initiële begroting 2021), maar wel verwerkt bij de beleidsdomeinen waar deze besteed (ingezet) worden. Tevens zijn al deze ontvangsten en uitgaven over de respectievelijk begrotingsjaren verdeeld. Hierbij zijn een aantal veronderstellingen onvermijdelijk: de verdeling van de uitgaven via deze provisies is vandaag immers nog niet bekend, en kan zelfs – ook als er vandaag een toewijzing 7
SERV (2020). Advies over de begroting 2021. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/publicatie/adviesbegroting-2021
8
SERV (2021). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder
2021.
Geraadpleegd
van
20
Advies over de initiële begroting 2022
is – in de komende maanden en jaren nog aanzienlijk veranderen. Deze resultaten zijn dus een momentopname, wat bij de lezing van deze resultaten niet uit het oog mag verloren worden. 42. In zijn recente relancenota en -adviezen, die het relance- en co-coronabeleid mee moeten helpen vormgeven, beklemtoonde de SERV dat dit beleid zowel economisch als sociaal moet worden ingevuld. De risico’s van de coronacrisis voor de economie, de arbeidsmarkt, de volksgezondheid, het sociaal weefsel en de bredere samenleving zijn immers ingrijpend en onderling verbonden. Dat impliceert een relancebeleid dat op meerdere sporen tegelijk werkt. Het uitgangspunt is dat het relancebeleid de duurzame economische groei en het sociaaleconomisch weefsel moet veilig stellen én de post-coronawereld toekomstgericht mee vorm moet geven. Het moet toelaten om Vlaanderen internationaal goed te positioneren en synergiën te realiseren met de maatschappelijke uitdagingen inzake klimaat, digitalisering, en vergrijzing. Dit uitgangspunt is ook voor dit begrotingsadvies een evidentie. Het wordt in het verdere advies niet meer herhaald, maar dient uiteraard wel bij de lezing meegenomen te worden.
3.2.1
Vlaamse Veerkracht
43. De Vlaamse Regering heeft de € 4,3 mld voorziene uitgaven voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht in de initiële begroting 2021 ingeschreven, maar in deze begroting niet meegerekend bij de berekening van het saldo. Daarmee hanteert ze een werkwijze die sinds jaren gevolgd wordt voor de uitgaven voor de Oosterweelverbinding. Gegeven de tijdelijke opschorting van de Europese begrotingsopvolging (activering van de ontsnappingsclausule binnen het SGP in maart 2020) zijn daar bij het indienen van de begroting 2021BO weinig vragen over gesteld. Er werd voornamelijk gewezen op het feit dat het relanceplan in een Europese aanpak past, en dus op een specifieke behandeling in de Europese begrotingsopvolging zal kunnen rekenen. Het gegeven dat alle Belgische overheden (federaal, gewesten en gemeenschappen) bijdragen aan het Belgische relanceplan is eveneens van belang, gezien ze allen geconfronteerd worden met dezelfde vraag: hoe deze middelen en uitgaven in hun begrotingen verwerken zonder in conflict te komen met de Europese begrotingsopvolging? 44. Daarnaast is van belang dat een aanzienlijke financiële ondersteuning vanuit het Europese relanceplan voorzien is. Op 30 april 2021 is het Nationaal Plan voor Herstel en Veerkracht (PHV) door de federale regering na bespreking in het Overlegcomité ingediend bij de Europese instanties9, in het kader van de Europese relancestrategie10 (Next Generation EU). In totaal zijn € 2,255 mld van de voorgestelde Belgische relance-uitgaven bestemd voor het Plan Vlaamse Veerkracht. Naast investeringen komen structurele hervormingen in aanmerking voor financiering via de EU-instrumenten: de VV-
9
Formeel is het Belgische Plan voor Herstel en Veerkracht (Recovery and Resilience Plan) een bijlage bij het Nationale Hervormingsplan ingediend bij de EC op 30 april 2021, en wordt daarmee onderdeel van de afspraken binnen het Europese Semester.
10
Een verduidelijking van het Next Generation EU-plan en zijn componenten wordt gevonden via: https://ec.europa.eu/info/strategy/recovery-plan-europe_nl#financiering-van-de-eu-langetermijnbegroting-en-nextgenerationeu .
21
Advies over de initiële begroting 2022
projecten 158 tot en met 160 (spending reviews, uitgavennorm en optimalisering vergunnings- en beroepsprocedures binnen het beleidsdomein omgeving) betreffen dergelijke hervormingen. 45. In de aangepaste begroting 2021 worden de uitgaven voor het relanceplan geschat op € 2 mld (vereffeningskrediet). Voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht (VV) is de Vlaamse Regering van oordeel dat de aanrekeningsregels inzake EU-subsidies van toepassing zijn. A rato van de voorgenoemde verhouding werden er conform deze benadering € 1,048 mld aan Europese ontvangsten ingeschreven (afgeleid uit: € 2,25 mld ontvangsten / € 4,3 mld uitgaven = 52,44%). Deze werkwijze impliceert dat in 2021 € 951 mln uitgaven buiten het saldo gehouden worden (zie Tabel 4). 46. De SERV-ramingen registreren de ontvangsten via de Europese ondersteuning (€ 2,25 mld) integraal als ESR-ontvangsten, en volgen daarmee de uitgaven en ontvangsten voor Vlaamse Veerkracht zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichting bij de aangepaste begroting 2021: in 2021 zijn € 2,0 mld VEK-uitgaven en € 1,048 mld aan Europese ontvangsten voorzien. Voor 2022 en 2023 wordt uitgegaan van € 1 mld uitgaven voor Vlaamse Veerkracht. We corrigeren de ESR-uitgaven neerwaarts met in totaal € 230 mln, omdat een aantal uitgaven in de praktijk participaties en kredietverleningen (PA) betreft: deze dienen niet meegenomen te worden in de berekening van het ESR-saldo (steeds 10% van uitgaven). We veronderstellen dat 1/ deze PA-uitgaven telkens € 100 mln in 2022 en 2023 (10% van uitgaven) betreffen, en 2/ dat de Europese ontvangsten hierop steeds geen betrekking hebben. We passen wel dezelfde verhouding ontvangsten / uitgaven (52,4%) toe. Voor 2024 veronderstellen we dat het om € 150 mln VV-uitgaven gaat, waarbij opnieuw 10% niet in het saldo dient verwerkt te worden, terwijl deze uitgaven opnieuw voor 52,44% via EU-ontvangsten worden gecompenseerd. Zie Tabel 4. Tabel 4: Vlaamse begroting, 2021-2024, verwerking van het relanceplan Vlaamse Veerkracht in de Vlaamse begroting (ontvangsten, uitgaven, saldo), SERV-werkhypothese
2021 ESR-Uitgaven VV (A)
2022
2023
900.000
900.000
135.000
135.000
4.070.000
100.000
100.000
15.000
15.000
230.000
1.048.800
524.400
524.400
78.660
78.660
2.254.920
951.200
375.600
375.600
56.340
56.340
1.815.080
2.000.000
Non-ESR Uitgaven VV Ontvangsten VV (B) VV ‘buiten ESR-saldo’ (C = AB)
3.2.2
2024
2025
Totaal
Coronaprovisie
47. Bij de begrotingsopmaak 2021 werden de corona-uitgaven geraamd op € 1 mld euro (300 mln bij het indienen van de begroting in oktober 2020 + 700 mln via een amendement in december 2020). Bij de begrotingsaanpassing 2021 werd de coronaprovisie verhoogd tot € 1,85 mld. In dit advies wordt er verondersteld dat deze uitgaven zullen volstaan om de (nasleep van) coronacrisis in 2021 op te vangen. Bij de start van de coronacrisis ontstond een veelvoud van breed georiënteerde initiatieven en steunmaatregelen, vaak in verspreide slagorde opgezet en uitgevoerd, om de meest directe gevolgen van de crisis op te vangen. In de tweede fase van de pandemie werd de steun geleidelijk aan fijnmaziger en gerichter.
22
Advies over de initiële begroting 2022
Gegeven het ‘defensieve’ karakter van deze provisie (= voornamelijk economische en maatschappelijke en gezondheidsimpact van de coronacrisis beperken) wordt er in de ramingen van dit advies van uitgegaan dat er in 2022 geen bijkomende middelen voor een coronaprovisie voorzien worden.
3.2.3
Inzet van de coronaprovisie 2020
48. Alle regeringen in dit land hebben hun begrotingen gebruikt als buffer en schokdemper om de impact van de coronacrisis op te vangen. De overheden namen maatregelen om het inkomen van burgers, zelfstandigen en bedrijven te beschermen, ondersteunden de liquiditeitspositie van ondernemingen, en ontwikkelden initiatieven om de slagkracht van het zorg- en welzijnssysteem in de strijd tegen corona te versterken. De SERV heeft in eerdere rapporten en adviezen zijn waardering uitgesproken voor het beleid van de Vlaamse overheid om de economische en sociale impact van de coronacrisis op te vangen, en bevestigt deze boodschap. Zonder de interventies van de Vlaamse en federale overheden had de coronacrisis geresulteerd in een economische en sociaal debacle zonder voorgaande. 49. De coronaprovisie 2020 bedroeg finaal (bij de goedkeuring van de tweede aangepaste begroting 2020 in december 2020) € 3.520 mln. De inzet van deze provisie 2020 (€ 3,52 mld) kan vandaag – via de gedetailleerde tabellen bij de uitvoering 2020 - nagegaan worden. Daarvan zijn € 71,6 mln uitgaven (2,0% van het totaal) niet op te nemen in het saldo omdat het om participaties en kredietverleningen (begrotingsartikelen met PA achteraan) gaat, die buiten het ESR-saldo blijven. ESRR-matig bedraagt de provisie dus € 3,45 mld. 50. De uitgaven uit de Vlaamse coronaprovisie zijn in hoge mate besteed aan het ondersteunen van het economische weefsel, conform de bevoegdheidsverdeling in België waarbij het economisch ondersteuningsbeleid in belangrijke mate gewestmaterie is.
23
Advies over de initiële begroting 2022
Tabel 5: Vlaamse overheid, inzet van de coronaprovisie 2020 per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € mln
BD C
ISE CA
Beschrijving ISE PROVISIE CORONA 2020 non-ESR (PA)
Corona-uitgaven
In %
-3.520.000
-100,0%
71.621
2,0%
-3.448.379
-98,0%
2.156.300
61,3%
168.306
4,8%
C
CA
PROVISIE CORONA 2020: op te nemen in ESR-saldo
E
ED
Q
QO
GROEI-ONDERSTEUNING KMO'S EN GROEIBEDRIJVEN THEMA-OVERSCHRIJDEND INSTRUMENTARIUM OMGEVING
G
GU
GEINTEGREERD GEZINSBELEID
142.536
4,0%
G
GT
SOCIALE BESCHERMING
125.672
3,6%
S
SG
BINNENLANDS BESTUUR
122.702
3,5%
J
JE
LOOPBANEN
106.188
3,0%
F
FD
KLEUTER- EN LEERPLICHTONDERWIJS
88.375
2,5%
G
GS
ZORGINFRASTRUCTUUR
80.000
2,3%
G
GJ
PREVENTIE
67.134
1,9%
M
ME
BASISBEREIKBAARHEID
65.504
1,9%
325.661
9,3%
OVERIGE
Via het Hermesfonds werd € 2,16 mld of 61,3% van de coronaprovisie 2020 besteed binnen het Inhoudelijk Structuurelement (ISE) ‘Groei-ondersteuning KMO’s en groeibedrijven’. Het resterende deel van deze provisie is voornamelijk verdeeld over de beleidsdomeinen Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ), Omgeving (OMG), Onderwijs en Vorming (OV) en Werk en Sociale Economie (WSE). Zie Tabel 5. 51. De verdeling van de budgettaire middelen over de beleidsdomeinen wijzigt aanzienlijk door deze coronaprovisie. Het beleidsdomein EWI ziet zijn in te zetten middelen immers meer dan verdubbelen. Tabel 6 geeft een overzicht van de betaalkredieten (VEK) van de beleidsdomeinen (uitvoering begroting 2020) in de Vlaamse begroting met en zonder de coronaprovisie. Het aandeel van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) groeit van 2,9% van de Vlaamse ESR-uitgaven naar 7,3% daarvan, of een toename met 4,4%-punt. Het tweede beleidsdomein waar een aanzienlijk toename wordt geregistreerd – al blijft die veel kleiner dan bij EWI – is het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), met een toename van bijna 1%-punt van de Vlaamse middelen via deze provisie. Zie Tabel 6.
24
Advies over de initiële begroting 2022
Tabel 6: Vlaamse overheid, uitvoering begroting 2020, inzet van de coronaprovisie per beleidsdomein, in € dz
PR Corona
BD zdr opdeling PR corona
PR Corona ESR11
FB
-3.457.500
-3.448.379
EWI
5.599.197
in % 11,40%
BD incl opdeling PR corona 2.150.818
in %
Verschil
4,38%
-7,02%
2.160.035
2.156.300
1.409.084
2,87%
3.565.385
7,26%
4,39%
OV
156.174
156.174
14.299.205
29,10%
14.455.379
29,42%
0,32%
WVG
468.854
468.854
12.666.234
25,78%
13.135.088
26,73%
0,95%
CJSM
78.046
73.272
1.218.388
2,48%
1.291.660
2,63%
0,15%
WSE
125.254
125.254
3.334.924
6,79%
3.460.178
7,04%
0,25%
LV
16.069
16.069
193.910
0,39%
209.979
0,43%
0,03%
MOW
76.133
75.520
3.851.996
7,84%
3.927.516
7,99%
0,15%
OMG
168.306
168.306
1.967.477
4,00%
2.135.783
4,35%
0,34%
KBBJ
208.629
208.629
4.448.749
9,05%
4.657.378
9,48%
0,42%
HE
0
0
145.052
0,30%
145.052
0,30%
0,00%
TOT
0
0
49.134.215 100,00%
0,00%
3.3
49.134.215 100,00%
Uitvoering begroting 2020: uitgaven naar aard besteding
52. Dezelfde gegevens (via de uitvoering van de begroting 2020) laten toe om de aard van de besteding van de Vlaamse uitgaven in 2020 na te gaan. Deze zijn als volgt opgedeeld: •
Loonmassa inclusief de lonen van de onderwijsinstellingen: naast het kleuter-, lager en middelbaar onderwijs ook de universiteiten en hogescholen (afgerond € 2,5 mld);
•
Werking van de overheid inclusief deze van alle onderwijsinstellingen: naast de directe werkingskosten worden bijvoorbeeld ook de vergoeding voor PPS-constructies meegenomen;
•
Inkomensoverdrachten (subsidies) aan instanties buiten de overheid: ondernemingen, vzw’s, huishoudens en personen…;
•
Inkomensoverdrachten aan lokale overheden (gemeenten en provincies), voor zover het geen lonen of werkingskosten van onderwijsinstellingen zijn;
•
Directe (eigen) investeringen;
•
Investeringssteun aan derden, waarbij de overheid niet de eigenaar van de activa wordt: vele investeringen in welzijn- en gezondheidsinfrastructuur worden via deze kanalen ondersteund;
•
Onderhoud van bestaande infrastructuur: onderhoud wegen, kanalen…;
•
Overige kleine primaire uitgaven (zonder rente-uitgaven);
•
Rente betaald door de overheid.
11
Het totaal voor het beleidsdomein Financiën en Begroting (FB) komt niet uit op het totaal van de provisie (€ 3,52 mld) omdat een beperkt deel van de besteding binnen het beleidsdomein FB blijft.
25
Advies over de initiële begroting 2022
53. In totaal wordt 39,2% van de Vlaamse overheidsuitgaven besteed aan het functioneren van de overheid: 28,8% via lonen en iets dan 10% van de middelen aan de overheidswerking. Met voorsprong de belangrijkste bestedingspost zijn de subsidies aan derden, die 50,7% van de uitgaven uitmaken: 41,5% betreft subsidies aan instanties buiten de overheid, terwijl 9,2% naar de lokale overheden gaat. Zie Tabel 7. Tabel 7: Vlaamse overheid, uitvoering begroting 2020 (geconsolideerd), uitgaven naar aard van de besteding, per beleidsdomein, in € mln
Beleidsdomein
Som
Lonen
Werking
InkOD12 aan derden
InkOD aan lokale overh
Invest
KapOD On- Overige onderh primaire derst infrauitgainvest str ven Rente
FB
2.151
67
59
1.784
22
0
0
0
104
115
EWI
3.565
372
394
2.416
7
39
248
0
87
2
OV
14.455 11.140
2.275
183
1
474
319
0
31
32
WVG
13.135
284
186
11.760
466
29
329
0
81
0
CJSM
1.292
338
302
532
48
37
29
0
7
0
WSE
3.460
341
271
2.703
123
22
0
0
0
0
210
79
34
69
0
3
24
0
1
0
MOW
3.928
838
1.051
94
8
1.215
208
428
16
71
OMG
2.136
329
171
766
33
170
359
0
32
275
KBBJ
4.657
281
338
94
3.829
23
18
0
73
1
HE TOTAAL
145
96
34
12
0
2
0
0
0
0
49.134 14.164
5.115
20.413
4.538
2.015
1.535
428
432
496
100,0% 28,8%
10,4%
41,5%
9,2%
4,1%
3,1%
0,9%
0,9%
1,0%
LV
In % tot
De investeringen13 werden in het verleden als één geheel gerapporteerd, maar worden vanaf 2021 in twee (plus één) groepen opgesplitst, conform de concepten gehanteerd in de Nationale Rekeningen: de investeringen die de overheid zelf realiseert (als eigenaar van de activa) komen uit op iets meer dan € 2 mld (4,1%), terwijl de investeringsondersteuning aan derden (deze derden zijn eigenaar van de activa; vooral van toepassing in de gezondheids- en welzijnssector, evenals cultuur, sport…) uitkomt op € 1,5 mld (3,1%). Samen gaat dat om € 3,6 mld, of 6,7% van de totale Vlaamse bestedingen. In het verleden werd soms ook het onderhoud van overheidsinfrastructuur in het totaalcijfer opgenomen, wat in 2020 neerkomt op € 0,4 mld (0,9%). De rente-uitgaven vertegenwoordigen 1% van de Vlaamse uitgaven, terwijl de overige (niet in de andere kolommen opgenomen) uitgaven iets lager uitkomen.
3.4
Overige kenmerken SERV-ramingen
Voor een uitgebreide toelichting van de methodiek van de SERV-raming, zie Bijlage 1 vanaf pagina 44. 12
InkOD staat voor: inkomensoverdrachten, terwijl KapOD staat voor kapitaaloverdrachten.
13
Over de rapporteringswijze van investeringen zijn in het voorjaar van 2021 afspraken gemaakt in de Werkgroep Leesbaarheid van de Begroting van het Vlaams Parlement, die we hier eveneens toepassen.
26
Advies over de initiële begroting 2022
3.4.1
Ontvangsten
54. Langs de ontvangstenzijde worden de macro-economische parameters van de middellange termijnvooruitzichten van het Planbureau (2021b) gehanteerd (zie ook Tabel 2 op pagina 19).
3.4.2
Uitgaven
55. De vertrekbasis voor de ramingen bij ongewijzigd beleid vormen de recent ingediende aangepaste begroting 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025. Zie Tabel 8. Tabel 8: Vlaamse begrotingen 2021BA, wijzigingen ten opzichte van Meerjarenraming 2020-2025 en de begroting 2021BO met impact op de begrotingen 2022 tot en met 2024, in € dz (VEK), zoals meegenomen in de SERV-ramingen
BD FB FB OV OV OV OV WVG WVG WVG WVG WVG WVG WVG WVG KBBZJ CJSM OMG
Rentekosten Fiscale uitgaven dienstencheques Lonen Werking Hoger onderwijs Studiefinanciering hoger onderwijs Zorg- en welzijnsakkoord VIA6 Woonzorgcentra Zorgbudget VSB Maximumfactuur Groeipakket14 vaste rechten Groeipakket selectieve participatietoeslag Groeipakket regularisaties vorige jaren Lokale besturen VIA6, personeel CJSM Terugdraaiende teller + warmtepompen / boilerpremie Bijkomende uitgaven 2022-2024
BA2021 3.800 -27.200 29.000 700 200 13.700 291.000 12.000 -30.700 -8.200 100 20.700
2022 3.800 -27.200 29.000 700 200 13.700 52.000 12.000 -30.700 -8.200 100 20.700
2023 3.800 -27.200 29.000 700 200 13.700 52.000 12.000 -30.700 -8.200 100 20.700
2024 3.800 -27.200 29.000 700 200 13.700 52.000 12.000 -30.700 -8.200 100 20.700
17.800
17.800
17.800
17.800
29.500
29.500
29.500
29.500
30.000 2.000
30.000 2.000
30.000 2.000
30.000 2.000
114.700
100.000
100.000
100.000
245.400
245.400
245.400
56. Een aantal maatregelen en open end-beslissingen gedocumenteerd in de Algemene Toelichting van de Aangepaste Begroting 2021 resulteren ook in gewijzigde ESR-uitgaven in de daarop volgende jaren. Er wordt geraamd dat deze uitgaven een recurrente impact van € 245,3 mln hebben in 2022 en volgende jaren. Het gaat uiteraard om een stand van zaken opgemaakt op basis van de beschikbare informatie in juni 2021. De belangrijkste elementen zijn de beslissing van januari 2021 om de vernietiging van de wettelijk kader rond de terugdraaiende teller (zonnepanelen, warmteboilers…) op te vangen met een alternatief mechanisme, waarvan de recurrente impact vanaf 2022 zou neerkomen op € 100 mln per jaar. Open end-beslissingen in voornamelijk de welzijns- en onderwijssector hebben eveneens een impact, naast kleinere uitgaven in verschillende beleidsdomeinen.
14
Het Groeipakket is de nieuwe naam voor de gezinsbijslag gecombineerd met andere financiële tegemoetkomingen om gezinnen te ondersteunen in de opvoeding van hun kinderen. Zie voor meer duiding bij de gehanteerde begrippen: www.groeipakket.be.
27
Advies over de initiële begroting 2022
3.4.3
Impact regeerakkoord
57. Er wordt vanaf 2022 rekening gehouden met begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen van de Vlaamse Regering 2019-2024 die, conform de Meerjarenraming, enkel rechtstreeks in het saldo verwerkt worden.
3.4.4
Schuldevolutie
58. Het SERV-advies raamt de evolutie van de Vlaamse schuld bij ongewijzigd beleid, vertrekkende van de gedocumenteerde geconsolideerde schuld van 2020. Hiervoor verhogen we de jaarlijks de schuld met het begrotingstekort, alsook met de andere gekende elementen die de schuldevolutie beïnvloeden (zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichtingen van de aangepaste begroting 2021 en van de Meerjarenraming 2020-2025). De schuld aangegaan voor de Oosterweelverbinding is eveneens telkens opgenomen in het totaal. De rente-uitgaven stijgen pro rata met deze opgenomen in de Meerjarenraming (verhouding rente-uitgaven / uitstaande schuld), waarbij we dus veronderstellen dat de bijkomende schuld telkens aan identieke voorwaarden als de bestaande schuld kan gefinancierd worden15. 59. De behandeling van Vlaamse Veerkracht in de Vlaamse schuld vergt bijzondere aandacht. In de initiële begroting 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025 ging men uit van een schuldaangroei door Vlaamse Veerkracht met 4 mld: € 1 mld, € 1,5 mld en € 1,5 mld in respectievelijk 2021, 2022 en 2023. Deze laatste cijfers hielden echter geen rekeningen met de inbreng van EU-subsidies uit het steunfonds Europese Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (gecumuleerd € 2,255 mld). Indien rekeningen gehouden wordt met deze Europese ontvangsten, dan zou het relanceplan Vlaamse Veerkracht de Vlaamse schuld met ongeveer € 2 mld doen toenemen (verschil totale uitgaven € 4,3 mld – ontvangsten EU-subsidies € 2,254 mld). Zie Tabel 9. Tabel 9: Vlaamse overheid, netto schuldtoename door relanceplan Vlaamse Veerkracht, in € dz
2021
Totaal
Uitgaven VV
2.000.000
4.300.000
Ontvangsten VV
1.048.800
2.254.920
951.200
2.045.080
Saldo VV
In de begrotingsaanpassing 2021 gaat de Vlaamse Regering evenwel uit van een schuldtoename van € 1,45 mld door het relanceplan Vlaamse Veerkracht, wat we overnemen16. De netto schuldtoename voor 2022 en 2023 in de SERV-raming gaat dus uit van de veronderstelling dat € 1,451 15
Deze hypothese houdt geen rekening – bij gebrek aan meer gedetailleerde gegevens – met de lagere rentevoeten voor nieuwe schuld in vergelijking met de rentevoeten voor reeds langer uitstaande schuld. Dit kan een beperkte impact van maximum enkele tientallen miljoen euro op het resultaat hebben.
16
Er worden voor het Vlaamse relanceplan iets meer dan € 1 mld ontvangsten vanuit Europa verwacht terwijl er € 2 mld relance-uitgaven in 2021 voorzien worden. Voor de financiering van het relanceplan wordt meer dus voorzien dan het verschil tussen de ESR-ontvangsten en -uitgaven (€ 1.451 mln). De financieringsbehoefte dient echter rekening te houden met de te verwachten kasontvangsten en -uitgaven. Aan uitgavenkant betreft het de voorziene € 2 mld (ingeschreven ESR-uitgaven), aan ontvangstenkant is de verwachting dat slechts een beperkt deel van de ESR-ontvangsten vanuit Europa effectief kasmatig in 2021 worden ontvangen: het Rekenhof geeft aan kasmatig slechts € 549 mln mag verwacht worden. Zie het Rapport van het Rekenhof over de aangepaste Vlaamse begroting 2021 voor meer duiding.
28
Advies over de initiële begroting 2022
mld schuld voor VV is aangegaan in 2021, en dat de nog te registreren schuld daarvoor, na aftrek van de ontvangsten van € 2,25 mld, neerkomt op volgende elementen: € 2.045 mld totale schuld - € 1,451 mld reeds opgenomen in 2021 = € 594 mln nog te verwerken. We veronderstellen dat dit verloopt volgens het ritme van de SERV-raming voor de uitgaven en ontvangsten van Vlaamse Veerkracht, dus jaarlijks € 258 mln in 2022 en 2023. Voor 2024 en 2025 wordt een gelijkaardige deductie toegepast vertrekkend van jaarlijkse uitgaven van € 150 mln voor dit relanceprogramma. Zie Tabel 10. Tabel 10: Vlaamse overheid, netto schuldtoename door relanceplan Vlaamse Veerkracht, begroting 2021, Meerjarenraming 2020-2025 en SERV-raming, in € dz
2021 BO2021 en MJR 2020-2025
2022
2023
1.000.000 1.450.770
1.500.000
1.500.000
BA2021, AT SERV-raming
1.450.770
258.396
258.396
2024
2025
150.000
150.000
38.759
38.759
Totaal 4.300.000 1.450.770 2.045.080
Het resultaat van deze benadering is dat de schuldtoename aanzienlijk verbetert ten opzichte van de schuldevolutie geraamd in de laatste Meerjarenraming, aangezien daar wel de uitgaven voor VV (€ 4,3 mld) maar niet de ontvangsten werden meegerekend. In dit advies worden de Europese ontvangsten wel in mindering gebracht van de geraamde uitgaven, zodat de schuldtoename met € 2,25 mld vermindert. Tevens is de schuldtoename zoals gedocumenteerd in de aangepaste begroting 2021 als startbasis genomen, en niet meer initiële begroting 2021 en de Meerjarenraming 2021-2025.
29
Advies over de initiële begroting 2022
4
Resultaten SERV-raming
60. De gevolgen van de coronacrisis zullen de huidige en volgende legislatuur domineren. Alle regeringen in dit land – op federaal en regionaal niveau - hebben hun begrotingen gebruikt als buffer en schokdemper om de impact van de coronacrisis op te vangen. De overheden namen maatregelen om het inkomen van burgers, zelfstandigen en bedrijven te beschermen, ondersteunden de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen en namen initiatieven om de slagkracht van het zorg- en welzijnssysteem in de strijd tegen corona te versterken. Maar het werk is niet af, en er dienen nog belangrijke stappen gezet te worden. 61. In dit hoofdstuk raamt de SERV een actualisering van de begrotingen 2021 en volgende jaren, op basis van de vandaag beschikbare informatie. In deze oefening zijn de recente maatregelen en beslissingen van de Vlaamse Regering verwerkt. Er is vertrokken van de macro-economische parameters in de Economische Vooruitzichten van het FPB van juni 2021. Voor een gedetailleerd toelichting van de elementen gehanteerd bij de berekening van de ontvangsten, uitgaven en saldo in dit hoofdstuk: zie Bijlage 1 vanaf pagina 44.
4.1
Begrotingsresultaten
4.1.1
Verbetering van het tekort in 2021
62. In de SERV-raming zou bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort in 2021 conform de Europese aanrekeningsregels (ESR) uitkomen op € -5 mld, en daarmee € 291 mln verbeteren en opzichte van de aangepaste begroting 2021. De verbetering van het saldo in 2021 is uitsluitend te wijten aan hogere ontvangsten door de snellere economische relance, bij de uitgaven zijn ten opzichte van de aangepaste begroting 2021 geen wijzigingen aangebracht. Zie Tabel 11. De ontvangsten van 2021 bevatten immers een aantal positieve effecten: de afrekeningen van de BFW-dotaties 2020 en de gedeeltelijke verschuiving van ontvangsten via de gewestbelastingen van 2020 naar 2021. Deze laatste betreffen de verlenging van de aangiftetermijn bij de erfbelasting en van de betaaltermijn bij de onroerende voorheffing en de belasting op inverkeerstelling. In totaal komt de geraamde verschuiving neer op € +42 mln in 202117. De afrekeningen voor de BFW-ontvangsten resulteren in een positieve resultaat18 van afgerond € 724 mln in 2021, wat € 27 mln lager is dan voorzien bij de begrotingsaanpassing.
17
Een verschuiving van € 20, € 7 en € 15 mln voor respectievelijk de erfbelasting, onroerende voorheffing en de belasting op inverkeerstelling. Zie Sectie 6.1.4 voor meer duiding.
18
De maandelijkse BFW-doorstortingen door het federale niveau zijn normaliter identiek voor het gehele jaar, al is in 2020 dit bedrag uitzonderlijk wel bijgesteld door de corona-omstandigheden: in juni 2020 werd de BBPgroei voor 2020 bij de bijstelling van de doorstortingen geraamd op -10,6% (Federaal Planbureau, 2020b), terwijl de realisatie 2020 uitkomt op een krimp met -6,3%. Het verschil tussen het reeds ontvangen bedrag en het finaal correcte bedrag voor 2020 wordt in het daarop volgende jaar (2021) afgerekend.
30
Advies over de initiële begroting 2022
4.1.2
Blijvend aanzienlijk tekort bij ongewijzigd beleid in de komende jaren
63. Voor de jaren na 2021 ontstaat evenwel een ander beeld: het ESR-saldo ligt in de SERVramingen in 2022-2024 telkens rond de € -3,1 mld, en evolueert bij ongewijzigd beleid weinig of niet in positieve zin. Hiermee blijft het tekort aanzienlijk negatiever dan geraamd in de Meerjarenraming 2020-2025. Zie Tabel 12 op pagina 32. Tabel 11: Vlaamse overheid, begrotingsuitvoering 2020, aangepaste begroting 2021 en SERV-raming 2021, belangrijkste begrotingsresultaten, in € dz en in % van ontvangsten
Ontvangsten Uitgaven Saldo voor onderbenutting en ESR-correcties Onderbenutting ESR-correcties Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord, in % ontvangsten Uitgaven VV Ontvangsten VV Uitgaven via covid-provisie ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies Bouwkost Oosterweel ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel, in % ontvangsten
UITV 2020 43.310.848 -49.310.383 -5.999.535
BA 2021 SERV 2021 47.610.153 47.901.423 -54.119.842 -54.119.842 -6.509.689 -6.218.419 1.236.963 1.236.963 -4.494 -4.494
SERV2021 -BA2021 291.270 0 291.270 0 0
-5.999.535
-5.277.220
-4.985.950
291.270
-13,9%
-11,1% 2.000.000 -1.048.800
-10,4% 2.000.000 -1.048.800
0,7% 0 0
3.520.000
1.850.000
1.850.000
0
-2.479.535 101.680
-2.476.020 146.086
-2.184.750 146.086
291.270 0
-2.377.855
-2.329.934
-2.038.664
291.270
-5,5%
-4,9%
-4,3%
0,6%
De voornaamste oorzaak zijn de uitgaven en ontvangsten via het relanceplan Vlaamse Veerkracht voor 2022 tot en met 2024, die in de SERV-raming wel en de Meerjarenraming niet zijn verwerkt. Het relanceprogramma werd in de laatste Meerjarenraming enkel als een provisie in 2021 geregistreerd, en had daarmee geen impact op de volgende jaren. In de SERV-raming worden de ontvangsten en uitgaven van het relanceprogramma Vlaamse Veerkracht wel opgenomen, en verdeeld over de jaren 2022 tot 2024. De gekozen assumpties impliceren voor 2022 en 2023 een daling van het saldo met € 376 mln, gezien de Europese ontvangsten jaarlijks op € 524 mln geraamd worden terwijl de ESR-uitgaven € 900 mln zouden bedragen: zie Hoofdstuk 3.2.1 voor de gehanteerde verdeling van deze ontvangsten en uitgaven inclusief een duiding van de gehanteerde werkwijze. Voor 2024 wordt rekening gehouden met uitgaven van € 135 mln en ontvangsten van € 79 mln, en dus een negatieve impact van € 56 mln op het saldo. De SERV benadrukt dat de verdeling van de VV-uitgaven op hypotheses berust die de komende maanden aanzienlijk kunnen wijzigen, waardoor het geraamde saldo in deze oefening eveneens dient bijgesteld te worden. We kennen vandaag de verdeling van de VV-middelen en -uitgaven immers niet gedetailleerd, wat als een argument kan gehanteerd worden om deze elementen uit de berekening te weren. Er is niet voor deze benadering gekozen: de fout gemaakt door het
31
Advies over de initiële begroting 2022
gehele relanceprogramma integraal niet in de berekening op te nemen, is groter dan het vandaag foutief inschatten van de verdeling van deze bestedingen in de komende jaren. 64. De SERV gaat er tevens van uit (assumptie) dat de recente Regeringsbeslissingen en de open end financiering van een aantal uitgaven (beslissingen na de initiële begroting 2021) leiden tot € 245 mln recurrente uitgaven in de komende jaren. Zij worden dus niet enkel meegenomen in de aangepaste begroting 2021 maar eveneens in de begrotingen van de daaropvolgende jaren. Voor een overzicht van de geraamde uitgaven, zie Tabel 8 en Bijlage 1 vanaf pagina 44. De bijgestelde onderbenuttingshypothese (van 2,24% bij 2021BO naar 2,10% bij 2021BA) impliceert een impact van ongeveer € -70 mln op het saldo. Tabel 12: Vlaamse begroting, 2021 tot 2024, SERV-raming, belangrijkste begrotingsresultaten, in € dz en in % van ontvangsten
Ontvangsten Uitgaven Saldo voor onderbenutting en ESR-correcties Onderbenutting ESR-correcties Impact regeerakkoord Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord, in % ontvangsten Uitgaven VV Ontvangsten VV Uitgaven eenmalige covid ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies Bouwkost Oosterweel ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel, in % ontvangsten
2021 47.901.423 -54.119.842
2022 47.701.456 -52.042.319
2023 48.982.338 -53.030.808
2024 49.780.358 -53.455.881
-6.218.419
-4.340.863
-4.048.470
-3.675.523
1.236.963 -4.494
1.203.816 -2.260 -6.191
1.223.906 424 -279.768
1.231.941 0 -580.887
-4.985.950
-3.145.498
-3.103.908
-3.024.469
-10,4% 2.000.000 -1.048.800
-6,59% 900.000 -524.400
-6,34% 900.000 -524.400
-6,08% 135.000 -78.660
1.850.000
0
0
0
-2.184.750 146.086
-2.769.898 258.278
-2.728.308 290.650
-2.968.129 383.000
-2.038.664
-2.511.620
-2.437.658
-2.585.129
-4,3%
-5,3%
-5,0%
-5,2%
65. De voorlaatste rij van Tabel 12 geeft het ESR-saldo zonder de eenmalige corona-uitgaven, het relanceplan Vlaamse Veerkracht en de bouwkost van Oosterweel. Dit saldo geeft een betere vergelijkingsbasis met het saldo uit de Meerjarenraming 2020-2025. Dit saldo kan ook begrepen worden als de blijvende en structurele uitdaging voor de Vlaamse begroting bij ongewijzigd beleid, na verwijdering van de tijdelijke en eenmalige ontvangsten en uitgaven uit de analyse. De verschuiving tussen het SERV-resultaat en de laatste meerjarenraming voor 2021 wordt aanzienlijk beïnvloed door de wijze waarop de BFW-afrekeningen van voorgaande jaren in het resultaat verwerkt worden. De SERV past de groeivoeten bbp en inflatie integraal toe in het jaar waarop deze van toepassing zijn, zodat er geen afrekeningen in volgende jaren zich kunnen voordoen. De meerjarenraming vertrekt van de cijfers in de initiële begroting 2021, waar € 558 mln aan afrekeningen (gewest- en gemeenschapsbevoegdheden BFW) zijn opgenomen. De oorzaak is het positief bijstellen van de economische groei in de loop van 2020: de BFW voorziet
32
Advies over de initiële begroting 2022
immers dat maandelijks een vast bedrag door de federale overheid tussen januari en december wordt gestort, en dat de teveel of te weinig ontvangen bedragen in het begin van het daaropvolgende jaar19 worden bijgestort dan wel ingehouden. Het bijstellen van de groei in 2021 is door de SERV in het eindresultaat 2021 verwerkt, wat in de meerjarenraming in twee stappen gerealiseerd wordt.
Figuur 4: Vlaamse overheid, ingediende begrotingen en SERV-ramingen, ESR-saldo en ESR-saldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel, in € mld
Indien abstractie gemaakt wordt van de eenmalige effecten in de Vlaamse Begroting en indien de macro-economische parameters gehanteerd in deze raming zich realiseren dan zou bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort in de komende jaren rond € -2,4 à € -2,6 mld liggen. Een jaarlijks tekort van afgerond 5% van de ontvangsten lijkt daarmee structureel verankerd te worden in de Vlaamse begroting, indien de komende jaren geen bijkomende maatregelen worden genomen. Het tekort wordt zowel verklaard door permanent lagere ontvangsten door de gemiste groei tijdens de crisisjaren, door de bijkomende recurrente uitgaven beslist in het afgelopen jaar, en door de uitdagingen waar de Vlaamse begroting reeds voor de uitbraak van de coronacrisis mee werd geconfronteerd (tekort van € 814 mln bij begroting 2020BO, of € 623 mln zonder de Oosterweeluitgaven).
19
Uitzonderlijk is in 2020 dit bedrag in de loop van het jaar bijgesteld, om rekening te houden met de wijzigingen door de coronacrisis.
33
Advies over de initiële begroting 2022
4.1.3
Begrotingsdoelstelling van de Vlaamse Regering
66. Bij de opmaak van de begroting 2021 besliste de Vlaamse Regering tot volgende begrotingsdoelstelling: op het einde van de legislatuur (2024) bedraagt het tekort op de begroting de helft van het tekort in 2022. Deze doelstelling kan getoetst worden via deze raming: het resultaat voor 2024 bij ongewijzigd beleid wordt vergeleken met de helft van het tekort in 2022; vervolgens kan de gecumuleerde inspanning tussen 2022 en 2024 berekend worden om deze doelstelling te bereiken. Zie Tabel 13. Tabel 13: Vlaamse overheid, SERV-raming, begrotingsdoelstelling 2024 en gecumuleerde vereiste begrotingsinspanning tussen 2022 en 2024 om deze doelstelling te bereiken, in € dz en % van de ontvangsten
2022
2024
SERV-raming ESR-saldo exclusief co-2.511.620 -2.585.129 vid- en VV-uitgaven en Oosterweel SERV-raming ESR-saldo exclusief covid- en VV-uitgaven en Oosterweel, in % van de ontvangsten 2024 -5,2%
Gecumuleerde inDoelstelling spanning om doelstel2024 ling 2024 te bereiken -1.255.810
-1.329.319
-2,5%
-2,7%
De helft van het geraamde tekort van 2022 (€ -2,5 mld zonder de Oosterweeluitgaven en uitgaven en ontvangsten van het relanceplan Vlaamse Veerkracht) komt in deze raming neer op € -1,3 mld. Bij ongewijzigd beleid zou het begrotingsresultaat in 2024 op € 2,6 mld uitkomen, wat een bijkomende inspanning van € 1,3 mld in de tweede helft van deze legislatuur zou impliceren. De Vlaamse sociale partners vinden dit gespreid over een periode van drie jaar een na te streven objectief, waarbij een evenwicht betracht wordt tussen het garanderen van op termijn houdbare overheidsfinanciën en het vrijwaren van de economische en maatschappelijke relance.
4.1.4
Inflatie als onzekere, maar sturende parameter
67. Zoals verduidelijkt in Hoofdstuk 3.1.2 is de raming van de inflatie vandaag onzeker, wat leidt tot hogere (>2%) en lagere ramingen (<1,5%) voor 2021 en 2022. Zie ook Tabel 2 in Hoofdstuk 3.1.2. vanaf pagina 18. De inflatie is de belangrijkste drijver van de Vlaamse ontvangsten: de BFW-dotaties, de brutoopcentiemen en de belangrijkste gewestbelastingen zijn volledig gekoppeld aan de inflatie. De impact van de economische groei (bbp) op de ontvangsten is minder groot. 68. Tabel 14 geeft een sensitiviteitsanalyse van de inflatie op de Vlaamse ontvangsten. In deze analyse zijn de inflatieparameter uit de Economische Projecties van de Nationale Bank (2021) van juni 2021 als basis genomen, en vergeleken met de projecties van het Planbureau (2021b). De weerhouden verschillen betreffen de inflatieparameters, de overige parameters (bbp-groei, gezondheidsindex) worden constant gehouden. In 2021 zouden de ontvangsten via de positief bijgestelde inflatieparameters € 229 mln hoger liggen dan geraamd in de SERV-analyse. Het effect groeit aan tot € 536 mln in 2024. De BFWdotaties zijn de belangrijkste drijver van de stijging, maar ook de ontvangsten uit de gewestbelastingen en opcentiemen liggen beduidend hoger. Gecumuleerd over de periode 2021-2024 zou de Vlaamse Overheid door dergelijke hoge inflatie gecumuleerd over de gehele periode € 1,7 mld meer ontvangsten realiseren.
34
Advies over de initiële begroting 2022
Tabel 14: Vlaamse overheid, SERV-raming ontvangsten bij toepassen van de inflatieparameter uit de Economische Projecties van juni van de Nationale Bank, verschil met oorspronkelijke raming, in € dz
BFW-dotaties Gewestbelastingen
2021
2022
2023
2024
183.428
300.454
337.302
346.827
1.168.011
45.923
72.871
81.534
83.572
283.899
0
55.946
92.371
105.320
253.637
229.351
429.271
511.207
535.719
1.705.548
Opcentiemen Totaal
Cumulatief 2021-2024
In deze analyse is de impact van hogere uitgaven via de gestegen inflatieverwachtingen niet meegenomen. De impact langs uitgavenzijde zou immers – volgens deze prognoses - verwaarloosbaar zijn, gezien langs uitgavenzijde de gezondheidsindex de relevante parameter is (en niet het algemene inflatiecijfer). Gegeven het feit dat de prognoses voor de gezondheidsindex weinig verschillen in de beide ramingen, is met dit element geen rekening gehouden in deze sensitiviteitsanalyse.
4.2
Resultaten schuldevolutie
69. De Vlaamse geconsolideerde schuld (conform de schuldnormering) groeit bij ongewijzigd beleid in de SERV-raming van € 25,7 mld in 2020 naar € 34,1 mld in 2021. Hierdoor evolueert de verhouding van de schuld tot de lopende ontvangsten tot 71,2%, dus boven de schuldratiodrempel van de Vlaamse Regering van 65%. In de volgende jaren groeit de schuld aan tot € 47,8 mld in 2024, of een toename met meer dan € 20 mld ten opzichte van 2020. De schuld blijft sneller aangroeien dan de lopende ontvangsten, tot 96% van de ontvangsten in 2024. Zie Tabel 15 en Figuur 5 voor een visualisering. Tabel 15: Vlaamse overheid, begroting 2020 en ramingen voor 2021 en volgende jaren, evolutie schuld, in € dz en in % van ontvangsten en bbp
2020 BA2021 SERV2021 SERV2022 SERV2023 SERV2024 Som Vlaamse schuld 30.225.168 37.803.912 37.512.642 42.035.684 46.333.310 50.389.604 Som schuld conform schuld25.699.618 34.409.577 34.118.307 38.903.157 43.457.074 47.765.474 normering Som schuld conform schuldnormering, in % van ontvang59,3% 72,3% 71,2% 81,6% 88,7% 96,0% sten Som Vlaamse schuld, in % van 6,8% 7,6% 7,8% 8,4% 9,0% 9,5% bbp Som Vlaamse schuld conform schuldnormering, in % van bbp
5,7%
6,9%
7,1%
7,8%
8,4%
9,0%
70. De schuld in de SERV-raming is in de verdere legislatuur evenwel minder groot dan in de laatste Meerjarenraming (€ 48,8 mld in 2024). Zie Tabel 16. De uitgangspunten van beide ramingen zijn echter aanzienlijk verschillend. De SERV-raming houdt rekening met de actualisering van de ontvangsten door de meer recente economische vooruitzichten en de maatregelen van de Vlaamse Regering beslist na de opmaak van de Meerjarenraming 2020-2025. Daarnaast houdt de SERV rekening met de EU-ontvangsten voor het Relanceplan Vlaamse Veerkracht (gecumuleerd € 2,2 mld), die niet meegenomen zijn in de
35
Advies over de initiële begroting 2022
Meerjarenraming. Tenslotte lag de effectieve schuldtoename in de uitvoering van de begroting 2020 lager dan geraamd bij de tweede begrotingsaanpassing 2020.
Figuur 5: Vlaamse overheid, ingediende begrotingen en SERV-ramingen, evolutie van de schuld conform de Vlaamse schuldnormering, in € mld en % van de ontvangsten.
Tabel 16: Vlaamse overheid, begrotingen 2019, 2020 en 2021 en Meerjarenraming 2020-2025, evolutie schuld, in € dz en in % van ontvangsten en bbp
2019 Som Vlaamse schuld
2BA2020
BO2020
MJR2022
MJR2023
MJR2024
24.119.905 32.058.670 37.036.341 42.584.799 47.846.493 51.571.116
Som schuld conform schuld20.020.445 28.230.042 33.489.657 39.299.926 44.817.911 48.794.640 normering Som schuld conform schuldnormering, in % van ont43,90% 65,5% 72,5% 83,4% 92,5% 98,2% vangsten Som Vlaamse schuld, in % 5,10% 7,5% 7,9% 8,7% 9,4% 9,9% van bbp Som Vlaamse schuld conform schuldnormering, in % 4,20% 6,6% 7,1% 8,0% 8,8% 9,3% van bbp
36
Advies over de initiële begroting 2022
5
Begrotingsbeleid: houdbaarheid overheidsfinanciën garanderen
5.1
Uitdagingen voor de Vlaamse overheidsfinanciën
5.1.1
Inkomsten en uitgaven structureel uit evenwicht…
71. In het vorige hoofdstuk is geconcludeerd dat de Vlaamse ontvangsten sterker en blijvender de corona-impact ondergaan, en slechts geleidelijk aan groeien. De uitgaven kennen een aanzienlijke opstoot door de coronamaatregelen, maar blijven evolueren op een aanzienlijk hoger niveau dan de ontvangsten. Dit impliceert bij ongewijzigd beleid een blijvend en aanzienlijk tekort tijdens de verdere legislatuur. De Vlaamse Regering heeft tijdens de coronacrisis steeds bevestigd dat zij de afspraken in het regeerakkoord 2019-2024 in principe integraal zal uitvoeren, ook al heeft de crisis een aanzienlijke impact op de Vlaamse overheidsfinanciën. Dit impliceert dat de voorziene enveloppe voor nieuw beleid in principe integraal ingezet wordt. 72. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat een aantal aangekondigde beleidsdoelstellingen nog niet in de begroting verwerkt worden, al kunnen zij potentieel van zeer groot belang zijn. De SERV heeft in zijn Evaluatierapport van januari 202120 een overzicht van deze uitdagingen gemaakt. We stippen in dit advies de twee belangrijkste elementen nogmaals aan, gezien ze vandaag nog steeds even relevant zijn en niet door de Vlaamse Regering beantwoord werden:
Deconsolidatie De Lijn en vergroening busvloot? 73. De Vlaamse Regering heeft op 10 juli 2020 een nota21 besproken over de wijze waarop de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn vanaf 1 januari 2022 buiten de consolidatiekring van de Vlaamse overheid zou blijven, zoals afgesproken in het Regeerakkoord 2019-2024. Dergelijke deconsolidatie impliceert dat het investeringsprogramma voor de vergroening van de busvloot niet meer in de Vlaamse begroting dient verwerkt te worden. De kost van deze operatie (inclusief het investeringsprogramma) zal steeds in hoge mate in de Vlaamse begroting opgenomen moeten worden, gezien De Lijn minder dan 20% van zijn huidige uitgaven via eigen ontvangsten kan realiseren. Ook de impact van deze beslissingen dient in het verdere Vlaamse begrotingstraject meegenomen te worden.
Oosterweelverbinding: nieuwe engagementen? 74. De Oosterweelverbinding is een uitzonderlijk grote, strategische en niet-recurrente investering, met een groot economisch belang op lokaal, regionaal, landelijk en zelfs euregionaal niveau. 20
Zie SERV (2021). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder
21
Zie Vlaamse Regering (2020). Mededeling aan de Vlaamse Regering. Conceptnota deconsolidatie en externe financiering De Lijn. VR 2020 1007 MED.0237/1BIS. Geraadpleegd van https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5F070F8EFA87E000080006DD
2021.
Geraadpleegd
van
37
Advies over de initiële begroting 2022
Voor de realisatie van het Oosterweelproject heeft de Vlaamse Regering met Lantis (voorheen de BAM) een taakstellend budget van € 3,7 miljard euro afgesproken [conform het prijspeil in januari 2019]. Dat betreft de hoofdwerken van het project, en de Vlaamse Regering houdt deze uitgaven buiten haar begrotingsdoelstelling. Voor de leefbaarheidsprojecten en de bestudeerde overkapping van de Antwerpse ring is een eerste pakket projecten ter waarde van € 1,25 mld principieel aanvaard. Een terugverdienmodel op basis van tolheffing tijdens de exploitatiefase zal van toepassing zijn, zodat op termijn de realisatie van de Oosterweelverbinding integraal door de gebruiker zal gefinancierd worden. Bij opmaak van dit advies is geen rekening gehouden met een mogelijke impact van maatregelen betreffende de bodemvervuiling door PFOS op de omgeving van de voormalige 3M-site in Zwijndrecht, en dit zowel qua timing als budgettaire impact. 75. Bij de Oosterweelverbinding blijft de financiering van mogelijk bijkomende uitgaven, die niet onder het Toekomstcontract vallen, zoals afgesproken op het einde van de vorige legislatuur, onduidelijk. Het huidige financieringsmodel achter de Oosterweelwerken vertrekt van de engagementen in dat Toekomstcontract. Het belangrijkste daarin ontbrekende element qua budgettaire impact is de overkapping van de Antwerpse Ring. De financiële vereisten daarvoor zijn in elke raming zeer aanzienlijk, en worden vandaag niet meegenomen in het Vlaamse begrotingstraject.
5.1.2
Economie herstelt maar overheidsfinanciën volgen niet
76. Bij ongewijzigd beleid volgen de Vlaamse overheidsfinanciën het herstel van de economie dus slechts zeer gedeeltelijk. Het blijvende tekort op de Vlaamse begroting op het einde van de legislatuur wordt zoals hoger toegelicht geraamd op € -3 mld (€ -2,6 mld exclusief uitgaven Oosterweel). De daling tegenover het tekort van 2021 (€ -5,0 mld en € -4,8 mld exclusief uitgaven Oosterweel) wordt voornamelijk gerealiseerd door verminderde crisisuitgaven (weggevallen uitgaven voor corona en Vlaamse Veerkracht). Een jaarlijks tekort van afgerond 5% van de ontvangsten lijkt structureel verankerd te worden in de Vlaamse begroting, indien de komende jaren geen bijkomende maatregelen worden genomen. 77. De eerste centrale beleidsdoelstelling voor 2022 en volgende jaren is: zo snel en zo efficiënt mogelijk blijven inzetten op een duurzame economische groei. De aantrekkende internationale conjunctuur en de het transformatieprogramma Vlaamse Veerkracht zijn daarin cruciaal. Deze groei is geen doel op zich, maar noodzakelijk om budgettaire ruimte te creëren voor de beleidsprioriteiten, zoals: de investeringen voor een groene en digitale transitie, het ondersteunen van de concurrentiepositie en innovatiecapaciteit van onze economie, en het versterken van het gezondheids- en welzijnsbeleid evenals van het arbeidsmarkt-, onderwijs- en vormingsbeleid. De tweede centrale beleidsdoelstelling voor de verdere legislatuur is even dwingend als de eerste: er dient terug aangeknoopt te worden bij houdbare Vlaamse overheidsfinanciën, wat in de begrotingen van de komende jaren bijkomende maatregelen van de Vlaamse Regering zal vereisen. De Vlaamse Regering heeft zich daarbij tot doel gesteld het tekort op de begroting 2024 te verminderen tot de helft van het tekort in de begroting 2022. De Vlaamse sociale partners vinden dit gespreid over een periode van drie jaar een na te streven objectief, waarbij een
38
Advies over de initiële begroting 2022
evenwicht betracht wordt tussen het garanderen van op termijn houdbare overheidsfinanciën en het vrijwaren van de economische en maatschappelijke relance. 78. De voorgaande punten verduidelijken de uitdagingen waar de Vlaamse begroting vandaag voor staat. Ondanks de recente gunstige conjunctuurontwikkeling (in vergelijking met de eerdere ramingen) blijven de vereiste begrotingsinspanningen zeer aanzienlijk. Een begroting op termijn structureel in evenwicht is en blijft de basisdoelstelling van het regeringsbeleid (zoals vastgelegd in het Regeerakkoord), ook al is deze doelstelling gegeven de coronaomstandigheden feitelijk niet realiseerbaar tijdens deze legislatuur. Er zijn dus bijkomende inspanningen nodig om op middellange termijn opnieuw aan te sluiten bij structureel houdbare Vlaamse overheidsfinanciën. 79. De Vlaamse Regering heeft voor de houdbaarheid van haar financiën recent drie (plus één) initiatieven genomen. Vooreerst poogt zij via het relanceplan Vlaamse Veerkracht de economie opnieuw richting aanhoudend sterke groeicijfers te sturen. De budgettaire impact van het relanceplan VV is hoger verduidelijkt, en dient binnen dit advies niet nogmaals behandeld te worden. De SERV heeft in mei 2021 zijn visie op de vereiste kenmerken van het relancebeleid verduidelijkt in het advies ‘Bijzondere tijden, bijzondere kansen, bijzondere aanpak’22. 80. Tegelijkertijd heeft de Vlaamse Regering maatregelen genomen om de uitgaven te beperken, via een uitgavennormering en via de Vlaamse Brede Heroverweging (VBH) die uitgavendoorlichtingen (spending reviews) in het begrotingsproces structureel wil verankeren. Een vierde element betreft de reorganisatie van het begrotingsproces (aangepaste begroting qua belang en werkintensiteit verminderen, zodat het begrotingsbeleid enkel bij de initiële begroting en de uitvoering gedetailleerd toegelicht wordt), onder andere om ruimte en capaciteit vrij te maken voor deze nieuwe opdrachten. 81. Het tegelijkertijd aanvatten van deze nieuwe initiatieven is ambitieus, en geeft aan dat de Vlaamse Regering de ernst van de situatie ten volle beseft. Bovendien dient de Regering onder tijdsdruk het geheel grondig voor te bereiden: in 2022 dienen immers reeds aanzienlijke resultaten geboekt te worden. De SERV onderschrijft de aanpak gekozen door de Vlaamse Regering, aangezien deze aanpak vandaag zowel wenselijk als nodig is.
5.2
Uitgavennormering
82. Via een uitgavennormering wordt bijkomende budgettaire ruimte gecreëerd, zodat de begroting niet ontspoort en er voldoende middelen beschikbaar blijven voor de beleidsprioriteiten. Een uitgavennormering impliceert dat wordt nagedacht over de vraag welke uitgaven meer dan wel minder mogen toenemen, wat de doelmatigheid en efficiëntie van het beleid zal verhogen. Het geheel draagt bij tot het verankeren en verder uitbouwen van een structureel begrotingsbeleid.
22
Zie: https://www.serv.be/serv/publicatie/vlaams-relancebeleid-bijzondere-tijden-vragen-bijzondere-aanpak. Zie ook de webpagina met de verschillende adviezen over het relancebeleid: https://www.serv.be/serv/relancebeleid.
39
Advies over de initiële begroting 2022
83. De SERV staat principieel positief tegenover het voorstel om een uitgavennormering in te voeren in het Vlaamse begrotingsproces, indien bij de implementatie rekening gehouden wordt met onderstaande opmerkingen en vragen. Vooreerst dient de normering op alle beleidsdomeinen op een principieel gelijkaardige manier toegepast te worden. In de praktijk zullen er verschillen tussen beleidsdomeinen ontstaan door de open end-financiering23 van een aantal uitgaven. Bij abstractie hiervan is het uitgangspunt dat de discipline, vereist om een uitgavennormering toe te passen, voor alle beleidsdomeinen principieel gelijkaardig moet zijn. 84. De belangrijkste bemerking van de SERV is dat een specifieke normering voor investeringen en groeiversterkende uitgaven wenselijk en nodig is, en dat deze normering helder uitgewerkt moet zijn bij implementatie van de uitgavennormering. De SERV wijst al langer op de noodzaak om de Vlaamse publieke investeringen te versterken, zodat deze investeringen sneller groeien dan de overige uitgaven. Tegelijkertijd benadrukt de SERV dat het niet de bedoeling kan zijn dat alleen de investeringen aan belang toenemen: voor de andere uitgaven is eveneens een reële groei nodig, zodat ook daar nieuwe beleidsinitiatieven mogelijk blijven. De SERV spreekt zich niet uit over de wijze waarop groeiversterkende uitgaven en investeringen in de uitgavennormering kunnen geïntegreerd worden. 85. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat op Europees niveau een discussie plaatsvindt met rechtstreekse impact op de Vlaamse uitgavennormering. Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) legt de regels voor de Europese begrotingsopvolging vast, maar is vandaag tijdelijk opgeschort door toepassing van de algemene ontsnappingsclausule in het SGP. Vanaf 2023 wordt het SGP opnieuw geactiveerd, maar de Europese Commissie heeft aangegeven dat de begrotingsregels voorafgaand opnieuw geanalyseerd en eventueel gewijzigd worden. Ongeveer alle analisten zijn het erover eens dat het opnieuw activeren van de bestaande SGPregels niet aangewezen is, vooral door de huidige schuldnormering (schuld mag maximum 60% van bbp bedragen; indien dat niet het geval is dient jaarlijks 1/20ste van het verschil weggewerkt te worden). In landen met een relatief hoge schuldgraad (zoals België) zou dit betekenen dat de komende jaren een te groot deel van de beleidsruimte naar schuldafbouw moet gaan, wat gegeven de huidige noden van het relancebeleid én van de noodzakelijke hervormingen (zoals de verduurzamings- en digitaliseringsagenda) dient vermeden te worden. De Vlaamse sociale partners ondersteunen een hervorming van het SGP richting een minder complex systeem gebaseerd op één centrale begrotingsdoelstelling op langere termijn (bijvoorbeeld: houdbaarheid van de overheidsschuld) gecombineerd met één jaarlijks toe te passen operationele doelstelling direct aan te sturen door de betrokken overheid (bijvoorbeeld: gemiddelde uitgavengroei over een legislatuur).
23
Uitgaven die aangedreven worden door externe factoren niet aan te sturen door de Vlaamse Regering, zoals de demografische ontwikkelingen (aantal leerlingen en vergrijzing).
40
Advies over de initiële begroting 2022
5.3
Uitgavendoorlichtingen en de Vlaamse Brede Heroverweging (VBH)
86. Via de Vlaamse Brede Heroverweging wil de Vlaamse Regering de grondige doorlichting van significante recurrente uitgaven (en waar relevant kostendekkingsgraden) structureel in het Vlaamse begrotingsproces verankeren. Het alternatief voor uitgavendoorlichtingen, de kaasschaafmethode, is bij de opmaak van de Regeerakkoorden 2014 en 2019 toegepast. Een herhaling van deze methode is niet meer aangewezen, aangezien deze eerder ‘in spieren’ dan ‘in vet’ zal snijden. We hanteren in dit advies de term uitgavendoorlichting als vertaling van het begrip spending review.
5.3.1
Aanpak van de Vlaamse Regering
87. Elk beleidsdomein werkt aan heroverwegingen om na te gaan of de huidige beleidsinitiatieven nog behoren tot de kerntaken van elk domein, of het beleid doeltreffend is, en of er efficiëntiewinsten gerealiseerd kunnen worden. In essentie gaat het vandaag om een administratieve oefening per beleidsdomein. Om voldoende draagvlak te creëren heeft elke projectgroep per beleidsdomein de leiding en verantwoordelijkheid over de te onderzoeken uitgaven, het opmaken van de doorlichting en het bestuderen en evalueren van de aangeleverde stukken. Elke projectgroep dient een plan van aanpak uit te werken waarin nauwkeurig wordt uiteengezet hoe de doorlichting zal uitgevoerd worden, gekoppeld aan een reeks te beantwoorden vragen. 88. Een stuurgroep VBH is de overkoepelende instantie wordt boven de projectgroepen geïnstalleerd, en behoudt het overzicht over (de output en resultaten van) alle projectgroepen. De stuurgroep streeft ernaar dat de doorlichtingen per beleidsdomein volgens een globaal identieke aanpak verlopen. De stuurgroep heeft daarnaast de opdracht om terug te koppelen naar een klankbordgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de kabinetten. Het komt uiteraard aan de beleidsmakers toe om finaal de beslissingen over de resultaten van de doorlichtingen te valideren en te implementeren. 89. De SERV staat principieel positief tegenover elke grondige en onderbouwde doorlichting van de Vlaamse overheidsuitgaven, met het oog op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit ervan. We schetsen in Bijlage 3 (Hoofdstuk 8) vanaf pagina 61 een evaluatiekader gebaseerd op de recente ervaringen met uitgavendoorlichtingen in EU-landen. 90. De SERV staat principieel positief tegenover elke grondige en onderbouwde doorlichting van overheidsuitgaven, met het oog op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit ervan. Er stellen zich bij de realisatie van de Vlaamse Brede Heroverweging evenwel drie belangrijke vragen.
41
Advies over de initiële begroting 2022
5.3.2
Iedereen in bad?
91. De startnota over VBH doet veel moeite om de betrokkenheid van de departementen en agentschappen bij de opmaak van hun uitgavendoorlichting te garanderen, en elk beleidsdomein heeft vele stuurmogelijkheden om te bepalen welke uitgaven (vanuit welke invalshoek) onderzocht worden. In de afgelopen maanden is gebleken dat het ‘enthousiasme’ van verscheidene beleidsdomeinen om deze heroverwegingen te realiseren echter niet altijd groot is. 92. De SERV heeft in zijn Evaluatierapport over de Begroting 2021 ervoor gepleit dat geen enkel beleidsdomein uitgesloten wordt van de VBH: alle beleidsdomeinen dienen zonder onderscheid op een gelijkaardige manier aan deze doorlichting deel te nemen, ook als hun enthousiasme (vandaag of in de komende jaren) niet groot is. Enkel op deze manier is een succesvolle implementatie op het geheel van de Vlaamse uitgaven mogelijk. Beleidsdomeinen die deze doorlichting niet succesvol willen realiseren, dienen door de Vlaamse regering geconfronteerd te worden met de consequenties. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat hun beperkte output ‘beloond’ zou worden met bijvoorbeeld een uitgestelde dan wel minder grote inspanning in deze heroverwegingen.
5.3.3
Te strikte timing?
93. De timing van de eerste fase van de VBH is evenwel zeer strikt: de initiële nota aan de basis werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering in december 2020, en een eerste menu van heroverwegingen dient vastgelegd te worden tegen de zomer van 2021, om de resultaten ervan mee te nemen bij de opmaak van de begroting 2022 (in september 2021). Wel is de mogelijkheid voorzien om meer complexe of gedetailleerde evaluaties van bepaalde uitgaven via een klassieke spending review in 2022 en volgende jaren te onderzoeken, zodat zij implementeerbaar zijn tegen de volgende legislatuur. 94. De eerste fase van de VBH resulteert daarmee in een traject met drie snelheden: • •
•
Heroverwegingen die in de zomer van 2021 (voldoende) afgerond zijn om mee te nemen bij de opmaak van de begroting 2022, dus conform de oorspronkelijke opzet; Heroverwegingen die enkele maanden later (in de herfst van 2021) beschikbaar zijn, maar niet ten volle kunnen meegenomen worden bij de opmaak van de begroting 2022; de oorspronkelijke deadline wordt met enkele maanden overschreden; Meer complexe heroverwegingen die over een à twee jaar ter beschikking komen, en voor de begrotingen 2022 geen relevantie hebben.
Voor de tweede categorie, dus de heroverwegingen waar de oorspronkelijke deadline (zomer 2021) niet gehaald wordt, kunnen de resultaten gebruikt worden bij de volgende begrotingsopmaak.
5.3.4
Communicatie over heroverwegingen niet onderschatten
95. Welke ook de consequenties van de VBH-doorlichting worden, de communicatie en consultatie daarover met de direct en indirect betrokkenen – binnen en buiten de Vlaamse overheid – is van groot belang. In elk complex dossier is de afgelopen jaren gebleken dat een vlotte, professionele én correcte communicatie essentieel is voor een succesvolle implementatie.
42
Advies over de initiële begroting 2022
Tegelijkertijd moet het vertrouwen in een correcte opmaak en afhandeling van de heroverwegingen gegarandeerd worden. 96. De politieke eindverantwoordelijken hebben de verantwoordelijkheid om de conclusies uit de heroverwegingen te formuleren en vervolgens al dan niet te implementeren. Het lijkt aangewezen, zeker wanneer een uitgavendoorlichting leidt tot het bijstellen of verschuiven van uitgaven, om daarbij steeds voldoende duiding te bieden, zodat draagvlak op het terrein kan gecreëerd worden.
5.4
Als consequentie: begrotingsproces vereenvoudigen en optimaliseren
97. De Vlaamse Regering besloot om in 2021 de begrotingsaanpassing inhoudelijk te beperken tot een technische aanpassing van de initiële begroting, die als BA-light aangeduid wordt. De algemene toelichting wordt inhoudelijk uitgebreid, ter vervanging van de weggevallen beleids- en begrotingstoelichtingen. De uitgavennorm in ontwerp impliceert bovendien dat doelstellingen op middellange termijn in een meerjarig perspectief worden gehanteerd: het bepalen van de genormeerde structureel toelaatbare overheidsuitgaven (jaarlijkse groeivoet van uitgaven) gebeurt immers enkel bij opmaak van de begroting. 98. De voorwaarden opgesteld in overleg met het Vlaams Parlement komen in essentie neer op het volgende: • •
De werkwijze wordt enkel dit jaar (2021), bij wijze van experiment, ingevoerd, vooralsnog zonder enige decretale wijziging aan de VCO, en wordt na afloop geëvalueerd; De Vlaamse Regering garandeert dat het om een begroting-light gaat, zodat er geen nieuw beleid dan wel besparingsmaatregelen worden gegenereerd; ook herverdelingen over beleidsprogramma’s heen zijn niet mogelijk.
De aangepaste begroting 2021 is een eerste oefening in die zin, en kan als geslaagd worden beschouwd. De einde mei ingediende aangepaste begroting 2021 is wel degelijk een BA-light: het betreft actualiseringen van technische elementen (herverdelingen, overdrachten…), en er wordt geen nieuw beleid gecreëerd. De verduidelijkende informatie in de Algemene Toelichting kan ongetwijfeld wel verbeterd en verfijnd worden. 99. De SERV staat principieel positief tegenover deze wijzigingen aan het begrotingsproces. Vooral is van belang dat slechts eenmaal per jaar (bij opmaak) een gedetailleerde begroting wordt opgemaakt, waarin alle essentiële beslissingen qua begroting en qua beleid verwerkt worden. Dit impliceert eveneens dat enkel in het programmadecreet bij begrotingsopmaak alle beleidsbeslissingen verwerkt worden. In de visie van de SERV dient het eenmalige experiment BA-light in de komende jaren gecontinueerd te worden, wat vereist dat het verankerd wordt in de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (VCO).
43
Advies over de initiële begroting 2022
5.5
Ook heroverweging ontvangsten van belang
100. Hoger is een groot en blijvend verschil tussen de ontvangsten en uitgaven op het einde van de legislatuur geraamd. Om die kloof te verkleinen legt de Vlaamse Regering vandaag vooral de focus op initiatieven om de uitgaven te beheersen. Maar dit is niet de enige benadering, ook initiatieven langs ontvangstenzijde zijn mogelijk. 101. Met het oog op de gezondmaking van de Vlaamse overheidsfinanciën is in de visie van de SERV proactief een grondige evaluatie van zowel de inkomsten- als uitgavenzijde van de Vlaamse begroting aan de orde. De SERV heeft zich voorgenomen om in 2021 en komende jaren bij te dragen aan een analyse en heroverweging van de Vlaamse fiscaliteit. Hij zal daarvoor in het najaar van 2023 een syntheserapport publiceren met aanbevelingen voor de volgende legislatuur.
6
Bijlage 1: toelichting bij de SERV-raming
6.1
Ontvangsten
6.1.1
Overzicht
Tabel 17 geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van de SERV-ramingen van de ESRontvangsten. Tabel 17: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, Vlaamse ontvangsten, in € dz
BA2021
SERV2021
SERV2021BA2021
BFW-dotaties (excl. afrekeningen) 25.917.705 26.238.086 Afrekeningen BFW-dotaties 751.307 724.202 Bruto aanvullende belasting op de PB 7.923.895 7.912.020 Gewestbelastingen 6.921.254 6.931.122 Instellingen 4.082.190 4.082.190 Ontvangsten Vlaamse Veerkracht 1.048.800 1.048.800 Overige ontvangsten 965.002 965.002 Totaal 47.610.153 47.901.423
MJR2023 BFW-dotaties (excl. afrekeningen) Afrekeningen BFW-dotaties Bruto aanvullende belasting op de PB Gewestbelastingen Instellingen
SERV2022 SERV2022 - MJR2022
320.381 27.269.841 27.235.611 -27.105 0 0
-34.230 0
-11.875 9.868 0
8.174.992 6.946.682 4.096.920
29.996 120.088 -35.442
0 0 524.400 0 722.851 722.851 291.270 47.096.644 47.701.456
524.400 0 604.812
SERV2023 SERV2023 - MJR2023
27.966.641 27.940.735 0 0
MJR2022
8.144.996 6.826.594 4.132.362
SERV2024
SERV2024MJR2024
-25.906 28.682.486 28.650.459 0 0 0
-32.027 0
MJR2024
8.543.401
8.561.739
18.338
8.876.660
8.910.110
33.450
7.073.447 4.145.931
7.121.178 4.110.489
47.731 -35.442
7.270.595 4.141.518
7.297.222 4.106.076
26.627 -35.442
44
Advies over de initiële begroting 2022
Ontvangsten Vlaamse Veerkracht 0 524.400 Overige ontvangsten 723.797 723.797 Totaal 48.453.217 48.982.338
6.1.2
524.400 0 78.660 0 737.832 529.121 49.709.091 49.780.358
78.660 737.832 71.267
BFW-dotaties
Overzicht Tabel 18 geeft de belangrijkste resultaten van de SERV-ramingen voor de BFW-dotaties. De snellere economische relance en hogere inflatie resulteert voor 2021 in een stijging met € 293 mln (inclusief lagere afrekeningen van € 27 mln) ten opzichte van de aangepaste begroting 2021. Tegen het einde van de legislatuur zouden de BFW-dotaties ongeveer gelijk liggen met het niveau voorzien in de Meerjarenraming 2020-2025.
Tabel 18: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, BFW-dotaties, in € dz
SERV2021SERV2021 BA2021 MJR2022
BA2021 Gewestmiddelen BFW Gemeenschapsmiddelen BFW
2.461.084
2.503.899
23.356.439 23.633.757
SERV2022 SERV2022 - MJR2022
42.815
2.563.117
2.549.288 -2.563.117 277.318 24.604.479 24.583.977 24.604.479
Specifieke dotaties BFW
100.182
100.430
248
102.245
102.346
-102.245
Afrekeningen BFW-dotaties
751.307
724.202
-27.105
0
0
0
293.276 27.269.841 27.235.611
-34.230
Totaal
26.669.012 26.962.288
SERV2023 SERV2023 - MJR2023 MJR2024
MJR2023 Gewestmiddelen BFW
2.569.508
2.555.678
Gemeenschapsmiddelen BFW 25.292.962 25.280.867 Specifieke dotaties BFW Afrekeningen BFW-dotaties Totaal
-13.830
SERV2024SERV2024 MJR2024
2.565.392
2.549.779
-15.613
-12.095 26.010.957 25.994.618
-16.339
104.171
104.190
19
106.137
106.062
-75
0
0
0
0
0
0
-25.906 28.682.486 28.650.459
-32.027
27.966.641 27.940.735
Methode Voor de berekening van de ontvangsten (mee) bepaald door de BFW voor de periode 2021 tot 2024 worden de berekeningswijzen verduidelijkt in Tabel 19. Er zijn een aantal kleine afwijkingen met de eerdere berekeningen: voor elke BFW-ontvangst wordt onderstaand verondersteld dat de verdeling van de federale doorstortingen over de gewesten dan wel gemeenschappen identiek blijft in de loop van de legislatuur, behalve wanneer externe demografische parameters (aantal 80-plussers…) deze verdeling beïnvloeden. Tabel 19: SERV-ramingen voor ontvangsten via de BFW (buiten regionale opcentiemen), berekeningswijze
BFW-ontvangst Financiering van het universitair onderwijs voor buitenlandse studenten (artikel 62 BFW)
Berekeningswijze Universitair onderwijs dotatie t = Universitair onderwijs dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t)
45
Advies over de initiële begroting 2022
BFW-ontvangst Aandeel in de winst van de Nationale Loterij (artikel 62bis BFW) Nationale Plantentuin van België (artikel 62ter BFW) (pm) Voorafnames op BTW Voorafnames op PB Dotatie gezinsbijslag (artikel 47/5 en 47/6 BFW) Dotatie ouderenzorg (artikel 47/7 BFW) Dotatie gezondheidszorg (artikel 47/8 BFW) Dotatie ziekenhuisinfrastructuur (vanaf 2016) (artikel 47/9 BFW) Dotatie justitiehuizen (artikel 47/10 BFW) Dotatie interuniversitaire attractiepolen (vanaf 2018) (artikel 47/11 BFW) Personeel registratie- en erfbelastingen Personeel verkeersgerelateerde belastingen Toegewezen gedeelte van de PB (artikel 35octies BFW) = middelen diverse bevoegdheden Dotatie werk (artikel 35nonies BFW) Dotatie fiscale uitgaven (artikel 35decies BFW)
Berekeningswijze Cijfers afkomstig van de aangepaste begroting 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025. Nationale plantentuin dotatie t = Nationale plantentuin dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + reële bbp-groei in jaar t) BTW-dotatie t = BTW-dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,91 * reele bbp-groei in jaar t) * (evolutie denataliteit)* (verdeelsleutel onderwijs t/verdeelsleutel onderwijs t-1) PB-dotatie t = PB-dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reele bbp-groei in jaar t) Dotatie gezinsbijslag t = Dotatie gezinsbijslag (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,25 * reële bbp-groei in jaar t) * (aantal 0 tot en met 18-jarigen in jaar t / aantal 0 tot en met 18-jarigen in jaar t-1) Dotatie ouderenzorg t = dotatie ouderenzorg (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei in jaar t) * (aantal plus 80-jarigen in jaar t / aantal plus 80-jarigen in jaar t-1 ) - raming terugvorderingen remgelden Dotatie gezondheidszorg t = Dotatie gezondheidszorg (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei in jaar t) * (relatief aantal inwoners gemeenschap t / relatief aantal inwoners gemeenschap t-1) Dotatie ziekenhuisinfrastructuur t = dotatie ziekenhuisinfrastructuur (t1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei in jaar t) Dotatie justitiehuizen t = dotatie justitiehuizen (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + reële bbp-groei in jaar t) Dotatie interuniversitaire attractiepolen t = dotatie interuniversitaire attractiepolen (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + reële bbp-groei in jaar t) Dotatie PERS_t = dotatie PERS_(t-1) * (1 + CPI in jaar t) Dotatie PERS_t = dotatie PERS_(t-1) * (1 + CPI in jaar t) Dotatie WFU_t = dotatie WFU_(t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reële bbp-groei in jaar t)
Dotatie WFU_t = dotatie WFU_(t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reële bbp-groei in jaar t) Dotatie WFU_t = dotatie WFU_(t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reële bbp-groei in jaar t) Het overgangsbedrag blijft constant in nominale termen tussen 2015 Overgangsmechanisme gewest en 2024 en wordt tussen 2025 tot en met 2034 lineair afgebouwd tot (artikel 48/1,§2 BFW) nul. Cijfers afkomstig van de aangepaste begroting 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025. Pendeldotatie (artikel 64quater 0 want vanaf 2018 als uitgave opgenomen en niet meer als minderBFW) ontvangst: constante bedragen. Vanaf 2021 wordt de responsabiliseringsbijdrage bepaald door een bijdragepercentage toe te passen op de weddemassa betaald in het voorgaande kalenderjaar. Voor het begrotingsjaar 2021 is dat bijdragepercentage 30% van de RSZ-werkgeversbijdrage voor pensioenen Responsabiliseringsbijdrage van jaar t-1. De huidige RSZ-werkgeversbijdrage pensioenen is (G&G) (art. 65quinquies, §1 8,86%, wat resulteert in een bijdragepercentage van 2,66%. Vanaf BFW) 2022 wordt het bijdragepercentage lineair opgetrokken met 10% zodat het vanaf 2028 gelijk is aan 100% van de RSZ-werkgeversbijdrage voor pensioenen. Cijfers afkomstig van de aangepaste begroting 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025. Personeel automatische ontspan- Dotatie personeel spelen t = dotatie personeel spelen (t-1) + (1 + CPI ningstoestellen, spelen en in jaar t)
46
Advies over de initiële begroting 2022
BFW-ontvangst Berekeningswijze weddenschappen en openingsbelasting
6.1.3
Ontvangsten via regionale opcentiemen
Raming Tabel 20 geeft de resultaten van de SERV-raming van de bruto regionale opcentiemen. Tabel 20: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, bruto regionale opcentiemen, in € dz
BA2021 Bruto-opcentiemen
7.923.895
MJR2023 Bruto-opcentiemen
8.543.401
SERV2021 7.912.020
SERV2023 8.561.739
SERV2021BA2021
MJR2022
SERV2022
SERV2022 MJR2022
-11.875
8.144.996
8.174.992
29.996
SERV2023 - MJR2023
MJR2024
18.338
8.876.660
SERV2024 8.910.110
SERV2024MJR2024 33.450
Methode Vanaf de 6de Staatshervorming zijn de regionale opcentiemen (= belasting op een belasting) de belangrijkste dotatie via de BFW voor de gewesten. De federaal ontvangen personenbelasting wordt gereduceerd met de zogenaamde autonomiefactor om ruimte te maken voor de gewestelijke opcentiemen: de federale ontvangsten (als voorbeeld: € 100) worden gereduceerd met 24,957% per euro (€ 24,957) tot een nieuw totaal van € 100 - € 24,957 = € 75,043, toegewezen aan het federale niveau. De autonomiefactor wordt verondersteld stabiel te blijven tot het einde van deze legislatuur. Op dit aan het federale niveau toegewezen bedrag kunnen de gewesten opcentiemen heffen, waarvan het tarief vandaag gelijk is 24,957 / (100 – 24,957) = 33,257%. De gewesten ontvangen daarmee vandaag exact het verschil tussen de totale initiële ontvangsten via de personenbelasting en het aan het federale niveau toegewezen gedeelte. Voor deze raming is niet het berekenings- of verdelingsmechanisme problematisch, maar wel de startvariabele Belasting Staat, gezien de vandaag zeer grote onzekerheid bij het ramen van de ontvangsten via de personenbelasting op het federale niveau. Zo ging de FOD Financiën in september 2020 uit van een negatieve inkomensvorming van -0,7% ten opzichte van 2019. De inkomensvorming wordt als voorspeller van de belasting Staat gehanteerd. Dit resulteerde in een (beperkte) daling van de Belasting Staat in 2021 ten opzichte van 2020, wat zich op zijn beurt vertaalde in een daling van de Bruto-Opcentiemen in de ingediende begroting 2021 met € -66,8 mln ten opzichte van de 2BA2020. In maart dit jaar rapporteerde de FOD Financiën echter toch een positieve inkomensvorming in inkomstenjaar 2020 (= aanslagjaar 2021) van 1,4% nominaal ten opzichte van 2019 (dus ondanks de coronacrisis). De relatief beperkte bijstelling van de inkomensvorming wordt verklaard door de werking van de automatische stabilisatoren tijdens het inkomstenjaar 2020. En ook voor het inkomstenjaar 2021 (aanslagjaar 2022) zijn er indicaties dat de economische relance zich vertaalt
47
Advies over de initiële begroting 2022
in een significante stijging van de ontvangsten. Volgens de periodieke rapportering van BOSA24 zijn de fiscale ontvangsten in de eerste vier maanden van inkomstenjaar 2021 (aanslagjaar 2022) toegenomen ten opzichte van 2020 en zelfs ten opzichte van 2019, al kunnen deze cijfers uiteraard niet zomaar geëxtrapoleerd worden naar de rest van 2021. Samengevat: de Belasting Staat is in deze uitzonderlijke economische jaren moeilijk te voorspellen op basis van de bbp-groei. In normale economische jaren wordt verwacht dat de Belasting Staat stijgt met 1% bij een toename van de inflatie met 1% en met 1,33% bij een toename van het reële bbp met 1% (elasticiteit van 1,33). De Belasting Staat (BS) wordt in deze oefening als volgt geraamd: de Belasting Staat (BS) uit de aangepaste begroting 2021 wordt gecorrigeerd voor de inflatie in 2020. Voor de SERV-raming van de Belasting Staat (BS) voor de periode 2022-2024 wordt de Belasting Staat uit de Meerjarenraming 2020-2025 gecorrigeerd voor de evolutie van de conjunctuur sinds 2019 (met 2019 als indexwaarde=100). De impact van de conjunctuur op de evolutie van de Belasting Staat wordt als volgt geraamd25: Evolutie conjunctuur MJR (t) = inflatie (t) (MJR) * 1,33*reële bbp (t) (MJR) Evolutie conjunctuur SERV (t) = inflatie (t) (SERV) * 1,33*reële bbp (t) (SERV) De conjunctuurcorrectie bestaat vervolgens uit: Conjunctuurcorrectie (t) = Evolutie conjunctuur SERV (t) / Evolutie conjunctuur MJR (t) Gezien de Belasting Staat (t) steeds betrekking heeft op het voorafgaande inkomstenjaar (t-1), wordt in de raming van de Belasting Staat (t) de conjunctuurcorrectie eveneens uit het voorgaande jaar genomen (t-1): SERV-raming BS (t) = BS (MJR) (t) * conjunctuurcorrectie (t-1) Zie Tabel 21 voor de berekende conjunctuurcorrectie. Tabel 21: Evolutie conjunctuur bij de Meerjarenraming 2020-2025 (Economische Vooruitzichten oktober 2020 FPB) en SERV-raming (Economische Vooruitzichten juni 2021 FPB) met 2019 als indexwaarde (=100), conjunctuurcorrectie en inflatiecorrectie
2019 Evolutie conjunctuur MJR Evolutie conjunctuur SERV Conjunctuurcorrectie (raming BS 2022-2024) Inflatiecorrectie (raming BS 2021)
100
2020 90,9
2021 100,1
2022 105,9
2023 109,7
100
92,3
100,5
106,1
110,1
1,0038
1,0022
1,0038
0,9985
Bij het bepalen van de opcentiemen (volgens de zogenaamde HRF-methode26) dient tevens rekening gehouden met de afrekeningen ontvangen in jaar t van voorgaande aanslagjaren t-1, t-2 … . Deze zijn tot en met 2021 overgenomen uit de aangepaste begroting 2021. De afrekeningen 24
http://www.budgetfederal.be/NL/figures/EUreport.html
25
De groei- en inflatiecijfers uit de Meerjarenraming 2020-2025 hebben betrekking op de Economische Vooruitzichten van het Federaal Planbureau van oktober 2020. Zie Tabel 1. De groei- en inflatiecijfers uit de SERVraming hebben betrekking op de Economische Vooruitzichten van het Federaal Planbureau van juni 2021. Zie Tabel 2.
26
Deze wordt sinds verschillende jaren door de Vlaamse overheid in de Algemene Toelichtingen bij elke begroting gehanteerd, en ook steeds gedetailleerd verduidelijkt.
48
Advies over de initiële begroting 2022
van de aanslagjaren vanaf 2021 zijn overgenomen uit de Meerjarenraming 2020-2025. Op de afrekeningen wordt eveneens de bovenvermelde conjunctuurcorrectie toegepast.
6.1.4
Ontvangsten via gewestbelastingen
Raming Tabel 22 geeft de resultaten van de SERV-raming van de gewestbelastingen.
Tabel 22: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, gewestbelastingen, in € dz
Kilometerheffing Verkeersbelasting op de autovoertuigen Belasting op de inverkeerstelling Onroerende voorheffing Erfbelastingen Erfbelastingen regularisatie Verkooprecht Verdeelrecht Hypotheekrecht Schenkingsrecht Belasting op de spelen en weddenschappen Belasting op de automatische ontspanningstoestellen Totaal
SERV2021SERV2022 BA2021 SERV2021 BA2021 MJR2022 SERV2022 - MJR2022 516.165 518.935 2.770 525.929 538.174 12.245 1.083.743
1.077.615
308.944
312.445
288.411 1.565.180 15.807 2.444.020 78.897 170.245 380.865
288.978 1.568.270 15.807 2.448.845 79.053 170.581 381.617
55.227
55.227
13.750 6.921.254
13.750 6.931.122
Kilometerheffing Verkeersbelasting op de autovoertuigen Belasting op de inverkeerstelling Onroerende voorheffing Erfbelastingen Erfbelastingen regularisatie Verkooprecht Verdeelrecht Hypotheekrecht Schenkingsrecht Belasting op de spelen en weddenschappen
MJR202 3 535.725 1.125.55 7 338.738 290.778 1.481.31 7 0 2.586.86 3 78.709 173.289 378.247 61.421
-6.128 1.112.472
1.081.988
-30.484
326.715
308.451
-18.264
567 286.027 3.090 1.455.124 0 0 4.825 2.420.118 156 77.318 336 170.225 752 371.559
288.206 1.457.993 0 2.552.738 80.397 173.481 384.223
2.179 2.869 0 132.619 3.079 3.256 12.664
58.663
57.823
-840
0 22.444 9.868 6.826.594
23.208 6.946.682
764 120.088
3.501
0
SERV202 SERV202 3MJR202 3 MJR2023 4 549.977 14.252 546.757 1.139.91 1.086.380 -39.177 6 313.654 -25.084 351.339 294.258 3.480 296.231 1.507.98 1.482.779 1.462 0 0 0 0 2.699.26 2.661.037 74.175 0 81.763 3.054 80.126 176.430 3.141 176.408 390.755 12.508 385.056 60.540
-881
64.307
SERV202 SERV2024 4 -MJR2024 560.919 14.162 1.090.789 315.787 300.438
-49.127 -35.552 4.207
1.507.986 0
6 0
2.773.932 83.153 179.429 397.398
74.672 3.027 3.021 12.342
63.386
-921
49
Advies over de initiële begroting 2022
Belasting op de automatische ontspanningstoestellen Totaal
22.803 23.603 7.073.44 7 7.121.178
800
23.213 24.004 7.270.59 47.731 5 7.297.222
791 26.627
Methode De raming van de gewestbelastingen is gebaseerd op de parameters en hervormingen zoals beschreven in de Algemene Toelichtingen van de begrotingen 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025 (tweede kolom in Tabel 23). Een aantal parameters worden bijgesteld om rekening te houden met de gerealiseerde gewestbelastingen in 2020 (begrotingsuitvoering) en de gewijzigde macro-economische omstandigheden (derde kolom van Tabel 23). De motivatie voor de aanpassing wordt kort toegelicht in de laatste kolom van Tabel 23. De cijfers van de gewestbelastingen in de aangepaste begroting 2021 worden steeds als startbasis genomen voor de SERV-raming van de gewestbelastingen (tenzij anders vermeld).
50
Advies over de initiële begroting 2022
Tabel 23: SERV-ramingen voor de ontvangsten via gewestbelastingen, berekeningswijze
Gewestbelasting
Parameters gedocumenteerd in Algemene Toelichtingen
Kilometerheffing
2021: inflatie, kilometers (+3,8%), vergroening (-1%) 2022: kilometers (bbp), inflatie, vergroe2021: kilometers (+3,4%), inflatie, ver- ning (-0,9%) groening (-1%) 2023: kilometers (bbp), inflatie, vergroeVanaf 2022: kilometers (bbp), inflatie, ning (-1%) vergroening (-0,9%, neemt jaarlijks 2024: kilometers (bbp), inflatie, vergroemet 1 procentpunt af) ning (-1,1%)
Kilometers 2021: stijging aangerekende kilometers door snellere economische relance.
Verkeersbelasting op de autovoertuigen
2021: inflatie, vergroening (-1,5%) Vanaf 2022: volume auto’s (+1%), inflatie, vergroening (-1,5%)
2021: inflatie, vergroening (-2,25%) 2022-2024: volume auto’s (+1%), inflatie, vergroening (-2,25%)
Vergroening: de realisaties van de verkeersbelasting in 2020 liggen lager dan de raming van de 2BA2020 (1,8%). Volgens de Algemene Toelichting van de BA2021 is er sprake van een lager volume aan auto’s en een sterkere vergroening. Binnen de SERV-raming wordt uitgegaan dat de sterkere vergroening zich verder manifesteert (-2,25%). Deze assumptie impliceert voor 2021 € 8,2 mln minder ontvangsten, oplopend tot € 33,9 mln in 2024.
Belasting op de inverkeerstelling
2021: volume auto’s (-5% t.o.v. 2019 in BA2021 en -3% in BO2021), 40%*inflatie, vergroening (+3% bij BO2021; geen vergroening bij BA2021), eenmalige impact verlenging betaaltermijn (€+15 mln in BA2021) 2022: volume auto’s (+3%), 0,4*inflatie, vergroening (+3%) Vanaf 2023: 0,4*inflatie, vergroening (+3%)
Volume auto’s: De SERV gaat uit van sneller herstel van de automarkt door de snellere economische re2021: volume auto’s (-4% t.o.v. 2019), lance ten opzichte van de aangepaste begroting 2021 40%*inflatie, geen vergroening (met een volledig herstel van de markt in 2023). 2022: volume auto’s (+3%), 40%*inflatie, € Vergroening: de parameter vergroening heeft zich niet -15 mln correctie verlenging betaaltermijn, gemanifesteerd in 2020 en ook in de aangepaste begeen vergroening groting 2021 wordt niet uitgegaan van een vergroe2023: volume auto’s (+1%), 40%*inflatie, ningseffect. In de SERV-raming voor 2022-2024 wordt geen vergroening, het vergroeningseffect eveneens geneutraliseerd. Dit 2024: 40%*inflatie, geen vergroening impliceert € 29,3 mln aan minderontvangsten in 2024.
SERV-raming
Motivatie aanpassing parameters
51
Advies over de initiële begroting 2022
Gewestbelasting Onroerende voorheffing
Parameters gedocumenteerd in Algemene Toelichtingen 2021: inflatie + 0,4% + eenmalige impact verlening betaaltermijn (€ 6,7 mln) Vanaf 2022: inflatie + 0,4%
SERV-raming 2021: inflatie +0,4% 2022: inflatie + 0,4%, € -6,7 mln verlenging betaaltermijn 2020 2023-2024: inflatie + 0,4%
Erfbelastingen
2020: inflatie, effect woonbonus BO2021: inflatie, hervorming afschaffen duolegaat (€ +75 mln), vriendenerfenis (€ -12 mln) Vanaf 2022: inflatie
2021: inflatie 2022: BO2021 als basis, inflatie 2021, inflatie 2023-2024: inflatie
Erfbelastingen regularisatie
2021: € 15,8 mln zoals bij BA2021 Vanaf 2022: € 0 mln
2021: € 15,8 mln zoals bij BA2021 Vanaf 2022: € 0 mln
Verkooprecht
BA2021: inflatie, andere parameters niet gespecifieerd 2022 en 2023 (MJR): volume (+5%), inflatie 2024: volume (+2,5%), inflatie
2021: inflatie 2022-2024: volume (+2,5%), inflatie
Motivatie aanpassing parameters
Door de 2de coronagolf lag het aantal overlijdens in 2020 hoger. In de SERV-raming wordt de ingediende begroting 2021 (opgesteld voor de 2de coronagolf) als vertrekbasis voor de raming 2022 genomen. Indien de geraamde ontvangsten uit de aangepaste begroting 2021 als vertrekbasis genomen worden, zouden de geraamde ontvangsten in 2024 € 125,9 mln hoger liggen.
In de Meerjarenraming 2020-2025 lag het aantal transacties voor 2020 en 2021 onder het normale niveau (effect afschaffen woonbonus). De hoge volumecijfers uit de Meerjarenraming 2020-2025 voor 2022 en 2023 (+5%) kunnen bijgevolg beschouwd worden als een inhaalbeweging op de laag geraamde volumes in 2020 en 2021. Gezien de sterke activiteit op de huizenmarkt in 2020 en 2021, worden bovenvermelde groeicijfers gemilderd tot +2,5% in de SERV-raming. Het prijseffect is moeilijk te voorspellen. Zo ging men in de tweede aangepaste begroting 2020 uit van een stijging van de vastgoedprijzen volgens het inflatieritme. In 2020 zijn de prijzen gestegen met 5,6% door toegenomen activiteit op de huizenmarkt. De SERV volgt de assumptie in de aangepaste begroting 2021 en koppelt het prijspeil aan de inflatie.
52
Advies over de initiële begroting 2022
Gewestbelasting
Parameters gedocumenteerd in Algemene Toelichtingen
Verdeelrecht
BO2021: volume (+2,5% t.o.v. 2018), prijsniveau (-2% t.o.v. 2019) Vanaf 2022: inflatie
2021: inflatie 2022-2024: inflatie
Hypotheekrecht
BO2021: volume (+2,5% t.o.v. 2018), gemiddeld recht op niveau 2020 Vanaf 2022: inflatie
2021: inflatie 2022-2024: inflatie
Schenkingsrecht Fiscale regularisatie registratiebelastingen Belasting op spelen en weddenschappen
SERV-raming
2021: volume (+2,5%), inflatie, Vanaf 2022: inflatie
2021: volume (+2,5%), inflatie 2022: volume (-1%), inflatie 2022-2024: inflatie
2021: +4,7% (t.o.v. 2019) Vanaf 2022: +4,7%
2021: BA2021 2022-2024: +4,7%
2021: BO2021 = indexatie niveau (2019), impact covid (-3%) en BA2021 = 62,5% * BO2021 Vanaf 2022: inflatie
2021: BA2021 2022: BO2021 als basis, correctie impact covid (+3%), inflatie 2021, inflatie 2022-2024: inflatie
Motivatie aanpassing parameters
De administratie verklaart de toename in 2021: 1) door onverwachte overlijdens corona plannen meer mensen hun successie en 2) het wegvallen van het duolegaat. Implicaties SERV-raming: -1% volume in 2022 gezien het eerste effect van tijdelijke aard is.
2022: BO2021 als basis, waarbij de impact van corona binnen deze raming (-3%) wordt geneutraliseerd.
53
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
6.1.5
Instellingen
De ESR-ontvangsten van de instellingen uit de aangepaste begroting van 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025 worden genomen als vertrekbasis. In tweede begrotingsaanpassing dalen de geraamde ontvangsten van de instellingen met € 35 mln (hoofdzakelijk te situeren bij de te consolideren Universiteiten en Hogescholen). Dit effect wordt meegenomen genomen voor de raming van de ontvangsten van de instellingen voor de periode 2022-2024. Tabel 24 geeft een overzicht van de ESR-ontvangsten van de belangrijkste Vlaamse instellingen. Tabel 24: Vlaamse overheid, SERV-raming ontvangsten geconsolideerde instellingen, in € dz
Instelling MINAFONDS Vlaams Infrastructuurfonds VIF Loodswezen Andere DAB’s VDAB VRT Opgroeien Regie (Kind & Gezin) VSB VVM - De Lijn Vlaams Energiebedrijf VEB VIB Vlaams Instituut voor Technologie VITO Tunnel Liefkenshoek Vlaamse Waterweg De Werkvennootschap Vlaams Woningfonds VWF Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen VMSW Scholen van Morgen SvM Hogescholen en Universiteiten Overige instellingen Totaal
BA2021BO2021 BA2021 BO2021 SERV2022 SERV2023 SERV2024 127.020 127.020 0 127.020 127.020 127.020 56.379 56.379 0 56.379 56.379 56.379 94.546 94.546 0 94.546 94.546 94.546 25.537 25.537 0 25.537 25.537 25.537 138.493 138.493 0 129.493 134.493 123.143 190.588 190.588 0 191.082 188.598 184.872 217.765 217.765 0 217.765 217.765 217.765 272.350 272.350 0 272.350 272.350 272.350 235.315 235.315 0 235.315 235.315 235.315 234.101 234.101 0 234.101 234.101 234.101 50.475 50.475 0 50.475 50.475 50.475 80.185 68.608 93.347 66.739 71.011
80.185 68.608 93.347 66.739 72.368
0 0 0 0 1.357
80.185 74.869 93.347 66.739 81.971
80.185 74.869 93.347 66.739 89.732
80.185 74.869 93.347 66.739 97.055
246.583 252.782 116.909 112.380 1.196.574 1.159.049 535.107 534.163 4.117.632 4.082.190
6.199 -4.529 -37.525 -944 -35.442
258.123 120.606 1.159.049 527.968 4.096.920
262.055 119.880 1.159.049 528.054 4.110.489
265.302 119.880 1.159.049 528.147 4.106.076
Tabel 25: Vlaamse overheid, overige ontvangsten, in € dz
Overige ontvangsten Eigen niet-fiscale, toegewezen ontvangsten Eigen niet-fiscale, niet toegewezen ontvangsten (excl. VV) Ontvangsten VV Lotto gelden Som
6.1.6
SERV2021 SERV2022 SERV2023 SERV2024 587.171 393.397 398.887 405.462 347.461
299.084
294.540
302.000
1.048.800 30.370 2.013.802
524.400 30.370 1.247.251
524.400 30.370 1.248.197
78.660 30.370 816.492
Overige ontvangsten
De overige ESR-ontvangsten (eigen niet-fiscale, toegewezen en niet-toegewezen ontvangsten, Lottogelden, ontvangsten Vlaamse Veerkracht) worden overgenomen uit de aangepaste
54
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
begroting van 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025. Zie Tabel 25. Voor de behandeling van de ontvangsten van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zie Hoofdstuk 3.2.1.
6.2
Uitgaven
6.2.1
Overzicht
De ESR-uitgaven, onderbenutting, ESR-correcties en rente-uitgaven uit de aangepaste begroting van 2021 en de Meerjarenraming 2020-2025 vormen de vertrekbasis van de SERV-raming van de uitgaven, waarop vervolgens een aantal correcties worden toegepast. Voor de behandeling van de uitgaven van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zie Hoofdstuk 3.2.1.
6.2.2
Beslissingen na het indienen van de initiële begroting en de meerjarenraming
Voor een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de SERV-raming van de ESR-uitgaven voor de periode 2022-2024, zie Hoofdstuk 3.4.2.
6.2.3
Onderbenutting
Voor de onderbenutting wordt uitgegaan van het gemiddelde van de geobserveerde onderbenuttingspercentages van de laatste twee jaren waarvan het onderbenuttingspercentage gekend is (i.e. begrotingsjaren 2019 en 2020). Bij begrotingsopmaak 2021 werd gerekend met een percentage van 2,24%, in de aangepaste begroting 2021 werd dat percentage bijgesteld naar 2,10%. Dit meer actuele onderbenuttingspercentage wordt gehanteerd in de SERV-raming voor de onderbenutting in de periode 2022-2024. Deze werkwijze resulteert in een lagere onderbenutting van ongeveer € 70 mln, met dus een negatieve impact op het saldo.
6.2.4
Rentekosten
De rente-uitgaven veranderen pro rata met deze opgenomen in de Meerjarenraming (verhouding rente-uitgaven / uitstaande schuld), waarbij we dus veronderstellen dat de wijzingen in de schuld telkens aan identieke voorwaarden als de bestaande schuld kan gefinancierd worden. De rentekosten hebben slechts een beperkte impact op de resultaten27.
6.2.5
Inflatie
Voor het ramen van de overschrijding van de spilindex werden de meest recente (juni 2021) prognoses van de evolutie van de gezondheidsindex van het Federaal Planbureau28 gehanteerd (beschikbaar tot december 2022). Voor de periode 2023-2024 werd de gezondheidsindex van de Economische Vooruitzichten van juni 2021 van het Federaal Planbureau lineair doorgetrokken.
27
Deze hypothese houdt geen rekening – bij gebrek aan meer gedetailleerde gegevens – met de lagere rentevoeten voor nieuwe schuld in vergelijking met de rentevoeten voor reeds langer uitstaande schuld. Dit kan een beperkte impact van maximum enkele tientallen miljoen euro op het resultaat hebben.
28
Zie ook: https://www.plan.be/databases/17-nl-indexcijfer_der_consumptieprijzen_inflatievooruitzichten.
55
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
Volgens deze methodiek zou de spilindex in de SERV-ramingen in dezelfde maanden overschreden worden als deze voorzien in de aangepaste begroting 2021 en de Meerjarenraming 20202025. De uitgaven werden bijgevolg niet gecorrigeerd voor de inflatie.
6.2.6
Maatregelen en nieuw beleid regeerakkoord
Er wordt vooreerst van uitgegaan dat het hele regeerakkoord 2019-2024 in principe integraal wordt uitgevoerd, en dat de gehele voorziene enveloppe voor nieuw beleid (zoals gedocumenteerd in de Meerjarenraming 2020-2025) zal ingezet worden. Voor de tweede helft van de legislatuur (2022 tot en met 2024) gaat het in totaal om € 1,2 mld aan nieuwe beleidsuitgaven. Tabel 26 vat deze elementen in een overzicht in twee delen samen. In het eerste deel (A) worden de maatregelen uit het regeerakkoord om de beleidsruimte te vergroten samengevat, langs ontvangstenzijde (bijkomende ontvangsten) en langs uitgavenzijde (verminderen uitgaven). Tabel 26: Vlaamse overheid, begroting 2022 en volgende jaren, maatregelen om beleidsruimte te vergroten dan wel in te vullen, afspraken Regeerakkoord en bijkomende maatregelen bij 2021BO, in € mln (bron: Regeerakkoord, en MJR 2020-2025, berekening SERV29)
Ontvangsten - totaal Afschaffen duolegaten [erfrecht] Hervorming KM-heffing Opbrengst spectrum-veiling Optimalisatie ontvangsten KMheffing Uitgaven - totaal30 Hervorming doelgroepenbeleid Onderwijs en vorming Verlaging fiscale aftrek PWA- en dienstencheques Uitdoven woonbonus Welzijn, volksgezondheid en gezin Personeel Vlaamse overheid Impact op saldo - totaal
Ontvangsten - totaal Jobbonus voor laagste inkomens uit arbeid Fiscaliteit: Best friends-regeling Uitgaven - totaal Warm Vlaanderen
2022 2023 2024 Som 22-24 A Maatregelen om beleidsruimte te vergroten opgenomen in het Regeerakkoord 127,8 2,8 -22,1 108,6 1,8
1,8
75
1,9
5,5
25
100
-174,3
-191,5
-181,8
-547,7
-8,2
-39,1
-29,7
-76,9
-2,3
-0,5
-0,9
-3,7
-91,1
-91,8
-91,7
-274,6
-47,2
-34,2
-33,3
-114,7
-14,9 -15,4 -16 -46,3 302,2 194,3 159,7 656,2 B Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen in het Regeerakkoord -7 -7 -7 -21 -7
-7
-7
-21
0 301,4 105,1
0 460,9 156,9
0 453,8 135,7
0 1.216,10 397,7
29
De som van de rijen per totaal komt niet overeen met het totaal (in vet). De rijen betreffen enkel de belangrijkste elementen, de kleinere projecten zijn niet opgenomen.
30
De maatregelen en nieuwe beleidsinitiatieven worden in deze tabel op identieke wijze als in de begroting verwerkt. Dit impliceert: een aantal fiscale hervormingen worden langs de uitgavenzijde geregistreerd.
56
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
Onderwijs Lokale besturen Economie en innovatie: groeipad O&O Mobiliteit en openbare werken Extra investeringen Impact op saldo - totaal
Impact op saldo - totaal A + B SOM maatregelen en nieuwe beleidsinitiatieven gecumuleerd
2022 39,6 59,8
2023 48,1 101,2
2024 43,1 50,8
Som 22-24 130,7 211,8
40
60
100
200
8 8 9 25 30 65 95 190 -308,4 -467,9 -460,8 -1.237,10 C Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) bijkomend opgenomen in de begroting 2021BO 0 0 -6,2
-273,6
-301,1
-580,9
Het tweede deel (B) verduidelijkt de impact van het nieuwe beleid zoals vastgelegd in het regeerakkoord: langs ontvangstenzijde impliceert het invullen van nieuw beleid dat de ontvangsten verminderen en langs uitgavenzijde dat zij vermeerderen. Voor de periode 2022 tot 2024 betreft het enkel beslissingen volgend uit het regeerakkoord. In totaal gaat het voor deze periode om € 656 mln maatregelen om de beleidsruimte uit te breiden. De belangrijkste maatregel is gewijzigde woonbonus, wat € 275 minder uitgaven impliceert. Qua nieuw beleid worden initiatieven voor in totaal € 1.237 mln genomen, met als belangrijkste de projecten via Warm Vlaanderen (€ 398 mln), de lokale besturen (€ 212 mln) en het ondersteunen van O&O (€ 200 mln). In totaal impliceert deze engagementen dat € 581 mln bijkomende uitgaven in de begrotingen 2022 tot 2024 worden verwerkt. Binnen de SERV-raming vanaf 2022 worden de begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen van de Vlaamse Regering 2019-2024 niet geïntegreerd in de ontvangsten en uitgaven, maar, conform de aanpak in de Meerjarenraming, rechtstreeks opgenomen in het saldo.
6.3
Gedetailleerde resultaten schuldevolutie
Tabel 27 geeft een gedetailleerd overzicht van de SERV-raming van de evolutie van de geconsolideerde Vlaamse schuld.
57
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
Tabel 27: Vlaamse overheid, SERV-raming evolutie schuld, gedetailleerde weergave, in € dz en % ontvangsten
Som Vlaamse schuld Toename Saldo na correcties aftoetsing begrotingsdoelstelling (ingediende begrotingen) Verschil in saldo (SERV-raming versus ingediene begrotingen) Bouwkost Oosterweel Vorderingensaldo niet CFO-leden excl. universiteiten en hogescholen (U&HS) met correctie voor onderbenutting Toelage niet CFO-leden excl. U&HS ESR-resultaat CFO leden + betoelaging niet-CFO leden (ingediende begrotingen) Relanceplan Vlaamse Veerkracht Neutraliseren Vlaamse Veerkracht in SERV-raming 2022-2024
2019 24.119.905
2020 30.225.168
SERV2022 42.035.684 4.523.042
SERV2023 46.333.310 4.297.627
SERV2024 50.389.604 4.056.293
4.179.972 291.270 146.086
216.188 303.208
277.537 337.951
292.911 380.324
2.000.000 1.500.000 - 1.500.000
2.000.000 1.500.000 - 1.500.000
2.000.000
-
299.008 221.515 1.450.770
SERV-raming Vlaamse Veerkracht 2022-2024 ESR-8 ontvangsten ministeries ESR-8 uitgaven ministeries ESR-8 ontvangsten CFO-leden ESR-8 uitgaven CFO-leden ESR-9 ontvangsten VMSW en VWF ESR-9 uitgaven VMSW en VWF ESR-9 ontvangsten en uitgaven SI Saldo ESR-9 uitgaven Diestepoort
-
310.617 450.083 - 194.498 490.789 2.587.000 - 1.447.252 83.753 2.600
Saldo esr-9 overige niet CFO-leden Impact decreet beheer financiële activa Residu BA2021 ESR-correctie ziekenhuisinfrastructuur Ziekenhuisschuld (A1/A3) Som Vlaamse schuld conform schuldnormering Som schuld conform normering, in % van ontvangsten
SERV2021 37.512.642 7.287.474
258.396 310.167 355.753 - 124.032 443.251 2.830.200 - 1.500.540 36.980 -
16.751 200.600 5.400
13.805
20.020.445 43,9%
28.230.042 65,5%
3.394.335 34.118.307 71,2%
258.396 310.167 355.753 - 124.032 442.697 2.600.200 - 1.554.513 -
261.808
3.132.527 38.903.157 81,6%
38.759 310.167 355.753 - 124.032 442.347 2.575.200 - 1.608.607 -
13.805
-
256.291
2.876.236 43.457.074 88,7%
58
13.805
-
252.106
2.624.130 47.765.474 96,0%
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
7
Bijlage 2: relance-uitgaven en Europese begrotingsopvolging
Vlaamse Adviescommissie Boekhoudkundige Normen De wijze waarop Europese subsidies in de Vlaamse begroting dienen verwerkt te worden, is sinds 2017 vastgelegd door de Vlaamse adviescommissie voor boekhoudkundige normen (VABN). De Vlaamse Adviescommissie Boekhoudkundige Normen (VABN) heeft als hoofdtaak om door middel van adviezen bij te dragen tot de verdere uitdieping van de boekhoudkundige principes en rapporteringsmaatregelen van toepassing op de Vlaamse ministeries, diensten met afzonderlijk beheer (DAB's) en Vlaamse geconsolideerde rechtspersonen. In het advies 2017/7 betreffende de behandeling van Europese subsidies van 6 december 201731 is de VABN dieper ingegaan op de vraag hoe Europese subsidies in de Vlaamse begroting dienen verwerkt te worden. In essentie wordt het argument ontwikkeld dat de Vlaamse overheid een ‘doorgeefluik’ voor de Europese subsidie is, aangezien de finale bestemming een instantie met een duidelijke opdracht is (in het kader van het werkgelegenheids-, welzijns-, milieu-… beleid). In de Vlaamse begroting worden daarmee identieke bedragen langs ontvangsten- en uitgaven geregistreerd, en is er dus geen impact op het saldo. Dit element wordt verder in deze bijlage (neutraliteit Eu-stromen voor het overheidssaldo)
Eurostat: hoe de Recovery and Resilience Facility boeken? Eind vorig jaar publiceerde Eurostat een analyse van de wijze waarop de Europese uitgaven voor het centrale luik van het Next Generation EU-programma, namelijk de Recovery and Resilience Facility (RRF), in de nationale begrotingen dienen verwerkt te worden32: alle Vlaamse VV-investeringen (€ 2,25 mld) opgenomen in het nationale plan VPH vallen onder deze RRF-faciliteit, zodat de guidance-nota als leidraad voor de begrotingsinterpretatie van de Vlaamse uitgaven kan gezien worden. We vatten deze nota niet samen, maar gaan enkel in op de belangrijkste elementen. Na een bespreking van de kenmerken van het RRF stelt de nota twee fundamentele vragen: •
•
“Firstly, whether the RRF support via grants should be assimilated, from a national accounts perspective, to the EU funds regularly received by MS under various common policies and, thus, whether the statistical rule on neutrality for EU flows for government deficit/surplus could be applied also in this case. The second aspect to consider is the nature of the (up to) EUR 750 billion debt raised on the capital markets by the Commission, on behalf of the European Union, to finance the RRF and other programs of the NGEU”.
De eerste vraag is direct van toepassing op de (Belgische en) Vlaamse begrotingen. 31
Zie de adviezen op: https://vabn.vlaanderen/adviezen.
32
Zie Eurostat (2020). Draft Guidance Note on the Statistical Recording of the Recovery and Resilience Facility. Luxemburg (LU), Eurostat, Directorate D – Government Finance Statistics, 17 November 2020. Geraadpleegd van https://ec.europa.eu/eurostat/documents/10186/10693286/GFS-Draft-guidance-note-statistical-recordingrecovery-resilience-facility.pdf
59
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
De neutraliteit van de EU-stromen voor het overheidssaldo (B.9) betreft in essentie het gegeven dat de nationale overheid niet gezien wordt als de finale bestemming van de middelen besteed via de Europese financieringsinstrumenten33, en daarmee dat deze stromen niet worden meegenomen in de berekening van het overheidssaldo. Wanneer de finale bestemming buiten de overheid ligt is er sowieso geen impact op het overheidssaldo34, maar ook wanneer (een deel van) de overheid wel de finale bestemming is worden deze middelen en uitgaven niet meegenomen in de berekening van het overheidssaldo35. Om dezelfde reden dienen bijvoorbeeld de investeringen via de Europese Investeringsbank (EIB) of onderliggende instrumenten niet meegenomen te worden in de berekening van de begrotingssaldi van de betrokken overheden. De guidance-nota over het RRF concludeert in het heerlijke jargon van Eurostat (punt 27): “In view of the above, Eurostat and the EDPS WG36 are of the preliminary opinion that, similarly to the ‘traditional’ EU grants, the principle of the EU flows neutrality on government B.9 should be applied also to the RRF grants”. Dit impliceert: de € 2,25 mld ondersteuning ontvangen via de Next Generation EU-programma dient niet meegenomen te worden in de berekening van het overheidssaldo conform de Europese begrotingsregels, en dus ook niet de uitgaven die ermee gerealiseerd worden. Hiermee is echter nog niet de vraag beantwoordt of, en hoe, de niet financieel door de EC ondersteunde relancemiddelen in de Vlaamse begroting (dus zonder de EU flows zoals bedoeld in de Eurostat-nota) dienen verwerkt te worden. Dit geldt in het bijzonder voor relance-uitgaven die in hoge mate vergelijkbaar zijn met bestaande (recurrente) uitgaven die vandaag wel in het ESRsaldo verwerkt worden.
33
Zie: Eurostat (2019). Manual on Government Deficit and Debt (MGDD 2019), chapter 2.6.3 (Accounting treatment of the so-called EU ‘financial instruments’), passages 73 tot en met 79. Passage 74 stelt: “The unit assigned to implement the financial instrument, or to manage the fund of funds, is considered as the ‘beneficiary’ from the point of view of the B.9 neutrality principle for recording EU flows. The beneficiary is distinguished from the final recipient — the entity receiving financial support from a financial instrument (e.g. a SME granted a loan or receiving a guarantee). It is possible that either, both or neither the beneficiary nor final recipient could be units classified inside general government”.
34
Zie passage 75 in hetzelfde hoofdstuk van MGDD 2019: “If the beneficiary unit is classified outside general government, any funds from the EU that transit through government/Treasury are recorded as financial transactions (F.2 asset for cash flow, F.89 liability its counterpart), without impact on government revenue/expenditure: when the Treasury makes an advance payment or when these funds merely transit via the Treasury or other government accounts. If the flow of the funds does not involve government, either as final recipient, beneficiary or via transiting, no recording in government accounts is needed”.
35
Zie passage 76 in hetzelfde hoofdstuk van MGDD 2019: “If the beneficiary is a unit classified in general government, the cash received to build up the fund for the financial instrument is recorded as a payable (F.89) of the ‘beneficiary’ towards the EU, not as government revenue. The payable decreases when funds are considered lost (e.g. when loans granted by the beneficiary to the final recipient are cancelled, or a guarantee is called) against a government revenue from the EU (which hence neutralizes the capital transfer on the loan cancellation or guarantee call). The payable increases for amounts of accrued interest and fees and dividends received”.
36
Excessive Deficit Procedure Statistics Working Group: de centrale werkgroep binnen Eurostat voor deze materie, waarin naast medewerkers van Eurostat eveneens externe experten en medewerkers van nationale statistische autoriteiten zijn opgenomen.
60
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
8
Bijlage 3: evaluatiekader voor uitgavendoorlichtingen
Een uitgavendoorlichting is in essentie het proces om besparingsmogelijkheden voor de (jaarlijks weerkerende) basisuitgaven te identificeren en af te wegen. Het wordt steeds toegepast op bestaande (recurrente) uitgaven, die het resultaat zijn van (veel) eerder beslist beleid. In essentie wordt nagegaan of: a/ de uitgaven nog steeds een beleidsprioriteit betreffen, b/ effectief zijn in het bereiken van de (oorspronkelijk) vooropgestelde beleidsdoelstelling (of eventueel een in de loop van de tijd aangepaste beleidsdoelstelling), en c/ kostenefficiënt zijn (baten versus kosten). Een uitgavendoorlichting is dus geen besparingsoperatie. Deze laatste kenmerkt zich door de doelstelling om € x mln uitgaven te schrappen, terwijl een uitgavendoorlichting niet vertrekt van een te halen besparingsdoelstelling. Het is immers perfect mogelijk dat geconcludeerd wordt dat de onderzochte uitgaven a/ nog steeds een beleidsprioriteit van en voor de Vlaamse overheid zijn, b/ effectief zijn in het bereiken van de beoogde beleidsdoelstelling, en c/ kostenefficiënt gerealiseerd worden. Via een uitgavendoorlichting kan zelfs geconstateerd worden dat meer uitgaven dan vandaag voorzien morgen zelfs een groter effect (output) zouden kunnen bereiken. De beoogde essentie van de doorlichtingsoefening dient dan ook te zijn: het verbeteren van de kwaliteit van de overheidsuitgaven, door een meer efficiënte toewijzing van de beschikbare middelen. Dit leidt helemaal niet noodzakelijk tot minder uitgaven, maar kan bij het onvoldoende invullen van andere prioriteiten binnen een beleidsdomein vooral leiden tot een verschuiving van de uitgaven. Via uitgavendoorlichtingen worden minder prioritaire uitgaven geïdentificeerd, evenals uitgaven die onvoldoende effectief zijn in het behalen van de beoogde beleidsdoelstelling. Gegeven de huidige doelstelling van de Vlaamse Regering om het relancebeleid te ondersteunen en tegelijkertijd de groeiversterkende of klimaatuitgaven te verhogen, is het verschuiven van middelen voor minder prioritair (bestaande) beleid richting meer uitgaven voor de hoge (nieuwe) beleidsprioriteiten een absolute noodzaak. Uitgavendoorlichtingen zijn dan ook het instrument bij uitstek om bijkomende middelen voor de huidige (nieuwe) beleidsprioriteiten te vinden, zonder bijkomende (negatieve) begrotingsimpact te creëren. De Europese Raad heeft in 2016 na een evaluatie van recente uitgavendoorlichtingen in Europese landen37 vier kritische succesfactoren geïdentificeerd (best practices). Deze zijn: •
•
37
Een sterke en aangehouden ondersteuning op hoog politiek of beleidsniveau voor de uitgavendoorlichting gedurende het gehele traject. Zeker in het tweede deel van het traject (diagnose van bestaande uitgaven en onderzoek van alternatieven, voorstel van implementatie) blijkt de ondersteuning door de hogere politieke en beleidsinstanties cruciaal, en dient vooral gegarandeerd te worden dat zij de resultaten willen en kunnen uitvoeren. De design en uitwerking van een uitgavendoorlichting volgt bij voorkeur de best practices uit eerdere doorlichtingen: a/ een helder verwoord strategisch mandaat dat de doelstellingen van de doorlichting weergeeft (bij voorkeur kwantitatief geformuleerd) inclusief een voldoende Zie: Europese Raad (2016). Quality of public finance: spending reviews for smarter expenditure allocation in the Euro area. Ares(2016) 4994801, 5 september 2016? Geraadpleegd van https://www.consilium.europa.eu/media/23664/spending-reviews_commission_note.pdf 2016
61
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
•
•
groot volume aan te onderzoeken uitgaven, b/ een testcase om ervaring over (en vertrouwen in) het proces en de resultaten op te bouwen, c/ voldoende (toegang tot) onderzoeksmiddelen en onderzoeksgegevens, d/ uitgewerkte richtlijnen om op een consistente manier de doorlichtingen uit te voeren (geen improvisatie) in de verschillende fases, e/ het systematisch gebruiken van feitelijke (fact-based) gegevens. Monitoring en communicatie naar de ruimere publieke opinie over het proces en de resultaten van de doorlichting zijn eveneens cruciaal gebleken, en dienen vooral transparant te zijn en regelmatig georganiseerd te worden. Een externe (onafhankelijke) ex-postevaluatie garandeert dat de lessons learned niet vergeten worden bij een volgende doorlichting. De ambitie en de resultaten van de doorlichting moeten ingepast worden in de jaarlijkse begroting en meerjarenramingen, waar hun relevantie maximaal tot uiting komt. En er dient een manier gezocht om de uitgavendoorlichtingen structureel in het begrotingsproces te verankeren.
In een review (september 2019) van recente uitgavendoorlichtingen in Europese landen formuleert de Europese Commissie38 (verder werkend op de oorspronkelijke aanbevelingen) een aantal specificaties: •
•
•
•
•
38
Commitment: het “ownership” van de uitgavendoorlichting door het hogere politieke en/of beleidsniveau is in het bijzonder van belang voor de effectieve implementatie van de doorlichting. Of minder prozaïsch geformuleerd: de resultaten blijven in belangrijke mate dode letter indien ze niet ter harte worden genomen door de eindverantwoordelijken. Dit gebrek aan owhership heeft ook impact op de projectmedewerkers, die snel de indruk krijgen aan een ‘overbodig’ of niet relevant project te werken. Open discussie met alle stakeholders: de ondersteuning van de doorlichting door alle betrokkenen blijkt een cruciale factor te zijn, aangezien een passieve of ‘afwachtende’ houding van sommigen de implementatie van de resultaten sterk bemoeilijkt. Deze stakelholders gaan immers vooral willen ‘bewijzen waarom het niet werkt’, eerder dan te zoeken naar een ‘manier hoe het wel zou kunnen werken’. Empowering line ministries: een van de cruciale lessen in de afgelopen jaren in verschillende landen is de rechtstreekse (en waar mogelijk meesturende) betrokkenheid van de beleidsdomeinen waar de doorlichtingen van toepassing zijn. Niet het topniveau dient alles zelf direct aan te sturen, de cruciale actoren op het terrein dienen steeds intensief (en sturend) betrokken te worden. En aansluitend bij het vorige punt: het blijkt zeer moeilijk te zijn de resultaten van een doorlichting te implementeren indien de betrokken departementen niet in het gehele proces betrokken zijn. Independence and diversity of the task force: de geloofwaardigheid van de task force (stuurgroep) blijkt essentieel om de resultaten van de doorlichting over te dragen aan diegenen die ze dienen uit te voeren. Externe deskundigheid (geen verantwoording ten aanzien van de hogere politieke of beleidsniveaus) kan daarbij nuttig zijn. A roadmap with deadlines and a multiannual horizon. Een duidelijk uitgetekende projectplanning (inclusief kalender met deadlines) verhoogt de effectiviteit om snel tot resultaten te komen. Deze is niet alleen van toepassing op korte termijn (komende jaar) maar ook op de komende jaren (legislatuur). Europese Commissie (2019). Quality of public finance: Spending reviews as a key tool to enhance public investment in the Euro Area. Ares(2019)5463946. Geraadpleegd van https://www.consilium.europa.eu/media/40626/com_technical-note-to-eg_spending-reviews-to-promote-investment.pdf
62
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
•
Tricks for generating results. De EC beveelt in het bijzonder aan om de conclusies van de doorlichting en de implementatie ervan zeer nauw bij elkaar aan te laten sluiten (één geheel van te maken), om te garanderen dat wat kan veranderd of verbeterd worden ook effectief geïmplementeerd en gerealiseerd wordt. Kwantitatieve (‘harde’) gegevens zijn cruciaal in het overtuigen van alle betrokkenen.
Een element dat niet aan bod komt in deze aanbevelingen is: hoe worden uitgavenbeoordelingen structureel geïntegreerd in het begrotingsproces? In de overige EU-landen lijkt dit geen relevante vraag te zijn.
63
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
9
Bibliografie
Europese Commissie (2019). Quality of public finance: Spending reviews as a key tool to enhance public investment in the Euro Area. Ares(2019)5463946. Geraadpleegd van https://www.consilium.europa.eu/media/40626/com_technical-note-to-eg_spending-reviews-topromote-investment.pdf Europese Raad (2016). Quality of public finance: spending reviews for smarter expenditure allocation in the Euro area. Ares(2016)4994801, 5 september 2016? Geraadpleegd van https://www.consilium.europa.eu/media/23664/spending-reviews_commission_note.pdf 2016 Eurostat (2019). Manual on Government Deficit and Debt. Geraadpleegd van https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-manuals-and-guidelines/-/ks-gq-19-007 Eurostat (2020). Draft Guidance Note on the Statistical Recording of the Recovery and Resilience Facility. Luxemburg (LU), Eurostat, Directorate D – Government Finance Statistics, 17 November 2020. Geraadpleegd van https://ec.europa.eu/eurostat/documents/10186/10693286/GFS-Draft-guidance-note-statistical-recording-recovery-resilience-facility.pdf Federaal Planbureau (2020a). Economische Begroting – Economische vooruitzichten 20202021 – Versie van september 2020. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2049-nl-economische_begroting_economische_vooruitzichten_2020_2021_september_2020 Federaal Planbureau (2020b). Economische Begroting 2021 – Versie van juni 2020. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2017-nl-economische_begroting_2021_juni_2020 Federaal Planbureau (2021a). Economische Begroting 2021 – Versie van februari 2021. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2093-nl-economische_vooruitzichten_economische_begroting_2021_februari Federaal Planbureau (2021b). Economische vooruitzichten 2021-2026 – Versie van juni 2021. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2130-nl-economische_vooruitzichten_2021_2026_versie_van_juni_2021 Nationale Bank van België (2021). Economische projecties voor België – juni 2021. Economisch Tijdschrift van juni 2021. Geraadpleegd van https://www.nbb.be/nl/publicaties-en-onderzoek/economische-en-financiele-publicaties/economische-projecties-voor-belgie SERV (2020). Advies over de begroting 2021. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-begroting-2021 SERV (2021). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting 2021. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder Vlaamse Regering (2020). Mededeling aan de Vlaamse Regering. Conceptnota deconsolidatie en externe financiering De Lijn. VR 2020 1007 MED.0237/1BIS. Geraadpleegd van https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5F070F8EFA87E000080006DD
64
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
10
Lijst met figuren en tabellen
Figuren Figuur 1: Vlaamse overheid, ingediende begrotingen en SERV-ramingen, ESR-saldo en ESRsaldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel, in € mld.................................................. 8 Figuur 2: België, 2020 tot 2023, reële groei bbp, ramingen sinds september 2019, in % .... 17 Figuur 3: België, 2020 tot 2022, inflatie, ramingen sinds september 2019, in % ................. 19 Figuur 4: Vlaamse overheid, ingediende begrotingen en SERV-ramingen, ESR-saldo en ESRsaldo exclusief covid- en VV-provisies en Oosterweel, in € mld................................................ 33 Figuur 5: Vlaamse overheid, ingediende begrotingen en SERV-ramingen, evolutie van de schuld conform de Vlaamse schuldnormering, in € mld en % van de ontvangsten. .................. 36
Tabellen Tabel 1: België, economische groei en inflatie bij opmaak van de begrotingen 2020, 2021 en de Meerjarenraming 2022-2025........................................................................................... 16 Tabel 2: België, 2020-2024, verwachte economische groei en inflatie, middellange termijnvooruitzichten van het Federale Planbureau en de Nationale Bank van België, beide in juni 2021 19 Tabel 3: Vlaamse begrotingen sinds de initiële begroting 2020, opeenvolgende stappen in de provisies als reactie op de coronacrisis, in € mln ...................................................................... 20 Tabel 4: Vlaamse begroting, 2021-2024, verwerking van het relanceplan Vlaamse Veerkracht in de Vlaamse begroting (ontvangsten, uitgaven, saldo), SERV-werkhypothese .......................... 22 Tabel 5: Vlaamse overheid, inzet van de coronaprovisie 2020 per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € mln ..................................................... 24 Tabel 6: Vlaamse overheid, uitvoering begroting 2020, inzet van de coronaprovisie per beleidsdomein, in € dz .............................................................................................................. 25 Tabel 7: Vlaamse overheid, uitvoering begroting 2020 (geconsolideerd), uitgaven naar aard van de besteding, per beleidsdomein, in € mln ......................................................................... 26 Tabel 8: Vlaamse begrotingen 2021BA, wijzigingen ten opzichte van Meerjarenraming 2020-2025 en de begroting 2021BO met impact op de begrotingen 2022 tot en met 2024, in € dz (VEK), zoals meegenomen in de SERV-ramingen ............................................................... 27 Tabel 9: Vlaamse overheid, netto schuldtoename door relanceplan Vlaamse Veerkracht, in € dz ................................................................................................................................................. 28 Tabel 10: Vlaamse overheid, netto schuldtoename door relanceplan Vlaamse Veerkracht, begroting 2021, Meerjarenraming 2020-2025 en SERV-raming, in € dz ................................... 29 Tabel 11: Vlaamse overheid, begrotingsuitvoering 2020, aangepaste begroting 2021 en SERV-raming 2021, belangrijkste begrotingsresultaten, in € dz en in % van ontvangsten ........ 31 Tabel 12: Vlaamse begroting, 2021 tot 2024, SERV-raming, belangrijkste begrotingsresultaten, in € dz en in % van ontvangsten ............................................................. 32 Tabel 13: Vlaamse overheid, SERV-raming, begrotingsdoelstelling 2024 en gecumuleerde vereiste begrotingsinspanning tussen 2022 en 2024 om deze doelstelling te bereiken, in € dz en % van de ontvangsten .............................................................................................................. 34 Tabel 14: Vlaamse overheid, SERV-raming ontvangsten bij toepassen van de inflatieparameter uit de Economische Projecties van juni van de Nationale Bank, verschil met oorspronkelijke raming, in € dz ................................................................................................. 35 Tabel 15: Vlaamse overheid, begroting 2020 en ramingen voor 2021 en volgende jaren, evolutie schuld, in € dz en in % van ontvangsten en bbp .......................................................... 35 Tabel 16: Vlaamse overheid, begrotingen 2019, 2020 en 2021 en Meerjarenraming 20202025, evolutie schuld, in € dz en in % van ontvangsten en bbp ................................................ 36
65
Advies over de initiële begroting 2022 v5e
Tabel 17: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, Vlaamse ontvangsten, in € dz ...................................................................................................................................... 44 Tabel 18: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, BFW-dotaties, in € dz45 Tabel 19: SERV-ramingen voor ontvangsten via de BFW (buiten regionale opcentiemen), berekeningswijze ...................................................................................................................... 45 Tabel 20: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, bruto regionale opcentiemen, in € dz ................................................................................................................ 47 Tabel 21: Evolutie conjunctuur bij de Meerjarenraming 2020-2025 (Economische Vooruitzichten oktober 2020 FPB) en SERV-raming (Economische Vooruitzichten juni 2021 FPB) met 2019 als indexwaarde (=100), conjunctuurcorrectie en inflatiecorrectie .................................................. 48 Tabel 22: Vlaamse overheid, SERV-raming en ingediende begrotingen, gewestbelastingen, in € dz ............................................................................................................................................. 49 Tabel 23: SERV-ramingen voor de ontvangsten via gewestbelastingen, berekeningswijze ...... 51 Tabel 24: Vlaamse overheid, SERV-raming ontvangsten geconsolideerde instellingen, in € dz 54 Tabel 25: Vlaamse overheid, overige ontvangsten, in € dz ....................................................... 54 Tabel 26: Vlaamse overheid, begroting 2022 en volgende jaren, maatregelen om beleidsruimte te vergroten dan wel in te vullen, afspraken Regeerakkoord en bijkomende maatregelen bij 2021BO, in € mln (bron: Regeerakkoord, en MJR 2020-2025, berekening SERV) ................... 56 Tabel 27: Vlaamse overheid, SERV-raming evolutie schuld, gedetailleerde weergave, in € dz en % ontvangsten ......................................................................................................................... 58
66